| Deze filognostische presentatie is in aanbouw |
1.5.1 Complementariteit, Spiegelsymmetrie en Recursie
Inhoud
Complementariteit (Wet van harmonie, Zo Boven zo Beneden, Duade)
Juan Keymer werkzaam bij het 'Kavli Institute of Nanoscience' van Prof. Cees Dekker in Delft geeft beknopt weer waar het feitelijk om draait.
Dualiteit is een gegeven.
In de theosofie heeft Ockhams scheermes betrekking op complementariteit, de twee kanten van één medaille zoals Geest en Lichaam ('Heer en Slaaf'), Zo Boven zo Beneden; zo Beneden zo Boven, Ongemanifesteerd en Gemanifesteerd, Voelen en Denken, Binnenwereld en Buitenwereld, Negentropie en Entropie, Zaaien en Oogsten en Leven en Dood. Of met andere woorden Eenheid en Verscheidenheid.
Either philosophically or religiously, Terence McKenna expressed admiration for Marshall McLuhan, Pierre Teilhard de Chardin, Gnostic Christianity, Alfred North Whitehead and Alchemy. McKenna always regarded the Greek philosopher Heraclitus as his favorite philosopher.
He also expressed admiration for the works of James Joyce (calling Finnegans Wake "the quintessential work of art, or at least work of literature of the 20th century") and Vladimir Nabokov: McKenna once said that he would have become a Nabokov lecturer if he had never encountered psychedelics.
Heraclitus' gedachte dat alles altijd verandert formuleerde Plato met de woorden "panta rhei" (alles stroomt). Nog belangrijker dan de leer van de verandering was voor Heraclitus echter de leer van de eenheid der tegendelen. Tegenovergestelde spanningen zijn toch op elkaar afgestemd. Zo heb je zonder dag geen nacht. Een pad omhoog is ook hetzelfde pad als het pad omlaag. Als er geen tegenspraak was, had je volgens Heraclitus geen werkelijkheid. Dit principe stelt het fenomeen these, antithese en synthese (complementaire eenheid en/of de monade), de wisselwerking tussen 'Vuur en Water'; 'Lucht en Aarde' aan de orde.
De Griekse filosoof Heraclitus gebruikte de term Logos rond 600 voor Christus voor het eerst voor de goddelijke rede of het goddelijke plan dat het hele universum coördineert. Mono-theïstische Joden gebruikten Logos om aan God te refereren, omdat Hij het rationele verstand is -- de rede en de reden -- achter de schepping en de coördinatie van het universum.
Het principe van de ‘eenheid der tegendelen’ (complementariteit), de twee in één is al door Heraclitus naar voren gebracht.
Heraclitus gebruikt het eerst het woord "logos" voor grondwet. "Logos" betekende oorspronkelijk woord, daarna redenering, tenslotte rede. Aan heel het wereldgebeuren ligt redelijkheid ten grondslag (Pythagoras spreekt hier van "kosmos"). Het is voor de mens de kunst deze redelijkheid, deze "logos" in te zien. En wanneer je je voor de wetten ervan buigt ben je wijs. Onze ziel is een onderdeel van deze almachtige logos. Na de dood zinkt zij daarin terug, "als een licht dat uitdooft in de nacht". Wanneer we dat inzien zullen we leren onze wil aan de hoogste rede ondergeschikt te maken. Daarin zal onze ziel de rust vinden die het eigenlijke geluk van de mens is.
De definitie van Jan Börger: De Basis van alle cultuur is de ether, d.w.z. de eenheden voor zich gedacht en de eenheden in-een gedacht en dat tegelijkertijd. is een andere manier om de twee in één weer te geven.
De Griekse filosoof Plato – Logos:
Logos is een Griekse term die "het Woord" betekent. Griekse filosofen zoals Plato gebruikten logos niet alleen voor het gesproken woord maar ook voor het onuitgesproken woord, het woord dat zich nog steeds in de gedachten bevindt -- de rede. Wanneer deze term op het universum werd toegepast, hadden de Grieken het over het rationele principe dat over alle dingen heerst.
In de filosofische leer Ars_Rhetorica van Aristoteles is Pathos (van πάσχειν 'paschein', het Griekse woord voor "lijden" of "emotie") samen met ethos en logos één van de drie middelen van overtuiging.
Het rapport 'E i V' beoogt met behulp van de socratische dialoog aan een oude discussie over 'Deugd en Ondeugd' van Plato een steentje bij te dragen.
Het is het bekend dat Pim van Lommel in zijn boek Eindeloos Bewustzijn – Wetenschappelijke visie op bijna-dood ervaring - Hoofdstuk 15 Er is niets nieuws onder de zon - het thema ziel (psyche) al uitwerkt. Maar in dit rapport wordt het thema vanuit een bedrijfskundige invalshoek, in het bijzonder op basis van organisatiecultuur, besluitvormingsprocessen en artificial intelligence benaderd.
Pim van Lommel Eindeloos Bewustzijn – Wetenschappelijke visie op bijna-dood ervaring (p. 247): Deze opvatting over de relatie tussen non-lokaal bewustzijn en waakbewustzijn is een complementaire theorie, net als deeltjes - en golfaspect van licht, en niet een dualistische theorie.
Dualiteit: Licht gedraagt zich of als deeltje of als golf, afhankelijk van de proefopstelling, maar nooit als beide tegelijk. Niels Bohr spreekt in dit verband over complementariteit.
Ken Wilber brengt complementariteit in zijn kwadrantenmodel met behulp van het heterarchische aspect impliciet ter sprake. De heterarchische context van zelfregulering is een rode draad, die expliciet in dit rapport wordt behandeld.
Het rapport 'E i V' laat zien dat het wiel, de unificatietheorie van Eenheid in Verscheidenheid al is uitgevonden. In essentie draait het nog steeds om de metafysica van Plato en de fysica, de vier oorzaken-leer van Aristoteles. Voor een adequate kennis van de werkelijkheid moeten de begrippen in hun samenhang met de werkelijkheid overeenkomen. In de leefwereld van de mens staat het concrete tegenover het abstracte, het rationele tegenover het irrationele, het ideale tegenover het reële, het universele tegenover het bijzondere. Door de juiste verbindingen te leggen komen we dichter bij de éne werkelijkheid, de eeuwige wisselwerking tussen binnen en buiten. Met zijn deductieve methode heeft Plato zich gericht op de binnenwereld, Aristoteles daarentegen met zijn inductieve methode op de buitenwereld. Het eindpunt voor Aristoteles was echter dat de eendracht in de Staat op innerlijke gezindheid berust.
H.P. Blavatsky Geheime Leer Deel I hoofdstuk 4 Chaos-Theos-Kosmos (p. 375):
Plato, het denkvermogen en de stof, de twee oorspronkelijke en eeuwige beginselen van het heelal waren, volkomen onafhankelijk van al het andere. Het eerstgenoemde was het alles tot leven brengende beginsel van het intellect, terwijl de chaos een vormloos vloeibaar beginsel was, zonder ‘vorm of zin’.
379: Chaos-Theos-Kosmos, de drievoudige godheid, is alles in alles. Daarom zegt men dat zij mannelijk en vrouwelijk, goed en kwaad, positief en negatief is: de hele reeks van tegengestelde eigenschappen. In latente toestand (in pralaya) is zij onkenbaar en wordt de onnaspeurlijke godheid. Zij kan slechts in haar actieve functies worden gekend, dus als stof-kracht en levende geest, de correlaten en het resultaat of de uitdrukking op het zichtbare gebied van de altijd ongekend blijvende uiteindelijke EENHEID.
De Geheime Leer Deel I hoofdstuk 6 De maskers van de wetenschap (p. 575):
De oude ingewijden kenden geen ‘wonderbaarlijke schepping’, maar leerden de evolutie van atomen (op ons fysieke gebied) en hun eerste differentiatie uit laya tot de protyle, zoals Crookes de stof of de oersubstantie aan de andere zijde van de nullijn veelbetekenend heeft genoemd: daar waar wij de Mūlaprakriti plaatsen, het ‘wortel-beginsel’ van de wereldstof en van alles in de wereld.
Deel I hoofdstuk 9 De zonnetheorie (p. 608):
Een achtvorm (8) of dubbele lus kan men tot een zigzaglijn verkorten en ook tot een spiraal, en deze voldoet aan alle eisen van het probleem.
Een dubbele lus voor de neerwaartse evolutie, van geest naar stof; een andere spiraalvorm misschien op het weer-involuerende pad naar boven, van stof naar geest, en het noodzakelijke geleidelijke en uiteindelijke weer opgaan in de layatoestand, wat de wetenschap op haar eigen manier noemt ‘het wat elektriciteit betreft neutrale punt’, enz., ofwel het nulpunt (Z.P.F.).
Deel I hoofdstuk 10 De kracht van de toekomst (p. 613):
Naar de bescheiden mening van de occultisten en van zijn naaste vrienden stond en staat Keely uit Philadelphia nog maar op de drempel van enkele van de grootste geheimen van het Heelal, en voornamelijk van dat waarop het hele mysterie van de fysieke krachten en de esoterische betekenis van de symboliek van het ‘wereld-ei’ is gebouwd. De occulte filosofie, die de gemanifesteerde en niet-gemanifesteerde Kosmos als een EENHEID ziet, symboliseert het ideële begrip van de eerstgenoemde door dat ‘gouden ei’ met zijn twee polen. De positieve pool werkt in de gemanifesteerde wereld van de stof, terwijl de negatieve zich verliest in de onkenbare absoluutheid van SAT – ‘het Zijn’3.
3) Het is niet juist om, als men over het idealisme spreekt, dit voor te stellen als gebaseerd op ‘de oude ontologische veronderstelling dat dingen of entiteiten onafhankelijk van elkaar bestaan, en niet als termen van relaties’ (Stallo). In ieder geval is het niet juist om dat te zeggen van het idealisme in de oosterse filosofie en haar kennis, want het is precies andersom.
De Geheime Leer Deel I hoofdstuk 16 Cyclische evolutie en karma (p. 704):
De ware boeddhist, die geen ‘persoonlijke god’ en geen ‘vader’ en ‘schepper van hemel en aarde’ erkent, gelooft wel in een absoluut bewustzijn, ‘ādi-buddhi’; de boeddhistische filosoof weet dat er planeetgeesten zijn, de ‘Dhyāni-Chohans’.
De problemen beginnen met de mentale waardebepaling van deze dualiteit. We zullen proberen deze dualiteit, die de grondslag vormt van alle paren van tegenstellingen - zijde/keerzijde, aangenaam/onaangenaam, kwaliteiten/gebreken, deugd/ondeugd, positief/negatief - te doorgronden en te zien of we onze houding ten opzichte hiervan kunnen veranderen en of het mogelijk is ons onbewuste niet langer te voeden met dingen die we weigeren te aanvaarden, of het mogelijk is ons astrale lichaam in zijn geheel te leren kennen en ons te bevrijden uit de greep van onze verlangens en uit het conflict van onze emoties. Er is in het universum een grote wet, die men “de wet van compensatie” of “de wet van evenwicht” (2e grondstelling, Wet van Karma) noemt en die op alle gebieden aan het werk is, zonder uitzondering. Het Absolute, het Ongemanifesteerde, komt ons voor als een totale onbeweeglijkheid.
