Deze filognostische presentatie is in aanbouw

Zwaartekracht

Isaac Newton zag de zwaartekracht als universeel: alle materie trekt elkaar aan.
Joseph Dietzgen: Du solst bei allen Dingen niemals den Gesamtzusammenhang außer acht lassen.
Albert Einstein stelt dat de zwaartekracht de kromming van ruimte en tijd tot gevolg heeft.
 

Evolutionaire kringloop (Ain-Soph, Levensboom, Kompaskwadrant, Communicatiecyclus)

Isaac Newton definieerde de wet van de zwaartekracht. De kracht die lichamen, voorwerpen naar elkaar toetrekt heet zwaartekracht. Het is een kracht die er voor zorgt dat de aarde in zijn baan om de zon blijft draaien. Zwaartekracht houdt de maan in haar baan om de aarde. De zwaartekracht van de maan heeft ook invloed op de aarde: als de maan recht boven zee staat, trekt haar zwaartekracht het water naar zich toe en wordt het vloed. Als de aarde van de maan wegdraait, wordt het eb. De zwaartekracht wordt minder naarmate het voorwerp verder van het middelpunt, het centrum van de aarde verwijderd is.

Bram Maljaars: Gaan nieuwe wetenschap en oude mystiek voortaan samen? De absolute ruimte was in rust en onveranderlijk. Alle veranderingen in de fysieke ruimte werden in termen van een aparte dimensie beschreven namelijk de tijd. De tijd was ook weer absoluut, had geen verbinding met de materiele wereld en stroomde constant van het verleden via het heden naar de toekomst. Newton ging ervan uit dat alle materie was opgebouwd uit kleine onvernietigbare deeltjes, atomen. Massa bleef altijd behouden en was in wezen passief. In dit model van Newton, dat vergelijkbaar was met dat van de oude Griekse wijsgeren, zoals dat van Demokreitos, werd onderscheid gemaakt tussen volte en leegte en tussen materie en ruimte. Het verschil tussen Newton en Demokreitos was dat Newton in zijn model ook de zwaartekracht beschreef, de kracht die tussen materiële delen optreedt.

In 1915 breidt Einstein zijn theorieën uit met de theorie over de zwaartekracht. Volgens deze theorie heeft de zwaartekracht de kromming van ruimte en tijd tot gevolg. Het zwaartekrachtveld van zware lichamen veroorzaakt dus een kromming van de driedimensionale ruimte en omdat in de relativiteitstheorie de tijd nooit los van de ruimte kan worden gezien, wordt ook de tijd door de aanwezigheid van massa, dus door zwaartekracht, beïnvloedt. Overal waar zich een zwaar voorwerp in de ruimte bevindt, bijvoorbeeld een ster of planeet is de ruimte en dus ook de tijd, gekromd en de kromming hangt af van de massa. In verschillende gebieden van de ruimte verloopt de tijd in een verschillend tempo. De hele structuur van de ruimtetijd is dus afhankelijk van de verdeling van de materie in het heelal. Ook het begrip “lege ruimte” heeft in de wetenschappen van het heelal, de astrofysica en de kosmologie, zijn betekenis verloren. Een van de nieuwe inzichten die hiervan een gevolg was, was het besef dat alle massa energie is. Zelfs in een onbeweeglijk voorwerp is energie opgeslagen: Dit leidde tot de beroemde formule E=mc2 , waarin c de snelheid van het licht is.

Een in dit kader interessant artikel is DE MACHINA DEI or who framed Harry Human? Hoofdstuk 5. Het globaal bewustzijn: Eigenlijk is het helemaal niet van belang wat mensen geloven of niet, als ze maar van goede wil zijn. Wat is er dan wel? Het lijkt erop dat er wel Iets is, maar goddelijke eigenschappen zijn niet manifest. Zoals reeds gezegd lijkt het het meest op een intelligent programma dat, binnen de beperking van zijn aanvangsparameters, in staat is om bij te leren. Dit bijleren gebeurt via feedback en deze feedback bekomt het van het collectief bewustzijn. Aangezien dit begrip reeds geclaimd is door Carl Jung, zou ik liever willen spreken van het globaal bewustzijn (dus letterlijk: gekoppeld aan de aarde.)

Aantrekking en Afstoting (1e Dimensie, Monade, Spiraallijnen)

De oeraanvang is de toestand, waarin de algeest vanuit rust in beweging komt om de schepping te scheppen. De oeraanvang van de geestelijke werkzaamheid doet zich om te beginnen aan het geestesoog voor als een toestand van diepe rust, waarin de eeuwige oneindigheid van de algeest zich voordoet als een donkere koelte. Op aarde is deze toestand van donkere koelte vergelijkbaar met een aangename, schaduwrijke koelte. Vanuit de toestand van rust begint de geestkracht te bewegen, waardoor zich uit de donkere koelte door beweging de lichtende warmte ontwikkelt. Deze lichtende warmte is eveneens alomtegenwoordig in de eeuwige oneindigheid. De lichtende warmte doordringt vervolgens de donkere koelte, die zelf wordt doordrongen, waarbij het licht de donkerte doordringt en de warmte de koelte. Uit deze vereniging van de doordringende, lichtende warmte, het oermannelijke, met de doordringbare, donkere koelte, het oervrouwelijke, komt een tussentoestand voort, waarin het licht en de donkerte, en de warmte en de koelte elkaar temperen, elkaar aanvullen en elkaar in evenwicht houden: de toestand van de algeest. De algeest is met andere woorden een eenheid van tegendelen: het huwelijk van het mannelijke en vrouwelijke in God. De algeest doet zich vervolgens voor als licht en warmte, maar dan als licht en warmte die de eigenschappen van de donkere koelte in zich op hebben genomen. Daardoor kunnen het licht en de warmte in twee, tegenovergestelde toestanden voorkomen: in een vrouwelijke, doordringbare, beweegbare en vormbare toestand, en in een mannelijke, doordringende, zelfbewegende en zelfvormende toestand. De oertoestand is de toestand van het oervrouwelijke, de rust van de donkere koelte, waaruit door zelfverwekking het oermannelijke in beweging is gekomen en zich geboren heeft laten worden in de vorm van de lichtende warmte, die daarvóór als het ware in de donkere koelte was opgelost. Deze oergebeurtenis is de eerste verschijning van de tegendelen aantrekking en afstoting, de oertegendelen, waarmee alle andere samenhangen. De vrouwelijke oertoestand is die van de aantrekking en de saamhorigheid. Het is de middelpuntzoekende kracht. De mannelijke oertoestand is die van de afstoting en de persoonlijke vrijheid. Het is de middelpuntvliedende kracht. Als het goed is, is er in iedere gemeenschap een toestand van evenwicht tussen beide. In het huwelijk tussen man en vrouw is een evenwicht tussen saamhorigheid en persoonlijke vrijheid een onvermijdelijk vereiste. Alleen daardoor wordt de persoonlijke zelfstandigheid en gelijkwaardigheid van beiden gewaarborgd, die de evenwichtige wederkerigheid mogelijk maakt die de liefdesband levend houdt. Door aantrekking en afstoting, door de middelpuntzoekende en de middelpuntvliedende kracht, blijven electronen en atoomkernen, planeten en zonnen, en het mannelijke en het vrouwelijke voortdurend om elkaar heen draaien. Zolang er evenwicht is tussen beide, is er 'rust in de beweging', is er een voortdurend met elkaar bezig zijn, is er leven.

Tom de Booij 17. De vijfvoudige symmetrie en de familie van de quintiel aspecten in de astrologie
Het quintiel aspect (72 graden) is in de astrologie geïntroduceerd door de astronoom-astroloog Johannes Kepler in de 17e eeuw. Hij werd geïnspireerd door de muzikale intervallen. Het quintiel vertegenwoordigt de 5e harmonie. In de destructieve uitingen werden prominente quintiel-aspecten gevonden in de horoscopen van criminelen en hun slachtoffers, sociale revolutionairen (Robespierre, Danton), en dictators (Hitler). In de positieve uiting, is het quintiel-aspect prominent in de horoscopen van schrijvers, muzikale grootheden (Mozart) en wetenschappers (Einstein). In mijn Uranische nieuwsbrief nr 28 ben ik uitvoerig ingegaan op het quintiel en heb een lans gebroken dat astrologen meer gebruik moeten maken van dit zgn 'mineure 'aspect. Het is vooral de Britse astroloog en filosoof John Addey geweest, die in de zeventiger jaren de techniek van de "Harmonics' heeft geïntroduceerd. Na de dood van John Addey in 1982 heeft David Hamblin tezamen met Charles Harvey zijn werk voortgezet met de publicatie van zijn boek Harmonic charts (1983).

