Recent Changes - Search:

English


Nederlands


PmWiki


edit sidebar Line

Ned /

Geweldloosheid-2


Het is uit gebrek aan geestelijke kennis dat men vlees eet,

terwijl vlees eten van zijn kant het aannemen van geestelijke kennis bemoeilijkt.


Vegetarisch zijn en de Wereldreligies

Christendom


"Christendom, Islam
Bhoeddhisme, Veda's,
Soefisme.
"

Vegetarisch zijn is terug te vinden in de oorspronkelijke leer van alle wereldreligies. Door de tijd heen zijn vele van de geboden hierover echter door dubieuze persoonlijkheden verkeerd geïnterpreteerd, opzettelijk veranderd of gewoon verworpen. De oude leerstellingen of delen ervan werden aangepast, herschreven en soms zelfs gewoon verduisterd. Het Nieuwe Testament in de Bijbel is hier een goed voorbeeld van.

In Food for the Spirit (1987) van Steven Rosen (Satyaraja Dasa) vinden we daar het volgende over: "Vele geleerden hebben bevestigd dat priesters en politici de oorspronkelijke christelijke geschriften tijdens het Concilie van Nicea (325 na Christus) door middel van omissie en interpolatie volledig gewijzigd hebben om ze op die manier aanvaardbaar te maken voor Keizer Constantijn, die toentertijd zwaar tegen de geschriften gekant was (25). Het was hun doel Constantijn tot het Christendom te bekeren en deze religie zo de algemene geloofsovertuiging van het Romeinse Keizerrijk te maken." "De vroege christenvaders volgden een vleesloos dieet. De geschriften van de vroege Kerk vermelden dat vlees eten officieel niet was toegestaan tot aan de vierde eeuw, toen Keizer Constantijn besloot dat de christelijkheid in het vervolg vlees zou eten en werd het een officiële verklaring van het Heilige Romeinse Rijk. Vegetarische christenen moesten in het geheim hun vegetarische geloof belijden of anders riskeerden ze de dood als atheist (i.v.m. ketterij). Er wordt gezegd dat Constantijn opdracht zou hebben gegeven de christelijke vegetariërs gesmolten lood door hun kelen te hebben laten gieten als ze werden betrapt.

En Aartsdeken Wilderforce schreef: "Sommigen zijn zich er niet van bewust dat de manuscripten van het Nieuwe Testament na het Concilie van Nicea aanzienlijk veranderd zijn. In zijn Introduction to the Textual Criticism of the Greek Testament vertelt professor Nestle ons dat de kerkelijke authoriteiten bepaalde geleerden, die 'correctores' genoemd werden, benoemden en ze feitelijk opdroegen de teksten van het geschrift te corrigeren ten gunste van wat als orthodox beschouwd werd (26)." In het voorwoord op zijn vertaling van The Gospel of the Holy Twelve geeft Dominee G.J.R. Ousley hier het volgende commentaar op: "Deze 'correctores' hadden als taak zo nauwkeurig mogelijk bepaalde leerstellingen van onze Heer uit de Evangeliën te verwijderen die ze niet van plan waren te volgen - namelijk die tegen het eten van vlees en drinken van sterke drank... (27)".

Steven Rosen: "Het Nieuwe Testament komt keer op keer naar voren met voorbeelden waarin Jezus om vlees vraagt die vleeseters graag als een bevestiging zien van hun eigen dietische voorkeur. Een nauwkeurige studie van het oorspronkelijke Grieks toont echter aan dat Jezus eigenlijk helemaal niet om vlees vroeg. Hoewel de vertalingen van de Evangeliën negentien keer 'vlees' vermelden (28), zou 'voedsel' een meer accurate vertaling zijn." Het Griekse woord voor vlees is kreas, en dit wordt nergens in verband met Jezus Christus gebruikt. In het Nieuwe Testament staat nergens een directe aanwijzing dat Jezus vlees gegeten heeft. Dit komt tevens overeen met de beroemde voorspelling van Jesaja over de verschijning van Jezus (Jesaja 7.14-15): "Daarom geeft de Heer Zelf u een teken: Zie, de maagd zal vrucht dragen en een zoon baren en zij zal hem noemen: Immanuel. Boter en honing zal hij eten, zodat hij weet het kwade te versmaden en het goede te verkiezen." Het was uiteindelijk Jezus zelf die in het Evangelie van Vrede verklaarde:

