| Deze filognostische presentatie is in aanbouw |
2.1.1 Levensboom en de Microkosmos
Karl Marx: ... eine Denkriese wie Aristoteles
Spiegelsymmetrie (Zeven 'beginselen' van de mens)

De alchemische bruiloft van Christiaan Rozenkruis anno 1459, in 1603 door Johann Valentin Andreae (1586-1654) op schrift gesteld, veroorzaakte bij publicatie een schokgolf in intellectueel Europa en bracht de pennen van de geleerden krachtig in beweging. Tot op de huidige dag is men bezig dit geschrift te doorgronden, te verklaren, te ontsluieren en de inhoud ervan in praktijk te brengen.
De alchemische bruiloft blijkt een actueel en modern kerngeschrift der rozenkruisers te zijn, waarin de westerse inwijdingsweg die Christiaan Rozenkruis heeft afgelegd, op gedetailleerde wijze wordt beschreven. De alchemische bruiloft bevat zeer veel getallenpatronen: aantallen dagen, bruiloftsgasten, gewichten, toren- verdiepingen en combinaties van bouwmaten.
Munin Nederlander heeft in deze talrijke cijfermatige aanduidingen wis- en rekenkundige structuren ontdekt die J.V. Andreae doelbewust in zijn hoofdwerk heeft neergelegd. Recent wetenschappelijk onderzoek bevestigt hoe goed J.V. Andreae van de mathematische ontwikkelingen van zijn tijd op de hoogte was. Nederlander gaat uitgebreid in op de belangrijkste wis- en rekenkundige patronen. Hij beschrijft op heldere en oorspronkelijke wijze waarom Andreae wis-en rekenkunde enerzijds en moraliteit en spiritualiteit anderzijds met elkaar heeft verbonden en hoe het goddelijke zich in de mathematica openbaart.
Rozenkruisers, vrijmetselaren en antroposofen die zich op het gedachtengoed van Vader-Broeder Christiaan Rozenkruis baseren en ieder ander die geïnteresseerd is in westerse spiritualiteit en inwijdingswetenschap, zal in De alchemische bruiloft ontcijferd een rijke inspiratiebron vinden voor het gaan van zijn eigen geestelijke weg.
De Alchemische Bruiloft Ontcijferd
HENK DE ROEST Paulus of Menenius Agrippa? (p. 3):
De introductie van de lichaamsmetaforiek, zoals we deze in de eerste brief I aan de Korintiërs vinden, is volgens recente commentaren kenmerkend , voor de retorische argumentatie in Paulus' tijd.10 Voorbeelden of paradigmata namen hierin een belangrijke plaats in en de vergelijking met een lichaam heeft een lange geschiedenis. De microcosmos van het lichaam werd gebruikt om uit te leggen hoe eenheid kan bestaan in verscheidenheid binnen de macrocosmos van de samenleving. Bij Curtius Rufus, in zijn beschrijving van de geschiedenis van Alexander de Grote, lezen we hoe het rijk het lichaam is, de heerser het hoofd en de provincies de leden. Ook bij Plato vinden we de metafoor. Flavius Josephus schrijft over de joodse opstand, dat het lijden van het belangrijkste lid van het lichaam, i.c. Jeruzalem, het lijden van de andere delen van het land tot gevolg moet hebben.13 Philo ziet de gemeenschap van het verbond als een lichaam met leden, waarin ook proselyten kunnen worden ingelijfd, "zodat uiteindelijk ondanks de verschillende leden één uniek levend wezen bestaat". We komen deze vergelijking ook in rabbijnse literatuur tegen.
Bij Seneca en Cicero vinden we de beeldspraak terug om het belang van de concordia te onderstrepen.
10) Vgl. Ben Witherington III, Conflict & Community in Corinth. A Socio-Rhetorical Commentary on 1 and 2 Corinthians. Grand Rapids 1994, 253ff.; Dale B. Martin, The Corinthian Body. New Haven , London 1995; Mary Katherine Birge, SSJ, The Language of Belonging. A Rhetorical Analysis of Kinship Language in First Corinthians. Leuven -Paris -Dudley, MA 2002, 153; Robert S. Dutch, The Educated Elite in 1 Corinthians. Education and Community Conflict in Graeco-Roman Context. London / New York 2005, 37f.
Stem van de Stilte (tweede fragment), H.P. Blavatsky
De leerling zegt:
Leraar, wat moet ik doen om tot wijsheid te komen?
Wijze, wat om volmaaktheid te verwerven?
Zoek naar de paden. Maar, lanoe [leerling], wees rein van hart voordat u aan uw reis begint. Leer, voordat u uw eerste stap zet, het werkelijke van het bedrieglijke te onderscheiden, het tijdelijke van het eeuwigdurende. Leer vooral verschil te zien tussen verstandelijke kennis en zielenwijsheid, tussen de ‘leer van het oog’ en die van het ‘hart’.
Ja, onwetendheid is als een gesloten vat zonder frisse lucht; de ziel een vogel die daarin gevangen zit. Hij zingt niet en kan zich niet verroeren. De zanger zit doodstil en verstijfd en sterft van uitputting.
Maar zelfs onwetendheid is beter dan verstandelijke kennis als er geen zielenwijsheid is om haar te verlichten en te leiden.
H.P. Blavatsky: De Geheime Leer Deel I, Stanza 4 De zevenvoudige hiërarchieën (p. 129/130):
II. DE STEM VAN HET WOORD, SVABHAVAT, DE GETALLEN, WANT HIJ IS EEN EN NEGEN12.
12) En dit is tien of het volmaakte getal, toegepast op de ‘Schepper’, de naam die wordt gegeven aan de gezamenlijke scheppers die door de monotheïsten tot Eén worden samengevoegd, want de ‘Elohim’, Adam Kadmon of sephira – de Kroon – zijn de androgyne synthese van de 10 sephiroth die in de gepopulariseerde Kabbala het symbool van het gemanifesteerde Heelal vormen. De esoterische kabbalisten echter volgen de oosterse occultisten en scheiden de bovenste driehoek van de sephiroth (of sephira, chochmah en binah) van de rest, waardoor er zeven sephiroth overblijven. Aan de term svabhavat wordt door de oriëntalisten de betekenis gegeven van de universele plastische stof die door de Ruimte is verspreid, misschien met een half oog op de ether van de wetenschap. Maar de occultisten identificeren svabhavat met ‘VADER-MOEDER’ op het mystieke gebied (zie boven).
(b) Dit betekent dat de ‘grenzeloze cirkel’ (de nul) alleen dan een getal wordt, als een van de negen cijfers eraan voorafgaat en zo de waarde en het vermogen ervan aangeeft, waarbij het woord of de logos in vereniging met STEM en geest13 (de uiting en de bron van het Bewustzijn) de negen cijfers vertegenwoordigt en dus, met de nul, de decade vormt die het gehele Heelal in zich bevat. De triade vormt binnen de cirkel de Tetraktis of heilige vier: het vierkant binnen de cirkel (kwadratuur) is het machtigste van alle magische figuren.
13) ‘In vereniging met de geest en de stem’ heeft betrekking op de abstracte gedachte en de concrete stem, of de manifestatie daarvan, het gevolg van de Oorzaak. Adam Kadmon of tetragrammaton is de logos in de Kabbala. Daarom komt in laatstgenoemde deze triade overeen met de hoogste driehoek van kether, chochmah en binah. Dit laatste is een vrouwelijk vermogen en tegelijk de mannelijke Jehova, omdat het deel heeft aan de natuur van chochmah, of de mannelijke wijsheid.
De Geheime Leer Deel I, Hoofdstuk 4 Chaos - Theos - Kosmos (p. 375/376):
Het laatste betekent alleen maar een latente godheid of kracht, die vóór haar eerste manifestatie, toen zij WIL werd – die de eerste impuls aan deze atomen overbracht – het grote niets was, Ain-Soph of GEEN DING; en daarom voor ieder zintuig een leegte – of CHAOS – was.
Die Chaos werd echter volgens Plato en de pythagoreeërs de ‘ziel van de wereld’. Volgens de hindoeleer doordringt de godheid in de vorm van aether (akāsa) alle dingen; en deze werd daarom door de theürgen ‘het levende vuur’, de ‘geest van het licht’ en soms magnes genoemd. De hoogste godheid zelf bouwde volgens Plato het Heelal in de meetkundige vorm van de dodecaëder; en haar ‘eerstgeborene’ werd geboren uit Chaos en oorspronkelijk licht (de centrale zon).
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 15 Goden, monaden en atomen (p. 680/681):
De monade – slechts de uitstraling en weerspiegeling van het punt (logos) in de wereld van de verschijnselen – wordt, als de top van de gemanifesteerde gelijkzijdige driehoek, de ‘vader’. De linkerzijde of lijn is de duade, de ‘moeder’, die wordt beschouwd als het kwade, tegenwerkende beginsel (Plutarchus, De Placitis Placitorum); de rechterzijde stelt de zoon voor (in iedere kosmogonie ‘de echtgenoot van zijn moeder’, omdat hij één is met de top); de basislijn geeft het universele gebied van de voortbrengende Natuur weer, die op het gebied van de verschijnselen vadermoeder-zoon verenigt, zoals deze in de bovenzinnelijke wereld waren verenigd in de top. Door mystieke vervorming werden ze het viertal – de driehoek werd de TETRAKTIS.
691: Laat de lezer deze ‘monaden’ van Leibniz eens in gedachten houden – elke monade is een levende spiegel van het heelal en weerspiegelt elke andere – en deze opvatting en omschrijving vergelijken met bepaalde door Sir William Jones vertaalde Sanskrietstanza’s (śloka’s), waarin wordt gezegd dat de scheppende bron van het goddelijke denkvermogen, . . . ‘verborgen in een sluier van dichte duisternis, spiegels van de atomen van de wereld vormde en een weerspiegeling van zijn eigen gezicht op elk atoom wierp . . .’.
Thijs Prent Dualiteit in de evolutie:
Wanneer deze twee triaden zich verenigen, werken de goden in chaos, de monaden in theos en de atomen in kosmos. Wanneer we iedere triade individueel beschouwen, zien we dat aan de spirituele zijde de goden door de monaden werken, en de monaden door de atomen, terwijl aan de materiële zijde, chaos in theos werkt en theos in kosmos. Het begripsvermogen van de mens verdeelt het gemanifesteerde universum in twee onderling afhankelijke delen: de zonzijde, de geestelijke of goddelijke zijde van de natuur; en de schaduwzijde, het voertuiglijke aspect. De triade van het licht bestaat uit Goden-Monaden-Atomen (De Geheime Leer deel I, p. 606, 675); en de voertuiglijke triade betaat uit Chaos-Theos-Kosmos (De Geheime Leer deel I, p. 373).
De kosmos heeft vier dimensies: drie ruimte, één tijd. We leven in een vierdimensionaal ruimte/tijd-continuüm, het eeuwige NU. Het kompaskwadrant wordt gebruikt om de 5e dimensie, de kwintessens van het aardse ruimte/tijd-continuüm te belichten.
| Rapport ‘E i V’, | Inhoud | Theosofie: Dualiteit | in de evolutie | Natuurlijke kringloop (1 - 3 - 2 - 4): | |
| Deel VII | Deel V | 1. Goden | 3. Kosmos | Macrokosmos | Tijd-as |
| 1. Vuur ---- | 3. Lucht | 7. Âtma | 5. Manas | 1. Ruimte, Wat ---- | 3. Oneindigheid, Ruimteloosheid |
| | | | | | | | | | | |
| 4. Aarde ---- | 2. Water | 4.b Kama | 6. Buddhi | 4. Eeuwige NU ---- | 2. Materie, Hoe |
| Deel IV | Deel VI | 4.a Chaos | 2. Atomen | Tijd-as | Microkosmos |
Linker kwadrant: 5e element Ether, snijpunt van de diagonalen 1./2. en 3./4.
