Triade - Drie Domeinen - Driegeleding

Bernard le Bovier de Fontenelle: Alle filosfie is slechts gebaseerd op twee dingen: nieuwsgierigheid en een slecht gezichtsvermogen [...] Het probleem is dat we meer willen weten dan we kunnen zien. (Conversations on the Plurality of Worlds)
Shri Ramakrisjna Paramahamsa (1836 - 1886): To see the world more clearly we may need to take off our glasses.
Alfred North Whitehead: A clash of doctrines is not a disaster, it's an opportunity.
André Klukhuhn: Het wordt tijd dat Janus de beide ogenparen opendoet.
 

Symbool (Eeuwige wederkeer, Neer- en Opgaande boog, Trimurti, Periodiciteit)

Pythagoras was een van de eerste interdisciplinaire wetenschappers die het vakgebied muziekcognitie heeft verkend. Hoe goed kunnen we luisteren naar de stem van de ziel?

De Tetractys van Pythagoras is nog steeds een bruikbare metafoor om de éne werkelijkheid te duiden. Het mysterie van het leven wordt al in de Bhagavad Gîtâ beschreven. Het integratievraagstuk is niet nieuw, het toont alleen steeds andere patronen. Het rapport 'E i V' wil aantonen dat de kwintessens van het patroon echter gelijk blijft. Het is wel mogelijk de éne werkelijkheid vanuit een nieuw paradigma, het complementaire denken te belichten.

De beroemdste uitspraak van de legendarische strateeg Sun Tzu (544 - 496 vChr.): Het toppunt van bekwaamheid is de vijand verslaan zonder te vechten. Het is al millennia bekend hoe het mogelijk is om de vrede te bewaren. Maar een platte organisatiestructuur leidt niet automatisch tot een kwalitatief betere besluitvorming.
Thomas a Kempis (1380 - 1471): Hoe meer iemand met zijn innerlijk zelf verbonden is en hoe meer hij innerlijk eenvoudig is geworden, des te meer diepere dingen kan hij moeiteloos begrijpen …
Francis Bacon (1561 - 1626): This grew speedily to an excess; for men began to hunt more after words than matter; and more after the choiceness of the phrase, and the round and clean composition of the sentence, and the sweet falling of the clauses, and the varying and illustration of their works with tropes and figures, than after the weight of matter, worth of subject, soundness of argument, life of invention or depth of judgment.
Goethe (1749 - 1832) Niet leeftijd of materieel bezit bepaalt iemands geluk, maar diens persoonlijkheid.
H.P. Blavatsky (1831 - 1891): Satyat Nasti Paro Dharma (No Religion Higher Than Truth - Er is geen religie hoger dan de waarheid.)
Helena Blavatsky (1831 - 1891):
Het Heelal wordt van binnen naar buiten bestuurd en geleid. Zoals boven, zo is het ook beneden, zoals in de hemel, zo ook op aarde; en de mens – de microkosmos en het verkleinde evenbeeld van de macrokosmos – is de levende getuige van deze universele wet en van haar manier van werken. (Geheime Leer, Deel I, p. 301)
John Keeley (1837 - 1898) en Franz Hartmann (1838 - 1912): Alle ziekte is een verstoring van de homeostase (natuurlijk evenwicht) tussen positieve en negatieve krachten.
Henri Bergson (1859 - 1941): De wetenschap van de materie dient dan ook een onderdeel te zijn van de wetenschap van het leven, en niet omgekeerd.
Mahatma Gandhi (1869 - 1948): De wereld biedt genoeg voor ieders behoefte, maar niet voor ieders hebzucht.
Wij moeten de verandering zijn die we in de wereld willen zien.
Edgar Cayce (1877 - 1945): Het is de wil die de vooruitgang beheerst. Het is de wil die het wiel linksom of rechtsom laat draaien.
Jiddu Krishnamurti (1895 - 1985): Wat is waar? Het individuele probleem is het wereldprobleem.
Anne Carson (1950 -): Eros is gemis. Niet omdat liefde meestal eindigt in verlies, maar omdat het verlangen zelf een onoplosbare tegenstrijdigheid in zich draagt. De verliefde wil wat hij niet kan hebben, maar zodra hij het bezit, kan hij er niet meer naar verlangen. (de Volkskrant 31 augustus 2001)

H.P. Blavatsky boek De stem van de stilte**
**) Bij elk vers in
De Stem van de Stilte wordt ook naar het betreffende vers in Drie Wegen, Eén Pad verwezen (eerst de pagina/betreffende versnr.).
Voorwoord
vii,viii (29,30): Het boek waaruit ik hier vertaal maakt deel uit van dezelfde reeks als die waaraan de ‘stanza’s’ van het Boek van Dzyan zijn ontleend, waarop De Geheime Leer is gebaseerd. Het grote mystieke werk getiteld
Paramartha, dat volgens de legende van Nagarjuna aan de grote arhat ter hand werd gesteld door de naga’s of ‘slangen’ (in feite een naam die werd gegeven aan de ingewijden van de oudheid), en het ‘Boek van de gulden voorschriften’ zouden dezelfde oorsprong hebben. Toch worden de levensregels en denkbeelden ervan, hoe edel en origineel ook, vaak in verschillende vormen aangetroffen in Sanskrietwerken zoals de Jñanesvari, die voortreffelijke mystieke verhandeling waarin Krishna aan Arjuna de staat van een volledig verlichte yogi levendig beschrijft; en men vindt ze ook in sommige Upanishads. Etc.
xi (p. 32): Want tenzij een mens ernstig volhardt in het streven naar
zelfkennis, zal hij nooit aan zulke raadgevingen een gewillig oor lenen. En toch staat boek na boek van de oosterse literatuur vol met dat soort ethiek, vooral de Upanishads. ‘Dood elk verlangen naar leven,’ zegt Krishña tegen Arjuna. Dat verlangen bestaat alleen in het lichaam, het voertuig van het belichaamde zelf, niet in het ZELF dat ‘eeuwig en onvernietigbaar is, en dat niet doodt noch wordt gedood’ (Ka†ha Upanishad ).
De
relatie tussen ‘Vergankelijk en Onvergankelijk’ berust op reciprociteit en Bijbels-complementarisme (Complementarianism) en wordt door Vyâsadeva in de Bhagavad Gita (hoofdstukken 2a,4,7,8,9,11,13,14,15,18a/b) toegelicht. Het oeuvre van H.P. Blavatsky is op deze relatie gebaseerd en wordt recent door Thich Nhat Hahn in met name zijn boek In de geest van liefde opnieuw aangehaald. In verband met de door Thich Nhat Hahn besproken soetra's, kan ook naar de Kama Sutra, een seksueel kookboek, worden verwezen. In Frankrijk zijn ook nog de gemeenschap van de boeddhistisch monnik Matthieu Ricard en van Roger Louis Schutz-Marsauche actief.
xii (33,34): En toch staat boek na boek van de
oosterse literatuur vol met dat soort ethiek, vooral de Upanishads. ‘Dood elk verlangen naar leven,’ zegt Krishña tegen Arjuna. Dat verlangen bestaat alleen in het lichaam, het voertuig van het belichaamde zelf, niet in het ZELF dat ‘eeuwig en onvernietigbaar is, en dat niet doodt noch wordt gedood’ (Ka†ha Upanishad ). ‘Dood zintuiglijke indrukken’, leert Sutta Nipåta; ‘beschouw genot en verdriet, winst en verlies, overwinning en nederlaag met gelijkmoedigheid’. En ook ‘Zoek uw toevlucht uitsluitend in het eeuwige’ (Op.cit.). ‘Vernietig het gevoel van afgescheidenheid’, herhaalt Krishña in elke mogelijke vorm.
‘
Wijzen treuren niet om de levenden of om de doden. Nooit heb ik niet bestaan, noch jij, noch deze heersers over mensen; noch zal één van ons ooit hierna ophouden te bestaan’ (Bhagavad Gîtå, 2:11-12).
In deze [Engelse] vertaling heb ik mijn best gedaan om de
dichterlijke schoonheid van de taal en de voorstellingswereld van het origineel te bewaren. Het is aan de lezer om te beoordelen in hoeverre ik hierin geslaagd ben. HPB
Fragment I
4,5: (38 19.):
De Grote Wet zegt: ‘Om de KENNER van het ALZELF9 te worden, moet u eerst de kenner van het ZELF zijn’. Om kennis van dat ZELF te bereiken, moet u het zelf aan het niet-zelf opofferen, het zijn aan het niet-zijn, en dan kunt u tussen de vleugels van de GROTE VOGEL rusten. Ja, zoet is de rust tussen de vleugels van dat wat niet geboren is, noch sterft, maar het AU˜10 is in alle eeuwigheid11
(9) Een
tattvaj∫ånî is iemand die de beginselen in de natuur en in de mens ‘kent’ of kan onderscheiden. Een åtmaj∫ånî is iemand die ÅTMAN of het universele ENE ZELF kent.
(10) Kalahansa, de ‘vogel’ of zwaan (zie noot 12). De Nådabindu Upanishad (Rig-Veda) door de Theosophical Society van Kumbakonam [in het Engels] vertaald, zegt: ‘De lettergreep A wordt als zijn rechtervleugel (van de vogel, hansa), de U als zijn linker, de M als zijn staart, en de ardhamåtrå (de helft van een korte lettergreep) als zijn hoofd beschouwd.’
(11) Het woord
eeuwigheid heeft in het Oosten een heel andere betekenis dan bij ons. Het slaat gewoonlijk op de 100 jaren of ‘eeuw’ van Brahmå, de duur van een mahåkalpa, of een tijdperk van 311.040.000.000.000 jaar.
7 (40 33.): Dat wat
ongeschapen is, discipel, woont in u, zoals het in die hal woont. Als u het wilt bereiken en de twee één (of de twee in één) laten worden, dan moet u zich van uw donkere gewaden van illusie ontdoen. Breng de stem van het vlees tot zwijgen, sta niet toe dat een beeld van de zintuigen zich tussen het licht van het ongeschapene en uw licht plaatst, opdat de twee kunnen samensmelten. En heeft u uw eigen aj∫åna21 leren inzien, vlucht dan uit de Hal van Lering. Deze hal is gevaarlijk in haar verraderlijke schoonheid, en is alleen nodig om u te beproeven. Pas op, lanoe, dat uw ziel, verblind door een glans van illusie, er niet blijft hangen en gevangen raakt in het bedrieglijke licht ervan.
(21) Aj∫åna is onwetendheid of niet-wijsheid, het tegenovergestelde van ‘kennis’,
7 (40 34.): Dit licht straalt uit van de edelsteen van de grote misleider (Måra)22. Deze betovert de zintuigen, verblindt het denken, en maakt de onvoorzichtige tot een verlaten wrak.
(22):
Måra is in de exoterische religies een demon, een asura, maar in de esoterische filosofie is hij de verpersoonlijkte verleiding die tot uitdrukking komt in menselijke ondeugden, en de naam betekent letterlijk ‘dat wat’ de ziel ‘doodt’. Hij wordt voorgesteld als een koning (van de Måra’s) met een kroon waarin een edelsteen met zo’n glans schittert dat zij die ernaar kijken erdoor worden verblind. Deze glans verwijst natuurlijk naar de aantrekkingskracht die ondeugd op sommige mensen heeft.
Fragment II De Twee Paden
30 (60/141.): Deze gewaden zijn:
nirmanakaya, sambhogakaya, en dharmakaya, het meest verheven gewaad.21
(21) De
ware lering is echter de volgende.
De drie lichamen, of vormen, van een boeddha zijn:
1. Nirmanakaya.
2. Sambhogakaya.
3. Dharmakaya.

What is Theosophia?
The truth is within ourselves
Truth, then, is to be found within ourselves. The Theosophical teachings come alive when we are able to understand them. We can come to understanding by serious contemplation (meditatie-diagram) of the teachings and examine them for truth, analysing them and testing and applying them in daily life. A number of principles can be used in this process. For example, we can test whether these teachings are logical, universal and ethical. These are three very basic criteria for testing them that can help us to understand the Theosophical teachings. Logical implies that there is a certain order that can be reasoned and explained, without having to make strange or inexplicable leaps. Universal implies that a certain doctrine applies to everything in the Cosmos. As human beings, we possess the ability to understand all processes in the Universe. Ethical, because we can come to understand that we live in a Universe that operates according to an Ethical Order. Therefore, compassion is also called the law of laws within the Esoteric Philosophy.

Dr Annie Besant e.a. De grondleringen der theosofie
2 De dood - en wat dan? (p. 16,17)
Leven, dood - en wat dan? Wat anders dan nieuw leven, eindeloos, onbegrensd leven? Want wat om oplossing vraagt is niet het vraagstuk van de dood, maar dat van het leven. Als wij maar weten wat het leven is, en wat het zal zijn, als wij onze ogen openen en het grote Goddelijke Plan zien, dan is er geen dood. Tracht dat moment in het leven te vinden, dat het moment der momenten is - de minnaar heeft het gevonden, en de heilige, de martelaar, de kunstenaar en de dromeren dan zult gij weten dat gij een ziel zijt en niet kunt sterven; dan is het leven, in of buiten het lichaam, een reeks van onderdelen van een meesterwerk; dan betekent leven de Hemel dragen in het hart, en Gods plan in onze hersenen, leven na leven, totdat er een einde komt aan geboorte en dood, en de mens is geworden "een pilaar in de tempel van mijn God, en hij zal niet meer uitgaan". Daarvoor worden wij "geboren" en daarvoor "sterven" wij; maar boven geboren worden en sterven uit wacht de nooit eindigende zaligheid, het vinden van God en van Onszelf. En dat is de ontdekking niet van Twee, maar van EEN. Dat is het grootste
Levensmysterie, waarvoor de dood geen verschrikking, het graf geen overwinning heeft. C. JINARAJADASA.

De aanroep van Annie Besant:
O Verborgen Leven, trillend in elk atoom;
O Verborgen Licht, stralend in ieder wezen;
O Verborgen Liefde, alles omvattend in Een Zijn;
Moge ieder die zich een voelt met U,
Zich daarom een weten met elk ander.

In haar zuiver abstracte betekenis is theosofie de wijsheid van de Logos, het goddelijke woord - het eeuwig goede, ware en schone dat aan de kosmos ten grondslag ligt. Deze meta-historische theosophia vormt de transcendente bron van alle religies en wordt vaak aangeduid als sophia perennis, eeuwige wijsheid, sanatana dharma en de primordiale of esoterische traditie. Deze goddelijke Sophia, vaak door mystici ervaren als het vrouwelijke en moederlijke aspect van de godheid, zou echter niet kenbaar zijn indien zij zich niet op aarde, via het menselijke woord, zou openbaren. Legendarische figuren zoals Hermes Trismegistus, Boeddha en Christus worden dan ook beschouwd als belichamingen van deze wijsheid.
In haar
concrete betekenis vormt theosofie daarom het totaal van die goddelijke wijsheid die aan de mens is toebedeeld. Theosofie staat dan voor de esoterische en mystieke stroming in een religieuze traditie. In die zin kunnen we b.v. spreken over de neo-platoonse en christelijke theosofie, of over de theosofie van de islam (soefisme) en de joden (kabbalah). Hoewel al deze ‘theosofieën’ niet hetzelfde zijn, is er toch een sterke familiegelijkenis; zij vormen even zoveel authentieke openbaringen van de goddelijke wijsheid. Deze verscheidenheid is van grote waarde, want zo kan ieder mens een weg volgen die goed bij hem of haar past.

The Emblem of the Theosophical Society
Ouroboros
Immediately connected with the whirling cross is a serpent swallowing its own tail. This symbol was called by the ancient Greek Gnostics and alchemists ouroboros. The circle it forms is a restatement of the circle around the swastika, representing the boundary of the universe, and the fact that it passes through the encircled swastika suggests that the serpent and everything it encircles are part of the creative energy (ideatie) of the whirling cross.

Het zegel van The Theosophical Society
Als symbool van de evolutie en de eeuwigdurende beweging duidt de swastika op de eeuwig-karnende 'molen van de goden', met de ziel als centrum, terwijl de gebogen armen de eeuwigdurende wenteling betekenen van de levenswielen tijdens het universele bestaan.
Het zegel van de Theosofische Vereniging De twee driehoeken
De Slang met haar staart in de bek(ouroboros): Een heel oud symbool dat de eeuwigheid uitbeeldt en de voortgang van de cyclische tijd. Net als de bijbelse slang uit het verloren Paradijs vertegenwoordigt ze, mystiek opgevat, de wijsheid en, op grond van haar vermogen haar huid af te werpen, vernieuwing en wedergeboorte. Als cirkelvormig symbool betekent het voor de hindoes het uitademen en inademen van Brahmâ ('uitbreider'), de kosmische schepper: als Brahmâ uitademt, komen de werelden tot aanzijn; als hij inademt, wordt alles weer in de goddelijke essentie opgenomen. De neergaande boog van het slangenlichaam duidt op werelden die in de stof afdalen, de opgaande boog op hun evolutie naar de geest. De spiraalbeweging is eeuwig en duidt op evolutie in de loop van de tijd. De cirkel zelf vertegenwoordigt volmaking en het herstel van de universele harmonie, en ook het grenzeloze waaruit alle manifestatie voortkomt en waarin alles weer terugkeert. Men vindt het symbool ook in het oude Egypte, Griekenland en West-Afrika en bij boeddhisten en jains, gnostici en alchemisten.

Wijsheid is het ware geluk (Frédéric Lenoir Filosofie Magazine nr. 7/2014):
Stoïcijnen en boeddhisten wijzen dezelfde weg naar innerlijke rust en diep geluk. Ze leren hoe we ons van verlangen kunnen bevrijden.
De vele overeenkomsten tussen het boeddhisme en het stoïcisme hebben me altijd getroffen. Daarom wil ik het hebben over de wegen naar wijsheid die zowel in het Oosten als in het Westen blackvoorkomen – verlangen ombuigen, flexibel meegaan met de loop van het leven, en de vrolijke bevrijding van het ik – om een antwoord te vinden op het huidige pessimisme. Hoe kunnen we het diepe geluk bereiken dat de wijsheid ons belooft?
Genot uitbannen
‘
Leven in het nu’ is een van de belangrijkste voorschriften van de stoïcijnse praktijk, die leert om niet in het verleden te vluchten, niet uit te wijken naar de toekomst, om elke angst en elke hoop te verdrijven, om ons te concentreren op het moment, waarin alles te verdragen en te veranderen is, en ons niet te laten meesleuren door verdriet, angst, woede en verlangen.

Het embleem van de Theosofische Vereniging
Wat is een symbool eigenlijk?
Een
symbool brengt allerlei associaties met zich mee. Zo doet een boom ons denken aan de cyclus van leven en dood, aan verstilling en rust, aan kracht en energie. Ook roept een boom associaties op met de boom van kennis van goed en kwaad en met de Levensboom.
De twee driehoeken
De dooreengevlochten driehoeken, de lichte naar boven en de donkere naar onder gericht, symboliseren de indaling van de geest in de stof (de donkere driehoek indigo) en het opstijgen van het leven uit de stof met zijn beperkingen (de lichte driehoek blauw), de voortdurende strijd van de lichte en duistere krachten in mens en natuur. Wanneer de dubbele driehoek, zoals in dit embleem, wordt ingesloten door de slang, verzinnebeeldt hij de schepping, begrensd door tijd en ruimte. In de joodse religie is deze dubbele driehoek bekend als het Zegel van Salomo of de Davidsster. Deze driehoeken apart beschouwd, symboliseren de drie aanzichten van de manifestatie van de Schepper, die in verschillende godsdiensten als de Drie-eenheid bekend is en in het christendom gepersonifieerd wordt als God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest, in het hindoeïsme als Brahma, Vishnu en Shiva en in het oude Egypte als Isis, Osiris en Horus.

De Boom van het Leven
Wat is Kabbalah? Waarom heeft zo’n simpele vraag zo veel complexe antwoorden? De Kabbalah theorieën zijn eenvoudig, maar de weg van begrip kan worden gezien als een uitgebreid labyrint (pelgrimage). De aspecten van de Kabbalah zijn verweven in de oude kunst van de alchemie, de vrijmetselarij, en de Rozenkruisers. De term Kabbalah is synoniem geworden met Hermeticisme, beide woorden van de oude esoterische leringen.
We werken met de
Tree of Life (Kabbalah) Het Labyrint, en de I Ching (en de oerprincipes yin en yang).

Het ‘of-of’ bestaat bij gratie van het 'en-en', dualisme bij gratie van het non-dualisme. Schepping en evolutietheorie van Darwin staan niet los van elkaar, maar vullen elkaar aan. Of met andere woorden het gaat om het 'en-en'/'of-of'-mechanisme, namelijk het balansmechanisme wederkerigheid tussen homo sapiens.
Het concept van de ENE WERKELIJKHEID (de ‘Werkelijkheid’ met hoofdletter W), bestaat echt. De evolutieleer bestaat bij gratie van de scheppingsleer, het atheïsme bij gratie van het theïsme, het kwade bij gratie van het goede.

