4.5 Non-lokaal bewustzijn, Sutratman

Mattheüs: . . . breed de weg, die tot het verderf leidt . . . en smal de weg, die ten leven leidt, en weinigen zijn er, die hem vinden (7:13-14).
H.P. Blavatsky: … hetzij men zich naar de bloem van het oosten of naar de academies van het westen keert, het reizen langs het pad gebeurt zonder zich te bewegen. U bént het pad (De stem van de stilte).
H.P. Blavatsky Een toelichting op de De geheime leer: stanza’s I-IV
Vr. Maar is het niet juist om te zeggen dat ook in pralaya de ‘grote adem’ bestaat? (p. 10):
Antw. Zeker: want de ‘grote adem’ kent geen ophouden en is als het ware het universele en eeuwige perpetuum mobile.
Gottfried de Purucker: Terwijl we steeds dieper afdalen in de stof, bereiken we het menselijke stadium en verwerven daar zelfbewustzijn – een zelfbewustzijn dat met de tijd steeds groter wordt; en evolutie is niets anders dan een zich voortdurend beter tot uitdrukking brengen. Zo breidt zich het zelfbewustzijn weer uit tot universeel bewustzijn, wanneer we het keerpunt van de meest grove fysieke materie passeren en onze blik weer richten op de lange, lange weg omhoog naar het einde van onze planetaire periode.
P. Krishna: De wanorde die we om ons heen zien in de maatschappij is een projectie van de wanorde die aanwezig is in het menselijk bewustzijn.
Korzybski: The map is not the terrirory.
Iain McGilchrist: Context is everything in understanding.

De inhoudsopgave van dit hoofdstuk heeft dezelfde indeling als de inhoudsopgave van hoofdstuk 1.5, maar verloopt tegengesteld aan de inhoudsopgave van de bijlage bij hoofdstuk 8.4.

Blauwdruk (Sutratman, Axis mundi, Akasha-veld, De zevenvoudige samenstelling)

Matteüs: Waar twee of drie verenigd zijn in mijn naam, ben Ik in hun midden (18,20).
G. de Purucker boek Wind van de Geest Chronologie (p. 337):
De opdracht van Pythagoras
Waar twee of drie zijn vergaderd . . .
Zichzelf geven
Inwijding en lijden
De beschermengel
Waak over uw gedachten
Vergeving en de werking van karma
Eén leven - één wet
De mens in een rechtvaardig en geordend heelal
De heuvel van inzicht
Het onoverwinnelijke vuur van de geest
De verborgen oorzaak van menselijke conflicten
Het wegen van het hart
Wat is ouderdom?
Materialisme, een verloren zaak (13 september)
Izz ad-Din: God verandert de toestand van een volk niet alvorens het zichzelf verandert. (Volkskrant 2 februari 2016 p. 2)
Robbert Dijkgraaf: De architectuur van ons brein bepaalt en beperkt de wetenschap - Er is geen wiskunde zonder de mens - daar kwam ik achter (NRC 27 december 2008).
John Archibald Wheeler: It from bit symbolizes the idea that every item of the physical world has at bottom — at a very deep bottom, in most instances — an immaterial source and explanation; that what we call reality arises in the last analysis from the posing of yes-no questions and the registering of equipment-evoked responses; in short, that all things physical are information-theoretic in origin and this in a participatory universe.
De oplossing van de unificatietheorie wordt niet gevonden in het elementaire deeltje maar in de ruimte die de elementaire deeltjes van elkaar scheidt.

Deze stelling is gebaseerd op De Geheime Leer, Deel I p. 563: ‘De kracht is daarom niet in het atoom maar in de ruimte die de atomen van elkaar scheidt (zeropoint source, het neutrale centrum, eros = fohat). Evolutie vindt door emanatie plaats.

John Levy NON DUALITEIT
Advaita Vedanta, Hindoedoctrine van non-dualiteit, wil de zich 'gescheiden' wanende mens naar het ervaren van eenheid leiden, met behulp van een Zelfgerealiseerde leraar (goeroe). De auteur beschrijft zijn zoektocht langs Judaïsme en Mohammedanisme, om ten slotte wat hij zocht te vinden in Advaita Vedanta. Met als uitgangspunten de waak- en droomtoestand van de mens (beide hier identiek genoemd) en de droomloze slaap (vorm van non-dualiteit) wordt aangetoond dat de illusoire ervaring van gescheidenheid ontstaat door identificatie met het lichaam (zintuigen), met gevoelens, en gedachten, waardoor de vergissingen bestaan t.a.v. geboorte/dood, materie/geest, tijd en ruimte, oorzaak/gevolg. Door inzicht kan o.l.v. een leraar een disidentificatieproces op gang komen, met de ervaring van het eigenlijke zelf als doel. De werkelijke aard daarvan is: geluk. Dit boeiende boek is overzichtelijk samengesteld en in eenvoudige, begrijpelijke taal geschreven.

I._K._Taimni boek De Mens, God en het Universum
Is de mens, zoals sommigen stellen, een toevallige indringer in een in essentie vijandige wereld? Is hij tot zelfvernietiging voorbestemd door zijn eigen onbeteugelde begeerten en gewelddadigheid? Of schuilt zijn bestemming in het tot bloei brengen van de zaden van de ultieme Werkelijkheid die in de geheime plekken van zijn eigen wezen verborgen ligt en die hij in zichzelf moet ontdekken en koesteren? In dit diepzinnige en inspirerende boek neemt een wetenschapper en filosoof en specialist op het gebied van yoga een beslissend standpunt in.
De diepste interesse van de denkende mens moet ongetwijfeld liggen in de aard van, en de relatie tussen de drie grote factoren die in de titel van dit boek worden genoemd: de de mens, zijn oorsprong, zijn reden van bestaan en zijn bestemming; God, niet als een op een mens gelijkende godheid, maar als de bron van al het leven en elk wezen; en het universum, de omgeving waarin het verbazingwekkende schouwspel van de evolutie – zowel de goddelijke als de menselijke – wordt opgevoerd. Ondanks de verheven reikwijdte van de ideeën die in dit boek worden aangeboden, zijn ze eenvoudig te begrijpen door hun helderheid van presentatie en door de vele diagrammen en tabellen waarmee zij worden toegelicht. De verhelderende synthese van oosterse en westerse benaderingswijzen zou het boek de moeite waard moeten maken voor nadenkende mensen over de gehele wereld.

De éne werkelijkheid heeft net als bij Ayurveda op de "kennis van het leven", de oerbron, de 11e dimensie En-soph betrekking. De oerbron, het onkenbare manifesteert zich middels het eeuwige nu.
De verborgen 5e Dimensie, de verticale as, de Axis mundi, de Staf van Hermes, de gouden keten van Homerus, de staf van Mercurius, Sutratman (levensdraad), draad van Ariadne, Caduceus, Levensladder, Esculaap, de kosmische Lichtzuil en ook de Middenzuil van de levensboom.

We weten wel wat dood, maar niet wat leven betekent. De 11e dimensie, het 11e inzicht leert dat we in onze eigen bubbel leven of zoals Amanda Gefter het uitdrukt we leven allemaal in ons eigen referentiekader. De crux van 'Welzijn en Welvaart' (Kwaliteit en Kwantiteit) is hoe richten wij onze levensenergie om de geestelijke gezondheid te bevorderen? Of anders gezegd wat bezielt ons? Of hoe voorkomen we dat onze carrièrepolitici (of banencarroussel, de blinde vlek van Rutte Martin Sommer Volkskrant 4 juni 2016 p. 17) gebakken lucht verkopen of met andere woorden "na ons de zondvloed!" beleid verkopen? Het betekent dat we ook met de keerzijde van de medaille rekening houden. De route die we in het leven bewandelen, dus hoe wenden we onze energie aan en het doel - zingeving van het leven - een duurzame samenleving (rentmeesterschap) bevorderen, zijn één en hetzelfde.

