| Deze filognostische presentatie is in aanbouw |
2. Ruimte, Materie en Tijd
Groter dan het offer van materiële dingen
is het offer van de kennis, o bestraffer van de vijand;
al dit karma bijeen, o zoon van Prithâ,
vindt zijn einde in de kennis.
Denk niet dat de reis kort is;
men moet het hart van een leeuw hebben
om deze ongewone weg te volgen, want hij is erg lang...
men trekt moeizaam voort in staat van verwondering,
soms lachend soms huilend.
Hoe verder we in de materie doordringen, door middel van steeds krachtiger methoden, des te meer raken we verward door de onderlinge afhankelijkheid der delen. Elk element in de Kosmos is voortgekomen uit alle andere elementen. Het is onmogelijk in dit netwerk te snijden of dit te isoleren zonder dat het aan alle kanten gaat rafelen.
De moderne fysica is er niet langer zeker van of wat ze in handen heeft zuiver energie is, of zuiver gedachte.
Teilhard de Chardin ging volkomen op in wat hij als zijn levenstaak zag: als christen de paleontologie te beoefenen en aan de wereld duidelijk te maken dat de evolutie in de schepping een zinvol, doelgericht proces is, dat van energie naar materie, van materie naar leven, van leven naar bewustzijn, van bewustzijn naar zelfbewustzijn, van zelfbewustzijn naar collectief bewustzijn voert, om ten slotte haar voltooiing te bereiken in Christus.
René Meijer De Energiekwestie en de Orde van de Tijd - Het paradigma voor de Nieuwe Wereldorde.
Prof. Kanarev stelt dat we in de twintigste eeuw onze onderzoeksresultaten verkeerd zijn gaan interpreteren; we zijn volgens hem iets vergeten. "Tijd, ruimte en materie - het zijn de drie niet te scheiden elementen van een universum".
In het leven bewegen we ons tussen een materiële wereld en een spirituele wereld, een fundamentele dualiteit van leefwerelden. Als we een theorie van alles willen hebben, moeten deze werelden in deze hiërarchisch-structurele visie op de persoon en de materie, in dit nieuwe paradigma voor de wereldorde, worden gecombineerd zodat iedereen er een plaats in heeft, zodat een ieder gerespecteerd kan worden en conflicten daarmee beëindigd kunnen worden. De beide werelden hebben elkaar nodig en kunnen niet zonder elkaar bestaan, precies zoals de ruimte niet zonder de materie en de tijd kan bestaan en de oude natuurkunde het ook niet kan stellen zonder de antimaterie. Het geheel van de hiërarchische deeltjestheorie (HDT) laat zich dan als volgt weergeven:

Het is in feite een dubbele Tetraktys, een dubbele 1-2-4-8 versie van het pythagoreïsche 1-2-3-4 symbool voor de kosmos. In deze driehoek, die in de HDT voor zowel het manifeste als het niet-manifeste staat, toont zich de orde van het geleidelijk in opeenvolging vanuit de monade evolutionair ontstaan van de diade, de triade en de tetrade als de basisverdeling van de schepping. Respectievelijk staan die vier traditioneel voor de singulariteit van het oerbegin van het hebben van o dimensies, de eenheid; de tweevoudigheid van één dimensie, van een lijn, van de polariteit van de wereld; de drievoudigheid van twee dimensies, een plat vak, een vergelijking van polariteiten in het woord; en de viervoudigheid van het hebben van een driedimensionale wereld bestaande uit de vier basiselementen of basiskrachten der natuur.
De esoterische Pythagoreërs zworen op dit symbool van de eeuwige vernieuwing zelfs een eed:
Ik zweer bij Hem die in onze zielen de heilige Tetraktys heeft geplant, de bron van de Natuur wier oorzaak Eeuwig is.
Voorwaar, bij de Tetraktys die aan onze Ziel de bron verschafte, die de wortels der immer vloeiende natuur bevat.
(Ou ma ton hameterai geneai paradonta Tetraktun, Pagan aenaou Phuseôs Rhizôma t' ekhousan).
