4.6 Antropisch principe

De Mahatma Brieven: Geest, leven, stof, zijn geen natuurlijke beginselen die onafhankelijk van elkaar bestaan, maar de gevolgen van combinaties die door de eeuwige beweging in de Ruimte worden voortgebracht. (BRIEF No. 23B p. 172)
Thomas Henry Huxley: De belangrijkste vraag voor de mensheid – het probleem dat aan alle andere ten grondslag ligt en interessanter is dan welk ook – is het vaststellen van de plaats die de mens in de Natuur inneemt en van zijn relaties met het Heelal van de dingen.
Sir Arthur Keith Evolutie is onbewezen en onbewijsbaar. We geloven het alleen omdat het enige alternatief speciale schepping is, en dat is ondenkbaar.
H.S. Lipson Feitelijk is evolutie in zekere zin een wetenschappelijke religie geworden; bijna alle wetenschappers hebben het geaccepteerd, en velen zijn bereid om hun waarnemingen ‘om te buigen’ om deze ermee te laten overeenstemmen.
John Gribbin Het is niet omdat iedereen iets gelooft dat je het moet geloven.
Feynman: Als iemand zegt, dat-ie de Quantum-theorie begrijpt, dan liegt hij, òf hij is gek.
Juan Keymer We weten niet wat een individu is, iets halverwege de schaal tussen competitie en symbiose. (Volkskrant 28 juni 2008)

Ruimte en Tijd (Tijdsymmetrie, 'Ruimte en Tijd', Scheppingsleer, Evolutie)

Antropisch principe
Volgens de hermetische spreuk 'Zo boven, zo beneden' (zie het menu) komen de eigenschappen van de geestelijke wereld, als de oorzaak ervan, tot uitdrukking in de eigenschappen van de stoffelijke wereld. Het gaat om de oude, esoterische wet van de overeenstemming: de schepper brengt zichzelf in zijn schepping tot uitdrukking.
Natuurconstanten
Het 'antropisch principe' is een denkbeeld over de betekenis die het heelal heeft voor de mens, dat is voortgekomen uit de bevindingen van natuurwetenschappers omtrent de zogenaamde 'natuurconstanten'. Een natuur(kundige)constante vormt een vast onderdeel van een wetenschappelijke formule, waarmee natuurkundige berekeningen kunnen worden gemaakt.

Voetnoot Artificiële intelligentie of Kunstmatige intelligentie als vervanger van democratie (Arnon Grunberg Volkskrant 25 november 2016):
'Wat als we democratische verkiezingen vervangen door een systeem van kunstmatige intelligentie?', vroeg Louise Fresco zich in NRC af.
Ze constateert dat een van de redenen dat democratie matig werkt is dat veel mensen wel geëngageerd zijn maar niet stemmen. Als voorbeeld noemde ze jongeren die tegen Trump protesteerden. De ironie van het Amerikaanse kiessysteem echter is dat het er in veel staten nauwelijks toe doet of je stemt, het gaat om een paar swing states.
Fresco ziet big data niet uitsluitend als een gevaar, wat verfrissend is. Op basis van uw data weten we wat u zou stemmen en hoeft u het niet meer zelf te doen.
Ook pleit ze voor de vervanging van politieke leiders door artificiële intelligentie. Waarom niet? Erger dan de mens kan het niet worden. We moeten er alleen voor zorgen dat de artificiële intelligentie die ons gaat regeren niet door stervelingen wordt misbruikt.

Anthropic principle & Spacetime
Immanuel Kant argued that 3-dimensional space was a consequence of the inverse square law of universal gravitation. While Kant's argument is historically important, John D. Barrow says that it "...gets the punch-line back to front: it is the three-dimensionality of space that explains why we see inverse-square force laws in Nature, not vice-versa." (Barrow 2002: 204). This is because the law of gravitation (or any other inverse-square law) follows from the concept of flux and the proportional relationship of flux density and the strength of field. If N = 3, then 3-dimensional solid objects have surface areas proportional to the square of their size in any selected spatial dimension. In particular, a sphere of radius r has area of 4πr ². More generally, in a space of N dimensions, the strength of the gravitational attraction between two bodies separated by a distance of r would be inversely proportional to rN−1.

Spacetime in general relativity
In general relativity, it is assumed that spacetime is curved by the presence of matter (energy), this curvature being represented by the Riemann tensor. In special relativity, the Riemann tensor is identically zero, and so this concept of "non-curvedness" is sometimes expressed by the statement Minkowski spacetime is flat.

De psyche (reflexief bewustzijn, zelfreflectie) werkt als een spiegel (weerspiegeling). Het is deze spiegel, het spiegelneuron, dat zorgt voor de golfbewegingen in de geschiedenis. Welke kant van de medaille, de aardse Tetrade (Standaardmodel, de gemanifesteerde werkelijkheid) of de hemelse Triade (ongemanifesteerde werkelijkheid), laten we overheersen? Alleen wanneer we ons meer met de Triade verbinden komt de beschaving een stapje verder. Meer opties zijn er niet en dat was al bij Pythagoras (De Gulden Verzen van Pythagoras) bekend.

Beroemde Bèta-Wetten voor Alfa's Verklaard Einstein's wet: E=mc2
De relativiteitstheorie van Einstein is wellicht een van de meest tot de verbeelding sprekende theorieën uit de natuurwetenschappen, en E=mc2 ongetwijfeld een van de meest bekende formules. Dat E voor energie staat, m voor massa en c voor lichtsnelheid is ook vrij algemeen bekend. Maar wat deze wet precies inhoudt, welke massa en welke energie bedoeld wordt, vergt wat meer inzicht. Al snel schrikken de formules af. Toch gaan we hier proberen juist dat uit te leggen, evenals het feit dat we bewegende klokken langzamer zien lopen, en een tweelingbroer jonger terugkomt van een ruimtereis. De stelling van Pythagoras en eenvoudige algebra zal alles zijn wat we nodig hebben.

Het is de ziel, de schakel tussen 'Geest en Lichaam', die het probleem van het ego en het hogere Zelf, van involutie en evolutie (emanationisme) kan oplossen. In essentie draait het om ‘Levensatoom en Atoom’, ‘Geest en Lichaam’, de neergaande en opgaande boog, ‘These + Antithese = Synthese', de Kwintessens. Of met andere woorden voor de mensheid op aarde geldt nog steeds "Verbeter de wereld en begin bij jezelf". Geestelijke gezondheid bevorderen houdt zich primair met het verminderen van het maatschappelijke onbehagen, het culturele onbehagen bezig. Het gesignaleerde onbehagen in de maatschappij, de cultuurneurose is alleen te doorbreken wanneer aan immateriële thema's, het waarden en normen debat meer inhoud en vorm wordt gegeven. De Bijbel, Mattheüs 7:12-14 leert al hoe het ego te ontmantelen. Het houdt de gemoederen al millennia bezig. De hamvraag voor de komende decennia is hoe voorkomen we dat door politici als Donald Trump, Marine Le Pen en Geert Wilders c.s. de cultuurneurose, escaleert naar een cultuurpsychose?

Triomf der schepping? (Margreet Vermeulen Volkskrant 17 februari 2018 Sir Egmund p. 40-43):
Van oudsher is de mens geneigd zichzelf te beschouwen als het eindpunt of zelfs hoogtepunt van de evolutie. Van dat denkbeeld blijft steeds minder overeind.
Duiven kunnen, ondanks hun ieniemienie brein, onderscheid maken tussen abstracties als tijd en ruimte.
Blijft de vraag: hebben we nu werkelijk iets uniek-menselijks gevonden of hebben we onze statistische kennis misbruikt om onze superioriteit te 'bewijzen'?
Inmiddels heeft de aandacht zich verlegd van herseninhoud naar hersenstructuren. Ook hier is het ijs spekglad. De duiven uit het begin van dit stuk, die abstracties als tijd en ruimte van elkaar kunnen onderscheiden, doen dat niet zoals mensen met het hersengebied dat we de pariëtale cortex noemen. Want die hebben duiven niet. Blijkbaar zijn mentale vermogens niet altijd afhankelijk van bepaalde hersenstructuren.
Focus op technische hoogstandjes
Als het om samenwerking gaat, vraagt Kret zich zelfs af of bonobo's daarin niet beter zijn dan mensen. 'Mensen werken op ongekende schaal samen. Maar we maken er ook vaak een potje van. We voeren oorlog. In de mate waarin wij soortgenoten afmaken, zijn we tamelijk uniek. Ik ga onderzoeken of bonobo's betere samenwerkers zijn en of ze tot betere oplossingen komen. Best controversieel.'
Maar ja, zult u denken. Wíj hebben toch maar mooi die kersenrode Tesla Roadster de ruimte in geschoten. 'Waarom focussen we toch altijd op technologische hoogstandjes?', wil Vaesen weten. 'En waarom beschouwen wij onszelf in het Westen met westerse gedragingen als representatief voor onze soort? Trouwens, we verschillen zó veel van bonobo's en chimpansees dat het arbritair is om er één eigenschap uit te vissen. En als we onszelf vergelijken met onze nauwst verwante primaten - laat ons zeggen, de bonobo's - waarom kijken we dan niet naar hoe we met elkaar omgaan. Bonobo's voeren geen oorlog, doen niet aan genocide. Bonobo's hebben een veel kleinere ecologische voetafdruk, om maar wat te noemen. En denk eens aan de mate waarin mensen verschillen van bonobo's als je kijkt naar geestelijk lijden. De focus op de Tesla laat zien dat we selectief kijken naar iets wat ons superieur zou kunnen maken.'
Wetenschappers als Frans de Waal willen aantonen hoe klein de kloof tussen mens en dier is. Andere wetenschappers, zoals de ontwikkelingspsycholoog Michael Tomasello, willen juist blootleggen wat de mens onderscheidt van de primaten die het dichtst bij ons staan. Volgens Tomasello maakt de grotere sociale intelligentie van mensen de accumulatie van kennis mogelijk die van generatie op generatie wordt doorgegeven.
Is het verkeerd om te denken dat natuurwetenschappelijk onderzoek ons kan vertellen wat ons mens maakt. Homo sapiens is een biologische categorie, en die kan natuurwetenschappelijk gedefinieerd worden, maar niet op basis van een verzameling karakteristieke eigenschappen zoals gedrag of hersenomvang, want die eigenschappen evolueren. De definitie kan alleen gemaakt worden op basis van het unieke evolutionaire traject dat Homo Sapiens heeft afgelegd. De mens, echter, is geen biologische categorie, maar een filosofische.'
En als we onszelf vergelijken met onze nauwst verwante primaten - laat ons zeggen, de bonobo's - waarom kijken we dan niet naar hoe we met elkaar omgaan. Bonobo's voeren geen oorlog, doen niet aan genocide. Bonobo's hebben een veel kleinere ecologische voetafdruk, om maar wat te noemen. En denk eens aan de mate waarin mensen verschillen van bonobo's als je kijkt naar geestelijk lijden. De focus op de Tesla laat zien dat we selectief kijken naar iets wat ons superieur zou kunnen maken.'

De humanoïde robot, lees de wereldwijde ICT-infrastructuur een moreel kompas aan te leren, is net zo'n menselijke dwaasheid als eerder de antropomorfistische godheid. Door die vereenzelviging wordt alleen het stoffelijke gezien en niet meer het geestelijke, waardoor ook God niet meer een ervaarbare, geestelijke werkelijkheid kan zijn en er als verklaring van de aanname van het bestaan van goden, 'antropomorfisme' wordt aangevoerd. ICT biedt ten behoeve van het onderzoeksrapport 'E i V een uitstekend hulpmiddel om op grote hoeveelheden data queries los te laten en deze data naar informatie te converteren. Door het genereren van nepnieuws, het retorische foefje raken we het zicht op de werkelijkheid kwijt en worden er luchtkastelen, torens van Babel gebouwd.

Een heelal vol walmende sterren, Xander Tielens: ‘We zijn gaan beseffen dat we in een moleculair heelal leven.’ (Volkskrant 5 juni 2012)
U bent er de meest geciteerde Nederlandse astronoom mee geworden. Hoe doet u dat eigenlijk?
‘Door altijd met de beste mensen en beste projecten, instrumenten en technieken te willen werken. En interdisciplinair. Ik praat even gemakkelijk met fysici en chemici.’
En biologen?
‘In Nederland is dat gesprek er nog niet zo, in de VS wel. Alle koolstof in ons lijf komt uit de sterren. Dat staat vast. De open vraag is vooral hoe dat tot leven heeft kunnen leiden.’

Juan Keymer werkzaam bij het 'Kavli Institute of Nanoscience' (Nanotechnology) van Prof. Cees Dekker in Delft geeft in het boven aangehaalde citaat nog beknopter weer waar het feitelijk om draait. Dualiteit is een gegeven.

Cees Dekker kiest voor Darwin èn God (Trouw, 8 december 2008)

Russian anarchist Peter Kropotkin viewed the concept of "survival of the fittest" as supporting co-operation rather than competition. In his book Mutual Aid: A Factor of Evolution he set out his analysis leading to the conclusion that the fittest was not necessarily the best at competing individually, but often the community made up of those best at working together.

Het Ether-paradigma gaat uit van het in de publicatie Het materialisme weerlegd door Bruno D. Granger & Tjerk W. Muller toegelichte antropisch principe (Engelse versie). Het Antropisch principe (Grieks ἄνθρωπος anthropos = mens) is het door Brandon Carter voorgestelde en door John D. Barrow, Frank J. Tipler en Robert H. Dicke verder uitgewerkte idee dat er een nauw verband bestaat tussen ons menszijn en de eigenschappen van het heelal.

Het is een genot Hoyle’s ‘nieuwe visie op schepping en evolutie’ op te slaan, een boek dat – hoe controversieel ook – het religieuze denken benadert op nuchtere en gezonde wijze. Sir Fred Hoyle staat allang bekend als een origineel mens in een gemeenschap van originele geesten waar men het onorthodoxe kan verwachten, en in The Intelligent Universe brengt hij aan de hand van waarnemingen en conclusies tot uitdrukking waarover anderen speculeren of waarin ze graag geloven. Zijn stelling betreft een heelal dat is ontworpen en wordt geleid door een intelligentie die ons begrip te boven gaat – niet een superkosmische god, een personage met onbeperkte macht die het lot van wezens bepaalt, maar een inherent bewustzijn van zijn eigen soort dat is belichaamd in de totale kosmos en dat zich aan onze waarneming onttrekt.

De wetenschap en De Geheime Leer
De bron waaruit de genetische code voortkomt, is een volledig raadsel; wetenschappers weten niet hoe de natuur die voortbracht. Sir Fred Hoyle wijst erop dat er binnen het genetische materiaal in de kern van elke cel 200.000 ketens van aminozuren zijn, gerangschikt volgens een heel bijzonder en ingewikkeld patroon (weergegeven in een diagram door Watson en Crick in hun dubbele-helixmodel). De kans om door een reeks toevallen tot deze rangschikking te komen door middel van natuurlijke selectie en willekeurige mutaties is volgens Hoyle gelijk aan de kans om direct na elkaar vijf miljoen keer zes te werpen met één enkele zuivere dobbelsteen (Fred Hoyle, lezing in The Theosophist, april 1982, 219).

Ricardo Lindemann Het ontdekken van de verborgen volmaaktheid
De vooraanstaande fysicus Sir Fred Hoyle, oprichter van het Cambridge Institute of Theoretical Astronomy, zegt hierover in zijn boek The Intelligent Universe:
‘De waarschijnlijkheid dat er spontaan leven op aarde verschijnt is zo klein dat het heel moeilijk te bevatten is zonder het te vergelijken met iets dat meer vertrouwd is. Stelt u zich iemand met een blinddoek voor die probeert de kubus van Rubik, die sinds kort weer in de mode is, op te lossen … De kans dat iedere beweging leidt tot een volmaakte kleuraanpassing op alle facetten van de kubus is ongeveer 50.000.000.000.000.000.000 tegen 1
.

Grace F. knoche Kosmische atomen, sporen van de goden
Dit idee van levenszaden zien we ook in de wetenschap. In het begin van de 20ste eeuw blies de Zweedse natuurkundige en chemicus Svante Arrhenius weer nieuw leven in een oude theorie – panspermia, letterlijk ‘overal zaden’ – die inhield dat het leven op aarde het resultaat is van sporen die zich vrij bewegen door de interstellaire ruimte en die hier ooit zijn terechtgekomen en het begin vormden van het biologische leven. In 1983 wekte de Britse astrofysicus Sir Fred Hoyle de theorie van Arrhenius tot nieuw leven door krachtige argumenten aan te dragen, gesteund door de natuurkunde en de microbiologie, ten gunste van het idee dat micro-organismen zich door de ruimte bewegen en vandaaruit naar onze planeet zijn gekomen. Hoyle schreef:
Dit levert het decor voor de oorsprong van het leven op de ruimst denkbare schaal. Het is geen lokaal platform, niet beperkt tot ons zonnestelsel, zelfs niet tot ons melkwegstelsel, maar werkelijk kosmisch. Als er een intelligentie in het spel was bij het ontstaan van het leven, dan was die intelligentie inderdaad heel groot, en ik vermoed dat die erkend wordt door het religieuze instinct dat in ons allen woont, het instinct dat ons toefluistert vanuit een of ander verafgelegen gebied van ons bewustzijn. Het leven is daarom een kosmologisch verschijnsel, misschien wel het meest fundamentele aspect van het universum zelf. – The Intelligent Universe, blz. 161

Dit heeft wetenschappers uiteindelijk tot de conclusie gebracht: het lijkt wel alsof de werkelijkheid gemaakt is op menselijk leven. Dit is te boek komen te staan als het Antropisch Principe. Het antropisch principe stelt dat het universum precies zó is gemaakt dat het de voorwaarden schept waarin leven kan ontstaan.
De vraag die dan voor de hand ligt is "Door wie dan?". We zagen al dat Fred Hoyle door zijn bevindingen de uitspraak ontlokt werd dat een 'super-intellect' gedokterd had met de natuurkunde. Christenen, joden en moslims gniffelen natuurlijk een beetje als ze zo'n uitspraak horen. Zij stellen immers hun vertrouwen al duizenden jaren in een persoonlijke God, die zij de Schepper noemen en van wie de menen dat deze inderdaad een intelligentie moet bezitten die de mens vele, vele malen te boven gaat (en zeker niet beneden het gemiddelde IQ van 100 komt). Het antropisch principe sluit aan bij de christelijke traditie die Gods hand in de kosmos aan probeert te wijzen via de vergelijking: alles heeft een oorzaak, dus moet ook het heelal een oorzaak hebben.
Veel geleerden antwoorden echter dat de vraag onzinnig is. Immers; indien het 'mislukt' was, indien één van de voorwaarden voor het ontstaan van het heelal en het leven niet voldaan had, dan zouden we er eenvoudig niet zijn geweest om ons te beklagen. Dit heet wel het zwakke antropisch principe.
Het ontstaan van het leven op de planeet aarde in ons heelal kan misschien het beste vergeleken worden met de geboorte van een reageerbuisbaby in een laboratorium. Iemand die uit reageerbuisbevruchting is verwekt, kan uit diverse lectuur te weet komen dat er aan een grote hoeveelheid noodzakelijke voorwaarden voldaan moet zijn, wil haar bestaan verklaarbaar zijn. Zou zo iemand na het lezen van dergelijke lectuur niet terecht concluderen dat iemand anders er op aangestuurd heeft dat zij bestaat? En zou de reactie: "de vraag is onzinnig aangezien bij een kleine afwijking van de proefopstelling en de uitvoering ik er ook niet zou zijn om de vraag te stellen" niet even incorrect zijn als de reactie van degenen die een beroep doen op het zwakke antropische principe? Let wel: we verbieden niemand het zwakke antropische principe uit te werken en zo sterk mogelijk te maken. Het mag natuurlijk. Onzes inziens klopt het beroep op het toeval echter niet. Het is het weglopen voor de vraag.

Fred Hoyle, beroemd maar omstreden astrofysicus, is overleden.
Tijdens de oorlog werkte Hoyle samen met Bondi en Gold aan militaire projecten. Uit discussies tijdens die periode ontstond zijn theorie van de Steady State of het stationair heelal. Die zou hij, samen met Bondi en Gold, blijven verdedigen "tegen" de bekende theorie dat het heelal ontstaan is uit een oerknal of "Big Bang". Hoyle was trouwens de uitvinder van de term "Big Bang", die hij in de vijftiger jaren ironiserend gebruikte tijdens een radio-interview voor de BBC (de naam verloor evenwel al snel zijn ironiserende betekenis).
Hoyle lanceerde de Steady State theorie in 1948. In essentie zegt de theorie dat het heelal er altijd hetzelfde uitziet, in tegenstelling tot wat de Big Bang voorhoudt. Dat betekent dat het heelal geen begin heeft gehad en ook geen einde zal hebben. Om te compenseren voor de kosmologische uitdijing van het heelal, stelde Hoyle dat er voortdurend nieuwe materie tussen de vliedende sterrenstelsels wordt gecreëerd. Een vreemd idee, maar voor Hoyle niet vreemder dan dat alles uit één oeratoom voorkomt, zoals de Big Bang theorie beweert. Deze astronomische discussie had een zekere filosofische achtergrond. De Big Bang kan als een schepping worden beschouwd en werd als theorie het eerst verdedigd door de Belgische priester-astronoom Georges Lemaître en later goedgekeurd door de paus. In de Steady State is het heelal nooit geschapen, het is er altijd geweest. Hoyles geestesgenoot Hermann Bondi was een militante atheïst.
Tijdens de jaren vijftig deed Hoyle bijzonder belangrijk onderzoek naar het onstaan van de chemische elementen in sterren. Dit werk culmineerde in een bijzonder lang nu klassiek geworden artikel van Geoffrey en Margaret Burbidge, William Fowler en Fred Hoyle ("B2FH") over "nucleogenese", het ontstaan van elementen via kernreacties - vandaag spreken we van "nucleosynthese". Het B2FH-artikel ontleedt alle mechanismen waardoor in het inwendige van de sterren lichtere elementen worden omgezet in zwaardere. Bij dit monumentale werk was Hoyle de theoreticus van dienst: hij stond in voor de complexe wiskundige modellering van de snelheid van kernreacties. Dit verklaarde waarom bepaalde elementen in het heelal meer of minder voorkomen dan andere. Zo slaagde hij erin te verklaren hoe heliumkernen omgezet worden in koolstofkernen.
Het B2FH-werk leidde uiteindelijk tot het toekennen van de Nobelprijs voor natuurkunde aan William Fowler in 1983, maar niet aan Hoyle, die toen een controversieel figuur was geworden in wetenschappelijke kringen.
Op zeker moment verklaarden ze zelfs dat de evolutietheorie van Darwin verkeerd was. Dat betekent uiteraard nog niet dat de man die beweerde dat het heelal geen schepping behoefde een voorstander werd van het creationisme. Hoyle en Wickramasinghe werden zo berucht met hun controverses dat de term ³in tegenstelling tot de ideeën van Hoyle en Wickramasinghe² uitgroeide tot een standaarduitdrukking onder wetenschappers.

