Luisteren en Spreken, Zwijgen en Spreken

LaoZi Zij die het zeggen weten het niet, zij die het weten zeggen het niet.
Zij die spreken weten niet en zij die weten spreken niet.
Socrates: Ik weet dat ik niets weet.
Genesis 1–14, Johannes: Het Woord is mens geworden en heeft bij ons gewoond, vol van genade en waarheid, en wij hebben zijn heerlijkheid gezien, de heerlijkheid van de enige Zoon van de Vader.
Thomas a Kempis: Hoe meer iemand met zijn innerlijk zelf verbonden is en hoe meer hij innerlijk eenvoudig is geworden, des te meer diepere dingen kan hij moeiteloos begrijpen …
Eliphas Levi: De logos van God is de openbaarder van de mens, en de logos (het woord) van de mens is de openbaarder van God.
Shri Ramakrisjna Paramahamsa To see the world more clearly we may need to take off our glasses.
Alfred North Whitehead: A clash of doctrines is not a disaster, it's an opportunity.
André Klukhuhn: Het wordt tijd dat Janus de beide ogenparen opendoet.
Voor Hannah Arendt is de bron of kern van het denken de dialoog met zichzelf. Voor de innerlijke dialoog gebruikt Hannah Arendt de omschrijvingen: ‘geluidloze dialoog tussen mij en mijzelf’, ‘geestelijke tweespraak’, ‘innerlijk gesprek, waarin ik zelf de gesprekspartner ben’, ‘praten met en luisteren naar mezelf’, ‘meditatief denken’.
In het onvoorspelbare ligt de vrijheid van de mens.

Mystieke taal (Getallensymboliek, 'Levensatoom en Atoom', Tijdsymmetrie, Analogie)

De volledigheid is als water, Laozi:
Wanneer iemand zou willen regeren en iets tot stand zou willen brengen door handeling, besef ik dat hij niet slagen kan. Het koninkrijk is een geestelijk ding en kan niet door handelen worden verworven. Hij, die het op die wijze zou willen winnen, vernietigt het. Hij, die het in zijn greep zou willen vasthouden, verliest het. Een geestelijk koninkrijk wordt alleen werkelijk veroverd door vrij te zijn van doelstelling en activiteit. De wijze is niet menslievend of goed, de volledigheid is als water. Water doet goed aan alle wezens en strijdt niet. Het woont op plaatsen door alle mensen veracht. Daarin komt de wijze Tao nabij. Hij leeft graag op lage plaats. Zijn hart mint de diepte. In weldoen mint hij de liefde. In spreken de waarheid, in bestuur de orde, in werken bekwaamheid, in handelen de geschikte tijd. Hij strijdt niet, daardoor treft hem geen blaam.
Prediker 1 De woorden van Prediker, den zoon van David, koning te Jeruzalem.
2 IJdelheid der ijdelheden, zegt Prediker, ijdelheid der ijdelheden! Alles is ijdelheid!
(1: 2-11)
Alles heeft zijn tijd Wat er is, was er al lang; wat zal komen, is er altijd al geweest. God haalt wat voorbij is altijd weer terug. (Prediker 3: 1-15)
Jezus: Ik verzeker jullie: sommigen die hier aanwezig zijn zullen niet sterven voordat ze de komst van het koninkrijk van God in al zijn kracht hebben meegemaakt.
Evelyn Underhill: all creatures in God and God in all creatures. Lucidity of this sort seems to be an enormous enhanced form of the poetic consciousness of otherness; in natural things.
J.J. van der Leeuw: Het leven is geen probleem dat opgelost moet worden, maar een mysterie dat moet worden ervaren.

In het meer dan 2500 jaar geleden geschreven boek Spreuken van het Oude Testament (Tenach) staan veel levenswijsheden. Prof. Ohmann zegt in zijn boek Spreuken dat de kwintessens van het boek gaat over personen die nu eens als ‘de dwaas’, dan weer als ‘de goddeloze’ worden opgevoerd, al of niet vergeleken met hun tegenpool ‘de wijze’ of ‘de rechtvaardige’. Het Oude Testament zegt dus al dat de weg tussen wijs en rechtvaardig heil brengt en het kiezen voor goddeloze dwaas, cq. tussen dwaas of goddeloos voor onheil zorgt.

Poëzie
Het boek Spreuken is een voorbeeld van Hebreeuwse poëzie, andere voorbeelden zijn Job, Psalmen, Prediker, Hooglied, Klaagliederen en veel profetische teksten. Eindrijm is geen belangrijk kenmerk van Hebreeeuwse poëzie. De belangrijkste stijlfiguur is het parallellisme, dat wil zeggen dat de tweede zin of grotere eenheid de eerste aanvult, herhaalt, of ontkennend omkeert.

Gelijkenissen, paradoxen uit het Nieuwe Testament en de koans van het zenboeddhisme.
Als voorbeeld de parabel van de verloren zoon uit het Nieuwe Testament.

Esther de Boer boek De geliefde discipel, Evangelie van Maria, p. 99: De Verlosser antwoordde, hij zei: Hij ziet niet met de ziel noch met de geest maar met het denken dat [is] in het midden van die twee. Dat is [het dat] het visioen ziet en dat is het […] Jezus zelf is de Weg, de Waarheid en het Leven. Niemand komt tot de Vader, tenzij door Mij. Het is het denken dat aan het visioen richting geeft om Mens en God met elkaar te verbinden. Jezus: Niet mijn wil, maar uw wil geschiede, Ik en de Vader zijn één.

Jezus: ‘Wie zijn leven wil redden, verliest het juist’, ‘Wie zijn leven geeft, zal het daardoor behouden’, ‘Zalig de armen!’, ‘Zalig die nu honger lijdt!’, ‘Zalig die nu weent!’, ‘Zalig wanneer omwille van de Mensenzoon mensen u haten, u uitstoten en beschimpen en uw naam uit de samenleving bannen!’ Voor God tellen alle mensen. God staat voor iets dat alle denken te boven gaat. De beste dingen zijn niet te vertellen omdat ze het denken te boven gaan. God staat voor wat absoluut trancendent en immanent is. God schiep de mens als zijn evenbeeld. De mens is een ware weerspiegeling van Gods heilige wezen. God schiep de hemel en de aarde, het universum. Als we het omdraaien krijgen we: De bewoners op deze aarde schiepen God.

De gelijkenis (parabel) van ‘De Farizeeër en de Tollenaar’
De volgende gelijkenis vertelde Hij met het oog op mensen die overtuigd zijn van hun eigen rechtvaardigheid en neerzien op alle anderen:'Twee mensen gingen naar de tempel om te bidden, de een was een farizeeër, de ander een tollenaar. De farizeeër ging daar staan en sprak in zijn gebed over zichzelf: "God, ik dank U dat ik niet ben zoals de andere mensen, hebzuchtig, onrechtvaardig en overspelig, of zoals die tollenaar daar! Ik vast tweemaal per week en geef een tiende weg van al mijn inkomsten." De tollenaar daarentegen, die op een afstand bleef staan, durfde zelfs zijn ogen niet naar de hemel op te slaan. Hij sloeg zich vol berouw op de borst en zei: "O God, genade voor een arme zondaar!" Ik verzeker jullie dat deze man gerechtvaardigd naar huis ging, en de ander niet. Want ieder die zich verheft zal vernederd worden, maar wie zich vernedert zal verheven worden.'

Het parallellisme ofwel psychofysisch parallellisme, of kortweg parallellisme is een opvatting uit de filosofie van de geest, dat de menselijke geest en het lichaam elkaar niet causaal beïnvloeden, maar beide een parallel verloop volgen. Deze opvatting werd in de 17de eeuw het meest prominent vertegenwoordigd door Gottfried Wilhelm Leibniz.

Je vrijheid houdt op waar die van de ander begint. Meer vrijheid voor de een houdt automatisch minder vrijheid voor de ander in. Het mysterie van het kwaad wortelt in het mysterie van de vrijheid. Wie egalitarisme, algemene gelijkheid afdwingt verkleint vrijheid en wie vrijheid predikt moet ervan doordrongen zijn dat vrijheid op den duur leidt tot ongelijkheid, omdat mensen wel gelijkwaardig maar niet gelijk zijn. Ben je een deel van het probleem of van de oplossing?

Een barstje in ons zelfbeeld, de microkosmos is analoog aan Een scheurtje in de rand van de schepping, de macrokosmos van Marcelo Gleiser.
Meta-leren heeft op survival of the fittest, waarden en normen betrekking.
In de op 30 oktober 2009 gehouden Van der Leeuw-Lezing heeft Alain de Botton een oud paard van stal gehaald.

Het boek Een scheurtje in de rand van de schepping van Marcelo Gleiser heeft op het fenomeen ‘Monade + Duade’ betrekking, het verschijnsel dat Meta-leren mogelijk maakt. ‘Monade + Duade’, de twee kanten van een medaille. Het is de ziel (psyche) die de twee kanten van een medaille met elkaar verbindt. In het rapport ‘E i V’ wordt de intermediair tussen de twee kanten met de imaginaire 5e dimensie weergegeven. Het ontstaan van leven zal altijd een mysterie blijven.

'Survival of the fittest' wordt vaak verward met 'het recht van de sterkste'. Een organisme hoeft echter niet de 'sterkste' te zijn om betere overlevingskansen te hebben dan anderen. Een betere camouflage of beter vluchtgedrag kunnen overlevingskansen vergroten en er voor zorgen dat een organisme 'the fittest' is. Het dier dat het best is aangepast aan diens omgeving en daardoor de beste overlevingskansen heeft, is de 'fittest'.
Het betekent al helemaal niet dat de 'sterkste' het morele recht heeft te doen wat hij wil met de 'zwakkere' met de motivatie dat dat nu eenmaal zo werkt in de natuur.

Wim van den Dungen Sepher Yetzirah:
We merken op dat Zijn Wil & Woord (Ain) Zijn Licht tot lichtfontein maken (Kether) die -geordend door Zijn geschapen Naam (Chockmah)- een begrip (Binah) van Zijn Onbegrensde Ruimte van mogelijkheden (Ain Soph) toelaat. De scheppende wijze weet YHVH te begrijpen & ervaart de Schepper van aangezicht tot aangezicht. Dit is de hoogste vorm van 'communicatie' ('sippur') gegeven aan de mens.
De mystieke ervaring (unio mystica, moksha, nirwana), waarbij het bewustzijn in Kether opgaat -de zaadloze samadhi der yogi's- laat geen onderscheid meer toe (waardoor er van 'communicatie' niet meer gesproken kan worden). Zoals uit de Enoch-mythe blijkt, verandert de Kether-ervaring de mens zo dat hij een Goddelijk lichtwezen wordt, en transhumaniseert.

Stelling van Plato: Alle kennis is herinnering.
Plato: Het lichaam is een gevangenis voor de menselijke geest?
Plato: De ware aard der dingen wordt door onze woorden niet onthuld maar verhuld.
Geometrie zal de ziel naar de waarheid leiden.

