6. Sociologie

Claude Lévi-Strauss De wereld is zonder de mens begonnen en zal zonder hem eindigen.
Abram de Swaan Wat de formule is in de natuurwetenschap, dat is de formulering in de mensenwetenschap: de nauwkeurigste, de meest beknopte én de breedst mogelijke verwoording van iemands constateringen.
 

Grenzen doorbreken (Microkosmos en Macrokosmos, 'Nationalisme en Kosmopolitisme')

Rumi: Wij zijn zowel de spiegel als het gezicht dat we er inzien.

Jerry Katz boek Non-Dualiteit in het boeddhisme, christendom, hindoeïsme, taoïsme, soefisme en de kabbala (p. 189/190):
Non-dualiteit is een woord dat wijst naar dat voorafgaand aan en voorbij de projecties van het scheidende, zelfbespiegelende denken bestaat. Waar naar gewezen kan worden, kan nooit op adequate wijze worden geconceptualiseerd. Het kan alleen worden geleefd in het tijdloze nu.
Non-dualistische wijsheid drukt zich uit als, en via, een stralend hart (liefde) en een verlicht denken (wijsheid). Terwijl het in essentie zonder eigenschappen is, ervaart men het in het algemeen als enorm, vrij, ruim, diep, en op het nu gericht.

Volkskrant 27 juni 2011: Het misverstand is hardnekkig, en ook op dat punt geeft Sommer er blijk van Gevaarlijk spel slecht te hebben gelezen. Er zijn niet tien keer zoveel voorlichters als journalisten, zoals hij in zijn rede stelt. Er zijn inmiddels wel tien keer zoveel mensen die zich bezighouden met communicatie in de breedste zin van het woord. Dat maakt het probleem overigens niet minder urgent. De communicatieprofessionals blijken namelijk redelijk succesvol en menen bovendien dat ze journalisten steeds minder nodig hebben om hun publiek te bereiken. Die onstuimige groei zou journalisten moeten aansporen hun eigen uitgangspunten trouw te blijven, want daarin ligt hun bestaansrecht.

Sociaal-economische vraagstukken, het gesignaleerde onbehagen rond 'Welvaart en Welzijn' liggen aan het denken in oude patronen, aan de botsing der culturen ten grondslag.

Jos van der Lans Eropaf! De nieuwe start van het sociaal werk (Discussie)
In plaats van verscheidenheid zonder eenheid is het tijd om eenheid in verscheidenheid te creëren.

Busje 'met een bord voor de kop' (Jurre van den Berg Volkskrant 22 september 2016 p. 2):
Als een bezienswaardigheid hobbelden de twee knalrode wagentjes tussen Appelscha en natuurgebied het Drents-Friese Wold. Dé oplossing voor de bereikbaarheidsproblemen van het platteland zouden ze zijn. Een primeur bovendien voor de Friese gemeente Ooststellingwerf: voor eerst reed een zelfrijdend voertuig met passagiers over de openbare weg.
Verwachting
Dat mensen niet weten wat ze van een nieuw gevaarte op de weg moeten verwachten, is een terugkerende spanning bij de introductie van zelfrijdende voertuigen, zegt hoogleraar Marieke Martens. Zij is verbonden aan de Universiteit Twente en gespecialiseerd in de omgang van mensen met nieuwe voertuigtechniek. Maar, zegt ze ook: 'Een breed voertuig met 15 kilometer per uur over een smal fietspad met veel andere fietsers laten rijden is achteraf gezien niet zo handig geweest.'
Een experiment met een zelfrijdende bus in Wageningen, die zou rijden tussen de universiteit en het station, ging ook niet goed. De busjes mogen de campus niet af. Op afgesloten tracés kunnen zelfrijdende voertuigen zich al aardig redden. Voordat de jakkerende lijnbus vervangen is door een autonome zijn we tientallen jaren verder, verwacht Martens.

Verslingerd aan het opbouwwerk (interview met de cultuurpsycholoog Jos van de Lans Volkskrant 3 juli 2010)
Ik gebruik het woord toewijding graag. Ik gebruik het als het tegenovergestelde van de buraucratische hulpverlening die gevangen zit in allerlei regelgeving en controlemechanismen. Ik zou zeggen zorg voor eenvoudige platforms, blijf weg van indicatiestellingen en behandelplannen, van dat loodzware, ineffectieve, lamlendige institutionele systeem.

Gerhard Wehr boek Carl Gustav Jung zijn leven en werk:
348, Jean Gebser: De mening dat West en Oost tegengesteldheden zouden zijn is onjuist… Oost en West zijn aanvullingen. Vergeleken met het dualistische, splitsende karakter van de tegenstellingen is dat van de aanvulling: van polaire, verenende aard. De tegenstelling is een begrip, de aanvulling een constellatie…Het niet anders dan alleen rationele denken in tegenstellingen leidt tot splijting, en op den duur leidt het tot de dood. Beweegt men zich daarentegen bewust in het polaire spanningsveld van de aanvulling, dan gloort de mogelijkheid van harmonische volledigheid.

Daniel Ofman benadert in zijn boek Bezieling en kwaliteit in organisaties de samenwerking tussen mensen vanuit het gezichtspunt van de organisatiecultuur. In het Nawoord blijft Jaap Voigt stilstaan bij een belangrijk aspect dat in het boek van Ofman niet aan de orde is gekomen, namelijk het ‘alleen zijn’ en het lijden dat daarmee gepaard gaat. Met dit onderwerp wordt het hart geraakt van de relatie tussen de weg van de individuele mens en de weg van een collectiviteit als een organisatie.
Jaap Voigt heeft onder meer het boek Dao De Jing van Laozi uit het Chinees vertaald.

Artikel van Peter Giesen over hoogleraar Abram de Swaan in de Volkskrant van 20 januari 2007.
De socioloog Abraham de Swaan wijst op het mechanisme identificatie versus ‘desidentificatie’. Als mensen zich als groep aaneensluiten, sluiten ze anderen uit. Dat zijn twee kanten van eenzelfde proces. Het is ook moeilijk een collectief te analyseren waar jezelf deel van uitmaakt. Voor je het weet laat je je op sleeptouw nemen door je eigen emoties. Dan ga je praten in simplificaties, over “de” islam die niet door “de“ Verlichting is gegaan. Dat overkomt islam critici als Herman Philipse en Afshin Ellian. Terwijl die in hun eigen vak toch tot de top behoren.

Bij desindentificatie is de ander geen medemens, maar een onmens, een parasiet, een kankercel, een ding dat vernietigd moet worden.

Michaël Zeeman: De Swaan kijkt over de grenzen van zijn vakgebied heen.
Dit is de zin die je het vaakst over Abraham de Swaan, zijn werk en zijn werkwijze leest.

Abram de Swaan Het financiële regime. Over de gevolgen van een moderne dwaalleer (Thomas More Lezing 2010)
Terwijl overal paniek heerste, kwam de macht van de financiële wereld op brute wijze aan het licht. Zoals sommige landen zuchten onder een militair regime, zo bleken de westerse landen zich in de houdgreep van het financiële regime te bevinden.
Hoe heeft het geloof in ‘de markt' de heersende ideologie kunnen worden? Hoe heeft dit primitief economisme kunnen doordringen tot in het openbaar bestuur, de zorg, het onderwijs en de wetenschap? Socioloog Abram de Swaan haalt de zweep over een dwaalleer van onze dagen.

Abram de Swaan over marktwerking en bankiers.

In zijn boek ‘Steunberen van de samenleving’ werkt Kees Schuyt een column uit die hij eerder in de Volkskrant van 19 mei 2004 publiceerde. Het is mogelijk de vier steunberen, sociale innovaties, op basis van het kwadranten te ordenen:

Kompaskwadrant:CultuurReciprociteit:Kees Schuyt: Hoofdstuk
4. Lemniscaat'Zo beneden, Zo boven'WatReligieuze tolerantie in de 16e en 17e eeuwAbsoluut4.4
3. Verticale asKompaskwadrantHoeZoeken naar wetenschappelijke waarheidObjectief4.3
2. Kwalitatieve asFilosofie en EthiekWatEen eerlijk rechtsproces voor vijandige partijenSubjectief4.2
1. Kwantitatieve asPsychologie en SociologieHoeVeiligheid: Niet-geweldadige conflictbeslechtingRelatief4.1

Kees Schuyt, ‘Volkskrant 19 mei 2004’: Westerse waarden bestaan vooral uit sociale tegenbindingen. Tegenbindingen – een nieuw begrip – behoeden een samenleving voor het afglijden naar een staat van totale destructie, ongeciviliseerdheid en ontbinding. Als zodanig houden ze een samenleving beter bijeen dan de bekende sociale bindingen, die voortkomen uit gelijke ideeën, gelijke gewoonten en gelijke identiteiten. Aangescherpt wij/zij-denken ligt meestal ten grondslag aan een verstikkende cohesie (het geheel van sociale bindingen). Bovennormaal patriotisme, een groot verlangen naar hiërarchie, angst voor vreemden, een gecultiveerd vijand denken, zijn bekende wegen naar totaal binding. De uitspraak van Bush ‘Wie niet voor mij is, is tegen mij’ duidt er op dat zo’n totaalbinding wordt nagestreefd of al is bereikt.

Non-dualistisch (God, Akasha-kronieken)Jung: Collectief onbewuste 
4. Absoluut (eeuwige wijsheid, universele kennis) ----2. SubjectiefCohesie >>>>Totaalbinding
||||
1. Relatief ----3. ObjectiefOntbinding <<<<Tegenbinding
IndividueelReflexief bewustzijn (Communicatie) 

Een tegenbinding brengt een bepaalde, blijvende binding aan met een tegenpartij of met een vijand. Er zal altijd sprake zijn van tegengestelde partijen, tegenstrijdige belangen en verlangens, zelfs van onverzoenlijke tegenstellingen, maar men heeft een manier gevonden om met die tegenstellingen om te gaan.

Terreurgroepen en religieuze fundamentalisten hanteren eveneens extreme wij/zij-schema’s, die daarmee bijna onvermijdelijk tot mensonterend geweld aanzetten. Om al dit soort mensonterende en de samenleving verscheurende mechanismen van extreme sociale bindingen tegen te gaan, zijn er in de loop van de geschiedenis enkele belangrijke sociale ontdekkingen gedaan, die tot belangrijke sociale innovaties hebben geleid. Schuyt noemt er drie:
1) Gandhiaanse geweldloosheid,
2) Het rechtsproces en een daaruit ontwikkelde nationale en internationale rechtsorde (de Conventies van Genève),
3) (4.) Religieuze tolerantie in de 16e en 17e eeuw.

Bij deze tegenbindingen blijven tegenstellingen en conflicten bestaan, maar ze worden bewust hanteerbaar gemaakt en daarmee (op den duur) misschien opgelost. In elk geval wordt de nihilistische destructiezucht die voorkomt uit te grote sociale binding vermeden en getemperd. Etc.

In het bovenstaande linkerkwadrant wordt de microkosmos (immateriële wereld) verbonden met de materiële macrokosmos. De microkosmos (universele kennis, informatie) wordt door het innerlijke – en universele bewustzijn gerepresenteerd en het materiële aspect door individueel en collectief. Het is de in het universum aanwezige energie (Akasa, fohat) die micro en macro met elkaar verbindt.

Te beginnen met Plato zijn er van de ziel op microniveau verschillende doorsneden bekend:

PlatoJoodse KabbalahPoncé, p. 60 (xxx)PuruckerSkandha’sEsoterieOuspensky
4. Logos, DenkenGeestKether, NeshamaHoofdSankharaGeestelijke wereldHigher Intellect
3. Thumos, Wil (x)ZielYesod, NepheshBorst, HartSaññaEtherische wereldHigher Feeling
    Viññana (xx) 
2. Epithumia, VoelenDierlijk-Astrale ZielTifereth, RuahBuikVedanaAstrale wereldMoving
1.VoertuigMalkuth, GuphLinga-sariraRupaStoffelijke wereldInstinctive

x) De wil, passie moet er voor zorgen dat verstand en begeerte elkaar in evenwicht houden.
xx) Viññana bevindt zich op het snijpunt van de 1./2.-as en de 3./4.-as. De derde toestand van viññana, het bewustzijn van etherisch dubbel, heeft op het zelfbewustzijn betrekking.
xxx) Pim van Lommel boek Eindeloos Bewustzijn – Wetenschappelijke visie op bijna-dood ervaringen (p. 313).
De drie toestanden Chayah, Yechidah en Coach ha guf (Blavatsky, Deel II, p. 721) zijn niet in het overzicht meegenomen. De esoterie beschrijft de 7 beginselen van de mens, de zeven verschillende toestanden van bewustzijn, de zeven ‘zielen’.
P. 284: Er zijn aan het alomvattende bewustzijn vele namen gegeven. Ik noem het eindeloos of non-lokaal bewustzijn. Maar het is ook het hoger of hoogste bewustzijn, het kosmisch bewustzijn, het goddelijke bewustzijn of de zuivere bron of essentie van ons bewustzijn genoemd.
De systeemfilosoof Ervin Laszlo noemt deze hoogste vorm van bewustzijn het Akasha-veld, omdat hier alle kennis en een eindeloze hoeveelheid informatie ligt opgeslagen.
P. 352: Akasha is het Sanskritische woord voor 'allesdoordringende ruimte'. Volgens de oude Indiase filosofie is het de bron van het hele universum; het bevat informatie over alles wat is gebeurd, nu gebeurt en in de toekomst kan gebeuren.

Het speelveld van de ziel manifesteert zich door het zelfbewustzijn. De ultieme blauwdruk van het leerproces (‘Avatar’, de oerbron) blijft in de schepping verborgen. Wel wordt persoonlijke informatie in het BOEK VAN HET LEVEN, de Akasha-kronieken opgeslagen.

In het Akasha-veld, combinatie van een aantal etherische energieën (Ether-paradigma) vormen ruimte, materie en tijd één drie-eenheid, die wel onderscheiden maar niet gescheiden kunnen worden.

Hofnar: Een geheel eigentijdse wijze om het werkplezier en de kwaliteit binnen uw organisatie te stimuleren. Door een verfrissende en ongeremde kijk, kan de hofnar de alledaagse, misschien wat verroeste, houding even helemaal op zijn kop zetten. ====

Zonder grenzen ('Waarnemer en Waargenomene', Bezieling)

Guy Consolmagno: Religie is waarheid op zoek naar begrip, wetenschap is begrip op zoek naar de waarheid, en dat zijn twee fundamenteel verschillende dingen. (The mind of the universe NPO2 9 juli 2017)
Ken Wilber: Hij had gelijk, maar was eenzijdig.
You have to become somebody before you can become nobody.

