8.3.1 Waarden en Normen
Inhoud
Wanneer iemand zou willen regeren en iets tot stand zou willen brengen door handeling, besef ik dat hij niet slagen kan. Het koninkrijk is een geestelijk ding en kan niet door handelen worden verworven. Hij, die het op die wijze zou willen winnen, vernietigt het. Hij, die het in zijn greep zou willen vasthouden, verliest het.
Een geestelijk koninkrijk wordt alleen werkelijk veroverd door vrij te zijn van doelstelling en activiteit. De wijze is niet menslievend of goed, de volledigheid is als water. Water doet goed aan alle wezens en strijdt niet. Het woont op plaatsen door alle mensen veracht. Daarin komt de wijze Tao nabij. Hij leeft graag op lage plaats. Zijn hart mint de diepte. In weldoen mint hij de liefde. In spreken de waarheid, in bestuur de orde, in werken bekwaamheid, in handelen de geschikte tijd. Hij strijdt niet, daardoor treft hem geen blaam.
Evolutie of Devolutie (Vijf individuele - en collectieve dimensies, Absoluut en Relatief)
Leo Bormans Geluk. The World Book of Happiness
Europees Voorzitter Herman Van Rompuy stuurt het boek Geluk. The World Book of Happiness als nieuwjaarscadeau aan alle wereldleiders. In de aanbevelingsbrief die hij daarbij voegt, pleit hij er uitdrukkelijk voor om geluk, levenskwaliteit en welbevinden van mensen bovenaan de politieke agenda te zetten. We kunnen met z’n allen kiezen voor andere prioriteiten in de politieke en economische agenda maar ook in ons eigen leven en dat van wie ons omringt. Het lijkt misschien een softe boodschap maar dat is het niet.
Erik Mertens Geen crisis, maar 'evidence based happiness'?
"Voor het eerst hebben we het geluk weggehaald uit die wereld van de softheid, de religie, de filosofie. (…) Ja, het is meetbaar! Het is een wetenschap hé. Er zijn heel veel dingen waar we in geslaagd zijn ze te meten. Bijvoorbeeld pijn: daar weten we ook wel van of je veel of weinig pijn hebt. (…) We weten dat geluk voor 50 procent genetisch bepaald wordt, voor 10 procent door omstandigheden, en voor 40 procent door onze eigen inbreng en onze eigen activiteiten. (…) Het ergste wat een mens kan overkomen is dat twee pessimisten met elkaar trouwen, want dat heeft een genetisch effect van nog eens grotere pessimisten, dus het is maar best om een optimist te vinden om mee te trouwen. (…)" (5)
Optimisme als een morele deugd. Ik wil deze moraalfilosofische uitspraak graag mee verdedigen. La vita e bella. Maar het wordt gevaarlijk wanneer de ethiek ervan verworpen wordt en er alleen nog maar een neoliberale ideologie van het optimisme verdedigd wordt, die zich op de koop toe vereenzelvigt met een zogenaamde wetenschap van het optimisme. Dan gaat het niet meer over een moral duty, maar over een science (of moral duty). Wetenschap wordt zo van A1, van A2 en van A3 steeds meer een toverwoord in onze maatschappij. Een toverwoord dat wil onttoveren.
Herman Van Rompuy is alleszins heel gelukkig dat hij de boodschap van de 'Movement For Happiness' wereldwijd kan uitdragen, "to rear the fabric of felicity by the hands of reason and of law". (7)
Het is een nobel doel om het geluk zo goed mogelijk te verdelen. Wat kunnen we zelf en wat moet de politiek doen om het geluk te maximaliseren? Dit is een belangrijke, maar heel complexe vraag. Daarom luister ik telkens weer met stijgende verontwaardiging naar diegenen die beweren dat het antwoord op die vraag simpel is of gewoon wetenschap heet. Is het niet aanmatigend om in deze tijden van crisis te beweren dat het geluk een louter wetenschappelijke kwestie is en dat we gewoon moeten kiezen voor zoiets als evidence based happiness? (8)
Evidence based happiness? … Als onbevooroordeelde geïnteresseerde leek roept het meteen zoiets op als het triviale geluk van de kleermaker in Le monde et le pantalon van Beckett. "De klant: God heeft de wereld in zes dagen geschapen, en u, u bent nog niet in staat me een broek te maken in zes maanden". De klant wordt er niet gelukkiger van. Maar wat is het gelukkige antwoord van de kleermaker, die uiteindelijk de broek volledig klaar heeft: "De kleermaker: Maar meneer, kijk eens naar de wereld, en kijk eens naar uw broek." (9)
Een grap en een griezelverhaaltje
Voor mij is het geluk van de kleermaker veel evidenter dan het wetenschappelijke geluk van de topexpert in de positieve psychologie. Of ook het geluk van die Duitser in de anekdote die Lacan tijdens de eerste les van zijn seminarie over de ethiek aanhaalt. Aan een Duitse immigrant die aankomt in Amerika wordt gevraagd "Are you happy?" "Oh Yes", antwoordt de Duitser, "I am very happy. I am really very, very happy, aber nicht glücklich!" (10)
En dan zullen de positivo's zeggen: "ja, maar wereldwijd heeft de wetenschap aangetoond dat het nicht glücklich sein (of minstens toch the right to sadness) een essentieel deel is van de 'happiness'." Fantastisch! Het is inderdaad toch wel echt genieten, die happiness. Maar valt dat genot samen met het weten? Of is het niet eerder de scheur in het doek van het weten?
Als we ophouden met lachen om de zogeheten pure wetenschappelijke becijfering van het geluk, dan vrees ik dat we alleen nog maar in staat zullen zijn om op een kurkdroge brutonationale manier gelukkig te zijn in een pseudowetenschappelijke droom, ver verheven boven onze reële natuur.
Misschien moeten onze politici zich nog eens buigen over het griezelverhaaltje dat Heinrich Heine in 1834 vertelde aan de Fransen om er de Duitse filosofie van Immanuel Kant mee te introduceren. Het illustreert de twee kanten van het zelfverwezenlijkingproject. 'Causa sui' van het geluk?
"Er gaat het verhaal", vertelt Heine, "dat een Engelse werktuigkundige, die al de vernuftigste machines had uitgevonden, ten slotte op het idee kwam om een mens te fabriceren, wat hem uiteindelijk nog lukte ook. Het werkstuk dat hij zelf in elkaar had gezet, kon zich in ieder opzicht als een mens bewegen en gedragen en had in zijn leren borstkas zelfs een soort menselijk gevoel, dat van de gemiddelde gevoelens van de Engelsen niet eens zo heel veel verschilde. Hij kon in gearticuleerde klanken zijn gevoelens uiten."
"Juist het geluid van die inwendige wieltjes, raspen en schroeven, dat men dan te horen kreeg, gaf die klanken een typisch Engels accent. Om kort te gaan, die automaat was een volmaakte gentleman en om helemaal een echt mens te worden had hij alleen nog een ziel nodig. Maar een ziel kon de Engelse mechanicus hem niet geven en de arme stakker, die gemerkt had wat hij miste viel zijn schepper nu dag en nacht lastig met het verzoek, hem een ziel te geven."
"Dat verzoek werd steeds dringender herhaald en ging die kunstenaar ten slotte zo op zijn zenuwen werken, dat hij voor zijn eigen kunstwerk op de vlucht sloeg. Maar de automaat nam meteen een extra snelle postkoets, achtervolgde hem naar het vasteland en reisde voortdurend achter hem aan, krijgt hem soms te pakken en ratelt en snort hem dan in de oren: give me a soul."
"We vinden deze twee figuren in alle landen", zegt Heine, "en wie hun bijzondere relatie kent, begrijpt hun zonderlinge haast en angstige verslagenheid. Maar als men van die bijzondere relatie op de hoogte is, ziet men daarin ook iets algemeens, namelijk dat een deel van het Engelse volk genoeg heeft van zijn mechanisch bestaan en een ziel wenst, terwijl het andere deel uit angst voor die wens kris en kras door de wereld wordt gejaagd, maar dat ze het alle twee thuis niet kunnen uithouden." (11)
Zo'n griezel kan je natuurlijk niet in een nieuwjaarsgeschenk verpakken. Wel een happy Fairytale Beginning. Goesting en voldoening geeft dat. Maar als ik even het 'recht op pessimisme' mag opeisen, dan zou ik er graag op willen wijzen dat in het opgeblazen 'meten is weten'-sprookje een spook schuilt dat groeit met de dag dat men erin gelooft. Het sprookje bestaat eigenlijk uit niets meer dan cijfertjes, getallen en tabellen. Maar deze statistische ziel reist ons voortdurend achterna, krijgt ons vaak te pakken, en ratelt en snort in onze oren: Give me a body. En, als nu aan dat imaginatio van spindokters een body wordt gegeven, zeg maar een genot, dan zit er een 'beast in the jungle'. En pas maar op of het heeft u te pakken, met de wetenschap als excuus.
Oneindig veel griezeliger vindt Heinrich Heine dat
"Het is afschuwelijk, als de lichamen, die we hebben geschapen een ziel willen hebben. Maar het is nog veel huiveringwekkender, afschuwelijker en griezeliger als we een ziel hebben geschapen die een lichaam van ons eist en ons met die wens achtervolgt. Zo'n ziel is de gedachte die we hebben gedacht, en ze gunt ons geen rust voor we haar een lichaam hebben gegeven. De gedachte wil daad, het woord wil vlees worden. (…)"
"Drie wegen om gelukkiger (niet gelukkig) te worden"
Het is natuurlijk met de beste bedoelingen dat onze leiders genieten van de gelukzaligheid. Maar misschien moeten ze hun droom van een maximalisatie van dat genot toch eens eerst helemaal dromen, en dan nog eens vertellen. Tot er iets heel lichts overblijft waar de harde wetenschap vanaf gevallen is, zoals bij Jean Paul: "Ik heb nimmer meer dan drie wegen kunnen ontdekken om gelukkiger (niet gelukkig) te worden. De eerste weg, die de hoogte in gaat, is: zich zo hoog boven de wolken des levens verheffen, dat men de hele uiterlijke wereld met haar wolvenkuilen, knekelhuizen en bliksemafleiders vanuit de verte, als een gekrompen kindertuintje, onder zijn voeten ziet liggen."
"De tweede is: zich juist te laten vallen in dat tuintje en zich daar zo gezellig in een voor te nestelen dat, wanneer men vanuit zijn warme leeuweriksnest naar buiten kijkt, men eveneens geen wolvenkuilen, knekelhuizen en bliksemafleiders ontwaart, doch slechts aren, die ieder voor de nestvogel een boom vormen en een zonne- en regenscherm."
"De derde ten slotte – die ik als de moeilijkste en meest verstandige beschouw – is, de twee andere af te wisselen. Dit wil ik de mensen nu eens goed duidelijk maken." (12)
En vervolgens een pleidooi houden om de levenskunst vooral niet te verwetenschappelijken, want anders verwordt ze tot kitsch, net zoals het 'geluk als wetenschap' gewoon kitsch is en compleet verbleekt als je het legt naast het stuntelige vers van een klein kind.
Het zogenaamde wetenschappelijke geluk zal snel in onbruik raken, want het is alleen maar meetkunde en anders alleen maar een waar op de markt. De poëzie van het kleine kind niet, want die ontspringt uit een reëel lichaam, en is vormend voor het kind omdat ze als levendige 'esprit de finesse' vorm geeft aan iets reëels dat ontsnapt aan de meetkunde, evaluatie en controle.
En, beste wereldleider van het Bruto Internationaal Geluk
Als u dan toch het geluk politiek-economisch wil verdelen – dat is absoluut noodzakelijk en rechtvaardig en bovendien kan u niet anders, het is uw taak, u moet uiteraard meteen weer weg gaan van uw verdediging van het belang van de verbeeldingskracht, baseer u dan op een materialistische analyse van de feiten in plaats van op een zoveelste speculatie op de (geluks)beurs, want dat laatste leidt alleen maar tot armoede, filosofie van de armoede, armoede van de filosofie en heel veel reële onlusten.