Middelste kwadrant: Het 5e element de Monaden met als voertuig Theos. De term sutratman brengt het proces van de tweevoudige evolutie tot uitdrukking.
Blavatsky, Deel III (p. 620): Âtmâ-Buddhi-Manas in de mens komt overeen met de drie Logoi in de Kosmos (zie p. 9 Evolutie en Involutie). Zij komen niet slechts overeen, doch ieder hunner is de uitstraling van de Kosmos in de microkosmos.
Gottfried de Purucker boek Grondslagen der Esoterische Wijsbegeerte, Deel I, Hoofdstukken 10 DE LEER VAN SVABHÂVA – ZELFWORDING – KARAKTERISTIEKE INDIVIDUALITEIT. DE MENS, ZELF-ONTWIKKELD, ZIJN EIGEN SCHEPPER. DE ‘MONADOLOGIE’ VAN LEIBNIZ TEGENOVER DE LERINGEN VAN DE ESOTERISCHE FILOSOFIE:
Nog zo’n fundamenteel beginsel of leerstuk – een ware sleutel die het hart van het zijn ontsluit en, naast andere dingen, toegang geeft tot de diepere betekenis van de zogenaamde oorsprong van het kwaad en van de innerlijke drang naar recht en gerechtigheid, die de mens zijn moreel besef noemt – hangt samen met de filosofische begrippen achter het woord svabhâva, dat gewoonlijk de essentiële karakteristiek van iets betekent. De middeleeuwse scholastici spraken over deze essentie van de dingen als hun quidditas, of het essentiële – het ‘wat’ van iets: dat wat de kern, de wezenlijke aard, de karakteristieke essentie ervan is.
Hierin kan men een illustratie zien van de filosofische waarde van het hiërarchische stelsel, gezien als een voorstelling van de symmetrische bouw van de natuur, omdat elk stadium op de weg omlaag, elke lagere stap of elk lager gebied wordt doordrongen van en bezield door de hogere delen, die erboven blijven; terwijl de lagere gebieden of delen in geestelijk, etherisch en stoffelijk opzicht geleidelijk, gebied na gebied, worden afgescheiden en uitgescheiden, als schuim dat op de levensgolven neerslaat. De stoffelijke natuur, zoals we deze zelfs op ons eigen gebied zien, is als het ware een gekristalliseerde vorm van het goddelijke en is in feite gekristalliseerd licht, omdat licht etherische stof of substantie is.
Rondom dit immense geestelijke geheel moeten we ons als het ware een aura voorstellen, zo wordt ons geleerd, die de vorm van een ei aanneemt, dat we, in navolging van de kabbalisten, de shechînâh kunnen noemen. Dit is een Hebreeuws woord dat ‘woning’ of ‘voertuig’ betekent, of wat de esoterische filosofie in het geval van de mens het aurisch ei noemt, dat in dit schema het heelal voorstelt dat we om ons heen zien in zijn hoogste aspecten, want deze aura vloeit voort uit mûlaprakriti, terwijl de mystieke lijn die we in de figuur hebben getekend en die door alle verschillende gradaties van de hiërarchie heen naar omlaag loopt, de stroom van het zelf is, het onvoorwaardelijke bewustzijn, dat opwelt in het diepste innerlijk van alles.
Laten we nog even terugkomen op het woord svabhavat, het ‘zelf wordende’, het ‘zelfbestaande’: als we het voorgaande schema volgen, is het in het supergeestelijke, de tweede goddelijke monade of de tweede goddelijke logos; of als we het op een ander of lager plan beschouwen, de eerste kosmische monade, de weerspiegeling van de oorspronkelijke of eerste goddelijke monade erboven, en het is de eerste manifestatie of trilling van het kosmische leven wanneer, aan het einde van de universele pralaya, op de wachttoren van de eeuwigheid als het ware de roep weerklinkt, ‘Laat er manifestatie en licht zijn!’
H.P. Blavatsky: De Geheime Leer Deel II, Hoofdstuk 15 De mysteriën van het zevental (p. 679):
Maar of hij nu een viertal (tetragrammaton) of een triade is, de scheppende god van de bijbel is niet de universele 10, tenzij verenigd met AIN-SOPH (zoals Brahmā met Parabrahm), maar een zevental, een van de vele zeventallen van de universele zevenvoudigheid. Bij het verklaren van de vraag die nu aan de orde is, kunnen de positie en de status van Noach het best worden verduidelijkt door de 3 en de 4 parallel met de ‘kosmische’ en ‘menselijke’ beginselen te plaatsen. Voor deze laatste wordt de oude bekende classificatie gebruikt. Aldus:

De éne werkelijkheid is dat het universum in het menselijk bewustzijn wordt weerspiegeld. De driehoek van Pythagoras en de categorieën van Aristoteles symboliseren hoe de innerlijke wereld met de uiterlijke wereld wordt verbonden.
Tegenover 'Ether staat Aether', dat door de driehoek (1 + 2 + 3 + 4 = 10) van Pythagoras en de categorieënleer van Aristoteles, kan worden gesymboliseerd. Het Meta-leren houdt zich bezig met de relatie, de schakel tussen hemel en aarde. De Unificatietheorie biedt de grondslag voor het begrijpen van het bewustzijn.
Het hoofdstuk Ruimte, Materie en Tijd toont, aan de hand van het ingenieuze, reflexieve model “Macrokosmos = Microkosmos” van de esoterie, de Spiegelsymmetrie tussen de binnenwereld en de buitenwereld, de innerlijke wereld en de uiterlijke wereld. Bewustzijnsontwikkeling vindt op de grenslijn tussen binnen en buiten plaats. De keuze-vrijheid die we hebben ligt als het ware op deze grenslijn verborgen. Maar vrijheid houdt ook in dat je voor je eigen handelen verantwoordelijk bent. Vrijheid zit nog steeds in onszelf. Het NU, de Tijdsymmetrie is niet meer dan een imaginaire grens, die de toekomst van het verleden scheidt. Het mysterie van het leven zit in deze dimensie verborgen. Het nu is al sinds Aristoteles een illusie.
De psyche (reflexief bewustzijn) werkt als een spiegel. Het is deze spiegel die zorgt voor de golfbewegingen in de geschiedenis. Welke kant van de medaille, de aardse Tetrade (gemanifesteerde werkelijkheid) of de hemelse Triade (ongemanifesteerde werkelijkheid), laten we overheersen? Alleen wanneer we ons meer met de Triade verbinden komt de beschaving een stapje verder. Meer opties zijn er niet en dat was al bij Pythagoras (De Gulden Verzen van Pythagoras) bekend.
De onzichtbare Triade wordt met de zichtbare Tetrade verbonden.
Ongemanifesteerd, ongeopenbaard, Triade:
Gemanifesteerd, Tetrade (Lagere Tetraktys):
In het Het Witte Lotusblad (Belgische Theosofische Vereniging, Loge Witte Lotus) zijn twee artikelen van Christian Vandekerkhove over Rudolf Steiner verschenen, kies categorie: Nieuwsbrief en vervolgens nr. mei 2007 en juni 2007. Volgens de Niewsbrief juni 2007 ziet de vergeestelijkte mens er als volgt uit (b):
| Antroposofie (b) | Theosofie | ||
| 7. Geestmens als omgevormd Fysiek Lichaam | 1. Stoffelijk of Fysiek Lichaam | Hogere werelden | Geestelijke wereld |
| 6. Levensgeest als omgevormd Levenslichaam | 2. Ether- of Levenslichaam | Etherische wereld | Mentale wereld |
| 5. Geestzelf als omgevormd Astraallichaam | 3. Astraal Lichaam | Astrale wereld | Astrale wereld |
| 4. Ik als kern van de ziel | Stoffelijke wereld | Fysieke wereld |
WILLIAM Q. JUDGE boek De Oceaan van Theosofie hoofdstuk Het lichaam en het astrale lichaam:
Zo is het astrale lichaam tegenwoordig het model voor het in de baarmoeder groeiende kind en heeft al vóór de geboorte van het kind een volmaakte vorm. De moleculen rangschikken zich volgens dit model, totdat het kind is voltooid, en de aanwezigheid van het etherische modellichaam verklaart hoe de vorm gestalte krijgt, hoe de ogen zich van binnenuit naar de oppervlakte van het gelaat werken en veel andere mysterieuze zaken uit de embryologie, waar de medische wetenschap een beschrijving van geeft maar geen verklaring.
Tussennatuur. Als we over de mens spreken als een trichotomie, een wezen dat in drie delen kan worden onderscheiden - zoals in het christelijke Nieuwe Testament: een 'natuurlijk' lichaam, een psychisch lichaam en een geestelijk lichaam - is dat wel een gemakkelijke uitdrukking, maar ze geeft in het geheel niet een gedetailleerde uiteenzetting van de hele structuur van het innerlijk wezen van de mens.
Als we deze trichotomie aanhouden krijgen we ten eerste (zie onder Beginselen van de Mens) het goddelijk-geestelijke element in de menselijke constitutie, dat zijn eigen, individuele, innerlijke god is; ten tweede, de ziel of menselijke monade, die zijn menselijke egoïsche zelf is, zijn tussenliggende of psychische of tweede natuur; en ten derde, het hele samengestelde lagere deel van de mens dat, hoewel het verschillende omhulsels omvat, gemakshalve met de term 'voertuig' of 'lichaam' kan worden aangeduid. De goden, monaden en atomen in de natuur, als groep gezien, worden gekopieerd in de essentiële trichotomie van de mens als 'geest', 'ziel' en 'lichaam'; daarom is dit laatste een andere manier om het goddelijk-geestelijke, de tussenliggende ziel en de astraal-fysieke delen van de mens aan te duiden.
De Tussennatuur, kroost van de goddelijke vonk, omsluit de straal van de goddelijke vonk, die bij wijze van spreken haar geestelijke zon is, en die zij 'neertransformeert' in de gewone geestestoestand van de mens. Het is deze Tussennatuur die reïncarneert. Het goddelijk-geestelijke deel van de mens reïncarneert niet, want dit deel van de mens heeft er geen behoefte aan de lessen te leren die het fysieke leven kan bieden: het staat er ver boven. Maar het tussenliggende deel dat door de verschillende gewaden of omhulsels van de innerlijke mens functioneert - en deze omhulsels kunnen 'astraal' of 'etherisch' worden genoemd - kan op deze wijze omlaag reiken en in aanraking komen met ons aardse gebied; het stoffelijk lichaam is het kleed van vlees dat in aanraking is met de stoffelijke wereld.
De Tussennatuur wordt gewoonlijk de menselijke ziel genoemd. Zij is onvolmaakt en is dat wat opnieuw tot incarnatie komt omdat ze tot deze aarde wordt aangetrokken. Hier, in deze sfeer van het universele leven, leert ze de zo noodzakelijke lessen.
