Deze filognostische presentatie is in aanbouw

Kwintessens van Ruimte en Tijd?

Teilhard de Chardin:
Op een dag, wanneer we de ether, de wind, de getijden en de zwaartekracht hebben bedwongen, zullen we . . . de energieën van liefde gaan aanwenden. Dan zal op die dag voor de tweede keer in de geschiedenis van de wereld de mens het vuur hebben ontdekt.
Hoe verder we in de materie doordringen, door middel van steeds krachtiger methoden, des te meer raken we verward door de onderlinge afhankelijkheid der delen. Elk element in de Kosmos is voortgekomen uit alle andere elementen. Het is onmogelijk in dit netwerk te snijden of dit te isoleren zonder dat het aan alle kanten gaat rafelen.
De moderne fysica is er niet langer zeker van of wat ze in handen heeft zuiver energie is, of zuiver gedachte.

Kwintessens (5e Dimensie, 'Waarnemer en Waargenomene', Plato, Relatief en Absoluut)

Ervin Laszlo boek Kwantumshift in het wereldbrein
Hoofdstuk 12 Metafysische, theologische en ethische implicaties,
Twee domeinen van de werkelijkheid (p.118).
In het nieuwe concept vormen de twee domeinen van de werkelijkheid – het domein van de actuele entiteiten (het ‘ruimtetijddomein’) en het domein van het kosmisch plenum (het ‘velddomein’) - tezamen de werkelijkheid.

Joy Mills boekje Levende metaforen van wijsheid (p. 9):
De Franse kernfysicus Jean Charon, die Einsteins theorie verder heeft uitgewerkt met het doel een nieuwe eenheidstheorie voor alle fysieke verschijnselen te ontdekken, heeft opgeroepen tot een ‘neo-gnostieke kosmologie’ die een, wat hij noemt ‘geestelijke ruimte-tijd naast de conventionele stoffelijke ruimte-tijd’ zal erkennen. In zijn boekje The Unknow Spirit, stelt Charon: ‘… Er is geen beschrijving van de materie mogelijk zonder de tussenkomst van de geordenende werking die van de Geest uitgaat.’
14: In de The Unknow Spirit stelt Jean Charon, dat naar analogie (en hij geeft hiervan een zorgvuldige analyse uit de hedendaagse fysica) het elektron staat voor het geestelijke als datgene wat structuur geeft aan de materie en dat men daarom kan zeggen dat het elektron zekere geestelijke eigenschappen bezit die hij als viervoudig omschrijft: overpeinzing, kennis, liefde en daadkracht.

De geschiedenis leert dat de oplossing van de unificatietheorie, het levensmysterie al millennia bekend is. Het hangt er alleen maar vanaf hoe je het probleem formuleert. Hoe selectief zijn we als waarnemer?

Na het lezen van de artikelen van Gerrit Teule in het tijdschrift GAMMA (jrg. 16 nr. 3 - september 2009) over tijdruimten las ik in het boek Net als jij ben ik EEN VAN DE MILJARDEN expressies van de schepping op deze aarde van Fred Matser het hoofdstuk Ruimte en tijd anders ervaren (p. 253).
Hierbij kwam de vraag naar voren of het mogelijk is de gezichtspunten van Gerrit Teule en Fred Matser met elkaar te verbinden. Beide invalshoeken zijn namelijk op de massa-energierelatie E=m.c² van de speciale relativiteitstheorie gebaseerd. De lengtecontractie wordt vaak afgeleid van de tijddilatatie. Beide fenomenen zijn een gevolg van de speciale relativiteitstheorie.
Of met andere woorden: Hoe hangt de bewustzijnsevolutie van Gerrit Teule samen met de natuurwet van cyclisch, evolutionair scheppen die volgens Fred Matser (p. 259) in de kleinste elementen in het universum zichtbaar zijn.

Een aanknopingspunt voor een antwoord op de eerder gestelde vraag geeft Gerrit Teule (p. 59): De eonische tijdruimten zijn verspreid door de zwaartekrachtruimte heen, overal, en dus ook in onze hersenen.
P. 60: Juist in de tweezijdige interactie tussen eonen en neuronen (via virtuele fotonencommunicatie) ontstaat het (waak)bewustzijn en het heldere zelfbewustzijn.
P. 62: Charon laat zien, dat het aannemen van de mogelijkheid van eonische tijdruimten, samen met de zwaartekrachtruimte functionerend in een vijfdimensionaal universum, cruciaal is voor het begrip van geest en bewustzijn. Volledigheidshalve verwijs ik ook naar het boek KOSMOS een integrale visie op de wereld van Ervin Laszlo en Jude Currivan (p. 51):
De contouren van een alomvattend model van de kosmos als de integrale werkelijkheid zal ons duidelijk worden hoe de allesdoordringende aard van non-lokale connecties, ontstegen aan de bekende grenzen van tijd en ruimte, ons aanspoort tot de erkenning dat wij niet alleen de muziek van de schepping zijn, maar ook de musici die haar spelen en de componisten die haar co-creëren.
P. 66: De lichtsnelheid binnen de ruimtetijd, in combinatie met de realiteit van non-lokale connectie buiten ruimtetijd, stelt de hele-wereld in staat haar eigen innerlijke relaties te verkennen en haar eigen processen te genereren.

A diagram of Minkowski space, showing only two of the three spacelike dimensions:
In de natuurkunde en de wiskunde is de Minkowski-ruimte (of Minkowski-ruimtetijd) de ruimtetijd waarin Einsteins speciale relativiteitstheorie is geformuleerd. In deze context worden de drie gewone ruimte-dimensies gecombineerd met één enkele tijds-dimensie tot een vier-dimensionale variëteit die de gehele ruimtetijd voorstelt. De Minkowski-ruimte is genoemd naar de Duitse wiskundige Hermann Minkowski.

Het is mijns inziens mogelijk de discussie met betrekking tot ruimte en tijd een stapje verder te brengen door van de begrippen absolute en relatieve tijd en absolute en relatieve ruimtetijd gebruik te maken. De gedachtenspinsels die daarbij naar voren zijn gekomen wil ik graag ter discussie aan u voorleggen. In de publicatie van Christian Maes wordt verwezen naar de absolute tijd, die niet kan worden waargenomen. De relatieve tijd bespreekt Fred Matser in zijn boek Net als jij ben ik EEN VAN DE MILJARDEN expressies van de schepping op deze aarde (p. 253/254).

De absolute tijd, het eeuwige nu (world line) komt in het hoofdstuk Contact houden in het hier-en-nu in het boek van Fred Matser (p. 284) ter sprake. Graag verwijs ik hierbij opnieuw naar het boek van Ervin Laszlo en Jude Currivan Wat is tijd? (p. 64).
De klok die in de relativiteitstheorie de tijd meet, maakt daarentegen deel uit van het door de theorie beschreven universum. Niets in de relativiteitstheorie komt overeen met de manier waarop wij tijd ervaren als een ‘pijl’ die zich vanuit het verleden via het heden naar de toekomst verplaatst.
Het grote probleem is het verschijnen respectievelijk verdwijnen van het heden. De fysici hebben, zonder dat van de daken te schreeuwen, de factor tijd op zijn minst sinds de dagen van Galileo in feite geëlimineerd.
De onvermijdelijke toename van entropie veroorzaakte de vlucht van de tijdpijl.
65: Die universele symmetrie betekent dat de werkelijkheid alle ‘nu’s’ vanaf het eerste begin van het universum tot aan zijn uiteindelijke einde moet omvatten, zonder enig onderscheid tussen verleden, heden en toekomst. Het universum wordt zonder onderbreking herschapen in het fractale ‘nu’ van de Planck-tijd (is gelijk aan de tijd die licht nodig heeft om een plancklengte af te leggen), gelijk aan het nagenoeg onvoorstelbaar korte moment van 10 tot de macht -44 seconde.

Hoofdstuk Ruimte en tijd anders ervaren (p. 253/254) in het boek van Fred Matser. Een van de ogenschijnlijke zekerheden van het eindige universum is dat het wordt bepaald door ruimte en tijd. Als we Einsteins relativiteitstheorie toepassen op het eindige universum, zal het duidelijk zijn dat iedere ster en planeet, elk levend wezen, iedere plant en elk mineraal, element en atoom en ieder molecule een eigen ruimte en tijd inneemt en nooit de ‘ruimte en tijdspositie’ van een andere uiting van de schepping kan bezetten. Ik vermoed echter dat het voor veel mensen – mezelf incluis – wat moeilijker te begrijpen is dat alle dingen hun ‘eigen tijd’ (relatieve) hebben. Etc. Dit inzicht in de aard van tijd en ruimte had voor mij uiterst ingrijpende consequenties. Ik ging beseffen dat ieder van ons – ja, zelfs elk deeltje in het universum – vreedzaam zijn eigen unieke positie in de matrix van ruimte en tijd inneemt en naast al het andere bestaat, ofwel coëxisteert.

In zijn boek WDNKW (p. 299) geeft Gerrit Teule in één tekening zelfgelijkvormigheid, de absolute - en relatieve ruimtetijd weer. Eon staat voor de absolute ruimtetijd en atoom, molecuul, cel, lichaam en aarde voor de relatieve ruimte ('Openbare ruimte'). Aan deze reeks kunnen het brein, sterrenstelsels en miljoenen, zo niet miljarden andere universa worden toegevoegd. Het verschil tussen een absolute - en relatieve ruimtetijd is de levensduur. In feite bestaan er slechts virtuele scheidslijnen.
De absolute ruimtetijd (non-lokale ruimte) heeft een eeuwige levensduur, bij de relatieve ruimtetijd kan de levensduur zelfs vele miljarden jaren bedragen. Het universum heeft op haar beurt een langere levensduur dan een sterrenstelsel binnen het universum. Een eindig universum maakt onderdeel uit van het heelal (meta-universum). Een relatieve ruimte heeft een duidelijk beginpunt en eindpunt, alpha en omega.
Ruimte (geest in Chaos, Chaos en Ruimte zijn synoniem, de Ruimte of de gemanifesteerde godheid) bestaat uit drie dimensies. De relatieve ruimtetijd (gemanifesteerd) heeft een eindige l – b – h. De absolute ruimtetijd (het ongemanifesteerd heelal, torus) heeft een oneindige l – b – h (grote of kleine). Het oneindige multidimensionale heelal (absolute ruimtetijd), bestaat misschien wel uit een reeks van universa.
Tegenover de relatieve ruimtetijd van de zwaartekracht (de tijdruimte van de relativiteitstheorie, waarin wij leven) staan de eonische tijdruimten die het universum met het heelal verbindt. In dit geval is echter van een absolute ruimtetijd' met een oneindige kleine l – b – h sprake. Met de kleinste dimensie (Plancklengte, ‘kwantumlengte’), die in onze kosmos voorkomt. De absolute ‘Ruimte en Tijd’ bestaat uit een kubus waarvan een zijde met de Plancklengte overeenkomt en waarvoor de Planck-tijd geldt. In deze afzonderlijke kleine tijdruimten (absolute ruimtetijd’) heeft de psychomaterie (Materie-bewustzijn) geen dualiteit tussen geest en lichaam.