Kom toch maar eens even neerploffen uit uw hoge wolk. U zal zich uiteraard meteen in een spleet verstoppen omdat u de realiteit van de overgrote meerderheid van de bevolking niet onder ogen wil of kan zien. Terug maar snel de hoogte in om ongestoord het Worldbook of Happiness te lezen en ondertussen met blij gemoed bellen te blazen om de miljardairs op onze planeet te bevredigen?
Maar laat u zich toch nog maar eens neervallen en nog eens en nog eens, dan leert u een beetje het reële tussengebied kennen. Dat zou ik genereus vinden van u. Ik meen dat zowel uw geluk als dat van de toekomstige generatie voor een groot stuk afhangt van de lessen die u trekt uit die valpartijen.
O nee, geen cynisme, allerminst, wel optimisme, maar dan gebaseerd op een aangepaste, radicaal verlichte visie. Want het neoliberalisme, begrijpt u plots, is geen wetenschap en de wetenschap is niet neoliberaal.
Volgens Heinrich Heine leverde Spinoza met zijn panentheïsme de oplossing voor de tegenstelling tussen geest en lichaam.
Econoom Jan Pen (Volkskrant 24 december 2009): ‘Mijn opinie is minder stellig. Ik formuleer het allemaal niet zo hard meer. Ik heb wel een harde stem als het moet.’
Hij schraapt zijn keel en declameert de eerste twee strofen van Die grenadiere van Heinrich Heine.
‘Dan blijkt het grote verschil: de een wil naar zijn vrouw en zijn kind, de ander niet. Die wil soldaat blijven.'
‘Het is het meest pacifistische gedicht dat ik ken.’
Tiesse (zijn zoon): ‘Maar die ene wil blijven vechten voor de keizer.’
Jan: ‘Ja, ja, ja, het gaat om het verschil tussen die twee.’
Er valt een stilte. Niet voor het eerst, maar deze duurt langer.
Uiteindelijk zegt Jan: ‘ik herken er een ideaal in. Het ideaal van het pacifisme. Nou, hup, het is mooi geweest.’
Tobias Reijngoud boek Weten is meer dan meten (een uitgebreid verslag staat in de Volkskrant 23 februari 2012):
Spraakmakende opinieleiders over de economisering van de samenleving:
Hans Achterhuis, filosoof en publicist * Frank Ankersmit, historicus * Jan Blokker, publicist * Peter Blom, directievoorzitter Triodos Bank * Arnoud Boot, hoogleraar financiële markten * Arjo Klamer, hoogleraar economie van kunst en cultuur * Jos van der Lans, cultuurpsycholoog en publicist * Grahame Lock, hoogleraar filosofie * Rob Riemen, directeur Nexus Instituut * Abram de Swaan, socioloog * Evelien Tonkens, bijzonder hoogleraar actief burgerschap * Marian Verkerk, hoogleraar zorgethiek * en anderen.
In zijn boek laat Tobias Reijngoud zien dat het in de kern nog steeds draait om het eerder door Aristoteles onderkende spanningsveld tussen ’Kwaliteit en Kwantiteit’. Of met andere woorden Plato's Ideeën wereld, de Allegorie van de grot is nog steeds actueel: Kenmerkend voor Plato’s idealisme is dat de abstracte wereld van de Ideeën meer realiteit bezit dan de materiële wereld van de tastbare dingen.
Het zijn mensen die aan de ’eeuwige wederkeer’ van Friedrich Nietzsche, door kwalitatieve of kwantitatieve feedback cq. feedforward (systeemtheorie), sturing geven. Het punt van de ‘Eeuwige wederkeer’ komt naar voren in de boekjes van:
Wim de Lobel, boek De Eeuwige Generatie, De kunst van het grote sterven en van
Hans de Heer, boek Geest van Stof, de Mnemocratische Evolutie van het Bewustwordingsproces.
Het rapport Eenheid in Verscheidenheid baseert zich ook op het principe van de eeuwige wederkeer. Al gaat het niet uit van de hypothese van Hans de Heer dat de geest uit de stof ontstaat, maar dat Purusha, de geest de enige werkelijkheid is.
De grondrechten in Nederland vormen een neerslag van gedeelde normen en waarden en overstijgt als het ware de verschillen tussen de verschillende maatschappelijke groepen. Het wezen van de grondwet is bedoeld om de continuïteit van de rechtstaat te waarbogen.
Mariet van Zanten-van Hattum, boek Leren omgaan met zingevingsvragen:
Leven staat tegenover dood. Op het punt waar ze elkaar raken, zien we aan de ene kant de gebrokenheid van het bestaan, het lijden en de schuld, en aan de andere kant de heelheid, het overkoepelende, het overstijgende. Op het kruispunt van deze vier gebieden bevinden zich de zingevingsvragen. Bij de vragen die het leven betreffen, kunnen we onderscheid maken tussen het verleden (onze oorsprong), het hier en nu (de samenhang) en de toekomst (het doel waar we ons op richten).
De heelheid van het bestaan kan ervaren worden bij overweldigende gebeurtenissen zoals de eerste kus, de eerste seksuele ervaring, de geboorte van een kind. Het kan gebeuren bij het zien van een schilderij, het horen van muziek of in het contact met de grootsheid van de natuur: het wisselen van de seizoenen, een storm aan zee, onweer, een indrukwekkend bergmassief of een prachtige zonsondergang. Ethiek wordt wel genoemd ‘de systematische bezinning op de moraal.’ We varen niet meer op het oordeel van anderen, maar vormen zelf een oordeel om op die manier te handelen in het belang van mensen.
Onder moraal wordt verstaan: het geheel van waarden en normen op grond waarvan mensen menen goed en verantwoord te handelen of te moeten handelen.
Waarden: Een waarde is dat wat je de moeite waard vindt om na te streven, dus ongeveer zoiets als een ideaal, een doel, dat je voor ogen hebt, dat je wilt bereiken. Morele waarden: wat goed is voor de mens, wat in het belang is van mensen.
Norm: Een richtlijn, een regel. De norm geeft de lijn aan waarlangs, of de grens waarbinnen de waarde nagestreefd kan worden.
Morele vragen, sommige dingen doe je wel, andere niet. Ethiek is gebaseerd op de vragen naar het hoe en waarom van het menselijk handelen, bekeken door de bril van de ‘waarden’ goed en kwaad of juist en onjuist.
De gebieden waar de zingevingsvragen uit voortkomen, kunnen met behulp van kwadranten worden geïllustreerd.
| Mariet van Zanten-van Hattum: | Gabriël van den Brink: | ||
| Heelheid ---- | Leven (geboorte, creativiteit) | Persoonlijke betrokkenheid ---> | Vrijblijvendheid |
| | | | | | | | |
| Dood ---- | Gebrokenheid (dualiteit) | Keurslijf <--- | Morele strengheid |
Gabriël van den Brink Schets van een beschavingsoffensief (Volkskrant 19 juni 2004):
Gabriël van den Brink houdt een pleidooi voor het ‘versterken’ van codes en gedragsregels.
Het bepalen van normen, dat is in zekere zin een organisch proces. Mensen kijken naar elkaar en als de meerderheid een bepaalde kant uitgaat dan heeft de rest de neiging om hetzelfde te doen.
Van den Brink pleit voor wat hij pre-pressie noem: ingrijpen vóórdat de dingen fout lopen. Het is een combinatie van morele strengheid en persoonlijke betrokkenheid. Het management moet een stap terug doen en persoonlijke betrokkenheid moet weer een plaats krijgen. De mensen die het belangrijke werk doen moeten weer centraal komen te staan, ze moeten de ruimte en het vertrouwen krijgen. Sinds de jaren zestig hebben we ons geweten laten verkommeren, in plaats van dat we het gecultiveerd hebben. Het bovenstaande kernkwadrant toont de combinatie betrokkenheid en strengheid.
Gabriël van den Brink, ‘Moderniteit als opgave – Een antwoord aan conservatisme en relativisme’, Volkskrant 7 september 2007): Een cyclisch tijdsbesef maakt plaats voor een lineair tijdsbesef. De toekomst komt tot leven.
De jaren nul (2000-2009) Het normen en waardendebat
Blijven steken in goedbedoelde hartekreten (Volkskrant 30 december 2009)
Waar gaat het precies over?
De cultuursociologen Herman Vuijsjes en Gabriël van den Brink zijn het over één ding roerend eens: in politieke termen hebben we het helemaal nergens over.
Er is geen wervend positief verhaal van gemaakt. Want: hoe moet ik mijn kind dan opvoeden? Wat zijn dan die centrale waarden? Wat is dan de zin van het leven?
De overheid heeft te zorgen voor structuren die kunnen sturen in de richting van gewenst gedrag.
De halfbakken politieke reactie was vooral zo teleurstellend omdat de behoefte aan dit thema zo groot was.
Van den Brink ergert zich vooral aan het dedain waarmee de hoofdstedelijke elite steevast reageert op alles wat afwijkt van de grachtengordelmores.
Het alom aanwezige onbehagen komt juist uit het proces van normophoging voort. Omdat de verwachtingen toenemen en de prestaties daarbij achterblijven, groeit het onbehagen.
De eerste vorm van onbehagen vloeit voort uit het ophogen van normen en verwachtingen. Voor het streven naar verbetering dat modernisering eigen is, betaalt men de prijs van steeds meer ontevredenheid.
In de visie van Van den Brink kent de moderniteit duidelijke winnaars en verliezers. De winnaars zijn de mensen die een goede opleiding hebben en van huis uit de juiste waarden hebben meegekregen. De verliezers zijn de laaggeschoolden die van thuis geen waarden hebben meegekregen die helpen in het sociale verkeer.
Zijn pleidooi voor een beschavingsoffensief vloeit hieruit logisch voort.
Van den Brink komt met een golventheorie waarbij periode van meer vrijheid altijd volgen op perioden van restauratie.
Francis Fukuyama geeft in zijn boek De grote scheuring het universum van normen in vier kwadranten weer. Het onderzoek naar de vraag hoe orde ontstaat, niet als gevolg van een mandaat dat door een (religieuze of politieke) hiërachische autoriteit van bovenaf is opgelegd, maar als gevolg van de zelforganisatie van losse individuen, is volgens Francis Fukuyama een van de interessanste en belangrijkste ontwikkelingen van onze tijd.
| Francis Fukuyama | Hans de Heer | ||||
| 4. Spontaan ontstaan, ---- | 2. Spontaan ontstaan, | Anamnese | |||
| Irrationeel | Rationeel | Natuurlijke ---- | 'Religie' | 4. Zelfherkenning ---- | 2. Leervermogen |
| | | | | | | | | | | | |
| 1. Hiërarchisch opleggen, ---- | 3. Hiërarchisch opleggen, | 'Politiek' ---- | Zelfregulering | 1. Reproductie ---- | 3. Zelfregulering |
| Rationeel | Irrationeel | Homeostase | Mimese |
Goed en Kwaad (Morele kompas 'Leraar en leerling', Zesde wijsheidssleutel, Wederkerigheid)
Zalig de armen van geest, want hunner is het Koninkrijk der Hemelen,
Zalig zij die treuren, want zij zullen vertroost worden,
Zalig de zachtmoedigen, want zij zullen de aarde beërven,
Zalig zij die hongeren en dorsten naar gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.
Zalig de barmhartigen, want hun zal barmhartigheid geschieden,
Zalig de reinen van hart, want zij zullen god zien.
Zalig de vredesstichters, want zij zullen kinderen Gods genoemd worden,
Zalig de vervolgden om der gerechtigheid wil, want hunner is het Koninkrijk der hemelen
Zalig zijt gij, wanneer men u smaadt en vervolgt en liegende allerlei kwaad van u spreekt, om mijnentwil.
Mattheüs 5 vers 1-12
En gij zult uw naaste liefhebben als uzelf (22:34-40).
Mattheüs: . . . breed de weg, die tot het verderf leidt . . . en smal de weg, die ten leven leidt, en weinigen zijn er, die hem vinden (7:13-14).