Het middelste kwadrant brengt het Tussenliggende viertal tot uitdrukking:
| Lagere | Tetragrammaton | ||||||||||
| TETRAKTIS | |||||||||||
| Joodse | Kabbalah | Antroposofie | Holistische fysiotherapie | ||||||||
| Mensenrijk | Plantenrijk | ||||||||||
| Chaiah | Ruah | Tussenliggende | viertal: | 4. Hogere wereld | 2. Etherische wereld | ||||||
| 4. Geest | - | 2. Dierlijk-astrale Ziel | 5. Manas | < | 7. Âtma | 7./1. | - | 5./3. | |||
| | | | | | | | Fysiek drietal : | | | | | ||||||
| 1. Voertuig | - | 3. Ziel | 6. Buddhi | > | 4. Kama | > | 2. Linga-sarira | 4. | - | 6./2. | |
| Nephesh | Neshama | | | | | 1. Fysieke wereld | 3. Astrale wereld | ||||||
| 1. Sthûla-sarira | < | 3. Prâna | Mineralenrijk | Dierenrijk |
Het rechter kwadrant brengt de spiegelsymmetrie (4., 5./3., 6./2. en 7./1.) in de zevenvoudige samenstelling van de mens tot uitdrukking. Het kwadrant geeft schematisch de viervoudige indeling, de Tussennatuur van de Kabbalah, het innerlijke, reflexieve bewustzijn weer. De éne werkelijkheid heeft betrekking op de wederkerigheid tussen Zo binnen, zo buiten en Zo boven, zo beneden, die op basis van het zelfbewustzijn, het reflexief bewustzijn met behulp van de lemniscaat tot uitdrukking kan worden gebracht.
Het bovenstaande rechter kwadrant toont een doorsnede volgens de zevenvoudige indeling. Deze doorsnede wordt door de middenzuil van de levensboom tot uitdrukking gebracht. Een andere manier om deze doorsnede te illustreren is Malkuth de fysieke, materiële wereld, ‘Jesod, Hod en Netsach’ de Dierlijk-astrale wereld, ‘Tiferet, Geburah en Chesed’ de mentale, morele wereld en ‘Binah, Cockmah en Kether’ de geestelijke wereld.
Het kompaskwadrant maakt van beide doorsneden gebruik.
Het middelste 'dubbelkwadrant' illustreert de Zevenvoudige samenstelling van de mens.
De zevenvoudige samenstelling van de mens

Gottfried de Purucker boek Grondslagen der Esoterische Wijsbegeerte, Deel II, Hoofdstuk 46
De verdeling in 7 en 3 is een natuurlijke verdeling. Er is een duidelijk onderscheid tussen de goddelijke werelden en de gemanifesteerde werelden, en deze verdeling in 7 en 3 laat dit zien.
Dit is een heel algemeen diagram, maar het toont wel hoe de tien element-beginselen functioneren: het goddelijke, het zuiver stoffelijke en het tussenliggende viertal. Maar om praktische redenen kunnen de tien beginselen van de mens, denk ik, het best worden verdeeld zoals in diagram hiernaast. Eerst komt natuurlijk de hoogste of goddelijke driehoek, een figuur die voor zichzelf spreekt. Vervolgens verdelen we het tussenliggende viertal in twee duaden. Bedenk alstublieft dat deze samengestelde tekening een symbolisch diagram is, dat uitsluitend wordt gebruikt om de zaak aanschouwelijk te maken. We hebben hier dus evenals eerst, bovenaan de goddelijke triade; dan de duade van de monade, ofwel âtma-buddhi. Dan de tweede of persoonlijke of astrale duade, manas en kâma. Vervolgens daaronder de omgekeerde driehoek, die slechts het voertuig, het lichaam, voorstelt – dat wil zeggen het sthûlasarîra en het lingasarîra en de prâna’s.
James M. Pryse boek Apocalypse ontsluierd / een esoterische uitleg van de Openbaring van Johannes (p. 35/36):
In vroegere tijden was de zodiac onderverdeeld in afdelingen die ieder tien graden waren, ze werden decanaden genoemd, ieder van de twaalf tekens bestond uit drie decanaten; en aan ieder van deze zesendertig onderafdelingen was een extra-zodiacale constellatie toegewezen, een paranatellon, die er tegelijk mee opkomt en weer mee onder gaat. Deze achtenveertig constellaties, twaalf in de Zodiac en drie groepen van twaalf er buiten, tezamen met de Zon beschouwd als het middelpunt geven samen het getal negenenveertig en maken het stellaire schema van de zodiac voltallig, waaraan de Apocalypse zich getrouw gehouden heeft. De zeven heilige planeten spelen hun
rol in het drama; maar zij vertegenwoordigen slechts de zeven aspecten van de Zon. De extrazodiacale
constellaties, Draco, Cetus, Medusa en Crater zijn zeer prominente karakters in het drama.
De “dramatis personae” en de rangschikking van de scènes zijn in het linker diagram geschetst.
Men dient echter wel te bedenken dat deze de werelden en krachten van de microcosmos, de mens, zijn; zoals uitgebeeld is in het zodiacale schema; en daar de twee driehoeken het conflict tussen de geestelijke- en dierlijke principes uitbeelden, wat zich in de menselijke ziel afspeelt, moet men het zo zien, dat ze voor het geval van de mens dooreengestrengeld zijn, het “volmaakte vierkant”, en aldus ingesloten binnen in het aurische plêrôma, of de goddelijke sythese:
Immanuel Kant
Kant noemt datgene wat aan de ervaring voorafgaat a priori en dat wat we uit ervaring geleerd hebben a posteriori. Hij onderscheidt twee bronnen van kennis: dat wat van de zintuigen komt en dat wat uit het verstand komt. Het is pas door de vereniging van beiden dat echte kennis ontstaat. De klassen zijn de a priori vormen die onze waarnemingen omvormen tot kennisobjecten. Het zijn in feite oordeelsvormen, ze beoordelen of interpreteren de werkelijkheid.
Immanuel Kant maakte het onderscheid tussen de onkenbare noumenale werkelijkheid en de kenbare fenomenale werkelijkheid. Kant denkt ook dualistisch in uitersten. Kant wees aan het einde van de 18e eeuw al op het feit dat het onmogelijk is aan de hand van de wetten van het denken het meest fundamentele domein 'noumenon' door ervaring te leren kennen. Dat domein wordt door Bohm ‘de impliciete werkelijkheid', door Boeddha 'dharma' en door Plato 'het Goede' genoemd.
In de kern draait het nog steeds om de metafysica van Plato en de fysica, de vier oorzaken-leer van Aristoteles.
Onder de categorische imperatief verstaat Kant de leidraad van het zedelijk bewustzijn, dat zich zowel van zijn eigen menselijke vrijheid bewust is als van de zedelijke vrijheid van alle andere mensen; daarnaast moet het volgen van deze leidraad los staan van elke voorstelling van een te bereiken praktisch doel (want dat is bij Kant immers de sfeer van de hypothetische imperatief); het is bij Kant immers een zuivere voorstelling en geen praktische. Deze zedenwet komt bij Kant dus niet voort uit het louter zintuiglijke (het materiële) met al zijn wetten (dat is: met alle natuurlijke causale verbanden), noch uit het louter intellectuele, maar uit de ontmoeting van deze twee sferen.
Ruimte en Tijd volgens Kant
Kant stelt dat waarnemingen in ruimte en tijd geordend zijn. Ruimte is het formele a-priori van onze uitwendige aanschouwing van de werkelijkheid. Ruimte als transcendentale conditie maakt de representaties van verschillende entiteiten mogelijk op hetzelfde ogenblik. Tijd is een formele a-priori voorwaarde van onze innerlijke voorstelling van de werkelijkheid. Tijd maakt als transcendentale conditie het mogelijk verscheidene bestaande entiteiten te representeren op dezelfde plaats. Tijd en ruimte maken pluriforme waarnemingen mogelijk. Blinden die na enige tijd weer het vermogen tot kijken hebben, ondervinden grote moeite om van de lichtvlekken die op hun netvlies vallen, een ruimtelijk wereldbeeld te maken. Ondanks het feit dat tijd en ruimte aan hun waarnemingen voorafgaan, zien we in het voorbeeld dat waarnemingen duidelijk veranderlijk/verschillend kunnen zijn.
Otto Duintjer, gasthoogleraar filosofie en spiritualiteit aan de Universiteit van Amsterdam, kan wel enig begrip opbrengen voor de huidige wending naar het heden. Het heden is namelijk nogal eens veronachtzaamd en niet in de laatste plaats door filosofen. Duintjer: 'Immanuel Kant praat bijvoorbeeld over "de Caraibiër", die in het heden zou leven en die gelukkig is omdat hij niet denkt. Kant waardeert dat negatief, omdat hij geen bewustzijn erkent zonder denken.' Door overal over na te denken, geven filosofen zich niet direct over aan de ervaringen van het heden.
Het reflexieve bewustzijn verhindert, in de woorden van Duintjer, dat hun geest 'volledig tegenwoordig' in het heden kan zijn. Door over het heden na te denken verdeelt het reflexieve bewustzijn de aandacht met name over verleden en toekomst.
Immanuel Kant (kies artikels 03) onderscheidt 4 standpunten, op basis waarvan oordelen kunnen worden afgeleid:
| 1. De kwantiteit, Eenheid, Veelheid, Alheid | ---- | 3. De relatie, Inherent en subsistent, Causaliteit, Wisselwerking |
| | | | | |
| 4. De modaliteit, mogelijkheid, werkelijkheid, noodzakelijkheid | ---- | 2. De kwaliteit, Realiteit, Negatie, Beperking |
Antonie Börger: De wereldgeschiedenis is de uitwendige, uiterlijke vertoning van de innerlijke, geestelijke ontwikkeling, ontplooiing van de mens. Alles ligt in de Rede, ook het onredelijke.
In zijn Kritik der reinen Vernunft stelt Kant een kritisch onderzoek in naar de draagwijdte van de menselijke kennis, d.w.z. zowel naar de zekerheid als naar de begrensdheid van de rede. Om deze vraag te kunnen beantwoorden, heeft Kant een volkomen nieuw uitgangspunt gekozen: in plaats van te veronderstellen dat de kennis zich naar de dingen richt, stelt hij nu dat de dingen zich naar het menselijk kennen richten. Dit standpunt hangt samen met zijn inzicht dat ruimte en tijd subjectieve kenvormen zijn, d.w.z. dat ze pas in het kennen aan de dingen worden toegevoegd. Dit wordt door hemzelf de ‘Copernicaanse wending’ genoemd. Om te weten welke kennis zeker is, moet men de wetten voor de kennis opsporen, zoals die in het kenvermogen zelf gegeven zijn. Omdat dit onderzoek de kenobjecten ‘transcendeert’, te boven gaat, noemt Kant het ‘transcendentaal’ (niet te verwarren met transcendent). Kant gaat ervan uit dat kennis inderdaad mogelijk is en dat er een bepaalde hoeveelheid zekere kennis bestaat. Hij was immers sterk onder de indruk van de geldigheid van wiskunderegels en natuurwetten, en zoekt dezelfde geldigheid op het terrein van de metafysica. Hiertoe voert hij het onderscheid a priori – a posteriori in: a priori is al datgene wat zeker is buiten alle ervaring om, a posteriori is de (niet absoluut-zekere) kennis uit de ervaring. In nauw verband hiermee ligt het onderscheid tussen analytische en synthetische oordelen: een analytisch oordeel analyseert uitsluitend de begripsinhoud en voegt er geen nieuwe kennis aan toe (de eik is een boom), een synthetisch oordeel kent nieuwe eigenschappen aan een begrip toe (de eik is oud).
