Hermetica

Gulden regel: Wat gij niet wil dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet.
Confucius: Doe nooit anderen aan wat je niet zou willen dat ze jou aan zouden doen.
Mattheüs 7:7-12 Alles nu wat gij wilt, dat u de mensen doen, doet gij hun aldus: want dit is de wet en de profeten.
H.P. Blavatsky: … hetzij men zich naar de bloem van het oosten of naar de academies van het westen keert, het reizen langs het pad gebeurt zonder zich te bewegen. U bént het pad (De stem van de stilte).
Juan Keymer We weten niet wat een individu is, iets halverwege de schaal tussen competitie en symbiose. (Volkskrant 28 juni 2008)

De Mens, Zichtbaar en Onzichtbaar (En-soph, Blauwdruk, 5D-concept, Voelen en Denken)

A.E. Powell has compiled observations on the Etheric Double (or Subtle body) and related phenomena which first had first appeared in other works, mainly those by Charles Webster Leadbeater and Annie Besant.

Krishnamurti: Schoonheid vraagt nergens om. Aandacht is schoonheid. Wij zijn de wereld. Slechts wanneer de geest stil is, niet door opgelegde discipline, slechts dan kan in die rust, in die stilte, het werkelijke gebeuren.
Voor Leadbeater was de jonge Krishnamurti zonder twijfel de aangewezen persoon om het voertuig te worden waarin de verwachte Wereldleraar zich kon incarneren.

C.W. Leadbeater boek De Mens zichtbaar en Onzichtbaar, hoofdstuk De gebieden van de natuur (p. 17):
Wij kennen de drie welbekende toestanden van de materie, de vaste, de vloeibare en de gasvormige, en de wetenschap stelt in haar theorieën dat alle substantie onder de juiste verandering van temperatuur en druk in al deze toestanden kunnen bestaan.
De occulte scheikunde toont ons nog een andere en hogere toestand dan de gasvormige, waarin ook alle ons bekende substanties kunnen worden overgebracht of omgezet; aan die toestand hebben wij de naam etherisch gegeven.
18: Wanneer de elementen worden ontbonden, belanden wij bij een stel units die allemaal gelijk zijn, behalve dat sommige ervan positief en andere negatief zijn.
19: En weer bereiken wij door onze verdeling ver genoeg voort te zetten een unit – de unit van dat gebied van de natuur waaraan occultisten de naam astrale wereld hebben gegeven.
19/20: Het is een bekend feit in de wetenschap dat zelfs in de meest vaste substanties geen twee atomen elkaar ooit raken; elk atoom heeft steeds zijn veld van werking en trilling, en elk molecuul heeft op zijn beurt zijn grotere veld, zodat er altijd onder alle mogelijke omstandigheden onderlinge ruimte bestaat. Ieder stoffelijk atoom drijft in een astrale zee – een zee van astrale materie die het omringt en elke tussenruimte in deze fysieke stof vult. De mentale materie doordringt op haar beurt de astrale op precies dezelfde wijze, zodat al deze verschillende gebieden van de natuur in geen enkel opzicht ruimtelijk gescheiden zijn, maar alle om ons heen, hier en nu, bij ons bestaan, zodat het, om ze te zien en te onderzoeken, niet nodig is enige beweging in de ruimte te maken, maar slechts onze innerlijke zintuigen te openen waardoor zij kunnen worden waargenomen.
123: Hoofdstuk 21 Het oorzakelijke lichaam van de adept
Schema’s die in het boek van Leadbeater worden besproken:
- Schema II Gebieden der natuur (Verstandelijkheid, Oorzakelijk lichaam)
- Schema IV ‘Ontwikkeling en Inwikkeling’ (‘Evolutie en Involutie’ – ‘Ontvouwen en Invouwen’)