H.P. Blavatsky De Sleutel tot de Theosofie
Hoofdstuk 2 Exoterische en esoterische theosofie (p. 15):
Ik bezit een in 1697 in Londen verschenen boek getiteld:
Theosophical Transactions of the Philadelphian Society; en een ander met de volgende titel: Introduction to Theosophy, [waarvan de ondertitel in het Nederlands luidt:] ‘of de kennis van het mysterie van Christus – dat wil zeggen van godheid, natuur, en schepsel – die de filosofie van alle magische en spirituele krachten omvat die in het leven werken, en die een praktische gids vormt voor de verhevenste zuiverheid, heiligheid en evangelische volmaaktheid, en ook voor het verwerven van goddelijke visie en de heilige vaardigheden van de engelen, verborgen mogelijkheden en andere voorrechten van de spirituele wedergeboorte’, uitgegeven in 1855 in Londen.
Het verschil tussen theosofie en spiritisme (p. 26):
De
collectieve ervaring van de mensheid is op dit punt betrouwbaar en onveranderlijk, namelijk: eendracht maakt macht en tweedracht is een bron van zwakheid en mislukking. Schouder aan schouder, getraind en gedisciplineerd, wordt een meute een leger en kan ieder mens wel honderd ongeoefenden weerstaan die tegen hem worden ingezet. Op elk werkterrein van de mens betekent organisatie succes, voordeel en vooruitgang, en besparing van tijd en werk.
Gebrek aan methode, het
ontbreken van een plan, werken in het wilde weg, onbestendige activiteit, handelen zonder discipline – betekenen geklungel en mislukking. De stem van de mensheid bevestigt de waarheid. Aanvaardt de spiritist dit oordeel en handelt hij naar de conclusie? Zeker niet. Hij weigert zich te organiseren. Hij is zijn eigen wet en een doorn in het oog van zijn medemens. – Light, 22 juni 1889
32,33:
Vr.: En ook dat enkele leden zich na hun vertrek daaraan niet gebonden voelden. Hebben ze gelijk?
HPB: Dat bewijst dat hun eergevoel onvolkomen is. Hoe kunnen ze gelijk hebben? Zoals in The Path, ons theosofisch tijdschrift in New York, terecht is gezegd toen zo’n geval werd besproken: ‘Stel dat een militair wordt berecht wegens schending van de eed en discipline, en uit de dienst wordt ontslagen. In zijn woede over het vonnis dat hij zich op de hals heeft gehaald, en over de straf waarvoor hij tevoren duidelijk was gewaarschuwd, wendt die militair zich tot de vijand met verboden inlichtingen – een spion en een verrader – als wraak op zijn vroegere chef, en beweert dat zijn straf hem van zijn eed van trouw heeft ontheven.’1 Heeft hij daartoe het recht, denkt u? Vindt u niet dat hij het verdient om een eerloos mens en een lafaard te worden genoemd?
Hoofdstuk 4
Het abstracte en het concrete (p. 53):
Als een oosterse vergelijking is geoorloofd, kunnen we zeggen dat theosofie de
oeverloze oceaan van universele waarheid, liefde en wijsheid is, die zich op aarde weerspiegelt, terwijl de Theosophical Society in die weerspiegeling slechts een zichtbare druppel is.
Hoofdstuk 5 De
basisleringen van de theosofie
52:
HPB: In die God geloven we niet. We wijzen het denkbeeld af van een persoonlijke of buitenkosmische en antropomorfe God, die niets anders is dan de reusachtige schaduw van de mens en niet eens van de mens op zijn best. Wij zeggen – en bewijzen het – dat de God van de theologie een bundel tegenstrijdigheden en een logische onmogelijkheid is. Daarom hebben we niets met hem te maken. 55: HPB: Heel anders. Een occultist of een theosoof richt zijn gebed tot zijn Vader die in het verborgene is (lees Matth. 6:6, en probeer dit te begrijpen), niet tot een buitenkosmische en dus eindige God, en die ‘Vader’ is in de mens zelf.
De
boeddhistische leringen over het bovenstaande (p. 64-66):
Vr.: Wat leert het boeddhisme over de ziel?
HPB: Dat hangt ervan af of u het exoterische, gewone boeddhisme bedoelt of zijn esoterische leringen. Eerstgenoemde geeft in De boeddhistische catechismus de volgende uitleg:
De
ziel wordt beschouwd als een woord dat door onwetenden wordt gebruikt om een onjuist denkbeeld weer te geven. Als alles aan verandering onderhevig is, dan geldt dat ook voor de mens, en moet elk stoffelijk deel van hem veranderlijk zijn. Dat wat aan verandering onderhevig is, is niet blijvend, en dus kan iets veranderlijks niet eeuwig voortbestaan.
Hoofdstuk 6
67: Opnieuw was de tijd voor een spirituele hervorming aangebroken. De wrede en jaloerse antropomorfe God van de joden, met zijn bloeddorstige wetten van ‘oog om oog en tand om tand’, van bloedvergieten en dierenoffers, moest naar het tweede plan worden verwezen en worden vervangen door de barmhartige ‘Vader in het verborgene’. Er moest worden duidelijk gemaakt dat laatstgenoemde niet een buitenkosmische God is, maar een goddelijke verlosser van de stoffelijke mens, arm of rijk, die in zijn eigen hart en ziel woont.
70: Wij zeggen dat dit alles een misvatting en hersenschim is; want als we alleen al op deze kleine aarde zo’n diversiteit aan flora, fauna en mensheid aantreffen – van zeewier tot Libanese ceder, van kwal tot olifant, van bosjesman tot de Apollo van Belvedère – dan moet dit onder andere kosmische en planetaire omstandigheden een heel andere flora, fauna en mensheid te zien geven. Dezelfde wetten kunnen zelfs op ons gebied, al onze planeten inbegrepen, een heel andere reeks dingen en wezens opleveren. Hoe anders moet dan de uiterlijke natuur in andere zonnestelsels zijn, en hoe dwaas is het andere sterren en werelden en mensen te beoordelen op basis van die van ons, zoals de natuurwetenschap dat doet! 73: We geloven in zeven gebieden van kosmisch zijn en zeven bewustzijnstoestanden, maar wat het heelal of de macrokosmos betreft stoppen we bij het vierde gebied, omdat het voor ons niet mogelijk is om met enige mate van zekerheid verder te gaan. Maar met betrekking tot de microkosmos, de mens, kunnen we vrijelijk speculeren over zijn zeven beginselen en bewustzijnstoestanden.
Vr.: Welke verklaring heeft u dan daarvoor?
HPB: In de eerste plaats treffen we in de mens twee verschillende wezens aan: het spirituele en het fysieke, de mens die denkt, en de mens die zoveel van die gedachten vastlegt als hij in zich kan opnemen.
De Griekse leringen (p. 90,91):
Vr.: We hebben uitstekende geleerden in het Grieks, Latijn, Sanskriet en Hebreeuws. Hoe komt het dat we in hun vertalingen niets terugvinden dat ons een aanwijzing geeft voor wat u zegt?
HPB: Omdat uw vertalers, ondanks hun grote geleerdheid, van de
filosofen – vooral de Griekse – mistige in plaats van mystieke schrijvers hebben gemaakt. Neem bijvoorbeeld Plutarchus, en lees eens wat hij over ‘de beginselen’ van de mens zegt.
Hoofdstuk 7 Over de verschillende toestanden na de dood
85: Ook al worden de astrale ziel en het aardse lichaam van een mens in het duistere hiernamaals in de kosmische oceaan van gesublimeerde elementen opgenomen en is hij zich niet langer bewust van zijn laatste persoonlijke ego (als dit het niet verdiende zich verder te verheffen), zijn goddelijke ego blijft dezelfde onveranderde entiteit, terwijl deze aardse ervaring van zijn emanatie volkomen wordt uitgewist op het moment van scheiding van het onwaardige voertuig.
89:
Plato noemt laatstgenoemde de logos (of de tweede gemanifesteerde god); en wij noemen het het gemanifesteerde goddelijke beginsel, dat één is met het universele denkvermogen of de universele ziel, niet de antropomorfe buitenkosmische en persoonlijke God waarin zoveel theïsten geloven. Verwar deze alstublieft niet.
99: B: Zou u van de ziel, d.w.z. de menselijke denkende ziel, of wat u de ego noemt — willen zeggen dat ze materie is?
Th: Niet materie, maar zeker wel
substantie; het woord ”materie”, mits voorafgegaan door het adjectief oorspronkelijke, behoeft echter niet te worden vermeden. Die materie bestaat eeuwig te zamen met geest, zeggen wij, en is niet onze zichtbare, tastbare, deelbare materie, maar haar meest verfijnde vorm. Zuivere geest is slechts één stap verwijderd van niet-geest of het volstrekte al. Als u niet aanneemt dat de mens uit deze oorspronkelijke geest-materie werd ontwikkeld en een regelmatig opklimmende reeks ”beginselen” vertegenwoordigt, van meta-geest tot de grofste stof, hoe kunnen wij er dan ooit toe komen de innerlijke mens als onsterfelijk te beschouwen, en tegelijkertijd als een geestelijk wezen en een sterfelijk mens?
Over eeuwige beloning en straf; en over nirvåña (p. 88):
Maar wij geloven vast in wat wij de
wet van vergelding noemen en ook in de absolute rechtvaardigheid en wijsheid die deze wet, karma, besturen. Daarom weigeren wij beslist het wrede en onwijsgerige geloof in eeuwige beloning of eeuwige straf aan te nemen. Met Horatius zeggen wij:
Dat regels worden vastgesteld, die onze toorn beteugelend,
een fout bestraffen met evenredig leed;
en niet hem geselen die slechts
één klap verdient voor wat hij deed.
Dat is een regel voor alle mensen en een rechtvaardige. Moeten wij geloven dat God, die u maakt tot de belichaming van wijsheid, liefde en barmhartigheid, minder aanspraak kan maken op die eigenschappen dan de sterfelijke mens?
B: Hebt u nog andere redenen om dit dogma te verwerpen?
Th: Onze voornaamste reden ligt in het feit van
reïncarnatie. We hebben al gezegd dat we het denkbeeld van de schepping van een nieuwe ziel voor elk nieuwgeboren kind verwerpen. Wij geloven dat ieder mens de drager of het voertuig is van een ego, van gelijke duur als alle andere ego’s; want alle ego’s zijn van dezelfde essentie en behoren tot de oorspronkelijke emanatie uit één universele oneindige Ego. Plato noemt de laatste de logos (of de tweede geopenbaarde god); en wij noemen het het geopenbaarde goddelijke beginsel, dat één is met de universele geest of ziel, niet de antropomorfe buiten-kosmische en persoonlijke God waarin zoveel theïsten geloven. Verwar dit alstublieft niet.
98: Een van hen ontdekte onlangs een tegenstrijdigheid in twee uitspraken, opgediept uit lezingen van Sinnett, die hij in een brief aan dat blad serieus bespreekt. Die ernstige tegenspraak ontdekte hij in deze twee zinnen: ‘Vroegtijdige terugkeer naar het aardse leven kan een gevolg zijn van karmische bijzonderheden . . .’; en ‘er bestaat geen toeval in de verheven werking van de goddelijke rechtvaardigheid die de evolutie leidt’. Zo’n diepzinnig denker zou beslist een tegenstrijdigheid zien in de wet van de zwaartekracht als iemand zijn hand uitsteekt om een vallende steen tegen te houden die het hoofd van een kind zou verbrijzelen!
Hoofdstuk 9
Kåmaloka en devachan (p. 124):
Vr.: Dat gaat werkelijk mijn begrip te boven en is heel moeilijk te vatten. HPB: Niet als u eenmaal alle details ervan in u heeft opgenomen. Dan zult u namelijk inzien dat deze reïncarnatieleer wat logica, samenhang, diep filosofische betekenis, goddelijk mededogen en rechtvaardigheid betreft, op aarde haar gelijke niet kent. Ze is een geloof in de eeuwige vooruitgang van ieder incarnerend ego, of iedere goddelijke ziel, in een evolutie van buiten naar binnen, van het stoffelijke naar het spirituele, om aan het einde van elk stadium absoluut één te worden met het goddelijk beginsel. Van overwinning naar overwinning, van de schoonheid en volmaaktheid van het ene gebied naar de grotere schoonheid en volmaaktheid van een volgend, met in elke cyclus een grotere en nieuwe glorie, nieuwe kennis en macht, dat is het lot van elk ego, dat op deze manier in elke wereld en incarnatie zijn eigen verlosser wordt.
Hoofdstuk 11
De mysteries van reïncarnatie
Periodieke wederbelichamingen (p. 162,163):
Vr.: Moet ik daaruit opmaken dat de wet van karma niet noodzakelijkerwijs een individuele wet is?
HPB: Bovendien is het een occulte wet dat niemand boven zijn individuele gebreken kan uitstijgen zonder – hoe weinig ook – het geheel waarvan hij deel uitmaakt te verheffen. Om dezelfde reden kan iemand niet als enige zondigen, of als enige de gevolgen van zonden ondergaan. In werkelijkheid bestaat er niet zoiets als ‘afgescheidenheid’; en de beste aanpak van die egoïstische toestand, die binnen de bestaande levenswetten mogelijk is, ligt op het terrein van de intenties of motieven.
Hoofdstuk 12 Wat is
praktische theosofie? (p. 181):
Plicht
Vr.: Wat verstaat u in de theosofie precies onder ‘
plicht’? Toch niet de christelijke plichten die Jezus en zijn apostelen predikten, want die erkent u niet?
HPB:
U vergist zich opnieuw. Op wat u ‘christelijke plichten’ noemt, werd al eeuwen voor de christelijke jaartelling door alle grote ethische en religieuze hervormers sterk de nadruk gelegd. Alles wat groots, edelmoedig, heldhaftig was, werd in vroeger tijden niet alleen besproken en van de kansels gepredikt, zoals in onze tijd, maar er werd naar gehandeld, soms door hele volkeren. De geschiedenis van de boeddhistische hervorming staat vol met de edelste en meest heldhaftige, onbaatzuchtige daden. ‘Wees allemaal eensgezind, meedogend tegenover elkaar; heb elkaar lief als broeders, wees barmhartig, vriendelijk; vergeld kwaad niet met kwaad of laster met laster; maar integendeel met het goede’, werd door de volgelingen van Boeddha al eeuwen voor Petrus in praktijk gebracht. De ethiek van het christendom is ongetwijfeld groots; maar even zeker is het dat ze niet nieuw is, en dat ze gebaseerd is op ‘heidense’ plichten.
Hoe staat de TS tegenover politieke hervormingen? (p. 190):
De evolutie leert dat we, door de
omgeving van een organisme te veranderen, het organisme kunnen veranderen en verbeteren; strikt genomen geldt dat ook voor de mens. Iedere theosoof is daarom verplicht zijn uiterste best te doen om met alle middelen die hem ter beschikking staan, elk verstandig en goed overdacht maatschappelijk initiatief te steunen dat als doel heeft om de toestand van de armen te verbeteren. Zulke initiatieven moeten gericht zijn op hun uiteindelijke maatschappelijke emancipatie, of op de ontwikkeling van plichtsgevoel in mensen die daar nu zo vaak in bijna alle aspecten van het leven geen acht op slaan.
193: Vr.: Maar hoe kunnen we zo’n verheven toestand bereiken?
HPB: Door
onze voorschriften verstandig in praktijk te brengen. Door gebruik te maken van ons hogere denkvermogen, de spirituele intuïtie, en ons gevoel voor ethiek, en door de ingevingen te volgen van wat we ‘de zachte stem’ van ons geweten noemen, die de stem is van ons ego, en die luider in ons spreekt dan de aardbevingen en donderslagen van Jehovah, waarin ‘de Heer zich niet bevindt’.
Naastenliefde
195:Vr.: Hoe denken theosofen over de christelijke plicht van naastenliefde?
HPB: Wat voor naastenliefde bedoelt u? Spirituele naastenliefde of praktische naastenliefde op het fysieke gebied?
Vr.: Ik bedoel praktische naastenliefde, want uw idee van universele broederschap omvat natuurlijk spirituele
naastenliefde.
HPB: Denkt u dan aan de praktische naleving van de geboden die Jezus in de Bergrede heeft gegeven?
Vr.: Precies.
HPB: Waarom noemt u ze dan ‘christelijk’? Want hoewel uw Verlosser ze predikte en in praktijk bracht, is de naleving daarvan het laatste waar christenen nu aan denken.
B: Maar al die literatuur, waarvan u de verspreiding zo belangrijk vindt, lijkt mij toch niet van zoveel praktisch nut om de mensheid te helpen. Dat is geen
praktische naastenliefde.
Th: Wij denken daar anders over. Wij vinden dat een goed boek, dat de mensen stof tot nadenken geeft, dat hun denken versterkt en verheldert en hen in staat stelt waarheden te vatten die zij vaag aanvoelden, maar niet konden formuleren — wij vinden dat een dergelijk boek wel degelijk veel goeds doet. Aan wat u
praktische daden van naastenliefde noemt voor het lichamelijk welzijn van onze medemensen, doen we het weinige wat we kunnen; maar, zoals ik u al heb gezegd, de meesten van ons zijn arm en de Society zelf heeft niet eens geld om een staf medewerkers te betalen. Wij allen die ervoor zwoegen, geven onze arbeid gratis en in de meeste gevallen ook nog geld: De weinigen die de middelen hebben om zogenaamd liefdadigheidswerk te doen, volgen de boeddhistische voorschriften en doen hun werk zelf, laten dit niet door een ander doen, of in het openbaar, door in te schrijven op liefdadigheidsfondsen.
Hoofdstuk 13
Waarom is er zoveel vooroordeel tegen de TS? (p. 222,223):
Vr.: Waarom en sinds wanneer haten de spiritisten u? (p. 219):
HPB: Jarenlang zijn we vervolgd, aangeklaagd, en uitgescholden. Dat is in 1875 begonnen en duurt nog voort tot op
de dag van vandaag. In 1879 verhuisde het hoofdkwartier van de TS van New York naar Bombay in India, en daarna voorgoed naar Madras. Toen in Londen de eerste afdeling van onze Society, de Engelse TS, werd opgericht, trokken de Engelse spiritisten tegen ons ten strijde, net als de Amerikaanse spiritisten dat eerder hadden gedaan; en de Franse spiritisten volgden dit voorbeeld.
Vr.: Laten we dan, voor we op een ander onderwerp overgaan, eerst de hele waarheid horen over het volgende. Er zijn enkele schrijvers die uw leringen ‘
immoreel en verderfelijk’ hebben genoemd. Anderen beschuldigen u ervan niet veel meer dan fallisme te leren; er zijn immers veel ‘autoriteiten’ en oriëntalisten die in de Indiase religies niets anders zien dan allerlei vormen van verering van het geslachtsdeel. Omdat de hedendaagse theosofie zo nauw met het oosterse en vooral het Indiase denken is verbonden, zeggen ze dat ze van deze smet niet vrij kan zijn. Etc.
223: HPB: Daar heb ik al eerder over gehoord en gelezen; mijn antwoord is dat nog nooit een meer ongegronde en leugenachtige laster is uitgedacht en in omloop gebracht. ‘
Dwaze mensen kunnen alleen maar dwaze dromen hebben’, zegt een Russisch spreekwoord. Bij het horen van zulke smerige beschuldigingen, die zonder enige grond worden geuit en alleen op bepaalde conclusies berusten, gaat je bloed koken. Vraag de honderden rechtschapen Engelsen die al jarenlang lid van de Theosophical Society zijn, of er ooit een immoreel voorschrift of een verderfelijke leer aan hen is gegeven. Sla de Geheime leer erop na, en u vindt bladzijde na bladzijde waar de joden en andere volkeren juist worden bekritiseerd wegens die toewijding aan fallische rituelen, die het gevolg zijn van een letterlijke interpretatie van de natuursymboliek en grofmaterialistische opvattingen van haar dualisme in alle exoterische geloofsvormen. Dit voortdurend en kwaadaardig verdraaien van onze leringen en opvattingen is werkelijk schandelijk.
Verklarende woordenlijst (p. 248):
Agathon (Grieks)
Plato’s hoogste godheid, letterlijk ‘het goede’. Ons ALAYA, of wereldziel.
Ahamkara (Sanskriet):
Het ‘
ik’-begrip, zelfbewustzijn of zelf-identiteit; het ‘ik’ of het egocentrische en måyåvische beginsel in de mens, voortkomend uit onze onwetendheid die ons ‘ik’ scheidt van het universele ENE zelf. Persoonlijkheid, ook egoïsme.
251:
Analogeten
De leerlingen van Ammonius Saccas, zo genoemd om hun gewoonte alle heilige legenden, mythen, en mysteries volgens het beginsel van analogie en overeenkomst te verklaren, een regel die men nu in het kabbalistische stelsel aantreft en vooral in de scholen van de esoterische filosofie in het Oosten. (Zie T. Subba Row, ‘The twelve signs of the zodiac’, Five Years of Theosophy.)
252:
Anaxagoras Een beroemd Ionisch filosoof, die rond 500 v.Chr. leefde, filosofie studeerde bij Anaximenes van Milete, en zich in de tijd van Pericles in Athene vestigde. Socrates, Euripides, Archelaus, en andere eminente figuren en filosofen behoorden tot zijn discipelen en leerlingen.
266,267: Emanatie: Hoewel de occultisten en theosofen volkomen overtuigd zijn van de evolutieleer zoals Kapila en Manu die hebben bekendgemaakt, zijn ze toch eerder aanhangers van de emanatie- dan van de evolutieleer. De emanatieleer werd eens algemeen aanvaard. Ze werd door filosofen in zowel Alexandrië als India onderwezen, door de Egyptische, Chaldeeuwse en Helleense hiërofanten, en ook door de Hebreeën (in hun kabbala, en zelfs in Genesis). Alleen door een opzettelijk verkeerde vertaling is het Hebreeuwse woord asdt in de Septuagint vertaald met ‘engelen’, terwijl het emanaties betekent, aeonen, net als bij de gnostici. In Deuteronomium (33:2) wordt het woord asdt of ashdt met ‘vurige wet’ vertaald, terwijl de juiste vertaling van de zin zou moeten zijn: ‘uit zijn rechterhand flitste (niet een vurige wet, maar) een vuur overeenkomstig de wet’, namelijk vuur dat van de ene vlam wordt doorgegeven aan een andere, die het overneemt – net als in het spoor van een ontvlambare stof. Dit is precies wat emanatie betekent. Zoals in Isis ontsluierd (1:33, Nederlandse versie p. 15 en 342) wordt aangetoond:
287:
Microkosmos: Het ‘kleine’ heelal, waarmee de mens wordt bedoeld, gemaakt naar het beeld van zijn schepper, de macrokosmos, of het ‘grote’ heelal. De microkosmos bevat alles wat laatstgenoemde bevat. Deze termen worden in het occultisme en de theosofie gebruikt.
289: Nefesh (Hebreeuws)
Levensadem, anima, mens vitae, verlangens. In de Bijbel wordt dit woord erg vaag gebruikt. Nefesh betekent in het algemeen pråña, ‘leven’; in de kabbala: dierlijke begeerten en de dierlijke ziel. In theosofische leringen is nefesh het pråña-kåmische beginsel, of de vitaaldierlijke ziel in de mens.
297: Pråña (Sanskriet) Levensbeginsel, de
levensadem, nefesh.
298:
Reïncarnatie of wederbelichaming
De eens algemeen verspreide leer die zegt dat het ego zich op deze
aarde talloze keren opnieuw belichaamt. Tegenwoordig wordt ze ontkend door de christenen, die de leringen van hun eigen evangeliën verkeerd schijnen te begrijpen. Niettemin wordt het periodiek en gedurende lange cyclussen aannemen van een lichaam van vlees door de hogere menselijke ziel (buddhi-manas), of het ego, in de Bijbel onderwezen, evenals in alle andere oude geschriften; ‘wederopstanding’ betekent alleen de wedergeboorte van het ego in een nieuwe vorm.
329:
Gebied(en), p. 269: zeven, van macrokosmos en microkosmos p. 72-3
Macrokosmos (Grieks), p. 280: Letterlijk het ‘grote heelal’, of de grote kosmos. 341: Macrokosmos, p. 280: zeven gebieden van kosmisch zijn in 72-3
344:
Michael, aartsengel, en karma van månasaputra’s 110-1vn Microkosmos 287 zeven bewustzijnstoestanden van de mens of 73

H.P. Blavatsky Isis ontsluierd Een sleutel tot de mysteries van oude en moderne wetenschap en religie – Deel 1
Hoofdstuk 1
Oude dingen met nieuwe namen (p. 61, 62):
Hoewel
Aristoteles om eigen politieke redenen een voorzichtig stilzwijgen bewaarde over bepaalde esoterische zaken, gaf hij duidelijk uiting aan zijn mening over dit onderwerp. Hij geloofde dat menselijke zielen emanaties van God zijn, en dat die uiteindelijk weer in de godheid worden opgenomen. Zeno, de stichter van de stoïcijnse leer, verkondigde dat er in de hele natuur twee eeuwige eigenschappen zijn: de ene actief of mannelijk, de andere passief of vrouwelijk; en dat eerstgenoemde zuivere, fijne ether of goddelijke geest is, en dat laatstgenoemde op zichzelf geheel onwerkzaam is tot ze wordt verenigd met het actieve beginsel. Verder dat de goddelijke geest op de stof inwerkt en vuur, water, aarde en lucht voortbrengt, en dat deze het enige werkende beginsel is door middel waarvan de hele natuur in beweging komt. Evenals de hindoewijzen geloofden de stoïcijnen in de uiteindelijke opneming.1 Justinus geloofde in de emanatie van deze zielen uit de godheid, en Tatianus de Assyriër, zijn leerling, verklaarde dat ‘de mens even onsterfelijk was als God zelf’.2
1
Diogenes Laërtius, Vita Zenonis, §68ev.
2
Oratio ad Graecos, §15.

H.P. Blavatsky Isis ontsluierd Een sleutel tot de mysteries van oude en moderne wetenschap en religie – Deel 2
Hoofdstuk 9
De Veda's en de Bijbel (p. 496):
Onze planeet heeft, evengoed als de mens en elk ander levend wezen daarop, haar spirituele en fysieke evolutie gekend. Van een ongrijpbare ideële gedachte werd deze bol onder de scheppende wil van hem van wie we niets weten en die we ons in onze verbeelding slechts vaag kunnen voorstellen, vloeibaar, en halfspiritueel, en verdichtte zich meer en meer, totdat zijn fysieke uitvloeisel – de stof, de verleidende demon – hem ertoe dreef zijn eigen scheppend vermogen uit te proberen. De stof trotseerde de GEEST, en de aarde kende ook haar ‘val’. De allegorische vloek waaronder ze zwoegt, is dat ze alleen voortbrengt, en niet schept. Onze fysieke planeet is slechts de dienstmeid, of beter gezegd de meid voor al het werk, van haar meester, de geest. ‘De aarde zal vervloekt zijn . . . dorens en distels zal ze voortbrengen’ laat men de elohim zeggen. ‘In ellende zul je kinderen baren.’1 De elohim zeggen dit zowel tegen de aarde als tegen de vrouw.

G. Barborka in zijn boek Het Goddelijke plan menswording en evolutie Deel 1
Voorwoord (p. 5):
Wij hopen, dat degenen die met
deze gids in de hand op weg gaan, een breder begrip zullen krijgen van de leringen van de Oude Wijsheid.
Daar de schrijver zich gedurende
enkele jaren in hoofdzaak heeft beziggehouden met het geven van cursussen over De Geheime Leer, weet hij uit ervaring met welke problemen velen, die de geschriften van H. P. Blavatsky trachten te bestuderen, geconfronteerd worden. Steeds weer bleek dat men verlangde naar een boek, dat een steun zou kunnen zijn bij het bestuderen van deze leringen. Om in deze behoefte te voorzien wordt de lezer dit boek aangeboden. Hierin is een poging gedaan de moeilijkheden, waarvoor de bestudeerder zich geplaatst ziet, uit de weg te ruimen; vandaar de vorm, waarin het gegoten is.:
De
betekenis van Sanskrit woorden (p. 15):
Dit boek is in de eerste plaats bedoeld als een
soort gids en daarom brengen we al direct bij het begin, in deze inleidende paragraaf, een uniek kenmerk ervan naar voren. Hierdoor wordt namelijk verklaard, waarom in De Geheime Leer zo overvloedig gebruik wordt gemaakt van Sanskrit woorden. Het leek ons daarom noodzakelijk een systeem te verschaffen aan de hand waarvan lezers en deelnemers aan studiegroepen kunnen leren Sanskrit op de juiste wijze uit te spreken. Er is een belangrijke reden reden waarom een Sanskrit woord met zijn juiste svara (klankwaarde) uitgesproken moet worden.
Hoofdstuk I
De leer van voortdurende vernieuwing
DE BETREKKING TUSSEN DE CYCLI EN DE LEER VAN VOORTDURENDE VERNIEUWING (p. 52):
Monaden, die een kringloop volbrengen, gaan naar Devachan, wat overeenkomt met het 'Nirvana’ en de toestanden van rust, die tussen twee ketens in liggen. De lagere 'beginselen’ van de mens vallen mettertijd uiteen en worden door de Natuur opnieuw gebruikt voor het vormen van nieuwe menselijke beginselen; hetzelfde proces vindt plaats bij het oplossen en vormen van Werelden. Daarom is de analogie blue%Occulte Leringen.’ (Fr. I 135; Terw. I 236 - Nederlandse versie Deel I p. 203).
De Tweede Grondstelling (p. 40):
De stelling gaat verder met een verwijzing naar de
mens, hetgeen inhoudt dat, zoals dat in De Geheime Leer zo dikwijls met geval is, één symbool voor zowel de macrocosmos als de microcosmos kan staan - het heelal of de mens. Dit is zo, omdat de mens onverbrekelijk met het Heelal verbonden is; tegelijkertijd wordt de aandacht gevestigd op het feit dat dezelfde Goddelijke Wet evenzeer van toepassing is op het heelal als op de mens. Die zin wordt gegeven in de mysterietaal van het Boek van Dzyan:
‘
De Eeuwigheid van de Pelgrim is als een wenk van het Oog van Zelfbestaan’. ’Het verschijnen en verdwijnen van Werelden is als een regelmatig getij van vloed en eb'.’ (Fr. 113; Terw. I 53, Nederlandse versie p. 46).

Om het fenomeen van de weerspiegeling te duiden maakt Plato van de allegorie van de grot gebruik en Blavatsky beschrijft de toverlantaarn. De viervoudige aard van de mens neshama, ruah, nefesh en guf, (hoofdstuk 10 in Theosofie in de qabbalah), de viervoudige geopenbaarde krachten (zie Joy Mills De pelgrimstocht van de mens), de microkosmos is een weerspiegeling van de vier fundamentele natuurkrachten in de macrokosmos. De viervoudige geopenbaarde krachten hangen met de vier vragen van Niko Tinbergen samen. Charles Poncé boek Kabbalah (p. 55) bespreekt de vier werelden (Guph, Nephesh, Ruah en Neshama, respec. Malkuth, Yesod, Tifereth en Kether) van de Joodse Kabbalah. Het Diagram of the Zodiac and Correspondences correspondeert met het figuur op p. 56. Tetragrammaton is de qabalistische formule die het ontstaan van de 10 Sephiroth in 4 'werelden' of 'kosmische frequentiebanden' beschrijft. De 'Boom van het Leven' vormt een 'ladder' (van Jacob) tussen 'hemel' en 'aarde' . Deze wordt door de qabalist beklommen met de bedoeling optimaal te communiceren met Kosmos & om zodoende co-creatief het gelukkige leven te realiseren. Door de code van Kosmos te kennen, krijgt hij weet van de kosmische eeuwigheid.

Emanatieleer, Emanationisme: (Lat., emanare, uitvloeien, uitstromen) Wijsgerig-godsdienstige opvatting, volgens welke de eindige dingen krachtens een zich met noodzakelijkheid voltrekkend proces uit het hogere, het oerwezen, d.i. God, voortkomen. Het ontstaan der dingen is dus de zelfontplooiing van de godheid; zij blijven ook bij hun emaneren besloten binnen de godheid, maar zij boeten aan volmaaktheid in, naarmate zij verder van de bron verwijderd zijn. Tegelijk is de wezensovereenkomst tussen God en de wereld oorzaak, dat de dingen en in het bijzonder de mens van nature streven naar de terugkeer in en de mystieke eenwording met de godheid. De emanatieleer is m.n. kenmerkend voor het neoplatonisme en zij heeft sinds Plotinus vele filosofen geboeid. Men kan haar beschouwen als een tussenvorm tussen pantheisme en scheppingsleer.

Het hoe de pelgrimage en het wat persoonlijke ontwikkeling (zelfrealisatie), het 'Hoe en Wat' in de aardse microkosmos, de mens staat tegenover het 'Wat en Hoe' in de hemelse macrokosmos, het universum. Het wat is de bron en het hoe is de liefdeskracht, het cement van het heelal.

Het ligt voor de hand de drievoudige scheppingsleer in de macrokosmos, tegenover de bewustzijnsevolutie, de triade ’Geest – Ziel – Lichaam’ van de mens in de microkosmos te plaatsen.

De Alexandrijnse traditie I.M. Oderberg
Om het stelsel van
Plotinus en de hedendaagse theosofie in enkele woorden samen te vatten: alles draait om het goddelijke, geest, ziel en lichaam, en de verschillen die men waarneemt vinden hun oorzaak in de verhouding tussen wat tot de grote kosmos behoort en wat tot de kleine of microkosmos – de mens. Het fundamentele punt is de identiteit van het goddelijke in de mens met het goddelijke in het grote universum of de macrokosmos.
De
neoplatonische school in Alexandrië bloeide tot 415 n.Chr., toen Cyrillus, de bisschop van Alexandrië, een groep van zijn monniken opstookte om de grote neoplatonist Hypatia aan te vallen en te doden. Ondanks het feit dat Origenes de vrijzinnige humane leringen van Ammonius in het christendom had ingevoerd, het had ‘geneoplatoniseerd’, om een woord te smeden, nam die invloed snel af. Na de vijfde eeuw bleef de stroom van inspiratie door vloeien, zij het grotendeels langs verborgen kanalen, maar soms ook openlijk erkend. De laatste van de grote figuren uit deze beweging was Proclus, die evenals Plotinus drie eeuwen vóór hem, door zijn tijdgenoten werd betiteld als de ‘gereïncarneerde Plato’. Dat was misschien eerder bedoeld als een bewijs van waardering dan als een werkelijk feit.
Na bijna acht eeuwen kreeg de Alexandrijnse traditie de genadeslag door de vernietiging van de bibliotheek en haar museum, maar de geest die de filosofen had geïnspireerd, breidde zich uit naar andere plaatsen, zoals bijvoorbeeld Byzantium. Hij bloeide op in de Platonische Academie, die in Florence werd gesticht door De Medici, waardoor
Ficino de gelegenheid kreeg de platonische teksten uit te geven die vele eeuwen lang niet meer beschikbaar waren, en waardoor grote kunstenaars zoals en Da Vinci werden geïnspireerd. Eeuwen later oefenden de platonisten van Cambridge grote invloed uit op de Engelse humanistische tradities, wat leidde tot het werk van Thomas Taylor in de achttiende en het begin van de negentiende eeuw, dat op zijn beurt weer een stimulans werd voor William Blake, Shelley, en andere vooraanstaande dichters. Er zou veel meer kunnen worden gezegd, maar de kracht van de neoplatonische traditie wordt waarschijnlijk het best samengevat als het besef van het goddelijke in de kosmos en in het zelf van alle wezens.

De S.R.L.M.A. (School for the Revival of the Lost Mysteries of Antiquity) - Alan E. Donant sept/okt 1998:
Geen fysieke school werd ooit met die stenen gebouwd. Hun betekenis wordt echter innerlijk gevoeld door iedere student die is geïnteresseerd in de pogingen die in de loop van de geschiedenis van de mensheid werden gedaan om haar in verbinding te brengen met de levende stroom van de wijsheidstraditie. Iedere cultuur heeft zijn grote leraren gehad; ieder continent heeft op een of ander moment zijn mysterieschool gehad. Het Amerikaanse continent dat een veel hogere ouderdom heeft dan in moderne speculaties eraan wordt toegekend, is de ontmoetingsplaats geworden van oosterse en westerse esoterie. De oude oosterse school van de mysteriën was misschien veel eerder aanwezig dan algemeen wordt erkend. Overblijfselen waaruit de ouderdom ervan blijkt, worden gevonden in de leringen van de Hopi in het noorden en van de Kogi in het zuiden. Westerse esoterie kwam pas veel later. Ze werd geïntroduceerd door de vooruitziende blik van de vrijmetselaar-stichters van de Verenigde Staten van Amerika, een natie die in beginsel werd gevestigd op het ideaal van universele broederschap, zoals wordt verkondigd op het Grootzegel: E pluribus unum ‘Vanuit velen Eén’. Het motto op de achterkant van het Grootzegel zegt alles: Novus Ordo Seclorum – ‘Een nieuwe orde van de eeuwen’. Er werd werkelijk een nieuwe poging in de geschiedenis van de mens voorzien.
Bijna 100 jaar na het stichten van de Verenigde Staten op 4 juli 1776 ging de Theosophical Society officieel van start op 17 november 1875. Door middel van deze organisatiestructuur werkten
H.P. Blavatsky, H.S. Olcott, W.Q. Judge, en hun leraren om de eeuwenoude mysterieleringen nieuw leven in te blazen. De geschriften van H.P. Blavatsky vormden de voorhoede van de poging, de geschriften van Judge legden de nadruk op de intuïtieve toepassing van de mysterieleringen die ze had geschetst, terwijl Katherine Tingley de praktische aspecten ervan demonstreerde voor het dagelijks leven.

