Archetypen

Confucius: Doe nooit anderen aan wat je niet zou willen dat ze jou aan zouden doen.
Confucius: Alle mensen zijn hetzelfde. Het zijn slechts hun gebruiken die verschillen.
De Bergrede van Jezus met de zaligsprekingen:
Zalig de armen van geest, want hunner is het Koninkrijk der Hemelen,
Zalig zij die treuren, want zij zullen vertroost worden,
Zalig de zachtmoedigen, want zij zullen de aarde beërven,
Zalig zij die hongeren en dorsten naar gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.
Zalig de barmhartigen, want hun zal barmhartigheid geschieden,
Zalig de reinen van hart, want zij zullen god zien.
Zalig de vredesstichters, want zij zullen kinderen Gods genoemd worden,
Zalig de vervolgden om der gerechtigheid wil, want hunner is het Koninkrijk der hemelen
Zalig zijt gij, wanneer men u smaadt en vervolgt en liegende allerlei kwaad van u spreekt, om mijnentwil.
Mattheüs 5 vers 1-12
Gulden regel: Wat gij wilt dat u geschiedt doe dat de ander.
Carl Jung: Mijn leven is de geschiedenis van een zelfverwerkelijking van het onbewuste.
In de archetypen zijn alle ervaringen gegeven, die sinds de oertijd op deze planeet zijn voorgekomen.

Grote Wet (De wet) (Monade, Archetypen, Gebroken symmetrie, Evolutionaire kringloop)

Annie Besant Bewustzijn en leven zijn identiek, twee namen voor het zelfde, beschouwd van het innerlijke en uiterlijke standpunt. Er is geen leven zonder bewustzijn; er is geen bewustzijn zonder leven ...

Eerst Napels zien, en dan blowen E.J. van Ginkel Volkskrant 25 september 2018 (p. 24):
In Napels worden wietgerelateerde producten verkocht onder de merknaam Amsterdam, tot droefenis van wethouder Kock die zo graag kwaliteitstoeristen naar onze hoofdstad ziet komen (Ten eerste, 24 september). Als Amsterdam nu eens zijn koffieshops sluit en met een startsubsidie naar Napels laat verhuizen? De criminele infrastructuur waar de wiethandel op drijft, is daar in ruime mate aanwezig. De jonge Italiaanse funtoeristen blijven in eigen land (goed voor hun economie) en maken ruimte voor Kocks kwaliteitstoeristen (goed voor Amsterdam). Voor Amsterdamliefhebbers met een smallere beurs komt er een keten voordelige trattoria’s van de keten Napoli. Iedereen tevreden!

Ervin Laszlo en Jude Currivan boek KOSMOS een integrale visie op de wereld (p. 71):
Non-lokaal bewustzijn is bewustzijn dat aan ruimte en tijd ontstijgt en openstaat voor ervaringen die voor onze beperkte fysieke zintuigen ontoegankelijk zijn.

Pim van Lommel boek Eindeloos Bewustzijn – Wetenschappelijke visie op bijna-dood ervaringen (p. 358).
Non-lokale ruimte: Ruimte waar tijd en plaats geen rol spelen, waar alles ogenblikkelijk en continu met elkaar is verbonden. In de non-lokale ruimte is sprake van een verborgen werkelijkheid die constant invloed uitoefent op onze fysieke wereld.
Pim van Lommel: Elke gedachte die we hebben, blijkt dus een vorm van energie die eeuwig blijft bestaan.

Dit verschijnsel wordt in het onderzoeksrapport 'E i V' met complementariteit aangeduid. Pim van Lommel toonde aan dat verruimd bewustzijn (onbewust absoluut Bewustzijn) zonder hersenactiviteit mogelijk is. Keuzes maken we bewust en onbewust.

Het universele denkvermogen is een synoniem voor het universele bewustzijn, het non-lokaal bewustzijn. Het universele bewustzijn is in principe een eenheidsbewustzijn dat geen dualiteit kent.

HPB en De Geheime Leer (Ali Ritsema Theosofia juni 2006):
Het is dankzij het ontwaken of belevendigen van het denkvermogen dat het de mens gegeven is om zelf-bewust te worden. Dit denkvermogen wordt ‘manas’ genoemd. De mens is een denkend wezen. De consequentie van het wekken van dit denkvermogen in de mens is, dat vanaf dat moment mensen verantwoordelijkheid dragen. De wet van karma treedt in werking, die mensen er langzamerhand toe brengt onderscheid te maken tussen goed en kwaad, zodat ze hun weg vinden op de opklimmende boog naar spiritualiteit. Helaas leren wij, mensen, langzaam, omdat we gemakkelijk verleid worden door de materiële kant van het leven en omdat ons denken ons gemakkelijk voor de gek houdt. Daarom zijn lange reeksen incarnaties onvermijdelijk.

G. Barborka boek Het Goddelijke plan - Menswording en Evolutie
Pagina 590: Het thema 'E i V' komt in het hoofdstuk 'Hoe het Ene het Vele wordt' ter sprake.
596/597: De paragraaf Een lijst van met gelijkwaardige termen bevat een overzicht van de synoniemen: Akasha, Universele denkvermogen, Fohat, Drie Logoi.
610: EROS = FOHAT.
De vergelijking van Fohat in de ongeopenbaarde stadia van een Heelal (Pralaya) en Fohat in openbaring (Manvantara) met Eros en Cupido werpt licht op een interessant punt in de Griekse mythologie. Cupido was werkelijk de stralende, gevleugelde god van de liefde in het oude Rome en voor die tijd werd hij in Griekenland op dezelfde wijze bezien onder de naam Eros, die altijd in het gezelschap van zijn moeder Venus (Aphrodite), de godin van de liefde, verkeerde.
610: In deze vroegste drieëenheid zijn dus Chaos (of veeleer Chaino), Chaia en Eros (Chaos, Gaea, Eros) gelijk in betekenis aan Parabrahman (De éne werkelijkheid, Ain-Soph), Mûlaprakriti (p. 602: Voor – kosmische – wortel – substantie) en Fohat (p. 607). Zij vertegenwoordigen dus die stadia van een heelal, die aan de openbaring ervan vooraf gaan.
627: De tweede Logos is de ‘brug’ tussen de ongeopenbaarde Logos (Nârâyana) en de geopenbaarde logos. Īśvara staat voor de ongeopenbaarde Logos en Īśavara voor de geopenbaarde logos.

De Drie Logoi in de esoterie (Triade) brengen de eenheid der tegendelen, de Complementariteit tot uitdrukking.
Atma-Buddhi-Manas (Geest, hogere ongemanifesteerde Zelf) in de mens wordt door de drie Logoi {'Vader, Zoon en Heilige Geest' of 'Brahma, Vishnu en Shiva' (‘Scheppen, Onderhouden en Vernietigen’) of 'Isis, Osirus en Horus'} in de Kosmos weerspiegeld (Weerkaatsing, Toverlantaarn, Tetragrammaton). Alles in het universum ontstaat als gevolg van de interacties van polaire tegenstellingen, de dualiteit in de gemanifesteerde werkelijkheid.

Evolutie en InvolutieÉne werkelijkheidGrote Wet (De wet)Negenenveertig, ‘Gulden middenweg’Recursie (1)
De Ander centraalWet van harmonie‘Zo Boven zo Beneden’'Waarnemer en Waargenomene'Spiegelsymmetrie (2)
'Aether en Ether'Wet van analogie‘Wederkerigheid’Atoom en LevensatoomComplementariteit (3)

Éne werkelijkheid = Scheppingsleer + Evolutieleer. Het Kompaskwadrant is een model dat wordt gebruikt om van boven naar beneden de scheppingsleer en van beneden naar boven de evolutieleer te verklaren.

De levensboom (Omraam Mikhaël Aïvanhov boek Angels and other Mysteries of The Tree of Life of G.A. Barborka boek Het Goddelijke Plan, p. 91) wordt onder meer gebruikt om de hemelse hiërarchie, de engelenleer van Dionysius tot uitdrukking te brengen. In een visioen nam Hildegard van Bingen ook de engelenscharen, de goddelijke sferen waar.

In het geval van de Timaeus hebben we te maken met de constructie van het verslag van de natuurfilosofie als een uiteenzetting van transcendente oorzaken vanuit principes, en het daaropvolgende ontvouwen (Evolutie en Involutie) van het universum zoals het emaneert uit die transcendente oorzaken, die tezamen een opklimmen bemogelijken tot aan de Demiurg als de eerste intelligibile oorzaak van het universum.

Met name de boeken van Ervin Laszlo en het boek Geestkunde van Freek van Leeuwen geven een nieuw perspectief op een oud paradigma. Of met ander woorden voor het nieuwe paradigma geldt er is niets nieuws onder de zon. Daarmee wordt bedoeld dat de natuurlijke grondslag van de dynamiek in de schepping, het levensritme op aarde gelijk blijft. De dynamiek in de schepping vinden we in de rij van Leonardo Fibonacci terug. Maar primair draait het in de mensenwereld om de natuurlijke grondslag van de wederkerigheid die Ervin Laszlo in zijn boek WorldShift2012 aanhaalt.

In het boek van Klaas van Egmond (p. 281) draait het om ‘Wereldbeeld en Mensbeeld’, macroniveau van het zonnestelsel en microniveau van het atoom, ‘Macrokosmos en ‘Microkosmos’, ‘Wat en Hoe’, 'Doel en Middel', 'Wereldbeeld en Levenshouding' de twee kanten van één medaille. Voor de convergentie tussen ‘Mensbeeld en Wereldbeeld’ wordt naar Pauli’s idee van de wereldklok (p. 282) verwezen. Om de wederkerigheid tussen ‘Wereldbeeld en Mensbeeld’ te duiden kan van deze metafoor gebruik worden gemaakt.

De wereldklok is gebaseerd op het uitsluitingsprincipe van Pauli, een kwantummechanisch principe dat stelt dat twee identieke fermionen niet dezelfde kwantumtoestand mogen bezetten.

In de PRANA nr. 181 De weg is het doel (oktober/november 2010) is het artikel Duurzaanheid zonder verbinding met spiritualiteit is een wassen neus van Aat de Kwant opgenomen. Dit artikel verwijst naar het boek De Hele Olifant in Beeld - Inzicht in het bestaan en de werking van Universele wetten en de Gulden Snede van Marja de Vries.
De zeven universele principes die zij in haar boek beschrijft sluiten vrijwel naadloos op de Zeven wijsheidssleutels in het rapport ‘E i V’ aan. Het nulpuntenenergieveld (p. 46) in het boek van de Vries kan met de energiecentra in De Geheime Leer worden vergeleken. De Wet van Trilling (p. 89) heeft op skandhas of trillingen betrekking. Daar waar de Vries het heeft over de Wet van eenheid (p. 46), die door het Principe van Wederkerigheid (p. 199) tot uitdrukking wordt gebracht en de Wet van overeenstemming (p. 60) heeft Blavatsky het in De Geheime Leer over de Wet van harmonie respectievelijk de Wet van analogie ‘Zo boven, zo beneden’. In het kader van de Wet van harmonie heeft de Purucker het over evolutie en involutie.

