2.2.1 Evolutionaire kringloop en de Systeemtheorie

Gottfried de Purucker: Terwijl we steeds dieper afdalen in de stof, bereiken we het menselijke stadium en verwerven daar zelfbewustzijn – een zelfbewustzijn dat met de tijd steeds groter wordt; en evolutie is niets anders dan een zich voortdurend beter tot uitdrukking brengen. Zo breidt zich het zelfbewustzijn weer uit tot universeel bewustzijn, wanneer we het keerpunt van de meest grove fysieke materie passeren en onze blik weer richten op de lange, lange weg omhoog naar het einde van onze planetaire periode.
P. Krishna: De wanorde die we om ons heen zien in de maatschappij is een projectie van de wanorde die aanwezig is in het menselijk bewustzijn.
 

Evolutionaire kringloop (Astrologie, Eeuwige wederkeer, Iteratie 'Recursie', Expansie en Contractie)

Emil Cioran: Het is echter een heldere, cionareske paradox dat de mens juist vanwege de wil tot slagen een eindeloze reeks catastrofen achter zich laat: je manifesteren betekent je door een of andere vorm van volmaaktheid laten verblinden. Denken leidt tot niet-handelen. De utopie houdt volkeren jong en vitaal. Wijsheid maakt hem oud en futloos. Dat zag je al bij de Romeinen. Toen ze ten langen leste door contact met de Grieken beschaafd werden, sloeg de vermoeidheid toe en waren ze een gemakkelijke prooi voor de utopisch gedreven barbaren.
Dag Hammarskjöld Wij sterven als ons leven niet meer wordt verlicht door het constante licht van de dagelijks hernieuwde verwondering waarvan de bron voorbij alle rede ligt.

World-systems theory traces emerged in the 1970s.[1] Its roots can be found in sociology, but it has developed into a highly interdisciplinary field.[2] World-systems theory was aiming to replace modernization theory, which Wallerstein criticised for three reasons:[2]
1. its focus on the nation state as the only unit of analysis
2. its assumption that there is only a single path of evolutionary development for all countries
3. its disregard of transnational structures that constrain local and national development.
There are three major predecessors of world-systems theory:
the Annales school, the Marxist tradition, and the dependence theory.[2][15] The Annales School tradition (represented most notably by Fernand Braudel) influenced Wallerstein to focusing on long-term processes and geo-ecological regions as unit of analysis. Marxism added a stress on social conflict, a focus on the capital accumulation process and competitive class struggles, a focus on a relevant totality, the transitory nature of social forms and a dialectical sense of motion through conflict and contradiction.

Mind within, over matter: Science, the occult, and the (meta)physics of ether and akasha (Anna Pokazanyeva 5 May 2016):
The intersection between quantum theory, metaphysical spirituality, and Indian‐inspired philosophy has an established place in speculative scientific and alternative religious communities alike. There is one term that has historically bridged these two worlds:
“Akasha,” often translated as “ether.” Akasha appears both in metaphysical spiritual contexts, most often in ones influenced by Theosophy, and in the speculative scientific discourse that has historically demonstrated a strong affinity for the brand of monistic metaphysics that Indian‐derived spiritualities tend to foster. This article traces the relationship between these groups with special attention to the role of Indian concepts and terminology. More specifically, it argues that Akasha‐as‐ether comes to operate in a manner that bridges gross matter (of which the individual mind is part and parcel) with the notion of a subtle material and transpersonal mind—a version of panpsychism allowing for a coherent quantum monism.

Een pastoraal woord van kardinaal Eijk aartsbisschop van Utrecht 1 oktober 2020
Broeders en zusters
De eerste golf van de coronaviruspandemie dit voorjaar was een lange, donkere tunnel. De tv-beelden uit binnen- en buitenland waren soms apocalyptisch van aard en zullen ons altijd bij blijven: overvolle ziekenhuisgangen met ernstig zieke en stervende patiënten, uitvaarten die met slechts een handjevol of zelfs zonder nabestaanden moesten plaatsvinden. Ook de tv-beelden uit landen waar aan het coronavirus overleden mensen met vrachtwagens werden afgevoerd naar provisorische koelcellen, staan op ons netvlies gebrand.
Inmiddels heeft de regering op 28 september een nieuwe reeks tijdelijke maatregelen aangekondigd.
Hopelijk kunnen we in Nederland door de vereiste aanpassingen van ons gedrag in gezamenlijkheid ook deze tweede coronagolf afzwakken. Daarmee redden we levens, maar wordt ook voorkomen dat de regering nog strengere maatregelen moet nemen, met alle economische gevolgen van dien. Want achter die woorden ‘economische gevolgen’ gaan levens van mensen schuil die in grote problemen komen als ze hun baan en inkomen verliezen. En dit heeft ook gevolgen voor de gezondheid, lichamelijk en geestelijk.

Jacobine Geel op 31 oktober 2020 NPO2
In de Oranjerie in Doorn praat Jacobine Geel deze zaterdag met drie gasten over de Protestantse Lezing die Mark Rutte 31 oktober houdt. Onze premier staat uiteraard stil bij de coronacrisis en wat dat voor impact heeft op de samenleving. Hij onderstreept de noodzaak van gezamenlijkheid en vertelt wat het geloof voor hem persoonlijk betekent.
Jacobine vraagt aan haar drie gasten wat voor hén een geslaagd leven is. Zo vertelt Gabriël Anthonio, bijzonder hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Groningen, over zijn gehandicapte zoon en de levenshouding die hij van zijn zoon leert. Thalita Muusse, generatie-expert, vertelt over de druk op jonge mensen in deze tijd en haar eigen ervaring met perfectionisme. Een van de teksten die haar leert met imperfectie om te gaan is van Leonard Cohen: “There is a crack in everything, that's how the light gets in”
Tot slot vertelt remonstrants predikant Claartje Kruijff over de
kwetsbaarheid die we vooral in coronatijd ervaren. Een goed leven is beseffen dat we kwetsbaar zijn en elkaars nabijheid blijven zoeken.

Tijdens het Petrus Festival wordt stilgestaan bij het ‘gekmakende streven naar perfectie’, bij zelfkritiek en zelfcompassie, bij overgave en genade. En uiteraard zal de huidige coronacrisis ook niet ongenoemd blijven. De vraag is ten slotte: ‘Kunnen we 2020 als een mislukt jaar beschouwen?’
Vanuit zijn protestantse levensovertuiging staat premier Rutte stil bij de vraag: ‘Is een goed leven een perfect leven?’ De lezing is onderdeel van een online festival over het goede en mislukte leven. Dit festival wordt georganiseerd door de Protestantse Kerk.

‘Luister naar het fluisteren van je lichaam’ (Fokke Obbema interviewt Marc Van den Bossche Volkskrant 2 november 2020 p. 15-15):
U ziet sporten als levenskunst. Waarom?
‘Bij sporten gaat het me niet om het verslaan van de ander of het streven naar een doel. Voor mij is het een zoeken naar je eigen maat – een voortdurend aanpassen aan veranderende omstandigheden. Zo bezien is het -levenskunst: je leert te luisteren naar wat je lichaam je toefluistert. De kunst is dat te doen op een wijze die bij je past. Het idee van je eindigheid en kwetsbaarheid komt daarbij vanzelf in beeld. In de sportschool zie ik tachtigers, blinden ook. Voor hen gaat het om te ontdekken: wat kan ik nu nog?’
Hoe kijkt u aan tegen uw eigen sterfelijkheid?
‘Het stervensproces van mijn tweede vrouw heeft erin gehakt. Ik zie me nog op mijn knieën voor haar bed, hand in hand en dan die laatste ademtocht – dat vergeet ik nooit. Ik besef sindsdien nog scherper hoezeer dat idee van het primaat van lichamelijkheid klopt en hoezeer dat onlosmakelijk aan sterfelijkheid is gekoppeld. Dat heeft me wel verzoend met mijn eigen eindigheid, wat niet wegneemt dat je het leven betekenis blijft toekennen. Een mens kiest als vanzelf voor hoop en groei. William James schreef: ‘Handel of het leven zin heeft en het zal zin krijgen. Handel alsof het zinloos is en het zal zinloos blijven.’

Dichters & Denkers Een mooie toestand, onsterfelijkheid (Kees 't Hart De Groene Amsterdammer 27 augustus 2020 p. 57):
In zijn uitvoerige filosofische essays, Denken op de plaats rust
(2012) en Mystiek voor goddelozen(2017), probeerde Van der Waal al zoekend niet-religieuze vormen van zingeving op het spoor te komen. Hij pleitte onder andere voor een hernieuwd filosoferen waarbij niet letterlijk ‘na-denken’, dus achteraf denken, centraal staat, maar betekenisgeving ook in het nu en de toekomst mogelijk is.
In dat laatste essayboek introduceerde hij het begrip ‘tijdvertraging’ waarmee je zowel menselijk als kosmisch ‘gedrag’ zou kunnen verklaren, ik vat het nu erg kort door de bocht samen. Mensen proberen de tijd stil te zetten, waardoor verval kan worden tegengegaan. En dit idee werkte hij nu in zijn eerste roman De uitbraak verder uit. Daarin verplaatst hij ons naar een maatschappij in een verre toekomst waarin de tijd radicaal is stilgezet: sterfelijkheid is opgeheven, verval is tot staan gebracht. Niet bij iedereen, aan de randen van de maatschappij, in de buitengebieden dus, houden zich groepen op die hier niet aan meedoen, zij sterven nog. Daar gaat de tijd door. We maken kennis met ene Gustav,
regeneratiespecialist voor Zorg en Welbevinden, een hoge functionaris, die een verjongingskuur ondergaat.

Armoede (Margreet Vemeulen Volkskrant 31 oktober 2020 Wetenschap p. 19-21):
Door het ingebakken ‘overoptimisme’ zien mensen financiële problemen, bijvoorbeeld door de coronacrisis, vaak niet aankomen. En eenmaal in geldnood maken de hersenen rare sprongen.
Ontkennen
Volgens de Israëlische psycholoog en Nobelprijswinnaar Daniel Kahneman zit dat overoptimisme diep in ons brein verankerd en is het de belangrijkste reden waarom we zo vaak verkeerde beslissingen nemen. ‘Als ik een toverstokje had, was
overoptimisme is het eerste dat ik zou weg zou toveren’, zei Kahneman in 2015 tegen het Britse dagblad The Guardian.
Drempels
Mensen zijn gewoontedieren. Ons brein streeft naar
gemak’, zoals psychologen zeggen. Gedrag herhalen – op de automatische piloot handelen – kost weinig moeite en gaat bijna onbewust. Gedragsverandering daarentegen vergt bewust gedrag, een planmatige aanpak en gaat gepaard met ongemak, verlies, pijn en het risico om fouten te maken.
Neerwaartse spiraal
‘Want eenmaal in de greep van geldnood wordt het nog lastiger om alles op een rijtje te zetten, een nieuwe loopbaan uit te stippelen of alternatieve inkomstenbronnen te bedenken. Van geldstress ga je slechter slapen en piekeren, met als gevolg dat er minder mentale ruimte overblijft om dingen op een rij te zetten, planmatig te werk te gaan en impulsen te beheersen.’
Met als gevolg dat armoede de neiging heeft zichzelf in stand te houden.
‘Mensen met weinig geld vertonen soms gedrag dat ze in een neerwaartse spiraal brengt.
Onhandige beslissingen
Als dat zo is, weten de onderzoekers het zeker: gratis geld weggeven is een manier om de
neerwaartse spiraal te doorbreken waar mensen met geldstress in terechtkomen. En dus een effectief middel om uit de armoede te komen.

Nobelprijs geneeskunde naar Amerikanen voor onderzoek naar biologische klok (Ellen de Visser en Maarten Keulemans Volkskrant 2 oktober 2017):
De Nobelprijs voor de geneeskunde valt dit jaar toe aan de
biologische klok. Jeffrey Hall, Michael Rosbash en Michael Young winnen de beroemde wetenschappelijke onderscheiding voor hun ontrafeling van het moleculaire mechanisme achter het ritme waarmee we waken en slapen. Dat heeft het Nobelcomité vanochtend bekendgemaakt.
De biologische klok dirigeert talloze processen die in golven verlopen, mee op het ritme van dag en nacht: uiteenlopend van lichaamstemperatuur, bloeddruk en de hormoonafgifte tot de alertheid en het slaap-waakritme. Verstoring van de biologische klok verklaart dan ook waarom er zoiets is als jetlag en waarom ploegendiensten allerlei problemen kunnen geven.

Nooit meer, nooit meer slapen (Jelmer Jespen Volkskrant Magazine 31 oktober 2020 p. 30-35 Veel mensen hebben weleens last van slecht slapen. Een nachtje. Een paar nachten. Soms een langere periode. Maar tien jaar geleden gebeurde er iets in het leven van schrijver Jelmer Jepsen (43) dat zijn hele leven op zijn kop zette. Van de ene op de andere dag stopte zijn lichaam met slapen.
‘Heeft u veel stress?, vroeg de arts. Ik haalde mijn schouders op. Stress. Wat was stress? Ik leidde in die tijd een druk leven. Ik had een drukke baan, was in het weekend tot diep in de nacht dj en er speelden wat zaken in de familiesfeer. Maar om dat nu stress te noemen? Maar de arts had genoeg gehoord. Uit zijn la pakte hij een receptenblok. ‘Gelukkig kun je melatonine bijslikken en daarmee je biologische klok resetten. Als het goed is, is dit na vandaag allemaal snel weer voorbij.’
Dit alles gebeurde tien jaar geleden, en ik vier dit jaar een treurig jubileum. Want na mijn bezoek aan de slaappoli lijkt mijn
biologische klok met behulp van de medicijnen inderdaad weer wat gereset te zijn, maar terug naar de oude situatie ben ik nooit gegaan.
Verstoringen in de
pijnappelklier
Alexander van Daele, psychiater en somnoloog: ‘Blijvende verstoringen in de pijnappelklier komen niet vaak voor. Slechts heel soms raakt de pijnappelklier echt definitief buiten werking, bijvoorbeeld door blijvende schade door hersenchirurgie, doorgemaakte infecties, ontstekingen of door een hersenbloeding. Kortere verstoringen – van enkele dagen tot enkele maanden, zoals Jelmer meemaakte – komen vaker voor. We zien dit nogal eens gebeuren na een heftige jetlag of na een gebeurtenis waarbij iemand langdurig hevige stress en emotie heeft ondervonden.

Levenswerk (Peter de Waard Volkskrant 2 november 2020 p. 17):
Reclameman van de Eeuw Giep Franzen is op 88-jarige leeftijd overleden. Humor in reclameboodschappen is sympathiek maar niet zaligmakend, vond hij.
Franzen schreef verschillende invloedrijke boeken over het vak, zoals het standaardwerk
De mentale wereld van merken, dat hij samen met zijn wetenschappelijk assistent Margot Bouwman publiceerde. ‘Wanneer Philips elektrische tandenborstels op de markt brengt en daar haar naam op zet, spreken we nog niet van een sterk merkartikel. Pas wanneer we bij elektrische tandenborstels in de eerste plaats aan het merk Philips denken, is dat misschien het geval. Daarom zijn Duracell, Coca-Cola en Douwe Egberts zulke ‘krachtmerken’: bij koffie denk je aan Douwe Egberts, bij cola aan Coca-Cola. Bij die merken heb je het besef van de ‘enige echte’, zo stelde hij.
Franzen kritiseerde reclamemakers die dachten dat ze met een campagne van drie tot zes maanden al een merk konden vestigen.
‘Een campagne rond een nieuw product moet zeker drie jaar lopen om een vaste plek in het schap te veroveren.’ Humor in reclameboodschappen is sympathiek maar niet zaligmakend, vond hij. Een reclameboodschap die met de Loden Leeuw werd beloond kon net zo effectief zijn als die met de Gouden Loekie. De irritatiefactor van veel reclames van Procter & Gamble (wasmiddel, maandverband en luiers) deed niets aan het succes af.
In memoriam reclamelegende Giep Franzen:
bescheiden, bevlogen, bemind
De onlangs overleden Giep Franzen - Reclameman van de Eeuw - streed tegen oppervlakkigheid en ijdeltuiterij in de reclame.
Een merk bestaat alleen in je hoofd (Erwin Wijman Volkskrant 12 november 1999 ):
Verreweg de meeste van de nieuwe merken in de levensmiddelenbranche floppen. Dat komt, zegt reclameman en hoogleraar Giep Franzen, doordat reclamemakers hun werk niet goed doen....
Drie jaar geleden bracht hij het wereldje nog in rep en roer met zijn stelling
dat de helft van het reclamegeld weggegooid geld is. Nu prikkelt hij het adverterende bedrijfsleven weer met zijn vorige maand verschenen vuistdikke boek De mentale wereld van merken, dat hij samen met zijn wetenschappelijk assistent Margot Bouwman schreef. Bouwman (26) studeerde communicatiewetenschap en sociale psychologie en werkt sinds kort als strateeg bij reclamebureau Lowe Kuiper & Schouten, dat de campagnes bedenkt voor onder meer Mora, Dutchtone, ABN Amro en Melkunie.

De verdronken dorpen van de Zuiderzee (Ernst Arbouw interviewt Yftinus van Popta Volkskrant 27 oktober 2020 p. 29):
In de bodem van de Noordoostpolder liggen resten van middeleeuwse dorpjes. Archeoloog Yftinus van Popta bracht de verdronken nederzettingen tijdens zijn promotieonderzoek in kaart. ‘Urk was geen vissersdorp.’
Is er iets bekend over de bewoners van deze dorpen? En weten we waar en wanneer de dorpen verdwenen zijn?
‘Volgens middeleeuwse bronnen is het gebied tussen het jaar 1000 en 1100 door pioniers in opdracht van de bisschop van Utrecht in cultuur gebracht. Grappige zijstraat:
op Urk is men heel trots op het bestaan als vissersdorp, maar volgens geschriften is het ontstaan als nederzetting van boeren.

De onmogelijkheid van een eiland (Gidi Heesakkers Volkskrant 27 oktober 2020 p. V4-6):
De Vlaamse journalist Matthias Declercq ging een tijdje op Urk wonen. In zijn boek De ontdekking van Urk legt hij het dorp even liefdevol als genadeloos bloot. Hoe reageren de Urkers op zijn bevindingen?
Een van de vele verhalen waarmee hij dat illustreert komt van een aan de drank en drugs geraakte twintiger die hem zijn geheim toevertrouwt: hij is seksueel misbruikt door zijn broer.
‘Wie zijn mond opentrekt, staat meteen bekend’, zegt de man. ‘Je krijgt een stempel waar je erg moeilijk van afkomt. Als ik de anonimiteit opgeef, dan ben ik ‘die van dat incest’, en niet te vergeten: dan is mijn vader ‘die van dat misbruikgezin’. En wetende dat zijn klantenbestand vooral uit Urkers bestaat, kan praten in dit geval ook leiden tot economische schade. Ik wil niet dat mijn vader klanten verliest doordat ik openlijk spreek. Het gaat niet over drank en drugs, het gaat niet over incest, het gaat over de onmogelijkheid om emotionele problemen aan te pakken.’

Coronamaatregelen lijken te veel op straf (Annelies Brouwer Volkskrant 20 augustus 2020 p. 23):
Koers bij het opleggen van coronabeleid liever op drie principes uit de psychiatrie, betoogt psychiater in opleiding Annelies Brouwer.
Drie principes
Bij iedere situatie van dwang in de psychiatrie toetsen we de interventie dan ook aan de volgende principes: doelmatigheid (het middel moet het gevaar wegnemen), proportionaliteit (het middel is in verhouding tot het gevaar) en subsidiariteit (het minst erge middel moet – eerst – worden ingezet). Drie principes waar studenten geneeskunde al bekend mee worden gemaakt.
In de psychiatrie hebben we veel ervaring met het verlenen van zorg in moeilijke situaties. Situaties waarin de individuele vrijheid op gespannen voet staat met het maatschappelijke belang, en waarin interventies plaatsvinden die op straf kunnen lijken maar dat niet zijn. De drie principes van doelmatigheid, proportionaliteit en subsidiariteit houden ons scherp hierin.
Scherpte die ik de overheid ook toewens, opdat zij minder gaat straffen en meer gaat zorgen.

De pacificator (Koen Kleijn De Groene Amsterdammer 27 augustus p. 58-59):
Vilan van de Loo schreef met Uit naam van de majesteit een biografie van Jo van Heutsz, de generaal die de guerrilla in Atjeh bestreed. Nette conventies golden daar niet.
In het soepele verhaal ontglipt het de lezer misschien nét dat het hier toch echt gaat om
oorlogsmisdadigers, en dat is geen laf achteraf gepraat: Van Heutsz en Van Daalen beseften dat hun bloedige praktijk volkomen tegen het geldend oorlogsrecht inging. Nette conventies golden niet in Atjeh, zeiden ze, het was guerrilla, je kon geen onderscheid zien tussen burgers en rebellen et cetera. Het is opvallend dat de belangrijkste critici, ‘Wekker’ en Thomson, beiden oud-militair, de excessen zagen als het gevolg van onvoldoende inzet door de regering. Dat is een oude klacht, een rode draad in de Nederlandse militaire geschiedenis van De Ruyter tot Karremans: er zijn te weinig troepen, ze zijn slecht bewapend, ze worden door de overheid met onvoldoende middelen en onduidelijk mandaat de jungle ingestuurd, en de wreedheden zijn daar het ongelukkige gevolg van.

Het ware gezicht van de Nederlander komt door corona bovendrijven (Jan Derksen Volkskrant 12 augustus 2020):
Nederlanders vallen op door hun gebrekkige neiging zich aan gezamenlijk (via politiek en beleid) afgesproken regels te houden. Elke dag kunnen we dit constateren. Alleen al als je naar fietsers kijkt die zich, natuurlijk hebben ze haast, van alle rijbanen in elke gewenste richting bedienen. Spreek je ze erop aan dan kun je een portie gekrenkte trots tegemoet zien. Grote rampen zoals die met vuurwerk in Enschede en de cafébrand in Volendam gaan in de kern ook maar over een kwestie: je niet aan de regels houden.
Wij vinden onszelf en ons eigen leven erg belangrijk en verwachten dat anderen hiermee rekening houden. De narcistische trekken zijn gedurende de laatste veertig jaar meetbaar toegenomen in ons land en leiden ertoe dat mensen de buitenwereld heel sterk vanuit hun eigen optimistische zelfbeleving waarnemen. Deze attitude is strijdig met de ander voor laten gaan. In het spraakgebruik van de laatste twee generaties klinkt het ook steeds zo: ‘Ik en Henk’, ‘Ik en Greetje’. Het jezelf onderschikken, minder belangrijk maken, meer acceptatie van wat je overkomt dan protest ertegen zijn psychologische kwaliteiten die uitgestorven lijken in ons land.
Behalve de moeite met opgelegde, verstandige regels, getuigen we met zijn allen ook van een ernstig tekort aan frustratietolerantie. Langdurig tegenslag verdragen is voor de naoorlogse generaties toenemend een probleem geworden.

