2.2.1 Evolutionaire kringloop en de Systeemtheorie

Gottfried de Purucker: Terwijl we steeds dieper afdalen in de stof, bereiken we het menselijke stadium en verwerven daar zelfbewustzijn – een zelfbewustzijn dat met de tijd steeds groter wordt; en evolutie is niets anders dan een zich voortdurend beter tot uitdrukking brengen. Zo breidt zich het zelfbewustzijn weer uit tot universeel bewustzijn, wanneer we het keerpunt van de meest grove fysieke materie passeren en onze blik weer richten op de lange, lange weg omhoog naar het einde van onze planetaire periode.
P. Krishna: De wanorde die we om ons heen zien in de maatschappij is een projectie van de wanorde die aanwezig is in het menselijk bewustzijn.
 

Evolutionaire kringloop (Eeuwige wederkeer, Astrologie, Iteratie 'Recursie', Expansie en Contractie)

Emil Cioran: Het is echter een heldere, cionareske paradox dat de mens juist vanwege de wil tot slagen een eindeloze reeks catastrofen achter zich laat: je manifesteren betekent je door een of andere vorm van volmaaktheid laten verblinden. Denken leidt tot niet-handelen. De utopie houdt volkeren jong en vitaal. Wijsheid maakt hem oud en futloos. Dat zag je al bij de Romeinen. Toen ze ten langen leste door contact met de Grieken beschaafd werden, sloeg de vermoeidheid toe en waren ze een gemakkelijke prooi voor de utopisch gedreven barbaren.

H.P. Blavatsky Geselecteerde artikelen deel 3: 1887 –1889
De oorsprong van rituelen in de kerk en in de vrijmetselarij (p. 501):
De oude Aratus, die schreef ‘Zeus is in alle straten en marktpleinen van de mens, hij is in de zee en de havens’, 1 beperkte zijn godheid niet tot zo’n tijdelijk spiegelbeeld op ons aardse gebied als Zeus – of zelfs zijn prototype Dyaus – maar bedoelde het universele, alomtegenwoordige beginsel. Voordat de schitterende god Dyaus (het uitspansel) de aandacht van de mens trok, was er het vedische tad (‘dat’), dat voor de ingewijde en filosoof geen bepaalde naam had, en dat de absolute duisternis was die aan elke gemanifesteerde uitstraling ten grondslag ligt. Het was onvermijdelijk dat de mythische Jupiter – het latere spiegelbeeld van Zeus – evenals Sûrya, de zon, de eerste manifestatie in de wereld van måyå en de zoon van Dyaus, door de onwetenden ‘vader’ werd genoemd. Zo werd de zon al snel verwisselbaar en één met Dyaus; voor sommigen de ‘zoon’, voor anderen de ‘vader’ in het schitterende uitspansel. Dyaus-pitar, de vader in de zoon en de zoon in de vader, toont echter zijn eindige oorsprong omdat de aarde als zijn echtgenote wordt aangeduid. Toen de metafysische filosofie volledig in verval was geraakt, begon men dyåva-prithivì, hemel en aarde, voor te stellen als de universele kosmische ouders, niet alleen van de mensen maar ook van de goden.
1) Aratus Solensis, Phaenomena, boek 1.

Wim de Lobel, boek De Eeuwige Generatie (p. 43): Heidegger verwijst naar een aantekening van Nietzsche, die hij na zijn Zarathustra heeft gemaakt (±1885), naar aanleiding en ter definiëring van het zijn van het wordingsproces. Heidegger citeert: “Aan het worden (wording) het karakter van het zijn te geven – dat is de hoogste wil tot macht.” Verder zegt Heidegger: “Het zijn, dat Nietzsche hier denkt, is de eeuwige wederkeer van hetzelfde.”

Het zijn mensen die aan de ’eeuwige wederkeer’, door Kwalitatieve en Kwantitatieve parameters, Feedback - Feedforward (systeemtheorie) sturing geven.

De directeursziekte: minder en slechtere feedback (Joel Aerts ManagementSite 22 mei 2018):
Leidinggevenden krijgen minder feedback. Hoe meer en betere feedback krijgen? Drie valkuilen.
In de wetenschap wordt dit de ‘CEO disease’ genoemd, oftewel de directeursziekte. Het is geen echte ziekte, hoewel de gevolgen ervan wel heel vervelend zijn. Twee onderzoekers, James Conway en Allan Huffcut, bedachten de term naar aanleiding van een groot onderzoek dat ze uitvoerden naar feedback.
Voor dit onderzoek verzamelden ze de gegevens van 177 onderzoeken naar feedback. Meer dan 28.000 managers hadden aan deze onderzoeken meegewerkt. De conclusie was kraakhelder. Naarmate je een hogere functie hebt, ontvang je minder feedback en wordt de feedback minder realistisch. Dit is de directeursziekte.
Joël Aerts is spreker, schrijver en adviseert over leiderschap en leiderschapsontwikkeling. In 2018 verscheen zijn boek ‘Ontwikkel je leiderschap’.

Maar sinds kort weten we, NOS 8 juni 2017, dat Nederland voor multinationals geen belastingparadijs is maar een 'verhullingsparadijs'. In plaats van 'verhullingsparadijs' heb ik het over 'schijnmarkt'. De filosoof en testadviseur in de IT Gerard Numan laat op zijn website zien hoe het mogelijk is de valkuil van de schijnmarkt te doorgronden.

De filosoof en testadviseur in de IT Gerard Numan (Cursus: meesterlijke gedachten):
Filosofie is de kunst van het denken. Het levert geen weten op maar, mits goed beoefend, een gestaalde geest die wijd open staat voor de werkelijkheid, een gevoelige antenne heeft voor het eigen denkproces en dat van anderen en vlijmscherp foutieve denkconstructies fileert. Filosofie levert daar binnen ook schoonheid op en momenten van inzicht en verwondering. Klik hier voor een korte introductie in de filosofie.
In deze cursus staan 10 van de belangrijkste en mooiste kunststukjes uit de filosofiegeschiedenis centraal. Gedachten die belangrijk zijn geweest voor de mentale geschiedenis van de mens maar die bovenal inzichten opleveren die een ieder nog steeds kunnen verrijken. Die veel van de hedendaagse debatten overbodig zouden maken als ze beter gekend waren en die ons nog steeds kunnen verrukken.
Download de tekst bij de cursus
hier.

What's the difference between “emergence” and “reductionism”?
Especially in psychology and sociology, there is some opposition between reductionists and emergentists. It is understood that this opposition arises from the apparent impossibility of accounting for all the components of the human mind and human society. In short, reductionists do not reject that complex systems have emergent properties, while emergentists often question the ability of scientists to provide a reductionist explanation of the mind and society.

3. FLUXMAXIMALISATIE EN ATTRACTOREN IN DE GEMIDDELDE EVOLUTIE
De hiërarchische opbouw van het netwerk in het universum is ontegensprekelijk en is alomtegenwoordig. Zoals elke klassificatie door de mens gemaakt, is echter ook deze indeling in hiërarchische lagen artificieel. In werkelijkheid is het universum een enorm complex netwerk waarin op elk ogenblik tussen alle niveau’s interacties zijn. De indeling in een aantal hiërarchische niveau’s is echter nuttig om te begrijpen hoe de evolutie werkt.
Het eerste geval van niveauwijziging wordt "emergentie" genoemd, of het onstaan van een hoger niveau van organisatie ; het laatste geval noem ik verder "decompositie", of het terugvallen naar een lager niveau van organisatie. Bij emergentie is het nieuwe hiërarchische niveau in vele gevallen gekenmerkt door nieuwe eigenschappen, die nog niet aanwezig waren op het onderliggende niveau : dit noemen we verder de emergente eigenschappen. Door deze '''emergente eigenschappen is het nieuwe geheel meer dan de som van de onderliggende delen. Het proces waarbij, onder invloed van een gewijzigde informatie informatiestroom, een hogere of lagere orde van organisatie ontstaat, zal verder aangeduid worden met het woord "transitie". Emergentie en decompositie zijn dus twee vormen van transities.

De 2e wijsheidssleutel is karma, de leer van actie en reactie. Enerzijds is karma in geen enkel opzicht fatalisme; anderzijds is het evenmin wat algemeen bekend is als ‘toeval’. Het is in wezen een leer van de vrije wil, want de entiteit die het initiatief neemt tot een beweging of een handeling — of die van geestelijke, mentale, psychische, fysieke, of andere aard is — is daarna natuurlijk verantwoordelijk voor de gevolgen en resultaten die eruit voortvloeien en die vroeg of laat terugslaan op de dader of de eerste oorzaak.

Helena Blavatsky: Het Heelal wordt van binnen naar buiten bestuurd en geleid. Zoals boven, zo is het ook beneden, zoals in de hemel, zo ook op aarde; en de mens – de microkosmos en het verkleinde evenbeeld van de macrokosmos – is de levende getuige van deze universele wet en van haar manier van werken. (Geheime Leer, Deel I, p. 301)

H.P. Blavatsky Isis ontsluierd Deel 2 Een sleutel tot de mysteries van oude en moderne wetenschap en religie
Hoofdstuk 9 De Veda's en de Bijbel (p. 505):
Het volledigste bericht over de watervloed vindt men in het Mahåbhårata van Veda-Vyasa, een gedicht ter ere van de astrologische allegorieën op de oorlogen tussen het zonne- en het maanras. Een van de versies zegt dat Vaivasvata door zijn eigen nakomelingen de vader werd van alle volkeren op aarde, en dit is de vorm die men voor het verhaal van Noach heeft gekozen; de andere zegt dat hij – evenals Deukalion en Pyrrha – slechts kiezelstenen hoefde te werpen in het slijk dat was achtergelaten door de zich terugtrekkende golven van de vloed, om naar wens mensen te laten ontstaan. Deze twee versies, de ene Hebreeuws, de andere Grieks, laten ons geen keuze. We moeten óf aannemen dat de hindoes zowel van de heidense Grieken als van de monotheï- stische joden dingen hebben overgenomen, óf, wat veel waarschijnlijker is, dat de versies van deze beide volkeren via de Babyloniërs aan de vedische literatuur zijn ontleend.
530: Wanneer we de bijbelse aartsvaders vergelijken met de afstammelingen van Vaivasvata, de hindoe-Noach, en de oude Sanskriet-overleveringen over de watervloed in het brahmaanse Mahåbhårata, dan vinden we hen weerspiegeld in de vedische aartsvaders, die de oorspronkelijke voorbeelden zijn, waarnaar alle andere zijn gevormd. Maar voordat vergelijking mogelijk is, moeten de hindoemythen in hun ware betekenis worden begrepen. Al die mythische personen hebben naast een sterrenkundige, ook een spirituele of ethische, en een antropologische of fysieke betekenis. De aartsvaders zijn niet alleen vermenselijkte goden – van wie de antediluviale overeenkomen met de twaalf grote goden van Berosus en met de tien prajåpati’s, en de postdiluviale met de zeven goden van het beroemde schrijftablet in de bibliotheek van Ninevé – maar ze dienen ook als symbolen van de Griekse eonen, de kabbalistische sefiroth en de tekens van de dierenriem, als prototypen van een reeks mensenrassen.
533/534: Op de oudste monumenten van Chaldea, Perzië en India is het dubbele of achtpuntige kruis te zien. Dit symbool dat op een heel natuurlijke manier, evenals elke andere meetkundige figuur in de natuur, in zowel planten als sneeuwvlokken is te vinden, heeft dr. Lundy in zijn boven-christelijke mystiek ertoe gebracht zulke kruisvormige bloemen – die door het samenvoegen van de twee kruisen een achtpuntige ster vormen – de volgende benaming te geven: ‘de profetische ster van de vleeswording, die hemel en aarde, God en mens met elkaar heeft verbonden’.1 In die laatste zin is het volmaakt juist uitgedrukt, alleen past het oude kabbalistische axioma ‘zo boven, zo beneden’ nog beter, want het toont ons dezelfde God voor de hele mensheid, en niet alleen voor een handjevol christenen.
537: Ze wilden ermee zeggen dat, wanneer de loop van de evolutie de werelden naar het laagste punt van grofheid had gevoerd, waar de aardbollen en hun voortbrengselen het grofst en hun bewoners het dierlijkst waren, het
keerpunt was bereikt, en de krachten precies in evenwicht waren. Bij het laagste punt begon de nog steeds aanwezige goddelijke vonk van de geest vanbinnen de impuls te geven om de weg omhoog in te slaan. De weegschaal symboliseerde dat eeuwige evenwicht dat noodzakelijk is in een heelal, waarin harmonie en exacte rechtvaardigheid heersen, waarin de middelpuntzoekende en middelpuntvliedende krachten, duisternis en licht, geest en stof in balans zijn.

H.P. Blavatsky Een toelichting op de De geheime leer: stanza’s I-IV (p. 111):
Vr. Is vorm het resultaat van de wisselwerking van de middelpuntvliedende en middelpuntzoekende krachten in de stof en in de natuur?
De theorie van de natuurlijke selectie is niet alleen volkomen ontoereikend om deze geheimzinnige eigenschap van nabootsing in de wereld van het zijn te verklaren, maar zij geeft ook een geheel verkeerd beeld van het belang van zo’n vermogen tot nabootsen, als een ‘machtig wapen in de strijd om het bestaan’. Als eenmaal is bewezen – en dat kan gemakkelijk worden gedaan – dat dit nabootsingsvermogen totaal onbruikbaar is binnen de theorie van Darwin, d.w.z. als wordt aangetoond dat het beweerde gebruik ervan in verband met de zogenaamde ‘survival of the fittest’ een speculatie is, niet bestand tegen nauwkeurige analyse, waaraan kan dat vermogen dan worden toegeschreven? Iedereen heeft wel eens insekten gezien, die natuurgetrouw de kleur en zelfs de uiterlijke vorm van planten, bladeren, bloemen, dode takjes en dergelijke, imiteerden. Dit is geen wet, maar eerder een veel voorkomende uitzondering. Dan kan het toch alleen een onzichtbare intelligentie buiten het insect zijn, die zo nauwkeurig kopieën maakt van grotere originelen?

Karakter van God en mens

En God zei: Laten wij mensen maken die ons evenbeeld zijn, die op ons lijken ... (Genesis 1:26, NBV2004)

De mens is geschapen als een evenbeeld van God en dat houdt veel meer in dan de meeste gelovigen beseffen. God, die zelf denkt, voelt, besluit en handelt heeft mensen gemaakt die evenzeer kunnen denken, voelen, beslissen en dingen doen. Die vier elementen vormen de basis van Gods karakter en ook van het menselijk karakter.

Verbeeldingskracht (universeel bewustzijn, kosmisch bewustzijn, ideatie, scheppingsdriehoek 9 - 3 – 6, actieve imaginatie van CarlJung), de kernkwaliteit creativethink - Ilya Prigogine heeft het over de ervaring van creativiteit - is het positief tegenovergestelde van chaos. Middels een ideologische ommekeer is het mogelijk ons met de natuurlijke kringloop (flow), te verbinden. We zijn medescheppers van iedere situatie die in ons leven ontstaat. Ieder initiatief, elk mens kan door het vlindereffect de zelfordening positief beïnvloeden. De chaostheorie leert dat alles met elkaar verbonden is en de onderzoeker niet af te scheiden is van het onderzoek. Alleen door dat wat is te accepteren komt de evolutie een stapje verder.

Een goede manager weet precies hoe hij leiding moet geven. Dit zijn de 12 karaktereigenschappen die iedere goede manager moet bezitten. Maar er zijn ook twaalf eigenschappen die funest zijn voor je carrière:
1. Denk positief versus Telling yourself you can’t do something
Onderschat de kracht van positiviteit niet. Beschouw iedere situatie als een leermoment.
2. Wees eerlijk versus Choosing to remain silent
Vertel je werknemers altijd de waarheid.
3. Delegeer versus Believing you can’t find a better job
Als goede manager moet je weten wanneer je werknemers het zelf wel afkunnen. Weersta de verleiding om je met elk wissewasje te bemoeien.
4. Communiceer versus Wearing your emotions on your sleeve
Problemen in een bedrijf hebben vaak te maken met slechte communicatie.
5. Inspireer versus Coasting until retirement
Inspireer je werknemers om net zo enthousiast te zijn over het bedrijf als jij dat bent.
6. Verbind het team versus Waiting for the ‘perfect moment’
Focus je met z’n allen op de lange termijn.
7. Zorg voor een goede verhouding tussen werk en privé versus Hating your current job
Mensen presteren beter als hun leven gebalanceerd en op orde is.
8. Complimenteer versus Complaining
Een complimentje geeft een boost aan het zelfvertrouwen van werknemers.
9. Moedig vooruitgang aan versus Viewing yourself as inferior
Als medewerkers groeien in hun werk, worden ze productiever.
10. Waardeer je werknemers versus Blaming others
Ook de kleine dingen doen ertoe.
11. Wees een mentor versus Criticizing your boss
Pak de mentorrol op voor het personeel wanneer het nodig is.
12. Eerlijkheid boven alles versus Acting as if you can’t learn anything new
Als je favorieten hebt in je team, zal de rest van het team je dat niet in dankbaarheid afnemen.

James M. Pryse boek Apocalypse ontsluierd / een esoterische uitleg van de Openbaring van Johannes (p. 22/23):
Het volgende symbool waar we mee te maken krijgen is een rol (“boek”). Esoterisch bezien is het eenvoudig het menselijk lichaam: het is “van binnen en op de rug beschreven”, hetgeen betrekking heeft op het sympatische en cerebrospinale systeem, en “goed verzegeld met zeven zegels” welke zegels de zeven voornaamste chakra’s zijn. Het offer-Lam, de neophyte die het intuïtieve noetische bewustzijn bereikt heeft - hetgeen gesymboliseerd is omdat hij zeven horens en zeven ogen heeft, dat wil zeggen mentale krachten van handeling en waarneming - opent de zegels (wekt de chakra’s op) achtereenvolgens. Wanneer ze geopend zijn, veranderen ze echter in zodiacale tekens, de zodiac toegepast op de microcosmos, de mens, zoals in de figuur voorgesteld is; volgens de afbeelding ligt de mens in een cirkel, en staat niet, zoals in de exoterische zodiac afgebeeld wordt, rechtop. Het verband tussen de zeven planeten en de twaalf tekens van de zodiac wordt in de volgorde gegeven volgens Porphirios en wordt door alle oude en moderne autoriteiten nagevolgd. In de Sanskriet werken stemmen de planeten ook overeen met de zeven chakra’s en wel als volgt, te beginnen met de mûlâdhâra: Saturnus, Jupiter, Mars, Venus, Mercurius, Maan, en Zon. Volgens dit zodiacale schema strekken de zeven tekens met hun planeten zich langs de cerebro-spinale streek uit en komen ze overeen met de zeven chakra’s, die de brandpunten van de tattvas zijn, en die onder invloed van dezelfde planeten staan; terwijl de overblijvende tekens met de vijf prânas in verband staan. Deze rangschikking is meer in bijzonderheden in het rechter figuur te zien.

