Deze filognostische presentatie is in aanbouw

Numen, Memen, Weltstoff, Mind stuff en Nomen

Filosofie

Door Immanuel Kant gevormd filosofisch begrip ding an sich voor de onafhankelijkheid van het kennend bewustzijn existerende werkelijkheid, waarvan ons uitsluitend het verschijnen gegeven is, terwijl zij zelf volkomen onkenbaar blijft. Terwijl Schopenhauer de ware werkelijkheid achter de verschijningen wel kenbaar acht, maakt Kant een onderscheid tussen de onkenbare noumenale werkelijkheid en de kenbare fenomenale werkelijkheid. Kant wees aan het einde van de 18e eeuw al op het feit dat het onmogelijk is aan de hand van de wetten van het denken het meest fundamentele domein 'noumenon' door ervaring te leren kennen. Dat domein wordt door Bohm ‘de impliciete werkelijkheid', door Boeddha 'dharma' en door Plato 'het Goede' genoemd.

Bij pogingen dit domein te onderzoeken, verzanden we steeds in paradoxen.

Psychologie

Carl Jung zegt dan, ik besta uit twee delen. Ik heb een nummer één in mijzelf, dat is Carl Gustav Jung, geboren daar en daar, uit die en die ouders, die en die schoolopleiding, die en die diploma’s, die en die verworvenheden. Maar er is ook een nummer twee en die nummer twee die ziet hoe de geest door de materie heen waait, die ziet het schijnsel van een numen van het noumenon, van datgene wat boven alle fysieke waarneming uitgaat, wat weer samenvalt met de causale werkelijkheid.

Barbara Hannah, ‘Jung zijn leven zijn werk’, p. 303: Voor de gemiddelde lezer is Die Psychologie der Ubertragung waarschijnlijk moeilijk te begrijpen; men kan het zelfs niet uitsluitend met het intellect begrijpen, omdat de beschreven viereenheid ook in hoge mate irrationeel is en buiten het bereik van ons bevattingsvermogen ligt. Het boek geeft echter een zeer diepgaande beschrijving van het verschijnsel overdracht en zou een uiteenzetting van de praktische toepassing van het mysterium coniunctionus genoemd kunnen worden, die ons helpt de strijdige tegengestelden, die in onze tijd zoveel tweedracht en leed veroorzaken, te zien en tot elkaar te brengen. In dit licht bezien, is de band die gesmeed wordt door overdracht – hoe zwaar te dragen en hoe ogenschijnlijk onbegrijpelijk ook – van essentieel belang, niet alleen voor de individuele mens, maar ook voor de samenleving en zelfs voor de morele en spirituele vooruitgang van de mensheid. Etc. Hoe klein en onzichtbaar deze bijdrage ook lijkt te zijn, het is toch een opus magnum, want het wordt tot stand gebracht in een sfeer die nog maar kort tevoren bezocht werd door het numen, waarin het hele gewicht van de problemen van de mensheid zich heeft vastgezet.

Biologie

Richard Dawkins werd onder andere bekend door zijn boek The selfish gene. Hierin beschreef hij hoe het leven zich ontwikkelt door de overleving van zichzelf vermenigvuldigende genen die net iets van elkaar verschillen. Hij ging zelfs zover te stellen dat de genen de eigenlijke vorm van leven zijn en dat de biologische organismen alleen maar dragers van genen zijn. De natuurlijke selectie heeft vervolgens voor de fantastische complexiteit van de biologische wereld gezorgd. Dawkins vroeg zich af of er nog meer van dit soort zichzelf vermenigvuldigende systemen zijn. Hij kwam tot de conclusie dat er wellicht ook zoiets kon bestaan als zichzelf vermenigvuldigende mentale constructies. Deze constructies, die Dawkins de naam 'memen' gaf, planten zich voort door van brein naar brein 'te springen'. Als voorbeelden van 'memen' noemde Dawkins onder andere muziektunes, modeverschijnselen en ideologieën.

