Deze filognostische presentatie is in aanbouw

Vrijheid en Onvrijheid

Krishnamurti: En in die afstand, de verdeling tussen de ziener en het ding dat wordt gezien, in die verdeling ligt het gehele conflict van de mens.
Hoe meer we over 'de waarheid' praten of zelfs maar denken, hoe verder we die van ons wegduwen.
Geen enkele organisatie of georganiseerde religie kan de mens naar waarheid of naar zijn verlossing leiden.
Waarheid is een land zonder paden.
Er bestaat geen pad naar de waarheid.
Je moet je eigen leraar en je eigen leerling zijn.
De tijd is nu,
de tijd omvat … het verleden,
de toekomst is nu.
Dus de dood is nu (kies: 'uitspraken').
Bewustzijn is de inhoud van het bewustzijn.

Twee kanten van één medaille (Drie domeinen, Gebroken symmetrie, Tetraktys)

Léon Hanssen, ‘Want alle verlies is winst’ (biografie over Menno ter Braak):
Ter Braak maakte met een verwijzing naar het boek Prometheus, dat heel dit proces van zelfbevrijding voor hem had ingeluid, de balans op en hij noteerde met één enkele regel in zijn agenda deze Heraclitische gedachte:
Want alle verlies is winst, alle nedergang opgang.

De Triade symboliseert de eenheid der tegendelen (Complementariteit).
Atma-Buddhi-Manas (Geest, hogere ongemanifesteerde Zelf) in de mens wordt door de drie Logoi {'Vader, Zoon en Heilige Geest' of 'Brahma, Vishnu en Shiva' (‘Scheppen, Onderhouden en Vernietigen’) of 'Isis, Osirus en Horus'} in de Kosmos weerspiegeld (Weerkaatsing, Toverlantaarn, Tetragrammaton). Alles in het universum ontstaat als gevolg van de interacties van polaire tegenstellingen, de dualiteit in de gemanifesteerde werkelijkheid.

De OerbronÉne werkelijkheidGrote Wet (De wet)Negenenveertig, ‘Gulden middenweg’Complementariteit (1)
De Ander centraalWet van analogie‘Zo Boven zo Beneden’'Waarnemer en Waargenomene'Recursie (2)
Evolutie en InvolutieWet van harmonie‘Wederkerigheid’Atoom en LevensatoomSpiegelsymmetrie (3)

De 4e dimensie, de absolute tijd scheidt verleden en toekomst, de 'Ruimte-tijd - Spiegelsymmetrie'. Of met andere woorden de absolute tijd verbindt de Ruimte-tijd, Zeitraum met het spiegelneuron en op een hoger aggregatieniveau met het superspiegelneuron. In de snaartheorie zijn energie en tijd twee complementaire grootheden. De complementariteit brengt de verbinding tussen verleden en toekomst tot uitdrukking. De verborgen 5e dimensie, de wederkerigheid tussen de micro- en de macrokosmos is kandidaat voor de verborgen complementariteit (evolutionaire kringloop), die een ommekeer in het denken, een paradigmawisseling mogelijk maakt.

ZwaartekrachtHermeneutische Cirkel (1 + 7)Gebroken symmetrieVerbeeldingskracht'Globale brein en Cybernetica'
TijdsymmetrieEnergie en Materie (2 + 6)4e Dimensie5DdenkraamWet van analogie (2)
 Materie-bewustzijn 
SpiegelsymmetrieEnergie en Tijd (3 + 5)5e Dimensie5D-conceptWet van harmonie (3)
MateriesymmetrieRuimte en Tijd (4)Zeven zintuigenEther-paradigmaÉne werkelijkheid (1)

Het is de ziel (tussennatuur), de schakel tussen 'Geest en Lichaam', die 'Bewust of Onbewust' voor 'Balans of Onbalans', 'Evolutie en Involutie' ('Evolutie of Devolutie') zorgdraagt.

Zowel Blavatsky, Jung als Teilhard de Charden laten los van elkaar zien dat er in het universum een zelfreinigend vermogen zit verscholen.

Blavatsky en Teilhard de Chardin maken van het begrip Wereldstof respectievelijk Weltstoff gebruik.

Teilhard de Chardin en Carl Jung, tijdgenoten van Blavatsky, zien de mens ook als een microkosmos van de universele macrokosmos. H.P. Blavatsky beschrijft Kosmos en mens, respectievelijk de macrokosmos en microkosmos in de Delen I en II van De Geheime Leer. De beide boeken dragen als ondertitel: ‘De synthese van wetenschap, godsdienst en wijsbegeerte’.
In het informatie registrerende en overdragende Akasha-veld (‘In-formatie’) van het universum worden de correlaties tussen de Scheppende - en Vormende wereld, de Micro - en Macrokosmos tot stand gebracht. Het is de psyche van elk individu dat aan de 'Kwantumshift in het wereldbrein' kan bijdragen.

TetraktysMetafysica,Esoterie:  De zevenvoudige samenstelling der planeten:Fysica
Monade1e Logos:Het Ene, Akasha1./7A/GWereld der archetypen;Zwaartekracht
Duade2e Logos:Geest-Stof2./6.B/FIntellectuele (verstandelijke) of scheppende wereld;Tijdsymmetrie
Triade3e Logos:Ether3./5.C/EAstrale of formatieve wereld (de vormende wereld);Spiegelsymmetrie
TetradeVuur, Lucht,Water en Aarde4.DStoffelijke wereldMateriesymmetrie

De natuurlijke ethiek van Spinoza hangt met de 4e dimensie, de co-reflectie van Teilhard, het projectiemechanisme van Jung en de weerspiegeling van Blavatsky samen. De éne werkelijkheid heeft betrekking op de wederkerigheid tussen Zo binnen, zo buiten en Zo boven, zo beneden, de Wet van analogie,die op basis van het zelfbewustzijn, het Reflexief Bewustzijn met behulp van de lemniscaat tot uitdrukking kan worden gebracht.

De 4e dimensie tijd maakt feedback en feedforward (bio- en neurofeedback) besturing mogelijk. We leven echter in het nu (De Geheime Leer Deel I, p. 67). Het nu staat tussen verleden en toekomst. Feedback schakelt terug naar het verleden en feedforward speelt in op de toekomst. Om uit ervaring te kunnen leren is terugkoppeling nodig. Feedforward besturing staat voor meta-besturing. Zelfbewustzijn, reflectie is mogelijk omdat we vanuit een hoger abstractieniveau, het zogenaamde helicopterview ons innerlijk en de buitenwereld kunnen waarnemen. Zelfbewustzijn berust op het inzicht te beseffen dat beelden slechts ideeën zijn die zich in elkaar spiegelen en in feite een eenheid vormen. Het 5Ddenkraam maakt van het open systeemdenken gebruik dat alles met elkaar samenhangt en elkaar beïnvloedt. Om de werking van de 5e dimensie te verklaren wordt van de systeemleer gebruik gemaakt. In het 5D-concept wordt op de homeostase van een sociaal systeem de nadruk gelegd.

Psycholoog Maurice Magnée: 'Tegenwoordig is er wél aandacht voor de hersenmechanismen die aan de basis liggen van autisme. En dat is maar goed ook, zegt hij, want autisten zijn niet asociaal. 'Ze leven in een andere werkelijkheid. En dat komt doordat hun informatieverwerkingssysteem is verstoord.'
Mensen met autisme zijn sociaal niet zo vaardig, communicatief en taalkundig niet sterk, en gedragen zich op een rigide manier.
Daarnaast zijn ze te veel gefocust op details en hebben ze te weinig oog voor het grotere geheel. Psycholoog Myriam Vandenbroucke, een collega van Magnée, laat in haar proefschrift zien dat die afwijkende waarneming te wijten is aan een verstoorde communicatie tussen bepaalde neurale netwerken in de hersenen.
Vandenbroucke ontdekte tijdens haar onderzoek dat er iets mis is met het zogeheten feedforward-feedback-mechanisme in het autistische brein. Feedforward-verbindingen lopen van de lagere, eenvoudige visuele gebieden naar de hogere, complexe gebieden; feedback-verbindingen lopen precies de andere kant op. De interacties tussen de lagere en hogere visuele gebiedjes verlopen razendsnel. Ze zorgen ervoor dat we, bijvoorbeeld, gelijktijdig iemands gezicht als geheel zien, én het moedervlekje op zijn wang.
Vandenbroucke: ‘Metingen met behulp van EEG en fMRI laten zien dat bij mensen met autisme de interacties tussen de neuronen binnen elk visueel gebied afwijken. Deze zogeheten horizontale verbindingen kunnen signalen zowel remmen als versterken. Bij autisten is de remming verstoord, waardoor het feedforward-feedback-mechanisme uit balans raakt. Het brein is daardoor wellicht slechter in staat informatie te groeperen, iets wat nodig is om een globaal overzicht te krijgen (Volkskrant 10 mei 2008).’

