Creativethink en Groupthink

Maarten Luther Alle schepselen zijn maskers van God en achter die maskers speelt een verborgen God het theater van de wereld.
P. Krishna: De wanorde die we om ons heen zien in de maatschappij is een projectie van de wanorde die aanwezig is in het menselijk bewustzijn.
Fred Matser: De chaos in de wereld (‘om-geving’) is een reflectie van de wanorde in onze hoofden en harten (‘in-geving’).
Ingram Smith: De zoeker het gezochte is, want wat je zoekt is de projectie van de zoeker.
Walter Baets: Wie orde zaait zal chaos oogsten.
Peter Giesen: Hebzucht is een menselijk trekje, maar het verlangen naar stabiliteit en voorspelbaarheid ook. Als financiële markten volledig de vrije teugel krijgen, vormen zij geen spiegel, maar een lachspiegel die onze meest hebzuchtige trekjes tot in het oneindige versterkt. (Volkskrant 31 oktober 2008)

Chaostheorie (Recursie, Tijdsymmetrie, 'Kerk en Staat', Chaos, Gaia en Eros)

Jiddu Krishnamurti Wat is waar?
Jiddu Krishnamurti: Het individuele probleem is het wereldprobleem.
Het grootse van de mens is dat hij niet door iemand dan zichzelf is te verlossen.
Voor iemand die wil ontdekken wat waarheid, wat God is, is gezag iets ondenkbaars, of het nu het gezag is van een boek, of van de regering, van een beeld of van een priester. Zo iemand kan alleen maar losstaan van dat alles.
Dit is de vreugde van de
meditatie, niet het aanbidden van een afbeelding of het herhalen van bepaalde woorden en ook niet de diepe vergetelheid waarin het 'zelf' verzinkt tijdens het najagen van een systeem, wat niet anders is dan het volledig lamleggen van het denken en voelen.
De vreugde van de
meditatie is erin gelegen dat je spontaan leeft, met de intelligentie op haar hoogtepunt.

De éne werkelijkheid wordt gesymboliseerd door de levensboom en de ommekeer, de boom van kennis van goed en kwaad, de bewustzijnsevolutie van de mens. De levensboom en de boom van goed en kwaad geven samen een weerslag van de blauwdruk van de schepping en van de wetmatigheden die ten grondslag liggen aan het ontstaan, zich voordoen en voorbijgaan van alle verschijnselen. De complementariteit tussen de twee bomen toont de wetmatigheid achter alle inspanningen, blokkades, op- en neergaande bewegingen, successen en mislukkingen.

Meditatietechnieken maken het mogelijk probleem en oplossing met elkaar te verbinden, de waarheid dichter te benaderen. Meditatietechnieken maken het mogelijk probleem en oplossing met elkaar te verbinden, de waarheid dichter te benaderen. Zowel het Hindoeisme, Boeddhisme, Jodendom, Christendom, Islam en Humanisme maken gebruik van meditatie. Er wordt ook wel onderscheid gemaakt tussen mediteren op het horizontale vlak, het mensenrijk en mediteren op het verticale vlak, het kosmische of Goddelijke rijk.

In de meditaties van de verschillende vormen van yoga gaat het erom de dualiteit te ontstijgen en stabiliteit van bovenzinnelijk bewustzijn te ontwikkelen. Een van de meest primaire dualiteiten is die van het persoonlijke, het geheel, de integriteit die staat tegenover het onpersoonlijke, het numerieke, het tijdelijke en afzonderlijke. In het Bhâgavatam komen beide aan bod. Als we namelijk mediteren, met of zonder mantra, worden we ons de verschillende dualiteiten bewust en bereiken we evenwicht met ze. We zien de dingen dan zoals ze zijn en raken bevrijd van illusie. Dat vormt de basis van alle religiositeit en wetenschap. Het streven naar vrijheid van illusie is de kern van en vormt de voorwaarde voor dat wat we de beschaving noemen. Zo vormt het mediteren op de tijd, met kalenders en klokken, en het zo leren zien, respecteren en ervaren van de tijd, het tijdsverloop en het veranderende moment van het eeuwige Nu zoals het er van nature is (zie tempometer) de volmaakte tegenhanger van het al dan niet religieus mediteren op de (Gods-)persoon, het opstijgen tot het geheel, het verkrijgen van overzicht en bewustzijn en het bereiken van integriteit of van zaligheid. Als het ene gerespecteerd wordt dan krijgt men automatisch respect en zin voor de juiste orde van de werkelijkheid van de andere helft van deze dualiteit. Zo leidt meditatie op en respect voor de natuurlijke orde van de tijd tot meditatie op en respect voor de natuurlijke aard en orde van de persoon. Is men zich nuchter bewust van de tijd zoals die verloopt in de natuur, dan wordt men zich ook bewust van de tegenhanger die de persoon vormt als de ideale integriteit, de samenhang en de volledigheid en vereniging van de natuurkrachten als een bewuste beheersing, als een bewust tegenspel van die verder onpersoonlijke mechanische natuurkrachten. Men kan de persoon aldus niet scheiden van zijn natuurlijke tegenhanger van het onpersoonlijke. Het ene hoort bij het andere, het ene bestaat dankzij het andere, zoals licht en donker en warmte en koude. Om een duidelijk idee te geven van hoe in het Bhâgavatam dit onpersoonlijke aspect beschreven wordt, biedt ik hier een overzicht van alle uitspraken over de tijd in dit boek.

Hans van Asseldonk De Tao van de Landbouw De natuur wetenschap (GAMMA september 2013)
Samenhang geest-materie
Deze samenhang van geest en materie is de hele evolutie door aan het werk geweest. We mogen in de lijn van Teilhard en Whitehead redenerend de ontwaking van het bewustzijn zien als de counter agency die de neergang binnen de natuur omkeert. Volgens Teilhard is immers de noögenese de emergentie van het bewustzijn uit de materie. De aarde is de uitstervende moeder die daarmee haar kind (het bewustzijn) een beter leven geeft. Elke occasion of experience is volgens Whitehead daarvan een bouwsteen, want voor alles geldt steeds weer de laatste regel waarmee Whitehead zijn opus magnum afsloot: "perish and yet live for ever more."

Henk Verhoeven De biologische oorsprong van het recht: Is er nog ruimte voor de vrije wil? (Civis Mundi Digitaal #25) Een stuk in drie bedrijven over Vrije Wil als een belangrijk en onmisbaar element in onze maatschappij waarvan het nog maar de vraag is hoe reëel het is.
Dingen hoeven niet waar of reëel te zijn, om toch nuttig te zijn. Sinterklaas en God zijn daar sprekende voorbeelden van. Ze vervullen een duidelijke maatschappelijke functie. Past Vrije Wil ook in dit rijtje? Ik neig ernaar deze vraag bevestigend te beantwoorden.
Voorlopige conclusie: binnen een volledig deterministisch wereldbeeld – en dat is wat anders dan een wereld van geïsoleerde monaden – ontstaat complexiteit en diversiteit, die in ieder geval uiterlijk niet van Vrije Wil te onderscheiden is, en daar dientengevolge wel gemakkelijk mee verward wordt.

Chaos theory
Helena P. BLAVATSKY views the term “chaos” in the light of its Greek origin and equates it with the Greek word “Chaino,” to gape or yawn. In many theosophical contexts “chaos” is used as a synonym for AKASA, a Sanskrit word meaning, in its simplest sense, “space,” but it is possible that confusion could result from such use. Regardless of the original intent, the popular meaning of the word “chaos” is “complete disorder,” which is not what the Sanskrit word akasa means. Akasa is described by Blavatsky as, “the subtle, supersensuous spiritual essence which pervades all space” (TG, p. 13).

Patricia Monaghan The Spirit of Chaos and the Chaos of Spirit
Building on the work of Lorenz and Mandlebrot, chaos theory has yielded insights in fields as diverse as the stock market analysis and arrhythmia of the heart. It also offers us a new vocabulary for spiritual insight. For, to return to my own story, I had to face the major philosophical questions when I was widowed. The “mind-body problem” I had struggled with as an undergraduate was suddenly no longer an abstraction. And what was I to make of a life—my own—that had become so unruly, so chaotic? Chaos theory came to my rescue by teaching me that we do not live in some abstract perfection, but in a pulsing changeful world. Chaos offered me a vocabulary in a conceptual framework for exploring ways to interpret life that flies in the face of Platonic-Manichean-Augustinian dualism, that message from the past that kept me for so many years from truly embracing the flow of life. The spiritual message of chaos is so well-expressed by that ancient pagan sage, Ovid: that change is the only constant in our world, the one thing we can be certain of.

De bevindingen van het onderzoeksrapport 'E i V' borduren voort op:
Erwin Schrödinger (12 augustus 1887 – 4 januari 1961) knows knows that this statement is open to misconception and tries to clarify it. The main principle involved with "order-from-disorder" is the second law of thermodynamics, according to which entropy only increases. Schrödinger explains that living matter evades the decay to thermodynamical equilibrium by feeding on negative entropy.
The book Quantum Aspects of Life notably addresses questions of quantum physics, biophysics, nanoscience, quantum chemistry, mathematical biology, complexity theory, and philosophy that are inspired by the 1944 seminal book What Is Life? by Erwin Schrödinger.

Henri Poincaré (29 april 1854 – 17 juli 1912), John von Neumann (28 december 1903 – februari 1957) en Edward Lorentz (23 mei 1917 – 16 april 2008) zijn wiskundigen die aan de wieg hebben gestaan van de chaostheorie.

Wim van den Dungen heeft zowel over de Sepher Yetzirah (Tetractys, Levensboom) als de chaostheorie interessante publicaties geschreven.

Esoterische kabbala en de 32 paden
Osiris, een Magiër, Isis of Hogepriesteres en de Zoon, de Dwaas, zo verdeelt men ook de 32 Paden in drieën, het getal van de lichtgeboorte of de vrucht en dus de beweging.

