Goed en Kwaad

Confucius: Doe nooit anderen aan wat je niet zou willen dat ze jou aan zouden doen.
Confucius: Alle mensen zijn hetzelfde. Het zijn slechts hun gebruiken die verschillen.
Gulden regel: Wat gij wilt dat u geschiedt doe dat de ander.
Ed-dakhissi: Lelijke dingen hebben soms iets heel moois. Het is als met gesluierde vrouwen; je verlangt ernaar om te vinden wat voor schoonheid er achter die gelaagdheden zit. Schoonheid en lelijkheid gaan samen zoals blijschap en ontevredenheid.

Homo sapiens (Individualiteit, Heilige Wet, Creëren of Nabootsen, Cultuuroverdracht)

Pythagoras: Zolang mensen massaal dieren slachten, zullen zij ook elkaar vermoorden. Inderdaad, hij die het zaad zaait van moord en ellende kan geen vreugde en liefde oogsten.
Maarten Luther: Alle schepselen zijn maskers van God en achter die maskers speelt een verborgen God het theater van de wereld.
Hannah Arendt, The Life of the Mind: The need of reason is not inspired by the quest for truth but by the quest for meaning. And truth and meaning are not the same.
Klaas van Egmond: Wat persoonlijke ontwikkeling is voor het individu, is ‘duurzame ontwikkeling’ voor de samenleving. Beide ontwikkelingen lopen langs dezelfde lijnen en worden aangedreven door dezelfde mechanismen.
Arnon Grunberg: Wie je echt bent, kan alleen worden vastgesteld oog in oog met de ander.

De oerruimte en het kwaad (Giovanni Rizzuto Civis Mundi 26 augustus 2013):
God na Auschwitz (Hitler)
In een voordracht vraagt de filosoof Hans Jonas zich af welk godsbegrip we redelijkerwijs nog kunnen hanteren na de verschrikkingen van Auschwitz. Volgens Jonas staat het Jodendom hier voor een zwaardere opgave dan het christendom. Want voor christenen is deze wereld eerder het domein van de duivel en valt het heil alleen te verwachten in het hiernamaals. Voor joden is God echter Heer van de geschiedenis en dus werkzaam in het hier en nu. Jonas ontwikkelt dan een zoals hij het noemt speculatieve theologie, die voor hem echter net als voor Plato niet meer dan de status van een mythe heeft. Want alleen met een verhaal of metafoor kan men het vaag gevoelde en onzegbare uitzeggen. In den beginne gaf God of de goddelijke grond groen licht aan de veelheid en het worden:
Vielmehr, damit Welt sei, und für sich selbst sei, entsagte Gott seinem eigen Sein; er entkleidete sich seiner Gottheit, um sie zurückzuempfangen von de Odyssee der Zeit, beladen mit der Zufallsernte unvorhersehbarrer zeitlicher Erfahrung.

Gloria Wekker (Volkskrant 30 oktober 2010) Het verschil tussen man en vrouw is niet louter biologisch maar ook sociaal geconstrueerd.
Een laatste belangrijke verandering is de intrede van het begrip intersectionaliteit: gender wordt steeds meer gezien als gelijktijdig werkzaam met en onverbrekelijk onderdeel van andere grammatica’s van verschil. Andere maatschappelijke factoren zoals klasse, ‘ras’/etniciteit en seksualiteit spelen evenzeer een fundamentele rol in de structurering van de persoonlijke, symbolische en institutionele werkelijkheid.