Alexander Men: Over Teilhard de Chardin (p. 30):
Daarom zijn voor Teilhard “de religie en de wetenschap twee onlosmakelijk met elkaar verbonden zijden of fasen van een en hetzelfde volledige kengebeuren, dat alleen het verleden en de toekomst van de evolutie zou kunnen omvatten“.

====

Verleden - Nu - Toekomst (’Oud – en Nieuw evolutionair perspectief')

Ilya Prigogine: tijd geeft het verschil aan tussen de rol van het verleden en die van de toekomst. Boek Order out of Chaos: We kunnen het oude a priori onderscheid tussen wetenschappelijke en ethische waarden niet langer accepteren…. Tegenwoordig weten we dat tijd een constructie is en daarom een ethische verantwoordelijkheid met zich draagt….Als gevolg daarvan is de individuele activiteit niet tot betekenisloosheid gedoemd.
De westerse filosofie is een voortgaande discussie tussen Herakleitos' wereld van het worden en Parmenides' wereld van het zijn. Deze discussie, die zo'n 2500 jaar geleden is gestart, is nog steeds niet ten einde.' De discussie draait om de vraag of er vaste en universele natuurwetten zijn of dat de natuur een wordingsproces zonder wetmatig-heden is. 'Geen van beide is volgens mij waar.'

Een dissipatief systeem of dissipatieve structuur is een open systeem dat met zijn omgeving energie en materie uitwisselt. Prigogine toonde aan dat hoe groter de complexiteitsgraad van een dissipatief systeem, hoe groter de kans dat het op een hoger complexiteitsniveau een (relatieve) stabiliteit bereikt. Leven 'eet' entropie : het bezit de potentie nieuwe vormen te creëren & oude vormen overbodig te maken. Dit 'eten' van de entropie (entelechie) is in feite de negatie van entropie & thermodynamische pijl en heet dus negentropie.

Ervin Laszlo en Jude Currivan boek KOSMOS een integrale visie op de wereld (p. 64), Wat is tijd? :
Niets in de relativiteitstheorie komt overeen met de manier waarop wij tijd ervaren als een ‘pijl’ die zich vanuit het verleden via het heden naar de toekomst verplaatst.
Het grote probleem is het verschijnen respectievelijk verdwijnen van het heden. De fysici hebben, zonder dat van de daken te schreeuwen, de factor tijd op zijn minst sinds de dagen van Galileo in feite geëlimineerd.
De onvermijdelijke toename van entropie veroorzaakte de vlucht van de tijdpijl. 65: Die universele symmetrie betekent dat de werkelijkheid alle ‘nu’s’ vanaf het eerste begin van het universum tot aan zijn uiteindelijke einde moet omvatten, zonder enig onderscheid tussen verleden, heden en toekomst. Het universum wordt zonder onderbreking herschapen in het fractale ‘nu’ van de Planck-tijd, gelijk aan het nagenoeg onvoorstelbaar korte moment van 10 tot de macht -44 seconde.

Het rapport ‘E i V’ bespreekt de kwintessens, de imaginaire 5Ddimensie ‘Ruimte en Duur’, het universele denkvermogen (universele quintessens). Het universele denkvermogen, de kosmische ruimte en de eeuwige duur zijn de drie aspecten van de éne werkelijkheid.

Volgens Harold Puthoff en Milo Wolff bestaan tijd en ruimte niet op het niveau van het Akasha-veld. Het Akasha-veld is als het ware het centrum van het bewustzijn, een fictief punt tussen ‘golven en deeltjes’. Het onzekerheidsprincipe geeft al aan dat de elementaire bouwstenen van de materie zich als deeltjes, dan weer als golven en soms als beide tegelijk gedragen.

Tijdloze, eeuwige NU
Vedisch spreekt men van trikâlika bij de driedeling van de tijd (kâla). Doorgaans wordt daar het verleden, het heden en de toekomst mee bedoeld, maar er zijn ook andere indelingen die hiermee verband houden: de drie zich herhalende seizoensgebonden viermaandelijkse perioden van het jaar (winter, zomer en lente/herfst); het creatieve, destructieve en behoudende van de tijd; het natuurlijke, culturele en psychologische van de tijd; het cyclische, lineaire en de eenheid van de tijd en, meer empirisch en specifiek cyclisch, de orde van de zon, de maan en de sterren.

René Meijer boek De Ether Bestaat (p. ii):
In die aanvankelijke aantrekking tot elkaar waardoor er leven wordt verwekt, er schepping is, en er daarna ook weer afstoting of vernietiging is, is er dus sprake van zowel een cyclisch als een lineair aspect van de beweging van de materie die we als de werking van de tijd omschrijven.
In feite betreft het twee effecten van de werking van de tijd die er zijn als fundamentele natuurkrachten:
de expanderende en de contraherende kracht; de centrifugale en de centripetale kracht, de middelpuntvliedende en de middelpuntzoekende kracht van de lineaire en de cyclische tijd. De uitbreiding is er dan als een effect van de lineaire tijd, en de samentrekking als een fenomeen van de cyclische tijd. De twee houden elkaar in evenwicht en geven zo een relatief stabiel universum, sterrenstelsel of zonnestelsel te zien. Met het cyclische van de tijd vinden we de zekerheid en geborgenheid van het geschapen leven op een planeet. Met het lineaire van de tijd vinden we de vrijheid, om conditioneringen te doorbreken, als ook het unieke van het nimmer wederkerende moment zodat we het leven kunnen waarderen als een avontuur, ook al volgt onvermijdelijk de dood en de vernietiging weer.
René Meijer boek De Ether Bestaat (p. 22): Dat is nu de wet van de tijd: de verandering is het absolute, niet dat wat verandert. De verandering blijft de verandering, ook als ze verandert, net zoals ruimte of de ether, de ruimte of de ether blijft, ook al is ze elders en is tenslotte de materie ook absoluut een electromagnetisch fenomeen, niet zo zeer wat betreft een tijdelijke vorm, maar wat betreft haar bestaan als een energetische contractie waarzonder de eerste twee geen betekenis hebben, ook al is ze zo ijl als het licht.
Neen dus, de snelheid van het licht is geen absolute waarde, dat is nu logisch uitgesloten. Einstein kan daarom, ook al aanvaarden we zijn bekentenis tot de relatieve ether, geen leidraad vormen voor een filosofisch verantwoord betoog ten behoeve van een bepaalde orde van de tijd. We moeten uitgaan van het absolute van de tijd, het absolute van de verandering dat er is als een eeuwig leven van alle materie in de ruimte.
Methodisch consequent doorredenerend luidt het tegenargument op het betwijfelen van het absolute van de tijd op dit punt, dat het relatief en afhankelijk verklaren van de tijd nog niet de absolute werkelijkheid ervan als een onafhankelijke variabele uitsluit. Of, zoals dualistisch Immanuel Kant (1724-1804) het zou zeggen: de tijd voor zich heeft, onkenbaar als die in zijn volle glorie - volgens ook de franse filosoof Henri Bergson (1859-1941) - is in feite, jouw bestaan niet nodig om zelf te bestaan en de tijd op zich zoals je die leeft als een ervaring van zijn - waar de existentialist Martin Heidegger (1889-1976) het dan weer over had - heeft daar dan ook wezenlijk geen vat op, alle politiek en pragmatisch geïnspireerde manipulaties ten spijt.
55: De primaire orde van het cyclische kennen we in beginsel filognostisch als een drievoudigheid die vedisch trikâlika wordt genoemd. De tijd in drieën verdeeld kennen we zo meestal als het verleden, het heden en de toekomst die vedisch in de vorm van zich herhalende (cyclische) tijdperken of mahâyuga's tot elkaar leiden, maar wordt ook, zoals in het voorwoord b.v., omschreven in andere driedelingen zoals de drie zich herhalende seizoensgebonden viermaandelijkse perioden van het jaar (winter, zomer en lente/herfst); het creatieve, destructieve en behoudende van de tijd; het natuurlijke, culturele en psychologische van de tijd; het cyclische, lineaire en de eenheid van de tijd en, meer empirisch en specifiek cyclisch, de orde van de zon, de maan en de sterren.
89: Onze vaderlander hierin Amrito, de ex-psychiater Jan Foudraine, spreekt, ook naar aanleiding van de goeroe Jiddu Krishnamurti, van meester, antimeester en psychotherapeut: je hebt soms een therapeut nodig om van de meester te leren dat je geen meester nodig hebt. De 'oranjemensen' en andere trans-cendentalisten houden zich met hun 'antimeesters' bezig met meditatietechnieken - klankschalen, Tai Chi, Yin- Yang en Tao, enneagrammen, bloesemtherapie, Reiki, dynamische meditatie, accupunctuur, homeopatie, massage, channeling, encounter, transmissie en wat dies meer zij - en putten daarbij uit een verscheidenheid aan bronnen om hun diverse methoden om te genezen van de aandoeningen van het materialisme te staven. Verder zijn ze erop uit het hier en nu te omhelzen, want het verleden is er niet echt meer en de toekomst is er ook niet echt. De werkelijkheid is nu.

