Creëren of Nabootsen

Laozi: Het Tao dat men noemen kan is niet het ware Tao.
Verzaak de geleerdheid en doe scherpzinnigheid weg en het zal het volk tot honderdvoudig voordeel wezen.
Verzaak menslievendheid en doe rechtvaardigheid weg en het volk zal tot ouder- en kinderliefde weerkeren.
Verzaak knapheid en doe winzucht weg en dieven noch rovers zullen er komen. In deze drie dingen uitblinken voldoet niet.
Daarom leer ik waaraan zich te houden: weer de eenvoud erkennen en de ongereptheid bewaren, geen ikzucht te hebben en geen begeerten
.
Voor allen die goed zijn (voor mij) ben ik goed; en voor diegenen die niet goed zijn (voor mij) ben ik ook goed; zodoende zullen allen ertoe komen goed te zijn.
Terugkeer is de beweging van Tao. Zachtheid is de werking van Tao. De dingen der wereld ontstaan uit zijn. Zijn ontstaat uit niet-zijn.
Confucius: Doe nooit anderen aan wat je niet zou willen dat ze jou aan zouden doen.
Confucius: Alle mensen zijn hetzelfde. Het zijn slechts hun gebruiken die verschillen.
Velen zoeken het geluk hoger dan de mens; anderen lager dan hem. Maar geluk staat op dezelfde hoogte als de mens.
Michael Porter: Na-apen is geen strategie.

Mimesistheorie (Weerkaatsing, Cultuuroverdracht, Autisme)

De oudste mimesistheorie is van Plato, de stichter van de oudste Academie. De mimesistheorie van Plato is onderdeel van zijn Ideeën-leer, die de wereld verdeelt in een zintuiglijke en een geestelijke wereld. De geestelijke wereld is werkelijk, de zintuiglijke is een illusie, want veranderlijk. Men moet zich volgens Plato richten op het geestelijke en streven naar de hoogste wijsheid, namelijk die van het Goede, het Schone en het Ware.

Hoe kunnen we de Waarheid leren kennen? Waar kunnen we de vormen en "het Goede" vinden? Wie kan ons dat leren? Plato had opmerkelijke antwoorden op deze vragen. In de dialoog MENO liet Plato een ongeschoolde slaaf een moeilijk wiskundig probleem oplossen. Hij deed dat door hem bevestigend of ontkennend te laten antwoorden op een serie eenvoudige vragen die door Socrates werden gesteld. Uit dit voorval trok Plato de conclusie dat de slaaf het antwoord altijd al geweten had. Hij wist alleen van zichzelf niet dat hij het altijd al geweten had. Alle waarheid komt van binnen, vanuit de ziel. De onsterfelijke ziel van een persoon is geboren met de waarheid. de ziel heeft de pure vormen aanschouwd voordat hij geboren werd. Geboorte, ofwel het belichamen van je ziel is zo traumatisch dat je vergeet wat je weet. De rest van je leven moet je daarom de diepte peilen om te ontdekken wat je al weet. Daarom de stelling van Plato: "Alle kennis is herinnering". Duidelijk is de rol van Socrates terug te vinden, die zijn leerling helpt zich iets te herinneren; net zoals de hedendaagse psychotherapeut doet met zijn/haar patiënten. Overigens is de theorie van herinnering (anamnese, amnesie) de bron van het begrip van het onbewuste.

René Girard wijst op de betekenis van Plato’s opvattingen over de menselijke imitatie. Iedere menselijke begeerte mimetisch van aard is, en dus altijd bemiddeld (via de ander) tot stand komt. Deze driehoeksbegeerte werpt een nieuw en verhelderend licht op de menselijke betrekkingen van bewondering, rivaliteit en haat: willen wat de ander wil en begeren wat de ander begeert. De geestelijke wereld is werkelijk, de zintuiglijke is een illusie, want veranderlijk. Men moet zich volgens Plato richten op het geestelijke en streven naar de hoogste wijsheid, namelijk die van het Goede, het Ware en het Schone.

De socratische methode is een manier om tot ware kennis (over de ideeënwereld) te komen. De Atheense filosoof Socrates gebruikt deze in de dialogen van Plato.

====

Allegorie van de grot (Eeuwig 'Goede - Ware - Schone', Catharsis)

De allegorie van de wagenmenner
Deze tripartiete (drievoudige) indeling van de ziel met de voerman als rede voorgesteld, heeft Plato ook als basis genomen voor de indeling van zijn ideale staat. De ‘laagste klasse’ die zich door pleziertjes laat meesleuren wordt ook daar onder controle gehouden door een ‘beter’ paard, de wachters, en door de met rede begaafde leiders (de voerman). Ja, dat kennen we! Allemaal prietpraat van politici natuurlijk, die ons met mooie verhaaltjes onder de duim willen houden. Democratie was voor Plato blijkbaar een vuil woord.

Alleen in ons denken treffen we onveranderlijke dingen aan – onze ideeën over onze waarnemingen. Als we bijvoorbeeld een paard zien, moeten we ons realiseren dat dit paard maar een schim is van de Zuivere Vorm, de Idee, van Het Paard - datgene wat voor alle individuele paarden gemeenschappelijk geldt. Wij moeten die Idee van Het Paard zien te achterhalen. Dat is voor Plato wat filosofie inhoudt. Plato legt dat uit via een symbolische voorstelling, beroemd geworden als de allegorie van de grot. Die gaat ongeveer als volgt: De zware klim naar de uitgang van de grot symboliseert het onderwijs, die tenslotte tot een juist inzicht in de werkelijkheid leidt. Het licht schijnt innerlijk. Volgens Plato zijn er ‘hogere’ en ‘lagere’ Ideeën. De Idee van een individueel ding is lager dan de Idee van een groep dingen; de idee van een enkele tafel is lager dan de Idee van De–Tafel-In-Het-Algemeen. De hoogste Ideeën zijn die van Het Ware, Het Goede en Het Schone. Deze zijn nagenoeg identiek. Want wanneer iets Waar is, dan is het automatisch Goed én Schoon. Iets wat onwaar is, is een illusie en kan daarom ook niet mooi of goed zijn.

Plato was een van de eersten die wees op de universele betekenis van nabootsend gedrag. Maar wat Plato echter niet deed, is wijzen op het gedrag dat zich richt op bezitten. Voor René Girard is nu juist dit toe-eigeningsgedrag uitermate belangrijk om nabootsing te kunnen verklaren. Veel wetenschappers hebben Plato gevolgd in het reduceren van nabootsend gedrag tot een aspect van mindere betekenis en waren hierdoor niet in staat de centrale rol, die imitatie heeft in het menselijke samenleven, te zien. Mimesis is essentieel voor de morele catharsis, aldus Aristoteles.

H.P. Blavatsky Een toelichting op de De geheime leer: stanza’s I-IV (p. 111):
Vr. Is vorm het resultaat van de wisselwerking van de middelpuntvliedende en middelpuntzoekende krachten in de stof en in de natuur?
De theorie van de natuurlijke selectie is niet alleen volkomen ontoereikend om deze geheimzinnige eigenschap van nabootsing in de wereld van het zijn te verklaren, maar zij geeft ook een geheel verkeerd beeld van het belang van zo’n vermogen tot nabootsen, als een ‘machtig wapen in de strijd om het bestaan’. Als eenmaal is bewezen – en dat kan gemakkelijk worden gedaan – dat dit nabootsingsvermogen totaal onbruikbaar is binnen de theorie van Darwin, d.w.z. als wordt aangetoond dat het beweerde gebruik ervan in verband met de zogenaamde ‘survival of the fittest’ een speculatie is, niet bestand tegen nauwkeurige analyse, waaraan kan dat vermogen dan worden toegeschreven? Iedereen heeft wel eens insekten gezien, die natuurgetrouw de kleur en zelfs de uiterlijke vorm van planten, bladeren, bloemen, dode takjes en dergelijke, imiteerden. Dit is geen wet, maar eerder een veel voorkomende uitzondering. Dan kan het toch alleen een onzichtbare intelligentie buiten het insect zijn, die zo nauwkeurig kopieën maakt van grotere originelen?

====

Zondebokmechanisme (Carl Jung en René Girard, Morele kompas)

Anthony Stevens, boek Over Jung - leven en werk (p. 55): Het oude verschijnsel van de ‘zondebok’ ligt ten grondslag aan allerlei vooroordelen tegen leden van andere identificeerbare groepen dan die van onszelf, en in laatste instantie aan alle massamoordenaars, volksmenners, pogroms en oorlogen. Via schaduwprojectie zijn we in staat onze vijanden tot ‘duivels’ te maken en onszelf ervan te overtuigen dat zij geen normale mannen en vrouwen zijn zoals ‘wij’, maar monsters die geen normale behandeling en consideratie verdienen. Door handig gebruik te maken van het nazipropaganda-apparaat kon Hitler een aanzienlijk deel van de Duitse bevolking ertoe bewegen zijn schaduw collectief op deze tragische ongelukkigen te projecteren. Deze dubbele projectie fungeert dan als rechtvaardiging voor de slachting die het gevolg is (Stevens, 1989).

De eerste onderzoeker die zich diepgaand buigt over het thema van de mimese is de Franse letterkundige en cultuurfilosoof René Girard. Girard wil met zijn theorie nu juist aantonen dat mensen begeren wat ánderen begeren. Voor een verklaring van het lange tijd achterwege blijven van onderzoek naar imitatie wijst Girard op de betekenis van Plato’s opvattingen over de menselijke imitatie. Iedere menselijke begeerte mimetisch van aard is, en dus altijd bemiddeld (via de ander) tot stand komt. Deze driehoeksbegeerte werpt een nieuw en verhelderend licht op de menselijke betrekkingen van bewondering, rivaliteit en haat: willen wat de ander wil en begeren wat de ander begeert.

