| Deze filognostische presentatie is in aanbouw |
2.2.1 Evolutionaire kringloop en de Systeemtheorie
Inhoud
Het Heelal wordt van binnen naar buiten bestuurd en geleid. Zoals boven, zo is het ook beneden, zoals in de hemel, zo ook op aarde; en de mens – de microkosmos en het verkleinde evenbeeld van de macrokosmos – is de levende getuige van deze universele wet en van haar manier van werken. (Geheime Leer, Deel I, p. 301)
(Engelien Scholtes boek De verborgen dimensie in het werk van Jung en Pauli)
Leven en Dood (5Ddenkraam, Spiegelsymmetrie, Solve et Coalgula, Hoofdroute)
Het artikel De Skandha’s – een kwestie van leven en dood van Cecil Messer bevat een overzicht dat de correlatie tussen vijf skandha’s, die de individuele persoonlijkheid vormen en de zevenvoudige samenstelling van de mens weergeeft. De 'bewustzijnsschil' geeft een aanvulling op deze skanda’s. De 'bewustzijnsschil' kan ook aan de hand van de vijf niveaus Sensation, Awareness, Experience, Self-awareness en First-person experience worden geduid.
Volgens het christelijke geloof ging Jezus terug naar de Hemel om te zitten aan de rechterhand van God de Vader, om zodoende te pleiten voor de gelovigen en mee te regeren. In deze interpretatie van de Bijbel maakte Jezus' hemelvaart de weg vrij voor de uitstorting van de Heilige Geest - hetgeen herdacht wordt op pinksteren - en zal Jezus bij de wederkomst terugkomen naar de aarde, om het Laatste Oordeel uit te voeren.
De kosmos heeft vier dimensies: drie ruimte, één tijd. We leven in een vierdimensionaal ruimte/tijd-continuüm, het eeuwige NU. Het kompaskwadrant en het kernkwadrant worden gebruikt om de 5e dimensie het (Ether-paradigma), de quintessens van het aardse ruimte/tijd-continuüm te belichten. Met behulp van het Ei van Assagioli is het mogelijk de verborgen 5e dimensie te illustreren.
| Rapport E i V: | Theosofie: | Dualiteit in de evolutie | Rapport ‘E i V’, | de natuurlijke kringloop (1 - 3 - 2 - 4): | ||
| Deel VII | Deel V | 1. Goden | 3. Kosmos | Macrokosmos | Tijd-as | |
| 1. Vuur ---- | 3. Lucht | 7. Âtma | 5. Manas | 1. Ruimte, Wat ---- | 3. Oneindigheid, Ruimteloosheid | |
| | | | | | | | | | | | | |
| 4. Aarde ---- | 2. Water | 4.b Kama | 6. Buddhi | 4. Eeuwige NU ---- | 2. Materie, Hoe | |
| Deel IV | Deel VI | 4.a Chaos | 2. Atomen | Tijd-as | Microkosmos | |
| 5e element Ether | ||||||
| (snijpunt van de | diagonalen 1./2. en 3./4) |
Een van de vijf cultuurdimensies, die Geert Hofstede in zijn boek Allemaal andersdenkenden, omgaan met cultuurverschillen bespreekt heeft op de universele normen en waarden ('Goed en Kwaad', natuurrecht, deugdethiek, natural and legal rights, Weltethos, rechten van de mens), die in alle culturen zijn terug te vinden betrekking. Prof. Hofstede: De menselijke natuur is wat alle menselijke wezens met elkaar gemeen hebben. De kwintessens van het verhaal 'E i V' gaat over de verborgen imaginaire 5e dimensie Axis mundi (five-dimensional space), de zingeving van het leven. We moeten er net als het antropisch principe van uitgaan dat de dingen zijn zoals ze zijn, het leven, het ontwerp is zoals het is. In dit kader is het interessant te verwijzen naar de 'De vier wie-vragen' Genen zijn niet belangrijker dan organismen (Richard Dawkins, NRC Handelsblad 22 mei 2004). De vierde vraag gaat over de zin van het leven, de waarde van ons gedrag om te overleven. Om de continuïteit van het leven op aarde voor de mensheid te waarborgen gaat het primair om de eenheid der tegendelen (kwalitatieve as), de hemelse triade en de natuurlijke selectie ('Survival of the fittest'). Het ‘ieder voor zich’ is een doodlopend spoor.
Het Ether-paradigma gaat uit van het in de publicatie Het materialisme weerlegd door Bruno D. Granger & Tjerk W. Muller toegelichte antropisch principe (Engelse versie). Het Antropisch principe (Grieks ἄνθρωπος anthropos = mens) is het door Brandon Carter voorgestelde en door John D. Barrow, Frank J. Tipler en Robert H. Dicke verder uitgewerkte idee dat er een nauw verband bestaat tussen ons menszijn en de eigenschappen van het heelal.
Een nieuw perspectief, een nieuw paradigma ontstaat door de heilige boeken te bestuderen, te herinterpreteren. De verbeeldingskracht wordt daardoor gestimuleerd.
De opstand tegen de efficiency-samenleving (René Cuperus Volkskrant 23 januari 2012)
Zappend kwamik onlangs in een morbide discussie terecht. Een mevrouw uit het uitvaartwezen hield in Moraalridders van Knevel & Van den Brink een pleidooi voor reclame op grafkisten. Dat zou de dood uit de taboesfeer halen. In Nederland hebben we immers overal reclame. Waarom dan niet bij crematie en begrafenis? Reclame op een begrafenis normaliseert de dood, aldus de uitvaartdeskundige. ‘Dood hoort bij het leven; reclame ook. Uiteindelijk is dood ook een product dat verkocht wordt.’
Er zijn wat dat aangaat tegengestelde krachten werkzaam: aan de ene kant de door
de globalisering en Europeanisering aangeblazen schaalvergroting, fusie- en overnamegolf, op basis vanmaximaal efficiency-denken. Aan de andere kant volop kleinschalig ondernemerschap van creatieve individuen. Van de kracht van die laatste hangt af of er voldoende tegenwicht geboden kan worden aan de nu van zijn ankers losgeslagen markt en efficiencysamenleving.
Het valt, hoe dan ook, te hopen dat in de uitvaartbranche het efficiënte, commerciële
grootbedrijf het aflegt tegen zzp’ers of kleinschalig opererende begrafenisondernemers.
Nabestaanden verdienen meer respect. De dood verdient meer eerbied.
H.P. Blavatsky De stem van de stilte III. De Zeven Poorten
Alles is vergankelijk in de mens behalve de zuivere, stralende essentie van alaya. De mens is de kristalheldere straal ervan; een bundel smetteloos licht van binnen, op het lagere gebied een vorm gemaakt van klei. Die bundel is uw levensgids en uw ware zelf, de wachter en de stille denker, het slachtoffer van uw lagere zelf. Uw ziel kan niet worden geschaad dan door uw dwalend lichaam; beteugel en beheers beide en u bent veilig als u verdertrekt en de ‘poort van evenwicht’ nadert.
A.J.H. van Leeuwen: Staande op de drempel tussen Oud- en Nieuwjaar wil ik trachten te bespiegelen over de geestelijke tradities van de Theosofische Verenging, over de eeuwige Waarheden, welke ons zijn toevertrouwd en de Richting, welke ons gewezen werd om het Doel, dat de wáre Stichters zich bij de oprichting hadden gesteld, te bereiken.
Ik zou willen beginnen met een verklaring, welke waarschijnlijk aan velen onzer erg ketters in de oren klinken zal, nl. dat ik — persoonlijk — weinig geestelijke waarde kan hechten aan de zg. theosofische leerstellingen. Daarmede bedoel ik dat hele uitgebreide en ingewikkelde complex van leringen betreffende karma, reïncarnatie, hogere bestaans- en bewustzijns-gebieden, evolutie en involutieprocessen, de leringen betreffende de ketens, rondten, bollen en rassen, de inwijdings-fasen van het Pad, de latente vermogens in mens en natuur, de leer omtrent de chakra's, enz., enz.. Door onze grote voorgangers (ik vind de titel „leider" of „leraar" onjuist en oneerbiedig, want zij hebben ons telkens weer verzekerd, dat zij dat niet wilden wezen) werden zij gegeven als Werk-hypothesen en niet als Dogmata.
Ph. J. Priesman: Evolutie houdt in: doelstelling en "doel" ontleent zijn beteekenis slechts daaraan, dat het nog niet bereikt is door wat ànders, dat zich erheen beweegt.
Maar het Absolute kent niet iets ànders naast zich of boven zich, noch ook beweegt het zich. Wanneer dat Absolute zich dus "openbaart" — en wij kunnen dat eigenlijk niet eens zeggen, omdat een niet-geopenbaard zijn voor ons geheel geen zin heeft — wanneer wij echter, zij 't ook noodzakelijk onzuiver, op onze wijze zeggen, dat het absolute in openbaring treedt, dan kunnen wij niet zeggen dat het daarmee een doel heeft, veeleer moeten wij het heelal als een spel beschouwen. Een spel, niet in den zin van willekeurigheid en daarmee onverantwoordelijkheid tegenover ons, schepselen, maar "spel" in den hoogeren zin van eigen vrije zelf bepaalde of onbepaalde levensuiting.
W.B. Yeatswas admitted into the Golden Dawn in March 1890 and took the magical motto Daemon est Deus inversus—translated as Devil is God inverted or A demon is a god reflected.27
27) Daemon est Deus inversus is taken from the writings of Madame Blavatsky in which she claims that "...even that divine Homogeneity must contain in itself the essence of both good and evil", and uses the motto as a symbol of the Astral Light.
H.P. Blavatsky De Geheime Leer Deel I Proloog (p. 46/47):
Deze tweede stelling van de Geheime Leer betreft de algemene geldigheid van die wet van periodiciteit, van eb en vloed, van neergang en opkomst, die de natuurwetenschap op alle gebieden van de natuur heeft waargenomen en beschreven. Een afwisseling zoals tussen dag en nacht, leven en dood, slapen en waken is een feit dat zo gewoon is, zo volkomen algemeen en zonder uitzondering, dat het gemakkelijk is te begrijpen dat wij er een van de werkelijk fundamentele wetten van het heelal in zien.
