Deze filognostische presentatie is in aanbouw

Zeven wijsheidssleutels

Het eerste boek Genesis 1:26-28 van de Hebreeuwse Bijbel maakt al van een archetype gebruik:
En God schiep de mens naar Zijn beeld; naar Gods beeld schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij hen.

Eerste wijsheidssleutel

De 1e sleutel betreft de hypothese van reďncarnatie of wederbelichaming.

Het boek Genesis vertelt ons dat God de mens in Zijn eigen beeld heeft geschapen, dat Hij de mens van het stof van de aarde vormde en in zijn neusgaten de adem van het leven blies (Genesis 1:26-27; 2:7). Dat God de mens naar zijn beeld en gelijkenis heeft geschapen komt tot uitdrukking in de microkosmos is een weerspiegeling van de macrokosmos (‘Zo boven, zo beneden; Zo beneden, zo boven’ of ‘Zo binnen, zo buiten; Zo buiten, zo binnen’).

De zeven werkelijkheden of zintuigen met hun begaafdheden, inbegrepen de ziel, worden geleid door de geest, zodra de mens deze ziel erkent als zijn zevende "werkelijkheid", hij zichzelf ziet zoals in het Boek van Henoch staat: een wezen geschapen door de geest, die de natuur bevruchtte via de universele ziel en hem vormde naar dit evenbeeld, een drie-eenheid: de mens of natuur, de ziel uit de universele ziel en de geest, die het leven van die ziel activeert.

Tweede wijsheidssleutel

De 2e sleutel omvat de oude leerstelling van karma, die het herstel van evenwicht na verstoringen behelst.

Hoe wij naar de wereld kijken en de verschijnselen interpreteren hangt met de vrije wil samen. Het brengt de wet van zaaien en oogsten tot uitdrukking. Het betekent dat wanneer wij de werkelijkheid verkeert interpreteren we niet mogen verwachten dat we op basis van deze interpretaties wel de juiste handelingen uitvoeren.

Met de systeembenadering (cybernetica) is het mogelijk de wet van actie en reactie, van zaaien en oogsten, ‘Invoer en Uitvoer’ te illustreren. Het brengt de 4e dimensie tijd in beeld.

Het maakt het 2e beginsel van de theosofie, de periodiciteit, het verschijnen en verdwijnen mogelijk. Het verklaart de wisselwerking, de interactie tussen de innerlijke en uiterlijke wereld, de binnenwereld en de buitenwereld.

Derde wijsheidssleutel

De 3e sleutel betreft de leerstelling van hiërarchieën (leerstelling van de emanaties). Een flits van geluk, synthese ontstaat wanneer ‘binnen en buiten’ samenvloeien. Op zo’n moment is een mens volledig in evenwicht. De aardse vicieuze cirkel, het wiel van oorzaak en gevolg, is doorbroken. De vrije wil geeft richting aan deze sturing. In de natuur geldt het complementariteitsprincipe.

De systeembenadering kent een hiërarchische systeemstructuur. Elk systeem kan worden opgesplitst in subsystemen, subsubsystemen etc. Het maakt het, net als de driehoek van Pythagoras, mogelijk een geheel en zijn onderdelen in samenhang te bestuderen en te interpreteren. De leer van de hiërarchieën komt top down naar voren, te beginnen met de doorsnede Ruimte, Materie en Tijd. Het 3e beginsel correspondeert met deze drie-eenheid.

Voor onderzoek is het van belang op welk aggregatieniveau, ‘sub(sub)systeem’ de aandacht wordt gericht.

Vierde wijsheidssleutel (Natuurlijke selectie; Aantrekking en Afstoting)

Shri Ramakrisjna Paramahamsa To see the world more clearly we may need to take off our glasses.

De 4e sleutel is de leer van svabhava. Het betreft het principe van het unieke karakter van ieder wezen en klasse van wezens.
Zelfbewustzijn is de waarneming van wat er in iemands eigen geest omgaat, als het besef van het eigen bestaan.

