Zwaartekracht (Levenskracht)

Isaac Newton zag de zwaartekracht als universeel: alle materie trekt elkaar aan.
Joseph Dietzgen: Du solst bei allen Dingen niemals den Gesamtzusammenhang außer acht lassen.
Albert Einstein stelt dat de zwaartekracht de kromming van ruimte en tijd tot gevolg heeft.
 

Evolutionaire kringloop (Ain-Soph, Astrologie, Levensboom, Morele kompas, Communicatiecyclus)

H.P. Blavatsky: … hetzij men zich naar de bloem van het oosten of naar de academies van het westen keert, het reizen langs het pad gebeurt zonder zich te bewegen. U bént het pad (De stem van de stilte).
De aanroep van Annie Besant:
O Verborgen Leven, trillend in elk atoom;
O Verborgen Licht, stralend in ieder wezen;
O Verborgen Liefde, alles omvattend in Een Zijn;
Moge ieder die zich een voelt met U,
Zich daarom een weten met elk ander.

Ook Einsteingolven na sterrenclash (Govert Schilling Volkskrant 17 oktober 2017 p. 25):
De Nobelprijs was al binnen, maar de écht spectaculaire ontdekking op het gebied van zwaartekrachtgolven is nu pas gedaan.
Nieuw zintuig
Met de ontdekking van zwaartekrachtgolven, twee jaar geleden, werd al een compleet nieuw venster op het heelal geopend. Het is alsof sterrenkundigen over een nieuw zintuig beschikken: tot nu toe konden ze alleen licht en andere straling zien; nu zijn verschijnselen in het heelal ook te 'voelen'. En met GW170817 (de officiële 'naam' van de uitbarsting van zwaartekrachtgolven op 17 augustus) is het nu voor het eerst gelukt om beide signalen waar te nemen. Zien en 'voelen' tegelijkertijd maakt het plaatje compleet.
Vergelijk het met mensen leren kennen op social media. Als dat uitsluitend gaat via foto's op Snapchat of Tinder, weet je alleen hoe ze eruit zien. Dan is het al heel wat als je vervolgens Whatsapp ontdekt: nu kun je ook lezen wat andere mensen schrijven en hoe ze over allerlei dingen denken. Maar het wordt pas écht interessant als je beide 'zintuigen' tegelijk kunt inzetten: als je weet hoe iemand eruit ziet, en als je ook met hem of haar kunt praten. Die combinatie van zintuigen is wat er nu met deze nieuwe ontdekking bereikt is.

Waar is de twelingzus van de zon gebleven? (Govert Schilling Volkskrant 15 juni 2017 p. 27):
Was de zon ooit eendubbelster? Twee Amerikaanse sterrenkundigen denken van wel. Sterker: alle sterren in het heelal zouden als dubbelster zijn ontstaan. Alleen raken de tweelingen in veel gevallen kort na hun geboorte gescheiden. Ook de zon moet haar tweelingzusje op zeer jonge leeftijd al zijn kwijtgeraakt. Het onderzoek van de Amerikanen werpt een verrassend nieuw licht op de geboorte van sterren.
Zelfs een kosmische versie van Spoorloos zal er vermoedelijk nooit in slagen om het verloren zusje terug te vinden, vreest Portegies Zwart. 'Ik denk niet dat we er ooit met zekerheid achter gaan komen.'

Wie we dachten te zijn wordt door microbiologen niet volledig overhoop gehaald. Wel komen we dichter bij de waarheid wanneer ook met de zonne-energie en de vier jaargetijden Lente, Zomer, Herfst en Winter rekening wordt gehouden. Zonder zonne-energie is menselijk leven op aarde überhaupt onmogelijk.

De Nobelprijs voor natuurkunde 2017 is op 3 oktober 2017 voor de ene helft toegekend aan Rainer Weiss en voor de andere helft gezamenlijk aan Barry C. Barish en Kip S. Thorne, alle drie van de LIGO-Virgo Collaboration, ‘voor hun doorslaggevende bijdragen aan de LIGO-detector en de detectie van zwaartekrachtgolven’.

Botsende ego's en rillende ruimte (Martijn van Calmthout Volkskrant 26 augustus 2017 Sir Edmund p. 32-33):
Over Einsteins voorspelling over ruimtetijdgolven die in 2016 uitkwam, schreef Govert Schilling een ronduit voortreffelijk boek Deining in de ruimtetijd.
Menselijke onderneming
In de loop der jaren bezocht wetenschapsjournalist Govert Schilling laboratoria en wetenschappers die zich hadden vastgebeten in Einsteins golfvoorspelling. Nu die golven zijn gezien en zich een nieuw venster op het universum lijkt te openen, ligt er strak op tijd het voortreffelijke Ripples in Spacetime. Een boek dat volgens de beste tradities van de wetenschapsjournalistiek in detail uitlegt wat ruimtetijdgolven zijn, en hoe de geleerden die leerden vangen. Maar nog interessanter: dat als eerste ook de geschiedenis optekent van de menselijke onderneming die de jacht op Einsteins zwaartekrachtgolven onmiskenbaar ook is. Er blijkt sprake van ruzies, afgunst, blijdschap en wanhoop, vriendschap en heldenmoed, net als in het echte leven. Het sfeervolle verhaal vol fijne details over mensen en plekken brengt hem van Washington en Louisiana tot Japan en Duitsland, Italië en de Zuidpool.
Gesplitste laserstralen
Grote ego's botsen in Schillings verhalen nu en dan haast nog harder dan zwarte gaten. Uiteindelijk wordt deeltjesfysicus Barry Barish (eerder chef van de halverwege stilgelegde SSC-superversneller in Texas) als projectleider aangetrokken, die querulanten de laan uitstuurt, de gemoederen kalmeert en LIGO eindelijk op de rails krijgt. In 1997 begint de bouw, een jaar later al staat Schilling in de dan nog lege controlekamers in Hanford, Washington. De vier kilometer lange witte armen van de detector liggen dan al haaks op elkaar in de prairie.
Schilling beschrijft in Ripples in Spacetime de werelden van de relativiteit, van zwarte gaten, neutronensterren, pulsars, donkere materie, lasers en spiegels op een precieze en toch geruststellende toon, vol persoonlijke observaties, van koude voeten op Antarctica tot ademnood bij de telescopen in Chili.

Wellicht dat dit onderzoek aan het fenomeen annihilatie, Scheppen en Vernietigen, meer duidelijkheid verschaft? Uiteindelijk gaat het er om het inzicht Ripples in Spacetime van bétawetenschappers met die van alfawetenschappers, zoals het inzicht The Point of View of the Universe van Peter Singer c.s. te verbinden.

Raar maar waar, licht dat terugloopt (Martijn van Calmthout Volkskrant 18 april 2016 p. 20):
Natuurkundigen nemen momenteel verrast kennis van een experiment aan de universiteiten van Glasgow en Edinburgh dat licht achteruit laat lopen. Extra opmerkelijk is dat voor de proef niet meer nodig is dan een pulslaser, een matglazen scherm en een supersnelle camera.
Het Rayleigh-effect komt er op neer dat geluid van een bron die sneller dan de geluidssnelheid beweegt in omgekeerd volgorde wordt gehoord.
Relativiteitstheorie
Een lichtbron die sneller dan de lichtsnelheid beweegt, lijkt principieel in tegenspraak met de relativiteitstheorie van Einstein, waar niets sneller dan het licht beweegt. Maar het kan wel degelijk, benadrukt Faccio's collega Mateo Clerici. 'Zolang de bron geen fysieke bron voor het licht is, is er eigenlijk niks aan de hand.'
Onverwachte effecten
De Schotten laten zien dat bij heel scherpe hoeken de lichtvlek met meer dan de lichtsnelheid over het scherm beweegt. Daardoor is licht van het laatste punt dat op het scherm geraakt wordt, toch als eerste bij de camera.
Dat leidt tot onverwachte effecten, zegt Clerici. 'Bij snelheden onder de lichtsnelheid zie je in video-opnames de lichtvlek gewoon van links naar rechts bewegen. Bij meer dan de lichtsnelheid gaat de vlek echter van rechts naar links. Van achter naar voor, als het ware. Alsof je klok achteruit loopt.'
In een tweede experiment gebruiken de onderzoekers een gebogen scherm, zodat de invalshoek van de laser en dus de snelheid van de lichtvlek onderweg varieert. Daardoor ontstaan twee lichtvlekjes, die bij gewone snelheden naar elkaar toe bewegen, maar uit elkaar bij snelheden boven de lichtsnelheid. In het ene geval vernietigen ze elkaar, in het andere ontstaat een paar, lijkt het.
Clerici denkt dat zijn experimenten niet morrelen aan de fundamenten van de natuurkunde. 'Het is de demonstratie van een effect dat op papier moest bestaan, maar nooit was waargenomen.' Wel geeft hij aan dat de omkering van signaalvolgordes in andere golfverschijnselen belangrijk kan zijn. In sommige situaties kunnen geologen aardbevingsgolven door reflecties achterstevoren zien binnenrollen, waardoor de verkeerde plek als epicentrum wordt aangewezen.

Wellicht gammaflits bij zwaartekrachtgolf (Martijn van Calmthout Volkskrant 16 februari 2016 p. 23):
Astronomen wereldwijd puzzelen op een kleine flits gammastraling die op 14 september 2015 aan de hemel verscheen, vrijwel gelijk met de inmiddels befaamde zwaartekrachtgolf. De kans dat die gammaflits 0,4 seconde na de ruimtetijdgolf toeval is, is gering, schat het team van de Fermi-ruimtetelescoop, dat nu een artikel over de waarneming publiceert. Gemiddeld wordt er één gammaflits per dag waargenomen.
Niet logisch
Volgens astronoom prof. Ralph Wijers van de Universiteit van Amsterdam, een specialist in gammaflitsen, past een uitbarsting van gammastraling 'niet logisch' in het verhaal van de heftige gravitatiegolf van september vorig jaar. Wijers: 'Het scenario is dat van twee zwarte gaten die met elkaar versmelten en de ruimtetijd laten golven. Daarbij komt in theorie alleen gravitatie-energie vrij in de vorm van golven. Geen straling.'

Rimpels in de ruimtetijd of De jacht op zwaartekrachts-golven (Govert Schilling Volkskrant 21 november 2015 bijlage Sir Edmund p. 34-37):
Zwaartekrachtsgolven? Ja, wen er maar vast aan. Astronomen en natuurkundigen staan aan de vooravond van een wetenschappelijke revolutie. Zeer binnenkort, zo is de stellige overtuiging, worden minuscule trillingen ontdekt in de ruimtetijd, afkomstig van explosieve verschijnselen in het heelal. Ontploffende sterren, botsende zwarte gaten, dat soort werk. En die zwaartekrachtsgolven zie je niet met een gewone telescoop. Je moet ze meten met precisiedetectoren zoals Virgo.
Swinkels strooit geroutineerd superlatieven in het rond. De twee hemelsblauwe buizen vormen met 7.000 kubieke meter het grootste vacuümsysteem in Europa. De precisiespiegels aan de uiteinden van de twee armen worden stilgehouden op picometer-niveau - een miljardste millimeter. Laserstralen stuiteren honderden keren heen en weer, voordat ze bij elkaar worden gebracht om elkaar te versterken of uit te doven. Zo kom je heel snelle, onvoorstelbaar kleine trillingen in de lege ruimte op het spoor. Althans, dat is het idee.
De twee LIGO-detectoren werken volgens hetzelfde principe als Virgo, vertelt Fred Raab, directeur van LIGO-Hanford.
Een passerende zwaartekrachtsgolf produceert minieme variaties in de afstanden tussen de spiegels - kleiner dan de middellijn van een atoomkern. Die kom je op het spoor door te meten hoe de twee laserbundels elkaar afwisselend versterken en uitdoven. Om lokale trillingen uit te sluiten, heb je minimaal twee detectoren nodig: alleen als in Hanford en in Washington hetzelfde wordt gemeten, weet je zeker dat je beet hebt.
In Gwangju denkt Bernard Schutz er net zo over.
'We moeten leren luisteren naar de wilde dieren in de kosmische jungle', zegt hij. 'Versmeltende sterren, om elkaar heen wentelende zwarte gaten en uiteindelijk zelfs de zwaartekrachtsgolven van de oerknal waarmee het heelal begon.

Rillingen of Hoe is het nú met die twee versmolten zwarte gaten? (Bert Wagendorp Volkskrant 13 februari 2016 p. 2):
Het heelal rilt soms als een plumpudding. Niet zo erg dat de koffie uit je kopje klotst, maar het rilt. Dat dachten we al en Albert Einstein had het voorspeld, maar nu is het bewezen. Nu vaststaat dat zwaartekrachttrillingen bestaan, kijken we voortaan anders naar het heelal. Zelf ben ik overigens nog niet zo ver, ik kijk nog gewoon hetzelfde, maar voor wie de crux van de ruimterimpels doorgrondt is de werkelijkheid sinds donderdag niet meer hetzelfde.
Er is met natuurkundige kennis net zo iets aan de hand als met geld. Er is een Piketty-achtige kloof ontstaan. Aan de ene kant een steeds kleinere groep die steeds meer weet, aan de andere kant een enorme groep onnozele alfa's die alleen maar in verbijstering kan toekijken. Dat gaat allemaal nog veel erger worden. Martijn van Calmthout schreef bijvoorbeeld dat de natuurkundige Erik Verlinde bezig is met een theorie die 'ver voorbij Einsteins relativiteitstheorie gaat'.
Nu we gravitatiegolven kunnen detecteren openen zich talloze nieuwe mogelijkheden. We gaan onze werkelijkheid anders waarnemen.
Het staat vast dat de nieuwe kennis ons begrip van het heelal zal vergroten, maar ook dat het aantal op te lossen vragen niet zal verminderen, maar juist zal toenemen. Dat is het vervelende met de natuurkunde: elk antwoord zorgt voor tien nieuwe vragen. Toen we hier nog in Donar en Wodan geloofden was het simpel en duidelijk, sindsdien is het een stuk gecompliceerder geworden.
Wagendorps Algemene Paradoxtheorie zegt hierover het volgende: Hoe dichter we naderen tot de werkelijkheid, des te verder raken we ervan verwijderd.

Door het schone van bijvoorbeeld kunst en muziek met anderen te delen kunnen tegenstellingen worden overwonnen. Een topmusicus beheerst niet alleen de techniek om zijn instrument te bespelen, maar hij weet ook een compositie op een authentieke wijze te interpreteren. De taal van muziek, de 'muziek van de sferen' (eonische muziek) is universeel. Volgens Johannes Kepler bestaat de verbinding tussen geometrie, kosmologie, astrologie, harmonie en muziek door de musica universalis.

Einstein had gelijk: de ruimte trilt (Martijn van Calmthout Volkskrant 12 februari 2016 p. 4):
Het hoge woord is er uit, na weken vol geruchten en speculaties: het heelal zelf rilt nu en dan als een waterbed waar een klap op is gegeven. Amerikaanse en Europese fysici en astronomen bevestigden donderdag op persconferenties in de VS, Amsterdam en Italië dat voor het eerst een dergelijke zwaartekrachttrilling is waargenomen. Maandagochtend 14 september 2015 iets voor elven (11.51:45) is de aarde aantoonbaar getroffen door zo'n minieme ruimterilling, veroorzaakt door twee elkaar opslokkende zwarte gaten anderhalf miljard lichtjaar hier vandaan.
De Amsterdamse theoretisch natuurkundigen en Spinozaprijswinnaar prof. Erik Verlinde, niet bij LIGO betrokken, is lyrisch over de eerste vondst van gravitatiegolven. Zelf werkt hij aan een theorie die ver voorbij Einsteins relativiteitstheorie gaat. 'Maar dit soort trillingen zullen daar zeker ook in moeten voorkomen.'

Een zintuig dat Galilei nog niet had of Zwaartekrachtstelescoop ontketent revolutie in sterrenkunde (Govert Schilling Volkskrant 12 februari 2016 p. 5):
De ontdekking van zwaartekrachtsgolven - een eeuw geleden al voorspeld door Albert Einstein - biedt sterrenkundigen een compleet nieuwe blik op het heelal. Tot nu toe is de kosmos altijd bestudeerd met telescopen die bijvoorbeeld zichtbaar licht, radiostraling of röntgenstraling opvangen. Maar nu het lukt om zwaartekrachtsgolven te meten, komt er een compleet nieuw zintuig bij - alsof je de wereld om je heen niet alleen kunt zien, maar plotseling ook kunt horen.
Ondertussen richten astronomen zich op het aan de hemel lokaliseren van de bronnen van zwaartekrachtsgolven: als zo'n golf door drie detectoren wordt waargenomen, kun je vrij nauwkeurig de herkomstrichting vaststellen, en met een gewone telescoop op zoek gaan naar een optische tegenhanger, zoals een supernova-explosie of een gammaflits. Daarvoor zijn al tientallen projecten in voorbereiding, waaronder de Nijmeegse BlackGEM-robottelescopen in Chili.

In het centrum van de deeltjesparen (Wave–particle duality, Welle-Teilchen-Dualismus) bevindt zich de oerbron (electromagnetic spectrum).

De causale snaartheorie komt een stapje verder wanneer wetenschappers bereid zijn met de acausale, de geestelijke keerzijde van de medaille rekening te houden.
De oplossing van de unificatietheorie wordt niet gevonden in het elementaire deeltje maar in de ruimte die de elementaire deeltjes van elkaar scheidt.

Deze stelling is gebaseerd op De Geheime Leer, Deel I p. 563: 'De kracht is daarom niet in het atoom maar in de ruimte die de atomen van elkaar scheidt.' (neutrale centrum, eros = fohat). Evolutie vindt door emanatie plaats.
De elektrische spanning tussen twee polen bestaat echt. De i t/m xii experimenteel (min of meer) bewezen effecten van de werkzaamheid van de ether, vormen de materiële tegenhanger van de vijf eigenschappen, de vijfde dimensie van het bewustzijn.

Het lijkt er op dat de aanhangers van de evolutietheorie voor het Higgsdeeltje gaan en de mensen met een spirituele inslag voor het spanningsveld tussen twee polen, de reciprociteit. In supersymmetrie heeft ieder elementair deeltje een zogenaamde supersymmetrische partner.
Naar men aanneemt spelen spiegelneuronen (spiegelsymmetrie) een rol bij het begrijpen en interpreteren van de acties van anderen en het leren van nieuwe vaardigheden door imitatie. De evolutionaire kringloop en bewustzijnsevolutie staan niet los van elkaar, maar correleren met elkaar.

Jacques Mahnich Transcending Science — A New Dawn – II (gravitational waves The Theosophist maart 2015)
Albert Einstein and other scientists dedicated their lives to the search for the famous TOE (Theory of Everything) with no success. And there are many other discrepancies, acknowledged by the scientific communities: General Relativity, as it is, theorized the existence of gravitational waves induced by cosmic events like neutron stars and formation of black holes or collision of galaxies. After more than twenty-five years of listening to the cosmos, no gravitational waves have been detected, nor any graviton the particle which is supposed to carry the gravitation interaction. On the particle side, the strings theory, then the superstrings theories, and now the M-theory tried to provide us a model of Reality with an almost infinite number of potential universes (100500).
Conclusion
Something is happening in our world. Human evolution is accelerating, and universal values are vanishing, leaving us with no more seat belts in a Science-driven world. At the same time, questioning and openings started to bloom and the quest for a better understanding of Reality is burgeoning. The Theosophical communities, guided by the Ageless Wisdom heritage, has a role to play in this phase and shall be ready for it. Humbleness and joyfulness are our two legs on that road. Life is a wonderful experience. Radha Burnier described it as: Life has immeasurable dimensions and subtleties. It is rich, creative, dynamic. Truth, being the discovery of the beauty, meaning and mystery of Life, is also necessarily without limit, necessarily subtle and dynamic, a blessing without parallel.