De Geheime Leer Deel I, Stanza 1 De nacht van het heelal - Nidana en maya: de oorzaken van ellende (p. 69):
(b) De twaalf nidana’s of oorzaken van het zijn. Elk is het gevolg van de daaraan voorafgaande oorzaak en op haar beurt de oorzaak van de volgende; het geheel van de nidana’s is gebaseerd op de vier waarheden, een leer die in het bijzonder de Hînayana-school4 kenmerkt. Zij vormen een onderdeel van de theorie over de reeks van aaneengeschakelde wetten die verdiensten en schuldenlasten doen ontstaan en tenslotte karma in volle werking laten treden. Deze theorie is gebaseerd op de grote waarheid dat reïncarnatie moet worden gevreesd, omdat het bestaan in deze wereld voor de mens slechts lijden, ellende en pijn meebrengt. De dood zelf is niet in staat de mens ervan te verlossen, want de dood is alleen maar de deur waardoor hij na een korte rustperiode op de drempel – devachan – naar een volgend leven op aarde gaat.
82/83: De ‘verborgen heer’ (Sangbai Dag-po), ‘hij die in het absolute is opgegaan’, kan geen ouders hebben, want hij is zelf-bestaand en één met de universele geest (svayambhu)19, het svabhavat in zijn hoogste aspect. Het mysterie in de hiërarchie van de anupadaka is groot; haar hoogtepunt is de universele geest-ziel en de laagste rang is de manushi-Boeddha; zelfs is ieder mens die een ziel heeft een anupadaka in latente toestand. Vandaar de uitdrukking ‘het Heelal was anupadaka’, wanneer er sprake is van het Heelal in zijn vormloze, eeuwige of absolute toestand, voordat het door de ‘bouwers’ was gevormd. (Zie Afdeling II, ‘Oorspronkelijke substantie’.)
19) Om opnieuw Hegel aan te halen, die met Schelling praktisch de pantheïstische opvatting aanvaardde van periodieke Avatars (bijzondere incarnaties van de wereldgeest in de mens, zoals men die aantreft bij alle grote religieuze hervormers): . . . ‘het wezen van de mens is geest . . . alleen door zich van zijn eindigheid te ontdoen en door zich over te geven aan zuiver zelfbewustzijn bereikt hij de waarheid. De Christus-mens, als mens in wie de eenheid van de god-mens verscheen (de identiteit van het individuele met het universele bewustzijn, zoals dit wordt geleerd door de aanhangers van de Vedanta en sommige van de Advaita), heeft door zijn dood en in het algemeen door zijn geschiedenis, zelf de eeuwige geschiedenis van de geest uitgebeeld – een geschiedenis die ieder mens in zichzelf moet verwezenlijken om als geest te kunnen bestaan.’ Philosophy of History, Engelse vertaling van Sibree, blz. 340.
De Geheime Leer Deel I, Stanza 7 De voorvaderen van de mens op aarde (p. 250):
(a) Deze sloka geeft uitdrukking aan het begrip – zoals elders is verklaard, rechtstreeks afkomstig uit de Vedanta – van een levensdraad, sutratma, die door opeenvolgende generaties loopt. Hoe kan dit worden uitgelegd?
253/254: De mens is zonder enige twijfel fysiek uit het stof van de aarde gevormd, maar hij had veel scheppers en vormgevers. Men kan evenmin zeggen dat de ‘Heer God in zijn neusgaten (van de mens) de adem van het leven blies’, tenzij die god wordt gelijkgesteld met het ‘ENE LEVEN’, alomtegenwoordig hoewel onzichtbaar, en tenzij dezelfde handeling aan ‘God’ wordt toegeschreven ten behoeve van elke levende ziel – of nephesh, die de levensziel is, niet de goddelijke geest of ruach. Laatstgenoemde verzekert alleen aan de mens een goddelijke mate van onsterfelijkheid, die geen dier als zodanig ooit in deze incarnatiecyclus zou kunnen bereiken. De joden en nu ook onze westerse metafysici maakten bij hun begrippen een ontoereikend onderscheid. Zij kenden de mens slechts als drie-eenheid – geest, ziel en lichaam – en konden deze begrijpen en dus aanvaarden. Daardoor verwarde men de ‘levensadem’ met de onsterfelijke geest16. Dit geldt ook rechtstreeks voor de protestantse theologen, die bij het vertalen van vers 8 van Hoofdstuk III van het vierde evangelie de betekenis ervan geheel hebben verdraaid. Zelfs heeft men van het vers gemaakt: ‘De wind blaast waarheen hij wil’, in plaats van: ‘De geest gaat waarheen hij wil’, zoals staat in de oorspronkelijke tekst en ook in de vertaling van de Griekse oosterse kerk.
254: Zo verkeert de filosofische kennis over de relaties tussen de psychische, geestelijke en verstandelijke factoren en de lichamelijke functies van de mens in een bijna onoplosbare verwarring. Noch de oude Arische, noch de Egyptische psychologie worden nu goed begrepen. Men kan ze ook niet in zich opnemen zonder aanvaarding van de esoterische zevenvoudige verdeling – of tenminste van de vijfvoudige indeling volgens de Vedanta – van de innerlijke beginselen van de mens. Zonder deze zal het altijd onmogelijk blijven de metafysische en zuiver psychische en zelfs fysiologische relaties te begrijpen tussen de Dhyan-Chohans of engelen op het ene gebied, en de mensheid op het andere gebied. Tot dusver zijn er geen oosterse (Arische) esoterische boeken verschenen, maar we bezitten de Egyptische papyri die duidelijk spreken over de zeven beginselen of de ‘zeven zielen van de mens’17. Het Dodenboek geeft een volledige lijst van de ‘gedaanteverwisselingen’ die elke overledene ondergaat, terwijl hij één voor één al die beginselen aflegt – die ter wille van de duidelijkheid zijn verstoffelijkt tot etherische wezens of lichamen. Wij moeten bovendien degenen die proberen te bewijzen dat de oude Egyptenaren niets wisten van reïncarnatie en deze niet onderwezen, eraan herinneren dat de ‘ziel’ (het ego of zelf) van de overledene volgens hen in eeuwigheid leeft: zij is onsterfelijk, ‘even oud als de zonneboot, en verdwijnt tegelijk daarmee’, d.w.z. zij bestaat tijdens de cyclus van de noodzakelijkheid. Deze ‘ziel’ stijgt op uit het Tiaou (het rijk van de oorzaak van het leven) en voegt zich overdag bij de levenden op aarde, om elke nacht naar Tiaou terug te keren. Dit duidt op het periodieke bestaan van het ego. (Dodenboek, cvxliii.)
265: (a) De uitdrukking ‘door de zeven werelden van maya’ heeft hier betrekking op de zeven bollen van de planeetketen en de zeven ronden of de 49 fasen van actief bestaan, die de ‘vonk’ of monade vóór zich heeft bij het begin van elke ‘grote levenscyclus’ of manvantara. De ‘draad van fohat’ is de eerder genoemde levensdraad.
265/266: Dit betreft het grootste probleem van de filosofie – de stoffelijke en substantiële aard van het leven; het onafhankelijke bestaan daarvan wordt door de moderne wetenschap ontkend, omdat zij niet in staat is dit te begrijpen. Alleen degenen die geloven in reïncarnatie en karma bespeuren vaag, dat het hele geheim van het leven ligt besloten in de onafgebroken reeks van de manifestaties ervan: hetzij in het stoffelijke lichaam, of daarbuiten. Want hoewel
‘Het leven, als een koepel van veelkleurig glas,
De witte glans van de eeuwigheid kleurt’
is het toch zelf een deel van die eeuwigheid; want alleen het leven kan het leven begrijpen.
291/292: (a) Deze zin: ‘De draad tussen de stille wachter en zijn schaduw (de mens) wordt sterker’ – bij elke reïncarnatie – is weer een psychologisch mysterie, dat in Deel II zal worden verklaard. Het is hier voldoende te zeggen, dat de ‘Wachter’ en zijn ‘schaduwen’ – van de laatste zijn er evenveel als er voor de monade reïncarnaties zijn – één zijn. De Wachter, of de goddelijke oervorm, staat op de bovenste sport van de ladder van het zijn; de schaduw op de onderste. Daarbij is de monade van elk levend wezen – tenzij haar morele verdorvenheid de band verbreekt en teugelloos ‘afdwaalt naar het maanpad’, om de occulte uitdrukking te gebruiken – een individuele Dhyan-Chohan, verschillend van andere, tijdens één manvantara een soort geestelijke individualiteit op zichzelf. Haar beginsel, de geest (atman) is natuurlijk één met paramatma (de ene universele Geest), maar het voertuig (vahan) waarin zij is besloten, de buddhi, maakt deel uit van de essentie van de Dhyan-Chohan; en hierin ligt het mysterie van die alomtegenwoordigheid dat een paar bladzijden terug werd besproken. ‘Mijn vader, die in de hemel is, en ik – zijn één’, zegt de christelijke Schrift; en tenminste in dit opzicht is zij de trouwe echo van de esoterische leer.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 9 De maan, Deus Lunus, Phoebe (p. 423):
De zon schenkt leven aan het hele planetenstelsel, en de maan aan onze bol; en de eerste rassen begrepen en wisten dat, zelfs in hun kindsheid. Zij is de koningin en zij is de koning, en zij was koning Soma voordat ze werd veranderd in Phoebe en de kuise Diana. Zij is door de invloed van de mozaïsche en kabbalistische joden vóór alles de godheid van de christenen geworden, al is de beschaafde wereld hiermee eeuwenlang onbekend gebleven; in feite is zij dat sinds de laatste ingewijde kerkvader stierf en de geheimen van de heidense tempels met zich meenam in het graf. Voor deze ‘vaders’ – zoals Origenes of Clemens Alexandrinus – was de maan het levende symbool van Jehova: de schenker van leven en dood, de beschikker over het bestaan in onze wereld. Want al was Artemis Luna in de hemel, en bij de Grieken Diana op aarde, die heerste over geboorte en leven, bij de Egyptenaren was zij Hekat (Hecate) in de hel, de godin van de dood, die heerste over magie en bezwering. Meer nog: als de verpersoonlijkte maan, waarvan de verschijnselen drievoudig zijn, is Diana-Hecate-Luna de drie in één. Want zij is Diva triformis, tergemina, triceps – drie hoofden op één hals, zoals ook Brahmā-Vishnu-Siva. Daarom is zij de oervorm van onze drie-eenheid, die niet altijd geheel mannelijk is geweest. Het getal zeven, dat in de bijbel zo op de voorgrond treedt en zo wordt geheiligd in zijn zevende (sabbath) dag, kwam uit de oudheid tot de joden en vond zijn oorsprong in het viervoudige getal 7, besloten in de 28 dagen van de maanmaand, waarvan elk zevental wordt gekarakteriseerd door een kwartier van de maan.
