| Deze filognostische presentatie is in aanbouw |
2.1.1 Levensboom en de Microkosmos
Immanuel Kant
Kant noemt datgene wat aan de ervaring voorafgaat a priori en dat wat we uit ervaring geleerd hebben a posteriori. Hij onderscheidt twee bronnen van kennis: dat wat van de zintuigen komt en dat wat uit het verstand komt. Het is pas door de vereniging van beiden dat echte kennis ontstaat. De klassen zijn de a priori vormen die onze waarnemingen omvormen tot kennisobjecten. Het zijn in feite oordeelsvormen, ze beoordelen of interpreteren de werkelijkheid.
Immanuel Kant maakte het onderscheid tussen de onkenbare noumenale werkelijkheid en de kenbare fenomenale werkelijkheid. Kant denkt ook dualistisch in uitersten. Kant wees aan het einde van de 18e eeuw al op het feit dat het onmogelijk is aan de hand van de wetten van het denken het meest fundamentele domein 'noumenon' door ervaring te leren kennen. Dat domein wordt door Bohm ‘de impliciete werkelijkheid', door Boeddha 'dharma' en door Plato 'het Goede' genoemd.
In de kern draait het nog steeds om de metafysica van Plato en de fysica, de oorzakenleer van Aristoteles.
Onder de categorische imperatief verstaat Kant de leidraad van het zedelijk bewustzijn, dat zich zowel van zijn eigen menselijke vrijheid bewust is als van de zedelijke vrijheid van alle andere mensen; daarnaast moet het volgen van deze leidraad los staan van elke voorstelling van een te bereiken praktisch doel (want dat is bij Kant immers de sfeer van de hypothetische imperatief); het is bij Kant immers een zuivere voorstelling en geen praktische. Deze zedenwet komt bij Kant dus niet voort uit het louter zintuiglijke (het materiële) met al zijn wetten (dat is: met alle natuurlijke causale verbanden), noch uit het louter intellectuele, maar uit de ontmoeting van deze twee sferen.
Ruimte en Tijd volgens Kant
Kant stelt dat waarnemingen in ruimte en tijd geordend zijn. Ruimte is het formele a-priori van onze uitwendige aanschouwing van de werkelijkheid. Ruimte als transcendentale conditie maakt de representaties van verschillende entiteiten mogelijk op hetzelfde ogenblik. Tijd is een formele a-priori voorwaarde van onze innerlijke voorstelling van de werkelijkheid. Tijd maakt als transcendentale conditie het mogelijk verscheidene bestaande entiteiten te representeren op dezelfde plaats. Tijd en ruimte maken pluriforme waarnemingen mogelijk. Blinden die na enige tijd weer het vermogen tot kijken hebben, ondervinden grote moeite om van de lichtvlekken die op hun netvlies vallen, een ruimtelijk wereldbeeld te maken. Ondanks het feit dat tijd en ruimte aan hun waarnemingen voorafgaan, zien we in het voorbeeld dat waarnemingen duidelijk veranderlijk/verschillend kunnen zijn.
Otto Duintjer, gasthoogleraar filosofie en spiritualiteit aan de Universiteit van Amsterdam, kan wel enig begrip opbrengen voor de huidige wending naar het heden. Het heden is namelijk nogal eens veronachtzaamd en niet in de laatste plaats door filosofen. Duintjer: 'Immanuel Kant praat bijvoorbeeld over "de Caraibiër", die in het heden zou leven en die gelukkig is omdat hij niet denkt. Kant waardeert dat negatief, omdat hij geen bewustzijn erkent zonder denken.' Door overal over na te denken, geven filosofen zich niet direct over aan de ervaringen van het heden.
Het reflexieve bewustzijn verhindert, in de woorden van Duintjer, dat hun geest 'volledig tegenwoordig' in het heden kan zijn. Door over het heden na te denken verdeelt het reflexieve bewustzijn de aandacht met name over verleden en toekomst.
Immanuel Kant (kies artikels 03) onderscheidt 4 standpunten, van waaruit hij de oordelen afleidt:
| 1. De kwantiteit, Eenheid, Veelheid, Alheid | ---- | 3. De relatie, Inherent en subsistent, Causaliteit, Wisselwerking |
| | | | | |
| 4. De modaliteit, mogelijkheid, werkelijkheid, noodzakelijkheid | ---- | 2. De kwaliteit, Realiteit, Negatie, Beperking |
Antonie Börger: De wereldgeschiedenis is de uitwendige, uiterlijke vertoning van de innerlijke, geestelijke ontwikkeling, ontplooiing van de mens. Alles ligt in de Rede, ook het onredelijke.