H.P. Blavatsky: De Geheime Leer Deel I Stanza 6 Onze wereld, haar groei en ontwikkeling (p. 175):
(b) Men moet bedenken dat fohat, de constructieve kracht van de kosmische elektriciteit, zoals men overdrachtelijk zegt, evenals Rudra aan Brahma, ‘aan het brein van de vader en de schoot van de moeder’ is ontsprongen, en zich daarna heeft gemetamorfoseerd in een mannelijk en een vrouwelijk beginsel, dat wil zeggen een polariteit, in positieve en negatieve elektriciteit. Hij heeft zeven zonen die zijn broeders zijn; en fohat is genoodzaakt telkens weer te worden geboren, als twee van zijn zoon-broeders in te nauw contact met elkaar komen – of dit nu een omhelzing of een gevecht is. Om dit te vermijden, bindt en verenigt hij degenen van ongelijksoortige aard en scheidt die met een gelijksoortig temperament. Zoals iedereen kan zien, heeft dit natuurlijk betrekking op elektriciteit die door wrijving is opgewekt, en op de wet van aantrekking tussen twee voorwerpen van ongelijke, en van afstoting tussen objecten van gelijke polariteit.
De Geheime Leer Deel I Samenvatting (p. 320):
(5.) KUNDALINI SAKTI. Het vermogen of de kracht die zich langs een gebogen pad beweegt. Het is het universele levensbeginsel dat zich overal in de natuur manifesteert. Deze kracht omvat de twee grote krachten van aantrekking en afstoting. Elektriciteit en magnetisme zijn slechts manifestaties ervan. Dit is de kracht die de ‘voortdurende aanpassing van inwendige aan uitwendige relaties’ tot stand brengt, die volgens Herbert Spencer de essentie van het leven is, en ook de ‘voortdurende aanpassing van uitwendige aan inwendige relaties’, die de basis vormt van de zielsverhuizing, punar janman (wedergeboorte) in de leringen van de oude hindoefilosofen. Een yogi moet deze kracht volledig meester zijn vóór hij moksham kan bereiken. . . .
Deel I hoofdstuk 3 An lumen sit corpus, nec non? (p. 535): De verklaring van zowel cohesie als zwaartekracht ‘moet worden gezocht in de wervel-atoomtheorie van Sir William Thomson’.
536: Dit bewijst dat als ether ‘stof’ is, deze alleen voor geestelijke zintuigen iets zichtbaars, tastbaars en bestaands is, en dat er inderdaad sprake is van een wezen – maar niet op ons gebied: Pater Ether , of Akasha.
Deel I hoofdstuk 9 Zonnetheorie (p. 608): Een dubbele lus voor de neerwaartse evolutie, van geest naar stof; een andere spiraalvorm misschien op het weer-involuerende pad naar boven, van stof naar geest, en het noodzakelijke geleidelijke en uiteindelijke weer opgaan in de layatoestand, wat de wetenschap op haar eigen manier noemt ‘het wat elektriciteit betreft neutrale punt’, enz., ofwel het nulpunt. Dit zijn de feiten en de verklaring die het occultisme biedt. Men kan het met de grootste zekerheid en het grootste vertrouwen aan de wetenschap overlaten om ze eens te rechtvaardigen. Laten we echter wat meer vernemen over dit genetische oertype van de symbolische staf van Mercurius.
De Geheime Leer hoofdstuk 4 Is de zwaartekracht een wet? (p. 542):
Maar om het pleit te winnen, moeten de occultisten in de eerste plaats de geloofwaardigheid van de wet van de zwaartekracht, van ‘de zwaartekracht, de koningin en heerseres van de stof’, in iedere vorm onderzoeken. Om dit op doeltreffende manier te doen, moet men zich de hypothese in zijn vroegste vorm voor de geest halen. Om te beginnen, was Newton de eerste die deze ontdekte? Het Athenaeum van 26 januari 1867 bevat enige bijzondere informatie over dit onderwerp. Er staat dat ‘men stellig kan aantonen dat Newton al zijn kennis over de zwaartekracht en haar wetten heeft ontleend aan Boehme, bij wie de zwaarte- of aantrekkingskracht de belangrijkste eigenschap van de Natuur is’ . . . Want volgens hem ‘toont zijn (Boehme’s) systeem ons het innerlijke van de dingen, terwijl de hedendaagse natuurwetenschap tevreden is met het kijken naar het uiterlijke’. Verder: ‘de wetenschap van de elektriciteit, die nog niet bestond toen hij (Boehme) schreef, wordt (in zijn geschriften) voorzien; niet alleen beschrijft Boehme alle tegenwoordig bekende verschijnselen van die kracht, maar hij geeft ons zelfs de oorsprong, het ontstaan en de geboorte van de elektriciteit zelf, enz.’
546: En dan geeft de geleerde heer een zuiver occulte leerstelling:
‘De term eeuwigdurende beweging, die ik op deze bladzijden niet zelden heb gebruikt, is zelf dubbelzinnig. Indien de leringen die hier naar voren worden gebracht een goede basis hebben, dan is elke beweging in zekere zin eeuwigdurend. In massa’s waarvan de beweging door wederzijdse botsing wordt beëindigd, wordt warmte of beweging van de deeltjes opgewekt; en zo gaat de beweging verder, zodat we, als we zulke gedachten tot het heelal durfden uitbreiden, zouden aannemen dat dezelfde hoeveelheid beweging altijd dezelfde hoeveelheid stof zou beïnvloeden8.’
8) Correl. Phys. Forces, blz. 173. Dit is precies wat het occultisme beweert, en op grond van hetzelfde beginsel dat ‘waar kracht tegenover kracht wordt gesteld en een statisch evenwicht teweegbrengt, het eerder bestaande evenwicht wordt beïnvloed, en een nieuwe beweging begint, die gelijkwaardig is aan de beweging die tot inactiviteit is teruggebracht’. Dit proces wordt onderbroken in de pralaya, maar is eeuwig en onophoudelijk zoals de ‘Adem’, zelfs wanneer de gemanifesteerde Kosmos in rust is.
547: Maar we zouden de critici van de middeleeuwse sterrenkundigen willen vragen, waarom Kepler voor het geven van dezelfde oplossing als Newton voor heel onwetenschappelijk moet worden uitgemaakt, terwijl hij zich alleen maar oprechter, consequenter en zelfs logischer toont. Wat is toch het verschil tussen het ‘almachtige wezen’ van Newton en de rectores van Kepler, zijn siderische en kosmische krachten, of engelen? Kepler wordt ook bekritiseerd om zijn ‘merkwaardige hypothese, die uitgaat van een wervelende beweging in het zonnestelsel’, om zijn theorieën in het algemeen en om zijn positieve houding tegenover Empedocles’ denkbeeld van aantrekking en afstoting en in het bijzonder van ‘zonnemagnetisme’.
Hoofdstuk 6 De maskers van de wetenschap (p. 563):
563: Niemand zal ontkennen dat een kracht (of het nu zwaartekracht, elektriciteit of een andere kracht is), die buiten de lichamen en in de open ruimte bestaat - of het nu ether of een vacuüm betreft - iets moet zijn en niet een zuiver niets, wanneer deze los van de massa wordt gedacht. ‘De kracht is daarom niet in het atoom maar in de ruimte die de atomen van elkaar scheidt.’
563/564: Of het nu ‘kracht’ of ‘beweging’ is (het occultisme, dat geen verschil tussen beide ziet, probeert ze nooit te scheiden), zij kan niet voor de aanhangers van de mechanische atoomtheorie op de ene manier werken en voor die van de concurrerende school op een andere manier. Evenmin kunnen atomen in het ene geval volstrekt gelijk zijn in omvang en gewicht, en in het andere geval van gewicht verschillen (de wet van Avogadro). Want met de woorden van dezelfde bekwame criticus,
. . . ‘Terwijl de volstrekte gelijkheid van de oorspronkelijke eenheden van massa dus een wezenlijk deel is van de grondslagen zelf van de mechanische theorie, is de hele hedendaagse scheikunde gebaseerd op een beginsel dat daarmee rechtstreeks in strijd is – een beginsel waarvan onlangs werd gezegd dat ‘het dezelfde plaats in de scheikunde inneemt als de wet van de zwaartekracht in de sterrenkunde’8. Dit beginsel staat bekend als de wet van Avogadro of Ampère.’
De Geheime Leer Deel I hoofdstuk 8 Leven, Kracht of Zwaartekracht (p. 585):
Zonne‘vlammen’ gezien door telescopen zijn weerkaatsingen, zegt het occultisme. Maar zie in Deel I wat de occultisten hierover hebben te zeggen.
‘Wat ze ook zijn (die vlammenzeeën), het is duidelijk dat zij de onmiddellijke bronnen van zonnewarmte en zonlicht zijn. We hebben hier een omhulsel van lichtgevende stof2, dat gedreven door machtige energieën heen en weer beweegt en, door zijn beweging door te geven aan de etherische middenstof in de sterrenruimte, warmte en licht voortbrengt in verafgelegen werelden. We hebben gezegd dat die vormen zijn vergeleken met bepaalde organismen, en Herschel zegt: ‘Hoewel het te gedurfd zou zijn te zeggen dat zulke organisaties leven [waarom niet?], weten we toch niet of de vitale werking in staat is warmte, licht en elektriciteit te ontwikkelen.’ . . . Kan het zijn dat er waarheid schuilt in deze mooie gedachte? Is het mogelijk dat het kloppen van de vitale stof in de centrale zon van ons stelsel de bron is van al dat leven waarvan de aarde wemelt, en zich ongetwijfeld ook over de andere planeten verspreidt, waarvan de zon de machtige dienaar is?’ . . .
Het occultisme beantwoordt deze vragen bevestigend en eens zal de wetenschap ontdekken dat dit zo is.
Hunt schrijft verder op bladzijde 156:
‘Maar als we leven – levenskracht – als een vermogen beschouwen dat veel verhevener is dan licht, warmte of elektriciteit en dat inderdaad in staat is een overheersende macht over hen alle uit te oefenen’ (dit is zuiver occult) . . . ‘dan zijn we ongetwijfeld geneigd met tevredenheid die speculatie te bezien die veronderstelt dat de fotosfeer de oorspronkelijke zetel van de vitale kracht is, en met dichterlijk genoegen die hypothese te beschouwen, die de zonne-energieën met het leven in verband brengt.’
2) Die ‘stof’ is als een weerkaatsing in een spiegel van de vlam van een ‘lichtgevende’ lampenpit.
585/586: Zo hebben we een belangrijke wetenschappelijke bevestiging voor een van onze fundamentele leerstellingen, nl. (a) dat de zon de voorraadschuur van de vitale kracht is, die het noumenon van elektriciteit is; (b) dat uit zijn geheimzinnige, nooit te doorgronden diepten die levensstromen voortkomen, die door de Ruimte en door het organisme van ieder levend wezen op aarde trillen. Want lees wat een andere eminente natuurkundige zegt, die dit (ons levensfluïdum) ‘zenuw-ether’ noemt. Verander een paar zinnen in het artikel waarvan nu passages volgen, en u heeft nog een quasi occulte verhandeling over levenskracht. Deze keer is het opnieuw dr. B.W. Richardson, F.R.S., die zijn opvatting over ‘zenuw-ether’ geeft in de Popular Science Review, Deel X, blz. 380-3, evenals hij dat deed over ‘zonnekracht’ en ‘aardkracht’:
586: ‘De gedachte die men met deze theorie probeerde over te brengen is, dat er tussen de moleculen van de stof, vast of vloeibaar, waaruit de zenuwstelsels en feitelijk alle organische delen van een lichaam zijn samengesteld, een verfijnde ijle tussenstof bestaat, damp- of gasvormig, die de moleculen in een toestand houdt die geschikt is voor inwerking op elkaar en voor schikking en herschikking van vorm. Dit is een middenstof, waardoor alle beweging wordt overgebracht, waardoor het ene orgaan of deel van het lichaam in verbinding wordt gehouden met andere delen, en waardoor de levende buitenwereld in verbinding staat met de levende mens: een tussenstof die het door haar aanwezigheid mogelijk maakt de verschijnselen van het leven aan te tonen; wanneer zij geheel afwezig is, is het lichaam feitelijk dood . . . . . . .’
587: Er wordt ongetwijfeld een nieuw licht geworpen op de wijsheid van het oude en middeleeuwse occultisme en zijn aanhangers. Want Paracelsus schreef hetzelfde meer dan driehonderd jaar geleden, namelijk in de zestiende eeuw, en wel op de volgende manier:
‘De hele microkosmos bevindt zich potentieel in de liquor vitae, een zenuw-fluïdum . . . dat de aard, de hoedanigheid, het karakter en de essentie van wezens omvat’ (De Generatione Hominis) . . . ‘De archaeus of liquor vitae is een essentie die gelijkelijk in alle delen van het menselijke lichaam is verdeeld . . . De spiritus vitae vindt zijn oorsprong in de spiritus mundi. Omdat hij een uitstraling is van laatstgenoemde, bevat hij de elementen van alle kosmische invloeden, en is zo de oorzaak waardoor de werking van de sterren (kosmische krachten) op het onzichtbare lichaam van de mens (zijn vitale lingasharira) kan worden verklaard.’ (De Viribus Membrorum. Zie Life of Paracelsus door Franz Hartmann, M.D., lid van de Theosophical Society.)
588: De filosofie verwerpt één eindige en onvolmaakte God in het heelal, zoals de antropomorfe godheid van de monotheïsten door zijn aanhangers wordt voorgesteld. Zij verwerpt in haar naam van philo-theo-sofia het groteske denkbeeld dat een oneindige, absolute godheid enige directe of indirecte relatie zou, of beter gezegd zou kunnen, hebben met de eindige bedrieglijke evoluties van de stof, en zij kan zich daarom geen heelal voorstellen buiten die godheid, of een godheid die niet aanwezig is in het kleinste deeltje bezielde of onbezielde substantie7. Waarom òf de ether van de Ruimte òf de ‘zenuw-ether’ ‘de individualiteit van elk zintuig’ teniet zou doen, schijnt onbegrijpelijk voor iemand die bekend is met de ware aard van die ‘zenuw-ether’, onder zijn Sanskriet-, of liever esoterische en kabbalistische naam. Dr. Richardson is het ermee eens dat:
‘Als we het communicatiemiddel tussen onszelf en de buitenwereld niet individueel voortbrachten, als dit van buitenaf werd voortgebracht en aan maar één soort trilling aangepast, dan waren er minder zintuigen nodig dan we bezitten: want – om slechts twee voorbeelden te nemen – de ether van het licht is niet aangepast aan geluid en toch horen we en zien we; terwijl de lucht, de tussenstof voor beweging van het geluid, niet het medium van het licht is, en toch zien we en horen we.’
7) Dit betekent niet dat elke struik, boom of steen God of een god is, maar alleen dat elk stofje van het gemanifesteerde materiaal van de Kosmos behoort tot en de substantie is van ‘God’, hoe diep het ook mag zijn gevallen in zijn cyclische kringloop door de eeuwigheden van het altijd worden; en ook dat elk van die stofjes individueel, en de Kosmos collectief, een aspect is van en een herinnering aan die universele Ene Ziel – die de filosofie weigert God te noemen, waardoor zij de eeuwige en altijd aanwezige wortel en essentie beperkt.
591: Men moet dus beslist de occulte filosofie bestuderen, voordat men begint de geheimen van de natuur alleen aan de buitenkant te onderzoeken en te zoeken, want alleen hij ‘die de waarheid over de eigenschappen van de natuur kent, en die de schepping van alle wezens begrijpt . . . , is vrij’ van het maken van vergissingen. De ‘leermeester’ zegt: ‘Als men de grote boom volkomen begrijpt, waarvan het niet-waargenomen gedeelte (de occulte natuur, de wortel van alles) de scheut is uit het zaad (Parabrahmam), die het begrijpen (mahat, of de universele, intelligente ziel) als stam heeft; waarvan de takken het grote egoïsme zijn, in de holten waarvan de scheuten zijn, namelijk de zintuigen; waarvan de grote (occulte of onzichtbare) elementen de bloemtrossen zijn11, de grove elementen (de grove objectieve stof), de kleinere takken, die altijd bladeren en altijd bloemen hebben . . . de boom die eeuwig is en waarvan het zaad Brahman (de godheid) is; en als men deze boom omhakt met dat voortreffelijke zwaard – de kennis (geheime wijsheid) – dan bereikt men onsterfelijkheid en werpt men geboorte en dood af.’
11) De elementen zijn de vijf tanmātra’s: aarde, water, vuur, lucht en ether, de voortbrengers van de grovere elementen.
591: Dit is de levensboom, de Aśvatthaboom; alleen na het omhakken hiervan kan de slaaf van leven en dood, de mens, vrij worden.
Maar de wetenschappers weten niets, en willen ook niets horen over het ‘zwaard van kennis’, dat door de adepten en asceten wordt gebruikt. Vandaar de eenzijdige opmerkingen van de ruimst denkenden onder hen, die zijn gebaseerd op en voortvloeien uit het overdreven belang dat wordt gehecht aan de willekeurige vertakkingen en onderverdeling van de natuurwetenschap. Het occultisme schenkt er weinig aandacht aan en de natuur nog minder. De hele reeks natuurverschijnselen komt voort uit de oorsprong van de ether – akâsa, evenals het tweevoudige akâsa voortkomt uit de zogenaamde ongedifferentieerde Chaos. Deze laatste is het primaire aspect van Mūlaprakriti, de wortelstof en het eerste abstracte denkbeeld dat men zich van Parabrahman kan vormen. De hedendaagse wetenschap kan haar hypothetisch opgevatte ether op zoveel manieren verdelen als ze wil; de werkelijke aether van de Ruimte zal altijd blijven zoals hij is.
595: ‘Het is waar dat we niet weten wat leven is; maar evenmin weten we wat de kracht is die de sterren in beweging brengt . . . Levende wezens hebben gewicht en zijn daarom onderhevig aan de zwaartekracht. Ze zijn de zetel van talrijke en verschillende fysisch-chemische verschijnselen die onmisbaar zijn voor hun bestaan en die men moet toeschrijven aan de werking van etherodynamica (elektriciteit, warmte, enz.). Maar deze verschijnselen worden hier gemanifesteerd onder invloed van een andere kracht . . . Het leven staat niet vijandig tegenover de onbezielde krachten, maar het bestuurt en beheerst hun werking door zijn wetten.’

