| Deze filognostische presentatie is in aanbouw |
Ongemanifesteerd en Gemanifesteerd
Inhoud
Sat en Asat (Alpha en Omega)
SAT, de ene eeuwige en absolute werkelijkheid en waarheid; al het overige is illusie. Sat is de onveranderlijke, de altijd aanwezige en eeuwige wortel, waaruit en waardoor alles voortkomt. Sat wordt geboren uit Asat, en ASAT wordt voortgebracht door Sat.
ASAT, een Sanskrietterm die het 'onwerkelijke' betekent, of het gemanifesteerde heelal; in tegenstelling met Sat, het Werkelijke. In een andere en nog meer mystieke zin betekent Asat zelfs boven of hoger dan Sat, dus Asat-'niet Sat'. In deze betekenis, die hoogst occult en mystiek is, is Asat de niet ontplooide of beter ongemanifesteerde natuur van Parabrahman - veel hoger dan Sat, dat de Werkelijkheid van het gemanifesteerde bestaan is.
H.P. Blavatsky: De Geheime Leer Deel I, (p. 46): (1.) Het ABSOLUTE, het Parabrahma van de Vedantaleer of de ene Werkelijkheid, SAT, dat zoals Hegel zegt, zowel het absolute Zijn als Niet-zijn is.
107: Zeno, de grondlegger van de stoa, was niet de enige die leerde dat het Heelal evolueert, wanneer de oorspronkelijke substantie ervan wordt omgezet uit de toestand van vuur in die van lucht, dan in die van water, enz. Heraclitus van Efeze beweerde dat het enige beginsel dat aan alle natuurverschijnselen ten grondslag ligt, het vuur is. De intelligentie die het Heelal laat bewegen is vuur, en vuur is intelligentie. En terwijl Anaximenes hetzelfde zei over lucht en Thales van Milete (600 v. Chr.) over water, verzoent de esoterische leer al deze filosofen door aan te tonen dat, hoewel ieder van hen gelijk had, geen van hun stelsels volledig was.
Deel I, STANZA V (p. 150):
De ‘eerste is de tweede’, omdat de ‘eerste’ eigenlijk niet als de eerste kan worden geteld of beschouwd, want dat is het gebied van de noumena in de oorspronkelijke manifestatie daarvan: de drempel naar de wereld van de waarheid, of SAT, waardoor de directe energie die uitstraalt van de ENE WERKELIJKHEID – de naamloze godheid ons bereikt. Ook hier zal waarschijnlijk de onvertaalbare uitdrukking SAT (Zijn-heid) tot een foutieve opvatting leiden, want wat is gemanifesteerd, kan niet sat zijn, maar heeft betrekking op een verschijnsel en is niet eeuwig en in feite ook niet altijddurend. Het bestaat gelijktijdig met het Ene Leven, ‘zonder een tweede’, maar als manifestatie is het toch een maya – evengoed als het overige. Deze ‘wereld van waarheid’ kan met de woorden van de Toelichting alleen worden beschreven als ‘een heldere ster, neergedaald uit het hart van de eeuwigheid, het baken van de hoop, aan de zeven stralen waarvan de zeven werelden van het Zijn hangen’. Inderdaad, want dat zijn de zeven lichten waarvan de menselijke onsterfelijke monaden de weerspiegelingen zijn – de atma of uitstralende geest van ieder lid van de menselijke familie.
294: Hetzelfde geldt voor het Heelal, dat zich periodiek manifesteert ten behoeve van de gezamenlijke vooruitgang van de talloze levens, de uitademingen van het Ene Leven; opdat door het eeuwig wordende elk kosmisch atoom in dit oneindige Heelal – terwijl het uitgaande van het vormloze en het niet-stoffelijke, via de gemengde naturen van het half-aardse, tot volledig ontwikkelde stof wordt, en dan weer terugkeert en in elk nieuw tijdperk hoger en dichter bij het einddoel komt – door individuele verdienste en inspanning dat gebied kan bereiken waarop het opnieuw het ene onvoorwaardelijke AL wordt. Maar tussen de alfa en de omega is er het moeizame ‘pad’, omgeven door doornen, dat ‘eerst naar beneden voert en dan
Steeds omhoog kronkelt
Ja, tot het einde toe. . . .’
