
Synopsis
De
Orde van de Tijd samengevat
René
en de Tijd van Zijn
Leven
'Zes
dialogen tussen René, de gelukzoeker
en Aadhar, de leraar der
filognosie.'

Inleiding
René
aldus bezocht de Wetenschappelijke School der
Magie en leerde vele toverformules en kunsten
om zijn leven en lot in de hand te hebben.
Maar hij was niet tevreden. Er waren een paar
dingen die hij nog niet wist. Hij had er
werkelijk geen idee van hoe hij zijn geluk
kon bestendigen of hoe hij tot een definitief
besluit moest komen. Ook wist hij niet hoe
hij onbevreesd kon zijn, noch besefte hij
werkelijk wat zijn naam nu eigenlijk inhield.
Met andere woorden: René, hoewel op
zijn talenten aangesproken door zijn
scholing, moest de Tijd van Zijn Leven nog
vinden.
Goed,
het begint dus met de naam. De gelukzoeker
stelt de vragen en Anand Aadhar, zijn
alter-ego in de gedaante van de in het Westen
opgegroeide yogabeoefenaar, geeft de
antwoorden.
Wat
is nu de betekenis van René, mijn
naam?
René,
een frans woord voor wedergeboren zijn, heet
dvija in het Sanskriet, hetgeen zowel
het gereincarneerd zijn kan inhouden als het
in dit leven met een nieuw leven begonnen
zijn. Een nieuw leven beginnen houdt een
heroriëntatie in. Daarvoor zijn deze
gesprekken van ons bedoeld.
En
nu de onbevreesdheid.
Hoe
raakt René onbevreesd?
Als hij
middels deze navraag bij een
vertegenwoordiger van de yoga-discipline als
ik ingevoerd of geïnitieerd raakt, moet
hij, teneinde onbevreesd te raken, een andere
geestestoestand ontwikkelen. In feite moet
hij zijn troost vinden in zichzelf op een
zodanige manier dat hij inziet dat naar de
fundamentele drievoudigheid van de
werkelijkheid van de ziel die staat voor 1)
de velden van zijn handelen, 2) de principes
van zijn gedragswijze, en 3) zijn levensspel
binnen de maatschappelijke orde, alle mensen
zoals het hoort samenwerken op weg naar een
stabielere vorm van bewustzijn. Ten einde
onbevreesd te zijn moet hij de vrede van die
geestesstaat zien te vinden die naar daad,
woord en gedachte 1) hem niet in de steek
laat als hij met het zijne bezig is, 2) hem
niet in het ongewisse der onwetendheid laat
in geval van moeilijkheden, en 3) zijn
vertrouwen niet beschaamt, zelfs niet bij
zijn dood. Met andere woorden: hij moet een
tijd van leven vinden die niet door wat dan
ook kan worden verslagen. Aldus ontdekt hij
de zin van zijn bestaan en is hij, bevrijd
van zijn angst, in staat welke uitdaging ook
tegemoet te treden.
En
dan het geluk.
Hoe
is René nu gelukkig
dan?
Voor
het heil van zijn geluk moet hij een
nascholingscursus volgen bij de Meester der
Filognosie genaamd Aadhar, zijn alter ego,
een geestelijk leraar die de Heer van de Yoga
vertegenwoordigt en die hem helpt om zijn weg
in de samenleving te vinden met de magie van
zijn wetenschap en het met zichzelf en met
anderen goed te kunnen vinden. Filognosie,
stelt de aan de westerse geest aangepaste
wetenschap voor van het vinden en vasthouden
van de liefde voor die soort van kennis die
iemand, die opgaat in het dienstverlenen,
gelukkig maakt alsook anderen gelukkig maakt
die van een soortgelijk respect zijn. In
feite kunnen de twee niet worden gescheiden.
Filognosie definieert de werkelijkheid van de
ziel, en heeft niet enkel betrekking op de
kennis van schoolboeken, de wijsheid,
toverformules en klassieke kunsten. Neen, het
is de wetenschap van het vinden van de liefde
voor de methode, de feiten, de kunst, de
overstijging, de persoon, en het bepleiten
van de zaak van het hebben van een goede tijd
met alle mensen tezamen als een
gemeenschap.
De
cursus 'Filognosie of de Orde van de
Tijd'
Waar
bestaat de leerstof dan allemaal
uit?
René,
die is verdeeld in drieën met ieder twee
secties.
-
I Wetenschap:
-
Sectie a: Ontnuchteren;
teneinde bevrijd te raken van illusie ten
aanzien van de essentiële feiten van
de tijd.
-
Sectie b: Veldbeheersing;
om evenwicht te ontwikkelen in de
verschillende velden van
handelen.
-
II Spiritualiteit:
-
Sectie a: Emotionele
Expressie:
om met de juiste zin voor verhoudingen
analytisch verantwoord je uit te drukken
met een kunstvorm als b.v. het zingen of
het schilderen en zo ook je innerlijke
evenwicht te vinden.
-
Sectie b: Waardenbeheersing:
om de basisformules te beheersen - ook in
de zin van de tijden ervoor - voor het
heil van de persoonlijke stabiliteit en de
zelfbeheersing, en om aan de voorwaarden
te voldoen om stand te kunnen houden in de
uitoefening ervan.
-
III De Persoon
-
Sectie a: Identiteitsbeheersing:
om het spel van de orde te kunnen spelen
en zo een leven te hebben en je
levensopdracht te vinden.
-
Sectie b: Retoriek:
wat je tegen anderen moet zeggen teneinde
de zaak te bevorderen en te
verdedigen.
Ben
je er klaar voor? Kies een sectie, en ik,
Aadhar, zal het voor je uiteenzetten,
René, in de dialoog ermee waarin we de
dualiteit van de uitgeduide drievoudigheid
van de filognosie bespreken zullen. Die
dualiteit vormt de allesomvattende benadering
van de geestelijke kennis die vedisch de
'darshana's' van de
'âtma-tattva' wordt genoemd: de
visies op de werkelijkheid van het zelf, de
zienswijzen wat betreft het principe van de
ziel, de zes vormen van geestelijke liefde
die je nodig hebt om gelukkig te zijn en
anderen ook naar dat geluk te kunnen
leiden.
Dialoog
een I-a: Ontnuchteren
Ten
einde vrij te zijn van illusie René,
moet je de feiten van het leven en het
materiële universum onder ogen zien. Je
moet ze zien zoals ze zijn. Voordat je ook
maar iets onderneemt, voordat je een
beslissing neemt, kijk dan eerst eens heel
goed om je ervan te vergewissen waar je mee
te maken hebt.
Wat
heb je te zeggen over dat onderwerp van de
illusie en de tijd?
Beste
René, de tijd vormt het leven van het
universum bestaande uit de heilige
drie-eenheid van de natuurkunde: de tijd, de
ruimte en de materie. De tijd brengt de
geestloze materie tot leven. In feite is
alles wat bestaat iets wat leeft, en dat
geldt niet enkel maar de rondbewegende
levende wezens en de niet-bewegende zoals de
planten, maar ook de stenen die een leven
hebben, ook al is het een beetje een saai
bestaan. Als je zorgvuldig kijkt diep binnen
in de dode materie zal je ontdekken dat het
enkel maar harde energie is, energie die heel
druk bezig is in zichzelf zodat die hard is.
Zachte materie van levende wezens is
dynamischer, meer ontspannen, relaxter,
vitaler, reactiever, maar ook tijdelijker van
vorm: ze gehoorzaamt aan de wetten van de
tijd op een bepaalde manier; op een
voorgeprogrammeerde manier, niet enkel maar
door een eventuele cultuur, maar ook op een
manier die ingebouwd is in de genen van alle
levende wezens, in de cellen van al de
levende lichamen, precies zoals een programma
geïnstalleerd op een computer. Dit
geprogrammeerde leven noemen we het
geconditioneerde leven omdat het werd
teweeggebracht en gefixeerd door
omstandigheden in het verleden en zo de
aanpassing vormt van het organisme aan zijn
omgeving. Een deel van de conditionering
behoort tot de hardware van het lichaam en
kan niet worden veranderd, het is
verantwoordelijk voor de vorm van het lichaam
en de basisfuncties. Een ander deel ervan,
het culturele gedeelte, werd tijdens het
leven aangeleerd en is meer inschikkelijk,
zoals het is met het eten van een broodje of
van müsli 's morgens; je hebt de keuze.
De natuur beheerst jou, het aangeleerde kan
jij beheersen. Aldus zijn, gegeven een zekere
mate van eigen beheersing, al onze levens
geconditioneerd, van de levens van een enkele
plant tot de levens van gehele planeten. Maar
we zijn geen simpele machines die zijn
voorgeprogrammeerd en zelfgeprogrammeerd. Er
sprake van
een positie van een zekere onbepaaldheid in
ons materiële bestaan. We kennen zo dus
enige vrijheid om ons leven te kunnen
overzien en op dat niveau van normen en
waarden eventueel in te grijpen. Op ieder
willekeurig moment kunnen we uitmaken voor
welke leiding we kiezen met onze voor de rest
behoorlijk vergaand in gedragspatronen
gefixeerde vitale materie en genen. Zo kunnen
we aldus concreet bezig zijn als
materiële vormen die materiële
dingen doen of kunnen we ons bezighouden met
meer abstracte zaken die dichter in de buurt
liggen van het gedragsprogramma en het gezag
van de programmering die ons onder controle
heeft. De laatste positie van het kernbelang
noemen we metafysisch, transcendentaal,
bovenzinnelijk of ontstegen aan of van het
voorbije en met dat zullen we ons bezighouden
in het volgende tweetal secties van onze
cursus die gaan over het spirituele. Laten we
eerst eens de manieren en de problemen
bekijken van ons recht-toe-recht-aan
materiële bestaan.
Wat
zijn die problemen?
Beste
René, we houden ervan te leven en ons
rond te bewegen, maar vanwege onze vrije wil
zijn de dingen niet zo zeker als we zouden
willen. Je medemensen kunnen zich van je
verwijderen of een ongeluk krijgen of in de
gevangenis belanden als ze de verkeerde
dingen doen, of ze zijn misschien helemaal
niet zulke goede mensen: ze kunnen je
misbruiken of je verwaarlozen en je niet
respectvol behandelen of je niet accepteren
zoals je bent. En ook je vrienden en intieme
relaties kunnen je verraden uit zelfzucht of
je problemen bezorgen met leugens, geweld,
hebzucht en misbruik. Natuurlijk moet je
opgevoed zijn en in staat zijn uitdagingen
aan te kunnen, en heb je daarvoor ook
ondersteuning nodig. Dat controle moeten
hebben van jou kant is één
probleem. Een ander probleem is dat
verwanten, vrienden en buitenstaanders op hun
beurt ook weer opgevoed moeten zijn en een
dergelijke ondersteuning nodig hebben om
controle te hebben met het zich naar behoren
respectvol gedragen. Aldus zijn deze
waarheden ook op hen van toepassing.
Daarenboven kan de grotere natuur ook
problemen geven als met hitte, kou,
aardbevingen en overstromingen, en zo moeten
we dus ook daar rekening mee
houden.
Wat
is de oorzaak van die
problemen?
Beste
René, de problemen die wij menselijke
wezens hebben zijn er vanwege de illusie: we
zien de dingen van de materie en het leven
niet altijd zoals ze zijn. We zien niet
meteen in dat enkel het lichaam van dienst
zijn en niet de ziel van het metafysische
kernbelang, inhoudt dat er dan geen goede
sturing is van ons gedrag en dat er dus ook
niet zomaar een gecoördineerde en
veilige samenleving is die zichzelf bijstuurt
en waar je dan op kan vertrouwen. De reden
hiervan is dus het materiële verlangen -
omdat mensen het anders willen hebben dan
vanuit het kernbelang is aangewezen. Men is
dan, met het oppervlakkige van het enkel met
de materie leven en het missen van de
kwaliteit van de ziel, ontevreden of
verveeld, geërgerd of wellustig en zo
kunnen we onszelf dan dingen zien doen die we
niet zouden moeten doen. Natuurlijk moeten
verkeerde zaken worden rechtgezet, en kan zo
bezien ontevredenheid, verveling, ergernis en
lust gerechtvaardigd zijn. Soms is het goed
de dingen anders aan te pakken en jezelf te
corrigeren, maar soms ook is het, met het
verstand verbijsterd door het materiële
belang en het dan niet meer weten naar welke
norm we zouden moeten corrigeren, niet zo
goed en leidt het tot rampspoed, chaos,
toestanden en zelfs oorlog; tot zelfs nog
meer ontevredenheid, verveling, ergernis en
wellust. En op die manier kan de mensheid
zich dan bevinden in een neerwaartse spiraal
die tot de hel voert. Men kan van kwaad tot
erger vorderen of weer op het goede pad
geraken. Dus, om niet verkeerd terecht te
komen, moeten we er zeker van zijn een plan
te hebben om dat kernbelang van de ziel te
dienen, er zeker van te zijn dat we de dingen
juist bekijken, zodat we de zaken van het
leven kunnen respecteren zoals ze zijn en we
aldus in staat zijn om de juiste beslissingen
te nemen.
Wat
is dan de juiste manier om tegen de zaken van
het leven aan te kijken?
Beste
René, we hebben wetenschappelijke
richtlijnen, morele stelregels en religieuze
en politieke beginselen. In deze twee eerste
secties zullen we ons bezighouden met de
wetenschappelijke. Er is, in de wetenschap,
om te beginnen een methode die we nodig
hebben om ons te verzekeren van de waarheid
der dingen. Deze methode bestaat eruit eerst
te bepalen wat het onderwerp van onderzoek
is, laten we zeggen honden: b.v. 'Ik hou van
honden'. Vervolgens kan je dan stellen wat
het probleem is met honden, b.v. dat ze
bijten en blaffen en dat ze andere dieren op
moeten eten. Deze worden de these en de
antithese genoemd die het probleem aan de
orde stellen van ons onderwerp van studie.
Vervolgens is er dan een tegenargument nodig
om het probleem op te lossen: honden moeten
aan de lijn en het kan niet worden toegestaan
dat ze doden voor hun voedsel, dat moeten we
dan voor hen doen. Dan kunnen we een
conclusie trekken: ja het is mogelijk van
honden te houden en ze als huisdier te
houden, mits je er goed voor zorgt en je er
geen moeite mee hebt om dieren te doden voor
hun voedsel. Vervolgens kunnen we dan tot de
samenvatting komen dat dat misschien zo wel
is voor alle andere dieren: ja we kunnen de
beesten in het algemeen wel houden mits we
goed voor ze zorgen, maar honden en katten
dus eigenlijk niet als we een vegetariër
zijn en geen dieren willen doden. Aldus
hebben we door het afwegen van argumenten en
tegenargumenten ontdekt hoe het met de honden
zit. Laten we dan nu dit argument terwille
van de methode voor het achterhalen van de
waarheid uitbreiden tot het onderwerp van het
leven in het algemeen. Het leven in het
algemeen, zoals we reeds bij de eerste vraag
zagen, wordt omschreven als een functie van
de tijd. De tijd zegt ons of we een leven
hebben of niet. Geen tijd, is helemaal geen
leven. Tijd is dus fundamenteel voor de
levenskwestie. Om zodoende dan de vraag te
beantwoorden van hoe we op de juiste manier
naar het leven in het algemeen moeten kijken,
gaan we op een systematische wijze te werk
volgens de opzet van de methode zoals we die
bespraken met de honden. Dus stellen we eerst
dat de tijd het leven is. Het probleem is dat
de tijd ook een eind aan ons leven maakt en
dat om die reden we in angst moeten leven te
sterven en dat we dus wel eens een hekel aan
de tijd zouden kunnen hebben of er bang voor
zijn. Het tegenargument luidt nu dat de tijd
niet enkel maar lineair van het ene moment
naar het andere gaat en tot de dood leidt, de
tijd vormt ook patronen: de conditioneringen
waar we het zo-even al over hadden. Deze
patronen, die vastgelegd zijn als
tijdverslagen in onze genen en in onze
culturen, tonen aan dat de tijd niet enkel
maar een doder is maar ook een maker, een
schepper; de tijd is als een vorm van God
verantwoordelijk voor de orde van het leven
van alle levende wezens. Dit wordt klassiek
gerespecteerd met de zegswijze 'zo boven
zo beneden'; zoals de orde van de tijd in
de hemel is, zo is hij op aarde geschapen. We
moeten daar ook aan toevoegen dat die tijd,
lineair en cyclisch als hij is, ook een
tegendeel van tijdloosheid kent dat we de
ervaring van de tijd noemen of het bewustzijn
van de tijd. De conclusie dan, om de volgende
derde stap na de these/antithese en het
tegenargument te maken in de methode, is dat
de tijd inderdaad destructief en angstwekkend
is, maar dat we met de tijd kunnen leven
vanwege zijn positieve eigenschappen van
conditioneren en bewustzijn die ons de
zekerheid bieden van een structuur en het
besef om keuzes te kunnen maken. De
samenvatting ter besluit van de methode luidt
dat de tijd en het leven op prijs kunnen
worden gesteld met een gepaste indeling van
respect, als we naar behoren onderscheid
maken tussen de verschillende vormen van
tijd. Als we dat niet doen zouden we in de
illusie verkeren dat de tijd en het leven
enkel maar lineair zinloos zijn en het
allemaal slecht en betekenisloos enkel maar
tot de dood zou leiden. Als we niet de
werkelijkheid van de drievoudigheid van de
tijd zouden zien, zouden we te lijden hebben
onder de angst en de duisternis van de
onwetendheid. En nu kunnen we dus met onze
levenstijden omgaan zoals ze zijn, vrij van
illusie. We zijn ontnuchterd door het
methodische respect voor de volledige
werkelijkheid, de waarheid van de zaak in
kwestie.
Is
dat alles wat ons te doen
staat?
Wel,
nee dus René. Er is nog veel meer te
doen over de illusie aangaande het onderwerp
van de tijd en ook nog veel meer daarbuiten.
Maar wat we nu zeiden over de tijd is het
meest fundamentele. Om tot een besluit te
komen over de werkelijkheid van de cyclische
tijd en het tijdbewustzijn moeten we nog een
paar andere dingen met onze methode onder de
loep nemen. We hadden het nog niet over de
orde van de tijd. We kwamen alleen maar tot
de conclusie van drie verschillende soorten
van tijd, niet tot enig schema om de tijd te
kunnen respecteren. Als we een samenleving
willen hebben van mensen die van dienst zijn,
hebben we tijdschema's nodig, afspraken over
onze tijden van werken en slapen en
dergelijke. 's Nachts bijvoorbeeld willen we
geen kabaal en gedurende de dag willen we dat
onze handelingen zinvol en effectief zijn
zoals het samen de maaltijd gebruiken. En
aldus hebben we klokken en kalenders die ons
zeggen welke datum het is en hoe laat het is
met het cyclische van de tijd zodat we onze
handelingen kunnen coördineren en
afspraken kunnen maken.
Hoe
verkeren we dan in illusie of zijn we anders
van respect voor de waarheid met onze
tijdschema's?
Beste
René,
wat betreft de orde van de tijd van de mensen
op deze planeet hebben we verschillende
culturen die de zaak compliceren. Dat is
één zijde van de munt van de
tijd. Anderzijds kennen we verschillende
referentiepunten voor het respecteren van het
cyclische van de tijd zoals die in de natuur
is. We kunnen onze dagen instellen naar de
zon, de maan en de sterren. Al deze
natuurlijke fenomenen tezamen vormen, met het
krachtveld van de ether, het volledige van
het natuurlijke patroon van de
lineair/cyclische tijd en het bewustzijn
ermee dat we niet goed kunnen ontkennen op
straffe van een zinloos bestaan.
Wat
is dan de waarheid van de cyclische of
lineaire tijd en het bewustzijn
ervan?
Beste
René, laten we de methode weer
toepassen. Zoals we dat deden met de honden
en de verdeling van de tijd in drieën.
Nu hebben we als onze these de orde van de
tijd zoals we die respecteren in onze cultuur
en dat is waar we van houden. Het probleem
daar tegenover aan de orde gesteld is dat die
cultuur van onze kalender en klok van illusie
kan zijn aangezien we afwijken van andere
culturen en van de natuur ermee, en dat we
dus niet stevig verankerd zijn en met de
benen op de grond staan met de aarde en onze
medemensen inzake de aangelegenheden van de
tijd op deze planeet. Het tegenargument
vervolgens is dat dat helemaal niet zo'n
probleem is aangezien we het verschil kunnen
aanduiden, een klok kunnen corrigeren en een
kalender kunnen schrikkelen, het politiek
kunnen bespreken, of een ritueel van respect
kunnen opvoeren om de overtreding van
respectloosheid tegen te gaan. De conclusie
die we dan mogen trekken is dat het mogelijk
illusoire effect van de orde van tijd van
onze voorkeur kan worden bestreden met een
klok die op de zon is ingesteld en een
kalender die naar de maan luistert, zowel als
middels een filosofisch/politiek debat, door
religieuze oefeningen van respect en door het
bewust vergelijken van twee kalenders en
klokken of door het afzetten van die
aanduidingen tegen de actuele posities van de
zon, de maan en de sterren. De daaropvolgende
samenvatting is dat al de tijdculturen op
deze planeet met ieder hun eigen gewoonten
van tijdbeheer een gemeenschappelijke orde
kunnen vinden in de
wetenschap die ons klokken biedt die de zon
volgen voor het heil van de
geldigheid,
in religies die ons met de noodzakelijke
moraal erbij constant herinneren aan de
oorspronkelijke natuur, in politieke debatten
die het onlogische, het onredelijke en de
vervreemding bestrijden in compensatie en
door de multiculturele tolerantie en het
wederzijds respect dat Moslims toestaat te
buigen voor de zon en Hindoes om de maan te
vieren, terwijl de Christenen de data van
Kerstmis en andere feestdagen op de
zonnekalender hooghouden. In de laatste
sectie zullen we verder uitweiden over het
onderwerp van de tijdpolitiek. Tot zover
hebben we met dit methodisch onderzoek naar
de waarheid van de orde van de tijd de weg
vrijgemaakt om de illusie te bestrijden in
het algemeen en samen te leven in vrede
ondanks onze verschillen.
En
hoe zit het met de tijdloosheid in het
ervaren van de tijd?
Met
dat onderwerp zullen we ons bezighouden in de
volgende afdelingen van de spiritualiteit en
de persoon, beste René.
Hoe
precies moeten we dat wat je zei realiseren
zonder enige training in de wetenschap van de
astronomie, de theologie, de filosofie en de
politiek te hebben genoten?
Beste
René, om de tijd van de natuur te
checken hebben we zonnewijzers en een
tempometer
op het internet om de positie van de zon uit
te zoeken, we hebben kalenders die de
maanfasen aangeven zodat je regelmatig met de
maan kan zijn als je dat wilt, en naar de
sterren hebben we een tijd op de kalender -
die GMT op het ogenblik valt in de nacht van
de zesde op de zevende juli - die het
dynamische punt markeert in de sterrenhemel
waar omheen al de sterren in ons
sterrenstelsel ronddraaien. Deze tijd op de
kalender die, met de tijd dat de aarde het
dichtst bij het centrum van de melkweg staat,
het galactisch nieuwjaar zou kunnen worden
genoemd, verschuift met ongeveer 20 minuten
per jaar voorwaarts door de kalender (de z.g.
precessie van de equinox). De sterren kan men
dus collectief vieren met een jaarlijkse
feestdag of individueel met je verjaardag die
ieder galactisch jaar dan ongeveer twintig
minuten later valt. Aldus kunnen we van een
astronomisch respect zijn voor de zon, de
maan, de sterren en het krachtveld van de
ether dat ze bij elkaar houdt.. Wat betreft
de theologie hebben we kerken, tempels en
moskeeën met getrainde theologen die je
op de hoogte kunnen stellen en al het
onderricht kunnen geven dat noodzakelijk zou
zijn om in dezen voor God te leven. Wat
betreft de filosofie hebben we paradigma's of
wetenschappelijke denkmodellen die de
universiteiten en andere instituten van
onderwijs beheersen, en voor het politieke
respect hebben we politieke partijen om het
debat over dit alles te
organiseren.