H.P. BlavatskyG. BarborkaMarja de Vries
Éne werkelijkheidSkandhas (p. 514) en Wet van 'ontstaan' (p. 584)Wet van Trilling (p. 89)
Wet van harmonieWet van herstel van evenwicht (p.65) en Wet van de Wezenlijke Eenheid (p.85)Wet van eenheid (p. 46)
Wet van analogieWet van beweging (p. 153), Wet van evolutie (p. 158) en Zevenvoudige wet (p. 227)Wet van overeenstemming (p. 60)

H.P. Blavatsky: De Geheime Leer Voorwoord ( p. x):
De schrijfster is daarom bereid de volledige verantwoordelijkheid voor de inhoud van dit boek op zich te nemen en zelfs om te worden beschuldigd het helemaal te hebben verzonnen. Ze is zich volkomen bewust dat het veel tekortkomingen heeft; ze maakt er slechts aanspraak op dat, romantisch als het velen misschien toeschijnt, zijn logische samenhang en consistentie aan deze nieuwe Genesis in ieder geval het recht geven op één niveau te worden geplaatst met de ‘werkhypothesen’ die de moderne wetenschap zo gemakkelijk aanvaardt. Verder maakt het er aanspraak op te worden overwogen, niet op grond van enig beroep op dogmatisch gezag, maar omdat het zich nauw aan de Natuur houdt en de wetten van gelijkvormigheid en analogie volgt.
Het doel van dit boek kan aldus worden geformuleerd: aan te tonen dat de Natuur geen ‘toevallig bijeenkomen van atomen’ is, en aan de mens zijn rechtmatige plaats in het plan van het Heelal te geven; de archaïsche waarheden, die de grondslag vormen van alle religies, tegen ontaarding te beschermen en de fundamentele eenheid waaruit zij alle voortkomen enigszins aan het licht te brengen; tenslotte, aan te tonen dat de occulte kant van de Natuur nooit is benaderd door de wetenschap van de moderne beschaving.
H.P. Blavatsky: De Geheime Leer Deel I, Proloog (p. 41):
De occulte catechismus bevat de volgende vragen en antwoorden:
‘Wat is het dat altijd is?’ ‘Ruimte, de eeuwige anupadaka12.’
‘Wat is het dat altijd was?’ ‘De kiem in de wortel.’
‘Wat is het dat altijd komt en gaat?’ ‘De grote adem.’
‘Is er dus drie keer iets eeuwigs?’ ‘Neen, de drie zijn één.
Wat altijd is, is één; wat altijd was, is één; wat altijd bestaat en wordt, is ook één: en dit is Ruimte.’
‘Verklaar dit, o lanoo (leerling).’ ‘Het Ene is een ongebroken cirkel (ring) zonder omtrek, want het is nergens en overal; het Ene is het grenzeloze vlak van de cirkel, die alleen gedurende de tijdperken van een manvantara een middellijn manifesteert; het Ene is de ondeelbare punt die tijdens die perioden nergens wordt gevonden en overal wordt waargenomen; het is het verticale en het horizontale, de vader en de moeder, de top en de basis van de vader, de twee uitersten van de moeder, dat in werkelijkheid nergens heen reikt, want het Ene is de ring en evenzo de ringen die binnen die ring zijn. Licht in duisternis en duisternis in licht: de ‘adem die eeuwig is’. Het beweegt zich van buiten naar binnen wanneer het overal is en van binnen naar buiten als het nergens is – (dat is maya13, een van de middelpunten14). Het breidt zich uit en trekt samen (uitademing en inademing). Als het zich uitbreidt, verspreidt en verstrooit de moeder zich; wanneer het samentrekt, trekt de moeder zich terug en verzamelt zich. Dit brengt de perioden van evolutie en ontbinding teweeg, manvantara en pralaya. De kiem is onzichtbaar en vurig; de wortel (het vlak van de cirkel) is koel; maar tijdens evolutie en manvantara is haar kleed koud en stralend. Hete adem is de vader die het kroost van het element met de vele gezichten (het heterogene) verslindt en die met één gezicht (het homogene) ongemoeid laat. Koele adem is de moeder, die ze ontvangt, vormt, voortbrengt en terugontvangt in haar schoot, om ze te hervormen bij de dageraad (van de dag van Brahma, of manvantara). . . .’
12) Dit betekent ‘ouderloos’; zie hierna.
13) De esoterische filosofie die ieder eindig ding als maya (of de illusie van de onwetendheid) beschouwt, moet noodzakelijk iedere planeet en ieder lichaam binnen de kosmos in hetzelfde licht zien, en wel als iets dat tot stand is gebracht en dus eindig. De uitdrukking ‘het beweegt zich van buiten naar binnen, enz.’ heeft dus in het eerste deel van de zin betrekking op de dageraad van het maha-manvantarische tijdperk, of de grote nieuwe evolutie na een van de volledige periodieke ontbindingen van iedere samengestelde vorm in de Natuur (van planeet tot molecule) in zijn uiterste essentie of element, en in het tweede deel van de zin op het gedeeltelijke of plaatselijke manvantara, dat een zonne- of zelfs een planetair manvantara kan zijn.
14) Met ‘middelpunt’ wordt een energiecentrum of een kosmisch brandpunt bedoeld; als de zogenaamde ‘schepping’ of vorming van een planeet wordt teweeggebracht door die kracht die de occultisten LEVEN noemen en de wetenschap ‘energie’, dan heeft het proces van binnen naar buiten plaats. Men zegt dat ieder atoom in zichzelf de scheppende energie van de goddelijke adem bevat. Dus, na een absolute pralaya, of wanneer het vooraf bestaande materiaal slechts bestaat Uit EEN element en de ADEM ‘overal is’, werkt laatstgenoemde van buiten naar binnen. Na een kleine pralaya daarentegen, wanneer alles in statu quo is gebleven – in een bevroren toestand, om zo te zeggen, zoals de maan – beginnen bij de eerste trilling van het manvantara de planeet of planeten hun wederopstanding tot het leven van binnen naar buiten.
De Geheime Leer Deel I Stanza 4 De zevenvoudige hiërarchieën (p. 129):
Svabhavat is de mystieke essentie, de plastische wortel van de stoffelijke Natuur – ‘getallen’ wanneer gemanifesteerd; het getal in zijn eenheid van substantie op het hoogste gebied. De naam wordt gebruikt door de boeddhisten en is een synoniem voor de viervoudige anima mundi, de kabbalistische ‘wereld van de archetypen’, waaruit de ‘scheppende, vormende en stoffelijke werelden’ voortkomen, de scintillae of vonken – de verschillende andere werelden, die zich in de laatste drie bevinden. De werelden zijn alle onderworpen aan heersers of regeerders – rishi’s en pitri’s bij de hindoes, engelen bij de joden en de christenen, goden bij de Ouden in het algemeen.
De Geheime Leer Deel I, Stanza 5 Fohat: het kind van de zevenvoudige hiërarchieën (p. 158/159):
De lipika’s (van wie een beschrijving is gegeven in de Toelichting op Stanza IV, no. 6) zijn de geesten van het Heelal, terwijl de bouwers alleen maar onze eigen planeetgoden zijn. Eerstgenoemden spelen een rol in het meest occulte gedeelte van het ontstaan van de Kosmos, dat hier niet kan worden gegeven. Of de adepten (zelfs de hoogste) deze orde van engelen voor wat betreft hun drie graden volledig kennen, of alleen de laagste graad daarvan, die in verband staat met de annalen van onze wereld, kan de schrijfster niet zeggen. Zij zou geneigd zijn het laatste te veronderstellen. Over de hoogste graad wordt maar één ding geleerd: de lipika’s staan in verband met karma – omdat ze dit rechtstreeks vastleggen23.
159/160: (a) De esoterische betekenis van de eerste zin van de sloka is, dat degenen die lipika’s zijn genoemd, de schrijvers van het karmische grootboek, een ondoordringbare versperring oprichten tussen het persoonlijke ego en het onpersoonlijke zelf, het noumenon en de oerbron van de eerstgenoemde. Vandaar de allegorie. Zij omgeven de gemanifesteerde wereld van stof met de ring ‘verder niet’. Deze wereld is het (objectieve) symbool van het ENE, dat op de gebieden van de illusie is verdeeld in het vele, van Adi (de ‘eerste’) of van Eka (de ‘ene’); en dit Ene is het collectieve aggregaat of het geheel van de belangrijkste scheppers of architecten van dit zichtbare heelal.
23) Het symbool voor heilige en geheime kennis was in de oudheid steeds een boom, waarmee ook een geschrift of een verslag werd bedoeld. Vandaar het woord lipika’s, de ‘schrijvers’; de ‘draken’, symbolen van wijsheid, die de bomen van kennis bewaken; de ‘gouden’ appelboom van de Hesperiden; de ‘weelderige bomen’ en plantengroei van de berg Meru, die worden bewaakt door een slang. Juno, die aan Jupiter bij hun huwelijk een boom met gouden vruchten geeft, is een andere vorm van Eva, die Adam de appel van de boom van kennis aanbiedt.
160: Vandaar de allegorie. De lipika’s scheiden de wereld (of het gebied) van de zuivere geest van die van de stof. Zij die ‘afdalen en opklimmen’ – de incarnerende monaden en de mensen die streven naar loutering en die ‘opstijgen’, maar het doel nog niet geheel hebben bereikt – kunnen de ‘cirkel van het verder niet’ pas overschrijden op de dag ‘wees-met-ons’; op de dag waarop de mens zich bevrijdt van de boeien van de onwetendheid en volledig de niet-afgescheidenheid inziet van het ego binnen zijn persoonlijkheid – die hij ten onrechte als zijn eigendom beschouwt – van het UNIVERSELE EGO (anima supra-mundi) en daardoor opgaat in de Ene Essentie om niet alleen één ‘met ons’ te worden (de gemanifesteerde universele levens, die ‘EEN’ LEVEN zijn), maar juist dat leven zelf.
162/163: Behalve de ‘schrijvers’ (lipika’s) heeft nooit een geest zijn verboden lijn overschreden, en geen enkele zal dit doen vóór de tijd van het volgende pralaya, want het is de grenslijn, die het eindige – hoe oneindig dit zich ook voordoet voor de mens – scheidt van het ware ONEINDIGE. De geesten die werden aangeduid als degenen die ‘afdalen en opklimmen’ zijn dus de ‘menigten’ van wat wij nu maar ‘hemelse wezens’ noemen. Maar in werkelijkheid zijn ze dat in het geheel niet. Het zijn wezens van de hogere werelden in de hiërarchie van het Zijn, zo onmetelijk hoog, dat zij ons als goden moeten toeschijnen, en gezamenlijkGOD. Maar wij sterfelijke mensen moeten ook zo toeschijnen aan de mier, die volgens haar speciale vermogens redeneert.
163: De wetenschap heeft alleen het recht te beweren dat er geen onzichtbare intelligenties onder dezelfde omstandigheden als wij leven. Zij kan niet zomaar de mogelijkheid ontkennen van het bestaan van werelden binnen werelden, onder omstandigheden die volkomen verschillen van die in onze wereld; noch kan zij ontkennen dat er een zekere beperkte communicatie29 kan bestaan tussen sommige van die werelden en de onze. Er wordt ons geleerd dat de zeven orden van zuivere goddelijke geesten tot de hoogste van deze werelden behoren; tot de zes lagere behoren hiërarchieën die nu en dan door mensen kunnen worden gehoord en gezien, en die inderdaad in verbinding staan met hun nakomelingen op aarde.
29) Immanuel Kant, de grootste filosoof die in Europa is geboren, verzekert ons dat zo’n communicatie beslist niet onwaarschijnlijk is. ‘Ik geef toe dat ik sterk geneigd ben het bestaan van onstoffelijke naturen in de wereld te erkennen, en mijn eigen ziel in de categorie van deze wezens te plaatsen. Eens, ik weet niet waar of wanneer, zal worden bewezen dat de menselijke ziel ook in dit leven in onverbrekelijke verbinding staat met alle onstoffelijke naturen in de geestenwereld en dat zij zowel op deze inwerkt als indrukken van hen ontvangt.’ (Träume eines Geistersehers, aangehaald door C.C. Massey, in zijn voorwoord bij Von Hartmanns ‘Spiritismus’.)
De Geheime Leer Deel I, Stanza 6 Onze wereld, haar groei en ontwikkeling (p. 177/178):
De occultisten die – als ze zich precies willen uitdrukken – niet zeggen dat de stof, maar alleen de substantie of essentie van de stof (d.w.z. de wortel van alles, Mulaprakriti), onvernietigbaar en eeuwig is, beweren dat al de zogenaamde natuurkrachten, elektriciteit, magnetisme, licht, warmte, enz. stellig geen bewegingsvormen van stofdeeltjes zijn, maar dat ze in esse, dat is naar hun innerlijke bouw, de gedifferentieerde aspecten zijn van die Universele Beweging, die op de eerste bladzijden van dit Deel (zie de Proloog) wordt besproken en verklaard. Als men zegt dat fohat ‘zeven layacentra’ voortbrengt, betekent dit dat de GROTE WET (theïsten mogen die God noemen) voor vormgevende of scheppende doeleinden haar eeuwigdurende beweging op zeven onzichtbare punten binnen het gemanifesteerde Heelal laat ophouden of liever gezegd, wijzigt. ‘De grote Adem graaft door de Ruimte heen zeven gaten in laya, om die tijdens het manvantara te laten ronddraaien’ (Occulte catechismus). We hebben gezegd dat laya is, wat de wetenschap het nulpunt of de nullijn zou kunnen noemen; het rijk van de absolute negativiteit, of de ene werkelijke absolute kracht, het NOUMENON van de zevende toestand van wat wij in onze onwetendheid ‘kracht’ noemen en als zodanig erkennen; of ook wel het noumenon van de ongedifferentieerde kosmische substantie, die zelf een onbereikbaar en onkenbaar object is voor de begrensde waarneming; de wortel en de grondslag van alle objectieve en subjectieve toestanden; de neutrale as, niet een van de vele aspecten, maar het middelpunt ervan. Men kan de betekenis verduidelijken als men probeert zich een neutraal middelpunt voor te stellen – de droom van de zoekers naar een eeuwigdurende beweging. Een ‘neutraal middelpunt’ is in een bepaald opzicht het grenspunt van een gegeven stel zintuigen. Stel u daarom twee opeenvolgende reeds gevormde gebieden van stof voor, waarvan elk correspondeert met een passend stel waarnemingsorganen. We moeten toegeven dat tussen deze twee gebieden van stof een onophoudelijke circulatie plaatsvindt, en als we de atomen en moleculen van (zeg) het laagste gebied volgen bij hun transformatie in opgaande richting, dan zullen deze op een punt komen, waarop ze geheel buiten het bereik vallen van de vermogens die we op het lagere gebied gebruiken.
De Geheime Leer Deel I hoofdstuk Enkele vroegere theosofische misvattingen over planeten, ronden en de mens (p. 182):
Onder de elf weggelaten stanza’s is er een, die een volledige beschrijving geeft van de vorming van de opeenvolgende planeetketens, nadat de eerste kosmische en atomaire differentiatie was begonnen in het oorspronkelijke akosmische. Het is zinloos te spreken over ‘wetten die ontstaan als de godheid zich voorbereidt om te scheppen’, want (a) wetten zijn, of beter DE WET is, eeuwig en ongeschapen; en (b) de godheid is wet, en omgekeerd. Bovendien ontvouwt de ene eeuwige WET alles in de (toekomstige) gemanifesteerde Natuur volgens een zevenvoudig beginsel (factorgetal); daartoe behoren ook de talloze kringvormige ketens van werelden, die bestaan uit zeven bollen, trapsgewijze gerangschikt op de vier lagere gebieden van de wereld van vorming (de drie andere behoren tot het Heelal van de archetypen). Van deze zeven valt er maar één, de laagste en meest stoffelijke van die bollen, binnen ons gebied van waarneming; de zes andere liggen daarbuiten en zijn daarom voor het aardse oog onzichtbaar. Elk van die ketens van werelden is de nakomeling en schepping van een andere, lagere en dode keten – haar reïncarnatie om zo te zeggen.