 

Ir. J. M. J. Kicken artikel WERELDTIJDPERKEN en WERELDBEELDEN:
Deze 12 wereldbeschouwingen zijn in 2 opzichten van grote betekenis. Op de eerste plaats zijn ze te beschouwen als verschillende standpunten vanwaaruit men dezelfde werkelijkheid beziet. Daarom is het zinloos om te beweren dat slechts één wereldbeschouwing de juiste is. Elke heeft haar eigen waarde en beperking. Deze situatie is te vergelijken met een aantal mensen die om een boom zitten. Elk. ziet slechts een gedeelte van de boom. De hele boom is slechts te zien als men er om heen loopt! Zo kan men zich voorstellen dat de mensheid alle wereldbeschouwingen doorlopen moet om tot grotere bewustwording te geraken. In dit kader bezien heeft de mens in iedere incarnatie zijn eigen specifieke gerichtheid, bedoeld om hem een bepaald aspect van de werkelijkheid te laten ervaren. Wie dit eenmaal ziet, gaat dan meer begrip krijgen voor andere wereldbeschouwingen dan de zijne en zal zich niet te sterk identificeren met zijn eigen wereldbeschouwing.
Op de tweede plaats krijgt de geschiedenis van culturen meer zin wanneer men zich realiseert dat aan iedere cultuur een bepaald wereldbeeld ten grondslag ligt.