David Pratt De ritmen van het leven
Volgens de gangbare evolutietheorie zijn de oorsprong en evolutie van het leven het resultaat van willekeurige fysiochemische processen. Men zegt dat de eerste levende organismen door toeval in de oerzeeën zijn ontstaan en zich door willekeurige genetische mutaties geleidelijk tot een grotere complexiteit en verscheidenheid hebben ontwikkeld, waarbij de minst aangepaste variaties door natuurlijke selectie werden uitgewied. In hun laatste boek, Our Place in the Cosmos: The Unfinished Revolution,1 merken de kosmologen Fred Hoyle en Chandra Wickramasinghe op:
Dit alles wordt tegenwoordig onderwezen alsof het om bewezen, onbetwistbare feiten zou gaan, maar in werkelijkheid is het weinig meer dan een dogma, een dogma dat een verstard element in ons onderwijsstelsel is geworden. – blz. 2

David Pratt Het ontkrachten van de oerknaltheorie
Astronomen die tot de heersende stroming behoren geloven dat de normaal heel grote roodverschuiving van quasars aanduidt dat ze zich nabij de rand van het zichtbare heelal bevinden en dat ze zich van ons af bewegen met snelheden die de lichtsnelheid benaderen. Om een verklaring te geven waarom veel quasars zich dichtbij melkwegstelsels met een kleine roodverschuiving bevinden, is het tegenwoordig mode om zich te baseren op de theorie van de lenswerking van de zwaartekracht in te roepen: het beeld van een quasar op de achtergrond wordt verondersteld zich te splitsen in meerdere heldere beelden door het zwaartekrachtsveld van een melkwegstelsel met een grote massa dat zich op de voorgrond bevindt. Het Einsteinkruis bijvoorbeeld bestaat uit vier quasars die kruiselings tegenover elkaar staan opgesteld rond een melkwegstelsel met een geringere roodverschuiving en wordt beschouwd als een van de voornaamste voorbeelden van de lenswerking van de zwaartekracht – ondanks het feit dat Fred Hoyle de kans op zo’n gebeurtenis berekende op minder dan twee op een miljoen en ondanks de aanwezigheid van materiaal dat de quasars en de kern van het melkwegstelsel met elkaar verbindt! De veronderstelling dat roodverschuiving uitsluitend wordt bepaald door snelheid heeft ertoe geleid dat de massa van melkwegstelsels wordt overschat, en meer redelijke schattingen duiden erop dat echte gravitationele lenseffecten waarschijnlijk heel zeldzaam zijn.

Wiel Smeets 4. Dionysius en andere mystici over bestaanslagen en hun geestelijke bewoners
Dionysius bespreekt de negen scharen van hemelwezens in drie triaden, beginnend bij de allerhoogste hemelwezens die in de onmiddellijke nabijheid van de Allerhoogste wonen:
- De eerste triade: de Serafijnen, de Cherubijnen en de Tronen;
- De tweede triade: de Heerschappijen, de Krachten en de Machten;
- De derde triade: de Hoogheden (Vorstendommen), de Aartsengelen en de Engelen.

De levensboom (Omraam Mikhaël Aïvanhov boek Angels and other Mysteries of The Tree of Life of G.A. Barborka boek Het Goddelijke Plan, p. 91) wordt ook gebruikt om de hemelse hiërarchie, de engelenleer van Dionysius tot uitdrukking te brengen. In een visioen nam Hildegard van Bingen ook de engelenscharen waar.

G.A. Barborka boek Het Goddelijke Plan, p. 91: Met inbegrip van de Hyparxis of top, ‘God’ bestaat deze hiërarchie uit tien klassen, die een tienvoudig stelsel omvatten.

De matrixstructuur, de 7*7 structuur geeft de relatie, de spiegelsymmetrie tussen de zevenvoudige samenstelling van de mens en de zevenvoudige samenstelling van de planeten weer. Deze zevenvoudige structuur maakt weer onderdeel uit van de tienvoudige matrixstructuur van de microkosmos en macrokosmos. Eerder heeft Raymond Lull in zijn hoofdwerk Ars Magna (‘de grote kunst’) of ook wel Ars Generale Ultima al van de tien categorieën van de aristotelische wijsheid gebruik gemaakt.

De elektromagnetische kracht is het medium waardoor het bewustzijn zich in stoffelijke vormen kan manifesteren. Naast de stoffelijke wereld bestaat de geestelijke wereld. Het 5D-concept heeft betrekking op de relatie tussen de gemanifesteerde wereld en de ongemanifesteerde wereld, op de microkosmos en de macrokosmos, op de Snaartheorie en de Unificatietheorie, op ‘Energie en Materie’ en ‘Ruimte en Tijd’, op de mens en de 5e dimensie. Deze relatie wordt door ‘Energie en Tijd’, de kwintessens tot uitdrukking gebracht.

René Meijer: Zo vormen de vier elementaire deeltjes samen met de relatieve, dynamische ether dan een parallel voor de vier basiskrachten die de natuurkunde kent: de zwaartekracht (het graviton), de elektromagnetische kracht (de elektronen en protonen), de sterke kernkracht die alles bij elkaar houdt (het integron) en de zwakke kernkracht (het neutron dat steeds tot verstrooiing en verval leidt op den duur). In één adem gezegd: eerst is er de tijd, dan de werveling ervan en dan de opsplitsing ervan in de drie basisdeeltjes van de materie plus een holistisch integriteits-effect dat ook wel als het lokale etherdeeltje of integron te beschrijven is. De etherdeeltjes zijn steeds deel en geheel, zijn 'part and parcel', of holondeeltjes - naar het holon zoals het hongaarse multitalent Arhur Koestler (1905-1983) en meer recent de holist Ken Wilber het als een filosofisch begrip verdedigden.

Éne werkelijkheid, 'Ongemanifesteerd en Gemanifesteerd':

Ongemanifesteerd (Hogere Tetraktis) Triade:Gemanifesteerde (Lagere Tetraktis) Tetrade:
Synthese Hans Vincent en Frank Tipler:Esoterie:
- God = Scheppende Intelligentie,De Monade symboliseerde Eenheid, de staat van zijn vóór de schepping.
God representeert het ultieme verleden (Geheugen).
- Zoon = de materiële (aardse) werkelijkheid. De ZoonDe Duade symboliseerde de eerste beweging naar schepping;
vereenzelvigt met de singulariteit van de ultieme toekomst.de splitsing van de Monade in twee polariteiten.
- Heilige geest = evolutionaire krachten in het universum.De Triade symboliseerde de vereniging van de twee polariteiten
De Geest is de verbindende singulariteit tussen hetdoor een bemiddelende hoedanigheid, de Logos of het woord.
ultieme verleden en de ultieme toekomst.
 De Tetrade Vuur, Lucht, Water en Aarde

Het volmaakte getal 10 (1 + 2 + 3 + 4) wordt in de metafysische wereld verzinnebeeld door de 4 of de Tetraktys. Het laat zien dat er aan de wereld van de eeuwig wederkerende verschijnselen (Aldous Huxley: ‘perennial’, Friedrich Nietzsche: ‘ewige Wiederkehr’), een eeuwige natuurlijke ordening, een blauwdruk [factorelement (x)] aan ten grondslag ligt.
De Triade vormt de natuurlijke eenheid en de Tetrade vormt de natuurlijke selectie. Bij levensprocessen gaat het om de natuurlijke eenheid en de natuurlijke selectie, namelijk om de Weltstoff van Teilhard de Chardin, de memen van Richard Dawkins, de geest-substantie Swabhâva (Mind stuff) in de Theosofie.

(x) Het getal zeven, als een samenstelling van 3 en 4 (Triade en Tetrade), is dus het factorelement in elke oude religie, omdat het het factorelement in de natuur is. Zeven is het grondtal van het gemanifesteerde heelal (Purucker).

In physics, the quark model is a classification scheme for hadrons in terms of their valence quarks — the quarks and antiquarks which give rise to the quantum numbers of the hadrons.

 

Er zijn 7 SI-basiseenheden.
The seven SI base units and the interdependency of their definitions.
In de Theosofie staat het factorelement 7 symbool voor een natuurconstante.

De positieve - en negatieve as van het op het yin/yang-mechanisme gebaseerde kwadranten zijn spiegelsymmetrisch. De beide polen illustreren het complementariteitsprincipe. Door een geleidelijke, kwantitatieve opeenhoping van kleine veranderingen kan de uitdaging uiteindelijk een kwalitatieve sprong ondergaan.
Dit fenomeen kan ook aan de hand van het Yin/Yang-mechanisme en de Vijf Fasen worden geïllustreerd. Het symbool brengt de natuurlijke -, de beheers - en de vernietigende kringloop tot uitdrukking. Amit Goswami, maakt in zijn boek De kwantum dokter, de nieuwe wetenschap van gezondheid en genezing, op p. 175 van hetzelfde Yin/Yang-mechanisme gebruik.

Door zijn mathematische volmaaktheid (gulden snede) werd het pentagram het symbool van de wiskundige Pythagoras. Meetkundig gezien behoort een pentagram tot de familie van de sterveelhoeken.
The Pythagoreans called the pentagram ὑγιεία Hugieia ("health"; also the Greek goddess of health, Hygieia[11]), and saw in the pentagram a mathematical perfection (see Geometry section below).

 

Een voorbeeld: Nobel-prijswinnaar Stephen Hawking noteert in zijn populaire boek A brief history of time, over de snelheid waarmee ons heelal groter wordt:
Als de mate van expansie 1 seconde na de big bang zelfs maar met een miljoenste van een miljoenste deeltje kleiner geweest was, zou het heelal ineengestort zijn voordat het ooit zijn huidige grootte bereikt had.

Wim de Lobel (kies Artikelen) boek ‘De eeuwige generatie’, Blauwdruk, p. 28:
Het scheppend vermogen van het heelal blijkt dus logisch doordacht te berusten op zelforganiserende processen. Paul Davies, de Engelse hoogleraar in de theoretische natuurkunde, beschrijft dat als een blauwdruk van de kosmos. ”Materie en energie hebben van nature een neiging tot zelforganisatie.” Hoewel hij in abstracto het bestaan van God niet ontkent constateert hij wel, dat het creatieve heelal zijn eigen zelfbewustzijn organiseert.
De Eeuwige Generatie, De Unio Mystica (p. 91):
Börger was beïnvloed door de kritische bijbelstudies vanuit de Hollandsche Radicale School. In het bijzonder benadrukten zij de Nieuw-Testamentische Evangeliën die in verhaalvorm een verdichting zijn van de oude en steeds weer nieuwe waarheid. Vanuit hun bevindingen ontkenden zij de historiciteit van de Jezusfiguur. Naar hun inzichten stoelde de Christusgedachte in de Unio Mystica, dat is de verborgen inherente universele waarheid omtrent de werkelijkheid. Waarheid in deze zin dienen we dan te verstaan als het zijn van de universele werkelijkheid zoals zij is.

W.T.S. Thackara Evolutie en schepping – 1 Intelligent ontwerp? (Sunrise sepokt 2003):
Op macroniveau bevestigde de natuurkundige Paul Davies een soortgelijk idee in Cosmic Blueprint (1988, p. 203): Alleen al het feit dat het heelal creatief is en dat de wetten het mogelijk hebben gemaakt dat complexe structuren verschijnen en zich ontwikkelen tot het niveau van bewustzijn – met andere woorden, dat het heelal zijn eigen zelfbewustzijn tot stand heeft gebracht – is voor mij een krachtig bewijs dat er achter dit alles ‘iets gaande is’. De indruk van een plan is overweldigend.

Philip Van Loocke: Metafysica en Natuurfilosofie, 7.19. Goudlokje en het antropisch principe.

Het antropisch principe houdt in dat er bepaalde natuurconstanten zijn, die het ontstaan van complexe elementen, zoals zuurstof, en daardoor ook van levensvormen, mogelijk maken. Het ‘Intelligent Design’ laat zien dat elke medaille twee kanten heeft, een bewuste en een onbewuste, een rationele en een irrationele, een theïstische en een atheïstische, incarnatie en reïncarnatie, regulier en seculier, een mentale en een gevoelsmatige. Het nu, het tijdsaspect van de ‘verborgen dimensie’ scheidt verleden en toekomst, probleem en oplossing.

Ervin Laszlo boek Bezielde Kosmos Nieuwe wetenschappelijke visie op leven en bewustzijn in het universum, Inleiding door Dr. H.J. Witteveen (oud-minister van Financiën):
Wetenschappers komen tot het opmerkelijke inzicht dat het heelal een levend en samenhangend geheel is, een concept dat de herinnering oproept aan een oeroude visie die onderdeel was van alle traditionele beschavingen: die van heen 'bezielde kosmos'. Dat beeld doet recht aan iets waar in deze moderne tijd weinig plaats voor was, zeker niet in de wetenschap. Het is de overtuiging dat wij een deel zijn van de ander en van de natuur: Alleen zijn wij een bewust deel van de kosmos, een wezen waardoor de wereld zichzelf kan leren kennen. Dit inzicht is de basis voor een diep besef van de zin van ons leven en een goede richtingwijzer nu we op een belangrijk kruispunt staan in de geschiedenis van de mensheid.
Dit inzicht is de basis voor een diep besef van de zin van ons leven (zingeving) en een goede richtingwijzer nu we op een belangrijk kruispunt staan in de geschiedenis van de mensheid.

Darwin’s Evolutietheorie - Natuurlijke Selectie
Hoewel Darwin's Evolutietheorie een relatief jong archetype is, bestaat het evolutionaire wereldbeeld zelf al sinds de oudheid. Griekse filosofen in de oudheid, zoals Anaximander, postuleerden een ontwikkeling van leven uit niet-leven en de evolutionaire afkomst van de mens uit dieren. Charles Darwin voegde slechts iets nieuws toe aan een oude filosofie -- een plausibel mechanisme genaamd "natuurlijke selectie". Natuurlijke selectie werkt om voordelige genetische mutaties te behouden en te accumuleren.

Vyâsadeva (Vyasa) Bhagavad Gita
Hoofdstuk 13 De kenner, het gekende en de kennis der filognosie
(13) Laat me je op de hoogte stellen van het kenbare waar ik de scepter over zwaai: het is het opperste van de Absolute Waarheid21, dat zijn begin niet kent en smaakt als nectar, en niet iets is dat gebeurt, noch iets is dat niet bestaat.
(20) De combinatie van de persoon en de materiële natuur22 moet je zien als zijnde zonder een oorsprong, en ook moet je de drie geaardheden23, tezamen met hun afgeleiden, zien als een tijdgebonden effect teweeggebracht door die materiële natuur. (21) De materiële natuur, zo zegt men, is de reden van oorzaak en gevolg in de zin dat er sprake is van een doener of bewerkstelliger - in de vorm van de tijd, de natuurkracht of de geaardheden24 -, terwijl men van de persoon zegt dat die ten grondslag ligt aan het hebben van ervaringen van geluk en ongeluk.
21) Dit wordt in het Sanskriet ook wel het Brahman genoemd. Het staat voor God, geest en de Absolute Waarheid, bestaat zowel van binnen als van buiten en vormt het geheel van de kenner, het gekende en de kennis.
22) Het onpersoonlijke van de materiële natuur, prakriti, en het persoonlijke van het mannelijk principe, de persoon, de purusha, kan men niet los van elkaar zien, net zoals men licht en duister niet los van elkaar kan bezien. Tezamen vormen ze de fundamentele dualiteit van de werkelijkheid die men de grotere ziel noemt of het universele zelf van Brahman, God of het Absolute, dat alle elementen van de materie en de geest bevat die het zichtbare en kenbare uitmaken van alles wat er bestaat.
23) De drie geaardheden van de onwetendheid, de goedheid en de hartstocht, tamas, sattva en rajas, waarover al eerder gesproken werd in het Lied, worden ondersteund door de drie disciplines van de goddelijkheid van respectievelijk de vernietiging (persoon: Siva, werkelijkheid: Paramatma - de Superziel), de handhaving (persoon: Vishnu, werkelijkheid: Bhagavan - de Fortuinlijke) en schepping (persoon: Brahma, werkelijkheid: Brahman - de Absolute Waarheid), welke ieder respectievelijk de kenmerken dragen van de traagheid, de kennis en beweging.
24) Deze voorbeelden van de tijd als de conditionerende orde (10.30 & 11.32), de natuurkracht van de ether als een causaal krachtveld dat de draaiing van de planeten bepaalt (9.8) en de geaardheden van de natuur als een beweger van de natuurlijke actie (14.19), worden afgeleid van verzen in het Lied die spreken over een doener die niet de individuele persoon is; ze behoren niet tot het oorspronkelijke Sanskriet van dit vers. De Heer identificeert zich met hen als behorend tot het onpersoonlijke aspect van Zijn natuur. Hijzelf is de integriteit die ze samenbindt als de ether gecondenseerd in een materiële vorm en als de tijd die alles tot leven beweegt met een specifieke kalender van lokale voorkeuren.


Rudi Jansma Evolutie in het Vishnu Purana
In dit Purana is Vishnu de aldoordringer, die in alle dingen aanwezig is, de oorzaak is van alles, uit wie alles voortkomt en tot wie alles terugkeert. Hij is niet alleen de instandhouder van de hindoe-trimurti: de schepper Brahma is een vorm die Vishnu aanneemt om de schepping tot stand te brengen, en Vishnu kan ook de functie van vernietiger aannemen. Hij is het eeuwige beginsel waarbinnen de niet-eeuwige cycli van manifestatie of evolutie bestaan.

Het Vishnu Purana beschrijft vervolgens de zeven of negen ‘scheppingen’ of perioden van evolutie. Oorspronkelijk waren de drie guna’s of kwaliteiten – sattva (goedheid), rajas (hartstocht) en tamas (kalmte) – in evenwicht in pradhana. Uit de ‘ongelijke ontwikkeling’ of manifestatie van deze kwaliteiten komt mahat of kosmisch intellect voort, dat onder invloed van de kwaliteiten drievoudig wordt (1:33-5). Mahat brengt manas (het denkende beginsel) voort en ahankara (zelfheid, persoonlijkheid, of het gevoel van ‘ik ben ik’). Volgens de theosofische opvatting is mahat in werkelijkheid het geheel van de goddelijke en spirituele intelligenties van de kosmos, de menigte dhyani-chohans. Aldus is de eerste schepping de schepping van mahat of de menigte kosmische intelligenties.

