Systeemtheorie en Spiegelsymmetrie

Gottfried de Purucker: Terwijl we steeds dieper afdalen in de stof, bereiken we het menselijke stadium en verwerven daar zelfbewustzijn – een zelfbewustzijn dat met de tijd steeds groter wordt; en evolutie is niets anders dan een zich voortdurend beter tot uitdrukking brengen. Zo breidt zich het zelfbewustzijn weer uit tot universeel bewustzijn, wanneer we het keerpunt van de meest grove fysieke materie passeren en onze blik weer richten op de lange, lange weg omhoog naar het einde van onze planetaire periode.
Martin Heidegger: De filosofie is aan haar eind. En wie neemt nu de plaats van de filosofie in? De cybernetica. Of de vrome die zich openstelt? Maar dat is geen filosofie meer. Wat is het dan? Het andere denken noem ik het.
Voor een waarlijk vreugdevol en heilzaam menselijk werk om te gedijen, moet de mens in staat zijn op te klimmen vanuit de diepten van zijn aarding thuis tot in de ether. Ether staat hier voor de vrije lucht van de hoge hemelen, het open bereik van de geest.
'Wij zijn gasten van het leven', want we kunnen niet kiezen waar we worden geboren, we weten niet waarom we in het leven zijn geworpen.

Het 1e, 2e en 3e aanzicht vormen één geheel, éne werkelijkheid. Deze drie aanzichten (drie diemensionale ruimte) in deze bijlage komen met de drie aanzichten in hoofdstuk 1.4 en de drie aanzichten in hoofdstuk 7.4 overeen. De drie aanzichten van een Kubus (Ruimte) brengen de kwantitatieve as, kwalitatieve as en de verticale as (Axis mundi, tijd-as) in het Kompaskwadrant tot uitdrukking.

Idealisme en Materialisme (Axis mundi, Zaaien - Oogsten, Triade + Tetrade = 5e Dimensie)

H.P. Blavatsky Een introductie tot De Geheime Leer (p. 50):
Fichte, de Duitse filosoof, onderscheidde het zijn (Sein) als het ene, dat we alleen kennen door het bestaan (Dasein) als het veelvoudige. Deze opvatting is door en door hermetisch. De ‘ideale vormen’ zijn de archetypische of vormgevende ideeën van de neoplatonisten; de eeuwige en subjectieve voorstellingen van de dingen die in de goddelijke geest bestaan vóór het ‘worden’’ (blz. 134).

Laurens Verhagen Nietzsche en Levinas
Hoofdstuk 2: Een geschiedenis van het heden
2.2 Heidegger
2.2.1 ontische versus ontologische benadering van de tijd
Een volgend begrippenpaar dat duidelijkheid kan scheppen is 'ontisch' versus 'ontologisch', zoals dat door Heidegger wordt gebruikt. Dit onderscheid hangt sterk samen met het probleem of tijd er voor ons is als empirisch object (ontisch) of dat het ons waarnemen pas mogelijk maakt (ontologisch). Als we zeggen dat tijd niet in tijd is uit te drukken, dan ligt het probleem in het feit dat we 'tijd' twee keer op een verschillende wijze gebruiken: de eerste keer ontologisch en de tweede keer ontisch. Hierbij moet niet gedacht worden aan twee verschillende incommensurabele gebieden, een ontisch en een ontologisch, maar meer aan twee manieren waarop we op de zijnden betrokken zijn. Vertaald naar meer alledaagse begrippen is bovenstaande enigszins te vergelijken met een letterlijk vs. metonymisch gebruik van het woord 'tijd'. Het zal duidelijk zijn dat een zin als "De tijd doet zijn werk en alle vreugden en geneugten verliezen door herhaling hun charme" ( Kundera, het Boek van de Lach en de Vergetelheid) een heel ander gebruik van het woord 'tijd' maakt dan in "de tijd had de helling niet kunnen nemen en rolde terug." ( uit het Behouden Huis van W.F. Hermans en geciteerd door J.J.A. Mooij die het althier, in een terzijde, over het metonymisch opvatten van tijd heeft, p 194) Deze laatse tijd is metonymisch gebruikt; het gaat niet over de tijd zelve, maar meer om de gebeurtenissen zoals die zich in de tijd kunnen voordoen.

Dasein is a fundamental concept in the existential philosophy of Martin Heidegger particularly in his magnum opus Being and Time. Heidegger uses the expression dasein to refer to the experience of being that is peculiar to human beings.

Beter is mijn ideaal (Wilma de Rek Volkskrant 3 januari 2012)
Ook Nietzsche, goedevoornemensfilosoof bij uitstek, zou vermoedelijk de vloer aanvegen met iedereen die zich voorneemt zijn denkgroef dood te botoxen, want waarom neemt iemand zich zoiets voor? Omdat je met een gerimpeld hoofd een mislukkeling bent? Welnee: omdat de norm nu eenmaal glad en mooi is en omdat niemand graag van de norm afwijkt. Maar wie zich volgzaam aan de massa aanpast, is een sukkel, want hij is niet langer de ‘stuurman van zijn bestaan’, iets waar je volgens Nietzsche altijd naar moet streven.
‘Er is in de natuur geen saaier en weerzinwekkender schepsel dan de mens die voor zijn genie uit de weg is gegaan en nu naar rechts en naar links, naar achteren en naar alle kanten gluurt. Men mag zo iemand ten slotte niet eens meer bekritiseren, want hij is alleen maar een buitenkant zonder kern, een halfvergaan, opgeverfd, wijduitstaand gewaad, een uitgedost spook, dat geen angst, laat staan medelijden kan opwekken.’

De ziel (psyche), de schakel tussen 'Geest en Lichaam' creëert het innerlijke evenwicht. Tegenover het idealisme van Hegel staat het realisme (materialisme) van Marx.

De tegenstelling 'Materialisme-Idealisme' is een fundamentele scheiding der geesten. In zijn meest principiële vorm wil het zeggen, dat de Materialistische wetenschap alleen de materie (objecten en energieën) als werkelijk (enige oorzaak) accepteert en de subjectieve verschijnselen als niet-objectieve bijverschijnselen van de materie beschouwt, terwijl de idealistische wereldbeschouwing van het standpunt uitgaat, dat de verschijnselen in de materiële wereld veranderlijk, tijdelijk en afhankelijk van interpretatie zijn, en dus niet werkelijk, maar een gevolg van onze waarneming.

H.P. Blavatsky De Geheime Leer Samenvatting (p. 320):
(5.) KUNDALINI SAKTI. Het vermogen of de kracht die zich langs een gebogen pad beweegt. Het is het universele levensbeginsel dat zich overal in de natuur manifesteert. Deze kracht omvat de twee grote krachten van aantrekking en afstoting. Elektriciteit en magnetisme zijn slechts manifestaties ervan. Dit is de kracht die de ‘voortdurende aanpassing van inwendige aan uitwendige relaties’ tot stand brengt, die volgens Herbert Spencer de essentie van het leven is, en ook de ‘voortdurende aanpassing van uitwendige aan inwendige relaties’, die de basis vormt van de zielsverhuizing, punar janman (wedergeboorte) in de leringen van de oude hindoefilosofen. Een yogi moet deze kracht volledig meester zijn vóór hij moksham kan bereiken. . . .
Geheime Leer Deel I hoofdstuk 14 Krachten bewegingsvormen of intelligenties? (p. 668):
Met ‘moleculaire verbindingen’ bedoelt men natuurlijk die van de stof van onze tegenwoordige bedrieglijke waarnemingen; deze stof is alleen op ons gebied werkzaam. En dit is het belangrijkste punt dat aan de orde is5.
5) ‘Is de jiva een mythe, zoals de wetenschap zegt, of niet?’, vragen sommige theosofen, die aarzelen tussen de materialistische en de idealistische wetenschap. De moeilijkheid bij het werkelijk begrijpen van esoterische problemen over de ‘uiteindelijke toestand van de stof’ is weer de oude kwestie van het objectieve en het subjectieve. Wat is stof? Is de stof van ons huidige objectieve bewustzijn iets anders dan onze GEWAARWORDINGEN? Inderdaad, onze gewaarwordingen komen van buitenaf, maar kunnen we werkelijk (behalve als het om verschijnselen gaat) spreken over de ‘grove stof’ van dit gebied als over een entiteit, die los van ons staat en onafhankelijk van ons is? Op al dergelijke opmerkingen antwoordt het occultisme: inderdaad, in werkelijkheid is de stof niet onafhankelijk van onze gewaarwordingen en bestaat niet daarbuiten. De mens is een illusie: toegegeven. Maar het werkelijke bestaan van andere, nog meer denkbeeldige, maar niet minder reële entiteiten dan wij, is geen bewering die wordt verzwakt door het idealisme van de Vedānta en zelfs dat van Kant, maar er eerder door wordt versterkt.

Het materialisme (Materialisme) en de ideële tegenhanger ervan: Een goede integratie noemen we een integratie van evenwicht en bewustzijn, want onevenwichtigheid is per definitie een eigenschap van een slechte of onbewuste integratie. Evenwicht wat betreft doel en middel kan je zo dan definiëren als een geslaagd bewust samennemen en dan ook praktisch samengaan van een bepaald middel met een bepaald doel, waarbij de a priori integriteit van een ideëel werkplan scheefgroei of wangebruik daarin moet voorkomen. Als ik wil gaan koken met schrijfgerei ben ik fout bezig, dat behoeft geen uitleg. Maar toch is er schrijfgerei nodig zowel als gekookt voedsel. Schrijfgerei heeft een ander doel: geschreven tekst. Gekookt voedsel heeft een ander middel: potten pannen en ingrediënten. Niets van dat alles is verkeerd en past in de integriteit van het grotere werkplan, maar er is wel een verkeerd samengaan mogelijk. Als ik een goede combinatie van die twee zaken heb, zoals een maaltijd en een kookpan, is er een dualistische middenpositie van bewustzijn die beiden evenzeer nodig heeft en dus ook moet waarderen, er is dan sprake van een evenwicht in de functionele verbinding van het doel, de maaltijd, met het middel, de kookpan. Dat midden, die verbinding is het evenwicht dat we dan goed en gerecht of terecht noemen, er is geen verlangen of vastzitten in het ene bij gebrek aan het andere. Toegepast op de tijd, de ruimte en de samenhang der materie, als zijnde de axiomatisch aangenomen fundamentele basiskenmerken van de werkelijkheid, zijn er zo drie basismiddelen en drie basisdoelen of drie basisvisies van het goed omgaan met de materie. De basiskenmerken zijn de ruimte als het canvas waarop geschilderd is; de planeten, sterren en sterrenstelsels en nevels zijn als de verfklodders die de composities vormen, en de tijd is dan het leven, het bewegen, van dat schilderij van God die dan de enige echte uitvinder, de bron en de integriteit is van dat perpetuum mobile. De drie middelen kunnen manifest of niet manifest zijn, en ook de drie doelen kunnen manifest of slechts in potentie aanwezig zijn. Zo krijgen we dan zes basismiddelen die we de vormen van fortuin of de volheden noemen, zeg maar de kookpannen, die we in het evenwicht eenduidig koppelen met zes basisvisies, zeg maar de maaltijden, die we de filognostische zienswijzen noemen.

