Deze filognostische presentatie is in aanbouw

Zwaartekracht

Inleiding en citaten

Isaac Newton zag de zwaartekracht als universeel: alle materie trekt elkaar aan.
Joseph Dietzgen: Du solst bei allen Dingen niemals den Gesamtzusammenhang außer acht lassen.
Albert Einstein stelt dat de zwaartekracht de kromming van ruimte en tijd tot gevolg heeft.

Isaac Newton definieerde de wet van de zwaartekracht. De kracht die lichamen, voorwerpen naar elkaar toetrekt heet zwaartekracht. Het is een kracht die er voor zorgt dat de aarde in zijn baan om de zon blijft draaien. Zwaartekracht houdt de maan in haar baan om de aarde. De zwaartekracht van de maan heeft ook invloed op de aarde: als de maan recht boven zee staat, trekt haar zwaartekracht het water naar zich toe en wordt het vloed. Als de aarde van de maan wegdraait, wordt het eb. De zwaartekracht wordt minder naarmate het voorwerp verder van het middelpunt, het centrum van de aarde verwijderd is.

Bram Maljaars: Gaan nieuwe wetenschap en oude mystiek voortaan samen? De absolute ruimte was in rust en onveranderlijk. Alle veranderingen in de fysieke ruimte werden in termen van een aparte dimensie beschreven namelijk de tijd. De tijd was ook weer absoluut, had geen verbinding met de materiele wereld en stroomde constant van het verleden via het heden naar de toekomst. Newton ging ervan uit dat alle materie was opgebouwd uit kleine onvernietigbare deeltjes, atomen. Massa bleef altijd behouden en was in wezen passief. In dit model van Newton, dat vergelijkbaar was met dat van de oude Griekse wijsgeren, zoals dat van Demokreitos, werd onderscheid gemaakt tussen volte en leegte en tussen materie en ruimte. Het verschil tussen Newton en Demokreitos was dat Newton in zijn model ook de zwaartekracht beschreef, de kracht die tussen materiële delen optreedt.

In 1915 breidt Einstein zijn theorieën uit met de theorie over de zwaartekracht. Volgens deze theorie heeft de zwaartekracht de kromming van ruimte en tijd tot gevolg. Het zwaartekrachtveld van zware lichamen veroorzaakt dus een kromming van de driedimensionale ruimte en omdat in de relativiteitstheorie de tijd nooit los van de ruimte kan worden gezien, wordt ook de tijd door de aanwezigheid van massa, dus door zwaartekracht, beïnvloedt. Overal waar zich een zwaar voorwerp in de ruimte bevindt, bijvoorbeeld een ster of planeet is de ruimte en dus ook de tijd, gekromd en de kromming hangt af van de massa. In verschillende gebieden van de ruimte verloopt de tijd in een verschillend tempo. De hele structuur van de ruimtetijd is dus afhankelijk van de verdeling van de materie in het heelal. Ook het begrip “lege ruimte” heeft in de wetenschappen van het heelal, de astrofysica en de kosmologie, zijn betekenis verloren. Een van de nieuwe inzichten die hiervan een gevolg was, was het besef dat alle massa energie is. Zelfs in een onbeweeglijk voorwerp is energie opgeslagen: Dit leidde tot de beroemde formule E=mc2 , waarin c de snelheid van het licht is.

Freek van Leeuwen: onderscheidt, net als het 5D-concept ‘Geest - Ziel - Lichaam’. 5D sluit op zijn boek De Levensweg aan en maakt van zijn ‘verklarende woordenlijst’, de begrippen Aantrekking, Afstoting, Middelpuntvliedend en Middelpuntzoekend gebruik.

Een in dit kader interessant artikel is DE MACHINA DEI or who framed Harry Human? Hoofdstuk 5. Het globaal bewustzijn: Eigenlijk is het helemaal niet van belang wat mensen geloven of niet, als ze maar van goede wil zijn. Wat is er dan wel? Het lijkt erop dat er wel Iets is, maar goddelijke eigenschappen zijn niet manifest. Zoals reeds gezegd lijkt het het meest op een intelligent programma dat, binnen de beperking van zijn aanvangsparameters, in staat is om bij te leren. Dit bijleren gebeurt via feedback en deze feedback bekomt het van het collectief bewustzijn. Aangezien dit begrip reeds geclaimd is door Carl Jung, zou ik liever willen spreken van het globaal bewustzijn (dus letterlijk: gekoppeld aan de aarde.)

Aantrekking en Afstoting (Samentrekken en Uitbreiden)