H.P. Blavatsky De Geheime Leer Deel I, Proloog (p. 31):
Het is nauwelijks nodig de lezer er nog eens aan te herinneren dat de term ‘goddelijke gedachte’, evenals ‘universeel denkvermogen’, niet moet worden beschouwd als zelfs ook maar een vage afschaduwing van een verstandelijk proces verwant aan dat van de mens. Het ‘onbewuste’ kwam volgens Von Hartmann tot het veelomvattende scheppings-, of beter evolutionaire plan ‘door een helderziende, boven alle bewustzijn verheven wijsheid’, die in de taal van de Vedanta absolute wijsheid zou betekenen. Alleen degenen die beseffen hoe hoog de intuïtie zich bevindt boven de trage processen van het redenerende denken, kunnen zich een heel vaag begrip vormen van die absolute wijsheid die de begrippen van Tijd en Ruimte te boven gaat. Het denkvermogen zoals wij dat kennen, kan worden herleid tot bewustzijnstoestanden van verschillende duur, intensiteit, ingewikkeldheid, enz., en deze berusten uiteindelijk alle op gewaarwordingen, die weer maya zijn. Gewaarwording vooronderstelt noodzakelijk weer beperking. De persoonlijke God van het orthodoxe theïsme neemt waar, denkt en wordt beïnvloed door emoties: hij heeft berouw en voelt ‘hevige toorn’. Maar het is duidelijk dat het denkbeeld van zulke geestestoestanden de ondenkbare vooronderstelling meebrengt dat de opwekkende prikkels van buiten komen, om nog maar niets te zeggen van de onmogelijkheid om onveranderlijkheid toe te schrijven aan een wezen, van wie de emoties wisselen met de gebeurtenissen in de werelden die het bestuurt. De begrippen van een onveranderlijke en oneindige persoonlijke God zijn dus onpsychologisch en wat erger is, onfilosofisch.
32: Zij is het ENE LEVEN, eeuwig, onzichtbaar en toch alomtegenwoordig, zonder begin of einde en toch periodiek in haar geregelde manifestaties, terwijl tussen die perioden het duistere geheim van het niet-zijn heerst; onbewust en toch absoluut Bewustzijn; niet te verwerkelijken en toch de ene op zichzelf bestaande werkelijkheid; inderdaad ‘een chaos voor het gevoel, een Kosmos voor de rede’. Haar ene absolute kenmerk, namelijk HETZELF, de eeuwige, onophoudelijke beweging, wordt in esoterische taal de ‘grote adem’ genoemd, dat is de eeuwigdurende beweging van het Heelal in de zin van grenzeloze, altijd aanwezige RUIMTE. Wat bewegingloos is, kan niet goddelijk zijn. Maar er is ook in feite en in werkelijkheid niets absoluut onbeweeglijk binnen de universele ziel.
43: (a) Een alomtegenwoordig, eeuwig, grenzeloos en onveranderlijk BEGINSEL, waarover elke speculatie onmogelijk is, omdat het het menselijke begripsvermogen te boven gaat en door menselijke uitdrukkingen of vergelijkingen alleen kan worden verkleind. Het ligt buiten het gebied en het bereik van het denken – met de woorden van Mandukya, ‘ondenkbaar en onuitsprekelijk’.
46: (4.) Kosmische verbeeldingskracht, MAHAT of intelligentie, de universele wereldziel, het kosmische noumenon van de stof, de grondslag van de verstandelijke werkingen in en van de Natuur, ook gemoemd MAHA-BUDDHI.
47: (c) De fundamentele gelijkheid van alle zielen met de Universele Overziel, die zelf een aspect is van de Onbekende Wortel; en de verplichte pelgrimstocht voor iedere ziel – een vonk van eerstgenoemde – door de cyclus van incarnatie (of ‘noodzakelijkheid’) in overeenstemming met de cyclische en karmische wet gedurende het hele tijdperk. Met andere woorden, geen zuiver geestelijke buddhi (goddelijke ziel) kan een onafhankelijk (bewust) bestaan hebben voordat de vonk die voortkwam uit de zuivere essentie van het universele zesde beginsel – of de OVERZIEL – (a) door iedere grondvorm van de verschijnselenwereld van dat manvantara is heengegaan en (b) individualiteit heeft verkregen, eerst door een instinct en daarna door zelf teweeggebrachte en zelf bedachte krachtsinspanningen (beperkt door haar karma), terwijl zij zo opklom door alle graden van intelligentie heen, van het laagste tot het hoogste manas, van delfstof en plant tot aan de heiligste aartsengel (Dhyani-Boeddha).
De ENE WERKELIJKHEID; haar tweevoudige aspecten in het voorwaardelijke Heelal.
De Geheime Leer Deel I, Stanza 1 De nacht van heelal (p. 73):
De Geheime Leer verkondigt de steeds verdergaande ontwikkeling van alles, van werelden zowel als van atomen; en deze indrukwekkende ontwikkeling heeft noch een denkbaar begin, noch een einde dat men zich kan voorstellen. Ons ‘Heelal’ is er slechts één uit een oneindig aantal Heelallen, alle ‘zonen van noodzakelijkheid’, omdat zij schakels vormen in de grote kosmische keten van Heelallen, waarvan ieder zich tot zijn voorganger verhoudt als een gevolg, en tot zijn opvolger als een oorzaak.
76: 8. ALLEEN DE ENE VORM VAN BESTAAN STREKTE ZICH GRENZELOOS, EINDELOOS, OORZAAKLOOS UIT IN EEN DROOMLOZE SLAAP (a); EN HET LEVEN KLOPTE ONBEWUST IN DE UNIVERSELE RUIMTE DOOR HEEL DIE ALOMTEGENWOORDIGHEID, DIE DOOR HET ‘GEOPENDE OOG’8 VAN DE DANGMA (b)9 WORDT WAARGENOMEN.
8) In India wordt dit het ‘oog van Siva’ genoemd, maar achter de grote bergketen staat het in het esoterische spraakgebruik bekend als ‘het geopende oog van Dangma’.
9) Dangma betekent een gezuiverde ziel, iemand die een jivanmukta, de hoogste adept, of liever een zogenaamde mahatma is geworden. Zijn ‘geopende oog’ is het innerlijke geestelijke oog van de ziener, en het vermogen dat zich erdoor manifesteert is geen helderziendheid zoals die gewoonlijk wordt opgevat, d.w.z. het vermogen om op een afstand te zien, maar veeleer het vermogen van geestelijke intuïtie, waardoor directe en stellige kennis kan worden verkregen. Dit vermogen staat in nauw verband met het ‘derde oog’, dat de mythologische traditie aan bepaalde mensenrassen toeschrijft. Verdere uitleg zal men in Deel II vinden.
(a) Het moderne denken heeft de neiging terug te keren naar het archaïsche denkbeeld van een homogene basis voor schijnbaar sterk verschillende dingen – heterogeniteit, die zich heeft ontwikkeld uit homogeniteit. Biologen zoeken nu naar hun homogene protoplasma en scheikundigen naar hun protyle10, terwijl de natuurwetenschap zoekt naar de kracht waarvan elektriciteit, magnetisme, warmte, enz. de differentiaties zijn. De Geheime Leer brengt dit denkbeeld over naar het gebied van de metafysica en gaat uit van ‘één bestaansvorm’ als de basis en de bron van alle dingen. Maar misschien is de uitdrukking ‘één bestaansvorm’ niet helemaal juist. Het Sanskrietwoord is prabhavapyaya, ‘de plaats, of liever het gebied, waaruit de oorsprong voortkomt en waarin alle dingen weer worden opgenomen’, zegt een commentator. Het is niet de ‘moeder van de wereld’, zoals Wilson het vertaalt (zie Deel I, Vishnu Purana); want jagad yoni (zoals FitzEdward Hall aantoont) is niet zozeer ‘de moeder van de wereld’ of ‘de baarmoeder van de wereld’ als wel de ‘stoffelijke oorzaak van het Heelal’. De commentatoren van de Purana’s verklaren het als karana – ‘oorzaak’ – maar de esoterische filosofie als de ideële geest van die oorzaak. Het is in zijn tweede stadium het svabhavat van de boeddhistische filosoof, de eeuwige oorzaak en het eeuwige gevolg, alomtegenwoordig en toch abstract, de op zichzelf bestaande plastische essentie en de wortel van alle dingen, beschouwd in hetzelfde tweevoudige licht als de Vedanta-kenner zijn Parabrahm en Mulaprakriti beschouwt, het ene onder twee aspecten.
10) Noot vert. Protyle is de naam die ca. 1886 werd voorgesteld voor de hypothetische oorspronkelijke ongedifferentieerde stof, waaruit de chemische stoffen die voorlopig als elementen werden beschouwd, kunnen zijn samengesteld.
81/82: Een aanhanger van de Vedanta zou nooit de juistheid van dit denkbeeld van Hegel erkennen en de occultist zou zeggen dat het precies van toepassing is op het ontwaakte MAHAT, het universele denkvermogen, dat al is geprojecteerd in de wereld van de verschijnselen als het eerste aspect van het onveranderlijke ABSOLUTE, maar nooit op dit laatste. ‘Geest en stof, of purusha en prakriti’, zo wordt ons geleerd, ‘zijn slechts de twee oorspronkelijke aspecten van het Ene en Ongeëvenaarde’.
De Geheime Leer Deel I Stanza 3 Het ontwaken van de Kosmos (p. 96):
Het ‘maagdelijke ei’ is het microkosmische symbool van de macrokosmische oervorm – de ‘maagdelijke moeder’ – Chaos of de Oorspronkelijke Diepte. De mannelijke schepper (onder welke naam ook) komt voort uit de maagdelijke vrouw, de onbevlekte wortel die is bevrucht door de Straal.
113: 10. VADER-MOEDER SPINNEN EEN WEB DAT VAN BOVEN AAN DE GEEST (purusha) IS BEVESTIGD – HET LICHT VAN DE ENE DUISTERNIS – EN VAN ONDEREN AAN ZIJN (van de geest) IN SCHADUW GEHULDE EINDE, DE STOF (prakriti); EN DIT WEB IS HET HEELAL, GESPONNEN UIT DE TWEE SUBSTANTIES DIE TOT ÉÉN ZIJN GEMAAKT, DAT SVABHAVAT IS (a).
De Geheime Leer Deel I, Stanza 4 De zevenvoudige hiërarchieën (p. 128):
‘Beweging is eeuwig in het ongemanifesteerde, en periodiek in het gemanifesteerde’, zegt een occulte lering.
134: De leer van een gemeenschappelijke oorsprong van alle hemellichamen en planeten werd, zoals wij zien, door de archaïsche astronomen onderwezen vóór Kepler, Newton, Leibnitz, Kant, Herschel en Laplace. Warmte (de adem), aantrekking en afstoting – de drie grote factoren van beweging – zijn de omstandigheden waaronder alle leden van dit hele oorspronkelijke gezin worden geboren, zich ontwikkelen en sterven, om opnieuw te worden geboren na een ‘nacht van Brahma’, waarin de eeuwige stof periodiek terugkeert tot haar aanvankelijke ongedifferentieerde toestand.
135: Omdat de lipika’s het ideële plan van het heelal, op basis waarvan de ‘bouwers’ na iedere pralaya de Kosmos weer ontwikkelen, uit het passieve universele denkvermogen in de objectiviteit projecteren, zijn zij het ook die een parallel vormen met de zeven engelen van de Goddelijke Tegenwoordigheid; de christenen zien die engelen in de zeven ‘planeetgeesten’ of de ‘geesten van de sterren’. Want zij zijn de rechtstreekse schrijvers van de eeuwige Verbeeldingskracht of, zoals Plato het noemde, de ‘goddelijke gedachte’. Het Eeuwige Verslag is geen fantastische droom, want dezelfde verslagen komen voor in de wereld van de grove stof.
Omdat de lipika’s zijn verbonden met het lot van ieder mens en met de geboorte van ieder kind, waarvan het leven al in het astrale licht is geschetst – niet als noodlot, maar alleen omdat de toekomst, evenals het VERLEDEN, altijd leeft in het HEDEN– kan men ook zeggen dat zij de wetenschap van de horoscopie beïnvloeden. Wij moeten de waarheid van de laatste erkennen, of wij willen of niet. Want, zoals een van de moderne adepten van de astrologie opmerkte: ‘Nu de fotografie ons de chemische invloed van het sterrenstelsel heeft onthuld, door op de gevoelige plaat van het toestel miljarden sterren en planeten vast te leggen, die tot dan toe de pogingen van de krachtigste telescopen om ze te ontdekken hadden verijdeld, wordt het gemakkelijker te begrijpen hoe ons zonnestelsel bij de geboorte van een kind zijn hersenen – die nog door geen enkele indruk zijn aangeraakt – kan beïnvloeden en wel op een bepaalde manier en in overeenstemming met de aanwezigheid in het zenit van het een of andere sterrenbeeld van de Dierenriem (dodecaëder).’
De Geheime Leer Deel I, Stanza 5 Zij brengen fohat voort (p. 140):
(c) Omdat fohat een van de belangrijkste, zo niet de allerbelangrijkste rol speelt in de esoterische kosmogonie, moet hij nauwkeurig worden beschreven. Evenals in de oudste Griekse kosmogonie, die sterk verschilde van de latere mythologie, Eros de derde persoon is in de oorspronkelijke drie-eenheid: Chaos, Gaea, Eros – die overeenkomt met het kabbalistische En-Soph (want Chaos is RUIMTE, [chaino]), ‘leegte’), het grenzeloze AL, Shekinah en de Oude van Dagen, of de Heilige Geest – zo is fohat in het nog ongemanifesteerde Heelal iets anders dan in de kosmische wereld van de verschijnselen. In laatstgenoemde is hij die occulte elektrische levenskracht die, door de wil van de scheppende logos, alle vormen verenigt en samenbrengt en deze de eerste impuls geeft, die te zijner tijd wet wordt. Maar in het ongemanifesteerde Heelal is fohat dit niet, evenmin als Eros de latere schitterende gevleugelde Cupido of LIEFDE is. Fohat heeft nog niets met de Kosmos te maken, want de Kosmos is nog niet geboren en de goden slapen nog in de schoot van de ‘vader-moeder’. Hij is een abstract filosofisch begrip. Hij brengt zelf nog niets voort; hij is eenvoudig die potentiële scheppende kracht, door de werking waarvan het NOUMENON van alle toekomstige verschijnselen zich als het ware verdeelt, maar alleen om zich in een mystieke bovenzinnelijke handeling weer te verenigen en de scheppende straal uit te zenden.
141: Fohat staat in nauw verband met het ‘ENE LEVEN’. Uit het Onbekende Ene, het oneindige GEHEEL, komt de gemanifesteerde ENE of de periodieke manvantarische godheid voort, en deze is het universele denkvermogen dat, gescheiden van zijn bron, de demiurg of de scheppende logos van de westerse kabbalisten is, en de Brahma met de vier gezichten van de hindoereligie. Als geheel en beschouwd vanuit het gezichtspunt van de gemanifesteerde goddelijke gedachte, geeft hij in de esoterische leer de menigten van de hogere scheppende Dhyan-Chohans weer. Tegelijk met de ontwikkeling van het universele denkvermogen manifesteert zich de verborgen wijsheid van Adi-Boeddha – de ene opperste en eeuwige – als Avalokiteshvara (of gemanifesteerde Isvara), die de Osiris van de Egyptenaren, de Ahura-Mazda van de Zoroastriërs, de hemelse mens van de Hermetische filosofen, de logos van de platonici en de atman van de aanhangers van de Vedanta is. De weerspiegeling van het universele denkvermogen, die de kosmische ideeënvorming en de bijbehorende intellectuele kracht is, wordt op het objectieve gebied de fohat van de boeddhistische esoterische filosoof. Dit geschiedt door de werking van de gemanifesteerde wijsheid of mahat, voorgesteld door deze talloze centra van geestelijke energie in de Kosmos. Terwijl fohat de zeven beginselen van akasa doorloopt, werkt hij in op de gemanifesteerde substantie of het Ene Element, zoals hierboven is uiteengezet. Door dit te differentiëren in verschillende energiecentra, stelt hij de wet van de kosmische evolutie in werking die, gehoorzamend aan de ideeënvorming van het universele denkvermogen, alle verschillende bestaanstoestanden in het gemanifesteerde zonnestelsel in het leven roept.
De Geheime Leer Deel I, Stanza 5 Fohat: Het kind van de zevenvoudige hiërarchieën (p. 149):
(a) Dit trekken van ‘spiraallijnen’ heeft betrekking op de evolutie van zowel de beginselen van de mens als die van de Natuur. Deze evolutie heeft geleidelijk plaats (zoals men zal zien in Deel II over ‘De oorsprong van de menselijke rassen’), evenals al het andere in de natuur. Hoewel volgens onze opvattingen het zesde beginsel in de mens (buddhi, de goddelijke ziel) alleen maar een adem is, is het toch iets stoffelijks vergeleken met de goddelijke ‘geest’ (atma), waarvan het de drager of het voertuig is. Fohat in zijn hoedanigheid van GODDELIJKE LIEFDE (Eros), het elektrische vermogen tot verwantschap en sympathie, wordt allegorisch weergegeven terwijl hij tracht de zuivere geest, de straal die onscheidbaar is van het ENE absolute, te verenigen met de ziel. Deze twee vormen in de mens de MONADE en in de Natuur de eerste schakel tussen het altijd onvoorwaardelijke en het gemanifesteerde.
153: Het geloof in de ‘vier maharadja’s’ – de bestuurders van de vier hemelstreken – werd algemeen beleden en wordt nu door de christenen aanvaard, die hen in navolging van Augustinus ‘engelenmachten’ en ‘geesten’ noemen, wanneer zij zelf over hen spreken, en ‘duivels’ wanneer ze door heidenen worden genoemd. Maar waar is op dit punt het verschil tussen de heidenen en de christenen? In navolging van Plato maakte Aristoteles duidelijk, dat onder de term [stoicheia] alleen de onlichamelijke beginselen werden verstaan, die bij elk van de vier grote afdelingen van onze kosmische wereld waren geplaatst om daarover toezicht te houden.
154: Het is niet de ‘heerser’ of ‘maharadja’, die straft of beloont, met of zonder toestemming of bevel ‘van God’, maar de mens zelf – omdat zijn daden of karma individueel en collectief (zoals soms met hele volkeren het geval is) allerlei soort kwaad en rampen aantrekt. Wij maken OORZAKEN, en deze wekken in de siderische wereld de overeenkomstige krachten op. Deze krachten worden magnetisch en onweerstaanbaar aangetrokken tot degenen die deze oorzaken teweegbrachten en werken op hen terug, of dergelijke personen nu inderdaad de boosdoeners zijn, dan wel alleen de denkers die het kwaad hebben uitgebroed.
157: ‘Toen ik nu de levende wezens zag, zie, daar was een wiel op de aarde met zijn vier gezichten . . . alsof het een wiel was in het midden van een wiel . . . want de geest van het levende wezen was in het wiel . . . hun aanblik was als die van brandende vuurkolen . . .’ enz. (Ezechiël, hfst. i.)
De Geheime Leer Stanza 7 Deel I, De voorvaderen van de mens op aarde (p. 243):
(b) Evenals in het Japanse stelsel worden in de Egyptische en in elke oude kosmogonie aan deze goddelijke VLAM, de ‘Ene’, de drie afdalende groepen ontstoken. Omdat zij hun potentiële bestaan in de hogere groep hebben, worden zij nu afzonderlijke en gescheiden entiteiten. Deze worden de ‘maagden van het leven’, de ‘grote illusie’ (neti neti ofwel: noch dit, noch dat), enz. en gezamenlijk de ‘zespuntige ster’ genoemd. De laatstgenoemde is in bijna alle religies het symbool van de logos als de eerste uitstraling. Het is het teken van Vishnu in India (de chakra of het wiel), en het symbool van het tetragrammaton, de ‘Hij van de vier letters’ of – figuurlijk opgevat – ‘de ledematen van microprosopos’ in de Kabbala, waarvan er respectievelijk tien en zes zijn.
249: (g) De zesde en de zevende groep hebben deel aan de lagere eigenschappen van het Viertal. Het zijn bewuste, etherische entiteiten, even onzichtbaar als ether, die als de takken van een boom uitgaan van de eerste centrale groep van de vier, en zich op hun beurt vertakken in talloze zijgroepen, waarvan de lagere de natuurgeesten of elementalen van talloze soorten en variëteiten zijn; vanaf de vormloze en onstoffelijke – de ideële GEDACHTEN van hun scheppers – tot de atomaire, hoewel voor de menselijke waarneming onzichtbare, organismen toe. De laatste worden beschouwd als de ‘geesten van de atomen’, want ze zijn één stap (terug) verwijderd van het stoffelijke atoom – bewuste, zo niet verstandelijke schepsels. Ze zijn alle onderhevig aan karma, en moeten dat in elke cyclus uitwerken. Want de leer zegt dat er in het heelal, hetzij in ons eigen of in een ander stelsel, in de uiterlijke of de innerlijke werelden geen bevoorrechte wezens zijn, zoals de engelen van de westerse en de joodse religie.
259: Deze laatste zou door de brahmanen ‘een dag van Brahma’ worden genoemd. Het is kortom één omwenteling van het ‘wiel’ (onze planeetketen), dat bestaat uit zeven bollen (of zeven afzonderlijke ‘wielen’, nu in een andere betekenis opgevat). Als de evolutie haar weg omlaag in de stof heeft afgelegd, van planeet A tot planeet G, of Z, zoals de westerse onderzoekers haar noemen, is dat één Ronde. In het midden van de vierde omwenteling, onze tegenwoordige ‘Ronde’, ‘heeft de evolutie haar toppunt van stoffelijke ontwikkeling bereikt, zij heeft haar werk bekroond met de volmaakte lichamelijke mens en vanaf dit punt begint zij haar werk in de richting van het geestelijke’. Dit alles hoeft nauwelijks te worden herhaald, omdat het in ‘Esoteric Buddhism’ goed is uitgelegd.
260: Iedere ‘Ronde’ (op de neergaande boog) is slechts een herhaling in meer concrete vorm van de Ronde die eraan voorafging, en zo is ook elke bol – tot aan onze vierde bol (de huidige aarde) – een grovere en meer stoffelijke kopie van de meer schimachtige bol, die op de drie hogere gebieden daar telkens aan voorafgaat. (Zie het diagram bij Stanza VI, Toelichting 6.) Op haar weg omhoog langs de opgaande boog maakt de evolutie, om zo te zeggen, de algemene aard van alles meer geestelijk en etherisch, en brengt deze op dezelfde hoogte als het gebied waarop de tweelingbol aan de tegenovergestelde kant zich bevindt.
266: Wat is die ‘vonk’, die ‘aan de vlam hangt’? Het is JIVA, de MONADE, in verbinding met MANAS, of liever met het aroma ervan – dat, wat van elke persoonlijkheid overblijft, wanneer deze het waardig is, en wat door de levensdraad is verbonden met atma-buddhi, de vlam. Hoe men de mens ook verklaart, en in hoeveel beginselen hij ook wordt verdeeld, men kan gemakkelijk aantonen dat deze leer wordt ondersteund door alle oude religies, van de vedische tot de Egyptische, van de zoroastrische tot de joodse. Bij de laatstgenoemde leveren de kabbalistische boeken overvloedig bewijs voor deze bewering. Het hele kabbalistische getallenstelsel is gebaseerd op het goddelijke zevenvoud dat aan de triade hangt (en zo de decade vormt) en haar permutaties 7, 5, 4 en 3, die tenslotte alle in het ENE opgaan: een eindeloze en grenzeloze cirkel.
270: We geven nu in tabelvorm wat de heel voorzichtige Eliphas Lévi ter verklaring van zijn diagram zegt, en wat de esoterische leer verkondigt – en we vergelijken de twee. Ook Lévi maakt onderscheid tussen de kabbalistische en de occulte pneumatologie. (Zie ‘Histoire de la Magie’, blz. 388, 389.)
277: Eerst werd uit de Diepte (de Chaos) koud lichtgevend vuur (gasachtig licht?) voortgebracht, dat in de Ruimte stremsel vormde.’ (Onoplosbare nevelvlekken misschien?). . . . ‘Deze bestreden elkaar, en er werd een grote hitte ontwikkeld doordat ze elkaar troffen en botsten, waardoor rotatie ontstond. Toen kwam de eerste gemanifesteerde STOF, vuur, de hete vlammen, de zwervers aan de hemel (kometen); de hitte brengt vochtige damp voort; deze vormt vast water (?); dan droge nevel, daarna vloeibare waterachtige nevel, die de lichtglans van de pelgrims (kometen?) dooft en vaste waterachtige wielen (STOF-bollen) vormt. Bhumi (de aarde) verschijnt met zes zusters36. Deze brengen door hun voortdurende beweging het lagere vuur voort, warmte en een waterachtige nevel, die het derde wereld-element – WATER – oplevert; en uit de adem van alle wordt (atmosferische) LUCHT geboren. Deze vier zijn de vier levens van de eerste vier perioden (Ronden) van het manvantara. De laatste drie zullen volgen.’
36) Volgens een lering uit de Veda’s ‘zijn er drie aarden, die overeenkomen met drie hemelen, en onze aarde (de vierde) wordt bhumi genoemd’. Deze uitleg wordt gegeven door onze exoterische westerse oriëntalisten. Maar de esoterische betekenis en de verwijzing daarnaar in de Veda’s is, dat deze betrekking heeft op onze planeetketen: drie ‘aarden’ op de neergaande boog en drie ‘hemelen’ – die ook de drie aarden of bollen zijn, maar veel etherischer – op de opgaande of geestelijke boog. Met de eerste drie dalen wij af in de stof, met de andere drie stijgen wij op tot de geest; de laagste bol, bhumi, onze aarde, vormt om zo te zeggen het keerpunt, en bevat potentieel evenveel geest als stof. Wij zullen dit later behandelen.
294: Zo verlopen de cyclussen van de zevenvoudige evolutie in de zeventallige natuur: de geestelijke of goddelijke; de psychische of halfgoddelijke; de verstandelijke, die van de hartstochten, de instinctieve of cognitieve; de halflichamelijke en de zuiver stoffelijke of fysieke natuur. Deze evolueren en vorderen alle cyclisch; ze gaan op twee manieren in elkaar over, middelpuntvliedend en middelpuntzoekend; ze zijn in hun diepste essentie één, maar zeven in hun aspecten. Het laagste aspect is natuurlijk afhankelijk van en ondergeschikt aan onze vijf fysieke zintuigen. Tot dusver ging het over het individuele, menselijke, waarnemende, dierlijke en plantaardige leven; elk de microkosmos van zijn hogere macrokosmos. Hetzelfde geldt voor het Heelal, dat zich periodiek manifesteert ten behoeve van de gezamenlijke vooruitgang van de talloze levens, de uitademingen van het Ene Leven; opdat door het eeuwig wordende elk kosmisch atoom in dit oneindige Heelal – terwijl het uitgaande van het vormloze en het niet-stoffelijke, via de gemengde naturen van het half-aardse, tot volledig ontwikkelde stof wordt, en dan weer terugkeert en in elk nieuw tijdperk hoger en dichter bij het einddoel komt – door individuele verdienste en inspanning dat gebied kan bereiken waarop het opnieuw het ene onvoorwaardelijke AL wordt. Maar tussen de alfa en de omega is er het moeizame ‘pad’, omgeven door doornen, dat ‘eerst naar beneden voert en dan
Steeds omhoog kronkelt
Ja, tot het einde toe. . . .’
De pelgrim, die de lange reis onbevlekt is begonnen, die steeds verder is afgedaald in de zondige stof, en zich heeft verbonden met elk atoom in de gemanifesteerde Ruimte, die elke levens- en bestaansvorm heeft doorworsteld en daarin heeft geleden, is nog maar tot de bodem van het dal van de stof gekomen, halverwege zijn cyclus, als hij zich heeft vereenzelvigd met de collectieve mensheid. Deze heeft hij naar zijn eigen beeld gemaakt. Om omhoog en huiswaarts te kunnen gaan, moet de ‘god’ nu het moeizame steile pad van het Golgotha van het Leven beklimmen. Het is het martelaarschap van zelfbewust bestaan.
De Geheime Leer Deel I, Samenvatting (p. 304):
De hele orde van de natuur toont een voortgaande beweging naar een hoger leven. Aan de werking van de schijnbaar meest blinde krachten ligt een plan ten grondslag. Het hele evolutieproces met zijn eindeloze aanpassingen is een bewijs daarvan. De onveranderlijke wetten die de zwakke en krachteloze soorten uitroeien om plaats te maken voor de sterke, en die zorgen voor het ‘overleven van de geschiktsten’, werken alle naar het grootse doel toe, al zijn ze nog zo wreed in hun directe werking. Juist het feit dat er aanpassingen voorkomen, dat de geschiktsten inderdaad overleven in de strijd om het bestaan, toont aan dat wat ‘onbewuste Natuur’3 wordt genoemd, in werkelijkheid een samenstel van krachten is, die worden gehanteerd door half-intelligente wezens (elementalen), die worden geleid door hoge planeetgeesten (Dhyan-Chohans). Deze laatsten gezamenlijk vormen het gemanifesteerde woord van de ongemanifesteerde LOGOS en vormen tegelijkertijd het DENKVERMOGEN van het Heelal en zijn onveranderlijke WET.
3) De Natuur in abstracte zin genomen kan niet ‘onbewust’ zijn, want ze is de uitstraling van en dus (op het gemanifesteerde gebied) een aspect van het ABSOLUTE bewustzijn. Wie heeft de moed om aan planten en zelfs aan mineralen een eigen bewustzijn te ontzeggen? Hij kan slechts zeggen dat dit bewustzijn buiten zijn bevattingsvermogen ligt.
307: (3) Ze zijn tweevoudig van aard, omdat ze zijn samengesteld uit (a) de redeloze brute energie, die eigen is aan materie en (b) de intelligente ziel of het kosmische bewustzijn, dat die energie richting geeft en leidt en dat de gedachte van een Dhyan-Chohan is, die de verbeeldingskracht van het universele denkvermogen weerspiegelt. Het gevolg hiervan is een steeds voortgaande reeks van stoffelijke manifestaties en van morele gevolgen op aarde tijdens de manvantarische tijdperken, terwijl het geheel onderworpen is aan karma.
(4) Materie is eeuwig. Zij is de upadhi (stoffelijke grondslag) waarop het ene oneindige universele denkvermogen zijn ideeën vormt. De esoterici verklaren daarom dat er in de natuur geen anorganische of dode stof bestaat. Het onderscheid dat de wetenschap in dit opzicht maakt, is even ongegrond als willekeurig en onredelijk. Wat de wetenschap ook denkt – en de exacte wetenschap is een wispelturige dame, zoals we allen uit ervaring weten – het occultisme weet en zegt sinds onheuglijke tijden dat het anders is, vanaf Manu en Hermes tot aan Paracelsus en zijn opvolgers.
Zo zegt Hermes, de driemaal grote Trismegistus: ‘O, mijn zoon, materie wordt; vroeger was zij; want materie is het voertuig van het worden. Worden is de activiteit van de ongeschapen godheid. Nadat de (objectieve) materie is voorzien van de kiemen van het worden, wordt zij geboren, want de scheppende kracht modelleert haar volgens de ideale vormen. Nog niet voortgebrachte materie had geen vorm; zij wordt, wanneer zij in werking is gesteld.’ (The Definitions of Asclepios, blz. 134, ‘Virgin of the World’.)
309: Alle christelijke kabbalisten hebben de volgende oosterse kerngedachte goed begrepen: de actieve kracht, de ‘eeuwigdurende beweging van de grote adem’, doet de Kosmos bij de dageraad van ieder nieuw tijdperk slechts ontwaken en zet deze in beweging door middel van de twee tegengestelde krachten6, en veroorzaakt zo, dat hij objectief waarneembaar wordt op het gebied van de illusie. Met andere woorden, die tweeledige beweging brengt de Kosmos van het gebied van het eeuwige ideële over naar dat van de eindige manifestatie, of van het noumenale naar het fenomenale gebied. Alles wat is, was en zal zijn, IS eeuwig, zelfs de ontelbare vormen, die alleen eindig en vergankelijk zijn in hun objectieve, maar niet in hun ideële vorm.
6) De middelpuntzoekende en de middelpuntvliedende krachten, die mannelijk en vrouwelijk zijn, positief en negatief, fysiek en geestelijk; en deze twee vormen de ene oorspronkelijke KRACHT.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 11 Over elementen en atomen (p. 627/628):
De esoterische betekenis hiervan is de eeuwig cyclische neergaande en opstijgende curve van gedifferentieerde elementen door intercyclische fasen van bestaan, totdat elk opnieuw zijn uitgangspunt of geboorteplaats bereikt. Het denkbeeld was zowel metafysisch als fysisch; de verborgen interpretatie omvat ‘goden’ of zielen, in de vorm van atomen, als de oorzaken van alle gevolgen die op aarde worden teweeggebracht door de uitscheidingen van de goddelijke lichamen3. Niet één filosoof uit de oudheid, zelfs niet de joodse kabbalisten, scheidden ooit de geest van de stof of omgekeerd. Alles vond zijn oorsprong in het ENE, komt voort uit het ene en moet tenslotte terugkeren tot het Ene. ‘Licht wordt warmte en verdicht zich tot vurige deeltjes die, nadat ze hebben gebrand, koude, harde, ronde en gladde deeltjes worden. En dit wordt de ziel genoemd, gevangen in haar kleed van stof’4; want atomen en zielen waren synoniem in de taal van de ingewijden. De ‘rondwervelende zielen’, gilgoolem, een leer waarin zoveel geleerde joden hebben geloofd (zie de Royal Masonic Cyclopaedia van Mackenzie), had esoterisch geen andere betekenis. De geleerde joodse ingewijden hebben met het ‘beloofde land’ nooit alleen Palestina bedoeld, maar hetzelfde nirvāna als de geleerde boeddhisten en brahmanen – de schoot van de EEUWIGE, gesymboliseerd door die van Abraham, en door Palestina als de plaatsvervanger ervan op aarde5.
4) Valentinus, Esoterische verhandeling over de leer van Gilgul.
5) Geen ontwikkelde jood heeft ooit geloofd in de letterlijke betekenis van deze allegorie – namelijk dat ‘de lichamen van joden die in vreemde landen zijn begraven, in zich een zielenbeginsel bevatten dat niet kan rusten, totdat het onsterfelijke deel, door een proces dat het ‘rondwervelen van de ziel’ wordt genoemd, de heilige grond van het ‘beloofde land’ weer bereikt’. Voor een occultist is de betekenis duidelijk. Het proces werd geacht zich te voltrekken door een soort metempsychose, waarbij de psychische vonk haar weg aflegde door een vogel, een viervoetig dier, een vis en het kleinste insect. (Zie de Royal Masonic Cyclopaedia van Mackenzie.) De allegorie heeft betrekking op de atomen van het lichaam, die elk door iedere vorm moeten gaan, voordat ze alle de eindtoestand bereiken, die het eerste uitgangspunt van elk atoom is – zijn oorspronkelijke layatoestand. Maar de oorspronkelijke betekenis van gilgoolem of de ‘rondwenteling van de zielen’ was het denkbeeld van de reïncarnerende zielen of ego’s. ‘Alle zielen gaan in de gilgoolah’, in een cyclisch of rondwentelend proces; d.w.z. ze volgen alle het cyclische pad van de wedergeboorten. Sommige kabbalisten leggen deze lering zó uit, dat deze alleen maar een soort vagevuur voor de zielen van de verdorvenen betekent. Maar dat is niet juist.
627/628: De doorgang van het ZIELEN-ATOOM ‘door de zeven planeetkamers’ had dezelfde metafysische en ook fysische betekenis. Het had de laatstgenoemde betekenis wanneer werd gezegd dat het zich in de ether oploste. (Zie Isis Ontsluierd, Deel I, Engelse uitgave, blz. 297.) Zelfs Epicurus, de model-atheïst en materialist, kende en geloofde zoveel van de oude wijsheid, dat hij verkondigde dat de ziel (geheel verschillend van de
onsterfelijke geest, als de eerstgenoemde daarin latent is opgesloten, zoals in elk atomair deeltje) was samengesteld uit een fijne, tere essentie, gevormd uit de gladste, rondste en fijnste atomen.
630/631: Dit is de logos (de eerste) of Vajradhara, de allerhoogste Boeddha (ook Dorjechang genoemd). Als Heer van alle mysteriën kan hij zich niet manifesteren, maar hij zendt zijn hart – het ‘diamanten hart’, Vajrasattva (Dorjesempa) – de wereld van manifestatie in. Dit is de tweede logos van de schepping, uit wie de zeven (volgens de exoterische sluier de vijf) Dhyāni-Boeddha’s voortkomen, die de aupapāduka worden genoemd, ‘de ouderlozen’. Deze Boeddha’s zijn de oorspronkelijke monaden uit de wereld van het onlichamelijke zijn, de arūpa-wereld, waarin de intelligenties (alleen op dat gebied) in het exoterische systeem geen vorm en geen naam hebben, maar in de esoterische filosofie hebben ze wel hun zeven afzonderlijke namen. Deze Dhyāni-Boeddha’s emaneren of scheppen door de kracht van dhyāna uit zichzelf hemelse Zelven – de bovenmenselijke bodhisattva’s.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 12 Oeroude gedachten in een modern kleed (p. 640):
'Licht is de eerstgeborene en de eerste uitstraling van het allerhoogste, en licht is leven, zegt de evangelist en de kabbalist. Beide zijn elektriciteit – het levensbeginsel, de anima mundi, die het heelal doordringt, de elektrische bezieler van alle dingen. Licht is de grote proteïsche magiër, en onder de goddelijke wil van de architect2, of beter de architecten, de ‘bouwers’ (gezamenlijk Een genoemd), schonken zijn veelsoortige, almachtige golven het leven aan iedere vorm en aan ieder levend wezen.
2) Men heeft mij vaak aangevallen omdat ik in Isis uitdrukkingen heb gebruikt die duiden op een geloof in een persoonlijke en antropomorfe god. Dit is niet mijn bedoeling. Kabbalistisch gesproken is ‘architect’ de algemene naam voor de sephiroth, de bouwers van het Heelal, evenals ‘universeel denkvermogen’ het gezamenlijke denkvermogen van de Dhyāni-Chohans aanduidt.
De Geheime Leer Deel I hoofdstuk 16 Cyclische evolutie en karma (p. 703):
Het ENE LEVEN staat in nauw verband met de ene wet die de wereld van het Zijn beheerst – KARMA.
704: De cyclussen zijn ook onderworpen aan de gevolgen die door deze activiteit ontstaan. ‘Het ene kosmische atoom wordt zeven atomen op het gebied van de stof, en elk wordt in een energiecentrum omgezet; datzelfde atoom wordt zeven stralen op het gebied van de geest, en de zeven scheppende natuurkrachten, die van de wortel-essentie uitstralen . . . volgen, de ene het rechter-, de andere het linkerpad, gescheiden tot het einde van de kalpa en toch nauw met elkaar verbonden. Wat verenigt ze? KARMA.’ De atomen die uit het centrale punt zijn uitgestraald, emaneren op hun beurt nieuwe energiecentra, die onder de latente adem van fohat hun werk van binnen naar buiten beginnen en zich vermenigvuldigen tot andere kleinere centra. Deze vormen in de loop van de evolutie en de involutie op hun beurt de wortels of de oorzaken van nieuwe gevolgen, van werelden en ‘mensendragende’ bollen tot de geslachten, soorten en klassen van alle zeven rijken (waarvan wij er maar vier kennen). Want ‘de gezegende werkers hebben in de eeuwigheid het Thyan-kam ontvangen’ (‘De aforismen van Tson-ka-pa ’).
705: Terwijl zij dus een persoonlijke god opvatten ‘als slechts een enorme schaduw die door de verbeelding van onwetende mensen op de leegte van de ruimte is geworpen’, verkondigen zij dat maar ‘twee dingen (objectief) eeuwig zijn, namelijk akâsa en nirvana’; en dat deze in werkelijkheid EEN zijn, maar indien verdeeld slechts een māyā. ‘De boeddhisten ontkennen de schepping en kunnen zich geen schepper voorstellen.’ ‘Alles is uit akâsa (of op onze aarde svâbhâvat) voortgekomen, gehoorzamend aan een inherente wet van beweging, en verdwijnt na een bepaalde tijd te hebben bestaan. Er is nog nooit iets uit niets ontstaan.’ (Buddhist Catechism.)
De Geheime Leer Deel I hoofdstuk 16 Cyclische evolutie en karma (p. 709):
Wie in karma gelooft, moet in de lotsbestemming geloven die ieder mens van zijn geboorte tot zijn dood draad voor draad om zich heen weeft, zoals een spin haar web. Deze lotsbestemming wordt geleid, hetzij door de hemelse stem van de onzichtbare oervorm buiten ons, of door de ons meer vertrouwde astrale of innerlijke mens, die maar al te vaak de kwade genius is van het belichaamde wezen dat mens wordt genoemd. Deze beide stimuleren de uiterlijke mens, maar een van hen moet overwinnen; en vanaf het eerste begin van het onzichtbare gevecht treedt de strenge en onverbiddelijke wet van compensatie in werking en neemt haar loop, terwijl zij getrouw de wisselvalligheden van dat gevecht volgt. Wanneer de laatste draad is geweven en de mens als het ware is gewikkeld in het net van zijn eigen maaksel, wordt hij geheel beheerst door zijn zelfgemaakte lot. Het houdt hem dan vast als een onbeweeglijke schelp tegen de onwrikbare rots, of het voert hem weg als een veer in een wervelwind die door zijn eigen daden is ontstaan, en dit is karma.
710: De ‘krachten’ – eigenlijk hun noumena – zijn natuurlijk dezelfde; daarom moeten de waarneembare krachten ook dezelfde zijn. Maar hoe kan men zo stellig weten dat de eigenschappen van de stof niet zijn veranderd onder invloed van de proteïsche evolutie? Hoe kan een materialist met zoveel vertrouwen beweren, zoals Rossmassler, dat ‘deze eeuwige overeenstemming in de essentie van verschijnselen het zeker maakt dat vuur en water te allen tijde dezelfde vermogens bezaten en deze altijd zullen bezitten’? Wie zijn zij ‘die de raad verduisteren met woorden zonder kennis’, en waar waren de Huxleys en Büchners toen de grondslagen van de aarde werden gelegd door de grote Wet? Het is een grondbeginsel van de occulte filosofie, deze zelfde homogeniteit van de stof en onveranderlijkheid van de natuurwetten, waarop het materialisme zo sterk aandringt; maar die eenheid berust op de onscheidbaarheid van geest en stof, en als de twee zouden worden gescheiden, zou de hele Kosmos terugvallen tot chaos en niet-zijn.
711/712: De waardevolle filosofische opmerkingen van Hegel blijken hun toepassing te vinden in de leringen van de occulte wetenschap, die aantoont dat de natuur altijd werkt met een bepaald doel, waarvan de gevolgen altijd tweevoudig zijn. Dit werd gezegd in onze eerste occulte boeken, in Isis Ontsluierd, Deel 1, blz. 34 (Engelse uitgave), met de volgende woorden:
Evenals onze planeet elk jaar eenmaal om de zon draait en tegelijk in elke vierentwintig uur één keer om haar eigen as wentelt en zo kleinere cirkels beschrijft binnen een grotere, zo wordt binnen de grote saros het werk van de kleinere cyclische perioden volbracht en opnieuw begonnen.
De omwenteling van de fysieke wereld gaat volgens de leer van de Ouden vergezeld van een soortgelijke omwenteling in de wereld van het verstand – want de spirituele evolutie van de wereld verloopt evenals de fysieke volgens cyclussen.
Zo zien we in de geschiedenis een regelmatige afwisseling van eb en vloed in het getij van de menselijke vooruitgang. De grote koninkrijken en keizerrijken van de wereld raken, nadat ze het hoogtepunt van hun bloei hebben bereikt, weer in verval, overeenkomstig dezelfde wet waardoor zij tot aanzien kwamen; totdat de mensheid, nadat ze het laagste punt heeft bereikt, zich weer doet gelden en nogmaals opklimt, waarbij volgens deze wet van cyclisch opklimmende vooruitgang, het bereikte iets hoger ligt dan het punt vanwaar zij daarvóór was afgedaald.
713: En even onverstandig zijn zij die geloven dat de godin door welke offers en gebeden ook, gunstig kan worden gestemd, of dat haar wiel kan worden afgebracht van het pad dat het eenmaal heeft ingeslagen. ‘De drievormige schikgodinnen en de altijd waakzame furiën’ zijn alleen op aarde haar attributen, en ze zijn door onszelf voortgebracht. Van de paden van haar kringloop is geen terugkeer mogelijk; toch hebben wij die paden zelf gemaakt, want wij zelf, collectief of individueel, bereiden ze voor.
714: De voortdurende aanwezigheid in ons midden van alle elementen van strijd en tegenstelling en de verdeling van rassen, volkeren, stammen, gemeenschappen en individuen in Kaïns en Abels, wolven en lammeren, zijn de voornaamste oorzaken van de ‘wegen van de voorzienigheid’. We vormen deze talrijke kronkelwegen van ons lot dagelijks met eigen handen, terwijl we ons verbeelden dat we een spoor volgen op de koninklijke hoofdweg van fatsoen en plicht, en klagen dan dat die wegen zo ingewikkeld en duister zijn. We zijn verbijsterd over het mysterie dat we zelf hebben gemaakt en over de raadsels van het leven die we maar niet oplossen, en we beschuldigen dan de grote sfinx dat ze ons verslindt. Maar er is werkelijk geen ongeval in ons leven, geen ongeluksdag en geen tegenspoed, die niet kan worden herleid tot onze eigen daden in dit of in een ander leven. Als men de wetten van harmonie overtreedt of, zoals een theosofische schrijver het uitdrukt, ‘de wetten van het leven’, moet men erop zijn voorbereid tot de chaos te vervallen die men zelf heeft voortgebracht. Want volgens dezelfde schrijver ‘is de enige conclusie waartoe men kan komen, dat deze levenswetten zichzelf wreken, en dus dat elke wrekende engel slechts een symbool van hun reactie is’.
715: Kennis van karma geeft de overtuiging dat als
‘. . . de deugd wordt gekweld en de ondeugd zegeviert
De mensheid tot atheïsten wordt gemaakt’,
dat alleen zo is doordat die mensheid altijd haar ogen heeft gesloten voor de grote waarheid dat de mens zelf zijn eigen verlosser en zijn eigen vernietiger is; dat hij de hemel en de goden, de schikgodinnen en de voorzienigheid niet hoeft te beschuldigen van de schijnbare onrechtvaardigheid die te midden van de mensheid heerst.
716: Maar voor de heidenen betekenden de cyclussen iets meer dan alleen maar een opeenvolging van gebeurtenissen, of een periodieke tijdruimte van langere of kortere duur; bij hen, zoals Coleridge het uitdrukt, ‘. . . was tijd, cyclische tijd, de abstractie van de godheid . . .’, die ‘godheid’ die zich manifesteerde in samenhang met en alleen door karma en die karma-nemesis zelf was. Want die cyclussen werden in het algemeen gekenmerkt door terugkerende gebeurtenissen van een afwisselender en verstandelijker aard dan die men kan zien in de periodieke terugkeer van de seizoenen of van bepaalde constellaties. De moderne wijsheid stelt zich tevreden met sterrenkundige berekeningen en voorspellingen die zijn gebaseerd op onfeilbare wiskundige wetten. De oude wijsheid voegde aan de koude schil van de astronomie de bezielende elementen van haar ziel en geest toe – de astrologie. En omdat de bewegingen van de sterren werkelijk nog andere gebeurtenissen op aarde regelen en bepalen dan de groei van aardappelen en de periodieke ziekte van dat nuttige gewas (een bewering die, omdat deze niet wetenschappelijk kan worden verklaard, slechts belachelijk wordt gemaakt, maar toch aanvaard), moet men erkennen dat die gebeurtenissen vooraf worden bepaald door eenvoudige sterrenkundige berekeningen. Zij die in astrologie geloven, zullen onze bedoeling begrijpen, sceptici zullen om dat geloof lachen en het denkbeeld bespotten. Zo sluiten zij als een struisvogel hun ogen voor hun eigen lot . . .10.
10) Maar niet allen, want er zijn wetenschappers die de waarheid beginnen te ontdekken. Zo lezen we het volgende: ‘Waarop we onze blik ook richten, overal ontmoeten we een mysterie . . . alles in de Natuur is voor ons het onbekende . . . Toch zijn ze talrijk, die oppervlakkige denkers, voor wie niets door natuurkrachten kan worden voortgebracht, behalve de feiten die lang geleden bekend werden, geheiligd in boeken en min of meer handig gegroepeerd met behulp van theorieën waarvan de korte levensduur nu wel hun ontoereikendheid had moeten aantonen . . . Ik matig mij niet aan het mogelijke bestaan van onzichtbare wezens te bestrijden, die een andere natuur hebben dan de onze en die in staat zijn stof in beweging te brengen. Diepzinnige filosofen hebben dit in alle tijden erkend, als een gevolg van de grote wet van de continuïteit die het Heelal regeert. Kan de ontwikkeling van dat intellect, dat op de een of andere manier uit het niet-zijn (néant) tevoorschijn komt en dat geleidelijk de mens bereikt, plotseling bij de mens ophouden om pas in het oneindige, in de hoogste bestuurder van de wereld, weer te verschijnen? Dit is niet erg waarschijnlijk.’ Daarom . . . ‘ontken ik evenmin het bestaan van geesten als van de ziel, en probeer bepaalde feiten zonder deze hypothesen te verklaren . . .’. The Non Defined Forces, Historical and Experimental Researches, blz. 3. Het bovenstaande werd geschreven door A. de Rochas, een bekende wetenschapper in Frankrijk; zijn boek is een van de tekenen van de tijd. (Parijs, Masson, Boulevard St. Germain, 1887.)
717: Waarom zou men dan even geleerde occultisten en astrologen niet geloven, wanneer zij op grond van hetzelfde wiskundige beginsel de terugkeer van een of andere cyclische gebeurtenis voorspellen? Waarom zou men de bewering dat zij het weten, belachelijk maken? Hun voorvaderen en voorgangers hebben honderdduizenden jaren lang de terugkeer van zulke gebeurtenissen opgetekend, en de conjunctie van dezelfde sterren zal dan ook onvermijdelijk, indien niet dezelfde dan toch overeenkomstige gevolgen teweegbrengen. Worden de voorspellingen bespot wegens de beweerde honderdduizenden jaren van waarneming en de miljoenen jaren van het bestaan van de menselijke rassen? De hedendaagse wetenschap wordt op haar beurt wegens haar veel bescheidener geologische en antropologische cijfers uitgelachen door degenen die zich aan de chronologie van de bijbel houden. Zo regelt karma zelfs de menselijke spot op wederzijdse kosten van sekten, geleerde genootschappen en individuen. Bij de prognose van dergelijke toekomstige gebeurtenissen, die alle worden voorspeld op gezag van cyclische terugkeer, speelt echter geen enkel paranormaal verschijnsel een rol. Het is geen vooruitzien en ook geen profetie, evenmin als het aankondigen van een komeet of een ster, een aantal jaren vóór deze verschijnt.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 17 De dierenriem en zijn ouderdom (p. 721):
Pythagoras en na hem Philo Judaeus beschouwden het getal 12 als heel heilig. ‘De dodecaëder is een VOLMAAKT getal.’ Het is het getal van de tekens van de Dierenriem, voegt Philo eraan toe, die de zon in twaalf maanden bezoekt, en het is ter ere van dat teken dat Mozes zijn volk in twaalf stammen verdeelde, de twaalf koeken (Levit. xxiv, 5) van het toonbrood instelde en twaalf edelstenen plaatste rond het gewaad van de hogepriesters. (Zie De Profugis.)
Volgens Seneca onderwees Berosus het voorspellen van elke toekomstige gebeurtenis en ramp op basis van de Dierenriem; en de door hem vastgestelde tijd voor de grote wereldbrand (pralaya) en die voor een zondvloed blijken overeen te stemmen met de tijd die wordt gegeven in een oude Egyptische papyrus. Die tijd komt bij elke vernieuwing van de cyclus van het siderische jaar van 25.868 jaar. De namen van de Akkadische maanden werden genoemd naar en ontleend aan de namen van de tekens van de Dierenriem, en de Akkadiërs zelf waren er veel eerder dan de Chaldeeën. Proctor toont in zijn Myths and Marvels of Astronomy aan, dat de sterrenkundigen van de oudheid in 2400 v.Chr. een heel nauwkeurig sterrenkundig stelsel hadden verkregen; de hindoes rekenen hun kaliyuga vanaf een grote periodieke conjunctie van de planeten, die 31 eeuwen vóór Christus plaatsvond; en toch waren het de Grieken die behoorden tot de veldtocht van Alexander de Grote, die de Arische hindoes in de sterrenkunde zouden hebben onderwezen!
722: Of de oorsprong van de Dierenriem nu Arisch of Egyptisch is, deze is in ieder geval ontzaglijk oud. Simplicius (6de eeuw n.Chr.) schrijft dat hij altijd had gehoord dat de Egyptenaren gedurende de laatste 630.000 jaar sterrenkundige waarnemingen hadden bijgehouden en opgetekend. G. Massey schijnt door deze mededeling te zijn geschrokken; hij merkt hierover in zijn Natural Genesis (Deel II, blz. 318) op: ‘Als wij dit aantal jaren als maanden lezen, die de Egyptenaren volgens Euxodus jaren noemden, dan zou dat nog de duur van twee precessiecyclussen (of 51.736 jaar) opleveren.’ Diogenes Laërtius voerde de sterrenkundige berekeningen van de Egyptenaren terug tot 48.863 jaar vóór Alexander de Grote (Proloog, 2). Martianus Capella bevestigt dit door het nageslacht mee te delen dat de Egyptenaren de sterrenkunde meer dan 40.000 jaar lang in het geheim hadden bestudeerd, voordat zij hun kennis aan de wereld schonken (Astronomy of the Ancients, Lewis, blz. 264).