Maria Kronfelder(Max Planck Institute Berlin): zij onderzoekt of de evolutietheorie verklaringen kan bieden voor de manier waarop in een cultuur nieuwigheden (novelties) ontstaan: nieuwe ideeën, technieken, modes, kunstwerken of wetenschappelijke doorbraken. De paradox van de creativiteit is dat je iets bedenkt, maakt of ontdekt dat er nog niet was en waarvan je daarom ook niet wist dat je ernaar op zoek was. De ene oplossing, die Plato al voorstelde, is dat alles al in de geest besloten ligt en je het alleen maar herinnert. De andere oplossing is dat er een spontane sprong plaatsvindt, een leap in the dark: eureka! Een extreem voorbeeld van hoe culturen zich vanuit culturele varianten ontwikkelen is de theorie van de zogeheten 'memen', die door Dawkins werd bedacht. Memen zijn een soort culturele zelfzuchtige genen die zich verspreiden door menselijke geesten te ‘infecteren’, zoals een popliedje of een modegril die zich over de wereld verspreidt.

De evolutietheorie is naar voren geschoven als een ‘universele theorie van veranderingsprocessen’ die behalve de biologische ook de culturele evolutie – het ontstaan en de verbreiding van ideeën – verklaart. Beide processen zouden door vergelijkbare mechanismen worden gestuurd, waarbij enerzijds biologische en anderzijds culturele innovaties worden overgedragen. Deze analogie van biologische en culturele evolutie wordt volgens Kronfelder vaak zo uitgelegd dat de 1e Darwiniaans en de 2e Lamarckiaans is. ‘Dat de culturele ontwikkeling à la Lamarck: verloopt omdat verworven ideeën of technieken aan nieuwe generaties worden doorgegeven, is triviaal, want culturele ontwikkeling is per definitie overdracht. Het fundamentele onderscheid is de al dan niet toevalligheid van de variatie.

De Lamarckiaanse opvatting van de erfelijkheid, namelijk de theorie van de overerving van verworven eigenschappen langs genetische weg is in diskrediet geraakt. Deze doctrine werd volslagen verdrongen door Darwins theorie van een via natuurlijke selectie verlopen evolutie, en door Mendels erfelijkheidswetten.

Paleontologie

Teilhard de Chardin zegt dat de ganse kosmos niet opgebouwd is uit materie, maar uit wat hij noemt: 'Weltstoff'. Wat is nu het verschil? 'Weltstoff' is meer dan materie. De stof waaruit alles is opgebouwd, heeft namelijk een buitenkant én een binnenkant. De buitenkant van de 'Weltstoff' is materie. Haar binnenkant is bewustzijn. 'Weltstoff' is dus 'materie-bewustzijn', een soort bipolaire eenheid in elk 'deeltje'. De 'binnenkant', of de 'geest', is alleen bij de mens 'zichtbaar', maar dat belet niet dat ook alle andere dingen een binnenkant hebben, zij het dat hij daar niet zo uitgesproken te bespeuren valt. Wat Teilhard nu beweert is het volgende: de binnenkant van de kosmos wordt in de mens, en dan bij uitstek in de God-mens Christus, gekend en ontwikkeld, om van daaruit de ganse kosmos tot zijn voltooiing te brengen.

