Aions - Aeonen - Eonen

Pythagoras: Betreed niet de algemeen begane wegen, volg niet de zienswijze der grote menigte, daar die onoordeelkundig en niet eensluidend is.
Krishnamurti: En in die afstand, de verdeling tussen de ziener en het ding dat wordt gezien, in die verdeling ligt het gehele conflict van de mens.
Hoe meer we over 'de waarheid' praten of zelfs maar denken, hoe verder we die van ons wegduwen.
Geen enkele organisatie of georganiseerde religie kan de mens naar waarheid of naar zijn verlossing leiden.
Waarheid is een land zonder paden.
Er bestaat geen pad naar de waarheid.
Je moet je eigen leraar en je eigen leerling zijn.
De tijd is nu,
de tijd omvat … het verleden,
de toekomst is nu.
Dus de dood is nu (kies: 'uitspraken').
Bewustzijn is de inhoud van het bewustzijn.
Willem Bilderdijk In 't verleden - Ligt het heden - In het nu wat worden zal.
Tolle Eckhart: Kijk eens naar een boom, een bloem, een plant. Laat je bewustzijn erop rusten. Wat zijn ze stil, wat zijn ze diep geworteld in Zijn. Laat de natuur je leren wat innerlijke stilte is.

Wederkerigheid (Dodecaëder, Gelijkvormigheid, Complementariteit, Aether en Ether, Sat en Asat, 5Ddenkraam)

René Meijer boek De Ether Bestaat! (p. 79):
79: Het is als met de computer: uploaden en downloaden (of uitzenden en tv-kijken) of ook als een soort van stofwisseling zoals het is met in- en uitademen of met eten en drinken en weer naar de wc gaan. En emotioneel werkt het gebod der wederkerigheid (reciprociteit) net zo: je moet zowel luisteren naar muziek als zelf gaan zingen of een instrument beheersen, je moet zowel waardering hebben voor de artistieke prestaties van een ander als zelf gaan dansen of componeren of schilderen. Slaag je er niet in met deze tweede dimensie evenwicht te houden, dan ontstaan er problemen die de vorm aannemen van een conflict tussen gevoel en verstand.

J.S.O. van Asseldonk De Tao van de Landbouw. II. De Natuurmystiek (p. 12):
De Joodse mysticus Martin Buber geeft ons in zijn bekende boek 'Ich und Du' een goede uitleg van de erkenning van 'the otherness'.
In dit boek bespreekt hij zulks, bij wijze van voorbeeld, in de waarneming van een boom. In feite geeft hij er echter de voorkeur aan niet te spreken van een ‘waarneming’ maar van 'mijn relatie met de boom'. "Alles wat bij die boom behoort is mede in deze relatie begrepen: zijn vorm en mechanisme, zijn kleuren en zijn chemische opbouw, zijn spreken met de elementen en zijn spreken met de sterren, en dat alles in een totaliteit.
De boom is geen indruk, geen spel van mijn voorstellingen, geen waardevol attribuut voor mijn stemming, doch hij lijdt een leven tegenover het mijne en heeft met mij te maken gelijk ik met hem - alleen anders. Men poge niet de zin der relatie zijn kracht te ontnemen: relatie is wederkerigheid ....
Sta ik tegenover iemand als mijn Gij, spreek ik het grondwoord Ik-Gij tot hem, dan is hij geen ding onder dingen en bestaat hij evenmin uit dingen."19
13: Terugkerend naar het voorbeeld van de boom, dat ook in de epiloog terugkeert, merken we dat Buber de relatie met de plantenwereld minder gemakkelijk vindt dan de relatie met dieren. "Toch betekent dit niet dat hierin geen enkele reciprociteit ons deel wordt. De daad of de houding van een individu is hier stellig niet aanwezig, doch wel een reciprociteit van het Zijn zelve, een alleen maar zijnde wederkerigheid. De levende totaliteit en eenheid van de boom die ontgaat aan de blik van hem die alleen maar onderzoekt (hoe scherp deze blik ook moge zijn) en die zich ontsluit voor wie Gij vermag te zeggen, is juist dan aanwezig wanneer hij er is: hij staat de boom toe deze totaliteit te manifesteren, en nu manifesteert deze de zijnde boom. Onze denkgewoonten belemmeren ons tot het inzicht te komen, dat hier vanuit het zijnde iets ons lichtend tegemoet treedt dat door onze houding is gewekt."23
19: Tot hier is het niet helemaal duidelijk op welke manier de natuurmystiek de moeilijkheden kan 'oplossen'. Dat inzicht krijgen we pas zodra Schweitzer ons informeert over zijn principe van de 'Eerbied van het Leven'. Dit principe is een besef dat uit een natuurervaring voortkomt en waarnaar alle theoretische beschouwingen zich later hebben gericht. De ervaring van de eerbied is vergelijkbaar met Buber’s ervaring van 'de ander'. De eerbied is ook een ervaring van het leven, de wil en de identiteit van de ander. De ander treedt de mens in deze ervaring tegemoet als een subject met intrinsieke eigenwaarde. Deze ervaring roept in de betrokken mens het besef op van erkenning en eerbied. Deze eerbied duidt dus net als de Ik-Gij relatie op een wederkerigheid in de relatie mensnatuur.
Het is een relatie geworden tussen twee subjecten met een verschillende maar eigen identiteit. De 'eerbied voor het leven' is dus een eerbied voor de eigenwaarde van de ander. Op deze manier kunnen we Schweitzer’s natuurervaring dus ook zien als een relatie tussen partners die op wederkerigheid is gebaseerd.
22: Zoals de natuurmysticus zijn levenswil afstemt op de levenswil van andere organismen zo ook moet deze mysticus vanuit de wederkerigheid in de relatie aannemen dat de andere organismen in hun ontwikkeling invloed ondergaan van de mens. De natuurlijke evolutie kan dan niet langer gezien worden als een natuurwet, die één bepaalde deterministische oplossing heeft.
Vanuit het organistisch denken zijn er talloze evoluties mogelijk. Welke éne bepáálde evolutie zal plaatsvinden is het resultaat van de beslissingen die de deelnemers in hun onderlinge relatie zelf nemen.

N. Beintema De kracht schuilt in de wederkerigheid - Hoe genomics en maatschappij elkaar versterken (p. 33):
Vandaag staat de gedachtewisseling in de context van ‘wederkerigheid’ tussen wetenschap en samenleving en dat is, om met Hegel en Marx te spreken, terecht: via These (het primaat van de wetenschap) en Anti-these (het primaat van de samenleving) komen we tot Synthese (wederkerigheid of co-evolutie van wetenschap en samenleving).”
In zijn afsluitende reflectie op de middag verwoordde Hub Zwart treffend hóe passend het decor van de middag eigenlijk was. Het is interessant, zo zei hij, in een Tempel der Verlichting te discussiëren over wederkerigheid tussen genomics en maatschappij. In de Verlichting overheerste het idee dat wetenschap, kennis en ratio aan de basis staan van maatschappelijk welzijn. Uit de wetenschap zou bovendien volgen wat goed en kwaad was. Wetenschap, en wetenschap alleen, zou de maatschappij vooruit helpen. Hoe het was gesteld met het omgekeerde, daarover dacht men niet na.

CULTUUR - De kracht van het verschil: Dynamiek in de communicatie (Geert Hofstede en Fonds Trompenaars), 2.2.10 Tijdsbeleving (p. 19):
De manier waarop mensen tegen tijd aankijken, is niet overal hetzelfde. In de ene cultuur kijkt men synchronisch naar tijd (alles begint opnieuw van nul), in de andere kijkt men chronologisch . Het verschil ligt erin of je werkzaamheden na elkaar afhandelt (ieder onderdeel wordt apart beschouwd = synchronisch) of of je de werkzaamheden simultaan gaat combineren (in een volgorde gieten = chronologisch).
2.2.1.2 ORDENING
Ook een heel belangrijk verschil is het verschil tussen individualisme en collectivisme. Een belangrijke waarde die ze hanteren is wederkerigheid. Wij denken sneller aan ons eigen. Iets sprekends dat ik uit het interview met Ricardo meeneem is een vraag over privacy. In het Zuiden wonen de gezinnen met verschillende generaties in één huis. Ik vroeg me dan af of ze soms geen behoefte hebben aan privacy. Maar hij antwoordde: “Dat hebben we niet nodig”! Iemand die iets alleen doet wordt scheef bekeken en krijgt commentaar. Die wordt als slecht aanzien. Ze leven in gemeenschap waar ook de waarden en normen van de gemeenschap beleefd worden.

Chronologie of tijdrekenkunde is de hulpwetenschap voor het lokaliseren van historische gebeurtenissen in de tijd en maakt deel uit van het vakgebied van de geschiedenis. Dit in tegenstelling tot de chronometrie (of tijdmeetkunde), die deel uit maakt van de natuurkunde. Het woord chronologie komt van de Griekse woorden "χρονος", wat betekent tijd en "λογος", wat betekent wetenschap of leer.

De klokkentijd illustreert het binaire ‘of-of’ denken. Experimenteel wordt vastgesteld of iets waar of onwaar is.

Voor Jung betekent eros de religieuze drift, voor Freud de seksuele drift. In het leven heeft alles zijn tegenstelling, aardse begeerte inbegrepen. Het is noch het een, noch het ander. Het gaat niet om ‘of-of’ maar om het juiste evenwicht tussen die twee, het ‘en-en’. En dat evenwicht lukt alleen maar goed met een, met de natuurlijke orde van de tijd goed geregelde (dynamische en niet lineair destructief dwangmatige), stabiele omgang met de ander.

De studie van de geschiedenis als bron van informatie leert dat geschiedschrijving doorheen de tijden door machthebbers gemanipuleerd werd. Geschiedenis wordt dan het verhaal van de dominerende cultuur die ervoor kan zorgen dat de verhalen van de verslagen volkeren of die van minderheden niet aan het nageslacht worden overgeleverd. Voor bestuurders wordt het steeds moeilijker zich achter manipulatieve woordspelletjes te verbergen.

Een eon (geologie) in de geologische geschiedenis (Engelse versie) is de grootste eenheid voor tijd (tijdperk) in de geochronologie.
Tijd kan na hoogte, breedte en lengte gezien worden als de vierde dimensie.

De geochronologie past het 'en-en' denken toe.

Een eon (Engelse versie) of kappa (hetgeen wereld-cyclus betekent) is de periode na het weder ontstaan van het materiële aspect van het universum tot de volgende vernietiging van ditzelfde materiële aspect van het universum.

Wat is tijd nu eigenlijk? (Johan Oldenkamp):
We kennen ook een tijd van het jaar. Deze tijd is opgehangen aan de rotatie van de Aarde om de Zon. Door de hellingshoek van de Aarde ten opzichte van de Zon verandert kracht van de Zonnestralen voortdurend. Aan dit onophoudelijk proces van toe- of afnemende Zonnekracht ontlenen we onze tijd van het jaar: lente, zomer, herfst en winter. Aan deze tijd van het jaar is het natuurlijke ritme van ‘voedselproductie’ gekoppeld.

Ether herbergt het hele mysterie van onze kleine ziel tot aan de grootste Superziel (anima mundi), ongeacht de religie. Het biedt de mogelijkheid het binaire ‘of-of’ denken te overstijgen.

Wederkerigheid staat voor het begrip co-creatie van Ervin Laszlo. Het mechanisme these + antithese = synthese van Hegel biedt een handvat om met name de verborgen 5e Dimensie van Roberto Assagioli te doorgronden. Tegenover het idealisme van Hegel staat het realisme (materialisme) van Marx.

In het leven gaat het niet om ‘of-of’ 'Aristoteles of Descartes', ‘Hegel of Marx’, maar om ‘en-en’.

De tegenstellingen in de ruimtelijke, aardse, materiële wereld (Materialisme) laten oorzaak en gevolg, actie en reactie zien. Het goede als het kwade zijn a priori gegeven. In aanleg is het aardse bewustzijn manicheïstisch. De ziel (psyche), de schakel tussen 'Geest en Lichaam' creëert het innerlijke evenwicht. De Gulden middenweg (middenzuil), de hoofdroute symboliseert hoe dit evenwicht kan worden bereikt. Dus door de oerenergie (pleroma, Sjechinah, de oerbron van Ether), de wereld van de Geest met het stoffelijk lichaam van de mens te verbinden. De verticale as kan met de middenzuil de schakel tussen 'Malkuth en Kether' van de levensboom worden vergeleken.