De Geheime Leer Deel I, Stanza 2 Schepping van goddelijke wezens volgens de exoterische verhalen (p. 67):
Er is meer dan één interpretatie, want er zijn zeven sleutels tot het mysterie van de val. Bovendien zijn er in de theologie twee ‘vallen’: de opstand van de Aartsengelen en hun ‘val’ en de ‘val’ van Adam en Eva. Zo worden zowel de lagere als de hogere hiërarchieën beschuldigd van een veronderstelde misdaad. Het woord ‘veronderstelde’ is de ware en juiste uitdrukking, want in beide gevallen is de beschuldiging gebaseerd op een onjuiste opvatting. Beide worden in het occultisme als karmische gevolgen beschouwd, en beide behoren tot de wet van de evolutie: verstandelijk en geestelijk aan de ene kant, stoffelijk en psychisch aan de andere. De ‘val’ is een universele allegorie. Daarin wordt aan het ene eind van de ladder van de evolutie de ‘opstand’ geplaatst, d.i. de werking van het differentiërende denkvermogen of bewustzijn op zijn verschillende gebieden, dat streeft naar vereniging met de stof; en aan het andere, het lagere eind, de opstand van de stof tegen de geest, of van handeling tegen geestelijke traagheid. En hier ligt de kiem van een dwaling die al meer dan 1800 jaar zo’n noodlottige uitwerking heeft gehad op het denkvermogen van de beschaafde wereld.
De Geheime Leer Deel I Stanza 6 Onze wereld, haar groei en ontwikkeling (p. 175/176):
De occulte wetenschap omschrijft deze in hun verborgen gedragingen alle als bovenzinnelijke gevolgen, en in de wereld van de zintuiglijke waarnemingen als objectieve verschijnselen. Om de eerstgenoemde waar te nemen, zijn abnormale vermogens nodig; voor de laatstgenoemde, onze gewone stoffelijke zintuigen. Zij behoren alle tot, en zijn de uitstralingen van, nog bovenzinnelijker geestelijke eigenschappen; niet verpersoonlijkt door, maar behorende tot werkelijke en bewuste OORZAKEN. Het zou erger dan nutteloos zijn te proberen van zulke ENTITEITEN een beschrijving te geven. De lezer moet voor ogen houden dat, volgens onze leer die dit Heelal van verschijnselen als een grote illusie beschouwt, een lichaam meer nadert tot de werkelijkheid naargelang het zich dichter bevindt bij de ONBEKENDE SUBSTANTIE, omdat het dan verder afstaat van deze wereld van maya. Hoewel dus de moleculaire samenstelling van hun lichamen niet is af te leiden uit hun manifestaties op dit bewustzijnsgebied, bezitten zij niettemin (gezien van het standpunt van de adept-occultist) in het relatief noumenale Heelal – in tegenstelling tot het Heelal van de verschijnselen – een karakteristieke objectieve, zo niet een stoffelijke structuur. De geleerden mogen ze door stof voortgebrachte kracht of krachten noemen, of hun ‘bewegingsvormen’, als ze dat willen; het occultisme ziet in deze effecten ‘elementalen’(krachten) en in de directe oorzaken die ze teweegbrengen, intelligente GODDELIJKE werkers. Het nauwe verband van deze elementalen (geleid door de feilloze hand van de Bestuurders) – hun wisselwerkingen zouden we kunnen zeggen – met de elementen van zuivere stof, heeft onze aardse verschijnselen, zoals licht, warmte, magnetisme, enz. tot gevolg.
176/177: De onmiddellijke oorzaak van de gewaarwording is te vergelijken met de bestuurder – een bovenzinnelijke toestand van stof in beweging, een natuurkracht of elementaal. Maar zoals de eigenaar van het rijtuig van binnenuit de bestuurder aanwijzingen geeft, staan achter die natuurkrachten de hogere en noumenale oorzaken, de intelligenties, uit de essentie van wie deze ‘moeder’toestanden uitstralen, die de talloze miljarden elementalen of psychische natuurgeesten voortbrengen, zoals iedere druppel water zijn stoffelijke, uiterst kleine infusoriën voortbrengt. (Zie ‘Goden, monaden en atomen’ in Afdeling III.) Fohat regelt het overbrengen van de beginselen van de ene planeet naar de andere, van de ene ster naar een andere – de dochterster. Als een planeet sterft, worden haar bezielende beginselen overgebracht naar een laya- of slapend centrum, dat potentiële maar sluimerende energie bevat, en dat zo tot leven wordt gewekt en zich tot een nieuw hemellichaam begint te vormen. (Zie ‘Enkele theosofische misvattingen, enz.’)
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk Aanvullende feiten en verklaringen over de bollen en de monaden, p. 210:
Het wordt nu duidelijk, dat er in de Natuur een drievoudig evolutieplan bestaat voor het vormen van de drie periodieke upadhi’s, of liever drie afzonderlijke evolutieplannen, die in ons stelsel op elk punt onontwarbaar zijn dooreengeweven en vermengd (‘Verstrengelde hiërarchie’). Dit zijn de monadische (of geestelijke), de verstandelijke en de stoffelijke evolutie. Deze drie zijn de eindige aspecten of de weerspiegelingen op het gebied van de kosmische illusie van ATMA, het zevende beginsel, de ENE WERKELIJKHEID.
1. De monadische evolutie heeft, zoals de naam al zegt, te maken met de groei en ontwikkeling van de monade tot nog hogere stadia van activiteit, en gaat samen met:
2. De verstandelijke evolutie, vertegenwoordigd door de Manasa-Dhyani’s (de zonnedeva’s, of de agnishwatta pitri’s), die de mens verstand en bewustzijn geven en:
3. De stoffelijke evolutie, vertegenwoordigd door de chhaya’s van de maanpitri’s, waaromheen de Natuur het huidige stoffelijke lichaam heeft geconcretiseerd. Dit lichaam dient als voertuig voor de ‘groei’ (om een misleidend woord te gebruiken) en voor de omzetting door middel van manas en – tengevolge van de opeenstapeling van ervaringen – van het eindige in het ONEINDIGE, van het voorbijgaande in het Eeuwige en Absolute.
De Geheime Leer Deel I, Stanza 6 Vervolg (p. 225):
Het is de anima mundi, en behoort nooit anders te worden opgevat, behalve voor kabbalistische doeleinden. Het verschil dat bestaat tussen haar ‘licht’ en haar ‘levende vuur’ moet altijd aanwezig zijn in de gedachten van de ziener en de ‘sensitieve’. Zonder het hogere aspect kunnen alleen schepselen van stof uit dat astrale licht worden voortgebracht. Dat hogere aspect is dit levende vuur, en het is het zevende beginsel. In ‘Isis Ontsluierd’ wordt er een volledige beschrijving van gegeven:
‘Het astrale licht of anima mundi is tweevoudig en biseksueel. Het (ideële) mannelijke gedeelte ervan is zuiver goddelijk en geestelijk, het is de wijsheid, het is geest of Purusha; terwijl het vrouwelijke gedeelte (de Spiritus van de Nazareners) in zekere zin door de stof is besmet, het is inderdaad stof en daarom al een kwaad. Het is het levensbeginsel van ieder levend wezen, en verschaft aan mensen, dieren, vogels in de lucht en alles wat leeft, de astrale ziel, de beweeglijke perisprit. De dieren hebben alleen de sluimerende kiem van de hoogste onsterfelijke ziel in zich. . . . Deze laatste zal zich pas na een reeks van talloze evoluties ontwikkelen; de leer over deze evolutie ligt besloten in het kabbalistische axioma: ‘Een steen wordt een plant; een plant een dier; een dier een mens; een mens een geest; en de geest een god.’ (Deel I, Engelse uitgave, blz. 301, voetnoot.)
226: In Deel II van Isis (blz. 183 e.v., Engelse uitgave) worden de filosofische stelsels van de gnostici en de oorspronkelijke joodse christenen, de Nazareners en de Ebionieten, uitvoerig beschouwd. Er blijkt uit, welke opvattingen in die dagen buiten de kring van de mozaïsche joden over Jehova werden gehuldigd. Hij werd door alle gnostici eerder met het kwade dan met het goede beginsel vereenzelvigd. Voor hen was hij Ilda-Baoth, ‘de zoon van de duisternis’, en zijn moeder, Sophia Achamoth, was de dochter van Sophia, de goddelijke wijsheid (de vrouwelijke heilige geest van de vroege christenen) – akasa15; terwijl Sophia Achamoth het lagere astrale licht of de ether verpersoonlijkt. Ilda-Baoth16 of Jehova is eenvoudig een van de Elohim, de zeven scheppende geesten, en een van de lagere sephiroth.
15) Het astrale licht staat in dezelfde betrekking tot akasa en anima mundi, als satan tot de godheid. Ze zijn een en hetzelfde, gezien vanuit twee standpunten: het geestelijke en het psychische – de bovenetherische of verbindende schakel tussen stof en zuivere geest – en het stoffelijke. Zie voor het verschil tussen nous, de hogere goddelijke wijsheid, en psyche, de lagere en aardse (Jacobus, iii, v. 15-17). Zie ook ‘Demon est Deus inversus’, in Afd. II van dit deel.
De Geheime Leer Deel I, Hoofdstuk 8 De lotus als universeel symbool (p. 417):
‘Wij kunnen niet genoeg nadruk leggen op het gebruik van deze voortplantingsfunctie als basis voor een symbolische taal en een wetenschappelijke kunsttaal. Nadenken over deze gedachte leidt onmiddellijk tot beschouwingen over het onderwerp van de scheppende oorzaak. Men kan zien dat de Natuur tijdens haar werk een wonderbaarlijk levend mechanisme heeft gemaakt, dat wordt bestuurd door een daarmee verbonden levende ziel' ; de ontwikkeling en levensgeschiedenis van die ziel, wat betreft haar herkomst, haar heden en bestemming, gaan alle pogingen van het menselijke verstand om deze te begrijpen, te boven6. De pasgeborene is een steeds terugkerend wonder, een bewijs dat in de werkplaats van de baarmoeder een denkende scheppende kracht is opgetreden om een levende ziel aan een stoffelijk werktuig te verbinden. Het wonderbaarlijke van dit feit verleent een gewijde heiligheid aan alles wat in verband staat met de voortplantingsorganen, als plaats waar de godheid woont en duidelijk opbouwend optreedt.’
6) Maar niet de ‘pogingen’ van de geoefende psychische vermogens van een ingewijde in de metafysica van het oosten, en de mysteriën van de scheppende Natuur. Het zijn de niet-ingewijden van vroegere eeuwen, die het zuivere ideaal van de kosmische schepping hebben verlaagd tot een embleem van alleen menselijke voortplanting en seksuele functies. Het is nu en in de toekomst de taak van de esoterische leringen en van de ingewijden, de oorspronkelijke opvatting terug te verkrijgen en in ere te herstellen, die door theologische en kerkelijke ijveraars zo droevig werd ontwijd door een grove en ruwe toepassing op exoterische dogma’s en personificaties. De stille verering van de abstracte of noumenale Natuur, de enige goddelijke manifestatie, is de enige veredelende religie van de mensheid.
De Geheime Leer Deel I, Hoofdstuk 14 De vier elementen (p. 504/505):
Metafysisch en esoterisch gezien is er maar één ELEMENT in de natuur, en aan de wortel daarvan is de godheid; en de zogenaamde zeven elementen, waarvan er vijf zich al hebben gemanifesteerd en van hun bestaan blijk hebben gegeven, zijn het kleed, de sluier van die godheid. Direct uit de essentie daarvan komt de MENS, of men deze nu stoffelijk, psychisch, mentaal of geestelijk beschouwt. In de latere oudheid wordt in het algemeen over slechts vier elementen gesproken; alleen in de filosofie erkent men er vijf. Want het lichaam van de ether is nog niet volledig gemanifesteerd en zijn noumenon is nog ‘de almachtige Vader – Aether, de synthese van de rest’. Maar wat zijn deze ‘ELEMENTEN’, in de samengestelde lichamen waarvan de scheikunde en natuurkunde nu talloze sub-elementen hebben ontdekt, die zelfs met hun zestigen of zeventigen niet meer het vermoedelijke totale aantal omvatten? (Zie Aanhangsel, § XI en § XII, aanhalingen uit de lezingen van Crookes.) Laten wij hun evolutie volgen, tenminste vanaf het historische begin.
De Geheime Leer Deel I, Hoofdstuk 15 Goden, monaden en atomen (p. 698):
Want, zegt Leibniz, ‘omdat het oorspronkelijke element van elk stoffelijk lichaam kracht is, die geen enkele van de eigenschappen van de (objectieve) stof heeft – kan men zich deze voorstellen, maar deze kan nooit het object zijn van een voorstelling die van fantasie getuigt’. Wat voor hem het oorspronkelijke en uiteindelijke element in elk lichaam en object vormde, waren dus niet de stoffelijke atomen of moleculen, die noodzakelijk meer of minder uitgebreid zijn, zoals die van Epicurus en Gassendi, maar, zoals Merz aantoont, onstoffelijke en metafysische atomen, ‘wiskundige punten’; of werkelijke zielen – zoals Henri Lachelier (professeur agrégé de philosophie), zijn Franse biograaf, verklaart. ‘Wat buiten ons absoluut bestaat, zijn zielen, waarvan de essentie kracht is.’ (Monadologie, Inl.)
De werkelijkheid in de gemanifesteerde wereld is dus samengesteld uit een eenheid van eenheden, om zo te zeggen, onstoffelijk (vanuit ons standpunt) en oneindig. Deze noemt Leibniz ‘monaden’, de oosterse filosofie ‘jīva’s’ – en het occultisme geeft er met de kabbalisten en alle christenen een verscheidenheid van namen aan. Ze geven voor ons, evenals voor Leibniz, ‘uitdrukking aan het heelal’, en elk stoffelijk punt is slechts de uitdrukking als verschijnsel van het noumenale, metafysische punt. Zijn onderscheid tussen waarneming en bewuste waarneming brengt de esoterische leringen filosofisch maar vaag tot uitdrukking. Zijn ‘herleide heelallen’, waarvan ‘er evenveel zijn als er monaden zijn’, is de chaotische voorstelling van ons zevenvoudige stelsel met zijn verdelingen en onderverdelingen.

De Geheime Leer Deel II Stanza 10 Vervolg (p. 307):
Ieder voelde dat hij volgens zijn natuur een mens-god was – hoewel een dier in zijn stoffelijke zelf – want hem waren goddelijke vermogens verleend en hij was zich bewust van zijn innerlijke god. De strijd tussen die twee begon op de dag dat zij proefden van de vrucht van de boom van wijsheid; een strijd op leven en dood tussen het geestelijke en het psychische, het psychische en het stoffelijke. Zij die de lagere beginselen overwonnen door meester te worden over het lichaam, sloten zich aan bij de ‘zonen van het licht’. Zij die slachtoffer werden van hun lagere natuur, werden slaven van de stof. Van ‘zonen van licht en wijsheid’ werden ze tenslotte de ‘zonen van de duisternis’. Ze waren gevallen in de strijd tussen het sterfelijke en het onsterfelijke leven, en allen die zo waren gevallen, werden het zaad van de toekomstige generaties van Atlantiërs1.
1) Deze naam wordt hier gebruikt in de betekenis van en als synoniem voor ‘tovenaars’. De Atlantische rassen waren talrijk, en hun evolutie duurde miljoenen jaren: ze waren niet allen slecht. Dat werden ze tegen het eind, zoals wij (het vijfde Ras) nu snel worden.
Het rapport ‘E i V’ maakt, net als Jurgen Habermas, van drie domeinen van de werkelijkheid gebruik. Het derde domein heeft op de relatie 'Intersubjectief' tussen de microkosmos en de macrokosmos betrekking. Deze relatie, de psyche ('psychoanalyse en psychosynthese'), wordt aan de hand van het '5D-concept en Ether-paradigma' toegelicht. Dit gezichtspunt maakt het mogelijk de levenscycli op aarde beter te beheersen.
De relatie tussen macro en micro, de reciprociteit berust op het Hermetisch Axioma Zo boven, zo beneden; Zo beneden, zo boven of de uiterlijke werkelijkheid is een weerspiegeling van de innerlijke werkelijkheid en vice versa. Filosofisch wordt de ziel bezien als een psyche of spiegel van het zelf bestaande uit rede, geest en verlangens.