De praktische bruikbaarheid van het onderscheid tussen een relatieve en een absolute wereld komt in de psychologie van Roberto Assagioli naar voren. In zijn boek Psychosynthese wijst Assagioli er op dat we gedachten en emoties hebben, maar niet onze gedachten en emoties zijn. Gedachten en emoties komen en gaan, het zijn de steeds veranderende inhouden van ons bewustzijn. Het is net als met goed en kwaad, wijsheid en dwaasheid, zij hebben een relatief karakter. Het centrum van ons bewustzijn wordt gezien als een wit scherm waarop de verschillende beelden, de zogenaamde schaduwen van ons bewustzijn worden geprojecteerd. Plato geeft in zijn allegorie van de grot al een vergelijkbaar beeld. Volgens Plato is dat wat wij doorgaans beschouwen als de werkelijkheid slechts een zwakke afschaduwing van de échte werkelijkheid: de wereld van de ideeën. Deze ideeën bevinden zich in Plato’s hemel of ideeënrijk: een transcendente werkelijkheid. Het is de wereld van de absolute ruimtetijd (gekromde ruimtetijd, Extra dimensions, Brane cosmology, Randall–Sundrum model en de opgerolde dimensies in de wereld van Lisa Randall boek De verborgen dimensies van het heelal, Five-dimensional space, Kaluza–Klein theory).

Volgens Ervin Laszlo is het kwantumvacuüm (absolute ruimtetijd, het zeropunt) de oerbron van geest en materie. Het concept ‘in-formatie’ van David Bohm wordt gebruikt om de structuur, de wisselwerking tussen beide te beschrijven. Het begrip ‘in-formatie’ licht Ervin Laszlo in zijn boek Het Akasha-veld, Verbinding en geheugen in kosmos en bewustzijn (p. 67) toe. Sri Aurobindo: ‘Alles is bewustzijn (…). Op verschillende niveaus van zijn eigen manifestaties is dit universum een graduatie van bewustzijnsniveaus (p. 111)’.

De 4e dimensie (relatieve tijd, de Planck-tijd van Ervin Laszlo) kan door het snijpunt van drie ruimtelijke dimensies, die loodrecht op elkaar staan, worden weergegeven. Het symbool van de 4e dimensie is een punt. Het is niet meer dan een plaatje om een en ander ruimtelijk te kunnen voorstellen.
De kwintessens, de imaginaire 5e dimensie heeft op de levenskunst betrekking en ligt in de 4e dimensie besloten. Welke route kiezen we in het leven (vrije wil), dus waar gaan we voor in het leven?
Gebruikte symbolen voor de 5e dimensie zijn: de (imaginaire) verticale as, Axis mundi, de Staf van Hermes, de draad van Ariadne, Caduceus en de Esculaap. De Staf van Hermes wordt beschouwd als de sleutel en de weg van persoonlijke (spirituele) ontwikkeling. De kwintessens heeft echter weinig met de moderne boekjes over zelfontplooiing en het ontdekken van je authentieke zelf te maken, maar des te meer met levenskunst. Een kunstenaar werkt niet om te leven, maar leeft om te werken aan zijn ideaal (het Goede, Ware en Schone).

Op de achterzijde van het boek WDNKW staat de tekst: “Wie een reis maakt naar de spirituele binnenkant, komt oog in oog te staan met het onzegbare, het Heilige”.
Fred Matser (p. 253): Er bestaat een blauwdruk voor alle vormen van schepping in ons eindige universum, een blauwdruk die tevens verklaart hoe ze op elkaar inwerken. Als we ervoor kiezen ons open te stellen voor het Oneindige, kunnen we een totaal ander bewustzijn ervaren. Wanneer onze perceptie verandert, zal ons inzicht in de eigenlijke aard van de werkelijkheid en de goddelijke wil – en dus ook onze verstandhouding met God – zich verbreden en verdiepen, terwijl bovendien onze innerlijke ervaring van de schepping (de ware werkelijkheid) verandert.
P. 264: Je kunt zowel functionele als disfunctionele keuzes maken, al naargelang je onderscheidingsvermogen en de mate waarin je je bewust bent van de werking van de natuurwet van cyclisch, evolutionair scheppen.
Of zoals Paul Revis het in zijn boek De evolutie van brein en bewustzijn - Het pionierswerk van Jung en Teilhard de Chardin verwoordt: “Ethiek is de overlevingsstrategie, het contrat social, van de mensheid die tot steeds complexere samenlevingsvormen evolueert. Ethiek betreft niet alleen de vormgeving van grote sociale (uiteindelijk mondiale) verbanden, maar berust bovenal op de relatie van individu tot individu” (p. 97).

In het boek van Fred Matser (p. 348) schrijft Ervin Laszlo: Beschaving is de expressie van een cultuur die veel mensen met elkaar gemeen hebben, ongeacht hun plaats in de samenleving (relatieve ‘Ruimte en Tijd’). Op haar beurt is cultuur de expressie van het denken en voelen, alsmede de prioriteiten en percepties van individuen of, in één woord, hun bewustzijn. Dit betekent dat we ons bewustzijn moeten evolueren als we onze aan crises ten prooi zijnde beschaving willen vernieuwen.

De kern van een cultuur wordt gevormd door functionele en disfunctionele waarden. Door eenzijdig het consumptiekapitalisme te benadrukken is er een monocultuur ontstaan. Een samenleving die geheel gericht is op het verbruik van materiële goederen en het verkrijgen van zoveel mogelijk comfort. Het is een sprookje te geloven dat het enige overlevingscriterium zakelijk succes is. Het marktdenken kan ook een obsessie worden. Het is wenselijk deze monocultuur door een wereldomvattender beschaving, de eenheid in verscheidenheid te vervangen. Op aarde leven we in een relatieve werkelijkheid, maar we zijn verbonden met de éne, absolute werkelijkheid.

Om aan te geven waar het bij de bewustzijnsevolutie om draait kan de metafoor worden gebruikt die Gerrit Teule op p. 61 gebruikt. Zijn we om een gesignaleerde crisis op te lossen wel bezig op de juiste plaats naar een oplossing te zoeken? Graag verwijs ik hierbij naar het boek Eindeloos Bewustzijn – Wetenschappelijke visie op bijna-dood ervaringen van Pim van Lommel. In hoofdstuk 15 Er is niets nieuws onder de zon (p. 311): Kenmerkend voor Plato’s filosofie is dat de abstracte wereld van de ideeën meer realiteit bezit dan de materiële wereld van de tastbare dingen. De overeenkomst met non-lokaal bewustzijn in een non-lokale ruimte is opvallend.

De oplossing van het vraagstuk waarmee de bewustzijnsevolutie of de natuurwet van cyclisch, evolutionair scheppen zich bezig houdt is al millennia bekend. De wisselwerking tussen geest en materie is een medaille met twee kanten, waarop zowel het Zelf-eon van Jean Charon, de bewustzijnsevolutie als de evolutietheorie van Darwin (Intelligent Design en Darwinisme) van toepassing zijn. De bewustzijnsevolutie, de ziel, de kern van de mens heeft op de absolute ‘Ruimte en Tijd’ (Einsteins kosmische Geest!, singulier punt), de absolute existentie betrekking, daarentegen de evolutietheorie op de relatieve ‘Ruimte en Tijd’, de relatieve existentie. De kwintessens van de moraal van het verhaal draait echter om survival of the fittest. Het dilemma van het leven ligt besloten in: Waar kiezen we nu voor? In de absolute ‘Ruimte en Tijd’ ontstaat er een potentiaalverschil van nul. De potentiaal op een plaats is een natuurkundige grootheid die op een bepaalde manier samenhangt met de kracht die een deeltje op die plaats ondervindt.

COMMENTAAR:
10. Dimensies: voorstelling en verbeelding
Dimensies laten ons toe onze omgeving te beschrijven en voor te stellen: het zijn producten van onze geest en de dimensionele voorstelling van de ruimte is met zekerheid geëvolueerd van 2 naar 3 toen de astronomie zijn invloed liet gelden. De beperktheid van ons (evoluerend) voorstellingsvermogen speelt ons parten als we de 4-dimensionele ruimte-tijd van Einstein voorgeschoteld krijgen. Niettemin kunnen de 4 dimensies in een wiskundig model gegoten worden dat toelaat om de ruimte-tijd-vervormingen met tensor-algebra te berekenen, en daarbij resultaten te boeken die het Newton-model overtreffen. Door ruimtevervorming en tijdvervorming afzonderlijk te beschouwen en nadien opnieuw te integreren, slaagt voorstelling gekoppeld met verbeelding er toch in die resultaten behoorlijk te duiden.

Ko Kleisen EEN PELGRIM VAN DE TOEKOMST: PIERRE TEILHARD DE CHARDIN- III –slot (p. 6):
In welke richting mogen wij dan verwachten dat de evolutie verder gaat?
Antwoord: Hiervoor ziet Teilhard de Chardin maar één mogelijkheid. In miljarden jaren tijds heeft zij zich gericht op het ontstaan van het leven (de biogenese) en het bewustzijn (de psychogenese); nu zij zich grenzen gesteld ziet op het gebied van het individuele bewustzijn, liggen voor de noögenese (zelfbewustzijn) de perspectieven op het collectieve vlak.
9: Onze verantwoordelijkheid
Het laatste dat Teilhard ons te zeggen heeft, is niet het onbelangrijkste. Wij staan, zegt hij, aan het begin van een nieuw tijdperk: wij zijn nog maar net begonnen toe te groeien naar collectief denken. Doordat de collectieve expansiedrang zich momenteel een uitweg zoekt op het menselijke vlak, wordt de communicatie steeds intensiever: miljarden menselijke geesten zijn begonnen elkaar te zoeken en te versterken. Dit geeft een toenemende druk op de noösfeer.

De boeken van Benjamin Adamah, Ervin Laszlo, Jules Ruis (website), Gerrit Teule en Jan Wicherink hebben een punt gemeenschappelijk en dat is de chaostheorie. Ook in het onderzoek ‘E i V’ is de chaostheorie als verbindende schakel naar voren gekomen.
Benjamin Adamah bespreekt in zijn boek de torus op pagina 112, Gerrit Teule op p. 149 en Jan Wicherink op p. 179.

In de macrokosmos draait het om de torus en in de microkosmos om de uitgevouwen kubus, die de mens symboliseert. Het Zero Point Field illustreert de absolute ‘Ruimte en Tijd’.

Martijn van Calmthout De mythe van de gebroken werkelijkheid
Volgens Mandelbrot hangt de lengte van een kustlijn af van de lengte van de gebruikte meetlat. Vanuit een satelliet lijkt de kust een gladde curve waarvan de lengte snel is vastgesteld. Maar eenmaal op de grond blijken er opeens inhammen en landtongen, die de kustlijn wat langer maken. In de inhammen liggen bovendien rotsen, tussen de rotsen kiezels, de kiezels hebben uitstulpingen, waarop weer zandkorrels zitten, enzovoorts. En steeds valt de schatting hoger uit omdat bij elke vergroting de kustlijn weer even grillig blijkt als bij de vorige. En langer. Alleen bij een keurige gladde cirkel of een vierkant, objecten met twee dimensies, zou de schatting precies op één waarde uitkomen. Dat dat kennelijk bij een kustlijn niet gebeurt, kon volgens Mandelbrot maar één ding betekenen: de kustlijn heeft een gebroken dimensie, ergens tussen 1 en 2 in. In zijn boek The Fractal Geometry of Nature uit 1982 (Uitgeverij W.H. Freeman) beschreef Mandelbrot voor het eerst samenhangend hoe die dimensie wiskundig moet worden berekend.