De oeraanvang is de toestand, waarin de algeest vanuit rust in beweging komt om de schepping te scheppen. De oeraanvang van de geestelijke werkzaamheid doet zich om te beginnen aan het geestesoog voor als een toestand van diepe rust, waarin de eeuwige oneindigheid van de algeest zich voordoet als een donkere koelte. Op aarde is deze toestand van donkere koelte vergelijkbaar met een aangename, schaduwrijke koelte. Vanuit de toestand van rust begint de geestkracht te bewegen, waardoor zich uit de donkere koelte door beweging de lichtende warmte ontwikkelt. Deze lichtende warmte is eveneens alomtegenwoordig in de eeuwige oneindigheid. De lichtende warmte doordringt vervolgens de donkere koelte, die zelf wordt doordrongen, waarbij het licht de donkerte doordringt en de warmte de koelte. Uit deze vereniging van de doordringende, lichtende warmte, het oermannelijke, met de doordringbare, donkere koelte, het oervrouwelijke, komt een tussentoestand voort, waarin het licht en de donkerte, en de warmte en de koelte elkaar temperen, elkaar aanvullen en elkaar in evenwicht houden: de toestand van de algeest. De algeest is met andere woorden een eenheid van tegendelen: het huwelijk van het mannelijke en vrouwelijke in God. De algeest doet zich vervolgens voor als licht en warmte, maar dan als licht en warmte die de eigenschappen van de donkere koelte in zich op hebben genomen. Daardoor kunnen het licht en de warmte in twee, tegenovergestelde toestanden voorkomen: in een vrouwelijke, doordringbare, beweegbare en vormbare toestand, en in een mannelijke, doordringende, zelfbewegende en zelfvormende toestand. De oertoestand is de toestand van het oervrouwelijke, de rust van de donkere koelte, waaruit door zelfverwekking het oermannelijke in beweging is gekomen en zich geboren heeft laten worden in de vorm van de lichtende warmte, die daarvóór als het ware in de donkere koelte was opgelost. Deze oergebeurtenis is de eerste verschijning van de tegendelen aantrekking en afstoting, de oertegendelen, waarmee alle andere samenhangen. De vrouwelijke oertoestand is die van de aantrekking en de saamhorigheid. Het is de middelpuntzoekende kracht. De mannelijke oertoestand is die van de afstoting en de persoonlijke vrijheid. Het is de middelpuntvliedende kracht. Als het goed is, is er in iedere gemeenschap een toestand van evenwicht tussen beide. In het huwelijk tussen man en vrouw is een evenwicht tussen saamhorigheid en persoonlijke vrijheid een onvermijdelijk vereiste. Alleen daardoor wordt de persoonlijke zelfstandigheid en gelijkwaardigheid van beiden gewaarborgd, die de evenwichtige wederkerigheid mogelijk maakt die de liefdesband levend houdt. Door aantrekking en afstoting, door de middelpuntzoekende en de middelpuntvliedende kracht, blijven electronen en atoomkernen, planeten en zonnen, en het mannelijke en het vrouwelijke voortdurend om elkaar heen draaien. Zolang er evenwicht is tussen beide, is er 'rust in de beweging', is er een voortdurend met elkaar bezig zijn, is er leven.

H.P. Blavatsky: De Geheime Leer Deel I (p. 535): De verklaring van zowel cohesie als zwaartekracht ‘moet worden gezocht in de wervel-atoomtheorie van Sir William Thomson’.
536: Dit bewijst dat als ether ‘stof’ is, deze alleen voor geestelijke zintuigen iets zichtbaars, tastbaars en bestaands is, en dat er inderdaad sprake is van een wezen – maar niet op ons gebied: Pater Ether , of Akasha.

Hoofdstuk 4. Is de zwaartekracht een wet? (p. 538).
542: Maar om het pleit te winnen, moeten de occultisten in de eerste plaats de geloofwaardigheid van de wet van de zwaartekracht, van ‘de zwaartekracht, de koningin en heerseres van de stof’, in iedere vorm onderzoeken. Om dit op doeltreffende manier te doen, moet men zich de hypothese in zijn vroegste vorm voor de geest halen. Om te beginnen, was Newton de eerste die deze ontdekte? Het Athenaeum van 26 januari 1867 bevat enige bijzondere informatie over dit onderwerp. Er staat dat ‘men stellig kan aantonen dat Newton al zijn kennis over de zwaartekracht en haar wetten heeft ontleend aan Boehme, bij wie de zwaarte- of aantrekkingskracht de belangrijkste eigenschap van de Natuur is’ . . .
547: Kepler wordt ook bekritiseerd om zijn ‘merkwaardige hypothese, die uitgaat van een wervelende beweging in het zonnestelsel’, om zijn theorieën in het algemeen en om zijn positieve houding tegenover Empedocles’ denkbeeld van aantrekking en afstoting en in het bijzonder van ‘zonnemagnetisme’.
563: Niemand zal ontkennen dat een kracht (of het nu zwaartekracht, elektriciteit of een andere kracht is), die buiten de lichamen en in de open ruimte bestaat - of het nu ether of een vacuüm betreft - iets moet zijn en niet een zuiver niets, wanneer deze los van de massa wordt gedacht. ‘De kracht is daarom niet in het atoom maar in de ruimte die de atomen van elkaar scheidt.’
Hoofdstuk 8 Leven, Kracht of Zwaartekracht (p. 587):
Er wordt ongetwijfeld een nieuw licht geworpen op de wijsheid van het oude en middeleeuwse occultisme en zijn aanhangers. Want Paracelsus schreef hetzelfde meer dan driehonderd jaar geleden, namelijk in de zestiende eeuw, en wel op de volgende manier:
‘De hele microkosmos bevindt zich potentieel in de liquor vitae, een zenuw-fluïdum . . . dat de aard, de hoedanigheid, het karakter en de essentie van wezens omvat’ (De Generatione Hominis) . . . ‘De archaeus of liquor vitae is een essentie die gelijkelijk in alle delen van het menselijke lichaam is verdeeld . . . De spiritus vitae vindt zijn oorsprong in de spiritus mundi. Omdat hij een uitstraling is van laatstgenoemde, bevat hij de elementen van alle kosmische invloeden, en is zo de oorzaak waardoor de werking van de sterren (kosmische krachten) op het onzichtbare lichaam van de mens (zijn vitale lingasharira) kan worden verklaard.’ (De Viribus Membrorum. Zie Life of Paracelsus door Franz Hartmann, M.D., lid van de Theosophical Society.)

