| Deze filognostische presentatie is in aanbouw |
4.4 Drie Logoi, Ruimte en Tijd (Kwintessens)
Gaia
Einstein legt in 1920 uit dat ether ruimte is met bepaalde eigenschappen.
De Goddelijke Romance Tussen Ying en Yang: Voornamelijk door onwetendheid over de juiste relatievorm tussen de seksen en daarom door de verstoringen, misbruik en perversie van de goddelijke Romance heerst er tegenwoordig veel ziekte in de wereld: psychologisch, emotioneel en fysiek. Alle ziektes kunnen ogenblikkelijk worden geheeld door goddelijke Liefde, wat ervaren kan worden als Extase wanneer yin en yang in de juiste relatie verkeren. Extase kan volledig worden gerealiseerd en gemanifesteerd op het fysieke vlak door goddelijke eenwording tussen man en vrouw of tussen het mannelijke en het vrouwelijke. Dit is de Universele Wet: de goddelijke patroon dat aan de hele schepping ten grondslag ligt en dat door al het natuurlijke leven wordt gedemonstreerd, vanaf het atoom en zijn elektronen tot aan de zon met de om hem heen wentelende planeten, enzovoort.
In overeenstemming met de oude profetieën, benadert Vader Geest nu Moeder Gaia om Haar opnieuw te bevruchten en zodoende het leven te schenken aan het Nieuwe Wereld Bewustzijn (Christusbewustzijn) op Aarde. Altijd weer opnieuw benadert de Vader de Moeder van het universum in Haar Kosmische Fysieke-Vlak lichaam om zich te verenigen en op die wijze de volgende ontwikkeling van hun Eeuwige Romance geboren te laten worden. Hun goddelijke Vrucht kan een menselijke persoonlijkheid zijn (zoals in het geval van de baby Jezus bijvoorbeeld), of een heel ras van wezens, een planeet, een zonnestelsel, een sterrenstelsel of een heel veld van manifestatie, een hele octaaf of universum van uitdrukking. De goddelijke formule is altijd hetzelfde en allebei yin en yang zijn vereist om deel te nemen in het spel.
Ruimte en Tijd (Quintessens)
Al snel zag ’t Hooft in dat het handig was om de ruimte en de tijd in stukjes te snijden. “Die zijn normaal gesproken continu en als je in ieder punt wat laat gebeuren, krijg je een oneindig aantal variabelen. In mijn aanpak verspringen deeltjes van punt naar punt. Dat verlost je van de oneindigheden en achteraf neem je zoveel punten dat je praktisch weer een continuüm hebt.” Er volgde een bijzondere, lang niet soepele maar uiteindelijk zeer succesrijke samenwerking tussen ’t Hooft en zijn promotor Veltman.
Het knelpunt bleek te liggen in het zogeheten Higgsdeeltje, dat moest er beslist bij. “Na vele verhitte discussies waren we uitgekomen op een theorie die met de oneindigheden afrekende”, zegt ’t Hooft. “Maar daarmee waren we er nog niet. Het bepalen van de exacte fysische uitdrukking was nog een taaie opgave.
Uiteindelijk bleek dat als we niet met de gewone vier dimensies rekenden, maar 3,999 invulde, de formules zich veel beter lieten hanteren. Eigenlijk kan dat natuurlijk helemaal niet, logisch gezien is een dimensie van 3,999 onzin. Maar het werkte.”
“Veltman en ik waren enthousiast over dit nieuwe inzicht: leuk, pragmatisch, als het werkt is het goed genoeg, en wat kan het ons schelen wat die 3,999 betekent.
Het Ether-paradigma gaat niet van de materie, maar van de keerzijde, de ruimte (energie), de leegte (tzimtzum) uit. In de snaartheorie zijn energie en tijd twee complementaire grootheden.
Akasha (Ether) is een plaats tussen tijd en ruimte, die vele namen (nulpuntveld, prana, levenskracht, Tetragrammaton, anima mundi, wereldziel, wereldgeest, eenheidsbewustzijn, De, ki, Chi, Kundalini, psi-vermogens, Akasha-veld, Zero Point Field (Z.P.F.), Aether, vril en tachyonenergie) heeft.