H.P. Blavatsky De Geheime Leer Deel I, Proloog (p. 31):
Het is nauwelijks nodig de lezer er nog eens aan te herinneren dat de term ‘goddelijke gedachte’, evenals ‘universeel denkvermogen’, niet moet worden beschouwd als zelfs ook maar een vage afschaduwing van een verstandelijk proces verwant aan dat van de mens. Het ‘onbewuste’ kwam volgens Von Hartmann tot het veelomvattende scheppings-, of beter evolutionaire plan ‘door een helderziende, boven alle bewustzijn verheven wijsheid’, die in de taal van de Vedanta absolute wijsheid zou betekenen. Alleen degenen die beseffen hoe hoog de intuïtie zich bevindt boven de trage processen van het redenerende denken, kunnen zich een heel vaag begrip vormen van die absolute wijsheid die de begrippen van Tijd en Ruimte te boven gaat. Het denkvermogen zoals wij dat kennen, kan worden herleid tot bewustzijnstoestanden van verschillende duur, intensiteit, ingewikkeldheid, enz., en deze berusten uiteindelijk alle op gewaarwordingen, die weer maya zijn. Gewaarwording vooronderstelt noodzakelijk weer beperking. De persoonlijke God van het orthodoxe theïsme neemt waar, denkt en wordt beïnvloed door emoties: hij heeft berouw en voelt ‘hevige toorn’. Maar het is duidelijk dat het denkbeeld van zulke geestestoestanden de ondenkbare vooronderstelling meebrengt dat de opwekkende prikkels van buiten komen, om nog maar niets te zeggen van de onmogelijkheid om onveranderlijkheid toe te schrijven aan een wezen, van wie de emoties wisselen met de gebeurtenissen in de werelden die het bestuurt. De begrippen van een onveranderlijke en oneindige persoonlijke God zijn dus onpsychologisch en wat erger is, onfilosofisch.
32: Zij is het ENE LEVEN, eeuwig, onzichtbaar en toch alomtegenwoordig, zonder begin of einde en toch periodiek in haar geregelde manifestaties, terwijl tussen die perioden het duistere geheim van het niet-zijn heerst; onbewust en toch absoluut Bewustzijn; niet te verwerkelijken en toch de ene op zichzelf bestaande werkelijkheid; inderdaad ‘een chaos voor het gevoel, een Kosmos voor de rede’. Haar ene absolute kenmerk, namelijk HETZELF, de eeuwige, onophoudelijke beweging, wordt in esoterische taal de ‘grote adem’ genoemd, dat is de eeuwigdurende beweging van het Heelal in de zin van grenzeloze, altijd aanwezige RUIMTE. Wat bewegingloos is, kan niet goddelijk zijn. Maar er is ook in feite en in werkelijkheid niets absoluut onbeweeglijk binnen de universele ziel.
39: ‘Wat is het dat was, is en zal zijn, of er een Heelal is of niet, of er goden zijn of niet?’ vraagt de esoterische Senzar catechismus. En het gegeven antwoord is: RUIMTE.
De ene onbekende altijd-tegenwoordige god in de Natuur, of de Natuur in abscondito verwerpen wij niet, maar wel de God van het menselijke dogma en zijn vermenselijkte ‘woord’. In zijn oneindige verwaandheid en aangeboren trots en ijdelheid schiep de mens deze zelf met zijn heiligschennende hand uit de elementen die hij vond in zijn eigen kleine hersenweefsel en drong deze aan de mensheid op als een rechtstreekse openbaring uit de ene ongeopenbaarde RUIMTE10.
10) Het occultisme zit inderdaad in de lucht aan het einde van onze eeuw. Van de vele andere onlangs uitgegeven boeken zouden wij er één in het bijzonder willen aanbevelen aan onderzoekers van het theoretische occultisme, die zich niet buiten ons speciaal menselijke gebied zouden durven begeven. Het heet ‘New Aspects of Life and Religion’, door Henry Pratt, M.D. Het staat vol esoterische dogma’s en filosofie, de laatste in de slothoofdstukken nogal beperkt door wat een geest van voorwaardelijk positivisme schijnt te zijn. Niettemin verdient te worden aangehaald wat wordt gezegd over de Ruimte als ‘de onbekende eerste oorzaak’. ‘Dit onbekende iets, dat zo wordt erkend en gelijkgesteld met de eerste belichaming van de eenvoudige Eenheid, is onzichtbaar en ontastbaar’ (als abstracte ruimte, toegegeven); ‘en omdat het onzichtbaar en ontastbaar is, is het ook onkenbaar. En deze onkenbaarheid heeft geleid tot de foute veronderstelling dat zij een eenvoudige leegte is, alleen een vermogen om iets op te nemen. Maar zelfs als men ruimte opvat als een absolute leegte, moet men toegeven dat de ruimte òf op zichzelf bestaand, oneindig en eeuwig is, òf een eerste oorzaak heeft gehad buiten, achter en boven zich.’
‘En toch, als zo’n oorzaak kon worden gevonden en gedefinieerd, zou dit er alleen toe leiden dat daaraan de eigenschappen zouden worden overgedragen die anders aan de ruimte worden toegekend en dat het probleem van de oorsprong een stap terug wordt geschoven zonder dat er meer inzicht wordt verkregen in de eerste oorzakelijkheid.’ (blz. 5.)
Dit is precies wat werd gedaan door degenen die geloven in een antropomorfe Schepper, een buitenkosmische, in plaats van een binnenkosmische God. Veel van Pratts onderwerpen – de meeste, mogen wij wel zeggen – zijn oude kabbalistische denkbeelden en theorieën die hij in een heel nieuw kleed aanbiedt: inderdaad ‘nieuwe aspecten’ van het occulte in de Natuur. Maar de Ruimte, gezien als een ‘werkelijk bestaande eenheid’ – de ‘levende levensbron’ –, als de ‘onbekende oorzaakloze oorzaak’, is het oudste dogma van het occultisme, duizenden jaren ouder dan de Pater-Aether van de Grieken en de Latijnse volkeren. Zo zijn ook ‘kracht en stof als vermogens van de Ruimte onscheidbaar, en de onbekende openbaarders van het onbekende’. Men kan ze alle vinden in de Arische filosofie, in de personen van Visvakarman, Indra, Vishnu, enz. Toch worden zij in het aangehaalde boek heel filosofisch en vanuit veel ongebruikelijke gezichtspunten omschreven.
De Geheime Leer Stanza 1 Deel I, De nacht van het heelal (p. 74):
7. DE OORZAKEN VAN HET BESTAAN WAREN WEGGENOMEN (a); HET ZICHTBARE DAT WAS EN HET ONZICHTBARE DAT IS, RUSTTEN IN EEUWIG NIET-ZIJN – HET ENE ZIJN (b).
De Geheime Leer Stanza 6 Deel I, Vervolg (p. 221/222):
De geest op zichzelf is een onbewuste negatieve ABSTRACTIE. Zijn zuiverheid is inherent en niet door verdienste verkregen; daarom is het – zoals al is aangetoond – nodig dat iedere ego, om de hoogste Dhyan-Chohan te worden, volledig zelfbewustzijn verkrijgt als menselijk, d.i. bewust wezen, dat voor ons verschijnt als mens. De joodse kabbalisten die redeneren dat geen geest tot de goddelijke hiërarchie zou kunnen behoren tenzij ruach (geest) was verenigd met nephesh (de levende ziel), herhalen slechts de oosterse esoterische leer. ‘Een Dhyani moet een atma-buddhi zijn; zodra het buddhi-manas zich losmaakt van zijn onsterfelijke atma, waarvan de (buddhi) het voertuig is, gaat atman over in NIET-ZIJN, dat absoluut Zijn is.’ Dit betekent dat de zuiver nirvanische toestand een overgang is van de geest, terug naar de ideële abstractie van Zijn-heid, die niet in verband staat met het gebied waarop ons Heelal zijn cyclus doorloopt.
225: ‘Het astrale licht of anima mundi is tweevoudig en biseksueel. Het (ideële) mannelijke gedeelte ervan is zuiver goddelijk en geestelijk, het is de wijsheid, het is geest of Purusha; terwijl het vrouwelijke gedeelte (de Spiritus van de Nazareners) in zekere zin door de stof is besmet, het is inderdaad stof en daarom al een kwaad. Het is het levensbeginsel van ieder levend wezen, en verschaft aan mensen, dieren, vogels in de lucht en alles wat leeft, de astrale ziel, de beweeglijke perisprit. De dieren hebben alleen de sluimerende kiem van de hoogste onsterfelijke ziel in zich. . . . Deze laatste zal zich pas na een reeks van talloze evoluties ontwikkelen; de leer over deze evolutie ligt besloten in het kabbalistische axioma: ‘Een steen wordt een plant; een plant een dier; een dier een mens; een mens een geest; en de geest een god.’ (Deel I, Engelse uitgave, blz. 301, voetnoot.)
De Geheime Leer Stanza 7 Deel I, De voorvaderen van de mens op aarde (p. 284):
De elementen, hetzij enkelvoudig of samengesteld, konden sinds het begin van de evolutie van onze keten niet dezelfde zijn gebleven. Alles in het Heelal gaat in de grote cyclus gestaag vooruit, terwijl het in de kleinere cyclussen onophoudelijk op en neer gaat. De Natuur is tijdens het manvantara nooit stationair, omdat zij steeds wordt en niet slechts is. Het delfstoffen-, het plantaardige en het menselijke leven passen altijd hun organismen aan bij de dan heersende elementen, en daarom waren die elementen daar toen geschikt voor, zoals zij dat nu zijn voor het leven van de tegenwoordige mensheid. Pas in de volgende of vijfde Ronde zal het vijfde element, ether – het grove lichaam van akasa, als het zelfs zo mag worden genoemd – door voor alle mensen een bekend natuurfeit te worden, zoals de lucht ons nu vertrouwd is, ophouden zoals nu hypothetisch te zijn, en als ‘agens’ voor zoveel dingen te dienen. En pas in die Ronde zullen die hogere zintuigen, waarvan de groei en ontwikkeling door akasa worden bevorderd, vatbaar zijn voor een volledige ontplooiing.
De Geheime Leer Deel I, Samenvatting (p. 313):
Dit wordt tegengesproken door dezelfde Trismegistos, die zegt: ‘Het is onmogelijk van God te spreken. Want het lichamelijke kan het niet-lichamelijke niet uitdrukken. . . . Dat wat noch lichaam, noch gestalte, vorm of materie heeft, kan niet door de zintuigen worden bevat. Ik begrijp het, Tatios, ik begrijp het, wat onmogelijk kan worden omschreven – dat is God.’ (Physical Eclogues, Florilegium van Stobaeus.)
Het is duidelijk dat deze twee passages elkaar tegenspreken en daaruit blijkt (a) dat een aantal generaties van mystici van allerlei soort onder het algemene pseudoniem van Hermes schreven en (b) dat een groot onderscheidingsvermogen nodig is vóór men een Fragment als esoterische lering aanvaardt, alleen omdat het onmiskenbaar oud is. We gaan nu het bovenstaande vergelijken met een soortgelijke aanroeping uit de hindoegeschriften, die ongetwijfeld even oud, zo niet veel ouder is. Hier is het Parasara, de Arische ‘Hermes’, die Maitreya, de Indiase Asclepios, onderwijst en Vishnu als drievoudig wezen aanroept.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 11 Demon est deus inversus (p. 451):
Als ‘God’ absoluut, oneindig en de universele wortel van alles in de Natuur en haar heelal is, waar komt dan het kwaad of de duivel vandaan, als het niet is uit dezelfde ‘gouden schoot’ van het absolute? Zo worden we gedwongen om òf de emanatie van goed en kwaad, van Agathodaemon en Kakodaemon te aanvaarden als loten van dezelfde stam van de Boom van het Zijn, òf ons neer te leggen bij de ongerijmdheid van een geloof aan twee eeuwige Absoluutheden!
461: De universele ziel is niet de inerte oorzaak van de schepping of (Para)Brahma, maar eenvoudig wat we het zesde beginsel van de verstandelijke Kosmos noemen, op het gemanifesteerde bestaansgebied. Zij is mahat of mahabuddhi, de grote ziel, het voertuig van de geest, de eerste oorspronkelijke weerspiegeling van de vormloze oorzaak en dat wat zelfs boven de geest staat. Tot zover over de misplaatste uitval van professor Wilson. De verklaring van het schijnbaar inconsequente beroep op Vishnu door de verslagen goden staat in de tekst van het Vishnu Purāna, als de oriëntalisten deze maar zouden opmerken. Er is een Vishnu als Brahmā en een Vishnu in zijn twee aspecten, leert de filosofie. Er is maar één Brahma, ‘in essentie prakriti en geest ’, enz.
De Geheime Leer Deel I, Stanza 7 De ‘vloek’ vanuit een filosofisch gezichtspunt (p. 476/477):
De moderne Prometheus is nu Epi-metheus geworden, ‘hij die alleen na de gebeurtenis ziet’; omdat de universele mensenliefde van de eerstgenoemde al lang in zelfzucht en zelfaanbidding is ontaard. De mens zal weer de vrije titan van vroeger worden, maar niet vóór de cyclische evolutie de verbroken harmonie tussen de twee naturen – de aardse en de goddelijke – heeft hersteld; waarna hij ontoegankelijk wordt voor de lagere titanische krachten, onkwetsbaar in zijn persoonlijkheid en onsterfelijk in zijn individualiteit, wat niet kan plaatsvinden vóór ieder dierlijk element uit zijn natuur is verwijderd. Wanneer de mens begrijpt dat ‘Deus non fecit mortem’ (Sap. I, 13), maar dat de mens die zelf heeft geschapen, zal hij weer de Prometheus worden van voor zijn val.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 13 De zeven scheppingen (p. 500):
Parāsara, de vedische rishi, die het Vishnu Purāna van Pulastya ontving en deze aan Maitreya onderwees, wordt door de oriëntalisten in verschillende tijdperken geplaatst. Zoals in de Hindu Class. Dict. terecht wordt opgemerkt: ‘Speculaties over de tijd waarin hij leefde, lopen ver uiteen, van 575 v.Chr. tot 1391 v.Chr., en men kan ze niet vertrouwen.’ Inderdaad, maar niet minder dan ieder ander jaartal dat wordt gegeven door de Sanskrietgeleerden, die zo’n goede reputatie hebben op dit gebied van willekeur en fantasie.
De Geheime Leer Deel I hoofdstuk 3 ‘An lumen sit corpus, nec non?’ (p. 536):
‘De middenstof, waarin de wervelbewegingen ontstaan, is volgens de uitdrukkelijke bewering van prof. Lodge (Nature, deel xxvii, blz. 305), ‘een volmaakt homogeen, niet samendrukbaar, continu lichaam, dat niet in enkelvoudige elementen of atomen kan worden ontbonden: het is in feite continu, niet moleculair.’ En aan deze bewering voegt prof. Lodge toe: ‘Er is geen ander lichaam waarvan we dit kunnen zeggen, en daarom moeten de eigenschappen van de aether enigszins AFWIJKEN van die van gewone materie.’ Het blijkt dan dat de hele wervelatoomtheorie, die ons wordt aangeboden ter vervanging van de ‘metafysische theorie’ van actio in distans, berust op de hypothese van het bestaan van een materiële middenstof die in het geheel niet door ondervinding bekend is en die eigenschappen heeft die enigszins afwijken6 van die van gewone stof.
6) ‘Enigszins afwijken!’, roept Stallo uit. ‘De werkelijke betekenis van dit ‘enigszins’ is, dat de bedoelde middenstof in geen enkele begrijpelijke zin materieel is, omdat ze geen enkele eigenschap van de stof bezit.’ Alle eigenschappen van de stof berusten op verschillen en veranderingen, en de hier gedefinieerde ‘hypothetische’ aether vertoont niet alleen volstrekt geen verschillen, maar er kan geen verschil en verandering (laten we eraan toevoegen, in fysische zin) in optreden. Dit bewijst dat, als aether ‘stof’ is, deze alleen voor spirituele zintuigen iets zichtbaars, tastbaars en bestaands is, en dat er inderdaad sprake is van een wezen – maar niet op ons gebied: Pater Aether, of akâsa.

