Rechtvaardig en Onrechtvaardig

Eed van de pythagoreeërs: Voorwaar, bij de Tetraktys die aan onze Ziel de bron verschafte, die de wortels der immer vloeiende natuur bevat.
Confucius: Doe nooit anderen aan wat je niet zou willen dat ze jou aan zouden doen.
Confucius: Alle mensen zijn hetzelfde. Het zijn slechts hun gebruiken die verschillen.
Matteüs: U zult de Here, uw God, liefhebben met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand (22:37-4).
En gij zult uw naaste liefhebben als uzelf (22:34-40).
Mattheüs: Alles nu wat gij wilt, dat u de mensen doen, doet gij hun aldus: want dit is de wet en de profeten (7:7-12).
Matteüs: Waar twee of drie verenigd zijn in mijn naam, ben Ik in hun midden (18,20).
Matteüs: Oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt; want met het oordeel, waarmede gij oordeelt, zult gij geoordeeld worden, en met de maat, waarmede gij meet, zal u gemeten worden (7:1).
Matheüs: Zalig zijn de armen van geest want hunner is het Koninkrijk der hemelen (5: 3)
Gulden regel: Wat gij wilt dat u geschiedt doe dat de ander.

Wederkerigheid (‘In-formatie en Informatie', 'Waarnemer en Waargenomene', Catharsis)

Jan Börger: De Basis van alle cultuur is de ether, d.w.z. de eenheden voorzich gedacht en de eenheden in-een gedacht en dat tegelijkertijd.

De positieve- en negatieve as van het kernkwadrant van Daniel Ofman representeren de ether definitie van Jan Börger.

Het basisprincipe van het kernkwadrant is, these (positieve as, +/+) + antithese (negatieve as, -/-) = synthese. De negatieve as illustreert als het ware het probleem en de positieve as de oplossing. Kernkwadranten zijn een handig hulpmiddel om schijnbare tegenstellingen te duiden.

De sleutel die op het slot past is al millennia bekend. Het kapitalisme is in zijn valkuil gelopen, door de moraal van het verhaal uit het oog te verliezen. Dwaasheid prevaleert boven wijsheid. Het gaat er niet om producten te ontwikkelen die zoveel mogelijk geld aan de samenleving onttrekken, maar om producten op de markt te brengen die aan de kwaliteit van het samenleven bijdragen. Natuurlijke vijanden van de mens worden meer en meer door kunstmatige vijanden, de door de mens veroorzaakte crisissen vervangen.

Paul Krugman neo- keynesiaans econoom (Nobelprijs voor de Economie): Plunderaars in Gucci-instappers (Volkskrant 20 april 2010):
Feit is dat het grootste deel van de financiële sector een grote zwendel is geworden – een spel waarbij een handjevol mensen rijkelijk wordt beloond om consumenten en beleggers te misleiden en uit te buiten. Als we de lat voor dit soort praktijken niet lager leggen, zal de zwendel gewoon doorgaan.

Lex Rietman - Santiago Niño-Becerra boek De Crash van 2010 en de ondergang van het kapitalisme
Niño Becerra stelt zich in zijn boek twee vragen: waar zijn we? En waarom zijn we op dit punt gekomen? Het antwoord zoekt hij in de economische wereldgeschiedenis van de afgelopen tweeduizend jaar. De auteur neemt daarbij sociale, politieke en filosofische factoren in ogenschouw. Het levert een fascinerend beeld op waarin een hoofdrol is weggelegd voor het begrip economische systemen.

Job Cohen heeft ‘wanhopig slecht geopereerd’ in het dossier van de Noord-Zuidlijn en het bestuurscollege hangt daarom een bijl boven het hoofd. Harry Borghouts, Eelco Brinkman en Loek Hermans faalden bij respectievelijk de IJsselmeerziekenhuizen, gehandicapteninstelling Philadelphia en zorginstelling Meavita. Het Alderstafel-overleg is een voorbeeld van het twee handen op een buik spelletje tussen overheid en Schiphol (Volkskrant 28 augustus 2010). De vrije markt is op deze manier een illusie. Kan zo langzamerhand niet van het failliet van de door de overheid aangestuurde marktwerking worden gesproken?

De éne werkelijkheid is dat het universum in het menselijke bewustzijn wordt weerspiegeld. De driehoek van Pythagoras en de categorieën van Aristoteles symboliseren hoe de innerlijke wereld met de uiterlijke wereld, religie en wetenschap, 'Wat en Hoe; Hoe en Wat' met elkaar worden verbonden. De beschavingstransformatie die in het holos tijdperk plaats vindt bouwt op eerdere transformaties voort:

Kompaskwadrant:Culturele evolutie (filosofie)Reciprociteit:Innovaties:Principes:Ethiek:Hoofdstuk
4. LemniscaatZo beneden, Zo bovenWatUnificatie  7.48.4
3. Verticale asKompaskwadrantHoeDuurzaamheidBroederschapIntegratie7.38.3
2. Kwalitatieve as7. Filosofie en 8. EthiekWatKerk en StaatVrijheidVrijheid7.28.2
1. Kwantitatieve as5. Psychologie en 6. SociologieHoeDemocratieGelijkheidRechtvaardigheid7.18.1

De relatie tussen macro en micro, de reciprociteit berust op het Hermetisch Axioma Zo boven, zo beneden; Zo beneden, zo boven of de uiterlijke werkelijkheid is een weerspiegeling van de innerlijke werkelijkheid en vice versa. Filosofisch wordt de ziel bezien als een psyche of spiegel van het zelf bestaande uit rede, geest en verlangens.

Een dissipatief systeem of dissipatieve structuur is een open systeem dat met zijn omgeving energie en materie uitwisselt. Prigogine toonde aan dat hoe groter de complexiteitsgraad van een dissipatief systeem, hoe groter de kans dat het op een hoger complexiteitsniveau een (relatieve) stabiliteit bereikt. Leven 'eet' entropie : het bezit de potentie nieuwe vormen te creëren & oude vormen overbodig te maken. Dit 'eten' van de entropie (entelechie) is in feite de negatie van entropie & thermodynamische pijl en heet dus negentropie.

Bij leven gaat het om de entelechie (doelgerichtheid), de blauwdruk van Aristoteles, de emergente eigenschap zelfgelijkvormigheid. Elke nanoseconde veranderen wij bewust of onbewust de wereld. Door in verbinding te blijven met het zelforganiserend principe, de negentropie, de blauwdruk van het leven is het mogelijk de chaos te bedwingen. In Prigogines ogen was de tijd van de zekerheden definitief voorbij. Meer nog, hij zag onzekerheid als een bron van rijkdom. Daarmee demonstreerde hij een rotsvast geloof in de kracht van de mens. Net zoals Karl Popper noemde hij zich de waarschijnlijk meest optimistische pessimist.

Enérgeia is, in tegenstelling tot kínèsis, uitdrukking van volmaaktheid, d.w.z. impliceert entelechie. Enérgeia is dus op elk ogenblik "af" (téleia) - daarom is ze de zijnswijze van de Godheid. Ze is bijgevolg niét "in de tijd", maar is een aaneenschakeling van identieke, tijdloze en ondeelbare "nu's" - zodat ze reversiebel is. De enérgeia àls enérgeia is bijgevolg verbonden met "bewegingloosheid" (akinèsía) - waaronder iets anders te verstaan is dan "rust" (als gestopte beweging, die zelf onder de categorie van de "beweging" valt).

De vicieuze cirkel van het kip-en-eiprobleem (Lichaam-geestprobleem), het Hoe of Wat (of-of) denken dient te worden doorbroken.
Twee van de grote denkstromingen die pogen het mind-body probleem op te lossen zijn het dualisme en het monisme.
Een middenweg (en-en) tussen fysisch en psychisch monisme vormt neutraal monisme. Spinoza's Deus sive natura lijkt op een neutraal monisme.

Een ommekeer in het denken is nodig. Als we de zaken werkelijk willen veranderen dienen we aan het geestelijke kapitaal meer aandacht te besteden. In het 5Ddenkraam zijn metafysica, het bovennatuurlijke en fysica, net als Idealisme en Materialisme de twee complementaire kanten van één medaille. Voor eenwording moeten we ons weer met de kern, de geest verbinden. Dus met de oerbron En-Soph ('Chaos, Gaia en Eros') waar alles uit voortkomt.

De retorische vraag van het kip-en-eiprobleem blijft ons boeien en is na ruim twee millennia nog steeds actueel. Net als Paul Dirac (Diraczee) en Sin-Itiro Tomonaga gaat het rapport ‘E i V’ er vanuit dat gedachten en gevoelens met de imaginaire 5e dimensie samenhangen.
Welk ijkpunt (ijktheorie), codering kiezen wij voor ons zelfbeeld, de Goddeloze dwaas of de rechtvaardige wijze?

’Neurogenese’ is de benaming voor het ontstaan van nieuwe neuronen (zenuwcellen) bij volwassen zoogdieren en vogels. Voor (bio)fotonen geldt hetzelfde als voor neutronen, moleculen, synapsen, gedachten en gevoelens ze verschijnen en verdwijnen. Een neurotransmitter is een molecuul dat wordt gebruikt voor de signaaloverdracht tussen zenuwcellen ('neuronen') in het zenuwstelsel. De plek waar deze signaaloverdracht plaatsvindt heet een synaps. Een synaps is een verbinding tussen twee neuronen waardoor een impuls kan worden overgedragen.

Het is mogelijk met behulp van computers virtual reality, een rollenspel te creëren. De virtuele wereld van een computer kan wel het denken, maar niet het voelen simuleren. Aan de hand van de op het beeldscherm getoonde beelden, de grafische vormgeving kunnen wel sensaties en emoties bij een cliënt worden opgeroepen. Omgekeerd is het wel mogelijk met behulp van scanners beelden, de intensiteit van emoties binair vast te leggen. De elektrische stroompjes tussen zenuwcellen in de hersenen zijn met behulp van een Electro Encefalogram (EEG) zichtbaar te maken. Een deskundige virtual reality techniek kan met een catharsis (reinigen van emoties) worden vergeleken.

Een personal computer (hardware) bestaat uit software (met centraal bestanden, database) en de onderdelen invoer- en uitvoerapparaat.