Ervin Laszlo boek Kwantumshift in het wereldbrein Inleiding De revolutie van de werkelijkheid (p. 10):
Wij leven in een tijdsgewricht van bifurcatie waarin zich een fundamentele verandering in onze wereld voltrekt: een macroshift.
Hoofdstuk 2 De dynamiek van de macroshift (p. 27):
Bifurcatie doet zich onveranderlijk voor waar complexe systemen een onomkeerbare verandering ondergaan.
Evolutie door bifurcatie
De evolutie van complexe biologische én maatschappelijke systemen verloopt via bifurcaties.
Hoofdstuk 9 Het kosmisch plenum: het nieuwe fundamentele concept van de werkelijkheid (p. 98).
Deze twee bewijscategorieën wijzen uit dat het wiskundige vacuümconcept van de kwantumveldtheorie geen volledige beschrijving kan zijn van wat nog algemeen (en inmiddels ten onrechte) ‘het vacuüm’ wordt genoemd.
Hoofdstuk 12 Metafysische, theologische en ethische implicaties, Twee domeinen van de werkelijkheid (p.118).
In het nieuwe concept vormen de twee domeinen van de werkelijkheid – het domein van de actuele entiteiten (het ‘ruimtetijddomein’) en het domein van het kosmisch plenum (het ‘velddomein’) - tezamen de werkelijkheid.
Evolutie door energie en informatie (p. 119/120)
De in-formatie (als proces) van het ruimtetijddomein door het velddomein leidt tot een toenemende complexiteit van de entiteiten die het ruimtetijddomein stofferen, alsmede tot de structurering van het velddomein waarin entiteiten zich manifesteren en waardoor zij met elkaar verbonden zijn. Het ruimtetijddomein wordt steeds meer geordend en tegelijkertijd neemt de entropie erin toe.
De nieuwe theologie (p.120).
Uit het nieuwe concept van de werkelijkheid laat zich ook een consequente en minimaal speculatieve theologie afleiden. In de theologie is God niet gescheiden van het scheppingsproces, maar maakt God deel uit van het universum. Gods schepping is niet het universum dat wij waarnemen en bewonen: zij bestaat uit de potenties van het universum voor zijn autocreatie.
De volgende stap in de evolutie van het menselijk bewustzijn (p.127).
De kleurrijke theorie over spiraaldynamiek van Chris Cowan en Don Beck ziet hedendaags bewustzijn als een ontwikkeling vanuit het strategisch ‘oranje’ stadium (dat wordt gekenmerkt door materialisme en consumentisme en gericht is op meer succes, een beter imago, een hogere status en meer groei); naar het op consensus berustende ‘groene’ stadium (van het streven naar gelijkheid, met een oriëntatie op gevoelens, authenticiteit, delen , bezorgdheid en gemeenschapszin); en verder naar het ecologische ‘gele’ stadium (gefocust op systemen in de natuur, zelforganisatie, multirealiteiten en kennis); en culminerend in het holistische ‘turkooizen’stadium (gekenmerkt door collectief individualisme, kosmische spiritualiteit en positieve verandering op aarde).

De twee domeinen van de werkelijkheid – het domein van de actuele entiteiten (het ‘ruimtetijddomein’) en het domein van het kosmisch plenum (het ‘velddomein’ en de hypothese van het multiversum) correleren met de relatieve ruimtetijd respectievelijk absolute ruimtetijd of met andere woorden de conventionele 'stoffelijke ruimte-tijd naast de geestelijke ruimte-tijd'.

De ‘le grand agent magique’ van Eliphas Levi correleert met de ongrijpbare patronen, schakelnetwerken van Prof. van Peursen en met de spiegelneuronen van Marco Iacoboni.

Mensen weerspiegelen (spiegelsymmetrie) in principe het Universele bewustzijn (eenheidsbewustzijn, goddelijke bewustzijn).

PRANA nr. 175 (okt/nov 2009) bevat het artikel De ultieme inwijding van Roger Rundqvist:
Het artikel beschrijft het thema Het allergrootste in het allerkleinste. Tot slot schrijft hij: In dit perspectief werden Atman en Brahman – het allerkleinste en het allergrootste – als onscheidbaar en één ervaren.

In het scheppende principe, het allergrootste (de schepper God of Brahman) ligt het allerkleinste (Atman) besloten. Ieder mens in de relatieve ruimte bezit in zijn diepste wezen een brandpunt (Psychomaterie van Teilhard de Chardin, Unus Mundus van Carl Jung), dat onafscheidelijk één is met het universele bewustzijn in de absolute ruimte. Alle vormen in de relatieve ruimte zijn van beperkte duur en sterven.

De absolute ruimtetijd (het ongemanifesteerd heelal) heeft een oneindige l – b – h (kleine of grote). In de absolute ruimtetijd bestaan er feitelijk geen dimensies. In de absolute ruimtetijd vormen Geest en materie, de ‘geestzijde’ en de ‘stofzijde’, het ‘mannelijke’ en het ‘vrouwelijke’ aspect een monade.

Ervin Laszlo boek Kosmische Visie Wetenschap en het Akasha-veld (p. 64):
Het A-veld verbindt alle stoffelijke systemen tot een coherent geheel. Dat betekent dat zuiver toeval – een worp met de dobbelstenen – in de evolutie geen fundamentele rol speelt, zoals Darwins theorie over lukrake mutaties, leidend tot het overleven van de sterkste, betoogde.
89: De stoffelijke wereld is een afspiegeling van energietrillingen van subtielere werelden die op hun beurt afspiegelingen zijn van nog subtielere energievelden. De schepping – en al wat later is komen te bestaan – is een neer- en buitenwaartse progressie vanuit de Oerbron.
Het einddoel van de stoffelijke wereld is de terugkeer tot de oorspronkelijke schoot van deze energie.
Alle attributen van de manifeste wereld gaan op in de staat van het Brahman – een toestand zonder enig attribuut.
110: Alles wat wij in onze tijd van leven ervaren – al onze waarnemingen, gewaarwordingen, gevoelens en denkprocessen – zijn verbonden met hersenfuncties. Deze functies hebben hun golfvormequivalenten, aangezien ons lichaam en onze hersenen net als alle anderen dingen in tijd en ruimte informatie dragende vortices veroorzaken: ze laten golven ontstaan in het vacuümveld waarin ze zijn ingebed.
111: De Ierse bisschop George Berkeley zag de menselijke geest als een afspiegeling van de goddelijke Geest, de kwintessens van de werkelijkheid.
Datzelfde inzicht treffen we aan in de esoterische literatuur, Alice Ann Bailey, aanvankelijk theosofe maar later stichtster van de Arcane School, zocht de bron van menselijke onsterfelijkheid in wat zij de ‘ether’ noemde.
Na zijn tijd als arts-assistent hield Assagioli als psychiater praktijk in Italië. Hij behoorde bij de kring van de eerste psychoanalytici en had een grote rol in het verspreiden van de psychoanalyse in Italië. Hij was lid van de door Alice Bailey opgerichte Arcane school en de vertegenwoordiger van deze school voor Italië.
182: Het was Einstein die de voornaamste premisse van de naturalistische aanpak onder woorden bracht. ‘Wij zoeken’ verklaarde hij, 'naar het meest eenvoudige denkschema dat de waargenomen feiten met elkaar in samenhang brengt'.

Complementariteit is de basis bouwsteen in het rapport ‘E i V’. Het meest eenvoudige denkschema gaat over symmetrie en gebroken symmetrie, over ‘en-en’ en ‘of-of’. De Ouroboros symboliseert de cyclische gang van de natuur van de schepping en de destructie, leven en dood, de eeuwige cyclus van vernieuwing. Er is maar één waarheid, die door de eerste grondstelling naar voren wordt gebracht. Het mechanisme, dat aan het ‘en-en’ en ‘of-of’ ten grondslag ligt gaat ons verstand te boven.

Het complementariteitsprincipe maakt het mogelijk om de tweede grondstelling beter te leren begrijpen. Terwijl de chaostheorie wordt gebruikt om de derde grondstelling te verklaren.

Ervin Laszlo en Jude Currivan boek KOSMOS een integrale visie op de wereld
Emotionele intelligentie (p. 125):
In 1996 besprak de psycholoog Daniel Goleman het belang van het hart voor de manier waarop wij de wereld ervaren en ermee in wisselwerking staan.
Hoofdstuk 10 De doorbraak op gang brengen, Spiraaldynamiek (p. 147):
In hun baanbrekende boek Spiral Dynamics beschrijven Don Beck en Christopher Cowan een model van de bewustzijnsevolutie van complete culturen.

Een ommekeer in het denken is nodig. Als we de zaken werkelijk willen veranderen dienen we aan het geestelijke kapitaal meer aandacht te besteden. In het 5D-concept zijn metafysica, het bovennatuurlijke en fysica, net als Idealisme en Materialisme de twee complementaire kanten van één medaille. Voor eenwording moeten we ons weer met de kern, de geest verbinden. Dus met de oerbron En-Soph ('Chaos, Gaia en Eros') waar alles uit voortkomt.

De vraag van Ervin Laszlo blijft actueel hoe heeft het universum zich kunnen ontwikkelen tot een toestand waarin de biologische evolutie überhaupt kon plaatsvinden? Het lijkt mogelijk een verband te leggen tussen het standaardmodel en de driehoek van Pythagoras. Het is een aanzet, niet om vanuit de natuurkunde, maar met name vanuit de geestkunde verschillende disciplines in één model samen te voegen. Het ontstaan en de eerste ontwikkeling van de mensheid heeft zich niet op aarde maar in de geestelijke wereld afgespeeld. De relatie tussen geest (ongemanifesteerde, hogere Zelf) en lichaam, de ziel staat nog steeds centraal.
Het antwoord op de vraag van Ervin Laszlo ligt in het Swabhâva (Zelf-ontplooiing, epigenetica) besloten. De godheid En Soph zonder eigenschappen, namelijk het universum zal er eeuwig zijn. De tegenwoordigheid van God in de schepping wordt wel Sjechinah (pleroma) genoemd.

In het boek Het Akasha-veld, Verbinding en geheugen in kosmos en bewustzijn stelt Ervin Laszlo (p. 145): De werking van het subtiele maar reële A-veld verklaart de non-lokaliteit van niet alleen de kleinst meetbare bestanddelen van het universum, maar ook die van de grootste waarneembare structuren ervan. Het verklaart de coherentie van levende organismen én hun coherentie met de omgeving waarin ze leven en evolueren.

Akasha: Een plaats tussen (voorbij) 'tijd en ruimte', waarvoor verwante namen als Kwantumvacuüm, Nulpuntveld, Prana, levenskracht, Tetragrammaton,, Universeel Denkvermogen, anima mundi, wereldziel, wereldgeest, eenheidsbewustzijn, De, ki, Chi, Kundalini, psi-vermogens, Akasha-veld, Zero Point Field (Z.P.F.), Aether, vril en tachyonenergie worden gebruikt.
In het Akasha-veld, combinatie van een aantal etherische energieën (Ether-paradigma) vormen ruimte, materie en tijd één drie-eenheid, die wel onderscheiden maar niet gescheiden kan worden.