Theo Smits Lezing 1 - onderdeel 1 - Inleiding:
Teilhard de Chardin (1881-1955) draagt aan de oplossing van dit raadsel zijn steentje bij. Hij doet dat als paleontoloog-geoloog door scherpe waarnemingen tijdens zijn veldwerk, o.a. in China. Maar ook als filosoof en theoloog door over de grote lijnen na te denken. Zo ontdekt hij nieuwe wetten. Hij formuleert de wet van complexiteit-bewustzijn o.a. in zijn werk Het verschijnsel mens.
Teilhard ziet de evolutie als één doorlopend proces van steeds grotere vergeestelijking, verinnerlijking van de stof. Hij is de eerste, die de mutaties, de plotselinge veranderingen, ook laat gelden voor het allereerste begin, voor de tijd waarin er nog geen sprake was van leven. Teilhard gaat ervan uit, dat de materie steeds aan dezelfde mutatiewetten onderhevig is. Het is niet terecht om nog langer te spreken van 'dode stof'. Zelfs de kleinste deeltjes hebben een onderlinge aantrekkingskracht. Ook zij bezitten het vermogen grotere eenhe-den te vormen. Hun innerlijke, zeg psychische kracht wordt hierdoor gebundeld. Door deze bundeling wordt hun structuur steeds ingewikkelder. Aan deze structuur zijn echter grenzen. Bij een bepaalde graad van complexiteit is de opeenhoping van energie zo groot, dat door een plotselinge ontsnappingspoging een structuurverandering plaatsvindt. Zoals bij koken water in stoom verandert, zo ontstaat telkens bij verzadiging een andere aggregatietoestand. Zo moet het ook bij de eerste vormen geweest zijn waarin wij duidelijk van leven spreken. De ingewikkeldste, de grootste, meest geláden molecule wordt levend!
De mensheid ontstond uit een samenbundeling van individuen met de mogelijkheid van keuze. Uit gezinnen ontstonden stammen, uit stammen naties, uit naties landenbonden. Tegelijk daarmee vormde zich een steeds ingewikkelder net om onze wereldbol, een net van steeds intenser psychische, geestelijke kracht, een net van boven ons uitstijgende wetenschap, godsdienst, kunst, politiek enz. De wet van complexiteit-bewustzijn die in de biologische fase van de evolutie vóór het verschijnen van de mens gold, geldt ook nu in de culturele evolutie. De cultuur is een voortzetting van de natuur op basis van bewuste keuzes. Voor Teilhard is alle kracht in héél het evolutieproces slechts éénzélfde kracht van liefde, van samengaan, van samensmelting om tot een hogere vorm van leven te komen.
In steeds sneller tempo bundelen de mensen thans hun krachten om een nieuw stadium in de evolutie te betreden. Zullen zij hun vrijheid gebruiken voor bevordering van elkaar? Dus voor de Liefde, die de schepper ons in Omega aanreikt? Of zullen zij elkaar negeren, afstoten, en daarmee hun ondergang of verstarring veroorzaken? De wereld is in een crisis, waarbij deze keuze bepalend is voor haar voortbestaan.

Theo Smits Lezing 2 - onderdeel 1 - Twaalf grondwetten:
IV. Hoe ingewikkelder de maatschappij wordt, hoe meer bewustzijn overal noodzakelijk wordt en ook ontstaat.
Deze zogenaamde wet van complexiteit-bewustzijn staat centraal in Teilhards gedachtebouwsel. Achter die ietwat duistere term gaat een overal te constateren verschijnsel schuil. Immers, deste meer communicatie en contact er is, deste groter in aantal en deste duizelingwekkender zijn de problemen. Maar we zien het ook bij atomen. Als er twee een verbinding aangaan, hun krachten bundelen in een molecuul, dan bezit het laatste een sterkere innerlijke kracht dan de atomen afzonderlijk. Als zeer vele atomen zich verenigen en er ontstaat een erg complex molecuul dan wordt ook de innerlijke energie navenant groter. Nergens is die in de natuur zo groot als in de hersenen van de mens. De complexe structuur van de hersencellen maakt dan ook het unieke zelfbewustzijn mogelijk. Complexiteit en bewustzijn houden in de evolutie gelijke tred met elkaar. Dat wil Teilhard met zijn wet van complexiteit-bewustzijn uitdrukken.

V. Er kan niets worden opgebouwd dan tegen de hoge prijs van een gelijkwaardige vernietiging.
Deze wet spreekt eigenlijk voor zich. Zo leven wij vanuit onze overleden voorouders en bloeit de nieuwe tulp op uit en na de dood van de vorige.
Teilhard de Chardin neemt aan, dat alle stof - dus ook de zogenaamde 'dode stof' - een 'binnenkant' heeft, een soort innerlijk. Een bijzonder essentiële hypothese. Het komt erop neer, dat elke stof naar buiten toe iets uitstraalt. Of nog anders gezegd: De fysische, de uiterlijke, kracht gaat altijd samen met een psychische, een innerlijke, kracht. Binnenkant en buitenkant gaan altijd samen. Als bovengenoemde twee krachten elkaar in de veelheid afstoten, middelpuntvliedend zijn, zijn we getuige van een kosmisch drama. Maar dat hoeft niet. Ze kunnen zich ook op elkaar concentreren, ordenend bundelen, middelpunt-zoekend zijn. Het is een van de scherpste waarnemingen van Teilhard geweest, dat alleen de laatste, de naar elkaar toegroeiende energie, de steeds grotere concentratie van psychische krachten, de vooruitgang bepaalt. Samenbundeling, samengaan, samendoen trekt voorwaarts naar eenheid, het omgekeerde zuigt ons achteruit naar de veelheid, de fragmentatie, de verbrokkeling.
Helaas is de welvaart ook de oorzaak van het scheppen en bevredigen van individuele materiële behoeften en daarmee een kracht die ingaat tegen de versterking van het proces waarin we ons bewust worden verantwoordelijk te zijn voor de eenheid van onze wereld in alle verscheidenheid van haar culturen.