Reeds in het Oude Testament, maar vooral in de Lijdensverhalen van het Nieuwe Testament wordt deze cirkel van geweld doorbroken. Ze zijn een kritiek op de mimetische drift die het fundament is van het mythische leven. Terwijl de mythe onbewust het spel van de mimetische begeerte meespeelde, leggen de Evangeliën bewust de vinger op de wonde. De evangelische openbaring, die haar hoogtepunt vindt in de Verrijzenis, geeft de mensheid inzicht in wat van alle eeuwigheid verborgen was in de mythen, nl. dat zij de cyclus van geweld almaar opnieuw bevestigen. Zo ontneemt zij het mythische zondebokmechanisme zijn efficiëntie. Satan, de vorst van deze wereld die het geweld in stand houdt, wordt overwonnen door de opstanding. De verrijzenis is niet de triomf van het geweld dat de zondebok wegstuurt of vernietigt, maar de opstanding van het kleine, het machteloze, het verworpene. En dat is volgens Girard het radicaal nieuwe van het christendom. De moderne slachtofferzorg, die steeds meer ingang vindt op alle terreinen van onze maatschappij, ligt in de lijn van dit christelijk fundament, al wordt het meestal zo niet (h)erkend. Toch lijkt het erop dat mensen altijd (en met name in tijden van crisis) een zondebok zoeken, en dat de reden die ze aanvoeren voor het vervolgen van die specifieke zondebok eerder in henzelf dan in die zondebok ligt, dat iedereen een Ander is en iedereen een potentiële zondebok. Dit feit is bedreigend en juist daarom blijven mensen zondebokken zoeken; zolang ze iemand anders tot zondebok maken, zijn ze zelf nog niet aan de beurt. Zolang iemand anders de schuld draagt, hoeft men die zelf niet te dragen. Canetti had het al over de constante doodsdreiging die boven ieders hoofd hangt, vaak zonder dat mensen zich daarvan bewust zijn, en die afwenteling van de dood op anderen tot een behoefte maakt. Ik denk dat, ook als er niet meteen sprake is van moord en doodslag, de behoefte tot afwenteling van schuld bij (bijna) iedereen bestaat.

Yoram Stein Navolging is de sterkste menselijke drijfveer (Trouw - 24 januari, 7 en 21 februari 2006): In standenmaatschappijen of in verzuilde samenlevingen is de kans op ontsporing van de mimetische rivaliteit minder groot, omdat daarin niet alle mensen potentiële rivalen van elkaar zijn. Maar in onze egalitaire samenleving is iedereen een potentiële rivaal van een ander. De globalisering heeft dit erger gemaakt. Wat we volgens Girard nu dan ook meemaken, is mimetische rivaliteit op wereldschaal. De moslims die zich tegen het Westen keren, doen dat niet omdat zij van de mensen in het Westen verschillen, maar omdat zij er steeds meer op gaan lijken. Ook op het niveau van de wereldpolitiek zijn het volgens Girard de gelijkgeschakelde verlangens die tot de rivaliteit en het geweld leiden.

Van literatuur naar antropologie, en van antropologie naar de Bijbel. In zijn eerste belangrijke boek, ’De romantische leugen en de romaneske waarheid’, ontmaskerde hij de romantische leugen van het individualisme. De mens is geen individu, hij is altijd betrokken op en geobsedeerd door de ander, hij is daarom een ’interdividu’. De waarheid omtrent mijzelf is dat mijn denkbeelden, gedragingen en verlangens niet authentiek zijn, maar kopieën van anderen. Simpel gezegd: de mens onderscheidt zich van de aap, omdat hij een betere na-aper is.

In zijn tweede belangrijke boek, ’God en Geweld’ (1972), wil Girard laten zien hoe de mimetische crisis wordt bezworen door het zondebokmechanisme. Op het moment dat bijna iedereen elkaar gekopieerd heeft, en vrijwel alle mensen rivalen van elkaar zijn geworden, dreigt de oorlog van allen tegen allen. Op dat moment kan het zondebokmechanisme in werking treden. De oorlog van allen tegen allen wordt dan omgevormd tot een oorlog van allen tegen één. Alle opgekropte frustraties richten zich op één persoon die wordt aangewezen als de bron van het kwaad. Vervolgens wordt dit individu collectief uitgedreven. Het principe van de zondebok is in alle culturen terug te vinden. In heksenvervolgingen, zoals die bijvoorbeeld ook vandaag nog in Zuid-Afrika voorkomen, is het patroon heel herkenbaar: slechte omstandigheden, bijvoorbeeld het mislukken van de oogst, worden toegeschreven aan de boze invloed van oudere vrouwen, heksen, die dan verdreven of gedood worden, waarna de vrede tijdelijk terugkeert. Maar ook in Nederland zijn er nog genoeg voorbeelden van het zondebokmechanisme te vinden. In de voetballerij is het heel gebruikelijk om de slechte prestaties te wijten aan één persoon, speler of trainer, die dan vervolgens wordt verjaagd door de woedende massa fans. Op school wordt vaak het meisje of jongetje dat slimmer of lelijker is dan de anderen tot zondebok gemaakt, waardoor de rest van de klas verbroedert en waardoor de docent zelf even geen zondebok meer hoeft te zijn. Of denk aan een feestje waarin er over een bepaalde kennis geroddeld wordt: opeens ontstaat er een sfeer van gemeenschappelijkheid, te danken aan de uitgestoten zondebok.

Van oudsher zijn het vooral de vreemdelingen geweest, de gehandicapten, de uitzonderlijken, die als zondebok worden aangewezen. De collectieve moord op een of meerdere van deze zondebokken is volgens Girard het geheim waarop samenlevingen gebouwd worden. Het offeren dat in traditionele religies en culturen centraal staat, refereert aan deze oorspronkelijke moord.

In ’De dingen die sinds het begin der tijden verborgen waren’ (1978) – een boek in de vorm van een gesprek met twee psychiaters – blijkt voor het eerst hoe belangrijk de joods-christelijke traditie is geworden voor Girard om de waarheid over de zondebok aan het licht te brengen. Het verband tussen nabootsing, geweld en zondebok wordt in dit boek niet als onontkoombaar voorgesteld. De joodschristelijke traditie opent ons – door verhalen te vertellen over onschuldige slachtoffers als Job en Jezus – de ogen voor de slachtoffers die wij zelf maken. De waarheid over het zondebokmechanisme leert ons om te kijken vanuit het standpunt van de vervolgden in plaats van dat van de vervolgers.

De oude mythes namen wel het perspectief van de vervolgers in. Zij legitimeerden het zondebokmechanisme door de leugen te herhalen dat de zondebok schuldig is. Zo wordt de kreupele vreemdeling Oedipus verbannen, omdat hij zich schuldig heeft gemaakt aan de ergste misdaden: hij zou zijn vader hebben vermoord en seksuele omgang hebben gehad met zijn moeder. De Thora en het Evangelie tonen ons daarentegen het perspectief van de onschuldige vervolgden.

====

Twee kanten van één medaille (4e Dimensie, Drie domeinen, Dodecaëder, Nieuw paradigma)

De geschiedenis leert dat de oplossing van de unificatietheorie, het levensmysterie al millennia bekend is. Het hangt er alleen maar vanaf hoe je het probleem formuleert. Hoe selectief zijn we als waarnemer?.

De oplossing van het vraagstuk waarmee de bewustzijnsevolutie of de natuurwet van cyclisch, evolutionair scheppen zich bezig houdt is al millennia bekend. De wisselwerking tussen geest en materie is een medaille met twee kanten, waarop zowel het Zelf-eon van Jean Charon, de bewustzijnsevolutie als de evolutietheorie van Darwin van toepassing zijn. De bewustzijnsevolutie, de ziel, de kern van de mens heeft op de absolute ‘Ruimte en Tijd’ (Einsteins kosmische Geest!, singulier punt), de absolute existentie betrekking, daarentegen de evolutietheorie op de relatieve ‘Ruimte en Tijd’, de relatieve existentie. De kwintessens van dit verhaal draait echter om survival of the fittest. Het dilemma van het leven ligt besloten in: Waar kiezen we nu voor? Het brengt de kwintessens, de moraal van dit verhaal tot uitdrukking. In de absolute ‘Ruimte en Tijd’ ontstaat er een potentiaalverschil van nul. De potentiaal op een plaats is een natuurkundige grootheid die op een bepaalde manier samenhangt met de kracht die een deeltje op die plaats ondervindt.

Door Plato zijn er al voorzetten gedaan, een uitverkoren klasse tot beroepsbestuurders op te leiden. In een rechtvaardige maatschappij zouden dan mensen uit de heersende klasse bij de verstandigen en wijzen in de leer moeten om in de kunst van het regeren onderricht te krijgen. Het Meta-leren heeft op survival of the fittest (‘overleven van de geschiktsten’), de waarden en normen betrekking.