De Geheime Leer Deel I, Stanza 11 Het vijfde ras, de goddelijke leermeesters - Demon est deus inversus (p. 452/453):
De Ouden begrepen dit zo goed, dat hun filosofen – nu nagevolgd door de kabbalisten – het kwade definieerden als de schaduwzijde van god of het goede: demon est deus inversus is een heel oud gezegde. Inderdaad is het kwade alleen maar een tegenwerkende blinde natuurkracht; het is reactie, weerstand en tegenstelling – kwaad voor sommigen, goed voor anderen. Er bestaat geen kwaad op zichzelf: alleen de schaduw van het licht; zonder deze zou het licht niet kunnen bestaan, zelfs niet in onze waarnemingen. Als het kwade verdween, zou het goede tegelijk daarmee van de aarde verdwijnen. De ‘oude draak’ was zuivere geest voordat hij stof werd, passief vóór hij actief werd. In de Syrisch-Chaldeeuwse magie zijn Ophis en Ophiomorphos verenigd in de Dierenriem, in het teken van de androgyne Maagd-Schorpioen. Voor haar val op aarde was de ‘slang’ Ophis-Christos en na haar val werd zij Ophiomorphos-CHRESTOS. In de beschouwingen van de kabbalisten wordt het kwaad overal als een KRACHT behandeld die het goede tegenwerkt, maar er tegelijkertijd onmisbaar voor is, omdat het er levenskracht en bestaan aan geeft die het goede anders nooit zou hebben. Er zou geen leven mogelijk zijn (in mayavische zin) zonder dood, geen regeneratie en wederopbouw zonder vernietiging.
464: Of de brahmaanse ingewijden ooit de volledige betekenis van deze allegorieën zullen bekendmaken, is een vraag waarmee de schrijfster zich niet bezighoudt. Het gaat er nu om aan te tonen dat geen enkele filosoof, al vereert hij de scheppende krachten in hun vele vormen, de allegorie voor de ware geest kon aanzien of ooit heeft aangezien, behalve misschien enige filosofen die behoren tot de hedendaagse ‘superieure en beschaafde’ christelijke rassen. Want Jehova is, zoals wij hebben aangetoond, op het gebied van de ethiek geen haar beter dan Vishnu. Dit is de reden waarom de occultisten en zelfs enkele kabbalisten, of zij die scheppende krachten wel of niet als levende en bewuste wezens opvatten – en wij zien niet in waarom zij niet als zodanig zouden worden aanvaard – de OORZAAK nooit met het gevolg zullen verwarren of de geest van de aarde voor Parabrahm of Ain-Soph zullen aanzien. In elk geval zijn ze goed op de hoogte van de ware aard van wat de Grieken Vader-Aether noemden, Jupiter-Titan, enz. Zij weten dat de ziel van het ASTRALE LICHT goddelijk is en het lichaam ervan (de lichtgolven op de lagere gebieden) duivels. Dit licht wordt gesymboliseerd door het ‘magische hoofd’ in de Zohar, het dubbele gezicht op de dubbele piramide: de zwarte piramide die oprijst tegen een zuivere witte achtergrond, met een wit hoofd en gezicht binnen haar zwarte driehoek; de omgekeerde witte piramide – de weerspiegeling van de eerste in de donkere wateren, die de zwarte weerspiegeling van het witte gezicht vertoont. . . .
Dit is het ‘astrale licht’, of DEMON EST DEUS INVERSUS.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 6 De maskers van de wetenschap Fysica of metafysica? (p. 558):
Deze dwaling wordt nergens beter toegelicht dan in het wetenschappelijke boek van een Duitse geleerde, prof. Philip Spiller (Der Weltäther als kosmische Kraft). In deze kosmologische verhandeling probeert de schrijver te bewijzen dat ‘geen stoffelijk bestanddeel van een lichaam, geen atoom, op zichzelf oorspronkelijk kracht bezit, maar dat ieder van die atomen volstrekt dood1 is, en zonder enig vermogen om op een afstand te werken’ (blz. 4).
1) Wat dood is, moet eens levend zijn geweest. Wanneer, in welke periode van de kosmogonie? Het occultisme zegt dat in alle gevallen waarin materie inert schijnt te zijn, deze het meest actief is. Een houten of stenen blok is in elk opzicht onbeweeglijk en ondoordringbaar. De deeltjes ervan zijn niettemin in werkelijkheid in onophoudelijke eeuwige trilling, die zo snel is, dat het lichaam voor het fysieke oog volstrekt bewegingloos schijnt te zijn. De ruimtelijke afstand tussen die trillende deeltjes is – gezien vanuit een ander gebied van zijn en waarneming – even groot als die tussen sneeuwvlokken en regendruppels. Maar voor de natuurwetenschap zal dit een absurditeit zijn.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 8 Leven, kracht of zwaartekracht (p. 590/591):
Dan leest men in de Bhagavadgītā (hfst. vii) dat de godheid (of Krishna) zegt:
‘. . . Slechts enkelen kennen mij echt. Aarde, water, vuur, lucht, ruimte (of ākāśa, aether), denkvermogen, begrip en egoïsme (of de waarneming van dit alles op het gebied van de illusie) . . . Dit is een lagere vorm van mijn natuur. Weet (dat er) een andere (vorm van mijn) natuur (is), hoger dan deze, die bezield is, o jij met de machtige armen! en waardoor dit Heelal wordt ondersteund . . . Aan mij is dit alles geregen, zoals rijen parels aan een snoer (Mundakopanishad, blz. 298) . . . Ik ben de smaak in het water, o zoon van Kunti! Ik ben het licht van de zon en de maan. Ik ben . . . het geluid (‘d.w.z. de occulte essentie die aan al deze en aan de andere eigenschappen van de verschillende genoemde dingen ten grondslag ligt’, H.P.B,), in de ruimte . . . de geurige lucht van de aarde, de schittering in het vuur . . . , enz.’
591: Men moet dus beslist de occulte filosofie bestuderen, voordat men begint de geheimen van de natuur alleen aan de buitenkant te onderzoeken en te zoeken, want alleen hij ‘die de waarheid over de eigenschappen van de natuur kent, en die de schepping van alle wezens begrijpt . . . , is vrij’ van het maken van vergissingen. De ‘leermeester’ zegt: ‘Als men de grote boom volkomen begrijpt, waarvan het niet-waargenomen gedeelte (de occulte natuur, de wortel van alles) de scheut is uit het zaad (Parabrahmam), die het begrijpen (mahat, of de universele, intelligente ziel) als stam heeft; waarvan de takken het grote egoïsme10 zijn, in de holten waarvan de scheuten zijn, namelijk de zintuigen; waarvan de grote (occulte of onzichtbare) elementen de bloemtrossen zijn11, de grove elementen (de grove objectieve stof), de kleinere takken, die altijd bladeren en altijd bloemen hebben . . . de boom die eeuwig is en waarvan het zaad Brahman (de godheid) is; en als men deze boom omhakt met dat voortreffelijke zwaard – de kennis (geheime wijsheid) – dan bereikt men onsterfelijkheid en werpt men geboorte en dood af.’
Dit is de levensboom, de Aśvatthaboom; alleen na het omhakken hiervan kan de slaaf van leven en dood, de MENS, vrij worden.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 16 Cyclische evolutie en karma (p. 709):
Wie in karma gelooft, moet in de lotsbestemming geloven die ieder mens van zijn geboorte tot zijn dood draad voor draad om zich heen weeft, zoals een spin haar web. Deze lotsbestemming wordt geleid, hetzij door de hemelse stem van de onzichtbare oervorm buiten ons, of door de ons meer vertrouwde astrale of innerlijke mens, die maar al te vaak de kwade genius is van het belichaamde wezen dat mens wordt genoemd. Deze beide stimuleren de uiterlijke mens, maar een van hen moet overwinnen; en vanaf het eerste begin van het onzichtbare gevecht treedt de strenge en onverbiddelijke wet van compensatie (WET VAN DE VERGELDING) in werking en neemt haar loop, terwijl zij getrouw de wisselvalligheden van dat gevecht volgt. Wanneer de laatste draad is geweven en de mens als het ware is gewikkeld in het net van zijn eigen maaksel, wordt hij geheel beheerst door zijn zelfgemaakte lot. Het houdt hem dan vast als een onbeweeglijke schelp tegen de onwrikbare rots, of het voert hem weg als een veer in een wervelwind die door zijn eigen daden is ontstaan, en dit is karma.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 12 Oeroude gedachten in een modern kleed (p. 640):
‘Licht is de eerstgeborene en de eerste uitstraling van het allerhoogste, en licht is leven, zegt de evangelist en de kabbalist. Beide zijn elektriciteit – het levensbeginsel, de anima mundi, die het heelal doordringt, de elektrische bezieler van alle dingen. Licht is de grote proteïsche magiër, en onder de goddelijke wil van de architect2, of beter de architecten, de ‘bouwers’ (gezamenlijk Een genoemd), schonken zijn veelsoortige, almachtige golven het leven aan iedere vorm en aan ieder levend wezen. Uit zijn uitzettende elektrische schoot komen stof en geest voort. In zijn stralen ligt het begin van alle natuurkundige en scheikundige werking en van alle kosmische en geestelijke verschijnselen; het bezielt en ontbindt; het geeft leven en veroorzaakt de dood, en vanuit zijn oorspronkelijke punt kwamen geleidelijk de ontelbare werelden, zichtbare en onzichtbare hemellichamen, tot bestaan. Aan de straal van deze eerste moeder, één in drie, ‘ontstak god’ volgens Plato ‘een vuur dat we nu de zon noemen’3, en dat niet de oorzaak is van licht en ook niet van warmte, maar alleen het brandpunt of, zoals we misschien kunnen zeggen, de lens waardoor de stralen van het oorspronkelijke licht worden verstoffelijkt en geconcentreerd op ons zonnestelsel. Deze stralen brengen alle wisselwerkingen van krachten teweeg.’