"En het vlees van geslachte dieren in zijn lichaam zal zijn graf worden. Want ik zal u naar waarheid verkondigen: wie doodt, doodt zichzelf, en wie het vlees van geslachte dieren eet, eet het lichaam van de dood." Ook zei Jezus: "Als jullie niet vasten met betrekking tot de wereld, zullen jullie het koninkrijk niet vinden: Als jullie de sabbat niet vieren als sabbat, zullen jullie de Vader niet zien." Of Jezus tijdens het laatste avondmaal van het paaslam heeft gegeten vormt in dit verband voor velen een groot probleem. In zijn boek Why Kill for Food? legt de Engelse geschiedkundige Geoffrey Rudd echter uit dat de Pascha, het Joodse Paasfeest, op de dag van de sabbath plaatsvond, na de kruisiging van Jezus. Dit wordt volledig ondersteund door het onderzoek van Dominee V.A. Holmes-Gore (29). Ook in het Oude Testament wordt de vegetarische levenswijze als ideaal gezien. In Genesis (1.29) zegt God Zelf: "Zie, Ik geef u al het zaaddragend gewas op de hele aarde met alle bomen die zaadvruchten dragen, die zullen u tot voedsel dienen." Een uitspraak die duidelijk wijst op een vegetarisch dieet.

Het Oude Testament (Exodus 20.13) gebiedt eveneens: "Gij zult niet doden." Deze welbekende uitspraak wordt van oudsher verkeerd geïnterpreteerd, als zou het uitsluitend betrekking hebben op moord. De oorspronkelijke Hebreeuwse tekst luidt echter lo tirtzach. In The Complete Hebrew English Dictionary van Reuben Alcalay wordt vermeldt dat met het woord tirtzach, vooral in het klassiek Hebreeuws, "elke vorm van doden" bedoeld wordt en niet noodzakelijkerwijs alleen maar het doden van een mens. Jammer genoeg is dit soort informatie (nog) niet algemeen bekend.

Er zijn natuurlijk ook passages in de Bijbel te vinden waarin God de mensen toestemming gaf vlees te eten, zoals bijvoorbeeld in het geval van Noach en tijdens de Exodus. Maar deze gevallen waren bijna altijd uitzonderingen en moeten niet uit hun context gehaald worden om het eten van vlees vanuit een religieus standpunt te rechtvaardigen. Na de zondvloed bevond Noach zich in een crisissituatie. Omdat vrijwel alle vegetatie vernietigd was gaf God Noach een consessie, niet een gebod, om vlees te eten (Genesis 9.3). In Food for the Spirit zegt Steven Rosen: "Men dient in dit geval wel te onthouden dat het ideale dieet, waarvan God zei dat het 'zeer goed' was, eerder gegeven was (Genesis 1.29-31). Die uitdrukking 'zeer goed' werd nooit gebruikt in verband met enig vleesbevattend dieet. Het is zelfs zo dat God ons er in het volgende vers (Genesis 9.4) opnieuw aan herinnert dat we ideaal gezien geen vlees zouden moeten eten, en het daaropvolgende vers stelt duidelijk dat degenen die dieren doden op hun beurt zelf gedood zullen worden door diezelfde dieren (zie Quotes uit de Krishna Bijbel). Sommige geleerden hebben ontdekt dat het exacte Griekse woord dat gebruikt werd toen Noach toegestaan werd elk bewegend wezen te eten herpeton is (30), wat letterlijk "reptiel" betekent."

Tijdens de uitvaart uit Egypte schonk de Heer het volk van Israël manna, een wondervoedsel dat elke smaak kon aannemen die men maar wenste. Het volk van Israël wilde echter liever vlees hebben. God gaf ze dit vlees in de vorm van kwartels en zei ze het een hele maand te eten "tot het jullie neusgaten uitkomt en jullie er misselijk van worden (Numeri 11.20)." Maar: "Nog voordat ze hun tanden in het vlees konden zetten, nog voordat het gekauwd was, trof de woede van de Heer ze en sloeg Hij ze met de pest (Numeri 11.33)." Zo zijn er vele verwijzingen te vinden in het Oude Testament die het eten van vlees veroordelen en duidelijk de voorkeur tonen voor een vegetarisch dieet (31).

