Carl Jung

Xenophanes: De stervelingen menen dat de goden verwekt zijn evenals zij, en kleren, een stem en gestalte hebben als zij... ja, als de ossen en paarden en leeuwen handen bezaten en kunstwerken konden scheppen, zoals de mensen, zouden de paarden de goden als paarden afbeelden, de ossen daarentegen als ossen.
Confucius: Doe nooit anderen aan wat je niet zou willen dat ze jou aan zouden doen.
Confucius: Alle mensen zijn hetzelfde. Het zijn slechts hun gebruiken die verschillen.
Gulden regel: Wat gij wilt dat u geschiedt doe dat de ander.
Mattheüs: Alles nu wat gij wilt, dat u de mensen doen, doet gij hun aldus: want dit is de wet en de profeten (7:7-12).
En gij zult uw naaste liefhebben als uzelf (22:34-40).
Matteüs: Waar twee of drie verenigd zijn in mijn naam, ben Ik in hun midden (18,20).
Matteüs: U zult de Here, uw God, liefhebben met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand (22:37-4).
Matteüs: Oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt; want met het oordeel, waarmede gij oordeelt, zult gij geoordeeld worden, en met de maat, waarmede gij meet, zal u gemeten worden (7:1).
35 Want Ik heb honger geleden en gij hebt Mij te eten gegeven. Ik heb dorst geleden en gij hebt Mij te drinken gegeven, Ik ben een vreemdeling geweest en gij hebt Mij gehuisvest,
36 naakt en gij hebt Mij gekleed, ziek en gij hebt Mij bezocht; Ik ben in de gevangenis geweest en gij zijt tot Mij gekomen.
37 Dan zullen de rechtvaardigen Hem antwoorden, zeggende: Here, wanneer hebben wij U hongerig gezien en hebben wij U gevoed, of dorstig en hebben wij U te drinken gegeven?
38 Wanneer hebben wij U als vreemdeling gezien en hebben U gehuisvest, of naakt, en hebben U gekleed?
39 Wanneer hebben wij U ziek of in de gevangenis gezien en zijn tot U gekomen?
40 En de Koning zal hun antwoorden en zeggen: Voorwaar, Ik zeg u, in zoverre gij dit aan een van deze mijn minste broeders hebt gedaan, hebt gij het Mij gedaan (25:31-46).
Mattheüs 6:1-34 Aalmoezen
1. Hebt acht, dat gij uw aalmoes niet doet voor de mensen, om van hen gezien te worden; anders zo hebt gij geen loon bij uw Vader, Die in de hemelen is.
2. Wanneer gij dan aalmoes doet, zo laat voor u niet trompetten, gelijk de geveinsden in de synagogen en op de straten doen, opdat zij van de mensen geëerd mogen worden. Voorwaar zeg Ik u: Zij hebben hun loon weg.
3. Maar als gij aalmoes doet, zo laat uw linker hand niet weten, wat uw rechter doet;
4. Opdat uw aalmoes in het verborgen zij; en uw Vader, Die in het verborgen ziet, Die zal het u in het openbaar vergelden.
Carl Jung: Mijn leven is de geschiedenis van een zelfverwerkelijking van het onbewuste.
In de archetypen zijn alle ervaringen gegeven, die sinds de oertijd op deze planeet zijn voorgekomen.
Alleen dat wat iemand werkelijk is heeft helende kracht.
Tot persoonlijkheid kan niemand opvoeden, die dat zelf niet is.
Er is geen licht zonder schaduw en geen psychische heelheid zonder onvolmaaktheid.
Het enige dat er mis is met deze wereld is de mens.
Deepak Chopra: We zijn geen lichamelijke wezens met een spirituele ervaring, maar spirituele wezens met een lichamelijke ervaring.
Antonio R. Damasio: Alle mensen hebben een heel goede én een heel slechte natuur. (Volkskrant 13 februari 2010)

Individualiteit en Collectiviteit (Zichtbaar - Onzichtbaar, Leraar - Leerling, Steen der wijzen)

Deepak Chopra boek JEZUS Een roman over verlichting, hoofdstuk Jezus en het pad naar verlichting (p. 221):
In dit hoofdstuk haalt Deepak Chopra de Bergrede en met name paradoxale uitspraken van Matteüs aan.
De Bergrede is de rede of onderwijzing van Jezus Christus gehouden op een berg. De Bergrede wordt zowel beschreven in het Evangelie volgens Matteüs (Mat. 5-7) als in het Evangelie volgens Lucas (Luc. 6: 17-49).

Persoonlijk en collectief onbewuste
Jung heeft veel studie gedaan naar het onbewuste van de mens. Een mens heeft een persoonlijk en collectief onbewuste. In je persoonlijke onbewuste zitten inhouden van wat je persoonlijk hebt ervaren. In het collectieve onbewuste zit alles wat we geërfd hebben van onze voorouders en onze cultuur. Het collectieve onbewuste heeft de inhouden vanuit de gehele mensheid. Vanuit het collectieve onbewuste is elk mens met elkaar verbonden.

In balans
Het is dus nodig om gevoel te houden voor jezelf en je eigen ruimte en te zorgen dat je in balans blijft. Het is belangrijk om tijdig je grenzen aan te geven om je “gevoelsruimte” te bewaken. Er moet een evenwicht zijn tussen ruimte nemen voor jezelf en je aanpassen aan anderen. Soms is het nodig om tegen de druk van de groep in te gaan en een eigen keuze te maken op basis van je eigen gevoel en denken. Ook als dat mogelijke afkeuring door de ander tot gevolg heeft. Er is moed voor nodig om je eigen weg te gaan. Zo bouw je kracht op en leer je omgaan met moeilijke omstandigheden. Je zelfvertrouwen groeit, en daarmee ook het vertrouwen dat anderen hun eigen weg kunnen af leggen. Het is de enige manier om sterker te worden en te groeien. Iedereen moet immers z’n eígen manier vinden om met de realiteit om te gaan en te werken aan zelfstandigheid en veiligheid. Tegelijkertijd geeft dit echter ook de mogelijkheid om met de ander contact te maken en te delen, in vrijheid en zonder verstrikking Sámen op te trekken.
Integratie tot een gezond en energiek zelf
Jung heeft het integreren van de “Persona” met de “Schaduw” het Individuatieproces genoemd. “Uit de schaduw” komt het potentieel van een bewust “Zelf” steeds meer tevoorschijn dat de mogelijkheid heeft om op basis van een innerlijk voelbaar “Zelf - Vertrouwen” met het dagelijks leven om te gaan. Een bewust geworden vermogen om de ruimte te nemen voor een eigen ja of een eigen nee, gecombineerd met een gezond aanpassingsvermogen, waaraan grenzen mogen worden gesteld om de eigen persoonlijke integriteit te waarborgen.

Individuatie is het algemene begrip dat Carl Jung gebruikte voor het leren kennen van de totaliteit van de psyche en het toekennen van de centrale plaats aan het ‘Zelf’, en die niet uit te leveren aan het ego.

Barbara Hannah, boek Jung zijn leven zijn werk (p. 185): Pythagoras verklaarde in de zesde eeuw voor Chr. dat vier het getal van de totaliteit was. Uitganspunt is dat het volledig symmetrische, magische vierkant voldoet aan het beginsel van de ‘acausale geordendheid’. Net als het magische vierkant drukt de Unus Mundus de perfecte symmetrie uit. In het individuatieproces moeten wij leren de tegenstellingen als eenheid te ervaren. De ontdekkingen in de natuurlijke wereld, de natuurkunde berusten op een overeenstemming van innerlijke beelden en de observaties in de buitenwereld. Binnen en buiten vallen dan samen.

P. 234: Zarathustra zou zeker niet gemakkelijk zijn dan de visioenen, want het was ‘hels verward’ en buitengewoon moeilijk. Jung zei dat hij zich suf gepiekerd had over bepaalde problemen en dat het heel moeilijk zou zijn het boek vanuit psychologische hoek te verklaren. Hij zei ook dat hij dacht dat Nietzsches idee van de Übermensch de directe voorloper was van het Duitse denkbeeld dat zij Herrenmenschen (‘heersersnaturen’ of ‘superieure mensen’) waren. Nietzsches drie belangrijkste denkbeelden van Zarathustra (blz. 44) de conceptie van ‘wil tot macht’, Übermensch en eeuwige terugkeer.

Er ligt een duidelijk verband met de biologische principes van aanpassing, groei en homeostase.

Vijf cultuurdimensies Carl Jung:PersoonlijkheidBaruch de Spinoza,boek Ethica:
Geert Hofstede Microkosmos Macrokosmos
  4. Veerkrachtig2. ZorgvuldigheidDeel 1 (Geest)Deel 3
 Geest >>>>Sterk ego1. God en mens ----3. Oorsprong gemoedsaand.
  ||||
  Zwak ego <<<<Ziel4. Knechtschap ----2. Oorsprong geest
  1. Emotionele3. VriendelijkheidDeel 4Deel 2 (Ziel)
  flexibiliteit   
    5. De macht van het verstand(snijpunt 1./2. en 3./4.)
     
Huwelijksquaterniteit: Vier functies van depsyche:Antroposofie (x):
4. Alchemist ---- (b)2. Anima4. Denken ----2. Intuïtie4. Binnenwereld ----2. Buitenwereld
| (d)| (d)||||
1. Animus ---- (b)3. Soror1. Gewaarworden ----3. Voelen1. Buitenwereld ----3. Binnenwereld
(a) 3./4. Soror/Alchemist Voelen/Denken:bewuste asBinnenwereld
(c) 1./2. Animus/Anima Intuïtie/Gewaarworden:onbewuste asBuitenwereld
(x) Klik ‘lemniscaat’   Bovenpool versus Onderpool

Anthony Stevens, boek Over Jung - leven en werk (p. 276, fig. 12), de ‘huwelijksquaterniteit’, vertaalt naar een kwadrant: De verbindingen a, b, c, en d tussen alchemist, soror, animus en anima stellen de bewegingen van het mannelijke naar het vrouwelijke en van het vrouwelijke naar het mannelijke voor.
P. 51: Zoals de structuur van de psyche wordt bepaald door de in wezen biologische idee van het archetype, zo voltrekt zich psychisch functioneren in overeenstemming met de biologische principes van aanpassing, homeostase en groei.
P. 58: De wetten die in de kosmos gelden, gelden evenzeer in de psyche, omdat de psyche ‘puur natuur’ is. Met andere woorden, de psyche is een microkosmisch onderdeel van de macrokosmos. Om deze reden duidde Jung het collectieve onbewuste aan als de objectieve psyche.
P. 59: Homeostase is het principe van de zelfregulering (regulateur stoommachine, thermostaat). Het is het middel waardoor biologische systemen ter wille van hun voortbestaan een toestand van evenwicht in zichzelf bewaren.

Het begrip quaterniteit van Jung heeft op de metafoor kwadratuur van de cirkel, de 'Steen der wijzen' betrekking.

Carl Jung maakt voor zijn werk gebruik van de ‘huwelijksquaterniteit’. In de Tetrade, de huwelijksquaterniteit van Carl Jung zijn het bewuste en het onbewuste, het rationele en het irrationele onlosmakelijk met elkaar verbonden. Met behulp van de systeembenadering (interacties tussen innerlijke bewustzijn en universele bewustzijn) is het mogelijk bewuste beslissingsprocessen weer te geven.

Het artikel ‘Evolutie of Schepping’ van Brunhild Krüger in GAMMA maart 2009 sluit perfect op het concept animus/anima van de 'huwelijksquaterniteit' aan. Volgens Krüger moet het ‘streven naar harmonie’ van Teilhard de Chardin, het ‘vrouwelijke denken’ met het typisch mannelijk-bipolaire denken (en-en benadering) worden verbonden.
Theïsten en atheïsten kissebissen over details. Het gaat er om dat mannen leren de ‘vrouwelijke’ kant in de evolutie niet te verhullen.