Geheime Leer Deel II Stanza 3 Pogingen tot scheppen van de mens (p. 88):
Kortom, wij zien dat de hogere engelen talloze aeonen tevoren de ‘zeven cirkels’ hadden doorbroken, en deze zo van het heilige vuur hadden beroofd; wat in gewone taal betekent, dat ze tijdens hun vroegere incarnaties, zowel in lagere als in hogere werelden, alle wijsheid daarvan hadden opgenomen – de weerspiegeling van MAHAT in zijn verschillende graden van intensiteit. Geen enkele entiteit, hetzij engel of mens, kan de toestand van nirvana of van absolute zuiverheid bereiken, behalve door het doormaken van aeonen van lijden en door de kennis van zowel het KWADE als het goede, omdat het laatste anders onbegrijpelijk zou blijven.
92/93: De Maquom (de geheime plaats of het heiligdom) op aarde: met andere woorden de menselijke moederschoot, de microkosmische kopie en weerspiegeling van de hemelse moederschoot, de vrouwelijke ruimte of oorspronkelijke Chaos, waarin de mannelijke geest de kiem van de zoon of het zichtbare Heelal bevrucht.
Geheime Leer Deel II Stanza 7 Tot de eerste mensenrassen (p. 187):
Het ligt niet in de lijn van de natuurwet dat de mens een volmaakt zevenvoudig wezen wordt vóór het zevende ras in de zevende Ronde. Toch zijn al deze beginselen vanaf zijn geboorte latent in hem aanwezig. Evenmin is het een deel van de evolutiewet dat het vijfde beginsel (manas) volledig zal worden ontwikkeld vóór de vijfde Ronde. Al dergelijke voortijdig ontwikkelde intellecten (op geestelijk gebied) in ons ras zijn abnormaal; het zijn wat wij noemen de ‘vijfde-Ronders’. Zelfs in het komende zevende Ras, aan het einde van deze vierde Ronde zal, terwijl onze vier lagere beginselen volledig zullen zijn ontwikkeld, manas nog maar betrekkelijk zijn geëvolueerd.
Geheime Leer Deel II De rassen met het 'derde oog' (p. 338/339):
We zijn pas in de vierde Ronde, en in de vijfde zal de volledige ontwikkeling van manas , als een directe straal van het universele MAHAT – een straal, niet door de stof belemmerd – tenslotte zijn bereikt.
H.P. Blavatsky De Geheime Leer Deel II, Over de mythe van de 'gevallen engel' in haar verschillende aspecten (p. 539):
Ook is het niet minder natuurlijk dat de materialist en de natuurkundige zich voorstellen dat alles is toe te schrijven aan blinde kracht en toeval, en vaker aan het overleven van de sterksten dan van de geschiktsten. Maar de occultisten, die de stoffelijke natuur beschouwen als een verzameling van de meest uiteenlopende illusies op het gebied van de bedrieglijke waarnemingen; die in elke pijn en elk lijden slechts de noodzakelijke weeën zien van de steeds voortgaande voortplanting – een reeks trappen naar een aldoor toenemende vervolmaking, die zichtbaar is in de stille invloed van het zich nooit vergissende karma of de abstracte natuur – de occultisten beschouwen de grote Moeder anders. Wee degenen die leven zonder te lijden. Stilstand en dood zijn de toekomst van alles wat vegeteert zonder te veranderen. En hoe kan er een verandering ten goede zijn zonder een evenredig lijden in het daaraan voorafgaande stadium? Zijn het niet slechts degenen die de bedrieglijke waarde van aardse verwachtingen en de misleidende verlokkingen van de uiterlijke natuur hebben leren kennen, die zijn bestemd om de grote problemen van leven, pijn en dood op te lossen?
542: Waar komt het christelijke denkbeeld vandaan dat God de duivel vervloekte? De god van de joden, wie hij ook was, verbiedt satan te vervloeken. Philo Judaeus en Josephus verklaren beiden dat de wet (de Pentateuch en de Talmoed) onvoorwaardelijk verbiedt de tegenstander, en ook de goden van de heidenen, te vervloeken. ‘Gij zult de goden niet beschimpen’, zegt de god van Mozes (Exodus xxii, 28), want God ‘heeft (hen) aan alle volkeren toebedeeld’ (Deut. iv, 19); en zij die kwaad spreken over ‘heerlijkheden’ (goden), worden door Judas (Brief van Judas, 8) ‘vuile dromers’ genoemd. Want zelfs de Aartsengel Michaël durfde geen smadelijk oordeel tegen hem (de duivel) in te brengen, maar zei: ‘De Heer straffe u’ (ibid 9).
Bedenk dat God zelf mij niet wilde vervloeken, maar alleen zei: ‘De Heer straffe u, satan’.’
Deze talmoedische lering toont duidelijk twee dingen aan: (a) dat Michaël in de talmoed ‘God’wordt genoemd, en iemand anders ‘de Heer’; en (b) dat satan een god is, voor wie zelfs de ‘Heer’ bevreesd is. Alles wat we over satan in de Zohar en andere kabbalistische boeken lezen, bewijst duidelijk dat dit ‘personage’ eenvoudig de personificatie is van het abstracte kwaad, dat het wapen van de karmische wet en karma is. Het is onze menselijke natuur en de mens zelf, omdat er wordt gezegd dat ‘satan altijd dichtbij de mens staat en onontwarbaar met hem is verweven’. Het is alleen de vraag of die macht in ons sluimert of actief is.
543: De rooms-katholieke kerk toont haar gebruikelijke logica en consequentie door als de ferouer van Christus, Michaël aan te nemen, die ‘zijn beschermengel’ was, zoals is bewezen door Thomas, die de prototypen van Michaël en zijn synoniemen, zoals bijvoorbeeld Mercurius, duivels noemt.
Naast andere absurditeiten beweren de kabbalisten dat het woord metatron , opgebouwd uit μετά en θρόνον, vlakbij de troon betekent. Het betekent juist het tegenovergestelde, want meta is ‘achter’, ‘voorbij’ en niet ‘vlakbij’. Dit is voor onze redenering van groot belang. Michaël, de quis ut Deus, is dus om zo te zeggen de vertaler van de onzichtbare wereld naar het zichtbare en het objectieve.
544: Tengevolge van dit samensmelten met het woord (verbum) hebben de protestanten, en onder hen Calvijn, tenslotte de dualiteit geheel uit het oog verloren en zagen zij geen Michaël, maar alleen zijn Meester’, schrijft de abbé Caron. De rooms-katholieken en in het bijzonder hun kabbalisten weten beter; en zij leggen aan de wereld deze dualiteit uit, die hun het middel verschaft om de uitverkorenen van de kerk te verheerlijken en om al die goden die hun dogma’s in de weg kunnen staan, te verwerpen en de banvloek over hen uit te spreken.
Zo worden dezelfde titels en dezelfde namen om beurten aan God en aan de Aartsengel gegeven. Beiden worden metatron genoemd, ‘op beiden wordt de naam Jehova toegepast als zij de een in de ander’ (sic) spreken, want volgens de Zohar betekent dit woord zowel ‘de Meester’ als ‘de Afgezant’. Beiden zijn de engel van het gezicht, want men zegt dat enerzijds het ‘woord’ ‘het gezicht (of de Tegenwoordigheid) en het beeld van de substantie van God’ wordt genoemd, terwijl anderzijds Jesaja (?), als hij tegen de israëlieten spreekt over de Heiland, hun zegt dat ‘de engel van zijn aangezicht hen in hun smart heeft behouden’ – ‘dat hij dus hun Heiland was’5. Elders wordt hij (Michaël) heel duidelijk ‘de vorst van de aangezichten van de Heer, de heerlijkheid van de Heer’ genoemd. Beiden (Jehova en Michaël) zijn ‘de gidsen van Israël . . . aanvoerders van de legers van de Heer, opperste rechters van de zielen en zelfs Serafijnen’.
556: Zoals de oude Magische boeken het uitleggen, wordt de hele gebeurtenis duidelijk. Een ding kan slechts bestaan door zijn tegengestelde – leert Hegel ons, en er zijn maar weinig filosofie en spiritualiteit nodig om de oorsprong van het latere dogma te begrijpen, dat in zijn koude en wrede boosaardigheid zo echt satanisch en hels is. De magiërs verklaarden de oorsprong van het kwaad in hun exoterische leringen op de volgende manier. ‘Licht kan niets anders dan licht voortbrengen, en kan nooit de oorsprong van het kwade zijn’; hoe werd het kwade dan voortgebracht, wanneer er bij zijn voortbrenging niets was dat gelijk was aan het licht of ermee overeenkwam’? Het licht, zeggen zij, bracht verschillende wezens voort, die alle geestelijk, lichtgevend en machtig waren. Maar een groot wezen (de ‘grote Asura’, Ahriman, Lucifer, enz.) had een kwade gedachte, die tegengesteld was aan het licht. Hij twijfelde, en door die twijfel werd hij verduisterd.
H.P. Blavatsky: Deel II, hoofdstuk 24 Het kruis en het pythagorische tiental (p. 652):
Dit tiental, dat het Heelal en zijn evolutie uit de stilte en de onbekende diepten van de geestelijke ziel of anima mundi voorstelde, bood de onderzoeker twee kanten of aspecten. Het kon in het begin worden gebruikt voor en toegepast op de macrokosmos en werd dit ook, waarna het afdaalde tot de microkosmos, of de mens. Er waren dus de zuiver intellectuele en metafysische, of de ‘innerlijke wetenschap’ en de even zuiver materialistische of ‘oppervlak-wetenschap’, die beide konden worden verklaard en omvat door het tiental. Kortom, het kon worden bestudeerd uit de algemene begrippen van Plato en volgens de inductieve methode van Aristoteles.
655: Het getal 5 was samengesteld uit een tweetal en een drietal; dat tweetal bracht alles met een volmaakte vorm in wanorde en verwarring. De volmaakte mens, zeiden zij, was een viertal en een drietal, of vier stoffelijke en drie onstoffelijke elementen; deze drie geesten of elementen vinden we ook in 5, als deze de microkosmos voorstelt. Deze laatste is een samenstelling van een tweevoud dat rechtstreeks in verband staat met de grove stof, en van drie geesten: ‘want 5 is de slim bedachte vereniging van twee Griekse accenten ‘, geplaatst boven klinkers die al of niet moeten worden geaspireerd. Het eerste teken ‘ wordt de ‘sterke geest’ of hogere geest genoemd, de geest van god, geaspireerd (spiratus) en geademd door de mens. Het tweede teken ’ – het lagere – is de geest van de liefde, die de secundaire geest voorstelt; het derde omvat de hele mens. Het is de universele quintessens ('Reflexief Bewustzijn'), het levensfluïdum of het leven.’ (Ragon.)
Deel II, hoofdstuk 6 Reuzen, beschavingen en verzonken continenten (p. 873):
De Griekse allegorieën geven Atlas of Atlantis zeven dochters (zeven onderrassen), met de namen Maia, Electra, Taygeta, Asterope, Merope, Alcyone en Celaeno. Dit moet etnologisch worden opgevat, omdat men van hen zegt dat zij met goden zijn gehuwd en dat zij de moeders zijn geworden van beroemde helden, de stichters van veel volkeren en steden. In sterrenkundige zin zijn de Atlantiden de zeven Pleiaden (?) geworden. In de occulte wetenschap zijn deze twee met het lot van volkeren verbonden, lotsbestemmingen die overeenkomstig de karmische wet worden bepaald door gebeurtenissen uit hun vorige levens.

Bhagavad Gita, hoofdstuk 2, vers 20:
Derhalve, om het maar eens duidelijk te stellen: feitelijk begon je nooit met leven noch zal je er ooit mee ophouden te leven; je werd nimmer geboren, noch zal je ooit echt sterven. Evenzo reïncarneer je ook niet in dat opzicht; de ziel zoals die is, wordt nooit geboren, is eeuwig en constant. Hij is er vanaf de eerste dag van de schepping en hij houdt nooit op te bestaan als het lichaam zijn einde vindt.

H.P. Blavatsky De stem van de stilte, Fragment II:
De leerling zegt:
Leraar, wat moet ik doen om tot wijsheid te komen?
Wijze, wat om volmaaktheid te verwerven?
Zoek naar de paden. Maar, lanoe [leerling], wees rein van hart voordat u aan uw reis begint. Leer, voordat u uw eerste stap zet, het werkelijke van het bedrieglijke te onderscheiden, het tijdelijke van het eeuwigdurende. Leer vooral verschil te zien tussen verstandelijke kennis en zielenwijsheid, tussen de ‘leer van het oog’ en die van het ‘hart’.
Ja, onwetendheid is als een gesloten vat zonder frisse lucht; de ziel een vogel die daarin gevangen zit. Hij zingt niet en kan zich niet verroeren. De zanger zit doodstil en verstijfd en sterft van uitputting.
Maar zelfs onwetendheid is beter dan verstandelijke kennis als er geen zielenwijsheid is om haar te verlichten en te leiden.

David Reigle The Book of Dzyan Research Reports (4).
Ingmar de Boer De Stem van de Stilte: de wereld achter het werk
Een belangrijke ontdekking van Reigle was dat het boek van Kiu Te waarschijnlijk de serie boeken is die tegenwoordig bekend staat onder de naam "rgyud sde".26 Henk Spierenburg had deze ontdekking al eerder gedaan, maar het werk van Reigle maakte deze ontdekking pas alom bekend in de theosofische wereld.27
Hij schrijft, zonder reserve, dat de brontekst van de Stem aanvankelijk een soort notitieboek is geweest van Asanga (Arya Sangha), de schrijver van de Yogàcàrabhåmi, waarin hij de leringen uit de universele symbolentaal voor het eerst in woorden opschreef.