Een computer is niets zonder een beheersingssysteem en een daarin werkend programma, en omgekeerd. Zo ook is de mens niet werkelijk mens zonder een gemeenschappelijk overeengekomen vreedzame maatschappelijke orde en een persoonlijke overtuiging of geest daarin ontwikkeld, die de integriteit en het functioneren van zijn persoon in dat systeem uitmaakt. En dus is er ook met het noodzakelijke nee-zeggen van het niet te vermijden ego ermee zoiets als het gehecht zijn aan het goede van de platonische God waarmee we niet zomaar uit de zelfzucht kunnen komen die zich, karmisch verbonden met moeder aarde, bij de gewone sterveling steeds voordoet, zodat we dus meer waarden dan enkel die van de goedheid nodig hebben om God in termen van eeuwige waarden recht te doen.

Behalve informatie bestaat er ook in-formatie. Volgens Ervin Laszlo is het kwantumvacuüm de oerbron van geest en materie. Het concept ‘in-formatie’ van David Bohm wordt gebruikt om de structuur, de relaties tussen beide te beschrijven. Het begrip ‘in-formatie’ licht Ervin Laszlo in zijn boek Het Akasha-veld, Verbinding en geheugen in kosmos en bewustzijn (p. 67) toe. Sri Aurobindo: ‘Alles is bewustzijn (…). Op verschillende niveaus van zijn eigen manifestaties is dit universum een graduatie van bewustzijnsniveaus (p. 111)’.

Het rapport 'E i V' gaat er vanuit dat Pythagoras met zijn wiskunde (1 + 2 + 3 + 4 = 10) de kwintessens van de zichzelf herhalende patronen van interferentie al te pakken had.

De eerste op 23 september 1983 gehouden Van der Leeuw-Lezing Een onderzoek naar de koppige dwaasheid van regeerders door Barbara Tuchman:
Door Plato zijn er al voorzetten gedaan, een uitverkoren klasse tot beroepsbestuurders op te leiden. In een rechtvaardige maatschappij zouden dan mensen uit de heersende klasse bij de verstandigen en wijzen in de leer moeten om in de kunst van het regeren onderricht te krijgen.
Het Meta-leren heeft op survival of the fittest, de waarden en normen betrekking.
In de op 30 oktober 2009 gehouden Van der Leeuw-Lezing haalt Alain de Botton een oud paard van stal.

Daarom de stelling van Plato: "Alle kennis is herinnering" Duidelijk is de rol van Socrates terug te vinden, die zijn leerling helpt zich iets te herinneren; net zoals de hedendaagse psychotherapeut doet met zijn/haar patiënten. Overigens is de theorie van herinnering (anamnese) de bron van het begrip van het onbewuste.

Ramundus Lullus (1232/1233 - 1315) heeft een met het Kompaskwadrant vergelijkbaar universeel model (lullistische tabel, p. 5 en 6) uitgewerkt. De kolom Relatieve principes bevat drie Triades 'Eenheid der tegendelen (Verschil) - Eendracht - Tweedracht (Tegenstrijdigheid)', 'Begin - Midden - Eind' en 'Superioriteit - Gelijkheid - Inferioriteit'. De kolom met Absolute principes bevat een link met negen Sephiroth van de levensboom. De rechter kolom noemt de aspecten wat, hoe, wanneer, wie en waarom, welke bij elk leer - cq. besluitvormingsproces relevant zijn.

De theosofie gebruikt de matrix van 7 bij 7, met de skanda’s horizontaal en de zeven beginselen van de samenstelling van de mens verticaal.
De I Tjing kent het raamwerk van 8 bij 8, de 64 hexagrammen. Deze supersymmetrische systemen hebben gemeen dat ze zowel op micro - als op macroniveau levenscycli, transformatie -, bewustwordings -, leerprocessen in kaart brengen.

Het ‘5Ddenkraam’ van Ramon Lull laat al zien dat er niets nieuws is onder de zon. De basis van elk leerproces is: ‘Wat’ moeten we aan ‘Wie’, ’Wanneer’ en ‘Hoe’ leren, en ‘Waarom’ vinden we dat?

Naast Ether bestaat er ook Aether, het Akasha-veld (Akasha-kronieken). De verticale as representeert de 'Materiële en Immateriële' wereld. De verticale as door het midden van het Ei van Assagioli symboliseert de door Maslow genoemde zelfrealisatie, de Derde weg in de psychologie of de weg van het universele soefisme. De verticale dimensie brengt ook de evoluerende waardensystemen van de Spiral Dynamics van Don Beck in beeld. Elk mens heeft een natuurlijke aanleg (nature), maar onze sociale vaardigheden zijn niet aangeboren doch tijdens de opvoeding (nurture) aangeleerd. Bij de verticale as door het centrum gaat het om de moraal van het verhaal, de waarden en normen, de geschreven en ongeschreven leefregels. Of met andere woorden het gaat er om jezelf met de ascensie van het universum te verbinden.

Popper definieerde de 'Drie werelden theorie'. Jurgen Habermas benoemde drie domeinen van de werkelijkheid. De filognosie maakt van de drie geaardheden het zelf, ego en wijsheid gebruik. De theosofie onderzoekt het trio wetenschap, filosofie en religie.

Triade These + Antithese = Synthese (1 + 1 = 3):Spinoza:Popper:Habermas:Filognosie:Theosofie:
Monade; Monotheïsme; Monisme; Het EneGodConceptenSubjectiefWijsheidReligie
Duade; Dualisme; Dualiteit; Geest-stofNatuurNatuurwetenschapObjectiefEgoWetenschap
Triade; Christendom, Triniteit; Hegeliaanse filosofie ErvaringIntersubjectiefZelfFilosofie