Voor het bereiden van een maaltijd gebruiken Lucas Derks & Jaap Hollander in hun boek Essenties van NLP (p. 88, 92) het TOTE-model (Cybernetica).
Voor het bereiden van een maaltijd wordt in dit geval van het principe van de Triade gebruik gemaakt. De maatijd het 'Wat' staat tegenover het gebruik van de kookpan het 'Hoe'. de schakel tussen wat en hoe is het recept.
Triade: Het recept, de blauwdruk zorgt voor evenwicht tussen doel en middel, tussen Wat en Hoe, Ruimte en Materie.
Tetrade: Voor het bereiden van een smakelijke maaltijd is het beoordelen van de ingrediënten en eventueel extra toe te voegen kruiden van belang.
Om de bereikte toestand te kunnen beoordelen is een criterium, een doel, het Waarom nodig.
In het TOTE-model wordt een vierde dimensie, namelijk het terugkoppelingsmechanisme toegevoegd. Het besturingsparadigma wordt aan de hand van drie aanzichten besproken.

Geheime Leer Deel II Stanza 11 De beschaving en vernietiging van het vierde en vijfde ras (p. 378):
Want het begrijpen van de occulte leer is gebaseerd op dat van de zeven wetenschappen, en deze vinden hun uitdrukking in de zeven verschillende toepassingen van de geheime verslagen op de exoterische teksten. We hebben dus te maken met denkwijzen op zeven heel verschillende gebieden van het ideële. Elke tekst heeft betrekking op en moet worden vertaald vanuit een van de volgende standpunten:
1. het realistische gebied van het denken;
2. het idealistische;
3. het zuiver goddelijke of geestelijke.
De andere gebieden gaan het gemiddelde bewustzijn, vooral dat van de materialistische denker, zover te boven dat men ze in gewone taal zelfs niet symbolisch kan weergeven. In geen enkele van de oude religieuze teksten is een zuiver mythisch element aanwezig; maar de denkwijze waaruit zij oorspronkelijk zijn voortgevloeid, moet bij het interpretatieproces worden ontdekt en men moet zich er nauwkeurig aan houden.

Twee van de grote denkstromingen die pogen het mind-body probleem op te lossen zijn het dualisme en het monisme.
Fysicalisten verdedigen dat enkel de hersenen feitelijk bestaan, idealisten stellen dat enkel de geest feitelijk bestaat en neutrale monisten hangen de positie aan dat er een andere, neutrale substantie is en dat zowel geest als materie eigenschappen zijn van deze onbekende substantie. De meest voorkomende vormen van monisme in de 20e en de 21e eeuw zijn allen variaties van het materialisme (of fysicalisme), inclusief het behaviourisme, de identiteitstheorie en het functionalisme.

Gebroken symmetrie (Spontane symmetriebreking, Dichotomy, Bifurcatie, Dodecaëder)

Hubert Van Belle Symmetrie en symmetriebreking in het denken van Leo Apostel
Leo Apostel was gefascineerd door de tegenstelling tussen symmetrieën en symmetriebrekingen. In zijn bijdrage tot "Cirkelen om de wereld" (Pelckmans, Kapellen 1994) met als titel "Symmetrie en symmetriebreking: ontologie in wetenschap (Schets voor een geheel)" ziet hij deze polariteit als een sleutel om de natuur van de globale werkelijkheid te begrijpen.
Systemen worden bepaald door symmetrieën, oorzaken door asymmetrische relaties. Oorzaken wijzigen door "krachten" wat buiten hun staat en brengen gevolgen voort. Er treden in dit verhaal twee families van aan elkaar tegengestelde begrippen op. Het gaat over de families "causaliteit, symmetriebreking, verandering, proces, kracht" en "systeem, symmetrie, structuur, invariante, constante". Beide families moeten in deze ontologische visie noodzakelijk uit een gemeenschappelijk "iets", het begrip "zijn", volgen. Indien deze denkwijze correct is, moet het mogelijk zijn uit het uitgangspunt af te leiden waarom deze en geen andere invarianten en onomkeerbare processen voorkomen. Dit moet tenminste slagen voor de grote typen van invarianten en onomkeerbare processen. De deductie is vruchtbaar indien we kunnen aantonen dat wat we zien aanwezig moet zijn in iedere bestaande totaliteit. Ieder heelal moet bijvoorbeeld ijksymmetrieën vertonen. Deze lokale symmetrieën laten toe dat we delen van een systeem willekeurig veranderen en toch het systeem in zijn globale vorm bewaren. Zonder het bestaan van ijksymmetrieën zou het bestaan van systemen als dusdanig niet mogelijk zijn want alleen ijksymmetrieën behouden de globale structuur onder lokale transformaties. Men stelt dus eigenlijk dat het geheel zich toont op zo een manier dat het zich niet anders kan vertonen.

Hubert Van Belle Een gelaagd beeld van de werkelijkheid
Indien men er niet in slaagt het gedrag van de hogere lagen van de werkelijkheid tot de eigenschappen van de lagere lagen te herleiden is men verplicht bijkomende, emergente eigenschappen in te voeren. Zoals reeds opgemerkt werd verklaart men emergentie door te stellen dat het geheel groter of meer is dan de som van zijn delen. Eigenlijk zou men beter stellen dat het geheel anders is dan de som van de delen. Dit anders zijn kan dan toegeschreven worden aan de opgedoken emergente eigenschappen. "Echt" emergente eigenschappen zijn niet reductionistisch verklaarbaar. Een reductionistische verklaring is dan wezenlijk uitgesloten. Emergentie wordt dan in verband gebracht met het onverwachte, niet gepredetermineerde, echt nieuwe en creatieve in de werkelijkheid. Emergentie kan ook het gevolg zijn van de complexiteit van de problematiek die een herleiding tot elementaire wetten praktisch onmogelijk maakt.

Martijn van Calmthout De mythe van de gebroken werkelijkheid
Volgens Mandelbrot hangt de lengte van een kustlijn af van de lengte van de gebruikte meetlat. Vanuit een satelliet lijkt de kust een gladde curve waarvan de lengte snel is vastgesteld. Maar eenmaal op de grond blijken er opeens inhammen en landtongen, die de kustlijn wat langer maken. In de inhammen liggen bovendien rotsen, tussen de rotsen kiezels, de kiezels hebben uitstulpingen, waarop weer zandkorrels zitten, enzovoorts. En steeds valt de schatting hoger uit omdat bij elke vergroting de kustlijn weer even grillig blijkt als bij de vorige. En langer. Alleen bij een keurige gladde cirkel of een vierkant, objecten met twee dimensies, zou de schatting precies op één waarde uitkomen. Dat dat kennelijk bij een kustlijn niet gebeurt, kon volgens Mandelbrot maar één ding betekenen: de kustlijn heeft een gebroken dimensie, ergens tussen 1 en 2 in. In zijn boek The Fractal Geometry of Nature uit 1982 (Uitgeverij W.H. Freeman) beschreef Mandelbrot voor het eerst samenhangend hoe die dimensie wiskundig moet worden berekend.

De kromme van Koch (1904), die naarmate ze uitbreidt steeds fijner wordt is geschikt voor het onderzoek van kustlijnen (recursieve fractal).

Gulden snede en getallen van Fibonacci (Spiraal).
Jan Wicherink boek Ontheemde Zielen Ontwaken (p. 65):
Misschien wel het meest belangrijke onderwerp in de Heilige Geometrie is de Gulden snede. De Gulden snede is een speciale verhouding die wordt aangeduid met de Griekse letter d, Phi genaamd (spreek uit als fi).
Ze voldoet aan d = ½ * 'wortel van 5' (2,236) + ½ = 1,618
66: Een variant van de Gulden snede spiraal is de Fibonacci-spiraal.

De Gulden snede is de uiterlijk vorm van de orde en harmonie in het universum die aan de achterliggende dynamiek ten grondslag ligt. De ‘Gulden middenweg’ (Gulden snede), is een bewustwordingsproces, dat er van uitgaat dat de waarheid in het midden ligt.

Ether staat voor de natuurlijke reflectie, die in de vijf Platonische lichamen door de cijfersymboliek tot uitdrukking wordt gebracht.

De theosofie spreekt over tien natuurrijken: drie rijken van elementalen, het minerale -, het planten -, het dieren - en het mensenrijk (7 gemanifesteerd), alsmede drie godenrijken of rijken van Dhyân Choans (3 ongemanifesteerd). Vier Goddelijke vonken (missing links) zijn voor het ontstaan van de vaste materie, het minerale rijk, het ruimte-continuüm verantwoordelijk en drie Goddelijke vonken voor de overgang van het mineralenrijk via het plantenrijk en dierenrijk naar het mensenrijk.

Het rechter kwadrant is samengesteld op basis van (kies) Natuurrijk karakteristieken.

Vuur -LuchtVuur -LuchtAziluthYetzirah
1. Oerknal -3. Gasvorming1./7. -3./5.7. Mensenrijk -5. Plantenrijk
||||||
4. Aarde -2. Vloeibare stoffen4. -2./6.4. Delfstoffenrijk -6. Dierenrijk
Aarde -WaterAarde -WaterAssiahBriah
Snijpunt 1./2.-as en 3./4.-asrepresenteert Ether  5. Universele rijk

Voor een toelichting op de vijf aggregatieniveaus en het thema gebroken symmetrie wordt verwezen naar het boek KOSMOS een integrale visie op de wereld (p. 44) van Ervin Laszlo en Jude Currivan.
Water (H2O) is de chemische verbinding van twee waterstofatomen en een zuurstofatoom. Water komt in de natuur voor in de drie verschillende hoofdfasen als vloeistof, als vaste stof en als gas (faseovergang). Bij kamertemperatuur is water een vloeistof zonder duidelijke kleur en geur. Al het leven op aarde bestaat grotendeels uit en is afhankelijk van water. De fundamentele symmetrie van de drie vormen van hetzelfde molecule water wordt bij verschillende temperaturen en drukwaarden verbroken.
Er bestaat een bijzonder belangrijke vorm van symmetriebreking die resulteert in verschijnselen die elkaar in wezen weerspiegelen, terwijl hun relativiteit ertoe leidt dat ze als tegenpolen van elkaar worden beschreven. Licht is hiervan een voorbeeld.

Elektromagnetische spectrum
Gerangschikt van uiterst lage tot ultrahoge frequentie, omvat het elektromagnetische spectrum:
• extreem lage frequenties
• laagfrequente golven
• radiogolven
• microgolven
• infrarode stralen
• zichtbaar licht
• ultraviolette stralen
• röntgenstralen
• gammastralen

De ordening in het universum is op de universele zevenvoudigheid, de zeven wijsheidssleutels gebaseerd. Deze categorie van zevenvoudigheid kan wel met het elektromagnetische spectrum worden vergeleken, maar is niet analoog aan de trillingsfrequenties van dit spectrum. Het gaat om alle kanten van het spectrum, de eenheid.

Afhankelijk van temperatuur en druk kan materie zeven aggregatietoestanden (verschijningsvormen, fasen) aannemen:

Prof. Alan Tennant Golden ratio discovered in a quantum world - Hidden symmetry observed for the first time in solid state matter
Researchers from the Helmholtz-Zentrum Berlin für Materialien und Energie (HZB), in cooperation with colleagues from Oxford and Bristol Universities, as well as the Rutherford Appleton Laboratory, UK, have for the first time observed a nanoscale symmetry hidden in solid state matter. They have measured the signatures of a symmetry showing the same attributes as the golden ratio famous from art and architecture. The research team is publishing these findings in Science on the 8. January 2010.
On the atomic scale particles do not behave as we know it in the macro-atomic world. New properties emerge which are the result of an effect known as the Heisenberg's Uncertainty Principle. In order to study these nanoscale quantum effects the researchers have focused on the magnetic material cobalt niobate. It consists of linked magnetic atoms, which form chains just like a very thin bar magnet, but only one atom wide and are a useful model for describing ferromagnetism on the nanoscale in solid state matter.