Paul Revis DE FILOSOFIE (Evolutieleer) VAN TEILHARD
Hoe heeft Teilhard dit Punt gevonden? Het blijkt dat alle deel-extrapolaties in de noösfeer, waarvan we in het voorgaande enkele besproken hebben, zonder uitzondering convergeren, dat wil zeggen naar elkaar toebuigen en uitkomen in één punt. Teilhard bereikt hier de uiterste grens van zijn extrapolaties, omdat Punt Omega de grens markeert van het tijdruimtelijke. De wet complexiteit- interioriteit en de noösfeer monden in dit Punt uit. In de mate waarin de extra-polatielijnen convergeren is Omega als een aantrekkingskracht onder ons aanwezig en is sprake van immanentie. In de mate waarin Omega het eindpunt vormt van de tijdruimte en de evolutie is het een transcendent begrip.
Albert Einstein, Relativiteitstheorie, de eenheid van Energie, Beweging (Tijd) en Massa (Ruimte, Materie en Tijd en het Standaardmodel).
| Theorie van alles | Unificatietheorie (x) | Rapport Eenheid in Verscheidenheid | |
| Ruimte (Energie) | Inertie (Tijd-as) | 1.Zwaartekracht (M/V) | 3. Materiesymmetrie |
| Relativiteitstheorie | Kompaskwadrant | 7. Hermeneutische cirkel ---- | 5. Reflexief bewustzijn |
| | | | | | | | |
| Snaartheorie | Quantummechanica (Microkosmos) | 4.b Ether-paradigma ---- | 6. Meta-leren |
| Beweging | Materie, Massa | 4.a Tijdsymmetrie | 2. Spiegelsymmetrie |
x) Het 'Hoe en Wat', 'Ether-paradigma en Reflexief bewustzijn' staat tegenover 'Wat en Hoe', 'Hermeneutische cirkel en Meta-leren'.
H.P. Blavatsky: De Geheime Leer Deel I, Over de verborgen Godheid, haar symbolen en tekens (p. 382, 383):
Hetzelfde stelsel als dat van de gnostici is overheersend in de sephiroth-aspecten van Ain-Soph, maar omdat deze aspecten in ruimte en tijd zijn, wordt er een bepaalde orde aangehouden in hun opeenvolgende verschijningen.Daarom wordt het onmogelijk de grote veranderingen, die de Zohar tengevolge van de behandeling door generaties van christen-mystici heeft ondergaan, niet op te merken. Want zelfs in de metafysica van de talmoed kon het ‘lagere gezicht’ (of het ‘kleinere gelaat’), de microprosopus, in feite nooit op hetzelfde niveau van abstracte idealen worden geplaatst als het hogere of ‘grotere gelaat’, macroprosopus. Het laatste is in de Chaldeeuwse Kabbala een zuivere abstractie; het Woord of de logos of dabar (in het Hebreeuws). Hoewel dit Woord feitelijk een meervoud wordt, of ‘woorden’ – d(a)b(a)rim – wanneer dit het aspect aanneemt van een menigte (engelen of sephiroth, ‘getallen’) of zich daarin weerspiegelt, is het toch collectief een en op het ideële gebied een nul, 0, een ‘niet-iets’. Het is zonder vorm of wezen, ‘zonder enige gelijkenis met iets anders’. (Franck, Die Kabbala, blz. 126.) En zelfs Philo noemt de schepper, de logos die het dichtst bij God staat, ‘de tweede god’ en ‘de tweede God, die zijn (van de hoogste God) wijsheid is’ (Philo, Quaest. et Solut.). Godheid is niet God. Het is niets en duisternis. Het is naamloos en wordt daarom Ain-Soph genoemd – ‘het woord ayin betekent niets’. Zie Franck, Die Kabbala, blz. 153. Zie ook § XII, ‘Theogonie van de scheppende goden’. De ‘hoogste God’ (de ongemanifesteerde logos) is de zoon ervan.