De Geheime Leer Deel I hoofdstuk Aanvullende feiten en verklaringen over de bollen en de monaden (p. 206):
Alles in het Heelal volgt de wet van de analogie. ‘Zo boven, zo beneden’; de mens is de microkosmos van het Heelal. Wat plaatsvindt op het geestelijke gebied, herhaalt zich op het kosmische gebied. Het concrete volgt het voorbeeld van het abstracte; het laagste moet overeenkomen met het hoogste; het stoffelijke met het geestelijke. Overeenkomend met de kroon van de sephiroth (of de hoogste triade) zijn er dus de drie elementalenrijken, die voorafgaan aan het delfstoffenrijk (zie het diagram op blz. 277 in Five Years of Theosophy) en die, om de taal van de kabbalisten te gebruiken, in de kosmische differentiatie overeenstemmen met de werelden van vorm en stof, van de bovengeestelijke tot die van de archetypen.
De Geheime Leer Deel I, Stanza 6 Vervolg (p. 231/232):
Want de archaïsche sterrenkunde en de oude wis- en natuurkunde formuleerden opvattingen die identiek waren met die van de moderne wetenschap, en een groot aantal had een meer doorslaggevende betekenis. Een ‘strijd om het bestaan’ en een ‘overleven van de geschiktsten’, zowel in de werelden boven als op onze planeet hier beneden, worden uitdrukkelijk verkondigd. Hoewel deze leer niet ‘volledig door de wetenschap zou worden verworpen’, zal zij als geheel beslist worden afgewezen. Want zij beweert dat er maar zeven uit zichzelf geboren oorspronkelijke ‘goden’ zijn, die zijn uitgestraald door de drie-enige ENE. Dit betekent met andere woorden, dat elke wereld of elk hemellichaam (altijd naar strikte analogie) uit een andere is gevormd, nadat de oorspronkelijke manifestatie aan het begin van de ‘grote eeuw’ is volbracht. De geboorte van de hemellichamen in de Ruimte wordt vergeleken met een menigte ‘pelgrims’ bij het feest van de ‘vuren’.
234/235: Bovendien moeten wij bedenken dat de wet van de analogie zowel voor de werelden als voor de mens geldt en dat, evenals ‘De ENE (godheid) twee (deva of engel) wordt, en twee drie (of mens) wordt’, enz., ons ook wordt geleerd dat het stremsel (wereld-stof, ‘mind-stuff’) tot zwervers (kometen) wordt, dat deze sterren worden, en de sterren (de centra van wervelwinden) onze zon en planeten – om het kort te zeggen25.
25) Dit kan niet zo erg onwetenschappelijk zijn, want ook Descartes dacht dat ‘de planeten om hun as draaien omdat zij eens lichtgevende sterren waren, de middelpunten van wervelbewegingen’.
De Geheime Leer Deel I, (p. 241):
(a) De hiërarchie van de scheppende krachten wordt esoterisch verdeeld in zeven (of 4 en 3), binnen de twaalf grote orden die zijn weergegeven in de twaalf tekens van de Dierenriem; de zeven van de zich manifesterende reeks staan bovendien in verband met de zeven planeten. Ze zijn alle onderverdeeld in talloze groepen van goddelijk-geestelijke, halfgeestelijke en etherische wezens.
De voornaamste hiërarchieën hiervan worden exoterisch aangeduid in het grote Viertal, of de ‘vier lichamen en de drie vermogens’ van Brahma, en in de Panchasyam, de vijf Brahma’s, of de vijf Dhyani-Boeddha’s in het boeddhistische stelsel.
De hoogste groep is samengesteld uit de zogenaamde goddelijke Vlammen, ook de ‘Vurige Leeuwen’ en de ‘Leeuwen van het Leven’ genoemd; hun esoterie is veilig verborgen in het teken Leeuw van de Dierenriem. Zij is het kernlichaam van de hoogste goddelijke wereld (zie de Toelichting op de eerste bladzijden van het Aanhangsel). Ze zijn de vormloze vurige Ademingen, in één opzicht identiek met de hoogste TRIADE van de sephiroth, die door de kabbalisten wordt geplaatst in de ‘wereld van de archetypen’.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 9 De maan, Deus Lunus, Phoebe (p. 423):
Daarom is zij de oervorm van onze drie-eenheid, die niet altijd geheel mannelijk is geweest. Het getal zeven, dat in de bijbel zo op de voorgrond treedt en zo wordt geheiligd in zijn zevende (sabbath) dag, kwam uit de oudheid tot de joden en vond zijn oorsprong in het viervoudige getal 7, besloten in de 28 dagen van de maanmaand, waarvan elk zevental wordt gekarakteriseerd door een kwartier van de maan.
428/429: Zo is in de Kabbala deze cirkel met zijn middellijn het teken van de tien sephiroth of emanaties, die de Adam Kadmon, de archetypische mens samenstellen, de scheppende oorsprong van alle dingen. . . . Dit denkbeeld om de cirkel en zijn middellijn, dat is het getal tien, te verbinden met de betekenis van de voortplantingsorganen en de allerheiligste plaats, werd bouwkundig tot uiting gebracht in de koningskamer of het Heilige der Heiligen van de grote Piramide, in het tabernakel van Mozes en in het Heilige der Heiligen van de tempel van Salomo. . . . Het is de afbeelding van een dubbele baarmoeder, want in het Hebreeuws is de letter hé ה zowel het getal 5 als het symbool van de baarmoeder en tweemaal 5 is 10 of het fallische getal.’
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 11 Demon est deus inversus (p. 462/463):
Men kent de boom aan zijn vruchten’ – de aard van een god aan zijn daden. Deze laatste moeten we òf beoordelen naar de dode-letter-verhalen, òf allegorisch opvatten. Als we beiden vergelijken – Vishnu als de verdediger en kampioen van de verslagen goden, en Jehova, de verdediger en kampioen van het ‘uitverkoren’ volk, ongetwijfeld zo genoemd als antifrase, omdat de joden zelf die ‘jaloerse’ god hebben gekozen – dan zullen we ontdekken dat zij beiden gebruikmaken van bedrog en list. Zij doen dat volgens het beginsel dat ‘het doel de middelen heiligt’, om de overhand te krijgen op hun respectievelijke tegenstanders en vijanden – de demonen. Terwijl dus (volgens de kabbalisten) Jehova in de Hof van Eden de gedaante aanneemt van de verleidende slang, en hij satan een bijzondere opdracht geeft om Job in verleiding te brengen, en de farao kwelt en verveelt met Saraï, de vrouw van Abraham, en zijn hart tegen Mozes ‘verhardt’, opdat er een gelegenheid zal zijn om zijn slachtoffers ‘met grote plagen’ het leven zuur te maken (Genesis xii, Exodus) – laat men Vishnu in zijn Purāna zijn toevlucht nemen tot een streek die een achtenswaardige god niet minder onwaardig is.
‘Heb mededogen met ons, o Heer en bescherm ons, die tot u zijn gekomen om hulp tegen de daitya’s (demonen)!’ smeken de verslagen goden. ‘Zij hebben zich meester gemaakt van de drie werelden en zich de offers toegeëigend die ons deel zijn, terwijl zij er zorg voor droegen dat de voorschriften van de Veda’s niet worden overtreden. Hoewel wij, evenals zij, delen van u zijn . . omdat zij zich bewegen op de paden die door de heilige schrift worden voorgeschreven . . . is het ons onmogelijk om ze te vernietigen. Gij, met uw onmetelijke wijsheid (ameyātman), onderricht ons in de ene of andere list waardoor wij de vijanden van de goden kunnen uitroeien!’
‘Toen de machtige Vishnu hun verzoek hoorde, liet hij vanuit zijn lichaam een bedrieglijke gedaante (māyāmoha, de ‘misleider door illusie’) uitgaan, die hij aan de goden gaf, en hij sprak: ‘Deze māyāmoha zal de daitya’s volledig misleiden, zodat zij van het pad van de Veda’s worden afgeleid en kunnen worden gedood. . . . Ga dan en vrees niet. Laat dit bedrieglijke beeld voor u uitgaan. Het zal u deze dag een grote dienst bewijzen, o goden!’’
‘Hierna daalde de grote bedrieger māyāmoha af naar de aarde, zag dat de daitya’s bezig waren met ascetische boetedoeningen, naderde hen in de gedaante van een digambara (naakte bedelmonnik) met geschoren hoofd . . . en hij sprak hen op vriendelijke toon aan: ‘O heren van het daitya-ras, waarom verricht u deze boetedoeningen?’’ enz. (Deel II, xviii.)
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 13 De zeven scheppingen (p. 499):
Dit vijfde evolutiestadium, exoterisch ‘schepping’ genoemd, kan men zowel in de primaire als in de secundaire periode zien, in de ene als het geestelijke en kosmische, in de andere als het stoffelijke en aardse. Het is archibiosis of ontstaan van leven – ‘ontstaan’ natuurlijk voor zover het de manifestatie van leven op alle zeven gebieden betreft. In deze periode van de evolutie differentieert de absolute eeuwige universele beweging of trilling, dat wat in esoterische taal ‘de GROTE ADEM’ wordt genoemd, zich tot het oorspronkelijke, eerst gemanifesteerde ATOOM. Naarmate de scheikunde en de natuurkunde vorderen, vindt dit occulte axioma meer en meer bevestiging bij de geleerden: de wetenschappelijke hypothese, dat zelfs de eenvoudigste elementen van de stof dezelfde aard hebben en alleen van elkaar verschillen tengevolge van de verscheidenheid van de verdeling van de atomen in de molecule of het stofdeeltje, of door de manier van atoomtrilling, wint elke dag meer terrein.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 14 De vier elementen (p. 510):
Sir W. Grove, F.R.S. zegt over de wisselwerking van krachten (Wederkerigheid): ‘Wanneer de Ouden een natuurlijk verschijnsel waarnamen, waarop gewone analogieën niet van toepassing waren en dat niet door enige aan hen bekende mechanische werking kon worden verklaard, schreven zij het toe aan een ziel, een geestelijke of bovennatuurlijke kracht. . . . Lucht en gassen beschouwde men eerst ook als geestelijk, maar later werd er een meer stoffelijk karakter aan gegeven; en met dezelfde woorden πνεῦμα, geest, enz. werden de ziel en een gas aangeduid; zelfs het woord gas, van geist, een spook of geest, is een voorbeeld van de geleidelijke omzetting van een geestelijk in een stoffelijk begrip . . .’ (blz. 89).
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 14 Krachten – bewegingsvormen of intelligenties? (p. 669):
Van goden tot mensen, van werelden tot atomen, van een ster tot een nachtpitje, van de zon tot de levenswarmte van het meest onbetekenende organische wezen – is de wereld van vorm en bestaan een enorme keten, waarvan de schakels alle zijn verbonden. De wet van de analogie is de eerste sleutel tot het wereldprobleem, en men moet deze schakels naast elkaar bestuderen voor wat betreft hun onderlinge occulte relaties.
671/672: Als we zelfs in de wereld waarmee we bekend zijn, stof vinden die een gedeeltelijke analogie met het vreemde idee van zulke onzichtbare werelden oplevert, dan schijnt het niet moeilijk te zijn om de mogelijkheid van het bestaan daarvan te erkennen. De staart van een komeet die, hoewel hij onze aandacht trekt door zijn helderheid, toch niet ons gezicht verstoort of belemmert op objecten die we er doorheen en erachter waarnemen, levert de eerste stap naar een bewijs ervan.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 16 Cyclische evolutie en karma (p. 703):
Het ENE LEVEN staat in nauw verband met de ene wet die de wereld van het Zijn beheerst – KARMA. Exoterisch gezien is dit eenvoudig en letterlijk ‘handeling’, of liever een ‘gevolg-teweegbrengende oorzaak’. Esoterisch gezien is het echter met zijn vèrreikende morele gevolgen iets heel anders. Het is de onfeilbare WET VAN DE VERGELDING.
704: De cyclussen zijn ook onderworpen aan de gevolgen die door deze activiteit ontstaan. ‘Het ene kosmische atoom wordt zeven atomen op het gebied van de stof, en elk wordt in een energiecentrum omgezet; datzelfde atoom wordt zeven stralen op het gebied van de geest, en de zeven scheppende natuurkrachten, die van de wortel-essentie uitstralen . . . volgen, de ene het rechter-, de andere het linkerpad, gescheiden tot het einde van de kalpa en toch nauw met elkaar verbonden. Wat verenigt ze? KARMA.’ De atomen die uit het centrale punt zijn uitgestraald, emaneren op hun beurt nieuwe energiecentra, die onder de latente adem van fohat hun werk van binnen naar buiten beginnen en zich vermenigvuldigen tot andere kleinere centra. Deze vormen in de loop van de evolutie en de involutie op hun beurt de wortels of de oorzaken van nieuwe gevolgen, van werelden en ‘mensendragende’ bollen tot de geslachten, soorten en klassen van alle zeven rijken (waarvan wij er maar vier kennen). Want ‘de gezegende werkers hebben in de eeuwigheid het Thyan-kam ontvangen’ (‘De aforismen van Tson-ka-pa’).
714: Het is dus niet karma dat beloont of straft, maar wij belonen of straffen onszelf, al naar gelang wij met de natuur samenwerken en door middel van haar handelen, en ons houden aan de wetten waarop die harmonie berust, of – die wetten overtreden.
714/715: Als niemand zijn broeder kwaad deed, zou karma-Nemesis geen reden hebben tot handelen, en geen wapens om te gebruiken. De voortdurende aanwezigheid in ons midden van alle elementen van strijd en tegenstelling en de verdeling van rassen, volkeren, stammen, gemeenschappen en individuen in Kaïns en Abels, wolven en lammeren, zijn de voornaamste oorzaken van de ‘wegen van de voorzienigheid’. We vormen deze talrijke kronkelwegen van ons lot dagelijks met eigen handen, terwijl we ons verbeelden dat we een spoor volgen op de koninklijke hoofdweg van fatsoen en plicht, en klagen dan dat die wegen zo ingewikkeld en duister zijn. We zijn verbijsterd over het mysterie dat we zelf hebben gemaakt en over de raadsels van het leven die we maar niet oplossen, en we beschuldigen dan de grote sfinx dat ze ons verslindt. Maar er is werkelijk geen ongeval in ons leven, geen ongeluksdag en geen tegenspoed, die niet kan worden herleid tot onze eigen daden in dit of in een ander leven. Als men de wetten van harmonie overtreedt of, zoals een theosofische schrijver het uitdrukt, ‘de wetten van het leven’, moet men erop zijn voorbereid tot de chaos te vervallen die men zelf heeft voortgebracht. Want volgens dezelfde schrijver ‘is de enige conclusie waartoe men kan komen, dat deze levenswetten zichzelf wreken, en dus dat elke wrekende engel slechts een symbool van hun reactie is’.