H.P. Blavatsky De Geheime Leer Deel I, Proloog (p. 32):
Zij is het ENE LEVEN, eeuwig, onzichtbaar en toch alomtegenwoordig, zonder begin of einde en toch periodiek in haar geregelde manifestaties, terwijl tussen die perioden het duistere geheim van het niet-zijn heerst; onbewust en toch absoluut Bewustzijn; niet te verwerkelijken en toch de ene op zichzelf bestaande werkelijkheid; inderdaad ‘een chaos voor het gevoel, een Kosmos voor de rede’. Haar ene absolute kenmerk, namelijk HETZELF, de eeuwige, onophoudelijke beweging, wordt in esoterische taal de ‘grote adem’ genoemd, dat is de eeuwigdurende beweging van het Heelal in de zin van grenzeloze, altijd aanwezige RUIMTE. Wat bewegingloos is, kan niet goddelijk zijn. Maar er is ook in feite en in werkelijkheid niets absoluut onbeweeglijk binnen de universele ziel.
46: (3.) Geest-stof, LEVEN, de ‘geest van het Heelal’, purusha en prakriti, of de tweede logos.
H.P. Blavatsky De Geheime Leer Deel I, Proloog (p. 41):
De occulte catechismus bevat de volgende vragen en antwoorden:
Wat is het dat altijd is?’ ‘Ruimte, de eeuwige anupadaka12.’
Wat is het dat altijd was?’ ‘De kiem in de wortel.’
Wat is het dat altijd komt en gaat?’ ‘De grote adem.’
Is er dus drie keer iets eeuwigs?’ ‘Neen, de drie zijn één. Wat altijd is, is één; wat altijd was, is één; wat altijd bestaat en wordt, is ook één: en dit is Ruimte.
Verklaar dit, o lanoo (leerling).’ ‘Het Ene is een ongebroken cirkel (ring) zonder omtrek, want het is nergens en overal; het Ene is het grenzeloze vlak van de cirkel, die alleen gedurende de tijdperken van een manvantara een middellijn manifesteert; het Ene is de ondeelbare punt die tijdens die perioden nergens wordt gevonden en overal wordt waargenomen; het is het verticale en het horizontale, de vader en de moeder, de top en de basis van de vader, de twee uitersten van de moeder, dat in werkelijkheid nergens heen reikt, want het Ene is de ring en evenzo de ringen die binnen die ring zijn. Licht in duisternis en duisternis in licht: de ‘adem die eeuwig is’. Het beweegt zich van buiten naar binnen wanneer het overal is en van binnen naar buiten als het nergens is – (dat is maya13, een van de middelpunten14). Het breidt zich uit en trekt samen (uitademing en inademing).
H.P. Blavatsky De Geheime Leer Deel I Stanza 7. De voorvaderen van de mens op aarde (p. 261):
261: Filosofisch beschouwd is de mens in zijn uiterlijke vorm eenvoudig een dier, nauwelijks volmaakter dan zijn aapachtige voorvader uit de derde Ronde. Hij is een levend lichaam, geen levend wezen, omdat het besef van bestaan, het ‘ego-sum’, zelfbewustzijn vereist, en een dier kan alleen rechtstreeks bewustzijn of instinct hebben.
263: Als de occultist dus zegt, dat de ‘duivel de schaduwzijde van god is’ (het kwaad, de keerzijde van de medaille), bedoelt hij niet twee afzonderlijke werkelijkheden, maar de twee aspecten of facetten van dezelfde Eenheid.
De Geheime Leer Deel I Stanza 4 De zevenvoudige hiërchieën (p. 124):
‘Wanneer onze ziel (denkvermogen) een gedachte schept of oproept, grift het teken dat die gedachte weergeeft, zich in het astrale fluïdum, dat de vergaarbak en om zo te zeggen de spiegel is van alle manifestaties van het zijn.’
‘Het teken drukt de idee uit: de idee is de (verborgen of occulte) kracht van het teken.’
‘Het uitspreken van een woord is het oproepen van een gedachte, en deze naar buiten brengen: het magnetische vermogen van de menselijke spraak is het begin van iedere manifestatie in de occulte wereld. Bij het uitspreken van een naam wordt niet alleen het wezen (een entiteit) omschreven, maar het wordt ook onder de invloed geplaatst van, en uitgeleverd aan, een of meer occulte krachten, door het uiten van het woord (verbum). Voor ieder van ons zijn de dingen wat het (woord) ervan maakt, terwijl het ze noemt. Het woord (verbum) of de spraak van ieder mens is, terwijl hij zich daarvan geheel onbewust is, een ZEGEN of een VLOEK. Dit is de reden waarom onze tegenwoordige onwetendheid over de eigenschappen of kenmerken van de IDEE en eveneens over de kenmerken en eigenschappen van de STOF, ons vaak noodlottig is.’
‘Ja, namen (en woorden) zijn òf WELDADIG òf SCHADELIJK, ze zijn in zekere zin vergiftig of heilzaam, al naar gelang van de verborgen invloeden die de Opperste Wijsheid heeft verbonden met hun elementen, dat wil zeggen met de LETTERS waaruit ze zijn samengesteld en de GETALLEN die met deze letters corresponderen.’
De Geheime Leer Deel I, Hoofdstuk 4 Chaos - Theos - Kosmos (p. 375/376):
Het laatste betekent alleen maar een latente godheid of kracht, die vóór haar eerste manifestatie, toen zij WIL werd – die de eerste impuls aan deze atomen overbracht – het grote niets was, Ain-Soph of GEEN DING; en daarom voor ieder zintuig een leegte – of CHAOS – was.
Die Chaos werd echter volgens Plato en de pythagoreeërs de ‘ziel van de wereld’. Volgens de hindoeleer doordringt de godheid in de vorm van aether (akāsa) alle dingen; en deze werd daarom door de theürgen ‘het levende vuur’, de ‘geest van het licht’ en soms magnes genoemd. De hoogste godheid zelf bouwde volgens Plato het Heelal in de meetkundige vorm van de dodecaëder; en haar ‘eerstgeborene’ werd geboren uit Chaos en oorspronkelijk licht (de centrale zon). Deze ‘eerstgeborene’ was echter slechts het geheel van de menigte van ‘bouwers’, de eerste constructieve krachten, die in oude kosmogonieën de Ouden (geboren uit de Diepte of de Chaos) en het ‘eerste punt’ worden genoemd. Hij is het zogenaamde tetragrammaton, aan het hoofd van de zeven lagere sephiroth. Dit was het geloof van de Chaldeeën. ‘Deze Chaldeeën’, schrijft Philo, de jood, die heel oneerbiedig spreekt over de eerste leermeesters van zijn voorvaderen, dachten dat de Kosmos onder de dingen die bestaan (?) één enkel punt is, dat òf zelf God (Theos) is, òf waarin God is, die de ziel van alle dingen omvat’. (Zie zijn Rondzwerving van Abraham, 32.)
376: Chaos-Theos-Kosmos zijn slechts de drie aspecten van hun synthese – RUIMTE. Men zal het mysterie van deze Tetraktis nooit oplossen door vast te houden aan de dode letter van de oude filosofieën zoals die nu nog bestaan. Maar zelfs hierin worden CHAOS–THEOS–KOSMOS = RUIMTE in alle eeuwigheid geïdentificeerd als de Ene Onbekende Ruimte, waarover het laatste woord misschien niet vóór onze zevende Ronde zal worden gezegd. Niettemin zijn de allegorieën en metafysische symbolen over de oorspronkelijke en volmaakte KUBUS zelfs in de exoterische Purāna’s opmerkelijk.
379: Op haar beurt is deze drievoudige eenheid de voortbrengster van de vier oorspronkelijke ‘elementen’, die in onze zichtbare aardse natuur bekend zijn als de zeven (tot dusver vijf) elementen, die elk deelbaar zijn in negenenveertig (of zeven maal zeven) sub-elementen; er zijn er ongeveer zeventig aan de scheikunde bekend. Elk kosmisch element, zoals vuur, lucht, water, aarde, die deel hebben aan de eigenschappen en gebreken van hun beginselen, is van nature goed en kwaad, kracht (of geest) en stof, enz.; en elk is daarom tegelijk leven en dood, gezondheid en ziekte, actie en reactie. (Zie § xiv, ‘De vier elementen’.) Zij vormen altijd en voortdurend stof onder invloed van de nooit ophoudende impuls van het ENE Element (het onkenbare), dat in de wereld van de verschijnselen wordt voorgesteld door aether, of door ‘de onsterfelijke goden, die aan alles geboorte en leven schenken’.
De Geheime Leer Deel I, Hoofdstuk 6 Het wereld-ei (p. 394/395):
De Arabieren hadden hun cijfers uit Hindostan, en maakten zelf nooit aanspraak op de ontdekking ervan. Wat de pythagoreeërs betreft, hoeven wij slechts de oude manuscripten van BoëthiusGeometrie, geschreven in de zesde eeuw, te raadplegen om onder de getallen van Pythagoras de 1 en de nul te vinden, als de eerste en laatste cijfers. En Porphyrius, die de Moderatus van Pythagoras aanhaalt, zegt dat de getaltekens van Pythagoras ‘hiëroglifische symbolen waren, door middel waarvan hij denkbeelden verklaarde over de aard van de dingen’, of de oorsprong van het heelal.
395: Wij mogen dus redelijkerwijs zeggen dat, hoewel wij geen afdoend (exoterisch) bewijs bezitten dat het tientallige stelsel aan Pythagoras bekend was, die geheel aan het einde van de archaïsche eeuwen leefde, wij toch voldoende bewijsmateriaal hebben om te laten zien dat alle getallen, zoals Boëthius die geeft, bij de pythagoreeërs bekend waren, zelfs voordat Alexandrië werd gebouwd. Dit bewijs vinden wij bij Aristoteles, die zegt dat ‘sommige filosofen menen dat ideeën en getallen van dezelfde aard zijn, en dat er in totaal TIEN zijn’. Wij geloven dat dit voldoende zal zijn om aan te tonen dat het tientallige stelsel tenminste vier eeuwen v.Chr. bij hen bekend was, want Aristoteles schijnt de kwestie niet te behandelen als iets nieuws van de ‘neopythagoreeërs’.
Maar wij weten nog meer: wij weten dat het tientallige stelsel aan de mensheid uit de vroegste archaïsche tijden bekend moet zijn geweest, omdat het hele astronomische en meetkundige gedeelte van de geheime priestertaal op het getal 10 berustte, dat wil zeggen op de combinatie van het mannelijke en het vrouwelijke beginsel, en omdat de piramide van ‘Cheops’ volgens de maten van dit tientallige stelsel is gebouwd, of liever volgens de cijfers en hun combinaties met de nul. Hierover is echter in Isis Ontsluierd voldoende gezegd, en het heeft geen zin dit te herhalen en op dit onderwerp terug te komen.
De Geheime Leer Deel I, Hoofdstuk 12 De theogonie van de scheppende goden (p. 480):
Het tetragrammaton, het onuitsprekelijke, het siderische ‘totaal’, werd voor geen ander doel uitgevonden dan om de niet-ingewijden te misleiden en om het leven en de voortplanting te symboliseren19.
19) De vertaler van de Qabbalah van Avicebron (Isaac Myer, LL. B. te Philadelphia) zegt over dit ‘totaal’: ‘De letter van kether is י (yod), van binah ה (hēh), samen yah, de vrouwelijke naam; de derde letter, die van hokhmah, is ו (vau), samen vormen deze יהו YHV van het tetragrammaton יהוה YHVH, en zijn in werkelijkheid de volledige symbolen van zijn krachtdadigheid. De laatste ה (hēh) van deze onuitsprekelijke naam heeft altijd betrekking op de zes lagere en de laatste, samen de zeven overblijvende sephiroth.’ . . . Het tetragrammaton is dus alleen heilig in zijn abstracte synthese. Als een viertal dat de lagere zeven sephiroth bevat, is het fallisch .
483: Daarom worden de ‘waarzegstrootjes’ (duizendbladstengels) en de ‘schildpad’, het ‘symbolische stel lijnen’ en de grote wijze die ze beschouwt terwijl ze één en twee worden, en twee vier worden en vier acht, en de andere stellen ‘drie en zes’, minachtend uitgelachen, alleen omdat zijn wijze symbolen verkeerd worden begrepen.
De Geheime Leer Deel I hoofdstuk 14 De vier elementen (p. 504/505):
Metafysisch en esoterisch gezien is er maar één ELEMENT in de natuur, en aan de wortel daarvan is de godheid; en de zogenaamde zeven elementen, waarvan er vijf zich al hebben gemanifesteerd en van hun bestaan blijk hebben gegeven, zijn het kleed, de sluier van die godheid. Direct uit de essentie daarvan komt de MENS, of men deze nu stoffelijk, psychisch, mentaal of geestelijk beschouwt. In de latere oudheid wordt in het algemeen over slechts vier elementen gesproken; alleen in de filosofie erkent men er vijf. Want het lichaam van de ether is nog niet volledig gemanifesteerd en zijn noumenon is nog ‘de almachtige Vader – Aether, de synthese van de rest’. Maar wat zijn deze ‘ELEMENTEN’, in de samengestelde lichamen waarvan de scheikunde en natuurkunde nu talloze sub-elementen hebben ontdekt, die zelfs met hun zestigen of zeventigen niet meer het vermoedelijke totale aantal omvatten? (Zie Aanhangsel, § XI en § XII, aanhalingen uit de lezingen van Crookes.) Laten wij hun evolutie volgen, tenminste vanaf het historische begin.
505/506: De στοιχεῖα (elementen) van Plato en Aristoteles waren dus de onlichamelijke beginselen die waren verbonden met de vier grote afdelingen van onze kosmische wereld, en terecht omschrijft Creuzer dit oorspronkelijke geloof ‘. . . als een soort magie, een psychisch heidendom en een vergoddelijking van vermogens; een vergeestelijking die de gelovigen in nauw contact met deze vermogens bracht’ (Deel IX, blz. 850). Zelfs zo nauw, dat de hiërarchieën van die vermogens of krachten werden gerangschikt volgens een progressieve schaal van zeven trappen van het weegbare tot het onweegbare. Ze zijn zevenvoudig – niet als kunstmatig hulpmiddel om ze gemakkelijker te begrijpen – maar in hun werkelijke kosmische rangorde, van hun scheikundige (of fysische) tot hun zuiver geestelijke samenstelling. Goden – voor de onwetende massa – onafhankelijke en allerhoogste goden; demonen voor de fanatici die, hoe intellectueel zij vaak ook zijn, niet in staat zijn de geest te begrijpen van de filosofische zin: in pluribus unum. Voor de Hermetische filosoof zijn het betrekkelijk ‘blinde’ of ‘intelligente’ KRACHTEN, naar gelang van het beginsel in hen waarmee hij zich bezighoudt. Er waren vele duizenden jaren voor nodig voordat zij zich in onze cultuurtijd tenslotte zagen verlaagd tot eenvoudige scheikundige elementen.
508: Want de primitieve religie was iets hogers dan het zich alleen maar bezighouden met fysische verschijnselen, zoals Schelling heeft opgemerkt; en beginselen die verhevener zijn dan die wij hedendaagse Sadduceeën kennen, ‘waren verborgen onder de doorzichtige sluier van zuiver natuurlijke godheden zoals de donder, de winden en de regen’. De Ouden kenden de lichamelijke en de geestelijke elementen in de natuurkrachten en konden deze van elkaar onderscheiden.
De viervoudige Jupiter, evenals Brahmā met de vier gezichten – de god van de lucht, van de bliksem, van de aarde en van de zee – de heer en meester van de vier elementen, kan als de vertegenwoordiger worden opgevat van de grote kosmische goden van elk volk. Hoewel hij macht over het vuur overdroeg aan Hephaistos-Vulcanus, over de zee aan Poseidon-Neptunus en over de aarde aan Pluto-Aidoneus, omvatte de Jupiter VAN DE LUCHT deze toch allemaal; want de AETHER had vanaf het begin voorrang boven, en was de synthese van, al deze elementen.
H.P. Blavatsky Geheime Leer Deel I hoofdstuk 15 Goden - Monaden en Atomen (p. 697):
Zoals een kegel zijn top in één punt heeft, en een loodlijn een horizontaal vlak slechts in één wiskundig punt snijdt, maar zich oneindig naar boven en naar beneden kan uitstrekken, zo bestaan de essenties van werkelijke dingen slechts als een punt in deze fysieke wereld van de ruimte; maar ze hebben een oneindige diepte van innerlijk leven in de metafysische wereld van het denken . . .’ (blz. 144).
Dit is de geest, de ware wortel van de occulte leer en het denken. De ‘geest-stof’ en de ‘stof-geest’ strekken zich in de diepte oneindig ver uit, en evenals ‘de essentie van de dingen’ van Leibniz, ligt onze essentie van de werkelijke dingen op de zevende diepte; terwijl de onwerkelijke en grove stof van de wetenschap en van de uiterlijke wereld aan het laagste einde van onze zintuigen ligt. De occultist kent de waarde of waardeloosheid van de laatstgenoemde.