In een open, dynamisch systeem moet er echter van een gebroken symmetrie (Broken_symmetry) sprake zijn. Volledig (vol en ledig/leeg) gelijk duidt immers op een evenwichtstoestand.
Symmetry and Symmetry Breaking ('First published Thu Jul 24, 2003; substantive revision Wed Feb 13, 2008).

Ervin Laszlo en Jude Currivan KOSMOS een integrale visie op de wereld, hoofdstuk Relativiteit, Verborgen symmetrieën (p. 45): De oud-Griekse meetkundigen onderzochten al pakweg 2500 jaar geleden zulke dualiteiten die elkaar weerspiegelen in de zogeheten platonische veelhoeken (polyeders), vijf regelmatige veelvlakken waarvan zij geloofden dat het de archetypische bouwstenen van materie waren – de vijf klassieke elementen aarde, water, lucht, vuur en ether.

Het verschijnsel symmetriebreking (spiegelsymmetrie en complementariteit) wordt overal in de natuur aangetroffen. Om de geheimen in de natuur af te leiden uit de kennis van de relaties in de symmetrieën staat bekend als de gauge theory (ijktheorie, Eichtheorie).
In de deeltjesfysica is een ijkboson een boson dat fungeert als drager van één van de fundamentele natuurkrachten.

De symmetrische bouw van de natuur wordt door Blavatsky in Deel III (p. 591) besproken en door het ingenieuze, reflexieve model “Macrokosmos = Microkosmos” van de esoterie weergegeven.