H.P. Blavatsky: De Geheime Leer Deel I, Hoofdstuk Over elementen en atomen (p. 630):
Dit is de logos (de eerste) of Vajradhara, de allerhoogste Boeddha (ook Dorjechang genoemd). Als Heer van alle mysteriën kan hij zich niet manifesteren, maar hij zendt zijn hart – het ‘diamanten hart’, Vajrasattva (Dorjesempa) – de wereld van manifestatie in. Dit is de tweede logos van de schepping, uit wie de zeven (volgens de exoterische sluier de vijf) Dhyāni-Boeddha’s voortkomen, die de aupapāduka worden genoemd, ‘de ouderlozen’. Deze Boeddha’s zijn de oorspronkelijke monaden uit de wereld van het onlichamelijke zijn, de arūpa-wereld, waarin de intelligenties (alleen op dat gebied) in het exoterische systeem geen vorm en geen naam hebben, maar in de esoterische filosofie hebben ze wel hun zeven afzonderlijke namen. Deze Dhyāni-Boeddha’s emaneren of scheppen door de kracht van dhyāna uit zichzelf hemelse Zelven – de bovenmenselijke bodhisattva’s. Deze incarneren als stervelingen aan het begin van iedere menselijke cyclus op aarde en worden in incidentele gevallen, dankzij hun persoonlijke verdienste, bodhisattva’s onder de zonen van de mensheid, waarna zij opnieuw als mānushi- (menselijke) Boeddha’s kunnen verschijnen. De aupapāduka (of Dhyāni-Boeddha’s) zijn dus identiek met de mānasaputra’s van de brahmanen, ‘de verstandgeboren zonen’ – hetzij van Brahmā, hetzij van een van de andere twee personen van de goddelijke drie-eenheid, en dus ook identiek met de rishi’s en de prajāpati’s. Zo vindt men in de Anugītā een passage, die esoterisch gelezen duidelijk hetzelfde denkbeeld en stelsel aangeeft, hoewel in een andere beeldspraak. Er staat: ‘Wat voor wezens er in deze wereld ook zijn, beweeglijke of onbeweeglijke, ze zijn de allereersten die zullen worden opgelost (bij pralaya); en daarna komt wat zich uit de elementen heeft ontwikkeld (waaruit het zichtbare Heelal is gevormd); en na de daarbij ontstane wezens, alle elementen. Zo is de trapsgewijze opklimming van de wezens. Goden, mensen, gandharva’s, piśācha’s, asura’s, rākshasa’s, allen zijn
geschapen door svabhāva (prakriti, of plastische natuur), niet door daden en ook niet door een oorzaak’ – d.w.z. niet door enige fysieke oorzaak.
H.P. Blavatsky, De Geheime Leer Deel I/II, p. 682/4: Het viertal wordt zowel in de Kabbala als door Pythagoras als het volmaakste of liever als het heilige getal opgevat, omdat het voortkwam uit de een, de eerste gemanifesteerde eenheid, of liever de drie in één.
Door mystieke vervorming werden ze het viertal – de driehoek werd de TETRAKTIS. De alfa en omega van de mystieke gedachte – kreeg na Pythagoras door toedoen van Aristoteles veel minder betekenis. Plutarchus verklaart dat de Achaïsche Grieken het viertal als de wortel en het beginsel van alle dingen beschouwden, omdat dit het getal van de elementen was, die alle zichtbare en onzichtbare geschapen dingen voortbrachten. De natuurfilosoof Empedocles van Agrigento beschrijft de vier onveranderlijke elementen aarde, water, lucht en vuur.
H.P. Blavatsky: De Geheime Leer Deel II, Hoofdstuk De Tetraktis in verband met de zevenhoek (p. 682):
‘De Pythagorische wereld’, zegt Plutarchus ‘bestond uit een dubbel vierkant’.
- Het viertal van de verstandelijke wereld (de wereld van mahat) is t’agathon, nous, psyche, hyle;
- Terwijl dat van de waarneembare wereld (van de stof) - die eigenlijk is wat Pythagoras met het woord Kosmos bedoelde vuur, lucht, water en aarde is. De vier elementen staan bekend onder de naam rizomata, de wortels of beginselen van alle gemengde lichamen’, d.w.z. de lagere Tetraktis is de wortel van de illusie van de wereld van de stof; en dit is het tetragrammaton van de joden en de ‘geheimzinnige godheid’ waarover de hedendaagse kabbalisten zoveel drukte maken!