In het rapport ‘E i V’ wordt gebruik gemaakt van de hypothese van René Meijer dat de tijd 'Absoluut en Relatief' is.

HDT volgt de wisselwerking tussen deze twee complementaire principes. Maarten Zweers: boek Zeven bouwstukken (p. 57):
Door de wisselwerking tussen deze twee complementaire principes ('Dat en Dit' of 'Yin en Yang') is er sprake van een periodieke, cyclische beweging van uitademing en inademing, van emanatie en immanatie van het hoogst onkenbare. Een wereld, waarin het hoogst onkenbare zich in een oneindige grote differentiatie ontvouwt. Het hoogst onkenbare splitst zich in het hoogste Yang en het hoogste Yin. Zowel dit hoogste Yang als dit hoogste Yin zijn weer als principes te zien, die zich beide weer splitsen in een Yang en Yin van nog een order lager: De twee wordt tot vier. Zo ontstaat de reeks van het tweetallig stelsel, dat wiskundig weergegeven wordt met: 2 tot macht 0 = 1; 2 tot macht 1 = 2; 2 tot macht 2 = 4; 2 tot macht 3 = 8; 2 tot macht 4 = 16; 2 tot macht 5 = 32; 2 tot macht 6 = 64; 2 tot macht oneindig = de wereld der 10.000 dingen.

====

Voelen en Denken (Plato, Zelf-ontplooiing, Inhoud en Vorm)

Interview kosmoloog Marcelo GleiserEr wordt veel volslagen waanzin verkondigd’ (Vollkskrant 27 november 2010)
De wetenschap belooft je geen leven na de dood, maar het feit dat de atomen in jouw lichaam afkomstig zijn uit een andere ster, verbindt jou met de kosmos.

H.P. Blavatsky De Geheime Leer Deel I, Proloog (p. 32):
Zij is het ENE LEVEN, eeuwig, onzichtbaar en toch alomtegenwoordig, zonder begin of einde en toch periodiek in haar geregelde manifestaties, terwijl tussen die perioden het duistere geheim van het niet-zijn heerst; onbewust en toch absoluut Bewustzijn; niet te verwerkelijken en toch de ene op zichzelf bestaande werkelijkheid; inderdaad ‘een chaos voor het gevoel, een Kosmos voor de rede’. Haar ene absolute kenmerk, namelijk HETZELF, de eeuwige, onophoudelijke beweging, wordt in esoterische taal de ‘grote adem’2 genoemd, dat is de eeuwigdurende beweging van het Heelal in de zin van grenzeloze, altijd aanwezige RUIMTE. Wat bewegingloos is, kan niet goddelijk zijn. Maar er is ook in feite en in werkelijkheid niets absoluut onbeweeglijk binnen de universele ziel.

Ali Ritsema De dynamiek van heelheid (Theosofia 103/6 • december 2002, blz. 216 – 221)
Over deze transmutatie wordt gesproken in het boek ‘The Inner Life of Krishnamurti”, geschreven door Aryel Sanat. In dit boek wordt gesteld dat Krishnamurti vanaf het begin gesproken heeft over de noodzaak van een radicale transformatie of mutatie en dat zonder zo’n mutatie de mens- heid geen toekomst van spirituele betekenis zou hebben of misschien wel helemaal geen toekomst. Slechts in de laatste jaren van zijn leven schijnt Krishnamurti verduidelijkt te hebben dat deze mutatie niet alleen psycho-spiritueel van aard was zoals zijn gehoor het altijd begrepen had, maar dat dit ook een biologische mutatie betreft, dat wil zeggen een mutatie van de breincellen.

Voor de complementariteit van Bohr wordt nu het begrip dualiteit van 'Golven en Deeltjes' gebruikt. Complementariteit is de basis bouwsteen in het rapport ‘E i V’. Het meest eenvoudige denkschema gaat over symmetrie en gebroken symmetrie, over ‘en-en’ en ‘of-of’. Het ‘of-of’ ('wij' en 'zij') heeft betrekking op ‘wat onderscheidt mij van de ander’ en ‘en-en’ op de oriëntatie ‘wat verbindt ons’. Het gaat om altruïsme, niet om egoïsme. Of zoals Jan Börger het uitdrukt: De Basis van alle cultuur is de ether, d.w.z. de eenheden voorzich gedacht en de eenheden in-een gedacht en dat tegelijkertijd. Maar er is niets nieuws onder de zon, in de Bhagavad Gita wordt al over paren van tegenstellingen, polariteiten gesproken.
Het is de wereld van introspectie, van denken en voelen, van hoofd en hart. De 16e eeuwse Franse schrijver Michel de Montaigne wordt gezien als de eerste Europese schrijver die zijn eigen gedachten en gevoelens bestudeerde en tot onderwerp maakte van zijn geschriften.
De Ouroboros symboliseert de cyclische gang van de natuur van de schepping en de destructie, leven en dood, de eeuwige cyclus van vernieuwing. Er is een veelheid aan 5D-concepten en perspectieven waarop we de wereld kunnen aanschouwen, maar er is maar één waarheid, die door de eerste grondstelling naar voren wordt gebracht. De schepping van het mechanisme van de neuronen, dat aan het ‘en-en’ en ‘of-of’ ten grondslag ligt gaat ons verstand te boven.

De onderbuikgevoelens, de relatie tussen ’navel (buik) en hart’, zijn het dilemma. De onderbuikgevoelens kunnen een probleem laten escaleren, maar ook een oplossingsrichting aanreiken.
De Goddelijke liefde (het Schone), Eros (thumos) zorgt voor het verbinden terwijl daarentegen de omgekeerde weerkaatsing van Eros (Epithumia) voor het scheiden zorgdraagt. De negatieve betekenis van Eros staat voor wellust, driftleven, epithumia.