Mattheüs: Alles nu wat gij wilt, dat u de mensen doen, doet gij hun aldus: want dit is de wet en de profeten (7:7-12).
Matteüs: Waar twee of drie verenigd zijn in mijn naam, ben Ik in hun midden (18,20).
Mattheüs: Oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt; 2 want met het oordeel, waarmede gij oordeelt, zult gij geoordeeld worden, en met de maat, waarmede gij meet, zal u gemeten worden. 3 Wat ziet gij de splinter in het oog van uw broeder, maar de balk in uw eigen oog bemerkt gij niet? (7:1-3)
Matheüs: Zalig zijn de armen van geest want hunner is het Koninkrijk der hemelen (5: 3)
Matteüs 12: 22-50 Wanneer een boom goed is, dan zijn ook zijn vruchten goed. Is een boom daarentegen slecht, dan zijn ook zijn vruchten slecht. Want aan de vruchten herkent men de boom.
Matteüs 5:48 Wees dus volmaakt, zoals jullie hemelse Vader volmaakt is.
Wij moeten de verandering zijn die we in de wereld willen zien.
Het grootste verlies blijkt de grootste vangst, de grootste nederlaag de grootste overwinning.
Vraag je nooit af voor wie de klok luidt; hij luidt voor jou. (Uit: For Whom the Bell Tolls, Ernest Hemingway)
De geschiedenis leert dat personen als Socrates en Jezus Christus, die aan de kant van het volk staan, juist het slachtoffer worden van een politieke moord. Als het slecht gaat zoeken de ‘daders’ een ‘zondebok’. Hij kreeg de kruisdood omdat hij niet bereid was zijn ziel te verkopen. Om zelf buiten schot te blijven treedt het zondebokmechanisme in werking. Juist diegenen die niet corrupt zijn worden opgeofferd. De grote leraren, wereldhervormers van de mensheid, zoals Christus, Boeddha, Plato en Confucius, hebben over ethiek eigenlijk hetzelfde gedacht ‘Alle dingen dan die gij wilt dat u de mensen doen, doet gij hun ook alzo; want dat is de Wet van de Profeten’. De onderliggende eenheid achter de verscheidenheid wordt God genoemd.
Prof. Hofstede:
De menselijke natuur is wat alle menselijke wezens met elkaar gemeen hebben.
De kern van een cultuur wordt gevormd door waarden. Een waarde is een collectieve neiging om een bepaalde gang van zaken te verkiezen boven anderen. Waarden behoren tot de eerste dingen die kinderen leren – niet bewust, maar impliciet.
Waarden zijn gevoelens met een richting: een plus- en een minpool. Zij hebben betrekking op:
| Goed tegenover | Slecht | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Schoon | Vuil | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Mooi | Lelijk | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Natuurlijk | Onnatuurlijk | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Normaal | Abnormaal | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Logisch | Paradoxaal | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Rationeel | Irrationeel |
In de culturele antropologie komt het gedrag van de mens tot uiting. Kan men ooit wel het innerlijk van de zogenaamde primitieve volken kennen?, zo heeft menigeen zich wanhopig afgevraagd. Maar moderne onderzoekers stellen, dat men daartoe maar het hele culturele gedrag van zulke mensen moet beschrijven en interpreteren. Want uit de manier waarop de mens zich cultureel gedraagt, blijkt zijn innerlijk. Het ‘Wat’ wordt in het ‘Hoe’ aan de dag gebracht. Het wenselijke en het gewenste onderscheiden zich van elkaar door de aard van de normen die in het geding zijn. Normen zijn standaarden voor waarden die binnen een groep of categorie mensen gelden. Wanneer men vraagt naar het ‘wenselijke’ dan is de norm absoluut en geeft aan wat ethisch (spiritueel) juist is. Bij het ‘gewenste’ is de norm statisch van aard, en gebaseerd op de keuzen die feitelijk door de meerderheid worden gemaakt. Het wenselijke is meer een vorm van ideologie, het gewenste van praktijk. Hoe duidelijk komt juist in deze functionele fase aan de dag, dat de cultuur geen zelfstandig naamwoord, maar een werkwoord is. Cultuur is de manier waarop de mens zich uitdrukt, de wijze waarop hij de juiste relaties tracht te vinden tot alles wat hem omgeeft. In het bijzonder is cultuur een strategie om de verhoudingen tot de machten in goede banen te leiden. Daarom is juist ook de relatie tot het goddelijke steeds in het geding binnen een cultuur.
In het recht wordt onderscheid gemaakt tussen goede trouw en kwade trouw door het wegen van de intentie van een verdachte van een onrechtmatige daad.
Tussen de verkoper en de koper, de vraagzijde en aanbodzijde zit voor beide partijen de stem van het geweten. Uiteindelijk zijn we het allemaal zelf, die de chaos creëren. Welke leraar laten we prevaleren? In plaats van de Goddeloze dwaas de rechtvaardige wijze laten prevaleren.
Fons Trompenaars, auteur van Stierf de Voetganger?, testte leden van verschillende culturen met divers morele dilemma's. Één hiervan was of de bestuurder van een auto zijn vriend zou hebben, een passagier die in de auto berijdt, liggen om de bestuurder tegen de gevolgen te beschermen van te snel het drijven van en het raken van een voetganger. Trompenaars vond dat de verschillende culturen vrij verschillende verwachtingen (van niets aan bijna bepaald) hadden.
De evolutieve biologen beginnen van de veronderstelling dat de ethiek een product van evolutieve krachten is.[nodig citaat] Voor deze mening, worden de zedenwetten uiteindelijk gebaseerd op emotionele instincten en intuïties die voor in het verleden werden geselecteerd omdat zij overleving en reproductie hielpen (inclusieve geschiktheid). De sterkte van moeder band is één voorbeeld. Een andere is Het effect van Westermarck, gezien zoals ondersteunend taboes tegen bloedschande, wat de waarschijnlijkheid van inteeltdepressie vermindert.
Het fenomeen van 'wederkerigheid' (reciprociteit) in aard wordt gezien door evolutieve biologen unidirectioneel beginnen menselijke ethiek te begrijpen. Zijn functie is typisch een betrouwbare levering van essentiële middelen, vooral voor dieren te verzekeren levend in een habitat waar de de voedselhoeveelheid of kwaliteit onvoorspelbaar schommelen.
De boodschap, het nieuwe inzicht van Jezus (historisch-kritisch benaderd) Keer dan ook uw andere wang toe is de keerzijde van het Oog om oog, tand om tand uit het Oude Testament en berust op de Gulden Regel Wat gij niet wilt dat u geschiedt doet dat ook de ander niet (Wederkerigheid).
Herman De Ley Wat is Religie? Een Inleiding.
In zijn synthese-artikel van 1984 komt Peter Fuller tot de conclusie dat de zogenaamde "Christologie" - d.w.z. elk soort van denken over Jesus van Nazareth in termen van de "Christus": Zoon van God, Messias, Godmens, enz. - een late toevoeging was:
Anderzijds kan ook niet langer worden volgehouden dat Jesus een "nieuwe ethiek" aan de wereld zou hebben geschonken. Tussen de 20ste-eeuwse onderzoekers bestaat er integendeel een ruime consensus dat er in zijn ethisch onderricht weinig origineels te vinden was: dat onderricht was volledig doordrongen van de "liberale", farizeïsche traditie (een belangrijk deel ervan vindt men al geanticipeerd in de teksten van Rabbi Hillel, ca 40 jaar vroeger):
Jan Verplaetse Het morele instinct Over de natuurlijke oorsprong van onze moraal, Samenvatting van 'Het morele instinct':
Wat is goed en wat is kwaad? Dit boek is een uitvoerig antwoord op die vraag. Het verklaart moreel en immoreel gedrag als uitdrukkingsvormen van vijf morele systemen. Vier ervan berusten op intuïties of emoties (de hechtingsmoraal, de geweldmoraal, de reinigingsmoraal, de samenwerkingsmoraal) en slechts één is rationeel (de beginselenmoraal). Deze moralen zetten mensen ertoe aan om dingen te doen of te laten, maar op diverse gronden en op verschillende manieren. Gemeenschappelijk aan alle moraal is dat die onze individuele vrijheid begrenst ten gunste van het hogere belang.
Verplaetse vertelt wat we weten over de oorsprong en de ontwikkeling van moraal. Hij laat zien dat moraal veelal berust op biologische, automatische en emotionele processen. Neurowetenschappelijke bevindingen leveren overtuigend bewijs voor de diepe verankering van moraal in het menselijk lichaam. Zo heeft de ontdekking van spiegelneuronen duidelijk gemaakt dat empathie - volgens Schopenhauer de basis van alle moraal - een neurobiologisch gegeven is.
Dit boek gaat niet over de geest van de ethiek, maar over het vlees van de moraal. Het laat zien wat de mens, waar ook ter wereld en tot welke cultuur hij ook behoort, bezit aan vermogens om met het conflict tussen eigenbelang en hoger belang om te gaan. Het verschuift de focus van culturele diversiteit naar biologische gegevenheden.
Verplaetse pleit ten slotte voor een ethiek die niet alleen rekening houdt met morele beginselen, maar ook met de vier emotiemoralen. De ethiek van de toekomst zal een evenwicht moeten vinden tussen emotie en rede.
Greta Eedle Goed en kwaad
Houd op kwaad te doen, leer om goed te doen. In de een of andere vorm, in verschillende
bewoordingen bij verscheidene gebeurtenissen, is ons allemaal vanaf onze kindertijd dit advies gegeven, eerst omdat ons geleerd werd ons te conformeren aan de tradities en gewoonten
van het gezin en de sociale en godsdienstige groep waarin we werden geboren; later omdat wij
kennismaakten met de wijsheid van de wijzen van de wereld.
75: Onze studies leiden ons tot de overtuiging dat het het absoluut goede een goddelijk principe is waarin het mentale, emotionele en fysieke goed en kwaad uiteindelijk opgenomen zullen worden. Totdat de mensheid echter ver vooruit is gegaan, veel verder dan haar huidige staat van geestelijke onwetendheid, zal zij dit innerlijk rijk van het goede, het ware en het schone niet kunnen binnen gaan.
De drie-eenheid ‘Brahmâ, Vishnu en Shiva’ is de grondslag van alle verschijnselen van 'geboorte, groei naar volwassenheid en neergang' (Kindsheid, Aankomende leeftijd, Volwassenheid en Ouderdom) die overal in de schepping als een kringloop te zien zijn.
De drie guna's zoals beschreven in de Bhagavad Gita 14:5-25 beschrijven drie stadia in de geestelijke ontwikkeling van de mens: tamas, rajas en sattvas. Bij de gnostici waren deze stadia bekend als de hylikoi, zij die aan de zintuigen zijn gehecht; de psychikoi, zij die aan hun denkbeelden zijn gehecht en de pneumatikoi, zij die het geestelijke inzicht hebben verkregen en geheel zichzelf zijn geworden.
De drie goena's behoren tot het gebied van de menselijke geest, niet tot dat van de goddelijke geest Brahmâ, Vishnu en Shiva.
H.P. Blavatsky: De Geheime Leer Deel I, Stanza 3 Het ontwaken van de kosmos (p. 97):
(a) Het gebruik van meetkundige figuren en de veel voorkomende verwijzingen ernaar in alle oude geschriften (zie de Purana’s, Egyptische papyri, het ‘Dodenboek’ en zelfs de Bijbel) moet worden verklaard. In het ‘Boek van Dzyan’, evenals in de Kabbala, zijn er twee soorten getallen die men kan bestuderen – de cijfers, vaak eenvoudige sluiers, en de heilige getallen, waarvan de waarden alle door inwijding aan de occultisten bekend zijn. De eerstgenoemde zijn alleen maar gebruikelijke tekens, de laatstgenoemde zijn de basissymbolen van alles. Dat wil zeggen, de eerste soort is zuiver materieel, de andere zuiver metafysisch; zij verhouden zich tot elkaar als stof tot geest – de tegenpolen van de ENE substantie.