Josip Petrarca & Max Wildschut Toezichthouden: Samenwerken of conflict De dynamiek van machtspelletjes
Wanneer twee partijen zich over een probleem buigen, dan functioneren zij meestal in een van twee modi. De eerste modus is constructief. In deze modus zien beide partijen zich samen voor een probleem gesteld en zoeken samen naar een oplossing. De constructieve modus leidt vaak tot een oplossing waar beide partijen beter van worden, een win-win situatie. De tweede modus is positioneel. In deze modus ziet elk de ander als het probleem. Beide partijen staan tegenover elkaar in een win-lose situatie. Je kunt winnen, verliezen of een compromis bereiken. Wie niet wil inleveren gaat het gevecht aan.
Raak niet gevangen in de dynamiek van het machtsspel
Er komen steeds meer toezichthouders. Sinds het begin van de vorige eeuw waren er al 20 meer of minder bekende instellingen, tussen 2002 en 2006 kwamen daar zeven bij. De laatste drie: de consumentenautoriteit, de emissieautoriteit, de zorgautoriteit. Dan zijn er van oudsher nog de talrijke inspecties en honderden andere autoriteiten voor toezicht, handhaving en toetsing. Onze natuurlijke neiging tot positioneel gedrag in dit type relaties zal er toe leiden dat steeds meer tijd en energie verloren gaat in tegenstellingen en conflicten. Vanuit ditzelfde positionele denken ligt de logische oplossing voor dit probleem in meer machtsmiddelen en expertise voor de toezichthouders en meer regeltjes voor de OTG (relatie tussen toezichthouders en hun onder toezicht gestelden, hier aangeduid als OTG). Hiermee wordt het probleem echter alleen maar groter. In plaats van olie op het vuur te gooien moet de prioriteit liggen bij het ontwikkelen van vaardigheden in het managen van relaties. Hoe ga je bijvoorbeeld om met de eigen machtspositie en de effecten daarvan op anderen? Hoe kun je streng zijn zonder de relatie te beschadigen? Hoe kun je gezag en respect ontwikkelen in een relatie? Dit zijn vraagstukken die vooral op het ‘softe’ vlak liggen, maar die uiteindelijk wel bepalend zijn voor de effectiviteit van de toezichthouder.

Het adagium live now pay later is de oorzaak van de ellende. Deze slogan was al zeer populair toen ik eind zestiger jaren in Canada werkte.
Zoals elke consultant probeert Maikel Batelaan een ingewikkelde situatie graag tot een twee-bij-twee-matrix terug te brengen. Er zijn twee crises: Een Bankencrisis en een Recessie. De VS en de rest van de wereld worden niet in gelijke mate getroffen.
7.Schaarste is de beste voedingsbodem voor innovatie. Er zijn in elke sector fundamentele ontwikkelingen die er aan zaten te komen die door de crisis zullen worden versneld. Bijvoorbeeld groene technologie, de energietransitie, de digitalisering van de media, veranderende klantvoorkeuren, nieuwe industriestructuren. Het is nu juist tijd volop te innoveren, zij het met beperkt budget. Dit is de tijd om vooronderstellingen uit het verleden te verwerpen en nieuwe formules uit te proberen. Maak gebruik van de vindingrijkheid die mensen in crisistijd altijd aan de dag leggen. Straks trekt de vraag weer aan en dan moet je er klaar voor zijn.

Het uitgangspunt van 5D is dat elke medaille twee kanten heeft, die niet los van elkaar staan maar innig met elkaar zijn verbonden, elkaar completeren. Zo bestaat er subjectieve kennis en objectieve kennis, geesteswetenschappen en natuurwetenschappen, Intelligent Design en Evolutietheorie, Kerk en Staat, metafysica en fysica, cultuur en natuur, nurture en nature, psychosociale en biologische processen, elitecultuur en massacultuur (sentiment van de massa), geest en lichaam, hart en ziel, gevoel en begrip, actie en reactie, orde en chaos, schepping en vernietiging, hemel en aarde, Apollo en Dionysus, binnenwereld en buitenwereld, innerlijke universum en universum, microkosmos en macrokosmos, verstrooiingsindustrie en oorlogsindustrie, eigenlijkheid en oneigenlijkheid (Heidegger), verleden en toekomst, zaaien en oogsten.
Elke levenscyclus toont één opgaande en één neergaande lijn. Het leven bestaat uit allebei.
Alle dingen op aarde maken de ontwikkelingstrappen geboorte, rijpheid, ouderdom en dood, een levenscyclus door. In de natuur komt het door de vier seizoenen Lente, Zomer, Herfst en Winter tot uitdrukking.

Elke medaille heeft twee complementaire kanten, die door de spiegelsymmetrie, het projectiemechanisme tot uitdrukking wordt gebracht. De eenheid der tegendelen is het basisingrediënt in het rapport ‘E i V’. De eenheid der tegendelen brengt echter ook een tegenstelling tussen twee polen, de keerzijde tot uitdrukking. De éne werkelijkheid bestaat uit paren van tegenstellingen, ‘hemel en aarde’, ’evolutie en involutie’, 'onbewuste en bewuste', ‘collectieve en individuele' onbewuste. Het gaat er om in de menselijke geest zowel het bewuste als het onbewuste te overstijgen. Asymmetrie bestaat op aarde, maar niet bij God (Ain-Soph) in de hemel. Uiteindelijke kan het individuele bewustzijn de ware aard van het universele, kosmische, non-lokale bewustzijn niet kennen.

H.P. Blavatsky De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk 24 Het kruis en het pythagorische tiental (p. 659):
De mystieke kant van de interpretatie moet dus aan de intuïtie van de onderzoeker worden overgelaten. Wij maken nog één opmerking in verband met het geheimzinnige getal vijf. Het symboliseert tegelijkertijd de geest van het eeuwige leven en de geest van het aardse leven en de aardse liefde – in het menselijke samenstel; en het sluit goddelijke en helse magie in, en de universele en de individuele quintessens van het zijn.

De discrepantie tussen Hegel en Engels is al eerder tussen Pythagoras en Aristoteles naar voren gekomen. De fysica en de metafysica zijn complementair. De quintessens van de éne-werkelijkheid wordt met behulp van het 5D-concept en het Ether-paradigma tot uitdrukking gebracht. De geschiedenis leert dat het Kompaskwadrant een proven technology laat zien of met andere woorden wetenschappelijk kan worden getoetst.

Het 5D-concept is een model dat laat zien dat er langzamerhand wel degelijk van verifieerbare feiten kan worden gesproken. Het punt is namelijk dat de geschiedenis zich tot het einde der dagen zal blijven herhalen. Wanneer is, in tegenstelling tot wat Hegel stelt, de mensheid bereid van de geschiedenis te leren? Het mechanisme survival of te fittest bestaat echt, daar is geen twijfel over. Wel over de interpretatie van dit fenomeen. Het rapport ‘E i V’ gaat er van uit dat de psychologie, de sociologie en de filosofie het plaatje van de biologen kan completeren. Het is de arrogantie van de biologen die menen dat zij het alleenrecht hebben om het verschijnsel mens te verklaren. Hoe dom kunnen wetenschappers zijn te pretenderen de wijsheid met betrekking tot het ontstaan van leven in pacht te hebben? Het probleem zit er in dat langzamerhand elke monodiscipline zijn eigen werkelijkheid gaat creëren. Gelukkig biedt de schepping een mogelijkheid door schade en schande wijs te worden. In plaats van het lineaire denken dient aan het cyclisch denken meer aandacht te worden gegeven. Er bestaan meer opties om naar de wereld te kijken. Het rapport ‘E i V’ laat zien dat het cyclische denken slechts de halve waarheid is en dat het uiteindelijk om het lemniscaat denken, de Kwintessens draait. Het gaat er om de artificiële illusionaire geschapen twee-eenheid (Dualiteit), Religie en Wetenschap opnieuw met elkaar te verbinden. Biologen hebben zeker gelijk wanneer ze culturen vergelijken met plantaardige organismen, die opbloeien, rijpen, verwelken en tenslotte afsterven. De fase waarin Nederland zich bevindt begint al duidelijk minder fris te ruiken.

5D-concepten tonen het Hoe. De polariteit van ‘Goed en Kwaad’, het Wat, de oerbron zal immer een mysterie blijven. In de kern draait de beschaving om één medaille met twee kanten. Aan het ontcijferen van de éne werkelijkheid worden vele miljarden uitgegeven. De hamvraag is of het niet effectiever is miljarden te investeren in onderzoek dat gericht is op het behoud van het leven op aarde, dus om te voorkomen dat de vernietiging van biodiversiteit ongehinderd doorgaat, met de mogelijkheid van een klimaatcatestrofe in het verschiet. Of zou het ook niet beter zijn om een substantieel deel van de onnoemelijk vele miljarden omzet in de oorlogsindustrie voor het leven op aarde aan te wenden?

De natuurlijke ethiek van Spinoza hangt ongetwijfeld met de 4e dimensie, de co-reflectie van Teilhard, het projectiemechanisme van Jung en de weerspiegeling van Blavatsky samen.

Fay van Ierlant De drie guna’s zijn: tamas van de wortel tam wat verstopping, uitputting, zonder beweging betekent; rajas van de wortel raòj wat verkleurd, rood worden betekent, in hoge activiteit; sattva van sat, staat van zijn, wat slaat op een toestand van evenwicht tussen het stoffelijke en het geestelijke beginsel in dingen of toestanden wanneer vorm en energie in evenwicht trillen.
Bij de drie guna’s tamas (these) rajas (antithese) en sattva (synthese) draait het om het principe van de ‘eenheid der tegendelen’, het overbruggen van tegenstellingen, het principe van complementariteit dat al door Heraclitus naar voren is gebracht.