En Jezus zei tegen Thomas: "Wee jullie die leven in dwaling en niet opzien naar het licht van de zon, dat oordeelt over het Al, en neerblikt op het Al, dat zich zal keren tegen al jullie daden, en haar vijanden in slavernij zal voeren. En jullie nemen ook de maan niet waar, zoals ze bij nacht en dag op jullie afgeslachte lichamen neerschijnt," Nag Hammadi, Het Boek van Thomas de Kempvechter 2.7: 144 Nag Hammadigeschriften.



"Jodendom, Hindoeïsme,
Sikhisme, Jaïnisme.
"

Islam

In Thus Spoke Mohammed, de vertaling van de Hadith door Dr. M. Hafiz Syed, vragen de discipelen van Mohammed hem: "Worden we beloond als we zelfs viervoeters goed behandelen en ze water te drinken geven?" Mohammed antwoordde: "Er zijn beloningen voor het goed behandelen van elk dier." Met name de Sufi-traditie van de Islam laat duidelijk de voorkeur zien voor een vegetarisch dieet. De beroemde heilige Mir Dad heeft gezegd dat: "Iedereen die vlees van een ander levend wezen eet, daarvoor zal moeten betalen met zijn eigen vlees." In zijn boek Islamic Concern for Animals gaat AI-Hafiz B.A. Masri in op de wreedheden tegen dieren in naam van religie. Met citaten uit de Koran en het onderricht van de profeet Mohammed maakt hij duidelijk dat alle vormen van mishandeling van dieren zonden zijn. Volgens zijn onderzoekingen is het in de Islam zelfs verboden bomen om te hakken.


Boeddhisme

Boeddha stelde het principe van ahimsâ, geweldloosheid, en het vegetarisch zijn in als de twee fundamentele stappen op weg naar zelfverwerkelijking. In de Dhammapada zegt hij: "Laat de discipel zich onthouden van het eten van vlees, om gruwelen tegenover levende wezens te vermijden ... het voedsel voor de wijzen is dat wat gegeten wordt door de sâdhu's (heiligen); en dat is geen vlees. In de toekomst zullen er dwaze mensen zijn die beweren dat ik het eten van vlees toestond en er zelf ook aan deelnam, 'maar ... ik heb niemand toegestaan vlees te eten, ik sta niemand toe vlees te eten en zal niemand toestaan vlees te eten, in welke vorm dan ook, op welke manier dan ook en waar dan ook; het is iedereen onvoorwaardelijk verboden. " Dat Boeddha gestorven zou zijn aan het eten van bedorven varkensvlees is dus een groot misverstand. Het Pali-woord dat in dit verband vaak vertaald wordt als "varkensvlees", is sûkara-madava. Recent onderzoek heeft echter uitgewezen dat het Pali-woord voor "varkensvlees" sûkara-mûmsa is, en dat met sûkara-madava, wat "de vreugde van een varken" betekent, verwezen wordt naar de truffel. Vandaag de dag geven vele boeddhistische geleerden toe dat de theorie dat Boeddha als zijn laatste voedsel varkensvlees gegeten zou hebben een slordige veronderstelling is zonder ook maar het geringste wetenschappelijk bewijs.

In de latere Pali geschriften (palmboomblad-geschriften, de heilige taal van de Boeddhisten) werd ahimsâ ook gepromoot, verklarende dat geweldloosheid gepaard moet gaan met kameraadschap (mettacitta), vrij zijn van woede (avera), en afkeer van kwaadwilligheid (abyapajja). Ahimsâ vereist verder dat men geen woorden uitspreekt die enerzijds hardvochtig, kwetsend of beledigend zijn (na abhisajjana). Deze definitie omvat de subtiele alsook de openlijke vormen van geweldloosheid.