Geheime Leer Deel I, Stanza 5 Fohat: kind van zevenvoudige hiërarchieën (p. 154):
Het is niet de ‘heerser’ of ‘maharadja’, die straft of beloont, met of zonder toestemming of bevel ‘van God’, maar de mens zelf – omdat zijn daden of karma individueel en collectief (zoals soms met hele volkeren het geval is) allerlei soort kwaad en rampen aantrekt. Wij maken OORZAKEN, en deze wekken in de siderische wereld de overeenkomstige krachten op. Deze krachten worden magnetisch en onweerstaanbaar aangetrokken tot degenen die deze oorzaken teweegbrachten en werken op hen terug, of dergelijke personen nu inderdaad de boosdoeners zijn, dan wel alleen de denkers die het kwaad hebben uitgebroed. Gedachte is stof17, leert de moderne wetenschap ons; en ‘ieder deeltje van de bestaande stof moet een register zijn van alles wat er is gebeurd’, zoals Jevons en Babbage in hun ‘Principles of Science’ aan de niet ingewijde vertellen.
17) Natuurlijk niet zoals dit wordt opgevat door de (in het Duits publicerende) Nederlandse materialist Moleschott, die ons verzekert dat ‘gedachte de beweging van de stof is’, een ongeëvenaard absurde bewering. Mentale en lichamelijke toestanden staan als zodanig volkomen tegenover elkaar. Maar dat neemt niet weg dat iedere gedachte, behalve de haar begeleidende stoffelijke verandering in de hersenen, ook een objectief aspect vertoont hoewel dit voor ons bovenzinnelijk objectief is – op het astrale gebied. (Zie ‘The Occult World’, blz. 89-90.)
Geheime Leer Deel I, Stanza 6 Vervolg (p. 220/221):
(a) Alleen op gezag van de Toelichtingen wordt gezegd, dat met de kwalificatie de ‘vierde’, de ‘vierde Ronde’ wordt bedoeld. Deze kan evengoed de vierde ‘eeuwigheid’ als de ‘vierde Ronde’, of zelfs de vierde (onze) bol betekenen. Want, zoals herhaaldelijk zal worden aangetoond, is deze de vierde sfeer op het vierde of laagste gebied van het stoffelijke leven. En we zijn nu eenmaal in de vierde Ronde, op het keerpunt waarvan geest en stof tot volmaakt evenwicht moesten komen1. De Toelichting zegt als uitleg van het vers:
‘De heilige jongelingen (de goden) weigerden zich te vermenigvuldigen en soorten te scheppen naar hun gelijkenis, naar hun aard. Het zijn geen geschikte vormen (rupa’s) voor ons. Zij moeten groeien. Zij weigeren de chhaya’s (schaduwen of beelden) van hun minderen in te gaan. Zo heerste er vanaf het begin zelfzucht, zelfs onder de goden, en zij kwamen de karmische lipika’s onder ogen.’
1) In deze periode – tijdens het hoogtepunt van beschaving en kennis, maar ook van verstandelijkheid van de mens van het vierde, Atlantische Ras – vertakte, zoals we zullen zien, de mensheid zich als gevolg van de beslissende crisis van de fysiologisch-geestelijke aanpassing van de rassen, in twee lijnrecht tegenovergestelde paden: het RECHTER en het LINKER pad van kennis of vidya. ‘Zo werden in die dagen de kiemen gelegd van de witte en de zwarte magie. De zaden bleven enige tijd onwerkzaam, om pas te ontkiemen tijdens de eerste periode van het vijfde (ons Ras).’ (Toelichting.)
H.P. Blavatsky: De Geheime Leer Deel I Stanza 7 De voorvaderen van de mens op aarde (p. 261):
Filosofisch beschouwd is de mens in zijn uiterlijke vorm eenvoudig een dier, nauwelijks volmaakter dan zijn aapachtige voorvader uit de derde Ronde. Hij is een levend lichaam, geen levend wezen, omdat het besef van bestaan, het ‘ego-sum’, zelfbewustzijn vereist, en een dier kan alleen rechtstreeks bewustzijn of instinct hebben.
263: Als de occultist dus zegt, dat de ‘duivel de schaduwzijde van god is’ (het kwaad, de keerzijde van de medaille), bedoelt hij niet twee afzonderlijke werkelijkheden, maar de twee aspecten of facetten van dezelfde Eenheid.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 4 Chaos - Theos - Kosmos (p. 375):
De Ouden dachten dat, wanneer de leidende actieve ‘intelligenties’ (de goden) zich terugtrokken uit een bepaald gedeelte van de ether in onze Ruimte – de vier gebieden waarop zij toezicht houden – dit gebied in de macht van het kwade werd gelaten, dat zo werd genoemd omdat het goede daarin ontbrak.
‘Het bestaan van geest in de gemeenschappelijke tussenstof, de ether, wordt door het materialisme ontkend, terwijl de theologie er een persoonlijke god van maakt. Maar de kabbalist is van mening dat beide ongelijk hebben en dat de elementen in de ether slechts stof zijn – de blinde kosmische natuurkrachten terwijl de geest de intelligentie is die ze bestuurt. De Arische, Hermetische, Orfische en Pythagorische kosmogonische leringen, en ook die van Sanchoniathon en Berosus, zijn alle gebaseerd op één onweerlegbare formule, nl. dat de aether en de chaos of, in de taal van Plato, het denkvermogen en de stof, de twee oorspronkelijke en eeuwige beginselen van het heelal waren, volkomen onafhankelijk van al het andere. Het eerstgenoemde was het alles tot leven brengende beginsel van het intellect, terwijl de chaos een vormloos vloeibaar beginsel was, zonder ‘vorm of zin’. Uit de vereniging van deze twee ontstond het heelal, of liever de universele wereld, de eerste androgyne godheid – waarbij de chaotische stof het lichaam werd en de ether de ziel. In de bewoordingen van een Fragment van Hermias: ‘De chaos, die uit deze vereniging met de geest begripsvermogen verkreeg, straalde van blijdschap, en zo werd het protogonos (eerstgeboren) licht voortgebracht’. Dit is de universele drie-eenheid, gebaseerd op de metafysische begrippen van de Ouden die, naar analogie redenerend, van de mens – een samenstel van verstand en stof – de microkosmos van de macrokosmos, of het grote heelal, maakten.’ (Isis Ontsluierd.)
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 5 Over de verborgen godheid, haar symbolen en tekens (p. 389):
In een sūtra van de Gupta Vidya staat: ‘In het begin werd een straal, die voortkwam uit paramārthika (het ene en enige ware bestaan) gemanifesteerd in vyavahārika (conventioneel bestaan), dat als een vahan werd gebruikt om af te dalen in de universele moeder en haar te laten uitzetten (opzwellen, brih).’ En in de Zohar wordt gezegd: ‘De oneindige eenheid, vormloos en zonder evenbeeld, gebruikte de vorm van de hemelse mens, nadat deze was geschapen. Het onbekende licht8 (duisternis) gebruikte de אדם עילאה (hemelse vorm) als strijdwagen מרכבה om daarmee af te dalen, en het wenste naar deze vorm te worden genoemd, die de heilige naam Jehova is.’
8) Rabbi Simeon zegt: ‘O, metgezellen, metgezellen, de mens als emanatie was zowel man als vrouw, zowel aan de kant van de ‘vader’ als aan de kant van de ‘moeder’. En dit is de betekenis van de woorden: ‘En de Elohim spraken: Laat er licht zijn, en er was licht’ . . . en dit is de tweevoudige mens.’ (Auszüge aus dem Sohar, blz. 13, 15.) In Genesis betekende licht dus de androgyne straal of de ‘hemelse mens’.
389/390: Zoals de Zohar zegt: ‘In het begin was de wil van de koning, vóór elk ander bestaan. . . . Deze (de wil) schetste de vormen van alle dingen die verborgen waren geweest, maar nu zichtbaar werden. En uit het hoofd van Ain-Soph kwam als een verzegeld geheim een nevelige vonk van stof voort, zonder gedaante of vorm. . . . Het leven ontspringt beneden, en de bron vernieuwt zich van boven, de zee is altijd vol en verspreidt haar wateren overal.’ Zo wordt de godheid vergeleken met een oeverloze zee, en met water dat ‘de bron van het leven’ is (Zohar iii, 290). ‘Het zevende paleis, de bron van het leven, is het eerste in de volgorde van bovenaf’ (ii, 261). Vandaar de kabbalistische leerstelling in de mond van de heel kabbalistische Salomo, die in Spreuken ix, 1 zegt: ‘Wijsheid heeft haar huis gebouwd; zij heeft de zeven zuilen ervan gehouwen.’
De Geheime Leer Deel I hoofdstuk 9 De maan, Deus Lunus, Phoebe (p. 431):
Dan legt de schrijver uit dat de vrouwelijke sephiroth, binah, door de kabbalisten de grote zee wordt genoemd: daarom is binah, van wie de goddelijke namen Jehova, Yah en Elohim zijn, eenvoudig de Chaldeeuwse Tiamat, de vrouwelijke macht, de Thalatth van Berosus, die heerst over de Chaos en die later door de christelijke theologie als de slang en de duivel werd bestempeld. Zij-hij (Yah-hovah) is de verhevene (Heh en Eva). Deze Yah-hovah of Jehova komt dus overeen met onze Chaos – vader, moeder, zoon – op het stoffelijke gebied en in de zuiver stoffelijke wereld. Demon en Deus tegelijk; de zon en de maan, goed en kwaad, god en demon.
De Geheime Leer Deel I hoofdstuk 11 Demon est deus inversus (p. 451):
Als ‘God’ absoluut, oneindig en de universele wortel van alles in de Natuur en haar heelal is, waar komt dan het kwaad of de duivel vandaan, als het niet is uit dezelfde ‘gouden schoot’ van het absolute? Zo worden we gedwongen om òf de emanatie van goed en kwaad, van Agathodaemon en Kakodaemon (Daemon) te aanvaarden als loten van dezelfde stam van de Boom van het Zijn, òf ons neer te leggen bij de ongerijmdheid van een geloof aan twee eeuwige Absoluutheden!
453: Het goede is alleen oneindig en eeuwig in het eeuwig voor ons verborgene, en daarom stellen wij het ons als eeuwig voor. Op de gemanifesteerde gebieden houdt het ene het andere in evenwicht. Er zijn maar weinig theïsten – en mensen die in een persoonlijke god geloven – die niet van satan de schaduw van god maken; of die, terwijl ze beide met elkaar verwarren, niet geloven dat zij het recht hebben tot die afgod te bidden en zijn hulp en bescherming te vragen voor de uitvoering en de straffeloosheid van hun slechte en wrede daden. ‘Leid ons niet in verzoeking’ wordt dagelijks door miljoenen christelijke mensenharten gericht tot ‘onze Vader die in de hemel is’, en niet tot de duivel.
456: In de menselijke natuur wijst het kwade alleen op de polariteit van stof en geest, een strijd om het bestaan tussen de twee gemanifesteerde beginselen in Ruimte en tijd; deze beginselen zijn uit zichzelf één, omdat ze zijn geworteld in het Absolute. In de Kosmos moet het evenwicht bewaard blijven. De werkingen van de twee tegengestelden brengen harmonie voort, evenals de middelpuntzoekende en middelpuntvliedende krachten, die onderling afhankelijk en voor elkaar noodzakelijk zijn – ‘opdat beide kunnen leven’. Indien de ene wordt tegengehouden, zal de werking van de andere onmiddellijk tot zelfvernietiging leiden.
Omdat de personificatie die satan wordt genoemd, ruimschoots vanuit haar drievoudige aspect is geanalyseerd – in het Oude Testament, de christelijke theologie en de oude heidense denkwijze – worden degenen die er meer over willen weten, verwezen naar Deel II van ISIS ONTSLUIERD, hfst. x.