Wim van den Dungen, Levensboom (Sepher Yetzirah)
Alles wat uit de Demiurg voortkomt is onderdeel van Hem. De gehele Kosmos emaneert bijgevolg binnenin Kether. De Wijsheid begrijpt de Schepper als de Heer van alle Sephiroth, Yah, YHVH genoemd. Voor de wijze is de 'formule' van Zijn Scheppingsdaad van het eerste belang. De onderdelen van deze formule worden begrepen als een 'vierdelig' Woord (of 'logos') : tetragrammaton (T). Hiermee reikt Yah ons de sleutel van de Wijsheid aan.
De lichtfontein stort haar licht uit op een ritme waarvan de dansstructuur in T neergeschreven staat. T is de Naam van de God van de Wijsheid (of Yah), die door de Demiurg met 32 Paden gegraveerd werd. Deze Naam (YHVH) verdeelt het licht. Dit betekent dat T een 'universele sleutel tot creativiteit' is. Een 'getetragrammatoniseerd' bewustzijn is een 'Goddelijk bewustzijn'.
Zelfs het Pisces-tijdperk is tijdelijk ... Hoe voorzag Christus daarin ? Door over een terugkomst te spreken. Hierdoor wordt de universele liefdesgeest losgemaakt van het tijdelijk karakter eigen aan de tijdperkenleer zelf (Yah & Christus zijn tijdelijke 'Namen' voor hetzelfde, n.l. YHVH).
Tetragrammaton incarneert in alle tijdperken. Telkens in andere gestalten (dan Yah, dan Christus, dan Aquarius). Aan het einde van het tijdperk komt er immers steeds een 'nieuwe wet' (waardoor de 'cyclus' van de Wijsheid zich voltooit).
Tetragrammaton betreft de scheppingsformule, de 'opperste code' aangaande de oorspronkelijke regeling (en) (de Zodiac als symbool voor 'alle Tijdperken') tussen de mens op Aarde en zijn Schepper. Een menselijk bewustzijn is 'wijs' zodra het deze formule permanent mentaal uitvoert. Scheppen vraagt dus in de eerste plaats om een permanente staat van verwondering. Hierin openbaart zich dan de oorspronkelijke uniciteit van elk gegeven ogenblik (de eeuwigheid van het 'hier & nu'), waardoor (een waarheidsbarende) intuïtie mogelijk wordt. Deze is niet verbaal & niet discursief. Bijgevolg valt ze buiten de mogelijkheden van het denken. Het betreft een direct waarheidsbarende 'niet-wetende kennis'.
Tetragrammaton is de qabalistische formule die het ontstaan van de 10 Sephiroth in 4 'werelden' of 'kosmische frequentiebanden' beschrijft. De 'Boom van het Leven' vormt een 'ladder' (van Jacob) tussen 'hemel' en 'aarde' . Deze wordt door de qabalist beklommen met de bedoeling optimaal te communiceren met Kosmos & om zodoende co-creatief het gelukkige leven te realiseren. Door de code van Kosmos te kennen, krijgt hij weet van de kosmische eeuwigheid.

Wim van den Dungen Chaos
Hoofdstuk 2.3. De golfdeeltjeparadox.
Wat dienen we te verstaan onder golven?
Elk antwoord op deze vraag staat bekend als een interpretatie van de golfvergelijking van Schrödinger. Het vinden van een beargumenteerbare interpretatie is belangrijk, want de juistheid van de op deze theorie gebaseerde resultaten is niet verklaarbaar door toeval. De voorspellingen op basis van het kwantummechanistisch formalisme zijn juist tot verscheidene decimalen na de komma.
Hoofdstuk 2.5. Thermodynamica & de levenstheorie.
De evolutie werd deterministisch gedacht omdat in de fysische systemen geen teleologische componenten aangeduid konden worden. Op biologisch niveau wel (zodat het levende -mutatis mutandis- onnatuurlijk werd) en dit verveelde menig bioloog. Sommigen vluchtten naar het kamp van de 'filosofen', zoals de embryoloog Hans Driesch (1867 -1941). Deze introduceerde een Aristotelisch aandoend vitalisme. Levende organismen blijven heel, zelfs wanneer bepaalde delen fysisch verwijderd worden. Deze regeneratie & regulatie toont duidelijk aan dat er een 'iets' is dat op het fysisch systeem inwerkt, zonder er zelf een deel van te zijn. Hij noemde deze niet-fysische causale factor 'entelechie'. Deze entelechie, wederom een vitale kracht, organiseert & controleert de fysisch-chemische processen gedurende de morfogenese. Indien deze causale factor niet energetisch van karakter is, hoe kan er dan op de fysische structuur ingewerkt worden ? Alle fysische processen zijn gedetermineerd en de entelechie behoort niet tot de variabelen die de initiële toestand uitmaken.
Hoofdstuk 2.5.3. Leven is een dissipatief non-equilibrium.
De genetische theorie legde het informatisch karakter van de levende stof bloot. Hiermee kwam een rechtstreeks verband tot stand tussen informatica & genetica. Dat het bewustzijn voortdurend kiest voor bepaalde vormen (zoals de 'user' kiest voor een bepaalde software) is echter onverenigbaar met het stochastisch karakter van de mutaties (aangenomen dat de code het fenotype zou kunnen determineren). Voor bewustzijn is er in de moderne moleculaire biologie geen plaats. De leerprocessen, inzichten, verworvenheden, zingevingen & vernieuwingen van één lid van de soort spelen in de genetische overdracht geen rol, want mutaties worden niet door bewustzijnsprocessen gestuurd. Zodra er zou worden toegegeven dat mutaties niet louter toevallig zijn, is er in de biologie ruimte voor de notie 'levensproject'.
Wiskunde, fysica en biologie dachten het leven in termen van fysische variabelen die ingeschreven waren in een wiskundig stelsel van absolute ruimte en absolute tijd.
Zowel de klassieke, 'black box' thermodynamica (die op de kosmos als geheel geprojecteerd wordt) als de stochastiek van mutaties in levende systemen zijn heden nog altijd actueel. Dat klokmatige gedragingen ziekmakend zijn en motoren stinkende gassen produceren dringt door maar krijgt te weinig oplossingen. De mechaniekjes tikken nog altijd. Toch zijn ze allemaal gedoemd om vervangen te worden door de ecotechnologie van ruimteschip Aarde, de onafwendbare toekomst van de mensheid.
Metafysisch kunnen we speculeren over de mogelijkheid van een 'force active' (Leibniz), of 'entelechie' (Driesch), 'élan vital' (Bergson), 'vitaal principe' (Hahnemann), 'creativity' (Whitehead), 'morfogenetisch veld' (Sheldrake), 'etherisch dubbel' (theosofie), 'ch'i' (taoïsme), 'prâna' (yoga) of 'vitale kracht'.
Prigogine toonde aan dat hoe groter de complexiteitsgraad van een dissipatief systeem, hoe groter de kans dat het op een hoger complexiteitsniveau een (relatieve) stabiliteit bereikt. Leven 'eet' entropie : het bezit de potentie nieuwe vormen te creëren & oude vormen overbodig te maken. Dit 'eten' van de entropie is in feite de negatie van entropie & thermodynamische pijl en heet dus negentropie.
Hoofdstuk 3. Het rationeel chaosonderzoek en -denken.
De relativiteitstheorie maakte een einde aan deze illusie, want ruimtetijd is een continuüm. De kwantumtheorie bewees dat een volstrekt beheersbaar meetproces onmogelijk is want de klassieke deterministische overgang van initiële naar voorspelde toestand is in het microgebied niet mogelijk. De toestandsverandering kan wel probabilistisch begrensd worden. De Kopenhaagse interpretatie van het formalisme staat echter in schil contrast met de 'hidden variables'theorie die aan een impliciet klassiek determinisme vasthield. Omdat de golfvergelijking soms ook hoge waarschijnlijkheidswaarden opleverde, diende de kwantumtheorie enkel het ideaal van een volstrekt beheersbaar meetproces los te laten (cfr. de onbepaaldheid van Heisenberg). Niettegenstaande de kwantummechanica het klassiek determinisme verliet, wordt toch een probabilistisch neo-determinisme ingevoerd.
Hoofdstuk 3.1. Stationair, periodisch & lineair versus chaotisch.
Periodeverdubbelingen gebeuren op een bifurcatiepunt. Het aantal eindwaarden neemt dan toe of verdubbelt. Het systeem beweegt van stationair naar stabiele cycli van periode 2, 4, 8, ... De opeenvolging van deze bifurcaties is bij de geremde groeifunctie en andere chaotische bogen strikt voorspelbaar. Is de functie zeer steil (d.w.z. niet-lineair) dan ontstaan er wisselingen die er anders niet zijn. Deze komen dan zeer veel voor.
Mandelbrot41 was de eerste die door studie te maken van verschillende onderwerpen als economie, transmissiefouten, de Nijl & kustlijnen in 1975 de term 'fractal' (van 'frangere', breken) invoerde om de oneindigheid van de complexe vormen die hij wiskundig dacht ook te kunnen visualiseren. In zijn Les objects fractals (1975) wordt het duidelijk dat Mandelbrot de complexiteit van de wereld blootlegt door structuren van uiterst fijne korrel te ontwikkelen. Het chaotisch functioneren gaat in de natuur samen met fractals, die zichzelf voortdurend herhalen. Een recursieve fractal is de kromme van Koch (1904),42 die naarmate ze uitbreidt steeds fijner wordt en geschikt bleek voor het onderzoek van kustlijnen.
Hoofdstuk Chaos 3.3. Fractale zelfgelijkvormigheid.
De wiskundige J.Bernoulli (1654 1705) liet op zijn grafsteen in de Kathedraal van Bazel een logaritmische spiraal beitelen met daaronder de tekst 'eadem mutata resurgo' ('niettegenstaande omgevormd zal ik onveranderd heropstaan'). Met grote bewondering had hij deze spiraal bestudeerd, en ze 'spira mirabilis' genoemd. Vooral het feit dat ze op elke schaal identiek blijft sprong velen in het oog (d.i. zelfgelijkvormigheid). Een rotatie van de spiraal met hoek µ doet de nieuwe functie van de initiële enkel slechts een exponentiële schaalfactor verschillen. Het verband tussen deze spiraal, de gulden snede & schoonheid ligt mathematisch voor het grijpen, zoals ook het verband tussen deze groeispiraal en veel levensprocessen (uitgedrukt in een tijdreeks zoals de getallen van Fibonacci).
Hoofdstuk 3.4.3. Systeemdenken & functionalisme.
De wisselwerking tussen de constructie van samengestelde objecten (systeemtheorie) en de dynamiek van systemen (cybernetica & chaostheorie) komt in het leerproces op een voortreffelijke wijze aan bod. Leren hangt immers samen met de mate waarin een systeem in staat is veranderingen in het dynamisch patroon te assimileren en om te vormen tot nieuwe interne operatoren die de totale samenstelling van het systeem beïnvloeden & veranderen (waardoor het toekomstig gedrag van het systeem wijzigt en monotonie teniet wordt gedaan).
De chaotische druk verschaft strijdimpulsen die het beste eruit halen (selectie). Vooral door (zelf)bewustzijn kunnen systemen het resultaat van leerprocessen conserveren & doorgeven. Levenservaring komt na vele ontmoetingen met turbulenties en de ontdekking van vreemde attractors.
Hoofdstuk 3.5.3. Het samenspel van orde & chaos.
Wanneer we de superdynamiek tussen orde & chaos voorstellen als de interacties tussen de complementaire tegendelen materie ('yin') & informatie ('yang'), dan staat de kromme voor bewustzijn. Deze feiten in de cirkel vormen samen het levensveld waar orde & te veel orde, chaos & te veel chaos elkaar afwisselen. Het uiteindelijk doel van de interacties tussen orde & chaos is superdynamische harmonie (of 'ch'i').
De neerwaartse beweging (zwart) is entropisch. Een afname van orde impliceert een toename van het aantal bifurcaties, waardoor de turbulentie stijgt en de aangetrokken onvoorspelbaarheid groter wordt. Orde daalt, chaos stijgt. Naarmate quasi-, en volstrekte chaos stijgen (het zwarte oppervlak groter wordt), wordt in dissipatieve systemen de kans op autoregulatie ook groter. In het midden van de storm leidt een radicale verandering van de ordesleutel en/of de vreemde aantrekkers (het witte punt) tot een revolutie naar de opwaartse beweging, de eigenlijke regeneratie. Het neerwaartse is recessief & destructief. Noodzakelijke versterving om het leven te vernieuwen.
De opwaartse beweging (wit) is negentropisch. Een toename van orde geeft een afname van de niet-lineariteit en resulteert in de oplosbaarheid van de vergelijkingen. Orde stijgt, chaos daalt.
Vele schijnbaar eenvoudige econometrische modellen bevatten chaos. Zodra bifurcaties optreden wordt het voorspellen van de ontwikkeling moeilijk. In de buurt van deze omslagpunten is de gemiddelde koers altijd fout en spelen individuele actoren een zeer grote rol.
Hoofdstuk 3.6.2. Chaos in metafysica & theologie.
Het 'Tai Chi Tu' herdacht : de ruimte rond de cirkel is God (Tao als Hemel), de cirkelrand (Tao als Moeder) de Goddelijke energieën. De cirkel wordt in twee delen opgedeeld : de concrete zijnden worden gepolariseerd door orde & chaos. De deling gebeurt door een kromme : het pad naar heelheid vraagt om zelfbewuste aanpassing. Daar de identiteit van elke pool naar de andere verwijst is de superdynamiek harmonisch ('ch'i').
Hoofdstuk 3.7. Samenvatting.
De kromme (het bewustzijn) verdeelt de cirkel zo dat de complementaire relaties tussen orde (naar boven cfr. negentropie) & chaos (naar beneden cfr. entropie) harmonisch kan blijven ondanks de voortdurende beweging van de tegendelen (cfr. het paradigma van de 'enantia' bij de presocratici Deel I, § 4). De kromme wijst op de aanwezigheid van de Tao in de dingen, bekend als 'te', 'deugd', aanwezig in elk zijnde als vitale kracht of 'ch'i'. Het symbool verzinnebeeldt de volmaakte homeostase van de natuurelementen, een superdynamiek. Afwijkingen van deze ideale toestanden neigen opnieuw naar dit ideaal of signaleren ziekte. Het wegvallen van de complementariteit is de eerste oorzaak van verstoring van de vitale kracht. Het instandhouden van deze energie vereist een Weg die drijft en zwalkt, die niet beroemd is en niettegenstaande de zijnden hun leven aan die Weg toevertrouwen handelt de Weg niet als hun meester. De Weg is zelf méér dan orde én chaos, n.l. de Hemelse Tao.