Tobbende binnenvetters, Elsevier 15 november 2003: In de visie van Kees van Lieshout, hoogleraar ontwikkelingspsychologie aan de katholieke universiteit Nijmegen, wordt extraversie bepaald door de wijze waarop mensen worden geactiveerd. Er is een duidelijk verschil tussen introverte en extraverte types bij prikkels uit de omgeving. Van Lieshout brengt liever een ander onderscheid aan tussen overcontrolers, undercontrolers, en veerkrachtige individuen. De veerkrachtige houden het (gulden) midden tussen beide extremen. De biologische bepaaldheid van persoonlijke eigenschappen verklaart mede de verschillen tussen mannen en vrouwen. Overcontrolers zijn relatief vaak vrouwen, undercontrolers relatief vaak mannen. De overcontrolers met hun introverte aanleg zullen zich overigens eerder bij een psychotherapeut melden dan hun tegenhangers. Undercontrolers hebben de neiging anderen als de oorzaak van problemen aan te wijzen. Zij gedragen zich in de ogen van hun medemens vaak ook nogal ongevoelig, bot, agressief, antisociaal. Overcontrolers zoeken het probleem eerder bij zichzelf. Zij zijn plichtsgetrouw, hechten veel waarde aan de verwachtingen van hun omgeving.

Vijfde wijsheidssleutel

De 5e sleutel betreft het principe van voortschrijdende evolutie. De sleutel tot zelfbewust leven berust op het inzicht te beseffen dat beelden slechts ideeën zijn die zich in elkaar spiegelen en in feite een eenheid vormen. In het boek ‘De grote transformatie’ refereert Karen Amstrong aan de Spiltijd,
(Gert J. Peelen) artikel Het wezen van religie (Volkskrant 2 december 2005):
Want in De grote transformatie is de Spiltijd een eenmalig scharnierpunt in de geschiedenis van de mensheid, waarna een dimensie bleek toegevoegd aan het zelfbewustzijn, te weten die van het tragische besef van het menselijk tekort, het lijden daaraan, maar ook de ontdekking van transcendentie, het overstijgende dat te benoemen noch te bevatten, maar met wat moeite wel te ervaren is.

Roberto Assagioli, boek Psychosynthese (p. 29): Het persoonlijke zelf of ‘Ik’ (centrum, centraal punt in het ‘ei’ van Assagioli): Vanuit een bepaald gezichtspunt kan men dit verschil vergelijken met het verschil dat er bestaat tussen het witte, verlichte scherm, čn de verschillende beelden die erop geprojecteerd worden. …zij vereenzelvigen zichzelf met die opeenvolgende golvingen, met de steeds veranderende inhouden van hun bewustzijn (identificatie versus dis-identificatie).

H.P. Blavatsky: De Geheime Leer Deel I, (p. 69):
Niets is blijvend, behalve het ene verborgen absolute bestaan dat zich in zichzelf de noumena van alle werkelijkheden bevat. De bestaansvormen die tot ieder gebied van het zijn behoren, tot de hoogste Dhyan-Choan toe, hebben tot op zekere hoogte iets van schaduwen, die door een toverlantaarn op een kleurloos scherm worden geworpen; toch zijn alle dingen betrekkelijk reëel, want ook de waarnemer is een weerspiegeling, en de waargenomen dingen zijn daarom voor hem even werkelijk als hijzelf. De werkelijkheid die de dingen misschien bezitten, moet men erin zoeken vóór of nadat zij als een flits door de stoffelijke wereld zijn heengegaan; maar wij kunnen zo’n bestaan niet rechtstreeks waarnemen zolang wij waarnemingsinstrumenten hebben die slechts het stoffelijke bestaan binnen het bereik van ons bewustzijn brengen.