Mens boven markt (Jaap Tielbeke De Groene Amsterdammer 20 augustus 2020 p. 38-42):
Zijn naam is onder het grote publiek niet erg bekend, maar zijn ideeën zijn alomtegenwoordig. Zeker in tijden van economische turbulentie is Karl Polanyi een goede gids, een politiek econoom die het liberalisme al bekritiseerde voordat het ‘neo’ werd.
Hoewel Polanyi buiten de academische wereld veel minder bekendheid geniet, lijkt een deel van de kritiek die hij in 1944 verwoordde onderhand gemeengoed geworden. Lang voordat filosoof Hans Achterhuis de boektitel claimde, ontmaskerde Polanyi ‘de utopie van de vrije markt’. Lang voordat de ‘homo economicus’ onder vuur kwam te liggen, schreef Polanyi al over het amorele mensbeeld dat ons reduceert tot calculerende, winstbeluste wezens. En lang voordat roekeloze bankiers de wereldeconomie in chaos stortten, waarschuwde hij voor de risico’s van internationale financialisering.
Zeker nu Covid-19 een rem heeft gezet op de geglobaliseerde economie en we afstevenen op de diepste economische crisis sinds de Grote Depressie, dringen de fundamentele vragen over de werking van het kapitalisme zich op. Hoe kan het dat de rijken almaar rijker worden, terwijl de docent en verpleger hun levensstandaard nauwelijks zien verbeteren?

Profiel Karl Polanyi Mens boven markt (Jaap Tielbeke De Groene Amsterdammer 20 augustus 2020 p. 38-42):
Zijn naam is onder het grote publiek niet erg bekend, maar zijn ideeën zijn alomtegenwoordig. Zeker in tijden van economische turbulentie is Karl Polanyi een goede gids, een politiek econoom die het liberalisme al bekritiseerde voordat het ‘neo’ werd.
Hoewel Polanyi buiten de academische wereld veel minder bekendheid geniet, lijkt een deel van de kritiek die hij in 1944 verwoordde onderhand gemeengoed geworden. Lang voordat filosoof Hans Achterhuis de boektitel claimde,
ontmaskerde Polanyi ‘de utopie van de vrije markt’. Lang voordat de ‘homo economicus’ onder vuur kwam te liggen, schreef Polanyi al over het amorele mensbeeld dat ons reduceert tot calculerende, winstbeluste wezens. En lang voordat roekeloze bankiers de wereldeconomie in chaos stortten, waarschuwde hij voor de risico’s van internationale financialisering.
Zeker nu Covid-19 een rem heeft gezet op de geglobaliseerde economie en we afstevenen op de diepste economische crisis sinds de Grote Depressie, dringen de fundamentele vragen over de werking van het kapitalisme zich op. Hoe kan het dat de rijken almaar rijker worden, terwijl de docent en verpleger hun levensstandaard nauwelijks zien verbeteren?
De grote waarde van Polanyi, schrijft Stiglitz in het voorwoord van de heruitgave van The Great Tranformation uit 2001, is dat hij
‘de mythe van de vrije markt blootlegt: er heeft nooit zoiets bestaan als een waarlijk vrij, zelfregulerend marktsysteem’.
Voor de wereldverbeteraars die dit laatste pad willen bewandelen en menen dat we niet simpelweg kunnen terugkeren naar het keynesianisme of marxisme, biedt Polanyi een vruchtbaar alternatief. Al zijn theoretische inspanningen waren ingegeven door een verlangen naar een samenleving waarin niet de markt maar de mens de maat der dingen is. Ruim 75 jaar na de publicatie van zijn meesterwerk laat die ‘grote transformatie’ nog altijd op zich wachten.

Economie Oplossingen? (Dirk Bezemer De Groene Amsterdammer 20 augustus 2020 p. 9):
De vraag is waar de leningen een oplossing voor zijn. Het makkelijke antwoord: doordat bedrijven hun verplichtingen aan (met name) schuldverstrekkers en de vastgoedsector hiermee kunnen blijven voldoen, wordt een faillissementsgolf voorkomen. Maar denk één stap verder: eigenlijk financieren de banken dus het vastgoed- en financieel complex – dit wil zeggen, zichzelf. Een tweede voordeel voor de banken is dat ze winst maken op de verstrekte leningen. Een derde meevaller is dat ze hun buffers nu weer mogen verlagen, zodat de rendementen voor aandeelhouders stijgen. Een vierde meevaller is dat de leningen voor een groot deel gegarandeerd worden door de overheid. Tel uit je winst. Geen wonder dat de banken gretig de taak van redder aanvaardden.
Bovendien is er het gevaar dat de coronamaatregelen de
ongelijkheid opvoeren. Door de grote beursgenoteerde bedrijven meer te steunen dan andere bedrijven, worden daar de winsten en dus de dividenden gestut. Vermogende burgers met aandelen en obligaties komen dus relatief beter uit de crisis. De rest verliest er vooral op door de dalende werkgelegenheid. Daarnaast hebben de rijkeren nóg een keer voordeel van de toegenomen vraag naar hun geld, omdat de overheid het geld voor bedrijfssteun leent op de obligatiemarkten. De steun is een oplossing voor sommigen, maar verergert het probleem van de ongelijkheid.
Ik lees nog weinig over deze oplossingen die problemen veroorzaken. We willen beter begrijpen voor wie de coronamaatregelen een oplossing zijn, en voor wie een probleem. Zoals de politiek nu weer terugkomt in de Den Haag, zo moet ook de politieke economie terugkomen in het debat over de coronamaatregelen – want die zijn niet alleen maar heilzaam. Naast de Corona Monitor van de banken en het Corona Dashboard van de overheid hebben we dringend behoefte aan een Signalering Problematische Oplossingen.

Essay De post-corona-economie
Eén achteruit, twee vooruit (Dirk Bezemer De Groene Amsterdammer 20 augustus 2020 p. 44-47):
Het lijkt een
paradox, het is logisch. En het geldt op meer gebieden. De grootste bedreiging in de komende recessie is de misplaatste gedachte dat we nu even geen tijd hebben voor loongroei, investeren in circulaire landbouw, of definancialisering van de vastgoedmarkt.
Het is er júist de tijd voor, en dat niet vanwege zweverig idealisme: het zal tot tastbaar betere economische uitkomsten leiden. Gelukkig heeft corona er ook de aanzetten al toe gegeven.
Want het moet vaak eerst slechter worden voordat het beter wordt. Dat eerste is gelukt – eigenlijk al een paar decennia, maar versneld sinds maart 2020. Het tweede gebeurt alleen als de kansen voor verbetering ook echt gepakt worden.

Geloof de autocraat op zijn woord (Marcia Luyten Volkskrant 11 november 2020 p. 27):
To hell ermee. Met de rechtsstaat en het algemeen kiesrecht (prima dat Trumps partij al jaren probeert Amerikanen van kleur het stemmen te beletten, zelfs zwarten en latino’s kozen Trump). To hell met wetenschap, met feiten in het algemeen. Met belasting betalen. Met de waarheid.
Je staat erbij en kijkt naar CNN, naar het wel of niet flippen van staten, afwachtend welke kant het balletje uitrolt. Precies dat gebeurt met mensen die de democratie zien verliezen, schrijft Masha Gessen in
Surviving Autocracy (vertaald als Hoe overleef je een autocratie?)
Gessens handboek voor hoe de opkomst van autocraten te stoppen, heeft gevolgen voor onze omgang met sociale media.
Wat Fox deed, doen Facebook en Twitter in hogere versnelling: ze verspreiden haatspraak en moedwillige leugens. Deze superspreaders moeten beteugeld.

Code donkerrood (Wilma de Rek Volkskrant 20 augustus 2020 p. 2):
Gisteren werd bekend dat het smelten van de ijskap bij Groenland onomkeerbaar is. Het is code donkerrood. Heersers als Trump maken de problemen alleen maar erger. Het is van het grootste belang dat hij ophoepelt en dus moeten de Democraten in november de presidentsverkiezingen winnen. Maar hoe?
Door een nieuwe en glorieuze toekomst te schilderen, schrijft de in Rusland geboren Masha Gessen in het deze zomer verschenen boek
Hoe overleef je een autocratie? Door vooral visionaire politiek te bedrijven. In NRC Handelsblad hekelde Gessen Hillary Clinton, die er in 2016 van overtuigd was dat ze om te winnen ‘alleen maar over Trumps incompetentie hoefde te vertellen’.

De verlamming van Fukuyama (Marcia Luyten Volkskrant 19 augustus 2020 p. 25):
Ongeacht hoe omvangrijk en bedreigend de problemen in het verschiet, wij steken, heel chill, de brug pas over zodra we aan de oever staan. Als het water ons tot aan de lippen komt.
Al is Nederland een aaneengesloten deltagebied van grote rivieren, bij droogte dreigt watertekort. Miljarden aan mislukte ict waardoor Belastingdienst, UWV, SVB en Duo falen, het scheuren van Amsterdamse bruggen en kades, tekorten in de Jeugdzorg, stikstofoverschot dat biodiversiteit sloopt en burgers die tot de Hoge Raad tegen de staat procederen om noodzakelijke klimaatmaatregelen af te dwingen. De op het eerste oog onsamenhangende lijst heeft een gemene deler: bestuur en politiek zijn te laat.
Alleen waar het gaat om de directe strijd tegen het water, zijn we het vooruitzien niet verleerd. Eeuwen van land veroveren en ons weren tegen hoog water, zijn in ons dna gaan zitten. Verder, zolang de pleuris niet uitbreekt, is onze staat bij voorkeur niet al te daadkrachtig. Er is een onaantastbaar geloof in de markt en kritiekloze tevredenheid over onze liberale-marktdemocratie. In de rangorde van systemen wanen wij ons al drie decennia in de laatste halte voor de hemelpoort.
Nadat Francis Fukuyama in 1992 de liberale democratie had uitgeroepen tot ideologisch de enige keuze, tot Het einde van de geschiedenis, stopte ons denken over onze ordening. Fukuyama zelf vindt intussen dat ‘socialisme zou moeten terugkomen’, want (New Statesman, 2018) ongereguleerde markten geven lelijke ongelijkheid in inkomen, welvaart en kansen. Hij zet zelfs vraagtekens bij de ideologische eindoverwinning van de liberale democratie.
Het staatskapitalisme van China, zegt Fukuyama, zou superieur kunnen zijn omdat het werkt aan welvaart en stabiliteit op de lange termijn. Precies zoals China claimt; dat kan niet met onze in korte termijn gevangen democratie.
Reagan en Thatcher zijn dood, de staat is niet langer op voorhand verdacht. We willen ver weg blijven van
China’s totalitaire controle en ­repressie, maar planning door een sterke staat is onmisbaar om de ­liberale democratie toekomst te ­geven. Daarvoor moeten we ons eerst genezen van de verlamming van Fukuyama.

Masha Gessen Hoe overleef je een autocratie Donald Trump en de vernietiging van de Amerikaanse democratie
Voor iedereen die het controversiële presidentschap van Donald Trump wil begrijpen, is Masha Gessens werk essentiële lectuur. Gessen groeide op in de Sovjet-Unie en deed als journalist verslag van de wederopstanding van het totalitarisme in het Rusland van Poetin. Meer dan wie ook is Gessen in staat de kenmerken van autocratie te herkennen en te analyseren.
In de aanloop naar de verkiezingen van 2020 geeft dit boek een onmisbaar overzicht van de rampzalige jaren van Trumps presidentschap – ook tijdens de coronacrisis. Hoe overleef je een autocratie? laat haarfijn zien hoe in het Amerika van Trump vaste democratische waarden en instellingen worden afgebroken, hoe het abnormale normaal wordt – terwijl de wereld toekijkt. Gessens boek is een baken in rumoerige tijden en een oproep tot permanent verzet tegen de voortdurende aanval op de Amerikaanse democratie.

25 jaar ‘The End of History’ De eeuwige terugkeer van de geschiedenis (Casper Thomas De Groene Amsterdammer 18 juni 2014):
Francis Fukuyama voorspelde in 1989 dat de geschiedenis zou eindigen in een wereldwijde liberale democratie.
25 jaar later verkeert de wereld in democratische recessie en wint autoritair kapitalisme terrein.
Ook de als democratische opbouwmissies verkochte oorlogen in Irak en Afghanistan sloegen terug op Fukuyama. In The End of History had hij stellig beweerd dat oorlogen een onderdeel waren van de hegeliaanse strijd om erkenning. De casus Irak, waar de oliebelangen vanaf dropen, paste slecht in de theorie. Bovendien geloofde Fukuyama in een organische evolutie van de geschiedenis.
Liberale democratie afdwingen met een militaire bezettingsmacht telt niet. En dus kwam Fukuyama voor een keuze te staan: afscheid nemen van het neoconservatieve kamp, vanuit waar hij het militair ingrijpen in Irak en Afghanistan van harte had aangemoedigd, of zijn einde-van-de-geschiedenis-these bij het grofvuil zetten. Het werd de eerste optie. Zijn boek America at the Crossroads uit 2006 was zijn afscheidsbrief van het neoconservatisme, dat in zijn ogen een verkeerde afslag had genomen richting het kunstmatig willen forceren van liberale democratie.

Stress (Lisette Thooft Volkskrant 1 augustus 2020 Opinie p. 21):
Eindelijk aandacht in de Volkskrant voor het immuunsysteem, ‘Vijf tips om de afweer te versterken’. De natuurlijke afweer is onze eerste, beste, goedkoopste en veiligste barrière tegen virussen en alle andere ziekten en aandoeningen. Ik miste nog stressverwerking en stressreductie in het rijtje tips. De relatie tussen stress en vatbaarheid voor ziekte is overvloedig aangetoond in wetenschappelijk onderzoek. En er is zoveel dat je kunt doen om
emoties en spanningen te verwerken en een basishouding van ontspanning en acceptatie te kweken. Lichaamsbewustzijn is een van de belangrijkste pijlers onder een robuuste gezondheid. Alle soorten lichaamswerk helpen daarbij.

Karen Armstrong: "Er is niets in de islam dat gewelddadiger is dan het christendom" (Lisette Thooft interviewt Karen Armstrong Nieuw Wij 17 januari 2015):
Haar nieuwe boek In naam van God. Religie en geweld kreeg een tragische urgentie door de recente terreuraanslagen in Frankrijk.
In ruim zeshonderd pagina’s beantwoordt Karen Armstrong, ooit non en gevierd auteur van bestsellers als De kwestie God, de vraag of religie de oorzaak is van geweld. Een gesprek over islam en terreur, westerse verantwoordelijkheid, en de wereld waarin we leven.

Multidisciplinair (Bas Defize Volkskrant 1 augustus 2020 Opinie p. 20):
De discussie rond mondkapjes is een schitterend voorbeeld van de noodzaak van een
multidisciplinaire aanpak. Vanuit de discipline van de ‘exacte’ wetenschappen werken mondkapjes niet, vanuit de ‘sociale’ wetenschappen wel. Als ‘exacte’ docent aan het University College Utrecht maak ik dagelijks mee hoe nuttig en verdiepend een multidisciplinaire aanpak kan zijn. Meten is weten, maar gevoel en emotie zijn nu eenmaal moeilijk meetbaar, en laten die nu in ons gedrag vaak een belangrijkere rol spelen dan de rede. Zitten er sociale wetenschappers in het Outbreak Management Team? Ik hoor alleen de medici.

‘Wie hard is voor zichzelf, is dat ook voor zijn omgeving’ (Fokke Obbema interviewt Mardjan Seighali Volkskrant 11 mei 2019 p. 16-17):
Haar
idealisme brengt Mardjan Seighali in het Iran van ayatollah Khomeini in grote problemen. Ze wordt opgepakt, vrienden van haar worden vermoord. ‘Ik heb toen vriendschap met de dood gesloten.’
Met als vader een geslaagde zakenman van eenvoudige komaf die niets van politiek moet hebben, maar alles van dichtkunst. ‘Poëzie is onze bijbel’, luidt zijn adagium. Zijn vrouw, afkomstig uit een welgestelde familie, was verslaggever en recenseert dichtbundels voor de lokale omroep. Samen koesteren ze een ‘huisje-boompje-beestje’-ideaal voor hun drie dochters.
En dat op uw 17de.
‘Ja. Ik ben beschadigd uit de gevangenis gekomen, mijn innerlijk leven was ik kwijt. Ik ging op zoek naar de vraag:
wat is leven? Hoe kan ik verder? Onze oudste zoon kreeg de naam Pouya, pelgrim, iemand die naar waarheid en zingeving zoekt. Ik heb hem genoemd naar mijn innerlijke zoektocht. Ik heb lang last gehad van nachtmerries. Mijn vrienden komen daarin voor. Ik probeer me ze te herinneren, maar hun gezichten zijn inmiddels vervaagd. Het drukte lang op mijn leven.’
Zelf ben ik gelukkig in staat geweest naast hardheid ook zachtheid te gaan waarderen. Daardoor kon ik wegkomen van het overleven. Want zo lang je dat alleen maar doet, heb je de kunst van het leven nog niet ontdekt’.
Wat bent u over die kunst te weten gekomen?
‘Dat je in je leven hardheid én zachtheid nodig hebt.
Ieder mens heeft beide kanten in zich. Als iemand beweert erg empathisch te zijn, denk ik: er zijn vast momenten waarop je dat niet bent. In de hardheid zit kracht en geen mens kan het zonder stellen. Want de wereld kan guur zijn, het leven is bewerkelijk. Dat heb ik mijn kinderen ook geleerd: dat je je altijd moet inspannen, niks komt je aanwaaien. Ik was veeleisend in de opvoeding: geen gezeur en gezeik, maar prestaties leveren. Ze zijn allebei tophockeyers geweest.
‘Maar je moet je ook leren openstellen voor
zachtheid. Die kun je vinden in schoonheid, eerlijkheid, het geduld om niet te snel te oordelen. Van mijn man heb ik op dat vlak zoveel geleerd.

Duurzaam nu of nooit (Tegenlicht 10 mei 2020 NPO2):
De klimaataanpak staat in veel landen op pauze en ook de VN heeft twee belangrijke klimaatbijeenkomsten uitgesteld. Maar kunnen we ons die pauze wel veroorloven?
De coronacrisis brengt alle klimaatverdragen in gevaar, maar kan ook juist mogelijkheden bieden, mits het lukt om investeringen om de coronacrisis te bestrijden te koppelen aan vergroening.
De kansen voor snelle verduurzaming en CO2-reductie zijn enorm, als we denken aan de honderden miljarden euro’s die regeringen nu uittrekken om de pandemie te bestrijden en de economie overeind te houden. In Nederland kun je de crisisinvesteringen koppelen aan het Urgendapakket, in Europa aan de Green Deal en globaal aan het Parijs-Akkoord.
De coronacrisis – zoals eerder de financiële crisis – laat zien dat ingrijpende, op wetenschap gebaseerde noodmaatregelen uiteindelijk vrij makkelijk door burgers worden geaccepteerd.
Hoe gaan we de vrijgekomen miljarden gebruiken om de wereldeconomie overeind te houden en onze globale klimaatproblematiek voorgoed te tackelen? We moeten veranderen, we kúnnen blijkbaar ook veranderen, maar hoe gaan we dat duurzaam doen?

Michel Foucault (Joep Dohmen):
Michel Foucault heeft in zijn eentje aan het eind van zijn filosofische loopbaan de
bestaansethiek opnieuw op de filosofische agenda gezet. Volgens Foucault besteden we tegenwoordig zorg aan van alles en nog wat, maar niet aan onszelf, en dat in een individualistische samenleving die zegt te bestaan uit vrije, autonome burgers. Geïnspireerd door de praktische ethiek van de Oudheid is zijn late werk een appèl op mensen om hun eigen bestaan op een bepaalde manier en in een bepaalde richting vorm te geven.
De afwezigheid van een actuele levenskunst
Foucault heeft een harde diagnose gesteld over zijn eigen tijd. Er is geen sprake van een laatmoderne zelfpraktijk. Het denken over het goede leven wordt tegenwoordig voornamelijk bepaald door een liberale terminologie van rechten en plichten. Daarnaast domineren commercialisering, medicalisering en allerlei andere vormen van disciplinering ons bestaan. We missen volgens hem het tegenwicht van een bestaansethiek.
Zelfzorg en de
zorg voor de ander
Zelfzorg en zorg voor de ander gaan volgens Foucault hand in hand. Je neemt in je zelfzorg op een bepaalde manier de zorg voor de ander mee. De bestaansethiek vertrekt dus niet vanuit een ik dat wordt opgevat als atomair en onafhankelijk van anderen. Zij is een relationele ethiek, waarbij het uitgangspunt ligt bij de zorg voor hoe je samen met anderen in het leven staat. Op deze manier distantieerde Foucault zich nadrukkelijk van de joods-christelijke visie waarin moraal primair, onmiddellijk en zonder voorbehoud wordt opgevat als zorg voor de ander. Mensen zijn niet bij voorbaat in staat tot de juiste zorg voor de ander. Wie bijvoorbeeld blind de moraal van de naastenliefde predikt, riskeert allerlei ongewenste onderlinge verhoudingen. Waar de een niet in staat is om de zorg te geven en de ander niet om die te ontvangen, ligt manipulatie op de loer. Zelfzorg is daarentegen doelbewust de poging om zowel overheersing als machteloosheid, narcisme én rancune buiten de deur te houden en zichzelf en de ander in staat te stellen om als partner, vriend en burger goed te functioneren.

Levenskunst is beseffen dat je afhankelijk bent van anderen (Josephine Krikke 2012 p. 9-10):
Zelfzorg
In zijn bezorgdheid over de veronderstelde maakbaarheid van het individu vond
Dohmen inspiratie bij de Franse filosoof Michel Foucault (1926 – 1984). Foucault bestudeerde de 'zorg voor het zelf' van denkers uit de Klassieke Oudheid zoals Socrates, Plato, Aristoteles en de stoïcijnen. Zelfzorg heeft volgens Dohmen twee kanten. De ene is het overleven. Hoe houd je het beheer over je leven? De andere gaat meer over de kwaliteit van leven. Hoe krijg je een zinvol leven? Die twee dimensies zijn de pijlers van de bestaansethiek. Zelfzorg is niet los te zien van anderen, stelt Dohmen. "Niemand kan frank en vrij ronddobberen door het leven. Mensen zijn afhankelijk en kwetsbaar en levenskunst gaat over hoe je jezelf daartoe verhoudt. Daarom is het zoeken van steunpunten zo belangrijk. Het idee van absolute vrijheid dat vaak aan ons wordt voorgesteld, is megalomane onzin."
Buitenkant
Lange tijd bestudeerde Dohmen de
'binnenkant' van mensen: hun denken, willen en voelen. Hoe moet je je als individu opstellen in een wereld waarin je wel of geen geld hebt, of wel of geen macht, wel of geen erkenning krijgt? Tegenwoordig richt hij zich meer op de 'buitenkant': de invloeden van de omgeving op iemands leven. "Stel: iemand heeft een uitkering en fotografeert, doet vrijwilligerswerk of schrijft gedichten. Hij krijgt daar veel waardering voor van zijn vrienden. Dan heeft hij weinig in materiële zin, maar wel veel levenslust ontwikkeld omdat zijn sociale omgeving hem erkent."