Naar het gezegde “Zo boven, zo beneden; zo beneden, zo boven”
kunnen wij ons enig idee vormen van deze grote wetten
die het functioneren van het gehele universum regelen.Een weerspiegeling van het kosmische ritme op het fysieke gebied kan volgens Taimni worden waargenomen in de beweging van de slinger. Iedereen kent de beweging van een slinger. Iedereen weet dat hoe meer de slinger zich van zijn loodlijn naar de rechterkant beweegt, des te meer zij zich naar de linkerkant zal bewegen om het evenwicht te herstellen, en dat de uitslaande beweging van de slinger met dezelfde intensiteit af of toe zal nemen. Aan de hand van dit voorbeeld kunnen we proberen ons de wet van evenwicht en compensatie voor te stellen als een wet die op alle gebieden van de gemanifesteerde wereld regeert.
De wijze is degene die erin geslaagd is om het centrum van het bewustzijn te plaatsen op het aanhechtingspunt van de slinger en het daar te houden.
En toch moeten wij vaststellen dat het een paar van tegenstellingen is dat inherent is aan het verschijnsel manifestatie, dat wil zeggen dat de een niet zonder de ander kan, de een de ander in evenwicht houdt, en dat de een de ander in potentiele vorm inhoudt. Op het gebied van de persoonlijkheid zullen er altijd kwaliteiten en gebreken, deugden en ondeugden zijn.
Hoofdstuk 1.6 laat zien dat voor het verklaren van het complementariteitsprincipe ook de hypothese van het zondebokmechanisme van René Girard kan worden gebruikt.
In het boek Mysterie scholen van Konrad Dietzfelbinger is een paragraaf aan de OMMEKEER gewijd (p. 91):
Het belangrijkste voor de pythagoreeërs was, hun ziel los te maken uit de gebondenheid aan strijd, disharmonie en begeerte en de in haar heersende wanorde te vervangen door de ordening van de ziel en de Geest. Zij moest zich ‘omkeren’ en ‘rechtgezet’ worden, een nieuwe structuur en richting verkrijgen, die in overeenstemming was met de structuur van de geestelijke wereld.
Er is een ommekeer in het denken nodig. Het is wenselijk dat het ‘en-en’-denken, het complementaire denken, de interdisciplinaire aanpak meer centraal komt te staan. De lemniscaat symboliseert dit transformatieproces.
Spiegelsymmetrie (Spiegelneuronen, Verbeeldingskracht, 'Persoonlijkheid en Individualiteit')
(Engelien Scholtes boek De verborgen dimensie in het werk van Jung en Pauli)
Begrijpen is volgens Spinoza de dingen zien in hun ‘logische afhankelijkheid’.
Carl Jung noemde, een modaliteit die er eenvoudigweg is, zonder oorzaak, ‘acausale geordendheid’. Het begrip toeval (synchroniciteit) wordt in verband gebracht met ‘logische afhankelijkheid’ en ‘acausale geordendheid’.
Barbara Hannah, boek Jung zijn leven zijn werk (p. 319): Jung toonde aan dat synchronistische gebeurtenissen slechts een specifiek voorbeeld lijken te zijn van een veel breder natuurlijk beginsel, dat hij ‘acausale geordendheid’ noemde, een modaliteit die er eenvoudigweg is, zonder oorzaak, zoals in het geval van de discontinuïteiten in de fyica (de geordendheid van energiekwantums, nucleair verval enzovoort) of de natuurlijke getallen.
God schiep de mens als zijn evenbeeld. De mens is een ware weerspiegeling van Gods heilige wezen. 'Ik en de Vader zijn Eén’ en ‘Geschapen naar God’s beeld en gelijkenis’ duiden op spiegelsymmetrie.
Ervin Laszlo boek Kosmische visie, hoofdstuk 6 Menselijk en kosmisch bewustzijn (p. 111):
De Ierse bisschop George Berkeley zag de menselijke geest als een afspiegeling van de goddelijke Geest, de kwintessens van de werkelijkheid.
H.P. Blavatsky: De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk Oorspronkelijke substantie en goddelijke gedachte (p. 357):
De goddelijke gedachte kan niet worden omschreven en haar betekenis kan niet worden verklaard, behalve door de talloze manifestaties van de kosmische substantie waarin de eerstgenoemde geestelijk wordt aangevoeld door degenen die dat kunnen. Als men dit zegt nadat men haar heeft omschreven als de onbekende godheid, die abstract, onpersoonlijk en geslachtloos is en die de grondslag moet vormen van iedere kosmogonie en de daaropvolgende evolutie, zegt men in feite helemaal niets. Het is alsof men een transcendente vergelijking van voorwaarden voor de verzameling van ware waarden wil vinden, terwijl men voor de afleiding daarvan alleen maar beschikt over een aantal onbekende grootheden. Men vindt de plaats van die onbekende godheid op de oude primitieve symbolische kaarten, waar zij, zoals eerder is aangegeven, wordt voorgesteld door een grenzeloze duisternis, tegen de achtergrond waarvan het eerste middelpunt in wit verschijnt – als symbool van het verschijnen van de even oude en eeuwig bestaande GEEST-STOF in de wereld van de verschijnselen, vóór haar eerste differentiatie. Wanneer ‘het ene twee wordt’, kan men het aanduiden als geest en stof. Iedere manifestatie van bewustzijn, weerspiegeld of direct, en van onbewuste doelgerichtheid (om een moderne uitdrukking uit de westerse zogenaamde filosofie te gebruiken), kan tot ‘geest’ worden teruggebracht, zoals blijkt uit het levensbeginsel en uit de onderwerping van de Natuur aan de majestueuze voortgang volgens de onveranderlijke wet. ‘Stof’ moet echter worden beschouwd als objectiviteit in haar zuiverste abstractie – de uit zichzelf bestaande basis, waarvan de zevenvoudige manvantarische differentiaties de objectieve werkelijkheid vormen, die ten grondslag ligt aan de verschijnselen van iedere fase van het bewuste bestaan.
368: ‘Het ene universele licht, dat voor de mens duisternis is, bestaat altijd’, zegt het Chaldeeuwse ‘Boek van de Getallen’. Periodiek komt hieruit de ENERGIE voort die in de ‘diepte’ of Chaos, de voorraadschuur van toekomstige werelden, wordt weerspiegeld en die, eenmaal ontwaakt, de latente krachten opwekt en bevrucht die de daarin altijd aanwezige eeuwige vermogens zijn. Dan ontwaken opnieuw de Brahmā’s en Boeddha’s – de eeuwig bestaande krachten – en een nieuw Heelal komt tot stand. . . .
In de Sepher Jezireh, het kabbalistische boek van de schepping, heeft de schrijver kennelijk de woorden van Manu herhaald. Daarin stelt men het zo voor, dat de goddelijke substantie in eeuwigheid alleen heeft bestaan, grenzeloos en absoluut, en dat deze uit zichzelf de geest heeft uitgezonden. ‘Een is de geest van de levende god, gezegend zij ZIJN naam, die eeuwig leeft! Stem, geest en woord, dit is de heilige geest; en dit is de kabbalistische abstracte drie-eenheid, die door de christelijke kerkvaders zonder meer is vermenselijkt. Uit dit drievoudige ENE vloeide de hele Kosmos voort. Eerst kwam Uit EEN het getal TWEE voort, of lucht (de vader), het scheppende element; toen kwam het getal DRIE, water (de moeder), voort uit de lucht; ether of vuur voltooit de mystieke vier, de Arba-il. ‘Toen de verborgene van de verborgenen zich wilde openbaren, maakte hij eerst een punt (het oorspronkelijke punt of de eerste sephiroth, lucht, of heilige geest), gaf er een heilige vorm aan (de tien sephiroth, of de hemelse mens) en bedekte het met een rijk en prachtig gewaad, dat de wereld is.’
‘Hij maakt de wind tot zijn boodschappers en vlammend vuur tot zijn dienaren’, zegt de Jezireh, en toont zo het kosmische karakter aan van de later euhemeristisch verklaarde elementen, en ook dat de geest elk atoom in de Kosmos doordringt.
Deze ‘oorspronkelijke substantie’ wordt door sommigen Chaos genoemd: Plato en de pythagoreeërs noemden deze de wereldziel, nadat zij was bevrucht door de geest van dat wat op de oorspronkelijke wateren of de Chaos zweeft. De kabbalisten zeggen dat het zwevende beginsel de reeks droombeelden van een zichtbaar, gemanifesteerd Heelal schiep door zich daarin te weerspiegelen. Chaos vóór – ether na de ‘weerspiegeling’; het is steeds de godheid die alle Ruimte en dingen doordringt.
De Geheime Leer Deel I, Hoofdstuk 15 Goden, monaden en atomen (p. 691):
Laat de lezer deze ‘monaden’ van Leibniz eens in gedachten houden – elke monade is een levende spiegel van het heelal en weerspiegelt elke andere – en deze opvatting en omschrijving vergelijken met bepaalde door Sir William Jones vertaalde Sanskrietstanza’s (śloka’s), waarin wordt gezegd dat de scheppende bron van het goddelijke denkvermogen, . . . ‘verborgen in een sluier van dichte duisternis, spiegels van de atomen van de wereld vormde en een weerspiegeling van zijn eigen gezicht op elk atoom wierp . . .’.
Rudolf Steiner gaat voor de mens op aarde uit van een multicorporaliteit die uit 7 lagen bestaat. De lagen 5, 6 en 7 reflecteren 3, 2 en 1. Laag 7 reflecteert 1, 6 reflecteert 2 en 5 reflecteert 3. De vergeestelijkte mens ziet er dan uit zoals Christian Vandekerkhove, in zijn artikel weergeeft.
Spiegelsfeer: Alle activiteiten van het denken, de verlangens en de wil van de gewone mens geven aanleiding tot de vorming van talloze gedachtenbeelden in zijn ademveld, die op de duur bedreigend worden en hem volledig overheersen. Zo is ook de astrale sfeer van onze aarde volledig bezoedeld door allerlei collectieve gedachtenwolken van de mensheid. In het "hierboven" heeft de mensheid zich zo in de loop der millennia een ware weerspiegeling opgebouwd van al wat hij hier beneden denkt en droomt. Paradijzen en hellen allerlei, wonderbare astrale constructies, schitterende paleizen en kathedralen vormen de verbijsterende valstrik waar de overledene - na zijn leven hier beneden - een "hierboven" zal aantreffen dat aan zijn verwachtingen beantwoordt, met een pantheon van goden en godinnen, beroemdheden, Christussen, heiligen en goeroes. Het is in deze spiegelsfeer dat de ijlere voertuigen van de overledene - vooral het astrale lichaam en het overblijfsel van het zelfbewustzijn - zich uiteindelijk zullen oplossen vóór een nieuwe incarnatie van de microkosmos in de materie.
Wim de Lobel (kies Artikelen) , boek De Eeuwige Generatie, p. 70, 87: In de Vedische, brahmaanse kennis komt het besef tot uitdrukking, dat er sprake is van een samenhang en een structureel verband tussen de macro - en microkosmos. Brahman in de oorspronkelijke zin betekent ‘levensadem’, dat is analoog of gelijk aan de ‘kosmische adem’ en manifesteert zich in het menselijk bewustzijn. In het bewustzijn vallen microkosmos en macrokosmos samen, weerspiegelen elkaar.
In het ingenieuze, reflexieve model “Macrokosmos = Microkosmos” van de esoterie, wordt antahkarana gezien als de schakel tussen de binnenwereld en de buitenwereld, de innerlijke wereld en de uiterlijke wereld. Bewustzijnsontwikkeling vindt op de grenslijn tussen binnen en buiten, in het nu tussen verleden en toekomst plaats. We leven in het nu De Geheime Leer deel I (p. 67). Het eigenlijke bewustzijn is tussen Kama en Manas begonnen. Manas staat voor het denkvermogen en het zefbewustzijn.