Een belangrijke term bij Robert Putnam is gegeneraliseerde reciprociteit. Niet: ‘als ik iets voor jou doe, doe jij misschien een keer iets voor mij’, maar: ‘als ik iets voor jou doe, doet iemand anders misschien wel eens iets voor mij’. Gegeneraliseerde reciprociteit staat tot persoonsgebonden reciprociteit zoals een geldeconomie staat tot ruilhandel. Aan de basis van beide ligt vertrouwen, ook in mensen en instituties die je niet persoonlijk kent.

René Meijer boek De Ether Bestaat! (p. 79):
79: Het is als met de computer: uploaden en downloaden (of uitzenden en tv-kijken) of ook als een soort van stofwisseling zoals het is met in- en uitademen of met eten en drinken en weer naar de wc gaan. En emotioneel werkt het gebod der wederkerigheid (reciprociteit) net zo: je moet zowel luisteren naar muziek als zelf gaan zingen of een instrument beheersen, je moet zowel waardering hebben voor de artistieke prestaties van een ander als zelf gaan dansen of componeren of schilderen. Slaag je er niet in met deze tweede dimensie evenwicht te houden, dan ontstaan er problemen die de vorm aannemen van een conflict tussen gevoel en verstand.

John P. Van Mater De evolutie van de mensheid en haar beschavingen
William Q. Judge schrijft dat ‘de natuur voor geen ander doel bestaat dan de ervaring van de ziel’, woorden die het kosmische proces in het kort weergeven. Temidden van de opkomst en het verval van rassen is de gemeenschappelijke basis dat alle wezens zielen zijn op het pad van ontplooiing. De grootste en meest permanente bijdragen van de moderne tijd zouden wel eens kunnen zijn de wereldwijde poging de individuele mensenrechten uit te breiden en de gehele mensheid samen te brengen in een broederschap van weloverwogen wederkerigheid. Van alle beschavingen die we kennen en die hun licht langs de horizon van de tijd hebben doen stralen, is de onze wellicht uniek in haar algemene besef van wat iedere mensenziel toekomt. De strijd zelf die zich voordoet, weerspiegelt het geestelijk ontwaken dat bij alle mensen plaatsvindt; en deze druk van onderaf doorbreekt de belemmerende korst van tirannie, formalisme en orthodoxie, zoals ontkiemende zaden zich een weg banen door de aarde.

Het idee om op basis van dualiteit (complementariteit) fysica en metafysica met elkaar te verbinden is eerder door Werner Heisenberg en door Fritjof Capra, in zijn boek The tao of physics, naar voren gebracht. Het boek van Capra beschrijft een onderzoek naar de parallellen tussen de moderne fysica en de oosterse mystiek. Het Ether-paradigma wil benadrukken dat het universele patroon van het wat vastligt. Het is zoals het is, daar kan de wetenschap weinig aan veranderen.
Het onzekerheidsprincipe van Heisenberg geldt ook voor de tijd: wat in de toekomst verborgen ligt, is niet te meten. Het tijdstip 'nu' is het enige waarvan we ons bewust kunnen zijn, doordat het een ervaring is (terwijl het verleden om herinnering vraagt om je er weer bewust van te kunnen zijn). Maar dat 'nu' verandert voortdurend.

De Geheime Leer Deel II, Stanza 6 De evolutie van de zweetgeborenen (p. 171):
Analogie is de leidende wet in de Natuur, de enige ware draad van Ariadne, die ons langs de onontwarbare wegen van haar domein kan voeren naar haar eerste en laatste mysteriën. De Natuur is als scheppend vermogen oneindig, en geen enkele generatie van natuurkundigen kan zich er ooit op beroemen de lijst van haar middelen en methoden te hebben uitgeput, hoe uniform de wetten die zij volgt ook zijn.

Net als de Holocaust is ook de kredietcrisis mensenwerk. Het is mogelijk de kredietcrisis in een historisch perspectief te plaatsen door in de tekst van Hans Blom het woord Holocaust door kredietcrisis te vervangen.

Hans Blom We werkten aan de kredietcrisis mee (Volkskrant 1 mei 2010):
We neigen ertoe de kredietcrisis te zien als iets dat zich buiten ons om voltrok. Maar het was ook gewoon mensenwerk.
Het neigt er ook toe de kredietcrisis te zien als iets dat zich min of meer als een natuurramp buiten ons om onontkoombaar voltrok. Maar dat miskent dat geschiedenis in de letterlijke betekenis van het woord mensenwerk is. Geschiedenis gáát niet alleen over mensen, maar wordt ook gemaakt door mensen, individueel en groepsgewijze.
Dit drukt ons met de neus op ieders individuele verantwoordelijkheid in het historisch proces. Indien ons handelen volstrekt gedetermineerd zou zijn, voltrekt de werkelijkheid zich buiten ons om, zijn wij speelbal. Maar de betekenis van beslissingen, keuzen dus, op alle niveaus is aantoonbaar. De ten minste relatieve openheid van elke historische situatie is zo tevens de voorwaarde voor een samenleving waarin mensen ook verantwoordelijk zijn voor hun handelen, de genoemde smalle marges ten spijt. Dat is behalve een mooie ook een beangstigende gedachte.

Anna Lemkow boek Het Heelheid Principe, hoofdstuk 11 De wereldreligies: constanten en varianten (p. 250):
Fritjof Schuon: De Werkelijkheid maakt zich in gradaties kenbaar, maar zonder op te houden het Ene te zijn, waarbij de lagere graden van deze “kenbaarmaking” door een metafysische integratie of synthese, in de hogere worden opgenomen…. [Het] exoterische gezichtspunt heeft geen begrip van de transcendentie van het hoogste Goddelijke Onpersoonlijkheid, waarvan God een persoonlijke Kenbaarmaking is; dergelijke waarheden zijn van een te hoog niveau en daardoor te subtiel en te ingewikkeld vanuit het gezichtspunt van het eenvoudige rationele begripsvermogen, om toegankelijk te zijn voor de meerderheid van de gelovigen, of op een dogmatische manier geformuleerd te kunnen worden.

Fritjof Schuon schreef over de transcendente eenheid van religies en wijst er op dat de traditionele vormen van religies per definitie en onvermijdelijk, beperkt zijn, maar ook onmisbaar. Het zijn vormen waar het eenheidszoekend bewustzijn doorheen kan breken naar het vormloze transcendente geheel waaruit ze uiteindelijk zijn voortgekomen. Men gaat de universele krachten van de grondbeginselen waarnemen door hun diverse uitdrukkingen, ontstaan in de cyclische periodiciteit. In de Veda’s wordt gezegd: “De waarheid is één, de wijzen noemen haar met vele namen”.

De Éne werkelijkheid heeft betrekking op de wederkerigheid tussen Zo binnen, zo buiten en Zo boven, zo beneden, die met behulp van de lemniscaat tot uitdrukking wordt gebracht. Om de éne werkelijkheid te duiden maakt Ken Wilber van het "Wilber-Combs-rooster" gebruik.

De relatie tussen macro en micro, de reciprociteit berust op het Hermetisch Axioma Zo boven, zo beneden; Zo beneden, zo boven of de uiterlijke werkelijkheid is een weerspiegeling van de innerlijke werkelijkheid en vice versa. Filosofisch wordt de ziel (of ziel) bezien als een psyche of spiegel van het zelf bestaande uit rede, geest en verlangens.

Wederkerigheid
Het principe van wederkerigheid (Shu) kan misschien best worden omschreven als een vorm van wederzijds respect. Het confucianisme ziet mensen minder als aparte individuen, maar eerder als personen die verwikkeld zijn in complex web van relaties. Iedere relatie houdt wederzijdse verstandhouding en handelingen in waarbij elke persoon zijn rol goed moet vervullen. Zo moeten kinderen hun ouders gehoorzaam zijn, maar moeten ook de ouders hun rol goed vervullen door het kind goed op te voeden en met liefde te behandelen. Opdat de relatie tussen ouders en kinderen goed zou functioneren, moeten beide kanten hun respectievelijke rollen dus zo goed mogelijk vervullen. Op een hoger niveau betekent dit principe dat burgers loyaal aan hun land en volk moeten zijn en de wetten moeten naleven, terwijl de overheden van hun kant de burger veiligheid, economische stabiliteit en rechtvaardigheid moeten garanderen. Volgens het confucianisme heeft een rechtvaardig persoon het recht om te rebelleren tegen onrechtvaardige heersers, omdat die op dat moment hun plichten niet nakomen en dus de onderlinge relatie niet wederkerig is.

Reciprociteit is onder andere in de sociologie, zoölogie, populatiebiologie en evolutiebiologie een sociaal verschijnsel waarin één organisme (bijvoorbeeld een mens) bereid is een ander een dienst te verlenen wanneer het organisme weet dat het hiervoor op een later tijdstip een wederdienst kan verwachten, of op dat moment zelf die wederdienst bewijst.

Onzekerheid en wederkerigheid
Als de causale richting onzeker is wordt vaak van een kip-en-ei-probleem gesproken. Dat is echter onjuist. De metafoor van de kip en het ei verwijst naar wederkerige causaliteit. Die heeft niet zoveel met onzekerheid te maken. Onzekerheid is een eigenschap van de kennis (over de oorzakelijkheid) van de onderzoeker. Wederkerigheid is een eigenschap van het onderzochte oorzakelijke verband zelf.

Het is wenselijk de vicieuze cirkel van het kip-en-eiprobleem (Lichaam-geestprobleem), het Hoe of Wat ('of-of') denken te doorbreken.
Twee van de grote denkstromingen die pogen het mind-body probleem (Mind-body dichotomy) op te lossen zijn het dualisme en het monisme.
Een middenweg ('en-en') tussen fysisch en psychisch monisme vormt neutraal monisme. Spinoza's Deus sive natura lijkt op een neutraal monisme.

De dichotomieën worden met behulp van het fenomeen Complementariteit tot uitdrukking gebracht. De een bestaat bij gratie van de ander. Uiteindelijk kan er maar één waarheid, ‘De blijde boodschap’ zijn. Door de interacties ('these + antithese', dialectische filosofie van Hegel en Engels) tussen de 'alfa- en de bètawereld' kan synthese ontstaan. De gammawetenschappen (sociologie, economie en politicologie) zijn als het ware de schakel tussen de alfa- en bètawetenschappen. Zij nemen dus een tussenpositie in tussen alfa- en bèta-wetenschappen.

Begrijpen is volgens Spinoza de dingen zien in hun ‘logische afhankelijkheid’.
Het begrip toeval wordt in verband gebracht met ‘logische afhankelijkheid’ en ‘acausale geordendheid’.
Dr. Jolande Jacobi boek De psychologie van Carl G. Jung (p. 21): Jung noemde, een modaliteit die er eenvoudigweg is, zonder oorzaak, ‘acausale geordendheid’.
Barbara Hannah boek Jung zijn leven zijn werk (p. 319): Jung toonde aan dat synchronistische gebeurtenissen slechts een specifiek voorbeeld lijken te zijn van een veel breder natuurlijk beginsel, dat hij ‘acausale geordendheid’ noemde, een modaliteit die er eenvoudigweg is, zonder oorzaak, zoals in het geval van de discontinuïteiten in de fyica (de geordendheid van energiekwantums, nucleair verval enzovoort) of de natuurlijke getallen.

In zijn theoretisch kader beschouwt Johnson (2000) het Being (Zijn) als een onstabiele entiteit. Het universum is geen statisch gegeven, en dus ook de mens – als onderdeel hiervan – is in voortdurende evolutie. Gebaseerd op de emanatietheorie van de Griekse filosoof Plotinus stelt hij dat de mens continu ontwikkelt, waarbij nieuwe elementen ontspruiten uit een diepste kern, de Source (Bron). Er is een eindeloze wederkerigheid tussen het Zijn en de Bron, wat resulteert in een onophoudende transformatie en ontwikkeling van de mens en diens wereld.

Het gaat in het kwantumvacuüm om de virtuele scheidslijn tussen twee polen (syzygieën), het aardse ('Bewustzijnsschil') en het hemelse (Akasa), om karma en dharma. Het draait primair om de geestelijke wederhelft of Syzygos.