De Geheime Leer Deel II, Inleidende opmerkingen (p. 1):
Wat betreft de evolutie van de mensheid stelt de Geheime Leer drie nieuwe stellingen voorop, die lijnrecht in strijd zijn met zowel de moderne wetenschap als de gangbare religieuze dogma’s: zij leert
(a) de gelijktijdige evolutie van zeven mensengroepen op zeven verschillende delen van onze aardbol;
(b) de geboorte van het astrale lichaam vóór het stoffelijke, waarbij het eerste een model is voor het laatste; en
(c) dat de mens in deze Ronde aan alle zoogdieren in het dierenrijk voorafging – de mensapen daarbij inbegrepen.
De Geheime Leer Deel II, Stanza 1 Het begin van bewust leven (p. 25):
De opsomming van de stanza’s in Deel I liet zien dat de genesis2 van goden en mensen voortkwam uit een en hetzelfde punt, dat de ene universele, onveranderlijke, eeuwige en absolute EENHEID is. In zijn eerste gemanifesteerde aspect hebben wij het zien worden: (1) in de sfeer van objectiviteit en fysica, de oorspronkelijke substantie en kracht (middelpuntzoekend en middelpuntvliedend, positief en negatief, mannelijk en vrouwelijk, enz.); (2) in de wereld van de metafysica, de GEEST VAN HET HEELAL of kosmische verbeeldingskracht, door sommigen de LOGOS genoemd.
2) Volgens de geleerde definitie van dr. A. Wilder is genesis, γένεσιϛ, niet voortplanting, maar ‘een komen uit het eeuwige naar de Kosmos en de Tijd’: ‘een komen van esse tot existere’, of ‘van HET ZIJN tot het zijnde’ – zoals een theosoof zou zeggen.
De Geheime Leer Deel II, Stanza 3 Pogingen tot het scheppen van de mens (p. 87):
Er is in een zuivere geest op ons gebied geen vermogen tot scheppen en geen zelfbewustzijn, tenzij zijn al te homogene, volmaakte – want goddelijke – natuur om zo te zeggen wordt vermengd met en versterkt door een al gedifferentieerde essentie. Alleen de onderste lijn van de driehoek – die de eerste triade voorstelt die emaneert uit de universele MONADE – kan dit benodigde bewustzijn op het gebied van de gedifferentieerde Natuur verschaffen. Maar hoe konden deze zuivere emanaties, die volgens dit beginsel oorspronkelijk zelf onbewust (in onze zin) moeten zijn geweest, van enig nut zijn bij het verschaffen van het benodigde beginsel, omdat zij het zelf nauwelijks konden hebben bezeten? Het antwoord is moeilijk te begrijpen, tenzij men goed bekend is met de filosofische metafysica van een beginloze en eindeloze reeks van kosmische wedergeboorten, en doordrongen is van, en vertrouwd raakt met die onveranderlijke Natuurwet die EEUWIGE BEWEGING is, cyclisch en spiraalvormig, en dus zelfs bij haar schijnbare teruggang progressief. Het ene goddelijke beginsel, het naamloze DAT van de Veda’s, is het universele geheel, dat noch in zijn geestelijke aspecten en emanaties, noch in zijn stoffelijke atomen, ooit in ‘absolute rust’ kan zijn, behalve tijdens de ‘nachten’ van Brahma.
89: Het mysterie, verbonden met de hoog geestelijke voorouders van de goddelijke mens in de aardse mens, is heel groots. In de Purana’s wordt naar zijn tweevoudige schepping verwezen, hoewel de esoterische betekenis ervan slechts kan worden benaderd door samenvoegen van de vele verschillende versies, en door ze naar hun symbolische en allegorische karakter te lezen. Dit geldt ook voor de bijbel, zowel wat betreft Genesis als zelfs de Brieven van Paulus. Want die schepper, die in het tweede hoofdstuk van Genesis de ‘Heer God’ wordt genoemd, is oorspronkelijk de Elohim, of goden (de Heren), in het meervoud; en terwijl een van hen de aardse Adam uit stof maakt, blaast de ander hem de adem van het leven in, en maakt de derde van hem een levende ziel (ii, 7); al deze lezingen liggen besloten in het meervoudige getal van de Elohim. ‘De eerste mens is uit de aarde, de tweede (de laatste of beter hoogste) is uit de hemel’, zegt Paulus in I Corinthiërs xv, 47.
De Geheime Leer Deel II, Stanza 6 De goddelijke hermafrodiet (p. 143):
Bij de esoterische verklaring van het wiel van Ezechiël werd over Jodhevah of Jehova gezegd:
‘Wanneer het drietal in het begin van het tetragram wordt genomen, drukt het de goddelijke schepping geestelijk uit, zonder enige vleselijke zonde; van de tegenovergestelde kant beschouwd, geeft het uitdrukking aan deze zonde: dan is het vrouwelijk. De naam van Eva bestaat uit drie letters; die van de oorspronkelijke of hemelse Adam wordt met één letter geschreven, jod of yodh; daarom moet men niet Jehova maar Ieva of Eva lezen. De Adam van het eerste hoofdstuk is de geestelijke en dus zuivere, androgyne Adam Kadmon. Als de vrouw voortkomt uit de rib van de tweede Adam (van stof), wordt de zuivere Maagd gescheiden, vervalt ‘tot voortplanting’ of de dalende cyclus en wordt Schorpioen, het embleem van zonde en stof. Terwijl de opgaande cyclus wijst op de zuiver geestelijke rassen, of de tien voordiluviaanse aartsvaders, worden de prajapati’s en sephiroth geleid door de scheppende godheid zelf, die Adam Kadmon of Yod-cheva is. Geestelijk is de lagere (Jehova) de leider van de aardse rassen; deze worden aangevoerd door Henoch of Weegschaal, de zevende die, zoals men zegt, omdat hij half goddelijk, half aards is, levend door God is weggenomen. Henoch, Hermes en Weegschaal zijn één.’
De Geheime Leer Deel II, Stanza 6 De evolutie van de zweetgeborenen (p. 171):
Analogie is de leidende wet in de Natuur, de enige ware draad van Ariadne, die ons langs de onontwarbare wegen van haar domein kan voeren naar haar eerste en laatste mysteriën. De Natuur is als scheppend vermogen oneindig, en geen enkele generatie van natuurkundigen kan zich er ooit op beroemen de lijst van haar middelen en methoden te hebben uitgeput, hoe uniform de wetten die zij volgt ook zijn.
De Geheime Leer Deel II, Stanza 11 De eolutie van de 'zweetgeborenen' (p. 378):
Dit is heel natuurlijk als we de verklaringen van Herodotus mogen geloven, die in Euterpe (cxlii) meedeelt dat de geschreven geschiedenis van de Egyptische priesters liep vanaf ongeveer 12.000 jaar vóór zijn tijd. Maar wat zijn 12.000 of zelfs 120.000 jaar, vergeleken met de miljoenen jaren die sinds het Lemurische tijdperk zijn verstreken? Dit laatste is echter niet zonder getuigen gebleven, ondanks zijn enorm hoge ouderdom. De volledige verslagen van de groei, de ontwikkeling, het sociale en zelfs het politieke leven van de Lemuriërs zijn in de geheime annalen bewaard gebleven. Helaas zijn er maar weinigen die ze kunnen lezen; en zij die dat zouden kunnen, zouden nog niet in staat zijn de taal te begrijpen, tenzij ze bekend zijn met alle zeven sleutels van de symboliek ervan. Want het begrijpen van de occulte leer is gebaseerd op dat van de zeven wetenschappen, en deze vinden hun uitdrukking in de zeven verschillende toepassingen van de geheime verslagen op de exoterische teksten. We hebben dus te maken met denkwijzen op zeven heel verschillende gebieden van het ideële. Elke tekst heeft betrekking op en moet worden vertaald vanuit een van de volgende standpunten:
1. het realistische gebied van het denken;
2. het idealistische;
3. het zuiver goddelijke of geestelijke.
De andere gebieden gaan het gemiddelde bewustzijn, vooral dat van de materialistische denker, zover te boven dat men ze in gewone taal zelfs niet symbolisch kan weergeven. In geen enkele van de oude religieuze teksten is een zuiver mythisch element aanwezig; maar de denkwijze waaruit zij oorspronkelijk zijn voortgevloeid, moet bij het interpretatieproces worden ontdekt en men moet zich er nauwkeurig aan houden.
De Geheime Leer Deel II, Stanza 12 Het vijfde ras en zijn goddelijke leermeesters (p. 452):
Het [het water des levens] stroomt rond en bezielt haar lichaam (van moeder aarde). Het ene einde ervan komt uit haar hoofd; het wordt vuil bij haar voeten (de zuidpool). Het wordt gezuiverd (bij zijn terugkeer) naar haar hart – dat klopt onder de voet van het heilige Shambala, dat toen (in het begin) nog niet was geboren. Want in de gordel van de woonplaats van de mens (de aarde) liggen het leven en de gezondheid van alles wat leeft en ademt, verborgen18. Tijdens het eerste en het tweede (ras) was de gordel bedekt door de grote wateren. (Maar) de grote moeder verkeerde in barensnood onder de golven en een nieuw land werd toegevoegd aan het eerste, dat onze wijzen het hoofddeksel (de kap) noemen. Haar barensnood was groter bij het derde (ras) en haar middel en navel verschenen boven het water.
18) De occulte leer bevestigt de volksoverlevering die zegt dat er in de ingewanden van de aarde en in de noordpool een bron van leven bestaat. Het is het bloed van de aarde, de elektromagnetische stroom die rondgaat door alle aderen, en waarvan men zegt dat die is opgeslagen in de ‘navel van de aarde’.
De Geheime Leer Deel II, Stanza 10 De geschiedenis van het vierde ras (p. 261):
Maar zelfs al heeft alleen de westerse theologie het patent en het auteursrecht op SATAN met alle dogmatische verschrikking van dit verzinsel – andere volkeren en religies hebben soortgelijke fouten gemaakt door hun verkeerde uitleg van deze leer, die een van de diepzinnigst filosofische en meest ideële begrippen van het denken in de oudheid vormt. Want in hun talloze allegorieën over dit onderwerp hebben zij de juiste betekenis zowel verdraaid als erop gezinspeeld. De half-esoterische dogma’s van het puranische hindoeïsme hebben ook niet nagelaten heel betekenisvolle symbolen en allegorieën over de opstandige en gevallen goden in het leven te roepen. De Purana’s staan er vol van; en wij vinden een directe toespeling op de waarheid in de talrijke verwijzingen van Parasara (Vishnu Purana) naar al die rudra’s, rishi’s, asura’s, kumara’s en muni’s, die in ieder tijdperk moeten worden geboren, en in ieder manvantara moeten reïncarneren. Dit staat (esoterisch) gelijk met te zeggen dat de VLAMMEN, die uit het universele denkvermogen (mahat) zijn geboren, tengevolge van de geheimzinnige werkingen van de karmische wil en een impuls van de wet van de evolutie, evenals in Pymander – zonder enige geleidelijke overgang – op deze aarde waren beland, nadat zij door de zeven kringen van vuur, kortom door de zeven tussenliggende werelden, waren heengebroken.
De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk 18 Over de mythe van de gevallen engel (p. 553):
De eerste les van de esoterische filosofie leert dat de onkenbare Oorzaak geen evolutie teweegbrengt, hetzij bewust of onbewust, maar dat zij slechts periodiek verschillende aspecten van zichzelf laat zien, die door eindige denkvermogens kunnen worden waargenomen. Het collectieve denkvermogen – het universele – dat is samengesteld uit verschillende en talloze menigten van scheppende machten, hoe oneindig ook in de gemanifesteerde tijd, is toch eindig, wanneer het wordt gesteld tegenover de ongeboren en onvergankelijke Ruimte in haar hoogste essentiële aspect. Wat eindig is, kan niet volmaakt zijn.
558: ‘Zeven mensen (beginselen) werden in de mens voortgebracht.’ ‘De natuur van de harmonie van de zeven van de vader en van de geest. De natuur . . . bracht zeven mensen voort in overeenstemming met de zeven naturen van de zeven geesten’ ‘die potentieel de twee geslachten in zich hadden’.
Metafysisch zijn de vader en de zoon het ‘universele denkvermogen’ en het ‘periodieke heelal’; de ‘engel’ en de ‘mens’. Het is tegelijkertijd de zoon en de vader, in Pymander de actieve idee en de passieve gedachte die het verwekt; de radicale grondtoon in de Natuur die het leven schenkt aan de zeven tonen – de zevenvoudige schaal van de scheppende krachten, en aan de zeven kleur-aspecten van het prisma, alle geboren uit de ene witte straal, of het licht – dat zelf in duisternis is voortgebracht.
558/559: De Geheime Leer wijst op het vaststaande feit dat de mensheid, collectief en individueel, met de hele gemanifesteerde natuur, het voertuig vormt (a) van de adem van het Ene universele Beginsel in zijn eerste differentiatie; en (b) van de talloze ‘adems’ die voortkomen uit die ENE ADEM in zijn secundaire en verdere differentiaties, naarmate de Natuur met haar vele mensengeslachten afdaalt naar de gebieden die steeds in stoffelijkheid toenemen. De primaire adem bezielt de hogere hiërarchieën; de secundaire – de lagere, op de steeds afdalende gebieden.
570: Op dezelfde manier en volgens het voorbeeld van de Dierenriem in de bovenste oceaan of de hemelen, werd een bepaalde streek op aarde, een binnenzee, heilig verklaard en ‘de afgrond van kennis’ genoemd; twaalf punten daarin in de vorm van twaalf kleine eilanden, stelden de tekens van de Dierenriem voor – waarvan er twee eeuwenlang de ‘mysterietekens’35 bleven en de verblijfplaatsen waren van twaalf hiërofanten en meesters van wijsheid. Deze ‘zee van kennis’ of geleerdheid36 bleef daar eeuwenlang, waar zich nu de Shamo of Gobiwoestijn bevindt. Zij bestond tot de laatste grote ijstijd, toen een plaatselijke ramp, die de wateren naar het zuiden en het westen opjoeg en daardoor de tegenwoordige grote eenzame woestijn vormde, slechts een bepaalde oase overliet, met een meer en daarin één eiland, als een overblijfsel van de Dierenriem op aarde. Eeuwenlang was de waterafgrond of Chaos de verblijfplaats van de wijsheid en niet van het kwaad. Bij de volkeren die aan de latere Babyloniërs voorafgingen, was deze waterafgrond de woonplaats van de ‘grote moeder’ (het latere aardse beeld van de ‘grote moeder chaos’ in de hemel), de moeder van Ea (wijsheid), zelf het vroege oerbeeld van Oannes, de mensvis van de Babyloniërs. De strijd van Bel en daarna van Merodach, de zonnegod, met Tiamat, de zee en haar draak, een ‘oorlog’ die eindigde in de nederlaag van de laatstgenoemde, heeft zowel een zuiver kosmische en geologische als een historische betekenis. Het is een bladzijde uit de geschiedenis van de geheime en heilige wetenschappen, hun evolutie, groei en DOOD – voor de niet-ingewijde massa. Deze strijd heeft betrekking (a) op het systematische en geleidelijke uitdrogen van enorme gebieden door de felle zon in een bepaalde voorhistorische periode; een van de verschrikkelijke droogten die eindigde met een geleidelijke verandering van eens vruchtbare overvloedig van water voorziene landen in de zandwoestijnen die ze nu zijn; en (b) op de even systematische vervolging van de profeten van het rechterpad door die van het linkerpad. Nadat deze laatsten het ontstaan en de evolutie van de priesterkasten hadden teweeggebracht, hebben zij tenslotte de wereld tot al deze exoterische religies gevoerd, die zijn uitgevonden ter bevrediging van de ontaarde voorliefde van de ‘hoi polloi’ en de onwetenden voor ritualistische praal en de verstoffelijking van het eeuwig immateriële en onkenbare Beginsel.
35) Het denkbeeld van G. Seiffarth, dat er in de oudheid slechts tien tekens van de Dierenriem waren, is onjuist. Er waren er slechts tien bekend aan de niet-ingewijden; de ingewijden echter kenden ze alle, vanaf de tijd van de scheiding van de mensheid in geslachten, waaruit de splitsing van Virgo-Scorpio in tweeën voortvloeide. Deze bracht, tengevolge van een toegevoegd geheim teken en de Libra die door de Grieken werd bedacht, in plaats van de geheime naam die niet werd gegeven, het aantal tekens, op 12. (Zie Isis Ontsluierd, Deel II, Engelse uitgave, blz. 456.)
De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk 22 De symboliek van de mysterienamen Iao en Jehova en hun verband met het kruis en de cirkel (p. 628/629):
Het visioen van de profeet Ezechiël herinnert sterk aan deze mystiek van de cirkel, toen hij een wervelwind zag waaruit ‘een wiel op de aarde’ kwam, waarvan het maaksel ‘als het ware een wiel in het midden van een wiel was’ (hfst. i, de verzen 4-16) . . . ‘want de geest van het levende schepsel was in de wielen’ (v. 20).
De Geheime Leer Deel II, Hoofdstuk 24 Het kruis en het pythagorische tiental (p. 669):
Maar de boom- of kruisverering18 van de joden, zoals die door hun eigen profeten werd veroordeeld, kan nauwelijks aan die beschuldiging ontkomen. De ‘zonen van de tovenaars’, ‘het zaad van de overspelige’, zoals Jesaja hen noemt (lvii), lieten nooit een gelegenheid voorbijgaan om ‘in wellust te ontbranden met afgodsbeelden onder elke groene boom’, wat niet wijst op metafysische ontspanning. Aan deze monotheïstische joden hebben de christelijke volkeren hun religie, hun ‘God van de goden, de Ene levende God’ ontleend, terwijl zij de verering van de godheid van de oude filosofen verachtten en bespotten. Laat hen dan maar in de fysieke vorm van het kruis geloven en deze vereren.
18) Het kruis en de boom zijn in de symboliek identiek en synoniem.
670: Maar voor de aanhanger van de ware oosterse archaïsche wijsheid, voor hem die in de geest niets vereert buiten de absolute Eenheid, dat altijd kloppende grote hart dat overal en in elk atoom van de natuur klopt, bevat elk zo’n atoom de kiem waaruit hij de boom van de kennis kan laten groeien, waarvan de vruchten het eeuwige leven schenken en niet alleen het fysieke leven.
De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk 2 De voorouders die de wetenschap aan de mensheid biedt (763/764):
Dit thema ontwikkelt hij in zijn wonderbaarlijke lezing over de ‘perigenese van de plastidule, of de golfbewegingen van levende deeltjes’. Het is een verbetering van de theorie van Darwin over ‘pangenese’ en een verdere nadering, een voorzichtige beweging in de richting van ‘magie’. De eerstgenoemde is een vermoeden dat een bepaald aantal van de werkelijke en identieke atomen, die tot voorvaderlijke lichamen hadden behoord, ‘door hun nakomelingen generatie na generatie werden overgebracht, zodat wij letterlijk ‘vlees van het vlees’ van het oerwezen zijn, dat zich in de latere . . . periode tot mens ontwikkelde’ – verklaart de schrijver van A Modern Zoroastrian (in ‘Primitive Polarities’, enz.). De laatstgenoemde (het occultisme) leert (a) dat de levensatomen van ons (prāna) levensbeginsel nooit volkomen verloren gaan wanneer iemand sterft. Dat de atomen die het sterkst zijn doortrokken van het levensbeginsel (een onafhankelijke, eeuwige, bewuste factor) gedeeltelijk door de erfelijkheid worden overgebracht van vader op zoon, en gedeeltelijk weer worden samengebracht en het bezielende beginsel worden van het nieuwe lichaam in elke nieuwe incarnatie van de monaden. Want (b): evenals de individuele ziel altijd dezelfde is, zijn de atomen van de lagere beginselen (het lichaam, zijn astraal of dubbelganger, enz.) dat ook, omdat zij door verwantschap en de karmische wet altijd tot dezelfde individualiteit in een reeks van verschillende lichamen worden aangetrokken, enz.17.
17) (Zie ‘Transmigration of the Life Atoms’, Five years of Theosophy, blz. 533-539.) Het collectieve aggregaat van deze atomen vormt zo de anima mundi van ons zonnestelsel, de ziel van ons kleine heelal, waarvan ieder atoom natuurlijk een ziel, een monade, een klein heelal is, in het bezit van bewustzijn en dus van een geheugen. (Deel 1, Afdeling 3, Goden, monaden en atomen.)
765: Het levensbeginsel of de levensenergie, dat alomtegenwoordig, eeuwig en onvernietigbaar is, is als noumenon een kracht en een BEGINSEL, maar als verschijnsel bestaat het uit atomen. Het is
een en hetzelfde , en ze kunnen niet als gescheiden worden beschouwd, behalve in het materialisme18.
18) In ‘De transmigratie van de levensatomen’ zeggen wij, om een standpunt dat maar al te vaak verkeerd wordt begrepen nader te verklaren: ‘Het is alomtegenwoordig . . . hoewel (op dit gebied van manifestatie) vaak in een sluimerende toestand – zoals in een steen. De omschrijving die zegt dat, wanneer het verband tussen deze onverwoestbare kracht en de ene groep atomen (moleculen hadden we moeten zeggen) wordt verbroken, deze kracht onmiddellijk door andere wordt aangetrokken, betekent niet dat zij de eerste groep volledig loslaat (omdat de atomen zelf dan zouden verdwijnen); maar alleen dat zij haar vis viva of levenskracht – de energie van beweging – naar een andere groep overbrengt. Maar uit het feit dat zij zich in de volgende groep manifesteert als dat wat kinetische energie wordt genoemd, volgt niet dat deze geheel aan de eerste groep wordt onthouden; want zij is er als potentiële energie of sluimerend leven nog in aanwezig’, enz. Wat kan Haeckel nu met zijn ‘niet identieke atomen, maar hun bijzondere beweging en manier van aggregatie’ anders bedoelen dan dezelfde kinetische energie, die wij hebben verklaard? Vóór hij deze theorieën ontwikkelde, moet hij Paracelsus hebben gelezen en Five Years of Theosophy hebben bestudeerd, zonder echter de leringen behoorlijk in zich op te nemen.