Tien hiëroglifische symbolen
Tom de Booij Detrie zegt in het onderstaande citaat, dat wanneer we een symbool creëren het geen toevoeging is aan onze bestaande kennis, maar dat deze voorkomt uit het potentiaal van onze wezenlijke kern. Niet van buiten naar binnen, maar van binnen naar buiten. In mijn verhaal zal ik duidelijk maken, dat het vijfster symbool met de vijfvoudige symmetrie hieraan geheel voldoet.
We are born with innate design potential because of our connection to natural order and our figure-based perceptual system. We do not add design topics into our world as we mature, instead we grow design potential from our internal nucleus (Thomas Detrie, 2002).

Afbeelding 2. De evolutie van de 10 symbolenAfbeelding 3. De 10 symbolen in afbeeldingen
 

H.P. Blavatsky: Deel II Stanza 1 Het begin van bewust leven (p. 25/26:)
In zijn eerste gemanifesteerde aspect hebben wij het zien worden: (1) in de sfeer van objectiviteit en fysica, de oorspronkelijke substantie en kracht (middelpuntzoekend en middelpuntvliedend, positief en negatief, mannelijk en vrouwelijk, enz.); (2) in de wereld van de metafysica, de GEEST VAN HET HEELAL of kosmische verbeeldingskracht, door sommige de LOGOS genoemd.
Deze LOGOS is de top van de driehoek van Pythagoras. Wanneer de driehoek volledig is, wordt hij de Tetraktis, of de driehoek in het vierkant, en wordt het tweevoudige symbool van het vierletterige tetragrammaton in de gemanifesteerde Kosmos, en van zijn fundamentele drievoudige STRAAL in het niet-gemanifesteerde, of zijn noumenon. Meer metafysisch uitgedrukt, wordt de hier genoemde classificatie van kosmische grondbeginselen meer voor het gemak gegeven dan wegens haar absolute filosofische nauwkeurigheid. Bij het begin van een groot manvantara manifesteert Parabrahm zich als Mulaprakriti en vervolgens als de logos. Deze logos is gelijkwaardig aan het ‘onbewuste universele denkvermogen’, enz. van de westerse pantheïsten. Hij vormt de basis van de SUBJECT-kant van het gemanifesteerde Zijn, en is de bron van alle manifestaties van individueel bewustzijn. Mulaprakriti of oorspronkelijke kosmische substantie is de grondslag van de OBJECT-kant van de dingen – de basis van alle objectieve evolutie en van het ontstaan van de Kosmos. Kracht komt dus niet met de oorspronkelijke substantie uit de verborgenheid van Parabrahm te voorschijn. Zij is de omzetting in energie van de boven-bewuste gedachte van de logos, om zo te zeggen uit de potentiële verborgenheid in de ene Werkelijkheid gegoten in de objectivering van de logos.
H.P. Blavatsky De Geheime Leer Deel II Stanza 12 Het vijfde ras, goddelijke leermeesters (p. 439):
Satan vertegenwoordigt metafysisch eenvoudig het omgekeerde of de tegengestelde pool van alles in de natuur22. Hij is allegorisch de ‘tegenstander’, de ‘moordenaar’ en de grote vijand van alles, omdat er in het gehele heelal niets is dat niet twee kanten heeft – de keerzijden van dezelfde medaille.
22) In de demonologie is satan de leider van de oppositie in de hel, waarvan Beëlzebub de vorst was. Hij behoort tot de vijfde soort of klasse van demonen (waarvan er volgens de middeleeuwse demonologie negen zijn) en hij staat aan het hoofd van heksen en tovenaars. Maar zie in de tekst de ware betekenis van Baphomet, de satan met de geitenkop, die één is met Azazel, de zondebok van Israël. De Natuur is de god PAN.
De Geheime Leer Deel II hoofdstuk 17 Het 'heilige der heilige' en zijn ontaarding (p. 526):
Nu verklaart Eustathius dat (ΙΩ) IO in het dialect van de Argiërs de maan betekent, en in Egypte was het een van de namen van de maan. Jablonski zegt: ‘ΙΩ, Ioh, Aegyptiis LUNAM significat neque habent illi in communi sermonis usu, aliud nomen quo Lunam, designent praeter IO.’ De kolom en de cirkel (IO), die nu het eerste decimale getal vormen dat bij Pythagoras het volmaakte getal was in de Tetraktis4, werden later een bij uitstek fallisch getal – in de eerste plaats bij de joden, bij wie het de mannelijke en vrouwelijke Jehova is.
4) Omdat het bestaat uit tien punten die in de vorm van een driehoek in vier rijen zijn gerangschikt. Het is het tetragrammaton van de westerse kabbalisten.
De Geheime Leer Deel II hoofdstuk 24 Het kruis en het Pythagorische tiental (p. 652):
Dit tiental, dat het Heelal en zijn evolutie uit de stilte en de onbekende diepten van de geestelijke ziel of anima mundi voorstelde, bood de onderzoeker twee kanten of aspecten. Het kon in het begin worden gebruikt voor en toegepast op de macrokosmos en werd dit ook, waarna het afdaalde tot de microkosmos, of de mens. Er waren dus de zuiver intellectuele en metafysische, of de ‘innerlijke wetenschap’ en de even zuiver materialistische of ‘oppervlak-wetenschap’, die beide konden worden verklaard en omvat door het tiental. Kortom, het kon worden bestudeerd uit de algemene begrippen van Plato en volgens de inductieve methode van Aristoteles. De eerstgenoemde ging uit van een veelomvattende goddelijke idee, waarbij de veelheid uit de eenheid voortkwam of de cijfers van het tiental verschenen, maar alleen om tenslotte weer te worden opgenomen en verloren te gaan in de oneindige cirkel. De laatstgenoemde steunde uitsluitend op zintuiglijke waarneming, waarbij het tiental kon worden opgevat, hetzij als de eenheid die zich vermenigvuldigt, hetzij als de stof die zich differentieert, en de studie ervan beperkt bleef tot het platte vlak; tot het kruis, of de zeven die voortkomt uit de tien – of het volmaakte getal, zowel op aarde als in de hemel.

Voor Jung betekent eros de religieuze hartstocht (moslimfundamentalisme), voor Freud de seksuele drift, het hebben en in bezit nemen, de emotie egoïsme (marktfundamentalisme). Alles heeft zijn tegenstelling, aardse begeerte inbegrepen. Of met andere woorden mannen zijn fysiek zo geschapen dat ze achter hun … aanlopen, maar ze hebben ook een hoofd gekregen waarmee ze tot in de hemel kunnen reiken.
Carl Jung legt een accent op de schaduwzijde en Roberto Assagioli op de verborgen keerzijde, de lichtzijde.

Het mechanisme 'These + Antithese = Synthese' van Hegel biedt een handvat om het verticale bewustzijn te doorgronden.
Volgens Rinus Kiel heeft Hegel de deur geopend naar een volstrekt relativisme. Maar diametraal tegenover het volstrekt relativisme staat het volstrekt absolutisme.
Tegenover het aardse staat het hemelse, tegenover het relatieve staat het absolute, tegenover Chaos, Gaia en Eros staat het Goede, Ware en Schone, tegenover Asat staat Sat, tegenover Alpha staat Omega.

De goddelijke synthese wordt door de Drie-eenheid, Logoi, Eon (Aeon, Aion) tot uitdrukking gebracht. In het rapport ‘E i V’ wordt een gulden middenweg met het principe Complementariteit toegelicht.

De synthese van wetenschap, religie en filosofie past het 5Ddenkraam toe en berust op psychologische (stoffelijke), sociologische (verstandelijke) en filosofische (monadische) gezichtspunten. Bij dit concept gaat het om de juiste transformatie tussen binnen en buiten en vice versa. De ziel, de schakel tussen 'geest en lichaam' staat daarbij voorop. Bij de individuele kant gaat het om de zelfkennis. De grote leraren van de mensheid, zoals Christus, Boeddha, Plato en Confucius, hebben over ethiek eigenlijk hetzelfde gedacht ‘Alle dingen dan die gij wilt dat u de mensen doen, doet gij hun ook alzo; want dat is de Wet van de Profeten’.

In het rapport Eenheid in Verscheidenheid worden de contouren geschetst hoe 'probleem en oplossing' van de culturele evolutie (cultuuroverdracht) met elkaar samenhangen. De oplossing van het ééndimensionale marktdenken ‘u vraagt, wij draaien’ heeft een psychologische (Deel IV), een sociologische (Deel V) en een filosofische (Deel VI en VII) dimensie.