H.P. Blavatsky Geselecteerde artikelen Deel 1 1874 –1882
Van Madame H.P. Blavatsky aan haar correspondenten(p. 30):
Haar leer is logisch, eenvoudig en absoluut. De noodzakelijke vereniging van denkbeelden en tekens; de drievoudigheid van woorden, letters, getallen en stellingen; de religie ervan kan in enkele woorden worden samengevat: ‘Het is het oneindige, gecomprimeerd in de hand van een kind’, 1 zegt Éliphas Lévi. Tien cijfers, 22 letters van het alfabet, een driehoek, een vierkant en een cirkel. Dit zijn de elementen van de kabbala, en uit haar mysterieuze schoot kwamen alle religies van het verleden en het heden voort, en ze schonk alle vrijmetselaarsorganisaties hun symbolen en geheimen. Alleen zij kan de menselijke rede met God en geloof, macht met vrijheid, wetenschap met mysterie verzoenen, en alleen zij bezit de sleutels van heden, verleden en toekomst. 2
Huxley en Slade (p. 42):
Over hem kan worden gezegd, zoals vroeger over andere leraren is gezegd, dat het nieuwe dat hij zei niet waar was, en het ware niet nieuw. Zonder in bijzonderheden te treden is het voorlopig voldoende te zeggen dat de materialistische evolutietheorie allesbehalve bewezen is, terwijl het denkbeeld dat Huxley niet begrijpt – namelijk de dubbele evolutie van geest en stof – in de vorm van verschillende legenden in de oudste delen van de Rig-Veda (het Aitareya-Bråhmaña) wordt meegedeeld. Alleen deze onwetende hindoes maakten blijkbaar een onbeduidende verbetering op de moderne wetenschap door aan het andere uiteinde van de evolutieketen een eerste oorzaak te plaatsen.
Madame Blavatsky over fakirs (p. 52,53):
Ik denk dat negen van de tien mensen, onder wie redacteurs, zullen beweren dat de golftheorie van het licht onweerlegbaar is bewezen. En toch zult u zien dat prof. Josiah P. Cooke, jr., van Harvard University in zijn The New Chemistry (New York, 1876, blz. 22) zegt: ‘Ik ben het niet eens met hen die de golftheorie van het licht beschouwen als een vaststaand beginsel van de wetenschap. . . . Ze vereist een combinatie van eigenschappen in de ether van de ruimte, waarvan ik moeilijk kan geloven dat ze werkelijk een feit zijn’. Wat is dit anders dan een beeldenstorm?
Laten we bedenken dat Newton zelf de deeltjestheorie ontving van Pythagoras en zijn voorgangers, van wie hij ze leerde, en dat latere wetenschappers, alleen omdat ze ten einde raad waren, de golftheorie van Descartes en Huygens aannamen. Kepler stelde dat de zon magnetisch van aard is. Leibniz schreef de planeetbewegingen toe aan bewegingen in de ether. Borelli ging Newton in zijn ontdekking vóór, hoewel hij deze niet even triomfantelijk heeft bewezen. Huygens en Boyle, Horrocks en Hooke, Halley en Wren, ze hadden allemaal denkbeelden over een centrale kracht die in de richting van de zon werkt, en over het juiste beginsel van de vermindering van de werking van die kracht, omgekeerd evenredig met het kwadraat van de afstand.
De vijfpuntige ster(p. 413):
Evenals de
zespuntige ster, die het symbool is van de macrokosmos, heeft de vijfpuntige ster haar eigen diepzinnige symbolische betekenis, want ze stelt de microkosmos voor. De zespuntige ster, de ‘dubbele driehoek’ bestaande uit twee driehoeken, respectievelijk wit en zwart, gekruist en vervlochten (het symbool van onze Society) – in Europa bekend als ‘Salomo’s zegel’ en in India als het ‘teken van Vishñu’ – symboliseert de universele geest en de stof. Een wit punt dat naar de hemel opstijgt, symboliseert eerstgenoemde, en het onderste punt van de zwarte driehoek neigt naar de aarde.1 Ook het pentagram geeft geest en stof weer, maar alleen wanneer ze op aarde zijn gemanifesteerd. Als symbool van de microkosmos (of het ‘kleine heelal’) dat in zichzelf getrouw de macrokosmos (of de grote kosmos) weerspiegelt, is het het teken van de macht van het verstand of de geest van de mens over de grove stof.
1) De
dubbele driehoek op de voorkant van The Theosophist werd door een fout van de graveur omgekeerd geplaatst, d.w.z. ondersteboven. De Egyptische tau met de slang eromheen stond ook verkeerd afgebeeld in de andere hoek van de omslag van ons tijdschrift. Laatstgenoemd dubbel teken bevat, als het op de juiste manier wordt getekend, het anagram van de Society – de TS – en de kop van de slang moet naar rechts wijzen.

H.P. Blavatsky Geselecteerde artikelen deel 2: 1882 –1887
De zes- en vijfpuntige sterren (440-442:):
De pythagoreeërs, van wie de decade de hele kosmos omvatte, vereerden het getal 12 nog veel meer, omdat het de heilige tetraktis vermenigvuldigd met drie voorstelde, wat een drietal volmaakte vierkanten, tetraden genoemd, opleverde. De hermetische filosofen of occultisten, die in hun voetstappen traden, gaven dit getal 12 weer door de ‘dubbele driehoek’ – het grote heelal of de macrokosmos, dat door deze figuur wordt aangeduid; dit omvatte bij hen ook het pentagram, of de microkosmos, die ze het kleine heelal noemden.

Met de twaalf letters van de buitenhoeken, verdeeld in vier groepen van triaden of drie groepen van tetraden, verkregen ze het dodecagoon, de regelmatige meetkundige veelhoek die begrensd is door twaalf gelijke zijden en twaalf gelijke hoeken bevat, die bij de oude Chaldeeën de 12 ‘grote goden’1 symboliseerde, en bij de Hebreeuwse kabbalisten de tien sefiroth, of scheppende machten van de natuur, die emaneerden uit sefira (goddelijk licht), die zelf de belangrijkste van de sefiroth is en een emanatie van chokhmah, de hoog ste wijsheid (de ongemanifesteerde wijsheid), en ain sof, het oneindige. Zo krijgen we drie groepen van triaden van de sefiroth en een vierde triade, samengesteld uit sefira, ain sof en ‘chokhmah’, de hoogste wijsheid, ‘die niet door overdenking kan worden begrepen’, en die ‘verborgen ligt binnen en buiten de schedel van het lange gezicht’;1 het toppunt van de bovenste driehoek vormde de ‘drie kabbalistische gezichten’, die het twaalftal volledig maken. Bovendien geven de twaalf figuren twee vierkanten of de dubbele tetraktis, die in de pythagorische symboliek de twee werelden voorstelt – de spirituele en de fysieke; de 18 binnenhoeken en 6 kernhoeken geven, naast 24, tweemaal het heilige macrokosmische getal, of de 24 ‘goddelijke ongemanifesteerde machten’. Het zou onmogelijk zijn deze kort op te sommen. Trouwens, het is in onze tijd van scepsis veel zinvoller de wenk van Iamblichus te volgen, die zegt dat ‘de goddelijke machten zich altijd ergerden aan degenen die de constructie van de icosagoon openbaar maakten’, d.w.z. die de methode bekendmaakten om de dodecaëder binnen een bol te beschrijven – één van de vijf regelmatige lichamen in de meetkunde, omsloten door twaalf gelijke en regelmatige vijfhoeken, waarvan de geheime kabbalistische betekenis door onze tegenstanders goed zou moeten worden bestudeerd. Naast dit alles geeft het pentagram in het midden, zoals hierboven in de ‘dubbele driehoek’, de sleutel tot de bedoeling van de hermetische filosofen en kabbalisten. Dat dubbele teken is zo welbekend en wijdverbreid dat het boven de ingang van de lha-khang (tempel die boeddhistische voorstellingen en standbeelden bevat) in elke gompa (klooster) kan worden gevonden, en vaak boven de kast met relikwieën, die in Tibet doeng-ten (gdung-rten) wordt genoemd. De middeleeuwse kabbalisten geven ons in hun geschriften de sleutel tot de betekenis ervan. ‘De mens is een kleine wereld binnen het grote heelal’, onderwijst Paracelsus. ‘Als een microkosmos binnen de macrokosmos, als een foetus, hangt hij aan zijn drie belangrijkste geesten in de schoot van het heelal.’ Deze drie geesten worden als tweevouden beschreven: (1) de geest van de elementen (het aardse lichaam en het levensbeginsel); (2) de geest van de sterren (het siderische of astrale lichaam, en de wil die het beheerst); (3) de geest van de spirituele wereld (de dierlijke en de spirituele zielen) – terwijl het zevende beginsel een bijna onstoffelijke geest is of de goddelijke augoeides, åtman, voorgesteld door het centrale punt, dat overeenkomt met de menselijke navel. Dit zevende beginsel is de persoonlijke god van ieder mens, zeggen de oude westerse en oosterse occultisten.

Squaring the circle, The Interlaced Triangles
The interlaced triangles—the upper pointing one—is Wisdom Concealed, and the downward pointing- one—Wisdom Revealed (in the phenomenal world). The circle indicates the bounding-, circumscribing quality of the All, the Universal Principle which, from any given point expands so as to embrace all things, while embodying the potentiality of every action in the Cosmos. As the point then is the centre round which the circle is traced—they are identical and one, and though from the standpoint of
Maya and Avidya—(illusion and ignorance)—one is separated from the other by the manifested triangle, the 3 sides of which represent the three gunas—finite attributes. In symbology the central point is Jivatma (the 7th principle), and hence Avalokitesvara, the Kwan-Shai-yin, the manifested “ Voice " (or Logos), the germ point of manifested activity ;—hence—in the phraseology of the Christian Kabalists "the Son of the Father and Mother," and agreeably to ours—" the Self manifested in Self—Yih-Sin, the “ one form of existence," the child of Dharmakaya (the universally diffused Essence), both male and female. Parabrahm or “ Adi-Buddha " while acting through that germ point outwardly as an active force, reacts from the circumference inwardly as the Supreme but latent Potency. The double triangles symbolize the Great Passive and the Great Active ; the male and female ; Purusha and Prakriti. Each triangle is a Trinity because presenting a triple aspect. The white represents in its straight lines : Gnanam —(Knowledge) ; Gnata—(the Knower) ; and Gnayam—(that which is known). The black—form, colour, and substance, also the creative, preservative, and destructive forces and are mutually correlating, etc., etc.

De Driehoek met punt naar boven (indigo-blauwe Manas) en de Driehoek met punt naar beneden (groene Manas ) vormen samen de dubbele driehoek, het dubbele schema. Het gaat om de complementaire polariteit, het antagonistisch (of-of) naar polair-dialectisch (en-en, p. 72 in Civis Mundi Jaarboek 2018. De synthese van Wetenschap, Religie en Filosofie van de Geestkunde (Anti-Darwinisme) staat diametraal tegenover het WTE-complex (p. 140, 187, 202 in Civis Mundi Jaarboek 2018 - WTK-complex) vanuit de Natuurkunde. In de kern gaat moderniteit over de synthese van Politiek, Sociologie, Cultuur, Filosofie, Secularisatie, Wetenschap, Kunst en Technologie, lees Broederschap.

Kosmische Evolutie (H.P. Blavatsky Theosopia mei 2012 p. 59):
v-3. Hij is hun leidende geest en leider. Wanneer hij begint te werken, scheidt hij de vonken van het lagere rijk (minerale atomen) die zweven en trillen van vreugde in hun stralende woningen (gasachtige wolken) en vormt daarmee de kiemen van wielen (krachtcentra). Hij plaatst ze in de zes richtingen van de ruimte, en één in het midden – het middenwiel. Met de zes richtingen in de ruimte wordt de dubbele driehoek bedoeld, de samenvoeging en versmelting van zuivere geest en stof (zie ook het embleem van de TS).

Kleur onderzoeken (Dr. Mariël Polman 7 maart 2015):
Het uitdrukken van de juiste verhoudingen van de indalende en opstijgende krachten in de heilige meetkunde komt aan de orde in De Geheime Leer. Dit was een centraal thema in de Vahana Loge. Vahana: uitdrukking van een geestelijk beginsel. De kleurdiagrammen van Vahana lerares en kunstenares Cato Gruntke zijn daar een uitdrukking van: een dubbele driehoek in een cirkel, herkenbaar in het embleem van de TS en vrijwel identiek aan de kleurencirkel van Goethe. Goethe gebruikte proeven om zijn kleurtheorie te onderbouwen waardoor je de krachten kan gaan zien spelen. Cato Gruntke zet daar een vijfpuntige ster naast. Hierin is de menselijke ster van HPB herkenbaar, die afgedrukt is in ‘De esoterische instructies’ van H.P. Blavatsky, ook wel genoemd ‘Deel III van De Geheime Leer’.
Dr. Mariël Polman is als specialist in de monumentenzorg en als universitair docent werkzaam op het gebied van kleur, verf en schilderingen in en op historische gebouwen.

De dooreengevlochten driehoeken, de lichte naar boven en de donkere naar onder gericht, symboliseren de indaling van de geest in de stof (de donkere driehoek) en het opstijgen van het leven uit de stof met zijn beperkingen (de lichte driehoek), de voortdurende strijd van de lichte en duistere krachten in mens en natuur. Wanneer de dubbele driehoek, zoals in dit embleem, wordt ingesloten door de slang, verzinnebeeldt hij de schepping, begrensd door tijd en ruimte. In de joodse religie is deze dubbele driehoek bekend als het 'Zegel van Salomo of de Davidster. Deze driehoeken apart beschouwd, symboliseren de drie aanzichten van de manifestatie van de Schepper, die in verschillende godsdiensten als de Drie-eenheid bekend is en in het christendom gepersonifieerd wordt als God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest, in het hindoeïsme als 'Brahma, Vishnu en Shiva' en in het oude Egypte als 'Isis, Osiris en Horus'.

 

Fay van Ierland: Over bestuderen van De Geheime Leer, ook De Mahatma Brieven: je moet nieuwe hersenpaden maken. Dat aanmaken van die nieuwe hersenpaden, daarbij wordt een oude manier van denken, op jezelf gericht, vervangen door ontvangend denken. Waarbij je denken iets kan opvangen wat je laat zien, wat je inzicht geeft, in wat zij je aangeven. Zonder die verandering in je denken kun je er eigenlijk niets van begrijpen.
Het boek
Modern Science and Modern Thought van Samuel Laing wordt in Deel I en deel II van De Geheime Leer toegelicht. Uiteindelijk gaat het erom dat we onze eigen leraar worden.

H.P. Blavatsky De Geheime Leer Deel I, Stanza 3 Het ontwaken van de kosmos (p. 107):
Zeno, de grondlegger van de stoa, was niet de enige die onderwees dat het heelal evolueert, wanneer de oorspronkelijke substantie ervan wordt omgezet uit de toestand van vuur in die van lucht, dan in die van water, enz. Heraclitus van Efeze beweerde dat vuur het enige beginsel is dat aan alle natuurverschijnselen ten grondslag ligt. De intelligentie die het heelal laat bewegen is vuur, en vuur is intelligentie. En terwijl Anaximênês hetzelfde zei over lucht, en Thalês van Milete (600 v.Chr.) over water, verzoent de esoterische leer al deze filosofen door aan te tonen dat, hoewel ieder van hen gelijk had, geen van hun stelsels volledig was.
H.P. Blavatsky De Geheime Leer Deel I, Stanza 7 De voorvaderen van de mens op aarde p. 243:
(b) Evenals in het Japanse stelsel worden in de Egyptische en in elke oude kosmogonie aan deze goddelijke VLAM, de ‘Ene’, de drie afdalende groepen ontstoken. Omdat zij hun potentiële bestaan in de hogere groep hebben, worden zij nu afzonderlijke en gescheiden entiteiten. Deze worden de ‘maagden van het leven’, de ‘grote illusie’, enz. en gezamenlijk de ‘zespuntige ster’ genoemd. De laatstgenoemde is in bijna alle religies het symbool van de logos als de eerste uitstraling. Het is het teken van Vishnu in India (de
chakra of het wiel), en het symbool van het tetragrammaton, de ‘Hij van de vier letters’ of – figuurlijk opgevat – ‘de ledematen van microprosopos’ in de Kabbala, waarvan er respectievelijk tien en zes zijn. De latere kabbalisten echter, vooral de christen-mystici, hebben met dit prachtige symbool jammerlijk geknoeid. Want de ‘tien ledematen’ van de hemelse mens zijn de tien sephiroth; maar de eerste hemelse mens is de ongemanifesteerde geest van het Heelal, en zou nooit moeten worden verlaagd tot microprosopus – het kleine aangezicht of gelaat, de oervorm van de mens op het aardse gebied. Hierop gaan we echter later in. De zespuntige ster heeft betrekking op de zes krachten of vermogens van de Natuur, de zes gebieden, beginselen, enz., samengevat door het zevende, het middelpunt in de ster.
De Geheime Leer Deel I, Samenvatting (p. 301):
(6.) Het Heelal wordt van
binnen naar buiten bestuurd en geleid. Zoals boven, zo is het ook beneden, zoals in de hemel, zo ook op aarde; en de mens – de microkosmos en het verkleinde evenbeeld van de macrokosmos – is de levende getuige van deze universele wet en van haar manier van werken. We zien dat iedere uitwendige beweging, handeling, gebaar, hetzij vrijwillig dan wel mechanisch, organisch of mentaal, wordt voortgebracht en voorafgegaan door een inwendig gevoel of emotie, door wil of wilskracht, en door gedachte of verstand. Zoals er onder normale omstandigheden geen uiterlijke beweging of verandering kan plaatsvinden in het uitwendige lichaam van de mens, tenzij deze wordt opgewekt door een innerlijke impuls, afkomstig van één van de drie genoemde functies, kan dit evenmin geschieden in het uitwendige of gemanifesteerde Heelal. De hele Kosmos wordt geleid, beheerst en bezield door een bijna eindeloze reeks hiërarchieën van bewuste wezens, die elk een taak hebben te volbrengen en die – of we ze nu de ene of de andere naam geven en ze Dhyan-Chohans of engelen noemen – ‘boodschappers’ zijn, maar alleen in die zin dat ze werktuigen zijn van de karmische en kosmische wetten.\\ 376: Chaos-Theos-Kosmos zijn slechts de drie aspecten van hun synthese – RUIMTE. Men zal het mysterie van deze Tetraktis nooit oplossen door vast te houden aan de dode letter van de oude filosofieën zoals die nu nog bestaan. Maar zelfs hierin worden CHAOS–THEOS–KOSMOS = RUIMTE in alle eeuwigheid geïdentificeerd als de Ene Onbekende Ruimte, waarover het laatste woord misschien niet vóór onze zevende Ronde zal worden gezegd. Niettemin zijn de allegorieën en metafysische symbolen over de oorspronkelijke en volmaakte KUBUS zelfs in de exoterische Purāna’s opmerkelijk.
Ook daarin is Brahmā de Theos, die zich ontwikkelt uit de Chaos of de grote ‘Diepte’, de wateren, waarboven de geest = RUIMTE, verpersoonlijkt door ayana – de geest die zich beweegt boven de toekomstige grenzeloze Kosmos – in stilte zweeft in het eerste uur van het weer ontwaken. Hij is ook Vishnu, die slaapt op Ananta-Sacha, de grote slang van de eeuwigheid, waarvan de westerse theologie – die niets weet over de Kabbala, de enige sleutel tot de geheimen van de bijbel – de duivel heeft gemaakt. Hij is de eerste driehoek of de pythagorische triade, de ‘god met de drie aspecten’, vóór hij door de
volmaakte kwadratuur van de oneindige cirkel (Squaring the circle) wordt veranderd in de ‘Brahmā met vier gezichten’.
‘
Uit hem die is en toch niet is, uit het niet-zijn, de Eeuwige Oorzaak, wordt de Zijn-purusha geboren’, zegt Manu, de wetgever.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 5 Over de verborgen godheid, haar symbolen en tekens (p. 384):
‘Toen het onbegrijpelijke, het zijnloze en geslachtloze (het kabbalistische Ain-Soph) eerst in barensnood kwam (dat is, toen het uur waarop het zich moest manifesteren, had geslagen) en wenste dat zijn Onuitsprekelijke zou worden geboren (de eerste logos, aeon of aion) en dat zijn onzichtbare met vorm zou worden bekleed, opende het zijn mond en sprak het woord dat aan dit onbegrijpelijke gelijk is. Dit woord (logos) manifesteerde zich in de vorm van de Onzichtbare.
384/385: Dit is zo duidelijk als de oude esoterische geheimhouding het kon maken. Het is even kabbalistisch als, maar minder versluierd dan de Zohar, waarin de mystieke namen of eigenschappen ook woorden zijn met vier, twaalf, tweeënveertig en zelfs tweeënzeventig lettergrepen! Het Viertal toont aan Marcus de waarheid in de gedaante van een naakte vrouw, en geeft alle ledematen van die figuur letters; het noemt haar hoofd Ω, haar hals Ψ, schouders en handen Γ en Χ, enz. Hierin kan men gemakkelijk de Sephira herkennen, waarbij de kroon (kether) of het hoofd nummer één krijgt; het brein of chochmah 2; het hart of de intelligentie (binah) 3; en waarbij de andere zeven sephiroth de ledematen van het lichaam voorstellen. De boom van de sephiroth is het Heelal, en dit wordt in het westen door Adam Kadmon voorgesteld, zoals Brahmā dat in India doet.
388: Wanneer het tijdperk van werkzaamheid is aangebroken, komt sephira, de actieve kracht – het oorspronkelijke punt en de kroon, kether genaamd – uit de eeuwige essentie van Ain-Soph tevoorschijn. Alleen door sephira kan de ‘onbegrensde wijsheid’ een concrete vorm geven aan de abstracte gedachte. Twee zijden van de bovenste driehoek, waardoor de onuitsprekelijke essentie en het heelal – het gemanifesteerde lichaam ervan – worden gesymboliseerd, namelijk de rechterzijde en de basis, bestaan uit ononderbroken lijnen; de derde, de linkerzijde, is een stippellijn. Door de laatstgenoemde komt sephira tevoorschijn. Terwijl zij zich in alle richtingen verspreidt, omvat zij tenslotte de hele driehoek. In deze emanatie wordt de drievoudige triade gevormd. Uit de onzichtbare dauw die uit de hogere uni-triade neervalt (zodat er slechts 7 sephiroth overblijven), schept de ‘hoofd’sephira de oorspronkelijke wateren, d.w.z. de Chaos neemt vorm aan.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 10
Verering van bomen, slangen en krokodillen (p. 442):
De ophieten verklaarden dat er verschillende soorten
genii waren, van god tot mens; dat hun superioriteit ten opzichte van elkaar werd bepaald door de mate van licht die aan elk was verleend; en ze beweerden dat er voortdurend een beroep op de slang moest worden gedaan en deze moest worden bedankt voor de bijzondere dienst die ze de mensheid had bewezen. Want ze leerde Adam dat als hij at van de vrucht van de boom van kennis van goed en kwaad, hij zich onmetelijk zou verheffen door de kennis en wijsheid %blackdie hij zo zou verkrijgen. Zo luidde de exoterische reden die werd gegeven.
450: En deze ‘
ware en volmaakte slang’ is de zevenletterige god, van wie men nu veronderstelt dat hij Jehova(h) is, en Jezus één met hem. In de Pistis Sophia, een boek dat ouder is dan de Openbaring van Johannes en kennelijk uit dezelfde school, wordt de kandidaat voor inwijding door de Christos naar deze god van de zeven klinkers gezonden. ‘De (slang van de) zeven donderslagen spraken deze zeven klinkers uit’, maar de Openbaring zegt: ‘Verzegel wat de zeven donderslagen hebben uitgesproken en schrijf ze niet.’ ‘Bent u op zoek naar deze mysteriën?’, vraagt Jezus in de Pistis Sophia. ‘Geen mysterie kan deze overtreffen (de zeven klinkers): want zij zullen uw zielen dichter bij het licht van de lichten brengen’ – d.w.z. bij de ware wijsheid. ‘Niets overtreft daarom de mysteriën die u zoekt, behalve het mysterie van de zeven klinkers en hun negenenveertig krachten, en hun getallen.’
In India was dit het mysterie van de zeven vuren en hun
negenenveertig vuren of aspecten of ‘de leden daarvan’; dat is precies hetzelfde.
De Geheime Leer Deel I hoofdstuk 11
Demon est deus inversus (p. 463,464):
Wat men ook van de hindoes mag denken, geen van hun vijanden kan hen als dwazen beschouwen. Een volk waarvan de heiligen en wijzen aan de wereld de grootste en verhevenste filosofieën hebben nagelaten die ooit uit het menselijke denken zijn voortgekomen, moet het verschil tussen goed en kwaad hebben geweten. Zelfs een wilde kan wit van zwart onderscheiden, goed van kwaad en bedrog van oprechtheid en waarheidsliefde. Degenen die deze gebeurtenis uit de biografie van hun god vertelden, moeten hebben gezien dat in dit geval die god de aartsbedrieger was en dat de daitya’s, die ‘de voorschriften van de Veda’s nooit overtraden’, de goede kant van de zaak vertegenwoordigden, en de werkelijke ‘goden’ waren. Er moet dus achter deze allegorie een geheime betekenis verborgen zijn geweest, en dat is ook zo. Bij geen enkele maatschappelijke klasse en bij geen enkel volk worden bedrog en list als goddelijke deugden opgevat – behalve misschien bij de klerikale klassen van godgeleerden en van het moderne jezuïtisme.
451: Als ‘God’ absoluut, oneindig en de universele wortel van alles in de Natuur en haar heelal is, waar komt dan het kwaad of de duivel vandaan, als het niet is uit dezelfde ‘gouden schoot’ van het absolute? Zo worden we gedwongen om òf de emanatie van goed en kwaad, van Agathodaemon en Kakodaemon te aanvaarden als loten van dezelfde stam van de Boom van het Zijn, òf ons neer te leggen bij de ongerijmdheid van een geloof aan twee eeuwige Absoluutheden!
Afdeling 3 Appendices Een vergelijking tussen de wetenschap en
de geheime leer
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 10 De kracht van de toekomst
Keeley, een onbewust occultist (p. 611,612):
Moeten wij zeggen dat kracht ‘bewegende stof’ of ‘stof in beweging’ en een manifestatie van energie is, of dat stof en kracht de gedifferentieerde aspecten van de verschijnselen zijn van de ene oorspronkelijke, ongedifferentieerde kosmische substantie?
Deze vraag wordt gesteld met het oog op die stanza die over fohat en zijn ‘zeven broers of zonen’ gaat, met andere woorden over de oorzaak en de gevolgen van de kosmische elektriciteit; deze laatste wordt in het occulte spraakgebruik de zeven oorspronkelijke krachten van de elektriciteit genoemd, waarvan alleen de zuiver waarneembare en daarom grofste gevolgen op het kosmische en vooral op het aardse gebied voor natuurkundigen kenbaar zijn. Hiertoe behoren onder andere geluid, licht, kleur, enz. Wat heeft de natuurwetenschap ons nu over deze ‘krachten’ te zeggen? Geluid, zegt zij, is een gewaarwording die wordt veroorzaakt door de botsing van atmosferische moleculen tegen het trommelvlies, die fijne trillingen in het gehoororgaan veroorzaakt en zich zo meedeelt aan de hersenen. Licht is de gewaarwording die wordt veroorzaakt door de botsing van onmerkbaar kleine trillingen van de ether tegen het netvlies van het oog.
614: Om de werking van zijn motor uit te leggen, zegt
Keely: ‘Bij het ontwerpen van de tot dusver gebouwde machines is nooit een middel gevonden om een neutraal centrum teweeg te brengen. Als het wel zo was, zou er een eind zijn gekomen aan de moeilijkheden van de zoekers naar een perpetuum mobile, en dit probleem zou een voldongen en werkend feit zijn geworden. Er zou voor zo’n instrument alleen maar een eerste impuls van een paar ponden nodig zijn om het eeuwen te laten lopen. In het ontwerp van mijn trillingsmachine deed ik geen poging een perpetuum mobile te bereiken, maar wordt een circuit gevormd dat inderdaad een neutraal centrum heeft, dat zich in een zodanige toestand bevindt dat het door mijn trillende ether tot leven kan worden gebracht. Onder de invloed van genoemde substantie is het werkelijk een machine die praktisch onafhankelijk is van de massa (of de globe); dit wordt veroorzaakt door de wonderbaarlijke snelheid van het trillingscircuit. Toch moet deze machine, met al haar perfectie, worden gevoed met de trillingsether om haar tot een onafhankelijke motor te maken . . .’
615:
Keely licht zijn denkbeeld ‘een neutraal centrum’ als volgt toe:
We stellen ons voor dat, na de accumulatie van een planeet met een bepaalde middellijn, zeg ongeveer 20.000 mijl – want de omvang heeft niets met het probleem te maken – al het materiaal wordt verwijderd, met uitzondering van een korst met een dikte van 5000 mijl, zodat er tussen deze korst en een centrum ter grootte van een gewone biljartbal een lege ruimte overblijft. Dan zou er een even grote kracht nodig zijn om deze kleine centrale massa te verplaatsen als voor de verplaatsing van de schil van 5000 mijl dik. Ect.
623: Wat
Keely over geluid en kleur zegt, is ook vanuit occult standpunt juist. Hoor hem spreken alsof hij het troetelkind van de ‘goden-onthullers’ was en zijn hele leven in de diepten van Vader-Moeder Aether heeft geschouwd.
Als hij de ijlheid van de dampkring vergelijkt met die van de etherische stromen, die hij verkrijgt door middel van zijn uitvinding, waarmee hij de moleculen van de lucht door trilling laat uiteenvallen, zegt
Keely:
‘Zij is als platina vergeleken met waterstofgas. De
moleculaire ontbinding van lucht brengt ons alleen maar tot de eerste onderverdeling; de intermoleculaire tot de tweede; de atomaire tot de derde; de interatomaire tot de vierde; de etherische tot de vijfde, en de interetherische tot de zesde onderverdeling of positieve associatie met de lichtgevende ether. In mijn inleidende betoog heb ik beweerd dat dit het trillende omhulsel van alle atomen is.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 11 Over elementen en atomen (p. 634):
De ‘triaden’, die onder dezelfde moederplaneet zijn geboren, of liever de uitstralingen van een en dezelfde planeetgeest (Dhyāni-Boeddha), zijn in hun leven na de dood en in hun
wedergeboorte steeds zuster- of ‘tweeling-zielen’ op deze aarde11.
11) Het is hetzelfde – maar meer metafysische – denkbeeld als dat van de christelijke drie-eenheid – ‘drie in een’, d.w.z. de universele ‘over-geest’, die zich manifesteert op de twee hogere gebieden, die van buddhi en van mahat; en deze zijn de drie hypostasen, metafysisch maar nooit persoonlijk.