Gottfried de Purucker, boek Grondslagen der Esoterische Wijsbegeerte, Deel I, Hoofdstuk 4:
In ieder ‘mens’ van de ontelbare menigten zelfbewuste wezens die tot deze kosmos of dit heelal behoren, komen twee naturen samen, respectievelijk omhoog en omlaag gericht: één ervan is een geestelijke straal die hem met het meest goddelijke verbindt en zich vandaar in alle richtingen naar omhoog uitstrekt en voor hem in elk opzicht de schakel is met het onuitsprekelijke, het grenzeloze, dat daarom de kern, de essentie van zijn wezen is.
Hoofdstuk 15: Goed en kwaad ontstaan uit de tegenstrijdige werking van de multimyriaden willen in de verschijningswereld.
Het goede is relatief; er is geen absoluut goed. Het kwade is relatief; er is geen absoluut kwaad. Beide zijn evenwel relatieve begrippen. ..etc.
Zij contrasteren met elkaar. Deze beide groepen representeren twee fundamentele Paden in de Natuur, het ene het Pad der Rechter -, het andere dat der Linkerhand en worden aldus in het Oude Occultisme genoemd. Het ‘Pad der Linkerhand’ is Pratyeka-Yâna; en wij kunnen Pratyeka in dit verband door de omschrijving ‘ieder voor zich’ vertalen. Het ‘Pad der Rechterhand’ is Amrita-Yâna; dat het Onsterfelijk Voertuig of Pad der Onsterfelijkheid wordt genoemd. Het ene, het eerstgenoemde, is het pad der persoonlijkheid; het andere het laatstgenoemde, is het pad der individualiteit; het ene is het pad der stof, het andere is het pad van de geest; het ene leidt naar beneden; het andere Pad verliest zich in de onuitsprekelijke glorie van het bewuste onsterfelijke in de ‘eeuwigheid’. Dit nu zijn de twee groepen van wezens, die de beide zijden der Natuur vertegenwoordigen, en de conflicten en tegenstellingen van deze beide zijden der Natuur, tezamen met de strijd van wil tegen wil van de scharen wezens in het gemanifesteerde bestaan, veroorzaken het zogenaamde kwaad in de wereld, dat uit de zelfzuchtige werkzaamheid van de lagere of minder ontwikkelde of geëvolueerde wezens ontstaat.