De tweede wet van de thermo dynamica geldt alleen voor gesloten systemen en niet voor het A-veld. Levende organismen zijn open systemen.
Order Out of Chaos by Ilya Prigogine & Isabelle Stengers (1984). Beiden hebben van de overgang van chaos naar ordening hun levenswerk gemaakt.

Ilya Prigogine - Art as a metaphor for the view of the world

Gemeenschappelijke basis van fractals
Fractals vertonen drie eigenschappen tegelijkertijd: iteratie, gebroken dimensie en zelfgelijkvormigheid.
Enkel het laatste is visueel zichtbaar. De zelfgelijkvormigheid is de eigenschap dat als men een stukje van een fractal vergroot men terug de oorspronkelijke figuur verkrijgt. Deze eigenschap heeft ook nog andere gevolgen : als men slechts een stukje kent van een fractal, kan men hieruit de volledige fractal terug verkrijgen (zie ook geschiedenis van fractals).
Chaostheorie (kies: Classificatie, ‘B. Driehoek en vierkant van Sierpinski’ en ‘G Bomen van Pyhagoras’).

C.J. Schuurman boek Stem uit de diepte (p. 25): De chaos verbeeldt de drang tot scheppende activiteit. De eerste die te voorschijn komt uit de Chaos is Gaia, de vrouw, de moeder der goden, de oermoeder. Treffend is, dat haar naam ‘de aarde’ betekent. Het is duidelijk, dat hier direct van het begin af in de mythe de nadruk gelegd wordt op de aarde. Gaia bracht Ouranos, de hemel, voort; de aarde schiep dus de hemel en Ouranos wordt de eerste heerser van goden en mensen. De mensen zijn er dan nog niet, eerst waren er alleen de goden. De derde die tevoorschijn komt is Eros, het vermogen om tweeheid te verzoenen tot één geheel. In het vervolg van de mythe komt Eros niet meer ter sprake.