Gottfried de Purucker Bron van het Occultisme, hoofdstuk Ruimte, tijd en duur:
Als we deze gedachtelijn volgen, beseffen we ook dat abstract denkvermogen of bewustzijn, of wat soms geest of het goddelijke wordt genoemd, tijd of duur moet hebben om te kunnen voortbestaan, en ruimte moet hebben om in te bestaan. Omdat we geen drie oneindigheden kunnen hebben – namelijk kosmisch denkvermogen, kosmische ruimte en oneindige duur – wat logisch gesproken een onmogelijkheid zou zijn, zijn ze in essentie niet drie verschillende, afzonderlijke dingen, maar slechts drie aspecten van de ene fundamentele en altijddurende Werkelijkheid.
We zien dus dat denkvermogen of bewustzijn, duur of abstracte tijd, en ruimte fundamenteel één zijn.
Wim van den Dungen Levensboom (Sepher Yetzirah):
Indien we 'sepher' met ruimte en 'sephar' met tijd vergelijken, dan betreft 'sippur' (of 'communicatie') de 'quintessense' of 'vijfde dimensie'. Aan de vierdimensionale 'kubus' van het Aardse bestaan wordt een vijfde 'hyper'-dimensie toegevoegd.
Verder behandelt Abraham de fundamenten van de qabalistische cosmologie. Daarin wordt de Kosmos 'meetbaar' d.m.v. 5 dimensies : 4 'nominale' of 'fysieke' dimensies (waardoor de 'elementale' werkelijkheid gestalte krijgt) en één 'meta-nominale' of 'metafysisch-spirituele' dimensie (die de quintessens eigen aan het 'zuiver levend kennen' -Daath optimaal- 'subtiel' waarneembaar maakt).
Op deze wijze vinden we dus een Daath-cyclus (of 'morele cyclus') die een quaternio in het leven roept:
a) passief goed (zwart/+): de mens ketent het goed;
b) actief kwaad (wit/-): ontken dit & aanschouw leed;
c) passief kwaad (zwart/-): heel het leed & groei;
d) actief goed (wit/+): voltooi de groei & verlicht.
Enkel wanneer de gehele Daath-cyclus bewust kan doorlopen worden is het mogelijk voorbij goed & kwaad te gaan en door te stoten tot de essentie van Kether (Zijn Licht). Enkel dan is het mystiek visioen mogelijk. De Daath-cyclus toont aan dat de gevorderde qabalist zichzelf rechtop plaatst & wel zo dat zijn hoofd boven de hemel (goed) reikt & zijn voeten onder de hel (kwaad) op een bodemloze bodem staan. Enkel dan is een 'zuivere', 'quintessentiële' levende kennis mogelijk. Dan kan de 'verlichte' mens de 'verlichtende taak' uitvoeren & 't convenant tussen God & mens in Malkuth realiseren (zodat de 'gevallen dochter' op de Troon van 't Begrip plaats neemt & de Edenische toestand hersteld wordt).
Door de groei van de levende kennis komt Malkuth op de plaats van de hogere Afgrond te liggen, en ontstaat de Edenische Boom van het Leven. De uiteindelijke bedoeling is dus al een anticipatie op het Jubileum van de huidige Kosmos. Zij die de nodige levende kennis hebben opgedaan worden opgenomen terwijl het achtergelaten chaotisch 'débris' de taak van de Demiurg van de volgende Kosmos bemoeilijkt. Daarom is er ook een verwantschap tussen Daath & de 'Ruach Hakodesh' (profetisch inzicht, inspiratie, 'heilige' geest). Immers, naarmate dat de Daath-cyclus steeds beter & beter begrepen & intuïtief doorleefd wordt, fungeert de qabalist als 'mediator' tussen de 'Edenische staat' en de 'gevallen staat'. Door gebruik te maken van de qabalah (het feit dat zij de neerslag is van de 'Heilige Geest' van verleden spirituele activiteit) kan de qabalist zijn niet-wetende kennis aanbieden waar hij de levensvatbaarheid sterk genoeg acht. Op deze wijze kan het 'qabalistisch inzicht' praktisch georganiseerd worden in ritualistische actie en maatschappelijke dienstbaarheid (waarbij dient te worden opgemerkt dat het de qabalist verboden is zijn qabalistisch inzicht als "qabalist" 'aan de man te brengen' of er 'zijn brood mee te verdienen' ; wat betekent -in het Westen- dat hij over een 'maatschappelijke positie' dient te beschikken die zijn praktische qabalah niet aantast -rabbi, psycholoog of filosoof-).