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 16 Cyclische evolutie en karma (p. 709/710):
Ja, ‘ons lot staat in de sterren geschreven’! Maar hoe nauwer de vereniging tussen de sterfelijke weerspiegeling MENS en zijn hemelse OERVORM, des te minder gevaarlijk zijn de uiterlijke omstandigheden en de opeenvolgende reïncarnaties – waaraan Boeddha’s noch Christussen kunnen ontkomen. Dit is geen bijgeloof en het is allerminst fatalisme. Dit laatste betekent een blinde koers van de een of andere nog blindere kracht, en de mens heeft tijdens zijn verblijf op aarde een vrije wil. Hij kan het lot dat hem beheerst niet ontlopen, maar hij heeft de keus tussen twee paden die hem in die richting leiden, en hij kan het einddoel van ellende – indien iets dergelijks zijn bestemming is – bereiken, òf in het sneeuwwitte kleed van de martelaar, òf in de besmeurde kleding van een vrijwilliger op het pad van de ongerechtigheid; want er zijn uiterlijke en innerlijke omstandigheden die het bepalen van onze wil met betrekking tot onze daden beïnvloeden, en het ligt in onze macht het ene of het andere pad te volgen. Wie in karma gelooft, moet in de lotsbestemming geloven die ieder mens van zijn geboorte tot zijn dood draad voor draad om zich heen weeft, zoals een spin haar web. Deze lotsbestemming wordt geleid, hetzij door de hemelse stem van de onzichtbare oervorm buiten ons, of door de ons meer vertrouwde astrale of innerlijke mens, die maar al te vaak de kwade genius is van het belichaamde wezen dat mens wordt genoemd. Deze beide stimuleren de uiterlijke mens, maar een van hen moet overwinnen; en vanaf het eerste begin van het onzichtbare gevecht treedt de strenge en onverbiddelijke wet van compensatie in werking en neemt haar loop, terwijl zij getrouw de wisselvalligheden van dat gevecht volgt. Wanneer de laatste draad is geweven en de mens als het ware is gewikkeld in het net van zijn eigen maaksel, wordt hij geheel beheerst door zijn zelfgemaakte lot. Het houdt hem dan vast als een onbeweeglijke schelp tegen de onwrikbare rots, of het voert hem weg als een veer in een wervelwind die door zijn eigen daden is ontstaan, en dit is KARMA.
H.P. Blavatsky De Geheime Leer Deel II, Stanza 10 Vervolg (p. 307):
Wat was de religie van het derde en het vierde Ras? In de gebruikelijke zin van het woord hadden noch de Lemuriërs, noch hun nakomelingen, de Lemuro-Atlantiërs, een religie, omdat ze geen dogma kenden en niets op gezag hoefden aan te nemen. Zodra het verstand van de mens was geopend voor begrip, voelde het derde Ras zich één met het altijd tegenwoordige als het eeuwig onbekende en onzichtbare AL, de ene universele godheid. Ieder voelde dat hij volgens zijn natuur een mens-god was – hoewel een dier in zijn stoffelijke zelf – want hem waren goddelijke vermogens verleend en hij was zich bewust van zijn innerlijke god. De strijd tussen die twee begon op de dag dat zij proefden van de vrucht van de boom van wijsheid; een strijd op leven en dood tussen het geestelijke en het psychische, het psychische en het stoffelijke. Zij die de lagere beginselen overwonnen door meester te worden over het lichaam, sloten zich aan bij de ‘zonen van het licht’. Zij die slachtoffer werden van hun lagere natuur, werden slaven van de stof. Van ‘zonen van licht en wijsheid’ werden ze tenslotte de ‘zonen van de duisternis’.
308: De Atlantiërs, de eerste afstammelingen van de halfgoddelijke mens na zijn scheiding in geslachten – dus de eerstverwekte en als mensen geboren stervelingen werden de eerste ‘offeraars’ aan de god van de stof. Zij staan in het lang vervlogen, nevelige verleden, in oudere dan voorhistorische tijden, als het prototype waarop het grote symbool van Kaïn werd gebouwd3, als de eerste antropomorfisten die vorm en stof vereerden. Die verering ontaardde heel snel in zelfverering, leidde vervolgens tot fallisme of dat wat tot nu toe de boventoon voert in de symboliek van elke exoterische religie van ritueel, dogma en vorm. Adam en Eva werden stof of verschaften de bodem, Abel en Kaïn werden respectievelijk de levendragende bodem en ‘de bewerker van die grond of van dat veld’.
De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk De rassen met het ‘derde oog’ (p. 342):
Vandaar de bewering dat velen van ons nu de gevolgen uitwerken van de slechte karmische oorzaken die door ons in Atlantische lichamen in het leven werden geroepen. De wet van KARMA is onontwarbaar verweven met die van reïncarnatie.
Alleen de leer die hieronder kort wordt samengevat, kan ons het geheimzinnige vraagstuk van goed en kwaad verklaren en de mens verzoenen met de vreselijke en schijnbare onrechtvaardigheid van het leven. Deze leer omvat de kennis van de voortdurende wedergeboorten van één en hetzelfde individu door de hele levenscyclus heen, en de overtuiging dat dezelfde MONADEN, onder wie veel Dhyan-Chohans of de ‘goden’ zelf zijn, door de ‘kringloop van noodzakelijkheid’ moeten gaan en door zo’n wedergeboorte worden beloond of gestraft voor het ondergane lijden of de gepleegde misdaden in het vorige leven.
345: Nauw of beter onverbrekelijk verbonden met karma is de wet van de wedergeboorte, of van de reïncarnatie van een en dezelfde geestelijke individualiteit in een lange, bijna eindeloze reeks van persoonlijkheden. Deze laatsten zijn als de verschillende kledingstukken die door dezelfde acteur worden gedragen en de rollen die door hem worden gespeeld, met elk waarvan die acteur zich enkele uren identificeert en door het publiek wordt geïdentificeerd. De innerlijke of werkelijke mens die deze rollen speelt, weet al die tijd dat hij Hamlet is tijdens de korte duur van enkele bedrijven, die echter op het gebied van de menselijke illusie het hele leven van Hamlet voorstellen. En hij weet dat hij de avond tevoren Koning Lear was, op zijn beurt de transformatie van de Othello van een daaraan weer voorafgaande avond; maar de uiterlijke, zichtbare persoonlijkheid wordt geacht dat niet te weten. In het werkelijke leven is die onwetendheid helaas maar al te reëel. Niettemin is de permanente individualiteit zich dit feit volledig bewust, hoewel die kennis door de verschrompeling van het ‘geestelijke’ oog in het stoffelijke lichaam, zich niet op het bewustzijn van de onechte persoonlijkheid kan afdrukken.
De Geheime Leer Deel II, Stanza 12 De siderische en kosmische tekens (p. 402):
Maar men moet onderscheid maken tussen de diverse karakters van dit symbool. Bijvoorbeeld: de zoroastrische esoterie is dezelfde als die van de Geheime Leer; en wanneer we als voorbeeld in de Vendidad lezen over klachten die zijn geuit tegen de ‘slang’, van wie de beten de mooie, eeuwige lente van Airyana-Vaego hebben veranderd in de winter, die ziekte en dood en tegelijk mentale en psychische afbraak voortbrengt, dan weet iedere occultist dat de slang die wordt bedoeld, de noordpool en ook de pool van de hemelen is1. De laatstgenoemde brengt de jaargetijden voort naar gelang van de hoek waaronder de as door het middelpunt van de aarde gaat. De beide assen liepen niet meer parallel; vandaar dat de eeuwige lente van Airyana Vaego aan de goede rivier Daitya was verdwenen en ‘de Arische magiërs naar Sagdiani moesten verhuizen’, zeggen de exoterische verslagen.
1) Door de Egyptenaren symbolisch weergegeven in de vorm van een slang met een havikskop.
411/412: Dat de slangen altijd de emblemen van wijsheid en voorzichtigheid waren, wordt opnieuw aangetoond door de Mercuriusstaf, één met Thot, de god van de wijsheid, met Hermes, enz. De twee om de staf gekronkelde slangen zijn fallische symbolen van Jupiter en andere goden, die zich in slangen veranderden om godinnen te verleiden – maar alleen in de onreine verbeelding van niet-ingewijde kenners van de symboliek. De slang is altijd het symbool geweest van de adept en van zijn vermogens van onsterfelijkheid en goddelijke kennis. Mercurius in zijn rol van psychopompos, die met zijn slangenstaf de zielen van de doden naar Hades geleidt en er zelfs de doden mee tot leven wekt, is slechts een heel doorzichtige allegorie. Deze toont de tweevoudige macht van de geheime wijsheid: de zwarte en de witte magie. Zij laat deze verpersoonlijkte wijsheid zien die de ziel na de dood leidt, en haar vermogen om wat dood is tot leven te roepen – een heel diepzinnige beeldspraak als men de betekenis ervan overdenkt. Elk volk uit de oudheid vereerde dit symbool, met uitzondering van de christenen, die verkozen de koperen slang van Mozes te vergeten, en zelfs de stilzwijgende erkenning door Jezus zelf van de grote wijsheid en voorzichtigheid van de slang: ‘Wees wijs als de slangen en onschuldig als de duiven.’ De Chinezen, een van de oudste volkeren van ons vijfde Ras, maakten er het embleem van hun keizers van, die zo de ontaarde opvolgers zijn van de ‘slangen’ of ingewijden, die de eerste rassen van de vijfde mensheid regeerden. De troon van de keizer is de ‘drakenzetel’, en op zijn staatsiegewaden is de afbeelding van de draak geborduurd. De aforismen in de oudste boeken van China zeggen bovendien duidelijk dat de ‘draak’ een menselijk, zij het dan ook goddelijk, wezen is. Sprekend over de ‘gele draak’, het hoofd van de andere, zegt de Twan-ying-t’u: ‘Zijn wijsheid en deugd zijn ondoorgrondelijk . . . hij gaat niet in gezelschap en leeft niet in kudden (hij is een asceet). Hij zwerft in de wildernissen voorbij de hemelen. Hij gaat en komt, en brengt het besluit (karma) ten uitvoer; op de juiste tijden als er volmaking is, komt hij te voorschijn; zo niet, dan blijft hij (onzichtbaar).’ . . . En Lü-lan laat Kon-fu-tyu zeggen: ‘De draak voedt zich in het zuivere water van de wijsheid en vermaakt zich in de heldere wateren van het Leven.’
De Geheime Leer Deel II Stanza 12 Het vijfde ras en zijn goddelijke leermeesters - De oorsprong van de mythe van satan (p. 433):
Ons . . . fragment heeft betrekking op de schepping van de mensheid, die Adam wordt genoemd; als (de mens) in de bijbel wordt hij volmaakt geschapen . . . maar later verenigt hij zich met de draak van de afgrond, het beest van Tiamat, de geest van de Chaos, en zondigt tegen zijn god, die hem vervloekt en al het kwaad en de moeilijkheden van de mensheid op zijn hoofd laat neerdalen11.’
11) Een ‘god’ die zijn (veronderstelde) eigen werk vervloekt, omdat hij het onvolmaakt heeft geschapen, kan nooit de ene oneindige absolute wijsheid zijn, of hij nu Bel of Jehova wordt genoemd.