De kracht waardoor God zijn schepping stuurt, noemt Teilhard énergie amorisante, energie van liefde, "de meest universele, de geweldigste en de geheimzinnigste van alle kosmische energieën". Zij heeft twee aspecten. Het is de kracht waardoor God van buiten de tijd op zijn schepping inwerkt. Anderzijds is er in alle stof een beginsel van aanwezig: "Liefde is een algemene eigenschap van alle leven." Het is een energie die al bestond voor de vorming van de stof en die alles voortbrengt wat bestaat, die de evolutie richting geeft en tot voltooiing brengt.

Theo Smits 3e lezing - onderdeel 1. De toekomst van de mens:
De levensbeschouwing van Teilhard is dus niet pantheïstisch zoals die van Spinoza, die God gelijkstelde aan de natuur: 'Deus sive natura'. Nee, God overstijgt de natuur, overstijgt tijd en ruimte. Alles vindt in God zijn oorsprong, maar niets vindt in Hem zijns gelijke. Wij zijn dus met alles in God. Deze visie noemt men het panentheïsme.
Teilhard hamert erop de ontwikkelingen in elke menselijke tak van bedrijvigheid te richten op convergentie. Elk menselijk bewustzijn is het waard te worden ontwikkeld. Met alle middelen van wetenschap en techniek, politiek en religie moet ernaar gestreefd worden te komen tot eenheid in verscheidenheid. De eerste tekenen zijn er al, dat onze geest ontwaakt voor een extra-dimensie. De mens is een soort, die convergeert, zich op één punt richt, in tegenstelling tot alle andere soorten in de wereld, die divergeren, uitwaaieren en vergaan. De mens groeit naar een top van psychische rijpheid, die voor ons de zwartste toekomstdreiging doet verdwijnen.
Teilhard zegt ons, dat het geen kwestie zal zijn van wel-zijn, maar van méér-zijn. Het is van eminent belang te zien hoe bij Teilhard de mens zijn biologisch evenwicht zal vinden in een toppunt van geestelijke eenheid en niet in de materieel keurige ordening van de aarde.
Christus bestreed alle kwaad en stierf als misdadiger voor het gerecht van de mensen. Dat is ook onze weg. Wat in de lijfelijke dood fysisch verstrooid wordt, zegt Teilhard, wordt verenigd in God. Als wij ons maximaal inzetten en onze verantwoordelijkheid nemen dragen we bij aan de christogenese, de wording van Christus. Zo maken we de aardse werkelijkheid volgens Teilhard transparant. Tegenover het horizontalisme van het leven hier en nu en het verticalisme van de uitsluitende gerichtheid op het hiernamaals stelt Teilhard: "En haut et en avant", zowèl omhoog als vóóruit.
De vooruitgang tegenhouden staat gelijk met het tekenen van zijn eigen doodvonnis. Niets mag onbeproefd blijven als het erom gaat méér te zijn. Zo lijkt het bijvoorbeeld gemakkelijk de banvloek uit te spreken over geld en handel, maar áls geld een drijvende kracht is voor de mens, moeten we het als christen niet verwerpen, maar vergeestelijken, in die zin, dat we het eerlijker verdelen en gebruiken voor studiedoeleinden, kunst, schoonheid, vrede, geluk enzovoort.