Het Ether-paradigma en het 5D-concept worden naast elkaar gebruikt en passen in een 5Ddenkraam. Het Ether-paradigma heeft als vertrekpunt de materie, elektromagnetisme, QED en de relatieve ether van René Meijer. Het 5D-concept belicht de 5e Dimensie vanuit een filosofisch perspectief. Het is net als met Geest en Lichaam, hemel en aarde, Zo boven, Zo beneden, top down en bottom up, deductief en inductief. Het zijn de twee complementaire kanten van een medaille, die beide de kwintessens tot uitdrukking brengen. Of met andere woorden het Ether-paradigma begint bij 4 en eindigt bij 5 en het 5D-concept begint bij 5 en eindigt bij 4.

Jan Wicherink, boek Ontheemde Zielen Ontwaken (p. 153): Het darwinisme is een dogma geworden, een soort geloof op zichzelf en het wordt tegenwoordig heviger verdedigd dan ooit. De reden is begrijpelijk vanuit een wetenschappelijk standpunt. De axioma’s van de wetenschap zelf staan namelijk op het spel.
Ervin Laszlo zegt dat we verder moeten kijken en dat we de evolutie van het universum in zijn geheel in de discussie moeten betrekken. Volgens Laszlo is de echte vraag hoe het universum zich heeft kunnen ontwikkelen tot een toestand waarin de biologische evolutie überhaupt kon plaatsvinden.

Om de snaartheorie (M-theorie) te beschrijven maakt Edward Witten van zowel spiegelsymmetrie als van supersymmetrie (Engelse versie) gebruik. Om de unificatietheorie te belichten past het rapport ‘E i V’ ook beide principes toe, maar belicht spiegelsymmetrie en supersymmetrie (complementariteit) vanuit een ander gezichtspunt. Dit gezichtspunt is gebaseerd op het Standaardmodel, de C-, P- en T-symmetry. De T-symmetry wordt door de eeuwige duur, het eeuwige nu, de absolute tijd tot uitdrukking gebracht.
De M van de M-theorie staat voor Magic, Mystery of Matrix. Het rapport ‘E i V’ heeft het liever over White Magic, Occultisme, het contrast van Black Magic. Om de spiegelsymmetrie en de supersymmetrie in het universum te symboliseren maakt het rapport ‘E i V’ gebruik van een pedagogisch denkmodel, het zogenaamde Kompaskwadrant. Het Kompaskwadrant is net als de M-theorie van Edward Witten een multidimensionaal verklaringsmodel. De 10 Dimensies van het kompaskwadrant worden mede aan de hand van het Boek van de getallen verklaard. De tweede grondstelling brengt de integratie van polariteiten tot uitdrukking.

De in het rapport 'E i V' besproken Unificatietheorie is de tegenhanger van de M-theorie van Edward Witten. In de M-theorie zou "M" voor "membraan" kunnen staan, hoewel Witten zelf hier uitermate vaag over is.

De causale snaartheorie komt een stapje verder wanneer wetenschappers bereid zijn met de acausale, de geestelijke keerzijde van de medaille rekening te houden.
De oplossing van de unificatietheorie wordt niet gevonden in het elementaire deeltje maar in de ruimte die de elementaire deeltjes van elkaar scheidt.

Standaardmodel van de deeltjesfysica:
Door de gebroken symmetrie in het universum is het niet mogelijk een volledig sluitend plaatje van de éne werkelijkheid, een werkelijkheid (oerbron) achter de werkelijkheid, de absolute waarheid te geven. Het denkmodel beoogt wel, door de hoofdroute aan te geven en de verborgen 5e Dimensie, de kwintessens te belichten, een tipje van de sluier op te lichten. Het gaat er uiteindelijk om je eigen ruimer wordende inzichten in een universeel kader te plaatsen. Het rapport ‘E i V’ sluit aan bij de opinie die Pim van Lommel in zijn boek Eindeloos Bewustzijn, in hoofdstuk 15 Er is niets nieuws onder de zon (p. 302) weergeeft. Dick Swaab ziet de geest als het produkt van de honderd miljard hersencellen (neuronen) die we hebben. Die werken samen, die zijn verbonden, ieder hersencel heeft contact met zo’n duizend tot honderdduizend andere hersencellen. En die hele machine, die functioneert en geeft als product de geest. Het rapport ‘E i V’ gaat net als Ammonius en Poortman er vanuit dat de mens een immateriële ziel heeft. De hersencellen zijn een product van de geest. De fundamentele eenheid van alle bestaan is wat Teilhard de Chardin met Weltstoff aanduidt. Bij de éne werkelijkheid draait het om convergentie, om en-en, de win-winsituatie. Voor het vormgevende principe wordt de term swabhava, attractor of 'biogeometrie' gebruikt. De innerlijke stuwkracht in de natuur die orde schept uit chaos. Simon Vinkenoog durft niet te zeggen “volgens een goddelijk plan”, want er is ook nog een chaostheorie die alles lekker door elkaar gooit, een einde maakt aan al onze vastgeroeste zekerheden. Met die zekerheden zal deze maatschappij, deze samenleving, deze evolutie, zich niet kunnen voltrekken tot in een staat waarin je opgelucht kunt zeggen: “Zo, er is geen werk meer aan de winkel. Ik kan op mijn lauweren rusten”. Want dat is er voor niemand bij (zei de oude pensionado)!

Er dient wel degelijk met de keerzijde van de evolutietheorie rekening te worden gehouden dat er van doelgerichtheid, entelechie, een blauwdruk in de natuur sprake is. Volgens Jared Diamond zijn religies uitgevonden om mensenmassa’s in bedwang te houden. Om de kwaliteit van de besluitvorming in organisaties te verbeteren dient niet het Angelsaksisch model, maar het Rijnlands model centraal te worden geplaatst. Er is behoefte om aan religie opnieuw inhoud te geven. Of met andere woorden het is wenselijk dat aan de bekende emotionele, mentale en lichamelijke dimensies een spirituele dimensie wordt toegevoegd.

Mgr. Everard de Jong (GAMMA: jrg. 16 nr. 2- juni 2009) stelt in zijn publicatie Verklaart de biologie God of verklaart God de biologie? de vraag: waarom geen herinvoering van het teleologische denken in de biologie? De Jong verwijst naar de vier oorzaken-leer van Aristoteles en hoe deze grondlegger van de biologie de epistemologie van de teleologie onderbouwt (p. 21).
Een omissie in zijn publicatie is dat hij niet aan een voor de R.K belangrijke wetenschapper als de zalig verklaarde Raymond Lull refereert. Raymond Lull reikt namelijk met zijn Ars generalis ultima een methode aan om eenheid onder alle mensen, volkeren en geloofsovertuigingen op aarde te bewerkstelligen. Raymond Lull (1232/1233 - 1315) gebruikt, net als Thomas van Aquino (1225 - 1274), het uitgebreide model van Aristoteles, dat niet de vier oorzaken-leer, maar de tien categorieën toepast.

De hamvraag is of de nauwere verwevenheid van de publieke met de private sector de kwaliteit van de samenleving echt verbetert? Het rapport ‘E i V’ verdedigt de stelling dat dit niet het geval is. Door de verzelfstanding van de wooncorporaties, de zorg en het onderwijs heeft de overheid het stuur uit handen gegeven. De door de overheid gestimuleerde marktwerking heeft een averechts effect, de valkuil van de schijnmarkt opgeleverd. In het economisch verkeer dienen om de productiviteit te verbeteren de spelregels drastisch te worden herzien.

Riens Meijer De politiek in Nederland smoort urgentie van excellent onderwijs en innovatie
Dé leidende gedachte in het onderwijsbeleid voor de komende decennia moet zijn dat het hoge loonniveau in Nederland alleen te rechtvaardigen is indien daartegenover een hogere toegevoegde waarde staat. Die hogere toegevoegde waarde kan alleen door goed opgeleiden worden geleverd. Omdat alle vragen over de toekomst van Nederland uitkomen bij de kwaliteit van onze beroepsbevolking is hoogwaardig onderwijs op basis -, hoger en academisch niveau – zowel regulier als niet- regulier- van het grootste belang.

Jürgen Moltmann heeft in Leuven een eredoctoraat in de theologie gekregen. Hij is één van de meest invloedrijke protestante theologen van vandaag.
Moltmann schreef een scheppingstheologie: "God in de Schepping (1987)". Kenmerkend voor Moltmann is een bijbelse verwerking van zijn theologie. Maar we moeten even oppassen met wat we dan bedoelen met 'bijbels'. Moltmann gebruikt veel bijbelse thema's. Drewermann lijkt soms meer een profeet van Freud en Jung, Moltmann blijft dichter bij de tekst. Hij is van mening dat wij onze scheppingsleer opnieuw moeten formuleren. Dat ziet hij als de oplossing voor de ecologische crisis. Wij moeten de schepping vanuit deze crisis opnieuw doordenken. En hij wil daardoor komen tot een scheppingsleer die ook in de praktische kerkelijke ethiek op het gebied van het milieu nuttig is.
Zijn uitgangspunt daarbij is de 'oikos', Gods woontent, de 'shekinagedachte'. "De aarde is daar waar God woont. Maar God woont op meer dan de aarde". En dat brengt hem op het begrip "panentheïsme". Je hebt pantheïsme: alles is god (Baruch Spinoza); maar als er dan geen onderscheid meer is, wat is dan god? Pantheïsme ligt dan ook heel dicht bij atheïsme (er is geen god).

====

Bewust en Onbewust (Zelfregulering, Macht en Onmacht, 'Remslaap en Non-remslaap')

Carl Jung boek Aion: Vroeg of laat zullen de kernfysica en de psychologie van het onbewuste elkaar naderen als ze allebei, onafhankelijk van elkaar en vanuit tegenovergestelde richtingen, vooruitstoten naar het gebied van het buitenzintuiglijke.
Wolfgang Pauli vatte de relatie tussen psyche en materie op als een spiegelsymmetrie.
(Engelien Scholtes boek De verborgen dimensie in het werk van Jung en Pauli)
Kishore Mahbubani: We zien nu dat de onzichtbare hand van de markt in balans moet worden gehouden door de zichtbare hand van goed overheidsbestuur (Volkskrant 11 oktober 2008).

Dr. A.G. Vreede Grepen uit de leringen van C.G. Jung
Hoofdstuk 1. Het Bewuste en Onbewuste (p. 71):
Dr. Annie Besant schreef in haar "Studie over het Bewustzijn" op pag. 32: "Bewustzijn en leven zijn identiek, twee namen voor het zelfde, beschouwd van het innerlijke en uiterlijke standpunt. Er is geen leven zonder bewustzijn; er is geen bewustzijn zonder leven ... Wanneer onze aandacht gericht is op de eenheid, spreken wij van leven; wanneer het gevestigd is op de veelheid der dingen, noemen wij het bewustzijn."