H.P. Blavatsky De Geheime Leer Deel I, Stanza 3 Het ontwaken van de kosmos (p. 97):
(a) Het gebruik van meetkundige figuren en de veel voorkomende verwijzingen ernaar in alle oude geschriften (zie de Purana’s, Egyptische papyri, het ‘Dodenboek’ en zelfs de Bijbel) moet worden verklaard. In het ‘Boek van Dzyan’, evenals in de Kabbala, zijn er twee soorten getallen die men kan bestuderen – de cijfers, vaak eenvoudige sluiers, en de heilige getallen, waarvan de waarden alle door inwijding aan de occultisten bekend zijn. De eerstgenoemde zijn alleen maar gebruikelijke tekens, de laatstgenoemde zijn de basissymbolen van alles. Dat wil zeggen, de eerste soort is zuiver materieel, de andere zuiver metafysisch; zij verhouden zich tot elkaar als stof tot geest – de tegenpolen van de ENE substantie.
De Geheime Leer Deel I, Stanza 6 Onze wereld, haar groei en ontwikkeling (p. 172):
Onder de grootste natuur- en scheikundigen zijn enkele geleerden die dit feit beginnen te vermoeden, dat aan de occultisten al eeuwenlang bekend is geweest. De spectroscoop laat alleen de waarschijnlijke overeenkomst zien (gebaseerd op uiterlijke gegevens) van aardse en sterrenstof; hij kan niet verdergaan, noch aantonen of de atomen elkaar op dezelfde manier en onder gelijke omstandigheden fysisch en chemisch aantrekken, als ze worden geacht op onze planeet te doen. Men kan zich voorstellen dat de temperatuurschaal, van de hoogste tot de laagste denkbare graad, één en dezelfde is in en voor het gehele Heelal; niettemin verschillen haar eigenschappen, behalve die van ontleding en herverbinding, op iedere planeet. Zo gaan atomen over tot nieuwe bestaansvormen, waarvan de natuurkunde nooit heeft gedroomd en die voor haar onkenbaar zijn. Zoals al in ‘Five Years of Theosophy’ tot uiting werd gebracht, vertoont bijvoorbeeld de essentie van komeetstof ‘geheel andere schei- of natuurkundige eigenschappen dan die, waarmee de grootste scheikundigen en natuurkundigen van de aarde bekend zijn’ (blz. 242). En zelfs die stof ondergaat tijdens een snelle doorgang door onze atmosfeer een bepaalde verandering van aard. Zo verschillen dus niet alleen de elementen van onze planeten maar zelfs die van al haar zusters in het zonnestelsel in samenstelling evenveel van elkaar, als van de kosmische elementen buiten de grenzen van ons zonnestelsel8.
8) Dit wordt door dezelfde geleerde in de aangehaalde voordracht nog eens bevestigd; hij citeert Clerk Maxwell, die zegt ‘dat de elementen niet absoluut homogeen zijn’. Hij schrijft: ‘Het is moeilijk zich een selectie en een eliminatie van tussensoorten voor te stellen, want waar kunnen deze geëlimineerde moleculen zijn gebleven, indien – wij hebben namelijk redenen om dit te geloven – de waterstof, enz. van de vaste sterren bestaat uit moleculen die in alle opzichten met de onze identiek zijn.’ En hij voegt eraan toe: ‘In de eerste plaats kunnen we deze absolute moleculaire identiteit in twijfel trekken, want we hebben tot dusver geen andere middelen gehad om tot een conclusie te komen, dan door de spectroscoop worden verschaft, terwijl men erkent dat, om de spectra van twee lichamen nauwkeurig te vergelijken en te onderscheiden, deze moeten worden onderzocht onder gelijke omstandigheden van temperatuur, druk en alle andere fysische voorwaarden. We hebben ongetwijfeld in het spectrum van de zon stralen gezien die we niet hebben kunnen identificeren.’
175: De lezer moet voor ogen houden dat, volgens onze leer die dit Heelal van verschijnselen als een grote illusie beschouwt, een lichaam meer nadert tot de werkelijkheid naargelang het zich dichter bevindt bij de ONBEKENDE SUBSTANTIE, omdat het dan verder afstaat van deze wereld van maya. Hoewel dus de moleculaire samenstelling van hun lichamen niet is af te leiden uit hun manifestaties op dit bewustzijnsgebied, bezitten zij niettemin (gezien van het standpunt van de adept-occultist) in het relatief noumenale Heelal – in tegenstelling tot het Heelal van de verschijnselen – een karakteristieke objectieve, zo niet een stoffelijke structuur.
180: Astronomen, geologen en natuurkundigen, aan wie geen enkel, al was het maar benaderend, chronologisch gegeven bekend is, dat als uitgangspunt zou kunnen dienen bij een poging de leeftijd van onze planeet of de oorsprong van het zonnestelsel te bepalen, verwijderen zich bij iedere nieuwe hypothese verder en verder van de kust van de feiten naar de peilloze diepten van de speculatieve ontologie18. De Wet van de Analogie in het bouwplan van de stelsels buiten en van de planeten binnen ons zonnestelsel, heeft niet noodzakelijk betrekking op de eindige voorwaarden waaraan ieder zichtbaar lichaam op ons bestaansgebied is onderworpen. In de occulte wetenschap is deze wet de eerste en de belangrijkste sleutel tot de kosmische natuurkunde, maar zij moet tot in de kleinste bijzonderheden worden bestudeerd en ‘zeven keer worden omgedraaid’ voordat men haar begrijpt.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk Aanvullende feiten en verklaringen over de bollen en de monaden (p. 204/205):
De MONADE komt haar toestand van geestelijke en intellectuele onbewustheid te boven, slaat de eerste twee gebieden over – die te dicht bij het ABSOLUTE liggen om enige wisselwerking met iets op een lager gebied toe te laten – en gaat direct naar het gebied van het denken. Maar er is geen gebied in het heelal dat, in zijn bijna eindeloze gradaties van de eigenschappen van waarneming en zelfwaarneming, een grotere speelruimte of een ruimer werkterrein biedt dan dit gebied. Dit heeft op zijn beurt een geschikt kleiner gebied voor iedere ‘vorm’, vanaf de delfstoffenmonade tot het moment dat die monade zich door evolutie heeft ontwikkeld tot de GODDELIJKE MONADE. Maar zij blijft al die tijd dezelfde monade en verschilt slechts in haar incarnaties, tijdens haar steeds elkaar opvolgende cyclussen van gedeeltelijke of totale verduistering van de geest, of gedeeltelijke of totale verduistering van de stof – twee tegengestelde polen – terwijl zij opstijgt naar de gebieden van het vergeestelijkte verstand of afdaalt in de diepten van de stoffelijkheid.
De Geheime Leer Deel I, Stanza 6 Vervolg (p. 230):
Men heeft ons verzekerd dat er, voornamelijk in het Duits, verschillende moderne boeken bestaan met speculatieve fantasieën over dergelijke worstelingen om het bestaan in de sterrenhemel. Het verheugt ons dit te horen, want wij bezitten een occulte leer die zich verliest in het duister van archaïsche tijden. Wij hebben deze in ‘Isis Ontsluierd’ volledig behandeld, en het denkbeeld van een min of meer darwinistische evolutie, van ‘strijd om het bestaan’ en de suprematie, en van het ‘overleven van de geschiktsten’, onder zowel de menigten boven als de menigten beneden, kan men volgen door de beide delen van ons vroegere boek, dat in 1876 is geschreven. (Zie de Index in ‘Isis Ontsluierd’ bij de woorden ‘evolutie’, ‘Darwin’, ‘Kapila’, ‘strijd om het bestaan’, enz.) Maar het denkbeeld was niet van ons, het is afkomstig uit de oudheid. Zelfs de schrijvers van de Purana’s hebben allegorieën op een vindingrijke manier met kosmische feiten en gebeurtenissen van de mensheid samengeweven.
231: Al deze verhalen hebben betrekking op hemel en aarde, en hebben een dubbele en vaak zelfs een drievoudige betekenis, en een esoterische toepassing, zowel op dingen boven als beneden. Elk ervan doelt op astronomische, theogonische of menselijke worstelingen, op de onderlinge aanpassing van hemellichamen en de suprematie onder volkeren en stammen. De ‘strijd om het bestaan’ en het ‘overleven van de geschiktsten’ heersten oppermachtig vanaf het moment dat de Kosmos zich manifesteerde en tot bestaan kwam, en konden nauwelijks ontsnappen aan het opmerkzame oog van de oude wijzen. Vandaar de voortdurende gevechten van Indra, de god van het uitspansel, met de Asura’s – die van hoge goden waren verlaagd tot kosmische demonen; en met Vritri of Ah-hi; de gevechten tussen sterren en sterrenbeelden, tussen maan en planeten – later geïncarneerd als koningen en stervelingen. Vandaar ook de oorlog in de hemel van Michaël en zijn leger tegen de draak (Jupiter en Lucifer-Venus), toen een derde deel van de sterren van het opstandige leger de Ruimte in werd geslingerd, en ‘hun plaats niet meer in de hemel werd gevonden’. Zoals wij lang geleden zeiden: ‘Dit is de grondslag en de hoeksteen van de geheime cyclussen. Het bewijst dat de brahmanen en de tanaïm . . . op een nogal darwinistische manier beschouwingen hielden over de schepping en de ontwikkeling van de wereld en dat beiden hem en zijn school vóór waren op het punt van de natuurlijke selectie, het overleven van de geschiktsten, en de verandering van de soorten. . . . Er waren oude werelden die vergingen en door nieuwe werden overwonnen’, enz. (‘Isis Ontsluierd’, Deel II, blz. 260, Engelse uitgave.) De bewering dat alle werelden (sterren, planeten, enz.) – zodra een kern van oorspronkelijke substantie in de laya (ongedifferentieerde) toestand door de vrijgekomen beginselen van een kort geleden gestorven hemellichaam wordt bezield – eerst kometen en dan zonnen worden en vervolgens afkoelen tot bewoonbare werelden, is een leer die zo oud is als de rishi’s.
Wij zien dus dat de Geheime Boeken nadrukkelijk een sterrenkunde leren, die zelfs door moderne denkers niet zou worden verworpen, als de laatstgenoemden de leringen volledig zouden kunnen begrijpen.
Want de archaïsche sterrenkunde en de oude wis- en natuurkunde formuleerden opvattingen die identiek waren met die van de moderne wetenschap, en een groot aantal had een meer doorslaggevende betekenis. Een ‘strijd om het bestaan’ en een ‘overleven van de geschiktsten’, zowel in de werelden boven als op onze planeet hier beneden, worden uitdrukkelijk verkondigd. Hoewel deze leer niet ‘volledig door de wetenschap zou worden verworpen’, zal zij als geheel beslist worden afgewezen. Want zij beweert dat er maar zeven uit zichzelf geboren oorspronkelijke ‘goden’ zijn, die zijn uitgestraald door de drie-enige ENE.
De Geheime Leer Deel I, Stanza 7 De voorvaderen van de mens op aarde (p. 245):
(d) De derde orde correspondeert met atma-buddhi-manas: geest, ziel en verstand; zij wordt de ‘triaden’ genoemd.
(e) De vierde bestaat uit substantiële wezens. Dit is de hoogste groep van de rupa’s (atomaire vormen). Het is de kinderkamer van de menselijke, bewuste, geestelijke zielen. Zij worden ‘onvergankelijke jiva’s’ genoemd en vormen, door bemiddeling van de orde onder hen, de eerste groep van de eerste zevenvoudige menigte – het grote mysterie van het menselijke bewuste en verstandelijke Zijn. Want deze laatste vormen het terrein waarin de kiem, die zich zal gaan voortplanten, in afzondering ligt verborgen. De kiem zal in de stoffelijke cel de geestelijke kracht worden die de ontwikkeling van het embryo leidt, en de oorzaak is van de overerving van vermogens en van al de inherente eigenschappen van de mens. De theorie van Darwin over de overdracht van verkregen eigenschappen wordt echter in het occultisme niet onderwezen en niet aanvaard. Het occultisme zegt dat de evolutie volgens een heel ander patroon plaatsheeft; het stoffelijke ontwikkelt zich volgens de esoterische leer geleidelijk uit het geestelijke, het verstandelijke en het psychische. Deze innerlijke ziel van de stoffelijke cel – dit ‘geestelijke plasma’, dat het kiemplasma beheerst – is de sleutel die eens de poorten moet openen van de terra incognita van de bioloog, die nu het duistere mysterie van de embryologie wordt genoemd.
De Geheime Leer Deel I, Samenvatting (p. 304/305):
De hele orde van de natuur toont een voortgaande beweging naar een hoger leven. Aan de werking van de schijnbaar meest blinde krachten ligt een plan ten grondslag. Het hele evolutieproces met zijn eindeloze aanpassingen is een bewijs daarvan. De onveranderlijke wetten die de zwakke en krachteloze soorten uitroeien om plaats te maken voor de sterke, en die zorgen voor het ‘overleven van de geschiktsten’, werken alle naar het grootse doel toe, al zijn ze nog zo wreed in hun directe werking. Juist het feit dat er aanpassingen voorkomen, dat de geschiktsten inderdaad overleven in de strijd om het bestaan, toont aan dat wat ‘onbewuste Natuur’3 wordt genoemd, in werkelijkheid een samenstel van krachten is, die worden gehanteerd door half-intelligente wezens (elementalen), die worden geleid door hoge planeetgeesten (Dhyan-Chohans). Deze laatsten gezamenlijk vormen het gemanifesteerde woord van de ongemanifesteerde LOGOS en vormen tegelijkertijd het DENKVERMOGEN van het Heelal en zijn onveranderlijke WET.
311: De geest leeft en leven is geest, en leven en geest (prakriti purusha) (?) brengen alles voort, maar ze zijn in essentie één en niet twee. . . . Ook de elementen hebben ieder hun eigen Yliaster, omdat alle werkzaamheid van de materie in elke vorm slechts een uitvloeisel uit dezelfde bron is. Maar zoals uit het zaadje de wortels met hun vezels groeien en daarna de stengel met zijn takken en bladeren en tenslotte de bloemen en de zaadjes, zo werden ook alle wezens uit de elementen geboren en bestaan ze uit elementaire substanties waaruit andere vormen kunnen ontstaan, die de eigenschappen van hun ouders dragen. (De vertaler merkt op, dat ‘deze leer, die 300 jaar geleden werd verkondigd, overeenkomt met de leer die, nadat deze door Darwin in een nieuwe vorm was gegoten en verder uitgewerkt, een ommekeer in het moderne denken heeft teweeggebracht. Deze was nog meer uitgewerkt door Kapila in de sankhyafilosofie’). . . . Als moeders van alle schepselen hebben de elementen een onzichtbare, geestelijke aard en hebben ze zielen10. Ze komen alle uit het ‘mysterium magnum’ voort. (Philosophia ad Athenienses.)
10) De oosterse occultist zegt: ‘worden geleid en bezield door geestelijke wezens’, de werklieden in de onzichtbare werelden en achter de sluier van de occulte natuur, of van de natuur in abscondito.
313: Dit wordt tegengesproken door dezelfde Trismegistos, die zegt: ‘Het is onmogelijk van God te spreken. Want het lichamelijke kan het niet-lichamelijke niet uitdrukken. . . . Dat wat noch lichaam, noch gestalte, vorm of materie heeft, kan niet door de zintuigen worden bevat. Ik begrijp het, Tatios, ik begrijp het, wat onmogelijk kan worden omschreven – dat is God.’ (Physical Eclogues, Florilegium van Stobaeus.)
Het is duidelijk dat deze twee passages elkaar tegenspreken en daaruit blijkt (a) dat een aantal generaties van mystici van allerlei soort onder het algemene pseudoniem van Hermes schreven en (b) dat een groot onderscheidingsvermogen nodig is vóór men een Fragment als esoterische lering aanvaardt, alleen omdat het onmiskenbaar oud is. We gaan nu het bovenstaande vergelijken met een soortgelijke aanroeping uit de hindoegeschriften, die ongetwijfeld even oud, zo niet veel ouder is. Hier is het Parasara, de Arische ‘Hermes’, die Maitreya, de Indiase Asclepios, onderwijst en Vishnu als drievoudig wezen aanroept.
‘Eer aan de onveranderlijke, heilige, eeuwige verheven Vishnu, die één universele aard heeft, de machtige over alles; aan hem die Hiranyagarbha, Hari en Sankara is (Brahma, Vishnu en Siva), de schepper, de instandhouder en de vernietiger van de wereld; eer aan Vasudeva, de bevrijder (van zijn aanbidders); aan hem van wie de essentie zowel enkelvoudig als veelvoudig is; die zowel ijl als lichamelijk is en zowel een geheel vormt als niet een geheel vormt; eer aan Vishnu, de oorzaak van de uiteindelijke verlossing, de oorzaak van de schepping, van het bestaan en van het einde van de wereld; die de wortel van de wereld is en die uit de wereld bestaat.’ (Vish. Purana, Deel I.)
314: ‘Werkelijkheid bestaat niet op aarde, mijn zoon, en kan daar niet bestaan. . . . Niets op aarde is werkelijk, er is slechts schijn. . . . Hij (de mens) is als mens niet werkelijk, mijn zoon. Het werkelijke bestaat alleen in zichzelf en blijft wat het is. . . . De mens is vergankelijk en hij is daarom niet werkelijk, hij is maar schijn en schijn is de hoogste illusie.
De Geheime Leer Deel I hoofdstuk 3 Oorspronkelijke substantie en goddelijke gedachte (p. 355):
Ether, deze hypothetische Proteus, een van de ‘representatieve verzinsels’ van de moderne wetenschap – dat niettemin al zo lang werd aangenomen – is een van de lagere ‘beginselen’ van wat wij de OORSPRONKELIJKE SUBSTANTIE (in het Sanskriet akasa) noemen, een van de dromen van voorheen, die nu opnieuw de droom van de moderne wetenschap is geworden. Het is de grootste, en ook de stoutmoedigste, van de nog bestaande speculaties van de filosofen uit de oudheid. Voor de occultisten is echter zowel de ETHER als de oorspronkelijke substantie een werkelijkheid. Om het duidelijk te stellen, ETHER is het astrale licht, en de oorspronkelijke substantie is AKASA?, de upadhi van de GODDELIJKE GEDACHTE.
355/356: Volgens het moderne taalgebruik zou men laatstgenoemde beter KOSMISCHE VERBEELDING kunnen noemen – geest – en het eerstgenoemde KOSMISCHE SUBSTANTIE – stof. Deze, de alfa en de omega van het Zijn, vormen slechts de twee facetten van het ene Absolute Bestaan.
356: Zelfs een groot denker als Herbert Spencer spreekt soms over het ‘Onkenbare’ in termen waaruit de dodelijke invloed van het materialistische denken blijkt, dat als de moordende sirocco alle tegenwoordige ontologische speculaties heeft doen verdorren en verwelken1.
1) Wanneer hij bijvoorbeeld de ‘Eerste Oorzaak’ – het ONKENBARE – een vermogen noemt, ‘dat zich door de verschijnselen manifesteert’ en ‘een oneindige eeuwige energie’(?), is het duidelijk dat hij slechts het stoffelijke aspect van het mysterie van het Zijn heeft begrepen – alleen de energieën van de kosmische substantie. Het eeuwig bestaande aspect van de ENE WERKELIJKHEID – kosmische verbeelding – (wat het noumenon daarvan betreft, dit schijnt niet te bestaan in de geest van de grote denker) wordt volledig buiten beschouwing gelaten. Ongetwijfeld is deze eenzijdige manier om het probleem te behandelen voor een groot deel het gevolg van de verderfelijke westerse gewoonte om bewustzijn ondergeschikt te maken aan of te beschouwen als een ‘bijproduct’ van moleculaire beweging.
De Geheime Leer Deel I hoofdstuk 8 Leven, Kracht of Zwaartekracht (p. 585):
595: ‘Het is waar dat we niet weten wat leven is; maar evenmin weten we wat de kracht is die de sterren in beweging brengt . . . Levende wezens hebben gewicht en zijn daarom onderhevig aan de zwaartekracht. Ze zijn de zetel van talrijke en verschillende fysisch-chemische verschijnselen die onmisbaar zijn voor hun bestaan en die men moet toeschrijven aan de werking van etherodynamica (elektriciteit, warmte, enz.). Maar deze verschijnselen worden hier gemanifesteerd onder invloed van een andere kracht . . . Het leven staat niet vijandig tegenover de onbezielde krachten, maar het bestuurt en beheerst hun werking door zijn wetten.’
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 9 De zonnetheorie (p. 596):
In zijn antwoord op de aanval door dr. Gull op de theorie van de levenskracht (in de occulte filosofie onafscheidelijk verbonden met de elementen van de Ouden) heeft prof. Beale, de grote fysioloog, enige woorden te zeggen die even suggestief als mooi zijn:
‘Er is een mysterie in het leven, een mysterie dat nog nooit is doorgrond en dat groter lijkt naarmate de verschijnselen van het leven dieper worden bestudeerd en overdacht. In levende centra – die veel centraler liggen dan de centra die men bij de sterkste vergroting kan zien, in centra van levende stof, waar het oog niet kan doordringen, maar waarop het verstand zich kan richten – vinden veranderingen plaats, over de aard waarvan de verst gevorderde natuurkundigen en scheikundigen ons geen idee kunnen geven. Ook is er niet de minste reden om te denken dat de aard van deze veranderingen ooit door natuurkundig onderzoek zal worden vastgesteld, omdat zij ongetwijfeld van een orde of een aard zijn die volkomen verschilt van die waaraan ieder ander ons bekend verschijnsel kan worden toegeschreven.’
Het occultisme plaatst dit ‘mysterie’, of de oorsprong van de LEVENSESSENTIE, in hetzelfde centrum als de kern van de prima materia van ons zonnestelsel (want ze zijn één).
‘De zon is het hart van de zonnewereld (het zonnestelsel) en zijn brein is verborgen achter de (zichtbare) zon. Vandaar worden gewaarwordingen uitgezonden naar ieder zenuwcentrum van het grote lichaam, en de golven van de levensessentie vloeien in iedere slagader en ader. . . . De planeten vormen zijn ledematen en geven zijn ritme aan. . . .’ (Toelichting.)
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 14 Wetenschappelijke en esoterische bewijzen voor en bezwaren tegen de moderne nevelvlektheorie (p. 664/665):
In een artikel in Popular Science Review (Deel XIV, blz. 252) over ‘Recente onderzoekingen naar de kleinste levensvormen’ zegt H.J. Slack, F.C.S., Sec. R.M.S.: ‘Er is een duidelijke convergentie van alle wetenschappen, van de natuurkunde tot de scheikunde en de fysiologie, naar de een of andere evolutie- en ontwikkelingsleer, waarvan de feiten van het darwinisme deel zullen uitmaken, maar over de vraag hoe deze leer er tenslotte zal uitzien, zijn er weinig aanknopingspunten, en misschien zal deze leer pas door het menselijke denkvermogen vorm krijgen als zowel het metafysische als het fysische onderzoek veel verder is gevorderd.’
Dit is inderdaad een gelukkige voorspelling. Dan breekt misschien de tijd aan waarop de ‘natuurlijke selectie’, zoals verkondigd door Darwin en Herbert Spencer, in haar uiteindelijke gedaante slechts een deel zal vormen van onze oosterse evolutieleer, dat is die van Manu en Kapila, esoterisch verklaard.
De Geheime Leer Deel I hoofdstuk 18 Samenvatting van de wederzijdse standpunten (p. 744/745):
In een boek van S. Laing, Modern Science and Modern Thought, dat wordt beschouwd als een standaardwerk over de wetenschap, en waarvan de schrijver volgens een prijzende recensie in de Times ‘met veel gezag en doeltreffendheid de ontzaglijke ontdekkingen van de wetenschap laat zien en haar talrijke overwinningen op de oude opvattingen, wanneer deze ZO ONDOORDACHT ZIJN HAAR CONCLUSIES TE BESTRIJDEN’, leest men in hoofdstuk III, ‘Over de stof’, het volgende:
WAARUIT BESTAAT HET STOFFELIJKE HEELAL? ETHER, STOF, ENERGIE’ . . . is het antwoord.
Wij onderbreken nu en vragen: ‘Wat is ether?’ En Laing antwoordt in naam van de wetenschap:
Eigenlijk kennen we de ether UIT GEEN ENKELE PROEFNEMING WAARVAN DE ZINTUIGEN KENNIS KUNNEN NEMEN, maar het is een soort wiskundige substantie die wij WEL MOETEN AANNEMEN om de verschijnselen van licht en warmte te verklaren.’
En wat is stof? Weet u er meer van dan over het ‘hypothetische’ agens, ether?
Strikt genomen is het waar, dat scheikundige onderzoekingen ons . . . NIETS RECHTSTREEKS kunnen zeggen over de samenstelling van levende stof en . . . strikt genomen is het ook waar, DAT WE NIETS WETEN over de samenstelling van ENIG (stoffelijk) LICHAAM, ZOALS HET IS.’ (Lezing over protoplasma door Huxley.)
En energie? U kunt toch wel de derde persoon van de drie-eenheid van uw stoffelijke heelal omschrijven?
‘DE ENERGIE IS DAT WAT ONS ALLEEN BEKEND IS DOOR HAAR GEVOLGEN.’ (Boeken over natuurkunde.)
Verklaart u dit alstublieft, want het is nogal vaag.
‘IN DE MECHANICA IS ER WERKELIJKE EN POTENTIËLE ENERGIE: WERKELIJK VERRICHTE ARBEID EN HET VERMOGEN OM DIE TE VERRICHTEN. WAT DE AARD VAN DE MOLECULAIRE ENERGIE OF KRACHTEN BETREFT: DE VERSCHILLENDE VERSCHIJNSELEN DIE DE LICHAMEN VERTONEN, BEWIJZEN DAT HUN MOLECULEN ONDER INVLOED STAAN VAN TWEE TEGENGESTELDE KRACHTEN – EEN DIE ERTOE NEIGT ZE NAAR ELKAAR TOE TE BRENGEN EN DE ANDERE ZE TE SCHEIDEN . . . DE EERSTE KRACHT IS MOLECULAIRE AANTREKKING, DE TWEEDE IS TOE TE SCHRIJVEN AAN DE vis viva OF KINETISCHE KRACHT’ . . . (Ganot, Physics.)
Inderdaad, het is de aard van deze kinetische kracht, de vis viva die we wensen te kennen. Wat is die? . . .
‘WIJ WETEN HET NIET!’ IS HET ONVERANDERLIJKE ANTWOORD. ‘HET IS EEN LEGE SCHADUW VAN DE VERBEELDING’, zegt Huxley in zijn Physical Basis of Life.