De Geheime Leer Deel I, Inleiding (p. 9):
Als het boeken van geen belang waren geweest, zouden ze daardoor na verloop van tijd vanzelf zijn tenietgegaan en zouden zelfs hun namen uit het menselijke geheugen zijn weggewist. Maar zo is het niet, want, zoals nu vaststaat, bevatten de meeste ervan de ware sleutels tot nog bestaande boeken, die voor het grootste deel van hun lezers volkomen onbegrijpelijk zijn zonder deze extra delen met toelichtingen en uitleg. Dit geldt bijvoorbeeld voor de boeken van Lao-tse, de,’ voorloper van Confucius12.
Men zegt dat hij 930 boeken heeft geschreven over de en de religies en zeventig over magie, samen duizend. Zijn grote werk echter, het hart van zijn leerstelsel, de ‘Tao-te-king’, of de heilige geschriften van de Taosse, bevat, zoals Stanislas Julien aantoont, maar ‘ongeveer 5000 woorden’ (Tao-te-king, blz. xxvii), nauwelijks een dozijn bladzijden, en toch constateert professor Max Müller dat ‘de tekst onbegrijpelijk is zonder toelichtingen, zodat Julien voor zijn vertaling meer dan zestig commentatoren moest raadplegen’; de oudste van deze toelichtingen ging zelfs terug tot het jaar 163 v. Chr. en zoals wij zien, niet verder. 12) ‘Indien wij ons met China bezighouden, vinden we dat de religie van Confucius is gebaseerd op de vijf King- en de vier Shu-boeken, die op zichzelf van aanzienlijke omvang zijn en voorzien van lijvige toelichtingen; zonder deze zouden zelfs de grootste geleerden het niet aandurven om de diepte van hun heilige canon te peilen.’ (Lectures on the ‘Science oƒ Religion’, blz. 185, Max Müller.) Maar zij hebben deze niet gepeild – en dit is de klacht van de confucianen, zoals een zeer geleerd lid van die groep in 1881 in Parijs klaagde.
De Geheime Leer Deel I, Stanza 1 de nacht van het heelal (p. 82):
De nous, die de stof beweegt, de levenwekkende ziel, die in ieder atoom zetelt en die in de mens is gemanifesteerd en latent is in de steen, heeft vermogens van verschillende graad. Dit pantheïstische denkbeeld van een algemene geest-ziel die de hele Natuur doordringt, is het oudste van alle filosofische begrippen.
De Geheime Leer Deel I, Stanza 4 De zevenvoudige hiërarchieën (p. 118/119):
(b) De uitdrukking ‘Alles is één getal, voortgekomen uit geen getal’ heeft weer betrekking op die universele en filosofische leerstelling, die zojuist is verklaard in Stanza III (Toelichting no. 4). Wat absoluut is, is natuurlijk ‘geen getal’, maar in zijn latere betekenis is het van toepassing op de Ruimte en op de tijd. Het betekent dat niet alleen ieder tijdsdeeltje een stukje is van een groter tijdsdeel, tot aan de langste tijdsduur die het menselijke verstand zich kan indenken, maar ook dat iets dat is gemanifesteerd niet anders kan worden opgevat dan als een deel van een groter geheel. Het totaal is dan het ene gemanifesteerde Heelal, dat voortkomt uit het ongemanifesteerde of Absolute – dat wij het Niet-zijn of ‘geen getal’ noemen, om het te onderscheiden van het zijn of ‘het ene getal’.
129: II. DE STEM VAN HET WOORD, SVABHAVAT, DE GETALLEN, WANT HIJ IS EEN EN NEGEN12.
De Geheime Leer Deel I, Stanza 5 Fohat: kind van zevenvoudige hiërarchieën (p. 147):
3. HIJ IS HUN LEIDENDE GEEST EN LEIDER. WANNEER HIJ BEGINT TE WERKEN, SCHEIDT HIJ DE VONKEN VAN HET LAGERE RIJK (delfstoffenatomen) DIE ZWEVEN EN TRILLEN VAN VREUGDE IN HUN STRALENDE WONINGEN (gasachtige wolken) EN VORMT DAARMEE DE KIEMEN VAN WIELEN. HIJ PLAATST ZE IN DE ZES RICHTINGEN VAN DE RUIMTE, EN ÉÉN IN HET MIDDEN – HET MIDDENWIEL.
149: Met de ‘zes richtingen van de Ruimte’ wordt hier de ‘dubbele driehoek’ bedoeld, de samenvoeging en versmelting van zuivere geest en stof, van de arupa en de rupa, waarvan de driehoeken een symbool zijn. Deze dubbele driehoek is een teken van Vishnu, en ook Salomo’s zegel en de Sri-Antara van de brahmanen.
160: Het emaneert uit zichzelf zoals de bovenste triade van de sephiroth de zeven lagere sephiroth emaneert – de zeven stralen of Dhyan-Chohans; met andere woorden, het homogene wordt het heterogene, de ‘protyle’ differentieert zich in de elementen. Maar deze kunnen nooit voorbij het laya-, of nulpunt komen, tenzij ze terugkeren tot hun oorspronkelijke element.
De Geheime Leer Deel I, Enkele vroegere theosofische misvattingen over planeten, ronden en de mens(p. 191):
Hieruit volgt dat personen die, zoals Confucius en Plato, psychisch, verstandelijk en geestelijk tot de hogere evolutiegebieden behoorden, in onze vierde Ronde even ver waren als de gemiddelde mens zal zijn in de vijfde Ronde, waarvan de mensheid is bestemd om op deze evolutieladder veel hoger te staan dan onze tegenwoordige mensheid. Op dezelfde manier was Gautama Boeddha – de geïncarneerde wijsheid – nog hoger en groter dan de genoemde mensen, die vijfde-ronders heten, en worden Boeddha en Sankaracharya allegorisch zesde-ronders genoemd. Vandaar de verborgen wijsheid van de destijds ‘ontwijkend’ genoemde uitspraak, ‘dat een paar regendruppels nog geen moesson maken, al kondigen ze die aan’.
196: ‘Leid het leven dat noodzakelijk is voor het verkrijgen van die kennis en vermogens, en wijsheid zal vanzelf tot u komen. Steeds wanneer u in staat bent om uw bewustzijn af te stemmen op een van de zeven snaren van het ‘universele bewustzijn’; die snaren die zijn gespannen op het klankbord van de Kosmos en die trillen van eeuwigheid tot eeuwigheid; wanneer u ‘de muziek van de sferen’ grondig hebt bestudeerd, pas dan zult u geheel vrij zijn om uw kennis te delen met hen met wie dit veilig is.
De Geheime Leer Deel I, Stanza 7 De voorvaderen van de mens op aarde (p. 278/279):
De natuurlijke ontwikkelingsprocessen die we nu beschouwen, zullen de manier van speculeren over de eigenschappen van de twee-, drie- en vier- of meer-‘dimensionale Ruimte’ zowel verduidelijken als in diskrediet brengen; maar het is de moeite waard om in het voorbijgaan op de werkelijke betekenis te wijzen van de gegronde maar onvolledige intuïtie die – bij spiritisten en theosofen, en trouwens ook bij verschillende grote geleerden – heeft geleid tot het gebruik van de moderne uitdrukking ‘de vierde dimensie van de Ruimte’. Om te beginnen is natuurlijk de oppervlakkige absurditeit van de veronderstelling dat de Ruimte zelf in welke richting dan ook meetbaar is, van weinig belang. De vertrouwde uitdrukking kan alleen maar een afkorting zijn van de meer volledige vorm – de ‘vierde dimensie van de STOF in de Ruimte'38. Maar zelfs na deze uitbreiding is het een ongelukkige uitdrukking, want hoewel het volkomen waar is dat de vooruitgang van de evolutie ons misschien zal bekendmaken met nieuwe eigenschappen van de stof, zijn de eigenschappen waarmee wij al vertrouwd zijn, in werkelijkheid talrijker dan de drie dimensies. De vermogens, of wat misschien de meest geschikte uitdrukking is, de kenmerkende eigenschappen van de stof, moeten natuurlijk altijd een rechtstreeks verband hebben met de zintuigen van de mens. Stof heeft uitgebreidheid, kleur, beweging (moleculaire beweging), smaak en geur, overeenkomstig de bestaande zintuigen van de mens, en tegen de tijd dat zij de volgende eigenschap volledig ontwikkelt – laten wij deze hier DOORDRINGBAARHEID noemen – zal deze corresponderen met het volgende zintuig van de mens – zeg ‘NORMALE HELDERZIENDHEID’. Als dus sommige moedige denkers hebben verlangd naar een vierde dimensie om de doorgang van stof door stof te verklaren, en het leggen van knopen in een koord zonder einde, dan hadden zij in werkelijkheid behoefte aan een zesde kenmerkende eigenschap van de stof. De drie dimensies horen eigenlijk maar tot één kenmerk of eigenschap van de stof – uitgebreidheid; en het gewone gezonde verstand verzet zich terecht tegen het denkbeeld dat er onder welke omstandigheden ook, meer dan drie dimensies zoals lengte, breedte en dikte kunnen zijn. Deze termen en de term ‘dimensie’ zelf behoren alle tot één gebied van denken, tot één evolutiestadium, tot één kenmerkende eigenschap van de stof. Zolang er tot de hulpmiddelen van de Kosmos duimstokken behoren die kunnen worden gebruikt voor de stof, zolang zullen zij deze in drie richtingen kunnen meten en niet meer; en vanaf de tijd dat het denkbeeld om te meten voor het eerst een plaats innam in het menselijke verstand, is het mogelijk geweest in drie richtingen te meten en niet meer. Maar deze overwegingen pleiten in het geheel niet tegen de zekerheid dat, naarmate de tijd voortgaat – en het aantal menselijke vermogens groter wordt – ook het aantal eigenschappen van de stof zal toenemen. Daarbij is de zegswijze veel minder juist dan zelfs de vertrouwde uitdrukking ‘zonsopgang of -ondergang’.
38) ‘Het toekennen van werkelijkheidswaarde aan abstracties is de fout van het realisme. Ruimte en tijd worden vaak los gezien van alle concrete bewustzijnservaringen, in plaats van als generalisaties van bepaalde aspecten daarvan.’ (Bain, Logic, Deel II, blz. 389.)
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 3 Oorspronkelijke substantie en goddelijke gedachte (p. 362):
Alle oude volkeren vergoddelijkten de aether in zijn onweegbare aspect en vermogen. Vergilius noemt Jupiter Pater omnipotens Aether, ‘de grote Aether’6. ‘De hindoes hebben hem ook bij hun godheden opgenomen, onder de naam akasa (de synthese van aether). En de ontwerper van het homoiomerische filosofische stelsel, Anaxagoras van Clazomenae, geloofde vast dat de geestelijke oervormen van alle dingen, zowel als hun elementen, waren te vinden in de grenzeloze ether, waar zij waren voortgebracht, waaruit zij zich ontwikkelden en waarheen zij terugkeerden – een occulte lering.
6) Georgica. Deel II.
371: De overheersende en duidelijkste gedachte – die in alle oude leringen wordt gevonden met betrekking tot de kosmische evolutie en de eerste ‘schepping’ van onze bol met al zijn voortbrengselen, organische en anorganische (een vreemd woord voor een occultist) – is dat de hele Kosmos uit de GODDELIJKE GEDACHTE is voortgekomen. Deze gedachte doordringt de stof, die evenals de ENE WERKELIJKHEID eeuwig bestaat; en alles wat leeft en ademt, ontwikkelt zich uit de emanaties van het ENE Onveranderlijke – Parabrahm = Mulaprakriti, de eeuwige ene wortel. De eerstgenoemde is om zo te zeggen het aspect van het centrale punt dat naar binnen is gekeerd, naar gebieden die geheel ontoegankelijk zijn voor het menselijke verstand, en is volstrekte abstractie, terwijl het in zijn aspect van Mulaprakriti – de eeuwige wortel van alles – ons tenminste een vaag begrip geeft van het mysterie van het Zijn.
371/372: ‘Daarom werd in het binnenste van de tempels onderwezen dat dit zichtbare heelal van geest en stof slechts het concrete beeld is van de ideële abstractie; het werd gebouwd volgens het model van de eerste GODDELIJKE IDEE. Ons heelal heeft dus eeuwig in een latente toestand bestaan. De ziel die dit zuiver geestelijke heelal in leven houdt, is de centrale zon, de hoogste godheid zelf. Niet de Ene bouwde de concrete vorm van de idee, maar de eerstgeborene, en omdat zij werd opgebouwd volgens de meetkundige figuur van de dodecaëder19, ‘behaagde het de eerstgeborene twaalfduizend jaar over zijn schepping te doen’.
19) Plato, Timaeus.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 4 Chaos – Theos – Kosmos (p. 374/375):
De ‘Chaos’ wordt door de Ouden ‘zonder zintuigen’ genoemd, omdat (Chaos en Ruimte zijn synoniem) deze alle elementen in hun rudimentaire, ongedifferentieerde toestand vertegenwoordigde en in zich bevatte. Zij maakten ether, het vijfde element, tot de synthese van de vier andere; want de aether van de Griekse filosofen is niet het bezinksel ervan – waarover zij inderdaad meer wisten dan de wetenschap nu – waarvan men terecht veronderstelt dat het voor veel krachten die zich op aarde manifesteren als agens optreedt. Hun aether was het akâsa van de hindoes; de ether die in de natuurkunde wordt aanvaard, is maar een van de onderafdelingen ervan op ons gebied – het astrale licht van de kabbalisten met al zijn kwade zowel als goede gevolgen.
Omdat de essentie van de aether of de ongeziene Ruimte – de veronderstelde sluier van de godheid – voor goddelijk werd gehouden, beschouwde men deze als de verbinding tussen dit leven en het volgende. De Ouden dachten dat, wanneer de leidende actieve ‘intelligenties’ (de goden) zich terugtrokken uit een bepaald gedeelte van de ether in onze Ruimte – de vier gebieden waarop zij toezicht houden – dit gebied in de macht van het kwade werd gelaten, dat zo werd genoemd omdat het goede daarin ontbrak.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 5 Over de verborgen godheid, haar symbolen en tekens (p. 389/390):
Zoals de Zohar zegt: ‘In het begin was de wil van de koning, vóór elk ander bestaan. . . . Deze (de wil) schetste de vormen van alle dingen die verborgen waren geweest, maar nu zichtbaar werden. En uit het hoofd van Ain-Soph kwam als een verzegeld geheim een nevelige vonk van stof voort, zonder gedaante of vorm. . . . Het leven ontspringt beneden, en de bron vernieuwt zich van boven, de zee is altijd vol en verspreidt haar wateren overal.’ Zo wordt de godheid vergeleken met een oeverloze zee, en met water dat ‘de bron van het leven’ is (Zohar iii, 290). ‘Het zevende paleis, de bron van het leven, is het eerste in de volgorde van bovenaf’ (ii, 261). Vandaar de kabbalistische leerstelling in de mond van de heel kabbalistische Salomo, die in Spreuken ix, 1 zegt: ‘Wijsheid heeft haar huis gebouwd; zij heeft de zeven zuilen ervan gehouwen.’
390: Waar komen al deze overeenkomstige denkbeelden dan vandaan, als er geen oorspronkelijke UNIVERSELE openbaring was? De genoemde voorbeelden zijn als een paar halmen in een hooiberg, vergeleken met wat nog zal worden aangetoond naarmate het boek vordert. Als we ons wenden tot de minst duidelijke van alle kosmogonieën – de Chinese – vinden we zelfs daar hetzelfde denkbeeld. Tsi-tsai (de uit eigen kracht bestaande) is de onbekende duisternis, de wortel van de wuliang-sheu (grenzeloze tijd); amitabhe en tien (hemel) komen later. Het ‘grote uiterste’ van Confucius geeft hetzelfde denkbeeld weer, ondanks zijn ‘strohalmen’. Laatstgenoemde zijn een bron van groot vermaak voor de zendelingen. Deze lachen om elke ‘heidense’ religie, verachten en haten die van hun medechristenen van andere gezindten en vatten toch allen hun eigen Genesis letterlijk op.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 12 De theogonie van de scheppende goden (p. 482/483):
Het ‘grote uiterste’ van Confucius brengt ‘twee figuren’ voort. Deze ‘twee’ brengen op hun beurt ‘de vier beelden’ voort; deze weer ‘de acht symbolen’. Men klaagt erover dat, hoewel de aanhangers van Confucius er ‘hemel, aarde en de mens in het klein’ in zien, . . . wij er alles in kunnen zien wat we maar willen. Ongetwijfeld, en dat geldt voor veel symbolen, vooral die van de latere religies. Maar wie iets weet over de occulte getaltekens, ziet in deze ‘figuren’ het symbool, hoe ruw ook, van een harmonieuze voortgaande evolutie van de Kosmos en zijn wezens, zowel de hemelse als de aardse. En iedereen die de numerieke evolutie in de oorspronkelijke kosmogonie van Pythagoras (een tijdgenoot van Confucius) heeft bestudeerd, zal altijd hetzelfde denkbeeld terugvinden in zijn triade, tetraktis en decade, die voortkomen uit de ene en enige Monade. Confucius wordt door zijn christelijke biograaf bespot, omdat hij voor en na deze passage over ‘waarzeggerij spreekt’, en hij wordt als volgt geciteerd: ‘De acht symbolen bepalen het geluk en het ongeluk en deze leiden tot grote daden. Er zijn geen beelden die nagebootst kunnen worden en die groter zijn dan hemel en aarde. Er zijn geen veranderingen, groter dan de vier jaargetijden (dit betekent noord, zuid, oost en west, enz.). Er zijn geen zwevende beelden, helderder dan de zon en de maan. In het voorbereiden van dingen voor het gebruik, is er niemand groter dan de wijze. Bij het bepalen van geluk en ongeluk is er niets groter dan de waarzegstrootjes en de schildpad.’
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 15 Over elementen en atomen - Vanuit het standpunt van de wetenschap en van het occultisme (p. 626/627):
Wat de zogenaamde ‘elementalen-atomen’ betreft: de occultisten gebruiken die benaming in een betekenis die analoog is aan de naam die de hindoe aan Brahmā geeft wanneer hij hem ANU, het ‘atoom’, noemt. Ieder elementalenatoom, bij het zoeken waarnaar meer dan één scheikundige het pad heeft gevolgd dat werd aangegeven door de alchemisten, is zoals zij vast geloven (zo niet weten) een ZIEL; niet noodzakelijk een ontlichaamde ziel, maar een jīva, zoals de hindoes deze noemen, een centrum van POTENTIËLE LEVENSKRACHT, waarin intelligentie sluimert en, in het geval van samengestelde zielen, een intelligent actief BESTAAN, van de hoogste tot de laagste orde, een vorm samengesteld uit meer of minder differentiaties. Men moet een metafysicus – en wel een oosterse metafysicus – zijn om te begrijpen wat we bedoelen. Al die atoom-zielen zijn differentiaties van het ENE en staan daarmee in dezelfde betrekking als de goddelijke ziel – buddhi – tot haar leven gevende en onafscheidelijke geest of ātman.