De Geheime Leer Deel I, Stanza 1 HET BEGIN VAN BEWUST LEVEN (p. 45):
Dit is filosofie. Het is iets anders wanneer de rabbi in Al-Chazari zegt: ‘Onder s’ph-r moet worden verstaan het berekenen en wegen van geschapen lichamen. Want de berekening, door middel waarvan een lichaam in harmonie of symmetrie moet worden geconstrueerd, en met behulp waarvan de constructie op de juiste manier moet worden uitgevoerd en in overeenstemming gebracht met het ontwerp, bestaat tenslotte uit getal, uitgebreidheid, massa, gewicht; het gecoördineerde verband van bewegingen, en ook de harmonie van de muziek, moeten bestaan uit getallen, dat wil zeggen (S’ph-r) . . . Onder sippor (s’phor) moet worden verstaan de woorden van Alhim, waarbij het ontwerp van de bouw of de vorm van de constructie zich aanpast; zo werd er bijvoorbeeld gezegd: ‘Laat er licht zijn.’ Het werk ontstond naarmate de WOORDEN werden uitgesproken, d.w.z. naarmate de getallen van het werk te voorschijn kwamen.
Dit is een zonder scrupules verstoffelijken van het geestelijke.
De Geheime Leer Deel I, Stanza 3 Het ontwaken van de kosmos (p. 93):
1. . . . DE LAATSTE TRILLING VAN DE ZEVENDE EEUWIGHEID DOORDRINGT DE ONEINDIGHEID (a). DE MOEDER ZWELT, ZET ZICH VAN BINNEN NAAR BUITEN UIT, ZOALS DE KNOP VAN DE LOTUS (b).
(a) Het schijnbaar paradoxale gebruik van de uitdrukking ‘zevende eeuwigheid’, die zo het ondeelbare verdeelt, is in de esoterische filosofie toegestaan. Deze verdeelt grenzeloze duur in onvoorwaardelijke eeuwige en universele tijd en een voorwaardelijke tijd (khandakala, gebroken tijd). De ene is de abstractie of het noumenon van eindeloze tijd (kala); de andere het periodiek hierdoor optredende verschijnsel, als het gevolg van mahat (de universele intelligentie, beperkt door de duur van het manvantara).
Mahat, de eerstgeborene van Gnana (of gnosis), kennis, wijsheid of de logos is dan voor de occultisten een weerspiegelde schim van het absolute NIRGUNA (Parabrahm, de ene werkelijkheid, ‘zonder kenmerken en eigenschappen’: zie de Upanishads). Voor sommige aanhangers van de Vedanta daarentegen is mahat een manifestatie van prakriti of stof.
102: (a) ‘Heldere Ruimte, zoon van donkere Ruimte’ heeft betrekking op de straal, die bij de eerste trilling van de nieuwe ‘dageraad’ in de grote kosmische diepten valt, vanwaar hij gedifferentieerd weer bovenkomt als Oeaohoo de jongere (het ‘nieuwe LEVEN’), om tot aan het eind van de levenscyclus de kiem van alle dingen te worden. Hij is ‘de onlichamelijke mens die in zich de goddelijke Idee bevat’, – de voortbrenger van licht en leven, om een uitdrukking van Philo Judaeus te gebruiken. Hij wordt de ‘vlammende draak van de wijsheid’ genoemd, in de eerste plaats omdat hij is wat de Griekse filosofen de logos noemden, het Woord van de goddelijke gedachte, en in de tweede plaats omdat in de esoterische filosofie deze eerste manifestatie – de synthese of het aggregaat van de universele wijsheid, Oeaohoo, ‘de zoon van de zoon’– de zeven scheppende menigten (de sephiroth) in zich besloten houdt, en dus de essentie is van de gemanifesteerde wijsheid. ‘Wie zich baadt in het licht van Oeaohoo zal nooit door de sluier van maya worden misleid.’
De Geheime Leer Deel I, Stanza 5 Fohat: kind van zevenvoudige hiërarchieën (p. 148):
De vraag, hoe mensen van de laatste paar eeuwen tot dezelfde denkbeelden en conclusies zijn gekomen, die tienduizenden jaren geleden in het verborgene van de adyta als grondwaarheden werden onderwezen, wordt afzonderlijk behandeld. Sommigen kwamen ertoe door de vooruitgang in de natuurwetenschap en door onafhankelijke waarneming; anderen – zoals Copernicus, Swedenborg en nog enkelen – hadden, ondanks hun grote geleerdheid, hun kennis veel meer te danken aan intuïtieve dan aan verkregen denkbeelden, die zij op de gebruikelijke manier in de loop van de studie hadden ontwikkeld13. (Zie ‘A Mystery about Buddha’.)
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk Enkele vroegere theosofische misvattingen over planeten, ronden en de mens (p. 196):
En ze zeggen ons duidelijk:
Leid het leven dat noodzakelijk is voor het verkrijgen van die kennis en vermogens, en wijsheid zal vanzelf tot u komen. Steeds wanneer u in staat bent om uw bewustzijn af te stemmen op een van de zeven snaren van het ‘universele bewustzijn’; die snaren die zijn gespannen op het klankbord van de Kosmos en die trillen van eeuwigheid tot eeuwigheid; wanneer u 'de muziek van de sferen' grondig hebt bestudeerd, pas dan zult u geheel vrij zijn om uw kennis te delen met hen met wie dit veilig is. Maar wees intussen voorzichtig. Geef niet de grote waarheden, die het erfdeel zijn van de toekomstige rassen, aan onze tegenwoordige generatie.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 12 De theogonie van de scheppende goden (p. 473/474):
Zo zijn Vāch, Shekinah of de ‘muziek van de sferen’ van Pythagoras één, als we onze voorbeelden ontlenen aan de drie (schijnbaar) meest uiteenlopende religieuze filosofieën van de wereld – die van de Hindoes, de Griekse en de Chaldeeuws-Hebreeuwse. Deze personificaties en allegorieën kunnen, evenals in de esoterie, worden beschouwd onder vier (hoofd-) en drie (sub-) aspecten, of samen zeven. De para-vorm is het altijd subjectieve en latente licht en geluid, die eeuwig in de schoot van het onkenbare bestaan; wanneer het wordt overgebracht in de verbeeldingskracht van de logos of zijn latente licht, wordt het pasyanti genoemd; en als het de uitdrukkingsvorm van dat licht is geworden, is het madhyama.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 13 De zeven scheppingen (p. 488):
De mysteriën van de Perzische Mithras worden verklaard en ‘muzikale redenen worden eraan toegevoegd’ . . . En hieraan probeert hij ‘een tweede verklaring toe te voegen, die ook met de muziek in verband staat’1 – d.w.z. met de zeven noten van de toonladder, de zeven geesten van de sterren, enz.
1) Origenes, Contra Celsum, dl. vi, hfst. xxii.
499: In deze periode van de evolutie differentieert de absolute eeuwige universele beweging of trilling, dat wat in esoterische taal ‘de GROTE ADEM’ wordt genoemd, zich tot het oorspronkelijke, eerst gemanifesteerde ATOOM. Naarmate de scheikunde en de natuurkunde vorderen, vindt dit occulte axioma meer en meer bevestiging bij de geleerden: de wetenschappelijke hypothese, dat zelfs de eenvoudigste elementen van de stof dezelfde aard hebben en alleen van elkaar verschillen tengevolge van de verscheidenheid van de verdeling van de atomen in de molecule of het stofdeeltje, of door de manier van atoomtrilling, wint elke dag meer terrein.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 10 De kracht van de toekomst Haar mogelijkheden en onmogelijkheden (p. 611/612):
Moeten wij zeggen dat kracht ‘bewegende stof’ of ‘stof in beweging’ en een manifestatie van energie is, of dat stof en kracht de gedifferentieerde aspecten van de verschijnselen zijn van de ene oorspronkelijke, ongedifferentieerde kosmische substantie?
Deze vraag wordt gesteld met het oog op die stanza die over fohat en zijn ‘zeven broers of zonen’ gaat, met andere woorden over de oorzaak en de gevolgen van de kosmische elektriciteit; deze laatste wordt in het occulte spraakgebruik de zeven oorspronkelijke krachten van de elektriciteit genoemd, waarvan alleen de zuiver waarneembare en daarom grofste gevolgen op het kosmische en vooral op het aardse gebied voor natuurkundigen kenbaar zijn. Hiertoe behoren onder andere geluid, licht, kleur, enz. Wat heeft de natuurwetenschap ons nu over deze ‘krachten’ te zeggen? Geluid, zegt zij, is een gewaarwording die wordt veroorzaakt door de botsing van atmosferische moleculen tegen het trommelvlies, die fijne trillingen in het gehoororgaan veroorzaakt en zich zo meedeelt aan de hersenen. Licht is de gewaarwording die wordt veroorzaakt door de botsing van onmerkbaar kleine trillingen van de ether tegen het netvlies van het oog.
614: Om de werking van zijn motor uit te leggen, zegt Keely: ‘Bij het ontwerpen van de tot dusver gebouwde machines is nooit een middel gevonden om een neutraal centrum teweeg te brengen. Als het wel zo was, zou er een eind zijn gekomen aan de moeilijkheden van de zoekers naar een perpetuum mobile, en dit probleem zou een voldongen en werkend feit zijn geworden. Er zou voor zo’n instrument alleen maar een eerste impuls van een paar ponden nodig zijn om het eeuwen te laten lopen. In het ontwerp van mijn trillingsmachine deed ik geen poging een perpetuum mobile te bereiken, maar wordt een circuit gevormd dat inderdaad een neutraal centrum heeft, dat zich in een zodanige toestand bevindt dat het door mijn trillende ether tot leven kan worden gebracht. Onder de invloed van genoemde substantie is het werkelijk een machine die praktisch onafhankelijk is van de massa (of de globe); dit wordt veroorzaakt door de wonderbaarlijke snelheid van het trillingscircuit. Toch moet deze machine, met al haar perfectie, worden gevoed met de trillingsether om haar tot een onafhankelijke motor te maken . . .’
623: Wat Keely over geluid en kleur zegt, is ook vanuit occult standpunt juist. Hoor hem spreken alsof hij het troetelkind van de ‘goden-onthullers’ was en zijn hele leven in de diepten van Vader-Moeder Aether heeft geschouwd.
Als hij de ijlheid van de dampkring vergelijkt met die van de etherische stromen, die hij verkrijgt door middel van zijn uitvinding, waarmee hij de moleculen van de lucht door trilling laat uiteenvallen, zegt Keely:
‘Zij is als platina vergeleken met waterstofgas. De moleculaire ontbinding van lucht brengt ons alleen maar tot de eerste onderverdeling; de intermoleculaire tot de tweede; de atomaire tot de derde; de interatomaire tot de vierde; de etherische tot de vijfde, en de interetherische tot de zesde onderverdeling of positieve associatie met de lichtgevende ether. In mijn inleidende betoog heb ik beweerd dat dit het trillende omhulsel van alle atomen is.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 11 Over elementen en atomen (p. 626):
Als we zeggen ‘de elementaire mens’, bedoelen we òf de voorlopige eerste schets van de mens in zijn onvoltooide en onontwikkelde toestand, dus in die vorm die nu tijdens zijn leven in de fysieke mens latent is, en slechts nu en dan en onder bepaalde omstandigheden vorm aanneemt; òf die vorm die het stoffelijke lichaam een tijdlang overleeft en die beter bekendstaat als een ‘elementaar’2. Als het woord ‘element’ in metafysische zin wordt gebruikt, betekent het, in tegenstelling tot de sterfelijke, de wordende goddelijke mens; en in fysieke zin, de ongeordende stof in haar eerste ongedifferentieerde toestand, of in de layatoestand, die de eeuwige en normale toestand van de substantie is. Deze substantie differentieert zich slechts periodiek en verkeert tijdens die differentiatie in een abnormale toestand – met andere woorden, een voorbijgaande illusie van de zintuigen.
2) Als Plato het heeft over de irrationele, roerige elementen ‘die zijn samengesteld uit vuur, lucht, water en aarde’, bedoelt hij elementaire demonen. (Zie de Timaeus.)
627: De hedendaagse natuurkunde heeft, toen zij aan de Ouden haar atoomtheorie ontleende, één punt, het belangrijkste van de leer, vergeten; daarom kreeg zij alleen de schil en zal nooit tot de kern kunnen doordringen. Zij liet, toen zij de fysieke atomen overnam, het veelbetekenende feit buiten beschouwing dat van Anaxagoras tot Epicurus, de Romein Lucretius en tenslotte zelfs tot Galileo, al die filosofen min of meer in BEZIELDE atomen geloofden, niet in onzichtbare deeltjes van zogenaamde ‘redeloze’ stof. Volgens hen werd een draaiende beweging (torsiegolven) opgewekt door grotere (lees meer goddelijke en zuivere) atomen die andere atomen naar beneden trokken, terwijl de lichtere gelijktijdig omhoog werden gestuwd. De esoterische betekenis hiervan is de eeuwig cyclische neergaande en opstijgende curve van gedifferentieerde elementen door intercyclische fasen van bestaan, totdat elk opnieuw zijn uitgangspunt of geboorteplaats bereikt. Het denkbeeld was zowel metafysisch als fysisch; de verborgen interpretatie omvat ‘goden’ of zielen, in de vorm van atomen, als de oorzaken van alle gevolgen die op aarde worden teweeggebracht door de uitscheidingen van de goddelijke lichamen3. Niet één filosoof uit de oudheid, zelfs niet de joodse kabbalisten, scheidden ooit de geest van de stof of omgekeerd. Alles vond zijn oorsprong in het ene, komt voort uit het ene en moet tenslotte terugkeren tot het Ene.
3) Plato gebruikt het woord ‘uitscheidingen’ van roerige elementen (Timaeus).
629: De hedendaagse exacte wetenschap ontdekte zodra haar jeugd voorbij was, het grote en voor haar tot dan toe esoterische axioma, dat niets – of het nu op het spirituele, het psychische of het fysieke bestaansgebied ligt – uit niets kon ontstaan. Er is in het gemanifesteerde heelal geen oorzaak zonder de daarbij behorende gevolgen, zowel in de ruimte als in de tijd; ook kan er geen gevolg zijn zonder zijn voorafgaande oorzaak, die zelf haar bestaan heeft te danken aan een nog hogere – terwijl de laatste en absolute oorzaak voor de mens altijd een onbegrijpelijke oorzaakloze oorzaak moet blijven. Maar zelfs dit is geen oplossing en als men de zaak nader wil beschouwen, moet dit vanuit het hoogste filosofische en metafysische standpunt gebeuren, anders kan men het probleem beter laten rusten.
Terwijl de christenen wordt geleerd dat de menselijke ziel een ademtocht van God is – door hem geschapen om eeuwig voort te bestaan, d.w.z. met een begin, maar zonder einde (en daarom mag de ziel nooit eeuwig worden genoemd) – zegt de occulte leer: ‘Niets wordt geschapen, maar het wordt slechts omgevormd. Niets kan zich in dit heelal manifesteren – van een hemellichaam tot een vage snelle gedachte – wat niet al in het heelal aanwezig was. Alles op het subjectieve gebied is een eeuwig ZIJN, zoals alles op het objectieve gebied een steeds worden is, want het is vergankelijk.’
De monade – inderdaad een ‘ondeelbaar ding’, zoals deze door Good werd omschreven, die het woord niet de huidige betekenis gaf – wordt hier weergegeven als de ātman in vereniging met de buddhi en het hogere manas. Deze drie-eenheid is één en eeuwig, want de laatstgenoemde worden na de beëindiging van al het voorwaardelijke en bedrieglijke leven in het eerstgenoemde opgenomen.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 15 Goden, monaden en atomen (p. 702):
Atomen worden in het occultisme ‘trillingen’ genoemd, en collectief ook ‘geluid’. Dit tast de wetenschappelijke ontdekking van Tyndall niet aan. Hij ging op de onderste sport van de ladder van het monadische zijn, het hele verloop van de atmosferische trillingen na – en dit vormt het objectieve deel van het natuurproces. Hij heeft de snelheid van hun beweging en overbrenging gevolgd en vastgelegd; de kracht van hun botsing; hoe ze trillingen veroorzaken in het trommelvlies en hoe ze deze overbrengen op de gehoorsteentjes, enz., totdat de trilling van de gehoorzenuw begint – en dan vindt er een nieuw verschijnsel plaats: de subjectieve kant van het proces of de gewaarwording van geluid. Neemt hij die waar of ziet hij die? Nee, want zijn specialiteit is om het gedrag van de stof te ontdekken. Maar waarom zou een paranormaal begaafde het niet zien, een ziener van de spirituele wereld, van wie het innerlijke oog is geopend en die door de sluier van de stof heen kan zien? De golven en trillingen van de wetenschap worden alle door atomen voortgebracht, die hun moleculen van binnenuit tot activiteit brengen. Atomen vullen de oneindigheid van de Ruimte, en door hun voortdurende trilling zijn ze die beweging, die de wielen van het leven eeuwig laat ronddraaien. Die innerlijke werkzaamheid brengt het natuurverschijnsel teweeg dat de wisselwerking van krachten (Wederkerigheid) wordt genoemd. Maar aan de oorsprong van elk van die ‘krachten’ staat het bewuste leidende noumenon ervan – engel of god, geest of demon – heersende machten, die toch hetzelfde zijn.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 16 Cyclische evolutie en karma (p. 703/704):
Het ene leven staat in nauw verband met de ene wet die de wereld van het Zijn beheerst – karma. Exoterisch gezien is dit eenvoudig en letterlijk ‘handeling’, of liever een ‘gevolg-teweegbrengende oorzaak’. Esoterisch gezien is het echter met zijn vèrreikende morele gevolgen iets heel anders. Het is de onfeilbare wet van de vergelding. Men doet vergeefse moeite als men tegen degenen die niets weten over de werkelijke betekenis, de eigenschappen en het enorme belang van deze eeuwige onveranderlijke wet, zegt dat geen theologische definitie van een persoonlijke godheid een beeld kan geven van dit onpersoonlijke, maar toch altijd aanwezige en actieve beginsel. Men kan het ook geen voorzienigheid noemen. Want de voorzienigheid verheugt zich bij de theïsten (in elk geval bij de protestantse christenen) in het bezit van een persoonlijk mannelijk geslacht, terwijl zij bij de rooms-katholieken een vrouwelijke macht is. ‘De goddelijke voorzienigheid matigt zijn zegeningen om een betere werking daarvan te verzekeren’, zegt Wogan ons. Inderdaad matigt ‘Hij’ ze, wat karma, een geslachtloos beginsel, niet doet.
704: In de eerste twee Afdelingen hebben we aangetoond dat bij het eerste trillen van het opnieuw ontstaande leven, svabhavat, ‘de veranderlijke uitstraling van de onveranderlijke duisternis, die onbewust is in eeuwigheid’, bij elke wedergeboorte van de Kosmos overgaat van een passieve toestand naar een van intense activiteit; dat het zich differentieert en dan door middel van die differentiatie begint te werken. Dit werk is KARMA.
Maar voor de heidenen betekenden de cyclussen iets meer dan alleen maar een opeenvolging van gebeurtenissen, of een periodieke tijdruimte van langere of kortere duur; bij hen, zoals Coleridge het uitdrukt, ‘. . . was tijd, cyclische tijd, de abstractie van de godheid . . .’, die ‘godheid’ die zich manifesteerde in samenhang met en alleen door karma en die karma-nemesis zelf was. Want die cyclussen werden in het algemeen gekenmerkt door terugkerende gebeurtenissen van een afwisselender en verstandelijker aard dan die men kan zien in de periodieke terugkeer van de seizoenen of van bepaalde constellaties. De moderne wijsheid stelt zich tevreden met sterrenkundige berekeningen en voorspellingen die zijn gebaseerd op onfeilbare wiskundige wetten. De oude wijsheid voegde aan de koude schil van de astronomie de bezielende elementen van haar ziel en geest toe – de ASTROLOGIE.
714: Kortom, zolang de gevolgen van de door hem veroorzaakte verstoring van zelfs het kleinste atoom in de oneindige wereld van de harmonie niet volledig zijn vereffend. Want het enige gebod van karma – een eeuwig en onveranderlijk gebod – is volkomen harmonie, zowel in de wereld van de stof als in de wereld van de geest. Het is dus niet karma dat beloont of straft, maar wij belonen of straffen onszelf, al naar gelang wij met de natuur samenwerken en door middel van haar handelen, en ons houden aan de wetten waarop die harmonie berust, of – die wetten overtreden.
714/715: We zijn verbijsterd over het mysterie dat we zelf hebben gemaakt en over de raadsels van het leven die we maar niet oplossen, en we beschuldigen dan de grote sfinx dat ze ons verslindt. Maar er is werkelijk geen ongeval in ons leven, geen ongeluksdag en geen tegenspoed, die niet kan worden herleid tot onze eigen daden in dit of in een ander leven. Als men de wetten van harmonie overtreedt of, zoals een theosofische schrijver het uitdrukt, ‘de wetten van het leven’, moet men erop zijn voorbereid tot de chaos te vervallen die men zelf heeft voortgebracht. Want volgens dezelfde schrijver ‘is de enige conclusie waartoe men kan komen, dat deze levenswetten zichzelf wreken, en dus dat elke wrekende engel slechts een symbool van hun reactie is’.
Als er dus iemand hulpeloos tegenover deze onveranderlijke wetten staat, dan zijn wij dat niet, de scheppers van ons lot, maar veeleer die engelen, de bewakers van de harmonie. Karma-Nemesis is niets anders dan het (spirituele) dynamische gevolg van oorzaken die zijn voortgebracht en krachten die tot activiteit zijn gekomen door onze eigen daden. Het is een wet van occulte dynamica dat ‘een gegeven hoeveelheid energie, aangewend op het spirituele of astrale gebied, veel grotere gevolgen teweegbrengt dan dezelfde hoeveelheid, toegepast op het fysieke, objectieve bestaansgebied’.