H.P. Blavatsky: De Geheime Leer Deel I, Proloog (p. 32):
Zij is het ENE LEVEN, eeuwig, onzichtbaar en toch alomtegenwoordig, zonder begin of einde en toch periodiek in haar geregelde manifestaties, terwijl tussen die perioden het duistere geheim van het niet-zijn heerst; onbewust en toch absoluut Bewustzijn; niet te verwerkelijken en toch de ene op zichzelf bestaande werkelijkheid; inderdaad ‘een chaos voor het gevoel, een Kosmos voor de rede’.
42/43: Voor een duidelijker begrip door de gewone lezer moet worden medegedeeld dat de occulte wetenschap zeven kosmische elementen kent – vier geheel stoffelijk en het vijfde (ether) half-stoffelijk, dit zal namelijk in de lucht zichtbaar worden tegen het einde van onze vierde Ronde, om gedurende de hele vijfde Ronde over de andere te heersen. De resterende twee liggen nog volstrekt buiten het menselijke waarnemingsgebied. Deze laatste zullen zich echter tijdens het zesde en zevende ras van deze Ronde aankondigen en zullen in de zesde, resp. zevende Ronde bekend worden15. Deze zeven elementen, met hun talloze sub-elementen – veel talrijker dan de aan de wetenschap bekende – zijn eenvoudig voorwaardelijke variaties en aspecten van het ENE en enige Element. Dit laatste is niet ether16, zelfs niet akasa, maar hun bron.
16) Welke opvattingen de natuurwetenschap over dit onderwerp ook heeft, de occulte wetenschap leert al eeuwen dat akasa – waarvan ether de grofste vorm is – het vijfde universele kosmische beginsel (waarmee het menselijke manas overeenkomt en waaruit dit voortkomt), kosmisch gezien een stralende, koele, warmtestralen doorlatende, plastische stof is, scheppend voor wat betreft haar stoffelijke aard, en waarvan haar grofste aspecten en delen in onderlinge wisselwerking staan; zij is onveranderlijk in haar hogere beginselen. In eerstgenoemde toestand wordt zij de sub-wortel genoemd; in verbinding met stralende hitte roept zij ‘dode werelden tot het leven’ terug. In haar hogere aspect is zij de ziel van de wereld; in haar lagere, de VERNIETIGSTER.
De Geheime Leer Deel I, Zeven stanza's uit het boek van dzyan, (p. 62):
1. DOOR DE KRACHT VAN DE MOEDER VAN GENADE EN KENNIS – KWAN-YIN – HET ‘DRIEVOUD’ VAN KWAN-SHAI-YIN, DAT WOONT IN KWAN-YIN-TIEN, DOET FOHAT, DE ADEM VAN HUN NAGESLACHT, DE ZOON VAN DE ZONEN, NADAT DEZE UIT DE DIEPSTE AFGROND DE SCHIJNVORM HAD OPGEROEPEN VAN SIEN-TCHANG EN DE ZEVEN ELEMENTEN, HET VOLGENDE:
De Geheime Leer Deel I, Stanza 3 Het ontwaken van de kosmos (p. 95):
De wateren van het leven, of Chaos – het vrouwelijke beginsel in de symboliek – zijn (voor ons geestesoog) de leegte, waarin de latente geest en stof zich bevinden.
(a) De ene enkele straal die in de moeder-diepte valt, kan worden opgevat als goddelijke gedachte of intelligentie, die de chaos bevrucht. Dit gebeurt echter op het gebied van de metafysische abstractie of liever op het gebied waar dat wat wij een metafysische abstractie noemen een realiteit is.
96: Het ‘maagdelijke ei’ is het microkosmische symbool van de macrokosmische oervorm – de ‘maagdelijke moeder’ – Chaos of de Oorspronkelijke Diepte. De mannelijke schepper (onder welke naam ook) komt voort uit de maagdelijke vrouw, de onbevlekte wortel die is bevrucht door de Straal. Welke kenner van de astronomie en de natuurwetenschap ziet niet hoe suggestief dit is?
100/101: Men mag aannemen dat vuur en water, of vader6 en moeder, hier de goddelijke straal en de Chaos betekenen. ‘De Chaos, die uit deze vereniging met de geest onderscheidingsvermogen verkreeg, straalde van vreugde, en zo werd de protogonos (het eerstgeboren licht) voortgebracht’, zegt een fragment van Hermas. Damascius noemt het in zijn ‘Theogonie’ Dis – ‘de beschikker over alle dingen’. (Zie Cory, ‘Ancient Fragments’, blz. 314.)
101: Er schuilt een hele filosofie van dogmatische handigheid in de reden waarom de eerste Aartsengel, die uit de diepten van de Chaos omhoogkwam, Lux (Lucifer) werd genoemd, de ‘lichtende zoon van de morgen’, of de dageraad van het manvantara. Hij werd door de kerk veranderd in Lucifer of Satan, omdat hij hoger en ouder is dan Jehova en aan het nieuwe dogma moest worden opgeofferd (Zie Deel II).
103: (b) De ‘draak van de wijsheid’ is de Ene, de ‘eka’ (Sanskriet) of saka. Het is merkwaardig dat de naam van Jehova in het Hebreeuws ook Een, Echod, is. ‘Zijn naam is Echod’, zo zeggen de rabbi’s. De filologen zouden moeten beslissen welke van de twee taalkundig en symbolisch van de andere is afgeleid, toch niet het Sanskriet? De ‘Ene’ en de draak zijn uitdrukkingen die door de Ouden werden gebruikt in verband met hun verschillende logoi. Jehova – esoterisch (als Elohim) – is ook de slang of de draak die Eva in verzoeking bracht, en de ‘draak’ is een oud symbool voor het ‘astrale licht’ (oorspronkelijk beginsel), ‘dat de wijsheid van de Chaos is’.
127/128: (b) Vervolgens zien wij dat de kosmische stof zich verspreidt en zich tot elementen vormt en zich groepeert tot de mystieke vier binnen het vijfde element – ether, de bekleding van akasa, de anima mundi of moeder van de Kosmos. ‘Punten, lijnen, driehoeken, kubussen, cirkels’ en tenslotte ‘bollen’ – waarom of hoe? Omdat, zegt de Toelichting, dit de eerste natuurwet is en omdat de Natuur in al haar manifestaties meetkundig te werk gaat.
De Geheime Leer Deel I, Stanza 5 Fohat; kind van zevenvoudige hiërarchieën - hoofdstuk Zij brengen fohat voort, (p. 140/141):
(c) Omdat fohat een van de belangrijkste, zo niet de allerbelangrijkste rol speelt in de esoterische kosmogonie, moet hij nauwkeurig worden beschreven. Evenals in de oudste Griekse kosmogonie, die sterk verschilde van de latere mythologie, Eros de derde persoon is in de oorspronkelijke drie-eenheid: Chaos, Gaea, Eros – die overeenkomt met het kabbalistische En-Soph (want Chaos is RUIMTE, [chaino]), ‘leegte’), het grenzeloze AL, Shekinah en de Oude van Dagen, of de Heilige Geest – zo is fohat in het nog ongemanifesteerde Heelal iets anders dan in de kosmische wereld van de verschijnselen. In laatstgenoemde is hij die occulte elektrische levenskracht die, door de wil van de scheppende logos, alle vormen verenigt en samenbrengt en deze de eerste impuls geeft, die te zijner tijd wet wordt. Maar in het ongemanifesteerde Heelal is fohat dit niet, evenmin als Eros de latere schitterende gevleugelde Cupido of LIEFDE is. Fohat heeft nog niets met de Kosmos te maken, want de Kosmos is nog niet geboren en de goden slapen nog in de schoot van de ‘vader-moeder’. Hij is een abstract filosofisch begrip. Hij brengt zelf nog niets voort; hij is eenvoudig die potentiële scheppende kracht, door de werking waarvan het NOUMENON van alle toekomstige verschijnselen zich als het ware verdeelt, maar alleen om zich in een mystieke bovenzinnelijke handeling weer te verenigen en de scheppende straal uit te zenden. Wanneer de ‘goddelijke zoon’ plotseling tevoorschijn komt, wordt fohat de stuwende kracht, de werkzame macht die veroorzaakt dat het ENE wordt tot TWEE en DRIE – op het gebied van de kosmische manifestatie. Het drievoudige ENE differentieert zich in het vele, en dan wordt fohat omgezet in die kracht die de elementalen-atomen samenbrengt en maakt dat ze zich verenigen en zich met elkaar verbinden. Een echo van deze oorspronkelijke lering vindt men in de vroege Griekse mythologie. Uit Chaos worden Erebos en Nux geboren, en onder de inwerking van Eros schenken zij op hun beurt het leven aan Aether en Hemera, het licht van de hogere en dat van de lagere of aardse gebieden. Duisternis brengt licht voort. Zie Brahma’s ‘wil’ of begeerte om te scheppen in de Purana’s, en in de Fenicische kosmogonie van Sanchoniathon de leer dat begeerte, [pothos], het beginsel van de schepping is.
De weerspiegeling van het universele denkvermogen, die de kosmische ideeënvorming en de bijbehorende intellectuele kracht is, wordt op het objectieve gebied de fohat van de boeddhistische esoterische filosoof. Dit geschiedt door de werking van de gemanifesteerde wijsheid of mahat, voorgesteld door deze talloze centra van geestelijke energie in de Kosmos. Terwijl fohat de zeven beginselen van akasa doorloopt, werkt hij in op de gemanifesteerde substantie of het Ene Element, zoals hierboven is uiteengezet. Door dit te differentiëren in verschillende energiecentra, stelt hij de wet van de kosmische evolutie in werking die, gehoorzamend aan de ideeënvorming van het universele denkvermogen, alle verschillende bestaanstoestanden in het gemanifesteerde zonnestelsel in het leven roept.
162: ‘Dan gaat de jiva (ziel) met sukshma sarira27 uit het hart van het lichaam naar het brahmarandra in de kruin van het hoofd, en gaat daarbij door sushumna heen, een zenuw die het hart met het brahmarandra verbindt. De jiva breekt door het brahmarandra heen en gaat door de zonnestralen naar het gebied van de zon (suryamandala). Dan gaat zij door een donkere vlek in de zon naar paramapadha. De jiva wordt op haar weg geleid door de opperste wijsheid die door yoga wordt verkregen28. Zo gaat de jiva naar paramapadha met de hulp van athivahika’s (overdragers), die bekend zijn onder de namen Archi-Ahas, . . . Aditya, Prajapati, enz. De hier genoemde archi’s zijn bepaalde zuivere zielen, enz.’ (Visishtadvaita Catechismus, door pandit Bhashyacharya, lid van de Theosophical Society.)
28) Vergelijk dit esoterische leerstuk met de gnostische leer uit de ‘Pistis-Sophia’ (kenniswijsheid); in deze verhandeling ziet men Sophia Achamoth die op weg naar het opperste licht is verdwaald in de wateren van de chaos (de stof), en Christos die haar bevrijdt en op het goede pad helpt. Let wel, bij de gnostici betekende ‘Christos’ het onpersoonlijke beginsel, de atman van het Heelal en de atma in de ziel van elk mens – niet Jezus, hoewel in de oude Koptische handschriften in het British Museum ‘Christos’ bijna altijd wordt vervangen door ‘Jezus’.
De Geheime Leer Deel 1 Stanza 6 Onze wereld haar groei en ontwikkeling (p. 166):
1. DOOR DE KRACHT VAN DE MOEDER VAN GENADE EN KENNIS (a), KWAN-YIN, HET ‘DRIEVOUD’ VAN KWAN-SHAI-YIN, DAT WOONT IN KWAN-YIN-TIEN (b), DOET FOHAT, DE ADEM VAN HUN NAGESLACHT, DE ZOON VAN DE ZONEN, NADAT DEZE UIT DE DIEPSTE AFGROND (chaos) DE SCHIJNVORM HAD OPGEROEPEN VAN SIEN-TCHANG (ons Heelal) EN DE ZEVEN ELEMENTEN, HET VOLGENDE:
De Geheime Leer Deel I Stanza 7 De voorvaderen van de mens op aarde (p. 276/277):
Volgens een commentaar ‘zijn voor de niet-ingewijden de werelden opgebouwd uit de bekende elementen. In de opvatting van een arhat zijn deze elementen zelf collectief een goddelijk leven; afzonderlijk beschouwd zijn ze op het gebied van de manifestaties de talloze en ontelbare miljoenen levens. Alleen het vuur is EEN op het gebied van de Ene Werkelijkheid: op dat van het gemanifesteerde en dus bedrieglijke Zijn, zijn de deeltjes ervan vurige levens die leven en bestaan ten koste van elk ander leven dat ze verteren. Daarom worden ze de ‘VERSLINDERS’ genoemd. . . . ‘Alle zichtbare dingen in dit Heelal zijn door zulke LEVENS opgebouwd, van de bewuste en goddelijke oorspronkelijke mens tot de onbewuste werktuigen die de stof samenstellen.’. . . ‘Uit het ENE vormloze en ongeschapen LEVEN komt het Heelal van levens voort. Eerst werd uit de Diepte (de Chaos) koud lichtgevend vuur (gasachtig licht?) voortgebracht, dat in de Ruimte stremsel vormde.’ (Onoplosbare nevelvlekken misschien?). . . .
De Geheime Leer Deel I hoofdstuk 3 Oorspronkelijke substantie en goddelijke gedachte (p. 360/361):
En zolang de tegenstelling tussen subject en object voortduurt – namelijk zolang wij over onze vijf zintuigen beschikken en meer niet, en niet weten hoe we ons alles waarnemende Ego (het hogere Zelf) van de slavernij van deze zintuigen moeten bevrijden – zolang zal het voor het persoonlijke ego onmogelijk zijn de barrière te doorbreken die het scheidt van een kennis van de dingen op zichzelf (of substantie). Dat ego, dat voortgaat op een boog van toenemende subjectiviteit, moet de ervaringen van ieder gebied volledig doormaken. Maar pas wanneer de eenheid is opgegaan in het AL, op dit of op een ander gebied, en wanneer zowel subject als object verdwijnen in de toestand van de absolute ontkenning, d.i. nirvana (ontkenning, ook hier alleen vanuit ons gebied), wordt die top van alwetendheid beklommen – de kennis van dingen op zichzelf, en komt men dichter bij de oplossing van het nog ontzagwekkender raadsel, waarvoor zelfs de hoogste Dhyan-Chohan in stilte en onwetendheid moet buigen – het onuitsprekelijke mysterie van wat de aanhangers van de Vedanta PARABRAHMAM noemen.
Omdat dit zo is, hebben allen die probeerden aan het onkenbare beginsel een naam te geven, het eenvoudig verlaagd. Alleen al door te spreken over de kosmische verbeelding – behalve wat haar fenomenale aspect betreft – is het alsof men probeert de oorspronkelijke Chaos te bottelen, of om op de EEUWIGHEID een gedrukt etiket te plakken.
Wat is dan de ‘oorspronkelijke substantie’, dat geheimzinnige begrip waarover de alchemie altijd sprak en dat in ieder tijdperk het onderwerp werd van filosofische speculaties? Wat kan zij tenslotte zijn, zelfs in haar verschijningsvorm van vóór de differentiatie? Zelfs die is het AL in de gemanifesteerde Natuur en voor onze zintuigen niets. Zij wordt in iedere kosmogonie door verschillende namen aangeduid, iedere filosofie verwijst ernaar en zij blijkt tot heden de steeds ongrijpbare PROTEUS in de Natuur te zijn. We raken de oorspronkelijke substantie aan, maar voelen haar niet; we kijken ernaar, maar zien haar niet; we ademen haar in, maar bemerken haar niet; we horen en ruiken haar zonder enig vermoeden dat zij er is; want zij is in iedere molecule van wat we in onze verbeelding en onwetendheid beschouwen als stof in een van haar toestanden, of opvatten als een gevoel, een gedachte, een emotie. . . . Kortom, zij is de ‘upadhi’ of het voertuig van ieder mogelijk verschijnsel, of dit nu stoffelijk, verstandelijk of psychisch is. In de eerste zinnen van Genesis, en eveneens in de Chaldeeuwse kosmogonie, in de Purāna’s van India en in het Egyptische dodenboek, overal opent zij de cyclus van de manifestatie. Zij wordt ‘Chaos’ genoemd, en het aangezicht van de wateren, voortgebracht door de Geest die uit het Onbekende voortkomt, onder welke naam dan ook. (Zie ‘Chaos, Theos, Kosmos’.)