De Geheime Leer Deel II, Stanza 8 De voorouders die de wetenschap aan de mensheid biedt (p. EVOLUTIE VAN DE ZOOGDIEREN. DE EERSTE VAL (p. 214):
Inderdaad, zoals wij ook in ons eerste boek zeiden: ‘Indien wij de theorie van Darwin over de ontwikkeling van de soorten aanvaarden, zien wij dat zijn uitgangspunt zich voor een open deur bevindt. Het staat ons vrij met hem aan deze kant te blijven of de drempel te overschrijden, waarachter het grenzeloze en het onbegrijpelijke, of liever het onuitsprekelijke ligt. Al is onze sterfelijke taal ontoereikend om uit te drukken wat onze geest – terwijl die op deze aarde is – vaag onderscheidt in het grote ‘aan de andere kant’, toch moet deze geest dat op een bepaald punt in de tijdloze eeuwigheid begrijpen.’
De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk 22 De symboliek van de mysterienamen Iao en Jehova en hun verband met het kruis en de cirkel (p. 630/631):
Als we ter wille van de redenering even aannemen dat de oude wereld niet bekend was met onze manier van rekenen of met de Arabische cijfers – hoewel wij weten dat het wel zo was – is er het denkbeeld van de cirkel en middellijn om te bewijzen dat dit het eerste symbool in de kosmogonie was. Vóór de trigrammen van Fo-hi, Yang, de eenheid en Yin, de tweeheid, die door Eliphas Lévi op voldoende scherpzinnige manier als volgt werden verklaard (Dogme et Rituel, Deel I, blz. 124): had China zijn Confucius en taoïsten1. De eerstgenoemde begrenst het ‘grote uiterste’ binnen een cirkel met een horizontale middellijn; de laatstgenoemden plaatsen drie concentrische cirkels onder de grote cirkel, terwijl de Sung-wijzen het ‘grote uiterste’ in een bovenste cirkel voorstelden, en de hemel en de aarde in twee lagere en kleinere cirkels. De Yangs en Yins zijn een uitvinding van veel latere datum. Plato en zijn school hebben de godheid nooit anders opgevat, ondanks de vele benamingen die hij toepaste op de ‘god boven alles’ (ὁ ἐπὶ πᾶσι θεόϛ). Omdat Plato was ingewijd, kon hij niet geloven in een persoonlijke god – een reusachtige schaduw van de mens. Zijn benamingen ‘monarch’ en ‘wetgever van het Heelal’ hebben een abstracte betekenis die elke occultist begrijpt, die niet minder dan een christen gelooft in de ene wet die het Heelal regeert, terwijl hij tegelijk erkent dat deze onveranderlijk is. ‘Boven ieder eindig bestaan’, zegt hij, ‘en boven alle secundaire oorzaken, wetten, ideeën en beginselen is er een INTELLIGENTIE of DENKVERMOGEN (νοῦϛ), het eerste beginsel van alle beginselen, de opperste idee waarop alle andere ideeën zijn gebaseerd . . . de uiteindelijke substantie waaraan alle dingen hun wezen en essentie ontlenen, de eerste en werkelijke oorzaak van alle orde, harmonie, schoonheid, voortreffelijkheid en goedheid, die het Heelal doordringt’ – het beginsel dat men wegens zijn verhevenheid en onovertrefbaarheid het opperste goed, ‘de god’ (ὁ θεόϛ) en ‘de god boven alles’ noemt. De woorden slaan, zoals Plato zelf zegt, niet op de ‘schepper’ en ook niet op de ‘vader’ van onze hedendaagse monotheïst, maar op de ideële en abstracte oorzaak. Want, zoals hij zegt, ‘deze θεόϛ, de god boven alles, is niet de waarheid of de intelligentie, maar de VADER ervan’, en haar eerste oorzaak. Zou Plato, de grootste leerling van de archaïsche wijzen, zelf een wijze, voor wie er maar één enkel doel in dit leven was – WERKELIJKE KENNIS – ooit hebben geloofd in een godheid die mensen bij de kleinste aanleiding voor eeuwig vervloekt en verdoemt?
De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk 24 Het kruis en het Pythagorische tiental (p. 670):
Maar voor de aanhanger van de ware oosterse archaïsche wijsheid, voor hem die in de geest niets vereert buiten de absolute Eenheid, dat altijd kloppende grote hart dat overal en in elk atoom van de natuur klopt, bevat elk zo’n atoom de kiem waaruit hij de boom van de kennis kan laten groeien, waarvan de vruchten het eeuwige leven schenken en niet alleen het fysieke leven. Voor hem zijn het kruis en de cirkel, de boom of de tau, nadat elk symbool dat hiermee in verband staat is toegepast en gelezen, wat hun verleden aangaat nog steeds een diepzinnig mysterie, en alleen op dat verleden richt hij zijn verlangende blik. Hij geeft er weinig om of het het zaad is waaruit de stamboom van het Zijn, Heelal genaamd, groeit.
De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk 17 Het ‘Heilige der Heiligen’. Zijn ontaarding (p. 526):
Nu verklaart Eustathius dat (ΙΩ) IO in het dialect van de Argiërs de maan betekent, en in Egypte was het een van de namen van de maan. Jablonski zegt: ‘ΙΩ, Ioh, Aegyptiis LUNAM significat neque habent illi in communi sermonis usu, aliud nomen quo Lunam, designent praeter IO.’ De kolom en de cirkel (IO), die nu het eerste decimale getal vormen dat bij Pythagoras het volmaakte getal was in de Tetraktis4, werden later een bij uitstek fallisch getal – in de eerste plaats bij de joden, bij wie het de mannelijke en vrouwelijke Jehova is.
4) Omdat het bestaat uit tien punten die in de vorm van een driehoek in vier rijen zijn gerangschikt. Het is het tetragrammaton van de westerse kabbalisten.
De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk 2 De voorouders die de wetenschap aan de mensheid biedt (p. 750/751):
Of dit is zo, òf de mens is een op zichzelf te beschouwen wezen. De occulte filosofie kan hem wegens zijn duidelijk tweevoudige aard zo noemen. De wetenschap kan dat niet, zodra zij elke invloed buiten de mechanische wetten verwerpt, en geen ander beginsel buiten de stof erkent. De eerstgenoemde – de archaïsche wetenschap – geeft toe dat het fysieke lichaam van de mens door elke vorm is heengegaan, van de laagste tot de allerhoogste, zijn huidige, of van het eenvoudige tot het samengestelde, om de aanvaarde termen te gebruiken. Maar zij beweert dat dit lichaam, omdat het reeds als een van de typen en modellen van de natuur uit de voorafgaande Ronden had bestaan, in deze cyclus (de vierde) vanaf het begin van deze Ronde geheel voor de mens gereed was5. De monade hoefde slechts in het astrale lichaam van de voorouders te treden om het werk van de fysieke verdichting rondom het schaduwachtige prototype te laten beginnen6.
6) Dit zal minachtend worden verworpen, omdat onze hedendaagse wetenschappers het niet zullen inzien; maar elke occultist en theosoof zal het proces gemakkelijk begrijpen. Er kan op aarde geen objectieve vorm zijn (en evenmin in het Heelal) zonder dat zijn astrale prototype eerst in de Ruimte wordt gevormd. Van Phidias tot de nederigste beoefenaar van de pottenbakkerskunst moet een beeldhouwer eerst een model in zijn geest scheppen, dit vervolgens schetsen in twee dimensies en dan pas kan hij het weergeven in een driedimensionale of objectieve figuur. En als de menselijke geest een levend voorbeeld is van zulke opeenvolgende stadia in het evolutieproces – hoe kan het dan anders zijn als het om de GEEST en de scheppende krachten van de NATUUR gaat?