H.P. Blavatsky Een toelichting op de De geheime leer: stanza’s I-IV
113/114: Vr. Wilt u ons vanuit het occulte standpunt enige uitleg geven van wat de ‘wet van de zwaartekracht’ wordt genoemd?
De wetenschap zegt dat het verschijnsel van de beweging van de planeten het gevolg is van de werking van twee krachten, de ene middelpuntzoekend, de ander middelpuntvliedend, en dat een lichaam, dat omlaag valt langs een lijn die loodrecht staat op het oppervlak van stilstaand water, dat doet door de wet van de zwaartekracht of middelpuntzoekende kracht. Hiertegen kunnen onder meer de volgende bezwaren van een geleerde occultist worden ingebracht.
1. Dat een cirkelbaan als de beweging van een planeet niet mogelijk is.
2. Dat het argument in de derde wet van Kepler, namelijk dat ‘de kwadraten van de omlooptijden van twee planeten zich tot elkaar verhouden als de derde machten van hun gemiddelde afstand tot de zon’ aanleiding geeft tot het merkwaardige resultaat van een toegestane schommeling in de excentriciteiten van planeten. Omdat de bedoelde krachten hun aard niet veranderen, kan dit volgens hem alleen optreden ‘door tussenkomst van een oorzaak van buitenaf’.
3. Dat het verschijnsel zwaartekracht of ‘vallen’ niet bestaat, behalve als het resultaat van tegengestelde krachten. Alleen door mentale analyse of scheiding kan ze als een op zichzelf staande kracht worden beschouwd. Bovendien stelt hij dat de planeten, atomen of materiedeeltjes niet tot elkaar worden aangetrokken langs rechte lijnen die hun middelpunten met elkaar verbinden, maar dat ze naar elkaar worden toegedreven in spiraalkrommen, waarin ze zich rond elkaars middelpunten bewegen. Ook dat de getijdegolven niet het gevolg zijn van aantrekking. Dit alles komt voort, zoals hij aantoont, uit de botsing van opgesloten en vrije krachten; schijnbaar een , maar in werkelijkheid affiniteit en harmonie.
‘[Totdat] fohat enkele van de vlokken kosmische stof (nevel vlekken) verzamelt, het een impuls geeft en daardoor opnieuw in beweging brengt, de vereiste warmte ontwikkelt en het lichaam dan vrijlaat om zelf opnieuw te groeien.’*
*) GL, 1:114.

H.P. Blavatsky: De Geheime Leer Deel I, Proloog (p. 42/43):
Voor een duidelijker begrip door de gewone lezer moet worden medegedeeld dat de occulte wetenschap zeven kosmische elementen kent – vier geheel stoffelijk en het vijfde (ether) half-stoffelijk, dit zal namelijk in de lucht zichtbaar worden tegen het einde van onze vierde Ronde, om gedurende de hele vijfde Ronde over de andere te heersen. De resterende twee liggen nog volstrekt buiten het menselijke waarnemingsgebied. Deze laatste zullen zich echter tijdens het zesde en zevende ras van deze Ronde aankondigen en zullen in de zesde, resp. zevende Ronde bekend worden15. Deze zeven elementen, met hun talloze sub-elementen – veel talrijker dan de aan de wetenschap bekende – zijn eenvoudig voorwaardelijke variaties en aspecten van het ENE en enige Element. Dit laatste is niet ether16, zelfs niet akasa, maar hun bron.
15) Het is opvallend hoe in de evolutionaire cyclussen van denkbeelden het heel oude denken schijnt te worden weerspiegeld in het moderne speculeren. Had Herbert Spencer oude hindoefilosofen gelezen en bestudeerd, toen hij een bepaalde passage schreef in zijn ‘First Principles’ (blz. 482), of is het een onafhankelijke flits van innerlijke waarneming die hem, deels juist en deels onjuist, liet zeggen: ‘omdat zowel beweging als materie een vaste hoeveelheid hebben (?), schijnt het dat, wanneer de verandering in de verdeling van de materie die de beweging veroorzaakt een grens bereikt, in welke richting zij ook plaatsheeft (?), de onvernietigbare beweging dan een tegenovergestelde verdeling nodig maakt. Blijkbaar veroorzaken de overal gelijktijdig bestaande krachten van aantrekking en afstoting – die zoals we hebben gezien een ritme nodig maken in alle kleinere veranderingen door het gehele Heelal en ook een ritme in de totaliteit van zijn veranderingen – nu eens een onmetelijke periode waarin de aantrekkingskrachten overheersen en een algemene concentratie veroorzaken, en dan weer een onmetelijke periode waarin de afstotende krachten overheersen en algemene verstrooiing teweegbrengen: afwisselende tijdperken van evolutie en ontbinding.’
16) Welke opvattingen de natuurwetenschap over dit onderwerp ook heeft, de occulte wetenschap leert al eeuwen dat akasa – waarvan ether de grofste vorm is – het vijfde universele kosmische beginsel (waarmee het menselijke manas overeenkomt en waaruit dit voortkomt), kosmisch gezien een stralende, koele, warmtestralen doorlatende, plastische stof is, scheppend voor wat betreft haar stoffelijke aard, en waarvan haar grofste aspecten en delen in onderlinge wisselwerking staan; zij is onveranderlijk in haar hogere beginselen. In eerstgenoemde toestand wordt zij de sub-wortel genoemd; in verbinding met stralende hitte roept zij ‘dode werelden tot het leven’ terug. In haar hogere aspect is zij de ziel van de wereld; in haar lagere, de VERNIETIGSTER.
De Geheime Leer Deel I, Stanza 6 Vervolg (p. 236):
Het zojuist genoemde ‘WEZEN’, dat naamloos moet blijven, is de boom waarvan in de volgende eeuwen al de grote historisch bekende wijzen en hiërofanten, zoals de rishi Kapila, Hermes, Henoch, Orpheus, enz. zich als takken hebben afgescheiden. Als objectieve mens is hij de geheimzinnige (voor de oningewijden: de altijd onzichtbare) en toch altijd aanwezige persoon, over wie in het oosten, vooral bij de occultisten en de beoefenaars van de heilige wetenschap, de legenden algemeen verbreid zijn. Hij verandert van vorm en blijft toch altijd dezelfde. En hij is het ook die over de ingewijde adepten van de hele wereld geestelijke heerschappij uitoefent. Hij is, zoals gezegd, de ‘naamloze’ die zoveel namen heeft en van wie toch de namen en zelfs de aard onbekend zijn. Hij is de ‘Inwijder’ en wordt het ‘GROTE OFFER’ genoemd. Want, zittend op de drempel van het LICHT, kijkt hij vanuit de kring van de duisternis, die hij niet zal overschrijden, in dat licht en hij zal zijn post ook niet verlaten vóór de laatste dag van deze levenscyclus. Waarom blijft de eenzame Wachter op zijn zelfgekozen post? Waarom zit hij aan de bron van de oorspronkelijke wijsheid waaruit hij niet langer drinkt, omdat hij niets heeft te leren wat hij nog niet weet – inderdaad, noch op deze aarde, noch in haar hemel? Omdat de eenzame pijnlijk voortstrompelende pelgrims op hun weg terug naar huis tot het laatste ogenblik er nooit zeker van zijn dat zij niet zullen verdwalen in deze onmetelijke woestijn van illusie en materie die men het aardse leven noemt. Omdat hij graag aan iedere gevangene die erin is geslaagd zich te bevrijden van de boeien van het vlees en de illusie, de weg zou wijzen naar dat gebied van vrijheid en licht, waaruit hij zich vrijwillig heeft verbannen. Kortom, omdat hij zich heeft opgeofferd ter wille van de mensheid, al kunnen slechts enkele uitverkorenen van het GROTE OFFER profiteren.
De Geheime Leer Deel I, Stanza 7 De voorvaderen van de mens op aarde (p. 276):
Er is al eerder gezegd dat het occultisme niets anorganisch in de Kosmos aanvaardt. De door de wetenschap gebruikte uitdrukking ‘anorganische stof’ betekent eenvoudig dat het latente leven, dat sluimert in de moleculen van de zogenaamde ‘inerte stof’, onkenbaar is. ALLES IS LEVEN, en elk atoom, zelfs van mineraalstof, is een LEVEN, hoewel dit boven ons bevattingsvermogen ligt en voor ons niet waarneembaar is, omdat het valt buiten het gebied van de wetten die bekend zijn aan degenen die het occultisme afwijzen. ‘De atomen zelf’, zegt Tyndall, ‘schijnen vol verlangen te zijn naar het leven’. Waar komt dan de neiging vandaan ‘om in organische vormen over te gaan’, willen wij vragen. Kan men dit op een andere manier verklaren dan volgens de leringen van de occulte wetenschap?
Volgens een commentaar ‘zijn voor de niet-ingewijden de werelden opgebouwd uit de bekende elementen. In de opvatting van een arhat zijn deze elementen zelf collectief een goddelijk leven; afzonderlijk beschouwd zijn ze op het gebied van de manifestaties de talloze en ontelbare miljoenen levens35. Alleen het vuur is EEN op het gebied van de Ene Werkelijkheid: op dat van het gemanifesteerde en dus bedrieglijke Zijn, zijn de deeltjes ervan vurige levens die leven en bestaan ten koste van elk ander leven dat ze verteren. Daarom worden ze de ‘VERSLINDERS’ genoemd. . . . ‘Alle zichtbare dingen in dit Heelal zijn door zulke LEVENS opgebouwd, van de bewuste en goddelijke oorspronkelijke mens tot de onbewuste werktuigen die de stof samenstellen.’. . . ‘Uit het ENE vormloze en ongeschapen LEVEN komt het Heelal van levens voort. Eerst werd uit de Diepte (de Chaos) koud lichtgevend vuur (gasachtig licht?) voortgebracht, dat in de Ruimte stremsel vormde.’ (Onoplosbare nevelvlekken misschien?). . . . ‘
35) Zet Pasteur onbewust de eerste stap in de richting van de occulte wetenschap wanneer hij verklaart dat, indien hij zijn denkbeelden over dit onderwerp volledig zou durven uiteenzetten, hij zou zeggen dat de organische cellen een levenskracht bezitten, die niet ophoudt te werken als een daarop gerichte stroom zuurstof wordt onderbroken, en daarom haar relaties niet afbreekt met het leven zelf, dat wordt instandgehouden door de invloed van dat gas? ‘Ik zou eraan willen toevoegen,’ gaat Pasteur verder, ‘dat de evolutie van de kiem tot stand wordt gebracht door middel van ingewikkelde verschijnselen,’ waaronder wij gistingsprocessen moeten rangschikken’ – en volgens Claude Bernard en Pasteur is het leven niets anders dan een gistingsproces. Dat er in de Natuur wezens of levens bestaan die zonder lucht kunnen leven en groeien, zelfs op onze bol, werd door dezelfde geleerden aangetoond. Pasteur ontdekte dat veel van de lagere wezens, zoals vibrionen en sommige microben en bacteriën, zonder lucht kunnen bestaan, en daardoor zelfs zouden worden gedood. Ze onttrekken de zuurstof die ze voor hun vermenigvuldiging nodig hebben aan de verschillende substanties die hen omringen. Hij noemt ze aëroben, die leven van de weefsels van onze stof, wanneer laatstgenoemde geen deel meer uitmaakt van een samenhangend en levend geheel (en die de wetenschap dan heel onwetenschappelijk ‘dode stof’ noemt), en anaëroben. De ene soort bindt zuurstof en draagt veel bij tot de vernietiging van dierlijk leven en van plantaardige weefsels; zij voorziet de dampkring van bouwstoffen, die later worden opgenomen in andere organismen; de andere soort verwoest, of beter gezegd vernietigt, tenslotte de zogenaamde organische substantie; de uiteindelijke ontbinding is zonder hun medewerking onmogelijk. Bepaalde kiemcellen, zoals van gist, ontwikkelen en vermenigvuldigen zich in de lucht, maar wanneer ze die moeten missen, zullen ze zich aanpassen aan een leven zonder lucht, en worden dan fermenten die zuurstof onttrekken aan substanties die met hen in aanraking komen en die daarbij te gronde gaan. De cellen van vruchten, die het aan vrije zuurstof ontbreekt, gedragen zich als fermenten en veroorzaken gisting. ‘Daarom vertoont de plantencel in dit geval het leven van een anaërobisch wezen. Waarom zou dan een organische cel in dit geval een uitzondering vormen?’ vraagt professor Bogoljoebow. Pasteur toont aan dat de cel die in de substantie van onze weefsels en organen niet voldoende zuurstof vindt, op dezelfde manier als de vruchtencel gisting veroorzaakt, en Claude Bernard dacht dat Pasteurs denkbeeld over de vorming van fermenten een toepassing en bevestiging vond in het feit dat bij wurging het ureum in het bloed toeneemt: LEVEN is er dus overal in het Heelal, en het occultisme leert ons dat het zich ook in het atoom bevindt. Zie verder hieronder aan het einde van dit hoofdstuk.
289/290:Nu de wetenschap de gevolgen heeft ontdekt, moet zij hun primaire oorzaken vinden; zij kan dit nooit zonder de hulp van de oude wetenschappen: alchemie, occulte plantkunde en natuurkunde. Er wordt ons geleerd, dat elke fysiologische verandering en ook pathologische verschijnselen, ziekten – ja, het leven zelf – of liever de objectieve levensverschijnselen, voortgebracht door bepaalde toestanden en veranderingen in de weefsels van het lichaam, die het leven toestaan en dwingen in dat lichaam te functioneren – dat dit alles is toe te schrijven aan die ongeziene SCHEPPERS en VERNIETIGERS, die zo slordig en algemeen microben48 worden genoemd. Onderzoekers zoals Pasteur zijn de beste vrienden en helpers van de vernietigers en de ergste vijanden van de scheppers – als de laatste niet tegelijk ook vernietigers waren. Hoe het ook mag zijn, één ding staat vast: de kennis van deze primaire oorzaken en van het diepste wezen van elk element, van zijn levens, hun werking, eigenschappen en voorwaarden voor verandering – vormt de grondslag van de MAGIE. In de laatste eeuwen van het christelijke tijdperk was Paracelsus misschien de enige occultist in Europa die ervaring had met dit mysterie. Als er niet op misdadige manier een einde aan zijn leven was gemaakt, jaren vóór de hem door de Natuur gegunde tijd, zou de fysiologische magie minder geheimen hebben voor de beschaafde wereld dan nu het geval is.
48) Men zou kunnen veronderstellen dat deze ‘vurige levens’ en de microben van de wetenschap dezelfde zijn. Dit is niet zo. De ‘vurige levens’ zijn de zevende en hoogste onderafdeling van het gebied van de stof, en komen bij het individu overeen met het Ene Leven van het Heelal, maar alleen op dat gebied. De microben van de wetenschap zijn de eerste en laagste onderafdeling op het tweede gebied – dat van stoffelijk prana (of leven). Het stoffelijke lichaam van de mens ondergaat elke zeven jaar een volledige verandering van structuur, en zijn vernietiging en instandhouding zijn toe te schrijven aan de werking van de vurige levens, afwisselend als ‘vernietigers’ en als ‘bouwers’. Ze zijn ‘bouwers’ door zich op te offeren in de vorm van vitaliteit, om de verwoestende invloed van de microben tegen te gaan. Door de microben van het nodige te voorzien, dwingen zij hen onder die beperking het stoffelijke lichaam en zijn cellen op te bouwen. Ze zijn ook ‘vernietigers’, als die beperking wordt weggenomen en de microben bij gebrek aan opbouwende levenskracht vrij spel hebben als vernietigende krachten. Zo zijn tijdens de eerste helft van het leven van een mens (de eerste vijf perioden van elk zeven jaar) de ‘vurige levens’ indirect bezig met de opbouw van het stoffelijke lichaam van de mens; het leven is op de opgaande boog, en de kracht wordt gebruikt voor opbouw en vermeerdering. Als deze periode voorbij is, begint de tijd van teruggang, en terwijl de activiteit van de ‘vurige levens’ hun kracht uitput, begint ook het werk van vernietiging en vermindering.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 11 Demon est deus inversus (p. 461):
De universele ziel is niet de inerte oorzaak van de schepping of (Para)Brahma, maar eenvoudig wat we het zesde beginsel van de verstandelijke Kosmos noemen, op het gemanifesteerde bestaansgebied. Zij is mahat of mahabuddhi, de grote ziel, het voertuig van de geest, de eerste oorspronkelijke weerspiegeling van de vormloze oorzaak en dat wat zelfs boven de geest staat. Tot zover over de misplaatste uitval van professor Wilson. De verklaring van het schijnbaar inconsequente beroep op Vishnu door de verslagen goden staat in de tekst van het Vishnu Purāna, als de oriëntalisten deze maar zouden opmerken. Er is een Vishnu als Brahmā en een Vishnu in zijn twee aspecten, leert de filosofie. Er is maar één Brahma, ‘in essentie prakriti en geest ’, enz.
De Geheime Leer Deel I, Hoofdstuk 6 De maskers van de wetenschap Fysica of metafysica? (p. 564/565):
Het atoom behoort volledig tot het gebied van de metafysica. Het is een tot een wezen geworden abstractie – in ieder geval voor de natuurwetenschap – en heeft strikt genomen niets met de natuurkunde te maken, omdat men het nooit kan onderwerpen aan een proef in een distilleerkolf of op een weegschaal. De mechanische opvatting wordt daarom een mengelmoes van de meest tegenstrijdige theorieën en dilemma’s in de geest van de vele geleerden die het hierover onderling niet eens zijn, evenmin als over andere onderwerpen. De oosterse occultist die deze wetenschappelijke strijd volgt, aanschouwt het verloop hiervan met de grootste verbijstering.
572: Deze vicieuze cirkel is het materialisme noodlottig. Het ziet zich in zijn eigen netten gevangen en er is geen uitweg uit het dilemma mogelijk. Als het zegt dat het atoom ondeelbaar is, zal de mechanica het de penibele vraag stellen: ‘Waardoor beweegt het Heelal dan en hoe hangen de krachten ervan samen? Een wereld die is gebouwd op volkomen onelastische atomen is als een machine zonder stoom en is tot eeuwige stilstand gedoemd16.’
16) Butlerof, Scientific Letters.

Geheime Leer Deel II, hoofdstuk 24 Het kruis en het pythagorische tiental (p. 653):
Op het hogere gebied is het getal geen getal, maar een nul – een CIRKEL. Op het lagere gebied wordt het één – een oneven getal. Elke letter van de oude alfabetten had haar filosofische betekenis en raison d’être; het getal I betekende bij de ingewijden van Alexandrië een rechtopstaand lichaam, een levende rechtopstaande mens, omdat hij het enige dier is dat dit voorrecht heeft. En door aan de I een hoofd toe te voegen, werd deze omgevormd tot een P, een symbool van vaderschap, van het scheppende vermogen; terwijl de R een ‘zich bewegende mens’ betekende, iemand die op weg is.
655: De eerste massieve figuur is het viertal, het symbool van de onsterfelijkheid. Het is de piramide: want de piramide staat op een driehoekig, vierkant of veelhoekig grondvlak en eindigt met een punt aan de top; zo brengt zij het drietal en het viertal voort, of de 3 en de 4. De pythagoreeërs onderwezen het verband en de betrekking tussen de goden en de getallen – in een wetenschap die arithmomantie wordt genoemd. De ziel is een getal, zeiden zij, en beweegt uit zichzelf en bevat het getal 4; en de geestelijke en lichamelijke mens is het getal 3, omdat het drietal voor hen niet alleen het oppervlak, maar ook het beginsel van de vorming van het stoffelijke lichaam voorstelde. Zo waren de dieren slechts drietallen, de mens alleen was een zevental, als hij deugdzaam was; een vijftal wanneer hij slecht was, want:
Het getal 5 was samengesteld uit een tweetal en een drietal; dat tweetal bracht alles met een volmaakte vorm in wanorde en verwarring. De volmaakte mens, zeiden zij, was een viertal en een drietal, of vier stoffelijke en drie onstoffelijke elementen; deze drie geesten of elementen vinden we ook in 5, als deze de microkosmos voorstelt. Deze laatste is een samenstelling van een tweevoud dat rechtstreeks in verband staat met de grove stof, en van drie geesten: ‘want 5 is de slim bedachte vereniging van twee Griekse accenten ‘, geplaatst boven klinkers die al of niet moeten worden geaspireerd. Het eerste teken ‘ wordt de ‘sterke geest’ of hogere geest genoemd, de geest van god, geaspireerd (spiratus) en geademd door de mens. Het tweede teken ’ – het lagere – is de geest van de liefde, die de secundaire geest voorstelt; het derde omvat de hele mens. Het is de universele quintessens, het levensfluïdum of het leven.’ (Ragon.)
660: Het achttal of de 8 symboliseert de eeuwige en spiraalvormige beweging van de cyclussen, de 8, ∞, en wordt op zijn beurt gesymboliseerd door de Mercuriusstaf. Het geeft de regelmatige ademhaling van de Kosmos aan, bestuurd door de acht grote goden – de zeven uit de oorspronkelijke moeder, de ene en de triade.