De Geheime Leer Deel II, Stanza 1 Het begin van BEWUST LEVEN (p. 38/39):
De verklaring ervan wordt duidelijk wanneer men de oude symbolen beziet: deze zijn alle gebaseerd op en gaan uit van de figuren uit het archaïsche handschrift, die werden gegeven in de proloog van Deel I. Het symbool van de evolutie en van de val in de voortbrenging of de stof, treft men aan in de oude Mexicaanse beeldhouwwerken en schilderingen, evenals in de kabbalistische sephiroth en de Egyptische tau. Onderzoek het Mexicaanse handschrift (Add. MSS. Brit. Mus. 9789); u zult daarin een boom vinden waarvan de stam is bedekt door tien vruchten, klaar om te worden geplukt door een man aan de ene en een vrouw aan de andere kant ervan, terwijl uit de kroon van de stam twee takken horizontaal naar rechts en naar links uitsteken en zo een volmaakte (tau) vormen. De uiteinden van de twee takken dragen bovendien elk een drievoudige tros, terwijl een vogel – de vogel van de onsterfelijkheid, atman of de goddelijke geest – daartussenin zit en zo de zevende vormt. Dit geeft hetzelfde denkbeeld weer als de sephiroth-boom, tien in totaal, maar waarvan er, na afscheiding van de bovenste triade, zeven overblijven. Dit zijn de hemelse vruchten, de tien of 10, geboren uit de twee onzichtbare mannelijke en vrouwelijke zaden, waardoor de 12 of de dodecaëder van het Heelal ontstaat. Het mystieke stelsel bevat de . , het middelpunt; de 3 of ; de vijf, , en de zeven of , of ook ; de driehoek in het vierkant en het samenvattende punt in de dooreengevlochten dubbele driehoeken. Dit wat betreft de wereld van de archetypen. De wereld van de verschijnselen bereikt haar hoogtepunt en de weerspiegeling van alles in de MENS. Daarom is hij het mystieke vierkant – in zijn metafysische aspect – de Tetraktis, en wordt op het scheppende gebied de kubus. Zijn symbool is de uitgevouwen kubus en de 6 die 7 wordt, of de , drie dwars (het vrouwelijke) en vier verticaal; en dit is de mens, het hoogste wat de godheid op aarde bereikt; zijn lichaam is het kruis van vlees, waarop, waardoor, en waarin hij eeuwig de goddelijke logos of zijn HOGERE ZELF kruisigt en ter dood brengt.
De Geheime Leer Deel II, Stanza 6 Enkele woorden over ‘zondvloeden’ en ‘noachs’ (p. 171/172):
Analogie is de leidende wet in de Natuur, de enige ware draad van Ariadne, die ons langs de onontwarbare wegen van haar domein kan voeren naar haar eerste en laatste mysteriën. De Natuur is als scheppend vermogen oneindig, en geen enkele generatie van natuurkundigen kan zich er ooit op beroemen de lijst van haar middelen en methoden te hebben uitgeput, hoe uniform de wetten die zij volgt ook zijn.
De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk 20 Prometheus, de titan Zijn oorsprong in het oude India (p. 590):
Tegenwoordig bestaat er bij de beste Europese kenners van de symboliek geen enkele twijfel dat de naam Prometheus in de oudheid de diepste en geheimzinnigste betekenis bezat. De schrijver van de Mythologie de la Grèce Antique zegt bij het beschrijven van de geschiedenis van Deukalion, die door de Boeotiërs als de voorvader van de menselijke rassen werd beschouwd en die volgens de veelzeggende legende de zoon van Prometheus was: ‘Prometheus is iets meer dan het archetype van de mensheid; hij is de verwekker ervan. Op dezelfde manier waarop we Hephaestus de eerste vrouw (Pandora) zagen vormen en tot leven brengen, kneedt Prometheus de vochtige klei waaruit hij het lichaam van de eerste mens vormt, die hij de zielenvonk zal schenken’ (Apollodorus, I, 7, 1).