In zijn Kritik der reinen Vernunft stelt Kant een kritisch onderzoek in naar de draagwijdte van de menselijke kennis, d.w.z. zowel naar de zekerheid als naar de begrensdheid van de rede. Om deze vraag te kunnen beantwoorden, heeft Kant een volkomen nieuw uitgangspunt gekozen: in plaats van te veronderstellen dat de kennis zich naar de dingen richt, stelt hij nu dat de dingen zich naar het menselijk kennen richten. Dit standpunt hangt samen met zijn inzicht dat ruimte en tijd subjectieve kenvormen zijn, d.w.z. dat ze pas in het kennen aan de dingen worden toegevoegd. Dit wordt door hemzelf de ‘Copernicaanse wending’ genoemd. Om te weten welke kennis zeker is, moet men de wetten voor de kennis opsporen, zoals die in het kenvermogen zelf gegeven zijn. Omdat dit onderzoek de kenobjecten ‘transcendeert’, te boven gaat, noemt Kant het ‘transcendentaal’ (niet te verwarren met transcendent). Kant gaat ervan uit dat kennis inderdaad mogelijk is en dat er een bepaalde hoeveelheid zekere kennis bestaat. Hij was immers sterk onder de indruk van de geldigheid van wiskunderegels en natuurwetten, en zoekt dezelfde geldigheid op het terrein van de metafysica. Hiertoe voert hij het onderscheid a priori – a posteriori in: a priori is al datgene wat zeker is buiten alle ervaring om, a posteriori is de (niet absoluut-zekere) kennis uit de ervaring. In nauw verband hiermee ligt het onderscheid tussen analytische en synthetische oordelen: een analytisch oordeel analyseert uitsluitend de begripsinhoud en voegt er geen nieuwe kennis aan toe (de eik is een boom), een synthetisch oordeel kent nieuwe eigenschappen aan een begrip toe (de eik is oud).
'Antinomie van de rede': Hiermee toont Kant aan dat men met de zuivere rede als analytisch en/of synthetisch instrument niet in staat is om zonder tegenstrijdigheden over de dingen te denken. Over het "ding an sich" is dus niets te zeggen (door ons).
Wij kunnen alleen dingen kennen zoals het verstand ze modelleert en niet van de werkelijkheid zoals zij werkelijk is. Buiten het verstand bevinden zich de dingen zoals ze werkelijk zijn. Kant spreekt in dit verband over het Ding an sich (hij gebruikt ook het meervoud "Dinge an sich"). Het Ding an sich is echter niet kenbaar.
Immanuel Kant: Verlichting is daar waar mensen de onmondigheid afleggen die zij aan zichzelf te wijten hadden. Onmondigheid is daar waar mensen niet in staat zijn hun verstand te gebruiken zonder zich daarbij door een ander te laten leiden. Mensen hebben de onmondigheid aan zichzelf te wijten wanneer dat onvermogen niet berust op een gebrek aan verstand, maar op het ontbreken van de vaste wil en de moed om het verstand dat zij hebben ook te gebruiken zonder zich daarbij door een ander te laten leiden. Sapere aude! (Durf te WETEN) Waag het om het verstand dat je hebt zelf te gebruiken! is dus het wachtwoord van de Verlichting.
Spiegelsymmetrie
De éne werkelijkheid is dat het universum in het menselijk bewustzijn wordt weerspiegeld. De driehoek van Pythagoras en de categorieën van Aristoteles symboliseren hoe de innerlijke wereld met de uiterlijke wereld wordt verbonden.
Tegenover het 5e element Ether staat het reflexief bewustzijn, dat door de driehoek (1 + 2 + 3 + 4 = 10) van Pythagoras en de categorieënleer van Aristoteles, kan worden gesymboliseerd. Het Meta-leren houdt zich bezig met de relatie, de schakel tussen hemel en aarde. De Unificatietheorie biedt de grondslag voor het begrijpen van het bewustzijn.