Naar een ecologisch georiënteerd humanisme (Fernando Suárez Müller Civis Mundi #34 29 november 2015):
2. Paden in Utopia
In het communale model wordt zowel de productie van goederen als de consumptie ervan gereguleerd door coöperatieve organisaties. In Bubers ideale samenleving bestaan er dus niet alleen productieve coöperaties, maar ook consumentenorganisaties die samen de economie reguleren. De economie zou dus volgens Buber alles behalve een vrije markt moeten zijn. De politieke utopie van het neoliberalisme moest toen nog worden geschreven en verscheen in 1957. Hans Achterhuis wijst in zijn Utopie van de vrije markt terecht op het feit dat de vrije markt geen natuurgegeven is. Zij is gebaseerd op een filosofische stellingname en een visie op de mens die hij in de romans van Ayn Rand het best ziet uitgebeeld.[12]
In het model van Buber staan decentralisatie en vrije associatie centraal. Hij neigt in feite naar het ideaal van de kibboets. Socialiteit is voor Buber tegelijkertijd ook een uitdrukking van spiritualiteit, zoals reeds in zijn boek Ich und Du uit 1926 wordt beargumenteerd.[13]
In het communale idee staan de principes van gelijkheid, vrijheid en solidariteit centraal.
6. Een nieuwe verhouding tot de natuur
De verhouding van de mens tot de natuur werd al bij Callenbach gekarakteriseerd als in wezen poëtisch en religieus. Deze verhouding maakt ook duidelijk waarom het nieuwe humanisme – dat het antropocentrisme en de menslievendheid niet zozeer opgeeft, maar overstijgt – ecocentrisch en eigenlijk ‘deontocentrisch’ is. Dit veronderstelt in zekere zin een sterke sensibiliteit voor religie en spiritualiteit. De mens blijft in het nieuwe humanisme van eminent belang, niet alleen omdat hij de drager is van een bepaald type rechten, maar vooral ook omdat hij als enig aardse wezen inzicht heeft in zijn plichten. Als enige heeft hij een rationele toegang tot wat ik de ‘deontosfeer’ zou willen noemen – tot het domein der plichten. Dit rationele plichtsbesef maakt de mens tot een wezen met echte verantwoordelijkheid. De mens heeft meer plichten dan rechten omdat hij ook plichten heeft jegens dieren, planten en natuurverschijnselen.
7. Dionysische dithyramben
Het volstaat niet om schaarste te bestrijden; men moet ook overvloed vermijden.

Over Joep Dohmens theorie van de levenskunst - Ethiek voorbij Nietsche (Fernando Suarez Civis Mundi Digitaal #1 28 september 2010):
Liberaal humanisme
Als er in het liberale humanisme, van bijvoorbeeld Jeremy Bentham en John Stuart Mill, sprake is van levenskunst dan voornamelijk in de zin van een calculerende ethiek, die het geluk van het individu centraal stelt en dit geluk dan veelal relateert aan succes.[1] Economische voortvarendheid is wel één van de belangrijkste kenmerken van succes, maar in ruimere zin kan succes ook gezien worden als het bereiken van vooropgestelde doelen.
[1] J. Bentham, Introduction to the Principles of Morals and Legislation, Batoche Books, Kitchener, 2000 (17811). Zie vooral hoofdstuk 4 „Value of a Lot Pleasure and Pain. How to be Measured". J.S. Mill, On Liberty, Cambridge University Press, vooral hoofdstuk 3, „Of Individuality, as One of the Elements of Well-Being" (in het bijzonder p. 59-60).
Existentialistisch humanisme
Joep Dohmens werk ligt vooralsnog in de traditie van het existentialistisch humanisme. Dit humanisme is de erfgenaam van het idealistisch bildungshumanisme van de vroege Romantiek, waartoe men Goethe, Schiller, Herder, maar ten dele ook Kant en het Duits idealisme kan rekenen.[12] Hier is de band tussen het subject en het "absolute" nog niet verbroken, ook al treedt dit "absolute" in verschillende gedaanten op - bij Kant neemt het bijvoorbeeld de vorm aan van een universele zedelijkheid: das Sittengesetz.[13] Centraler nog dan het werk van Kierkegaard is voor de ontwikkeling van het moderne existentialisme het denken van Nietzsche.
Anders dan in het existentialistisch humanisme bestaat er in het romantisch bildungshumanisme nog een binding met het absolute. Hoewel men in Schopenhauer en Kierkegaard voorlopers van het moderne existentialisme kan zien, wordt vooral in het werk van Nietzsche de breuk met het absolute in alle ernst doordacht. Terwijl het liberale en socialistische denken nog aan een universele normatieve sfeer vasthouden, herkent het existentialistische denken hierin een hang naar het absolute. Vooral bij Nietzsche wordt de breuk met het absolute in al zijn tragische consequenties doordacht.

Levenskunst & Levensgeluk – VI – Mediale Levenskunst (Heidi Muijen Civis Mundi digitaal #29 29 februari 2015):
2. Rizzuto’s verfrissende stem in het filosofische debat
Waar huidige liberale vormen van levenskunst (zowel de populaire als filosofische) de nadruk leggen op het vrije individu, verplaatst Rizzuto het accent naar gemeenschapsvorming. De geschetste unieke kans in de geschiedenis ziet hij evenwel door maatschappelijke sturingsmechanismen ondermijnd, waarbij hij onder meer naar Foucaults analyse van de alomtegenwoordigheid van machtsmechanismen en processen van disciplinering verwijst.
Deze laatste diagnose deelt de auteur met
Dohmens uitwerking van een laatmoderne levenskunst. Hij maakt evenwel duidelijk dat Dohmens analyse geen antwoord en alternatief biedt op de gedeelde constatering dat het Verlichtingsdenken en het liberale ideaal van autonomie en maakbaarheid onvoldoende voorwaarden scheppen voor het realiseren van een actuele levenskunst. Rizzuto’s kritiek is niet mals: de problematisering van de typisch Westerse overschatting van autonomie en maakbaarheid leidt niet tot een kritische reflectie “waar levenskunst om zou moeten draaien. Ironisch genoeg is Dohmen zelf het levende bewijs van zijn ongelijk. Blijkbaar gaapt er ook bij hem een onoverkomelijke kloof tussen theoretische bezinning en praktische toepassing. En hier wringt hem de schoen van de westerse levenskunst als zodanig, in ieder geval in haar seculiere varianten zoals bij de Stoa, Montaigne, Schopenhauer of Foucault.
3. Het radicale van het mediale
Want ethiek, opgevat in de ruime betekenis van ethos of handelen, heeft uiteindelijk haar bron in de mystieke ervaring. … Uit dit besef ontspringt een ethische deugd als grootmoedigheid die al in de klassieke traditie een belangrijke plaats innam.
(p. 22)
Om ons iets bij die ervaring van het mediale te kunnen voorstellen citeert de auteur rijkelijk uit dichterlijke teksten die getuigen van een zich één voelen met de natuur of het ervaren van een dieptedimensie van het bestaan. Het bestaan van een, door meerdere tradities erkende prereflexieve, ervaringsgrond legt hij uit aan de hand van de metafoor van het zien met drie ogen (het oog van eenheid, het tweede oog van het maken van onderscheid en het derde oog van niet-tweeheid). Hierbij verwijst hij naar diverse auteurs uit Oosterse en Westerse wijsheidstradities, onder meer de Boeddhistische wijze Dogen en naar de beroemde dichtregel van Angelus Silezius Die Ros ist ohne warum, Sie blühet weil sie blühet (pp. 44-45).
Een misverstand dat hier op de loer ligt, is dat het zou gaan om verheven poëtische of mystieke uitingen die slechts voor weinigen zijn weggelegd. In mijn ogen doelt de auteur op een radicaal menselijke mogelijkheid die openstaat voor een ieder die bereid is enkeling te worden, zoals Kierkegaard het verwoordt. Ieder mens heeft de mogelijkheid zich zelf te ervaren, als een zelfverhouding die zich verhoudt tot het oneindige. Dit kan per definitie alleen vanuit het eigen unieke zijn. En wel op elk ogenblik, op iedere plaats. In die zin versta ik de woorden van Alessandro Baricco, dat de auteur als motto citeert: ‘de heruitvinding van de oppervlakte als plaats van betekenis…’.

'Politici maken onze democratie kapot' (Joep Dohmen Volkskrant 3 september 2011)
De geesteswetenschappen en de kunsten helpen de mens zich in te leven in anderen. Daarop bezuinigen voedt de haat, stelt filosoof en hoogleraar
Joep Dohmen.
Ja-knikkers
Nederland kiest echter vandaag voor op winst gericht onderwijs. De Nederlandse universiteiten moeten van overheidswege zwaar bezuinigen, met name op de niet-exacte vakken. De verantwoordelijke politici en bestuurders zien het belang van geesteswetenschappen en kunst niet in. Zij willen niet onder ogen zien dat de kredietcrisis op rekening komt van onverantwoordelijk handelende individuen. Zij willen niet toegeven dat het echec van de banken geen toeval was en alles te maken had (en heeft!) met een cultuur van ja-knikkers. Onze minister van Onderwijs, Marja van Bijsterveldt, zei in Trouw: 'Ik wil alles uit het kind halen.' Hoe dan? Door het een vakkenpakket te geven van Engels, taal, rekenen en economie. Geen enkel woord over brede algemene vorming, dat vindt ze maar flauwekul.
Het mensbeeld van Nussbaum is het tweede belangrijke punt in Niet voor de winst. Dat is niet zo positief. Zij laat zien hoe jonge kinderen moeten leren hun primaire narcisme, hun schaamte over hun lichamelijkheid en hun onmacht te overwinnen. Opvoeding betekent: jonge mensen niet alleen leren inzien maar ook leren aanvaarden dat ze als mens kwetsbaar zijn en afhankelijk van anderen. Alleen wie daarin slaagt, is zelf beter in staat om open te staan voor anderen en anderen te helpen. Wie er echter niet in slaagt zijn onmacht te verdragen, zal zijn angst, walging en schaamte over zichzelf al gauw op anderen projecteren. Die ander, die vreemdeling, die allochtoon deugt niet; hij stinkt, is een rat, tuig. Met andere woorden: humanistische vorming via de geesteswetenschappen en kunsten is van groot belang voor een bloeiend, gelukkig leven. Maar zij is van nog veel groter belang voor het voorkomen van mislukte levens en het tegengaan van een cultuur van haat.

Joep Dohmen en de neohumanistische moraal
De moderne samenleving wordt gedomineerd door twee ‘idolen’: de mythe van de autonomie en de plicht tot geluk. Er heerst een ‘moraal’ van vrijheid-blijheid. Het hele leven is een win-winsituatie. Onze neoliberale tijdgeest wordt beheerst door een idee van onkwetsbaarheid en onafhankelijkheid, de ‘mythe van de autonomie’, terwijl wij ons als mens altijd in velerlei vormen van afhankelijkheid en kwetsbaarheid bevinden. Bovendien wordt de actuele tijdgeest gedomineerd door twee geluksillusies: het hedonisme en het narcisme. Het hele leven moet een toestand van permanente gelukzaligheid zijn en om in de belangstelling te komen, moet je de media manipuleren.

Christien Brinkgreve Het raadsel van goed en kwaad over wat mensen beweegt
In Het raadsel van goed en kwaad gaat Christien Brinkgreve op zoek naar antwoorden op grote vragen over leven, dood en liefde. Ze zet daarbij haar talent voor het vertellen van verhalen in en verbindt het persoonlijke met het wetenschappelijke en literaire. Ze laat zien wat het belang is van contact als bron van leven, én hoe gevaarlijk het is als mensen het contact verliezen, met zichzelf en anderen. Duidelijk wordt dat de grote vragen geen pasklare antwoorden hebben, en hoe verweven destructieve en vitale krachten kunnen zijn.

Ken de ander, ken jezelf (Colet van der Ven Trouw 28 oktober 2013):
Het begrip 'zelfkennis' duikt in de westerse filosofie voor het eerst op in het oude Athene. In de ontluikende democratie waar burgers met elkaar de dienst gaan uitmaken, is behalve kennis van zaken (wetenschap, logica, ethiek) ook kennis van het zelf van belang. In de woorden van Socrates: "Een leven dat zichzelf niet onderzoekt, is geen menswaardig leven".
Dat onderzoek heeft weinig van doen met het verliefde turen van Narcissus naar zijn spiegelbeeld of met het gebiologeerde staren naar de eigen navel. Zelfkennis in de Atheense polis heeft een ethische component. Het helpt de bewoners van de stadstaat uit te groeien tot goede, eerzame burgers. Dat 'zelf' is geen schat die paraat ligt om te worden opgedolven, maar iets dat zich ontwikkelt in de dialoog. Plato schrijft in Alcibiades dat wie zichzelf wil kennen in de spiegel van een andere ziel moet kijken. Alleen in samenspraak met de ander ontdek ik wat mens-zijn voor mij betekent.
Hoogleraar sociale wetenschappen Christien Brinkgreve, die volgende week met Van Tongeren in dialoog gaat, onderschrijft dat in haar boek 'De ogen van de ander: over de sociale bronnen van het zelf'. De mens is geen eilandje in een zee van eilandjes maar een atoom in een complex patroon van atomen. Hij staat in verbinding met anderen, is door hen gevormd en op hen aangewezen.

‘Doorgrond je eigen verlangens en angsten’ ( Fokke Obbema interviewt Christien Brinkgreve Volkskrant 15 april 2019 p. 12-13):
Waarom is zelfinzicht belangrijk?, wil Fokke Obbema van socioloog Christien Brinkgreve weten. ‘Omdat in ieder mens zowel vitaliteit als destructiedrang huist.’
U vreest teloorgang van contact – van groepen in de samenleving, maar ook van de mens met zichzelf.
‘Ik heb er wel vertrouwen in dat mensen in staat zijn die destructieve processen te keren. Al is dat ingewikkeld, omdat het inzicht vergt in emotionele onderstromen en onbehagen. We zitten nu in mijn ogen in een fase van ontzetting – we dachten dat het voor altijd voorbij was, maar je hoort nu toch weer echo’s die onvermijdelijk aan de jaren dertig doen denken – het verlangen naar een sterke leider, het onbehagen. Mijn impulsieve reactie daarop is die van mijn moeder, die buiten haar depressieve perioden altijd zei: ‘Tel je zegeningen! Maar het gaat er natuurlijk om dat onbehagen te doorgronden. Want anders gaat het nog eens venijnig opspelen.’

‘Met de Tien Geboden komen we er niet’ (Fokke Obbema interviewt Kim Putters Volkskrant 5 november 2018 p. 12-13):
Wat is de zin van ons leven?
‘Het eerlijke antwoord is dat ik daar niet helemaal uit ben. Uiteindelijk gaat het erom dat je leert van andere mensen, dat je jezelf ontwikkelt, maar ook jezelf tegenkomt; dat je leert waar je grenzen liggen en die van anderen. Mensen zijn sociale wezens. Je tot anderen verhouden en daar geluk en levenswijsheid uithalen, het zit voor mij in die hoek. Maar ik vind het lastig het in een krachtige zin te formuleren.’
Met de Tien Geboden komen we er niet?
‘Nee. Anderen niet vermoorden, dat is eenvoudig, maar het wordt snel ingewikkelder. Bij het bepalen van wat goed is, moet je een oordeel over het leven van een ander hebben. Dat is afhankelijk van de context en de tijd waarin je leeft. En het is als met vrijheid:
jouw goede leven grenst aan dat van de ander en gaat soms over die grens heen. Dus je kunt niet autonoom definiëren wat het goede is.
De Franse filosoof-priester Teilhard de Chardin zag de mensheid met vallen en opstaan evolueren naar een hoger bewustzijn. Je zou de #MeToo-discussie zo kunnen uitleggen. Deelt u die kijk?
‘Dat spreekt me zeker aan. Bij MeToo zag je hoe groepen burgers roepen om normen, buiten de overheid om. Dat is interessant.
Nadenken over fatsoenlijk samenleven, mensen met een achterstand een volwaardige plek geven; anderen die excelleren een voorhoedefunctie en weer anderen die dat belemmeren een halt toeroepen, dat soort vragen ligt nu voor.
Zou zingeving in het publieke debat een grotere rol moeten spelen?
Of mensen met het goede bezig willen zijn of niet, is hun eigen keuze. Maar wat je wel kan bespreken, zijn opvattingen over leven en dood. Wat is je eigen rol en wat mag je van de overheid verwachten?
‘De vraag naar de zin zit in veel meer dingen dan we ons realiseren, hij beïnvloedt hoe we naar anderen kijken. En hij kan helpen stil te staan bij onze dagelijkse bezigheden.
Nu velen niet meer in de kerk zitten is het verstandig je eigen momenten te zoeken om te reflecteren.
Leestip
Het raadsel van goed en kwaad: over wat mensen beweegt van Christien Brinkgreve. ‘Indringend maakt ze duidelijk hoe belangrijk contact met anderen is, ook voor de samenleving. Verliezen mensen het onderlinge contact dan groeit het onbehagen over
. Dan dreigt destructiedrang het te winnen van levensdrift.’

Quintessence (Hans Richter GAMMA april 1999):
Quinta essentia, de vijfde substantie. Oorspronkelijk: vijfde element naast de vier traditionele (vuur, lucht, water, aarde), dat in alle dingen latent aanwezig geacht werd. Het fijne van de zaak; de kern van de zaak.
Een partiële verandering is niet zinvol. Iedereen moet van de voordelen van de nieuwe economie overtuigd zijn. De armen verlaten een leven in vernederende armoede, terwijl de rijke employés een consumptief leven vol neurosen inruilen voor een zinvoller leven met een rijkere inhoud. Een dergelijke economie verenigt arm en rijk in een groep met een gemeenschappelijk doel. Dit utopische doel is in elk geval gemakkelijker bereikbaar dan de huidige politiek van het doormodderen. Wie de bovenstaande lijst eens aan een nauwkeurig onderzoek onderwerpt ziet een merkwaardige samenhang. Het idee van Pieter Kooistra13 is een dergelijke utopie, die aan alle voorwaarden van Erich Fromm voldoet!

De eed van Prometheus - opgetekend door Epimetheus - 3 (Hans Richter GAMMA september 1995):
7: De visie van Teilhard de Chardin Niemand, die zich met het lot van onze planeet en haar levensvormen bezighoudt, kan aan het hindoeïsme en het boeddhisme, de kosmische religie, voorbijgaan. Een eigentijdse vertegenwoordiger van de kosmische religie vinden we echter ook bij ons in het westen: in de christelijke filosofie van de jezuïet Teilhard de Chardin. Tussen de oosterse cyclus en de westerse climax ontwikkelde hij een derde visie. Hierin beweegt de mens zich in een spiraal, die uiteindelijk in een hogere levensvorm culmineert, langzaam toe op de Apocalyps. Deze visie combineert de bestendige elementen uit India met de opstuwende bijbelse kracht. Ook in een ander opzicht gaat Teilhard de Chardin een middenweg. Hij kiest voor een pad tussen de zuivere zoölogie, die in de mens slechts een van de vele diersoorten ziet, en het zuivere spiritualisme, dat ons uitsluitend als wrakhout op de wereldzee beschouwt. Geen wonder, dat deze aantrekkelijke filosofie van de gulden middenweg in het midden van deze eeuw een grote weerklank heeft gevonden en bij ons opnieuw verdient.

Wijsheid is het ware geluk (Frédéric Lenoir Filosofie Magazine nr. 7/2014):
Stoïcijnen en boeddhisten wijzen dezelfde weg naar innerlijke rust en diep geluk. Ze leren hoe we ons van verlangen kunnen bevrijden.
De vele overeenkomsten tussen het boeddhisme en het stoïcisme hebben me altijd getroffen. Daarom wil ik het hebben over de wegen naar wijsheid die zowel in het Oosten als in het Westen voorkomen – verlangen ombuigen, flexibel meegaan met de loop van het leven, en de vrolijke bevrijding van het ik – om een antwoord te vinden op het huidige pessimisme. Hoe kunnen we het diepe geluk bereiken dat de wijsheid ons belooft?
Genot uitbannen
‘Leven in het nu’ is een van de belangrijkste voorschriften van de stoïcijnse praktijk, die leert om niet in het verleden te vluchten, niet uit te wijken naar de toekomst, om elke angst en elke hoop te verdrijven, om ons te concentreren op het moment, waarin alles te verdragen en te veranderen is, en ons niet te laten meesleuren door verdriet, angst, woede en verlangen.

De S.R.L.M.A. (School for the Revival of the Lost Mysteries of Antiquity) - Alan E. Donant sept/okt 1998:
Geen fysieke school werd ooit met die stenen gebouwd. Hun betekenis wordt echter innerlijk gevoeld door iedere student die is geïnteresseerd in de pogingen die in de loop van de geschiedenis van de mensheid werden gedaan om haar in verbinding te brengen met de levende stroom van de wijsheidstraditie. Iedere cultuur heeft zijn grote leraren gehad; ieder continent heeft op een of ander moment zijn mysterieschool gehad. Het Amerikaanse continent dat een veel hogere ouderdom heeft dan in moderne speculaties eraan wordt toegekend, is de ontmoetingsplaats geworden van oosterse en westerse esoterie. De oude oosterse school van de mysteriën was misschien veel eerder aanwezig dan algemeen wordt erkend. Overblijfselen waaruit de ouderdom ervan blijkt, worden gevonden in de leringen van de Hopi in het noorden en van de Kogi in het zuiden. Westerse esoterie kwam pas veel later. Ze werd geïntroduceerd door de vooruitziende blik van de vrijmetselaar-stichters van de Verenigde Staten van Amerika, een natie die in beginsel werd gevestigd op het ideaal van universele broederschap, zoals wordt verkondigd op het Grootzegel: E pluribus unum ‘Vanuit velen Eén’. Het motto op de achterkant van het Grootzegel zegt alles: Novus Ordo Seclorum – ‘Een nieuwe orde van de eeuwen’. Er werd werkelijk een nieuwe poging in de geschiedenis van de mens voorzien.
Bijna 100 jaar na het stichten van de Verenigde Staten op 4 juli 1776 ging de Theosophical Society officieel van start op 17 november 1875. Door middel van deze organisatiestructuur werkten H.P. Blavatsky, H.S. Olcott, W.Q. Judge, en hun leraren om de eeuwenoude mysterieleringen nieuw leven in te blazen. De geschriften van H.P. Blavatsky vormden de voorhoede van de poging, de geschriften van Judge legden de nadruk op de intuïtieve toepassing van de mysterieleringen die ze had geschetst, terwijl Katherine Tingley de praktische aspecten ervan demonstreerde voor het dagelijks leven.

