Deze filognostische presentatie is in aanbouw

Ruimte, Materie en Tijd

Unificatietheorie, Macrokosmos en Microkosmos

Peter Demski, boek Het Anarchistische Principe, p. 11: Engels werpt Dühring tegen slechts de theologische kant van de Kantiaanse Antinomie opgenomen te hebben en niet de bewering en het bewijs van het tegenovergestelde; dat de wereld ten opzichte van de tijd geen aanvang en ten opzichte van de ruimte geen einde heeft.

H.P. Blavatsky, De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk Proloog (p. 31): Alleen degenen die beseffen hoe hoog de intuïtie zich bevindt boven de trage processen van het redenerende denken, kunnen zich een heel vaag begrip vormen van die absolute wijsheid die de begrippen van Tijd en Ruimte te boven gaat.

Anna Lemkow, boek Het Heelheid Principe (p. 178): Bovendien stelde Blavatsky dat er drie gescheiden, maar onderling verweven, evolutiestromen zijn in het aardse schema der dingen: de spirituele, de intellectuele, en de fysieke, elk met zijn eigen regels of innerlijke wetten. Alle drie de stromen zijn vertegenwoordigd in de samenstelling van de mens, de microkosmos van de macrokosmos (de natuur zelf) en hierdoor zijn we de complexe wezens die we zijn.

John Van Mater (Sunrise juli/aug 2004), artikel Denkvermogen, herinnering en het astrale licht: De Ouden waren op de hoogte van het bestaan van een astrale of ‘sterachtige’ substantie die de grondslag is van de fysieke stof. De hindoes noemen haar akasa, ‘schitterend, stralend’. De stoïcijnen spraken van aether of kwintessens, de mysterieuze geest-substantie die de veranderlijke bron is van alle vormen. Theosofen noemen haar het astrale licht. Als meest stoffelijke laag van de niet-fysieke energieën die onze planeet omringen, analoog aan de ziel van de wereld, werkt ze als een compleet reservoir van herinneringen dat de optekeningen bevat van elke indruk en gebeurtenis die ooit op aarde heeft plaatsgevonden. Ze is vol met de potentiële oervormen van alle gedachten, vormen en wezens, en de werkingen ervan vallen buiten het ruimte-tijd-kader dat geldt voor het fysieke gebied. In feite is de fysieke wereld een uitbreiding van de astrale, die een reeks krachten en emanaties bevat, gedachten en wezens, die voor het leven op aarde òf weldadig òf schadelijk zijn.

De Vervlochten Driehoeken: Terwijl ze in het westen bekend zijn als het zegel of de ster van koning Salomo (davidster), waren ze in India bekend als het zegel van Vishnu. De vervlochten driehoeken duiden op de bipolariteit in de natuur - geest en stof, of mannelijk en vrouwelijk. De top van de witte driehoek vertegenwoordigt de goddelijke monade, de top van de zwarte driehoek de gemanifesteerde werelden. De omhooggerichte driehoek stelt de geest voor, bewustzijn en verborgen wijsheid, die zich spiegelen in de omlaag wijzende driehoek die staat voor de stof, de ontvankelijke ruimte, manifestatie of de onthulde wijsheid. De zijden van de donkere driehoek kunnen vorm voorstellen, kleur en substantie, de drie guna's of fundamentele eigenschappen, en de scheppende, behoudende en vernietigende/vernieuwende krachten van de hindoe-triade, Brahmâ, Vishnu en Shiva. Samen vertegenwoordigen de driehoeken het gemanifesteerde heelal, geëvolueerd uit het centrale punt binnen de slang-cirkel van tijd en ruimte. Ze vormen ook de zeshoek van de zes beginselen, de kosmische en menselijke, die voortkomen uit en één zijn in het centrale punt, het zevende en hoogste zelf van elk evoluerend wezen. Ze brengen dus de zevenvoudige structuur van het heelal tot uitdrukking. Het kruis in het midden is de innerlijke persoon, die alle dingen van de zes zijden raakt door middel van de zes driehoeken. De zes punten van de ster wijzen naar buiten naar de slang van de eeuwigheid en groeien en evolueren in de loop van de tijd.