Het is wenselijk de vicieuze cirkel van het kip-en-eiprobleem (Lichaam-geestprobleem), het Hoe of Wat (of-of) denken te doorbreken.
Twee van de grote denkstromingen die eerder een poging hebben gedaan het mind-body probleem op te lossen zijn het dualisme en het monisme.
Een 'Gulden middenweg' (en-en) tussen fysisch en psychisch monisme vormt neutraal monisme. Spinoza's Deus sive natura is een neutraal monisme. Er is geen dualiteit tussen Geest en Lichaam.
H.P. Blavatsky: Spinoza was een subjectieve, Leibniz een objectieve pantheïst; maar beiden waren met hun intuïtieve inzichten grote filosofen.

Popper definieerde de 'Drie werelden theorie'. Jurgen Habermas benoemde drie domeinen van de werkelijkheid. De filognosie maakt van de drie geaardheden het zelf, ego en wijsheid gebruik. De theosofie onderzoekt het trio wetenschap, filosofie en religie.

Triade These + Antithese = Synthese (1 + 1 = 3):Spinoza:Popper:Habermas:Filognosie:Theosofie:
Monade; Monotheïsme; Monisme; Het EneGodConceptenSubjectiefWijsheidReligie
Duade; Dualisme; Dualiteit; Geest-stofNatuurNatuurwetenschapObjectiefEgoWetenschap
Triade; Christendom, Triniteit; Hegeliaanse filosofie ErvaringIntersubjectiefZelfFilosofie

De evolutie van het bewustzijn wordt uiteindelijk door de ’culturele evolutie’ (filosofie) die op aarde plaatsvindt tot uitdrukking gebracht. De evolutie of devolutie die daadwerkelijk plaatsvindt is afhankelijk van de keuzen die we in het leven maken.

Het is de ziel (tussennatuur), de schakel tussen 'Geest en Lichaam', die 'Bewust of Onbewust' voor 'Balans of Onbalans', 'Evolutie en Involutie' ('Evolutie of Devolutie') zorgdraagt.

Het is mogelijk het bewustzijn aan de hand van de zeven eigenschappen van de éne werkelijkheid, lees aggregatieniveaus, bewustzijnstoestanden (bewustzijnsniveaus), de Unificatietheorie te beschrijven:

Om het bewustzijn beter te begrijpen wordt van de integrale denktrant van het 5D-concept gebruik worden gemaakt. De paren van tegenstellingen ‘1 + 7’, ‘2 + 6’ en ‘3 + 5’ brengen de 'Spiegelsymmetrie en het Complementariteitsbeginsel' tot uitdrukking.

Voor de zevenvoudige samenstelling van de mens is gebruik gemaakt van het boekje Mens en kosmos uit de serie theosofische fragmenten van D.J.P. Kok. De schakel, de ziel (tussennatuur), de wisselwerking tussen geest en substantie, kracht en stof wordt aan de hand van het onderstaande schema toegelicht:

 Antroposofie (b):Blavatsky Deel III, p. 555, tabel der tattwa’s:Deel II, p. 707:Mens
7. ÂtmaGeestmensAurisch ei; Akasha, grondslag van de geest van de etherNoumenale sfeerSchone
6. BuddhiLevensgeestBuddhi, Derde oogGeestelijke sfeerWare
5. ManasGeestzelfManas. Ego; Ruimte-ether of derde differentiatie van AkashaPsychische sfeerGoede
4. Kama (a)Ik als kern van de zielKâma-Manas; Kritsche toestand van stofAstro-etherische sfeer'Ik'
3. PrânaEtherlichaamKâma (Rûpa); Essence van grove stof; komt overeen met ijsSub-astrale sfeerChaos
2. Linga-sariraAstraallichaamLinga-sarira; Grove ether of vloeibare luchtVitale sfeerGaia
1. Sthûla-sariraFysiek lichaamLevend lichaam in prâna of dierlijk levenZuiver stoffelijke sfeerEros

Volgens deNiewsbrief juni 2007 ziet de vergeestelijkte mens er als volgt uit:

Antroposofie  Theosofie
7. Geestmens als omgevormd Fysiek Lichaam1. Stoffelijk of Fysiek LichaamHogere wereldenGeestelijke wereld
6. Levensgeest als omgevormd Levenslichaam2. Ether- of LevenslichaamEtherische wereldMentale wereld
5. Geestzelf als omgevormd Astraallichaam3. AstraalLichaamAstrale wereldAstrale wereld
4. Ik als kern van de ziel Stoffelijke wereldFysieke wereld

In het onderstaande rechter kwadrant zijn de lagere gebieden samen met de hogere schematisch weergegeven. Het brengt de spiegelsymmetrie (4., 5./3., 6./2. en 7./1.) in de zevenvoudige samenstelling van de mens tot uitdrukking. De éne werkelijkheid heeft betrekking op de wederkerigheid tussen Zo binnen, zo buiten en Zo boven, zo beneden, die op basis van het zelfbewustzijn, het Reflexief Bewustzijn met behulp van de lemniscaat tot uitdrukking kan worden gebracht.

Joodse KabbalahTheosofie en Antroposofie Antroposofie Holistische fysiotherapie
        Mensenrijk Plantenrijk
Neshama Nephesh Tussenliggende   viertal:   4. Hogere wereld 2. Etherische wereld
4. Geest-2. Dierlijk-astrale Ziel5. Manas<7. Âtma  7./1.-5./3.
| || | Fysiek drietal :  | |
1. Voertuig-3. Ziel6. Buddhi>4. Kama>2. Linga-sarira4.-6./2.
Guph Ruah  | |1. Fysieke wereld 3. Astrale wereld 
     1. Sthûla-sarira<3. PrânaMineralenrijk Dierenrijk

Het bovenstaande middelste 'dubbelkwadrant' illustreert de 'Zevenvoudige samenstelling van de mens.
Reïncarnerende Ego. In de verdeling van de menselijke beginselen in drieën (een trichotomie) te weten een hoger tweetal (6/7), een tussenliggend tweetal (4/5) en een lagere triade (1/2/3) - of respectievelijk 'geest', 'ziel' en 'lichaam', is het tweede of tussenliggende tweetal, manas-kâma (4/5) of de tussennatuur, de gewone zetel van het menselijk bewustzijn en bestaat zelf uit twee kwalitatieve delen: een hoger of aspirerend deel, dat gewoonlijk de Reïncarnerende Ego of de hogere manas wordt genoemd, en een lager deel dat wordt aangetrokken tot materiële dingen en het brandpunt is van wat zich in de doorsnee mens doet kennen als de menselijke ego, de gewone alledaagse zetel van zijn bewustzijn.

Spirituele - en Persoonlijke ego, Âtma-Buddhi en Kama-Manas, Hogere - en Lagere duade
Deel I, Hoofdstuk 16 een met het middelste kwadrant vergelijkbaar schema:
U ziet dat de zeven beginselen en elementen van de mens in drie afzonderlijke groepen zijn verdeeld: een lagere triade, zuiver stoffelijk en vergankelijk, een tussenliggende duade, psychisch, samengesteld en grotendeels sterfelijk, Kâma-Manas, de eigenlijke ‘mens’ of ‘menselijke natuur’; en een hogere duade, Âtma-Buddhi, onsterfelijk, onvergankelijk, de monade. Bij de dood van de mens voert deze hogere duade al wat tot de geestelijke essentie behoort, het aroma van de lagere of tussenliggende duade met zich mee; en dan is de hogere duade het hogere zelf, de reïncarnerende individualiteit of egoïsche monade. In dit stadium van evolutie bevindt het gewone levensbewustzijn van de mens zich bijna geheel in de lagere of tussenliggende duade; wanneer hij zijn bewustzijn verheft om één te worden met de hogere duade, wordt hij een mahâtma, een meester.

 

Van alle tegenstellingen zijn we geneigd één kant meer waarde toe te kennen dan de andere. De verliezer gaat deel uitmaken van onze schaduw. In elk werkpaard schuilt een luiaard; het onderstaande linker model is opgesteld door Prof. Oscar Ichazo, geven je de sleutels in handen voor een verlicht begrip van de schaduwen van je geest.

Prof. Oscar Ichazo:  De werkelijkheid lichten schaduw, in allesligt het tegendeel besloten:
In elke winnaarschuilt eenverliezerClowns en komiekenhebben eendroevige cynische kant
In elke perfectionistschuiltimperfectieAardige mensen onaardige schaduw
In elke puriteinschuilt eenhedonistIn elke pessimistschuilt eenhoopvolle optimist
In elk werkpaardschuilt eenluiaardPuriteinlaag afkrabbenontdek je ongeremde hedonist
In elke allemansvriendschuilt eeneenzame wolfHoogsteheb je, maar ooklaagste
In elke deskundigeschuilt eenblufferHeiligeen je bentzondaar
In elke teamspelerschuilt eenopstandelingGewetensvolengewetenloos
In elke horkschuilt iemandmet een klein hartjeGod Duivel
In elke goedgelovigeschuilt eenongelovigeWetenschapper Mysticus
   Politiek links Politiek rechts
   Rijk Arm
   Man Vrouw
   Pragmaticus Idealist

Het model rechts laat zien dat je schaduw in feite ook potentieel positieve eigenschappen bevat.

De Hermeneutische Cirkel (band van Möbius) symboliseert dat op deze wijze met het scheppingsproces in de hemel een verbinding ontstaat (5e dimensie).