H.P. Blavatsky Geselecteerde artikelen deel 3: 1887 –1889
De oorsprong van rituelen in de kerk en in de vrijmetselarij (p. 501):
De oude Aratus, die schreef ‘Zeus is in alle straten en marktpleinen van de mens, hij is in de zee en de havens’, 1 beperkte zijn godheid niet tot zo’n tijdelijk spiegelbeeld op ons aardse gebied als Zeus – of zelfs zijn prototype Dyaus – maar bedoelde het universele, alomtegenwoordige beginsel. Voordat de schitterende god Dyaus (het uitspansel) de aandacht van de mens trok, was er het vedische tad (‘dat’), dat voor de ingewijde en filosoof geen bepaalde naam had, en dat de absolute duisternis was die aan elke gemanifesteerde uitstraling ten grondslag ligt. Het was onvermijdelijk dat de mythische Jupiter – het latere spiegelbeeld van Zeus – evenals Sûrya, de zon, de eerste manifestatie in de wereld van måyå en de zoon van Dyaus, door de onwetenden ‘vader’ werd genoemd. Zo werd de zon al snel verwisselbaar en één met Dyaus; voor sommigen de ‘zoon’, voor anderen de ‘vader’ in het schitterende uitspansel. Dyaus-pitar, de vader in de zoon en de zoon in de vader, toont echter zijn eindige oorsprong omdat de aarde als zijn echtgenote wordt aangeduid. Toen de metafysische filosofie volledig in verval was geraakt, begon men dyåva-prithivì, hemel en aarde, voor te stellen als de universele kosmische ouders, niet alleen van de mensen maar ook van de goden.
1) Aratus Solensis, Phaenomena, boek 1.

Wim de Lobel, boek De Eeuwige Generatie (p. 43): Heidegger verwijst naar een aantekening van Nietzsche, die hij na zijn Zarathustra heeft gemaakt (±1885), naar aanleiding en ter definiëring van het zijn van het wordingsproces. Heidegger citeert: “Aan het worden (wording) het karakter van het zijn te geven – dat is de hoogste wil tot macht.” Verder zegt Heidegger: “Het zijn, dat Nietzsche hier denkt, is de eeuwige wederkeer van hetzelfde.”

Het zijn mensen die aan de ’eeuwige wederkeer’, door Kwalitatieve en Kwantitatieve parameters, Feedback - Feedforward (systeemtheorie) sturing geven.

Klassiek geval van vrouwenhaat (Esma Linnemann Volkskrant 13 april 2019 Opinie p. 24-25):
In antifeministische kringen heerst ineens een grote belangstelling voor teksten uit de klassieke oudheid, merkt classicus Donna Zuckerberg op in haar boek Not All Dead White Men. Wat trekt hen er zo in aan?\\0; Teksten uit de antieke oudheid zijn niet altijd even zachtaardig voor vrouwen, getuige deze passage uit de Theogonie van de Griekse dichter Hesiodus (8ste eeuw voor Christus). De ‘zij’ in deze tekst is de eerste vrouw, Pandora. Voor de komst van Pandora was de aarde vruchtbaar, en kon ‘het werk van een jaar in een week worden gedaan.’ Maar dan steelt Prometheus het vuur uit de hemel, tot woede van Zeus, die Pandora op de mensheid afstuurt, waarna alles naar de verdoemenis gaat. Och, vrouwen verpesten ook alles! In de zomer van 2015 bemerkt Zuckerberg opvallend veel aandacht voor een op Eidolon gepubliceerd stuk met als titel: ‘Waarom beleeft het stoïcisme cultureel momentum?’ Ze besluit te onderzoeken waar al dat verkeer naar haar site vandaan komt, en belandt in een uithoek van het internet. Antifeministische bloggers als Roosh Valizadeh blijken enorm enthousiast over de leer van de Stoa, geestverwanten discussiëren driftig over het werk van dichter Ovidius. Zuckerberg ontdekt een hele online gemeenschap van voornamelijk witte, en voornamelijk boze mannen met een fascinatie voor de klassieke oudheid.
Tegelijkertijd waarschuwde mijn redacteur me tijdens het schrijven van dit boek: Donna, je weet misschien meer over Ovidius, maar dat maakt dat je nog niet tot een beter mens.’ De Red Pill-mannen moet je ook niet aanspreken op hun latijn, maar op hun
politieke opvattingen, dáárover moet je in debat.’
U komt de toe-eigening van de klassieken op het spoor door een stuk over stoïcisme. Dat bleek in de Red Pill-gemeenschap te worden beschouwd als een levensfilosofie voor de ware alfaman.
‘Ja, er is zelfs een naam voor alle mannen die vallen voor de Stoa: ‘broics’, een combinatie van bro’s (broeders) en stoics (
stoïcijnen). Het gaat daarbij om een oppervlakkige lezing van een complexe filosofische stroming. Die luidt: wees jezelf, focus je op zelfverwezenlijking en laat je niet uit je evenwicht brengen door krachten van buitenaf.’

Donna Zuckerberg: Teksten uit klassieke oudheid worden gebruikt om hedendaagse vrouwenhaat te verdedigen’.

Het is niet eerlijk (Joost de Vries De Groene Amsterdammer 18 april 2019 p. 53):
De collectieve intelligentie van internet kan een bepaalde magie onttoveren. Zo hebben Game of Thrones-fans het laatste seizoen al geanalyseerd.
Wie een roman schrijft weet dat wat begint als vrije fantasie, vanzelf een logica zal afdwingen. Elke keuze die je maakt opent deuren voor je personages, maar sluit andere. Elk verhaal ontwikkelt zijn eigen zwaartekrachtwetten. Ballen die in de lucht worden gegooid, moeten een keer landen. Bij een serie als Game of Thrones zijn er tientallen ballen, maar een miljoenvoud aan fans. Die over de serie bloggen, vloggen, discussiëren op fora en vanzelf de interne logica van de serie zo nauwgezet ontrafelen dat ze hem beter lijken te begrijpen dan de tv-makers zelf. De collectieve intelligentie haalt de individuele intelligentie van de makers in. Het is niet eerlijk.
En het verandert je manier van kijken. In zijn boek The Four-Dimensional Human (2015) beschrijft de Britse journalist Laurence Scott hoe het internet je het gevoel kan geven dat je achter jezelf aanloopt: ‘Instagram eet je maaltijd al op voordat jij het doet. Onze digitale avatars surfen over de golf van het moment, terwijl onze sociale zelven, die nog steeds ouderwets willen “bijkletsen”, achterlopen. De echte, biologische up-to-the-minute “ik” voelt zo aan als het spook van de online “ik”.’

De directeursziekte: minder en slechtere feedback (Joel Aerts ManagementSite 22 mei 2018):
Leidinggevenden krijgen minder feedback. Hoe meer en betere feedback krijgen? Drie valkuilen.
In de wetenschap wordt dit de ‘CEO disease’ genoemd, oftewel de directeursziekte. Het is geen echte ziekte, hoewel de gevolgen ervan wel heel vervelend zijn. Twee onderzoekers, James Conway en Allan Huffcut, bedachten de term naar aanleiding van een groot onderzoek dat ze uitvoerden naar feedback.
Voor dit onderzoek verzamelden ze de gegevens van 177 onderzoeken naar feedback. Meer dan 28.000 managers hadden aan deze onderzoeken meegewerkt. De conclusie was kraakhelder. Naarmate je een hogere functie hebt, ontvang je minder feedback en wordt de feedback minder realistisch. Dit is de directeursziekte.
Joël Aerts is spreker, schrijver en adviseert over leiderschap en leiderschapsontwikkeling. In 2018 verscheen zijn boek ‘Ontwikkel je leiderschap’.

Wat een bos mooi maakt (Mac van Dinther Volkskrant 31 oktober 2020 (Wetenschap p. 24-25):
‘Bosman’ Simon Klingen houdt van bossen, maar niet omdat ze het klimaat kunnen redden of omdat ze zo harmonieus samenleven, want dat is allemaal onzin. Waarom dan wel? Dat legt hij uit, in het bos.
Klingen houdt van bossen. Maar het is niet de romantische liefde van de populaire Duitse boswachter Peter Wohlleben, die het bos ziet als een
harmonieuze leefgemeenschap van bomen die elkaar helpen en waarschuwen tegen aanvallen. Ben je mal, zegt Klingen: ‘Het bos is één grote concurrentiestrijd, een survival of the fittest. Bomen zijn meedogenloos voor elkaar. Wie het eerst boven is wint.’
‘Er is geen enkele beheerder in Nederland die hout kapt uitsluitend voor geld. Staatsbosbeheer haalt 10 procent van zijn omzet uit hout, het Utrechts Landschap 2,5 procent. Dat stelt weinig voor.’
Dat geldt volgens Klingen overigens ook voor de
idee-fixe dat hout stoken klimaatneutraal is, omdat bomen immers weer aangroeien. ‘Je moet daar de factor tijd bij betrekken. Wat wij in een paar uur opstoken heeft honderd jaar staan groeien.’

Macron profileert zich weer als redder (Daan Kool, Marc Peeperkoorn Volkskrant 5 maart 2019 p. 5):
In een open brief aan alle burgers van de Europese Unie ontvouwt Emmanuel Macron vandaag zijn visie voor Europa. De Franse president hoopt daarmee de geesten rijp te maken voor zijn Europese verkiezingscampagne. Het is niet de eerste keer dat hij met een uitvoerig EU-plan komt, maar niet eerder stond er voor hem zo veel op het spel. De Europese verkiezingen in mei zijn de eerste echte peiling voor Macron sinds hij in 2017 aantrad als president.
De brief staat op opiniepagina’s van kranten in alle 28 EU-lidstaten; in Nederland drukt de Volkskrant hem af. De 41-jarige Macron doet daarin een waaier aan ambitieuze voorstellen voor ‘een Europa dat beschermt’. Hij pleit onder meer voor een Europees minimumloon, een verbod op financiering van politieke partijen door buitenlandse mogendheden en een gemeenschappelijk Europees asielbeleid.
Het Europese concurrentie- en handelsbeleid moet strategische bedrijven beschermen tegen vijandige overnames en de EU-regels voor milieu en rechtvaardige belastingen overeind houden.
Vόόr de venieuwing van Europa (Emanuel Macron Volkskrant 5 maart 2019 p. 22-23):
We zullen ons concurrentiebeleid moeten hervormen, ons handelsbeleid herzien: sancties opleggen aan of verbieden van bedrijven die afbreuk doen aan onze strategische belangen en onze
basiswaarden, zoals milieunormen, gegevensbescherming en eerlijke belastingbetaling; en gaan staan voor een Europees voorkeursrecht inzake strategische industrieën en overheidsopdrachten, in navolging van onze Amerikaanse en Chinese concurrenten.
De vooruitgangsgedachte weer opvatten, betekent ook
voorop lopen bij het milieudebat. Kunnen wij straks onze kinderen nog recht in de ogen kijken, als we niet ook onze klimaatschuld inlossen? De Europese Unie moet zijn ambities vaststellen – koolstofvrij in 2050, halvering van de pesticiden in 2025 – en het beleid afstemmen op deze eisen: een Europese klimaatbank om de ecologische transitie te financieren; een Europese gezondheidsautoriteit om onze voedselveiligheid te versterken; een onafhankelijke wetenschappelijke toetsing van stoffen die gevaarlijk zijn voor gezondheid en milieu om de lobbydreiging tegen te gaan, enz.

Macron (Ewald Engelen De Groene Amsterdammer 4 maart 2019):
De Franse president Macron publiceerde deze week een open brief aan Europese burgers die in 28 Europese kranten werd afgedrukt, waaronder de NRC. In de brief haalt hij fel uit naar de politieke verleiders die het Engelse electoraat met valse voorwendselen zo gek hebben gekregen om in 2016 voor uittreding uit de Europese Unie te stemmen.
Het Europa van het Verdrag van Lissabon is een neoliberaal Europa, dat op de maat van het grootkapitaal is gesneden en doelbewust zo ondemocratisch mogelijk is gehouden. Daardoor leidt elke uitbreiding van de bevoegdheden van de Europese Unie per definitie tot minder nationale soevereiniteit en dus tot minder democratische controle en zeggenschap. Die zijn immers alleen op nationaal niveau te vinden – hoe onvolkomen ook, met zijn periodieke verkiezing van een nieuwe politieke elite.
Het is er een uit de categorie
‘oorlog is vrede’, ‘vrijheid is slavernij’ en ‘onwetendheid is kracht’. Democratie verdedigen door de veelheid aan meningen te beperken tot meningen die de goedkeuring van een Europees agentschap kunnen wegdragen – je moet maar durven. Het riekt meer dan een beetje naar een Europese gedachtepolitie die wel even gaat bepalen welke standpunten door de beugel kunnen en welke niet. En hoort eerder in een dictatuur thuis dan in een democratie.

Maar sinds kort weten we, NOS 8 juni 2017, dat Nederland voor multinationals geen belastingparadijs is maar een 'verhullingsparadijs'. In plaats van 'verhullingsparadijs' heb ik het over 'schijnmarkt'. De filosoof en testadviseur in de IT Gerard Numan laat op zijn website zien hoe het mogelijk is de valkuil van de schijnmarkt te doorgronden.

De filosoof en testadviseur in de IT Gerard Numan (Cursus: meesterlijke gedachten):
Filosofie is de kunst van het denken. Het levert geen weten op maar, mits goed beoefend, een gestaalde geest die wijd open staat voor de werkelijkheid, een gevoelige antenne heeft voor het eigen denkproces en dat van anderen en vlijmscherp foutieve denkconstructies fileert. Filosofie levert daar binnen ook schoonheid op en momenten van inzicht en verwondering. Klik hier voor een korte introductie in de filosofie.
In deze cursus staan 10 van de belangrijkste en mooiste kunststukjes uit de filosofiegeschiedenis centraal. Gedachten die belangrijk zijn geweest voor de mentale geschiedenis van de mens maar die bovenal inzichten opleveren die een ieder nog steeds kunnen verrijken. Die veel van de hedendaagse debatten overbodig zouden maken als ze beter gekend waren en die ons nog steeds kunnen verrukken.
Download de tekst bij de cursus
hier.

What's the difference between “emergence” and “reductionism”?
Especially in psychology and sociology, there is some opposition between reductionists and emergentists. It is understood that this opposition arises from the apparent impossibility of accounting for all the components of the human mind and human society. In short, reductionists do not reject that complex systems have emergent properties, while emergentists often question the ability of scientists to provide a reductionist explanation of the mind and society.

3. FLUXMAXIMALISATIE EN ATTRACTOREN IN DE GEMIDDELDE EVOLUTIE
De hiërarchische opbouw van het netwerk in het universum is ontegensprekelijk en is alomtegenwoordig. Zoals elke klassificatie door de mens gemaakt, is echter ook deze indeling in hiërarchische lagen artificieel. In werkelijkheid is het universum een enorm complex netwerk waarin op elk ogenblik tussen alle niveau’s interacties zijn. De indeling in een aantal hiërarchische niveau’s is echter nuttig om te begrijpen hoe de evolutie werkt.
Het eerste geval van niveauwijziging wordt "emergentie" genoemd, of het onstaan van een hoger niveau van organisatie ; het laatste geval noem ik verder "decompositie", of het terugvallen naar een lager niveau van organisatie. Bij emergentie is het nieuwe hiërarchische niveau in vele gevallen gekenmerkt door nieuwe eigenschappen, die nog niet aanwezig waren op het onderliggende niveau : dit noemen we verder de emergente eigenschappen. Door deze '''emergente eigenschappen is het nieuwe geheel meer dan de som van de onderliggende delen. Het proces waarbij, onder invloed van een gewijzigde informatie informatiestroom, een hogere of lagere orde van organisatie ontstaat, zal verder aangeduid worden met het woord "transitie". Emergentie en decompositie zijn dus twee vormen van transities.

De 2e wijsheidssleutel is karma, de leer van actie en reactie. Enerzijds is karma in geen enkel opzicht fatalisme; anderzijds is het evenmin wat algemeen bekend is als ‘toeval’. Het is in wezen een leer van de vrije wil, want de entiteit die het initiatief neemt tot een beweging of een handeling — of die van geestelijke, mentale, psychische, fysieke, of andere aard is — is daarna natuurlijk verantwoordelijk voor de gevolgen en resultaten die eruit voortvloeien en die vroeg of laat terugslaan op de dader of de eerste oorzaak.

Helena Blavatsky: Het Heelal wordt van binnen naar buiten bestuurd en geleid. Zoals boven, zo is het ook beneden, zoals in de hemel, zo ook op aarde; en de mens – de microkosmos en het verkleinde evenbeeld van de macrokosmos – is de levende getuige van deze universele wet en van haar manier van werken. (Geheime Leer, Deel I, p. 301)

H.P. Blavatsky Isis ontsluierd Deel 2 Een sleutel tot de mysteries van oude en moderne wetenschap en religie
Hoofdstuk 9 De Veda's en de Bijbel (p. 505):
Het volledigste bericht over de watervloed vindt men in het Mahåbhårata van Veda-Vyasa, een gedicht ter ere van de astrologische allegorieën op de oorlogen tussen het zonne- en het maanras. Een van de versies zegt dat Vaivasvata door zijn eigen nakomelingen de vader werd van alle volkeren op aarde, en dit is de vorm die men voor het verhaal van Noach heeft gekozen; de andere zegt dat hij – evenals Deukalion en Pyrrha – slechts kiezelstenen hoefde te werpen in het slijk dat was achtergelaten door de zich terugtrekkende golven van de vloed, om naar wens mensen te laten ontstaan. Deze twee versies, de ene Hebreeuws, de andere Grieks, laten ons geen keuze. We moeten óf aannemen dat de hindoes zowel van de heidense Grieken als van de monotheï- stische joden dingen hebben overgenomen, óf, wat veel waarschijnlijker is, dat de versies van deze beide volkeren via de Babyloniërs aan de vedische literatuur zijn ontleend.
530: Wanneer we de bijbelse aartsvaders vergelijken met de afstammelingen van Vaivasvata, de hindoe-Noach, en de oude Sanskriet-overleveringen over de watervloed in het brahmaanse Mahåbhårata, dan vinden we hen weerspiegeld in de vedische aartsvaders, die de oorspronkelijke voorbeelden zijn, waarnaar alle andere zijn gevormd. Maar voordat vergelijking mogelijk is, moeten de hindoemythen in hun ware betekenis worden begrepen. Al die mythische personen hebben naast een sterrenkundige, ook een spirituele of ethische, en een antropologische of fysieke betekenis. De aartsvaders zijn niet alleen vermenselijkte goden – van wie de antediluviale overeenkomen met de twaalf grote goden van Berosus en met de tien prajåpati’s, en de postdiluviale met de zeven goden van het beroemde schrijftablet in de bibliotheek van Ninevé – maar ze dienen ook als symbolen van de Griekse eonen, de kabbalistische sefiroth en de tekens van de dierenriem, als prototypen van een reeks mensenrassen.
533/534: Op de oudste monumenten van Chaldea, Perzië en India is het dubbele of achtpuntige kruis te zien. Dit symbool dat op een heel natuurlijke manier, evenals elke andere meetkundige figuur in de natuur, in zowel planten als sneeuwvlokken is te vinden, heeft dr. Lundy in zijn boven-christelijke mystiek ertoe gebracht zulke kruisvormige bloemen – die door het samenvoegen van de twee kruisen een achtpuntige ster vormen – de volgende benaming te geven: ‘de profetische ster van de vleeswording, die hemel en aarde, God en mens met elkaar heeft verbonden’.1 In die laatste zin is het volmaakt juist uitgedrukt, alleen past het oude kabbalistische axioma ‘zo boven, zo beneden’ nog beter, want het toont ons dezelfde God voor de hele mensheid, en niet alleen voor een handjevol christenen.
537: Ze wilden ermee zeggen dat, wanneer de loop van de evolutie de werelden naar het laagste punt van grofheid had gevoerd, waar de aardbollen en hun voortbrengselen het grofst en hun bewoners het dierlijkst waren, het
keerpunt was bereikt, en de krachten precies in evenwicht waren. Bij het laagste punt begon de nog steeds aanwezige goddelijke vonk van de geest vanbinnen de impuls te geven om de weg omhoog in te slaan. De weegschaal symboliseerde dat eeuwige evenwicht dat noodzakelijk is in een heelal, waarin harmonie en exacte rechtvaardigheid heersen, waarin de 'middelpuntzoekende en middelpuntvliedende krachten', 'duisternis en licht', 'geest en stof' in balans zijn.

H.P. Blavatsky Een toelichting op de De geheime leer: stanza’s I-IV (p. 111):
Vr. Is vorm het resultaat van de wisselwerking van de middelpuntvliedende en middelpuntzoekende krachten in de stof en in de natuur?
De theorie van de natuurlijke selectie is niet alleen volkomen ontoereikend om deze geheimzinnige eigenschap van nabootsing in de wereld van het zijn te verklaren, maar zij geeft ook een geheel verkeerd beeld van het belang van zo’n vermogen tot nabootsen, als een ‘machtig wapen in de strijd om het bestaan’. Als eenmaal is bewezen – en dat kan gemakkelijk worden gedaan – dat dit nabootsingsvermogen totaal onbruikbaar is binnen de theorie van Darwin, d.w.z. als wordt aangetoond dat het beweerde gebruik ervan in verband met de zogenaamde ‘survival of the fittest’ een speculatie is, niet bestand tegen nauwkeurige analyse, waaraan kan dat vermogen dan worden toegeschreven? Iedereen heeft wel eens insekten gezien, die natuurgetrouw de kleur en zelfs de uiterlijke vorm van planten, bladeren, bloemen, dode takjes en dergelijke, imiteerden. Dit is geen wet, maar eerder een veel voorkomende uitzondering. Dan kan het toch alleen een onzichtbare intelligentie buiten het insect zijn, die zo nauwkeurig kopieën maakt van grotere originelen?

Karakter van God en mens

En God zei: Laten wij mensen maken die ons evenbeeld zijn, die op ons lijken ... (Genesis 1:26, NBV2004)

De mens is geschapen als een evenbeeld van God en dat houdt veel meer in dan de meeste gelovigen beseffen. God, die zelf denkt, voelt, besluit en handelt heeft mensen gemaakt die evenzeer kunnen denken, voelen, beslissen en dingen doen. Die vier elementen vormen de basis van Gods karakter en ook van het menselijk karakter.

Verbeeldingskracht (universeel bewustzijn, kosmisch bewustzijn, ideatie, scheppingsdriehoek 9 - 3 – 6, actieve imaginatie van CarlJung), de kernkwaliteit creativethink - Ilya Prigogine heeft het over de ervaring van creativiteit - is het positief tegenovergestelde van chaos. Middels een ideologische ommekeer is het mogelijk ons met de natuurlijke kringloop (flow), te verbinden. We zijn medescheppers van iedere situatie die in ons leven ontstaat. Ieder initiatief, elk mens kan door het vlindereffect de zelfordening positief beïnvloeden. De chaostheorie leert dat alles met elkaar verbonden is en de onderzoeker niet af te scheiden is van het onderzoek. Alleen door dat wat is te accepteren komt de evolutie een stapje verder.