Plato heeft hier een ethische strekking (slecht gedrag wordt gestraft na de dood, zij die goed geleefd hebben hoeven de dood niet te vrezen) in een mythische vorm verpakt.

Een synoniem voor non-lokaal bewustzijn is universele bewustzijn, universele denkvermogen. Het universele bewustzijn is in principe een eenheidsbewustzijn (Unio Mystica) dat geen dualiteit kent. Mystiek verbeeldt de absolute waarheid, is zonder grenzen.

Het is interessant om te zien dat Science Without Bounds A Synthesis of Science, Religion and Mysticism van Arthur D'Adamo, net als de boeken van Han Marie Stiekema en het Basisproces van Edgard Jarvis' een met het rapport 'E i V' vergelijkbaar stramien bevatten. Aan de hand van een verscheidenheid aan perspectieven is een nieuw paradigma uitgewerkt dat de éne werkelijkheid, de absolute waarheid toelicht.

Valentinus, een gnosticus uit het begin van de tweede eeuw van onze jaartelling zegt: Zelfkennis is Godskennis. Het gaat niet om intellectuele kennis, maar om kennis van het hart. Met die zelfkennis wordt het kennen van het eigen inwonende hoogste beginsel bedoeld, het atmische gebied, waarin de mens één is met, of raakt aan, het Leven zelf, ofwel het Wereldhart.

H.P. Blavatsky boek Een introductie tot De Geheime Leer (p. 17):
De Engelse taal wordt gebruikt omdat deze het wijdst verspreide middel biedt om de waarheden over te dragen die ze aan de wereld moest voorleggen.
Deze waarheden worden volstrekt niet als een openbaring naar voren gebracht; evenmin eist de auteur de plaats op van onthuller van mystieke kennis die nu voor het eerst in de wereldgeschiedenis wordt bekendgemaakt. Want de inhoud van dit boek kan worden gevonden, verspreid over duizenden boekdelen die de geschriften omvatten van de grote Aziatische en vroege Europese religies, verborgen achter tekens en symbolen, en die als gevolg van deze sluier tot nu toe onopgemerkt zijn gebleven. Er wordt nu geprobeerd de oudste leringen samen te brengen en daarvan één harmonisch en samenhangend geheel te maken.
39: De Upanishads verhouden zich tot de Veda’s als de kabbala tot de joodse Bijbel. Ze behandelen en verklaren de geheime en mystieke betekenis van de vedische teksten. Ze spreken over de oorsprong van het heelal, de aard van een godheid, over geest en ziel en over het metafysische verband tussen geest en stof. Kortom, ze BEVATTEN het begin en het einde van alle menselijke kennis, maar ze hebben sinds de tijd van Boeddha opgehouden die BEKEND TE MAKEN.