De Geheime Leer Deel II, Stanza 1 Het begin van bewust leven (p. 46):
De grenzeloze en oneindige EENHEID bleef bij elk volk een maagdelijk verboden terrein, onbetreden door het denken van de mens, onberoerd door vruchteloze speculaties. De enige verwijzing ernaar was de vereenvoudigde voorstelling van haar eigenschap van uitzetting en samentrekking, van haar periodieke expansie of verwijding en contractie. In het Heelal met al zijn onberekenbaar vele myriaden van stelsels en werelden, die in de eeuwigheid verdwijnen en weer verschijnen, moesten de vermenselijkte machten of goden, hun zielen, tegelijk met hun lichamen uit het gezicht verdwijnen: ‘De adem die terugkeert in de eeuwige schoot, die ze uitademt en inademt’, zegt onze catechismus.
In iedere kosmogonie is er achter en boven de scheppende godheid een hogere godheid, een ontwerper, een architect, van wie de schepper slechts de uitvoerder is. En nog hoger, boven en rondom, op innerlijke en uiterlijke gebieden, is er het ONKENBARE en het onbekende, de bron en oorzaak van al deze emanaties . . .
De Geheime Leer Deel II, Het begin van bewust leven (p. 304):
Dit is een bedekte verwijzing naar de vruchteloze pogingen van de Aarde of de Natuur om zonder hulp werkelijke menselijke mensen te scheppen. (Zie onze Stanza’s III-X e.v. en ook het verhaal van Berosus over de oorspronkelijke schepping.) De tijd verslindt zijn eigen vruchteloze werk. Dan komt Zeus-Jupiter, die op zijn beurt zijn vader onttroont8. Jupiter de titan is in één betekenis Prometheus9 en verschilt van Zeus, de grote ‘vader van de goden’. Hij is bij Hesiodus de ‘oneerbiedige zoon’. Hermes noemt hem de ‘hemelse mens’ (Pymander); en zelfs in de bijbel vindt men hem terug onder de naam Adam en later – door omzetting – onder de naam Cham. Toch zijn dit allen personificaties van de ‘zonen van wijsheid’. De nodige bevestiging dat Jupiter behoort tot de zuiver menselijke Atlantische cyclus – als men Ouranos en Kronos die aan hem voorafgaan, onvoldoende vindt – kan men vinden bij Hesiodus, die ons meedeelt dat de onsterfelijken de mensen hebben gemaakt en de gouden en zilveren eeuw hebben geschapen (het eerste en het tweede Ras); terwijl Jupiter de geslachten van het bronzen tijdperk (een mengsel van twee elementen), van helden en de mensen van de ijzeren eeuw schiep.
8) De titanenstrijd is, althans in de theogonie, de strijd om de oppermacht van de kinderen van Ouranos en Gaia (of hemel en aarde in hun abstracte betekenis), de titanen, tegen de kinderen van Kronos, van wie Zeus het hoofd is. Het is in zekere zin de eeuwige strijd, die nog steeds voortduurt, tussen de geestelijke innerlijke mens en de mens van vlees.
9) Evenals de ‘Heer God’ of Jehova esoterisch Kaïn is, en ook de ‘verleidende slang’, het mannelijke deel van de androgyne Eva, vóór haar ‘val’; het vrouwelijke deel van Adam Kadmon; de linkerkant of binah van de rechterkant chochmah in de eerste triade van de sephiroth.
De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk 7 Bewijzen voor verzonken continenten (p. 893):
‘Het verband’, licht Lyell toe, ‘tussen de leer van de opeenvolgende rampen en het herhaalde verval van het morele karakter van de mensheid, is nauwer en natuurlijker dan men aanvankelijk zou denken. Want in een onontwikkelde staat van de samenleving beschouwen de mensen alle grote rampen als straffen van God voor de slechtheid van de mens. . . . Zo vinden we ook in het door de Egyptische priesters aan Solon gedane verslag van het verzinken van het eiland Atlantis onder de wateren van de oceaan, na herhaalde aardschokken, dat deze gebeurtenis plaatsvond toen Jupiter de morele ontaarding van de bewoners had gezien.’
Dat is waar; maar was dat niet het gevolg van het feit dat alle esoterische waarheden door de ingewijden van de tempels in de gedaante van allegorieën aan het publiek werden bekendgemaakt? ‘Jupiter’ is slechts de personificatie van die onveranderlijke cyclische wet, die de neerwaartse tendens van elk Wortelras na het bereiken van het toppunt van zijn roem tot staan brengt8.
8) De cyclische wet van de ras-evolutie is de wetenschappers heel onwelkom. Het is voldoende het feit van de ‘oorspronkelijke beschaving’ te noemen om de woede van de darwinisten op te wekken; want het is duidelijk dat, hoe verder de beschaving en de wetenschap naar het verleden worden teruggeschoven, hoe hachelijker de basis voor de aap-vooroudertheorie wordt.