Christine Mummery: Dear Mr. Darwin (Volkskrant 5 december 2009):
Komt regeneratie ook voor bij de mens? In beperkte mate wel: vingertoppen en longblaasjes van kleine kinderen kunnen weer aangroeien, en als onze lever beschadigd is door tumoren of alcohol, kan deze zich grotendeels herstellen. Maar waarom kunnen onze ledematen zoals vingers of tenen dat niet, zoals bij de salamander?
Deze vraag wordt vaak gesteld aan stamcelonderzoekers die zich bezighouden met regeneratieve geneeskunde. Het zou een uitkomst zijn voor verkeers- of oorlogsslachtoffers.
Heeft de evolutie de mens in de steek gelaten? Zouden we niet het liefst de evolutie willen omkeren om dat vermogen tot regeneratie terug te winnen? Of hebben we in plaats van regeneratie iets ontwikkeld dat veel nuttiger is voor onze overleving?
Onderzoek heeft aangetoond dat een eiwit met de bijzondere naam sonic hedgehog of shh bij regeneratie betrokken is.
Verlies van de mogelijkheid tot ledemaatregeneratie kan gedurende de evolutie dus juist onze redding zijn geweest. Het zorgde ervoor dat wij een veel hogere leeftijd kunnen bereiken dan de kikker of salamander.
Omgekeerde evolutie? U zou dat wellicht geen goed idee hebben gevonden.

Door het proces op aarde in omgekeerde volgorde te laten verlopen is het mogelijk het onderbewustzijn met de kennis van het hart te beïnvloeden, naar de Monade, het natuurlijke bewustzijn, de ‘natuurlijke selectie’ terug te keren. Het integrale en ... en denken maakt een heerlijke, vreedzame wereld mogelijk. Door het Kali Yuga, het Duistere Tijdperk achter ons te laten.

De monaden (monadologie) van Leibnitz (psycho-fysisch parallellisme) lijken verdacht veel op de eonische tijdruimten of psychonen van John Eccles. In plaats van de mentale eenheid psychon past René Meijer in zijn hiërarchische deeltjestheorie (HDT) de integron toe.

Hart:
Centrum van de menselijke microkosmos, drager van het Geestvonkatoom - de Roos -, de basis voor het ontwaken en de heropbouw van de Ziel. Daarom begint de bevrijdingsweg - die eindigt op de top van Golgotha in het hoofdheiligdom - steeds in Bethlehem, de grot van het Hart, waar het Godskind - de goddelijke kundalini - geboren wordt. Elk ander proces dat berust op mentale of occulte vermogens (van het hoofd of van het sacrum) van de persoonlijkheid lopen uit op een nog grotere gevangenschap (zie Aurisch wezen).

David Pratt John Eccles over het denkvermogen en de hersenen
Eccles noemt de fundamentele neurale eenheden van de cerebrale cortex [de hersenschors] dendronen, en stelt dat elk van de 40 miljoen dendronen is verbonden met een mentale eenheid of psychon, die een één geheel vormende bewuste ervaring vertegenwoordigt. Bij bewuste handelingen en gedachten werken psychonen in op dendronen en doen voor een ogenblik de waarschijnlijkheid toenemen van het ‘vuren’ van geselecteerde neuronen, terwijl bij waarneming het omgekeerde proces plaatsvindt. Interactie tussen de psychonen zelf zou de eenheid van onze waarnemingen en van de innerlijke wereld van ons denkvermogen kunnen verklaren.

P.H. Smolders: HET BEWUSTZIJN VERKLAARD??? - een kritische bespreking van 'Consciousness Explained', Daniel C. Dennett, 1991.
In andere woorden: Dennett veronderstelt dat het mogelijk is dat een neuron niet bij een, maar bij meerdere processen tegelijk betrokken kan zijn. Een van die processen is het programma (de software) dat hij de seriële virtuele Von Neumanneske machine noemt.

Zowel John Eccles als Daniel C. Dennett wijzen op het grote belang van neuronen.

====

Zelfregulering ('Zaaien en Oogsten', Wederkerigheid, 'Groupthink en Creativethink')

Jiddu Krishnamurti Het boek van het leven
Er is een andere kunst: de kunst van het leren. Computers kunnen leren; zij kunnen geprogrammeerd worden en zij zullen herhalen wat hun verteld is. Wij ondervinden eerst, verzamelen kennis, slaan die op in de hersenen, dan ontstaan gedachten als herinnering en daarna handeling. En van dat handelen leer je. Op die manier is leren het vergaren van meer kennis. Dit is wat een denkvermogen wat waarneemt en waakzaam is steeds doet, zoals een computer. Ervaring, kennis, herinnering, gedachte, handeling - dat is wat we alsmaar doen, wat leren genoemd wordt - leren door ervaring. Dit is de geschiedenis van de mens - voortdurende uitdaging en de reactie op die uitdaging. En het boek bevat de hele kennis van de mensheid, en dat ben jij.

Jacques Groenen en Peter Ramaekers ZELFORGANISATIE IN HET BREIN
De nieuwe bewustzijntechnologie die subtiele lichaamssignalen meet en weergeeft op een computer maakt het mogelijk om deze voorheen niet gebruikte informatie bewust te gebruiken tijdens intensieve leerprocessen. Op deze manier wordt zelforganisatie van het menselijke bewustzijn op een hoger niveau gestimuleerd en bereikt. Het is een nieuwe revolutionaire stap in het ontstaan van de kennismaatschappij.

Ervin Laszlo boek Kosmische Visie Wetenschap en het Akasha-veld (p. 50/51):
Als twee of meer torsiegolven op elkaar inwerken, integreert het daaruit voortvloeiende interferentiepatronen (interferentiepatronen) de informatie van alle deeltjes in het geheel. We kunnen eenvoudiger en zinvoller - zeggen dat de vortices informatie registreren over de toestand van de deeltjes waardoor ze werden gecreëerd, terwijl het interferentiepatroon de informatie registreert over het totaal van de deeltjes wier vortices elkaar hebben ontmoet.
105: Stanislav Grof stelde vast dat veel mensen in ingrijpend veranderde bewustzijnstoestanden een vorm van bewustzijn ervaren die dat van het universum zelf lijkt te zijn. Deze hoogst opmerkelijke veranderde toestand treedt op bij mensen die zich met hart en ziel wijden aan de taak om de ultieme gronden van al het bestaande te begrijpen.

Ervin Laszlo en Jude Currivan boek KOSMOS een integrale visie op de wereld (p. 112):
Een andere onderzoekspionier op het gebied van het menselijk bioveld is de biofysicus Fritz-Albert Popp. Samen met zijn collega’s van het International Institute of Biophysics onderzocht Popp jarenlang een ander aspect van het bioveld, bestaande uit de emissie van licht (biofotonen).

Voor biofotonen geldt hetzelfde als voor neutronen, synapsen, gedachten en gevoelens (communicatie) ze verschijnen en verdwijnen.
Een synaps is een verbinding tussen twee neuronen waardoor een impuls kan worden overgedragen. Het brein bestaat uit zenuwcellen, de neuronen. Onder invloed van interacties met de buitenwereld kunnen hersencellen worden aangemaakt en verdwijnen. Neuronen en spiegelneuronen hebben vertakkingen en vormen zo een neuronennetwerk. Waar ze elkaar raken in de synapsen, ontstaat een gedachte of herinnering. Ideeën, gedachten en emoties zijn verbonden in dit neuronetwerk en ze zijn elk mogelijk verbonden met elkaar. Het brein is een medium dat het vormen van gedachten mogelijk maakt, maar is er niet de bron van. Door nieuwe associaties te leggen is een diversiviteit van representaties, het 5D-concept ontstaan. Het biedt een houvast om de éne werkelijkheid beter te leren begrijpen.

Plato verdeelde de werkelijkheid in twee zijnssferen, materie en geest met als schakel de ziel. Het Antahkarana, nous legt de imaginaire verbinding tussen epithumia en thumos. Het zelfbewustzijn, dat meta-leren mogelijk maakt, kan als een recursiefproces worden opgevat. Het pentagram staat symbool voor zelfgelijkvormigheid, recursie.

In de hoofdstukken 2, 3 en 4 van deze bijlage worden aan drie thema’s uit het boek Het Innerlijke Leven van Krishnamurti van Aryel Sanat bijzondere aandacht besteed. Deze drie thema's zijn het getal negenenveertig, paren van tegenstellingen en waarnemer en het waargenomene. Ook worden deze thema’s in samenhang met de drie grondstellingen van de theosofie belicht. De rode draad in het verhaal is de uitspraak van Krishnamurti Waarheid is een land zonder paden. Het biedt uiteindelijk een kader om de harmonie waaraan op dit moment zo’n behoefte is te bevorderen.