De Geheime Leer, Deel II
Twee antediluviale(, voorgoddelijke) astronomen (p. 53):
Wat
Nårada werkelijk is, kan niet in een gedrukt stuk worden uitgelegd; de hedendaagse generatie van niet-ingewijden zou aan deze informatie ook niet veel hebben. Maar men kan opmerken dat indien er in het hindoe - pantheon één godheid is die op Jehovah lijkt, die verleidt door het ‘ingeven’ van gedachten en de harten ‘verhardt’ van degenen die hij tot zijn werktuigen en slachtoffers wil maken, dan is het Nårada. Bij laatstgenoemde bestaat echter niet het verlangen om bij de geringste aanleiding ‘met plagen te slaan’, en zo aan te tonen: ‘Ik ben de Heer God.’ Ook gebeurt het niet uit een eerzuchtig of egoïstisch motief, maar om de universele vooruitgang en evolutie te dienen en te leiden.
De Geheime Leer Deel 2 Stanza 2. Zonder hulp schiedt de natuur tekort
Schepping van goddelijke wezens volgens de exoterische verhalen (p. 63):
Vreemd genoeg begint hij met het scheppen van DEMONEN, die dus voorrang krijgen boven de engelen of goden. Dit is geen tegenstrijdigheid, en ook geen inconsequentie, maar heeft evenals al het overige een diepzinnige esoterische betekenis, volkomen duidelijk voor iemand die vrij is van christelijk theologisch vooroordeel. Wie voor ogen houdt dat het beginsel MAHAT, of intellect, het ‘universele denkvermogen’ (letterlijk ‘het grote’), dat de esoterische filosofie de ‘gemanifesteerde alwetendheid’ noemt – het ‘eerste voortbrengsel’ van
pradhåna (oerstof) zoals het Vishñu-Puråña zegt, maar volgens het occultisme het eerste kosmische aspect van parabrahman of het esoterische SAT, de universele ziel3 –aan het ZELF-bewustzijn ten grondslag ligt, zal begrijpen waarom. De zogenaamde ‘demonen’ – die (esoterisch) het zelfbewuste en (intellectueel) actieve beginsel zijn – zijn bij wijze van spreken de positieve polen van de schepping, en zijn dus het eerst voortgebracht. Dit is in het kort het proces zoals het in de Puråña’s allegorisch wordt verteld.
De Geheime Leer Deel II, Stanza 6. De evolutie van de 'zweetgeborenen'
Enkele woorden over ‘
zondvloeden’ en ‘noachs’ (p. 116):
Maar wat is dat ‘spirituele vuur’? In de alchemie is het in het al gemeen WATERSTOF; terwijl het in de esoterische werkelijkheid de emanatie of de straal is die voortkomt uit zijn noumenon, de ‘dhyånì van het eerste element’. Waterstof is alleen op ons aardse gebied een gas. Maar zelfs in de scheikunde zou waterstof ‘de enige bestaande vorm van stof zijn, in onze betekenis van het woord’1, en ze is nauw verwant aan protyle, die ons
laya is. Ze is zogezegd de vader en voortbrenger, of beter gezegd de upådhi (basis), van zowel LUCHT als WATER, en is ‘vuur, lucht en water’, in feite één onder drie aspecten; vandaar de chemische en alchemistische drieeenheid. In de wereld van manifestatie of stof is deze het objectieve symbool en de stoffelijke emanatie van het subjectieve en zuiver spirituele entitatieve wezen op het gebied van de noumena. Terecht heeft Godfrey Higgins waterstof vergeleken en zelfs vereenzelvigd met TO ON, het ‘ene’ van de Grieken. Want, zoals hij opmerkt, waterstof is geen water, hoewel ze dit voortbrengt; waterstof is ook geen vuur, hoewel ze dit manifesteert of schept; en evenmin is ze lucht, hoewel lucht kan worden beschouwd als een product van het verenigen van water en vuur – want waterstof komt voor in het waterige element van de atmosfeer. Ze is drie in een.2
149,150: In de Toleduth (geslachten) van Adam zal het vers ‘God schiep (bara, bracht voort) de mens naar zijn beeld, naar het beeld van God schiep hij hem, man en vrouw schiep hij hen’, indien men het esoterisch leest, de ware betekenis opleveren, namelijk: ‘De Elohim (goden) brachten uit zichzelf (door modificatie) de mens voort naar hun beeld . . . zij schiepen hem (de collectieve mensheid, of Adam), man en vrouw schiep hij (de collectieve godheid) hen6.’ Dit maakt het esoterische denkbeeld duidelijk. Het geslachtloze ras was hun eerste voortbrengsel, een modificatie van en uit henzelf, de zuivere geestelijke bestaansvormen; en dit was Adam alleen. Dan kwam het tweede Ras: Adam-Eva of Jod-Heva, onwerkzame androgynen; en tenslotte het derde, of de ‘zich scheidende hermafrodieten’, Kaïn en Abel, die het vierde, Seth-Enos, enz. voortbrengen. Dit derde, het laatste halfgeestelijke ras, was ook het laatste voertuig van de goddelijke en aangeboren wijsheid, die was ingeboren in de Henochs, de zieners van die mensheid. Het vierde, dat had geproefd van de vrucht van de Boom van goed en kwaad – wijsheid die al was verenigd met aardse en dus onzuivere intelligentie7 – moest als gevolg daarvan die wijsheid verkrijgen door inwijding en grote inspanning. En de vereniging van wijsheid en intelligentie, waarbij de eerste de laatste bestuurt, wordt in de Hermetische boeken genoemd ‘de God die de dubbele vruchtbaarheid van de twee geslachten bezit’. Mystiek gezien werd Jezus als mannelijk-vrouwelijk beschouwd. Zie ook in de orfische hymnen, die tijdens de mysteriën werden gezongen: ‘Zeus is een man, Zeus is een onsterfelijke maagd.’ De Egyptische Ammon was de godin Neïth, in zijn andere helft. Jupiter heeft vrouwenborsten, Venus heeft op sommige van haar beelden een baard, en Ila, de godin, is tevens Su-Dyumna, de god, als Vaivasvata’s nakomeling.
7) Zie de vereniging van chochmah, wijsheid, met binah, intelligentie of Jehova, de Demiurg, die in de Spreuken van Salomo, hfst. vii, verstand wordt genoemd. De wijsheid (de goddelijke occulte wijsheid) roept tot de mensen: ‘O! gij onnozelen, begrijpt de wijsheid; en gij dwazen, hebt een begrijpend hart.’ Het is geest en stof, de nous en de psyche; over de laatstgenoemde zegt Jacobus dat zij ‘aards, zinnelijk en duivels’ is.
150: ‘De naam
Adam’, zegt professor A. Wilder, ‘of mens, sluit deze dubbele bestaansvorm in. Hij is identiek met Athamas, of Thomas (in het Tamil, Tam), dat wordt weergegeven door het Griekse didumos, een tweeling. Indien dus de eerste vrouw werd gevormd na de eerste man, moet zij als logische noodzakelijkheid ‘uit de man zijn genomen’ . . . en de ribbe die de Elohim van de man had genomen, ‘maakte hij tot een vrouw’ (Gen., ii). Het hier gebruikte Hebreeuwse woord is Tzala, dat wordt vertaald zoals wij hebben aangegeven. Het is gemakkelijk de legende terug te vinden in Berosus, die zegt dat Thalatth (de Omoroca, of Vrouwe van Urka) het begin van de schepping was. Zij was ook Melita, de koningin van de maan . . . De twee tweelinggeboorten van Genesis, die van Kaïn en Abel en van Ezau en Jakob, weerspiegelen dezelfde gedachte. De naam ‘Hebel’ is dezelfde als Eva, en zijn kenmerkende eigenschap schijnt vrouwelijkheid te zijn’, vervolgt de schrijver.
Zie Pausanias en Nonnus, die beiden meedelen:
De strenge Neptunus rukte het Phlegeïsche eiland
Van zijn diep gewortelde grond, en bedolf onder de golven
Zijn
goddeloze(, voorgoddelijke) bewoners . . .1
In de theogonie heeft ze betrekking op prekosmische transformaties, op spirituele verbanden – hoe absurd deze uitdrukking voor een wetenschapper ook klinkt – en ook op de daaropvolgende kosmogonie; op de grote WATERVLOED (stofvloed) in de CHAOS, gewekt en bevrucht door die geest-stralen die werden verzwolgen door, en omkwamen in, de mysterieuze differentiatie – een prekosmisch mysterie, de proloog van het drama van het zijn. Anu, Bel, en Noach gingen vooraf aan Adam-Kadmon, Adam de Rode, en Noach; evenals Brahmå, Vishñu, en Íiva voorafgingen aan
Vaivasvata en de rest.2'
Dit alles bewijst dat de halfuniversele vloed die aan de geologie bekend is (de eerste ijstijd) precies moet hebben plaatsgevonden in de tijd die de geheime leer ervoor aangeeft, namelijk (in ronde getallen) 200.000 jaar na het begin van ons VIJFDE RAS, of ongeveer in de tijd waarin volgens
Croll en Stockwell de eerste ijstijd viel, d.w.z. ongeveer 850.000 jaar geleden. Laatstgenoemde verstoring wordt door geologen en astronomen toegeschreven aan ‘een extreme excentriciteit van de aardbaan’,3 en de geheime leer schrijft deze aan dezelfde oorzaak toe, maar voegt er nog een andere factor aan toe, namelijk het verschuiven van de aardas, waarvoor een bewijs is te vinden in het boek Henoch (64:1), als men de versluierde taal van de Puråña’s niet begrijpt. Dit alles bewijst dat de Ouden iets wisten over de ‘hedendaagse ontdekkingen’ van de wetenschap.
1) Nonnus, Dionysiaca, 18:36-8.
2) Zie
Isis ontsluierd, 2: p. 496, waar op enkele van de zeven betekenissen wordt gezinspeeld.
3)
Alexander Winchell, World-Life, 1883, blz. 368.
De Geheime leer Deel II Stanza 7 Van het halfgoddelijke ras tot de eerste mensenrassen (p. 177,178):
Het
hylozoïsme is, filosofisch opgevat, het hoogste aspect van het pantheïsme. Het is de enig mogelijke uitweg uit een onzinnig atheïsme dat gebaseerd is op een dodelijke stoffelijkheid, en de nog onzinniger antropomorfistische opvattingen van de monotheïsten, waartussen het op zijn eigen geheel neutrale grond staat. Het hylozoïsme vereist een absoluut goddelijk denkvermogen, dat de talloze actieve scheppende krachten of ‘scheppers’ doordringt – entiteiten die worden bewogen door en hun bestaan hebben in, uit, en door dat goddelijke denkvermogen. Etc.
Dit werd in de oudheid zo goed begrepen dat zelfs de matig religieuze
Aristoteles de opmerking maakte dat zo’n werk van rechtstreekse schepping voor God helemaal niet gepast zou zijn – ajprepe;~ tw`/ Qew`/. 2 Plato en andere filosofen onderwezen hetzelfde: de godheid kan niet zelf de schepping ter hand nemen – aujtourgei`n a{panta. Dit noemt Cudworth ‘hylozoisme’. De oude Zeno heeft volgens Laërtius gezegd: ‘De natuur is een gewoonte die uit zichzelf in beweging komt, volgens beginselen die in de kiem besloten liggen; ze vervolmaakt en bevat die verschillende dingen die op bepaalde tijden uit haar worden voortgebracht; ze handelt in overeenstemming met dat waaruit ze is afgescheiden.’1
De Geheime Leer Deel II hoofdstuk 22 De Geheime Leer Deel II, Stanza 12 Het vijfde ras en zijn goddelijke leermeesters :
De ‘vloek’ vanuit een filosofisch gezichtspunt
(p. 474):
Er is in de natuur één eeuwige wet, die er altijd naar streeft tegenstellingen te vereffenen en een uiteindelijke harmonie teweeg te brengen. Dankzij deze wet, waardoor de geestelijke ontwikkeling de stoffelijke en zuiver intellectuele verdringt, zal de mensheid worden bevrijd van haar valse goden en zal zij tenslotte DOOR ZICHZELF ZIJN VERLOST.
475: Er is in de natuur één eeuwige wet, die er altijd naar streeft
tegenstellingen te vereffenen en een uiteindelijke harmonie teweeg te brengen. Dankzij deze wet, waardoor de geestelijke ontwikkeling de stoffelijke en zuiver intellectuele verdringt, zal de mensheid worden bevrijd van haar valse goden en zal zij tenslotte DOOR ZICHZELF ZIJN VERLOST.
In haar uiteindelijke openbaring staat de oude mythe van Prometheus – van wie de
proto- en antitypen in elke oude theogonie worden gevonden – in elk van deze aan de oorsprong van het stoffelijke kwaad, want zij staat aan de drempel van het stoffelijke menselijke leven. KRONOS is de ‘tijd’, en het is zijn eerste wet dat de volgorde van de successieve en harmonische fasen van het evolutieproces tijdens de cyclische ontwikkeling strikt in acht zal worden genomen – op straffe van abnormale groei met al zijn gevolgen. Het was niet de bedoeling van de natuurlijke ontwikkeling dat de mens – ook al is hij een hoger dier – onmiddellijk in intellectueel, geestelijk en psychisch opzicht de halfgod zou worden die hij op aarde is, terwijl zijn stoffelijke lichaam zwakker, hulpelozer en vergankelijker blijft dan dat van bijna alle grote zoogdieren. De tegenstelling is te grotesk en te scherp; het tabernakel is zijn inwonende god veel te onwaardig.
Omdat de geestelijke evolutie niet in staat was de stoffelijke bij te houden, toen de homogeniteit ervan eenmaal door de vermenging was verbroken, werd het geschenk de belangrijkste oorzaak, zo niet de enige oorsprong, van het kwaad16.
16)
De filosofische opvatting van de Indiase metafysica plaatst de wortel van het kwaad in de differentiatie van het homogene in het heterogene, van het ene in het vele.
De symboliek van de mysterienamen Iao en Jehova en hun verband met het kruis en de cirkel (p. 621):
De
cirkel en het kruis niet zijn te scheiden. . . . Het ansatakruis verenigt de cirkel met het kruis van de vier hoekpunten. Door deze oorsprong werden ze soms verwisselbaar. Zo is bijvoorbeeld de chakra, de schijf van Vishñu, een cirkel. De naam dient als symbool voor het draaien en rondcirkelen, de periodiciteit, het wiel van de tijd. De god gebruikt dit als een wapen om naar de vijand te slingeren. Op dezelfde manier werpt Thor zijn wapen, de fylfot, een vorm van het vierarmige kruis (swastika) en een symbool voor de vier hemelstreken. Zo komt het kruis overeen met de jaarcyclus . . . Het wielembleem verenigt het kruis en de cirkel tot één, zoals ook de hiëroglifische koek en de ankh-lus .2
Geheime Leer Deel II, Hoofdstuk 24
Het kruis en het Pythagorische tiental (p. 653):
Volgens de
esoterische filosofie van deze kant van de Himålaya (dat is die van de kosmogonie van de oorspronkelijke manu) is de zevenvoudige samenstelling van zowel de mens als de natuur het plan van de Natuur zelf. Alleen het zevende beginsel (purusha) is strikt genomen het goddelijk ZELF; want, zoals in Manu wordt gezegd, ‘nadat hij [Brahmå] de subtiele delen van die buitengewoon schitterende zes had doordrongen’,2 schiep hij ze of wekte ze tot ‘zelf’-bewustzijn of het bewustzijn van dat Ene ZELF. Van deze zes worden vijf elementen (of beginselen, of tattva’s, zoals Medhåtithi, de commentator, denkt) ‘de atomaire vernietigbare elementen genoemd’;3 ze worden in bovengenoemd hoofdstuk beschreven.
661: Als we nu aandacht schenken aan het Egyptische kruis of de
tau, kunnen we ontdekken dat deze letter, die door de Egyptenaren, Grieken en Joden zo hoog werd vereerd, in een geheimzinnig verband staat met de decade. De tau is de alfa en de omega van de geheime goddelijke wijsheid, die wordt gesymboliseerd door de eerste en de laatste letter van Thot (Hermes).
Het embleem van de Theosofische Vereniging (klik op embleem): Het Tau-kruis symboliseert de materie of de wereld van vormen; de cirkel erboven de geest of het leven. Zo verzinnebeeldt de ankh de triomf van geest over stof, leven over dood, goed over kwaad. Het is het Kruis van het Leven, het symbool van opstanding en onsterfelijkheid.
670: Maar voor de aanhanger van de ware oosterse archaïsche wijsheid, voor hem die in de geest niets vereert buiten de absolute Eenheid, dat altijd kloppende grote hart dat overal en in elk atoom van de natuur klopt, bevat elk zo’n atoom de kiem waaruit hij de boom van de kennis kan laten groeien, waarvan de vruchten het eeuwige leven schenken en niet alleen het fysieke leven. Voor hem zijn het kruis en de cirkel, de boom of de tau, nadat elk symbool dat hiermee in verband staat is toegepast en gelezen, wat hun verleden aangaat nog steeds een diepzinnig mysterie, en alleen op dat verleden richt hij zijn verlangende blik.
Geheime Leer Deel II, Hoofdstuk 25 De mysteriën van het zevental (p. 673/674):
Ragon geeft in zijn Maçonnerie Occulte een heel goede illustratie van het ‘hiëroglifische zestal’, zoals hij onze
dubbele gelijkzijdige driehoek, , noemt. Hij toont het als het symbool van de vermenging van de ‘filosofische drie vuren en de drie wateren’ waaruit de voortbrenging van de elementen van alle dingen resulteert. Hetzelfde denkbeeld vindt men in de Indiase gelijkzijdige dubbele driehoek. Want hoewel deze in dat land het teken van Vishnu wordt genoemd, is hij in feite het symbool van de triade (of de trimurti). Want zelfs in de exoterische weergave is de lagere driehoek met de top naar beneden, het symbool van Vishnu, de god van het vochtige beginsel en het water (‘nârâ-yana’; of het bewegende beginsel in nârâ, water); terwijl de driehoek met de top naar boven Siva is, het beginsel van het vuur, dat wordt gesymboliseerd door de drievoudige vlam in zijn hand. (Zie het bronzen standbeeld van Tripurantika Siva, ‘Mahadeva die Tripurasura vernietigt’, in het museum van het India House.) Deze twee in elkaar gevlochten driehoeken – die ten onrechte het ‘zegel van Salomo’ worden genoemd, en die ook het embleem van onze Theosophical Society vormen – brengen tegelijkertijd het zevental en de triade voort en zijn het tiental, hoe dit teken (Davidster) ook wordt beschouwd, omdat alle tien getallen daarin zijn besloten. Want met een punt in het midden, zo (Davidster met punt in het centrum), is het een zevenvoudig teken; de driehoeken ervan duiden het getal 3 aan; de twee driehoeken tonen de aanwezigheid van het tweetal; de driehoeken met het gemeenschappelijke middelpunt leveren het viertal op; de zes punten zijn het zestal; en het middelpunt, de eenheid; het vijftal is te vinden door combinatie, als een samenstelling van twee driehoeken, het even getal, en van de drie zijden in elke driehoek, het eerste oneven getal. Dit is de reden waarom door Pythagoras en de Ouden het getal zes aan Venus werd gewijd, omdat ‘de vereniging van de twee geslachten en de alchimistische bewerking van de stof door triaden nodig zijn om het voortbrengende vermogen te ontwikkelen, die vruchtbare kracht en neiging tot voortplanting, die in alle lichamen inherent is’.
Geloof in ‘scheppers’ of verpersoonlijkte natuurkrachten is in werkelijkheid geen polytheïsme, maar een filosofische noodzaak. Evenals alle andere planeten van ons stelsel heeft de aarde zeven logoi – de emanerende stralen van de ene ‘vaderstraal’ – de protogonos of de gemanifesteerde ‘logos’: hij die zijn Esse (of vlees, het Heelal) opoffert, opdat de wereld leeft en elk schepsel daarin bewust bestaan heeft.
De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk 6
Reuzen, beschavingen en verzonken continenten in de geschiedenis (p. 850,851):
Men zal ons ongetwijfeld tegenspreken wanneer we zeggen dat al deze ‘beweeg’- en vrede’-offers waren bedoeld als herdenking van de zeven ‘sabbatten’ van de mysteriën; deze sabbatten zijn zeven pralaya’s tussen zeven manvantara’s of wat wij Ronden noemen – want ‘sabbat’ is een elastisch woord, dat een rustperiode van welke aard ook betekent, zoals elders werd uitgelegd (Afdeling II, hoofdstuk over het zevental). En als dit niet doorslaggevend is, kunnen we ons wenden tot het volgende vers (16), dat eraan toevoegt:
‘Zelfs tot de dag na de zevende sabbat zult gij tellen, vijftig dagen’ (negenenveertig, 7 x 7 stadia van werkzaamheid, en negenenveertig stadia van rust, op de zeven bollen van de keten, en dan komt de rust van de sabbat, de vijftigste); waarna ‘gij een nieuw spijsoffer aan de Heer zult brengen’, d.w.z. gij zult een offer brengen van uw vlees of ‘rokken van vellen’ en gij zult u van uw lichamen ontdoen en zuivere geesten blijven. Deze offerwet, die in de loop van de eeuwen is ontaard en verstoffelijkt, was een instelling die dateerde van de eerste Atlantiërs; zij kwam tot de Hebreeën via de ‘Chaldeeën’, die de ‘wijzen’ van een kaste, niet van een volk waren, een gemeenschap van grote adepten, gekomen uit hun ‘slangenholen’, en die zich eeuwen tevoren in Babylonië hadden gevestigd. En indien men deze interpretatie van Leviticus (vol verminkte wetten van Manu) te ver gezocht vindt, kan men zich tot de Openbaring wenden. Welke interpretatie niet-ingewijde mystici ook aan het beroemde Hoofdstuk xvii geven, met zijn raadsel van de vrouw in purper en scharlaken; of nu de protestanten knikken naar de rooms-katholieken, wanneer ze lezen ‘EEN GEHEIMENIS: HET GROTE BABYLON, MOEDER VAN DE HOEREN EN VAN DE GRUWELEN VAN DE AARDE’, of de rooms-katholieken de protestanten woedend aankijken; de occultisten verklaren in hun onpartijdigheid dat deze woorden vanaf het begin van toepassing waren op elk exoterisch kerkendom, dat wat vanouds de ‘ceremoniële magie’ was met haar verschrikkelijke gevolgen, en wat nu de onschadelijke (want verminkte) klucht is van de rituele eredienst.

Mahatmabrieven (Engelse versie):
Inleiding
viii: Sanskriet.'In de Brieven No. l, 4, 132 en 87 komt een zin voor in Sanskriet of oosterse lettertekens onder de handtekeningen.
Fotografische reprodukties van de eerste drie komen voor op blz. xxix terwijl in de laatste brief de zin op de juiste plaats werd ingelast. Op blz. 383 is het Sanskriet equivalent van de woorden “Mahakasha” en op blz. 384 “guna’s” toegevoegd overeenkomstig het origineel en ook een woord op blz. 447. Een fotografische reproduktie van een strookje met K.H.’s handschrift dat in dezelfde envelop zat als Brief No. 92 is opgenomen op blz. xxix. Brief'No.'13.'Antwoorden 4 en 6 kregen een andere plaats overeenkomstig het origineel.
Brief No. 13
80,81: (2) Zij polariseren zichzelf gedurende het proces van beweging, en worden voortgedreven door de onweerstaanbare Kracht die aan het werk is. In de Kosmogonie en in het werk van de natuur corresponderen de positieve en negatieve, ofwel de actieve en passieve krachten met de
mannelijke en vrouwelijke beginselen. Uw “geestelijke uitvloeiing” komt niet van “achter de sluier” maar is het mannelijk zaad dat in de sluier van de kosmische stof valt. Het actieve wordt aangetrokken door het passieve beginsel en de Grote Nag, het slang-embleem van de eeuwigheid, neemt zijn staart in de bek (Ouroboros) en vormt hier door een cirkel (cyclussen in de eeuwigheid) in die onophoudelijke opeenvolging van het negatieve en het positieve. Vandaar het embleem van de lingam, de fallus en de ktei. De ene en voornaamste eigenschap van het universele, geestelijke beginsel – de onbewuste, maar altijd actieve levengever – is uitbreiden en uitstorten; die van het universele stoffelijke beginsel verzamelen en ontkiemen. Gescheiden zijn ze onbewust en niet-bestaand, tezamen gebracht worden zij bewustzijn en leven. Vandaar ook – Brahma, van de wortel “brih”, Sanskriet voor “uitbreiden, groeien, of bevruchten,” en Brahma is slechts de bezielende, expansieve kracht van de natuur in haar eeuwige evolutie.
Brief No. 145
546: “Hij geeft een verklaring van drie soorten Manvantara’s, Pralaya’s, enz., die van het heelal, van het zonnestelsel en kleinere. Een kleine Manvantara omvat zeven Ronden, d.w.z. zeven omlopen van een Planeetketen van zeven Bollen. Tot zo’n keten behoort onze Aarde. Een Zonneperiode bestaat uit zeven van dergelijke zevenvoudige Ronden, d.w.z.
negenenveertig; zeven van zulke Planeetketens vormen een ‘Zonnestelsel’; in drie van zulke ketens zijn onze Aarde, Mars en Mercurius de D Bol. Bol D van de Marsketen, Bol D van de Mercuriusketen zijn voor ons zichtbaar, omdat die ketens in de evolutie zo dicht bij de onze staan, de ene is bij de onze achter en de andere is de onze vooruit, dat hun stof een indruk op onze zintuigen maakt, terwijl de overige vier ketens in de evolutie te ver van ons af zijn om voldoende met ons gemeen te hebben om zichtbaar te zijn.

De Vervlochten Driehoeken: Terwijl ze in het westen bekend zijn als het zegel of de ster van koning Salomo, waren ze in India bekend als het zegel van Vishnu. De vervlochten driehoeken duiden op de bipolariteit in de natuur -- geest en stof, of mannelijk en vrouwelijk. De top van de witte driehoek vertegenwoordigt de goddelijke monade, de top van de zwarte driehoek de gemanifesteerde werelden. De omhooggerichte driehoek stelt de geest voor, bewustzijn en verborgen wijsheid, die zich spiegelen in de omlaag wijzende driehoek die staat voor de stof, de ontvankelijke ruimte, manifestatie of de onthulde wijsheid. De zijden van de donkere driehoek kunnen vorm voorstellen, kleur en substantie, de drie guna's of fundamentele eigenschappen, en de scheppende, behoudende en vernietigende/vernieuwende krachten van de hindoe-triade, Brahmâ, Vishnu en Shiva.
Samen vertegenwoordigen de driehoeken het gemanifesteerde heelal, geëvolueerd uit het centrale punt binnen de slang-cirkel van tijd en ruimte. Ze vormen ook de zeshoek van de zes beginselen, de kosmische en menselijke, die voortkomen uit en één zijn in het centrale punt, het zevende en hoogste zelf van elk evoluerend wezen. Ze brengen dus de zevenvoudige structuur van het heelal tot uitdrukking. Het kruis in het midden is de innerlijke persoon, die alle dingen van de zes zijden raakt door middel van de zes driehoeken. De zes punten van de ster wijzen naar buiten naar de slang van de eeuwigheid en groeien en evolueren in de loop van de tijd.

De twee met elkaar vervlochten driehoeken symboliseren de schakel tussen de geestzijde en de stofzijde, de tweepoligheid van alle gemanifesteerde leven. De ENE WERKELIJKHEID; haar tweevoudige aspecten in het voorwaardelijke Heelal.

De , de zespuntige ster is het symbool van de mens, die volgens het boek op de zesde dag werd geschapen.

====

Drie logoi (De mens, Drie domeinen, 1e, 2e en 3e Grondstelling, Omegapunt)

De Griekse Filosoof Plato – Logos:
Logos is een Griekse term die "het Woord" betekent. Griekse filosofen zoals Plato gebruikten logos niet alleen voor het gesproken woord maar ook voor het onuitgesproken woord, het woord dat zich nog steeds in de gedachten (herinnering) bevindt -- de rede. Wanneer deze term op het universum werd toegepast, hadden de Grieken het over het rationele principe dat over alle dingen heerst.

Daarom gebruikte Johannes (de schrijver van het Bijbelse boek Johannes) een zeer bijzonder woord -- Logos -- omdat dit in de eerste eeuw na Christus voor zowel Joden als Grieken de beoogde betekenis had.

Esoterie:

Pythagoras De mens  
  1e Logos, Monade3e Logos, TriadeAntroposofieRudolf Steiner 
MonadeTriadeGod (Spiritueel) ----Geest (Geestelijk)Geestmens ----Geestzelf (omgevormd Astraallichaam)
||||||
TetradeDuade4. Lichaam (Fysiek) ----Zoon (Psychisch)Fysiek lichaam ----Levensgeest (omgevormd Etherlichaam)
  Tetrade2e Logos, Duade  
  Snijpunt 1./2. en 3./4.Geest en Ziel 

Pedro Oliveira Theosofie als geestelijke praktijk
Deze grondbeginselen vormen belangrijke verklaringen over de aard van de optimale werkelijkheid, het heelal en de mens, en zij zien deze drie als een organische en onverdeelde eenheid. Alle theosofische leringen komen voort uit de fundamentele grondbeginselen die hierboven zijn aangegeven. Zij zijn de hoeksteen van theosofie als systeem, maar ook als een beschrijving van universele, natuurlijke en menselijke processen. Zij combineren een monistisch en een evolutionair overzicht van de cosmos en in hun alomvattendheid wijzen zij op mogelijke overeenkomsten in wetenschap, religie en filosofie. Misschien was het daarom dat Madame Blavatsky (HPB) besloot tot de ondertitel voor De GeheimeLeer:
‘De synthese van wetenschap,godsdienst en wijsbegeerte’.