Theo Smits 3e lezing - onderdeel 1. De toekomst van de mens:
De levensbeschouwing van Teilhard is dus niet pantheïstisch zoals die van Spinoza, die God gelijkstelde aan de natuur: 'Deus sive natura'. Nee, God overstijgt de natuur, overstijgt tijd en ruimte. Alles vindt in God zijn oorsprong, maar niets vindt in Hem zijns gelijke. Wij zijn dus met alles in God. Deze visie noemt men het panentheïsme.
Teilhard hamert erop de ontwikkelingen in elke menselijke tak van bedrijvigheid te richten op convergentie. Elk menselijk bewustzijn is het waard te worden ontwikkeld. Met alle middelen van wetenschap en techniek, politiek en religie moet ernaar gestreefd worden te komen tot eenheid in verscheidenheid. De eerste tekenen zijn er al, dat onze geest ontwaakt voor een extra-dimensie. De mens is een soort, die convergeert, zich op één punt richt, in tegenstelling tot alle andere soorten in de wereld, die divergeren, uitwaaieren en vergaan. De mens groeit naar een top van psychische rijpheid, die voor ons de zwartste toekomstdreiging doet verdwijnen.

Stabiliteit of chaos wordt in sterke mate door de dynamiek van het middenveld bepaald. Op basis van welke principes voeren politici een consistente (machts-)politiek?

De grondrechten in Nederland vormen een neerslag van gedeelde normen en waarden en overstijgt als het ware de verschillen tussen de verschillende maatschappelijke groepen. Het wezen van de grondwet is bedoeld om de continuïteit van de rechtstaat te waarbogen.

De vraag is of het de 1e, 2e en 3e macht lukt het evenwicht te herstellen of zijn de 1e, 2e en 3e macht en de 4e, 5e en 6e macht zodanig met elkaar verstrengeld dat steeds opnieuw het wiel moet worden uitgevonden?

De Tip voor CDA van Prof. Ad Borsboom, Nijmegen (Volkskrant 8 september 2010):
'Wereldbeeld en Levenshouding' zijn Siamese tweelingen.

Ad Borsboom Tegenvoeters en medeburgers (p. 10):
Ten diepste ligt hieraan ten grondslag het idee dat het leven bestaat uit een eenheid van tegenstellingen – een soort yin-yangidee. In die werelbeschouwing zijn tegenstellingen (zoals regenseizoen en droge seizoen, mannelijk en vrouwelijk, leven en dood) niet absoluut, maar ze complementeren elkaar; het zijn de twee kanten van dezelfde medaille.
15: De noble savage is slechts het spiegelbeeld van de ‘primitieve barbaar’en net zo'n stereotype. Beide termen hebben meer betrekking op onze eigen fantasieën en projecties dan dat ze informatief zijn over hedendaagse levende mensen.

Engelien Scholtes, boek De verborgen dimensie in het werk van Jung en Pauli (p. 45):
We leven in een eigenaardige tijd. Het Christendom heeft zijn greep op de mensheid verloren. Er moet iets anders komen. Ik denk dat ik weet wat zal komen. Ik weet het heel precies. Maar ik zeg het niet aan niemand, want dan denken ze dat ik gek ben.
Voor de wereldklok van Pauli wordt naar dit boek verwezen.

We moeten er net als het antropisch principe van uitgaan dat de dingen zijn zoals ze zijn, het leven, het ontwerp is zoals het is. In dit kader is het interessant te verwijzen naar de 'De vier wie-vragen' Genen zijn niet belangrijker dan organismen (Richard Dawkins, NRC Handelsblad 22 mei 2004). De vierde vraag gaat over de zin van het leven, de waarde van ons gedrag om te overleven. Om de continuïteit van het leven op aarde voor de mensheid te waarborgen gaat het primair om de eenheid der tegendelen (kwalitatieve as), de hemelse triade en de natuurlijke selectie ('Survival of the fittest'). Het ‘ieder voor zich’ is een doodlopend spoor. De biologie belicht slechts de helft van het verhaal. De bewustzijnsevolutie laat zien dat in het leven juist samenwerking wordt beloond.

Mensen doen meestal niet wat ze willen
Interview Ben Tiggelaar, schrijver en managementtrainer (Volkskrant 4 september 2010)
Tien jaar geleden hoorde ik voor het eerst over het principe van de dual system theory: de tegenstelling tussen het onbewuste automatische gedrag en het bewuste geplande gedrag. Grofweg kun je stellen dat ons gedrag maar voor 5% bewust en gepland gedrag is; de rest doe je onbewust, ongepland, op de automatische piloot. Die twee processen spelen zich allebei af in één mensenbrein, en ze zitten elkaar voortdurend dwars.
Begrijpen waarom dingen mislukken. Kijken wat je kunt doen om het onbewuste in het gedrag van mensen in lijn te brengen met wat ze echt willen. Er bestaat een hele reeks behaviour change techniques, die nog lang niet zijn doorgedrongen tot het bedrijfsleven, en daar probeer ik een lans voor te breken: kijk nou eens bij die gezondheidspsychologie.
Op het onbewuste niveau is ons brein heel erg gericht op het vermijden van verlies. Dat is een zeer krachtige drijfveer, misschien wel de krachtigste die er bestaat. Potentieel verlies is in ons hoofd altijd groter dan het verlies zelf; onze angst daarvoor is eigenlijk overdreven groot.

In psychology, a dual process theory provides an account of how a phenomenon can occur in two different ways, or as a result of two different processes. Often, the two processes consist of an implicit (automatic), unconscious process and an explicit (controlled), conscious process.

Belangrijke basis voor het werk van Ben Tiggelaar, is de research van mensen als John Bargh, Tanya Chartrand, Peter Gollwitzer, John Kihlstrom en Timothy Wilson naar complex onbewust gedrag van mensen.

Encina Navan Is Europa schatplichtig aan de islam? - 12 AUGUSTUS 2009 (3)
Tegen de tijd dat de vertalingen van Boëthius in het Latijnse Westen in circulatie kwamen, was men al gewend aan het gebruik van Griekse filosofie als aanvulling op de christelijke leer. Augustinus en Ambrosius hadden hun christelijke opvattingen altijd verdedigd met Griekse kennis. Hierbij werden de idealen van Plato verenigd met de logica van Aristoteles. Op deze wijze ontstond een traditie, die in latere eeuwen tegenstrijdigheden tot gevolg had, omdat in het Latijnse westen niet alle originele teksten beschikbaar waren en de bewerkingen het werk van Aristoteles niet altijd even goed weergaven.
Omdat over de situatie vóór 1100 weinig met zekerheid te zeggen valt, maar des te meer over de periode daarna, omdat toen de vertalingen uit het Grieks en Arabisch op gang kwamen, doen de meeste historici de vroege middeleeuwen af als een periode waarin weinig gebeurde. In werkelijkheid werd in de periode tussen 500 en 1100 een solide basis gelegd voor wat later zou volgen. Uit de beschikbare informatie blijkt dat
- de belangrijkste werken van Aristoteles beschikbaar waren en bestudeerd werden;
- dat meerdere commentaren in omloop waren, die vaker bestudeerd werden dan de originele werken, omdat ze makkelijker te lezen waren
- dat er een traditie bestond om het Griekse denken te gebruiken om de christelijke leer uit te leggen, en dat die traditie na 1100 werd voortgezet
- dat de Griekse en Arabische vertalingen van na 1100 dus geen geheel nieuwe informatie aanleverden, maar werden gebruikt om de inhoud van eerdere teksten te vergelijken met de nieuwe vertalingen.

L.M. DE RIJK De rol van de taal in het empirisme van Aristoteles (p. 41):
Het zogeheten ‘universele punt’
De kennis van het ‘universele punt’ waarop het inductieve proces is gericht, is niet, zoals de meeste commentatoren schijnen aan te nemen, een algemeen-geldige waarheid die kan worden weergegeven in een universele propositie of een beginsel (archê). Deze kennis bestaat veeleer in de onderkenning van primaire (‘primitieve’) universele wezenskenmerken, zoals deze zijn gerealiseerd in concrete gevallen. Op haar beurt kan deze kennis weer dienen als uitgangspunt voor een deductie die leidt tot een universele propositie, maar het inductieve proces zelf is slechts de voorbereidende fase van een kenproces dat gericht is op de verwerving van dergelijke propositionele kennis.
De grens tussen inductie en deductie vindt zijn spiegelbeeld in de tegenstelling tussen het plotselinge viseren van een universeel wezenskenmerk en de aanwending ervan als medium demonstrationis in een deductief syllogisme.

Ido de Haan Hoe meer machtscentra, hoe meer spreiding van risico's
Zeker in Nederland, waar het particularisme sinds de Republiek hoogtij viert en waar ook nu nog een sterk gelaagd en pluralistisch politiek bestel bestaat, heeft Montesquieus notie van politiek minstens zo veel zeggingskracht als die van Rousseau. En daarmee kunnen we ons volgens mij alleen maar gelukkig prijzen. Wellicht dat de politiek niet zo groots en meeslepend is, maar aan de andere kant gebeuren er ook geen grote ongelukken.
Dat wil niet zeggen dat alles koek en ei is. Als we menen dat het in de politiek draait om het spreiden van macht, dan schuilt het onbehagen van de politiek niet in de verwarring van de politieke elite, maar in de verstoring van de werking van de gemengde constitutie.
Dat onbehagen kan samengevat worden met twee begrippen: dominantie en corruptie. Het laatste begrip heeft op meer betrekking dan alleen financiële malversaties. In de republikeinse traditie waarvan Montesquieu deel uitmaakt, staat corruptie voor al die manieren van conflictbeslechting die de publieke zaak schaden.
Omkoping is een duidelijk voorbeeld, maar het vervangen van de regulier aansprakelijke ambtelijke leiding van een openbare instelling door particuliere interim-managers die door niemand gecontroleerd worden is een ander voorbeeld. De politiek corrumpeert als de openbare kaders voor conflictbeslechting verstopt raken, worden misbruikt en niet meer worden onderhouden.
Dit vereist geen versterking van de macht van 'de politiek', maar het weerbaar worden van gemarginaliseerde groepen. Het gaat er om dat zij niet alleen inspraak, maar ook zeggenschap krijgen; dat hun organisaties erkend worden en dat ze toegang krijgen tot de kaders waarin zij hun conflicten op vreedzame wijze kunnen beslechten.
Als er onbehagen in de politiek is, dan is dat niet omdat de politieke elite macht en gezag verliest, maar omdat de macht niet voldoende wordt gespreid.