Slotopmerking in de bijlage Weerspiegeling:
Bij de hindoes is de god Vishnu de goddelijke geest, de oorsprong en instandhouder van leven, en ook de schepper (Brahma) en vernietiger-vernieuwer (Shiva). Deze drie-eenheid vertegenwoordigt in essentie de daadwerkelijke processen van het bewustzijn dat zijn vormen vernieuwt en verandert in overeenstemming met nieuwe innerlijke impulsen.
De drie verenigende Logoi van de Esoterie:

Pythagoras E i V: E i V:
  1e Logos, Monade3e Logos, TriadeAntroposofieRudolf Steiner 
MonadeTriadeGod ----GeestGeestmens ----Geestzelf (omgevormd Astraallichaam)
||||||
TetradeDuade4. Lichaam ----ZoonFysiek lichaam ----Levensgeest (omgevormd Etherlichaam)
  Tetrade2e Logos, Duade  
    Rapport ‘E i V’, de natuurlijke kringloop (1 - 3 - 2 - 4):
Macrokosmos Microkosmos MacrokosmosTijd-as
Leegte ----InhoudloosInhoud >>>>Inhoudloos, leegte1. Ruimte, Wat ----3. Oneindigheid, Eeuwigheid
|||||
Vormloos ----InhoudVormloos <<<<Vorm, Vormbaar4. Eeuwige NU ----2. Materie, Hoe
 Microkosmos  Tijd-asMicrokosmos
    5e element Ether
    (snijpunt van dediagonalen 1./2. en 3./4)

Relativiteitstheorie en Quantummechanica

Albert Einstein, de relativiteitstheorie, de eenheid van 'Energie, Beweging (Tijd) en Massa' en het Standaardmodel.

  Rapport Eenheid in Verscheidenheid 
Ruimte (Energie)Inertie (Tijd-as)1. Zwaartekracht (M/V)3. Materiesymmetrie
RelativiteitstheorieUnificatietheorie7. Hermeneutische cirkel ----5. Reflexief bewustzijn
||||
SnaartheorieQuantummechanica (Microkosmos)4.b Ether-paradigma ----6. Meta-leren
BewegingMaterie, Massa4.a Tijdsymmetrie2. Spiegelsymmetrie (Z.P.F.)

Quantummechanica, het Standaardmodel: Aanvankelijk werden drie symmetrieën als evident beschouwd: Spiegelsymmetrie of pariteit (het heelal gezien in een spiegel zou kunnen bestaan), Tijdsymmetrie (het heelal zou op kleine schaal andersom in de tijd kunnen verlopen) en Materiesymmetrie (elk deeltje heeft een tegendeel dat het doet verdwijnen als het dat ontmoet). In een open, dynamisch systeem moet er van een gebroken symmetrie sprake zijn. Volledig gelijk duidt immers op een evenwichtstoestand.

Singulariteit en filosofie, Hoofdstuk Algemeen en natuurkunde: De eigenschappen plus en min ontstaan uit de eigenschappen zwart en wit waardoor op het tweede niveau 4 eigenschappen optreden. Zwart en wit vormen binnen het systeem de relatieve singulariteiten, relatieve bron, voor de eigenschappen plus en min terwijl de absolute bron van het complexe systeem de absolute singulariteit is. Hoofdstuk Dualistisch relatieve singulariteit vat in een afbeelding de essentie van de theorie over dualistisch relatieve singulariteit samen. Deze driehoek wordt bij het verklaren van het Ether-paradigma gebruikt.

Volgens Albert Einstein heeft de zwaartekracht de kromming van ruimte en tijd tot gevolg. Beweging, duur maakt zwaartekracht mogelijk. Tijd, het NU is een fictieve grens, het bestaat feitelijk niet.