Theo Smits Lezing 4 - onderdeel 1. Verzet en enthousiasme:
Geloof en wetenschap zijn geen streng gescheiden gebieden, maar vullen elkaar aan.
Toch moet worden vastgesteld, dat al deze schrijvers op grond van hun theorieën het belang trachten te onderstrepen van de verdieping en bevordering van de ander als de meest zinvolle invulling van het eigen leven en basis van hoop voor de toekomst.
Niet een hoofd-tot-hoofd noch een lichaam-tot-lichaam, maar een hart-tot-hart, dat is het wat wij nodig hebben.
Maar met wat voor kwaad worden we niet jaar in jaar uit geconfronteerd? Verbanningen, revoluties, oorlogen, moorden, ziekten, honger en onlusten. Wie heeft geprobeerd persoonlijk ook maar een greintje beter te worden? We worden immuun voor Gods slagen, ongevoelig ook voor zijn medicamenten. Wat blijft er in 's hemels naam anders over dan te geloven, dat we allemaal vernietigd zullen worden door een verschrikkelijke ramp? Mijn geest voorziet in de toekomst zo'n ramp. Moge een gelukkiger lot ons beschoren zijn!"
Al deze woorden sprak Erasmus in de 16e eeuw, toen Europa zich in een politieke, religieuze en maatschappelijke crisis bevond. De tekst lijkt geschreven in onze tijd. Mogelijk dacht u tijdens het lezen hiervan, dat het een toespraak uit onze tijd was. Waarom dan deze merkwaardige aanhef "Angst en overwinning"?
Ook thans heeft men het gevoel op de drempel te staan van een nieuwe periode in de evolutie van de mens. Teilhard spreekt al van een "nieuwe menselijke sprong in de evolutie", een soort geestelijke mutatie dus. Deze zal algemener en ingrijpender van aard zijn dan we ons nu kunnen indenken. Teilhard denkt aan mutatie door superreflexie. Toen de mens op het toneel verscheen gebeurde dat doordat het bewustzijn zich van zichzelf bewust werd.
Ook de godsdienst en de ethiek zullen in de algehele stroomversnelling van de ontwikkelingen niet aan een zelfonderzoek ontkomen. De kernwaarheden moeten steeds opnieuw worden verwoord. De procesfilosofie, zoals die is geformuleerd door Alfred North Whitehead, kan Teilhards theologische visie goed onderbouwen.

Theosofie

Anna Lemkow: boek Het Heelheid Principe, Epiloog: Walt Whitman zong over het Geheel, niet alleen over de delen, en hij zong over alle dagen, niet alleen over één dag. In zijn tijd omvatte hij het Geheel – op zijn onnavolgbare, poëtische manier – en toen hij zo naar de objecten van het Universum keek, zag hij geen enkel deeltje daarvan dat niet in verband stond met de ziel. Het kosmische proces is onpartijdig en intelligent. In onze tijd heeft de wetenschap deze waarheid ontdekt – op haar eigen onnavolgbare manier. Uit de kosmos – de dynamische matrix, de mind stuff – komen gelijkelijk oneindig kleine deeltjes’ en mensen voort, die alle in staat zijn tot onderlinge communicatie, niet alleen plaatselijk, maar ook ogenblikkelijk, voorbij ruimte en tijd. Voortkomend uit en omgeven door een grenzeloze Werkelijkheid vormt het gemanifesteerde universum een heelheid, leven in leven, alles doordringend, ondeelbaar. Toch is iedere levensvorm specifiek en speciaal – tegelijkertijd uniek en de weerspiegeling van ontelbare levensvormen.

Het ‘gemanifesteerde Heelal’ is dus doordrongen van dualiteit en deze is als het ware de essentie van zijn EX-istentie als ‘manifestatie’. Maar evenals de tegenovergestelde polen van subject en object, geest en stof, alleen maar aspecten zijn van de Ene Eenheid waarin ze tot synthese zijn gebracht, zo is er ook in het gemanifesteerde Heelal ‘dat’ wat geest aan stof, en subject aan object verbindt.
Dit iets, dat tegenwoordig onbekend is in het westerse speculatieve denken, wordt door de occultisten fohat genoemd. Het is de ‘brug’ waardoor de ‘ideeën’ die in het ‘goddelijke denken’ bestaan, als ‘natuurwetten’ worden afgedrukt op de kosmische substantie. Fohat is dus de dynamische energie van de kosmische verbeelding, of, van de andere kant beschouwd, het intelligente medium, de leidende kracht van alle manifestatie, de ‘goddelijke gedachte’ die wordt overgebracht en openbaar gemaakt door de Dhyan-Chohans, de architecten van de zichtbare wereld. Zo is ons bewustzijn afkomstig van de geest of de kosmische verbeelding; de verschillende voertuigen waarin dat bewustzijn wordt geïndividualiseerd en tot zelf- of reflectief bewustzijn komt, zijn afkomstig van de kosmische substantie; terwijl fohat in zijn verscheidene manifestaties de geheimzinnige schakel vormt tussen denkvermogen en materie, het bezielende beginsel dat ieder atoom tot leven prikkelt.