De Geheime Leer Deel III, p. 651: Skandha’s zijn de kiemen van het leven op alle zeven gebieden van het bestaan en vormen de samenheid van de subjectieve en de objectieve mens. Elke trilling die wij hebben doen ontstaan is een skandha.
De exoterische skandha’s hebben met de stoffelijke atomen en trillingen of de objectieve mens te maken, de esoterische met de innerlijke en subjectieve mens.

Hoofdstuk 11 Vishnu Zijn Attributen en de Maand-orde van Hem als de Zonnegod
(18) S'rî S'uka zei: 'In Krita-yuga wordt door de mensen van die tijd de religie gehandhaafd met al haar vier poten van waarheid [satya], mededogen [dayâ], boete [tapas] en liefdadigheid [dâna, of ook wel s'auca, zuivering [**], vergelijk 1.17: 24, 3.11: 21 en zie niyama].

Chapter 11: Division of Time Expanding from the Atom
(18) Maitreya said: 'The four yugas [ages or millennia] called Satya, Tretâ, Dvâpara and Kali together take approximately 12.000 years [or one mahâyuga] of the demigods [comprising 360 vatsaras each]. (19) The subsequent yugas starting with Satya-yuga are each respectively four, three, two and one time 1.200 demigod years long. (20) Experts say that the transitional periods at the beginning and end of each yuga cover several hundreds of demigod years and that they are the millennia [like the millennium we live in now] wherein all kinds of religious activities take place. (21) The complete sense of duty of mankind concerning its four principles of religion [of satya, dayâ, tapas, s'auca; truth, compassion, penance and purity] was during Satya-yuga properly maintained, but in the other yugas the principles gradually declined one by one [first penance, then compassion, then purity] with an increasing tolerance for irreligion. (22) Next to the one thousand [mahâ-]yugas that, o dear one, together constitute one day of Brahmâ [of 4.32 billion years] of the external reality of the three worlds [the heavenly, svarga; earthly, martya and lower, pâtâla ones], there is also a night just as long wherein the Creator of the universe goes asleep. (23) Following the end of the night when another day of Lord Brahmâ begins, the creation of the three worlds that in its totality covers the lives of fourteen Manus, starts all over. (24) Each Manu enjoys a time of living of a little more than seventy-one [mahâ-]yugas.
Text 21
The complete sense of duty of mankind concerning its four principles of religion [of satya, dayâ, tapas, s'auca; truth, compassion, penance and purity] was during Satya-yuga properly maintained, but in the other yugas the principles gradually declined one by one [first penance, then compassion, then purity] with an increasing tolerance for irreligion.
The complete sense of duty of mankind in its four principles of religion [of satya, dayâ, tapas, s'auca; truth, compassion, penance and cleanliness] was during Sathya-yuga properly maintained, but certainly in the other yugas the principles gradually declined one by one with irreligion proportionately being more and more admitted. (Vedabase)

Chapter 17: Punishment and Reward of Kali
(24) Penance, cleanliness, compassion and truthfulness [tapas, s'auca, dayâ, satya] are the legs that established the age of truth [Satya-yuga, the 'old days'], but because of irreligiosity three of them have broken in conceit, clinging to intercourse and intoxication.
Text 24
Penance, cleanliness, compassion and truthfulness [tapas, s'auca, dayâ, satya] are the legs that established the age of truth [Satya-yuga, the 'old days'], but because of irreligiosity three of them have broken in conceit, clinging to intercourse and intoxication.
Austerity, cleanliness, compassion and thruthfullness [tapas, s'auca, dayâ, sathya] are the legs that established the age of truth [Sathya Yuga, the'old days'], but from irreligiosity three of them broke in pride, too much association with women and intoxication. (Vedabase)

Het volmaakte getal 10 (1 + 2 + 3 + 4) wordt in de metafysische wereld verzinnebeeld door de 4 of de Tetraktys. Het laat zien dat er aan de wereld van de eeuwig wederkerende verschijnselen (Aldous Huxley: ‘perennial’, Friedrich Nietzsche: ‘ewige Wiederkehr’), een eeuwige natuurlijke ordening, een blauwdruk, het factorelement, een bepaalde natuurconstante? ten grondslag ligt. De Triade, de triniteit vormt de natuurlijke eenheid 'Ruimte, Materie en Tijd' en de Tetrade vormt de natuurlijke selectie. Bij de natuurlijke selectie gaat het primair om de context 'Uw wil geschiede'. Richard Dawkins heeft gelijk wanneer hij stelt dat het bij levensprocessen om natuurlijke selectie gaat. Het rapport 'E i V' wil aantonen dat de kwintessens van het verhaal echter gelijk blijft. De structuur van de eeuwige wederkeer impliceert een Droste-effect. Dit proces van zelfverwijzing heet recursie.

====

4e Dimensie (Drie domeinen, Tetrade, Vier oorzaken-leer, Twee kanten van één medaille)

De Amerikaanse natuurkundige Greg Landsberg speculeert over verdwijnende ruimtelijke dimensies
Doorbraak of gelul in de ruimte? (Volkskrant 25 september 2010)
Het nieuwe paradigma van Greg Lansberg is bijzonder interessant. Ook in het onderzoeksrapport ‘E i V’ komt naar voren dat de 4e dimensie speculatief is. Dimensie is al een onduidelijk begrip omdat het eerder om een concept, een perspectief, een manier van kijken naar de werkelijkheid, dus om een gezichtspunt gaat. Een driemensionale structuur kunnen we waarnemen, de verdwijnende 4e dimensie (what ever that may be) is nog nooit waargenomen.

De 4e dimensie, de relatieve tijd scheidt verleden en toekomst, de 'Ruimte-tijd - Spiegelsymmetrie'. Of met andere woorden de relatieve tijd verbindt de Ruimte-tijd, Zeitraum met het spiegelneuron en op een hoger aggregatieniveau met het superspiegelneuron. In de snaartheorie zijn energie en tijd twee complementaire grootheden. De complementariteit brengt de verbinding tussen verleden en toekomst tot uitdrukking. De verborgen 5e dimensie, de wederkerigheid tussen de micro- en de macrokosmos is kandidaat voor de verborgen complementariteit (evolutionaire kringloop), die een ommekeer in het denken, een paradigmawisseling mogelijk maakt.

ZwaartekrachtHermeneutische Cirkel (1 + 7)Non-lokaal bewustzijnVerbeeldingskracht'Globale brein en Cybernetica'
TijdsymmetrieRuimte en Tijd (4)Gebroken symmetrieEther-paradigmaÉne werkelijkheid (1)
SpiegelsymmetrieEnergie en Tijd (3 + 5)5e Dimensie5D-conceptWet van harmonie (2)
MateriesymmetrieEnergie en Materie (2 + 6)4e Dimensie5DdenkraamWet van analogie (3)
 Materie-bewustzijnZeven zintuigen Gelijkvormigheid

Het is de ziel (tussennatuur), de schakel tussen 'Geest en Lichaam', die 'Bewust of Onbewust' voor 'Balans of Onbalans', 'Evolutie en Involutie' ('Evolutie of degeneratie) zorgdraagt.

De 4e dimensie tijd maakt feedback en feedforward besturing mogelijk. We leven echter in het nu (De Geheime Leer deel I, p. 67). Het nu staat tussen verleden en toekomst. Feedback schakelt terug naar het verleden en feedforward speelt in op de toekomst. Om uit ervaring te kunnen leren is terugkoppeling nodig. Feedforward besturing staat voor meta-besturing. Zelfbewustzijn, reflectie is mogelijk omdat we vanuit een hoger abstractieniveau, het zogenaamde helicopterview ons innerlijk en de buitenwereld kunnen waarnemen. Zelfbewustzijn berust op het inzicht te beseffen dat beelden slechts ideeën zijn die zich in elkaar spiegelen en in feite een eenheid vormen. 5D maakt van het open systeemdenken gebruik dat alles met elkaar samenhangt en elkaar beïnvloedt. Om de werking van de 5e dimensie te verklaren wordt van de systeemleer gebruik gemaakt. In het 5D-concept wordt op de homeostase van een sociaal systeem de nadruk gelegd.