H.P. Blavatsky boek Isis ontsluierd Een sleutel tot de mysteries van oude en moderne wetenschap en religie - Deel 2 (p. 332):
De Griekse filosofen worden door hun al te geleerde vertalers in gelijke mate mistig gemaakt in plaats van mystiek. De Egyptenaren vereerden de goddelijke geest, de Ene-Enige, als NUT. Kennelijk ontleende Anaxagoras aan dat woord zijn benaming nous, of zoals hij het noemt, het denkvermogen of de geest die eigenmachtig optreedt. ‘Alle dingen’, zegt hij, ‘waren in een toestand van chaos; toen kwam de nous, en schiep orde.’1 Hij noemde deze nous ook de Ene, die heerste over de velen. In zijn denken was nous God, en de logos was de mens, de emanatie van eerstgenoemde. De uiterlijke zintuigen namen verschijnselen waar; alleen de nous kon noumena (noot: meervoud van noumenon) of subjectieve dingen kennen. Dit is zuiver boeddhistisch en esoterisch.
337: Het astrale lichaam van de kabbalist en de ‘geïncarneerde daden’ vormen het nieuwe zintuiglijk waarnemende zelf als zijn ahamkara (het ego, zelfbewustzijn), dat hem is gegeven door de hoogste meester (de adem van God) die nooit kan vergaan, want als geest is hij onsterfelijk; vandaar het lijden van het nieuw-geboren zelf tot het zich bevrijdt van alle aardse gedachten, begeerten en hartstochten.

Isaac Newton definieerde de wet van de zwaartekracht. De kracht die lichamen, voorwerpen naar elkaar toetrekt heet zwaartekracht. Het is een kracht die er voor zorgt dat de aarde in zijn baan om de zon blijft draaien. Zwaartekracht houdt de maan in haar baan om de aarde. De zwaartekracht van de maan heeft ook invloed op de aarde: als de maan recht boven zee staat, trekt haar zwaartekracht het water naar zich toe en wordt het vloed. Als de aarde van de maan wegdraait, wordt het eb. De zwaartekracht wordt minder naarmate het voorwerp verder van het middelpunt, het centrum van de aarde verwijderd is.

Bram Maljaars: Gaan nieuwe wetenschap en oude mystiek voortaan samen? De absolute ruimte was in rust en onveranderlijk. Alle veranderingen in de fysieke ruimte werden in termen van een aparte dimensie beschreven namelijk de tijd. De tijd was ook weer absoluut, had geen verbinding met de materiele wereld en stroomde constant van het verleden via het heden naar de toekomst. Newton ging ervan uit dat alle materie was opgebouwd uit kleine onvernietigbare deeltjes, atomen. Massa bleef altijd behouden en was in wezen passief. In dit model van Newton, dat vergelijkbaar was met dat van de oude Griekse wijsgeren, zoals dat van Demokreitos, werd onderscheid gemaakt tussen volte en leegte en tussen materie en ruimte. Het verschil tussen Newton en Demokreitos was dat Newton in zijn model ook de zwaartekracht beschreef, de kracht die tussen materiële delen optreedt.

In 1915 breidt Einstein zijn theorieën uit met de theorie over de zwaartekracht. Volgens deze theorie heeft de zwaartekracht de kromming van ruimte en tijd tot gevolg. Het zwaartekrachtveld van zware lichamen veroorzaakt dus een kromming van de driedimensionale ruimte en omdat in de relativiteitstheorie de tijd nooit los van de ruimte kan worden gezien, wordt ook de tijd door de aanwezigheid van massa, dus door zwaartekracht, beïnvloedt. Overal waar zich een zwaar voorwerp in de ruimte bevindt, bijvoorbeeld een ster of planeet is de ruimte en dus ook de tijd, gekromd en de kromming hangt af van de massa. In verschillende gebieden van de ruimte verloopt de tijd in een verschillend tempo. De hele structuur van de ruimtetijd is dus afhankelijk van de verdeling van de materie in het heelal. Ook het begrip “lege ruimte” heeft in de wetenschappen van het heelal, de astrofysica en de kosmologie, zijn betekenis verloren. Een van de nieuwe inzichten die hiervan een gevolg was, was het besef dat alle massa energie is. Zelfs in een onbeweeglijk voorwerp is energie opgeslagen: Dit leidde tot de beroemde formule E=mc2 , waarin c de snelheid van het licht is.

Een in dit kader interessant artikel is DE MACHINA DEI or who framed Harry Human? Hoofdstuk 5. Het globaal bewustzijn: Eigenlijk is het helemaal niet van belang wat mensen geloven of niet, als ze maar van goede wil zijn. Wat is er dan wel? Het lijkt erop dat er wel Iets is, maar goddelijke eigenschappen zijn niet manifest. Zoals reeds gezegd lijkt het het meest op een intelligent programma dat, binnen de beperking van zijn aanvangsparameters, in staat is om bij te leren. Dit bijleren gebeurt via feedback en deze feedback bekomt het van het collectief bewustzijn. Aangezien dit begrip reeds geclaimd is door Carl Jung, zou ik liever willen spreken van het globaal bewustzijn (dus letterlijk: gekoppeld aan de aarde.)

====

Aantrekking en Afstoting (1e Dimensie, Monade, Eeuwige wederkeer, Spiraallijnen)

Xenophanes: De stervelingen menen dat de goden verwekt zijn evenals zij, en kleren, een stem en gestalte hebben als zij... ja, als de ossen en paarden en leeuwen handen bezaten en kunstwerken konden scheppen, zoals de mensen, zouden de paarden de goden als paarden afbeelden, de ossen daarentegen als ossen.
En God zei: Laat Ons mensen maken naar ons beeld, als onze gelijkenis, opdat zij heersen over de vissen in de zee en over het gevogelte aan de hemel en over het vee en over de gehele aarde en over al het kruipende gedierte dat op de aardbodem kruipt. En God schiep de mens naar zijn beeld; naar Gods beeld schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij hen. (Genesis 1:26; vergelijk 9:6)
Over de komst van het Koninkrijk Gods (Lucas 17:20-21):
20 En gevraagd zijnde door de Farizeeën, wanneer het Koninkrijk Gods komen zou, heeft Hij hun geantwoord en gezegd: Het Koninkrijk Gods komt niet met uiterlijk gelaat.
21 En men zal niet zeggen: Ziet hier, of ziet daar, want, ziet, het Koninkrijk Gods is binnen u.

Nieuwsbrief 107 11 september 2014: Tegenwoordig menen velen ten onrechte aan dat bestaan van Aether zou zijn gefalsifieerd. Niets is minder waar. Albert Einstein heeft dat weliswaar geprobeerd, maar zijn redenering is niet alleen weerlegd; het bestaan van Aether is vervolgens ook nog eens feitelijk aangetoond (link).
Er is dus alle reden om na ongeveer drie eeuwen eindelijk afscheid te gaan nemen van het idee dat gravitatie een afzonderlijke natuurkracht zou zijn. Dat wat gravitatie wordt genoemd is niets anders dan een effect van de centripetale kracht genaamd magnetisme, die wordt veroorzaakt door de centrifugale kracht genaamd elektriciteit.

Waarom het ego altijd een huis zal zijn dat tegen zichzelf is verdeeld
Het belangrijke punt is dat het ego geboren werd door je afscheiding van de Christusgeest en daardoor kan het ego alleen maar het bewustzijn van de antichrist, het bewustzijn van de dualiteit, waarnemen. De twee fundamentele scheppingskrachten houden niet op te functioneren, omdat jij een beslissing neemt, zodat je nog steeds geconfronteerd wordt met situaties waarin de twee krachten bestaan. Hier is het wezenlijke verschil:
• Wanneer je met de helderheid van de Christusgeest naar het leven kijkt, zie je de uitbreidende en samentrekkende krachten als complementair. Je ziet hoe je ze met elkaar in balans brengt, zodat iedere beslissing die je neemt evenwichtig is en groei tot gevolg heeft.

HET VIOLETTE VUUR-Genezing voor Lichaam, Geest en Ziel
De Meesters zeggen dat wanneer onze fysieke en spirituele lichamen verstopt raken met negatieve energie en slecht karma, dit ervoor zorgt dat de trillingssnelheid in onze elektronen en vier lagere lichamen vertraagd raakt. Wij beginnen dan steeds meer te resoneren met negativiteit en minder met de zuivere kosmische energie die stroomt vanuit onze Goddelijke Aanwezigheid, en uiteindelijk kunnen wij hierdoor ziek worden. Hoe meer vervuilde substantie er zich in onze vier lagere lichamen bevindt, hoe lager onze trillingsfrequentie wordt en hoe meer we daardoor worden neergedrukt. Spiritueel gezien is dit de oorzaak waardoor een mens sterft.

Dr. Annine E.G. van der Meer is godsdiensthistoricus, theoloog en theosoof. Zij promoveerde in 1989 bij Professor Gilles Quispel op gnosis, ascese en de vrouwelijke kant van God in het oerchristendom. Zij heeft diverse boeken geschreven. Zij is de oprichtster en presidente van de stichting , kenniscentrum matriarchaat en eenheidsbewustzijn. Laten we het evenwicht tussen het mannelijke en het vrouwelijke weer herstellen.
Lang geleden, in de prehistorie (40.000-4.000 v. Chr.), leefden mensen in verbondenheid samen, ieder had zijn plaats in de groep, ieder had zijn werkzaamheden. Men leefde met aarde en kosmos en alle levende wezens in grote saamhorigheid.
Het was de tijd van de jagers-verzamelaars. De mannen gingen met elkaar op jacht. De vrouwen verzamelden 75% van het voedsel. Zij hadden kennis van geneeskracht of giftigheid van gewassen; zij waren de genezers, de sjamanen van de stam en onderhielden het contact met de voorouders.
De schepping en het leven werd, vanwege het vrouwelijk vermogen tot voortplanting, als vrouwelijk ervaren en in de vorm van godinnen, de berg, het meer en de boom vereerd.
In de menselijke geschiedenis is er naar mijn mening een eerste fase van eenheid en overvloed geweest, ‘het paradijs’. Deze zou in de periode voor 10.000 v. Chr. gesitueerd kunnen worden.
De kindertijd. Daarna kiest de mensheid voor een diepere incarnatie in de stof. Men verlaat de gelukzalige eenheidsfase en komt terecht in de wereld van dualiteiten, zoals vrouwelijk en mannelijk. In deze fase van bewustzijn is er het godsbeeld van de Grote Moeder die de mensheid als haar kind bij de hand neemt en leidt. Overwegend vrouwelijke kunst uit Oude en Nieuwe Steentijd vormt het bewijs voor het feit dat deze periode veel vrouwelijke ingewijden kende, dochters van de Moeder.

Freek van Leeuwen: onderscheidt, net als het 5D-concept ‘Geest - Ziel - Lichaam’. Het 5Denkraam sluit op zijn boek De Levensweg aan en maakt van zijn ‘verklarende woordenlijst’, de begrippen Aantrekking en Afstoting gebruik.
De oeraanvang is de toestand, waarin de algeest vanuit rust in beweging komt om de schepping te scheppen. De oeraanvang van de geestelijke werkzaamheid doet zich om te beginnen aan het geestesoog voor als een toestand van diepe rust, waarin de eeuwige oneindigheid van de algeest zich voordoet als een donkere koelte. Op aarde is deze toestand van donkere koelte vergelijkbaar met een aangename, schaduwrijke koelte. Vanuit de toestand van rust begint de geestkracht te bewegen, waardoor zich uit de donkere koelte door beweging de lichtende warmte ontwikkelt. Deze lichtende warmte is eveneens alomtegenwoordig in de eeuwige oneindigheid. De lichtende warmte doordringt vervolgens de donkere koelte, die zelf wordt doordrongen, waarbij het licht de donkerte doordringt en de warmte de koelte. Uit deze vereniging van de doordringende, lichtende warmte, het oermannelijke, met de doordringbare, donkere koelte, het oervrouwelijke, komt een tussentoestand voort, waarin het licht en de donkerte, en de warmte en de koelte elkaar temperen, elkaar aanvullen en elkaar in evenwicht houden: de toestand van de algeest. De algeest is met andere woorden een eenheid van tegendelen: het huwelijk van het mannelijke en vrouwelijke in God. De algeest doet zich vervolgens voor als licht en warmte, maar dan als licht en warmte die de eigenschappen van de donkere koelte in zich op hebben genomen. Daardoor kunnen het licht en de warmte in twee, tegenovergestelde toestanden voorkomen: in een vrouwelijke, doordringbare, beweegbare en vormbare toestand, en in een mannelijke, doordringende, zelfbewegende en zelfvormende toestand. De oertoestand is de toestand van het oervrouwelijke, de rust van de donkere koelte, waaruit door zelfverwekking het oermannelijke in beweging is gekomen en zich geboren heeft laten worden in de vorm van de lichtende warmte, die daarvóór als het ware in de donkere koelte was opgelost. Deze oergebeurtenis is de eerste verschijning van de tegendelen aantrekking en afstoting, de oertegendelen, waarmee alle andere samenhangen. De vrouwelijke oertoestand is die van de aantrekking en de saamhorigheid. Het is de middelpuntzoekende kracht. De mannelijke oertoestand is die van de afstoting en de persoonlijke vrijheid. Het is de middelpuntvliedende kracht. Als het goed is, is er in iedere gemeenschap een toestand van evenwicht tussen beide. In het huwelijk tussen man en vrouw is een evenwicht tussen saamhorigheid en persoonlijke vrijheid een onvermijdelijk vereiste. Alleen daardoor wordt de persoonlijke zelfstandigheid en gelijkwaardigheid van beiden gewaarborgd, die de evenwichtige wederkerigheid mogelijk maakt die de liefdesband levend houdt. Door aantrekking en afstoting, door de middelpuntzoekende en de middelpuntvliedende kracht, blijven electronen en atoomkernen, planeten en zonnen, en het mannelijke en het vrouwelijke voortdurend om elkaar heen draaien. Zolang er evenwicht is tussen beide, is er 'rust in de beweging', is er een voortdurend met elkaar bezig zijn, is er leven.

Tom de Booij 17. De vijfvoudige symmetrie en de familie van de quintiel aspecten in de astrologie
Het quintiel aspect (72 graden) is in de astrologie geïntroduceerd door de astronoom-astroloog Johannes Kepler in de 17e eeuw. Hij werd geïnspireerd door de muzikale intervallen. Het quintiel vertegenwoordigt de 5e harmonie. In de destructieve uitingen werden prominente quintiel-aspecten gevonden in de horoscopen van criminelen en hun slachtoffers, sociale revolutionairen (Robespierre, Danton), en dictators (Hitler). In de positieve uiting, is het quintiel-aspect prominent in de horoscopen van schrijvers, muzikale grootheden (Mozart) en wetenschappers (Einstein). In mijn Uranische nieuwsbrief nr 28 ben ik uitvoerig ingegaan op het quintiel en heb een lans gebroken dat astrologen meer gebruik moeten maken van dit zgn 'mineure 'aspect. Het is vooral de Britse astroloog en filosoof John Addey geweest, die in de zeventiger jaren de techniek van de "Harmonics' heeft geïntroduceerd. Na de dood van John Addey in 1982 heeft David Hamblin tezamen met Charles Harvey zijn werk voortgezet met de publicatie van zijn boek Harmonic charts (1983).