Met behulp van het Zero-point field van Lynne McTaggart [verwante begrippen zijn ADS/CFT-dualiteit, Prima Materia or Chaos (cosmogony); Aether (classical element); Laya - het nulpunt; Etherisch dubbel (Linga Sarira); Mysterium Magnum (Paracelsus); Iliaster; Vector field Scalar field] kan de schepping van de Éne werkelijkheid worden verklaard.

Are there Similarities Between the Bhagavad Gita and Bible?
As a general rule, when dealing with competing world views (such as that of Christianity and of Hinduism), I suggest you use the methodology used by Paul in Acts 17 when speaking to the Stoics and Epicureans of his day at the Areopagus in Athens. He used the following technique:
1. Know the worldview of the person you are talking to.
2. Find common ground as a means for beginning the discussion.
3. While being respectful of the other person’s world view, show why the Christian worldview is superior.
De conclusie kan worden getrokken dat de Bhagavad Gita en Genesis analoog zijn aan elkaar.

Discussion of the Bhagavad Gita and of Genesis
One of the interesting facets of this course already is how each text builds on the other texts we have read or are reading. This of course is one of the main reasons this master's program interested me but it’s also making me want to read so much more: either by the same authors or their contemporaries, or to read about what was going on in the world at the time – and I don’t have time to do this!
Wat de Bhagavad Gita is voor het Oosten is Genesis voor het Westen.

Terug naar de Bron (Oerbron)
Enige kennis van hoe het menselijk (geconditioneerde) brein werkt is daarbij een heel goed hulpmiddel. In het "hier en nu" aanwezig zijn, open staan voor allerlei zogenaamde "afwijkende" denkbeelden, de wijze waarop je omgaat met levenssituaties (Wu Wei) en derhalve dus niet (ver-/be-)oordelen zijn weer andere sleutels tot succes.
Dit verhaal is eigenlijk toch weer langer geworden als ik in eerste instantie wilde, maar toch nog veel te kort om uit te leggen hoe "alles" zit. Het leven is uiteindelijk grotendeels een mysterie ;)
Dit teruglezende kom ik toch tot de conclusie dat de zogenaamde "gulden middenweg" toch vaak weer de beste is. Staat je verstand in dienst van jeZelf (je brongevoel) - je hebt verstand, je bent het niet -, dan kan de integratie met je ware Zelf plaatsvinden en je(Zelf) een vreugdevolle plek op deze aardbol laten verwezenlijken. Daarnaast door het doen/uitvoeren/bewegen (yang) van de oefeningen wordt de stilte, de innerlijke rust, (yin) zichtbaar. Een schijnbare paradox.

Jim van der Heijden 'Het gelijk van Descartes' De herontdekking van de ziel
Descartes’ stelling dat de geest volledig onafhankelijk is van het lichaam was verre van nieuw. Hij herhaalde een gedachte die zo oud is als de beschouwende mens, namelijk dat er meer is dan alleen de stof en dit ‘meer’ - de geest - los staat van de stof. In deze opvatting is de werkelijkheid dualistisch, de fysieke en de psychische realiteit bestaan autonoom. Ook zijn aanwijzing van de pijnappelklier als ontmoetingsplek van lichaam en geest was al eerder verondersteld. Toch wordt vooral Descartes verantwoordelijk gehouden voor dit zogeheten ‘interactionistisch dualisme’, meestal verkort tot 'interactionisme'(1). De wetenschap liet zich vrijwel direct laatdunkend uit over Descartes’ interactionisme. Op hetzelfde moment begon namelijk het materialistische reductionisme zich op te maken voor haar zegetocht. Die heeft geleid tot de breed aangehangen gedachte dat alle verschijnselen kunnen worden teruggeleid naar natuurkundige en chemische processen van de dode stof. Leven en geest zijn slechts tijdelijke bijverschijnselen daarvan.
Pijnappelklier
De pijnappelklier of epifyse is een orgaantje ter grootte van een erwt aan de bovenkant van de tussenhersenen. Het is in onze kinderjaren goed ontwikkeld, wordt na de puberteit kleiner en verkalkt vaak op hogere leeftijd en werkt dan niet meer. De pijnappelklier produceert het hormoon melatonine dat een rol wordt toegedacht bij de seksuele rijping en de regeling van het dag- en nachtritme. Bij lagere gewervelde dieren is de pijnappelklier een lichtgevoelig orgaan dat als zintuig werkt en zelfs als een volledig derde oog kan zijn ontwikkeld zoals bij sommige hagedissen(8). Van oudsher worden allerlei paranormale functies aan de pijnappelklier toegeschreven. Het is de zetel van de ziel, van de 6e chakra, kosmische antenne waarmee contact met een diepere, mystieke, realiteit wordt onderhouden, het maakt dat men kan helderzien/-horen/-voelen/-weten, enz.. Dit werd en wordt afgedaan als het opportunistisch gebruikmaken door de ‘esoterie’ van alles waar weinig over bekend is en waarover een waas van mysterie hangt.

Afhankelijkheid en onafhankelijkheid
In zekere zin zijn we allemaal afhankelijk van anderen, we zijn immers niet alleen op deze aardbol en maken deel uit van een systeem. We moeten rekening met elkaar houden en we hebben de behoefte om erbij te horen en gewaardeerd te worden. Het is niet goed om afhankelijk te zijn van waardering en jezelf in bochten te wringen om die waardering af te dwingen. Het gaat erom dicht bij jezelf te blijven en je toch gewaardeerd te voelen door de ander.
Groeien kun je alleen zelf, maar het helpt als iemand af en toe een scheut water geeft.

Wanneer we theosofie praktisch willen gaan toepassen gaat het naast Wat, Waarom en Hoe om de vraag 'Wanneer'? Dit rapport legt op het wanneer, op het besturingssysteem, de wederzijdse wisselwerking, lees wederzijdse acceptatie, het 3e aanzicht de nadruk. De ziel, het 'Wie' de menselijke psyche verbindt het verleden met de toekomst en vice versa. Tegenover de symbolische orde staat de diabolische uitzichtloze wereld. Het gemeenschappelijk door alle volkeren en alle naties te bereiken ideaal (uit de preambule van de universele verklaring), waarin voor joden en christenen het Rijk Gods is te herkennen, voor moslims de ummah en voor socialisten de socialistische heilstaat, omdat daarin de diabolische rol van het kapitalisme (dat iedereen in zijn macht heeft en zo ons allemaal gevangen houdt en tot loonslaaf maakt) is uitgespeeld.

We zijn er vaak onvoldoende van bewust dat we geconditioneerd zijn, doelstellingen vanuit ons verleden imiteren en zo blijven ronddraaien in de voortdurende kringloop waarin verleden, heden en toekomst zich blijven herhalen. Keuzevrijheid staat vaak tegenover een op een tunnelvisie gebaseerd routinegedrag.