H.P. Blavatsky De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 4 Chaos – Theos – Kosmos (p. 375/376):
‘Het bestaan van geest in de gemeenschappelijke tussenstof, de ether, wordt door het materialisme ontkend, terwijl de theologie er een persoonlijke god van maakt. Maar de kabbalist is van mening dat beide ongelijk hebben en dat de elementen in de ether slechts stof zijn – de blinde kosmische natuurkrachten terwijl de geest de intelligentie is die ze bestuurt. De Arische, Hermetische, Orfische en Pythagorische kosmogonische leringen, en ook die van Sanchoniathon en Berosus, zijn alle gebaseerd op één onweerlegbare formule, nl. dat de aether en de chaos of, in de taal van Plato, het denkvermogen en de stof, de twee oorspronkelijke en eeuwige beginselen van het heelal waren, volkomen onafhankelijk van al het andere. Het eerstgenoemde was het alles tot leven brengende beginsel van het intellect, terwijl de chaos een vormloos vloeibaar beginsel was, zonder ‘vorm of zin’. Uit de vereniging van deze twee ontstond het heelal, of liever de universele wereld, de eerste androgyne godheid – waarbij de chaotische stof het lichaam werd en de ether de ziel. In de bewoordingen van een Fragment van Hermias: ‘De chaos, die uit deze vereniging met de geest begripsvermogen verkreeg, straalde van blijdschap, en zo werd het protogonos (eerstgeboren) licht voortgebracht’. Dit is de universele drie-eenheid, gebaseerd op de metafysische begrippen van de Ouden die, naar analogie redenerend, van de mens – een samenstel van verstand en stof – de microkosmos van de macrokosmos, of het grote heelal, maakten.’ (Isis Ontsluierd.)
Die Chaos werd echter volgens Plato en de pythagoreeërs de ‘ziel van de wereld’. Volgens de hindoeleer doordringt de godheid in de vorm van aether (akâsa) alle dingen; en deze werd daarom door de theürgen ‘het levende vuur’, de ‘geest van het licht’ en soms magnes genoemd. De hoogste godheid zelf bouwde volgens Plato het Heelal in de meetkundige vorm van de dodecaëder; en haar ‘eerstgeborene’ werd geboren uit Chaos en oorspronkelijk licht (de centrale zon). Deze ‘eerstgeborene’ was echter slechts het geheel van de menigte van ‘bouwers’, de eerste constructieve krachten, die in oude kosmogonieën de Ouden (geboren uit de Diepte of de Chaos) en het ‘eerste punt’ worden genoemd. Hij is het zogenaamde tetragrammaton, aan het hoofd van de zeven lagere sephiroth. Dit was het geloof van de Chaldeeën. ‘Deze Chaldeeën’, schrijft Philo, de jood, die heel oneerbiedig spreekt over de eerste leermeesters van zijn voorvaderen, ‘dachten dat de Kosmos onder de dingen die bestaan (?) één enkel punt is, dat òf zelf God (Theos) is, òf waarin God is, die de ziel van alle dingen omvat’. (Zie zijn ‘Rondzwerving van Abraham’, 32.)
Chaos-Theos-Kosmos zijn slechts de drie aspecten van hun synthese – RUIMTE. Men zal het mysterie van deze Tetraktis nooit oplossen door vast te houden aan de dode letter van de oude filosofieën zoals die nu nog bestaan. Maar zelfs hierin worden CHAOS–THEOS–KOSMOS = RUIMTE in alle eeuwigheid geïdentificeerd als de Ene Onbekende Ruimte, waarover het laatste woord misschien niet vóór onze zevende Ronde zal worden gezegd. Niettemin zijn de allegorieën en metafysische symbolen over de oorspronkelijke en volmaakte KUBUS zelfs in de exoterische Purāna’s opmerkelijk.

Jan Bor en Marnix Verplancke De pijl van de tijd bestaat echt Interview met Nobelprijswinnaar Ilya Prigogine
U noemt Bergson regelmatig in uw boeken. Hoezeer bent u door hem beïnvloed?
'Grofweg gesproken heeft een menselijk wezen twee soorten ervaringen. Er is de ervaring van herhaling, die leidt tot weten. Maar er is ook de ervaring van creativiteit. Ik bewonder Henri Bergson wanneer hij zegt dat dit een volwaardige ervaring is die toont dat ik een deel van het universum in mezelf kan zien: de creativiteit. Tot daar volg ik hem.' 'Maar Bergson benadrukte de rol van de creativiteit en besloot daaruit, net als Whitehead en Heidegger trouwens, dat we daarom de wetenschap maar moeten opgeven of beperken tot de herhaalbare processen. Dat is het onderwerp van zijn L'évolution créatrice. Wat ik probeer te doen, is aantonen dat Bergsons conclusie voortvloeit uit een simplificatie van de wetenschap. Misschien kunnen we nu voor het eerst een meer samenhangende, niet-dualistische visie op de wereld ontwikkelen, waarin zowel voor de wetenschap als voor de filosofie plaats is.'

Ilya Prigogine: tijd geeft het verschil aan tussen de rol van het verleden en die van de toekomst. Boek Order out of Chaos: We kunnen het oude a priori onderscheid tussen wetenschappelijke en ethische waarden niet langer accepteren…. Tegenwoordig weten we dat tijd een constructie is en daarom een ethische verantwoordelijkheid met zich draagt….Als gevolg daarvan is de individuele activiteit niet tot betekenisloosheid gedoemd.

Al is dan volgens Ilya Prigogine de evolutie onomkeerbaar er wordt van uitgegaan dat het mogelijk moet zijn door creativethink (verbeeldingskracht) het zelforganiserende vermogen positief te beïnvloeden en de evolutie daarmee op een hoger plan te brengen.

De Geheime Leer Deel I Samenvatting (p. 306/307):
(2) Zij erkent een logos of een collectieve ‘schepper’ van het Heelal; een demiurg – in de zin waarin men spreekt over een ‘architect’ als een ‘schepper’ van een gebouw, hoewel die architect er nooit één steen van heeft aangeraakt, maar het bouwplan leverde en al het handwerk aan de metselaars overliet; in ons geval werd het bouwplan geleverd door het beeldende vermogen van het Heelal en werd de uitvoering overgelaten aan de menigten intelligente machten en krachten. Maar die demiurg is geen persoonlijke godheid – d.w.z. een onvolmaakte buiten-kosmische god – maar slechts de totaliteit van de Dhyan-Chohans en de andere krachten.
Wat deze laatste betreft:
(3) Ze zijn tweevoudig van aard, omdat ze zijn samengesteld uit (a) de redeloze brute energie, die eigen is aan materie en (b) de intelligente ziel of het kosmische bewustzijn, dat die energie richting geeft en leidt en dat de gedachte van een Dhyan-Chohan is, die de verbeeldingskracht van het universele denkvermogen weerspiegelt. Het gevolg hiervan is een steeds voortgaande reeks van stoffelijke manifestaties en van morele gevolgen op aarde tijdens de manvantarische tijdperken, terwijl het geheel onderworpen is aan karma.

Door het ‘u vraagt, wij draaien’ van het cliëntelisme, de twee handen op een buik politieke manipulatieve spelletjes kan van een gesloten systeem worden gesproken waarvoor de tweede wet van de thermo dynamica geldt en waarop dus de entropie van toepassing is. In een gesloten systeem blijft de kwantiteit, de totale hoeveelheid energie gelijk, maar de kwaliteit van de totale hoeveelheid energie zal na verloop van tijd lager zijn dan ervoor. Het sprookje De nieuwe kleren van de keizer van Hans Christian Andersen is nog steeds actueel. Maar gelukkig bestaat er ook het op de negentropie gebaseerde principe van wederkerigheid. Voor open systemen geldt een innerlijke onbalans.

De vraag kan worden gesteld of het niet beter zou zijn dat de minister zich drukker maakt om de emancipatorische werking die van goed onderwijs, cultuuroverdracht uitgaat dan met een eigen boot tijdens de Gay Pride mee te varen? Is hier wel van een doordacht emancipatiebeleid sprake?
Door juist in het onderwijs het cliché denken, het navelstaren te doorbreken vangt hij twee vliegen in een klap. Een minister is er juist voor om grenzen te verleggen. Is Plasterk een marionet van het systeem, van de vierde macht geworden?

In navolging van Spinoza zei Einstein ooit tegen De Gaulle dat we marionetten zijn zonder dit zelf te beseffen. Een tunnelvisie, hokjesgeest houdt in dat bestuurders marionetten van het systeem kunnen worden.

De kredietcrisis leert dat de modellen waarop analisten hun aan- en verkoopbeslissingen baseren op drijfzand zijn gebouwd. De onderbouwing kan vermoedelijk veel beter met de fractale geometrie van de wiskundige Benoît Mandelbrot worden beschreven.

Voor topsalaris en bonus is geen goede rechtvaardiging (Fred Zijlstra, Volkskrant 16 oktober 2010)
Met hoge salarissen en variabele beloningen zouden managers beter presteren. Gedragspsychologisch gezien klopt dat idee helemaal niet.
Belonen (en straffen) zijn psychologische processen. Dus gaat het hier in feite om een gedragswetenschappelijk vraagstukken over salarissen en beloningen in relatie tot arbeidsmotivatie.
Vele deskundigen behandelen motivatie en beloningen als een economisch vraagstuk . En dat is het eigenlijk niet. Het is meer een psychologisch en een ethisch vraagstuk.
Variabele beloningen (bonussen) lokken voornamelijk strategisch gedrag uit. Dat wil zeggen, mensen doen niet wat goed is voor de organisatie, maar richten zich vooral op wat god is voor hun portemonnee. Het wakkert enkel hebzucht aan. Om die reden is het ook maar beter geen variabele beloningen in te voeren.

Omgekeerd evenredig risico
Dr. Hans Jansen haalt in zijn boek Diagnose van racisme en antisemitisme in Europa Titus Ensink aan: ‘Wie zich wil verzetten tegen iets dat hij gevaarlijk acht (racisme/antisemitisme), loopt altijd het risico op oordeelsfouten. In feite doen zich, niet alleen in theorie, maar zeker ook in de praktijk, de volgende vier mogelijkheden voor: (1) er is feitelijk gevaar, dat je ook als zodanig beoordeelt, en je verzet je tegen dat gevaar, (2) er is feitelijk geen gevaar, je ziet dat ook zo, en je doet dan ook niets, (3) er is feitelijk gevaar, maar je onderkent dat niet, en je verzuimt er iets tegen te doen, (4) er is geen gevaar, maar je denkt dat het er is en je verzet je ertegen, maar dat betekent: tegen iets vermeends. In een kernkwadrant:

1. Feitelijk gevaar >>>>3. Feitelijk gevaar
Verzet ertegenGeen verzet
||
4. Feitelijk geen gevaar <<<<2. Feitelijk geen gevaar
Verzet ertegenGeen verzet

Het gesignaleerde onbehagen in de maatschappij is alleen te doorbreken wanneer aan het waarden en normen debat meer inhoud en vorm wordt gegeven. Dit wordt zeker niet bereikt door wat ex-premier Kok heeft gedaan alle ideologische veren af te schudden. Het heeft eerder bijgedragen aan het dal waarin we nu verkeren. De poppenkast neemt toe. In plaats dat hoofdrolspelers duidelijker hun stem laten horen, zijn het steeds meer figuranten die in het centrum van de belangstelling komen te staan. In plaats van alles aan de 'marktfundamentalisten' over te laten dient de overheid zijn collectieve verantwoordelijkheid weer serieus te nemen. Dit om te voorkomen dat onafhankelijk en kritisch denken als verraad (zondebokmechanisme) aan het collectieve belang wordt geïntrepeteerd. Om de degeneratie te keren zorgen de kerken op dit moment voor onvoldoende tegenwicht.