Deel III, p. 621: Vijf (Linga t/m Buddhi; 2 t/m 6) blijven er over onder de uitstraling van Âtmâ. Vervolgens wordt de lagere vierheid (1 t/m 4) als louter stof, objectieve begoocheling, beschouwd en blijven Manas en het aurische ei over, terwijl de hogere beginselen weerkaatst worden in het ei. Bij al deze stelsels zij men het hoofdfiguur indachtig, het nederdalen en weder opstijging van de geest, zowel in de mens als in de Kosmos. De geest wordt als het ware door geestelijke zwaartekracht omlaag getrokken.
646: Het hart is het middelpunt van het geestelijke bewustzijn, evenals de hersenen het middelpunt van het verstandelijke bewustzijn vormen. Doch niemand kan dit bewustzijn leiden noch de energie ervan besturen voordat hij één is met de Buddhi-Manas; tot die tijd leidt het hem - als het kan. Vandaar de kwellingen der wroeging, het knagen van het geweten; zij komen uit het hart, niet uit het hoofd. In het hart is de enige geopenbaarde God, de twee andere zijn onzichtbaar, en dit vertegenwoordigt de drieheid Âtmâ-Buddhi-Manas.
647: Er zijn in de mens drie hoofdmiddelpunten: hart, hoofd en navel, waarvan twee ten opzichte van elkaar + of zijn, al naar het betrekkelijk overwicht van de middelpunten.

Jupiter vervult een belangrijke functie binnen het zonnestelsel. Doordat hij zwaarder is dan alle andere planeten tezamen is hij een belangrijke component van het massa-evenwicht van het zonnestelsel. Door zijn massa stabiliseert hij de planetoïdengordel; zonder Jupiter zou iedere 100 000 jaar een planetoïde uit de planetoïdengordel de aarde treffen en hierdoor zou leven op aarde ernstig belemmerd zo niet onmogelijk worden. Ook andere objecten dan kometen worden door Jupiter weggevangen. Er wordt daarom tegenwoordig gedacht dat de aanwezigheid van een Jupiterachtige planeet in een zonnestelsel wel eens een voorwaarde kan zijn voor de ontwikkeling van leven in een zonnestelsel.

Volgens Cialdini zijn er zes factoren die kunnen bijdragen tot het aannemen van een bepaalde houding of het onderschrijven van een bepaalde overtuiging. Hier volgt een overzicht.
Reciprocity - People tend to return a favor, thus the pervasiveness of free samples in marketing. In his conferences, he often uses the example of Ethiopia providing thousands of dollars in humanitarian aid to Mexico just after the 1985 earthquake, despite Ethiopia suffering from a crippling famine and civil war at the time. Ethiopia had been reciprocating for the diplomatic support Mexico provided when Italy invaded Ethiopia in 1935.
c) de behoefte aan wederkerigheid en compromis (Mercurius)
De Marsfunctie leidt onvermijdelijk tot situaties van spanning en strijd, en dit roept op zijn beurt weer de logische noodzaak op van een nieuwe functie of tendens, namelijk de tendens tot wederkerigheid en compromis. Deze tendens noemen we de Mercuriusfunctie. Mercurius is de god van de handel, doch ook handel is slechts een voorbeeld van een ruimer principe, namelijk de menselijke tendens tot wederkerig gedrag. Mensen dragen het principe van de wederkerigheid in zich. Caldini schrijft: "Alle samenlevingen onderschrijven de norm volgens dewelke individuen een tegenprestatie moeten leveren voor hetgeen zij ontvingen" (`All societies subscribe to a norm that obligates individuals to repay in kind what they have received').

G. de Purucker: Krachten, energieën en bewustzijn (Sunrise sept/okt 2003). In de esoterische filosofie zijn warmte en licht substantieel, juist omdat ze krachten zijn. Omdat ze krachten zijn die zich als energieën manifesteren, bezitten ze dezelfde essentiële kwaliteiten die de menselijke entiteit in zich heeft, hoewel ze zich niet zó tot uitdrukking brengen als ze dat in ons doen. Deze factoren zijn gezamenlijk als bewustzijn te beschouwen. Niettemin zijn deze verschillende natuurkrachten – bijvoorbeeld de zwaartekracht – niet ieder op zichzelf één bewustzijn, maar elk zo’n kracht is eerder de manifestatie of zelf-expressie van een kosmisch bewustzijn: de emanatie of het levensfluïdum, dat zich uitdrukt als de zwaartekracht, van een bewuste, levende kosmische entiteit erachter.

Het gaat om het wat en het hoe, het innerlijke en het uiterlijke, of met andere woorden wijsheid komt in de toepassing ervan tot uitdrukking. Oerkennis wordt door middel van de geest in de ziel gereflecteerd, is een reflectie van wijsheid. Het schuldcomplex, het onheil bij de mens ontstaat door gebrek aan kennis.

Het getij van oorlog doen keren
Het belangrijkste wapen dat door de duistere machten gebruikt wordt is het creatieve proces zelf te manipuleren, een proces dat vier elementen heeft. De wereld is gemaakt uit vier fundamentele elementen, te weten de Vader, de Zoon, de Moeder en de Heilige Geest. Wanneer deze vier primaire krachten in volmaakte balans zijn, zal het universum op een harmonische wijze groeien. Als één of meer krachten tot het uiterste gebracht worden, zal onbalans het gevolg zijn. De duistere machten kunnen elk element gebruiken mensen tot het doden van elkaar aan te zetten en hun het gevoel te geven dat het doden noodzakelijk is, ja zelfs door God gerechtvaardigd is. Laten we eens naar die vier elementen kijken:
• Het Vader element is de uitbreidende kracht, die zielen de aandrang geeft te groeien en de vrije wil om zichzelf te overtreffen. De Vader echter heeft een stel wetten vastgesteld die ontworpen zijn de balans in het heelal te bewaren zodat zielen kunnen groeien zonder zichzelf te vernietigen. De Vader wil zelftrans-cendentie zien geen zelfvernietiging.
• Het Moeder element is de samentrekkende kracht. De Moeder is ook de compo-nent die zich aan de creatieve kracht van de Vader aanpast. De rol van de Moeder is de uiting van vrije wil mogelijk te maken zodat zielen kunnen experimenteren en leren. De Moeder is echter ook een tegenwicht voor onbeperkte groei zodat zielen zich niet zo snel ontwikkelen dat zij hun gevoel van identiteit verliezen. De rol van de Moeder is te zorgen voor een veilige omgeving en een evenwichtige groei te verzekeren. De Moeder stopt de groei niet, ze houdt het in balans en ze voedt de zielen wanneer ze groeien.
• Je zou kunnen zeggen dat de Vader voorziet in de aandrang tot groei en dat de Moeder de groei evenwichtig houdt. Om een evenwichtige groei te ervaren moet de ziel een zekere mate van evenwicht bewaren tussen de uitbreidende en samentrekkende krachten van haar wezen. Hoe kan de ziel dit evenwicht bewaren? Dat doet ze door het bewustzijn van de Zoon.
• De Zoon is de nakomeling van de Vader en de Moeder en de rol van de Zoon is de uitbreidende en samentrekkende krachten in balans te houden door het vasthouden van de visie van evenwichtige schepping. Om dit te doen moet de Zoon onderscheiden wat werkelijk de evenwichtige groei van God is en wat te expansief is of wat te samentrekkend is. Door het Christusbewustzijn kan een ziel binnen het raamwerk van Gods wetten zijn vrije wil uitoefenen en daardoor een constante en evenwichtige groei behouden. Een ziel is echter niet gemaakt om alleen voor zichzelf te groeien. Zoals Jezus vele malen uitgelegd heeft is een ziel geschapen om medeschepper met God te zijn en Gods volmaaktheid in het materiële heelal tot uitdrukking te brengen. Een ziel is gemaakt om Gods koninkrijk op aarde te brengen. Dit kan het alleen door de kracht van de Heilige Geest doen.
• De Heilige Geest is de levenkracht zelf en zonder een voortdurende stroom van de Heilige Geest zou niets kunnen overleven. De rol van de Heilige Geest is Gods volmaaktheid in het materiële heelal tot uitdrukking te brengen. Dat doet het door een constante staat van groei te bewaren, een groei die in evenwicht is omdat het de volmaakte visie van de Zoon uitdrukt, een visie die de volmaakte polariteit tussen de uitbreidende en samentrekkende krachten van de Vader-Moeder God in zich verenigd. De Heilige Geest is toegewijd zichzelf in volmaakte overeen-stemming met de wetten van God uit te drukken.
De stroom van energie
Het cijfer 8 dat de bovenste en de onderste figuur (rechts) omgeeft, vertegenwoordigt de energiestroom van je IK BEN Aanwezigheid naar je lagere wezen. Wanneer je in het dualiteitbewustzijn verloren bent, zul je de geestelijke energieën misbruiken en kunnen ze niet naar de geestelijke wereld terug opstijgen. Deze energieën worden je karma en de misbruikte energie verzamelt zich in je vier lagere lichamen.
Moeder Maria legt uit dat alles in de vormwereld ontstaan is als gevolg van de interactie van twee polariteiten, namelijk de uitbreidende kracht van de vader en de samentrekkende kracht van de moeder. Om elke vorm duurzaam te laten zijn, moeten deze twee polariteiten in een dynamisch evenwicht gehouden worden. Op kosmische schaal is de Christusgeest de factor die bedoeld is deze balans te creëren en te onderhouden.
Het huis van mijn Vader heeft vele woningen
De eenvoudige waarheid is dat het hele universum gemaakt is van één basissubstantie. In het verleden werd deze substantie ether genoemd. Het denkbeeld van een ether was al eeuwen lang bekend in het Boeddhisme en andere filosofieën. In het middeleeuwse Europa was het bekend bij de alchemisten, die in sommige gevallen de eerste echte experimentele wetenschappers waren. Zelfs natuurkundigen gebruikten het begrip ether totdat een ongelukkig experiment de fysieke aspecten van de ether niet aan het licht kon brengen. Deze gevolgen werden niet waargenomen omdat ether geen fysieke kenmerken heeft. Vervolgens verlieten de meeste wetenschappers het idee van een ether en dit was een nogal jammerlijke omweg voor de wetenschap. Het gevolg van deze omweg is dat wetenschappers energie niet helemaal kunnen begrijpen. Ze weten dat energie trilling of vibratie is, maar ze kunnen niet volledig begrijpen dat er alleen trilling kan bestaan als er iets is dat kan trillen. Er kan geen golf zijn, tenzij je een oceaan hebt. Daarom kunnen er geen energiegolven zijn, en dus geen materieel heelal, tenzij je een oceaan van iets hebt, dat kan trillen.
Wat in werkelijkheid trilt, is de basissubstantie die God gebruikte om de hele vormwereld te scheppen. Die substantie wordt beschreven in de bijbel in de uitspraak, ‘En God zei, laat er licht zijn’.
Moeder Maria legt uit dat alles in de vormwereld ontstaan is als gevolg van de interactie van twee polariteiten, namelijk de uitbreidende kracht van de vader en de samentrekkende kracht van de moeder. Om elke vorm duurzaam te laten zijn, moeten deze twee polariteiten in een dynamisch evenwicht gehouden worden. Op kosmische schaal is de Christusgeest de factor die bedoeld is deze balans te creëren en te onderhouden.