Boek ‘I Ching’,Universele kompas, 5 aspecten:Kompaskwadrant:GezichtspuntenPaul van Oyen,Het EnneagramNU:
OrakelI ChingLemniscaatReligieBrahmaWet van EenCirkel
HexagramIntegratie binnen - en buitenwereldVerticale asWetenschapVishnuWet van ZevenHexagram
TrigramBinnenwereldKwalitatieve as (+/-)NatuurShivaWet van DrieDriehoek
TrigramBuitenwereldKwantitatieve as (+/-)Politiek 
 Enneagram
 Gulden middenweg:
 Hervormer
1. Elitair superioriteitsgevoelCreativiteit en zelfvertrouwenMinderwaardigheidscomplex
 Helper
2. Te veel helpenCoöperatie en evenwichtWrokkig verzet of afstandelijkheid
 Succesvolle werker
3. Manisch, overdreven zelfvertrouwenExpressie en evenwichtDepressieve twijfel aan onszelf
 Romanticus
4. Verstand en emotiesStabiliteit en ontwikkelingAnalyse en desoriëntatie
 Onderzoeker
5. Extreme onafhankelijkheidVrijheid en disciplineExtreme afhankelijkheid
 Loyalist
6. IdealismeVisie en acceptatieOnontkoombare teleurstelling
 Levensgenieter
7. Naïef vertrouwenVertrouwen en openheidAngst voor verraad
 Uitdager
8. Passiviteit en agressieOvervloed en machtOverdaad en tekort
 Bemiddelaar
9. Puriteinse en hedonistische neigingenIntegriteit en wijsheidRigide integriteit en zijn tegenpool

Bij Spinoza zijn God en Natuur twee kanten van dezelfde medaille van het 'en-en'-denken. Het is de ‘intersubjectieve’ relatie van Jurgen Habermas die beide verbindt.

Jos de Mul stelt in zijn publicatie Maak de wereld tot een kunstwerk (Volkskrant van 5 januari 2008) dat de radicale romantiek wel eens een inspirerender model voor onze cultuur zou kunnen zijn. In een seculiere, postreligieuze cultuur kan alleen de kunst de bezieling en gemeenschapszin schenken die voorheen de religie bood. Jos de Mul vindt de radicale romantiek een inspirerend model voor de Europese cultuur. Wat we vandaag de dag van de radicale romantiek kunnen leren is dat we als koorddansers het precaire evenwicht moeten zien te bewaren tussen enthousiasme en ironie. Zeker in een multiculturele samenleving waarin het ene enthousiasme al snel een radicaal tegengesteld enthousiasme oproept. In die zin lijkt het verlichtingsfundamentalisme onheilspellend veel op het moslimfundamentalisme dat zij bestrijdt. Als de geschiedenis ons iets leert, dan is het wel dat een dergelijke radicalisering een geheid recept is voor uitslaande branden.

Het artikel van Jos de Mul is geënt op zijn boek Het romantische verlangen in (post)moderne kunst en filosofie.

drs. R.H. Matzken: B. Het nieuwe paradigma in psychologie en counselling
5. De laatste jaren wint de gedachte veld, dat er een oneindig collectief bewustzijn bestaat, waaruit de mens zijn eigen archetypen naar voren haalt. Dit is de leer van Carl Gustav Jung, de zgn. diepte-psychologie, die is geworden tot een van de grondslagen van de moderne psychiatrie. Daartoe was hij als jongen tweemaal uitdrukkelijk opgeroepen door zijn alter ego, zich noemende: Geest uit de Diepte. De leer van Jung is in diepste wezen occult, d.w.z. geïnspireerd door een boze geest, die zich aan Jung voordeed als diens 'scheppingsdemon'. Deze droeg hem op om aan deze lering een wetenschappelijke status te geven, die door het toedoen van Jung geworden is tot één van de pijlers van de moderne psychiatrie. Uit het mensbeeld van Jung blijkt duidelijk de relatie met het Hindoe-denken, waarbij Atman als maya (illusie, oneigenlijk) moet opgaan in Brahman of wereldziel.

Daniel Ofman: Een maskerkwadrant is een kwadrant dat aan de oppervlakte lijkt op een kernkwadrant, maar in realiteit precies het omgekeerde is.
Het maskerkwadrant laat zien dat we in een loop (schizofrenie) terecht kunnen komen wanneer we niet meer met onze spirituele bron zijn verbonden.

In het rapport ‘E i V’ wordt de stelling onderbouwd dat de politiek niet aan de marktwerking maar aan een cultuuromslag in de collectieve sector de hoogste prioriteit had moeten geven. Verlichtingsfundamentalisme (c.q. ’marktfundamentalisten’) en moslimfundamentalisme zijn de twee kanten van één medaille, het binaire 'of-of'-denken.

Er is een ommekeer in het denken nodig. Het is wenselijk dat het ‘en-en’-denken, het complementaire denken tussen Oost en West, de interdisciplinaire aanpak, de integrale denktrant meer centraal komt te staan. Zorg voor het zelf, Westerse - en Oosterse levenslessen maken het mogelijk de Westerse - en Oosterse supermachten daadwerkelijk in evenwicht te houden. Het draait niet om Westerse of Oosterse suprematie, maar om de wederkerigheid, de complementariteit. De lemniscaat symboliseert dit transformatieproces. De vraag komt centraal te staan wat kunnen we van elkaar leren?
Er is behoefte aan de wijsheid van een Salomonsoordeel. Of anders gezegd er is behoefte aan een nieuw paradigma, een ethisch réveil.

Primair draait het om de mechanismen, de wetmatigheden die aan ons gedrag ten grondslag liggen. In het bijzonder de zeven universele wetten die in het boek De Hele Olifant in Beeld van Marja de Vries worden besproken. Deze wetmatigheden kunnen we in ons voordeel, maar ook in ons nadeel aanwenden. Het is onze vrije wil die daar richting aan geeft. De kredietcrisis is mede een gevolg doordat de afgelopen decennia het publieke en het private domein volledig met elkaar verweven zijn geraakt. De marktfundamentalisten zijn als een olifant door de porseleinkast gebanjerd. Men heeft één kant van de medaille, de moraal van het verhaal volledig verwaarloosd. Een goede balans is alleen te bereiken wanneer ook met de keerzijde rekening wordt gehouden.

Het besef moet nog groeien of je nu vanuit de wetenschap of de religie naar de éne werkelijkheid kijkt het beeld blijft hetzelfde. Hokjesgeest heeft tot gevolg dat we ons slechts op een kant van de medaille concentreren. Door een kant te negeren komen we zeker niet tot begrip. Om de éne werkelijkheid te leren begrijpen kan van het kompaskwadrant gebruik worden gemaakt. Het model maakt het mogelijk de opvattingen in verschillende wetenschappelijke disciplines te integreren, een unificatie van de monadische -, verstandelijke – en stoffelijke evolutie tot stand te brengen.

In het 5Ddenkraam wordt de synthese van wetenschap, religie en filosofie tot uitdrukking gebracht en berust op psychologische (stoffelijke), sociologische (verstandelijke) en filosofische (monadische) gezichtspunten. Bij dit concept gaat het om de juiste transformatie tussen binnen en buiten en vice versa. De ziel, de schakel tussen 'geest en lichaam' staat daarbij voorop. Bij de individuele kant gaat het om de zelfkennis. De grote leraren van de mensheid, zoals Christus, Boeddha, Plato en Confucius, hebben over ethiek eigenlijk hetzelfde gedacht ‘Alle dingen dan die gij wilt dat u de mensen doen, doet gij hun ook alzo; want dat is de Wet van de Profeten’.

De goddelijke synthese wordt door de Drie-eenheid, Logoi, Eon (Aeon, Aion) tot uitdrukking gebracht. In het rapport ‘E i V’ wordt een gulden middenweg met het principe Complementariteit toegelicht.

De samenstelling van de evolutionaire 'Bewustzijnsschil' of de matrixstructuur van het thema Eenheid in Verscheidenheid:

<BR>Pythagoras FysicaUnificatietheorieEther-paradigma<BR>Reflexief bewustzijnMeta-leren   Metafysica,<BR>Hermeneutische cirkel
Monade<BR>(1 +7)1e DimensieLeegte, EnergieEther-paradigmaPersoonlijkheidTrias politicaGrenzen doorbreken SprekenMythos
Duade<BR>(2 + 6)2e DimensieRuimteReflexief bewustzijnCommunicatieDe Ander als spiegelDe Ander centraal LuisterenLogos
Triade<BR>(3 + 5)3e DimensieMaterieMeta-lerenCultuuroverdrachtCultuuroverdrachtVier edele waarheden SchrijvenTheos (Zenders)
Tetrade4e DimensieTijdHermeneutische cirkel5DdenkraamVierde machtHoofdroute LezenHolos (Ontvangers)

In het rapport Eenheid in Verscheidenheid worden de contouren geschetst hoe 'probleem en oplossing' van de culturele evolutie (cultuuroverdracht) met elkaar samenhangen. De oplossing van het ééndimensionale marktdenken ‘u vraagt, wij draaien’ heeft een psychologische (Deel IV), een sociologische (Deel V) en een filosofische (Deel VI en VII) dimensie.

Het Ether-paradigma en het 5D-concept worden naast elkaar gebruikt en passen in het 5Ddenkraam van de Bewustzijnsschil. Het Ether-paradigma heeft als vertrekpunt de materie, elektromagnetisme, de relatieve ether van René Meijer. Het 5D-concept belicht de 5e Dimensie vanuit een filosofisch perspectief. Het is net als met Geest en Lichaam, hemel en aarde, Zo boven, Zo beneden, top down en bottom up, deductief en inductief. Het zijn de twee complementaire kanten van een medaille, die beide de kwintessens tot uitdrukking brengen. Of met andere woorden het Ether-paradigma begint bij 4 en eindigt bij 5 en het 5D-concept begint bij 5 en eindigt bij 4.

Plutarchus onderscheidt de lagere en hogere Tetraktis (Deel II p. 682), de aardse en hemelse Tetraktis (p. 688). Samen vormen deze de lemniscaat (Lorenz Attractor), die het aardse met het hemelse verbindt.

Universele kennis, de universele wetten zijn complementair aan de natuurwetten.
De belangrijkste Universele Wet is de Wet van Eén, die stelt dat alles in de kosmos met elkaar verbonden is.
Wegens de eindigheid van de van de lichtsnelheid afhankelijke relatieve tijd kan alles op aarde niet met elkaar verbonden zijn.