Geheime Leer Deel I Proloog (p. 46):
Zo is ons bewustzijn afkomstig van de geest of de kosmische verbeelding; de verschillende voertuigen waarin dat bewustzijn wordt geïndividualiseerd en tot zelf- of reflectief bewustzijn komt, zijn afkomstig van de kosmische substantie; terwijl fohat in zijn verscheidene manifestaties de geheimzinnige schakel vormt tussen denkvermogen en materie, het bezielende beginsel dat ieder atoom tot leven prikkelt.

H.P. Blavatsky: De Geheime Leer Deel I, Proloog (p. 46):1.5 De blauwdruk van het leerproces:
(1.) Het ABSOLUTE, het Parabrahm van de Vedantaleer of de ene Werkelijkheid, SAT1. Blauwdruk, En-soph (11e dimensie)
(2.) De eerste manifestatie, de onpersoonlijke en in de filosofie de ongemanifesteerde logos2. Collectief leerproces en Reciprociteit
(3.) Geest-stof, LEVEN, de ‘geest van het Heelal’, purusha en prakriti3. Symmetrie en Eeuwige wederkeer
(4.) Kosmische verbeeldingskracht, MAHAT of intelligentie, de universele wereldziel4. Individueel leerproces en Ken Uzelve
 
De ENE WERKELIJKHEID; haar tweevoudige aspecten in het voorwaardelijke Heelal.
TetraktysMetafysica,Esoterie:  De zevenvoudige samenstelling der planeten:Fysica
Monade1e Logos:Het Ene, Akasha1./7A/GWereld der archetypen;Zwaartekracht
Duade2e Logos:Geest-Stof2./6.B/FIntellectuele (verstandelijke) of scheppende wereld;Tijdsymmetrie
Triade3e Logos:Ether3./5.C/EAstrale of formatieve wereld (de vormende wereld);Spiegelsymmetrie
TetradeVuur, Lucht,Water en Aarde4.DStoffelijke wereldMateriesymmetrie

De 4e dimensie scheidt verleden en toekomst, de ruimte-tijd spiegelsymmetrie. De complementariteit brengt de verbinding tussen verleden en toekomst tot uitdrukking. De verborgen 5e dimensie (spiegelneuron) de scheidslijn ('Membraan') tussen de micro- en de macrokosmos is op een hoger aggregatieniveau (superspiegelneuron) kandidaat voor de verborgen 8e ('cyclisch universum'), die een ommekeer mogelijk maakt. In de snaartheorie zijn energie en tijd twee complementaire grootheden.

De Amerikaanse natuurkundige Greg Landsberg speculeert over verdwijnende ruimtelijke dimensies
Doorbraak of gelul in de ruimte? (Volkskrant 25 september 2010)
Het nieuwe paradigma van Greg Lansberg is bijzonder interessant. Ook in het onderzoeksrapport ‘E i V’ komt naar voren dat de 4e dimensie speculatief is. Dimensie is al een onduidelijk begrip omdat het eerder om een concept, een perspectief, een manier van kijken naar de werkelijkheid, dus om een gezichtspunt gaat. Een driemensionale structuur kunnen we waarnemen, de verdwijnende 4e dimensie (what ever that may be) is nog nooit waargenomen.

ZwaartekrachtHermeneutische Cirkel (1 + 7)Non-lokaal bewustzijnVerbeeldingskracht'Globale brein en Cybernetica'
TijdsymmetrieRuimte en Tijd (4)Gebroken symmetrieEther-paradigmaÉne werkelijkheid (1)
SpiegelsymmetrieEnergie en Tijd (3 + 5)5e Dimensie5D-conceptWet van harmonie (2)
MateriesymmetrieEnergie en Materie (2 + 6)4e Dimensie5DdenkraamWet van analogie (3)
 Materie-bewustzijnZeven zintuigen Gelijkvormigheid

Het is de ziel (tussennatuur), de schakel tussen 'Geest en Lichaam', die 'Bewust of Onbewust' voor 'Balans of Onbalans', 'Evolutie en Involutie' ('Evolutie of Devolutie') zorgdraagt.