De website van Jan Nentjes (kies Ruimte en tijd, deel I en II) belicht de microkosmos van de quantummechanica en de macrokosmos van de relativiteitstheorie. Jan Nentjes bekijkt eerst een uitdijend heelal dat zo ijl is, dat de zwaartekracht geen invloed meer heeft op de evolutie.

Akasha (Ether) en Elektromagnetisme

Het rapport 'E i V' staat achter de visie van Ervin Laszlo met betrekking tot het Akasha-veld. Het biedt de basis voor ‘de integrale theorie van alles’, de unificatietheorie. In aansluiting op de filognosie, wordt voor het ‘allesverbindende informatieveld’ aan de term ether (psi-vermogens) de voorkeur gegeven. Dit rapport wil aantonen dat de holos-beschaving gecreëerd kan worden door de absolute waarheid, de éne werkelijkheid als vast referentiepunt te kiezen.

Akasha (Ether) is een plaats tussen tijd en ruimte, die vele namen (nulpuntveld, prana, levenskracht, anima mundi, wereldziel, wereldgeest, eenheidsbewustzijn, De, ki, Chi, Kundalini, psi-vermogens, Akasha-veld, Zero Point Field (Z.P.F.), Aether, vril en tachyonenergie) heeft.

Ervin Laszlo Het Akasha-veld, Verbinding en geheugen in kosmos en bewustzijn (p. 7):
Akasha belichaamt de eigenschappen van alle vijf de elementen: het is de baarmoeder waaruit alles wat wij met onze zintuigen waarnemen is voortgekomen en waarin uiteindelijk alles zal terugkeren. De Akasha-kroniek is de onvergankelijke registratie van al wat in heel het universum ooit is gebeurt of zich voltrekt.

Akasha-kronieken onderzoek van Rudolf Steiner. Akasha-kronieken: Alle gedachten en handelingen in de aura van de aarde/kosmos blijven eeuwig voortbestaan. Net als bijvoorbeeld een videofilm, beeld en geluid maar dan ook gevoel. De hele geschiedenis is voor een geestelijk hoogontwikkeld persoon aan gene zijde ‘op te roepen’. Dit is ‘daar’ een natuurlijk proces en alleen mogelijk voor iemand vanaf de vierde sfeer van licht aan gene zijde. Door ons aardse stoffelijk lichaam zijn we hier (gelukkig) grotendeels voor afgesloten. Dat is beter, want anders zou je erg beïnvloedt worden door al je vorige levens. Na de dood (je overgang) zie je jouw levensfilm van je afgelopen leven.

Herbert van Erkelens, publicatie JEZUS IN HET AQUARIUS EVANGELIE EN IN HERINNERINGEN VAN ESSENEN: Het Aquarius Evangelie is geschreven door de predikant/arts Levi Dowling (1844-1911) die vanuit de Akasha-kronieken het leven van Jezus heeft doorgegeven. Zijn evangelie is volgens de letters van het Hebreeuwse alfabet onderverdeeld in 22 hoofdstukken en is voor het eerst in het Engels gepubliceerd omstreeks 1907.

Pim van Lommel boek Eindeloos Bewustzijn – Wetenschappelijke visie op bijna-dood ervaringen:
Akasha is het Sanskritische woord voor 'allesdoordringende ruimte'. Volgens de oude Indiase filosofie is het de bron van het hele universum; het bevat informatie over alles wat is gebeurd, nu gebeurt en in de toekomst kan gebeuren.
P. 284: Er zijn aan het alomvattende bewustzijn vele namen gegeven. Ik noem het eindeloos of non-lokaal bewustzijn. Maar het is ook het hoger of hoogste bewustzijn, het kosmisch bewustzijn, het goddelijke bewustzijn of de zuivere bron of essentie van ons bewustzijn genoemd. De systeemfilosoof Ervin Laszlo noemt deze hoogste vorm van bewustzijn het Akasha-veld, omdat hier alle kennis en een eindeloze hoeveelheid informatie ligt opgeslagen.