De pelgrim, die de lange reis onbevlekt is begonnen, die steeds verder is afgedaald in de zondige stof, en zich heeft verbonden met elk atoom in de gemanifesteerde Ruimte, die elke levens- en bestaansvorm heeft doorworsteld en daarin heeft geleden, is nog maar tot de bodem van het dal van de stof gekomen, halverwege zijn cyclus, als hij zich heeft vereenzelvigd met de collectieve mensheid.
109: Het heeft geen zin te proberen het mysterie volledig uit te leggen. Materialisten en de mensen van de moderne wetenschap zullen het nooit begrijpen, want om er een duidelijk begrip van te krijgen, moet men allereerst de vooronderstelling maken van een universeel verspreide, alomtegenwoordige en eeuwige godheid in de Natuur. In de tweede plaats moet men tot de ware kern van het mysterie van de elektriciteit zijn doorgedrongen. Ten derde moet worden erkend dat de mens op het aardse gebied het zevenvoudige symbool is van de Ene Grote EENHEID (de logos), die zelf het teken met de zeven klinkers is, de adem die is gekristalliseerd tot het WOORD20.
20) Dit vertoont opnieuw overeenkomst met de leer van Fichte en de Duitse pantheïsten. Eerstgenoemde vereert Jezus als de grote leraar, die de nadruk legde op de eenheid van de menselijke geest met de goddelijke geest (de Advaita-leer) of het universele beginsel. Het is moeilijk om in de westerse metafysica ook maar één enkele speculatie te vinden, waarop niet is vooruitgelopen door de archaïsche oosterse filosofie. Van Kant tot Herbert Spencer is alles een min of meer verwrongen echo van de Dvaita, de Advaita en van de Vedantaleer in het algemeen.
Deel I, Hoofdstuk Kern van de Geheime Leer (p. 311): ‘Uit pradhana (oorspronkelijke substantie), beheerst door kshetrajna (belichaamde geest?), komt de evolutie van die eigenschappen voort. . . .
Uit het grote beginsel mahat (universeel verstand of denkvermogen) . . . komt de oorsprong van de ijle elementen voort en daaruit ontstaan de zintuigen . . .’ (Deel I, ii.)
Zo kan worden aangetoond dat alle grondwaarheden van de natuur in de oudheid algemeen verbreid waren en dat de basisideeën over geest, stof en het heelal of over God, substantie en de mens dezelfde waren. Als men de twee oudste religieuze filosofische stelsels van de wereld, het hindoeïsme en het hermetisme, aan de geschriften van India en Egypte ontleent, is de overeenkomst tussen die twee gemakkelijk in te zien.
H.P. Blavatsky: De Geheime Leer Deel I, Hoofdstuk Leven, Kracht of Zwaartekracht (p. 587):
Er wordt ongetwijfeld een nieuw licht geworpen op de wijsheid van het oude en middeleeuwse occultisme en zijn aanhangers. Want Paracelsus schreef hetzelfde meer dan driehonderd jaar geleden, namelijk in de zestiende eeuw, en wel op de volgende manier:
‘De hele microkosmos bevindt zich potentieel in de liquor vitae, een zenuw-fluïdum . . . dat de aard, de hoedanigheid, het karakter en de essentie van wezens omvat’ (De Generatione Hominis) . . . ‘De archaeus of liquor vitae is een essentie die gelijkelijk in alle delen van het menselijke lichaam is verdeeld . . . De spiritus vitae vindt zijn oorsprong in de spiritus mundi. Omdat hij een uitstraling is van laatstgenoemde, bevat hij de elementen van alle kosmische invloeden, en is zo de oorzaak waardoor de werking van de sterren (kosmische krachten) op het onzichtbare lichaam van de mens (zijn vitale lingasharira) kan worden verklaard.’ (De Viribus Membrorum. Zie Life of Paracelsus door Franz Hartmann, M.D., lid van de Theosophical Society.)