Drie stadia van het zien van Waarheid.

====

'Zelfregulering en Regulering' ('Kerk en Staat', 'Zelfbewustzijn en Leiderschap', Catharsis)

T.S. Eliot Waar is de wijsheid die we zijn kwijtgeraakt in de kennis? Waar is de kennis die we zijn kwijtgeraakt in de informatie?

We beleven nu de fase van secularisatie, de overgang die op het Oude - en Nieuwe Testament volgt. Al blijven Wie zegt gij dat ik ben? (Matteüs 16-15), het verhaal over de splinter en balk (Mattheüs 7:3-5) en het bouwen van torens van Babel in de EU actueel. Het is een illusie in Europa, dat men meent de financiële crisis te kunnen oplossen door de geldpers te laten draaien. De pensioenen van onze jongeren komen daardoor stevig onder druk te staan. Maar ten opzichte van andere EU landen staat Nederland er met zijn enorme pensioenreserves er relatief gezien gunstig voor. Maar deze relatief gunstige positie wordt door demografische ontwikkelingen, lees vergrijzing en het lage geboortecijfer weer ongunstig beïnvloed.

ABN AMRO krijgt 175 miljoen euro niet terug in zaak Bernie Madoff (11 juli 2016)

Parlementaire enquête naar het Financieel Stelsel Oud-AFM topman Hoogervorst: De euro is een misgeboorte, Volkskrant, 30 november 2011)
De euro is een misgeboorte en had beter niet ingevoerd kunnen worden. Dat zegt oud-AFM-topman Hans Hoogervorst in een aflevering van het geschiedenisprogramma Andere Tijden, die op 11 december 2011 werd uitgezonden.
Hij verwijt zowel politici als toezichthouders dat ze hebben toegestaan dat banken te lang te veel risico's namen en te veel krediet verstrekten. Hoogervorst spitste dat verwijt toe op banktoezichthouder DNB: ‘Iedereen had kunnen zien dat ING, ABN Amro en Fortis uitgemergelde banken waren.’

'Even geen Nobelprijs economie meer' (OPINIE - Jan Derksen Volkskrant 30 november 2011)
De economen bedrijven geen l'art pour l'art, maar zijn ervoor onze economie wereldwijd in een goede staat te houden en deze te helpen verbeteren. Dit is mislukt. Deze mislukking moeten de wetenschappers zich aantrekken. Als ze dit niet doen, kunnen we niet verwachten dat ze echt verder komen met hun theorieën en modellen. Dat betoogt hoogleraar klinische psychologie Jan Derksen.
De economie verkeert wereldwijd in een crisis die maar moeilijk te beteugelen blijkt. De wetenschap die tot doel heeft zo objectief mogelijke kennis van de economische patronen te produceren, is de economische wetenschap.
De economen zijn te veel onderdeel van de politieke ideologie en praktijk geworden en dus 'medeplichtig' aan politieke blunders. De economische wetenschap heeft kortom veel te weinig gezag opgebouwd in onze samenleving.

Geld is een middel en nooit een doel. De volatiliteit, de mate van beweeglijkheid van de koersen, geeft een signaal dat de balans tussen doel en middel verloren is gegaan. In plaats van het genereren van meerwaarde is het verwerven van zoveel mogelijk geld op korte termijn centraal komen te staan. Dus gaat men verward van crisis tot crisis, van schijnzekerheid naar schijnzekerheid in een zelfgeschapen werkelijkheid.

De schuldencrisis wordt tegen de achtergrond van de illusiecultuur geplaatst. Relatief staat tegenover absoluut. Uiteindelijk blijft het allemaal mensenwerk. Tussen de
- Verkoper en Koper (kredietverleners en schuldenaren), de 'aanbodzijde en vraagzijde' zit voor beide partijen de stem van het geweten
- Leraar en Leerling
- Politicals & Professionals (Managementstijl)
- Toezichthouders en Directie
- Man en Vrouw (Anima en Animus)
- Luisteraar en Spreker
- 'Waarnemer en Waargenomene'.

Waar zit de volgende zeepbel? (Pieter Klok, Volkskrant 28 november 2009): Voor bankiers zijn bubbels leuke speeltjes, zolang de rit omhoog gaat. Maar als ze knappen, kunnen zeepbellen het hele financiële stelsel laten wankelen. Het is dus zaak te weten waar de volgende zit.
Sep van der Voort (analist bij SNS Securities) heeft niet de illusie dat hij zeepbellen kan herkennen. Nee, want je weet nooit wat een goede waardering is. De een verwacht economische groei en vindt de hoge waarderingen dus terecht, de ander verwacht minder economische groei of krimp en spreekt daarom van een bubbel.
Han de Jong (hoofdeconoom ABN Amro): ‘Je kunt zeepbellen hartstikke goed herkennen. Achteraf. Maar dan heb je er niets meer aan.’

Prof. Mr. Dr. Michiel A. Heldeweg Smart rules & regimes Publiekrechtelijk(e) ontwerpen voor privatisering en technologische innovatie (oratie 24 september 2009)
2.2.3 Publiek belang en falen
Marktfalen is relevant omdat het in de weg staat aan het tot stand komen van het maatschappelijk positief gewenste aanbod van diensten of werken (geen aanbod, resp. geen aanbod tegen de gewenste ‘prijskwaliteit’), of deze slechts aanbiedt met negatieve externe of distributieve effecten (nadelen voor anderen, voor andere maatschappelijke belangen of voor welvaartsverdeling) – en is daarmee een belangrijke aanwijzing voor het (als publiek belang) aannemen van een overheidstaak. Marktfalen kan het gevolg zijn van: onvolledige mededinging (door marktmacht, al dan niet als gevolg van toetredingsbarrières), collectieve goederen of diensten (waarvoor geen prijs is te bepalen volgens vraag en aanbod), ondoorzichtigheid of informatiegebreken (heterogene goederen, risico-aversie, moral hazard, hoge transactiekosten), externe effecten (voor- of nadelen van consumptie of productie die ongeprijsd – kortom zonder tegenprestatie – toevallen aan anderen dan direct betrokken producenten en consumenten),86 en negatieve verdelingseffecten (niet proportionele verdeling van welvaartseffecten – door ongelijke verdeling van eigendomsrechten).87

Jeroen Buve Contra Turrim Geert Grote en de Kredietcrisis
In 1371 schreef Geert Grote, de stichter van de Moderne Devotie, een pamflet tegen de bouw van de toren bij de Utrechtse Dom. De titel suggereert dat dit een heruitgave is van dit in 1967 herontdekte geschrift, maar nee: Jeroen Buve - filosoof en oprichter van de Geert Grote 'Universiteit' in Deventer - gebruikt Grote's Contra Turrim voor een essay over waarden in tijden van kredietcrisis. Net zoals de bisschop van Utrecht rechten verdraaide en armen onder druk zette om de toren te bouwen, zo stellen volgens Buve ook nu bankiers alles in het werk om hun imponerende torens aan de Amsterdamse Zuidas te bouwen. Een parallel die door fraaie afbeeldingen wordt ondersteund.
Hoofdstuk 7. Manager-Bankier opvolger van feodale adel
'Cum Laude' gepromoveerd en geen moreel besef (p. 82-83):
Omdat er dankzij hen (de quants) zoveel geld in omloop is, dat ook duizend miljard verlies in één week door de consument amper gemerkt wordt, zal de markt allang weer op dreef zijn, voordat de armoede überhaupt de kans krijgt toe te slaan.
Conclusie: Een schouderklopje van Geert Grote (p. 105):
Als filosoof mag men van ons verwachten, dat wij dit brede, aftastende vermoeden van een op handen zijnde fundamentele verandering in een filosofische context weten te plaatsen. Sommigen zijn ons daarin voor gegaan. Enkelen daarvan kwamen hierboven te sprake. Nieuw lijkt de analyse van het
'succesdenken' als een manier van denken, die beweert geen andere rechtvaardiging nodig te hebben dan alleen het aanwijsbare succes. Dit denken heeft zijn wortels in het midden van de negentiende eeuw, toen het nog niet expliciet bewuste, mentale achtergrond vormde van de Industrièle Revolutie. Dit zichzelf rechtvaardigde succes is onlosmakelijk verbonden met het fysische denken van de empirische wetenschap in de nu algemeen aanvaarde betekenis.

In zijn boek Contra Turrim verwijst Jeroen Buve op p. 83 naar het volgende verslag Alles zit aan elkaar vast van Rengers & Schoorl in de Volkskrant 10 oktober 2008:
Hij is de spin in het web van beleggingen, van torenhoge winsten, van verliezen tot op de bodem. De beurshandelaar is geen marktkoopman meer, geen bluffer en geen vechter, maar een slimme jongen die fris moet blijven....
Hij ziet ze overal in de dealingrooms, de quants. Quant is de uit Amerika overgewaaide bijnaam van Quantative Analyst – kwantitatief analist. Cijferbeest.
Het zijn jonge gasten in gebleekte T-shirts, met Mars-wikkels en blikjes cola light om zich heen. Nerds zijn het, al heten ze quants. Ze komen overal vandaan, uit India of Australië, en ze komen bijna altijd uit de bètahoek. Ze promoveerden cum laude in theoretische natuurkunde, sterrenkunde of chemie.
Ja, hij is dus filosofischer geworden, door al deze ellende. Hij houdt zich vast aan waar hij zich aan vast kan houden. Hij maakt geen meubels, wil hij maar zeggen. Wat hij maakt, kan hij niet eens grijpen. Hij verleent een dienst, geeft een stukje rendement aan de mensen, de bedrijven.
Of Petrus bij de hemelpoort zal zeggen:
loop jij maar door – hij betwijfelt het. Hij verdient al jaren goed zijn brood, maar of de maatschappij er iets aan heeft. Of zijn gezin. Of de school van zijn kinderen. Nooit gedacht dat dit soort gedachten hem zouden overvallen.
Jeroen Buve haalt op p. 97 de column De volgende financiële crisis van Heleen Mees in NRC 24 juli 2009 aan:
Er is een moral hazard van jewelste ontstaan op Wall Street. De bankiers en hun geldschieters weten nu zeker dat als hun financiële trucs werken ze winst maken, en dat als hun financiële trucs de economie dreigen te ontsporen ze óók winst maken. Het is slechts wachten tot de volgende financiële crisis zich aandient.

Nick Leeson, Jérôme Kerviel en London whale hebben een eerste signaal afgegeven dat de banken hun risicobeheersing niet op orde hebben.
De illusiecultuur, het piramidespel van de zeepbel (bouwen van torens van Babel in de EU), de aardse trimurti (drie guna’s) is de inverse van de hemelse Trimurti. Banken zorgen voor het scheppen van geld en een zakenbank á la Goldman Sachs, Lehman Brothers en banken die ongeremd geld in dubieuze waardepapieren hebben gestoken of bankemployees als Nick Leeson (Barings Bank), Jérôme Kerviel (Société Générale), London whale (JPMorgan Chase) of ex-zakenman en -belegger Bernard Madoff voor het vernietigen.
Of in de woorden van Bolkestein: de lotgevallen van de euro zijn ‘een goed voorbeeld van politiek wensdenken dat nuchter economisch denken overvleugeld’ (Volkskrant 3 december 2011).

Strenge selectiecriteria versterken ongelijkheid (Tom van den Brink Volkskrant 26 juli 2018 p. 20):
Scherpe selectiecriteria en stijgende kosten zetten de toegankelijkheid van hoger onderwijs onder druk, betoogt het Interstedelijk Studenten Overleg.
Averechtse maatregelen
De afgelopen jaren zijn er door de overheid echter averechtse maatregelen genomen die de toegankelijkheid van het onderwijs (in)direct onder druk hebben gezet. Studeren wordt steeds duurder en meer en meer opleidingen in het hoger onderwijs hanteren allerlei selectiecriteria, wat betekent dat een geschikte vooropleiding (bijvoorbeeld een havo- of vwo-diploma) niet meer genoeg is. Diverse rapporten laten zien dat zeker bepaalde groepen studenten – die met lager opgeleide ouders, een functiebeperking of een niet-westerse migratieachtergrond – minder snel instromen bij de opleidingen van hun keuze. Deze maatregelen gaan daarmee in tegen het beoogde doel van het maximaal benutten van talent, hetgeen we zo hard nodig hebben voor de Nederlandse kenniseconomie.
De afgelopen jaren heeft het hoger onderwijs te veel in het teken gestaan van efficiëntie, schaalvergroting en studierendementen, met alle gevolgen van dien. Verkeerde maatregelen zorgen voor verkeerde selectie. De student moet weer centraal komen te staan in het onderwijs. Het onderwijs moet zo worden ingericht dat de talenten van alle studenten zo goed mogelijk kunnen worden ontplooid, met als uitgangspunt: gelijke kansen door verschil te maken.

Gemiste kans (Bert Aukema Volkskrant 26 juli 2018 p. 21):
Wat een gemiste kans, Geert Mak, Claudia de Breij, Hans Laroes, Anja Meulenbelt en andere briefschrijvers (O&D, 24 juli). Geen spoortje van zelfreflexie. Door onbeperkt weg te kijken van de negatieve aspecten van de multiculturele samenleving levert u nu al jarenlang een negatieve bijdrage aan het debat. U hebt makkelijk praten vanuit uw elitaire positie in onze maatschappij, waarbij u bijna per definitie slechts in aanraking komt met de geslaagde, wel geïntegreerde en seculiere nieuwkomers.
Morele arrogantie (Ron Gerritsen Volkskrant 26 juli 2018 p. 21):
Met tevredenheid en geruststelling stel ik vast dat de open brief van de Bekende Nederlanders (O&D, 24 juli) niet alleen bij mij irritatie oproept. De column van Max Pam (O&D, 25 juli) en de Sigmund van Peter de Wit (V, 25 juli) geven mijn gevoel perfect weer. Wanneer zouden die Bekende Nederlanders doorkrijgen dat zij met hun tomeloze morele arrogantie (zo komt het op mij over, het zal niet hun intentie zijn) en het steeds trekken van de racistische en xenofobe kaart een constructieve inhoudelijke dialoog over bijvoorbeeld migratie juist frustreren en de verdeeldheid (voor zover al reëel en niet fictief) alleen maar aanwakkeren?

Politici, stop met voeden van xenofobie en racisme (Volkskrant 24 juli 2018 p. 21):
De recente uitspraken van Stef Blok, maar ook beweringen van andere politici voeden racistische onderstromen in onze maatschappij. Dat menen schrijver Meredith Greer, kunstenaar Tinkebell, politicus Sylvana Simons, geschiedschrijver Geert Mak en nog ruim 60 ondertekenaars van deze open brief. Daarin roepen zij politici op om hun verantwoordelijkheid te nemen.

Kijken in de ziel Religieuze leiders (Coen Verbraak 23 juli 2018 NPO2):
Presentator Coen Verbraak spreekt in zes afleveringen met twaalf religieuze leiders:
• Nico Tydeman (Boeddhistisch leraar)
• Marianne van Praag (rabbijn)
• Binyomin Jacobs (opperrabbijn)
• Claartje Kruijff (predikant en ritueelbegeleider)
• Everard de Jong (hulpbisschop van Roermond)
• Orlando Bottenbley (baptistenpredikant)
• Abdulwahid van Bommel (imam)
• Ashis Mathura (hindoepriester)
• Azzedine Karrat (imam)
• Jotika Hermsen (Boeddhistisch leraar)
• Madre de Maria Anima Christi (rooms-katholiek zuster)
• Floris van Binsbergen (bevindelijk-gereformeerd predikant)
In de serie komen ook gevoelige kwesties als abortus, euthanasie en homoseksualiteit voorbij. Verbraak: “Geïnterviewden die dergelijke kwesties resoluut afwijzen, begrijp ik totaal niet. Die gedachtes staan zo ver af van de mijne; ik vind ze bijna onbarmhartig. Meer nog dan bij de eerdere series zullen kijkers hun voorkeuren en antipathieën ontwikkelen. Maar zelf vind ik het interessanter om hun visie te horen dan om met ze in discussie te gaan.”

Van Agt Adieu God (EO 22 juli 2018 NPO2):
De EO-journalist Tijs van den Brink interviewt Dries van Agt. Dries van Agt is onder de indruk van het boek En de aarde bracht voort christelijk geloof en evolutie van Gijsbert van den Brink. Tijdens het interview komt Van Agt er achter dat Gijsbert, de broer is van Tijs van den Brink.
Dries van Agt blijkt uiteindelijk het enige christelijke wat het CDA ooit heeft opgeleverd. Grote klasse heer van Agt. Het getuigt van grote moed om uw levenswerk bij het CDA te erkennen en te verwerpen. Misschien is dat ook de reden waarom u minister-president geweest bent.
Om nu op oudere leeftijd de waarheid boven de politiek uit te kunnen erkennen. Op 1 punt heb ik bezwaar, maar ook begrip voor uw standpunt. Poetin heeft naar mijn idee in de laatste 7 jaren een nieuwe wereldoorlog voorkomen door iedere keer wanneer de pro israel groep een poging deed een nieuwe wereldoorlog uit te lokken, een strategische tegenzet te doen. Maar goed u bent nu 86 jaar, u heeft Joseph Jugashvili meegemaakt, een georgische nep jood met een politieke schuilnaam Joseph Stalin (zionist=fascist judaisme=> ja zionisme=>nee) die 150.000.000 mensen heeft vermoord. Ja, ik begrijp uw weerstand naar Rusland, maar helaas de moderne tijden hebben een andere situatie geschapen. Maar dat geeft niets, u bent een groot man door uw veranderingen in politiek inzicht in het openbaar toe te geven. Groot respect.