De Geheime Leer Deel I, Hoofdstuk 16 Cyclische evolutie en karma (p. 704):
De cyclussen zijn ook onderworpen aan de gevolgen die door deze activiteit ontstaan. ‘Het ene kosmische atoom wordt zeven atomen op het gebied van de stof, en elk wordt in een energiecentrum omgezet; datzelfde atoom wordt zeven stralen op het gebied van de geest, en de zeven scheppende natuurkrachten, die van de wortel-essentie uitstralen . . . volgen, de ene het rechter-, de andere het linkerpad, gescheiden tot het einde van de kalpa en toch nauw met elkaar verbonden. Wat verenigt ze? KARMA.’ De atomen die uit het centrale punt zijn uitgestraald, emaneren op hun beurt nieuwe energiecentra, die onder de latente adem van fohat hun werk van binnen naar buiten beginnen en zich vermenigvuldigen tot andere kleinere centra. Deze vormen in de loop van de evolutie en de involutie op hun beurt de wortels of de oorzaken van nieuwe gevolgen, van werelden en ‘mensendragende’ bollen tot de geslachten, soorten en klassen van alle zeven rijken (waarvan wij er maar vier kennen). Want ‘de gezegende werkers hebben in de eeuwigheid het Thyan-kam ontvangen’ (‘De aforismen van Tson-ka-pa’).
714: De wegen van karma zouden ook niet ondoorgrondelijk zijn als de mensen gezamenlijk en in harmonie zouden handelen, in plaats van in verdeeldheid en strijd. Eén deel van de mensheid noemt ze de duistere en ingewikkelde wegen van de voorzienigheid, terwijl een ander deel er de werking van een blind noodlot en een derde er alleen maar toeval in ziet, zonder leiding door goden of duivels. Onze onwetendheid over die wegen van karma zou ongetwijfeld verdwijnen, als we deze slechts aan de juiste oorzaak zouden toeschrijven. Met de juiste kennis, of in ieder geval met de vaste overtuiging dat onze buren er evenmin naar streven om ons te benadelen, als wij de bedoeling zouden hebben om hen kwaad te doen, zou tweederde van het kwaad in de wereld in het niet verdwijnen. Als niemand zijn broeder kwaad deed, zou karma-Nemesis geen reden hebben tot handelen, en geen wapens om te gebruiken. De voortdurende aanwezigheid in ons midden van alle elementen van strijd en tegenstelling en de verdeling van rassen, volkeren, stammen, gemeenschappen en individuen in Kaïns en Abels, wolven en 'lammeren , zijn de voornaamste oorzaken van de ‘wegen van de voorzienigheid’.
De Geheime Leer Deel II, Stanza 4 SCHEPPING VAN DE EERSTE RASSEN (p. 104/105):
104: Elke klasse van scheppers verleent de mens wat zij heeft te geven: de ene bouwt zijn uiterlijke vorm; de andere geeft hem haar essentie, die later het menselijke hogere Zelf wordt, tengevolge van de persoonlijke inspanning van het individu; maar zij konden de mensen niet maken zoals zijzelf waren: volmaakt, want zondeloos; zondeloos, omdat zij slechts de eerste flauwe schaduwachtige omtrekken van eigenschappen bezaten, en deze waren – vanuit menselijk standpunt – allemaal volmaakt, wit, zuiver en koud als de maagdelijke sneeuw. Waar geen strijd is, is geen verdienste. De mensheid, ‘door en door aardsgezind’, was niet bestemd te worden geschapen door de engelen van de eerste goddelijke adem: daarom zegt men dat zij hebben geweigerd dit te doen, en de mens moest worden gevormd door veel materiëlere scheppers8, die op hun beurt alleen konden geven wat zij in hun eigen natuur hadden, en meer niet.
8) Ondanks alle pogingen tot het tegendeel, kan de christelijke theologie – die de last van het Hebreeuwse esoterische verhaal van de schepping van de mens op zich heeft genomen, dat letterlijk wordt opgevat – geen enkele redelijke verontschuldiging vinden voor haar ‘God, de schepper’, die een mens voortbrengt zonder denkvermogen en verstand; evenmin kan zij de straf rechtvaardigen die volgt op een daad, waarvoor Adam en Eva zich op ontoerekeningsvatbaarheid zouden kunnen beroepen. Want als men toegeeft dat het mensenpaar vóór het eten van de verboden vrucht onbekend was met goed en kwaad, hoe kan men dan verwachten dat zij wisten dat ongehoorzaamheid kwaad was? Als het de bedoeling was dat de oorspronkelijke mens een half-verstandelijk, of eerder een verstandeloos wezen zou blijven, dan was zijn schepping doelloos en zelfs wreed, als deze was voortgebracht door een almachtige en volmaakte god. Maar zelfs uit Genesis blijkt dat Adam en Eva zijn geschapen door een klasse van lagere goddelijke wezens, de Elohim, die zo angstvallig bezorgd zijn voor hun persoonlijke voorrechten als redelijke en intelligente schepselen, dat zij de mens niet willen toestaan ‘als een van ons’ te worden. Dit is duidelijk, zelfs uit de letterlijke tekst van de bijbel. De gnostici hadden dus gelijk, toen zij de joodse god beschouwden als behorend tot een klasse van lagere, stoffelijke en niet erg heilige bewoners van de onzichtbare wereld.
105: Goed en kwaad zijn tweelingen, de nakomelingen van Ruimte en Tijd, onder de heerschappij van maya. Scheid hen door de ene van de andere af te snijden, en zij zullen beide sterven. Geen van beide bestaat op zichzelf, want elk moet uit de ander worden voortgebracht en geschapen om tot bestaan te komen; beide moeten worden gekend en gewaardeerd voordat zij voorwerp van waarneming worden; daarom moet de sterveling hen als gescheiden denken.
114: ‘Mijn eerste gedachte over dit gedeelte’ (van de opstand), zegt hij, ‘was dat de oorlogen met de machten van het kwaad aan de schepping voorafgingen; ik denk nu dat het volgde op het verhaal van de val’ (Chaldean Account of Genesis, blz. 92). In dit boek geeft George Smith een afbeelding, ontleend aan een oude Babylonische cilinder, van de heilige boom, de slang, de man en de vrouw. De boom heeft zeven takken: drie aan de kant van de man, vier aan die van de vrouw. Deze takken stellen de zeven Wortelrassen voor, in het derde waarvan, juist aan het einde, de scheiding van de geslachten en de zogenaamde VAL in de voortplanting plaatshad. De eerste drie Rassen waren geslachtloos, daarna hermafrodiet; de andere vier mannelijk en vrouwelijk, duidelijk van elkaar te onderscheiden. ‘De draak’, zegt G. Smith, ‘die in het Chaldeeuwse scheppingsverhaal de mens tot zonde brengt, is de schepping van Tiamat, het levende beginsel van de zee, of de Chaos . . . die bij de schepping van de wereld tegen de godheden opstond.’ Dit is een dwaling.
116: Maar wat is dat ‘geestelijke vuur’? In de alchemie is het in het algemeen WATERSTOF; terwijl het in de esoterische werkelijkheid de emanatie of de straal is die voortkomt uit zijn noumenon, de ‘Dhyan van het eerste element’. Waterstof is alleen op ons aardse gebied een gas. Maar zelfs in de scheikunde zou waterstof ‘de enige bestaande vorm van stof zijn, in onze betekenis van het woord’18, en zij is nauw verwant aan protyle, die ons layam is. Zij is om zo te zeggen de vader en voortbrenger, of beter de upadhi (basis) van zowel LUCHT als WATER, en is inderdaad ‘vuur, lucht en water’: één onder drie aspecten; vandaar de chemische en alchimistische drie-eenheid. In de wereld van manifestatie of stof is deze het objectieve symbool en de stoffelijke emanatie van het subjectieve en zuiver geestelijke Wezen op het gebied van de noumena. Terecht heeft Godfrey Higgins waterstof vergeleken en zelfs vereenzelvigd met TO ON, het ‘ene’ van de Grieken. Want, zoals hij opmerkt, waterstof is geen water, hoewel zij dit voortbrengt; waterstof is ook geen vuur, hoewel zij dit manifesteert of schept; en evenmin is zij lucht, hoewel lucht mag worden beschouwd als een product van het verenigen van water en vuur – want waterstof komt voor in het waterige element van de atmosfeer. Zij is drie in een.
De Geheime Leer Deel II, Stanza 5 De evolutie van het tweede ras - De goddelijke hermafrodiet (p. 138):
Deze noodzaak van geheimhouding bracht het vijfde Ras tot het instellen, of liever het opnieuw instellen, van de religieuze mysteriën, waarin onder de sluier van allegorie en symboliek oude waarheden aan de komende geslachten konden worden onderwezen. Zie de onvergankelijke getuige van de evolutie van de menselijke uit de goddelijke rassen, en in het bijzonder uit het androgyne Ras – de Egyptische Sfinx, dat raadsel van de eeuwen! Goddelijke wijsheid die zich incarneert op aarde en die wordt gedwongen de bittere vrucht te proeven van persoonlijke pijn en van lijden, die op aarde alleen wordt voortgebracht in de schaduw van de boom van kennis van goed en kwaad – een geheim dat eerst alleen bekend was aan de Elohim, de ZELF-INGEWIJDE ‘hogere goden’1.
De Geheime Leer Deel II Stanza 7 VAN HET HALFGODDELIJKE RAS TOT DE EERSTE MENSENRASSEN (p. 196/197):
Want Kama is in de Rig Veda (x, 129) de verpersoonlijking van dat gevoel dat leidt en drijft tot schepping. Hij was de eerste beweging die het ENE na zijn manifestatie uit het zuiver abstracte beginsel aandreef om te scheppen. ‘Eerst ontstond begeerte in HET, dat de oerkiem van het denkvermogen was; en waarvan de wijzen, zoekend met hun verstand, hebben ontdekt dat het de band is die de Entiteit met de Niet-Entiteit verbindt.’ Een hymne in de Atharva Veda verheft Kama tot een opperste god en schepper, en zegt: ‘Kama werd het eerst geboren. Hem hebben noch goden, noch vaderen (pitara), noch mensen geëvenaard.’ . . . De Atharva Veda vereenzelvigt hem met Agni, maar stelt hem hoger dan die god. Het Taittiriya Brahmana maakt hem allegorisch tot de zoon van Dharma (morele religieuze plicht, vroomheid en gerechtigheid) en van Sraddha (geloof). Elders wordt Kama geboren uit het hart van Brahma; daarom is hij atma-bhu, ‘zelfbestaand’, en aja, de ‘ongeborene’. Evenals Eros in de vroege Griekse mythologie met de schepping van de wereld was verbonden en pas later de geslachtelijke Cupido werd, zo was dit ook het geval met Kama in zijn oorspronkelijke vedische karakter (Harivansa maakt hem tot zoon van Lakshmi, die Venus is).
De Geheime Leer Deel II, Hoofdstuk Edens, slangen en draken (p. 238):
De bijbel is van Genesis tot de Openbaringen slechts een reeks historische verslagen van de grote strijd tussen witte en zwarte magie, tussen de adepten van het rechterpad, de profeten, en die van het linkerpad, de levieten, de geestelijkheid van het ruwe volk. Zelfs de onderzoekers van het occultisme, hoewel enkelen van hen meer archaïsche manuscripten en directe leringen hebben om op te steunen, vinden het moeilijk om een scheidslijn te trekken tussen de sodales van het rechter- en die van het linkerpad. De grote breuk die ontstond tussen de zonen van het vierde Ras, zodra de eerste tempels en zalen van inwijding onder leiding van ‘de zonen van god’ waren opgericht, wordt allegorisch weergegeven in de zonen van Jakob. Dat er twee scholen van magie waren en dat de orthodoxe levieten niet tot de heilige school behoorden, blijkt uit de woorden van de stervende Jakob.
244: De allegorie van Adam, die van de ‘boom van het leven’ wordt verdreven, betekent esoterisch dat het pas gescheiden Ras misbruik maakte van het mysterie van het leven en dit neerhaalde naar het gebied van dierlijkheid en bestialiteit. Want zoals de Zohar aantoont, is Matronethah (Shekinah, symbolisch de vrouw van Metatron), ‘de weg tot de grote boom van het leven, de machtige boom’, en Shekinah is goddelijke genade. Deze boom reikt volgens de uitleg tot in het hemelse dal en is verborgen tussen drie bergen (de bovenste triade van de beginselen in de mens). Van deze drie bergen verheft de boom zich omhoog (de kennis van de adept streeft naar de hemel) en daalt dan weer af (in het ego van de adept op aarde).
