Deze filognostische presentatie is in aanbouw

2.2 Tijd en Symmetrie

De Eeuwige wederkeer

Willem Bilderdijk In 't verleden - Ligt het heden - In het nu wat worden zal.

Verleden en Toekomst, de eeuwige wederkeer verbonden door het NU.
H.P. Blavatsky: De Geheime Leer Deel I, (p. 67): Het nu is slechts een wiskundige lijn die dat deel van de eeuwige duur dat wij de toekomst noemen, scheidt van het gedeelte dat wij het verleden noemen.

Wim de Lobel (kies: Artikelen) boek De eeuwige generatie (p. 37): Daaruit blijkt dat Anaximandros vanuit zijn natuurlijke bevindingen had geconcludeerd, dat het onbepaalde en onbegrensde (apeiron) uit de ondergang van de oude hemellichamen nieuwe werelden doet voortkomen.
Anaxagoras: De oorspronkelijke toestand van het universum was een oerchaos (gebaseerd op de theorie van het apeiron bij Anaximandros).

P. 38: De filosofie van Anaximandros stoelt in de cyclus van de eeuwige wederkeer. Zoals in de cirkel begin en einde in elkaar overgaan, zo is in het ontstaan, erzijn en vergaan procesmatig de eeuwige cyclus van leven en dood verondersteld.

Pythagoras verdeelde de dualiteiten in apeiron (Anaxagoras) en peras (einde).
H.P. Blavatsky, De Geheime Leer Deel I/II, p. 682/4: Het viertal wordt zowel in de Kabbala als door Pythagoras als het volmaakste of liever als het heilige getal opgevat, omdat het voortkwam uit de een, de eerste gemanifesteerde eenheid, of liever de drie in één. Door mystieke vervorming werden ze het viertal – de driehoek werd de TETRAKTIS. De alfa en omega van de mystieke gedachte – kreeg na Pythagoras door toedoen van Aristoteles veel minder betekenis.

Laurens Verhagen Aangelijnd aan de pin van het moment (Filosofie Magazine, september 1996): Of alles echt terugkeert, is niet de vraag, zegt de Brusselse hoogleraar filosofie Hubert Dethier. 'Het gaat erom of een persoon de gedachte aan een eeuwige herhaling van elk moment kan dragen, of meer nog, jubelend kan aanvaarden.' Ook Duintjer neemt Nietzsches gedachte over de eeuwige wederkeer niet letterlijk: 'Ik vermoed dat het Nietzsche met zijn 'Ja und Amen Lied' uit Also sprach Zarathustra hetzelfde wil bereiken als Joyce aan het slot van Ulysses. De vrouwelijke persoon somt allerlei situaties - sommige leuk, andere minder leuk - uit haar leven op en zij roept daarbij telkens "Yes, yes!". Daar gaat het om: levensaanvaarding, wat je ook overkomt, soms zelf ondanks wat je overkomt. Die eeuwige wederkeer is dus meer een "alsof". Ongeacht of de dingen nou terugkeren of niet, gaat het om het ja-zeggen, wat er ook gebeurt.'

Samenvatting

De in de bijlage ‘Nu, Verleden en Toekomst’ gerubriceerde publicaties laten zien dat het definiëren van het verschijnsel tijd nog niet zo eenvoudig ligt. Waandenkbeelden blijven bestaan zolang de domeinen Geest en Lichaam, geesteswetenschappen en de natuurwetenschappen los van elkaar blijven functioneren. Voor wat betreft ruimte en tijd kan er maar een waarheid zijn, die voor beide domeinen geldt. Het is wenselijk dat de discrepantie die er over de begrippen ruimte en tijd is ontstaan wordt opgeheven. Er treedt een paradigmawisseling van Thomas Kuhn, een revolutie in het wetenschappelijke denken op, wanneer de grens die tussen beide domeinen is ontstaan wordt doorbroken.