Antahkarana is de brug, de algeestvonk (Freek van Leeuwen), de naadloze, vloeiende overgang tussen de algeest, God en de menselijke geest. Antahkarana is de verbindingsschakel tussen het hogere en het lagere bewustzijn.
Ook de Geheime leer van Blavatsky gaat uit van ‘Brahma, Vishnu en Shiva’ of de ‘God, Zoon en Heilige Geest'.
In den beginne was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God.
Charles Poncé boek Kabbalah (p. 55) bespreekt de vier werelden (Guph, Nephesh, Ruah en Neshama, respec. Malkuth, Yesod, Tifereth en Kether) van de Joodse Kabbalah. Het Diagram of the Zodiac and Correspondences correspondeert met het figuur op p. 56. Tetragrammaton is de qabalistische formule die het ontstaan van de 10 Sephiroth in 4 'werelden' of 'kosmische frequentiebanden' beschrijft. De 'Boom van het Leven' vormt een 'ladder' (van Jacob) tussen 'hemel' en 'aarde' . Deze wordt door de qabalist beklommen met de bedoeling optimaal te communiceren met Kosmos & om zodoende co-creatief het gelukkige leven te realiseren. Door de code van Kosmos te kennen, krijgt hij weet van de kosmische eeuwigheid.
De relatie tussen navel (buik) en hart (p. 15):
De bijlage van hoofdstuk 2.1.1 bevat twee modellen om de zevenvoudige samenstelling van de mens weer te geven, een van de Purucker en een van Pryse. De overeenkomst tussen beide modellen vormt de doorsnede ‘Voertuig, Dierlijk-astrale-Ziel, Ziel en Geest’ van de Joodse Kabbalah.
De viervoudige indeling van de Kabbalah geeft de zevenvoudige samenstelling van de mens compact weer. Het is de basisstructuur, die in het boek van Pryse ook wordt weergegeven als 'Genitaliën - Navel - Hart - Hoofd'. Pryse werkt in zijn vierkant ‘I – II – III – IV’ het vierkant van de Joodse Kabbalah zeer gedetailleerd uit.
Het zal niet nodig zijn te zeggen dat beide auteurs uitgaan van de aanwezigheid in de Natuur van het Ene eeuwige element, het onkenbare 1e Beginsel van de theosofie. De tien beginselen van de mens bestaan uit een hogere en lagere Triade en een viertal. De twee driehoeken, Triaden beelden het conflict tussen de geestelijke- en dierlijke principes uit. De twee Triaden en het viertal beelden de tien Sephiroth van de Levensboom uit.
De “staf” (p. 96) waarmede het goddelijke kind de volkeren zal hoeden, is natuurlijk de caduceus (11e dimensie) van Hermês, de voorbeeldige schaapherder van de zielen. In de oudere mythologie vindt men deze magische staf in de hand van Neb, de God van wijsheid en “de bewaarder van de scepter van kracht”.
Van elk van deze negenenveertig constellaties (sterrenbeelden) wordt gezegd, dat ze een principe, kracht of hoedanigheid in de mens zelve symboliseren; het gehele stelsel vormt een symbolisch wezen, een hemelse mens (Adem Kadmon of Tetragrammaton), uitgebeeld op de sterrenhemel.
Benjamin Adamah schrijft in zijn boek Nulpunt Revolutie over Adam Kadmon ons zuiver negentropische alter ego.
De éne werkelijkheid is dat het universum in het menselijke bewustzijn wordt weerspiegeld. De driehoek van Pythagoras en de categorieën van Aristoteles symboliseren al hoe de innerlijke wereld met de uiterlijke wereld, 'Wat en Hoe; Hoe en Wat' met elkaar worden verbonden.
De éne werkelijkheid, de reflecties van de metafysica op de werkelijkheid vormen een samenhangend symmetrisch geheel.
De éne werkelijkheid, de eeuwige wederkeer beweging drukt de eenheid uit. Teilhard de Chardin: Alles divergeert en moet ook weer convergeren, zich samensluiten.
Het bewustwordingsproces bestaat uit de wederkerigheid tussen het vrouwelijk en het mannelijk, tussen 'Chaos, Gaia en Eros' en het 'Goede, Ware en Schone', tussen materie en geest, tussen lagere en hogere Triade, tussen chaos en harmonie, tussen navel (Epithumia, onderbuikgevoelens) en hart (Thumos), tussen begin en het einde, tussen Alpha en Omega.
De Goddelijke liefde (het Schone), Eros (thumos) zorgt voor het verbinden terwijl daarentegen de omgekeerde weerkaatsing van Eros (Epithumia) voor het scheiden zorgdraagt. De negatieve betekenis van Eros staat voor wellust, driftleven, epithumia.
Wim van den Dungen Levensboom (Sepher Yetzirah):
De grootmeesters begrijpen met Wijsheid de parameters van het geschapen licht. Dit licht is de actieve afspiegeling van het 'Grote Werk' van de Demiurg: voortdurende Initiatie. Daar het 'wezen' van het licht (Kether) nooit verandert, impliceert Wijsheid de juiste toepassing van de Demiurgische Potentie.
Het licht is 'neutraal'. Wijsheid is 'positief', d.w.z. brengt iets voort. Begrip is 'negatief'; 'spiegel', 'matrix', 'grote zee' of 'baarmoeder' waarin de Wijsheid een zaadje plant. Als Kether het wezen bevat (licht) & Chockmah ons de scheppingsformule (de Naam) aanreikt, dan levert Binah de parameters of relatieve begrenzingen (voorwaarden) noodzakelijk voor een concrete en permanente (verlichtende) realisatie.
De Tien Sephiroth hebben 'geen einde' (Ain-la-hem-Sof). Alle Sephiroth zijn onderdeel van Kether en Kether is de contractie van Zijn Licht tot één punt ; één mogelijkheid uit de Oneindige Ruimte die zich logisch voltooit doorheen de cyclus van de Cosmoi, om alzo de unieke Spiegel te worden waarin God Zichzelf éénmalig herkent op 't Jubileum van het Jubileum. De Sephiroth wortelen dus via Kether in Zijn Licht en heten daarom 'Ain Sof'.
De klinisch psycholoog René Meijer brengt met zijn matrices de symmetrie in de schepping tot uitdrukking:
De begrippen persoonlijk en onpersoonlijk in de filognosie.
Filognosie: hoofdstuk De ideale integratie en haar schaduw.
| Filognosie | Swabhawat: | het veranderlijke van het onveranderlijke | Vedische filosofie | 1.5 De blauwdruk van het | leerproces: |
| Ego (ziel) | Swa: | het Zelf | Dharma | 2. Collectief leerproces | A. Ongeopenb. Logos |
| Wijsheid | Su: | volmaakt schoon | Verlichting | 3. Symmetrie | B. Potentiële wijsheid |
| Zelf | Bhawa: | Wezen of toestand van het Zijn | Karma | 4. Individueel leerproces | C. Algemene ideatie |
| Filognosie | Swabhawat: | het veranderlijke van het onveranderlijke | Vedische filosofie | Esoterie | Kabbalah |
| Wijsheid | Su: | volmaakt schoon | Verlichting | Hoofd | 4. Neshama |
| Ego (Thumos) | Swa: | het Zelf | Dharma | Hart | 3. Ruah |
| Zelf | Bhawa: | Wezen of toestand van het Zijn | Karma | Navel | 2. Nephesh |
| Epithumia | Vikarma | Genitaliën | 1. Guph |
James M. Pryse Apocalypse ontsluierd / een esoterische uitleg van de Openbaring van Johannes (p. 9):
Anderen geven echter het viervoudige systeem, zoals Philolaos de Pythagoreër, die de zetel en kiem (archê) van de rede in het hoofd plaatst, dat van het psychische principe in het hart, dat van groei en ontkieming in de navel, en dat van zaad en voortplanting in de geslachtsorganen.
De logos, thumos en epithumia van Plato correleren met hoofd (5, 6 en 7), hart (4) en navel (3) respectievelijk met de keelchakra, de voorhoofdchakra en de kruinchakra (5, 6 en 7), hartchakra (4) en het navelcentrum (3).
Recursie (Dodecaëder, Tijdsymmetrie, 'Entropie en Negentropie', Kwintessens)
\\ De positieve - en negatieve as van het op het yin/yang-symbool gebaseerde kernkwadrant zijn spiegelsymmetrisch. De beide polen illustreren het complementariteitsprincipe. Door een geleidelijke, kwantitatieve opeenhoping van kleine veranderingen kan de uitdaging uiteindelijk een kwalitatieve sprong ondergaan.
Dit fenomeen kan ook aan de hand van het Yin/Yang-symbool en de Vijf Fasen worden geïllustreerd. Het symbool brengt drie opties tot uitdrukking, de natuurlijke -, de beheers - en de vernietigende kringloop. Amit Goswami, maakt in zijn boek De kwantum dokter, de nieuwe wetenschap van gezondheid en genezing, op p. 175 van hetzelfde Yin/Yang-symbool gebruik.
De Vijf Fasen van het Yin/Yang-symbool laten zien dat het primair om 10 Dimensies (10 relaties) gaat. De 5 relaties die de bollen met elkaar verbinden, een pentagoon toont de natuurlijke -, de scheppende kringloop, terwijl de 5 interne relaties een pentagram de beheers - en de vernietigende interacties uitbeelden.
De wijsheid van Pythagoras steunt op de geest van het esoterisch Boeddhisme. De leer van Laozi en Confucius uit China is nauw met de filosofie van Pythagoras verwant. Het is namelijk ook op de drie kringlopen 'Scheppen, Behouden en Vernietigen' (Trimurti) gebaseerd. Dit komt ook naar voren wanneer de vijf-elementenleer van de Traditionele Chinese Geneeskunde met de boeddhistische invalshoek wordt vergeleken.
Eduard Schuré De grote Ingewijden (p. 223):
Esoterische scheppingsleer en de zielkunde stonden in verband met de diepste geheimen van het leven en met de gevaarlijke, zorgvuldig bewaarde geheimen van de occulte kennis en krachten. Daarom gaf Pythagoras deze lessen liefst ‘snachts.
Volgens Prof. Hofstede is de menselijke natuur wat alle menselijke wezens met elkaar gemeen hebben. Het tegennatuurlijke maskerkwadrant laat zien dat we in een loop terecht kunnen komen wanneer we niet meer met onze spirituele bron zijn verbonden.
5D gaat er vanuit dat het leven aan het universele polariteitsprincipe is onderworpen. 5D laat het logische verband zien tussen de immateriële, geestelijke wereld en de materiële, aardse wereld. Het gaat er om geest en lichaam in balans te brengen.
Het creërend vermogen berust op dynamische, universele krachten. Universele krachten zorgen voor balans. De lemniscaat, de band van Möbius verbindt de continu met elkaar afwisselende binnen - en buitenkant met elkaar. Wat binnen is wordt buiten en omgekeerd. De lemniscaat geeft aan dat we niet in een loop (Schizoîdie cq. Schizofrenie) zitten maar met de spirituele energie, de Triade zijn verbonden. Het onmogelijke wordt mogelijk.
De twaalf experimenteel (min of meer) bewezen effecten van de werkzaamheid van de ether, vormen de materiële tegenhanger van de vijf eigenschappen, de vijfde dimensie van het bewustzijn.