'Antinomie van de rede': Hiermee toont Kant aan dat men met de zuivere rede als analytisch en/of synthetisch instrument niet in staat is om zonder tegenstrijdigheden over de dingen te denken. Over het "ding an sich" is dus niets te zeggen (door ons).
Wij kunnen alleen dingen kennen zoals het verstand ze modelleert en niet van de werkelijkheid zoals zij werkelijk is. Buiten het verstand bevinden zich de dingen zoals ze werkelijk zijn. Kant spreekt in dit verband over het Ding an sich (hij gebruikt ook het meervoud "Dinge an sich"). Het Ding an sich is echter niet kenbaar.
Immanuel Kant: Verlichting is daar waar mensen de onmondigheid afleggen die zij aan zichzelf te wijten hadden. Onmondigheid is daar waar mensen niet in staat zijn hun verstand te gebruiken zonder zich daarbij door een ander te laten leiden. Mensen hebben de onmondigheid aan zichzelf te wijten wanneer dat onvermogen niet berust op een gebrek aan verstand, maar op het ontbreken van de vaste wil en de moed om het verstand dat zij hebben ook te gebruiken zonder zich daarbij door een ander te laten leiden. Sapere aude! (Durf te WETEN) Waag het om het verstand dat je hebt zelf te gebruiken! is dus het wachtwoord van de Verlichting.
H.P. Blavatsky: De Geheime Leer Deel I, Stanza 5 Fohat: kind van zevenvoudige hiërarchieën (p. 163):
De wetenschap heeft alleen het recht te beweren dat er geen onzichtbare intelligenties onder dezelfde omstandigheden als wij leven. Zij kan niet zomaar de mogelijkheid ontkennen van het bestaan van werelden binnen werelden, onder omstandigheden die volkomen verschillen van die in onze wereld; noch kan zij ontkennen dat er een zekere beperkte communicatie29 kan bestaan tussen sommige van die werelden en de onze.
29) Immanuel Kant, de grootste filosoof die in Europa is geboren, verzekert ons dat zo’n communicatie beslist niet onwaarschijnlijk is. ‘Ik geef toe dat ik sterk geneigd ben het bestaan van onstoffelijke naturen in de wereld te erkennen, en mijn eigen ziel in de categorie van deze wezens te plaatsen. Eens, ik weet niet waar of wanneer, zal worden bewezen dat de menselijke ziel ook in dit leven in onverbrekelijke verbinding staat met alle onstoffelijke naturen in de geestenwereld en dat zij zowel op deze inwerkt als indrukken van hen ontvangt.’ (Träume eines Geistersehers, aangehaald door C.C. Massey, in zijn voorwoord bij Von Hartmanns ‘Spiritismus’.)
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 15 Goden, monaden en atomen (p. 680):
Het is onnodig de ontwikkelde lezer te herinneren aan de these van Kant om zijn tweede antinomie5 te bewijzen. Degenen die deze hebben gelezen en begrepen, zullen duidelijk de scheidslijn zien die we trekken tussen het absoluut ideële Heelal en de onzichtbare hoewel gemanifesteerde Kosmos. Onze goden en monaden zijn niet de elementen van de uitgebreidheid zelf, maar alleen die van de onzichtbare werkelijkheid die de basis vormt van de gemanifesteerde Kosmos. Noch de esoterische filosofie, noch Kant, noch Leibniz zou ooit erkennen dat uitgebreidheid kan zijn samengesteld uit enkelvoudige delen, of delen die geen uitgebreidheid bezitten.
H.P. Blavatsky: De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk 14 Krachten – bewegingsvormen of intelligenties (p. 666):
Kant had beslist onze oorspronkelijke stof, het ākāśa, op het oog, toen hij voorstelde de moeilijkheid van Newton en zijn onvermogen om uit de natuurkrachten de eerste impuls te verklaren die aan de planeten wordt gegeven, weg te nemen door de vooronderstelling van een alles doordringende oorspronkelijke substantie.
Hegel en Engels (5D-concept, Absoluut en Relatief, Idealisme en Materialisme)
Pas in de schemering ontplooien de uilen van Minerva hun vlucht.
Das Wahre ist das Ganze.
In zijn Phänomenologie des Geistes beschrijft Hegel de verschijningsvormen van de Geest. Hij beschrijft daarin de acht "Stufen" (projectiemechanismen) waarin via het bewustzijn zichzelf in het kennen overschrijdt naar de werkelijkheid:
II. Waarneming
III. Verstand
IV. Zelfbewustzijn (Heer en knecht)
V. Rede (Observatie van de natuur)
VI. Geest (Zedelijkheid en recht, vorming en moraliteit)
VII. Religie (Natuur, kunst en geopenbaarde religie)
VIII. Het absolute weten
Hegel Het absolute
De '(Wereld)geest' bereikte zijn volkomen ontplooiing bij het bereiken van "de waarheid" of 'Het Absolute' (weten).
Uiteindelijk kunnen we Max Stirner werk het best opvatten als een antwoord op de vraag:
Welke rol speelt het bewustzijn wanneer het alle vormen van "onware kennis" heeft doorlopen en is opgeklommen tot het absolute?
G. de Purucker boek '' Aspecten van de
Occulte Filosofie'', HET ABSOLUTE
De leer zegt dat, om een volledig bewust goddelijk wezen te worden – ja zelfs het hoogste – de oorspronkelijke geestelijke intelligenties door het menselijke stadium moeten gaan. En wanneer we zeggen menselijk, dan heeft dit niet alleen betrekking op onze aardse mensheid, maar ook op de stervelingen die elke andere wereld bewonen . . . Hegel, de grote Duitse denker, moet deze waarheid hebben gekend of intuïtief hebben aangevoeld, toen hij zei dat het Onbewuste het heelal slechts ontwikkelde ‘in de hoop een helder zelfbewustzijn te bereiken’, met andere woorden, om mens te worden . . .
H.P. Blavatsky:
De Geheime Leer Deel I, Proloog (p. 46):
(1.) Het ABSOLUTE, het Parabrahm van de Vedantaleer of de ene Werkelijkheid, SAT, dat zoals Hegel zegt, zowel het absolute Zijn als Niet-zijn is.
De Geheime Leer Deel I, Hoofdstuk Alaya, de universele ziel (p. 81):
Dit brengt de lezer vanzelf bij de ‘hoogste geest’ van Hegel en de Duitse transcendentalisten en het kan nuttig zijn op deze tegenstelling te wijzen. De scholen van Schelling en van Fichte zijn ver afgeweken van de oorspronkelijke archaïsche opvatting van een ABSOLUUT beginsel en hebben slechts een aspect van de grondgedachte van de Vedanta weergegeven. Zelfs de ‘absoluter Geist’ die door Von Hartmann werd aangeduid in zijn pessimistische filosofie van het onbewuste, blijft eveneens ver achter bij de werkelijkheid, hoewel deze misschien van alle Europese speculaties de Advaita-leer van de hindoes het meest nabij komt.
Volgens Hegel zou het ‘onbewuste’ de omvangrijke en moeizame taak van het ontwikkelen van het Heelal slechts hebben ondernomen in de hoop een helder zelfbewustzijn te bereiken. In dit verband moet men bedenken dat de Europese pantheïsten, wanneer zij geest, die zij als equivalent van Parabrahm opvatten, onbewust noemen, aan die uitdrukking ‘geest’ niet de betekenis hechten die er gewoonlijk aan wordt toegekend. Die uitdrukking wordt namelijk gebruikt bij gebrek aan een betere term om een diep mysterie te symboliseren.
Het ‘absolute Bewustzijn achter’ de verschijnselen, dat alleen onbewustheid wordt genoemd bij afwezigheid van enig persoonlijk element, gaat volgens hen het menselijke begripsvermogen te boven. De mens is niet in staat tot het vormen van begrippen, tenzij deze zijn uitgedrukt als ervaringsverschijnselen, en hij is op grond van zijn constitutie niet bij machte om de sluier op te lichten die over de majesteit van het Absolute ligt. Alleen de bevrijde geest kan vaag de aard beseffen van de bron waaraan hij is ontsprongen en waarheen hij tenslotte moet terugkeren. . . . Omdat evenwel de hoogste Dhyan-Chohan slechts in onwetendheid kan buigen voor het ontzagwekkende mysterie van het absolute Zijn en omdat zelfs op dat hoogtepunt van bewust bestaan – ‘het opgaan van het individuele in het universele bewustzijn’ – om een zegswijze van Fichte te gebruiken, het eindige het oneindige niet kan begrijpen, noch zijn eigen maatstaf van verstandelijke ervaringen erop kan toepassen, hoe kan men dan zeggen dat het ‘onbewuste’ en het Absolute zelfs maar een instinctieve drang of hoop kunnen hebben om een helder zelfbewustzijn te bereiken? Een aanhanger van de Vedanta zou nooit de juistheid van dit denkbeeld van Hegel erkennen en de occultist zou zeggen dat het precies van toepassing is op het ontwaakte MAHAT, het universele denkvermogen, dat al is geprojecteerd in de wereld van de verschijnselen als het eerste aspect van het onveranderlijke ABSOLUTE, maar nooit op dit laatste. ‘Geest en stof, of purusha en prakriti’, zo wordt ons geleerd, ‘zijn slechts de twee oorspronkelijke aspecten van het Ene en Ongeëvenaarde’.
P. 82: Om opnieuw Hegel aan te halen, die met Schelling praktisch de pantheïstische opvatting aanvaardde van periodieke Avatars (bijzondere incarnaties van de wereldgeest in de mens, zoals men die aantreft bij alle grote religieuze hervormers): . . . ‘het wezen van de mens is geest . . . alleen door zich van zijn eindigheid te ontdoen en door zich over te geven aan zuiver zelfbewustzijn bereikt hij de waarheid. De Christus-mens, als mens in wie de eenheid van de god-mens verscheen (de identiteit van het individuele met het universele bewustzijn, zoals dit wordt geleerd door de aanhangers van de Vedanta en sommige van de Advaita), heeft door zijn dood en in het algemeen door zijn geschiedenis, zelf de eeuwige geschiedenis van de geest uitgebeeld – een geschiedenis die ieder mens in zichzelf moet verwezenlijken om als geest te kunnen bestaan.’ Philosophy of History, Engelse vertaling van Sibree, blz. 340.