H.P. Blavatsky: De Geheime Leer Deel I Stanza 3 Het ontwaken van de kosmos (p. 98/99):
(b) ‘De stralende essentie stolde en verspreidde zich door de diepten’ van de Ruimte. Vanuit een astronomisch gezichtspunt is dit gemakkelijk te verklaren: het is de ‘melkweg’, de wereldstof of de oerstof in haar eerste vorm. Vanuit het standpunt van de occulte wetenschap en de symboliek kan men het echter moeilijker in een paar woorden of zelfs regels verklaren, want het is het ingewikkeldste van alle tekens.
113: 10. VADER-MOEDER SPINNEN EEN WEB DAT VAN BOVEN AAN DE GEEST (purusha) IS BEVESTIGD – HET LICHT VAN DE ENE DUISTERNIS – EN VAN ONDEREN AAN ZIJN (van de geest) IN SCHADUW GEHULDE EINDE, DE STOF (prakriti); EN DIT WEB IS HET HEELAL, GESPONNEN UIT DE TWEE SUBSTANTIES DIE TOT ÉÉN ZIJN GEMAAKT, DAT SVABHAVAT IS (a).
114/115: Het uitzetten en samentrekken van het web – dat wil zeggen de wereldstof of de atomen – duidt hier de kloppende beweging aan; want de algemene trilling van de atomen wordt veroorzaakt door de regelmatige samentrekking en uitzetting van de oneindige en grenzeloze oceaan van wat wij het door svabhavat uitgestraalde noumenon van de stof kunnen noemen. Maar het wijst ook op iets anders. Het toont aan dat de Ouden bekend waren met wat nu een raadsel is voor veel geleerden en vooral astronomen: de oorzaak van de eerste ontbranding van de materie of de wereldstof, de paradox van de warmte die wordt voortgebracht door de afkoelende samentrekking, en meer van die kosmische raadsels. Want het duidt onmiskenbaar op kennis van zulke verschijnselen bij de Ouden. ‘Er is in ieder atoom een inwendige en een uitwendige warmte’, zeggen de Toelichtingen (in handschrift), waartoe de schrijfster toegang had; ‘de adem van de vader (of geest) en de adem (of warmte) van de moeder (de stof)’. Zij geven een uitleg die aantoont dat de moderne theorie over het uitdoven van het zonnevuur tengevolge van warmteverlies door uitstraling, foutief is.
De Geheime Leer Deel I Stanza 4. De zevenvoudige hiërarchieën (p. 132):
De betekenis van de allegorie is duidelijk, want we hebben zowel de Toelichting van Dzyan als de moderne wetenschap om deze te verklaren, hoewel die twee in meer dan één opzicht verschillen. De occulte leer verwerpt de hypothese die is ontstaan uit de nevelvlektheorie, dat de (zeven) grote planeten zich hebben ontwikkeld uit de centrale massa van de zon – in ieder geval niet van onze zichtbare zon. De eerste verdichting van kosmische stof vond natuurlijk plaats rondom een centrale kern, de vader-zon daarvan; maar ons wordt geleerd, dat onze zon zich alleen maar eerder afscheidde dan al de andere, toen de roterende massa zich samentrok, en daarom hun oudere, grotere broer is, niet hun vader. De acht aditya’s, ‘de goden’, zijn allen gevormd uit de eeuwige substantie (komeetstof17 – de moeder) of de ‘wereldstof’ die zowel het vijfde als het zesde KOSMISCHE beginsel is, de upadhi of grondslag van de universele ziel, evenals in de mens, de microkosmos, manas18 de upadhi van buddhi vormt19.
17) Volgens de occulte wetenschap bezit deze essentie van komeetstof kenmerken die totaal verschillen van alle chemische of fysische eigenschappen die de moderne wetenschap kent. In haar oervorm buiten de zonnestelsels is zij homogeen. Zodra zij de grenzen van het gebied van onze aarde overschrijdt, aangetast door de dampkring van de planeten en de reeds samengestelde interplanetaire stof, differentieert zij zich volledig. Zo is ze alleen in onze gemanifesteerde wereld heterogeen.
18) Manas, het denkende beginsel, of de menselijke ziel.
19) Buddhi, de goddelijke ziel.
De Geheime Leer Deel I Stanza 6 Onze wereld, haar groei en ontwikkeling (p. 175):
(b) Men moet bedenken dat fohat, de constructieve kracht van de kosmische elektriciteit, zoals men overdrachtelijk zegt, evenals Rudra aan Brahma, ‘aan het brein van de vader en de schoot van de moeder’ is ontsprongen, en zich daarna heeft gemetamorfoseerd in een mannelijk en een vrouwelijk beginsel, dat wil zeggen een polariteit, in positieve en negatieve elektriciteit. Hij heeft zeven zonen die zijn broeders zijn; en fohat is genoodzaakt telkens weer te worden geboren, als twee van zijn zoon-broeders in te nauw contact met elkaar komen – of dit nu een omhelzing of een gevecht is. Om dit te vermijden, bindt en verenigt hij degenen van ongelijksoortige aard en scheidt die met een gelijksoortig temperament. Zoals iedereen kan zien, heeft dit natuurlijk betrekking op elektriciteit die door wrijving is opgewekt, en op de wet van aantrekking tussen twee voorwerpen van ongelijke, en van afstoting tussen objecten van gelijke polariteit.
De Geheime Leer Deel I Samenvatting (p. 299/300):
29/300:
(1.) De Geheime Leer is de verzamelde wijsheid van de eeuwen en alleen al haar kosmogonie vormt het meest verbazingwekkende en uitgebreide stelsel, bijvoorbeeld zelfs in de exoteriek van de Purana’s. Maar de geheimzinnige kracht van de occulte symboliek is zo groot, dat de feiten over de verbijsterende opeenvolging in de evolutionaire vooruitgang, waarvan het ordenen, opschrijven en verklaren talloze generaties van ingewijde zieners en profeten heeft beziggehouden, alle op een paar bladzijden met geometrische tekens en figuren staan vermeld. De snelle en doordringende blik van die zieners reikte tot de kern van de materie zelf en nam daar de ziel van de dingen waar, terwijl een gewone oningewijde, hoe geleerd ook, slechts de uiterlijke vorm zou hebben waargenomen. Maar de moderne wetenschap gelooft niet in de ‘ziel van de dingen’ en zij zal daarom het hele stelsel van de oude kosmogonie verwerpen. Het is nutteloos te zeggen dat het bedoelde stelsel geen fantasie is van één of meer afzonderlijke individuen. Het heeft geen zin te zeggen dat het het ononderbroken verslag is, dat het werk is van duizenden generaties van zieners, die allen hun eigen ervaringen gebruikten bij het toetsen en controleren van de tradities over de leringen van hogere en verheven wezens, die over de opgroeiende mensheid waakten. Deze tradities werden mondeling overgeleverd van het ene vroege ras aan het andere. Ook is het nutteloos op te merken dat eeuwenlang de ‘wijzen’ van het vijfde Ras, van het geslacht dat werd gered en gespaard bij de laatste wereldramp en het verschuiven van continenten, hun levens hadden doorgebracht met leren, niet met onderwijzen. Hoe deden zij dat? Het antwoord luidt: door op elk gebied van de natuur de oude tradities te toetsen, te onderzoeken en te controleren op basis van de onafhankelijke visioenen van grote adepten, dat wil zeggen mensen die hun fysieke, mentale, psychische en geestelijke gestel tot de hoogst mogelijke graad hebben ontwikkeld en vervolmaakt. Van geen adept werd het visioen aanvaard, voordat het was gecontroleerd en bevestigd door de visioenen van andere adepten – zó verkregen dat zij als op zichzelf staande bewijzen konden dienen – en door eeuwen van ondervinding.
320: (5.) KUNDALINI SAKTI. Het vermogen of de kracht die zich langs een gebogen pad beweegt. Het is het universele levensbeginsel dat zich overal in de natuur manifesteert. Deze kracht omvat de twee grote krachten van aantrekking en afstoting. Elektriciteit en magnetisme zijn slechts manifestaties ervan. Dit is de kracht die de ‘voortdurende aanpassing van inwendige aan uitwendige relaties’ tot stand brengt, die volgens Herbert Spencer de essentie van het leven is, en ook de ‘voortdurende aanpassing van uitwendige aan inwendige relaties’, die de basis vormt van de zielsverhuizing, punar janman (wedergeboorte) in de leringen van de oude hindoefilosofen. Een yogi moet deze kracht volledig meester zijn vóór hij moksham kan bereiken. . . .
Deel I hoofdstuk 3 An lumen sit corpus, nec non? (p. 535): De verklaring van zowel cohesie als zwaartekracht ‘moet worden gezocht in de wervel-atoomtheorie van Sir William Thomson’.
536: Dit bewijst dat als ether ‘stof’ is, deze alleen voor geestelijke zintuigen iets zichtbaars, tastbaars en bestaands is, en dat er inderdaad sprake is van een wezen – maar niet op ons gebied: Pater Ether , of Akasha.
De Geheime Leer hoofdstuk 4 Is de zwaartekracht een wet? (p. 542):
Maar om het pleit te winnen, moeten de occultisten in de eerste plaats de geloofwaardigheid van de wet van de zwaartekracht, van ‘de zwaartekracht, de koningin en heerseres van de stof’, in iedere vorm onderzoeken. Om dit op doeltreffende manier te doen, moet men zich de hypothese in zijn vroegste vorm voor de geest halen. Om te beginnen, was Newton de eerste die deze ontdekte? Het Athenaeum van 26 januari 1867 bevat enige bijzondere informatie over dit onderwerp. Er staat dat ‘men stellig kan aantonen dat Newton al zijn kennis over de zwaartekracht en haar wetten heeft ontleend aan Boehme, bij wie de zwaarte- of aantrekkingskracht de belangrijkste eigenschap van de Natuur is’ . . . Want volgens hem ‘toont zijn (Boehme’s) systeem ons het innerlijke van de dingen, terwijl de hedendaagse natuurwetenschap tevreden is met het kijken naar het uiterlijke’. Verder: ‘de wetenschap van de elektriciteit, die nog niet bestond toen hij (Boehme) schreef, wordt (in zijn geschriften) voorzien; niet alleen beschrijft Boehme alle tegenwoordig bekende verschijnselen van die kracht, maar hij geeft ons zelfs de oorsprong, het ontstaan en de geboorte van de elektriciteit zelf, enz.’
544/545: Maar we zullen geen ruzie maken met mannen van naam. Zij moesten voor de ruggengraat en het merg van hun correlaties en ‘nieuwste’ ontdekkingen teruggrijpen op de oudste ‘goden van Pythagoras en de oude Kanāda’ en dit kan de occultisten goede hoop geven voor hun lagere goden. Want we geloven in de voorspelling van Le Couturier over de zwaartekracht. We weten dat de dag nadert waarop de wetenschappers zelf een algehele herziening van de huidige werkwijzen van de wetenschap zullen eisen, zoals werd gedaan door Sir W. Grove, F.R.S. Tot dan kan er niets worden gedaan. Want als de zwaartekracht morgen zou worden onttroond, zouden de wetenschappers de dag daarop een of andere nieuwe manier van mechanische beweging ontdekken6. Oneffen en steil is het pad van de ware wetenschap en haar tijd is vol kwellingen van de geest. Maar ondanks haar ‘duizend’ tegenstrijdige hypothesen om fysieke verschijnselen te verklaren, was er toch nooit een betere dan die van ‘beweging’ – hoe paradoxaal deze ook door het materialisme wordt geïnterpreteerd. Zoals is opgemerkt op de eerste bladzijden van Deel I, hebben de occultisten beslist niets tegen beweging7, de GROTE ADEM van het ‘ONBEKENDE’ van Herbert Spencer. Maar omdat zij geloven dat alles op aarde de schaduw is van iets in de ruimte, geloven zij in kleinere ‘ademingen’, die leven en die intelligent en onafhankelijk zijn van alles behalve de Wet, en tijdens de manvantarische perioden in iedere richting blazen. De wetenschap zal deze verwerpen. Maar wat de aantrekkings-, alias de zwaartekracht ook zal vervangen, het resultaat zal hetzelfde zijn.
7) ‘Omdat in de natuurkunde werkelijke en waarneembare beweging onmogelijk is in een zuivere ruimte of vacuüm, is de eeuwige BEWEGING van en in de kosmos (gezien als oneindige Ruimte) een fictie.’ Deze materialistische opvatting toont nogmaals aan dat woorden zoals ‘zuivere ruimte’, ‘zuiver Zijn’, ‘het Absolute’, enz., uit de oosterse metafysica, in het westen nooit zijn begrepen.
546: En dan geeft de geleerde heer een zuiver occulte leerstelling:
‘De term eeuwigdurende beweging, die ik op deze bladzijden niet zelden heb gebruikt, is zelf dubbelzinnig. Indien de leringen die hier naar voren worden gebracht een goede basis hebben, dan is elke beweging in zekere zin eeuwigdurend. In massa’s waarvan de beweging door wederzijdse botsing wordt beëindigd, wordt warmte of beweging van de deeltjes opgewekt; en zo gaat de beweging verder, zodat we, als we zulke gedachten tot het heelal durfden uitbreiden, zouden aannemen dat dezelfde hoeveelheid beweging altijd dezelfde hoeveelheid stof zou beïnvloeden8.’
8) Correl. Phys. Forces, blz. 173. Dit is precies wat het occultisme beweert, en op grond van hetzelfde beginsel dat ‘waar kracht tegenover kracht wordt gesteld en een statisch evenwicht teweegbrengt, het eerder bestaande evenwicht wordt beïnvloed, en een nieuwe beweging begint, die gelijkwaardig is aan de beweging die tot inactiviteit is teruggebracht’. Dit proces wordt onderbroken in de pralaya, maar is eeuwig en onophoudelijk zoals de ‘Adem’, zelfs wanneer de gemanifesteerde Kosmos in rust is.
547: Maar we zouden de critici van de middeleeuwse sterrenkundigen willen vragen, waarom Kepler voor het geven van dezelfde oplossing als Newton voor heel onwetenschappelijk moet worden uitgemaakt, terwijl hij zich alleen maar oprechter, consequenter en zelfs logischer toont. Wat is toch het verschil tussen het ‘almachtige wezen’ van Newton en de rectores van Kepler, zijn siderische en kosmische krachten, of engelen? Kepler wordt ook bekritiseerd om zijn ‘merkwaardige hypothese, die uitgaat van een wervelende beweging in het zonnestelsel’, om zijn theorieën in het algemeen en om zijn positieve houding tegenover Empedocles’ denkbeeld van aantrekking en afstoting en in het bijzonder van ‘zonnemagnetisme’.
Hoofdstuk 6 De maskers van de wetenschap (p. 563):
563: Niemand zal ontkennen dat een kracht (of het nu zwaartekracht, elektriciteit of een andere kracht is), die buiten de lichamen en in de open ruimte bestaat - of het nu ether of een vacuüm betreft - iets moet zijn en niet een zuiver niets, wanneer deze los van de massa wordt gedacht.
‘De kracht is daarom niet in het atoom maar in de ruimte die de atomen van elkaar scheidt.’
563/564: Of het nu ‘kracht’ of ‘beweging’ is (het occultisme, dat geen verschil tussen beide ziet, probeert ze nooit te scheiden), zij kan niet voor de aanhangers van de mechanische atoomtheorie op de ene manier werken en voor die van de concurrerende school op een andere manier. Evenmin kunnen atomen in het ene geval volstrekt gelijk zijn in omvang en gewicht, en in het andere geval van gewicht verschillen (de wet van Avogadro). Want met de woorden van dezelfde bekwame criticus,
. . . ‘Terwijl de volstrekte gelijkheid van de oorspronkelijke eenheden van massa dus een wezenlijk deel is van de grondslagen zelf van de mechanische theorie, is de hele hedendaagse scheikunde gebaseerd op een beginsel dat daarmee rechtstreeks in strijd is – een beginsel waarvan onlangs werd gezegd dat ‘het dezelfde plaats in de scheikunde inneemt als de wet van de zwaartekracht in de sterrenkunde’8. Dit beginsel staat bekend als de wet van Avogadro of Ampère.’
De Geheime Leer Deel I hoofdstuk 8 Leven, Kracht of Zwaartekracht (p. 585):
Zonne‘vlammen’ gezien door telescopen zijn weerkaatsingen, zegt het occultisme. Maar zie in Deel I wat de occultisten hierover hebben te zeggen.
‘Wat ze ook zijn (die vlammenzeeën), het is duidelijk dat zij de onmiddellijke bronnen van zonnewarmte en zonlicht zijn. We hebben hier een omhulsel van lichtgevende stof2, dat gedreven door machtige energieën heen en weer beweegt en, door zijn beweging door te geven aan de etherische 'middenstof in de sterrenruimte, warmte en licht voortbrengt in verafgelegen werelden. We hebben gezegd dat die vormen zijn vergeleken met bepaalde organismen, en Herschel zegt: ‘Hoewel het te gedurfd zou zijn te zeggen dat zulke organisaties leven [waarom niet?], weten we toch niet of de vitale werking in staat is warmte, licht en elektriciteit te ontwikkelen.’ . . . Kan het zijn dat er waarheid schuilt in deze mooie gedachte? Is het mogelijk dat het kloppen van de vitale stof in de centrale zon van ons stelsel de bron is van al dat leven waarvan de aarde wemelt, en zich ongetwijfeld ook over de andere planeten verspreidt, waarvan de zon de machtige dienaar is?’ . . .
Het occultisme beantwoordt deze vragen bevestigend en eens zal de wetenschap ontdekken dat dit zo is.
Hunt schrijft verder op bladzijde 156:
‘Maar als we
leven – levenskracht – als een vermogen beschouwen dat veel verhevener is dan licht, warmte of elektriciteit en dat inderdaad in staat is een overheersende macht over hen alle uit te oefenen’ (dit is zuiver occult) . . . ‘dan zijn we ongetwijfeld geneigd met tevredenheid die speculatie te bezien die veronderstelt dat de fotosfeer de oorspronkelijke zetel van de vitale kracht is, en met dichterlijk genoegen die hypothese te beschouwen, die de zonne-energieën met het leven in verband brengt.’
585/586: Zo hebben we een belangrijke wetenschappelijke bevestiging voor een van onze fundamentele leerstellingen, nl. (a) dat de zon de voorraadschuur van de vitale kracht is, die het noumenon van elektriciteit is; (b) dat uit zijn geheimzinnige, nooit te doorgronden diepten die
levensstromen voortkomen, die door de Ruimte en door het organisme van ieder levend wezen op aarde trillen. Want lees wat een andere eminente natuurkundige zegt, die dit (ons levensfluïdum) ‘zenuw-ether’ noemt. Verander een paar zinnen in het artikel waarvan nu passages volgen, en u heeft nog een quasi occulte verhandeling over levenskracht. Deze keer is het opnieuw dr. B.W. Richardson, F.R.S., die zijn opvatting over ‘zenuw-ether’ geeft in de Popular Science Review, Deel X, blz. 380-3, evenals hij dat deed over ‘zonnekracht’ en ‘aardkracht’:
‘De gedachte die men met deze theorie probeerde over te brengen is, dat er tussen de moleculen van de stof, vast of vloeibaar, waaruit de zenuwstelsels en feitelijk alle organische delen van een lichaam zijn samengesteld, een verfijnde ijle
tussenstof bestaat, damp- of gasvormig, die de moleculen in een toestand houdt die geschikt is voor inwerking op elkaar en voor schikking en herschikking van vorm. Dit is een middenstof, waardoor alle beweging wordt overgebracht, waardoor het ene orgaan of deel van het lichaam in verbinding wordt gehouden met andere delen, en waardoor de levende buitenwereld in verbinding staat met de levende mens: een tussenstof die het door haar aanwezigheid mogelijk maakt de verschijnselen van het leven aan te tonen; wanneer zij geheel afwezig is, is het lichaam feitelijk dood . . . . . . .’
2) Die ‘stof’ is als een weerkaatsing in een spiegel van de vlam van een ‘lichtgevende’ lampenpit.
587: Er wordt ongetwijfeld een nieuw licht geworpen op de wijsheid van het oude en middeleeuwse occultisme en zijn aanhangers. Want Paracelsus schreef hetzelfde meer dan driehonderd jaar geleden, namelijk in de zestiende eeuw, en wel op de volgende manier:
‘De hele microkosmos bevindt zich potentieel in de liquor vitae, een zenuw-fluïdum . . . dat de aard, de hoedanigheid, het karakter en de essentie van wezens omvat’ (De Generatione Hominis) . . . ‘De archaeus of liquor vitae is een essentie die gelijkelijk in alle delen van het menselijke lichaam is verdeeld . . . De spiritus vitae vindt zijn oorsprong in de spiritus mundi. Omdat hij een uitstraling is van laatstgenoemde, bevat hij de elementen van alle kosmische invloeden, en is zo de oorzaak waardoor de werking van de sterren (kosmische krachten) op het onzichtbare lichaam van de mens (zijn vitale lingasharira) kan worden verklaard.’ (De Viribus Membrorum. Zie Life of Paracelsus door Franz Hartmann, M.D., lid van de Theosophical Society.)
588: Wij kunnen dat niet inzien, en we weten dat het niet zo is. Het pantheïsme kan ‘door de natuurkunde worden herontdekt’. In de hele oudheid kende men het, zag en voelde men het. Het pantheïsme manifesteert zich in het uitgestrekte uitspansel van de sterrenhemel, in het ademen van de zeeën en oceanen en het trillen van het leven in het kleinste grassprietje. De filosofie verwerpt één eindige en onvolmaakte God in het heelal, zoals de antropomorfe godheid van de monotheïsten door zijn aanhangers wordt voorgesteld. Zij verwerpt in haar naam van philo-theo-sofia het groteske denkbeeld dat een oneindige, absolute godheid enige directe of indirecte relatie zou, of beter gezegd zou kunnen, hebben met de eindige bedrieglijke evoluties van de stof, en zij kan zich daarom geen heelal voorstellen buiten die godheid, of een godheid die niet aanwezig is in het kleinste deeltje bezielde of onbezielde substantie7. Waarom òf de ether van de Ruimte òf de ‘zenuw-ether’ ‘de individualiteit van elk zintuig’ teniet zou doen, schijnt onbegrijpelijk voor iemand die bekend is met de ware aard van die ‘zenuw-ether’, onder zijn Sanskriet-, of liever esoterische en kabbalistische naam. Dr. Richardson is het ermee eens dat:
‘Als we het communicatiemiddel tussen onszelf en de buitenwereld niet individueel voortbrachten, als dit van buitenaf werd voortgebracht en aan maar één soort trilling aangepast, dan waren er minder zintuigen nodig dan we bezitten: want – om slechts twee voorbeelden te nemen – de ether van het licht is niet aangepast aan geluid en toch horen we en zien we; terwijl de lucht, de tussenstof voor beweging van het geluid, niet het medium van het licht is, en toch zien we en horen we.’
Dit is niet juist. De opvatting dat ‘het pantheïsme niet waar is, omdat het de individualiteit van elk individueel zintuig tenietdoet’, bewijst dat alle conclusies van de geleerde doctor zijn gebaseerd op de hedendaagse theorieën van de natuurkunde, hoewel hij ze graag zou willen hervormen. Maar hij zal ontdekken dat dit onmogelijk is, tenzij hij het bestaan erkent van spirituele zintuigen om de geleidelijke atrofie van de fysieke te vervangen.
7) Dit betekent niet dat elke struik, boom of steen God of een god is, maar alleen dat elk stofje van het gemanifesteerde materiaal van de Kosmos behoort tot en de substantie is van ‘God’, hoe diep het ook mag zijn gevallen in zijn cyclische kringloop door de eeuwigheden van het altijd worden; en ook dat elk van die stofjes individueel, en de Kosmos collectief, een aspect is van en een herinnering aan die universele Ene Ziel – die de filosofie weigert God te noemen, waardoor zij de eeuwige en altijd aanwezige wortel en essentie beperkt.
591: Men moet dus beslist de occulte filosofie bestuderen, voordat men begint de geheimen van de natuur alleen aan de buitenkant te onderzoeken en te zoeken, want alleen hij ‘die de waarheid over de eigenschappen van de natuur kent, en die de schepping van alle wezens begrijpt . . . , is vrij’ van het maken van vergissingen. De ‘leermeester’ zegt: ‘Als men de grote boom volkomen begrijpt, waarvan het niet-waargenomen gedeelte (de occulte natuur, de wortel van alles) de scheut is uit het zaad (Parabrahmam), die het begrijpen (mahat, of de universele, intelligente ziel) als stam heeft; waarvan de takken het grote egoïsme zijn, in de holten waarvan de scheuten zijn, namelijk de zintuigen; waarvan de grote (occulte of onzichtbare) elementen de bloemtrossen zijn11, de grove elementen (de grove objectieve stof), de kleinere takken, die altijd bladeren en altijd bloemen hebben . . . de boom die eeuwig is en waarvan het zaad Brahman (de godheid) is; en als men deze boom omhakt met dat voortreffelijke zwaard – de kennis (geheime wijsheid) – dan bereikt men onsterfelijkheid en werpt men geboorte en dood af.’
11) De elementen zijn de vijf tanmātra’s: aarde, water, vuur, lucht en ether, de voortbrengers van de grovere elementen.
591: Dit is de levensboom, de Aśvatthaboom; alleen na het omhakken hiervan kan de slaaf van leven en dood, de mens, vrij worden.
Maar de wetenschappers weten niets, en willen ook niets horen over het ‘zwaard van kennis’, dat door de adepten en asceten wordt gebruikt. Vandaar de eenzijdige opmerkingen van de ruimst denkenden onder hen, die zijn gebaseerd op en voortvloeien uit het overdreven belang dat wordt gehecht aan de willekeurige vertakkingen en onderverdeling van de natuurwetenschap. Het occultisme schenkt er weinig aandacht aan en de natuur nog minder. De hele reeks natuurverschijnselen komt voort uit de oorsprong van de ether – akâsa, evenals het tweevoudige akâsa voortkomt uit de zogenaamde ongedifferentieerde Chaos. Deze laatste is het primaire aspect van Mūlaprakriti, de wortelstof en het eerste abstracte denkbeeld dat men zich van Parabrahman kan vormen. De hedendaagse wetenschap kan haar hypothetisch opgevatte ether op zoveel manieren verdelen als ze wil; de werkelijke aether van de Ruimte zal altijd blijven zoals hij is.
595: ‘Het is waar dat we niet weten wat leven is; maar evenmin weten we wat de kracht is die de sterren in beweging brengt . . . Levende wezens hebben gewicht en zijn daarom onderhevig aan de zwaartekracht. Ze zijn de zetel van talrijke en verschillende fysisch-chemische verschijnselen die onmisbaar zijn voor hun bestaan en die men moet toeschrijven aan de werking van etherodynamica (elektriciteit, warmte, enz.). Maar deze verschijnselen worden hier gemanifesteerd onder invloed van een andere kracht . . . Het leven staat niet vijandig tegenover de onbezielde krachten, maar het bestuurt en beheerst hun werking door zijn wetten.’
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 9 De zonnetheorie (p. 596):
Een korte analyse van de samengestelde en enkelvoudige elementen van de wetenschap tegenover de occulte leringen. In hoeverre is deze theorie, zoals die algemeen wordt aanvaard, wetenschappelijk?
In zijn antwoord op de aanval door dr. Gull op de theorie van de levenskracht (in de occulte filosofie onafscheidelijk verbonden met de elementen van de Ouden) heeft prof. Beale, de grote fysioloog, enige woorden te zeggen die even suggestief als mooi zijn:
‘Er is een mysterie in het leven, een mysterie dat nog nooit is doorgrond en dat groter lijkt naarmate de verschijnselen van het leven dieper worden bestudeerd en overdacht. In levende centra – die veel centraler liggen dan de centra die men bij de sterkste vergroting kan zien, in centra van levende stof, waar het oog niet kan doordringen, maar waarop het verstand zich kan richten – vinden veranderingen plaats, over de aard waarvan de verst gevorderde natuurkundigen en scheikundigen ons geen idee kunnen geven. Ook is er niet de minste reden om te denken dat de aard van deze veranderingen ooit door natuurkundig onderzoek zal worden vastgesteld, omdat zij ongetwijfeld van een orde of een aard zijn die volkomen verschilt van die waaraan ieder ander ons bekend verschijnsel kan worden toegeschreven.’
Het occultisme plaatst dit ‘mysterie’, of de oorsprong van de LEVENSESSENTIE, in hetzelfde centrum als de kern van de prima materia van ons zonnestelsel (want ze zijn één).
‘De zon is het hart van de zonnewereld (het zonnestelsel) en zijn brein is verborgen achter de (zichtbare) zon. Vandaar worden gewaarwordingen uitgezonden naar ieder zenuwcentrum van het grote lichaam, en de golven van de levensessentie vloeien in iedere slagader en ader. . . . De planeten vormen zijn ledematen en geven zijn ritme aan. . . .’ (Toelichting.)
596/597: Elders (in The Theosophist) werd uiteengezet dat de occulte filosofie ontkent dat de zon een verbrandende bol is, maar deze eenvoudig omschrijft als een wereld, een gloeiende bol, terwijl de echte zon erachter is verborgen en de zichtbare zon alleen zijn weerkaatsing, zijn schil is. De wilgenbladeren van Nasmyth, die Sir J. Herschel ten onrechte aanzag voor ‘bewoners van de zon’, zijn de reservoirs van de levensenergie van de zon, ‘de levenselektriciteit die het hele stelsel voedt . . . De zon in abscondito is dus de voorraadschuur van onze kleine Kosmos, wekt zelf zijn levensfluïdum op en ontvangt altijd evenveel als hij uitzendt’, en de zichtbare zon is slechts een raam dat is uitgehakt in het werkelijke paleis en de tegenwoordigheid van de zon, dat echter nauwgezet het interieur weerkaatst.
597: Tijdens het manvantarische tijdperk of leven van de zon circuleert het levensfluïdum dus regelmatig door ons stelsel, waarvan de zon het hart is – evenals het bloed in het menselijke lichaam circuleert; de zon trekt zich iedere keer even ritmisch samen als het menselijke hart. Maar in plaats van de omloop in een paar seconden te volbrengen, heeft het zonnebloed daarvoor tien zonnejaren nodig en een heel jaar om door zijn boezems en kamers te stromen, voordat het door de longen spoelt en dan doorgaat naar de grote aderen en slagaderen van het stelsel.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 13 Wetenschappelijke en esoterische bewijzen voor en bezwaren tegen de moderne nevelvlektheorie (p. 659):
De ‘wereldstof’, nu nevelvlekken, was sinds de vroegste oudheid bekend. Anaxagoras leerde dat het na differentiatie ontstane mengsel van heterogene substanties bewegingloos en ongestructureerd bleef, totdat tenslotte ‘het denkvermogen’ – de gezamenlijke Dhyāni-Chohans, zeggen wij – erop begon in te werken en er beweging en orde in bracht (Aristoteles, Physica, viii, 1). Het eerste deel van de theorie wordt nu overwogen; dat over de tussenkomst van een of ander ‘denkvermogen’ wordt verworpen. De spectraalanalyse onthult het bestaan van nevelvlekken die geheel uit gassen en lichtgevende dampen bestaan. Is dit de oorspronkelijke nevelvlekstof? De spectra onthullen, zo zegt men, de fysieke toestand van de stof die kosmisch licht uitstraalt. De spectra van de oplosbare en de onoplosbare nevelvlekken blijken heel verschillend te zijn, de spectra van laatstgenoemde laten zien dat zij fysiek uit gloeiend gas of damp bestaan.
608: Een dubbele lus voor de neerwaartse evolutie, van geest naar stof; een andere spiraalvorm misschien op het weer-involuerende pad naar boven, van stof naar geest, en het noodzakelijke geleidelijke en uiteindelijke weer opgaan in de layatoestand, wat de wetenschap op haar eigen manier noemt ‘het wat elektriciteit betreft neutrale punt’, enz., ofwel het nulpunt. Dit zijn de feiten en de verklaring die het occultisme biedt. Men kan het met de grootste zekerheid en het grootste vertrouwen aan de wetenschap overlaten om ze eens te rechtvaardigen. Laten we echter wat meer vernemen over dit genetische oertype van de symbolische staf van Mercurius.