Het rapport ‘E i V’ maakt gebruik van een besturingsparadigma, dat in een 5Ddenkraam past. Het 5Ddenkraam ('5D-concept en Ether-paradigma') licht een tipje van de sluier rond de verborgen blauwdruk op. Het opent een nieuwe kijk op de unificatietheorie. Een mysterieus, verenigend fundamenteel element als de imaginaire 5e dimensie is, zijn we zelf of eigenlijk ook weer niet.
De 5e dimensie verenigt, integreert de vier elementen van het ruimtetijd continuüm. Aan de ‘vierdimensionale’ kubus wordt een 5e element, toegevoegd. Het 5e element sluit de eeuwige kringloop, maakt de cirkel rond. Het 5Ddenkraam biedt de grondslag voor het bewustzijn.
| Boek ‘I Ching’, | Universele kompas, 5 aspecten: | Pythagoras | Kompaskwadrant: | |
| Orakel | I Ching | Monade | Lemniscaat | I, eeuwige verandering(en) |
| Hexagram | Integratie binnen - en buitenwereld | Duade | Verticale as (snijpunt) | Derde weg, Ching, kanaal |
| Trigram | Binnenwereld | Triade | Kwalitatieve as (+/-) | Tegendelen vormen een eenheid |
| Trigram | Buitenwereld | Tetrade | Kwantitatieve as (+/-) | Tegenstellingen |
Tegenstellingen (Duade, Dichotomieën, Geest en Lichaam, Gebroken symmetrie)
Groter dan het offer van materiële dingen
is het offer van de kennis, o bestraffer van de vijand;
al dit karma bijeen, o zoon van Prithâ,
vindt zijn einde in de kennis.
De Bhagavad Gita van Vyasa is een tweegesprek tussen Arjuna, degene die de oorlog moet aanvoeren en winnen voor de Pandava’s, en zijn wagenmenner, de god Krishna. Allegorisch gaat het om de innerlijke strijd die ieder mens moet voeren tegen zijn lagere zelf. Krishna geeft daarin onderricht over verschillende facetten van het pad van yoga, het pad dat de innerlijke mens is voorbestemd te gaan en dat leidt tot vereniging met het goddelijke dat zijn essentie is.
Vervolgens vraagt Arjuna aan Krishna hem het Brahman, dat het hoogste object van kennis is, te verklaren. Krishna antwoordt door middel van een vertelling over een leraar en een jonge brahmaanse leerling. De leraar vertelt de jongen:
Wij beschouwen slechts kennis als het allerhoogste, en het afstand doen van wereldse genoegens als de beste ascese. En hij die op volkomen heldere wijze begrijpt wat het ware object van kennis is, dat onweerlegbaar is – het zelf dat in alle wezens verblijft, . . . is het hoogste respect waardig. De geleerde die het tegelijkertijd bestaan van het Brahman en zowel de manifestaties daarvan als de scheiding ertussen, en aldus het ene en het vele kan begrijpen, is van elke ellende verlost. Iemand die niets verlangt en geen egoïsme meer kent, komt in aanmerking voor eenwording met het Brahman, zelfs terwijl hij nog in deze wereld vertoeft. Degene die de waarheid kent betreffende de eigenschappen van de natuur, die de totstandkoming van alle wezens begrijpt, die geen enkel onderscheid kent tussen wat van mij en wat van jou is, die volkomen vrij is van egoïsme, is bevrijd.
Bhagavad Gita, Hoofdstuk 4 Het bewustzijn verenigen in het brengen
van offers en in filognosie:
(7) O zoon van Bharata, waar en wanneer er ook maar een afname is van de rechtschapenheid en het onrecht overweegt, manifesteer ik mezelf op dat moment. (8) Opdat zij die dorsten naar de waarheid een leven mogen hebben en de onverlaten een halt wordt toegeroepen, verschijn ik generatie na generatie ten tonele met de bedoeling de weg van de menselijke principes van de waarheid, de zuiverheid, de boete en het geweldloze mededogen opnieuw te vestigen.
(22) Tevreden met wat hij op zijn weg vindt is hij, vrij van afgunst, de materiële dualiteit ontstegen en is hij, dan stabiel in geval van falen en slagen, nimmer verstoord met wat hij ook doet.
Hoofdstuk 5 Zich verenigen in arbeid en onthechting:
(3) Beschouw altijd hem die noch haat, noch verlangt als een verzaker; vrij van de dualiteit is hij, o man van beheersing, er gelukkig mee volledig vrij te zijn van de materiële gebondenheid.
(25) Zij die zonder een hoge dunk van zichzelf te hebben, met het leiden van een innerlijk leven, die geestelijke bevrijding bereiken, zijn, voorbij de dualiteit zich bevindend in zelfverwerkelijking, in feite er druk mee bezig het welzijn van alle levende wezens te dienen.
Hoofdstuk 6 Aanwezig zijn en er eerder geweest zijn:
(45) Systematisch in zijn benadering zal zo een spirituele persoon, leven na leven geleidelijk de perfectie bereikend, al de onzuiverheden uit zijn ziel weggewassen zien en zo de positie bereiken waarin hij de dualiteit de baas is.
Hoofdstuk 7 Verenigd in de filognosie jezelf kennen en het maken:
(24) Niet bekend met de allerhoogste integriteit van de dualiteit van mijn onoverwinnelijke lagere en onvergankelijke hogere bestaan, veronderstellen de minder intelligenten dat ik vanuit het ongeziene een gedaante heb aangenomen.
(27) O nazaat van Bharata, al de levende wezens die hun geboorte namen hebben te lijden onder de illusie die zijn oorsprong vindt in de begoochelende dualiteit van voorkeur en afkeer. (28) Deze illusoire dualiteit lost op bij personen die, vroom in hun handelingen, het einde van hun nevenmotieven bereikten; zij zijn degenen die, vrij van misvatting en ervan overtuigd mij van dienst te zijn, met toewijding tewerk gaan.
Hoofdstuk 13 De kenner, het gekende en de kennis der filognosie
(13) Laat me je op de hoogte stellen van het kenbare waar ik de scepter over zwaai: het is het opperste van de Absolute Waarheid21, dat zijn begin niet kent en smaakt als nectar, en niet iets is dat gebeurt, noch iets is dat niet bestaat.
21) Dit wordt in het Sanskriet ook wel het Brahman genoemd. Het staat voor God, geest en de Absolute Waarheid, bestaat zowel van binnen als van buiten en vormt het geheel van de kenner, het gekende en de kennis.
(20) De combinatie van de persoon en de materiële natuur22 moet je zien als zijnde zonder een oorsprong, en ook moet je de drie geaardheden23, tezamen met hun afgeleiden, zien als een tijdgebonden effect teweeggebracht door die materiële natuur.
22) Het onpersoonlijke van de materiële natuur, prakriti, en het persoonlijke van het mannelijk principe, de persoon, de purusha, kan men niet los van elkaar zien, net zoals men licht en duister niet los van elkaar kan bezien. Tezamen vormen ze de fundamentele dualiteit van de werkelijkheid die men de grotere ziel noemt of het universele zelf van Brahman, God of het Absolute, dat alle elementen van de materie en de geest bevat die het zichtbare en kenbare uitmaken van alles wat er bestaat.
23) De drie geaardheden van de onwetendheid, de goedheid en de hartstocht, tamas, sattva en rajas, waarover al eerder gesproken werd in het Lied, worden ondersteund door de drie disciplines van de goddelijkheid van respectievelijk de vernietiging (persoon: Siva, werkelijkheid: Paramatma - de Superziel), de handhaving (persoon: Vishnu, werkelijkheid: Bhagavan - de Fortuinlijke) en schepping (persoon: Brahma, werkelijkheid: Brahman - de Absolute Waarheid), welke ieder respectievelijk de kenmerken dragen van de traagheid, de kennis en beweging.
Hoofdstuk 15 De aard van de verheven persoon:
(3-4) De vorm van deze boom kent noch een begin noch een einde, noch een fundament dat men alhier kan waarnemen; het volhoudend met het wapen der onthechting moet men van ophouden weten met deze diepgewortelde boom. Nadat men van verzaking is met die levensboom, moet men uitplussen waar die plaats zich bevindt waar men naar op weg is en vanwaar men nimmer terugkeert, en zich dan aan Hem overgeven, de
oorspronkelijke persoonlijke integriteit en het levensbeginsel29, van wie, en van waaruit, alles zich uitbreidde sedert de eerste dagen van het universum. (5) Dat onvergankelijke toevluchtsoord wordt bereikt als men, niet verbijsterd zijnde, vrij is van eigenwaan en illusie, slecht gezelschap te boven is gekomen, begrip heeft voor wat eeuwig is, en als men zich heeft losgemaakt van de lust en zich bevrijd heeft van de dualiteiten in de categorie van geluk en verdriet.
29) In dit verband is het van belang in te zien dat, als in 22, het persoonlijke en het onpersoonlijke van God samengebracht in het woord purusha, zoals hier gebruikt, zich niet laat scheiden aangezien de term God het volledige van alle dualiteiten dekt als de verenigende categorie.
Appendix: De Yoga-sutra’s van Patanjali of De Draad van de Bewustzijnsvereniging
In het deel dat tegenwoordig bekend staat als de Bhagavad Gita geeft de wagenmenner Krishna (een incarnatie van de god Vishnu) aan de vooravond van de beslissende slag advies aan de boogschutter Arjuna. Deze moet vechten tegen bekenden en familieleden en heeft daar grote twijfels over. Hij vraagt zich af wat hij moet doen. Krishna geeft Arjuna advies en spoort hem aan 'zijn plicht' te doen; namelijk het gevecht niet te schuwen, maar dit zo 'goed' mogelijk te voeren.
Het advies van Krishna gaat veel verder dan persoonlijk advies aan Arjuna. In zijn uitleg van de 'goede manier' behandelt Krishna de eeuwige vragen ten aanzien van mens, wereld en 'de juiste religie'. Het boek is dan ook te zien als gids voor de mens die op zoek is naar inzicht. In die hoedanigheid is het niet zo zeer een verhandeling over goed en kwaad, maar meer een reeks adviezen om innerlijke conflicten op te lossen. Er is op zich niets 'werkelijks' voor de mens om tegen te vechten, alleen het eigen onbegrip. Wanneer dit onbegrip verwijderd is, kan de mens zichzelf en de werkelijkheid kennen.
De uitleg van Krishna is onder andere gebaseerd op de Yoga-filosofie van Patanjali. Een manier van denken en doen die schijnbare tegenstellingen tracht te verenigen. Het woord yoga, dat dezelfde oorsprong schijnt te hebben als het woord juk, betekent letterlijk 'verbinding'. Verbinding van 'tegendelen'.
Wat leert Krishna aan Arjuna (en de zoekende mens)? Kernachtig gesteld dat de mens door middel van meditatie, of liever een meditatieve instelling, het dualisme in zichzelf en de zogenaamde 'werkelijkheid' kan overstijgen. Een dualisme dat ontstaat doordat de mens 'onderscheid' maakt binnen een niet te scheiden eenheid (het bestaan). Arjuna (een symbool van de zoekende mens) is verward in 'de paren der tegenstelling'. De 'overstijging' van deze innerlijke gespletenheid heeft tot gevolg dat het hoogste in de mens (Zelf, Atman) zich verbindt met het absolute, de uiteindelijke werkelijkheid. Dan is de mens vrij.
De sterke kanten van de tekst vind ik zelf het weinig moralistische karakter ervan, de psychologische inzichten die er uit spreken en de helderheid van de dialoog. 'Excessen' in godsdienstbeoefening zoals zelfkastijding en dogmatiek worden ontmaskerd als 'valse leermeesters'.