De Geheime Leer Deel I, Stanza 7 De voorvaderen van de mens op aarde (p. 284):
De elementen, hetzij enkelvoudig of samengesteld, konden sinds het begin van de evolutie van onze keten niet dezelfde zijn gebleven. Alles in het Heelal gaat in de grote cyclus gestaag vooruit, terwijl het in de kleinere cyclussen onophoudelijk op en neer gaat. De Natuur is tijdens het manvantara nooit stationair, omdat zij steeds wordt45 en niet slechts is. Het delfstoffen-, het plantaardige en het menselijke leven passen altijd hun organismen aan bij de dan heersende elementen, en daarom waren die elementen daar toen geschikt voor, zoals zij dat nu zijn voor het leven van de tegenwoordige mensheid. Pas in de volgende of vijfde Ronde zal het vijfde element, ether – het grove lichaam van akasa, als het zelfs zo mag worden genoemd – door voor alle mensen een bekend natuurfeit te worden, zoals de lucht ons nu vertrouwd is, ophouden zoals nu hypothetisch te zijn, en als ‘agens’ voor zoveel dingen te dienen. En pas in die Ronde zullen die hogere zintuigen, waarvan de groei en ontwikkeling door akasa worden bevorderd, vatbaar zijn voor een volledige ontplooiing.
45) Ook volgens de grote metafysicus Hegel. Voor hem was de Natuur een eeuwig worden: een zuiver esoterische opvatting. Schepping of oorsprong in de christelijke betekenis van het woord is volstrekt ondenkbaar. Zoals de genoemde denker zei: ‘God (de universele geest) objectiveert zich als de Natuur, en stijgt daaruit weer op.’'
De Geheime Leer Deel I, Hoofdstuk Cyclische evolutie en karma (p. 711):
Hegel zegt: ‘De geschiedenis van de wereld begint met haar algemene doel, de verwezenlijking van de Idee van de geest – maar in een impliciete vorm (an sich), dat wil zeggen als Natuur; een verborgen, heel diep verborgen onbewust instinct, en het hele proces van de geschiedenis . . . is erop gericht deze onbewuste impuls tot een bewuste te maken. Terwijl zij in de vorm van een zuiver natuurlijk bestaan verschijnen, vertonen de natuurlijke wil (wat men de subjectieve kant noemt), fysiek verlangen, instinct, hartstocht, persoonlijk belang, mening en subjectieve opvatting, zich spontaan bij het eerste begin. Deze uitgebreide verzameling van wilsuitingen, belangen en activiteiten vormen de instrumenten en middelen van de WERELDGEEST om zijn doel te bereiken; om dit tot bewustzijn en verwezenlijking te brengen. En dit doel is niets anders dan zichzelf te vinden – tot zichzelf te komen – en zichzelf in concrete werkelijkheid te aanschouwen. Men zou er echter een strijdvraag van kunnen maken (of liever, dat is al geschied), of die manifestaties van levenskracht van de kant van individuen en volkeren, waarin zij hun eigen doeleinden zoeken en bevredigen, tegelijkertijd de middelen en instrumenten zijn van een hogere macht, van een hoger en omvangrijker doel, waarvan zij niets weten – en die zij onbewust verwerkelijken – . . . over dit punt heb ik mijn opvatting al bij het begin bekendgemaakt en onze hypothese . . . en onze opvatting verdedigd, dat de rede de wereld beheerst en dus ook haar geschiedenis heeft beheerst. Ten opzichte van dit onafhankelijke, universele en substantiële bestaan is al het andere ondergeschikt, daaraan dienstbaar en een middel voor de ontwikkeling ervan.’
De waardevolle filosofische opmerkingen van Hegel blijken hun toepassing te vinden in de leringen van de occulte wetenschap, die aantoont dat de natuur altijd werkt met een bepaald doel, waarvan de gevolgen altijd tweevoudig zijn. Dit werd gezegd in onze eerste occulte boeken, in Isis Ontsluierd, Deel 1, blz. 34 (Engelse uitgave), met de volgende woorden:
Evenals onze planeet elk jaar eenmaal om de zon draait en tegelijk in elke vierentwintig uur één keer om haar eigen as wentelt en zo kleinere cirkels beschrijft binnen een grotere, zo wordt binnen de grote saros het werk van de kleinere cyclische perioden volbracht en opnieuw begonnen.
De omwenteling van de fysieke wereld gaat volgens de leer van de Ouden vergezeld van een soortgelijke omwenteling in de wereld van het verstand – want de spirituele evolutie van de wereld verloopt evenals de fysieke volgens cyclussen.
Zo zien we in de geschiedenis een regelmatige afwisseling van eb en vloed in het getij van de menselijke vooruitgang. De grote koninkrijken en keizerrijken van de wereld raken, nadat ze het hoogtepunt van hun bloei hebben bereikt, weer in verval, overeenkomstig dezelfde wet waardoor zij tot aanzien kwamen; totdat de mensheid, nadat ze het laagste punt heeft bereikt, zich weer doet gelden en nogmaals opklimt, waarbij volgens deze wet van cyclisch opklimmende vooruitgang, het bereikte iets hoger ligt dan het punt vanwaar zij daarvóór was afgedaald.
De Geheime Leer Deel II, Hoofdstuk Esoterische leringen in alle heilige geschriften bevestigd (p. 509):
Het moet ernstig worden betwijfeld of onze tijd met al zijn verstandelijke scherpzinnigheid is bestemd om in elk westers volk ook maar één niet-ingewijde geleerde of filosoof te ontdekken die in staat is de geest van de archaïsche filosofie volledig te begrijpen. Men kan dat ook van niemand verwachten, voordat de ware betekenis van deze woorden, de alfa en de omega van de oosterse esoterie, de woorden Sat en Asat – waarvan in de Rig Veda en elders zo’n ruim gebruik wordt gemaakt – grondig wordt begrepen. Zonder deze sleutel tot de Arische wijsheid loopt de kosmogonie van de rishi’s en de arhats gevaar voor de gemiddelde oriëntalist een dode letter te blijven. Asat is niet alleen maar de ontkenning van Sat en evenmin het ‘nog niet bestaande’; want Sat is op zichzelf noch het ‘bestaande’, noch het ‘zijnde’. SAT is de onveranderlijke, de altijd aanwezige en eeuwige wortel, waaruit en waardoor alles voortkomt. Maar het is veel meer dan de potentiële kracht in het zaad, die het proces van ontwikkeling, of wat nu evolutie wordt genoemd, voortstuwt. Het is het altijd wordende, hoewel het zich nooit manifesteert1. Sat wordt geboren uit Asat, en ASAT wordt voortgebracht door Sat: inderdaad de eeuwige cirkelgang; maar een cirkel waar-van alleen bij de hoogste inwijding, op de drempel van paranirvana, de kwadratuur kan worden gevonden.
1) De leer van Hegel, die het Absolute Zijn of ‘Zijn-heid’ gelijkstelt met ‘Niet-Zijn’, en het Heelal voorstelt als een eeuwig worden, komt overeen met de Vedantafilosofie.
H.P. Blavatsky De Geheime Leer Deel II, Over de mythe van de gevallen engelen (p. 556):
Zoals de oude Magische boeken het uitleggen, wordt de hele gebeurtenis duidelijk. Een ding kan slechts bestaan door zijn tegengestelde – leert Hegel ons, en er zijn maar weinig filosofie en spiritualiteit nodig om de oorsprong van het latere dogma te begrijpen, dat in zijn koude en wrede boosaardigheid zo echt satanisch en hels is. De magiërs verklaarden de oorsprong van het kwaad in hun exoterische leringen op de volgende manier. ‘Licht kan niets anders dan licht voortbrengen, en kan nooit de oorsprong van het kwade zijn’; hoe werd het kwade dan voortgebracht, wanneer er bij zijn voortbrenging niets was dat gelijk was aan het licht of ermee overeenkwam’? Het licht, zeggen zij, bracht verschillende wezens voort, die alle geestelijk, lichtgevend en machtig waren. Maar een groot wezen (de ‘grote Asura’, Ahriman, Lucifer, enz.) had een kwade gedachte, die tegengesteld was aan het licht. Hij twijfelde, en door die twijfel werd hij verduisterd.
Hegel streefde naar de ontwikkeling van één totaal-concept waarin hij wetenschap, esthetica, godsdienst en filosofie wilde verenigen. Hij zag de werkelijkheid niet als statisch maar als de uitkomst van een continu doorgaand proces waarbij nieuwe tegenstellingen telkens worden opgeheven. Kernwoord hierbij is "opheffen" (het Duitse aufheben), dat zowel optillen als afschaffen en bewaren betekent. Tijdens het dialectisch proces wordt iets (bijvoorbeeld een moment) eerst gesteld, daarna ontkend, om tot slot tot een hogere waarheid te komen. Eerder werden door Fichte hiervoor de begrippen these, antithese en synthese gebruikt (die deze overigens weer van Kant had, zie bijvoorbeeld o.a. zijn Kritiek van de zuivere rede, B495), die later door de Marxisten werden overgenomen.
Monika Borger Onze vrije wil
Alleen als begeerte en wil gericht zijn op het goddelijke, kunnen ze ons bevrijden van het materiële gebied. Ons denkvermogen en onze intuïtie ontvangen impulsen uit goddelijke en supergoddelijke gebieden, en alleen onze beperkte ontwikkelingstoestand en onze zwakke wil verhinderen dat we daaraan getrouw gehoor geven. We kunnen onszelf bevrijden door onze wil te mobiliseren om onze geestelijke verlangens op te roepen en ons lagere denken te verheffen. Maar zolang ons persoonlijke egoïsme ons verhindert onze wil te richten op de hogere delen van onze constitutie, zullen we niet in staat zijn boven de lagere elementen uit te stijgen.
| Georg Wilhelm Friedrich | Hegel | Engels | |
| De 4e wet van de Spirale Form | De 2e wet van de interprenetratie | ||
| 1. Natuur (objectieve geest) | 3. Geest (absolute geest) | der Entwicklung ---- | van tegengestelden |
| | | | | | | | |
| 4. Relatief ---- | 2. Logica (subjectieve geest) | De 1e wet van de omvorming van -- | De 3e wet van de negatie van de negatie |
| kwantiteit en kwaliteit en vice versa |
Alan Woods & Ted Grant De rede in opstand - 3. Dialectisch materialisme (Thursday, 14 October 2004):
1e Wet van de omvorming van kwantiteit en kwaliteit en vice versa
F. van Raalten, boek Filosofie in hoofdzinnen 2 (p. 35):
Bij de beantwoording van de vraag of Hegels dialectiek een bruikbare analyse voor de historische ontwikkeling biedt zullen we gebruik maken van de begrippen: kwaliteit en kwantiteit, waarvan de behandeling een groot gedeelte van de Logik beslaat.
36: Logik I p. 383: ‘Alle geboorte en dood zijn in plaats van een zich voortzettende geleidelijkheid juist een breuk daarmee en de sprong uit kwantitatieve verandering in kwalitatieve’ etc.
Maar zegt Hegel, ‘het kwantum is de opgeheven kwalitatieve grens’. Hoe groter de hoeveelheid des te minder kwalitatief is het produkt. …;ook omgekeerd: hoe kleiner het kwantum des te kwalitatiever.
37: Elke vooruitgang kent een omslag in het negatieve waardoor de verhouding tussen kwaliteit en kwantiteit verandert en de maat(staf) onder zo’n spanning komt te staan dat ook deze verandert.
2e Wet van de interprenetratie van tegengestelden
Deze wet toont aan dat evenwicht alleen maar door de aanwezigheid van tegengestelde krachten kan bestaan. De polaire krachten vormen twee delen van eenzelfde geheel. Zoals we in het voorbeeld hebben kunnen zien lopen de belangen van een verkoper en een koper lang niet altijd synchroon.
Alle dingen maken de ontwikkelingstrappen geboorte, rijpheid, ouderdom en dood, een levenscyclus door.