De Vedische geschriften

De vedische geschriften van India, die veel ouder zijn dan het Boeddhisme, leggen eveneens de nadruk op geweldloosheid als de ethische basis voor vegetarisch zijn (32). De Manusmriti (5.49) (smriti: dat wat herinnerd wordt; van Manu, bestuurder, vader en wetgever der mensheid, is een geschrift van de Hindoe-wet en oude Indiase leefgemeenschap) waarschuwt ons: "De oorsprong van vlees en de wreedheid van het vetmesten en slachten van belichaamde wezens in ogenschouw genomen, dient de mens zich volkomen van het eten van vlees te onthouden." En de bestuurlijke macht diende erop toe te zien dat dit nutteloze geweld zich niet zou verspreiden: "O koning, als iemand niet af te houden is van het eten van mensenvlees, het vlees van een paard of een ander dier, en anderen van hun melk berooft door koeien te slachten, dient u niet te aarzelen zo'n maniak te onthoofden." (Rig-veda 10.87.16) Alle levende wezens zijn een ziel, opgesloten in een lichaam. In de Bhagavad-gîtâ beschrijft Heer Krishna de ziel als de bron van het bewustzijn en als het werkzame beginsel dat het lichaam van ieder levend wezen in beweging brengt. Volgens de Veda's evolueert de ziel van een levensvorm die lager is dan die van de mens automatisch naar de daaropvolgende hogere levensvorm. Alleen in de menselijke levensvorm kan iemand zijn bewustzijn op God richten en op het moment van de dood terugkeren naar de geestelijke wereld.

In zijn betekenisverklaring bij het S'rîmad Bhâgavatam (SB 5.10: 2) 'Toen hij hiermee bezig was liep de tweemaal geboren zoon, voortdurend drie stappen voor zich uit kijkend om niet op mieren te trappen, steeds uit de pas met de anderen en schudde daardoor de draagstoel heen en weer. Rahûgana, die dit in de gaten kreeg zei tot de mannen die hem droegen: 'O dragers, loop alsjeblieft in de pas! Waarom wordt deze draagstoel zo ongelijkmatig gedragen?' zegt S'rîla Prabhupâda: "Alle levende wezens moeten een bepaalde tijd in een bepaald materieel lichaam gevangen zitten. Ze moeten de tijdsduur die ze toebedeeld is in dat lichaam uitzitten voor ze naar een ander lichaam kunnen evolueren. Als een dier of ander levend wezen gedood wordt, wordt hij eenvoudigweg belet om de tijd die hij in een bepaald lichaam moet doorbrengen te voltooien. Daarom moeten we geen dieren doden om onze zintuigen te bevredigen, want daarmee begaan we een zonde." Kort samengevat: als een dier gedood wordt, wordt zijn evolutie door de verschillende levensvormen gestagneerd en degene die het gedood heeft zal ongetwijfeld de reactie voor zijn zondige gedrag krijgen.

Maar slaat dit dan alleen maar op degene die het dier slacht? Volgens de Mahâbhârata (Anu parva 115.47) (epos dat de geschiedenis verhaalt van Bharata varsha, het rijk van India dat tot vijfduizend jaar geleden de wereld beheerste. Het behandelt m.n. de strijd van de edelen der vedische cultuur ten tijde van Krishna waaruit de Gîtâ is genomen) is het antwoord daarop "nee": "Ook degene die het vlees koopt maakt zich schuldig aan himsa (geweld) door zijn rijkdom; degene die het vlees eet doet dat door te genieten van de smaak; degene die het dier doodt maakt zich schuldig aan himsa door het dier daadwerkelijk vast te binden en af te slachten. Dit zijn dus drie vormen van doden. Degene die vlees wegbrengt of het laat halen, degene die de ledematen van dieren afsnijdt en degene die vlees koopt, verkoopt, of kookt en eet - al deze personen dienen als vleeseters beschouwd te worden." In de Bhagavad-gîtâ (BG 5.18) legt Heer Krishna uit dat geestelijke volmaaktheid begint als men kan zien dat alle levende wezens gelijk zijn. "In een volledig geschoolde zachtgeaarde brahmaan, in een koe, in een olifant en zeker ook in een uitgestotene, zien zij die wijs zijn, de ziel met een gelijke blik." Verder onderwijst Hij ons hoe we de principes van geestelijk vegetarisch zijn kunnen toepassen als Hij zegt: "Wie Mij ook een blad, een bloem, een vrucht en water met toewijding aanbiedt, dat offer vanuit het hart door een ziel van goede gewoonten gebracht aanvaardt Ik." (BG 9.26) Het Sanskriet woord voor vegetarisme is: Sâkahâra. Sâka betekent: een groente en of kruid. Hâra betekent: gerelateerd aan de Hindugod Hari of Vishnu. Maar ook: aantrekkelijk, voldoening, verrukkelijk, charmant. (Hari: vaak vertaald met gewoon de Heer, de Hoogste Persoonlijkheid, naam voor Krishna als degene die alle ongunstige zaken van zonde en kwaad wegneemt, alle obstakels voor de geestelijke vooruitgang.)