Het hoofdstuk Ruimte, Materie en Tijd toont, aan de hand van het ingenieuze, reflexieve model “Macrokosmos = Microkosmos” van de esoterie, de Spiegelsymmetrie tussen de binnenwereld en de buitenwereld, de innerlijke wereld en de uiterlijke wereld. Bewustzijnsontwikkeling vindt op de grenslijn tussen binnen en buiten plaats. De keuze-vrijheid die we hebben ligt als het ware op deze grenslijn verborgen. Maar vrijheid houdt ook in dat je voor je eigen handelen verantwoordelijk bent. Vrijheid zit nog steeds in onszelf. Het NU, de Tijdsymmetrie is niet meer dan een imaginaire grens, die de toekomst van het verleden scheidt. Het mysterie van het leven zit in deze dimensie verborgen. Het nu is al sinds Aristoteles een illusie.
Het is het reflexief bewustzijn, het zelfbewustzijn dat een mens van een dier onderscheidt. De onzichtbare Triade wordt met de zichtbare Tetrade verbonden.
Ongemanifesteerd, ongeopenbaard, Triade:
Gemanifesteerd, Tetrade (Lagere Tetraktys):
In het Het Witte Lotusblad (Belgische Theosofische Vereniging, Loge Witte Lotus) zijn twee artikelen van Christian Vandekerkhove over Rudolf Steiner verschenen, kies categorie: Nieuwsbrief en vervolgens nr. mei 2007 en juni 2007. Volgens de Niewsbrief juni 2007 ziet de vergeestelijkte mens er als volgt uit (b):
| Antroposofie (b) | Theosofie | ||
| 7. Geestmens als omgevormd Fysiek Lichaam | 1. Stoffelijk of Fysiek Lichaam | Hogere werelden | Geestelijke wereld |
| 6. Levensgeest als omgevormd Levenslichaam | 2. Ether- of Levenslichaam | Etherische wereld | Mentale wereld |
| 5. Geestzelf als omgevormd Astraallichaam | 3. Astraal Lichaam | Astrale wereld | Astrale wereld |
| 4. Ik als kern van de ziel | Stoffelijke wereld | Fysieke wereld |
De lagere gebieden kunnen we samen met het hogere als volgt in het rechter kwadrant schematisch weergeven.
| Joodse | Kabbalah | Antroposofie | Holistische fysiotherapie | ||||||||
| Mensenrijk | Plantenrijk | ||||||||||
| Neshama | Nephesh | Tussenliggende | viertal: | 4. Hogere wereld | 2. Etherische wereld | ||||||
| 4. Geest | - | 2. Dierlijk-astrale Ziel | 7. Âtma | < | 5. Manas | 7./1. | 5./3. | ||||
| | | | | Lagere viertal: | | | | | | | | | |||||
| 1. Voertuig | - | 3. Ziel | 4. Kama | > | 2. Linga-sarira | > | 6. Buddhi | 4. | - | 6./2. | |
| Guph | Ruah | | | | | 1. Fysieke wereld | 3. Astrale wereld | ||||||
| 1. Sthûla-sarira | < | 3. Prâna | Mineralenrijk | Dierenrijk |
Het bovenstaande rechter kwadrant toont de doorsnede volgens de Joodse Kabbalah. Deze doorsnede wordt door de middenzuil van de levensboom tot uitdrukking gebracht. Een andere manier om deze doorsnede te illustreren is Malkuth de fysieke, materiële wereld, ‘Jesod, Hod en Netsach’ de Dierlijk-astrale wereld, ‘Tiferet, Geburah en Chesed’ de mentale, morele wereld en ‘Binah, Cockmah en Kether’ de geestelijke wereld.
Het kompaskwadrant maakt van beide doorsneden gebruik.
Het middelste 'dubbelkwadrant' illustreert de Zevenvoudige samenstelling van de mens.
In The Solar Epoch beschrijft Sepharial een uitgebreide variant op de aloude Regel van Hermes. Hij ziet deze methode niet alleen als een hulpmiddel voor de horoscoopcorrectie. De horoscoop van de Lunaire epoch wordt zelf feitelijk geduid. Dat geldt ook voor een nieuwe horoscoop: de solaire epoch; het moment dat de zon een conjunctie of oppositie vormt met de Maan van de Lunaire epoch. De onderbouwing van Sepharial is gebaseerd op esoterische (met name theosofische) vooronderstellingen.




Naast (p. 12) het astronomische gebruik, werd het schema van de zodiac ook nog toegepast om de
betrekkingen die er tussen de macrocosmos en microcosmos bestaan te symboliseren; de twaalf
grotere Goden van het oude pantheon kwamen overeen met de twaalf dierenriemtekens en ieder van
de zeven heilige planeten werd een “huis” toegewezen; bovendien werd gezegd, dat elk teken een
bijzonder deel van het menselijk lichaam beheerste, zoals op de volgende afbeelding te zien is.