Een goede manager weet precies hoe hij leiding moet geven. Dit zijn de 12 karaktereigenschappen die iedere goede manager moet bezitten. Maar er zijn ook twaalf eigenschappen die funest zijn voor je carrière:
1. Denk positief versus Telling yourself you can’t do something
Onderschat de kracht van positiviteit niet. Beschouw iedere situatie als een leermoment.
2. Wees eerlijk versus Choosing to remain silent
Vertel je werknemers altijd de waarheid.
3. Delegeer versus Believing you can’t find a better job
Als goede manager moet je weten wanneer je werknemers het zelf wel afkunnen. Weersta de verleiding om je met elk wissewasje te bemoeien.
4. Communiceer versus Wearing your emotions on your sleeve
Problemen in een bedrijf hebben vaak te maken met slechte communicatie.
5. Inspireer versus Coasting until retirement
Inspireer je werknemers om net zo enthousiast te zijn over het bedrijf als jij dat bent.
6. Verbind het team versus Waiting for the ‘perfect moment’
Focus je met z’n allen op de lange termijn.
7. Zorg voor een goede verhouding tussen werk en privé versus Hating your current job
Mensen presteren beter als hun leven gebalanceerd en op orde is.
8. Complimenteer versus Complaining
Een complimentje geeft een boost aan het zelfvertrouwen van werknemers.
9. Moedig vooruitgang aan versus Viewing yourself as inferior
Als medewerkers groeien in hun werk, worden ze productiever.
10. Waardeer je werknemers versus Blaming others
Ook de kleine dingen doen ertoe.
11. Wees een mentor versus Criticizing your boss
Pak de mentorrol op voor het personeel wanneer het nodig is.
12. Eerlijkheid boven alles versus Acting as if you can’t learn anything new
Als je favorieten hebt in je team, zal de rest van het team je dat niet in dankbaarheid afnemen.

James M. Pryse boek Apocalypse ontsluierd / een esoterische uitleg van de Openbaring van Johannes (p. 22/23):
Het volgende symbool waar we mee te maken krijgen is een rol (“boek”). Esoterisch bezien is het eenvoudig het menselijk lichaam: het is “van binnen en op de rug beschreven”, hetgeen betrekking heeft op het sympatische en cerebrospinale systeem, en “goed verzegeld met zeven zegels” welke zegels de zeven voornaamste chakra’s zijn. Het offer-Lam, de neophyte die het intuïtieve noetische bewustzijn bereikt heeft - hetgeen gesymboliseerd is omdat hij zeven horens en zeven ogen heeft, dat wil zeggen mentale krachten van handeling en waarneming - opent de zegels (wekt de chakra’s op) achtereenvolgens. Wanneer ze geopend zijn, veranderen ze echter in zodiacale tekens, de zodiac toegepast op de microcosmos, de mens, zoals in de figuur voorgesteld is; volgens de afbeelding ligt de mens in een cirkel, en staat niet, zoals in de exoterische zodiac afgebeeld wordt, rechtop. Het verband tussen de zeven planeten en de twaalf tekens van de zodiac wordt in de volgorde gegeven volgens Porphirios en wordt door alle oude en moderne autoriteiten nagevolgd. In de Sanskriet werken stemmen de planeten ook overeen met de zeven chakra’s en wel als volgt, te beginnen met de mûlâdhâra: Saturnus, Jupiter, Mars, Venus, Mercurius, Maan, en Zon. Volgens dit zodiacale schema strekken de zeven tekens met hun planeten zich langs de cerebro-spinale streek uit en komen ze overeen met de zeven chakra’s, die de brandpunten van de tattvas zijn, en die onder invloed van dezelfde planeten staan; terwijl de overblijvende tekens met de vijf prânas in verband staan. Deze rangschikking is meer in bijzonderheden in het rechter figuur te zien.

 

Ir. J. M. J. Kicken artikel WERELDTIJDPERKEN en WERELDBEELDEN:
Deze 12 wereldbeschouwingen zijn in 2 opzichten van grote betekenis. Op de eerste plaats zijn ze te beschouwen als verschillende standpunten vanwaaruit men dezelfde werkelijkheid beziet. Daarom is het zinloos om te beweren dat slechts één wereldbeschouwing de juiste is. Elke heeft haar eigen waarde en beperking. Deze situatie is te vergelijken met een aantal mensen die om een boom zitten. Elk. ziet slechts een gedeelte van de boom. De hele boom is slechts te zien als men er om heen loopt! Zo kan men zich voorstellen dat de mensheid alle wereldbeschouwingen doorlopen moet om tot grotere bewustwording te geraken. In dit kader bezien heeft de mens in iedere incarnatie zijn eigen specifieke gerichtheid, bedoeld om hem een bepaald aspect van de werkelijkheid te laten ervaren. Wie dit eenmaal ziet, gaat dan meer begrip krijgen voor andere wereldbeschouwingen dan de zijne en zal zich niet te sterk identificeren met zijn eigen wereldbeschouwing.
Op de tweede plaats krijgt de geschiedenis van culturen meer zin wanneer men zich realiseert dat aan iedere cultuur een bepaald wereldbeeld ten grondslag ligt.