Wim de Lobel (kies: Artikelen) boek De eeuwige generatie, Blauwdruk, (p. 47): Steeds weer met een vaste regelmaat geeft geeft Börger in zijn verhandelingen van deze procesgang en bewustwording een samenvattende definitie. Namelijk dat de ether gedacht als oergegeven het andere is van het electro-magnetische veld, dat zich omzet tot spiraalnevel, tot sterrenhoop, tot zonnestelsel. In het zonnestelsel bevinden zich de planeten waarop mogelijkerwijs de organische evolutie van het plantenrijk, dierenrijk en mensenrijk plaatsvindt.

H.P. Blavatsky Wat is theosofie?
Voor wat de goddelijke essentie en de aard van de ziel en de geest aangaat, gelooft de moderne theosofie hetzelfde als de oude. Voor wat de Volstrekte Essentie, het Ene en het Al betreft, leiden de Grieks-Pythagorese, de Chaldeeuws-kabbalistische, of de Arische filosofie in dit opzicht tot één en hetzelfde resultaat. De oorspronkelijke monade van het Pythagorese stelsel, die in de duisternis terugkeert en zelf duisternis is (voor het menselijk verstand), werd tot grondslag van alle dingen gemaakt. Wij kunnen het denkbeeld in al zijn ongereptheid in de wijsgerige stelsels van Leibnitz en Spinoza vinden. Daarom zullen veel zienswijzen (concepties) noodzakelijkerwijs leiden tot zuivere en volstrekte theosofie: zowel als men als theosoof instemt met de kabbala die, als zij over En-soph spreekt, de vraag stelt: “Wie kan Het begrijpen, aangezien het vormloos en niet-bestaand is?”; of als men de Vedantijnse opvatting over Brahma als “Volstrekt Bewustzijn” aanneemt; of als men zich schaart achter de Svabhavika’s van Nepal en volhoudt dat niets bestaat dan “Svabhavat” (substantie of natuur), die uit zichzelf bestaat zonder enige schepper.

Vraag aan H.P.Blavatsky: Welk aspect van Ruimte, of de onbekende godheid, in de Vedas genaamd 'DAT', dat verderop genoemd wordt, wordt hier de 'Eeuwige Ouder' genoemd?
Antwoord: Het is de Vedantijnse Mulaprakriti, en de Svabhavat van de Boeddhisten, of dat androgyne 'iets' waarover wij spraken, dat zowel gedifferentieerd als ongedifferentieerd is. In zijn eerste principe is het een zuivere abstractie, die pas gedifferentieerd wordt wanneer het in de loop der tijd getransformeerd wordt tot Prakriti. Wanneer het vergeleken wordt met menselijke principes, komt het overeen met Boeddhi, terwijl Atma zou overeenkomen met Parabrahm, Manas met Mahat enzovoorts.

H.P. Blavatsky: De Geheime Leer Deel I, p. 46: (1.) Het absolute, het Parabrahma van de Vedantaleer of de ene Werkelijkheid, sat, dat zoals Hegel zegt, zowel het absolute Zijn als Niet-zijn is. Het zijn van het nu staat tussen het niet-zijn van verleden en toekomst.