H.R. Opdenberg: Reeds in de eerste decennia van de twintigste eeuw komen we uitspraken tegen die vooruitlopen op de komende trend. In zijn boek The Nature of the Physical World (1927) geeft de Engelse fysicus en astronoom A.S. Eddington aan hoe materie blijkt op te lossen in energiepunten en het best getypeerd wordt door de term ‘mind-stuff’. De wiskundige, fysicus en astronoom J.H. Jeans, en Max Planck, opsteller van de kwantumtheorie, beschouwen beiden bewustzijn als fundamenteel en materie als afgeleide van bewustzijn. Teilhard de Chardin vat het als volgt samen: ‘De moderne fysica is er niet langer zeker van of wat ze in handen heeft zuiver energie is, of zuiver gedachte.’ Veel onderzoekers komen tegenwoordig tot dezelfde slotsom als de mystici uit alle tijden.
Voor Spinoza waren geest en stof parallelle kenmerken van God of Substantie, de grote essentie van het heelal die in de theosofische literatuur soms svabhavat wordt genoemd, de oernatuur, geest-substantie. Svabhavat (van Sanskriet sva, ‘zelf’ en bhu, ‘worden’) betekent het zelf-wordende. Er kan niets bestaan of het is een uitvloeisel van de eeuwige activiteit van deze oernatuur. Er kan niets bestaan, zei ook Spinoza, behalve deze Substantie en het zich ontvouwen van haar kenmerken. De ‘schepping’ had dan ook geen begin en heeft geen einde; alle dingen komen voort uit het grenzeloze en zullen dus eeuwig voortgaan – theosofische gedachten die we ook in het neoplatonisme en het gnosticisme tegenkomen.

Antroposofie

Frank Wijnbergh: De evolutie van mens en aarde: Dat wil zeggen dat de bovenstroom de in de wil werkende onderstroom er toe moet brengen tezamen met de bovenstroom dat waarnemingsbeeld te vormen. Dat beeld is vooralsnog onbewust, want het bevindt zich in het wilsgebied, het is het resultaat van een handeling. Rudolf Steiner noemt het de ‘gewöhnliche Imagination’ (op 22 augustus 1919 te Stuttgart, in Algemene menskunde als basis voor de pedagogie, WV-i1, blz. 37). Het voorgaande samenvattend kunnen we zeggen dat er twee poorten zijn waardoor bewustzijnsinhouden in de vorm van voorstellingen in de ziel kunnen binnen komen. De maanpoort is gericht op het voorgeboortelijke, de zonnepoort kijkt naar de toekomst. Iedere ziel kan in principe beide poorten gebruiken. Zoals we vorige maand beschreven, stroomden lang geleden via de maanpoort rijke geestinhouden in de ziel binnen. In de loop van de tijd verdroogden deze inhouden tot abstracte voorstellingen. In de Middeleeuwen was het bewuste gebruik van de zonnepoort nog niet volledig mogelijk. De geestelijke wereld gebruikte hem om morele impulsen in de mensenziel te laten binnenstromen. De ziel functioneerde pendelend tussen beide poorten. Denkend maakten de meeste mensen gebruik van de maanpoort. Voor hen waren gedachten, begrippen en voorstellingen niet anders dan subjectieve aanduidingen, nomen, die de ziel nodig had om te kunnen communiceren. Objectieve waarde hadden die nomen, die namen, niet. Deze denkers werden nominalisten genoemd.

Zie ook:

Boeken:

Externe Links

<< vorige || volgende >>

Categorie: Artikelen | Rapport | Auteur: Harry Nijhof


Deze pagina werd sedert 16 dec. 2007 419 keer bekeken.