H.P. Blavatsky: De Geheime Leer Deel I, Proloog p. 46:
(1.) Het
ABSOLUTE, het Parabrahm van de Vedantaleer of de éne Werkelijkheid, SAT, dat zoals Hegel zegt, zowel het absolute Zijn als Niet-zijn is.
(b) De eeuwigheid van het Heelal in toto als een grenzeloos gebied, periodiek ‘het toneel van talloze Heelallen die zich onophoudelijk manifesteren en weer verdwijnen’ en die ‘de zich manifesterende sterren’ en ‘de vonken van de eeuwigheid’ worden genoemd. ‘De eeuwigheid van de pelgrim21' is als een oogwenk van het Zelf-bestaan (Boek van Dzyan). ‘Het verschijnen en verdwijnen van werelden is als een regelmatig getij van eb en vloed.’
Deze tweede stelling van de Geheime Leer betreft de algemene geldigheid van die wet van periodiciteit, van eb en vloed, van neergang en opkomst, die de natuurwetenschap op alle gebieden van de natuur heeft waargenomen en beschreven. Een afwisseling zoals tussen dag en nacht, leven en dood, slapen en waken is een feit dat zo gewoon is, zo volkomen algemeen en zonder uitzondering, dat het gemakkelijk is te begrijpen dat wij er een van de
werkelijk fundamentele wetten van het heelal in zien.
21) ‘Pelgrim’ is de benaming die wordt gegeven aan onze monade (
de twee in één) gedurende haar cyclus van incarnaties. Zij is het enige onsterfelijke en eeuwige beginsel in ons, omdat zij een ondeelbaar onderdeel is van het integrale geheel – de universele geest, waaruit zij voortkomt en waarin zij aan het eind van de cyclus wordt opgenomen. Als men zegt dat zij uit de ene geest voortkomt, moet men een onbeholpen en onjuiste uitdrukking gebruiken, bij gebrek aan meer geschikte woorden in het Nederlands. De aanhangers van de Vedanta noemen haar sutratman (draad-ziel), maar ook hun uitleg verschilt iets van die van de occultisten. Het verklaren van dit verschil wordt echter aan eerstgenoemden zelf overgelaten.

Het zijn van het nu staat tussen het niet-zijn van verleden en toekomst. Hegel brengt de werking van de geest, van het bewustzijn in zijn werk Phänomenologie des Geistes (Fenomenologie van de geest) of zie fenomenologie van de geest tot uitdrukking.

H.P. Blavatsky: De Geheime Leer Deel I, Hoofdstuk Pantheïsme - Atheïsme (p. 48):
Hierin ligt het hele verschil tussen de esoterische en de christelijke drieëenheid. De mystici en de filosofen, de oosterse en de westerse pantheïsten, vatten hun aan de wereldvorming voorafgaande triade samen in de zuivere goddelijke abstractie. De orthodoxen vermenselijken haar.

Het Akasha-veld, het Zero Point Field illustreert de absolute ‘Ruimte en Tijd’. In de macrokosmos draait het om de torus en in de microkosmos om de uitgevouwen kubus, die de mens symboliseert.

Deel I, p. 284, Stanza VII, Akâsa en Ether; p. 283/295 van de De Geheime Leer geeft bijzonderheden over het Akasha-veld; vanaf p. 361 over Ether en intelligentie en p. 533/537, 581 over Ether. P. 369: Deze ‘oorspronkelijke substantie’ wordt door sommigen Chaos genoemd: Plato en de pythagoreeërs noemden deze de wereldziel, nadat zij was bevrucht door de geest van dat wat op de oorspronkelijke wateren of de Chaos zweeft. De kabbalisten zeggen dat het zwevende beginsel de reeks droombeelden van een zichtbaar, gemanifesteerd Heelal schiep door zich daarin te weerspiegelen. Chaos vóór – ether na de ‘weerspiegeling’; het is steeds de godheid die alle Ruimte en dingen doordringt. Het is de onzichtbare, onweegbare geest van de dingen en het onzichtbare, maar goed voelbare fluïdum dat uitstraalt van de vingers van een gezonde magnetiseur, want het is vitale elektriciteit – het LEVEN zelf.
De Geheime Leer Deel I hoofdstuk 4 Chaos-Theos-Kosmos (p. 379):
Chaos-Theos-Kosmos, de drievoudige godheid, is alles in alles. Daarom zegt men dat zij mannelijk en vrouwelijk, goed en kwaad, positief en negatief is: de hele reeks van tegengestelde eigenschappen. In latente toestand (in pralaya) is zij onkenbaar en wordt de onnaspeurlijke godheid. Zij kan slechts in haar actieve functies worden gekend, dus als stof-kracht en levende geest, de correlaten en het resultaat of de uitdrukking op het zichtbare gebied van de altijd ongekend blijvende uiteindelijke EENHEID.

De Geheime Leer Deel II, Stanza 1 Het begin van bewust leven (p. 46):
De grenzeloze en oneindige EENHEID bleef bij elk volk een maagdelijk verboden terrein, onbetreden door het denken van de mens, onberoerd door vruchteloze speculaties. De enige verwijzing ernaar was de vereenvoudigde voorstelling van haar eigenschap van uitzetting en samentrekking, van haar periodieke expansie of verwijding en contractie. In het Heelal met al zijn onberekenbaar vele myriaden van stelsels en werelden, die in de eeuwigheid verdwijnen en weer verschijnen, moesten de vermenselijkte machten of goden, hun zielen, tegelijk met hun lichamen uit het gezicht verdwijnen: ‘De adem die terugkeert in de eeuwige schoot, die ze uitademt en inademt’, zegt onze catechismus.
In iedere kosmogonie is er achter en boven de scheppende godheid een hogere godheid, een ontwerper, een architect, van wie de schepper slechts de uitvoerder is. En nog hoger, boven en rondom, op innerlijke en uiterlijke gebieden, is er het ONKENBARE en het onbekende, de bron en oorzaak van al deze emanaties . . .
Alice Ann Bailey (geboren Alice Ann le Trobe-Bateman) (16 juni 1880 – 15 december 1949) was een Britse schrijfster. Zij wordt door haar volgelingen gezien als de voortzetster van het werk van theosofe Helena Petrovna Blavatsky.
Alice Bailey beschrijft in haar boek De wederkomst van Christus de ‘Avatar of Synthesis’ die zoals zij zegt een ‘nauw metgezel’ is van de ‘de Christus’.
Zij zegt: 'Hij werkt onder de grote natuurlijke Wet van synthese die eenheid en fusie voortbrengt. Zijn functie (in harmonie met de energie van Christus) is het voortbrengen van een spirituele wil in de mensheid, de wil tot het goede.'

Boek van de schepping (zoeken: Titel 'Sefer Yetsirah' en Auteur: 'Kirsten van Dijkhuizen'), hoofdstuk 2:1 Three Mothers:
Om de drie Moeders weer op te noemen is niet nodig. Daarvoor verwijzen we je naar 1:2 Three Mothers. De 3 moederletters zijn de G´ddelijke these-antithese-synthese structuur. Dit gegeven staat in de Sefer Jetsiràh centraal, omdat de these-antithese-synthese het basisdrietal zijn. These staat gelijk met het non-verbale bewustzijn Chochmah. Antithese staat gelijk met het verbale bewustzijn Binah en de synthese staat gelijk met de 6 daarop volgende Sefiroth. Hier is iets frappants. We willen middels een overzichtje het verband tussen basisdrietal, de Sefiroth en de Christelijke 3-eenheid weergeven:

Basis drietalDe Sefiroth Deel I, p. 228:De 3-EenheidKenmerken
TheseNon-verbale ChochmahG´d de VaderMen begreep G´d en Zijn Verbond niet.
   Hier lijkt het alsof G´d de Vader non-verbaal is.
AntitheseVerbale BinahYeshua HaMessiah/Maar G´d werd verbaal door Zijn Zoon Yeshua
  het WoordHaMessiah te sturen die ook wel het Woord genoemd wordt.
   Door het Woord, Yeshua HaMessiah, werden G´ds bedoelingen verbaal.
SyntheseDe volgende 6 Sefiroth,De Heilige GeestHet Woord ging weer terug naar de Vaderen de Heilige Geest kwam
 de 6 richtingen daarvoor in de plaats. De Heilige Geest zorgt ervoor
   dat wij de goede richting inslaan in het geloof.

Het holistische denken laat de verbindende schakel, het andere denken zien. De verbindende schakel, de ziel tussen geest en lichaam, geeft een oude kijk op de verborgen blauwdruk, het drievoudige evolutieplan. De beschavingstransformatie die in het holos tijdperk plaats vindt bouwt op eerdere transformaties voort. Rudolf Steiner heeft er al op gewezen dat de Heilige Geest aan de aarde haar definitieve bestemming geeft.

Atma-Buddhi-Manas (Geest, hogere Zelf) in de mens weerspiegelt de drie Logoi ('Vader, Zoon en Heilige Geest' of 'Brahma, Vishnu en Shiva' of
'Isis, Osirus en Horus') in de Kosmos.

Papus (dr. Gerard Encausse) was 17 toen hij door Henri Delaage in het Martinisme werd geïnitieerd. Het Martinisme ziet de mens als schakel tussen natuur en God. Een gezichtspunt dat in de esoterie en de New Age algemeen gangbaar is.

Ricardo Lindemann Het ontdekken van de verborgen volmaaktheid:
De wijsheidstraditie zegt dat sinds onheuglijke tijden het universum cyclisch is, dat het zich uitzet vanuit een punt van oorsprong en terug zal gaan naar dat punt waarbij het zich samentrekt en waarbij de cyclus steeds opnieuw begint. De wetenschap komt langzamerhand ook tot deze conclusie wanneer zij zegt dat het universum voortkomt uit een oerknal, wanneer de krachten van uitbreiding of afstoting werkzaam zijn (overeenstemmend met de handeling van Brahma, de Schepper, in het hindoeïsme). Geleidelijk worden er nieuwe sterren geboren door de aantrekkingskracht van massa’s kosmische poeder die voortkomen uit die grote ontploffing, met een relatief evenwicht tussen de krachten van aantrekking en afstoting (corresponderend met de actie van Vishnoe, de Bewaarder). De zwaartekrachten worden zo groot dat zij resulteren in ‘zwarte gaten’, waaruit zelfs geen licht kan ontsnappen, gegeven het bestaan van fotonen met een piepkleine massa in hun constitutie. Deze ‘zwarte gaten’ beginnen hele zonnestelsels te absorberen (overeenkomend met de handeling van Shiva, de Verwoester, Veranderaar of Bevrijder), totdat hun kern een kritieke massa bereikt die ervoor zorgt dat zij weer gaan ontploffen, volgens de huidige wetenschappelijke beweringen.

====

Drie-eenheid ('de Vader, de Zoon en de Heilige Geest' en ‘Geest - Ziel - Lichaam’)

De Heilige Geest wordt binnen het christendom beschouwd als de Geest van God. Samen met God de Vader en de Zoon van God vormt de Heilige Geest de Heilige Drie-eenheid. Jezus was, als tweede persoon in de Heilige Drie-eenheid, zowel volledig mens als volledig goddelijk.

Hoe vrouwen werden weggeschreven uit de geschiedenis van de wetenschap (Elleke Bal Trouw 19 november 2023):
In de wetenschap zijn
ideeën van mannen eeuwenlang belangrijker gevonden dan die van vrouwen. Het benoemen van dit ‘Matilda-effect’ heeft geholpen om de vinger op de zere plek te leggen. Maar is het de wereld al uit?

Vrouwen en de Kerk - documentaire Het Vaticaan - De staat van de Kerk, 7 december 2024 NPO2):
In
tegenstelling tot de Anglicaanse, de Lutherse en de protestantse kerk, kunnen in de katholieke kerk alleen mannen gewijd worden tot priester. Vrouwen wachten al 2.000 jaar op hun kans om priester te mogen worden. Maar, het Vaticaan houdt onverzettelijk de deur dicht. Intussen bekleden meer en meer vrouwen belangrijke posities in het Vaticaans organigram, maar beslissingsmacht blijft exclusief voorbehouden aan gewijde mannen. Hoe maakt paus Franciscus de weg vrij voor meer vrouwen in het bestuur van de kerk? En hoe waarschijnlijk is het dat vrouwen in de toekomst priester kunnen worden?

De leer van de Drie-eenheid werd definitief op het Concilie van Chalcedon in 451 na Chr. vastgesteld.

God en Zoon staan diametraal tegenover elkaar, maar vormen met de Heilige Geest een drie-eenheid. In de Drie-eenheid God, Zoon en Heilige Geest (these + antithese = synthese) zit het eenheidsbewustzijn verborgen.

Of met andere woorden een drie-eenheid ontstaat door de continue verandering binnen de twee-eenheid (tegenstellingen). De cirkel is rond.

Met Pinksteren vieren christenen dat de Heilige Geest uit de hemel is neergedaald. Uit het evangelie van Johannes weten we dat Jezus bidt ‘Mogen allen één zijn, Vader’. Jezus bidt voor hen die door hun woord in Hem geloven, dat zij en wij één mogen zijn, de eenheid met elkaar zouden beleven.

Aurelius Augustinus geeft een ingenieuze definitie van de Drie-eenheid:
Heilige Drie-eenheid kan men misschien beter de ene God noemen, uit Wie, door Wie, in Wie alle dingen zijn. Vader, Zoon en Heilige Geest zijn elk afzonderlijk God en vormen samen één God. Elk van hun is een volledige substantie en samen zijn ze één substantie. De Vader is noch de Zoon noch de Heilige Geest, de Zoon noch de Vader noch de Heilige Geest, de Heilige Geest is noch de Vader noch de Zoon, maar de Vader is alleen Vader, en de Zoon alleen Zoon en de Heilige Geest alleen Heilige Geest. Alle drie hebben ze dezelfde eeuwigheid, dezelfde onveranderlijkheid, dezelfde majesteit, dezelfde macht. In de Vader is de eenheid, in de Zoon de gelijkheid, in de Heilige Geest het harmonieuze samengaan van eenheid en gelijkheid. Alle drie zijn één door toedoen van de Vader, gelijk door toedoen van de Zoon, verbonden door toedoen van de Heilige Geest.

Esther de Boer, boek De geliefde discipel, Evangelie van Maria, p. 99: De Verlosser antwoordde, hij zei: Hij ziet niet met de ziel noch met de geest maar met het denken dat [is] in het midden van die twee. Dat is [het dat] het visioen ziet en dat is het […] Jezus zelf is de Weg, de Waarheid en het Leven. Niemand komt tot de Vader, tenzij door Mij. Het is het denken dat aan het visioen richting geeft om Mens en God met elkaar te verbinden. Jezus: Niet mijn wil, maar uw wil geschiede, Ik en de Vader zijn één.

De ziel (psyche) is de schakel tussen geest en lichaam. Het mentale dus van het zich gelijkrichtend ego, richting en/of integriteit van het mentale; eveneens vergeleken met programma. Beschreven als leven gevend en van een zekere gemoedstoestand. Men spreekt in het Nederlands ook wel van het denken, de manier van denken en de verstandhouding.

====

Ruimte - Tijd - Beweging ('Zwakke en Sterke' beweging, Eeuwige wederkeer)

De donkere kant van het licht (John Algeo 14 december 2014):
Een oud kabbalistisch motto stelt dat
Demon est Deus inversus, ‘de duivel is de omgekeerde God’, ofwel ‘de duivel is een aanvulling op God.’ De Ierse dichter William Butler Yeats nam als zijn mystieke naam in de kabbalistische Orde van de Gouden Dageraad, de voorletters aan van dat Latijnse motto, D.E.D.i. Maar die letters vormen ook de Latijnse werkwoordsvorm dedi, wat betekent: ‘ik heb gegeven’ en suggereert dus woordspelig dat het duivelse een goddelijk geschenk is.
Te zeggen dat de
Duivel het omgekeerde of de aanvulling is van God is echter gevaarlijk, omdat het misverstand oproept, vooral bij degenen wier denken gevormd wordt door dualisme, die geest en materie, ziel en lichaam, de rechtvaardige en de onverlaat, de geredde en de verdoemde ziet als eeuwige tegenstellingen. Zij die in simpele tweedelingen denken hebben grote moeite om de onderliggende eenheid van alle diversiteiten te zien. Zij vinden het moeilijk zich voor te stellen dat Demon en Deus, de donkere en lichte engelen evenzeer boodschappers zijn van de Absolute Ene. Zij vinden het moeilijk om de duivel te geven wat hem toekomt.

In de esoterische literatuur komt de veritas duplex, Deus sive Natura, God als ‘achterkant’ van de natuur (“God in de natuur en de natuur in God”) van Spinoza op verschillende manieren naar voren:
-
God in de mensheid, en van de mensheid in God,
- Grenzeloze liefde voor de waarheid (Liefde voor de waarheid),
- Tat va ansi Ik ben dat. (Als er geen liefde in de wereld is, dan ben ik de liefde. Als er geen vrede is, dan ben ik de vrede. Als er geen gerechtigheid is dan ben ik de gerechtigheid. Ik ben dat. Ik ben dat alles.)
-
“Kosmogenesis” en “Antropogenesis”,
- Microkosmos en Macrokosmos,
- Hogere - en lagere Tetraktys [
‘De pythagorische wereld’, zegt Plutarchus (in De anim. procr. , 1027) ‘bestond uit een dubbel viertal’.] of de eenheid heeft de tien gemaakt en de tien de eenheid,
-
Dualiteit in de evolutie (Geest en Lichaam),
-
‘Tat tvam asi’ en ‘neti, neti’,
-
Waarnemer van het Waargenomene (Jiddhu Krishnamurti),
-
Zichtbaar en Onzichtbaar (C.W. Leadbeater),
-
Boek van de getallen (345 en 543 = 888),
-
Dubbele evolutie,
-
Dubbele driehoek,
-
Tweemaal geborene,
-
'Creativiteit en Zelfdestructie' (SCHEPPERS en VERNIETIGERS),
-
Rechterpad en linkerpad
-
Tweevoudigheid 'Demon est deus inversus', De Kelippoth (klippoth) het positief – en negatief''' kwaad.

De Geheime Leer Deel I Stanza 4 De zevenvoudige hiërarchieën (p. 128):
In een polemisch wetenschappelijk boek, ‘The Modern Genesis’, bekritiseert de schrijver, de eerw. W.B. Slaughter, het standpunt van de astronomen en zegt: ‘Het is te betreuren dat de verdedigers van deze (nevelvlek)theorie niet dieper zijn ingegaan op de bespreking daarvan (van het begin van de rotatie). Niemand verwaardigt zich ons er een redelijke verklaring voor te geven. Hoe geeft het afkoelings- en samentrekkingsproces een draaiende beweging aan de massa?’ Dit vraagstuk wordt uitvoerig behandeld in het Aanhangsel. De materialistische wetenschap kan het nooit oplossen. ‘Beweging is eeuwig in het ongemanifesteerde, en periodiek in het gemanifesteerde’, zegt een occulte lering. Dit is het geval ‘wanneer warmte, veroorzaakt door het neerdalen van de VLAM in de oerstof, haar deeltjes doet bewegen, en die beweging wordt een wervelwind’. Een druppel vloeistof neemt de bolvorm aan doordat de atomen ervan om zichzelf ronddraaien in hun laatste, onoplosbare en noumenale essentie; onoplosbaar, althans voor de natuurwetenschap.

Prof. Kanarev stelt dat we in de twintigste eeuw onze onderzoeksresultaten verkeerd zijn gaan interpreteren; we zijn volgens hem iets vergeten. "Tijd, ruimte en materie - het zijn de drie niet te scheiden elementen van een universum".

René Meijer boek De Ether Bestaat (p. 21):
De einsteiniaanse misvatting lijkt, met het serieus nemen van de kritiek, te bestaan uit het verwarren van snelheid met verandering. Snelheid is niet een absolute waarde, zoals de heilige drie basiselementen van de natuurkunde, te weten ruimte, tijd en materie dat wel zijn. Met de tijdruimte die de materie toont, zijn het die drie elementen die als de natuurkundige heilige drie-eenheid van God elkaar definiëren en niet tot iets anders te herleiden zijn. Bij de filosoof D. Hume in Het Menselijk Inzicht, heten ze uitgebreidheid, massa en beweging en bij Vyâsadeva, akas'a, prakriti en kâla. Ze vormen elkaars voorwaarde in de schepping, de een is niet denkbaar zonder de ander.
De tijd is het leven, de beweging van de materie in de ruimte. De ruimte is de tijdsafstand, het fenomeen van de zwaartekracht, tussen materiële voorwerpen. De materie is het electromagnetische effect van de werking van de tijd op de potentie van de uitdijende ruimte, de tijd die bij de wet van reactie van lineair cyclisch werd en zo in tegenstelling de zwaartekracht, de oerpotentie dus, omvormde tot materie (zij het niet geheel, blijkens het niet kunnen vinden van de z.g. onzichtbare 'donkere materie', die volgens 5.20: 38 in de Bhâgavata Purâna drie kwart van de schepping beslaat). De hele schepping is een permutatie van de begrippen tijd, ruimte en materie.

Vyâsadeva:
11) De zes kenmerken van de volheid of het geluk waar we het in de filognosie over hebben worden, zoals reeds gesteld in notitie 7, afgeleid van de drie basiselementen van de schepping: tijd (kâla), ruimte (âkâs'a) en materie (prakriti). Met het manifeste en niet-manifeste van deze basiselementen komen we uit op het volledige van Zijn volheid: intelligentie en kennis als de manifestatie van de ruimte, als de afspiegeling van het ruimtebesef, terwijl de macht van de ether de ongeziene beweger is in het voorbije. Waar schoonheid en harmonie het manifeste van God vormen in de materiële wereld, is boete de niet-manifeste leidraad van de getuige der bovenzinnelijkheid die niet wordt gezien.
16) Asaph is de hebreeuws/westerse naam voor Vyâsa. Het betreft dezelfde persoon als degene die vermeld wordt als de auteur van dit Lied van God, dit Lied van Geluk, deze Bhagavad Gîtâ, die filognostisch ook wel Godbijeen wordt genoemd, naar Vyâsadeva, hij die de verzen van God bijeenbracht. Sommigen twijfelen over deze naam omdat iedere wijze die de wijsheid bijeenbrengt Vyâsa kan worden genoemd. Maar in het Vaishnavisme is men overtuigd van zijn identiteit als zijnde Krishna Dvaipâyana Vyâsadeva, of ook wel Bâdarâyana - hij die verblijft te Badarikâ, een meditatieoord in de Himalaya's vernoemd naar de jujubebomen die daar groeien.
26) De term ether (âkâs'a) moet men zich op dit punt herinneren in de meest moderne zin van het woord, nl. als relativistisch: als het causale en zwaartekrachtveld dat in zijn werking verschilt naar gelang de ruimte die ermee beschreven wordt, d.w.z. een lokale, elementaire of planetaire ruimte, een universele galactische ruimte, en de kosmische of tijdruimtelijk bepaalde oerexpansie van onze materiële werkelijkheid. Het is zowel de doener als de degene die niet handelt in de zin van een niet-betrokken gelijkheid. Dit herinnert men zich vedisch als de drie soorten van Vishnu: Mahâ-vishnu of Kâranodakas'âyî-vishnu, Garbodakas'âyî-vishnu en Ksîrodakas'âyî-vishnu. Vishnu moet worden beschouwd als de representatie van het element van de ether, net zoals de ether moet worden gezien als een manifestatie van Zijn werkelijkheid als de oorspronkelijke integriteit van God uit wie al het andere zijn bestaan vond, zo bevestigt de Bhâgavata Purâna (2.5: 25 en 11.5: 19).

Slotconclusie
Siddhânta: de slotconclusie van de V e d a's dat realisatie van de s v a r û p a in relatie van dienstbaarheid tot K r i s h n a het K r i s h n a-bewustzijn van eenheid in verscheidenheid geeft ofwel het herkennen van de Godspersoon in de (materiële) wereld. (zie ook n y â y i k a, v e d â n t a en a c i n t h y a - b h e d a - a b h e d a - t a t t v a, en B.G. 9: 15).

- Het feit van de schepping die er niet werkelijk is, van Zijn ware eenheid in de begoochelende tijdelijke werkelijkhied, van Zijn gelijktijdig één en verschillend zijn, wordt besproken in hoofdstuk 11.28 en in 12.4: 23-24.

Siddhaloka: de plaats voorbij de drie belangrijkste l o k a 's waarvan men niet terugkeert, waar de vervolmaakten heen gaan (zie ook v a i k u n t h h a).

- De wereld der gezegenden (M.W.).

Siddha's: soort van mensen, de vervolmaakten, zij die perfect zijn, de zelfgerealiseerden, de zieners, de waarheidsprekers, de heiligen, zij van toverkunsten of zij die zijn uitgerust met bovennatuurlijke krachten.

Vaikunthha (-loka): lett. de plaats waar geen indolentie, dwaasheid, domheid, luiheid of - retorisch gesproken - angst heerst. De hemelse woning van de Heer N â r â y a n a. De ideale planeet, de geestelijke wereld. Er zijn meerdere vaikunthhaloka's: afhankelijk van de gedaante van de Heer daar aanbeden.

- Het geestelijk koninkrijk, waar alles s a t - c i t - â n a n d a is, eeuwig, vol wijsheid en gelukzaligheid (zie ook 3.15).

Chaostheorie (Dodecaëder, Recursie, Gulden middenweg, Gelijkvormigheid)

De telling van Pythagoras, de getallensymboliek brengt niet alleen de ultieme symmetrie van 'Zaaien en Oogsten' (reciprociteit), maar ook de in het heelal, de in de ruimte verborgen absolute eeuwige perpetuum mobile, de universele beweging (een beweging van bijvoorbeeld '4 naar 5' en vice versa of 'abiogenese naar autopoiese' en vice versa) of trilling tot uitdrukking. Spreken (het woord is vlees geworden), maar ook muziek kan niet tot geluidstrillingen worden gereduceerd, veroorzaakt door een specifieke omgang met stukken materie. Het gaat wel degelijk om de ‘muziek der sferen’. De getallen van Pythagoras beelden een harmonische relatie, een specifieke categorie van betrekkingen, de verborgen 5e Dimensie, Synthese uit. Pythagoras was een interdisciplinair wetenschapper. De hamvraag blijft wat is de oerbron van deze beweging of trilling?

De aartsengelen Michaël en Lucifer in de hemel zijn de sleutel om het dualiteitsbewustzijn te kunnen overstijgen. De blauwdruk van het reflexieve bewustzijn bestaat uit een lichtzijde en een schaduwzijde. De schaduwkant van het bewustzijn brengt de 'zondeval' van Adam en Eva op aarde tot uitdrukking. De meeste mensen prefereren ‘boter bij de vis’, een beloning op aarde boven een beloning in de hemel. Het is algemeen bekend, dat letter en geest van de wet niet altijd met elkaar overeenstemmen. De moraal van het verhaal is leven we naar de geest van de wet of kruipen we door de mazen van de wet, zodat we de wet aan onze laars kunnen lappen.
Al schrijft
Robert Giebels in de Volkskrant van 12 februari 2010 een artikel met de kop ICESAVE PRESIDENT NEDERLANDSE BANK LIJKT NIET DE MAN DIE DE GATEN IN DE WET OPZOEKT ‘Wellink is bange toezichthouder’. Zaken lopen mis wanneer een kritische reflexie achterwege blijft. Politiek opportunisme viert hoogtij.

Zowel in het boek van Miller als in de kunstwerken van Escher wordt het fenomeen recursie (zelfreferentie) tot uitdrukking gebracht.

Amanda Gefter In Einsteins achtertuin een duizelingwekkende toer langs de mooiste ideeën uit de natuurkunde (p. 34):
Vier typische Wheeler-vragen dienden als inspiratiebron voor het symposium: 'Waarom het kwantum?', 'It from bit?', 'Een participatief universum?' en 'Hoezo existentie?'
34: 'Waarom het kwantum?'
Het zijn mensen die aan de ’eeuwige wederkeer’, door kwalitatieve of kwantitatieve feedback cq. feedforward (systeemtheorie), sturing geven.
Ervin Laszlo schrijft in zijn boek Kwantumshift in het wereldbrein (p. 10):
Wij leven in een tijdsgewricht van bifurcatie waarin zich een fundamentele verandering in onze wereld voltrekt: een macroshift.
27: Bifurcatie doet zich onveranderlijk voor waar complexe systemen een onomkeerbare verandering ondergaan.
De evolutie van complexe biologische én maatschappelijke systemen verloopt via bifurcaties.

Gemeenschappelijke basis van fractals
Fractals vertonen drie eigenschappen tegelijkertijd: iteratie (kringloop), gebroken dimensie en zelfgelijkvormigheid.
Enkel het laatste is visueel zichtbaar. De zelfgelijkvormigheid (similarity) is de eigenschap dat als men een stukje van een fractal vergroot men terug de oorspronkelijke figuur verkrijgt. Deze eigenschap heeft ook nog andere gevolgen : als men slechts een stukje kent van een fractal, kan men hieruit de volledige fractal terug verkrijgen (zie ook geschiedenis van fractals).
Chaostheorie (kies: Classificatie, ‘B. Driehoek en vierkant van Sierpinski’ en ‘G Bomen van Pyhagoras’).

It is possible that the Pythagoras tree would make very useful fractal antennas with only minor tweaking. This assumption is based on its very high Hausdorff dimension.

Binnen een pentagoon kan een pentagram worden getekend. In het centrum van het pentagram ontstaat een nieuw pentagoon. Het recursieproces brengt de manifestatie van de zelfgelijkvormigheid, de wereld van de verschijnselen tot uitdrukking.

Uitgangspunt is dat de drie eigenschappen van fractals - iteratie (Recursie), zelfgelijkvormigheid (Wederkerigheid) en gebroken dimensie ('Hemel en Aarde', 'Macrokosmos en Microkosmos') – met de 1e, 2e en 3e grondstelling (1e, 2e en 3e wijsheidssleutel, 1e, 2e en 3e Logos) van de theosofie correleren. Het is de mens die de microkosmos en macrokosmos met elkaar verbindt.

Blavatsky, De Geheime Leer Deel III (p. 617):
Tussen 5 en 4 komt het antahkarana. De ‘driehoek’ stelt de Christos voor, het slachtoffer dat tussen twee boosdoeners is gekruisigd; dit is het wezen met twee aangezichten.
620: Âtma-Buddhi-Manas in de mens komt overeen met de drie Logoi in de Kosmos. Zij komen niet slechts overeen, doch ieder van hun is de uitstraling van de Kosmos in de microkosmos.