H. van der Hecht Het Evangelie van Mededogen
De passages uit “Het Boek der Gulden Voorschriften” door Arya Sangha, door mevr. Blavatsky vertaald uit het Senzar (de oude geheime taal der Ingewijden), onder te titel “De Stem van de Stilte” (in Drie Wegen, één Pad, uitgave UTVN) vormen het “Evangelie van Mededogen”, de Goede Boodschap dat Mededogen de mensheid zal redden door haar te leiden naar volledige ontplooiing en perfectie, naar een geluk dat zowel hemels als aards is.
De auteur van “Het Boek der Gulden Voorschriften”, Arya Sangha, was één van de eerste discipelen van de Boeddha en werd “één van de drie zonnen van het Boeddhisme” genoemd.

Het Evangelie van Mededogen - Deel 2 Henriette van der Hecht— Secretaris-Generaal TV België
Een greep uit Het Boek van de Gulden Voorschriften, door Arya Sangha (in het bijzonder uit de uittreksels die H.P. Blavatsky ervan heeft vertaald onder de titel De Stem der Stilte waarin de verzen genummerd werden.

Het complementariteitsprincipe maakt het mogelijk om de tweede grondstelling beter te leren begrijpen. Terwijl de chaostheorie wordt gebruikt om de derde grondstelling te verklaren.

Door de begrippen absolute en relatieve tijd te introduceren is het mogelijk de discussie met betrekking tot ruimte en tijd een stapje verder te brengen. De absolute tijd staat voor het eeuwige nu, de 4e dimensie van Ouspensky die niet kan worden waargenomen.

Joy Mills boekje Levende metaforen van wijsheid (p. 9):
De Franse kernfysicus Jean Charon, die Einsteins theorie verder heeft uitgewerkt met het doel een nieuwe eenheidstheorie voor alle fysieke verschijnselen te ontdekken, heeft opgeroepen tot een ‘neo-gnostieke kosmologie’ die een, wat hij noemt ‘geestelijke ruimte-tijd naast de conventionele stoffelijke ruimte-tijd’ zal erkennen. In zijn boekje The Unknow Spirit, stelt Charon: ‘… Er is geen beschrijving van de materie mogelijk zonder de tussenkomst van de geordenende werking die van de Geest uitgaat.’
14: In de The Unknow Spirit stelt Jean Charon, dat naar analogie (en hij geeft hiervan een zorgvuldige analyse uit de hedendaagse fysica) het elektron staat voor het geestelijke als datgene wat structuur geeft aan de materie en dat men daarom kan zeggen dat het elektron zekere geestelijke eigenschappen bezit die hij als viervoudig omschrijft: overpeinzing, kennis, liefde en daadkracht.

Johan Pameijer Genesis of Darwin (REFLECTIE NR. 2 2009), slotconclusie:
Darwin of Genesis. Ze hebben allebei gelijk.
Dit sluit bij het volgende fragment aan:

Het hart, de ziel is een weerspiegeling van de anima mundi, het universele denkvermogen, de grote wereldziel. Het centrale basisprincipe is mens ken uzelve. Van de zeven chakra's (p. 9) is de vierde het hartchakra. De auteurs van Genesis schreven middels de wijsheid van het hart en niet met de kennis van het verstand. Het evolutionaire denken verklaart de verschijningsvormen, het hoe van het leven, daarentegen het evolutionaire voelen de verschijningsinhoud, het wat. Bij de snaartheorie gaat het om de kennis van het verstand. Het gaat niet om Genesis of Darwin. Het gaat namelijk om beide gezichtspunten, de complementariteit.

Geroepen door het Wereldhart: (23 mei 2009) gehouden in het conferentieoord Renova
Doel van het symposiun was om een gezamenlijk appèl te doen op het zielepotentieel van de moderne mens dat, zeker gezien de problematiek waarvoor de mensheid zich geplaatst ziet, uitziet naar een nieuwe koers.
Vanuit de eigen specifieke achtergrond, en zich verantwoordelijk wetend voor die zielen die zich bij hen aansluiten, vertelden de sprekers van de Theosofische Vereniging, de Antroposofische Vereniging, de Soefibeweging Nederland, de Vrijmetselarij, de Rosicrucian Fellowship, de A.M.O.R.C. en het Lectorium Rosicrucianum hoe zij gehoor zullen geven aan de impuls uit het wereldhart voor onze eeuw.

Wies Kuiper van de Theosofische Vereniging symposium Geroepen door het Wereldhart, Wie of wat is de mens?
Laten wij het patroon van de mens, wat hetzelfde is als het patroon van de gehele schepping, nu eerst eens bekijken. De mens heeft een
- stoffelijk of fysiek lichaam dat hier nu in de zaal op een stoel zit; hij heeft een
- etherisch of levenslichaam;
- een astraal lichaam of lichaam van gevoelens en emoties;
- een mentaal lichaam dat kan denken en dat zorgt dat het “hebben” in deze wereld goed voor elkaar komt, dat gericht is op de wensen van het fysieke lichaam, maar zeker ook op die van het gevoels- of emotie- lichaam. In dit deel van het mens-zijn stopt men de meeste energie, of liever gezegd, dit deel van de mens vraagt de meeste energie, de meeste aandacht, meer dan 90% van alle tijd. Maar er is aan dat mentale lichaam ook nog een andere kant, een kant die gericht is op de innerlijke kern, op het ZIJN. Tussen die twee delen van het mentale lichaam zit een soort scheidslijn of vlies. Die beide kanten van dat mentale lichaam lijken elkaar niet te verstaan, daar zit als het ware een los contact. Vervolgens heeft de mens een buddhisch lichaam of een lichaam van intuïtie, waarna je ten slotte komt bij de kern zelf, het atmisch lichaam. Via het buddisch lichaam is de mens één met alle levende wezens, via het atmisch lichaam is hij één met HET LEVEN zelf.
De roep van het wereldhart zit op een hoge frequentie en die moet als het ware getransformeerd worden naar een lagere frequentie, vóórdat het door het menselijk oor gehoord kan worden. Er is een innerlijke schakel mogelijk tussen die beide gebieden, in het Sanskriet het antahkarana genoemd. Hoe maken we in onszelf de lijn open, zodat we in contact met het Wereldhart kunnen komen?

Frank Visser geeft in zijn boek ZEVEN SFEREN (p. 63) aan hoe de zevenvoudige samenstelling van de mens met de vijfvoudige doorsnede (p. 111) samenhangt. De vijfvoudige doorsnede:
- fysische lichaam
- etherlichaam
- astrale lichaam
- mentale lichaam
- causaal lichaam (antahkarana)

Het causale lichaam staat voor de kwintessens, de wiselwerking tussen Geest en Lichaam ('5D-concept en Ether-paradigma'), het Meta-leren.
In het rapport Eenheid in Verscheidenheid worden de contouren geschetst hoe probleem en oplossing met elkaar samenhangen. De oplossing van het ééndimensionale marktdenken ‘u vraagt, wij draaien’ heeft een psychologische (inhoudsopgave Deel IV), een sociologische (Deel V) en een filosofische (Deel VI en VII) dimensie. Een effectieve methode om de crisis aan te pakken is door deze drie perspectieven gezamenlijk in te zetten.
Ahmed Marcouch (Volkskrant 14 december 2009): ‘Veel politici leven in een meta-werkelijkheid. In de Tweede Kamer, en ook tijdens het PvdA-congres, zie je ze praten over onderwerpen die niets te maken hebben met wat de burger dagelijks bezighoudt. Steeds meer burgers zijn cynisch, wantrouwend; ze verlangen naar een sterke leider. Dat is zorgelijk.’

Plato verdeelde de werkelijkheid in twee zijnssferen, materie en geest met als schakel de ziel. Het Antahkarana, nous legt de imaginaire verbinding tussen epithumia en thumos. Het zelfbewustzijn, dat meta-leren mogelijk maakt, kan als een recursiefproces worden opgevat. Het pentagram staat symbool voor zelfgelijkvormigheid, recursie.

In PRANA nr. 159 (febr/mrt 2007) bespreekt Herman van Tuyl ook uitgebreid de vijfvoudige - en de zevenvoudige indelingen. In het artikel van Herman van Tuyl komt FYSIEK met de 3e dimensie overeen. Op deze wijze ontstaat een indeling waardoor de 1e t/m de 7e dimensie bij Herman van Tuyl op de zevenvoudige samenstelling van de mens aansluiten.

Symposium Geroepen door het Wereldhart: Willen E. Scherpenhuijsen Rom van de Antroposofische Vereniging maakt in zijn voordracht gewag van een mensbeeld dat uit vier wezensdelen (p. 30/31) bestaat.
Mede gezien de achtergrond van de Antroposofische vereniging wordt geconcludeerd dat de vier wezensdelen met het fysische lichaam, etherlichaam, astrale lichaam en mentale lichaam overeenstemmen.

Volgens Steiner kan iedereen door langdurige oefening in contact treden met die fysiek onzichtbare, maar reëel aanwezige geestelijke wereld. Dunselman: 'Hij heeft een geesteswetenschap ontworpen, waarmee je die wereld kunt onderzoeken. Een innerlijke scholingsweg die heel helder, praktisch en methodisch is'.

Christian Vandekerkhove: Ik zou durven stellen dat de breuk tussen de Antroposofische Vereniging en de Theosofische voor beide stromingen één grote gemiste kans is geweest om samen aan een groot monument te bouwen in een sfeer van eenheid in verscheidenheid.

Universele kennis, de universele wetten zijn complementair aan de natuurwetten.
De belangrijkste Universele Wet is de Wet van Eén, die stelt dat alles in de kosmos met elkaar verbonden is.
Wegens de eindigheid van de lichtsnelheid kan alles in de kosmos niet met elkaar verbonden zijn.

De ‘Law of One’ heeft op het universele ordeningsprincipe karma, de 2e grondstelling betrekking. Het gaat echter in het kwantumvacuüm (bewustzijnsveld) om twee polen (les 3 polariteit), het aardse en het hemelse, om karma en dharma.