Gottfried de Purucker, boek Grondslagen der Esoterische Wijsbegeerte, Deel I, hoofdstuk 3 (p. 37):
Niets is blijvend, behalve het ene verborgen absolute bestaan dat in zichzelf de noumena van alle werkelijkheden bevat. De bestaansvormen die tot ieder gebied van het zijn behoren, tot de hoogste Dhyan-Chohan toe, hebben tot op zekere hoogte iets van schaduwen, die door een toverlantaarn op een kleurloos scherm worden geworpen; toch zijn alle dingen betrekkelijk reëel, want ook de waarnemer is een weerspiegeling, en de waargenomen dingen zijn daarom voor hem even werkelijk als hijzelf. De werkelijkheid die de dingen misschien bezitten, moet men erin zoeken vóór of nadat zij als een flits door de stoffelijke wereld zijn heengegaan; maar wij kunnen zo’n bestaan niet rechtstreeks waarnemen zolang wij waarnemingsinstrumenten hebben die slechts het stoffelijke bestaan binnen het bereik van ons bewustzijn brengen.

Zesde wijsheidssleutel

De 6e sleutel stelt dat dualiteit aan de basis van alle manifestatie ligt.

Waar gaan we voor, waardoor laten we ons bezielen, het hogere of het lagere? Dualisme is de tweeheidsleer van tegenover of onafhankelijk naast elkaar staande beginselen, ter verklaring van een gegeven werkelijkheid hemel/aarde, lichaam/geest, buitenwerel/binnenwereld, God/mens, leerling/meester, goed/kwaad, ziek/gezond, leven/dood. Het menselijk verstand begrijpt de dingen slechts door contrast. Kortom, het dualisme is een kunstmatig door het denken aangebrachte scheiding die in feite dus niet staat.

Gottfried de Purucker, boek Grondslagen der Esoterische Wijsbegeerte, Deel I, Hoofdstuk 4: In ieder ‘mens’ van de ontelbare menigten zelfbewuste wezens die tot deze kosmos of dit heelal behoren, komen twee naturen samen, respectievelijk omhoog en omlaag gericht: één ervan is een geestelijke straal die hem met het meest goddelijke verbindt en zich vandaar in alle richtingen naar omhoog uitstrekt en voor hem in elk opzicht de schakel is met het onuitsprekelijke, het grenzeloze, dat daarom de kern, de essentie van zijn wezen is.

Hoofdstuk 15: Goed en kwaad ontstaan uit de tegenstrijdige werking van de multimyriaden willen in de verschijningswereld. Het goede is relatief; er is geen absoluut goed. Het kwade is relatief; er is geen absoluut kwaad. Beide zijn evenwel relatieve begrippen. ..etc. Zij contrasteren met elkaar. Deze beide groepen representeren twee fundamentele Paden in de Natuur, het ene het Pad der Rechter -, het andere dat der Linkerhand en worden aldus in het Oude Occultisme genoemd. Het ‘Pad der Linkerhand’ is Pratyeka-Yâna; en wij kunnen Pratyeka in dit verband door de omschrijving ‘ieder voor zich’ vertalen. Het ‘Pad der Rechterhand’ is Amrita-Yâna; dat het Onsterfelijk Voertuig of Pad der Onsterfelijkheid wordt genoemd. Het ene, het eerstgenoemde, is het pad der persoonlijkheid; het andere het laatstgenoemde, is het pad der individualiteit; het ene is het pad der stof, het andere is het pad van de geest; het ene leidt naar beneden; het andere Pad verliest zich in de onuitsprekelijke glorie van het bewuste onsterfelijke in de ‘eeuwigheid’. Dit nu zijn de twee groepen van wezens, die de beide zijden der Natuur vertegenwoordigen, en de conflicten en tegenstellingen van deze beide zijden der Natuur, tezamen met de strijd van wil tegen wil van de scharen wezens in het gemanifesteerde bestaan, veroorzaken het zogenaamde kwaad in de wereld, dat uit de zelfzuchtige werkzaamheid van de lagere of minder ontwikkelde of geëvolueerde wezens ontstaat.