En
zijn die verschillende opties van tijdbeheer
nou allemaal even goed of bestaat er een
voorkeur?
Overeenkomen
met de natuur, de oorspronkelijke
werkelijkheid van de tijd die ons leven
evolutionair gestalte gaf, bespaart je de
energie van de compensatie die je nodig hebt
als je niet overeenstemt. Denk maar aan
ploegendiensten in het bedrijfsleven die
mensen in een gezin of een prille relatie
minder goed doen samenleven als er steeds
iemand ligt te snurken, of die iemand sneller
uitputten als men van een dag- naar een
nachtritme moet omschakelen. Maar meer
energie hebben wil nog niet zeggen dat je er
dan beter mee omgaat. Zo slaagde b.v. de
Islam er niet in Europa te veroveren aan het
einde van de middeleeuwen, terwijl ze toch
meer overeenstemden met de maan en de zon dan
de Europeanen die christelijk gewijs zon- en
maan-aanbidders als ketters op de brandstapel
hebben gezet. Het is dus zo dat in
compensaties als religieus, politiek of
wetenschappelijk de zaak overbruggen, met
rituelen, discussies en paradigmatische
vertogen, je ook heel veel goede kwaliteiten
en effectiviteit kan ontwikkelen. Maar
gegeven een eensluidende, gezamenlijke goede
wil met de openstaande opties van tijdbeheer
en de noodzaak van een efficiënte
benadering, zou je kunnen stellen dat - net
zoals voorkomen beter is dan genezen -
overeenkomen beter is dan overbruggen en dat,
om bij onze voorbeelden te blijven, het
Christendom dus nog niet zomaar klaar is met
de Islam wat dit betreft, noch de Islam wat
zichzelf betreft overigens.
Wat
is nu de magie die ik hier geleerd
heb?
Beste
René, dat je geen enkele goocheltruc
hoeft op te voeren om jezelf en de zaken waar
je mee te maken hebt in de hand te hebben,
en, dan beter bezig, een grote voldoening kan
ervaren in de filognosie, de liefde te weten,
te begrijpen en te handelen ten gunste van
alle levende wezens.
Kan
ik er gelukkig mee zijn door simpelweg de
illusie zo tegen te gaan?
Beste
René, het leven kan je voor
uitdagingen plaatsen en het je moeilijk maken
om gelukkig te zijn, maar als je vasthoudt
aan deze les voor jezelf, ligt het geluk
binnen je bereik mits je accepteert dat in
deze filognosie, deze liefde voor de kennis,
er inderdaad nog een paar lessen meer te
leren zijn.
Dialoog
twee: I-b Veldbeheersing
Dit
is een wetenschappelijke les over feiten. Het
feit dat telt na de methodologische zorgen
omtrent de tijd in de voorgaande sectie is
het feit van de zogenaamde velden van
handelen. Om je agenda te vullen is het van
belang kennis te ontwikkelen van en van
evenwicht te zijn in de verschillende velden
van handelen.
Wat
zijn die velden dan?
Beste
René, kijk alsjeblieft eens goed om je
heen. Bezie de feiten van het materiële
leven. Zoals je ziet zijn er privé
huizen en zijn er winkels, theaters en
kroegen, in de stad. Er zijn ook
ontmoetingsplaatsen die beheerst worden door
een bepaalde gedachte van vereniging:
sportclubs, gebedshuizen, zang- en
muziekverenigingen, en verenigingen die de
natuur op een bepaalde manier respecteren, en
er zijn ook kantoren, scholen, fabrieken en
andere plaatsen waar mensen hun werk doen.
Deze verschillende materiële gebouwen in
je stad zijn te herkennen als de vier velden
van handelen waar je in je levenrekening mee
moet houden.
Rekening
houden?
Je
moet er letterlijk mee op je tellen passen.
Je moet het op de klok en de kalender
uitzoeken wanneer je wat moet doen aangezien
je je, als je een volledig leven wilt hebben,
het niet kan veroorloven welk van hen ook
over het hoofd te zien en ermee te mislukken.
Het idee is dat in je leven, teneinde
volledig en volkomen te zijn, je heel bewust
je handelingen moet plannen. Dit omdat je
samenleeft met anderen. Voor jezelf kan je
spontaan zijn, maar tezamen moet je tewerk
gaan naar afspraken over de tijd. Dat is de
z.g. mûrti, het kruis, de
moeilijkheid, die je te dragen hebt als offer
voor je eigen bestwil. Voor je filognosie is
het nodig, voor je lichamelijke en
geestelijke geluk en gezondheid wat betreft
de verschillende gezichtspunten in het leven
dus, dat je er niet in gefrustreerd raakt ook
maar iets van het leven te missen. Laat
niemand je wijsmaken dat ook maar
één van deze velden slecht zou
zijn, verboden terrein is, of
uitgesloten.
Wat
is de orde erachter, wat is de essentie van
ieder van de velden?
Er
is de eenheid van het leven en de veelvoud
van de vormen. Dit is een fundamentele
tweevoudige verdeling van de waarheid die we
de 'fundamentele werkelijkheid' noemen die we
moeten respecteren met de stelregel van
'eenheid in verscheidenheid'. Precies
zoals in de voorgaande klas de zegswijze gold
'zo boven zo beneden' om volledig van respect
te zijn voor de feiten van het leven en de
tijd, wordt deze sectie beheerst door deze
kernspreuk. Het wordt ook wel de dualiteit
genoemd van de kwantiteit tegenover de
kwaliteit. Eenheid of verenigd zijn is een
kwaliteit van fundamenteel belang. Om in
jezelf verdeeld te zijn en daarvan in de
samenleving vervreemd, behoort tot de
terminologie van de psychiater. Nu zullen we
verder uitweiden over de orde van het beheren
van de tijd met achting voor de verschillende
velden. De twee aspecten van de kwantiteit en
de kwaliteit van het leven worden gekend aan
de hand van de dualiteiten die ze met zich
meebrengen. Voor de kwaliteit is er de
eenheid in het abstracte denken zoals het
idee van God of een gedeeld spiritueel
ideaal, dat staat tegenover de eenheid in het
bezig zijn in het concrete van de materie en
de materiële handelingen zoals het bezig
zijn met dingen tijds je vakantie of het doen
van je werk. Van de kwantiteit heb je een
soortgelijke dualiteit van de diversiteit van
het individuele van het op jezelf zijn
tegenover de diversiteit van het sociale
belang van het samenzijn. Als je de aldus
gevonden vier factoren in een tabel zet zal
je de vier velden zien verschijnen waar we
die vier labels aan hebben toegekend van de
zakelijkheid, het privé, het publieke
en de vereniging.
1)
Het zakelijk veld
(individueel/concreet). Als je een
kind bent is het je zaak naar school te
gaan. Als je wat ouder bent is het je zaak
geld te verdienen of vrijwilligerswerk te
doen in liefdadigheid om dankbaar te zijn
als je in de bijstand zit. Waar je ook
goed in bent, dit is hoe je van dienst
bent of van plan bent om je medemens en de
samenleving in zijn geheel van dienst te
zijn. Dit is een hoeksteen van je leven
waarmee je je zelfwaardering vindt en je
geestelijke gezondheid. Als je er niet in
slaagt met dit veld tot actie te komen,
spreken mensen van werkeloosheid of anders
van goddeloosheid. Op de een of andere
manier moet je ernst maken met je
dienstbaarheid om uitdrukking te geven aan
je dankbaarheid voor wat anderen, met
inbegrip van je voorvaderen, voor jou
deden. Het is hierin dat je, terwille van
een goed geweten, de zaken in evenwicht
brengt om individueel van de dingen van
het leven te kunnen genieten. Dit belang
in het individuele van de concrete materie
wordt ook wel 'het veld van de
materiële elementen'
genoemd.
2)
Het privé-veld
(individueel/ideëel). Thuis
zitten is een individuele positie waarin
je een zekere kwaliteit zoekt in het
ontvluchten van de invloeden van de
concrete buitenwereld die je verleidt tot
wedijver en prestaties. Het is het
privé-veld, dat behoort tot de
idealen van de vrijheid, waarmee je de
concrete druk van het materiële leven
tegenwicht biedt. Daar geniet je van je
familierelaties, je hobby's en zoek je en
geef je liefde, vertrouwen, steun,
vertrouwdheid en veiligheid. In dit
individuele belangenveld ontwikkel je, met
behulp van een religie of een filosofie,
je individuele kwaliteit: je
intelligentie. Dit individuele belang in
het ideële wordt ook wel 'het veld
der intelligentie' genoemd.
3)
Het publieke veld
(sociaal/concreet). Dit is het veld
van de vrije omgang. Je gaat de stad in
naar de markt, om te gaan winkelen en om
in een restaurant te zitten, naar de
bioscoop te gaan of een theater en dan
mensen te ontmoeten die ook deel uitmaken
van je leefgemeenschap. Dit is wat de
mensen in de samenleving het best bindt:
gelijk te zijn, zich vrij te bewegen en
wederzijds elkaars diensten te waarderen.
Hoe kan men nu van dienst zijn en
verwachten dat je erom gewaardeerd wordt
als je zelf geen waardering hebt voor de
diensten die anderen leveren? Dit is waar
het geld dat je verdiend hebt wordt
uitgegeven en vrienden en kennissen worden
gevonden en zich ontwikkelen. Dit is waar
je feest viert en het fijn hebt met het in
alle vrijheid je overal naar toe begeven
waar je maar naar toe wilt, zoals je dat
doet tijdens een vakantie. Dit is het
lokale, nationale, continentale en
wereldse van het concrete sociale belang
van jou en iedereen. Dit wordt genoemd
'het veld van het valse ego' of de,
sociaal bevestigde, persoonlijke
identificatie met de materiële zaken
van het aanwezig zijn in de
gemeenschap.
4)
Het verenigingsveld
(sociaal/ideëel). Samen met
anderen moet je je ziel voeden en
versterken, alsook je rede en je morele
gehalte; tezamen is de geest gehandhaafd
sterker dan in je eentje bezig zijn, een
strootje breekt gemakkelijk, maar met een
hele bundel samengebonden als een bezem
kan je de straat aanvegen. Dit is het
geestelijke, een door een bepaald stel
regels bepaald, veld waar mensen de zin
van het leven vinden in het samenzijn van
het oefenen van respect in zang en gebed,
luisteren en spreken, eten, dansen,
wandelen, sporten en herinneringen ophalen
en dergelijke. Dit is waar men de controle
vindt van de definitie van de favoriete
vorm van vereniging als zijnde sportief,
artistiek, cultureel, religieus of
alternatief spiritueel. Dit ideëel
opgezette belang in sociale
aangelegenheden wordt ook wel 'het veld
van het ongemanifesteerde' genoemd
aangezien het niet zo duidelijk is in
welke vorm de geestelijke principes moeten
worden gerespecteerd, omdat de ziel, net
als God die er het opperste van is, altijd
wordt gevonden voorbij de materiële
greep als een aanwezigheid in het
bovenzinnelijke.
Hoe
dan combineren deze velden met de orde van de
tijd die we bespraken?
Als
het allerbelangrijkste, René, moet je
in gedachten houden dat, teneinde gezond te
zijn van lijf en leden, je evenwicht moet
houden. Uit de velden hierboven genoemd kan
je opmaken dat de zakelijke aangelegenheden
moeten worden afgewogen tegen de religieuze
of verenigingszaken en dat de
privé-zaken moeten afgewogen tegen de
publieke aangelegenheden. Ze vormen beiden
een contrast van onverenigbare tegendelen.
Deze twee dimensies die de scheidslijn
bepalen van de velden in de tijd, die tezamen
de basis van al de velden van handelen
vormen, vereisen aldus dat die basisvelden
een afzonderlijke positie krijgn toegewezen
in de tijd, als we ten minste onszelf
alomvattend op de agenda willen zetten en een
dienovereenkomstige volkomenheid van
samenleven willen hebben.
Nu
hebben we twee dimensies met
één agenda....
Welnu,
René, in feite is onze agenda
tweeledig opgezet. Cultureel hebben we de
dagen van de week in contrast met de datum.
In de filognosie echter bouwen we op zekere
kennis, gevalideerde wetenschappelijke
kennis, zodat de weekdagen worden vervangen
door overeenkomstige dagen gefixeerd op de
maan. De weekdagen zoals we die cultureel
kennen zijn commercieel opgezet in politiek
overleg en derhalve onzeker. Ze hebben niet
rechtstreeks betrekking op natuurlijke
gebeurtenissen. Dat onderscheid moeten we
maken, willen we zekerheid hebben. Hoewel
afgeleid van de maan worden normale weken
niet geschrikkeld naar de maan en vormen ze
dus niet een natuurlijke, onafhankelijke
variabele waar we op kunnen rekenen. Ze zijn,
onderhevig als ze zijn aan politieke
besluitvorming en economische nevenmotieven,
onzeker door het feit dat ze door de mens
geschapen zijn en deel uitmaken van een
materialistisch bewustzijn dat, met slechts
een pretentie van vrije keuze, gebondenheid
inhoudt en dus niet geschikt is voor de
stabiliteit van het geluk. We gaan voor het
filognostische bewustzijn van de
wetenschappelijk zekere kennis uit van de
posities van de zon en de maan zoals ze zijn.
We aanbidden zogezegd God het liefst
rechtstreeks, en liever niet bij bemiddeling
van 'politieke halfgoden' die het ons anders
voorspiegelen om zichzelf of het geld als
zijnde nuttig te bewijzen. Maar het is nog
steeds wel, zoals reeds gesteld met de vier
opties van het tijdbeheer, schriftuurlijk
toegestaan om de tijd te aanbidden bij
bemiddeling van de bij tijden zo kwalijke
'halfgoden' van de twintigste-eeuwse
materialistische en commerciële
standaardtijd zoals daar b.v. zijn de
krijgsheren Hitler en Napoleon, die de
'kampioenen' zijn van respectievelijk het
bezorgen en institutionaliseren van de
zonetijd en de gemiddelde tijd in
Europa.
Zon
en maan en de velden, hoe combineert dat dan
weer?
De
aangelegenheden van het valse ego en het
privé-leven zijn geassocieerd met de
zon. Bij de helderheid van de dag
manifesteert men zijn lichaam met achting
voor de ware (half-)god van die orde, de
zonnegod. Met het weerstreven van die orde is
men een ketter van die orde en gedoemd te
lijden onder instabiliteit van motief en
bewustzijn, en dat is niet wat we willen.
Aldus zijn de private en publieke zaken het
best geregeld met de orde van de zon, d.w.z.
geregeld met de data van de zonnekalender.
Denk maar aan de private en publieke
verjaardagen en feestdagen. Zo ook zijn de
andere tweepolige velden van je zakelijkheid
en je verenigingsleven het best geregeld naar
de orde van de maan. De maan bestaat er als
een fixatie in de hemel. Hij is altijd
gefixeerd op de zon als de eerste toegewijde
en leidende godheid van die orde. De zaken
van het verenigingsleven liggen allemaal
vast. Een vereniging kan niet zomaar zijn
regels veranderen zonder in een andere club
te veranderen. De verandering wordt er dus
door tegengegaan en dus moet de vereniging
worden aanvaard zoals die is of anders worden
ontkend. En zo is het ook met de
zakelijkheid. Iedere zaak, iedere
arbeidsovereenkomst, wordt beheerst door een
contract en een businessplan. Een ander plan
is een andere zaak. Ook die afdeling ligt zo
vast als de maan vastligt. Aldus worden de
twee tegenover elkaar geplaatst op de
maankalender, net als de twee vorige velden
van de zon werden gecontrasteerd op die
kalender. Zo hebben we dan een soort van orde
waarin de zakendagen nimmer samenvallen met
de verenigingsdagen en privé-zaken
nimmer samenvallen met publieke dagen van
socialiseren. Golf of tennis spelen bij wijze
van zakelijke ontmoeting is simpelweg een
zich verenigen in de sport om de maandimensie
beter te dekken; men moet nog steeds
afzonderlijk in een kantoor plaats gaan nemen
om het contract door te nemen en de papieren
te ondertekenen. De twee dimensies van zon en
maan die van nature een uiteenlopend discreet
ritme hebben vallen echter wel samen. Aldus
kan het zakelijke samengaan met socialiseren
in de publieke sfeer en kan het
privé-belang samenvallen met het
verenigingsleven. Ook kan het zakelijk belang
in het privé worden behartigd en kan
het verenigingsleven samenvallen met de
publieke interessen van de vrije omgang.
Aldus hebben we dan een gevarieerd, dynamisch
leven dat al de velden dekt in een stabiel,
niet-materialistisch maar zeker respect voor
de tijd. In de laatste sectie III-B zal ik
ook nog over de timing van je leven met deze
velden uitweiden wat betreft de regulatie van
de burgerlijke deugden.
En
wat als me dat niets kan
schelen?
Verwaarlozing
van deze noodzakelijke balans zal ten koste
gaan van het fysieke en mentale welzijn. Je
zal het moeilijk hebben met de psychologie
van de consonantie die zegt dat alles wat je
doet goed is. Aldus zal je je
onevenwichtigheid gaan verdedigen en zal je
zodoende politiserend in waanzin vervallen
met uitroepen dat het verenigingsleven slecht
is of dat uitgaan slecht zou zijn of dat alle
zakelijkheid slecht is of dat alle
privé-dingen corrupt zouden zijn. Je
zal dan, om de waanzin met je rancune tegen
het evenwichtig bestaan tegen te gaan, een
erbij passende politieke partij vinden van
vriendjespolitiek die je er eventueel toe
verleidt een schijnleven op te bouwen van
leven in vijandschap jegens anderen die
mogelijkerwijze even zo, maar dan anders,
gestoord zijn in hun veldbeheersing. Aldus
zal je verzwakken en je synergie verliezen,
je vermogen om sociaal saamhorig te zijn.
Soort zoekt soort en in de wil tot macht
daaruit voortvloeiend zal je, met de
verkeerde vrienden verstrikt rakend,
afglijden, verleid tot onrecht en het maken
van vijanden welke je levensduur zullen
bekorten, je luister zullen stelen, en je
schijnleven van eenzijdigheid in een hel
veranderen. Met andere woorden zal je in
onwetendheid vervallen en met allerlei
psychologische symptomen te kampen krijgen.
Publieke persoonlijkheden b.v. lijden hier
vaak onder in het verlies van hun vrije
associatie; ze beginnen een hekel te krijgen
aan het publiek dat ze dienen maar dat hen
niet toestaat een volkomen leven te
leiden.
Dus
zijn alle politici doortrapte
schurken?
Neen
natuurlijk niet. De politici krijgen het op
hun brood omdat ze verantwoordelijk zijn voor
de orde in de samenleving. Maar het probleem
is bij iedereen terug te vinden. Je hebt
goede en slechte mensen hierin zoals je wel
weet, maar de meerderheid leeft een niet zo
zuivere mix van die materieel gemotiveerde
egopassie die zo'n kwalijke schaduwzijde kan
hebben en de door het principe gemotiveerde,
aan de ziel ontleende goedheid. De politici
bemiddelen tussen het gewenste en het
haalbare in de samenleving. De zo vaak
onvermijdelijke problemen met de onzuiverheid
van de compromissen zijn beroepsrisico's door
hen ingecalculeerd; maar zeker is dat dit
probleem niet bevorderlijk is voor de
stabiliteit van hun persoonlijke positie. De
democratische macht die het doorgaans
ontbreekt aan de minder compromisbereide adel
van een meer wetenschappelijk, persoonlijk en
duurzaam systematisch respect voor God en
Zijn tijd, kan ook worden gezien als
noodzakelijk. We hebben de democratie nodig
teneinde ons op een nette manier te ontdoen
van de minder gewetensvolle 'edelen',
politici en partijen die met hun populisme
erin slaagden de kiezers te bedotten het met
hen eens te zijn. Zij die integer zijn dienen
netjes, voor zolang ze dat kunnen, een
bepaald idee van publiek belang ondanks
allerlei partijbelangen en andere tegenslagen
als gevolg van het feit dat ze een mikpunt
van het ego vormen. Zij die integer zijn
verwarren niet het lidmaatschap van een
politieke partij met een functie in
één van de te verwachten
kiesgroepen die filognostisch zijn opgezet om
de wetten ten behoeve van een bepaald
ministerie of subdepartement te bestuderen,
te bespreken, in te stellen en aan te passen.
De ware bedoeling van politieke partijen is
de filognostische orde te dienen en de zaak
niet te verwarren door te leven in openlijke
en verholen afgunst, vijandigheid, en een
niet-begrijpende geesteszwakte gebaseerd op
de eenzijdige opties ontleend aan hun
onevenwichtige levensstijlen en
nevenmotieven.
Verwachte
kiesgroepen?
We
zullen die optie voor de wetgevende macht,
die samenhangt met de identiteiten van de
mens in zijn maatschappelijke spel van orde,
in de latere sectie III-B van de retoriek
bespreken. Tot zover moet je onthouden dat
onevenwichtigheid in de velden van handelen
leidt tot de illusies van het politieke
nepotisme of tot andere soorten van valse
eenheid in pathologie en neurose. De
pathologie reageert het af ten koste van
anderen, de neurose trekt zichzelf in twijfel
met een niet-effectieve geest die het
ontbreekt aan een stevige basis in het volle
van de menselijke werkelijkheid en een juiste
discipline met de ziel. De psychopathologie
maakt slachtoffers op een slagveld en de
neurose eindigt totaal krankzinnig met een
psychose in een gekkenhuis. Hou dus, teneinde
niet jezelf en anderen schade te berokkenen,
altijd evenwicht met respect voor de velden
van handelen.
O.k.
begrepen, maar, wetenschappelijk, hoe zit het
met dat schrikkelen met de orde van de
tijd?
Schrikkelen
is van belang om het schema van de tijd
afgestemd te houden op de natuur, zonder
verliest men het contact met het krachtveld
van de ether en verliest men in zijn
tijdrespect de geldigheid. Men is niet meer
van deze planeet als men niet de orde ervan
aanvaardt. Dus, om stevig verankerd te zijn
alhier en stabiel in het bewustzijn te zijn,
worden de kalenders geschrikkeld, zowel de
maan- als de zonnekalenders. Maar
filognostisch met de maankalender
geschrikkeld naar de zon moeten we toegeven
dat het zonnejaar, dat zelf naar behoefte
iedere vier jaar wordt geschrikkeld, de
dienst uitmaakt en dat het maanjaar als
zodanig niet werkelijk in de hemel bestaat.
Om die reden schrikkelen we niet de
maankalender, net zoals de Islam, maar houden
we er ook geen maanjaar op na anders dan
een z.g lunatie die staat voor
vier maanfasen. 29.5 dag is de lengte van de
maancyclus en haar signaaldagen zijn
traditioneel de nieuwe maan (romeins:
kalends), de volle maan (ides)
en de halve maan (nones), en niets
anders. Dat is nu eenmaal de astronomische
overeenkomst die men een lunatie noemt. De
zonnekalender is filognostisch, d.w.z.
volgens de vedische geschriften en ook
overeenkomstig de romeinse orde van voor
Constantijn 325 n. Chr., ingedeeld naar de
verdelingen van de maan. De twaalf maanden
zijn verdeeld in 24 15-daagse halve maanden
welke ieder voor zichzelf, naar onze
tradities en naar de maan, kunnen worden
verdeeld in twee weken zoals we dat gewend
zijn, met de toevoeging van een extra
schrikkeldag aan het einde van iedere
veertiendaagse periode. Deze dag noemen we
een cakradag van studie en vasten (naast de
overige cakradagen van werken en uitgaan)
waarop het ongunstig is om materieel te
willen ondernemen omdat men dan breekt met de
reguliere orde van de week. Aldus passen we
ons met de zonneorde, welke we aldus de
cakra-orde noemen, aan bij de orde van de
maan, niet meer indelingen erop nahoudend dan
nodig zijn of in de natuur aanwezig. Men
wordt een dwaas genoemd als men de noodzaak
voorbij streeft.