Citaten

Quotes uit de Krishna Bijbel (S'rîmad Bhâgavatam of Bhâgavata Purâna)


"Parsisme, Vaishnavisme,
Taoïsme, Shintoïsme.
"
(15) U hebt voor de zaak van de religie de mensen geïnstrueerd in verband met hun natuurlijke geneigdheden (om dieren te doden voor hun voedsel b.v.), hetgeen in feite afkeurenswaardig en nogal onredelijk is. De mensen gericht op een dergelijke leidraad zullen niet denken aan de verbodsbepalingen.
(38) Sûta zei: "Aldus verzocht, verleende hij toen Kali de toestemming te verblijven in plaatsen waar de vier zondige activiteiten van het gokken, drinken, de prostitutie en het slachten van dieren (dyûtam, pânam, striyah, sûnâ) plaatsvonden. (39) Daarnaast kende de meester, op zijn aandringen, hem de plaats toe waar men het goud aantreft, want goud is door de hartstocht de vijfde zonde vanwege de valsheid, bedwelming, lust en vijandigheid die het met zich meebrengt. (40) Aldus werden op aanwijzing van de zoon van Uttarâ de vijf verblijfplaatsen aan Kali toegewezen waar inderdaad de goddeloosheid wordt aangemoedigd. (41) Derhalve dient een persoon die uit is op zijn welzijn nimmer zijn toevlucht te nemen tot welke van deze plaatsen ook, in het bijzonder niet die personen die zich bevinden op het pad der bevrijding, de adel, de dienaren van de staat en de leraren. (42) Door activiteiten aan te moedigen die de drie verloren gegane poten van versobering, reinheid en mededogen van de stier weer terugbrachten, werd (door koning Parîkchit) de aarde volmaakt in ere hersteld.
(24) Met geweldloosheid (als een vegetariër), volgend in de voetsporen van de leraren van het voorbeeld, door zich de Heer der Bevrijding te herinneren, door te getuigen van Zijn handelingen, door de nectar van het volgen van de principes zonder een materieel motief (yama) en door het naar voorschrift praktisch uitvoeren (niyama) zal men zo zijn, zonder overtredingen, een eenvoudig leven levend in het verdragen van de dualiteit.
(7) Nârada zei: 'Wacht eens even, o Heerser der Burgers, o Koning, mag ik u attenderen op het totaal van al de duizenden van dieren die u genadeloos hebt gedood in de offerplechtigheden? (8) Ze staan allen, indachtig het leed dat u hen hebt aangedaan, kokend van woede op u te wachten om u met ijzeren hoornen te doorboren nadat u bent gestorven. (9) Daartoe wil ik u het zeer oude verhaal vertellen van Purañjana ('hij die uit is op de stad die het lichaam is'); probeer enkel dit karakter te doorgronden terwijl ik erover spreek.
(6) Zich naar het woud begevend kan een koning, gedreven door hebzucht, zoals dat is geregeld, in overeenstemming met de aanwijzingen van de Veda's, zoveel dieren doden als maar nodig is voor de offerplechtigheden in de heilige plaatsen en niet meer dan dat.
(11) Hij, zo vol van verlangens, hield net als u offerplechtigheden uit respect voor de voorvaderen, de goden en de groten der samenleving; en ze waren allemaal even weerzinwekkend geïnspireerd als ze waren door het doden van arme dieren.
(11) De zoon van Vyâsa zei: 'Met het tenietdoen van karma wordt inderdaad, door het ontbreken van de nodige kennis, niet haar einde gerealiseerd; wil men er waarlijk mee hebben afgedaan dan moet men er echt genoeg van hebben. (12) Zij die het juiste voedsel eten worden inderdaad werkelijk niet geplaagd door allerhande ziekten, zo ook heeft hij die te werk gaat met een ordentelijk in acht nemen o Koning, een toenemende kans op welbevinden.