P. 684: Plutarchus verklaart (de Plac. Phil., blz. 878) dat de Achaïsche Grieken het viertal als de wortel en het beginsel van alle dingen beschouwden, omdat dit het getal van de elementen was, die alle zichtbare en onzichtbare geschapen dingen voortbrachten. Bij de broeders van het rozenkruis vormde de figuur van het kruis of de uitgeslagen kubus het onderwerp van een verhandeling in een van de theosofische graden van Peuvret, en werd behandeld volgens de fundamentele beginselen van licht en duisternis, of goed en kwaad.
SisyPhus
De MultiVersele Creatie door Negentropie in correlatie met de vier niveau's van de Ka-Ba-Lah.
De vier niveau's van de Ka-Ba-Lah (Voertuig, Dierlijk-astrale Ziel, Ziel en Geest) kan in correlatie gezet worden met de vier vortexen van MetaTRON.
De Ka-Ba-Lah kent vier niveau's, die ik "projecties" noem, of "blauwdrukken" - dat echt heel veel consequenties heeft voor ons zelf. Er is heel veel mee gerotzooid, vooral door de occultisten Crowley en Blavatsky, die best wel veel kennis hadden - maar zichzelf verloren in de duisternis, in het satanistische en de sinistere kant van het bestaan - zonder het goed te beseffen, naar mijns insziens juist door het "occultisme" en de "doctrines" (tekenent voor het "blanke ras"). Ik heb mijn voorkeur voor Dion Fortune, die helaas zelfmoord pleegde, omdat zij, zoals ik dat zie, een besef kreeg, dat zij in deze Aarde-matrix, deze gevangenis van MetaTRON, niets kon uitvoeren tegen de onstellende ontsporingen der mensen en het "godsdienst/vrijmetselarij" establishment.
Zij was, net zoals Rudolph Steiner, haar "tijd ver vooruit".
Macrokosmos en Microkosmos (Macrokosmos en Microkosmos)
Het onkenbare 1e beginsel, de wisselwerking tussen DAT en DIT, de blauwdruk gaat het menselijke begripsvermogen te boven.
Het brengt de relatie tussen hemel en aarde, het ontstaan van de kosmos en van de mens (H.P. Blavatsky, De Geheime Leer Deel I en II),
energie en materie tot uitdrukking.
De Geheime Leer Deel I, STANZA V (p. 158):
De ‘bouwers’ vertegenwoordigen de eerste ‘uit het denkvermogen geboren’ wezens, dus de oorspronkelijke rishi-prajapati’s, en ook de zeven grote goden van Egypte, van wie Osiris de voornaamste is; zij vertegenwoordigen de zeven Amshaspends van de Zoroastriërs, met Ormazd aan het hoofd, of de ‘zeven geesten van het gezicht’: de zeven sephiroth, gescheiden van de eerste triade, enz.
Na de ‘nacht’ bouwen of liever herbouwen zij ieder ‘stelsel’. De tweede groep bouwers is de architect van uitsluitend onze planeetketen, en de derde is de voorvader van onze mensheid – de macrokosmische oervorm van de microkosmos.
H.P. Blavatsky, De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk Het kruis en het pythagorische tiental (p. 652):
Voor hen bestond het hele metafysische en stoffelijke Heelal in, en kon het worden uitgedrukt en beschreven door, de cijfers van het getal 10, het pythagorische tiental.
De éne werkelijkheid is dat het universum in het menselijke bewustzijn wordt weerspiegeld. De driehoek van Pythagoras en de categorieën van Aristoteles symboliseren hoe de innerlijke wereld met de uiterlijke wereld wordt verbonden.
Tegenover het 5e element Ether staat het reflexief bewustzijn, dat door de driehoek (1 + 2 + 3 + 4 = 10) van Pythagoras en de categorieënleer van Aristoteles, kan worden gesymboliseerd. De categorieën worden in de publicatie Kwaliteitskundig kader opnieuw toegelicht.