Roland van Vliet Het Manicheïsme als oerketters stroming van de liefde (Artikel uit: Prana nr. 140, dec. 2003/jan. 2004) p. 1:
De kracht van Mani's spreken bij de Elchasaïten was namelijk de vrucht van de openbaring van zijn geestelijke wederhelft of Syzygos, die hem korte tijd daarvoor tot schouwen had gebracht van de vijf Lichtvaders in de hemelse gebieden en hem de mysteriën van de grenzeloze hoogten, de mysteriën van de ondoorgrondelijke diepten en het weten omtrent zijn geestelijke afstamming (in relatie tot de Syzygos) en zijn goddelijke opdracht had kunnen openbaren.
p. 6: Daarnaast heeft Jezus Christus door dood en Opstanding het Licht onder en om de aarde gebracht en de kosmische Zuil der Heerlijkheid in het middelpunt van de aarde geplaatst. Deze Zuil der Heerlijkheid verbindt als een kosmische Lichtzuil de aarde met het Lichtschip van de Maan, het Lichtschip van de Zon en de Nieuwe Lichtaarde of het Nieuwe Jeruzalem. Deze Zuil der Heerlijkheid is de geestelijke gestalte van Christus, waarin al zijn leerlingen die de Lichtziel tot bloei gebracht hebben, ná de dood worden opgenomen en daarin van Jezus de Grote Rechter, een emanatie van Jezus de Zonneglans, een opstandingsgestalte als de afbeelding van de opstandingsgestalte van Jezus Christus ontvangen. Hierdoor wordt de Zuil der Heerlijkheid ook de Volmaakte Mens genoemd, waarin de totale geïndividualiseerde en bevrijde mensheid de gestalte van de Christus is.

H.P. Blavatsky De Geheime Leer Deel III, hoofdstuk Wat magie in werkelijkheid is (p. 515):
Er zijn miljoenen Christenen, die de naam van Simon Magus en het weinige wat in de Handelingen over hem staat kennen, doch er zijn slechts weinigen die zelfs maar gehoord hebben van de vele bonte, fantastische en tegenstrijdige bijzonderheden, welke de overlevering over zijn leven meedeelt.

Het ‘of-of’ bestaat bij gratie van het 'en-en', dualisme bij gratie van het non-dualisme. Schepping en evolutieleer staan niet los van elkaar, maar vullen elkaar aan.
Het concept van de ENE WERKELIJKHEID (de ‘Werkelijkheid’ met hoofdletter W), bestaat echt. De evolutieleer bestaat bij gratie van de scheppingsleer, het atheïsme bij gratie van het theïsme, het kwade bij gratie van het goede.

In het enneagram staat de scheppingsdriehoek 9 - 3 - 6, de Triade en bij de levensboom de Tetrade centraal. Bij de Wet van Zeven gaat het echter om de dynamiek van de gemanifesteerde werkelijkheid, het hexagram, dat zowel de Triade als de Tetrade omvat. Creativethink biedt een handvat om de chaos in ons leven te helpen beheersen. De bijlage 'Triade en Tetrade' toont een historisch kader. Het raamwerk dient als achtergrond om de gebeurtenissen in de huidige tijd te kunnen duiden.

Leo van den haak Polariteiten
De wereld stoelt op polariteiten. We leven in de wereld van de twee. De tempel van de één steunt op twee pilaren, zodra de balansen der polariteiten in evenwicht zullen komen en blijven houdt deze wereld op te bestaan. De gene die er in slaagt voor zichzelf de balans in evenwicht te krijgen, komt in de Substantie van Spinoza, ( het Zijn ) ervaart God in zichzelf subjectief en objectief bewustzijn vloeien dan in elkaar.
De overpeinzing tot mij laten doordringen, zonder kwaad geen goed, zonder rijk geen arm en omgekeerd. Polariteiten hebben een zeer diepe achtergrond. Al duizenden jaren geleden schreef men al ; .... deze wereld bestaat slechts bij de gratie van de polariteiten. Dringt het tot U door dat als we goed kunnen opheffen, er dan ook geen kwaad meer zou bestaan.

De Hermeneutische Cirkel (band van Möbius) symboliseert dat op deze wijze met het scheppingsproces in de hemel een verbinding ontstaat (5e dimensie).

Boek ‘I Ching’,Universele kompas, 5 aspecten:Kompaskwadrant:GezichtspuntenPaul van Oyen,Het EnneagramNU:
OrakelI ChingLemniscaatReligieBrahmaWet van EenCirkel
HexagramIntegratie binnen - en buitenwereldVerticale asWetenschapVishnuWet van ZevenHexagram
TrigramBinnenwereldKwalitatieve as (+/-)NatuurShivaWet van DrieDriehoek
TrigramBuitenwereldKwantitatieve as (+/-)Politiek 

====

Astrologie (Microkosmos en Macrokosmos, 10 Dimensies, 'Evolutie of Devolutie')

De wetten van ‘Opgaan, Blinken en Verzinken’ vertaalt Blavatsky (Deel III, p. 514) naar de levenscyclus ‘Kindsheid - Aankomende leeftijd – Volwassenheid – Ouderdom’. Maar naast de uiterlijke cyclus bestaat er ook een innerlijke cyclus van 'Verschijnen en Verdwijnen'.
In dit kader is bijzonder interessant het artikel ‘Het mysterie van de dood’ van Ria Hopman in het tijdschrift Urania van Jan 2003. Tot slot stelt zij: Het mysterie van de dood is niets anders dan het mysterie van het bewustzijn dat in staat is transparant te worden voor talloze werelden en niveaus. De dood geeft het leven een speciale zin die het zonder de dood nooit zou krijgen. In het iets ervaren van de hemelsfeer verandert de persoonlijkheid fundamenteel. In de paradox van het leven strekt het menselijk bestaan zich uit tot in de eeuwigheid en is het in de tijdelijkheid. Net zoals de heilige zich tegelijkertijd uitdrukt in de eeuwigheid en in de tijd.

Net als de esoterie belicht Ria Hopman het thema vanuit een astrologisch gezichtspunt. In dit verband kan ook naar de publicaties van Tom de Booij worden verwezen. In de esoterie wordt van het begrip sterrengeest (Aions, Aeonen, Eonen, Goddelijke emanaties) gebruik gemaakt.
In zijn boek Nulpunt Revolutie past Benjamin Adamah het griekse begrip aion toe.
Gerrit Teule werkt in zijn boek Wat Darwin niet kon weten de eonenhpothese (eonische tijdruimten) van Jean Emile Charon uit.
Om de fenomenen aion en eon te duiden maken zowel Adamah als Teule van negentropie (negatieve entropie) die orde schept uit de chaos gebruik.

Tom de Booij Detrie zegt in het onderstaande citaat, dat wanneer we een symbool creëren het geen toevoeging is aan onze bestaande kennis, maar dat deze voorkomt uit het potentiaal van onze wezenlijke kern. Niet van buiten naar binnen, maar van binnen naar buiten. In mijn verhaal zal ik duidelijk maken, dat het vijfster symbool met de vijfvoudige symmetrie hieraan geheel voldoet.
We are born with innate design potential because of our connection to natural order and our figure-based perceptual system. We do not add design topics into our world as we mature, instead we grow design potential from our internal nucleus (Thomas Detrie, 2002).

Afbeelding 2. De evolutie van de 10 symbolenAfbeelding 3. De 10 symbolen in afbeeldingen
 