H.P. Blavatsky De Geheime Leer Deel II, Stanza 1 Het begin van bewust leven (p. 40/41):
Er zijn drie soorten licht, zowel in het occultisme als in de Kabbala:
(1) het abstracte en absolute licht, dat duisternis is;
(2) het licht van de gemanifesteerde-ongemanifesteerde, door sommigen de logos genoemd, en
(3) het laatstgenoemde licht, weerspiegeld in de Dhyan-Chohans, de lagere logoi (collectief de Elohim), die het op hun beurt uitstorten over het objectieve Heelal.
Maar in de Kabbala – door de kabbalisten van de XIIIde eeuw opnieuw uitgegeven en zorgvuldig aangepast aan de christelijke leerstellingen – worden de drie lichten beschreven als:
(1) het heldere en doordringende, dat van Jehova;
(2) weerspiegeld licht; en
(3) licht in het abstracte.
‘Dit abstract opgevatte licht (in metafysische of symbolische zin) is Alhim (Elohim God), terwijl het heldere doordringende licht Jehova is. Het licht van Alhim behoort aan de wereld in het algemeen, in haar geheel en haar algemene volheid, maar het licht van Jehova behoort tot het voornaamste voortbrengsel, de mens, in wie dit licht doordrong en die door dit licht werd gemaakt.’ De schrijver van de ‘Source of Measures’ verwijst de lezer met klem naar Inman, ‘Ancient Faiths embodied in Ancient Names’, Deel ii, blz. 648. Daarin komt een afbeelding voor van ‘de vesica piscis, Maria en het vrouwelijke embleem, gekopieerd van een rozenkrans van de gezegende Maagd . . . gedrukt in Venetië in 1542’, en daarom, zoals Inman opmerkt, ‘met vergunning van de Inquisitie en dus orthodox’. Deze afbeelding zal de lezer duidelijk maken wat de latijnse kerk verstond onder deze ‘doordringende kracht van licht en zijn gevolgen’. De edelste, de grootste en de meest verheven denkbeelden van de oosterse filosofie over de godheid zijn door de christelijke interpretaties toch wel droevig verminkt, doordat ze werden toegepast op de grofste antropomorfistische begrippen!
De occultisten in het oosten noemen dit licht daiviprakriti en in het westen het licht van Christos. Het is het licht van de LOGOS, de rechtstreekse weerspiegeling van het altijd onkenbare op het gebied van de universele manifestatie. Maar hier is de interpretatie die de moderne christenen ervan geven met behulp van de Kabbala.
De Geheime Leer Deel II Stanza 10 DE GESCHIEDENIS VAN HET VIERDE RAS (p. 275/276):
Vandaar de allegorie van Prometheus, die het goddelijke vuur steelt om de mensen in staat te stellen bewust voort te gaan op het pad van geestelijke evolutie, en zo het meest volmaakte dier op aarde verandert in een potentiële god, en hem vrij maakt om ‘het koninkrijk van de hemel met geweld te nemen’. Vandaar ook de vloek die door Zeus wordt uitgesproken over Prometheus, en door Jehova-Il-da-Baoth over zijn ‘opstandige zoon’, satan. De koude, zuivere sneeuw van het Kaukasusgebergte en het nooit stervende, verzengende vuur en de vlammen van een onblusbare hel. Twee polen, maar toch dezelfde gedachte; het tweevoudige aspect van een verfijnde marteling: een vuurverwekker – het verpersoonlijkte embleem van Φωσϕόροϛ van het astrale vuur en licht in de anima mundi – (dat element waarvan de Duitse22 materialistische filosoof Moleschott zei: ‘Ohne Phosphor keine Gedanken’, d.w.z. zonder fosfor geen gedachten), brandend in de laaiende vlammen van zijn aardse hartstochten; de brand die wordt aangewakkerd door zijn denken, dat nu goed van kwaad kan onderscheiden, en toch is hij een slaaf van de hartstochten van de aardse Adam en voelt de gier van de twijfel en het volledige bewustzijn aan zijn hart knagen – inderdaad een Prometheus, omdat hij een bewust en daarom een verantwoordelijk wezen is23.
22) Noot vert. Nederlandse!
23)De geschiedenis van Prometheus, karma en het menselijke bewustzijn vindt men hierna in dit boek.
De Geheime Leer Deel II, Stanza 12 Het vijfde ras, goddelijke leermeesters (p. 466/467):
Hij zal zeggen: ‘U allen, die tussen de regels door kunt lezen, bestudeer de oude wijsheid in de oude drama’s – de Indiase en de Griekse; lees zorgvuldig het zojuist genoemde drama, dat 2400 jaar geleden in de theaters van Athene werd opgevoerd, nl. ‘De geketende Prometheus’.’ De mythe behoort niet aan Hesiodus en ook niet aan Aeschylus; maar, zoals Bunsen zegt, zij ‘is ouder dan de Hellenen zelf’, want zij behoort in werkelijkheid tot de dageraad van het menselijke bewustzijn. De gekruisigde titan is het verpersoonlijkte symbool van de collectieve logos, de ‘menigte’, en van de ‘Heren van Wijsheid’ of de HEMELSE MENS, die in de mensheid incarneerde. Bovendien was, zoals zijn naam Pro-me-theus – ‘hij die vóór zich ziet’ of in de toekomst ziet – aantoont6, het psychologische inzicht niet de minste van de kunsten die hij uitvond en aan de mensheid onderwees.
De ‘vloek’ vanuit een filosofisch gezichtspunt (p. 474):
Er is in de natuur één eeuwige wet, die er altijd naar streeft tegenstellingen te vereffenen en een uiteindelijke harmonie teweeg te brengen. Dankzij deze wet, waardoor de geestelijke ontwikkeling de stoffelijke en zuiver intellectuele verdringt, zal de mensheid worden bevrijd van haar valse goden en zal zij tenslotte DOOR ZICHZELF ZIJN VERLOST.
In haar uiteindelijke openbaring staat de oude mythe van Prometheus – van wie de proto- en antitypen in elke oude theogonie worden gevonden – in elk van deze aan de oorsprong van het stoffelijke kwaad, want zij staat aan de drempel van het stoffelijke menselijke leven. KRONOS is de ‘tijd’, en het is zijn eerste wet dat de volgorde van de successieve en harmonische fasen van het evolutieproces tijdens de cyclische ontwikkeling strikt in acht zal worden genomen – op straffe van abnormale groei met al zijn gevolgen. Het was niet de bedoeling van de natuurlijke ontwikkeling dat de mens – ook al is hij een hoger dier – onmiddellijk in intellectueel, geestelijk en psychisch opzicht de halfgod zou worden die hij op aarde is, terwijl zijn stoffelijke lichaam zwakker, hulpelozer en vergankelijker blijft dan dat van bijna alle grote zoogdieren. De tegenstelling is te grotesk en te scherp; het tabernakel is zijn inwonende god veel te onwaardig.
476/477: Een god, die zelfs is beroofd van die hoogste vertroosting van Prometheus, die in zelfopoffering leed
‘Omdat hij de mensen een te warm hart toedroeg . . .’
want de goddelijke titan wordt bewogen door altruïsme, maar de sterfelijke mens telkens weer door zelfzucht en egoïsme.
De moderne Prometheus is nu Epi-metheus geworden, ‘hij die alleen na de gebeurtenis ziet’; omdat de universele mensenliefde van de eerstgenoemde al lang in zelfzucht en zelfaanbidding is ontaard. De mens zal weer de vrije titan van vroeger worden, maar niet vóór de cyclische evolutie de verbroken harmonie tussen de twee naturen – de aardse en de goddelijke – heeft hersteld; waarna hij ontoegankelijk wordt voor de lagere titanische krachten, onkwetsbaar in zijn persoonlijkheid en onsterfelijk in zijn individualiteit, wat niet kan plaatsvinden vóór ieder dierlijk element uit zijn natuur is verwijderd. Wanneer de mens begrijpt dat ‘Deus non fecit mortem’ (Sap. I, 13), maar dat de mens die zelf heeft geschapen, zal hij weer de Prometheus worden van voor zijn val.
De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk 22 De symboliek van de mysterienamen Iao en Jehova en hun verband met het kruis en de cirkel (p. 627):
De Geheime Leer zegt ons dat alles in het heelal, en ook het heelal zelf, tijdens zijn periodieke manifestaties wordt gevormd (geschapen) door versnelde BEWEGING, in werking gesteld door de ADEM van de altijd onbekend blijvende kracht (in elk geval onbekend aan de tegenwoordige mensheid) binnen de wereld van de verschijnselen. De geest van leven en onsterfelijkheid werd overal gesymboliseerd door een cirkel: vandaar dat de slang die in haar staart bijt, de cirkel van wijsheid in oneindigheid voorstelt.
De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk 25 De mysteriën van het zevental (p. 714/715):
‘Er is aangetoond dat van het standpunt van de fenomenale wet, waarop al onze kennis berust, de trillingen van geluid en licht regelmatig toenemen, dat zij zich in zeven kolommen verdelen, en dat de opeenvolgende elementen in elke kolom nauw met elkaar verwant zijn; d.w.z. zij vertonen een nauwe relatie die niet alleen in de getallen zelf wordt uitgedrukt, maar in de scheikunde en in de muziek ook praktisch wordt bevestigd; bij de laatste bevestigt het oor de uitspraak van de getallen. . . . Het feit dat deze periodiciteit en verscheidenheid worden beheerst door het getal zeven, is onmiskenbaar; dit overschrijdt ruimschoots de grenzen van het toeval, en men moet aannemen dat er een passende oorzaak voor bestaat, die moet worden ontdekt.’

Moleschott wordt beschouwd als een van Nederlands meest oorspronkelijke denkers in de 19e eeuw. Zijn denken kan worden gekarakteriseerd met 'atheïstisch materialisme'. Hoewel hij uit zichzelf het lidmaatschap van de vrijdenkers vereniging De Dageraad nooit heeft gezocht aanvaardde hij in 1892 het erelidmaatschap van die vereniging.