De fysicus Cees Dekker stelt een intrigerende vraag in de Volkskrant van 4 maart 2006, namelijk welk model past het zuiverst op de éne werkelijkheid? Cees Dekker gaat voor de objectieve, wetenschappelijke werkelijkheid. De heer Karskens (Filosofie & praktijk nrs. 2 en 3 2006) gelooft niet in een totaliteitstheorie, de snaartheorie die de relativiteitstheorie van Einstein en de quantummechanica verbindt. Dit antwoord sluit aan op het recent in de Volkskrant door Martijn van Calmthout besproken boek ‘TROUBLE with PHYSICS’ van Lee Smolin. Snaartheoretici vergeten namelijk een principieel punt: dat tijd en ruimte zelf ook uit zo’n theorie van alles naar voren moeten komen. De snaartheorie neemt volgens Smolin ruimte en tijd als fundamentele gegevens.

Konrad Dietzfelbinger boek Mysterie scholen (p. 87): Het ontvangende staat tegenover het verwekkende. Uit het ontvangende ontstaat in de loop der eonen de materie waarin de krachten en ordening van de verwekkende Geest werkzaam zijn. Deze materie en de zich ontwikkelende zichtbare schepping zijn dus 'de helft van het geheel'. Met de twee is het het 'begin' gemaakt, de tijd.
P. 88: De getallen waren voor de pythagoreeërs een middel om de opbouw en de scheppingsprocessen van de wereld te verduidelijken, en dan niet alleen de uiterlijke, zichtbare kant maar vooral ook de geestelijke kant, de innerlijke krachten en hun werkzaamheid.

In 5D staat ‘Er is slechts eeuwig leven in het NU’ van Trân-Thi-Kim-Dięu centraal.
(zie artikel De verticale verbinding van verleden en heden van Trân-Thi-Kim-Dięu).

Ouspensky’s boek De vierde dimensie dat in 1918 in Rusland verscheen: Blavatsky roept de mens op in het eeuwige te leven en niet tevreden te zijn met het tijdelijke.... Dit zijn gedurfde inzichten die niet ontkend kunnen worden.
In het eeuwige te leven betekent voor de onsterfelijke geestelijke wereld te kiezen, de wereld die geen tijd kent.

Pim van Lommel boek Eindeloos Bewustzijn – Wetenschappelijke visie op bijna-dood ervaringen (p. 310):
Plato: 'De tijd bestaat niet in de onstoffelijke wereld. Het tijdelijke, stoffelijke lichaam is de tijdelijke drager van de ziel, die blijft. [...] De ziel, los van het lichaam, komt in contact met overleden personen.'

Tolle Eckhart draait in zijn de boeken de stelling van Blavatsky om en zegt dat alles wat je ervaart vindt altijd in het heden plaats. Verleden en toekomst bestaan niet.

Het mysterie van het leven zit in de 4e dimensie verborgen. De vrije keuze, de creativiteit die we hebben ligt als het ware op deze grenslijn. Volgens de relativiteitstheorie van Einstein is tijd geen absoluut gegeven. De objectieve realiteit bestaat niet. Grenslijnen zijn kunstmatig, zijn mensenwerk.

Het denken vindt in het nu, op het snijvlak tussen verleden en toekomst plaats. Er wordt vooralsnog van uitgegaan dat het nu op het snijpunt ligt van de drie ruimtelijke dimensies.

Het complementariteitsprincipe komt in de wisselwerking, tussen de’Invoer en Uitvoer’ en ‘Verwerking en Feedback’ naar voren.

In de theosofie wordt dit door het 2e en 3e Beginsel, Periodiciteit en Hiërarchieën, tot uiting gebracht.

Zie ook:

Boeken:

  • Konrad Dietzfelbinger Mysterie scholen

Externe Links

<< vorige || volgende >>

Categorie: Artikelen | Rapport | Auteur: Harry Nijhof


Deze pagina werd sedert 16 dec. 2007 584 keer bekeken.