De beide kanten van een medaille weerspiegelen zich als het ware in elkaar, maar er is echter niet van een volledige (vol en ledig/leeg), maar van een gebroken symmetrie sprake.

Wijsheids-H.P. BlavatskyG. Barborka Het Goddelijke planMarja de Vries De Hele Olifant in Beeld
sleutel eenÉne werkelijkheidWet van 'ontstaan' (p. 584), Skandhas (p. 514)Wet van Trilling (p. 89)
sleutel tweeWet van harmonie (Zaaien en Oogsten)Wet van de Wezenlijke Eenheid (p.85)Wet van eenheid (p. 46)
sleutel drieWet van beweging, analogieWet van voortdurende verandering (p. 153,165,166),Wet van overeenstemming (p. 60)
sleutel vierIndividualiteitWet van Zelf-ontplooiing (p. 129, 532)Wet van polariteit (p. 150)
sleutel vijf'Aether en Ether' (1 + 4)Wet van evolutie (p. 158), Svabhavat (p. 585)Wet van ritme (p. 167), Akasha (p. 48)
sleutel zesRechterpad en LinkerpadWet van herstel van evenwicht (p.65)Wet van oorzaak en gevolg (p. 195)
sleutel zevenGoddelijke wijsheidZevenvoudige wet (p. 227)Wet van dynamische balans (p. 226)

Ook sluiten de zeven sleutelprincipes die in het boek Net als jij ben ik EEN VAN DE MILJARDEN expressies van de schepping op deze aarde van Fred Matser worden besproken, op deze indeling aan.

Een ommekeer in het denken is nodig. Als we de zaken werkelijk willen veranderen dienen we aan het geestelijke kapitaal meer aandacht te besteden. In het 5D-concept zijn metafysica, het bovennatuurlijke en fysica, net als ‘Idealisme en Materialisme’ de twee complementaire kanten van één medaille. Voor eenwording moeten we ons weer met de kern, de geest verbinden. Dus met de bron waaruit alles uit voortkomt.

Bij de natuurwetten, de levensprocessen gaat het om de Weltstoff van Teilhard de Chardin, de geest-substantie svabhavat (Akasha) in de esoterie en om de willekeurige mutatie en natuurlijke selectie. Het is mogelijk geest en materie, de twee kanten van een medaille met behulp van het Ether-paradigma te verbinden. We verwaarlozen de immateriële kant van de medaille in de mate waarin we ons met de materiële kant bezig houden. Dit wordt door de wetmatigheid van zaaien en oogsten tot uidrukking gebracht. De chaostheorie, de zelfgelijkvormigheid (de dialectiek, de wereld van de bipolariteit) en het onzegbare van communicatie staan centraal. Het gaat om het aan Hermes Trismegistus toegeschreven inzicht “Zo boven, zo beneden”; “Zo beneden, zo boven.” Waandenkbeelden blijven bestaan zolang geesteswetenschappers en natuurwetenschappers los van elkaar blijven functioneren. Voor wat betreft ruimte en tijd kan er maar een waarheid zijn, die voor beide domeinen van de éne werkelijkheid moet gelden.

Hans Achterhuis De utopie van de vrije markt
‘Hoe een utopisch geloof letterlijk blind kan maken voor de harde feiten, blijkt uit de diepe overtuiging waarmee Alan Greenspan alle economische gegevens die op een kredietcrisis wezen, bewust negeerde.’
Veel mensen denken dat de vrije markt een objectief proces is dat niemand heeft bedacht en uitgevoerd. Niemand lijkt verantwoordelijk te zijn voor de ideologie en de utopie erachter. Er zou geen ‘kapitalistisch manifest’ bestaan.
Hans Achterhuis laat zien dat een dergelijk manifest wel degelijk bestaat. Dat is de fascinerende roman Atlas Shrugged (1957), geschreven door een in Amerika zeer invloedrijke filosofe van wie wij in Europa de naam nauwelijks kennen: Ayn Rand (Engelse versie). Atlas Shrugged geldt in de VS na de Bijbel als het belangrijkste boek van de afgelopen eeuw. Het gaat over een elite van neoliberale utopisten die de bestaande samenleving volledig kapotmaken, waarna ze de nieuwe wereld van het ultrakapitalisme op kunnen bouwen.
Met dit boek leverde Ayn Rand de blauwdruk voor Milton Friedman en zijn ‘Chicago Boys’, die in het Chili van Pinochet gebruik hebben gemaakt van de militaire coup om hun neoliberale utopie versneld in te kunnen voeren. Ayn Rand was bovendien de ideologische inspirator van niemand minder dan Alan Greenspan, tot 2006 de president van de Amerikaanse Federal Reserve Bank, waarvan de monetaire politiek in onze geglobaliseerde wereld letterlijk ieder mens raakt, zoals de kredietcrisis laat zien. Deze crisis vormt voor Achterhuis de beslissende aanleiding om de neoliberale utopie, met al haar verleidelijke én verwoestende kanten, diepgaand te onderzoeken.
‘Het ultrakapitalistische mensbeeld van Ayn Rand wees ik in het verleden instinctief zo sterk af dat ik aan een serieuze bestudering van het neoliberalisme als utopie niet toekwam. Achteraf erken ik dat ik daarmee niet voldeed aan het adagium van Spinoza dat ik voor mijzelf als filosoof graag stel. Het gaat er Spinoza om de menselijke en maatschappelijke verhoudingen zonder vooringenomenheid te bestuderen, “mij er niet vrolijk over te maken, noch daarover te rouwen of ze te verachten, maar enkel ze te begrijpen”. Welnu, als we willen begrijpen hoe bepaalde utopische beelden, ook na de kredietcrisis en de verkiezingsoverwinning van Obama, niet alleen de Verenigde Staten maar ook de rest van de wereld nog steeds in hun greep houden, dan is het noodzakelijk dat we de utopie van Ayn Rand bestuderen.’

De paranoia van de marktfundamentalisten in het Westen kunnen met die van moslimfundamentalisten in het Oosten worden vergeleken. Fundamentalisme is op haar beurt een reactie op het secularisme.

In de politiek is de feedback te veel op opportunistische korte termijn belangen gericht. Het zijn mensen die aan de ’eeuwige wederkeer’ op basis van het kwalitatieve en/of kwantitatieve feedforward-feedback-mechanisme sturing geven. Het 5Ddenkraam legt de nadruk op feedforward besturing. Het is effectiever te voorkomen dan te genezen. Houden we ons bezig met creëren of nabootsen dat’s the question. De vraag blijft actueel kiezen we voor het eigen koninkrijkje, de 'bv Ego' of het koninkrijk in de hemel, het hemelse rijk?

Het kompaskwadrant belicht de 5e dimensie, de Communicatie (5e Chakra), de quintessens van het aardse ruimte/tijd-continuüm. De éne werkelijkheid, de Monade is de ultieme waarheid. Maar de zogenaamde middenweg heeft ook een tegenpool, de desintegratie. Het 5Ddenkraam gaat er vanuit dat elke medaille twee kanten heeft, die niet los van elkaar staan maar innig met elkaar zijn verbonden. De dialoog tussen beide zijden staat centraal. De Triade staat voor het Uw wil geschiede. Echter God’s wegen blijven ondoorgrondelijk, blijven voor het menselijk intellect een mysterie.

In het laatste gedeelte bespreekt Dawkins met de filosoof Daniel Dennett de zingeving van het leven zonder een God, zonder een immateriële en onsterfelijke ziel of hoop op een leven na de dood. Volgens Dennett is een onsterfelijke ziel niet nodig voor zingeving: de ziel bestaat volgens hem uit de samenwerking van de neuronen in de hersenen. Het besef dat men deel uitmaakt van allerlei creatieve activiteit over de gehele planeet is volgens beiden een bron van zingeving.

Hoe komen we tot de juiste beslissing in een complexe keuzemaatschappij? Ethische vraagstukken zijn keuzevraagstukken, welke beslissing nemen we in situatie A en welke in situatie B? Waardoor laten we ons bij specifieke levensvragen leiden en in hoeverre zijn we er van bewust wanneer we met twee maten meten? In het onderwijs dient aan de besluitvorming over ethische vraagstukken meer aandacht te worden besteed. Het rapport ‘E i V’ bevat hoofdlijnen hoe probleem en oplossing met elkaar zijn verbonden en biedt daarmee achtergrondinformatie voor het creëren van pasklare oplossingen.

Complementariteit is de basis bouwsteen in het rapport ‘E i V’. Het gaat om ‘Leiderschap en de natuurlijke gang van zaken’ van Jan Bommerez. Stelling: In het Bewustzijnstijdperk komt er een versnelde bevrijding van menselijk potentieel. De menselijke ‘rups’ maakt een kwantumsprong tot ‘vlinder’…
Leiderschap dient in de richting te werken van deze evolutie en vooral te ijveren voor meer bewustzijn en dat betekent in eerste instantie emotionele intelligentie.

De onderbuikgevoelens, de relatie tussen ’navel (buik) en hart’, zijn het dilemma. De onderbuikgevoelens kunnen een probleem laten escaleren, maar ook een oplossingsrichting aanreiken.
De Goddelijke liefde Eros (thumos) zorgt voor het verbinden terwijl daarentegen de omgekeerde weerkaatsing van Eros (Epithumia) voor het scheiden zorgdraagt. De negatieve betekenis van Eros staat voor wellust, driftleven, epithumia.