De levensboom symboliseert de éne werkelijkheid en de boom van kennis van goed en kwaad de ommekeer, de bewustzijnsevolutie van de mens. De levensboom en de boom van goed en kwaad geven samen een weerslag van de blauwdruk van de schepping en van de wetmatigheden die ten grondslag liggen aan het ontstaan, zich voordoen en voorbijgaan van alle verschijnselen. De complementariteit tussen de twee bomen toont de wetmatigheid achter alle inspanningen, blokkades, op- en neergaande bewegingen, successen en mislukkingen.

De éne werkelijkheid laat zich door dichotomieën verklaren. Verbeeldingskracht, creativethink maakt het mogelijk de ongeordendheid van een systeem, de entropie te verminderen. Creativethink (zelfgenezend vermogen), geestelijke ordening staat tegenover chaos. Creativethink, leren in het kader van de geestelijke wereld, stelt zich open voor nieuwe ervaringen, voor creativiteit. Er wordt niet op oude patronen, conditioneringen en groupthink voortgeborduurd. Creatieve evolutie (creativethink) brengt de natuurlijke -, de beheers - en de vernietigende kringloop tot uitdrukking. Het darwinistisch evolutionisme is met deze kringloop verbonden. Het is mogelijk het verleden van twee kanten te belichten. De geschiedschrijving toont de geestelijke kant van de medaille en het darwinisme verklaart het aardwetenschappelijk archief.

De lus van Robbert Dijkgraaf kan met de merkwaardige lus van Douglas Hofstadter worden vergeleken. In het rapport ‘E i V’ wordt in plaats van lus het begrip lemniscaat, de oneindige kringloop (Blavatsky: de absolute eeuwige universele beweging of trilling, svabhavat, ‘de veranderlijke uitstraling van de onveranderlijke duisternis, die onbewust is in eeuwigheid’) gebruikt. Het mysterie blijft dus uiteindelijk bestaan. Blavatsky geeft een oplossingsrichting aan.

Plutarchus onderscheidt de lagere en hogere Tetraktis (Deel II p. 682), de aardse en hemelse Tetraktis (p. 688). Samen vormen deze de lemniscaat (Lorenz Attractor), die het aardse met het hemelse verbindt.

De ‘Merkwaardige lus’ is een besturingsmechanisme dat op een niveau en tussen niveaus werkzaam is. De lus kan met de lemniscaat van het kompaskwadrant worden vergeleken. Bij ‘Verstrengelde hiërarchie’ onderscheiden we niveaus als bewust en onbewust, kwantitatieve as en kwalitatieve as, individu en collectief. Op een niveau en tussen niveaus bestaan de spanningsvelden 'eustress of distress'. Bij een koppel kun je spreken over de band die ontstaat, terwijl bij groepen, grotere eenheden er sprake is van een sfeer, het hangt in de lucht, een cultuur. De niveaus zijn onderling verbonden, er vindt een wisselwerking plaats. De partner waarmee je samenleeft, de groep, de cultuur waar je deel van uitmaakt spelen een belangrijke rol bij de keuzes die je bewust of onbewust in het leven maakt.

De lemniscaat laat zien dat de aardse kringloop tegengesteld is aan de hemelse kringloop. Desintegratie, een gesloten lus, een loop ontstaat wanneer we bijvoorbeeld hokjesgeest laten overheersen. De chaostheorie leert dat het gedrag van de natuur daardoor onvoorspelbaar wordt. Is het dan niet logischer om te kiezen voor integratie? We moeten de regels van het spel beter leren spelen. Integratie, het creatief bezig zijn geeft energie en desintegratie kost energie. Leren is een groeiproces, een bewustwordingsproces.

De socioloog Abraham de Swaan wijst op het mechanisme identificatie en ‘desidentificatie’. Als mensen zich als groep aaneensluiten, sluiten ze anderen uit. Dat zijn twee kanten van eenzelfde proces. Volgens het identificatie mechanisme van de gesloten lus in de sociologie leidt insluiting automatisch tot uitsluiting en maakt daarmee een wereldsamenleving onmogelijk.

Wanneer de persoonlijkheid zich heeft losgemaakt van het ik-besef, het gevoel van afgescheidenheid, en het eenvoudig een verlengstuk van de individualiteit zal zijn geworden, zal er zefs geen brug meer tussen deze twee nodig zijn en de theosofie zegt ons dan dat, dat wat men het antakarana noemt - dat wil zeggen de verbinding, het kanaal waardoor de communicatie plaatsvindt tussen de persoonlijkheid en de individualiteit – gedoemd is te verdwijnen.

Het 5e element ether is niet nieuw, het was al bekend uit de vedische cultuur van vele duizenden jaren geleden, maar werd in de westerse filosofie al zo vroeg als 350 jaar v.Chr. beschreven door Plato in zijn boek “Timaeus” aan de hand van de vijf platonische lichamen beschreven. Het kompaskwadrant is op de driehoek van Pythagoras en de vijf Platonische lichamen geënt. Het 5e element van de Grieken verbindt, is een synthese van de 4 elementen vuur, lucht, water en aarde. De ether in het moderne denken staat b.v. bij de existentieel filosoof Martin Heidegger voor de vrije lucht van de hoge hemelen, het open bereik van de geest.

Begrijpen is volgens Spinoza de dingen zien in hun ‘logische afhankelijkheid’.
Het begrip toeval wordt in verband gebracht met ‘logische afhankelijkheid’ en ‘acausale geordendheid’ (Karma-Nemesis).
Dr. Jolande Jacobi boek De psychologie van Carl G. Jung (p. 21): Jung noemde, een modaliteit die er eenvoudigweg is, zonder oorzaak, ‘acausale geordendheid’.
Barbara Hannah boek Jung zijn leven zijn werk (p. 319): Jung toonde aan dat synchronistische gebeurtenissen slechts een specifiek voorbeeld lijken te zijn van een veel breder natuurlijk beginsel, dat hij ‘acausale geordendheid’ noemde, een modaliteit die er eenvoudigweg is, zonder oorzaak, zoals in het geval van de discontinuïteiten in de fyica (de geordendheid van energiekwantums, nucleair verval enzovoort) of de natuurlijke getallen.