De Geheime Leer Deel I, Inleiding (p. 9):
Als het boeken van geen belang waren geweest, zouden ze daardoor na verloop van tijd vanzelf zijn tenietgegaan en zouden zelfs hun namen uit het menselijke geheugen zijn weggewist. Maar zo is het niet, want, zoals nu vaststaat, bevatten de meeste ervan de ware sleutels tot nog bestaande boeken, die voor het grootste deel van hun lezers volkomen onbegrijpelijk zijn zonder deze extra delen met toelichtingen en uitleg. Dit geldt bijvoorbeeld voor de boeken van Lao-tse, de,’ voorloper van Confucius12.
12) ‘Indien wij ons met China bezighouden, vinden we dat de religie van Confucius is gebaseerd op de vijf King- en de vier Shu-boeken, die op zichzelf van aanzienlijke omvang zijn en voorzien van lijvige toelichtingen; zonder deze zouden zelfs de grootste geleerden het niet aandurven om de diepte van hun heilige canon te peilen.’ (Lectures on the ‘Science oƒ Religion’, blz. 185, Max Müller.) Maar zij hebben deze niet gepeild – en dit is de klacht van de confucianen, zoals een zeer geleerd lid van die groep in 1881 in Parijs klaagde.
9/10: Men zegt dat hij 930 boeken heeft geschreven over de ethiek en de religies en zeventig over magie, samen duizend. Zijn grote werk echter, het hart van zijn leerstelsel, de ‘Tao-te-king’, of de heilige geschriften van de Taosse, bevat, zoals Stanislas Julien aantoont, maar ‘ongeveer 5000 woorden’ (Tao-te-king, blz. xxvii), nauwelijks een dozijn bladzijden, en toch constateert professor Max Müller dat ‘de tekst onbegrijpelijk is zonder toelichtingen, zodat Julien voor zijn vertaling meer dan zestig commentatoren moest raadplegen’; de oudste van deze toelichtingen ging zelfs terug tot het jaar 163 v. Chr. en zoals wij zien, niet verder. Gedurende de vier en een halve eeuw die voorafgingen aan de oudste commentator was er ruimschoots tijd om de ware leer van Lao-tse te versluieren voor allen behalve voor zijn ingewijde priesters. De Japanners, onder wie men nu de geleerdste priesters en volgelingen van Lao-tse kan vinden, lachen eenvoudig om de flaters en hypothesen van de Europese Chinakenners, en de overlevering bevestigt dat de commentaren waartoe onze westerse sinologen toegang hebben, niet de werkelijke occulte documenten zijn, maar opzettelijke sluiers en dat de ware commentaren, evenals bijna alle teksten, reeds lang uit het gezicht van de oningewijden zijn verdwenen.
20/21: Meer dan één groot geleerde heeft verklaard dat er nooit een stichter van een religie was, hetzij Arisch, Semitisch of Turaans, die een nieuwe religie had bedacht of een nieuwe waarheid had geopenbaard. Deze stichters waren allen doorgevers, geen oorspronkelijke leraren. Zij brachten nieuwe vormen en interpretaties, terwijl de waarheden waarop deze berustten zo oud waren als de mensheid. Zij kozen één of meer van die grootse waarheden – die alleen voor de ware wijze en ziener zichtbare werkelijkheden waren – uit de vele die in het begin mondeling aan de mens bekend waren gemaakt en in de adyta van de tempels door inwijding tijdens de MYSTERIËN en door persoonlijke overdracht waren bewaard en instandgehouden – en zij openbaarden deze waarheden aan de massa. Zo ontving ieder volk op zijn beurt enkele van deze waarheden, onder de sluier van zijn eigen plaatselijke en bijzondere symboliek, die zich in de loop van de tijd ontwikkelde tot een meer of minder filosofische eredienst, een pantheon onder een mythische dekmantel. Daarom wijst dr. Legge23 erop, dat Confucius – door eerstgenoemde ‘nadrukkelijk een overbrenger en geen maker’ genoemd – een heel oude wetgever volgens de historische tijdrekening, hoewel hij in de wereldgeschiedenis als een heel moderne geleerde wordt beschouwd, het volgende zei: ‘Ik geef alleen door: ik kan geen nieuwe dingen scheppen. Ik geloof in de Ouden en daarom houd ik van hen24.’ (Geciteerd door Max Müller in zijn ‘Science of Religions’.)
22: Hetzelfde zal worden gezegd van de Geheime Archaïsche Leer, wanneer bewijzen worden gegeven van haar onbetwistbare bestaan en van haar geschriften. Maar het zal eeuwen duren vóór er veel meer van wordt gegeven. Over de sleutels tot de geheimen van de Dierenriem, die bijna voor de wereld verloren zouden zijn, merkte de schrijfster ongeveer tien jaar geleden in ‘Isis Ontsluierd’ op dat ‘de genoemde sleutel zeven keer moet worden omgedraaid vóór het hele stelsel is onthuld. Wij zullen hem maar éénmaal omdraaien en zo de oningewijde één vluchtige blik in het mysterie toestaan. Gelukkig is hij die het geheel begrijpt!’
Hetzelfde kan men zeggen van het hele esoterische stelsel. In ‘ISIS’ werd de sleutel één keer omgedraaid en niet meer. In deze delen wordt veel meer uitgelegd. In die dagen kende de schrijfster de taal waarin het boek werd geschreven nauwelijks en het openbaren van veel waarover nu vrij wordt gesproken, was verboden. In de twintigste eeuw zal mogelijk een beter geïnformeerde en veel geschiktere leerling door de Meesters van Wijsheid worden gezonden om afdoende en onweerlegbare bewijzen te leveren dat er een wetenschap bestaat die men gupta-vidya noemt en dat, evenals de eens geheimzinnige bronnen van de Nijl, de bron van alle nu aan de wereld bekende religies en filosofieën gedurende vele eeuwen was vergeten en voor de mensen verloren, maar tenslotte is gevonden.
26/27: Dit ‘heel oude boek’ is het origineel waaruit de vele delen van Kiu-ti werden samengesteld. Niet alleen dit laatstgenoemde en de Siphrah Dzeniouta, maar zelfs de Sepher Jezirah28, dat door de Hebreeuwse kabbalisten werd toegeschreven aan hun aartsvader Abraham(!), het boek Shu-king, China’s oorspronkelijke bijbel, de heilige boeken van de Egyptische Thoth-Hermes, de Purana’s in India, het Chaldeeuwse Boek van de Getallen en de Pentateuch zelf, zijn allemaal ontleend aan dat ene oorspronkelijke boekje. Volgens de traditie werd het opgeschreven in het Senzar, de geheime priestertaal, naar de woorden van de goddelijke wezens die het bij het eerste begin van het vijfde (ons) Ras dicteerden aan de zonen van het licht in Midden-Azië.
28) Rabbi Jehoshua Ben Chananea, die omstreeks 72 na Chr. stierf, verklaarde openlijk dat hij ‘wonderen’ had verricht met behulp van het boek Sepher Jezireh, en daagde iedere scepticus uit. Franck citeert de Babylonische Talmud en noemt twee andere wonderdoeners, de rabbi’s Chanina en Oshoi (zie ‘Jerusalem Talmud, Sanhedrin’, c. 7, enz. en ‘Franck’, blz. 55 en 56). Veel middeleeuwse occultisten, alchemisten en kabbalisten beweerden hetzelfde, en zelfs de moderne magiër, wijlen Eliphas Lévi, verzekert het openlijk in druk in zijn boeken over magie.
De Geheime Leer Deel I, Stanza 3 Het ontwaken van de kosmos (p. 99/100):
(b) Dit heeft betrekking op het niet gescheiden zijn van alles wat leeft en bestaat, hetzij in actieve, hetzij in passieve toestand. In één betekenis is Oeaohoo de ‘wortelloze wortel van alles’ en dus één met Parabrahmam; in een andere betekenis is het een naam voor het gemanifesteerde ENE LEVEN, de eeuwig levende Eenheid. De ‘wortel’ betekent, zoals al werd verklaard, zuivere kennis (sattva)3, eeuwige (nitya) onvoorwaardelijke werkelijkheid of SAT (satya), of we het nu Parabrahmam of Mulaprakriti noemen, want dit zijn de twee aspecten van het ENE.
3) Het oorspronkelijke woord voor ‘inzicht’ is sattva, dat Sankara (acharya) aanduidt als antahkarana. ‘Verfijnd’, zegt hij, door offers en andere heiligmakende handelingen’. In de Katha, op blz. 148, zegt Sankara dat sattva buddhi betekent – een gewoon gebruik van het woord. (‘ The BHAGAVADGITA with The Sanatsugatiya and The Anugita’, vertaald door Kashinath Trimbak Telang, M.A.; onder redactie van Max Müller.) Welke betekenis verschillende scholen ook aan de term mogen hechten, sattva is de naam die door beoefenaars van het occultisme van de Aryasanga-school wordt gegeven aan de tweevoudige monade of atma-buddhi, en atma-buddhi op dit gebied komt overeen met Parabrahm en Mulaprakriti op het hogere gebied.
105: De hemelse oceaan, de aether . . . is de adem van de vader, het levengevende beginsel, de moeder, de heilige geest, . . . want deze zijn niet gescheiden, en hun vereniging is het LEVEN.'
105/106: Wij vinden hier de onmiskenbare echo van de archaïsche Geheime Leer, zoals die nu wordt uiteengezet. De laatste plaatst echter niet ‘de vader’ aan het hoofd van de evolutie van het leven – deze komt op de derde plaats en is de ‘zoon van de moeder’– maar de ‘eeuwige en onophoudelijke adem van het AL’. Het mahat (begripsvermogen, universeel denkvermogen, gedachte, enz.) verschijnt als Vishnu voordat het zich manifesteert als Brahma of Siva, zegt de Sankhya Sara (blz. 16); mahat heeft dus verschillende aspecten, evenals de logos. Mahat wordt in de eerste schepping de Heer genoemd en is in die zin het universele kenvermogen of het goddelijke denken; maar ‘het mahat dat het eerst werd voortgebracht, wordt (later) ego-isme genoemd, wanneer het als ‘ik’ wordt geboren, en dat wordt de tweede schepping genoemd’ (Anugita, Hfst. XXVI). En de vertaler (een bekwame en geleerde brahmaan, geen Europese oriëntalist) verklaart in een voetnoot (6), ‘dat wil zeggen, wanneer mahat zich ontwikkelt tot het gevoel van zelfbewustzijn – het ik – dan neemt het de naam Egoïsme aan’.
De Geheime Leer Deel I Stanza 3 De zevenvoudige hiërarchieën – Spraak en verstand (p. 124):
‘Wanneer onze ziel (denkvermogen) een gedachte schept of oproept, grift het teken dat die gedachte weergeeft, zich in het astrale fluïdum, dat de vergaarbak en om zo te zeggen de spiegel is van alle manifestaties van het zijn.’
‘Het teken drukt de idee uit: de idee is de (verborgen of occulte) kracht van het teken.’
‘Het uitspreken van een woord is het oproepen van een gedachte, en deze naar buiten brengen: het magnetische vermogen van de menselijke spraak is het begin van iedere manifestatie in de occulte wereld. Bij het uitspreken van een naam wordt niet alleen het wezen (een entiteit) omschreven, maar het wordt ook onder de invloed geplaatst van, en uitgeleverd aan, een of meer occulte krachten, door het uiten van het woord (verbum). Voor ieder van ons zijn de dingen wat het (woord) ervan maakt, terwijl het ze noemt. Het woord (verbum) of de spraak van ieder mens is, terwijl hij zich daarvan geheel onbewust is, een ZEGEN of een VLOEK. Dit is de reden waarom onze tegenwoordige onwetendheid over de eigenschappen of kenmerken van de IDEE en eveneens over de kenmerken en eigenschappen van de STOF, ons vaak noodlottig is.’
‘Ja, namen (en woorden) zijn òf WELDADIG òf SCHADELIJK, ze zijn in zekere zin vergiftig of heilzaam, al naar gelang van de verborgen invloeden die de Opperste Wijsheid heeft verbonden met hun elementen, dat wil zeggen met de LETTERS waaruit ze zijn samengesteld en de GETALLEN die met deze letters corresponderen.’
125: In de Anugita wordt een gesprek weergegeven (hfst. VI, 15) tussen een brahmaan en zijn vrouw over de oorsprong van de spraak en de occulte eigenschappen daarvan7. De vrouw vraagt hoe de spraak ontstond en wat er het eerst was, spraak of verstand. De brahmaan zegt haar dat de apana (bezielende adem) gaat heersen en het verstand – dat geen spraak of woorden begrijpt – in de toestand van apana brengt en zo het verstand opent. Dan vertelt hij haar een verhaal, een gesprek tussen de spraak en het verstand. ‘Beide gingen naar het Zelf van het Zijn (d.i. tot het individuele hogere Zelf, zoals Nilakantha denkt, of tot Prajapati, volgens de commentator Arjuna Misra) en vroegen hem hun twijfel weg te nemen en te beslissen, welk van de twee voorafging aan de ander en welk hoger stond. Hierop zei de heer: ‘Het verstand staat hoger.’ Maar de spraak antwoordde het Zelf van het Zijn en zei: ‘Ik voldoe werkelijk aan uw wensen’, waarmee zij bedoelde dat hij door te spreken, kreeg wat hij wenste. Daarop zei het Zelf haar weer, dat er twee verstanden zijn, het ‘beweeglijke’ en het ‘onbeweeglijke’. ‘Het onbeweeglijke is bij mij’, zei hij, ‘het beweeglijke ligt op uw terrein’ (d.i. van de spraak) op het gebied van de stof.
127: Dit heeft natuurlijk alleen betrekking op het denkvermogen op het gebied van de zintuigen. Het geestelijke denkvermogen (het hogere deel of aspect van het onpersoonlijke MANAS) neemt geen kennis van de zintuigen in de fysieke mens. Hoe goed de Ouden bekend waren met de wisselwerkingen tussen de krachten en met al de kortgeleden ontdekte verschijnselen van mentale en fysieke vermogens en functies en met nog veel meer geheimen, kan men vaststellen als men de hoofdstukken vii en viii leest van dit onschatbare boek (op het gebied van de filosofie en de mystieke leer). Neem bijvoorbeeld de twist tussen de zintuigen, welk van hen het hoogste staat en hun keuze van Brahman, de heer van alle schepselen, als scheidsrechter. ‘U bent alle het grootst en niet het grootst’, of zoals A. Misra zegt, verheven boven de objecten, en geen van alle onafhankelijk van de ander. ‘U bezit alle elkaars eigenschappen. Elk is het grootst op zijn eigen gebied en alle ondersteunen elkaar. Er is er een, die niet beweegt (levenswind of adem, de zogenaamde ‘yoga inademing’, die de adem is van het Ene of hogere ZELF). Dat is het (of mijn) eigen Zelf, verzameld in talrijke (vormen).’
Deze adem, stem, zelf of ‘wind’ (pneuma?) is de synthese van de zeven zintuigen, noumenaal alle lagere godheden en esoterisch – het zevental en het ‘leger van de STEM’.
De Geheime Leer Deel I, Stanza 7 De voorvaderen van de mens op aarde (p. 263):
Als de occultist dus zegt, dat de ‘duivel de schaduwzijde van god is’ (het kwaad, de keerzijde van de medaille), bedoelt hij niet twee afzonderlijke werkelijkheden, maar de twee aspecten of facetten van dezelfde Eenheid. Maar de beste mens die er is, zou naast een Aartsengel – zoals de theologie die beschrijft – een duivel schijnen. Dit is dan ook beslist een reden om een lager ‘dubbel’, dat veel dieper in de stof is ondergedompeld dan zijn origineel, geringer te schatten. Maar er is nog steeds weinig aanleiding hen als duivels te beschouwen, en dit is precies wat de rooms-katholieken tegen alle reden en logica in doen.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 2 De mysterietaal en haar sleutels (p. 337):