Geheime Leer Deel II, p. 46:
De grenzeloze en oneindige EENHEID bleef bij elk volk een maagdelijk verboden terrein, onbetreden door het denken van de mens, onberoerd door vruchteloze speculaties. De enige verwijzing ernaar was de vereenvoudigde voorstelling van haar eigenschap van uitzetting en samentrekking, van haar periodieke expansie of verwijding en contractie. In het Heelal met al zijn onberekenbaar vele myriaden van stelsels en werelden, die in de eeuwigheid verdwijnen en weer verschijnen, moesten de vermenselijkte machten of goden, hun zielen, tegelijk met hun lichamen uit het gezicht verdwijnen: ‘De adem die terugkeert in de eeuwige schoot, die ze uitademt en inademt’, zegt onze catechismus.
In iedere kosmogonie is er achter en boven de scheppende godheid een hogere godheid, een ontwerper, een architect, van wie de schepper slechts de uitvoerder is. En nog hoger, boven en rondom, op innerlijke en uiterlijke gebieden, is er het ONKENBARE en het onbekende, de bron en oorzaak van al deze emanaties . . .

Deel III, p. 621: Vijf (Linga t/m Buddhi; 2 t/m 6) blijven er over onder de uitstraling van Âtmâ. Vervolgens wordt de lagere vierheid (1 t/m 4) als louter stof, objectieve begoocheling, beschouwd en blijven Manas en het aurische ei over, terwijl de hogere beginselen weerkaatst worden in het ei. Bij al deze stelsels zij men het hoofdfiguur indachtig, het nederdalen en weder opstijging van de geest, zowel in de mens als in de Kosmos. De geest wordt als het ware door geestelijke zwaartekracht omlaag getrokken.
646: Het hart is het middelpunt van het geestelijke bewustzijn, evenals de hersenen het middelpunt van het verstandelijke bewustzijn vormen. Doch niemand kan dit bewustzijn leiden noch de energie ervan besturen voordat hij één is met de Buddhi-Manas; tot die tijd leidt het hem - als het kan. Vandaar de kwellingen der wroeging, het knagen van het geweten; zij komen uit het hart, niet uit het hoofd. In het hart is de enige geopenbaarde God, de twee andere zijn onzichtbaar, en dit vertegenwoordigt de drieheid Âtmâ-Buddhi-Manas.
647: Er zijn in de mens drie hoofdmiddelpunten: hart, hoofd en navel, waarvan twee ten opzichte van elkaar + of – zijn, al naar het betrekkelijk overwicht van de middelpunten.

G. de Purucker: Krachten, energieën en bewustzijn (Sunrise sept/okt 2003). In de esoterische filosofie zijn warmte en licht substantieel, juist omdat ze krachten zijn. Omdat ze krachten zijn die zich als energieën manifesteren, bezitten ze dezelfde essentiële kwaliteiten die de menselijke entiteit in zich heeft, hoewel ze zich niet zó tot uitdrukking brengen als ze dat in ons doen. Deze factoren zijn gezamenlijk als bewustzijn te beschouwen. Niettemin zijn deze verschillende natuurkrachten – bijvoorbeeld de zwaartekracht – niet ieder op zichzelf één bewustzijn, maar elk zo’n kracht is eerder de manifestatie of zelf-expressie van een kosmisch bewustzijn: de emanatie of het levensfluïdum, dat zich uitdrukt als de zwaartekracht, van een bewuste, levende kosmische entiteit erachter.

Het gaat om het wat en het hoe, het innerlijke en het uiterlijke, of met andere woorden wijsheid komt in de toepassing ervan tot uitdrukking. Oerkennis wordt door middel van de geest in de ziel gereflecteerd, is een reflectie van wijsheid. Het schuldcomplex, het onheil bij de mens ontstaat door gebrek aan kennis.

Het getij van oorlog doen keren
Het belangrijkste wapen dat door de duistere machten gebruikt wordt is het creatieve proces zelf te manipuleren, een proces dat vier elementen heeft. De wereld is gemaakt uit vier fundamentele elementen, te weten de Vader, de Zoon, de Moeder en de Heilige Geest. Wanneer deze vier primaire krachten in volmaakte balans zijn, zal het universum op een harmonische wijze groeien. Als één of meer krachten tot het uiterste gebracht worden, zal onbalans het gevolg zijn. De duistere machten kunnen elk element gebruiken mensen tot het doden van elkaar aan te zetten en hun het gevoel te geven dat het doden noodzakelijk is, ja zelfs door God gerechtvaardigd is. Laten we eens naar die vier elementen kijken:
• Het Vader element is de uitbreidende kracht, die zielen de aandrang geeft te groeien en de vrije wil om zichzelf te overtreffen. De Vader echter heeft een stel wetten vastgesteld die ontworpen zijn de balans in het heelal te bewaren zodat zielen kunnen groeien zonder zichzelf te vernietigen. De Vader wil zelftrans-cendentie zien geen zelfvernietiging.
• Het Moeder element is de samentrekkende kracht. De Moeder is ook de compo-nent die zich aan de creatieve kracht van de Vader aanpast. De rol van de Moeder is de uiting van vrije wil mogelijk te maken zodat zielen kunnen experimenteren en leren. De Moeder is echter ook een tegenwicht voor onbeperkte groei zodat zielen zich niet zo snel ontwikkelen dat zij hun gevoel van identiteit verliezen. De rol van de Moeder is te zorgen voor een veilige omgeving en een evenwichtige groei te verzekeren. De Moeder stopt de groei niet, ze houdt het in balans en ze voedt de zielen wanneer ze groeien.
• Je zou kunnen zeggen dat de Vader voorziet in de aandrang tot groei en dat de Moeder de groei evenwichtig houdt. Om een evenwichtige groei te ervaren moet de ziel een zekere mate van evenwicht bewaren tussen de uitbreidende en samentrekkende krachten van haar wezen. Hoe kan de ziel dit evenwicht bewaren? Dat doet ze door het bewustzijn van de Zoon.
• De Zoon is de nakomeling van de Vader en de Moeder en de rol van de Zoon is de uitbreidende en samentrekkende krachten in balans te houden door het vasthouden van de visie van evenwichtige schepping. Om dit te doen moet de Zoon onderscheiden wat werkelijk de evenwichtige groei van God is en wat te expansief is of wat te samentrekkend is. Door het Christusbewustzijn kan een ziel binnen het raamwerk van Gods wetten zijn vrije wil uitoefenen en daardoor een constante en evenwichtige groei behouden. Een ziel is echter niet gemaakt om alleen voor zichzelf te groeien. Zoals Jezus vele malen uitgelegd heeft is een ziel geschapen om medeschepper met God te zijn en Gods volmaaktheid in het materiële heelal tot uitdrukking te brengen. Een ziel is gemaakt om Gods koninkrijk op aarde te brengen. Dit kan het alleen door de kracht van de Heilige Geest doen.
• De Heilige Geest is de levenkracht zelf en zonder een voortdurende stroom van de Heilige Geest zou niets kunnen overleven. De rol van de Heilige Geest is Gods volmaaktheid in het materiële heelal tot uitdrukking te brengen. Dat doet het door een constante staat van groei te bewaren, een groei die in evenwicht is omdat het de volmaakte visie van de Zoon uitdrukt, een visie die de volmaakte polariteit tussen de uitbreidende en samentrekkende krachten van de Vader-Moeder God in zich verenigd. De Heilige Geest is toegewijd zichzelf in volmaakte overeen-stemming met de wetten van God uit te drukken.