Hegel brengt de werking van de geest, van het bewustzijn in zijn werk Phänomenologie des Geistes (Fenomenologie van de geest) of zie fenomenologie van de geest tot uitdrukking.
283: Akâsa is dus pradhâna in een andere vorm, en kan als zodanig geen ether zijn, het altijd onzichtbare agens, waaraan zelfs de natuurwetenschap het hof maakt. Het is evenmin astraal licht. Het is, zoals gezegd, het noumenon van de zevenvoudig gedifferentieerde prakriti – de altijd onbevlekte ‘moeder’ van de vaderloze zoon, die ‘vader’ wordt op het lagere gemanifesteerde gebied. Want MAHAT is het eerste voortbrengsel van pradhâna of akâsa, en mahat – universele intelligentie, ‘waarvan buddhi de kenmerkende eigenschap is’ – is niets anders dan de logos, want hij wordt ‘Eswara’ Brahmâ, Bhâva, enz. genoemd. (Zie Linga Purâna, afd. lxx, 12 e.v. en Vâyu Purâna, maar vooral het eerstgenoemde Purâna, afdeling viii, 67-74.) Kortom, hij is de ‘schepper’ of het goddelijke denkvermogen in scheppende werkzaamheid, ‘de oorzaak van alle dingen’. Hij is de ‘eerstgeborene’, over wie de Purâna’s ons mededelen dat ‘mahat en stof de innerlijke en uiterlijke grenzen van het Heelal zijn’, of in onze taal, de negatieve en de positieve polen van de tweevoudige natuur (abstract en concreet), want het Purâna voegt eraan toe: ‘Op deze manier – zoals de zeven vormen (beginselen) van prakriti worden geteld van mahat tot de aarde – zo keren bij het aanbreken van pralaya (pratyâhâra) deze zeven achtereenvolgens in elkaar terug. Het ei van Brahmâ (sarva-mandala) wordt opgelost met zijn zeven zones (dvipa), zeven oceanen, zeven gebieden, enz.’ (Vishnu Purâna, Deel vi, hfst. iv).

Deel I, p. 284, Stanza VII, Akâsa en Ether; p. 283/295 van de De Geheime Leer geeft bijzonderheden over het Akasha-veld; vanaf p. 361 over Ether en intelligentie en p. 533/537, 581 over Ether. P. 369: Deze ‘oorspronkelijke substantie’ wordt door sommigen Chaos genoemd: Plato en de pythagoreeërs noemden deze de wereldziel, nadat zij was bevrucht door de geest van dat wat op de oorspronkelijke wateren of de Chaos zweeft. De kabbalisten zeggen dat het zwevende beginsel de reeks droombeelden van een zichtbaar, gemanifesteerd Heelal schiep door zich daarin te weerspiegelen. Chaos vóór – ether na de ‘weerspiegeling’; het is steeds de godheid die alle Ruimte en dingen doordringt. Het is de onzichtbare, onweegbare geest van de dingen en het onzichtbare, maar goed voelbare fluïdum dat uitstraalt van de vingers van een gezonde magnetiseur, want het is vitale elektriciteit – het LEVEN zelf.

H.P. Blavatsky: De Geheime Leer Deel II (p. 575), hoofdstuk 19 Is pleroma de legerstede van Satan?
Akâsa, het astrale licht, kan in een paar woorden worden omschreven; het is de universele ziel, de moederschoot van het Heelal, het ‘mysterium magnum’ waaruit alles wat bestaat, wordt geboren door scheiding of differentiatie. Het is de oorzaak van het bestaan; het vult de hele oneindige Ruimte; het is in zekere zin de Ruimte zelf, of zowel haar zesde als zevende beginsel5. Maar als het eindige in het oneindige, moet dit licht wat de manifestatie betreft, zijn schaduwkant hebben – zoals al is opgemerkt. En omdat het oneindige nooit kan worden gemanifesteerd, moet de eindige wereld zich tevreden stellen met de schaduw alleen, die door haar werking over de mensheid komt en die door de mensen wordt aangetrokken en tot activiteit gebracht. Daarom wordt het astrale licht – terwijl het in zijn niet gemanifesteerde eenheid en oneindigheid de universele oorzaak is – met betrekking tot de mensheid eenvoudig de gevolgen van de oorzaken die door de mensen in hun zondige levens zijn voortgebracht. Goed en kwaad worden niet in het leven geroepen door zijn stralende bewoners – of men die nu geesten van het licht of van de duisternis noemt maar door de mensheid zelf die de onvermijdelijke actie en reactie in het grote magische agens bepaalt.