Focussen op je hart, ademen door je hart en hartgevoel? Het klinkt misschien wat zweverig, maar deze drie stappen vormen de basis van een nieuwe methode ter voorkoming en genezing van hart- en vaatziekten: hartcoherentie.
Een coherent hart betekent niet meer en niet minder dan dat er harmonie is tussen hoofd en hart. En dat is dé manier om stressgevoelens de baas te blijven. En zoals u weet is stress een grote risicofactor voor hart- en vaatziekten. Misschien nog wel veel groter dan we denken.

Wat is hartcoherentie?
Bij HeartMath staat het fenomeen ‘hartcoherentie’ centraal. Het hart speelt een cruciale rol in ons functioneren, onze gezondheid en het gevoel van welbevinden. Het hartritme, het verschil in intervallen tussen hartslagen, is het beginpunt van waaruit informatiestromen naar ons brein en het lichaam gaan. Is het ritme regelmatig dan werken lichaam en brein synchroon samen, met diepgaande effecten. Het hartritme staat op haar beurt weer sterk onder invloed van gevoelens en emoties. Het hartritme kan door het individu beïnvloed worden. De HeartMath methode omvat technieken die dat bewerkstelligen.

Jurriaan Kamp Een verandering in je hart verandert alles
HeartMath bewijst dat gezondheid begint met liefde. Dat je liefde zelf kunt maken en daarmee stress kunt verdrijven. Het is een recept dat wereldwijd door meer dan 50 duizend mensen wordt gevolgd in zo’n 100 organisaties van bedrijven tot ziekenhuizen en scholen. Een recept dat de wereld verandert. Een verslag uit Californië.

Leven vanuit je hart, het centrum van bewustzijn betekent ont-wikkelen, de lagen van de conditionering weer verwijderen. Met het slinken van je ego verruimt je bewustzijn tot een ervaren van het sublieme. De creatieve energiestroom (verbeeldingskracht, ideatie, imagination) komt op gang. De slang die zichzelf in de staart bijt staat symbool voor het cyclische proces van ontwikkeling, waarbij steeds een oude huid wordt afgeworpen wanneer van binnenuit een nieuwe is gevormd. Dit proces kan met het ontwikkelen van kennis en ont-wikkelen (loslaten van conditioneringen) worden vergeleken.

De basis van elk leerproces is: 'Wat' moeten we aan 'Wie', 'Wanneer' en 'Hoe' leren, en 'Waarom' vinden we dat?
We moeten het heft zelf in handen nemen, uiteindelijk zijn we door ons handelen zelf verantwoordelijk. Het gaat er om door zelforganisatie meer grip op het leven te krijgen. Het gaat er om waandenkbeelden te ontmaskeren en aan het licht te brengen. Wie zijn binnenwereld verandert, verandert de buitenwereld. De kwaliteit van het leven van de mens op aarde, het welzijn meer centraal plaatsen.

Recent onderzoek op zowel het gebied van epigenetica als op het terrein van autisme laten zien dat er een zelfregulerend (zelfgenezend - en zelfreinigend) vermogen in het universum zit ingebakken. Het gaat er om de schijnwaarheden in het leven, de ingebakken clichés te demystificeren.

In geef me de 5 draait het om de Centrale Coherentie (CC). In het onderzoeksrapport 'E i V' staat de Coherence theory of truth centraal.

Het wordt tijd dat we weer naar ons hart leren luisteren. We maken allemaal onderdeel uit van de crisis, maar ook van de oplossing. Ambitie alleen is niet voldoende om het klimaatakkoord in Kopenhagen werkelijkheid te laten worden. Het kapitalisme dat ervan uitgaat dat mensen steeds meer willen hebben past niet meer in deze tijd. In plaats van de consumptiemaatschappij is een ander referentiekader hard nodig.

De middelmatigheid regeert. De zesjescultuur in Nederland is een afspiegeling van het regeringsbeleid. Je krijgt het management dat je verdient.
In het kader van Structure follows Strategy draait het om de verborgen 5e dimensie Axis mundi.
Het rapport 'E i V' baseert de strategie op een pedagogisch leerproces, de status quo van de alfa-, béta- en gammawetenschappen in het Westen en de zes darshana’s in het Oosten. Om de continuïteit van organisaties te waarborgen het principe 'Structure follows Strategy' toepassen. De organisatiestructuur wordt in met name bureaucratische organisaties te vaak een doel op zichzelf. De bekende 4e macht kan gewenste veranderingen tegenhouden. In bureaucratische organisaties staat veelal niet de klant, waar het feitelijk om moet draaien, maar het bouwen van koninkrijkjes, de symboolpolitiek van het ’eigen koninkrijkje’, de 'bv Ego' centraal. Om het circuit van grijze muizen managers te doorbreken de projectorganisatie centraal plaatsen.

Sinds Machiavelli weten we dat voor politicals geldt ‘het doel heiligt de middelen’. Het boek De heerser bevat een leidraad hoe een cultuuromslag op een gewelddadige manier te realiseren. Om een cultuuromslag op een harmonische manier te verwerkelijken gaat het uiteindelijk om een integrale denktrant (de synthese tussen de domeinen van de alfa-, béta- en gammawetenschappers) die het parochiale denken, de symboolpolitiek van het ’eigen koninkrijkje’, de 'bv Ego' overstijgt. Het probleem daarbij is dat de praktijk leert dat het gedrag van mensen niet gemakkelijk valt te veranderen.

In het rapport ‘E i V’ wordt de stelling verdedigd dat in een bureaucratisch geleide organisatie het wenselijk is dat de echte professionals tot het zelfde salarisniveau (maar ook niet meer) kunnen doorgroeien als het topmanagement. Dit om te vermijden dat de politicals, de vierde macht die zich met navelstaren bezighoudt voor het doorschuiven van problemen wel zeer riant worden beloond. Deze politicals zijn een variant op het peterprincipe, het sprookje De nieuwe kleren van de keizer van Hans Christian Andersen. Het gaat dus om de kwaliteit van professionals die in staat zijn om complexe vraagstukken op te lossen. In een bureaucratie geldt, enigszins gechargeerd, wie werkt maakt fouten, wie geen fouten maakt maakt promotie. 'Carrièremanagers' maken geen fouten omdat ze ook geen enkele inbreng hebben gehad.

In de in 2007 gehouden Nexus Conferentie verlangt discussieleider Rob Riemen terug naar Plato’s academia, naar het ideaal dat je door onderwijs leert hoe goed te leven. Dus uiteindelijk het goede leven van Plato deelachtig te worden. Ronald Plasterk vindt dit echter onzin, daar is de universiteit niet voor. Hoeveel boter heeft Ronald Plasterk op zijn hoofd?

Ook bij de presentatie van het boek Omhoog kijken in platland van Cees Dekker e.a liet Plasterk blijken het grondig oneens te zijn dat het christelijk geloof uitstekend kan samengaan met de evolutietheorie door uit te gaan van een ‘intelligente ontwerper’. Wetenschap heeft geen argumenten voor of tegen het geloof; ze hebben niets met elkaar te maken, zei Plasterk tegen de verzamelde pers.
Daar zouden de oude wijsgeren als Pythagoras en Plato het zeker mee oneens zijn. De hamvraag is dan natuurlijk waarom weet Plasterk dit zo zeker? Wetenschap gaat juist over het zoeken naar antwoorden (Evolutie en Involutie, Theïst en Atheïst). De Geheime Leer beschrijft Werk-hypothesen, geen dogma’s.

Jan Bor en Marnix Verplancke De pijl van de tijd bestaat echt Interview met Nobelprijswinnaar Ilya Prigogine – Marionetten
'Het belangrijkste is dat we de strikte scheiding tussen twee culturen kunnen overstijgen. De geschiedenis van de westerse filosofie is een ongelukkige geschiedenis die alleen maar tot dualisme of monisme heeft geleid. In navolging van Spinoza zei Einstein ooit tegen De Gaulle dat we marionetten zijn zonder dit zelf te beseffen. Dat is wel een heel raar beeld. Het past perfect bij de eeuwenoude retoriek die wil dat de menselijke geschiedenis contingent en de natuurlijke gedetermineerd is. Hoe kan dit gecombineerd worden? Wij handelen in de natuur. Als wij contingent zijn, is de natuur het dus ook, want wij zijn een deel van de natuur.'

De vraag kan worden gesteld of het niet beter zou zijn dat de minister zich drukker maakt om de emancipatorische werking die van goed onderwijs, cultuuroverdracht uitgaat dan met een eigen boot tijdens de Gay Pride mee te varen? Is hier wel van een doordacht emancipatiebeleid sprake?
Door juist in het onderwijs het cliché denken, het navelstaren te doorbreken vangt hij twee vliegen in een klap. Een minister is er juist voor om grenzen te verleggen. Is Plasterk een marionet van het systeem, van de vierde macht geworden? Een tunnelvisie, hokjesgeest houdt in dat bestuurders marionetten van het systeem kunnen worden.

De socioloog Abraham de Swaan wijst op het mechanisme identificatie en ‘desidentificatie’. Als mensen zich als groep aaneensluiten, sluiten ze anderen uit. Dat zijn twee kanten van eenzelfde proces. Volgens dit alom bekende mechanisme in de sociologie leidt insluiting automatisch tot uitsluiting en maakt daarmee een wereldsamenleving onmogelijk.

In het rapport ‘E i V’ wordt de stelling onderbouwd dat de politiek niet aan de marktwerking maar aan een cultuuromslag in de collectieve sector de hoogste prioriteit had moeten geven. Het monopolie van de ’marktfundamentalisten’ dient te worden doorbroken. Er is behoefte aan de wijsheid van een Salomonsoordeel.

====

Zie ook:

Boeken:

Externe Links

<< vorige || volgende >>

Categorie: Artikelen | Rapport | Auteur: Harry Nijhof


Deze pagina werd sedert 16 dec. 2007 keer bekeken.