Ken Wilber The four faces of truth (p. 16-17):
Each of these “four quadrants,” in fact, has its own particular type of truth or type of “validity claim”—the ways in which it goes about accumulating and validating its data and its evidence. I have given a brief summary of these in fgure 2. And to say that none of these quadrants can be reduced to the others is to say that none of their respective truths can be dismissed or reduced, either.

Ken Wilber: Denken als Passie (Frank Visser GAMMA nr. 2 juni 2007):
En ook op het gebied van de esoterische filosofie zou men van een 'richtingenstrijd' kunnen spreken. Veel auteurs op dit gebied, waaronder Réné Guenon, Fritjof Schuon en Huston Smith, staan gereserveerd tot vijandig tegenover de moderne en postmoderne cultuur. Zij zien de geschiedenis van de westerse cultuur als een neergang van een diepgaand spirituele cultuur — vaak wordt daarvoor naar de Middeleeuwen verwezen — naar een cultuur die oppervlakkig en materialistisch is geworden. Op basis daarvan pleitten zij voor een herstel van verloren gegane spirituele waarden. Lijnrecht daartegenover staat de visie van Wilber, die juist in een culturele evolutie gelooft — hoezeer ook hij de huidige materialistische cultuur bekritiseert, die hij beeldend als 'platland' omschrijft. Om die reden heeft Wilber zijn visie wel eens als neoperennial philosophy omschreven, een visie waarvan juist de evolutiegedachte de kern uitmaakt.
En dan zegt KW iets wat hem direct met Teilhard de Chardin verbindt: "In de basisstructuur van de Kosmos is scheppingskracht ingebouwd (ook wel 'eros' geheten), welke aanstuurt op het ontstaan van steeds grotere holonen. Dit is in innerlijke domeinen zichtbaar als 'expansie van identiteit'. [...] Als we de beperkingen van Platland afwijzen, wordt duidelijk dat de subjectieve en intersubjectieve ruimten (LB-LO) eenvoudig de binnenzijde zijn van holonen op elk niveau van de Kosmos." (p. 143)

Frank Visser: Ken Wilber heeft enkele jaren biochemie gestudeerd, en lange tijd zag het er ook naar uit dat hij in die richting door zou gaan, en misschien zelfs zou uitblinken. Maar al tijdens zijn eerste studiejaren verdiepte hij zich in de oosterse filosofie en de westerse psychologie, en hij raakte ervan overtuigd dat zijn roeping gelegen was in het samenbrengen van deze twee werelden.

Wouter Hanegraaff: Wilber beweert dat hij zelf graag op zijn grafsteen zou hebben staan:
"Hij had gelijk, maar was eenzijdig". Dat klinkt sympathiek, en het moet worden erkend dat Wilber's oeuvre zich kenmerkt door een continu proces van kritische zelfreflectie waarin eerder ingenomen standpunten worden genuanceerd en herzien.

Golven bleken niet slechts deeltjes te zijn, maar deeltjes ook golven! Het verschijnsel ’Golven en Deeltjes’ geeft een wetenschappelijke basis aan het boek Zonder grenzen van Ken Wilber. Het rapport 'E i V' toont aan dat de wetmatigheden, de vier oorzaken-leer, die Aristoteles onderkende nog steeds actueel zijn. De doeloorzaken zijn zowel ‘beginpunt als eindpunt’, ’alpha en omega’ en hebben op de 'oerbron' (oerstof, fohat) betrekking.

Ken Wilber, boek Zonder grenzen:
Aristoteles klassificeerde vrijwel elk verschijnsel en voorwerp in de natuur met zoveel precisie en overtuiging dat het de Europese mens eeuwen zou kosten eer hij zelfs maar aan de geldigheid van die grenzen durfde te twijfelen. Aristoteles definiëerde een 1e en fundamentele grens. Pythagoras ontdekte eerder dat hij verschillende klassen of groepen kon tellen.

Ken Wilber boek De integratie van wetenschap en religie (recensie Nancy Coker):
De moderne wetenschap verwierp niet zozeer de geest, maar ze had geen innerlijke of metafysische gebieden nodig om haar werk te doen. Door alle subjectieve innerlijke processen als onbelangrijk af te doen was ‘de Geest gewoon een van de talloze slachtoffers’ (Wilber, blz. 219). Toen doorbraken in de techniek het hart en het denken van onderzoekers veroverden, leek de opvatting van een levend en onderling verbonden heelal niet langer relevant te zijn of, erger nog, bijgelovig. Neem de bekende uitspraak van de bioloog Richard Dawkins, ‘Geloof is de grote uitvlucht, het grote excuus om de noodzaak om te denken en bewijsmateriaal te evalueren te omzeilen. Geloof is ergens van overtuigd zijn ondanks het gebrek aan bewijs, of misschien zelfs daarom.’
‘Zo kwam het’, concludeert Wilber, ‘dat het moderne Westen de eerste grote beschaving in de geschiedenis van de menselijke soort werd die het Grote Nest van Zijn elk substantieel werkelijkheidsgehalte ontzegde’ (blz. 31). Die ontkenning veroorzaakte een grote en snelle verschuiving van onze opvatting over wat ‘werkelijk’ is, maar bij de mens verdween het universele en historische begrip van het Nest niet stilletjes of ongemerkt.

Het rapport Move a Mountain Bewustzijnsontwikkeling de visie, het doel en de weg van Alexander Zöllner bevat op bladzijde 21 het plaatje Wilbert's model van Integrale Ontwikkeling. Het plaatje toont de combinatie van de vier kwadranten met het model van de persoonlijke bewustzijnsontplooiing.

Arjuna Ardagh De Translucente revolutie Wat Je Zelf Kunt Doen Om De Wereld Te Veranderen
Spiritualiteit wordt zichtbaar in de wereld - Aanbevolen door Ken Wilber
De oude spirituele tradities beschouwden afzondering en meditatie als noodzakelijke voorwaarden om tot verlichting te komen. Momenteel voltrekt zich volgens Arjuna Ardagh een heel nieuwe vorm van verlichting. In De translucente revolutie beschrijft hij de groei van het spiritueel besef bij mensen die midden in de maatschappij staan en die vervolgens hun spiritualiteit uitdragen in het dagelijks leven, bijvoorbeeld door socialere keuzen te maken. Met behulp van korte voorbeelden, observaties en anekdotes laat Ardagh zien hoe het spiritueel bewustzijn bij iedereen kan ontwaken: bij mensen die gehuwd zijn, die zich bezighouden met politiek of sociale actievoering, die zich verbonden hebben aan een religie, die actief zijn in het zakenleven. Hij brengt zijn verhaal nog dichter bij de lezer door het aan te vullen met oefeningen, uitspraken, citaten, stellingen, commentaren van moderne filosofen en spirituele leiders. Dit maakt De translucente revolutie een wegwijzer voor iedereen die ervan droomt de wereld te verbeteren of daar op zijn minst een positieve bijdrage aan te leveren.
Arjuna Ardagh is opgeleid in Engeland, waar hij met mediteren begon toen hij veertien jaar was. Nadat hij was gepromoveerd aan Cambridge University, studeerde hij bij een aantal prominente spirituele leraren, onder wie Poonja. Hij is de grondlegger van de Living Essence Foundation in Nevada en geeft workshops in Europa en de Verenigde Staten.

====

Individueel en Collectief (Zo boven, Zo beneden, 'Identificatie en Disidentificatie')

Orpheus: Het eeuwige wezen van het getal is de oorsprong, die alles van tevoren bepaalt, de oorsprong van het heelal, de aarde en de daartussen liggende gebieden.
Eed van de pythagoreeërs: Voorwaar, bij de Tetraktys die aan onze Ziel de bron verschafte, die de wortels der immer vloeiende natuur bevat.
Plato: Het lichaam is een gevangenis voor de menselijke geest?
Hegel: De mens leert uit de geschiedenis dat de mens niets leert uit de geschiedenis.
Helena Blavatsky:
Het Heelal wordt van binnen naar buiten bestuurd en geleid. Zoals boven, zo is het ook beneden, zoals in de hemel, zo ook op aarde; en de mens – de microkosmos en het verkleinde evenbeeld van de macrokosmos – is de levende getuige van deze universele wet en van haar manier van werken. (Geheime Leer, Deel I, p. 301)
Jan Börger (grafschrift): De Basis van alle cultuur is de ether, d.w.z. de eenheden voorzich gedacht en de eenheden in-een gedacht en dat tegelijkertijd.
Marcel van Dam: De collectieve betrokkenheid van burgers is versplinterd waardoor de individuele onverschilligheid vrij baan krijgt (Volkskrant 29 augustus 2013).
Charles Derber: ‘Having been a leading figure of the Establishment for 25 years, it is virtually impossible for Clinton to embrace the anti-Establishment moment and lead a progressive populism.’

Groen (Sheila Sitalsing Volkskrant 20 maart 2017p. 2):
Groen moet worden, het beleid van het nieuw te vormen kabinet. En 'herkenbaar rechts', want 'de VVD-achterban heeft óók zeven jaar lang zitten inleveren'. Volgens Frank de Grave althans, een VVD-kopstuk dat gisteren in het tv-programma Buitenhof een voorschot op de formatie mocht nemen.\\ Thuis rolden we van de bank bij het horen van zoveel dédain, vermomd als vaderlijk advies. Klaver moet straks beslissen of hij zich uitlevert aan de vrouwtjesbidsprinkhaan Mark Rutte en het 'advies' vanuit de VVD luidt: niet te veel noten op je zang, jongeman.

Het moet en kan samen op links (Ronald Plasterk Volkskrant 20 maart 2017 p. 18):
Dit is het beste moment voor een samengang op links. Dan moet de PvdA een toontje lager zingen, schrijft Ronald Plasterk.
Resteert de derde: samengaan op links. Dat is wat links in Italië er bovenop heeft gebracht; na slechts een paar jaar is daar de samengang compleet. Als de PvdA daarvoor voelt zal men zich moeten realiseren dat we een toontje lager moeten zingen, dat GL nu groter is dan de PvdA. De fractievoorzitter van een gecombineerde fractie in de Tweede Kamer zou dan Klaver zijn (dat is dan ineens de tweede partij van het land). Bij de formatie zouden de linkse partijen elkaar vast moeten houden; dat zou kunnen betekenen dat er een vrij minimale rechtse meerderheidsregering (of minderheidsregering) komt rond de rechtse motorblokpartijen VVD, CDA en D66. Het zou overigens ook uitzicht kunnen bieden op regeringsdeelname van links, waarbij de ene bloedgroep de vice-premier en de andere de fractievoorzitter levert.

Burgerinitiatief: stop gekonkel bij benoemingen (Remco Meijer Volkskrant 27 mei 2015):
Schaf de partijpolitieke benoemingen af. Laat iedere Nederlander in gelijke mate in aanmerking komen voor een functie als burgemeester, commissaris van de koning, topambtenaar of in een adviesraad. Geen 'gekonkelfoes' meer, weg met het systeem van 'nu ben jij aan de beurt'.
Ondoorzichtige invitaties
Meer Democratie geeft een aantal voorbeelden van discutabele partijpolitieke benoemingen uit het verleden. Onder het premierschap van Jan Peter Balkenende werd in 2004 Wim van de Donk benoemd tot voorzitter van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Nijeboer: 'Een CDA'er benoemt een CDA'er. Maar was Van de Donk op dat moment echt de beste academicus van Nederland om de WRR te leiden?'
Toenmalig minister van Volksgezondheid Hans Hoogervorst benoemde, ook in 2004, Frank de Grave tot voorzitter van de Nederlandse Zorgautoriteit. Dubbelboer: 'Twee VVD'ers. Er was een vrouwelijke kandidaat met een beter profiel, maar niet lid van een partij. Zij kon nergens verhaal halen. Ja, je kunt naar de Nationale Ombudsman, en die kan er iets van zeggen, maar dat is zonder consequenties.'
Femke Halsema (oud-leider GroenLinks) schreef in 2013 een rapport na het falen van scholengroep Amarantis. De voorzitter van het college van bestuur was oud-politiecommissaris en CDA'er. De voorzitter van de raad van toezicht was burgemeester van Zeist, ook CDA. Te vaak geschiedt selectie van bestuurders door, aldus Halsema, 'ondoorzichtige invitatie'. Er is sprake van
'een old boys network waarin men elkaar banen toespeelt en de politieke affiliatie een grotere rol speelt dan competenties'.