De hoofdsleutel van de qabalistische magie (of 'praktische qabalah' der creativiteit) valt uiteen in twee delen. Het eerste deel betreft de uitzuivering (purificatio) van alle onderdelen van het Grote Werk (zowel 'fysiek' als 'meta-nominaal'). Het tweede deel impliceert de 'heiliging' van de 'vrucht' van het Werk (illuminatio). In de alchemie worden deze twee fasen 'albedo' en 'rubedo' genoemd. De eerste brengt een labiel Levens-Elixir voort (het David-effect / Adeptus Minor), terwijl in de 'rubedo'-fase de 'Steen der Filosofen' wordt gevonden (d.w.z. een stabiele Zelf-gerealiseerde bewustzijnsstaat ; het Salomon-effect / 'YHVH eloa'v Daath').
Boek van de schepping (zoeken: Titel 'Sefer Yetsirah' en Auteur: 'Kirsten van Dijkhuizen'):
5:2 They extend continually until eternity of eternities
Constant breiden zij uit van eeuwig tot in der eeuwigheid. In het Hebreeuws is van eeuwig tot in der eeuwigheid Adey Ad. Dit gaat tijd en ruimte te boven, wat we in 1:5 hebben besproken. In Sefer Jetiràh 4:4 bespraken we de 6 primaire richtingen. Hier werd niet over grenslijnen gesproken. In dit hoofdstuk is het wel het geval, omdat het eigenlijk gaat om meditatiemethode die gericht is op de grenslijnen van ruimte. Door de meditatie te richten op de 12 grenslijnen en op de 12 uitspraken van de Tetragrammaton, hoopt men de stadium eeuwig tot in der eeuwigheid te bereiken, het uitstijgen van tijd en ruimte.
De engelachtige doctor over de taal der engelen (angelologie), Tijd en Ruimte
Engelen zijn volgens de geloofsleer zuiver geestelijke schepselen; ze staan tussen God en mensen in. Die plaats bepaalt ook hun dubbele functie in de middeleeuwse theologie. Ten eerste vervult de angelologie een belangrijke rol in het menselijk spreken over God. Het bestaan van wezens die zuiver geestelijk zijn maar toch schepsel en niet God, dwingt de theoloog om scherper na te denken over het unieke onderscheid van Schepper en schepsel dat anders is dan alle onderscheidingen die tussen schepselen gelden. U voelt hem wellicht al aankomen, onze Utrechtse specialiteit, the Christian distinction. Heel globaal gezegd: in het antieke denken loopt het onderscheid tussen goddelijk en niet-goddelijk parallel aan het onderscheid tussen geest en materie: goddelijk is identiek met geestelijk en niet-goddelijk is identiek met materieel. Dit wordt – om het modieus te zeggen – “gedeconstrueerd” in de engelenleer. Als engelen zuiver geestelijk zijn en toch niet god maar schepsel, moet het onderscheid tussen god en niet-god anders gedacht worden dan in termen van de tegenstelling tussen geest en materie. Dit heeft bijvoorbeeld gevolgen voor de manier waarop we moeten denken dat de categorieën van tijd en ruimte niet op God van toepassing zijn. In de klassieke opvatting van Aristoteles zijn tijd en ruimte gebonden aan lichamelijkheid, materie, en aan beweging. Engelen echter zijn onlichamelijk en dus niet onderworpen aan tijd en ruimte, maar anderzijds zijn ze ook niet boven tijd en ruimte zoals God is. Immers, eeuwigheid en alomtegenwoordigheid zijn exclusief eigen aan God. Wat eeuwigheid en alomtegenwoordigheid dan betekenen kan preciezer worden doordacht door de tijd- en ruimteloosheid van engelen beschouwen. Zo wordt de christelijke theoloog door de engelenleer gedwongen het onderscheid tussen God en schepsel opnieuw en meer verfijnd te articuleren.
Wat betreft Ruimte en Tijd zijn met name beschouwingen van Antonie Börger en Jan Nentjes bijzonder interessant.