Geen
dwaasheid met het vasthouden aan wat bitter
noodzakelijk is voor een stabiel bewustzijn
van de tijd?
Precies,
en daarmee komt een einde aan ons tweede
gesprek.
Dialoog
drie: II-a Emotionele
Expressie
Het
is van belang je te uiten. Enkel maar
studeren en weten geeft geen stabiliteit en
vormt nog niet de juiste leermethode. Het is
de oefening die de kunst baart.
Is
dat de reden dat we in gesprek
zijn?
Ja,
maar praten is niet genoeg. Praten is heel
corticaal, d.w.z. van de hogere
hersengebieden, en wordt beheerst door de
verdringing van de gevoelens van de lagere
hersencentra. Emoties in de geaardheid
hartstocht die de rede overweldigen maken een
einde aan het begrijpen als we niet van te
voren met behulp van zingen en oefenen
bewuste controle op ze uitoefenen. Het
betreft een individuele verantwoordelijkheid
van niet enkel de politici.
De
filosoof moet zingen?
Zo
is het. Er zal alleen maar stabiliteit van
bewustzijn zijn als we niet enkel onze
handelingen in de velden van handelen in de
buitenwereld in evenwicht brengen, maar ook
in de innerlijke velden van onze hersens. Ons
eigen lichaam met al zijn functies van
handelen en zinnen van waarnemen vereist een
uitbalanceren wat betreft al haar drie
dimensies: het corticale zoals dat staat
tegenover het emotionele (de verticale
dimensie), het ruimtelijke of parallelle
tegenover de tijdzin ofwel het seriële
(lateraal/ temporeel), en het initiatief
nemen dat staat tegenover de functies van de
ontvankelijkheid (frontale/occipitale
gebieden).
Hangt
dat ook samen met de orde van de
tijd?
Ja
René dat is zo, maar dit heeft meer
betrekking op je activiteiten met de klok dan
met de kalender. De dag is van nature
verdeeld in een lichte en een donkere
periode. Gedurende de lichte periode zijn we
actief en gedurende de nacht rusten we uit.
Aldus hebben we gemiddeld twaalf uren van
actief zijn en twaalf uren van rust houden.
De twaalf van handelen moeten in evenwicht
worden gebracht met zes uren van dienst aan
anderen en zes uren ten dienste van je eigen
belang. De nachtelijke uren zijn verdeeld in
zes uren slaap, rust voor het lichaam, en zes
uren van thuis wat doen, zonder stress voor
de geest. Aldus worden initiatief en
ontvankelijkheid in evenwicht gebracht in
navolging van het daglicht. Dit dekt de
frontale en occipitale gebieden voor en
achter in de hersenen. Onvoldoende actief
zijnd zoals met werkeloos zijn of anders
bezien goddeloos zijn, kan leiden tot
overactieve achterhersenen hetgeen een
kenmerk van schizofrenie is: de hersenen
kunnen dan in een psychotisch falen, oftewel
decompenseren, hun eigen denkbeeldige actie
gaan verzinnen of de vergetelheid gaan zoeken
in bedwelming, maar dan strookt het
voorgestelde niet met de werkelijkheid in de
handelingen: men is in feite krankzinnig. Of
anderzijds leidt een teveel aan handelen tot
een, zoals we dus al zagen, pathologisch
misbruik van andere mensen of de samenleving
in zijn geheel; respectievelijk bekend als
psychopathie en sociopathie met de soorten
van misdaad die daar bijhoren. Derhalve:
mediteer nimmer door lang achtereen televisie
te kijken overdag. Slaap, als volwassene,
nooit meer dan zes uur. En werk voor anderen
nooit meer dan zes uur per dag (een 36-urige
werkweek van zes werkdagen is ideaal), en
houdt je ook niet langer dan zes uur per dag
bezig met hobby's of huishoudelijke taken.
Aldus zal je een evenwichtig, stabiel leven
leiden bevorderlijk voor het
geluk.
Bevorderlijk?
Maakt me dat op zich dan niet
gelukkig?
Vanzelf,
de orde van de tijd, die je nodig hebt om met
het krachtveld van de ether de beheersing te
hebben en respect te houden, is maar
één van de voorwaarden waar je
aan moet voldoen. Laten we het eerst eens
proberen met wat geestelijk en lichamelijk
gezond is in het omgaan met de voetangels en
klemmen van de tijd in het algemeen en de
moderne tijd in het bijzonder. Cultureel
waren we, in de twintigste eeuw, niet direct
voorbereid op klokken en werkschema's die
ingaan tegen de geboden en de dynamiek van
moeder natuur, die samen met vadertje tijd
ons het levenslicht liet zien, en dus hadden
we begrijpelijkerwijze historisch een aantal
problemen met onze zelfbeheersing.
Hoe
staat het dan met die twee andere innerlijke
dimensies?
Zoals
gezegd staat het mentale van de cortex
tegenover het emotionele van de lagere centra
in de hersenen. En dit kan dus actief en
receptief worden beleefd zoals net uitgelegd.
Deze dimensie extra compliceert de zaak van
het evenwicht houden dus, zodat je dan, met
meerdere factoren rekening houdend, makkelijk
de logica uit het oog verliest van hun
samenhang. Geestelijk kan je receptief en
actief zijn en emotioneel kan je receptief en
actief zijn. Voor de kwaliteit van het hogere
denken moet je zo dus zowel lezen als
schrijven en zowel naar iemand luisteren, als
met iemand praten, wil je je evenwicht
houden. Het is als met de computer: uploaden
en downloaden (of uitzenden en tv kijken) of
ook als een soort van stofwisseling zoals het
is met in- en uitademen of met eten en
drinken en weer naar de w.c. gaan. En
emotioneel werkt het gebod der wederkerigheid
net zo: je moet zowel luisteren naar muziek
als zelf gaan zingen of een instrument
beheersen, je moet zowel waardering hebben
voor de artistieke prestaties van een ander
als zelf gaan dansen of componeren of
schilderen. Slaag je er niet in met deze
tweede dimensie evenwicht te houden, dan
ontstaan er problemen die de vorm aannemen
van een conflict tussen gevoel en verstand.
Als je met je geest te actief bent kan je
verwachten dat de emotionele aard gaat
opspelen, zoals dat gaat in een nare droom
b.v. of, vastgedraaid met uitvluchten en
leugens, zoals dat zich op kan werpen in een
ruzie met een 'uur van de waarheid' of met
een emotionele ineenstorting; en omgekeerd,
als je te veel in de emoties blijft
rondwaren, kan je verstandelijk in de war
raken en je integriteit verliezen en zelfs
verstrikt raken met het doen van dingen die
je eigenlijk niet wilt doen - net alsof je
dronken bent of als je jezelf niet kan zijn -
omdat je dan onvoldoende de feiten in acht
neemt en de argumenten afweegt en je teveel
op je impulsen afgaat. Zo is het met de
vierdeling die we zoeven bespraken
verstandig, voor deze extra dimensie van
fysiek/emotioneel en geestelijk bezig zijn,
je dag verder op te delen. Zo kan je je dan
voorstellen dat je je actieve zowel als je
receptieve periode in vieren deelt:
receptief/reactief en actief initiatiefrijk
zes uur voor je zelf naar de aard, zes
uur voor je lichaam naar de vorm, zes
uur voor de geest naar de persoon en
zes uur voor anderen naar de doener
bezig zijnd, is dan je etmaal gevuld met in
principe drie uur gereserveerd voor ieder van
de zo ontstane onderdelen. Om de verwarring
van het door elkaar lopen van deze dingen te
bestrijden, moet je dus even stil staan bij
het basisidee van je leven. De basislogica
omtrent het receptief/reactieve en actieve,
initiatiefrijke van je leven is dat je
naar de aard, de vorm van de persoon
respecteert als de doener. Het
receptief/reactief zijn valt dan onder de
aard en de vorm als de oorzaak van je
handelen (dharma en rûpa
in yoga), en actief zijn valt dan onder de
persoon - het zelf van de logica en de rede -
en de doener - het zelf onderworpen aan, maar
van initiatief zijnd met, de tijd van God of
de natuur en van de medemens
(kâla en purusha, zie ook
info.html
over
causaliteit).
Zo krijg je dan acht perioden van drie uur
waarmee je dan je dag in kan delen. Idealiter
ziet zo'n dagindeling er dan in principe zo
uit:
Wat
is de redenering achter die tabel?
Je
bent, receptief/reactief levend naar de
aard, mentaal met meditaties bezig en
naar de vorm op dit gebied met dromen
bezig in je slaap. Daarnaast moet je dan meer
fysiek reactief zijnd naar je eigen aard je
hobby's doen als tegenwicht voor je
verplichtingen en daarbij tevens in reactie
op de behoeften van de vorm van het lichaam
weer voor je eigen materie zorgen met het
doen van de huishouding.
Actief
zijnd op mentaal gebied, pak je als
persoon, als een wezen van rede en
logica dus, een studie op of ben je
anderzijds gestimuleerd door de tijd als de
doener, geestelijk dan bezig voor God,
zoals het heet of pro deo, van
vrijwilligerswerk. Daarnaast moet je ook,
meer fysiek gemotiveerd, initiatief tonen om
persoonlijke relaties te onderhouden en moet
je je positief als een meer materieel
gemotiveerde doener inzetten voor het dienst
verlenen terwille van anderen om je brood te
verdienen of waard te zijn, zou je ook kunnen
zeggen.
Wat
je, minder ideaal redenerend vanuit zoals het
gaat, kan zeggen is dat je, globaal in
evenwicht verkerend met deze visie, normaal
levend als een volwassene op werkdagen, in
reactie, dan zes uur slaapt om te mediteren
op je dromen, en zes uur voor de goede orde
voor jezelf bezig bent met huishoudelijke
taken, eten en je liefhebberijen, waarbij de
bewuste meditatie en bezinning er dan
makkelijk bij inschiet. Actief bezig op
normale dagen ga je fysiek zes uur om met
andere mensen en werk je, en heb je dan nog
zes uur over om geestelijk gemotiveerd je
meer vrijwillig in te zetten voor anderen en
te studeren, met behulp van boeken, tv, de
computer en andere media. Ook hier ben je dan
geneigd wat meer te werken dan te
socialiseren en wat meer tv te kijken en/of
te computeren dan aan vrijwilligerswerk te
doen. Omdat zo feitelijk te weinig
gestudeerd, vrijwillig gewerkt en
gesocialiseerd wordt in de moderne
maatschappij die steeds weer tot materialisme
neigt, moeten, voor het evenwicht van een
goed leven, voor dat doel compensatiedagen op
de kalender worden ingevoegd om de schade in
te halen; dagen dus van studie, socialiseren
en een zich onbaatzuchtig inzettend bezinnen,
die feitelijk, vanuit de logica van het
evenwicht, een reële noodzaak vormen en,
je daarvan bewust zijnde, zelfs een
reële behoefte in je leven zijn. Maar
daarover meer in de volgende dialoog over de
waardenbeheersing.
De
blokken van drie uur hoeven elkaar niet strak
in de tijd op te volgen. Ze vormen slechts
een algemene maat van evenwicht waarmee je
lekker kan schuiven bij het vinden van je
eigen dagschema. Zo mediteer je overdag
telkens wat er tussendoor om een rustpunt te
hebben en ben je 's avond geestelijk actief
met de media - met name met de tv, de meeste
mensen. Het is dus niet zo dat je strak
actief bent gedurende de dag en helemaal
passief of honkvast zou zijn gedurende de
avond en de nacht.
Wat
van belang is, is je te realiseren dat een
evenwichtig dagschema een werkweek van zes
werkdagen, dat is 6 x 6= 36 uur oplevert. Een
veertigurige werkweek van vijf dagen van acht
uur, kan wel, maar verschuift het accent wat
het actief zijn betreft op deze manier
bekeken te veel naar het fysieke vlak met de
nodige gevolgen van dien. De in de
samenleving ingebouwde neiging tot
onevenwichtigheid wat betreft je
oriëntatie in de tijd en de ruimte uit
zich daarbij dan als een laterale verstoring,
tussen de linker en de rechterhelft van de
hersenen. Het laterale vormt de derde
dimensie in de werking van de hersenen die we
in overweging moeten nemen.
Wat
je, minder ideaal redenerend vanuit zoals het
gaat, kan zeggen is dat je, in evenwicht
verkerend met deze visie, normaal levend als
een volwassene op werkdagen, in passief
opzicht, dan zes uur slaapt om te dromen
danwel te mediteren, en zes uur voor de goede
orde bezig bent met vrijwilligerswerk en
huishoudelijke taken en eten, waar je voor
extra slaap en meditatie dan weer een paar
uurtjes vanaf snoept. Actief bezig op normale
dagen ga je zes uur om met andere mensen en
werk je, en heb je dan zes uur voor jezelf om
bezig te zijn met je hobby's waarmee je dan
creatief kan zijn, studeert met behulp van
boeken, tv en de computer en ook
re-creëert. Ook hier snoep je dan links
en rechts voor de gezelligheid wat uurtjes
bij elkaar. Omdat zo mediteren - of ook wel
bidden, filosoferen en contempleren - en
dromen in het normale leven veelal samenvalt
met de slaapperiode, en onder de druk van het
presteren voor het geld er ook niet genoeg
gestudeerd en vrij gesocialiseerd wordt
meestal, moeten, voor het evenwicht, voor dat
doel compensatiedagen op de kalender worden
ingevoegd om de schade in te halen; dagen dus
van studie, socialiseren en bezinning die een
reële noodzaak en behoefte in je leven
vormen. Maar daarover meer in de volgende
dialoog over de waardenbeheersing. Wat van
belang is, is je te realiseren dat een
evenwichtig dagschema een werkweek van zes
werkdagen, dat is 6 x 6= 36 uur oplevert. De
onevenwichtigheid uit zich daarbij als een
laterale verstoring, tussen de linker en de
rechterhelft van de hersenen, wat betreft je
oriëntatie in de tijd en de ruimte en
deze onbalans is nogal ingebouwd in de
samenleving die geneigd is zich bezig te
houden met het, meer eenzijdig op de materie
georiënteerde en oppervlakkige of
materialistische, enkel maar werken, eten,
slapen en recreëren. Het laterale vormt
een derde dimensie in de werking van de
hersenen.
Hoe
beheers je het laterale zoals het hoort? Je
hebt maar te buigen voor het tijdsysteem en
je bent ook niet altijd de baas over de
ruimte.
Inderdaad
vormt het tijdsysteem een gekmakende
barrière, tussen jou en de natuurlijke
leefwereld, die om een bewust optreden
vraagt. Hiervoor moet je het lichaam erin
trainen onafhankelijk te zijn van het
culturele tijdsysteem en aldus je laterale
integriteit zien te redden. De
materialistische samenleving heeft de tijd
van de plaats afgesplitst en doet je
makkelijk van jezelf en van anderen
vervreemden door je af te leiden met een
geest gericht op elders. De klok, die met het
ontbreken van een tandrad om het tempo van de
passerende zon te volgen in feite verouderd
is, sloeg op hol en heeft nu wielen,
vleugels, een beeldscherm, een toetsenbord,
luidsprekers, en een microfoon, en groeide zo
uit tot een systeem waarin je nooit weet waar
je met je geest nu eigenlijk zit. Deze
loskoppeling van de plaats ofwel deze
dislocatie van het bewustzijn van de tijd is
een kenmerk van individuele geestesziekte of
in ieder geval een gezamenlijke
cultuurneurose. Zelfs de geest van het
tijdloze zelf en de eeuwige wijsheid die we
in meditaties delen in de kennis van de ziel,
vereist een correcte oriëntatie op de
plaats en tijd: het z.g. momentane
bewustzijn. Psychiaters controleren bij
patiënten altijd de zin voor de tijd en
de plaats die bij hen typisch gestoord is. De
genezing bestaat eruit mensen geregelde
dagelijkse activiteiten te bieden,
'structuur' zoals dat heet, met een strak
werkschema, om hun oriëntatie naar de
plaats en de tijd te herstellen. Maar voordat
het met jou zover is gekomen, kan je de
dreiging van een gespleten geest gericht op
een van de plaats afgespleten tijd tegengaan
door drie maal daags yoga-oefeningen te doen
met behulp van mantra's voor je emotionele
expressie: 's morgens voor het ontbijt, 's
avonds voor het avondeten en 's nachts
voordat je gaat slapen, zodat je je zuivert
voor de verschillende activiteiten van de dag
en ze kan afgrenzen. Doe âsana's
als de sûrya-namskar, de
begroeting van de zonnegod, en doe de
pranava,
door AUM tien maal in je neus vibrerend te
laten weerklinken, de oefening besluitend met
de gâyatrî
mantra
om je brein opnieuw in te stellen op
respectievelijk het oergeluid van God dat
alle andere geluiden in de ether van je geest
verenigt en op de oorspronkelijke orde van de
natuur van de zon. De filognost bouwt op het
bestaan van de ether en dus luidt een
filognostische versie van de vedische
drievoetmantra, de
gâyatrî, als volgt:
' Aum...,
aarde, de ether, de hemel;
dat vitaal dat bidden wij;
de genade van God voor iedereen;
denken zuiver in harmonie.'
De
gâyatrî-mantra zelf is
meer specifiek gericht op de goddelijkheid of
de orde van de zon, maar aangezien we de zon
al met de tempometer
respecteren is deze versie meer algemeen van
toepassing op de gehele orde van de tijd om
verzoening met jezelf en God te vinden.
Natuurlijk moet je voor dat doel, om het
zonder een computer te kunnen,
een
meditatie-klok instellen op de
zon
omdat de sociale tijd die tegen de natuur
ingaat zal leiden tot de vergeetachtigheid
niet die natuur en that ether te respecteren
die van essentieel belang is voor je ziel als
haar bestaansgrond. Ook is het van belang om
een rustige en heilige plaats te vinden om je
oefeningen te kunnen doen. Dit is niet altijd
gemakkelijk. In geval je verward en verstoord
bent als je de zaak niet in de hand hebt, kan
je je geest en het lichaam tot gehoorzaamheid
dwingen met behulp van de z.g.
mahâmantra,
verdedigd door de feitelijk niet-sektarische
maar wel heel traditionele Hare Krishna's,
die een link legt naar de beheersers van de
vedische filosofie Heer Krishna en Heer
Râma. Ook andere gezangen
ter ere van de heilige namen en hun
respectievelijke culturen van kennis zijn
behulpzaam. Met de heilige namen vindt je ook
de ware betekenis van je gereïncarneerd
zijn, van het René zijn, van een nieuw
leven begonnen zijn in relatie tot Hari, de
Fortuinlijke, de Heer of Hoogste
Persoonlijkheid van God: Hij, het veld in
alle velden, is degene die Ik zegt tegen het
onpersoonlijke als het grootste offer dat
mogelijk is zodat niets meer onpersoonlijk
is. Een goede wetenschapper weet dat alles
geclaimd is na zo vele millennia van
beschaving - zelfs de fouten - en dat
refereneren een basisplicht is van valideren
of geldig verklaren.
De
muzikale oefeningen van de afdeling van de
emotionele controle zoals ik je eerder zei,
moeten altijd gericht zijn op de oplossing
die door de ziel en zijn vertegenwoordigers
wordt gevormd, omdat gericht zijn op het
wereldse je als een stimulus-respons-junkie
verstrikt zal doen raken en je je discipline
zal doen verliezen. Wees in de wereld, maar
niet van de wereld.
Dus
je herinneren en werken voor je integriteit
met de yoga herstelt het laterale evenwicht
dat verloren ging in de materialistische,
culturele betrokkenheid?
Ja,
mits je de tijd goed in de gaten houdt dus.
Daarenboven is de yoga ook bevorderlijk voor
het beheersen van de z.g. kleine hersenen,
het cerebellum laag achterin je hersens, dat
de fysieke controle beheerst die je hebt over
je lichaam. Het is goed dat centrum te
trainen om onafhankelijk te zijn van de
stormen die kunnen woeden in de emotionele en
corticale centra. Het bewustzijn dat stabiel
is, is van de tijden ingesteld naar de
natuurlijke signalen; die van de cultuur
hangen af van politici, bazen en intieme
relaties die materieel gemotiveerd zijn en
dus af kunnen branden; het materialistisch
bepaalde bewustzijn is niet stabiel. Dus je
kan ofwel materialistisch je discipline
vergeten van integer en emotioneel expressief
zijn, het zelf verprutsend in de relatie met
de natuur, of je kan door anderen in de war
worden geschopt die storen in die relatie. Er
met de derde vorm van verstoring die
afkomstig is van de geaardheden der natuur
zoals de zomer en de winter, natuurlijke
calamiteiten als overstromingen,
aardbevingen, en algemene weersveranderingen,
moet je ook rekening houden. De bedoeling van
de yoga in het algemeen is om in de
stabiliteit van je bewustzijn en de
lichaamsbeheersing onafhankelijk te zijn van
deze geaardheden, hoewel - of meer als gevolg
van het feit dat - ze grote invloed
uitoefenen. Slaap dus niet te weinig
gedurende de zomer noch te veel gedurende de
winter. Soms sta je, levend op de
breedtegraden verder verwijderd van de
evenaar, op in het donker en soms als het
licht is. Het moet met je yoga niet zo zijn
dat die verloren gaat als je van klimaat
verandert of als de seizoenen voor jou
veranderen.
Is
de filognosie een soort van
yoga?
Ja
en nee. De yoga die je kent als een fysieke
oefening van meditatie en zithoudingen is er
maar een deel van, dus zou je ja kunnen
zeggen. Je mag het filognostische yoga noemen
of Aadhar yoga, de syncretische yoga van je
basisbelangen van geestelijk, maatschappelijk
en lichamelijk welbevinden. Maar niet
afgekeerd zijnde van de samenleving met het
normaal doen van je werk en het bezig zijn
met op de persoon gerichte activiteiten
ermee, mag je het ook enkel gnosis
noemen: het spirituele weten ingebed, en het
verband leggend, tussen de belangen van het
onpersoonlijke van de wetenschap, de
argumentatie en de feiten enerzijds en het
persoonlijke van de religie en de politiek
anderzijds. Het is een syncretische
benadering van verschillende overlappende
bereiken van kennis die belangrijkste
gezichtspunten in het leven omvat. Je mag het
ook een vedisch begrip van reformatie noemen
of de culturele restauratie van klassieke
normen en gedragswijzen. We keren ons slechts
incidenteel, hoewel regelmatig, af van de
wereld in een yoga-oefening om tegenwicht te
bieden en de laterale functies te herstellen,
maar we keren ons niet op andere tijden af
van de wereld of van de andere velden van
handelen. Dus zijn we over het algemeen
filognosten en incidenteel zijn we
yogî's in de stricte zin. We bevorderen
de heelheid van het leven, niet zozeer een
geïsoleerde oefening die dan anders tot
het escapisme zou behoren. Van de yoga kennen
we schriftuurlijk de yoga van de arbeid
(karma), van het denken
(jñâna) en van de
toegewijde dienst (upâsana), dus
zeggen we dat we bidden en werken, maar ook
van de liefde voor de kennis zijn. Dan heb je
de yoga compleet als een filognost, als een
âdhara-yogî, een
yogî die staat voor al de
fundamentele belangen.
Je
zegt wij, sta je dan niet alleen als een
onafhankelijke autoriteit?
Neen,
de verlichting van een aanpassing op eigen
gezag wordt gecombineerd met het bevrijd zijn
in het in dienst staan van en aandacht hebben
voor het traditionele; zoals je kan opmaken
uit mijn advies aan jou om yoga-oefeningen te
doen. Maar
hiermee zullen we ons uitvoeriger bezighouden
in de dialoog van sectie vijf over de
beheersing van de identiteit.