G. De Purucker Occulte woordentolk:
Âkâs´a. (Sanskriet). Het woord betekent 'schitterend', 'schijnend', 'lichtgevend'. Het vijfde kosmische element, de vijfde essentie of 'kwintessens', door de oude Stoïcijnen aether genoemd; het is echter niet de ether van de wetenschap.
De ether van de wetenschap is slechts een van zijn lagere bestanddelen. In de Brahmaanse geschriften wordt Âkâs´a gebruikt voor wat de noordelijke Boeddhisten swabhavat noemen, in meer mystieke zin Âdi-buddhi - 'oorspronkelijke buddhi'; het is ook Mulaprakriti, de kosmische geest-substantie, het reservoir van het Zijn en van de wezens. Het Hebreeuwse Oude Testament verwijst ernaar als de kosmische 'wateren'. Het is universele en substantiële ruimte; ook, in mystieke zin, Alaya. (Zie MULAPRAKRITI en ALAYA).

Kies ‘De leer van svabhâva’.

Swabhâva. (Sanskriet). Een samengesteld woord dat is afgeleid van de wortel bhû, die 'worden' betekent - niet zozeer 'worden' in de passieve zin, maar meer iets 'worden', 'uitgroeien tot' iets. Het zogenaamde voornaamwoordelijke voorvoegsel swa betekent 'zelf'; daarom heeft het zelfstandige naamwoord de betekenis van 'zelf-wording', 'zelfvoortbrenging', 'zelf-groei' tot iets. Toch kunnen we niet zeggen dat het wezenlijke of fundamentele of integrale Zelf, hoewel dit voortdurend zijn eigen verheven pad van evolutie volgt, de veranderingen of fasen ondergaat die zijn voertuigen doormaken. Evenals de monaden, evenals het Ene, zendt het fundamentele Zelf - dat tenslotte praktisch hetzelfde is als de Ene Monadische Essentie - een straal van zichzelf omlaag in iedere organische entiteit, zoals ook de zon een straal van zichzelf in de omringende 'duisternis' van het zonneheelal zendt.
Swabhâva heeft twee algemene filosofische betekenissen: ten eerste, zelf-verwekking, zelf-voortbrenging, zelf-wording, waarbij de algemene gedachte is dat er in de natuur geen louter mechanische of zielloze activiteit bestaat die ons tot aanzijn brengt, want wij brachten onszelf voort, in en door de natuur, waarin we deel uitmaken van de bewuste krachten en daarom zijn we onze eigen kinderen. De tweede betekenis is dat iedere bestaande entiteit het resultaat is van wat ze werkelijk geestelijk is in haar eigen hogere natuur; ze brengt datgene voort wat ze zelf innerlijk is en niets anders. Een bepaald ras bijvoorbeeld is en blijft dat ras zolang het speciale ras-swabhâva in het ras-zaad blijft en zich aldus manifesteert. Hetzelfde is het geval met een mens, een boom, een ster, een god - en wat al niet!
Wat maakt dat een roos altijd een roos voortbrengt en geen distels of madeliefjes of viooltjes? Het antwoord is heel eenvoudig, maar zeer diepzinnig. Het komt door haar Swabhâva, de essentiële natuur in en van het zaad. Zijn Swabhâva kan alleen datgene voortbrengen wat het zelf is, zijn eigen essentiële karakteristiek, zijn eigen innerlijke natuur. Kortom, Swabhâva kan de wezenlijke individualiteit van iedere monade worden genoemd, die haar eigen kenmerken, kwaliteiten en type tot uitdrukking brengt door zelfgeleide evolutie.
Het zaad kan niets anders voortbrengen dan wat het zelf is, wat erin besloten ligt; en dit is het hart en de kern van de leer van Swabhâva. Het terrein dat deze leer in filosofisch, wetenschappelijk en religieus opzicht bestrijkt is eenvoudig onbegrensd; ze is van het grootste belang. Bijgevolg brengt ieder individueel Swabhâva, als zijn eigen bijzondere voertuigen, zijn verschillende swarûpa's voort, karakteristieke lichamen of beelden of vormen waarin het zich tot uitdrukking brengt. Het Swabhâva van een hond bijvoorbeeld brengt het hondelichaam voort. Het Swabhâva van een roos brengt een roos voort, het Swabhâva van een mens de vorm of het beeld van een mens en het Swabhâva van een godheid of een god brengt zijn eigen swarûpa of karakteristiek voertuig voort.