H.P. Blavatsky De SLEUTEL tot de THEOSOFIE (p. 13):
B: Maar is de zedenleer van de theosofie niet gelijk aan die welke Boeddha onderwees?
Th: Zeker wel, want deze zedenleer is de ziel van de wijsheidsreligie en was eens het gemeenschappelijk bezit van de ingewijden van alle volkeren. Maar Boeddha was de eerste die deze verheven zedenleer in zijn openlijke leringen vorm gaf, en ze tot grondslag en kern van zijn openbaar stelsel maakte.
Hoofdstuk Over de mysterien van reincarnatie (p. 187):
B: Moet ik daaruit opmaken dat de wet van karma niet noodzakelijkerwijs een individuele wet is?
Th: Dat is precies wat ik bedoel. Karma zou onmogelijk het evenwicht van krachten in het leven en de loop van de wereld kunnen herstellen, als het niet een breed en algemeen vlak van werking had. Theosofen zien het als een waarheid dat de
onderlinge afhankelijkheid van de mensheid de oorzaak is van wat distributief karma wordt genoemd, en het is deze wet die de oplossing biedt voor het grote vraagstuk van het collectieve lijden en de opheffing daarvan. Bovendien is het een occulte wet dat niemand boven zijn individuele zwakheden kan uitstijgen zonder het geheel, waarvan hij een integrerend deel vormt, te verheffen, al is dat nog zo weinig. Om dezelfde reden kan iemand niet alleen zondigen, of alleen de gevolgen van zonden ondergaan. In werkelijkheid bestaat er niet zo iets als ”afgescheidenheid”; en wat het meest op die zelfzuchtige toestand lijkt en bij de bestaande levenswetten mogelijk is, ligt in bedoelingen of motieven.
Hoofdstuk Wat is praktische theosofie? (p. 213):
Th: Plicht is dat wat we aan de mensheid, onze medemensen, buren, familie, verschuldigd zijn en vooral wat wij verschuldigd zijn aan allen die armer en hulpelozer zijn dan wijzelf. Als die schuld in het leven niet wordt betaald, leidt dat in onze volgende incarnatie tot geestelijk onvermogen en een moreel bankroet.
Theosofie is de kwintessens van plicht.

G. de Purucker De vier heilige jaargetijden De ware betekenis van inwijding
Hoofdstuk 1. Winterzonnestilstand
Wat de zevende inwijding betreft, deze vindt plaats in een cyclus die ongeveer 2160 aardse jaren duurt, de tijd die een teken van de dierenriem nodig heeft om van het ene sterrenbeeld naar het volgende te komen in teruggaande beweging; met andere woorden wat onder de mystici in het Westen de messiaanse cyclus wordt genoemd. Wanneer de planeten Mercurius en Venus en de zon, de maan en de aarde in syzygy staan, kan de bevrijde monade van de verheven neofiet het magnetische pad door deze lichamen volgen en rechtstreeks doorgaan naar het hart van de zon. Veertien dagen lang verkeert de op aarde achtergebleven mens als in een trance of leeft hij in een toestand van verdoving, in een soort bedwelming; want het innerlijk deel van hem, het werkelijke deel van hem, reist door de sferen.

G. de Purucker boek De geschiedenis van Jezus hoofdstuk De geboorte van Jezus en het Kerstfeest
De "Christus-zon" werd geboren. Ik zou velerlei bewijzen kunnen leveren uit de Griekse en Latijnse literatuur, die aantonen wat plaatsgreep op dat zeer heilige tijdstip van de heidense inwijdingscyclus. Op die dag werd de Christus geboren, om de mystieke wijze van uitdrukken van de primitieve Christenen te gebruiken. En de Grieken en Romeinen, van wie de Christenen de gedachten dikwijls helaas in gewijzigde vorm overnamen, zeiden dat op die dag de mystieke Apollo werd geboren. En in het oosten zei men dat een Boeddha werd geboren.
Dit is dus de boodschap van Kerstmis. Als wij het verhaal van het kindje in de kribbe niet letterlijk opvatten en het ontdoen van alle legendarische versieringen waarmee dit meest grootse verhaal uit de geschiedenis van de mensheid is opgesmukt om het verstaanbaar te maken voor hen die niet onderricht waren, zullen wij zien dat dit verhaal van een geestelijke inwijding niet alleen betrekking had op Jezus, maar op een lange reeks van grote (oude) Wijzen die aan hem voorafgingen en op hem volgden. Laten wij de letterlijke woorden vergeten en onthouden dat de wezenlijke betekenis van het Christusverhaal is de levende Christus in ons, die telkens wordt herboren als een mens zich overgeeft aan zijn geestelijk Zelf, de god in hem. Dan is Christus 'opnieuw geboren'.

Natuurkundigen melden ons nu dat de handeling van observeren het waargenomene verandert. Dit is een effect dat wij nauwelijks merken op het niveau waarop we leven, maar dat merkbaar is in de sub-atomaire wereld. In de ijlere dimensies van de realiteit – zoals de emotionele en de mentale – zijn de waarnemer en het waargenomene één, op een manier die veel meer waard is dan in de fysieke dimensie. Aryel Sanat schrijft (p. 77): Volgens de waarnemingen van CWL (Charles Webster Leadbeater) is er geen duidelijke scheidslijn tussen de waarnemer en het waargenomene.

Het reflexief bewustzijn, het projectiemechanisme (weerspiegeling, 'bewust en onbewust') leert dat we zowel waarnemer als deelnemer zijn. Het waargenomene duidt er op dat we allemaal deel uitmaken van de evolutie, de evolutionaire kringloop.

Het boek de Vedanta-sutra, de samenvatting van alle Veda's, de tijdloze wijsheid van India, begint met het vers: athato brahma jijnasa, dat wil zeggen een mens moet zich afvragen: "waarom is alles er, waarom is het zoals het is?"

Dr. I.K. Taimni boek De Śiva-Sūtra|Śiva-Sūtra De hoogste werkelijkheid en hoe deze te realiseren
De eerste Sutra in deel III is bijna gelijk aan de eerste Sutra in deel I. Het is verstandig om dan ook meteen even te kijken naar de eerste Sutra in deel II. Er volgt dan een mooie aanhaling uit de Katha Upanishad 1-2-20: Het Paramatma dat in het hart van het individuele Atma verblijft, is ijler dan het ijlste en groter dan het grootse. Alleen degenen die volledig vrij zijn van alle soorten begeerte en zorgen kunnen het aan zijn glorie her-kennen. Door middel van de teksten uit de Upanishaden kunnen we een beter inzicht krijgen in: DAT ben jij; jij bent DAT (Tat Tvam Asi). We zijn wezenlijk van dezelfde aard als het Allerhoogste...
Deel III heeft mij persoonlijk het meest getroffen. Daarin wordt onder andere over het Wezen van een Mahatma gesproken. Dit deel is minder abstract en daardoor toegankelijker. Er wordt gezegd dat de Meesters ons willen doen inzien dat we goddelijk zijn.
De mens, ieder mens, is goddelijk kan voor ons zeer inspirerend en toepasbaar zijn. Deze zin kan een echte mantra worden. Het innerlijk herhalen van deze mantra kan onze benadering van de ander veranderen, immers: hij/zij is in wezen goddelijk…

Roberto Assagioli, boek ‘Psychosynthese’, p. 29: Het bewuste zelf of ‘Ik’ (centrum, centraal punt in het ‘ei’ van Assagioli): Vanuit een bepaald gezichtspunt kan men dit verschil vergelijken met het verschil dat er bestaat tussen het witte, verlichte scherm (Tetragrammaton), èn de verschillende beelden die erop geprojecteerd (Weerkaatsing, Toverlantaarn) worden. …zij vereenzelvigen zichzelf met die opeenvolgende golvingen, met de steeds veranderende inhouden van hun bewustzijn (identificatie versus dis-identificatie).

René Meijer boek De Ether Bestaat! - Deel III De Persoon en de Politiek - B Het Commentaar: de Politiek (p. 148):
De socioloog Max Weber (1864-1920) hanteerde een driedeling bij het bespreken van legitieme autoriteiten en deze driedeling laat zich herkennen als een nader inzicht in dit proces van in historische zin afglijden ofwel eroderen tot het onpersoonlijke, gezagsonzekere en immoreel chaotische.
Van het traditioneel gezag van kerk en edelen met respect voor de persoon van God, ontwikkelde zich volgens Weber het charismatisch gezag van dictators als Hitler, Napoleon, Stalin en Mao in weerwil van de heiligheid, dat dan eenmaal omver geworpen, resulteert in het gezag van de legaal-rationele autoriteit van een geïnstitutionaliseerde overheid waarin het gezagsinstituut zelf heerst en niet zo zeer het individu ten dienste ervan. Zo belanden we dan met de historische zin voor de orde van de tijd sociologisch gezien van het personalisme in het formalisme, een ambtelijke werkelijkheid die zo mooi aan de kaak gesteld werd in o.a. het boek en de film A Hitchhikers Guide to the Galaxy van Douglas Adams 1979/2005. In onwetendheid vervallen over onzuiver geleefde (religieuze) remedies en gefixeerd geraakt op enkel het problematische, zijn we wederom rijp voor de psycholoog die mag constateren dat we zo nog steeds met allerlei schizoïde -ismen verstrikt zijn in een zekere ego-bepaalde ('bv-Ego') vorm van gespletenheid.