Dus
om even het gesprek samen te vatten: we
blijven gezond door niet enkel door de week
de velden van handelen in evenwicht te
brengen, maar door ook de drie dimensies van
het brein gedurende de dag uit te balanceren
met respect voor je initiatief en
ontvankelijkheid, je emotionaliteit en
rationaliteit en je tijd-ruimtelijke
lateraliteit?
Ja,
gelijk heb je René, je hebt de kern
van de analytische discipline begrepen van
het onderscheid maken tussen het belang van
het lichaam en de ziel, in relatie tot het
individuele en het sociale, het concrete en
het abstracte van de velden van
handelen.
Is
er nog veel meer dan dit hierover of
niet?
Dit
vat het heel aardig samen voor zover het je
expressie in de materiële wereld
betreft, maar er zit een hele cultuur achter
die met nog veel meer begaan is, met een
soort van bijbel die de Bhâgavata
Purâna
wordt genoemd: het Verhaal van de
Fortuinlijke. Voor de filognosie neemt
die toewijding analytisch en lyrisch
aangepast aan onze cultuur en ons idee van
God, een iets andere vorm aan. Sanskriet
namen en woorden zijn een begrip in India,
maar hier vreemd voor de mensen. We moeten
zo, vedisch hervormd aangepast aan tijd en
omstandigheid, ons eigen nederlandse begrip
voor de zaak vormen. De lofzang in het
Sanskriet blijft daarbij altijd als een
'latijnse mis', als een optie voor de meer
traditionele gevorderden en de monniken
bestaan. Deze vertaalslag, deze
filognostische brug geslagen naar de
klassieke cultuur, drukt zich b.v. uit in een
versie van de z.g. 'Grote Verzen' (i.p.v. de
heilige, feitelijk dus niet vertaalbare
mahâmantra)
waarin je dan zingt:
Met
de ether, met de tijd,
met elkaar zo bevrijd.
Samen zingen, luisteren, eten
praten uitgaan, werken weten.
Goed
afwegen, feiten waarheid,
snappen kunst, als één
erboven
ken de Beste, spreek in vrijheid
alle zes, wil ik
beloven.
Of een 'Ten
name van' i.p.v. de z.g.
pranâti
die als een begroeting van de geestelijk
leraar geldt:
In
naam van Behoud en Zegen,
de Liefde van Gelukkig zijn,
leerden wij van lang geleden,
doe geen 'ik' en 'mijn'.
Waarheidliefde,
zuiver, delen, helpen;
de waarden van een goede geest,
niks onpersoonlijks, niet vervreemd,
zijn wij de ziel en
onbevreesd.
Zo kan een
voor de emotionele expressie en saamhorigheid
gezamenlijk bezongen filognostische
toewijding die vedisch van oorsprong is, toch
heel nederlands vroom klinken met een voor
onze cultuur correct, begrijpelijk en
invoelbaar idee van de Godspersoon. In
dialoog vijf gaan we verder in op deze in
feite ook sterk identiteits-bepalende
kwestie.
Dialoog
vier: II-b Waardenbeheersing
René,
voor de stabiliteit van je bewustzijn moet je
omgang hebben en om die omgang te behouden
moet je verenigd zijn. Aldus is de yoga,
ofwel de wetenschap van het verenigen van het
bewustzijn, van essentieel belang voor je
geluk. Het onderwerp van de tijd en de ether
is zo ook hier van belang: je moet jezelf met
de krachtbeheersing van je yoga op de agenda
houden.
Je
noemt het waardenbeheersing, is de yoga niet
meer een kwestie van
zelfbeheersing?
Het
zelf van het lichaam en het zelf van de
principes zijn niet hetzelfde. Het zelf van
de principes noemen we de ziel die we
gemeenschappelijk hebben, die niet sterft als
het lichaam sterft. Daarom is dat de meester
die de beheersing van de waarden vormt. Je
individuele stijl van ermee omgaan is je
individuele ziel die wordt herinnerd als je
lichaam is heengegaan. In de voorgaande
dialogen leerde je over de methode, de feiten
en de analyse van de tijdfactor die erbij
komt kijken, zodat je enerzijds je
handelingen kan plannen en een volledig leven
kan hebben, maar anderzijds nog steeds het
evenwicht weet te houden. Maar het is alleen
maar je tijd van leven als je erin slaagt in
de ether verenigd te blijven, gezelschap te
houden en verdraagzaam te zijn in
standvastigheid.
Wat
moet ik precies uithouden?
Behalve
het eenvoudigweg vasthouden aan de
discipline, moet je geduld hebben met de
werking der geaardheden die van buitenaf hun
invloed uitoefenen. Er zijn drie geaardheden
in de natuur die je verbijsteren kunnen, ze
vormen het illusoire effect van het
materiële universum. Het is het
onwetende, het hartstochtelijke en het goede.
Onthechting vormt de weg van de ziel. De
onthechting herinnert men zich in vier
basisprincipes voor het gedrag die de aard
van de continentie van de ziel uitmaken. Met
deze regulerende beginselen kan je jezelf bij
elkaar houden, ongeacht wat er gaande is in
het universum of wat anderen zeggen en doen.
Het idee is dat het eeuwige zelf van de
oorspronkelijke ziel niet verloren kan gaan,
je hoeft enkel maar de principes te volgen om
er aan vast te houden.
Geaardheden
en principes, het kwade en het
goede?
Nee.
De geaardheden zijn niet slecht, de
geaardheden zijn natuurlijk en de principes
ook. Maar je hebt het ene nodig om met het
andere te kunnen omgaan. De geaardheid van de
hartstocht, die samenhangt met beweging; de
geaardheid van de goedheid die samenhangt met
de kennis en de geaardheid van het onwetende
die samenhangt met de traagheid, dagen jou
als de ziel er toe uit vast te houden aan de
principes die je je transcendentie en je
stabiliteit verzekeren. De hindoes herkennen
er de goden S'iva (onwetendheid), Brahma
(hartstocht)) en Vishnu (goedheid)
in.
Ik
bereik als het ware de
objectiviteit?
Dat
zou je kunnen zeggen, maar de blik is meer
naar binnen gericht dan naar buiten. Je kan
maar beter je geluk in de gaten houden, de
ziel is de stabiele basis van de kennis, en
de zetel van het bewustzijn en het geluk.
Keer je daarom in de oefeningen steeds naar
binnen weg van de op je inwerkende
geaardheden zodat je je geluk weer hervindt,
bestendigt en herinnert. Het is je moment van
filognostisch bidden waarin de geest zijn
basis vindt. Laat de beweging van je lichaam
voor wat het is, je bent nu de getuige, niet
degene, het valse ego, die
geïdentificeerd is. Laat ook de goedheid
dan voor wat hij is, die moet niet zo zeer
van handelingen afhankelijk zijn, maar meer
tot handelingen inspireren; die is als de
lieve Heer in de hemel, aanwezig in het
voorbije, maar mogelijk ook gemanifesteerd
voor je neus ter verdediging van de belangen
van de ziel. Laat het onwetende voor wat het
is, manipuleer de materie niet langer, waag
het voor een tijdje vruchteloos te zijn.
Mediteer aldus drie maal per dag beginnend
zoals gezegd met de algemene zithoudingen en
de pranava, het tien keer AUM
zeggen.
Dus
hoe zit dat met deze principes, hoe krijg je
daar je stabiliteit van?
De
principes zijn die van de waarheid, de
zuiverheid, de onthechting en van het
mededogen. Het vedische woord stelt dat het
de vier poten zijn van de stier die staat
voor wat de Indiërs het dharma
noemen, de religie of de natuurlijkheid
of het juiste gedrag; ze zijn
respectievelijk: satya, s'auca, tapas,
en dayâ. Dit zijn de vier
basisgeboden. Niet de gebruikelijke tien
geboden dus, maar enkel deze vier waar je
voldoende aan hebt om mee te beginnen; dezen
vormen de grondslag. Het eerste principe van
de waarheid, satya, is een kwestie van
het respecteren van de feiten van de
schepping zoals ze zijn. Geen illusies hebben
is de bedoeling van de wetenschap en in dat
verband hadden we het reeds over het
onderwerp van de tijd die je nodig hebt om
jezelf in de hand te hebben. Het houdt
eveneens in dat je niet voor de waarheid op
de vlucht slaat door je toevlucht te zoeken
in alcohol, drugs of andere bedwelmende
middelen. Zelfs cafeïne en zwarte thee,
bruine chocola en frisdranken waar
stimulerende middelen in zitten moet je in de
gaten houden. Je moet de dingen zien zoals ze
zijn, en niet afgaan op kunstmatige zaken die
je een vals geluk voorspiegelen. Laat je
gelukzaligheid echt zijn. Het is ook wijs om
regelmatig de geschriften te respecteren
zoals het luisteren naar de Bhagavad
Gîtâ iedere ochtend voordat je
aan je werk begint. Richt je naar de leidraad
van de klassieke waarheden der wijsheid. Met
hun standhouden bewezen ze van de eeuwigheid
te zijn. De absolute en duurzame waarheid van
de werkelijkheid die je niet kan veranderen,
van zielen, de materiële elementen, de
ether en de tijd, overtreft de relatieve
waarheden van de wolk van gedachten wat
betreft de zaken en vormen die van jouw
beheersing afhankelijk zijn. Zo waren we dus
reeds aangeland bij het respect voor de
natuurlijke orde als de manier om boven de
tijden van de baatzuchtige arbeid uit te
komen die door de mens zelf werden verzonnen.
Heel de klassieke wijsheid is gebaseerd op
die natuurlijke orde.
Dus
wat houdt zuiveren nou eigenlijk
in?
De
tweede regel is die van de zuiverheid,
s'auca. Gewoonlijk betekent het het
aanvaarden van seksuele frustratie ofwel het
celibaat, of je nu getrouwd bent of niet;
maar het dekt ook de betekenis van
dâna: delen, communiceren en
wegschenken. seksuele frustratie is een
normaal iets, het is er niet enkel voor de
menselijke wezens. Dieren groeien er hoorns
en bossen veren mee en mensen ontwikkelen er
een cultuur mee. Maar begrijp me niet
verkeerd, seks is niet slecht. Je moet
eenvoudigweg dat hondse en aapachtige lijf
aan de lijn zien te krijgen. Op de eerste
plaats ben je een menselijk wezen of een
individuele ziel van respect voor de
Superziel van God in den hoge die boven dat
alles staat, die de zuiverheid is die we
moeten delen. Maar zuiverheid is nog meer dan
het delen en het celibaat. Het betekent ook
dat je de geest gericht moet houden met de
mantra's waar we het over hadden. Hoedt je
voor het nevenmotief. De lust verschaft ook
inspiratie en leidt de geest af. Lust vereist
regulatie, ontkennen helpt niet echt. Seks is
goed als je verliefd bent en je de natuur
zijn gang wilt laten gaan. Zo krijgen we nu
eenmaal kinderen. Maar als een gewoonte, een
vorm van dwangmatigheid, een soort van lol en
als een mechanisch iets moet je er nee tegen
zeggen; het is dan niet echt meer het delen,
het is dan zelfzuchtig en destructief. Bederf
het natuurlijke niet met zo'n bedorven geest
of steen van gehechtheden in je hart. En
tenslotte betekent zuiverheid ook het schoon
zijn natuurlijk, mentaal zowel als fysiek.
Niet enkel geen bedorven en afgeleide geest
van begeerte, maar ook het altijd maar weer
doen van de afwas, schoon ondergoed aan
hebben iedere dag, iedere ochtend een bad
nemen, je handen wassen na de stoelgang, je
wassen voordat je gaat slapen, het grondig
drie maal daags je tanden poetsen en het
regelmatig de was doen en andere
huishoudelijke taken. Aldus is s'auca
ook het letterlijk schoon zijn. De mentale en
fysieke zuiverheid, met het delen en al, is
je trouw zijn of anders ben je ontrouw in
verraad en neergang. Geloof erin.
Boete
doen is iets moeilijks. Hoe doe je dat en
waarom zou ik mezelf eigenlijk beperkingen op
moeten leggen, heerst de natuur niet over
ons?
Het
derde principe is dat van de boete,
tapas. Je hebt vrijwillige boete en
opgelegde boete. Je kan het maar beter niet
aan God of het lot overlaten om de boete op
te leggen. Met alles wat je doet moet je van
ophouden weten, zelfs met het ophouden moet
je ophouden, zoals het is met 's nachts je
bed uit moeten komen om een plas te doen.
Niet van ophouden weten betekent dat je
feitelijk ook niet in staat bent ergens goed
mee bezig te zijn. Zo werkt die auto nou
eenmaal die je lichaam is. Het rijbewijs van
de boete is wat je nodig hebt zogezegd. Dat
is de beheersing die je nodig hebt met de
ether en daar hebben we dan weer de noodzaak
van de orde van de tijd. Dus voor je eten, is
er vasten: iedere nacht doe je dat en ook
iedere vijftiende dag op de cakrakalender
moet je dat doen zodat je niet zit te vasten
op een dag dat je sociaal moet zijn (dat je
uitgaat, je actief bent op het vlak van het
valse ego, als je je gezicht moet laten
zien), hetgeen, formeel, de zevende en de
veertiende cakradag is van een 15-daagse
periode van twee werkweken die bestaan uit
zes werkdagen. Vasten kan je het best doen
door helemaal niet te eten, enkel maar water
drinkend, melk of vruchtensap. Het lichaam
moet je zo nu en dan in de reservestand
zetten om het zo maar te zeggen. Als je
gezond wil blijven moet je regelmatig en met
een goede planning die schakelaar omgooien.
Teveel eten is een van de grote problemen van
de moderne samenleving. Mensen consumeren
maar, met een valse, geconditioneerde
schreeuwhonger, maar hebben met de ether niet
de beheersing zonder meer. Ze ontwikkelen
allerlei soorten ziekten omdat ze vergeten
hun schakelaar om te zetten. Je eet toch ook
de kliekjes op die je in de koelkast hebt?
Dit is het zelfde. Ruim die koelkast uit,
leef een dagje op je reservevet. Verder heeft
boete ook betrekking op handelingen, met name
baatzuchtige handelingen. Op cakrazondagen
van socialiseren, op de signaaldagen van de
maan van studeren en/of religieus vieren en
op de zonnedagen van schrikkelen (de
vijftiende cakradag en de tweemaandelijkse
extra dag om de cakramaand te schrikkelen),
zou je je niet bezig moeten houden met
productieve of baatzuchtige arbeid. Maar
onthoudt, jezelf corrigeren is iets van alle
dagen, precies zoals je ouders je ook alle
dagen op moesten voeden. En let er ook goed
op dat je je lichaam niet gaat kwellen door
te lang te vasten, niet genoeg te slapen of
andere vormen van zelfontkenning. Het is
allemaal een kwestie van regulatie op een
zodanige manier dat het aangenaam blijft en
natuurlijk voor je is. Het normale eten is
ook beperkt tot de tijden die ervoor
vastgesteld zijn. Door je zaakjes goed te
regelen vermoei je jezelf niet en hoef je om
die reden dan ook niet zo veel te slapen. Een
moeder die d'r kind niet goed opvoed, krijgt
een dreinend kind waar ze doodmoe van wordt.
Dus, met achting voor wat we hierboven
behoorlijk noemden in het filognostisch niet
vergooien van je leven met nevenmotieven,
probeer in dezen altijd de natuurlijke orde
aan te houden: de
dagen van de zon en de
maan
en de
klok die op de zon is
ingesteld;
het gezag van de natuur is het juiste gezag,
het dharmische gezag, de rest is compensatie
van een mindere kwaliteit. Mislukkend in deze
meer gewetensvolle zelfregulatie zal je vroeg
of laat de prijs ervoor moeten betalen in de
vorm van een opgelegde boete. Je zal ziek
worden of anderszins geplaagd worden door je
psyche of door wendingen van het lot. Tijdens
een oorlog b.v. kan je zien wat er gebeurt in
de vorm van een opgelegde boete: de lol van
het consumeren is eraf, alles wordt dan
gerantsoeneerd, oftewel boetvaardig delen
moet dan opgelegd worden. Boete is, niet meer
nemend dan nodig is, dus ook delen. Blijf dus
het lot voor, doe het uit eigen beweging of
naar eigen inzicht. Je weet wel beter.
Andere noodzakelijke vormen
van boete zijn het vasten van melkproducten
voor een maand (in mei b.v.) en het afzien
van de televisie, ten minste een dag in de
week teneinde te kunnen deconditioneren van,
het af te leren met, die dictatoriale
tegenstreving van het lokale principe. De
griekse Odysseus moest zich ook aan de
schapen (de lokale gemeenschap) vastklampen
om aan de cycloop (de tv) die hem gevangen
hield te ontsnappen. Dat, geconditioneerd als
je bent, zal je niet meevallen zonder een
alternatieve kalender en klok; het systeem
heeft de neiging je te verslinden en je niets
toe te staan wat er buiten valt. Wil je een
systeem verslaan en weerstaan, dan heb je een
systeem nodig.
Het
laatste principe is dat van het mededogen..
dus moet ik in de yoga mijn naaste liefhebben
of hoe zit dat ?
Zeker
is een goede yogî een mens vol
mededogen. Hij herkent zijn eigenbelang in
dat van anderen en lijdt als anderen lijden.
Dus helpt hij. Dat is mededogen,
dayâ. Ik moet wel dom zijn als
ik ervan geniet als een ander te lijden
heeft. Wens dat een ander niet toe en
aanvaard niet voor anderen wat je voor jezelf
ook niet accepteert. De wet van het karma is
die van de actie en de reactie. Het slaat
altijd weer op jezelf terug. Je belandt in de
wereld die jezelf hebt opgebouwd. Om die
reden zegt men: zet je in voor de hemel en
een betere wereld. Maar natuurlijk is het
deze wereld, maar dan beter gedaan. Dat wat
beter is omsluit zonder repressie het goed
van dat wat eraan voorafging; wat is een boom
nu zonder zijn wortels? Mededogen is het
vredesprincipe, dat is hoe de menselijke zaak
recht wedervaart. Zinloze zelfvernietiging is
de moordenaar van alle geloof. Onnodig geweld
moet koste wat het kost worden vermeden. Het
is erg genoeg om van noodzakelijk geweld te
moeten zijn, in de zelfverdediging, met het
wapen van je vijand. De Gîtâ,
waarin Heer Krishna zijn vriend Arjuna ertoe
aanzet zijn wapens op te pakken en te vechten
zegt het op deze manier: 'gezegend
zijn zij die het op zich af zien komen, aan
hen is het koninkrijk der
hemelen.'
Ook is het van belang om van liefdadigheid te
zijn: geef hen die behoeftig zijn waar ze om
verlegen zitten: voeding, onderdak, kleding,
zekerheid en andere basisbenodigdheden. Zorg
ervoor dat niemand heeft te klagen. Aldus
volgt dit principe vanzelf het principe dat
eraan voorafgaat. Zonder delen en helpen is
de menselijke samenleving helemaal niet
menselijk, maar bevindt ze zich op de weg van
de zelfvernietiging. De vier principes
genoemd definiëren de menselijkheid, en
dat is niet de dierlijkheid die zwakheid
ermee is, die misleidt, doodt, promiscue is
en steelt. En niet op de laatste plaats is er
dan ook het mededogen met andere schepselen.
Wees ook met hen geweldloos. Het is niet
nodig om dieren voor het voedsel te doden. De
levensvreugde die je hen gunt zal de jouwe
zijn als je ze hun volle leven laat leven. Je
doodt toch ook niet je moeder als ze jou niet
meer te eten geeft? Waarom zou je dan wel
moedertje koe doden als ze geen melk meer
geeft, is dat niet immoreel? En laat ook de
andere dieren leven. Deel in de
levensvreugde, niet zozeer in de levenslust,
dat is de weg naar God. Vermijdt
niet-noodzakelijk geweld. Ik zeg het je nog
eens: de noodzaak voorbij ben je een dwaas
die stap voor stap afglijdt in de
hel.
Dus
hoe moet ik dan een goede vegetariër
zijn? Alleen maar bonen eten in plaats van
vlees maakt me hongerig, dat kan toch niet
goed zijn? Dat zou me
verzwakken!
Gelijk
heb je. Maar de kracht die je zoekt is niet
de kracht van het onnodige geweld dat
vleeseters koesteren tegen dieren. Het is
meer de kracht van de defensief gewelddadige
olifant en het rund, dan de kracht van de
offensief gewelddadige tijger en de wolf die
je zoekt als mens. Het vegetarisch dieet
vraagt wat meer inspanning van jouw kant om
gezond en krachtig te blijven. Maar de
resulterende levensvreugde maakt het zeker de
moeite waard. Dus let goed op je eiwitten, je
vitaminen en mineralen als ijzer. Voor je
eiwitten eet je bonen gecombineerd met
granen. Ze vormen z.g. complementaire
eiwitten, samen verschaffen ze je al de
bouwstenen voor je lichaamseigen
eiwitsynthese. Vlees is net een vitaminepil:
je krijgt alles in een hap binnen. Dat is
aardig, en smaakt nog goed ook, maar het
afbreken van hoogwaardige, complexe eiwitten
in de samenstellende delen die nodig zijn
voor je eigen eiwitaanmaak, geeft giftige
afvalstoffen in de darmen die schade doen aan
je spijsvertering en werkt, volgens sommige
onderzoekers, ziekten in de hand als kanker
van de maag en de dikke darm, zeker als het
vlees gerookt of geblakerd is. Vleeseters als
katten en honden hebben korte darmen. Maar
jij als een primaat met beperkte talenten in
dezen hebt dat niet; jij hebt een lang
darmkanaal. Jij vergiftigt jezelf met
vleeseten en daarom zegt de dokter ook
altijd: je moet aan je conditie werken, je
lichaam in beweging zetten, je in het zweet
hollen, al is het alleen maar om je
spijsvertering te stimuleren. En zo is veel
van de vleeseterscultuur er alleen maar is
voor digestieve doeleinden: om je stront te
bezorgen. Letterlijk verzuurt men als
vleeseter bij de noodzaak van een sterker
maagzuur. En verzuurd speeksel is ook niet
goed voor je dentale gezondheid. Dus wees ook
om de redenen van een vreedzaam en
comfortabel leven, een vegetariër. De
planeet kan bovendien ook niet zoveel
vleeseters herbergen. Dus zet het uit je
hoofd, er zit geen toekomst in. De eiwitten
zijn, met bonen en granen gecombineerd, het
probleem niet; je moet er zelfs op letten dat
je het lichaam niet al te veel tevreden stelt
door alle eiwitten in een maaltijd tegelijk
te gebruiken, tenzij je natuurlijk een
feestje hebt of wat extra's kan gebruiken.
Eet brood of iets van granen bij het ontbijt,
maar niet steeds rijst of pasta bij je warme
eten. Eet in plaats daarvan, als je niet te
dik bent, aardappels. Gebruik slechts (bij
voorkeur biologische) bonen of andere
peulvruchten bij de aardappels en groenten in
het vervangen van je vleesmaaltijd. Het
lichaam zal er dan ijverig in blijven om het
noodzakelijke aanvullende koekje bij de thee
te krijgen of een boterham wat later op de
dag. Eet weinig, maar regelmatig; maar laat
je ook af en toe eens gaan, b.v. op een
cakradag als je sociaal bent. Drink
kruidenthee. Dat tezamen houdt het lichaam
zowel als de geest gretig zowel als
bevredigd. Voor je vitaminen moet je ervoor
zorgen dat je drie stuks fruit per dag eet
zowel als een half bord verse groente. De
vitamine C is absoluut noodzakelijk. Je zal
gebukt gaan onder depressies en ziek worden
als je ze niet binnen krijgt. Voor je ijzer,
een element dat ook vrij voor handen is in de
vleesmaaltijd, moet je ijzerrijke groenten en
vruchten eten, zoals broccoli, witlof en
vijgen om geen last te krijgen van
bloedarmoede. Voor je vitamine b12 - de
vitamine die je hongerig maakt als die
ontbreekt - moet je melkproducten eten
(je
kan maximaal een maand zonder
B12).