H.P. Blavatsky: De Geheime Leer Deel I, Proloog (p. 45):
Het ‘gemanifesteerde Heelal’ is dus doordrongen van dualiteit en deze is als het ware de essentie van zijn EX-istentie als ‘manifestatie’. Maar evenals de tegenovergestelde polen van subject en object, geest en stof, alleen maar aspecten zijn van de Ene Eenheid waarin ze tot synthese zijn gebracht, zo is er ook in het gemanifesteerde Heelal ‘dat’ wat geest aan stof, en subject aan object verbindt.
De Geheime Leer Deel I, Stanza 4 De zevenvvoudige hiërarchieën (p. 125):
Het ‘leger van de stem’ is de oervorm van de ‘menigte van de logos’ of het ‘WOORD’ van de Sepher Jezirah, dat in de Geheime Leer ‘het ene getal, voortgekomen uit geen-getal’ wordt genoemd – het Ene eeuwige Beginsel. De esoterische theogonie begint met het Ene, dat gemanifesteerd en dus niet eeuwig is in zijn aanwezigheid en in zijn bestaan, hoewel wèl eeuwig in zijn essentie; het getal van de getallen en de getelden – de laatste komen voort uit de stem, de vrouwelijke Vach, Satarupa ‘met de honderd vormen’, of de Natuur. Uit dit getal 10, of scheppende natuur, de moeder – de occulte ‘nul’ die, in verbinding met de eenheid ‘1’ (één) of de levensgeest, altijd voortbrengt en vermenigvuldigt – kwam het gehele Heelal voort.
127: (b) Vervolgens zien wij dat de kosmische stof zich verspreidt en zich tot elementen vormt en zich groepeert tot de mystieke vier binnen het vijfde element – ether, de bekleding van akasa, de anima mundi of moeder van de Kosmos. ‘Punten, lijnen, driehoeken, kubussen, cirkels’ en tenslotte ‘bollen’ – waarom of hoe? Omdat, zegt de Toelichting, dit de eerste natuurwet is en omdat de Natuur in al haar manifestaties meetkundig te werk gaat. Er is – niet alleen in de oerstof, maar ook in de gemanifesteerde stof van ons gebied van verschijnselen – een inherente wet (Law of One), met behulp waarvan de Natuur haar meetkundige vormen en later ook haar samengestelde elementen met elkaar in verband brengt, en waarin geen plaats is voor ongeluk of toeval. Het is een grondwet van het occultisme, dat er in de Natuur geen rust of ophouden van beweging voorkomt9.
9) De kennis van deze wet stelt de arhat in staat – en helpt hem – zijn siddhi’s of verschillende verschijnselen tot stand te brengen, zoals het laten uiteenvallen van de stof en het overbrengen van voorwerpen van de ene plaats naar de andere.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 16 Cyclische evolutie en karma (p. 704):
In de eerste twee Afdelingen hebben we aangetoond dat bij het eerste trillen van het opnieuw ontstaande leven, svabhavat, ‘de veranderlijke uitstraling van de onveranderlijke duisternis, die onbewust is in eeuwigheid’, bij elke wedergeboorte van de Kosmos overgaat van een passieve toestand naar een van intense activiteit; dat het zich differentieert en dan door middel van die differentiatie begint te werken. Dit werk is KARMA.
713/714: ‘De drievormige schikgodinnen en de altijd waakzame furiën’ zijn alleen op aarde haar attributen, en ze zijn door onszelf voortgebracht. Van de paden van haar kringloop is geen terugkeer mogelijk; toch hebben wij die paden zelf gemaakt, want wij zelf, collectief of individueel, bereiden ze voor. Karma-Nemesis is synoniem met VOORZIENIGHEID, zonder vooropgezet plan, goedheid en iedere andere eindige eigenschap en kwalificatie, die zo onfilosofisch aan deze laatste wordt toegeschreven. Een occultist of een filosoof zal niet spreken over de goedheid of wreedheid van de voorzienigheid, maar hij zal deze vereenzelvigen met karma-Nemesis en verkondigen dat zij niettemin de goeden beschermt en over hen waakt in zowel dit als toekomstige levens, en dat zij de boosdoener bestraft – ja, zelfs tot in zijn zevende wedergeboorte.
716: Maar voor de heidenen betekenden de cyclussen iets meer dan alleen maar een opeenvolging van gebeurtenissen, of een periodieke tijdruimte van langere of kortere duur; bij hen, zoals Coleridge het uitdrukt, ‘. . . was tijd, cyclische tijd, de abstractie van de godheid . . .’, die ‘godheid’ die zich manifesteerde in samenhang met en alleen door karma en die karma-nemesis zelf was. Want die cyclussen werden in het algemeen gekenmerkt door terugkerende gebeurtenissen van een afwisselender en verstandelijker aard dan die men kan zien in de periodieke terugkeer van de seizoenen of van bepaalde constellaties. De moderne wijsheid stelt zich tevreden met sterrenkundige berekeningen en voorspellingen die zijn gebaseerd op onfeilbare wiskundige wetten. De oude wijsheid voegde aan de koude schil van de astronomie de bezielende elementen van haar ziel en geest toe – de ASTROLOGIE. En omdat de bewegingen van de sterren werkelijk nog andere gebeurtenissen op aarde regelen en bepalen dan de groei van aardappelen en de periodieke ziekte van dat nuttige gewas (een bewering die, omdat deze niet wetenschappelijk kan worden verklaard, slechts belachelijk wordt gemaakt, maar toch aanvaard), moet men erkennen dat die gebeurtenissen vooraf worden bepaald door eenvoudige sterrenkundige berekeningen. Zij die in astrologie geloven, zullen onze bedoeling begrijpen, sceptici zullen om dat geloof lachen en het denkbeeld bespotten. Zo sluiten zij als een struisvogel hun ogen voor hun eigen lot . . .10.
10) Maar niet allen, want er zijn wetenschappers die de waarheid beginnen te ontdekken. Zo lezen we het volgende: ‘Waarop we onze blik ook richten, overal ontmoeten we een mysterie . . . alles in de Natuur is voor ons het onbekende . . . Toch zijn ze talrijk, die oppervlakkige denkers, voor wie niets door natuurkrachten kan worden voortgebracht, behalve de feiten die lang geleden bekend werden, geheiligd in boeken en min of meer handig gegroepeerd met behulp van theorieën waarvan de korte levensduur nu wel hun ontoereikendheid had moeten aantonen . . . Ik matig mij niet aan het mogelijke bestaan van onzichtbare wezens te bestrijden, die een andere natuur hebben dan de onze en die in staat zijn stof in beweging te brengen. Diepzinnige filosofen hebben dit in alle tijden erkend, als een gevolg van de grote wet van de continuïteit die het Heelal regeert. Kan de ontwikkeling van dat intellect, dat op de een of andere manier uit het niet-zijn (néant) tevoorschijn komt en dat geleidelijk de mens bereikt, plotseling bij de mens ophouden om pas in het oneindige, in de hoogste bestuurder van de wereld, weer te verschijnen? Dit is niet erg waarschijnlijk.’ Daarom . . . ‘ontken ik evenmin het bestaan van geesten als van de ziel, en probeer bepaalde feiten zonder deze hypothesen te verklaren . . .’. The Non Defined Forces, Historical and Experimental Researches, blz. 3. Het bovenstaande werd geschreven door A. de Rochas, een bekende wetenschapper in Frankrijk; zijn boek is een van de tekenen van de tijd. (Parijs, Masson, Boulevard St. Germain, 1887.)
715: Kennis van karma geeft de overtuiging dat als
‘. . . de deugd wordt gekweld en de ondeugd zegeviert
De mensheid tot atheïsten wordt gemaakt’9,
9) Dryden.
716/717: Zo regelt karma zelfs de menselijke spot op wederzijdse kosten van sekten, geleerde genootschappen en individuen. Bij de prognose van dergelijke toekomstige gebeurtenissen, die alle worden voorspeld op gezag van cyclische terugkeer, speelt echter geen enkel paranormaal verschijnsel een rol. Het is geen vooruitzien en ook geen profetie, evenmin als het aankondigen van een komeet of een ster, een aantal jaren vóór deze verschijnt. Het zijn eenvoudig kennis en wiskundig juiste berekeningen, die de WIJZEN UIT HET OOSTEN in staat stellen te voorspellen, bijvoorbeeld dat Engeland aan de vooravond van een of andere ramp staat; dat Frankrijk zo’n punt in zijn cyclus nadert en dat Europa in het algemeen wordt bedreigd met of beter gezegd aan de vooravond staat van een grote ramp, waartoe het in zijn cyclus van ras-karma is gebracht.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 17 De dierenriem en zijn ouderdom (p. 721):
Pythagoras en na hem Philo Judaeus beschouwden het getal 12 als heel heilig. ‘De dodecaëder is een VOLMAAKT getal.’ Het is het getal van de tekens van de Dierenriem, voegt Philo eraan toe, die de zon in twaalf maanden bezoekt, en het is ter ere van dat teken dat Mozes zijn volk in twaalf stammen verdeelde, de twaalf koeken (Levit. xxiv, 5) van het toonbrood instelde en twaalf edelstenen plaatste rond het gewaad van de hogepriesters. (Zie De Profugis.)