H.P. Blavatsky De Geheime Leer Deel II hoofdstuk Archaïsche leringen in de purana’s en in genesis Stoffelijke evolutie (p. 295:)
Verder wordt ons geleerd dat de transformaties die de mens doormaakte op de neergaande boog – die middelpuntvliedend is voor de geest en middelpuntzoekend voor de stof – en die waarop hij zich vervolgens voorbereidt en die hij moet doormaken op zijn opgaande pad, dat de richting van de twee krachten zal omkeren (de stof zal middelpuntvliedend worden en de geest middelpuntzoekend) ook de antropoïde aap te wachten staan. Dit geldt in elk geval voor de soorten die in deze Ronde de het dichtst bij de mens staande trap hebben bereikt. En deze zullen alle in de vijfde Ronde mensen zijn, zoals de tegenwoordige mensen in de derde, de voorgaande Ronde, aapachtige vormen bewoonden.
De Geheime Leer Deel II hoofdstuk De rassen met het ‘derde oog’ (p. 337):
In het begin waren alle klassen en families van levende soorten hermafrodiet en objectief één-ogig. Bij het dier – waarvan de vorm even etherisch (astraal) was als die van de mens, vóór de lichamen van beide hun rokken van vellen begonnen te evolueren, d.w.z. vóór ze van binnen naar buiten het dikke omhulsel van substantie of stof met zijn inwendige fysiologische mechanisme gingen ontwikkelen – was het derde oog oorspronkelijk, evenals bij de mens, het enige ziende orgaan. De twee stoffelijke ogen aan de voorkant ontwikkelden17 zich later zowel bij het dier als de mens, van wie het fysische gezichtsorgaan aan het begin van het derde Ras zich op dezelfde plaats bevond als dat van sommige blinde gewervelde dieren in onze tijd, nl. onder een ondoorzichtige huid18.
17) Maar op een heel andere manier dan zoals Haeckel het voorstelde, als een ‘evolutie door natuurlijke selectie in de strijd om het bestaan’ (‘Pedigree of Man’, ‘Sense Organs’, blz. 335). Het is totaal ontoereikend om de mooie combinatie van aanpassingen die in het oog aanwezig is, te verklaren op basis van alleen de ‘warmtegevoeligheid van de huid’ voor hypothetische lichtgolven. Bovendien is al eerder aangetoond dat ‘natuurlijke selectie’ een zuivere mythe is, als hieraan de oorsprong van de variaties wordt toegeschreven (zie hieronder, Afdeling III, over darwinistische mechanische veroorzaking); omdat het ‘overleven van de geschiktsten’ pas kan plaatsvinden nadat er bruikbare variaties en verbeterde organismen zijn ontstaan. Waar kwamen de ‘bruikbare variaties’ vandaan die het oog ontwikkelden? Alleen uit ‘blinde krachten . . . zonder doel en zonder plan?’ Deze redenering is kinderachtig. De ware oplossing van het mysterie is te vinden in de onpersoonlijke goddelijke wijsheid, in de VERBEELDINGSKRACHT ervan – weerkaatst door de stof.
De Geheime Leer Deel II, De oorspronkelijke manu's van de mensheid (p. 353):
In de symboliek van alle volkeren staat ‘de zondvloed’ voor chaotische ongeordende stof – de Chaos zelf – en het water voor het vrouwelijke beginsel: de ‘grote diepte’. Het Griekse Lexicon van Parkhurst zegt: ‘ Ἀρχή – (ark) komt overeen met het Hebreeuwse rasit of wijsheid . . . en (tegelijk) met het embleem van het vrouwelijke voortbrengende vermogen, de arg of arca, waarin de kiem van de natuur (en van de mensheid) zweeft of broedt op de grote afgrond van de wateren, tijdens het interval na elke wereld- (of ras-) cyclus.’ Ark is ook de mystieke naam van de goddelijke geest van het leven die zweeft boven de chaos. Maar Vishnu is de goddelijke geest als abstract beginsel en ook als de instandhouder en voortbrenger, of schenker van het leven – de derde persoon van de trimurti (die bestaat uit Brahma, de schepper, Siva, de vernietiger en Vishnu, de instandhouder). Volgens de allegorie leidt Vishnu, in de vorm van een vis, de ark van Vaivasvata Manu veilig over de wateren van de vloed. Het heeft geen zin over de esoterische betekenis van het woord vis uit te weiden. (Zie Payne Knight, Inman, Gerald Massey, enz.) De theologische betekenis is fallisch, maar de metafysische is goddelijk. Jezus wordt de ‘vis’ genoemd, evenals Vishnu en Bacchus: ΙΗΣ, de ‘verlosser’ van de mensheid, is slechts het monogram van de god Bacchus, ΙΧΘΥΣ, de vis genaamd12. Wat de zeven rishi’s in de ark betreft, zij symboliseerden de zeven beginselen, die in de mens pas volledig werden nadat hij zich had gescheiden, en een menselijk, en niet langer een goddelijk, wezen was geworden. (Zie voor verdere bijzonderheden ‘De zevende Manu’.)
12) Augustinus zegt over Jezus: ‘Want hij is een vis die leeft omringd door de wateren.’ De christenen noemden zich in hun heilige mysteriën kleine vissen – pisciculi. ‘Zoveel in het water voortgebrachte vissen, en gered door één grote vis ’, zegt Tertullianus over de christenen, Christus en de kerk.
De Geheime Leer Deel II, Stanza 11 DE BESCHAVING EN DE VERNIETIGING VAN HET VIERDE EN VIJFDE RAS (p. 372/373):
Er zijn dus sinds de mensheid van Vaivasvata Manu op deze aarde verscheen, al vier van dergelijke verstoringen in de aardas geweest, toen de oude continenten – behalve het eerste – door de oceanen werden verzwolgen, andere landen verschenen en reusachtige bergketens verrezen waar er tevoren geen waren. Het oppervlak van de aarde werd iedere keer volledig veranderd; het overleven van de geschiktste volkeren en rassen werd door tijdige hulp gewaarborgd; en de ongeschikte – de mislukkingen – werden opgeruimd doordat zij van de aarde werden weggevaagd. Een dergelijk rangschikken en verschuiven gebeurt niet tussen zonsondergang en zonsopgang, zoals men misschien denkt, maar vereist vele duizenden jaren, voordat in het nieuwe huis orde op zaken is gesteld.
De Geheime Leer Deel II, Over de mythe van de 'gevallen engel' in haar verschillende aspecten (p. 539):
Ook is het niet minder natuurlijk dat de materialist en de natuurkundige zich voorstellen dat alles is toe te schrijven aan blinde kracht en toeval, en vaker aan het overleven van de sterksten dan van de geschiktsten. Maar de occultisten, die de stoffelijke natuur beschouwen als een verzameling van de meest uiteenlopende illusies op het gebied van de bedrieglijke waarnemingen; die in elke pijn en elk lijden slechts de noodzakelijke weeën zien van de steeds voortgaande voortplanting – een reeks trappen naar een aldoor toenemende vervolmaking, die zichtbaar is in de stille invloed van het zich nooit vergissende karma of de abstracte natuur – de occultisten beschouwen de grote Moeder anders. Wee degenen die leven zonder te lijden. Stilstand en dood zijn de toekomst van alles wat vegeteert zonder te veranderen. En hoe kan er een verandering ten goede zijn zonder een evenredig lijden in het daaraan voorafgaande stadium? Zijn het niet slechts degenen die de bedrieglijke waarde van aardse verwachtingen en de misleidende verlokkingen van de uiterlijke natuur hebben leren kennen, die zijn bestemd om de grote problemen van leven, pijn en dood op te lossen?
H.P. Blavatsky De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk 24 Het kruis en het Pythagorische tiental (p. 655):
Zo waren de dieren slechts drietallen, de mens alleen was een zevental, als hij deugdzaam was; een vijftal wanneer hij slecht was, want:
Het getal 5 was samengesteld uit een tweetal en een drietal; dat tweetal bracht alles met een volmaakte vorm in wanorde en verwarring. De volmaakte mens, zeiden zij, was een viertal en een drietal, of vier stoffelijke en drie onstoffelijke elementen; deze drie geesten of elementen vinden we ook in 5, als deze de microkosmos voorstelt. Deze laatste is een samenstelling van een tweevoud dat rechtstreeks in verband staat met de grove stof, en van drie geesten: ‘want 5 is de slim bedachte vereniging van twee Griekse accenten ‘, geplaatst boven klinkers die al of niet moeten worden geaspireerd.
H.P. Blavatsky De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk 25 De mysteriën van het zevental (p. 672):
Deze heilige getallen (3, 4, 7) zijn de heilige getallen van licht, leven en eenmaking – vooral in het tegenwoordige manvantara, onze levenscyclus, waarvan het getal zeven de bijzondere vertegenwoordiger of het factorgetal is. Dit moet nu worden aangetoond.
681: Het getal zeven, als een samenstelling van 3 en 4, is dus het factorelement in elke oude religie, omdat het het factorelement in de natuur is. Het gebruik ervan moet worden gerechtvaardigd, en er moet worden aangetoond dat zeven het getal par excellence is, want sinds het verschijnen van Esoteric Buddhism zijn vaak bezwaren gemaakt en is vaak twijfel geuit over de juistheid van deze bewering.
697: ‘Ruimte en tijd zijn één. Ruimte en tijd zijn naamloos, want ze zijn het onkenbare DAT, wat alleen kan worden gevoeld door middel van zijn zeven stralen – die de zeven scheppingen, de zeven werelden, de zeven wetten zijn’, enz. . . .
707: Dat aan de Ouden zoveel geheimen van de natuur werden onthuld, kwam door de kennis van de natuurwetten, die van de zeven om zo te zeggen het wortel-getal van de natuur in de gemanifesteerde wereld maken – in elk geval in onze huidige aardse levenscyclus – en door het wonderbaarlijke inzicht in de werking ervan. Verder stelden deze wetten en hun werkingen op het siderische, het aardse en het morele gebied de oude sterrenkundigen in staat de duur van de cyclussen en hun respectievelijke gevolgen op de loop van de gebeurtenissen precies te berekenen; om vooraf de invloed vast te stellen (profetie wordt het genoemd) die zij zullen hebben op de loop en de ontwikkeling van de mensenrassen. Omdat de zon, de maan en de planeten de nooit falende tijdmaten waren, waarvan het vermogen en de periodiciteit goed bekend waren, werden zij zo de grote heerser en heersers van ons kleine stelsel in al zijn zeven gebieden of ‘sferen van werkzaamheid’1.
1) De werkingssferen van de gecombineerde krachten van zijn: (1) de boven-geestelijke of noumenale; (2) de spirituele; (3) de psychische; (4) de astro-etherische; (5) de sub-astrale; (6) de vitale en (7) de zuiver fysieke sferen.
713: Voor christenen en gelovigen zou deze verwijzing naar Zacharia en vooral naar de brief van Petrus (1 P. ii, 2-5) voldoende moeten zijn. In de oude symboliek wordt de mens, in het bijzonder de innerlijke spirituele mens, ‘een steen’ genoemd. Christus is de hoeksteen, en Petrus noemt alle mensen ‘levendige’ (levende) stenen. Daarom kan een ‘steen met zeven ogen’ slechts betekenen wat we zeggen, d.i. een mens van wie de samenstelling (of ‘beginselen’) zevenvoudig is.
Om het voorkomen van de zeven in de Natuur nog duidelijker aan te tonen, voegen we hieraan toe dat het getal zeven niet alleen de periodiciteit van de levensverschijnselen beheerst, maar dat het ook een sterke invloed heeft op de reeks scheikundige elementen en even oppermachtig is in de wereld van het geluid en in die van de kleur, zoals deze ons door de spectroscoop wordt geopenbaard. Dit getal is de factor sine qua non bij het voortbrengen van occulte astrale verschijnselen.
Wanneer men de scheikundige elementen volgens hun atoomgewicht in groepen rangschikt, zal men ontdekken dat ze een reeks vormen van groepen van zeven; het eerste, tweede, enz., lid van elke groep vertoont in al zijn eigenschappen een sterke analogie met het overeenkomstige lid van de volgende groep.
714: ‘We zien dus dat scheikundige verscheidenheid, voorzover we de innerlijke aard ervan kunnen begrijpen, berust op getalsverhoudingen, en we hebben verder in deze verscheidenheid een bepalende wet gevonden, waarvoor we geen oorzaak kunnen aanwijzen; we vinden een wet van periodiciteit die wordt beheerst door het getal zeven.’
Het is niet nodig in detail te verwijzen naar het aantal trillingen dat de noten van de toonladder vormt; ze zijn volkomen analoog aan de schaal van scheikundige elementen, en ook aan de schaal van de kleuren die de spectroscoop laat zien, hoewel we in het laatste geval slechts met één octaaf te maken hebben, terwijl we zowel in de muziek als in de scheikunde theoretisch een reeks van zeven octaven vinden, waarvan er in beide wetenschappen zes vrijwel volledig en geregeld in gebruik zijn.
724: Dat (Dit), de ongeopenbaarde oorzaak van geest en stof, het Ene Leven de grondslag van alles.
De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk 1 Archaïsche of hedendaagse antropologie? (p. 736):
Wat de natuurlijke selectie zelf betreft, daarover heersen bij veel hedendaagse denkers, die de conclusies van het darwinisme stilzwijgend aanvaarden, de grootste misvattingen. Het is bijvoorbeeld een retorische handigheid om aan ‘natuurlijke selectie’ het vermogen toe te schrijven om soorten te laten ontstaan. ‘Natuurlijke selectie’ is geen entiteit, maar een geschikte uitdrukking om de manier te beschrijven waarop het overleven van de geschikten en het verwijderen van de ongeschikten onder de organismen in de strijd om het bestaan plaatsheeft. Elke groep van organismen heeft de neiging zich sterker te vermenigvuldigen dan de middelen van bestaan toelaten; de voortdurende strijd om het leven – de ‘strijd om voldoende te eten te krijgen en niet te worden opgegeten’, gevoegd bij de omstandigheden van de omgeving – maakt een voortdurend verwijderen van de ongeschikten noodzakelijk.
De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk 18 Samenvatting van de wederzijdse standpunten (p. 745):
‘Maar als u zo fataal onbekend bent met de oorsprong en de verborgen natuur van een zandkorrel, hoe zou u dan een intuïtie kunnen hebben over het ontstaan van een enkel levend wezen? Waar komt in een levend wezen het leven vandaan? Waar begint het? Wat is het levensbeginsel?’1
1) Père Félix de Notre Dame, Le Mystère et la Science, Conférences; Des Mousseaux, Hauts Phén. Magiques.

Andrew Rooke Wat is leven?
Men kan het leven omschrijven als de enorme verscheidenheid van aspecten van bewustzijn in ruimte en tijd. G. de Purucker zegt hierover:
Bewustzijn is de bron, en deze bron brengt door zijn eigen inherente krachten en energieën, vermogens en eigenschappen, uit zichzelf leven voort: niet op één bepaald tijdstip, maar onophoudelijk en eeuwig, en zolang zijn eigen bestaan voortduurt. Bewustzijn en leven samen verwekken de manifestaties van kracht en energie en brengen deze uit zichzelf voort, en die doen op hun beurt de stof en substanties van het universum neerslaan, zoals wijn zijn droesem doet bezinken.
– vgl. De Esoterische Traditie, blz. 420/421:
Leven, beschouwd als een entiteit of als een proces, is niet iets mysterieus; het is voor de mens in feite de gewoonste zaak in de wereld, want het leven is al wat is, omdat het de wortel of essentie van dit alles is, zonder een denkbaar begin of einde. Wat is het dat ‘leven’ geeft aan een entiteit? Het is de levenselektriciteit in de entiteit zelf; of, om onze blik te richten op meer etherische en oorzakelijke delen van de constitutie van de entiteit, we zouden het ‘leven’ van zo’n entiteit de geestelijke elektriciteit van haar monade kunnen noemen, wat maar een andere naam is voor het levenskenmerk of de individualiteit van de monade. Leven is daarom in zekere zin geest-substantie; leven is bovendien de drager van bewustzijn. Bewustzijn en leven samen verwekken de manifestaties van kracht en energie en brengen deze uit zichzelf voort, en die doen op hun beurt de stof en substanties van het universum neerslaan, zoals wijn zijn droesem doet bezinken.

====

Energie en Tijd (Geest en Lichaam, 5D-concept, 5e Dimensie)

Bruce H. Lipton boek De biologie van de overtuiging -Hoe je gedachten je leven bepalen
In plaats van een slecht omschreven ‘geest’, die op een of andere manier elektromagnetische energie voortbrengt en misschien zelfs daaruit bestaat, en waarvan de oorsprong, de plaats waar deze zich bevindt en de bestemming door Lipton niet duidelijk worden gemaakt, gaat de theosofie uit van een reeks innerlijke lichamen of zielen van niet-fysieke graden van energie-substantie; de lagere vallen na de dood uiteindelijk uiteen in de fysieke en astrale gebieden, terwijl onze hogere aspecten veel langer voortbestaan. Al onze gedachten, daden en ervaringen worden vastgelegd in deze verschillende bewustzijnsvoertuigen of zielen, zoals alle gebeurtenissen een afdruk achterlaten in de innerlijke gebieden; en karma verwijst naar de fundamentele tendens van de natuur om het evenwicht te herstellen door op elke actie een passende reactie te laten volgen, gericht op degene die voor de oorspronkelijke actie verantwoordelijk was. Met andere woorden, we oogsten wat we zaaien.

Vrijwel alle materie staat in relatie met de eigenschappen van atomen. Atomen zijn op hun beurt uit drie bouwstenen namelijk neutronen, protonen en electronen opgebouwd.

In de snaartheorie zijn 'Energie en Tijd' twee complementaire grootheden. Uiteindelijk draait het om de vraag hoe kijken we tegen de primaire energiebron, de oerbron (eeuwige levensbron Antahkarana) aan?