De grondlegger van de waardevrije wetenschap in de moderniteit was Max Weber. Volgens hem maakt elke wetenschapper bij de keuze van wát hij onderzoekt, gebruik van waardeoordelen.
Tegenwoordig zijn er nog maar weinig wetenschappers die Webers visie delen. De algemene opstelling is dat het onmogelijk is de feiten los te zien van de eigen (empirische) waarneming. Dit standpunt is 250 jaar geleden al opgesteld door Immanuel Kant, die in zijn eerste Kritik en in zijn Prolegomena David Hume's scepticisme verklaart uit zijn te absolute empirisme.

Escher: Vul niet uw leegte, maar leeg uw volte.

U moet de leegte van het schijnbaar volle, de volheid van het schijnbaar lege onderzoeken. Onverschrokken aspirant, kijk diep in de bron van uw eigen hart en geef antwoord. Kent u de vermogens van het zelf, u die uiterlijke schaduwen waarneemt?

Het inzicht van Immanuel Kant sluit bij dat van Amanda Gefter aan (p. 508): ‘Waarnemers: ja; een universum: nee. Er is één waarnemingsuniversum per referentiekader, en je kunt maar over één referentiekader tegelijk praten.’

Amanda Gefter In Einsteins achtertuin een duizelingwekkende toer langs de mooiste ideeën uit de natuurkunde
33/34: Wheeler verzon de termen 'zwart gat' en 'wormgat'.
44: Natuurlijk was Wheelers vreemde boodschap - het universum is een door zichzelf veroorzaakt circuit, de grens van een grens is nul – een invalshoek, maar ik had geen flauw idee wat dat betekende.
44/45: En toen ontdekte ik een thema. Gedurende het hele symposium was er een reusachtige roze olifant in de zaal: het antropisch principe. Het antropisch principe roept de hulp van ons eigen bestaan in om bepaalde kenmerken van het universum te verklaren: de grootte ervan, de fysieke constanten, het bestaan van de sterren en sterrenstelsels (zie ook p. 95, 255 en 261).
64: Er is alleen maar wat we meten. De hele zaak deed verdacht veel denken aan een paradox, maar zoals Feynman zegt:
'De "paradox" is slechts een conflict tussen de werkelijkheid enje gevoel van wat de werkelijkheid "zou moeten zijn".'
69: Het universum is een munt met één kant. Niet echt een object, maar een onmogelijk object, net zoals de trap van Escher of de driehoek van Penrose.
96: Voor Wheeler was het A-woord geen verklaring, maar een aanwijzing – een aanwijzing voor de rol van de waarnemers bij het ontstaan van het universum, een aanwijzing voor de aard van de ultieme werkelijkheid.
98/99: ’90 procent...nou ja, ik reken Andrei Linde dan niet mee, maar 90 procent van de inflatiemensen zou zeggen: nu hebben we een ander model nodig, want een eindig universum is gewoon te raar, zei Lyman Page. ‘Dat zou betekenen dat het hele mechanisme van de baan is. Ik denk dat we daar allemaal wel mee zitten. Etc.
‘Niemand zou inflatie moeten opgeven !’’ riep Linde met een vet Russisch accent.
106/107: Het was geschreven door ene Michael Brooks en het ging over een papier van de filosoof Nick Bostrom, die stelt dat we in een matrix-achtige computersimulatie leven. Bostroms idee ging zo; uiteindelijk zullen onze computers krachtig genoeg zijn om bewuste schepsels te simuleren, bijvoorbeeld mensen.
107: De grootste kans dat dit de echte werkelijkheid is, had Brooks geschreven, is als de mensheid zichzelf zou vernietigen voordat onze computers krachtig genoeg zijn om complexe maatschappijen en bewuste hersenen te simuleren.
119/120: Er is een expliciet dualisme: waarnemer en waargenomene. Twee verschillende soorten dingen. Maar wat zijn onze hersenen anders dan fysische objecten van het hetzelfde materiaal dat ze simuleren? We zijn tenslotte slechts stukjes van het universum dat naar zichzelf kijkt, en áls we een simulatie zijn dan zijn we een simulatie die zichzelf simuleert. Is het dan allemaal alleen maar een kosmisch spiegeldoolhof? Spiegels die spiegels weerkaatsen, een oneindige teruggang van beelden van...niets?
136: Voor Wheeler was de werkelijkheid een soort Möbiusband, zoals de handen die zichzelf tekenen van Escher . Was het alleen maar circulaire logica, of was het de enige verklaring die een kans had bevredigend te zijn?
195: CPT-symmetrie onthult een diepe relatie tussen de structuur van de ruimtetijd en de structuur van de materie.
320: Er zijn geen objecten met een hogere entropie dan zwarte gaten, dus als de entropie van een zwart gat kan passen op een oppervlakte met minder dimensies, dan kan de entropie van alle andere objecten dat ook.
321: Hoe dan ook, Maldacena 's ADS/CFT-dualiteit was de perfecte belichaming van Susskinds holografisch principe. Etc.
In ADS/CFT is er een wiskundige een-op-een-aansluiting tussen het
vijfdimensionale binnenste van de ruimte en de vierdimensionale grens, dus aan de hand van de wiskunde kun je, gegeven elk object of fysisch proces in de ruimtetijd met een hogere dimensie, de exacte tegenhanger op de grens vinden. Dat wierp een fascinerende vraag op: wat is de tegenhanger met een lagere dimensie van een zwart gat? Zwarte gaten zijn gemaakt van zwaartekracht, maar in Maldacena’s model is er geen zwaartekracht op de grens.
323:
'Ons universum is de De Sitter. Was ADS/CFT genoeg om Hawking van gedachten te laten veranderen?'
‘Ja’, zei Susskind. 'De oppositie, Hawking incluis, moest het opgeven. Het was zo wiskundig precies dat voor de meeste praktische doelen alle theoretische fysici tot de conclusie kwamen dat het holografisch principe, complementariteit en het behoud van informatie (Akasha) waar moesten zijn. Etc.
Het holografisch principe, en meer in het bijzonder ADS/CFT, laat zien dat twee beschrijvingen van dezelfde exacte fysica een verschillend aantal dimensies kunnen hebben.
327: Maar 'werkelijkheid' gaat van een werkelijkheid uit die vanuit een godsperspectief kan worden beschreven. Er is niet één enkel 'werkelijkheid'. Er is Veiligs 'werkelijkheid' en Verdoemds 'werkelijkheid'. Niets anders dan dat.
'Het is niet alleen een nieuwe vorm van complementariteit, het is ook een nieuwe vorm van relativiteit,' zei Susskind tegen me.\\
349: In welke zin waren elektromagnetisme, zwaartekracht en kwantumchromodynamica op de grens van een grens gebaseerd? Het was duidelijk dat Wheeler dat als het samenbundelende principe van de fysica zag, en als een mogelijke manier om iets uit niets te krijgen. Maar wat betekende het in vredesnaam?
395: ‘E r lijkt een ingrijpende verandering op til in de kosmologie. Misschien zelfs een paradigmaverschuiving, van een godperspectief naar het perspectief van één enkele waarnemer. Denk je dat dat inderdaad zo is?’
‘Ja’, zei Susskind. ‘Ik denk dat dat idee steeds meer aanhang krijgt. Maar het is soms ook zinvol om de boel vanuit het globale perspectief te bekijken.
478: Totdat men uiteindelijk begreep dat er geen echt ‘boven’ en ‘onder’ is, dat dat relatieve begrippen zijn.
481,482: Je zit in het referentiekader van Veilig of in dat van Verdoemd. Waarnemers kunnen nooit verder zien dan één referentiekader.
484: We zijn zoals Wheeler voorzag, het universum dat naar zichzelf kijkt. Hoe moeten we onszelf een spiegel voorhouden als we zelf de spiegel zijn?
We zitten gevangen in het universum – en dat betekent dat we geen consistente beschrijving van het uiniversum kunnen geven zonder ook onszelf te beschrijven. De stelling van Gödel toonde aan dat naar zichzelf verwijzende beweringen binnen het systeem dat die beweringen doet, onbewijsbaar zijn. Hoe zit het dan met de naar zichzelf verwijzende beweringen van de kosmologie? De ‘binnenkant’ (van het universum) is het enige wat we hebben. Die beweringen zijn dus niet te bewijzen, punt uit.
490: Zoals Susskind had gezegd, kwam het allemaal door een verkeerd gebruik van het woordje ‘en’. Niet ja en nee , maar ja of nee.
495: ‘De H-(homogene)toestand is tegelijkertijd zowel orde en wanorde als geen van beide! Het is een samensmelting van beide. Ultieme orde en ultieme wanorde zijn dus hetzelfde! Het universum moet voortkomen uit de H-toestand en er uiteindelijk naar “
terugkeren”.’
‘De H-toestand kent door zijn perfecte homogeniteit per definitie symmetrie. Een perfect symmetrische toestand is perfect instabiel. […] Fysici zijn tot het inzicht gekomen dat de eigenschappen van onze wereld manifestaties zijn van gebroken symmetrieën.’
505/506: Je hebt de gebroken symmetrie, de schaduw, nodig om over informatie te beschikken, en uit informatie ontstaat de wereld it from bit.
De boodschap was duidelijk: een eindig referentiekader creëert de illusie van een wereld, maar zelfs het referentiekader zélf is een illusie. Waarnemers creëren de werkelijkheid, maar waarnemers zijn niet werkelijheid. Er is niets ontologisch onderscheidends aan een waarnemer, want je kunt altijd een referentiekader vinden, waarin die waarnemer verdwijnt: het kader van het kader zelf, de grens vans de grens.
507: We hadden het geheim van het universum ontdekt: de fysica is niet het mechanisme achter de werking van de wereld; het is het mechanisme achter de illusie dat er een wereld ís.
508: Waarnemers: ja; een universum: nee. Er is één waarnemingsuniversum per referentiekader, en je kunt maar over één referentiekader tegelijk praten.