Gelukkig zijn we nu de fase van ontkenning dat er wat aan de hand is met het ecologische systeem gepasseerd. Uitgangspunt is dat de Chaostheorie, met inbegrip van Amor fati (Liefde voor het lot), de ontbrekende schakel is van de Algemene relativiteitstheorie. De chaostheorie beschrijft de verborgen ordening en complementeert de Unified field theory. Het laat zien hoe 'elektriciteit en magnetisme' in de Unified field theory kan worden ingepast. Anderzijds bevordert het een nieuwe bifurcatie, een kwantumshift in het wereldbrein volgens Ervin Lazlo. Praktisch komt het er op neer dat door bewustwording de publieke opinie verandert. Al zal het zeker niet mogelijk worden met behulp van de chaostheorie volledig op het onzichtbare grip te krijgen. Er wordt gebruik gemaakt van het inzicht van Spinoza om de dingen in hun ‘logische afhankelijkheid’ te leren zien.

De overlevingsstrategie, survival of the fittest heeft op goed en kwaad, de grondbeginselen van de ethiek die nooit veranderen betrekking. Binnen de zeer lange tijdperken van de mensheid zijn er voortdurend opkomende en neerdalende perioden van wijsheid.

In het boek Het Goddelijke plan - Menswording en Evolutie van G. Barborka worden, net als in het boek De Hele Olifant in Beeld van Marja de Vries, op basis van de oude wijsheidstradities universele wetten geformuleerd. Marja de Vries onderbouwt de Wet van de Dynamische Balans met de laatste inzichten op het gebied van de kwantummechanica. Prigogine toonde aan dat hoe groter de complexiteitsgraad van een dissipatief systeem, hoe groter de kans dat het op een hoger complexiteitsniveau een (relatieve) stabiliteit bereikt. Leven 'eet' entropie: het bezit de potentie nieuwe vormen te creëren & oude vormen overbodig te maken. Dit 'eten' van de entropie (entelechie) is in feite de negatie van entropie & thermodynamische pijl en heet dus negentropie. Een dissipatief systeem of dissipatieve structuur is een open systeem dat met zijn omgeving energie en materie uitwisselt.

In het rapport ‘E i V’ wordt de stelling onderbouwd dat de politiek niet aan marktwerking maar aan een cultuuromslag in de collectieve sector de hoogste prioriteit had moeten geven. Het monopolie van de ’marktfundamentalisten’ dient te worden doorbroken. Er is behoefte aan de wijsheid van een Salomonsoordeel.

Eindconclusie is dat Blavatsky in De Geheime Leer de oplossingsrichting (hoofdroute) van de absolute waarheid, een visie uitwerkt, die net als de nieuwe levensrichting van Spinoza nog voor 100% actueel is. Namelijk hoe kunnen we leren beter met elkaar samen te leven? Het draait dus niet om onderwijs dat primair op marktwerking is gericht, waarbij de keuzevrijheid van het individu centraal staat, maar om een individueel leerproces (Individualiteit), een onderwijssysteem dat zich op een duurzame samenleving oriënteert.

====

5e Dimensie (Kwintessens, Oost en West, Vijf zuilen Islam, Wederkerigheid, Dodecaëder)

De stertetraëder (stertetraheder) combineert de mannelijke en de vrouwelijke energie, met name de mate van extraversie (Big Five). Het brengt het complementariteitsprincipe tot uitdrukking. De kubus is complementair aan de octaëder, 'Aarde versus Lucht'; Malkuth versus 'Hod, Jesod en Netsach'.

Jan Wicherink legt in zijn boek Ontheemde Zielen Ontwaken de verbinding tussen vortex en torus (p. 179):
Het vergt wat inbeeldingskracht, maar kijk eens naar de dubbele vortex links, lijkt dit niet op een boom? De onderste vortex vormt de wortels, de bovenste vormt het bladerdek. Dit is de boom van de kennis van goed en kwaad in de Hof van Eden. Wanneer we kijken naar het rechter plaatje dan is het vrij eenvoudig om er een appel in te herkennen, de torus heeft namelijk de vorm van een appel. De slang die Eva verleidde om de appel van de boom te eten, is de Phi-spiraal die perfect de torus beschrijft.

 

De levensboom symboliseert de éne werkelijkheid en de boom van kennis van goed en kwaad de ommekeer, de bewustzijnsevolutie van de mens. De levensboom en de boom van goed en kwaad geven samen een weerslag van de blauwdruk van de schepping en van de wetmatigheden die ten grondslag liggen aan het ontstaan, zich voordoen en voorbijgaan van alle verschijnselen. De complementariteit tussen de twee bomen toont de wetmatigheid achter alle inspanningen, blokkades, op- en neergaande bewegingen, successen en mislukkingen.

H.P. Blavatsky Geheime Leer Deel I hoofdstuk 15 Goden - Monaden en Atomen (p. 697):
Zoals een kegel zijn top in één punt heeft, en een loodlijn een horizontaal vlak slechts in één wiskundig punt snijdt, maar zich oneindig naar boven en naar beneden kan uitstrekken, zo bestaan de essenties van werkelijke dingen slechts als een punt in deze fysieke wereld van de ruimte; maar ze hebben een oneindige diepte van innerlijk leven in de metafysische wereld van het denken . . .’ (blz. 144).
Dit is de geest, de ware wortel van de occulte leer en het denken. De ‘geest-stof’ en de ‘stof-geest’ strekken zich in de diepte oneindig ver uit, en evenals ‘de essentie van de dingen’ van Leibniz, ligt onze essentie van de werkelijke dingen op de zevende diepte; terwijl de onwerkelijke en grove stof van de wetenschap en van de uiterlijke wereld aan het laagste einde van onze zintuigen ligt. De occultist kent de waarde of waardeloosheid van de laatstgenoemde.

Deze illustratie toont een 19de eeuwse poging om de kosmogonie te visualiseren die in de Prosa Edda is beschreven:

De 5e dimensie geeft een idee hoe de innerlijke en de uiterlijke wereld met elkaar zijn verbonden.

H.P. Blavatsky: De Geheime Leer Deel II, p. 46:
De grenzeloze en oneindige EENHEID bleef bij elk volk een maagdelijk verboden terrein, onbetreden door het denken van de mens, onberoerd door vruchteloze speculaties. De enige verwijzing ernaar was de vereenvoudigde voorstelling van haar eigenschap van uitzetting en samentrekking, van haar periodieke expansie of verwijding en contractie. In het Heelal met al zijn onberekenbaar vele myriaden van stelsels en werelden, die in de eeuwigheid verdwijnen en weer verschijnen, moesten de vermenselijkte machten of goden, hun zielen, tegelijk met hun lichamen uit het gezicht verdwijnen: ‘De adem die terugkeert in de eeuwige schoot, die ze uitademt en inademt’, zegt onze catechismus.
In iedere kosmogonie is er achter en boven de scheppende godheid een hogere godheid, een ontwerper, een architect, van wie de schepper slechts de uitvoerder is. En nog hoger, boven en rondom, op innerlijke en uiterlijke gebieden, is er het ONKENBARE en het onbekende, de bron en oorzaak van al deze emanaties . . .

====

Zeven zintuigen (Symboliek van de cirkel, Bewust en Onbewust, Nieuwe levensrichting)

Hegel vertaalt de binnenwereld naar de buitenwereld, de geestelijke wereld naar de materiële wereld en Marx vice versa.
Echter elke echte verandering komt nog altijd van binnenuit. Het mysterie van het leven zit in onszelf.

Door het zelfbewustzijn onderscheidt een mens zich van een dier. Het bewustzijn maakt het mogelijk dat we ons in woorden kunnen uitdrukken. Het maakt wetenschap mogelijk.

Tom de Booij Egypte: Een heel oud slangenmotief is de slang die in zijn eigen staart bijt.. Men neemt aan dat dit symbool voor het eerst opduikt in het oude Egypte rond 3600 jaar geleden. Vanuit Egypte werd het overgebracht naar de Foeniciërs en vandaar naar de Griekse filosofen die het de naam Ouroboros gaf, wat betekent slangen verslinder. Het symboliseert de cyclische gang van de natuur van de schepping en de destructie, leven en dood, de eeuwige cyclus van vernieuwing. In de vorm van een acht wil het aangeven dat onder en boven met elkaar verbonden zijn (as above, so below). Deze zin is gevonden op de Smaragden Tafel, naar verluidt geschreven door de mythische Hermes Trismegistus. De tweede zin luidt:"That which is above is from that which is below, and that which is below is from that which is above, working the miracles of one". Op de tafel is een tekst bestemd voor alchemisten. Het is niet bekend wanneer de tekst is geschreven, in de oudheid of in de middeleeuwen?

Figuur 3. Ouroboros, de slang die in zijn eigen staart bijt . In de achtvorm: Zo boven zo beneden

H.P. Blavatsky Geheime Leer Deel II, hoofdstuk 22 De symboliek van de mysterienamen IAO en Jehova,
(p. 627): De geest van leven en onsterfelijkheid werd overal gesymboliseerd door een cirkel: vandaar dat de slang die in haar staart bijt, de cirkel van wijsheid in oneindigheid voorstelt.
H.P. Blavatsky Geheime Leer Deel II, Hoofdstuk 24 Het kruis en het pythagorische tiental (p. 660):
Het achttal of de 8 symboliseert de eeuwige en spiraalvormige beweging van de cyclussen, de 8, ∞, en wordt op zijn beurt gesymboliseerd door de Mercuriusstaf. Het geeft de regelmatige ademhaling van de Kosmos aan, bestuurd door de acht grote goden – de zeven uit de oorspronkelijke moeder, de ene en de triade.

 

Het onkenbare 1e beginsel (kies Inhoud, hoofdstuk Drie grondstellingen uit de proloog), de wisselwerking tussen 'DAT en DIT', de blauwdruk gaat het menselijke begripsvermogen te boven. Het brengt de relatie tussen hemel en aarde, het ontstaan van de kosmos en van de mens (H.P. Blavatsky, De Geheime Leer Deel I en II) tot uitdrukking.