Recente ontdekkingen door grote wiskundigen en kabbalisten bewijzen dus onomstotelijk dat iedere theologie, van de eerste en oudste tot aan de laatste, niet slechts uit een gemeenschappelijke bron van abstracte leringen is voortgekomen, maar uit één universele esoterische of ‘mysterie’taal. Deze geleerden bezitten de sleutel tot de universele taal van de oudheid en hebben deze, hoewel slechts één keer, met succes omgedraaid in de hermetisch gesloten deur die toegang geeft tot de Zaal van de Mysteriën.
338: Het stelsel van Valentinius, dat de ‘Griekse Kabbala’ wordt genoemd en is gebaseerd op combinaties van Griekse letters, kan als voorbeeld dienen.
De vele facetten van de mysterietaal hebben geleid tot het aanvaarden van heel uiteenlopende dogma’s en riten in de exoterie van het kerkelijke rituaal. Deze vormen op hun beurt de oorsprong van de meeste dogma’s van de christelijke kerk, bijvoorbeeld de zeven sacramenten, de drie-eenheid, de opstanding, de zeven hoofdzonden en de zeven deugden. De zeven sleutels tot de mysterietaal hebben echter altijd berust bij de hoogste van de ingewijde hiërofanten van de oudheid, zodat slechts het gedeeltelijke gebruik van enkele van de zeven door het verraad van enige vroege kerkvaders – voormalige ingewijden van de tempels – door de nieuwe sekte van de Nazareners werd overgenomen. Enkele van de eerste pausen waren ingewijden, maar de laatste fragmenten van hun kennis zijn nu in handen van de jezuïeten gevallen, die er een stelsel van tovenarij van hebben gemaakt.
346: Maar ook hierin zullen ze nauwelijks slagen als ze geloven dat het joodse kabbalistische stelsel de sleutel bevat tot het hele mysterie: want dat is niet zo. Evenmin is er tegenwoordig een ander geschrift dat die sleutel in zijn geheel bevat, want zelfs de Veda’s zijn niet volledig. Iedere oude religie omvat maar een of twee hoofdstukken uit het hele boek van de oorspronkelijke archaïsche mysteriën. Alleen het occultisme van het oosten kan zich erop beroemen het volledige geheim met zijn zeven sleutels te bezitten. In dit boek zullen vergelijkingen worden gemaakt en er zal zoveel mogelijk in worden verklaard. De rest wordt overgelaten aan de persoonlijke intuïtie van de onderzoeker. Wanneer de schrijfster zegt dat het occultisme van het oosten het geheim bezit, wordt geen ‘volledige’ of zelfs maar benaderende kennis door haar opgeëist, wat absurd zou zijn. Wat ik weet, deel ik mee; wat ik niet kan uitleggen, moet de onderzoeker zelf ontdekken.
346/347: Maar al veronderstelt men dat de universele mysterietaal nog eeuwenlang niet in haar geheel zal worden begrepen, zelfs dan is wat er tot nu toe door sommige geleerden in de bijbel is ontdekt, meer dan voldoende om de bewering wiskundig aan te tonen. Omdat het jodendom gebruikmaakt van twee van de zeven sleutels, en deze twee sleutels nu opnieuw zijn ontdekt, is het niet langer een zaak van persoonlijk speculeren en veronderstellen, en allerminst van ‘toeval’, maar van het juist interpreteren van de bijbelteksten, evenals ieder die bekend is met de rekenkunde een optelling of een totaal begrijpt en verifieert3. Nog een paar jaar en dit stelsel zal een einde maken aan de bijbelverklaring volgens de dode letter. Dit zal ook gebeuren met alle andere exoterische geloofsvormen, door de dogma’s in hun ware, naakte betekenis te laten zien.
3) Door de bijbel met behulp van de numerieke en meetkundige sleutels te lezen, ziet men alles wat wij in Isis hebben gezegd, bevestigd in Egyptian Mystery, or The Source of Measures.
En dan zal deze onmiskenbare betekenis, hoe onvolledig ook, het mysterie van het Zijn ontsluieren en bovendien de moderne wetenschappelijke stelsels van de antropologie, de etnologie en vooral van de chronologie geheel veranderen.
349/350: Als we hiervan uitgaan, kunnen we gemakkelijk begrijpen hoe de natuur zelf de oorspronkelijke mensheid, ook zonder de hulp van haar goddelijke leraren, de eerste beginselen van een numerieke en meetkundige symbolentaal5 heeft kunnen bijbrengen. Men ziet dan ook, dat in ieder archaïsch symbolisch geschrift getallen en figuren worden gebruikt om gedachten uit te drukken en vast te leggen. Ze zijn steeds dezelfde, met slechts een paar variaties, die voortkomen uit de eerste figuren. Zo werden de evolutie en het onderlinge verband tussen de mysteries van de Kosmos, van de groei en de ontwikkeling daarvan – geestelijk en stoffelijk, abstract en concreet – het eerst opgetekend in meetkundige vormveranderingen. Iedere kosmogonie begon met een cirkel, een punt, een driehoek en een kubus, tot en met het getal 9, waarna het getal werd samengesteld uit de eerste lijn en een cirkel – de mystieke decade van Pythagoras, de som van alles, die de mysteries van de hele Kosmos betreft en tot uitdrukking brengt. In het hindoestelsel zijn deze mysteries, voor degene die de mystieke taal ervan kan begrijpen, honderd keer zo volledig uitgebeeld. De getallen 3 en 4, samen 7, alsmede 5, 6, 9 en 10 zijn de hoekstenen van de occulte kosmogonieën. Deze decade en haar duizenden combinaties vindt men overal op de aardbol.
355: De ZEVEN SLEUTELS openen de mysteries uit het verleden en de toekomst van de zeven grote Wortelrassen en ook van de zeven kalpa’s. Hoewel de wetenschap het ontstaan van de mens en zelfs de esoterische geologie beslist zal verwerpen, evengoed als de satanische en vóór-Adamse rassen, moeten de geleerden, als ze geen andere uitweg zien uit hun moeilijkheden, toch tussen die twee kiezen, en we zijn er zeker van dat ondanks de Schrift, de archaïsche leer zal worden aanvaard zodra de mysterietaal bij benadering wordt beheerst.
De Geheime Leer Deel I hoofdstuk 5 Over de verborgen godheid, haar symbolen en tekens (p. 384):
Deze eerste zin heeft al een dubbele betekenis. Waarom zou de wereld een vrouwelijke figuur gemakkelijker verdragen of aanhoren dan een mannelijke? Op het eerste gezicht lijkt dit onzinnig. Maar voor iemand die bekend is met de mysterietaal, is het heel eenvoudig en duidelijk. De esoterische filosofie of de Geheime Wijsheid werd gesymboliseerd door een vrouwelijke vorm, terwijl een mannelijke figuur het ontsluierde mysterie voorstelde. Daarom kon de wereld, die niet gereed was de mannelijke vorm te ontvangen, deze niet verdragen, en moest de Openbaring van Marcus allegorisch worden meegedeeld. Hij schrijft dan:
‘Toen het onbegrijpelijke, het zijnloze en geslachtloze (het kabbalistische Ain-Soph) eerst in barensnood kwam (dat is, toen het uur waarop het zich moest manifesteren, had geslagen) en wenste dat zijn Onuitsprekelijke zou worden geboren (de eerste LOGOS, aeon of aion) en dat zijn onzichtbare met vorm zou worden bekleed, opende het zijn mond en sprak het woord dat aan dit onbegrijpelijke gelijk is. Dit woord (logos) manifesteerde zich in de vorm van de Onzichtbare. Het uiten van de (onuitsprekelijke) naam (door middel van het woord) geschiedde op deze manier. Hij (de opperste logos) sprak het eerste woord van zijn naam uit, dat een lettergreep van vier letters is. Toen werd de tweede lettergreep toegevoegd, ook van vier letters. Toen de derde, bestaande uit tien letters; en na deze de vierde, die twaalf letters bevat. De hele naam bestaat dus uit dertig letters en vier lettergrepen. Elke letter heeft haar eigen accent en schrijfwijze, maar begrijpt noch aanschouwt de vorm van de hele naam – nee; zelfs niet het vermogen van de letter die er het dichtst bij staat (bij het zijnloze en het onbegrijpelijke)2. Al deze klanken verenigd vormen de collectieve zijnloze, niet voortgebrachte aeon, en deze zijn de engelen die eeuwig het aangezicht van de vader3 aanschouwen (de logos, de ‘tweede god’, die staat naast God, ‘de onbegrijpelijke’ volgens Philo).’
De Geheime Leer Deel I hoofdstuk 13 De zeven scheppingen (p. 504):
Dit betekent niets anders dan het omgekeerde aspect (symbolisch) van Ophis – goddelijke wijsheid of Christos. In de talmoed is Mikael (Michaël) ‘de vorst van het water’ en het hoofd van de zeven geesten, om dezelfde reden als waarom zijn oervorm (onder veel andere) Sanat-Sujāta – het hoofd van de kumāra’s – Ambhamsi, ‘wateren’ wordt genoemd, volgens de toelichting op het Vishnu Purāna. Waarom’? Omdat de ‘wateren’ een andere naam is voor de ‘grote Diepte’, de oorspronkelijke wateren van de ruimte of de Chaos, en ook ‘moeder’, amba, betekent, dat wil zeggen aditi en akāsa, de hemelse maagd-moeder van het zichtbare heelal. Bovendien worden de ‘wateren van de vloed’ ook de ‘GROTE DRAAK’ of Ophis, Ophio-Morphos, genoemd.
De Geheime Leer Deel I hoofdstuk 8 Leven, kracht en zwaartekracht (p. 588):
De filosofie verwerpt één eindige en onvolmaakte God in het heelal, zoals de antropomorfe godheid van de monotheïsten door zijn aanhangers wordt voorgesteld. Zij verwerpt in haar naam van philo-theo-sofia het groteske denkbeeld dat een oneindige, absolute godheid enige directe of indirecte relatie zou, of beter gezegd zou kunnen, hebben met de eindige bedrieglijke evoluties van de stof, en zij kan zich daarom geen heelal voorstellen buiten die godheid, of een godheid die niet aanwezig is in het kleinste deeltje bezielde of onbezielde substantie7. Waarom òf de ether van de Ruimte òf de ‘zenuw-ether’ ‘de individualiteit van elk zintuig’ teniet zou doen, schijnt onbegrijpelijk voor iemand die bekend is met de ware aard van die ‘zenuw-ether’, onder zijn Sanskriet-, of liever esoterische en kabbalistische naam. Dr. Richardson is het ermee eens dat:
‘Als we het communicatiemiddel tussen onszelf en de buitenwereld niet individueel voortbrachten, als dit van buitenaf werd voortgebracht en aan maar één soort trilling aangepast, dan waren er minder zintuigen nodig dan we bezitten: want – om slechts twee voorbeelden te nemen – de ether van het licht is niet aangepast aan geluid en toch horen we en zien we; terwijl de lucht, de tussenstof voor beweging van het geluid, niet het medium van het licht is, en toch zien we en horen we.’
7) Dit betekent niet dat elke struik, boom of steen God of een god is, maar alleen dat elk stofje van het gemanifesteerde materiaal van de Kosmos behoort tot en de substantie is van ‘God’, hoe diep het ook mag zijn gevallen in zijn cyclische kringloop door de eeuwigheden van het altijd worden; en ook dat elk van die stofjes individueel, en de Kosmos collectief, een aspect is van en een herinnering aan die universele Ene Ziel – die de filosofie weigert God te noemen, waardoor zij de eeuwige en altijd aanwezige wortel en essentie beperkt.
591: Men moet dus beslist de occulte filosofie bestuderen, voordat men begint de geheimen van de natuur alleen aan de buitenkant te onderzoeken en te zoeken, want alleen hij ‘die de waarheid over de eigenschappen van de natuur kent, en die de schepping van alle wezens begrijpt . . . , is vrij’ van het maken van vergissingen. De ‘leermeester’ zegt: ‘Als men de grote boom volkomen begrijpt, waarvan het niet-waargenomen gedeelte (de occulte natuur, de wortel van alles) de scheut is uit het zaad (Parabrahmam), die het begrijpen (mahat, of de universele, intelligente ziel) als stam heeft; waarvan de takken het grote egoïsme zijn, in de holten waarvan de scheuten zijn, namelijk de zintuigen; waarvan de grote (occulte of onzichtbare) elementen de bloemtrossen zijn11, de grove elementen (de grove objectieve stof), de kleinere takken, die altijd bladeren en altijd bloemen hebben . . . de boom die eeuwig is en waarvan het zaad Brahman (de godheid) is; en als men deze boom omhakt met dat voortreffelijke zwaard – de kennis (geheime wijsheid) – dan bereikt men onsterfelijkheid en werpt men geboorte en dood af.’
11) De elementen zijn de vijf tanmātra’s: aarde, water, vuur, lucht en ether, de voortbrengers van de grovere elementen.
591: Dit is de levensboom, de Aśvatthaboom; alleen na het omhakken hiervan kan de slaaf van leven en dood, de mens, vrij worden.
Maar de wetenschappers weten niets, en willen ook niets horen over het ‘zwaard van kennis’, dat door de adepten en asceten wordt gebruikt. Vandaar de eenzijdige opmerkingen van de ruimst denkenden onder hen, die zijn gebaseerd op en voortvloeien uit het overdreven belang dat wordt gehecht aan de willekeurige vertakkingen en onderverdeling van de natuurwetenschap. Het occultisme schenkt er weinig aandacht aan en de natuur nog minder. De hele reeks natuurverschijnselen komt voort uit de oorsprong van de ether – ākāśa, evenals het tweevoudige ākāśa voortkomt uit de zogenaamde ongedifferentieerde Chaos. Deze laatste is het primaire aspect van Mūlaprakriti, de wortelstof en het eerste abstracte denkbeeld dat men zich van Parabrahman kan vormen. De hedendaagse wetenschap kan haar hypothetisch opgevatte ether op zoveel manieren verdelen als ze wil; de werkelijke aether van de Ruimte zal altijd blijven zoals hij is.
592: Maar dit zal men nu nauwelijks begrijpen. We moeten terugkeren naar de hoopvolle, hoewel enigszins onjuiste hypothese van dr. Richardson over ‘zenuw-ether’. We hebben zojuist gezien dat het onder de misleidende vertaling van dit woord als ‘Ruimte’ (ākāśa) in het oude hindoestelsel de ‘eerstgeborene’ van het Ene is, met maar één eigenschap, GELUID (dat zevenvoudig is). In het esoterische spraakgebruik is dit ‘Ene’ de ‘vader’-godheid, en ‘geluid’ is synoniem met de logos (het woord of de zoon). Of dit nu bewust is of niet, dit laatste moet gelden.
De Geheime Leer Deel I hoofdstuk 11 Over elementen en atomen Vanuit het standpunt van de wetenschap en van het occultisme (p. 632/633):
De ster waaronder een mens wordt geboren, zal volgens de occulte leer altijd zijn ster blijven tijdens de hele cyclus van zijn incarnaties in één manvantara. Maar dit is niet zijn astrologische ster. De laatstgenoemde heeft betrekking op en is verbonden met de persoonlijkheid, de eerstgenoemde met de INDIVIDUALITEIT. De ‘engel’ van die ster of de Dhyāni-Boeddha zal òf de leidende òf eenvoudig de aan het hoofd staande ‘engel’ zijn bij elke nieuwe wedergeboorte van de monade, die deel uitmaakt van zijn eigen essentie, hoewel zijn voertuig, de mens, voor altijd onbekend met dit feit kan blijven. De adepten hebben elk hun Dhyāni-Boeddha, hun oudere ‘tweeling-ziel’, en zij kennen die en noemen haar ‘vader-ziel’ en ‘vader-vuur’. Pas bij de laatste en hoogste inwijding echter vernemen zij dit, als zij van aangezicht tot aangezicht komen te staan tegenover het schitterende ‘beeld’. Hoeveel heeft Bulwer Lytton van dit mystieke feit geweten toen hij in een van zijn meest geïnspireerde stemmingen Zanoni schreef, toen deze van aangezicht tot aangezicht tegenover zijn Augoeides stond?