435: Samaël of satan, de verleidende slang van Genesis en een van de oorspronkelijke engelen die in opstand kwamen, is de naam van de ‘rode draak’. Hij is de engel van de dood, want de talmoed zegt dat ‘de engel van de dood en satan dezelfde zijn’, en nadat hij door Michaël is gedood, wordt hij nog eens gedood door Joris, die ook een drakendoder is; maar let op de transformaties hiervan. Samaël komt overeen met de samoem, de hete woestijnwind of ook met de vedische demon van de droogte, Vritra; ‘Samoem wordt Atabutos’ of diabolos, de duivel, genoemd.
Typhon, of de draak Apophis – de aanklager in het ‘Dodenboek’ – wordt verslagen door Horus, die het hoofd van zijn tegenstander met een speer doorboort; en Typhon is de allesvernietigende woestijnwind, het opstandige element dat alles in verwarring brengt. Als Set is hij de duisternis van de nacht, de moordenaar van Osiris, die het licht van de dag en de zon is. De archeologie toont aan dat Horus identiek is met Anubis15, van wie op een Egyptisch monument een afbeelding was ontdekt met een kuras en een speer, zoals ook Michaël en Joris werden afgebeeld. Anubis wordt ook voorgesteld terwijl hij een draak doodt, die de kop en de staart van een slang heeft. (Zie Lenoir, ‘Du Dragon de Metz’.)
Kosmologisch gezien zijn dus alle draken en slangen die door hun ‘doders’ zijn overwonnen, in hun oorsprong de onstuimige verwarde beginselen in de Chaos, waarin orde is gebracht door de zonnegoden of scheppende machten. In het ‘Dodenboek’ worden die beginselen ‘de zonen van de opstand’ genoemd. (Zie ook ‘Egyptian Pantheon’, blz. 20, 23.) ‘In die nacht roept de onderdrukker, de moordenaar van Osiris, ook genoemd de misleidende slang (vers 54) . . . de zonen van de opstand in de lucht, en wanneer zij in het oosten van de hemel aankomen, is er oorlog in de hemel en in de hele wereld’ (v. 49, ‘Dodenboek’, xvii).
438: Daar schept Jehova-Kaïn, het mannelijke deel van Adam, de tweevoudige mens, nadat hij zich van Eva had gescheiden, in haar ‘Abel’, de eerste natuurlijke vrouw, en vergiet het maagdelijke bloed. Op gezag van de juiste lezing van vers 1, hoofdstuk iv, Genesis in de oorspronkelijke Hebreeuwse tekst is Kaïn identiek met Jehova; en omdat de rabbi’s onderwijzen dat ‘Kin (Kaïn), de boze, de zoon was van Eva en Samaël, de duivel die de plaats van Adam innam’; en omdat de talmoed eraan toevoegt dat ‘de boze geest, satan en Samaël, de engel van de dood, dezelfden zijn’ – (Babba Battra, 16a) – is het gemakkelijk in te zien dat Jehova (de mensheid, of ‘Jah-hovah’) en satan (dus de verleidende slang) in elk opzicht een en dezelfde zijn. Er is geen duivel, geen kwaad, buiten de mensheid die een duivel voortbrengt. Kwaad is een noodzaak in, en een van de dragers van het gemanifesteerde heelal. Het is nodig voor vooruitgang en evolutie, zoals de nacht nodig is om de dag voort te brengen, en de dood om leven voort te brengen – opdat de mens eeuwig mag leven.
439: Satan vertegenwoordigt metafysisch eenvoudig het omgekeerde of de tegengestelde pool van alles in de natuur. Hij is allegorisch de ‘tegenstander’, de ‘moordenaar’ en de grote vijand van alles, omdat er in het gehele heelal niets is dat niet twee kanten heeft – de keerzijden van dezelfde medaille.
De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk 18 Over de mythe van de ‘gevallen engel’ in haar verschillende aspecten (p. 549):
Of het nu Brahmā is, die in de allegorie door Bhagavat op aarde wordt neergeslingerd, of Jupiter door Kronos, het zijn allen symbolen van de mensenrassen. Als zij eenmaal zijn geland op en in aanraking zijn gekomen met deze planeet van dichte stof, kunnen zelfs de sneeuwwitte vleugels van de hoogste engel niet onbevlekt blijven, en de Avatar (of incarnatie) kan niet volmaakt zijn, want elke Avatar is de val van een god in de voortplanting. Nergens is de metafysische waarheid duidelijker, wanneer zij esoterisch wordt verklaard – of meer verborgen voor het gemiddelde begripsvermogen van hen die in plaats van de verhevenheid van het denkbeeld te waarderen, het alleen kunnen verlagen – dan in de Upanishads, de esoterische toelichtingen op de Veda’s. De Rig Veda, zoals Guignault deze kenschetste, ‘is de meest verheven voorstelling van de grote wegen van de mensheid’. De Veda’s zijn in de esoterie van de Vedanta en de Upanishads ‘de spiegel van de eeuwige wijsheid’, en zullen dat altijd blijven.
Meer dan zestien eeuwen lang hebben de nieuwe maskers die men de oude goden heeft opgedrongen, hen voor de nieuwsgierigheid van het volk verborgen, maar tenslotte bleken ze toch niet te passen. Toch hebben de metaforische val en de even metaforische verzoeningsdood en kruisiging de westerse mensheid langs wegen gevoerd waarop zij tot de knieën door het bloed waadde. Erger nog, zij brachten de mensheid ertoe te geloven in het dogma van de boze geest, duidelijk verschillend van de geest van al het goede, terwijl toch de eerstgenoemde in alle stof leeft en bij uitstek in de mens. Tenslotte werd het godslasterlijke dogma van de hel en de eeuwige verdoemenis geschapen, en werd een dichte sluier gehangen tussen de hogere intuïties van de mens en de goddelijke waarheden; en het meest verderfelijke gevolg van dit alles was dat de mensen onwetend werden gehouden van het feit dat er geen duivels, geen duistere demonen in het Heelal waren vóór het verschijnen van de mens zelf op deze en waarschijnlijk op andere aarden. Van toen af werden de mensen ertoe gebracht als twijfelachtige troost voor de smarten van deze wereld het denkbeeld van de erfzonde te aanvaarden.
De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk 19 Is pleroma de legerstede van Satan? (p. 582/583):
Voor de niet-ingewijde kan het astrale licht dus tegelijk god en duivel zijn – demon est deus inversus: dat wil zeggen, door elk punt van de oneindige Ruimte trillen de magnetische en elektrische stromen van de bezielde Natuur, de leven gevende en dodende golven, want de dood op aarde wordt leven op een ander gebied. Lucifer is goddelijk en aards licht, de ‘heilige geest’ en ‘satan’ tegelijk, omdat de zichtbare Ruimte inderdaad onzichtbaar met de gedifferentieerde adem is gevuld; en het astrale licht, de gemanifesteerde gevolgen van deze twee die één zijn, door onszelf geleid en aangetrokken, is het karma van de mensheid, en zowel een persoonlijke als een onpersoonlijke entiteit: persoonlijk, omdat het de mystieke naam is die door St. Martin werd gegeven aan de menigte van goddelijke scheppers, leiders en heersers van deze planeet; onpersoonlijk als de oorzaak en het gevolg van universeel leven en dood.
Samenvatting
Voor alsof het een wiel was in het midden van een wiel (Deel I, p. 157) of als het ware een wiel in het midden van een wiel was (Deel II p. 629) kan ook gelezen worden een kleine kringloop binnen een grote kringloop of de levenscyclus van een mens (menselijke natuur) binnen de levenscyclus van een universum (Het wiel van dharma). Op aarde vinden analoge energetische processen plaats (Wet van analogie: ‘Zo Boven zo Beneden’). Een elektronenschil (SCHILLEN) kan met de baan die een planeet beschrijft worden vergeleken. In de Éne werkelijkheid komen steeds dezelfde zich repeterende patronen van heel klein (atoom) tot heel groot (meta-universum) naar voren.
Vooralsnog wordt er in het rapport ‘E i V’ van uitgegaan dat het verschijnsel bezieling zich eeuwig in de kosmos zal manifesteren.
Alles wat we geven mogen we ook weer ontvangen. De ‘Law of One’ (wet van periodiciteit, Zaaien en Oogsten) heeft op het universele ordeningsprincipe karma, de 2e grondstelling betrekking. Het gaat in het kwantumvacuüm (bewustzijnsveld) om twee polen (les 3 polariteit), het aardse en het hemelse, om karma en dharma. Door een cultuur van verdieping en verinnerlijking (innerlijk leiderschap) te creëren kan het verstoorde energetische evenwicht worden hersteld. Welke leraar inspireert je het meest of met andere woorden waar steken wij onze energie in?
Veel voorstanders van zelfregulering zijn te vinden binnen het bedrijfsleven en het neo-liberalisme. Vanuit de beginselen van soevereiniteit in eigen kring en het subsidiariteitsbeginsel is ook een flink aantal christenen voorstander. Politiek links is in het algemeen eerder geneigd om kritischer te denken over zelfregulering.
Zelfregulering en Regulering: Bij veel vertrouwen in wetten en de overheid is er in het algemeen minder ruimte voor zelfregulering. Het omgekeerde geldt ook: hoe minder vertrouwen in de overheid, hoe meer ruimte voor zelfregulering. Beide zijn middelen om marktfalen tegen te gaan en hierdoor de maatschappelijke welvaart te verhogen.
Het neoliberalisme, het Angelsaksische casinokapitalisme is in Amerika vastgelopen doordat George Bush zowel de belastingen heeft verlaagd als de politieke ambities sterk heeft uitgebreid. Volgens Dani Rodrik zit ‘Europa gevangen in een trilemma’ maar dit geldt ook voor Amerika. In Amerika wordt in naam van de vrijheid de democratie afgebroken (Herman Lelieveldt Volkskrant 14 juni 2008). Als gevolg van de globalisering ontsnappen ondernemingen steeds verder aan de greep van staten.
De hamvraag is of de nauwere verwevenheid van de publieke met de private sector de kwaliteit van de samenleving echt verbetert? Het rapport ‘E i V’ verdedigt de stelling dat dit niet het geval is. Door de verzelfstanding van de wooncorporaties, de zorg en het onderwijs heeft de overheid het stuur uit handen gegeven. De door de overheid gestimuleerde marktwerking heeft een averechts effect, de valkuil van de schijnmarkt ('financialisering') opgeleverd. Om de productiviteit te verbeteren dienen in het economisch verkeer de spelregels drastisch te worden herzien. De politici, die de overheid aansturen denken dat het prima gaat. Politici gedragen zich zich als een kikker die levend wordt gekookt, het water is lekker wam en hij heeft niet door dat hij aan het sterven is.