H.P. Blavatsky De Geheime Leer Deel I, Proloog (p. 31):
Het is nauwelijks nodig de lezer er nog eens aan te herinneren dat de term ‘goddelijke gedachte’, evenals ‘universeel denkvermogen’, niet moet worden beschouwd als zelfs ook maar een vage afschaduwing van een verstandelijk proces verwant aan dat van de mens. Het ‘onbewuste’ kwam volgens Von Hartmann tot het veelomvattende scheppings-, of beter evolutionaire plan ‘door een helderziende, boven alle bewustzijn verheven wijsheid’, die in de taal van de Vedanta absolute wijsheid zou betekenen. Alleen degenen die beseffen hoe hoog de intuïtie zich bevindt boven de trage processen van het redenerende denken, kunnen zich een heel vaag begrip vormen van die absolute wijsheid die de begrippen van Tijd en Ruimte te boven gaat. Het denkvermogen zoals wij dat kennen, kan worden herleid tot bewustzijnstoestanden van verschillende duur, intensiteit, ingewikkeldheid, enz., en deze berusten uiteindelijk alle op gewaarwordingen, die weer maya zijn. Gewaarwording vooronderstelt noodzakelijk weer beperking. De persoonlijke God van het orthodoxe theïsme neemt waar, denkt en wordt beïnvloed door emoties: hij heeft berouw en voelt ‘hevige toorn’. Maar het is duidelijk dat het denkbeeld van zulke geestestoestanden de ondenkbare vooronderstelling meebrengt dat de opwekkende prikkels van buiten komen, om nog maar niets te zeggen van de onmogelijkheid om onveranderlijkheid toe te schrijven aan een wezen, van wie de emoties wisselen met de gebeurtenissen in de werelden die het bestuurt. De begrippen van een onveranderlijke en oneindige persoonlijke God zijn dus onpsychologisch en wat erger is, onfilosofisch.
32: Zij is het ENE LEVEN, eeuwig, onzichtbaar en toch alomtegenwoordig, zonder begin of einde en toch periodiek in haar geregelde manifestaties, terwijl tussen die perioden het duistere geheim van het niet-zijn heerst; onbewust en toch absoluut Bewustzijn; niet te verwerkelijken en toch de ene op zichzelf bestaande werkelijkheid; inderdaad ‘een chaos voor het gevoel, een Kosmos voor de rede’. Haar ene absolute kenmerk, namelijk HETZELF, de eeuwige, onophoudelijke beweging, wordt in esoterische taal de ‘grote adem’ genoemd, dat is de eeuwigdurende beweging van het Heelal in de zin van grenzeloze, altijd aanwezige RUIMTE. Wat bewegingloos is, kan niet goddelijk zijn. Maar er is ook in feite en in werkelijkheid niets absoluut onbeweeglijk binnen de universele ziel.
43: (a) Een alomtegenwoordig, eeuwig, grenzeloos en onveranderlijk BEGINSEL, waarover elke speculatie onmogelijk is, omdat het het menselijke begripsvermogen te boven gaat en door menselijke uitdrukkingen of vergelijkingen alleen kan worden verkleind. Het ligt buiten het gebied en het bereik van het denken – met de woorden van Mandukya, ‘ondenkbaar en onuitsprekelijk’.
46: (4.) Kosmische verbeeldingskracht, MAHAT of intelligentie, de universele wereldziel, het kosmische noumenon van de stof, de grondslag van de verstandelijke werkingen in en van de Natuur, ook gemoemd MAHA-BUDDHI.
47: (c) De fundamentele gelijkheid van alle zielen met de Universele Overziel, die zelf een aspect is van de Onbekende Wortel; en de verplichte pelgrimstocht voor iedere ziel – een vonk van eerstgenoemde – door de cyclus van incarnatie (of ‘noodzakelijkheid’) in overeenstemming met de cyclische en karmische wet gedurende het hele tijdperk. Met andere woorden, geen zuiver geestelijke buddhi (goddelijke ziel) kan een onafhankelijk (bewust) bestaan hebben voordat de vonk die voortkwam uit de zuivere essentie van het universele zesde beginsel – of de OVERZIEL – (a) door iedere grondvorm van de verschijnselenwereld van dat manvantara is heengegaan en (b) individualiteit heeft verkregen, eerst door een instinct en daarna door zelf teweeggebrachte en zelf bedachte krachtsinspanningen (beperkt door haar karma), terwijl zij zo opklom door alle graden van intelligentie heen, van het laagste tot het hoogste manas, van delfstof en plant tot aan de heiligste aartsengel (Dhyani-Boeddha).
De ENE WERKELIJKHEID; haar tweevoudige aspecten in het voorwaardelijke Heelal.
De Geheime Leer Deel I, Stanza 1 De nacht van heelal (p. 73):
De Geheime Leer verkondigt de steeds verdergaande ontwikkeling van alles, van werelden zowel als van atomen; en deze indrukwekkende ontwikkeling heeft noch een denkbaar begin, noch een einde dat men zich kan voorstellen. Ons ‘Heelal’ is er slechts één uit een oneindig aantal Heelallen, alle ‘zonen van noodzakelijkheid’, omdat zij schakels vormen in de grote kosmische keten van Heelallen, waarvan ieder zich tot zijn voorganger verhoudt als een gevolg, en tot zijn opvolger als een oorzaak.
76: 8. ALLEEN DE ENE VORM VAN BESTAAN STREKTE ZICH GRENZELOOS, EINDELOOS, OORZAAKLOOS UIT IN EEN DROOMLOZE SLAAP (a); EN HET LEVEN KLOPTE ONBEWUST IN DE UNIVERSELE RUIMTE DOOR HEEL DIE ALOMTEGENWOORDIGHEID, DIE DOOR HET ‘GEOPENDE OOG’8 VAN DE DANGMA (b)9 WORDT WAARGENOMEN.
8) In India wordt dit het ‘oog van Siva’ genoemd, maar achter de grote bergketen staat het in het esoterische spraakgebruik bekend als ‘het geopende oog van Dangma’.
9) Dangma betekent een gezuiverde ziel, iemand die een jivanmukta, de hoogste adept, of liever een zogenaamde mahatma is geworden. Zijn ‘geopende oog’ is het innerlijke geestelijke oog van de ziener, en het vermogen dat zich erdoor manifesteert is geen helderziendheid zoals die gewoonlijk wordt opgevat, d.w.z. het vermogen om op een afstand te zien, maar veeleer het vermogen van geestelijke intuïtie, waardoor directe en stellige kennis kan worden verkregen. Dit vermogen staat in nauw verband met het ‘derde oog’, dat de mythologische traditie aan bepaalde mensenrassen toeschrijft. Verdere uitleg zal men in Deel II vinden.
(a) Het moderne denken heeft de neiging terug te keren naar het archaïsche denkbeeld van een homogene basis voor schijnbaar sterk verschillende dingen – heterogeniteit, die zich heeft ontwikkeld uit homogeniteit. Biologen zoeken nu naar hun homogene protoplasma en scheikundigen naar hun protyle10, terwijl de natuurwetenschap zoekt naar de kracht waarvan elektriciteit, magnetisme, warmte, enz. de differentiaties zijn. De Geheime Leer brengt dit denkbeeld over naar het gebied van de metafysica en gaat uit van ‘één bestaansvorm’ als de basis en de bron van alle dingen. Maar misschien is de uitdrukking ‘één bestaansvorm’ niet helemaal juist. Het Sanskrietwoord is prabhavapyaya, ‘de plaats, of liever het gebied, waaruit de oorsprong voortkomt en waarin alle dingen weer worden opgenomen’, zegt een commentator. Het is niet de ‘moeder van de wereld’, zoals Wilson het vertaalt (zie Deel I, Vishnu Purana); want jagad yoni (zoals FitzEdward Hall aantoont) is niet zozeer ‘de moeder van de wereld’ of ‘de baarmoeder van de wereld’ als wel de ‘stoffelijke oorzaak van het Heelal’. De commentatoren van de Purana’s verklaren het als karana – ‘oorzaak’ – maar de esoterische filosofie als de ideële geest van die oorzaak. Het is in zijn tweede stadium het svabhavat van de boeddhistische filosoof, de eeuwige oorzaak en het eeuwige gevolg, alomtegenwoordig en toch abstract, de op zichzelf bestaande plastische essentie en de wortel van alle dingen, beschouwd in hetzelfde tweevoudige licht als de Vedanta-kenner zijn Parabrahm en Mulaprakriti beschouwt, het ene onder twee aspecten.
10) Noot vert. Protyle is de naam die ca. 1886 werd voorgesteld voor de hypothetische oorspronkelijke ongedifferentieerde stof, waaruit de chemische stoffen die voorlopig als elementen werden beschouwd, kunnen zijn samengesteld.
81/82: Een aanhanger van de Vedanta zou nooit de juistheid van dit denkbeeld van Hegel erkennen en de occultist zou zeggen dat het precies van toepassing is op het ontwaakte MAHAT, het universele denkvermogen, dat al is geprojecteerd in de wereld van de verschijnselen als het eerste aspect van het onveranderlijke ABSOLUTE, maar nooit op dit laatste. ‘Geest en stof, of purusha en prakriti’, zo wordt ons geleerd, ‘zijn slechts de twee oorspronkelijke aspecten van het Ene en Ongeëvenaarde’.
De Geheime Leer Deel I Stanza 3 Het ontwaken van de Kosmos (p. 96):
Het ‘maagdelijke ei’ is het microkosmische symbool van de macrokosmische oervorm – de ‘maagdelijke moeder’ – Chaos of de Oorspronkelijke Diepte. De mannelijke schepper (onder welke naam ook) komt voort uit de maagdelijke vrouw, de onbevlekte wortel die is bevrucht door de Straal.
113: 10. VADER-MOEDER SPINNEN EEN WEB DAT VAN BOVEN AAN DE GEEST (purusha) IS BEVESTIGD – HET LICHT VAN DE ENE DUISTERNIS – EN VAN ONDEREN AAN ZIJN (van de geest) IN SCHADUW GEHULDE EINDE, DE STOF (prakriti); EN DIT WEB IS HET HEELAL, GESPONNEN UIT DE TWEE SUBSTANTIES DIE TOT ÉÉN ZIJN GEMAAKT, DAT SVABHAVAT IS (a).
De Geheime Leer Deel I, Stanza 4 De zevenvoudige hiërarchieën (p. 128):
‘Beweging is eeuwig in het ongemanifesteerde, en periodiek in het gemanifesteerde’, zegt een occulte lering.
134: De leer van een gemeenschappelijke oorsprong van alle hemellichamen en planeten werd, zoals wij zien, door de archaïsche astronomen onderwezen vóór Kepler, Newton, Leibnitz, Kant, Herschel en Laplace. Warmte (de adem), aantrekking en afstoting – de drie grote factoren van beweging – zijn de omstandigheden waaronder alle leden van dit hele oorspronkelijke gezin worden geboren, zich ontwikkelen en sterven, om opnieuw te worden geboren na een ‘nacht van Brahma’, waarin de eeuwige stof periodiek terugkeert tot haar aanvankelijke ongedifferentieerde toestand.
134,135: Zoals in Isis (1:441) werd gezegd, is dit goddelijke en onzichtbare schilderij het boek van het leven. Omdat de lipika’s het ideële plan van het heelal, op basis waarvan de ‘bouwers’ na iedere pralaya de Kosmos weer ontwikkelen, uit het passieve universele denkvermogen in de objectiviteit projecteren, zijn zij het ook die een parallel vormen met de zeven engelen van de Goddelijke Tegenwoordigheid; de christenen zien die engelen in de zeven ‘planeetgeesten’ of de ‘geesten van de sterren’. Want zij zijn de rechtstreekse schrijvers van de eeuwige Verbeeldingskracht of, zoals Plato het noemde, de ‘goddelijke gedachte’. Het Eeuwige Verslag is geen fantastische droom, want dezelfde verslagen komen voor in de wereld van de grove stof.
Omdat de lipika’s zijn verbonden met het lot van ieder mens en met de geboorte van ieder kind, waarvan het leven al in het astrale licht is geschetst – niet als noodlot, maar alleen omdat de
toekomst, evenals het VERLEDEN, altijd leeft in het HEDEN – kan men ook zeggen dat zij de wetenschap van de horoscopie beïnvloeden. Wij moeten de waarheid van de laatste erkennen, of wij willen of niet. Want, zoals een van de moderne adepten van de astrologie opmerkte: ‘Nu de fotografie ons de chemische invloed van het sterrenstelsel heeft onthuld, door op de gevoelige plaat van het toestel miljarden sterren en planeten vast te leggen, die tot dan toe de pogingen van de krachtigste telescopen om ze te ontdekken hadden verijdeld, wordt het gemakkelijker te begrijpen hoe ons zonnestelsel bij de geboorte van een kind zijn hersenen – die nog door geen enkele indruk zijn aangeraakt – kan beïnvloeden en wel op een bepaalde manier en in overeenstemming met de aanwezigheid in het zenit van het een of andere sterrenbeeld van de Dierenriem (dodecaëder)43.’
De Geheime Leer Deel I, Stanza 5 Zij brengen fohat voort (p. 140):
(c) Omdat fohat een van de belangrijkste, zo niet de allerbelangrijkste rol speelt in de esoterische kosmogonie, moet hij nauwkeurig worden beschreven. Evenals in de oudste Griekse kosmogonie, die sterk verschilde van de latere mythologie, Eros de derde persoon is in de oorspronkelijke drie-eenheid: Chaos, Gaea, Eros – die overeenkomt met het kabbalistische En-Soph (want Chaos is RUIMTE, [chaino]), ‘leegte’), het grenzeloze AL, Shekinah en de Oude van Dagen, of de Heilige Geest – zo is fohat in het nog ongemanifesteerde Heelal iets anders dan in de kosmische wereld van de verschijnselen. In laatstgenoemde is hij die occulte elektrische levenskracht die, door de wil van de scheppende logos, alle vormen verenigt en samenbrengt en deze de eerste impuls geeft, die te zijner tijd wet wordt. Maar in het ongemanifesteerde Heelal is fohat dit niet, evenmin als Eros de latere schitterende gevleugelde Cupido of LIEFDE is. Fohat heeft nog niets met de Kosmos te maken, want de Kosmos is nog niet geboren en de goden slapen nog in de schoot van de ‘vader-moeder’. Hij is een abstract filosofisch begrip. Hij brengt zelf nog niets voort; hij is eenvoudig die potentiële scheppende kracht, door de werking waarvan het NOUMENON van alle toekomstige verschijnselen zich als het ware verdeelt, maar alleen om zich in een mystieke bovenzinnelijke handeling weer te verenigen en de scheppende straal uit te zenden.
141: Fohat staat in nauw verband met het ‘ENE LEVEN’. Uit het Onbekende Ene, het oneindige GEHEEL, komt de gemanifesteerde ENE of de periodieke manvantarische godheid voort, en deze is het universele denkvermogen dat, gescheiden van zijn bron, de demiurg of de scheppende logos van de westerse kabbalisten is, en de Brahma met de vier gezichten van de hindoereligie. Als geheel en beschouwd vanuit het gezichtspunt van de gemanifesteerde goddelijke gedachte, geeft hij in de esoterische leer de menigten van de hogere scheppende Dhyan-Chohans weer. Tegelijk met de ontwikkeling van het universele denkvermogen manifesteert zich de verborgen wijsheid van Adi-Boeddha – de ene opperste en eeuwige – als
Avalokiteshvara (of gemanifesteerde Isvara), die de Osiris van de Egyptenaren, de Ahura-Mazda van de Zoroastriërs, de hemelse mens van de Hermetische filosofen, de logos van de platonici en de atman van de aanhangers van de Vedanta is. De weerspiegeling van het universele denkvermogen, die de kosmische ideeënvorming en de bijbehorende intellectuele kracht is, wordt op het objectieve gebied de fohat van de boeddhistische esoterische filosoof. Dit geschiedt door de werking van de gemanifesteerde wijsheid of mahat, voorgesteld door deze talloze centra van geestelijke energie in de Kosmos. Terwijl fohat de zeven beginselen van akasa doorloopt, werkt hij in op de gemanifesteerde substantie of het Ene Element, zoals hierboven is uiteengezet. Door dit te differentiëren in verschillende energiecentra, stelt hij de wet van de kosmische evolutie in werking die, gehoorzamend aan de ideeënvorming van het universele denkvermogen, alle verschillende bestaanstoestanden in het gemanifesteerde zonnestelsel in het leven roept.
De Geheime Leer Deel I, Stanza 5 Fohat: Het kind van de zevenvoudige hiërarchieën (p. 149):
(a) Dit trekken van ‘spiraallijnen’ heeft betrekking op de evolutie van zowel de beginselen van de mens als die van de Natuur. Deze evolutie heeft geleidelijk plaats (zoals men zal zien in Deel II over ‘De oorsprong van de menselijke rassen’), evenals al het andere in de natuur. Hoewel volgens onze opvattingen het zesde beginsel in de mens (buddhi, de goddelijke ziel) alleen maar een adem is, is het toch iets stoffelijks vergeleken met de goddelijke ‘geest’ (atma), waarvan het de drager of het voertuig is. Fohat in zijn hoedanigheid van GODDELIJKE LIEFDE (Eros), het elektrische vermogen tot verwantschap en sympathie, wordt allegorisch weergegeven terwijl hij tracht de zuivere geest, de straal die onscheidbaar is van het ENE absolute, te verenigen met de ziel. Deze twee vormen in de mens de MONADE en in de Natuur de eerste schakel tussen het altijd onvoorwaardelijke en het gemanifesteerde.
153: Het geloof in de ‘vier maharadja’s’ – de bestuurders van de vier hemelstreken – werd algemeen beleden en wordt nu door de christenen aanvaard, die hen in navolging van Augustinus ‘engelenmachten’ en ‘geesten’ noemen, wanneer zij zelf over hen spreken, en ‘duivels’ wanneer ze door heidenen worden genoemd. Maar waar is op dit punt het verschil tussen de heidenen en de christenen? In navolging van Plato maakte Aristoteles duidelijk, dat onder de term [stoicheia] alleen de onlichamelijke beginselen werden verstaan, die bij elk van de vier grote afdelingen van onze kosmische wereld waren geplaatst om daarover toezicht te houden.
154: Het is niet de ‘heerser’ of ‘maharadja’, die straft of beloont, met of zonder toestemming of bevel ‘van God’, maar de mens zelf – omdat zijn daden of karma individueel en collectief (zoals soms met hele volkeren het geval is) allerlei soort kwaad en rampen aantrekt. Wij maken OORZAKEN, en deze wekken in de siderische wereld de overeenkomstige krachten op. Deze krachten worden magnetisch en onweerstaanbaar aangetrokken tot degenen die deze oorzaken teweegbrachten en werken op hen terug, of dergelijke personen nu inderdaad de boosdoeners zijn, dan wel alleen de denkers die het kwaad hebben uitgebroed.
157: ‘Toen ik nu de levende wezens zag, zie, daar was een wiel op de aarde met zijn vier gezichten . . . alsof het een wiel was in het midden van een wiel . . . want de geest van het levende wezen was in het wiel . . . hun aanblik was als die van brandende vuurkolen . . .’ enz. (Ezechiël, hfst. i.)
De Geheime Leer Stanza 7 Deel I, De voorvaderen van de mens op aarde (p. 243):
(b) Evenals in het Japanse stelsel worden in de Egyptische en in elke oude kosmogonie aan deze goddelijke VLAM, de ‘Ene’, de drie afdalende groepen ontstoken. Omdat zij hun potentiële bestaan in de hogere groep hebben, worden zij nu afzonderlijke en gescheiden entiteiten. Deze worden de ‘maagden van het leven’, de ‘grote illusie’ (neti neti ofwel: noch dit, noch dat), enz. en gezamenlijk de ‘zespuntige ster’ genoemd. De laatstgenoemde is in bijna alle religies het symbool van de logos als de eerste uitstraling. Het is het teken van Vishnu in India (de chakra of het wiel), en het symbool van het tetragrammaton, de ‘Hij van de vier letters’ of – figuurlijk opgevat – ‘de ledematen van microprosopos’ in de Kabbala, waarvan er respectievelijk tien en zes zijn.
249: (g) De zesde en de zevende groep hebben deel aan de lagere eigenschappen van het Viertal. Het zijn bewuste, etherische entiteiten, even onzichtbaar als ether, die als de takken van een boom uitgaan van de eerste centrale groep van de vier, en zich op hun beurt vertakken in talloze zijgroepen, waarvan de lagere de natuurgeesten of elementalen van talloze soorten en variëteiten zijn; vanaf de vormloze en onstoffelijke – de ideële GEDACHTEN van hun scheppers – tot de atomaire, hoewel voor de menselijke waarneming onzichtbare, organismen toe. De laatste worden beschouwd als de ‘geesten van de atomen’, want ze zijn één stap (terug) verwijderd van het stoffelijke atoom – bewuste, zo niet verstandelijke schepsels. Ze zijn alle onderhevig aan karma, en moeten dat in elke cyclus uitwerken. Want de leer zegt dat er in het heelal, hetzij in ons eigen of in een ander stelsel, in de uiterlijke of de innerlijke werelden geen bevoorrechte wezens zijn, zoals de engelen van de westerse en de joodse religie.
259: Deze laatste zou door de brahmanen ‘een dag van Brahma’ worden genoemd. Het is kortom één omwenteling van het ‘wiel’ (onze planeetketen), dat bestaat uit zeven bollen (of zeven afzonderlijke ‘wielen’, nu in een andere betekenis opgevat). Als de evolutie haar weg omlaag in de stof heeft afgelegd, van planeet A tot planeet G, of Z, zoals de westerse onderzoekers haar noemen, is dat één Ronde. In het midden van de vierde omwenteling, onze tegenwoordige ‘Ronde’, ‘heeft de evolutie haar toppunt van stoffelijke ontwikkeling bereikt, zij heeft haar werk bekroond met de volmaakte lichamelijke mens en vanaf dit punt begint zij haar werk in de richting van het geestelijke’. Dit alles hoeft nauwelijks te worden herhaald, omdat het in ‘Esoteric Buddhism’ goed is uitgelegd.
260: Iedere ‘Ronde’ (op de neergaande boog) is slechts een herhaling in meer concrete vorm van de Ronde die eraan voorafging, en zo is ook elke bol – tot aan onze vierde bol (de huidige aarde) – een grovere en meer stoffelijke kopie van de meer schimachtige bol, die op de drie hogere gebieden daar telkens aan voorafgaat. (Zie het diagram bij Stanza VI, Toelichting 6.) Op haar weg omhoog langs de opgaande boog maakt de evolutie, om zo te zeggen, de algemene aard van alles meer geestelijk en etherisch, en brengt deze op dezelfde hoogte als het gebied waarop de tweelingbol aan de tegenovergestelde kant zich bevindt.
266: Wat is die ‘vonk’, die ‘aan de vlam hangt’? Het is JIVA, de MONADE, in verbinding met MANAS, of liever met het aroma ervan – dat, wat van elke persoonlijkheid overblijft, wanneer deze het waardig is, en wat door de levensdraad is verbonden met atma-buddhi, de vlam. Hoe men de mens ook verklaart, en in hoeveel beginselen hij ook wordt verdeeld, men kan gemakkelijk aantonen dat deze leer wordt ondersteund door alle oude religies, van de vedische tot de Egyptische, van de zoroastrische tot de joodse. Bij de laatstgenoemde leveren de kabbalistische boeken overvloedig bewijs voor deze bewering. Het hele kabbalistische getallenstelsel is gebaseerd op het goddelijke zevenvoud dat aan de triade hangt (en zo de decade vormt) en haar permutaties 7, 5, 4 en 3, die tenslotte alle in het ENE opgaan: een eindeloze en grenzeloze cirkel.
270: We geven nu in tabelvorm wat de heel voorzichtige Eliphas Lévi ter verklaring van zijn diagram zegt, en wat de esoterische leer verkondigt – en we vergelijken de twee. Ook Lévi maakt onderscheid tussen de kabbalistische en de occulte pneumatologie. (Zie ‘Histoire de la Magie’, blz. 388, 389.)
277: Eerst werd uit de Diepte (de Chaos) koud lichtgevend vuur (gasachtig licht?) voortgebracht, dat in de Ruimte stremsel vormde.’ (Onoplosbare nevelvlekken misschien?). . . . ‘Deze bestreden elkaar, en er werd een grote hitte ontwikkeld doordat ze elkaar troffen en botsten, waardoor rotatie ontstond. Toen kwam de eerste gemanifesteerde STOF, vuur, de hete vlammen, de zwervers aan de hemel (kometen); de hitte brengt vochtige damp voort; deze vormt vast water (?); dan droge nevel, daarna vloeibare waterachtige nevel, die de lichtglans van de pelgrims (kometen?) dooft en vaste waterachtige wielen (STOF-bollen) vormt. Bhumi (de aarde) verschijnt met zes zusters36. Deze brengen door hun voortdurende beweging het lagere vuur voort, warmte en een waterachtige nevel, die het derde wereld-element – WATER – oplevert; en uit de adem van alle wordt (atmosferische) LUCHT geboren. Deze vier zijn de vier levens van de eerste vier perioden (Ronden) van het manvantara. De laatste drie zullen volgen.’
36) Volgens een lering uit de Veda’s ‘zijn er drie aarden, die overeenkomen met drie hemelen, en onze aarde (de vierde) wordt bhumi genoemd’. Deze uitleg wordt gegeven door onze exoterische westerse oriëntalisten. Maar de esoterische betekenis en de verwijzing daarnaar in de Veda’s is, dat deze betrekking heeft op onze planeetketen: drie ‘aarden’ op de neergaande boog en drie ‘hemelen’ – die ook de drie aarden of bollen zijn, maar veel etherischer – op de opgaande of geestelijke boog. Met de eerste drie dalen wij af in de stof, met de andere drie stijgen wij op tot de geest; de laagste bol, bhumi, onze aarde, vormt om zo te zeggen het keerpunt, en bevat potentieel evenveel geest als stof. Wij zullen dit later behandelen.
294: Zo verlopen de cyclussen van de zevenvoudige evolutie in de zeventallige natuur: de geestelijke of goddelijke; de psychische of halfgoddelijke; de verstandelijke, die van de hartstochten, de instinctieve of cognitieve; de halflichamelijke en de zuiver stoffelijke of fysieke natuur. Deze evolueren en vorderen alle cyclisch; ze gaan op twee manieren in elkaar over, middelpuntvliedend en middelpuntzoekend; ze zijn in hun diepste essentie één, maar zeven in hun aspecten. Het laagste aspect is natuurlijk afhankelijk van en ondergeschikt aan onze vijf fysieke zintuigen. Tot dusver ging het over het individuele, menselijke, waarnemende, dierlijke en plantaardige leven; elk de
microkosmos van zijn hogere macrokosmos. Hetzelfde geldt voor het Heelal, dat zich periodiek manifesteert ten behoeve van de gezamenlijke vooruitgang van de talloze levens, de uitademingen van het Ene Leven; opdat door het eeuwig wordende elk kosmisch atoom in dit oneindige Heelal – terwijl het uitgaande van het vormloze en het niet-stoffelijke, via de gemengde naturen van het half-aardse, tot volledig ontwikkelde stof wordt, en dan weer terugkeert en in elk nieuw tijdperk hoger en dichter bij het einddoel komt – door individuele verdienste en inspanning dat gebied kan bereiken waarop het opnieuw het ene onvoorwaardelijke AL wordt. Maar tussen de alfa en de omega is er het moeizame ‘pad’, omgeven door doornen, dat ‘eerst naar beneden voert en dan
Steeds omhoog kronkelt
Ja, tot het einde toe. . . .’
De
pelgrim, die de lange reis onbevlekt is begonnen, die steeds verder is afgedaald in de zondige stof, en zich heeft verbonden met elk atoom in de gemanifesteerde Ruimte, die elke levens- en bestaansvorm heeft doorworsteld en daarin heeft geleden, is nog maar tot de bodem van het dal van de stof gekomen, halverwege zijn cyclus, als hij zich heeft vereenzelvigd met de collectieve mensheid. Deze heeft hij naar zijn eigen beeld gemaakt. Om omhoog en huiswaarts te kunnen gaan, moet de ‘god’ nu het moeizame steile pad van het Golgotha van het Leven beklimmen. Het is het martelaarschap van zelfbewust bestaan.
De Geheime Leer Deel I, Samenvatting (p. 304):
De hele orde van de natuur toont een voortgaande beweging naar een hoger leven. Aan de werking van de schijnbaar meest blinde krachten ligt een plan ten grondslag. Het hele evolutieproces met zijn eindeloze aanpassingen is een bewijs daarvan. De onveranderlijke wetten die de zwakke en krachteloze soorten uitroeien om plaats te maken voor de sterke, en die zorgen voor het ‘overleven van de geschiktsten’, werken alle naar het grootse doel toe, al zijn ze nog zo wreed in hun directe werking. Juist het feit dat er aanpassingen voorkomen, dat de geschiktsten inderdaad overleven in de strijd om het bestaan, toont aan dat wat ‘onbewuste Natuur’3 wordt genoemd, in werkelijkheid een samenstel van krachten is, die worden gehanteerd door half-intelligente wezens (elementalen), die worden geleid door hoge planeetgeesten (Dhyan-Chohans). Deze laatsten gezamenlijk vormen het gemanifesteerde woord van de ongemanifesteerde LOGOS en vormen tegelijkertijd het DENKVERMOGEN van het Heelal en zijn onveranderlijke WET.
3) De Natuur in abstracte zin genomen kan niet ‘onbewust’ zijn, want ze is de uitstraling van en dus (op het gemanifesteerde gebied) een aspect van het ABSOLUTE bewustzijn. Wie heeft de moed om aan planten en zelfs aan mineralen een eigen bewustzijn te ontzeggen? Hij kan slechts zeggen dat dit bewustzijn buiten zijn bevattingsvermogen ligt.
307: (3) Ze zijn tweevoudig van aard, omdat ze zijn samengesteld uit (a) de redeloze brute energie, die eigen is aan materie en (b) de intelligente ziel of het kosmische bewustzijn, dat die energie richting geeft en leidt en dat de gedachte van een Dhyan-Chohan is, die de verbeeldingskracht van het universele denkvermogen weerspiegelt. Het gevolg hiervan is een steeds voortgaande reeks van stoffelijke manifestaties en van morele gevolgen op aarde tijdens de manvantarische tijdperken, terwijl het geheel onderworpen is aan karma.
(4) Materie is eeuwig. Zij is de upadhi (stoffelijke grondslag) waarop het ene oneindige universele denkvermogen zijn ideeën vormt. De esoterici verklaren daarom dat er in de natuur geen anorganische of dode stof bestaat. Het onderscheid dat de wetenschap in dit opzicht maakt, is even ongegrond als willekeurig en onredelijk. Wat de wetenschap ook denkt – en de exacte wetenschap is een wispelturige dame, zoals we allen uit ervaring weten – het occultisme weet en zegt sinds onheuglijke tijden dat het anders is, vanaf Manu en Hermes tot aan Paracelsus en zijn opvolgers.
Zo zegt Hermes, de driemaal grote Trismegistus: ‘O, mijn zoon, materie wordt; vroeger was zij; want materie is het voertuig van het worden. Worden is de activiteit van de ongeschapen godheid. Nadat de (objectieve) materie is voorzien van de kiemen van het worden, wordt zij geboren, want de scheppende kracht modelleert haar volgens de ideale vormen. Nog niet voortgebrachte materie had geen vorm; zij wordt, wanneer zij in werking is gesteld.’ (The Definitions of Asclepios, blz. 134, ‘Virgin of the World’.)
309: Alle christelijke kabbalisten hebben de volgende oosterse kerngedachte goed begrepen: de actieve kracht, de ‘eeuwigdurende beweging van de grote adem’, doet de Kosmos bij de dageraad van ieder nieuw tijdperk slechts ontwaken en zet deze in beweging door middel van de twee tegengestelde krachten6, en veroorzaakt zo, dat hij objectief waarneembaar wordt op het gebied van de illusie. Met andere woorden, die tweeledige beweging brengt de Kosmos van het gebied van het eeuwige ideële over naar dat van de eindige manifestatie, of van het noumenale naar het fenomenale gebied. Alles wat is, was en zal zijn, IS eeuwig, zelfs de ontelbare vormen, die alleen eindig en vergankelijk zijn in hun objectieve, maar niet in hun ideële vorm.
6) De middelpuntzoekende en de middelpuntvliedende krachten, die mannelijk en vrouwelijk zijn, positief en negatief, fysiek en geestelijk; en deze twee vormen de ene oorspronkelijke KRACHT.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 11 Over elementen en atomen (p. 627/628):
De esoterische betekenis hiervan is de eeuwig cyclische neergaande en opstijgende curve van gedifferentieerde elementen door intercyclische fasen van bestaan, totdat elk opnieuw zijn uitgangspunt of geboorteplaats bereikt. Het denkbeeld was zowel metafysisch als fysisch; de verborgen interpretatie omvat ‘goden’ of zielen, in de vorm van atomen, als de oorzaken van alle gevolgen die op aarde worden teweeggebracht door de uitscheidingen van de goddelijke lichamen3. Niet één filosoof uit de oudheid, zelfs niet de joodse kabbalisten, scheidden ooit de geest van de stof of omgekeerd. Alles vond zijn oorsprong in het ENE, komt voort uit het ene en moet tenslotte terugkeren tot het Ene. ‘Licht wordt warmte en verdicht zich tot vurige deeltjes die, nadat ze hebben gebrand, koude, harde, ronde en gladde deeltjes worden. En dit wordt de ziel genoemd, gevangen in haar kleed van stof’4; want atomen en zielen waren synoniem in de taal van de ingewijden. De ‘rondwervelende zielen’, gilgoolem, een leer waarin zoveel geleerde joden hebben geloofd (zie de Royal Masonic Cyclopaedia van Mackenzie), had esoterisch geen andere betekenis. De geleerde joodse ingewijden hebben met het ‘beloofde land’ nooit alleen Palestina bedoeld, maar hetzelfde nirvāna als de geleerde boeddhisten en brahmanen – de schoot van de EEUWIGE, gesymboliseerd door die van Abraham, en door Palestina als de plaatsvervanger ervan op aarde5.
4) Valentinus, Esoterische verhandeling over de leer van Gilgul.
5) Geen ontwikkelde jood heeft ooit geloofd in de letterlijke betekenis van deze allegorie – namelijk dat ‘de lichamen van joden die in vreemde landen zijn begraven, in zich een zielenbeginsel bevatten dat niet kan rusten, totdat het onsterfelijke deel, door een proces dat het ‘rondwervelen van de ziel’ wordt genoemd, de heilige grond van het ‘beloofde land’ weer bereikt’. Voor een occultist is de betekenis duidelijk. Het proces werd geacht zich te voltrekken door een soort metempsychose, waarbij de psychische vonk haar weg aflegde door een vogel, een viervoetig dier, een vis en het kleinste insect. (Zie de Royal Masonic Cyclopaedia van Mackenzie.) De allegorie heeft betrekking op de atomen van het lichaam, die elk door iedere vorm moeten gaan, voordat ze alle de eindtoestand bereiken, die het eerste uitgangspunt van elk atoom is – zijn oorspronkelijke layatoestand. Maar de oorspronkelijke betekenis van gilgoolem of de ‘rondwenteling van de zielen’ was het denkbeeld van de reïncarnerende zielen of ego’s. ‘Alle zielen gaan in de gilgoolah’, in een cyclisch of rondwentelend proces; d.w.z. ze volgen alle het cyclische pad van de wedergeboorten. Sommige kabbalisten leggen deze lering zó uit, dat deze alleen maar een soort vagevuur voor de zielen van de verdorvenen betekent. Maar dat is niet juist.
627/628: De doorgang van het ZIELEN-ATOOM ‘door de zeven planeetkamers’ had dezelfde metafysische en ook fysische betekenis. Het had de laatstgenoemde betekenis wanneer werd gezegd dat het zich in de ether oploste. (Zie Isis Ontsluierd, Deel I, Engelse uitgave, blz. 297.) Zelfs Epicurus, de model-atheïst en materialist, kende en geloofde zoveel van de oude wijsheid, dat hij verkondigde dat de ziel (geheel verschillend van de
onsterfelijke geest, als de eerstgenoemde daarin latent is opgesloten, zoals in elk atomair deeltje) was samengesteld uit een fijne, tere essentie, gevormd uit de gladste, rondste en fijnste atomen.
630/631: Dit is de logos (de eerste) of Vajradhara, de allerhoogste Boeddha (ook Dorjechang genoemd). Als Heer van alle mysteriën kan hij zich niet manifesteren, maar hij zendt zijn hart – het ‘diamanten hart’, Vajrasattva (Dorjesempa) – de wereld van manifestatie in. Dit is de tweede logos van de schepping, uit wie de zeven (volgens de exoterische sluier de vijf) Dhyāni-Boeddha’s voortkomen, die de aupapāduka worden genoemd, ‘de ouderlozen’. Deze Boeddha’s zijn de oorspronkelijke monaden uit de wereld van het onlichamelijke zijn, de arūpa-wereld, waarin de intelligenties (alleen op dat gebied) in het exoterische systeem geen vorm en geen naam hebben, maar in de esoterische filosofie hebben ze wel hun zeven afzonderlijke namen. Deze Dhyāni-Boeddha’s emaneren of scheppen door de kracht van dhyāna uit zichzelf hemelse Zelven – de bovenmenselijke bodhisattva’s.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 12 Oeroude gedachten in een modern kleed (p. 640):
'Licht is de eerstgeborene en de eerste uitstraling van het allerhoogste, en licht is leven, zegt de evangelist en de kabbalist. Beide zijn elektriciteit – het levensbeginsel, de anima mundi, die het heelal doordringt, de elektrische bezieler van alle dingen. Licht is de grote proteïsche magiër, en onder de goddelijke wil van de architect2, of beter de architecten, de ‘bouwers’ (gezamenlijk Een genoemd), schonken zijn veelsoortige, almachtige golven het leven aan iedere vorm en aan ieder levend wezen.
2) Men heeft mij vaak aangevallen omdat ik in Isis uitdrukkingen heb gebruikt die duiden op een geloof in een persoonlijke en antropomorfe god. Dit is niet mijn bedoeling. Kabbalistisch gesproken is ‘architect’ de algemene naam voor de sephiroth, de bouwers van het Heelal, evenals ‘universeel denkvermogen’ het gezamenlijke denkvermogen van de Dhyāni-Chohans aanduidt.
De Geheime Leer Deel I hoofdstuk 16 Cyclische evolutie en karma (p. 703):
Het ENE LEVEN staat in nauw verband met de ene wet die de wereld van het Zijn beheerst – KARMA.
704: De cyclussen zijn ook onderworpen aan de gevolgen die door deze activiteit ontstaan. ‘Het ene kosmische atoom wordt zeven atomen op het gebied van de stof, en elk wordt in een energiecentrum omgezet; datzelfde atoom wordt zeven stralen op het gebied van de geest, en de zeven scheppende natuurkrachten, die van de wortel-essentie uitstralen . . . volgen, de ene het rechter-, de andere het linkerpad, gescheiden tot het einde van de kalpa en toch nauw met elkaar verbonden. Wat verenigt ze? KARMA.’ De atomen die uit het centrale punt zijn uitgestraald, emaneren op hun beurt nieuwe energiecentra, die onder de latente adem van fohat hun werk van binnen naar buiten beginnen en zich vermenigvuldigen tot andere kleinere centra. Deze vormen in de loop van de evolutie en de involutie op hun beurt de wortels of de oorzaken van nieuwe gevolgen, van werelden en ‘mensendragende’ bollen tot de geslachten, soorten en klassen van alle zeven rijken (waarvan wij er maar vier kennen). Want ‘de gezegende werkers hebben in de eeuwigheid het Thyan-kam ontvangen’ (‘De aforismen van Tson-ka-pa ’).
705: Terwijl zij dus een persoonlijke god opvatten ‘als slechts een enorme schaduw die door de verbeelding van onwetende mensen op de leegte van de ruimte is geworpen’, verkondigen zij dat maar ‘twee dingen (objectief) eeuwig zijn, namelijk akâsa en nirvana’; en dat deze in werkelijkheid EEN zijn, maar indien verdeeld slechts een māyā. ‘De boeddhisten ontkennen de schepping en kunnen zich geen schepper voorstellen.’ ‘Alles is uit akâsa (of op onze aarde svâbhâvat) voortgekomen, gehoorzamend aan een inherente wet van beweging, en verdwijnt na een bepaalde tijd te hebben bestaan. Er is nog nooit iets uit niets ontstaan.’ (Buddhist Catechism.)
De Geheime Leer Deel I hoofdstuk 16 Cyclische evolutie en karma (p. 709):
Wie in karma gelooft, moet in de
lotsbestemming geloven die ieder mens van zijn geboorte tot zijn dood draad voor draad om zich heen weeft, zoals een spin haar web. Deze lotsbestemming' wordt geleid, hetzij door de hemelse stem van de onzichtbare oervorm buiten ons, of door de ons meer vertrouwde astrale of innerlijke mens, die maar al te vaak de kwade genius is van het belichaamde wezen dat mens wordt genoemd. Deze beide stimuleren de uiterlijke mens, maar een van hen moet overwinnen; en vanaf het eerste begin van het onzichtbare gevecht treedt de strenge en onverbiddelijke wet van compensatie in werking en neemt haar loop, terwijl zij getrouw de wisselvalligheden van dat gevecht volgt. Wanneer de laatste draad is geweven en de mens als het ware is gewikkeld in het net van zijn eigen maaksel, wordt hij geheel beheerst door zijn zelfgemaakte lot. Het houdt hem dan vast als een onbeweeglijke schelp tegen de onwrikbare rots, of het voert hem weg als een veer in een wervelwind die door zijn eigen daden is ontstaan, en dit is karma.
710: De ‘krachten’ – eigenlijk hun noumena – zijn natuurlijk dezelfde; daarom moeten de waarneembare krachten ook dezelfde zijn. Maar hoe kan men zo stellig weten dat de eigenschappen van de stof niet zijn veranderd onder invloed van de proteïsche evolutie? Hoe kan een materialist met zoveel vertrouwen beweren, zoals Rossmassler, dat ‘deze eeuwige overeenstemming in de essentie van verschijnselen het zeker maakt dat vuur en water te allen tijde dezelfde vermogens bezaten en deze altijd zullen bezitten’? Wie zijn zij ‘die de raad verduisteren met woorden zonder kennis’, en waar waren de Huxleys en Büchners toen de grondslagen van de aarde werden gelegd door de grote Wet? Het is een grondbeginsel van de occulte filosofie, deze zelfde homogeniteit van de stof en onveranderlijkheid van de natuurwetten, waarop het materialisme zo sterk aandringt; maar die eenheid berust op de onscheidbaarheid van geest en stof, en als de twee zouden worden gescheiden, zou de hele Kosmos terugvallen tot chaos en niet-zijn.
711/712: De waardevolle filosofische opmerkingen van Hegel blijken hun toepassing te vinden in de leringen van de occulte wetenschap, die aantoont dat de natuur altijd werkt met een bepaald doel, waarvan de gevolgen altijd tweevoudig zijn. Dit werd gezegd in onze eerste occulte boeken, in Isis Ontsluierd, Deel 1, blz. 34 (Engelse uitgave), met de volgende woorden:
Evenals onze planeet elk jaar eenmaal om de zon draait en tegelijk in elke vierentwintig uur één keer om haar eigen as wentelt en zo kleinere cirkels beschrijft binnen een grotere, zo wordt binnen de grote saros het werk van de kleinere cyclische perioden volbracht en opnieuw begonnen.
De omwenteling van de fysieke wereld gaat volgens de leer van de Ouden vergezeld van een soortgelijke omwenteling in de wereld van het verstand – want de spirituele evolutie van de wereld verloopt evenals de fysieke volgens cyclussen.
Zo zien we in de geschiedenis een regelmatige afwisseling van eb en vloed in het getij van de menselijke vooruitgang. De grote koninkrijken en keizerrijken van de wereld raken, nadat ze het hoogtepunt van hun bloei hebben bereikt, weer in verval, overeenkomstig dezelfde wet waardoor zij tot aanzien kwamen; totdat de mensheid, nadat ze het laagste punt heeft bereikt, zich weer doet gelden en nogmaals opklimt, waarbij volgens deze wet van cyclisch opklimmende vooruitgang, het bereikte iets hoger ligt dan het punt vanwaar zij daarvóór was afgedaald.
713: En even onverstandig zijn zij die geloven dat de godin door welke offers en gebeden ook, gunstig kan worden gestemd, of dat haar wiel kan worden afgebracht van het pad dat het eenmaal heeft ingeslagen. ‘De drievormige schikgodinnen en de altijd waakzame furiën’ zijn alleen op aarde haar attributen, en ze zijn door onszelf voortgebracht. Van de paden van haar kringloop is geen terugkeer mogelijk; toch hebben wij die paden zelf gemaakt, want wij zelf, collectief of individueel, bereiden ze voor.
714: De voortdurende aanwezigheid in ons midden van alle elementen van strijd en tegenstelling en de verdeling van rassen, volkeren, stammen, gemeenschappen en individuen in Kaïns en Abels, wolven en lammeren, zijn de voornaamste oorzaken van de ‘wegen van de voorzienigheid’. We vormen deze talrijke kronkelwegen van ons lot dagelijks met eigen handen, terwijl we ons verbeelden dat we een spoor volgen op de koninklijke hoofdweg van fatsoen en plicht, en klagen dan dat die wegen zo ingewikkeld en duister zijn. We zijn verbijsterd over het mysterie dat we zelf hebben gemaakt en over de raadsels van het leven die we maar niet oplossen, en we beschuldigen dan de grote sfinx dat ze ons verslindt. Maar er is werkelijk geen ongeval in ons leven, geen ongeluksdag en geen tegenspoed, die niet kan worden herleid tot onze eigen daden in dit of in een ander leven. Als men de wetten van harmonie overtreedt of, zoals een theosofische schrijver het uitdrukt, ‘de wetten van het leven’, moet men erop zijn voorbereid tot de chaos te vervallen die men zelf heeft voortgebracht. Want volgens dezelfde schrijver ‘is de enige conclusie waartoe men kan komen, dat deze levenswetten zichzelf wreken, en dus dat elke wrekende engel slechts een symbool van hun reactie is’.
715: Kennis van karma geeft de overtuiging dat als
‘. . . de deugd wordt gekweld en de ondeugd zegeviert
De mensheid tot atheïsten wordt gemaakt’,
dat alleen zo is doordat die mensheid altijd haar ogen heeft gesloten voor de grote waarheid dat de mens zelf zijn eigen verlosser en zijn eigen vernietiger is; dat hij de hemel en de goden, de schikgodinnen en de voorzienigheid niet hoeft te beschuldigen van de
schijnbare onrechtvaardigheid die te midden van de mensheid heerst.
716: Maar voor de heidenen betekenden de cyclussen iets meer dan alleen maar een opeenvolging van gebeurtenissen, of een periodieke tijdruimte van langere of kortere duur; bij hen, zoals Coleridge het uitdrukt, ‘. . . was tijd, cyclische tijd, de abstractie van de godheid . . .’, die ‘godheid’ die zich manifesteerde in samenhang met en alleen door karma en die karma-nemesis zelf was. Want die cyclussen werden in het algemeen gekenmerkt door terugkerende gebeurtenissen van een afwisselender en verstandelijker aard dan die men kan zien in de periodieke terugkeer van de seizoenen of van bepaalde constellaties. De moderne wijsheid stelt zich tevreden met sterrenkundige berekeningen en voorspellingen die zijn gebaseerd op onfeilbare wiskundige wetten. De oude wijsheid voegde aan de koude schil van de astronomie de bezielende elementen van haar ziel en geest toe – de astrologie. En omdat de bewegingen van de sterren werkelijk nog andere gebeurtenissen op aarde regelen en bepalen dan de groei van aardappelen en de periodieke ziekte van dat nuttige gewas (een bewering die, omdat deze niet wetenschappelijk kan worden verklaard, slechts belachelijk wordt gemaakt, maar toch aanvaard), moet men erkennen dat die gebeurtenissen vooraf worden bepaald door eenvoudige sterrenkundige berekeningen. Zij die in astrologie geloven, zullen onze bedoeling begrijpen, sceptici zullen om dat geloof lachen en het denkbeeld bespotten. Zo sluiten zij als een struisvogel hun ogen voor hun eigen lot . . .10.
10) Maar niet allen, want er zijn wetenschappers die de waarheid beginnen te ontdekken. Zo lezen we het volgende: ‘Waarop we onze blik ook richten, overal ontmoeten we een mysterie . . . alles in de Natuur is voor ons het onbekende . . . Toch zijn ze talrijk, die oppervlakkige denkers, voor wie niets door natuurkrachten kan worden voortgebracht, behalve de feiten die lang geleden bekend werden, geheiligd in boeken en min of meer handig gegroepeerd met behulp van theorieën waarvan de korte levensduur nu wel hun ontoereikendheid had moeten aantonen . . . Ik matig mij niet aan het mogelijke bestaan van onzichtbare wezens te bestrijden, die een andere natuur hebben dan de onze en die in staat zijn stof in beweging te brengen. Diepzinnige filosofen hebben dit in alle tijden erkend, als een gevolg van de grote wet van de continuïteit die het Heelal regeert. Kan de ontwikkeling van dat intellect, dat op de een of andere manier uit het niet-zijn (néant) tevoorschijn komt en dat geleidelijk de mens bereikt, plotseling bij de mens ophouden om pas in het oneindige, in de hoogste bestuurder van de wereld, weer te verschijnen? Dit is niet erg waarschijnlijk.’ Daarom . . . ‘ontken ik evenmin het bestaan van geesten als van de ziel, en probeer bepaalde feiten zonder deze hypothesen te verklaren . . .’. The Non Defined Forces, Historical and Experimental Researches, blz. 3. Het bovenstaande werd geschreven door A. de Rochas, een bekende wetenschapper in Frankrijk; zijn boek is een van de tekenen van de tijd. (Parijs, Masson, Boulevard St. Germain, 1887.)
717: Waarom zou men dan even geleerde occultisten en astrologen niet geloven, wanneer zij op grond van hetzelfde wiskundige beginsel de terugkeer van een of andere cyclische gebeurtenis voorspellen? Waarom zou men de bewering dat zij het weten, belachelijk maken? Hun voorvaderen en voorgangers hebben honderdduizenden jaren lang de terugkeer van zulke gebeurtenissen opgetekend, en de conjunctie van dezelfde sterren zal dan ook onvermijdelijk, indien niet dezelfde dan toch overeenkomstige gevolgen teweegbrengen. Worden de voorspellingen bespot wegens de beweerde honderdduizenden jaren van waarneming en de miljoenen jaren van het bestaan van de menselijke rassen? De hedendaagse wetenschap wordt op haar beurt wegens haar veel bescheidener geologische en antropologische cijfers uitgelachen door degenen die zich aan de chronologie van de bijbel houden. Zo regelt karma zelfs de menselijke spot op wederzijdse kosten van sekten, geleerde genootschappen en individuen. Bij de prognose van dergelijke toekomstige gebeurtenissen, die alle worden voorspeld op gezag van cyclische terugkeer, speelt echter geen enkel paranormaal verschijnsel een rol. Het is geen vooruitzien en ook geen profetie, evenmin als het aankondigen van een komeet of een ster, een aantal jaren vóór deze verschijnt.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 17 De dierenriem en zijn ouderdom (p. 721):
Pythagoras en na hem Philo Judaeus beschouwden het getal 12 als heel heilig. ‘De dodecaëder is een VOLMAAKT getal.’ Het is het getal van de tekens van de Dierenriem, voegt Philo eraan toe, die de zon in twaalf maanden bezoekt, en het is ter ere van dat teken dat Mozes zijn volk in twaalf stammen verdeelde, de twaalf koeken (Levit. xxiv, 5) van het toonbrood instelde en twaalf edelstenen plaatste rond het gewaad van de hogepriesters. (Zie De Profugis.)
Volgens Seneca onderwees Berosus het voorspellen van elke toekomstige gebeurtenis en ramp op basis van de Dierenriem; en de door hem vastgestelde tijd voor de grote wereldbrand (pralaya) en die voor een zondvloed blijken overeen te stemmen met de tijd die wordt gegeven in een oude Egyptische papyrus. Die tijd komt bij elke vernieuwing van de cyclus van het siderische jaar van 25.868 jaar. De namen van de Akkadische maanden werden genoemd naar en ontleend aan de namen van de tekens van de Dierenriem, en de Akkadiërs zelf waren er veel eerder dan de Chaldeeën. Proctor toont in zijn Myths and Marvels of Astronomy aan, dat de sterrenkundigen van de oudheid in 2400 v.Chr. een heel nauwkeurig sterrenkundig stelsel hadden verkregen; de hindoes rekenen hun kaliyuga vanaf een grote periodieke conjunctie van de planeten, die 31 eeuwen vóór Christus plaatsvond; en toch waren het de Grieken die behoorden tot de veldtocht van Alexander de Grote, die de Arische hindoes in de sterrenkunde zouden hebben onderwezen!
722: Of de oorsprong van de Dierenriem nu Arisch of Egyptisch is, deze is in ieder geval ontzaglijk oud. Simplicius (6de eeuw n.Chr.) schrijft dat hij altijd had gehoord dat de Egyptenaren gedurende de laatste 630.000 jaar sterrenkundige waarnemingen hadden bijgehouden en opgetekend. G. Massey schijnt door deze mededeling te zijn geschrokken; hij merkt hierover in zijn Natural Genesis (Deel II, blz. 318) op: ‘Als wij dit aantal jaren als maanden lezen, die de Egyptenaren volgens Euxodus jaren noemden, dan zou dat nog de duur van twee precessiecyclussen (of 51.736 jaar) opleveren.’ Diogenes Laërtius voerde de sterrenkundige berekeningen van de Egyptenaren terug tot 48.863 jaar vóór Alexander de Grote (Proloog, 2). Martianus Capella bevestigt dit door het nageslacht mee te delen dat de Egyptenaren de sterrenkunde meer dan 40.000 jaar lang in het geheim hadden bestudeerd, voordat zij hun kennis aan de wereld schonken (Astronomy of the Ancients, Lewis, blz. 264).