362: Zo wordt duidelijk dat het eerste denkbeeld van een persoonlijke scheppende godheid is voortgekomen uit de ether, toen het meest omvattende aspect daarvan was vermenselijkt. Bij de hindoefilosofen zijn de elementen tamas, d.w.z. ‘onverlicht door het verstand, dat zij verduisteren’.
We moeten nu het vraagstuk van de mystieke betekenis van de ‘oorspronkelijke 'Chaos’ en van het wortelbeginsel volledig bespreken en laten zien hoe ze in de oude filosofieën in verband stonden met akāsa, ten onrechte vertaald met aether, en ook met maya (illusie) – waarvan īśvara het mannelijke aspect vormt. Later zullen we spreken over het verstandelijke ‘beginsel’, of liever over de onzichtbare onstoffelijke eigenschappen van de zichtbare en stoffelijke elementen, die ‘zijn voortgekomen uit de oorspronkelijke Chaos’.
367: Laat men de eerste verzen van Hoofdstuk I van Genesis lezen en erover nadenken. Daar beveelt ‘God’ aan een andere ‘god’, die zijn bevelen uitvoert – zelfs in de voorzichtige King James vertaling van de Engelse protestanten.
In het ‘begin’ – het Hebreeuws heeft geen woord om het begrip ‘eeuwigheid’ uit te drukken11 – vormt ‘God’ de hemel en de aarde; en laatstgenoemde is ‘zonder vorm en leeg’, terwijl de eerste in werkelijkheid niet de hemel is, maar de ‘diepte’, de Chaos, met duisternis op haar aangezicht12.
12) De orfische theogonie is zuiver oosters en Indiaas van geest. De opeenvolgende transformaties die zij heeft ondergaan, hebben haar nu ver verwijderd van de geest van de oude kosmogonie, zoals men kan zien als men haar zelfs maar met de theogonie van Hesiodus vergelijkt. Toch breekt de ware Arische hindoegeest overal door, zowel in de orfische theogonie als in die van Hesiodus. (Zie het opmerkelijke boek van James Darmesteter, Cosmogonies Aryennes, in zijn Essais Orientaux.) Zo is de oorspronkelijke Griekse opvatting van de Chaos dezelfde als die van de Geheime Wijsheid-religie. Bij Hesiodus is daarom de Chaos oneindig, grenzeloos, zonder einde en zonder begin van duur, een abstractie en tegelijk een zichtbare aanwezigheid: RUIMTE, gevuld met duisternis, die oerstof is in haar vóór-kosmische toestand. Want in etymologische zin is Chaos volgens Aristoteles Ruimte, en Ruimte is in onze filosofie de altijd ongeziene en onkenbare godheid.
369: Deze ‘oorspronkelijke substantie’ wordt door sommigen Chaos genoemd: Plato en de pythagoreeërs noemden deze de wereldziel, nadat zij was bevrucht door de geest van dat wat op de oorspronkelijke wateren of de Chaos zweeft. De kabbalisten zeggen dat het zwevende beginsel de reeks droombeelden van een zichtbaar, gemanifesteerd Heelal schiep door zich daarin te weerspiegelen. Chaos vóór – ether na de ‘weerspiegeling’; het is steeds de godheid die alle Ruimte en dingen doordringt. Het is de onzichtbare, onweegbare geest van de dingen en het onzichtbare, maar goed voelbare fluïdum dat uitstraalt van de vingers van een gezonde magnetiseur, want het is vitale elektriciteit – het LEVEN zelf.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk IV Chaos-Theos-Kosmos (p. 372):
‘Daarom werd in het binnenste van de tempels onderwezen dat dit zichtbare heelal van geest en stof slechts het concrete beeld is van de ideële abstractie; het werd gebouwd volgens het model van de eerste GODDELIJKE IDEE. Ons heelal heeft dus eeuwig in een latente toestand bestaan. De ziel die dit zuiver geestelijke heelal in leven houdt, is de centrale zon, de hoogste godheid zelf. Niet de Ene bouwde de concrete vorm van de idee, maar de eerstgeborene, en omdat zij werd opgebouwd volgens de meetkundige figuur van de dodecaëder (Plato, 'Timaeus), ‘behaagde het de eerstgeborene twaalfduizend jaar over zijn schepping te doen’.
Sanchoniathon verklaart in zijn Kosmogonie dat toen de wind (geest) verliefd werd op zijn eigen beginselen (de chaos), er een innige vereniging plaatsvond; deze verbinding werd pothos genoemd en hieruit ontstond het zaad van alles. En de chaos kende zijn eigen voortbrengsel niet, want hij had geen zintuigen, maar uit zijn omarming met de wind ontstond Mōt, of de ilus (modder). Hieruit kwamen de kiemen van de schepping en de voortbrenging van het heelal voort.’
375: ‘Het bestaan van geest in de gemeenschappelijke tussenstof, de ether, wordt door het materialisme ontkend, terwijl de theologie er een persoonlijke god van maakt. Maar de kabbalist is van mening dat beide ongelijk hebben en dat de elementen in de ether slechts stof zijn – de blinde kosmische natuurkrachten terwijl de geest de intelligentie is die ze bestuurt. De Arische, Hermetische, Orfische en Pythagorische kosmogonische leringen, en ook die van Sanchoniathon en Berosus, zijn alle gebaseerd op één onweerlegbare formule, nl. dat de aether en de chaos of, in de taal van Plato, het denkvermogen en de stof, de twee oorspronkelijke en eeuwige beginselen van het heelal waren, volkomen onafhankelijk van al het andere. Het eerstgenoemde was het alles tot leven brengende beginsel van het intellect, terwijl de chaos een vormloos vloeibaar beginsel was, zonder ‘vorm of zin’. Uit de vereniging van deze twee ontstond het heelal, of liever de universele wereld, de eerste androgyne godheid – waarbij de chaotische stof het lichaam werd en de ether de ziel. In de bewoordingen van een Fragment van Hermias: ‘De chaos, die uit deze vereniging met de geest begripsvermogen verkreeg, straalde van blijdschap, en zo werd het protogonos (eerstgeboren) licht voortgebracht’. Dit is de universele drie-eenheid, gebaseerd op de metafysische begrippen van de Ouden die, naar analogie redenerend, van de mens – een samenstel van verstand en stof – de microkosmos van de macrokosmos, of het grote heelal, maakten.’ (Isis Ontsluierd.) Die Chaos werd echter volgens Plato en de pythagoreeërs de ‘ziel van de wereld’. Volgens de hindoeleer doordringt de godheid in de vorm van aether (akâsa) alle dingen; en deze werd daarom door de theürgen ‘het levende vuur’, de ‘geest van het licht’ en soms magnes genoemd. De hoogste godheid zelf bouwde volgens Plato het Heelal in de meetkundige vorm van de dodecaëder; en haar ‘eerstgeborene’ werd geboren uit Chaos en oorspronkelijk licht (de centrale zon).
De natuur heeft een afkeer van het ledige, zeiden de peripatetici die, hoewel zij op hun manier materialisten waren, misschien begrepen waarom Democritus en zijn leermeester Leucippus verkondigden dat de eerste beginselen van alle dingen in het Heelal, atomen en een vacuüm waren. Het laatste betekent alleen maar een latente godheid of kracht, die vóór haar eerste manifestatie, toen zij WIL werd – die de eerste impuls aan deze atomen overbracht – het grote niets was, Ain-Soph of GEEN DING; en daarom voor ieder zintuig een leegte – of CHAOS – was.
376: Die Chaos werd echter volgens Plato en de pythagoreeërs de ‘ziel van de wereld’. Volgens de hindoeleer doordringt de godheid in de vorm van aether (akâsa) alle dingen; en deze werd daarom door de theürgen ‘het levende vuur’, de ‘geest van het licht’ en soms magnes genoemd. De hoogste godheid zelf bouwde volgens Plato het Heelal in de meetkundige vorm van de dodecaëder; en haar ‘eerstgeborene’ werd geboren uit Chaos en oorspronkelijk licht (de centrale zon). Deze ‘eerstgeborene’ was echter slechts het geheel van de menigte van ‘bouwers’, de eerste constructieve krachten, die in oude kosmogonieën de Ouden (geboren uit de Diepte of de Chaos) en het ‘eerste punt’ worden genoemd. Hij is het zogenaamde tetragrammaton, aan het hoofd van de zeven lagere sephiroth. Dit was het geloof van de Chaldeeën. ‘Deze Chaldeeën’, schrijft Philo, de jood, die heel oneerbiedig spreekt over de eerste leermeesters van zijn voorvaderen, dachten dat de Kosmos onder de dingen die bestaan (?) één enkel punt is, dat òf zelf God (Theos) is, òf waarin God is, die de ziel van alle dingen omvat’. (Zie zijn Rondzwerving van Abraham, 32.)
Chaos-Theos-Kosmos zijn slechts de drie aspecten van hun synthese – RUIMTE. Men zal het mysterie van deze Tetraktis nooit oplossen door vast te houden aan de dode letter van de oude filosofieën zoals die nu nog bestaan. Maar zelfs hierin worden CHAOS–THEOS–KOSMOS = RUIMTE in alle eeuwigheid geïdentificeerd als de Ene Onbekende Ruimte, waarover het laatste woord misschien niet vóór onze zevende Ronde zal worden gezegd. Niettemin zijn de allegorieën en metafysische symbolen over de oorspronkelijke en volmaakte KUBUS zelfs in de exoterische Purāna’s opmerkelijk.
378: De Zohar leert dat de oorspronkelijke elementen – de drie-eenheid van vuur, lucht en water – de vier hemelstreken en alle natuurkrachten, samen de STEM van de WIL, memrab of het ‘Woord’ vormen, de logos van het absolute zwijgende AL. ‘Het ondeelbare punt, grenzeloos en onkenbaar’, verspreidt zich over de eindeloze ruimte en vormt zo een sluier (de Mulaprakriti van Parabrahman), die dit absolute punt verbergt. (Vide infra.)
De Geheime Leer Deel I hoofdstuk 11 Demon est deus inversus (p. 458):
Kronos is de eindeloze (en daarom onbeweeglijke) duur, zonder begin, zonder einde, buiten de deelbare Tijd en buiten de Ruimte. Die ‘engelen’, genii of deva’s, die werden geboren om te handelen in ruimte en tijd, d.w.z. om door de zeven kringen van de bovengeestelijke gebieden heen te breken tot in de waarneembare of begrensde bovenaardse regionen, zijn volgens de allegorie in opstand gekomen tegen Kronos en streden tegen de (toen) ene levende en hoogste God. Wanneer Kronos op zijn beurt wordt voorgesteld als degene die Uranus, zijn vader, verminkt, dan is de betekenis van deze verminking heel eenvoudig: van de absolute tijd maakt men de eindige en voorwaardelijke tijd; een gedeelte wordt aan het geheel ontnomen, en zo toont men aan dat Saturnus, de vader van de goden, van eeuwige duur is veranderd in een beperkte periode. Chronos maait met zijn zeis zelfs de langste en (voor ons) schijnbaar eindeloze cyclussen weg, die toch ondanks alles beperkt zijn in de eeuwigheid, en met dezelfde zeis velt hij de machtigste rebellen. Ja, niemand zal aan de zeis van de tijd ontkomen! Prijs de god of de goden of bespot ze; noch het een noch het ander zal die zeis een miljoenste deel van een seconde doen trillen op haar stijgende of dalende pad.
458/459: De titanen in de theogonie van Hesiodus waren Griekse kopieën van de Sura’s en Asura’s van India. In een oud fragment dat verband houdt met de Griekse mythe heeft men onlangs ontdekt dat deze titanen van Hesiodus, de Uraniden, waarvan men er vroeger slechts zes kende, zeven in aantal zijn – de zevende wordt Phoreg genoemd. Daarmee wordt volledig aangetoond dat ze identiek zijn met de zeven heersers. De oorsprong van de ‘oorlog in de hemel’ en de VAL moet volgens ons stellig in India worden gezocht en misschien in een veel vroegere tijd dan de verslagen daarover in de Purāna’s. Want TARAMAYA was in een latere tijd, en in bijna iedere kosmogonie komen drie verslagen voor, elk van een afzonderlijke oorlog.
De Geheime Leer Deel I hoofdstuk 12 De theogonie van de scheppende (p. 466/467):
De Chaos werd van alle dingen het eerst voortgebracht’, waaruit men kan afleiden dat men aan de oorzaak of de voortbrenger ervan met eerbiedig stilzwijgen moet voorbijgaan. Homerus gaat in zijn gedichten niet verder dan de Nacht, die hij door Zeus laat vereren. Volgens alle theologen van de oudheid en de leringen van Pythagoras en Plato is Zeus, de directe schepper van het heelal, niet de hoogste god; evenmin als Sir Christopher Wren in zijn fysieke menselijke aspect de GEEST in hem is, die zijn grote kunstwerken heeft voortgebracht. Homerus zwijgt daarom niet alleen over het eerste beginsel, maar ook over de twee beginselen die direct op het eerste volgen, de Aether en de Chaos van Orpheus en Hesiodus en het begrensde en de oneindigheid van Pythagoras en Plato. . . . Proclus zegt over dit hoogste beginsel: ‘Het is . . . de eenheid van alle eenheden en boven de eerste adyta . . . onuitsprekelijker dan alle stilte en occulter dan alle essentie . . . verborgen te midden van de kenbare goden.’ (Ibid.)
468: Bij Pythagoras keert de MONADE naar stilte en duisternis terug, zodra deze de triade heeft ontwikkeld, waaruit de overige zeven van de 10 (tien) getallen voortvloeien die aan het gemanifesteerde heelal ten grondslag liggen.
Hetzelfde vindt men in de Noorse kosmogonie. ‘In het begin was er een grote afgrond (Chaos), dag noch nacht bestond; de afgrond was Ginnungagap, de gapende kloof, zonder begin en zonder einde. AL-VADER, de ongeschapene, de ongeziene, woonde in de diepte van de ‘afgrond’ (RUIMTE) en wilde, en wat werd gewild kwam tot bestaan.’ (Zie Asgard and the Gods.) Evenals in de hindoekosmogonie wordt de evolutie van het heelal verdeeld in twee bedrijven, in India de prakriti- en padma-scheppingen genoemd. Voordat de warme stralen die uit het ‘Huis van het heldere licht’ stromen, leven wekken in de grote wateren van de Ruimte, worden de elementen van de eerste schepping zichtbaar en hieruit wordt de reus Ymir (ook Orgelmir) gevormd – de uit de Chaos gedifferentieerde oerstof (letterlijk ziedende klei).