Charles Derber: Samenwerkend links moet demagogie van rechts-populisten beantwoorden.
Met een les voor Nederland
In een artikel voor truthout schetst hoogleraar sociologie Charles Derber het antwoord op de demagogie van Donald Trump of rechts-nationalisten als Geert Wilders. Hij maakt een vergelijking met de Duitse Weimar-republiek die in de jaren ’20 en vroege jaren ’30 in zijn ogen het verkeerde antwoord gaf op de opkomst van Hitler. Derber geeft vier vuistregels voor progressieven om de strijd met de rechts-populisten te winnen. Het is het antwoord op extreem-rechtse demagogie die de VS en Europa overspoelt. Met een les voor Nederland.
1: Duits links was versplinterd en faalde om sterke coalities te vormen. Als de sociaal-democraten en communisten samen met een stedelijke culturele beweging een blok hadden gevormd dan hadden ze het parlement gecontroleerd en de macht behouden. De les voor de VS is dat de Democratische partij, de supporters van Bernie Sanders en allerlei sociaal-democratische bewegingen samen moeten werken.
2: Hitler werd grandioos onderschat, en op dit moment wordt Trump onderschat. Zo blijven deze populisten grotendeels onder de radar en kunnen ze vanuit een relatieve luwte zonder harde tegenstand hun opgang maken. Dit heeft te maken met de werkende klasse en de lagere middenklasse op wie deze rechts-populisten een succesvol beroep doen. De les is om het rechts-populisme van Trump of Wilders serieus te nemen omdat het aansluiting weet te vinden bij die sociale klassen die het een electorale basis verschaffen.
3: Sociaal-democraten en andere progressieve krachten dienen zich in te spannen om deze lagere sociale klassen terug te winnen door aanpassing van het beleid. Voor de VS kan dat door het opzetten van een banenprogramma, vergroening van de economie, verlaging van militaire uitgaven en het nastreven van meer inkomensgelijkheid. Naast de aanpak van het racisme, seksisme, het strikte gevangenisregime en de burgerrechten. In de VS dient Hillary Clinton een alternatief te geven dat de werkende klasse en de lagere middenklasse overtuigend in hun hart en portemonnee aanspreekt.
Toegevoegd kan worden dat Clinton als kandidaat van het establishment ongeloofwaardig is in deze rol. Ze wordt er door Wall Street van weerhouden om een progressieve politiek te voeren die de lagere sociale klassen tegemoetkomt en een progressief front te vormen. Derber: ‘Having been a leading figure of the Establishment for 25 years, it is virtually impossible for Clinton to embrace the anti-Establishment moment and lead a progressive populism.’ Er is hoop dat Clinton ondanks zichzelf delen van de beleidsvoornemens van Sanders, zoals het minimumloon van 15 dollar overneemt, maar de vraag is of dit voldoende is om te overtuigen.
4: Apocalyptische waarschuwingen van Trump over het verval van de VS of Wilders’ tsunami van moslims die naar Nederland komen moeten beantwoord worden omdat ze aansluiten bij echte angsten van mensen. Linkse politici moeten uitleggen waar angsten vandaan komen en uiteenzetten dat ze niet voortkomen uit culturele, maar uit sociaal-economische omstandigheden. Het establishment van banken en mega-ondernemingen dient als natuurlijke vijand van de werkende klasse en de lagere middenklasse aangewezen en aangepakt te worden om rechts-populisten de wind uit de zeilen te nemen, de democratie te redden en de linkse politiek weer focus en zelfvertrouwen te geven. Daartoe moeten partijen en sociale bewegingen samenwerken.
Voor Nederland houdt deze les een revitalisering van de PvdA in die op sterven na dood is. Het moet afstand nemen van de rechtse politiek van de VVD zoals die door het kabinet Rutte II wordt uitgevoerd. En stelling nemen tegen rechts-populisten als Geert Wilders. Dat kan het duidelijkst door het aanwijzen van een nieuwe lijsttrekker die de nieuwe koers symboliseert. Samenwerking met GroenLinks als ideeënpartij en de SP die de werkende klasse en de lagere middenklasse aanspreekt kan de versplintering van links tegengaan. Probleem hierbij is wel dat de SP een links-populistische demagogie volgt die net als het rechts-populisme een beroep doet op de angsten die er in de samenleving leven. Door de SP echter een essentiële rol te geven in de linkse samenwerking waar de PvdA niet de leiding krijgt kan het wellicht overtuigd worden om zich voortaan te concentreren op sociaal-economische thema’s ten koste van de andere thema’s (islam, immigratie, EU).
De linkse politiek kan samenwerking zoeken met de middenpartijen D66 en CDA om de basis te versterken. Mits deze bereid zijn om de machtspositie van het establishment fundamenteel aan te pakken en mee te helpen aan de herverdeling van de welvaart ten gunste van de werkende klasse en de lagere middenklasse.

Identiteitspolitiek Media en de constructie van gemeenschapsgevoel (Onder redactie van Marcel Broersma en Joop W. Koopmans):
Samenvatting
De constructie van gemeenschappen is in de eerste plaats identiteitspolitiek. Politieke partijen, naties of regionale bewegingen proberen mensen die elkaar niet persoonlijk kennen, te laten marcheren onder hetzelfde vaandel. Zo ontstaan machtsblokken en kunnen maatschappelijke veranderingen worden ingezet. Media functioneren als makelaars in dit proces: via de media wordt een groepsidentiteit gevormd en in stand gehouden. Aan de hand van verschillende media worden in deze bundel processen van identiteitsvorming in heden en verleden geanalyseerd. De essays laten zien dat het begrip 'verbeelde gemeenschap', vooral gebruikt in de context van nationalisme en staatsvorming, een veel bredere toepasbaarheid heeft en vruchtbare en spannende wegen opent voor historisch onderzoek.
Media en identiteitspolitiek
Ter inleiding Marcel Broersma (p. 11):
In zijn rede in het Paleis voor Volksvlijt demonstreerde de orthodox-protestantse voorman een scherp inzicht in de werking van nieuwsmedia bij de constructie van identiteiten. De krant, zo meende Kuyper, was door God gegeven om het toenemende individualisme te bestrijden en ‘in de gewaarwordingen van ons bewustzijn weer eenheid te brengen’.
De krant impliceerde groepsvorming. Immers, wie een dagblad leest, weet, hoe op datzelfde oogenblik door duizenden anderen op dienzelfden avond of op dienzelfden morgen in hetzelfde vaderland gelijke toespraak van het blad wordt afgelezen, en hoe daardoor ook dezelfde aandoeningen bij hen worden gewekt, dezelfde gedachten ook bij hen insluipen, en dezelfde overtuiging ook bij hen wordt aangekweekt.8
Door middel van een krant, stelde Kuyper, kon een morele gemeenschap met een gemeenschappelijke identiteit worden geconstrueerd en voortdurend worden gearticuleerd. Burgers schaarden zich rond dezelfde beginselen. ‘Opiniën sluiten zich aan opiniën, harten aan harten, en zoo ontstaan er samenbindingen; en uit die samenbindingen en groepeeringen wordt macht geboren, om het u heilig beginsel tot een macht te maken in het land.’9
Benedict Anderson en Imagined communities
De inzichten die Kuyper in 1897 zo welsprekend verwoordde, keren vrijwel naadloos terug als theoretische conceptie in het werk van Benedict Anderson. Nadat hij zich als hoogleraar International Studies zijn gehele academische carrière had beziggehouden met de bestudering van processen van staats- en natievorming in Zuidoost Azië, publiceerde Anderson in 1983 een boek dat nu een van de meest geciteerde studies is in de geesteswetenschappen: Imagined communities Reflections on the origin and spread of nationalism.
In dit werk, dat men kan zien als een abstractie van eerder, meer empirisch onderzoek naar met name Indonesië en Thailand, poneert hij dat de natie een ‘verbeelde gemeenschap’ is. Zij krijgt gestalte in de hoofden van burgers die elkaar niet kennen maar zich toch tot in het diepst van hun ziel met elkaar verbonden voelen.

De culturele dimensies volgens Hofstede
Cultuur wordt overgedragen via onze sociale omgeving en niet via erfelijkheid. Cultuur staat in tussen de menselijke natuur (dat wat alle mensen gemeen hebben) en de persoonlijkheid (dat wat iedere mens tot een uniek wezen maakt).
Om de typische authenticiteit van volkeren te benadrukken maakt Geert Hofstede van vijf cultuurdimensies gebruik. Waarom bedrijven hun authenticiteit kwijtraken beschrijft Rohit Bhargava in zijn boek Persoonlijkheid
niet inbegrepen. De top down & bottom up wederkerigheid komt in de organisatiecultuur tot uitdrukking. Er bestaat een duidelijke correlatie tussen de Big Five (persoonlijkheidsdimensies) van Willem Hofstee en de vijf cultuurdimensies van Geert Hofstede, boek Allemaal andersdenkenden, omgaan met cultuurverschillen.

JE IDENTITEIT IS ALTIJD ‘UNDER CONSTRUCTION’ (Donna Kalkhoven 26 Januari 2015):\\ De media zijn niet de enige die een articulatiemacht hebben, ook de kerk en de vakbonden hebben een articulatiemacht waardoor ze macht hebben op de identiteitsvorming van jou én mij(Sterk, 2013).
Persoonlijk geloof ik dat de culturele transmissie, de beïnvloeding van de
sociale omgeving op jouw identiteitsvorming, een grotere rol speelt op jouw identiteitsvorming dan de media. Wanneer er geen media zou zijn dan zouden we dit wel missen, maar we zouden er wel zonder kunnen leven. Het missen van de media zou ons minder tot nauwelijks beperken in het functioneren in de maatschappij. Wanneer er geen interactie is tussen jou en je sociale omgeving zou dit een groter probleem zijn dan wanneer er geen media meer zijn.

Identificatie met Nederland (WRR 2007):
2.5.2 Articulatiemacht (p. 55):
De subtiele processen van identificatie en disidentificatie hebben veel te maken met macht – zoals Elias en Scotson lieten zien. In dit rapport stellen we daarom het begrip ‘articulatiemacht’ centraal.
Articulatiemacht is het vermogen van een groep of institutie om een bepaalde definitie op te leggen die verstrekkende gevolgen kan hebben voor de mate waarin iemand erbij hoort of niet (in- en uitsluiting). In termen van Bourdieu (1990) gaat het hier om de macht om te benoemen, categoriseren, identificeren en de macht om te bepalen wat wat is en wie wie is. Het gaat daarbij om de identificatie van burgers in relatie tot godsdienst, gender, etniciteit, geletterdheid, criminaliteit, toerekeningsvatbaarheid enzovoorts.
4 Identificatie met de natie: oplossing en probleem tegelijkertijd
4.3.3 Identiteitspolitiek tussen verleden en toekomst (p. 101):
Engeland en Frankrijk zijn het meest expliciet in het uitwerken van een identiteitspolitiek die het samenleven met verschillende culturele groepen moet verbeteren. In Engeland heeft dat veel te maken met de aanslagen van 2005, die de ingezette weg na de rellen van 2001 hebben versterkt. In Frankrijk is het de recent verkozen president Sarkozy die vastbesloten is de republikeinse identiteit te vernieuwen. In beide landen wordt daarbij naar de toekomst, maar vooral ook naar het verleden gekeken.
114/115: Het meeste van ons werk is immers ‘mens intensief’. Soft skills, en dan met name de interne variant, zijn tegelijkertijd een invulling van functionele identificatie als een potentiële maar niet per se intentionele manier om nieuwkomers daar juist van uit te sluiten. Enerzijds moet elke nieuwe werknemer zich invechten in een arbeidsorganisatie en zich de codes en mores eigen maken. Anderzijds kunnen dergelijke ‘functionele codes’, zeker als ze (moedwillig) strikt geïnterpreteerd worden ook ingezet worden om bepaalde groepen buiten te sluiten. Bovendien kan een rigide interpretatie van de eigen ‘organisatiecultuur’ leiden tot verstening. Nieuwkomers brengen immers de veranderende wereld met zich mee en houden organisaties bij de tijd. Dat geldt in het algemeen voor jonge medewerkers, maar in een mondialiserende wereld zeker ook voor medewerkers met een andere culturele achtergrond.

Afkeer TTIP verbindt politieke tegenpolen (Robert Giebels Volkskrant 3 mei 2016 p. 27):
Coalitie tegen TTIP
Tegenstanders van TTIP zijn er op uiterst links en uiterst rechts. Ze vinden elkaar in hun weerstand, maar de motivaties lopen sterk uiteen.
Multinationals
GroenLinks, SP en Partij voor de Dieren laten zich het duidelijkst horen tegen TTIP. GroenLinks wil dat de EU en de VS hun onderhandelingen - vorige week was de dertiende ronde - meteen stoppen. Amerika is immers niet te vertrouwen; zie de onthullingen van Edward Snowden over inlichtingendienst NSA, stelt GroenLinks in zijn verkiezingsprogramma.
Twee standpunten
De PvdA heeft zoals wel vaker, denk aan de JSF, twee standpunten: een voor in het kabinet en een voor daarbuiten. In het Europarlement stemde de partij tegen TTIP, maar in het kabinet moet verantwoordelijk PvdA-minister Lilianne Ploumen het verdrag voluit verdedigen.
Het draait bij de PvdA om een cruciaal onderdeel van TTIP: een speciale 'rechtbank' die achter gesloten deuren zou moeten oordelen in geschillen tussen landen en klagende bedrijven. Omdat dat in TTIP zit, stemden we tegen, zei PvdA-europarlementariër, Agnes Jongerius. Maar dat is zeker geen eindoordeel, zei ze erbij. Want zolang TTIP er nog niet is, kan het worden verketterd. En opgehemeld.

Greenpeace tracht TTIP verder te ondermijnen (Peter de Waard Volkskrant 3 mei 2016 p. 26):
Pijnpunten voor de samenwerking
Het front tegen TTIP wordt met de dag groter. Toch bevatten de maandag door Greenpeace gelekte documenten over de onderhandelingen met de VS weinig schokkends. 'De toelating van chloorkippen? Het staat er juist niet in.'
Machtsoverdracht
Greenpeace stelde in een persbericht dat de Amerikanen grote druk op de EU uitoefenen om concessies te doen en spreekt van 'een grote machtsoverdracht van burgers naar bedrijven'. Er zou verder te weinig aandacht zijn voor de bescherming van mensen, dieren of planten en het veiligstellen van grondstoffen die opraken.'
Cecile Malmstrom, de Europese commissaris voor Handel, zei dat de documenten niets meer zijn dan de standpunten die de twee partijen innemen. 'Dat is normaal in een onderhandelingsproces. Beide partijen zetten zo hoog mogelijk in om er zo veel mogelijk uit te halen.'
Greenpeace suggereert dat de voordelen eenzijdig bij de Amerikaanse bedrijven vallen en de nadelen bij de Europese burgers. Aan beide kanten van de oceaan is er inmiddels al nauwelijks steun meer voor het verdrag. Slechts 17 procent van de Duitsers is voor tegen 55 procent twee jaar geleden. Bij de Amerikanen is nog maar 18 procent voor tegen 53 procent in 2014.

TTIP-lek of Niemand kan vertellen waarom TTIP wél deugt (Bert Wagendorp Volkskrant 3 mei 2016 p. 2):
De menselijke geest zit simpel in elkaar: als hij onvoldoende feiten tot zijn beschikking heeft, slaat hij aan het fantaseren. Zo zijn we aan de godsdiensten gekomen en zo maken we van het TTIP wellicht iets dat het niet is. Maar misschien is ons wantrouwen terecht en is het allemaal nóg erger dan we konden verzinnen. Hoe dan ook: wat we niet weten vullen we in en meestal niet met juichverhalen.
De haast van Angela Merkel, Mark Rutte en Obama (in willekeurige volgorde) om de onderhandelingen af te ronden stelt me ook niet gerust. Het is allemaal invulling, maar het is toch alsof ons iets door de strot moet worden geduwd voor we in de gaten hebben dat het een behoorlijk vies goedje is.
Als politici in Washington en Brussel ons door het TTIP-lek gaan vertellen waarmee ze bezig zijn, zodat we het erover kunnen hebben, is dat winst. Leve de leaks.