Het is een vitamine nodig voor je
zenuwstelsel. Drink, behalve met het
melkvasten dan, twee glazen melk per dag of
anders, als je allergisch bent voor lactose,
kunnen een paar plakjes kaas volstaan die
dezelfde hoeveelheid melk dekken. Kaas is
samengeperste en gefermenteerde melk waar het
water aan ontbreekt. Het is veilig voor
mensen met de allergie. Veganisten zijn ertoe
veroordeeld zeewier te nuttigen in plaats van
melkproducten te gebruiken. Een dergelijk
dieet is veel moeizamer. Wees niet een
fanaat, of anders lijdt je aan een gebrek aan
filosofie. De koe is je welvaart en welzijn,
en in een vegetarische cultuur is ze heilig
dus. Noten zijn ook een bron van vitamine B
(maar niet van B-12), selenium (paranoten)
vetzurenen eiwit (zie een
overzicht).
Eet, zij het spaarzaam, echte boter op je
brood en geen margarine, de
kunstmatige vitamine D erin kan je
namelijk ernstige moeilijkheden bezorgen. Een
teveel ervan geeft, i.t.t. de natuurlijke
vitamine D, kalkafzettingen (hypercalcemie)
door het hele lichaam. Ook kunnen er
problemen ontstaan met b.v. je gewrichten en
zenuwen. Vitamine D heeft te maken met het
immuunsysteem dat, ontregeld met een
verkeerde D, kan leiden tot chronische
ontstekingen zoals gezien in ziekten als
M.
S.
en artritis.
De les is dus: eet natuurlijk en niet te
veel, niet alles tegelijk, en eet gevarieerd;
dan zal je langer en gelukkiger leven dan
menig een vleeseter en zal je zonder al het
zweet zijn (en de extra medische onkosten en
ellende) om gezond te kunnen
blijven.
Dus
nu ben ik klaar met het transcenderen van de
geaardheden met de principes?
Mits
je je dagelijkse oefeningen doet wel ja, om
te beginnen. Natuurlijk is de weg naar binnen
een volledig proces van zelfrealisatie dat
zich bezighoudt met de diverse
aangelegenheden van de verlichting en de
bevrijding, niet enkel maar met het vijf
minuten neerzitten voor de meditatie met een
vegetarische maaltijd. Je hele leven zal een
transformatie ondergaan als je een meer
bovenzinnelijke persoon wordt die zichzelf
beter in de hand heeft. Je zal tot het
inzicht komen dat je een zeker
abstractievermogen aan het ontwikkelen bent
dat de weg vrijmaakt voor hogere niveaus van
functioneren met je identiteit van
dienstverlenen. Maar onthoudt dat opstijgen
naar het abstracte nimmer tot escapisme moet
leiden. Blijf betrokken in het concrete
bestieren van het evenwicht in de velden van
handelen die we bespraken.
Er
zijn dus realisatieniveaus?
Het
zijn meer verschillende soorten van
betrokkenheid. Iedere ziel heeft zijn eigen
mix van concrete en abstracte talenten in
dezen. Het hogere abstracte is niet
noodzakelijk heiliger of beter dan het meer
concrete. Hoe men dit spel van de orde speelt
is iets hoogst persoonlijks. Dit is wat de
menselijke identiteit effectief maakt die
rechtvaardig is, die niet als een gefixeerd
ego vals is van verbeelding en
hooghartigheid, maar een ego is dat in
overeenstemming verkeert met de dictaten van
dit absolute van de menselijke en goddelijke
waarheid van identiteiten op verschillende
niveaus, met verschillende graden van
ervaring en stijlen van vorderen. We zullen
het daar uitvoeriger over hebben in onze
volgende conversatie. Tot zover is het genoeg
dat je inziet dat de yoga niet zomaar wat
oefeningen inhoudt, maar dat het een
volledige filognostische werkelijkheid is van
het hebben van verschillende gezichtspunten
van spiritueel weten die je hele leven
dekken. Die volheid van het leven is wat de
filognosie beoogt, dat is wat de yoga
werkelijk maakt. Zoals ik je al zei is de
yoga in enge zin zelf maar een van de zes
gezichtspunten in de filognosie. De kwestie
van het verzonken raken in de anga's,
de niveaus of geledingen van de yoga, die in
werkelijkheid meer een soort van bereiken
zijn die elkaar overlappen, is enkel maar
deze dialoog in feite, de voorgaande hield
zich meer analytisch bezig met de tweevoudige
aard van de yogafilosofie, en de rest
daarvoor en wat nu nog volgt is meer een
kwestie van wetenschap en respect voor de
persoon.
Maar
wat zijn nu deze niveaus of leden van de
transcendentie?
Zoals
men in de yoga eerst acht wat men niet doet
volgens de gelofte om deze principes te
volgen en dan wat men wel doet ter regulering
van de handelingen zoals besproken, je daarna
gaat zitten in houdingen om je ademhaling te
reguleren, je je dan naar binnen keert, om je
te concentreren met een mantra om te
mediteren en dan verzonkenheid te vinden in
het zelf, is ook je hele leven in de
filognosie een proces dat overeenkomt met een
dergelijke individuele oefening. En denk
alsjeblieft niet al te lineair over de nu
volgende opsomming.
-
1) Het yama-niveau: In het begin
kan je nogal lichamelijk zijn jong als je
bent en begerig om een leven op te bouwen,
anderen aan te trekken en met jezelf voor
de dag te komen. Het beginnersniveau is
een worsteling met de gelofte van de yoga
om zuiver te zijn in dezen met het
geweldloos, waarheidlievend,
niet-bezitterig en niet stelend van
boetvaardigheid zijn in het celibataire,
zelfs in geval je getrouwd bent.
- 2)
Het niyama-niveau: Op het volgende
niveau of veld van respect in de
overstijging, worstel je met de orde van
een geregelde praktijk. Je moet aan het
studeren raken, rein zijn, de zaak dienen,
offers brengen, gastvrij zijn, tevreden
zijn, liefdadig zijn, trouw zijn en van
aanwezigheid. Het kost wat tijd om dit in
je leven zo in te richten met het zoeken
van evenwicht met de orde van de tijd. Het
is als een sport die je beoefent om de
handelingen op elkaar af te stemmen. Het
valt zwaar in het begin, maar gaat fijn op
den duur.
- 3)
Het âsana-niveau: Bij het
volgende belang van de bovenzinnelijkheid
leer je de juiste houding van
dienstbaarheid aan te nemen met het
beheersen van je lichaam. De zaken
uitproberen in wedijver, wedijverend met
de zwakkere benadering van je voorgaande
leven, moet je het leren om samen te
werken, naar de algemene aanwijzingen van
de klassieke wetenschap der wijsheid.
Naast de meditatiehouding om de
lichaamskracht te beheersen, is het ook de
levenshouding in het algemeen die je
ontwikkelt om sportief te zijn in het
gezag over de hond die je lichaam is. Het
is nog niet zo makkelijk als het wel lijkt
om jezelf de baas te zijn. Wat je ervoor
nodig hebt is de gelofte en de oefening
van het niveau hiervoor. Je moet dus de
verzaking in de praktijk brengen, de
houding ontwikkelen en zo de beheersing
hebben.
- 4)
Het
prânâyâma-niveau: Op
het volgende niveau leer je het je adem te
beheersen zodat je je kan concentreren. In
de werkelijkheid van je leven is dit
gewoonlijk de adem die je bezigt in het
beheersen van je spraak. Je moet het
juiste zien te zeggen zodat je
vertrouwelijkheid kan vinden met anderen,
gehuwd kan raken en een betrouwbare
partner kan zijn die zichzelf in de hand
heeft. En daar ben je dan weer; teneinde
relaties op te kunnen bouwen en te kunnen
onderhouden, heb je de gelofte nodig, de
regulatie en de beheersing over je lichaam
als de voorwaarde. Op dit niveau nu, in
dit veld van yogabelang, komen we, van het
private ons in het publieke begevend,
boven de gordel uit om het zo te zeggen,
en bouwen we moreel gemotiveerd met het
lichaam onder controle een formele
samenleving op van verantwoordelijke en
trouwhartige mensen.
- 5)
Het pratyâhâra-niveau:
Het volgende niveau is het niveau waarop
je je naar binnen keert. Je kan jezelf
niet enkel op de verscheidenheid van de
buitenwereld richten zonder je
concentratie te verliezen, zonder je
gerichtheid op de zaak van een gelukkig
leven voor allen kwijt te raken. Nu moet
je betekenis ontwikkelen in je relaties.
Je moet je daarop concentreren en
verantwoord bezig zijn, betrouwbaar,
aanspreekbaar, als een baken van
helderheid om een betekenisvolle ander te
zijn. Je zou kunnen denken dat de yoga een
zelfzuchtige praktijk is van je blik naar
binnen richten, maar filognostisch zie je
in dat je geen enkele kwaliteit kan
ontwikkelen zonder de betekenis in te zien
van de ziel als de realiteit van de
waarden en de God die je deelt met
anderen. Zelfs de strengste yogî die
probeert in het bos te mediteren voor zijn
verlichting moet in relatie tot zijn
omgeving een leven opbouwen op een
zodanige manier, dat een zekere kwaliteit
tot stand komt die liefde en vrede inhoudt
voor al het leven binnen in hem en buiten
hem. De mediteerder kan zich niet
afscheiden van het leven. Hij is
het leven en ziet het gelijkelijk overal
om zich heen; dat gezichtspunt van de ziel
is de concentratie op de innerlijke
realiteit die er nodig is. In feite wordt
men meer reëel, wordt men
werkelijker, als men zich verdiept in het
zinnig bezig zijn met andere levende
wezens; niet als men meer afstand
ontwikkelt als een escapist en een
vreemdeling wordt die op de vlucht is voor
maatschappelijke verantwoordelijkheden.
'Laat
deze yoga niet ten koste gaan van
voorgeschreven
plichten'
schrijft de wijze Vyâsa in de
Gîtâ. Aldus concentreert men
zich op de ziel in het in contact blijven
staan met anderen middels afspraken naar
de oorspronkelijke orde van de tijd, en zo
maak je het leven zinvol, zo maak je een
verschil. Dit niveau is cruciaal, hier
draagt men zorg, vestigt men zich en heeft
men lief als de filognost, als de persoon
van begrip en overzicht, met een hart dat
je hebt om vol van leven te zijn, echt als
je bent met de yoga.
- 6)
Het dhâranâ-niveau:
Verder transcenderend in emancipatie
begint de kennis een rol te spelen. Om een
meer nauwkeurig omschreven overeenkomst
met jezelf en met anderen te hebben, om
jezelf te doen gelden, besprekingen te
hebben en je te bezinnen, is van
doorslaggevend belang voor de samenleving
waar je deel van uitmaakt en waar je
verantwoordelijkheid voor moet leren
dragen. Dit is de feitelijke concentratie
die jou als persoon vormt en je leven
uitmaakt. Strikt individueel bezien is het
de praktijk van de mantra's, de beknopte
zegswijzen van je wijsheid en ervaring.
Maar om met anderen samen in
overeenstemming van dienst zijn voor de
filognostische zaak en daarin een
voorbeeld voor anderen te vormen, moet je
je concentreren op alles wat bevorderlijk
is voor de menselijkheid en de
gerechtigheid voor alle levende wezens en
de hele planeet. Dat is het verlichte
eigenbelang ervan waarvoor je jezelf moet
doen gelden in discussies en het moet
leren de zaken geconcentreerd in
overweging te nemen.
- 7)
Het dhyâna-niveau: Hierna volgt
de meditatie waarin men komt tot begrip,
tot het weten-hoe. Nu is het menens met de
zaak, is het een wetenschap van handelen
zonder te handelen; van aanwijzingen geven
zonder te dirigeren. Je leerde het een
hart te hebben en een model te zijn. Nu,
om een stille getuige te kunnen zijn, moet
je onderzoek doen, en betwijfelen wat
haaks op de zaak zou staan. Nu vindt de
concentratie zijn functie. Als je eenmaal
deze meer onthechte positie van de stille
getuige hebt bereikt, reik je tot het
volgende niveau.
- 8)
Het samâdhi-niveau: wat volgt
als gevolg van de gelofte, de regulatie,
de oefening, de praktijk, de relaties, het
hart, de gelding en het verstaan, is de
verzonkenheid van de zelfrealisatie waarin
het ongewenste zijn vernietiging vindt,
het gewenste tot stand wordt gebracht en
de cultuur zijn viering bereikt in het
handhaven. Het als een ziener in het
moment van het hier en nu met de ether
stabiliteit vinden in deze positie van
bovenzinnelijkheid, vormt de praktijk van
het volledig mens zijn in het alledaagse
leven met achting voor de velden waarin
men zijn evenwicht heeft gevonden met de
principes. Het gaat er niet om als zodanig
een naam te hebben; men kan heel goed op
de achtergrond met de traditionele heren
der schepping, vernietiging en handhaving
zijn rol spelen in de aangelegenheid van
de wijsheid en de transcendentie. In dit
laaste stadium gaat het om de stabiliteit
van je verzonkenheid in het gelukzalige,
het duurzame en het bewuste van de
verbondenheid in de yoga.
Je
mag je van laag naar hoog bewegen, van de
materie naar het etherische, met deze niveaus
of gebieden van belang van de achtvoudige
yoga in je leven opklimmend naar de hemel,
maar evenzogoed kan je van concrete
handelingen en aanwezigheid zijn op deze
manier. Dit vermogen om je opwaarts en
neerwaarts te bewegen is de
(âroha/avaroha) kwaliteit van
het gerijpt zijn in de filognosie, of van het
hebben van die liefde voor de kennis die jij
en de rest van de wereld nodig heeft om te
overleven, gemotiveerd te zijn en je te
verheugen. Laten we er nu een punt achter
zetten en deze afdeling van waardenbeheersing
als afgerond beschouwen. Hierna zullen we ons
bezinnen op het spel van de orde dat we met
deze waarden en niveaus aan het spelen
zijn.
Emancipatie
is je zo dan bovenzinnelijk verenigen met
discipline?
Emancipatie
is het ontwikkelen van toewijding in relatie
tot de verlichting. Deze bestaat uit negen
activiteiten die het resultaat zijn van het
combineren van de drie verschillende vormen
van het je verenigen in je bewustzijn (in de
kennis, de arbeid en het vrijwillig dienen)
en de drie disciplines (van het
onpersoonlijke - de ether -, het lokale - de
materie, en het persoonlijke - je
tijdorde).
Vedisch
heet dit wordingsproces bhâgavata
dharma en wordt het ietwat anders
omschreven.
Ok,
en bedankt Aadhar voor deze
verheldering.
Dialoog
vijf III-a
Identiteitsbeheersing
In
de nu volgende sectie komen we tot het
inzicht wat het betekent een persoon te
worden, een identiteit te ontwikkelen. Het
idee van de persoon is van cruciaal belang
als je gelukkig wilt worden. Vervreemd voelt
men zich als een persoon verwaarloosd en heb
je de neiging destructief te worden met het
bestrijden van dat slechte gevoel. Het idee
hier is dat met het juiste respect voor het
onpersoonlijke van de voorgaande secties,
voor al de argumenten, feiten, regels en
principes, je dientengevolge de persoon
bereikt, de oorspronkelijke persoon. Je leert
onderscheid te maken tussen de verschillende
dimensies van het spel van de orde dat we in
deze wereld aan het spelen zijn.
Aadhar,
de menselijke identiteit, waar gaat dat
allemaal over?
Bij
het proces van de persoonlijke wording, ofwel
het ontwikkelen van een identiteit in
zelfrealisatie, zijn alle leden van de
samenleving betrokken. Hij die beter is dan
hij was, die vooruitging, respecteerde de
principes der vooruitgang: de regels en de
feiten van de absolute waarheid, de waarheid
van God die onafhankelijk van jou bestaat en
van alle kwaliteiten is die
we beter
noemen;
hoe minder daarin het gevoel van vervreemding
en de neiging tot destructief gedrag, des te
meer zal men zich als persoon gerespecteerd
voelen en zal men ook van respect zijn voor
anderen. Bij de genade van je geboorte, door
de natuur, en door de cultuur ontwikkel je
een zekere voorkeur voor een bepaalde vorm
van dienstverlenen.
Sommigen zijn liever een
vriend of kameraad die anderen uit de nood
helpt, sommigen willen de zaken aanpakken en
een eigen onderneming hebben, sommigen willen
wetsregels instellen en controle uitoefenen
als de een of andere overheidsdienaar en
sommigen willen studeren, zich ontwikkelen en
les geven op het gebied van de wetenschap en
de religie.
Deze vier zijn de
basisroepingen die men kan hebben als men
zich geroepen voelt tot een bepaalde vorm van
dienstverlenen in de samenleving. Je
identiteit zit echter ingewikkelder in elkaar
dan het met deze oriëntatie behoren tot
een bepaalde klasse van mensen (de z.g.
varna). Ook de leeftijd speelt een rol en
vormt een afzonderlijke geestelijke afdeling
die we de status noemen (de
âs'rama). Men is allereerst een
jongere, gewoonlijk een celibataire student
onder het gezag staand van volwassenen,
ouders en leraren op school. Na school kiest
men een beroep en trouwt men, en bereikt men
de status van jong-volwassene. Men vormt een
gezin, verwekt kinderen en voedt ze op, en
dat wordt door velen als de essentie van het
leven gezien. Maar er komt meer bij kijken.
Na grofweg twintig jaar van dit soort
familie-aangelegenheden zijn de kinderen
volwassen geworden en neemt de middelbare
leeftijd zijn aanvang. Voor vrijgezellen die
nooit trouwden geldt hetzelfde: zo rond hun
veertigste moeten ook zij gearriveerd zijn,
moeten ze weten waar ze voor staan in het
leven, moeten ze de volwassenheid van hun
eigen betrokkenheid of van wat ze neerzetten
in de samenleving onder ogen zien. Het
getrouwde stel dat door niets anders gebonden
werd dan het seksuele akkoord terwille van
het verwekken en opvoeden van kinderen kan
zich dan in een scheiding bevinden, omdat op
dat moment het contract der voortplanting
afloopt. Maar dat hoeft dus niet zo te zijn.
Men kan zich gebonden in de filognosie, in de
liefde voor de geestelijke kennis van de
ziel, tezamen terugtrekken met of zonder een
bepaalde religie, die je bij elkaar houdt in
toegewijde dienst. De mensen van middelbare
leeftijd worden verondersteld de
jong-volwassenen te begeleiden en aan hen hun
ervaring over te dragen. De traditie moet
worden doorgegeven en de ingenomen posities
moeten worden overgedragen aan de volgende
generatie. Het verwaarlozen van de cultuur
van de middelbare leeftijd door mensen die
gehecht zijn aan het leven van
jong-volwassenen geeft een generatieconflict,
daar op die manier de doorstroming in de
samenleving wordt geblokkeerd. De middelbare
leeftijd is de leeftijd waarop men
verantwoordelijkheid moet nemen voor de
samenleving in zijn geheel. Ze hangt meer af
van de kennis en de cultuur dan van
familierelaties en andere gehechtheden.
Daarna ouder wordend, wordt men een senior
die afdoende onthecht is om de klassieke
wijsheid te vertegenwoordigen, de wijsheid
waar zij die van een middelbare leeftijd zijn
nog niet zo een, twee, drie helder in zijn,
met hun nog steeds half verstrikt zijn in
materiële aangelegenheden; maar ze keren
ernaar terug. De senioren zijn er
verantwoordelijk voor hen te herinneren aan
de klassieke waarden van de inzichten die ze
in hun eigen leven verwierven en van hun
voorvaderen, de wijzen en de antieke
filosofen meekregen die hetzelfde deden, en
dat is dan meer een kwestie van tradities dan
van ego. Aldus hebben we dan de identiteit
van de mens in zestien mogelijke
status-oriëntatiegroepen: de vier voor
de status van een bepaalde leeftijdsgroep
gecombineerd met de vier voor de roeping van
een bepaalde betrokkenheid van
dienstverlenen.
Zijn
ze hetzelfde als de indiase
kasten?
Min
of meer, je mag het wel kasten noemen, maar
het zijn universele categorieën van
toepassing op alle menselijke samenlevingen.
De normale werknemer is de kameraad en de
vriend die achtereenvolgens de
carrière doorloopt van een kennis te
zijn, dan een partner te worden, vervolgens
een metgezel in het leven te vormen en
tenslotte als senior in ruste het leven af te
ronden. Voor de ondernemer die van de
verschaffing is ontwikkelt het leven zich
idealiter van het assistent zijn in de leer
naar het managerschap met
verantwoordelijkheid, om vervolgens op
middelbare leeftijd de leiding te hebben als
z'n eigen baas of directeur om tenslotte na
de overdracht van de zaak aan de volgende
generatie nog als commissaris mee te denken
in de eindverantwoordelijkheid van de
bedrijfsleiding. De volgende
klasse-oriëntatie in het leven geldt die
van de bestuurder, de ambtenaar en militair
die van initiatief is in samenhang met de
maatschappelijke orde, en die naar model
allereerst zich als held moet bewijzen in de
jeugdbeweging of als een rekruut, en dan dat
krediet moet zien te verzilveren in de vorm
van het op zich nemen van een zeker
leiderschap. Vervolgens is degene van
initiatief als leider van een bepaald
groepsbelang dan op basis van zijn ervaring
geschikt om als een politicus op te treden
die kan bemiddelen tussen het wenselijke en
het haalbare, waarna tenslotte de bestuurder,
dan op leeftijd zijnde, rijp is voor de
kamers van advies of voor een meer
onafhankelijke positie als adviseur. Voor het
intellect tenslotte dat zorg draagt voor de
begeleiding is er allereerst het leerling
zijn in een schoolverband, vervolgens het
zelf een leraar worden die als raadsman of
therapeut de studenten of cliënten in
hun ontwikkeling bijstaat en zo ondertussen
zijn eigen praktische inzicht ontwikkelt.
Daarna, als de werklast van het lesgeven en
bijstaan ten einde is, volgt er een periode
van herbezinnen waarin men met de opgedane
ervaring zich verder verdiept in de wijsheid
en de tradities die aan de overgedragen
cultuur ten grondslag lagen, om vervolgens op
hogere leeftijd dan meer onthecht, gelouterd
en ervaren met de geestelijke
verantwoordelijkheid, voor een zekere dienst
van eerbetoon de heugenis van die wijsheid te
verzorgen: het priesterschap, de spreekbuis
van de bereikte cultuur. Zo is met deze
indeling aan ieders leven een plaats gegeven.
Duidelijk is dat bij de genade van de
klassieke geschriften en de actuele
menselijke werkelijkheid, de posities van de
maatschappelijke identiteiten als een
absolute waarheid vastliggen, maar dat de
persoon zelf bepaalt in hoeverre het een tot
het ander zou leiden, dan wel een abstracte
of meer concrete realiteit zou
vormen.
De volgende
tabel laat de orde van de zestien
basisidentiteiten zien aan de hand waarvan
mensen hun functie in de samenleving zoeken
en in niveaus van abstractie en graden van
ervaring en waarmee ze hun kwaliteit
ontwikkelen en valsheid bestrijden. Je kan je
het volledige beeld ervan voorstellen als een
flatgebouw met acht verdiepingen met op
iedere verdieping zestien appartementen met
drie kamers per appartement. Dat is het
gebouw waar de mensheid in woont, waarbij een
ieder die daarin leeft op en neer gaat in de
lift van de transcendentie of overstijging en
zich door de kamers beweegt naar gelang de
ervaring. Somtijds, gemiddeld vier keer in je
leven, verhuis je naar een ander appartement,
als je door je leeftijd van status verandert.