475: Dit zal de onderzoeker helpen begrijpen waarom Pythagoras de godheid (de logos) als het centrum van eenheid en de ‘bron van harmonie’ beschouwde. Wij zeggen dat deze godheid de logos was, niet de MONADE, die in eenzaamheid en stilte woont, omdat Pythagoras leerde dat de EENHEID, die immers ondeelbaar is, geen getal is. En daarom werd ook van de kandidaat, die zich aanmeldde voor toelating tot zijn school, verlangd dat hij als voorbereiding daarop de rekenkunde, sterrenkunde, meetkunde en muziek had bestudeerd, die als de vier onderdelen van de wiskunde werden beschouwd15. Dit verklaart verder waarom de pythagoreeërs beweerden dat de leer van de getallen – in de esoterie de belangrijkste – door de hemelse godheden aan de mens was geopenbaard; dat de wereld uit de Chaos tevoorschijn was geroepen door geluid of harmonie, en opgebouwd volgens de beginselen van de muzikale verhoudingen; dat de zeven planeten die het lot van de stervelingen beheersen, een harmonieuze beweging hebben ‘en intervallen die overeenkomen met die in de muziek, waardoor verschillende geluiden ontstaan, die zo volmaakt harmonieus zijn dat ze de liefelijkste melodie voortbrengen, die voor ons onhoorbaar is, alleen al door de grootsheid van het geluid, dat onze oren niet kunnen opvangen’. (Censorinus.)
In de theogonie van Pythagoras waren de hiërarchieën van de hemelse menigten en goden genummerd en werden met behulp van getallen uitgedrukt. Pythagoras had de esoterische wetenschap in India bestudeerd, daarom zeggen zijn leerlingen: ‘De monade (de gemanifesteerde) is het beginsel van alle dingen. Uit de monade en de onbepaalde duade (de Chaos) kwamen getallen voort; uit getallen, punten; uit punten, lijnen; uit lijnen, oppervlakken; uit oppervlakken, lichamen; hieruit vaste lichamen met vier elementen – vuur, water, lucht, aarde; uit al deze, omgezet (en in wisselwerking staand) en totaal veranderd, bestaat de wereld.’ (Diogenes Laertius in Vit. Pythag.)
15) Justinus de Martelaar deelt ons mee, dat hij op grond van zijn onbekendheid met deze vier wetenschappen door de pythagoreeërs als kandidaat voor toelating tot hun school werd afgewezen.
476: De zieners, profeten en adepten in het algemeen hebben met de Dhyan-Chohans of de goden vaste grond onder de voeten. Hetzij als aditi, of als de goddelijke sophia van de Griekse gnostici, is zij de moeder van de zeven zonen: de ‘engelen van het aangezicht’, van de ‘diepte’ of de ‘grote groene’ van het Dodenboek. Het Boek van Dzyan (
kennis door meditatie) zegt:
‘De grote moeder lag met de ∆ en de | en het □, de tweede | en de 16 in haar schoot, gereed om deze voort te brengen, de dappere zonen van de □ ∆ || (of 4.320.000, de cyclus), van wie de twee ouders de ○ en het . (punt) zijn.’
16) 31415 of π. De synthese of de in de logos en het punt verenigde menigte, die in het rooms-katholicisme de ‘engel van het aangezicht’ en in het Hebreeuws מִיכָאֵל wordt genoemd; ‘die (lijkt op, of dezelfde is als) God’ – de gemanifesteerde weergave.
De Geheime Leer Deel I hoofdstuk 15 Over Kwan-Shi-Yin en Kwan-Yin (p. 515):
Tenslotte merken wij op dat Kwan-Shi-Yin en Kwan-Yin de twee aspecten (mannelijk en vrouwelijk) zijn van hetzelfde beginsel in de Kosmos, de Natuur en de mens, van goddelijke wijsheid en intelligentie. Ze zijn de ‘Christos-Sophia’ van de mystieke gnostici – de logos en zijn sakti.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 16 Cyclische evolutie en karma (p. 710):
Het is een grondbeginsel van de occulte filosofie, deze zelfde homogeniteit van de stof en onveranderlijkheid van de natuurwetten, waarop het materialisme zo sterk aandringt; maar die eenheid berust op de onscheidbaarheid van geest en stof, en als de twee zouden worden gescheiden, zou de hele Kosmos terugvallen tot chaos en niet-zijn. Het is daarom volstrekt onjuist, en slechts een bewijs te meer van de grote verwaandheid van onze tijd, om (zoals de wetenschappers) te beweren dat alle grote geologische veranderingen en omwentelingen werden teweeggebracht door gewone en bekende natuurkrachten.
714/715: Als niemand zijn broeder kwaad deed, zou karma-Nemesis geen reden hebben tot handelen, en geen wapens om te gebruiken. De voortdurende aanwezigheid in ons midden van alle elementen van strijd en tegenstelling en de verdeling van rassen, volkeren, stammen, gemeenschappen en individuen in Kaïns en Abels, wolven en lammeren, zijn de voornaamste oorzaken van de ‘wegen van de voorzienigheid’. We vormen deze talrijke kronkelwegen van ons lot dagelijks met eigen handen, terwijl we ons verbeelden dat we een spoor volgen op de koninklijke hoofdweg van fatsoen en plicht, en klagen dan dat die wegen zo ingewikkeld en duister zijn. We zijn verbijsterd over het mysterie dat we zelf hebben gemaakt en over de raadsels van het leven die we maar niet oplossen, en we beschuldigen dan de grote sfinx dat ze ons verslindt. Maar er is werkelijk geen ongeval in ons leven, geen ongeluksdag en geen tegenspoed, die niet kan worden herleid tot onze eigen daden in dit of in een ander leven. Als men de wetten van harmonie overtreedt of, zoals een theosofische schrijver het uitdrukt, ‘de wetten van het leven’, moet men erop zijn voorbereid tot de chaos te vervallen die men zelf heeft voortgebracht. Want volgens dezelfde schrijver ‘is de enige conclusie waartoe men kan komen, dat deze levenswetten zichzelf wreken, en dus dat elke wrekende engel slechts een symbool van hun reactie is’.