Laten we in het leven de kwantitatieve of kwalitatieve as, eigen belang of algemeen belang domineren?
3e Wet van de negatie van de negatie
De negatie van de negatie (negatie).
René Meijer De discussie over de wetenschappelijke status van de psychologie laaide hoog op in het traditioneel hernieuwde zelfbesef (zie b.v. Parabirsing over van den Berg's metabletica). Wederzijdse ontkenning bleek ook hier fundamenteel voor het wetenschapsbedrijf te zijn...
4e Wet van de Spirale Form der Entwicklung
Georges Politzer boek Beginselen van de filosofie, hoofdstuk Vierde wet: verandering van kwantiteit in kwaliteit of wet van de sprongsgewijze vooruitgang, De geschiedenis is het werk van de mensen:
De mensen maken hun geschiedenis, hoe die ook moge uitvallen, doordat ieder zijn eigen, bewust gewilde doeleinden nastreeft en de resultante van deze veelvoudige, in verschillende richtingen werkende wilsuitingen en hun verschillende uitwerking op de buitenwereld is juist de geschiedenis. Het komt er dus op aan wat de vele afzonderlijke personen willen. De wil wordt bepaald door hartstocht of overleg. Maar de drijfveren, die weer de hartstocht of het overleg rechtstreeks bepalen, zijn van zeer verschillende aard ... Anderzijds vraagt men zich af, welke drijfkrachten er weer achter deze motieven staan, welke historische oorzaken het zijn, die in de hoofden van de handelende personen tot zulke motieven worden. (Fr. Engels:
Feuerbach, blz. 38-39.)
George Politzer combineert het idealisme van George_Berkeley met het dialectische materialisme van Marx en Engels.
Het Marxisme plaatst tegenover het idealisme het materialisme.
De 5e Dimensie komt in de vierde Anti-Dühring wet naar voren.
Jasper Schaaf geeft in zijn boek Boeddhisme en betrokkenheid (p. 53) een vierde Anti-Dühring wet, de 'wet' van de Spirale Form der Entwicklung, oftewel de spiraalvorm van de ontwikkeling. Wanneer door tegenspraak iets nieuws ontstaat is er sprake van een ontwikkeling, één met een richting.
Zo kan bijvoorbeeld in de economie een spiraalvormige keten van interacties gedurende langere tijd de richting bepalen naar hoogconjunctuur of naar crisis. Geen eeuwige richting, wel een van langere duur.
Pythagoras (De Gulden Verzen van Pythagoras) en Plato richten zich zowel op de vergankelijke als de onvergankelijke wereld. De controverse tussen Plato en Aristoteles kan met de gezichtspunten van Hegel en Marx worden vergeleken. Het Ether-paradigma (5D-concept) is zowel op de filosofie van Plato en Aristoteles als op de dialectische filosofie van Hegel en Marx (Engels) gebaseerd.
Max Stirner: Volgens de Links-Hegelianen wordt de complete zelfreflectie van de geest bereikt in de filosofie van Hegel, waardoor de weg wordt opengelegd voor de praxis. Max Stirner was echter een andere mening toegedaan en bespotte hen openlijk door zijn eigen denken ook voor te stellen als opgeklommen tot het "absolute". Stirner en Lukákcs (Lukákcs) hebben op het model van Hegel verfijningen aangebracht daarom wordt ook van relatieve geest gesproken. Bij een open systeem kan er van absolute tegenstellingen geen sprake zijn.
Georg Lukács past in zijn weerspiegelingstheorie het hegeliaanse en marxistische denken minder schematisch toe. Zo benadruk Lukács de ‘weerspiegelingstheorie’, waarin kunst wordt opgevat als een weerspiegeling van de socio-economische werkelijkheid.
De katholieke theoloog en filosoof Karl Rahner heeft het geloof met de filosofie van Hegel verbonden. Eerder heeft Jan van Ruusbroec de triniteit aan de orde gesteld. Zowel bij Karl Rahner als bij Jan van Ruusbroec komt een immanente triniteit , een meer pantheïstische opvatting naar voren.
Het is de schaduw van uzelf buiten het pad, die op de duisternis van uw zonden wordt geworpen.
Crisis: Maskerkwadrant.
Na de val van het communisme in Oost-Europa in 1989 is ook in Westers georiënteerde landen het kapitalisme in een vrije val terecht gekomen. Bart Tromp: Waar een suïcidaal kapitalisme er inderdaad in lijkt te slagen de banden met de staat te slaken, daar blijft de staat onmisbaar om dat kapitalisme in te tomen, voor de bestwil van de burgers maar ook voor die van het kapitalisme zelf (Volkskrant 31 december 2009).
Ruimte-tijd spiegelsymmetrie, de ommekeer:
| Pythagoras | Esoterie: | Dühring | Filognosie | Unificatietheorie | Hoofdstuk: | 4.6 en 4.7 | |||
| 1. Monade | 1e Logos | 1e Manifestatie | 4e Wet | Lemniscaat | Zwaartekracht | 2.3.1 | Akasha | 7.4 | 8.4 |
| 2. Duade | 2e Logos | Geest-stof | 3e Wet | Deel I | Materiesymmetrie | 2.3 | Synthese, Z.P.F. | 7.3 | 8.3 |
| 3. Triade | 3e Logos | Hiërarchie | 2e Wet | Deel III | Spiegelsymmetrie | 2.2 en 2.2.1 | Antithese | 7.2 | 8.2 |
| 4. Tetrade | Tetraktys | Periodiciteit, Karma | 1e Wet | Deel II | Tijdsymmetrie | 2.1.1 | These | 7.1 | 8.1 |
Weerspiegelingstheorie Deel I: MARX EN HET MARXISME: NAAR EEN THEORIE VAN HET BEWUSTZIJN
Weerspiegelingstheorie Deel II: HET ‘ONWARE’ BEWUSTZIJN
Samenvatting
R. Burnier Bespiegeling maakt ons menselijk (Theosofia februari 2009 p. 3):
In de Viveka-chudamani (Het Kroonjuweel van Wijsheid) van Sankaracharya wordt gezegd dat geboren worden als mens een buitengewoon voorrecht is. Ontelbare incarnaties moeten doorgemaakt worden in verscheidene soorten lichamen op verschillende niveaus van evolutie vóór de menselijke geboorte. Voor ons lijkt het vreselijk dat het zulke eonen van tijd kost, maar tijd is geen probleem voor andere wezens dan mensen. Zij leven en sterven vanzelfsprekend zonder zich druk te maken over de tijd. Maar in de fase als mens is er een nieuw soort energie nodig om innerlijke vooruitgang te boeken.
Lijden is één manier van leren. Karma reguleert dit proces. Maar dit is geen echt leren; het lijden maakt alleen het bewustzijn vaag bewust van een innerlijke behoefte. Het proces is langzaam en lange tijd duren het lijden en het vage leren voort, tijdens de overgang tussen de onbewuste activiteit van het premenselijke stadium en het bewuste bestaan van de mens. Dus wordt gezegd in de Viveka-chudamani dat het moeilijk is om als mens geboren te
worden en dat een speciaal soort energie nodig is wil het menselijk leven vruchtbaar zijn.
De Hegeliaanse dialectische betekenis dat de slaaf gedwongen is te werken om producten voort te brengen ter genieting van de meester. Voor Nietzsche is de heer degene die de weg van de emancipatie heeft doorlopen en de slaaf is de conformist. Blavatsky stelt: "Zij worden alleen geholpen op voorwaarde dat zij niet, bewust of onbewust, een extra gevaar voor hun tijd worden: een gevaar voor de armen, die nu dagelijks door de minder rijken aan de heel rijken worden geofferd"7.

Het 5D-concept, het 5Ddenkraam is op de dialectische filosofie van Hegel en Marx (Engels) gebaseerd. Marx, Capital, Vol. 1, p. 19: “Mijn dialectische methode”, schreef Marx, “verschilt niet alleen van de hegeliaanse, maar is het direct tegenovergestelde ervan. Voor Hegel is het levensproces van de menselijke hersenen, dat is het denkproces, dat hij onder de naam van ‘het Idee’ zelfs verandert in een onafhankelijk subject, de bouwer van de reële wereld, en de reële wereld is enkel de uitwendige, fenomenale vorm van ‘het Idee’. Bij mij daarentegen is het ideaal niets anders dan de materiële wereld, weerspiegeld in de menselijke geest en vertaald in denkvormen.”
Hegel vertaalt de binnenwereld naar de buitenwereld, de geestelijke wereld naar de materiële wereld en Marx vice versa. Echter elke echte verandering komt nog altijd van binnenuit. Het mysterie van het leven zit in onszelf. Het gaat niet om ‘of-of’ 'Aristoteles of Descartes', ‘Hegel of Marx’, maar om ‘en-en’.
De discrepantie tussen Hegel en Engels is al eerder tussen Pythagoras en Aristoteles naar voren gekomen. De fysica en de metafysica zijn complementair. De quintessens van de éne-werkelijkheid wordt met behulp van het 5D-concept en het Ether-paradigma tot uitdrukking gebracht. Het 5D-concept, de verborgen 5e dimensie heeft op de levenskunst, de zingeving van het leven betrekking. Voor de mens is de evolutie geen blind proces zonder enige bedoeling. Door de vergaande individualisering komen de mensen wel steeds losser van de zingeving, het Goede, Ware en Schone en de van oudsher stabiele sociale netwerken in de maatschappij te staan.
De ether definitie van Jan Börger representeert de basisbouwsteen, ’Complementariteit en Gebroken symmetrie’, de 'positieve- en negatieve as' van het kernkwadrant van Daniel Ofman.
De verticale as (Axis mundi) door het midden van het Ei van Assagioli symboliseert de door Maslow genoemde zelfrealisatie, de Derde weg in de psychologie of de weg van het universele soefisme. De verticale dimensie brengt ook de evoluerende waardensystemen van de Spiral Dynamics van Don Beck in beeld. Elk mens heeft een natuurlijke aanleg (nature), maar onze conditioneringen zijn niet aangeboren doch tijdens de opvoeding (nurture) aangeleerd. Bij de verticale as door het centrum gaat het om de moraal van het verhaal, de waarden en normen, de geschreven en ongeschreven leefregels. Jezelf met de ascensie van het universum te verbinden.
In het universum is de gebroken symmetrie een gegeven. De mensheid wordt daardoor op aarde uitgedaagd voor zijn "survival of the fittest" slimme 'en-en' oplossingen te bedenken. In essentie draait het om ‘Levensatoom en Atoom’, ‘Geest en Lichaam’, ‘These + Antithese = Synthese', de kwintessens of met andere woorden de verbeeldingskracht van de mens.
'Survival of the fittest' wordt vaak verward met 'het recht van de sterkste'. Een organisme hoeft echter niet de 'sterkste' te zijn om betere overlevingskansen te hebben dan anderen. Een betere camouflage of beter vluchtgedrag kunnen overlevingskansen vergroten en er voor zorgen dat een organisme 'the fittest' is. Het dier dat het best is aangepast aan diens omgeving en daardoor de beste overlevingskansen heeft, is de 'fittest'.
Het betekent al helemaal niet dat de 'sterkste' het morele recht heeft te doen wat hij wil met de 'zwakkere' met de motivatie dat dat nu eenmaal zo werkt in de natuur.