(De zodiac wordt ook in vier drietallen (“driehoeken”) verdeeld, die achtereenvolgend de naam van
de vier gemanifesteerde elementen dragen, aarde, water, vuur en lucht, aan ieder van hen worden drie
tekens toegeschreven.
P. 5: De symboliek van de zodiac was een werkelijke geheime taal, waarin bepaalde feiten die de
innerlijke natuur van de mens betreffen waren uitgedrukt; en die taal was een algemene voor de
ingewijden in al de religies van de oudheid.
P. 13: De Zonne-God is het Zelf van deze grote “Mens” en de vier vierde-delen van de
zodiac, met de aan hen verbonden afdelingen, zijn de somatische afdelingen van het gemanifesteerde
lichaam van de Hemelse mens. Het element aether wordt aan de Bestuurder van de Zon
toegeschreven; en de vier Bescherm-Goden, die overeenkomen met de vier gemanifesteerde
elementen, zijn aangewezen als Bestuurders van de Vier Gebieden, Aarde, Oceaan, Hemel en de
Rivieren.
P. 67: De vier Wezens zijn de gemanifesteerde prânas, de
heersers van de vierde delen van de Zodiac en de vier drievouden van water, lucht, vuur en aarde.
De vijfde niet gemanifesteerde levenswind, udána, wordt in de tekst niet vermeld; maar de
eigenaardige bewoording waarin het gezegd is, verraadt een lacune, want de vier Wezens konden
moeilijk “in het midden van de troon” (de Zon) en tegelijk “er om heen” zijn.

Rini Sips werkt op haar website het patroon van de dierenriem aan de hand van het Overzicht van de beginpatronen en het Overzicht van de structuurlijn uit.
Rini Sips plaatst de dualiteit binnenwereld - buitenwereld centraal van een bestaan (dat innerlijk wordt ervaren als) in uiterst contrast staand met de wereld en tegelijk (innerlijk wordt ervaren als) er een onverbrekelijk geheel mee vormend. Ook wordt 'These + Antithese = Synthese' toegepast.
Hier wordt de ruimte-tijd werkelijkheid, een cyclisch leerproces, voorgesteld door een open cirkel. De kleine cirkel stelt de 'singuliere' processen voor die zich binnen de 4-dimensionale werkelijkheid bevinden. De cirkels staan in verbinding met elkaar en met een veld, het 'extensive continuum'. De paren van kleine streepjes duiden (quantum)processen aan waarlangs overdracht van informatie met het veld verloopt.
Het veld zou potenties bevatten.
Rini Sips maakt van Whiteheads metafysica, naar het ‘proces’ waardoor de werkelijkheid gestalte krijgt, in de meest fundamentele vorm als Extensive Continuüm gebruik. Zie ook Basisbegrippen Rini Sips.
Het rapport ‘E i V’ gaat uit van het Holisme in de nieuwe biologie (p. 131) van het boek het CHAOSPUNT de wereld op een tweesprong van Ervin Laszlo: Het levende organisme laat zich niet reduceren tot de wisselwerking van zijn bestanddelen zonder dat de ‘kenbaar wordende eigenschappen’ – nota bene de karakteristieken die het tot een levend organisme bestempelen – verloren gaan.
Dit metafysische aspect wordt met name in het werk van Henri Bergson en Alfred North Whitehead belicht.
Hegel en Engels (Idealiame en Materialisme)
In zijn Phänomenologie des Geistes beschrijft Hegel de verschijningsvormen van de Geest. Hij beschrijft daarin de acht "Stufen" waarin via het bewustzijn zichzelf in het kennen overschrijdt naar de werkelijkheid:
II. Waarneming
III. Verstand
IV. Zelfbewustzijn (Heer en knecht)
V. Rede (Observatie van de natuur)
VI. Geest (Zedelijkheid en recht, vorming en moraliteit)
VII. Religie (Natuur, kunst en geopenbaarde religie)
VIII. Het absolute weten
| Georg Wilhelm Friedrich | Hegel | Engels | |
| De 4e wet van de Spirale Form | De 2e wet van de interprenetratie | ||
| 1. Natuur (objectieve geest) | 3. Geest (absolute geest) | der Entwicklung ---- | van tegengestelden |
| | | | | | | | |
| 4. Relatief ---- | 2. Logica (subjectieve geest) | De 1e wet van de omvorming van -- | De 3e wet van de negatie van de negatie |
| kwantiteit en kwaliteit en vice versa |
Alan Woods & Ted Grant De rede in opstand - 3. Dialectisch materialisme (Thursday, 14 October 2004):
1e Wet van de omvorming van kwantiteit en kwaliteit en vice versa
F. van Raalten, boek Filosofie in hoofdzinnen 2 (p. 35):
Bij de beantwoording van de vraag of Hegels dialectiek een bruikbare analyse voor de historische ontwikkeling biedt zullen we gebruik maken van de begrippen: kwaliteit en kwantiteit, waarvan de behandeling een groot gedeelte van de Logik beslaat.