De Geheime Leer Deel II, Inleidende opmerkingen (p. 1):
Wat betreft de evolutie van de mensheid stelt de Geheime Leer drie nieuwe stellingen voorop, die lijnrecht in strijd zijn met zowel de moderne wetenschap als de gangbare religieuze dogma’s: zij leert
(a) de gelijktijdige evolutie van zeven mensengroepen op zeven verschillende delen van onze aardbol;
(b) de geboorte van het astrale lichaam vóór het stoffelijke, waarbij het eerste een model is voor het laatste; en
(c) dat de mens in deze Ronde aan alle zoogdieren in het dierenrijk voorafging – de mensapen daarbij inbegrepen.
De Geheime Leer Deel II, Stanza 1 Het begin van bewust leven (p. 25):
De opsomming van de stanza’s in Deel I liet zien dat de genesis2 van goden en mensen voortkwam uit een en hetzelfde punt, dat de ene universele, onveranderlijke, eeuwige en absolute EENHEID is. In zijn eerste gemanifesteerde aspect hebben wij het zien worden: (1) in de sfeer van objectiviteit en fysica, de oorspronkelijke substantie en kracht (middelpuntzoekend en middelpuntvliedend, positief en negatief, mannelijk en vrouwelijk, enz.); (2) in de wereld van de metafysica, de GEEST VAN HET HEELAL of kosmische verbeeldingskracht, door sommigen de LOGOS genoemd.
2) Volgens de geleerde definitie van dr. A. Wilder is genesis, γένεσιϛ, niet voortplanting, maar ‘een komen uit het eeuwige naar de Kosmos en de Tijd’: ‘een komen van esse tot existere’, of ‘van HET ZIJN tot het zijnde’ – zoals een theosoof zou zeggen.
36: ‘Het is dat LICHT dat zich verdicht tot de vormen van de ‘Heren van het Zijn’ waarvan de eersten en de hoogsten gezamenlijk JIVATMA of pratyagatma zijn (figuurlijk gesproken, voortkomend uit paramatma). Het is de logos van de Griekse filosofen, die verschijnt aan het begin van ieder nieuw manvantara. Hieruit afdalend – gevormd uit de zich steeds verder verdichtende golven van dat licht, dat op het objectieve gebied grove materie wordt – komen de talloze hiërarchieën van de scheppende krachten voort, sommige vormloos, andere met hun eigen onderscheiden vorm en weer andere, de laagste (elementalen), die geen eigen vorm hebben maar die, al naar gelang van de hen omringende omstandigheden, een passende vorm aannemen.
35: ‘Elke wereld heeft haar moederster en zusterplaneet. Zo is de Aarde het geadopteerde kind en de jongere broer van Venus, maar haar bewoners hebben hun eigen aard . . . Alle bewuste voltooide wezens (volledig zevenvoudige mensen of hogere wezens) worden bij hun aanvang voorzien van vormen en organismen, geheel in harmonie met de aard en toestand van de sfeer die zij bewonen.’
‘De sferen van het Zijn of levenscentra, die afgezonderde kernen zijn die hun mensen en hun dieren voortbrengen, zijn talloos; niet één heeft ook maar enige gelijkenis met haar gezellin of met enige andere van haar eigen speciale nageslacht.’
‘Alle hebben een dubbele stoffelijke en geestelijke natuur.’ (Wet van zelfontplooiing)
‘De levenskernen zijn eeuwig en altijddurend; de kernen periodiek en eindig. De levenskernen maken deel uit van het absolute. Het zijn de schietgaten van die zwarte onneembare vesting, die voor altijd is verborgen voor de blik van de mens of zelfs de Dhyani. De kernen zijn het licht van de eeuwigheid, dat daaruit ontsnapt.’
36: ‘Het is dat LICHT dat zich verdicht tot de vormen van de ‘Heren van het Zijn’ waarvan de eersten en de hoogsten gezamenlijk JIVATMA of pratyagatma zijn (figuurlijk gesproken, voortkomend uit paramatma). Het is de logos van de Griekse filosofen, die verschijnt aan het begin van ieder nieuw manvantara. Hieruit afdalend – gevormd uit de zich steeds verder verdichtende golven van dat licht, dat op het objectieve gebied grove materie wordt – komen de talloze hiërarchieën van de scheppende krachten voort, sommige vormloos, andere met hun eigen onderscheiden vorm en weer andere, de laagste (elementalen), die geen eigen vorm hebben maar die, al naar gelang van de hen omringende omstandigheden, een passende vorm aannemen.’
‘Er is dus in geestelijke zin maar één absolute upadhi (basis) waaruit, waarop en waarin voor manvantarische doeleinden de talloze kernen worden gebouwd, van waaruit de universele, cyclische en individuele evoluties tijdens de actieve periode voortkomen.’
De Geheime Leer Deel II, Stanza 4 Schepping van de eerste rassen (p. 101):
Nadat de voorvaderen hun schaduwen hebben uitgeworpen en mensen hebben gemaakt uit één element (ether), stijgen zij weer omhoog naar mahaloka, vanwaar zij periodiek neerdalen wanneer de wereld wordt vernieuwd, om nieuwe mensen voort te brengen.
De Geheime Leer Deel II, Stanza 7 Tot de eerste mensenrassen (p. 189):
Wat die andere vraag betreft, of de mens in de orde van de evolutie eerder verscheen dan de dieren, hierop is het antwoord even snel te geven. Indien de mens werkelijk de microkosmos van de macrokosmos is, heeft deze leer niets onmogelijks en is alleen maar logisch. Want de mens wordt die macrokosmos voor de drie lagere rijken onder hem. Vanuit een fysisch standpunt geredeneerd, zijn al de lagere natuurrijken, behalve dat van de delfstoffen – dat het gekristalliseerde en gemetalliseerde licht zelf is van de planten tot de wezens die aan de eerste zoogdieren voorafgingen, in hun stoffelijke structuur opgebouwd door middel van het ‘afgeworpen stof’ van die delfstoffen, en de afval van de menselijke stof, hetzij van levende of van dode lichamen, waarmee zij zich voedden en die hun hun uiterlijke lichamen gaven. Op zijn beurt werd de mens stoffelijker door weer in zijn lichaam op te nemen wat hij had afgeworpen en wat werd getransformeerd in de levende dierlijke smeltkroezen waar het was doorheengegaan, tengevolge van de alchimistische transmutaties van de Natuur. Er waren in die tijd dieren waarvan onze hedendaagse biologen nooit hebben gedroomd; en hoe sterker de fysieke stoffelijke mensen, de toenmalige reuzen werden, des te krachtiger waren hun emanaties. Toen die androgyne ‘mensheid’ in geslachten was gescheiden en door de Natuur was omgevormd tot kinderen-voortbrengende machines, plantte zij zich niet langer voort door middel van druppels levenskracht die uit het lichaam vloeiden. Maar terwijl de mens nog niet bekend was met zijn voortplantingsvermogens op menselijk gebied (vóór zijn val, zoals iemand die in Adam gelooft, zou zeggen), werd al deze levenskracht, die in ruime kring om hem heen was verspreid, door de Natuur gebruikt om de eerste zoogdiervormen voort te brengen. Evolutie is een eeuwige cyclus van wording, wordt ons geleerd; en de natuur laat geen atoom ongebruikt. Bovendien streeft vanaf het begin van de Ronde alles in de Natuur ernaar mens te worden. Alle impulsen van de tweevoudige middelpuntzoekende en middelpuntvliedende kracht zijn gericht op één punt – de MENS.
198: De evolutie van de mens, de microkosmos, is analoog aan die van het Heelal, de macrokosmos.
De Geheime Leer Stanza 12 Het vijfde ras, Goddelijke leermeesters (p. 442/443):
Als hij over Adam, Kaïn, Mars, enz. als personificaties spreekt, verkondigt de schrijver van ‘The Source of Measures’ in zijn kabbalistische onderzoekingen onze eigen esoterische leringen. Zo zegt hij:
‘Nu was Mars de heer van geboorte en van dood, van voortbrenging en van vernietiging, van ploegen, van bouwen, van beeldhouwen of steenhouwen, van bouwkunst . . . kortom van alle . . . KUNSTEN. Hij was het oorspronkelijke beginsel dat zich splitste in twee tegengestelden voor de voortbrenging. Ook in de sterrenkunde nam hij de geboorteplaats van de dag en het jaar in, de plaats van het toenemen van zijn kracht, Aries, en eveneens de plaats van zijn dood, Scorpio. Hij was heer van het huis van Venus en van dat van de Schorpioen. Als geboorte was hij het goede; als de dood het kwade. Als het goede was hij het licht, als het kwade was hij de nacht. Als het goede was hij de man; als het kwade, de vrouw. Hij stond op de kardinale punten, en als Kaïn of Vulcanus, of pater Sadic of Melchizedek was hij de heer van de ecliptica of van het evenwicht of de lijn van de vereffening, en daarom was hij de RECHTVAARDIGE. De Ouden namen aan dat er zeven planeten of grote goden waren die voortkwamen uit acht, en pater Sadic, de rechtvaardige of rechtschapene, was heer van de achtste, die Mater Terra was.’ (‘Source of Measures’, blz. 186.)
De Geheime Leer Deel II, Hoofdstuk Esoterische leringen in alle heilige geschriften bevestigd (p. 509):
Het moet ernstig worden betwijfeld of onze tijd met al zijn verstandelijke scherpzinnigheid is bestemd om in elk westers volk ook maar één
niet-ingewijde geleerde of filosoof te ontdekken die in staat is de geest van de archaïsche filosofie volledig te begrijpen. Men kan dat ook van niemand verwachten, voordat de ware betekenis van deze woorden, de alfa en de omega van de oosterse esoterie, de woorden Sat en Asat – waarvan in de Rig Veda en elders zo’n ruim gebruik wordt gemaakt – grondig wordt begrepen. Zonder deze sleutel tot de Arische wijsheid loopt de kosmogonie van de rishi’s en de arhats gevaar voor de gemiddelde oriëntalist een dode letter te blijven. Asat is niet alleen maar de ontkenning van Sat en evenmin het ‘nog niet bestaande’; want Sat is op zichzelf noch het ‘bestaande’, noch het ‘zijnde’. SAT is de onveranderlijke, de altijd aanwezige en eeuwige wortel, waaruit en waardoor alles voortkomt. Maar het is veel meer dan de potentiële kracht in het zaad, die het proces van ontwikkeling, of wat nu evolutie wordt genoemd, voortstuwt. Het is het altijd wordende, hoewel het zich nooit manifesteert1. Sat wordt geboren uit Asat, en ASAT wordt voortgebracht door Sat: inderdaad de eeuwige cirkelgang; maar een cirkel waar-van alleen bij de hoogste inwijding, op de drempel van paranirvana, de kwadratuur kan worden gevonden.
1) De leer van Hegel, die het Absolute Zijn of ‘Zijn-heid’ gelijkstelt met ‘Niet-Zijn’, en het Heelal voorstelt als een eeuwig worden, komt overeen met de Vedantafilosofie.
De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk 18 Over de mythe van de gevallen engel (p. 542/543):
Het is een bekend feit – in ieder geval bekend aan geleerde kenners van de symboliek – dat in elke grote religie van de oudheid de logos-demiurg (tweede logos), of de eerste emanatie van het denkvermogen (mahat), als het ware de grondtoon aanslaat van wat in het daaropvolgende evolutieschema de wisselwerking van individualiteit en persoonlijkheid kan worden genoemd. In de mystieke symboliek van kosmogonie, theogonie en antropogenie vervult de logos in het drama van de schepping en het zijn, twee rollen, namelijk die van de zuiver menselijke persoonlijkheid en de goddelijke onpersoonlijkheid van de zogenaamde Avatars of goddelijke incarnaties, en van de universele geest die door de gnostici Christos wordt genoemd en in de mazdeïsche filosofie de Farvarshi (of
Ferouer) van Ahura Mazda.
544: Zo worden dezelfde titels en dezelfde namen om beurten aan God en aan de Aartsengel gegeven. Beiden worden
metatron genoemd, ‘op beiden wordt de naam Jehova toegepast als zij de een in de ander’ (sic) spreken, want volgens de Zohar betekent dit woord zowel ‘de Meester’ als ‘de Afgezant’. Beiden zijn de engel van het gezicht, want men zegt dat enerzijds het ‘woord’ ‘het gezicht (of de Tegenwoordigheid) en het beeld van de substantie van God’ wordt genoemd, terwijl anderzijds Jesaja (?), als hij tegen de israëlieten spreekt over de Heiland, hun zegt dat ‘de engel van zijn aangezicht hen in hun smart heeft behouden’ – ‘dat hij dus hun Heiland was’ Elders wordt hij (Michaël) heel duidelijk ‘de vorst van de aangezichten van de Heer, de heerlijkheid van de Heer’ genoemd. Beiden (Jehova en Michaël) zijn ‘de gidsen van Israël . . . aanvoerders van de legers van de Heer, opperste rechters van de zielen en zelfs Serafijnen’.
544/545: Al het bovenstaande wordt gegeven op gezag van verschillende boeken door rooms-katholieken, en moet dus orthodox zijn. Enkele uitdrukkingen zijn vertaald om te laten zien wat spitsvondige theologen en haarklovers bedoelen met de term Ferouer8, een woord dat zoals gezegd door sommige Franse schrijvers aan de
Zend Avesta werd ontleend en in het rooms-katholicisme werd gebruikt voor een doel dat Zoroaster in de verste verte niet heeft kunnen voorzien. In Fargard XIX van de Vendidad wordt gezegd (vers 14): ‘Roep, O Zarathustra! mijn Farvarshi aan; van mij, Ahura Mazda, het grootste, het beste, het schoonste van alle wezens, het meest zuivere, het intelligentste . . . en van wie de ziel het heilige woord is’ (Māthra Spenta). De Franse oriëntalisten vertalen Farvarshi met ‘Ferouer’.
8) Wat in de
Vendidad ‘Farvarshi’ wordt genoemd, het onsterfelijke deel van een individu, dat wat de mens overleeft – het hogere ego, zeggen de occultisten, of de goddelijke dubbelganger.
545: Wat is een Ferouer, of Farvarshi? In sommige mazdeïsche boeken (bijv. Ormazd Ahriman, § 112, 113) wordt duidelijk te kennen gegeven dat Farvarshi de innerlijke, onsterfelijke mens is (of het
ego dat reïncarneert); dat hij bestond vóór zijn stoffelijke lichaam, en alle lichamen overleeft waarmee hij is bekleed. ‘Niet alleen de mens bezat de Farvarshi, maar ook de goden en de hemel, vuur, wateren en planten.’ (Inleiding tot de Vendidad door J. Darmsteter.) Dit bewijst overduidelijk dat de ferouer ‘de geestelijke tegenhanger’ is van hetzij god, dier, plant of zelfs element, d.i. het verfijnde en het zuiverder deel van de grovere schepping, de ziel van het lichaam, wat het lichaam ook mag zijn. Daarom beveelt Ahura Mazda Zarathustra aan, zijn Farvarshi aan te roepen en niet hemzelf (Ahura Mazda); dat wil zeggen de onpersoonlijke en ware essentie van de godheid, één met Zoroasters eigen atman (of Christos), niet de valse en persoonlijke verschijningsvorm. Dit is heel duidelijk.
554/555: Maar zelfs in
Genesis wordt op dat tijdperk gezinspeeld door het plotseling aan de dag treden van het beeld, en door de ‘duisternis’ die op de afgrond was. Van de Alahim wordt gezegd dat zij de twee hemelen of de ‘dubbele hemel’ (niet hemel en aarde) ‘scheppen’, d.w.z. bouwen of voortbrengen; wat met zoveel woorden betekent dat zij de hogere gemanifesteerde (engelen-) hemel of het bewustzijnsgebied scheidden van het lagere of aardse gebied; de (voor ons) eeuwige en onveranderlijke aeonen van die tijdperken die in de ruimte, tijd en duur zijn; voor de niet-ingewijde de hemel van de aarde, het onbekende van het BEKENDE. Dat is de betekenis van de zin in Pymander, die zegt: ‘GEDACHTE, het goddelijke, dat LICHT en LEVEN (Zeruana Akerne) is, bracht door haar WOORD of eerste aspect’, de andere, werkzame GEDACHTE voort, die als de god van geest en vuur zeven bestuurders vormde, die binnen hun cirkel de wereld van de zintuigen omsloten, ‘noodlot’ genaamd. Dit laatste heeft betrekking op karma; de ‘zeven cirkels’ zijn de zeven planeten en gebieden, en ook de zeven onzichtbare geesten in de sferen van de engelen, van wie de zichtbare symbolen de zeven planeten14 zijn, de zeven rishi’s van de Grote Beer en andere tekens. Zoals door Roth over de aditya’s is gezegd: ‘Ze zijn noch de zon, noch de maan, noch de sterren, noch de dageraad, maar de eeuwige instandhouders van dit lichtende leven dat als het ware achter al deze verschijnselen bestaat.’
14) Nog een bewijs, als er een nodig is, dat de oude ingewijden meer dan zeven planeten kenden, kan men in het Vishnu Purāna, Deel II, hfst. xii vinden, waar bij de beschrijving van de strijdwagens die aan Dhruva (de poolster) zijn verbonden, Parāsara spreekt over ‘de strijdwagens van de NEGEN planeten’, die door luchtkoorden zijn verbonden.
555/556: Bij het uiteenzetten van enkele ‘ketterijen’ van zijn tijd toont Justinus de Martelaar aan dat alle wereldreligies in hun uitgangspunt gelijk waren. Het eerste
begin is onveranderlijk de onbekende en PASSIEVE, godheid, waaruit een bepaalde actieve kracht of een vermogen emaneert, het mysterie dat soms WIJSHEID wordt genoemd, soms de ZOON, en heel vaak God, Engel, Heer en LOGOS15. Deze laatste benaming wordt soms gebruikt voor de allereerste emanatie, maar in verschillende stelsels komt deze voort uit de eerste androgyne of dubbele straal, die in het begin door het ongeziene wordt voortgebracht. Philo stelt deze wijsheid voor als mannelijk en vrouwelijk. Maar hoewel haar eerste manifestatie een begin had, want zij kwam voort uit Oulom16 (aiōn, tijd), de hoogste van de aeonen, uitgegaan van de vader, was zij bij hem gebleven vóór alle scheppingen, want zij is een deel van hem17. Daarom wordt Adam Kadmon door Philo Judaeusdenkvermogen’ genoemd (de Ennoia van Bythos in het gnostische stelsel). ‘Het denkvermogen, laten wij het Adam noemen18.’
15) Justinus: Cum. Trypho, blz. 284.
16) Een indeling die de tijd aangeeft.
17) Sanchoniathon noemt de tijd de oudste aeon,
Protogonos, de ‘eerstgeborene’.
18) Philo Judaeus: ‘Kaïn en zijn geboorte’, blz. xvii.
H.P. Blavatsky:
De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk 24 Het kruis en het pythagorische tiental (p. 652):
Voor hen bestond het hele metafysische en stoffelijke Heelal in, en kon het worden uitgedrukt en beschreven door, de cijfers van het getal 10, het pythagorische
tiental.
Dit tiental, dat het Heelal en zijn evolutie uit de stilte en de
onbekende diepten van de geestelijke ziel of anima mundi voorstelde, bood de onderzoeker twee kanten of aspecten. Het kon in het begin worden gebruikt voor en toegepast op de macrokosmos en werd dit ook, waarna het afdaalde tot de microkosmos, of de mens. Er waren dus de zuiver intellectuele en metafysische, of de ‘innerlijke wetenschap’ en de even zuiver materialistische of ‘oppervlak-wetenschap’, die beide konden worden verklaard en omvat door het tiental. Kortom, het kon worden bestudeerd uit de algemene begrippen van Plato en volgens de inductieve methode van Aristoteles.
De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk 25 De mysteriën van het zevental (p. 707):
De cirkel is niet de ‘ene’ maar het al.
In de hogere (
hemel), de ondoordringbare rājah (‘ad bhutam’, zie Atharva-Veda X, 105), wordt hij (de cirkel) één, omdat (hij) de ondeelbare (is), en er geen tau in kan zijn.
In de tweede (
van de drie ‘rajāmsi’ (tritīya), of de drie ‘werelden’) wordt de ene, twee (mannelijk en vrouwelijk); en drie (voeg de zoon of de logos toe); en de heilige vier (‘tetraktis’, of het ‘tetragrammaton’).
In de derde (
de lagere wereld of onze aarde) wordt het getal vier, en drie, en twee. Neem de eerste twee, en gij zult zeven krijgen, het heilige getal van het leven; verenig (dit laatste'') met de middelste rājah en gij zult negen hebben, het heilige getal van het zijn en het worden.