Het klassieke vijfde element van de ether (Akasha) wordt door het snijpunt (leegte, tzimtzum) van de drie assen gesymboliseerd. Dit snijpunt wordt ook door de verticale as (Axis mundi, caduceus), de middenzuil van de levensboom tot uitdrukking gebracht.

Frank Visser boek ZEVEN SFEREN (p. 154):
Het omvangrijke boek Mysticism van Evelyn Underhill, dat voor het eerst in 1911 verscheen, geldt nog steeds als het standaardwerk op het gebied van de (westerse) mystiek.
162: De mystieke weg en het Pad van inwijding, de vijf dramatische hoogtepunten uit het leven van Christus.

Margarete van den Brink (Kies: Fasenmodel) Fasen in de menselijke evolutie Het fasenmodel.

Margarete van den Brink beschrijft in haar boek De Driee-eenheid en Karma Een andere visie op een oude traditie.
1. Waarom zijn wij op aarde? Antwoorden van de moderne wetenschap
2. De esoterische traditie of het esoterisch christendom
3. De opdracht van de mens volgens het esoterisch christendom
4. De weg naar de aarde van God de Zoon
5. De incarnatie van de Zonnelogos, Christus
6. Advent, wijding en beproeving
7. Kerstmis en Epifanie, van verleden naar de toekomst
8. De weg naar Goede Vrijdag
9. Goede Vrijdag en Pasen, begin van de nieuwe aarde en de nieuwe mensheid
10. Hemelvaart, verbinding met de levenskrachten
11. Pinksteren. Het geestelijke Zelf en de gemeenschap
12. De Drie-eenheid en karma

Wim van den Dungen Levensboom (Sepher Yetzirah)
De meetkundige eigenschappen van het licht? Deze worden voorgesteld door een vijfdimensionale kubus. De basis hiervan is het 'nominaal' vierdimensionaal Universum (het ruimtetijd-continuum). Het spirituele bewustzijn voegt hier een 'hyper'-dimensie aan toe. Een hyperkubus heeft 32 uiteinden. De 'Elohim' verschijnen in Genesis 32 maal:
- als 10 Uitspraken ('God sprak') &
- als 22 Letters, waarvan
a) drie Moeders ('God maakte')
b) zeven Dubbelen ('God bezag')
c) twaalf Elementalen. Dat 'bidden' een verderzetting is van het Hebreeuwse 'sippur' uit SY komt later aan de orde. Wat we hier wensen aan te stippen is het feit dat het 'Onze Vader' een qabalistische code bevat die het ons mogelijk maakt beide tradities te zien vanuit YHVH. Dit betekent dat we het bewust gebruik van een hyper-dimensie laten groeien door te verblijven in een extra-temporele aanschouwing van een universeel en absoluut (losgemaakt) hyper-zijn dat overal en altijd het particulier en relatief (gebonden) doen doorzichtbaar & verlichtend doordringt.
Kether
Onze Vader die in de Hemelen zijt;
Chockmah
Geheiligd en heiligend zij Uw Naam;
Binah
Uw Rijk kome;
Daath Uw Wil geschiedde op Aarde als in de Hemel;
Tiphareth
Geef ons heden ons dagelijks brood;
Chesed
En vergeef ons;
Geburah
Zoals wij vergeven;
Paroketh
Leid ons niet in bekoring;
Qlipoth
Maar verlos ons, want uit U komen:
Malkuth
het Koninkrijk;
Yesod
de Machten;
Hod
en de Heerlijkheid;
Netzach
tot in de Eeuwigheid der Eeuwigheid,
Amen.
Indien we 'sepher' met ruimte en 'sephar' met tijd vergelijken, dan betreft 'sippur' (of 'communicatie') de 'quintessense' of 'vijfde dimensie'. Aan de vierdimensionale 'kubus' van het Aardse bestaan wordt een vijfde 'hyper' -dimensie toegevoegd. De spirituele dimensie gaat over de 'nominale' empirisch-formele werkelijkheid heen. Ze veronderstelt een intuïtieve aanschouwing van Kosmos die enkel gegeven is zodra het intellect volledig begrijpt waarom & hoe het principe van het niet-weten (agnosia) het gehele rationele gebeuren doordringt. Nà zich op deze wijze te hebben geledigd, groeit de Wijsheid als een permanent bewustzijn van de voorschijn van het vele in het licht van de impliciete éénmakende horizon (de Demiurg). De Wijsheid drukt zich uit in een Magister (Binah) waarin de scheppingsvoorwaarden begrijpbaar neergeslagen worden.
Assiah: fysieke plan (lichaam); (PQ)
Yetzirah: psychologische plan (affect/rede/Ego); (EQ)
Briah: filosofisch plan (ziel/Zelf); (IQ)
Atziluth: mystiek plan (geest/Monade); (SQ).

Voor het weergeven van de aardse werkelijkheid wordt de kubus van Freek van Leeuwen gebruikt. In dit kader kan ook verwezen worden naar de doorsnede die Kirsten van Dijkhuizen- van Calck, (zoeken: Titel 'Sefer Jetsirah' auteur: Dijkhuizen) in het boek van de schepping Sefer Yetsirah (hoofdstuk 1:13) geeft. In het snijpunt van de drie assen, de alles samenvattende 9, het nulpunt (tzimtzum) vindt de synthese plaats (zie ook Sefer_Yetzirah (Sefer Yetzirah, Kabbalah).

De Axis mundi is een fraai symbool van de in – en uitspiralende torsiegolf in een vortexvorm.
De torus wordt als een multidimensionale vortex opgevat. De lemniscaat illustreert de draaikolk stuctuur van de vortex. Het Reflexief Bewustzijn brengt als ware verschillende aggregatieniveaus van Ether, van statisch tot zeer dynamisch tot uitdrukking. De lemniscaat, de eeuwige wederkeer, symboliseert de wisselwerking, de reflectie tussen de macrokosmos en microkosmos.

Boek Nulpunt Revolutie van Benjamin Adamah (p. 113): Het getal nul fungeert hier als een logische dialectische scheidingswand.
Nul is de tzimtzum van Luria. In nul heeft de drie-eenheid van energie, bewustzijn en leven haar allerhoogste ‘voltage’. In het bovenstaande model is nul op te vatten als een zwart gat/oerknal-correlaat dat de ‘pomp' (tzimtzum) of het ‘hart’ (tzimtzum) vormt van de scheppingsgolf en ether of akasha in beweging zet.
Nul is vanuit een dynamisch perspectief een omslagpunt waar Dat wat geen buiten kent (positief iets; + 1) voorkomt uit de dimensieomslag van Dat wat geen binnen kent (negatief iets; - 1).

Jan Wicherink Ontheemde Zielen Ontwaken (p. 58):
Waarom zouden we Heilige Geometrie introduceren in een boek dat handelt over hedendaagse vernieuwende wetenschap? De reden daarvoor is dat de Heilige Geometrie een sleutelrol lijkt te vervullen in een nieuwe, in opkomst zijnde postkwantumfysica. Deze nieuwe fysica lijkt beter in staat lijkt te zijn om het nulpuntsveld te verklaren en is een heropleving van de 19e eeuwse etherfysica.
61: De Bijbel vertelt hoe God het licht schiep op de tweede dag. Welnu van de Vesica Pisces wordt nu, zoals we zullen uitleggen aan het einde van dit hoofdstuk aangenomen dat dit de geometrie is van de fotondeeltjestoestand van licht!
65: Misschien wel het meest belangrijke onderwerp in de Heilige Geometrie is de Gulden snede. De Gulden snede is een speciale verhouding die wordt aangeduid met de Griekse letter d, Phi genaamd (spreek uit als fi).
Ze voldoet aan d = ½ * f5 + ½ = 1,618
66: Een variant van de Gulden snede spiraal is de Fibonacci-spiraal (Spiraal).
69: We weten ondertussen dat veel musici zoals Beethoven, Mozart, Chopin, Bartók, Shubert en Debussy de Fibonacci-reeks en de Gulden snede opzettelijk gebruikt hebben, niet zozeer in de noten van het stuk, maar in de compositie zelf.
Beethoven gebruikte de Gulden snede in zijn beroemde Vijfde Symfonie. Zijn beroemde openingsmotto komt niet alleen in de eerst en de laatste maat van de symfonie voor, maar ook in de maat die precies de Gulden snede vormt van deze symfonie. Bela Bartók gebruikte de Gulden snede en de Fibonacci-reeks bewust in zijn composities in de maten 5, 8, 13, 21, 34, 55 en 89 waarin hij nieuwe instrumenten introduceerde zoals strijkers, cello’s en percussie-instrumenten. De vraag is dan ook waarom voegden deze componisten Heilige Geometrie toe aan hun muziek? Misschien waren ze niet alleen musici maar ook vrijmetselaars?
Een klassiek wiskundig probleem dat stamt uit de tijd van Plato wordt ook wel de ‘kwadratuur van de cirkel’ genoemd. In de laatste driehonderd jaar hebben wiskundigen tevergeefs geprobeerd met een oplossing te komen voor het probleem om met een passer en een winkelhaak een cirkel en een vierkant te construeren, zodanig dat beide dezelfde omtrek hebben. Pas in 1882 bewees Lindemann dat er helemaal geen oplossing bestaat voor dit probleem. Omdat Lindemann’s bewijs nogal complex is zullen we in simpele bewoordingen uitleggen waarom de cirkel niet vierkant gemaakt kan worden. De omtrek van een cirkel met een straal 1 is 2 * h en h (Pi) is een irrationeel getal (een transcendent getal, h kan nooit berekend worden, alleen benaderd). Maar wanneer h irrationeel is en niet berekend kan worden, dan moet dit dus ook gelden voor de omtrek van de cirkel! De omtrek van het vierkant is echter een reëel getal omdat het vier maal de zijde van een vierkant bedraagt, hetgeen een reëel getal is dat gemeten kan worden. Dientengevolge kunnen de omtrek van cirkel en het vierkant in mathematische zin nooit gelijk zijn, ze kunnen hoogstens oneindig dicht bij elkaar liggen.
71: Er valt nog een mysterieuze relatie te ontdekken in de schets van de Man van Vitruvius van Leonardo Da Vinci. De Grote Piramide van Gizeh in Egypte genoemd naar farao Khufu (Cheops in het Grieks) die er begraven zou liggen, onderhoudt een perfecte relatie met de kwadratuur van de cirkel en de afbeelding van de Man van Vitruvius van Leonardo Da Vinci! Kijk maar eens naar dit plaatje:
74: Volgens Daniel Winter, wiens fysica we nog zullen bestuderen in het volgende hoofdstuk, stelt dit labyrint de tweedimensionale symbolische projectie voor van Phi-spiralen die de torus vormen. De torus, zo wordt in zijn etherfysica aangenomen, is het bouwblok van het atoom en dus van de materie. Het labyrint is dan ook volgens Winter een symbolische projectie van de draaiende bochten die de Ph-spiralen van licht volgen op weg naar het centrum van het atoom.
De kathedraal van Chartres herbergt in het geheim kennis van de Heilige Geometrie, maar het heeft vele eeuwen geduurd voordat dit werd ontdekt. Heilige Geometrie werd niet alleen in de kathedraal van Chartres toegepast, maar in veel meer kathedralen en kerken in heel Frankrijk zoals in de kerken van Reims, Sens, Arras, Amiens, St Quentin, Bayeux en Toulouse om er maar een paar te noemen. Al deze kerken bezitten een labyrint gelijkend op dat van Chartres. Het moge duidelijk zijn dat het labyrint erg belangrijk was.
86: Platonische lichamen zelf ook genest kunnen worden, ze passen allemaal in elkaar. Laten we de kubus als voorbeeld nemen. Wanneer we lijnen trekken om alle middelpunten van de 6 vlakken van de kubus te verbinden, dan vormen deze op hun beurt weer een octaëder. De octaëder wordt volledig omschreven door de initiële kubus. Hetzelfde proces kan nu herhaald worden met de octaëder door de middelpunten van de vlakken van de octaëder onderling te verbinden. Het resultaat is een kubus die nu geheel omschreven wordt door de octaëder. Dit proces kan voor eeuwig doorgaan, steeds kleinere Platonische lichamen creërend die perfect genest in elkaar passen, het creëert een fractal, een repeterend geometrisch patroon.
90/91: Een fractal komt met zichzelf overeen op elke schaal, het is een herhaald geometrische patroon. De binnenste structuur van een fractal wordt gereflecteerd in de buitenste structuur. Fractal betekent “een fractie van het geheel”, hiermee aangevend dat ieder stuk een deel van het geheel is. Het is het basisidee van een hologram en het is om deze reden dat volgens Daniel Winter het universum een superhologram is. De fractals van elektromagnetische energie verbinden alles met alles in het universum en zijn de basale bouwstenen van dit hologram. De fractal repetitieve structuren van elektromagnetische energie weven zo een gigantisch web door het gehele universum.
98: Kwantumfysicus David Bohm meent, net als Daniel Winter, dat het universum holografisch van aard is en dat er een onverdeelde eenheid bestaat van alle dingen. “Het is zinloos om in termen van gescheiden deeltjes te spreken omdat ze vergeleken kunnen worden met kleine draaikolken in de rivier waarvan je ook niet kunt zeggen waar de draaikolk begint en de rivier eindigt.” Bohm vervolgt met te zeggen dat “bewustzijn niet alleen aanwezig is in alle levensvormen, maar ook in alle levensloze materie omdat energie, ruimte, tijd en bewustzijn geen afzonderlijke dingen zijn.”
99: Amit Goswami heeft hierover te zeggen dat bewustzijn de basis is van alles en hij omzeilt hiermee de dubbelzinnigheid van de Kopenhagen-interpretatie van de kwantumfysica. Volgens hem moet het wel zo zijn dat bewustzijn oorspronkelijk is en het fysieke voortbrengt. Amit Goswami is de schrijver van het boek ‘The Self Aware Universe’.
151: Ook de chaostheorie lijkt de Intelligent Design theorie van Michael Behe te ondersteunen. De fractal-attractoren van de chaostheorie stellen ons voor de filosofische vraag of er doelgerichtheid bestaat in het universum. Worden we misschien voortgetrokken naar een einddoel? Trekt de evolutie ons naar een definitief einddoel ergens in de toekomst of duwen de willekeurige darwinistische mutaties ons dan toch doelloos voort? Chaostheorie lijkt de voorkeur te geven aan de eerste optie.
178: De Phi-spiraal (Lorenz Attractor) beschrijft het oppervlak van de torus, het basiselement van de materie. Wanneer we de Phi-spiraal in de tetraëder plaatsen en deze langzaam laten ronddraaien en we schijnen vervolgens een licht vanachter de Phi-spiraal, dan zullen alle Hebreeuwse letters vanzelf verschijnen als schaduwen op de binnenwand van de tetraëder. Dus de Hebreeuwse letters van het alfabet zijn projecties van de Gulden snede-spiraal!
Ken Wilber geeft in zijn boek Integrale visie op p. 119 een kunstzinnige voorstelling van de spiraaldynamiek.