Kees Razenberg psychologische bespiegelingen (quaterniteit).

Kees Razenberg: De bedoeling van het boekje met de titel Het principe van de quaterniteit als algemeen denkraam is om aan te tonen dat de vier functies van de typologie van C.G. Jung (te weten de polaire functies van het gevoel en de ratio en de polaire functies van de intuïtie en de gewaarwording) meer vertegenwoordigen dan enkel een typologie. Men kan heel veel onderscheidingen terugvoeren tot dit onderscheid in vier functies van Jung en wat dat betreft kan men spreken over een oer-onderscheidingsprincipe achter de psyche. Juist in deze tijd van zoeken naar nieuwe houvasten kan het principe van de quaterniteit (of vier-eenheid) een belangrijke rol spelen. Essentieel daarbij is: transcendentie van polariteiten.

Kees Razenberg: In de Oosterse filosofie bestaat de idee dat alle verschillen terug te voeren zijn op de polariteit "yin-yang". Het principe van de quaterniteit combineert de polariteit "yin-yang" met de polariteit "extraversie - introversie" van C.G. Jung.
Men kan deze twee polariteiten zien als de oer-polariteiten achter het bestaan, van waaruit verschillen in karaktereigenschappen tussen mensen te verklaren zijn (uitwerking naar typologie van Jung), maar ook bijvoorbeeld verschillende stromingen in de filosofie (zoals empirisme en idealisme) en in de psychologie (zoals behaviorisme, humanistische psychologie etc.).

Onbewuste
Het persoonlijk onbewuste betreft onbewuste inhouden van wat je persoonlijk hebt meegemaakt, je persoonlijke levensgeschiedenis. Bijv.: vergeten levenssituaties, verdrongen herinneringen. Het is als het ware een groot persoonlijk archief dat in het onbewuste is opgeslagen, en dat (ten dele) weer bewust kan worden als je het je weer wilt herinneren. Het collectieve onbewuste bestaat volgens Jung uit beelden die we geërfd hebben van onze voorouders. Net zoals we fysiek zijn opgenomen in het evolutieproces (de mens als 'vervolg' op de diersoorten), zo evolueert ook de 'soort' mens verder, en dragen we via onze genen de ervaringen van ons voorgeslacht over aan de volgende generatie. Op die manier zouden we dus niet alleen fysieke kenmerken (haarkleur) en karakterkenmerken (driftig of rustig persoon) erven, maar ook de overlevingsmechanismen van onze voorouders. Via onze genen worden de overlevingsmechanismen doorgegeven die onze voorouders geholpen hebben om zich staande te houden in het leven; we erven de mechanismen die dienden om te overleven in de struggle for life, en die leidden tot de survival of the fittest. M.a.w.: we erven gedragsmogelijkheden die onze voorouders in staat stelden om succesvol te overleven. Die mechanismen zitten dus al als mogelijkheden in onze genen op het moment dat we geboren worden. Waar bestaan die overgeërfde gedragsmogelijkheden dan uit? Het zijn krachtige beelden die zich in ons collectieve onbewuste bevinden. Collectief, d.w.z. dat dit geen individuele mogelijkheden zijn, maar dat dit mogelijkheden, krachten zijn die we als menselijke soort in ons dragen. De inhouden van het collectieve onbewuste worden door Jung 'archetypen' genoemd.

Animus
De personificatie van de mannelijke natuur in het onbewuste van de vrouw.
De animus is een innerlijke manlijke figuur met als belangrijkste kenmerken: kracht en daad(helden), woord en zin (geestelijke leiders en autoriteiten). Logos en Geest. Grotere verbanden zien en visies die het persoonlijke te boven gaan is werk van de animus bij de vrouw.
Anima
De anima representeert de vrouwelijke componenten van de man, maar tegelijkertijd ook het beeld dat hij heeft van de vrouwelijke aard in het algemeen.
Zij betekent voor man de verbinding met het rijk van de innerlijke belevingswereld, de emotie en het onbewuste. Zij staat voor het verbindend principe: de eros en als ‘Moeder aarde’ ook voor de materie.

H.P. Blavatsky: Geheime Leer Deel III Bewustzijn en zelfbewustzijn (p. 635):
Er werd geen onderscheid gemaakt tussen bewustzijn en zelfbewustzijn, en hierin ligt toch het verschil tussen mens en dier. Het dier is slechts bewust, niet zelfbewust; etc.
Zelfbewust is een attribuut van het denkvermogen, niet van de ziel, de anima, waaraan zelfs de naam dier (animal) ontleend is. De mensheid bezat geen zelfbewustzijn vóór de komst van de Mânasapoetra’s in het derde Ras.

De Tetrade, de lagere Tetraktys symboliseert de werkelijke schepping van het stoffelijke universum.

Pythagoras:Carl Jung: 5Ddenkraam:Open systeem concept:
1. Monade4. Unus MundusArchetypenLemniscaatInvoer
2. Duade3. Mysterium coniunctionusGroei (eenheid der tegendelen)Verticale asVerwerking
3. Triade2. Persoonlijkheid Nr. 1 en Nr. 2‘Dubbele natuur’, aanpassingKwalitatieve asUitvoer
4. Tetrade1. Enantiodromie, Synchroniciteit (x)HomeostaseKwantitatieve asFeedback (doel)

(x) Joseph Jaworski, boek Synchroniciteit, Uitg Vrij Geestesleven 2005, ISBN 9060384628

Ann van Sevenant, boek Het verhaal van de filosofie (p. 272):
De nieuwe persoonlijkheid is geenszins een ‘derde’ tussen bewustzijn en onbewuste, maar beide samen. Ze transcendeert het bewustzijn, en moet daarom niet meer ik maar zelf worden genoemd. […] Het zelf is eveneens ik en niet-ik, subjectief en objectief, individueel en collectief. Het is het verenigde symbool, het begrip bij uitstek voor de totale vereniging der tegenstellingen. Met andere woorden: ‘Het ene geboren uit de twee, is de metamorfose van beide gedaanten’.

Siön Cowell TEILHARD EN JUNG COMPLEMENTAIRE BENADERINGEN VAN SPIRITUALITEIT (voorzitter van de Britse Teilhard Vereniging):
Conclusie: Zowel Jung als Teilhard hebben zich beziggehouden met het vrouwelijke. Beide denkers zijn holistisch. Beide benadrukken de fundamentele eenheid in alles. Beide zijn wegbereiders en onderzoekers van de innerlijke ruimte. Beide worden gedreven door een krachtig intellect, in evenwicht gebracht door inzicht en visie. Beide zien spiritualiteit als een deel van een historisch proces, noodzakelijk voor de ontwikkeling van bewustzijn. Er zijn verschillen tussen hen maar wat hen samenbrengt is belangrijker dan wat hen scheidt.

De vijf belangrijkste archetypen van Jung zijn de persona, de anima, de animus, de schaduw en het zelf.

Cursus theosofie: In de Jungiaanse psychologie vindt u het concept van de ‘schaduw’ als een element van het onbewuste, complementair aan het ‘licht’ van het Zelf. Dit is in de basis hetzelfde concept als de ‘tegenstander’. De hele poging van het bewustzijn, van de evolutie in het algemeen, is gericht op het tot bewustzijn, (tot) ‘vol licht’ brengen van alle bewustzijnselementen in zichzelf. Dit is analoog aan ‘verlossing’ want het is het verlossen van onze aard, zodat het volledig deel kan nemen aan het Zelf. Met andere woorden: de schaduw moet erkend worden en vervolgens getransformeerd en geassimileerd, tot deelgenoot gemaakt worden tijdens onze spirituele onderneming.

According to Jung, pleroma is both "nothing and everything. It is quite fruitless to think about pleroma. Therein both thinking and being cease, since the eternal and infinite possess no qualities."

H.P. Blavatsky Geheime Leer Deel I Stanza 7. De voorvaderen van de mens op aarde (p. 280/281):
Voorzover wij weten, is VUUR misschien zuiver AKASA geweest, de eerste materie van het magnum opus van de scheppers en ‘bouwers’ – dat astrale licht, dat de paradoxale Eliphas Lévi in één adem ‘het lichaam van de heilige geest’ en dan ‘Baphomet’, de ‘androgyne geit van Mendes’41 noemt; LUCHT, eenvoudig stikstof, ‘de adem van de dragers van de hemelkoepel’, zoals de mohammedaanse mystici haar noemen; en WATER, dat oorspronkelijke fluïdum dat volgens Mozes nodig was om er een levende ziel mee te maken. En dit kan de opvallende tegenstrijdigheden en onwetenschappelijke beweringen verklaren, die men in Genesis aantreft. Als men het eerste hoofdstuk scheidt van het tweede, het eerste leest als een geschrift van de elohisten en het tweede als een van de veel latere jehovisten, en als men tussen de regels door leest, dan vindt men steeds dezelfde volgorde waarin de geschapen dingen verschijnen – namelijk vuur (licht), lucht, water en DE MENS (of de aarde). Want de zin: ‘In het begin schiep God de hemel en de aarde’ is een onjuiste vertaling; het is niet ‘hemel en aarde’, maar de dubbele of tweevoudige hemel, de hogere en de lagere hemel, of de scheiding van de oorspronkelijke substantie, die licht was in haar hogere delen en donker in haar lagere delen – of het gemanifesteerde Heelal – in haar tweevoudigheid van het (voor de zintuigen) onzichtbare en het voor onze waarnemingen zichtbare. God scheidde het licht van de duisternis (v. 4), en maakte daarna het uitspansel, lucht (5), ‘een uitspansel te midden van de wateren, en hij liet het de wateren scheiden van de wateren’ (6), d.w.z. ‘de wateren onder het uitspansel (ons gemanifesteerde zichtbare Heelal) van de wateren boven het uitspansel’, of de (voor ons) onzichtbare bestaansgebieden.
41) Eliphas Lévi omschrijft het terecht als ‘een kracht in de Natuur’, door middel waarvan ‘één enkel mens die haar kan beheersen . . . de wereld in verwarring zou kunnen brengen en haar aangezicht veranderen’; want het is het ‘grote geheim van de transcendentale magie’. Als wij de woorden van de grote westerse kabbalist citeren (zie de vertaling in The Mysteries of Magic, door A. E. Waite), kunnen wij die misschien het best verklaren door er hier en daar een paar woorden aan toe te voegen, om het verschil te laten zien tussen de westerse en de oosterse uitleg over hetzelfde onderwerp.
Geheime Leer Deel I Stanza 7. Oorspronkelijke substantie en goddelijke gedacht (p. 363/364):
Dat werd een gouden Ei.’ (v. 6, 7, 8, 9.) Waar komt deze zelfbestaande Heer vandaan? Men noemt het DIT, en het wordt aangeduid als ‘duisternis, niet waarneembaar, zonder bepaalde eigenschappen, niet te ontdekken, alsof het geheel in slaap is’. (v. 5.) Nadat hij ‘die in de wereld Brahmā wordt genoemd’ een goddelijk jaar lang in dat Ei heeft gewoond, splijt hij dat Ei in tweeën; van het bovenste gedeelte vormt hij de hemel en van het onderste de aarde en van het midden de atmosfeer en ‘de eeuwige plaats van de wateren’. (12, 13.)
De Geheime Leer Deel I hoofdstuk 16 Cyclische evolutie en karma (p. 714):
De voortdurende aanwezigheid in ons midden van alle elementen van strijd en tegenstelling en de verdeling van rassen, volkeren, stammen, gemeenschappen en individuen in Kaïns en Abels, wolven en lammeren, zijn de voornaamste oorzaken van de ‘wegen van de voorzienigheid’. We vormen deze talrijke kronkelwegen van ons lot dagelijks met eigen handen, terwijl we ons verbeelden dat we een spoor volgen op de koninklijke hoofdweg van fatsoen en plicht, en klagen dan dat die wegen zo ingewikkeld en duister zijn. We zijn verbijsterd over het mysterie dat we zelf hebben gemaakt en over de raadsels van het leven die we maar niet oplossen, en we beschuldigen dan de grote sfinx dat ze ons verslindt. Maar er is werkelijk geen ongeval in ons leven, geen ongeluksdag en geen tegenspoed, die niet kan worden herleid tot onze eigen daden in dit of in een ander leven. Als men de wetten van harmonie overtreedt of, zoals een theosofische schrijver het uitdrukt, ‘de wetten van het leven’, moet men erop zijn voorbereid tot de chaos te vervallen die men zelf heeft voortgebracht. Want volgens dezelfde schrijver ‘is de enige conclusie waartoe men kan komen, dat deze levenswetten zichzelf wreken, en dus dat elke wrekende engel slechts een symbool van hun reactie is’.