Stelling: De Vierde , Vijfde en Zesde macht (Media) zorgen in Nederland voor de feedforward besturing en de 1e, 2e en 3e macht voor feedback.
In plaats van te investeren in een duurzame samenleving leven we al jaren boven onze stand.
Het zijn de hovelingen die elke vernieuwing tegenhouden. Het gaat er om de rond management by management ('carrièremanagers') opgetrokken hofcultuur te ontmaskeren. Een hofcultuur, koninkrijkjes ontstaan vaak in bureaucratisch geleide organisaties en zijn het gevolg van managers die gespeend zijn van de vierde productiefactor ondernemerschap. Het zijn de onderonsjes van een kleine politieke elite die de zaak verzieken. De verborgen energiebron (oerstof, Akasa, blauwdruk) in de hemel staat tegenover de blauwdruk (verborgen agenda) van de achterkamertjes politiek op aarde. Of met andere woorden hoe richten wij onze levensenergie?
De evolutie van de mensheid (de gemanifesteerde werkelijkheid) op macroschaal, die op de psyche van de anonieme massa berust, creëert op aarde golfbewegingen (bv. Biogeochemische cyclus, Epigenetica, Conjunctuurgolf, Kondratiev-cyclus). Alles wat gebeurt, is altijd historisch.
Een mens heeft een persoonlijkheid. In een organisatie kan daarentegen van een cultuur worden gesproken. Net als een mens is een organisatie een levend wezen dat vreselijk kan blunderen. Een recent voorbeeld is BP. De economie van Griekenland laat zien dat niet alleen bedrijven, maar ook soevereine landen de mist in kunnen gaan. Zaken lopen mis wanneer onderwereld en bovenwereld te nauw met elkaar verstrengeld raken.
In zijn boek WDNKW (p. 299) geeft Gerrit Teule in één tekening zelfgelijkvormigheid, de absolute - en relatieve ruimtetijd weer. Eon staat voor de absolute ruimtetijd en atoom, molecuul, cel, lichaam en aarde voor de relatieve ruimte ('Openbare ruimte'). Aan deze reeks kunnen het brein, sterrenstelsels en miljoenen, zo niet miljarden andere universa worden toegevoegd. Het verschil tussen een absolute - en relatieve ruimtetijd is de levensduur. In werkelijkheid bestaan er slechts virtuele scheidslijnen.
De absolute ruimte (non-lokale ruimte) heeft een eeuwige levensduur, bij de relatieve ruimte kan de levensduur zelfs vele miljarden jaren bedragen. Het universum heeft op haar beurt een langere levensduur dan een sterrenstelsel binnen het universum. Een eindig universum maakt onderdeel uit van het heelal (meta-universum). Een relatieve ruimte heeft een duidelijk beginpunt en eindpunt, alpha en omega.
De 7*7 structuur (negenenveertig) van het rapport is gebaseerd op de zevenvoudige samenstelling van de mens en de zevenvoudige samenstelling van de planeten (zeven Ronden en zeven Rassen). Deze zevenvoudige structuur maakt onderdeel uit van de tienvoudige structuur van de microkosmos en macrokosmos. Eerder heeft Raymond Lull in zijn hoofdwerk Ars Magna (‘de grote kunst’) of ook wel Ars Generale Ultima al van de tien categorieën van de aristotelische wijsheid gebruik gemaakt.
Geest en Lichaam, zijn een twee-eenheid die met de ziel als intermediair de éne werkelijkheid weerspiegelen.
Voor biofotonen geldt hetzelfde als voor neutronen, synapsen, gedachten en gevoelens (communicatie) ze verschijnen en verdwijnen.
Een synaps is een verbinding tussen twee neuronen waardoor een impuls kan worden overgedragen. Het brein bestaat uit zenuwcellen, de neuronen. Onder invloed van interacties met de buitenwereld kunnen hersencellen worden aangemaakt en verdwijnen. Neuronen en spiegelneuronen hebben vertakkingen en vormen zo een neuronennetwerk. Waar ze elkaar raken in de synapsen, ontstaat een gedachte of herinnering. Ideeën, gedachten en emoties zijn verbonden in dit neuronetwerk en ze zijn elk mogelijk verbonden met elkaar. Het brein is een medium dat het vormen van gedachten mogelijk maakt, maar is er niet de bron van. Door nieuwe associaties te leggen is een diversiviteit van representaties, het 5D-concept ontstaan. Het biedt een houvast om de éne werkelijkheid beter te leren begrijpen.
Het hart, de ziel is een weerspiegeling van de anima mundi, het universele denkvermogen, de grote wereldziel. Het centrale basisprincipe is mens ken uzelve. Van de zeven chakra's (p. 9) is de vierde het hartchakra. De auteurs van Genesis schreven middels de wijsheid van het hart en niet met de kennis van het verstand. Het evolutionaire denken verklaart de verschijningsvormen, het hoe van het leven, daarentegen het evolutionaire voelen de verschijningsinhoud, het wat. Bij de snaartheorie gaat het om de kennis van het verstand. Het gaat niet om Genesis of Darwin. Het gaat namelijk om beide gezichtspunten, de complementariteit.
De Vijf Fasen van het Yin/Yang-symbool laten zien dat het primair om 10 Dimensies (10 relaties) gaat. De 5 relaties die de bollen met elkaar verbinden, een pentagoon toont de natuurlijke -, de scheppende kringloop, de oerbron, terwijl de 5 interne relaties een pentagram de beheers - en de vernietigende interacties uitbeelden. Het interdimensionale bewustzijn maakt het mogelijk dat we ons met de scheppende kringloop, de goddelijke sferen verbinden.
De Geheime Leer Deel II, Stanza 12 De ‘vloek’ vanuit een filosofisch gezichtspunt (p. 476/477):
Een god, die zelfs is beroofd van die hoogste vertroosting van Prometheus, die in zelfopoffering leed
‘Omdat hij de mensen een te warm hart toedroeg . . .’
want de goddelijke titan wordt bewogen door altruïsme, maar de sterfelijke mens telkens weer door zelfzucht en egoïsme.
De wetten van ‘Opgaan, Blinken en Verzinken’ vertaalt Blavatsky (Deel III, p. 514) naar de levenscyclus ‘Kindsheid - Aankomende leeftijd – Volwassenheid – Ouderdom’. Maar naast de uiterlijke cyclus bestaat er ook een innerlijke cyclus van 'Verschijnen en Verdwijnen'.
In dit kader is bijzonder interessant het artikel ‘Het mysterie van de dood’ van Ria Hopman in het tijdschrift Urania van Jan 2003. Tot slot stelt zij: Het mysterie van de dood is niets anders dan het mysterie van het bewustzijn dat in staat is transparant te worden voor talloze werelden en niveaus. De dood geeft het leven een speciale zin die het zonder de dood nooit zou krijgen. In het iets ervaren van de hemelsfeer verandert de persoonlijkheid fundamenteel. In de paradox van het leven strekt het menselijk bestaan zich uit tot in de eeuwigheid en is het in de tijdelijkheid. Net zoals de heilige zich tegelijkertijd uitdrukt in de eeuwigheid en in de tijd.
De Geheime Leer Deel III, Goden en getallen (p. 114):
Terwijl het getal één het zinnebeeld was van harmonie, orde of het goede beginsel (de eene God), in het latijn weergegeven met Solus, vandaar het woord sol, de zon, het zinnebeeld der godheid) gaf het getal twee een tegengesteld denkbeeld aan. De wetenschap van goed en kwaad begon met dat getal. Al wat dubbelzinnig onwaar, in strijd met de werkelijkheid was, werd door de tweeheid afgebeeld. Zij gaf ook alle tegenstellingen in de natuur te kennen, die altijd dubbel zijn: nacht en dag, licht en dusiternis, koude en warmte, vochtigheid en droogte, gezondheid en ziekte, dwaling en waarheid, mannelijk en vrouwelijk, enz……
Geheime Leer Deel I hoofdstuk 15 Over Kwan-Shi-Yin en Kwan-Yin (p. 518/519):
Tenslotte merken wij op dat Kwan-Shi-Yin en Kwan-Yin de twee aspecten (mannelijk en vrouwelijk) zijn van hetzelfde beginsel in de Kosmos, de Natuur en de mens, van goddelijke wijsheid en intelligentie. Ze zijn de ‘Christos-Sophia’ van de mystieke gnostici – de logos en zijn sakti.\\
Het subjectieve kan moeilijk worden uitgedrukt door het objectieve. Daarom moet de symbolische formule, omdat zij probeert te karakteriseren wat boven de wetenschappelijke redenering en even vaak ook ver boven ons verstand uitgaat, noodgedwongen in een of andere vorm dat verstand te boven gaan, anders zal zij uit de herinnering van de mensen verdwijnen.
De resultaten van het onderzoek van de primatoloog en etholoog Frans de Waal sluiten aan op de bevindingen op het terrein van de evolutiepsychologie en moraalfilosofie door R.C. Smaniotto respectievelijk Ellen Comhaire.
Het universele denkvermogen is een synoniem voor het universele bewustzijn, het non-lokaal bewustzijn. Het universele bewustzijn is in principe een eenheidsbewustzijn dat geen dualiteit kent.
Ervin Laszlo en Jude Currivan boek KOSMOS een integrale visie op de wereld (p. 71):
Non-lokaal bewustzijn is bewustzijn dat aan ruimte en tijd ontstijgt en openstaat voor ervaringen die voor onze beperkte fysieke zintuigen ontoegankelijk zijn.
Pim van Lommel boek Eindeloos Bewustzijn – Wetenschappelijke visie op bijna-dood ervaringen (p. 358).
Non-lokale ruimte: Ruimte waar tijd en plaats geen rol spelen, waar alles ogenblikkelijk en continu met elkaar is verbonden. In de non-lokale ruimte is sprake van een verborgen werkelijkheid die constant invloed uitoefent op onze fysieke wereld.
De Geheime Leer Deel I, Stanza 5 Zij brengen fohat voort (p. 140):
(c) Omdat fohat een van de belangrijkste, zo niet de allerbelangrijkste rol speelt in de esoterische kosmogonie, moet hij nauwkeurig worden beschreven.
141: De weerspiegeling van het universele denkvermogen, die de kosmische ideeënvorming en de bijbehorende intellectuele kracht is, wordt op het objectieve gebied de fohat van de boeddhistische esoterische filosoof.