Antonie Börger kies: Vademecum Wijsgerige Ideeën, Ruimte en Tijd: Onder de indruk van de ontdekkingen van Isaac Newton, hield Kant zich vooral met kosmologische problemen bezig (zie kosmologie). Hij stelde een theorie op ter verklaring van het ontstaan van ons zonnestelsel: dit zou op louter mechanische wijze zijn ontstaan uit een oernevel door middel van aantrekkende en afstotende krachten, gehoorzamend aan de gravitatie. Deze theorie is later door Pierre Simon de Laplace, die Kants geschrift niet kende, opnieuw naar voren gebracht. Men spreekt daarom van de Kant-Laplace-theorie. Naast dit rationalistische standpunt werd Kant onder invloed van het Engelse empirisme, vooral van David Hume, gebracht tot een sceptischer houding, met als gevolg een nadere bezinning op de mogelijkheden en de grenzen van de metafysische kennis. Hij deed een felle aanval op de Zweedse ‘ziener’ Emanuel Swedenborg wegens diens zgn. kennis van hogere werelden en betwijfelt daarmee tegelijk de waarde van veel metafysische kennis (1766). Steeds meer kwam hij ertoe een duidelijk onderscheid te gaan maken tussen de door het verstand gekende en de door de zintuigen waargenomen wereld. Dit leidde o.a. tot het inzicht dat ruimte en tijd subjectieve kenvormen zijn, in tegenstelling tot zijn eerdere opvatting, dat de ruimte een absolute realiteit bezit en los van het menselijk kennen bestaat (zie bijv. tijd, natuurfilosofie). Zo kan men in de oratie van 1770 al de voorafschaduwing zien van het latere kritische standpunt.
De website (kies deel I en II) van Jan Nentjes Ruimte en tijd, belicht de microkosmos van de quantummechanica en de macrokosmos van de relativiteitstheorie. Jan Nentjes bekijkt eerst een uitdijend heelal dat zo ijl is, dat de zwaartekracht geen invloed meer heeft op de evolutie. Dan volgen drie heelalmodellen met zwaartekracht voor een subkritisch, kritisch en superkritische materie dichtheid. De snaartheorie integreert de macrowereld van de relativiteitstheorie met de microwereld van de quantummechanica.
C. Dullemond: Het leuke is dat je in twee dimensies ruimte en tijd kunt verwisselen. Voor een platte ruimte krijg je dan de volgende figuur:

De meetkunde zoals die op middelbare scholen onderwezen wordt suggereert een starre structuur van de ruimte. Ons wordt geleerd dat meetkundige stellingen bewezen kunnen worden uitgaande van axioma's die weliswaar niet zelf kunnen worden bewezen maar die zo vanzelfsprekend zijn dat je aan de juistheid hiervan niet hoeft te twijfelen. Uitgaande hiervan kun je je energie geheel wijden aan de opbouw van het meetkundige systeem. Je kunt als het ware achterover in je stoel gaan zitten en door zuiver nadenken nieuwe waarheden ontdekken. In die zin is meetkunde niet proefondervindelijk en het is dus geen empirische wetenschap. Kant beweerde dat er materiële en geestelijke waarheden waren en dat de wiskunde, in het bijzonder de meetkunde, tot die laatste categorie behoorde. Het lijkt erop dat als je de moeite zou nemen om meetkundige stellingen te verifiëren ze ook tot op grote nauwkeurigheid uitkomen. Zo zou men proefondervindelijk kunnen nagaan of de som van de hoeken van een driehoek inderdaad 180o is. Dat is in de landmeetkunde inderdaad gedaan door uit te gaan van denkbeeldige driehoeken met torenspitsen als hoekpunten, maar de procedure diende eerder om de nauwkeurigheid van de gebruikte theodolieten te testen dan om de stelling zelf te onderzoeken.
Toch is die vanzelfsprekendheid niet terecht. Er wordt gesproken over punten, rechte lijnen, platte vlakken, cirkels, bollen en andere meetkundige figuren zonder er diepgaand op in te gaan hoe we aan deze ideeën komen. Euclides definieerde bijvoorbeeld een rechte lijn als datgene wat "gedragen wordt" door twee van zijn punten. Wat voor zin heeft zo'n definitie? Ik zal trachten duidelijk te maken dat de begrippen rechte lijn, plat vlak, cirkel en bol niet alleen iets zeggen over de meetkundige structuur van de ruimte maar ook over de eigenschappen van materie (en straling). Wanneer een klein kind met blokken speelt, ontwikkelt het een ruimtelijk inzicht dat de basis vormt voor bovengenoemde begrippen.