De Geheime Leer Deel I, Proloog (p. 31):
Vóór zich ziet de schrijfster een archaïsch handschrift – een verzameling palmbladeren die door een bepaald onbekend procédé onaantastbaar zijn gemaakt voor water, vuur en lucht. Op de eerste bladzijde staat een vlekkeloos witte schijf tegen een dofzwarte achtergrond. Op de volgende bladzijde dezelfde schijf, maar met een punt in het midden. De onderzoeker weet dat de eerste de Kosmos in de eeuwigheid voorstelt, vóór het opnieuw ontwaken van de nog sluimerende energie, de uitstraling van het Woord in latere stelsels. De punt in de tot dusver vlekkeloze schijf, Ruimte en eeuwigheid in pralaya, geeft de dageraad van de differentiatie aan. Het is de punt in het wereld-ei (zie Afdeling II, ‘Het wereld-ei’), de kiem er binnenin die het Heelal zal worden, het AL, de grenzeloze periodieke Kosmos. Deze kiem is op afwisselende tijden slapend en actief. De ene cirkel is de goddelijke eenheid, waaruit alles voortkomt en waarnaar alles terugkeert. Zijn omtrek – een noodzakelijk begrensd symbool, gezien de beperking van het menselijke verstand – geeft de abstracte, altijd onkenbare TEGENWOORDIGHEID aan, en het vlak waarin de cirkel ligt, correspondeert met de universele ziel, hoewel deze twee één zijn. Het feit dat alleen de oppervlakte van de schijf wit is en de achtergrond zwart, toont duidelijk aan dat haar gebied de enige kennis is, hoewel nog vaag en nevelig, die de mens kan bereiken. Dit is het gebied waar de manifestaties van het manvantara beginnen, want in deze ZIEL sluimert tijdens de pralaya de goddelijke gedachte1, waarin het plan van iedere toekomstige kosmogonie en theogonie verborgen ligt.
1) Het is nauwelijks nodig de lezer er nog eens aan te herinneren dat de term ‘goddelijke gedachte’, evenals ‘universeel denkvermogen’, niet moet worden beschouwd als zelfs ook maar een vage afschaduwing van een verstandelijk proces verwant aan dat van de mens. Het ‘onbewuste’ kwam volgens Von Hartmann tot het veelomvattende scheppings-, of beter evolutionaire plan ‘door een helderziende, boven alle bewustzijn verheven wijsheid’, die in de taal van de Vedanta absolute wijsheid zou betekenen. Alleen degenen die beseffen hoe hoog de intuïtie zich bevindt boven de trage processen van het redenerende denken, kunnen zich een heel vaag begrip vormen van die absolute wijsheid die de begrippen van Tijd en Ruimte te boven gaat. Het denkvermogen zoals wij dat kennen, kan worden herleid tot bewustzijnstoestanden van verschillende duur, intensiteit, ingewikkeldheid, enz., en deze berusten uiteindelijk alle op gewaarwordingen, die weer maya zijn. Gewaarwording vooronderstelt noodzakelijk weer beperking. De persoonlijke God van het orthodoxe theïsme neemt waar, denkt en wordt beïnvloed door emoties: hij heeft berouw en voelt ‘hevige toorn’. Maar het is duidelijk dat het denkbeeld van zulke geestestoestanden de ondenkbare vooronderstelling meebrengt dat de opwekkende prikkels van buiten komen, om nog maar niets te zeggen van de onmogelijkheid om onveranderlijkheid toe te schrijven aan een wezen, van wie de emoties wisselen met de gebeurtenissen in de werelden die het bestuurt. De begrippen van een onveranderlijke en oneindige persoonlijke God zijn dus onpsychologisch en wat erger is, onfilosofisch.
De Geheime Leer Deel I, Stanza 1 De nacht van het heelal (p. 66,67):
66: (a) Tijd is alleen maar een illusie, voortgebracht door de opeenvolging van onze bewustzijnstoestanden op onze reis door de eeuwige duur; hij bestaat niet waar er geen bewustzijn is waarin die illusie kan worden teweeggebracht, maar ‘ligt dan te slapen’. Het nu is slechts een wiskundige lijn die dat deel van de eeuwige duur dat wij de toekomst noemen, scheidt van het gedeelte dat wij het verleden noemen. 67/68: 3. . . . HET UNIVERSELE DENKVERMOGEN WAS NIET, WANT ER WAREN GEEN AH-HI (hemelse wezens) OM HET TE BEVATTEN (en het dus te manifesteren) (a).
(a) Denkvermogen is een naam die wordt gegeven aan het totaal van de bewustzijnstoestanden die worden gerangschikt onder gedachte, wil en gevoel. Tijdens diepe slaap houdt het beeldende vermogen op stoffelijk gebied op en wordt het geheugen niet gebruikt; daarom is tijdelijk ‘het denkvermogen er niet’, omdat het orgaan waardoor het ego op stoffelijk gebied verbeelding en geheugen manifesteert, tijdelijk heeft opgehouden te werken. Een noumenon kan op een gegeven bestaansgebied slechts een verschijnsel worden door zich op dat gebied te manifesteren door middel van een geschikte basis, of voertuig. Tijdens de lange nacht van rust die pralaya wordt genoemd, wanneer alle bestaansvormen zijn ontbonden, blijft het ‘UNIVERSELE DENKVERMOGEN’ bestaan als een voortdurend aanwezige mogelijkheid tot verstandelijke actie, of als die abstracte absolute gedachte, waarvan het denkvermogen de concrete manifestatie is.
74: Wat is de tijd bijvoorbeeld anders dan de opeenvolging in panorama’s van onze bewustzijnstoestanden? Met de woorden van een Meester, ‘Het irriteert mij deze drie onhandige woorden – verleden, heden en toekomst – te moeten gebruiken, die armzalige begrippen van de objectieve fasen van het subjectieve geheel; zij zijn vrijwel even weinig geschikt voor het doel als een bijl voor fijn houtsnijwerk.’ Men moet paramartha verkrijgen opdat men niet een te gemakkelijke prooi wordt voor samvriti – dit is een filosofisch axioma7. 7) Duidelijker gezegd: ‘Men moet waar zelfbewustzijn verkrijgen om samvriti, de ‘oorsprong van de misleiding’, te begrijpen.’ Paramartha is synoniem met de Sanskrietterm svasam-vedana of ‘de bespiegeling die zichzelf analyseert’. Er is een verschil in interpretatie van de betekenis van ‘paramartha’ tussen de Yogacharya’s en de Madhyamika’s, maar geen van beiden verklaren de werkelijke en ware esoterische betekenis van de uitdrukking. Zie verder Sloka 9.
77/78: (b) Droomloze slaap is een van de zeven bewustzijnstoestanden die in de oosterse esoterie bekend zijn. In elk van deze toestanden komt een ander gedeelte van de geest in werking; of zoals een aanhanger van de Vedanta het zou uitdrukken: is het individu bewust op een ander gebied van zijn wezen. De uitdrukking ‘droomloze slaap’ wordt in dit geval allegorisch toegepast op het Heelal om een toestand uit te drukken die enigszins analoog is aan die bewustzijnstoestand van de mens, die deze zich in waaktoestand niet herinnert en die een leegte schijnt te zijn, op dezelfde manier als waarop de slaap van een gehypnotiseerd persoon voor hem een onbewuste leegte schijnt te zijn als hij tot zijn normale toestand terugkeert, ofschoon hij heeft gesproken en gehandeld zoals een bewust individu zou doen.

H.P. Blavatsky: De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk 24 Het kruis en het pythagorische tiental (p. 697):
Ruimte en tijd zijn één. Ruimte en tijd zijn naamloos, want ze zijn het onkenbare DAT, wat alleen kan worden gevoeld door middel van zijn zeven stralen – die de zeven scheppingen, de zeven werelden, de zeven wetten zijn’, enz. . . .
De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk 25 De mysteriën van het zevental (p. 707):
Omdat de zon, de maan en de planeten de nooit falende tijdmaten waren, waarvan het vermogen en de periodiciteit goed bekend waren, werden zij zo de grote heerser en heersers van ons kleine stelsel in al zijn zeven gebieden of ‘sferen van werkzaamheid’1.
1) De werkingssferen van de gecombineerde krachten van evolutie en karma zijn: (1) de boven-geestelijke of noumenale; (2) de spirituele; (3) de psychische; (4) de astro-etherische; (5) de sub-astrale; (6) de vitale en (7) de zuiver fysieke sferen.
De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk 4 De duur van de geologische tijdperken, rascyclussen en de oudheid van de mens - Over ketens van planeten en hun veelvoudigheid (p. 797):
En inderdaad vinden we zowel in de romantische verhalen als in de zogenaamd wetenschappelijke ficties en spiritistische openbaringen over maan, sterren en planeten, alleen maar nieuwe combinaties of wijzigingen van de mensen en dingen, de hartstochten en levensvormen waarmee wij vertrouwd zijn, al zijn de natuur en het leven zelfs op de andere planeten van ons eigen stelsel heel verschillend van de onze. Swedenborg was een vooraanstaande figuur bij het verspreiden van zo’n verkeerd geloof.
Maar er is meer. De gewone mens heeft geen ondervinding van enige andere bewustzijnstoestand dan die waarmee zijn fysieke zintuigen hem in verbinding brengen. De mensen dromen; ze slapen de diepe slaap die zo diep is dat geen dromen zich op het fysieke brein afdrukken; en in deze toestanden moet er nog steeds bewustzijn bestaan. Hoe kunnen wij dan hopen, zolang deze mysteries niet zijn onderzocht, met succes te speculeren over de aard van bollen, die in de huishouding van de natuur noodzakelijk moeten behoren tot bewustzijnstoestanden die anders zijn dan, en heel verschillend van alle, die de mens hier ervaart?
797/798: En dit is letterlijk waar. Want zelfs grote adepten (ingewijden natuurlijk) kunnen, hoewel ze geoefende zieners zijn, slechts aanspraak maken op grondige bekendheid met de aard en uiterlijke vorm van planeten en hun bewoners die tot ons zonnestelsel behoren. Ze weten dat bijna alle planetaire werelden bewoond zijn, maar hebben alleen toegang – zelfs in de geest – tot die van ons stelsel; en ze zijn zich ook ervan bewust hoe moeilijk het is, zelfs voor hen, om zich volledig in verbinding te stellen met alleen al de bewustzijnsgebieden binnen ons stelsel, die echter verschillen van de bewustzijnstoestanden die op deze bol mogelijk zijn, d.w.z. op de drie gebieden van de keten van bollen boven onze aarde. Een dergelijke kennis en gemeenschap zijn voor hen mogelijk, omdat ze hebben geleerd hoe ze die bewustzijnsgebieden kunnen binnendringen, die zijn afgesloten voor de waarnemingen van gewone mensen; maar al zouden ze hun kennis overdragen, dan zou de wereld er niet wijzer van worden, omdat ze die ervaring van andere waarnemingsvormen mist, die als enige haar in staat zou stellen te begrijpen wat haar werd meegedeeld.

In de Theosofie staat '7*7' voor de correlatie tussen beginselen en skandha’s, tussen de relatie zevenvoudige samenstelling van de mens met de zeven zintuigen. Een andere doorsnede geeft de negenenveertig krachten (chakra's) in de mens.

====

Zie ook:

Boeken:

Externe Links

<< vorige || volgende >>

Categorie: Artikelen | Rapport | Auteur: Harry Nijhof


Deze pagina werd sedert 16 dec. 2007 keer bekeken.