Deze stellingen zijn ook gebaseerd op De Geheime Leer, Deel I p. 563: ‘De kracht is daarom niet in het atoom maar in de ruimte die de atomen van elkaar scheidt (zeropoint source, het neutrale centrum, eros = fohat). Evolutie vindt door emanatie plaats. Het Akasha-veld (Z.P.F.) is een energieniveau, ether het medium, de materie van Akasha. Ether wordt door een punt (snijpunt van de diagonalen 1./2. en 3./4.) gesymboliseerd.
Het zelfbewustzijn en het non-lokale bewustzijn zijn complementair.
Het betekent uiteindelijk dat Geest en Lichaam, geesteswetenschappers en natuurwetenschappers gelijkwaardig aan elkaar zijn. De mens kan polariseren omdat er polariteiten bestaan.
Een ommekeer in het denken is nodig. Als we de zaken werkelijk willen veranderen dienen we aan het geestelijke kapitaal meer aandacht te besteden. In het 5D-concept zijn metafysica, het bovennatuurlijke en fysica, net als Idealisme en Materialisme de twee complementaire kanten van één medaille. Voor eenwording moeten we ons weer met de kern, de geest verbinden. Dus met de oerbron En-Soph ('Chaos, Gaia en Eros') waar alles uit voortkomt.
In het rapport ‘E i V’ wordt de relatie ‘Absoluut en Relatief’ aan de hand van Ain-Soph (Parabram, éne Werkelijkheid) en het Ether-paradigma (Het paradigma van de relatieve ether) verklaart. De relatie ‘Absoluut en Relatief’ berust op het principe van complementariteit dat al door Heraclitus naar voren is gebracht en heeft op de ‘eenheid der tegendelen’ ('These + Antithese = Synthese', Trimurti) het overbruggen van tegenstellingen betrekking.
Eerder heeft Ramundus Lullus een met het Kompaskwadrant vergelijkbaar universeel model (lullistische tabel, p. 5 en 6) uitgewerkt. De kolom Relatieve principes bevat drie Triades 'Eenheid der tegendelen (Verschil) - Eendracht - Tweedracht (Tegenstrijdigheid)', 'Begin - Midden - Eind' en 'Superioriteit - Gelijkheid - Inferioriteit'. De kolom met Absolute principes bevat een link met negen Sephiroth van de levensboom. De rechter kolom noemt de aspecten wat, hoe, wanneer, wie en waarom, welke bij elk leer - cq. besluitvormingsproces relevant zijn.
De theosofie gebruikt de matrix van 7 bij 7, met de skanda’s horizontaal en de zeven beginselen van de samenstelling van de mens verticaal.
De I Tjing kent het raamwerk van 8 bij 8, de 64 hexagrammen. Deze supersymmetrische systemen hebben gemeen dat ze zowel op micro - als op macroniveau levenscycli, transformatie -, bewustwordings -, leerprocessen in kaart brengen.
De causale snaartheorie komt een stapje verder wanneer wetenschappers bereid zijn met de acausale, de geestelijke keerzijde van de medaille rekening te houden.
De oplossing van de unificatietheorie wordt niet gevonden in het
elementaire deeltje maar in de ruimte die de elementaire deeltjes van elkaar scheidt.
Deze stelling is gebaseerd op De Geheime Leer, Deel I p. 563: ‘De kracht is daarom niet in het atoom maar in de ruimte die de atomen van elkaar scheidt (zeropoint source, het neutrale centrum, eros = fohat). Evolutie vindt door emanatie plaats. Het Akasha-veld (Z.P.F.) is een energieniveau, ether het medium, de materie van Akasha. Ether wordt door een punt (snijpunt van de diagonalen 1./2. en 3./4.) gesymboliseerd. In het rapport ‘E i V’ wordt de bewustzijnsevolutie aan de hand van zeven eigenschappen beschreven.
H.P. Blavatsky maakt van het gezichtspunt Zo boven, Zo beneden van Hermes Trismegistus (Lucifer nr. 3/4 2006) gebruik.
Er is slechts één Leven en Wet, die door het 2e aanzicht, de reciprociteit en het Meta-leren, tot uitdrukking wordt gebracht.
De wiskundige Benoît Mandelbrot stelt dat de werkelijkheid veel beter met zijn fractale geometrie kan worden beschreven. Het is net als met de telling van Pythagoras zeker een manier om op de complexe werkelijkheid grip te krijgen.
De gebroken dimensie van Mandelbrot heeft op het getal 1,618 van de Gulden snede betrekking.
De getallen van Pythagoras brengen een relatie, een specifieke categorie van betrekkingen tot uitdrukking.
Om de verbanden weer te geven tussen bedrijven in een bedrijfskolom en de daarbij behorende bedrijfstakken kan van de systeem hiërarchische structuur gebruik worden gemaakt. Voor deze conclusie wordt naar de boeken van D. Keuning en D.J. Eppink verwezen.
Een systeemaanpak vraagt om een interdisciplinaire aanpak en betekent dat je over grenzen, over je eigen schaduw kunt heenstappen.
De cybernetica (systeemtheorie) toont een sluitstuk van de puzzel. Omgekeerd kan worden gesteld dat in de loop der millennia op basis van de systeemleer onbewust, intuïtief vele interpretaties zijn ontstaan, die hetzelfde beogen namelijk een stabiele maatschappij. De kernvraag blijft echter nog steeds waartoe zijn we op aarde, waar streven we naar? De wil bestuurt de regelkring. Een lossere moraal, met name het wij/zij denken brengt grotere fluctuaties, de onbalans in de maatschappij teweeg. Het ‘en-en’ denken creëert stabiliteit, het ‘of-of’ denken vergroot de kloof.
De ongrijpbare patronen, schakelnetwerken van Prof. van Peursen correleren met de spiegelneuronen van Marco Iacoboni.
Met behulp van de systeemtheorie wordt de verbinding tussen de aardse en de hemelse werkelijkheid in beeld gebracht. De cybernetica laat zien hoe integratie cq. desintegratie daadwerkelijk kan worden bereikt. Karma is niet het onontkoombare lot, het zijn nog altijd mensen die besluiten om de ‘trekker’ (trekkermechanisme) over te halen. Door gerichte feedforward besturing kunnen grote schommelingen worden vermeden.
Om onze waarneming, leergedrag, opmerkzaamheid, logisch redeneren, herinneren, dromen te verklaren vergelijkt Prof. van Peursen in zijn boek Cultuur in stroomversnelling uit 1975 de werking van de hersenprocessen met het zogenaamde ‘trekkermechanisme’.
Homeostase (1e Dimensie, Cybernetica) zorgt er net als een thermostaat voor dat veranderingen binnen een bepaald bereik blijven. Het is een mechanisme dat in ons organisme zit ingebakken. Leren en groeien is alleen mogelijk door je buiten gevestigde denkbeelden te bewegen.
Homeostase komt echter in actie wanneer je daarin te ver doorschiet.
Om de verbindende patronen van de Kosmos te verklaren past Ken Wilber de filosofie van Arthur Koestler toe. Arthur Koestler bedacht de term ‘holon’ voor een entiteit die een geheel is en tegelijkertijd een deel van een ander geheel.
5D houdt rekening met het spiegelbeeld, de keerzijde van de medaille. Het geheel is tegelijkertijd een deel van een ander geheel. 5D maakt van het open systeemdenken gebruik dat alles met elkaar samenhangt en elkaar beïnvloedt.
Één Leven en Wet (‘Law of One’, 'Zaaien en Oogsten') van Karma-nemesis wordt door het rechter- en linkerpad tot uitdrukking gebracht.
De wet van ‘karma’, ofwel oorzaak en gevolg. Elke actie roept een ractie op. Wat we zaaien zullen we oogsten. We maken constant keuzes. Het gaat erom bewust met deze keuzes om te gaan. Nirwana wordt bereikt wanneer daden geen karma meer voortbrengen. Alleen nirwana is ongeconditioneerd, onafhankelijk en geen illusie.
Volgens een in de systeemleer bekende regel ‘Garbage in - garbage out’, voor de secularisatie ‘Zaaien en Oogsten’, is het voor het verkrijgen van de gewenste uitvoer nodig eerst de invoer te veranderen. Het leven bestaat niet alleen uit consumeren, de Stof, maar zoals de wijsheidsboeken ons eerder hebben laten zien ook uit de Geest. Het boek ‘Corpus Hermeticum’ p.203: Het is de weg van kennis die tot zelfkennis, ja tenslotte tot Gnosis leidt, een fundamentele kracht tot levensvernieuwing. ‘Het denken met het hart en het voelen met het hoofd’. Voor het creëren van een spiritueel ecosysteem is het verleggen, het laten oplossen van grenzen een eerste voorwaarde.
In de systeemleer staat de ‘4’ voor het terugkoppelingsmechanisme, dat op de invoer, de verwerking en de uitvoer volgt. De hemelse ‘1 2 3’ ontstaat wanneer de aardse ‘4’, het terugkoppelingsmechanisme harmonie creëert. Een tipje van de sluier wordt opgelicht. De driehoek van Pythagoras is nog steeds actueel. Het ultieme ordeningsprincipe, de negentropie is al millennia bekend.
In de syteemtheorie staat tegenover de invoer de uitvoer, tegenover de verwerking de feedback. De symmetrie, het complementariteitsprincipe komt door de interacties tussen 'Invoer en Uitvoer' versus 'Verwerking en Feedback' naar voren.
Het continuüm van onbewust onbekwaam naar onbewust bekwaam van de humanistische psychologie Maslow laat zien hoe vaardigheden kunnen worden geoefend. Het gaat er eerst om bewust te worden waarvan je je niet bewust bent. De opgebouwde conditioneringen, karmische formaties (als de restanten van alles wat we gedacht, gevoeld, gezien en gedaan hebben) moeten eerst worden herkend. Integratie vindt plaats wanneer op- en ontlading catharsis gelijkmatig gebeurt.
Blavatsky en Ouspensky laten onder meer aan de hand van de Griekse mythologie zien welke universele structuur in het universum zit verborgen.
Het is mogelijk aan de hand van de Griekse mythologie het beheersingsmechanisme te onderbouwen.
Bij het zoeken naar een oplossing voor een complex vraagstuk is er vaak sprake van een wijkende horizon. Is men een stuk verder gekomen, dan blijkt dat de horizon zich mee verplaatst heeft en nieuwe kanten van het problemen zichtbaar zijn geworden. Elke beoordeling speelt zich in het nu af, is een momentopname van een beeld in ontwikkeling. De 2e wijsheidssleutel omvat de oude leerstelling van karma, die het herstel van evenwicht na verstoringen behelst.