De kwantumverstrengeling, de elektronenconfiguratie komt in het artikel Dualiteit in de evolutie van Thijs Prent en in hoofdstuk 4 Chaos-Theos-Kosmos (p. 374) en hoofdstuk 15 Goden, monaden en atomen (p. 676) in De Geheime Leer Deel I aan de orde. H.R. Opdenberg werkt het thema 'verstrengeling' in zijn artikel Het oneindig gevarieerde heelal uit.

Mary Patterson: Ruimte en tijd zijn altijd met elkaar verweven. Tijd wordt bijvoorbeeld beschouwd als vierdimensionaal. Derhalve zijn grenzeloze ruimte en eeuwigheid uiteindelijk één. Ruimte, de Grote Moeder, is de wortel van de materie (mulaprakriti). Tijd is de achtergrond voor beweging, de voorkosmische beweging oftewel ’de Grote Adem’, de bron van Bewustzijn. Door in gedachten naar de oorsprong van alle voorwerpen in de ruimte terug te gaan, dat wil zeggen naar de bron van substantie of materie en in gedachten terug te gaan naar de basis van alle gebeurtenissen in de tijd, dat wil zeggen naar de bron van de beweging van bewustzijn of geest, komen we zo de Eenheid nabij, waarvan zij aspecten zijn. Volgens de ‘Eerste Grondstelling’ zal manifestatie plaatsvinden wanneer het Absolute de twee aanzichten van voorkosmische stof en voorkosmische geest of bewustzijn voortbrengt.

Jack G. Patterson: De oneindige ruimte is een Groot Allesomvattend Veld van Energie.
Men zou God kunnen opvatten als ‘het Ene Grote Alles Omvattende Veld van Energie waarin we leven en ons voortbewegen en waarin we ons bestaan hebben. In alles is leven – er bestaat geen dode stof.’
Elk levend wezen is een brandpunt van die energie en openbaart het veld van energie door levend te zijn.

Geofrey Farthing Theosofie: een weldadige bron van inspiratie (p. 13):
Het zijn: ten eerste, op hoogste niveau, geest (atma) die het allerhoogste is, maar die niet werkzaam is wanneer hij niet een of ander voertuig heeft waarin of waar doorheen hij werkzaam kan zijn. Het eerstvolgende niveau daaronder is dat van het voertuig (buddhi). Tezamen vormen deze twee niveaus een dualiteit, of twee polen van het bestaan, geest en stof, aangeduid als de monade, die door alle lagere niveaus van de schepping heen gaan. De dualiteit vormt de basis van subjectiviteit en objectiviteit die zich in ons manifesteren als bewustzijn, en datgene waarin het bewustzijn kan ontstaan, dat wil zeggen vorm of voertuig.
De twee aspecten van het Ene in manifestatie (de monade) doen de dualiteiten van leven en vorm ontstaan, positief en negatief, actief en passief, mannelijk en vrouwelijk, enzovoort.

Gottfried de Purucker Bron van het Occultisme, hoofdstuk Ruimte, tijd en duur:
Zo komt het dat duur zowel identiek is met ruimte als met kosmisch denkvermogen. Toch is zelfs dit mysterie der mysteries, ruimte-denkvermogen-duur, het product of het beeld dat ons hoogste intellect heeft van dat onuitsprekelijke mysterie dat het naamloze of dat wordt genoemd. We zien bovendien dat verleden en toekomst, op de juiste manier begrepen, samensmelten tot ‘het eeuwige nu’ (H.P. Blavatsky: De Geheime Leer Deel I, p. 67).
In de woorden van de Chhandogya-Upanishad (I, 9, 1):

‘Waarheen keert deze wereld terug?’
‘Naar de ruimte (akasa)’, zei hij. ‘Waarlijk, alle dingen hier komen voort uit ruimte. Ze verdwijnen weer in de ruimte, want alleen ruimte is groter dan deze; ruimte is het uiteindelijke doel.’

Hoofdstuk 9. Zero Point Foundations

H.P. Blavatsky beoogt in de De Geheime Leer met metaforische teksten alle religies te ontsluieren.
H.P. Blavatsky: De Geheime Leer Deel I, Proloog (p. 31):
Vóór zich ziet de schrijfster een archaïsch handschrift – een verzameling palmbladeren die door een bepaald onbekend procédé onaantastbaar zijn gemaakt voor water, vuur en lucht. Op de eerste bladzijde staat een vlekkeloos witte schijf tegen een dofzwarte achtergrond. Op de volgende bladzijde dezelfde schijf, maar met een punt in het midden. De onderzoeker weet dat de eerste de Kosmos in de eeuwigheid voorstelt, vóór het opnieuw ontwaken van de nog sluimerende energie, de uitstraling van het Woord in latere stelsels. De punt in de tot dusver vlekkeloze schijf, Ruimte en eeuwigheid in pralaya, geeft de dageraad van de differentiatie aan. Het is de punt in het wereld-ei (zie Afdeling II, ‘Het wereld-ei’), de kiem er binnenin die het Heelal zal worden, het AL, de grenzeloze periodieke Kosmos. Deze kiem is op afwisselende tijden slapend en actief. De ene cirkel is de goddelijke eenheid, waaruit alles voortkomt en waarnaar alles terugkeert. Zijn omtrek – een noodzakelijk begrensd symbool, gezien de beperking van het menselijke verstand – geeft de abstracte, altijd onkenbare TEGENWOORDIGHEID aan, en het vlak waarin de cirkel ligt, correspondeert met de universele ziel, hoewel deze twee één zijn. Het feit dat alleen de oppervlakte van de schijf wit is en de achtergrond zwart, toont duidelijk aan dat haar gebied de enige kennis is, hoewel nog vaag en nevelig, die de mens kan bereiken. Dit is het gebied waar de manifestaties van het manvantara beginnen, want in deze ZIEL sluimert tijdens de pralaya de goddelijke gedachte, waarin het plan van iedere toekomstige kosmogonie en theogonie verborgen ligt.

Dis-identificatie
Macrokosmisch bekeken is het Heelal in toto (de Ruimte) eeuwig en grenzeloos, maar periodiek is het een onophoudelijke beweging van manifestatie en ontbinding die plaats vindt in die onveranderlijke Ruimte (De Geheime Leer Deel I Proloog, p. 46/47).

De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk Aanvullende feiten en verklaringen over de bollen en de monaden, p. 210:
Het wordt nu duidelijk, dat er in de Natuur een drievoudig evolutieplan bestaat voor het vormen van de drie periodieke upadhi’s, of liever drie afzonderlijke evolutieplannen, die in ons stelsel op elk punt onontwarbaar zijn dooreengeweven en vermengd. Dit zijn de monadische (of geestelijke), de verstandelijke en de stoffelijke evolutie. Deze drie zijn de eindige aspecten of de weerspiegelingen op het gebied van de kosmische illusie van ATMA, het zevende beginsel, de ENE WERKELIJKHEID.
De Geheime Leer Deel I, Samenvatting (p. 301):
(6.) Het Heelal wordt van binnen naar buiten bestuurd en geleid. Zoals boven, zo is het ook beneden, zoals in de hemel, zo ook op aarde; en de mens – de microkosmos en het verkleinde evenbeeld van de macrokosmos – is de levende getuige van deze universele wet en van haar manier van werken.