De Geheime Leer Deel II Stanza 5 DE EVOLUTIE VAN HET TWEEDE RAS (p. 125/126)
Daarom staat er op de Smaragden tafel, die door christelijke handen werd verminkt:
‘Het hogere komt overeen met het lagere en het lagere met het hogere, om dit ene inderdaad wonderbaarlijke werk tot stand te brengen’ – dat de MENS is. Want het geheime werk van Chiram, of koning Hiram in de Kabbala, ‘in essentie één, maar met drie aspecten’, is het universele middel of de steen der wijzen. Het hoogtepunt van het geheime werk is enerzijds de geestelijke volmaakte mens; anderzijds is het de vereniging van de drie elementen, het occulte oplosmiddel in de ‘wereldziel’, de kosmische ziel of het astrale licht; en op het stoffelijke gebied is het waterstof in haar betrekking tot de andere gassen.
De Geheime Leer Deel II Stanza 12. VAN HET HALFGODDELIJKE RAS TOT DE EERSTE MENSENRASSEN (p. 183):
Eerst komen de ZELFBESTAANDEN op deze aarde. Zij zijn de ‘geestelijke levens’, geprojecteerd door de absolute WIL en WET, bij de dageraad van elke wedergeboorte van de werelden. Deze LEVENS zijn de goddelijke ‘sishta’s’ (de zaad-Manu’s, of de prajapati’s en de pitri’s).’
Geheime Leer Deel II Stanza 12. Het vijfde ras, goddelijke leermeesters (p. 420):
Plato zegt in zijn vierde boek van de Wetten, dat Saturnus lang vóór de bouw van de eerste steden op aarde een bepaalde vorm van bestuur had gevestigd, waaronder de mens heel gelukkig was. Omdat hij verwijst naar de gouden eeuw, of naar die regering van de goden die in de oude fabels zo wordt geroemd . . . gaan we na welke denkbeelden hij had over dat gelukkige tijdperk en wat voor hem de aanleiding was, deze fabel in een verhandeling over politiek op te nemen. Volgens Plato moet men, om duidelijke en nauwkeurige denkbeelden over het koningschap, zijn oorsprong en macht te verkrijgen, terugkeren tot de eerste beginselen van de geschiedenis en de overlevering. Grote veranderingen, zegt hij, hebben in de oude tijden plaatsgevonden, in de hemel en op aarde, en de tegenwoordige stand van zaken is een van de gevolgen (karma). Onze overleveringen spreken over veel wonderen, over veranderingen die hebben plaatsgevonden in de loop van de zon, in de regering van Saturnus en in duizend andere zaken die hier en daar in de herinnering van de mens zijn blijven voortleven; maar men hoort nooit iets over het KWAAD dat die omwentelingen heeft voortgebracht, en evenmin over het kwaad dat er onmiddellijk op volgde.
420: Volgens Plato moet men, om duidelijke en nauwkeurige denkbeelden over het koningschap, zijn oorsprong en macht te verkrijgen, terugkeren tot de eerste beginselen van de geschiedenis en de overlevering. Grote veranderingen, zegt hij, hebben in de oude tijden plaatsgevonden, in de hemel en op aarde, en de tegenwoordige stand van zaken is een van de gevolgen (karma). Onze overleveringen spreken over veel wonderen, over veranderingen die hebben plaatsgevonden in de loop van de zon, in de regering van Saturnus en in duizend andere zaken die hier en daar in de herinnering van de mens zijn blijven voortleven; maar men hoort nooit iets over het KWAAD dat die omwenteling heeft voortgebracht, en evenmin over het kwaad dat er onmiddellijk op volgde. Toch . . . is dat kwaad het beginsel waarover men moet spreken om het koningschap en de oorsprong van macht te kunnen behandelen . . .’
421: Plato schijnt dat kwaad te zien in de gelijkheid of de eenheid van aard van de regeerders en de geregeerden, want hij zegt dat lang vóór de mens zijn steden bouwde, in de gouden eeuw, er niets dan geluk op aarde bestond, want er waren geen behoeften. Waarom? Omdat Saturnus – die wist dat de ene mens niet over de andere kon heersen zonder dat door zijn grillen en ijdelheid de onrechtvaardigheid onmiddellijk het heelal zou vervullen – nooit enige sterveling zou toestaan macht te krijgen over zijn medeschepselen. Hiertoe gebruikte de god hetzelfde middel dat wijzelf gebruiken als het gaat om onze kudden. Wij plaatsen geen os of ram aan het hoofd van onze ossen en rammen, maar geven hun een leider, een herder, d.w.z. een wezen van een heel andere soort dan zijzelf, en van een hogere natuur. Dit is precies wat Saturnus deed. Hij hield van de mensheid en stelde als heerser daarover geen sterfelijke koning of vorst aan, maar ‘geesten en genii (δαίμονεϛ) van een goddelijke aard, veel hoger dan die van de mens’.
425: Het is de symbolische weergave van de grote worsteling tussen de goddelijke wijsheid, nous, en haar
aardse weerspiegeling, psuche, of tussen geest en ziel, in de hemel en op aarde. In de hemel, omdat de goddelijke MONADE zich vrijwillig daaruit had verbannen om, met incarnatie als doel, af te dalen naar een lager gebied en zo het dier van klei te veranderen in een onsterfelijke god. Want, zoals Eliphas Lévi ons zegt, ‘de engelen streven ernaar mensen te worden; want de volmaakte mens, de mens-god, staat zelfs boven de engelen’. Op aarde omdat de geest, zodra hij was neergedaald, verstrikt raakte in de kronkelingen van de stof.
Geheime Leer Deel II hoofdstuk 18 Over de mythe van de 'gevallen engel' (p. 541/542):
We vinden hetzelfde denkbeeld in de Zohar. Satan was een zoon en een engel van god. Bij alle Semitische volkeren was de geest van de aarde evengoed de schepper op zijn eigen gebied als de geest van de hemelen. Zij waren tweelingbroers en onderling verwisselbaar in hun functies, zoal niet twee in één. Niets van wat wij in Genesis vinden, ontbreekt in de Chaldeeuws-Assyrische religieuze opvattingen, zelfs in het weinige dat tot dusver werd ontcijferd. De grote ‘afgrond’ van Genesis is terug te vinden in de tohu-bohu, ‘diepte’, ‘oerruimte’ of Chaos van de Babyloniërs. Wijsheid (de grote onzichtbare God) – in Genesis hoofdstuk 1 de ‘geest van God’ genoemd – woonde, zowel voor de oudere Babyloniërs als voor de Akkadiërs, in de zee van de Ruimte. Tegen de tijd die door Berosus is beschreven, werd deze zee de zichtbare wateren aan het oppervlak van de aarde – de kristallen verblijfplaats van de grote moeder, de moeder van Ea en van alle goden – die nog later de grote draak Tiamat, de zeeslang werd. De laatste ontwikkelingstrap ervan was de grote worsteling van Bel met de draak – de duivel!
Geheime Leer Deel II hoofdstuk 19 Is pleroma de legerstede van Satan (p. 578):
‘Wat waren deze goden, deze achar, van wie Jehova, de achad, zoals men beweert de god is . . . door hen te overwinnen?’ vraagt de schrijver; waarop ons occultisme antwoordt: ‘diegenen, die de kerk nu de gevallen engelen en collectief satan, de draak noemt, die als we haar uitspraak moeten aannemen, door Michaël en zijn menigte is overwonnen; Michaël, die eenvoudig Jehova zelf is en op zijn hoogst een van de ondergeschikte geesten’. Daarom heeft de schrijver opnieuw gelijk als hij zegt: ‘De Grieken geloofden in het bestaan van . . . daimonen. Maar . . . zij werden daarin voorafgegaan door de Hebreeën, die beweerden dat er een klasse van personifiërende geesten was, die zij aanduidden als demions, ‘nabootsers’. Als wij met Jehova, die dit uitdrukkelijk beweert, het bestaan erkennen van andere goden, die personificaties van de ene god waren, waren deze andere goden dan eenvoudig een hogere klasse van personifiërende geesten, die grotere vermogens hadden verkregen en uitoefenden? En is personificatie niet de sleutel tot het mysterie van de geest-toestand? Maar als we dit standpunt innemen, hoe weten we dan dat Jehova niet een personifiërende geest was, een geest die zich aanmatigde dat hij de verpersoonlijking van de ene onbekende en onkenbare god was en het daardoor ook werd? Ja, hoe kunnen we zelfs weten dat de geest die zich Jehova noemde, toen hij zich de attributen van God aanmatigde, daardoor niet de oorzaak was dat zijn benaming werd toegepast op de Ene die in werkelijkheid even naamloos als onkenbaar is?’ (blz. 144-145).
586/587: Typhon de Egyptenaar, Python, de Titanen, de Sura’s en de Asura’s behoren alle tot dezelfde legende van geesten die de aarde bevolken. Ze zijn geen ‘demonen, aan wie is opgedragen dit zichtbare heelal te scheppen en te organiseren’, maar vormgevers (de ‘architecten’) van de werelden en de voorvaderen van de mens. Ze zijn metaforisch de gevallen engelen – ‘de ware spiegels van de eeuwige wijsheid’ (Perennial philosophy, Sanātana Dharma).
Wat is de absolute en volledige waarheid en de esoterische betekenis van deze universele mythe? De hele essentie van de waarheid kan niet van mond tot oor worden overgebracht. Er is ook geen pen die haar kan beschrijven, zelfs niet die van de engel die onze daden optekent, tenzij de mens het antwoord vindt in het heiligdom van zijn eigen hart, in de diepste diepten van zijn goddelijke intuïtie. Het is het grote ZEVENDE MYSTERIE van de schepping, het eerste en het laatste; en wie de Openbaring van Johannes leest, vindt misschien de schaduw ervan, verborgen onder het zevende zegel . . . Het kan alleen in zijn schijnbare, objectieve vorm worden afgebeeld, evenals het eeuwige raadsel van de sfinx. Toen deze laatste zich in de zee stortte en omkwam, was dat niet omdat Oedipus het geheim van de eeuwen had ontraadseld, maar omdat hij de grote waarheid voor altijd had onteerd door het eeuwig geestelijke en het subjectieve te antropomorfiseren. Daarom kunnen we het alleen geven vanuit het filosofische en intellectuele gezichtspunt, ontsloten met de respectievelijke drie sleutels – want de laatste vier van de zeven sleutels die de poorten tot de mysteriën van de Natuur wijd openen, zijn in handen van de hoogste ingewijden en kunnen niet aan de massa worden bekendgemaakt – tenminste niet in onze eeuw.
588: Laten zij mediteren over de ‘boom van wijsheid’, en de vruchten ervan bestuderen door ze een voor een in zich op te nemen. De weg naar de boom van het eeuwige leven, de witte haōma, de gaokerena, gaat van het ene uiteinde van de aarde naar het andere; en haōma is zowel in de hemel als op aarde. Maar om er weer een priester van te worden en een genezer, moet de mens zichzelf genezen voordat hij anderen kan genezen.
Dit bewijst nogmaals dat de zogenaamde ‘mythen’, als men ze tenminste bij benadering enig recht wil doen, nauwkeurig in al hun aspecten moeten worden onderzocht. Inderdaad moet elk van de zeven sleutels op de juiste plaats worden gebruikt en nooit met de andere worden verward, indien we de hele cyclus van mysteriën willen onthullen. In onze tijd van troosteloos zieldodend materialisme zijn de oude priesteringewijden volgens onze geleerden een synoniem voor handige bedriegers geworden, die de vuren van het bijgeloof aanblazen om gemakkelijker macht over het denken van de mensen te krijgen.
589: King denkt dat deze overlevering ‘te veel heeft van de Alexandrijnse filosofie om er enig geloof aan te hechten’, waarmee wij het niet eens zijn. De vorm en gestalte van de vleugels van de twee cherubijnen die aan de rechter- en de linkerkant van de ark staan, terwijl deze vleugels elkaar raken boven het ‘Heilige der Heiligen’, zijn een embleem dat op zichzelf heel welsprekend is, nog afgezien van de ‘heilige’ jod in de ark! Het mysterie van Agathodaemon, waarvan het opschrift zegt: ‘Ik ben Chnumis, de zon van het Heelal, 700’, kan als enige het mysterie van Jezus oplossen, ‘van wie het getal van de naam 888 is’. Het is niet de sleutel van Petrus of het kerkdogma, maar de narthex – de staf van de kandidaat voor inwijding – die moet worden ontrukt aan de greep van de altijd zwijgende sfinx van de eeuwen.
Geheime Leer Deel II hoofdstuk 22 De val van het kruis in de stof (p. 630):
Als we ter wille van de redenering even aannemen dat de oude wereld niet bekend was met onze manier van rekenen of met de Arabische cijfers – hoewel wij weten dat het wel zo was – is er het denkbeeld van de cirkel en middellijn om te bewijzen dat dit het eerste symbool in de kosmogonie was. Vóór de trigrammen van Fo-hi, Yang, de eenheid en Yin, de tweeheid, die door Eliphas Lévi op voldoende scherpzinnige manier als volgt werden verklaard (Dogme et Rituel, Deel I, blz. 124): had China zijn Confucius en taoïsten. De eerstgenoemde begrenst het ‘grote uiterste’ binnen een cirkel met een horizontale middellijn; de laatstgenoemden plaatsen drie concentrische cirkels onder de grote cirkel, terwijl de Sung-wijzen het ‘grote uiterste’ in een bovenste cirkel voorstelden, en de hemel en de aarde in twee lagere en kleinere cirkels. De Yangs en Yins zijn een uitvinding van veel latere datum. Plato en zijn school hebben de godheid nooit anders opgevat, ondanks de vele benamingen die hij toepaste op de ‘god boven alles’ (ὁ ἐπὶ πᾶσι θεόϛ). Omdat Plato was ingewijd, kon hij niet geloven in een persoonlijke god – een reusachtige schaduw van de mens.