H.P. Blavatsky: De Geheime Leer Deel I Stanza 7 De voorvaderen van de mens op aarde (p. 261):
Filosofisch beschouwd is de mens in zijn uiterlijke vorm eenvoudig een dier, nauwelijks volmaakter dan zijn aapachtige voorvader uit de derde Ronde. Hij is een levend lichaam, geen levend wezen, omdat het besef van bestaan, het ‘ego-sum’, zelfbewustzijn vereist, en een dier kan alleen rechtstreeks bewustzijn of instinct hebben.
263: Als de occultist dus zegt, dat de ‘duivel de schaduwzijde van god is’ (het kwaad, de keerzijde van de medaille), bedoelt hij niet twee afzonderlijke werkelijkheden, maar de twee aspecten of facetten van dezelfde Eenheid.
275: Op het stoffelijke gebied zullen twee gelijksoortige polen elkaar altijd afstoten, terwijl de negatieve en de positieve pool elkaar wederzijds aantrekken; op dezelfde manier staan geest en stof tegenover elkaar – de twee polen van dezelfde homogene substantie, het wortelbeginsel van het heelal.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 12 The theogonie van de scheppende goden (p. 482):
Het ‘grote uiterste’ als het begin ‘van veranderingen’ (transmigraties) is de kortste en misschien de meest tot nadenken stemmende van alle kosmogonieën voor hen die, evenals de volgelingen van Confucius, de deugd ter wille van haarzelf liefhebben en onzelfzuchtig het goede proberen te doen zonder voortdurend uit te zien naar beloning en voordeel. Het ‘grote uiterste’ van Confucius brengt ‘twee figuren’ voort. Deze ‘twee’ brengen op hun beurt ‘de vier beelden’ voort; deze weer ‘de acht symbolen’. Men klaagt erover dat, hoewel de aanhangers van Confucius er ‘hemel, aarde en de mens in het klein’ in zien, . . . wij er alles in kunnen zien wat we maar willen. Ongetwijfeld, en dat geldt voor veel symbolen, vooral die van de latere religies. Maar wie iets weet over de occulte getaltekens, ziet in deze ‘figuren’ het symbool, hoe ruw ook, van een harmonieuze voortgaande evolutie van de Kosmos en zijn wezens, zowel de hemelse als de aardse.
483: En iedereen die de numerieke evolutie in de oorspronkelijke kosmogonie van Pythagoras (een tijdgenoot van Confucius) heeft bestudeerd, zal altijd hetzelfde denkbeeld terugvinden in zijn triade, tetraktis en decade, die voortkomen uit de ENE en enige Monade.
De Geheime Leer hoofdstuk 23 De Upanishads in de gnostische literatuur (p. 647/648):
Maar prāna en apāna, ook al worden ze als ondergeschikt voorgesteld (omdat ze minder grof of meer gezuiverd zijn), hebben het VUUR tussen zich; het zelf en de geheime kennis die dat zelf bezit. Dat geldt ook voor het goede en het kwade en voor ‘dat wat bestaat en dat wat niet bestaat’; tussen al deze ‘paren’10 is vuur, d.i. esoterische kennis, de wijsheid van het goddelijke ZELF. Laten degenen die tevreden zijn met de rook van het VUUR, blijven waar ze zijn, dat wil zeggen in de Egyptische duisternis van theologische verzinsels en dode-letter interpretaties.
10) Vergelijk met deze ‘paren van tegengestelden’ in de Anugītā, de ‘paren’ van aeonen in het uitgewerkte stelsel van Valentinus, de geleerdste en diepzinnigste meester van de gnosis. Evenals de ‘paren van tegengestelden’, mannelijk en vrouwelijk, alle zijn afgeleid van akāsa (onontwikkeld en ontwikkeld, gedifferentieerd en ongedifferentieerd, of ZELF of prajāpati), emaneren de ‘paren’ van mannelijke en vrouwelijke aeonen van Valentinus uit Bythos, de vooraf bestaande eeuwige diepte, en in hun secundaire emanatie uit Ampsiu-Ouraan (of eeuwigdurende diepte en stilte), de tweede logos. In de esoterische emanatie zijn er de voornaamste zeven ‘paren van tegengestelden’; en zo waren er ook in het stelsel van Valentinus veertien of tweemaal zeven. Epiphanius, die onjuist kopieerde, ‘kopieerde één paar tweemaal’, denkt C.W. King, ‘en voegt zo één paar toe aan het juiste aantal, vijftien’. (The Gnostics, enz., blz. 263-4.) Hier vervalt King in de tegenovergestelde fout: er zijn niet 15 paren van aeonen (een sluier), maar 14, omdat de eerste aeon die is waaruit de andere emaneren, terwijl diepte en stilte de eerste en enige emanatie uit Bythos zijn. Zoals Hippolytus zegt: ‘De aeonen van Valentinus zijn ontegenzeglijk de zes radicalen van Simon (Magus)’, met de zevende, vuur, aan het hoofd. En deze zijn: denkvermogen, intelligentie, stem, naam, rede en gedachte, ondergeschikt aan VUUR, het hogere zelf, of juist de ‘zeven winden’ of de ‘zeven priesters’ uit de Anugītā.
Blavatsky, Deel III, (p. 439/440):
De mystieke tienheid [van Pythagoras] (1 + 2 + 3 + 4 = 10) is een wijze om het denkbeeld van de emanatie in het heelal weer te geven. De één is God (x), de twee is stof, de drie, die één en twee verenigt en aan beider aard deel heeft, is de wereld van verschijnselen, de vier, of de vorm der volmaking, geeft de ledigheid van alles te kennen, en de tien, de som van hen alle, omvat de ganse Cosmos. De sleutel tot de Pythagoreesche dogma’s is de sleutel tot elke grote wijsbegeerte. Hij is de algemene formule van de eenheid in de veelheid, de Eén die het vele doet ontstaan en het al doordringt. Hij is de archaïsche leer der emanaties in enkele woorden samengevat.
x) De “God” van Pythagoras, is geen persoonlijke God. Men bedenke dat hij als een hoofdstelling verkondigde dat er achter alle vormen, veranderingen en andere verschijnselen van het heelal een blijvend beginsel van eenheid bestaat.
Het "geëerde", het geopenbaarde iets, is zowel in het middelpunt als in de omtrek aanwezig, doch het is slechts de weerkaatsing van de Godheid - de wereldziel (of anima mundi). In deze leer vinden wij de geest van het esoterisch Boeddhisme.
H.P. Blavatsky De Geheime Leer Deel III, hoofdstuk Wat magie in werkelijkheid is (p. 515):
Er zijn miljoenen Christenen, die de naam van Simon Magus en het weinige wat in de Handelingen over hem staat kennen, doch er zijn slechts weinigen die zelfs maar gehoord hebben van de vele bonte, fantastische en tegenstrijdige bijzonderheden, welke de overlevering over zijn leven meedeelt.
516: Simon verkondigde, evenals alle andere Gnostici, dat onze wereld geschapen was door de lagere engelen, die hij Aeonen noemde.
517: Simon noemde deze emanaties syzygieën (een verenigd paar), want zij emaneerde twee aan twee, de een als een actieve, de ander als een passieve Aeon.
518: In de Philosophumena lezen wij dat Simon de Aeonen met de
”boom des levens” vergeleek.
519: Hij [Simon] noemt de eerste syzygie van de zes machten en van de zevende, die daarbij is, nous en epinoia, hemel en aarde; het mannelijke ziet van boven neer en neemt de gedachte tot syzygie of echtgenote, want de aarde omlaag ontvangt de verstandelijke vruchten die uit de hemel naar beneden worden gebracht en met de aarde verwant zijn.
Blavatsky, Deel III
647: Er zijn in de mens drie hoofdmiddelpunten: hart, hoofd en navel, waarvan twee ten opzichte van elkaar + of – zijn, al naar het betrekkelijk overwicht van de middelpunten.
H.P. Blavatsky Isis ontsluierd (p. 702):
En Simon Magus wachtte ook niet tot hij in trance was om voor de ogen van de apostelen en vele getuigen door de lucht weg te vliegen. ‘Er zijn geen bezweringen en ceremoniën voor nodig; het maken van cirkels en wierook branden is niets dan onzin en goochelarij’, zegt Paracelsus. De menselijke geest
is zo groots dat geen mens die in woorden kan uitdrukken; zoals God zelf eeuwig en onveranderlijk is, zo is het menselijke bewustzijn dat ook. Als we de vermogens ervan goed begrepen, zou niets op aarde voor ons onmogelijk zijn. Door te vertrouwen op onze wilskracht wordt de verbeelding versterkt en ontwikkeld. Vertrouwen moet de verbeelding versterken, want vertrouwen schenkt wilskracht.
Plato verdeelde de werkelijkheid in twee zijnssferen, materie en geest met als schakel de ziel. Het Antahkarana, nous legt de imaginaire verbinding tussen epithumia en thumos. Het zelfbewustzijn, dat meta-leren mogelijk maakt, kan als een recursiefproces worden opgevat. Het pentagram staat symbool voor iteratie, recursie.
Anna Lemkow: boek Het Heelheid Principe, hoofdstuk 1 (p.56): We zien uit deze feiten dat de paren van tegenstellingen met elkaar in wisselwerking staan en door deze wisselwerking creatief zijn, zelfs onontbeerlijk voor scheppende en creatieve processen in de natuur en in de mens.
En wat zij door hun vereniging scheppen is een derde term of een derde wezen dat beide polen omvat en dat op zijn beurt zijn eigen tegendeel schept.
Anna Lemkow boek Het Heelheid Principe, Hoofdstuk Orde te midden van Chaos, slotconclusie: Er is nog een ander aspect aan deze beweging in het bewustzijn. Niettegenstaande het feit dat de impuls naar heelheid
wordt overschaduwd door op verdeeldheid gerichte neigingen in een groot en machtig deel van de menselijke samenleving, is zij altijd aanwezig en levensvatbaar geweest. Onze eigen verwaarlozing van deze dynamiek zorgde er alleen maar voor dat we deze nog sterker zouden tegenkomen.
Thijs Prent Dualiteit in de evolutie:
We kunnen dit kosmische patroon op de menselijke constitutie toepassen, want in de menselijke evolutie zijn er eveneens twee lijnen en drie stadia. De twee lijnen kunnen de spirituele en de materiële worden genoemd. De drie stadia van evolutie zijn de monadische, de verstandelijke en de fysieke, en ze werken gelijktijdig samen. Als we dit in verband brengen met de zevenvoudige samenstelling van de mens, dan hebben we:
- 1. Atman en buddhi (de hogere duade), het eerste stadium;
- 2. Manas en kama (de middelste duade), het tweede stadium;
- 3. Prana, het astrale lichaam en het fysieke lichaam (de lagere triade), het derde stadium.
Het proces van de tweevoudige evolutie wordt prachtig verklaard door de term sutratman:
Het is deze sutratman, dit draad-zelf, deze bewustzijnsstroom of beter stroom van leven-bewustzijn, die het fundamentele en individuele Zelf van iedere entiteit is en die, weerspiegeld in en door de verschillende tussenliggende voertuigen of sluiers of omhulsels of gewaden van de onzichtbare constitutie van de mens of van ieder ander wezen waarin een monade zich hult, de egoïsche centra van het zelfbewuste bestaan voortbrengt.