De iteratie van fractals vertoont een recursief geometrisch patroon dat oneindig herhaald wordt op verschillende schaalgroottes. De meest bekende fractal is de Mandelbrot-fractal. Fractals worden vaak gebruikt in screensaversofware van computers. Ze blijven het scherm eeuwig overschrijven met in toenemende mate complexere geometrische patronen.

Jules Ruis het Bewustzijns Besturings Model: De rode draad door alle informatie is het woord 'fractal', een sterk groeiend begrip, dat naar verwachting de komende jaren ons leven en werken op vele fronten zal gaan beïnvloeden. Een klassiek voorbeeld van fractale structuur is de set van in elkaar passende Russische poppetjes, matruschka's genoemd. 'Fractals' zijn (van origine wiskundige) objecten van een ongekende schoonheid bestaande uit zich steeds herhalende patronen. Links ziet u enkele elkaar opvolgende voorbeelden van fractals. Wolken, kustlijnen,rivieren, maar ook planten en dieren, alsmede longen, bloedvaten en hersenen van de mens zijn voorbeelden van fractale structuren in de natuur. Zowel de stoffelijke als de levende natuur blijkt fractaal te zijn georganiseerd.
Deze grafische presentatie toont aan dat de fractale wereld is opgebouwd uit zich steeds herhalende patronen van interacterende (sub)systemen. Klassieke hiërarchische organisatiestructuren zullen de komende jaren vervangen gaan worden door fractale netwerken van relaties, beschikkend over een groot zelforganiserend en innoverend/aanpassend vermogen.

Het Bewustzijns Besturings Model maakt van vier gezichtspunten gebruik. De diapresentatie (2.1) laat zien dat van de besturingscyclus ‘Plan – Do – Check – Act’, de behoeftenhiërarchie van Maslow en de Kernkwaliteiten van Daniel Ofman gebruik wordt gemaakt. De Fractal-organisatie (4.) past tevens het cultuurdiagram van Harrison toe. Hoofdstuk 13: De cultuur in een organisatie is het geheel van waarden en normen, opvattingen en gedragingen van de medewerkers. Het betreft tevens de stijl van leidinggeven in een organisatie. In de fractal-organisatie brengen we de cultuur tot uitdrukking in de 'kleur' van de fractal. We onderscheiden in lijn met de indeling volgens Harrison vier dominante culturen: de blauwe machtscultuur, de rode persoonscultuur, de gele rolcultuur en de groene taakcultuur. Het gehele kleurenpallet doorloopt een vaste 'regenboog'.
Jules Ruis De Chaos getemd! Fractals: een Teken van Leven
Bij prof.dr.ir. Wim van Bokhoven van de TUE vond ik onverwacht bevestiging van wat ik zocht: de overtuiging, dat in de chaostheorie de geheimen van het leven zijn verborgen.
Ir. Poul Bakker van Company Coaching was onder de indruk van de beelden beschouwd als symbolen van samenwerking en conflict. Dr. Wim van Beers van bureau Schouten & Nelissen was zeer belangstellend naar een goed overdraagbare praktische toepassing. De KPMG-organisatie, in de personen van ir. Edward Butter, ir. Steven Olthof en drs. Robert Lubberding, bezorgde mij de inspiratie en uitdaging om de zogenaamde Julia-fractals verder te lijf te gaan. Hun visie om voor toekomstige organisaties het zingevings-vraagstuk centraal te stellen, overtuigde mij dat ik op de goede weg was.

Jules Ruis De Gulden Middenweg
Welke emotie roept mijn dagelijkse krant op? Welke berichten verontrusten me? Wat zijn nieuwtjes die ik met plezier lees en welke koppen sla ik over? Kent u de antwoorden op deze vragen? Waarschijnlijk evenmin als ik. Het zijn geen items om elke dag opnieuw bij stil te staan. Daarom ook gaat het leven zo zijn gewone gang. Voor negentig procent is elke dag gewoon routine. Van ‘s morgens vroeg tot ’s avonds laat voltrekt zich een serie activiteiten van zich herhalende patronen. De uitzonderingen trekken aandacht. De afwijkingen vallen op. Gelukkig maar, dat niet elke dag alles anders is. We zouden niet weten hoe te moeten handelen. Elke dag opnieuw het wiel uitvinden zou verschrikkelijk zijn. Nooit iets nieuw is echter ook weinig inspirerend. Waar loopt de gulden middenweg?

N.A.A. Vogelesang, F.R.C. Morfische velden en resonantie
Om storingsvrij resonantieverkeer te bewerkstelligen tussen morfisch veld en resonator, worden foto's en kaarten ingelezen in de computer en gedigitaliseerd. Een systeem neemt alleen de informatie op waarop het afgestemd is. Zo verstrekt het I.R.T. het zieke ecosysteem genezende informatie door middel van fractals en symbolen. Voor het weer op krachten brengen van een bos gebruikt men meestal een recente luchtfoto als resonator. Een gedetailleerde topografische kaart volstaat echter eveneens. Fractals zijn informatiepatronen, wiskundige zelfherhalingen in steeds grotere en ingewikkelder formaties. Iemand heeft er ooit over gezegd dat wie er naar kijkt, het lijkt of hij een glimp opvangt van de 'ideeën' zelf. Hij lijkt een directe kijk te krijgen in de 'Platoonse hemel'. Van dit soort voorstellingen had men vijfentwintig jaar geleden nog geen weet. Het bestond als onderwerp nog niet eens. Nu is het in de wiskunde het ingewikkeldste studie-object.
Wij hebben deze fractals te danken aan de geleerde Mandelbrot. In de natuur zijn het bekende vormende principes: de ons welbekende varen heeft bijvoorbeeld een peervormige gedaante die overeenkomt met de vorm van elk van de aparte bladeren. Zo ook weerspiegelt elk esdoornblad de vorm van de hele bladerkroon. Volgens het I.R.T.-onderzoek 'verstaat' een morfisch veld ook menselijke oersymbolen en oude schrifttekens met een natuurbetekenis.
De door het I.R.T. gebruikte fractals en symbolen zijn te beschouwen als voorstellingen van een gezond bos of een gezonde plant met een gezond morfisch veld. Eveneens gedigitaliseerd vormen zij de informatie die het verzwakte veld van het zieke bos zal gaan voeden. Repetitie van inprenting in een bepaald ritme gooit er als het ware nog een schepje bovenop.

====

New age (Nieuw paradigma, Het nieuwe leren, Meta-leren, Complementariteit, Atoom, Levensatoom)

Nicholas Roerich Where there is peace, there is culture
Where there is culture, there is peace.

Gelijkenissen, paradoxen uit het Nieuwe Testament en de koans van het zenboeddhisme.
Als voorbeeld de
parabel van de verloren zoon uit het Nieuwe Testament.
De
auteur van het Johannes-evangelie wijkt op een aantal punten af van de synoptische evangeliën. Het thema van 'Marcus', 'Matteüs' en 'Lucas' is Jezus' verkondiging van de nabije komst van het Rijk Gods; Johannes daarentegen benadrukt dat met Jezus de eeuwigheid is doorgebroken. Hij drukt zich daarbij mystieker, meditatiever en meer symbolisch uit dan de Synoptici.

Nicholas Roerich The Cintamani stone (BRES#301: een schitterend juweel):
Between 1923-1928 this stone, which first manifested on Earth many thousands of years before the Cup of Christ, was taken by the great Russian artist and mystic Nicholas Roerich into the heartland of the Far East in order to reunite it with the mother stone it had been separated from, a massive jewel that resided in Shambhala, the Land of the Immortals.

Het symbool van de Banner of Peace bestaat uit drie bolletjes omgeven door een cirkel. Van de vele nationale- en internationale betekenissen die er aan dit eeuwenoude symbool worden gegeven, zijn de meest gebruikelijke: religie, kunst en wetenschap als aspecten van de cultuur die alles als een cirkel omgeeft; en de betekenis: de prestaties van de mensheid in verleden, heden en toekomst die bewaakt worden door de cirkel van de eeuwigheid. Het Roerich Pact werd in 1935 op het Witte Huis in aanwezigheid van President Roosevelt ondertekend door de regeringsvertegenwoordigers van de Verenigde Staten en de landen van Latijns Amerika. In zijn boeken "Fiery Stronghold" en "Realm of Light" heeft Nicholas Roerich in verschillende hoofdstukken het belang uiteengezet van het behoud van culturele prestaties en verworvenheden.

HET VAANDEL VAN VREDE DOOR CULTUUR
Sinds onheuglijke tijden hebben strijders vaandels de oorlog in gedragen. Dit is een vaandel voor de vrede.
Dit universele symbool is een van de oudste in de wereld. De drie bollen werden door Nikolaas Roerich, de ontwerper van het vaandel, aangeduid als de synthese van alle kunsten, alle wetenschappen en alle religies binnen de cirkel van de cultuur. Hij definieerde cultuur als het ontwikkelen van het scheppende vermogen in de mens. Hij geloofde dat het verwezenlijken van vrede door cultuur een doel is dat men kan bereiken door de positieve inspanning van de menselijke wil.

Francis Bacon, Master of Hermetic Wisdom (John Dixon 24 november 2026):
The life and genius of Sir Francis Bacon and his Great Instauration, the Rosicrucian Six Days’ Work that gave birth to modern science and the world we live in today.
John Dixon is a lifelong Baconian and Theosophist and is National Councillor for Torbay Lodge. He has a background in psychology, neuroscience and artificial intelligence and is a committee member of the British Psychological Society’s Consciousness and Experiential Psychology Section.

Het zijn de etherische krachten die een opwaartse beweging mogelijk maken. De Grote Wet zegt: ‘Om de KENNER van het ALZELF9 te worden, moet u eerst de kenner van het ZELF zijn’. Om kennis van dat ZELF te bereiken, moet u het zelf aan het niet-zelf opofferen, het zijn aan het niet-zijn, en dan kunt u tussen de vleugels van de GROTE VOGEL rusten. Ja, zoet is de rust tussen de vleugels van dat wat niet geboren is, noch sterft, maar het AU˜10 is in alle eeuwigheid11 (De stem van de stilte)

Het boek Surfaces and Essences: Analogy as the Fuel and Fire of Thinking van Douglas Hofstadter co-authored with Emmanuel Sander kreeg in Nederland de titel ANALOGIE De kern van ons denken.
Wat betekent het om te denken, en wat om iets nieuws te leren? Volgens
Douglas Hofstadter en zijn Parijse collega Emmanuel Sander heeft het alles te maken met analogieën, beelden. Wat ingewikkeld is, maken we eenvoudiger, en als we iets nieuws tegenkomen, zoeken we de overeenkomst met wat we al kennen. Daarom kunnen we zeggen `De druiven zijn zuur bij teleurstelling, en daarom zegt een klein kind: `Ik heb de banaan uitgekleed. Van deze spontane vondsten tot metaforen: de analogie is het gereedschap waarmee we de wereld, de medemens en ook onszelf begrijpen. In Hoe wij denken laten Hofstadter en Sander zien wat ons mens maakt, en hoe we creatiever kunnen denken. Een boek waarop je nooit uitgekeken raakt.
690: Einstein zag dat er geen wezenlijk verschil bestond tussen het vooruit en achteruit lopen in de tijd van het pas ontdekte verschijnsel. Zo'n
conceptuele omkering lijkt misschien uiterst eenvoudig, maar dient zich niet simpelweg aan; iemand moet er aan dénken.
691: Deze zin beschrijft een gebeurtenis (emissie of absorptie van energie) met een onvermijdelijk gevolg (verlies of toename van massa). Net als bij enkele vergelijkingen die werden besproken in het vorige hoofdstuk komt deze zin neer op een asymmetrische lezing van de vergelijking, waarin een van de twee kanten wordt gezien als de reden van bestaan van de andere kant, maar waar niet aan causaliteit in omgekeerde richting wordt gedacht.
Hoofdstuk Epidialoog (p. 733):

RelatieTheosofieCategorisering tegenoveranalogisering
FrequentieTrillingNon-stopIncidenteel
OriginaliteitIdeatieRoutineCreatief
BewustzijnsniveauBewustzijnsniveausOnbewustBewust
BeheersbaarheidKarma (Ken uzelve)AutomatischVrijwillig
Mate van overeenstemmingRechtvaardigheidVerschillen ongewenstVerschillen gewenst
Centrum van de activiteitKwintessens (Akasa)EntiteitenRelaties
Abstractieniveaus Zo Boven zo BenedenEen sprong tussen twee niveausEen brug op één niveau
Mate van objectiviteitLeraar en LeerlingObjectiefSubjectief
BetrouwbaarheidWaarheid (Ethiek)BetrouwbaarVerdacht

De achterflap van het boek vermeldt dat het boek laat zien wat ons denken zo uniek maakt, en welke mechanismes eraan ten grondslag liggen. Aan de hand van levendige voorbeelden ontvouwen zij een nieuwe visie op taal, creativiteit en wetenschap.
P. 673 verwijst naar de Rechtvaardiging van Einsteins stoutmoedigste analogie:
Einstein voorspelde het lichtkwanta, nu fotonen al in 1905. Het heeft bijna twintig jaar geduurd voordat het idee van lichtkwanta door fysici serieus werd genomen. Hij kreeg de Nobelprijs niet voor revolutionaire ideeën over de aard van het licht, maar voor zijn kleine vergelijking inzake het oneindig veel minder belangrijke foto-elektrisch-effect.

Stoïcisme en Theosofie (TVN Najaarsdag op het ITC in Naarden, 7 november 2026):
Floyd Melssen: 1. Pneuma, Logos en de antieke weg naar vrijheid
Voor de stoïcijnen was het universum geen verzameling levenloze dingen. Het was een levend en geordend geheel, doordrongen van pneuma; een vitaal beginsel dat zij vereenzelvigden met de goddelijke Logos. De menselijke ziel, die zelf een aandeel in dit rationele beginsel bezat, was in staat de orde te herkennen waarvan zij deel uitmaakte.
Floyd Melssen studeerde Filosofie in Nijmegen en ontwikkelde daarnaast een interesse voor denkers op het snijvlak van theosofische metafysica en praktische levenswijsheid. Floyd is lid van de Theosofische Vereniging in Nederland.
Remko van Broekhoven: 2. Lijden of leiden? Een kennismaking met de Stoa
Een theoretische maar vooral praktische kennismaking met stoïcijns denken en doen. Waarin we niet alleen te rade gaan bij klassieke filosofen als Seneca, Epictetus en Marcus Aurelius; maar ook bij latere ervaringsdeskundigen als Etty Hillesum en Edith Eger. Om tenslotte een welkome blik in de spiegel te werpen.
Remko van Broekhoven is filosoof. Hij leerde het vak van zijn moeder, de stoïcijnse en spinozistische denker Miriam van Reijen. Remko promoveerde in 2016 aan de Universiteit Utrecht, en publiceerde drie publieksfilosofische boeken: ’Staat van Tederheid’ (2007); ‘Verbeter de wereld, begin om half elf’ (2011) en ‘De wereld omgekeerd’ (2020).

Misschien moet ik toch die stoorzender zijn die het pretje verpest (Forugh Karimi de Volkskrant 21 oktober 2026, p. 21):
Dit doet me denken aan de analyse van
Harry Frankfurt over bullshit. In zijn essay On Bullshit (1986, als boek verschenen in 2005) onderscheidt de Amerikaanse filosoof liegen van bullshit. Een leugenaar probeert bewust te verhullen wat hij zelf voor waar houdt, om anderen te misleiden. De bullshitter daarentegen staat onverschillig tegenover de waarheid. Het interesseert hem niet of wat hij beweert waar of onwaar is; het gaat hem om het gewenste effect.

Opwaarts (Wilma de Rek interviewt Rob Riemen de Volkskrant 19 oktober 2026, p. V14-15):
Met tijdschrift
Nexus wilde cultuurfilosoof Rob Riemen in 1991 het ‘Europese humanisme’ in leven houden, in een samenleving die ‘steeds dommer en gruwelijker’ wordt. Deze maand verschijnt het honderdste nummer. V zocht hem op in zijn 19de-eeuwse leefwereld.
Waarom geen filosofie?
‘O, ik beschouw
theologie echt als superieur aan de filosofie. Theologie is een universiteit van alles, je krijgt filosofie, geschiedenis, psychologie, kunstgeschiedenis, je wordt geconfronteerd met de essentie van wat is. En vooral: theologie is de hogere kunst van het lezen. Je kunt er ook priester mee worden, maar dat was nooit een optie. En toen las ik dus De toverberg en ik wist: dit is helemaal mijn wereld%black.’

Europa heeft een verborgen vitaliteit (Peter Giesen interviewt Paul Scheffer de Volkskrant 17 oktober 2026, katern Zaterdag p. 13-15):
Alles wat
vanzelfsprekend was in het Westen, staat volgens Paul Scheffer op losse schroeven. Toch is dat geen reden om te somberen, stelt hij in zijn nieuwe boek. ‘Het Chinese model zal uiteindelijk op grenzen stuiten.’
‘We zien nu echt een
kanteling van de wereldorde. De China-schok gaat veel dieper dan alleen economische concurrentie. Het Westen heeft heel lang geloofd dat de geschiedenis een richting had, namelijk die van steeds meer vooruitgang en democratie. Vooral na de val van de Muur werd gedacht dat de politiek daar niet zo veel invloed op hoefde uit te oefenen, omdat de geschiedenis toch wel de goede kant op bewoog. Die gedachte staat nu op losse schroeven. We moeten voorbij de liberale gelatenheid reiken: als de geschiedenis geen richting heeft, zijn we gehouden om zelf richting te vinden. Zoals de dichter Gerrit Kouwenaar schreef: ‘De tijd staat open.’’
Toch is het belangrijk om voor de democratie op te komen, ook als het om
China gaat. Een wereld waarin autocratieën steeds sterker worden is instabiel. Onderdrukking blijft nooit binnen de eigen grenzen. Autocraten zoeken altijd het conflict. Het beste voorbeeld is Vladimir Poetin. Als we Oekraïne opgeven, zal Rusland onrust blijven veroorzaken.’
Als Europa een vrijheidsgemeenschap wil zijn, moet zij ook een veiligheidsgemeenschap zijn, schrijft u. We kunnen niet meer rekenen op de Amerikanen.
‘Het gaat niet om
Trump. Ook als Trump weg is, heeft Europa niet meer de plek die het tijdens de Koude Oorlog voor de Verenigde Staten had. Europa moet nu doen wat het veertig jaar geleden had moeten doen. Als de geopolitieke emancipatie van Europa niet tot stand komt, gaan mensen veiligheid zoeken in de kleinere ruimte van de natiestaat. Dat is de grote tegenstrijdigheid van het populisme. Het spreekt uit naam van veiligheid en bescherming, maar breekt tegelijkertijd het vermogen van Europa af om zich gemeenschappelijk te beschermen tegenover China, Rusland en de VS.

UvA-studenten moeten gewoon weer pennen (Miluska van Rompu de Volkskrant 17 oktober 2026, p. 4):
Laptops en smartphones blijven in de tas tijdens colleges van de studie
interdisciplinaire sociale wetenschap aan de Universiteit van Amsterdam. De afleiding door games en webshops is te groot. ‘Zo’n scherm trekt automatisch je aandacht.’

De geest krijgen (Laurens Verhagen de Volkskrant 17 oktober 2026, p. 23):
In een opmerkelijk
interview met The Guardian heeft de ‘AI-godfather’ het over ‘buitenaardse wezens’ die we aan het creëren zijn. Dat betekent nogal wat. Want hoe zit het dan met de rechten van die ‘wezens’ van hem? Mag je zomaar hele legers buitenaardse intelligente entiteiten maken en die in een afgeschermde omgeving opsluiten om 24 uur per dag onze slaaf te zijn?

Evolutie (Raymond van Geytenbeek de Volkskrant 16 oktober 2026, p. 25):
Hoeveel
mensen zullen beseffen dat de evolutie van de mens zich al decennia in omgekeerde richting aan het bewegen is?

Nevenschade in Gaza
Moeilijk te geloven (Simone Korkus De Groene Amsterdammer 15 oktober 2026, p. 17-19):
In Israël is veel kritiek op
Naza, de documentaire waarin Israëlische militairen vertellen met welk gemak hun leger in Gaza burgers doodt. Is de film niet integer? Of zijn de vragen die hij oproept te pijnlijk?
In Israël wordt dat mechanisme versterkt door de Holocaust. ‘We proberen dat trauma niet te genezen, maar houden het in stand als waarschuwing voor wat blueblack%, door welke vijand dan ook en op elk moment.’ Vanuit dat perspectief kijkt Bar-Tal ook naar 7 oktober. Bij de Hamas-aanval werden circa 800 burgers gedood en 251 mensen ontvoerd. Netanyahu plaatste de aanval onmiddellijk in het Holocaust-referentiekader. Volgens Bar-Tal is die interpretatie diep in het collectieve bewustzijn doorgedrongen, zodat veel Israëliërs de oorlog in Gaza vrijwel uitsluitend bekijken door het prisma van 7 oktober. De angst en de emoties van de existentiële bedreiging overschaduwen wat erna in Gaza is gebeurd.
‘
Wij zijn Sparta’, verzucht Bar-Tal. ‘Een gemilitariseerde samenleving. En er is geen werkelijk initiatief uit ons midden om ons als natie te helen en onze democratie weer te openen.’

In Libanon ontstonden de conflicten en vijandschappen van vandaag (Carlijn van Esch en Remco Andersen interviewen Kim Ghattas de Volkskrant 15 oktober 2026, katern Zaterdag p. 2-4):
In haar
nieuwe boek betoogt de Libanees-Nederlandse journalist Kim Ghattas dat vrijwel alle strijdfronten in het Midden-Oosten zijn te herleiden tot de Libanese burgeroorlog. Ze veegt de vloer aan met Amerikaans en Israëlisch beleid, en lost en passant een decennia oud moordmysterie op.
Het verhaal van een moord, oorlog en de
ontsporing van Amerika in het Midden-Oosten De beste Amerikaan ontrafelt Ghattas de in haar woorden ‘gruwelijke periode’ aan de hand van het mysterie rondom Malcolm Kerr. Die Amerikaanse hoogleraar en arabist, geboren in Beiroet, was rector magnificus van de vermaarde American University of Beirut toen hij in 1984 werd vermoord onder nooit opgehelderde omstandigheden.

Zijn Japanse en Chinese economen te slecht voor de Nobelprijs? (Peter de Waard de Volkskrant 15 oktober 2026, p. 23):
Het comité dat de kandidaten voor de prijs selecteert, bestaat uit
witte westerlingen, vooral Zweedse academici. Ons kent ons.
Die lezen geen
Chinese en Japanse vakliteratuur. Of ze vinden die economische modellen maar niks en zweren bij de vrije markteconomie van het kapitalistische Amerika.

Nobelprijswinnaar Anne Carson brengt de klassieken naar het nu (Hans Bouman de Volkskrant 9 oktober 2026, p. 6-7):
De veelgeprezen Canadese dichter, essayist, vertaler, docent, literatuurcriticus en theaterauteur
Anne Carson heeft met het winnen van de Nobelprijs de allerhoogste literaire status bereikt.

Een heel nieuw hoofdstuk (Jarl van der Ploeg interviewt Irene Vallejo de Volkskrant 6 oktober 2026, p. V4-6):
De Spaanse schrijver
Irene Vallejo werd beroemd met haar onderzoek naar de geschiedenis boeken en schrijven. In de 44ste Van der Leeuw-lezing verlegt ze haar focus naar de zorg. ‘Het beeld van de mens als een van nature egoïstisch wezen is een enorme versimpeling van wie we zijn.’

‘Vriendschap geeft licht in donkere tijden’ (Angela Wals interviewt Beate Völker Volkskrant Magazine 3 oktober 2026, p. 12-19):
Socioloog
Beate Völker specialiseerde zich in vriendschap, ‘de belangrijkste relatie in ons leven’. Volgens haar zijn vrienden cruciaal voor individueel welzijn én de democratie: ‘Onder vrienden oefenen we in het klein wat op macroniveau nodig is.’

De hele kosmos van Messier, nu vanuit Heilo gefotografeerd (George van Hal de Volkskrant 29 september 2026, p. 9):
Vanaf een weiland en zijn balkon in Heiloo legde
Cornelis van Zuilen alle 110 kosmische voorwerpen uit een beroemde catalogus vast. ‘Zover ik weet, ben ik de enige die vanuit Nederland heeft gedaan.’

China gaat de oorlog winnen met krijgskunst van Sun Tzu (Jonathan Witteman de Volkskrant 9 september 2026, p. 15-17):
Terwijl de
Duitse industrie zucht onder moordende concurrentie uit China, broeden Europese leiders op strafmaatregelen tegen de handelspraktijken van het Xi-regime. Een handelsoorlog hangt in de lucht. Maar China staat bij voorbaat al met 2-0 voor. De economische krijgskunst van China, in drie wijsheden van Sun Tzu.

Was mevrouw Blavatsky een tegenstander van het christendom? (Antti Savinainen TheoSofia maart 2026, p. 34-38):
Wat zei HPB over het christendom? De beste bron om deze vraag te beantwoorden is wellicht HPB’s boek Isis ontsluierd, (p. 141,140) waarin kritiek op het christendom ruimschoots aan bod komt. In dat boek maakt HPB een duidelijk onderscheid tussen het kerkelijke christendom en de religie van Christus:
Indien dat abstracte gevoel dat christelijke naastenliefde wordt genoemd, in de kerk de overhand had, dan zouden we dit alles graag ongezegd laten. We hebben geen kritiek op christenen van wie het geloof oprecht is, en van wie het leven overeenkomt met hun belijdenis. Maar met een aanmatigende, dogmatische en oneerlijke geestelijkheid hebben we niets te maken behalve om voor zover we daartoe in staat zijn te waken dat de filosofie van de oudheid – die door de moderne theologie in haar zwakke nakomeling, het spiritisme, wordt bestreden – wordt verdedigd en van blaam wordt gezuiverd, zodat haar grootsheid en bevredigende antwoorden volledig aan het licht komen.

HPB was een felle criticus van het exoterische christendom, het machtsmisbruik en de misdaden die in naam van het christendom werden begaan. Ze was met name kritisch over de katholieke kerk en het meest kritisch over de jezuïeten. Ze maakte echter een duidelijk onderscheid tussen de Vader van Jezus en Jehovah uit het Oude Testament:
Stelde hij ooit zijn Vader tegenover deze strenge, wrede rechter; zijn God van barmhartigheid, liefde en recht vaardigheid tegenover de joodse geest van vergelding? Nooit! Sinds die gedenkwaardige dag dat hij zijn Bergrede hield, ontstond een onmetelijke afgrond tussen zijn God en die andere godheid, die zijn geboden bulderde vanaf die andere berg – Sinaï (
Isis ontsluierd, (p. 190,191).

Alchemie (Theosofische Vereniging 6 november 2025):
1. Het alchemistische proces van transformatie
Herbert van Erkelens (1952) is theoretisch fysicus en pionier in bewustzijn. Hij was jarenlang als docent alchemistische symboliek verbonden aan het Jungiaans Instituut te Nijmegen. Eind 2021 verscheen de tweede editie van zijn boek Wolfgang Pauli und der Geist der Materie dat de relatie tussen kwantumfysica, alchemie en dieptepsychologie beschrijft. Hij is ook schrijver van een alchemistisch sprookje voor volwassenen: Joël en de verloren Graalprinses (2015).
In de alchemie staat een natuurlijk proces van transformatie centraal. Hierover heeft
Carl Jung opgemerkt: ‘Door het inzicht in de alchemistische symboliek kwam ik tot het centrale begrip van mijn psychologie, het individuatieproces.’ Een alchemist werkte in zijn laboratorium bij voorkeur met zijn soror mystica, zijn mystieke zuster. Dan kon het hele proces drie fasen doorlopen die met de kleuren zwart, wit en rood verbonden waren. Theoretisch fysicus Wolfgang Pauli doorliep deze fasen waarbij de geest der materie uit zijn dromen zich zeer kritisch toonde ten opzichte van de moderne natuurkunde.
2. Ontmoeting met
Paracelsus
Elke Bussler
werd geboren in Berlijn. Ze volgde een studie aan de Landbouwhogeschool Wageningen. Na 5 jaar in Zuid-Amerika volgde zij een vertaalopleiding. Ze maakte via de homeopathie kennis met Paracelsus, en zette in 2003 op om de werken van Paracelsus in Nederlandse vertaling uit te geven.
Paracelsus, eigenlijk Theophrastus von Hohenheim, leefde in de overgangstijd van de Middeleeuwen naar de Renaissance (1494–1541). Als universeel georiënteerd en compleet mens was hij van alles, van alchemist tot zedenleraar. Maar in de eerste plaats was hij arts, en alles wat hij verder nog was, stond ten dienste aan dit arts-zijn. Zo ook zijn filosofie, zijn astronomie, zijn alchemie en zijn theologie. Hij was toxicoloog, farmacoloog, psychiater, pionier op diverse gebieden van de geneeskunde, en de grote voorloper van de homeopathie. Zijn blik was op een verre toekomst gericht, waarin voor de christelijke geneeskunst geen ongeneeslijke ziekten meer zouden bestaan.
Paracelsus was rozenkruiser, helderziende en profeet. Een aantal jaren leefde hij als rondtrekkend predikant, en hij schreef uitgebreide Bijbelcommentaren en andere theologische verhandelingen. Als sociaal bewogen hervormer – het was de tijd van de grote boerenoorlog – pleitte hij voor een soort oercommunistische samenleving. Hij liet een omvangrijk oeuvre na aan medische, natuurfilosofische en theologische geschriften.
Zijn kijk op de mens en de kosmos, gevormd, belicht en gekleurd door zijn omgang met de geestelijke wereld, kan een inspiratiebron en wegwijzer zijn voor wie ernaar streeft zich opnieuw met het geestelijke te verbinden.