Hoofdstuk De kracht van de toekomst (p. 614):
Naar de bescheiden mening van de occultisten en van zijn naaste vrienden stond en staat Keely uit Philadelphia nog maar op de drempel van enkele van de grootste geheimen van het Heelal, en voornamelijk van dat waarop het hele mysterie van de fysieke krachten en de esoterische betekenis van de symboliek van het ‘wereld-ei’ is gebouwd. De occulte filosofie, die de gemanifesteerde en niet-gemanifesteerde Kosmos als een eenheid ziet, symboliseert het ideële begrip van de eerstgenoemde door dat ‘gouden ei’ met zijn twee polen. De positieve pool werkt in de gemanifesteerde wereld van de stof, terwijl de negatieve zich verliest in de onkenbare absoluutheid van sat – het Zijn.
Deel II, SANZA II (p. 63): Wie voor ogen houdt dat het beginsel MAHAT of intellect, het ‘universele denkvermogen’ (letterlijk ‘het grote’), dat de esoterische filosofie de ‘gemanifesteerde alwetendheid’ noemt – het ‘eerste voortbrengsel’ van pradhana (oerstof) zoals het Vishnu Purana zegt, maar volgens het occultisme het eerste kosmische aspect van Parabrahm of het esoterische SAT, de universele ziel3 – aan de wortel van het ZELF-bewustzijn ligt, zal begrijpen waarom. De zogenaamde ‘demonen’ – die (esoterisch) het zelfbewuste en (intellectueel) actieve beginsel zijn – zijn om zo te zeggen de positieve polen van de schepping, en zijn dus het eerst voortgebracht. Dit is in het kort het proces, zoals het in de Purana’s allegorisch wordt verteld.
Deel II, 'hoofdstuk Esoterische leringen in alle heilige geschriften bevestigd (p. 509): Het moet ernstig worden betwijfeld of onze tijd met al zijn verstandelijke scherpzinnigheid is bestemd om in elk westers volk ook maar één niet-ingewijde geleerde of filosoof te ontdekken die in staat is de geest van de archaïsche filosofie volledig te begrijpen. Men kan dat ook van niemand verwachten, voordat de ware betekenis van deze woorden, de alfa en de omega van de oosterse esoterie, de woorden Sat en Asat – waarvan in de Rig Veda en elders zo’n ruim gebruik wordt gemaakt – grondig wordt begrepen. Zonder deze sleutel tot de Arische wijsheid loopt de kosmogonie van de rishi’s en de arhats gevaar voor de gemiddelde oriëntalist een dode letter te blijven. Asat is niet alleen maar de ontkenning van Sat en evenmin het ‘nog niet bestaande’; want Sat is op zichzelf noch het ‘bestaande’, noch het ‘zijnde’. Sat is de onveranderlijke, de altijd aanwezige en eeuwige wortel, waaruit en waardoor alles voortkomt. Maar het is veel meer dan de potentiële kracht in het zaad, die het proces van ontwikkeling, of wat nu evolutie wordt genoemd, voortstuwt. Het is het altijd wordende, hoewel het zich nooit manifesteert (x). Sat wordt geboren uit Asat, en asat wordt voortgebracht door Sat: inderdaad de eeuwige cirkelgang; maar een cirkel waar-van alleen bij de hoogste inwijding, op de drempel van paranirvana, de kwadratuur kan worden gevonden.
(x) De leer van Hegel, die het Absolute Zijn of ‘Zijn-heid’ gelijk stelt met ‘Niet-Zijn’, en het Heelal voorstelt als een eeuwig worden, komt overeen met de Vedantafilosofie.
Gottfried de Purucker behandelt in Deel I, hoofdstuk 7 van zijn boek Grondslagen der Esoterische Wijsbegeerte de Heilige tetraktys van Pythagoras. Pythagoras onderwees de esoterische leer van de Monade, Duade, Triade en de Tetrade. Hoofdstuk 7 bevat de essentie van de levensboom en de ‘Monade, Duade, Triade en Tetrade’.