De Geheime Leer Deel II, Stanza 1 Het begin van bewust leven (p. 46):
De grenzeloze en oneindige EENHEID bleef bij elk volk een maagdelijk verboden terrein, onbetreden door het denken van de mens, onberoerd door vruchteloze speculaties. De enige verwijzing ernaar was de vereenvoudigde voorstelling van haar eigenschap van uitzetting en samentrekking, van haar periodieke expansie of verwijding en contractie. In het Heelal met al zijn onberekenbaar vele myriaden van stelsels en werelden, die in de eeuwigheid verdwijnen en weer verschijnen, moesten de vermenselijkte machten of goden, hun zielen, tegelijk met hun lichamen uit het gezicht verdwijnen: ‘De adem die terugkeert in de eeuwige schoot, die ze uitademt en inademt’, zegt onze catechismus.
In iedere kosmogonie is er achter en boven de scheppende godheid een hogere godheid, een ontwerper, een architect, van wie de schepper slechts de uitvoerder is. En nog hoger, boven en rondom, op innerlijke en uiterlijke gebieden, is er het ONKENBARE en het onbekende, de bron en oorzaak van al deze emanaties . . .
De Geheime Leer Deel II, Het begin van bewust leven (p. 304):
Dit is een bedekte verwijzing naar de vruchteloze pogingen van de Aarde of de Natuur om zonder hulp werkelijke menselijke mensen te scheppen. (Zie onze Stanza’s III-X e.v. en ook het verhaal van Berosus over de oorspronkelijke schepping.) De tijd verslindt zijn eigen vruchteloze werk. Dan komt Zeus-Jupiter, die op zijn beurt zijn vader onttroont8. Jupiter de titan is in één betekenis Prometheus9 en verschilt van Zeus, de grote ‘vader van de goden’. Hij is bij Hesiodus de ‘oneerbiedige zoon’. Hermes noemt hem de ‘hemelse mens’ (Pymander); en zelfs in de bijbel vindt men hem terug onder de naam Adam en later – door omzetting – onder de naam Cham. Toch zijn dit allen personificaties van de ‘zonen van wijsheid’. De nodige bevestiging dat Jupiter behoort tot de zuiver menselijke Atlantische cyclus – als men Ouranos en Kronos die aan hem voorafgaan, onvoldoende vindt – kan men vinden bij Hesiodus, die ons meedeelt dat de onsterfelijken de mensen hebben gemaakt en de gouden en zilveren eeuw hebben geschapen (het eerste en het tweede Ras); terwijl Jupiter de geslachten van het bronzen tijdperk (een mengsel van twee elementen), van helden en de mensen van de ijzeren eeuw schiep.
8) De titanenstrijd is, althans in de theogonie, de strijd om de oppermacht van de kinderen van Ouranos en Gaia (of hemel en aarde in hun abstracte betekenis), de titanen, tegen de kinderen van Kronos, van wie Zeus het hoofd is. Het is in zekere zin de eeuwige strijd, die nog steeds voortduurt, tussen de geestelijke innerlijke mens en de mens van vlees.
9) Evenals de ‘Heer God’ of Jehova esoterisch Kaïn is, en ook de ‘verleidende slang’, het mannelijke deel van de androgyne Eva, vóór haar ‘val’; het vrouwelijke deel van Adam Kadmon; de linkerkant of binah van de rechterkant chochmah in de eerste triade van de sephiroth.
De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk 7 Bewijzen voor verzonken continenten (p. 893):
‘Het verband’, licht Lyell toe, ‘tussen de leer van de opeenvolgende rampen en het herhaalde verval van het morele karakter van de mensheid, is nauwer en natuurlijker dan men aanvankelijk zou denken. Want in een onontwikkelde staat van de samenleving beschouwen de mensen alle grote rampen als straffen van God voor de slechtheid van de mens. . . . Zo vinden we ook in het door de Egyptische priesters aan Solon gedane verslag van het verzinken van het eiland Atlantis onder de wateren van de oceaan, na herhaalde aardschokken, dat deze gebeurtenis plaatsvond toen Jupiter de morele ontaarding van de bewoners had gezien.’
Dat is waar; maar was dat niet het gevolg van het feit dat alle esoterische waarheden door de ingewijden van de tempels in de gedaante van allegorieën aan het publiek werden bekendgemaakt? ‘Jupiter’ is slechts de personificatie van die onveranderlijke cyclische wet, die de neerwaartse tendens van elk Wortelras na het bereiken van het toppunt van zijn roem tot staan brengt8.
8) De cyclische wet van de ras-evolutie is de wetenschappers heel onwelkom. Het is voldoende het feit van de ‘oorspronkelijke beschaving’ te noemen om de woede van de darwinisten op te wekken; want het is duidelijk dat, hoe verder de beschaving en de wetenschap naar het verleden worden teruggeschoven, hoe hachelijker de basis voor de aap-vooroudertheorie wordt.

Deel III, p. 621: Vijf (Linga t/m Buddhi; 2 t/m 6) blijven er over onder de uitstraling van Âtmâ. Vervolgens wordt de lagere vierheid (1 t/m 4) als louter stof, objectieve begoocheling, beschouwd en blijven Manas en het aurische ei over, terwijl de hogere beginselen weerkaatst worden in het ei. Bij al deze stelsels zij men het hoofdfiguur indachtig, het nederdalen en weder opstijging van de geest, zowel in de mens als in de Kosmos. De geest wordt als het ware door geestelijke zwaartekracht omlaag getrokken.
646: Het hart is het middelpunt van het geestelijke bewustzijn, evenals de hersenen het middelpunt van het verstandelijke bewustzijn vormen. Doch niemand kan dit bewustzijn leiden noch de energie ervan besturen voordat hij één is met de Buddhi-Manas; tot die tijd leidt het hem - als het kan. Vandaar de kwellingen der wroeging, het knagen van het geweten; zij komen uit het hart, niet uit het hoofd. In het hart is de enige geopenbaarde God, de twee andere zijn onzichtbaar, en dit vertegenwoordigt de drieheid Âtmâ-Buddhi-Manas.
647: Er zijn in de mens drie hoofdmiddelpunten: hart, hoofd en navel, waarvan twee ten opzichte van elkaar + of zijn, al naar het betrekkelijk overwicht van de middelpunten.

Jupiter vervult een belangrijke functie binnen het zonnestelsel. Doordat hij zwaarder is dan alle andere planeten tezamen is hij een belangrijke component van het massa-evenwicht van het zonnestelsel. Door zijn massa stabiliseert hij de planetoïdengordel; zonder Jupiter zou iedere 100 000 jaar een planetoïde uit de planetoïdengordel de aarde treffen en hierdoor zou leven op aarde ernstig belemmerd zo niet onmogelijk worden. Ook andere objecten dan kometen worden door Jupiter weggevangen. Er wordt daarom tegenwoordig gedacht dat de aanwezigheid van een Jupiterachtige planeet in een zonnestelsel wel eens een voorwaarde kan zijn voor de ontwikkeling van leven in een zonnestelsel.

Volgens Cialdini zijn er zes factoren die kunnen bijdragen tot het aannemen van een bepaalde houding of het onderschrijven van een bepaalde overtuiging. Hier volgt een overzicht.
Reciprocity - People tend to return a favor, thus the pervasiveness of free samples in marketing. In his conferences, he often uses the example of Ethiopia providing thousands of dollars in humanitarian aid to Mexico just after the 1985 earthquake, despite Ethiopia suffering from a crippling famine and civil war at the time. Ethiopia had been reciprocating for the diplomatic support Mexico provided when Italy invaded Ethiopia in 1935.
c) de behoefte aan wederkerigheid en compromis (Mercurius)
De Marsfunctie leidt onvermijdelijk tot situaties van spanning en strijd, en dit roept op zijn beurt weer de logische noodzaak op van een nieuwe functie of tendens, namelijk de tendens tot wederkerigheid en compromis. Deze tendens noemen we de Mercuriusfunctie. Mercurius is de god van de handel, doch ook handel is slechts een voorbeeld van een ruimer principe, namelijk de menselijke tendens tot wederkerig gedrag. Mensen dragen het principe van de wederkerigheid in zich. Caldini schrijft: "Alle samenlevingen onderschrijven de norm volgens dewelke individuen een tegenprestatie moeten leveren voor hetgeen zij ontvingen" (`All societies subscribe to a norm that obligates individuals to repay in kind what they have received').

G. de Purucker: Krachten, energieën en bewustzijn (Sunrise sept/okt 2003). In de esoterische filosofie zijn warmte en licht substantieel, juist omdat ze krachten zijn. Omdat ze krachten zijn die zich als energieën manifesteren, bezitten ze dezelfde essentiële kwaliteiten die de menselijke entiteit in zich heeft, hoewel ze zich niet zó tot uitdrukking brengen als ze dat in ons doen. Deze factoren zijn gezamenlijk als bewustzijn te beschouwen. Niettemin zijn deze verschillende natuurkrachten – bijvoorbeeld de zwaartekracht – niet ieder op zichzelf één bewustzijn, maar elk zo’n kracht is eerder de manifestatie of zelf-expressie van een kosmisch bewustzijn: de emanatie of het levensfluïdum, dat zich uitdrukt als de zwaartekracht, van een bewuste, levende kosmische entiteit erachter.

Het gaat om het wat en het hoe, het innerlijke en het uiterlijke, of met andere woorden wijsheid komt in de toepassing ervan tot uitdrukking. Oerkennis wordt door middel van de geest in de ziel gereflecteerd, is een reflectie van wijsheid. Het schuldcomplex, het onheil bij de mens ontstaat door gebrek aan kennis.