Gijsbert van den Brink En de aarde bracht voort christelijk geloof en evolutie (recensie Henk J. Hogeboom van Buggenum GAMMADELTA jrg. 4 nr. 5 – Augustus 2017):
In Yerseke wil men binnenkort een nieuwe gereformeerde kerk voor 3000 gelovigen bouwen. Dit bericht haalde op 11 juli jl. het nieuws op TV. En dat is logisch. Immers overal lopen de kerken leeg. Het is dan ook te hopen, dat hier sprake is van een nieuwe trend en dat dit een ommezwaai betekent in de houding van voorgangers tegenover de evolutieleer. Gelovigen hebben zich namelijk in het verleden om allerlei redenen fel tegen deze leer verzet. Men veronderstelde o.a., dat deze de menselijke waardigheid omlaaghaalde. Prof. dr. Gijsbert van den Brink ervoer het zelf na een peiling onder toehoorders bij een van zijn lezingen. Een boer wilde om die reden niets van Darwin en diens evolutietheorie weten: stel je voor, ik stam van een aap af! Het boek nu, waarmee de auteur deze houding ten opzichte van de evolutieleer wil veranderen, zal echter door de academische benadering daarvan niet gauw een grote schare dominees en priesters tot lezen bewegen, zodat die de darwiniaanse leer vanaf de kansel kunnen gaan uitleggen. En dat is jammer, want er komen wezenlijke zaken op evenwichtige en objectieve wijze aan de orde.
Toch raadt Van den Brink het (op de laatste bladzijde: 341) af om ”onze hele theologie grondig te herzien in het licht van de darwiniaanse evolutietheorie … ook al hebben velen − in het voetspoor van Pierre Teilhard de Chardin (1881-1955) − wel voorstellen daartoe gedaan”. Wellicht zouden de kerken dan weer vollopen.

Aan bankiers kan de vraag worden voorgelegd wat is de toegevoegde waarde voor de samenleving het AEX ballonnetje eerst, voorbij de reële economie, op te blazen en later weer te laten leeglopen? Bij het opblazen verdienen weinig mensen relatief veel en bij het leeglopen verliezen veel mensen relatief weinig. Uiteindelijk moet economische groei op uitbreiding van de markten voor reële producten, die waarde toevoegen zijn gebaseerd. Om ons geluk op aarde te bevorderen hebben de banken toestemming gekregen om vrijwel onbeperkt geld te scheppen. Of met andere woorden het opblazen van het ballonnetje heeft de valkuil van de schijnmarkt opgeleverd.

Stelling: Zaken lopen mis wanneer in de politiek de moraal buiten het verkoopverhaal wordt gehouden. Of met andere woorden daar waar het meeste behoefte aan is wordt in de struisvogelpolitiek het minste aandacht aan besteed.

'De City bepaalt meer dan ooit hoe de Britten naar de wereld kijken' (Anne Applebaum Volkskrant 13 december 2011 Opinie)
David Cameron vond het redden van het financiële hart van Engeland, de Londense City, belangrijker dan het redden van de Europese economie.
Ritselaars
Alle andere onderhandelaars hadden het idee dat hun doel het redden van de Europese economie was, en ze waren bereid om hiervoor offers te brengen. Naar hun idee was Cameron er vooral op uit om de City te redden, en hij kwam met een pakket van eisen. Een nog minder diplomatieke diplomaat drukte het zo uit: 'Hij geeft meer om die ritselaars in de City dan om ons.'
Cameron werd met applaus begroet door de Britse pers, die blij was dat hij bereid was om alles op te offeren met als doel de Britse financiële wereld te beschermen. In geen enkele andere Europese hoofdstad zou hij zo bejubeld zijn, omdat geen enkele andere Europese hoofdstad er zo over denkt als Londen, en geen enkele andere Europese hoofdstad er binnen afzienbare tijd zo over zal gaan denken als Londen.

VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG (vastgelegd 31 augustus 2011) De vaste commissie voor Buitenlandse Zaken heeft op 14 juni 2011 overleg gevoerd met minister Rosenthal van Buitenlandse Zaken over de mensenrechten en de vrijheid van godsdienst en meningsuiting.
De regering wappert met 'Ruggie-richtlijnen', maar de AIV oordeelt net als wij dat deze nogal vaag zijn en zeker te weinig ambitieus voor een land dat de mensenrechten zo hoog in het vaandel zegt te willen hebben. Hoe oordeelt de minister daarover? Onderdeel van deze 'Ruggie-richtlijnen' is een «duty to protect» voor staten tegenover bedrijven. Hoe gaat het kabinet daar invulling aan geven? Kan de minister een brief schrijven waarin wordt ingegaan op het effect op het gebied van de mensenrechten, zowel positief als negatief, van het Nederlandse bedrijfsleven in het buitenland? Wil hij daarvan jaarlijks verslag doen aan de Kamer?

De waanzin van fact free politics - Integratie
In de sociologie en in de politiek is integratie een veelgebruikte term om de samensmelting van meerdere bevolkingsgroepen in de maatschappij aan te duiden. Een belangrijk kenmerk is dat beide groepen aanpassingen maken. Wanneer er sprake is van eenzijdige aanpassing heet dit assimilatie. Kijken we naar de opvattingen van de PVV dan is er sprake van assimilatie dwang. Van allochtonen wordt verwacht dat zij zich volledig aanpassen aan de Nederlandse normen en waarden. Dit vanuit het standpunt dat de westerse cultuur superieur wordt geacht aan de Arabische cultuur. De PVV streeft dus naar een monocultuur.
Voor integratie is het dus essentieel dat er een gezamenlijke set van normen en waarden wordt overeengekomen. Binnen de gezamenlijke set blijft er altijd ruimte over voor de eigen specifieke invulling. De eigen identiteit kan bewaard blijven. De diversiteit is altijd kenmerkend geweest voor Nederland en vindt nog altijd uitdrukking in de duidelijke verschillen in de regio’s van Nederland. Dialecten en regio gebonden gewoontes zijn voorbeelden van cultuurverschillen.
Het proces van integratie ontwikkelt zich over generaties heen. Ondanks een ongunstige uitgangssituatie doet de tweede generatie het steeds beter in het onderwijs en staat ze er sociaaleconomisch beter voor dan de eerste generatie. Ook in demografisch gedrag en maatschappelijke participatie staan zij dichter bij autochtonen dan de eerste generatie. Bovendien beschouwen tweede generatie­ allochtonen zichzelf veel vaker als Nederlander dan eerste generatie allochtonen.”[bron=cbs]

Een mens heeft een persoonlijkheid. In een organisatie kan daarentegen van een cultuur worden gesproken. Net als een mens is een organisatie een levend organisme dat vreselijk kan blunderen. Een recent voorbeeld is BP. De economie van Griekenland laat zien dat niet alleen bedrijven, maar ook soevereine landen de mist in kunnen gaan. Zaken lopen mis wanneer onderwereld en bovenwereld te nauw met elkaar verstrengeld raken.

Common Sense (Gezond verstand) is een pamflet geschreven door Thomas Paine. Het werd voor het eerst anoniem gepubliceerd op 10 januari 1776 tijdens de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog. Common Sense, ondertekend "Geschreven door een Engelsman", werd onmiddellijk een enorm succes, zowel in de koloniën als in Europa. Er verschenen verschillende edities van in Philadelphia en het werd heruitgegeven in alle delen van de Verenigde Staten. Sommige commentators stellen dat dit pamflet het begin betekende van een ontluikend nationaal sentiment. Hoe dan ook was het één van de invloedrijkste traktaten uit de periode van de Amerikaanse Revolutie.

In het boek Theosofische inzichten (p. 205, 348, 460 en 462) van W.Q. Judge wordt het pamflet van Thomas Paine aangehaald.
205: 100 jaar geleden was er zo’n beweging in Frankrijk; een van de vertegenwoordigers ervan was Louis Claude de Saint-Martin, wiens correspondentie theosofisch1 werd genoemd. Hij verwijst naar Böhme, en ook naar onzichtbare maar machtige hulp die hem behoedde voor gevaren tijdens de revolutie. Zijn boeken, L’homme de désir en andere, werden veel gelezen, en er wordt gezinspeeld op het bestaan van een genootschap, dat echter gedwongen was geheim te blijven. Bijna op hetzelfde moment zien we de grote Amerikaanse Revolutie die werd beïnvloed door Paine, die, hoewel hij door onwetende theologen werd verguisd, in het openbaar werd bedankt door Washington en het eerste Congres. Deze republiek is een theosofische poging, want ze geeft vrijheid, en spreekt zich in de bepalingen van haar grondwet gelukkig niet uit voor één bepaalde religie. Er is op gezinspeeld dat de adepten een hand hebben gehad in de opstand van de kolonies in 1775. In antwoord op vragen van Sinnett, enkele jaren geleden, werd door zijn leraar geschreven dat de Broederschap zich bezighield met alle belangrijke menselijke bewegingen, maar niemand kon haar voor de rechtbank slepen en bewijzen daarvan verlangen.
348: Dat aardbevingen, overstromingen en grote maatschappelijke veranderingen zouden toenemen is bekend aan theosofen vanaf de dag dat Tom Paine vóór de revolutie helderziend zag dat ‘er voor de mensheid een nieuwe orde van de dingen begon in de staatszaken van Amerika’. En sindsdien is er een grote toename van rampen geweest. Het motto dat door de makers van de Unie werd aangenomen – ‘Een nieuwe orde van de tijden’ – was een echo uit het gebied van de ziel voor de oren van mensen op aarde. Het gaf een punt aan in de cyclus. Een overzicht van de rampen in de jaren sindsdien zou een ontstellend beeld te zien geven. Het omvat Azië en Europa, en zou miljoenen plotselinge sterfgevallen laten zien door hevige natuurrampen.
460: De grote theosofische adepten die de wereld afzochten naar een geest met behulp waarvan ze in Amerika de reactie konden teweegbrengen die toen nodig was, vonden in Engeland Thomas Paine. In 1774 beïnvloedden ze hem, geholpen door die achtenswaardige broeder Benjamin Franklin, om naar Amerika te komen. Hij kwam hier en was de belangrijkste aanstichter tot de afscheiding van de koloniën van de Britse kroon. Op aanraden van Washington, Franklin, Jefferson en andere vrijmetselaars, van wie het denken door de leringen van de symbolische graden van de vrijmetselarij geschikt waren om op de juiste manier te redeneren, en om theologisch conservatisme te verwerpen, schreef hij Common Sense, dat de toorts was voor de brandstapel waarvan het verwoestende vuur de banden tussen Engeland en Amerika wegbrandde. Voor Common Sense werd hij vaak openlijk bedankt. George Washington schreef op 10 september 1783 aan Paine:
Het zal voor mij een groot genoegen zijn u te ontmoeten. Uw aanwezigheid zal het Congres herinneren aan uw vroegere diensten aan dit land, en als ik hen ervan kan doordringen, zal ik mij zo goed mogelijk inspannen voor de vrijheid, want dit zal met vreugde worden gedaan door iemand die zich maar al te goed bewust is van het belang van uw werk.
461: En in juni 1784 zegt Washington in een brief aan Madison vervolgens:
Kan er in onze vergadering niet iets voor die arme Paine worden gedaan? Moeten de verdiensten en hulp van
Common Sense in de loop van de tijd geleidelijk worden vergeten zonder door dit land te worden beloond? Zijn geschriften hebben beslist een krachtige uitwerking gehad op de publieke opinie. Moet daar dan niet een passende beloning tegenover staan?1
1) Writings of George Washington, 1782-1785, red. Jared Sparks, Boston, 1853, deel 10, blz. 393. Zie ook Jared Sparks, Correspondence of the American Revolution, etc., deel 4, blz. 71-3.
In The Age of Reason dat hij enkele jaren later in Parijs schreef, zegt Paine:
Ik zag, of tenminste ik dacht dat ik zag, dat er zich voor de wereld een breed perspectief opende in de staatszaken van Amerika; en het scheen me toe dat, tenzij de Amerikanen het plan dat ze toen nastreefden wijzigden en zich onafhankelijk verklaarden, ze zich niet alleen zouden verwikkelen in een veelheid aan nieuwe moeilijkheden, maar de kansen zouden afsnijden die zich op dat moment door middel van hen aan de mensheid voordeden.
Verderop zegt hij:
Er zijn twee duidelijk verschillende soorten gedachten: die welke door overdenking worden teweeggebracht, en die welke uit zichzelf plotseling in het denken opflitsen. Ik heb er altijd een regel van gemaakt om deze vrijwillige bezoekers hoffelijk te behandelen, en alle kennis die ik bezit heb ik van hen verkregen.
461/462: Deze ‘vrijwillige bezoekers’ werden zijn denken binnengeleid door de adepten, theosofen. Omdat ze zagen dat er een nieuwe orde van de tijden op het punt stond te beginnen, en er nieuwe kansen waren voor vrijheid en voor broederschap van de mensen, lieten ze aan Thomas Paine een ‘weids perspectief zien dat zich voor de mensheid opende in de staatszaken van Amerika’, want ze wisten dat ze erop konden vertrouwen dat hij op eigen benen kon staan met de lamp van waarheid in zijn hand, te midden van anderen die in ‘tijden die de ziel van de mensen beproefden’ trilden van angst. Het resultaat was de onafhankelijkheidsverklaring en de grondwet van Amerika. En als om deze woorden kracht bij te zetten, en ook aan zijn verklaring dat hij een weids perspectief zich zag openen, deze nieuwe orde van de tijden, bestaat de tekening op de achterkant van het grootzegel van de V.S. uit een piramide waarvan de sluitsteen is vervangen door een verblindend vlammend oog in een driehoek; erboven staan de woorden ‘de hemelen stemmen ermee in’, terwijl onderaan de verrassende zin ‘een nieuwe orde van de tijden’ verschijnt.
Dat hij voor zijn geestesoog een nieuwe orde van de tijden zag, daaraan kunnen we niet twijfelen als we in deel 2, Inleiding, van zijn Rights of Man lezen:
In Azië, Afrika of Europa kon geen begin ermee worden gemaakt om de politieke toestand van de mens te hervormen . . . Zij (Amerika) kwam niet alleen voor zichzelf op, maar voor de wereld, en keek verder dan het voordeel dat zijzelf kon behalen.
In hoofdstuk 4:
Het geval en de omstandigheden van Amerika doen zich voor als in het begin van een wereld . . . er breekt op het gebied van staatsbestuur een periode van
gezond verstand aan voor de mens zoals zich niet eerder heeft voorgedaan.1
Het ontwerp van het zegel was geen toeval, maar was in feite bedoeld om de opbouw en de stevige grondslag van een nieuwe orde van de tijden te symboliseren. Ze gaf vorm aan het idee dat door middel van een ‘vrijwillige bezoeker’ aan het denken van Thomas Paine werd gepresenteerd, namelijk dat een weids perspectief zich opende, het begin in Amerika van ‘een nieuwe orde van de tijden’.
1) The Writings of Thomas Paine, verzameld en geredigeerd door Moncure Conway, New York, G.P. Putnam’s Sons, 1894, deel 2, blz. 401, 428-9, 453.

Marcel van Hamersveld en Pepijn Corduwener verwoorden twee standpunten die haaks op elkaar staan. Het gaat er primair om de systemen minder complex, dus minder bureaucratisch en juist transparanter te maken.

'Lidstaten EU moeten soeverein blijven' Marcel van Hamersveld (Volkskrant 8 juli 2011)
Is dat de kant die we op willen in Europa? Die van een nieuwe dictatuur? Dan is het hoog tijd de feiten onder ogen te zien en ons te realiseren dat de oplossing niet ligt in meer, maar juist in minder Brussel, in minder bureaucratie en niet in meer bevoegdheden afstaan. Om de vrijheid in Europa voor de komende generaties veilig te stellen, is het hoogst noodzakelijk de soevereiniteit van natiestaten niet alleen te handhaven, maar ook te versterken. Hoog tijd daarom dat Europese burgers - en niet alleen de Griekse - hun stem laten horen en gehoord worden. Economische samenwerking, ja graag. De vorming van een VSE, nee, dank u beleefd.

'Soevereine staat volkomen uit de tijd' Pepijn Corduwener (Volkskrant 12 juli 2011)
Staatssoevereiniteit is niet meer te verdedigen, het verlies ervan is de andere kant van de medaille van globalisering en daarmee van economische groei. Staten kunnen anno 2011 dus niet meer soeverein zijn, en de relatie tussen democratie en staatssoevereiniteit moet daardoor inderdaad opnieuw worden gedefinieerd. Een zekere opkomst van een Europese dictatuur betekent dit echter, gelukkig, niet.

Kandidaat mag best een beetje dom zijn (Herbert Blankesteijn Volkskrant 3 januari 2011)
Gebrek aan eruditie lijkt voor de Republikeinse kandidaten voor het Amerikaans presidentschap eerder een aanbeveling te zijn dan een handicap.
Nobelprijswinnaar voor de economie Paul Krugman vroeg zich in zijn column in de The New York Times in gemoede af welke kandidaten volkomen stompzinnig (‘clueless’) zijn en welke compleet cynisch. Gingrich leidt op het ogenblik de Republikeinse opiniepeilingen.Wordt de soep niet zo heet gegeten? Onderschat niet de rechtlijnigheid van de extremist.

Het neoliberalisme, het Angelsaksische casinokapitalisme is in Amerika vastgelopen doordat George Bush zowel de belastingen heeft verlaagd als de politieke ambities sterk heeft uitgebreid. Volgens Dani Rodrik zit ‘Europa gevangen in een trilemma’ maar dit geldt ook voor Amerika. In Amerika wordt in naam van de vrijheid de democratie afgebroken (Herman Lelieveldt Volkskrant 14 juni 2008).
Als gevolg van de globalisering ontsnappen multinationale ondernemingen (5e macht, lobbyisten) steeds verder aan de greep van staten.

'Europa gevangen in een trilemma' (Pieter Hilhorst Interview Dani Rodrik Volkskrant 3 december 2011)
Volgens Rodrik is de regel dat "globalisering, de natiestaat en democratische politiek niet samengaan. Rodrik noemt dat een trilemma. Wie een sterke natiestaat wil en democratische politiek, moet zich afschermen van de wereldmarkt. De globalisering delft dan het onderspit. Wie globalisering wil en de natiestaat offert de democratische politiek op. In een open economie is de speelruimte voor eigen economische politiek beperkt. Wie globalisering wil en democratische politiek, moet de natiestaat vaarwel zeggen. Want alleen op een supranationale schaal kan tegenwicht geboden worden aan de globalisering. Het probleem van de euro is dat dit trilemma is ontkend. Er werd gedaan alsof we een gemeenschappelijke munt kunnen hebben zonder mechanismen en instituties op Europees niveau om economische problemen in enkele landen van de EU op te lossen."

Raymond van de wiel Geldsector is gebaat bij een permanente crisis vanwege het nieuwe verschijnsel van de ‘financialisering’ (Volkskrant 5 december 2011)
Deze cyclus van economische crisis valt niet toe te schrijven aan de ‘financialisering’, maar is er wel degelijk een duidelijk verband tussen deze twee ontwikkelingen. Terwijl crises negatieve gevolgen hebben voor de meeste economische sectoren en werknemers, hebben zij positieve gevolgen voor de financiële sector. Dat bleek al duidelijk uit onderzoek vóór de kredietcrisis, maar is nu voor iedereen evident. De winsten van de grote internationale investeringsbanken zijn alweer als vanouds de bonussen van bankmedewerkers zijn hoger dan vóór 2007.