| Pythagoras en | Aristoteles: | 1. "wezen(lijk)-zijn" | ||
| Monade | Triade | 7. bv. gezeten-zijn (positie) | 9. "doende-zijn" (actie) | |
| 4. Doeloorzaak ---- | 2. Werkoorzaak | 5. "wààr?-zijn" (plaats) | 3. "hoedanig?-zijn" (kwaliteit) | |
| | | | | | | | | |
| 1. Stofoorzaak ---- | 3. Vormoorzaak | 2. "hoe groot?-zijn" (kwantiteit) | 4. "met betrekking tot iets-zijn" (relatie) | |
| Tetrade | Duade | 10. "ondergaande-zijn" (passie) | 8. bv. geschoeid-zijn (habitus) | |
| 6. "wanneer?-zijn" (tijd); Snijpunt 2./3. en 4./5. |
Spiegelsymmetrie, Speciale relativiteitstheorie
Elementaire deeltjes
(Elementaire deeltjes): De speciale relativiteitstheorie zegt dat waarnemers die zich ten opzichte van elkaar bewegen, gebeurtenissen in omgekeerde volgorde kunnen zien plaats vinden. In zeker opzicht gedragen antideeltjes die terugreizen in de tijd zich als gewone deeltjes die vooruit door de tijd bewegen, en gewone deeltjes die teruggaan in de tijd zijn equivalent aan antideeltjes die vooruit door de tijd reizen.
Deze verwisseling is een ruimte-tijd spiegelsymmetrie.
In 1956 voorspellen Lee en Yang enkele merkwaardige eigenschappen, die niet bij andere wisselwerkingen voorkomen, deze werden in 1957 door Wu experimenteel bevestigd: de zwakke processen blijken niet spiegelsymmetrisch te verlopen (de pariteit is niet behouden en er is evenmin symmetrie met processen waarbij de deeltjes door hun antideeltjes worden vervangen.
Complementair (Dualiteit)
In de bijlage Triade en Tetrade zijn belangrijke innovaties gerubriceerd die onze huidige maatschappij in sterke mate hebben gevormd.
De fysicus Cees Dekker stelt een intrigerende vraag in de Volkskrant van 4 maart 2006, namelijk welk model past het zuiverst op de éne werkelijkheid? Cees Dekker gaat voor de objectieve, wetenschappelijke werkelijkheid. De heer Karskens (Filosofie & praktijk nrs. 2 en 3 2006) gelooft niet in een totaliteitstheorie, de snaartheorie die de relativiteitstheorie van Einstein en de quantummechanica verbindt. Dit antwoord sluit aan op het recent in de Volkskrant door Martijn van Calmthout besproken boek ‘TROUBLE with PHYSICS’ van Lee Smolin. Snaartheoretici vergeten namelijk een principieel punt: dat tijd en ruimte zelf ook uit zo’n theorie van alles naar voren moeten komen. De snaartheorie neemt volgens Smolin ruimte en tijd als fundamentele gegevens.
Cees Dekker zegt over het boek De taal van God van Francis S. Collins: 'Dit is een boek zoals ik had willen schrijven.' (Recensie van Ben van Raaij in de Volkskrant van 20 januari 2007). De wetenschap heeft volgens Collins geen antwoord op vragen die vanouds het terrein zijn van de theologie: hoe is het heelal ontstaan, wat is de betekenis van leven? Het 5D concept laat met behulp van het kernkwadrant zien dat het dialectische proces, zowel Micro als Macro, het beste op de éne werkelijkheid van Cees Dekker aansluit.
Ken Wilber: boek De eenvoud van zijn - Omarm je ware aard
Ken Wilber raakte er - blijkens een citaat uit zijn werk One Taste - diep van doordrongen: "de natuur is de uitwendige vorm van Boeddha, de natuur is het stoffelijk lichaam van Christus: Neem, eet, want dit is mijn lichaam, neem, eet, want dit is mijn bloed" (p. 51).
"Het denkbeeld van evolutie als Eros, of de Geest-in-actie, die overal ter wereld werkzaam is door zachte overreding in de richting van liefde, zoals Whitehead het uitdrukt, verklaart in aanzienlijke mate de onverbiddelijke ontwikkeling van materie naar lichaam naar geest naar ziel naar de Geest die Zichzelf herkent. Eros, de Geest-in-actie, is een elastiek om jouw en mijn nek, dat ons allemaal terugtrekt naar huis."