Wim van den Dungen De Mystieke Theologie § 10:
Alles wat we aangaande God kunnen denken of uitspreken (alle bevestigingen en ontkenningen) benadert slechts God zonder dat er iets permanents over Gods wezen verschijnt. De mystieke theologie waagt het om een glimp in taal te verharden en spreekt over perfectie, uniciteit, eenvoud & Gods absolute natuur, vrij van alles, voorbij alles, ... maar ook voorbij niets !
Dit spreken naar aanleiding van een glimp levert geen absolute waarheid, want tegenover perfectie staat onvolmaaktheid, tegenover uniciteit staat pluraliteit, tegenover eenvoud staat veelheid.
De dialectiek kan al sprekend nooit worden overschreden en de mystieke ervaring impliceert zo'n overschrijding. Bijgevolg kan God nooit worden uitgesproken.
Enkel Gods exterioriteit, daar waar Hij leeft, kan aangegeven worden.
Enkel de mystieke poëzie is in staat om uit de lichtvonk van de 'unio mystica' een laaiend vuur te scheppen.
Leo van den haak Polariteiten
De wereld stoelt op polariteiten. We leven in de wereld van de twee. De tempel van de één steunt op twee pilaren, zodra de balansen der polariteiten in evenwicht zullen komen en blijven houdt deze wereld op te bestaan. De gene die er in slaagt voor zichzelf de balans in evenwicht te krijgen, komt in de Substantie van Spinoza, ( het Zijn ) ervaart God in zichzelf subjectief en objectief bewustzijn vloeien dan in elkaar.
De overpeinzing tot mij laten doordringen, zonder kwaad geen goed, zonder rijk geen arm en omgekeerd. Polariteiten hebben een zeer diepe achtergrond. Al duizenden jaren geleden schreef men al ; .... deze wereld bestaat slechts bij de gratie van de polariteiten. Dringt het tot U door dat als we goed kunnen opheffen, er dan ook geen kwaad meer zou bestaan.
Spinoza
Ik hou me aangaande goed en kwaad aan de maatstaf gesteld door Spinoza , hij schrijft in "het Hoogste Goed" ; .... "hier wil ik slechts nog in het kort zeggen wat ik onder Goed versta en tevens wat het hoogste Goed is. Om dit juist te kunnen begrijpen moet men in het oog houden dat de begrippen goed en kwaad niet anders dan in betrekkelijke zin kunnen worden gebruikt, zodat een en de zelfde zaak uit verschillende gezichtspunten beschouwd goed of kwaad kan zijn; .... het zelfde geld voor de begrippen volmaakt en onvolmaakt. Immers niets kan op zichzelf, in zijn eigen aard beschouwd, volmaakt of onvolmaakt genoemd worden. Vooral omdat we weten dat alles zich voltrekt naar eeuwige, onveranderlijke orde en vaste natuurwetten. Daar echter het menselijk vermogen die orde met het objectief bewustzijn alleen niet kan omvatten en die mens zich toch een voorstelling kan vormen van een aard veel machtiger dan de eigene, terwijl hij generlei beletsel ziet voor het verkrijgen van die zelfde aard, wordt hij er toe gedreven naar middelen te zoeken die hem tot zulk een volmaaktheid zouden leiden. Alles wat nu middel kan zijn tot het bereiken van dit doel heet Goed. Het hoogste Goed is echter zover te komen dat men, zo mogelijk, met anderen samen zulk een aard verkrijgt".
Onder Goed verstaat Spinoza alles wat bijdraagt tot het verkrijgen van de kennisse Gods. Onder Kwaad verstaat Spinoza dat wat deze ontwikkeling belemmert. De wijsbegeerte spreekt van evolutie en involutie. Onder evolutie wordt verstaan; .... de ontwikkeling van de geestelijke principes uit de stof. Onder involutie; .... de afdaling van hogere, subtielere geestelijke principes in lagere materie-gebonden principes. Evolutie is goed, involutie is kwaad. Evolutie houdt in voorwaarts, opwaarts naar God. Involutie houdt in achteruitgang, neerwaarts van God af (de opwaartse - en neerwaartse spiraaldynamiek).
Tijdloosheid; .... de ideeën van Plato en Spinoza ondergaan geen verandering. Slechts objecten en voorstellingen zijn veranderlijk. Slechts objecten kennen tijd, dat betekent, dat onze kern ( ons hart ) onveranderlijk is en geen tijd kent .
Dat wil zeggen ons hart is onsterfelijk. De kern van alle mensen is onsterfelijk, ons lichaam is wel sterfelijk. Laat tot U doordringen dat als wij eeuwig dezelfde denk-inhoud zouden hebben er voor ons ook geen tijd zou bestaan. ; .... Het klinkt onwezenlijk, maar elke mens beschikt over zo'n inhoud, die ik kern noem.
Wanneer het Ene verschijnt als het gemanifesteerde, brengt het de twee voort, omdat elke manifestatie twee polen heeft, een positieve en een negatieve, of een zijde en een keerzijde. Het Ene wordt twee, vanzelfsprekend één blijvend. Het is tegelijk gemanifesteerd en ongemanifesteerd, maar in het gemanifesteerde aspect heeft het twee polen, twee vormen van zijn, twee aspecten: een bewustzijnsaspect en een energie-aspect. Deze “bewustzijn/energie” kan op ons gebied “geest/materie” (mind stuff) worden genoemd, maar het woord “materie” is gevaarlijk, en dat is het - of eerder nog de onjuiste betekenis die men eraan heeft gegeven - wat verantwoordelijk is voor het gevaar waar ik net over sprak dat bestaat uit het zoeken van het Goddelijke buiten de materie. Het is alsof men in de uitdrukking “geest/materie” een van de aspecten van de manifestatie ten opzichte van de andere een hogere waarde heeft toegekend, hetgeen zou kunnen veronderstellen dat het Goddelijke slechts in een gedeelte van zichzelf aanwezig is. Bewustzijn en energie zijn een onafscheidelijk paar, op welk gebied men zich ook bevindt. Ze zijn werkelijk als de twee zijden van een medaille, de ene kan zichtbaar zijn en de andere niet, maar die is daardoor niet minder aanwezig.
Het is in ons werkelijke Zelf dat we de ander zullen ontdekken.
Bij de laatste zinsnede kan gedacht worden aan wat Marco Iacoboni schrijft in het boek Het spiegelende brein (p. 129):
Samen met de theoretische beschouwingen uit het begin van dit hoofdstuk doen al deze gegevens vermoeden dat spiegelneuronen van belang zijn voor mijn analogie van de medaille met de twee zijden, waarin de ene zijde het zelf is en de andere zijde … eh… de ander.
Het heeft geen enkele zin de twee zijden van een medaille te scheiden.
Hendrik Laurentz. Spiegel boek Hertspiegel (Pierre Vinken:)
In het zevende deel van Hertspiegel, verwijst Spiegel naar een denkbeeldige afbeelding van Plato’s grot. Tot drie maal toe stelt Spiegel dat deze grot de vorm van het hart heeft. Maar op de bijbehorende gravure van Jan Saenredam (Antrum Platonicum) is die vorm niet herkenbaar. Althans, dat beweren alle wetenschappers en kunsthistorici. Het doet mij deugd dat ik kan aantonen dat de gravure wel degelijk de vorm van het hart heeft. De gelijkenis is in al die eeuwen over het hoofd gezien!’
G. A. Janse: In dezelfde kerk hing in een kapel een houten kruis, dat iets heel anders symboliseerde, namelijk de weg van de twee dimensies van ons denken, de horizontale en vertikale dimensie, die we hebben te gaan als we de hogere grond willen bereiken. De horizontale dimensie is het vlak waar ons alledaagse denken zich in beweegt. In deze dimensie is alles onderhevig aan een belang en doel en door dat belang en doel wordt het hogere schouwende denken, dat boven het beredenerende en discursieve denken uitgaat door angstvallig aan gehechtheden vast te houden, beheerst. De oude Grieken noemen dat hogere schouwende denken het 'nous'. Door deze doelstelling, waar alles tot belang van het ik behoort, worden alle hogere betekenissen, zoals liefde, mededogen, medeleven, barmhartigheid, meditatie, luisteren etc. fragmentarisch. Met fragmentarisch wordt bedoeld een afgeleide, slechts een beperkt deel van de volheid van die hogere betekenissen. De grond van de vertikale dimensie, die haaks op de horizontale dimensie staat, is doel- en belangeloos. In deze grond bestaat het Ik niet meer. Deze vertikale grond is ons gegeven. Deze grond is orde, wijs, liefdevol, meditatief, vol mededogen en medeleven. Plato zegt dat we deze hogere grond in onze vorige levens aanschouwd hebben en zullen herkennen op ons levenspad.
Ko van Diemen Materie, patronen en klank (deel 2):
In de verschillende spirituele werelden blijken de ideeën over het begin der schepping elkaar te overlappen. In de Koran staat bijvoorbeeld dat alles geschapen is in paren, een gedachte die ook terug te vinden is bij de Pers Zarathustra (leer der tegenstellingen), die op zijn beurt Pythagoras onderwees. De heilige getallen van Pythagoras staan in nauw verband met de leer der tegenstellingen. Ook vinden we deze getallen terug in de Joodse Kabbala en uiteraard in Egypte. Ook wordt in de Koran gesproken over ‘Saute Soermat’ (het abstracte geluid der schepping).
1 + 1 = 3 (aldus sprak Pythagoras).
Het begin der getallenleer impliceert het beginsel van de ‘Heilige Drieëenheid’, een beginsel dat ook tot basis dient van het Christendom. Heilige Drieëenheid: Vader, Moeder en Zoon. In het Christendom werd na enkele eeuwen het vrouwelijke vervangen door ‘Heilige Geest’. Een fundamenteel verschil tussen Christendom en de Egyptische religie is dat er in Egypte sprake is van een scheppingsleer. Het verhaalt in eerste instantie niet over een lang vervlogen geschiedenis, maar beschrijft eerder het scheppingsprocedé zoals dat in het hier en nu plaatsvindt. In dit zelfde licht moeten we alles zien wat Pythagoras zegt over het begin van schepping.
Bij Pythagoras gaat aan de Heilige Drieëenheid een soort goddelijke eenheidsstatus vooraf. Deze meest perfecte goddelijke oertoestand definieerde hij als ‘de absolute eenheid’, het ongeopenbaarde in zichzelf verenigde mannelijke en vrouwelijke. Om tot schepping te komen (zich mede te delen in de driedimensionale realiteit, het ‘geopenbaarde’ leven) brengt dit goddelijke een offer; het splitst zich om zijn eenheid te verbreken. Door deze splitsing ontstaan twee componenten die door hun interactie een derde kracht creëren.
Deze gedachte laat zich wederom vertalen via de Fibonaccireeks (recursie, leerproces):
Kwadranten (Tetrade, 'Individueel en Collectief', '5D-concept en Ether-paradigma')
De ether definitie van Jan Börger representeert het basismechanisme, ’Complementariteit en Gebroken symmetrie’ (Monade + Duade). Om dit mechanisme weer te geven kan het kernkwadrant met de 'positieve- en negatieve as' van Daniel Ofman worden gebruikt. De eenvoudige voorstelling van het kernkwadrant is een handig model om de complexe interacties tussen 'Geest en Lichaam' te duiden. We moeten er rekening mee houden welk concept of meta-model we ook gebruiken het blijft een zeer onvolledige afspiegeling van de éne werkelijkheid. Of zoals Korzybski stelt: The map is not the territory. Het basisprincipe van het kernkwadrant is, these (positieve as, +/+) + antithese (negatieve as, -/-) = synthese. De negatieve as illustreert als het ware het probleem en de positieve as de oplossing. Kernkwadranten zijn een handig hulpmiddel om schijnbare tegenstellingen te duiden.