De kunst van het samenleven of Naoorlogse spelregels van democratie staan onder druk (René Cuperus Volkskrant 2 mei 2016 p. 19):
De klassieke socioloog Émile Durkheim (1858-1917) stelde zich eind negentiende eeuw de vraag wat het samenbindend element kan zijn in een samenleving die door migratie, religieuze conflicten en revoluties op drift is geraakt. Durkheim zocht het antwoord in 'een gedeelde wil tot samenleven'. Politiek filosofe Tamar de Waal heeft daar onlangs in De Groene (20 april) terecht naar verwezen. Uiteenlopende groepen mensen moeten elkaar op zijn minst identificeren als behorend tot één maatschappij. Het is die collectieve wil tot samenleven die ervoor zorgt dat een maatschappij als een geheel functioneert en niet uit elkaar valt.
En het is precies deze gedeelde wil tot samenleven die in deze wilde overgangstijd getest en beproefd wordt. Willen rechtspopulisten wel met moslims een samenleving vormen? En willen moslims wel samenleven met ongelovige westerlingen? Willen Turkse Nederlanders met dubbele paspoorten wel on-gesegregeerd samenleven met niet-Turkse Nederlanders?

‘Dit komt ons duur te staan’ (Tamar de Waal De Groene Amsterdammer 20 april 2016):
Migratiedenkers
Grote groepen migranten voor de poorten van Europa onderstrepen het eens te meer: migratie, gedreven door de vlucht voor geweld of door de hoop op een betere toekomst, is een van de belangrijkste mondiale vraagstukken van dit moment. Op zoek naar de betekenis en gevolgen van migratie in de 21ste eeuw gaat De Groene Amsterdammer in gesprek met prominente denkers over migratie. Na Ian Goldin, Slavenka Drakulic, Farish Noor, Ad Melkert, Ruud Koopmans en Ayhan Kaya is nu de beurt aan Tamar de Waal.

Meer Democratie raakt politieke bedrijf op minst fraaie plekken (Raoul du Pré Volkskrant 28 mei 2015):
Het burgerinitiatief om de politieke banencarrousel te doorbreken, verdient een enthousiaste ontvangst.
Toch waagt Dubbelboer het er nu zelf maar eens op met zijn beweging Meer Democratie. Dat initatief verdient een beter lot dan al die voorgangers, want het raakt het politieke bedrijf op een van zijn minst fraaie plekken: het voor buitenstaanders vrijwel ondoordringbare systeem om de publieke functies te verdelen.
Zelfs nu de tijd achter ons ligt dat de traditionele bestuurderspartijen oppermachtig waren, worden nog steeds bijna alle topbanen in het openbaar bestuur onderling verdeeld . Dat zit ingebakken in het systeem: zolang politici de benoemingen doen, worden politici, oud-politici en partijgenoten benoemd.

OESO: ongelijkheid was nog nooit zo groot (Wilco Dekker Volkskrant 22 mei 2015):
De ongelijkheid is in veel geïndustrialiseerde landen de afgelopen drie decennia op een recordniveau beland. De kloof tussen arm en rijk, die mede wordt veroorzaakt door de opmars van flexibele arbeid, is niet alleen sociaal schadelijk, maar belemmert ook de economische groei en moet dus worden aangepakt.
De inkomensverschillen in Nederland zijn relatief klein, bevestigt het OESO-onderzoek: hier verdient de top 6,6 keer zo veel als de onderkant. De vermogensverschillen zijn juist groot: de rijkste 10 procent heeft 60 procent, de onderste 30 procent heeft vrijwel niets of vooral schulden. Bij de OESO-landen is de inkomensongelijkheid het grootst in Chili, Mexico, Turkije, de Verenigde Staten en Israël. Denemarken, Slovenië, Slowakije en Noorwegen kennen de minste ongelijkheid.

Liberale kritiek op ongelijkheid (Rens van Tilburg Volkskrant 22 april 2015):
Hoe ogenschijnlijk uiteenlopende werelden kunnen worden verenigd, mocht ik onlangs ervaren op het jaarlijkse samenzijn van het Institute for New Economic Thinking dat in Parijs wetenschappers en hedgefund-managers samenbracht. Een sterrencast verzorgde de aftrap: Thomas Piketty, de Franse econoom van dat vuistdikke boek over een eeuw ongelijkheid, en de Amerikaanse Nobelprijswinnaar Joseph Stiglitz .
Dat gelijkheid en groei prima samengaan, lieten de naoorlogse jaren al zien. Recent vonden onderzoekers van zowel IMF als OESO dat ook nu groeiende ongelijkheid de economie schaadt. De rijken potten hun geld op. De armen kunnen niet in zichzelf investeren. Talent gaat verloren. Inzichten die voeding geven aan een liberale kritiek op ongelijkheid en daarmee het fundament leggen voor een sociaal-liberaal belastingcompromis.
Dat de samenleving zich steeds meer sluit, zou juist liberalen moeten verontrusten. Een idee dat Amerikaanse hedgefund-managers omarmen, dat moet de VVD toch ook aanspreken?

Volgens Émile Durkheim hangt de oplossing van onze problemen met sociale cohesie en zinsbegoocheling samen. De oplossing ligt eerder in de omgeving waar we deel van uitmaken dan in ons brein. Omgekeerd door onszelf te begrijpen, het Ken uzelve leren we onze wereld, het universum beter te begrijpen.

De anomietheorie of straintheorie stelt dat het de sociale structuur van de maatschappij is die deviant gedrag in de hand werkt als het doelen definieert zonder dat de middelen om die te bereiken toereikend zijn.
Eén van de oorzaken van afwijkend gedrag was volgens Durkheim de verandering in solidariteit naarmate de samenleving complexer wordt. Waar aanvankelijk sprake was van een mechanische solidariteit ging dit door het industrialisatieproces over in een organische solidariteit. Bij mechanische solidariteit is sprake van gelijkheid in een maatschappij met weinig sociale differentiatie waar dezelfde normen en waarden gevolgd worden en vanuit een collectief bewustzijn sprake is van een sterke sociale pressie tot conformisme. Organische solidariteit ontstaat juist bij toenemende sociale differentiatie, wat het geval is bij arbeidsverdeling en specialisatie. Door de onderlinge afhankelijkheid en het besef dat de verschillende functies elkaar aanvullen ontstaat een nieuwe solidariteit, waarbij de sociale pressie afneemt. De maatschappij wordt nu niet mechanisch, maar organisch bij elkaar gehouden. Bij een te snelle overgang kan echter de nieuwe ordening van functies, normen en waarden onvoldoende voltooid zijn, waardoor een bepaalde mate van anomie optreedt, een gemoedstoestand die gekenmerkt wordt door afwezigheid of afwijzen van standaarden of waarden.
Durkheim stelde dat deviantie een normaal verschijnsel was, nodig om de grenzen van de maatschappij aan te geven. Durkheim gaf nog een andere sociale functie: het versterken van de solidariteit tussen de anderen. Diegenen die niet van de norm afwijken, een norm die vaak wordt bepaald door de waarden van de middenklasse, voelen zich gesterkt in hun saamhorigheid. De gelederen sluiten zich tegen de zondebok, die zich in vele gedaanten kan voordoen, maar die steeds de 'ander' is. Tenslotte stimuleert deviantie volgens Durkheim sociale verandering.

Individual and Society
Durkheim meant to show that a Spencerian approach to the social realm, an approach in which the social dimension is ultimately derived from the desire of individuals to increase the sum of their happiness, did not stand up before the court of evidence or the court of reason. Arguing against Spencer and the utilitarians, he maintained that society cannot be derived from the propensity of individuals to trade and barter in order to maximize their own happiness. This view fails to account for the fact that people do not trade and barter at random but follow a pattern that is normative. For men to make a contract and live up to it, they must have a prior commitment to the meaning of a contract in its own right. Such prior collective commitment, that is, such a non-contractual element of contracts, constitutes the framework of normative control. No trade or barter can take place without social regulation and some system of positive and negative sanctions.

Een van de meest intrigerende wetenschappelijke vragen die men zich volgens Jan Koster kan stellen is of, en zo ja in hoeverre, de producten van onze cultuur kunnen worden bestudeerd in een kader dat uiteindelijk binnen de natuurwetenschappen valt?

Jan Koster publicatie Taal, kunst en biologie:
Eerlijk gezegd vind ik dat Gerald Edelman zelfs de huidige stand van zaken in de biologie verkeerd voorstelt. Het soort recursieve algoritmische patronen dat we in de taalstructuur aantreffen is verwant aan de fractalen die Benoit Mandelbrot begin jaren zeventig geïntroduceerd en bestudeerd heeft.
Mandelbrot (1977) begreep meteen dat hij een soort wiskunde in handen had waarmee tal van aspecten van de levende natuur gemodelleerd kunnen worden. Die fractalen van Mandelbrot kwamen niet geheel uit de lucht vallen.

De conclusie in het rapport ‘E i V’ is tegengesteld aan de opinie van Jan Koster. Het gaat juist om de eigenschap iteratie (recursie) van een fractal, dus eerder om de vraag in hoeverre, de producten van onze cultuur moeten worden bestudeerd in een kader dat uiteindelijk binnen de geesteswetenschappen valt? Graag verwijs ik in dit kader naar het boek de BLAUWDRUK van de neuropsycholoog en bewustzijnsonderzoeker John Consemulder. Het is eerder de dwaasheid (Regeren in dwaasheid Barbara Tuchman) van epithumia, dan de wijsheid van thumos die de wereld regeert. Of met andere woorden wat is de beste combinatie van 'marktwerking en staatsbemoeienis' om de belangrijkste maatschappelijke problemen succesvol aan te pakken?

De psyche (reflexief bewustzijn, zelfreflectie) werkt als een spiegel (weerspiegeling). Het is deze spiegel, het spiegelneuron, dat zorgt voor de golfbewegingen in de geschiedenis. Welke kant van de medaille, de aardse Tetrade (Standaardmodel, de gemanifesteerde werkelijkheid) of de hemelse Triade (ongemanifesteerde werkelijkheid), laten we overheersen? Alleen wanneer we ons meer met de Triade verbinden komt de beschaving een stapje verder. Meer opties zijn er niet en dat was al bij Pythagoras (De Gulden Verzen van Pythagoras) bekend.

De driehoek van Pythagoras staat voor het reflexief bewustzijn. Het maakt het leren begrijpen, het Meta-leren (Metacognitie) mogelijk. De driehoek, het 1 + 1 = 3, these + antithese = synthese, is nog steeds een belangrijke bron van inzicht en wijsheid.

Het universum wordt in het menselijke bewustzijn weerspiegeld. De driehoek van Pythagoras en de categorieën van Aristoteles symboliseren hoe de innerlijke wereld met de uiterlijke wereld, religie en wetenschap, 'Wat en Hoe; Hoe en Wat' met elkaar worden verbonden. De quintessens van het verhaal is dat om een duurzame samenleving te creëren er maar een pedagogische hoofdroute is.

Heraclitus' gedachte dat alles altijd verandert formuleerde Plato met de woorden "panta rhei" (alles stroomt). Nog belangrijker dan de leer van de verandering was voor Heraclitus echter de leer van de eenheid der tegendelen. Tegenovergestelde spanningen zijn toch op elkaar afgestemd. Zo heb je zonder dag geen nacht. Een pad omhoog is ook hetzelfde pad als het pad omlaag. Als er geen tegenspraak was, had je volgens Heraclitus geen werkelijkheid. Dit principe stelt het fenomeen these, antithese en synthese (complementaire eenheid en/of de monade), de wisselwerking tussen 'Vuur en Water'; 'Lucht en Aarde' aan de orde.

Het rapport 'E i V' beoogt met behulp van de socratische dialoog aan een oude discussie (Protagoras) over 'Deugd en Ondeugd' van Plato een steentje bij te dragen.

In de filosofische leer Ars_Rhetorica van Aristoteles is Pathos (van πάσχειν 'paschein', het Griekse woord voor "lijden" of "emotie") samen met ethos en logos één van de drie middelen van overtuiging. De Latijnse woorden ‘Ethos en Pathos’ - twee soorten emoties - zijn met de Griekse begrippen ’Thumos en Epithumia’ vergelijkbaar.

Interactionisme is een sociologisch paradigma of perspectief dat bestudeert hoe individuen en groepen met elkaar in relatie treden, met als centraal idee dat de sociale werkelijkheid en de persoonlijke identiteit worden verklaard vanuit de interactie met anderen, en de daaruit voortkomende spanningen.
De interacties tussen de binnenwereld en buitenwereld, het individuele en collectieve kan met behulp van dit paradigma worden verklaard.

Het Lichaam-geestprobleem is een centraal thema in de filosofie van de geest, dat gaat over de ogenschijnlijk onverklaarbare interactie tussen de spirituele geest en het materiële lichaam. Daarnaast heeft het betrekking op het probleem van een onsterfelijke ziel die in een sterfelijk lichaam zou huizen.

Het reflexieve bewustzijn verhindert, in de woorden van Duintjer, dat hun geest 'volledig tegenwoordig' in het heden kan zijn. Door over het heden na te denken verdeelt het reflexieve bewustzijn de aandacht met name over verleden en toekomst. We kunnen het heden alleen begrijpen door over het verleden, de historische context na te denken. De ommekeer heeft als het ware op reverse engineering betrekking.

De in de bijlage ‘Nu, Verleden en Toekomst’ gerubriceerde publicaties laten zien dat het definiëren van het verschijnsel tijd nog niet zo eenvoudig is. Waandenkbeelden blijven bestaan zolang de domeinen Geest en Lichaam, geesteswetenschappen en de natuurwetenschappen los van elkaar blijven functioneren. Het gaat er dus om het contact tussen bèta’s en niet-bèta’s te herstellen. Voor wat betreft ruimte en tijd kan er maar een waarheid zijn, die voor beide domeinen geldt. Het is wenselijk dat de controverse die er over de begrippen ruimte en tijd is ontstaan wordt opgeheven.