(8) Het moge jullie spijten; de Allerhoogste Persoonlijkheid van de Heer, de oorspronkelijke, onveranderlijke Vader en almachtige beschermer, schiep al de bomen, de planten en de gewassen om tot voedsel te dienen.
Nârada's Instructies over Vegetarisch Delen, Goddeloosheid, Genezen, Yoga en Advaita.
(7) Nimmer moet men vlees offeren (noch vis en eieren) met de ceremoniën van geloof, noch behoort degene die weet heeft van het dharma (de bestuurder) er persoonlijk van te eten; met het voedsel voor de geheiligden behoort er de hoogste voldoening te zijn met degenen die aanbeden worden en die zelf niet ten gunste zijn van nodeloos geweld jegens dieren. (8) Door rechtgeaarde personen gericht op dat wat het ware is behoort dat verlangen te worden opgegeven dat andere levende wezens moeilijkheden bezorgt; er is geen religie meer verheven dan zo te zijn in je woorden, geest en lichaam.'
(6) Hij, koning Ikshvâku, gaf zijn zoon eens tijdens een ashtakâ-s'râddha (offers aan de voorvaderen gebracht in Januari, Februari en Maart) de opdracht: 'Breng me zuiver vlees (van de jacht) o Vikukshi, en ga er nu meteen op uit, zonder te dralen'. (7) Aldus ging hij daartoe naar het bos om dieren te doden die geschikt waren voor de offerandes, maar toen hij vermoeid en hongerig was at de held vergeetachtig (zonder zich te realiseren dat het vlees bestemd was voor het offer) een konijn (zie voetnoot*) (8) Wat er over was bood hij zijn vader aan die op zijn beurt hun goeroe (Vasishthha) vroeg het te zuiveren en die gaf ten antwoord: 'Dit alles is bezoedeld en voor gebruik ongeschikt.' (9) Door de geestelijk leraar verwittigd wist de heerser wat zijn zoon had gedaan en zodoende verdreef hij, er kwaad over dat hij de vidhi had geschonden, zijn zoon uit het land. (10) Hij, er feitelijk met de geleerde als zijn leermeester in discussies toe aangezet, gaf daarmee in overeenstemming, als een yogî zijn voertuig van de tijd op en bereikte zo de allerhoogste positie. (11) Op de troonsafstand van zijn vader keerde Vikukshi terug om te heersen over deze planeet de aarde, met verschillende yajña's de Heer aanbiddend, en stond alzo bekend als S'as'âda ('de konijnen-eter').
De Dynastie van Bharata: het Verhaal van Rantideva.
(4) Het aanhoren (middels de paramparâ) van de aangename klanken van de verheerlijking van de Heer Geprezen in de Geschriften is het juiste medicijn waarmee de geest wordt verlost van de materiële ziekte van zijn verlangens; een persoon, tenzij hij een doder van dieren is, kan door dergelijke beschrijvingen, aangehoord of gezongen, zichzelf verre houden van de valsheid, zichzelf beheersen, zie ook B.G. 2:44.
(11) Het verslingerd zijn aan de sex en het consumeren van vlees en alcohol dat inderdaad steeds wordt aangetroffen in het geconditioneerde levende wezen wordt waarlijk door geen schriftuurlijk gebod ondersteund; wat in dezen is voorgeschreven voor (respectievelijk) het huwelijk, de offerplechtigheid en het ritueel gebruik van wijn, is er voor het doel daar een einde aan te maken (zie ook 1.17: 38-42 )
(29-30) Zonder begrip voor Mijn vertrouwelijke conclusie (zie ook 10.87 en B.G. 9) zijn ze, opgegaan in het sensuele, gehecht aan het geweld dat kan voorkomen (in de natuur), maar dat zeker nimmer wordt aangemoedigd voor het offeren. In werkelijkheid er behagen in scheppend gewelddadig te zijn met de dieren die terwille van het eigen zinsgeluk werden afgeslacht, zijn ze in hun rituele aanbidding van de goden, de voorvaderen en de leidende geesten, schadelijke mensen.