Elektromagnetische spectrum
Gerangschikt van uiterst lage tot ultrahoge frequentie, omvat het elektromagnetische spectrum:
• extreem lage frequenties
• laagfrequente golven
• radiogolven
• microgolven
• infrarode stralen
• zichtbaar licht
• ultraviolette stralen
• röntgenstralen
• gammastralen

Fotonen (φοτος, photos=licht) ("lichtdeeltjes") zijn een verschijningsvorm van elektromagnetische straling. Afhankelijk van de gebruikte meetopstelling zal straling (een vorm van energie) zich voordoen als golven of als een stroom van massaloze deeltjes, de fotonen.
Een biofoton betreft in elk geval fotonen van kortere golflengte dan die welke het lichaam in het diepe infrarood uitstraalt volgens de Wet van Planck vanwege zijn temperatuur.

Lode Stevens Misschien nog vreemder is een versie van de Snaartheorie (superstringtheorie), de M-theorie.
In 1977 vatten de theoretische fysici alle kennis samen in het standaardmodel. Volgens dit model bestaat alle materie uit twee soorten deeltjes: quarks en leptonen. Daarnaast bevat het model nog krachtvoerende deeltjes. Er zijn zes quarks met wat wonderlijk aandoende namen up, down, charm, strange , top en bottom. Er zijn eveneens zes leptonen. Het bekendste is het elektron; daarnaast onderscheidt men nog de bosonen; het muon, het tauon, het elektronneutrino, het mounneutrino en het tauonneutrino (neutrino). De quarks en leptonen worden gerangschikt in drie families. De drie families zijn kopieën van elkaar; ze verschillen alleen in massa. Gewone materie bestaat uitsluitend uit deeltjes van de lichtste familie. De andere deeltjes kunnen alleen in het laboratorium geproduceerd worden.

Nieuw standaardmodel van de deeltjesfysica:

In de superstringtheorie, de M-theorie zijn elementaire deeltjes in feite golfachtige vibraties van uiterst dunne zogenaamde strings. Driedimensionale membranen (het ruimtelijk equivalent van een string) drijven hierin in de vijfde dimensie (tijd is de vierde dimensie). Parallele branen botsen (dit geeft een big bang) en drijven terug uit elkaar. Dit proces kan zich herhalen in een voortdurende cyclus van creatie en destructie. Maar laat ons wel wezen, alhoewel de superstringtheorie successen kent, die dan wel (nog) steeds louter theoretisch zijn, ontbreekt elk experimenteel bewijs.

De wetten van ‘Opgaan, Blinken en Verzinken’ vertaalt Blavatsky (Deel III, p. 514) naar de levenscyclus ‘Kindsheid - Aankomende leeftijd – Volwassenheid – Ouderdom’. Maar naast de uiterlijke cyclus bestaat er ook een innerlijke cyclus van 'Verschijnen en Verdwijnen'.
In dit kader is bijzonder interessant het artikel ‘Het mysterie van de dood’ van Ria Hopman in het tijdschrift Urania van Jan 2003. Tot slot stelt zij: Het mysterie van de dood is niets anders dan het mysterie van het bewustzijn dat in staat is transparant te worden voor talloze werelden en niveaus. De dood geeft het leven een speciale zin die het zonder de dood nooit zou krijgen. In het iets ervaren van de hemelsfeer verandert de persoonlijkheid fundamenteel. In de paradox van het leven strekt het menselijk bestaan zich uit tot in de eeuwigheid en is het in de tijdelijkheid. Net zoals de heilige zich tegelijkertijd uitdrukt in de eeuwigheid en in de tijd.

Bruce Lipton is wereldwijd bekend vanwege de geniale manier waarop hij wetenschap en bewustzijnsontwikkeling met elkaar verbindt. Als celbioloog doceerde Bruce Lipton aan de medische faculteit van Wisconsin University en werkte als onderzoeker aan de medische faculteit aan de Stanford University. Zijn baanbrekende inzichten in het celmembraan maakte hem tot een pionier van de nieuwe wetenschap van epigenetica.

Dr. Amit Goswami boek Creatieve Evolutie Darwinisme en Intelligent Design (p. 123):
Ik was opgeleid tot een bioloog voor wie de celkern centraal stond, en wel met evenveel overtuiging als Copernicus was opgeleid tot een astronoom voor wie de aarde centraal stond. Daarom was het een schok voor mij toen ik me realiseerde dat de celkern die de genen bevat niet de cel programmeert. Data [vanuit de omgeving] worden via de receptoren op het celmembraan [speciale proteïnen die in het membraan liggen ingebed] ingegeven in de computer van de cel, zodat het celmembraan min of meer als ‘toetsenbord’fungeert. De receptoren activeren de effectoren [actieproteïnen] van het membraan, die als de Central Procesor Unit (CPU) van de celcomputer fungeren. De effectproteïnen vertalen de informatie uit de omgeving in de biologische gedragstaal (1992).

Jude Currivan boek Het 8e Chakra (p. 28):
Bruce Lipton en anderen hebben aangetoond dat niet de celkern, maar de celmembraan, de uiterste begrenzing van de cel en het enige orgaan dat alle organismen met elkaar gemeen hebben, het eigen 'brein' van de cel moet zijn.
Hoofdstuk 10 De reis van de zielenheld
169: Stap 6 - Wederkerigheid in liefde, respect en dankbaarheid
We moeten nu kiezen: blijven we deel uitmaken van het materialistische probleem of kunnen we deel hebben aan de integrale oplossing?

Rupert Sheldrake and Bruce Lipton - A Quest Beyond the Limits of the Ordinary (Part 1 of 10)

Bruce H. Lipton boek De biologie van de overtuiging: Hoe je gedachten je leven bepalen
Het ‘centrale dogma’ van de moderne orthodoxe biologie is dat het leven wordt beheerst door genen. In De biologie van de overtuiging legt celbioloog Bruce Lipton uit dat recent onderzoek heeft aangetoond dat genetisch determinisme fundamenteel tekortschiet, en presenteert een zeer leesbaar verslag van de ‘nieuwe biologie’. Hij zegt dat het onderzoek naar de manier waarop cellen informatie ontvangen en verwerken laat zien dat het leven van een cel niet door de genen wordt bepaald, maar door de fysieke en energetische omgeving, die in het geval van de mens ook onze gedachten omvat. Hij schrijft: ‘De overtuiging dat we broze biochemische machines zijn die door genen worden bestuurd maakt plaats voor het inzicht dat we krachtige scheppers van ons leven zijn en van de wereld waarin we leven’ (blz. 15). De ‘nieuwe’ biologie is een stap vooruit vergeleken met de oude maar, zoals we zullen zien, ze heeft nog steeds ernstige beperkingen.

De 4e dimensie, de relatieve tijd scheidt verleden en toekomst, de 'Ruimte-tijd - Spiegelsymmetrie'. Of met andere woorden de relatieve tijd verbindt de Ruimte-tijd, Zeitraum met het spiegelneuron en op een hoger aggregatieniveau met het superspiegelneuron. In de snaartheorie zijn energie en tijd twee complementaire grootheden. De complementariteit brengt de verbinding tussen verleden en toekomst tot uitdrukking. De verborgen 5e dimensie, de wederkerigheid tussen de micro- en de macrokosmos is kandidaat voor de verborgen complementariteit (evolutionaire kringloop), die een ommekeer in het denken, een paradigmawisseling mogelijk maakt.

Wim de Lobel (kies: Artikelen) boek De eeuwige generatie, Blauwdruk, (p. 47): Steeds weer met een vaste regelmaat geeft geeft Börger in zijn verhandelingen van deze procesgang en bewustwording een samenvattende definitie. Namelijk dat de ether gedacht als oergegeven het andere is van het electro-magnetische veld, dat zich omzet tot spiraalnevel, tot sterrenhoop, tot zonnestelsel. In het zonnestelsel bevinden zich de planeten waarop mogelijkerwijs de organische evolutie van het plantenrijk, dierenrijk en mensenrijk plaatsvindt.

Michael Fromfeld (artikel Een Elektrisch Universum PRANA nr. 171, feb/mrt 2009) verbindt de lineaire beweging met Shiva, de spiraal beweging met Vishnu en de circulaire beweging met Brahma. De spiraal beweging is als het ware de combinatie van een lineaire (eerste aspect) en circulaire (tweede aspect) beweging. In een zwaartekrachttheorie is een spiraal beweging uitzondering, in een elektrodynamische theorie praktisch regel. Van het kleinste deeltje tot de grootste galactische formatie is er een web van elektrische circuits dat alles in de natuur verbindt en verenigt, sterrenstelsels organiseert, sterren energie geeft, planeten geboren doet worden, en op onze eigen wereld het weer controleert en biologische organismes tot leven brengt. In een elektrisch universum zijn er geen geïsoleerde eilanden.

Gerrit Teule beschrijft in zijn boek Ethiek, schoonheid en eonen (p.16/19) het ‘en-en’/‘of-of’-mechanisme aan de hand van ‘schering en inslag’, of met andere woorden de relatie tussen 'Geest en Materie', het 'verticaal - en horizontaal' bewustzijn.
Hoofdstuk 18 Kwantummechanica en ethiek – Onzekerheid en creativiteit (p. 179)
Vanuit de schutter gezien is het balgedrag echter gewild en nauwkeurig bepaald. Voor de schutter is dit het creatieve moment. Het hangt er dus vanaf aan welke kant van de bal je staat. Het creatieve eonische bewustzijn staat achter de bal.
Waarschijnlijkheidsgolven en superpositie (p. 180)
Dat elektron kan dus, indachtig Heisenbergs principe, net zoals de bal op de stip, alle kanten op vliegen (al zal het bij voetbal wel beperkt zijn tot de doelmond, of er vlak naast of overheen) en we weten niet welke. Het elektron kan dus overal rondom de bron opduiken. We tekenen daarom een waarschijnlijkheidsgolf, die zich cirkelvormig uitbreidt vanaf het middelpunt, net zoals in een plas water gebeurt als je er een steen in gooit.
199: Een interview met Jean E. Charon in 1989
201: Jacques Languirand: Het werkte ook inspirerend voor verschillende benaderingen van het spirituele veld. Om iets te noemen, u hebt de weg gewezen door ons te vertellen dat de wereld niet inert is, maar dat het Universum leeft.

Gerrit Teule boek Hebben wij een ziel? Zo ja, waar dan? – De evolutie van geest , ziel en bewustzijn als een natuurlijk proces (p. 116):
Het bovenbewuste is volgens Assagioli de oorsprong van esthetische, ethische en religieuze ervaringen, mystiek, intuïtie en inspiratie.
Carl Jung schreef in zijn boek Aion de passage: Vroeg of laat zullen de kernfysica en de psychologie van het onbewuste elkaar naderen als ze allebei, onafhankelijk van elkaar en vanuit tegenovergestelde richtingen, vooruitstoten naar het gebied van het buitenzintuiglijke.

De gedachten van de paleontoloog Pierre Teilhard de Chardin (evolutie van het bewustzijn, binnenkant van de materie, de noösfeer), de fysicus Jean Emiel Charon (elektronen, fotonen, psychomaterie en eonen), de psychologen Carl Jung (het onbewuste, archetypen en synchroniciteit) en Roberto Assagioli (het gemeenschappelijk bovenbewuste) krijgen in dit verhaal een hernieuwde impuls. Stuk voor stuk lijken deze wetenschappers misschien eigenwijze Einzelgänger, die zich van de academische consensus weinig aantrokken. Maar samen schreven ze een groots en gedurfd verhaal over geest, ziel, bewustzijn en de fundamentele natuurkracht elektromagnetisme, dat in deze tijd van alomtegenwoordige elektronica, computers en telecommunicatie verteld moet worden.

Sinds de oerknal dragen de eonen het oorspronkelijke licht van het singuliere punt in zich. Eonen bezitten fysische eigenschappen, die rechtstreeks te vertalen zijn naar psychische eigenschappen. Eonen zijn daarom ‘geestdeeltjes’ (menticles). De basiseigenschappen van deze menticles zijn volgens Charon: geheugen (Knowledge), contemplatie (Reflection), communicatie (Love) en daadkracht (Action).

Het thema elektriciteit en magnetisme is door Gerrit Teule in zijn boek Wat Darwin niet kon weten in samenhang met de chaostheorie uitgewerkt. Op 5 november 2009 heeft Gerrit Teule in een Studium Generale bij de TU Delft zijn boek toegelicht.
- Introductie Darwin en overzicht van wat er na hem in de 20ste eeuw gebeurde
- Max Planck en het spletenexperiment van Young
- Kernvraag "Wat denken wij hiervan te begrijpen", actieve metaforen
- Voorbeeld van dwingende actieve metafoor: de evolutieboom van Darwin
- Idem: het gangbare materiebegrip
- De vier natuurkrachten en QED
- Evolutie van actieve metafoor: deeltjes in de 20ste eeuw, van massief naar onstoffelijk, van reëel naar imaginair.
- Introductie Teilhard de Chardin en Charon: de geestelijke binnenkant van materie
- Tijdruimten en eonen, complexe relativiteitstheorie, negatieve entropie
- Fysische en psychische eigenschappen van eonen, psychomaterie
- Naar een "kwantummechanica van de geest"? Non lokaliteit.
- Evolutie van eonische kennis, het Zelf-eon (de ziel)
- De eonische matrix, grotere verbanden, verwante gedachten
- Gevolgen van de eonenhypothese, hersenwerking, BDE/BLE, toekomstverwachtingen
- Afsluiting met tekst uit Oepanishad.

Het boek Wat Darwin niet kon weten van Gerrit Teule biedt een uitstekend houvast om zowel de ‘binaire code' van machinetalen als het verschijnsel recursie toe te lichten. Gerrit Teule schrijft (p. 47): Je kunt een computer begrijpen op meer niveaus dan je op één hand kunt tellen.
48a: Hoe werkt dat dan, welke (natuur)wetten liggen hieraan ten grondslag? Hoe verloopt de interactie tussen het oerbewustzijn - als grondslag van al het bestaande – en de andere lagen (Energie en Materie?).
48b: Hoewel … in de oude Veda’s was al sprake van “de drie Guna’s”, van een Scheppende kracht, een Instandhoudende kracht en een Vernietigende kracht. Alleen hadden ze er nog geen mooie formule voor. Er ligt dus nog een onderzoeksterrein braak voor de liefhebbers.
249: Hoofdstuk Membranen en negatieve entropie
256: Een gulden middenweg?
257: De scheiding van de twee – stof en geest – is een abstractie. De basis is altijd één.
294: De chaostheorie
Ook ons hart kent twee toestanden: de regelmatige hartenklop met tempovariaties en de toestand van fibrilatie, waarbij alle cellen zich ongecoördineerd samentrekken.
Ken uzelf
Hoe iemand omgaat met de eigen chaos en onzekerheid (lees:
creativiteit) lijkt mij bepalend en kenmerkend voor iemands geestelijke gezondheid. 'Ken uzelf' kan hier betekenen: herken je eigen chaos de impliciete orde.
297: Deze ‘gelijkvormigheid op elke schaal’ is de wiskundige pendant van het bekende gezegde ‘zo boven, zo beneden’.
298,299: De gelijkvormigheid op elke schaal en de eonenhypothese (figuur p. 299)
301: Ik ben er van overtuigd dat grote en kleine componisten hun nieuwe melodieën rechtstreeks schrijven vanuit hun eonische bronbewustzijn.
181,310: Het oerbewustzijn en het grote zwijgen
315:
De bewustzijnsevolutie die in de theorie van Darwin ontbreekt, is nog lang niet ten einde. De mens is nog maar net tot zelfbewustzijn gekomen, en we hebben nog miljarden jaren voor de boeg.

(47) Om de éne werkelijkheid te begrijpen maakt Gerrit Teule van een complex computersysteem gebruik. In het rapport 'E i V' staat echter niet de computer, maar de samenleving, de organisatiecultuur centraal. Om het fenomeen organisatie(cultuur) en de éne werkelijk te begrijpen wordt in het rapport ‘E i V’ van zeven bewustzijnsniveaus gebruik gemaakt.
(48a) Rapport ‘E i V’ hoofdstuk 1.5, Samenvatting
De ultieme blauwdruk van het leerproces (‘Avatar’, oerbron) blijft in de schepping verborgen. Wel is het mogelijk voor de mensheid van kennis uit de oerbron gebruik te maken. Het is met behulp van meditatie of gebed, het Onze vader mogelijk om orde te scheppen in de chaos. Het is een illusie te geloven dat we de schepping kunnen beheersen. Het geloof in een nieuwe toren van Babel, met de huidige kredietcrisis als gevolg, is daar een duidelijk voorbeeld van.
Rapport ‘E i V’ hoofdstuk 4, ‘Energie en Materie’ Samenvatting Bij de presentatie van het boek Omhoog kijken in platland van Cees Dekker e.a liet Ronald Plasterk blijken het grondig oneens te zijn dat het christelijk geloof uitstekend kan samengaan met de evolutietheorie door uit te gaan van een ‘intelligente ontwerper’. Wetenschap heeft geen argumenten voor of tegen het geloof; ze hebben niets met elkaar te maken, zei Plasterk tegen de verzamelde pers. Daar zouden de oude wijsgeren als Pythagoras en Plato het zeker mee oneens zijn.
(48b) De natuur (prakriti) heeft drie basishoedanigheden, of geaardheden, (de drie guna's: sattva, rajas, en tamas).
Canto 10 (3) S'rî S'uka zei: 'S'iva, die altijd verenigd is met zijn s'akti, wordt aanbeden in zijn drie manifeste guna-aspecten: de emotie [zijn sattva], de autoriteit [zijn rajas] en de traagheid [zijn tamas], en is aldus [de belichaming van] het drievoudige van het ego.
Vyâsadeva boek S'rîmad Bhâgavatam, Canto 7, Hoofdstuk 1:
(10) Als Hij het zo verlangt om materiële lichamen te scheppen voor de levende wezens manifesteert de Allerhoogste, Hij overwegend in Zijn eigen schepping, de geaardheid hartstocht; verlangend op te treden in verschillende gedaanten is Hij in de geaardheid goedheid en als de Beheerser er aan toe is de zaak af te ronden geeft Hij als zodanig aanzet tot de geaardheid der onwetendheid [zie: B.G. 9: 10].
Tekst 10:
Wanneer de Allerhoogste Godspersoon de verschillende soorten lichamen schept en elk levend wezen naargelang zijn aard en baatzuchtige activiteiten een bepaald lichaam toekent, reactiveert Hij de geaardheden der materiële natuur - sattva-guna, rajo-guna en tamo-guna. Dan gaat Hij, als Superziel, elk lichaam binnen en zet de geaardheden aan het werk: sattva-guna voor de instandhouding, rajo-guna voor de schepping en tamo-guna voor de vernietiging.
Fay van Ierlant De drie guna’s zijn: tamas van de wortel tam wat verstopping, uitputting, zonder beweging betekent; rajas van de wortel raòj wat verkleurd, rood worden betekent, in hoge activiteit; sattva van sat, staat van zijn, wat slaat op een toestand van evenwicht tussen het stoffelijke en het geestelijke beginsel in dingen of toestanden wanneer vorm en energie in evenwicht trillen.
Bij de drie guna’s tamas, rajas en sattva draait het om het basisprincipe van de ‘eenheid der tegendelen’, het overbruggen van tegenstellingen, het principe van complementariteit dat al door Heraclitus naar voren is gebracht.
Het rapport ‘E i V’ draagt het karakter van een researchproject.
(249) Creativethink maakt het mogelijk de ongeordendheid van een systeem, de entropie te verminderen. Aan de hand van het '5D-concept en Ether-paradigma', de kwintessens is het mogelijk de ommekeer tot uitdrukking te brengen.
(257) In hoofdstuk 1.1.1 ‘Geest en Lichaam’ wordt de ‘Gulden middenweg’ toegelicht.
Het rapport ‘E i V’ maakt van de integrale visie (integrale denktrant) van Ervin Laszlo en Ken Wilber gebruik. Elke medaille heeft twee complementaire kanten, die door de spiegelsymmetrie, het projectiemechanisme tot uitdrukking wordt gebracht. De eenheid der tegendelen is het basisingrediënt in het rapport ‘E i V’. De eenheid der tegendelen brengt echter ook een tegenstelling tussen twee polen, de keerzijde tot uitdrukking.
(297) De wiskundige Benoît Mandelbrot stelt dat de werkelijkheid veel beter met zijn fractale geometrie kan worden beschreven. Het is net als met de telling van Pythagoras zeker een manier om op de complexe werkelijkheid grip te krijgen.
De gebroken dimensie van Mandelbrot heeft op het getal 1,618 van de Gulden snede betrekking.
(301) Net als Gerrit Teule gaat het rapport ‘E i V’ uit van de veronderstelling dat de fractalformules als het ware ingebakken zijn in ons eonische geheugen, want onze eonen kennen deze formules van binnenuit, maar dan in een voor ons onbekende vorm van ‘eonische muziek’ (Dierenriem, Dodecaëder) en niet in de vorm van de wiskundige fractalformules.
(315) Het fenomeen bewustzijnsontwikkeling, de ’bewustzijnsschil’ is het hoofdthema in het rapport 'E i V'.

Gerrit Teule Website (QED, Lawrence Fagg)
Gerrit Teule Lezing TU Delft Studium Generale

Gerrit Teule start zijn gezichtspunt vanuit de hardware. Het rapport ‘E i V’ vertrekt daarentegen ook vanuit de 'mentale software' (Geert Hofstede), het 5D-concept, namelijk de doelmatige ordening van de informatievoorziening.