Omraam Mikhaël Aïvanhov boek De mysteriën van Jesod (p. 17): De spirituele scheikunde is de wetenschap van al de elementen waarmee God de wereld geschapen heeft. Het zijn er 22 (letters van het Hebreeuwse alfabet) en het eerste element, Alef, heeft het vermogen te transformeren, te sublimeren, te verlichten, terwijl het laatste, Tav, bewaart en tegen verwoesting beschermt. Wanneer Jezus zei: ‘Ik ben de Alfa en de Omega’ (Openb, 1:8), bedoelde hij: ‘Ik bezit de twee elementen van de hemelse scheikunde: het ene geeft mij de mogelijkheid alles te sublimeren en het andere laat mij toe de Hemel op aarde te verwezenlijken.’Ziedaar de betekenis van Alfa en Omega, Alef en Tav.
EMANUEL SWEDENBORG OVER HET WOORD
47. Ik ga voorbij aan duizenden andere ondervindingen waardoor ik bevestigd ben dat de letterlijke zin van ons Woord die uitwerking te voorschijn brengt. Ja zelfs dat de geestelijke zin zonder de begeleider, de natuurlijke zin, geen gemeenschap geeft met de hemel. Dit komt omdat de Heer vanuit eersten door laatsten invloeit, dus uit Zich in de natuurlijke zin van het Woord, en daaruit de geestelijke en hemelse zin oproept of ontrolt, en aldus de engelen verlicht, leert en leidt. Daarom wordt de Heer in het Woord de Eerste en de Laatste [Alpha en Omega] geheten. Vanuit deze dingen blijkt dat een leer der kerk, tenzij zij verzameld en bevestigd is vanuit de letterlijke zin van het Woord, niets vermag, omdat zij geen gemeenschap geeft, maar wel de leer vanuit de letterlijke zin, en tesamen met die.
Marcus 13,24-32 Heilig Evangelie
van Jezus Christus.
Maar die openbaring stelt zich niet op het gebied van de wetenschap, en spreekt ook niet dezelfde taal. "Dringend: tolken gevraagd": want door zijn openbaring wil God het wetenschappelijk onderzoek (en de filosofie) niet buitenspel plaatsen, maar wel een leiding, een richting geven. De zekerste conclusies van de meest vooraanstaande wetenschappers en filosofen zullen de orthodox-christelijke openbaring nooit tegenspreken, juist omdat de éne ware God niet alleen het Omega (de voleinding) is van de Schepping, maar tevens het Alpha (de oorsprong). Om het nog anders uit te drukken: God is de Schepper van het menselijk verstand, dat de filosofie en de wetenschap mogelijk maakt. En het is dezelfde - en geen andere - God die zich aan de mensen openbaart door middel van het geloof. Tegenspraak is dus onmogelijk. Het vraagt soms wel veel moeite om dat grondig in te zien.
De zevenvoudige samenstelling der planeten
De vraag van Ervin Laszlo blijft actueel hoe heeft het universum zich kunnen ontwikkelen tot een toestand waarin de biologische evolutie überhaupt kon plaatsvinden? Het lijkt mogelijk een verband te leggen tussen het standaardmodel en de driehoek van Pythagoras. Het is een aanzet, niet om vanuit de natuurkunde, maar met name vanuit de geestkunde verschillende disciplines in één model samen te voegen. Het ontstaan en de eerste ontwikkeling van de mensheid heeft zich niet op aarde maar in de geestelijke wereld afgespeeld. De relatie tussen geest (ongemanifesteerde, hogere Zelf) en lichaam, de ziel staat nog steeds centraal.
Het antwoord op deze vraag ligt in het Swabhâva besloten. De godheid En Soph zonder eigenschappen, namelijk het universum zal er eeuwig zijn. De tegenwoordigheid van God in de schepping wordt wel Sjechinah genoemd.