De Geheime Leer Deel III, p. 651: Skandha’s zijn de kiemen van het leven op alle zeven gebieden van het bestaan en vormen de samenheid van de subjectieve en de objectieve mens. Elke trilling die wij hebben doen ontstaan is een skandha.
De exoterische skandha’s hebben met de stoffelijke atomen en trillingen of de objectieve mens te maken, de esoterische met de innerlijke en subjectieve mens.

Gottfried de Purucker: Zo komt het dat duur zowel identiek is met ruimte als met kosmisch denkvermogen. Toch is zelfs dit mysterie der mysteries, ruimte-denkvermogen-duur, het product of het beeld dat ons hoogste intellect heeft van dat onuitsprekelijke mysterie dat het naamloze of dat wordt genoemd. We zien bovendien dat verleden en toekomst, op de juiste manier begrepen, samensmelten tot ‘het eeuwige nu’.
Het kan nuttig zijn te weten dat khandakala een samengesteld Sanskrietwoord is dat gebroken tijd betekent, wat wil zeggen dat de duur in het gemanifesteerde heelal lijkt te zijn opgebroken in tijdsperioden, die lang of kort zijn.

Leo van den Haak Begrijp dat je leeft!
Wenst u enige notie van God? Stel u dan een punt X voor. Punt X bevat een hoeveelheid energie miljarden malen groter dan die, die we zien verdwijnen in de zogenaamde zwarte gaten van het heelal. Punt X bevat - evenals een zaadje een oerwoud kan bevatten ofwel voortbrengen - actueel alles wat de mens kent; .... en zelfs nog veel meer dan dat. Punt X straalt deze energie uit naar alle richtingen en schept daarbij in eerste instantie alle actualiteiten om deze langzamerhand te "verdichten". Deze energie spuit door de vier werelden die de Hebreeën opvolgend noemden: Atsiluth, Briah, Jetsirah en Assiah. De mens veronderstelt uitsluitend te leven in Assiah.

Marco Iacoboni verwijst in zijn boek Het spiegelende brein in het hoofdstuk Hersenpolitiek (p. 210) naar het onderzoek van Alan Fiske. Alan betoogt dat deze vier elementaire relationele structuren en hun varianten de basis vormen voor alle sociale relaties onder alle mensen in alle culturen.
p. 127: Filosofische en ideologische posities die met name in onze westerse cultuur gangbaar zijn hebben ons blind gemaakt voor de fundamenteel intersubjectieve (Jurgen Habermas) aard van onze hersenen.
p. 128: Met het experiment van Jonas was aangetoond dat spiegelneuronen coderen voor meerdere ‘ik-geralateerde’ prikkels en werd bevestigd dat ze een belangrijke rol vervullen bij zelfherkenning (en bovendien bij een tamelijk abstracte manifestatie van het zelf).
p. 129: Samen met de theoretische beschouwingen uit het begin van dit hoofdstuk doen al deze gegevens vermoeden dat spiegelneuronen van belang zijn voor mijn analogie van de medaille met de twee zijden, waarin de ene zijde het zelf is en de andere zijde … eh… de ander.

De beide kanten van een medaille weerspiegelen zich als het ware in elkaar, maar er is echter niet van een volledige (vol en ledig/leeg), maar van een gebroken symmetrie sprake.

De cultuurfilosoof Peter Sloterdijk hanteert in zijn boek Sferen voortdurend het oxymoron. Een oxymoron is een speciaal geval van de paradox: daar is wel een zekere tegenspraak aanwezig, maar bij nadere beschouwing lost die tegenspraak zich op. Bij de oxymoron blijft de spanning van het betekenisverschil echter in stand.

In een open, dynamisch systeem moet er echter van een gebroken symmetrie (Broken_symmetry) sprake zijn. Volledig (vol en ledig/leeg) gelijk duidt immers op een evenwichtstoestand.
Symmetry and Symmetry Breaking ('First published Thu Jul 24, 2003; substantive revision Wed Feb 13, 2008).

Er kan gesproken worden van een gebroken symmetrische compositie. Hierin verkrijgen we langs de ene kant een symmetrie van de personages, de zuilengalerijen, de armleuning en de tafel. Deze symmetrie wordt doorbroken door de kerktoren, die niet gecentreerd werd.

De Gemiddelde Evolutie Van Bit tot Atoom en Ecosysteem
Hoofdstuk 3 - 2.1 Toevallige selectie in de evolutie
Verspreiding was inderdaad het eerste kenmerk van de gemiddelde evolutie. Bij elke beslissing moet de stier de linkerkant of de rechterkant kiezen. De selectie van één van beide kanten, is onlosmakelijk verbonden met de verspreiding.
Vooraleer de stier zijn keuze heeft gemaakt, bevond hij zich in een symmetrische situatie. Na de keuze van één van de twee zijden was deze symmetrie niet meer aanwezig was na de keuze : "de symmetrie wordt verbroken" door elke keuze. Doordat de stier onwetend is over welke keuze hij zal maken, en de keuze toevallig is, kunnen we ook niet voorspellen in welke stal hij zal terechtkomen. De symmetriebreking kan hierbij aanzien worden als een maat voor de verspreiding. Aanvankelijk was de symmetrie hoog, doch door de verspreiding, is er bij elk beslissingspunt een symmetriebreking gebeurd. Dit kan ook waargenomen worden wanneer we de evolutie van het heelal beschouwen vanaf de oerknal. Op het moment van de oerknal was de verspreiding van materie, energie en informatie nihil : alles was gebundeld in 1 geheel. Sinds de oerknal heeft een reeks opeenvolgende symmetriebrekingen voor toenemende diversiteit van materie, energie en informatie gezorgd. Deze gebroken symmetrie is zichtbaar in alle verschijningsvormen die we kunnen waarnemen.

Hoofdstuk 10 - 3.1 Symmetrie en Alfa-informatie Een historische terugblik (gebroken symmetrie).

Hoofdstuk 10 - 3.4 Symmetrie en symmetriebreking in de evolutie
De voorgaande paragrafen kunnen we als volgt samenvatten: Aanvankelijk was er in ons heelal weinig verspreiding, en dus een hoge symmetrie.
Door de toenemende verspreiding is echter ook de symmetriebreuk steeds toegenomen.
Conform met het principe van de fluxmaximalisatie, wordt ook de symmetriebreuk of "verspreiding van symmetrieën" enigszins beperkt. Dit is onder twee vormen zichtbaar.
Enerzijds is het zo dat, bij een symmetriebreuk vanuit een interactor met een hoge symmetrie, de nieuwe symmetrie nog steeds bepaalde kenmerken van de oorspronkelijke symmetrie zal vertonen. De symmetriebreuk verloopt dus veelal in sequenties die tot dezelfde symmetriegroep behoren.
Ten tweede zorgt het principe van de zelforganisatie en selectie voor de evolutie naar meer optimale vormen, en dus ook optimale symmetrieën voor bepaalde evolutionaire problemen. Daardoor is er een convergentie van symmetrieën waar te nemen. Door deze convergentie evolueren van oorsprong verschillende interactoren, op analoge symmetrische wijze.
Ook op het vlak van symmetrie balanceert de gemiddelde evolutie dus op een lijn tussen symmetrie en assymetrie.

Het boek S'rîmad Bhâgavatam vormt de basis voor een eeuwenoude vaishnava-traditie van geestelijke erfopvolging waarin de boodschap wordt uitgedragen van de bhakti yoga van het zich verenigen in het bewustzijn in toewijding voor Krishna als zijnde de belangrijkste avatar van Vishnu, de bovenzinnelijke gedaante van de God van het behoud die alle andere goden omvat. Vishnu treedt in dit verhaal naar voren als de bron van Brahmâ, S'iva en de overige halfgoden, wijzen en godbewusten. Het boek wijst een eenzijdig monistische visie op de ziel af uitgaande van het eigen en eeuwige karakter (de svarûpa) van iedere individuele ziel. Ook wijst het het eenzijdig idee af van een God die enkel onpersoonlijk en vormloos is. Het onpersoonlijk aspect van God in de zin van de individuele aspecten van de Tijd, de ether en de geest van het Absolute is in dit boek steeds onlosmakelijk verbonden met het persoonlijke aspect van de integriteit van het volkomen geheel van Vishnu in Zijn vele verschijningsvormen, zo goed als het manifeste en niet-manifeste van God ook niet van elkaar te scheiden zijn.
Vyâsadeva stelde de Veda's samen, die ook wel bekend staan als de S'ruti.

Een ommekeer in het denken is nodig. Als we de zaken werkelijk willen veranderen dienen we aan het geestelijke kapitaal meer aandacht te besteden. In het 5D-concept zijn metafysica, het bovennatuurlijke en fysica, net als ‘Idealisme en Materialisme’ de twee complementaire kanten van één medaille. Voor eenwording moeten we ons weer met de kern, de geest verbinden. Dus met de bron waaruit alles uit voortkomt.

1e Aanzicht (Seculier en Regulier, Brein, Ether-paradigma, Complementariteit)

4. TERUGKOPPELING EN VORMING VAN CYCLI De opwaartse stroom wordt complexer
Morowitz heeft reeds in 1968 aangetoond dat als een stroom van energie door een systeem leidt, dit uiteindelijk zal resulteren in een cyclische stroom : dit is bekend als het Theorema van Morowitz.
Het cyclisch gedrag van deze processen leidt niet enkel tot de ontwikkeling van een hiërarchie in de processen, doch draagt ook bij tot de complexiteit en stabiliteit. Bovendien worden vele van deze cycli zelfversnellend of autokatalytisch. Een verklaring voor dit autokatalytisch cyclisch gedrag is in veel gevallen het volgende : één van de reactieproducten van het proces, wordt ook de "voeding" van een andere stap in het proces. Als gevolg hiervan wordt de voeding als het ware in het proces "gezogen", komt er een hogere toevoer van voeding in het proces en wordt het proces verneld. De vorming van cycli is daarom een zeer belangrijke stap in de toename van complexiteit en de vorming van emergente eigenschappen in Beta-processen.
De complicerende en stabiliserende invloed van de terugkoppeling op de evolutiestroom is voorgesteld in het linker veralgemenende figuur. Natuurlijk is het zo dat terugkoppeling niet in alle situaties zowel de complexiteit, als het aantal attractoren doet toenemen, en daarbij ook de situatie stabiliseert. Wel is het zo dat het invloed kan hebben op de verschillende kenmerken, en dat het dus een belangrijke invloed heeft op de stroom van materie, energie en informatie.
Het is duidelijk dat het toenemend aantal terugkoppelingen in de evolutiestroom tot een zelfversnellend of autokatalisch proces leidt : het is een vicieuze cirkel die steeds sneller draait en bovendien leidt tot additionele emergente niveau’s in de evolutie.

De MultiVersele Creatie door Negentropie in correlatie met de vier niveau's van de Ka-Ba-Lah.

 

Cybernetica
Het cybernetische basismodel, Besturend Orgaan tegenover het Bestuurd Systeem. Prof.dr.ir. A.C.J. de Leeuw behandelt in zijn boek Organisaties, Management, Analyse, Ontwerp en Verandering een systeemvisie (p. 110) het BO-BS spel, de wisselwerking tussen BO en BS.

Het basismodel van de cybernetica past de vraagstelling toe welke middelen, Hoe (Invoer), Wanneer (Verwerking), Wat (Uitvoer) en Waarom (Besturing) hiertoe ter beschikking moeten worden gesteld. Het gedrag van een systeem kan aan de hand van deze vier soorten variabelen en relaties daartussen worden beschreven. De besturingsvariabelen zorgen voor het beheersen van het systeem. Er vindt op basis van de aan de uitvoer gestelde eisen een regelmatige terugkoppeling plaats.