De stroom van energie
Het cijfer 8 dat de bovenste en de onderste figuur (rechts) omgeeft, vertegenwoordigt de energiestroom van je IK BEN Aanwezigheid naar je lagere wezen. Wanneer je in het dualiteitbewustzijn verloren bent, zul je de geestelijke energieën misbruiken en kunnen ze niet naar de geestelijke wereld terug opstijgen. Deze energieën worden je karma en de misbruikte energie verzamelt zich in je vier lagere lichamen.
Moeder Maria legt uit dat alles in de vormwereld ontstaan is als gevolg van de interactie van twee polariteiten, namelijk de uitbreidende kracht van de vader en de samentrekkende kracht van de moeder. Om elke vorm duurzaam te laten zijn, moeten deze twee polariteiten in een dynamisch evenwicht gehouden worden. Op kosmische schaal is de Christusgeest de factor die bedoeld is deze balans te creëren en te onderhouden.
Het huis van mijn Vader heeft vele woningen
De eenvoudige waarheid is dat het hele universum gemaakt is van één basissubstantie. In het verleden werd deze substantie ether genoemd. Het denkbeeld van een ether was al eeuwen lang bekend in het Boeddhisme en andere filosofieën. In het middeleeuwse Europa was het bekend bij de alchemisten, die in sommige gevallen de eerste echte experimentele wetenschappers waren. Zelfs natuurkundigen gebruikten het begrip ether totdat een ongelukkig experiment de fysieke aspecten van de ether niet aan het licht kon brengen. Deze gevolgen werden niet waargenomen omdat ether geen fysieke kenmerken heeft. Vervolgens verlieten de meeste wetenschappers het idee van een ether en dit was een nogal jammerlijke omweg voor de wetenschap. Het gevolg van deze omweg is dat wetenschappers energie niet helemaal kunnen begrijpen. Ze weten dat energie trilling of vibratie is, maar ze kunnen niet volledig begrijpen dat er alleen trilling kan bestaan als er iets is dat kan trillen. Er kan geen golf zijn, tenzij je een oceaan hebt. Daarom kunnen er geen energiegolven zijn, en dus geen materieel heelal, tenzij je een oceaan van iets hebt, dat kan trillen.
Wat in werkelijkheid trilt, is de basissubstantie die God gebruikte om de hele vormwereld te scheppen. Die substantie wordt beschreven in de bijbel in de uitspraak, ‘En God zei, laat er licht zijn’.
Moeder Maria legt uit dat alles in de vormwereld ontstaan is als gevolg van de interactie van twee polariteiten, namelijk de uitbreidende kracht van de vader en de samentrekkende kracht van de moeder. Om elke vorm duurzaam te laten zijn, moeten deze twee polariteiten in een dynamisch evenwicht gehouden worden. Op kosmische schaal is de Christusgeest de factor die bedoeld is deze balans te creëren en te onderhouden.

René Meijer boek De Ether Bestaat (p. ii):
In die aanvankelijke aantrekking tot elkaar waardoor er leven wordt verwekt, er schepping is, en er daarna ook weer afstoting of vernietiging is, is er dus sprake van zowel een cyclisch als een lineair aspect van de beweging van de materie die we als de werking van de tijd omschrijven.
In feite betreft het twee effecten van de werking van de tijd die er zijn als fundamentele natuurkrachten:
de expanderende en de contraherende kracht; de centrifugale en de centripetale kracht, de middelpuntvliedende en de middelpuntzoekende kracht van de lineaire en de cyclische tijd. De uitbreiding is er dan als een effect van de lineaire tijd, en de samentrekking als een fenomeen van de cyclische tijd. De twee houden elkaar in evenwicht en geven zo een relatief stabiel universum, sterrenstelsel of zonnestelsel te zien. Met het cyclische van de tijd vinden we de zekerheid en geborgenheid van het geschapen leven op een planeet. Met het lineaire van de tijd vinden we de vrijheid, om conditioneringen te doorbreken, als ook het unieke van het nimmer wederkerende moment zodat we het leven kunnen waarderen als een avontuur, ook al volgt onvermijdelijk de dood en de vernietiging weer.