Sander Bais Interview NRC Handelsblad, 7 november 2009):
Toen de Britse natuurkundige en schrijver C.P. Snow in 1959 zijn beroemde essay The Two Cultures publiceerde was theoretisch fysicus Sander Bais veertien jaar.
Breking van licht (Brekingsindex)of refractie is het verschijnsel dat lichtstralen van richting veranderen als ze van het ene medium (doorzichtige stof) in het andere terecht komen. Het elementaire inzicht in de breking van licht leidde bijvoorbeeld tot lenzen, en zo tot telescopen waarmee mensen hun horizon in de ruimte steeds verder verlegden, en tot microscopen waarmee zij steeds dieper in cellen, moleculen en atomen doken. Tot zij tegen harde grenzen aanliepen. Astronomen die steeds dieper in de kosmos tuurden, en zo ook steeds verder terug reikten in de tijd, stuitten bij 13,7 miljard jaar op de oerknal.
Bais wijst ook onbetreden gebieden aan. Wat zich vlak voor, tijdens en direct na de oerknal heeft afgespeeld gaat ons verstand te boven. En we hebben geen idee hoe – nagenoeg midden tussen die allergrootste en allerkleinste schalen van de kosmos – het complexe samenspel van hersencellen het menselijk bewustzijn voortbrengt.

Newton beschreef diffractie (buiging) van licht - het experiment met de stoffige spiegel - dat in 1801 door Thomas Young werd verklaard, al was het dan met het golfmodel. Ter voorkoming van chromatische aberratie ten gevolge van kleurschifting, die bij breking door lenzen onvermijdelijk is, bedacht en construeerde Newton de Newton telescoop, waarvan het beginsel nog steeds toegepast wordt.

Een ander succesvol werk van Feynman is het boek QED. Behalve voor 'quod erat demonstrandum' staat dat voor quantum electrodynamics (kwantumelektrodynamica).
Eric Bruijnis (GAMMA december 2009): In het boek van Feynman staat een alternatieve mogelijkheid. Het blijkt dat er door de elektronen voortdurend fotonen worden geabsorbeerd en uitgezonden. Hij illustreert dat o.a. aan de weerkaatsing van fotonen door een ruit. Het is niet zo dat het foton wordt teruggestuiterd door het glas, maar het foton wordt opgenomen door een elektron in het glas. Vervolgens wordt er een nieuw foton geproduceerd door dat elektron en met eenzelfde hoek in een tegengestelde richting teruggekaatst.
Penrose beschrijft in de The emperor’s new mind dat hij in de neuronen een soort gelaagde buisjes vindt, die het mogelijk maken voor kwantumeffecten om tot bewust waarnemen te komen. Op elk moment van bewustzijn ontstaat een kwantummechanische collaps, die zich afspeelt in de microtubulus.

Een cyborg (van het Engelse cybernetic organism oftewel cybernetisch organisme) is de fysieke samensmelting van mens en machine. (Zie ook: cybernetica.)
Volgens Miguel Nicolelis (Volkskrant 13 augustus 2011) kun je schoonheid, poёzie, altruïsme, solidariteit of sympathie niet nabootsen (na-apen) in een machine.

Peter Gabriël Visser boek De schaduwzijde van draadloze communicatie
Samenvatting van 'De schaduwzijde van draadloze communicatie' Vijftien jaar geleden is de mensheid begonnen aan een nieuw avontuur ‘draadloze communicatie’. GSM, UMTS, WiFi, PDA, DECT of WLAN waren toen onbekende begrippen. Inmiddels zijn er 4 miljard GSM’s en navenante hoeveelheden DECT’s en WLAN’s. Huisartsen worden steeds vaker geconfronteerd met moeilijk te duiden klachten die mogelijk verband houden met elektrostress als gevolg van straling van draadloze apparatuur.
De elektrostresspandemie die op ons afkomt en de gevolgen daarvan voor de economie, zal kredietcrisis en griepgolven doen verbleken.
Van griep bent u kortstondig ziek en als u zwak bent gaat u dood, maar van EMSS (Elektro Magnetisch Stress Syndroom) heeft u blijvend last. Eenmaal gevoelig altijd gevoelig! De samensteller doet een boekje open over elektrostress en de gevolgen hiervan voor de gezondheid van de mens.

====

Energie en Materie (Materiesymmetrie, Materie-bewustzijn, Genetica en Celbiologie)

The international air force and the Inner Government of the World (Brett Holman 22 February 2012):
Here's something I didn't know before. In 1939, an Indian chemistry professor and Theosophist named D.D. Kanga edited a collection of articles entitled Where Theosophy and Science Meet: A Stimulus to Modern Thought. Peter Freeman's basic premise is that of Theosophy: that the universe and everything in it is evolving in accordance with what he calls '"the Plan"'.2 This applies to societies too, 'in the gradual civilization and progress of humanity towards its destined end -- the full realization of Universal Brotherhood'.3 But this process is helped along both by enlightened people (e.g. Theosophists) and by 'a body of super-men, the Masters[...] who, having passed through the many stages of life, are now competent to help and guide the affairs of the earth'.

Babbelende bacteriën (Maarten Keulemans Volkskrant 8 oktober 2017 Sir Edmund p. 40-43):
Overal in uw lichaam gaan bacteriën met elkaar in gesprek om hun gedrag af te stemmen: wel of niet ten aanval? Bonnie Bassler, die volgende maand de Anatomische Les uitspreekt, doet baanbrekend onderzoek naar die communicatie en hoopt daar-mee te voorkomen dat bacteriën u ziek kunnen maken.
Want het is kritiek die u vaker hoort?
Wegwuivend armgebaar: 'Constant. Natuurlijk hoor ik dit de hele tijd. Altijd, poeh poeh, ik zit mijn hele leven met mensen die roepen dat quorum sensing niet bestaat, dat bacteriën niet kunnen praten, dus vergeef me dat ik er een beetje... moe van word.'
Dan klapt ze in haar handen. Ploef, wég is de onweersbui.
'Maar ik ben een aardig mens, geen mopperkont. Stay tuned! Dit onderzoeksveld is nog maar een jaar of twintig oud. We staan nog zó aan het begin. '
...of ziet Bassler het verkeerd?
Bacteriën mogen dan signaalstoffen afscheiden, dat doen ze heus niet alleen om elkaars aanwezigheid te 'voelen', op zoek naar samenwerking. Veel logischer is dat ze vooral uit zijn op eten.
Dat is de kritiek die Bassler ook volgens haar critici onomstreden pionier en autoriteit in het onderzoeksveld al jaren achtervolgt. Bassler zou bacteriën te veel vermenselijken en te veel nadruk leggen op 'praten'. Terwijl voor de hand ligt dat bacteriën veel meer redenen hebben om met moleculen de omgeving af te tasten. Om aan de weet te komen of er niet te veel stroming staat bijvoorbeeld, voordat ze gespecialiseerde enzymen eropuit sturen om voedingsstoffen te oogsten. Een beetje zoals de kampeerder die eerst zijn hand buiten de tent steekt om te kijken of het wel droog is, voordat hij brood gaat halen.

Je bent je connecties interview met Martijn van den Heuvel (Malou van Hintum Volkskrant 7 mei 2011)
Er zijn geen hersenaandoeningen waarbij het bewustzijn wordt uitgeschakeld. Ik verwacht daarom dat bewustzijn een eigenschap van een hogere orde is, die het resultaat is van de totale activiteit in de verbindingspatronen, en niet iets wat je kunt aanwijzen in een of meerdere hersengebieden.

Stelling: Het Akasha-veld vormt de basis voor ‘de integrale theorie van alles’, de unificatietheorie. In het onderzoeksrapport 'E i V' wordt om het ‘allesverbindende informatieveld’ te verklaren het Ether-paradigma gebruikt. Dit rapport wil aantonen dat de holos-beschaving een stapje dichterbij komt door de absolute waarheid (G. de Purucker: Drie stadia van het zien van Waarheid), de éne werkelijkheid als vast referentiepunt te kiezen.

In het onderzoeksrapport 'E i V' gaat het primair om de interpretatie van de ‘Monade + Duade’, die Sabine van Osta geeft: ik en de ander zijn eigenlijk één (Theosofia november 2011 p. 142) in de microkosmos. Dit komt ook in de in de relatie tussen mannen en vrouwen tot uitdrukking.

Henk Hogeboom van Buggenum (GAMMA jrg. 13 nr. 1 en jgr. 15 nr. 3):
Na de atmosfeer verscheen zo de biosfeer, de levende laag rond onze planeet. Uit deze biosfeer kwam door toeneming van complexiteit-bewustzijn ongeveer 5 miljoen jaar geleden een soort voort met een zeker zelfreflecterend vermogen. Deze australopithecus was het begin van een reeks hominiden of mensachtigen, waaruit zich door toenemende schedelinhoud van 400 tot 1600 cm3 de huidige homo sapiens ontwikkelde. Ook dit proces van cerebra-lisatie wordt gekenmerkt door oprolling. De mens vormt dan zelf weer een nieuwe laag rond onze planeet, die Teilhard de Chardin de noösfeer (Vladimir Vernadski) noemt, de laag van denkende korrels, bewustzijnspartikels, die samen bezig zijn een nieuwe eenheid te vormen, de mensheid.
Voor Teilhard betekent het christendom een cruciaal moment in de antropogenese, onze bewustwording als mens. Dat blijkt wel uit de invloed, die de figuur van Jezus heeft gehad. Zijn levenswandel werd als waardevol erkend, een richting die navolging verdiende. Het was een nieuw omslagpunt in de evolutie. In de mens werd God als het ware geboren, d.w.z. het besef van ieders verbondenheid met de schepper. Als iedereen - of hij nu boeddhist is of jood, christen of moslim - verbonden is met de schepper, is de liefde voor de medemens een uiting van verbondenheid met God.
Wij tappen het bewustzijn af met onze hersenen. Het bewustzijn is alomtegenwoordig en wij zijn er een deel van, dat zichzelf steeds kan verruimen aan de ander. De ander wordt zo tot een noodzakelijke voorwaarde voor onze groei.

De overlevingsstrategie, survival of the fittest heeft op goed en kwaad, de grondbeginselen van de ethiek die nooit veranderen betrekking. Binnen de zeer lange tijdperken van de mensheid zijn er voortdurend opkomende en neerdalende perioden van 'wijsheid'.

Kwantummechanica is een natuurkundige theorie die het gedrag van materie en energie met interacties van kwanta op atomaire en subatomaire schaal beschrijft.

Behoudswetten en bijbehorende symmetrieën beschrijven de transformaties tussen energie en materie.
Een positron (ook: positon) is het antideeltje van het elektron (foton + proton = elektron + positron + proton).

Een molecuul is opgebouwd uit atomen die in een vaste rangschikking van chemische bindingen met elkaar verbonden zijn. Een chemische stof is gedefinieerd door de atomen waaruit het molecuul bestaat en de onderlinge scheikundige verbindingen die tussen de atomen bestaan.

De elektromagnetische kracht houdt de elektronen rondom de kern. Bij een neutraal atoom is het aantal protonen gelijk aan het aantal elektronen. Wanneer een atoom een verschillend aantal protonen en elektronen bevat, en dus niet neutraal is, spreekt men van een ion. Ionen met een tekort aan elektronen worden kationen genoemd; ionen met overschot aan elektronen anionen.

Elektrische lading, vaak kortweg lading genoemd, is een natuurkundige grootheid (symbool Q) die aangeeft op welke manier een deeltje wordt beïnvloed door elektrische en magnetische velden. Voorwerpen kunnen zowel positief als negatief geladen zijn. Gelijke ladingen stoten elkaar af, terwijl tegengestelde ladingen elkaar juist aantrekken. Lading wordt gemeten in de Coulomb (C).
2. Eenheden van lading
Voor zover bekend komt elektrische lading in de natuur alleen voor in heeltallige veelvouden van de elementaire lading, e. Deze is gelijk aan de lading van het proton en heeft een waarde van 1.60217653 × 10-19 C. Het elektron heeft precies dezelfde lading, maar dan negatief. Ladingen die geen veelvoud zijn van e komen alleen voor in quarks, waarvan de lading een veelvoud is van e/3 maar die in tegenstelling tot protonen en elektronen niet los kunnen voorkomen.

Elektromagnetische kracht (actieve en passieve elektronica)
Een computer is niets zonder een besturingssysteem en een daarin werkend programma, en omgekeerd. Zo ook is de mens niet werkelijk mens zonder een gemeenschappelijk overeengekomen vreedzame maatschappelijke orde en een persoonlijke overtuiging of geest daarin ontwikkeld, die de integriteit en het functioneren van zijn persoon in dat systeem uitmaakt. En dus is er ook met het noodzakelijke nee-zeggen van het niet te vermijden ego ermee zoiets als het gehecht zijn aan het goede van de platonische God waarmee we niet zomaar uit de zelfzucht kunnen komen die zich, karmisch verbonden met moeder aarde, bij de gewone sterveling steeds voordoet, zodat we dus meer waarden dan enkel die van de goedheid nodig hebben om God in termen van eeuwige waarden recht te doen.

Planté onderzocht - met behulp van batterijen - ook het verschil tussen en statische elektriciteit en dynamische elektriciteit.

Paulrca Franck Elementaire elektriciteit:
Een reeks grondige experimenten om de beweging van de materiële ether te detecteren leidde niet tot resultaten. Michelson en Morley werden gezien als diegenen die de "ether" teniet deden. Ook al bewezen hun experimenten enkel de afwezigheid van een materiële ether! En dus niet het eventuele bestaan van de Lorentz-constante niet-materiële ether. De Maxwell vergelijkingen en het veld-concept werden als hoogste waarheid verdedigd. Na Einsteins fundamentele relativiteits theorie kort na het begin van de vorige eeuw, vervaagde de idee van een ether en het veld-concept regeerde als nooit tevoren. Inderdaad ging men zo ver in de INTERPRETATIES van Einsteins relativiteitstheorie dat men bevestigde dat men een golf kan hebben ZONDER een medium. Dat wil dus zeggen, men kan iets doen golven zonder dat er iets is om te doen golven!! Hierna kondigde men het finale einde aan van de ether-gedachte als medium zonder dat Einstein zelf zoiets ooit gesugerreerd had. En met de geboorte van Einsteins General Theory of Relativity werd zelfs massa benoemd als simpele "verbuiging" van ruimte-tijd of het vacuum, NIETS. De quantummechanica kwam en daarmee verdwenen ook zekerheid en determinatie als betekenisvolle concepten. Chaos , waarschijnlijkheid en willekeurigheid werden de heersende ideeën. Er ontstonden "waarschijnlijkheidsgolven" en "waarschijnlijkheidsvelden" alsook quantumvelden van vele soorten. Het onderling verweven geraken van deze uitgebreidheid aan concepten van de elektrodynamica duwde de idee van een eenheidsveld of een niet materiële ether nog verder in de richting van de zuivere esoterie.
Het oxymoron F=m.a
wat is er eerst
F van waar komt die
a hoe is die versnelling op zich mogelijk
Wetende dat massa gevoelig is aan snelheid; massa neemt toe als lichtsnelheid benaderd wordt.

Om een energietoestand, een energieniveau (elektromagnetisme) te beschrijven maakt Paul Walrecht op zijn website van vier symbolen - , ~ , 0 , + gebruik. Paul Walrecht heeft in zijn elektrisch atoom model (kies: LDAT-Wet) het magnetisme geëlimineerd. Hij maakt gebruik van een kern van Chrisonen, Neutronen en Protonen, respectievelijk negatief geladen, nul-geladen en positief geladen, met daaromheen wentelende wisselend geladen elektronen.
Paul Walrecht koppelt in zijn model natuurkundige begrippen, de elektrische ladingen ‘- , ~ , 0 en +‘ aan de levende, biologische begrippen ‘Chrison, Elektron, Neutron en Proton‘.
Aggregatietoestanden:
- I Gassen; volk zwervend, atomen zwervend
- II Vloeistoffen; volk plaatszoekend, atomen plaatszoekend
- III Vaste Stoffen, volk plaatsgebonden, atomen plaats gebonden
- IV Plasma's; Elektronen-paren zwervend.

Om een specifieke toestand in een kwadrant te beschrijven wordt van vier symbolen +, - (plus-min-spanning), nulpunt (snijpunt) en de lemniscaat gebruik gemaakt.
Om een energietoestand, een energieniveau (elektromagnetisme) te beschrijven maakt Paul Walrecht op zijn website ook van vier
symbolen - , +, 0 en ~ gebruik. Het elektrisch atoom model van Paul Walrecht beschrijft aggregatietoestanden. Dit model leent zich voor verder onderzoek.

Ervin Laszlo boek De Akasha-ervaring Wetenschap en het kosmisch geheugenveld (met bijdragen van Jude Currivan, Pim van Lommel, Swami Kriyananda, Alex Gray, Eric Pearl, Stanislav Grof, Edgar Mitchell, Larry Dossey, e.a.)
10: In zijn vermaarde Raja Yoga heeft Swami Vivekananda het oude Akasha-concept als volgt beschreven:
Het hele universum bestaat uit twee hoedanigheden een ervan wordt Akasha genoemd [het tweede is prana, de energie van het leven]. Akasha is het alomtegenwoordige, allesdoordringende bestaan. Al wat vorm heeft, al wat het eindresultaat is van combinatie, is voortgekomen uit dit Akasha.
11: Het verenigd veld is een ruimtevullend medium dat ten grondslag ligt aan alle manifeste dingen en processen van het universum. Het is een complex en fundamenteel medium, dat alle universele velden omvat: elektromagnetisme, zwaartekracht en de sterke en zwakke kernkrachten. Het is bovendien de drager van het nulpuntenenergieveld. Bovendien is het het kosmische element dat informatie registreert, conserveert en overdraagt. In deze laatste hoedanigheid is het verenigd veld het Akasha-veld, het herontdekte oude concept Akasha-kroniek. Een levende connectie met dit veld is daarom hét kenmerk van iedere Akasha-ervaring.
Ervin Laszlo en Jude Currivan boek KOSMOS een integrale visie op de wereld (p. 71):
Non-lokaal bewustzijn is bewustzijn dat aan ruimte en tijd ontstijgt en openstaat voor ervaringen die voor onze beperkte fysieke zintuigen ontoegankelijk zijn.

Jim van der Heijden 'Het gelijk van Descartes' De herontdekking van de ziel
Descartes’ stelling dat de geest volledig onafhankelijk is van het lichaam was verre van nieuw. Hij herhaalde een gedachte die zo oud is als de beschouwende mens, namelijk dat er meer is dan alleen de stof en dit ‘meer’ - de geest - los staat van de stof. In deze opvatting is de werkelijkheid dualistisch, de fysieke en de psychische realiteit bestaan autonoom. Ook zijn aanwijzing van de pijnappelklier als ontmoetingsplek van lichaam en geest was al eerder verondersteld. Toch wordt vooral Descartes verantwoordelijk gehouden voor dit zogeheten ‘interactionistisch dualisme’, meestal verkort tot 'interactionisme'(1). De wetenschap liet zich vrijwel direct laatdunkend uit over Descartes’ interactionisme. Op hetzelfde moment begon namelijk het materialistische reductionisme zich op te maken voor haar zegetocht. Die heeft geleid tot de breed aangehangen gedachte dat alle verschijnselen kunnen worden teruggeleid naar natuurkundige en chemische processen van de dode stof. Leven en geest zijn slechts tijdelijke bijverschijnselen daarvan.
Pijnappelklier
De pijnappelklier of epifyse is een orgaantje ter grootte van een erwt aan de bovenkant van de tussenhersenen. Het is in onze kinderjaren goed ontwikkeld, wordt na de puberteit kleiner en verkalkt vaak op hogere leeftijd en werkt dan niet meer. De pijnappelklier produceert het hormoon melatonine dat een rol wordt toegedacht bij de seksuele rijping en de regeling van het dag- en nachtritme. Bij lagere gewervelde dieren is de pijnappelklier een lichtgevoelig orgaan dat als zintuig werkt en zelfs als een volledig derde oog kan zijn ontwikkeld zoals bij sommige hagedissen(8). Van oudsher worden allerlei paranormale functies aan de pijnappelklier toegeschreven. Het is de zetel van de ziel, van de 6e chakra, kosmische antenne waarmee contact met een diepere, mystieke, realiteit wordt onderhouden, het maakt dat men kan helderzien/-horen/-voelen/-weten, enz.. Dit werd en wordt afgedaan als het opportunistisch gebruikmaken door de ‘esoterie’ van alles waar weinig over bekend is en waarover een waas van mysterie hangt.

Een zintuig is een gespecialiseerd orgaansysteem dat een organisme in staat stelt tot perceptie van bepaalde voor het zintuig specifieke stimuli.
In de non-remslaap laat het EEG langzame golfbewegingen zien met frequenties van 4-13 Hz en maken de ogen langzaam rollende bewegingen.
Slapen is een manier om leren beter te laten verlopen.
De bedenkers van de bioresonantie methode beweren dat ieder orgaan een specifieke elektromagnetische trillingsfrequenties heeft. Bij ziekte zouden deze trillingen verstoord zijn. De trillingen zouden vermoedelijk van elektromagnetische aard zijn[2].

Dr. Wolfgang Ludwig, the Authority of Pulsed Magnetic Therapy
Dr. Wolfgang Ludwig from Germany is known as the absolute authority or as "the father" of Pulsed Magnetic Therapy. Dr. Wolfgang Ludwig has significantly contributed to the development in the field of complementary medicine in Germany. Dr. Ludwig's name is well known amongst alternative therapists in Europe and North America.

S. Bosman Het stimuleren van zelfherstel door de Schumann-resonantie
Er zijn aanwijzingen dat de Schumann-resonantie, een elektromagnetische trilling in de atmosfeer, een rol speelt bij genezing en gezondheid. Hieronder het bewijsmateriaal en de verklaringen.