36: Logik I p. 383: ‘Alle geboorte en dood zijn in plaats van een zich voortzettende geleidelijkheid juist een breuk daarmee en de sprong uit kwantitatieve verandering in kwalitatieve’ etc.
Maar zegt Hegel, ‘het kwantum is de opgeheven kwalitatieve grens’. Hoe groter de hoeveelheid des te minder kwalitatief is het produkt. …;ook omgekeerd: hoe kleiner het kwantum des te kwalitatiever.
37: Elke vooruitgang kent een omslag in het negatieve waardoor de verhouding tussen kwaliteit en kwantiteit verandert en de maat(staf) onder zo’n spanning komt te staan dat ook deze verandert.
2e Wet van de interprenetratie van tegengestelden
Deze wet toont aan dat evenwicht alleen maar door de aanwezigheid van tegengestelde krachten kan bestaan. De polaire krachten vormen twee delen van eenzelfde geheel. Zoals we in het voorbeeld hebben kunnen zien lopen de belangen van een verkoper en een koper lang niet altijd synchroon.
Alle dingen maken de ontwikkelingstrappen geboorte, rijpheid, ouderdom en dood, een levenscyclus door.
Laten we in het leven de kwantitatieve of kwalitatieve as, eigen belang of algemeen belang domineren?
3e Wet van de negatie van de negatie
De negatie van de negatie (negatie).
4e Wet van de Spirale Form der Entwicklung
Georges Politzer boek Beginselen van de filosofie, hoofdstuk Vierde wet: verandering van kwantiteit in kwaliteit of wet van de sprongsgewijze vooruitgang, De geschiedenis is het werk van de mensen:
De mensen maken hun geschiedenis, hoe die ook moge uitvallen, doordat ieder zijn eigen, bewust gewilde doeleinden nastreeft en de resultante van deze veelvoudige, in verschillende richtingen werkende wilsuitingen en hun verschillende uitwerking op de buitenwereld is juist de geschiedenis. Het komt er dus op aan wat de vele afzonderlijke personen willen. De wil wordt bepaald door hartstocht of overleg. Maar de drijfveren, die weer de hartstocht of het overleg rechtstreeks bepalen, zijn van zeer verschillende aard ... Anderzijds vraagt men zich af, welke drijfkrachten er weer achter deze motieven staan, welke historische oorzaken het zijn, die in de hoofden van de handelende personen tot zulke motieven worden. (Fr. Engels:
Feuerbach, blz. 38-39.)
George Politzer combineert het idealisme van George_Berkeley met het dialectische materialisme van Marx en Engels.
De 5e Dimensie komt in de vierde Anti-Dühring wet naar voren.
Jasper Schaaf geeft in zijn boek Boeddhisme en betrokkenheid (p. 53) een vierde Anti-Dühring wet, de 'wet' van de Spirale Form der Entwicklung, oftewel de spiraalvorm van de ontwikkeling. Wanneer door tegenspraak iets nieuws ontstaat is er sprake van een ontwikkeling, één met een richting.
Zo kan bijvoorbeeld in de economie een spiraalvormige keten van interacties gedurende langere tijd de richting bepalen naar hoogconjunctuur of naar crisis. Geen eeuwige richting, wel een van langere duur.
Pythagoras (De Gulden Verzen van Pythagoras) en Plato richten zich zowel op de vergankelijke als de onvergankelijke wereld. De controverse tussen Plato en Aristoteles kan met de gezichtspunten van Hegel en Marx worden vergeleken. Het Ether-paradigma (5D-concept) is zowel op de filosofie van Plato en Aristoteles als op de dialectische filosofie van Hegel en Marx (Engels) gebaseerd.