Deze boom wordt overdag geopenbaard en is ’s nachts verborgen, namelijk geopenbaard aan een verlicht denkvermogen en verborgen voor de onwetendheid, die nacht is. (Zie Zohar, I, 172, a en b.) ‘De boom van kennis van goed en kwaad groeit uit de wortels van de boom van het leven.’ (Toel.) Maar ook: ‘In de Kabbala is duidelijk te vinden dat ‘de boom van het leven’ het ansatakruis in zijn seksuele aspect was, en dat de ‘boom van kennis’ de scheiding en het weer samenkomen was om de noodlottige voorwaarde te vervullen. De waarden van de letters die het woord otz (עץ), boom, vormen, zijn 7 en 9; de zeven is het heilige vrouwelijke getal en de negen het getal van de fallische of mannelijke energie. Dit ansatakruis is het symbool van de Egyptische vrouw-man, Isis-Osiris, het kiembeginsel in alle vormen, gebaseerd op de eerste manifestatie, die in elke richting en in elke betekenis kan worden toegepast32.
De Geheime Leer Deel II, Stanza 12 De ‘vloek’ vanuit een filosofisch gezichtspunt (p. 475):
De filosofische opvatting van de Indiase metafysica plaatst de wortel van het kwaad in de differentiatie van het homogene in het heterogene, van het ene in het vele.
De Geheime Leer Deel II, Hoofdstuk 18 Over de mythe van gevallen engelen (p. 541/542):
Zoals het kwaad en de straf de werktuigen van karma zijn in een absoluut rechtvaardige, vergeldende betekenis, zo was het kwaad de dienaar van het goede (Hibbert Lectures, 1887, blz. 101-115). Op grond van de tekst van de Chaldeeuws-Assyrische kleitabletten is dat nu boven alle twijfel verheven. We vinden hetzelfde denkbeeld in de Zohar. Satan was een zoon en een engel van god. Bij alle Semitische volkeren was de geest van de aarde evengoed de schepper op zijn eigen gebied als de geest van de hemelen. Zij waren tweelingbroers en onderling verwisselbaar in hun functies, zoal niet twee in één. Niets van wat wij in Genesis vinden, ontbreekt in de Chaldeeuws-Assyrische religieuze opvattingen, zelfs in het weinige dat tot dusver werd ontcijferd. De grote ‘afgrond’ van Genesis is terug te vinden in de tohu-bohu, ‘diepte’, ‘oerruimte’ of Chaos van de Babyloniërs. Wijsheid (de grote onzichtbare God) – in Genesis hoofdstuk 1 de ‘geest van God’ genoemd – woonde, zowel voor de oudere Babyloniërs als voor de Akkadiërs, in de zee van de Ruimte. Tegen de tijd die door Berosus is beschreven, werd deze zee de zichtbare wateren aan het oppervlak van de aarde – de kristallen verblijfplaats van de grote moeder, de moeder van Ea en van alle goden – die nog later de grote draak Tiamat, de zeeslang werd. De laatste ontwikkelingstrap ervan was de grote worsteling van Bel met de draak – de duivel!
542: Deze talmoedische lering toont duidelijk twee dingen aan: (a) dat Michaël in de talmoed ‘God’wordt genoemd, en iemand anders ‘de Heer’; en (b) dat satan een god is, voor wie zelfs de ‘Heer’ bevreesd is. Alles wat we over satan in de Zohar en andere kabbalistische boeken lezen, bewijst duidelijk dat dit ‘personage’ eenvoudig de personificatie is van het abstracte kwaad, dat het wapen van de karmische wet en KARMA is. Het is onze menselijke natuur en de mens zelf, omdat er wordt gezegd dat ‘satan altijd dichtbij de mens staat en onontwarbaar met hem is verweven’. Het is alleen de vraag of die macht in ons sluimert of actief is.
542/543: Het is een bekend feit – in ieder geval bekend aan geleerde kenners van de symboliek – dat in elke grote religie van de oudheid de logos-demiurg (tweede logos), of de eerste emanatie van het denkvermogen (mahat), als het ware de grondtoon aanslaat van wat in het daaropvolgende evolutieschema de wisselwerking van individualiteit en persoonlijkheid kan worden genoemd. In de mystieke symboliek van kosmogonie, theogonie en antropogenie vervult de logos in het drama van de schepping en het zijn, twee rollen, namelijk die van de zuiver menselijke persoonlijkheid en de goddelijke onpersoonlijkheid van de zogenaamde Avatars of goddelijke incarnaties, en van de universele geest die door de gnostici Christos wordt genoemd en in de mazdeïsche filosofie de Farvarshi (of Ferouer) van Ahura Mazda. Op de lagere trappen van de theogonie hadden de hemelse wezens van lagere hiërarchieën elk een Farvarshi of een hemelse ‘dubbelganger’. Het is dezelfde, alleen meer mystieke bevestiging van het kabbalistische axioma: ‘Deus est Demon inversus’ (Afd. 2, Deel 1, p. 450). . Het woord ‘demon’ betekent hier echter, evenals bij Socrates en in de geest van de betekenis die door de hele oudheid eraan werd gegeven, een beschermgeest, een ‘engel’, niet een duivel van satanische afkomst, zoals de theologie beweert. De rooms-katholieke kerk toont haar gebruikelijke logica en consequentie door als de ferouer van Christus, Michaël aan te nemen, die ‘zijn beschermengel’ was, zoals is bewezen door Thomas, die de prototypen van Michaël en zijn synoniemen, zoals bijvoorbeeld Mercurius, duivels noemt.
545/546: Deze ‘heidense’ opvatting werd vanaf de eerste eeuw van onze jaartelling aanvaard, zoals blijkt uit de OORSPRONKELIJKE Handelingen van de Apostelen (want de Engelse vertaling is waardeloos). Michaël is in zo sterke mate de Mercurius van de Grieken en andere volkeren, dat toen de bewoners van Lystra ten onrechte Paulus en Barnabas voor Mercurius en Jupiter aanzagen – ‘de goden zijn in mensengedaante tot ons neergedaald’ – vers 12 (hfst. xiv) eraan toevoegt: ‘En zij noemden Barnabas Zeus en Paulus Hermes (of Mercurius), omdat hij het WOORD (Verbum) voerde’, en niet omdat hij ‘de voornaamste spreker’ was, zoals de onjuiste vertaling luidt in de geautoriseerde en zelfs ook nog in de herziene Engelse bijbel. Michaël is de engel in het Visioen, de zoon van God, ‘die gelijk was aan een zoon van de mens’. Hij is de Hermes-Christos van de gnostici, de Anubis-Syrius van de Egyptenaren, de raadsman van Osiris in Amenti, de leontoïde Michaël ὀϕιομόρϕοϛ van de ofieten, die op bepaalde gnostische juwelen een leeuwenkop draagt, evenals zijn vader Ildabaoth. (Zie King, Gnostics.)
548/549: Het staat dus vrijwel vast dat Christus, de logos, of de god in de Ruimte en de Heiland op aarde, slechts een van de echo’s is van dezelfde voordiluviaanse en totaal verkeerd begrepen Wijsheid. De geschiedenis begint met de neerdaling op aarde van de ‘goden’ die in de mensheid incarneren, en dit is de VAL. Of het nu Brahmā is, die in de allegorie door Bhagavat op aarde wordt neergeslingerd, of Jupiter door Kronos, het zijn allen symbolen van de mensenrassen. Als zij eenmaal zijn geland op en in aanraking zijn gekomen met deze planeet van dichte stof, kunnen zelfs de sneeuwwitte vleugels van de hoogste engel niet onbevlekt blijven, en de Avatar (of incarnatie) kan niet volmaakt zijn, want elke Avatar is de val van een god in de voortplanting.
550/551: De ‘draak’ is eenvoudig het symbool van de cyclus en van de ‘zonen van de manvantarische eeuwigheid’, die op een bepaald tijdstip van haar vormingsperiode op aarde waren neergedaald. De ‘rookwolken’ zijn een geologisch verschijnsel. Het ‘derde deel van de sterren van de hemel’ dat op de aarde werd geworpen, heeft betrekking op de goddelijke monaden (de geesten van de sterren in de astrologie) die om onze bol cirkelen; d.i. de menselijke ego’s, bestemd om de hele cyclus van incarnaties te doorlopen. Deze zin, qui circumambulat terram, wordt echter in de theologie weer in verband gebracht met de DUIVEL, de mythische vader van het kwaad, van wie men zegt ‘dat hij als een bliksem valt’. Voor deze interpretatie is het wat ongelukkig dat men, volgens het persoonlijke getuigenis van Jezus, verwacht dat de ‘mensenzoon’, of Christus, eveneens op aarde zal neerdalen, ‘zoals de bliksem uitgaat van het oosten’10, in precies dezelfde gedaante en onder hetzelfde symbool als satan, die men ‘als een bliksem uit de hemel’ ziet vallen11.
552: Het beste bewijs dat men de christelijke theologen kan bieden, dat de esoterische betekenis in de bijbel – in beide Testamenten – de bevestiging van hetzelfde denkbeeld was als in onze archaïsche leringen voorkomt – namelijk dat de ‘val van de engelen’ eenvoudig betrekking had op de incarnatie van engelen ‘die door de zeven cirkels waren heen gebroken’ – is in de Zohar te vinden. De Kabbala van Simeon Ben Iochai is de ziel en essentie van de allegorie ervan, zoals de latere christelijke Kabbala de ‘zwaar gesluierde’ mozaïsche Pentateuch is. En deze zegt (in het Agrippa-handschrift):
‘De wijsheid van de Kabbala berust op de wetenschap van het evenwicht en de harmonie.’
‘Krachten die zich manifesteren zonder eerst in evenwicht te zijn gebracht, vergaan in de ruimte’ (‘in evenwicht gebracht’ betekent gedifferentieerd).
563: Het symbool van de ‘boom’, dat werd gebruikt om verschillende ingewijden mee aan te geven, was bijna universeel. Jezus wordt ‘de boom van het leven’ genoemd, evenals alle adepten van de goede wet, terwijl die van het linkerpad worden aangeduid als ‘verdorrende bomen’. Johannes de Doper spreekt over ‘de bijl’ die ‘is gelegd aan de wortel van de bomen’ (Mattheus iii, 10); en de legers van de koning van Assyrië worden bomen genoemd (Jesaja x, 19).
572: Ook de draak is een mysterie. Terecht, zegt rabbi Simeon Ben-Iochai, is het aan de ‘gezellen’ (leerlingen of chela’s) niet gegeven de betekenis van de draak te begrijpen, maar alleen aan de ‘kleinen’, d.i. de volmaakte ingewijden37. ‘Het werk van het begin begrijpen de gezellen; maar alleen de kleinen begrijpen de parabel over het werk in het Principium door het mysterie van de slang van de grote zee38.’ En die christenen die dit misschien lezen, zullen in het licht van bovenstaande zin ook begrijpen wie hun ‘Christus’ was. Want Jezus zegt herhaaldelijk, dat wie ‘het koninkrijk van God niet ontvangt als een klein kind, er niet zal binnentreden’; en al zijn met sommige van zijn gezegden zonder enige beeldspraak kinderen bedoeld, toch had het meeste wat in de evangeliën de ‘kleinen’ betreft, betrekking op de ingewijden, van wie Jezus er een was. Paulus (Saulus) wordt in de talmoed ‘de kleine’ genoemd.