Om de waarheid te achterhalen is er volgens Pyhagoras geen complexe wiskunde nodig. Om de 10 dimensies weer te geven is de gebruikte wiskunde eenvoudiger dan bij de snaartheorie. Er behoeft slechts tot tien te worden geteld.

Gottfried de Purucker behandelt in Deel I, hoofdstuk 7 van zijn boek Grondslagen der Esoterische Wijsbegeerte de Heilige tetraktys van Pythagoras. Dit hoofdstuk bevat de essentie van het 5D-concept, de ‘Monade, Duade, Triade en Tetrade’ en de relatie die met de levensboom wordt gelegd.
Zoals H.P. Blavatsky zegt, is het getal tien het geheime of sephirische beginsel van het heelal, omdat dit tientallig stelsel ten grondslag ligt aan de vorming van het heelal. De mens (als een geheel) is tienvoudig, het heelal (als een geheel) is tienvoudig, maar beide zijn in hun manifestatie zevenvoudig. Elk atoom, elk levend wezen en elk heelal is een volledige hiërarchie van tien graden: de hoogste drie worden beschouwd als de wortel, en de zeven lagere als het actief gemanifesteerde. Deze wortel, of hoogste triade, is een mysterieleer, waarover zelfs in de literatuur uit de oudheid heel weinig openlijke verklaringen zijn te vinden.

Rini Sips beschrijft in de samenvatting een proces dat voortvloeit uit een samenwerkingsovereenkomst die twee ruimte-tijdsystemen hebben gesloten. Dat proces zou gekarakteriseerd worden door een coördinatenstelsel, dat per definitie een eenmalige gebeurtenis beschrijft. Een coördinatenstelsel van een proces zou informatie bevatten die pertinent is voor de overeenkomst die het gesloten heeft met de wereld. Ik verwacht de capaciteiten aan te treffen die zijn gegeven om de functie te vervullen. De lijst van basiselementen omvat inmiddels:

  1. het punt in ruimte en tijd van het begin van de samenwerkingsovereenkomst;
  2. het eigen ruimte-tijdsysteem, de binnenwereld van het proces daar en toen en
  3. het ruimte-tijdsysteem, de buitenwereld van het proces daar en toen, waartussen de overeenkomst is gesloten.

====

Aions - Aeonen - Eonen (5D-concept, Blauwdruk, 'Levensbron Antahkarana', Evolutionaire kringloop)

Fjodor Dostojevski: I think the devil doesn't exist, but man has created him, he has created him in his own image and likeness.
Carl Jung boek Aion: Vroeg of laat zullen de kernfysica en de psychologie van het onbewuste elkaar naderen als ze allebei, onafhankelijk van elkaar en vanuit tegenovergestelde richtingen, vooruitstoten naar het gebied van het buitenzintuiglijke.

Valentinus, Blavatsky en het Evangelie der Waarheid (Henk Spierenburg Theosofia april 2004):
Dit artikel is geschreven naar aanleiding van het boek van Prof. Dr. Gilles Quispel: Valentinus de gnosticus en zijn Evangelie der Waarheid. H.P. Blavatsky heeft in haar tijd ruime aandacht besteed aan Valentinus en zijn school. Het Evangelie der Waarheid echter kende zij niet!
De kerkvader Hippolytus is heel duidelijk: ‘De ketterij van Valentinus is zeer beslist verbonden met de Pythagorese en Platonische theorie.’7 Ook is Hippolytus van mening dat veel van de aeonen uit de leer van Valentinus reeds te vinden zijn in het werk van Simon de Tovenaar. 8
6. De kerkvader Hippolytus legt ons in zijn The Refutation of all Heresies16 uit dat het
dubbele schema, als afgebeeld op de tegenover elkaar liggende pagina’s in dit artikel, in het hier gegeven gedicht, psalm of hymne, zoals de diverse schrijvers en commentatoren deze regels hebben genoemd, gedeeltelijk is vervat. De regels zijn bekend geworden onder de naam: Zomeroogst.
Hippolytus zegt: ‘Valentinus... heeft een fundamentele grootheid in zijn systeem ingebracht: “de koning van alles”, door Plato17 genoemd, en door deze ketter aangeduid als Pater [Vader], Bythos [Diepte] en Proarche [Vóórbegin] over de rest van de
aeonen18. En als Plato de woorden spreekt: “wat is tweede in dingen die tweede zijn”, meent Valentinus dat alle aeonen binnen de begrenzing [de pleroma]19 tweede zijn. En als Plato de woorden spreekt: “wat is derde in dingen die derde zijn”, meent hij alles wat buiten de begrenzing en het pleroma is. Valentinus heeft dit op zeer bondige wijze duidelijk gemaakt in een psalm, hieronder weergegeven, uitgaande van de aarde, niet zoals Plato doet, uitgaande van de hemel:
Alle dingen afhankelijk van geest, zie ik
Alle dingen bevorderd door geest, schouw ik
Vlees afhankelijk van ziel
Ziel bevorderd door de lucht;
Lucht hangend aan de ether –
Vruchten geboren uit de diepte –
Een kind geboren uit de schoot.’20
HPB’s verklaring van het schema
Het is niet mogelijk inzicht te hebben in de leer van Valentinus zonder kennis van het schema van Ptolemaeus, dat de wereld van Valentinus weergeeft. H.P. Blavatsky wordt in de Engelse vertaling van de Nag Hammadi-bibliotheek met ere genoemd in het Afterword op blz. 538.
HPB’s commentaar staat vol met hoofdletters. Daaraan is niet getornd.
‘[0] Eerst het • (Punt), de Monade, Bythos (de Diepte), de
ongekende en onkenbare Vader [Pater]. [0, 1, 2] Dan de ∆ (Driehoek), Bythos en het eerste geëmaneerde paar of duade, Nous (Denkvermogen) en zijn syzygy [oppositie] Aletheia (Waarheid). [3 t/m 6] Dan het □ (Vierkant), de dubbele tweeheid of Viervoudigheid, twee mannelijke || , de Logos (Woord) en Anthropos (Mens), twee vrouwelijke, hun syzygies [opposities], = Zoe (Leven) en Ekklesia (de Kerk of Gemeenschap), Zeven in totaal. De Driehoek, het Potentieel van Geest; het Vierkant, het Potentieel van Stof; de Verticale Rechte Lijn, het Potentieel van Geest, en de Horizontale, het Potentieel van stof.
[7 t/m 16] Vervolgens komt het Pentagram, de Vijfhoek, het mysterieuze symbool van de Manasaputra’s, of Zonen van Wijsheid, die samen met hun syzygies [opposities] 10 maken, oftewel de Decade; en tot slot, [17 t/m 28] de Hexalpha, of verstrengelde Driehoeken, de Hexade, die met zijn syzygies [opposities] 12 maakt, oftewel de Dodecahedron.

Aeonen: Gnostisch Hemelscharen, aartsengelen, maar ook in de betekenis van Tijdperk, eeuwigheid; 'Emanatie van God' (Ferouer: goddelijke dubbelganger of 'God en Satan').
Aion is Grieks voor Aeonen (Latijn).
De Aeonen (= Eonen) zijn emanaties van het pleroma.

Gerrit Teule Ethiek, schoonheid en eonen - De evolutie als ethisch kompas voor een verwarde wereld
Onze beschaving kent een aantal problemen. Er dreigt een tekort aan grondstoffen en drinkwater. Een miljard mensen heeft honger en de wereldbevolking groeit exponentieel. Deze problemen zijn in wezen ethische problemen, want het gaat om vragen over eerlijke verdeling en rechtvaardige wereldplanning.
Is ethiek een achterhaald woord? Waar vinden we mondiale ethische richtlijnen? In religieuze boeken van openbaring, waarin steeds minder mensen geloven? Of in het materialistische survival of the fittest?
Gerrit Teule beschrijft een unieke basis voor ethiek: de natuurlijke bewustzijnsevolutie, met moderne natuurkunde en kwantummechanica als basis en Spinoza als gesprekspartner. Dit vormt de grondslag voor een natuurlijke ethiek. Het levert ook een zinvolle bijdrage aan een oplossing voor de twee kernproblemen van de mensheid: overconsumptie en overbevolking.
Mondiale ethische richtlijnen voor deze tijd van overconsumptie en oneerlijke verdeling.

Joy Mills boekje Levende metaforen van wijsheid (p. 9):
De Franse kernfysicus Jean Charon, die Einsteins theorie verder heeft uitgewerkt met het doel een nieuwe eenheidstheorie voor alle fysieke verschijnselen te ontdekken, heeft opgeroepen tot een ‘neo-gnostieke kosmologie’ die een, wat hij noemt ‘geestelijke ruimte-tijd naast de conventionele stoffelijke ruimte-tijd’ zal erkennen. In zijn boekje The Unknow Spirit, stelt Charon: ‘… Er is geen beschrijving van de materie mogelijk zonder de tussenkomst van de geordenende werking die van de Geest uitgaat.’
14: In de The Unknow Spirit stelt Jean Charon, dat naar analogie (en hij geeft hiervan een zorgvuldige analyse uit de hedendaagse fysica) het elektron staat voor het geestelijke als datgene wat structuur geeft aan de materie en dat men daarom kan zeggen dat het elektron zekere geestelijke eigenschappen bezit die hij als viervoudig omschrijft: overpeinzing, kennis, liefde en daadkracht.