De ‘Law of One’ (zoekopdracht: Law) heeft op het universele ordeningsprincipe karma, de 2e grondstelling betrekking.
Jan Wicherink (p. 194): Men zou kunnen beargumenteren dat de Oosterse spirituele tradities hun universele wijsheid niet bereikten via wetenschappelijke methoden, maar door esoterische principes zoals introspectieve meditatie. In een hogere staat van bewustzijn kregen ingewijden toegang tot de oerkennis die opgeslagen ligt in de Akasha-kronieken. Hoewel dit best waar zou kunnen zijn, geloof ik nog steeds dat er voldoende redenen bestaan om aan te nemen dat de oude vedische cultuur haar initiële wijsheid van eerdere beschavingen ontving.

Hans Achterhuis boek De utopie van de vrije markt
‘Hoe een utopisch geloof letterlijk blind kan maken voor de harde feiten, blijkt uit de diepe overtuiging waarmee Alan Greenspan alle economische gegevens die op een kredietcrisis wezen, bewust negeerde.’
Veel mensen denken dat de vrije markt een objectief proces is dat niemand heeft bedacht en uitgevoerd. Niemand lijkt verantwoordelijk te zijn voor de ideologie en de utopie erachter. Er zou geen ‘kapitalistisch manifest’ bestaan.
Hans Achterhuis laat zien dat een dergelijk manifest wel degelijk bestaat. Dat is de fascinerende roman Atlas Shrugged (1957), geschreven door een in Amerika zeer invloedrijke filosofe van wie wij in Europa de naam nauwelijks kennen: Ayn Rand (Engelse versie). Atlas Shrugged geldt in de VS na de Bijbel als het belangrijkste boek van de afgelopen eeuw. Het gaat over een elite van neoliberale utopisten die de bestaande samenleving volledig kapotmaken, waarna ze de nieuwe wereld van het ultrakapitalisme op kunnen bouwen. ====

Levensboom en ‘Goed en Kwaad’ (Complementariteit, Maskerkwadrant)

H.P. Blavatsky Geheime Leer Deel I hoofdstuk 4 Chaos-Theos-Kosmos (p. 379):
Chaos-Theos-Kosmos, de drievoudige godheid, is alles in alles. Daarom zegt men dat zij mannelijk en vrouwelijk, goed en kwaad, positief en negatief is: de hele reeks van tegengestelde eigenschappen. In latente toestand (in pralaya) is zij onkenbaar en wordt de onnaspeurlijke godheid. Zij kan slechts in haar actieve functies worden gekend, dus als stof-kracht en levende geest, de correlaten en het resultaat of de uitdrukking op het zichtbare gebied van de altijd ongekend blijvende uiteindelijke EENHEID.

A cacodemon (or cacodaemon) is an evil spirit or (in the modern sense of the word) a demon. The opposite of a cacodemon is an agathodaemon or eudaemon, a good spirit or angel.

H.P. Blavatsky: De Geheime Leer Deel I, Proloog (p. 37):
Parabrahm is kortom het verenigde totaal van de Kosmos in zijn oneindigheid en eeuwigheid, het ‘DAT’ en ‘DIT’, dat niet kan worden opgevat als een samenvoeging van een aantal subtotalen. ‘In het begin was DIT het Zelf, slechts één’ (Aitareya Upanishad); de grote Sankaracharya verklaart dat ‘DIT’ betrekking had op het Heelal (jagat); omdat de woorden ‘in het begin’ betekenen: vóór het opnieuw voortbrengen van het Heelal van verschijnselen.
De Geheime Leer Deel I, Stanza 3 Het ontwaken van de kosmos (p. 108):
In de Sanskriettoelichting op deze stanza worden veel termen gebruikt voor het verborgen en ongeopenbaarde Beginsel. In de oudste handschriften van de literatuur van India heeft deze ongeopenbaarde, abstracte godheid geen naam. Zij wordt in het algemeen ‘Dat’ (Tad in het Sanskriet) genoemd en betekent alles wat is, was en zal zijn, of wat als zodanig door het menselijke verstand kan worden begrepen.
De Geheime Leer Deel I, Stanza 4 De zevenvoudige hiërarchieën (p. 120/121):
De 4, in de occulte getallenleer weergegeven door de Tetraktis, het heilige of volmaakte vierkant, is voor de mystici van ieder volk en ras een heilig getal. Het heeft dezelfde betekenis in het Brahmanisme, het Boeddhisme, de Kabbala en in de Egyptische, Chaldeeuwse en andere getallenstelsels.
Volgens Manu is Hiranyagarbha Brahma, de eerste mannelijke godheid, die werd gevormd door de niet waarneembare oorzaakloze OORZAAK in een ‘gouden ei, schitterend als de zon’, zoals de Hindu Classical Dictionary zegt. ‘Hiranyagarbha’ betekent gouden of liever ‘stralende moederschoot’, of ei. Deze betekenis komt slecht overeen met het adjectief ‘mannelijk’. De esoterische betekenis van de zin is ongetwijfeld duidelijk genoeg. In de Rig Veda wordt gezegd: ‘DAT, de ene Heer van alle wezens . . . het ene bezielende beginsel van goden en mensen’, ontstond in het begin in de gouden moederschoot, Hiranyagarbha, het wereld-ei of het gebied van ons Heelal. Dat wezen is zonder twijfel androgyn, en de allegorie van Brahma, die zich in tweeën verdeelt en zich in een van zijn helften (de vrouwelijke Vach) herschept als Viraj, is hiervoor een bewijs.
‘De een uit het ei, de zes en de vijf’ geven het getal 1065, de waarde van de eerstgeborene (later de mannelijke en vrouwelijke Brahma-prajapati), die overeenkomt met respectievelijk de getallen 7 en 14 en 21. De prajapati’s zijn evenals de sephiroth, slechts zeven in aantal, met inbegrip van de samengestelde sephira van het drievoud waaruit zij ontstaan. Uit Hiranyagarbha of prajapati, de drie-eenheid (de oorspronkelijke vedische Trimurti: Agni, Vayu en Surya) ontstaan zo de andere zeven, of weer tien, als we de eerste drie, die in één bestaan, en één in drie, afzonderlijk houden. Alle zijn echter begrepen in dat ene ‘allerhoogste’ parama, dat guhya of ‘geheim’ wordt genoemd, en sarvatma, de ‘overziel’. ‘De zeven Heren van het Zijn liggen verborgen in sarvatma, zoals gedachten in één brein.’ Dat geldt ook voor de sephiroth. Hun aantal is òf zeven, als men van de bovenste triade af telt, met kether aan het hoofd, òf tien – exoterisch. In het Mahabharata zijn de prajapati’s 21 in aantal, of tien, zes en vijf (1065), drie keer zeven2.
2) In de Kabbala zijn dezelfde cijfers (1065) een waarde van Jehova(h), omdat de numerieke waarden van de drie letters die zijn naam vormen, jod, vau en twee keer he, respectievelijk zijn 10 (י), 6 (ו) en 5 (ה), of weer drie keer zeven, 21. ‘Tien is de moeder van de ziel, want leven en licht zijn daarin verenigd’, zegt Hermes. ‘Want het getal één is geboren uit de geest en het getal tien uit de stof (chaos, vrouwelijk); de eenheid heeft de tien gemaakt en de tien de eenheid’ ( Het Boek van de Sleutels). ‘Met behulp van de temura, de anagrammatische methode van de Kabbala, en de kennis van 1065 (21), kan men een alomvattende wetenschap verkrijgen over de Kosmos en zijn geheimen’ (Rabbi Yogel). De rabbi’s beschouwen de getallen 10, 6 en 5 als de heiligste van alle.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 10 Boom-, slang- en krokodilverering (p. 442:
De ofieten verklaarden dat er verschillende soorten genii waren van god tot mens; dat hun superioriteit ten opzichte van elkaar werd bepaald door de mate van licht die aan elk was verleend; en zij beweerden dat er voortdurend een beroep moest worden gedaan op de slang en deze moest worden bedankt voor de buitengewone dienst die zij aan de mensheid had bewezen. Want zij leerde Adam dat als hij at van de vrucht van de boom van kennis van goed en kwaad, hij zich onmetelijk zou verheffen door de kennis en wijsheid die hij zo zou verkrijgen. Zo luidde de exoterische reden die werd gegeven.
450: En deze ‘ware en volmaakte slang’ is de zevenletterige god, van wie men nu veronderstelt dat hij Jehova(h) is, en Jezus één met hem. In de Pistis Sophia, een boek dat ouder is dan de Openbaring van Johannes en kennelijk uit dezelfde school, wordt de kandidaat voor inwijding door de Christos naar deze god van de zeven klinkers gezonden. ‘De (slang van de) zeven donderslagen spraken deze zeven klinkers uit’, maar de Openbaring zegt: ‘Verzegel wat de zeven donderslagen hebben uitgesproken en schrijf ze niet.’ ‘Bent u op zoek naar deze mysteriën?’, vraagt Jezus in de Pistis Sophia. ‘Geen mysterie kan deze overtreffen (de zeven klinkers): want zij zullen uw zielen dichter bij het licht van de lichten brengen’ – d.w.z. bij de ware wijsheid. ‘Niets overtreft daarom de mysteriën die u zoekt, behalve het mysterie van de zeven klinkers en hun negenenveertig krachten, en de getallen daarvan.’
In India was dit het mysterie van de zeven vuren en hun
negenenveertig vuren of aspecten, of ‘de leden daarvan’; dat is precies hetzelfde.
De Geheime Leer Deel I hoofdstuk 11 Demon est deus inversus (p. 463/464):
Wat men ook van de hindoes mag denken, geen van hun vijanden kan hen als dwazen beschouwen. Een volk waarvan de heiligen en wijzen aan de wereld de grootste en verhevenste filosofieën hebben nagelaten die ooit uit het menselijke denken zijn voortgekomen, moet het verschil tussen goed en kwaad hebben geweten. Zelfs een wilde kan wit van zwart onderscheiden, goed van kwaad en bedrog van oprechtheid en waarheidsliefde. Degenen die deze gebeurtenis uit de biografie van hun god vertelden, moeten hebben gezien dat in dit geval die god de aartsbedrieger was en dat de daitya’s, die ‘de voorschriften van de Veda’s nooit overtraden’, de goede kant van de zaak vertegenwoordigden, en de werkelijke ‘goden’ waren. Er moet dus achter deze allegorie een geheime betekenis verborgen zijn geweest, en dat is ook zo. Bij geen enkele maatschappelijke klasse en bij geen enkel volk worden bedrog en list als goddelijke deugden opgevat – behalve misschien bij de klerikale klassen van godgeleerden en van het moderne jezuïtisme.
451: Als ‘God’ absoluut, oneindig en de universele wortel van alles in de Natuur en haar heelal is, waar komt dan het kwaad of de duivel vandaan, als het niet is uit dezelfde ‘gouden schoot’ van het absolute? Zo worden we gedwongen om òf de emanatie van goed en kwaad, van Agathodaemon en Kakodaemon te aanvaarden als loten van dezelfde stam van de Boom van het Zijn, òf ons neer te leggen bij de ongerijmdheid van een geloof aan twee eeuwige Absoluutheden!