De vorm wordt niet alleen door het DNA, maar ook door de geest gecreëerd.
| Pythagoras | Metafysica, | Esoterie: | De zevenvoudige samenstelling der planeten: | Fysica | ||
| Monade | 1e Logos: | Het Ene | 1./7 | A/G | Wereld der archetypen; | Zwaartekracht |
| Duade | 2e Logos: | Geest-Stof | 2./6. | B/F | Intellectuele (verstandelijke) of scheppende wereld; | Spiegelsymmetrie |
| Triade | 3e Logos: | Akasha, Ether | 3./5. | C/E | Astrale of formatieve wereld (de vormende wereld); | Materiesymmetrie |
| Tetrade | Vuur, Lucht, | Water en Aarde | 4. | D | Stoffelijke wereld | Tijdsymmetrie |
De natuurfilosoof Empedocles van Agrigento beschrijft de vier onveranderlijke elementen aarde, water, lucht en vuur. De eeuwige, natuurlijke kringloop (lemniscaat, verbindt het aardse met het hemelse) van de seizoenen:
| Blavatsky Deel III, p. 514: | |||
| Vuur | Lucht | Water | Aarde |
| Lente (Oost) | Zomer (Zuid) | Herfst (West) | Winter (Noord) |
| Tastzin (voelen, Huid) | Gezicht (zien, Ogen) | Smaak (proeven, Tong) | Reuk (ruiken, Neus) |
| Kindsheid | Aankomende leeftijd | Volwassenheid | Ouderdom |
Voor de mens geldt de goddelijke geboorte, de adolescentie, volwassenheid (geestelijke groei) en de ouderdom (overgang).
Wim van den Dungen, Levensboom (Sepher Yetzirah) Eenheid der tegendelen: Als we op deze wijze de Sephiroth bewust polariseren dan wordt onze aandacht onverwijld naar 'het midden' getrokken. De polarisatie tussen Links & Rechts is een noodzakelijke voorwaarde om een Midden Pilaar te bekomen die ontstaat als gevolg van de spanning die bewust tussen Linker- & Rechterpool geschapen werd. De Midden Pilaar impliceert dat de polaire posities harmoniseren (equilibreren) waardoor groei en manifestatie van het resultaat mogelijk worden. M.a.w. het 'midden' betreft de 'Gulden Middenweg' (de 'Gulden Snede') die mogelijk wordt zodra de polen als twee tegendelen begrepen worden (en niet als tegenstellingen).
Wanneer de twee niet-geplooide zijden van het geplooide blad tegen elkaar worden gehouden (zodat er een cilinder of een 'kanaal' ontstaat) dan wordt het duidelijk dat 'begin' en 'einde' in elkaar vervat liggen. Door dit circulariteitsprincipe worden de tegenstellingen tegendelen die elkaar complementair aanvullen en versterken. Een ander voorbeeld wordt ons gegeven door de cirkel. Van zodra men de radius oneindig denkt, wordt de cirkelkromming 0, d.w.z. er ontstaat een lijn. Nog een ander voorbeeld : de Sephiroth-paren (2/3 ; 4/5 7/8 ; 1/6 ; 9/10) definiëren telkens een oneindige lijn. De 'eindpunten' van elke lijn komen samen in een 'point at infinity'. De Ruimte wordt als het ware door dit punt omsloten. Wim van den Dungen, boek Sepher Yetzirah (p. 23, 39):
| Een hyperkubus heeft 32 | ||||
| (2 tot de macht 5) uiteinden | Blavatsky, Deel I, p. 228; Charles Poncé, boek Kabbalah p. 55: | |||
| Nà Atziluth komen de werelden | Yod | Vuur | Geestelijke wereld | Aziluth is de wereld van de Goddelijke uitstraling |
| der manifestatie: | ||||
| a) de wereld der scheppende ideeën | Hé | Water | Mentale wereld | Briah is de wereld van de schepping |
| b) de wereld van de beeldende vorm | Vau | Lucht | Psychische wereld | Yetzirah is de wereld van de vormgeving |
| c) de wereld der realisatie | Hé | Aarde | Fysieke wereld | Assiah is de wereld van de natuur en het menselijke bestaan |
Wereld der realisatie: De 'nominale', vierdimensionale werkelijkheid (waarin spirituele energie een onomkeerbare dichtheid vertoont.
De 7 gemanifesteerde 'missing links'
Astronoom Dr. Jelle Ritzerveld (Volkskrant 21 april 2007) over de oerknal: Elk verhaal heeft een begin. Dat van het heelal begint 13,7 miljard jaar geleden, als de ruimte en tijd zelf ontstaan, en het heelal begint uit te dijen.