Bewustzijn als basis (Piet Ransijn Civis Mundi Digitaal #161, augustus 2025):
Bespreking van
Marc Cornelisse, Universeel Bewustzijn: Ontwaken uit de sluimer van vergetelheid.
De theosofie van de antieke mythische figuur
Hermes Trismegistus en Helena Blavatsky (1831-1891) leert dat alles met elkaar verbonden is: “zo boven zo beneden”. Er is een universeel en “immanent zelfbewustzijn” dat het universum tot een eenheid maakt en “waar we allemaal deel van uitmaken”. (p22)
Ontstaan van het universum
Het universum zou geschapen zijn uit ‘Niets’. “Dat niets, dat ongrijpbare vacuüm, blijkt alles in zich te dragen: dualiteit, potentie, spanning... In de kwantumtheorie spreekt men van
nulpuntsenergie – de energie die overblijft in een perfect leeg systeem... Deze ongrijpbare energie zou weleens de bron kunnen zijn waaruit alles is ontstaan... Uit deze oertoestand kunnen spontaan deeltjes ontstaan en weer verdwijnen – een proces dat bekendstaat als fluctuaties in het vacuüm... Wanneer energie in materie wordt omgezet, ontstaan er altijd twee deeltjes: het deeltje en zijn antideeltje.” Materie en antimaterie.
Probleem is nu dat “de
antimaterie lijkt te zijn verdwenen... Nergens in het heelal te vinden“. Terwijl deze er wel zou moeten zijn. (p55,40,47) Misschien bevatten de ‘zwarte gaten’ een antwoord. Maar licht kan daaruit niet ontsnappen. Dus kunnen we niet waarnemen wat erin zit.
Wat we weten van het universum is “
waarnemer-afhankelijk”. Met andere woorden: afhankelijk van het bewustzijn van de waarnemer. “Zolang er geen waarneming plaatsvindt, heeft een kwantumobject geen vaste locatie in ruimte en tijd. Er is alleen potentie... Kwantumexperimenten laten zien dat pas bij waarneming eigenschappen ‘werkelijk’ worden... Waarneming selecteert en concretiseert de mogelijkheden uit het veld”. (p42,50.54)
Verder blijken deeltjes ‘
verstrengeld, verstrengeling’. Als het ene deeltje verandert, verandert onmiddellijk het andere deeltje op afstand. Ze zijn op onbegrijpelijk wijze met elkaar verbonden door “spookachtige werking op afstand” (Einstein). Nobelprijswinnaar Gerard ’t Hooft zou het universum zien als “een causaal verbonden... gigantisch verstrengeld netwerk.” (p49)
“Op kwantumniveau blijkt de werkelijkheid geen verzameling van afzonderlijke dingen, maar een netwerk van relaties – van kansen, golven, interacties. En pas op het moment dat we meten, kijken, observeren – pas dan stort de veelheid van mogelijkheden in tot een waargenomen werkelijkheid... De werkelijkheid krijgt haar vorm door de waarnemer.... Bewustzijn is... een integraal bestanddeel van wat is... Bewustzijn is... een onderliggende structuur die betekenis creëert... die ruimte als voorwaarde voor waarneming en ervaring gebruikt om daarna een dieper niveau van bewustzijn te veronderstellen.” (p55,62)

Stoïcisme voor beginners (en gevorderden) - (Remko van Broekhoven 14 januari 2025):
Ik zal het maar meteen bekennen… Van nature heb ik totaal geen talent voor
stoïcisme. Wat wel grappig is, gezien het feit dat mijn moeder jarenlang een autoriteit was op het gebied van stoïcijnse filosofie. Ze gaf cursussen op de Internationale School voor Wijsbegeerte, schreef Stoïcijnse levenskunst – Evenveel geluk als wijsheid, en was te gast bij Mark Tuiterts podcast Drive. Daarnaast was ze dus mijn moeder. En trakteerde ze me op een opvoeding vol redelijk denken en vooral-niet-bij-de-pakken-neerzitten. Gek: hoe onverstoorbaarheid en ogenschijnlijke emotieloosheid bij de een, tot razernij bij de ander kunnen leiden. Ik ben ervoor behandeld, dank u zeer.
Inmiddels is mijn moeder een filosoof-met-Alzheimer geworden, een lot dat ook mij waarschijnlijk ooit beschoren zal zijn. Ik op mijn beurt heb zo goed en zo kwaad als het gaat, het familiebedrijf voortgezet. Inclusief stoïcijnse filosofie, een van de liefdes die ons mam me heeft meegegeven. Met ongelooflijk veel plezier doceer ik Stoïcijns Denken & Doen. En behandel ik daar niet alleen de heren die ik daarnet al noemde, uit het oude Griekenland of Rome. Maar ook de ideeën van Miriam, van neo-stoïcijn Martha Nussbaum, of van twee vrouwen die afstudeerden aan de Hogeschool van het Leven en (dat vooral) de Dood: de Holocaust. Etty Hillesum, die in 1943 in Auschwitz werd vermoord. En Edith Eger, die in de jaren erna Auschwitz overleefde en prachtige boeken schrijft over stoïcijnse levenskunst, juist wanneer je met trauma’s te dealen hebt.
Vandaag de dag worstel ik met de dementie van mijn moeder. Om er uiteindelijk zo
stoïcijns mee om te gaan als mij – en haar – gegeven is. Niet minder lastig heb ik het met de puberteit van mijn dochter. Als ergens duidelijk wordt dat je macht beperkt is, is het wel in je relatie met je puber. Komisch én logisch tegelijk dat ik binnenkort een workshop geef aan andere ouders over stoïcijns omgaan met je puber. Maar of het nu gaat om je vader en moeder of je zoon of dochter, om je worsteling met jezelf of je omgang met de wereld… betrekkelijk onverstoorbare betrokkenheid is altijd weer een optie. Dat is nou precies waarom ik zo hou van stoïcijnse filosofie…

Wat betekent theosofie voor jou? (Annelies Moerel interviewt Jan Maarten Braak juli 2021):
“Echt enorm veel. Dankzij theosofie heb ik veel leuke en interessante mensen ontmoet. Het heeft mij
nieuwe inzichten gegeven, wijsheid opgeleverd, eigenlijk kan ik niet meer zonder theosofie. Mensen zien theosofie als erg theoretisch, maar voor mij is het juist heel praktisch. En ik heb dankzij de theosofie ook een leuke vrouw ontmoet, waar ik hoop de rest van mijn leven mee samen te zijn.

Bewustzijn als eenheid in verscheidenheid (Piet Ransijn Civis Mundi Digitaal #109 april 2021):
Bespreking van
Tony Nader One unbounded ocean of consciousness Simple answers to the big questions in life.
Bewustzijn als het
‘niets’ waaruit de werkelijkheid voortkomt
Het ongemanifesteerde Bewustzijn, dat niets is, is zich bewust van zichzelf. Het is zowel de waarnemer als het waargenomen object en het proces van waarnemen tegelijk. Het is op zichzelf betrokken en heeft tegelijk drie aspecten, drie perspectieven.
Uit de eenheid komt eerst
drie-eenheid voort en vervolgens verscheidenheid. Het bewustzijn kan als het ware verschillende rollen spelen, de waarnemer, het waargenomene en het proces van waarnemen. “Het bewustzijn is zich tegelijk bewust van zijn eenheid en verscheidenheid” (p131). Het kan deze ook onderscheiden. Dit onderscheidingsvermogen is het intellect, ‘buddhi’ in het Sanskriet, een ander woord voor wakker zijn, weten, weet hebben, bewustzijn.
Bewustzijn,
vrijheid en verantwoordelijkheid
Freuds theorie (links) stelt dat het menselijke bewustzijn meestal op een onbewuste manier werkt. In vergelijking stelt Jung het bewustzijn voor als het zichtbare spectrum die overloopt naar het onzichtbare spectrum oftewel het onderbewustzijn (rechts).
Gradaties van bewustzijn
De schepping is een proces van
manifestatie in toenemende complexiteit, zoals ook Teilhard de Chardin heeft uiteengezet.
Cellen nemen als het ware
elektromagnetische impulsen en chemische stoffen waar. Al deze “bits van bewustzijn” zijn onderdelen van een omvattend Bewustzijn. Hoewel het enigszins lijkt op denken in termen van analogieën, is een vergelijkbare visie te vinden bij o.m. Teilhard de Chardin, S.T. Bok en Fritjof Capra.
Commentaar
Er zijn veel meer wetenschappers die neigen naar een
meer integraal of idealistisch perspectief op diverse gebieden, van (kwantum)fysici als Bohr, Heisenberg, Pauli, Schrödinger, tot (neuro)biologen als S.T. Bok, Herms Romijn (Het slapend en dromend bewustzijn), Eben Alexander, Rupert Sheldrake en Teilhard de Chardin als paleontoloog.

Ingrijpende sociale veranderingen (Piet Ransijn Civis Mundi Digitaal #97, 1 mei 2020):
Deel 1: Verklaringen voor sociale verandering
5. Integrale benaderingen
Sociologen als Weber en Sorokin neigen ertoe aan levensbeschouwing, ideeën, zingeving en waarden een belangrijke betekenis toe te kennen, hoewel zij ook veel aandacht geven aan meer tastbare sociaal-structurele factoren en sociale relaties.
Bij integrale benaderingen gaan veranderingen in het bewustzijn, de samenleving en de cultuur hand in hand. In Society, Culture and Personality: Their Structure and Dynamics licht Sorokin toe hoe de structuur en dynamiek van sociale processen verklaard dienen te worden uit deze drie samenhangende componenten. Als leidende figuren de nadruk krijgen is het uitgangspunt de persoonlijkheid. Bij Marx krijgen sociaal-structurele en economische factoren de nadruk, bij Hegel en Comte de ideële cultuur. In The Reconstruction of Humanity probeert Sorokin na de oorlog de wederopbouw toe te lichten en te stimuleren vanuit een herstel van sociale relaties, culturele waarden, persoonlijke ontplooiing en bewustwording.
Wat betreft de
wisselwerking tussen economie en waarden benadrukt Daniela Hooghiemstra “het harde besef dat humane waarden aan economische logica onderhevig zijn... Solidariteit met ouderen en zieken zou niet langer realistisch zijn [dwz rendabel], of het kille, liberale verdienmodel juist de bron van alle kwaad. Maar zonder economie is solidariteit een wassen neus, en zonder solidariteit schaadt de economie de mens” ( Volkskrant 14 april'). We worden nu geconfronteerd met belangrijkere waarden dan economisch voordeel, zoals gezondheid en solidariteit, maar daar hangt een prijskaartje aan. Wie dat zal betalen is een vraag die ook schering en inslag is in de media. Het lijkt meer een vraag voor economen dan voor sociologen.

Spirituele psychologie (Piet Ransijn Civis Mundi Digitaal #96, april 2020):
Boekbespreking van:
Han de Wit, The Great Within: The Transformative Power and Psychology of the Spiritual Path. Boulder, Shambala, 2019 Deel 1: Een hoopvol perspectief van fundamentele menselijkheid
Fundamentele menselijkheid
In diverse spirituele tradities bestaan concepten omtrent wat een volledig ontwikkeld mens is en wat ontwikkeling van onze menselijkheid inhoudt en ook van het tegendeel: welke eigenschappen minder gewenst zijn. Han de Wit noemt de volgende positieve kenmerken: levensmoed, ook bij tegenspoed, compassie en zorg voor anderen, onvoorwaardelijke levensvreugde, helderheid en openheid van geest. We zien deze eigenschappen bij mensen als Nelson Mandela, Dag Hammersjjöld, Martin Luther King, Mahatma Gandhi, Mother Teresa, de Dalai Lama en vele anderen. Hij noemt ook Etty Hillesum, verwijzend naar haar veelgelezen dagboek. Wellicht kent iedereen deze eigenschappen, als wij ons “op ons best voelen” (p 4).
In het leven en werk van
Albert Camus “wordt ook een voorbeeld van deze kenmerken gegeven, op zijn minst het nastreven ervan. Voormalig ‘Denker des Vaderlands’ Hans Achterhuis sprak in zijn gelijknamige proefschrift over Camus van De moed om mens te zijn.
Han de Wit was onderzoekspsycholoog aan de UvA. Hij is ook geschoold in het boeddhisme en meditatieleraar. De psychologische studie van meditatie-ervaringen is bij uitstek zijn onderzoeksgebied. Hij is de grondlegger van het vakgebied contemplatieve psychologie, dat spirituele ervaringen bestudeert in een psychologisch kader.
Eerste persoons- en derde persoons-perspectief,
mensen als objecten en subjecten
De contemplatieve psychologie en de spirituele tradities die zij onderzoekt, beperken zich niet tot het objectieve derde persoonsperspectief, maar omvatten ook het subjectieve eerste persoonsperpectief in de vorm van zelfonderzoek, introspectie en meditatie. Introspectie was ook onderdeel van de onderzoekspsychologie bij haar grondlegger Wilhelm Wundt en andere psychologen, maar heeft weinig resultaat opgeleverd. Behalve op het onderzoeken en kennen van onze geest is de contemplatieve psychologie evenals de spirituele tradities gericht op “het transformeren van het menselijk functioneren” (p 37). Het gaat erom de fundamentele menselijkheid te onthullen en aan het licht te brengen. Daarbij worden subjectieve methtoden gebruikt “in de vorm van interne (mentale) activiteit, zoals het systematisch richten van de aandacht, het observeren van gedachtenpatronen en op deze wijze inzicht uit de eerste hand te verkrijgen omtrent de werking van de geest” (p 39).

‘We zouden moeten leven vanuit de vraag: wat is leven?’ (Fokke Obbema interviewt Laura van Dolron de Volkskrant 14 april 2020, p. 24-25):
Voor iemand die met praten haar brood verdient, kent Laura van Dolron opvallend veel waarde toe aan stilte. ‘Ik betwijfel of je in het leven steeds verder komt.’
In 2007 krijgt ze een oeuvreprijs, die ze gebruikt voor een
boeddhistische retraite in Thailand, ‘een ervaring die mijn leven heeft veranderd’. Een wijze monnik in de jungle reageert volkomen onaangedaan bij haar uitleg van haar beroep, stand-up philosopher: ‘Hij had geen interesse in Laura met haar verhaal, maar in Laura als mens. In stilte. Het leerde me hoe sympathiek mensen kunnen zijn, wanneer ze hun mond houden.’
Is dat een inzicht van uw boeddhistische retraite?
‘Wat ik op die retraite verder ontdekte, tot mijn eigen verrassing, was hoe fijn ik het vond te knielen voor
leermeesters. Voor mij zijn dat mensen die me voorgaan in de zoektocht. Voor hen kniel ik graag, zij knielen weer voor Boeddha. Ik heb een hekel aan nivelleren, doen alsof er geen verschillen zijn. Voor mensen die een heel lange weg hebben afgelegd, vaak na groot persoonlijk lijden, voel ik een grote eerbied. Stemt dat wegvallen van het verhaal ook milder?
‘Zeker, want je merkt ook hoe alle verhalen van mensen op elkaar lijken. Ik dacht eerst: wat stom van me dat ik mezelf tegenover een boeddhistische monnik in de jungle als stand-up philosopher voorstel. Daarna realiseerde ik me dat ik er ook anders naar kan kijken, namelijk: ik leef in zo’n wereld waarin ik me zo wel moet voorstellen. Door dat mildere perspectief wordt het prettiger naar jezelf te kijken’.
U pleit voor ‘kijken naar wat er is’. Met welk doel?
‘Alles kan betekenis hebben, als je maar de moed en de kracht hebt ernaar te zoeken.
Daarvoor moet je de zoektocht zelf ook interessant vinden, dus niet direct naar de uitkomst willen gaan. Daar betrap ik mezelf wel op: dat ik niet deze coronacrisis wil, maar wel de wijsheid die hij oplevert.’

Essay Mijn betere ik, ons betere wij Schaamte en krenking: de morele (contra)revolutie (Rineke van Daalen De Groene Amsterdammer 2 augustus 2018 p. 26-29):
Bij het ontstaan van morele revoluties in het verleden kende ‘eer’ een grote rol. Hoe verklaren we de morele contrarevolutie in Amerika? En meer nog, hoe kan die worden omgekeerd, hoe kunnen mensen tot
‘hun betere zij’ worden verleid?
In november 2016 werden in de Verenigde Staten de bordjes verhangen en werd Donald J. Trump gekozen tot president. Weinigen hadden deze morele revolutie zien aankomen, weinigen hadden voorzien dat langgekoesterde en fundamentele waarden hun vanzelfsprekendheid zo snel zouden verliezen. We blijken in hoog tempo van ‘ons betere wij’ af te drijven. Dat is een ontwikkeling die indruist tegen de evolutionaire verwachting dat het in de toekomst steeds beter zal worden en daarin ligt een reden om deze contrarevolutie nader te onderzoeken. Ik heb dat gedaan vanuit het werk van Kwame Anthony Appiah en Norbert Elias. Alletwee hebben ze de neiging om zich vooral op positieve ontwikkelingen te concentreren, maar hun model laat zich ook toepassen op morele contra-revoluties en op processen van decivilisatie.
Mijn betere ik, ons betere wij
Hoe kunnen we een zinvol leven leiden? Wat zijn onze morele ijkpunten nu de kerk geen vanzelfsprekendheid meer is? De zoektocht naar een beter ik en naar het ‘goede leven’, zoals de klassieken het noemden, blijft urgent. Hoe verhoudt het betere ik zich tot het grotere geheel: de mogelijkheid van een beter wij? Sinds de ontkerkelijking in West-Europa van de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw lijkt het wellicht alsof vragen van betekenisgeving, ethiek en moraliteit minder belangrijk zijn geworden in ons leven. De vraag is echter of dat het geval is, of dat morele vraagstukken nu veeleer vanuit andere perspectieven en vanuit andere bronnen worden doordacht en begrepen.
In de collegereeks
Mijn betere ik, ons betere wij, die de Universiteit van Amsterdam dit voorjaar organiseerde voor studenten en geïnteresseerden van buiten en waarvan De Groene Amsterdammer mediapartner was, bogen tien gastsprekers zich onder leiding van Stephan Sanders over verschillende aspecten van morele en ethische kwesties. Dit essay van Rineke van Daalen is een bewerking van haar college. Volgende week publiceren wij het college van Willem Jan Otten.

De wolf in ons (Maarten Keulemans de Volkskrant 3 juli 2018, p. V4-6):
De wolf is in het land, en nee, dat is niet eng of gevaarlijk, zegt
Elli Radinger, publicist en wolvenexpert. We kunnen zelfs van alles van de dieren leren, zegt ze. En moet je ze eens horen huilen.
Al meer dan twintig boeken, schreef ze daarover. En nu blijkt haar nieuwe boek,
De wijsheid van wolven, opeens een internationale bestseller.
Begrijpelijk ergens wel, want het boek, vol adembenemend knuffelbare wolvenfoto’s, vindt het exacte midden tussen natuurmonografie en zelfhulpboek. Een werk waar je naast de nieuwste wetenschappelijke inzichten ook opeens zinnen kunt tegenkomen als: ‘Ontmoetingen met wilde wolven – of het nu in de werkelijkheid is of spiritueel – veranderen je in de kern van je bestaan.’
Kom op. Een wolf als manager?
‘Of je nou een roedel leidt of een bedrijf, je hebt dezelfde kwaliteiten nodig. Je bent
een goede leider door het goede voorbeeld te geven, en de kwaliteiten van anderen te erkennen. Bij wolven werkt dat, ze weten: we hebben goede babysitters, goede achtervolgers voor de jacht, goede dit en goede dat. Er hoeft niet een leider te zijn die zegt: jij doet dit, jij doet dat. En omgekeerd weten de wolven dat ze in situaties waar het moeilijk wordt kunnen vertrouwen op hun leider.’
De les die u daaraan verbindt in uw boek:
samen zingen is fijn.
‘Precies. Er is een nieuwe trend in Duitsland: Rudelsingen, ofwel roedelzingen. Vreemden komen samen om op muziek met elkaar te zingen. Een soort karaoke, maar dan massaal. Samen zingen, je wordt er gelukkig van, het werkt echt. En wolven weten dat.’

De “De Bijbel is een schatkist”. De Bijbel toont de herhalende patronen van het leerproces van de mensheid op aarde. De afgelopen decennia hebben te veel politici zich met het doorschuiven van problemen bezig gehouden. Dit doorschuiven werkt contraproductief. Jeroen Dijsselbloem heeft het fundamentalisme van het VVD-foefje van Frank de Grave en Eric Wiebes overgenomen. Jeroen Dijsselbloem is deel van het probleem geworden. Voor aanvullend commentaar zie ook Rutger Bregman, Dick Pels, Noortje Blokhuis en Ted van Hees (Laura de Jong en Hans Wansink de Volkskrant 22 maart 2017, p. 25).

De gelijkvormigheid op elke schaal en de eonenhypothese , de relatie tussen de complexiteit van het kleine en het grote, geeft Gerrit Teule in zijn boek Hebben wij een ziel? Zo ja, waar dan? in het figuur op p. 299 'eon - Atoom - Cel - Lichaam - Planeet' weer. In het boek Hoe wordt je een stoïcijn? van Massimo Pigliucci toont figuur 4.1 op p. 63 vijf concentrische cirkels 'zelf – verwanten – medeburgers – landgenoten – mensheid'. Het achterliggende idee is dat we onszelf erin moeten oefenen om de mensen in de buitenste cirkels op dezelfde manier te behandelen als de mensen in de cirkels die ons meer nabij zijn.

Massimo Pigliucci Hoe wordt je een stoïcijn? Oude filosofie voor het moderne leven
Achterflap van het boek: Toen Pigliucci de vijftig naderde, werd hij overvallen door grote levensvragen en het besef van zijn eigen sterfelijkheid. Dat stimuleerde hem zich te verdiepen in de praktische filosofie van de stoïcijnen, die uitstekend past bij seculiere westerlingen. Ze leert je concentreren op datgene wat binnen je macht ligt en een zekere gelijkmoedigheid te bereiken.
Pigliucci combineert een glasheldere uitleg van deze tijdloze filosofie met persoonlijke voorbeelden. Ten slotte formuleert hij twaalf leefregels voor de moderne stoïcijn.
Hoofdstuk 2
Een wegenkaart voor de reis (p. 26,27):
De kernbegrippen van de Stoa handhaafden zich echter in de geschriften van de vele historische figuren die erdoor werden beïnvloed (met inbegrip van degenen die er ook kritiek op hadden). Daartoe behoorden sommige van de vroege kerkvaders, maar naast hen ook
Augustinus, Boëthius, Thomas van Aquino, Giordano Bruno, Thomas More, Erasmus, Montaigne, Francis Bacon,Descartes, Montesquieu en Spinoza. Het moderne existentialisme en zelfs de neo-orthodoxe protestantse theologie hebben eveneens invloed van het stoïcisme ondergaan.
Hoofdstuk 4 Leven volgens de natuur (p. 62,63):
Zo ried
Hiërocles zijn leerlingen aan naar vreemden te verwijzen als 'broeder'of 'zuster' of, wanneer die ouder waren, als 'om' en 'tante', zodat we onszelf voortdurend voor ogen houden dat we andere mensen moeten behandelen alsof ze eigenlijk onze verwanten zijn. De rede laat ons immers inzien dat we ons allemaal in hetzelfde schuitje bevinden, om zo te zeggen. Figuur 4.1 op p. 63 toont vijf concentrische cirkels 'zelf – verwanten – medeburgers – landgenoten – mensheid'. Het achterliggende idee is dat we onszelf erin moeten oefenen om de mensen in de buitenste cirkels op dezelfde manier te behandelen als de mensen in de cirkels die ons meer nabij zijn.

Dans of Voor het verhaal van Zomergast Geuze was tijd en geduld nodig (Jean-Pierre Geelen de Volkskrant 17 augustus 2015, katern V2):
Interessanter dan die twee momenten was de
rode lijn in Geuzes verhaal: de relatie tussen kunst, de volksaard en landschapsarchitectuur. 'De traditie van het land maken gaat diep. Het is een daad van cultuur.' Zijn grootvader (opzichter bij dijkwerken) had hem geleerd: 'Een dijk is een karakter waarin God, Bach en de ingenieur samenkomen.' Helaas vroeg De Jong niet door over de schoonheid van een dijk.
Nederlanders, die vreemden die ooit in moerasland gingen wonen en daarna het land herwonnen op de zee, schiepen
eerst het land, daarna leerden kunstenaars hen het te begrijpen. 'Het was zo verpletterend mooi dat Rembrandt en Ruysdael dat schilderden.' Flevoland lijkt te zijn ontworpen langs de lijnen van blue%Mondriaan. Dichter H.H. ter Balkt gaf Geuze de taal om landschap te beschrijven. De landschapsarchitect was zelf ook voortdurend op zoek naar de poëzie, van bijvoorbeeld het Rotterdamse Schouwburgplein. Jammer dat hij er zondag zo lang op zoek moest naar woorden.
Die vond hij pas echt halverwege de avond, toen
hij op stoom kwam met een tirade tegen de lelijkheid langs snelwegen en de ondemocratische handel en wandel van pensioenfondsen en woningbouworganisaties die ons landschap vervuilen. 'Hornbach, McDonald's en Unilever bombarderen ons met lelijkheid. En wij vinden dat goed.'
Geuze dus niet; het was te wensen dat zijn geestdrift - over kunst, liefde en landschap, en onaangepasten als Hirsi Ali en Johan Cruijff - de kijker eerder had bereikt.
Een stukje uit
New Earth van Joris Ivens, over de aanleg van de Afsluitdijk, maakte de dromer in hem los. Hij had 'op een of andere manier het romantische ideaal' dat die traditie van land scheppen weer terugkomt: Nederland verdubbelen, zoals Geuze al plannen had voor nieuwe eilanden ter grootte van Terschelling om de Nederlandse kust te beschermen. In een BBC-film over dolfijnen die via een ingenieus systeem vissen in hun bek lieten springen, zag Geuze het bewijs 'dat degene die buiten de lijnen denkt, een zeer nuttig groepsdier is'. 'Ik voel mezelf als ingenieur in staat om dit te herkennen.'
Dat zinnetje tekende
Geuze, maar ook de avond.

New age ervaart de eenheid van mens, natuur en kosmos. De belangrijkste Universele Wet is de Wet van Eén, het eenheidsbeginsel van Rupert Sheldrake, die stelt dat alles in de kosmos met elkaar verbonden is.

Kees Voorhoeve: De Oerbron is de oneindige eeuwige werkelijkheid die alles overstijgt en tegelijkertijd de Bron is van alles wat bestaat. De Oerbron is op 'niets' gericht, het is zo leeg van iets en tegelijkertijd zo vol van alles. Hoe kan uit dit 'niets' iets ontstaan? In de Kabbalistische traditie wordt de Oerbron En Soph genoemd dat 'zonder grens' betekent.

Nobelprijzen worden uitgereikt voor het Hoe. Bij het Wat gaat het om de oerbron. Hoeveel hersencellen bevatten een eicel en een zaadcel?
Leven betekent eeuwig terugkerende cycli, met het steeds weer nieuwe begin. Het kompaskwadrant belicht de 5e dimensie, de communicatie, de kwintessens, de alomvattendheid van het aardse ruimte/tijd-continuüm. Het kompaskwadrant is een hulpmiddel om te leren de wereld, de éne werkelijkheid beter te begrijpen.

De kloof tussen Maakbaarheidsgeloof en Zelfvernietigingsdrang, de chaos in de wereld neemt toe doordat politici in het algemeen beter zijn in het doorschuiven dan in het oplossen van problemen. De relatie tussen Anthropogenesis en Cosmogenesis, de in de kosmos verborgen blauwdruk van het leven, het morele kompas (rechtvaardigheid, zelfreinigende vermogen), lees negentropie maakt het mogelijk de chaos te bedwingen. De Kwintessens brengt de ‘Eeuwige wederkeer’ (Perennial philosophy, Sanātana Dharma, de opwaartse - en neerwaartse spiraaldynamiek), de Eeuwige wederkeer van Friedrich Nietzsche tot uitdrukking.

Levenskunst & Levensgeluk – VI – Mediale Levenskunst (Heidi Muijen Civis Mundi digitaal #29, 29 februari 2015):
2.
Rizzuto’s verfrissende stem in het filosofische debat
Waar huidige liberale vormen van levenskunst (zowel de populaire als filosofische) de nadruk leggen op het vrije individu, verplaatst Rizzuto het accent naar gemeenschapsvorming. De geschetste unieke kans in de geschiedenis ziet hij evenwel door maatschappelijke sturingsmechanismen ondermijnd, waarbij hij onder meer naar Foucaults analyse van de alomtegenwoordigheid van machtsmechanismen en processen van disciplinering verwijst.
Deze laatste diagnose deelt de auteur met
Dohmens uitwerking van een laatmoderne levenskunst. Hij maakt evenwel duidelijk dat Dohmens analyse geen antwoord en alternatief biedt op de gedeelde constatering dat het Verlichtingsdenken en het liberale ideaal van autonomie en maakbaarheid onvoldoende voorwaarden scheppen voor het realiseren van een actuele levenskunst. Rizzuto’s kritiek is niet mals: de problematisering van de typisch Westerse overschatting van autonomie en maakbaarheid leidt niet tot een kritische reflectie “waar levenskunst om zou moeten draaien. Ironisch genoeg is Dohmen zelf het levende bewijs van zijn ongelijk. Blijkbaar gaapt er ook bij hem een onoverkomelijke kloof tussen theoretische bezinning en praktische toepassing. En hier wringt hem de schoen van de westerse levenskunst als zodanig, in ieder geval in haar seculiere varianten zoals bij de Stoa, Montaigne, Schopenhauer of Foucault.
3. Het radicale van het mediale
Want ethiek, opgevat in de ruime betekenis van ethos of handelen, heeft uiteindelijk haar bron in de mystieke ervaring. … Uit dit besef ontspringt een ethische deugd als grootmoedigheid die al in de klassieke traditie een belangrijke plaats innam.
(p. 22)
Om ons iets bij die ervaring van het mediale te kunnen voorstellen citeert de auteur rijkelijk uit dichterlijke teksten die getuigen van een zich één voelen met de natuur of het ervaren van een dieptedimensie van het bestaan. Het bestaan van een, door meerdere tradities erkende prereflexieve, ervaringsgrond legt hij uit aan de hand van de metafoor van het zien met drie ogen (het oog van eenheid, het tweede oog van het maken van onderscheid en het derde oog van niet-tweeheid). Hierbij verwijst hij naar diverse auteurs uit Oosterse en Westerse wijsheidstradities, onder meer de Boeddhistische wijze Dogen en naar de beroemde dichtregel van Angelus Silezius Die Ros ist ohne warum, Sie blühet weil sie blühet (pp. 44-45).
Een misverstand dat hier op de loer ligt, is dat het zou gaan om verheven poëtische of mystieke uitingen die slechts voor weinigen zijn weggelegd. In mijn ogen doelt de auteur op een radicaal menselijke mogelijkheid die openstaat voor een ieder die bereid is enkeling te worden, zoals Kierkegaard het verwoordt. Ieder mens heeft de mogelijkheid zich zelf te ervaren, als een zelfverhouding die zich verhoudt tot het oneindige. Dit kan per definitie alleen vanuit het eigen unieke zijn. En wel op elk ogenblik, op iedere plaats. In die zin versta ik de woorden van Alessandro Baricco, dat de auteur als motto citeert: ‘de heruitvinding van de oppervlakte als plaats van betekenis…’.