Bhagavân S'rî Sathya Sai Baba, de Avatar Goeroe uit India


"Bhagavân Sathya Sai Baba"

Sai Baba (avatar) verklaart dat door het eten van vlees men gewelddadige neigingen en dierlijke ziekten ontwikkelt. Hij predikt de basis-principes van geweldloosheid: Sathya - Waarheid; Prema - Liefde; Dharma - rechtgeaarde plichtsbetrachting en/of eeuwige waarden; Ahimsâ - geweldloosheid; dat je niet moet doden, dus een vegetariër moet zijn; Shanthi - vrede. Vanaf klein kind meed Sai Baba de plaatsen waar dieren werden geslacht en waar hij kon redde hij ze van mishandeling en slachtplaats (zie Sathyam Sivam Sundaram.)

  • Sai Baba heeft nooit vlees of vis gegeten. God heeft de dieren niet geschapen om ze te laten doden door de mensen. Als kind vermeed hij altijd de plaatsen in het dorp waar varkens, schapen en kippen werden geslacht of waar vis werd gevangen. En hij hield zich ook altijd verre van keukens waar vlees werd gebraden. Wanneer hij hoorde dat zijn vader of een van de buren een kip greep om te slachten, dan ging hij erheen en nam het dier in zijn armen. Meestal werd het dier daarna toch wel geslacht, maar men voelde zich dan wat ongemakkelijk. Liefde voor dieren, ja, daar konden de dorpelingen wel begrip voor opbrengen, maar niet als het om hun maaltijd ging. Lichamelijke verlangens gingen bij de meeste mensen vóór alles. Zijn houding had wel tot gevolg dat zijn vriendjes ook bezwaar gingen maken tegen het slachten van dieren en dat de mensen uit de omgeving zijn handelen met aandacht gingen volgen. Sommigen noemden hem toen reeds Brahmajñâni, een kenner van God. Wanneer zijn ouders vlees wilden eten en verlangden dat hij dat ook zou doen, ging Sathya naar het huis van de familie Karnam. Zij waren immers brahmanen en uit dien hoofde waren zij vegetariër en hij at dan mee van het voedsel dat Subbamma bereidde. Later, toen hij een jaar of zes was en zijn grootvader Kondama alleen woonde in een huisje naast dat van Sathya's ouders - zijn vrouw was inmiddels overleden - ging Sathya geregeld vegetarisch koken voor hen beiden. Zij discussieerden dan vaak uitvoerig over allerlei religieuze onderwerpen en het verbaasde de grootvader niet, dat zijn kleinzoon kennelijk zeer goed thuis was in de heilige geschriften. - Citaat uit: Mijn Naam is Waarheid, door Wim G.J. van Dijk - ISBN 90-72308-36-0.
  • Als je een dier doodt, antwoordde Baba, veroorzaak je lijden. God is in ieder schepsel; hoe kun je dan die pijn veroorzaken? Het een sport noemen om een dier in de bossen, zijn eigen woonplaats, op te sporen, is niets minder dan barbaarsheid. .... Baba legde hem uit dat je je een zeer zwaar karma op de hals haalt wanneer je dieren doodt. Dieren zijn niet gekomen om als voedsel te dienen voor mensen. Zij zijn gekomen om hun eigen leven in de wereld uit te werken. Zodra je beseft dat alles God is en dat je lijden veroorzaakt wanneer je een dier doodt, zal je verlangen naar het jagen op dieren en het eten van vlees vanzelf verdwijnen. - Citaat uit: Mijn Naam is Waarheid, door Wim G.J. van Dijk - ISBN 90-72308-36-0.
  • De herten, de olifant, de koe, het paard, zij leven van satvisch (zuiver, rein, goedheid) voedsel en gedragen zich op eenzelfde manier. Dus, daarom worden ze gerespecteerd en zelfs aanbeden door de mens. Tijgers, beren, hyena's en andere wilde dieren worden gevreesd door de mens en teruggedrongen naar de uithoeken van bossen en wouden. Het bevreemdende hiervan is dat het wilde, de wreedheid en de angst-bezorgende attributen van deze dieren ook worden ontwikkeld en tentoongesteld door de mens zelf! De mens denkt trots van zichzelf dat hij de kroon van deze schepping is; Hij verklaart dat hij een vonk van het goddelijke in zich heeft. Maar hij negeert of onderdrukt die vonk en heeft er plezier in de kwaliteiten van die wilde, wrede en gewelddadige dieren van de jungle tentoon te spreiden - Sathya Sai Baba." (zie ook: The World Conference of Animals uit: Chinnakatha.)
  • Je kan beroemd zijn om je geleerdheid en fortuin. Maar de bij kan je de les leren om vrij te zijn van lijden. De boom kan je geduld en tolerantie leren. Hij geeft een ieder schaduw, of je nu een man of een vrouw bent, welke religie, nationaliteit of status je ook hebt. De boom is van dienst met vruchten en schaduw, ook de idioot die met zijn bijl de boom wil omhakken! De hond leert je de les in geloof, dienstvaardigheid en het proces van toewijding. - Sathya Sai Baba.
  • Als je langer wenst te leven, om de maatschappij te dienen, om goddelijkheid langer te ervaren, houd dan je voeding in de gaten - Sathya Sai Baba
  • Alleen delen kan verdriet verminderen en vreugde vermeerderen - Sathya Sai Baba.
  • Het schenken van (vegetarisch) voedsel aan hongerigen is de edelste van alle gaven - Sathya Sai Baba.
  • Waar liefde is daar is vrede, waar vrede is daar is juist gedrag, waar juist gedrag is daar is waarheid, waar waarheid is daar is God, waar God is daar is gelukzaligheid.' 'Wanneer je je houdt aan deze vier principes ontstaat "geweldloosheid" als het natuurlijk gevolg. - Sathya Sai Baba.
  • Het lichaam, zegt Sai Baba, is de boot waarmee men de oceaan van het leven moet oversteken. Besteed daarom een gezonde aandacht aan het lichaam, maar overdrijf het niet. Het voedsel dat men opneemt, is de oorzaak van gezondheid en ziekte. Het voedsel dat via de mond binnenkomt, kan het beste bestaan uit verse groente, fruit, noten, peulvruchten, granen, rijst en alle zuivelproducten van de koe. Eet alleen vegetarisch voedsel, want door het eten van vlees ontwikkelt men hartstocht, agressie en dierlijke ziekten, en vis veroorzaakt onreine gedachten. Het gaat overigens niet alleen om het voedsel dat via de mond het lichaam binnenkomt, maar ook om alles wat via de zintuigen binnenkomt. Citaat uit: Mijn Naam is Waarheid, door Wim G.J. van Dijk - ISBN 90-72308-36-0.