Geheime Leer Deel II Inleidende opmerkingen OVER DE ARCHAÏSCHE STANZA’S EN DE VIER VOORHISTORISCHE CONTINENTEN (p. 4):
Van de assyriologen, die onbekend waren met de esoterische leringen, kon men nauwelijks verwachten dat zij meer aandacht zouden besteden aan het geheimzinnige en steeds terugkerende getal zeven op de Babylonische cylinders, dan toen zij het aantroffen in Genesis en de bijbel. En toch staan het getal van de voorvaderlijke geesten en hun zeven groepen menselijke nakomelingen er, ondanks de vervallen toestand van de fragmenten, even duidelijk als in Pymander’ en in het ‘Boek van het verborgen mysterie’ van de Kabbala. In dit laatste is Adam Kadmon de sephiroth-boom, en ook de ‘Boom van kennis van goed en kwaad’. En die ‘boom’, zegt vers 32, ‘is omringd door zeven zuilen’ of paleizen van de zeven scheppende engelen, die werken in de sferen van de zeven planeten op onze bol. Evenals Adam Kadmon, is ook de naam van de mens Adam een verzamelnaam.
De Geheime Leer Deel II, Stanza 1 HET BEGIN VAN BEWUST LEVEN (p. 44):
Wij vragen de lezer Stanza IV van Deel I en de vierde toelichting daarop te raadplegen; hij zal dan zien dat de 3,4-(7), en de driemaal zeven of 1065, het getal van Jehova, het getal is van de 21 prajapati’s, genoemd in het Mahabharata, of de drie sephrim (woorden in cijfers of getallen). En door deze vergelijking tussen de scheppende krachten van de archaïsche filosofie en de antropomorfe schepper van de exoterische joodse leer (want hun esoterie blijkt overeen te stemmen met de Geheime Leer) zal de onderzoeker zien en ontdekken dat Jehova inderdaad slechts een maan- en een ‘voortplantings’-god is.
De Geheime Leer Deel II, Stanza 2 Schepping van goddelijke wezens volgens de exoterische verhalen (p. 60):
Voortgaand met scheppen, neemt Brahma een andere vorm aan, die van de Dag, en schept hij uit zijn adem de goden, die de eigenschap van goedheid (passiviteit) verkrijgen. In zijn volgende lichaam overheerste de eigenschap van grote passiviteit, die ook (negatieve) goedheid is, en uit de zijde van die persoonlijkheid kwamen de pitri’s, de voorvaderen van de mensen voort, omdat, zoals de tekst verklaart, ‘Brahma zich (tijdens het proces) als de vader van de wereld voelde5’. Dit is kriya-sakti, de geheimzinnige yoga-kracht, die elders wordt verklaard. Dit lichaam van Brahma werd, na te zijn afgeworpen, de sandhya (avondschemering), het interval tussen dag en nacht.
5) Dit zich voelen als dit, dat, of iets anders is de belangrijkste factor bij het voortbrengen van elke soort psychische of zelfs fysische verschijnselen. De woorden ‘wie tot deze berg zal zeggen: verhef u en val in de zee, en niet zal twijfelen . . . het zal hem ook geschieden’, zijn geen ijdele taal. Maar het woord ‘geloof’ moet worden vertaald met WIL. Geloof zonder wil is als een windmolen zonder wind – dus zonder gevolg.
Geheime Leer Deel II Stanza 4 Schepping van de eerste rassen (p. 105):
Volmaaktheid moet, om volkomen te zijn, worden geboren uit onvolmaaktheid, het onvergankelijke moet groeien uit het vergankelijke en dit laatste hebben tot voertuig, grondslag en tegenstelling. Absoluut licht is absolute duisternis, en omgekeerd. Inderdaad is er in het rijk van de waarheid noch licht, noch duisternis. Goed en kwaad zijn tweelingen, de nakomelingen van Ruimte en Tijd, onder de heerschappij van maya. Scheid hen door de ene van de andere af te snijden, en zij zullen beide sterven. Geen van beide bestaat op zichzelf, want elk moet uit de ander worden voortgebracht en geschapen om tot bestaan te komen; beide moeten worden gekend en gewaardeerd voordat zij voorwerp van waarneming worden; daarom moet de sterveling hen als gescheiden denken.
Geheime Leer Deel II Stanza 5 DE GODDELIJKE HERMAFRODIET (p. 138):
Deze noodzaak van geheimhouding bracht het vijfde Ras tot het instellen, of liever het opnieuw instellen, van de religieuze mysteriën, waarin onder de sluier van allegorie en symboliek oude waarheden aan de komende geslachten konden worden onderwezen. Zie de onvergankelijke getuige van de evolutie van de menselijke uit de goddelijke rassen, en in het bijzonder uit het androgyne Ras – de Egyptische Sfinx, dat raadsel van de eeuwen! Goddelijke wijsheid die zich incarneert op aarde en die wordt gedwongen de bittere vrucht te proeven van persoonlijke pijn en van lijden, die op aarde alleen wordt voortgebracht in de schaduw van de boom van kennis van goed en kwaad – een geheim dat eerst alleen bekend was aan de Elohim, de ZELF-INGEWIJDE ‘hogere goden’.
Geheime Leer Deel II Stanza 7 Tot de eerste mensenrassen (p. 187):
Het ligt niet in de lijn van de natuurwet dat de mens een volmaakt zevenvoudig wezen wordt vóór het zevende ras in de zevende Ronde. Toch zijn al deze beginselen vanaf zijn geboorte latent in hem aanwezig. Evenmin is het een deel van de evolutiewet dat het vijfde beginsel (manas) volledig zal worden ontwikkeld vóór de vijfde Ronde. Al dergelijke voortijdig ontwikkelde intellecten (op geestelijk gebied) in ons ras zijn abnormaal; het zijn wat wij noemen de ‘vijfde-Ronders’. Zelfs in het komende zevende Ras, aan het einde van deze vierde Ronde zal, terwijl onze vier lagere beginselen volledig zullen zijn ontwikkeld, manas nog maar betrekkelijk zijn geëvolueerd.
De Geheime Leer Deel II, Stanza 9 Edens slangen en draken (p. 242):
Volgens de opvattingen van de gnostici zijn deze twee beginselen onveranderlijk licht en schaduw, want goed en kwaad zijn feitelijk één en hebben in alle eeuwigheid bestaan, en ze zullen altijd blijven bestaan zolang er gemanifesteerde werelden zijn.
Dit symbool verklaart de verering door deze sekte van de slang, als de Verlosser; gekronkeld om het offerbrood of om een tau, het fallische embleem. Als eenheid zijn Ennoia en Ophis de logos. Als ze zijn gescheiden, is de ene de Boom van het leven (geestelijk), de andere de Boom van kennis van goed en kwaad. Daarom zien we dat Ophis het eerste mensenpaar – het stoffelijke voortbrengsel van Ilda-Baoth, dat echter zijn geestelijke beginsel te danken had aan Sophia-Achamoth – aanspoort van de verboden vrucht te eten, hoewel Ophis de goddelijke wijsheid voorstelt.
De Geheime Leer Deel II, Hoofdstuk De 'zonen van god' en het 'heilige eiland' (p. 248):
Dit woord, dat geen woord is, is eens de wereld rondgegaan en blijft nog steeds als een verre, wegstervende echo in de harten van enkele bevoorrechte mensen hangen. De hiërofanten van alle priestercolleges waren van het bestaan van dit eiland op de hoogte; maar het ‘woord’ was alleen bekend aan de java aleim (Maha-Chohan in een andere taal), of de hoogste bestuurder van elk college, en werd pas op het moment van zijn dood aan zijn opvolger doorgegeven. Er bestonden veel van dergelijke colleges en de oude klassieke schrijvers spreken erover.’
‘Er was geen overzeese verbinding met het mooie eiland, maar onderaardse gangen, die alleen aan de hoofden bekend waren, gaven er in alle richtingen toegang toe.’
Geheime Leer Deel II Stanza 10 Vervolg (p. 310):
Gelet op het feit dat wij uitgaan van (a) het verschijnen van de mens vóór de andere zoogdieren en zelfs vóór de reuzenreptielen; (b) periodieke zondvloeden en ijstijden tengevolge van karmische verstoringen van de aardas; en vooral van (c) de geboorte van de mens uit een hoger wezen – of wat het materialisme een bovennatuurlijk wezen zou noemen, hoewel het slechts bovenmenselijk is – spreekt het vanzelf dat onze leringen weinig kans maken op een onpartijdig gehoor. Voeg daarbij de bewering dat een deel van de mensheid in het derde Ras – al die monaden van mensen die het toppunt van verdienste en karma in het vorige manvantara hadden bereikt – hun psychische en rationele natuur dankten aan goddelijke wezens die het vijfde beginsel van die monaden hypostaseerden, en de Geheime Leer moet in de ogen van het materialisme en zelfs van het dogmatische christendom wel in aanzien dalen. Want zodra het laatstgenoemde hoort dat die engelen identiek zijn met hun ‘gevallen’ geesten, zal de esoterische leer voor verschrikkelijk ketters en verderfelijk worden uitgemaakt. De goddelijke mens woonde in de dierlijke mens, en toen de fysiologische scheiding plaatsvond in het natuurlijke verloop van de evolutie – toen ook ‘de banden van de hele dierlijke schepping werden losgemaakt’, en mannetjes tot wijfjes werden aangetrokken – viel dat ras; niet omdat zij van de vrucht van de kennis hadden gegeten en goed van kwaad konden onderscheiden, maar omdat zij niet beter wisten.