Engelien Scholtes, boek De verborgen dimensie in het werk van Jung en Pauli (p. 45):
We leven in een eigenaardige tijd. Het Christendom heeft zijn greep op de mensheid verloren. Er moet iets anders komen. Ik denk dat ik weet wat zal komen. Ik weet het heel precies. Maar ik zeg het niet aan niemand, want dan denken ze dat ik gek ben. (bron: H.B.G. Casimir)
Voor de wereldklok van Pauli wordt naar dit boek verwezen.

De positieve - en negatieve as van het op het yin/yang-symbool gebaseerde kernkwadrant zijn spiegelsymmetrisch. De beide polen illustreren het complementariteitsprincipe. Door een geleidelijke, kwantitatieve opeenhoping van kleine veranderingen kan de uitdaging uiteindelijk een kwalitatieve sprong ondergaan.
Dit fenomeen kan ook aan de hand van het Yin/Yang-symbool en de Vijf Fasen worden geïllustreerd. Het symbool brengt de natuurlijke -, de beheers - en de vernietigende kringloop tot uitdrukking. Amit Goswami, maakt in zijn boek De kwantum dokter, de nieuwe wetenschap van gezondheid en genezing, op p. 175 van hetzelfde Yin/Yang-symbool gebruik.

Elementen zijn de stoffen of krachten waartoe volgens oude religies alles op aarde te herleiden is. Taoïsme: Wuxing (五行) is het harmonische systeem van de vijf elementen: water, vuur, aarde, metaal, hout. De interacties tussen de vijf elementen kunnen een scheppende cyclus (Sheng): hout -> vuur -> aarde -> metaal -> water -> hout; en een onvolmaakte beheers en vernietigende cyclus (Ke): hout -> aarde -> water -> vuur -> metaal -> hout, genereren. Beide samen vormen een pentagoon met een vijfpuntige ster erin. Ze worden ook vaak samen afgebeeld als cirkel met een vijfpuntige ster. De cirkel is de Sheng-cyclus, de ster geeft de Ke-cyclus weer. Rudolf Ritsema & Stephen Karcher behandelen in hun boek I Ching de 5 aspecten van het Universele Kompas in detail. Het taoïsme ziet de yangenergie als van kosmische oorsprong, de yinenergie van aardse.

De Vijf Fasen van het Yin/Yang-symbool laten zien dat het primair om 10 Dimensies (10 relaties) gaat. De 5 relaties die de bollen met elkaar verbinden, een pentagoon toont de natuurlijke -, de scheppende kringloop, de oerbron, terwijl de 5 interne relaties een pentagram de beheers - en de vernietigende interacties uitbeelden. Het multidimensionale bewustzijn maakt het mogelijk dat we ons met de scheppende kringloop, de goddelijke sferen verbinden.

Om het juiste hexagram te bepalen kan eerst met dobbelstenen worden gegooid. In de oorspronkelijke traditie hanteerde men duizendbladstengels om het toepasselijke I Ching teken te vinden. Er wordt van uitgegaan dat het gooien van de dobbelstenen, net als het eerst tot tien tellen, een afleidingsmanoeuvre is. Om je niet door een emotie als woede te laten overheersen werd je als kind geleerd ‘eerst tot tien te tellen’. Het gaat primair om het in gang zetten van een creatief proces, het inschakelen van het ongemanifesteerde, de verbeeldingskracht. Maar daarvoor kan het nodig zijn dat eerst blokkades worden opgeruimd, te ont-wikkelen, de grenzen te doorbreken. Het gaat primair om het onderliggende beginsel, het balansmechanisme achter de I Ching.

De wijsheid van Pythagoras steunt op de geest van het esoterisch Boeddhisme. De leer van Laozi en Confucius uit China is nauw met de filosofie van Pythagoras verwant. Het is namelijk ook op de drie kringlopen 'Scheppen, Behouden en Vernietigen' (Trimurti) gebaseerd. Dit komt ook naar voren wanneer de vijf-elementenleer van de Traditionele Chinese Geneeskunde met de boeddhistische invalshoek wordt vergeleken.

Geleidelijk is er op basis van het kernkwadrant van Daniel Ofman een nieuwe metafoor, het op de levensboom gebaseerde kompaskwadrant ontstaan. Met behulp van het kompaskwadrant laten we zien hoe het mogelijk is ons weer met de natuurlijke kringloop te verbinden. Aan het model van Ofman is een derde as, de verticale as toegevoegd. De polariteiten worden in een ruimtelijk perspectief geplaatst. In de Geheime Leer van H.P. Blavatsky zit de metafoor van de levensboom als rode draad verweven. Overigens beoogt H.P. Blavatsky in de De Geheime Leer met metaforische teksten alle religies te ontsluieren.

Cultuuroverdracht (juiste) heeft op de imitatie van Plato, een 'intelligent ontwerp' op basis van Waarheid, Schoonheid en het Goede betrekking en niet op intimidatie. Plato zet de natuurfilosofie in zijn werk Timaeus uiteen.

Polariteiten en Complementariteiten (tegenstellingen en tegendelen) of zoals Jan Börger: het uitdrukt:
De Basis van alle cultuur is de ether, d.w.z. de eenheden voor zich gedacht en de eenheden in-een gedacht en dat tegelijkertijd.

In organisaties waar het misgaat wordt vaak het spel van de 'dubbele’, de verborgen agenda gespeeld. Het betekent zoveel dat een persoon eerst voor zijn eigenbelang kiest, dan voor het belang van zijn collega's, vervolgens voor het echelon boven hem en pas tot slot voor het belang van het bedrijf. Het zijn de zwakke managers, de 'carrièremanagers' met een groot ego, die dreigen en intimideren om hun gelijk te behalen. De 'carrièremanagers' spelen echter weer in en zijn als het ware de marionet van het echelon boven hen. Veel managers zitten in een netwerk van corruptie. Daarentegen staan managers met een sterk ego wel open voor kritiek. Het hangt van de organisatiecultuur af of met tegenspraak iets wordt gedaan of dat een whistleblower volledig wordt genegeerd.

De middelmatigheid regeert. De zesjescultuur in Nederland is een afspiegeling van het regeringsbeleid. Je krijgt het management dat je verdient.
In het kader van Structure follows Strategy draait het om de verborgen 5e dimensie Axis mundi.
Het rapport 'E i V' baseert de strategie op een pedagogisch leerproces, de status quo van de alfa-, béta- en gammawetenschappen in het Westen en de zes darshana’s in het Oosten. Om de continuïteit van organisaties te waarborgen het principe 'Structure follows Strategy' toepassen. De organisatiestructuur wordt in met name bureaucratische organisaties te vaak een doel op zichzelf. De bekende 4e macht kan gewenste veranderingen tegenhouden. In bureaucratische organisaties staat veelal niet de klant, waar het feitelijk om moet draaien, maar het bouwen van koninkrijkjes, de symboolpolitiek van het ’eigen koninkrijkje’, de 'bv Ego' centraal. Om het circuit van grijze muizen managers te doorbreken de projectorganisatie centraal plaatsen.

'Carrièremanagers' in een bureaucratische organisatie beperken zich tot de grenzen van hun afdeling, komen niet in beweging voordat er van boven een signaal uitgaat en gaan juist niet in debat. Ze verzamelen slippendragers, een hofhouding om zich heen. De slippendragers voelen aan hun water hoe zij hun chef moeten gerieven. Het wordt allemaal ’kluitjesvoetbal’. Het heeft tot gevolg dat kritische afwegingen uitblijven. Incompetentie wordt met de mantel der liefde bedekt. Voor een levendige democratische cultuur is het debat van essentieel belang. In een bureaucratisch geleide organisatie is er van het vrije marktmechanisme geen sprake. Het sprookje van Hans Christian Andersen is nog steeds actueel. Het resulteert in een aantal overbodige managementlagen, die alleen met hun eigen koninkrijkje bezig zijn.

Toen ik Hoogovens meer dan tien jaar geleden verliet was Daniel Ofman als organisatieadviseur bij de cultuuromslag betrokken. Eerder was Hoogovensbreed de kwaliteitscirkel Plan – Do - Check – Act van de lerende organisatie geïntroduceerd. De RvB wil wel maar het is de 4e macht die stevig op de rem trapt.

Er is te veel aandacht voor het 'eigen koninkrijkje', de 'bv-Ego' en te weinig voor het grote geheel. Het lineaire, ééndimensionale denken viert hoogtij. Het gaat om dienend leiderschap. Politici lijken in het bijzonder met het virus penny wise pound foolish besmet?