René Meijer boek De Ether Bestaat! (p. ii):
In die aanvankelijke aantrekking tot elkaar waardoor er leven wordt verwekt, er schepping is, en er daarna ook weer afstoting of vernietiging is, is er dus sprake van zowel een cyclisch als een lineair aspect van de beweging van de materie die we als de werking van de tijd omschrijven.
In feite betreft het twee effecten van de werking van de tijd die er zijn als fundamentele natuurkrachten:
de expanderende en de contraherende kracht; de centrifugale en de centripetale kracht, de middelpuntvliedende en de middelpuntzoekende kracht van de lineaire en de cyclische tijd.

René Meijer: Laten we deze fundamentele gedachtengang voor het nieuwe paradigma (Ether-paradigma) nog een keer doorlopen: in het begin van de schepping is er eerst het niets, 'het slapen van God' zeg maar, dan is er 'wakker' de lineaire tijd van de uitdijende tijdruimte: de donkere energie, de pure tijdenergie die enkel maar lineair de uitbreiding is. Dan ontstaat uit die lineaire tijd, door een verstoord evenwicht, door een gebroken symmetrie, een tegenkracht, de cyclische tijd, als een opsplitsing t.o.v. die oerether. Zo ontstaat dan vanuit de tijdruimte de driedimensionale ruimte die vol is met gravitonen of wervelingen van de cyclische tijd, pure tijdwervelingen dus van de oerether. Deze laatste fase van lichtmanifestatie is wat in de tijdlijn wordt weergegeven van het kosmisch bestel zoals de huidige wetenschap die zich die voorstelt. Daarin is er manifestatie vanaf het begin en is de donkere energie er pas later. Maar in een hiërarchische visie zoals hier gepresenteerd gaan er fasen aan vooraf en gaat de donkere energie vooraf aan de manifestatie. Deze gaat van E=T.e2 naar E=T.d2: de tijd die expandeert (e2) wordt eerst driedimensionaal (d2). Dan pas materialiseert vervolgens de materie zich als een verdere opsplitsing van de gravitonen in de universele (secundaire) ruimte: ze vormen dan de lokale ethersferen van de gekromde (tertiaire) ruimte.

Middelpuntvliedend en Middelpuntzoekend (2e Dimensie, Wederkerigheid)

Freek van Leeuwen: onderscheidt, net als het 5D-concept ‘Geest - Ziel - Lichaam’. 5D sluit op zijn boek De Levensweg aan en maakt van zijn ‘verklarende woordenlijst’, de begrippen Aantrekking, Afstoting, Middelpuntvliedend en Middelpuntzoekend gebruik.

De middelpuntvliedende en middelpuntzoekende toestand van kracht zijn twee oereigenschappen van de geest. De geest is in wezen een bewuste kracht. De geest is de levenskracht, die zich van zichzelf en van onderwerpen om zich heen, bewust kan zijn. In de geestelijke wereld zijn deze oereigenschappen herkenbaar als geestelijk licht en geestelijke warmte, waarbij de kracht zich voordoet als warmte en het bewust zijn als licht. Als de geest als levenskracht in beweging komt, verschijnt in de geest het licht; met andere woorden: de warmte is de bron van het licht. Het geestelijke licht en de geestelijke warmte kunnen beide in twee, tegenovergestelde toestanden voorkomen: in een vormbare, doordringbare, vrouwelijke toestand van de geest en in een zelfvormende, doordringende, mannelijke toestand van de geest. In de ontvankelijke, vormbare, vrouwelijke toestand van de geest oefent de geest een aantrekkende kracht uit op de omgeving. De geest wil zich door de omgeving laten doordringen. In deze toestand is de werkzaamheid van de geest middelpuntzoekend en daardoor ingekeerd. Door de ingekeerde instelling is de werkzaamheid van de geest gericht op het persoonlijke en is daardoor gemeenschapsvormend met andere personen. In de zelfvormende, doordringende, mannelijke toestand van de geest oefent de geest een afstotende kracht uit op de omgeving. De geest wil de omgeving doordringen om er een plaats in te nemen. In deze toestand is de werkzaamheid van de geest middelpuntvliedend en daardoor uitgekeerd. Door de uitgekeerde instelling is de werkzaamheid van de geest gericht op de onpersoonlijke, stoffelijke buitenwereld en op een zelfstandige plaats daarin.

Deze wezenlijke eigenschappen van de geest komen tot uitdrukking in de eigenschappen van het atoom, de bouwsteen van de stoffelijke schepping, geschapen door de algeest. De in het midden rustende kern is vrouwelijk, de in de ruimte er omheen bewegende electronen zijn mannelijk. De kern bestaat uit een groep protonen die samen een gemeenschap vormen, de electronen zijn zelfstandig en bewegen zich vrij om de kern. De electronen worden door de kern aangetrokken door de middelpuntzoekende, ingekeerde kracht; de electronen blijven om de kern bewegen door hun afstotende, middelpuntvliedende, uitgekeerde kracht. Zolang beide krachten even groot zijn en daardoor in evenwicht, blijven de electronen om de kern draaien: ze vallen even snel naar de kern terug als ze er door hun beweging vanaf zouden vliegen.

H.P. Blavatsky boek De SLEUTEL tot de THEOSOFIE (p. 137):
Tijdens iedere devachanische periode bekleedt de ego, alwetend als die per se is, zich als het ware met de reflectie van de voormalige “persoonlijkheid”. Ik heb zojuist verteld dat de ideële bloesem van alle abstractie en dus niet-sterfelijk en eeuwige kwaliteiten of eigenschappen, zoals de liefde en barmhartigheid, de liefde voor het goede, het ware en het schone, die ooit in het hart van de levende “persoonlijkheid” opwelden, zich na de dood aan de ego hechten en deze dus naar devachan volgen. De ego wordt dus tijdelijk de ideële reflectie van het menselijk wezen dat hij de laatste keer op aarde was, en die is niet alwetend.
175/176: Zoals al eerder gezegd (zie Isis Ontsluierd), kan de middelpuntzoekende kracht zich niet zonder de middelpuntvliedende kracht openbaren in de harmonische omwentelingen van de hemellichamen, en alle vormen en hun ontwikkeling zijn het produkt van deze tweevoudige kracht in de natuur. Nu is de geest (of buddhi) de middelpuntvliedende kracht en de ziel (manas) de middelpuntzoekende geestelijke energie; en om één resultaat voort te brengen, moeten zij in volmaakte eenheid en harmonie zijn.
Het persoonlijke leven, of misschien liever de ideële weerspiegeling ervan, kan alleen worden voortgezet als het in elke wedergeboorte of elk persoonlijk leven wordt geschraagd door de tweevoudige kracht, d.w.z. door de nauwe vereniging van buddhi en manas.

De oplossing van de unificatietheorie wordt niet gevonden in het elementaire deeltje maar in de ruimte die de elementaire deeltjes van elkaar scheidt.

Deze stelling is gebaseerd op De Geheime Leer, Deel I (p. 563): ‘De kracht is daarom niet in het atoom maar in de ruimte die de atomen van elkaar scheidt.