Max Wildiers vergelijkt het denken over de wereld in de 12e eeuw met ons denken. Zag men de wereld met Willem van Conches toen nog statisch als een geordende verzameling van dingen, thans ziet men haar - steunend op evolutieleer, relativiteitstheorie en quantumfysica - veeleer dynamisch in de gebeurtenissen, die door tijd-ruimtelijke relaties met elkaar zijn verbonden. Wildiers gaat uitvoerig in op de procesfilosofie van de Britse wiskundige Alfred North Whitehead, waarin de werkelijkheid als een scheppende voortgang ('creative advance') en God als de factor wordt voorgesteld, die de zelfcreativiteit en autonomie van de wereld handhaaft.
Wildiers laat ons in zijn hele beschouwing zien, dat wij op een trap van evolutie zijn beland, waarop de wereldbeschouwing van de middeleeuwen met zijn mystiek, van het moderne positivisme (dat het heil van de mensheid ophing aan de triomf van de wetenschap) en van het christendom niet langer tegenstrijdig, maar integendeel juist als elkaar aanvullend (complementair) kunnen worden gezien. Daarbij beperkt hij zich niet tot de thans overheersende Westerse cultuur, die gekenmerkt lijkt te zijn door de "passie van de macht" (blz.70), maar schenkt hij ook aandacht aan onderstromen, die vaak door Oosterse culturen worden gevoed. Met Karl Popper en Gibson Wilson wijst hij voorts op 'het paradigma van de schoonheid', dat 'het paradigma van de macht' lijkt af te lossen en op de toenemende belangstelling voor klassieke muziek, die dat zou kunnen bevestigen.
G. de Purucker boek Bron van het Occultisme
We zien dus dat denkvermogen of bewustzijn, duur of abstracte tijd, en ruimte fundamenteel één zijn; maar als gevolg van de beperkingen, teweeggebracht door het ontstaan van wezens en entiteiten die tijdens de manifestatie allemaal beperkt zijn, hebben we de verschijningsvormen of maya – of beter gezegd mahamaya – van duur die is opgesplitst in tijdsperioden, abstracte ruimte die is verdeeld in ruimtelijke eenheden, en op een vergelijkbare manier drukt kosmisch denkvermogen of bewustzijn zich uit in stromen van kleinere bewustzijnen of bewuste wezens, die zich uitstrekken van de meest verheven goddelijke wezens tot de meest stoffelijke entiteiten in de werelden van de stof. Deze illusoire verdelingen of zich manifesterende levensstromen brengen de verschillen en de verbazingwekkende verscheidenheid teweeg in onze omgeving, en wekken daardoor in ons de maya of illusie dat de voortschrijdende tijd één ding is, dat ruimte iets totaal anders is, en het bewustzijn in essentie weer iets anders.
Zo komt het dat duur zowel identiek is met ruimte als met kosmisch denkvermogen. Toch is zelfs dit mysterie der mysteries, ruimte-denkvermogen-duur, het product of het beeld dat ons hoogste intellect heeft van dat onuitsprekelijke mysterie dat het naamloze of dat wordt genoemd. We zien bovendien dat verleden en toekomst, op de juiste manier begrepen, samensmelten tot ‘het eeuwige nu’.
Gerrit Teule: boek Chaos en Liefde, de kern van geest, leven en evolutie
De eonenhypothese luidt in het kort als volgt. Het oorzakelijke verband tussen geest en lichaam, en tussen geest en stof in het algemeen, is van elektromagnetische aard, waarbij een scala van subtiele elektromagnetische trillingen en trillingsfrequenties wordt gebruikt. Dit innige elektronische verband tussen geest en lichaam, diep verborgen in wat door Charon "psychomaterie" werd genoemd, is ook de basis voor alle biochemie en i.h.b. voor ons immuniteitssysteem, onze enige en laatste bescherming tegen ziekte en dood; het draagt al onze evolutie-ervaring en overlevingskennis met zich mee en is vergelijkbaar met de omstreden "morfogenetische velden", hier aangeduid als de "eonische matrix". De overweldigende complexiteit, precisie en kracht van dit levende systeem, diep binnenin onszelf maar ook in iedere huismus of grasspriet, is van een indrukwekkende schoonheid. Het stuwt de evolutie voor zich uit in haar streven naar bewustwording.