Robert Bowen: (c) Het derde denkbeeld dat vastgehouden moet worden is: DE MENS IS DE MICROCOSMOS. Aangezien hij dat is, bestaan alle hiërarchieën des hemels in hem. Maar in waarheid is er noch macrocosmos noch microcosmos, maar één Bestaan. Groot en klein bestaan alleen maar zo als voorstellingen van een beperkt bewustzijn.

H.P. Blavatsky Geheime Leer Deel I hoofdstuk 4 Chaos-Theos-Kosmos (p. 379).

De causale snaartheorie komt een stapje verder wanneer wetenschappers bereid zijn met de acausale, de geestelijke keerzijde van de medaille rekening te houden.
De oplossing van de unificatietheorie wordt niet gevonden in het elementaire deeltje maar in de ruimte die de elementaire deeltjes van elkaar scheidt.

Deze stelling is gebaseerd op De Geheime Leer, Deel I p. 563: ‘De kracht is daarom niet in het atoom maar in de ruimte die de atomen van elkaar scheidt (zeropoint source, het neutrale centrum, eros = fohat). Evolutie vindt door emanatie plaats. Het Akasha-veld (Z.P.F.) is een energieniveau, ether het medium, de materie van Akasha. Ether wordt door een punt (snijpunt van de diagonalen 1./2. en 3./4.) gesymboliseerd.
Het zelfbewustzijn en het non-lokale bewustzijn zijn complementair.
De Geheime Leer Deel I, Samenvatting (p. 314):
‘Werkelijkheid bestaat niet op aarde, mijn zoon, en kan daar niet bestaan. . . . Niets op aarde is werkelijk, er is slechts schijn. . . . Hij (de mens) is als mens niet werkelijk, mijn zoon. Het werkelijke bestaat alleen in zichzelf en blijft wat het is. . . . De mens is vergankelijk en hij is daarom niet werkelijk, hij is maar schijn en schijn is de hoogste illusie.
De Geheime Leer Deel I hoofdstuk 16 Cyclische evolutie en karma (p. 704):
De atomen die uit het centrale punt zijn uitgestraald, emaneren op hun beurt nieuwe energiecentra, die onder de latente adem van fohat hun werk van binnen naar buiten beginnen en zich vermenigvuldigen tot andere kleinere centra.

Blavatsky (1831 - 1891) De Geheime Leer Deel II, Stanza 1 Het begin van bewust leven (p. 25):
De opsomming van de stanza’s in Deel I liet zien dat de genesis2 van goden en mensen voortkwam uit een en hetzelfde punt, dat de ene universele, onveranderlijke, eeuwige en absolute EENHEID is. In zijn eerste gemanifesteerde aspect hebben wij het zien worden: (1) in de sfeer van objectiviteit en fysica, de oorspronkelijke substantie en kracht (middelpuntzoekend en middelpuntvliedend, positief en negatief, mannelijk en vrouwelijk, enz.); (2) in de wereld van de metafysica, de GEEST VAN HET HEELAL of kosmische verbeeldingskracht, door sommigen de LOGOS genoemd.
2) Volgens de geleerde definitie van dr. A. Wilder is genesis, γένεσιϛ, niet voortplanting, maar ‘een komen uit het eeuwige naar de Kosmos en de Tijd’: ‘een komen van esse tot existere’, of ‘van HET ZIJN tot het zijnde’ – zoals een theosoof zou zeggen.
39: De wereld van de verschijnselen bereikt haar hoogtepunt en de weerspiegeling van alles in de MENS. Daarom is hij het mystieke vierkant – in zijn metafysische aspect – de Tetraktis, en wordt op het scheppende gebied de kubus. Zijn symbool is de uitgevouwen kubus en de 6 die 7 wordt, of de , drie dwars (het vrouwelijke) en vier verticaal; en dit is de mens, het hoogste wat de godheid op aarde bereikt; zijn lichaam is het kruis van vlees, waarop, waardoor, en waarin hij eeuwig de goddelijke logos of zijn HOGERE ZELF kruisigt en ter dood brengt.

Blavatsky Deel III (p. 576): Daarom zegt men dat Manas tweevoudig is, het Ego en het denkvermogen van de mens. Kâma-Manas of het lagere Ego nu, door begoocheling er toe gebracht te menen dat het een onafhankelijk bestaan leidt, en op zijne beurt de “voortbrenger” en beheerser van de vijf tanmântra’s, wordt Egoisme, het zelfzuchtige Zelf etc. Antahkarana is de naam denkbeeldige brug, het pad tussen het goddelijke en het menselijke Ego want beide zijn bij ’s mensen leven Ego’s om in Devachan of Nirwâna wederom één Ego te worden. Stellen wij ons een helder brandende lamp in het midden van een vertrek voor, die haar licht op de muur werpt (zie ook metafoor van de toverlantaarn), laat de lamp het Goddelijk Ego voorstellen, het op de muur geworpen licht het lagere manas, en de muur het lichaam. Het gedeelte van de atmosfeer, dat de straal van de lamp naar de muur overbrengt, zal dan het antahkarana voorstellen.

Wet van analogie (Wederkerigheid, Zo Boven zo Beneden, 'Globale brein en Cybernetica')

H.P. Blavatsky: De Geheime Leer Deel I Stanza 6. Onze wereld, haar groei en ontwikkeling (p. 169):
Want ‘evenals een mens is samengesteld uit zeven beginselen, bestaat gedifferentieerde stof in het zonnestelsel in zeven verschillende toestanden’ (ibid). Dat geldt ook voor fohat ('bouwer van de bouwers'). Hij is één en zeven, en staat op kosmisch gebied achter alle manifestaties zoals licht, warmte, geluid, adhesie, enz., en is de ‘geest’ van de ELEKTRICITEIT, die het LEVEN van het Heelal is. Als abstractie noemen wij hem het ENE LEVEN; als objectieve en zichtbare werkelijkheid spreken wij van een zevenvoudige ladder van manifestatie, die op de bovenste sport begint met de ene onkenbare OORZAKELIJKHEID, en eindigt als alomtegenwoordig Denkvermogen en Leven, dat in ieder atoom van de stof woont. Terwijl dus de wetenschap spreekt van de evolutie daarvan door redeloze stof, blinde kracht en zinloze beweging, wijzen de occultisten op een intelligente WET en een bewust LEVEN, en voegen eraan toe dat fohat de leidende geest van dit alles is. Toch is hij in het geheel geen persoonlijke god, maar de uitstraling van die andere achter hem staande machten, die de christenen de ‘boodschappers’ van hun God noemen (die in werkelijkheid slechts de Elohim is, of beter een van de zeven scheppers die Elohim worden genoemd), en wij de ‘boodschapper van de oorspronkelijke zonen van leven en licht’.
180: De Wet van de Analogie in het bouwplan van de stelsels buiten en van de planeten binnen ons zonnestelsel, heeft niet noodzakelijk betrekking op de eindige voorwaarden waaraan ieder zichtbaar lichaam op ons bestaansgebied is onderworpen. In de occulte wetenschap is deze wet de eerste en de belangrijkste sleutel tot de kosmische natuurkunde, maar zij moet tot in de kleinste bijzonderheden worden bestudeerd en ‘zeven keer worden omgedraaid’ voordat men haar begrijpt. De occulte filosofie is de enige wetenschap die ons dat kan leren. Hoe kan men dan het al of niet waar zijn van de stelling van de occultist, dat ‘de Kosmos eeuwig is in zijn onvoorwaardelijke collectiviteit en slechts eindig in zijn voorwaardelijke manifestaties’ laten afhangen van die eenzijdig op het stoffelijke gebaseerde uitspraak dat ‘de Natuur noodzakelijk uitgeput moet raken’?
Geheime Leer Deel I, hoofdstuk Feiten en verklaringen over de bollen en de monaden (p. 202):
Zo wordt duidelijk hoe volmaakt de analogie is tussen de processen van de Natuur in de Kosmos en in de individuele mens. Laatstgenoemde doorloopt zijn levenscyclus en sterft. Zijn ‘hogere beginselen’, die in de ontwikkeling van een planeetketen overeenkomen met de rondgaande monaden, gaan in devachan, dat overeenkomt met het ‘nirvana’ en de toestanden van rust tussen twee ketens. De lagere ‘beginselen’ van de mens vallen na verloop van tijd uiteen en worden door de Natuur opnieuw gebruikt voor het vormen van nieuwe menselijke beginselen, en hetzelfde proces vindt plaats bij het uiteenvallen en het vormen van werelden. De analogie is dus de betrouwbaarste gids voor het begrijpen van de occulte leringen.
De Geheime Leer Deel I hoofdstuk Feiten en verklaringen over de bollen en de monaden (p. 202/203):
Zo wordt duidelijk hoe volmaakt de analogie is tussen de processen van de Natuur in de Kosmos en in de individuele mens. Laatstgenoemde doorloopt zijn levenscyclus en sterft. Zijn ‘hogere beginselen’, die in de ontwikkeling van een planeetketen overeenkomen met de rondgaande monaden, gaan in devachan, dat overeenkomt met het ‘nirvana’ en de toestanden van rust tussen twee ketens. De lagere ‘beginselen’ van de mens vallen na verloop van tijd uiteen en worden door de Natuur opnieuw gebruikt voor het vormen van nieuwe menselijke beginselen, en hetzelfde proces vindt plaats bij het uiteenvallen en het vormen van werelden. De analogie is dus de betrouwbaarste gids voor het begrijpen van de occulte leringen.
206: ‘Een neerdalen van de geest in de stof, dat overeenkomt met een opgang in de stoffelijke evolutie; een wederopstijgen uit de diepste diepten van stoffelijkheid (de delfstof) naar haar status quo ante, met een daarmee gepaard gaand verdwijnen van concrete organismen – omhoog naar nirvana, het punt waar gedifferentieerde stof verdwijnt.’ (‘Five Years of Theosophy’, blz. 276.)
Het wordt dus duidelijk waarom wat in Esoteric Buddhism terecht ‘evolutiegolf’ en delfstoffen-, planten-, dieren- en mensen‘impuls’ wordt genoemd, in de vierde cyclus of Ronde bij de deur van onze bol tot staan komt. Op dit punt zal de kosmische monade (buddhi) huwen met en tot voertuig worden van de atmische straal, d.w.z. buddhi zal ontwaken tot een bewust waarnemen van atman en zo de eerste sport beklimmen van een nieuwe zevenvoudige ladder van evolutie, die haar tenslotte zal leiden tot de tiende tak (geteld van beneden naar boven) van de boom van de sephiroth, de Kroon.
Alles in het Heelal volgt de wet van de analogie. ‘Zo boven, zo beneden’; de mens is de microkosmos van het Heelal. Wat plaatsvindt op het geestelijke gebied, herhaalt zich op het kosmische gebied.
De Geheime Leer Deel I Stanza 6. Vervolg (p. 228):
In de Kabbala worden de werelden vergeleken met vonken die wegvliegen van onder de hamer van de grote architect – de WET, de wet waaronder al de kleinere scheppers vallen.
Het volgende vergelijkende diagram laat zien dat de twee stelsels, het kabbalistische en het oosterse, overeenkomsten vertonen. De bovenste drie lagen zijn de drie hogere bewustzijnsgebieden, die in beide scholen alleen aan de ingewijden worden onthuld en verklaard. De bovenste drie lagen zijn de drie hogere bewustzijnsgebieden, die in beide scholen alleen aan de ingewijden worden onthuld en verklaard. De onderste lagen geven de vier lagere gebieden weer – het laagste is ons gebied, of het zichtbare Heelal.
Deze zeven gebieden corresponderen met de zeven bewustzijnstoestanden in de mens. Het is zijn taak om zijn eigen drie hogere toestanden af te stemmen op de drie hogere gebieden in de Kosmos. Maar voordat hij dit kan proberen, moet hij de drie ‘zetels’ ervan tot leven en activiteit opwekken.