De H(homogene)-toestand in het boek In Einsteins achtertuin van Amanda Gefter kan met Ain-Soph (Parabrahman), het ABSOLUTE EINDELOZE NIET-IETS worden vergeleken en de ultieme werkelijkheid (Ultimate reality) met de éne werkelijkheid. In haar boek wordt summier aandacht besteed aan de vraag of er een blauwdruk aan de schepping ten grondslag ligt?

De oplossing, die Amanda Gefter voor het verenigen van de relativiteitstheorie en kwantummechanica aanreikt staat beschreven op p. 494/495, de H-toestand, die zo mooi volgt uit de drie vanouds bekende natuurwetten. De eerste sleutel was de tweede wet van de thermodynamica. De tweede sleutel van verandering was het doorbreken van symmetrie. De derde sleutel was de kwantummechanica. Volgens de wetten van de kwantummechanica ‘kan niets in het universum een perfect gedefinieerd energieniveau hebben. Zo is het ook met de H-toestand. De onzekerheid eist dat de H-toestand zijn homogeniteit loslaat.’
Amanda Gefter schrijft op p. 247 dat de snaartheorie was een aantrekkelijk idee, maar binnen een paar jaar was door de succesvolle ontwikkeling van QCD (kwantumchromodynamica) alle belangstelling van snaren uitgewist en bevestigt daarmee de mening van de Nobelprijswinnaar Martinus Veltman: De snaartheorie is een religie en daarom irrelevant voor de wetenschap. Hij stelt ook dat de snaartheoretici: decennialang doorrommelen met een theorie die geen contact maakt met de werkelijkheid. Wel is de C-, P- en T-symmetrie van Martinus Veltman relevant of zoals Amanda Gefter stelt (p. 195): 'CPT-symmetrie onthult een diepe relatie tussen de structuur van de ruimtetijd en de structuur van de materie.'

Interview Miss Universe van Martijn van Calmthout met Amanda Gefter auteur van het boek In Einsteins achtertuin bijlage Sir Edmund (p. 43-45) in de Volkskrant 21 juni 2014:
'Ik denk dat het onderwijs in de natuurwetenschappen in principe de verkeerde mensen uitselecteert voor de echte wetenschap. Wat je nodig hebt, is de meest creatieve mensen, niet de brave leerlingen en studenten die netjes de goede antwoorden kunnen uitrekenen. Als je met de diepe vragen begint, haal je mensen naar voren die de dingen echt willen begrijpen.’

Het samenbundelende principe dat door Amanda Gefter op p. 349 wordt verwoord komt verdacht veel met de drie manifestaties van fohat overeen.

G. de Purucker Bron van het Occultisme (Parabrahman-mulaprakriti)
Hoofdstuk Fohat, de dynamische energie van de kosmische ideatie
Fohat, de dynamische energie van de kosmische ideatie
212: Wanneer de dingen in elektrisch opzicht niet in evenwicht zijn, krijgen we de zeer warme of zeer koude dagen, de stormachtige dagen of de abnormaal rustige dagen. De bewegingen en werkingen van deze kosmische elektriciteit veranderen voortdurend van richting. De bliksem is één kort segment van een circulatie in de kosmos en is zeer nauw betrokken bij bepaalde vitale stromen tussen de zon en de aarde en de mens en de aarde; en die stromen bewegen zich door en naar en van de aarde en de meteoorsluier die haar omgeeft. Magnetisme is het alter ego van elektriciteit en elk is een ‘broeder-zoon’ van fohat. In wezen zijn wat wij zwaartekracht, elektriciteit en magnetisme noemen alle hetzelfde: drie manifestaties van fohat of de kosmische levenskracht zoals die zich in onze fysieke afdeling van het heelal voordoet. Dit heelal is niet verdeeld in graden die van elkaar zijn gescheiden, maar is een organisch geheel dat graden of stadia bevat die in elkaar overgaan, van het onzichtbare naar het zichtbare en nog verder omlaag weer naar het onzichtbare. Er zijn in feite geen radicale scheidingen, behalve in schematische zin.

Door de eeuwen heen hebben profeten, mystici en zieners (rishi’s) geen complexe wiskunde nodig gehad om de éne werkelijkheid, de H-toestand van Amanda Gefter te verklaren. De éne werkelijkheid, de reflecties van de metafysica op de werkelijkheid vormen een coherent symmetrisch geheel.

Om de waarheid te achterhalen is er volgens Pythagoras - in verband met de supersymmetrie in de schepping - geen complexe wiskunde nodig. Om de 10 dimensies weer te geven is de gebruikte wiskunde van het metrieke stelsel eenvoudiger dan bij de snaartheorie. Er behoeft slechts tot tien te worden geteld.

De éne werkelijkheid heeft net als bij Ayurveda op de "kennis van het leven", de oerbron Ain-soph betrekking. De oerbron manifesteert zich door het eeuwige nu.
De verticale as (Axis_mundi, de Staf van Hermes, de staf van Mercurius, Sutratman, De Caduceus, Esculaap, de verborgen 5e Dimensie) toont ook de middenzuil van de levensboom. De Staf van Hermes wordt beschouwd als de sleutel en de weg van persoonlijke (spirituele) ontwikkeling.