In deel III van het rapport 'E i V' staat het Standaardmodel centraal.
Martinus J.G. Veltman: In de loop der tijd zijn er drie belangrijke symmetrieën gevonden: spiegelsymmetrie (het heelal zou gespiegeld kunnen bestaan), tijdsymmetrie (het heelal zou ook andersom in de tijd kunnen bestaan) en materiesymmetrie (elk deeltje heeft een tegendeel dat het doet verdwijnen als het dat ontmoet).

Zelfbewustzijn is de waarneming van wat er in iemands eigen geest omgaat, als het besef van het eigen bestaan. Dit is een moeilijk te definiëren entiteit, waar intelligentie, het nemen van beslissingen, waarneming, bewustzijn en ik-besef zetelen. Er worden drie vormen van intelligentie onderscheiden, namelijk sociale intelligentie, emotionele intelligentie en creativiteit en wijsheid.

The Vitality of Living Truth (Joy Mills november/december 2008):
There is a beautiful phrase used in one of the Yoga Sutras (section 1, sutra 48) to describe the spiritual state of consciousness known as prajna. It is said of that pure consciousness that it is "truth- and right-bearing," the Sanskrit term being
rtambhara. As I. K. Taimni points out in The Science of Yoga, Ultimate Reality "is referred to as Sat [or "isness"] and Its existence in the Universe manifests in two fundamental ways." First, "It constitutes the truth or the very essence of all things." We have this in the motto of the Theosophical Society: Satyam paro nasti dharma, which has been translated, "There is no Religion higher than Truth." The second way in which Ultimate Reality manifests is known as rtam, which Taimni defines as "cosmic order including all laws—natural, moral or spiritual—in their totality which are eternal and inviolable in their nature." So "Rtambhara Prajna is thus that kind of consciousness which gives an unerring perception of the Right and the True underlying manifestation." It is to awaken in ourselves that kind of consciousness that our human journey is undertaken.

Helen Gerretsen Smartvreugdemens Een uitnodiging tot beleven
Centraal staat
Gerretsens scherpe observatie dat het innerlijke beleven uit de mens is verdwenen. Onze aandacht wordt voortdurend opgeëist door prikkels van buitenaf: werk, studie, sociale verwachtingen, media, kopen, liken. Daardoor schieten we “van prikkel naar prikkel” en raken we vervreemd van wat er vanbinnen gebeurt. Volgens Gerretsen maakt juist dat niet-beleven ons kwetsbaar, angstig en eenzaam — ook al kunnen we die eenzaamheid vaak niet eens meer herkennen. Het boek laat zien hoe paradoxaal dat is: we stikken van eenzaamheid, zonder te weten hoe beroerd we eraan toe zijn.

Waarachtigheid – Een uitnodiging tot zelfbeleid
De tweede druk van het boek
Waarachtigheid laat zien dat het belang van waarachtig (= eerlijk) zijn wordt herkend. Waarachtigheid bespreekt de plaats van het individu in een hevig veranderende samenleving. De klimaatcrisis zal een versoberd leven eisen en veel eigen organisatie. De overheid blijft in gebreke als het om zorg voor mensen gaat. Zijn we zelf opgewassen tegen de omwentelingen? De gemakscultuur die we hebben gehad, heeft ons persoonlijk er niet sterker op gemaakt.
Om het leven wel te laten doorgaan voor iedereen, moeten we de zekerheid in onszelf vinden en die terug brengen in ons leven en in dat van anderen. Daarvoor is zelfbeleid nodig: de leiding over jezelf. Dit kan je vinden door de instelling op meer
waarachtigheid. We snakken naar eerlijkheid – in onszelf en in de samenleving. Deze instelling geeft de kracht om weer een factor te zijn. Hiertoe wil dit essay uitnodigen. Waarachtigheid is gebaseerd op het werk van psychoanalyticus C.G. Jung, dat hiermee voor het eerst toegankelijk wordt gemaakt.

Pietro Archiati, boek Wat is karma en reïncarnatie:
Bij de aanvang van een nieuwe eeuw hebben we de mogelijkheid van een
nieuw keerpunt, door de bezinning op wedergeboorte en karma, een wereldomvattende cultuur in te leiden waarin we een beroep doen op de andere kant van onze menselijkheid. Door na de veruiterlijking en toename van materieel bezit en oppervlakkigheid, nu een cultuur van verdieping en verinnelijking te scheppen. Naarmate het besef dat alle mensen één zijn overal op aarde sterker wordt, krijgt het gesprek tussen oost en west steeds meer diepgang. Tegenwoordig ontstaat echter steeds meer het verlangen om wat zij in het verleden met het hart benaderen nu ook vanuit het denkvermogen met inzicht te doordringen. Karma staat voor onverwerkte ervaringen, die in het onderbewuste een belangrijke rol blijven spelen totdat zij door bijvoorbeeld een catharsis zijn verwerkt. Karma heeft betrekking op oorzaak en gevolg. Elke actie roept een ractie op. Wat we zaaien zullen we oogsten.

Reincarnation
Through the process of reincarnation and the different circumstances of our birth, our thoughts and desires and the life we lead, we face many lessons. Eventually we learn how to embrace enduring human values. Those spiritual qualities which are exhibited when we truly become the best we can possibly be. Reincarnation is the process through which we evolve as human beings and reach our spiritual goal. It is a journey everyone is travelling on and it is through our own efforts that the Immortal Spirit gradually learns, over thousands of lives, to reach its full potential. It is part of the greater cycle of life, the evolution of Life itself. Birth and death are a necessary part of the cycle of life on the cosmic journey of evolution.
Below are some theosophical writings and articles which explore these concepts.
Does the Personality Survive?
Return from Sudden Death
Reincarnation and Past Life Memories
How We Remember our Past Lives
Only by understanding that
reincarnation and karma exist, can we begin to know something of the soul’s journey and through spiritual self-development start to direct our future lives.

Er wordt aangenomen dat de geestelijke, intellectele evolutie (creativiteit en wijsheid) met de spiegelsymmetrie, de evolutiepsychologie (emotionele intelligentie) met de materiesymmetrie en de evolutie van de identiteit (sociale intelligentie) met de tijdsymmetrie correleren.

Er wordt aangenomen dat 'Creativiteit en Wijsheid' een resultante is van IQ, emotionele intelligentie en sociale intelligentie. De evolutie (creativiteit en wijsheid) hangt samen met de intelligentiemeting (tijdsymmetrie), de evolutiepsychologie, de emotionele intelligentie (materiesymmetrie) en de evolutie van de identiteit, de sociale intelligentie (spiegelsymmetrie).

De fysieke -, emotionele -, mentale - en spirituele energie correleren met de doorsnede ‘Voertuig, Dierlijk-astrale-Ziel, Ziel en Geest’ van de Joodse Kabbalah.

De éne werkelijkheid, de bewustzijnsschil bestaat uit zes niveaus.
Het rapport ‘E i V’ maakt gebruik van de vijf schakels 4. Ether-paradigma, 5. Reflexief bewustzijn, 6. Meta-leren 7. Hermeneutische cirkel en Unificatietheorie.

 

De grote collectieve ziekmaker van deze tijd is werkstress, psycho sociale arbeidsbelasting. Bij het toenemen van spanningen (stress en angst) in de wereld wordt aan risicobeheersing (stress management) en de mate van maakbaarheid van een wereldwijde samenleving meer aandacht besteed. Maar om spanningen te verminderen heeft de evolutie de mens gelukkig ook van de eigenschappen geweten, zelfbeheersing (innerlijke harmonie leidt tot uiterlijke harmonie), mededogen en empathie voorzien.
Het vraagstuk dat aan de orde wordt gesteld kan worden vergeleken met de principaal-agentproblematiek, met wederkerigheid (enantiodromie volgens Carl Jung), een situatie waarin van asymmetrische informatie sprake is. Uiteindelijk draait het om het reflexief bewustzijn, dus vanuit welk perspectief of perceptie naar de éne werkelijkheid wordt gekeken en hangt samen met:

Jezus zei, Wanneer zij die u leiden tegen u zeggen, ‘Kijk, het Koninkrijk is in de lucht’, dan zullen de vogels in de lucht u voorgaan. Als ze tegen u zeggen, ‘Het is in de zee’, dan zullen de vissen u voorgaan. Nee, het Koninkrijk is binnenin u, en het is buiten u. Wanneer u uzelf leert kennen, dan zult u ontdekken, en beseffen, dat u zelf een zoon van de levende Vader bent. – Gezegde 3

Simon Vinkenoog Kersvers: Shri Ramakrisjna Paramahamsa (1836 - 1886): To see the world more clearly we may need to take off our glasses.

Het is een leidende gedachte, de weg van het hart. Het is een overtuiging, het is een waarheid - als een Heilige Koe - en het is een uitkomst.

"Uw vreugde is Onze vreugde.
Wanneer de betoverende bloem van een liefkozing op aarde bloeit,
wordt er een nieuwe ster in de Oneindigheid geboren. Ontelbaar zijn de sterren.
De melkweg van het geluk verbindt alle werelden."
Bladeren uit de tuin van Morya: De Oproep, 334.

Wiskundigen hebben het oneindige getemd. Onno van Gaans van het Mathematisch Centrum van de Universiteit van Leiden: "Het begrip oneindig gaat ons voorstellingsvermogen te boven. Toch weten we het te temmen."
Hij spreekt tijdens een Studium Generale in Delft over Oneindig in de wiskunde.
Marion de Boo vraagt hem (NRC 18 december 2007):
"Hoe ziet zo'n oneindig dimensionale ruimte er eigenlijk uit?"
Persoonlijk stel ik mij een ruimte voor, met één donkere hoek die ik niet kan zien. Als ik daar ga staan, is het perspectief een slag gedraaid en zie ik weer een andere donkere schaduw. Bijzonder is dat je in een oneindig dimensionale ruimte nog steeds een deel van de gewone meetkunde kunt doen. Het begrip afstand blijft bruikbaar. Maar aan het begrip volume heb je niets meer. Om erachter te komen welk gereedschap nog bruikbaar is, moet je een zekere intuïtie opbouwen. Zaken die ons voorstellingsvermogen te boven gaan, kun je toch secuur en betrouwbaar doorrekenen. In de wiskunde moet je het net als tweeduizend jaar geleden puur van je eigen slimheid hebben. We hebben geen peperdure apparatuur, maar hooguit een kladblaadje. Soms wordt na honderden jaren puzzelen ineens weer een kwestie opgelost. Dat vind ik mooi."
En, op de (laatste) vraag: "Filosofeert u wel eens over het eeuwige leven?"
"Dat idee vraagt om een veel ruimere definitie van het begrip leven, in een veel abstractere vorm. Daarvan kunnen wij stervelingen ons geen voorstelling maken."
John Ferguson's Encyclopedie van de mystiek en de mysterie godsdiensten (Het Wereldvenster, Baarn 1979) meldt over Ramakrisjna:
"Negentiende-eeuwse hindoemysticus die het hindoeïsme deed herleven. Ramakrisjna was een vreugdevol asceet. Hij genoot bijna geen opvoeding en leefde in een Kali-tempel in Calcutta een leven van grote eenvoud en toewijding. Zijn meditaties waren zonder onderscheid gericht op de openbaring van God in godsdienstige en profetische figuren van velerlei religies, zowel de Grote Moeder als Krisjna of Jezus of Mohammed; hij onderwees derhalve de essentiële eenheid aller religies. Zijn meditaties leidden hem soms in een toestand van trance die eenmaal, met slechts korte tussenpozen als zijn vrienden hem dwongen te eten, zes maanden duurde. Hij gaf eenvoudig en direct onderricht, en maakte gebruik van
gelijkenissen; zijn bekendste discipel was Swami Vivekananda."

Alan Woods & Ted Grant De rede in opstand - 3. Dialectisch materialisme (5 september 2005):
1e Wet van de omvorming van kwantiteit en kwaliteit en vice versa
F. van Raalten, boek Filosofie in hoofdzinnen 2 (p. 35):
Bij de beantwoording van de vraag of
Hegels dialectiek een bruikbare analyse voor de historische ontwikkeling biedt zullen we gebruik maken van de begrippen: kwaliteit en kwantiteit, waarvan de behandeling een groot gedeelte van de Logik beslaat.
36: Logik I p. 383: ‘Alle
geboorte en dood zijn in plaats van een zich voortzettende geleidelijkheid juist een breuk daarmee en de sprong uit kwantitatieve verandering in kwalitatieve’ etc.
Maar zegt
Hegel, ‘het kwantum is de opgeheven kwalitatieve grens’. Hoe groter de hoeveelheid des te minder kwalitatief is het produkt. …;ook omgekeerd: hoe kleiner het kwantum des te kwalitatiever.
37: Elke vooruitgang kent een omslag in het negatieve waardoor de verhouding tussen
kwaliteit en kwantiteit verandert en de maat(staf) onder zo’n spanning komt te staan dat ook deze verandert.

Simon Vinkenoog Kersvers Archief, 30 november 2004:
Van esoterische zijde eveneens '
Amerika op drift' door de Meester --, via Benjamin Creme, in het zojuist in de bus gevallen decembernummer van Share Nederland, "Het is slechts een kwestie van tijd voordat het Amerikaanse volk beseft dat het een ernstige fout blueblackblueblack%.
Het zal vol spijt zien hoe zijn met trots gekoesterde
vrijheden worden aangevallen; het zal een scherpe daling zien in levensstandaard wanneer de regering noodgedwongen tracht om haar enorme schulden aan te pakken; het zal getuige zijn van het verlies van vertrouwen in zijn valuta en een scherpe achteruitgang zien van handel met hun traditionele handelspartners. De rampzalige inval in Irak zal verder zweren, zowel in Irak als elders in de wereld. In reactie op de angst en de haat die deze regering welhaast wereldwijd heeft aangewakkerd, zullen de mensen geneigd zijn om naar binnen te kijken en zichzelf nog meer van de wereld afkeren.
Een groot probleem met deze regering is de
krachtige illusie waaronder zij werkt: dat zij door God geïnspireerd is en dus, met goddelijke genade, helpt de christelijke wereld en boodschap in haar vroegere kracht en glorie te herstellen. Hierdoor hebben de VS een reuzenstap achteruit %blackgezet en daarbij zichzelf geïsoleerd van de werkelijke zorgen in grote delen van de wereld: milieuvervuiling en de behoeften van een planeet onder druk van een ophanden zijnde catastrofe.
De VS zullen zien dat de wereld niet stil zal staan. Met of zonder Amerikaanse medewerking zullen de landen zo goed als zij kunnen verder gaan om een oplossing te zoeken voor de vele ecologische en sociale]] problemen die ons bestoken en die zo dringend moeten worden aangepakt. Amerika zal zien dat het achtergelaten en genegeerd wordt, en pas dan zal het bereid zijn om 'voor' te gaan."

De Godsspiegel, deel I - een vervolg op mijn boek (Hans Richter GAMMA oktober 2004 p. 53):
De Romeinen daarentegen vereren een god van het daglicht, die zij vader Diu ofwel d'IU-Piter noemen. Alhoewel Caesar de tegenstelling Duïs-Duisternis en Diu-Licht uitdrukkelijk vermeldt, verzuimt hij toch op de overeenkomst van deze namen te wijzen. De onopvallende tegenstelling in de volgorde der letters UI – IU is ook later nauwelijks bestudeerd en deze antipoden zijn dan ook geen thema voor de etymologie en voor religieuze studies. Inzicht in deze tegenstelling verklaart echter een groot aantal ongerijmdheden.
Blavatsky wijst met een citaat Demon est Deus inversus [5] op de tegenstelling Licht-Duister IU – UI. Het citaat is weliswaar in enkele regio's en tijdperken van toepassing, voert echter vaak op een verkeerd spoor als wij impliciet aannemen, dat de volgorde mannelijk-vrouwelijk steeds positief en de omgekeerde volgorde vrouwelijk-mannelijk steeds negatief is. Vermoedelijk is deze demonisering van de oude religie van de god Duï pas later ontstaan met het doel deze god te elimineren. De Kelten hebben de duisternis als heilige tijd beschouwd en niet als de bron van alle kwaad. Caesar laat de Keltische naam van de scheppergod achterwege. Dit detail wordt later aangevuld door een Romeins historicus, Tacitus27 (55-116 n.C.), die in zijn boek Germania vermeldt:
"In oude gezangen, de enige vorm van geschiedkundige overlevering in deze streken, vereert het volk een op aarde ontsproten god Tuïsto. Uit deze god is een zoon Mannus voortgekomen, die zij als stamvader en stichter van het volk bezingen".

Een individueel probleem kan wel snel worden opgepakt, daarentegen voor vraagstukken in de collectieve sector geldt dat het heel lang duurt voordat bewustwording in effectief beleid wordt vertaald. Geert Mak gaf in de Groene Amsterammer van 1994 en de Volkskrant 20 november 2004 een eerste signaal af. Recent zijn daar de reacties van Harm Beertema (de Volkskrant 15 maart 2010) en Prof. Smalhout (Telegraaf 3 april 2010) en Gerd Leers (de Volkskrant 6 april 2010) bijgekomen.
De te verwachten
29 miljard aan bezuinigingen maakt de politieke besluitvorming over de gewenste collectieve voorzieningen en de kosten daarvan bijzonder complex.

Geert Mak (de Volkskrant 20 november 2004):
‘Omdat de
mentaliteit van topmanagers en topbestuurders langzaam maar zeker die van de hele samenleving wordt.’ Door zijn positie zet de manager de toon, stelt Mak. Hij bepaalt de richting die de samenleving opgaat. ‘En dat is nu totaal de verkeerde kant uit.’ Mentaliteit is volgens Mak allesbepalend.
‘Kijk naar de topambtenaren op het ministerie van Onderwijs. Daar is geen enkel besef meer van good-taxpayers’ money. Het is als in de nadagen van de Gouden Eeuw: de staatskas is een ruif waar je uit eet. Wie kan, die graait.’
Dat betekent dat in de mores van deze beroepsgroep het algemeen belang ondergeschikt is aan het particuliere. Al individualiserend, emanciperend, calculerend en concurerend, is de sociale verantwoordelijkheid afgeschaft. Dat wat nuttig is, mag best oneerlijk zijn. Uiteindelijk ondermijnt dat een samenleving. Sociale ethiek is niet veilig te stellen met een wettekst of instituut, verantwoordelijkheid moet worden aangeleerd, overgedragen.
Pieter Tordoir onderschrijft Maks vergelijking met het verval in de 18de eeuw, en hij verwijst naar de Amerikaanse econoom Mancur Olson. In
The Rise and Decline of Nations beschrijft die hoe een succesvolle natie haast wetmatig zijn aandacht richt op behoud van het verworvene, totdat de stabiliteit blijkt te zijn omgeslagen in rigiditeit en neergang onvermijdelijk is.
Op dat omslagpunt in de cyclus van welvaart en achteruitgang, verandert volgens Tordoir ook de moraal: die gaat richting decadentie. Zelfzucht en gemakzucht zetten de neergang in. Als de mentaliteit aan de top inderdaad tekenend is voor een onvermijdelijke cyclische ontwikkeling, dan zou de stagnatie van de economie meer zijn dan een conjunctureel dipje. In het gunstigste geval maken economie en samenleving een pas op de plaats en sturen ze zichzelf bij. Het ongunstige scenario voert verder.
Er is een slecht voorteken: een korte termijn-perspectief in combinatie met een roofzuchtige elite die zich tegoed doet aan de staatskas, zijn twee kenmerken die in het geheel niet horen bij een hoogontwikkelde samenleving.
Dat zijn patronen die typerend zijn voor ontwikkelingslanden Geert Mak: ‘Ik snap eigenlijk niet waarom er nog geen opstand is uitgebroken. Tegen die managerskaste groeit een enorme haat.’

The Becoming Self Joy Mills (Quest maart/april 2002):
Theosophy does not so much answer the questions raised above, as provide a perspective from which to view the "self." Ultimately it is we ourselves, however we conceive of ourselves, who will answer the questions. There is a certain trap, of course. With whatever self you answer the question today, you may well discover that, like Nasrudin, you wake up tomorrow not knowing that self and therefore having to find a new self who will reanswer the question. Questions have a way of popping up again and again, of never staying answered very long, at least questions of the kind posed here. And selves also have a way of changing, of never staying the same for very long. Consider whether you are the same "I" you were ten years ago, or even yesterday!
The comments by
Blavatsky, Kegan, and Harding reveal the pattern of the "becoming self." One self is a process that HPB depicted as "a long series of daily experiences strung together by the thread of memory" and producing in us "the feeling of Egoity"or I-ness. It is the self of karma, so it is a process that tends to be repetitive. It is an illusory entity, built by those aggregates or attributes which, though ever changing, characterize the personality and which the Buddhist tradition calls the "skandhas." These skandhas are the agents of karma that constitute the identity we assume so often to be ourselves.

De fundamentele eenheid van alle bestaan is wat Teilhard de Chardin met Weltstoff aanduidt. Bij de éne werkelijkheid draait het om convergentie, om en-en, de win-win situatie. Voor het vormgevende principe wordt de term swabhava, attractor of 'biogeometrie' gebruikt. De innerlijke stuwkracht in de natuur die orde schept uit chaos. Kern van het verhaal is dat het er om gaat de eenheid van mens, natuur en kosmos centraal te plaatsen.

Het pedagogisch denkmodel biedt een context voor zowel de theïstische als de atheïstische wereld. Voor de theïst staat Akasha, het centrum symbool voor goddelijke energie. Voor de atheïst kan het centrum voor het mysterie van het leven, het ontstaan van leven uit de 'dode materie', symbool staan. Het rapport ‘E i V‘ gaat er vanuit dat het ontstaan van leven, een perpetuum mobile op aarde niet zal worden uitgevonden.

Leven betekent eeuwig terugkerende cycli, met het steeds weer nieuwe begin. Het kompaskwadrant belicht de 5e dimensie, de communicatie, de kwintessens, de alomvattendheid van het aardse ruimte/tijd-continuüm. Het kompaskwadrant is een hulpmiddel om te leren de wereld, de éne werkelijkheid beter te begrijpen. Daartoe wordt veelal van mythen gebruik gemaakt. Het gaat echter om de kwintessens, de interpretatie van het verhaal.

Robert Macfarlane, Het raadselachtige verlangen naar de hoogste top
Bergen beklimmen, omdat ze er staan (Jan Kooistra De Groene Amsterdammer 21 februari 2004):
In 1912 schokte de Duitse wetenschapper
Alfred Wegener (1880-1930) collega's met zijn revolutionaire ideeën: miljoenen jaren geleden bestond de aarde uit één landmassa, omgeven door een grote oceaan. Pangea, zoals hij het land noemde, was onder enorme krachten uiteengedreven in de moderne, zevendelige aardbol. Kaartenmakers in de zestiende eeuw hadden zich al verbaasd over het feit dat de werelddelen als puzzelstukjes in elkaar passen. En in 1620 merkte de utopist Francis Bacon al op dat de zeven continenten in elkaar passen «alsof ze uit een en dezelfde mal komen». Wegener kwam op zijn idee door fossielvondsten. Fossielen uit Brazilië en West-Afrika kwamen zo sterk overeen dat een landverbinding tussen de twee werelddelen een plausibel idee werd.
Maar
Robert Macfarlane maakt zijn idee van een berggeschiedenis niet waar. Mountains of the Mind is geen analytische geschiedenis maar een aaneenschakeling van citaten. Macfarlane voert de romantische kunstenaar Friedrich (1774-1840), de dichter Keats (1795-1821) en de filosoof Rousseau (1712-1788) op één pagina op en zoekt een overeenkomst om daarmee te suggereren dat zijn vragen beantwoord zijn. De veelschrijver Goethe (1749-1832) had vast en zeker ook mooie citaten kunnen leveren. Hij is voor zijn Italienische Reise toch ook de Alpen overgestoken? Maar Macfarlanes keuzes zijn willekeurig.

Een misvatting ontstaat wanneer je God daadwerkelijk als een man op een wolkje gaat zien.

Neem niet alles wat je leest, ziet of hoort voor waar aan.

Voor de mens op aarde is er een concreet begin en einde. Dit geldt echter niet voor de eeuwigheid in de hemel, het universum.

 

Gelet op de uitspraak van Simon Vinkenoog (): De eenheid in oneindige verscheidenheid. De macro- en de microkosmos, en wij mensen precies in het midden daarvan aanwezig'' is het linker plaatje echter wel juist. De mens staat in dit plaatje voor de ziel, de schakel tussen lichaam en geest.

The Extended Mind (Rupert Sheldrake Quest magazine July - August 2003):
MY IDEA OF THE EXISTENCE of the MIND beyond the physical brain is what I call the extended mind.
The idea that the mind is more extensive than the main is not a new idea, but is found in the
ancient philosophies of Greece and India and in Buddhist tradi­tions. It is something Theosophists have been talking about for a long time as well.
The conventional scientific view is that the mind is the brain or mental activity is only activity in the physi­cal brain—in other words, that it is all inside the head. This is what many of my scientific colleagues take for granted. (At least when they are at work.) It is also the view on which billions of dollars are spent every year in medical and
brain research, and it is what is taught in schools and universities. It is the mainstream assumption of our culture. However, it is just an as­sumption. It is a theory that hasn't been properly tested because it has not been questioned. We can actually test this theory and refute this assumption by means of fair­ly simple experiments.
CONCLUSION
There is a
huge amount that we don't understand about the mind, but I do think we can tackle each phenomenon scientifically with relative ease. Some people ask me why I waste my time trying to prove things that everyone knows exist. In a sense this is true. All of us have experi­enced these things and know they exist. On the other hand, we have an official system of knowledge in institu­tional science that has been denying these things for a very long time because of the materialistic paradigm. I think as we move beyond the materialistic belief to the belief of the extended mind, we will simply expand the scope of science. This won't involve abandoning science and reason, but it will be good news for science and reason because people will no longer have to go on irrationally denying phenomena that do not fit into their worldview. I think this will be quite liberating even for materialists (of materialisme). None of this comes as a surprise to Theosophists who have studied these concepts for more than one hundred years, but it will make a big difference when these ideas are accepted by institutionalized science for both our un­derstanding of the mind and the implications this under­standing will have in fields like alternative medicine (the impact of mental intentionality on healing), psychology (the impact we have on other people and they on us), and our relationship to the animal kingdom.

Weergaloos (Cayce: Voorspellingen Simon Vinkenoog 1968):
‘De aarde zal opensplijten ten westen van Amerika. Een groot deel van Japan zal worden overspoeld en in zee verzinken. Het hoger gelegen gedeelte van Europa zal in éen enkel ogenblik veranderen.
Voor de oostkust van Amerika zal een nieuw land uit zee verrijzen. Zowel in de gebieden van de Noordpool als van de Zuidpool zullen enorme aardverschuivingen plaatsvinden die vulkanische uitbarstingen tengevolge zullen hebben in de tropische gebieden en vervolgens zullen de polen zich verplaatsen, zodat de koude en gematigde luchtstreken veel warmer zullen worden. Dit zal gebeuren in de periode tussen 1958 en 1998 en in de eeuw die zal volgen zullen nog veel belangrijker voorvallen het oppervlak van de aarde grondig veranderen.’
Uit de voorspellingen, achtergelaten door de in 1945 op 68-jarige leeftijd overleden genezer
Edgar Cayce (zie Bres/12).

De leer van het absolute als grondslag van alle godsdiensten (Lezing 30 november 1952 door Prof. J.E. Stok - p. 21):
Volgens de Theosofische opvattingen is het anders dan men zich voorstelt in andere kringen. Wij kunnen ons de Heer Boeddha die ongeveer 500 jaar voor Christus verscheen, voorstellen als een majesteuse figuur van zes voet hoog, een koningszoon, vorstelijk en toch doodeenvoudig in Zijn gele pij of boetekleed (zoals De Christenen zouden zeggen). Hij kwam als een persoonlijkheid, het gewaad aannemende van een dienstknecht, en ook als een individu. Maar Zijn ziel en Zijn lichaam, Zijn
shakti zoals het in het Oosten heet, is veel omvattender. Hij was zo groot zo machtig en zo geheel en al één met zijn Zijn mensheid dat bij Zijn hiet omlaag verschijnen als persoon en als individu, Hij ook neerdaalde in als Zijn wijsheid. Zijn aura omspande dus tegelijkertijd de gehele mensheid en al het lijden van de mensheid werd in Hem opgenomen. Hij was dus als de Medelijdende volledig volledig in innig contact met alle problemen en met al het lijden van de mensheid.

De geschiedenis leert dat de oplossing van de unificatietheorie al millennia bekend is. Het hangt er alleen maar vanaf hoe je het probleem formuleert. Op het snijvlak tussen geesteswetenschappers en natuurwetenschappers ligt het gemeenschappelijke raamwerk, de Unificatietheorie.

Zie ook:

Boeken:

Externe Links

<< vorige || volgende >>

Categorie: Artikelen | Rapport | Auteur: Harry Nijhof


Deze pagina werd sedert 16 dec. 2007 keer bekeken.