De Geheime Leer Deel II hoofdstuk 19 Is pleroma de legerstede van Satan? (p. 585):
Zo laat de esoterische filosofie zien dat de mens inderdaad de gemanifesteerde godheid is in haar beide aspecten – goed en kwaad, maar de theologie kan deze filosofische waarheid niet erkennen. Omdat zij het dogma van de gevallen engelen in zijn dode-letter betekenis verkondigt en van satan de hoeksteen en steunpilaar van het dogma van de verlossing heeft gemaakt, zou dat zelfmoord zijn. Nu zij eenmaal heeft aangetoond dat de opstandige engelen in hun persoonlijkheid van God en de logos verschillen, zou de erkenning dat de val van de ongehoorzame geesten eenvoudig hun val in de voortplanting en de stof betekent, gelijkstaan met te zeggen dat God en satan identiek zijn. Want omdat de LOGOS (of god) het geheel is van die eens goddelijke menigte, die ervan wordt beschuldigd te zijn gevallen, zou eruit volgen dat de logos en satan één zijn.
Devorah Kabbalah (24 mei 1998)
De Luriaanse visie
1.De leer van de Tsimtsoem: Tsimtsoem (tzimzum) betekent letterlijk samentrekken en/of concentratie. Het woord wordt in de Tora gebruikt om de projectie van G´ds geconcentreerde aanwezigheid, de Sjechinàh (Shekinah), aan te duiden. Het woord Tsimtsoem komt niet in de Sefer Zohar voor. In de school van Luria is het betekenis van het woord ‘samentrekken' zo gehanteerd: de vrijwillige samentrekking van G´d, de Ejn-Sof in dit geval, is de stap die de schepping laat aanvangen.
Gottfried de Purucker, boek Grondslagen der Esoterische Wijsbegeerte, Deel I, Hoofdstuk 4:
In ieder ‘mens’ van de ontelbare menigten zelfbewuste wezens die tot deze kosmos of dit heelal behoren, komen twee naturen samen, respectievelijk omhoog en omlaag gericht: één ervan is een geestelijke straal die hem met het meest goddelijke verbindt en zich vandaar in alle richtingen naar omhoog uitstrekt en voor hem in elk opzicht de schakel is met het onuitsprekelijke, het grenzeloze, dat daarom de kern, de essentie van zijn wezen is.
Hoofdstuk 15: Goed en kwaad ontstaan uit de tegenstrijdige werking van de multimyriaden willen in de verschijningswereld.
Het goede is relatief; er is geen absoluut goed. Het kwade is relatief; er is geen absoluut kwaad.
Beide zijn evenwel relatieve begrippen. ..etc.
Zij contrasteren met elkaar.
Deze beide groepen representeren twee fundamentele Paden in de Natuur, het ene het Pad der Rechter -, het andere dat der Linkerhand en worden aldus in het Oude Occultisme genoemd. Het ‘Pad der Linkerhand’ is Pratyeka-Yâna; en wij kunnen Pratyeka in dit verband door de omschrijving ‘ieder voor zich’ vertalen.
Het ‘Pad der Rechterhand’ is Amrita-Yâna; dat het Onsterfelijk Voertuig of Pad der Onsterfelijkheid wordt genoemd.
Het ene, het eerstgenoemde, is het pad der persoonlijkheid; het andere het laatstgenoemde, is het pad der individualiteit; het ene is het pad der stof, het andere is het pad van de geest; het ene leidt naar beneden; het andere Pad verliest zich in de onuitsprekelijke glorie van het bewuste onsterfelijke in de ‘eeuwigheid’.
Dit nu zijn de twee groepen van wezens, die de beide zijden der Natuur vertegenwoordigen, en de conflicten en tegenstellingen van deze beide zijden der Natuur, tezamen met de strijd van wil tegen wil van de scharen wezens in het gemanifesteerde bestaan, veroorzaken het zogenaamde kwaad in de wereld, dat uit de zelfzuchtige werkzaamheid van de lagere of minder ontwikkelde of geëvolueerde wezens ontstaat.
571: Het is een bladzijde uit de geschiedenis van de geheime en heilige wetenschappen, hun evolutie, groei en dood – voor de niet-ingewijde massa. Deze strijd heeft betrekking (a) op het systematische en geleidelijke uitdrogen van enorme gebieden door de felle zon in een bepaalde voorhistorische periode; een van de verschrikkelijke droogten die eindigde met een geleidelijke verandering van eens vruchtbare overvloedig van water voorziene landen in de zandwoestijnen die ze nu zijn; en (b) op de even systematische vervolging van de profeten van het rechterpad door die van het linkerpad. Nadat deze laatsten het ontstaan en de evolutie van de priesterkasten hadden teweeggebracht, hebben zij tenslotte de wereld tot al deze exoterische religies gevoerd, die zijn uitgevonden ter bevrediging van de ontaarde voorliefde van de ‘hoi polloi’ en de onwetenden voor ritualistische praal en de verstoffelijking van het eeuwig immateriële en onkenbare Beginsel.
G. de Purucker Occulte woordentolk Een handboek van oosterse en theosofische termen
Rechterpad (of pad van de rechterhand)
Sinds onheuglijke tijden hebben in alle landen op aarde en onder alle mensenrassen twee tegenover elkaar staande en elkaar tegenwerkende scholen van occulte of esoterische training bestaan, waarvan de ene vaak het pad van licht en de andere het pad van duisternis of van de schaduwen wordt genoemd. Deze twee paden worden ook vaak als het rechterpad en het linkerpad aangeduid, en hoewel dit technische benamingen zijn in het nogal wankele occultisme van het Westen, komen diezelfde uitdrukkingen overal op de wereld voor en zijn in het bijzonder bekend in de mystieke en esoterische literatuur van Hindoestan. Het rechterpad is in de Sanskrietgeschriften bekend als dakshinamarga, en degenen die de gedragsregels daarvan in praktijk brengen en de voorgeschreven levenswijze volgen, worden aangeduid met de technische term dakshinacharins en hun levenswijze met dakshinachara. Omgekeerd worden degenen die het linkerpad volgen – vaak aangeduid als de broeders van de schaduw of met een soortgelijke term – vamacharins genoemd en hun school of levenswijze is bekend als vamachara. Een andere term voor vamachara is savyachara. De witte magiërs of broeders van licht zijn daarom dakshinacharins en de zwarte magiërs of broeders van de schaduw, of veroorzakers van spiritueel, verstandelijk en psychisch kwaad, zijn dus de vamacharins.
Broeder van de schaduw (Linkerpad)
Een term die in het occultisme en vooral in de moderne esoterie wordt gebruikt voor individuen, zowel mannen als vrouwen, die het pad van de schaduwen, het linkerpad, volgen. Het woord ‘schaduw’ is een technische term en betekent meer dan wat het oppervlakkig gezien lijkt; de term heeft namelijk geen betrekking op individuen die in werkelijke fysieke duisternis of werkelijke fysieke schaduwen leven, want zo’n letterlijke uitleg zou eenvoudig absurd zijn, maar is van toepassing op mensen die het pad volgen van de stof, die sinds onheuglijke tijden in de esoterische scholen van zowel het Oosten als het Westen vaak als schaduw of schaduwen wordt aangeduid. Deze term vond ongetwijfeld zijn oorsprong in de filosofische opvatting van het woord maya (zie aldaar), want in de vroege oosterse esoterie werd de term maya, en in het bijzonder mahamaya, in een van zijn vele filosofische betekenissen gebruikt voor datgene wat tegengesteld was aan het licht en in zekere zin zelfs een weerspiegeling daarvan. Zoals geest kan worden beschouwd als zuivere energie, en stof, hoewel in wezen gekristalliseerde geest, als de schaduwwereld of voertuiglijke wereld, waarin de energie of de geest of het zuivere licht werkt, evenzo is maya, als het gewaad of de uitdrukkingsvorm of sakti van de goddelijke energie, het voertuig of de schaduw van de goddelijke kant van de natuur, met andere woorden haar negatieve of onderste pool, zoals licht haar positieve of bovenste pool is.
De broeders van de schaduw zijn dus diegenen die hoofdzakelijk stoffelijk van aard zijn en instinctief het pad kiezen en volgen waartoe ze het sterkst worden aangetrokken, het pad van de stof of van de schaduwen. Wanneer men bedenkt dat de stof slechts een algemene term is en dat wat deze term inhoudt in feite een bijna oneindig aantal graden van toenemende ijlheid omvat van de meest grofstoffelijke substantie, of absolute stof, tot de meest etherische of vergeestelijkte substantie, dan zien we onmiddellijk de subtiele logica van deze technische term in — schaduwen of, vollediger, het pad van de schaduwen, en vandaar de broeders van de schaduw.
Het zijn de zogenaamde zwarte magiërs van het Westen, en ze vormen een scherp en opvallend contrast met de witte magiërs of de zonen van het licht die het pad volgen van zelfverloochening, van zelfopoffering, van zelfoverwinning, van volmaakte zelfbeheersing en van verruiming van het hart, het denken en het bewustzijn in een geest van liefde en hulpvaardigheid voor al wat leeft. (Zie ook rechterpad.)
Het bestaan en de doeleinden van de broeders van de schaduw zijn in wezen egoïstisch. Er wordt algemeen, maar ten onrechte, verondersteld dat de broeders van de schaduw altijd mannen en vrouwen met een onplezierig of onaangenaam voorkomen zijn, maar men kan bijna geen grotere fout maken. Talloze mensen gaan onbewust het pad van de schaduwen, en vergeleken met hun grote aantal zijn er maar relatief weinigen die bewust en met geraffineerde en kwaadaardige intelligentie dit leger van argeloze slachtoffers van maya aanvoeren en leiden. De broeders van de schaduw zijn vaak hoogintelligente mannen en vrouwen, veelal mensen met een groot charisma die voor de gewone waarnemer, die afgaat op hun gesprekken en manier van doen, even goed in staat zijn ‘de schrift te citeren’ als de engelen van het licht!
Sathya Sai Baba, antahkarana: Als men eenmaal zuiverheid van gedachten heeft dan kan men alles in het leven bereiken. Om de gedachten te zuiveren moet men liefde in praktijk brengen. Het licht van liefde kan nooit worden gedoofd. Als je het principe van liefde hebt ontwikkeld, zul je de drie toestanden van viswa, taijasa en prajna overstijgen en de uiteindelijke gelukzaligheid bereiken. De individuele ziel in wakende toestand wordt viswa genoemd, daar deze wordt geassocieerd met karmendriyas en jnanendriyas. In de droomtoestand wordt het taijasa (de stralende, de schitterende) genoemd vanwege de associatie met het schitterende principe van antahkarana (innerlijk instrument). In de diepe slaaptoestand heet het prajna en wordt het geassocieerd met het niveau van gelukzaligheid (de gelukzaligheids-laag).
Henk Hogeboom van Buggenum (GAMMA jrg. 13 nr. 1): In het denken van Teilhard is het kwaad geen ontologisch gegeven, niet inherent dus aan het Zijn als zodanig. Het kwaad is in zijn visie dan ook niet geschapen, maar een logisch voortvloeisel uit het onvoltooid-zijn van de schepping. Oorlogen en geweld zijn voor hem dan ook signalen, dat de mens in zijn vrijheid de energie verkeerd gericht heeft en dat de soort moet bijsturen als ze wil overleven. Waarop de energie het beste kan worden gericht, komen we te weten door ons meer te verdiepen in de ander en de andere culturen, door studie dus, door wetenschap, door onze inzet en inspanning.
Lambèrt de Kwant (kies: Artikelen, recensies en links) Loslaten begint al bij de geboorte
Het onderscheid tussen goed en kwaad is volgens Tienke Klein het beeld van de duale wereld waaraan we zo vastzitten en ook moeten loslaten. Door te blijven denken in termen van goed en kwaad en die overtuiging niet los te willen laten, kunnen we soms ook zo verstrikt raken in de waaromvragen. We vinden ook dat het ons eigenlijk niet had mogen overkomen. Maar als we ons meer op onszelf en de essentie richten, overstijgen we die begrippen goed en kwaad.