Deel I hoofdstuk 14 Bewegingsvormen of intelligenties (p. 668):
De occultisten staan in hun overtuigingen dus niet alleen. Eigenlijk zijn ze ook niet zo dwaas dat ze zelfs de ‘zwaartekracht’ van de hedendaagse wetenschap tegelijk met andere fysische wetten verwerpen en in plaats daarvan aantrekking en afstoting aannemen. Bovendien zien ze in deze twee tegengestelde krachten slechts de twee aspecten van de universele eenheid, die men ‘het zich manifesterende denkvermogen’ noemt. In deze aspecten neemt het occultisme door middel van zijn grote zieners een ontelbare menigte werkzame wezens waar: kosmische Dhyāni-Chohans, wezens waarvan de essentie in haar tweevoudige natuur de oorzaak is van alle aardse verschijnselen. Want die essentie is één in substantie met de universele elektrische oceaan, die het LEVEN is; en omdat zij, zoals gezegd, tweevoudig is – 'positief en negatief' – zijn de emanaties van die tweevoudigheid nu op aarde werkzaam onder de naam ‘bewegingsvormen’. Want zelfs tegen het woord kracht kan men bezwaar gaan maken uit vrees dat het iemand zelfs maar in gedachten ertoe zou brengen deze van de stof te scheiden! Het tweeledige gevolg van die tweevoudige essentie wordt nu, zoals het occultisme zegt, de middelpuntzoekende en de middelpuntvliedende kracht genoemd, de 'negatieve en positieve' polen of polariteit, 'warmte en kou' , 'licht en duisternis' , enz.
669: Van goden tot mensen, van werelden tot atomen, van een ster tot een nachtpitje, van de zon tot de levenswarmte van het meest onbetekenende organische wezen – is de wereld van vorm en bestaan een enorme keten, waarvan de schakels alle zijn verbonden. De wet van de analogie is de eerste sleutel tot het wereldprobleem, en men moet deze schakels naast elkaar bestuderen voor wat betreft hun onderlinge occulte relaties.

De Geheime Leer Deel II, Stanza 6 De evolutie van de zweetgeborenen (p. 171):
Analogie is de leidende wet in de Natuur, de enige ware draad van Ariadne, die ons langs de onontwarbare wegen van haar domein kan voeren naar haar eerste en laatste mysteriën. De Natuur is als scheppend vermogen oneindig, en geen enkele generatie van natuurkundigen kan zich er ooit op beroemen de lijst van haar middelen en methoden te hebben uitgeput, hoe uniform de wetten die zij volgt ook zijn.
Deel II, Hoofdstuk 22 De symboliek van de mysterienamen IAO en JEHOVA (p. 629):
Het brahmaanse ‘gouden ei’ waaruit Brahmā, de scheppende godheid, tevoorschijn komt, is de ‘cirkel met het centrale punt’ van Pythagoras, en een passend symbool daarvoor. In de Geheime Leer wordt de verborgen EENHEID – of deze nu PARABRAHMAM voorstelt, of het ‘GROTE UITERSTE’ van Confucius, of de godheid die wordt verborgen door PHTA, het eeuwige licht, dan wel het joodse EN-SOPH – altijd gesymboliseerd door een cirkel of de ‘nul’ (het absolute niet-iets en niets, omdat het oneindig en het AL is); terwijl het god-gemanifesteerde (door zijn werken) wordt aangeduid als de middellijn van die cirkel. De symboliek van het eraan ten grondslag liggende denkbeeld wordt nu duidelijk: de rechte lijn die door het middelpunt van een cirkel gaat, heeft in meetkundige zin lengte, maar geen breedte of dikte: het is een denkbeeldig en vrouwelijk symbool, dat de eeuwigheid doorkruist en dat men laat berusten op het bestaansgebied van de wereld van de verschijnselen. De rechte lijn heeft één dimensie, terwijl de cirkel ervan geen dimensie heeft of, om een algebraïsche term te gebruiken, deze is de dimensie van een vergelijking. Een andere manier om dit denkbeeld te symboliseren vindt men in de pythagorische heilige decade , die in het uit twee cijfers bestaande getal tien (de 1 en een cirkel of nul) het absolute AL samenvat, dat zich manifesteert in het WOORD of de voortbrengende scheppingskracht.
De Geheime Leer Deel II, Hoofdstuk 25 De mysteriën van het zevental, De tetraktis in verband met de zevenhoek (p. 675):
Zoals die alchemisten het uitdrukken: ‘Wanneer de drie en de vier elkaar kussen, voegt het viertal zijn middelste natuur bij die van de driehoek’ (of triade, d.w.z. het oppervlak van een van zijn vlakken wordt het middenvlak van de andere), ‘en wordt een kubus; dan pas wordt hij (de uitgevouwen kubus) het voertuig en het getal van het LEVEN, de vader-moeder ZEVEN.’
681: Het getal zeven, als een samenstelling van 3 en 4, is dus het factorelement in elke oude religie, omdat het het factorelement in de natuur is. Het gebruik ervan moet worden gerechtvaardigd, en er moet worden aangetoond dat zeven het getal par excellence is, want sinds het verschijnen van Esoteric Buddhism zijn vaak bezwaren gemaakt en is vaak twijfel geuit over de juistheid van deze bewering.
682: Het viertal wordt zowel in de Kabbala als door Pythagoras als het volmaaktste of liever als het heilige getal opgevat, omdat het voortkwam uit de een, de eerste gemanifesteerde eenheid, of liever de drie in één. Toch is de laatstgenoemde altijd onpersoonlijk, geslachtloos, onbegrijpelijk geweest, hoewel binnen de mogelijkheden van de hogere mentale waarnemingen.
Want: ‘Het viertal van de verstandelijke wereld (de wereld van mahat) is t’agathon, nous, psyche, hyle; terwijl dat van de waarneembare wereld (van de stof) – die eigenlijk is wat Pythagoras met het woord Kosmos bedoelde – vuur, lucht, water en aarde is. De vier elementen staan bekend onder de naam rizomata, de wortels of beginselen van alle gemengde lichamen’, d.w.z. de lagere Tetraktis is de wortel van de illusie van de wereld van de stof; en dit is het tetragrammaton van de joden en de ‘geheimzinnige godheid’ waarover de hedendaagse kabbalisten zoveel drukte maken!
683: ‘Het getal vier vormt dus het rekenkundige gemiddelde tussen de monade en het zevental, omdat het alle vermogens bevat, zowel van de voortbrengende als de voortgebrachte getallen; want van alle getallen onder de tien wordt dit uit een bepaald getal gemaakt; de verdubbelde duade vormt een viertal, en het viertal verdubbeld of uitgeslagen vormt het zevental. Twee met zichzelf vermenigvuldigd geeft vier; en weer met zichzelf vermenigvuldigd, de eerste kubus. Deze eerste kubus is een vruchtbaar getal, de grondslag van veelheid en verscheidenheid, bestaande uit twee en vier (steunende op de monade, de zevende). Zo vloeien de beide beginselen van tijdelijke dingen, de piramide en de kubus, vorm en stof, voort uit één bron, de vierhoek (op aarde), de monade (in de hemel) . . .’ (Zie Reuchlin, Cabala, I, ii.)
684: Plutarchus verklaart (de Plac. Phil., blz. 878) dat de Achaïsche Grieken het viertal als de wortel en het beginsel van alle dingen beschouwden, omdat dit het getal van de elementen was, die alle zichtbare en onzichtbare geschapen dingen voortbrachten. Bij de broeders van het rozenkruis vormde de figuur van het kruis of de uitgeslagen kubus het onderwerp van een verhandeling in een van de theosofische graden van Peuvret, en werd behandeld volgens de fundamentele beginselen van licht en duisternis, of goed en kwaad .
686: Maar de pythagoreeërs beschouwden het getal zeven of de heptagoon als een religieus en volmaakt getal. Het werd ‘telesphoros’ genoemd, omdat door dit getal alles in het Heelal en de mensheid tot zijn einde, d.w.z. zijn hoogtepunt, wordt gevoerd (Philo, de Mund. opif.). De leer van de sferen, vanaf de tijd van Lemurië tot aan Pythagoras, toont aan dat zowel de zeven krachten van de aardse en ondermaanse natuur, die onder het bestuur van de zeven heilige planeten staan, als de zeven grote krachten van het Heelal, te werk gaan en zich evolueren in zeven tonen, die de zeven noten van de toonladder zijn.

Chaos-Theos-Kosmos (Chaos, Gaia en Eros, Goed en Kwaad)

Het bewustwordingsproces bestaat uit de uitwisseling tussen het vrouwelijk en het mannelijk, tussen 'Chaos, Gaia en Eros' en het 'Goede, Ware en Schone', tussen 'Chaos-Theos-Kosmos' en 'Goden-Monaden-Atomen', tussen materie en geest, tussen lagere en hogere Triade, tussen chaos en harmonie, tussen navel (Epithumia) en hart (Thumos), tussen begin en het einde, tussen Alpha en Omega.

Deel II, p. 686: Verder ‘corresponderen God, Monade en Atoom met geest, denkvermogen en lichaam (ātman, manas en sthūlaśarīra) in de mens’.

Met behulp van het kompaskwadrant worden de contouren van het Ether-paradigma uitgewerkt. Het kompaskwadrant toont een inductieve, causale benadering. Uiteindelijk mond deze uit in de vraag wat is 'Ruimte en Tijd' of hoe kijkt de wetenschappelijke wereld tegen dit fenomeen aan?

De kosmos heeft vier dimensies: drie ruimte, één tijd. We leven in een vierdimensionaal ruimte/tijd-continuüm, het eeuwige NU. Het kompaskwadrant wordt gebruikt om de 5e dimensie, de kwintessens van het aardse ruimte/tijd-continuüm te belichten.