Het rapport ‘E i V’ maakt net als Rini Sips gebruik van Alfred North Whiteheads metafysica, naar het ‘proces’ waardoor de werkelijkheid gestalte krijgt, in de meest fundamentele vorm als Extensive Continuüm.
Henri Bergson: De wetenschap van de materie dient dan ook een onderdeel te zijn van de wetenschap van het leven, en niet omgekeerd.
Bug in ons brein: angst voor verlies
We hebben daarbij nog wel een belangrijke bug in ons brein waar rekening mee moet worden gehouden, zo stelde Nobelprijswinnaar Kahneman vast: de angst voor verlies. Verlies doet ons zoveel pijn – meer dan winst oplevert – dat we er alles aan doen om níet te verliezen. We nemen meer risico om het verlies te voorkomen en praten er pas over als het echt niet meer anders kan. Op dat moment is er vaak al een crisissituatie. Het management van een organisatie speelt in deze situatie een zeer belangrijke rol. Het management moet namelijk voor haar medewerkers een veilige omgeving creëren waarin men open over risico’s kan praten. Wordt deze omgeving gerealiseerd en worden ook de andere punten in acht genomen, dan is risicomanagement een zeer sterk middel waarmee de wereld van ‘trust me’ weer een stukje dichterbij kan worden gebracht.
Het is het reflexief bewustzijn, het zelfbewustzijn dat een mens van een dier onderscheid. De uiterlijke werkelijkheid is een weerspiegeling van de innerlijke werkelijkheid. Zo weerspiegelt de diagonaal ‘Monade en Duade’ zich in de diagonaal ‘Triade en Tetrade’, de diagonaal ‘God -Zoon - Heilige Geest’ zich in de diagonaal ‘Lichaam - Ziel - Geest’. Op de verticale as staat tegenover de ziel de anima mundi, de kabbalistische ‘wereld van de archetypen’ (Svâbhâvat).
Het centrum, de ziel is een weerspiegeling van de anima mundi, het universele denkvermogen, de grote wereldziel. Het centrale basisprincipe is mens ken uzelve. Van de zeven chakra's (p. 9) is de vierde het hartchakra. De auteurs van Genesis schreven middels de wijsheid van het hart en niet met de kennis van het verstand. Het evolutionaire denken verklaart de verschijningsvormen, het hoe van het leven, daarentegen het evolutionaire voelen de verschijningsinhoud, het wat. Bij de snaartheorie gaat het om de kennis van het verstand. Het gaat niet om Genesis of Darwin. Het gaat namelijk om beide gezichtspunten, de complementariteit.
Elke medaille heeft twee complementaire kanten, die door de spiegelsymmetrie, het projectiemechanisme tot uitdrukking wordt gebracht. De eenheid der tegendelen is het basisingrediënt in het rapport ‘E i V’. De eenheid der tegendelen brengt echter ook een tegenstelling tussen twee polen, de keerzijde tot uitdrukking. De éne werkelijkheid bestaat uit paren van tegenstellingen, ‘hemel en aarde’, ’evolutie en involutie’, 'onbewuste en bewuste', ‘collectieve en individuele' onbewuste. Het gaat er om in de menselijke geest zowel het bewuste als het onbewuste te overstijgen. Asymmetrie bestaat op aarde, maar niet bij God (Ain-Soph) in de hemel. Uiteindelijke kan het individuele bewustzijn de ware aard van het universele, kosmische, non-lokale bewustzijn niet kennen.
Om de de tien beginselen van de mens weer te geven maken Gottfried de Purucker en James M. Pryse van een vergelijkbare doorsnede gebruik. Aan de zevenvoudige samenstelling van de mens voegen beide auteurs de goddelijke triade, het Ene eeuwige element, het onkenbare 1e beginsel (Ain-soph) van de theosofie toe.
De tien beginselen van de mens bestaan uit een hogere en lagere Triade en een viertal. De twee driehoeken, Triaden beelden het conflict tussen de geestelijke- en dierlijke principes uit. De twee Triaden en het viertal beelden de tien Sephiroth van de Levensboom uit.
Terwijl Pryse in het vierkant negenenveertig constellaties (sterrenbeelden) toont, beperkt de Purucker zich tot de twee relaties ‘persoonlijke ego en spirituele ego’, ‘Manas - Kama’ en ‘Buddhi - Âtman’. De beide vierkanten verbinden als het ware de complexe macrowereld van Pryse met de essentie van de microwereld van de Purucker.
De “staf” (p. 96) waarmede het goddelijke kind de volkeren zal hoeden, is natuurlijk de caduceus (11e dimensie) van Hermês, de voorbeeldige schaapherder van de zielen. In de oudere mythologie vindt men deze magische staf in de hand van Neb, de God van wijsheid en “de bewaarder van de scepter van kracht”.
In de bijlage worden de beide modellen van de zevenvoudige samenstelling van de mens toegelicht. De viervoudige indeling van de Kabbalah geeft de zevenvoudige samenstelling van de mens compacter weer. Deze viervoudige basisstructuur 'Genitaliën - Navel - Hart - Hoofd' wordt in het boek van Pryse gedetailleerd uitgewerkt.
Marco Iacoboni Het spiegelende brein (p. 221):
In Vrees en beven stelde Kierkegaard dat ons bestaan alleen betekenis krijgt door onze authentieke engagement bij het eindige en tijdelijke, en dat dit engagement ons definieert. De neurale resonantie tussen het zelf en de ander die door spiegelneuronen mogelijk wordt gemaakt, is volgens mij de belichaming van zulk engagement. Onze neurobiologie, met andere woorden onze spiegelneuronen, verbindt ons met anderen. Spiegelneuronen belichamen de diepste manier waarop we met elkaar in relatie staan en elkaar begrijpen: ze tonen aan dat we gemaakt zijn voor empathie, en dat zou ons moeten inspireren invloed uit te oefenen op onze samenleving en onze wereld te verbeteren.
Het bewustwordingsproces bestaat uit de uitwisseling tussen het vrouwelijk en het mannelijk, tussen 'Chaos, Gaia en Eros' en het 'Goede, Ware en Schone', tussen materie en geest, tussen lagere en hogere Triade, tussen chaos en harmonie, tussen navel (Epithumia) en hart (Thumos), tussen begin en het einde, tussen Alpha en Omega.
De Goddelijke liefde (het Schone), Eros (thumos) zorgt voor het verbinden terwijl daarentegen de omgekeerde weerkaatsing van Eros (Epithumia) voor het scheiden zorgdraagt. De negatieve betekenis van Eros staat voor wellust, driftleven, epithumia.
Het is het hart, de gemeenschappelijke kern, die laat zien op welke wijze Theosofie, Antroposofie Vrijmetselarij en Rozenkruis met elkaar zijn verbonden.
Barbara Hannah boek Jung zijn leven zijn werk (p. 185):
Pythagoras verklaarde in de zesde eeuw voor Chr. dat vier het getal van de totaliteit was.
Carl Jung wees erop dat zelfs de christelijke traditie, in het boek Openbaring, rekening houdt met de waarschijnlijkheid van een enantiodromie, waarmee het dilemma Christus-antichrist wordt bedoeld.
Enantiodromie:
Twee universele tegengestelde principes (> dialectiek) die samen Tao vormen, een principieel complex van tegengestelden.
De Geheime Leer Deel III, p. (547): Metafysisch en wijsgerig is de mens als volledige eenheid samengesteld uit vier eeuwige grondbeginselen (wijsheidssleutels 1 t/m 4) en door de beginselen voortgebrachte tijdelijke drie aanzichten (wijsheidssleutels 5, 6 en 7) op deze aarde.
De wijsheidssleutels 1, 2 en 3 dragen een macro en de sleutels 5, 6 en 7 een micro karakter. De schakel tussen micro en macro, de ziel brengt de reflexieve dynamiek 'zo binnen, zo buiten; zo buiten, zo binnen' tot uitdrukking. Sleutel 1 kan in samenhang worden gezien met sleutel 7, sleutel 2 met 6, en sleutel 3 met 5. De sleutels weerspiegelen (bewustzijn van bewustzijn) zich in elkaar waardoor de macrokosmos en de microkosmos met elkaar worden verbonden. De supersymmetrie in het universum wordt daarmee (1 + 7, 2 + 6 en 3 + 5 = 8) tot uitdrukking gebracht en wordt met behulp van een lemniscaat gesymboliseerd. In het rapport ‘E i V’ wordt de bewustzijnsevolutie aan de hand van zeven eigenschappen beschreven.
Door aan het kruis te sterven neemt de Zoon voor de zonden van de mensheid de schuld op zich.
Jezus wordt Zondebok: Op de verlosser, de wereldverbeteraar wordt de schuld afgeschoven. Pilatus waste zijn handen, 'in onschuld'.
Pontius Pilatus-syndroom, 'Wat wil het volk?' slaat op schuld afschuiven.
Ook nu nog zijn er politici, die net als Pontius Pilatus inspelen op 'de wens van het volk'.
Gedachte-experiment nog verder uit te werken.
Op basis van de eerder genoemde vijf kenmerken, de persoonlijkheidsdimensies kunnen we zeggen: Jezus was een mystieke intellectueel, een rechtvaardige wijze, die met hart en ziel, met moed en bedachtzaamheid koos voor welzijn en welvaart van de mensheid.
Wim van den Dungen: Het licht is 'neutraal'. Wijsheid is 'positief', d.w.z. brengt iets voort. Begrip is 'negatief'; 'spiegel', 'matrix', 'grote zee' of 'baarmoeder' waarin de Wijsheid een zaadje plant.
De verticale as van het kompaskwadrant staat voor het verticale bewustzijn. Het slaat op het bewustwordingsproces, de synergie die tot stand komt door de wisselwerking tussen chakra’s. De chakra`s vormen de verbindingsschakels tussen de ons omringende energie en de energiebanen in ons lichaam. Voor het bereiken van evenwicht speelt de 6e chakra, het beheerscentrum van de hypothalamus en de hypofyse een belangrijke rol: Je bewustzijn is een spiegel voor het Goddelijk Zijn.
De Skandha’s brengen de spiegelsymmetrie en ‘Ruimte en Materie’ ('Energie en Materie') de complementariteit tot uitdrukking.
Er zijn in de mens drie hoofdmiddelpunten: hart, hoofd en navel, waarvan twee ten opzichte van elkaar + of – zijn, al naar het betrekkelijke overwicht van de middelpunten (Blavatsky, Deel III, p. 647).
De unificatietheorie impliceert dat er maar een 'hoofdroute' (hoofdstuk 7.4.1) is. Deze route sluit op de vier oorzaken-leer, het evolutionair ontwikkelingsmodel en op de nieuwe levensrichting van Spinoza aan. De 'hoofdroute', het hoe wordt aan de hand van de 'bewustzijnsschil' geïllustreerd. Hoe deze schil tot stand is gekomen wordt in de bijlage Unificatietheorie, hoofdstuk 6. Integrale visie toegelicht. De unificatietheorie bevat het kader voor de hoofdroute. Het hoofdstuk 1.2 bevat een samenvatting van de opbouw van de bewustzijnsschil.
Blavatsky, Deel III (p. 456): Het Delphische gebod ‘Ken uzelve' schijnt in deze eeuw slechts voor weinigen te gelden.