De Geheime Leer Deel II Stanza 7 VAN HET HALFGODDELIJKE RAS TOT DE EERSTE MENSENRASSEN (p. 200/201):
Theoretisch zijn de kalpa’s oneindig, maar praktisch zijn ze verdeeld en onderverdeeld in Ruimte en Tijd, waarbij elk onderdeel – tot het kleinste toe – zijn eigen Dhyani als beschermer of bestuurder heeft. Padmapani (Avalokiteshvara) wordt in China in zijn vrouwelijke aspect Kwan-yin, ‘die vrijelijk elke gewenste vorm aanneemt, om de mensheid te redden’. De kennis van het astrologische aspect van de sterrenbeelden op de respectievelijke ‘geboortedagen’ van deze Dhyani’s Amitabha (de O-mi-to Fo van China) inbegrepen: bijv. op de 19de dag van de tweede maand, op de 17de dag van de elfde maand, en op de 7de dag van de derde maand, enz. – stelt de occultist ruimschoots in staat om zogenaamde ‘magische’ handelingen te verrichten. Men kan de toekomst van een individu, met al de komende gebeurtenissen in volgorde gerangschikt, zien in een magische spiegel, die onder de straal van bepaalde sterrenbeelden is geplaatst. Maar – pas op voor de keerzijde van de medaille, TOVENARIJ.
De Geheime Leer Deel II hoofdstuk Archaïsche leringen in de purana’s en in genesis. Stoffelijke evolutie (p. 295):
Verder wordt ons geleerd dat de transformaties die de mens doormaakte op de neergaande boog – die middelpuntvliedend is voor de geest en middelpuntzoekend voor de stof – en die waarop hij zich vervolgens voorbereidt en die hij moet doormaken op zijn opgaande pad, dat de richting van de twee krachten zal omkeren (de stof zal middelpuntvliedend worden en de geest middelpuntzoekend) ook de antropoïde aap te wachten staan. Dit geldt in elk geval voor de soorten die in deze Ronde de het dichtst bij de mens staande trap hebben bereikt. En deze zullen alle in de vijfde Ronde mensen zijn, zoals de tegenwoordige mensen in de derde, de voorgaande Ronde, aapachtige vormen bewoonden.
De Geheime Leer Deel II Stanza 12 Het vijfde ras. Goddelijke leermeesters (402):
Elke sterrenkundige – naast de occultisten en de astrologen – weet dat figuurlijk gesproken het astrale licht, de melkweg en het pad van de zon naar de Kreefts- en Steenbokskeerkring, en ook de kringlopen van het siderische of tropische jaar, in de allegorische en mystieke taal van de adepten altijd ‘slangen’ werden genoemd.
Dit zowel kosmisch als overdrachtelijk. Poseidon is een ‘draak’: ‘Chozzar, door de niet-ingewijden Neptunus genoemd’ (Peratae gnostici); de ‘goede en volmaakte slang’, de messias van de Naaseniërs, van wie het symbool in de hemel draco is.
406: Eliphas Lévi maakt er God en de Natuur (Spinoza) van; of God, ‘licht’, omgekeerd weerspiegeld in de ‘Natuur en de stof’, duisternis. Kabbalistisch gezien heeft hij gelijk, maar alleen tot zover de symbolische kosmogonie reikt. Hij heeft het symbool dan ook niet zelf bedacht, evenmin als de kabbalisten: de twee figuren in witte en zwarte steen hebben sinds onheuglijke tijden in de tempels van Egypte gestaan volgens de overlevering; en historisch vanaf de tijd van koning Cambyses, die ze zelf heeft gezien. Het symbool moet dus al bijna 2500 jaar geleden hebben bestaan. En wel tenminste zo lang, want die Perzische heerser, die een zoon was van Cyrus de Grote, volgde zijn vader op in het jaar 529 v.Chr. Deze figuren waren de beide kabiren die de tegengestelde polen verpersoonlijkten. Herodotus (Thalia, no. 77) vertelt het nageslacht dat toen Cambyses de tempel van de kabirim binnenging, hij in een onbedaarlijke lachbui uitbarstte bij het zien van wat hem een overeindstaande man toescheen en een vrouw die op haar hoofd stond. Dit waren echter de polen, waarvan het symbool was bedoeld als herinnering aan ‘het overgaan van de oorspronkelijke noordpool van de aarde naar de zuidpool van de hemel’, zoals door Mackey5 wordt opgemerkt. Maar zij stelden ook de polen omgekeerd voor, als gevolg van de grote helling van de as, die telkens leidde tot een verplaatsing van de oceanen, het overstromen van de poolgebieden en de daardoor optredende verheffing van nieuwe continenten in de tropen, en vice versa. Deze kabirim waren de ‘zondvloed’-goden.
407/408: Sanchoniathon vertaalt het woord aletae met vuuraanbidders en Faber gelooft dat het is afgeleid van Al-Orit, ‘de god van het vuur’. Beiden hebben gelijk, omdat het in beide gevallen een verwijzing is naar de zon (de hoogste god), tot wie de planeetgoden (sterrenkundig en allegorisch) ‘worden aangetrokken’ en die zij vereren. Als lares zijn ze inderdaad de zonnegodheden, hoewel de etymologie van Faber, die zegt dat ‘lar’ een samentrekking is van ‘El-Ar’, de zonnegodheid, niet helemaal juist is. Ze zijn de ‘lares’, de aanvoerders en leiders van de mensen. Als aletae waren zij sterrenkundig gezien de zeven planeten; en als lares, mystiek gezien de bestuurders van die planeten, onze beschermers en heersers. Voor doeleinden van exoterische of fallische eredienst en ook kosmisch waren zij de kabiren, en hun eigenschappen in deze twee kwaliteiten zijn te herkennen in de namen van de tempels waartoe zij respectievelijk behoorden, en in die van hun priesters. Zij behoorden echter allen tot de zevenvoudige scheppende en bezielende groepen Dhyan-Chohans.
De Geheime Leer Deel II hoofdstuk 12 Het vijfde ras. Goddelijke leermeesters - De oorsprong van de mythe van satan (p. 439):
Satan vertegenwoordigt metafysisch eenvoudig het omgekeerde of de tegengestelde pool van alles in de natuur22. Hij is allegorisch de ‘tegenstander’, de ‘moordenaar’ en de grote vijand van alles, omdat er in het gehele heelal niets is dat niet twee kanten heeft – de keerzijden van dezelfde medaille.
22) In de demonologie is satan de leider van de oppositie in de hel, waarvan Beëlzebub de vorst was. Hij behoort tot de vijfde soort of klasse van demonen (waarvan er volgens de middeleeuwse demonologie negen zijn) en hij staat aan het hoofd van heksen en tovenaars. Maar zie in de tekst de ware betekenis van Baphomet, de satan met de geitenkop, die één is met Azazel, de zondebok van Israël. De Natuur is de god PAN.
De Geheime Leer Deel II hoofdstuk 17 Het ‘Heilige der Heiligen’. Zijn ontaarding (p. 523/524):
‘De ark, waarin de kiemen worden bewaard van alle levende wezens die nodig zijn om de aarde weer te bevolken, vertegenwoordigt het voortbestaan van het leven en het oppergezag van de geest over de stof, door de strijd tussen de tegengestelde natuurkrachten. In het astro-theosofische schema van de westerse ritus komt de ark overeen met de navel en wordt geplaatst aan de linkerzijde, de zijde van de vrouw (de maan), die als een van haar symbolen de linkerzuil van de tempel van SalomoBOAZ – heeft. De navelstreng is door middel van de placenta verbonden met de vruchtbodem waarin de embryo’s van het ras worden bevrucht. . . . De ark is de heilige argha van de hindoes, en haar relatie tot de ark van Noach kan dus gemakkelijk worden afgeleid als we vernemen dat de argha een langwerpig vat was, dat door de hogepriesters werd gebruikt als offerkelk bij de eredienst van Isis, Astarte en Venus-Aphrodite, die allen godinnen waren van de voortbrengende krachten in de natuur of van de stof – en dus symbolisch de ark voorstelden die de kiemen van alle levende dingen bevat.’ (Isis Ontsluierd, Deel II, blz. 523, Ned. uitgave.) Wie de kabbalistische boeken van vandaag en de interpretaties van de Zohar door de rabbi’s aanziet voor de ware kabbalistische leer van de oudheid, heeft het bij het verkeerde eind2! Want de voor Europa en Amerika toegankelijke Kabbala bevat heden, evenmin als in de tijd van Friedrich von Schelling, veel meer dan ‘puinhopen en fragmenten, sterk verminkte overblijfselen van dat oorspronkelijke stelsel dat de sleutel is tot alle religieuze stelsels’ (zie Kabbala, door prof. Franck, Voorwoord). Het oudste stelsel en de Chaldeeuwse Kabbala waren identiek. De laatste versies van de Zohar zijn die van de synagoge in de eerste eeuwen – namelijk de thora, die dogmatisch en star is.
534/535: Men zegt ons dat precies hetzelfde geldt voor onze Brahmā-prajāpati, voor Osiris en alle andere scheppende goden. Inderdaad, wanneer men hun riten exoterisch en naar het uiterlijk beoordeelt; maar het omgekeerde is waar als hun innerlijke betekenis wordt ontsluierd, zoals we zullen zien. Het hindoe-lingam is ontegenzeglijk identiek met de ‘zuil van Jakob’.
535/536: Zowel India als Egypte hadden en hebben hun heilige lotussen, symbool van hetzelfde ‘Heilige der Heiligen’ – de lotus groeit immers in het water, een dubbel vrouwelijk symbool – de draagster van haar eigen zaad en de wortel van alles. Virāj en Horus zijn beiden mannelijke symbolen, die voortkomen uit de androgyne Natuur, de ene uit Brahmā en zijn vrouwelijke tegenhanger Vāch, de andere uit Osiris en Isis – nooit uit de ene oneindige God. In de joods-christelijke stelsels is het anders. Terwijl de lotus die Brahmā, het Heelal bevat, groeit uit de navel van Vishnu, het centrale punt in de wateren van de oneindige Ruimte, en terwijl Horus voortkomt uit de lotus van de hemelse Nijl – zijn al deze abstracte pantheïstische denkbeelden in de bijbel verlaagd en aards concreet gemaakt: men is bijna geneigd te zeggen dat zij in de esoterische versie grover en nog antropomorfer zijn dan in hun exoterische vorm. Neem als voorbeeld hetzelfde symbool, zelfs zoals de christenen het gebruiken; de lelies in de hand van de Aartsengel Gabriël (Lucas i, 28). In het hindoeïsme is het ‘Heilige der Heiligen’ een universele abstractie, waarvan de dramatis personae de Oneindige geest en de Natuur zijn; in het christelijke judaïsme is het een persoonlijke god, buiten die Natuur, en de menselijke moederschoot – Eva, Sara, enz.; dus een antropomorfe fallische god en zijn beeld – de mens.
536: Wij beweren dus dat, wat de inhoud van de bijbel betreft, één van de twee hypothesen als waar moet worden erkend. Òf achter het symbolische substituut – Jehova – stond de onbekende, onkenbare godheid, het kabbalistische Ain-Soph; òf de joden waren vanaf ‘het begin niet beter dan de dode-letter lingam13-vereerders van het tegenwoordige India. Wij zeggen dat het eerstgenoemde het geval was, en dat dus de geheime of esoterische eredienst van de joden hetzelfde pantheïsme was als waarvan de Vedanta-filosofen nu een verwijt wordt gemaakt; Jehova was een substituut ten dienste kan een exoterisch nationaal geloof, en had geen betekenis of werkelijkheid in de ogen van de geleerde priesters en filosofen – de Sadduceeën, de meest verfijnde en geleerdste van de israëlitische sekten, die met hun minachtend verwerpen van elk geloof behalve de wet, er een levend bewijs van vormen. Want hoe konden zij die het verbazingwekkende stelsel uitvonden dat nu bekend staat als de bijbel – of hun opvolgers die, zoals alle kabbalisten, wisten dat het zo was opgezet om voor het volk de waarheid te versluieren, eerbied voelen voor zo’n fallisch symbool en een GETAL, zoals Jehova volgens de kabbalistische boeken ontegenzeglijk blijkt te zijn? Hoe kon iemand die de naam filosoof waardig was en die de werkelijke geheime betekenis van hun ‘zuil van Jakob’, hun bethel, met olie gezalfde falli en hun ‘koperen slang’ kende, zo’n grof symbool vereren en dienen, en er hun ‘verbond’ – de Heer zelf – in zien!
15) Hun gewijde zuilen (ongehouwen stenen), opgericht door Abraham en Jakob, waren LINGAMS.
De Geheime Leer Deel II hoofdstuk 18 Over de mythe van de ‘gevallen engel’ in haar verschillende aspecten (p. 542):
Waar komt het christelijke denkbeeld vandaan dat God de duivel vervloekte? De god van de joden, wie hij ook was, verbiedt satan te vervloeken. Philo Judaeus en Josephus verklaren beiden dat de wet (de Pentateuch en de Talmoed) onvoorwaardelijk verbiedt de tegenstander, en ook de goden van de heidenen, te vervloeken. ‘Gij zult de goden niet beschimpen’, zegt de god van Mozes (Exodus xxii, 28), want God ‘heeft (hen) aan alle volkeren toebedeeld’ (Deut. iv, 19); en zij die kwaad spreken over ‘heerlijkheden’ (goden), worden door Judas (Brief van Judas, 8) ‘vuile dromers’ genoemd. Want zelfs de Aartsengel Michaël durfde geen smadelijk oordeel tegen hem (de duivel) in te brengen, maar zei: ‘De Heer straffe u’ (ibid 9). Tenslotte wordt hetzelfde in de talmoed2 herhaald. ‘Satan verscheen op een dag aan iemand die gewoon was hem dagelijks te vervloeken en zei tegen hem: ‘Waarom doet gij dit?’ Bedenk dat God zelf mij niet wilde vervloeken, maar alleen zei: ‘De Heer straffe u, satan’3.’
Deze talmoedische lering toont duidelijk twee dingen aan: (a) dat Michaël in de talmoed ‘God’wordt genoemd, en iemand anders ‘de Heer’; en (b) dat satan een god is, voor wie zelfs de ‘Heer’ bevreesd is. Alles wat we over satan in de Zohar en andere kabbalistische boeken lezen, bewijst duidelijk dat dit ‘personage’ eenvoudig de personificatie is van het abstracte kwaad, dat het wapen van de karmische wet en KARMA is. Het is onze menselijke natuur en de mens zelf, omdat er wordt gezegd dat ‘satan altijd dichtbij de mens staat en onontwarbaar met hem is verweven’. Het is alleen de vraag of die macht in ons sluimert of actief is.
De Geheime Leer Deel II hoofdstuk 21 Enoïchion-Henoch (p. 603/604):
Wat Josephus ons vertelt, moet dus allegorisch waar zijn, afgezien van de manier waarop hij het toepast. Zoals hij het voorstelde, waren de twee beroemde zuilen geheel bedekt met hiërogliefen, die na de ontdekking werden gekopieerd en weergegeven in de geheimste hoeken van de binnentempels van Egypte en zo de bron zijn geworden van zijn wijsheid en uitzonderlijke geleerdheid. Deze twee ‘zuilen’ zijn echter de prototypen van de twee ‘stenen tafelen’ die Mozes op bevel van de ‘Heer’ heeft gehouwen. Als hij dus zegt dat alle grote adepten en mystici van de oudheid – zoals Orpheus, Hesiodus, Pythagoras en Plato – de beginselen van hun theologie hadden ontleend aan deze hiërogliefen, dan heeft hij in één betekenis gelijk en in een andere ongelijk, want hij is niet nauwkeurig genoeg. De Geheime Leer zegt dat de kunsten, wetenschappen, theologie en vooral de filosofie van alle volkeren die voorafgingen aan de laatste algemeen bekende, maar niet algemene zondvloed, ideografisch waren vastgelegd uit de eerste mondelinge overleveringen van het vierde Ras, en dat deze door dit Ras waren geërfd van het vroege derde Wortelras vóór de allegorische Val.
De Geheime Leer Deel II hoofdstuk 22 De symboliek van de mysterienamen IAO en Jehova (p. 613):
De getallen van de naam Mozes zijn die van ‘IK BEN DIE IK BEN', zodat de namen Mozes en Jehova numeriek in harmonie zijn.
. . . Dit is zijn (Gods) naam, en de som van de samenstellende waarden 21, 501 en 21 bedraagt 543, of eenvoudig een vorm van de cijfers in de naam van Mozes . . . maar nu zo gerangschikt dat de naam 345 wordt omgekeerd en als 543 wordt gelezen. . . . Als dus Mozes vraagt: ‘Laat mij uw gezicht of heerlijkheid zien’, antwoordt de ander terecht en naar waarheid: ‘Gij kunt mijn gezicht niet zien’ . . . maar gij zult mij van achter zien (de ware betekenis, hoewel niet de juiste woorden); omdat het omgekeerde en de achterkant van 543 de voorkant van 345 is – ‘ter controle en voor een juist gebruik van een reeks getallen om bepaalde grootse uitkomsten te krijgen, en voor dat doel worden zij in het bijzonder gebruikt’. De geleerde kabbalist voegt eraan toe: ‘Bij andere vormen van het getal zagen zij elkaar van aangezicht tot aangezicht. Het is vreemd dat wanneer wij 345 en 543 bij elkaar optellen, we 888 (Hoger denken) krijgen, de gnostische kabbalistische waarde van de naam Christus, die Jehoshua of Jozua was. En zo geeft ook de verdeling van de 24 uren van de dag drie achten als quotiënt. . . . Het belangrijkste doel van dit hele stelsel van getalcontroles was om de exacte waarde van het maanjaar in de natuurlijke maat van de dagen voor altijd te bewaren.’
De Geheime Leer Deel II hoofdstuk 23 De upanishads in de gnostische literatuur (p. 647/648):
Maar wat het ook betekent in wetenschappelijke of in orthodoxe interpretaties, deze passage op blz. 259 verklaart de uitspraken van Narada op blz. 276 en toont aan dat ze betrekking hebben op exoterische en esoterische methoden en die tegenover elkaar stellen. Zo worden de samāna en de vyāna, hoewel ondergeschikt aan de prāna en de apāna, en alle vier aan udāna als het gaat om het verkrijgen van de prānāyama (voornamelijk van de hatha-yogi, of de ‘lagere’ vorm van yoga), toch de belangrijkste offers genoemd, want, zoals de commentator terecht stelt, hun ‘werkingen hebben meer praktisch belang voor de levenskracht’; d.w.z. ze zijn de grofste en worden geofferd om als het ware te verdwijnen in de eigenschap van duisternis van dat vuur of zijn rook (zuiver exoterische ritualistische vorm). Maar prāna en apāna, ook al worden ze als ondergeschikt voorgesteld (omdat ze minder grof of meer gezuiverd zijn), hebben het VUUR tussen zich; het zelf en de geheime kennis die dat zelf bezit. Dat geldt ook voor het goede en het kwade en voor ‘dat wat bestaat en dat wat niet bestaat’; tussen al deze ‘paren’10 is vuur, d.i. esoterische kennis, de wijsheid van het goddelijke ZELF. Laten degenen die tevreden zijn met de rook van het VUUR, blijven waar ze zijn, dat wil zeggen in de Egyptische duisternis van theologische verzinsels en dode-letter interpretaties.
10) Vergelijk met deze ‘paren van tegengestelden’ in de Anugītā, de ‘paren’ van aeonen in het uitgewerkte stelsel van Valentinus, de geleerdste en diepzinnigste meester van de gnosis. Evenals de ‘paren van tegengestelden’, mannelijk en vrouwelijk, alle zijn afgeleid van akâsa (onontwikkeld en ontwikkeld, gedifferentieerd en ongedifferentieerd, of ZELF of prajāpati), emaneren de ‘paren’ van mannelijke en vrouwelijke aeonen van Valentinus uit Bythos, de vooraf bestaande eeuwige diepte, en in hun secundaire emanatie uit Ampsiu-Ouraan (of eeuwigdurende diepte en stilte), de tweede logos. In de esoterische emanatie zijn er de voornaamste zevenparen van tegengestelden’; en zo waren er ook in het stelsel van Valentinus veertien of tweemaal zeven. Epiphanius, die onjuist kopieerde, ‘kopieerde één paar tweemaal’, denkt C.W. King, ‘en voegt zo één paar toe aan het juiste aantal, vijftien’. (The Gnostics, enz., blz. 263-4.) Hier vervalt King in de tegenovergestelde fout: er zijn niet 15 paren van aeonen (een sluier), maar 14, omdat de eerste aeon die is waaruit de andere emaneren, terwijl diepte en stilte de eerste en enige emanatie uit Bythos zijn. Zoals Hippolytus zegt: ‘De aeonen van Valentinus zijn ontegenzeglijk de zes radicalen van Simon (Magus)’, met de zevende, vuur, aan het hoofd. En deze zijn: denkvermogen, intelligentie, stem, naam, rede en gedachte, ondergeschikt aan vuur, het hogere zelf, of juist de ‘zeven winden’ of de ‘zeven priesters’ uit de Anugītā.
De Geheime Leer Deel II hoofdstuk 24 Het kruis en het pythagorische tiental (p. 653):
We moeten nu spreken over de mysterietaal, de taal van de voorhistorische rassen. Deze is niet fonetisch, maar een zuivere beeld- en symbolische taal. Zij is tegenwoordig aan heel weinigen volledig bekend; voor de massa was zij meer dan 5000 jaar lang een volstrekt dode taal. Toch kenden en gebruikten de meeste geleerde gnostici, Grieken en Joden haar, hoewel op een heel verschillende manier. Wij geven enkele voorbeelden.
Op het hogere gebied is het getal geen getal, maar een nul – een CIRKEL. Op het lagere gebied wordt het één – een oneven getal. Elke letter van de oude alfabetten had haar filosofische betekenis en raison d’être; het getal I betekende bij de ingewijden van Alexandrië een rechtopstaand lichaam, een levende rechtopstaande mens, omdat hij het enige dier is dat dit voorrecht heeft. En door aan de I een hoofd toe te voegen, werd deze omgevormd tot een P, een symbool van vaderschap, van het scheppende vermogen; terwijl de R een ‘zich bewegende mens’ betekende, iemand die op weg is.
De Geheime Leer Deel II, Hoofdstuk 24 Het kruis en het pythagorische tiental (p. 655):
De eerste massieve figuur is het viertal, het symbool van de onsterfelijkheid. Het is de piramide: want de piramide staat op een driehoekig, vierkant of veelhoekig grondvlak en eindigt met een punt aan de top; zo brengt zij het drietal en het viertal voort, of de 3 en de 4. De pythagoreeërs onderwezen het verband en de betrekking tussen de goden en de getallen – in een wetenschap die arithmomantie wordt genoemd. De ziel is een getal, zeiden zij, en beweegt uit zichzelf en bevat het getal 4; en de geestelijke en lichamelijke mens is het getal 3, omdat het drietal voor hen niet alleen het oppervlak, maar ook het beginsel van de vorming van het stoffelijke lichaam voorstelde.
De Geheime Leer Deel II, Hoofdstuk 25 De mysteriën van het zevental (p. 678):
Maar laten wij terugkeren tot de beschouwing van het zevental in de oude religieuze symboliek. Aan de metrologische sleutel tot de symboliek van de Hebreeën, die numeriek het meetkundige verband van de cirkel (al-godheid) tot het vierkant, de kubus, de driehoek en alle integrale emanaties van het goddelijke gebied onthult, kan de theogonische sleutel worden toegevoegd. Deze sleutel verklaart dat Noach, de aartsvader van de zondvloed, in één aspect de omzetting van de godheid (de universele scheppende wet) is, ten dienste van de vorming van onze aarde, haar bevolking en de voortplanting van het leven daarop in het algemeen.
679: Maar of hij nu een viertal (tetragrammaton) of een triade is, de scheppende god van de bijbel is niet de universele 10, tenzij verenigd met AIN-SOPH (zoals Brahmā met Parabrahm), maar een zevental, een van de vele zeventallen van de universele zevenvoudigheid. Bij het verklaren van de vraag die nu aan de orde is, kunnen de positie en de status van Noach het best worden verduidelijkt door de 3 en de 4 parallel met de ‘kosmische’ en ‘menselijke’ beginselen te plaatsen. Voor deze laatste wordt de oude bekende classificatie gebruikt. Aldus:

680/681: Voor een nadere toelichting op de bewering kan de lezer wetenschappelijke boeken raadplegen. ‘Ararat = de berg van de afdaling = הר־י־רד, Hor-Jared. Hatho noemt hem zonder meer Areth = ארת. De bewerker van Mozes Cherenensis zegt: ‘Hiermee, zegt men, wordt de eerste plaats van afdaling (van de ark) bedoeld.’ (Bryant, Anal., Deel IV, blz. 5, 6, 15). Onder het woord ‘Berge’, berg, zegt Nork over Ararat: ‘אררט, voor ארת (d.w.z. Ararat voor Arath) AARDE, een reduplicatie in het Aramees.’ Men ziet hier dat Nork en Hatho gebruikmaken van hetzelfde equivalent bij Arath, met de betekenis aarde7.’
Omdat Noach dus zowel de Wortel-manu als de Zaad-manu symboliseert, of de kracht die de planeetketen ontwikkelde, en onze aarde en het zaad-Ras (het vijfde), dat werd gered terwijl de laatste onderrassen van het vierde ten onder gingen – Vaivasvata Manu – zal men het getal zeven bij elke stap zien terugkeren. Hij (Noach) stelt als omzetting van Jehova de zevenvoudige menigte van de Elohim voor, en is dus de vader of schepper (de instandhouder) van al het dierlijke leven. Vandaar de verzen 2 en 3 van hoofdstuk vii van Genesis: ‘Van alle reine dieren zult gij zeven paar nemen, het mannetje (3) en zijn wijfje (4); ook van het gevogelte van de hemel zeven paar’, enz., gevolgd door de zeven dagen en de rest.
7) Source of Measures, blz. 65. De schrijver verklaart: ‘Merk op dat in het Hebreeuws Jared, de vader van Henoch, wordt uitgelegd als ‘de berg van afdaling’ en men zegt dat hetzelfde geldt voor Ararat, waarop de kubieke structuur van Noach of grondmaat berustte. Jared is in het Hebreeuws י־רד. De wortelafleidingen zijn dezelfde als die van Ararat, van acre, van aarde.’ Omdat volgens de Hebreeuwse metrologie ‘Jared, י־רד, letterlijk in het Engels Y R D is, kan men in Jared letterlijk het Engelse woord yard vinden (en ook י־רד, want Jah of Jehova is roede). Het verdient de aandacht dat de zoon van Jared, namelijk Henoch, 365 jaar leefde, en door rabbijnse commentatoren wordt over hem gezegd dat de jaarperiode van 365 dagen door hem werd ontdekt, waardoor opnieuw tijds- en afstandswaarden werden samengebracht. Zo werd de jaartijd door coördinatie afgeleid, via de yard of jared, die er dus de vader van was, in of door Henoch; en inderdaad, 1296 = yard (of jared) x 4 = 5184, de karakteristieke waarde van de zonnedag, in derden die, zoals gezegd, numeriek de vader van het zonnejaar kan worden genoemd’ (ibid. blz. 65). Dit echter volgens de sterrenkundige en numerieke kabbalistische methoden. Esoterisch is Jared het derde Ras en Henoch het vierde – maar omdat hij levend wordt weggenomen, symboliseert hij ook de uitverkorenen die in het vierde werden gered, terwijl Noach het vijfde is vanaf het begin – het gezin dat eeuwig en fysiek uit de wateren werd gered.
De Geheime Leer Deel II, Hoofdstuk 7 Enkele mededelingen in de klassieken over de heilige eilanden en continenten, esoterisch verklaard (p. 880):
De zondvloed van Noach is sterrenkundig en allegorisch, maar niet mythisch, want het verhaal is gebaseerd op dezelfde archaïsche overlevering van mensen – of liever van volkeren – die tijdens de rampen in kano’s, arken en schepen werden gered. Niemand zou willen beweren dat de Chaldeeuwse Xisuthrus, Vaivasvata van de Hindoes, de Chinese Peirun – de ‘lieveling van de goden’, die hem in een kano uit de vloed redden – of de Zweedse Belgamer, voor wie de goden in het noorden hetzelfde deden, allen een en dezelfde persoon zijn. Maar hun legenden zijn alle voortgekomen uit de ramp die zowel het continent als het eiland Atlantis trof.