The toroidal (Toroid) ring model, known originally as the Parson magneton or magnetic electron, is also known as the plasmoid ring, vortex ring, or helicon ring. This physical model treated electrons and protons as elementary particles, and was first proposed by Alfred Lauck Parson in 1915.

The silver cord in metaphysical literature, also known as the sutratma or life thread of the antahkarana], refers to a life-giving linkage from the [[http://en.wikipedia.org/wiki/Higher_self|higher self (atma) down to the physical body. It also refers to an extended synthesis of this thread and a second (the consciousness thread, passing from the soul to the physical body) that connects the physical body to the etheric body, onwards to the astral body and finally to the mental body1.
1) Alice Bailey boek Education in the New Age (p19, p21, p76-79)

Het woord sutratman voegt twee woorden sutra (draad) en atma (ziel) samen, de draad die de ziel (psyche) is.
Bhagavad Gita
Hoofdstuk 7 Verenigd in de filognosie jezelf kennen en het maken:
(7) Voorbij het superieure van Mij, is er verder niets te vinden o overwinnaar van de weelde; in Mij is alles wat we zien aaneen geregen als parels aan een draad.

Thijs Prent Dualiteit in de evolutie: Het proces van de tweevoudige evolutie wordt prachtig verklaard door de term sutratman (”draadziel”): Het is deze sutratman, dit draad-zelf, deze bewustzijnsstroom of beter stroom van leven-bewustzijn, die het fundamentele en individuele Zelf van iedere entiteit is en die, weerspiegeld in en door de verschillende tussenliggende voertuigen of sluiers of omhulsels of gewaden van de onzichtbare constitutie van de mens of van ieder ander wezen waarin een monade zich hult, de egoïsche centra van het zelfbewuste bestaan voortbrengt.

Henk Spierenburg Subba Row's Studies in de Bhagavad Gita: het schema
'De vier beginselen in de geopenbaarde kosmos kunnen als volgt opgesomd worden: eerst Vaisvanara. Men moet Vaisvanara niet opvatten als alleen maar de geopenbaarde objectieve wereld, maar als de stoffelijke basis, waaruit de gehele objectieve wereld is ontstaan. Daarboven, één trede hoger, staat wat genoemd wordt Hiranyagarbha. Hier geldt hetzelfde: men moet Hiranyagarbha niet verwarren met de astrale wereld, daar het de basis van de astrale wereld is en daartoe in dezelfde verhouding staat als Vaisvanara tot de objectieve wereld. Daarna komt wat zo nu en dan Isvara genoemd wordt; aangezien dit woord echter licht misleidend is zal ik het niet gebruiken. In plaats daarvan zal ik dit beginsel bij een andere naam noemen, waarvan het gebruik eveneens van oudsher gerechtvaardigd is - Sutratman. En boven deze drie, zo wordt over het algemeen gezegd, staat Parabrahman.' (30-31).

De wijsheid van Pythagoras is met het esoterisch Boeddhisme verwand. De leer van Laozi en Confucius uit China is nauw met de filosofie van Pythagoras verweven. Het is namelijk ook op de drie kringlopen 'Scheppen, Behouden en Vernietigen' (Trimurti) gebaseerd. Dit komt ook naar voren wanneer de vijf-elementenleer van de Traditionele Chinese Geneeskunde met de boeddhistische invalshoek wordt vergeleken.

In het stelsel van een latere Pythagoreeër, Philolaus staat niet de aarde in het middelpunt, maar dat wat de haard wordt genoemd, waaromheen 10 hemellichamen draaien (10 was het perfecte getal). Ook de latere astronoom Hipparchus zal de aarde niet in het middelpunt van het heelal plaatsen.
Plato's natuurfilosofie is niet zo bekend, vooral omdat het werk waarin hij deze uiteenzet, de Timaeus, enigszins esoterisch is.
Volgens Aristoteles houdt de natuurkunde zich bezig met zaken die een eigen bestaan hebben, maar niet onveranderlijk zijn . Dit in tegenstelling tot de wiskunde die zich bezighoudt met zaken die onveranderlijk zijn, maar geen eigen bestaan kennen, en in tegenstelling tot de metafysica (in zijn terminologie de theologie) die zich bezighoudt met zaken die èn een eigen bestaan kennen, èn onveranderlijk zijn.

In philosophy, Potentiality and Actuality are principles of a dichotomy which Aristotle used to analyze motion, causality, ethics, and physiology in his Physics, Metaphysics, Ethics and De Anima (which is about the human psyche).

H.P. Blavatsky Chela’s en Leken Chela’s
Een ‘Chela’ is iemand die zichzelf heeft aangeboden als leerling om praktisch inzicht te krijgen in ‘de verborgen mysteriën van de natuur en de psychische vermogens die in de mens sluimeren’. De spirituele leraar aan wie hij zijn kandidatuur aanbiedt wordt in India een Goeroe genoemd; en de echte Goeroe is altijd een Adept in de Occulte Wetenschap. Een man van diepe kennis, exoterisch en esoterisch, vooral dat laatste; en iemand die zijn vleselijke natuur heeft onderworpen aan de WIL; die in zichzelf zowel de macht (Siddhi) om de natuurkrachten te beheersen heeft ontwikkeld, alsook het vermogen om haar geheimen te onderzoeken met behulp van de aanvankelijk latente maar nu actieve krachten van zijn wezen: - dit is de echte Goeroe.
Het is, voor eens en voor altijd, ‘Te zijn, of Niet te zijn’; te overwinnen betekent ADEPTSCHAP; falen, een eerloos Martelaarschap; want het slachtoffer te worden van wellust, trots, hebzucht, ijdelheid, egoïsme, lafheid of enige andere lagere neiging is inderdaad verachtelijk, wanneer zij wordt afgemeten aan de maatstaf van ware menselijkheid. De Chela wordt niet alleen opgeroepen het hoofd te bieden aan alle latente kwade neigingen van zijn karakter, maar bovendien aan de totale hoeveelheid kwaadaardige krachten, opgehoopt door de gemeenschap en de natie waarvan hij deel uitmaakt. Want hij is een integraal deel van deze groepen, en wat invloed heeft op de individuele mens of de groep (de stad of de natie) heeft ook zijn uitwerking op de ander.