YIN and YANG During his research Dr Ludwig came across the ancient Chinese teachings which state that Man needs two environmental signals: the YANG (masculine) signal from above and the YIN (feminine) signal from below. This description fits the relatively strong signal of the Schumann wave surrounding our planet being YANG and the weaker geomagnetic waves coming from below, from within the planet, being the YIN signal.
The Chinese teachings state that to achieve perfect health, both signals must be in balance. Dr Ludwig found that this is indeed the case. He writes in his book `Informative Medizin' that research carried out by E.Jacobi at the University of Duesseldorf showed that the one sided use of Schumann (YANG) wave simulation without the geomagnetic (YIN) signal caused serious health problems.
The urgent need for further research into the Schumann Resonance Effect
Although Schumann Resonance could easily be confirmed by measurements at the time of its discovery, it is no longer so obvious due to our atmosphere being filled with manmade radiation noise at different frequencies. This is almost drowning out the natural signals - signals that have been there through aeons of evolution. It is possible that these signals act like a natural tuning fork, not just for the biological oscillators of the brain, but for all processes of life.

I have been doing lots of research into the Soul.
What I have found so far:
The pineal Gland is called the seat of the Soul
The pineal Gland creates chemicals like DMT this chemical creates dreams, some take DMT in a Tea form in Shamanic practises in Brazil to have Astral like states. There have been DMT trials in controlled medical situations and those on the trial all reported Out of Body like experiences a separation of mind and body, pure freedom, rushes of colour and light and a feeling of not being alone. The Pineal gland is represented by the Pinecone and feature on symbology across the world, like outside the Vatican or aloft of the caduceus.
Humanity acts like a cancer up on the surface of this planet. Our population rises exponentially. We asset strip and pollute our environment. We do not exhibit a symbiotic or balanced harmony with the Earth.
Technologically, we now have the technology to visit other planets in our solar system, but lack of a scientific or technological breakthrough restricts us to only explore within the confines of the inner solar system. It is as if we were a small child who is not old enough to be allowed outside or out of the close supervision of its mother (the sun).
If we did have a breakthrough in science technology at this present time within our humanity, I have no doubt that we would spread so incredibly fast throughout our galaxy that we would seem like an untreatable cancer. We would plunder the natural resources we encountered, taking whatever we required and leaving pollution and refuse wherever our trail spread.

Harness the healing power of the earth The Schumann Resonance was first used for healing by Dr. Ludwig in Germany, who is known as the Father of Magnetic Therapy. Dr. Ludwig convinced NASA to install Schumann Resonance devices on spacecraft to have a stabilizing effect on the astronaut’s health in space.
The Schumann Resonance™ CD is a 60 minute audio CD tool which consists of 60 minutes binaural beat brainwave entrainment designed to harmonically entrain a brain frequency of 7.83 Hertz known as the Schumann Resonance. This is the frequency that the entire Earth’s magnetosphere resonates at. When we are in natural environments away from big cities, this is the predominant frequency which our body feels. It has a profound "healing" effect. When we go back to the city, there are many other frequencies that override this resonance putting our body into a more “chaotic” state of being.

Communicatie in het Veld
Max Planck, de man die door velen als de vader van de kwantumtheorie wordt beschouwd, schokte de wereld in 1944 door te verklaren dat er een matrix, of oergrond van energie is die de blauwdruk levert voor onze fysieke realiteit. Verder onderzoek van de laatste 60 jaar tonen aan dat de kleinste deeltjes, o.a. neutronen en protonen, beïnvloedbaar zijn door onze observatie. Als we het observeren is het een deeltje en wanneer we dat niet doen is het een golf, een golf van mogelijkheden. Het deeltje vormt zich op een bepaalde locatie in ruimte en tijd door de invloed van onze observatie. Dit suggereert dat ons bewustzijn de realiteit om ons heen zou kunnen beïnvloeden. Daarbij moeten we ook bedenken dat we zelf bestaan uit deze kleine deeltjes en dus onderdeel uitmaken van dit kwantum veld. Wij staan niet los van onze omgeving maar zijn daar innig mee verbonden.
Wij zijn de spiegel en het gelaat in de spiegel. Wij zijn het heerlijke koude water en de kruik die het schenkt. (Rumi)
Alle materie is opgebouwd uit atomen. De atomen nemen een bepaalde positie in en gaan een specifieke verbinding aan zodat er allerlei objecten en organismen gevormd kunnen worden. Datgene wat de atomen bij elkaar houd is elektro-magnetische energie. Alle materie en organismen stralen in meer of mindere mate elektrische en magnetische energie uit die prima meetbaar is. Al deze elektro-magnetische velden vormen één groot communicatieveld. Ditzelfde veld gebruiken wijzelf om beelden en geluiden te versturen naar onze tv’s, computers en radio’s. De organismen in de natuur gebruiken dit veld zelf ook voor hun communicatie zowel intern, binnen het eigen lichaam, als extern met soortgenoten. Walvissen en dolfijnen zijn daar goede voorbeelden van en wanneer er zich storingen voordoen in het veld dan kunnen ze op stranden aanspoelen.
De cellen van ons lichaam staan ook continue in communicatie met elkaar en de omgeving door middel van dit veld. Ons lichaam stemt zich automatisch en onbewust af op de informatie die het krijgt uit dit veld. Dit kan je bv gewaar worden doordat je spanning ervaart of juist ontspanning naargelang de omgeving. In een stressvolle omgeving zal je lichaam geneigd zijn de stress over te nemen. Daarom is niet alle stress die je ervaart van jezelf maar kan van de omgeving zijn. Als je een wandeling in de natuur maakt ervaar je dit wellicht als een verkwikking en weldadigheid. Dat komt omdat het elektro-magnetisch van de aarde (Schumann Resonantie) in de vrije natuur het sterkst te voelen is.
De belangrijkste elektro-magnetische geleider in ons lichaam is het hart. Het magnetisch veld van het hart is meetbaar en wel 6 tot 8 meter van het lichaam af.

De brug naar de andere wereld
Elk evolutiestadium getuigt van een grote intelligentie en wijsheid. De innerlijke krachten van het bewustzijn en hun onmisbare circulatie werken door middel van de uitwendige functies van de zintuigen en het lichaam. Het denkvermogen en de zintuigen zijn paden voor occulte energieën die werken door middel van verschillende psychofysieke centra of chakras, waarvan de hoogste de pijnappelklier is.
Deze centra blijven zich ontwikkelen terwijl wij evolueren tot geest. Dus terwijl het derde oog of de pijnappelklier bepaalde fysiologische werkingen heeft in combinatie met de hypofyse – samen reguleren ze het ritme van stofwisseling en groei – is het ook het fysieke orgaan van intuïtie, inspiratie, geestelijk inzicht, en goddelijk denken. Blavatsky zegt dat de pijnappelklier ‘precies de sleutel is naar het hoogste en meest goddelijke bewustzijn in de mens – zijn alwetende, geestelijke en allesomvattende geest’. Wanneer het hart, het centrum van de menselijke geestelijke monade, volkomen in harmonie met de pijnappelklier vibreert, worden de twee als één. De hypofyse, het orgaan van de wil, vibreert dan gelijktijdig, waardoor een goddelijk wezen ontstaat met een vrijwel onbeperkte visie.
Wetenschap
In Nederland wordt er al jaren onderzoek gepleegd naar de werking van de pijnappelklier. Saskia Bosman is Biologe en hoofd van dit project. Ook doet zij onderzoek naar het verband tussen de pijnappelklier en de Schumann resonantie, de hartslag van de aarde.

Dr. Saskia Bosman Biogeometrie, DNA, Vormvelden en Resonantie (Schumann resonantie).
Robert Becker beschrijft dat het frequentiespectrum van een EEG (dat rijk is aan alfagolven) als twee druppels water lijkt op het frequentiespectrum van de micropulsaties van het aardmagnetisch veld, die we kennen als de Schumann-resonantie. De Schumann-resonantie is de trilling van een elektromagnetisch veld tussen het aardoppervlak en de onderkant van de ionosfeer, de bovenste luchtlaag. De voornaamste en basisfrequentie van de Schumann-resonantie bedraagt 7,8 Hz. De overeenkomst met het Schumann-frequentiespectrum geldt ook voor het EEG van alle levende organismen, die hersenen hebben. Ik vermoed dat dit zelfs het basisspectrum van elektromagnetische trillingen is van alle levende cellen op Aarde, ook van planten. In de hersenen komen de alfagolven waarschijnlijk uit de diepte; de hersenstam, die in het verlengde ligt van ons ruggenmerg en waaraan de twee helften van de grote hersenen, de kleine hersenen, de hypofyse en de pijnappelklier (epifyse) vast zitten.

H.P. Blavatsky Isis ontsluierd Deel 1 hoofdstuk Vóór de sluier (p. 7/8):
Een worsteling op leven en dood tussen wetenschap en theologie om de onfeilbaarheid – ‘een conflict van eeuwen’.
In Rome, dat zich de zetel van het christendom noemt, ondermijnt de veronderstelde opvolger op de stoel van Petrus de maatschappelijke orde met zijn onzichtbare maar alomtegenwoordige netwerk van fanatieke vertegenwoordigers, en zet hen aan om in Europa radicale veranderingen teweeg te brengen ten gunste van zijn wereldlijke en spirituele oppermacht. We zien hem die zich de ‘plaatsvervanger van Christus’ noemt, zich verbroederen met de antichristelijke moslim tegen een ander christelijk land en in het openbaar Gods zegen afsmeken voor de wapens van degenen die zich eeuwenlang te vuur en te zwaard tegen de aanspraken op goddelijkheid van zijn Christus hebben verzet!
Hoofdstuk 1 Oude dingen met nieuwe namen (p. 66):
De wetenschap erkent nu een allerhoogste kracht, een onzichtbaar beginsel, maar ontkent een Opperwezen of een persoonlijke God.1 Logisch gezien zou men het verschil tussen deze twee kunnen betwijfelen, want in dit geval zijn de kracht en het wezen identiek. Het verstand van de mens kan zich nauwelijks een intelligente allerhoogste kracht voorstellen zonder die in verband te brengen met het denkbeeld van een intelligent wezen.
Hoofdstuk 4 Theorieën over paranormale verschijnselen (p. 165):
Deze guerilla-schermutselingen tussen de voorvechters van de geestelijkheid en de materialistische Academie van Wetenschappen vormen een overvloedig bewijs hoe weinig laatstgenoemde heeft gedaan om het blinde fanatisme van zelfs heel ontwikkelde personen uit te roeien. Kennelijk heeft de wetenschap de theologie noch volledig overwonnen, noch gemuilkorfd. Ze zal haar pas de baas worden als ze zich verwaardigt om in de spiritistische verschijnselen meer te zien dan alleen hallucinaties en kwakzalverij. Maar hoe kan ze dat doen zonder een grondig onderzoek? Laten we eens aannemen dat prof. Oersted uit Kopenhagen, de ontdekker van het elektromagnetisme, vóór de tijd waarin dit algemeen werd geaccepteerd, een aanval had gehad van wat we psychofobie of pneumatofobie noemen.
Hoofdstuk 6 Psychofysieke verschijnselen (p. 233):
De eerste oorzaken van de ziekten waarmee de mensen worden geplaagd, het geheime verband tussen fysiologie en psychologie waarnaar nu door wetenschappers met moeite vergeefs wordt gezocht om een of ander aanknopingspunt te vinden waarop zij hun beschouwingen kunnen baseren, de bijzondere therapieën en geneesmiddelen voor elke kwaal van het menselijk lichaam zijn alle in zijn omvangrijke werken beschreven en verklaard. Elektromagnetisme, de zogenaamde ontdekking van prof. Oersted, werd drie eeuwen tevoren door Paracelsus gebruikt. Dit kan worden bewezen door een kritisch onderzoek van zijn manier om ziekten te genezen. Het is niet nodig over de door hem bereikte resultaten op het gebied van de scheikunde uit te wijden, want eerlijke en onbevooroordeelde schrijvers erkennen dat hij een van de grootste scheikundigen van zijn tijd was.2 Brierre de Boismont noemt hem een ‘genie’, en is het eens met Deleuze dat hij een nieuw tijdperk in de geschiedenis van de geneeskunde schiep. Het geheim van zijn geslaagde en, naar men zei, magische genezingen ligt in zijn diepe minachting voor de zogenaamd geleerde ‘autoriteiten’ van zijn tijd. Paracelsus zegt:
Ik zocht naar waarheid en overlegde bij mezelf hoe ik, indien er in deze wereld geen leraren in de medicijnen waren, die kunst zou kunnen leren? Niet anders dan uit het grote, geopende boek van de natuur, geschreven door de vinger van God. . . . Ik word beschuldigd en aangeklaagd dat ik niet via de juiste deur bij die kunst ben binnengekomen. Maar wat is de juiste? Galenus, Avicenna, Mesua, Rhazes, of de natuur zelf ? Ik geloof de laatste! Door deze deur trad ik binnen, en het licht van de natuur, en niet de apothekerslamp, wees me de weg.

H.P. Blavatsky Isis ontsluierd Deel 2 hoofdstuk 11 Een vergelijking van de resultaten van boeddhisme en christendom (p. 640/641):
Weg met zo’n beledigende opvatting over de goddelijke rechtvaardigheid, zoals ze door priesters op eigen gezag wordt verkondigd. Die past alleen lafaards en misdadigers! Al staat er een heel leger kerkvaders en priesters achter hen, wij worden gesteund door de grootste autoriteit van alle, een instinctief gevoel van eerbied voor de eeuwige, alomtegenwoordige wet van harmonie en rechtvaardigheid.