De Geheime Leer Deel II, Inleidende opmerkingen (p. 1):
Wat betreft de evolutie van de mensheid stelt de Geheime Leer drie nieuwe stellingen voorop, die lijnrecht in strijd zijn met zowel de moderne wetenschap als de gangbare religieuze dogma’s: zij leert
(a) de gelijktijdige evolutie van zeven mensengroepen op zeven verschillende delen van onze aardbol;
(b) de geboorte van het astrale lichaam vóór het stoffelijke, waarbij het eerste een model is voor het laatste; en
(c) dat de mens in deze Ronde aan alle zoogdieren in het dierenrijk voorafging – de mensapen daarbij inbegrepen.
De Geheime Leer Deel II, Stanza 1 Het begin van bewust leven (p. 25):
De opsomming van de stanza’s in Deel I liet zien dat de genesis2 van goden en mensen voortkwam uit een en hetzelfde punt, dat de ene universele, onveranderlijke, eeuwige en absolute EENHEID is. In zijn eerste gemanifesteerde aspect hebben wij het zien worden: (1) in de sfeer van objectiviteit en fysica, de oorspronkelijke substantie en kracht (middelpuntzoekend en middelpuntvliedend, positief en negatief, mannelijk en vrouwelijk, enz.); (2) in de wereld van de metafysica, de GEEST VAN HET HEELAL of kosmische verbeeldingskracht, door sommigen de LOGOS genoemd.
2) Volgens de geleerde definitie van dr. A. Wilder is genesis, γένεσιϛ, niet voortplanting, maar ‘een komen uit het eeuwige naar de Kosmos en de Tijd’: ‘een komen van esse tot existere’, of ‘van HET ZIJN tot het zijnde’ – zoals een theosoof zou zeggen.
De Geheime Leer Deel II, Stanza 3 Pogingen tot het scheppen van de mens (p. 87):
Er is in een zuivere geest op ons gebied geen vermogen tot scheppen en geen zelfbewustzijn, tenzij zijn al te homogene, volmaakte – want goddelijke – natuur om zo te zeggen wordt vermengd met en versterkt door een al gedifferentieerde essentie. Alleen de onderste lijn van de driehoek – die de eerste triade voorstelt die emaneert uit de universele MONADE – kan dit benodigde bewustzijn op het gebied van de gedifferentieerde Natuur verschaffen. Maar hoe konden deze zuivere emanaties, die volgens dit beginsel oorspronkelijk zelf onbewust (in onze zin) moeten zijn geweest, van enig nut zijn bij het verschaffen van het benodigde beginsel, omdat zij het zelf nauwelijks konden hebben bezeten? Het antwoord is moeilijk te begrijpen, tenzij men goed bekend is met de filosofische metafysica van een beginloze en eindeloze reeks van kosmische wedergeboorten, en doordrongen is van, en vertrouwd raakt met die onveranderlijke Natuurwet die EEUWIGE BEWEGING is, cyclisch en spiraalvormig, en dus zelfs bij haar schijnbare teruggang progressief. Het ene goddelijke beginsel, het naamloze DAT van de Veda’s, is het universele geheel, dat noch in zijn geestelijke aspecten en emanaties, noch in zijn stoffelijke atomen, ooit in ‘absolute rust’ kan zijn, behalve tijdens de ‘nachten’ van Brahma.
89: Het mysterie, verbonden met de hoog geestelijke voorouders van de goddelijke mens in de aardse mens, is heel groots. In de Purana’s wordt naar zijn tweevoudige schepping verwezen, hoewel de esoterische betekenis ervan slechts kan worden benaderd door samenvoegen van de vele verschillende versies, en door ze naar hun symbolische en allegorische karakter te lezen. Dit geldt ook voor de bijbel, zowel wat betreft Genesis als zelfs de Brieven van Paulus. Want die schepper, die in het tweede hoofdstuk van Genesis de ‘Heer God’ wordt genoemd, is oorspronkelijk de Elohim, of goden (de Heren), in het meervoud; en terwijl een van hen de aardse Adam uit stof maakt, blaast de ander hem de adem van het leven in, en maakt de derde van hem een levende ziel (ii, 7); al deze lezingen liggen besloten in het meervoudige getal van de Elohim. ‘De eerste mens is uit de aarde, de tweede (de laatste of beter hoogste) is uit de hemel’, zegt Paulus in I Corinthiërs xv, 47.
De Geheime Leer Deel II, Stanza 6 De goddelijke hermafrodiet (p. 143):
Bij de esoterische verklaring van het wiel van Ezechiël werd over Jodhevah of Jehova gezegd:
‘Wanneer het drietal in het begin van het tetragram wordt genomen, drukt het de goddelijke schepping geestelijk uit, zonder enige vleselijke zonde; van de tegenovergestelde kant beschouwd, geeft het uitdrukking aan deze zonde: dan is het vrouwelijk. De naam van Eva bestaat uit drie letters; die van de oorspronkelijke of hemelse Adam wordt met één letter geschreven, jod of yodh; daarom moet men niet Jehova maar Ieva of Eva lezen. De Adam van het eerste hoofdstuk is de geestelijke en dus zuivere, androgyne Adam Kadmon. Als de vrouw voortkomt uit de rib van de tweede Adam (van stof), wordt de zuivere Maagd gescheiden, vervalt ‘tot voortplanting’ of de dalende cyclus en wordt Schorpioen, het embleem van zonde en stof. Terwijl de opgaande cyclus wijst op de zuiver geestelijke rassen, of de tien voordiluviaanse aartsvaders, worden de prajapati’s en sephiroth geleid door de scheppende godheid zelf, die Adam Kadmon of Yod-cheva is. Geestelijk is de lagere (Jehova) de leider van de aardse rassen; deze worden aangevoerd door Henoch of Weegschaal, de zevende die, zoals men zegt, omdat hij half goddelijk, half aards is, levend door God is weggenomen. Henoch, Hermes en Weegschaal zijn één.’
De Geheime Leer Deel II, Stanza 6 De evolutie van de zweetgeborenen (p. 171):
Analogie is de leidende wet in de Natuur, de enige ware draad van Ariadne, die ons langs de onontwarbare wegen van haar domein kan voeren naar haar eerste en laatste mysteriën. De Natuur is als scheppend vermogen oneindig, en geen enkele generatie van natuurkundigen kan zich er ooit op beroemen de lijst van haar middelen en methoden te hebben uitgeput, hoe uniform de wetten die zij volgt ook zijn.
De Geheime Leer Deel II, Stanza 11 De eolutie van de 'zweetgeborenen' (p. 378):
Dit is heel natuurlijk als we de verklaringen van Herodotus mogen geloven, die in Euterpe (cxlii) meedeelt dat de geschreven geschiedenis van de Egyptische priesters liep vanaf ongeveer 12.000 jaar vóór zijn tijd. Maar wat zijn 12.000 of zelfs 120.000 jaar, vergeleken met de miljoenen jaren die sinds het Lemurische tijdperk zijn verstreken? Dit laatste is echter niet zonder getuigen gebleven, ondanks zijn enorm hoge ouderdom. De volledige verslagen van de groei, de ontwikkeling, het sociale en zelfs het politieke leven van de Lemuriërs zijn in de geheime annalen bewaard gebleven. Helaas zijn er maar weinigen die ze kunnen lezen; en zij die dat zouden kunnen, zouden nog niet in staat zijn de taal te begrijpen, tenzij ze bekend zijn met alle zeven sleutels van de symboliek ervan. Want het begrijpen van de occulte leer is gebaseerd op dat van de zeven wetenschappen, en deze vinden hun uitdrukking in de zeven verschillende toepassingen van de geheime verslagen op de exoterische teksten. We hebben dus te maken met denkwijzen op zeven heel verschillende gebieden van het ideële. Elke tekst heeft betrekking op en moet worden vertaald vanuit een van de volgende standpunten:
1. het realistische gebied van het denken;
2. het idealistische;
3. het zuiver goddelijke of geestelijke.
De andere gebieden gaan het gemiddelde bewustzijn, vooral dat van de materialistische denker, zover te boven dat men ze in gewone taal zelfs niet symbolisch kan weergeven. In geen enkele van de oude religieuze teksten is een zuiver mythisch element aanwezig; maar de denkwijze waaruit zij oorspronkelijk zijn voortgevloeid, moet bij het interpretatieproces worden ontdekt en men moet zich er nauwkeurig aan houden.
De Geheime Leer Deel II, Stanza 12 Het vijfde ras en zijn goddelijke leermeesters (p. 452):
Het [het water des levens] stroomt rond en bezielt haar lichaam (van moeder aarde). Het ene einde ervan komt uit haar hoofd; het wordt vuil bij haar voeten (de zuidpool). Het wordt gezuiverd (bij zijn terugkeer) naar haar hart – dat klopt onder de voet van het heilige Shambala, dat toen (in het begin) nog niet was geboren. Want in de gordel van de woonplaats van de mens (de aarde) liggen het leven en de gezondheid van alles wat leeft en ademt, verborgen18. Tijdens het eerste en het tweede (ras) was de gordel bedekt door de grote wateren. (Maar) de grote moeder verkeerde in barensnood onder de golven en een nieuw land werd toegevoegd aan het eerste, dat onze wijzen het hoofddeksel (de kap) noemen. Haar barensnood was groter bij het derde (ras) en haar middel en navel verschenen boven het water.
18) De occulte leer bevestigt de volksoverlevering die zegt dat er in de ingewanden van de aarde en in de noordpool een bron van leven bestaat. Het is het bloed van de aarde, de elektromagnetische stroom die rondgaat door alle aderen, en waarvan men zegt dat die is opgeslagen in de ‘navel van de aarde’.
De Geheime Leer Deel II, Stanza 10 De geschiedenis van het vierde ras (p. 261):
Maar zelfs al heeft alleen de westerse theologie het patent en het auteursrecht op SATAN met alle dogmatische verschrikking van dit verzinsel – andere volkeren en religies hebben soortgelijke fouten gemaakt door hun verkeerde uitleg van deze leer, die een van de diepzinnigst filosofische en meest ideële begrippen van het denken in de oudheid vormt. Want in hun talloze allegorieën over dit onderwerp hebben zij de juiste betekenis zowel verdraaid als erop gezinspeeld. De half-esoterische dogma’s van het puranische hindoeïsme hebben ook niet nagelaten heel betekenisvolle symbolen en allegorieën over de opstandige en gevallen goden in het leven te roepen. De Purana’s staan er vol van; en wij vinden een directe toespeling op de waarheid in de talrijke verwijzingen van Parasara (Vishnu Purana) naar al die rudra’s, rishi’s, asura’s, kumara’s en muni’s, die in ieder tijdperk moeten worden geboren, en in ieder manvantara moeten reïncarneren. Dit staat (esoterisch) gelijk met te zeggen dat de VLAMMEN, die uit het universele denkvermogen (mahat) zijn geboren, tengevolge van de geheimzinnige werkingen van de karmische wil en een impuls van de wet van de evolutie, evenals in Pymander – zonder enige geleidelijke overgang – op deze aarde waren beland, nadat zij door de zeven kringen van vuur, kortom door de zeven tussenliggende werelden, waren heengebroken.
De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk 18 Over de mythe van de gevallen engel (p. 553):
De eerste les van de esoterische filosofie leert dat de onkenbare Oorzaak geen evolutie teweegbrengt, hetzij bewust of onbewust, maar dat zij slechts periodiek verschillende aspecten van zichzelf laat zien, die door eindige denkvermogens kunnen worden waargenomen. Het collectieve denkvermogen – het universele – dat is samengesteld uit verschillende en talloze menigten van scheppende machten, hoe oneindig ook in de gemanifesteerde tijd, is toch eindig, wanneer het wordt gesteld tegenover de ongeboren en onvergankelijke Ruimte in haar hoogste essentiële aspect. Wat eindig is, kan niet volmaakt zijn.
558: ‘Zeven mensen (beginselen) werden in de mens voortgebracht.’ ‘De natuur van de harmonie van de zeven van de vader en van de geest. De natuur . . . bracht zeven mensen voort in overeenstemming met de zeven naturen van de zeven geesten’ ‘die potentieel de twee geslachten in zich hadden’.
Metafysisch zijn de vader en de zoon het ‘universele denkvermogen’ en het ‘periodieke heelal’; de ‘engel’ en de ‘mens’. Het is tegelijkertijd de zoon en de vader, in
Pymander de actieve idee en de passieve gedachte die het verwekt; de radicale grondtoon in de Natuur die het leven schenkt aan de zeven tonen – de zevenvoudige schaal van de scheppende krachten, en aan de zeven kleur-aspecten van het prisma, alle geboren uit de ene witte straal, of het licht – dat zelf in duisternis is voortgebracht.
558/559: De Geheime Leer wijst op het vaststaande feit dat de mensheid, collectief en individueel, met de hele gemanifesteerde natuur, het voertuig vormt (a) van de adem van het Ene universele Beginsel in zijn eerste differentiatie; en (b) van de talloze ‘adems’ die voortkomen uit die ENE ADEM in zijn secundaire en verdere differentiaties, naarmate de Natuur met haar vele mensengeslachten afdaalt naar de gebieden die steeds in stoffelijkheid toenemen. De primaire adem bezielt de hogere hiërarchieën; de secundaire – de lagere, op de steeds afdalende gebieden.
570: Op dezelfde manier en volgens het voorbeeld van de Dierenriem in de bovenste oceaan of de hemelen, werd een bepaalde streek op aarde, een binnenzee, heilig verklaard en ‘de afgrond van kennis’ genoemd; twaalf punten daarin in de vorm van twaalf kleine eilanden, stelden de tekens van de Dierenriem voor – waarvan er twee eeuwenlang de ‘mysterietekens’35 bleven en de verblijfplaatsen waren van twaalf hiërofanten en meesters van wijsheid. Deze ‘zee van kennis’ of geleerdheid36 bleef daar eeuwenlang, waar zich nu de Shamo of Gobiwoestijn bevindt. Zij bestond tot de laatste grote ijstijd, toen een plaatselijke ramp, die de wateren naar het zuiden en het westen opjoeg en daardoor de tegenwoordige grote eenzame woestijn vormde, slechts een bepaalde oase overliet, met een meer en daarin één eiland, als een overblijfsel van de Dierenriem op aarde. Eeuwenlang was de waterafgrond of Chaos de verblijfplaats van de wijsheid en niet van het kwaad. Bij de volkeren die aan de latere Babyloniërs voorafgingen, was deze waterafgrond de woonplaats van de ‘grote moeder’ (het latere aardse beeld van de ‘grote moeder chaos’ in de hemel), de moeder van Ea (wijsheid), zelf het vroege
oerbeeld van Oannes, de mensvis van de Babyloniërs. De strijd van Bel en daarna van Merodach, de zonnegod, met Tiamat, de zee en haar draak, een ‘oorlog’ die eindigde in de nederlaag van de laatstgenoemde, heeft zowel een zuiver kosmische en geologische als een historische betekenis. Het is een bladzijde uit de geschiedenis van de geheime en heilige wetenschappen, hun evolutie, groei en DOOD – voor de niet-ingewijde massa. Deze strijd heeft betrekking (a) op het systematische en geleidelijke uitdrogen van enorme gebieden door de felle zon in een bepaalde voorhistorische periode; een van de verschrikkelijke droogten die eindigde met een geleidelijke verandering van eens vruchtbare overvloedig van water voorziene landen in de zandwoestijnen die ze nu zijn; en (b) op de even systematische vervolging van de profeten van het rechterpad door die van het linkerpad. Nadat deze laatsten het ontstaan en de evolutie van de priesterkasten hadden teweeggebracht, hebben zij tenslotte de wereld tot al deze exoterische religies gevoerd, die zijn uitgevonden ter bevrediging van de ontaarde voorliefde van de ‘hoi polloi’ en de onwetenden voor ritualistische praal en de verstoffelijking van het eeuwig immateriële en onkenbare Beginsel.
35) Het denkbeeld van G. Seiffarth, dat er in de oudheid slechts tien tekens van de Dierenriem waren, is onjuist. Er waren er slechts tien bekend aan de niet-ingewijden; de ingewijden echter kenden ze alle, vanaf de tijd van de scheiding van de mensheid in geslachten, waaruit de splitsing van Virgo-Scorpio in tweeën voortvloeide. Deze bracht, tengevolge van een toegevoegd geheim teken en de Libra die door de Grieken werd bedacht, in plaats van de geheime naam die niet werd gegeven, het aantal tekens, op 12. (Zie Isis Ontsluierd, Deel II, Engelse uitgave, blz. 456.)
De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk 22 De symboliek van de mysterienamen Iao en Jehova en hun verband met het kruis en de cirkel (p. 628/629):
Het visioen van de profeet Ezechiël herinnert sterk aan deze mystiek van de cirkel, toen hij een wervelwind zag waaruit ‘een wiel op de aarde’ kwam, waarvan het maaksel ‘als het ware een wiel in het midden van een wiel was’ (hfst. i, de verzen 4-16) . . . ‘want de geest van het levende schepsel was in de wielen’ (v. 20).
De Geheime Leer Deel II, Hoofdstuk 24 Het kruis en het pythagorische tiental (p. 669):
Maar de boom- of kruisverering18 van de joden, zoals die door hun eigen profeten werd veroordeeld, kan nauwelijks aan die beschuldiging ontkomen. De ‘zonen van de tovenaars’, ‘het zaad van de overspelige’, zoals Jesaja hen noemt (lvii), lieten nooit een gelegenheid voorbijgaan om ‘in wellust te ontbranden met afgodsbeelden onder elke groene boom’, wat niet wijst op metafysische ontspanning. Aan deze monotheïstische joden hebben de christelijke volkeren hun religie, hun ‘God van de goden, de Ene levende God’ ontleend, terwijl zij de verering van de godheid van de oude filosofen verachtten en bespotten. Laat hen dan maar in de fysieke vorm van het kruis geloven en deze vereren.
18) Het kruis en de boom zijn in de symboliek identiek en synoniem.
670: Maar voor de aanhanger van de ware oosterse archaïsche wijsheid, voor hem die in de geest niets vereert buiten de absolute Eenheid, dat altijd kloppende grote hart dat overal en in elk atoom van de natuur klopt, bevat elk zo’n atoom de kiem waaruit hij de boom van de kennis kan laten groeien, waarvan de vruchten het eeuwige leven schenken en niet alleen het fysieke leven.
De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk 2 De voorouders die de wetenschap aan de mensheid biedt (763/764):
Dit thema ontwikkelt hij in zijn wonderbaarlijke lezing over de ‘perigenese van de plastidule, of de golfbewegingen van levende deeltjes’. Het is een verbetering van de theorie van Darwin over ‘pangenese’ en een verdere nadering, een voorzichtige beweging in de richting van ‘magie’. De eerstgenoemde is een vermoeden dat een bepaald aantal van de werkelijke en identieke atomen, die tot voorvaderlijke lichamen hadden behoord, ‘door hun nakomelingen generatie na generatie werden overgebracht, zodat wij letterlijk ‘vlees van het vlees’ van het oerwezen zijn, dat zich in de latere . . . periode tot mens ontwikkelde’ – verklaart de schrijver van A Modern Zoroastrian (in ‘Primitive Polarities’, enz.). De laatstgenoemde (het occultisme) leert (a) dat de levensatomen van ons (prāna) levensbeginsel nooit volkomen verloren gaan wanneer iemand sterft. Dat de atomen die het sterkst zijn doortrokken van het levensbeginsel (een onafhankelijke, eeuwige, bewuste factor) gedeeltelijk door de erfelijkheid worden overgebracht van vader op zoon, en gedeeltelijk weer worden samengebracht en het bezielende beginsel worden van het nieuwe lichaam in elke nieuwe incarnatie van de monaden. Want (b): evenals de individuele ziel altijd dezelfde is, zijn de atomen van de lagere beginselen (het lichaam, zijn astraal of dubbelganger, enz.) dat ook, omdat zij door verwantschap en de karmische wet altijd tot dezelfde individualiteit in een reeks van verschillende lichamen worden aangetrokken, enz.17.
17) (Zie ‘Transmigration of the Life Atoms’, Five years of Theosophy, blz. 533-539.) Het collectieve aggregaat van deze atomen vormt zo de anima mundi van ons zonnestelsel, de ziel van ons kleine heelal, waarvan ieder atoom natuurlijk een ziel, een monade, een klein heelal is, in het bezit van bewustzijn en dus van een geheugen. (Deel 1, Afdeling 3, Goden, monaden en atomen.)
765: Het levensbeginsel of de levensenergie, dat alomtegenwoordig, eeuwig en onvernietigbaar is, is als noumenon een kracht en een BEGINSEL, maar als verschijnsel bestaat het uit atomen. Het is
een en hetzelfde , en ze kunnen niet als gescheiden worden beschouwd, behalve in het materialisme18.
18) In ‘De transmigratie van de levensatomen’ zeggen wij, om een standpunt dat maar al te vaak verkeerd wordt begrepen nader te verklaren: ‘Het is alomtegenwoordig . . . hoewel (op dit gebied van manifestatie) vaak in een sluimerende toestand – zoals in een steen. De omschrijving die zegt dat, wanneer het verband tussen deze onverwoestbare kracht en de ene groep atomen (moleculen hadden we moeten zeggen) wordt verbroken, deze kracht onmiddellijk door andere wordt aangetrokken, betekent niet dat zij de eerste groep volledig loslaat (omdat de atomen zelf dan zouden verdwijnen); maar alleen dat zij haar vis viva of levenskracht – de energie van beweging – naar een andere groep overbrengt. Maar uit het feit dat zij zich in de volgende groep manifesteert als dat wat kinetische energie wordt genoemd, volgt niet dat deze geheel aan de eerste groep wordt onthouden; want zij is er als potentiële energie of sluimerend leven nog in aanwezig’, enz. Wat kan Haeckel nu met zijn ‘niet identieke atomen, maar hun bijzondere beweging en manier van aggregatie’ anders bedoelen dan dezelfde kinetische energie, die wij hebben verklaard? Vóór hij deze theorieën ontwikkelde, moet hij Paracelsus hebben gelezen en Five Years of Theosophy hebben bestudeerd, zonder echter de leringen behoorlijk in zich op te nemen.