Op latere leeftijd kwam Mani met de conclusie dat verlossing kon worden bereikt door middel van educatie, vegetarisme , vasten en kuisheid. Hij zag zichzelf als de laatste profeet. De andere profeten waren Seth, Noach, Abraham, Sem, Nikotheos, Henoch, Zarathustra, Boeddha en Jezus. Mani presenteerde zichzelf als een verlosser en apostel van Jezus Christus. Hij schreef zeven heilige boeken in het Syrisch. Zijn belangrijkste boek was Arjang.

Kwintessens (Akasa, Zelfbewustzijn, Dilemma's)

Chrétien de Troyes noemde de Heilige Graal voor het eerst in de 12e eeuw in zijn ridderroman Perceval. Hij kende er ook de welbekende magische krachten aan toe, zoals onsterfelijkheid, geneeskrachtige werking, en communiceren met God. De graal is een allegorie, voor een groots en moeilijk te bereiken doel.

Johannes 1:14:
Begrijpt deze tegenstander van het Christendom de kern waar het om gaat niet beter dan de meeste Christenen? Hoe belangrijk is het dat wij als Christenen consistent zijn in ons denken. We moeten alles van de bijbel accepteren als het Woord van God. Daarin zegt God wat Hij bedoelt en Hij bedoelt wat Hij zegt.
We herinneren ons weer de woorden van de apostel Johannes, die schreef, “Het Woord is mens geworden en heeft bij ons gewoond, vol van goedheid en waarheid, en wij hebben zijn grootheid gezien, de grootheid van de enige Zoon van de Vader”

De kwintessens, het mysterie van het leven zit in de ruimte tussen twee mensen (De ander als spiegel; De ander centraal). Wat daar precies gebeurt, daar begrijpen we heel weinig van, dat zijn louter vermoedens. Wat werkelijk belangrijk is, kan niet in woorden worden uitgedrukt.
Het geheim van het leven zit in eros verborgen. Echte liefde is onvoorwaardelijk, is niet voor een breezer te koop.
Het mysterie van het leven zit, net als de groei van een foetus bij de moeder, in onszelf.
Het mysterie van het leven kan in poëzie wel voelbaar worden gemaakt.