Het
probleem met deze identiteiten of de z.g.
varnâs'rama kasten is het zich
identificeren ermee, de valse trots die
mensen eraan ontlenen kunnen en waarmee ze
zich van elkaar afsluiten. In de filognosie
leggen we, naar het idee van het vedisch
hervormen van Heer Caitanya, de nadruk op het
belang dat deze identiteiten gefixeerde
posities zijn in het ' Spel
van de Orde'
van kwaliteit ontwikkelen, maar dat men zelf
vrij is om zich op en neer te bewegen langs
de ladder naar de hemel. Van nature
ontwikkelt men zich door deze kasten heen.
Dus, hoewel je door je geboorte voorbeschikt
bent voor een bepaalde klasse, kan je naar je
aard een andere weg volgen. Om die reden noem
ik het voor jou status-oriëntatiegroepen
of maatschappelijke identiteiten. De
burgerlijke status is iets natuurlijks dat in
de loop van de tijd verandert, en de klasse
is evenzo iets wat kan veranderen vanwege
persoonlijke keuzen en een opleiding. Ook al
lijkt het erop dat je je geboorte niet voor
het uitkiezen hebt, werkt, zoals in de vorige
dialoog werd uitgelegd, de zaak alleen goed
met achting voor een zeker proces van
overstijgen waarin we de nodige kwaliteit
ontwikkelen. Door deze kwaliteit ontwikkelen
we het bewustzijn dat je de keuze biedt, dat
aldus iemand de vrijheid verleent. Alleen op
deze manier kan het kastenstelsel, de rangen-
en standenmaatschappij, het klasse-gebeuren,
in de hand worden gehouden en worden
beschermd tegen valse claims op basis van
vereenzelviging en trots. Men is niet een
beter mens vanwege zijn zijn maatschappelijke
positie, geboorte, leeftijd of opvoeding, men
is beter door zijn kwaliteit van bewustzijn,
zijn talent te overstijgen, onderscheid te
maken en te kiezen, door zijn
abstractievermogen om de zaken te kunnen
overzien en orde te houden, en zo verzonken
te blijven in de goedheid en de kennis zo
noodzakelijk voor de naastenliefde..
U
zegt je kiest je leven niet. Is dat niet
bepaald door je vorige levens?
Je
huidige leven is ongetwijfeld een gevolg van
wat je ervoor deed; of die vorige levens nu
tijdens dit leven plaatsvonden of meer liggen
in de sfeer van andere incarnaties van jezelf
of van anderen waarmee je je identificeert en
die aan jou voorafgingen. Zo kan ik
René Descartes geweest zijn en jij
Sigmund Freud en nu moeten we er dan achter
zien te komen wat het analytisch inhoudt om
van de rede te zijn met de ziel. Ook al heb
je op ieder moment de mogelijkheid om van
richting te veranderen in je leven, is het zo
dat als je eenmaal een bepaalde richting
opgaat, je het gevolg maar hebt te
aanvaarden. In die zin heb je dan weer niet
de keuze. Maar tot vlak voor de dood kan een
ieder tot inkeer komen en daarmee de weg
vrijmaken voor een beter leven erna. Het is
niet de ziel die sterft, maar het lichaam dat
sterft, dat is het uitgangspunt van de yoga
en dus ook van de filognosie.
Dus
wat houdt het in om 'het Spel van de Orde' te
spelen?
Het
betekent dat we het kastenstelsel aanvaarden,
maar dan met achting voor het proces van
zelfverwerkelijking in overstijging dat we
ook wel emanciperen noemen. De identiteit van
een kaste of status-oriëntatiegroep moet
functioneel zijn. Een en dezelfde identiteit
kan functioneren op verschillende niveaus in
verschillende graden van ervaring. Dat
tezamen is het spel van de orde waarin iedere
persoon zijn levensopdracht vindt
overeenkomstig zijn overstijging, zijn
status, zijn klasse, zijn ervaring en zijn
stijl van vorderen in het zich op of
neerwaarts bewegen op de ladder naar de
hemel.
Dit
is nogal veel voor me om te kunnen
bevatten...
Ja
natuurlijk, je doet er ook je hele leven over
om uit te plussen wie je bent en wat je gang
door het leven zou zijn. Niemand behalve onze
lieve Heer kan dit ten volle overzien. Hij
vergunt je de blik middels de erfopvolging
van de leraren van de traditie die de
vedische literatuur in functie houdt. Ik kan
het je alleen maar zeggen als een studerende
en naar de geschriften zingende leerling van
hen en er aldus gelukkig mee zijn om voor jou
de verschillende waarheden van de
oorspronkelijke wetenschap van de yoga en de
opties van spirituele kennis in de zes
afdelingen van de filognosie te
combineren.
Er
zit dus een bepaalde cultuur
achter?
Ja,
in mijn geval is dat de paramparâ,
de geestelijke erfopvolging van de
instructeurs of de
âcârya's van de
Caitanya-vaishnava's, zoals ze heten. Ze zijn
in de straten van het Westen, maar ook in het
Oosten op die manier, vertegenwoordigd door
de monniken van Heer Vishnu die bekend staan
als de Hare Krishna's. Velen zijn bang voor
hen omdat ze zo fanatiek kunnen zijn over
deze geestelijke erfopvolging en de
aanbidding van de goeroes die erbij horen.
Maar je hoeft niet in het klooster te gaan
wonen waar zij leven. Ofschoon je dit alles
ook heel snel kan oppikken daar met hen, is
het ook voor de Moslims en de Christenen heel
normaal om geen monniken en nonnen te zijn
ten dienste van een kloosterorde. Die orde
vormt de leerschool. Normaal gesproken zitten
mensen op school om er af te studeren en hun
verantwoordelijkheid in de samenleving op te
pakken. Ook bij de Boeddhisten is het heel
normaal voor jongeren om een monnik te zijn
en dan later goede vaders en echtgenoten te
zijn in de normale samenleving. Maar er is
hoe dan ook een bepaalde vorm van
systematisch respect voor nodig om niet deze
dialogen te vergeten en stevig te staan in je
geloof, en aldus is dit ook van toepassing op
de orde van de tijd zoals we die besproken
hebben; je moet het systematische respect
voor deze oorspronkelijk religieuze
aangelegenheid op je agenda plaatsen. Deze
persoonlijke sectie stelt: als je als een
persoon wilt worden gerespecteerd zal je ook
andere personen moeten respecteren, en
waarom dan niet de oorspronkelijke leraren,
de Heren en Profeten van de religies? Religie
betekent weer opnieuw gaan lezen, je opnieuw
in verbinding stellen, en aldus komen we als
toegewijden van het volkomene samen op de
signaaldagen van de maan om te zingen en te
lezen in het Bhâgavatam, het
oorspronkelijke boek waarin al de wijsheid
betreffende de vedische orde filognostisch is
gecombineerd in één verhaal;
het Verhaal van de Fortuinlijke, Hij van het
geluk die jij ook wilt zijn en -ten dele -
kan worden bij de genade van God.
Moet
ik naar India gaan? Of moet ik naar Jeruzalem
of Mekka als ik een Christen, een Jood of een
Moslim ben?
Wel,
natuurlijk kan een bedevaart ondernomen
worden om ingevoerd te raken in de routines,
de filosofie en de sociale structuur van de
religie en kan je alzo daar je foute verleden
vergeten, maar je zult weer terug moeten en
je leven hier weer oppakken waartoe je was
voorbestemd. De Moslims zeggen dat je het
eens in je leven moet doen. Maar wie zal er
zeggen wat een heilige plaats is? Een plaats
is heilig door de mensen die er samenkomen.
Dus kan je naast India ook naar Lourdes of
Santiago de Compostella, of de paus bezoeken.
Soms volstaat het om onderweg een sterke
vertegenwoordiger in de leer te ontmoeten.
Hij vertegenwoordigt al de wijsheid en
zuiverheid, en de herinnering aan hem kan
voldoende zijn om je op het juiste pad te
brengen en je erop te houden. Aldus zijn
sommige mensen volmaakt tevreden met hun
eigen pandit, imam, pastoor en dominee als
zijnde heilig genoeg. Laten we zeggen dat het
niet slecht is verder te kijken dan je neus
lang is en in te zien wat er in de wereld nog
meer te ontdekken valt in dezen.
De
filognosie is dus niet specifiek indiaas
dan?
In
mijn geval is het een mix van de christelijke
achtergrond die ik heb, de ervaring met de
professionele psychotherapie en de
wetenschappelijke methodologie die ik had als
een afgestudeerd psycholoog, en de overstap
tot de yoga ermee die volgde op mijn
confrontatie met de onverschilligheid van
onze materialistische samenleving. Maar een
Moslim mag een Moslim blijven die de Soefi's
bezoekt en terugkeert van Mekka alleen maar
om te participeren als een volmaakte en
geheiligde gelijke in hetzelfde spel van de
orde waar we het over hadden en waar we
beiden bij betrokken zijn. De filognosie
bindt de verschillende religies en
persoonlijke geschiedenissen van
zelfverwerkelijking samen in de
gnosis, in de kennis van de geest, in
de persoon van God en in de feitelijke
werkelijkheid van de tijd in relatie tot het
krachtveld van de ether en het leven waar we
mee te maken hebben.
Hoe
zit dat nou met al die goeroes en
leraren?
Je
hebt ze inderdaad in soorten en maten. De
basisdualiteit voor hun indeling wordt
gevormd door het verschil tussen de
discipline en de bron van de kennis. Wat
betreft de bron van de kennis zijn er drie
soorten leraren: de medegelovigen die meer op
basis van gelijkheid met raad en daad
bijstaan en je met voorbeeld en inspiratie
inwijden in het veld; de leraren van de in
opeenvolging overgedragen geestelijke en
intellectuele disciplines en religieuze
tradities die instructie geven; en je hebt de
goeroes van binnenuit die je kent via de
geschriften. Deze drie verschillende typen
leraren kennen ook drie verschillende
disciplines, zodat je in feite negen
verschillende soorten van goeroe-disciplines
of afzonderlijke leermeesters voor de
geestelijkheid hebt. De drie disciplines zijn
die van wat de Indiër brahman,
paramâtma en bhagavân
noemt: het onpersoonlijke, het lokale en het
persoonlijke met God. Zo krijg je dan de
tabel hieronder weergegeven. De leraren die
je inwijden zijn allereerst, als het je
ouders niet waren, de therapeut die je
respect bijbrengt voor jezelf, de ander en de
algemene regels; dan is er de new ager die de
principes van het ware zelf introduceert en
je leert te mediteren; en vervolgens zijn er
de filognosten en andere vertegenwoordigers
van spirituele tradities die je liefde voor
de structuur van de kennis in het algemeen en
de orde van de tijd bijbrengen, zodat je een
leven hebt met de regulerende beginselen.
Geleidelijk aan, met vallen en opstaan en
zich heroriënteren ervaring opdoend,
ontwikkelt zich met deze categorie van
hulpverleners een eigen weg en een stabiele
omgang en cultuur van instructie.
Die
feitelijke instructie is afkomstig van
degenen die, meer formeel als leiders, het
intellect, de verlichting en de traditie
vertegenwoordigen: ten eerste, de professoren
en andere leraren en denkers van de
wetenschap en de wetenschappelijke
verlichting die allereerst bij de zoeker een
nuchtere zin voor het juiste argument en de
feitelijkheid bevorderen; dan zijn er de
spirituele filosofen en mystici van de
geestelijke soort van verlichting die je
leren in die zin op eigen benen te staan en
verantwoordelijkheid te nemen voor de kennis;
en tenslotte zijn er dan de theologen,
priesters en leraren van het voorbeeld in
erfopvolging (de z.g. paramparâ
âcârya's) die je invoeren in de
heilige geschriften en de cultuur van het
behoud, ofwel de religie van het zich steeds
weer opnieuw verbinden in ritueel, bezinning
en gebed.
De
leraren van binnen zijn christelijk gezien de
Vader, de Zoon en de Heilige Geest, maar
filognostisch zien we ze meer als de
verschillende aspecten van God van schepping,
behoud en vernietiging. Daarbij
vertegenwoordigt de Heilige Geest of de
Absolute Waarheid het principe van de
Schepper terwille van een manier van denken
die je kan delen - de homologie; staat de
Zoon voor het principe van de Vernietiger die
de obstakels van het geloof, het karma,
wegneemt; en staat de Vader voor de Behouder
die, ongezien vanuit het voorbije, je
stabiliteit van bewustzijn, cultuur,
welvaart, geluk, omgang, gemeenschapszin en
duurzaamheid brengt. De laatste drie worden
uitsluitend gekend via de geschriften en
vereisen, opdat je met God van binnenuit kan
leven, een zekere leergang met de voornoemde
groepen leraren. In india zijn die
geschriften de drie keer zes bijbels of
Purâna's van Vyâsadeva die
naast de s'ruti van de op de rituelen
gerichte Veda's en op de filosofie gerichte
upanishads, de smriti-kern van de in
de verhalen herinnerde hindoe-cultuur vormen.
Een uitzondering op deze regel van
schriftuurlijke sturing vormt de incarnatie
van de Allerhoogste Heer, de z.g.
avatâra, die afhankelijk van de plaats
en tijd steeds weer een andere gedaante
aanneemt om de hele zaak van al deze leraren
weer terug in goede banen te leiden. Alleen
in Hem is er volkomen heugenis,
continuïteit en beheersing van de
velden, de kennis en de materie (zie ook de
definitie van leraar/goeroe/filognost).
Kan
je voorbeelden geven van deze soorten van
leraren?
O.k.
Freud was een van de eerste echte
psychotherapeuten. Van hem leerden we op ons
hoede te zijn met tijdschema's, met stelling
nemen tegen de 'Vader' en met seksuele zaken.
Osho Rajneesh, de goeroe uit Poona, was de
peetvader van de new age die zich als een
gelijke vriend opstelde. Tijdelijk werkzaam
in een new-age meditatiecentrum dat was
ontstaan n.a.v. zijn predikingen, vond het
idee van de filognosie in 1993 zijn ontstaan,
in eerste instantie als een manier om
regelmatig samen te praten en te mediteren.
De avatar Sathya Sai Baba is met Zijn
multiculturele sarva-dharma benadering
een schoolvoorbeeld van een filognost in de
religieuze zin, van iemand die, met veel
liefde voor de integratie van de kennis op
vedische basis, je voorbereidt op de traditie
en de geschriften. Van Hem b.v. is de
dagindeling in vier keer zes afkomstig
evenals een verzameling van z.g.
vahini-boeken
waarin Hij de vedische cultuur op Zijn manier
introduceert. De griekse filosoof Socrates is
een van de grote geestelijk leraren die de
basis legde voor de moderne westerse
wetenschap. Van hem komt het principe van
deze dialoog. De indiër Krishnamurti is
een typische filosoof van de verlichting in
spiritueel opzicht die veel instructie gaf en
zo bijdroeg in de motivatie voor de
regulerende beginselen, en Swami A.C.
Bhaktivedanta Prabhupâda is het
schoolvoorbeeld van de leraar der bevrijding
in toegewijde dienst, de monnik, de
âcârya of leraar van het
voorbeeld, die de mensen liefde voor zowel de
hervormingsgezindheid als de traditie van het
vaishnavisme, de vishnu-cultuur bijbracht.
Van deze traditionalist hebben we
Vyâsa's boeken gekregen, zoals ze zijn,
compleet met het Sanskriet erbij.
Vader,
Zoon en Heilige Geest kennen we in abstracto
van het Christendom, maar als personen kennen
we ze van de Hindoes die er in de achttien
bijbels - de Purâna's - van
Vyâsâdeva, zes voor iedere
halfgod, Vishnu, S'iva en Brahmâ tegen
zeggen. De laatste van binnenuit-cultuur van
zelfverwerkelijking is typisch de indiase
manier om de diversiteit van de verschillende
disciplines gestalte te geven in eindeloze
reeksen verschillende tempels, tradities,
heilige personen en leerscholen.
Hoe
moet ik denken over dat idee van de ether
waar je regelmatig aan
refereert?
Je
moet de ether zien als het krachtveld van het
universum in het formaat van een
sterrenstelsel, dat de sterren, en zo ook
onze zon, de maan en de aarde bijeen bindt in
hun gezamenlijke omloop rond het zwarte gat
in het midden van de melkweg dat ook wel als
een gouden berg, de berg Meru, wordt
voorgesteld in de geschriften. Het is een
berg van sterren in het midden die we ook
door de telescoop kunnen zien in andere
sterrenstelsels die er soms ook, astronomisch
en vedisch ouder zijnde, als een gouden ei
uitzien. Het krachtveld van de ether is de
eenheid of de overkoepeling van alle krachten
die op ons van invloed zijn in de
materiële wereld. Zo zijn er in feite
drie vormen van de ether: die van de lineaire
tijd van de expanderende universa in de
tijdruimte en die Mahâvishnu ofwel
Kâranodakas'âyi-vishnu
vertegenwoordigt; die van het sterrenstelsel
of dit universum die staat voor de cyclische
tijd, voor de cakra van de Vishnu die
Garbhodakas'âyî-vishnu wordt
genoemd en als derde die van de lokale orde,
de normale radio-ether van de planeten en de
zon die Ks'irodakas'âyi -vishnu heet.
Het gaat erom die eenheid van Vishnu
harmonieus te ervaren, en om die reden is het
je dan ook geraden om, naast de orde van de
zon en de maan zoals besproken, de
sterrenhemel te achten door je verjaardag
ieder jaar twintig minuten later te vieren
of, minder ego-gericht, het galactische
nieuwjaar te vieren dat vanaf het jaar 2000
middernacht (van 6-7 juli het dichtst bij het
centrum) ieder jaar zo'n twintig minuten
later valt. In relatie tot die cakra-orde, de
orde van het grote wiel, dat heer Vishnu bij
de Hindoes als een wapen hanteert, moet je
proberen Zijn geestelijke orde te achten, de
orde die Vyâsa ons met zijn boeken
bijbrengt. De Heer, als onze geestelijk
leraar van binnen, is het geluid in de ether
en je moet Hem zelf ook zien als de
verpersoonlijking en persoonlijke integriteit
ervan, evenals dat je de ether zelf weer moet
zien als Zijn aanwezigheid. In het
Bhâgavatam staat ook dat Hij, de
Ongeziene, zichtbaar is in de vorm van de
sterrenhemel. De draaiing van de
sterrenhemel, de z.g. roodverschuiving, en de
z.g. zwaartekracht-lens-werking om sterren
heen, vormen naar Zijn lineaire, cyclische en
lokale Tijd, dan ook het bewijs van het
bestaan van de ether als zijnde het effect
van de eenheid van het krachtveld ervan, om
precies te zijn. Dhruva b.v., een vedisch
heerser uit het
Bhâgavatam
(zie 4.8
& 9),
kwam tot realisatie in de relatief korte tijd
van een paar maanden door te mediteren, op
het ene been, op de in de ether verenigde
geest, met voor ogen de sterrenhemel, de
cakra-orde, de orde van de tijd van Vishnu.
In de yoga gaat het om deze beheersing van de
lichaams- en geesteskracht in de ether.
Respecteer daarom de cakra-orde van de ware
tijd van de zon, de maan en de sterren en
waak tegen de sleur van het lineaire,
commerciële en vertroebelende misbruik;
het is de natuurlijke orde met de ether die
je de beheersing geeft van Vishnu, de
beheersing die alle andere vormen van
beheersing te boven gaat. Ook de vedische
drievoet, de gâyatrî, die
we bespraken helpt je te denken aan de
vereniging en harmonie met de ether in je
respect voor de natuurlijke verhoudingen van
de tijd die het effect van die grote kracht
in de natuur vertegenwoordigen. Daarom doe je
die mantra drie maal daags als je goed bezig
bent met yoga-oefeningen en andere
devotionele activiteiten in de sfeer van je
vereniging, in de sfeer van dat veld van
handelen. De ether heet ook het eerste effect
in de schepping te zijn van de Heer die de
vorm aanneemt van de Tijd
(S.B.
11.22:
19,
en in de
Brahma-sûtra,
pada
3.1, 1-7);
het is een basiselement van de schepping dat
deel uitmaakt van de Absolute Waarheid. Je
kan er eigenlijk alleen maar respect voor
hebben; die zaak naar je hand willen zetten,
er een zeker voordeel mee willen behalen in
materiële zin, heeft geen zin. Maak van
je verjaardag b.v. een vrije dag. Het
nevenmotief met de krachtbeheersing is de
duistere kant, vermijdt die, want dat bereidt
je een val, je raakt erdoor begoocheld. Dat
is de betekenis van absolute waarheden; je
moet de zaken gewoon zien en respecteren
zoals ze zijn in de natuur. Nuchter blijven
is het gebod der transcendentie.
En
hoe zit het met de emancipatie van karma naar
dharma?
Er
is verlichting en bevrijding, burgerplicht en
de weg van de toegewijden. Laat het me je
uitleggen. Verlichting is niet enkel het
vanuit jezelf redeneren zoals we in het
Westen wel eens denken, het is het
eindresultaat van het opgeven van verlangens,
waarin het hele gewicht van je materiële
zorgen van je af valt en je letterlijk dan
lichter bent. Natuurlijk draag je een lading
met je mee van gewoonten waarin je verlangens
koestert. Dat noemen we karma. Het karma is
het verstrikt zijn in baatzuchtige
handelingen, het werk dat je doet voor het
resultaat, het verlangen naar een effect,
naar succes, geld, aanzien, seks en al de
overige materiële beloningen van je
dromen. Maar in de verlichte staat lijken die
beloningen meer op een last. Men heeft zijn
instelling of denkmodel veranderd en heeft
daardoor een andere waardering voor de
dingen. Een dergelijke paradigmaverschuiving,
welke de japanse Zen-boeddhisten
satori noemen, kan een plotselinge
ervaring zijn. Plotseling zie je dan de
wolken van beide kanten. De werkelijkheid
blijft hetzelfde, maar het gezichtspunt
verandert. Vandaag gelooft men met het
relativisme dat het element van de ether niet
bestaat, maar morgen kan men de ether
gerespecteerd en bevestigd hebben gekregen
middels wetenschappelijk empirisch bewijs en
zo dan verder borduren op het vedisch
beheerste paradigma van de filognosie dat wel
uitgaat van het verbindende element, en aldus
een beter leven hebben van respect voor het
universum.
Maar de
leraren leren ons dat de verlichting enkel
maar een begin vormt, je bent werkelijk
alleen maar bevrijd als je er in slaagt die
zaak van het niet verlangen en gezegend zijn
te dienen. De zaligheid, de uiteindelijke
staat van bewustzijn, geluk en eeuwigheid
beoogd in de emancipatie, in het proces van
persoonlijke wording, wordt bereikt door het
dienen van die zaak. En zo worden de
verlichten stap voor stap toegewijden langs
de weg der geleidelijkheid.
Er is ook
de snelle weg van het je aansluiten bij de
monniken en het allemaal in één
keer laten varen van je materiële
zorgen. Alle verlangens krijgen opnieuw
richting in de dienst aan de Heer dan, maar
het eindresultaat is hetzelfde. De bevrijde
monniken en nonnen moeten ook worstelen om
verlichting te vinden met het gebonden zijn
aan de orde van hun dienstverlening en zo kan
je, in zekere zin, dat ook wel weer als de
langzame weg zien. Je moet je eigen weg
vinden, je svarûpa, je
oorspronkelijke positie van dienstverlenen in
het bevrijd zijn in de toewijding en het
verlicht zijn in het niet-verlangen. Niet
enkel de monniken zijn toegewijd. Iedere
serieuze volwassene is van een soort van
toewijding met een zekere wetenschap van
respect. Dit kan diep ingeprent zijn in de
ziel als een essentieel kenmerk van de
identiteit dat vanaf de geboorte aanwezig is.
De realisatie van deze svarûpa
of oorspronkelijke identiteit van
dienstverlenen naar het dharma is het doel
van het emancipatieproces. In dit proces
leert men het om te luisteren naar de
geschriften, de liederen te zingen die de
persoon van God hooghouden, zich de
Handhaver, de Heer, te heugen; het instituut
van dienst te zijn, zowel als de leermeester,
de toegewijden als de vorm van God die men
gekozen heeft; de gebeden en de mantra's op
te zeggen; een vertrouwde vriend te worden en
tenslotte in volle overgave de goeroe naar de
leringen van binnenuit te accepteren. Men
zegt dat je hem eerst voor je ziet, dan zie
je hem binnen in je en dan wordt je dat deel
van Hem dat je altijd al was, namelijk je
svarûpa.