Hoofdstuk 16: Het zesde juweel is de leer die eveneens door twee samengestelde woorden met een tegengestelde betekenis tot uitdrukking wordt gebracht: het eerste is amritayâna, een Sanskriet woord dat ‘onsterfelijkheidsvoertuig’ of ‘wagen of drager, of beter, pad van onsterfelijkheid’ betekent en betrekking heeft op de individuele mens; het andere is pratyekayâna, een Sanskrietwoord met de betekenis van (in eigen woorden weergegeven) het ‘pad van ieder voor zich’. Het is onmogelijk deze laatste samenstelling met een enkel woord te vertalen. Zowel het denkbeeld als het woord bestaan bij ons niet. Het kan misschien worden benaderd door de theosofische gedachte die in het woord persoonlijkheid ligt besloten. Het mysterieuze verband tussen individualiteit en persoonlijkheid komt in deze beide samengestelde woorden of technische termen tot uitdrukking, en daarop berust een hele leer of onderdeel van de prachtige filosofie van het occultisme, de esoterische leer.
Het pad der linkerhand loopt uiteindelijk dood. In plaats van evolutie leidt het tot devolutie.

Gottfried de Purucker, boek Grondslagen der Esoterische Wijsbegeerte, Deel II, hoofdstuk 46:
De verdeling in 7 en 3 is een natuurlijke verdeling. Er is een duidelijk onderscheid tussen de goddelijke werelden en de gemanifesteerde werelden, en deze verdeling in 7 en 3 laat dit zien.
Dit is een heel algemeen diagram, maar het toont wel hoe de tien element-beginselen functioneren: het goddelijke, het zuiver stoffelijke en het tussenliggende viertal. Maar om praktische redenen kunnen de tien beginselen van de mens, denk ik, het best worden verdeeld zoals in diagram hiernaast. Eerst komt natuurlijk de hoogste of goddelijke driehoek, een figuur die voor zichzelf spreekt. Vervolgens verdelen we het tussenliggende viertal in twee duaden. Bedenk alstublieft dat deze samengestelde tekening een symbolisch diagram is, dat uitsluitend wordt gebruikt om de zaak aanschouwelijk te maken. We hebben hier dus evenals eerst, bovenaan de goddelijke triade; dan de duade van de monade, ofwel âtma-buddhi. Dan de tweede of persoonlijke of astrale duade, manas en kâma. Vervolgens daaronder de omgekeerde driehoek, die slechts het voertuig, het lichaam, voorstelt – dat wil zeggen het sthűlasarîra en het lingasarîra en de prâna’s.

Zevende wijsheidssleutel

De 7e sleutel gaat over het kennen van de bron, essentie, kern van al het leven.

Gottfried de Purucker, boek Grondslagen der Esoterische Wijsbegeerte, Deel II, Hoofdstuk 48: Gnw'qi seautovn, zeiden de Grieken: ‘Ken uzelf’, een gebod dat boven de tempel van Apollo in Delphi stond gegrift; deze opdracht bevat in twee woorden het hele geheim van inwijding en van de inwijdingen, omdat dit het pad omvat dat het zich uitbreidende bewustzijn in zijn groei volgt: ken uzelf.

Wim van den Dungen Kennis & Minne-Mystiek: De manier waarop Beatrijs van Nazareth (1200 – 1268) met 'de minne' omgaat leert ons iets over deze relatie (structuur & dynamiek). De 'Boom van het Leven' (Etz ha-Chayim) is het model van het spiritueel groeiproces vervat in het Oude Testament. Het omvat een 7-tal graden. De hoogste graad (de zevende) verleent toegang tot de directe ervaring van de Drieëenheid tussen 'Atiqa', de Oude, de Kroon of "oer-eenheid" (Kether of 1), 'Abba', de Hemelse Vader, de Wijsheid of "intuďtie" (Chockmah of 2) & 'Aima', de Hemelse Moeder, het Begrip of "cosmisch intellect" (Binah of 3). Dit geeft in totaal 10 graden.

Welke waarden en normen staan centraal?

Zie ook:

Boeken:

  • Roberto Assagioli boek Psychosynthese

Externe Links

<< vorige || volgende >>

Categorie: Artikelen | Rapport | Auteur: Harry Nijhof


Deze pagina werd sedert 16 dec. 2007 539 keer bekeken.