Max Stirner: Volgens de Links-Hegelianen wordt de complete zelfreflectie van de geest bereikt in de filosofie van Hegel, waardoor de weg wordt opengelegd voor de praxis. Max Stirner was echter een andere mening toegedaan en bespotte hen openlijk door zijn eigen denken ook voor te stellen als opgeklommen tot het "absolute". Stirner en Lukákcs (Lukákcs) hebben op het model van Hegel verfijningen aangebracht daarom wordt ook van relatieve geest gesproken. Bij een open systeem kan er van absolute tegenstellingen geen sprake zijn.
Georg Lukács past in zijn weerspiegelingstheorie het hegeliaanse en marxistische denken minder schematisch toe. Zo benadruk Lukács de ‘weerspiegelingstheorie’, waarin kunst wordt opgevat als een weerspiegeling van de socio-economische werkelijkheid.
De katholieke theoloog en filosoof Karl Rahner heeft het geloof met de filosofie van Hegel verbonden. Eerder heeft Jan van Ruusbroec de triniteit aan de orde gesteld. Zowel bij Karl Rahner als bij Jan van Ruusbroec komt een immanente triniteit , een meer pantheïstische opvatting naar voren.
Crisis: Maskerkwadrant.
Ruimte-tijd spiegelsymmetrie, de ommekeer:
| Pythagoras | Esoterie: | Dühring | Filognosie | Unificatietheorie | Hoofdstuk: | 4.6 en 4.7 | ||
| 1. Monade | 1e Logos | 1e Manifestatie | 4e Wet | Lemniscaat | Zwaartekracht | 2.3.1 | Akasha | 7.4 |
| 2. Duade | 2e Logos | Geest-stof | 3e Wet | Deel I | Spiegelsymmetrie | 2.3 | Synthese, Z.P.F. | 7.3 |
| 3. Triade | 3e Logos | Hiërarchie | 2e Wet | Deel III | Materiesymmetrie | 2.2 en 2.2.1 | Antithese | 7.2 |
| 4. Tetrade | Tetraktys | Periodiciteit, Karma | 1e Wet | Deel II | Tijdsymmetrie | 2.1.1 | These | 7.1 |
Weerspiegelingstheorie Deel I: MARX EN HET MARXISME: NAAR EEN THEORIE VAN HET BEWUSTZIJN
Weerspiegelingstheorie Deel II: HET ‘ONWARE’ BEWUSTZIJN
Samenvatting
Het rapport ‘E i V’ maakt net als Rini Sips gebruik van Whiteheads metafysica, naar het ‘proces’ waardoor de werkelijkheid gestalte krijgt, in de meest fundamentele vorm als Extensive Continuüm.
Henri Bergson: De wetenschap van de materie dient dan ook een onderdeel te zijn van de wetenschap van het leven, en niet omgekeerd.
De essentie van de natuurlijke "zelf-organisatie", door de "zelf-selectie" komt zowel met de spiraalvormige Fibonnaci structuur als met de 'meet-lat' (p. 37) van de vier gemanifesteerde gebieden overeen.
Jan Wicherink Ontheemde Zielen Ontwaken (p. 15):
Sommige wetenschappers menen dat de betekenis van de verhouding 13:20, die besloten ligt in de Lange-
Tellingkalender, te maken heeft met de Gulden Snede van de Heilige Geometrie,
hoewel een verhouding van 13:21 een ware Fibonacci-verhouding zou weergeven
die uiteindelijk convergeert naar de Gulden Snede.
De bijlage van dit hoofdstuk bevat twee modellen om de zevenvoudige samenstelling van de mens weer te geven, een van de Purucker en een van Pryse. De overeenkomst tussen beide modellen vormt de doorsnede ‘Voertuig, Dierlijk-astrale-Ziel, Ziel en Geest’ van de Joodse Kabbalah.
De viervoudige indeling van de Kabbalah geeft de zevenvoudige samenstelling van de mens compact weer. Het is de basisstructuur, die in het boek van Pryse ook wordt weergegeven als 'Genitaliën - Navel - Hart - Hoofd'. Pryse werkt in zijn vierkant ‘I – II – III – IV’ het vierkant van de Joodse Kabbalah zeer gedetailleerd uit.