James M. Pryse Apocalypse ontsluierd / een esoterische uitleg van de Openbaring van Johannes (p. 16):
In de Apocalypse zijn vier dieren-symbolen of beesten (thêria) duidelijk in het oog vallende dramatis personae: (1) een Lam (of “kleine Ram”; arnion), die zeven horens en zeven ogen heeft, en die gelijk gesteld wordt met Iêsous, die “de Overwinnaar” wordt: (2) een beest dat overeenkomt met een luipaard, met de poten van een beer en de bek van een leeuw, het heeft zeven koppen en tien horens; (3) een rode draak met zeven koppen en tien horens, die “de Duivel en Satan” is; en (4) een beest met twee horens gelijk een Lam maar het spreekt als een Draak, en het wordt de Pseudo-Ziener of valse leraar genoemd (pseudo-prophêtês). Van deze vier wordt de Luipaard “het Beest”, in het bijzonder beschouwd en in verband daarmede zegt de Apocalypse: “Hier is wijsheid (sophia): hij die het Nous heeft, laat hem het getal van het Beest tellen; want het is het getal van de mens, en zijn getal is 666.”
De “wijsheid” van deze puzzel ligt in zijn eenvoud, want de woorden “de Nous” (δνοϋς), een in de Griekse philosophie veel gebruikte term voor het hoger denken of mens, geeft natuurlijk het juiste antwoord, de Phrên(ήψρήν), is de aanverwante term voor het lager denken of mens. In de Griekse taal worden getallen uitgedrukt door de letters van het alphabet en niet door wiskundige symbolen; zodoende is de getalwaarde van een naam eenvoudigweg de som van de numerieke waarden van de letters waar de naam uit bestaat. Aldus is de numerieke waarde van hê phrên = 666.
102: In de sterren-mappen wordt Perseus afgebeeld met het Medusa-Hoofd, dat hij in zijn linkerhand draagt: Het hoofd bevat de merkwaardige variabele ster Algol, de naam is een corrupte Arabische naam voor Al-Ghul, “Weerwolf, Menseneter”. Het zwaard van Perseus is dreigend boven het hoofd van Cetus opgeheven en in Cetus bevindt zich Mira, “de Wondervolle”, een veranderlijke ster met een periode van ongeveer 330 dagen, zo nu en dan neemt de lichtsterkte toe tot de tweede graad en dan vermindert ze weer tot onzichtbaarheid. Perseus, Hêraklês en de andere zonne-Helden - die in de mythologie bekend stam als vernietigers van monsters en als genezers - en die door de verschillende sterrenbeelden zinnebeeldig voorgespeld worden, zijn alle varianten van de Zonne-God Dyonisos. “Hier is inzicht nodig” zou in moderne talen vertaald luiden, hier is een puzzel. De getalwaarde van het Beest is, zoals reeds eerder uitgelegd is, eenvoudig hê-phrên, waarvan het getal, wanneer men de cijferwaarde van de letters neemt eenvoudig 666, die van de Pseudo-Ram is akrasia of 333. Het Phrên (het lager verstand) beschikt slechts over intellect en geleerdheid, maar begrijpt niet het Nous. Het is zoals Plato zegt (Timaios pag. 51): “Het Nous is slechts het erfdeel van de Goden èn de weinige mensen die kunnen begrijpen”. In Cor. I. 11. 16, zegt Paulus, die als een ingewijde spreekt: “Wij hebben het Nous”, dat wil zeggen, het spirituele denken, wel te onderscheiden van het phrênische of niet-spirituele denken.

666 - Het sacrale beest, Conclusie
Slaat 666 op onze proportionele schepping en de Apocalyps op het einde ervan? Heeft het met 2012 te maken? En als dat zo is, zou de ruimtetijd zich oprollen zoals o.a. in de Bijbel of de Koran staat? Zou het lijken alsof de sterren naar beneden kwamen vallen? Wil het iets betekenen dat er door de getalkeuze raakvlakken zijn met de Maya-kalenders?
Het klinkt allemaal zo desastreus, zo moeilijk te geloven. Misschien wilde Johannes ‘slechts’ geheime of belangrijke kennis in zijn deel van de bijbel stoppen, omdat het bewaard zou blijven voor het nageslacht. Helemaal aan het begin van onze beschaving lijkt ons namelijk een cadeau te zijn gegeven: sacrale kennis in zijn meest pure vorm. Rudimentaire kennis en wetenschap over het universum. Die kennis hebben we proberen te behouden, maar of dat gelukt is?
Door zijn verblijf in Griekenland kon Johannes in aanraking zijn gekomen met de sacrale geometrie, Pythagoras was al lang dood. Toeval kan het gebruik van de getallen alleszins niet zijn. Noch God, noch Johannes waren dobbelaars …

Axis Mundi (Zo Boven zo Beneden, Cyclische evolutie en Systeemtheorie, Meta-leren)

In het Kompaskwadrant wordt net als in het model van Klaas van Egmond een verticale as toegepast. Deze as symboliseert de relatie tussen hemel en aarde, de ’Immateriële en Materiële’ wereld.

Wereldziel (p. 17):
Wat ik u heb gezegd over het spreken en luisteren van de wereld kan zeer belangrijk zijn om de periodiciteiten te begrijpen, die op een gegeven ogenblik ineens worden verstoord. Invloeden van buitenaf sluiten geen vooruit te zeggen invloeden in. Daar is menselijk gezien het onverwachte aan de gang. Alles, wat van de aarde zelf uitgaat, is voor de mens te leren; dat is dus wel te voorspellen. U kunt dus al datgene, wat van het aardritme in u bestaat, berekenen; daarmee kunt u rekening houden. U kunt echter de kosmische waarden, die op de aarde toestromen, nooit berekenen en u moogt dus nooit zeggen: Het aardritme is zo, nu zal het ook zo en zo gaan. U kunt wel zeggen: Indien ik mij op de aarde oriënteer, is het zeer waarschijnlijk dat ik deze tendens zal ontdekken. Er is hierop één uitzondering: Uw eigen energiecyclus, die gebonden is aan de aarde en vast ligt binnen het zonnestelsel, kan niet van buitenaf worden beïnvloed. Als u nu weet, hoe de zaken eigenlijk staan, krijgt u misschien ook een ander inzicht in de belangrijkheid van uw eigen leven. Die ligt niet in de materie. De materie is alleen belangrijk, voor zover het de ervaring aangaat; en bij ervaring is het belangrijk, dat wij zoveel mogelijk harmonisch blijven met de wereldziel. Geestelijk gezien is het echter juist belangrijk, dat wij een overzicht gewinnen, waardoor wij kunnen vrijkomen van die wereldziel, ons kunnen bewegen binnen het terrein van de wereldziel, maar ook daarbuiten kunnen bestaan en zo ons eigen zijn als deel van de totale mensheid op een meer kosmische wijze tot uiting kunnen brengen.
Als u dit alles hebt begrepen, dan moet u deze gegevens nu eens toepassen voor de verklaring van termen als Nirwana, kosmisch leven. Dan moet u dit eens in praktijk brengen, als u wordt gesproken over de verschillende wortelrassen. U zult ontdekken, dat het allemaal klopt als een bus. Het is de verklaring, het is de aanvulling. En begrip te hebben voor dit eigenaardige wezen "de wereld", met de daarin wonende bezielende kracht, maakt het ook mogelijk om zo geestelijk en stoffelijk de harmonie met de wereld gemakkelijker te vinden.

Interview José Bouman, conservator van de Bibliotheca Philosophica Hermetica
En die boom bijvoorbeeld?
Dat is de boom der metalen, die groeit in de aarde en zijn vruchten zijn de metalen. De groene slang en de groene leeuw symboliseren allebei stadia in het proces van herschepping. De mens was het contact met het goddelijke kwijtgeraakt en daardoor waren de tegenstellingen (man-vrouw; donker-licht, enzovoort) ontstaan die aanvankelijk één waren.
De mens is een microkosmos, een wereld op zichzelf, waarin alle processen die ook in de kosmos plaatsvinden in het klein kunnen worden waargenomen. Tegelijkertijd is hij onderdeel van de makrokosmos en vormt hij daarmee een harmonieus geheel. Kijkend naar de mens begrijp je de kosmos en kijkend naar de kosmos begrijp je de mens.

H.P. Blavatsky: De Geheime Leer Deel I, Theosofische misvattingen (p. 191/192):
De betekenis is echter eenvoudig deze: iedere ‘Ronde’ brengt een nieuwe ontwikkeling en zelfs een volkomen verandering teweeg in de verstandelijke, psychische, geestelijke en lichamelijke gesteldheid van de mens, waarbij al deze beginselen trapsgewijs in opgaande lijn evolueren. Hieruit volgt dat personen die, zoals Confucius en Plato, psychisch, verstandelijk en geestelijk tot de hogere evolutiegebieden behoorden, in onze vierde Ronde even ver waren als de gemiddelde mens zal zijn in de vijfde Ronde, waarvan de mensheid is bestemd om op deze evolutieladder veel hoger te staan dan onze tegenwoordige mensheid. Op dezelfde manier was Gautama Boeddha – de geïncarneerde wijsheid – nog hoger en groter dan de genoemde mensen, die vijfde-ronders heten, en worden Boeddha en Sankaracharya allegorisch zesde-ronders genoemd. Vandaar de verborgen wijsheid van de destijds ‘ontwijkend’ genoemde uitspraak, ‘dat een paar regendruppels nog geen moesson maken, al kondigen ze die aan’.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk Aanvullende feiten en verklaringen over de bollen en de monaden -De drievoudige evolutie in de natuur, p. 210:
Het wordt nu duidelijk, dat er in de Natuur een drievoudig evolutieplan bestaat voor het vormen van de drie periodieke upadhi’s, of liever drie afzonderlijke evolutieplannen, die in ons stelsel op elk punt onontwarbaar zijn dooreengeweven en vermengd. Dit zijn de monadische (of geestelijke), de verstandelijke en de stoffelijke evolutie. Deze drie zijn de eindige aspecten of de weerspiegelingen op het gebied van de kosmische illusie van ATMA, het zevende beginsel, de ENE WERKELIJKHEID.
1. De monadische evolutie heeft, zoals de naam al zegt, te maken met de groei en ontwikkeling van de monade tot nog hogere stadia van activiteit, en gaat samen met:
2. De verstandelijke evolutie, vertegenwoordigd door de Manasa-Dhyani’s (de zonnedeva’s, of de agnishwatta pitri’s), die de mens verstand en bewustzijn geven en:
3. De stoffelijke evolutie, vertegenwoordigd door de chhaya’s van de maanpitri’s, waaromheen de Natuur het huidige stoffelijke lichaam heeft geconcretiseerd. Dit lichaam dient als voertuig voor de ‘groei’ (om een misleidend woord te gebruiken) en voor de omzetting door middel van manas en – tengevolge van de opeenstapeling van ervaringen – van het eindige in het ONEINDIGE, van het voorbijgaande in het Eeuwige en Absolute.
De Geheime Leer Deel I, Stanza 6 Vervolg (p. 229):
Om het verschil te kunnen zien en naar waarde te schatten – de reusachtige kloof die de aardse stof scheidt van de fijnere gradaties van bovenzinnelijke stof – zou elke astronoom, elke scheikundige en natuurkundige op zijn minst psychometrist moeten zijn.

De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk Inleidende opmerkingen, p. 1:
Wat betreft de evolutie van de mensheid stelt de Geheime Leer drie nieuwe stellingen voorop, die lijnrecht in strijd zijn met zowel de moderne wetenschap als de gangbare religieuze dogma’s: zij leert
(a) de gelijktijdige evolutie van zeven mensengroepen op zeven verschillende delen van onze aardbol;
(b) de geboorte van het astrale lichaam (Astrale lichaam) vóór het stoffelijke (Fysieke lichaam), waarbij het eerste een model is voor het laatste; en
(c) dat de mens in deze Ronde aan alle zoogdieren in het dierenrijk voorafging – de mensapen daarbij inbegrepen.