Blavatsky: "Als je denkt dat je uit De Geheime Leer een bevredigend beeld van de samenstelling van het universum kunt krijgen, dan zal deze studie je alleen maar verwarren. Het boek is niet bedoeld om zo'n definitieve uitspraak te doen over het bestaan, maar om je in de richting van de Waarheid te leiden".
De oplossing van de unificatietheorie wordt niet gevonden in het elementaire deeltje maar in de ruimte die de elementaire deeltjes van elkaar scheidt.
Deze stelling is gebaseerd op De Geheime Leer, Deel I p. 563: ‘De kracht is daarom niet in het atoom maar in de ruimte die de atomen van elkaar scheidt (neutrale centrum, eros = fohat). Evolutie vindt door emanatie plaats. In supersymmetrie heeft ieder elementair deeltje een zogenaamde supersymmetrische partner. De elektrische spanning tussen twee polen bestaat echt. De i t/m xii experimenteel (min of meer) bewezen effecten van de werkzaamheid van de ether, vormen de materiële tegenhanger van de vijf eigenschappen, de verborgen 5e Dimensie van het bewustzijn.

Quasideeltjes zijn een nieuwe categorie deeltjes, die het wellicht mogelijk maken de hypothese van het bestaan van Aions - Aeonen - Eonen te duiden, om dus op langere termijn het inzicht in Akasa te verdiepen. Het meditatie-diagram van Blavatsky maakt het mogelijk 'Waarnemer = Waargenomene', de dualiteit op te heffen. De disidentificatie oefening van Roberto Assagioli is op het meditatie-diagram van Blavatsky gebaseerd. Meditatie is geen middel tot een doel. Zij is beide, ‘Middel en Doel’, ’Vorm en Inhoud’, het ‘Hoe en Wat’ (reciprociteit).

De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk 19 Is pleroma de legerstede van Satan? (p. 575)

H.P. Blavatsky Geheime Leer Deel I Stanza 4 De zevenvoudige hiërarchieën (p. 135/136):
Omdat de lipika’s zijn verbonden met het lot van ieder mens en met de geboorte van ieder kind, waarvan het leven al in het astrale licht is geschetst – niet als noodlot, maar alleen omdat de toekomst, evenals het VERLEDEN, altijd leeft in het HEDEN – kan men ook zeggen dat zij de wetenschap van de horoscopie beïnvloeden. Wij moeten de waarheid van de laatste erkennen, of wij willen of niet. Want, zoals een van de moderne adepten van de astrologie opmerkte: ‘Nu de fotografie ons de chemische invloed van het sterrenstelsel heeft onthuld, door op de gevoelige plaat van het toestel miljarden sterren en planeten vast te leggen, die tot dan toe de pogingen van de krachtigste telescopen om ze te ontdekken hadden verijdeld, wordt het gemakkelijker te begrijpen hoe ons zonnestelsel bij de geboorte van een kind zijn hersenen – die nog door geen enkele indruk zijn aangeraakt – kan beïnvloeden en wel op een bepaalde manier en in overeenstemming met de aanwezigheid in het zenit van het een of andere sterrenbeeld van de Dierenriem (dodecaëder).’
Geheime Leer Deel I Stanza 5 Fohat: kind van zevenvoudige ouders (p. 141):
De weerspiegeling van het universele denkvermogen, die de ’kosmische ideeënvorming en de bijbehorende intellectuele kracht is, wordt op het objectieve gebied de fohat van de boeddhistische esoterische filosoof. Dit geschiedt door de werking van de gemanifesteerde wijsheid of mahat, voorgesteld door deze talloze centra van geestelijke energie in de Kosmos. Terwijl fohat de zeven beginselen van akasa doorloopt, werkt hij in op de gemanifesteerde substantie of het Ene Element, zoals hierboven is uiteengezet. Door dit te differentiëren in verschillende energiecentra, stelt hij de wet van de kosmische evolutie in werking die, gehoorzamend aan de ideeënvorming van het universele denkvermogen, alle verschillende bestaanstoestanden in het gemanifesteerde zonnestelsel in het leven roept.
De Geheime Leer Deel I Theosofische misvattingen (p. 194):
Vanaf het begin is verklaard en daarna herhaaldelijk bevestigd: (1) dat geen enkele theosoof, zelfs niet als aangenomen chela, – en dus in geen geval een lekenleerling – kon verwachten dat de geheime leringen hem grondig en volledig zouden worden verklaard, voordat hij zich onherroepelijk en plechtig aan de Broederschap had verbonden en tenminste één inwijding had ontvangen, omdat aan het publiek geen cijfers en getallen kunnen worden gegeven, want cijfers en getallen zijn de sleutel tot het esoterische stelsel; (2) dat wat werd geopenbaard, slechts de esoterische binnenkant was van wat is neergelegd in bijna alle exoterische geschriften van de wereldreligies – in het bijzonder in de Brahmana’s, en de Upanishads van de Veda’s en zelfs in de Purana’s.
196: ‘Leid het leven dat noodzakelijk is voor het verkrijgen van die kennis en vermogens, en wijsheid zal vanzelf tot u komen. Steeds wanneer u in staat bent om uw bewustzijn af te stemmen op een van de zeven snaren van het ‘universele bewustzijn’; die snaren die zijn gespannen op het klankbord van de Kosmos en die trillen van eeuwigheid tot eeuwigheid; wanneer u ‘de muziek van de sferen’ grondig hebt bestudeerd, pas dan zult u geheel vrij zijn om uw kennis te delen met hen met wie dit veilig is. Maar wees intussen voorzichtig. Geef niet de grote waarheden, die het erfdeel zijn van de toekomstige rassen, aan onze tegenwoordige generatie. Probeer niet het geheim van het zijn en het niet-zijn te onthullen aan hen die niet in staat zijn de verborgen betekenis te begrijpen van het ZEVENSNARIGE instrument van Apollo – de lier van de stralende god: in elk van haar zeven snaren wonen de geest, de ziel en het astrale lichaam van de Kosmos, waarvan nu alleen de schil in handen van de moderne wetenschap is gevallen. . . . Wees voorzichtig, zeggen wij, voorzichtig en wijs, en vooral, let erop wat degenen die van u leren, geloven; opdat zij niet door zichzelf te misleiden, ook anderen misleiden . . . want dat is het lot van iedere waarheid waarmee de mensen nog niet zijn vertrouwd. . . . Laat liever de planeetketens en de andere boven- en onderkosmische mysteries een dromenland blijven voor degenen die niet kunnen zien en ook met geloven dat anderen dat kunnen. . . .
Geheime Leer Deel I Aanvullende feiten en verklaringen over de bollen en de monaden (p. 210):
Het wordt nu duidelijk, dat er in de Natuur een drievoudig evolutieplan bestaat voor het vormen van de drie periodieke upadhi’s, of liever drie afzonderlijke evolutieplannen, die in ons stelsel op elk punt onontwarbaar zijn dooreengeweven en vermengd. Dit zijn de monadische (of geestelijke), de verstandelijke en de stoffelijke evolutie. Deze drie zijn de eindige aspecten of de weerspiegelingen op het gebied van de kosmische illusie van ATMA, het zevende beginsel, de ENE WERKELIJKHEID.
1. De monadische evolutie heeft, zoals de naam al zegt, te maken met de groei en ontwikkeling van de monade tot nog hogere stadia van activiteit, en gaat samen met:
2. De verstandelijke evolutie, vertegenwoordigd door de Manasa-Dhyani’s (de zonnedeva’s, of de agnishwatta pitri’s), die de mens verstand en bewustzijn geven en:
3. De stoffelijke evolutie, vertegenwoordigd door de chhaya’s van de maanpitri’s, waaromheen de Natuur het huidige stoffelijke lichaam heeft geconcretiseerd. Dit lichaam dient als voertuig voor de ‘groei’ (om een misleidend woord te gebruiken) en voor de omzetting door middel van manas en – tengevolge van de opeenstapeling van ervaringen – van het eindige in het ONEINDIGE, van het voorbijgaande in het Eeuwige en Absolute.
212: 1. ‘Iedere vorm op aarde en elk stofje (atoom) in de Ruimte volgt bij zijn streven naar zelf-vorming zoveel mogelijk het model, dat daarvoor in de ‘HEMELSE MENS’ is gegeven. . . . Zijn involutie en evolutie (nl. van het atoom), zijn uiterlijke en innerlijke groei en ontwikkeling, hebben alle één en hetzelfde doel – de mens; de mens als de hoogste stoffelijke en uiteindelijke vorm op deze aarde; DE MONADE, in haar absolute totaliteit en haar ontwaakte toestand – als de culminatie van de goddelijke incarnaties op aarde.’
H.P. Blavatsky: De Geheime Leer Deel I, Stanza 7 De voorvaderen van de mens op aarde (p. 247):
(f) De vijfde groep is heel geheimzinnig, omdat zij in verband staat met het microkosmische pentagon, de vijfpuntige ster die de mens voorstelt. In India en Egypte werden deze Dhyani’s in verband gebracht met de krokodil, en hun verblijfplaats is in de Steenbok. In de astrologie van India zijn dit verwisselbare termen, omdat dit (tiende) teken van de Dierenriem Makara wordt genoemd, vrij vertaald ‘krokodil’. Het woord zelf wordt in het occultisme op verschillende manieren geïnterpreteerd, zoals later zal worden aangetoond. In Egypte werd de overledene – zijn symbool is het pentagram of de vijfpuntige ster, waarvan de punten de ledematen van de mens voorstellen – symbolisch voorgesteld als veranderd in een krokodil: sebakh of sevekh ‘of de zevende’ is, zoals Gerald Massey zegt – die aantoont dat dit het type van intelligentie was – in werkelijkheid een draak en niet een krokodil. Hij is de ‘draak van de wijsheid’ of manas, de ‘menselijke ziel’, het denkvermogen, het verstandelijke beginsel, in onze esoterische filosofie het ‘vijfde’ beginsel genoemd.
248: Van de vijfde groep hemelse wezens wordt aangenomen, dat deze in zichzelf de tweeledige eigenschappen bevat van zowel de geestelijke als de stoffelijke aspecten van het Heelal; om zo te zeggen de twee polen van mahat, de universele intelligentie, en ook de tweevoudige, de geestelijke en de stoffelijke natuur van de mens. Vandaar haar getal vijf, vermenigvuldigd en tot tien gemaakt, waardoor zij wordt verbonden met Makara, het tiende teken van de Dierenriem.
249: (g) De zesde en de zevende groep hebben deel aan de lagere eigenschappen van het Viertal. Het zijn bewuste, etherische entiteiten, even onzichtbaar als ether, die als de takken van een boom uitgaan van de eerste centrale groep van de vier, en zich op hun beurt vertakken in talloze zijgroepen, waarvan de lagere de natuurgeesten of elementalen van talloze soorten en variëteiten zijn; vanaf de vormloze en onstoffelijke – de ideële GEDACHTEN van hun scheppers – tot de atomaire, hoewel voor de menselijke waarneming onzichtbare, organismen toe. De laatste worden beschouwd als de ‘geesten van de atomen’, want ze zijn één stap (terug) verwijderd van het stoffelijke atoom – bewuste, zo niet verstandelijke schepsels. Ze zijn alle onderhevig aan karma, en moeten dat in elke cyclus uitwerken. Want de leer zegt dat er in het heelal, hetzij in ons eigen of in een ander stelsel, in de uiterlijke of de innerlijke werelden geen bevoorrechte wezens zijn, zoals de engelen van de westerse en de joodse religie.
De Geheime Leer Deel I Samenvatting (p. 301):
(6.) Het Heelal wordt van binnen naar buiten bestuurd en geleid. Zoals boven, zo is het ook beneden, zoals in de hemel, zo ook op aarde; en de mens – de microkosmos en het verkleinde evenbeeld van de macrokosmos – is de levende getuige van deze universele wet en van haar manier van werken.
De Geheime Leer Deel I hoofdstuk 5 Over de verborgen Godheid, haar symbolen en tekens (p. 382):
In de Zohar is En-Soph ook het ene, en de oneindige Eenheid. Dit was bekend aan die enkele geleerde kerkvaders, die zich ervan bewust waren dat Jehova slechts een macht van de derde rang was en geen ‘hoogste’ God. Maar hoewel Irenaeus zich bitter over de gnostici beklaagt en zegt . . . ‘onze ketters beweren . . . dat propator alleen bekend is aan de eniggeboren zoon (die o.a. Brahmā is), dat wil zeggen aan de geest’ (nous), heeft hij nooit gezegd dat de joden hetzelfde deden in hun werkelijk geheime boeken. Valentinus, ‘de geleerdste kenner van de gnosis’, beweerde dat ‘er een volmaakte AION was die bestond vóór Bythos of Buthon (de eerste vader van de onpeilbare natuur, die de tweede logos is) en die Propator wordt genoemd’. AION ontspringt dus als een straal aan Ain-Soph (die niet schept) en AION schept, of liever door hem wordt alles geschapen of ontwikkeld. Want, zoals de volgelingen van Basilides leerden, ‘er was een hoogste god, Abraxax, door wie het denkvermogen werd geschapen’ (mahat in het Sanskriet, nous in het Grieks). ‘Uit het denkvermogen kwam logos, het woord, voort, uit het woord de voorzienigheid (of beter: het goddelijke licht), en daaruit vervolgens deugd en wijsheid in Vorsten, Machten, Engelen, enz.’. Door deze (Engelen) werden de 365 Aeonen geschapen. ‘Hij (Basilides) zet de god van de joden – hij beweert (en heel terecht) dat deze niet God is maar een van de engelen – op de laagste plaats en bij diegenen die deze wereld hebben gemaakt.’ (Ibid.) Hier treffen we dus hetzelfde stelsel aan als in de Purāna’s, waar het Onbegrijpelijke een zaadje laat vallen, dat het gouden ei wordt, waaruit Brahmā wordt voortgebracht. Brahmā brengt mahat voort, enz. De ware esoterische filosofie spreekt echter niet over ‘schepping’ of over ‘evolutie’ in de zin waarin exoterische religies dat doen. Al deze verpersoonlijkte krachten zijn niet uit elkaar geëvolueerd, maar het zijn even zoveel aspecten van de ene en enige manifestatie van het ABSOLUTE al. Hetzelfde stelsel als dat van de gnostici is overheersend in de sephiroth-aspecten van Ain-Soph, maar omdat deze aspecten in ruimte en tijd zijn, wordt er een bepaalde orde aangehouden in hun opeenvolgende verschijningen.
384: ‘Toen het onbegrijpelijke, het zijnloze en geslachtloze (het kabbalistische Ain-Soph) eerst in barensnood kwam (dat is, toen het uur waarop het zich moest manifesteren, had geslagen) en wenste dat zijn Onuitsprekelijke zou worden geboren (de eerste LOGOS, aeon of aion) en dat zijn onzichtbare met vorm zou worden bekleed, opende het zijn mond en sprak het woord dat aan dit onbegrijpelijke gelijk is. Dit woord (logos) manifesteerde zich in de vorm van de Onzichtbare. Het uiten van de (onuitsprekelijke) naam (door middel van het woord) geschiedde op deze manier.
Geheime Leer Deel I hoofdstuk 11 Demon est deus inversus (p. 456):
De gnostici van Alexandrië hebben het geheim van de inwijdingen voldoende openbaar gemaakt, en hun geschriften staan vol van het ‘neerdalen van de aeonen’ in hun dubbele betekenis van engelen en tijdperken; de ene de natuurlijke evolutie van de andere. Anderzijds staan de oosterse overleveringen aan beide zijden van het ‘zwarte water’ – de oceanen die de twee ‘oosten’ scheiden – even vol met allegorieën over de val van Pleroma, van de goden en de deva’s. Elk daarvan allegoriseerde en verklaarde de VAL als het verlangen om te leren en kennis te verkrijgen – te WETEN. Dit is het natuurlijke gevolg van de verstandelijke evolutie; het geestelijke wordt omgezet in het stoffelijke of fysieke. Dezelfde wet van het afdalen in het stoffelijke en van het weer opklimmen naar het geestelijke deed zich gelden in het christelijke tijdperk; de reactie is pas nu, in ons eigen onderras, tot staan gekomen.
Geheime Leer Deel I hoofdstuk 12 De theogonie van de scheppende goden (p. 485):
De scheppers zijn de rishi’s, van wie de meesten als de schrijvers van de mantra’s of hymnen van de Rig Veda worden beschouwd. Soms zijn het er zeven, soms tien, als zij prajāpati, de ‘Heer van de wezens’, worden; dan worden ze weer de zeven en de veertien Manu’s, als vertegenwoordigers van de zeven en veertien cyclussen van Bestaan (dagen van Brahmā’); zo komen zij met de zeven Aeonen overeen, als zij aan het einde van het eerste stadium van evolutie worden veranderd in de zeven sterre-rishi’s, de saptarshi, terwijl hun menselijke dubbelgangers op deze aarde verschijnen als helden, koningen en wijzen. De Geheime Leer Deel II, Hoofdstuk 25 De mysterieën van het zevental (p. 688):
‘Dit lijkt op een aanpassing van de theorie van Plato, dat de ziel haar respectievelijke vermogens van de planeten ontvangt bij haar benedenwaartse tocht door hun sferen. Maar de Pistis Sophia geeft met haar gebruikelijke vrijmoedigheid aan deze theorie een veel dichterlijker vorm (§ 282).’ De innerlijke mens bestaat eveneens uit vier samenstellende delen, maar deze worden verschaft door de opstandige aeonen van de sferen, die de kracht zijn – een deel van het goddelijke licht ( ‘divinae particula aurae’ ) dat nog in hen is overgebleven; de ziel (het vijfde) ‘gevormd uit de tranen van hun ogen en het zweet van hun kwellingen; het Ἀντίμιμον Πνεύματοϛ, nabootsing van de geest (die schijnt overeen te komen met ons geweten), (het zesde); en tenslotte de Μοῖρα, het lot (het karmische ego), dat tot taak heeft de mens naar het voor hem bestemde einde te brengen; als hij door het vuur moet sterven, hem naar het vuur te leiden; als hij door een wild beest moet sterven, hem naar het wilde beest te leiden, enz.’ – het zevende!
De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk 6 Reuzen, beschavingen en verzonken continenten in de geschiedenis (p. 863):
De mazdeïsche namen (rechts) hoeft men slechts te vervangen door de in de Geheime Leer gebruikte om een orthodoxe leerstelling te verkrijgen. De ‘aarde’ (onze wereld) is dus ‘driedelig’, omdat de keten van de werelden is gelegen op drie verschillende gebieden boven onze bol, en ze is zevendelig wegens de zeven bollen of sferen die de keten vormen. Vandaar de verdere betekenis die in de Vendidad XIX, 39 wordt gegeven, namelijk dat ‘alleen Hvaniratha met imat, ‘deze’ (aarde), is verbonden, terwijl alle andere karshvars zijn verbonden met het woord ‘avat’, ‘dat’ of die – hogere aarden’. Het kon niet duidelijker zijn.
Hetzelfde kan worden gezegd van de tegenwoordige opvattingen over alle andere oude geloofsstelsels.