Het getij van oorlog doen keren
Het belangrijkste wapen dat door de duistere machten gebruikt wordt is het creatieve proces zelf te manipuleren, een proces dat vier elementen heeft. De wereld is gemaakt uit vier fundamentele elementen, te weten de Vader, de Zoon, de Moeder en de Heilige Geest. Wanneer deze vier primaire krachten in volmaakte balans zijn, zal het universum op een harmonische wijze groeien. Als één of meer krachten tot het uiterste gebracht worden, zal onbalans het gevolg zijn. De duistere machten kunnen elk element gebruiken mensen tot het doden van elkaar aan te zetten en hun het gevoel te geven dat het doden noodzakelijk is, ja zelfs door God gerechtvaardigd is. Laten we eens naar die vier elementen kijken:
• Het Vader element is de uitbreidende kracht, die zielen de aandrang geeft te groeien en de vrije wil om zichzelf te overtreffen. De Vader echter heeft een stel wetten vastgesteld die ontworpen zijn de balans in het heelal te bewaren zodat zielen kunnen groeien zonder zichzelf te vernietigen. De Vader wil zelftrans-cendentie zien geen zelfvernietiging (zelfdestructie).
• Het Moeder element is de samentrekkende kracht. De Moeder is ook de compo-nent die zich aan de creatieve kracht van de Vader aanpast. De rol van de Moeder is de uiting van vrije wil mogelijk te maken zodat zielen kunnen experimenteren en leren. De Moeder is echter ook een tegenwicht voor onbeperkte groei zodat zielen zich niet zo snel ontwikkelen dat zij hun gevoel van identiteit verliezen. De rol van de Moeder is te zorgen voor een veilige omgeving en een evenwichtige groei te verzekeren. De Moeder stopt de groei niet, ze houdt het in balans en ze voedt de zielen wanneer ze groeien.
• Je zou kunnen zeggen dat de Vader voorziet in de aandrang tot groei en dat de Moeder de groei evenwichtig houdt. Om een evenwichtige groei te ervaren moet de ziel een zekere mate van evenwicht bewaren tussen de uitbreidende en samentrekkende krachten van haar wezen. Hoe kan de ziel dit evenwicht bewaren? Dat doet ze door het bewustzijn van de Zoon.
• De Zoon is de nakomeling van de Vader en de Moeder en de rol van de Zoon is de uitbreidende en samentrekkende krachten in balans te houden door het vasthouden van de visie van evenwichtige schepping. Om dit te doen moet de Zoon onderscheiden wat werkelijk de evenwichtige groei van God is en wat te expansief is of wat te samentrekkend is. Door het Christusbewustzijn kan een ziel binnen het raamwerk van Gods wetten zijn vrije wil uitoefenen en daardoor een constante en evenwichtige groei behouden. Een ziel is echter niet gemaakt om alleen voor zichzelf te groeien. Zoals Jezus vele malen uitgelegd heeft is een ziel geschapen om medeschepper met God te zijn en Gods volmaaktheid in het materiële heelal tot uitdrukking te brengen. Een ziel is gemaakt om Gods koninkrijk op aarde te brengen. Dit kan het alleen door de kracht van de Heilige Geest doen.
• De Heilige Geest is de levenkracht zelf en zonder een voortdurende stroom van de Heilige Geest zou niets kunnen overleven. De rol van de Heilige Geest is Gods volmaaktheid in het materiële heelal tot uitdrukking te brengen. Dat doet het door een constante staat van groei te bewaren, een groei die in evenwicht is omdat het de volmaakte visie van de Zoon uitdrukt, een visie die de volmaakte polariteit tussen de uitbreidende en samentrekkende krachten van de Vader-Moeder God in zich verenigd. De Heilige Geest is toegewijd zichzelf in volmaakte overeen-stemming met de wetten van God uit te drukken.
De stroom van energie
Het cijfer 8 dat de bovenste en de onderste figuur (rechts) omgeeft, vertegenwoordigt de energiestroom van je IK BEN Aanwezigheid naar je lagere wezen. Wanneer je in het dualiteitbewustzijn verloren bent, zul je de geestelijke energieën misbruiken en kunnen ze niet naar de geestelijke wereld terug opstijgen. Deze energieën worden je karma en de misbruikte energie verzamelt zich in je vier lagere lichamen.
Moeder Maria legt uit dat alles in de vormwereld ontstaan is als gevolg van de interactie van twee polariteiten, namelijk de uitbreidende kracht van de vader en de samentrekkende kracht van de moeder. Om elke vorm duurzaam te laten zijn, moeten deze twee polariteiten in een dynamisch evenwicht gehouden worden. Op kosmische schaal is de Christusgeest de factor die bedoeld is deze balans te creëren en te onderhouden.
Het huis van mijn Vader heeft vele woningen
De eenvoudige waarheid is dat het hele universum gemaakt is van één basissubstantie. In het verleden werd deze substantie ether genoemd. Het denkbeeld van een ether was al eeuwen lang bekend in het Boeddhisme en andere filosofieën. In het middeleeuwse Europa was het bekend bij de alchemisten, die in sommige gevallen de eerste echte experimentele wetenschappers waren. Zelfs natuurkundigen gebruikten het begrip ether totdat een ongelukkig experiment de fysieke aspecten van de ether niet aan het licht kon brengen. Deze gevolgen werden niet waargenomen omdat ether geen fysieke kenmerken heeft. Vervolgens verlieten de meeste wetenschappers het idee van een ether en dit was een nogal jammerlijke omweg voor de wetenschap. Het gevolg van deze omweg is dat wetenschappers energie niet helemaal kunnen begrijpen. Ze weten dat energie trilling of vibratie is, maar ze kunnen niet volledig begrijpen dat er alleen trilling kan bestaan als er iets is dat kan trillen. Er kan geen golf zijn, tenzij je een oceaan hebt. Daarom kunnen er geen energiegolven zijn, en dus geen materieel heelal, tenzij je een oceaan van iets hebt, dat kan trillen.
Wat in werkelijkheid trilt, is de basissubstantie die God gebruikte om de hele vormwereld te scheppen. Die substantie wordt beschreven in de bijbel in de uitspraak, ‘En God zei, laat er licht zijn’.
Moeder Maria legt uit dat alles in de vormwereld ontstaan is als gevolg van de interactie van twee polariteiten, namelijk de uitbreidende kracht van de vader en de samentrekkende kracht van de moeder. Om elke vorm duurzaam te laten zijn, moeten deze twee polariteiten in een dynamisch evenwicht gehouden worden. Op kosmische schaal is de Christusgeest de factor die bedoeld is deze balans te creëren en te onderhouden.

René Meijer boek De Ether Bestaat! (p. ii):
In die aanvankelijke aantrekking tot elkaar waardoor er leven wordt verwekt, er schepping is, en er daarna ook weer afstoting of vernietiging is, is er dus sprake van zowel een cyclisch als een lineair aspect van de beweging van de materie die we als de werking van de tijd omschrijven.
In feite betreft het twee effecten van de werking van de tijd die er zijn als fundamentele natuurkrachten:
de expanderende en de contraherende kracht; de centrifugale en de centripetale kracht, de middelpuntvliedende en de middelpuntzoekende kracht van de lineaire en de cyclische tijd.

René Meijer: Laten we deze fundamentele gedachtengang voor het nieuwe paradigma (Ether-paradigma) nog een keer doorlopen: in het begin van de schepping is er eerst het niets, 'het slapen van God' zeg maar, dan is er 'wakker' de lineaire tijd van de uitdijende tijdruimte: de donkere energie, de pure tijdenergie die enkel maar lineair de uitbreiding is. Dan ontstaat uit die lineaire tijd, door een verstoord evenwicht, door een gebroken symmetrie, een tegenkracht, de cyclische tijd, als een opsplitsing t.o.v. die oerether. Zo ontstaat dan vanuit de tijdruimte de driedimensionale ruimte die vol is met gravitonen of wervelingen van de cyclische tijd, pure tijdwervelingen dus van de oerether. Deze laatste fase van lichtmanifestatie is wat in de tijdlijn wordt weergegeven van het kosmisch bestel zoals de huidige wetenschap die zich die voorstelt. Daarin is er manifestatie vanaf het begin en is de donkere energie er pas later. Maar in een hiërarchische visie zoals hier gepresenteerd gaan er fasen aan vooraf en gaat de donkere energie vooraf aan de manifestatie. Deze gaat van E=T.e2 naar E=T.d2: de tijd die expandeert (e2) wordt eerst driedimensionaal (d2). Dan pas materialiseert vervolgens de materie zich als een verdere opsplitsing van de gravitonen in de universele (secundaire) ruimte: ze vormen dan de lokale ethersferen van de gekromde (tertiaire) ruimte.

====

Middelpuntvliedend en Middelpuntzoekend (2e Dimensie, Complementariteit, Wederkerigheid)

Freek van Leeuwen: onderscheidt, net als het 5D-concept ‘Geest - Ziel - Lichaam’. Het 5Denkraam sluit op zijn boek De Levensweg aan en maakt van zijn ‘verklarende woordenlijst’, de begrippen Aantrekking, Afstoting, Middelpuntvliedend en Middelpuntzoekend gebruik.
De middelpuntvliedende en middelpuntzoekende toestand van kracht zijn twee oereigenschappen van de geest. De geest is in wezen een bewuste kracht. De geest is de levenskracht, die zich van zichzelf en van onderwerpen om zich heen, bewust kan zijn. In de geestelijke wereld zijn deze oereigenschappen herkenbaar als geestelijk licht en geestelijke warmte, waarbij de kracht zich voordoet als warmte en het bewust zijn als licht. Als de geest als levenskracht in beweging komt, verschijnt in de geest het licht; met andere woorden: de warmte is de bron van het licht. Het geestelijke licht en de geestelijke warmte kunnen beide in twee, tegenovergestelde toestanden voorkomen: in een vormbare, doordringbare, vrouwelijke toestand van de geest en in een zelfvormende, doordringende, mannelijke toestand van de geest. In de ontvankelijke, vormbare, vrouwelijke toestand van de geest oefent de geest een aantrekkende kracht uit op de omgeving. De geest wil zich door de omgeving laten doordringen. In deze toestand is de werkzaamheid van de geest middelpuntzoekend en daardoor ingekeerd. Door de ingekeerde instelling is de werkzaamheid van de geest gericht op het persoonlijke en is daardoor gemeenschapsvormend met andere personen. In de zelfvormende, doordringende, mannelijke toestand van de geest oefent de geest een afstotende kracht uit op de omgeving. De geest wil de omgeving doordringen om er een plaats in te nemen. In deze toestand is de werkzaamheid van de geest middelpuntvliedend en daardoor uitgekeerd. Door de uitgekeerde instelling is de werkzaamheid van de geest gericht op de onpersoonlijke, stoffelijke buitenwereld en op een zelfstandige plaats daarin.

Deze wezenlijke eigenschappen van de geest komen tot uitdrukking in de eigenschappen van het atoom, de bouwsteen van de stoffelijke schepping, geschapen door de algeest. De in het midden rustende kern is vrouwelijk, de in de ruimte er omheen bewegende electronen zijn mannelijk. De kern bestaat uit een groep protonen die samen een gemeenschap vormen, de electronen zijn zelfstandig en bewegen zich vrij om de kern. De electronen worden door de kern aangetrokken door de middelpuntzoekende, ingekeerde kracht; de electronen blijven om de kern bewegen door hun afstotende, middelpuntvliedende, uitgekeerde kracht. Zolang beide krachten even groot zijn en daardoor in evenwicht, blijven de electronen om de kern draaien: ze vallen even snel naar de kern terug als ze er door hun beweging vanaf zouden vliegen.

G. de Purucker Beginselen van de Esoterische Filosofie Een toelichting op De Geheime Leer van H.P. Blavatsky
Hoofdstuk 5 De esoterische leringen en de nevelvlektheorie, Goden achter de kosmos: waarom de natuur onvolmaakt is. (p. 56):
De snelheid van deze ronddraaiende beweging nam zo sterk toe, dat op een bepaald moment de middelpuntvliedende kracht de middelpuntzoekende of cohesiekracht overwon, waarop deze draaiende nevelvlek een ring afwierp die ook bleef ronddraaien en zich verdichtte, tot hij tenslotte een bolvormig lichaam of bol vormde die de buitenste planeet Neptunus werd. En zo ontstonden achtereenvolgens de andere planeten, terwijl de kern van de nevelvlek als onze zon overbleef. Kortom, naarmate de nevelvlek zich samentrok en haar stof verdichtte, herhaalde hetzelfde verschijnsel zich op dezelfde manier en zo werd de op één na buitenste planeet Uranus afgeworpen. Dat ging zo door totdat alle planeten als hemellichamen waren ontstaan.

H.P. Blavatsky Isis ontsluierd Deel 1 (p. 412):
Pythagoras onderwees dat het hele heelal één groot stelsel van wiskundig juiste combinaties is. Plato toont aan dat de godheid meetkundig te werk gaat. De wereld wordt gaande gehouden door dezelfde wet van evenwicht en harmonie, volgens welke ze is opgebouwd. De middelpuntzoekende kracht zou zich zonder de middelpuntvliedende kracht bij de harmonische omwentelingen van de bollen niet kunnen manifesteren; alle vormen zijn het product van deze tweevoudige kracht in de natuur. Ter verduidelijking van ons voorbeeld zouden we dus de geest de middelpuntvliedende en de ziel de middelpuntzoekende spirituele energieën kunnen noemen. Wanneer ze in volmaakte harmonie zijn, brengen beide krachten één gevolg teweeg; verbreek of beschadig de middelpuntzoekende beweging van de aardse ziel die naar het middelpunt neigt dat haar aantrekt, houd haar vooruitgang tegen door haar te belasten met een groter gewicht aan stof dan ze dragen kan, en de harmonie van het geheel, die haar leven was, wordt vernietigd.

H.P. Blavatsky Isis ontsluierd Deel 2 (p. 537):
Ze wilden ermee zeggen dat, wanneer de loop van de evolutie de werelden naar het laagste punt van grofheid had gevoerd, waar de aardbollen en hun voortbrengselen het grofst en hun bewoners het dierlijkst waren, het keerpunt was bereikt, en de krachten precies in evenwicht waren. Bij het laagste punt begon de nog steeds aanwezige goddelijke vonk van de geest vanbinnen de impuls te geven om de weg omhoog in te slaan. De weegschaal symboliseerde dat eeuwige evenwicht dat noodzakelijk is in een heelal, waarin harmonie en exacte rechtvaardigheid heersen, waarin de middelpuntzoekende en middelpuntvliedende krachten, duisternis en licht, geest en stof in balans zijn.
544: Als de vrouw voortkomt uit de linkerrib van de tweede Adam (van stof), wordt de zuivere Maagd gescheiden, vervalt ‘tot voortplanting’ of de neergaande cyclus en wordt Schorpioen1, het symbool van zonde en stof. Terwijl de opgaande cyclus verwijst naar de zuiver spirituele rassen, of de tien antedilu viale aartsvaders (de prajåpati’s en sefiroth),2 geleid door de scheppende godheid zelf, die Adam-Kadmon of Yod-heva is, is de lagere cyclus die van de aardse rassen die geleid worden door Henoch of Libra, het zevende, die, omdat hij halfgoddelijk en halfaards is, door God levend zou zijn weggenomen. Henoch, Hermes en Libra zijn één. Deze zijn allen de weegschaal van universele harmonie; rechtvaardigheid en evenwicht zijn geplaatst bij het centrale punt van de dierenriem. De grote hemelcirkel, die door Plato in zijn Timaeus zo goed wordt besproken, symboliseert het onbekende als een eenheid; en de kleinere cirkels, die door hun ver deling op het vlak van de dierenriem het kruis vormen, symboliseren op hun snijpunt het leven. De middelpuntvliedende en middelpuntzoekende krachten zijn als symbolen van goed en kwaad, geest en stof, leven en dood, ook de symbolen van de schepper en de vernietiger – Adam en Eva, of God en de duivel, zoals men gewoonlijk zegt. In zowel de subjectieve als de objectieve wereld zijn het de twee krachten die door hun eeuwige strijd het heelal van geest en stof in evenwicht houden.
544/545: De grote hemelcirkel, die door Plato in zijn
Timaeus zo goed wordt besproken, symboliseert het onbekende als een eenheid; en de kleinere cirkels, die door hun verdeling op het vlak van de dierenriem het kruis vormen, symboliseren op hun snijpunt het leven. De middelpuntvliedende en middelpuntzoekende krachten zijn als symbolen van goed en kwaad, geest en stof, leven en dood, ook de symbolen van de schepper en de vernietigerAdam en Eva, of God en de duivel, zoals men gewoonlijk zegt. In zowel de subjectieve als de objectieve wereld zijn het de twee krachten die door hun eeuwige strijd het heelal van geest en stof in evenwicht houden. Ze dwingen de planeten hun paden te volgen, en houden ze in hun elliptische banen, waardoor ze in hun omwenteling door de dierenriem het sterrenkundige kruis trekken. Had in hun strijd de middelpuntzoekende kracht de overhand, dan zou ze de planeten en de levende zielen naar de zon drijven, het symbool van de onzichtbare spirituele zon, de paramåtman, of grote universele ziel, hun vader; en had de middelpuntvliedende kracht de overhand dan zou ze zowel de planeten als de zielen'' de eenzame ruimte indrijven, ver van het lichtgevende hemellichaam van het objectieve heelal, weg van het spirituele rijk van verlossing en van eeuwig leven, en naar de chaos van de uiteindelijke kosmische en individuele vernietiging. Maar de Weegschaal is er, steeds gevoelig bij het snijpunt. Ze regelt de werking van de twee strijdenden, en de gecombineerde inspanningen van beiden laten de planeten en ‘levende zielen’ in hun omwenteling door de dierenriem en het leven een dubbele diagonale lijn volgen, en bewaren zó strikte harmonie in de zichtbare en onzichtbare hemel en aarde; de gedwongen éénheid van de twee verzoent geest en stof, en van Henoch wordt dan ook gezegd dat hij voor God staat als een ‘metatron’.

H.P. Blavatsky boek De SLEUTEL tot de THEOSOFIE (p. 137):
Tijdens iedere devachanische periode bekleedt de ego, alwetend als die per se is, zich als het ware met de reflectie van de voormalige “persoonlijkheid”. Ik heb zojuist verteld dat de ideële bloesem van alle abstractie en dus niet-sterfelijk en eeuwige kwaliteiten of eigenschappen, zoals de liefde en barmhartigheid, de liefde voor het goede, het ware en het schone, die ooit in het hart van de levende “persoonlijkheid” opwelden, zich na de dood aan de ego hechten en deze dus naar devachan volgen. De ego wordt dus tijdelijk de ideële reflectie van het menselijk wezen dat hij de laatste keer op aarde was, en die is niet alwetend.
175/176: Zoals al eerder gezegd (zie Isis Ontsluierd), kan de middelpuntzoekende kracht zich niet zonder de middelpuntvliedende kracht openbaren in de harmonische omwentelingen van de hemellichamen, en alle vormen en hun ontwikkeling zijn het produkt van deze tweevoudige kracht in de natuur. Nu is de geest (of buddhi) de middelpuntvliedende kracht en de ziel (manas) de middelpuntzoekende geestelijke energie; en om één resultaat voort te brengen, moeten zij in volmaakte eenheid en harmonie zijn.
Het persoonlijke leven, of misschien liever de ideële weerspiegeling ervan, kan alleen worden voortgezet als het in elke wedergeboorte of elk persoonlijk leven wordt geschraagd door de tweevoudige kracht, d.w.z. door de nauwe vereniging van buddhi en manas.

De oplossing van de unificatietheorie wordt niet gevonden in het elementaire deeltje maar in de ruimte die de elementaire deeltjes van elkaar scheidt.

Deze stelling is gebaseerd op De Geheime Leer, Deel I (p. 563): ‘De kracht is daarom niet in het atoom maar in de ruimte die de atomen van elkaar scheidt.