De basis voor iedere communicatie zijn de door Paul Watzlawick opgestelde vijf axioma’s.

Plato omschrijft denken als een geluidloos tweegesprek, dat de mens met zich zelf voert.

Voor Hannah Arendt is de bron of kern van het denken de dialoog met zichzelf. Voor de innerlijke dialoog gebruikt Hannah Arendt de omschrijvingen: ‘geluidloze dialoog tussen mij en mijzelf’, ‘geestelijke tweespraak’, ‘innerlijk gesprek, waarin ik zelf de gesprekspartner ben’, ‘praten met en luisteren naar mezelf’, ‘meditatief denken’.

Wim van den Dungen Sepher Yetzirah:
We merken op dat Zijn Wil & Woord (Ain) Zijn Licht tot lichtfontein maken (Kether) die -geordend door Zijn geschapen Naam (Chockmah)- een begrip (Binah) van Zijn Onbegrensde Ruimte van mogelijkheden (Ain Soph) toelaat. De scheppende wijze weet YHVH te begrijpen & ervaart de Schepper van aangezicht tot aangezicht. Dit is de hoogste vorm van 'communicatie' ('sippur') gegeven aan de mens.
De mystieke ervaring (unio mystica, moksha, nirwana), waarbij het bewustzijn in Kether opgaat -de zaadloze samadhi der yogi's- laat geen onderscheid meer toe (waardoor er van 'communicatie' niet meer gesproken kan worden). Zoals uit de Enoch-mythe blijkt, verandert de Kether-ervaring de mens zo dat hij een Goddelijk lichtwezen wordt, en transhumaniseert.
Indien we 'sepher' met ruimte en 'sephar' met tijd vergelijken, dan betreft 'sippur' (of 'communicatie') de 'quintessense' of 'vijfde dimensie'. Aan de vierdimensionale 'kubus' van het Aardse bestaan wordt een vijfde 'hyper'-dimensie toegevoegd. De spirituele dimensie gaat over de 'nominale' empirisch-formele werkelijkheid heen. Ze veronderstelt een intuïtieve aanschouwing van Kosmos die enkel gegeven is zodra het intellect volledig begrijpt waarom & hoe het principe van het niet-weten (agnosia) het gehele rationele gebeuren doordringt. Nà zich op deze wijze te hebben geledigd, groeit de Wijsheid als een permanent bewustzijn van de voorschijn van het vele in het licht van de impliciete éénmakende horizon (de Demiurg). De Wijsheid drukt zich uit in een Magister (Binah) waarin de scheppingsvoorwaarden begrijpbaar neergeslagen worden.
De term 'Sephira' is ook met 'sippur' verwant. Elke Sephira vormt een kanaal tussen de Demiurg en de mens. De mens kan via de Sephiroth opklimmen en met alle aspecten van Kosmos communiceren. Uiteindelijk bereikt de mens Kether, en wordt hij één met het mysterie van de lichtwording. Dan, net als Enoch, ervaart hij Zijn Gelaat direct! Net als Metatron overleeft hij dit als mens niet. Hij transhumaniseert (transfigureert).
'Sippur' staat echter ook voor een welbepaalde 'spirituele' communicatietechniek; d.w.z. het bewustzijn moet beschikken over een 'formule' waarin de onderscheiden stappen of trappen naar Kether ordelijk worden samengevat (een 'Scala Perfectionis'). Tetragrammaton is de qabalistische formule die het ontstaan van de 10 Sephiroth in 4 'werelden' of 'kosmische frequentiebanden' beschrijft. De 'Boom van het Leven' vormt een 'ladder' (van Jacob) tussen 'hemel' en 'aarde' . Deze wordt door de qabalist beklommen met de bedoeling optimaal te communiceren met Kosmos & om zodoende co-creatief het gelukkige leven te realiseren. Door de code van Kosmos te kennen, krijgt hij weet van de kosmische eeuwigheid.

Wim de Lobel, boek De Eeuwige Generatie, De Unio Mystica (p. 91):
Börger was beïnvloed door de kritische bijbelstudies vanuit de Hollandsche Radicale School. In het bijzonder benadrukten zij de Nieuw-Testamentische Evangeliën die in verhaalvorm een verdichting zijn van de oude en steeds weer nieuwe waarheid. Vanuit hun bevindingen ontkenden zij de historiciteit van de Jezusfiguur. Naar hun inzichten stoelde de Christusgedachte in de Unio Mystica , dat is de verborgen inherente universele waarheid omtrent de werkelijkheid. Waarheid in deze zin dienen we dan te verstaan als het zijn van de universele werkelijkheid zoals zij is.

Het idee Performatief werkwoord is ontsproten aan de theorieën van Johntá Austin en John Searle, die een overkoepelend model van taalhandelingen uitwerkten, waarbij een onderscheid tussen de uiting (locutie) en de onderliggende inhoud (illocutie) werd gemaakt.
Marli Huijer En nu de echte seksuele bevrijding
Het geslacht dat iemand bekleedt in de maatschappij (gender), en de daarbij behorende gedragspatronen, worden geconstrueerd door wat Butler in navolging van taalfilosoof John Austin performativiteit noemt. Er is een bepaald repertoire aan handelingen dat maakt dat iemand de rol van man of vrouw krijgt toebedeeld. Omdat die handelingen cultureel bepaald zijn en die cultuur aan het individu vooraf gaat, is het onmogelijk gedrag te vertonen dat niet in de hokjes mannelijk en vrouwelijk uiteenvalt.

Samenvatting

De causale snaartheorie komt een stapje verder wanneer wetenschappers bereid zijn met de acausale, de geestelijke keerzijde van de medaille rekening te houden.
De oplossing van de unificatietheorie wordt niet gevonden in het elementaire deeltje maar in de ruimte die de elementaire deeltjes van elkaar scheidt.

De Geheime Leer, Deel I De maskers van de wetenschap (p. 563):
‘De kracht is daarom niet in het atoom maar in de ruimte die de atomen van elkaar scheidt (zeropoint source, het neutrale centrum, eros = fohat).

De mystieke paradox is dat het Lam Gods, het ongemanifesteerde Zelf, draagt of wegneemt de zonden van de wereld. Iets dat onbeweeglijk weerloos is, zelfs niet eens aanwezig, heeft tóch rechtstreeks invloed op wat is. Maar: wanneer het geëist wordt, ontstaat verdrukking. En doet Het zijn mond niet open: wanneer jij het enneagram wil doorgronden, is en blijft het onbegrijpelijk. Zo blijft het hek van het mystieke domein gesloten.

De paradox is dat in Nederland op het individuele vlak, ondanks de devaluatie van de diploma's, het opleidingsniveau is toegenomen, maar op het collectieve vlak (collectief onbewuste) lijkt het dat de dwaasheid eerder is toe dan afgenomen. De mede door de globalisering toenemende scoringsdrift in de maatschappij resulteert bij de verliezers in rancune en frustratie. Als reactie uiten rancuneuzen hun ongenoegen op een partij als de PVV. Het uitblijven van de hoge verwachtingen vindt ook een uitweg via het stijgen van de depressiviteit in het Westen.

In het rapport ‘E i V’ wordt de stelling verdedigd dat in een bureaucratisch geleide organisatie het wenselijk is dat de echte professionals tot het zelfde salarisniveau (maar ook niet meer) kunnen doorgroeien als het topmanagement. Dit om te vermijden dat de politicals, de vierde macht die zich met navelstaren bezighoudt voor het doorschuiven van problemen wel zeer riant worden beloond. Deze politicals zijn een variant op het peterprincipe, het sprookje De nieuwe kleren van de keizer van Hans Christian Andersen. Het gaat dus om de kwaliteit van professionals die in staat zijn om complexe vraagstukken op te lossen.

Een autist begrijpt de wereld om hem heen niet. De opzet van het rapport ‘E i V’ is te laten zien hoe de wereld beter kan worden begrepen.

Een goed verstaander heeft maar een half woord nodig. Ook zijn voor een goed verstaander een paar woorden genoeg om nieuwe verbanden te herkennen.

Bij een compromis kan het wenselijk zijn de kool en de geit te sparen. Het gedoogbeleid laat zien dat daardoor de problemen eerder groter dan kleiner zijn geworden. Gedogen leidt dus uiteindelijk tot een averechts effect.

De Sapir-Whorfhypothese (ook wel linguïstische relativiteit genoemd) zegt dat de waarneming en voorstelling van de werkelijkheid sterk afhangt van de taal die iemand tot zijn beschikking heeft.
De mens organiseert zijn werkelijkheid door middel van taal. De taal is echter cultureel bepaald, waardoor in verschillende culturen verschillende interpretaties kunnen ontstaan van een fenomeen.

Annet Kuyper De functie van linker en rechter hersenhelft: De meeste onderzoekers zijn van mening dat de specialisatie van de hersenhelften in verband staat met de verwerving van de taalvaardigheid.
Als de combinatie van de hersenhelften goed functioneert, dan vormt de samenwerking een volmaakte relatie. Er bestaat harmonie in doelstellingen en ze lopen elkaar niet in de weg. De één steunt de ander en beide doen zo goed mogelijk wat ze moeten doen. Ze vullen elkaar in bijna alle activiteiten aan.

Verhitte politieke debatten maken de tegenstellingen zichtbaar en dwingen de betrokkenen zich op een compromis te bezinnen. De kleurloze politici die problemen duiden maar verder ook niets doen verliezen terwijl de politici die kleur bekennen, maar geen oplossingen aandragen aan de winnende hand zijn. Balkenende sprak zelfs van een wake up call. Polarisatie kan zeer nuttig zijn.

Axioma V van Paul Watzlawick toont het Complementariteit en Symmetrie principe.

De ziel is de schakel tussen geest en materie. Met de psyche kunnen we de éne werkelijkheid leren ervaren. Het gaat er om te leren bij het debat de rechter - en linkerhersenhelft, de non-verbale wijsheid en het verbale verstand in te schakelen.

Kees Voorhoeve: Hoe meer we ons openstellen voor de Goddelijke Bron van ons bestaan, hoe meer we de levensopdracht om brug te zijn tussen Licht en Duisternis kunnen verwezenlijken. In de praktijk blijkt echter dat het evenwicht tussen Licht en Duisternis moeilijk te realiseren is. We hebben steeds de neiging uit balans te raken en ons vanwege de zondeval te identificeren met de Duisternis.
5D sluit bij de Kabbalistische interpretatie van Kees Voorhoeve aan.

Zie ook:

Boeken

Externe Links

<< vorige ||volgende >>

Categorie: Definities


Deze pagina werd sedert 25 febr. 2008 1015 keer bekeken.