René Meijer geeft met name op hoofdstuk 13 ‘De zeven scheppingen’ in Deel I van Blavatsky de volgende aanvulling:
In de gehele schepping gaat het in feite om de zuiver bovenzinnelijke Purusha Avatara's, die voor de verschillende aspecten van de ether, het eerste element van de materiële schepping staan. De vier Kumâra's gelden tesamen als één avatar van Vishnu, Catuhsana geheten. Purusha- avatâra's: de eerste expansies van K r i s h n a als de Oorspronkelijke Persoon, drie in getal, die betrokken zijn bij het scheppen, instandhouden en vernietigen van het stoffelijk universum. Het zijn de primaire expansies van Heer V i s h n u:
- Kâranodakas'âyî Vishnu (Mâhâ-Vishnu) ligt in de Oceaan der Oorzaken en ademt de talloze universa uit;
- Garbhodakas'âyî Vishnu gaat ieder universum binnen en schept verscheidenheid;
- Kshîrodakas'âyî Vishnu (de Superziel) gaat het hart binnen van ieder geschapen wezen en ieder atoom.
De primaire expansies, de kosmische, de universele en de lokale Vishnu vormen de basis van de schepping. Deze kennis is in paramparâ, geestelijke erfopvolging en initiatie, overgedragen en is in de Tantra's terug te vinden.
Hoofdstuk 15: Beschrijving van het Koninkrijk Gods.
Upanishad's: het onderliggende mysterie, de geheime leer. Filosofisch gedeelte van de V e d a's, honderdacht in getal (zie ook v e d a) bedoeld om de persoonlijke aard van de Absolute Waarheid te begrijpen. In het B h â g a v a t a m worden ze samengevat in 10.87. Canto 10 Hoofdstuk 87: Het Onderliggende Mysterie: De Gebeden van de Veda's in Eigen Persoon.

Gottfried de Purucker boek Grondslagen der Esoterische Wijsbegeerte, Deel I, Hoofdstuk 10:
De Qabbalisten verdelen de natuurgebieden …..- in vier tijdens de manifestatie, en ze werden de vier ôlâm genoemd, een woord dat oorspronkelijk de betekenis van ‘verborgen’ of ‘geheim’ had, doch dat tevens voor tijd en ook bijna geheel in de zin van de Gnostische leer der Aions, (eonen) als gebieden, Loka’s, in het Sanskriet, werd gebruikt.

H.T. Edge Theosofie en Christendom, hoofdstuk Historische schets:
Er bestaat een Joods verhaal over een zekere Syriër, genaamd Jeshua of Jehoshua ben Panthera, die leefde onder de regering van de Joodse koning Alexander Jannaeus ongeveer een eeuw voor Christus; sommigen menen dat de naam Jezus daaraan is ontleend. Van deze man zijn de leringen afkomstig van twee sekten van Joodse christenen, die voor de christelijke jaartelling leefden, de Ebionieten en de Nazareners. Zij vertegenwoordigen de zuiverste vorm van het Christendom, en onderwezen dat Christus in alle mensen is, en de leringen van de Aeonen of Goddelijke Emanaties, die tonen dat de mens zelf afstamt van de hoogste godheden. Dat was ook de leer van de christelijke Gnostici en van de Neo-Platonisten.
De voornaamste leringen van de Gnostici kunnen als volgt worden samengevat:
1. De tegenstelling tussen geest en stof.
2. De allegorische interpretatie van de verhalen uit het Oude Testament.
3. De meest verheven God was niet de God die de wereld schiep; de wereld werd geschapen door een lagere Aeon, Demiurgis genaamd.
4. Jezus was niet de zoon van Jozef en Maria; maar was neergedaald uit den hogen; was in feite de hoogste van de Aeonen, die rechtstreeks voortkwam uit het Goddelijke; hij was de Verlosser, niet alleen van de mens maar ook van de wereld en verscheen om de oorspronkelijke oude Gnosis in ere te herstellen.
5. Geloof in Karma en Reïncarnatie.

====

Sterrengeest en Sterrenstof (Macrokosmos)

Angelus Silesius: Gij jaagt de hemel na, weet dat hij in u is, en zoekt gij elders hem, gij loopt hem aldoor mis.
Pierre Teilhard de Chardin: Hoe verder en dieper wij door middel van steeds grotere macht doordringen in de materie, hoe meer de onderlinge verbondenheid van haar delen ons verbijstert. Elk element van de kosmos is positief verweven met alle andere.
Teilhard de Chardin: We are not human beings on a spiritual journey, we are spiritual beings on a human journey.
We zijn geen menselijke wezens die een spirituele ervaring hebben, we zijn spirituele wezens die een menselijke ervaring hebben.
Teilhard De Chardin: The whole of life lies in the verb seeing.

René Fransen Gevormd uit Sterrenstof - Schepping, ontwerp en evolutie Met een voorwoord van Cees Dekker (GAMMA juni 2009, p. 56):
In het voorwoord schrijft de nanofysicus prof. dr. Cees Dekker: "Voor veel evangelische en reformatorische christenen behoort de evolutieleer tot het kamp van de vijand, omdat het strijdig zou zijn met het scheppingsverhaal. Dit boek doorbreekt dat vijandsdenken" (p.11).
Fransen onderzoekt nauwgezet en eerlijk de claims van de wetenschap. Wat weten we over de leeftijd van de aarde? Hoe oud zijn de gesteenten met fossielen? Welk bewijs is er voor een evolutionaire ontwikkeling van het leven? Welke kritiek wordt er door het creationisme op de huidige wetenschap geleverd? Is de evolutietheorie onvolledig, zoals de aanhangers van Intelligent Design claimen? Hoe interpreteert de theologie de eerste drie hoofdstukken van Genesis? Kan de wetenschap aantonen dat God niet bestaat, of kan de theologie het falen van de wetenschap blootleggen? In de laatste twee hoofdstukken komt Fransen dan tot een synthese tussen geloof en wetenschap, die hij vergelijkt met een vruchtbaar huwelijk.(p.38/9)
Fransens geloof in het gezag van de Bijbel brengt hem soms tot een m.i. merkwaardige interpretatie: "Op het moment dat de mensheid, Homo sapiens, klaar was voor het contact met God, werd een eerste paar apart gezet in de Hof van Eden als vertegenwoordigers van het menselijk ras. Daarmee bouwde God een relatie op, die verstoord werd door de zondeval. Na de zondeval werden Adam en Eva teruggezet in de wereld, maar ze namen de openbaring van God met zich mee." (p. 289) Eerder schreef hij: "Met name de ideeën van Teilhard de Chardin en de procestheologie verwijderen zich nogal van de criteria die ikzelf hierboven heb beschreven. Een gedetailleerde analyse voert hier echter te ver. De genoemde standpunten van Kuyper en Bavick en van de Rooms-katholieke Kerk liggen dichter bij mijn criteria".