Samenvatting
Met behulp van het kompaskwadrant worden de contouren van het Ether-paradigma uitgewerkt. Het kompaskwadrant toont een inductieve, causale benadering. Uiteindelijk mond deze uit in de vraag wat is Ruimte en Tijd of hoe kijkt de wetenschappelijke wereld tegen dit fenomeen aan?
Martijn van Calmthout zegt in zijn recensie van het boek TROUBLE with PHYSICS dat snaartheoretici volgens Lee Smolin een principieel punt vergeten: dat tijd en ruimte moeten zelf ook uit zo’n theorie van alles naar voren komen. De snaartheoretici nemen volgens Smolin ruimte en tijd als fundamentele gegevens aan.
De in de bijlage ‘Nu, Verleden en Toekomst’ en met name de in het rapport De beleving van tijd van J.F. Coeterier gerubriceerde definities laten zien dat het definiëren van het verschijnsel tijd nog niet zo eenvoudig ligt. Waandenkbeelden blijven ontstaan zolang de geesteswetenschappers en de natuurwetenschappers los van elkaar blijven functioneren. Voor wat betreft ruimte en tijd kan er maar een waarheid zijn, die voor beide domeinen geldt. Het is wenselijk dat de discrepantie die er over de begrippen ruimte en tijd is ontstaan wordt opgeheven. Een paradigmawisseling van Thomas Kuhn, een revolutie in het wetenschappelijke denken treedt op, wanneer de grens die tussen de domeinen natuurwetenschappen en geesteswetenschappen is ontstaan wordt doorbroken. Het dilemma waar de wereld voor staat is al eerder verwoord door Jan Willem Schulte Nordholt: ‘Want het lijkt waar te blijven dat pas dringende noodzaak de eenwording kan stimuleren’.
't Hooft en Veltman maakten in de materiële wereld van de '3,999 dimensie' gebruik. Het lijkt niet onwaarschijnlijk dat deze met de Heilige Tetraktis in de immateriële wereld correspondeert.
De tijd zal het leren
Beslissingen worden in een split second genomen. De toekomst leert of op grond van de ervaring uit het verleden de juiste beslissingen zijn genomen.
Tijd is een stroom die alle gebeurtenissen die er geweest zijn verbindt met alle gebeurtenissen die er nog zullen komen.
De Tetrade, de Delen I, II, III en IV samen geeft Ruimte en Tijd, het ruimte-tijd continuüm, de kwintessens weer.
De Triade, de Delen V, VI, VII samen geeft de Logos weer.
C.S. Lewis gebruikte de figuur van Aslan om het concept van de goddelijke Logos voor kinderen wat beeldender te maken.
In het enneagram staat de scheppingsdriehoek 9 - 3 - 6, de Triade en bij de levensboom de Tetrade centraal. Bij de Wet van Zeven gaat het echter om de dynamiek van de gemanifesteerde werkelijkheid, het hexagram, dat zowel de Triade als de Tetrade omvat. Creativethink biedt een handvat om de chaos in ons leven te helpen beheersen. De bijlage 'Triade en Tetrade' toont een historisch kader. Het raamwerk dient als achtergrond om de gebeurtenissen in de huidige tijd te kunnen duiden.
Ervin Laszlo: 'De natuur schijnt te zijn opgebouwd als een hiërarchie van zich binnen elkaar bevindende niveaus van non-lokaal verbonden coherente systemen'.
Aarde, in het centrum: 5e Zintuig, Mond (proeven).
De zeven zintuigen maken het met behulp van het non-lokaal bewustzijn mogelijk om boven ruimte en tijd uit te stijgen en dus harmonie te creëren.
Voelen en denken zijn complementair. Herman Hesse plaatst in zijn boeken eros tegenover logos. Het vrouwelijke staat tegenover het mannelijke, het aardse tegenover het hemelse.