De bijlage van hoofdstuk 2.1.1 bevat twee modellen, een van de Purucker en een van Pryse, om de zevenvoudige samenstelling van de mens weer te geven. Beide modellen maken gebruik van de doorsnede ‘Voertuig, Dierlijk-astrale-Ziel, Ziel en Geest’ van de Joodse Kabbalah.
De viervoudige indeling van de Kabbalah geeft de zevenvoudige samenstelling van de mens compact weer. Het is de basisstructuur, die in het boek van Pryse ook wordt weergegeven als 'Genitaliën - Navel - Hart - Hoofd'. Pryse werkt in zijn vierkant ‘I – II – III – IV’ het vierkant van de Joodse Kabbalah zeer gedetailleerd uit.
Het zal niet nodig zijn te zeggen dat beide auteurs uitgaan van de aanwezigheid in de Natuur van het Ene eeuwige element, het onkenbare 1e Beginsel van de theosofie. De tien beginselen van de mens bestaan uit een hogere en lagere Triade en een viertal.
De “staf” (p. 96) waarmede het goddelijke kind de volkeren zal hoeden, is de caduceus (11e dimensie) van Hermês, de voorbeeldige schaapherder van de zielen. In de oudere mythologie vindt men deze magische staf in de hand van Neb, de God van wijsheid en “de bewaarder van de scepter van kracht”.

De drie verenigende Logoi van de Esoterie:

Rapport'E i V': Danielle AudoinTheosofie (1 - 2 - 3 - 4): 
Pythagoras 1e Logos, Monade3e Logos, TriadeRudolf SteinerAntroposofie: 
EthiekSociologie  4. Hogere Zelf (Wijsheid)2. Astrale lichaam (Intelligentiequotiënt)
MonadeTriadeGod ----GeestGeestmens ----Geestzelf (omgevormd Astraallichaam)
||||||
TetradeDuadeLichaam ----ZoonFysiek lichaam ----Levensgeest (omgevormd Etherlichaam)
PsychologieFilosofieTetrade2e Logos, Duade1. Fysieke lichaam (EI)3. Lagere denken (Sociale intelligentie)

In het onderstaande rechter kwadrant zijn de lagere gebieden samen met de hogere schematisch weergegeven. Het brengt de spiegelsymmetrie (4., 5./3., 6./2. en 7./1.) in de zevenvoudige samenstelling van de mens tot uitdrukking. Het vierde beginsel maakt het mogelijk dat de andere balans en harmonie vinden.

Joodse Kabbalah     Antroposofie Holistische fysiotherapie
        Mensenrijk Plantenrijk
Chaiah RuahTussenliggende viertal:  4. Hogere wereld 2. Etherische wereld
4. Geest-2. Dierlijk-astrale Ziel5. Manas<7. Âtma  7./1. 5./3.
| || |Lagere viertal:  | |
1. Voertuig-3. Ziel6. Buddhi>4. Kama>2. Linga-sarira4.-6./2.
Nephesh Neshama  | |1. Fysieke wereld 3. Astrale wereld 
     1. Sthûla-sarira<3. PrânaMineralenrijk Dierenrijk

Hoofdroute, levenscyclus, kringloop: De lichamelijke, psychische, verstandelijke, en geestelijke (fysieke -, emotionele -, mentale - en spirituele energie) gesteldheid van de mens correleert met de doorsnede ‘Voertuig, Dierlijk-astrale-Ziel, Ziel en Geest’ van de Joodse Kabbalah.

G. de Purucker boek De Mens in de evolutie (p. 250): Karman en Wederbelichaming hebben juist betrekking op het karakter van de mens, op zijn skandha’s, dat wil zeggen, zijn psychologische, mentale, emotionele en fysieke eigenschappen.

Pythagoras:Boeddhisme:Friedrich Nietzsche:Carl Jung:A. P. Fiske:
1. Monade4. ‘Gulden Middenweg’, beëindigen van ‘lijden’ZarathustraArchetype (Unus Mundus)Gemeenschapsmodel
2. Duade3. Beëindiging van ‘lijden’ÜbermenschGroeiGelijkheidsmodel
3. Triade2. Ontstaan van ‘lijden’Wil tot macht‘Dubbele natuur’, aanpassingAutoriteitsmodel
4. Tetrade1. Het ‘lijden’Eeuwige terugkeerEnantiodromie (Homeostase)Marktmodel

Blavatsky, Deel III, p. 591: De “oorspronkelijke driehoek” is de 2e Logos, die zich als een driehoek in de 3e Logos of hemelse mens weerkaatst en daarna verdwijnt. De 3e Logos, die het “vormende scheppingsvermogen” bevat, ontwikkelt de tetraktys uit de driehoek, en wordt zoodoende zeven, de scheppende kracht, die met de oorspronkelijke driehoek, die haar voortgebracht heeft, ene tienheid vormt. Als deze hemelse driehoek en tetraktys in het heelal van stof weerkaatst zijn in den vorm van de astralen, paradigmatische mens, zijn zij omgekeerd, en wordt de driehoek of de vormende kracht onder de vierheid geworpen, met zijn spits naar omlaag gekeerd; de Monade van deze astrale paradigmatische mens is zelf een driehoek die tot de vierheid en de driehoek in dezelfde verhouding staat als de oorspronkelijke driehoek tot de Hemelse Mens. Vandaar de zinsnede: “de bovenste driehoek …..is in de mens van stof onder de zeven geplaatst”. Ook hier vormen het punt dat de driehoek beschrijft, de Monade die de drieheid wordt, met de vierheid en de lagere scheppende driehoek, de tienheid of het volmaakte getal. “Zoo omhoog, zoo omlaag”.

Op het snijpunt van de drie asen, de kern van het kompaskwadrant vindt de filognostische synthese plaats. Ruimte materie en tijd liggen aan de basis van de volheden.

Het Bewustzijn is een Niet-lokaal, vier-dimensionaal verschijnsel, dat zich drie-dimensioneel manifesteert als een BEC in de Microtubuli in het Centraal-Zenuwstelsel en dat z'n omgeving tracht te beïnvloeden, door vier-dimensionale informatie (gebeurtenissen op Quantum-niveau) om te zetten in drie-dimensionale informatie, en dat drie-dimensionale informatie uit de macro-omgeving omzet in vier-dimensionale informatie, die op Quantum-niveau verwerkt wordt.

Het klassieke vijfde element van de ether (Akasha) wordt door het snijpunt (leegte, tzimtzum) van de drie assen gesymboliseerd. Dit snijpunt wordt ook door de verticale as (Axis mundi, caduceus), de middenzuil ('bewustzijnstoestanden') van de levensboom tot uitdrukking gebracht. De aardse chaos (fysieke energie) staat in verbinding met de hemelse spiritualiteit. Geestelijke, spirituele groei, het 'non-lokale bewustzijn' vindt in het snijpunt plaats.

In Deel III van het rapport 'E i V' staat de Unificatietheorie centraal.
Martinus J.G. Veltman: In de loop der tijd zijn er drie belangrijke symmetrieën gevonden: spiegelsymmetrie (het heelal zou gespiegeld kunnen bestaan), tijdsymmetrie (het heelal zou ook andersom in de tijd kunnen bestaan) en materiesymmetrie (elk deeltje heeft een tegendeel dat het doet verdwijnen als het dat ontmoet).

Een menselijk systeem bestaat uit (geestelijke, psychische en stoffelijke):
- een fysieke energie (IQ, Materie-bewustzijn), voorgesteld door het punt 9.
- een emotionele energie(EQ), voorgesteld door het punt 3.
- een mentale energie (PQ), voorgesteld door het punt 6.
Dit kan worden voorgesteld door een bol waarbij een lichtbundel door de wand wordt geprikt. Het lichtschijnsel zal niet direct de hele bol verlichten, maar eerst een weerkaatsing vinden recht tegenover het punt van inbreng.

 

In het enneagram staat de scheppingsdriehoek 9 - 3 - 6, de Triade en bij de levensboom de Tetrade centraal. Bij de Wet van Zeven gaat het echter om de dynamiek van de gemanifesteerde werkelijkheid, het hexagram, dat zowel de Triade als de Tetrade omvat. Creativethink biedt een handvat om de chaos in ons leven te helpen beheersen. De bijlage 'Triade en Tetrade' toont een historisch kader. Het raamwerk dient als achtergrond om de gebeurtenissen in het huidige tijdsgewricht te kunnen duiden.

Uitgangspunt is dat de voortschrijdende 'Creativiteit en Wijsheid' (Danah Zohar: spiritual intelligence, SQ, sociale intelligentie, cultuursociologie) een resultante is van intelligentie, die samenhangt met de stoffelijke evolutie (PQ), verstandelijke evolutie (IQ) en emotionele intelligentie (EQ). Een goede sociale antenne, sociale intelligtie heeft op SQ betrekking.

Zelfbewustzijn is de waarneming van wat er in iemands eigen geest omgaat, als het besef van het eigen bestaan. Dit is een moeilijk te definiëren entiteit, waar intelligentie, het nemen van beslissingen, waarneming, bewustzijn en ik-besef zetelen.

De Geheime Leer Deel II, Hoofdstuk 25 De mysteriën van het zevental, De zeven zielen van de Egyptologen (p. 721):

 

De monadische groei en ontwikkeling hangt vooral samen met ‘IV - V - VI’, ‘gevoel – verstandelijke – spirituele ziel’, ‘voelen – denken – gnosis’,
‘4 Emotie – 5 Denkvermogen – 6 Voertuig van de geest’, 'stoffelijke -, verstandelijke - en monadische evolutie'.

De evolutie (creativiteit en wijsheid) is coherent met materiesymmetrie (evolutiepsychologie, culturele psychologie), spiegelsymmetrie (emotionele intelligentie) en tijdymmetrie, evolutie identiteit (waarnemer van IQ, intelligentiemeting). Het element ether, de kwintessens brengt de heelheid, de energetische samenwerking op het emotionele, mentale en spirituele vlak tot uitdrukking.

Huwelijksquaterniteit: Vier functies van depsyche:Antroposofie (x):
4. Alchemist ---- (b)2. Anima4. Denken ----2. Intuïtie4. Binnenwereld ----2. Buitenwereld
| (d)| (d)||||
1. Animus ---- (b)3. Soror1. Gewaarworden ----3. Voelen1. Buitenwereld ----3. Binnenwereld
(a) 3./4. Soror/Alchemist Voelen/Denken:bewuste asBinnenwereld
(c) 1./2. Animus/Anima Intuïtie/Gewaarworden:onbewuste asBuitenwereld
(x) Klik ‘lemniscaat’   Bovenpool versus Onderpool

Het begrip quaterniteit van Jung heeft op de metafoor kwadratuur van de cirkel, de 'steen der wijzen' betrekking.

Albert Einstein, Relativiteitstheorie, de eenheid van Massa, Tijd en Energie (Kracht, Beweging) - Ruimte - Tijd - Beweging (Standaardmodel).

Theorie van allesUnificatietheorie (x)Rapport Eenheid in Verscheidenheid 
Ruimte (Energie)Inertie (Tijd-as)1.Zwaartekracht (M/V)3. Spiegelsymmetrie
RelativiteitstheorieKompaskwadrant7. Hermeneutische cirkel (SQ) ----5. Reflexief bewustzijn (EQ)
||||
SnaartheorieQuantummechanica (Microkosmos)4.b Ether-paradigma ----6. Meta-leren
BewegingMaterie, Massa4.a Materiesymmetrie (PQ)2. Tijdsymmetrie (IQ)

x) Het 'Hoe en Wat', 'Ether-paradigma en Reflexief bewustzijn' staat tegenover 'Wat en Hoe', 'Hermeneutische cirkel en Meta-leren'.