Wat
zijn de belemmeringen?
Simpel
gezegd je gehechtheden. Als een jong
volwassene, maar ook later, bestrijd je je
gehechtheid met regulatie, in achting voor de
orde van de tijd; het verlangen, de
lust, de seksuele gehechtheid overwin
je geleidelijk aan middels regulatie. In het
vrijwillig aanvaarden van de frustratie van
de lust, heeft men zoals gezegd een geest van
boete nodig. Het verlangen naar geld
wordt afgeroepen door de economie. De
samenleving belast de geldverdiener en dwingt
hem ertoe zich verantwoordelijk te gedragen
met de ruilmiddelen. Geld en
verantwoordelijkheid, middel en doel, moeten
gekoppeld. Geld vormt een last, een
verantwoordelijkheid welke, zoals ook Jezus
dat bevestigde, een ernstige hindernis kan
vormen in je gang naar de hemel. Dus is dit
gereguleerd. In de bijstand mag je niet meer
dan zoveel bezitten, met een eigen zaak mag
je niet de belasting ontduiken en met een
salaris moet je ervoor oppassen dat je
hypotheek niet te hoog uitvalt. Aldus
bekommert men zich gepast om de
materiële behoften en verlangens. Ook is
er de religie om je op te linken en je
helpen te herinneren aan de schriftuurlijke
waarheid die je geneigd bent te vergeten in
je materiële bestaan. Hou je focus is de
boodschap in de vroege stadia van de
emancipatie. Ook het opdragen van de arbeid
aan de zaak der transcendentie vormt een
belangrijke richtlijn. Het baatzuchtig ego
kan haaks staan op de geestelijke motivatie,
en daarom is er het zich verenigen in het
werken voor het goede doel als een
vrijwilliger. ten minste een deel van je tijd
moet je eraan besteden, alleen maar om de
poort naar de hemel open te houden en
gemotiveerd te blijven terwille van de
levensvreugde die je deelt met alle levende
wezens. Maar die bevrijding houdt dus
ook in het bewust tegengaan van het
tijdsysteem van geld verdienen en conflicten
hebben in politieke tegenstellingen. De
burgerdeugden alzo, van het reguleren
van de lust, de economie, de religie en de
bevrijding, werken enkel progressief als men
de eigenlijke orde in gedachten houdt. De
religie biedt de cultuur, de traditie der
heugenis, de bevrijding biedt de
oorspronkelijke orde van de natuur en de
menselijkheid, van de filognosie dus, als een
keuzemogelijkheid daarnaast die men dan van
dienst moet zijn als men ook, dan wel
uitsluitend, onbaatzuchtig zijn bijdrage wil
leveren in de samenleving. Als je dat niet
doet zal je een slachtoffer zijn van de
moderne neurose met al de psychische
symptomen van een lage zelfwaardering,
onbeheerste emoties, angsten en wat al niet.
Over het algemeen is het goed om in gedachten
te houden dat de hindernissen van de cultuur
(seks, geld, vergeten en ego), van de natuur
(de geaardheden, het klimaat, rampen) en als
gevolg van je eigen gebrek aan discipline (je
ongeloof, je psychologie) moeten worden
overwonnen.
Dus
om dit gesprek samen te vatten: emanciperend
met de burgerlijke deugden, moet ik het spel
van de orde spelen met achting voor de ether,
de leraren en de hindernissen?
Ja,
zo is dat met het georganiseerde respect voor
de persoon in zowel de zin van de volwassen
zelfverwerkelijking als in de religieuze zin.
Er is geen scherpe grens te trekken tussen de
twee. Het ene leidt tot het andere. In
politiek opzicht echter zijn de dingen nog
niet allemaal gezegd. Dat is de laatste
dialoog.
Dialoog
zes III-b: Retoriek
Nu
moeten we de noodzaak en de manier bespreken
van het verdedigen van wat werd gerealiseerd
in de voorgaande secties. We moeten de
aangelegenheid van de filognosie afronden en
tot een samenhangend begrip komen. De zaak
moet worden uitgedragen en verdedigd. De
praktijk wordt de retoriek genoemd: de manier
waarop we erover spreken, niet enkel zoals we
indruk maken en overtuigen, maar zoals we het
in gedachten houden als een
standaardgebed.
Noodzaak?
Moet ik dan prediken?
Ja
en nee. Ja het is noodzakelijk er anderen
over te vertellen voor zover ze er open voor
staan, omdat, met het helpen van anderen je
jezelf zal helpen, maar prediken moet je
niet; je mag het doen, maar je kan maar beter
praten als je welkom bent met je wetenschap.
Leg nooit de liefde op die zijn armen open
moet houden. Je mag verdedigen en helpen
verdedigen, dat is het Koninkrijk Gods, maar
wees er voorzichtig mee jezelf naar voren te
plaatsen, dat kan resulteren in het tegendeel
waarin je tegen je eigen gelding oploopt.
Ware liefde is de liefde van God op deze
manier. Liefde is liefde in vrijheid en
vertrouwen, gezegend zijn degenen die het op
zich af zien komen, zo stellen de klassieken
het. De filognosie ervan moet stap voor stap
deel van je identiteit worden. Zo moet het
uiteindelijk ook deel gaan uitmaken van ons,
van jouw en mijn, schoolsysteem. Maar met het
doordrukken ervan, moet degene die van
verlangen is en er mee aanvalt, altijd weer
terugkeren naar waar hij vandaan kwam en daar
zijn vrede dan vinden. Niet de verovering van
de aarde is de bedoeling, maar de verovering
van de hemel. Dat is waarin je je verlossing
vindt. Dit is aldus je eer, dit is je
verdediging. Wees er dus trots op, maar wees
voorzichtig met formaliseren. Als je het
allemaal wilt formaliseren met heersende
instituten mag dat niet ten koste gaan van de
dynamische natuur en keuzevrijheid van jou
als een individu zowel als van anderen die
met zichzelf gelukkig zijn naar eigen
standaarden. Zie het meer als een systeem van
bidden, het gebed om een leven te hebben als
een normaal mens die een model kan zijn, een
baken voor anderen. Verwacht daarom niets en
wees blij met wat je hebt, probeer het niet
te winnen, wees een winnaar.
Dus
nu moet ik gaan bidden?
Laten
we zeggen dat bidden betekent dat je de geest
stuurt terwille van de zaak van de
filognosie.
Wat
is dan het gebed van de filognosie? We
bespraken zo veel onderwerpen dat een hele
Bijbel nog niet genoeg lijkt, nog niet eens
een stapel van al de heilige boeken die er
zijn in de wereld. Hoe moeten we dan de zaak
afronden?
Laten
we vasthouden aan de basisdingen. Het gebed
ingesteld op de basiswaarden luidt als
volgt:
'laat vrede met de natuurlijke orde,
over de wereld heersen met respect voor de
waarheid,
alles met een ieder delend in matiging,
trouw aan de zaak der eenheid'.
Filognosie heeft betrekking
op het vinden van stabiliteit met de ziel in
achting voor de orde van de tijd en het
krachtveld van de ether. In dit verband
moeten we nog een aantal zaken meer in
gedachten houden. Op de eerste plaats
impliceert de tijd een dynamisch levend
universum. Het betekent dat in feite geen
fixatie zal volstaan, precies zoals het is
met een mechanisch gebed dat zonder begrip
uitgevoerd zo goed als nutteloos is. De orde
van de tijd is per slot van rekening de orde
van de zon, de maan en de sterren recht voor
ons, ongeacht wat we er ook over denken. De
wolk van gedachten noemen we de relatieve
waarheid, de eigenlijke werkelijkheid is die
van het door God gegeven dynamische universum
dat we met de eenheid van de ether het
absolute noemen. Zolang we met onszelf als
stille getuige alles in beweging zien is dat
de absolute waarheid, gaan we uit van
fixaties, van materiële vormen die
slechts relatieve waarheden zijn, dan hebben
we illusies. Ieder beeld van God vormt dan
ook een illusie als we niet die levende God
en die stille getuige met zijn kennis,
eeuwigheid en geluk erachter ontdekken;
wegbewijzering als de cakra-orde mag
natuurlijk, of neen is zelfs geboden, maar de
persoon moet worden gekend.
Dus
allereerst maken we een onderscheid tussen de
relatieve en de absolute
waarheid?
Juist,
de Heer is de Tijd van het universum en niet
zozeer de tijd die we ervan maken; die
eigengereide tijd is meer wat men heeft met
de politieke 'halfgoden', door wiens
bemiddeling we een aanpassing aan de
oorspronkelijke, volledige orde krijgen. God
is de oorspronkelijke orde, de liefde van de
goedheid in de natuur zoals die in z'n geheel
is. Als we erin mislukken dat dynamische
geheel te respecteren vanwege onze fixaties
en vooropgezette ideeën, verkeren we in
staat van illusie. Het basisprobleem is dus
de ontkenning van de fout die we geneigd zijn
te hebben als we vasthouden aan onze
menselijke begrippen van relatieve waarheid,
het mechanisme wordt 'de psychologie van het
ontkennen van de fout' genoemd. Vanwege dat
mechanisme is er de misère van het
hebben van een leven in de materiële
wereld dat vol van strijd is in het
gepolitiseerde valse ego van het zich meer
identificeren met de fixaties dan met het
voorwerp van de fixaties en de eenheid van en
met de ether erachter.
Dus
fixeren we ons op de verandering en
veranderen we dan niet in die
fixatie?
Precies,
de politiek gaat allemaal over orde. In het
politieke debat relativeert men zijn begrip
van orde in tegenstelling tot een ander
begrip. Succesvolle politiek is de politiek
die weet heeft van de absolute waarheid
achter al deze praktisch noodzakelijke
discussie. Succesvolle filognosie houdt in
dat we rekenen met de verschillende opties
van wetenschap, spiritualiteit en religie.
Dat houdt in dat we, ons verhoudend tot God
in de vorm van de tijd en de ether,
fundamenteel uitgaan van de vier posities van
ons fixeren op de waarheid wat betreft de
orde die we reeds in de eerste sectie over de
methode realiseerden met het juist
argumenteren. Dit is geen nieuw inzicht; dit
werd vijfduizend jaar geleden reeds
hooggehouden door de wijze Vyâsa in de
Bhâgavata Purâna (in
11.21:
10).
1)
Men kan overeenstemmen door een
klok in te stellen op de zon. Dat
is de eerste wetenschappelijke optie van
het extern valideren van de klok
om
er een tempometer van te
maken.
Deze optie is hoogst efficiënt; men
verspilt zijn energie niet aan afwijken en
het rationaliseren ervan, maar het bezorgt
je een compleet andere geest en cultuur.
En dat kan tot onaangepastheid leiden als
men geen rekening houdt met de bestaande
cultuur van een regeld en overeengekomen
afwijken en compenseren. Dat is het risico
van deze optie van het in zijn geheel
overgaan tot een ander paradigma.
2) De
tweede optie is die van
vergelijken. De natuurlijke tijd is
de these van onze oorspronkelijke natuur
en de standaardtijd is de praktische en
culturele antithese van de relativiteit.
Het tegenargument luidt dat het relatieve
van de standaardtijd op zich een eindeloos
debat geeft zonder een autoriteit. Daarom
moet de conclusie luiden dat de
standaardtijd alleen kan worden aanvaard
met de autoriteit van een tempometer
die de positie van de zon weergeeft.
Samengevat zeggen we dan dat de tijd het
best wordt beheerd met twee klokken en
niet met een: een meester-tempometer en
een slaaf van het maatschappelijke
verstrikt zijn in pragmatische argumenten.
Zolang de hond is aangelijnd kan het
beestje geaccepteerd worden: het systeem
als een noodzakelijke gevangenis van
compensaties waar we niet zomaar buiten
kunnen.
3)
De derde optie is die van het
vertoog. In het politieke,
wetenschappelijke en spirituele vertoog
kan men een geest handhaven, een wolk van
gedachten die het verschil compenseert dat
de cultuur met zijn valse absoluten vormt
met het absolute en onweerlegbare van de
natuur haar dynamische werkelijkheid. Om
die reden spreken we zoals de Hindoes dat
doen van het politieke tijdperk van de
redetwist. Door debat, door een bewuste
moeite terwille van de rede en de logica,
compenseren we onze mislukking het
dynamische van de natuur te volgen. We
zijn gebonden aan het kruis van de fixatie
van de cultuur. We hebben een overeenkomst
nodig, een vaststaande orde van de tijd.
Die gehechtheid vormt een bedreiging voor
onze geestelijke gezondheid en
intelligentie, omdat de gehechtheid leidt
tot hartstocht in ontkenning van
alternatieven en de hartstocht zelf leidt
tot de agressie van het vastzitten in de
illusie van de dode materie; de agressie
die zich zo manifesteert in oppositie
overtreft het onderscheidingsvermogen en
leidt aldus tot verbijstering. Aldus moet
de constante moeite om redelijk te blijven
met dat mogelijke mislukken van jouw en
mijn geheugen en intelligentie, zich
uitdrukken in vertogen en hij die
agressief wordt is de verliezer; men moet
het constant bespreken om zich te
verzekeren van de rede en de logica die de
persoon recht doen die we van origine
waren, nog steeds zijn en zullen moeten
zijn. De rede is de weg.
4)
De vierde optie is die van het
geritualiseerde respect. Door
plechtigheden van een sportieve,
religieuze aard of een andere soort van
formaliteit - zoals het buigen voor een
judo-gevecht of het heffen van de kelk in
een heilige mis, of het uitdelen van een
eremedaille aan een oorlogsheld -, kunnen
we ons verzekeren van het respect dat we
voor elkaar en voor de Heer, of de held
die we vereren, moeten hebben als zijnde
manifestaties van de wil en de natuur van
God. Hoe regelmatiger dit respect wordt
betoond, hoe beter het is. Het is namelijk
het gebrek aan respect voor de persoon
waar we onder lijden als we er niet in
slagen het onpersoonlijke van God te
dienen in de vorm van het absolute van
Zijn natuurlijke cyclische tijd van de
ronddraaiende zon, maan en sterren en Zijn
eenheid in de ether. Aldus herstellen we
middels een geritualiseerd begrip van
viering dat respect bewust en
vergevingsgezind met die oorspronkelijke
zon, maan en sterren waaronder we geboren
werden met onze feilbare materiële
natuur van een bepaalde cultuur. In dit
verband spreken we van genade, vergeving
en verlossing. Dit is de vierde
optie.
En
dit is dan wat we aan de mensen uitleggen? Is
dat niet te ingewikkeld
allemaal?
Ja
het is ingewikkeld, maar dat is de
werkelijkheid die we moeten accepteren als we
trouw aan de methode gewetensvol tot een
conclusie willen komen. Dit is het begrip dat
we nodig hebben. Het respect voor de persoon
waar we op uitkomen met onze systematische
benadering van de filognosie houdt in dat we
te maken hebben met de complexiteit van een
paradox. De persoon is in essentie uniek,
niet enkel spiritueel maar ook materieel in
zijn eigen genen, en iedere ontkenning
daarvan leidt vroeg of laat tot een
overtreding van foute toeschrijving, van een
verkeerde categorisering. Aldus hebben we in
een systematische vorm van respect het
probleem dat met het voorspelbaar zijn in
formele afspraken het unieke van de persoon
het gevaar loopt te worden verwaarloosd. Maar
het probleem kan worden opgelost. Het
voorspelbare unieke waar we naar uitkijken is
precies de stand van zaken in het universum.
Het zonnestelsel is als een klok met negen of
acht wijzers: op ieder moment definieert het
volmaakt het unieke van het moment terwijl
het nog steeds volmaakt voorspelbaar is bij
de wetten van Newton. Het is daarom niet
noodzakelijk om het unieke af te dwingen door
Newton te ontkennen met kwantummechanische
overwegingen van energetische onbepaaldheid.
Dat is wetenschappelijke overkill. Newton is
perfect voor mensen die zich normaal gedragen
op een normale planeet. We moeten met de
benen op de grond in contact staan met de
planeet en niet wetenschappelijk geobsedeerd
zijn met uitzonderingen op de regel die
alleen maar van belang zijn op een
macrokosmische schaal. Het respect voor de
dynamische tijd van de zon en de maan tegen
de achtergrond van de sterren en de ether
maakt onze levens divers op een interessante
manier, maar is nog steeds voorspelbaar
genoeg om er mee in staat te zijn rekening
met elkaar te houden. We hebben, in de
filognosie met de principes in evenwicht
zijnde met de velden van de burgerdeugden,
inderdaad niet de moeilijke zware sleur nodig
van de lineaire tijd en de erbij behorende
onzekerheidsvergelijkingen om die sleur te
vermijden; laat de rebel in vrede rusten met
de voorspelbaar unieke dynamiek van het
universum. Het waren de fixaties daar tegenin
waar hij tegen vocht, niet de oorspronkelijke
natuur.
Met
het voorspelbaar zijn in dynamisch opzicht,
wat zeggen we dan over de deugden in relatie
tot de velden van handelen en hun orde van de
tijd?
De
burgerlijke deugden worden de gewone man
voorgehouden als degene die betrekking hebben
op de religiositeit, de bevrijding, de lust
en de economie (artha, dharma, kâma,
moksha). Deze zaken vereisen regulatie
met de B, P, C and S-velden van handelen (zie
dialoog
1).
1)
B (van buisiness - artha).
De economie wordt geregeld met het
zakelijk veld dat een kwart van je leven
beslaat: zes uren werk, zes dagen van de
week leveren praktisch gesproken een
zesendertigurige werkweek op waarvan we er
achtenveertig in een jaar hebben (zie ook
dialoog drie en vier). De B-dagen die
extra staan aangegeven op
de
maankalender
zijn er ter contrastering van de S- dagen
van je verenigingsleven. Op deze B-dagen
kom je samen om praktische zaken te
bespreken in de zakelijke sfeer of, als je
op jezelf bent, je te verdiepen in deze of
gene praktische kwestie (zie
Volledige
Kalender van
Orde).
2)
P (van privé -
dharma). De religiositeit is er
vervolgens als een individuele, dagelijkse
plicht om je te verzekeren van de
kwaliteit van je persoonlijke leven welke
gedekt wordt met het privé-veld
waarin men:
a - zorgt voor zichzelf voor de duur van
zes uren actief zijn per dag,
b - waarin men zorg draagt voor de eigen
aard en het lichaam met het zes uren
slapen per dag en men
c - zorg draagt voor de persoonlijke
meditaties losstaande van de omgang die
men heeft in de vereniging, de kerk, de
moskee of de tempel.
De religiositeit bestaat uit het talent je
oorspronkelijke aard en
verantwoordelijkheid terug te vinden. De
natuur en de natuurlijke tijd is de vorm
van God die je aanbidt in de
privé-sfeer. De meeste mensen
mediteren op de tv om een hart te hebben
voor de verhalen van de wereld en
betrokken te zijn met wat er gaande is. Er
komt niet veel ego bij kijken, men
mediteert op de universele gedaante van de
Heer zogezegd in de vorm van Zijn
diversiteit in de wereld, met in het
achterhoofd de stille hoop dat de lieve
persoon van God zijn twee-armige gedaante
voor je zal manifesteren als je vriend in
de strijd des levens. Men is bevrijd,
vindt zijn toewijding, in het hierna
besproken S-veld van de club van je
voorkeur, maar men vindt verlichting in de
privé-sfeer waarin men de
verantwoordelijkheid voor zichzelf
aanvaardt en men afstand neemt van de
wereld. Dit kan alleen stabiel worden
gerealiseerd bij de genade van de controle
van een
klok die op de zon is
ingesteld.
Zonder dat zal het karma-tijdsysteem dat
je in je opneemt middels de tv en de
politieke treintijdenklok je te pakken
nemen met een soapserie b.v. of een film
die je te laat nog uit wil kijken. De tv
is een communicatiemiddel met vele
voordelen, maar kan ook, zoals we al
zeiden, de cycloop zijn, het monster, dat
je opsluit in huis - zoals Odysseus was
opgesloten in de grot - in een vals idee
van eenheid, van vervreemding, eenzaamheid
en illusie. Aldus kan je dit
privé-belang uitleven voor maximaal
zes dagen per week, maar de zevende dag
moet je van respect zijn voor het C-veld
van de sociale cakradagen.
Gehuwde mensen
moeten ervoor zorgen dat ze ten minste
één avond vrij maken om een
goede tijd te hebben met het gezin en
vrijgezellen moeten ten minste
één dag in de week een avond
thuis doorbrengen met een vriend of
vriendin, een verwant of een ander
vertrouwd iemand of, het zonder hen
stellend, ten minste de tv
één dag afzetten om tijd
voor jezelf te vinden in een innerlijke
vereniging met behulp van een goed boek
b.v. Dit zijn de P-dagen op de
cakrakalender die nimmer samen vallen met
de C-dagen van het de stad ingaan. De
cakrakalender is de kalender die de orde
van de maan geprojecteerd op de
zonnekalender weergeeft. Ook moet je op de
vijftiende dag dit veld behartigen maar
dan zonder het materiële ondernemen
van het verrichten van arbeid. Dit is een
dag van extra studeren en vasten in de
privé-sfeer waarop je met je
schema's terugschrikkelt naar de dynamiek
van het universum. Doe je dat niet dan
ligt je levenstempo te hoog t.o.v. de orde
van de maan met 52 i.p.v. 48 weken in het
jaar.
3)
C (van cakra - kâma).
Vervolgens spaar je je vakantiedagen
niet op tot een 'dertiende maand' van vier
weken waarin je dan luiert op een
buitenlands strand aan het eind van het
jaar dat je werkte. Deze afdeling van de
lust van een natuurlijk, ongeregeld
bestaan vrij van culturele dictaten, wordt
geregeld met de zevende en de veertiende
dag van de cakrakalender. Ze zijn ongeveer
ingesteld op de orde zoals we die hadden
met de afgeschafte romeinse, juliaanse
kalender met zijn signaaldagen van een
solaire Ides, Kalends en Nones. De
cakradagen of vakantiedagen gespreid over
het jaar zijn er voor de regulatie van je
lusten. Je gaat zogezegd met de hond
wandelen in de stad en laat het beestje op
een natuurlijke manier zijn rondje
snuffelen. Dit bouwt en onderhoudt de
gemeenschapszin en zo maak je dan vrienden
met de sociale cakradagen.
4)
S (van spiritueel - moksha).
De bevrijding is vervolgens geregeld met
de maankalender op de signaaldagen van de
astronomische maanfasen die contrasteren
en nooit samenvallen met de specifieke
B-dagen ervan. Op deze spirituele en/of
sportieve S-dagen in het clubveld maakt
men een studie van de fixaties. In de vorm
van boeken en liederen, maar ook in de
vorm van verenigingen als de sport van je
voorkeur, acht men de rituelen van de
gefixeerde routines die men erop nahoudt
met het oefenen van het respect; het
respect dat nodig was om terug te keren
naar het begrip van de ether dat werd
vastgelegd door de spelregels, het heilige
boek of een andere fixatie, zoals b.v. een
vaststaande wandelroute. Aldus ben je
bevrijd van alle materialistische
beslommeringen, aangezien je het niet
waagt op deze dagen om toe te voegen aan,
iets te veranderen of het elders te
zoeken. Maar vergissingen mag je altijd
recht zetten. Dit zijn je feitelijke
zondagen van niet naar je werk gaan voor
het geld of om een ander resultaat te
behalen. Je maakt je er dan alleen maar
druk over om samen te komen om je te
herinneren hoe het allemaal behoort te
zijn in het dharma, de
oorspronkelijke plicht naar de aard van de
ziel, in het in de moksha bevrijd
zijn van dat karma, de last, het
kruis dat je draagt in het zakelijke
veld.