Middelpuntvliedend en Middelpuntzoekend

De middelpuntvliedende en middelpuntzoekende toestand van kracht zijn twee oereigenschappen van de geest. De geest is in wezen een bewuste kracht. De geest is de levenskracht, die zich van zichzelf en van onderwerpen om zich heen, bewust kan zijn. In de geestelijke wereld zijn deze oereigenschappen herkenbaar als geestelijk licht en geestelijke warmte, waarbij de kracht zich voordoet als warmte en het bewust zijn als licht. Als de geest als levenskracht in beweging komt, verschijnt in de geest het licht; met andere woorden: de warmte is de bron van het licht. Het geestelijke licht en de geestelijke warmte kunnen beide in twee, tegenovergestelde toestanden voorkomen: in een vormbare, doordringbare, vrouwelijke toestand van de geest en in een zelfvormende, doordringende, mannelijke toestand van de geest. In de ontvankelijke, vormbare, vrouwelijke toestand van de geest oefent de geest een aantrekkende kracht uit op de omgeving. De geest wil zich door de omgeving laten doordringen. In deze toestand is de werkzaamheid van de geest middelpuntzoekend en daardoor ingekeerd. Door de ingekeerde instelling is de werkzaamheid van de geest gericht op het persoonlijke en is daardoor gemeenschapsvormend met andere personen. In de zelfvormende, doordringende, mannelijke toestand van de geest oefent de geest een afstotende kracht uit op de omgeving. De geest wil de omgeving doordringen om er een plaats in te nemen. In deze toestand is de werkzaamheid van de geest middelpuntvliedend en daardoor uitgekeerd. Door de uitgekeerde instelling is de werkzaamheid van de geest gericht op de onpersoonlijke, stoffelijke buitenwereld en op een zelfstandige plaats daarin.

Deze wezenlijke eigenschappen van de geest komen tot uitdrukking in de eigenschappen van het atoom, de bouwsteen van de stoffelijke schepping, geschapen door de algeest. De in het midden rustende kern is vrouwelijk, de in de ruimte er omheen bewegende electronen zijn mannelijk. De kern bestaat uit een groep protonen die samen een gemeenschap vormen, de electronen zijn zelfstandig en bewegen zich vrij om de kern. De electronen worden door de kern aangetrokken door de middelpuntzoekende, ingekeerde kracht; de electronen blijven om de kern bewegen door hun afstotende, middelpuntvliedende, uitgekeerde kracht. Zolang beide krachten even groot zijn en daardoor in evenwicht, blijven de electronen om de kern draaien: ze vallen even snel naar de kern terug als ze er door hun beweging vanaf zouden vliegen.

H.P. Blavatsky: De Geheime Leer Deel I (p. 294): Zo verlopen de cyclussen van de zevenvoudige evolutie in de zeventallige natuur: de geestelijke of goddelijke; de psychische of halfgoddelijke; de verstandelijke, die van de hartstochten, de instinctieve of cognitieve; de halflichamelijke en de zuiver stoffelijke of fysieke natuur. Deze evolueren en vorderen alle cyclisch; ze gaan op twee manieren in elkaar over, middelpuntvliedend en middelpuntzoekend; ze zijn in hun diepste essentie één, maar zeven in hun aspecten. Het laagste aspect is natuurlijk afhankelijk van en ondergeschikt aan onze vijf fysieke zintuigen51. Tot dusver ging het over het individuele, menselijke, waarnemende, dierlijke en plantaardige leven; elk de microkosmos van zijn hogere macrokosmos.

Deel I, p. 309: De middelpunt zoekende en de middelpuntvliedende krachten, die mannelijk en vrouwelijk zijn, positief en negatief, fysiek en geestelijk; en deze twee vormen de ene oorspronkelijke KRACHT. Met andere woorden , die tweeledige beweging brengt de Kosmos van het gebied van het eeuwige ideële over naar dat van de eindige manifestatie, of van het noumenale naar het fenomenale gebied. Alles wat is, was en zal zijn, IS eeuwig, zelfs de ontelbare vormen, die alleen eindig en vergankelijk zijn in hun objectieve, maar niet in hun ideële vorm.

Deel I, p. 562: De zogenaamde inertie is volgens Newton ‘kracht’ (Princ. Def. iii), en voor de beoefenaar van de esoterische wetenschappen de belangrijkste van de occulte krachten. Men kan een lichaam slechts als begrip, en alleen op dit gebied van illusie, beschouwen als afgescheiden van zijn relaties tot andere lichamen – die volgens de natuurkunde en de mechanica zijn eigenschappen veroorzaken. In feite kan het nooit hiervan worden gescheiden: zelfs de dood is niet in staat het lichaam los te maken van zijn relatie met de universele krachten, waarvan de ene kracht of het ene leven de synthese is, maar het zet zo’n onderling verband eenvoudig op een ander gebied voort. Maar als Stallo gelijk heeft, wat kan dr. James Croll dan bedoelen als hij in zijn artikel ‘On the Transformation of Gravity’ (Philosophical Magazine, Deel II, blz. 252) de opvattingen naar voren brengt, die door Faraday, Waterston en anderen worden verdedigd? Want hij zegt heel duidelijk dat de zwaartekracht: ‘. . . een kracht is die de Ruimte buiten de lichamen doordringt, en dat de kracht niet groter wordt als de lichamen elkaar naderen, zoals in het algemeen wordt verondersteld, maar dat de lichamen alleen maar gaan naar een plaats waar de kracht met grotere intensiteit bestaat . . .’ Niemand zal ontkennen dat een kracht (of het nu zwaartekracht, elektriciteit of een andere kracht is), die buiten de lichamen en in de open ruimte bestaat – of het nu ether of een vacuüm betreft – iets moet zijn en niet een zuiver niets, wanneer deze los van een massa wordt gedacht.