Sjoerd L. Bonting:
Brengt de chaostheologie het gnostische dualisme terug? Aanvaarding van het bijbelse idee van schepping vanuit een oerchaos brengt geen gnostisch dualisme met zich mee, zolang we geen kwade demiurg invoeren en met Gen. 1 de absolute souvereiniteit bevestigen van de ene God die schept door zijn gezaghebbende Woord. Verder is een oerchaos niet hetzelfde als de eeuwige (kwade) materie van het gnosticisme: chaos is een toestand, niet een materie. Het dualisme tussen orde en chaos, evenals dat tussen goed en kwaad, licht en duisternis, deeltje en golf, is eenvoudig de erkenning van een eigenschap van de kosmos waarvan wij deel uitmaken.
In het eerste kabinet Balkenende is een discussie over normen en waarden gestart. Voor Jan Peter Balkenende geldt de typering: ‘Respondenten zijn tevreden over het eigen gedrag en hebben duidelijke opvattingen over wat anderen zouden moeten doen, maar voelen zich minder aangesproken als anderen ook een mening over hun gedrag hebben.’
De Ene Kracht is een belangrijk soort magie uit de fantasy-serie Het Rad des Tijds, van Robert Jordan, over de strijd tussen goed en kwaad.
Deugd en Ondeugd (Zo Boven zo Beneden, Gaia, Chaos-Theos-Kosmos)
H.R. Opdenberg Het oneindig gevarieerde heelal
We zien dat Spinoza nadruk legt op de essentiële eenheid en continuïteit van al het bestaande, terwijl Pythagoras, Plato en Leibniz daarin ontelbare monaden onderscheiden, kernen van activiteit in alle denkbare graden van zelfexpressie. Brengen we de monadenleer en de filosofie van Spinoza tezamen, dan ontstaat er een wereldbeeld dat opmerkelijk overeenstemt met gedachten uit de Upanishads, de Vedanta, het boeddhisme, en die van vele denkers uit het oude Griekenland. Overeenkomstige gedachten vinden we bij David Bohm, die ook dacht dat het onderscheid tussen levende en levenloze natuur kunstmatig is – in een bepaalde context nuttig, maar uiteindelijk onjuist. Hij kwam tot de slotsom dat de ruimte helemaal niet leeg is, maar een immense oceaan van energie, en dat materie niet meer is dan een oppervlakkige rimpeling op die oceaan. Alles ligt besloten in een ‘impliciete orde’ en komt daaruit tevoorschijn.
Hierover lezen wij in de Bhagavad-Gita met de woorden van de Heer Krishna, hoofdstuk 4, vers 6-8: 'Al ben ikzelve ongeboren en onveranderlijk van wezen, de Heer van af het bestaande, toch is het bij het bestier van de natuur die mij behoort slechts door mijn eigen Maya dat ik geboren word, het mystieke vermogen van zelfexpressie, de eeuwige gedachte in het eeuwig denkvermogen. Ik breng mijzelve telkenmale voort temidden van de schepselen, o zoon van Bharata, als op deze aard de deugd verslapt en onrechtvaardigheid en ondeugd hoogtij vieren, daarom belichaam ik mijzelf van eeuw tot eeuw, zulks den rechtvaardigen tot behoud, den bozen tot verderf en tot herstel van de rechtschapenheid.'
Paus Johannes Paulus II DIALOOG TUSSEN CULTUREN VOOR EEN BESCHAVING VAN LIEFDE EN VREDE (8 december 2000)
De mensheid en haar verschillende culturen
De menselijke situatie beziend, staat men altijd weer verbaasd over de complexiteit en verscheidenheid van menselijke culturen. Elke cultuur onderscheidt zich door haar eigen specifieke ontstaansgeschiedenis en de daaruit voortgekomen kenmerken die haar tot een structureel uniek, oorspronkelijk en organisch geheel maken. Cultuur is de vorm van de menselijke zelfexpressie op zijn reis door de geschiedenis, zowel op het niveau van het individu als dat van sociale groepen. De mens wordt immers voortdurend gedreven door zijn denken en zijn wil om "het goede dat zijn natuur hem meegaf en de waarden" te ontwikkelen, om zijn grondkennis van alle aspecten van het leven, met name aspecten betrekking hebbend op het sociale en politieke leven, op veiligheid en economische ontwikkeling, in een nog verdergaande en systematischere culturele synthese op te nemen en om voeding te geven aan de existentiële waarden en perspectieven, met name in de religieuze sfeer, die het zowel het individu als de gemeenschap mogelijk maken om zich op een waarachtig menselijke manier te ontplooien.
Twee schilderijen van Jeroen_Bosch:
Hoofdzonde is een term die voornamelijk in de Katholieke Kerk wordt gebruikt. Het gaat hierbij om zeven zonden die ieder aan de basis liggen van vele andere zonden. Ze werden als lijst in de 6e eeuw opgesteld door Paus Gregorius I, maar zijn al in de 4e eeuw door geestelijken in een gesystematiseerd overzicht beschreven. In de Bijbel zijn verschillende opsommingen van zonden te vinden, echter, niet één van die opsommingen komt overeen met de lijst van de zeven hoofdzonden. Het begrip hoofdzonde wordt wel eens verward met het begrip doodzonde.
| Deugden: | Beatrijs van Nazareth x) | Ondeugden: |
| Geloof | Nederigheid | Hoogmoed, hovaardigheid - ijdelheid - trots |
| Hoop | Comtemplatie | Woede - toorn |
| Caritas | Naastenliefde | Gemakzucht - traagheid - luiheid - vadsigheid |
| 1. Moed - sterkte | Krachtdadigheid | Nijd - gramschap - jaloezie - afgunst |
| 2. Rechtvaardigheid - rechtschapenheid | Gulheid | Hebzucht - gierigheid |
| 3. Gematigdheid - matigheid - zelfbeheersing | Matigheid | Onmatigheid - gulzigheid - vraatzucht |
| 4. Voorzichtigheid - verstandigheid - wijsheid | Kuisheid | Onkuisheid - lust - wellust; Ontucht |
(x) Wim van den Dungen ''OVER ZEVEN MANIEREN VAN HEILIGE MINNE’. De manier waarop Beatrijs van Nazareth (1200 – 1268) met 'de minne' omgaat leert ons iets over deze relatie (structuur & dynamiek).
1. t/m 4. corresponderen met de eigenschappen van de persoonlijkheid.
PATRICK VANDERMEERSCH PASSIE EN BESCHOUWING DE CHRISTELIJKE INVLOED OP HET WESTERSE MENSBEELD (p. 101/102):
In Evagrius' beschrijving van de praktijk vinden wij voor het eerst de klassieke
lijst van de "hoofdzonden" die sindsdien de hoeksteen zijn gebleven van de christelijke
ethiek. In feite heeft hij het niet over "hoofdzonden", maar over de "hoofdgedachten"
die tot het kwade leiden. De strijd tegen de zonde begint volgens Evagrius met een strijd
tegen de boze gedachten en de praktijk van de monnik bestaat er dan ook essentieel in
om deze te kunnen afweren. Deze hoofdgedachten zijn volgens hem acht in aantal.
Hij citeert ze altijd in een welbepaalde orde, niet als mnemotechnisch middeltje, maar
om de innerlijke samenhang tussen de verschillende boze gedachten uit de drukken:
- 1. Gulzigheid
- 2. Ontucht
- 3. Geldzucht
- 4. Droefheid
- 5. Woede
- 6. Lusteloosheid (acedia)
- 7. IJdelheid
- 8. Hoogmoed
Dat er naar kernbegrippen wordt gezocht om het ethische leven te richten en dat men
daarbij een aantal grondhoudingen poogt te definiëren, is op zichzelf niet nieuw. De
stoïcijnse leer van de vier centrale passies en de ermee corresponderende deugden had
dit al lang uitgetekend. Nieuw is wel het accent op al het boze dat in de mens huist. De
ondeugden zijn niet zomaar de keerzijden van de deugden, zij zijn iets anders en leiden
een eigen leven. Je hebt dus aan de éne kant de deugden, die Evagrius - overigens
traditiegetrouw - in vijf verdeelt: het geloof, de vrees voor God, de zelfbeheersing, het
doorzettingsvermogen en de hoop. Aan de andere kant heb je de wereld van de
ondeugden of van de boze gedachten, waarbij benadrukt wordt dat zij elk door een eigen
duivel ingefluisterd worden. Er is dus een aparte wereld van het kwade.
113: De eerste kosmische catastrofe is veel minder gepland. De wereld van de materie
is in tegenstelling tot die van het licht vol ordeloze beweging en half bewuste begeerte,
die steeds opnieuw ontstaat, naar directe bevrediging zoekt, en opnieuw opkomt.
Toevallig stoot zij tegen de grenzen van het Rijk van het Licht, en zo beseft de Prins van
de Duisternis plots welke heerlijkheid daar aanwezig is. Hij besluit dit rijk te gaan
veroveren. De Vader van de Grootheid wil echter de verschillende eonen geen gevaar
laten lopen, en hij beslist dan maar zelf ten strijde te trekken. Hij zal de vijand
terugdringen met zijn ziel, of anders gezegd, met zijn "ik". Hiertoe laat hij uit zichzelf
een eerste vorm emaneren, die van de "Moeder van het Leven", en uit deze dan weer de
"oermens". Vergezeld van zijn vijf zonen die zijn harnas of zijn ziel uitmaken, (de vijf
hemelse elementen: lucht, wind, licht, water en vuur) trekt deze ten strijde, maar hij
wordt overwonnen. Zijn zonen worden opgegeten door de duivels, de oermens zelf valt
in een diepe afgrond, waar hij met luide stem zevenmaal de Vader van de Grootheid om
hulp smeekt.
Roland van Vliet Het Manicheïsme als oerketters stroming van de liefde (Artikel uit: Prana nr. 140, dec. 2003/jan. 2004) p. 1:
De kracht van Mani's spreken bij de Elchasaïten was namelijk de vrucht van de openbaring van zijn geestelijke wederhelft of Syzygos, die hem korte tijd daarvoor tot schouwen had gebracht van de vijf Lichtvaders in de hemelse gebieden en hem de mysteriën van de grenzeloze hoogten, de mysteriën van de ondoorgrondelijke diepten en het weten omtrent zijn geestelijke afstamming (in relatie tot de Syzygos) en zijn goddelijke opdracht had kunnen openbaren.
p. 6: Daarnaast heeft Jezus Christus door dood en Opstanding het Licht onder en om de aarde gebracht en de kosmische Zuil der Heerlijkheid in het middelpunt van de aarde geplaatst. Deze Zuil der Heerlijkheid verbindt als een kosmische Lichtzuil de aarde met het Lichtschip van de Maan, het Lichtschip van de Zon en de Nieuwe Lichtaarde of het Nieuwe Jeruzalem. Deze Zuil der Heerlijkheid is de geestelijke gestalte van Christus, waarin al zijn leerlingen die de Lichtziel tot bloei gebracht hebben, ná de dood worden opgenomen en daarin van Jezus de Grote Rechter, een emanatie van Jezus de Zonneglans, een opstandingsgestalte als de afbeelding van de opstandingsgestalte van Jezus Christus
ontvangen. Hierdoor wordt de Zuil der Heerlijkheid ook de Volmaakte Mens genoemd, waarin de totale geïndividualiseerde en bevrijde mensheid de gestalte van de Christus is.
Veel van wat in de volksmond ‘New Age Concepten' werden genoemd, dringen nu door in de geest en in de gesprekken van de massa. Het geloof in Engelen en interacties met Lichtwezens van Hogere Rijken van Bestaan worden niet meer geridiculiseerd zoals in het verleden. Het goede nieuws is dat er een nieuwe band van hoger frequente emotionele patronen en gedachtevormen de Aarde boven de negatieve band omringt. Die energetische band is gevuld met Licht, hoop en een sterk verlangen naar zelfexpressie en meesterschap. Geleidelijk aan omvat het Kristallijnen Grid Systeem de Aarde, en de Schepper Bewustzijnsband van Licht wordt elke dag sterker, omdat steeds meer mensen toegang verkrijgen tot de Steden van Licht en ‘koeriers' worden van Adamantine Partikels van de Schepping.
Categorie: Artikelen | Rapport | Auteur: Harry Nijhof
Deze pagina werd sedert 16 dec. 2007 5700 keer bekeken.