In
het kort stellen we: het zaken- en
verenigingsleven brengt met de maan de deugd
van de belangen van het financiële en de
bevrijding in evenwicht; en het private en
het sociale belang brengt met de zon het
deugdzaam zijn met de belangen van het
religieuze en het lustmatige in evenwicht. De
vijftiende dagen zijn er om te vasten en te
studeren en de tweemaandelijkse
schrikkeldagen om feestelijk te zijn. Je
normale werkdagen moeten, zoals ik al zei
dus, in evenwicht worden gebracht met het
voor de duur van twaalf uren actief zijn voor
jezelf en voor anderen en een gelijk aantal
uren van rusten en mediteren voor de andere
helft van de dag. Als je niet zo systematisch
bent, en faalt in het respect voor de
regulerende beginselen, zal je, door de
cycloop worden verslonden, het eenogige
monster dus van de commerciële tv-tijd
van het karmische systeem dat jou als
zelfverwerkelijkend individu diskwalificeert.
Begrijp goed dat dit schema maar een
richtlijn is; als je andere deelnemers hierin
uit de weg wilt gaan moet je alles een dag
later plannen b.v., maar als je iedereen
ervan en ermee wil tegenkomen, ook iedereen
die op een andere golflengte zit, dan is dit
de manier.
Hoe
worden deze regulerende beginselen ook al
weer hooggehouden?
Ze
worden gerespecteerd met het filognostisch
gebed dat zegt: wees waarachtig, zuiver,
boetvaardig en mededogend. Satya, tapas,
s'auca, dayâ. Daar komt het op
neer. Ze staan tegenover de dierlijke waarden
van het eten, slapen, voortplanten en vechten
die de mens niet van het dier onderscheidt.
Soms vertalen we het ook met:
waarheidlievend en trouw, beloven we te
delen en te helpen. Die zin kan je met
iemand anders uitspreken als een soort van
gelofte ter bezegeling van je relatie in de
filognosie. Je kan elkaar dan voortaan
begroeten door cakra! te zeggen ter
herinnering aan de orde van de tijd en de
harmonie ermee in de ether. Als handgebaar
kan je een naar binnen opgestoken wijsvinger
rond laten draaien. Of soms zeg je spiritueel
ook: gewetensvol met de waarheid, vindt je de
liefde met geweldloosheid. Soms zeg je ook
gebiedenderwijs: geen drank of drugs, geen
promiscuïteit, geen gokken, jacht op
geld en geen onnodig geweld vreugdevol zijnd
als een vegetariër. In feite kennen onze
culturen een geschiedenis van het
improviseren op deze basisregels, principes,
geboden en waarden die Christenen kennen als
de geboden van het niet stelen, het niet
begeren maar respecteren, en het niet liegen
noch doden. Het zijn de regels van het
maatschappelijk spel van identiteiten in
ontwikkeling dat wij mensen spelen om goede
mensen te zijn.
Behoren
we ons ook op een bepaalde manier te kleden?
Niet
persé nee, maar in een formele context
kan je de volgende min of meer
wetenschappelijke filognostische, op
observatie
gebaseerde,
kleurencode
aanhouden: zwart voor de intellectuelen
(oorspronkelijk de christelijke clerus),
grijs voor zakenmensen (hun gebruikelijke
uitdossing), rood voor politici (de kleur van
de koning), en beige/bruin voor de arbeiders
(zoals van een overal). Aan de status kan
uitdrukking worden gegeven met groen voor
celibatairen ('groentjes'), wit voor
getrouwde mensen (zoals met een bruid), blauw
voor de teruggetrokken mensen (gescheiden met
een 'blauwtje') en oranje voor onthechte
mensen (zoals een sâdhu in
India). Je kan improviseren met je eigen
stijl van modieus zijn in deze kleuren, maar
je mag het ook groepsgewijs eens zijn over
een bepaalde formele uitdossing met de
statuskleuren voor het hemd en de kleuren van
de roeping voor de broek en het jasje en een
eventuele kraag erbij in dezelfde kleur als
het pak. Zelfs eretekenen als emblemen,
medailles en strepen zijn er mogelijk als de
sociale situatie vraagt om een dergelijke
bevestiging van de identiteit. In het
formaliseren is de noodzaak altijd de
meester en niet een individueel verlangen van
het ego. Men moet waken tegen de mogelijke
valsheid van deze zaken.
Om de zaken
hier recht te doen: er is, wat betreft
verschijningsvormen,
het formele en het informele, het bevrijde en
het niet bevrijde. Vrijetijdskleding is
informeel en niet van de bevrijding, d.w.z.
men is niet rechtstreeks van dienst aan de
zaak, noch gekleed naar een zeker gebod. Men
heeft in zijn eigen tijd het volste recht een
gehechtheid van het ego tentoon te spreiden.
Mensen in uniform zijn formeel, maar ook weer
niet bevrijd. Zij leveren weliswaar dienst,
maar niet aan de zaak van de ook - in de
filognosie dan - formeel bevestigde
differentiatie van identiteiten. De
geüniformeerden mogen niet van
klasse-justitie zijn; ze mogen geen voorkeur
of partijdigheid koesteren. Ze staan in
dienst van de algemene orde in weerwil van
een corrupte persoonlijke identiteit. Ze
ontlenen hun bestaan dus aan een staat (of
noodtoestand) die tegengesteld is aan het
ideaal - en brengen dus mogelijkerwijze, de
misdaad of het terrorisme bestrijdend, deze
met een vals idee van eenheid in gevaar - en
zijn aldus in het gebonden zijn aan het
minachten van individuele verschillen dan
niet van de bevrijde staat. De bevrijde staat
staat altijd in dienst van de eenheid zonder
de verscheidenheid te weerstreven. Dat is wat
we bevrijding noemen en daarom is een formele
uitdossing van een filognost als beschreven,
of een meer klassiek-religieuze of spirituele
verschijning van een autoriteit ter
verdediging van de menselijke identiteiten,
een representatie die we formeel bevrijd zijn
noemen. Er is tenslotte ook nog de groep van
de informeel bevrijde zielen. Ze zijn niet
zozeer uitgedost naar een bepaald formeel
gebod maar komen toch in aanmerking als
zijnde bevrijd omdat ze hun respect tentoon
spreiden als een populaire vertegenwoordiger
in dienst van de zaak van een bewuste
individualiteit en verantwoordelijkheid met
de sociale orde, d.w.z. zij conformeren zich
- zij het ietwat trots en ijdel somtijds -
aan kleding-codes door smokings te dragen,
stropdassen, avondjurken en andere nette en
keurige 'zondagse en feest-kledij of
avondkleding. Gezonde mensen verwisselen
zonder moeite van kleding met een goede
garderobe. Dat is uiteindelijk de norm. B.v.
een politieman kan zijn werk doen in uniform,
thuis in vrijetijdskleding rondlopen, zich
netjes aankleden voor een feest en eveneens
uiterlijk van een positieve geestelijke
identificatie zijn participerend in een
religieuze of spirituele eredienst. Een
dergelijk iemand staat het dichtst bij de
filognostische integriteit van
verschijnen.
Dus
wat is dan voor de orde van de tijd en de
ether samengenomen de
retoriek?
Ter
wille van de natuurlijke orde van de tijd met
de ether in het algemeen zeggen we:
'evenwichtig naar de velden van
handelen overeenkomen, vergelijken, bespreken
of bidden', de keuze wat betreft
de verouderde klok waar een tandwiel aan
ontbreekt om de zon te kunnen volgen is de
jouwe; wees er enkel zeker van dat je jezelf
corrigeert wat betreft de menselijke fout
gehecht te zijn aan feilbare fixaties
(praktisch
corrigeer je je normale klok
één keer per cakraweek om bij
te benen met de
zon).
Schrikkel of verschrik. Compensaties storten
in en geven verschrikking, overeenstemmen is
dus het beste en vereist het schrikkelen van
de dag, de week, de maand en het jaar, maar
dat kan ook weer te afwijkend zijn van wat
anderen doen soms. Wees dus niet een square
en een stijve hark, pas je aan, maar vergeet
je eigen ding niet, en.... hoedt je voor
valse causaliteit, het idee dat er
één enkele oorzaak voor de
dingen zou bestaan; want de tijd is niet
enkel rechtlijnig, maar ook cyclisch rond en
zo zijn er dan ook verschillende vormen van
oorzakelijkheid. De kip en het ei, dat weet
je wel, God en de mens, de evolutietheorie
van Darwin en de bijbelse creationistische
verklaring, enz. Beide causale argumentaties
voor deze dualiteiten zijn waar, niet enkel
maar een. Er bestaat een standaardgelijkenis
wat betreft het hebben van verschillende
gezichtspunten: mensen die God en Zijn orde
omschrijven zijn te vergelijken met vijf
blinden die een en dezelfde olifant
beschrijven. De ene blinde zegt dat het
stevig en compact is, de ander zegt dat het
soepel en dun is, terwijl die daarop beweert
dat het dik en solide is, en die
daaropvolgend weer zegt dat het koel en hard
is en de vijfde verdedigt dat het harig en
dun is. Ze voelen allemaal dezelfde olifant,
maar ieder van hen beschrijft een
verschillend onderdeel: de slurf, de oren, de
poot, de slagtand en de staart. Zo ook is er
één Absolute Waarheid van God,
maar zijn er even zoveel verschillende
gezichtspunten als er humanoiden zijn in het
universum.
En
wat hebben we dan met dit alternatieve
bewustzijn, dit idee van een betere wereld
dat we nodig hebben om depressies te
voorkomen en dergelijke?
Dat
wordt gedekt door de klassieke waarheden van
geloof, hoop en liefde. Hoezeer men ook
verstrikt zij in de compensaties van het
verschillen, bespreken en bidden, er is
altijd de wetenschappelijke overeenstemming
als een ideaal om op te koersen, om in te
geloven, mee te hopen en lief te hebben.
Veroordeel de mensen niet vanwege hun
verstriktheid, noch complimenteer ze ervoor;
vecht met hen tegen illusies, niet tegen hen
met illusies. De betere wereld is de wereld
waarin iedereen ijverig is in dezen, is de
wereld waarin we niet bang hoeven te zijn
voor onze eigen achteloosheid en
onwetendheid. Vecht b.v. niet tegen de
goddeloosheid door de werkelozen goddeloos te
noemen; op de eerste plaats is het mensen
werkeloos noemen een economisch
geïnspireerde illusie van goddeloosheid.
Voor God is er niemand werkeloos. Illusie is
het probleem en onwetendheid is de
aandoening. Materialisme is de ziekte, en de
tirannie van het -isme vormt de corruptie.
Filognosie is de oplossing. En de praktijk
ervan met deze retoriek is de genezing. Geef
het nooit op een dienaar te zijn van de
syncretische visie van de zesvoudige
filosofie die in de grond zegt: methodisch
met de feiten analyseer je de zaken met
achting voor de principes van de
spiritualiteit, zodat je met een systematisch
en vroom respect voor de persoon komt tot een
toepasselijk stel geboden en een praktische
politiek. Dus, keer je nooit tegen de methode
die je het juiste argument aanreikt en de
waarheid duidelijk maakt. Ontken nooit de
feiten, hoewel het paradigmatisch een
uitdaging vormt; wees het nooit moe je
intelligentie tot uitdrukking te brengen -
artistiek of niet - met een analytisch
inzicht; vergeet nimmer de principes waarmee
je tewerk moet gaan in waarachtigheid,
zuiverheid, boetvaardigheid en mededogen;
geef het nooit op het spel van de orde te
spelen zodat je identiteit inhoud krijgt
hoezeer je ook ten val mocht komen; en geef
tenslotte nooit de politiek op van het
leveren van het juiste commentaar dat
aangepast en doelmatig is wat betreft de tijd
en plaats. Je hoeft geen politicus te worden
als zodanig, maar je eer gebiedt het oprecht
te zijn en aldus trouw te zijn aan deze
volledige praktijk van de filognosie. Wees
helder, duidelijk zijn is liefde. Liefde voor
je naaste, is liefde voor jezelf, is liefde
voor God.
Hoe
moet ik dan de duivel
bestrijden?
Door
orde te houden, je te zuiveren van je eigen
vergissingen en zo van het voorbeeld te zijn
zoals beschreven: zing o filosoof, draag de
persoon een hart toe! Maar probeer niet je
Utopia op te leggen, die we nu simpel de
wereld zonder nalatigheid noemen, maar zweer
die ook niet af als zijnde een model waar
anderen vrijelijk voor kunnen kiezen als ze
dat willen. Houd, zoals gezegd, je deur op
een kier, maar sleep niemand tegen zijn wil
je hemel binnen. Per slot van rekening is het
iets vertrouwelijks en persoonlijks, de
bekering en het geloof in een betere wereld.
Denk er altijd aan dankbaar te zijn. Voel je
verplicht tot wat je redde, en blijf je
ontwikkelen in kritische zelfbeheersing met
je fixaties. Wees nimmer al te zeker van dat
schijfwapen van de orde van de tijd, het kan
ook de gebruiker doden. Wees trouw maar niet
dwangmatig, wees progressief, maar niet
offensief of chaotisch. Weet waar je vandaan
kwam en waar je op af stevent. Het moment is
niets dan de realisatie van het verleden dat
de toekomst ingaat. Scheidt die drie niet van
elkaar. Je kent de God van de Tijd op die
manier.
Welke
visie moeten mensen voorstaan om het fortuin
dat ze in het leven zoeken te vinden? En wat
is het gevolg als dat verkeerd wordt
aangepakt?
De
zes volheden van het fortuin (bhaga)
gekoppeld aan de zes filognostische visies
(darshana's), te weten die van de
intelligentie en kennis gekoppeld aan de
nyâya of de filosofie; de macht
gekoppeld aan de wetenschap van de
vais'eshika; de schoonheid gekoppeld
aan de sânkhya of analyse; de
verzaking gekoppeld aan de yoga of de
verbondenheid; de roem gekoppeld aan de
mîmâmsâ of de
religie, en tenslotte de rijkdom gekoppeld
aan de vedânta of de commentaren
van de politiek, vormen in schema gebracht
een aanduiding van wat de consequentie is van
het niet vinden van de juiste definitie van
het fortuinlijke, van het missen van het
juiste evenwicht tussen de volheid en de
visie: men is dan een materialist met een
onevenwichtige of corrupte overtuiging.
De
tabel hiervoor laat de dertig vormen van
onevenwichtigheid van het materialisme zien
die zo te constateren zijn. Het materialisme
kan aldus bezien worden omschreven als een
gebrek aan evenwicht tussen de volheden van
het welzijn enerzijds en de orde van het
leven en denken dat daarbij hoort anderzijds.
Het denken, als het onevenwichtig is in de
velden van handelen en de burgerdeugden,
erodeert tot een -isme, een eenzijdige
opvatting, die, ten koste van anderen, is
gefixeerd op een bepaald idee van geluk dat
juist het gebrek van de opvatting in kwestie
illustreert. Deze -ismen kunnen, politiek de
macht grijpend, ontaarden in dictaturen.
Daarom zoeken we de filognosie van het
evenwicht in dezen. Daarin is de filosofie
b.v. in evenwicht als ze bestaat uit liefde
voor de kennis, maar bouwend op het
machtsidee verwordt ze tot relativisme of
postmodernisme, dat uit de neiging bestaat
om, uit behoefte aan de controle over alles,
alle absoluten die die controle in de weg
staan, weg te wuiven. Zo zijn er in theorie
zes correcte vormen van overeenkomen in
volheid en visie, die in de filognosie
tezamen de fortuinlijke persoon als een
persoon van God definiëren: de kennis
vindt zijn evenwicht in de filosofie, de
macht in de wetenschap, de schoonheid in de
analyse, de verzaking in de verbondenheid, de
roem in de religieen de rijkdom in de
politiek. Alleen in de filognosie, in de
spirituele kennis van de
âtma-tattva, de werkelijkheid en
het principe van de ziel, is er dus volledige
verwerkelijking mogelijk van alle volheden en
visies. Alle overige pogingen om eenzijdig
met een andere volheid een zelfde visie voor
ogen te hebben leidt tot de onevenwichtigheid
van een bepaald -isme dat te herkennen is als
een vorm van materialisme. De
onevenwichtigheid bestaat dan uit een zotte,
of foute koppeling van een volheid van
fortuin - ofwel een kennismiddel - aan het
doel van een bepaalde visie. De corruptie
bestaat dan uit het aanzien van het middel
voor het doel. De onevenwichtigheid is wat we
normaal verdragen moeten van het
materialisme, maar de corruptie is de
verduistering van de visie die bestreden moet
worden. Die tweeledigheid gaat ook op voor de
zes vormen van evenwicht. Ze vormen op
zichzelf staand de -ismen die de
filosofieën zijn van het verdedigen van
een enkelvoudig, en niet
filognostisch-syncretisch evenwicht: kennis
met filosofie leidt idealiter tot
Hindoeïsme. macht met wetenschap leidt
in evenwicht tot Boeddhisme, schoonheid met
de analyse leidt zo tot het Taoisme waarvan
het Confucianisme - ondanks de schoolstrijd -
de retoriek is, verzaking met verbondenheid
leidt verlicht tot gnosticisme of
spiritualiteit in het algemeen, roem op z'n
plaats met de religie leidt tot Universeel
Soefisme en rijkdom met de politiek perfect
samengevoegd leidt tot Vaishnavisme. Daarbij
kent het Hindoeïsme ter bewaking van
haar integriteit nog drie sub-ismen vanwege
haar kastenvalsheid: het Parsisme, het
Sikhisme en het Jainisme. Filognosie behoort
dus niet tot het gnosticisme of Vaishnavisme,
maar het gnosticisme en Vaishnavisme wel tot
de filognosie. De filognosie van de ziel is
inclusief, omvat alles, maar het -isme van
het ego is exclusief, het beperkt zich tot
een enkele bijdrage. Daarom moet de
filognosie ook niet tot een van de vele, meer
materialistische en zotte, -ismen worden
gerekend, ook al maken die er wel onderdeel
van uit als het gaat om het beschrijven van
de zwakheden van het individuele, valse ego
of een collectief Superego. Zo kan de
filognosie b.v. makkelijk ontaarden in
structuralisme als de referentie aan de
klassieke schema's wordt losgelaten en er
teveel op eigen gezag wordt ingedeeld. Dit
treft men b.v. vaak in de psychologie aan,
waar de verschillende indelingen van
persoonskenmerken in de
persoonlijkheidstheorieën zodanig over
elkaar heen buitelen dat men al te makkelijk
kan gaan twijfelen aan het gezag en de
integriteit van die
wetenschap.
(zie verder de
bespreking
hiervan).
Hoe
moet ik dan nu het verleden zien en daarvan
de toekomst?
Cultureel
hebben we de waardesystemen van de
verschillende religies en politieke culturen
die worstelen voor het evenwicht en de
volledigheid. Alles wat er bij komt
compliceert de zaak omdat repressieve
vooruitgang vooruitgang in ontkenning is
hetgeen in het geheel geen werkelijke
vooruitgang is. Vooruitgang houdt in dat je
het volledige ontdekt en in je handelen dekt,
in heel zijn complexiteit, en dat je aldus
stabiel staat in je bewustzijn. Repressie
leidt vroeg of laat tot een val. De god der
vernietiging is er om hindernissen te
overwinnen, de god der schepping is er om
structuur te ontdekken, en de god der
handhaving is er voor de goedheid, het geluk
en de standvastigheid.
Maar
ik bedoel in detail, hoe moeten we nadenken
over ons culturele erfgoed en wat is de
toekomst ervan?
Kort
gezegd hadden we op deze planeet ten eerste
de vedische orde die ons de yoga bijbrengt in
al zijn diversiteit van filosofie,
dienstverlenen en toegewijd zijn; toen hadden
we de Chinezen om ons het evenwicht van de
Tao bij te brengen, de weg met de Yin en de
Yang van de dualiteit in het algemeen en de
zon en de maan in relatie tot het verhelderen
van de ether in het bijzonder - dezelfe
hemellichamen die ondertussen ook werden
hooggehouden door de oude Egyptenaren en de
zuid-amerikaanse Indianen met hun
astronomische respect voor de goden; toen
hadden we de Boeddhisten die het ons
bijbrachten de werkelijkheid zonder het
denken te vinden; toen hadden we de Grieken
die ons de dialoog bijbrachten als de
essentie van de rede waarmee we nu tot een
filognostisch besluit komen; toen kregen we
de parallel daaraan de Joden (en hun
perzische buren) van wie we het leerden te
leven naar de geest van het absolute, meer
dan naar wonderen en andere uiterlijke
manifestaties van God; vervolgens hadden we
Christus die het ons leerde onze last te
dragen in de liefde voor de naaste; toen
leerden we de profeet Mohammed kennen die de
nadruk legde op het belang van het
respecteren van God bij het zuivere van nog
eens de zon en de maan; toen hadden we de
reformatie en de verlichting om ons te
herinneren aan onze persoonlijke
verantwoordelijkheid meer te leven naar de
geest dan naar de letter; en tenslotte
leerden we de democratie kennen als de
uitdaging om het volledige van de
werkelijkheid te dekken van de complexiteit
van onze multiculturele wereldorde. Zo moet
je het verleden van ons mensen op deze
planeet bezien. Het is de worsteling geweest
om tot de samenhang van het viervoudige
begrip van orde te komen waarvan ik sprak aan
het begin van deze laatste dialoog. De
toekomst is er om met elkaar als de mensheid
stabiliteit te vinden door ten eerste in onze
persoonlijke levens de verschillende opties
met de velden van handelen in evenwicht te
brengen en ten tweede in het representeren
van die belangen in de vorm van
overeenkomstige politieke partijen ook daarin
de balans te vinden. De wetgevende macht
ofwel de politiek, zal, zoals we in de tweede
dialoog al zagen, in gelijke mate rekening
moeten houden met de financiële,
nationale, sociale en private belangen in
speciale, naar deze filognosie ingerichte,
kiesgroepen die de nepotistische, politieke
tendensen te boven gaan, zodat de democratie
zijn stabiliteit vindt in een representatief
parlement dat naar behoren is ingesteld op de
uitvoerende macht van de ministeries opgezet
volgens dezelfde belangenverdeling van
statusoriëntaties.
De toekomst is dat we onze identiteiten
zullen kennen en aanvaarden in hun
onvermijdelijke verbonden zijn met het
beroep, de burgerlijke status die samenhangt
met de leeftijd, het abstractieniveau in
overstijging en de individuele graad van
ervaring van het zelf dat via het ego tot
wijsheid komt; en het aldus leren het spel
van de orde ermee te spelen en al de trauma's
te vergeten van de klassenstrijd van de
vroegere nepotistische democratieën en
hun dictatoriale perversies van met name de
twintigste eeuw. Religies zullen er altijd
blijven als klassieke scholen van onderricht,
maar geen van hen zal ooit overwegen in de
wereld. Beschouw ze als de hoofdstukken van
een boek, en probeer dan waardering te hebben
voor heel het boek. Zo ook zullen politieke
partijen nooit individueel de wereld regeren
maar eerder hun plaats en functie vinden
overeenkomstig de basisdualiteit en de
analytische conclusie van de
ondoorgrondelijke Eenheid in verscheidenheid
die ons hart en onze ziel is, onze God, onze
liefde en ons leven in het krachtveld van de
ether.
Ik
dank je Aadhar voor deze allesomvattende blik
op het volledige van de orde van de tijd met
de ether. Het heeft mij vele hoofdbrekens
bezorgd, die complexiteit, maar nu, met de
handreiking van al dit kennisgereedschap, is
het me duidelijk hoe ik de zaken van het
leven op orde kan brengen en houden. Nu
realiseer ik me wat de tijd van mijn leven is
in de zin van het herboren zijn: het is de
realisatie van deze
filognosie.
Bestel
het boek De
Ether Bestaat!

De
site lineair als een perfectie van de causale
illusie:


|