De vraag komt naar voren of daaruit mag worden afgeleid dat de man zich een goddelijk rol mag toeëigenen?
Immers volgens het Johannesevangelie (Joh. 1:14) “Het Woord is mens geworden...”.
Voorbij tijd en ruimte ligt het domicilie van oneindige mogelijkheden: een bron van leven, waarheid, intelligentie en werkelijkheid die nooit opdroogt. Zij is nog even vol als zij ooit is geweest en ooit zal zijn. Dit is de belofte van de oude wijsgeren, die nog altijd geldig is. Het rapport ‘E i V’ laat zien dat de etherische blauwdruk, de structuur van het wat achter de éne werkelijkheid bekend is. Het laat zich aanzien dat levenswetenschappers het hoe van het mysterie zeker niet geheel zullen oplossen. Intelligenter dan God zullen we nooit worden.
H.P. Blavatsky: De Geheime Leer Deel I, Stanza IV Het achttal en het zevental (p. 129):
Dit betekent dat de ‘grenzeloze cirkel’ (de nul) alleen dan een getal wordt, als een van de negen cijfers eraan voorafgaat en zo de waarde en het vermogen ervan aangeeft, waarbij het woord of de logos in vereniging met STEM en geest13 (de uiting en de bron van het Bewustzijn) de negen cijfers vertegenwoordigt en dus, met de nul, de decade vormt die het gehele Heelal in zich bevat. De triade vormt binnen de cirkel de Tetraktis of heilige vier: het vierkant binnen de cirkel is het machtigste van alle magische figuren.
P. 130: ‘In vereniging met de geest en de stem’ heeft betrekking op de abstracte gedachte en de concrete stem, of de manifestatie daarvan, het gevolg van de Oorzaak. Adam Kadmon of tetragrammaton is de logos in de Kabbala. Daarom komt in laatstgenoemde deze triade overeen met de hoogste driehoek van kether, chochmah en binah. Dit laatste is een vrouwelijk vermogen en tegelijk de mannelijke Jehova, omdat het deel heeft aan de natuur van chochmah, of de mannelijke wijsheid.
Blavatsky, deel III, p. 204: Gelijk de Zohar overal aangeeft staat de oneindige Eenheid of Ain Soph immer boven ’s mensen denken en waarderen; en in Sepher Jetzirah zien wij dat de Geest Gods – de Logos, niet de Godheid zelve – Eén genoemd wordt.
Eén is de Geest des levenden Gods.... die eeuwig leeft. Stem, Geest, [van de Geest] en Woord: dit is de Heilige Geest,
- en de vierheid. Uit deze kubus emaneert de ganse Kosmos.
De kwantumwereld is tot op zekere hoogte achterhaald door de correlaties in de micro - en de macrowereld, de relatie tussen ruimte en tijd, het idee van de 11e dimensie (Caduceus).
Zie ook:
Boeken:
- Gottfried de Purucker Bron van het Occultisme, hoofdstuk Ruimte, tijd en duur
- Paul van Oyen, Het Enneagram NU
- Lee Smolin TROUBLE with PHYSICS
- Fysica Een wetenschap in verwarring
Externe Links
- C. Dullemond Ruimte en Tijd
- Antonie Börger kies: Vademecum Wijsgerige Ideeën, Ruimte en Tijd
- Jan Nentjes kies Ruimte en tijd, deel I en II
- Jan Nentjes Ruimte-Tijd continuum
- Mr. Tompkins in Wonderland door George Gamov
- Wim van den Dungen Levensboom (Sepher Yetzirah)
- Boek van de schepping (zoeken: Titel 'Sefer Yetsirah' en Auteur: 'Kirsten van Dijkhuizen')
- Drs FC van Dongen Het Bewustzijn als Quantum-verschijnsel Een kritiek op de tijdsbeleving
- Linda Hulshof D r o o m b e w u s t z i j n
- Tijn Touber De onwaarschijnlijke belofte van het Zero Point Field
- Rini Sips Kennis van ruimte en tijd
- De Goddelijke Romance Tussen Ying en Yang
- Wat is systematische theologie?
Categorie: Artikelen | Rapport | Auteur: Harry Nijhof
Deze pagina werd sedert 16 dec. 2007 993 keer bekeken.