Het onderzoeksrapport ‘E i V’ draagt een methodologisch karakter. Het biedt een universeel referentiekader, namelijk de ‘bewustzijnsschil’ om aan de unificatietheorie handen en voeten te geven. Of met andere woorden te laten zien hoe de 'Kwantumshift in het wereldbrein' geleidelijk plaatsvindt. Door het zelfbewustzijn maken we deel uit van onze eigen evolutie. Waar kiezen we nu voor evolutie of degeneratie? Het is net als met Geest en Lichaam, hemel en aarde, Zo boven, Zo beneden, top down en bottom up, deductief en inductief. Het zijn de twee complementaire kanten van een medaille, het is de psyche, de schakel tussen geest en lichaam waar het in de Kwantumshift, de Unificatietheorie echt om draait.

Uit het onderzoek naar het verschijnsel organisatiecultuur is als belangrijkste conclusie naar voren gekomen dat het nuttig is om management by trial and error aan te vullen met management by learning. Om het zelfregulerende vermogen van markten te herstellen dient de overheid zich meer op het gelijkheids- en gemeenschapsmodel van A.P. Fiske toe te leggen. De eenzijdige nadruk op het marktmodel, het marktdenken veroorzaakt de problemen. Om het '5D-concept en Ether-paradigma' te kunnen onderbouwen is er de afgelopen millennia ruimschoots voldoende geëxperimenteerd. De overheid moet verhinderen dat de geschiedenis zich schaamteloos blijft herhalen.
De conclusie berust op het feit dat de supersymmetrie in het universum zowel voor de materiële wereld als voor de immateriële wereld, de Macrokosmos en Microkosmos geldt. De ongemanifesteerde Triade geeft inhoud aan de vorm van de gemanifesteerde Tetrade en vice versa. Het is godsonmogelijk dat er inhoud bestaat zonder vorm. Het is niet nodig nog meer leergeld te investeren.

Het is de mens die met behulp van zijn brein, de beide hersenhelften, ‘Lichaam en Geest’, ‘Macrokosmos en Microkosmos’, ‘God en Zoon’, 'Hemel en Aarde' met elkaar verbindt. We dienen wel degelijk met Door gene zijde bezien, de keerzijde van de medaille rekening te houden. Henry Mintzberg toont in zijn YouTube clipje on Decision Making dat het fenomeen van de complementariteit ook voor managers geldt.

In Nederland is de situatie gegroeid dat de hoogwaardigheidsbekleders die in de schaduw van de formele macht opereren, met al hun bijbanen aanzienlijk meer verdienen dan de verantwoordelijke bewindspersonen. Uiteindelijk is het de informele 'vierde, vijfde en zesde macht' die echt aan het roer zit. Michail Gorbatsjov heeft gelijk ‘We hebben een perestrojka nodig.’

De Geheime Leer Deel I, Hoofdstuk Alaya, de universele ziel (p. 81):
Volgens Hegel zou het ‘onbewuste’ de omvangrijke en moeizame taak van het ontwikkelen van het Heelal slechts hebben ondernomen in de hoop een helder zelfbewustzijn te bereiken. In dit verband moet men bedenken dat de Europese pantheïsten, wanneer zij geest, die zij als equivalent van Parabrahm opvatten, onbewust noemen, aan die uitdrukking ‘geest’ niet de betekenis hechten die er gewoonlijk aan wordt toegekend. Die uitdrukking wordt namelijk gebruikt bij gebrek aan een betere term om een diep mysterie te symboliseren.

De bewustzijnsevolutie, het tot zelfbewustzijn (paren van tegenstellingen zoals ‘Adam en Eva’ en ‘Abel en Kaïn’) komen is het specialisme van de esoterie. Het is met name Blavatsky, die in de De Geheime Leer dit vakgebied ontsluit. Dat veranderingen in het bewustzijn moeilijk zijn te meten wil nog niet zeggen dat ze er niet zijn. De evolutie van het bewustzijn rekent in millennia, zo niet miljarden jaren.

De aartsengelen Michaël en Lucifer in de hemel zijn de sleutel om het dualiteitsbewustzijn te kunnen overstijgen. De blauwdruk van het reflexieve bewustzijn bestaat uit een lichtzijde en een schaduwzijde. De schaduwkant van het bewustzijn brengt de 'zondeval' van Adam en Eva op aarde tot uitdrukking. De meeste mensen prefereren ‘boter bij de vis’, een beloning op aarde boven een beloning in de hemel. Het is algemeen bekend, dat letter en geest van de wet niet altijd met elkaar overeenstemmen. De moraal van het verhaal is leven we naar de geest van de wet of kruipen we door de mazen van de wet, zodat we de wet aan onze laars kunnen lappen.
Al staat in de Volkskrant van 12 februari 2010 een artikel met de kop ICESAVE PRESIDENT NEDERLANDSE BANK LIJKT NIET DE MAN DIE DE GATEN IN DE WET OPZOEKT ‘Wellink is bange toezichthouder’. Zaken lopen mis wanneer een kritische reflexie achterwege blijft. Politiek opportunisme viert hoogtij.

Het denkvermogen (Manas) kan het universele denkvermogen (Mahat) weerspiegelen.

Het spiegelneuron geeft een wetenschappelijke onderbouwing van het projectiemechanisme van Carl Jung e.a. Zowel de Radboud Universiteit, de Universiteit Leiden als de Vrije Universiteit Amsterdam besteden aan het thema spiegelneuron serieus aandacht. De hamvraag is nu in hoeverre politici echt bereid zijn over hun eigen schaduw heen te stappen?

Byron Katie laat net als Boeddha, Pythagoras, Plato, Roberto Assagioli, Carl Jung en H.P. Blavatsky zien dat 'binnen en buiten' elkaars reflecties zijn. Door het kompaskwadrant, dit multidimensionale verklaringsmodel toe te passen leren we de wereld om ons heen steeds beter te begrijpen.

Het Grote Mysterie (Unio Mystica) van het leven kan alleen als Niet-Zijn geduid worden. Alles hangt in een groot ecologisch systeem met elkaar samen. Doel van het bewustwordingsproces (emanatieproces, evolutieproces) is om met het Mysterie tot eenheid te komen, een duurzame relatie met de natuur op te bouwen. Karma kan echter goede of slechte resultaten opleveren.

====

Voelen en Denken (Individueel - en Collectief leerproces)

De Insights Discovery kleuren (Insights Discovery):
Andrew en Andi Lothian ontwikkelden een eigen model op basis van het gedachtengoed van C. G. Jung. Zij geven de verschillende combinaties van psychologische voorkeuren weer in acht Insights Discovery kleurentypen. Het uitgangspunt van C.G. Jung is dat ieder mens uniek is en dat ieder mens bepaalde diep gewortelde psychologische voorkeuren heeft die ons een bepaalde kijk op situaties geeft. Deze unieke kijk zegt iets over uw leiderschapsstijl en toegevoegde waarde voor het team.

Het artikel De berg der waarheid van Christian Vandekerkhove verwijst naar de relatie tussen Carl Jung en de theosofie:
De Eranosgroep
In de schoot van de theosofische groep van Monte Verità ontstond ook de Eranosgroep. Deze was gesticht door Olga Froebe-Kapteyn (1881-1962) die in de entourage zat van Annie Besant en Jiddu Krishnamurti. Olga stond eveneens in contact met Rudolf Otto en Carl Gustav Jung. De groep hield zich bezig met vergelijkende studie en verdieping van westers en oosterse religies en filosofieën. Op jaarlijkse basis werden 9-daags symposia gehouden. De Eranosgroep bestaat nog steeds en kreeg na de tweede wereldoorlog een veel academischer karakter onder leiding van Adolf Portmann en later van Rudolf Ritsema. Uiteindelijk is de groep uiteengevallen in de “Amici di Eranos” en de “Eranos Foundation”.

Naar men aanneemt spelen spiegelneuronen een rol bij het begrijpen en interpreteren van de acties van anderen en het leren van nieuwe vaardigheden door imitatie.
Marco Iacoboni Het spiegelende brein: spiegelneuronen zijn cellen in ons brein (preciezer: in de frontaalkwab en in de pariëtaalkwab erachter) die een voorwaarde vormen voor sociaal gedrag, omdat ze aan de basis liggen van imitatie en inlevingsvermogen. Ze zorgen ervoor dat we snel andere mensen begrijpen. Maar ze zijn geen ‘moreel goede’ neuronen. Ze staan ook aan de basis van verslaving en geweld.

Recent onderzoek (Hersencellen groeien door lichaamsbeweging) heeft uitgewezen dat neurogenese zich ook voordoet bij volwassen individuen, onder meer in de hippocampus bij de mens en andere zoogdieren. We blijven ons leven lang nieuwe neuronen creëren.

Het is wenselijk de vicieuze cirkel van het kip-en-eiprobleem (Lichaam-geestprobleem), het Hoe of Wat (of-of) denken te doorbreken.
Twee van de grote denkstromingen die pogen het mind-body probleem op te lossen zijn het dualisme en het monisme.
Een middenweg (en-en) tussen fysisch en psychisch monisme vormt neutraal monisme. Spinoza's Deus sive natura (“God in de natuur en de natuur in God”) is een neutraal monisme.

In het universum is de gebroken symmetrie een gegeven. De mensheid wordt daardoor op aarde uitgedaagd voor zijn survival slimme 'en-en', lees interdisciplinaire oplossingen te bedenken.

De geschiedenis laat een diversiteit aan innovatieve, interdisciplinaire grenswetenschappers zien.
Spinoza, Schelling, Nietzsche, Jung en Wittgenstein zijn coryfeeën die zich hebben bewogen op het snijvlak van natuur en cultuur. Op dit snijvlak gaat het echter niet primair om wetenschap versus geloof, maar eerder om de samenhang en wisselwerking tussen natuur – en menswetenchappen. Deze kengebieden kunnen wel onderscheiden, maar niet gescheiden worden. Het zijn twee verschillende, maar complementaire domeinen. Door beide als complementair te beschouwen ontstaat een completer zicht op de werkelijkheid. Het is wenselijk de tweespalt tussen de natuurwetenschappen en geesteswetenschappen te verkleinen. Vastgeroeste denkpatronen te doorbreken. Het domein van de materie met de energetische processen van het bewustzijn te combineren. Een ruimer denkmodel is nodig om op creatieve wijze de wereldvraagstukken op te pakken.

Door Plato zijn er al voorzetten gedaan, een uitverkoren klasse tot beroepsbestuurders op te leiden. In een rechtvaardige maatschappij zouden dan mensen uit de heersende klasse bij de verstandigen en wijzen in de leer moeten om in de kunst van het regeren onderricht te krijgen. Het Meta-leren heeft op survival of the fittest, de waarden en normen betrekking.