Deel II, p. 25: In zijn eerste gemanifesteerde aspect hebben wij het zien worden: (1) in de sfeer van objectiviteit en fysica, de oorspronkelijke substantie en kracht (middelpuntzoekend en middelpuntvliedend, positief en negatief, mannelijk en vrouwelijk, enz.); (2) in de wereld van de metafysica, de GEEST VAN HET HEELAL of kosmische verbeeldingskracht, door sommige de LOGOS genoemd. Deze LOGOS is de top van de driehoek van Pythagoras. Wanneer de driehoek volledig is, wordt hij de Tetraktis, of de driehoek in het vierkant, en wordt het tweevoudige symbool van het vierletterige tetragrammaton in de gemanifesteerde Kosmos, en van zijn fundamentele drievoudige STRAAL in het niet-gemanifesteerde, of zijn noumenon. Deze logos is gelijkwaardig aan het ‘onbewuste universele denkvermogen’, enz. van de westerse pantheïsten. Hij vormt de basis van de SUBJECT-kant van het gemanifesteerde ZIJN, en is de bron van alle manifestaties van individueel bewustzijn. Mulaprakriti of oorspronkelijke kosmische substantie is de grondslag van de OBJECT-kant van de dingen - de basis van alle objectieve evolutie en van het ontstaan van de Kosmos. Kracht is de omzetting in energie van de boven-bewuste gedachte van de logos, om zo te zeggen uit de potentiële verborgenheid in de ene Werkelijkheid gegoten in de objectivering van de logos.

H.P. Blavatsky: De Geheime Leer Deel II hoofdstuk De geschiedenis van het vierde ras (p.276):
‘Satan of Lucifer vertegenwoordigt de actieve of, zoals Jules Baissac het noemt, de ‘middelpuntvliedende energie van het Heelal’ in kosmische zin. Hij is vuur, licht, leven, strijd, inspanning, gedachte, bewustzijn, vooruitgang, beschaving, vrijheid, onafhankelijkheid. Tegelijkertijd is hij pijn, de reactie op de vreugde van de daad, en dood – de omwenteling van het leven – satan, die brandt in zijn eigen hel, voortgebracht door de heftigheid van zijn eigen stuwkracht – de expansieve ontbinding van de nevelvlek, die zich moet verdichten tot nieuwe werelden. En terecht wordt hij telkens opnieuw weerhouden door de eeuwige inertie van de passieve energie van de Kosmos – het onverbiddelijke ‘IK BEN’ – de vuursteen waaruit de vonken worden geslagen. Terecht worden hij . . . en zijn aanhangers . . . prijsgegeven aan de ‘zee van vuur’, want in de zon (in de kosmische allegorie in slechts één betekenis), de levensbron in ons stelsel, worden zij gezuiverd (ontbonden) en gekarnd om ze voor een nieuw leven (de opstanding) geschikt te maken; die zon die, als de oorsprong van het actieve beginsel van onze aarde, tegelijk het thuis en de oorsprong van de wereldlijke satan is .’ De juistheid van de algemene theorie van Baissac (in Le Diable et Satan) blijkt verder uit het bekende feit dat koude een ‘middelpuntzoekende’ werking heeft.

Triade, Akasha, Torus en Chaostheorie

H.P. Blavatsky: De Geheime Leer Deel I hoofdstuk 'Akâsa en ether' (p. 283):
Kortom, Akâsa is de ‘schepper’ of het goddelijke denkvermogen in scheppende werkzaamheid, ‘de oorzaak van alle dingen’. Hij is de ‘eerstgeborene’, over wie de Purana’s ons mededelen dat ‘mahat en stof de innerlijke en uiterlijke grenzen van het Heelal zijn’, of in onze taal, de negatieve en de positieve polen van de tweevoudige natuur (abstract en concreet), want het Purana voegt eraan toe: ‘Op deze manier – zoals de zeven vormen (beginselen) van prakriti worden geteld van mahat tot de aarde – zo keren bij het aanbreken van pralaya (pratyahara) deze zeven achtereenvolgens in elkaar terug.