Het zal niet nodig zijn te zeggen dat beide auteurs uitgaan van de aanwezigheid in de Natuur van het Ene eeuwige element, het onkenbare 1e Beginsel van de theosofie. De tien beginselen van de mens bestaan uit een hogere en lagere Triade en een viertal. De twee driehoeken, Triaden beelden het conflict tussen de geestelijke- en dierlijke principes uit. De twee Triaden en het viertal beelden de tien Sephiroth van de Levensboom uit.
De “staf” (p. 96) waarmede het goddelijke kind de volkeren zal hoeden, is natuurlijk de caduceus (11e dimensie) van Hermês, de voorbeeldige schaapherder van de zielen. In de oudere mythologie vindt men deze magische staf in de hand van Neb, de God van wijsheid en “de bewaarder van de scepter van kracht”.
Charles Poncé boek Kabbalah (p. 55) bespreekt de vier werelden (Guph, Nephesh, Ruah en Neshama, respec. Malkuth, Yesod, Tifereth en Kether) van de Joodse Kabbalah. Het bovenstaande Diagram of the Zodiac and Correspondences correspondeert met het figuur op p. 56. Tetragrammaton is de qabalistische formule die het ontstaan van de 10 Sephiroth in 4 'werelden' of 'kosmische frequentiebanden' beschrijft. De 'Boom van het Leven' vormt een 'ladder' (van Jacob) tussen 'hemel' en 'aarde' . Deze wordt door de qabalist beklommen met de bedoeling optimaal te communiceren met Kosmos & om zodoende co-creatief het gelukkige leven te realiseren. Door de code van Kosmos te kennen, krijgt hij weet van de kosmische eeuwigheid.
Van elk van deze negenenveertig constellaties (sterrenbeelden) wordt gezegd, dat ze een principe, kracht of hoedanigheid in de mens zelve symboliseren; het gehele stelsel vormt een symbolisch wezen, een hemelse mens (Adem Kadmon of Tetragrammaton), uitgebeeld op de sterrenhemel.
Benjamin Adamah schrijft in zijn boek Nulpunt Revolutie over Adam Kadmon ons zuiver negentropische alter ego.
Het rapport 'E i V' bevat een vergelijkbare doorsnede. De Delen I t/m VII bestaan elk uit vier niveaus, die onderling met de Triade 'These + Antithese = Synthese', het '1e, 2e en 3e aanzicht' zijn verbonden. De merkwaardige lus van Douglas Hofstadter wordt op deze manier een feit.
De ‘Merkwaardige lus’ is een besturingsmechanisme dat op een niveau en tussen niveaus werkzaam is. De lus kan met de lemniscaat van het kompaskwadrant worden vergeleken. Bij ‘Verstrengelde hiërarchie’ onderscheiden we niveaus als bewust versus onbewust, kwantitatieve as versus kwalitatieve as, individu versus collectief. Op een niveau en tussen niveaus bestaan spanningsvelden. Bij een koppel kun je spreken over de band die ontstaat, terwijl bij groepen, grotere eenheden er sprake is van een sfeer, het hangt in de lucht, een cultuur. De niveaus zijn onderling verbonden, er vindt een wisselwerking plaats. De partner waarmee je samenleeft, de groep, de cultuur waar je deel van uitmaakt spelen een belangrijke rol bij de keuzes die je bewust of onbewust in het leven maakt.
Door de werkelijkheid verkeert te interpreteren kom je niet tot goede oplossingen. Omdat de snaartheorie slechts de materiële kant behandelt mag niet worden verwacht dat deze theorie over de éne werkelijkheid uitsluitsel geeft. Door alleen beide complementaire kanten, de fysica en de metafysica, van de éne werkelijkheid te belichten komt de unificatietheorie, de relatie tussen de microkosmos en macrokosmos, tussen Natuur en God een stapje verder.
Kant heeft een dubbele bedoeling met zijn Kritiek van de zuivere rede: Ten eerste wil hij laten zien hoe het komt dat de traditionele metafysica onvermijdelijk in tegenstrijdigheden verstrikt raakt; in de tweede plaats wil hij een solide kentheoretisch fundament leggen voor elke toekomstige metafysica.
De werkelijkheid, of de wereld, is niets anders dan wat wij er als kennende subjecten van maken. Wat kan ik weten? De ervaring levert de zintuigelijke gegevens, de voorstellingen, die vervolgens door het verstand met behulp van begrippen, de categorieën, geordend worden. Kennis is volgens Kant dus een samenspel van de ervaring en het verstand. Beide kenniselementen zijn onmisbaar: zonder ervaring zijn de begrippen van het verstand leeg, en zonder de begrippen is de ervaring blind. We kunnen alleen uitspraken doen over hoe de dingen aan ons verschijnen.