De Geheime Leer Deel II, De rassen met het ‘derde oog’ (p. 344):
Karma heeft nooit getracht de verstandelijke en individuele vrijheid te vernietigen, zoals de God die door de monotheïsten werd uitgevonden. Het heeft zijn besluiten niet in het duister gehuld om de mens opzettelijk in verwarring te brengen, en wie het waagt zijn geheimen nauwkeurig te onderzoeken, zal niet door karma worden gestraft. Integendeel, wie door studie en meditatie zijn ingewikkelde paden ontwart en licht werpt op die duistere wegen, in de kronkelingen waarvan zovelen te gronde gaan tengevolge van hun onbekendheid met het labyrint van het leven, werkt ten bate van zijn medemensen. KARMA is een absolute en eeuwige wet (law of one) in de gemanifesteerde wereld; en omdat er maar één Absolute kan bestaan, en dus één eeuwige altijd aanwezige Oorzaak, kan men degenen die in karma geloven niet beschouwen als atheïsten of materialisten – en nog minder als fatalisten22: want karma is één met het Onkenbare, waarvan het met zijn gevolgen in de wereld van de verschijnselen een aspect is.
22) Sommige theosofen hebben een poging gedaan karma door Nemesis te vertalen, om het voor het westerse denken begrijpelijker te maken, omdat dit beter bekend is met de Griekse dan met de Arische filosofie. Had de term nemesis in de oudheid voor de oningewijden dezelfde betekenis gehad als voor de ingewijden, dan zou deze vertaling geen bezwaar ontmoeten. In feite is het begrip door de Griekse fantasie teveel geantropomorfiseerd om het zonder een uitvoerige toelichting te mogen gebruiken. Bij de oude Grieken, ‘van Homerus tot Herodotus, was zij geen godin, maar eerder een moreel gevoel’, zegt Decharme; de barrière tegen kwaad en immoraliteit. Wie ertegen zondigt, begaat in de ogen van de goden heiligschennis en wordt door Nemesis vervolgd. Maar in de loop van de tijd werd dat ‘gevoel’ vergoddelijkt en de personificatie ervan werd een eeuwig noodlottige en straffende godin. Als men dus karma in verband wil brengen met Nemesis, moet men dit doen in het drievoudige karakter van de laatstgenoemde, nl. als Nemesis, Adrasteia en Themis. Want, terwijl de laatste de godin is van de universele orde en harmonie die, evenals Nemesis, opdracht heeft elke uitspatting te onderdrukken en de mens onder bedreiging met zware straffen binnen de grenzen van de Natuur en de gerechtigheid te houden, vertegenwoordigt Adrasteia – de ‘onvermijdelijke’ – Nemesis als het onveranderlijke gevolg van oorzaken die door de mens zelf zijn geschapen. Nemesis, als de dochter van Dikè, is de rechtvaardige godin die haar toorn bewaart alleen voor diegenen die waanzinnig zijn van trots, egoïsme en ongeloof. (Zie Mesomed. Hymn. Nemes., V.2. Brunck, Analecta II, blz. 292; Mythol. de la Grèce Antique, blz. 304.) Kortom, terwijl Nemesis een mythologische, exoterische godin of macht is, die in haar verschillende aspecten is gepersonifieerd en geantropomorfiseerd, is karma een hoogst filosofische waarheid, een goddelijke, edele uitdrukking van de oorspronkelijke intuïtie van de mens over de godheid. Het is een leer die de oorsprong van het kwaad verklaart en onze denkbeelden van wat goddelijke onveranderlijke gerechtigheid zou moeten zijn, veredelt, in plaats van de onbekende en onkenbare godheid te verlagen door deze tot een grillige, wrede tiran te maken, die we voorzienigheid noemen.
H.P. Blavatsky De Geheime Leer Deel II, Stanza 7 De ‘vloek’ vanuit een filosofisch gezichtspunt (p. 474/475):
De tegenstelling is te grotesk en te scherp; het tabernakel is zijn inwonende god veel te onwaardig. Het geschenk van Prometheus werd zo een VLOEK – hoewel de MENIGTE die in hem was gepersonifieerd, dit vooruit wist en zag, zoals zijn naam ook aantoont14. Hierin schuilt tegelijkertijd de zonde en de verlossing ervan. Want de menigte die in een deel van de mensheid incarneerde gaf, hoewel zij ertoe werd geleid door karma of nemesis, de voorkeur aan de vrije wil boven passieve slavernij, verstandelijke zelfbewuste pijn en zelfs marteling – ‘terwijl eeuwen verstrijken’ – boven zinloze, stompzinnige, instinctieve zaligheid. Hoewel zij wist dat zo’n incarnatie prematuur was en niet de bedoeling van de natuur, offerde de hemelse menigte, ‘Prometheus’, zich op om daarmee tenminste voor een deel van de mensheid nuttig te zijn15. Maar terwijl zij de mens van verstandelijke duisternis bevrijdden, lieten zij hem de martelingen ondergaan van het zelfbewustzijn van zijn verantwoordelijkheid – het gevolg van zijn vrije wil – en bovendien elk kwaad dat het erfdeel is van de sterfelijke mens en van het vlees. Deze marteling aanvaardde Prometheus voor zichzelf, omdat de menigte daarna één werd met het tabernakel dat voor hen was voorbereid en dat in die formatieperiode nog niet was voltooid.
14) Zie hierboven voor een voetnoot die betrekking heeft op de etymologie van προμῆτιϛ of het vooraf beramen. Prometheus erkent dit in het drama wanneer hij zegt:
‘O! heilige ether, snelvleugelige stormen . . .
Zie wat ik, een god, van goden moet verduren
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
En toch, wat zeg ik? Duidelijk wist ik tevoren
Al wat moest gebeuren . . .
. . . Het betaamt mij het voorbeschikte,
Zo goed ik kan te dragen, want ik weet zeer wel
Hoe onweerstaanbaar de kracht van het lot is . . .’
‘Lot’ staat hier voor KARMA of nemesis.
15) De mensheid was blijkbaar verdeeld in door goden bezielde mensen en lagere menselijke wezens. Het intellectuele verschil tussen de Arische en andere beschaafde volkeren en wilden, zoals sommige bewoners van de Zuidzee-eilanden, was op andere gronden onverklaarbaar. Geen culturele invloed, geen geslachtenlange opleiding te midden van beschaving kon mensentypen zoals de Bosjesmannen, de Veddha’s van Ceylon en enkele Afrikaanse stammen verheffen tot hetzelfde verstandelijke niveau als de zogenaamde Ariërs, Semieten en Turaniërs. De ‘heilige vonk’ ontbrak in hen en zij waren de enige lagere rassen op de bol, die nu snel uitsterven – tengevolge van de wijze aanpassing van de natuur, die altijd in die richting werkt. De mensheid is inderdaad ‘van één bloed’, maar niet van dezelfde essentie. Wij zijn de kunstmatig gekweekte broeikasplanten in de natuur en wij hebben een vonk in ons, die in hen latent is.
De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk 18 Over de mythe van de ‘gevallen engel’ in haar verschillende aspecten (p. 552):
Het beste bewijs dat men de christelijke theologen kan bieden, dat de esoterische betekenis in de bijbel – in beide Testamenten – de bevestiging van hetzelfde denkbeeld was als in onze archaïsche leringen voorkomt – namelijk dat de ‘val van de engelen’ eenvoudig betrekking had op de incarnatie van engelen ‘die door de zeven cirkels waren heen gebroken’ – is in de Zohar te vinden. De Kabbala van Simeon Ben Iochai is de ziel en essentie van de allegorie ervan, zoals de latere christelijke Kabbala de ‘zwaar gesluierde’ mozaïsche Pentateuch is. En deze zegt (in het Agrippa-handschrift):
‘De wijsheid van de Kabbala berust op de wetenschap van het evenwicht en de harmonie.’

Antahkarana

====

Individualiteit (Gelijkvormigheid, Ken uzelve, Meta-leren)

Arie Bos boek Hoe de stof de geest kreeg, De evolutie van het ik
Hoofdstuk Epigenetica (p. 138):
De Israelische biologe Eva Jablonka en Engelse biologe Marion Lamb betogen in hun boek Evolution in Four Dimensions als gedachte-experiment dat met precies hetzelfde genoom, zich uiteenlopende dieren zich gëvolueerd zouden kunnen hebben. Geheel buiten de wetten van het neodarwinisme om.
Hoofdstuk Nieuwe neuronen (p. 285):
Het idee je raakt alleen maar hersencellen kwijt hield stevig stand tot in november 1988 de Zweed Peter Eriksson en de Amerikaan Fred H. Gage het nieuws publiceerden dat in de menselijke hippocampus, en wel in het gedeelte dat de gyrus dentatus heet, nieuwe neuronen ontstaan, ofwel ‘neurogenese’ voorkomt.