De theosofie spreekt over tien natuurrijken: drie rijken van elementalen, het minerale -, het planten -, het dieren - en het mensenrijk (7 gemanifesteerd), alsmede drie godenrijken of rijken van Dhyân Choans (3 ongemanifesteerd). Vier Goddelijke vonken (missing links) zijn voor het ontstaan van de vaste materie, het minerale rijk, het ruimte-continuüm verantwoordelijk en drie Goddelijke vonken voor de overgang van het mineralenrijk via het plantenrijk en dierenrijk naar het mensenrijk.
Het rechter kompaskwadrant is samengesteld op basis van (kies) Natuurrijk karakteristieken.
| Vuur - | Lucht | Vuur - | Lucht | Aziluth | Yetzirah |
| 1. Oerknal - | 3. Gasvorming | 1./7. - | 3./5. | 7. Mensenrijk - | 5. Plantenrijk |
| | | | | | | | | | | | |
| 4. Aarde - | 2. Vloeibare stoffen | 4. - | 2./6. | 4. Delfstoffenrijk - | 6. Dierenrijk |
| Aarde - | Water | Aarde - | Water | Assiah | Briah |
| 5. Universele rijk | (snijpunt 1./2. en 3./4.) |
Gottfried de Purucker boek Grondslagen der Esoterische Wijsbegeerte, Deel I, Hoofdstuk 18 DE GEESTELIJK-PSYCHISCHE HIËRARCHIE VAN ADEPTEN. HET WONDERLIJKE WEZEN, DE BOEDDHA’S, NIRMÂNAKÂYA’S, DHYÂN-CHOHANS:
De dhyâni-boeddha’s vormen een van de tien klassen van wezens die uit het voorafgaande planetaire manvantara naar onze bol kwamen. We noemen ze als volgt: de drie elementalenrijken, de laagste; het delfstoffenrijk; het plantenrijk; het dierenrijk. [De schrijver gebruikt hier voor dierenrijk het woord ‘beast kingdom’ en niet ‘animal kingdom’.] Ik onderbreek even om een opmerking te maken. Spreek in dit verband niet over ‘animal’. We moeten precies zijn. ‘Animal’ betekent een wezen dat een anima of een ‘levende ziel’ bezit. De mens is in die zin ook een ‘animal’, maar geen ‘beast’ [dier]. Zijn vitaal-astraal-stoffelijk lichaam is een dier en hij werkt in en met een menselijke ziel door een vitale of dierenziel, verlicht door een geestelijke ziel. We hopen later tijd te hebben dit punt vollediger toe te lichten.
Na het dierenrijk komt nog een rijk: het mânusha-rijk of rijk van de mens. Tot zover hebben we dus drie elementalenrijken, 3; dan het delfstoffenrijk, 4; het plantenrijk, 5; het dierenrijk, 6; en het mensenrijk, 7. Dan beginnen de dhyân-chohans die uit drie klassen bestaan. De mens is in zijn hogere natuur in de kiem een dhyân-chohan, een heer van meditatie.
Volgens de Purucker correspondeert echter volgens dit diagram de Mens met Water en de Dieren met Aarde? Het diagram vat de bouw van de kosmos samen. Het diagram laat zien dat er van analoge patronen in de ontwikkeling van de mens en de kosmos sprake is.
Voor het weergeven van het NU van de aardse werkelijkheid wordt de kubus van Freek van Leeuwen gebruikt.
Zie ook:
Boeken:
- G. de Purucker Bron van het Occultisme (Parabrahman-mulaprakriti)
Externe Links
- Henk Spierenburg Subba Row's Studies in de Bhagavad Gita: het schema (Parabrahman en Mulaprakriti)
- De Gulden Verzen van Pythagoras
- Wim van den Dungen) Levensboom (Sepher Yetzirah)
- Wim van den Dungen Over zeven manieren van heilige minne.
- Wim van den Dungen Kennis & Minne-Mystiek
- David Bohm en de impliciete orde
- Wat is A-dvaita?
Categorie: Artikelen | Rapport | Auteur: Harry Nijhof
Deze pagina werd sedert 16 dec. 2007 808 keer bekeken.