Plato: Het lichaam is een gevangenis voor de menselijke geest? Plato verdeelde de werkelijkheid in twee zijnssferen, materie en geest met als schakel de ziel. Het meta-bewustzijn (Analyse en Ontwerp), nous legt de verbinding tussen epithumia en thumos.

Bij het innerlijke, reflexieve bewustzijn kan de wisselwerking, de reflectie tussen het ‘Ik’, d.w.z. het punt van zuiver zelfbewustzijn (het witte verlichte scherm) en de steeds veranderende inhouden van het bewustzijn worden onderscheiden.
Het aardse zintuigelijke bewustzijn is slechts een imitatie van het geestelijke, hemelse bewustzijn.

Hemelse non-lokale kringloop:  
MACROKOSMOS (Wat) MICROKOSMOS (Hoe)
Monade ----Triade ----Duade ----Tetrade
RuimteFeedforward (Eeuwigheid)MaterieFeedback (NU)
   
Aardse lokale kringloop:  
Invoer ----Verwerking ----Uitvoer ----Feedback
1. Plan2. Do3. Check4. Act
Hoe (Kookpan) ----Recept (Wanneer) -Wat (Maaltijd) ----Test (Waarom, proeven)
WerknemersBedrijfsprocessenKlantenAandeelhouders
1. Buitenwereld ----3. Binnenwereld ----2. Buitenwereld ----4. Binnenwereld
   
Blavatsky Deel III, p. 514:  
VuurLuchtWaterAarde
Lente (Oost)Zomer (Zuid)Herfst (West)Winter (Noord)
Tastzin (voelen, Huid)Gezicht (zien, Ogen)Smaak (proeven, Tong)Reuk (ruiken, Neus)
KindsheidAankomende leeftijdVolwassenheidOuderdom

Het rapport ‘E i V’ maakt, net als Jurgen Habermas, van drie domeinen van de werkelijkheid gebruik. Het derde domein heeft op de relatie 'Intersubjectief' tussen de microkosmos en de macrokosmos betrekking. Deze relatie, de psyche ('psychoanalyse en psychosynthese'), wordt aan de hand van het '5D-concept en Ether-paradigma' toegelicht. Dit 2e aanzicht maakt het mogelijk de levenscycli op aarde beter te beheersen.

Het complementariteitsprincipe komt in de wisselwerking, tussen de ’Invoer en Uitvoer’ en ‘Verwerking en Feedback’ naar voren.

2e Aanzicht (Top down & Bottom up, Meta-leren, Akasha-veld)

Een open systeem wisselt met de omgeving Energie, Materie en Informatie uit. Een mens kan als een zeer complex open systeem worden opgevat. Onze binnenwereld staat in wisselwerking, in dialoog met de buitenwereld. 5D gaat er net als Anna Lemkow in haar boek ‘Het Heelheid Principe’ (hoofdstuk 15) en de filognosie vanuit dat ook na de secularisatie nog steeds het ‘Zaaien en Oogsten’, de universele wet van karma, de wet van evenwicht en harmonie geldt.

In de systeemleer staat de ‘4’ voor het terugkoppelingsmechanisme, dat op de invoer, de verwerking en de uitvoer volgt. De hemelse ‘1 2 3’ ontstaat wanneer de aardse ‘4’, het terugkoppelingsmechanisme harmonie creëert. Een tipje van de sluier wordt opgelicht. De driehoek van Pythagoras is nog steeds actueel.

Volgens een in de systeemleer bekende regel ‘Garbage in - garbage out’, voor de secularisatie ‘Zaaien en Oogsten’, is het voor het verkrijgen van de gewenste uitvoer nodig eerst de invoer te veranderen. Het leven bestaat niet alleen uit consumeren, de Stof, maar zoals de wijsheidsboeken ons eerder hebben laten zien ook uit de Geest. Het boek ‘Corpus Hermeticum’ p.203: Het is de weg van kennis die tot zelfkennis, ja tenslotte tot Gnosis leidt, een fundamentele kracht tot levensvernieuwing. ‘Het denken met het hart en het voelen met het hoofd’.
Voor het creëren van een spiritueel ecosysteem is het verleggen, het laten oplossen van grenzen een eerste voorwaarde.

Anthony Stevens, boek Over Jung - leven en werk (p. 276, fig. 12), de ‘huwelijksquaterniteit’:
P. 51: Zoals de structuur van de psyche wordt bepaald door de in wezen biologische idee van het archetype, zo voltrekt zich psychisch functioneren in overeenstemming met de biologische principes van aanpassing, homeostase en groei.
P. 58: De wetten die in de kosmos gelden, gelden evenzeer in de psyche, omdat de psyche ‘puur natuur’ is. Met andere woorden, de psyche is een microkosmisch onderdeel van de macrokosmos. Om deze reden duidde Jung het collectieve onbewuste aan als de objectieve psyche.
P. 59: Homeostase is het principe van de zelfregulering (regulateur stoommachine, thermostaat). Het is het middel waardoor biologische systemen ter wille van hun voortbestaan een toestand van evenwicht in zichzelf bewaren.

Homeostase, Wim van den Dungen Chaos:
Is de continue energieflux doorheen het systeem mild, dan worden de bewegingen opgenomen in het systeem. Wordt een kritische drempel echter overschreden, dan worden nieuwe verbindingen aangelegd en glipt het systeem naar een hoger homeostatisch niveau.
Over de systemen die negentropie vertonen (alle systemen behalve 1), vraagt Prigogine zich in La Nouvelle Alliance af : "Comment échappent-ils au chaos permanent ?"75 Deze vraag beantwoorden, is aantonen dat naarmate een systeem complexer & ordelijker wordt, of m.a.w. de homeostase tussen materie, informatie & bewustzijn een hoger relatief rustpunt bereikt, de kans op fluctuaties toeneemt, alsook de overlevingsnood van het systeem. Deze overlevingsnood laat zich dan vertalen als een toename van autostructurering, meetbaar als een toename van negentropie binnen het systeem & een meer coherent bewustzijnsveld. Deze cyclus herhaalt zich.

Het principe van ‘Zaaien en Oogsten’ brengt de moraliteit tot uitdrukking. De oorzaak van een probleem ligt niet in de buitenwereld, maar in de binnenwereld. Een reflectie is om de schuld bij de ander te leggen, het bekende nabootsend gedrag, het zondebokmechanisme.

Voor het boven - en onderstaande plaatje wordt verwezen naar het boek Organisaties, Management, Analyse, Ontwerp en Verandering een systeemvisie (p. 110, 111, 125) van Prof.dr.ir. A.C.J. de Leeuw.

Daniel Ofman, aardse kringloop:  
Invoer ----Verwerking ----Uitvoer ----Feedback
1. Ik-kant (x) -3. Het-kant -2. Wij-kant -4. Zij-kant
Beeldkracht -Vormkracht -Samenwerkingskracht -Voedingskracht
   
Ken Wilber, aardse kringloop:  
Innerlijk/Individueel -Uiterlijk/Individueel -Innerlijk/Collectief -Uiterlijk/Collectief
IntentioneelGedragCultureelSociaal systeem
   
Viervoudige indeling (Antahkarana):  
GeestZielLichaambv-Ego of ‘Ik’ (xx) of bewuste zelf (zelfreferentie)

(x) Daniel Ofman, boek Bezieling en Kwaliteit in Organisaties (p. 114, 183).
De Ik-kant, Het-kant en Wij-kant bij Daniel Ofman komen met de Ik-kant, Het-kant en Wij-kant in het model van Ken Wilber overeen (Ken Wilber, boek Een Beknopte Geschiedenis van Alles, p. 137).
(xx) Ahamkara (Sanskriet)
Een samengesteld woord: aham, ‘ik’, en kara , ‘maker’ of ‘doener’, van de wortel kri, ‘doen’, ‘maken’; ikheid, persoonlijkheid. Het egoïstische en mayavische beginsel in de mens, geboren uit onwetendheid of avidya, dat het begrip ‘ik’ voortbrengt als iets wat verschilt van het universele ene Zelf.

De 4e Dimensie hangt ook samen met de noögenese van Teilhard de Chardin, de vierde produktiefactor ondernemerschap en met de feedback – en feedforward besturing van bv-Ego of ‘Ik’ of bewuste zelf, het ahamkara. De feedback besturing heeft of op positieve feedback of op negatieve feedback betrekking.

De twee in één betekent dat het onwetende persoonlijke ik, het bv-Ego, zich met het goddelijke bewustzijn - het middelpunt van de ziel - de Christusnatuur verbindt.

Klaas van Egmond heeft het in het interview over 'dezelfde mechanismen'. In het rapport ‘E i V’ komen deze mechanismen met het ‘en-en’/’of-of’ mechanisme, de ether van Jan Börger overeen.
Jan Börger: De Basis van alle cultuur is de ether, d.w.z. de eenheden voor zich gedacht en de eenheden in-een gedacht en dat tegelijkertijd. is een andere manier om de twee in één (‘De eeuwigheid van de pelgrim’), de 'geest-ziel' ('draad-ziel', 'Logos en Psyche', 'zevende - en zesde zintuig') weer te geven. In het leven worden schommelingen door bv-Ego veroorzaakt. In dit kader kan ook aan de ring i worden gedacht. De imaginaire eenheid maakt het mogelijk innerlijke tegenstellingen te overbruggen en daarmee de heelheid van het verdeelde innerlijk te herstellen.

Het IPO model geeft een beeld hoe de informatie opslag in het Akasha-veld plaats heeft.

De vier kwadranten van Ken Wilber zijn een handig model om de binnenkant en de buitenkant van het individu en het collectief te illustreren. ‘Ontwikkeling is evolutie, evolutie is transcendentie’, net zoals Ken Wilber aangeeft, de drie-eenheid ‘differentiatie, integratie en eenheid’, de wisselwerking tussen het materiële en het spirituele, tussen materie en geest.

Om de verbindende patronen van de Kosmos te verklaren past Ken Wilber de filosofie van Arthur Koestler toe. Arthur Koestler bedacht de term ‘holon’ voor een entiteit die een geheel is en tegelijkertijd een deel van een ander geheel.

Na het lezen van het artikel Autisme wereldreligies moet doorbroken in de Volkskrant van 18 oktober 2003 is met het verzamelen van informatie voor het rapport ‘E i V’ daadwerkelijk een begin gemaakt.

Autisme: Vandenbroucke ontdekte tijdens haar onderzoek dat er iets mis is met het zogeheten feedforward-feedback-mechanisme in het autistische brein. Feedforward-verbindingen lopen van de lagere, eenvoudige visuele gebieden naar de hogere, complexe gebieden; feedback-verbindingen lopen precies de andere kant op. De interacties tussen de lagere en hogere visuele gebiedjes verlopen razendsnel. Ze zorgen ervoor dat we, bijvoorbeeld, gelijktijdig iemands gezicht als geheel zien, én het moedervlekje op zijn wang.

Het probleem van het ego is bij de definitie Unificatietheorie toegelicht. In het centrum draait het om de kwintessens. De psychologie van Carl Jung laat zien hoe het mogelijk is tegenstellingen te verkleinen.