Stelling: Er treedt een paradigmawisseling van Thomas Kuhn, een revolutie in het wetenschappelijke denken op, wanneer de grens die tussen beide domeinen - Geesteswetenschappen en Natuurwetenschappen - is ontstaan wordt doorbroken.
Vooralsnog wordt er van uitgegaan dat er maar een natuurlijke tijd bestaat en dat is de eeuwige duur, het nu.

====

Intellectuele passies (Intelligent Design, Twee kanten van één medaille, Brein)

De Geheime Leer: Maar aan de vruchten kent men de boom (Deel I, p. 512).
John Dewey: Aan de vruchten kent men de boom (Procee p. 138).

Henk Procee, hoogleraar wijsbegeerte aan de Universiteit Twente en directeur van Studium Generale is in juni 2011 met emeritaat gegaan en heeft als afscheidscadeau het boek Intellectuele passies geschreven. Als blijk van waardering en erkenning voor de manier waarop hij de academische vorming aan de UT gezicht en inhoud heeft gegeven, voor zijn diverse onderwijsvernieuwingen, zoals wijsgerige denkmethoden en systematisch reflecteren ontving hij tijdens het afscheidssymposium de erepenning van de Universiteit Twente. Voor Procee betekent academische vorming mensen een sterk onderzoekend karakter meegeven. Niet alleen in de wetenschap, ook in andere aspecten van het leven. Voor Procee bestaat er een essentieel onderscheid tussen kenner, kenproces en kenproduct. Academische vorming is het ontwikkelen van de kenner aan de hand van het kenproces, namelijk methodologie, en het kenproduct, al bestaande kennis. Het gaat dus primair om het leerproces (internalisering), de intermediair tussen kenner en kennis.

Henk Procee boek Intellectuele passies - Academische vorming voor kenners (p. 9):
Academische vorming cirkelt steeds om de vraag wat het betekent als in plaats van kennis de kenner centraal komt te staan. De ondertitel, academische vorming voor kenners, weerspiegelt deze invalshoek.
12: Ruim twee millennia geleden heeft Aristoteles zijn Nicomacheïsche Ethiek geschreven. Belangrijk daarin voor academische vorming zijn de intellectuele deugden die hij in het zesde hoofdstuk van zijn boek beschrijft. In drie woorden: een intellectueel karakter is wijs, slim en verstandig.
14/15: Objectiviteit krijgt bij Polanyi een nieuwe betekenis. Het is niet het uitgangspunt, maar het doel. Onderzoek begint bij hem niet met de werkelijkheid daarbuiten die we weerspiegelen in onze wetenschappelijke noties, maar met onze persoonlijke inspanningen om greep te krijgen op het onbekende.
Een term die in de methodologie steeds minder gebruikt wordt, intersubjectiviteit, past hier wonderwel bij.
Deze term heeft als achtergrond dat een theorie, een concept, een werkwijze, of een proefopstelling als aanvaardbaar beschouwd kan worden als de beste onderzoekers in het vakgebied het erover eens zijn. Waar objectiviteit de werkelijkheid centraal stelt, stelt intersubjectiviteit de (gemeenschap van) onderzoeker centraal.
15: Een van Kant’s centrale vragen luidt: Waarom zou je eigenlijk moreel handelen?
23: Over de ultieme objectiviteit (noumena) zegt Kant, kunnen we geen weet hebben, wij mensen moeten het doen met wat rechts van die balk staat aangegeven.
24: Wel wil ik ingaan op twee termen die ook in het schema staan, verbeeldingvermogen en oordeelsvermogen. Deze termen hebben een specifieke functie: ze moeten wat uit het een komt verbinden met het andere, zonder dat er logische of algoritmische regels klaar liggen. Ze hebben tot taak om coherentie tussen heterogene elementen te realiseren.
26: De werkelijkheid zoals die op zichzelf is, zonder dat we er enige interactie mee hebben, die werkelijk "an sich" is voor ons onkenbaar. We moeten accepteren dat – en dat is het filosofische onderzoeksprogramma van Kant – dat kennis een product is van de interactie tussen onze (beperkte) cognitieve vermogens en een daaraan uitwendige werkelijkheid die we als een soort weerstand – en niet meer – kunnen ervaren.
In termen van Kant is domheid niet zozeer een gebrek aan “verstand”, als wel een gebrek aan “oordeelsvermogen” (Urteilskraft, p. 145).
Er is nog een intellectuele capaciteit nodig, een capaciteit die van een geheel andere orde is . En wel het vermogen om te bepalen welke regels (theorieën, concepten) van toepassing zijn in een bepaalde situatie of bij een bepaald probleem.
30: Bij Kant ligt niet de nadruk op absolute, objectieve kennis, die buiten onderzoekers omgaat. Zijn invalshoek is het "ik" dat wil weten. Hoe ontwikkelt een student zich, zodat deze zowel de wetenschap als de werkelijkheid recht doet – dat is de normatieve vraag die hierdoor centraal komt te staan.
48: Wat Francis Bacon duidelijk maakt is wat iedere toneelspeler ook heeft ervaren: acteren vraagt net als waarnemen “doen en laten”, “activiteit en passiviteit” en dat is een goed evenwicht. Daarbij vraagt passiviteit veel meer dan op het eerste gezicht lijkt. Het kost namelijk veel oefening om op het toneel naturel te kunnen zwijgen. Dat is de ene kant van de medaille. De andere kant is de actieve: hoe er al handelend een performance neergezet wordt.
56/57: Op basis van deze indeling kon ik niet alleen mijn voorspellingen met betrekking tot mijn collega's beter begrijpen, ik kon ook een systematiek ontwikkelen over stijlen van redeneren.

Wijsgerige traditieNaam filosoofRedeneerstijlKernwoord
metafysicaPlatoWat is de essentie, de kern het wezen van iets?essentie
transcendentale filosofieKantOp welke vooronderstellingen is en idee gebaseerdvooronderstellingen
dialectiekHegelWelke spanningen en strijdigheden zitten er in een begrip of praktijk?tegenstellingen
hermeneutieGadamerWelke verhalen zijn er te vertellen over een situatie? Wat is hun pointe?verhalen
fenomenologieHusserlHoe kunnen we onbevooroordeeld iets ervaren?ervaringen
pragmatismeJamesWat zijn de effecten van een begrip of aanpak?gevolgen
analytische wijsbegeerteWittgesteinHoe wordt taal gebruikt?taal

100: Het leidinggevende paradigma, door Kuhn ook wel disciplinaire matrix genoemd, bevat vier elementen:
(1) een metafysia
(2) een verzameling theorieën en wetten
(3) een verzameling waarden
(4) exemplarische voorbeelden
114: Wetenschap is niet alleen logos, maar ook ethos en pathos. Dat alles mondt uit in de inmiddels bekende dubbelslag dat epistemologische verantwoordelijkheid niet alleen betrekking heeft op het zo goed mogelijk presenteren van onderzoek, maar tevens op een onderzoek naar de achtergronden.
116: Protagoras: De mens is maat van alle dingen. Van de zijnden dat ze zijn en van de niet-zijnden dat ze niet-zijn.
129: Hier is het basisschema (topos) probleem-oplossing. Wat veel bestuurders niet door hebben is dat dit schema psychologisch nadelen vertoont, met name op het terrein van de pathos.
136: Wetenschap is een menselijke inventie om de(on)menselijke werkelijkheid meer in haar greep te krijgen. Daarmee zijn zowel ethos, logos als pathos gemoeid.
Uit de nieuwere interpretaties van retorica is de notie “universeel gehoor” afkomstig. Die notie kan uiterst behulpzaam zijn bij het bepalen van de kwaliteit niet alleen van andermans werk maar ook van het eigen werk.
137: Reflectie lijkt op de oeroberos, de slang die zich in zijn eigen staart bijt, op Baron von Münchhausen, die zichzelf aan de haren uit het moeras moest trekken. Reflectie kenmerkt zich door een moeilijk grijpbaar soort circulariteit.
Grofweg zijn er twee grondleggers van reflectie in het onderwijs te noemen. Het pragmatisme van John Dewey en de kritische theorie van de Franfurter Schule.
138: Dewey maakt onderscheid tussen twee typen van ervaring. Bij de ene soort is er sprake van trial & error, die leidt tot vuistregels zonder inzicht in de relatie tussen handelen en gevolgen. De andere soort heet reflexieve ervaring. Hier wordt diepgaand nagedacht ten einde inzicht te krijgen in relaties tussen oorzaak en gevolg (in het natuurlijke domein) en in relaties tussen handelen en hun consequenties (in het sociale domein).
149: Om van deze reflectiemodellen herkenbare beelden te vormen heb ik ze een aan de meetkunde ontleende naam gegeven: de punt, de lijn, de driehoek, de cirkel. In schema:

Intellectuele passies OnderzoeksrapportEenheíd in Verscheidenheid
type reflectietype oordeelsvormKompaskwadrant:Culturele evolutie (filosofie)Unificatietheorie:
Cirkelreflectiemodaliteit4. LemniscaatZo beneden, Zo boven7. Zwaartekracht
Driehoekreflectierelatie3. Axis mundiKompaskwadrant6. Tijdsymmetrie
Lijnreflectiekwaliteit2. Kwalitatieve as7. Filosofie en 8. Ethiek5. Spiegelsymmetrie
Puntreflectiekwantiteit1. Kwantitatieve as5. Psychologie en 6. Sociologie4. Materiesymmetrie

178: Wat is begrijpen – en in welke zin is het een intellectuele passie?
179: - samenhang: verbindingen leggen en unificatie aanbrengen ("Zit er systeem in?" "Hoe zijn onderdelen en het geheel verbonden?")
Opmerkelijk is dat de leertheorie van Kolb hier heel wat verwantschap mee vertoont.
196: Het centrale criterium dat steeds terugkwam was “coherentie”, klopt het gezien alle aspecten die in het geding zijn of klopt het niet. De notie van kloppendheid is centraal gesteld in plaats van waarheid als een min of meer rechtstreekse afspiegeling van de werkelijkheid.
Procee haalt Ladislav Hejdaneck aan: ‘Bij hem was waarheid niet zozeer de overeenstemming van een uitspraak met de werkelijkheid als wel iets anders, een lonkend perspectief. En daar werd me duidelijk dat intellectuele passies meer te maken hebben met een poging om in de waarheid te leven dan met het in de greep krijgen van de waarheid.
197: Hij legde de diepere betekenis uit van het begrip ‘in de waarheid leven’.
Het westerse perspectief werd door hem radicaal op z’n kop gezet.’

====

Immaterieel en Materieel ('Duade + Monade', Geloof en Secularisme, Gelijkvormigheid)

Hans Achterhuis De utopie van de vrije markt
‘Hoe een utopisch geloof letterlijk blind kan maken voor de harde feiten, blijkt uit de diepe overtuiging waarmee Alan Greenspan alle economische gegevens die op een kredietcrisis wezen, bewust negeerde.’
Veel mensen denken dat de vrije markt een objectief proces is dat niemand heeft bedacht en uitgevoerd. Niemand lijkt verantwoordelijk te zijn voor de ideologie en de utopie erachter. Er zou geen ‘kapitalistisch manifest’ bestaan.

Rens van Tilburg Treuzelende politici vertragen de trein (Volkskrant 11 februari 2015 p. 26):
De eerste paarse coalities tilde marktwerking en deregulering naar ongekende hoogten. Nederland liep voorop met marktwerking in het openbaar vervoer, de energie-, telecom- en financiële sector. In 1995 werd, tegen het advies van de commissie Verzelfstandiging Spoorwegen in, spoorvervoerder NS afgescheiden van spoorbeheerder ProRail. Zo'n scheiding zou binnenkort verplicht worden in heel Europa, zo was de verwachting. De NS moest naar de beurs en de concurrentie aangaan met buitenlandse vervoerders.
Het vertrouwen dat 'de markt' alles beter en goedkoper zou maken, was eindeloos. Ten grondslag aan dit geloof ligt de notie van de 'survival of the fittest', de samenvatting die de Brit Herbert Spencer muntte van Darwins evolutietheorie. De vrije markt is volgens hem het strijdperk waarop de evolutionaire vooruitgang het hardst gaat, waar soortgenoten elkaar vrijelijk de maat nemen en de zwakke broeders elimineren.
Dit geloof in de zegeningen van de markt is inmiddels flink aangetast door een weerbarstige praktijk. De grootse beloftes uit de paarse jaren zijn veelal niet waargemaakt. De financiële crisis had de laatste twijfelaars moeten overtuigen.
In veel sectoren moet de wissel weer om. Niet omdat concurrentie slecht is, wel omdat je erin kunt doorslaan. Het is zoeken naar de juiste balans tussen concurrentie en samenwerking. Beide hebben zo hun merites, elk tijdvak vereist een eigen mix.
Tegenover Spencers interpretatie van Darwin zette de Russische 'wetenschapper-prins-activist' Peter Kropotkin de notie dat soorten juist succesvol zijn doordat soortgenoten elkaar helpen (Social Darwinism).
Niet de meest egoïstische, maar de meest effectief samenwerkende soorten overleven. Kropotkin kreeg dit idee toen hij in 1882 in het aquarium van Brighton zag hoe verschillende krabben uren bezig waren een ongelukkig op zijn rug terechtgekomen soortgenoot overeind te helpen. Wederzijdse hulp verklaarde volgens Kropotkin het succes van veel soorten: krabben, mieren, bijen, papegaaien, wolven, apen en mensen.

Interview: Historicus Simon Schama prijst solidariteitsbesef van banken in Republiek der Nederlanden
'17de-eeuws Holland, zo moet het' (Robert Giebels Volkskrant 2 juli 2011)
Schama trekt een voor Nederlanders aantrekkelijke conclusie over de financiële crisis: 'Als de wereld het Nederland van de Gouden Eeuw als voorbeeld had gehad, waren we nu beter af geweest.'
Dus we leren het nooit?
'De geschiedenis herhaalt zich, maar nooit exact hetzelfde. Geschiedenis is in contact komen met mensen die al lang dood zijn. Bijvoorbeeld 17de-eeuwse Hollanders. Die tonen dat het wel degelijk mogelijk is om tegelijk welvarend én menselijk én sociaal genereus te zijn.'