De Geheime Leer Deel II, Stanza '' 70: Water is overal het symbool van het vrouwelijke element; mater, waaraan de letter M is ontleend, is als afbeelding afkomstig van , een hiërogliefe voor water. Het is de universele baarmoeder of de ‘Grote Diepte’. Venus, de grote moedermaagd, komt tevoorschijn uit de golven van de zee, en Cupido of Eros is haar zoon. Maar Venus is de latere mythologische variant van Gaia (of Gaea), de aarde, die in haar hogere aspect de Natuur is (prakriti), en metafysisch aditi, en zelfs mulaprakriti, de wortel van prakriti of haar noumenon.
70/71: Daarom is Cupido of de liefde in zijn oorspronkelijke betekenis Eros, de goddelijke wil, of het verlangen om zich door zichtbare schepping te manifesteren. Vandaar dat fohat, het prototype van Eros, op aarde de grote kracht ‘levenselektriciteit’ of de geest van het ‘leven schenken’ wordt. Laten wij denken aan de Griekse theogonie en doordringen in de geest van haar filosofie. De Grieken leren ons (zie ‘Ilias’ IV, 201, 246) dat alle dingen, de goden inbegrepen, hun bestaan danken aan de Oceaan en zijn vrouw Tethys; de laatste is Gaea, de Aarde of de Natuur. Maar wie is Oceaan? Oceaan is de onmetelijke RUIMTE (geest in Chaos), die de godheid is (zie Deel I); en Tethys is niet de aarde, maar oorspronkelijke stof tijdens het vormingsproces. In ons geval is het niet langer Aditi-Gaea die Ouranos of Varuna voortbrengt, de voornaamste aditya onder de zeven planeetgoden, maar Prakriti, verstoffelijkt en gelokaliseerd. De maan, mannelijk in haar theogonische karakter, is alleen in haar kosmische aspect het vrouwelijke voortbrengende beginsel, zoals de zon het mannelijke embleem daarvan is. Water is de nakomeling van de maan, die bij alle volkeren een androgyne godheid is.
71: De evolutie voltrekt zich zowel in de Kosmos als bij het vormen van de kleinste bol volgens de wetten van de analogie.
De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk De oorspronkelijke manu's van de schepping (p. 351):
En hoeveel van dergelijke rampen het hele aardoppervlak hebben veranderd, kan worden afgeleid uit deze stanza:
Tijdens de eerste zeven crores van de kalpa (70.000.000 jaar) zijn de aarde en haar twee natuurrijken (het delfstoffen- en plantenrijk), waarvan het ene reeds zijn zevende kringloop heeft voltooid en het andere nog maar nauwelijks bestaat, lichtgevend en half-etherisch, koud, levenloos en doorschijnend. In de elfde crore10 wordt de moeder (de aarde) ondoorzichtig en in de VEERTIENDE11 vinden de pijnen van de adolescentie plaats. Deze stuiptrekkingen van de natuur (geologische veranderingen) duren ononderbroken tot haar twintigste crore van jaren, waarna zij periodiek worden en met lange tussenpozen voorkomen.
10) Dit is in het tijdperk van de zogenaamde secundaire schepping. Over de primaire, wanneer de aarde in het bezit is van de drie elementale rijken, kunnen we om verschillende redenen niet spreken; één daarvan is dat, tenzij men een groot ziener is, of van nature intuïtief, men niet in staat zal zijn te begrijpen wat nooit in bestaande woorden kan worden uitgedrukt.
11) Hippocrates zei dat het getal zeven ‘door zijn occulte krachten neigde tot het tot stand brengen van alle dingen, schenker te zijn van het leven en bron van alle verandering daarin’. Het leven van de mens verdeelde hij in zeven tijdperken (Shakespeare), want ‘zoals de maan haar fasen elke zeven dagen verandert, beïnvloedt dit getal alle ondermaanse wezens’, en zelfs de aarde, zoals wij weten. Bij het kind verschijnen de tanden in de zevende maand en hij wisselt ze als hij zeven jaar is; bij tweemaal zeven begint de puberteit en bij driemaal zeven zijn al onze verstandelijke en vitale vermogens ontwikkeld; bij viermaal zeven is hij in zijn volle kracht, bij vijfmaal zeven zijn zijn hartstochten het verst ontwikkeld, enz. Dat geldt ook voor de aarde. Deze heeft nu de middelbare leeftijd bereikt, maar is daarom toch niet veel wijzer. Het tetragrammaton, de vierletterige heilige naam van de godheid, kan op aarde slechts worden ontbonden door zevenvoudig te worden door de zichtbare driehoek, die tevoorschijn komt uit de verborgen Tetraktis. Daarom moet men op dit gebied het getal zeven aannemen. Zoals staat geschreven in de Kabbala, ‘De grotere heilige samenkomst’, v. 1161: ‘Want er is stellig geen stabiliteit in die zes, behalve (wat zij ontlenen) aan de zevende. Want alle dingen hangen af van de ZEVENDE.’
De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk 12 Het vijfde ras, goddelijke leermeesters (p. 433):
‘Ons . . . fragment heeft betrekking op de schepping van de mensheid, die Adam wordt genoemd; als (de mens) in de bijbel wordt hij volmaakt geschapen . . . maar later verenigt hij zich met de draak van de afgrond, het beest van Tiamat, de geest van de Chaos, en zondigt tegen zijn god, die hem vervloekt en al het kwaad en de moeilijkheden van de mensheid op zijn hoofd laat neerdalen.’
‘Hierop volgt een oorlog tussen de draak en de machten van het kwaad, of de chaos aan de ene kant en de goden aan de andere.’
‘De goden laten wapens voor zich smeden en Merodach (de aartsengel Michaël in de Openbaring) neemt op zich de hemelse menigte aan te voeren tegen de draken. De oorlog, die met vuur wordt beschreven, eindigt natuurlijk met de overwinning van de beginselen van het goede . . ..’
Deze oorlog van goden met de machten van de afgrond heeft in de laatste en aardse toepassing ervan ook betrekking op de strijd tussen de Arische adepten van het komende vijfde Ras en de tovenaars van Atlantis, de demonen van de afgrond, de door water omringde eilandbewoners die in de zondvloed verdwenen. (Zie de laatste bladzijden van Deel I van ‘Isis Ontsluierd’, Atlantis.)
De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk 18 Over de mythe van de 'gevallen engel' (p. 541/542):
De eerste oorsprong van deze personificatie berust op de Akkadische opvatting over de kosmische machten – de hemelen en de aarde – die in eeuwige vijandschap en worsteling met de Chaos zijn. Hun Silik-Muludag, ‘de god onder alle goden’, de ‘genadige beschermer van de mensen op aarde’, was de zoon van Hea (of Ea), de grote god van wijsheid, die door de Babyloniërs Nebu werd genoemd. Van beide volkeren waren de godheden – evenals in het geval van de hindoegoden – zowel goedaardig als boosaardig. Zoals het kwaad en de straf de werktuigen van karma zijn in een absoluut rechtvaardige, vergeldende betekenis, zo was het kwaad de dienaar van het goede (Hibbert Lectures, 1887, blz. 101-115). Op grond van de tekst van de Chaldeeuws-Assyrische kleitabletten is dat nu boven alle twijfel verheven. We vinden hetzelfde denkbeeld in de Zohar. Satan was een zoon en een engel van god. Bij alle Semitische volkeren was de geest van de aarde evengoed de schepper op zijn eigen gebied als de geest van de hemelen. Zij waren tweelingbroers en onderling verwisselbaar in hun functies, zoal niet twee in één. Niets van wat wij in Genesis vinden, ontbreekt in de Chaldeeuws-Assyrische religieuze opvattingen, zelfs in het weinige dat tot dusver werd ontcijferd. De grote ‘afgrond’ van Genesis is terug te vinden in de tohu-bohu, ‘diepte’, ‘oerruimte’ of Chaos van de Babyloniërs. Wijsheid (de grote onzichtbare God) – in Genesis hoofdstuk 1 de ‘geest van God’ genoemd – woonde, zowel voor de oudere Babyloniërs als voor de Akkadiërs, in de zee van de Ruimte. Tegen de tijd die door Berosus is beschreven, werd deze zee de zichtbare wateren aan het oppervlak van de aarde – de kristallen verblijfplaats van de grote moeder, de moeder van Ea en van alle goden – die nog later de grote draak Tiamat, de zeeslang werd. De laatste ontwikkelingstrap ervan was de grote worsteling van Bel met de draak – de duivel!
De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk 22 De val van het kruis in de stof (p. 630):
Als we ter wille van de redenering even aannemen dat de oude wereld niet bekend was met onze manier van rekenen of met de Arabische cijfers – hoewel wij weten dat het wel zo was – is er het denkbeeld van de cirkel en middellijn om te bewijzen dat dit het eerste symbool in de kosmogonie was. Vóór de trigrammen van Fo-hi, Yang , de eenheid en Yin , de tweeheid, die door Eliphas Lévi op voldoende scherpzinnige manier als volgt werden verklaard (Dogme et Rituel, Deel I, blz. 124): had China zijn Confucius en taoïsten. De eerstgenoemde begrenst het ‘grote uiterste’ binnen een cirkel met een horizontale middellijn; de laatstgenoemden plaatsen drie concentrische cirkels onder de grote cirkel, terwijl de Sung-wijzen het ‘grote uiterste’ in een bovenste cirkel voorstelden, en de hemel en de aarde in twee lagere en kleinere cirkels. De Yangs en Yins zijn een uitvinding van veel latere datum. Plato en zijn school hebben de godheid nooit anders opgevat, ondanks de vele benamingen die hij toepaste op de ‘god boven alles’ (ὁ ἐπὶ πᾶσι θεόϛ). Omdat Plato was ingewijd, kon hij niet geloven in een persoonlijke god – een reusachtige schaduw van de mens.
De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk 25 De mysteriën van het zevental (p. 707):
Omdat de zon, de maan en de planeten de nooit falende tijdmaten waren, waarvan het vermogen en de periodiciteit goed bekend waren, werden zij zo de grote heerser en heersers van ons kleine stelsel in al zijn zeven gebieden of ‘sferen van werkzaamheid’1.
Dit was zo duidelijk en opmerkelijk, dat deze wet zelfs de aandacht trok van veel hedendaagse geleerden, zowel materialisten als mystici. Natuurkundigen en theologen, wiskundigen en psychologen hebben herhaaldelijk de aandacht van de wereld op deze periodiciteit in het gedrag van de ‘Natuur’ gevestigd. Deze getallen worden in de ‘Toelichtingen’ met de volgende woorden verklaard.
De cirkel is niet de ‘ene’ maar het al.
In de hogere (hemel), de ondoordringbare rājah (‘ad bhutam’, zie Atharva-Veda X, 105), wordt hij (de cirkel) één, omdat (hij) de ondeelbare (is), en er geen tau in kan zijn.
In de tweede (van de drie ‘rajāmsi’ (tritīya), of de drie ‘werelden’) wordt de ene, twee (mannelijk en vrouwelijk); en drie (voeg de zoon of de logos toe); en de heilige vier (tetraktis, of het tetragrammaton).
In de derde (de lagere wereld of onze aarde) wordt het getal vier, en drie, en twee. Neem de eerste twee, en gij zult zeven krijgen, het heilige getal van het leven; verenig (dit laatste) met de middelste rājah en gij zult negen hebben, het heilige getal van het zijn en het worden2.
708: Wanneer de westerse oriëntalisten de werkelijke betekenis van de Rig-vedische verdelingen van de wereld – de tweevoudige, drievoudige, zes- en zevenvoudige, en vooral de negenvoudige verdeling – hebben begrepen, zal het mysterie van de cyclische verdelingen, toegepast op hemel en aarde, goden en mensen, voor hen duidelijker worden dan het nu is. Want:
‘Er is een harmonie van getallen in de hele natuur; in de zwaartekracht, in de planetaire bewegingen, in de wetten van warmte, licht, elektriciteit en scheikundige affiniteit, in de vormen van dieren en planten, in de zintuiglijke waarneming. Inderdaad richten de hedendaagse natuurwetenschappen zich op een generalisatie die door één enkele numerieke verhouding de fundamentele wetten van alles zal uitdrukken. We wijzen op de Philosophy of the Inductive Sciences van professor Whewell en op de onderzoekingen van Hay over de wetten van de harmonie in kleuren en vormen. Hieruit blijkt dat het getal zeven wordt onderkend in de wetten die de harmonieuze waarneming van vormen, kleuren en geluiden beheersen en waarschijnlijk ook van de smaak, indien we onze gewaarwordingen van die soort met wiskundige nauwkeurigheid konden analyseren’ (Medical Review, juli 1844).