De toekomst ligt in het verleden besloten (Zaaien en Oogsten). Wanneer je haat zaait zul je geen liefde oogsten. De evolutie van de mensheid (de gemanifesteerde werkelijkheid) op macroschaal, die op de psyche van de anonieme massa berust, creëert op aarde golfbewegingen (bv. Biogeochemische cyclus, Epigenetica, Conjunctuurgolf, Kondratiev-cyclus). Alles wat gebeurt, is altijd historisch. De geschiedschrijving (Akasha-kronieken) legt de macro evolutie vast. In elke cel van ons lichaam, en dat van andere levende wezens, bevindt zich een geweldig rijk archief. Het boek Mens tussen hemel en aarde van Willem Schulte Nordholt laat het euvel zien dat we nog steeds niet bereid zijn van de geschiedenis te leren. De geschiedenis is de vrucht van de innerlijke wereld. Maar is het wetenschappelijk bezien interessant dat door ‘trial and error’ bestuur het wiel steeds opnieuw wordt uitgevonden?
De opwaartse - en neerwaartse spiraaldynamiek brengt de eeuwige terugkeer van Friedrich Nietzsche tot uitdrukking.
Voor Alpha en Omega, die door een punt worden gesymboliseerd, is er maar een route.
Het is mogelijk de éne werkelijkheid vanuit een nieuw gezichtspunt te belichten. Het rapport 'E i V' wil aantonen dat de kwintessens van het verhaal echter gelijk blijft. De structuur van de eeuwige wederkeer impliceert een Droste-effect. Dit proces van zelfverwijzing heet recursie (chaostheorie).
Om de spiraalwerking te verklaren biedt, net als het boek Het spiegelende brein van Marco Iacoboni, de fractale zelfgelijkvormigheid een handvat.
Het is het zelfbewustzijn, het reflexieve bewustzijn dat mensen kenmerkt.
Reactie van Jules Ruis naar aanleiding van mijn vraag Is zelfgelijkvormigheid een eigenschap die zelfbewustzijn mogelijk maakt?
Jules Ruis veronderstelt dat het ontstaan van elementen in de natuur (net zo als dat pixeltje op het scherm) door bepaalde informatie wordt aangestuurd. De opgeslagen informatie heeft naar zijn mening iets met genen, memen en zelfbewustzijn te maken. Het samenspel van genen en memen noemt hij het speelveld van de ziel. Er zouden dan bijvoorbeeld ook gemen kunnen bestaan.

Het speelveld van de ziel manifesteert zich door het zelfbewustzijn. De ultieme blauwdruk van het leerproces (‘Avatar’, de oerbron) blijft in de schepping verborgen. Wel wordt persoonlijke informatie in het BOEK VAN HET LEVEN, de Akasha-kronieken opgeslagen.

De oplossing van het vraagstuk waarmee de bewustzijnsevolutie of de natuurwet van cyclisch, evolutionair scheppen zich bezig houdt is al millennia bekend. De wisselwerking tussen geest en materie is een medaille met twee kanten, waarop zowel het Zelf-eon van Jean Charon, de bewustzijnsevolutie als de evolutietheorie van Darwin van toepassing zijn. De bewustzijnsevolutie, de ziel, de kern van de mens heeft op de absolute ‘Ruimte en Tijd’ (Einsteins kosmische Geest!) betrekking, daarentegen de evolutietheorie op de relatieve ‘Ruimte en Tijd’. De kwintessens van dit verhaal draait echter om survival of the fittest. Het dilemma van het leven ligt besloten in: Waar kiezen we nu voor? Het brengt de kwintessens, de moraal van dit verhaal tot uitdrukking. In de absolute ‘Ruimte en Tijd’ ontstaat er een potentiaalverschil van nul.

Moraal, ethiek (Ethica Spinoza) ontstaat als gevolg van de kenmerkende, unieke verschillen, het spanningsveld tussen het individueel menselijke en het heil van het collectief.
In tegenstelling tot Antonio Damasio gaat het rapport ‘E i V’ van de hypothese uit dat natuurlijke selectie en het evolutionaire bewustzijn het mogelijk maken dat de biologische kant van de mens zich met de oerbron kan verbinden. Dankzij het dualisme, de complementariteit op aarde kunnen wij de eenheid in de hemel ervaren. De biologische kant van de mens, de biologische mechanismen liggen ten grondslag aan gedachten, gevoelens en emoties.

Antonio Damasio Ons ‘zelf’ is extreem kwetsbaar (interview Volkskrant 13 februari 2010)
Er zijn neuroweterschappers die zeggen: we zien in je brein wie je bent en welke voorkeuren je hebt. En dat weten we zelfs beter dan jijzelf.
Die hebben ongelijk. De reacties die je in de scanner ziet, zijn afhankelijk van een bepaalde context en vinden altijd plaats op een waarschijnlijkheidsschaal. Het betekent niet dat het altijd gebeurt, en ook niet dat het onder alle omstandigheden zal gebeuren.
Mij interesseren vooral de condities waaronder gedrag verandert. Neem bijvoorbeeld de nazibeweging. Hitler was een psychopaat, maar de meeste mensen die zich aansloten bij zijn beweging , waren mensen, zoals u en ik. Toch deden velen van hen verschrikkelijek dingen.
Dat wil niet zeggen dat wij in de grond verschrikkelijk zijn. Alle mensen hebben een heel goede én een heel slechte natuur. We zijn in staat enorm goede daden te verrichten, maar ook afschuwelijk vrede. Ik denk dat de omstandigheden daarbij een grote rol spelen, maar ook de opvoeding en de inrichting van de maatschappij.
Betreft u daarbij ook het werk van wetenschappers als Frans de Waal, die onder meer compassie bij apen onderzoekt?
Jazeker. Wij mensen hebben eigenschappen gemeen met apen.
De machinerie om ons leven te reguleren is bijna zo oud als het leven zelf. Daarbij gaat het om een puur genetische regulering die automatisch bestaat en heel goed functioneert. In de loop van de evolutie is dat proces steeds complexer en rijker geworden. Op een bepaald punt verandert dat van een puur genetische regulering in een regulering die deels is uitgevonden door onszelf en mede gestuurd wordt door onze cultuur:
Die vorm van regulering van het leven, waarvoor je een cultuur en een maatschappij nodig hebt is een heel dynamisch en complex proces en nog steeds een project in uitvoering. Daarom maken we hongersnoden, oorlogen en een ingestorte beurs mee.

P. de Laat Psychodrama Een actiegerichte methode voor exploratie, reflectie en gedragsverandering (uittreksel van hoofdstuk 3)
Antonio Damasio (boeken De vergissing van Descartes; Ik voel dus ik ben; Het gelijk van Spinoza) die neuroloog is en geen psychiater, maakte aannemelijk dat geheugen en bewustzijn gebouwd zijn op de ondergrond van emotie en gevoel.
Neurologisch onderzoek vanaf ongeveer 1985 heeft veel nieuwe inzichten opgeleverd. Zo weten we dat élk signaal, dat door het zenuwstelsel van buiten of van binnen uit wordt opgevangen, door speciale hersengebieden wordt getaxeerd en als het ware voorzien van een certificaat: Schadelijk, niet schadelijk, neutraal, gunstig, buitengewoon gunstig, met betrekking tot overlevingskansen. Damasio noemt dit labelingsmechanisme: “somatisch stempelen”: het zenuwstelsel geeft een soort keurmerk aan alle binnenkomende signalen.
Damasio onderscheidt:
primaire emoties: geluk, verdriet, angst, woede, verbazing en afkeer.
secundaire emoties: schaamte, jaloezie, schuld, trots.
achtergrondemoties: welbehagen, malaise, kalmte en spanning.
Een emotie is de heftige lichamelijke uitdrukking van een door een gebeurtenis verstoord geestelijk evenwicht. Een emotie is een krachtige en hooggeïntegreerde gezamenlijke actie van bijna heel het brein en grote delen van het lichaam.
De hersenen registreren voortdurend lichaamstoestanden die optreden als er zich gedachten vormen. Damasio noemt die registraties “Gevoelens”.
Gevoelens zijn volgens Damasio mentale voorstellingen (“afschriften”) van de prikkel die een gevoelen veroorzaakt én van de gelijktijdig geregistreerde veranderingen in de hersenen die ooit opgetreden zijn tijdens een emotionele cyclus, maar zonder dat het hele spektakel van de emotie wordt gemobiliseerd. Gevoelens noemt hij even “cognitief” als alle andere voorstellingen van waarnemingen en evenzeer afhankelijk van de hersenschors als andere mentale voorstellingen.
Gevoelens zijn niet zo ingrijpend als emoties, minder massaal, vaak voor de buitenwereld niet direct waarneembaar en meer bestemd voor inwendig gebruik. Wij registreren voortdurend “achtergrondgevoelens”, waardoor wij ervan op de hoogte blijven hoe wij ons voelen en hoe het met ons gaat, ook al geven wij op een vraag daarnaar soms geen eerlijk antwoord. In de basisopleiding van de School voor Psychodrama leren de leden van het koor hoe zij deze gevoelens “in de schaal kunnen leggen” en hoe zij zich dan ook bewuster kunnen worden van het groepsfocus.
Sociaal leren geschiedt volgens de huidige neurobiologie, door de koppeling van emoties en gevoelens aan handelingen. In de actuele omstandigheden van elke dag zijn het gevoelens, vooral achtergrondgevoelens, die zorgen voor de discriminerende labels die wij in eerdere situaties verworven hebben en die richting geven aan ons gedrag.
Somatische stempels worden door ervaring verworven, onder de controle van een inwendig systeem van voorkeuren en onder invloed van uitwendige omstandigheden, waartoe niet alleen eenheden en gebeurtenissen behoren waarmee het lichaam (fysiek) in wisselwerking treedt, maar ook sociale gebruiken en ethische regels.

Elisa Hermanides Artistieke creativiteit en het menselijk brein
Antonio Damasio noemt in zijn artikel "Some notes on brain, imaginaton and creativity" een aantal voorwaarden waaraan een succesvol artiest zou moeten voldoen. Allereerst noemt hij motivatie en moed. Zonder ambitie zal immers zelfs iemand met een enorm talent niet ver komen en bovendien moet een kunstenaar met de nodige kritiek en afwijzing kunnen omgaan. Verder is ook een enorme ervaring, maar vooral een grote (praktische) expertise en kennis van het vakgebied vereist. Dit laatste duidt Damasio aan met het moeilijk vertaalbare 'apprenticeship'; een ware kunstenaar moet voldoende zijn onderlegd om te weten hoe hij zijn werk moet opbouwen en manipuleren om een publiek te kunnen aanspreken. Ten derde vindt Damasio het essentieel dat een artiest of kunstenaar een sterk inzicht heeft in zowel zijn eigen gedachtengang als die van anderen.
Welke kenmerken moeten neurale systemen en functies hebben om te komen tot de schepping van een kunstwerk? Volgens Damasio is het vooral belangrijk dat een kunstenaar in staat is om een grote diversiteit van representaties voort te kunnen brengen. Het combineren van verschillende (fragmenten van) beelden, geluiden en ideeën, die voortkomen uit innerlijke of externe prikkels, is noodzakelijk voor de creatie van een nieuw kunststuk. De compositie van zintuiglijke en innerlijke informatie tot een nieuwe entiteit kan alleen plaatsvinden wanneer er behalve ordening ook selectie plaatsvindt van de wirwar van beelden, geluiden en ideeën die zich in ons brein bevindt. Dit kiezen en combineren vindt volgens Damasio plaats in de prefrontale cortex, de voorste kwab van de grote hersenen, die een belangrijke rol vervult bij het plannen van acties, het oplossen van problemen en het onder controle houden van de emoties. Ook Miller en Hou denken dat behalve de parietale kwab en de visuele banen ook de prefrontale cortex een grote rol speelt bij creatieve processen. De dorsolaterale zijde van de prefrontale cortex zou de organisatie en planning regelen van de te verdelen creatieve energie, terwijl andere delen van de frontale cortex zorgdragen voor de discipline die een artiest nodig heeft om vaardigheden te leren. Deze vaardigheden worden dan weer toegepast met behulp van de motorische regio’s van de frontale cortex samen met de meer naar binnen gelegen basale ganglia en de kleine hersenen.
Ook een andere cognitieve structuur, het werkgeheugen, vindt zijn neurologische basis in de prefrontale cortex. Het werkgeheugen is niet hetzelfde als het korte termijn-geheugen. Het onthoudt niet alleen informatie voor kortere tijd, maar creëert nieuwe representaties van externe informatie, haalt andere representaties op uit het lange termijn-geheugen en is in staat al deze representaties in gedachten te houden, samen te brengen en te bewerken. Een goed werkgeheugen is daarom volgens Damasio onmisbaar bij een groot kunstenaar. Bij het bewerken en samenbrengen van representaties is het echter wel belangrijk dat er een selectie op esthetische of wetenschappelijke waarde plaatsvindt bij de opname van externe representaties en dat er een effectieve besluitvorming plaatsvindt over welke representaties wel en welke niet kunnen worden gebruikt in het uiteindelijke kunstwerk.
Damasio schrijft ook over de respons op een creatieve uiting. Volgens hem zit het brein zodanig in elkaar dat het op een bepaalde manier reageert op verschillende soorten stimuli, bijvoorbeeld kleuren en vormen en hun mogelijke combinaties of bepaalde klanken eventueel binnen een bepaalde compositie. Aanvankelijk zuiver natuurlijke emotionele reacties worden door middel van associatie verbonden met esthetische ervaringen. De bewuste en onbewuste reacties die ontstaan door een bepaalde emotie veranderen de huishouding van het menselijk lichaam. Het plezier dat wordt beleefd aan bepaalde prikkels komt vooral voort uit de aanvankelijke lichamelijke reacties op zo’n prikkel. Na gewenning, waardoor de verbindingen tussen de prefrontale cortex en de zintuiglijke of somatische cortex zijn gemodificeerd, kan de prefrontale cortex er voor zorgen dat de somatische cortex zich gaat gedragen alsof het lichaam door een werkelijke emotie wordt bevangen, aldus Damasio. Dit zou verklaren waarom een popsong die je hoorde op een emotioneel moment, je veel later weer kan doen lachen of huilen.