René Meijer boek De Ether Bestaat (p. 21):
De einsteiniaanse misvatting lijkt, met het serieus nemen van de kritiek, te bestaan uit het verwarren van snelheid met verandering. Snelheid is niet een absolute waarde, zoals de heilige
drie basiselementen van de natuurkunde, te weten ruimte, tijd en materie dat wel zijn. Met de tijdruimte die de materie toont, zijn het die drie elementen die als de natuurkundige
heilige drie-eenheid van God elkaar definiëren en niet tot iets anders te herleiden zijn. Bij de filosoof D. Hume in Het Menselijk Inzicht, heten ze uitgebreidheid, massa en beweging en bij Vyâsadeva, akas'a, prakriti en kâla. Ze vormen elkaars voorwaarde in de schepping, de een is niet denkbaar zonder de ander.
De tijd is het leven, de beweging van de materie in de ruimte. De ruimte is de tijdsafstand, het fenomeen van de zwaartekracht, tussen materiële voorwerpen. De materie is het electromagnetische effect van de werking van de tijd op de potentie van de uitdijende ruimte, de tijd die bij de wet van reactie van lineair cyclisch werd en zo in tegenstelling de zwaartekracht, de oerpotentie dus, omvormde tot materie (zij het niet geheel, blijkens het niet kunnen vinden van de z.g. onzichtbare 'donkere materie', die volgens 5.20: 38 in de Bhâgavata Purâna drie kwart van de schepping beslaat). De hele schepping is een permutatie van de begrippen tijd, ruimte en materie.
Vyâsadeva: (Voetnoten)
11) De zes kenmerken van de volheid of het geluk waar we het in de filognosie over hebben worden, zoals reeds gesteld in notitie 7, afgeleid van de drie basiselementen van de schepping: tijd (kâla), ruimte (âkâs'a) en materie (prakriti). Met het manifeste en niet-manifeste van deze basiselementen komen we uit op het volledige van Zijn volheid: intelligentie en kennis als de manifestatie van de ruimte, als de afspiegeling van het ruimtebesef, terwijl de macht van de ether de ongeziene beweger is in het voorbije. Waar schoonheid en harmonie het manifeste van God vormen in de materiële wereld, is boete de niet-manifeste leidraad van de getuige der bovenzinnelijkheid die niet wordt gezien.
16) Asaph is de hebreeuws/westerse naam voor Vyâsa. Het betreft dezelfde persoon als degene die vermeld wordt als de auteur van dit Lied van God, dit Lied van Geluk, deze Bhagavad Gîtâ, die filognostisch ook wel Godbijeen wordt genoemd, naar Vyâsadeva, hij die de verzen van God bijeenbracht. Sommigen twijfelen over deze naam omdat iedere wijze die de wijsheid bijeenbrengt Vyâsa kan worden genoemd. Maar in het Vaishnavisme is men overtuigd van zijn identiteit als zijnde Krishna Dvaipâyana Vyâsadeva, of ook wel Bâdarâyana - hij die verblijft te Badarikâ, een meditatieoord in de Himalaya's vernoemd naar de jujubebomen die daar groeien.
26) De term ether (âkâs'a) moet men zich op dit punt herinneren in de meest moderne zin van het woord, nl. als relativistisch: als het causale en zwaartekrachtveld dat in zijn werking verschilt naar gelang de ruimte die ermee beschreven wordt, d.w.z. een lokale, elementaire of planetaire ruimte, een universele galactische ruimte, en de kosmische of tijdruimtelijk bepaalde oerexpansie van onze materiële werkelijkheid. Het is zowel de doener als de degene die niet handelt in de zin van een niet-betrokken gelijkheid. Dit herinnert men zich vedisch als de drie soorten van Vishnu: Mahâ-vishnu of Kâranodakas'âyî-vishnu, Garbodakas'âyî-vishnu en Ksîrodakas'âyî-vishnu. Vishnu moet worden beschouwd als de representatie van het element van de ether, net zoals de ether moet worden gezien als een manifestatie van Zijn werkelijkheid als de oorspronkelijke integriteit van God uit wie al het andere zijn bestaan vond, zo bevestigt de Bhâgavata Purâna (2.5: 25 en 11.5: 19).