Daniel Goleman (Stockton, 7 maart 1946) is een Amerikaans psycholoog. Hij introduceerde als eerste voor een breed publiek het begrip emotionele intelligentie'(EQ).

Het bewustwordingsproces bestaat uit de uitwisseling tussen het vrouwelijk en het mannelijk, tussen 'Chaos, Gaia en Eros' en het 'Goede, Ware en Schone', tussen materie en geest, tussen lagere en hogere Triade, tussen chaos en harmonie, tussen navel (Epithumia) en hart (Thumos), tussen begin en het einde, tussen Alpha en Omega.
De Goddelijke liefde (het Schone), Eros (thumos) zorgt voor het verbinden terwijl daarentegen de omgekeerde weerkaatsing van Eros (Epithumia) voor het scheiden zorgdraagt. De negatieve betekenis van Eros staat voor wellust, driftleven, epithumia.

Voor Jung betekent eros de religieuze drift, voor Freud de seksuele drift. Alles heeft zijn tegenstelling, begeerte inbegrepen.

Gulden middenweg (Tetrade, Golden mean, Symbool, Waarden en Normen)

Gnostiek: Zelfkennis is Godskennis.
Gulden regel: Wat gij niet wil dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet.
Mattheüs 7:7-12 Alles nu wat gij wilt, dat u de mensen doen, doet gij hun aldus: want dit is de wet en de profeten.

Aristoteles, leerling van Plato heeft beschreven dat het er in het leven om gaat het juiste midden te vinden tussen twee extremen. Het menselijk verstand begrijpt de dingen slechts door contrast. In alles ligt het tegendeel besloten. Kortom, het dualisme is een kunstmatig door het denken aangebrachte scheiding, die in feite niet bestaat. De ‘Gulden middenweg’, is een bewustwordingsproces, dat er van uitgaat dat de waarheid in het midden ligt.

Roberto Assagioli De Gulden middenweg (kies Infotheek, Publicaties lezen).

Nāgārjuna (circa 150 - circa 250) was een Indische filosoof en de oprichter van de Madhyamika (middenweg) school van het Mahayana Boeddhisme.

Wim van den Dungen, Levensboom (Sepher Yetzirah) Eenheid der tegendelen: Als we op deze wijze de Sephiroth bewust polariseren dan wordt onze aandacht onverwijld naar 'het midden' getrokken. De polarisatie tussen Links & Rechts is een noodzakelijke voorwaarde om een Midden Pilaar te bekomen die ontstaat als gevolg van de spanning die bewust tussen Linker- & Rechterpool geschapen werd. De Midden Pilaar impliceert dat de polaire posities harmoniseren (equilibreren) waardoor groei en manifestatie van het resultaat mogelijk worden. M.a.w. het 'midden' betreft de 'Gulden Middenweg' (de 'Gulden Snede') die mogelijk wordt zodra de polen als twee tegendelen begrepen worden (en niet als tegenstellingen).

Dan Millman boek Het leven waarvoor je geboren bent:
In onze psyche leven de archetypen en de waarden van de puritein en de hedonist, de gelovige en de scepticus, het sociale typen en einzelgänger, het superieure en het inferieure, en andere dualiteiten die verantwoordelijk zijn voor de tegenspraak en verwarring in ons hoofd.

Het vinden van een balans – fysiek, emotioneel, geestelijk en spiritueel – is het doel geweest van de velen levensovertuigingen die er op de wereld bestaan. Wijzen uit allerlei culturen, van Chinese taoïsten, van christenen tot moslims, hebben gepleit voor de gulden middenweg, het smalle rechte pad. Beide aspecten evenveel aandacht geven en terugkeren naar het midden. Extremen zorgen voor stress en vragen uiteindelijk om een ommezwaai. Evenwicht is de sleutel tot een lang en gezond leven.
Evenwicht betekent voor ieder van ons iets anders als gevolg van onze verschillen in temperament, karakter en lichaamsbouw. We moeten allemaal onze eigen gulden middenweg vinden, die wordt gedefinieerd door onze unieke fysieke en psychologische eigenschappen en behoeften, niet door de waarden van een ander. Of we nu een man of vrouw zijn: zijn onze mannelijke en vrouwelijke kant wel met elkaar in balans? Zijn werk en gezin in evenwicht, en zorg voor een ander en voor onszelf? De wet van evenwicht zegt dat we ontvangen wat we geven. Het universum herinnert ons eraan dat dat waarvan we vinden dat we het meest nodig hebben, dat is wat we het meest moeten geven.
Op kosmisch, biologisch en het persoonlijke niveau hebben we te maken met evenwicht. Alle dingen zijn in staat van evenwicht: hoog en laag, binnen en buiten, koud en warm, langzaam en snel, hard en zacht; het samenspel van tegenpolen. Tussen de polen ligt een evenwichts punt, een kern. Ons onderbewuste is terwijl we eten, slapen en werken bezig met ons autonome zenuwstelsel, ons endocriene en hormonale stelsel, en met onze bloedsomloop, teneinde een delicaat evenwicht van temperatuur en bloedchemie in stand te houden. Het wereldwijde ecologische drama waar we op dit moment mee te maken hebben is in zekere zin de afspiegeling van wat er in het leven van ons allen aan de hand is. Hoewel ons onderbewuste grotendeels verantwoordelijk is voor de innerlijke fysiologische balans, heeft ons bewuste zelf de verantwoordelijkheid voor onze levensstijl en onze daden.

 Enneagram
 Gulden middenweg:
 Hervormer
1. Elitair superioriteitsgevoelCreativiteit en zelfvertrouwenMinderwaardigheidscomplex
 Helper
2. Te veel helpenCoöperatie en evenwichtWrokkig verzet of afstandelijkheid
 Succesvolle werker
3. Manisch, overdreven zelfvertrouwenExpressie en evenwichtDepressieve twijfel aan onszelf
 Romanticus
4. Verstand en emotiesStabiliteit en ontwikkelingAnalyse en desoriëntatie
 Onderzoeker
5. Extreme onafhankelijkheidVrijheid en disciplineExtreme afhankelijkheid
 Loyalist
6. IdealismeVisie en acceptatieOnontkoombare teleurstelling
 Levensgenieter
7. Naïef vertrouwenVertrouwen en openheidAngst voor verraad
 Uitdager
8. Passiviteit en agressieOvervloed en machtOverdaad en tekort
 Bemiddelaar
9. Puriteinse en hedonistische neigingenIntegriteit en wijsheidRigide integriteit en zijn tegenpool

Mary Anderson Wees trouw aan je Zelf
Iemand die opschepte over zijn eerlijkheid bekritiseerde en beschuldigde anderen en zei: ‘Ik kan er niets aan doen dat ik dat doe, zo ben ik nu eenmaal. Ik ben trouw aan mijzelf ’. Dit is toch niet wat bedoeld wordt met trouw zijn aan het zelf? Het is een excuus om hatelijk te kunnen zijn! Maar is het slechter om anderen te vleien als we hen eigenlijk willen bekritiseren of, figuurlijk gesproken, spelden in hen steken? Waar ligt de middenweg tussen beledigende ‘eerlijkheid’ en schijnheiligheid? Het zou kunnen liggen in zwijgen. Het is soms vriendelijker en wijzer om niets te zeggen. Maar dat moet dan niet het zwijgen uit protest zijn, maar het zwijgen uit nederigheid denkend: ‘Hoe kan ik over de ander oordelen? Kan ik mijn beoordeling vertrouwen? Ik zou het fout kunnen hebben.’ Strenge zelfobservatie die leidt naar ware zelfkennis kan ons leren dat we dikwijls een masker dragen. We kunnen het masker dragen van de hypocriet, of het masker van de criticus die het oordeel klaar heeft, de ‘oprechte’ persoon. Dat is ook een masker. Dat masker moeten we niet ontkennen, het onder de mat vegen. Het is niet iets waar we depressief of beschaamd over moeten zijn. We zijn allemaal slechts mensen. We kunnen in onszelf veel fouten ontdekken die we trachten te verbergen of waarvoor we ons schamen. Wat is de middenweg tussen deze extremen: ontkenning of schaamte?
Kunnen we, in plaats van subjectief te kijken naar wat we als onwenselijk in onszelf zien zodat we het ontkennen en ons er over schamen, er ook objectief naar kijken als naar een feit? Dat betekent het zien en het accepteren als dat wat het is, of het nu een hypocriet masker is, of hebzucht, of een aanval van boosheid, jaloezie of angst. Kunnen we het aanvaarden voor wat het is, ons realiseren dat het deel uitmaakt van ons bewustzijn?
In De Geheime Leer (Deel I p. 150/151) lezen we:
‘Hef uw hoofd op, o lanoo; ziet u één of talloze lichten boven u, die branden aan de donkere middernachtshemel?’
‘Ik neem één vlam waar, o gurudeva, ik zie daarin talloze niet-afgescheiden vonken schijnen.’
‘U hebt goed gesproken. En zie nu om u heen en in uzelf. Hebt u het gevoel dat het licht, dat in u brandt, in enig opzicht verschilt van het licht dat schijnt in uw medemensen?’
Het is op geen enkele manier verschillend, hoewel karma de gevangene geketend houdt en hoewel zijn uiterlijke kleed de onwetende misleidt en laat zeggen "uw ziel en mijn ziel".
Daar we één zijn met allen brengt alles ons dichter bij ons ware Zelf door wat we doen, denken of voelen, door anderen te behandelen als onszelf. En alles wat we doen, denken of voelen terwijl we anderen behandelen als van ons afgescheiden, drijft ons verder weg van ons ware Zelf. Dit is de basis van ware ethiek. Het is affectie, liefde, wijsheid, vreugde en vrede. Trouw zijn aan ons ware Zelf dat alle andere zelven omvat, is de weg naar ‘Het’. Maar we zijn alleen maar trouw aan dat eigen Zelf als we ‘Het’ bewust ZIJN.