De sleutel die op het slot past is al millennia bekend. Het kapitalisme is in zijn valkuil gelopen, door de moraal van het verhaal uit het oog te verliezen. Dwaasheid prevaleert boven wijsheid.

Om onze waarneming, leergedrag, opmerkzaamheid, logisch redeneren, herinneren, dromen te verklaren vergelijkt Prof. van Peursen in zijn boek Cultuur in stroomversnelling uit 1975 de werking van de hersenprocessen met het zogenaamde ‘trekkermechanisme’.
De ongrijpbare patronen, schakelnetwerken van Prof. van Peursen correleren met de spiegelneuronen van Marco Iacoboni.

De instructies en mutaties die in een computer plaatsvinden simuleren besluitvormingsprocessen in de buitenwereld. Het zijn de interacties van de gebruiker met de computer die maken dat de computer een goede metafoor is voor kunstmatige intelligentie. Een computer kan uitstekend simuleren, maar niet innoveren. Het is het trekkermechanisme, de "nieuwe hersenpaden" die daarvoor zorgen. De kunstige matige intelligentie van een computer is een schaduw van de intelligentie van een mens. Een computer is verre van superieur aan wat een mens kan presteren. Bij een computer gaat het om kunstmatige selectie, bij een mens om natuurlijke selectie. Of met andere woorden kunstmatige selectie doen mensen bewust, de bevruchting, de natuurlijke selectie van eicel en zaadcel vindt daarentegen onbewust plaats. Al is het wel zo dat door kunstmatige inseminatie de mensheid het stokje van de kunstmatige selectie overneemt en vrij recent bij IVF zelfs van de natuurlijke selectie.

Of met andere woorden kunstmatige selectie doen mensen bewust, de bevruchting, de natuurlijke selectie van eicel en zaadcel vindt daarentegen onbewust plaats. Al is het wel zo dat door kunstmatige inseminatie de mensheid het stokje van de kunstmatige selectie overneemt en vrij recent bij IVF zelfs van de natuurlijke selectie.
Het ontstaan van het nieuwe leven berust enerzijds op puur toeval (het lot), anderzijds op een bewuste daad. Tijdens de geboorte vindt de scheiding van twee lichamen plaats. Bij de geboorte wordt het Dharma verstoord en ontwaakt het aardse bewustzijn, de psyche. De dualiteit neemt bezit van het kind. Het bewustzijn uit zich eerst in een primitieve, dierlijke vorm, het oerbewustzijn. Bewustwording is een cyclisch proces, een oneindige spiraal die geen begin en geen eind kent; er is alleen het nu. Het nu bevat het verleden en draagt het zaad van de toekomst in zich.

Bevruchting is het proces van de samensmelting van twee haploïde gameten, zoals een zaadcel en een eicel, dat leidt tot de vorming van een diploïde zygote en eventueel uiteindelijk de ontwikkeling van een embryo. Hoe dit verloopt wordt onderzocht in de studie van de levenscyclus.

De kwintessens, het mysterie van het leven zit in de ruimte, de chemie tussen twee mensen (De ander als spiegel; De ander centraal). Wat daar precies gebeurt, daar begrijpen we heel weinig van, dat zijn louter vermoedens. Wat werkelijk belangrijk is, kan niet in woorden worden uitgedrukt.
Het geheim van het leven zit in eros verborgen. Echte liefde is onvoorwaardelijk, is niet voor een breezer te koop.
Het mysterie van het leven zit, net als de groei van een foetus bij de moeder, in onszelf.
Het mysterie van het leven kan in poëzie wel voelbaar worden gemaakt.

De verbindende schakel tussen de microkosmos (mens, wereld der mensheid) en de macrokosmos (universum, het gebied van de grote kosmos) – God (als Schepper, goddelijke wereld) – wordt gnosis genoemd.

Waar gaan we voor? De constatering van Pierre Vinken dat de evolutie in tegengestelde richting verloopt wordt in het rapport 'E i V' echter met devolutie aangeduid. De vraag komt op of bij Pierre Vinken van een universele geest sprake is. In hoeverre zijn denken en voelen, theorie en praktijk, de beide hersenhelften bij Pierre Vinken echt in balans?
Het gaat om de reciprociteit (zie gegeneraliseerde 'reciprociteit' van Putnam) tussen beide kanten van de medaille.
Paul Frentrop portretteert Pierre Vinken als een opportunistische korte termijn denker, die niet in goed rentmeesterschap gelooft.

Plato verdeelde de werkelijkheid in twee zijnssferen, materie en geest met als schakel de ziel. Het meta-bewustzijn (Analyse en Ontwerp), nous legt de verbinding tussen epithumia en thumos.

Het woord kâma-rûpa (thumos) staat voor hartstochten en begeerten. Het gaat mis wanneer natuurlijke begeerte naar ‘genoeg’ verandert in hebzucht naar ‘meer’ (epithumia).

David Bohm spreekt van Dialogue, dit is niet een mentaal communicatieproces, maar een proces vanuit het hart, het gevoel.

De vier oorzaken-leer van Aristoteles biedt een kader, om de samenhang tussen 4 elementen, de 5e dimensie, de kwintessens weer te geven. Aristoteles verenigt ‘theorie en praktijk’.
Tot slot: als mijn interpretatie van de theorie en de praktijk van teleologische verklaringen in Aristoteles juist is, dan is de verklarende functie van doeloorzaken significant anders dan traditioneel wordt gedacht. Doeloorzaken oefenen geen ‘mysterieuze kracht’ uit vanuit de toekomst, maar functioneren daarentegen juist bijna letterlijk als eindpunten en grenzen van processen. Ze vormen de beginpunten van wetenschappelijk onderzoek. Dit betekent niet dat doeloorzaken slechts een heuristische functie hebben: omdat doeloorzaken deel zijn van de conclusie die in een wetenschappelijk bewijs wordt gedemonstreerd, demonstreert het bewijs het bestaan van natuurlijke teleologie.

Prana nr. 165 bevat het boeiende artikel Divineren – Akasha’s toevalstaal lezen van Rob Docters van Leeuwen: In het artikel refereert Doctors van Leeuwen aan het boek The Self-Aware Universe van Amit Goswami. Volgens Amit Goswami heeft een mens een EGO (Redeneren, Continu, Gedetermineerd, Lineair, Lokaal, Persoonlijk en Klassiek-logisch) en een KWANTUMZELF (Creatief, Discontinu, Synchronistisch, Holistisch, Non-lokaal, Transpersoonlijk en Kwantumlogica). Carl Jung noemt deze respectievelijk het ego en het Zelf.

De ‘le grand agent magique’ van Eliphas Levi correleert met de ongrijpbare patronen, schakelnetwerken van Prof. van Peursen en met de spiegelneuronen van Marco Iacoboni.

In de georganiseerde religies schuilt een groot gevaar van het op de been brengen van mensenmassa's. In Amerika wordt echter in naam van de vrijheid de democratie afgebroken.

Voelen en denken zijn complementair. Herman Hesse plaatst in zijn boeken eros tegenover logos. Het vrouwelijke staat tegenover het mannelijke, het aardse tegenover het hemelse.
De vraag komt naar voren of daaruit mag worden afgeleid dat de man zich een goddelijk rol mag toeëigenen?
Immers volgens het Johannesevangelie (Joh. 1:14) “Het Woord is mens geworden...”.

Volgens Professor Frijda representeren emoties de waarden en belangen van een organisme. Emoties kunnen een morele betekenis hebben en houden vaak waardeoordelen in.

Geheime Leer Deel III (p. 646): Het hart is het middelpunt van het geestelijke bewustzijn, evenals de hersenen het middelpunt van het verstandelijke bewustzijn vormen.

De kern schuilt in het hart. Het zijn vooral de emoties en niet de ratio die de wereld regeren.

Het boek Corpus Hermeticum (p. 201): Hoe de relatie tussen God, de mens en de kosmos verklaard kan worden.

Bram Moerland: Gnosis en Christusbewustzijn Wij hebben als mens twee naturen.
Er is hier een grote verwantschap met het boeddhistische begrip 'boeddha-natuur'. Elk mens, alle wezens en alle dingen hebben boeddha-natuur, leert het boeddhisme. Het spirituele pad van het boeddhisme heeft als doel het bewustzijn van de individuele mens te verenigen met zijn eigen boeddha-natuur, die tegelijk ook de boeddha-natuur is van de ganse werkelijkheid.

De indeling introvert en extravert zegt volgens Jung veel over hoe het bewustzijn is ingesteld: bij de extravert is het bewustzijn gericht op de buitenwereld, bij de introvert op zijn eigen binnenwereld. Een tweede indeling is de bewustzijnsfuncties (zintuigelijke functies). Deze functies zijn puur op basis van ervaring in de praktijk ontstaan (het dynamische aspect).

====

Synchroniciteit (Wederkerigheid, 'Individueel en Collectief', Spinoza en de nieuwe levensrichting)

Begrijpen is volgens Spinoza de dingen zien in hun ‘logische afhankelijkheid’.
Het begrip toeval wordt in verband gebracht met ‘logische afhankelijkheid’ en ‘acausale geordendheid’.
Dr. Jolande Jacobi boek De psychologie van Carl G. Jung (p. 21): Jung noemde, een modaliteit die er eenvoudigweg is, zonder oorzaak, ‘acausale geordendheid’.
Barbara Hannah boek Jung zijn leven zijn werk (p. 319): Jung toonde aan dat synchronistische gebeurtenissen slechts een specifiek voorbeeld lijken te zijn van een veel breder natuurlijk beginsel, dat hij ‘acausale geordendheid’ noemde, een modaliteit die er eenvoudigweg is, zonder oorzaak, zoals in het geval van de discontinuïteiten in de fyica (de geordendheid van energiekwantums, nucleair verval enzovoort) of de natuurlijke getallen.

De wet van behoud van energie staat bekend als de eerste hoofdwet van de thermodynamica. De wet van behoud van energie hangt volgens de esoterie met ons karma samen. Op aarde geldt voor de relatieve ruimtetijd het Zaaien en Oogsten. Een basiswet in de natuur(kunde), in Indiase termen, de wet van karma. Dit thema wordt in het rapport ‘E i V’ uitgebreid behandeld.