De twee lijnen van de swastika (Solve et Coalgula) staan voor geest en stof. De ziel (tussennatuur), de wisselwerking tussen geest en substantie kan met behulp van 'Âtma-Buddhi en Kama-Manas' in een kwadrant (Tussenliggende viertal) worden weergegeven.
Het is ziel, de schakel tussen 'Geest en Lichaam', die het probleem van het ego en het hogere Zelf, van involutie en evolutie (emanationisme), de neergaande en opgaande boog kan oplossen. In essentie draait het om ‘Geest en Lichaam’, ‘Levensatoom en Atoom’, ‘These + Antithese = Synthese', de Kwintessens.
Voor 'probleem en oplossing' kan worden gelezen 'stof en geest', 'vrouwelijk en mannelijk', de twee kanten van een medaille.
De getallen 3 (mannelijk) + 4 (vrouwelijk) = 5 (vijfpuntige ster van leven, Prana). Het pentagram met haar spits naar boven gericht is spiritueel en staat in het occultisme symbool voor de ‘rechterhand’.
Uit het werk van de Nobelprijswinnaar Ilya Prigogine blijkt dat geesteswetenschappers en natuurwetenschappers elkaar steeds dichter naderen.
Interview mit Wissenschaftshistoriker Ernst Peter Fischer - Warum es keine Weltformel gibt
Physiker von Albert Einstein bis Stephen Hawking haben sich an der sogenannten Weltformel die Zähne ausgebissen. Der Konstanzer Wissenschaftshistoriker Ernst Peter Fischer erklärt, warum die Genies scheiterten.
Frage: Das heißt, die Naturwissenschaftler müssten weniger mathematisch denken, sondern mehr philosophisch?
Fischer: Ich denke, wir kommen viel weiter, wenn wir uns klarmachen, dass es kein Sein gibt, sondern nur ein Werden. Platon hat sich auf das Sein konzentriert, insofern sind die heutigen Naturwissenschaftler mehr oder weniger Platoniker. Der eigentliche Entdecker der Wirklichkeit war jedoch Heraklit mit seinem Satz "panta rhei" - alles fließt. Weil wir aber nicht heraklitisch denken, schauen wir in die falsche Richtung.
Frage: Heraklit sah im allgegenwärtigen Fließen den Logos als Gesetz walten. Ist dieses Gesetz nicht mit einer Weltformel zu fassen?
Fischer: Ich meine, dass die eigentliche Einheit die Zweiheit ist. Sie finden diese Zweiheit überall: Männlich/Weiblich, Yin/Yang, Ich/Du. Der Maler Willi Baumeister sagt, dass die Natur keine Darstellung, sondern Gestaltung ist. Also eben kein Sein, sondern ein fortwährendes Werden. Gestaltung setzt bereits Zweiheit voraus, nämlich mich und das Gestaltete. Gestaltung ist ein kommunikativer Prozess. Die ganze Welt ist Kommunikation. Deshalb ist die Weltformel nicht als ein Punkt zu haben, sondern als eine Spannung zwischen Punkten.
Kwantummechanisch is elke materie golf of deeltje, deeltje of golf. Het is materie of antimaterie (prof.dr. Paul Hellings) , het is steeds ongrijpbaar, onvoorspelbaar. Elk deeltje is een grote zee van mogelijkheden zowel wat plaats als wat vorm betreft.
Interview met evolutie-pionier Alfred Russel Wallace:
Intelligent design sluit evolutie dus niet uit, maar stelt wel de traditionele opvatting van dat begrip onder kritiek, zuivert het van het ideologische, pre-wetenschappelijke materialisme van Darwin en vult het aan. Intelligent design is geen pseudowetenschap, zoals almaar partijdig herhaald wordt door wie beter zouden moeten weten. Of het zou moeten zijn dat Alfred Russel Wallace een pseudowetenschapper is. Hij is echter onbestreden een van de grootste biologen van de moderne tijd, bewonderd door Darwin. In veldervaring laat hij die zelfs ver achter zich.
Blijft evolutie dan toch een betrouwbare hypothese?
"Elke nieuwe ontdekking in de natuur maakt de oorspronkelijke hypothese sterker. Maar dan heb ik het over de gezonde en eerlijke evolutie, die zich niet bezig houdt met hoe zij begonnen is, en alleen maar een paar schakels volgt in een nogal voor de hand liggende keten. Over de keten zelf heeft de evolutie niets te zeggen. Wat mij betreft, ik ben ervan overtuigd dat er in een bepaalde periode in de geschiedenis van de aarde een duidelijke scheppingsdaad is geweest, dat vanaf dat moment de evolutie aan het werk is, er leiding aan is gegeven. Hoe dieper de mensen nadenken over wat zij kunnen waarnemen, des te meer zullen zij tot het inzicht komen dat het materialisme een uiterst gigantische dwaasheid is. En ik denk dat het spoedig uit de geesten zal verdwijnen. Aanvankelijk was er wel een excuus. In de autoritaire onzin en het bijgeloof van het klerikalisme heeft de evolutie een bom van de allerdodelijkste kracht geworpen. Zij, wier intelligentie beledigd en woedend was gemaakt door het absurde gedoe van priesters, sloegen door in de conclusie dat de godsdienst vernietigd was, dat een kleine reeks van redenaties het hele oneindige heelal had verklaard, dat in de modder de oorsprong van de geest lag, en in het stof zijn einde. Dat was een opvatting die geen stand kon houden. Het materialisme is voor alle intelligente geesten net zo dood als het priestergedoe. Er zijn wetten van de natuur, maar ze zijn doelgericht. Overal waar we kijken worden we geconfronteerd met kracht en intelligentie. De toekomst zal vol verwondering zijn, van eerbied, en van een rustig geloof dat recht doet aan onze plaats in het plan van de dingen. "
De Geheime Leer Deel I hoofdstuk 3 Oorspronkelijke substantie en goddelijke gedachte (p. 370/371):
Geest of kosmische verbeeldingskracht en kosmische substantie – de ether is een van de beginselen daarvan – zijn dus één en omvatten de ELEMENTEN, in de betekenis die Paulus eraan hecht. Deze elementen zijn de versluierde synthese waarmee de Dhyan-Chohans, Deva’s, Sephiroth, Amshaspends, Aartsengelen, enz. worden aangeduid. De ether van de wetenschap – de Ilus van Berosus of de protyle van de scheikunde – vormt om zo te zeggen de (betrekkelijk) ruwe grondstof waaruit de bovengenoemde ‘bouwers’, volgens het plan dat eeuwig voor hen in de GODDELIJKE GEDACHTE is uitgestippeld, de stelsels in de kosmos vormen. Het zijn ‘mythen’, zegt men ons. ‘Evenmin als ether en de atomen’, antwoorden wij. De laatste twee zijn absoluut noodzakelijk voor de natuurwetenschap; de ‘bouwers’ zijn even absoluut noodzakelijk voor de metafysica. Men verwijt ons: ‘U hebt ze nooit gezien.’ Wij vragen de materialisten dan: ‘Hebt u ooit de ether gezien, of uw atomen, of misschien uw KRACHT?’ Bovendien erkent A.R. Wallace, een van de grootste westerse evolutionisten van deze tijd en de assistent van Darwin – als hij de ontoereikendheid bespreekt van de natuurlijke selectie als enige verklaring van de stoffelijke vorm van de mens – de leidende invloed van ‘hogere intelligenties’ als een ‘noodzakelijk onderdeel van de grote wetten die het stoffelijke Heelal besturen’ (Contributions to the Theory of Natural Selection).
Elke medaille heeft twee complementaire kanten, die door de spiegelsymmetrie, het projectiemechanisme tot uitdrukking wordt gebracht. De 'eenheid der tegendelen' is een basisingrediënt in het rapport ‘E i V’. De eenheid der tegendelen brengt echter ook een tegenstelling tussen twee polen, de keerzijde tot uitdrukking.
De positieve as van het kernkwadrant, these + antithese = synthese, 1 + 1 = 3 duidt op het principe dat het geheel (kwantum) meer is dan de som der delen. Een foton is een voorbeeld van een kwantum. Maar Pythagoras heeft al onderkend dat: Een huis is meer dan een stapel bakstenen. Een melodie is meer dan een verzameling losse tonen. Een levend wezen is meer dan een verzameling cellen. Een cel is meer dan een verzameling moleculen. Emergentie verwijst naar het geheel is meer dan de som van de delen.
Dualisme kan ook aan de hand van het Yang/Yin-symbool worden verklaard. Het Yang/Yin-symbool toont twee tegengestelde, maar ook elkaar aanvullende krachten, de aantrekking en afstoting. Het Yang/Yin-symbool brengt de plus-min-spanning tussen twee polen in de schepping tot uitdrukking. Door het verbreken van de eenheid, de Monade ontstaat de polariteit, een spanning.

Elke duade in het kompaskwadrant illustreert de synthese, het 1 + 1 = 3, de eenheid der tegendelen, de Triade. Een flits van geluk doet zich voor wanneer twee polen op een positieve as in balans zijn. Deze situatie doet zich voor wanneer de positieve - en de negatieve as elkaar overlappen, Transkritische bifurcatie, figuur rechts:
Naast het kernkwadrant wordt in het rapport 'E i V' ook het kwadrant van Ken Wilber gebruikt. Ken Wilber kijkt vanuit een ander perspectief naar de werkelijkheid. Hoe hangen deze kwadranten met elkaar samen? Wanneer twee of meer individuen met elkaar samen werken ontstaat er een collectief, waarvan de interacties met twee kernkwadranten, twee duaden kunnen worden weergegeven.
Het kernkwadrant van Daniel Ofman toont de wisselwerking tussen twee polen, het brengt één duade in beeld. Ken Wilber toont in een kwadrant twéé duaden. In het kwadrant van Ken Wilber komen de vervormingen, die in het kernkwadrant van Ofman op de negatieve as worden weergegeven, niet voor. Het kwadrant van Ken Wilber toont twee positieve assen. De beide positieve assen in een kwadrant bevatten in plaats van een +/+ het +/- teken. Een ‘Ken Wilber kwadrant’ bevat geen >>> of <<< (pijltjes).
Geleidelijk is er op basis van het kernkwadrant en het kwadrant van Ken Wilber een nieuwe metafoor, het op de levensboom gebaseerde kompaskwadrant ontstaan. Het snijpunt van de twee positieve assen representeert het nulpunt, de Dodecaëder, ‘Ether en Aether’. De verticale as door dit nulpunt geeft de wisselwerking tussen 'Ether en Aether’ weer.
De drie duaden van het kompaskwadrant maken ons op een andere manier bewust hoe probleem en oplossing met elkaar zijn verbonden. Het 5Ddenkraam ('5D-concept en Ether-paradigma') bevat zowel een verfijning als een ruimere context voor het 4Ddenkraam, het kernkwadrant van Daniel Ofman. Met behulp van het kompaskwadrant laten we zien hoe het mogelijk is ons weer met de natuurlijke kringloop te verbinden.
In plaats van twee positieve assen, twee duaden volgens Ken Wilber maakt het kompaskwadrant van een kwalitatieve - en kwantitatieve as (immateriële en materiële as) gebruik. Het kompaskwadrant gebruikt ook i.p.v. ‘>’ of '<' een streepje (‘-‘).