Aan elke crisis liggen tegenstellingen, zoals bijvoorbeeld tussen 'Politicals & Professionals', ten grondslag. De weg naar verbetering verloopt nu relatief langzaam omdat de brokkenpiloten elkaar de hand boven het hoofd houden en geen contact meer hebben met de werkvloer. De brokkenpiloten die de problemen hebben gecreëerd moeten zich nu als een ware Baron von Munchhausen aan hun eigen haren uit het moeras trekken. Door het privatiseren van het onderwijs, de wooncorporaties en de zorg heeft de overheid het stuur uit handen gegeven en dreigt de cash cow Nederland volledig te worden uitgemolken. Het zelfreinigend vermogen van de parlementaire democratie gaat daardoor verloren.

Om de in de kosmos verborgen repeterende patronen te duiden maakt Procee in zijn boek ook van de matrixaanpak (p. 11, 12, 116) of met andere woorden van kwadranten gebruik.

Om cultuurverschillen te duiden gebruikt Geert Hofstede in zijn boek ‘Allemaal andersdenkenden, omgaan met cultuurverschillen’ 5 dimensies.
Twee dimensies van Hofstede komen met de twee dimensies van Vrakking en Cozijnsen overeen.

In het boek Organisatiediagnose en organisatieverandering (p. 66) passen Prof. Vrakking en Dr. Cozijnsen de vier cultuurtypen van Harrison in een matrix toe. In de vier kwadranten kan men een schatting maken van de mate waarin een bepaald cultuurtype zich in de betreffende organisatie manifesteert.

Het 5Ddenkraam, de verborgen 5e dimensie, heeft op de levenskunst, de zingeving van het leven betrekking. Voor de mens is de eigen evolutie geen blind proces zonder enige bedoeling. Door de vergaande individualisering en secularisering komen de mensen wel steeds losser van de zingeving, het Goede, Ware en Schone en de van oudsher stabiele sociale netwerken in de maatschappij te staan.

====

Kenner, Kenproces en Kenproduct (Triade, Drie aanzichten, Drie domeinen, AOS-concept)

Vyasa in de Bhagavad Gita hoofdstuk 18a Verzaking overeenkomstig de kwaliteiten en de oorzaken van het karma (p. 93):
(18) Wat aanzet tot handelen zijn de drie factoren van de kenner, de kennis en het gekende, terwijl de werker, het werken en de werkende zintuigen, de drie onderdelen vormen waar het met het karma allemaal op aankomt.

J.Krishnamurti: "De maatschappij is niet anders dan jij - jij bent de maatschappij. De maatschappelijke structuur is de structuur van jouzelf. Dus als je begint jezelf te begrijpen, dan begin je de maatschappij te begrijpen waar je in leeft. Die twee zijn niet elkaars tegengestelde. Voor een religieus mens gaat het er dus om een nieuwe manier van leven te ontdekken, van in deze wereld te leven, en een transformatie teweeg te brengen in de maatschappij waarin hij leeft. Want door zichzelf te veranderen verandert hij de maatschappij" (Bombay, 10 februari 1965)

Begrijpen is volgens Spinoza de dingen zien in hun ‘logische afhankelijkheid’. Carl Jung noemde, een modaliteit die er eenvoudigweg is, zonder oorzaak, ‘acausale geordendheid’. Het begrip toeval (synchroniciteit) wordt in verband gebracht met ‘logische afhankelijkheid’ en ‘acausale geordendheid’ (Karma-Nemesis).

Roger Scruton (Volkskrant 14 juni 2008):
Ook het onderwijs is in de ban van het instrumentele denken. Er wordt gedacht dat onderwijs nuttig moet zijn voor het kind. Een misvatting zegt Scruton die voortkomt uit het denken van de Amerikaanse filosoof John Dewey die pleitte voor child centred learning. (In Nederlands onderwijsjargon heet dat: ‘de leerling centraal’.) Scruton: ‘Maar het onderwijs is er helemaal niet voor het kind. Het is precies andersom: het kind is er voor het onderwijs.’

Kennis ontstaat door de integratie (Gnosis) van de relatie 'kenner en het gekende zijn één' (knower, het proces van knowing en know) geworden. Of zoals Ianthe Hoskins het uitdrukt: ‘U bent DAT’. Het biedt zijn zoekende geest het verenigde beeld van een Plan, dat tegelijkertijd de oorzaak, het doel en de methode van de reis van de mensheid aangeeft.. Het samenvallen van de triade correleert ook met de uitspraak van Robbert Dijkgraaf dat de mens slechts een onmisbare schakel in de ultieme cirkelredenering is.
De waarnemer en het waargenomene zijn uiteindelijk één en hetzelfde. Robbert Dijkgraaf duidt met de mens als schakel tussen wetenschap en natuur op het fenomeen van waarnemer en waargenomene. Net als Simon Vinkenoog plaatst hij de mens in de ultieme cirkelredenering van de Eeuwige wederkeer centraal.
Of met andere woorden (Wim van den Dungen Sepher Yetzirah): Indien we 'sepher' met ruimte en 'sephar' met tijd vergelijken, dan betreft 'sippur' (of 'communicatie') de 'quintessense' of 'vijfde dimensie'.

Het onderwijs is het overbrengen van kennis, vaardigheden en attitudes met vooraf vastgelegde doelen.
Een vaardigheid is het vermogen om een handeling bekwaam uit te voeren of een probleem juist op te lossen.
Learning to learn (Metacognitie, Meta-leren)
Learning is an integral part of everyday life. The skill of knowing how to learn is a must for everybody and is the key to acquiring new skills and sharpening the ability to think through problems. It opens the door to other learning. Study smarter - not harder. A secondary benefit of learning how to learn is that it empowers the learner's ability to develop a measurable task repeatedly.

Arthur D'Adamo geeft in zijn boek Science Without Bounds A Synthesis of Science, Religion and Mysticism (p. 140):
But what is triad of knower, knowing, and known?
Second-hand knowledge has three elements: the knower, the act of knowing, and the known. For example, when someone acquires second-hand knowledge of God through scripture, the "known" is the scripture, the knowing involves reading and understanding, and the person reading the scripture is the knower.

Herrmann, Jung, Kolb en Leary
Het meervoudig brein-model van Herrmann, het typologisch model van Jung, het model van leerstijlen van Kolb en de roos van Leary (en wellicht nog andere modellen) lijken ergens allemaal op elkaar.
De belangrijkste overeenkomst is dat deze modellen allemaal uitgaan van twee dimensies, waartoe verschillen tussen mensen te herleiden zijn.
- Bij Kolb is dat de dimensie concreet-abstract en de dimensie actief-passief
- Bij Herrmann is sprake van de dimensie ratio-emotie en de dimensie van orde-chaos
- Bij Jung is dat de dimensie intuïtion-sensation en de dimensie feeling-thinking
- Bij Leary is sprake van de dimensie boven-onder en de dimensie samen-tegen

====

Cybernetica (Interdisciplinair, Evolutionaire kringloop, Tetrade, Kwadranten)

De basis van elk leerproces (internalisering) is: ‘Wat’ moeten we aan ‘Wie’, ’Wanneer’ en ‘Hoe’ leren, en ‘Waarom’ vinden we dat?
Het basismodel van de cybernetica past de vraagstelling toe welke middelen, Hoe (Invoer), Wanneer (Verwerking), Wat (Uitvoer) en Waarom (Besturing) hiertoe ter beschikking moeten worden gesteld. Het gedrag van een systeem kan aan de hand van deze vier soorten variabelen en relaties daartussen worden beschreven. De besturingsvariabelen zorgen voor het beheersen van het systeem. Er vindt op basis van de aan de uitvoer gestelde eisen een regelmatige terugkoppeling plaats.

De kwaliteitscirkel Plan–Do-Check–Act van Deming kan met het populaire cybernetische model worden vergeleken.

Voor het bereiden van een maaltijd gebruiken Lucas Derks & Jaap Hollander in het boek Essenties van NLP (p. 88, 92) het TOTE-model (Cybernetica).
Voor het bereiden van een maaltijd wordt in dit geval van het principe van de Triade gebruik gemaakt. De maatijd het 'Wat' staat tegenover het gebruik van de kookpan het 'Hoe'. de schakel tussen wat en hoe is het recept.
Triade: Het recept, de blauwdruk (levensbeginsel) zorgt voor evenwicht tussen doel en middel, tussen Wat en Hoe, Ruimte en Materie.
Tetrade: Voor het bereiden van een smakelijke maaltijd is het beoordelen van de ingrediënten en eventueel extra toe te voegen kruiden van belang.
Om de bereikte toestand te kunnen beoordelen is een criterium, een doel, het Waarom nodig.
In het TOTE-model wordt een vierde dimensie, namelijk het terugkoppelingsmechanisme toegevoegd. Het besturingsparadigma wordt aan de hand van drie aanzichten besproken.

In de kern komt het neer op het trekkermechanisme ("nieuwe hersenpaden") van Prof. van Peursen
Om onze waarneming, leergedrag, opmerkzaamheid, logisch redeneren, herinneren, dromen te verklaren vergelijkt Prof. van Peursen in zijn boek Cultuur in stroomversnelling uit 1975 de werking van de hersenprocessen met het zogenaamde ‘trekkermechanisme’.

Centraal (p. 100) in het boek van Procee staat het leidinggevende paradigma, de disciplinaire matrix van Kuhn. Deze matrix weerspiegelt het basisprincipe van de cybernetica, Hoe (Invoer), Wanneer (Verwerking), Wat (Uitvoer) en Waarom (Besturing).

Model van Sturing en Zelfsturing
Binnen een organisatie gaat het om de balans tussen sturing op de wijze van werken en zelfsturing door de professionals.

In de systeemleer staat de ‘4’ voor het terugkoppelingsmechanisme, dat op de invoer, de verwerking en de uitvoer volgt. De hemelse ‘1 2 3’ ontstaat wanneer de aardse ‘4’, het terugkoppelingsmechanisme harmonie creëert. Dit terugkoppelingsmechanisme heeft op de levenskunst, de zin van het leven betrekking. Een tipje van de sluier wordt opgelicht. De driehoek van Pythagoras is nog steeds actueel. Het ultieme ordeningsprincipe, de negentropie is al millennia bekend.

De kwintessens van het verhaal is dat om een duurzame samenleving te creëren er maar een pedagogische hoofdroute is. Het rapport 'E i V' gaat er vanuit dat Pythagoras met zijn wiskunde (1 + 2 + 3 + 4 = 10) de kwintessens van de zichzelf herhalende patronen van interferentie al te pakken had.

De crux van het rapport ‘E i V’ zit in de relatie tussen essentie (wezen) en existentie (bestaan), tussen het zondebokmechanisme, de Wet van analogie en het marktmechanisme of met andere woorden tussen heer en slaaf (politicals en professionals) respectievelijk tussen verkoper en koper. De waarheid over het zondebokmechanisme leert ons om te kijken vanuit het standpunt van de vervolgden in plaats van dat van de vervolgers.

====

Snaartheorie en Unificatietheorie (Éne werkelijkheid, ’Levensatoom en Atoom', Eeuwige nu)

Robbert Dijkgraaf (NRC 27 december 2008: De architectuur van ons brein bepaalt en beperkt de wetenschap - Er is geen wiskunde zonder de mens - daar kwam ik achter): De mens is slechts een onmisbare schakel in de ultieme cirkelredenering.
Het wekt verwondering dat in de snaartheorie het verschijnsel mens, het brein volledig wordt buitengesloten.

Graag citeer ik het boek Intellectuele passies van Henk Procee (p. 26) dat er nog een intellectuele capaciteit nodig is, een capaciteit die van een geheel andere orde is. En wel het vermogen om te bepalen welke regels (theorieën, concepten) van toepassing zijn in een bepaalde situatie of bij een bepaald probleem.

Snaartheoretische fantasie
Het is frappant dat in 'De compositie van de wereld' onze eigenste Harry een Groot Punt maakt van:
- de betekenis van de ontdekking van de relatie tussen snaarlengte en toonhoogte door Pythagoras, zijnde de allereerste ontdekking, de oervondst, inzake het verband tussen de tastbare wereld en de wereld van de wiskunde (de getallen). Mulisch zal wel natte dromen hebben[*] van de snaartheorie als eindstadium van de ontwikkeling die in gang is gezet door Pythagoras, die overigens ook met de (cultus van) de mythische Orpheus in verband wordt gebracht. En: "Pythagoras was one of the first to speculate that human life begins with a blend of male and female fluids" en "Pythagoras allowed women to function on equal terms in his society".

Vandaar dat nogal wat theoretische natuurkundigen, waaronder een aantal Nobellaureaten natuurkunde, hun twijfels hebben over de status van de snarentheorie: is het wel meer dan fantastische wiskunde? Zo stelt Martinus Veltman (Nobelprijs natuurkunde 1999): “De snaartheorie is een religie en daarom irrelevant voor de wetenschap.”[3] Hij stelt ook dat de snaartheoretici “decennialang doorrommelen met een theorie die geen contact maakt met de werkelijkheid.” [4]

De getallen 3 (mannelijk) + 4 (vrouwelijk) = 5 (vijfpuntige ster van leven, Prana). Het pentagram met haar spits naar boven gericht is spiritueel en staat in het occultisme symbool voor de ‘rechterhand’. Discipelen van Pythagoras konden het pentagram in één beweging tekenen. Door de gulden snede-verhouding kun je het symbool tot in het oneindige doortrekken.

De causale snaartheorie komt een stapje verder wanneer wetenschappers bereid zijn met de acausale, de geestelijke keerzijde van de medaille rekening te houden.
De oplossing van de unificatietheorie wordt niet gevonden in het elementaire deeltje maar in de ruimte die de elementaire deeltjes van elkaar scheidt.

Deze stelling is gebaseerd op De Geheime Leer, Deel I p. 563: ‘De kracht is daarom niet in het atoom maar in de ruimte die de atomen van elkaar scheidt (neutrale centrum, eros = fohat). Evolutie vindt door emanatie plaats. In supersymmetrie heeft ieder elementair deeltje een zogenaamde supersymmetrische partner. De elektromagnetische spanning (noumenon, universele levensbeginsel, Krachten – bewegingsvormen of intelligenties?) tussen twee polen bestaat echt.
DGL, Deel I p. 665: In het eerder aangehaalde boek van Wolf1 over sterrenkunde onderschrijft de auteur volledig de theorie van Kant, en deze theorie doet, zo niet in haar algemene aspecten, dan toch in elk geval in enkele opzichten, sterk denken aan bepaalde esoterische leringen. 1) ‘Les hypothèses cosmogoniques. Examen des Théories Scientifiques modernes sur l’Origine des Mondes, suivi de la Traduction de la Théorie du Ciel de Kant.’
667: Deze laatste leer is niet helemaal de onze – toch zijn die theorieën van Kant even metafysisch en transcendentaal als welke occulte leer ook; en meer dan één wetenschapper zou ze evenals Wolf aanvaarden, als hij maar ronduit zijn mening durfde te zeggen. Van dit denkvermogen en deze ziel van de zonnen en de sterren volgens Kant, is het maar één stap tot het mahat (denkvermogen) en prakriti van de Purāna’s.