De Geheime Leer Deel I, Stanza 1 de nacht van het heelal (p. 81):
Volgens Hegel zou het ‘onbewuste’ de omvangrijke en moeizame taak van het ontwikkelen van het Heelal slechts hebben ondernomen in de hoop een helder zelfbewustzijn te bereiken. In dit verband moet men bedenken dat de Europese pantheïsten, wanneer zij geest, die zij als equivalent van Parabrahm opvatten, onbewust noemen, aan die uitdrukking ‘geest’ niet de betekenis hechten die er gewoonlijk aan wordt toegekend. Die uitdrukking wordt namelijk gebruikt bij gebrek aan een betere term om een diep mysterie te symboliseren.
82: De nous, die de stof beweegt, de levenwekkende ziel, die in ieder atoom zetelt en die in de mens is gemanifesteerd en latent is in de steen, heeft vermogens van verschillende graad. Dit pantheïstische denkbeeld van een algemene geest-ziel die de hele Natuur doordringt, is het oudste van alle filosofische begrippen. Evenmin was de archaeus een ontdekking van Paracelsus of van zijn leerling Van Helmont, want het is weer dezelfde archaeus of ‘vader-ether’ – de gemanifesteerde basis en bron van de ontelbare levensverschijnselen – die wordt gelokaliseerd. De hele reeks van talloze speculaties van deze soort zijn slechts variaties op dit thema, waarvan de grondtoon werd aangeslagen in deze oorspronkelijke openbaring. (Zie Afdeling II, ‘Oorspronkelijke substantie’.)
De Geheime Leer Deel I, Stanza 7 De voorvaderen van de mens op aarde (p. 273/274):
Als Genesis was begonnen zoals het behoorde, dan zou men er in de eerste plaats de hemelse logos, de ‘hemelse mens’ in hebben aangetroffen, die zich evolueert als een samengestelde eenheid van logoi, waaruit na hun pralaya-slaap – een slaap waarin de op het mayavische gebied verspreide getallen worden verzameld tot Eén, zoals de afzonderlijke bolletjes kwik op een plaat zich tot één massa verenigen – de logoi in hun geheel verschijnen als de eerste ‘mannelijke en vrouwelijke’ of Adam Kadmon, het ‘er zij licht’ van de bijbel, zoals wij al hebben gezien. Maar deze transformatie had niet op onze aarde plaats, noch op enig stoffelijk gebied, maar in de Ruimtelijke diepten van de eerste differentiatie van de eeuwige Wortelstof. Op onze bol in wording verlopen de dingen anders. Zoals in ‘Isis Ontsluierd’, Deel i, blz. 302 (Engelse uitgave) wordt gezegd, wordt de monade of jiva door de wet van de evolutie eerst neergeworpen tot in de laagste vorm van stof – de delfstof. Na een zevenvoudige rondgang, opgesloten in de steen (of wat in de vierde Ronde delfstof en steen zal worden) komt zij daaruit te voorschijn, bijvoorbeeld als een korstmos. Vandaar gaat zij door alle plantaardige vormen van stof heen, gaat over in wat men dierlijke vormen van stof noemt, en heeft nu het punt bereikt waarop zij, om zo te zeggen, de kiem van het dier is geworden, dat de stoffelijke mens zal worden. Tot aan de derde Ronde is dit alles als stof vormloos en als bewustzijn gevoelloos. Want de monade of jiva op zichzelf kan niet eens geest worden genoemd: zij is een straal, een adem van het ABSOLUTE, of liever de absoluutheid, en omdat het absolute homogene geen verband heeft met het voorwaardelijke en betrekkelijke eindige, is het op ons gebied onbewust.
Geheime Leer Deel I, Hoofdstuk 15 Goden, Monaden en Atomen (p. 686):
De vonken zijn de ‘zielen’ en deze zielen verschijnen volgens onze leer in de drievoudige vorm van monaden (eenheden), atomen en goden. ‘Ieder atoom wordt een zichtbare samengestelde eenheid (een molecule), en als de monadische essentie eenmaal tot het gebied van de aardse activiteit is aangetrokken, gaat deze door het mineralen-, planten- en dierenrijk en wordt een mens.’ (Esot. Catechism.) Verder ‘corresponderen god, monade en atoom met geest, denkvermogen en lichaam (ātman, manas en sthūlaśarīra) in de mens’. In hun zevenvoudige samenstelling vormen ze de ‘hemelse mens’ (zie voor deze laatste term de Kabbala); zo is de aardse mens een voorlopige weerspiegeling van de hemelse mens . . . ‘De monaden (jīva’s) zijn de zielen van de atomen en beide zijn het weefsel waarmee de Chohans (Dhyāni’s, goden) zich bekleden wanneer ze een vorm nodig hebben.’ (Esot. Cat.)
De Geheime Leer Deel I, Hoofdstuk Cyclische evolutie en karma (p. 711):
Hegel zegt: ‘De geschiedenis van de wereld begint met haar algemene doel, de verwezenlijking van de Idee van de geest – maar in een impliciete vorm (an sich), dat wil zeggen als Natuur; een verborgen, heel diep verborgen onbewust instinct, en het hele proces van de geschiedenis . . . is erop gericht deze onbewuste impuls tot een bewuste te maken. Terwijl zij in de vorm van een zuiver natuurlijk bestaan verschijnen, vertonen de natuurlijke wil (wat men de subjectieve kant noemt), fysiek verlangen, instinct, hartstocht, persoonlijk belang, mening en subjectieve opvatting, zich spontaan bij het eerste begin. Deze uitgebreide verzameling van wilsuitingen, belangen en activiteiten vormen de instrumenten en middelen van de WERELDGEEST om zijn doel te bereiken; om dit tot bewustzijn en verwezenlijking te brengen. En dit doel is niets anders dan zichzelf te vinden – tot zichzelf te komen – en zichzelf in concrete werkelijkheid te aanschouwen. Men zou er echter een strijdvraag van kunnen maken (of liever, dat is al geschied), of die manifestaties van levenskracht van de kant van individuen en volkeren, waarin zij hun eigen doeleinden zoeken en bevredigen, tegelijkertijd de middelen en instrumenten zijn van een hogere macht, van een hoger en omvangrijker doel, waarvan zij niets weten – en die zij onbewust verwerkelijken – . . . over dit punt heb ik mijn opvatting al bij het begin bekendgemaakt en onze hypothese . . . en onze opvatting verdedigd, dat de rede de wereld beheerst en dus ook haar geschiedenis heeft beheerst. Ten opzichte van dit onafhankelijke, universele en substantiële bestaan is al het andere ondergeschikt, daaraan dienstbaar en een middel voor de ontwikkeling ervan.’
De waardevolle filosofische opmerkingen van Hegel blijken hun toepassing te vinden in de leringen van de occulte wetenschap, die aantoont dat de natuur altijd werkt met een bepaald doel, waarvan de gevolgen altijd tweevoudig zijn. Dit werd gezegd in onze eerste occulte boeken, in Isis Ontsluierd, Deel 1, blz. 34 (Engelse uitgave), met de volgende woorden:
Evenals onze planeet elk jaar eenmaal om de zon draait en tegelijk in elke vierentwintig uur één keer om haar eigen as wentelt en zo kleinere cirkels beschrijft binnen een grotere, zo wordt binnen de grote saros het werk van de kleinere cyclische perioden volbracht en opnieuw begonnen.
De omwenteling van de fysieke wereld gaat volgens de leer van de Ouden vergezeld van een soortgelijke omwenteling in de wereld van het verstand – want de spirituele evolutie van de wereld verloopt evenals de fysieke volgens cyclussen.
Zo zien we in de geschiedenis een regelmatige afwisseling van eb en vloed in het getij van de menselijke vooruitgang. De grote koninkrijken en keizerrijken van de wereld raken, nadat ze het hoogtepunt van hun bloei hebben bereikt, weer in verval, overeenkomstig dezelfde wet waardoor zij tot aanzien kwamen; totdat de mensheid, nadat ze het laagste punt heeft bereikt, zich weer doet gelden en nogmaals opklimt, waarbij volgens deze wet van cyclisch opklimmende vooruitgang, het bereikte iets hoger ligt dan het punt vanwaar zij daarvóór was afgedaald.

De Geheime Leer Deel II, Inleidende opmerkingen (p. 1):
Wat betreft de evolutie van de mensheid stelt de Geheime Leer drie nieuwe stellingen voorop, die lijnrecht in strijd zijn met zowel de moderne wetenschap als de gangbare religieuze dogma’s: zij leert
(a) de gelijktijdige evolutie van zeven mensengroepen op zeven verschillende delen van onze aardbol;
(b) de geboorte van het astrale lichaam vóór het stoffelijke, waarbij het eerste een model is voor het laatste; en
(c) dat de mens in deze Ronde aan alle zoogdieren in het dierenrijk voorafging – de mensapen daarbij inbegrepen.
De Geheime Leer Deel II, Hoofdstuk 6 Enkele mededelingen in de klassieken over de heilige eilanden en continenten, esoterisch verklaard (p. 873):
Drie grote volkeren maakten in de oudheid aanspraak op een rechtstreekse afstamming van het rijk van Saturnus, of Lemurië (dat al duizenden jaren vóór onze tijd werd verward met Atlantis): en dit waren de Egyptenaren, de Feniciërs (zie Sanchoniathon) en de oude Grieken (zie Diodorus, volgens Plato). Maar het oudste beschaafde land van Azië – India – maakt, zoals kan worden aangetoond, aanspraak op dezelfde afstamming. Onderrassen, geleid door de karmische wet of het lot, herhalen onbewust de eerste stappen van hun respectievelijke moederrassen. Omdat de betrekkelijk blanke brahmanen – toen zij India met zijn donker gekleurde Dravidiërs binnentrokken – uit het noorden kwamen, moet het Arische vijfde Ras aanspraak maken op afkomst uit noordelijke streken. De occulte wetenschappen tonen aan dat de stichters (de respectievelijke groepen van de zeven prajāpati’s) van de Wortelrassen allen in betrekking staan met de poolster. In de Toelichting lezen wij:
Hij die de ouderdom van Dhruva begrijpt, die 9090 sterfelijke jaren telt, zal de tijden van de pralaya’s begrijpen, de uiteindelijke bestemming van de volkeren, o lanoo.’