De Geheime Leer Deel I Stanza 7 De voorvaderen van de mens op aarde (p. 263):
Maar het woord ‘ferouer’ moet niet in deze zin worden opgevat, want het betekent eenvoudig het tegenovergestelde of de keerzijde van een eigenschap of hoedanigheid. Als de occultist dus zegt, dat de ‘duivel de schaduwzijde van god is’ (het kwaad, de keerzijde van de medaille), bedoelt hij niet twee afzonderlijke werkelijkheden, maar de twee aspecten of facetten van dezelfde Eenheid. Maar de beste mens die er is, zou naast een Aartsengel – zoals de theologie die beschrijft – een duivel schijnen. Dit is dan ook beslist een reden om een lager ‘dubbel’, dat veel dieper in de stof is ondergedompeld dan zijn origineel, geringer te schatten. Maar er is nog steeds weinig aanleiding hen als duivels te beschouwen, en dit is precies wat de rooms-katholieken tegen alle reden en logica in doen.
294/295: Zo verlopen de cyclussen van de zevenvoudige evolutie in de zeventallige natuur: de geestelijke of goddelijke; de psychische of halfgoddelijke; de verstandelijke, die van de hartstochten, de instinctieve of cognitieve; de halflichamelijke en de zuiver stoffelijke of fysieke natuur. Deze evolueren en vorderen alle cyclisch; ze gaan op twee manieren in elkaar over, middelpuntvliedend en middelpuntzoekend; ze zijn in hun diepste essentie één, maar zeven in hun aspecten. Het laagste aspect is natuurlijk afhankelijk van en ondergeschikt aan onze vijf fysieke zintuigen51.
51) Waarvan er in werkelijkheid zeven zijn, zoals later op gezag van de oudste Upanishads zal worden aangetoond.
Tot dusver ging het over het individuele, menselijke, waarnemende, dierlijke en plantaardige leven; elk de microkosmos van zijn hogere macrokosmos. Hetzelfde geldt voor het Heelal, dat zich periodiek manifesteert ten behoeve van de gezamenlijke vooruitgang van de talloze levens, de uitademingen van het Ene Leven; opdat door het eeuwig wordende elk kosmisch atoom in dit oneindige Heelal – terwijl het uitgaande van het vormloze en het niet-stoffelijke, via de gemengde naturen van het half-aardse, tot volledig ontwikkelde stof wordt, en dan weer terugkeert en in elk nieuw tijdperk hoger en dichter bij het einddoel komt – door individuele verdienste en inspanning dat gebied kan bereiken waarop het opnieuw het ene onvoorwaardelijke AL wordt. Maar tussen de alfa en de omega is er het moeizame ‘pad’, omgeven door doornen, dat ‘eerst naar beneden voert en dan
Steeds omhoog kronkelt
Ja, tot het einde toe. . . .’
De pelgrim, die de lange reis onbevlekt is begonnen, die steeds verder is afgedaald in de zondige stof, en zich heeft verbonden met elk atoom in de gemanifesteerde Ruimte, die elke levens- en bestaansvorm heeft doorworsteld en daarin heeft geleden, is nog maar tot de bodem van het dal van de stof gekomen, halverwege zijn cyclus, als hij zich heeft vereenzelvigd met de collectieve mensheid. Deze heeft hij naar zijn eigen beeld gemaakt.
De Geheime Leer Deel I Samenvatting (p. 309):
Alle christelijke kabbalisten hebben de volgende oosterse kerngedachte goed begrepen: de actieve kracht, de ‘eeuwigdurende beweging van de grote adem’, doet de Kosmos bij de dageraad van ieder nieuw tijdperk slechts ontwaken en zet deze in beweging door middel van de twee tegengestelde krachten6, en veroorzaakt zo, dat hij objectief waarneembaar wordt op het gebied van de illusie. Met andere woorden, die tweeledige beweging brengt de Kosmos van het gebied van het eeuwige ideële over naar dat van de eindige manifestatie, of van het noumenale naar het fenomenale gebied. Alles wat is, was en zal zijn, IS eeuwig, zelfs de ontelbare vormen, die alleen eindig en vergankelijk zijn in hun objectieve, maar niet in hun ideële vorm. Ze bestonden als ideeën in de eeuwigheid7 en wanneer ze heengaan, zullen ze als weerspiegelingen blijven bestaan. Noch de vorm van de mens, noch die van een dier, plant of steen is ooit geschapen, en pas op ons gebied begon deze vorm te ‘worden’, d.w.z. zich te objectiveren tot zijn huidige mate van stoffelijkheid, of zich van binnen naar buiten uit te breiden, van de meest verfijnde en bovenzinnelijke essentie tot zijn meest grove verschijning.
6) De middelpuntzoekende en de middelpuntvliedende krachten, die mannelijk en vrouwelijk zijn, positief en negatief, fysiek en geestelijk; en deze twee vormen de ene oorspronkelijke KRACHT.
De Geheime Leer Deel I, Hoofdstuk 11 Demon est deus inversus (p. 456):
In de menselijke natuur wijst het kwade alleen op de polariteit van stof en geest, een strijd om het bestaan tussen de twee gemanifesteerde beginselen in Ruimte en tijd; deze beginselen zijn uit zichzelf één, omdat ze zijn geworteld in het Absolute. In de Kosmos moet het evenwicht bewaard blijven. De werkingen van de twee tegengestelden brengen harmonie voort, evenals de middelpuntzoekende en middelpuntvliedende krachten, die onderling afhankelijk en voor elkaar noodzakelijk zijn – ‘opdat beide kunnen leven’. Indien de ene wordt tegengehouden, zal de werking van de andere onmiddellijk tot zelfvernietiging leiden.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 6 |De maskers van de wetenschap (p. 562/563):
Dit mag waar zijn in de wereld van de verschijnselen, voorzover de bedrieglijke weerspiegeling van de ene werkelijkheid van de bovenzinnelijke wereld waar mag lijken in de bekrompen opvattingen van een materialist. Het is volkomen onjuist, als de redenering wordt toegepast op dingen in wat de kabbalisten de bovenaardse sferen noemen.
De zogenaamde inertie is volgens Newton ‘kracht’ (Princ. Def. iii), en voor de beoefenaar van de esoterische wetenschappen de belangrijkste van de occulte krachten. Men kan een lichaam slechts als begrip, en alleen op dit gebied van illusie, beschouwen als afgescheiden van zijn relaties tot andere lichamen – die volgens de natuurkunde en de mechanica zijn eigenschappen veroorzaken. In feite kan het nooit hiervan worden gescheiden: zelfs de dood is niet in staat het lichaam los te maken van zijn relatie met de universele krachten, waarvan de ene kracht of het ene leven de synthese is, maar het zet zo’n onderling verband eenvoudig op een ander gebied voort. Maar als Stallo gelijk heeft, wat kan dr. James Croll dan bedoelen als hij in zijn artikel ‘On the Transformation of Gravity’ (Philosophical Magazine, Deel II, blz. 252) de opvattingen naar voren brengt, die door Faraday, Waterston en anderen worden verdedigd? Want hij zegt heel duidelijk dat de zwaartekracht: ‘. . . een kracht is die de Ruimte buiten de lichamen doordringt, en dat de kracht niet groter wordt als de lichamen elkaar naderen, zoals in het algemeen wordt verondersteld, maar dat de lichamen alleen maar gaan naar een plaats waar de kracht met grotere intensiteit bestaat . . .’ Niemand zal ontkennen dat een kracht (of het nu zwaartekracht, elektriciteit of een andere kracht is), die buiten de lichamen en in de open ruimte bestaat – of het nu ether of een vacuüm betreft – iets moet zijn en niet een zuiver niets, wanneer deze los van een massa wordt gedacht.
563: ‘De kracht is daarom niet in het atoom maar in de ruimte die de atomen van elkaar scheidt.
De Geheime Leer Deel I hoofdstuk 6 De maskers van de wetenschap Fysica of metafysica? (p. 563):
De hierboven aangehaalde opvattingen, die werden geuit door twee wetenschappers die in eigen land een vooraanstaande positie innemen, bewijzen dat het volstrekt niet onwetenschappelijk is over de stoffelijkheid van de zogenaamde krachten te spreken. Deze kracht, die in de toekomst met de een of andere bijzondere naam zal worden aangegeven, is een soort substantie en kan niet iets anders zijn. Misschien zal de wetenschap eens de eerste zijn om de bespotte naam phlogiston weer in te voeren. Wat de toekomstige naam die men eraan geeft ook mag zijn, de bewering dat zich in de atomen geen kracht bevindt, maar alleen in ‘de ruimte ertussen’, mag wetenschappelijk genoeg zijn, maar is toch niet waar.
Voor een occultist staat dit gelijk met de uitspraak dat er zich geen water in de druppels bevindt waaruit de oceaan is samengesteld, maar alleen in de ruimte tussen die druppels!
De tegenwerping dat er twee verschillende scholen van natuurkundigen zijn, waarvan er één ‘aanneemt dat kracht een onafhankelijke stoffelijke entiteit is, die GEEN eigenschap van de stof is en ook niet in wezen met de stof is verbonden’6, zal de oningewijde nauwelijks helpen een duidelijker inzicht te krijgen. Zij is er integendeel meer op gericht om deze kwestie verwarder te maken dan ooit. Want kracht is dan noch het ene noch het andere. Door haar als ‘een onafhankelijke stoffelijke entiteit’ te beschouwen, reikt deze theorie de hand van vriendschap aan het occultisme, terwijl de vreemde tegenstrijdige gedachte dat kracht niet in verband staat met de stof, ‘behalve door haar vermogen erop in te werken’7, de natuurwetenschap brengt tot de meest dwaze tegenstrijdige hypothesen. Of het nu ‘kracht’ of ‘beweging’ is (het occultisme, dat geen verschil tussen beide ziet, probeert ze nooit te scheiden), zij kan niet voor de aanhangers van de mechanische atoomtheorie op de ene manier werken en voor die van de concurrerende school op een andere manier.
6) Concepts of Modern Physics, xxxi, Inleiding tot de tweede druk.
7) Loc. cit.
569:
Duidelijker gezegd, geen van deze zogenaamde ‘krachten’ zijn vaste stoffen, gassen of vloeistoffen. Als het niet schoolmeesterachtig leek, zou een occultist er zelfs bezwaar tegen maken dat elektriciteit een fluïdum zou worden genoemd – omdat zij een gevolg is en geen oorzaak. Maar haar noumenon zou volgens hem een bewuste oorzaak zijn. Hetzelfde geldt in het geval van ‘kracht’ en van het ‘atoom’. Laten we zien wat een eminent academicus, de scheikundige Butlerof, over deze twee abstracties had te zeggen.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 13 Wetenschappelijke en esoterische bewijzen voor en bezwaren tegen de moderne nevelvlektheorie (p. 656/657):
‘Daarom zeggen zij (de adepten) dat de grote geleerden van het westen, die . . . nagenoeg niets weten van komeetstof, middelpuntvliedende en middelpuntzoekende krachten, de aard van de nevelvlekken of de fysieke samenstelling van de zon, de sterren of zelfs de maan, onvoorzichtig zijn om met zoveel zelfvertrouwen te spreken over de ‘centrale massa van de zon’, die planeten, kometen en wat al niet de ruimte in slingert . . .’ ‘Wij beweren dat hij (de zon) alleen het levensbeginsel ontwikkelt, de ziel van die lichamen, dat hij dit in ons zonnestelsel als de ‘universele levengever’ schenkt en terugontvangt . . . in oneindigheid en eeuwigheid; dat het zonnestelsel evengoed de microkosmos van de ENE macrokosmos is, als de mens dit eerstgenoemde is in vergelijking met zijn eigen kleine zonnekosmos5.’
5)Five Years of Theosophy, blz. 249-50: ‘Ontkennen de adepten de nevelvlektheorie?’

H.P. Blavatsky Een toelichting op de De geheime leer: stanza’s I-IV
37/38: Vr. Wanneer de zoon tijdens een manvantara bestaat of is ontwaakt, bestaat de vader-moeder dan zelfstandig, of alleen als gemanifesteerd in de zoon?
Antw. Bij het gebruik van de termen vader, moeder en zoon moeten we ervoor oppassen dit denkbeeld niet te vermenselijken; de eerstgenoemde twee zijn eenvoudig de middelpuntvliedende en middelpuntzoekende krachten en het voortbrengsel daarvan is de ‘zoon’; bovendien is het onmogelijk een van deze factoren uit de opvatting in de esoterische filosofie weg te laten.
Vr. Als dat zo is, dan komt het volgende punt: men kan zich middelpuntvliedende en middelpuntzoekende krachten voorstellen die onafhankelijk bestaan van de gevolgen, die ze voortbrengen. De gevolgen worden altijd beschouwd als ondergeschikt aan de oorzaak of oorzaken.
Antw. Het valt te betwijfelen of zo’n opvatting kan worden volgehouden in of toegepast op onze symboliek; als deze krachten bestaan, moeten ze gevolgen teweegbrengen en als de gevolgen ervan ophouden, dan houden de krachten daarmee ook op, want wie zal ze dan nog kennen?

H.P. Blavatsky: Deel II Stanza 1 Het begin van bewust leven (p. 25/26:)
In zijn eerste gemanifesteerde aspect hebben wij het zien worden: (1) in de sfeer van objectiviteit en fysica, de oorspronkelijke substantie en kracht (middelpuntzoekend en middelpuntvliedend, positief en negatief, mannelijk en vrouwelijk, enz.); (2) in de wereld van de metafysica, de GEEST VAN HET HEELAL of kosmische verbeeldingskracht, door sommige de LOGOS genoemd.
Deze LOGOS is de top van de driehoek van Pythagoras. Wanneer de driehoek volledig is, wordt hij de Tetraktis, of de driehoek in het vierkant, en wordt het tweevoudige symbool van het vierletterige tetragrammaton in de gemanifesteerde Kosmos, en van zijn fundamentele drievoudige STRAAL in het niet-gemanifesteerde, of zijn noumenon. Meer metafysisch uitgedrukt, wordt de hier genoemde classificatie van kosmische grondbeginselen meer voor het gemak gegeven dan wegens haar absolute filosofische nauwkeurigheid. Bij het begin van een groot manvantara manifesteert Parabrahm zich als Mulaprakriti en vervolgens als de logos. Deze logos is gelijkwaardig aan het ‘onbewuste universele denkvermogen’, enz. van de westerse pantheïsten. Hij vormt de basis van de SUBJECT-kant van het gemanifesteerde Zijn, en is de bron van alle manifestaties van individueel bewustzijn. Mulaprakriti of oorspronkelijke kosmische substantie is de grondslag van de OBJECT-kant van de dingen – de basis van alle objectieve evolutie en van het ontstaan van de Kosmos. Kracht komt dus niet met de oorspronkelijke substantie uit de verborgenheid van Parabrahm te voorschijn. Zij is de omzetting in energie van de boven-bewuste gedachte van de logos, om zo te zeggen uit de potentiële verborgenheid in de ene Werkelijkheid gegoten in de objectivering van de logos.
De Geheime Leer Deel II Stanza 7 Tor de eerste mansenrassen (p. 190):
Maar terwijl de mens nog niet bekend was met zijn voortplantingsvermogens op menselijk gebied (vóór zijn val, zoals iemand die in Adam gelooft, zou zeggen), werd al deze levenskracht, die in ruime kring om hem heen was verspreid, door de Natuur gebruikt om de eerste zoogdiervormen voort te brengen. Evolutie is een eeuwige cyclus van wording, wordt ons geleerd; en de natuur laat geen atoom ongebruikt. Bovendien streeft vanaf het begin van de Ronde alles in de Natuur ernaar mens te worden. Alle impulsen van de tweevoudige middelpuntzoekende en middelpuntvliedende kracht zijn gericht op één punt – de MENS. De vooruitgang in de opeenvolging van de wezens, zegt Agassiz, ‘bestaat in een toenemende gelijksoortigheid van de levende fauna en bij de gewervelde dieren in het bijzonder in het steeds meer gelijken op de mens. De mens is het doel waarnaar de hele dierlijke schepping vanaf het eerste verschijnen van de eerste paleozoïsche vissen heeft gestreefd.’
De Geheime Leer Deel II Stanza 10 De geschiedenis van het vierde ras (p.276):
‘Satan of Lucifer vertegenwoordigt de actieve of, zoals Jules Baissac het noemt, de ‘middelpuntvliedende energie van het Heelal’ in kosmische zin. Hij is vuur, licht, leven, strijd, inspanning, gedachte, bewustzijn, vooruitgang, beschaving, vrijheid, onafhankelijkheid. Tegelijkertijd is hij pijn, de reactie op de vreugde van de daad, en dood – de omwenteling van het leven – satan, die brandt in zijn eigen hel, voortgebracht door de heftigheid van zijn eigen stuwkracht – de expansieve ontbinding van de nevelvlek, die zich moet verdichten tot nieuwe werelden. En terecht wordt hij telkens opnieuw weerhouden door de eeuwige inertie van de passieve energie van de Kosmos – het onverbiddelijke ‘IK BEN’ – de vuursteen waaruit de vonken worden geslagen. Terecht worden hij . . . en zijn aanhangers . . . prijsgegeven aan de ‘zee van vuur’, want in de zon (in de kosmische allegorie in slechts één betekenis), de levensbron in ons stelsel, worden zij gezuiverd (ontbonden) en gekarnd om ze voor een nieuw leven (de opstanding) geschikt te maken; die zon die, als de oorsprong van het actieve beginsel van onze aarde, tegelijk het thuis en de oorsprong van de wereldlijke satan is .’ De juistheid van de algemene theorie van Baissac (in Le Diable et Satan) blijkt verder uit het bekende feit dat koude een ‘middelpuntzoekende’ werking heeft.
De Geheime Leer Deel II Stanza 12 Het vijfde ras. Goddelijke leermeesters (p.439):
Satan vertegenwoordigt metafysisch eenvoudig het omgekeerde of de tegengestelde pool van alles in de natuur22. Hij is allegorisch de ‘tegenstander’, de ‘moordenaar’ en de grote vijand van alles, omdat er in het gehele heelal niets is dat niet twee kanten heeft – de keerzijden van dezelfde medaille. Maar in dat geval kunnen licht, goedheid, schoonheid, enz. met evenveel recht satan worden genoemd als de duivel, omdat zij de tegenstanders zijn van duisternis, slechtheid en lelijkheid. En nu zullen de filosofie en de logische grondslag van bepaalde vroege christelijke sekten – die ketters werden genoemd en werden beschouwd als de gruwel van hun tijd – begrijpelijker worden. Wij gaan misschien begrijpen hoe het kwam dat de sekte van de SATANISTEN werd verguisd en zonder enige hoop op rehabilitatie in de toekomst in de ban werd gedaan; zij hielden namelijk hun leringen geheim. Hoe de KAÏNIETEN op grond van hetzelfde beginsel werden verguisd, en zelfs de (Judas) ISCARIOTTEN; want de ware aard van deze apostel en verrader is voor de rechtbank van de mensheid nooit op de juiste manier weergegeven.
22) In de demonologie is satan de leider van de oppositie in de hel, waarvan Beëlzebub de vorst was. Hij behoort tot de vijfde soort of klasse van demonen (waarvan er volgens de middeleeuwse demonologie negen zijn) en hij staat aan het hoofd van heksen en tovenaars. Maar zie in de tekst de ware betekenis van Baphomet, de satan met de geitenkop, die één is met Azazel, de zondebok van Israël. De Natuur is de god PAN.

Het bewustwordingsproces bestaat uit de uitwisseling tussen materie en geest, tussen lagere en hogere Triade, tussen chaos en harmonie, tussen navel (Epithumia) en hart (Thumos), tussen het vrouwelijk en het mannelijk (4. Veerkrachtig), tussen 'Chaos, Gaia en Eros' en het 'Goede, Ware en Schone', tussen begin en het einde, tussen Alpha en Omega.
De Goddelijke liefde Eros (thumos) zorgt voor het verbinden terwijl daarentegen de omgekeerde weerkaatsing van Eros (Epithumia) voor het scheiden zorgdraagt. De negatieve betekenis van Eros staat voor wellust, driftleven, epithumia.

====

Triade ('3e Dimensie en 5e Dimensie', Akasa, Akasha, Brein, Chaostheorie)

Eenheid van Geest en stof. Alles om ons heen wat zichtbaar is of zichtbaar kan worden gemaakt behoort tot de stoffelijke werkelijkheid: materie en energie. Er is ook heel veel materie en energie die niet zichtbaar is voor ons, doordat er geen voor ons waarneembare straling wordt uitgezonden. Men veronderstelt dat er ongeveer 25 keer zoveel onzichtbare (donkere) materie en onzichtbare (donkere) energie in het heelal is als zichtbare. Het onderscheid tussen donkere materie en donkere energie is nog onduidelijk.