Om een specifieke toestand in een kwadrant te beschrijven wordt van de vier symbolen +, - , nulpunt (snijpunt) en de lemniscaat gebruik gemaakt.
Om de rode draad in de geschiedenis van het wereldgebeuren te duiden wordt het model van het Kompaskwadrant gebruikt. Het biedt een kader om religies met elkaar te verbinden, dus het autisme tussen religies te doorbreken. In de Westerse wereld is het geloof in God vervangen door het grenzeloze geloof in de mythe van de vrije markt. Het betekent daarmee nog niet dat de ‘as van het kwaad’ is verdwenen. God dood verklaren wil nog niet zeggen dat Hij is ontmaskerd. Met andere etiketten verandert nog niet de werkelijkheid. Het kompaskwadrant kan worden gebruikt om zichtbaar te maken waar tegenwicht geboden is. In het rapport 'E i V' worden op basis van kwadranten verschillende inzichten gerubriceerd en onder een noemer gebracht.
De Geheime Leer Deel I Samenvatting (p. 296):
Er is geprobeerd het eerste van deze zeven hoofdstukken te schrijven en het is nu gereed. Hoe onvolledig en zwak de uiteenzetting ook is, deze is in ieder geval een benadering – in wiskundige zin – van de oudste grondslag van alle latere kosmogonieën. Het is een gewaagde poging om in een Europese taal het grootse panorama weer te geven van de periodiek steeds terugkerende wet – ingeprent in de ontvankelijke denkvermogens van de eerste rassen die bewustzijn bezaten, en wel door hen die dit bewustzijn vanuit het universele denkvermogen weerkaatsten, want geen enkele menselijke taal behalve het Sanskriet, dat de taal van de goden is, is ook maar enigszins voor die taak berekend. Ter wille van ons doel moet men echter de gebreken van dit boek vergeven.
Het voorgaande, noch wat er volgt, kan men als geheel ergens volledig aantreffen. Het wordt in geen enkele van de zes Indiase filosofische scholen geleerd, want het betreft hun synthese – de zevende school, dat is de occulte leer.
Het begrip volheid verwijst naar het sanskriet woord bhâga, waar het begrip bhagavan van is afgeleid, de Alvervulde of de Fortuinlijke die de verpersoonlijking vormt van de filognostische synthese in de kern van het kompaskwadrant. Het begrip gezichtspunt correspondeert met het sanskriet woord darshana (zes Indiase gezichtspunten) en vormt met zijn verscheidenheid de basis voor de filognostische hermeneutiek waarop ook de Indiase filosofie is gebaseerd.
Page from alchemic treatise of Ramon Llull, 16th century:
SOLVE ET COALGULA
De twee slangen die elkaar aanstaren te hoogte van de plexus solaris verbeelden onze Wil en de levensenergie de Chi/Ki. Dit is een zeer oud symbool gebruikt door vele esoterische scholen. Wij kennen dit symbool ook als de Caduceus. Het drukt het eeuwige leven en de oneindige cyclus van vernieuwing uit. De twee slangen fungeren ook als bewakers van de hartchakra, ze zien toe op de zuiverheid van onze gedachten.
Het pentagram om zijn voorhoofd staat voor 'Aarde, Lucht, Vuur, Water en Geest'', waarin de spirituele natuur van de mens wordt gesymboliseerd. Op zijn rechterarm die omhoog wijst staat het woord Solve hetgeen o.a. betekent ergens een antwoord of verklaring voor vinden. Op zijn linkerarm staat het woord Coagula, hetgeen stamt van de alchemistische uitdrukking Coagulate wat betekent van een vloeistof veranderen in een dikke massa, indikken dus. SOLVE ET COALGULA los op en stol. Een oud alchemistisch adagium dat de kortste beschrijving geeft van het alchemistisch proces. Het proces van oplossen en doen stollen, beeldt het leiden naar het verenigen van de tegenstellingen uit, d.w.z. het vinden van de steen der wijzen.
Het begrip quaterniteit van Jung heeft op de metafoor kwadratuur van de cirkel, de 'steen der wijzen' betrekking.
H.P. Blavatsky De Geheime Leer]] Deel I Is de zwaartekracht een wet?'' (p. 540):
Meer dan één geleerde maakt bezwaar tegen zulke grove materialistische denkbeelden. Maar tot nu toe is niets in staat gebleken het getij van het grove materialisme te keren. Dit was het geval sinds de tijd van Plato, die zijn lezers herhaaldelijk verzoekt de onstoffelijke elementen niet te verwarren met hun beginselen – de transcendentale of spirituele elementen; sinds de tijd van de grote alchemisten die, zoals Paracelsus, een groot verschil maakten tussen een verschijnsel en de oorzaak daarvan, het noumenon; en tenslotte sedert Grove die – hoewel hij ‘geen reden ziet de universeel verspreide stof te ontdoen van de functies die eigen zijn aan alle stof’ – toch de term ‘krachten’ gebruikt waar zijn critici, ‘die aan dat woord niet de betekenis toekennen van een bepaalde werking’, spreken van kracht. De zwaartekracht is de enige oorzaak, de handelende god, en de stof is haar profeet, zeiden de wetenschappers nog maar een paar jaar geleden.
Begrip en Onbegrip
Ervin Laszlo bespreekt in zijn boek Het Akasha-veld, Verbinding en geheugen in kosmos en bewustzijn de relatie tussen de micro - en macrokosmos, René Meijer in zijn boek De Ether Bestaat aan de hand van 3 aanzichten, 6 gezichtspunten (Darshana's).
| Kompaskwadrant: | 3 Aanzichten: | Standaardmodel: | ||
| Ruimte | Kwalitatieve as | 2e Top down en Bottom up | Filosofie en Ethiek | Materiesymmetrie |
| Materie | Kwantitatieve as | 1e Segulier en Regulier | Psychologie en Sociologie | Spiegelsymmetrie |
| Tijd | Verticale as | 3e Analyse en Ontwerp | Scheppingsleer en Bewustzijnsevolutie | Tijdsymmetrie |
| Pythagoras | Esoterie: | Dühring | Filognosie | Unificatietheorie | Hoofdstuk: | 4.6 en 4.7 | |||
| 1. Monade | 1e Logos | 1e Manifestatie | 4e Wet | Lemniscaat | Zwaartekracht | 2.3.1 | Akasha | 7.4 | 8.4 |
| 2. Duade | 2e Logos | Geest-stof | 3e Wet | Deel I | Tijdsymmetrie | 2.3 | Synthese, Z.P.F. | 7.3 | 8.3 |
| 3. Triade | 3e Logos | Hiërarchie | 2e Wet | Deel III | Spiegelsymmetrie | 2.2 en 2.2.1 | Antithese | 7.2 | 8.2 |
| 4. Tetrade | Tetraktys | Periodiciteit, Karma | 1e Wet | Deel II | Materiesymmetrie | 2.1.1 | These | 7.1 | 8.1 |
De 1e, 2e en 3e Logos komen met de scheppende orde 'Kether, Chockmah & Binah' (‘Wijsheid & Verstand’, ‘Passer & Winkelhaak’), de weerkaatsing van En-soph (Dat en Dit) overeen.
De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk Edens, slangen en draken (p. 243):
Zo weinig hebben de eerste christenen (door wie de joden van hun bijbel werden beroofd) de esoterische betekenis van de eerste vier hoofdstukken van Genesis begrepen, dat zij nooit bemerkten dat met deze ongehoorzaamheid niet alleen geen zonde werd bedoeld, maar dat de ‘slang’ in werkelijkheid ‘de Heer God’ zelf was, die evenals de Ophis, de logos of de drager van goddelijke, scheppende wijsheid, aan de mensheid leerde op hun beurt scheppers te worden29. Zij hebben nooit beseft dat het kruis zich heeft geëvolueerd uit de ‘boom en de slang’ en zo de verlossing van de mensheid werd. Hierdoor zou het het eerste fundamentele symbool van de Scheppende Oorzaak worden, toepasbaar op de meetkunde, op getallen, op de sterrenkunde, op maten en op dierlijke voortplanting. Volgens de Kabbala kwam de vloek over de mens bij het vormen van de vrouw30. De cirkel werd gescheiden van zijn middellijn. ‘Uitgaande van het bezit van het dubbele beginsel in één, dat is de androgyne toestand, had de scheiding van het tweevoudige beginsel plaats, waaruit twee tegengestelden ontstonden, die bestemd waren eeuwig te zoeken naar hereniging tot de oorspronkelijke ene toestand.
29) De lezer wordt eraan herinnerd dat in de Zohar en ook in alle kabbalistische boeken wordt beweerd dat ‘Metatron verenigd met Shekinah’ [of Shekinah als de sluier (genade) van Ain-Soph] die de logos voorstelt, de boom van kennis zelf is; terwijl Shamaël – het duistere aspect van de logos – alleen de schors van die boom bewoont, en alleen de kennis van het KWADE heeft. Zoals Lacour, die in het schouwspel van de val (hfst. iii, Genesis) een voorval zag dat tot de Egyptische inwijding behoorde, zegt: ‘De boom van de waarzeggerij of van de kennis van goed en kwaad . . . is de wetenschap van Tzyphon, de genius van de twijfel; Tzy is onderwijzen en phon is twijfel. Tzyphon is een van de aleim; we zullen hem straks tegenkomen onder de naam Nach, de verleider.’ (Les OEloim, Deel II, blz. 218.) Hij staat nu bij de kenners van de symboliek bekend onder de naam JEHOVA.
30) Dit is de opvatting die alle kerkvaders hebben aanvaard, maar het is niet de werkelijke esoterische leer. De vloek begon niet bij het vormen van man of vrouw, want hun scheiding was een natuurlijk gevolg van de evolutie, maar bij het overtreden van de wet (zie boven).
In het spiegelbeeld van het kernkwadrant, het maskerkwadrant ligt onze schaduwzijde verscholen. De twee polen op de negatieve as kunnen tot extreme eigenschappen uitgroeien.
Een maskerkwadrant is een kwadrant dat aan de oppervlakte lijkt op een kernkwadrant, maar in realiteit precies het omgekeerde is.
Of met andere woorden in het spiegelbeeld van het kernkwadrant, het maskerkwadrant ligt onze schaduwzijde verscholen. Het kernkwadrant en het maskerkwadrant staan als these en antithese tegenover elkaar.
Gottfried de Purucker boek Grondslagen der Esoterische Wijsbegeerte, Deel I, Hoofdstukken 10 DE LEER VAN SVABHÂVA – ZELFWORDING – KARAKTERISTIEKE INDIVIDUALITEIT. DE MENS, ZELF-ONTWIKKELD, ZIJN EIGEN SCHEPPER. DE ‘MONADOLOGIE’ VAN LEIBNIZ TEGENOVER DE LERINGEN VAN DE ESOTERISCHE FILOSOFIE:
En hier moeten we even stilstaan bij het mysterie van de individualiteit. Bedenk dat de persoonlijkheid het ‘masker’ is (persona, in het Latijn), of de weerspiegeling van de individualiteit in de stof; maar omdat ze iets stoffelijks is, kan ze ons omlaagvoeren, al is ze in wezen een weerspiegeling van het hoogste. Het is een oud gezegde dat die dingen het gevaarlijkst zijn die iets van de werkelijkheid of waarheid in zich hebben; niet de dingen die werkelijk onwaar of onjuist zijn, omdat die vanzelf tenietgaan en na verloop van tijd verdwijnen.
Categorie: Artikelen | Rapport | Auteur: Harry Nijhof
Deze pagina werd sedert 16 dec. 2007 10630 keer bekeken.