Herman Berger Over de dood heen, reactie Sjoerd L. Bonting (GAMMA augustus 2009):
Berger meent dat het geloof ook achteraf - dus na aan ons te zijn geopenbaard - onderwerp van een authentiek wijsgerig discours moet kunnen worden. Daar ben ik het mee eens, maar ik spreek liever van ervaringsgeloof (faith) en rationeel geloof (belief). En als een bètamens met beperkte filosofische kennis, gebruik ik liever de natuurwetenschap in het discours. Voorbeeld daarvan is de opmerking dat de mens de hele kosmos in zich draagt. Berger argumenteert dit filosofisch. Ik leid af uit kosmologie en biologie, dat de mens uit 'sterrenstof' is ontstaan (evolutionair èn individueel) en daardoor in nauwe relatie tot de hele kosmos staat. En belangrijker: dat dit voor Jezus Christus geldt.
p.60 Als je mens zegt, zeg je God. De mens 'op zijn best' en God vallen samen. Daarmee ben ik het pertinent oneens. De mens als schepsel kan nooit samen- vallen met zijn Schepper, evenmin als de pot kan samenvallen met de potten- bakker. Berger beroept zich op de duistere terminologie van Tillich (nu alweer passé in theologische kringen). Beelddrager Gods (Gen.1:26,27), de mens geschapen naar Gods gelijkenis, betekent zeker niet een samenvallen van de mens met God. Het betekent dat het de mens als enige schepsel gegeven is om met God te communiceren, over God na te denken, zich in gebed tot hem te richten.
p.60 De Godsvraag moet niet gesteld worden op het niveau van de subjectieve ervaring. Ze is een filosofische vraag. Ik zeg eenvoudig: Mijn ervaringsgeloof kan niet maatgevend zijn voor anderen. Maar een rationele verantwoording daarvan kan anderen helpen tot geloofservaring te komen.

Het is opvallend dat Teilhard de Chardin en Carl Jung, tijdgenoten van Blavatsky, ook de mens als een microkosmos van de universele macrokosmos opvatten. H.P. Blavatsky beschrijft Kosmos en mens, respectievelijk de macrokosmos en microkosmos in de Delen I en II van De Geheime Leer. De beide boeken dragen als ondertitel: ‘De synthese van wetenschap, godsdienst en wijsbegeerte’.
In het informatie registrerende en overdragende Akasha-veld van het universum worden de correlaties tussen de micro - en macrokosmos tot stand gebracht.

De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 13 De zeven scheppingen (p. 491/492):
Dit ‘eerstgeboren achttal’ was (a) in de theogonie de tweede logos (de gemanifesteerde), omdat hij was geboren uit de zevenvoudige eerste logos, daarom is hij de achtste op dit gemanifesteerde gebied; en (b) bij de sterrenaanbidding was het de zon, Mārttanda – de achtste zoon van Aditi, die door haar wordt verstoten, terwijl zij haar zeven zonen, de planeten, behoudt. Want de Ouden hebben de zon nooit als een planeet beschouwd, maar als een centrale en vaste ster. Dit is dan het tweede zevental, geboren uit de zevenstralige, Agni, de zon en wat al niet meer, maar niet de zeven planeten, die de broeders van Surya zijn en niet zijn zonen. Deze astrale goden, van wie het hoofd bij de gnostici Ildabaoth was (van ilda, ‘kind’ en baoth, ‘het ei’), de zoon van Sophia Achamoth, de dochter van Sophia (wijsheid), van wie het pleroma het gebied is, waren zijn (Ildabaoths) zonen. Hij brengt uit zichzelf deze zes sterrengeesten voort: Jupiter (Jehova), Sabaoth, Adonai, Eloi, Osraios, Astaphaios, en zij vormen het tweede of lagere zevental. Wat het derde betreft, dit is samengesteld uit de zeven oorspronkelijke mensen, de schaduwen van de maangoden, die door het eerste zevental zijn geprojecteerd.

Mabel Collins boek Licht op het pad:
Zoals het woord ziel hier wordt gebruikt, betekent het de goddelijke ziel of ‘sterrengeest’.
‘Te kunnen staan betekent vertrouwen te hebben’; en vertrouwen te hebben betekent dat de leerling zeker van zichzelf is, dat hij zijn emoties, zichzelf en zelfs zijn menszijn heeft opgegeven; dat hij niet bang kan worden en ongevoelig is voor pijn; dat zijn hele bewustzijn is gericht op het goddelijke leven, dat symbolisch wordt uitgedrukt door de term ‘de meesters’; dat hij ogen noch oren heeft, noch woorden, noch vermogens, behalve in en voor de goddelijke straal die door zijn hoogste zintuig is aangeraakt. Dan heeft hij geen angst, kent hij geen lijden, is hij vrij van zorg of wanhoop; zijn ziel staat, zonder terug te deinzen of te willen uitstellen, in de volle glans van het goddelijke licht dat zijn wezen geheel en al doordringt.

Wereldziel
In dit verband is het misschien wel aardig op te merken, dat bij de laatste uitstorting van kracht inderdaad wat we kunnen noemen sterrengeesten of groot-engelen zichtbaar zijn geworden. We moeten dus aannemen dat de beïnvloeding in het komende jaar (waarschijnlijk vooral in 1967) zeer sterk van buitenaardse en zelfs van buiten de zon komende zal zijn. Die invloed zal grotendeels geestelijk moeten zijn, omdat een direct stoffelijk ingrijpen voor die krachten alleen mogelijk is via de wereldziel en in harmonie met de zonneziel of de geest van de zon.
De sterrengeest is in feite een bewustzijn, dat binnen een ster bestaat en dat die ster en het totaal van de processen ervan als een soort belichaming ervaart en deels beheerst en bestuurt.

Planeetgeesten. Elk hemellichaam in de ruimte, van welke aard ook, staat onder invloed van een toeziende en leidinggevende hiërarchie van geestelijke, bijnageestelijke en astrale wezens, die onder de algemene naam van 'hemelse geesten' worden samengevat. Deze hemelse geesten bestaan daarom in verschillende stadia of graden van evolutie; maar de term Planeetgeesten wordt gewoonlijk beperkt tot de hoogste klasse van deze wezens, wanneer ze betrekking heeft op een planeet.
In alle gevallen, om welk hemellichaam het ook gaat, was een dergelijke hiërarchie van etherische wezens, als men de in evolutie verst gevorderden onder hen beschouwt, in lang vervlogen perioden van kosmische evolutie door een stadium van ontwikkeling heengegaan, dat met dat van de mensheid op aarde overeenkomt. Iedere Planeetgeest, waar deze ook bestaat, was daarom in die ver achter ons liggende kosmische tijdperken een mens of een wezen dat gelijkwaardig was aan wat wij mensen op aarde een mens noemen. De Planeetgeesten van de aarde bijvoorbeeld, zijn nauw verbonden met de oorsprong en bestemming van onze tegenwoordige mensheid, want ze zijn niet alleen onze voorgangers op het evolutionaire pad, maar bepaalde klassen ervan zijn in werkelijkheid de geestelijke leiders en onderrichters van de mensheid. Wij mensen zullen in de verre aeonen van de toekomst de Planeetgeesten zijn van een toekomstige planeetketen, die het kind of het kleinkind van de huidige aardketen zal zijn. Het is duidelijk wat H. P. Blavatsky zegt: 'Onze Aarde die nog maar in haar Vierde Ronde is, is veel te jong om verheven Planeetgeesten te hebben voortgebracht'; maar wanneer de zevende ronde van de planeetketen van deze aarde is voltooid, zullen de tegenwoordige mensen Dhyân-Chohans van verschillende graden zijn geworden, Planeetgeesten van één groep of klasse, met de nodige onderlinge evolutionaire verschillen. Gedurende de verschillende ronden van een planeetketen waken de Planeetgeesten over de scharen van evoluerende entiteiten die lager staan dan zijzelf en leiden deze. Tenslotte heeft iedere hemelbol, hetzij zon of planeet of een ander hemellichaam, aan de top van zijn geestelijke hiërarchie een verheven hemelse geest die de hiërarch van zijn eigen hiërarchie is (zie aldaar). Men moet niet uit het oog verliezen dat de mensheid van nu een bestanddeel of een stadium of fase vormt van de hiërarchie van deze (onze) planeetketen.

Planeetketen. Ieder kosmisch lichaam of kosmische bol, of het een zon of planeet, nevelvlek of komeet, atoom of elektron is, is een samengesteld wezen, gevormd of bestaande uit innerlijke en onzichtbare energieën en substanties en een voor ons uiterlijk en vaak zichtbaar stoffelijk voertuig of lichaam. Deze elementen, te zamen zeven (of twaalf) in getal, zijn wat in de theosofie de zeven beginselen of elementen van iedere op zichzelf staande entiteit worden genoemd; met andere woorden, van ieder individueel levenscentrum.
Elk van de stoffelijke bollen, die we verspreid over de gebieden van de ruimte waarnemen, is vergezeld van zes onzichtbare en hogere bollen, die te zamen een keten vormen, zoals deze in de theosofie wordt genoemd. Dat is het geval met iedere zon of ster, met iedere planeet en met iedere maan van elke planeet. Het is eveneens het geval met de nevelvlekken en de kometen, zoals hiervoor vermeld; alle zijn zevenvoudige entiteiten, alle hebben een zevenvoudige constitutie, evenals de mens, die een kopie in het klein is van wat het heelal in het groot is, daar er voor ons slechts één leven, één natuurlijk stelsel van 'wetten' in dat heelal bestaat. Iedere entiteit in het heelal is daarvan een onafscheidelijk deel; wat daarom in het geheel aanwezig is, is ook in elk deel, want het deel kan niet iets bevatten dat het geheel niet heeft, het deel kan niet groter zijn dan het geheel.
Onze eigen aardketen bestaat uit zeven (of twaalf) bollen, waarvan er slechts één, onze aarde, voor ons stoffelijk zintuiglijk apparaat zichtbaar is op ons aardse gebied, want dat apparaat is opgebouwd, of liever ontwikkeld om dit aardse gebied te leren kennen, en geen ander. Maar de bewoners van alle zeven (of twaalf) bollen van deze aardketen gaan achtereenvolgens, de één na de ander, van bol naar bol en doen aldus ervaringen op op alle verschillende gebieden en sferen die deze keten omvat, op het gebied van energie, materie en bewustzijn.
De zes (of elf) andere bollen van onze aardketen zijn natuurlijk voor onze stoffelijke zintuigen onzichtbaar. We beperken ons in onze uiteenzetting alleen tot de gemanifesteerde zeven bollen van de volledige keten van twaalf; de hogere en van de aarde verschillende zes bollen bestaan twee aan twee op drie gebieden van het zonnestelsel, die hoger zijn dan het stoffelijk gebied waarop onze aardbol, onze aarde zich bevindt. Deze drie hogere gebieden of werelden zijn ieder superieur aan de wereld of het gebied dat daar onmiddellijk onder ligt.
Onze aardbol is de vierde en laagste van alle gemanifesteerde zeven bollen van onze aardketen. Drie bollen gaan eraan vooraf op de neergaande of schaduwboog (zie aldaar) en drie bollen volgen erop langs de klimmende of lichtende boog (zie aldaar) van de evolutie. De Geheime Leer van H. P. Blavatsky en het meer recente werk Fundamentals of the Esoteric Philosophy (herziene uitgave 1979) bevatten voor de onderzoeker die belangstelling heeft voor dit aspect van de Esoterische Wijsbegeerte veel stof tot nadenken.

====

Zie ook:

Boeken:

Externe Links

<< vorige || volgende >>

Categorie: Artikelen | Rapport | Auteur: Harry Nijhof


Deze pagina werd sedert 16 dec. 2007 keer bekeken.