Zijn basisprincipes van geweldloosheid (sarvadharma): sathya - Waarheid - prema -Liefde - dharma - Rechtgeaarde plichtsbetrachting en/of eeuwige waarden - ahimsâ - terwijl geweldloosheid betekent dat je niet moet doden (een vegetariër moet zijn) - shanthi - Vrede.


Hazrat Inayat Khan


"Hazrat Inayat Khan"

De stichter van de Soefi-orde, het universeel soefisme, in het Westen, zette tien doelstellingen of gedachten uiteen die de basisprincipes vormen voor het universeel soefisme. De Soefi Boodschap is de eenheid van alle godsdiensten te verspreiden. Daarbij staat dan zo de geweldloosheid en een vegetarisch dieet, dat de spirituele kern vormt van de meeste wereldreligies, centraal. Het is niet hun opdracht om de verbreiding van een speciaal geloof of een of andere kerk of religie voor te staan, het gaat om het werk, de volgelingen van verschillende godsdiensten en geloofsovertuigingen in wijsheid te verenigen, zodat zij, zonder hun eigen godsdienst te hoeven opgeven, gesterkt mogen worden in hun geloof en dit in het ware licht gaan zien. Op deze manier zal een groter geloof en vertrouwen in de mensheid worden bewerkstelligd.


De Yoga-sûtra's van Patañjali

De Yoga-Sûtra's of De Draad van de Bewustzijnsvereniging:: II) De praktijk. a) (30) Geweldloosheid, waarheidliefde, niet stelen, het celibaat en geen bezit nastreven vormen de verzaking. (31) Dit is de grote universele gelofte die geldt ongeacht de plaats, de tijd, de omstandigheid en iemands geboorte. b) (32) Reinheid, tevredenheid, boetvaardigheid, bezonnenheid en overgave aan de persoon van God vormen de regulatie.


Categorie: Artikelen | Nederlands | Auteur: Marja Langkamp


Deze pagina werd sedert 28 juli 2009 keer bekeken. \

Edit - History - Print - Recent Changes - Search
Page last modified on August 28, 2010, at 08:20 AM