De i t/m xii experimenteel (min of meer) bewezen effecten van de werkzaamheid van de ether, vormen de materiële tegenhanger van de vijf eigenschappen, de imaginaire 5e dimensie (wortel -1) van het bewustzijn.

Of met andere woorden door de werkelijkheid verkeert te interpreteren kom je niet tot goede oplossingen. Omdat de snaartheorie slechts de materiële kant behandelt mag niet worden verwacht dat deze theorie over de éne werkelijkheid uitsluitsel geeft. Door alleen beide complementaire kanten - natuurwetenschappen en geesteswetenschappen - van de éne werkelijkheid te belichten komt de unificatietheorie een stapje verder. Het betekent wel dat het nuttig is om de chaostheorie in de beschouwingen te betrekken.

Uitgangspunt daarbij is dat de CPT symmetry - Materiesymmetrie ('Hemel en Aarde', 'Macrokosmos en Microkosmos'), Spiegelsymmetrie (Wederkerigheid) en Tijdsymmetrie - met de drie eigenschappen van fractals - gebroken dimensie, zelfgelijkvormigheid en iteratie – correleren.

Ervin Laszlo geeft op p. 145 van zijn boek CHAOSPUNT aggregatieniveaus (taxonomische rangen) van verschillende biologische systemen. De systemen op het hoogste niveau hebben als kenmerk, de grootste complexiteit gemeen.
Ervin Laszlo vergelijkt complexe systemen met de kruiskatalytische systemen van Ilya Prigogine.

Ervin Laszlo en Jude Currivan boek KOSMOS een integrale visie op de wereld (p. 71):
Non-lokaal bewustzijn is bewustzijn dat aan ruimte en tijd ontstijgt en openstaat voor ervaringen die voor onze beperkte fysieke zintuigen ontoegankelijk zijn.
Hoofdstuk 7 Coherentie
112: Een andere onderzoekspionier op het gebied van het menselijk bioveld is de biofysicus Fritz-Albert Popp. Samen met zijn collega’s van het International Institute of Biophysics onderzocht Popp jarenlang een ander aspect van het bioveld, bestaande uit de emissie van licht (biofotonen).

De bevindingen van Popp zijn door Herbert Fröhlich (Fröhlich coherence) en Ilya Prigogine bevestigd.

Met de kernbegrippen Non-lokaliteit, Complementariteit, Verstrengeling, Kwantumcoherentie, Onzekerheidsprincipe, Superpositie en IJktheorie uit met name de kwantummechanica is het mogelijk het verschijnsel non-dualiteit 'non-lokaal en lokaal' ('Geest en Lichaam') van het Akasha-veld, de ‘spontane generatie’ te duiden. In de boeken van Ervin Laszlo worden deze begrippen uitgebreid besproken. Non-lokaliteit betekent dat er los van de afstand op elk moment verbondenheid is met het bewustzijn van anderen.

De geschiedenis leert dat de oplossing van de unificatietheorie, het levensmysterie al millennia bekend is. Het hangt er alleen maar vanaf hoe je het probleem formuleert. Hoe selectief zijn we als waarnemer?

De overlevingsstrategie, survival of the fittest heeft op goed en kwaad, de grondbeginselen van de ethiek die nooit veranderen betrekking. Binnen de zeer lange tijdperken van de mensheid zijn er voortdurend opkomende en neerdalende perioden van 'wijsheid'.

Caroline de Westenholz Heliogabalus en de Vlam van de Lust (Deel V) Het verhaalt van een geheime esoterische doctrine die zou zijn overgeleverd door een reeks van Grote Ingewijden door de eeuwen heen: Rama, Krishna, Hermes, Mozes, Orpheus, Pythagoras, Plato en Jezus. Het concept is echter het bekendst gebleven door de activiteiten van mevrouw Blavatsky, wier theosofie of ‘goddelijke wijsheid’ immers op hetzelfde principe is gebaseerd.

Blavatsky: "Als je denkt dat je uit De Geheime Leer een bevredigend beeld van de samenstelling van het universum kunt krijgen, dan zal deze studie je alleen maar verwarren. Het boek is niet bedoeld om zo'n definitieve uitspraak te doen over het bestaan, maar om je in de richting van de Waarheid te leiden".

====

Kwintessens (Interdisciplinair, Moraal van het verhaal, Morele kompas, Ommekeer)

Manual II: Not to act "with logos" is contrary to Godd’s nature.

Procee, p. 114: Dat alles mondt uit in de inmiddels bekende dubbelslag dat epistemologische verantwoordelijkheid niet alleen betrekking heeft op het zo goed mogelijk presenteren van onderzoek, maar tevens op een onderzoek naar de achtergronden.

Als we de zaken werkelijk willen veranderen dienen we aan het geestelijke kapitaal meer aandacht te besteden. In het 5D-concept zijn de 'metafysica, het bovennatuurlijke en de fysica', 'geestkunde en natuurkunde', 'Bewustzijnsevolutie en Evolutietheorie', 'Unificatietheorie en Snaartheorie', twee complementaire kanten van één medaille. Het is het projectiemechanisme, de spiegelsymmetrie die beide met elkaar verbindt.

 

Om de verborgen 5e Dimensie te duiden wordt naast het "an sich" van Kant ook veelvuldig van de allegorie van de grot van Plato en van Jenseits gebruik gemaakt. H.P. Blavatsky past de metafoor van de toverlantaarn toe. Het is het gezonde verstand, de oordeelskracht die een brugfunctie vervult tussen de theoretische en praktische rede.

Roberto Assagioli, boek Psychosynthese, p. 29: Het bewuste zelf of ‘Ik’ (centrum, centraal punt in het ‘ei’ van Assagioli): Vanuit een bepaald gezichtspunt kan men dit verschil vergelijken met het verschil dat er bestaat tussen het witte, verlichte scherm (Weerkaatsing, Toverlantaarn, Tetragrammaton), èn de verschillende beelden die erop geprojecteerd worden. …zij vereenzelvigen zichzelf met die opeenvolgende golvingen, met de steeds veranderende inhouden van hun bewustzijn (identificatie en dis-identificatie).

Primair draait het om emanationisme (dharma, tao, wederhelft), het 'en-en', het complementaire open systeem denken dat ook in het Westen toepassing vindt.

Ockhams scheermes geldt voor: Cultuursociologie bevindt zich op het snijpunt (emanationisme) tussen Cultuurwetenschappen en Sociologie, Evolutiebiologie tussen Evolutie en Biologie, Culturele psychologie tussen Cultuurwetenschappen en Psychologie, Sociobiologie tussen Sociologie en Biologie, Evolutiepsychologie tussen Evolutie en Psychologie, Paleontologie tussen Geologie en Biologie, Geochemie tussen Geologie en Scheikunde en Geofysica tussen Geologie en Fysica. Door de convergentie van twee disciplines ontstaat synthese. Uiteindelijk draait het om het onderzoek dat betrekking heeft op de relatie tussen Unificatietheorie en Eenheid in Verscheidenheid.

De derde discipline, de Derde weg in de psychologie van Roberto Assagioli - eenheid der tegendelen - creëert synthese, die ongetwijfeld op de verbijzondering van de twee oorspronkelijke vakgebieden zijn weerslag zal hebben. Door alleen beide complementaire kanten, de ‘Natuurwetenschappen en Geesteswetenschappen’ van de éne werkelijkheid te belichten komt de unificatietheorie een stapje verder. In essentie draait het om dit mechanisme, de twee kanten – Unificatietheorie en Snaartheorie; - van een medaille. In het boek Een vorm van beschaving van Klaas van Egmond staat de Axis mundi voor de verbinding tussen de materiële en immateriële wereld.

De Axis mundi (p. 70) in het boek Een vorm van beschaving van Klaas van Egmond - de verbinding tussen materiële en immateriële behoeften (p. 191) of oriëntaties (p. 203) - komt centraal te staan. Het gaat er uiteindelijk om hoe kunnen we op basis van het ‘integrale’ mens- en wereldbeeld (p. 272) vraag- en aanbodzijde, zowel voor de korte als voor de lange termijn, zo goed mogelijk op elkaar afstemmen.
De vraag komt naar voren in hoeverre de materiële wereld, de
'natheid van water' die Erik Verlinde onderzoekt de kloof tussen de immateriële wereld van Laozi, 'De volledigheid is als water' zal overbruggen? Elk mens is als het ware een druppel in een oceaan van leven.

Zowel Klaas van Egmond in zijn boek Een vorm van beschaving (p. 55) als Gerrit Teule in het boek Wat Darwin niet kon weten (p. 133) maken van i (wortel -1), de imaginaire 5e dimensie 'Weltstoff' (Materie-bewustzijn) gebruik.

Het boek van Procee geeft net als het rapport ‘E i V’ een nieuw perspectief op een oud vraagstuk. Primair gaat het om de kwaliteit van het recept, de Nieuwe levensrichting, het AOS-concept, BON, het Vierde Model of het Nieuwe Denken. Het rapport ‘E i V’ beoogt net als deze 'probleemgestuurde' modellen probleem en oplossing dichter bij elkaar te brengen. We zitten in ons eigen wereldbeeld gevangen. Het outside the box-denken dient meer centraal te staan.

De crux in het boek van Henk Procee ligt volgens mij verborgen in de symboliek van het puzzeltje (p. 35). De linker en rechter driehoek in de puzzel geven de Tetractys van Pythagoras weer. Het Heelal wordt van binnen naar buiten bestuurd en geleid. Zoals boven, zo is het ook beneden, zoals in de hemel, zo ook op aarde; en de mens – de microkosmos en het verkleinde evenbeeld van de macrokosmos – is de levende getuige van deze universele wet en van haar manier van werken. De centrale figuur van zeven punten in de driehoek, een zeshoek omsluit het Zegel van Salomo of de Davidster. De drie te verplaatsen sterretjes staan voor de logos (het woord), de eeuwig durende beweging, van boven naar beneden en vice versa. Volgens dit aan Hermes Trismegistos toegeschreven inzicht komen de dingen boven overeen met de dingen beneden, de innerlijke dingen met de uiterlijke dingen, en omgekeerd.

 

Om de waarheid te achterhalen is er volgens Pythagoras - in verband met de supersymmetrie in de schepping - geen complexe wiskunde nodig. Om de 10 dimensies weer te geven is de gebruikte wiskunde van het metrieke stelsel eenvoudiger dan bij de snaartheorie. Er behoeft slechts tot tien te worden geteld.

De 1e, 2e en 3e Logos komen met de scheppende orde 'Kether, Chockmah & Binah' (‘Wijsheid & Verstand’, ‘Passer & Winkelhaak’), de weerkaatsing van En-soph (Dat en Dit) overeen.

Het is de gebroken symmetrie, de wet van Snellius die laat zien wat op het grensvlak tussen twee media met verschillende dichtheden ('Aether en Ether') plaatsvindt.

Aristoteles, leerling van Plato heeft beschreven dat het er in het leven om gaat het juiste midden te vinden tussen twee extremen. Het menselijk verstand begrijpt de dingen slechts door contrast. In alles ligt het tegendeel besloten. Kortom, het dualisme is een kunstmatig door het denken aangebrachte scheiding, die in feite niet bestaat. De ‘Gulden middenweg’, is een bewustwordingsproces, dat er van uitgaat dat de waarheid in het midden ligt.
Mede door toedoen van Aristotes kwam het accent op de waarneembare buitenwereld te liggen.
Blavatsky stelt dat de alfa en omega van de mystieke gedachte –na Pythagoras door toedoen van Aristoteles veel minder betekenis kreeg.

Voor Aristoteles is een deugd het midden (Grieks: meson) tussen twee ondeugden in, het te weinig en het te veel. Moed is bijvoorbeeld het midden tussen lafheid (een gebrek aan moed) en overmoed (een te veel aan moed). In het kwadrant van Ofman geeft de negatieve as de twee ondeugden, het verdeeld-zijn op aarde en de positieve as de ongemanifesteerde werkelijkheid, het één-zijn, de complementariteit in de hemel weer. Of met andere woorden alle verschijningsvormen komen uit de achterliggende non-duale werkelijkheid voort. Het Yin/Yang-symbool is een ander veel gebruikt model om het en-en’/‘of-of’ mechanisme (Alles divergeert en moet ook weer convergeren) te duiden.

René Girard wijst op de betekenis van Plato’s opvattingen over de menselijke imitatie (mimese, projectiemechanisme). Iedere menselijke begeerte mimetisch van aard is, en dus altijd bemiddeld (via de ander) tot stand komt. Deze driehoeksbegeerte werpt een nieuw en verhelderend licht op de menselijke betrekkingen van bewondering, rivaliteit en haat: willen wat de ander wil en begeren wat de ander begeert. De geestelijke wereld is werkelijk, de zintuiglijke is een illusie, want veranderlijk. Men moet zich volgens Plato richten op het geestelijke en streven naar de hoogste wijsheid, namelijk die van het Goede, het Ware en het Schone.

W.B. Yeatswas admitted into the Golden Dawn in March 1890 and took the magical motto Daemon est Deus inversus—translated as Devil is God inverted or A demon is a god reflected.27
27) Daemon est Deus inversus is taken from the writings of Madame Blavatsky in which she claims that "...even that divine Homogeneity must contain in itself the essence of both good and evil", and uses the motto as a symbol of the Astral Light.

Socrates toont zich met zijn dialogen een evenwichtskunstenaar. Socrates is leraar noch meester.

De Socratische dialoog biedt een handvat om door het stellen van de juiste vragen dichter bij de waarheid, een synthese, een oplossing te komen. Een inzicht dat daarbij zeker helpt beschrijft Procee tot slot ‘in de waarheid leven’ van Vaclav Havel. Graag sluit ik me bij deze missie aan.