De 5e wijsheidssleutel gaat over het principe van voortschrijdende evolutie.
Middels het bewustzijn van het bewustzijn, het reflexief bewustzijn, komen we tot begrip. Chayah (Antahkarana) is de brug, de verbinding met de Schepper, de zogenaamde Derde Weg (het verborgen ‘Immanente en Transcendente’, het 3e Aanzicht) van de tussen het eerste bewuste inzicht en Yechidah. De schakel Chayah, tussen Akasha en Sjechinah betekent eenwording. De kern van de ziel is Yechidah (Sjechinah), de tegenwoordigheid van God in de Schepping.
Het Grote Mysterie (Unio Mystica) van het leven kan alleen als Niet-Zijn geduid worden. Alles hangt in een groot ecologisch systeem met elkaar samen. Doel van het bewustwordingsproces (emanatieproces, evolutieproces) is om met het Mysterie tot eenheid te komen, een duurzame relatie met de natuur op te bouwen. Karma kan echter goede of slechte resultaten opleveren.
Het volmaakte getal 10 (1 + 2 + 3 + 4) wordt in de metafysische wereld verzinnebeeld door de 4 of de Tetraktys. Het laat zien dat er aan de wereld van de eeuwig wederkerende verschijnselen (Aldous Huxley: ‘perennial’, Friedrich Nietzsche: ‘ewige Wiederkehr’), een eeuwige natuurlijke ordening, een blauwdruk (bepaalde natuurconstanten, het factorelement (x), de Triade en de Tetrade ten grondslag ligt.
(x): Gottfried de Purucker: Het getal zeven, als een samenstelling van 3 en 4, is het factorelement in elke oude religie, omdat het het factorelement in de natuur is. Zeven is het grondtal van het gemanifesteerde heelal.
De Triade, de triniteit vormt de natuurlijke eenheid en de Tetrade vormt de natuurlijke selectie. Bij levensprocessen gaat het om de memen van Richard Dawkins, met name om de natuurlijke selectie.
Paul G. van Oyen bespreekt in zijn boek Het Enneagram NU, net als Richard Rohr in het boek Gelukkiger leven met het Enneagram het enneagram op basis van de Binnenwereld en de Buitenwereld.
Het uitgangspunt van 5D is dat elke medaille twee complementaire kanten heeft, die niet los van elkaar staan maar innig met elkaar zijn verbonden, elkaar completeren. Zo bestaat er subjectieve kennis en objectieve kennis, geesteswetenschappen en natuurwetenschappen, Intelligent Design en Evolutietheorie, Kerk en Staat, metafysica en fysica, cultuur en natuur, nurture en nature, psychosociale en biologische processen, elitecultuur en massacultuur (sentiment van de massa), geest en lichaam, hart en ziel, gevoel en begrip, actie en reactie, orde en chaos, schepping en vernietiging, Apollo en Dionysus, binnenwereld en buitenwereld, innerlijke universum en universum, microkosmos en macrokosmos, verstrooiingsindustrie en oorlogsindustrie, eigenlijkheid en oneigenlijkheid (Heidegger), verleden en toekomst, zaaien en oogsten. Elke levenscyclus toont één opgaande en één neergaande lijn. Het leven bestaat uit allebei.
De moraal van het verhaal is dat wanneer alle religies zijn afgeschaft het nog niet automatisch betekent dat daarmee ook al het kwaad uit de wereld is verdwenen.
Anne-Marie Rakhorst: Duurzaam ontwikkelen... een wereldkans
Het is voor onze samenleving te hopen dat de vonk, die van haar teksten af spat veel lezers zal doen ontvlammen. Zoals Naomi Klein in haar boeken No Logo en De shockdoctrine aantoont, is een te klein deel van onze bevolking zich bewust van de noodzaak om het algemeen belang te plaatsen boven het eigenbelang. Van het welslagen van deze mentaliteitsomslag hangt echter wel het voortbestaan van de mensheid af. Vereist is dan ook zeker een groei van ethisch bewustzijn. Hier ligt ook voor kerken wereldwijd vanwege hun massale bereik een duidelijke taak. Construire la terre - Bouwen aan onze aarde, was al het devies van Teilhard de Chardin. Anne-Marie Rakhorst onderschrijft dat met haar werk en met dit boek.
Het is wenselijk de vicieuze cirkel van het kip-en-eiprobleem, het Wat en Hoe denken te doorbreken. Dit kan komen doordat zij in een kringverhouding tot elkaar staan: zonder A kan B niet tot stand komen, maar zonder B ontstaat A niet.
‘Zaaien en Oogsten’ staat voor het ‘en-en’, daarentegen 'Leven en Dood', Rechterhand en Linkerhand – twee elkaar uitsluitende fenomenen - voor het ‘of-of’.
In het universum is de gebroken symmetrie een gegeven. De mensheid wordt daardoor op aarde uitgedaagd voor zijn "survival of the fittest" slimme 'en-en' oplossingen te bedenken.
Zie ook:
Boeken:
- Kevin Powers De gele vogels (recensie)
- Judith Butler Contingency, Hegemony, Universality
- Jaas van der Meer De kosmische aard van onze werkelijkheid
- Stefanie Bakelandt Een moraalfilosofische reflectie over het raadselachtig karakter van de dood ~ Een verkenning in het oeuvre van Heidegger, Levinas en Jankélévitch
- Søren Kierkegaard The Sickness Unto Death
- Edward Gibbon De geschiedenis van de neergang en val van het Romeinse Rijk
- W.H. van Vledder Het mysterie van het zelf - Upanishaden
- H.P. Blavatsky De Geheime Leer Deel I, II en II
- René Meijer De Ether Bestaat
- Pietro Archiati, Wat is karma en reïncarnatie
- Jan Baars Aging and the Art of Living
- Bas Blekkingh Authentiek leiderschap (website)
- Samenvatting van de ideeën: DE GEMIDDELDE EVOLUTIE : VAN BIT TOT ATTRACTOR, ATOOM EN ECOSYSTEEM
- D. Keuning Bedrijfskunde
- Het hiërarchisch brein
- D. Keuning en D.J. Eppink Management en Organisatie, Theorie en Toepassing
- Robert Rosenboom De Wet van het Octaaf Vallen, intervallen en weer opstaan in organisaties
- Jan Bleyen Doodgeboren Een Mondelinge Geschiedenis Van Rouw
- Jan van der Vegt De Man Met De Drietand Leven En Werk van Jan Elburg 1919-1992
- Hans Driesch Die Überwindung des Materialismus
Externe Links
- Cyclische kosmos
- De theosofie over evolutie, 'intelligent design' en 'God'...
- Cyclic history
- Conformal Cyclic Cosmology
- De Geheime Leer Deel II hoofdstuk 4 De duur van de geologische tijdperken, rascyclussen en de oudheid van de mens
- Manvantara
- Hindu units of time
- Satya Yuga
- Kali Yuga
- Kalpa (aeon)
- Timeline of religion
- Evolutionary origin of religions
- Gaia (mythologie)
- Cycloop
- Cycloop (Euripides)
- Polyphemos (Cycloop)
- Evolutionary psychology of religion (Richard Sosis)
- J. Kenneth Arnette, Ph.D. The Theory of Essence. III. Neuroanatomical and Neurophysiological Aspects of Interactionism
- Penrose and Hameroff 'Consciousness in the Universe' (Orch-OR Theorie)
- Quantum consciousness
- John P. Van Mater De zes grondstellingen (hypothesen) van De Geheime Leer
- Zonnenevel
- Oerknal
- Heelal
- Ontstaan en evolutie van het zonnestelsel
- Zonnestelsel
- Zonnenevel
- Siderische en tropische dierenriem
- Vedische astrologie
- Axial precession
- Eternal return (Eeuwige wederkeer)
- Lars Bergström Death and eternal recurrence
- Onsterfelijkheid
- Evolutionary Biology
- Nature and function of telomeres Structure, function and evolutionary biology
- 19th-century philosophy
- Hindu units of measurement
- Yuga
- Lunisolar calendar
- Afhankelijk ontstaan
- Beatrice Bruteau Leven is sterven
- Evolutionary history of life
- Timeline of evolution
- Hoera, het geld is op!
- Transparency International
- Moral hazard (definitie)
- Bezielend Leiderschap
- Inner Quest (Leiderschap)
- Piet Schreuder Het Beloofde Land
- Wouter Bos De Joop den Uyllezing
- Cycli en ritmes
- Hindsight bias (ik-wist-het-aldoor-al-afwijking)
- Ezechiël
- Ezechiël
- Heilig, heilig, heilig is de Heer (Ezechiël)
- Kosmische evolutie
- Weegschaal (astrologie)
- Eon (geologie)
- Mens & Ziel
- Stephen Jay Gould Evolutie
- Anna Lemkow boek Het Heelheid Principe
- G. de Purucker De hiërarchische structuur van het heelal
- Jaap van de Weg en Rinke Visser, klik vakwerk, publikatie Karmische gezichtspunten
- Rinke Visser, klik vakwerk, publikatie Steiner en Bergson in het kader van karma onderzoek
- Regressie- en reïncarnatietherapie
- Jaap van de Weg, klik vakwerk, publikatie Karmaonderzoek Lemniscaat
- Buitenhof TV
- A.J.J. Vis: Hoe holistisch is fysiotherapie in energetisch (-etherisch) perspectief?
- H.J.Barendregt-Geist: Klassieke Homeopathie & Antroposofische geneeskunde?
- A.J.R. van der Ley: Paralellen in de Traditionele Chinese Geneeskunde (TCM) en de Anthroposofische Geneeskunde
- Gedachtelichaam
- Henri Bergson (durée)
- Peter van der Linden Karlmarxbarksbarth
- Alberto Villoldo
- Katinka Hesselink Denkend over het leven, spirituele groei en meer overpeinzingen
- Weblog van: Katinka Hesselink
- Numerologie
- Wholism Project
- Kringloop
- Springteam (Robert Rosenboom)
- De Kunst om JeZelf te zijn
- Het Maitreya Instituut
- Asanga Yogacara-school
- Penny-wise and Pound-foolish
- Wereldgeheimen
- Leven in de Nieuwe Tijd Over onze weg naar ascensie en zuivering
- Elles van Paassen (kies 'Open de poorten van je hart' De circle of Transformation)
Categorie: Artikelen | Rapport | Auteur: Harry Nijhof
Deze pagina werd sedert 16 dec. 2007 970 keer bekeken.