Bram Maljaars: Gaan nieuwe wetenschap en oude mystiek voortaan samen?, 6. Tot Slot: De eerste intelligente menselijke beschavingen, die zich bewust bezig hielden met wetenschap, zoals ondermeer de beschavingen van het oude China en het oude Egypte dateren uit de periode vanaf 4000-3000 jaar voor Christus. In de periode daarna ontwikkelde de wetenschap en vooral de implementatie ervan in het dagelijkse leven, zich relatief langzaam. Pas de laatste eeuwen zien we een versnelde ontwikkeling van wetenschappelijke inzichten en de toepassing ervan in nieuwe technologie. De laatste 50 jaar van het tweede millennium zien we zelfs een extreem snelle ontwikkeling van nieuwe wetenschappelijke inzichten en de toepassing ervan in ons dagelijkse leven. Vele geleerden verwachten dat we met dit tempo van ontwikkeling in de komende decennia naar een soort climax van wetenschappelijke ontwikkeling zullen groeien. De wetenschap waarover we het dan hebben, is echter nog steeds de wetenschap die gebaseerd is op de erkende traditionele bewijsvoering. De wetenschap van het verstand, van het rationele denken, met als oorsprong de Griekse wijsgeren. Mijn verwachting is echter dat zich nog een ontwikkeling zal voordoen. Namelijk een evolutie van het wetenschappelijk denken zelf. Mede geïnspireerd door ontwikkelingen zoals de relativiteitstheorie en de quantumtheorie zal er binnen afzienbare tijd een nieuw vorm van wetenschappelijk denken gaan ontstaan, waarbij traditionele wetenschap gebaseerd op het rationele denken en spirituele inzichten gebaseerd op intuïtie en gevoel naar elkaar toe zullen groeien.
Samenvatting
De oplossing van de unificatietheorie wordt niet gevonden in het elementaire deeltje maar in de ruimte die de elementaire deeltjes van elkaar scheidt.
Deze stelling is gebaseerd op De Geheime Leer, Deel I p. 563: ‘De kracht is daarom niet in het atoom maar in de ruimte die de atomen van elkaar scheidt. De elektrische spanning tussen twee polen bestaat echt, maar kan niet worden waargenomen.
Het zaad kan niets anders voortbrengen dan wat het zelf is, wat erin besloten ligt; en dit is het hart en de kern van de leer van Swabhâva. Het terrein dat deze leer in filosofisch, wetenschappelijk en religieus opzicht bestrijkt is eenvoudig onbegrensd; ze is van het grootste belang. Bijgevolg brengt ieder individueel Swabhâva, als zijn eigen bijzondere voertuigen, zijn verschillende swarûpa's voort, karakteristieke lichamen of beelden of vormen waarin het zich tot uitdrukking brengt. Het Swabhâva van een hond bijvoorbeeld brengt het hondelichaam voort. Het Swabhâva van een roos brengt een roos voort, het Swabhâva van een mens de vorm of het beeld van een mens en het Swabhâva van een godheid of een god brengt zijn eigen swarûpa of karakteristiek voertuig voort.
HDT volgt de wisselwerking tussen deze twee complementaire principes. Maarten Zweers: boek Zeven bouwstukken (p. 57):
Door de wisselwerking tussen deze twee complementaire principes ('Dat en Dit' of 'Yin en Yang') is er sprake van een periodieke, cyclische beweging van uitademing en inademing, van emanatie en immanatie van het hoogst onkenbare. Een wereld, waarin het hoogst onkenbare zich in een oneindige grote differentiatie ontvouwt. Het hoogst onkenbare splitst zich in het hoogste Yang en het hoogste Yin. Zowel dit hoogste Yang als dit hoogste Yin zijn weer als principes te zien, die zich beide weer splitsen in een Yang en Yin van nog een order lager: De twee wordt tot vier.
Zo ontstaat de reeks van het tweetallig stelsel, dat wiskundig weergegeven wordt met:
2 tot macht 0 = 1; 2 tot macht 1 = 2; 2 tot macht 2 = 4; 2 tot macht 3 = 8; 2 tot macht 4 = 16;
2 tot macht 5 = 32; 2 tot macht 6 = 64; 2 tot macht oneindig = de wereld der 10.000 dingen.
Voor de complementariteit van Bohr wordt nu het begrip dualiteit gebruikt.