Wat is theosofie?
Het woord theosofie is afgeleid van theos – sophia (grieks) en betekent goddelijke wijsheid. Deze wijsheid verwijst naar de grote waarheden die in de loop der tijd door wijze mensen zijn ontdekt en verborgen in mythen, legenden en religieuze verhalen, zijn doorgegeven.
Deze grote waarheden laten in bedekte termen de grondbeginselen van het bestaan zien nl.:
Er is een alomtegenwoordig, eeuwig, grenzeloos en onveranderlijk beginsel, wij kunnen daar met ons denken niet bij. In de verschillende godsdiensten noemt men dit beginsel wel God, Allah, Krishna, Christus, Buddha, enz. Maar in feite gaat het om een universele Werkelijkheid, die niet benoemd kan worden, om Dat wat er was voor dat er iets was.
Uit deze onbekende en onkenbare Bron is het Zijn, het Leven voortgekomen.
Alles wat is, van een atoom tot en met de vele heelallen die nog niet ontdekt zijn, maar wel bestaan, is in beweging. Deze beweging voltrekt zich in oneindige cyclische processen van ontstaan en vergaan. Zoals een mens geboren wordt en op de bestemde tijd de laatste adem uitblaast en op de bestemde tijd weer een nieuw leven ontvangt, zo gebeurt dat met alle leven. De omstandigheden in het nieuwe leven (van de mens) zijn afhankelijk van het karma (de wet van oorzaak en gevolg), die bestaat uit de som van al zijn gedachten, gevoelens en handelingen) in het vorige leven. De mens is dus zelf verantwoordelijk voor zijn leven en zijn ontwikkeling, maar uiteindelijk zal hij worden wie hij ten diepste al is.
Heel belangrijk is het gegeven dat al het bestaan een is, m.a.w. er ligt een fundamentele eenheid ten grond slag aan al het leven. Wij moeten dat niet alleen in de uiterlijke betekenis zien, maar vooral ook innerlijk. Want in het diepste innerlijk van de mens, anderen zeggen in het hoogste, onzichtbare, geestelijke principe van de mens ligt de eeuwige kern die gelijk is aan de Universele Kern of Ziel van al het Leven. Deze kern is op zichzelf weer een aanzicht van het ‘Grote Onbekende’ van Dat.
Wie de uiterlijke Eenheid van al het bestaande ziet, beseft dat alles met alles verbonden is. Zo iemand zal zijn leven veranderen, eerbied en zorgzaamheid voor het leven worden dan een vanzelfsprekendheid.
Wie de innerlijke Eenheid met de Universele Ziel van al het Leven ziet, zal de geestelijke reis maken, zijn hart zal leeg zijn om te kunnen ontvangen. Zo iemand zal zijn leven veranderen, eerbied en zorgzaamheid voor het leven worden dan een vanzelfsprekendheid.
Nogmaals nadenkende over Dat Ene, alomtegenwoordige, eeuwige, grenzeloze en onveranderlijke beginsel, dat IS, zien wij uit alles waar wij nu over hebben nagedacht, dat Dat Ene beginsel terug te vinden is in de eeuwige Beweging van het Zijn, van het Bestaan dat Een is. Zien wij dat alles uit Dat Ene voortkomt en er weer in terugvloeit, zoals de golven van de zee zich scheiden van het grote water en naar de kust rollen en weer terug vloeien om te versmelten met het water en weer opnieuw zich losmaken en naar de kust rollen. Alles in een eindeloos ritme.
Zoals ook de Goddelijke Orde in een liefdevolle ritmische dans haar partner vrijlaat en weer bij zich opneemt, om haar weer te laten gaan in de ruimte van de vrijheid.
Als mens ben je vrij om, ongeacht de omstandigheden waar in je verkeert, te kiezen hoe je je leven wilt leiden. Je bent innerlijk vrij om een bewust levend mens te zijn. Als je denkt, dat je dat niet bent, dan heb je nog een eeuwigheid aan tijd voor je – of eigenlijk – daar leef je al in.
Hermes Trismegistos, een wijs mens, die lang geleden leefde, sprak de volgende woorden:

Zo binnen, zo buiten
Zo groot, zo klein
Zo boven, zo beneden
Er is slechts één Leven en Wet
En de besturende Kracht is één
Er is geen binnen, geen buiten
Geen groot, geen klein
Geen hoog, geen laag
In het goddelijk bestel.

What's in a name?
De Geheime Leer Deel II Stanza 4 Schepping van de eerste rassen (p. 118):
De onderstaande parallel lopende volgorde kan men vinden in de evolutie van de elementen en van de zintuigen; of in de kosmische aardse ‘mens’ of ‘geest’ en de sterfelijke stoffelijke mens:
1. ether Gehoor geluid
2. lucht Tastzin geluid en tastzin
3. vuur of licht Gezicht geluid, tastzin en kleur
4. water Smaak geluid, tastzin, kleur en smaak
5. aarde Reuk geluid, tastzin, kleur, smaak en reuk

Blavatsky Deel III, p. 514:  
VuurLuchtWaterAarde
Lente (Oost)Zomer (Zuid)Herfst (West)Winter (Noord)
Tastzin (voelen, Huid)Gezicht (zien, Ogen)Smaak (proeven, Tong)Reuk (ruiken, Neus)
KindsheidAankomende leeftijdVolwassenheidOuderdom

Chinese natuurfilosofieen de vijf elementenleer.
De vijf-elementenleer van de Traditionele Chinese Geneeskunde geeft van de vijf zintuigen deze doorsnede:

HoutVuurMetaalWater
Lente (Oost)Zomer (Zuid, Vuur)Herfst (West)Winter (Noord)
Ogen (zien)Tong (spreken)Neus (ruiken)Oren (horen)

Aarde, in het centrum: 5e Zintuig, Mond (proeven).
In de Traditionele Chinese Geneeskunde zijn spreken en horen wel complementair.

Procee geeft op (p. 56/57) van zijn boek een overzicht van innovatieve, interdisciplinaire grenswetenschappers. Bij de school van Pythagoras ging het om de combinatie van rekenkunde, sterrenkunde, meetkunde en muziek (DGL,Deel I, p. 475, zie onder).

Ervin Laszlo boek Kosmische Visie Wetenschap en het Akasha-veld (p. 183):
Erich Jantsch maakte mij attent op het werk – en later ook de persoon – van de uit Rusland afkomstige Nobelprijsdrager en thermodynamica-expert Ilya Prigogine. Diens concept van ‘dissipatieve structuren’ die onderhevig zijn aan periodieke bifurcaties (‘tweesprongen’) leverde mij de evolutionaire dynamiek die ik nodig had. Nadat ik dit concept met Prigogine had besproken, concentreerde ik mijn werk op wat ik de ‘algemene evolutietheorie’ noemde.

Geldt de tweede hoofdwet van de Thermodynamica alleen voor gesloten systemen?
"Deze bewering is onjuist"
Ilya Prigogine1 heeft laten zien dat in het zand ribbels kunnen ontstaan door willekeurige energiestromen; maar hij zag over het hoofd dat deze ribbels niet in stand worden gehouden door deze willekeurige energiestromen; de volgende dag verdwijnen ze weer en worden vervangen door andere ribbles in een andere richting. Ook heeft Perigone laten zien dat de levende natuur voortdurend moleculen, cellen en organismen transformeert tot meer complexe structuren; maar hij zag over het hoofd dat deze ordening wordt aangedreven door het DNA programma dat aanwezig is in elke cel, en niet door willekeurige energiestromen. Conclusie
Gedachte-experiment 1 bewijst dat de evolutietheorie (“natuurlijke processen kunnen de levende natuur tot stand brengen”) in tegenspraak is met de tweede hoofdwet van de Thermodynamica. Meer in het algemeen: De evolutietheorie is in tegenspraak met de natuurlijke gang der dingen en met de fundamentele eigenschappen van onze fysieke werkelijkheid.3
1. Ilya Prigogine and Isabelle Stengers, Order Out of Chaos: Man’s new dialogue with nature (New York: Bantam Books, 1984); Ilya Prigogine, End of Certainty (New York: The Free Press, 1997); Stuart Kaufman, At Home in the Universe (New York: Oxford University Press, Inc., 1995); and Christian De Duve, Vital Dust: Life as Cosmic Imperative (New York: Basic Books, 1995).
2. Zie: Tien misverstanden over hoe het DNA verandert.
3. Voor een meer uitgebreide discussie, zie: De evolutietheorie in het licht van de Thermodynamica en de ervaring van alledag.

Joy Mills On Fohat
In response, the Mahatma makes several statements that to my mind clearly identify the basic metaphysics. The first is this: “Everything in the occult universe, which embraces all the primal causes, is based upon two principles—Kosmic energy (Fohat or breath of wisdom) and Kosmic ideation” ( ideatie). In this one sentence, the Mahatma establishes both the primacy of consciousness (“Kosmic ideation”) and its principle of action (“Fohat”).
Many of these fields and energies are described in metaphorical terms in the literature, since they have hitherto lain outside the range of scientific observation. Today the phenomenon of life is coming within that range. Fohat is called the “animating principle electrifying every atom into life,” thus establishing the basic Theosophical position that there is no such thing as inert or totally lifeless matter. Fohat is identified with prana or life energy in the Mahatma M.’s first statement, when he calls it the “breath of wisdom.” It is not merely the vital or negentropic force in all living creatures, the push of sexual energy, and the mysterious “nerve force” of kundalini, but the fundamental cosmic “breath” which vivifies all of nature. And, as Lama Govinda has observed, “prana is not only subject to constant transformation, but is able at the same time to make use of various mediums of movement without interrupting its course” (FTM, 147).