In het rapport ‘E i V’ staat soevereiniteit voor zelfstandigheid. Je kunt je eigen verantwoordelijkheid niet naar Brussel afschuiven.

Economie is een sociale wetenschap (Nederland) of een gedragswetenschap (Vlaanderen) die zich bezighoudt met de voortbrenging en verdeling van schaarse goederen en diensten.
De kredietcrisis leert dat de kwantitatieve modellen van het CPB geen rekening houden dat een mens meer is dan een koel en calculerend wezen, maar zich vooral door emoties en angsten laat leiden. De basis van de economische ordening is op eenvoudige rekensommen gebaseerd. Wereldwijd is de invoer van alle landen gelijk aan de uitvoer van allen. Artificiële intelligentie leert dat het veel lastiger is om met kwalitatieve parameters, de kwalitatieve relaties rekening te houden.

De kredietcrisis toont een ding de risicospreiding(beheersing) is volledig (vol en ledig/leeg). De cultuurfilosoof Peter Sloterdijk hanteert in zijn boek Sferen voortdurend het oxymoron. Een oxymoron is een speciaal geval van de paradox: daar is wel een zekere tegenspraak aanwezig, maar bij nadere beschouwing lost die tegenspraak zich op. Bij de oxymoron blijft de spanning van het betekenisverschil echter in stand.
De éne werkelijheid biedt een referentiekader aan de boeken van Peter Sloterdijk.

De kernvraag is waarom Nederland zo op het aanstellen van een begrotingscommissaris tamboereert. Eerder heeft Onno Ruding gesignaleerd: Het vlees is nu eenmaal zwak. Onno Ruding vond in 2008 dat om een volgende kredietcrisis te vermijden banken onder meer het bonussysteem dienen aan te pakken.

Door het risico mijdende gedrag van de afgelopen decennia zijn de banken in de problemen gekomen. De interbancaire geldmarkt is eind 2011 vrijwel opgedroogd.

Niet de dienstverlening aan de klant maar de bonussen, de hebzucht van bankemployees is centraal komen te staan. Een totaal gebrek aan regulering van de financiële sector is rampzalig gebleken. De virtuele zeepbel is uit elkaar gespat. Het gesloten systeem toont het failliet van de financiële goeroes die zweren bij het dogma van de vrije markt die zichzelf corrigeert.

Het probleem met de internetzeepbel World Online van Nina Brink is dat de huid al wordt verkocht voordat de beer geschoten is. Is het niet juist zo dat de te lang volgehouden struisvogelpolitiek de problemen extra heeft versterkt?

Zelfregulering versus regulering
Bij veel vertrouwen in wetten en de overheid is er in het algemeen minder ruimte voor zelfregulering. Het omgekeerde geldt ook: hoe minder vertrouwen in de overheid, hoe meer ruimte voor zelfregulering. Beide zijn middelen om marktfalen tegen te gaan en hierdoor de maatschappelijke welvaart te verhogen.

Door het ‘u vraagt, wij draaien’ van het cliëntelisme, de twee handen op een buik politieke manipulatieve spelletjes kan van een gesloten systeem worden gesproken waarvoor de tweede wet van de thermo dynamica geldt en waarop dus de entropie van toepassing is. Of met andere woorden in een gesloten systeem blijft de kwantiteit, de totale hoeveelheid energie gelijk, maar de kwaliteit van de totale hoeveelheid energie zal na verloop van tijd lager zijn dan ervoor. Maar gelukkig bestaat er ook negentropie. Open systemen zijn levende en zelfregulerende systemen die continu groeien, leren en veranderen.

In risk management, negentropy is the force that seeks to achieve effective organizational behavior and lead to a steady predictable state.

Uitgangspunt:
De illusiecultuur van de de zeepbel, de aardse trimurti (drie guna’s) is de inverse van de hemelse Trimurti. Banken zorgen voor het scheppen van geld en een zakenbank á la Goldman Sachs, Lehman Brothers en banken die ongeremd geld in dubieuze waardepapieren hebben gestoken of bankemployees als Nick Leeson (Barings Bank), Jérôme Kerviel (Société Générale), London whale (JPMorgan Chase) of ex-zakenman en -belegger Bernard Madoff voor het vernietigen.
Of in de woorden van Bolkestein: de lotgevallen van de euro zijn ‘een goed voorbeeld van politiek wensdenken dat nuchter economisch denken overvleugeld’ (Volkskrant 3 december 2011).

Nout Wellink: ‘Uw vraag moet niet zijn‘ doceert Wellink, ‘wat had je moeten doen? Maar heb je de crisis voorzien?’
‘En?’, vraagt Grashoff. ‘Nee, deze systeemcrisis heb ik niet voorzien en ik ben in goed gezelschap, namelijk in dat van de rest van de wereld.’ (Volkskrant 3 december 2011)

Waar zit de volgende zeepbel? (Pieter Klok, Volkskrant 28 november 2009): Voor bankiers zijn bubbels leuke speeltjes, zolang de rit omhoog gaat. Maar als ze knappen, kunnen zeepbellen het hele financiële stelsel laten wankelen. Het is dus zaak te weten waar de volgende zit.
Sep van der Voort (analist bij SNS Securities) heeft niet de illusie dat hij zeepbellen kan herkennen. Nee, want je weet nooit wat een goede waardering is. De een verwacht economische groei en vindt de hoge waarderingen dus terecht, de ander verwacht minder economische groei of krimp en spreekt daarom van een bubbel.
Han de Jong (hoofdeconoom ABN Amro): ‘Je kunt zeepbellen hartstikke goed herkennen. Achteraf. Maar dan heb je er niets meer aan.’

Een klassieke tegenstelling is dat de liberalen vinden dat de overheid het probleem is en de markt de oplossing en de socialisten vice versa. Door de kredietcrisis is deze controverse opnieuw aangezwendeld. Of zoals de discussie over dit thema tussen Jan Peter Balkenende en Wouter Bos laat zien ligt de oorzaak van de graaicultuur voor de een bij de menselijke hebzucht en voor de ander dat de financiële systemen niet deugen. De een denkt vanuit de markt, het individu, de ander vanuit de overheid het collectief. De waarheid ligt in het midden en heeft op het complementaire 'en-en' denken betrekking.

'Toen een zware storm over het land trok, was de massamoord geen nieuws meer' (OPINIE - Erik Willems Volkskrant 9 december 2011)
Niet alleen in Rawagede hebben Nederlandse soldaten misdrijven begaan, ook in Galung Lombok. Na elke onthulling bleef het echter oorverdovend stil.
De ultieme doofpot Ad van Liempt, de toenmalige eindredacteur van Andere Tijden, die jaren eerder onderzoek deed naar de kwestie waaraan een deel van het bovenstaande is ontleend, noemde deze affaire de ultieme doofpot. Niet omdat er nooit iets over was uitgelekt, maar juist omdat incidenteel gedurende vele jaren stukje bij beetje feiten boven tafel kwamen die de indruk wekten dat het verhaal genoegzaam bekend was.
Al op 31 januari 1987, bijna veertig jaar na dato, publiceerde Van Liempt in Vrij Nederland over de kwestie. Op de cover prijkte de tekst: 'De massamoord van Galoeng Galoeng'. De onthullingen over de onbestraft gebleven en uit de herinnering verdrongen oorlogsmisdaad bracht echter geen enkele reactie teweeg. Van Liempt: 'Het bleef tot mijn eigen verrassing oorverdovend stil'.
Op 18 januari was het zover, bijna zestig jaar na iets waar geen ander woord voor te bedenken is dan oorlogsmisdaad. Het NOS Journaal zou er aandacht aan besteden. Maar op die namiddag trok een zeer zware storm over Nederland die het journaal vulde. En daarmee was de wrede moordpartij in Galung Lombok weer geen nieuws.

Net als elke organisatie is ook de overheid een afspiegeling van de maatschappij. De dubbele moraal is een andere manier om het spel van de 'dubbele’, de bewust of onbewust verborgen agenda's van zowel links als rechts tot uitdrukking te brengen. Het loopt mis wanneer we andere maatstaven aanleggen voor mensen die iets met ons gemeen hebben dan voor vreemden. Sommige mensen zijn niet meer gelijk dan anderen.

Piet Schreuder ‘beloofde land’
Met dat voorbehoud herinner ik eraan dat ook negers, indianen en indiërs eeuwen lang door blanken als minder soort rassen werden beschouwd, die alleen dienden om als slaven uitgebuit te worden. Maar ik vergeet ook niet dat negers elkaar onderling afslachtten, zoals kort geleden de Hutu’s en de Tutsi’s en bij de Moslims die verdeeld in twee hoofdgroepen als Siïeten en Soeniet elkaar bloedig naar het leven staan, om maar te zwijgen van de “Christelijke” Roomsen en Protestanten die elkaar tijdens de Beeldenstorm het leven zuur maakten.
Dé neger bestaat niet, dé Moslim bestaat niet, dé Christen bestaat niet, enzovoort, enzovoort. Prinses Maxima zei terecht en onbegrepen: “Dé Nederlander bestaat niet”. Ieder mens, van welk ras of volk of land ook, denkt en doet anders. Ook de Bijbel zegt, dat ieder mens voor zijn eigen daden verantwoordelijk is. Zelfs een vader kan niet voor de daden van zijn zoon verantwoordelijk worden gehouden en de zoon kan zijn ouders niet voor zijn daden verantwoordelijk stellen.

Door antropologen, met als belangrijkste exponent J.G. Frazer (Engelse versie), is er de nadruk op gelegd dat de mens in zijn pre-wetenschappelijke fase was aangewezen op magie en religie. Het kon niet anders of aan de vroege mens viel de cycliciteit van het bestaan op. Seizoenen wisselden elkaar af totdat het jaar "stierf" en herleefde. Oogstproducten werden gezaaid, ze ontsproten, werden geoogst, en gaven zaad dat opnieuw ontkiemde.

Voor het bereiden van een maaltijd wordt in dit geval van het principe van de Triade gebruik gemaakt. De maaltijd het 'Wat' staat tegenover het gebruik van de kookpan het 'Hoe'. de schakel tussen wat en hoe is het recept.
Triade: Het recept, de blauwdruk zorgt voor evenwicht tussen doel en middel, tussen Wat en Hoe, Ruimte en Materie.
Tetrade: Voor het bereiden van een smakelijke maaltijd is het beoordelen van de ingrediënten en eventueel extra toe te voegen kruiden van belang.
Om de bereikte toestand te kunnen beoordelen is een criterium, een doel, het Waarom nodig.
In het TOTE-model wordt een vierde dimensie, namelijk het terugkoppelingsmechanisme toegevoegd. Het besturingsparadigma wordt aan de hand van drie aanzichten besproken.

Voor het bereiden van een maaltijd gebruiken Lucas Derks & Jaap Hollander in het boek Essenties van NLP (p. 88, 92) het TOTE-model (Cybernetica).
Voor het bereiden van een maaltijd wordt in dit geval van het principe van de Triade gebruik gemaakt. De maatijd het 'Wat' staat tegenover het gebruik van de kookpan het 'Hoe'. de schakel tussen wat en hoe is het recept.
Triade: Het recept, de blauwdruk (levensbeginsel) zorgt voor evenwicht tussen doel en middel, tussen Wat en Hoe, Ruimte en Materie.
Tetrade: Voor het bereiden van een smakelijke maaltijd is het beoordelen van de ingrediënten en eventueel extra toe te voegen kruiden van belang.
Om de bereikte toestand te kunnen beoordelen is een criterium, een doel, het Waarom nodig.
In het TOTE-model wordt een vierde dimensie, namelijk het terugkoppelingsmechanisme toegevoegd. Het besturingsparadigma wordt aan de hand van drie aanzichten besproken.

Anna Lemkow boek Het Heelheid Principe, Hoofdstuk 15 Karma: De Ultieme wet van Heelheid: De universele wet die “karma” heet, is fundamenteel voor het hindoeïsme, alsook voor de theosofie. Als een morele wet wordt karma in het Westen onderwezen in het gezegde “We oogsten zoals we zaaien”. Maar in het oosterse denken wordt het begrip verruimd tot een kosmisch principe dat over alle relaties heerst: een alomvattende wet van evenwicht en harmonie. Als zodanig brengt het de kosmische orde in verband met de menselijke, de persoonlijke moraliteit met de maatschappelijke, en de moraliteit van een bepaalde samenleving met zijn existentiële toestanden. Zo opgevat is het een waarlijk universeel principe dat in de gehele natuur werkzaam is, en waaraan niets kan ontsnappen. In die zin is het zowel de meest verenigende als de meest omvattende uitdrukking van de heelheid, de onderlinge verbondenheid van de dingen.

Boek Het Heelheid Principe, Hoofdstuk 20. Orde te midden van chaos (p. 388): Dit is de overtuiging die ten grondslag ligt aan de Chinese visie op verandering zoals die voorkomt in de I Ching. ..Het is een wetmatigheid die bevordelijk is voor het samengaan van noodzakelijk en creativiteit in de naturen in het menselijk leven, individueel en collectief; We hebben de leer van karma besproken, en ook de chaos-theorie van de wetenschap, die een aantal opmerkelijke parallellen met karma vertoont. P. 390: Anders – dat wil zeggen, als we de uitdaging en de gelegenheid niet te baat nemen – zullen we een teruggang ondergaan door middel van dezelfde kosmische wetten.

Bij elk conflict kan de vraag worden gesteld in hoeverre speelt de omgeving een rol en anderzijds in welke mate het karakter? Karma onderzoek biedt een interessant kader om deze vraag te beantwoorden. Voor dit type intuïtief onderzoek wordt verwezen naar artikelen van Rinke Visser.

Rinke Visser, klik vakwerk, publikatie Steiner en Bergson in het kader van karma onderzoek: Bergson noemt deze methode: de intuïtie van de durée (Bergson). Om ons zelf en de geschiedenis te kunnen begrijpen hebben we een methode ‘de intuïtie van de durée’ nodig die ons in staat stelt deze durée te onderzoeken. Juist door de intuïtie van ons bestaan krijgen we besef van onze eigen individualiteit.

Durée is niet door het waarnemend bewustzijn te bevatten, het gaat zijn bevattingsvermogen te boven. Maar de tijd kunnen we kwantificeren, en daarin fasen en cyclussen onderkennen. Het is de duur van de tijd, de voortdurende verandering, die eeuwig is en de tijdafspraak, de vorm ervan die illusoir is. Naast deze polariteit bestaat het geheel, het Universum (Kosmos) uit allerlei fundamentele dualiteiten. Iets nieuws is daarmee niet echt mogelijk. Dat zegt het boek Prediker van het oude Testament al: Er is niets nieuws onder de zon. Wat we hier laten zien is meer een Spel van de Orde met die kennis.

Pietro Archiati, boek Wat is karma en reïncarnatie: Bij de aanvang van een nieuwe eeuw hebben we de mogelijkheid van een nieuw keerpunt, door de bezinning op wedergeboorte en karma, een wereldomvattende cultuur in te leiden waarin we een beroep doen op de andere kant van onze menselijkheid. Door na de veruiterlijking en toename van materieel bezit en oppervlakkigheid, nu een cultuur van verdieping en verinnelijking te scheppen. Naarmate het besef dat alle mensen één zijn overal op aarde sterker wordt, krijgt het gesprek tussen oost en west steeds meer diepgang. Tegenwoordig ontstaat echter steeds meer het verlangen om wat zij in het verleden met het hart benaderen nu ook vanuit het denkvermogen met inzicht te doordringen. Karma staat voor onverwerkte ervaringen, die in het onderbewuste een belangrijke rol blijven spelen totdat zij door bijvoorbeeld een catharsis zijn verwerkt. Karma heeft betrekking op oorzaak en gevolg. Elke actie roept een ractie op. Wat we zaaien zullen we oogsten.

Een catharsis is onvermijdelijk om de zaak weer op orde te krijgen.
Inwijding. In oude tijden waren er zeven - en zelfs tien - graden van inwijding. Van deze zeven graden bestonden er drie alleen uit leringen, die de geestelijke, mentale, psychische en fysieke voorbereiding en training vormden - wat de Grieken de catharsis of loutering noemden. Wanneer de discipel geacht werd voldoende gelouterd, gezuiverd en getraind, mentaal rustig en geestelijk kalm te zijn, werd hij tot de vierde graad toegelaten die eveneens ten dele uit leringen bestond, maar deels ook uit een directe persoonlijke aanraking, via oude mystieke processen, met de structuur en werkingen van het heelal, en op deze wijze werd waarheid verworven uit eerstehands persoonlijke ervaringen. Anders en in eenvoudige woorden gezegd, zijn geestziel, zijn individuele bewustzijn, werd geholpen naar andere bestaansgebieden over te gaan en alleen door deze te worden, kennis en inzicht te verkrijgen. Een mens, een ziel, het verstand, kan alleen die dingen zien, begrijpen en dus kennen, die de individuele entiteit zelf is.

Het continuüm van onbewust onbekwaam naar onbewust bekwaam van de humanistische psychologie Maslow laat zien hoe vaardigheden kunnen worden geoefend. Het gaat er eerst om bewust te worden waarvan je je niet bewust bent. De opgebouwde conditioneringen moeten eerst worden herkend.

Plato was een van de eersten die wees op de universele betekenis van nabootsend gedrag. Maar wat Plato echter niet deed, is wijzen op het gedrag dat zich richt op bezitten. Voor René Girard is nu juist dit toe-eigeningsgedrag uitermate belangrijk om nabootsing te kunnen verklaren. Veel wetenschappers hebben Plato gevolgd in het reduceren van nabootsend gedrag tot een aspect van mindere betekenis en waren hierdoor niet in staat de centrale rol, die imitatie heeft in het menselijke samenleven, te zien. Mimesis is essentieel voor de morele catharsis, aldus Aristoteles.

Bij Aristoteles staat Catharsis (reiniging) in de definitie van de tragedie voor fysieke, emotionele, religieuze en mentale reiniging. Door het beleven van eleos en phobos (beklag en angst) ervaart de toeschouwer een loutering van de ziel.

Het is de rede, het denkvermogen dat een mens van een dier onderscheidt. Computers, notebooks, smartphones en iPads spelen in de informatiemaatschappij een cruciale rol. Het is mogelijk met behulp van computers virtual reality, een rollenspel te creëren. De virtuele wereld van een computer kan wel het denken, maar niet het voelen simuleren. Aan de hand van de op het beeldscherm getoonde beelden, de grafische vormgeving kunnen wel sensaties en emoties bij een cliënt worden opgeroepen. Omgekeerd is het wel mogelijk met behulp van scanners beelden, de intensiteit van emoties binair vast te leggen. De elektrische stroompjes tussen zenuwcellen in de hersenen zijn met behulp van een Electro Encefalogram (EEG) zichtbaar te maken. Een deskundige virtual reality techniek kan met een catharsis (reinigen van emoties) worden vergeleken.

Mede onder invloed van Florence Nightingale wordt Hippocrates herontdekt. In haar boek Notes on Nursing (1859) noemt ze zes punten ('Sex res non naturales': zes niet natuurlijke zaken) waarop men voor een goede gezondheid moet letten:
Licht en lucht
Eten en drinken
Slapen en waken
Beweging en rust
Afscheiding en uitscheiding
Gemoedsbewegingen
In Nederland wordt dit vertaald naar: Rust, Reinheid en Regelmaat.

<< vorige || volgende >>

Categorie: Artikelen | Rapport | Auteur: Harry Nijhof


Deze pagina werd sedert 16 dec. 2007 keer bekeken.