====

COMMENTAAR:
Procee maakt in zijn boek van de tweedeling (dichotomie), driedeling en de matrixaanpak gebruik. Het zijn juist deze doorsneden die Pythagoras in zijn driehoek (1 + 2 + 3 + 4 = 10) heeft verwerkt. In hoofdstuk 6 bespreekt Procee het reflecteren, Reflecteren als leren van fouten (trial & error, p. 138), Reflecteren als bevrijding (p. 140) en de Cirkelreflectie (p. 164). "Urteilskraf"tonderwijs (p. 145) heeft net als negentropie op een open systeem, een dissipatief systeem betrekking. Dit patroon zit ook in DGL verweven, dat met behulp van de driehoek van Pythagoras, de levensboom (Darshanas) tot uitdrukking wordt gebracht. De relatie, de brug tussen het Westerse - en Oosterse denken wordt daarmee zichtbaar gemaakt. Dit is niet geheel verwonderlijk omdat zowel in het boek van Procee als in DGL naar dezelfde eminente wetenschappers als Socrates Plato, Aristoteles, Kant en Hegel wordt verwezen.

Procee maakt - net als DGL - van de meetkundige symbolen de punt, de lijn, de driehoek en de cirkel gebruik.

In de loop der eeuwen is een veelvoud (Plato, Socrates, Anselmus van Canterbury, Thomas van Aquino, Immanuel Kant, René Descartes, Kurt Gödel) aan Godsbewijzen uitgewerkt. Maar ook de stelling van Gödel is door de één-op-één relatie bijectie niet waterdicht.

Met hun filosofische invalshoek leggen zowel Prigogine als Procee een link tussen het Westerse en Oosterse denken, tussen Darwin èn God (Trouw, 8 december 2008).

Het universele bewustzijn (eenheidsbewustzijn) in de schepping maakt het voor de mensheid mogelijk het goddelijke bewustzijn te weerspiegelen (spiegelsymmetrie, weerkaatsen). Volgens Pythagoras heeft geluid, de trillingsfrequentie op de muziek van de sferen (musica universalis) betrekking.

Volgens Johannes Kepler bestaat de verbinding tussen geometrie, kosmologie, astrologie, harmonie en muziek door de musica universalis. Door het schone van bijvoorbeeld kunst en muziek met anderen te delen kunnen tegenstellingen worden overwonnen. Een topmusicus beheerst niet alleen de techniek om zijn instrument te bespelen, maar hij weet ook een compositie op een authentieke wijze te interpreteren. De taal van muziek, de 'muziek van de sferen' is universeel. Het 5D-concept laat net als de levensboom en het enneagram zien dat het goede nieuws is dat er een zelfregulerend (zelfgenezend - en zelfreinigend) vermogen in het universum zit ingebakken. Het gaat er om de schijnwaarheden in het leven, de ingebakken clichés te demystificeren.

Maar we moeten er rekening mee houden welk concept, meta-model (metacognitie) of abductie we ook gebruiken het blijft een onvolledige afspiegeling van de éne werkelijkheid. Of zoals Korzybski stelt: The map is not the territory.

In essentie behandelt het rapport ‘E i V’ het mechanisme ‘en-en’/‘of-of’ (‘God en Darwin’/’God of Darwin’, ’Eenheid’/‘Gebroken symmetrie’, 'Emergentie'/'Decompositie' ('Emergence'/'Quantum decoherence'), ‘Monade’/’Duade’), de twee kanten van een medaille. Het is de ziel (psyche) die de twee kanten van een medaille met elkaar verbindt. Voor 'God en Darwin' kan ook gelezen worden 'Geloof en Rede' (Geloof en Secularisme). Zowel Mozes Maimonides (1135 – 1204) als Raymond Lull (1232 – 1315) zijn wetenschappers, die zich al intensief hebben toegelegd op het schijnbaar onoplosbare conflict tussen geloof en wetenschappelijke kennis. Mozes Maimonides (BRES nr. 268 juni/juli 2011) in zijn boek Gids der verdoolden en Raymond Lull in zijn hoofdwerk Ars Generale Ultima.

De 1e grondstelling in DGL gaat over wat rechts van de balk staat aangegeven (Procee, p. 23), de werkelijkheid "an sich".
In plaats van verbeeldingsvermogen (Procee, p. 48) maakt Blavatsky in DGL van het begrip verbeeldingskracht gebruik.
In het rapport ‘E i V’ gaat het net als in het boek van Procee (p. 56/57) niet om een inzicht in het bijzonder, maar om een mengvorm van allerlei stijlen (Procee p. 86), uiteindelijk om een synthese van alle denkstijlen (Darshanas).
Procee past inversie bij de De nieuwe retorica (p. 118) toe. DGL spreekt over Demon est deus inversus (ommekeer).
Procee maakt in hoofdstuk 6 Reflecteren (p. 149) van een meetkundige systematiek gebruik. Blavatsky past in de DGL Deel I, p. 349 (zie onder) een analoge stijl (wet van analogie, Procee, p. 86) toe.
Het lijkt er op dat "universeel gehoor" in het boek van Procee met de Musica universalis kan worden vergeleken. Het impliceert dat het nieuwe paradigma op een oude wijsheid berust.

Chaïm Perelman & Lucie Olbrechts-Tyteca The New Rhetoric Theresa Enos &Stuart C. Brown Defining the New Rhetorics

Paracelsus is claimed by the Fraternitas Rosae Crucis to be the true identity of the mythical alchemist Christian Rosenkreutz who was the major figure in the Fama Fraternitatis published in 1614 in Germany, which at the time caused excitement throughout Europe by declaring the existence of a secret brotherhood of alchemists and sages who were preparing to transform the arts, sciences, religion, and political and intellectual landscape of Europe while wars of politics and religion ravaged the continent. Divergent views believe Rosenkreuz to be a pseudonym for a more famous historical figure like Francis Bacon.

Blavatsky: (d) Het vierde en laatste basis-idee dat je moet vasthouden is dat wat uitgedrukt wordt in het grote Hermetische axioma. Het somt alle anderen op en vat ze samen:
Zo binnen, zo buiten
zo groot, zo klein
zo boven, zo beneden
er is slechts één Leven en Wet
en de besturende Kracht is één
Er is geen binnen, geen buiten
geen groot, geen klein
geen hoog, geen laag
in het goddelijk bestel

De Geheime Leer Deel I, Enkele vroegere theosofische misvattingen over planeten, ronden en de mens(p. 194):
Vanaf het begin is verklaard en daarna herhaaldelijk bevestigd: (1) dat geen enkele theosoof, zelfs niet als aangenomen chela, – en dus in geen geval een lekenleerling – kon verwachten dat de geheime leringen hem grondig en volledig zouden worden verklaard, voordat hij zich onherroepelijk en plechtig aan de Broederschap had verbonden en tenminste één inwijding had ontvangen, omdat aan het publiek geen cijfers en getallen kunnen worden gegeven, want cijfers en getallen zijn de sleutel tot het esoterische stelsel; (2) dat wat werd geopenbaard, slechts de esoterische binnenkant was van wat is neergelegd in bijna alle exoterische geschriften van de wereldreligies – in het bijzonder in de Brahmana’s, en de Upanishads van de Veda’s en zelfs in de Purana’s.
196: ‘Leid het leven dat noodzakelijk is voor het verkrijgen van die kennis en vermogens, en wijsheid zal vanzelf tot u komen. Steeds wanneer u in staat bent om uw bewustzijn af te stemmen op een van de zeven snaren van het ‘universele bewustzijn’; die snaren die zijn gespannen op het klankbord van de Kosmos en die trillen van eeuwigheid tot eeuwigheid; wanneer u ‘de muziek van de sferen’ grondig hebt bestudeerd, pas dan zult u geheel vrij zijn om uw kennis te delen met hen met wie dit veilig is. Maar wees intussen voorzichtig. Geef niet de grote waarheden, die het erfdeel zijn van de toekomstige rassen, aan onze tegenwoordige generatie. Probeer niet het geheim van het zijn en het niet-zijn te onthullen aan hen die niet in staat zijn de verborgen betekenis te begrijpen van het ZEVENSNARIGE ''instrument van Apollo – de lier van de stralende god: in elk van haar zeven snaren wonen de geest, de ziel en het astrale lichaam van de Kosmos, waarvan nu alleen de schil in handen van de moderne wetenschap is gevallen. . . . H.P. Blavatsky: Geheime Leer Deel I Stanza 7. De voorvaderen van de mens op aarde (p. 263):
Als de occultist dus zegt, dat de ‘duivel de schaduwzijde van god is’ (het kwaad, de keerzijde van de medaille), bedoelt hij niet twee afzonderlijke werkelijkheden, maar de twee aspecten of facetten van dezelfde Eenheid.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 2 De mysterietaal en haar sleutels (p. 349):
Als we hiervan uitgaan, kunnen we gemakkelijk begrijpen hoe de natuur zelf de oorspronkelijke mensheid, ook zonder de hulp van haar goddelijke leraren, de eerste beginselen van een numerieke en meetkundige symbolentaal heeft kunnen bijbrengen. Men ziet dan ook, dat in ieder archaïsch symbolisch geschrift getallen en figuren worden gebruikt om gedachten uit te drukken en vast te leggen. Ze zijn steeds dezelfde, met slechts een paar variaties, die voortkomen uit de eerste figuren. Zo werden de evolutie en het onderlinge verband tussen de mysteries van de Kosmos, van de groei en de ontwikkeling daarvan – geestelijk en stoffelijk, abstract en concreet – het eerst opgetekend in meetkundige vormveranderingen. Iedere kosmogonie begon met een cirkel, een punt, een driehoek en een kubus, tot en met het getal 9, waarna het getal werd samengesteld uit de eerste lijn en een cirkel – de mystieke decade van Pythagoras, de som van alles, die de mysteries van de hele Kosmos betreft en tot uitdrukking brengt.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 12 De theogonie van de scheppende goden (p. 475):
In de theogonie van Pythagoras waren de hiërarchieën van de hemelse menigten en goden genummerd en werden met behulp van getallen uitgedrukt. Pythagoras had de esoterische wetenschap in India bestudeerd, daarom zeggen zijn leerlingen: ‘De monade (de gemanifesteerde) is het beginsel van alle dingen. Uit de monade en de onbepaalde duade (de Chaos) kwamen getallen voort; uit getallen, punten; uit punten, lijnen; uit lijnen, oppervlakken; uit oppervlakken, lichamen; hieruit vaste lichamen met vier elementen – vuur, water, lucht, aarde; uit al deze, omgezet (en in wisselwerking staand) en totaal veranderd, bestaat de wereld.’ (Diogenes Laertius in Vit. Pythag.)
De Geheime Leer Deel I hoofdstuk 6 De maskers van de wetenschap (p. 575):
De oude ingewijden kenden geen ‘wonderbaarlijke schepping’, maar leerden de evolutie van atomen (op ons fysieke gebied) en hun eerste differentiatie uit laya tot de protyle, zoals Crookes de stof of de oersubstantie aan de andere zijde van de nullijn veelbetekenend heeft genoemd: daar waar wij de Mūlaprakriti plaatsen, het ‘wortel-beginsel’ van de wereldstof en van alles in de wereld.
Deel I hoofdstuk 6 De zonnetheorie (p. 608):
Een achtvorm (8) of dubbele lus kan men tot een zigzaglijn verkorten en ook tot een spiraal, en deze voldoet aan alle eisen van het probleem.
Een dubbele lus voor de neerwaartse evolutie, van geest naar stof; een andere spiraalvorm misschien op het weer-involuerende pad naar boven, van stof naar geest, en het noodzakelijke geleidelijke en uiteindelijke weer opgaan in de layatoestand, wat de wetenschap op haar eigen manier noemt ‘het wat elektriciteit betreft neutrale punt’, enz., ofwel het nulpunt (Z.P.F.).

De Geheime Leer Deel II, Stanza 1 Het begin van bewust leven (p. 40):
De schrijver van de ‘Source of Measures’ zegt dat de grondslag van de Kabbala en alle mystieke boeken daarvan, wordt gevormd door de tien sephiroth, en dat is een fundamentele waarheid. Hij geeft deze tien sephiroth of de tien getallen weer in het volgende diagram:
waarin de cirkel de nul is; de verticale middellijn is de eerste of oorspronkelijke EEN (het woord of de logos), waaruit de reeks ontstaat van de andere getallen tot de 9, de laatste van de enkelvoudige getallen.
44: De kabbalisten herhalen steeds weer dat de oorspronkelijke intelligentie nooit kan worden begrepen. Men kan er zich geen begrip van vormen en evenmin kan men de plaats ervan bepalen, en dus moet zij naamloos en negatief blijven. Daarom stelde men zich voor dat het Ain-Soph – het ‘ONKENBARE’ en het ‘ONNOEMBARE’ – omdat het zich niet kon manifesteren, zelf manifesterende krachten uitstraalde. Het menselijke intellect moet en kan zich dus alleen met de emanaties ervan bezighouden. De christelijke theologie, die de leer van de emanaties heeft verworpen en vervangen door rechtstreekse bewuste scheppingen van engelen en de rest uit niets, is nu hopeloos gestrand tussen het supernaturalisme of het wonder en het materialisme. Een buiten-kosmische god is fataal voor de filosofie, een binnen-kosmische godheid – d.i. geest en stof die onscheidbaar van elkaar zijn – is een filosofische noodzakelijkheid. Scheidt men deze, dan blijft er een grof bijgeloof onder een masker van emotionaliteit over. Maar waarom zou men ‘meetkundig te werk gaan’, zoals Plato zegt, waarom zou men deze emanaties voorstellen in de vorm van een reusachtige rekenkundige tabel? Deze vraag wordt door de zojuist geciteerde schrijver goed beantwoord. Zijn opmerkingen worden aangehaald in Afdeling II van Deel I, ‘De theogonie van de scheppende goden’.
45: ‘Verstandelijke waarneming’, zegt hij, ‘heeft het kosmische beginsel van het licht nodig om fysische waarneming te worden: en zo moet onze mentale cirkel zichtbaar worden door licht; of de cirkel moet voor zijn volledige manifestatie de cirkel zijn van fysische zichtbaarheid, of het licht zelf. Zulke zo geformuleerde begrippen werden de grondslag van de filosofie van het goddelijke, dat zich in het Heelal manifesteert.’

<< vorige | volgende >>

Categorie: Artikelen | Rapport | Auteur: Harry Nijhof


Deze pagina werd sedert 16 dec. 2007 keer bekeken.