Gottfried de Purucker, boek Grondslagen der Esoterische Wijsbegeerte, Deel I, Hoofdstuk 4:
In ieder ‘mens’ van de ontelbare menigten zelfbewuste wezens die tot deze kosmos of dit heelal behoren, komen twee naturen samen, respectievelijk omhoog en omlaag gericht: één ervan is een geestelijke straal die hem met het meest goddelijke verbindt en zich vandaar in alle richtingen naar omhoog uitstrekt en voor hem in elk opzicht de schakel is met het onuitsprekelijke, het grenzeloze, dat daarom de kern, de essentie van zijn wezen is.
Hoofdstuk 15: Goed en kwaad ontstaan uit de tegenstrijdige werking van de multimyriaden willen in de verschijningswereld.
Het goede is relatief; er is geen absoluut goed. Het kwade is relatief; er is geen absoluut kwaad. Beide zijn evenwel relatieve begrippen. ..etc.
Zij contrasteren met elkaar. Deze beide groepen representeren twee fundamentele Paden in de Natuur, het ene het Pad der Rechter -, het andere dat der Linkerhand en worden aldus in het Oude Occultisme genoemd. Het ‘Pad der Linkerhand’ is Pratyeka-Yâna; en wij kunnen Pratyeka in dit verband door de omschrijving ‘ieder voor zich’ vertalen. Het ‘Pad der Rechterhand’ is Amrita-Yâna; dat het Onsterfelijk Voertuig of Pad der Onsterfelijkheid wordt genoemd. Het ene, het eerstgenoemde, is het pad der persoonlijkheid; het andere het laatstgenoemde, is het pad der individualiteit; het ene is het pad der stof, het andere is het pad van de geest; het ene leidt naar beneden; het andere Pad verliest zich in de onuitsprekelijke glorie van het bewuste onsterfelijke in de ‘eeuwigheid’. Dit nu zijn de twee groepen van wezens, die de beide zijden der Natuur vertegenwoordigen, en de conflicten en tegenstellingen van deze beide zijden der Natuur, tezamen met de strijd van wil tegen wil van de scharen wezens in het gemanifesteerde bestaan, veroorzaken het zogenaamde kwaad in de wereld, dat uit de zelfzuchtige werkzaamheid van de lagere of minder ontwikkelde of geëvolueerde wezens ontstaat.

Drie stadia van het zien van Waarheid.

'Zelfregulering en Regulering' ('Kerk en Staat', 'Zelfbewustzijn en Leiderschap', Catharsis)

T.S. Eliot Waar is de wijsheid die we zijn kwijtgeraakt in de kennis? Waar is de kennis die we zijn kwijtgeraakt in de informatie?
Léon Hanssen, ‘Want alle verlies is winst’ (biografie over Menno ter Braak):
Ter Braak maakte met een verwijzing naar het boek Prometheus, dat heel dit proces van zelfbevrijding voor hem had ingeluid, de balans op en hij noteerde met één enkele regel in zijn agenda deze Heraclitische gedachte:
Want alle verlies is winst, alle nedergang opgang.

Hartverscheurend (Wilma de Rek Volkskrant 21 augustus 2020 p. 2):
Erkenning is de brandstof van menselijk geluk. Een mens wil gezien en erkend worden en als dat niet gebeurt, gaat het mis. Vraag het mensen die hun baan kwijt zijn terwijl werken hun lust en leven is; mensen die geen opleiding hebben en zich geen raad weten met hun toekomst; mensen die eenzaam wegkwijnen in een verpleeg-, verzorgings- of hun eigen huis. Erkenning neemt allerlei gedaanten aan, ze wordt bijvoorbeeld geuit in de vorm van een compliment of een goed cijfer. Als het gaat om erkenning voor iemands werk, is een goed salaris de meest concrete vorm. Omgekeerd kun je stellen dat een slecht salaris een vorm van miskenning is.

Blinde vlek (Volkskrant 19 augustus 2020 p. 25):
Sybren Kooistra beschuldigt Max Pam van racisme in een van zijn columns. Het is de moeite waard om eens een paar van Pams columns achterelkaar te lezen en te kijken in hoeverre ze racistisch zijn.
Spelend met gedachten over taboes plakt Pam met een onuitgesproken ‘zie je wel’ homofoob geweld op louter Marokkanen en stelt hij dat autocoureur Lewis Hamilton ‘als man van kleur’ heeft bewezen dat het best meevalt met het witte plafond.

Door het stof (Michiel Kruijt Volkskrant 19 augustus 2020 p. V2-6):
Door zijn naam te verbinden aan een verondersteld racistisch boek ligt de Engelse fotograaf, fotoboekexpert en -tentoonstellingsmaker Martin Parr onder vuur. Hoe een paar tweets uitgroeiden tot een storm die, ook nadat de fotograaf excuses maakte, niet ging liggen.

The smart one verlaat het Murdoch-bolwerk (Peter Giesen Volkskrant 3 augustus 2020 p. 9):
Een nieuw hoofdstuk in het dynastieke drama van de mediafamilie Murdoch: James (47), ooit de gedoodverfde troonopvolger, verlaat het bedrijf van zijn vader Rupert (89). Diens imperium is nog steeds een steunpilaar voor rechtse politici, in het bijzonder de door James gehate Donald Trump.
James zette een investeringsfonds op, Lupa Systems, waarmee hij investeerde in
duurzaamheidsprojecten. Hij kocht bovendien aandelen in het Tribeca Film Festival van oprichter (en Trump-hater) Robert De Niro en in het jonge, progressieve mediabedrijf Vice. Daarnaast wil hij nieuwsconsumenten bewust maken van de manipulatie door media ten gunste van populistische politici. ‘Het verbindende weefsel in onze samenleving wordt gemanipuleerd om ons met elkaar te laten vechten, waardoor we de slechtste versie van onszelf worden’, zei hij in september 2019 in The New Yorker.

Onze overheid verdient een betere marketing (Sander Schimmelpennick Volkskrant 3 augustus 2020 p. 18):
Het idee dat talent en gunstige genenpakketen ook een variant op geluk zijn, komt al helemaal niet in ze op. Dit meritocratische zelfbedrog is extra pijnlijk bij migrantenkinderen; Babel snapt niet dat met belastingontwijking de kansen van toekomstige Babels om dezelfde weg als hij te bewandelen nog kleiner worden dan ze al zijn. Hij wil in al zijn egoïsme de toch al steeds slechter hijsende sociale lift nog verder saboteren, vergetend dat belasting zijn sociale stijging heeft betaald.
Van het sociale contract hebben rappers en voetballers geen benul, omdat het hun nooit fatsoenlijk is uitgelegd. En nu deze succesvolle influencers met slagkracht hun
egoïstische boodschap ook nog eens succesvol onder jongeren verspreiden, is een tegenoffensief van de overheid al helemaal hard nodig. Hoe zo’n campagne er dan uit moet zien? Dat kunnen Ali B en Wesley Sneijder misschien wel vertellen.

Identiteitscrisis Jet Steinz Boeken & Wetenschap Volkskrant 13 april 2019 p. 3):
Jet Steinz analyseert wekelijks de VK-top-10 en die van de CPNB. Een lid van onze Boekenraad geeft zijn of haar tip.
De Boekentip van Marlous Mutsaers (Gianotten Mutsaers):
Dostojevski, Misdaad en straf.
Een boek herlezen komt er bijna nooit van – er verschijnt zoveel dat de moeite waard is dat ik mezelf er geen tijd voor gun. Een uitzondering vormen sommige klassieke Russen, die erom vragen minstens één keer per vijf, tien jaar gelezen te worden. Misdaad en straf hoort daar zeker bij en als er dan een nieuwe vertaling uitkomt – zoals nu, van Hans Boland – is dat het perfecte moment om weer heerlijk te gaan herlezen.
1 Peter Buwalda: Otmars zonen; De Bezige Bij
2 Max Velthuijs: Kikker is kikker; Leopold
3 Michel Houellebecq: Serotonine; De Arbeiderspers
4 Tim Fransen: Het leven als tragikomedie; Lemniscaat
5 Femke van der Laan: Stad vol ballonnen; Nieuw Amsterdam
6 Ilja Leonard Pfeijffer: Grand Hotel Europa; De Arbeiderspers
7 Sjeng Scheijen: De avant-gardisten; Prometheus
8 Erik Scherder, Fred Diks, Mariëlla van de Beek: Professor S. en de verslaafde koning; Volt
9 Nicolien Mizee: Moord op de moestuin; Nijgh&Van Ditmar
10 Haemin Sunim: Dingen die je alleen ziet als je er de tijd voor neemt; Boekerij

Dichters & Denkers De schrijver schrijft zijn boek (Joost de Vries De Groene Amsterdammer 16 januari 2019):
De hoofdpersoon in Ilja Leonard Pfeijffers nieuwste roman Grand Hotel Europa heet Ilja Leonard Pfeijffer, een personage you love to hate.
Het gaat Pfeijffer er eerder om een kader te verzinnen waarin hij zo veel mogelijk moderne zwaktes en illusies kan laten samenkomen en vrij kan laten rondrennen.
Who cares about plot? Je kunt je zelfs afvragen of de schrijver wel de ambitie heeft met originele ideeën te komen. Het is alsof hij zijn eigen kritiek al in zijn boek heeft verwerkt. Hij laat Ilja met regelmaat commentaar geven hoezeer zijn eigen ideeën platgetreden en cliché zijn; zijn Ilja wordt zo een van Europa’s ‘chattering classes’, die eindeloos de misstanden analyseert, vrijblijvend, sippend aan zijn witte wijn.

De nieuwe Pfeijffer is een gezellig boek over Europa, liefde en toerisme (Persis Bekkering Volkskrant 14 december 2018):
Naast een beschouwing over een continent in verval is de nieuwe Pfeijffer ook gewoon een gezellig boek met leuke reisjes en fonkelende dialogen.
Wie de achterflap heeft gemist, waarop staat dat Pfeijffer ‘de tijdgeest d