Henk Oosterling: Het mag u ondertussen duidelijk zijn: er kleven nogal wat methodische probleempjes aan de haast vanzelfsprekende koppeling tussen HET surrealisme en DE filosofie. In mijn visie op deze problematische relatie zal ik de verschillende filosofische invalshoeken kort aangeven om ten slotte uit te komen om een meer op deze tijd toegesneden kunstfilosofische analyse waarin de relatie tussen filosofie, kunst en politiek centraal staat en de multimedialiteit en interdisciplinariteit van de surrealistische beweging wordt benadrukt. Mijn analyse krijgt samenhang door de vraag of het surrealisme meer is dan een stroming en een organisatie. Als het dat al is dan is het voor alles een beweging in de meest letterlijke betekenis van het woord. Een beweging die na de dood van Breton gewoon doorgaat. Ik zou het willen opvatten als een met geestesverwanten gedeelde existentiële grondhouding, als een collectieve praktijk, van waaruit de werkelijkheid in al zijn gedaantes van de alledaagse gebruiksvoorwerpen tot de politieke gemotiveerde grootschalige turbulenties die wij oorlogen noemen steeds vanuit een 'meer', een 'sur' wordt ervaren. We zullen een antwoord moeten vinden op de vraag wat het 'realisme' is waarop dit 'sur' zich ent. Om ten slotte in alle voorlopigheid de vraag op te werpen wat heden ten dage 'surrealisme' nog kan betekenen.

Fundamentalisme in vele vormen
Ons geloof in de markt, maakbaarheid en mobiliteit is minstens zo fundamentalistisch als de radicale islam. In een viertal openbare colleges gaat filosoof Henk Oosterling in op de verschillende vormen van fundamentalisme die ons denken teisteren.

Tekst Ad Hofstede:
Bang voor het moslimfundamentalisme? Een botsing der beschavingen? Onzin, vindt Henk Oosterling. We zijn zelf net zo fundamentalistisch in ons denken als Mohammed B. Sterker, we zitten gevangen in een duivelscirkel van fundamentalismen die elkaar versterken. Ons geloof in het individu, de heilzame werking van de markt en suprematie van wetenschap en techniek, hebben ons blind gemaakt voor ons eigen extremisme, dat op termijn zelfs schadelijker voor ons is dan een terreuraanslag. Het is daarom de hoogste tijd onze eigen dogma’s onder ogen te zien en verder te kijken. Dat is precies wat de Rotterdamse filosoof met zijn viertal openbare colleges over fundamentalisme wil bereiken; door confrontatie de vensters van ons denken openen en de boel eens flink opschudden. Onze fixatie op het moslimfundamentalisme maakt ons niet alleen blind voor andere vormen van relifundamentalisme.
Het versluiert ook de blik op het verlichtingsfunda mentalisme dat een daarop een antwoord poogt te zijn, het marktfundamentalisme dat het verlich tingsdenken als legitimatie gebruikt en uiteindelijk het autofundamentalisme, ons geloof in het vrije individu met zijn automobiliteit.

Hyperindividualisme Wat is het verschil tussen de daders van de aanslagen in Londen afgelopen juli en de eerste joodse zelfmoordenaars die zich inmiddels hebben aangediend en net op tijd zijn opgepakt? Is er een principieel onderscheid tussen de bomaanslag van Timothy McVeigh op het Alfred P. Murrah Federal Building in Oklahoma City en die op het VN-gebouw in Bagdad door Al Qaeda? Waarin onderscheiden pro-life-activisten in de VS, die abortusartsen doodschieten, zich van een Mohammed B.? En hoe moeten we de weigering van de SGP duiden om vrouwen een volwaardig lidmaatschap te geven? Onze focus op het moslimfundamentalisme is op z’n minst eenzijdig, betoogt Oosterling. “Alleen in zijn meest afgeplatte vorm kun je religieus fundamentalisme herleiden tot de radicale, politieke islam.” Dat is echter precies wat op dit moment gebeurt. Als tegengif wordt een ander, typisch Westers extremisme toegediend; het verlichtingsfundamentalisme, het inzetten van de rede enerzijds en het geloof in wetenschap en techniek anderzijds. De islam bijvoorbeeld, moet zich moderniseren door middel van tekstexegese. Deze ‘protestantisering’ van de islam moet leiden tot persoonlijke interpretaties in plaats van een onbetwistbare uitleg. Dat althans is de inzet van mensen als Herman Philipse en Ayaan Hirsie Ali, stelt Oosterling. Uiteindelijk moet ook in de islam het subject de religie ontmythologiseren om daarna, net als in de moderne, westerse samenlevingen, zelf mythe te worden. Het hyperindividualisme als de radicale maat der dingen. Daarnaast heeft het geloof in weldadige effecten van de wetenschap en technologie dogmatische vormen aangenomen. De ‘technological fix’ als deus ex machina. De irrationaliteit ervan wordt ontkend of op z’n minst afgezwakt. Roetfilters bijvoorbeeld, moeten de uitstoot van fijne stofdeeltjes door auto’s en industrie verminderen. Stofdeeltjes die de zon verduisteren, bij kinderen astma veroorzaken en onze gemiddelde levensduur met jaren bekorten.

Rijpe druiven Oosterling ziet een markant verband tussen dit collectieve sterven, individualiteit en de islamitische zelfmoordenaar. “In het Westen is er sprake van een ander soort slachtofferschap, het offer is hier moeilijker te traceren. De zelfmoord heeft een andere vorm gekregen, door verslavingspatronen als obesitas of via langzame verstikking door fijnstof.” Tegelijkertijd is de daad van de ‘martelaar’ ook doordrongen van individualisme. Net als hier, in het Westen, alle risico’s zijn afgedekt door verzekeringen, is zijn zelfgekozen dood evenzeer een vorm van incassopolitiek. “Uiteindelijk worden de shuhada (zelfmoordmartelaren) wel 72 maagden in het paradijs in het vooruitzicht gesteld.” Waarna Oosterling fijntjes opmerkt dat de oorspronkelijke, Syro-Aramese tekst niet spreekt over maagden maar over ‘volrijpe druiven’. Lachend: “Blijk je ineens niet tussen de volrijpe vrouwen, maar tussen overrijp fruit te zitten.” Er zijn voorbeelden te over van hoe de verschillende fundamentalismen in elkaar grijpen en parallellen vertonen. Zo kun je het neerschieten van abortusartsen of het laten ontplof fen van een autobom bij een federaal gebouw, ook zien als zelfmoordaanslag, zij het in een uitgestelde vorm. “Je weet dat als je gepakt wordt, je in de VS de doodstraf krijgt. Uiteindelijk is het allemaal een zelfopoffering in een strijd voor een collectief beter bestaan”, aldus Oosterling. De verwevenheid toont zich ook in de gemeen schappelijke oorsprong van religieuze terreur. Uiteindelijk is het een reactie op het secularisme, dat als een uitvloeisel van het verlichtingsdenken en het individualisme, traditionele wereldbeelden bedreigt. In die zin heeft het reliterrorisme één ontstaansgrond, het modernisme, en is het bij uitstek een modern verschijnsel.

List van de markt En dan is er natuurlijk het marktfundamentalisme, een term die nota bene door superspeculant en kapitalist ‘par excellance’ George Soros zelf is gelanceerd. Alles draait hier om het geloof in de heilzame werking B pagina 17 van vraag en aanbod, in de onzichtbare hand van de markt. Als een variant op Hegels ‘list van de rede’ (Napoleon was volgens Hegel een listig instrument van de Wereldrede. De irrationaliteit van de oorlogen, stonden in dienst van de verdere ontvouwing van de rede in de wereldgeschiedenis), kun je hier spreken van de ‘list van de markt’. Oosterling: “Er is het stellige geloof dat de markt zelfregulerend is. Uiteindelijk is de markt het principe, dat alle dingen die bestaan, alle waarden, reduceert tot marktwaarden.” Het verlichtings- en marktfundamentalisme, culmi neert uiteindelijk in het autofundamentalisme. Het is het onbetwistbare geloof in het individu (Grieks: autos = zelf) dat die zich omringt met technologische media om zich te kunnen verplaatsen en om te kunnen communiceren. Maar ook hier is weer sprake van een zinsbegoocheling; onze autonomie is illusoir. Onze telefoon, tv, computer, gsm en auto zijn niet langer hulpmiddelen die ons ter dienste moeten staan. Het zijn maatgevende toestellen geworden die ze als het ware bezit van ons hebben genomen. Radicale middelmatigheid, noemt Oosterling dat in zijn boek met dezelfde titel (2000). Oosterling: “Daarmee zijn we weer terug bij het begin, want het relifundamentalisme gelooft niet in het individu, terwijl het autofundamentalisme een illusoire boost is van het individu. Waar het echter om gaat, is dat de massa’s weer op een andere ma nier worden gemobiliseerd. Via logo’s, banking en branding verkrijgen ze weliswaar de illusie uniek te zijn, maar alleen uniek als variatie op het bestaan de, bijvoorbeeld in de vorm van lifestyle.”

Funfundamentalisme Aldus sluit Oosterlings duivelse cirkel zich. Het autonome individu blijkt net zo’n kuddedier te zijn als zijn religieuze medemens. Autofundamentalisme en relifundamentalisme sluiten bijna naadloos aan. Gedreven door pret, moet alles een belevenis zijn. Het leven draait om fun, entertainment, vermaak; het funfundamentalisme, waarbij het individu zijn eigenwaarde ontleent aan zijn marktwaarde. Zoals gezegd, het gaat Oosterling om het openen van mentale vensters. Een alternatief bieden wil hij niet, dat zou zelf weer een nieuw fundamentalisme betekenen. Iedere ‘oplossing’ kent zijn eigen schaal en context. Als geestelijk serum tegen onze eigen dogmatiek zullen we ons bewust moeten worden van de spoken die ons denken achtervolgen. In de confrontatie die daarvan het gevolg is, gloort mogelijk het begin van een oplossing.
21-9-2005

====

Zie ook:

Boeken:

Externe Links

<< vorige || volgende >>

Categorie: Artikelen | Rapport | Auteur: Harry Nijhof


Deze pagina werd sedert 16 dec. 2007 keer bekeken.