H.P. Blavatsky Geheime Leer Deel I, Proloog (p. 32):
Zij is het ENE LEVEN, eeuwig, onzichtbaar en toch alomtegenwoordig, zonder begin of einde en toch periodiek in haar geregelde manifestaties, terwijl tussen die perioden het duistere geheim van het niet-zijn heerst; onbewust en toch absoluut Bewustzijn ('bijna-dood ervaringen'); niet te verwerkelijken en toch de ene op zichzelf bestaande werkelijkheid; inderdaad ‘een chaos voor het gevoel, een Kosmos voor de rede’. Haar ene absolute kenmerk, namelijk HETZELF, de eeuwige, onophoudelijke beweging, wordt in esoterische taal de ‘grote adem’2 genoemd, dat is de eeuwigdurende beweging van het Heelal in de zin van grenzeloze, altijd aanwezige RUIMTE. Wat bewegingloos is, kan niet goddelijk zijn. Maar er is ook in feite en in werkelijkheid niets absoluut onbeweeglijk binnen de universele ziel.
38: De occultisten zijn het dus voor wat betreft het bovenstaande leerstuk eens met de filosofen van de Adwaita-Vedanta. Zij tonen aan dat het onmogelijk is op filosofische gronden het denkbeeld te aanvaarden, dat het absolute AL het ‘gouden ei’ schept of zelfs evolueert, waarin het zoals men zegt intreedt om zich in Brahma, de schepper, te veranderen, die zich later ontwikkelt tot de goden en het hele zichtbare Heelal. Zij zeggen dat absolute eenheid niet kan overgaan in oneindigheid, want oneindigheid vooronderstelt de onbegrensde uitbreiding van iets en de duur van dat ‘iets’. Het ene AL is als de Ruimte – die er op deze aarde of op ons bestaansgebied de enige verstandelijke en fysieke voorstelling van is noch een object noch een subject van waarneming. Als men kon veronderstellen dat het eeuwige oneindige Al, de alomtegenwoordige eenheid, in plaats van in eeuwigheid te zijn, door periodieke manifestatie een veelvoudig Heelal of een meervoudige persoonlijkheid werd, zou die eenheid ophouden er een te zijn.
41: De occulte catechismus bevat de volgende vragen en antwoorden:
‘Wat is het dat altijd is?’ ‘Ruimte, de eeuwige anupadaka12.’
‘Wat is het dat altijd was?’ ‘De kiem in de wortel.’
‘Wat is het dat altijd komt en gaat?’ ‘De grote adem.’
‘Is er dus drie keer iets eeuwigs?’ ‘Neen, de drie zijn één.
Wat altijd is, is één; wat altijd was, is één; wat altijd bestaat en wordt, is ook één: en dit is Ruimte.’
‘Verklaar dit, o lanoo (leerling).’ ‘Het Ene is een ongebroken cirkel (ring) zonder omtrek, want het is nergens en overal; het Ene is het grenzeloze vlak van de cirkel, die alleen gedurende de tijdperken van een manvantara een middellijn manifesteert; het Ene is de ondeelbare punt die tijdens die perioden nergens wordt gevonden en overal wordt waargenomen; het is het verticale en het horizontale, de vader en de moeder, de top en de basis van de vader, de twee uitersten van de moeder, dat in werkelijkheid nergens heen reikt, want het Ene is de ring en evenzo de ringen die binnen die ring zijn.
43: De Geheime Leer formuleert drie grondstellingen:
(a) Een alomtegenwoordig, eeuwig, grenzeloos en onveranderlijk BEGINSEL, waarover elke speculatie onmogelijk is, omdat het het menselijke begripsvermogen te boven gaat en door menselijke uitdrukkingen of vergelijkingen alleen kan worden verkleind. Het ligt buiten het gebied en het bereik van het denken – met de woorden van Mandukya, ‘ondenkbaar en onuitsprekelijk’.
De Geheime Leer Deel I Stanza 1 De nacht van het heelal (p. 76/77):
(a) Het moderne denken heeft de neiging terug te keren naar het archaïsche denkbeeld van een homogene basis voor schijnbaar sterk verschillende dingen – heterogeniteit, die zich heeft ontwikkeld uit homogeniteit. Biologen zoeken nu naar hun homogene protoplasma en scheikundigen naar hun protyle10, terwijl de natuurwetenschap zoekt naar de kracht waarvan elektriciteit, magnetisme, warmte, enz. de differentiaties zijn. De Geheime Leer brengt dit denkbeeld over naar het gebied van de metafysica en gaat uit van ‘één bestaansvorm’ als de basis en de bron van alle dingen. Maar misschien is de uitdrukking ‘één bestaansvorm’ niet helemaal juist. Het Sanskrietwoord is prabhavapyaya, ‘de plaats, of liever het gebied, waaruit de oorsprong voortkomt en waarin alle dingen weer worden opgenomen’, zegt een commentator. Het is niet de ‘moeder van de wereld’, zoals Wilson het vertaalt (zie Deel I, Vishnu Purana); want jagad yoni (zoals FitzEdward Hall aantoont) is niet zozeer ‘de moeder van de wereld’ of ‘de baarmoeder van de wereld’ als wel de ‘stoffelijke oorzaak van het Heelal’. De commentatoren van de Purana’s verklaren het als karana – ‘oorzaak’ – maar de esoterische filosofie als de ideële geest van die oorzaak. Het is in zijn tweede stadium het svabhavat van de boeddhistische filosoof, de eeuwige oorzaak en het eeuwige gevolg, alomtegenwoordig en toch abstract, de op zichzelf bestaande plastische essentie en de wortel van alle dingen, beschouwd in hetzelfde tweevoudige licht als de Vedanta-kenner zijn Parabrahm en Mulaprakriti beschouwt, het ene onder twee aspecten.
De Geheime Leer Deel I, Stanza 5 Zij brengen fohat voort (p. 142):
Dit plan is besloten in het denkvermogen van de natuur, of in het goddelijke Denken. Hij is, metafysisch opgevat, de geobjectiveerde gedachte van de goden, op een lagere trap het ‘vleesgeworden woord’ en de boodschapper van de kosmische en menselijke verbeeldingskracht: de werkzame kracht in het universele leven. In zijn secundaire aspect is fohat de zonne-energie, het elektrische levensfluïdum5 en het instandhoudende vierde beginsel, de levende ziel van de Natuur, om zo te zeggen, of – elektriciteit.
De Geheime Leer Deel I Stanza 6. Onze wereld, haar groei en ontwikkeling (p. 169):
Want ‘evenals een mens is samengesteld uit zeven beginselen, bestaat gedifferentieerde stof in het zonnestelsel in zeven verschillende toestanden’ (ibid). Dat geldt ook voor fohat ('bouwer van de bouwers'). Hij is één en zeven, en staat op kosmisch gebied achter alle manifestaties zoals licht, warmte, geluid, adhesie, enz., en is de ‘geest’ van de ELEKTRICITEIT, die het LEVEN van het Heelal is. Als abstractie noemen wij hem het ENE LEVEN; als objectieve en zichtbare werkelijkheid spreken wij van een zevenvoudige ladder van manifestatie, die op de bovenste sport begint met de ene onkenbare OORZAKELIJKHEID, en eindigt als alomtegenwoordig Denkvermogen en Leven, dat in ieder atoom van de stof woont.
De Geheime Leer Deel I Stanza 7. De voorvaderen van de mens op aarde (p. 280/281):
Die van de vierde Ronde hebben aarde als stoftoestand aan hun voorraad toegevoegd, naast de drie andere elementen in hun tegenwoordige transformatie. Kortom, in de voorafgaande drie Ronden was geen van de zogenaamde elementen wat ze nu zijn. Voorzover wij weten, is VUUR misschien zuiver AKASA? geweest, de eerste materie van het magnum opus van de scheppers en ‘bouwers’ – dat astrale licht, dat de paradoxale Eliphas Lévi in één adem ‘het lichaam van de heilige geest’ en dan ‘Baphomet’, de ‘androgyne geit van Mendes’41 noemt; LUCHT, eenvoudig stikstof, ‘de adem van de dragers van de hemelkoepel’, zoals de mohammedaanse mystici haar noemen; en WATER, dat oorspronkelijke fluïdum dat volgens Mozes nodig was om er een levende ziel mee te maken.
41) Eliphas Lévi omschrijft het terecht als ‘een kracht in de Natuur’, door middel waarvan ‘één enkel mens die haar kan beheersen . . . de wereld in verwarring zou kunnen brengen en haar aangezicht veranderen’; want het is het ‘grote geheim van de transcendentale magie’. Als wij de woorden van de grote westerse kabbalist citeren (zie de vertaling in The Mysteries of Magic, door A. E. Waite), kunnen wij die misschien het best verklaren door er hier en daar een paar woorden aan toe te voegen, om het verschil te laten zien tussen de westerse en de oosterse uitleg over hetzelfde onderwerp. De schrijver zegt over dit grote magische agens: ‘Dit alles omringende en doordringende fluïdum, deze straal, losgemaakt van de glans van de (centrale of ‘geestelijke’) zon . . . vastgelegd door het gewicht van de dampkring (?!) en de centrale aantrekkingskracht . . . het astrale licht, deze elektromagnetische ether, deze levende en lichtgevende warmtebron (caloric), wordt op oude monumenten voorgesteld door de gordel van Isis, die zich om de beide polen slingert . . . en in oude theogonieën door de slang die haar eigen staart verslindt, het symbool van voorzichtigheid en van Saturnus’ – het symbool van oneindigheid, van onsterfelijkheid, en van Kronos – ‘tijd’ – niet de god Saturnus of de planeet. ‘Het is de gevleugelde draak van Medea, de dubbele slang van de Mercuriusstaf, en de verleider uit Genesis; maar het is ook de koperen slang van Mozes, die zich om de Tau slingert . . . en tenslotte is het de duivel van de exoterische dogmatiek, en in werkelijkheid de blinde kracht (zij is niet blind, en Lévi wist dit), die de zielen moeten overwinnen om zich los te maken van de ketenen van de aarde; ‘want als zij dit niet doen’, zullen zij weer opgaan in dezelfde kracht die hen eerst voortbracht en zij zullen terugkeren naar het centrale en eeuwige vuur.’ Deze grote archaeus is nu ontdekt door en slechts voor één mensJ.W. Keeley uit Philadelphia. Voor anderen echter is die wel ontdekt, maar moet vrijwel nutteloos blijven. ‘Tot zover zult u gaan. . . .’
Al het bovenstaande is even praktisch als juist, afgezien van één fout, die wij verderop in de tekst zullen verklaren. Eliphas Lévi begaat een grote blunder door altijd het astrale licht te vereenzelvigen met wat wij akasa noemen. Wat het in werkelijkheid is, zal worden uiteengezet in Afdeling II van Deel II.
De Geheime Leer Deel I Stanza 7 De voorvaderen van de mens op aarde (p. 291/292):
Daarbij is de monade van elk levend wezen – tenzij haar morele verdorvenheid de band verbreekt en teugelloos ‘afdwaalt naar het maanpad’, om de occulte uitdrukking te gebruiken – een individuele Dhyan-Chohan, verschillend van andere, tijdens één manvantara een soort geestelijke individualiteit op zichzelf. Haar beginsel, de geest (atman) is natuurlijk één met paramatma (de ene universele Geest), maar het voertuig (vahan) waarin zij is besloten, de buddhi, maakt deel uit van de essentie van de Dhyan-Chohan; en hierin ligt het mysterie van die alomtegenwoordigheid dat een paar bladzijden terug werd besproken. ‘Mijn vader, die in de hemel is, en ik – zijn één’, zegt de christelijke Schrift; en tenminste in dit opzicht is zij de trouwe echo van de esoterische leer.
De Geheime Leer Deel I Samenvatting (p. 300):
Ook is het nutteloos op te merken dat eeuwenlang de ‘wijzen’ van het vijfde Ras, van het geslacht dat werd gered en gespaard bij de laatste wereldramp en het verschuiven van continenten, hun levens hadden doorgebracht met leren, niet met onderwijzen. Hoe deden zij dat? Het antwoord luidt: door op elk gebied van de natuur de oude tradities te toetsen, te onderzoeken en te controleren op basis van de onafhankelijke visioenen van grote adepten, dat wil zeggen mensen die hun fysieke, mentale, psychische en geestelijke gestel tot de hoogst mogelijke graad hebben ontwikkeld en vervolmaakt. Van geen adept werd het visioen aanvaard, voordat het was gecontroleerd en bevestigd door de visioenen van andere adepten – zó verkregen dat zij als op zichzelf staande bewijzen konden dienen – en door eeuwen van ondervinding.
Het wordt ‘substantie-beginsel’ genoemd, want op het gebied van het gemanifesteerde Heelal wordt het ‘substantie’, een illusie, terwijl het in de beginloze en eindeloze abstracte, zichtbare en onzichtbare RUIMTE een ‘beginsel’ blijft. Het is de alomtegenwoordige werkelijkheid: onpersoonlijk, omdat het alles en iedereen omvat. De onpersoonlijkheid ervan is de grondgedachte van het stelsel. Het sluimert in ieder atoom van het Heelal en is het Heelal zelf. (Zie in de hoofdstukken over symboliek, ‘Oorspronkelijke substantie en goddelijke gedachte’.)
De Geheime Leer Deel I hoofdstuk 14 De vier elementen (p. 510)
Sir W. Grove, F.R.S. zegt over de wisselwerking van krachten (Wederkerigheid): ‘Wanneer de Ouden een natuurlijk verschijnsel waarnamen, waarop gewone analogieën niet van toepassing waren en dat niet door enige aan hen bekende mechanische werking kon worden verklaard, schreven zij het toe aan een ziel, een geestelijke of bovennatuurlijke kracht. . . . Lucht en gassen beschouwde men eerst ook als geestelijk, maar later werd er een meer stoffelijk karakter aan gegeven; en met dezelfde woorden πνεῦμα, geest, enz. werden de ziel en een gas aangeduid; zelfs het woord gas, van geist, een spook of geest, is een voorbeeld van de geleidelijke omzetting van een geestelijk in een stoffelijk begrip . . .’ (blz. 89). De grote geleerde beschouwt dit (in zijn voorwoord tot de vijfde druk van Correlation of Physical Forces) als de enige zorg van de exacte wetenschap, die niet tot taak heeft zich met de oorzaken bezig te houden. 'Oorzaak en gevolg', verklaart hij, ‘zijn dus in hun abstracte betrekking tot deze krachten slechts woorden die het gemak dienen. We zijn geheel onbekend met de uiteindelijke voortbrengende kracht hiervan, en zullen dat waarschijnlijk altijd blijven; we kunnen alleen vaststellen volgens welke normen ze werken; we moeten nederig hun oorzaak zoeken in één alomtegenwoordige invloed, en ons tevredenstellen met het bestuderen van hun gevolgen en met het door proefnemingen opsporen van hun onderlinge verband’ (blz. xiv).
De Geheime Leer Deel I hoofdstuk 15 Over Kwan-shi-yin en Kwan-yin (p. 517):
Ook is Kwan-Shi-Yin niet de ‘geest van de Boeddha’s die aanwezig is in de kerk’, maar letterlijk betekent het ‘de Heer die wordt gezien’, en in één betekenis ‘het goddelijke ZELF, dat door het zelf (van de mens) wordt waargenomen’ – de atman, of het zevende beginsel, die is opgegaan in het universele, wordt waargenomen door of voorwerp van waarneming is van buddhi, het zesde beginsel of de goddelijke ziel in de mens. In een nog hogere betekenis is Avalokiteśvara = Kwan-Shi-Yin, aangeduid als het zevende universele beginsel, de logos, waargenomen door het universele buddhi – of ziel, als het synthetische geheel van de Dhyani-Boeddha’s: en niet de ‘geest van Boeddha die aanwezig is in de kerk’, maar de alomtegenwoordige universele geest, gemanifesteerd in de tempel van de Kosmos of de Natuur. Deze oriëntalistische etymologie van Kwan en Yin staat op één lijn met die van ‘yogini’, wat volgens Hargrave Jennings ‘een Sanskrietwoord is, in de dialecten uitgesproken als yogi of zogie(!) en gelijkwaardig met sena, en precies hetzelfde als duti of duti-ca – d.w.z. een heilige tempelprostituée, die als yoni of sakti wordt vereerd’ – (blz. 60).
De Geheime Leer Deel I hoofdstuk 18 Samenvatting van de wederzijdse standpunten (p. 745):
. . . is in staat geweest het geheim te doorgronden van het vormen van een lichaam, van het voortbrengen van een enkel atoom? Wat is er, ik zal niet zeggen in het middelpunt van een zon, maar in het middelpunt van een atoom? Wie heeft de diepte die ligt in een zandkorrel, tot op de bodem gepeild? De zandkorrel, heren, is vierduizend jaar door de wetenschap bestudeerd; zij heeft die om en om gedraaid; zij ontbindt hem en deelt hem in; zij kwelt hem met haar proefnemingen; zij valt hem lastig met haar vragen om hem het laatste woord over zijn geheime samenstelling te ontrukken; zij vraagt hem met een onverzadigbare nieuwsgierigheid: ‘Zal ik u tot in het oneindige verdelen?’ Maar dan, terwijl ze boven deze diepte hangt, aarzelt de wetenschap, ze struikelt, ze voelt zich verblind, ze wordt duizelig en zegt in wanhoop: ik weet het niet.’
‘Maar als u zo fataal onbekend bent met de oorsprong en de verborgen natuur van een zandkorrel, hoe zou u dan een intuïtie kunnen hebben over het ontstaan van een enkel levend wezen? Waar komt in een levend wezen het leven vandaan? Waar begint het? Wat is het levensbeginsel?’

De Geheime Leer Deel II, Stanza 5 De evolutie van het tweede ras (p. 132):
Darwin is er kennelijk afkerig van de hypothese te aanvaarden waarop de feiten zo nadrukkelijk wijzen, namelijk die van een oorspronkelijke androgyne stam, waaruit de zoogdieren voortkwamen. Zijn verklaring luidt: ‘Het feit dat verschillende bijkomstige organen die behoren tot elk geslacht, in rudimentaire toestand worden gevonden bij het tegenovergestelde geslacht, kan misschien worden verklaard door te veronderstellen dat zulke organen geleidelijk door het ene geslacht zijn verworven en daarna in een min of meer onvolmaakte toestand aan het andere geslacht zijn overgedragen.’ Hij noemt als voorbeeld ‘sporen, veren en schitterende kleuren, die de mannelijke vogels hebben voor de strijd of als versiersel’ en die slechts gedeeltelijk worden overgeërfd door hun vrouwelijke afstammelingen. Voor het te behandelen probleem is echter kennelijk een bevredigender verklaring nodig, want de feiten zijn van een veel meer op de voorgrond tredend en belangrijker karakter dan de oppervlakkige details waarmee Darwin ze vergelijkt. Waarom wordt niet eerlijk de juistheid erkend van het argument ten gunste van het hermafroditisme, dat de oude fauna kenmerkt? Het occultisme biedt een oplossing waarin de feiten op alomvattende en eenvoudige manier voorkomen. Deze overblijfselen van een vroeger androgyn geslacht moeten in dezelfde categorie worden ondergebracht als de pijnappelklier en andere even geheimzinnige organen, die stille getuigen zijn van de realiteit van functies die in de loop van de dierlijke en menselijke vooruitgang al lang zijn geatrofieerd, maar die eens een belangrijke rol hebben gespeeld in de algemene huishouding van het oorspronkelijke leven.
De Geheime Leer Deel II Stanza 6 Enkele woorden over ‘zondvloeden’ en ‘noachs’ (p. 174):
De schrijfster is zich goed bewust dat de specialisten die zich de minste beperkingen oplegden bij hun berekeningen van de ouderdom van de aardbol en van de mens, altijd de meer angstvallige meerderheid tegen zich hadden. Maar dit bewijst heel weinig, omdat de meerderheid op de lange duur zelden of nooit gelijk blijkt te hebben. Harvey stond jaren lang alleen. De voorstanders van het idee om de Atlantische Oceaan met stoomboten over te steken, liepen het gevaar hun leven in een krankzinnigengesticht te eindigen. Mesmer wordt tot vandaag toe (in de encyclopedieën) met Cagliostro en St. Germain tot de kwakzalvers en bedriegers gerekend. En nu Mesmer door Charcot en Richet in het gelijk is gesteld en nu het ‘mesmerisme’ onder zijn nieuwe naam van hypnotisme – een valse neus op een heel oud gezicht – door de wetenschap wordt aanvaard, vergroot dat onze eerbied voor die meerderheid niet, als wij de lichtvaardigheid en de zorgeloosheid zien waarmee haar leden ‘hypnotisme’, ‘telepatische invloeden’ en andere verschijnselen behandelen. Kortom, zij spreken erover alsof zij er sinds de tijd van Salomo in hadden geloofd en niet slechts enkele jaren eerder de voorstanders ervan ‘krankzinnigen en bedriegers’ hadden genoemd28!
28) Hetzelfde lot staat de spiritistische verschijnselen en alle andere psychologische manifestaties van de innerlijke mens te wachten. Sinds de tijd van Hume, van wie de onderzoekingen culmineerden in een nihilistisch idealisme, is de psychologie geleidelijk veranderd in een grof materialisme. Hume wordt als een psycholoog beschouwd, en toch ontkende hij a priori de mogelijkheid van verschijnselen waarin nu miljoenen geloven, waaronder veel wetenschapsmensen. De hylo-idealisten van tegenwoordig zijn zuivere annihilationisten. De scholen van Spencer en van Bain zijn respectievelijk positivistisch en materialistisch, en helemaal niet metafysisch. Het is psychisme en geen psychologie; het doet even weinig denken aan de leer van de Vedanta als het pessimisme van Schopenhauer en Von Hartmann aan de esoterische filosofie, het hart en de ziel van het ware boeddhisme.
175: Dezelfde plotselinge ommekeer in het denken is te verwachten met betrekking tot de lange tijdsduur die de esoterische filosofie aanneemt als de ouderdom van de geslachtelijke en fysiologische mensheid.
De Geheime Leer Deel II, Hoofdstuk De rassen met het ‘derde oog’ (p. 336):
Het is bekend dat Descartes in de pijnappelklier de zetel van de ziel zag (en dit wordt nu ook als een verzinsel opgevat door diegenen die niet langer geloven in het bestaan van een onsterfelijk beginsel in de mens). Hoewel de ziel met elk deel van het lichaam is verbonden, zegt hij, is er één speciaal deel van het lichaam waarin zij haar functies meer in het bijzonder uitoefent dan in enig ander. En omdat noch het hart, noch de hersenen die ‘speciale’ plaats konden zijn, concludeerde hij dat het die kleine klier was die met de hersenen is verbonden, maar toch een werking heeft die daarvan onafhankelijk is, omdat zij gemakkelijk in een soort slingerende beweging kon worden gebracht ‘door de levensgeesten15 die de holten van de schedel in alle richtingen doorkruisen’.
Hoe onwetenschappelijk dit in onze tijd van exacte kennis ook mag schijnen, Descartes kwam toch veel dichter bij de occulte waarheid dan welke Haeckel ook. Want de pijnappelklier is, zoals gezegd, veel meer verbonden met de ziel en de geest dan met de fysiologische zintuigen van de mens.
15) De ‘zenuw-ether’ van dr. B.W. Richardson, F.R.S. – de zenuw-aura van het occultisme. De ‘levensgeesten’ (?) zijn gelijkwaardig aan de stromen van de samengestelde circulatie van de zenuw-aura.
340: Men moet niet vergeten dat dit alleen maar fysieke overeenkomsten zijn, zoals de gewone menselijke hersenen het orgaan zijn dat de herinnering registreert, maar dat niet de herinnering zelf is.
Dit dan is het orgaan dat aanleiding gaf tot zoveel legenden en overleveringen, o.a. tot die van een mens met één hoofd maar twee gezichten. Deze kan men vinden in verschillende Chinese boeken, terwijl er ook naar wordt verwezen in de Chaldeeuwse fragmenten. Afgezien van het al geciteerde boek – de Shan Hai King, samengesteld door Kung Chia uit inscripties op negen urnen die 2255 v.Chr. door keizer Yü zijn gemaakt – kan men ze vinden in een ander boek, de ‘Bamboe-boeken’, en in een derde, de ‘Rh Ya’ – ‘waaraan volgens de overlevering werd begonnen door Chow Kung, oom van Wu Wang, de eerste keizer van de Chow-dynastie, in 1122 v.Chr.’, zegt Ch. Gould in zijn ‘Mythical Monsters’. De Bamboe-boeken bevatten de oude annalen van China, gevonden in 279 n.Chr. bij het openen van het graf van koning Seang van Wai, die in 295 v.Chr. stierf. Beide boeken maken melding van mensen met twee gezichten aan één hoofd – een van voren en een van achteren (blz. 27).
Wat de beoefenaars van het occultisme echter behoren te weten, is dat HET ‘DERDE OOG’ ONVERBREKELIJK IS VERBONDEN MET KARMA. Deze leer is zo geheimzinnig dat slechts enkelen ervan hebben gehoord.
De Geheime Leer Deel II, Stanza 12 Het vijfde ras en zijn goddelijke leermeesters (p. 452):
Het [water des levens] stroomt rond en bezielt haar lichaam (van moeder aarde). Het ene einde ervan komt uit haar hoofd; het wordt vuil bij haar voeten (de zuidpool). Het wordt gezuiverd (bij zijn terugkeer) naar haar hart – dat klopt onder de voet van het heilige Shambala, dat toen (in het begin) nog niet was geboren. Want in de gordel van de woonplaats van de mens (de aarde) liggen het leven en de gezondheid van alles wat leeft en ademt, verborgen18. Tijdens het eerste en het tweede (ras) was de gordel bedekt door de grote wateren. (Maar) de grote moeder verkeerde in barensnood onder de golven en een nieuw land werd toegevoegd aan het eerste, dat onze wijzen het hoofddeksel (de kap) noemen. Haar barensnood was groter bij het derde (ras) ''en haar middel en navel verschenen boven het water.
18) De occulte leer bevestigt de volksoverlevering die zegt dat er in de ingewanden van de aarde en in de noordpool een bron van leven bestaat. Het is het bloed van de aarde, de elektromagnetische stroom die rondgaat door alle aderen, en waarvan men zegt dat die is opgeslagen in de ‘navel van de aarde’.

Blavatsky, Deel III, (p. 439/440):
De mystieke tienheid [van Pythagoras] (1 + 2 + 3 + 4 = 10) is een wijze om het denkbeeld van de emanatie in het heelal weer te geven. De één is God (x), de twee is stof, de drie, die één en twee verenigt en aan beider aard deel heeft, is de wereld van verschijnselen, de vier, of de vorm der volmaking, geeft de ledigheid van alles te kennen, en de tien, de som van hen alle, omvat de ganse Cosmos. De sleutel tot de Pythagoreesche dogma’s is de sleutel tot elke grote wijsbegeerte. Hij is de algemene formule van de eenheid in de veelheid, de Eén die het vele doet ontstaan en het al doordringt. Hij is de archaïsche leer der emanaties in enkele woorden samengevat.
x) De “God” van Pythagoras, is geen persoonlijke God. Men bedenke dat hij als een hoofdstelling verkondigde dat er achter alle vormen, veranderingen en andere verschijnselen van het heelal een blijvend beginsel van eenheid bestaat.
Het "geëerde", het geopenbaarde iets, is zowel in het middelpunt als in de omtrek aanwezig, doch het is slechts de weerkaatsing van de Godheid - de wereldziel (of anima mundi). In deze leer vinden wij de geest van het esoterisch Boeddhisme.
En dat is ook de geest van het esoterisch Brahanisme en van de, Advaita Vedanta. De twee hedendaagse wijsgeren Schopenhauer en von Hartmann, verkondigen dezelfde denkbeelden.
H.P. Blavatsky De Geheime Leer Deel III, hoofdstuk Wat magie in werkelijkheid is (p. 515):
Er zijn miljoenen Christenen, die de naam van Simon Magus en het weinige wat in de Handelingen over hem staat kennen, doch er zijn slechts weinigen die zelfs maar gehoord hebben van de vele bonte, fantastische en tegenstrijdige bijzonderheden, welke de overlevering over zijn leven meedeelt.
516: Simon verkondigde, evenals alle andere Gnostici, dat onze wereld geschapen was door de lagere engelen, die hij Aeonen noemde.
517: Simon noemde deze emanaties syzygieën (een verenigd paar), want zij emaneerde twee aan twee, de een als een actieve, de ander als een passieve Aeon.
518: In de Philosophumena lezen wij dat Simon de Aeonen met de ”boom des levens” vergeleek.
519: Hij [Simon] noemt de eerste syzygie van de zes machten en van de zevende, die daarbij is, nous en epinoia, hemel en aarde; het mannelijke ziet van boven neer en neemt de gedachte tot syzygie of echtgenote, want de aarde omlaag ontvangt de verstandelijke vruchten die uit de hemel naar beneden worden gebracht en met de aarde verwant zijn.
Blavatsky, Deel III
647: Er zijn in de mens drie hoofdmiddelpunten: hart, hoofd en navel, waarvan twee ten opzichte van elkaar + of – zijn, al naar het betrekkelijk overwicht van de middelpunten.

<< vorige || volgende >>

Categorie: Artikelen | Rapport | Auteur: Harry Nijhof


Deze pagina werd sedert 16 dec. 2007 keer bekeken.