Peter Demski, boek Het Anarchistische Principe, p. 11: Engels werpt Dühring tegen slechts de theologische kant van de Kantiaanse Antinomie opgenomen te hebben en niet de bewering en het bewijs van het tegenovergestelde; dat de wereld ten opzichte van de tijd geen aanvang en ten opzichte van de ruimte geen einde heeft.
5D is op de dialectische filosofie van Hegel en Marx (Engels) gebaseerd. Marx, Capital, Vol. 1, p. 19: “Mijn dialectische methode”, schreef Marx, “verschilt niet alleen van de hegeliaanse, maar is het direct tegenovergestelde ervan. Voor Hegel is het levensproces van de menselijke hersenen, dat is het denkproces, dat hij onder de naam van ‘het Idee’ zelfs verandert in een onafhankelijk subject, de bouwer van de reële wereld, en de reële wereld is enkel de uitwendige, fenomenale vorm van ‘het Idee’. Bij mij daarentegen is het ideaal niets anders dan de materiële wereld, weerspiegeld in de menselijke geest en vertaald in denkvormen.”
Hegel vertaalt de binnenwereld naar de buitenwereld, de geestelijke wereld naar de materiële wereld en Marx vice versa. Echter elke echte verandering komt nog altijd van binnenuit. Het mysterie van het leven zit in onszelf.
In het kompaskwadrant worden beide doorsneden van de levensboom gecombineerd. Het 1e en 2e aanzicht hangen samen met respectievelijk ‘Hod en Netsach’ en ‘Geburah Chesed’. Het 3e aanzicht, de verticale as legt de nadruk op Jesod en Tiferet.
Het rapport 'E i V' gaat van de Zevenvoudige samenstelling van de mens uit.
Deze structuur wordt via de Binnenwereld en Buitenwereld tot uiting gebracht.
De 3 aanzichten van de systeembenadering geven tezamen een vergelijkbare doorsnede.
De triniteitsleer houdt de gemoederen nog steeds bezig. De hernieuwde theologische interesse voor de Triniteit is met name een gevolg van de katholieke theoloog en filosoof Karl Rahner.
Zie ook:
Boeken:
- James M. Pryse Apocalypse ontsluierd / een esoterische uitleg van de Openbaring van Johannes
- eBooks astrologie
- Sepharial THE SOLAR EPOCH
- Willem Venerius Verhoging en val van de planeten
- Wim de Lobel, De Eeuwige Generatie
- F. van Raalten Filosofie in hoofdzinnen 2
- Benjamin Adamah Nulpunt Revolutie
Externe Links
- Weerspiegelingstheorie Deel I: MARX EN HET MARXISME: NAAR EEN THEORIE VAN HET BEWUSTZIJN
- Dialectisch-materialistische weerspiegelingstheorie
- Inleiding tot de marxistische filosofie Dialectisch materialisme: onze theoretische uitrusting
- De redactie van Vonk Wat is dialectisch materialisme? (9 mei 2004)
- De klassiek-marxistische conceptie van het bewustzijn, de ‘weerspiegelingstheorie’, en haar (postmoderne) tegenhanger
- Eugen Dühring
- Hans Kokhuis
- Christian Vandekerkhove, proefschrift Johannes Jacobus Poortman, het Hylisch Pluralisme en de Multicorporaliteit als mogelijk epistemologisch sluitstuk in de kloof tussen wetenschap en religie en tussen de religies onderling, promotor: Hans Gerding.
- Eindwerk Techniek en Maatschappij
- Ellahir Mystiek
- Christian Vandekerkhove De strijd tussen de dissident Papus en de TV zorgt voor een stroomversnelling in de Franse esoterische beweging (deel 1)
- Christian Vandekerkhove De strijd tussen de dissident Papus en de TV zorgt voor een stroomversnelling in de Franse esoterische beweging (deel 2)
- Christian Vandekerkhove De strijd tussen de dissident Papus en de TV zorgt voor een stroomversnelling in de Franse esoterische beweging (deel 3)
- Hans Richter De mystieke leer
Samenvatting van de mystieke leer van de Kabbala van Papus (Papus, La Cabbale, Parijs 1903, 2e. editie)
Categorie: Artikelen | Rapport | Auteur: Harry Nijhof
Deze pagina werd sedert 16 dec. 2007 1437 keer bekeken.