Ruimte (energie, Ether-paradigama), Materie en Tijd vormen volgens Albert Einstein net als de Drie-eenheid een goddelijke Triade (John Consemulder p. 140: universele drie-eenheid van oorzaak, beweging en materie). Het bevat de basis om het verschijnsel bewustzijn te kunnen verklaren. Het Kompaskwadrant wordt daarbij als denkmodel, het zogenaamde 5Ddenkraam gebruikt.
5D maakt van de ruimte-tijd spiegelsymmetrie gebruik. In de snaartheorie zijn energie en tijd twee complementaire grootheden.
5D gaat niet van de materie, maar van de keerzijde, de ruimte (energie, Ether-paradigma), de leegte uit.
De natuur is gebouwd uit ruimte, tijd en 'deeltjes'.
Het akashaveld kan de verklaring bieden voor de instant, ‘spookachtige’ informatie-overdracht tussen kwantumdeeltjes. In de kwantummechanica wordt er ook vanuit gegaan, dat alle verschijnselen afkomstig zijn uit een vacuüm - het kwantumveld. Ervin Laszlo heeft ontdekt dat deze onverklaarbare bevindingen overal van dezelfde soort zijn.
Ether is het meest verfijnde van de vijf elementen en is niet uit atomen opgebouwd. Daardoor kan het het gehele universum vullen en doordringen.
Het ‘non-lokaliteitsverschijnsel’ laat zien dat de dimensies tijd en ruimte op elementair niveau niet zouden gelden.
De davidster, de zespuntige ster is het symbool van de mens, die volgens het boek "Genesis" op de zesde dag werd geschapen.
Een kompaskwadrant wordt gebruikt om de bipolariteit uit te beelden.
Zie ook:
Boeken:
- René Meijer De Energiekwestie en de Orde van de Tijd - Het paradigma voor de Nieuwe Wereldorde.
- René Meijer De Ether Bestaat
- G. de Purucker Ruimte, tijd en duur
- Chögyam Trungpa De mythe van vrijheid
- Recensie van Stephen Hawking & Roger Penrose, De aard van ruimte en tijd. Uitgeverij Ooievaar, Amsterdam. 3e druk, 1999, 170 bladzijden. Oorspronkelijke titel: The Nature of Space and Time. Princeton University Press, 1996.
- Paul Davies boek Blauwdruk van de kosmos
- Gerrit Teule Chaos en Liefde, de kern van geest, leven en evolutie (Sigmapress, Tilburg, 2000)
Gerrit Teule Hoe actueel is Teilhard de Chardin?
Gerrit Teule Reïncarnatie in lengte en breedte
Gerrit Teule Enkele gedachten over "het heilige"
Externe Links
- Gerrit Teule Website
- De MultiVersele Creatie door Negentropie in correlatie met de vier niveau's van de Ka-Ba-Lah.
- Ko Kleisen EEN PELGRIM VAN DE TOEKOMST: PIERRE TEILHARD DE CHARDIN- I Tijd, ruimte, materie
- Hoofdstuk 6 DE VERDERE ONTWIKKELING VAN HET FYSISCHE WERELDBEELD TOT DE SNAARTHEORIE EN DE M-BRAANTHEORIE
- C. Dullemond Ruimte en Tijd
- Antonie Börger kies: Vademecum Wijsgerige Ideeën, Ruimte en Tijd
- Jan Nentjes kies Ruimte en tijd, deel I en II
- Jan Nentjes Ruimte-Tijd continuum
- C. Dullemond Ruimte en Tijd
- Mr. Tompkins in Wonderland door George Gamov
- Gerrit Teule Geluid, licht en leven
- Gerrit Teule Elektromagnetisme en het heilige
- Anne Geûens Reiki begrijpen of met Reiki de kloof tussen Wetenschap en Spiritualiteit overbruggen.
- Guido van der Wolk DE TWIST OVER ZWARTE GATEN EN RUIMTETIJD
- Aristoteles Natuurfilosofie "... eine Denkriese wie Aristoteles" (Karl Marx)
- Antonie Börger kies: Vademecum Wijsgerige Ideeën, Ruimte en Tijd
- Natuurfilosofie Dao, Vijf elementen, Yin en Yang, Yijing, Feng shui
- Bhagavatam
Categorie: Artikelen | Rapport | Bijlagen Auteur: Harry Nijhof
Deze pagina werd sedert 16 dec. 2007 1248 keer bekeken.