De chaos in het leven is vaak een gevolg van het feit dat de mens een vat vol tegenstrijdigheden is. De basis voor een evenwichter en consistenter geheel is zelfkennis. Het Ken Uzelve staat voor het Ene en het vele, voor ‘Eenheid in Verscheidenheid’.
Meditatie, stilte stelt ons in staat dichter bij de eigen kern te komen, te her-inneren. Het onderbewustzijn geeft op onze vragen antwoord. Het Ken uzelve is de sleutel tot ons hart.
Het rapport ‘E i V’ heeft ook een 7*7 structuur (negenenveertig). Deze structuur weerspiegelt als het ware de zevenvoudige samenstelling van de planeten met de zevenvoudige samenstelling van de mens. De structuur in het rapport bestaat uit de Delen I t/m VII en de 'Triade en Tetrade' doorsnede van elk Deel afzonderlijk. De lemniscaat van Daniel Ofman toont het creatieproces, het laat zien hoe de 'Tetrade met de Triade', de ‘natuurlijke selectie’ wordt verbonden. Het heelal bestaat omdat we het kunnen waarnemen. Er moet tegenstelling zijn tussen subject en object, anders kan niet van sociale bewustwording worden gesproken.
De gescheiden triade Âtma-Buddhi-Manas is de keerzijde, de weerspiegeling van de ongescheiden triade Ain-soph.
De zevenvoudige samenstelling van de mens bestaat uit een triade en een tetrade (Sthûla-sarira, Linga-sarira, Prâna en Kama).
Kant heeft een dubbele bedoeling met zijn Kritiek van de zuivere rede: Ten eerste wil hij laten zien hoe het komt dat de traditionele metafysica onvermijdelijk in tegenstrijdigheden verstrikt raakt; in de tweede plaats wil hij een solide kentheoretisch fundament leggen voor elke toekomstige metafysica.
De werkelijkheid, of de wereld, is niets anders dan wat wij er als kennende subjecten van maken. Wat kan ik weten? De ervaring levert de zintuigelijke gegevens, de voorstellingen, die vervolgens door het verstand met behulp van begrippen, de categorieën, geordend worden. Kennis is volgens Kant dus een samenspel van de ervaring en het verstand. Beide kenniselementen zijn onmisbaar: zonder ervaring zijn de begrippen van het verstand leeg, en zonder de begrippen is de ervaring blind. We kunnen alleen uitspraken doen over hoe de dingen aan ons verschijnen.
Peter Demski, boek Het Anarchistische Principe, p. 11: Engels werpt Dühring tegen slechts de theologische kant van de Kantiaanse Antinomie opgenomen te hebben en niet de bewering en het bewijs van het tegenovergestelde; dat de wereld ten opzichte van de tijd geen aanvang en ten opzichte van de ruimte geen einde heeft.
In het kompaskwadrant worden de 'materiële - en immateriële wereld' van de levensboom gecombineerd. Het 1e en 2e aanzicht hangen samen met respectievelijk ‘Hod en Netsach’ en ‘Geburah en Chesed’. Het 3e aanzicht, de verticale as legt de nadruk op 'Jesod en Tiferet'.
Het rapport 'E i V' gaat van de Zevenvoudige samenstelling van de mens uit.
Deze structuur wordt via de Binnenwereld en Buitenwereld tot uiting gebracht.
De 3 aanzichten van de systeembenadering geven tezamen een vergelijkbare doorsnede.
De triniteitsleer houdt de gemoederen nog steeds bezig. De hernieuwde theologische interesse voor de Triniteit is met name een gevolg van de katholieke theoloog en filosoof Karl Rahner.
Het factorelement 7 staat symbool voor een natuurconstante.

De drie Logoi vullen elkaar aan en ondersteunen elkaar, het is een belangrijke hypostase.
Het gemakkelijkste is een lineaire structuur, waarbij alles als op een ladder is ingedeeld, het ene een tree hoger dan het andere. Dit idee van een rangorde is wijdverbreid: planten zijn lager dan dieren, welke lager zijn dan mensen. De mens ziet zichzelf vanouds niet als het hoogste wezen dat er is, want onder controle hebben we de wereld niet. Vele (zo niet alle) bekende culturen hebben dan ook goden (en demonen), wezens die op enige wijze superieur geacht worden aan de mens en de wereld besturen. Het ordenen hoeft zich echter niet te beperken tot levende wezens.
Het boek ‘het CHAOSPUNT’ van Ervin Laszlo laat zien dat de wereld op een tweesprong staat. Moeder Natuur bevat wel degelijk een mechanisme om de mensheid te leren, goedschiks dan wel kwaadschiks, niet te scherp voor de wind te laten varen. Het gaat juist mis wanneer de mens meent met arrogantie en overmoed de schepping te kunnen beheersen, de verborgen blauwdruk van het leven, het 5D-mechanisme te kunnen trotseren. Om niet in oude, herhalende gedragspatronen te vervallen is het nodig dat men zich realiseert dat een krachtige, heldere visie niet een eenmalige, maar een continu aangelegenheid is. Voor een creatief veranderingsproces is een juiste permanente voedingskracht, een kwalitatieve terugkoppeling een eerste vereiste.
Het op 21 mei 2006 door de stichting I.S.I.S. georganiseerde Symposium ‘De Levende Aarde’ behandelt zeer uitgebreid de essentie van de eenheid van al het bestaande (Lucifer nr. 3/4, 2006).
In het enneagram staat de scheppingsdriehoek 9 - 3 - 6, de Triade en bij de levensboom de Tetrade centraal. Bij de Wet van Zeven gaat het echter om de dynamiek van de gemanifesteerde werkelijkheid, het hexagram, dat zowel de Triade als de Tetrade omvat. Creativethink biedt een handvat om de chaos in ons leven te helpen beheersen. De bijlage 'Triade en Tetrade', de 5e Dimensie (universele quintessens, 'Reflexief Bewustzijn') toont een denkkader. Het raamwerk dient als achtergrond om de gebeurtenissen in de huidige tijd te kunnen duiden.
Zie ook:
Boeken:
- Fyodor Dostoyevsky The Grand Inquisitor
- Eric Hobsbawm How to Change the World: Tales of Marx and Marxism
- Immanuel Kant Dromen van een geestenziener, verhelderd door dromen van de Metafysica (Emanuel Swedenborg)
- Friedrich_Nietzsche Jenseits von Gut und Böse
- J. van Rijckenborgh De Alchemische Bruiloft (zevenvoudige samenstelling van de mens)
- De Alchemische Bruiloft Ontcijferd
- Munin De Alchemische Bruiloft ontcijferd
- James M. Pryse Apocalypse ontsluierd / een esoterische uitleg van de Openbaring van Johannes
- eBooks astrologie
- Sepharial THE SOLAR EPOCH
- Willem Venerius Verhoging en val van de planeten
- Wim de Lobel, De Eeuwige Generatie
- F. van Raalten Filosofie in hoofdzinnen 2
- Benjamin Adamah Nulpunt Revolutie
- Matthew Flickstein De zeven stadia van zuivering
Externe Links
- Max Pam Waarom Jacques Tichelaar zo plat praat (verheffingsgedachte)
- Immanuel Kant Categorische imperatief (de leidraad van het zedelijk bewustzijn)
- Antinomie (Kant)
- Zum ewigen Frieden (Kant)
- Kritik der Urteilskraft (Kant)
- Kritik der reinen Vernunft
- Anomalie (Kant)
- Ding an sich
- Jenseits
- Religious fanaticism
- McCarthyism
- Dasein (with the meaning of human "existence" or "presence" Georg Wilhelm Friedrich Hegel, fundamental concept in the philosophy of life, the existential philosophy of Martin Heidegger)
- Ernest Mandel
- Fundamentele wetenschap en Toegepaste wetenschappen
- Valorisation (Kapitalverwertung)
- Rainer Land
- Chain of being (Kapitalverwertung)
- Transcendentaal filosofie
- Anomalie (filosofie)
- W. B. Yeats
- Arhat (Buddhism)
- Social role valorization
- Valorisation
- Friedrich Engels Aantekeningen bij de Anti-Dühring Over de oerbeelden van het mathematische oneindige in de werkelijke wereld
- Levensladder
- Leo Apostel De dialectiek van de Verlichting Adorno en Horkheimer — Een paradoxale bron voor een herbeginnen
- Ernst Cassirer
- Globaal brein Engelse versie
- Cosmic consciousness en Absolute idealism (Hegel)
- Prof. Dr. H. Dooyeweerd The Theory of Man In the Philosophy of the Law Idea (Wijsbegeerte der Wetsidee) 32 propositions on anthropology
- Verelendungstheorie (Marx)
- Weerspiegelingstheorie Deel I: MARX EN HET MARXISME: NAAR EEN THEORIE VAN HET BEWUSTZIJN
- Dialectisch-materialistische weerspiegelingstheorie
- Inleiding tot de marxistische filosofie Dialectisch materialisme: onze theoretische uitrusting
- De redactie van Vonk Wat is dialectisch materialisme? (9 mei 2004)
- De klassiek-marxistische conceptie van het bewustzijn, de ‘weerspiegelingstheorie’, en haar (postmoderne) tegenhanger
- Eugen Dühring
- Hans Kokhuis
- Christian Vandekerkhove, proefschrift Johannes Jacobus Poortman, het Hylisch Pluralisme en de Multicorporaliteit als mogelijk epistemologisch sluitstuk in de kloof tussen wetenschap en religie en tussen de religies onderling, promotor: Hans Gerding.
- Eindwerk Techniek en Maatschappij
- Ellahir Mystiek
- Christian Vandekerkhove De strijd tussen de dissident Papus en de TV zorgt voor een stroomversnelling in de Franse esoterische beweging (deel 1)
- Christian Vandekerkhove De strijd tussen de dissident Papus en de TV zorgt voor een stroomversnelling in de Franse esoterische beweging (deel 2)
- Christian Vandekerkhove De strijd tussen de dissident Papus en de TV zorgt voor een stroomversnelling in de Franse esoterische beweging (deel 3)
- Hans Richter De mystieke leer Samenvatting van de mystieke leer van de Kabbala van Papus (Papus, La Cabbale, Parijs 1903, 2e. editie)
- John Van Mater, Jr. Denkvermogen, herinnering en het astrale licht
- Emantie
- Goddelijke wijsheid
- HENK DE ROEST Ecclesiologie of ideologie? (Eenheid in Verscheidenheid, lichaamsmetafoor)
- Diewer van der Meijden De vorst in de Zuid-Nederlandse anekdotenbundel (17de eeuw): deugdzame held of een mens als ieder ander? (lichaamsmetafoor)
- Peter van der Linden karlmarxbarksbarth
- Jasper Schaaf De dialectisch-materialistische filosofie van Joseph Dietzgen Hoofdstuk 7
- Ludwig Feuerbach
- Joann S. Bakula Het Tibetaanse boek van Leven en Sterven, een rondleiding
- Beschermengel
- Om Mani Padme Hoem, Ik ben het juweel in de lotus en daarin wil ik blijven.
- Spiritisme
- The Mind of the Alchemist
- Initiation (Theosophy)
- Transformatie: vitale essentie van H.P.B.’s Geheime Leer
- Manu (Hinduism)
- Antropocentrisme
Categorie: Artikelen | Rapport | Auteur: Harry Nijhof
Deze pagina werd sedert 16 dec. 2007 7843 keer bekeken.