De Geheime Leer Deel I Stanza 7 De voorvaderen van de mens op aarde (p. 263):
Maar het woord ‘ferouer’ moet niet in deze zin worden opgevat, want het betekent eenvoudig het tegenovergestelde of de keerzijde van een eigenschap of hoedanigheid. Als de occultist dus zegt, dat de ‘duivel de schaduwzijde van god is’ (het kwaad, de keerzijde van de medaille), bedoelt hij niet twee afzonderlijke werkelijkheden, maar de twee aspecten of facetten van dezelfde Eenheid. Maar de beste mens die er is, zou naast een Aartsengel – zoals de theologie die beschrijft – een duivel schijnen. Dit is dan ook beslist een reden om een lager ‘dubbel’, dat veel dieper in de stof is ondergedompeld dan zijn origineel, geringer te schatten. Maar er is nog steeds weinig aanleiding hen als duivels te beschouwen, en dit is precies wat de rooms-katholieken tegen alle reden en logica in doen.
294/295: Zo verlopen de cyclussen van de zevenvoudige evolutie in de zeventallige natuur: de geestelijke of goddelijke; de psychische of halfgoddelijke; de verstandelijke, die van de hartstochten, de instinctieve of cognitieve; de halflichamelijke en de zuiver stoffelijke of fysieke natuur. Deze evolueren en vorderen alle cyclisch; ze gaan op twee manieren in elkaar over, middelpuntvliedend en middelpuntzoekend; ze zijn in hun diepste essentie één, maar zeven in hun aspecten. Het laagste aspect is natuurlijk afhankelijk van en ondergeschikt aan onze vijf fysieke zintuigen51.
51) Waarvan er in werkelijkheid zeven zijn, zoals later op gezag van de oudste Upanishads zal worden aangetoond.
Tot dusver ging het over het individuele, menselijke, waarnemende, dierlijke en plantaardige leven; elk de microkosmos van zijn hogere macrokosmos. Hetzelfde geldt voor het Heelal, dat zich periodiek manifesteert ten behoeve van de gezamenlijke vooruitgang van de talloze levens, de uitademingen van het Ene Leven; opdat door het eeuwig wordende elk kosmisch atoom in dit oneindige Heelal – terwijl het uitgaande van het vormloze en het niet-stoffelijke, via de gemengde naturen van het half-aardse, tot volledig ontwikkelde stof wordt, en dan weer terugkeert en in elk nieuw tijdperk hoger en dichter bij het einddoel komt – door individuele verdienste en inspanning dat gebied kan bereiken waarop het opnieuw het ene onvoorwaardelijke AL wordt. Maar tussen de alfa en de omega is er het moeizame ‘pad’, omgeven door doornen, dat ‘eerst naar beneden voert en dan
Steeds omhoog kronkelt
Ja, tot het einde toe. . . .’
De pelgrim, die de lange reis onbevlekt is begonnen, die steeds verder is afgedaald in de zondige stof, en zich heeft verbonden met elk atoom in de gemanifesteerde Ruimte, die elke levens- en bestaansvorm heeft doorworsteld en daarin heeft geleden, is nog maar tot de bodem van het dal van de stof gekomen, halverwege zijn cyclus, als hij zich heeft vereenzelvigd met de collectieve mensheid. Deze heeft hij naar zijn eigen beeld gemaakt.
De Geheime Leer Deel I Samenvatting (p. 309):
Alle christelijke kabbalisten hebben de volgende oosterse kerngedachte goed begrepen: de actieve kracht, de ‘eeuwigdurende beweging van de grote adem’, doet de Kosmos bij de dageraad van ieder nieuw tijdperk slechts ontwaken en zet deze in beweging door middel van de twee tegengestelde krachten6, en veroorzaakt zo, dat hij objectief waarneembaar wordt op het gebied van de illusie. Met andere woorden, die tweeledige beweging brengt de Kosmos van het gebied van het eeuwige ideële over naar dat van de eindige manifestatie, of van het noumenale naar het fenomenale gebied. Alles wat is, was en zal zijn, IS eeuwig, zelfs de ontelbare vormen, die alleen eindig en vergankelijk zijn in hun objectieve, maar niet in hun ideële vorm. Ze bestonden als ideeën in de eeuwigheid7 en wanneer ze heengaan, zullen ze als weerspiegelingen blijven bestaan. Noch de vorm van de mens, noch die van een dier, plant of steen is ooit geschapen, en pas op ons gebied begon deze vorm te ‘worden’, d.w.z. zich te objectiveren tot zijn huidige mate van stoffelijkheid, of zich van binnen naar buiten uit te breiden, van de meest verfijnde en bovenzinnelijke essentie tot zijn meest grove verschijning.
6) De middelpuntzoekende en de middelpuntvliedende krachten, die mannelijk en vrouwelijk zijn, positief en negatief, fysiek en geestelijk; en deze twee vormen de ene oorspronkelijke KRACHT.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 6 De maskers van de wetenschap (p. 562/563):
Dit mag waar zijn in de wereld van de verschijnselen, voorzover de bedrieglijke weerspiegeling van de ene werkelijkheid van de bovenzinnelijke wereld waar mag lijken in de bekrompen opvattingen van een materialist. Het is volkomen onjuist, als de redenering wordt toegepast op dingen in wat de kabbalisten de bovenaardse sferen noemen. De zogenaamde inertie is volgens Newton ‘kracht’ (Princ. Def. iii), en voor de beoefenaar van de esoterische wetenschappen de belangrijkste van de occulte krachten. Men kan een lichaam slechts als begrip, en alleen op dit gebied van illusie, beschouwen als afgescheiden van zijn relaties tot andere lichamen – die volgens de natuurkunde en de mechanica zijn eigenschappen veroorzaken. In feite kan het nooit hiervan worden gescheiden: zelfs de dood is niet in staat het lichaam los te maken van zijn relatie met de universele krachten, waarvan de ene kracht of het ene leven de synthese is, maar het zet zo’n onderling verband eenvoudig op een ander gebied voort. Maar als Stallo gelijk heeft, wat kan dr. James Croll dan bedoelen als hij in zijn artikel ‘On the Transformation of Gravity’ (Philosophical Magazine, Deel II, blz. 252) de opvattingen naar voren brengt, die door Faraday, Waterston en anderen worden verdedigd? Want hij zegt heel duidelijk dat de zwaartekracht: ‘. . . een kracht is die de Ruimte buiten de lichamen doordringt, en dat de kracht niet groter wordt als de lichamen elkaar naderen, zoals in het algemeen wordt verondersteld, maar dat de lichamen alleen maar gaan naar een plaats waar de kracht met grotere intensiteit bestaat . . .’ Niemand zal ontkennen dat een kracht (of het nu zwaartekracht, elektriciteit of een andere kracht is), die buiten de lichamen en in de open ruimte bestaat – of het nu ether of een vacuüm betreft – iets moet zijn en niet een zuiver niets, wanneer deze los van een massa wordt gedacht.
563: ‘De kracht is daarom niet in het atoom maar in de ruimte die de atomen van elkaar scheidt.

H.P. Blavatsky: Deel II Stanza 1 Het begin van bewust leven (p. 25/26:)
In zijn eerste gemanifesteerde aspect hebben wij het zien worden: (1) in de sfeer van objectiviteit en fysica, de oorspronkelijke substantie en kracht (middelpuntzoekend en middelpuntvliedend, positief en negatief, mannelijk en vrouwelijk, enz.); (2) in de wereld van de metafysica, de GEEST VAN HET HEELAL of kosmische verbeeldingskracht, door sommige de LOGOS genoemd.
Deze LOGOS is de top van de driehoek van Pythagoras. Wanneer de driehoek volledig is, wordt hij de Tetraktis, of de driehoek in het vierkant, en wordt het tweevoudige symbool van het vierletterige tetragrammaton in de gemanifesteerde Kosmos, en van zijn fundamentele drievoudige STRAAL in het niet-gemanifesteerde, of zijn noumenon. Meer metafysisch uitgedrukt, wordt de hier genoemde classificatie van kosmische grondbeginselen meer voor het gemak gegeven dan wegens haar absolute filosofische nauwkeurigheid. Bij het begin van een groot manvantara manifesteert Parabrahm zich als Mulaprakriti en vervolgens als de logos. Deze logos is gelijkwaardig aan het ‘onbewuste universele denkvermogen’, enz. van de westerse pantheïsten. Hij vormt de basis van de SUBJECT-kant van het gemanifesteerde Zijn, en is de bron van alle manifestaties van individueel bewustzijn. Mulaprakriti of oorspronkelijke kosmische substantie is de grondslag van de OBJECT-kant van de dingen – de basis van alle objectieve evolutie en van het ontstaan van de Kosmos. Kracht komt dus niet met de oorspronkelijke substantie uit de verborgenheid van Parabrahm te voorschijn. Zij is de omzetting in energie van de boven-bewuste gedachte van de logos, om zo te zeggen uit de potentiële verborgenheid in de ene Werkelijkheid gegoten in de objectivering van de logos.
De Geheime Leer Deel II Stanza 7 Tor de eerste mansenrassen (p. 190):
Maar terwijl de mens nog niet bekend was met zijn voortplantingsvermogens op menselijk gebied (vóór zijn val, zoals iemand die in Adam gelooft, zou zeggen), werd al deze levenskracht, die in ruime kring om hem heen was verspreid, door de Natuur gebruikt om de eerste zoogdiervormen voort te brengen. Evolutie is een eeuwige cyclus van wording, wordt ons geleerd; en de natuur laat geen atoom ongebruikt. Bovendien streeft vanaf het begin van de Ronde alles in de Natuur ernaar mens te worden. Alle impulsen van de tweevoudige middelpuntzoekende en middelpuntvliedende kracht zijn gericht op één punt – de MENS. De vooruitgang in de opeenvolging van de wezens, zegt Agassiz, ‘bestaat in een toenemende gelijksoortigheid van de levende fauna en bij de gewervelde dieren in het bijzonder in het steeds meer gelijken op de mens. De mens is het doel waarnaar de hele dierlijke schepping vanaf het eerste verschijnen van de eerste paleozoïsche vissen heeft gestreefd.’
De Geheime Leer Deel II Stanza 10 De geschiedenis van het vierde ras (p.276):
‘Satan of Lucifer vertegenwoordigt de actieve of, zoals Jules Baissac het noemt, de ‘middelpuntvliedende energie van het Heelal’ in kosmische zin. Hij is vuur, licht, leven, strijd, inspanning, gedachte, bewustzijn, vooruitgang, beschaving, vrijheid, onafhankelijkheid. Tegelijkertijd is hij pijn, de reactie op de vreugde van de daad, en dood – de omwenteling van het leven – satan, die brandt in zijn eigen hel, voortgebracht door de heftigheid van zijn eigen stuwkracht – de expansieve ontbinding van de nevelvlek, die zich moet verdichten tot nieuwe werelden. En terecht wordt hij telkens opnieuw weerhouden door de eeuwige inertie van de passieve energie van de Kosmos – het onverbiddelijke ‘IK BEN’ – de vuursteen waaruit de vonken worden geslagen. Terecht worden hij . . . en zijn aanhangers . . . prijsgegeven aan de ‘zee van vuur’, want in de zon (in de kosmische allegorie in slechts één betekenis), de levensbron in ons stelsel, worden zij gezuiverd (ontbonden) en gekarnd om ze voor een nieuw leven (de opstanding) geschikt te maken; die zon die, als de oorsprong van het actieve beginsel van onze aarde, tegelijk het thuis en de oorsprong van de wereldlijke satan is .’ De juistheid van de algemene theorie van Baissac (in Le Diable et Satan) blijkt verder uit het bekende feit dat koude een ‘middelpuntzoekende’ werking heeft.
De Geheime Leer Deel II Stanza 12 Het vijfde ras. Goddelijke leermeesters (p.439):
Satan vertegenwoordigt metafysisch eenvoudig het omgekeerde of de tegengestelde pool van alles in de natuur22. Hij is allegorisch de ‘tegenstander’, de ‘moordenaar’ en de grote vijand van alles, omdat er in het gehele heelal niets is dat niet twee kanten heeft – de keerzijden van dezelfde medaille. Maar in dat geval kunnen licht, goedheid, schoonheid, enz. met evenveel recht satan worden genoemd als de duivel, omdat zij de tegenstanders zijn van duisternis, slechtheid en lelijkheid. En nu zullen de filosofie en de logische grondslag van bepaalde vroege christelijke sekten – die ketters werden genoemd en werden beschouwd als de gruwel van hun tijd – begrijpelijker worden. Wij gaan misschien begrijpen hoe het kwam dat de sekte van de SATANISTEN werd verguisd en zonder enige hoop op rehabilitatie in de toekomst in de ban werd gedaan; zij hielden namelijk hun leringen geheim. Hoe de KAÏNIETEN op grond van hetzelfde beginsel werden verguisd, en zelfs de (Judas) ISCARIOTTEN; want de ware aard van deze apostel en verrader is voor de rechtbank van de mensheid nooit op de juiste manier weergegeven.
22) In de demonologie is satan de leider van de oppositie in de hel, waarvan Beëlzebub de vorst was. Hij behoort tot de vijfde soort of klasse van demonen (waarvan er volgens de middeleeuwse demonologie negen zijn) en hij staat aan het hoofd van heksen en tovenaars. Maar zie in de tekst de ware betekenis van Baphomet, de satan met de geitenkop, die één is met Azazel, de zondebok van Israël. De Natuur is de god PAN.