Ronald Hanson bewijst quantumverstrengeling Welke deeltjes heb je bij je experiment precies verstrengeld?
‘Twee elektronen, op 1,3 kilometer afstand, op de campus van de TU Delft. Daarvoor gebruikten we licht – fotonen – als een soort tussenpersoon. Beide elektronen waren verstrengeld met een foton en die fotonen knoopten we vervolgens aan elkaar door ze via een kabel naar elkaar toe te sturen. Daarna zat alles aan dan elkaar vast. Dat wil zeggen: die deeltjes waren verstrengeld. Door de interactie verdwijnen de twee fotonen en blijven de twee verstrengelde elektronen over.’
Vreemde, gekke, absurde resultaten, … zou dat er niet op duiden dat ons beeld van materie, tijd en ruimte op de schop moet. Er wordt maar steeds over deeltjes gepraat, maar zijn het wel deeltjes? Volgens mij eerder energie-eenheden of zoiets, die misschien wel bewustzijn hebben om nog maar eens iets geks op tafel te gooien. Ik denk dat het tijd is om de fysica maar eens meer metafysisch te gaan bekijken. Informatie die instantaan gedeeld wordt, verstrengeling en synchroniciteit (psychologisch begrip van Jung), sneller dan het licht, het heeft volgens mij de toekomst om er toch maar iets tijdelijks in te gooien.

'We gaan naar een heel nieuw verhaal toe' (Martijn van Calmthout Volkskrant 9 november 2016 p. 9):
Is uw theorie nu af?
'Niet zoals Einstein in 1915 met één vergelijking alles samenvatte. Mijn theorie is eerder een manier van denken. Met enkele uitgewerkte gevolgen, vooral de kwestie van de donkere materie. Maar ook heel veel vragen die nader onderzoek vergen. Van mij en anderen.'
Alles is informatie zelfs het universum (Martijn van Calmthout Volkskrant 9 november 2016 p. 8):
Al tientallen jaren zit de natuurkunde in een diepe crisis: van het heelal is maar 4 procent bekend. De rest moet bestaan uit geheimzinnige 'donkere materie' en 'donkere energie', maar niemand weet wat dat is. De nieuwe zwaartekrachttheorie van Erik Verlinde, waar experts al jaren naar uitzien, veegt al die schimmen in één klap van tafel, door het heelal voor te stellen als een dikke soep van informatie. Klopt rekenkundig allemaal, maar wat zégt het eigenlijk? Uitleg in zes lekenvragen.
Baanbrekende theorie: donkere materie is een volstrekte illusie (Martijn van Calmthout Volkskrant 9 november 2016):
De Amsterdamse hoogleraar theoretische natuurkunde Erik Verlinde heeft maandagnacht eindelijk een potentieel baanbrekend artikel over de zwaartekracht gepubliceerd, waar in vakkringen jaren naar is uitgekeken. De theorie kan een opvolger zijn van Einsteins relativiteitstheorie uit 1915, is de claim, die al maanden in het geruchtencircuit rondging.

Met de kernbegrippen Non-lokaliteit, Complementariteit, Verstrengeling, Kwantumcoherentie, Onzekerheidsprincipe, Indeterminisme, Superpositie en IJktheorie uit met name de kwantummechanica is het mogelijk het verschijnsel non-dualiteit 'non-lokaal en lokaal' ('Geest en Lichaam') van het Akasha-veld, de ‘spontane generatie’ te duiden. In de boeken van Ervin Laszlo worden deze begrippen uitgebreid besproken. Non-lokaliteit betekent dat er los van de afstand op elk moment verbondenheid is met het bewustzijn (filosofie van de geest) van anderen of met andere woorden vrijheid in verbondenheid.

R.G. van Leerdam Nieuwe Westerse Alchemie, gnostiek en overgave. Bewuste ego desintegratie en integratie van en naar het Zelf (p. 3)
• Volledige ontkenning en -dissociatie is enerzijds een stapsgewijs beschermingsproces van het innerlijk kostbaarste zelf en anderzijds daarmee de kristallisatie van (on)bewuste ontkenning die een mogelijk bewuste weg naar integratie en volheid vrij kan maken; de weg van de LOGOS of wel de LOGische weg. De bewuste weg van kenning, van binnenuit terug door de personae heen, door het ego en de eerdere existentiële ervaringen terug naar buiten, naar de ervaring en beleving van de LOGOS (of Zelf) binnen. Zo binnen zo buiten!
5: Volgens de Duitse filosoof Achenbach moet je je eigen leven niet met een vergrootglas bestuderen maar juist in een breder perspectief plaatsen. Dat geeft je een betere kijk op de wereld en jezelf.Thinking, not shrinking! Vanuit deze gedachte betreden we drie ruimtes:
1. De natuurwetenschappelijke benadering met een energetisch toestandsmodel
2. De psychische ruimte en Jungiaans analytisch psychologische benadering
3. De oude gnostische kennis in oost en west, met een aantal Soefie verhalen en oude
Christelijke gnosis uit recent herontdekte werken, zoals het Judas evangelie. In hoofdstuk 2 wordt het toestandsmodel uitgelegd en een eenvoudig concept van psychische energie toegepast. Het concept van psychische compressie wordt gebruikt als ingang voor de belevingsspanning. Energetisch worden effecten als Post Traumatische Stress en zijn effecten op beleving en bewustzijn uitgelegd.
2.2 Psychische energie
9: De eenheid van energie is Joule of wel Nm (Newtonmeter). De
eenheid van arbeid is hieraan gelijk, of te wel “Kracht keer weg”. In de Psychologische wereld is het normaal te praten over psychische stress, of te wel een Kracht per oppervlakte eenheid: N/m². Een en ander betekent als we een sluitend energetisch toestandsdiagram willen gebruiken dat dan als we over stress spreken een inhoudsgrootheid nodig is, namelijk m³. Immers Energie is Nm = N/m² x m³. Dit kan worden omschreven als de druk keer het volume waarop de druk wordt uitgeoefend. In andere woorden we hebben een inhoudsmaat nodig in de vorm van een psychische inhoud. Het is dus energetisch en natuurkundig juist om te praten over psychische compressie en haar effect op psychische spanning. Dit loopt synchroon met het fluïde psyche begrip, dat zich als een samendrukbaar medium gedraagt (bv samendrukbaar zoals in de ideaal gaswet).

Diagram illustrating concept of synchronicity by CG Jung:
Joseph Jaworski: Synchronistische gebeurtenissen zijn derhalve an sich niet moeilijk te bevatten. Veel mensen hebben ervaringen met zinvolle toevalstreffers en voor hen worden ze, juist omdat ze betekenis hebben, vroeg of laat duidelijk waarom ze hebben plaatsgevonden.
Echter, dergelijke gebeurtenissen vloeien voort uit een onderliggend beginsel waarvoor een speciale manier van denken en ervaren vereist is. Althans, dat stelt Joseph Jaworski in zijn boek ‘Synchroniciteit; de innerlijke weg naar leiderschap’. Juist dat onderliggend beginsel is moeilijk te begrijpen: het vergt een ommekeer in hoe de wereld bekeken wordt: hoe alles om ons heen een diepere realiteit herbergt.
Juist met zo’n open houding kan de wereld gezien worden als een wereld vol mogelijkheden. Pas dan zullen we ook onszelf zien als deel van een zich ontvouwende, zich openbarende werkelijkheid, schrijft Jaworski. Het gevolg is dat we ook zullen gaan handelen vanuit deze nieuwe visie. Met andere woorden, als we bewust zijn hoe die werkelijkheid zich laat zien, dat niets zomaar toevallig gebeurt - het een staat in verbinding met het ander - zullen we automatisch betrokken zijn. We kunnen ook niet anders, we zijn er een deel van. Hoe een groter geheel, de wereld, zich ontplooit heeft effect op hoe wij onszelf ontwikkelen en vice versa. Jaworski noemt dit overgave. Wanneer we ons aan dit besef overgeven, zullen de dingen dan ook op hun plaats vallen, zullen gebeurtenissen, ervaringen spontaan lijken te gebeuren. En juist die ervaringen, dat is synchroniciteit.

Die Quaternio:
De patronen die op deze wijze ontstaan kunnen aan de hand van het synchronistische, holistische non-lokale bewustzijn worden verklaard. Het verschijnsel synchroniciteit hangt met entelechie, de doelgerichtheid in de natuur, met de ‘natuurlijke selectie’, het zo boven zo beneden; zo binnen zo buiten samen.

Wat is de Wet van Tijd?:
In zijn essentie is tijd een frequentie uitgedrukt als een mathematische verhouding constante, 13:20. Deze constante definieert een heel nieuw rijk van realiteit, de synchrone orde. Dit is het vierdimensionale rijk waar synchroniciteit de norm is en feitelijk in kaart gebracht kan worden door de mathematische codes gebaseerd op de verhouding constante 13:20.

Jan Wicherink boek Ontheemde Zielen Ontwaken (p. 15):
Sommige wetenschappers menen dat de betekenis van de verhouding 13:20, die besloten ligt in de Lange- Tellingkalender, te maken heeft met de Gulden Snede van de Heilige Geometrie, hoewel een verhouding van 13:21 een ware Fibonacci-verhouding zou weergeven die uiteindelijk convergeert naar de Gulden Snede.
Jan Wicherink, boek Ontheemde Zielen Ontwaken (p. 114):
Ervin Laslo noemt de informatievelden die gecreëerd worden door de torsiegolven A-veld (Akashaveld). De Akasha-kronieken lijken op wat Carl Jung de collectieve geest van de mens noemt.

René Meijer boek De Ether Bestaat (p. 16):
We weten ook van Einstein dat energie en massa samenhangen met de lichtsnelheid volgens E = M x C2, wat dan zou inhouden dat we energie hebben die geen massa kan zijn en dat dus die formule, wederom, niet kan kloppen.
M.a.w. de lichtsnelheid is volgens een gecoördineerde vedische visie variabel, afhankelijk van het referentiekader. Wat betreft dat kader had de filosoof Aristoteles (384-322 v.Chr.) genoeg aan de twee vormen van tijd:
de lineaire en de cyclische beweging van het universum. Dat was voor hem voldoende om te spreken van een eindig universum, verdeeld in twee gebieden: dat van de onveranderlijke en unieke stellaire sfeer van de ether leidend tot het cyclische van de schepping, die perfect is, en dat van de aardse materie dat lineair bepaald, imperfect is, eindig is.
17: Maar Einstein kon geen absolute waarde toekennen aan de gelijktijdigheid van gebeurtenissen, een dergelijke etherische en absolute, momentane werking, die bij Carl G. Jung b.v. synchroniciteit heet, kon hij niet onderkennen. We weten door de relativiteit van het medium zo bezien in feite dus niet precies waar we aan toe zijn met de snelheid van het licht. De resultaten van de metingen lopen uiteen, dat is zeker.
89: Uit een andere hoek zagen we dat in de twintigste eeuw min of meer ook van de bewustzijnsonderzoekers, de autodidact Allen Watts (1915-1973) die het belang van Zen en Tao benadrukte ter wille van een natuurlijker verenigde mens, de filosoof Robert Ornstein, die sprak van de persoonlijke integriteit in relatie tot wedijverende delen van relatief onafhankelijke hersengedeelten, de transpersoonlijk denker Ken Wilber, die spreekt van deel-en-geheel holons van niet-dualistische vorm- en tijdloze entiteiten in verhouding tot tijdgebonden vormen, en de analytisch psycholoog Carl G. Jung (1875-1961) met zijn begrip van archetypen van een individuele identificatie van het zelf verbonden in een 'acausale synchroniciteit'.

====

Zie ook:

Boeken:

Externe Links

<< vorige ||volgende >>

Categorie: Artikelen | Rapport | Auteur: Harry Nijhof


Deze pagina werd sedert 16 dec. 2007 keer bekeken.