Een wezenlijk verschil tussen materie en energie is er eigenlijk niet. Materie is dat deel van de stoffelijke werkelijkheid waarin energie tijdelijk is vastgelegd. Daarnaast is er zogenaamde vrije energie. Energie en materie zijn in een voortdurend dynamisch evenwicht. De beroemde formule van Einstein e=m.c² geeft de betrekking weer: energie is massa maal het kwadraat van de lichtsnelheid of anders gezegd: massa is energie gedeeld door het kwadraat van de lichtsnelheid.

H.P. Blavatsky: De Geheime Leer Deel I Stanza 6 Onze wereld, haar groei en ontwikkeling (p. 178):
We moeten toegeven dat tussen deze twee gebieden van stof een onophoudelijke circulatie plaatsvindt, en als we de atomen en moleculen van (zeg) het laagste gebied volgen bij hun transformatie in opgaande richting, dan zullen deze op een punt komen, waarop ze geheel buiten het bereik vallen van de vermogens die we op het lagere gebied gebruiken. In feite verdwijnt daar de stof van het lagere gebied voor onze waarneming in het niet – of liever, zij gaat over naar het hogere gebied; en de toestand van de stof die correspondeert met zo’n punt van overgang, moet ongetwijfeld bijzondere en niet gemakkelijk te ontdekken eigenschappen bezitten. Fohat brengt ‘zeven’ van ‘dergelijke neutrale middelpunten’15 voort, en zet de stof tot werkzaamheid en ontwikkeling aan, wanneer – zoals Milton zegt – :
‘Goede grondslagen (zijn) gelegd om op te bouwen . . .’
Het oeratoom (anu) kan niet worden vermenigvuldigd, noch in zijn toestand vóór de geboorte, noch als eerstgeborene; daarom wordt het ‘TOTAALSOM’ genoemd, natuurlijk figuurlijk opgevat, omdat die ‘TOTAALSOM’ onbegrensd is. (Zie het Aanhangsel bij dit Deel.) Wat voor de natuurkundige, die alleen maar de wereld van zichtbare oorzaken en gevolgen kent, de afgrond van het niets is, is voor de occultist de grenzeloze Ruimte van het goddelijke plenum.
15) Dit is volgens ons de naam die door Keely uit Philadelphia is gegeven aan wat hij noemt de ‘etherische centra’. Keely is de uitvinder van de beroemde ‘motor’ die, zoals zijn bewonderaars hoopten, was bestemd om een omwenteling in de wereld te veroorzaken op het punt van de motorische kracht.
De Geheime Leer Deel I Stanza 7 Akâsa en ether (p. 283):
Kortom, Akâsa is de ‘schepper’ of het goddelijke denkvermogen in scheppende werkzaamheid, ‘de oorzaak van alle dingen’. Hij is de ‘eerstgeborene’, over wie de Purana’s ons mededelen dat ‘mahat en stof de innerlijke en uiterlijke grenzen van het Heelal zijn’, of in onze taal, de negatieve en de positieve polen van de tweevoudige natuur (abstract en concreet), want het Purana voegt eraan toe: ‘Op deze manier – zoals de zeven vormen (beginselen) van prakriti worden geteld van mahat tot de aarde – zo keren bij het aanbreken van pralaya (pratyahara) deze zeven achtereenvolgens in elkaar terug.

Deel I, hoofdstuk De kracht van de toekomst (p. 621):
Als men vraagt waarom Keely een bepaalde grens niet mocht overschrijden, is het antwoord eenvoudig; omdat wat hij onbewust ontdekte, de verschrikkelijke siderische kracht is, die bekend was aan de Atlantiërs en door hen mash-mak werd genoemd, en door de Arische rishi’s in hun Ashtar Vidyā werd aangeduid met een naam die wij liever niet geven. Het is het vril van Bulwer Lyttons Coming Race en van de toekomstige rassen van onze mensheid. De naam vril kan wel een verzinsel zijn, de kracht zelf is een feit, waaraan in India even weinig wordt getwijfeld als aan het bestaan van hun rishi’s, omdat zij in alle geheime boeken wordt genoemd.
622: Wat Keely al heeft gedaan, is buitengewoon groots en geweldig. Hij heeft er nog werk genoeg aan om zijn nieuwe systeem uiteen te zetten en om ‘de trots van die materialistische wetenschappers te matigen door de geheimen openbaar te maken, die achter de wereld van de stof liggen’, zonder deze nolens volens aan iedereen te onthullen. Want psychisten en spiritualisten, waarvan er in de Europese legers een flink aantal zijn, zouden toch de eersten zijn om persoonlijk de gevolgen van de onthulling van zulke geheimen te ondervinden. Duizenden van hen zouden zich (misschien samen met de bevolkingen van hele landen om hen gezelschap te houden) al heel snel in de blauwe ether bevinden, als zo’n kracht zelfs maar volledig ontdekt, laat staan publiek bekend werd. Voor de volledige ontdekking is het enige duizenden jaren te vroeg – of zullen we zeggen honderdduizend? Zij zal pas op haar juiste plaats en tijd zijn, als de grote razende vloedgolf van hongersnood, ellende en onderbetaalde arbeid is weggeëbd – zoals zal gebeuren, wanneer gelukkig eindelijk in de rechtmatige verlangens van de velen wordt voorzien; als het proletariaat alleen in naam zal bestaan en het meelijwekkende geroep om brood, dat onverhoord door de wereld klinkt, is weggestorven. Dit kan worden verhaast door het verbreiden van kennis en door nieuwe mogelijkheden voor werk en emigratie, met betere vooruitzichten dan nu bestaan, en op een nieuw continent dat misschien zal verschijnen. Pas dan zal er vraag zijn naar de ‘motor en de kracht van Keely’, zoals deze oorspronkelijk door hem en zijn vrienden werd gedacht, omdat de armen deze meer nodig zullen hebben dan de rijken.
Intussen zal de door hem ontdekte kracht door middel van draden werken en dit zal, als hij daarin slaagt, geheel voldoende zijn om hem in de huidige generatie tot de grootste ontdekker van deze eeuw te maken.

John Consemulder BLAUWDRUK de multidimensionale werkelijkheid van creatie en manifestatie (p. 136):
Keely’s geheim heeft te maken met de vermeerdering van energie, het isoleren van de aether en het toepassen van dynasferische kracht op werktuigen. Blavatsky vermeldde dat ‘de ontdekking van Keely zou leiden tot de kennis van een van de meest occulte geheimen’.
166: Onlangs is er New Science Magazine namelijk een artikel over ‘the fractal universe’ verschenen. Dan Winter merkt hierover op dat het fractale universum nu alleen nog maar door wetenschappers verbonden hoeft te worden met de fractale structuur van het vacuüm en de fractale oorzaak van de versnellingen van geladen deeltjes door compressie en zelfs van zwaartekracht om de werkelijkheid beter te begrijpen. Dan Winter ziet een fractal als een fase-geconjugeerd diëlektrisch medium waarbinnen DNA communiceert en zich optimaal kan handhaven.

Jules Ruis het Bewustzijns Besturings Model: De rode draad door alle informatie is het woord 'fractal', een sterk groeiend begrip, dat naar verwachting de komende jaren ons leven en werken op vele fronten zal gaan beïnvloeden. Een klassiek voorbeeld van fractale structuur is de set van in elkaar passende Russische poppetjes, matruschka's genoemd. 'Fractals' zijn (van origine wiskundige) objecten van een ongekende schoonheid bestaande uit zich steeds herhalende patronen. Links ziet u enkele elkaar opvolgende voorbeelden van fractals. Wolken, kustlijnen,rivieren, maar ook planten en dieren, alsmede longen, bloedvaten en hersenen van de mens zijn voorbeelden van fractale structuren in de natuur. Zowel de stoffelijke als de levende natuur blijkt fractaal te zijn georganiseerd.
Deze grafische presentatie toont aan dat de fractale wereld is opgebouwd uit zich steeds herhalende patronen van interacterende (sub)systemen. Klassieke hiërarchische organisatiestructuren zullen de komende jaren vervangen gaan worden door fractale netwerken van relaties, beschikkend over een groot zelforganiserend en innoverend/aanpassend vermogen.

Het Bewustzijns Besturings Model maakt van vier gezichtspunten gebruik. De diapresentatie (2.1) laat zien dat van de besturingscyclus ‘Plan – Do – Check – Act’, de behoeftenhiërarchie van Maslow en de Kernkwaliteiten van Daniel Ofman gebruik wordt gemaakt. De Fractal-organisatie (4.) past tevens het cultuurdiagram van Harrison toe. Hoofdstuk 13: De cultuur in een organisatie is het geheel van waarden en normen, opvattingen en gedragingen van de medewerkers. Het betreft tevens de stijl van leidinggeven in een organisatie. In de fractal-organisatie brengen we de cultuur tot uitdrukking in de 'kleur' van de fractal. We onderscheiden in lijn met de indeling volgens Harrison vier dominante culturen: de blauwe machtscultuur, de rode persoonscultuur, de gele rolcultuur en de groene taakcultuur. Het gehele kleurenpallet doorloopt een vaste 'regenboog'.
Jules Ruis De Chaos getemd! Fractals: een Teken van Leven
Bij prof.dr.ir. Wim van Bokhoven van de TUE vond ik onverwacht bevestiging van wat ik zocht: de overtuiging, dat in de chaostheorie de geheimen van het leven zijn verborgen.
Ir. Poul Bakker van Company Coaching was onder de indruk van de beelden beschouwd als symbolen van samenwerking en conflict. Dr. Wim van Beers van bureau Schouten & Nelissen was zeer belangstellend naar een goed overdraagbare praktische toepassing. De KPMG-organisatie, in de personen van ir. Edward Butter, ir. Steven Olthof en drs. Robert Lubberding, bezorgde mij de inspiratie en uitdaging om de zogenaamde Julia-fractals verder te lijf te gaan. Hun visie om voor toekomstige organisaties het zingevings-vraagstuk centraal te stellen, overtuigde mij dat ik op de goede weg was.

Big Bang-hypothese versus 'Big Bounce en Big Crunch'-hypothese. Gerrit Teule licht in zijn artikel Enkele opmerkingen over energie, materie en geest de 'Big Bounce en Big Crunch'-hypothese toe.

De Snaartheorie verbindt de Relativiteitstheorie met de Quantummechanica, de macrokosmos met de microkosmos.

Boek Nulpunt Revolutie van Benjamin Adamah (p. 275/276:
Macrokosmos: Dat deel van het (universeel) bewustzijn dat ‘Dat wat geen buiten kent’ als domein heeft en de materialiteit-actualiteit als bereik.
Microkosmos: Dat deel van het (universeel) bewustzijn dat ‘Dat wat geen binnen kent’ als domein heeft en de immaterialiteit-actualiteit als bereik.
P. 48/49: Tachyoneren komt er in het kort op neer dat de bewegingen in de atomen van een voorwerp dusdanig worden versneld dat er een soort vortex ontstaat die tachyon-energie ‘aanzuigt uit het vacuüm’ en vrijgeeft in ons tijdruimtedomein. Aldus vindt er een resonantie plaats met de ongedifferentieerde oerstaat van alle energie en materie (en bewustzijn).
P. 113: Nul is op te vatten als een zwart gat/oerknal-correlaat dat de ‘pomp' (tzimtzum) of het ‘hart’ (tzimtzum) vormt van de scheppingsgolf en ether of akasha in beweging zet. Nul is vanuit een dynamisch perspectief een omslagpunt waar Dat wat geen buiten kent (positief iets; + 1) voorkomt uit de dimensieomslag van Dat wat geen binnen kent (negatief iets; - 1).
P. 117: De fractalresonantie tussen macrokosmos en microkosmos:

MacrokosmosMicrokosmosKwintessens
Dat wat geen buiten kentDat wat geen binnen kentScheppingsdriehoek 9 - 6 - 3
Wereldziel/wereldorgonveldEtherisch dubbel
TzimtzumHart(slag), ademhaling, ik, Heidegger-knoopCentrum, 5e Dimensie
Expansie scheppingsgolfIndividuatieprocesLevensether
Contractie scheppingsgolfGeboorte, overlijdenGeluidsether
EpistrofeHoger Zelf, weten, orgasme, eeuwigheidLichtether
ProödosEgo, denken, ejaculeren, sterfelijkheidWarmte-ether
Eenheid van de aionEenheid van het filosofische atoom
HypostasenasChakra's
Kairos-ringHoroscoop

P. 228: In de natuur bestaat er een evenwicht tussen fluctuaties van entropie en negentropie (informatietheorie).
Om de 'torens van Babel' tegen instorten te behoeden, zal in de toekomst aan risicobeheersing meer aandacht dienen te worden besteed.
In risk management, negentropy is the force that seeks to achieve effective organizational behavior and lead to a steady predictable state.
Benjamin Adamah schrijft in zijn boek Nulpunt Revolutie over Adam Kadmon ons zuiver negentropische alter ego (p. 61).

De Axis mundi (caduceus) is een mooi voorbeeld van de in – en uitspiralende torsiegolf in een vortexvorm.
De torus wordt als een multidimensionale vortex (vortex) opgevat. De lemniscaat illustreert de draaikolk stuctuur van de vortex. Het Reflexief Bewustzijn brengt als ware verschillende aggregatieniveaus van Ether, van statisch tot zeer dynamisch tot uitdrukking. De lemniscaat, de eeuwige wederkeer, symboliseert de wisselwerking, de reflectie tussen de macrokosmos en microkosmos.

Jan Wicherink Ontheemde Zielen Ontwaken Vortextechnologie uit de Oudheid (p. 53):
Robert A. Patterson is een opmerkelijk ingenieur die zichzelf onderwezen heeft in vortex (draaikolk) technologie en het werk bestudeerd heeft van Viktor Schauberger. Viktor Schauberger werkte aan vortextechnologie voor de nazi’s tijdens WO II en heeft veel opmerkelijke uitvindingen gedaan die, net als die van Tesla, bijna in vergetelheid zijn geraakt. Hun waardevolle bijdrage voor de wetenschap wordt nu eindelijk erkend door pioniers, nu de energietekorten in de wereld naar hun climax groeien. We zullen vortextechnologieën en de elektrische toepassing ervan bestuderen bij Daniel Winter’s implosiefysica in hoofdstuk 6 (‘Ether vibraties’). De beste voorstelling van een vortex of draaikolk is een tornado die de lucht naar binnen zuigt en ongelofelijk krachtige wervelwinden accumuleert in het centrum, het oog.

Voor een beschrijving van de begrippen vortex en torus wordt verwezen naar het boek Ontheemde Zielen Ontwaken van Jan Wicherink.
Chaostheorie heeft het bestaan ontdekt van een viertal basale kosmische attractoren: de punt, de cyclus, de torus en de vreemde attractor. We zullen niet ingaan op hun verschillen, maar willen vermelden dat een attractor het best omschreven kan worden als de kracht in de natuur die orde schept uit chaos. De chaos wordt aangetrokken tot de attractor en creëert een verborgen orde.
Dan Winter neemt in zijn etherfysica aan dat de torus het bouwblok van het atoom en dus van de materie. Het labyrint is dan ook volgens Winter een symbolische projectie van de draaiende bochten die de Ph-spiralen van licht volgen op weg naar het centrum van het atoom.
Voor een beschrijving van de begrippen vril, tachyon-energie (vacuüumenergie) en Akasha wordt verwezen naar het boek Nulpunt Revolutie van Benjamin Adamah.

De boeken van Benjamin Adamah, Ervin Laszlo, Jules Ruis (website), Gerrit Teule en Jan Wicherink hebben een punt gemeenschappelijk en dat is de chaostheorie. Ook in het onderzoek ‘E i V’ is de chaostheorie als verbindende schakel naar voren gekomen.
Benjamin Adamah bespreekt in zijn boek de torus op pagina 112, Gerrit Teule op p. 149 en Jan Wicherink op p. 179.

Evolutiepsychologie
Wederkerig altruïsme, het verschijnsel waarbij men elkaar wederzijds helpt of een gunst verleent, is een veelvuldig onderzocht onderwerp binnen de evolutionaire psychologie. De reciprociteit van "voor wat hoort wat" is "heb uw naaste lief". Rita Smaniotto: Op basis van experimenten, simulatie-onderzoek en een heranalyse van een aantal antropologische studies naar het delen van voedsel in jagers-en verzamelaarsvolkeren concludeert Rita Smaniotto in haar proefschrift dat het "voor wat hoort wat" mechanisme niet zo wijdverspreid is als doorgaans wordt aangenomen. Volgens haar is er in veel gevallen sprake van een alternatief mechanisme, het "heb uw naaste lief" mechanisme. Dit mechanisme is vooral gericht op het welzijn van personen in iemands directe omgeving.
Promotie onderzoek Patrice van de Vorst: mijn te onderzoeken stelling is: Er is een biologische of anatomische grondslag voor het ontstaan van het menselijk bewustzijn en de menselijke moraal. Deze komt voort uit de evolutionaire veranderingen in de geslachtsorganen van de soort Homo.

H.P. Blavatsky maakt van het gezichtspunt Zo boven, Zo beneden van Hermes Trismegistus (Lucifer nr. 3/4 2006) gebruik.
Madame Blavatsky over de studie van de Theosofie:
Wat je ook in De Geheime Leer wilt bestuderen , houd steeds de volgende denkbeelden voor ogen, die de basis moeten zijn van je ideeën-vorming:
(d) Het vierde en laatste basis-idee dat je moet vasthouden is dat wat uitgedrukt wordt in het grote Hermetische axioma. Het somt alle anderen op en vat ze samen:
Zo binnen, zo buiten
zo groot, zo klein
zo boven, zo beneden
er is slechts één Leven en Wet
en de besturende Kracht is één
Er is geen binnen, geen buiten
geen groot, geen klein
geen hoog, geen laag
in het goddelijk bestel.

Er is slechts één Leven en Wet, die door het 2e aanzicht, de reciprociteit en het Meta-leren, tot uitdrukking wordt gebracht.

Plato's Ideeën wereld:
Plato verdeelde de werkelijkheid in twee zijnssferen, materie en geest met als schakel de ziel. Het Antahkarana, nous legt de virtuele verbinding tussen epithumia en thumos. Het zelfbewustzijn, dat meta-leren mogelijk maakt, kan als een recursiefproces worden opgevat. Het universum (universele quintessens) creëert een levend wezen dat in staat is zichzelf te aanschouwen en te reguleren. Het universum kijkt als het ware op een bewust niveau naar zichzelf. De in het brein, het geheugen opgeslagen informatie kan opnieuw worden geprojecteerd. We zijn aan onze eigen perceptie, het eigen perspectief overgeleverd. Het reflexieve ik, het zelfbewustzijn ondergaan we niet alleen als een ontologisch gegeven, maar veeleer als een fenomenologisch feit.

Wat is de Wet van Tijd?:
In zijn essentie is tijd een frequentie uitgedrukt als een mathematische verhouding constante, 13:20. Deze constante definieert een heel nieuw rijk van realiteit, de synchrone orde. Dit is het vierdimensionale rijk waar synchroniciteit de norm is en feitelijk in kaart gebracht kan worden door de mathematische codes gebaseerd op de verhouding constante 13:20.

De ‘Law of One’ (zoekopdracht: Law) heeft op het verschijnsel karma, de 2e grondstelling betrekking.
Jan Wicherink (p. 194): Men zou kunnen beargumenteren dat de Oosterse spirituele tradities hun universele wijsheid niet bereikten via wetenschappelijke methoden, maar door esoterische principes zoals introspectieve meditatie. In een hogere staat van bewustzijn kregen ingewijden toegang tot de oerkennis die opgeslagen ligt in de Akasha-kronieken. Hoewel dit best waar zou kunnen zijn, geloof ik nog steeds dat er voldoende redenen bestaan om aan te nemen dat de oude vedische cultuur haar initiële wijsheid van eerdere beschavingen ontving.

====

Zie ook:

Boeken:

Externe Links

<< vorige || volgende >>

Categorie: Artikelen | Rapport | Auteur: Harry Nijhof


Deze pagina werd sedert 16 dec. 2007 keer bekeken.