Het bewustwordingsproces bestaat uit de uitwisseling tussen materie en geest, tussen lagere en hogere Triade, tussen chaos en harmonie, tussen navel (Epithumia) en hart (Thumos), tussen het vrouwelijk en het mannelijk (4. Veerkrachtig), tussen 'Chaos, Gaia en Eros' en het 'Goede, Ware en Schone', tussen begin en het einde, tussen Alpha en Omega.
De Goddelijke liefde (het Schone), Eros (thumos) zorgt voor het verbinden terwijl daarentegen de omgekeerde weerkaatsing van Eros (Epithumia) voor het scheiden zorgdraagt. De negatieve betekenis van Eros staat voor wellust, driftleven, epithumia.

Triade ('3e Dimensie en 5e Dimensie', Akasa, Akasha, Brein, Chaostheorie)

Eenheid van Geest en stof. Alles om ons heen wat zichtbaar is of zichtbaar kan worden gemaakt behoort tot de stoffelijke werkelijkheid: materie en energie. Er is ook heel veel materie en energie die niet zichtbaar is voor ons, doordat er geen voor ons waarneembare straling wordt uitgezonden. Men veronderstelt dat er ongeveer 25 keer zoveel onzichtbare (donkere) materie en onzichtbare (donkere) energie in het heelal is als zichtbare. Het onderscheid tussen donkere materie en donkere energie is nog onduidelijk.

Een wezenlijk verschil tussen materie en energie is er eigenlijk niet. Materie is dat deel van de stoffelijke werkelijkheid waarin energie tijdelijk is vastgelegd. Daarnaast is er zogenaamde vrije energie. Energie en materie zijn in een voortdurend dynamisch evenwicht. De beroemde formule van Einstein e=m.c² geeft de betrekking weer: energie is massa maal het kwadraat van de lichtsnelheid of anders gezegd: massa is energie gedeeld door het kwadraat van de lichtsnelheid.

H.P. Blavatsky: De Geheime Leer Deel I Stanza 6 Onze wereld, haar groei en ontwikkeling (p. 178):
We moeten toegeven dat tussen deze twee gebieden van stof een onophoudelijke circulatie plaatsvindt, en als we de atomen en moleculen van (zeg) het laagste gebied volgen bij hun transformatie in opgaande richting, dan zullen deze op een punt komen, waarop ze geheel buiten het bereik vallen van de vermogens die we op het lagere gebied gebruiken. In feite verdwijnt daar de stof van het lagere gebied voor onze waarneming in het niet – of liever, zij gaat over naar het hogere gebied; en de toestand van de stof die correspondeert met zo’n punt van overgang, moet ongetwijfeld bijzondere en niet gemakkelijk te ontdekken eigenschappen bezitten. Fohat brengt ‘zeven’ van ‘dergelijke neutrale middelpunten’15 voort, en zet de stof tot werkzaamheid en ontwikkeling aan, wanneer – zoals Milton zegt – :
‘Goede grondslagen (zijn) gelegd om op te bouwen . . .’
Het oeratoom (anu) kan niet worden vermenigvuldigd, noch in zijn toestand vóór de geboorte, noch als eerstgeborene; daarom wordt het ‘TOTAALSOM’ genoemd, natuurlijk figuurlijk opgevat, omdat die ‘TOTAALSOM’ onbegrensd is. (Zie het Aanhangsel bij dit Deel.) Wat voor de natuurkundige, die alleen maar de wereld van zichtbare oorzaken en gevolgen kent, de afgrond van het niets is, is voor de occultist de grenzeloze Ruimte van het goddelijke plenum.
15) Dit is volgens ons de naam die door Keely uit Philadelphia is gegeven aan wat hij noemt de ‘etherische centra’. Keely is de uitvinder van de beroemde ‘motor’ die, zoals zijn bewonderaars hoopten, was bestemd om een omwenteling in de wereld te veroorzaken op het punt van de motorische kracht.
De Geheime Leer Deel I Stanza 7 Akâsa en ether (p. 283):
Kortom, Akâsa is de ‘schepper’ of het goddelijke denkvermogen in scheppende werkzaamheid, ‘de oorzaak van alle dingen’. Hij is de ‘eerstgeborene’, over wie de Purana’s ons mededelen dat ‘mahat en stof de innerlijke en uiterlijke grenzen van het Heelal zijn’, of in onze taal, de negatieve en de positieve polen van de tweevoudige natuur (abstract en concreet), want het Purana voegt eraan toe: ‘Op deze manier – zoals de zeven vormen (beginselen) van prakriti worden geteld van mahat tot de aarde – zo keren bij het aanbreken van pralaya (pratyahara) deze zeven achtereenvolgens in elkaar terug.

Deel I, hoofdstuk De kracht van de toekomst (p. 621):
Als men vraagt waarom Keely een bepaalde grens niet mocht overschrijden, is het antwoord eenvoudig; omdat wat hij onbewust ontdekte, de verschrikkelijke siderische kracht is, die bekend was aan de Atlantiërs en door hen mash-mak werd genoemd, en door de Arische rishi’s in hun Ashtar Vidyā werd aangeduid met een naam die wij liever niet geven. Het is het vril van Bulwer Lyttons Coming Race en van de toekomstige rassen van onze mensheid. De naam vril kan wel een verzinsel zijn, de kracht zelf is een feit, waaraan in India even weinig wordt getwijfeld als aan het bestaan van hun rishi’s, omdat zij in alle geheime boeken wordt genoemd.
622: Wat Keely al heeft gedaan, is buitengewoon groots en geweldig. Hij heeft er nog werk genoeg aan om zijn nieuwe systeem uiteen te zetten en om ‘de trots van die materialistische wetenschappers te matigen door de geheimen openbaar te maken, die achter de wereld van de stof liggen’, zonder deze nolens volens aan iedereen te onthullen. Want psychisten en spiritualisten, waarvan er in de Europese legers een flink aantal zijn, zouden toch de eersten zijn om persoonlijk de gevolgen van de onthulling van zulke geheimen te ondervinden. Duizenden van hen zouden zich (misschien samen met de bevolkingen van hele landen om hen gezelschap te houden) al heel snel in de blauwe ether bevinden, als zo’n kracht zelfs maar volledig ontdekt, laat staan publiek bekend werd. Voor de volledige ontdekking is het enige duizenden jaren te vroeg – of zullen we zeggen honderdduizend? Zij zal pas op haar juiste plaats en tijd zijn, als de grote razende vloedgolf van hongersnood, ellende en onderbetaalde arbeid is weggeëbd – zoals zal gebeuren, wanneer gelukkig eindelijk in de rechtmatige verlangens van de velen wordt voorzien; als het proletariaat alleen in naam zal bestaan en het meelijwekkende geroep om brood, dat onverhoord door de wereld klinkt, is weggestorven. Dit kan worden verhaast door het verbreiden van kennis en door nieuwe mogelijkheden voor werk en emigratie, met betere vooruitzichten dan nu bestaan, en op een nieuw continent dat misschien zal verschijnen. Pas dan zal er vraag zijn naar de ‘motor en de kracht van Keely’, zoals deze oorspronkelijk door hem en zijn vrienden werd gedacht, omdat de armen deze meer nodig zullen hebben dan de rijken.
Intussen zal de door hem ontdekte kracht door middel van draden werken en dit zal, als hij daarin slaagt, geheel voldoende zijn om hem in de huidige generatie tot de grootste ontdekker van deze eeuw te maken.

John Consemulder BLAUWDRUK de multidimensionale werkelijkheid van creatie en manifestatie (p. 136):
Keely’s geheim heeft te maken met de vermeerdering van energie, het isoleren van de aether en het toepassen van dynasferische kracht op werktuigen. Blavatsky vermeldde dat ‘de ontdekking van Keely zou leiden tot de kennis van een van de meest occulte geheimen’.
166: Onlangs is er New Science Magazine namelijk een artikel over ‘the fractal universe’ verschenen. Dan Winter merkt hierover op dat het fractale universum nu alleen nog maar door wetenschappers verbonden hoeft te worden met de fractale structuur van het vacuüm en de fractale oorzaak van de versnellingen van geladen deeltjes door compressie en zelfs van zwaartekracht om de werkelijkheid beter te begrijpen. Dan Winter ziet een fractal als een fase-geconjugeerd diëlektrisch medium waarbinnen DNA communiceert en zich optimaal kan handhaven.

Jules Ruis het Bewustzijns Besturings Model: De rode draad door alle informatie is het woord 'fractal', een sterk groeiend begrip, dat naar verwachting de komende jaren ons leven en werken op vele fronten zal gaan beïnvloeden. Een klassiek voorbeeld van fractale structuur is de set van in elkaar passende Russische poppetjes, matruschka's genoemd. 'Fractals' zijn (van origine wiskundige) objecten van een ongekende schoonheid bestaande uit zich steeds herhalende patronen. Links ziet u enkele elkaar opvolgende voorbeelden van fractals. Wolken, kustlijnen,rivieren, maar ook planten en dieren, alsmede longen, bloedvaten en hersenen van de mens zijn voorbeelden van fractale structuren in de natuur. Zowel de stoffelijke als de levende natuur blijkt fractaal te zijn georganiseerd.
Deze grafische presentatie toont aan dat de fractale wereld is opgebouwd uit zich steeds herhalende patronen van interacterende (sub)systemen. Klassieke hiërarchische organisatiestructuren zullen de komende jaren vervangen gaan worden door fractale netwerken van relaties, beschikkend over een groot zelforganiserend en innoverend/aanpassend vermogen.

Het Bewustzijns Besturings Model maakt van vier gezichtspunten gebruik. De diapresentatie (2.1) laat zien dat van de besturingscyclus ‘Plan – Do – Check – Act’, de behoeftenhiërarchie van Maslow en de Kernkwaliteiten van Daniel Ofman gebruik wordt gemaakt. De Fractal-organisatie (4.) past tevens het cultuurdiagram van Harrison toe. Hoofdstuk 13: De cultuur in een organisatie is het geheel van waarden en normen, opvattingen en gedragingen van de medewerkers. Het betreft tevens de stijl van leidinggeven in een organisatie. In de fractal-organisatie brengen we de cultuur tot uitdrukking in de 'kleur' van de fractal. We onderscheiden in lijn met de indeling volgens Harrison vier dominante culturen: de blauwe machtscultuur, de rode persoonscultuur, de gele rolcultuur en de groene taakcultuur. Het gehele kleurenpallet doorloopt een vaste 'regenboog'.
Jules Ruis De Chaos getemd! Fractals: een Teken van Leven
Bij prof.dr.ir. Wim van Bokhoven van de TUE vond ik onverwacht bevestiging van wat ik zocht: de overtuiging, dat in de chaostheorie de geheimen van het leven zijn verborgen.
Ir. Poul Bakker van Company Coaching was onder de indruk van de beelden beschouwd als symbolen van samenwerking en conflict. Dr. Wim van Beers van bureau Schouten & Nelissen was zeer belangstellend naar een goed overdraagbare praktische toepassing. De KPMG-organisatie, in de personen van ir. Edward Butter, ir. Steven Olthof en drs. Robert Lubberding, bezorgde mij de inspiratie en uitdaging om de zogenaamde Julia-fractals verder te lijf te gaan. Hun visie om voor toekomstige organisaties het zingevings-vraagstuk centraal te stellen, overtuigde mij dat ik op de goede weg was.