3e Aanzicht (Analyse en Ontwerp, 'Globale brein en Cybernetica', Zelfregulering)

Het idee van geprestabiliseerde harmonie (in het Duits prästabilierte Harmonie) is bedacht door de Duitse filosoof Gottfried Wilhelm Leibniz. Het biedt een verklaring voor het lichaam-geestprobleem.

Second-order cybernetics, also known as the cybernetics of cybernetics, investigates the construction of models of cybernetic systems. It investigates cybernetics with awareness that the investigators are part of the system, and of the importance of self-referentiality, self-organizing, the subject–object problem, etc. Investigators of a system can never see how it works by standing outside it because the investigators are always engaged cybernetically with the system being observed; that is, when investigators observe a system, they affect and are affected by it.

The anthropologists Gregory Bateson and Margaret Mead contrasted first and Second-order cybernetics with this diagram in an interview in 1973.

 

3. FLUXMAXIMALISATIE EN ATTRACTOREN IN DE GEMIDDELDE EVOLUTIE
De hiërarchische opbouw van het netwerk in het universum is ontegensprekelijk en is alomtegenwoordig. Zoals elke klassificatie door de mens gemaakt, is echter ook deze indeling in hiërarchische lagen artificieel. In werkelijkheid is het universum een enorm complex netwerk waarin op elk ogenblik tussen alle niveau’s interacties zijn. De indeling in een aantal hiërarchische niveau’s is echter nuttig om te begrijpen hoe de evolutie werkt.
Transities in de evolutie leiden tot een hiërarchie van evolutieniveau’s:

 

Universeel bewustzijn:
Prof. dr. ir. H. H. van den Kroonenberg, ‘Methodisch Ontwerpen’ Ingenieur, jrg. 86, nr. 47 (november 1974): Kroonenberg zet het onderzoeksproces en het ontwerpproces tegenover elkaar om uit deze vergelijking het wezenlijke van het ontwerpen duidelijk naar voren te laten springen. De onderzoeker legt al analyserend achtereenvolgens structuur, functies en doel van het onderzochte systeem vast. De ontwerper daarentegen gaat synthetiserend, samenstellend, te werk. De ontwerper legt als het ware het onderzoeksproces in omgekeerde richting af. Bij het ontwerpen gaat het om de informatie synthese.

De modelcyclus, het multidimensionale verklaringsmodel verbindt de aardse kringloop met de hemelse kringloop en vertoont afwisselend kenmerken van het onderzoeksproces en van het ontwerpproces.
De lemniscaat die de horizontale cirkel met de verticale cirkel verbindt, symboliseert de schakel tussen de bewust en onbewust ervaren werkelijkheid.

De systeemtheorie is evenzeer relevant voor het onderzoek en de daaruit volgende probleemstelling als voor het ontwerpen van een nieuwe visie, die een kader biedt voor het nemen van de gewenste beslissingen.

Door het kompaskwadrant, dit multidimensionale verklaringsmodel toe te passen leren we de wereld om ons heen steeds beter te begrijpen.

Trekkermechanisme ("nieuwe hersenpaden", Neurale plasticiteit)
Om onze waarneming, leergedrag, opmerkzaamheid, logisch redeneren, herinneren, dromen te verklaren vergelijkt Prof. van Peursen in zijn boek Cultuur in stroomversnelling uit 1975 de werking van de hersenprocessen met het zogenaamde ‘trekkermechanisme’. De regels volgens welke er in onze hersenen gerangeerd, geschakeld wordt, zijn veranderlijk en worden beïnvloed door de situaties om ons heen. Iets kan pas een trekkereffect hebben dank zij de ‘spelregels’, een ‘programmering’, een ‘organisatiepatroon’, die zijn opgeslagen binnen onze hersenschors (cortex of buitenste lagen van onze hersenen). De hersenwerking kan pas zijn bijzondere effecten hebben door de regels, die er in liggen. Regels zijn geen stoffelijke dingen, maar ongrijpbare patronen, schakelnetwerken. De regels kunnen veranderen door het contact met de buitenwereld. Leerprocessen worden opgeslagen in de ‘innerlijke kaart van de omgeving’ (inner map of the environment). ‘Leren’ is door deskundigen wel omschreven als het aanpassen van de innerlijke plattegrond aan gewijzigde omstandigheden in de buitenwereld. De regels die het functioneren van onze hersens doen veranderen, zijn dezelfde regels als die ons leergedrag, in onze inventieve handelingen, in onze creatieve vondsten naar voren komen. De regels van ons centraal zenuwstelsel vormen een zeer veranderbare, innerlijke plattegrond, die zich voortzet naar buiten toe: in heel ons gedrag, in onze geestelijke oriëntatie, ja, in de strategie van heel de menselijke cultuur. Ons gedrag verandert, ons inzicht groeit, we leren soms om een hele situatie, inventief, met nieuwe ogen te zien. In onze hersenen ontstaan nieuwe verbindingen onder invloed van op te lossen vragen uit de buitenwereld.
Op de duur ontstaan nieuwe netwerken, die de neerslag van regelsystemen zijn. Deze hebben alle een bepaald betekenis binnen een al bestaande ‘plattegrond’, een regelsysteem dat ons gedrag al beheerst, zoals traditie, opvoeding, erkende waarden. Het regelsysteem in ons hoofd is aangesloten op, ja, onderdeel van onze cultuurpatronen, zoals mythe, ethische normen,wetenschappelijke kennis. Wanneer een heel regelsysteem verandert, dan kan dit gebeuren doordat slechts een klein onderdeeltje van plaats wisselt. De mens schijnt, in de loop van de geschiedenis over talloze, telkens nieuwe, strategieën te beschikken. Deze wijzigingen in strategie zijn het opvallendste kenmerk van het menselijke leerproces dat wij ‘cultuur’ noemen en dus ook van de herstructurering van de menselijke samenleving. Een verandering in de strategie van de cultuur houdt in dat de mens een nieuwe betekenis, een andere zin aan alles gaat geven.

Ali Ritsema De dynamiek van heelheid (Theosofia 103/6 • december 2002, blz. 216 – 221)
Over deze transmutatie wordt gesproken in het boek ‘The Inner Life of Krishnamurti”, geschreven door Aryel Sanat. In dit boek wordt gesteld dat Krishnamurti vanaf het begin gesproken heeft over de noodzaak van een radicale transformatie of mutatie en dat zonder zo’n mutatie de mens- heid geen toekomst van spirituele betekenis zou hebben of misschien wel helemaal geen toekomst. Slechts in de laatste jaren van zijn leven schijnt Krishnamurti verduidelijkt te hebben dat deze mutatie niet alleen psycho-spiritueel van aard was zoals zijn gehoor het altijd begrepen had, maar dat dit ook een biologische mutatie betreft, dat wil zeggen een mutatie van de breincellen.

Bewijs Voor Intelligent Design
Welnu, hoe leg ik nu een verbinding tussen de organische en de anorganische wereld? “Intelligent Design” (“Intelligent Ontwerp”) is evident wanneer we een mechanische machine aan een nader onderzoek onderwerpen. Het concept en het ontwerp die inherent zijn aan een machine, of deze nou eenvoudig is of complex, zijn duidelijk. Of een machine nu van lage of hoge kwaliteit is, zijn ontwerper is zowel noodzakelijk als evident. Informatietheorie stelt dat concept en ontwerp alleen het resultaat kunnen zijn van een brein. Zelfs de lagere kwaliteit van een slecht ontworpen machine kan de noodzakelijkheid van een intelligent ontwerper niet verdoezelen.

De systeemhierarchie van Boulding
In het kader van het ontwikkelen van zo'n theorie van systemen Boulding in 1956 een hiërarchie gepresenteerd van mogelijke te onderkennen systemen:
- Niveau 1, het raamwerk : dit is het niveau van de statische structuur, het raamwerk. Bijvoorbeeld: Landkaart: de elementen papier en inkt vormen samen een geheel die ons in staat stellen het doel "bepalen van positie" te bereiken.
- Niveau 2, het uurwerk : die is het niveau van het eenvoudige dynamische systeem. Bijvoorbeeld: Klok (ook wel: planetaire stelsel): De radertjes van de klok bewegen de wijzers in een vastgesteld patroon die ons helpt het doel: "het bepalen van de tijd" te bereiken.
- Niveau 3, het regelsysteem : dit is het niveau van de cybernetische of regelsystemen. Bijvoorbeeld: de thermostaat, die de temperatuur waarop hij is ingesteld, probeert te handhaven.
- Niveau 4, de cel : is het niveau van het zelfhandhavende systeem. Bijvoorbeeld: Cel: De celwand houdt de cel bij elkaar. Binnen de cel spelen er een of meer processen van chemische aard in interactie met de omgeving af.
- Niveau 5, het levend organisme : wordt getypeerd door de Plant: Bestaat uit cellen van verschillende aard. Wortelstelsel, de stam, de bladeren en de vruchten vormen tezamen een systeem van grotere complexiteit. Het aantal functies dat systemen van het complexiteitsniveau "plant" kunnen vervullen is al nauwelijks meer te beschrijven.
- Niveau 6, het dier : is het niveau van de Dier: Aan het complexiteitsniveau plant wordt de ruimtelijke beweging (verplaatsing) toegevoegd.
- Niveau 7, de mens : dit is het niveau van de Mens: Aan de beweging wordt de intelligentie toegevoegd.
- Niveau 8, het sociaal systeem : is het niveau van de sociale systemen, bijvoorbeeld: bedrijf, school, samenleving.
- Niveau 9, het transcendentale systeem : dit is het alles overstijgende en samenvattende niveau. Hieronder vallen alle systemen die in de voorgaande indeling geen plaats hebben gekregen.

Met behulp van de systeemtheorie wordt de verbinding tussen de aardse en de hemelse wederkerigheid in beeld gebracht. De cybernetica toont een sluitstuk van de puzzel. Het laat zien hoe integratie cq. desintegratie daadwerkelijk kan worden bereikt. Karma is niet het onontkoombare lot, het zijn nog altijd mensen die besluiten om de ‘trekker’ (trekkermechanisme) over te halen. Om grote schommelingen te vermijden is een consequente feedforward besturing gewenst. Het Ken uzelve, het individuatieproces van Carl Jung dient daarbij centraal te staan.
Om onze waarneming, leergedrag, opmerkzaamheid, logisch redeneren, herinneren, dromen te verklaren vergelijkt Prof. van Peursen in zijn boek Cultuur in stroomversnelling uit 1975 de werking van de hersenprocessen met het zogenaamde ‘trekkermechanisme’.
De ongrijpbare patronen, schakelnetwerken van Prof. van Peursen correleren met de spiegelneuronen van Marco Iacoboni.

In een ecosysteem is alles met elkaar verbonden. De mensheid staat niet los, maar maakt deel uit van het totale ecologische systeem. De mensheid moet voorkomen dat ecosystemen duurzaam ontregeld raken. Om duurzame ecosystemen te behouden is een omslag in het denken, een cultuuromslag gewenst en het verleggen, het laten oplossen van grenzen een eerste voorwaarde. In plaats van dat elke discipline met zijn eigen ding bezig is dienen we beter naar elkaar te luisteren. Duurzame innovatie vraagt om het creëren van en-en oplossingen.

Zie ook:

Boeken:

Externe Links

<< vorige || volgende >>

Categorie: Artikelen | Rapport | Auteur: Harry Nijhof


Deze pagina werd sedert 16 dec. 2007 18147 keer bekeken.