Commentaar (november 2004) van Simon Vinkenoog (Kies: Chaos) op het boek Trialogen op de rand van het westers denken van Rupert Sheldrake.
Rupert Sheldrake: De verbeeldingskracht is chaos. Nieuwe vormen ontstaan uit de chaos.
Hesiodus: De drie voornaamste godheden waren Chaos, Gaia en Eros (Chaos, Gaea, Eros).
Frans van Eynatten boek Een introductie in concepten van het chaosdenken, Inleiding in chaosdenken - theorie en praktijk:
3 Chaosdenken als nieuw paradigma in de organisatiewetenschappen. Het Chaosdenken kan gezien worden als een nieuw paradigma. Dat houdt in dat wetenschappelijke onderzoekers zich rondom dit gedachtegoed groeperen en er heel specifieke eigen concepten en methoden voor ontwikkelen. We concentreren ons vanaf nu uitsluitend op de organisatiewetenschappen en op de wijze waarop het Chaosdenken zich daarbinnen ontwikkelt.

In het enneagram staat de scheppingsdriehoek 9 - 3 - 6, de Triade en bij de levensboom de Tetrade centraal. Bij de Wet van Zeven gaat het echter om de dynamiek van het systeem, van de gemanifesteerde werkelijkheid, het hexagram, dat zowel de Triade als de Tetrade omvat. Het biedt een handvat om de chaos in ons leven te helpen beheersen.

Lynn Margylis in haar boek De Symbiotische Planeet, de Planeet Aarde is fractaal gebouwd. Recent wiskundig onderzoek op het gebied van de fractalgeometrie heeft aangetoond dat je ook zonder kunstenaar ingewikkelde tekeningen kunt maken. Het enige wat je daarvoor nodig hebt is een computer die stapsgewijs berekeningen uitvoert. De ‘ontwerpen’ die de natuur gebruikt zijn in feite voortzettingen van hetgeen al op cellulaire schaal bestaat. De orde bestaat uit niets anders dan onbewuste, zich steeds herhalende activiteiten. In alle samenstellende delen van Gaia, het onderling verweven netwerk van al het leven, is in uiteenlopende mate sprake van leven en bewustzijn. Gaia vertoont de kenmerken van proprioceptie: haar activiteiten lijken gepland, maar vinden plaats zonder dat er een ‘hoofd’ of een ‘brein’ aan te pas komt. Proprioceptie als zelfbewustzijn is al ontstaan toen er nog geen dieren of hersenen waren. Gevoeligheid, bewustzijn en reactievermogen van planten, protoctisten, schimmels, bacteriën en dieren, elk in zijn eigen leefomgeving, vormen een zich herhalend patroon dat uiteindelijk ten grondslag ligt aan de mondiale regulering van Gaia ‘zelf’.

Het boek ‘het CHAOSPUNT’ van Ervin Laszlo laat zien dat de wereld op een tweesprong staat. Moeder Natuur bevat wel degelijk een mechanisme om de mensheid te leren, goedschiks dan wel kwaadschiks, niet te scherp voor de wind te laten varen. Het gaat juist mis wanneer de mens meent met arrogantie en overmoed de schepping te kunnen beheersen, de verborgen blauwdruk van het leven, het 5D-mechanisme te kunnen trotseren. Om niet in oude, herhalende gedragspatronen te vervallen is het nodig dat men zich realiseert dat een krachtige, heldere visie niet een eenmalige, maar een continu aangelegenheid is. Voor een creatief veranderingsproces is een juiste permanente voedingskracht, een kwalitatieve terugkoppeling een eerste vereiste.

Tegenover de eenheid staat de verscheidenheid, maar ook de chaos van de tegenstellingen. Het chaospunt kan juist de katalysator van creativiteit en vernieuwing zijn. De positieve kant van de medaille toont zekerheid en veiligheid, de keerzijde onzekerheid en onveiligheid. De werkelijkheid wordt gekenmerkt door fundamentele tegenstrijdigheden.

Het gaat er om het mechanisme van de viervoudige geopenbaarde krachten te onderkennen. Zijn de krachten creatief of destructief, gericht op integratie of desintegratie? Bij 5D gaat het om de transformatie tussen binnen en buiten en vice versa. Door tegenstellingen (antagonisme) te verkleinen, twee tegendelen meer in balans te brengen, te integreren ontstaat een hogere waarheid. In zijn algemeenheid gaat het om het scheppen van Eenheid in Verscheidenheid. Naast de esoterie is het met name Carl Jung geweest die zich in de samenhang tussen de Triade en de Tetrade heeft verdiept.

====

Zie ook:

Boeken:

Externe Links

<< vorige || volgende >>

Categorie: Artikelen | Rapport | Auteur: Harry Nijhof


Deze pagina werd sedert 16 dec. 2007 keer bekeken.