Geheime Leer Deel II De rassen met het derde oog (p. 330):
Dit is weer een allegorie en een symbool dat alleen door de oriëntalisten verkeerd wordt begrepen; die zien in deze vogel ‘een incarnatie van de bliksem’, en zeggen dat zijn lied ‘vaak werd opgevat als een uitspraak van een god en een openbaring’, en wat al niet meer. Karshipta is de menselijke denk-ziel en de godheid daarvan, die bij de oude magiërs werd gesymboliseerd door een vogel, en bij de Grieken door een vlinder. Zodra Karshipta de vara of mens was binnengetreden, begreep hij de wet van Mazda of de goddelijke wijsheid. In het ‘Book of Concealed Mystery’ wordt over de boom, die de boom van kennis van goed en kwaad is, gezegd: ‘In zijn takken (van de boom) wonen de vogels en bouwen zij hun nesten’, of hebben de zielen en de engelen hun plaats! Daarom was de boom bij de kabbalisten een soortgelijk symbool. ‘Vogel’ was een Chaldeeuws, en werd later een Hebreeuws synoniem en symbool voor engel, een ziel, een geest of deva; en het ‘vogelnest’ was bij beiden de hemel, en is in de Zohar de schoot van God. De volmaakte messias treedt Eden binnen ‘op de plaats die het vogelnest wordt genoemd’ (Zohar, ii, 8b). ‘Zoals een vogel die van zijn nest vliegt, en dat is de ziel van wie de shekinah (goddelijke wijsheid of genade) zich niet verwijdert’ (Zohar, iii, 278a; Qabbalah van Myer, 217). ‘Het nest van de eeuwige vogel, van wie het klapwieken leven voortbrengt, is grenzeloze ruimte’, zegt de Toelichting, die Hansa, de vogel van de wijsheid betreft.
Adam Kadmon is de boom (van de sephiroth) en hij wordt esoterisch de ‘boom van kennis van goed en kwaad’. En die ‘boom heeft om zich heen zeven zuilen (zeven pilaren) van de wereld, of bestuurders’; dezelfde ‘voorouders’ of ‘sephiroth’ die weer ‘werkzaam zijn door middel van de respectievelijke orden van engelen in de sferen van de zeven planeten’, enz.; een van die orden verwekt reuzen (nephilim) op aarde.
338/339: We zijn pas in de vierde Ronde, en in de vijfde zal de volledige ontwikkeling van manas , als een directe straal van het universele MAHAT – een straal, niet door de stof belemmerd – tenslotte zijn bereikt.
342: Alleen de leer die hieronder kort wordt samengevat, kan ons het geheimzinnige vraagstuk van goed en kwaad verklaren en de mens verzoenen met de vreselijke en schijnbare onrechtvaardigheid van het leven. Deze leer omvat de kennis van de voortdurende wedergeboorten van één en hetzelfde individu door de hele levenscyclus heen, en de overtuiging dat dezelfde MONADEN, onder wie veel Dhyan-Chohans of de ‘goden’ zelf zijn, door de ‘kringloop van noodzakelijkheid’ moeten gaan en door zo’n wedergeboorte worden beloond of gestraft voor het ondergane lijden of de gepleegde misdaden in het vorige leven.
De Geheime Leer Deel II, Stanza 12 Onze goddelijke leermeesters (p. 420):
Volgens Plato moet men, om duidelijke en nauwkeurige denkbeelden over het koningschap, zijn oorsprong en macht te verkrijgen, terugkeren tot de eerste beginselen van de geschiedenis en de overlevering. Grote veranderingen, zegt hij, hebben in de oude tijden plaatsgevonden, in de hemel en op aarde, en de tegenwoordige stand van zaken is een van de gevolgen (karma). Onze overleveringen spreken over veel wonderen, over veranderingen die hebben plaatsgevonden in de loop van de zon, in de regering van Saturnus en in duizend andere zaken die hier en daar in de herinnering van de mens zijn blijven voortleven; maar men hoort nooit iets over het KWAAD dat die omwentelingen heeft voortgebracht, en evenmin over het kwaad dat er onmiddellijk op volgde. Toch . . . is dat kwaad het beginsel waarover men moet spreken om het koningschap en de oorsprong van macht te kunnen behandelen . . .’
421: Het was god, de logos (de synthese van de menigte), die zo de leiding had over de genii en de eerste herder en leider van de mensen werd.
De oorsprong van de mythe van satan (p. 429):
Verder blijkt dat de ‘oorlog in de hemel’ in een van zijn betekenissen betrekking heeft op die verschrikkelijke worstelingen die de kandidaat voor adeptschap te wachten staan, tussen hemzelf en zijn (door magie) verpersoonlijkte menselijke hartstochten, waarbij de innerlijk verlichte mens ze moest doden of moest falen. In het eerste geval werd hij de ‘drakendoder’, omdat hij alle verleidingen op gelukkige manier had weerstaan; en een ‘zoon van de slang’ en zelf een slang, omdat hij zijn oude huid had afgeworpen en in een nieuw lichaam was geboren, waarbij hij een zoon van wijsheid en onsterfelijkheid in eeuwigheid werd (zie Afd. II over de mythe van satan).
Seth, de veronderstelde voorvader van Israël, is slechts een joodse versie van Hermes, de god van de wijsheid, ook Thoth, Tat, Seth, Set en Satan genoemd.
De Geheime Leer Deel II, Hoofdstuk Esoterische leringen in alle heilige geschriften bevestigd (p. 509):
Het moet ernstig worden betwijfeld of onze tijd met al zijn verstandelijke scherpzinnigheid is bestemd om in elk westers volk ook maar één niet-ingewijde geleerde of filosoof te ontdekken die in staat is de geest van de archaïsche filosofie volledig te begrijpen. Men kan dat ook van niemand verwachten, voordat de ware betekenis van deze woorden, de alfa en de omega van de oosterse esoterie, de woorden Sat en Asat – waarvan in de Rig Veda en elders zo’n ruim gebruik wordt gemaakt – grondig wordt begrepen. Zonder deze sleutel tot de Arische wijsheid loopt de kosmogonie van de rishi’s en de arhats gevaar voor de gemiddelde oriëntalist een dode letter te blijven. Asat is niet alleen maar de ontkenning van Sat en evenmin het ‘nog niet bestaande’; want Sat is op zichzelf noch het ‘bestaande’, noch het ‘zijnde’. SAT is de onveranderlijke, de altijd aanwezige en eeuwige wortel, waaruit en waardoor alles voortkomt. Maar het is veel meer dan de potentiële kracht in het zaad, die het proces van ontwikkeling, of wat nu evolutie wordt genoemd, voortstuwt. Het is het altijd wordende, hoewel het zich nooit manifesteert1. Sat wordt geboren uit Asat, en ASAT wordt voortgebracht door Sat: inderdaad de eeuwige cirkelgang; maar een cirkel waar-van alleen bij de hoogste inwijding, op de drempel van paranirvana, de kwadratuur kan worden gevonden.
Geheime Leer Deel II hoofdstuk 18 Het ‘Heilige der Heiligen’. Zijn ontaarding (p. 528):
‘Over de 1, 3, 5, en tweemaal 7, waarmee in het bijzonder 13514 wordt bedoeld, dat op een cirkel kan worden gelezen als 31415 (of de waarde van π), kan volgens mij geen twijfel mogelijk zijn; en vooral als men deze beschouwt met symbooltekens op sacr, ‘chakra’ of cirkel van Vishnu.’
‘Maar laat mij uw beschrijving een stap verder volgen. U zegt: ‘De een uit het ei, de zes en de vijf (zie Stanza IV, Deel I) geven de getallen 1065, de waarde van de eerstgeborene.’ . . . Als dat zo is, hebben we in 1065 de beroemde naam van Jehova, de Jve of Jave of Jupiter, en door verandering van ה in נ of van h in n ontstaat נוי of het Latijnse Jun of Juno, de basis van het Chinese raadsel, de sleutel tot de getallen van Sni (Sinai) en Jehova die op die berg neerdaalt, getallen (1065) die slechts het gebruik laten zien van onze verhouding 113 tot 355, omdat 1065 = 355 x 3, en dat is de omtrek van een cirkel met middellijn 113 x 3 = 339.
Geheime Leer Deel II hoofdstuk 19 Is pleroma de legerstede van Satan (p. 588):
Laten zij mediteren over de ‘boom van wijsheid’, en de vruchten ervan bestuderen door ze een voor een in zich op te nemen. De weg naar de boom van het eeuwige leven, de witte haōma, de gaokerena, gaat van het ene uiteinde van de aarde naar het andere; en haōma is zowel in de hemel als op aarde. Maar om er weer een priester van te worden en een genezer, moet de mens zichzelf genezen voordat hij anderen kan genezen.
Dit bewijst nogmaals dat de zogenaamde ‘mythen’, als men ze tenminste bij benadering enig recht wil doen, nauwkeurig in al hun aspecten moeten worden onderzocht. Inderdaad moet elk van de zeven sleutels op de juiste plaats worden gebruikt en nooit met de andere worden verward, indien we de hele cyclus van mysteriën willen onthullen. In onze tijd van troosteloos zieldodend materialisme zijn de oude priesteringewijden volgens onze geleerden een synoniem voor handige bedriegers geworden, die de vuren van het bijgeloof aanblazen om gemakkelijker macht over het denken van de mensen te krijgen.