Big Bang-hypothese versus 'Big Bounce en Big Crunch'-hypothese. Gerrit Teule licht in zijn artikel Enkele opmerkingen over energie, materie en geest de 'Big Bounce en Big Crunch'-hypothese toe.

De Snaartheorie verbindt de Relativiteitstheorie met de Quantummechanica, de macrokosmos met de microkosmos.

Boek Nulpunt Revolutie van Benjamin Adamah (p. 275/276:
Macrokosmos: Dat deel van het (universeel) bewustzijn dat ‘Dat wat geen buiten kent’ als domein heeft en de materialiteit-actualiteit als bereik.
Microkosmos: Dat deel van het (universeel) bewustzijn dat ‘Dat wat geen binnen kent’ als domein heeft en de immaterialiteit-actualiteit als bereik.
P. 48/49: Tachyoneren komt er in het kort op neer dat de bewegingen in de atomen van een voorwerp dusdanig worden versneld dat er een soort vortex ontstaat die tachyon-energie ‘aanzuigt uit het vacuüm’ en vrijgeeft in ons tijdruimtedomein. Aldus vindt er een resonantie plaats met de ongedifferentieerde oerstaat van alle energie en materie (en bewustzijn).
P. 113: Nul is op te vatten als een zwart gat/oerknal-correlaat dat de ‘pomp' (tzimtzum) of het ‘hart’ (tzimtzum) vormt van de scheppingsgolf en ether of akasha in beweging zet. Nul is vanuit een dynamisch perspectief een omslagpunt waar Dat wat geen buiten kent (positief iets; + 1) voorkomt uit de dimensieomslag van Dat wat geen binnen kent (negatief iets; - 1).
P. 117: De fractalresonantie tussen macrokosmos en microkosmos:

MacrokosmosMicrokosmosKwintessens
Dat wat geen buiten kentDat wat geen binnen kentScheppingsdriehoek 9 - 6 - 3
Wereldziel/wereldorgonveldEtherisch dubbel
TzimtzumHart(slag), ademhaling, ik, Heidegger-knoopCentrum, 5e Dimensie
Expansie scheppingsgolfIndividuatieprocesLevensether
Contractie scheppingsgolfGeboorte, overlijdenGeluidsether
EpistrofeHoger Zelf, weten, orgasme, eeuwigheidLichtether
ProödosEgo, denken, ejaculeren, sterfelijkheidWarmte-ether
Eenheid van de aionEenheid van het filosofische atoom
HypostasenasChakra's
Kairos-ringHoroscoop

P. 228: In de natuur bestaat er een evenwicht tussen fluctuaties van entropie en negentropie (informatietheorie).
Om de 'torens van Babel' tegen instorten te behoeden, zal in de toekomst aan risicobeheersing meer aandacht dienen te worden besteed.
In risk management, negentropy is the force that seeks to achieve effective organizational behavior and lead to a steady predictable state.
Benjamin Adamah schrijft in zijn boek Nulpunt Revolutie over Adam Kadmon ons zuiver negentropische alter ego (p. 61).

De Axis mundi (caduceus) is een mooi voorbeeld van de in – en uitspiralende torsiegolf in een vortexvorm.
De torus wordt als een multidimensionale vortex (vortex) opgevat. De lemniscaat illustreert de draaikolk stuctuur van de vortex. Het Reflexief Bewustzijn brengt als ware verschillende aggregatieniveaus van Ether, van statisch tot zeer dynamisch tot uitdrukking. De lemniscaat, de eeuwige wederkeer, symboliseert de wisselwerking, de reflectie tussen de macrokosmos en microkosmos.

Jan Wicherink Ontheemde Zielen Ontwaken Vortextechnologie uit de Oudheid (p. 53):
Robert A. Patterson is een opmerkelijk ingenieur die zichzelf onderwezen heeft in vortex (draaikolk) technologie en het werk bestudeerd heeft van Viktor Schauberger. Viktor Schauberger werkte aan vortextechnologie voor de nazi’s tijdens WO II en heeft veel opmerkelijke uitvindingen gedaan die, net als die van Tesla, bijna in vergetelheid zijn geraakt. Hun waardevolle bijdrage voor de wetenschap wordt nu eindelijk erkend door pioniers, nu de energietekorten in de wereld naar hun climax groeien. We zullen vortextechnologieën en de elektrische toepassing ervan bestuderen bij Daniel Winter’s implosiefysica in hoofdstuk 6 (‘Ether vibraties’). De beste voorstelling van een vortex of draaikolk is een tornado die de lucht naar binnen zuigt en ongelofelijk krachtige wervelwinden accumuleert in het centrum, het oog.

Voor een beschrijving van de begrippen vortex en torus wordt verwezen naar het boek Ontheemde Zielen Ontwaken van Jan Wicherink.
Chaostheorie heeft het bestaan ontdekt van een viertal basale kosmische attractoren: de punt, de cyclus, de torus en de vreemde attractor. We zullen niet ingaan op hun verschillen, maar willen vermelden dat een attractor het best omschreven kan worden als de kracht in de natuur die orde schept uit chaos. De chaos wordt aangetrokken tot de attractor en creëert een verborgen orde.
Dan Winter neemt in zijn etherfysica aan dat de torus het bouwblok van het atoom en dus van de materie. Het labyrint is dan ook volgens Winter een symbolische projectie van de draaiende bochten die de Ph-spiralen van licht volgen op weg naar het centrum van het atoom.
Voor een beschrijving van de begrippen vril, tachyon-energie (vacuüumenergie) en Akasha wordt verwezen naar het boek Nulpunt Revolutie van Benjamin Adamah.

De boeken van Benjamin Adamah, Ervin Laszlo, Jules Ruis (website), Gerrit Teule en Jan Wicherink hebben een punt gemeenschappelijk en dat is de chaostheorie. Ook in het onderzoek ‘E i V’ is de chaostheorie als verbindende schakel naar voren gekomen.
Benjamin Adamah bespreekt in zijn boek de torus op pagina 112, Gerrit Teule op p. 149 en Jan Wicherink op p. 179.

Evolutiepsychologie
Wederkerig altruïsme, het verschijnsel waarbij men elkaar wederzijds helpt of een gunst verleent, is een veelvuldig onderzocht onderwerp binnen de evolutionaire psychologie. De reciprociteit van "voor wat hoort wat" is "heb uw naaste lief". Rita Smaniotto: Op basis van experimenten, simulatie-onderzoek en een heranalyse van een aantal antropologische studies naar het delen van voedsel in jagers-en verzamelaarsvolkeren concludeert Rita Smaniotto in haar proefschrift dat het "voor wat hoort wat" mechanisme niet zo wijdverspreid is als doorgaans wordt aangenomen. Volgens haar is er in veel gevallen sprake van een alternatief mechanisme, het "heb uw naaste lief" mechanisme. Dit mechanisme is vooral gericht op het welzijn van personen in iemands directe omgeving.
Promotie onderzoek Patrice van de Vorst: mijn te onderzoeken stelling is: Er is een biologische of anatomische grondslag voor het ontstaan van het menselijk bewustzijn en de menselijke moraal. Deze komt voort uit de evolutionaire veranderingen in de geslachtsorganen van de soort Homo.

H.P. Blavatsky maakt van het gezichtspunt Zo boven, Zo beneden van Hermes Trismegistus (Lucifer nr. 3/4 2006) gebruik.
Madame Blavatsky over de studie van de Theosofie:
Wat je ook in De Geheime Leer wilt bestuderen , houd steeds de volgende denkbeelden voor ogen, die de basis moeten zijn van je ideeën-vorming:
(d) Het vierde en laatste basis-idee dat je moet vasthouden is dat wat uitgedrukt wordt in het grote Hermetische axioma. Het somt alle anderen op en vat ze samen:
Zo binnen, zo buiten
zo groot, zo klein
zo boven, zo beneden
er is slechts één Leven en Wet
en de besturende Kracht is één
Er is geen binnen, geen buiten
geen groot, geen klein
geen hoog, geen laag
in het goddelijk bestel.

Er is slechts één Leven en Wet, die door het 2e aanzicht, de reciprociteit en het Meta-leren, tot uitdrukking wordt gebracht.

Plato's Ideeën wereld:
Plato verdeelde de werkelijkheid in twee zijnssferen, materie en geest met als schakel de ziel. Het Antahkarana, nous legt de virtuele verbinding tussen epithumia en thumos. Het zelfbewustzijn, dat meta-leren mogelijk maakt, kan als een recursiefproces worden opgevat. Het universum (universele quintessens) creëert een levend wezen dat in staat is zichzelf te aanschouwen en te reguleren. Het universum kijkt als het ware op een bewust niveau naar zichzelf. De in het brein, het geheugen opgeslagen informatie kan opnieuw worden geprojecteerd. We zijn aan onze eigen perceptie, het eigen perspectief overgeleverd. Het reflexieve ik, het zelfbewustzijn ondergaan we niet alleen als een ontologisch gegeven, maar veeleer als een fenomenologisch feit.

Wat is de Wet van Tijd?:
In zijn essentie is tijd een frequentie uitgedrukt als een mathematische verhouding constante, 13:20. Deze constante definieert een heel nieuw rijk van realiteit, de synchrone orde. Dit is het vierdimensionale rijk waar synchroniciteit de norm is en feitelijk in kaart gebracht kan worden door de mathematische codes gebaseerd op de verhouding constante 13:20.

De ‘Law of One’ (zoekopdracht: Law) heeft op het verschijnsel karma, de 2e grondstelling betrekking.
Jan Wicherink (p. 194): Men zou kunnen beargumenteren dat de Oosterse spirituele tradities hun universele wijsheid niet bereikten via wetenschappelijke methoden, maar door esoterische principes zoals introspectieve meditatie. In een hogere staat van bewustzijn kregen ingewijden toegang tot de oerkennis die opgeslagen ligt in de Akasha-kronieken. Hoewel dit best waar zou kunnen zijn, geloof ik nog steeds dat er voldoende redenen bestaan om aan te nemen dat de oude vedische cultuur haar initiële wijsheid van eerdere beschavingen ontving.

Zie ook:

Boeken:

Externe Links

<< vorige || volgende >>

Categorie: Artikelen | Rapport | Auteur: Harry Nijhof


Deze pagina werd sedert 16 dec. 2007 6502 keer bekeken.