Deel I, hoofdstuk De kracht van de toekomst (p. 621):
Als men vraagt waarom Keely een bepaalde grens niet mocht overschrijden, is het antwoord eenvoudig; omdat wat hij onbewust ontdekte, de verschrikkelijke siderische kracht is, die bekend was aan de Atlantiërs en door hen mash-mak werd genoemd, en door de Arische rishi’s in hun Ashtar Vidyā werd aangeduid met een naam die wij liever niet geven. Het is het vril van Bulwer Lyttons Coming Race en van de toekomstige rassen van onze mensheid. De naam vril kan wel een verzinsel zijn, de kracht zelf is een feit, waaraan in India even weinig wordt getwijfeld als aan het bestaan van hun rishi’s, omdat zij in alle geheime boeken wordt genoemd.
622: Wat Keely al heeft gedaan, is buitengewoon groots en geweldig. Hij heeft er nog werk genoeg aan om zijn nieuwe systeem uiteen te zetten en om ‘de trots van die materialistische wetenschappers te matigen door de geheimen openbaar te maken, die achter de wereld van de stof liggen’, zonder deze nolens volens aan iedereen te onthullen. Want psychisten en spiritualisten, waarvan er in de Europese legers een flink aantal zijn, zouden toch de eersten zijn om persoonlijk de gevolgen van de onthulling van zulke geheimen te ondervinden. Duizenden van hen zouden zich (misschien samen met de bevolkingen van hele landen om hen gezelschap te houden) al heel snel in de blauwe ether bevinden, als zo’n kracht zelfs maar volledig ontdekt, laat staan publiek bekend werd. Voor de volledige ontdekking is het enige duizenden jaren te vroeg – of zullen we zeggen honderdduizend? Zij zal pas op haar juiste plaats en tijd zijn, als de grote razende vloedgolf van hongersnood, ellende en onderbetaalde arbeid is weggeëbd – zoals zal gebeuren, wanneer gelukkig eindelijk in de rechtmatige verlangens van de velen wordt voorzien; als het proletariaat alleen in naam zal bestaan en het meelijwekkende geroep om brood, dat onverhoord door de wereld klinkt, is weggestorven. Dit kan worden verhaast door het verbreiden van kennis en door nieuwe mogelijkheden voor werk en emigratie, met betere vooruitzichten dan nu bestaan, en op een nieuw continent dat misschien zal verschijnen. Pas dan zal er vraag zijn naar de ‘motor en de kracht van Keely’, zoals deze oorspronkelijk door hem en zijn vrienden werd gedacht, omdat de armen deze meer nodig zullen hebben dan de rijken.
Intussen zal de door hem ontdekte kracht door middel van draden werken en dit zal, als hij daarin slaagt, geheel voldoende zijn om hem in de huidige generatie tot de grootste ontdekker van deze eeuw te maken.

John Consemulder BLAUWDRUK de multidimensionale werkelijkheid van creatie en manifestatie (p. 136):
Keely’s geheim heeft te maken met de vermeerdering van energie, het isoleren van de aether en het toepassen van dynasferische kracht op werktuigen. Blavatsky vermeldde dat ‘de ontdekking van Keely zou leiden tot de kennis van een van de meest occulte geheimen’.
166: Onlangs is er New Science Magazine namelijk een artikel over ‘the fractal universe’ verschenen. Dan Winter merkt hierover op dat het fractale universum nu alleen nog maar door wetenschappers verbonden hoeft te worden met de fractale structuur van het vacuüm en de fractale oorzaak van de versnellingen van geladen deeltjes door compressie en zelfs van zwaartekracht om de werkelijkheid beter te begrijpen. Dan Winter ziet een fractal als een fase-geconjugeerd diëlektrisch medium waarbinnen DNA communiceert en zich optimaal kan handhaven.

Jules Ruis het Bewustzijns Besturings Model: De rode draad door alle informatie is het woord 'fractal', een sterk groeiend begrip, dat naar verwachting de komende jaren ons leven en werken op vele fronten zal gaan beïnvloeden. Een klassiek voorbeeld van fractale structuur is de set van in elkaar passende Russische poppetjes, matruschka's genoemd. 'Fractals' zijn (van origine wiskundige) objecten van een ongekende schoonheid bestaande uit zich steeds herhalende patronen. Links ziet u enkele elkaar opvolgende voorbeelden van fractals. Wolken, kustlijnen,rivieren, maar ook planten en dieren, alsmede longen, bloedvaten en hersenen van de mens zijn voorbeelden van fractale structuren in de natuur. Zowel de stoffelijke als de levende natuur blijkt fractaal te zijn georganiseerd.
Deze grafische presentatie toont aan dat de fractale wereld is opgebouwd uit zich steeds herhalende patronen van interacterende (sub)systemen. Klassieke hiërarchische organisatiestructuren zullen de komende jaren vervangen gaan worden door fractale netwerken van relaties, beschikkend over een groot zelforganiserend en innoverend/aanpassend vermogen.

Het Bewustzijns Besturings Model maakt van vier gezichtspunten gebruik. De diapresentatie (2.1) laat zien dat van de besturingscyclus ‘Plan – Do – Check – Act’, de behoeftenhiërarchie van Maslow en de Kernkwaliteiten van Daniel Ofman gebruik wordt gemaakt. De Fractal-organisatie (4.) past tevens het cultuurdiagram van Harrison toe. Hoofdstuk 13: De cultuur in een organisatie is het geheel van waarden en normen, opvattingen en gedragingen van de medewerkers. Het betreft tevens de stijl van leidinggeven in een organisatie. In de fractal-organisatie brengen we de cultuur tot uitdrukking in de 'kleur' van de fractal. We onderscheiden in lijn met de indeling volgens Harrison vier dominante culturen: de blauwe machtscultuur, de rode persoonscultuur, de gele rolcultuur en de groene taakcultuur. Het gehele kleurenpallet doorloopt een vaste 'regenboog'.
Jules Ruis De Chaos getemd! Fractals: een Teken van Leven
Bij prof.dr.ir. Wim van Bokhoven van de TUE vond ik onverwacht bevestiging van wat ik zocht: de overtuiging, dat in de chaostheorie de geheimen van het leven zijn verborgen.
Ir. Poul Bakker van Company Coaching was onder de indruk van de beelden beschouwd als symbolen van samenwerking en conflict. Dr. Wim van Beers van bureau Schouten & Nelissen was zeer belangstellend naar een goed overdraagbare praktische toepassing. De KPMG-organisatie, in de personen van ir. Edward Butter, ir. Steven Olthof en drs. Robert Lubberding, bezorgde mij de inspiratie en uitdaging om de zogenaamde Julia-fractals verder te lijf te gaan. Hun visie om voor toekomstige organisaties het zingevings-vraagstuk centraal te stellen, overtuigde mij dat ik op de goede weg was.