Rapport ‘E i V’,InhoudTheosofie: Dualiteitin de evolutieNatuurlijke kringloop (1 - 3 - 2 - 4):
Deel VIIDeel V1. Goden3. KosmosMacrokosmosTijd-as
1. Vuur ----3. Lucht7. Âtma5. Manas1. Ruimte, Wat ----3. Oneindigheid, Ruimteloosheid
|||||
4. Aarde ----2. Water4.b Kama6. Buddhi4. Eeuwige NU ----2. Materie, Hoe
Deel IVDeel VI4.a Chaos2. AtomenTijd-asMicrokosmos

Linker kwadrant: 5e element Ether, snijpunt van de diagonalen 1./2. en 3./4. Het fysieke - en emotionele lichaam, de mentale psyche en de monadische geest correleren met de vier typen toestanden van Ken Wilber. Het element ether, de kwintessens brengt de heelheid, de energetische samenwerking op het fysieke, emotionele, mentale, en spirituele vlak tot uitdrukking.
Middelste kwadrant: Het 5e element de Monaden met als voertuig Theos. De term sutratman brengt het proces van de tweevoudige evolutie tot uitdrukking.

H.P. Blavatsky Geheime Leer Deel I hoofdstuk 4 Chaos-Theos-Kosmos (p. 374):
De RUIMTE die de hedendaagse wijsneuzen, in hun onwetendheid en iconoclastische neiging om elk filosofisch denkbeeld uit de oudheid te vernietigen, hebben uitgeroepen tot ‘een abstract denkbeeld’ en een leegte, is in werkelijkheid de bevatter en het lichaam van het Heelal met zijn zeven beginselen. Het is een lichaam met grenzeloze uitgebreidheid, waarvan volgens occult spraakgebruik de BEGINSELEN – omdat elk daarvan op zijn beurt zevenvoudig is – in onze wereld van verschijnselen alleen het grofste weefsel van hun onderverdelingen manifesteren. ‘Niemand heeft de elementen ooit ten volle gezien’, zegt de leer. Wij moeten onze wijsheid zoeken in de oorspronkelijke uitdrukkingen van de oudste volkeren en in hun synoniemen. Zelfs het laatste hiervan – de joden – blijkt in zijn kabbalistische leringen dit denkbeeld te kennen, bijv. de zevenkoppige slang van de Ruimte, die ‘de grote zee’ wordt genoemd. ‘In het begin schiepen de Alhim de hemelen en de aarde; de 6 (sephiroth). . . . Zij schiepen er zes, en hierop zijn alle dingen gebaseerd. En die (zes) zijn afhankelijk van de zeven vormen van de schedel tot aan de Waardigheid van alle Waardigheden’ (Siphrah Dzenioota, i, § 16), zie Afdeling II, Deel II, ‘Oude indelingen en de mystieke getallen’.
375: In de bewoordingen van een Fragment van Hermias: ‘De chaos, die uit deze vereniging met de geest begripsvermogen verkreeg, straalde van blijdschap, en zo werd het protogonos (eerstgeboren) licht voortgebracht’2. Dit is de universele drie-eenheid, gebaseerd op de metafysische begrippen van de Ouden die, naar analogie redenerend, van de mens – een samenstel van verstand en stof – de microkosmos van de macrokosmos, of het grote heelal, maakten.’ (Isis Ontsluierd.)
Het laatste betekent alleen maar een latente godheid of kracht, die vóór haar eerste manifestatie, toen zij WIL werd – die de eerste impuls aan deze atomen overbracht – het grote niets was, Ain-Soph of GEEN DING; en daarom voor ieder zintuig een leegte – of CHAOS – was.
Die Chaos werd echter volgens Plato en de pythagoreeërs de ‘ziel van de wereld’. Volgens de hindoeleer doordringt de godheid in de vorm van aether (akāsa) alle dingen; en deze werd daarom door de theürgen ‘het levende vuur’, de ‘geest van het licht’ en soms magnes genoemd. De hoogste godheid zelf bouwde volgens Plato het Heelal in de meetkundige vorm van de dodecaëder (regelmatige twaalfvlak); en haar ‘eerstgeborene’ werd geboren uit Chaos en oorspronkelijk licht (de centrale zon). Deze ‘eerstgeborene’ was echter slechts het geheel van de menigte van ‘bouwers’, de eerste constructieve krachten, die in oude kosmogonieën de Ouden (geboren uit de Diepte of de Chaos) en het ‘eerste punt’ worden genoemd. Hij is het zogenaamde tetragrammaton, aan het hoofd van de zeven lagere sephiroth. Dit was het geloof van de Chaldeeën. ‘Deze Chaldeeën’, schrijft Philo, de jood, die heel oneerbiedig spreekt over de eerste leermeesters van zijn voorvaderen, ‘dachten dat de Kosmos onder de dingen die bestaan (?) één enkel punt is, dat òf zelf God (Theos) is, òf waarin God is, die de ziel van alle dingen omvat’. (Zie zijn ‘Rondzwerving van Abraham’, 32.)
376: Chaos-Theos-Kosmos zijn slechts de drie aspecten van hun syntheseRUIMTE. Men zal het mysterie van deze Tetraktis nooit oplossen door vast te houden aan de dode letter van de oude filosofieën zoals die nu nog bestaan. Maar zelfs hierin worden CHAOS–THEOS–KOSMOS = RUIMTE in alle eeuwigheid geïdentificeerd als de Ene Onbekende Ruimte, waarover het laatste woord misschien niet vóór onze zevende Ronde zal worden gezegd. Niettemin zijn de allegorieën en metafysische symbolen over de oorspronkelijke en volmaakte KUBUS zelfs in de exoterische Purāna’s opmerkelijk.
Ook daarin is Brahmā de Theos, die zich ontwikkelt uit de Chaos of de grote ‘Diepte’, de wateren, waarboven de geest = RUIMTE, verpersoonlijkt door ayana – de geest die zich beweegt boven de toekomstige grenzeloze Kosmos – in stilte zweeft in het eerste uur van het weer ontwaken. Hij is ook Vishnu, die slaapt op Ananta-Sacha, de grote slang van de eeuwigheid, waarvan de westerse theologie – die niets weet over de Kabbala, de enige sleutel tot de geheimen van de bijbel – de duivel heeft gemaakt. Hij is de eerste driehoek of de pythagorische triade, de ‘god met de drie aspecten’, vóór hij door de volmaakte kwadratuur van de oneindige cirkel wordt veranderd in de ‘Brahmā met vier gezichten’.
379: Chaos-Theos-Kosmos, de drievoudige godheid, is alles in alles. Daarom zegt men dat zij mannelijk en vrouwelijk, goed en kwaad, positief en negatief is: de hele reeks van tegengestelde eigenschappen. In latente toestand (in pralaya) is zij onkenbaar en wordt de onnaspeurlijke godheid. Zij kan slechts in haar actieve functies worden gekend, dus als stof-kracht en levende geest, de correlaten en het resultaat of de uitdrukking op het zichtbare gebied van de altijd ongekend blijvende uiteindelijke EENHEID.

Goden-Monaden-Atomen ('Goede, Ware en Schone', Absolute leven)

De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 15 Goden, monaden en atomen (p. 676):
Een van die ‘ontaarde’ opvattingen is – volgens de alles ontkennende scepticus – het denkbeeld dat de Kosmos, afgezien van zijn objectieve planeetbewoners, zijn mensheden in andere bewoonde werelden, vol is van onzichtbare, intelligente wezens. De zogenaamde aartsengelen, engelen en geesten van het westen, kopieën van hun oervormen, de Dhyāni-Chohans, de deva’s en pitri’s van het oosten, zijn geen werkelijke wezens maar ficties. Op dit punt is de materialistische wetenschap onverbiddelijk. Om haar standpunt te ondersteunen, gooit zij haar eigen axiomatische wet van uniformiteit in de natuurwetten, die van de continuïteit en de hele logische volgorde van analogieën in de evolutie van het zijn, omver. Men laat de massa’s niet-ingewijden geloven dat het hele bijeengebrachte getuigenis van de geschiedenis, dat aantoont dat zelfs de atheïsten van de oudheid, zoals Epicurus en Democritus, in goden geloofden, onwaar was; en dat filosofen als Socrates en Plato, die het bestaan ervan verkondigden, enthousiasten en dwazen waren die zich vergisten. Als we onze opvattingen alleen op historische gronden baseren, op gezag van talloze eminente wijzen, neoplatonisten, mystici van alle eeuwen, vanaf Pythagoras tot de grote wetenschappers en professoren van deze eeuw die, als zij ‘goden’ verwerpen, toch in ‘geesten’ geloven, moeten we dan zulke autoriteiten als even zwakzinnig en dwaas beschouwen als de een of andere rooms-katholieke boer, die gelooft in zijn eens menselijke heilige of de aartsengel Michaël, en tot deze bidt? Maar is er geen verschil tussen het geloof van de boer en van de westerse erfgenamen van de rozenkruisers en alchemisten van de middeleeuwen? Zijn de Van Helmonts, de Khunraths, de Paracelsussen en de Agrippa’s, van Roger Bacon tot St. Germain, allen blinde enthousiasten, hysterici of bedriegers, of is het handjevol moderne sceptici – de ‘vernieuwers van het denken’ – met de blindheid van ontkenning geslagen? Volgens ons het laatste.
678: De theofilosofie ontwikkelt zich over een breder front. Vanaf het begin van de tijd – in de tijd en in de ruimte van onze Ronde en bol – werden de geheimen van de Natuur (in ieder geval die waarvan onze rassen kennis mogen nemen) in meetkundige figuren en symbolen opgetekend door de leerlingen van diezelfde nu onzichtbare ‘hemelse mensen’. De sleutels daartoe zijn van de ene generatie van ‘wijze mannen’ op de volgende overgegaan. Enkele van de symbolen die zo van het oosten naar het westen kwamen, werden meegebracht door Pythagoras, die niet de uitvinder van zijn bekende ‘driehoek’ was. Laatstgenoemde figuur, samen met het vlak, de kubus en de cirkel vormen een welsprekender en wetenschappelijker beschrijving van de orde van de evolutie in het Heelal, zowel spiritueel en psychisch als fysiek, dan boekdelen vol beschrijvende kosmogonieën en geopenbaarde Geneses. De tien punten, beschreven binnen die ‘driehoek van Pythagoras’, zijn van evenveel waarde als alle leringen over de afstamming van de goden en engelen die ooit uit een theologisch brein zijn voortgekomen. Want wie ze interpreteert – zoals ze daar staan in de gegeven volgorde – zal in die zeventien punten (de zeven wiskundige punten zijn verborgen) de ononderbroken reeks van genealogieën vinden van de eerste hemelse tot de aardse mens.
679: De filosofie had zich echter nooit een denkbeeld van een logische, universele en absolute godheid kunnen vormen, als zij geen wiskundig punt binnen de cirkel had om haar speculaties op te baseren. Alleen het gemanifesteerde punt, dat voor ons gevoel verloren is gegaan nadat het vóór de wereldvorming was verschenen in de oneindigheid en onkenbaarheid van de cirkel, maakte een verzoening tussen filosofie en theologie mogelijk – op voorwaarde dat laatstgenoemde haar grove materialistische dogma’s loslaat. En omdat zij zo onverstandig was de monade en de geometrische figuren van Pythagoras te verwerpen, heeft de christelijke theologie haar zelfgeschapen menselijke en persoonlijke God ontwikkeld, het monsterhoofd waaruit in twee stromen de dogma’s van verlossing en verdoemenis vloeien.

Zie ook:

Boeken:

Externe Links

<< vorige || volgende >>

Categorie: Artikelen | Rapport | Auteur: Harry Nijhof


Deze pagina werd sedert 16 dec. 2007 3196 keer bekeken.