Swabhavat. (Sanskriet). Het tegenwoordig deelwoord van een samengesteld woord, afgeleid van de wortel bhû, die 'worden' betekent in de zin van groei, waaraan een tweede betekenis van 'worden' [in passieve zin] is ontleend.
Swabhavat is een toestand van kosmische bewustzijnsubstantie, waarin geest en stof, die fundamenteel één zijn, niet langer twee zijn zoals bij manifestatie, maar één; dat wat noch geopenbaarde stof, noch geopenbaarde geest alleen is; beide zijn de oorspronkelijke Eenheid, het geestelijk âkâs´a, waar stof overgaat in geest en beide, die nu werkelijk één zijn, 'VaderMoeder' - geest - substantie worden genoemd. Swabhavat daalt nooit af uit zijn eigen toestand of gebied, maar is het kosmische reservoir van het Zijnde, zowel als van wezens, en dus van bewustzijn, van intellectueel licht, van leven; het is de uiteindelijke bron van wat de wetenschap in onze tijd de 'energieën' van de universele natuur noemt.
De noordelijke Boeddhisten noemen Swabhavat met een meer mystieke term Âdi-Buddhi-'Oorspronkelijk Buddhi', de Brâhmaanse geschriften spreken van 'Âkâs´a' en het Hebreeuwse Oude Testament verwijst ernaar als de kosmische 'Wateren '.
Het verschil in betekenis tussen Swabhavat en Swabhâva (zie aldaar) is zeer groot en wordt in het algemeen niet goed begrepen; beide woorden worden vaak met elkaar verward.
Swabhâva is de karakteristieke aard, de kenmerkende essentie, de individualiteit van Swabhavat - van ieder Swabhavat, omdat elk Swabhavat zijn eigen Swabhâva heeft. Swabhavat is dus in feite de wereld-substantie of stof, of nog nauwkeuriger, datgene wat de wereld-substantie veroorzaakt en dit oorzakelijke beginsel of element is de geest en essentie van de kosmische substantie. Het is de plastische essentie van de materie, zowel de geopenbaarde als de ongeopenbaarde. (Zie Âkâs´a).

Kattinka Hesselink: Akasha, Akas, (Sanskriet) Uitstralen. De universele ziel, de matrix van het heelal en ruimte, astraal licht, en vril. Astraal licht is Universele Ziel. Vril naam door Sir Bulwer Lytton (1803 – 1873) gegeven aan een mysterieuze kracht welke onder de Atlantiers bekend stond als mash-mak (volgens theosofische bronnen).

Benjamin Adamah, boek Nulpunt Revolutie: Vril, Tachyon-energie, mogelijk uitgevonden door Bulwer-Lytton.

Zie ook:

Boeken:

  • Ervin Laszlo Het Akasha-veld, Verbinding en geheugen in kosmos en bewustzijn
  • René Meijer De Ether Bestaat
  • Pim van Lommel Eindeloos Bewustzijn – Wetenschappelijke visie op bijna-dood ervaringen
  • Voor een beschrijving van de begrippen Ether, Vril en Tachyon-energie wordt verwezen naar het boek Nulpunt Revolutie en de website van Benjamin Adamah.
  • Swabhawat boeken en publicaties

Externe Links

<< vorige || volgende >>

Categorie: Artikelen | Rapport | Auteur: Harry Nijhof


Deze pagina werd sedert 16 dec. 2007 958 keer bekeken.