De Snaartheorie verbindt de Relativiteitstheorie met de Quantummechanica, de macrokosmos met de microkosmos.

Boek Nulpunt Revolutie van Benjamin Adamah:
Macrokosmos: Dat deel van het (universeel) bewustzijn dat ‘Dat wat geen buiten kent’ als domein heeft en de materialiteit-actualiteit als bereik.
Microkosmos: Dat deel van het (universeel) bewustzijn dat ‘Dat wat geen binnen kent’ als domein heeft en de immaterialiteit-actualiteit als bereik.
P. 113: Nul is op te vatten als een zwart gat/oerknal-correlaat dat de ‘pomp' (tzimtzum) of het ‘hart’ (tzimtzum) vormt van de scheppingsgolf en ether of akasha in beweging zet. Nul is vanuit een dynamisch perspectief een omslagpunt waar Dat wat geen buiten kent (positief iets; + 1) voorkomt uit de dimensieomslag van Dat wat geen binnen kent (negatief iets; - 1).
P. 117: De fractalresonantie tussen macrokosmos en microkosmos:

MacrokosmosMicrokosmosKwintessens
Dat wat geen buiten kentDat wat geen binnen kentScheppingsdriehoek 9 - 6 - 3
Wereldziel/wereldorgonveldEtherisch dubbel
TzimtzumHart(slag), ademhaling, ik, Heidegger-knoopCentrum, 5e Dimensie
Expansie scheppingsgolfIndividuatieprocesWarmte-ether
Contractie scheppingsgolfGeboorte, overlijdenGeluidsether
EpistrofeHoger Zelf, weten, orgasme, eeuwigheidLichtether
ProödosEgo, denken, ejaculeren, sterfelijkheidLevensether
Eenheid van de aionEenheid van het filosofische atoom
HypostasenasChakra's
Kairos-ringHoroscoop

P 228: In de natuur bestaat er een evenwicht tussen fluctuaties van entropie en negentropie (informatietheorie).
Om de 'torens van Babel' tegen instorten te behoeden, zal in de toekomst aan risicobeheersing meer aandacht dienen te worden besteed.
In risk management, negentropy is the force that seeks to achieve effective organizational behavior and lead to a steady predictable state.
Benjamin Adamah schrijft in zijn boek Nulpunt Revolutie over Adam Kadmon ons zuiver negentropische alter ego (p. 61).

De Axis mundi (caduceus, 11e dimensie) is een mooi voorbeeld van de in – en uitspiralende torsiegolf in een vortexvorm.
De torus wordt als een multidimensionale vortex opgevat. De lemniscaat illustreert de draaikolk stuctuur van de vortex. Het Reflexief Bewustzijn brengt als ware verschillende aggregatieniveaus van Ether, van statisch tot zeer dynamisch tot uitdrukking. De lemniscaat, de eeuwige wederkeer, symboliseert de wisselwerking, de reflectie tussen de macrokosmos en microkosmos.

Voor een beschrijving van de begrippen vortex en torus wordt verwezen naar het boek Ontheemde Zielen Ontwaken van Jan Wicherink.
Chaostheorie heeft het bestaan ontdekt van een viertal basale kosmische attractoren: de punt, de cyclus, de torus en de vreemde attractor. We zullen niet ingaan op hun verschillen, maar willen vermelden dat een attractor het best omschreven kan worden als de kracht in de natuur die orde schept uit chaos. De chaos wordt aangetrokken tot de attractor en creëert een verborgen orde.
Dan Winter neemt in zijn etherfysica aan dat de torus het bouwblok van het atoom en dus van de materie. Het labyrint is dan ook volgens Winter een symbolische projectie van de draaiende bochten die de Ph-spiralen van licht volgen op weg naar het centrum van het atoom.
Voor een beschrijving van de begrippen vril, tachyon-energie (vacuüumenergie) en Akasha wordt verwezen naar het boek Nulpunt Revolutie van Benjamin Adamah.

Evolutiepsychologie
Wederkerig altruïsme, het verschijnsel waarbij men elkaar wederzijds helpt of een gunst verleent, is een veelvuldig onderzocht onderwerp binnen de evolutionaire psychologie. De reciprociteit van "voor wat hoort wat" is "heb uw naaste lief". Rita Smaniotto: Op basis van experimenten, simulatie-onderzoek en een heranalyse van een aantal antropologische studies naar het delen van voedsel in jagers-en verzamelaarsvolkeren concludeert Rita Smaniotto in haar proefschrift dat het "voor wat hoort wat" mechanisme niet zo wijdverspreid is als doorgaans wordt aangenomen. Volgens haar is er in veel gevallen sprake van een alternatief mechanisme, het "heb uw naaste lief" mechanisme. Dit mechanisme is vooral gericht op het welzijn van personen in iemands directe omgeving.
Promotie onderzoek Patrice van de Vorst: mijn te onderzoeken stelling is: Er is een biologische of anatomische grondslag voor het ontstaan van het menselijk bewustzijn en de menselijke moraal. Deze komt voort uit de evolutionaire veranderingen in de geslachtsorganen van de soort Homo.

Zie ook:

Boeken:

Externe Links

<< vorige || volgende >>

Categorie: Artikelen | Rapport | Auteur: Harry Nijhof


Deze pagina werd sedert 16 dec. 2007 1186 keer bekeken.