Eva Jablonka and Marion J. Lamb Evolution in Four Dimensions Genetic, Epigenetic, Behavioral, and Symbolic Variation in the History of Life
Ideas about heredity and evolution are undergoing a revolutionary change. New findings in molecular biology challenge the gene-centered version of Darwinian theory according to which adaptation occurs only through natural selection of chance DNA variations. In Evolution in Four Dimensions, Eva Jablonka and Marion Lamb argue that there is more to heredity than genes. They trace four "dimensions" in evolution—four inheritance systems that play a role in evolution: genetic, epigenetic (or non-DNA cellular transmission of traits), behavioral, and symbolic (transmission through language and other forms of symbolic communication). These systems, they argue, can all provide variations on which natural selection can act. Evolution in Four Dimensions offers a richer, more complex view of evolution than the gene-based, one-dimensional view held by many today. The new synthesis advanced by Jablonka and Lamb makes clear that induced and acquired changes also play a role in evolution.

Peter Eriksson was a frequently cited scientist who made ground-breaking research on the neurogenesis in hippocampus in the adult human brain. He showed that new brain cells are created throughout the whole human lifespan, and that the integration of the new brain cells to the brain depended on the stimuli that the environment offered, thus offering an insight that could enhance the treatment of neuro damaged patients.
He also showed the mechanism for neurogenesis, giving hope for a future cure to a range of neurological diseases, including Alzheimer's disease.
Fred "Rusty" Gage is a professor in the Laboratory of Genetics at the Salk Institute, and has concentrated on the adult central nervous system and the unexpected plasticity and adaptability that remains throughout the life of all mammals. His work may lead to methods of replacing brain tissue lost to stroke or Alzheimer’s disease and repairing spinal cords damaged by trauma.

N. Beintema De kracht schuilt in de wederkerigheid - Hoe genomics en maatschappij elkaar versterken (p. 33):
Vandaag staat de gedachtewisseling in het context van ‘wederkerigheid’ tussen wetenschap en samenleving en dat is, om met Hegel en Marx te spreken, terecht: via These (het primaat van de wetenschap) en Anti-these (het primaat van de samenleving) komen we tot Synthese (wederkerigheid of co-evolutie van wetenschap en samenleving).”
In zijn afsluitende reflectie op de middag verwoordde Hub Zwart treffend hóe passend het decor van de middag eigenlijk was. Het is interessant, zo zei hij, in een Tempel der Verlichting te discussiëren over wederkerigheid tussen genomics en maatschappij. In de Verlichting overheerste het idee dat wetenschap, kennis en ratio aan de basis staan van maatschappelijk welzijn. Uit de wetenschap zou bovendien volgen wat goed en kwaad was. Wetenschap, en wetenschap alleen, zou de maatschappij vooruit helpen. Hoe het was gesteld met het omgekeerde, daarover dacht men niet na.

Wie als kind wordt mishandeld, wordt in zijn genen geraakt (Volkskrant 3 juli 2010)
Opvoeding kan een blijvende verandering teweegbrengen in de genen.
De vraag was en is of gedrag ontstaat door de samenstelling van iemands genen of door diens opvoeding. Het niet onverwachte antwoord is: door allebei. Genen zijn wezenlijk, en de omgeving verandert hun werking. Hoe dat precies gebeurt, zal waarschijnlijk de komende decennia duidelijk worden. Een van de schakels tussen genen en omgeving is de methylering van DNA (DNA methylation).
Hoogleraar pedagogische wetenschappen Rien van IJzendoorn van de Universiteit Leiden onderzoekt hoe kinderen aan hun opvoeder ‘gehecht’ raken en hoe eventueel daaruit voortkomende trauma’s worden verwerkt en hun gedrag beïnvloeden, ook op langere termijn.
Epigenetische veranderingen hebben na de conceptie plaats en beïnvloeden de activiteit van een gen of groepen genen.
Van IJzendoorn: ‘De omgeving veroorzaakt robuuste moleculaire veranderingen van het DNA in de hersenen. Die hebben invloed op de expressie van genen en de productie van eiwitten. Hier laat de methylering van het glucocorticoïd receptor-gen zien hoe een tekort schietende opvoeding wordt verankerd in de biologie en zo effect heeft op de lange termijn.'
De serotonine-transporter-gen, het transportmolecuul in de hersenen speelt een rol bij depressie en wordt beïnvloed door antidepressiva als Prozac.

Opvoeding en omgeving kunnen net als eigenschappen erfelijk zijn (Frank Grosveld en Jos de Mul Volkskrant 3 april 2010):
In de loop van de tijd ging de slinger in dit Nature-nurture-debat regelmatig heen en weer tussen die beide polen. Zo werd in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw alle nadruk gelegd op opvoeding en omgeving. Een criminoloog als Buikhuisen, die toen onderzoek wilde doen naar biologische factoren van crimineel gedrag, werd slachtoffer van een ware hetze. Mede door de grote vlucht die het genetisch onderzoek heeft genomen, is de slinger weer teruggegaan richting natuurlijke aanleg. Men hoopt voor iedere individuele eigenaardigheid een genetische aanleg te vinden.
De lamarckiaanse wending in de moleculaire biologie naar de epigenetisch gedreven overerving is tegen deze achtergrond bijzonder relevant. Wat het onderzoek immers laat zien is dat natuur en opvoeding zeer nauw zijn verstrengeld. Niet in de zin dat ontwikkeling ‘van allebei een beetje’ is, maar omdat de effecten van opvoeding en omgeving zelf overerfbaar kunnen zijn.

Jos de Mul stelt in zijn publicatie Maak de wereld tot een kunstwerk (Volkskrant van 5 januari 2008) dat de radicale romantiek wel eens een inspirerender model voor onze cultuur zou kunnen zijn. In een seculiere, postreligieuze cultuur kan alleen de kunst de bezieling en gemeenschapszin schenken die voorheen de religie bood. Jos de Mul vindt de radicale romantiek een inspirerend model voor de Europese cultuur. Wat we vandaag de dag van de radicale romantiek kunnen leren is dat we als koorddansers het precaire evenwicht moeten zien te bewaren tussen enthousiasme en ironie. Zeker in een multiculturele samenleving waarin het ene enthousiasme al snel een radicaal tegengesteld enthousiasme oproept. In die zin lijkt het verlichtingsfundamentalisme onheilspellend veel op het moslimfundamentalisme dat zij bestrijdt. Als de geschiedenis ons iets leert, dan is het wel dat een dergelijke radicalisering een geheid recept is voor uitslaande branden.

Het artikel van Jos de Mul is geënt op zijn boek Het romantische verlangen in (post)moderne kunst en filosofie.

Jos de Mul De romantische esthetica van Schelling
De artistieke produktie dient volgens Schelling begrepen te worden vanuit de spanning tussen de bewuste en de onbewuste voortbrenging. Onder de bewuste voortbrenging verstaat Schelling het aspect van het scheppende werk dat met bewustzijn, overleg en reflectie geschiedt, datgene wat door de traditie wordt aangereikt en kan worden aangeleerd. Schelling gebruikt hier het woord 'Kunst' in engere zin, we zouden tegenwoordig eerder spreken van artistieke techniek. Onder de onbewuste voortbrenging, die Schelling ook aanduidt met de term 'Poesie', verstaat hij het niet-subjectieve moment in artistieke produktie, dat de kunstenaar door een "vrije gunst van de natuur" aangeboren is. Hiermee brengt Schelling een antieke gedachte, die bijvoorbeeld door Plato in de dialoog Ion (534B) wordt verwoord, opnieuw in het spel, de gedachte namelijk dat de kunstenaar bevangen is door een 'mania' of een 'enthousiasmos', die hem als het ware overweldigt. Waar Plato deze manie, waarin de kunstenaar door een god bezeten buiten zinnen raakt en zijn geest verliest, bijzonder negatief beoordeelt, daar is zij volgens Schelling onontbeerlijk om het Absolute in het kunstwerk te kunnen belichamen.

====

Zie ook:

Boeken:

Externe Links

<< vorige || volgende >>

Categorie: Artikelen | Rapport | Auteur: Harry Nijhof


Deze pagina werd sedert 16 dec. 2007 keer bekeken.