589: King denkt dat deze overlevering ‘te veel heeft van de Alexandrijnse filosofie om er enig geloof aan te hechten’, waarmee wij het niet eens zijn. De vorm en gestalte van de vleugels van de twee cherubijnen die aan de rechter- en de linkerkant van de ark staan, terwijl deze vleugels elkaar raken boven het ‘Heilige der Heiligen’, zijn een embleem dat op zichzelf heel welsprekend is, nog afgezien van de ‘heilige’ jod in de ark! Het mysterie van Agathodaemon, waarvan het opschrift zegt: ‘Ik ben Chnumis, de zon van het Heelal, 700’, kan als enige het mysterie van Jezus oplossen, ‘van wie het getal van de naam 888 is’. Het is niet de sleutel van Petrus of het kerkdogma, maar de narthex – de staf van de kandidaat voor inwijding – die moet worden ontrukt aan de greep van de altijd zwijgende sfinx van de eeuwen.
De Geheime Leer Deel II, Hoofdstuk 9 De zonnetheorie (p. 601/602):
Wat in het hedendaagse spraakgebruik respectievelijk geest en stof wordt genoemd, is in eeuwigheid een als de eeuwigdurende oorzaak, en het is noch geest noch stof, maar het – in het Sanskriet TAT (‘dat’) – alles wat is, was of zal zijn, alles wat de verbeelding van een mens zich kan voorstellen. Zelfs het exoterische pantheïsme van het hindoeïsme geeft het weer zoals geen enkele monotheïstische filosofie ooit heeft gedaan, want in verheven bewoordingen begint de kosmogonie ervan op de welbekende manier:
602: ‘Er was geen dag en geen nacht, geen hemel en geen aarde, geen duisternis en geen licht. En er was niets anders dat door de zintuigen of door de verstandelijke vermogens kon worden waargenomen. Er was toen één Brahmā, in wezen prakriti (Natuur) en geest. Want de twee aspecten van Vishnu, die verschillen van zijn hoogste essentiële aspect, zijn prakriti en geest, en Brahman. Als deze twee andere aspecten van hem niet langer voortbestaan maar worden opgelost, dan wordt dat aspect waaruit vorm en de rest – d.w.z. de schepping – opnieuw voortkomen, tijd genoemd, o tweemaal geborene.’
Dat wat is opgelost, of het bedrieglijke tweevoudige aspect van Dat, waarvan de essentie eeuwig EEN is, noemen we eeuwige stof of substantie (Zie Afd. II, ‘Oorspronkelijke substantie en goddelijke gedachte’), vormloos, geslachtloos, niet waarneembaar, zelfs niet voor ons zesde zintuig of het denkvermogen, waarin we daarom weigeren te zien wat de monotheïsten een persoonlijke, antropomorfe God noemen.
De Geheime Leer Deel II, Hoofdstuk 21 Enoïchion-Henoch (p. 603):
Hij deelt ons mee dat ze door Seth waren gebouwd; en dat kan wel zo zijn, maar niet door de aartsvader met die naam, de legendarische zoon van Adam, en ook niet door de Egyptische god van de wijsheid – Teth, Set, Thoth, Tat, Sat (de latere Sat-an) of Hermes, die allen één zijn. Ze werden gebouwd door de ‘zonen van de slangengod’ of ‘zonen van de draak’, de naam waaronder de hiërofanten van Egypte en Babylon bekendstonden vóór de zondvloed, evenals hun voorvaderen, de Atlantiërs.
De Geheime Leer Deel II, Hoofdstuk 22 De symboliek van de mysterienamen Iao en Jehova en hun verband met het kruis en de cirkel (p. 613/614):
En God zei tot Mozes: ‘Ik ben die ik ben.’
De Hebreeuwse woorden voor deze uitdrukking zijn ahiyé asher ahiyé en de sommen van hun letterwaarden zijn:
היה אשר אהיה
21 501 21
. . . Dit is zijn (Gods) naam, en de som van de samenstellende waarden 21, 501 en 21 bedraagt 543, of eenvoudig een vorm van de cijfers in de naam van Mozes . . . maar nu zo gerangschikt dat de naam 345 wordt omgekeerd en als 543 wordt gelezen. . . . Als dus Mozes vraagt: ‘Laat mij uw gezicht of heerlijkheid zien’, antwoordt de ander terecht en naar waarheid: ‘Gij kunt mijn gezicht niet zien’ . . . maar gij zult mij van achter zien (de ware betekenis, hoewel niet de juiste woorden); omdat het omgekeerde en de achterkant van 543 de voorkant van 345 is – ‘ter controle en voor een juist gebruik van een reeks getallen om bepaalde grootse uitkomsten te krijgen, en voor dat doel worden zij in het bijzonder gebruikt’. De geleerde kabbalist voegt eraan toe: ‘Bij andere vormen van het getal zagen zij elkaar van aangezicht tot aangezicht. Het is vreemd dat wanneer wij 345 en 543 bij elkaar optellen, we 888 (zie p. 2) krijgen, de gnostische kabbalistische waarde van de naam Christus, die Jehoshua of Jozua was. En zo geeft ook de verdeling van de 24 uren van de dag drie achten als quotiënt. . . . Het belangrijkste doel van dit hele stelsel van getalcontroles was om de exacte waarde van het maanjaar in de natuurlijke maat van de dagen voor altijd te bewaren.’
616: Tenslotte werd Mercurius, zoals Cornutus aantoont, soms afgebeeld in een kubusvorm zonder armen, omdat ‘de kracht van de spraak en de welsprekendheid kan overwinnen zonder de hulp van armen of voeten’. Deze kubusvorm verbindt de termini direct met het kruis, en de welsprekendheid of het spraakvermogen van Mercurius bracht de slimme Eusebius ertoe te zeggen ‘Hermes is het embleem van het Woord dat alles schept en verklaart’, want het is het scheppende woord; en volgens hem leert Porphyrius dat de spraak van Hermes (in Pymander als ‘het woord van God’ (!) opgevat), een scheppende spraak (verbum), het kiembeginsel is dat door het Heelal is verspreid. In de alchemie is ‘Mercurius’ het oervocht, oorspronkelijk of elementair water, dat het zaad van het Heelal bevat, bevrucht door de zonnevuren. Om dit bevruchtende beginsel tot uitdrukking te brengen, werd vaak door de Egyptenaren aan het kruis een fallus toegevoegd (het mannelijke en vrouwelijke, of het verticale en het horizontale verenigd) (zie de Egyptische musea). De kruisvormige termini stelden ook dit tweevoudige denkbeeld voor, dat in Egypte in de kubusvormige Hermes werd aangetroffen. De schrijver van Source of Measures vertelt ons waarom. (Maar zie de laatste bladzijde van § 16 over de gnostische Priapus.)
617: Hij toont aan dat de kubus, als men die uitvouwt, een kruis van de tau- of de Egyptische vorm wordt; en verder ‘geeft de cirkel die aan de tau is bevestigd, het ansatakruis’ van de oude farao’s. Dit was hun door toedoen van hun priesters en ‘koning-ingewijden’ al eeuwenlang bekend, en ook wat werd bedoeld met ‘de bevestiging van een mens aan het kruis’, een denkbeeld dat men ‘liet samengaan met dat van de oorsprong van het menselijke leven, vandaar de fallische vorm’.
634: De bewering dat het kruis een specifiek christelijk symbool is, dat na het begin van onze jaartelling is ingevoerd, is inderdaad vreemd als we vernemen dat Ezechiël de voorhoofden van de mannen van Juda, die de Heer vreesden (Ezechiël, ix, 4), met het teken thau merkte, zoals het in de vulgaat wordt vertaald. In het oud-Hebreeuws werd dit teken zo gevormd , maar in de oorspronkelijke Egyptische hiërogliefen als een volmaakt christelijk kruis (Tat, het embleem van de bestendigheid). Ook in de Openbaring merkt de ‘alfa en omega’ (geest en stof), het begin en het einde, de naam van zijn Vader op de voorhoofden van de uitverkorenen (Isis Ontsluierd, Deel II, blz. 323, Eng. uitgave).
788/789: Maar de Pistis Sophia geeft met haar gebruikelijke vrijmoedigheid aan deze theorie een veel dichterlijker vorm (§ 282).’ De innerlijke mens bestaat eveneens uit vier samenstellende delen, maar deze worden verschaft door de opstandige aeonen van de sferen, die de kracht zijn – een deel van het goddelijke licht (‘divinae particula aurae’) dat nog in hen is overgebleven; de ziel (het vijfde) ‘gevormd uit de tranen van hun ogen en het zweet van hun kwellingen; het Ἀντίμιμον Πνεύματοϛ, nabootsing van de geest (die schijnt overeen te komen met ons geweten), (het zesde); en tenslotte de Μοῖρα, het lot5 (het karmische ego), dat tot taak heeft de mens naar het voor hem bestemde einde te brengen; als hij door het vuur moet sterven, hem naar het vuur te leiden; als hij door een wild beest moet sterven, hem naar het wilde beest te leiden, enz.’ – het zevende!
5) Μοῖρα is in dit geval bestemming, niet ‘lot’, omdat het een benaming en geen eigennaam is. (Zie de vertaling van Wolf in Odyssee 22, 413.) Maar Moira, de godin van het lot, is een godheid ‘die evenals Ἀῖσα aan allen hun deel van goed en kwaad geeft’, en is dus karma (zie Liddell). Met deze afkorting wordt echter de aan het lot of karma onderworpene bedoeld, het zelf of ego en dat wat wordt herboren. Evenmin is Ἀντίμιμον Πνεύματοϛ ons geweten, maar ons buddhi; ook is het niet de ‘nabootsing van de geest’ maar ‘daarnaar gevormd’ of een tegenhanger van de geest – wat buddhi is, als het voertuig van atma (zie Ar. Thesm. 17, en de definities van Liddell).

====

Zie ook:

Boeken:

Externe Links

<< vorige || volgende >>

Categorie: Artikelen | Rapport | Auteur: Harry Nijhof


Deze pagina werd sedert 16 dec. 2007 keer bekeken.