Jacob Böhme

H.P. Blavatsky: De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk Is de zwaartekracht een wet? (p. 542):
Maar om het pleit te winnen, moeten de occultisten in de eerste plaats de geloofwaardigheid van de wet van de zwaartekracht, van ‘de zwaartekracht, de koningin en heerseres van de stof’, in iedere vorm onderzoeken. Om dit op doeltreffende manier te doen, moet men zich de hypothese in zijn vroegste vorm voor de geest halen. Om te beginnen, was Newton de eerste die deze ontdekte? Het Athenaeum van 26 januari 1867 bevat enige bijzondere informatie over dit onderwerp. Er staat dat ‘men stellig kan aantonen dat Newton al zijn kennis over de zwaartekracht en haar wetten heeft ontleend aan Boehme, bij wie de zwaarte- of aantrekkingskracht de belangrijkste eigenschap van de Natuur is’ . . .
Want volgens hem ‘toont zijn (Boehme’s) systeem ons het innerlijke van de dingen, terwijl de hedendaagse natuurwetenschap tevreden is met het kijken naar het uiterlijke’. Verder: ‘de wetenschap van de elektriciteit, die nog niet bestond toen hij (Boehme) schreef, wordt (in zijn geschriften) voorzien; niet alleen beschrijft Boehme alle tegenwoordig bekende verschijnselen van die kracht, maar hij geeft ons zelfs de oorsprong, het ontstaan en de geboorte van de elektriciteit zelf, enz.’
Newtons diepzinnige geest las gemakkelijk tussen de regels door en doorgrondde de mystieke weergave van de spirituele gedachte van de grote ziener. Hij dankt zijn grote ontdekking dus aan Jacob Boehme, het troetelkind van de genii (nirmānakāya’s), die over hem waakten en hem leidden, en over wie de schrijver van het bedoelde artikel zo terecht opmerkt dat ‘elke nieuwe wetenschappelijke ontdekking zijn diepe en intuïtieve inzicht in de geheimste werking van de natuur bewijst’. En nadat hij de zwaartekracht had ontdekt, moest Newton, om de werking van de aantrekking in de ruimte mogelijk te maken, bij wijze van spreken elke fysieke hinderpaal vernietigen, die in staat was de vrije werking ervan te belemmeren. Hiertoe behoorde onder andere de ether, hoewel hij meer dan een voorgevoel had van het bestaan ervan. Omdat hij voorstander was van de deeltjestheorie, was er volgens hem een absoluut vacuüm tussen de hemellichamen . . .
De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk De Mysteriën van het zevental (p. 678):
De maan is de gids van de occulte kant van de aardse natuur, terwijl de zon de regelaar en de factor van het gemanifesteerde leven is (zie ook Deel I, Afdeling II); en deze waarheid is voor de zieners en adepten altijd duidelijk geweest. Jacob Boehme, die de nadruk legde op de fundamentele leer van de zeven eigenschappen van de eeuwigdurende moeder Natuur, bewees daardoor dat hij een groot occultist was.
721: Wat zegt Böhme, de vorst van alle middeleeuwse zieners, hierover?
‘We treffen zeven bijzondere eigenschappen in de natuur aan, waardoor deze enige moeder alle dingen teweegbrengt’ [die hij vuur, licht, geluid (de bovenste drie) en begeerte, bitterheid, angst en stoffelijkheid noemt, waarbij hij de lagere op zijn eigen mystieke manier analyseert]. . . ‘wat de zes vormen in spiritueel opzicht ook zijn, dat is de zevende, het lichaam (of stoffelijkheid), in essentie’. Dit zijn de zeven vormen van de moeder van alle wezens van waaruit alles in deze wereld wordt voortgebracht, en verder in Aurora xxiv blz. 27 (aangehaald in Natural Genesis): ‘De schepper heeft zich in het lichaam van deze wereld als het ware als schepsel voortgebracht in zijn typerende oorsprong-geesten, en alle sterren zijn . . . krachten van God, en het hele lichaam van de wereld bestaat uit de zeven typerende of oorsprong-geesten.’

Boudewijn Koole "ZEN en OOSTERS EN WESTERS DENKEN" (Jacob Boehme)
Voor de grondslag van deze diepe inzichten verwijzen zowel Boehme zelf als zijn biografen naar het visioen, de verlichingservaring, die hem ten deel viel toen hij in zijn werkplaats opkeek naar een tinnen pot en getroffen werd door de glans, de weerschijn van het licht hierop. Dit lichtschijnsel, dat hij als welwillendheid ervoer, raakte hem diep en opende zijn geest, zodat hij alle dingen in hun kern doorzag: zijn blik reikte tot in 'de grond van de natuur'. Overvallen door deze overweldigende ervaring en als in twijfel over de echtheid ervan, ging hij naar buiten in de vrije natuur, om te zien of zij voorbij zou gaan, maar dat gebeurde niet. Diepe vreugde voelde hij daarover en hij loofde God. Hij keerde terug naar huis, nam zijn dagelijkse zorg voor werk en gezin op zich, droeg deze ervaring bij zich, maar zweeg er voorlopig over.

In ieder geval is het belangrijk om op te merken dat Boehmes verlichtingservaring en zijn idee dat hij nu inzicht heeft in de samenhang van alles, een kennis die kan concurreren met die van wat hij als holle theologische en andere academische kennis beschouwt, voor hem in elkaars verlengde liggen. Dat komt niet speciaal omdat hij het leuk vond om achteraf te systematiseren. Maar omdat beide een antwoord vormden op zijn grondprobleem: de ervaring van de tegenstellingen in de wereld, die in hun oplossing door de eenheidservaring niet alleen overwinning van de melancholie en een psychologische omslag naar vreugde betekenden maar ook als echt inzicht ervaren werden. Voor hem ging het om echte kennis, ook al blijkt die altijd weer gekoppeld te blijven aan de noodzaak van nieuwe wedergeboorten en nieuwe inzichten. Het gaat dus wel om kennis die in zichzelf systematisch is maar al ontwikkelende tot telkens nieuwe systemen leidt. Geen droge herhaling maar opperste creativiteit en bloei.

Boehme ontleende zijn diepe inzichten aan een visioen. In zijn latere systeem probeerde hij niet alleen te verduidelijken wat hem eenmaal als goddelijk inzicht was toevertrouwd maar probeerde daarmee tegelijkertijd zowel voor zichzelf als voor zijn lezers die blik op de werkelijkheid die achter en in de oppervlakkige alledaagse werkelijkheid verborgen ligt, opnieuw te openen. Het gaat hem in het systeem dus altijd om het proces. Maar daar zat dus wel enig systeem in, en enkele terugkerende elementen ervan belicht ik hier om de thematiek te illustreren. Daarbij besteed ik geen aandacht aan de vele beelden en symbolen die bij Boehme voorkomen en die aparte studies waard zijn, maar veel grafische aandacht vragen. Ik denk dan aan het beeld van de zeven raderen, aan verwantschap met de kabbalistische levensboom, aan alchemistische voorstellingen en dergelijke. Ik beperk me hier dus tot enkele abstracte omschrijvingen van processen of elementen van processen.

Pieter Kooistra

Pieter Kooistra: De verbindende mens - Liefde en geest in de economie door bewustwording (p. 33-39):
De gespletenheid in de ziel van mens en mensheid blijft daardoor voortbestaan en daarmee ook de ongelijkheid in kansen en behandeling van mensen overal ter wereld. Want het proces in de mens vindt door alle tijden heen zijn weerspiegeling in de maatschappij en in de concrete verhoudingen tussen mannen en vrouwen, zowel binnen als buiten de intieme relatie.
Eenheid van voelen en denken is ervaring van de geest, van de godsvonk in jezelf, in de medemensen en in de wereld. Je ik heeft nu zijn ware bestemming gevonden en is voortaan begeleider van de bewuste en onbewuste aspecten in de ziel naar een toestand van het bovenbewuste, het geestelijk zijn.
Het merkwaardige is dat dit onevenwichtige schommelen van het ik tussen meer- en minderwaardigheidsgevoel ophoudt als je deze beide loslaat. Dan kom je als 't ware in je eigen 'midden' terecht en kun je in de ruimte tussen de tegendelen jezelf bekijken, zoals je bent als 'waarnemer', die tot twee werelden behoort, die van het ik en die van het wij, van de materie en van de geest, van het mannelijke en van het vrouwelijke.

Pieter Kooistra: Wedergeboorte en Verlichting (p. 51-55)
Als het mannelijke en vrouwelijke in onze ziel in een open en creatief samenspel treden, dan vallen ook materie en geest in hun eenheid samen. De letterlijke geslachtsverschillen tussen partners zijn dan tevens de heilige plaatsen van eenheid, vereniging en vrede geworden.
Zoals dit met alle revoluties tot nu toe het geval is geweest, heeft ook de seksuele revolutie veel te veel de nadruk gelegd op de materieel-fysieke kant. Het is een wetenschappelijk en commercieel doel op zichzelf geworden, waarmee opnieuw bewezen is dat het mannelijk uiteendenken ook hierin nog steeds de dienst uitmaakt. Bedoeld is hiermee te zeggen dat dit ook het geval is in de ziel van de huidige vrouw wanneer zij op enigerlei wijze hand- en spandiensten verleent aan deze eenzijdige materialistische benadering van de seksualiteit.
Door mannen èn door vrouwen wordt het vrouwelijke in de mens op allerlei wijzen verkocht en geëxploiteerd: als sex-, lust- en reclame-objekt. Op allerlei manieren worden tegenstellingen tussen het vrouwelijke en het mannelijke in stand gehouden of wordt het nivelleren van positieve verschillen ertussen bevorderd. De gespletenheid in de ziel van mens en mensheid blijft daardoor voortbestaan en daarmee ook de ongelijkheid in kansen en behandeling van mensen overal ter wereld. Want het proces in de mens vindt door alle tijden heen zijn weerspiegeling in de maatschappij en in de concrete verhoudingen tussen mannen en vrouwen, zowel binnen als buiten de intieme relatie.
Het proces stuurt aan op een gedrag, waarin men zich vrijmaakt van enig persoonlijk belang. De ethiek gaat hier dan ook over in de esthetiek. De bewondering voor de schoonheid neemt de plaats in van de begeerte. Formuleerde Immanuel Kant niet al 'Das Schöne' als 'das Objekt eines interessenloses Wohlgefallen'? Wanneer we het belang inzien van een harmonische ontwikkeling van onszelf als mens ontdekken we het Ware, doen we het Goede en vallen we eerbiedig stil voor het Schone. In het punt Omega vallen 'das Wahre, das Gute und das Schöne' samen.

Pieter Kooistra was een veelzijdige kunstenaar, beeldhouwer, schilder, fotograaf en schrijver. Hij vond dat het kunstwerk een middel is tot bewustwording van eenheid in verscheidenheid, zoals het leven zelf.
Henk Hogeboom van Buggenum:
Na een bijna-doodervaring ten gevolge van een longbloeding stond het voor hem vast, dat hij dit ideaal dichter bij de gewone mensen wilde brengen. Twintig jaar lang spande hij zich in voor het systeem, dat pas vanaf 1972 als de kunstuitleen in Nederland en daarbuiten erkenning vond. TV-beelden uit India van hongerende kinderen gaven hem toen echter de schok van het besef, dat zonder de basisvoorzieningen van voedsel, veiligheid en onderdak het ideaal dat hij met de kunstuitleen verwezenlijkt dacht te hebben, bij lange na niet was bereikt. In een visioen meende hij een oplossing voor het wereldwijde probleem van armoede voor zich te zien. Naast het werk aan zijn kunst verdiepte hij zich vanaf dat moment in de economische grondbeginselen en het vraagstuk van de ontwikkelingshulp. Bij alle ondervonden scepsis sprak hij zichzelf moed in met de gedachte, dat hij zich in zijn jeugd tegen het advies van de dokters in niet had laten opereren aan zijn longen en daardoor in leven was gebleven - in tegenstelling tot enkele familieleden met dezelfde kwaal - en dat hij het idee van een kunstuitleen had doorgezet, alhoewel men het aanvankelijk als luchtfietserij had afgedaan. Zich concentrerend op de kracht van het eigen innerlijk wist hij zijn systeem van kunstruil dienstbaar te maken aan de financiering van een Stichting, die het wereldplan nu in de vorm van een boek, tijdschrift en video uitdroeg onder de naam het Ideale Eigenbelang.

Zie ook:

Boeken:

Externe Links

<< vorige || volgende >>

Categorie: Artikelen | Rapport | Auteur: Harry Nijhof


Deze pagina werd sedert 16 dec. 2007 4479 keer bekeken.