Joy Mills Leven in wijsheid (p. 35):
Het is mijn bedoeling jullie denkvermogen tot het uiterste op te rekken! Maar daarna wil ik het weer richten op wat hierin van betekenis is voor ieder van ons, want we houden ons hier bezig met onszelf. En er is maar één bewustzijn. Maar we moeten dit, zo wil ik voorstellen, van het metafysische gezichtspunt bezien. Er zijn drie woorden die in mystieke zin verwijzen naar de ene primordiale Substantie, of de Bron waaruit alles voortkomt. Ik heb Akasha al genoemd. De andere twee woorden zijn Alaya en Svabhavat, die we in de shloka die ik aanhaalde al zijn tegengekomen. De termen zijn bijzonder interessant, omdat ze ons zowel onze eigen aard als de aard van de wereld om ons heen helpen begrijpen. Akasha, zoals H.P.B. het stelt, "is de ongedifferentieerde, noumenale en abstracte Ruimte." Het is de structuur van het bewustzijn, dat zijn eigen wezen verlicht. Het bevat in zich alle ideaties die vormen zullen voortbrengen. We kunnen zeggen dat het alle zaden bevat die uiteindelijk zullen bloeien als mensen, mineralen, stoelen, lampen, de veelheid van dingen - hoe is het ook weer: "de één miljoen duizend dingen"? Daarom is het Alaya. Die term betekent zelf al het onoplosbare". Laya komt van de werkwoordstam li, "oplossen", en a is "niet", dus a-laya is het onoplosbare". Daarom kan H.P.B. op de occulte leer wijzen die zegt dat het hele proces "zonder voorstelbaar of denkbaar einde" is. Net zoals ieder van ons in feite opnieuw een verschijning is van alles wat geweest is, de zaden van zijn verleden. Universa zijn dus de bloemen van zaden die onverwoestbaar zijn. Dit zijn de "archetypische motieven" die aanleiding geven tot al de beelden, door het hele gemanifesteerde stelsel heen. Maar het is ook een zichzelf organiserend systeem, wat sommige wetenschappers zich nu aan het realiseren zijn. Mensen als Erich Jantsch bijvoorbeeld, die een boek geschreven heeft dat de titel The Self-Organizing Universe draagt, en dat in combinatie met het werk van llya Prigogine, die heeft aangetoond dat "dissipatieve structuren" de neiging hebben zich op andere niveaus van complexiteit te reorganiseren, dat ordening steeds weer opnieuw tot uitdrukking komt.

Anna Lemkow boek Het Heelheid Principe
Hoofdstuk 6 Het biologische domein (p. 157):
Omdat de wetenschappen van complexiteit veel te maken hebben met onze heelheidsthese, zullen we enige tijd besteden aan de bespreking van het werk van Ilya Prigogine, een van de grondleggers van de concepten die aan dit terrein ten grondslag liggen.
159: Prigogine noemde die instabiele vormen “dissipatieve structuren”, om aan te geven dat deze om hun vorm te kunnen behouden voortdurend entropie moeten verbruiken om te voorkomen dat ze terechtkomen in de evenwichtstoestand (die ze “doodt”). En hij noemde de dynamiek van zulke structuren “orde door fluctuatie”. In essentie stelt Prigogine’s theorie dat de beweging van energie door een dissipatieve structuur resulteert in fluctuaties. Als deze klein zijn veranderen ze niet de structurele integriteit van het systeem. Maar als het systeem ernstig verstoord raakt, kan het, in de woorden van Prigogine “ontsnappen naar een hogere orde”. (Het is suggestief dat deze theorie strookt met het psychologische inzicht dat stress creatieve gevolgen kan hebben.) Ken Wilber heeft opgemerkt dat het werk van Prigogine in de categorie valt van pogingen die erop wijzen dat de reductionistische wetenschap op zijn retour is, en die laten zien dat de fysica en de andere gebieden zich openstellen voor de notie van een eindeloze vernieuwing en creativiteit binnen natuurlijke processen.
Hoofdstuk 7 De evolutietheorie en haar ontwikkeling (p. 182):
Zoals eerder werd opgemerkt verlaten een aantal biologen nu de gebruikelijke reductionistische tradities. Een voorbeeld is wijlen Erich Jantsch, die een ingewikkeld en werkelijk opmerkelijk boek schreef, The Self-Organizing Universe.
184: Het boek van Jantsch, dat voortbouwt op het werk van Ilya Prigogine, is een synthese van het werk van een aantal proces-gerichte wetenschappers te beginnen met Alfred North Whitehead en Jan Smuts.
Meer in het bijzonder past Jantsch de benadering van de dissipatieve structuren toe op het ontstaan van soorten, in het voetspoor van de scheikundige Manfred Eigen en de biologen Conrad Waddington, Paul Weiss, Humberto Maturana, Francisco Varela en Ricardo Uribe.
Hoofdstuk 20 Orde te midden van chaos (p. 386):
Nu is het zo dat Blavatsky naast de eenheid van al het bestaande het bestaan van periodiciteit als een fundamenteel principe veronderstelde. In haar schema ligt periodiciteit ten grondslag aan, en wordt het weerspiegeld in, de universele voortgang van alles wat bestaat in de richting van een hogere vorm van leven. Ze legde er de nadruk op – en hierop zou ik de aandacht willen vestigen – dat, terwijl verandering voortdurend plaatsvindt en alomtegenwoordig is, dit niet ongericht gebeurt en nooit ingaat tegen de innerlijke wet. (Dit is de overtuiging die ten grondslag ligt aan de Chinese visie op verandering zoals die voorkomt in de I Ching.) De kosmische dynamiek is nooit alleen maar willekeurig of blind of mechanisch maar, integendeel, vormt een uitdrukking van een innerlijke wet; bovendien is de innerlijke wet niet een blinde, mechanische, deterministische wet, maar een levende en intelligente. Het is een wetmatigheid die bevorderlijk is voor het samengaan van noodzakelijkheid en creativiteit in de natuur en in het menselijk leven, individueel en collectief; een wetmatigheid die vooruitgang op alle niveaus naar een hogere vorm van leven toestaat en bevordert.
388/389: We hebben de leer van karma besproken, en ook de chaostheorie van de wetenschap, die een aantal opmerkelijke parallellen met karma vertoont. Zowel karma als de chaostheorie berusten, zoals ik heb laten zien, op het holistische principe, en hebben te maken met het oplossen van de spanning tussen de krachten van instabiliteit en onevenwichtigheid aan de ene kant, en die van harmonie en creativiteit aan de andere.
De huidige aanblik van de planeet lijkt ordeloos en chaotisch te zijn, kenmerken die meestal als het tegendeel van orde worden beschouwd. Maar de leer van karma stelt (en de chaostheorie veronderstelt) dat zelfs destabiliserende gebeurtenissen onderworpen zijn aan een universele wet. De dynamiek die werkzaam is in de maatschappelijke aangelegenheden van vandaag vormt een illustratie van deze leer.

G. Barborka geeft in zijn boek Het Goddelijke plan - Menswording en Evolutie op pagina 596 een lijst van met Akasha gelijkwaardige termen:
Universele denkvermogen, Chaos, Gaea, Eros, Fohat en Drie Logoi.
610: In deze vroegste drieëenheid zijn dus Chaos (of veeleer Chaino), Chaia en Eros gelijk in betekenis aan Parabrahman (Ain-Soph), Mûlaprakriti en Fohat.

Jan Wicherink Eindeloos bewustzijn, Geen dualiteit tussen geest en lichaam
Via het lichaam ervaren we de grens tussen wat binnen en wat buiten onszelf is. Echter bestaat deze grens eigenlijk wel indien bewustzijn eindeloos is en alom aanwezig, zoals Van Lommel in zijn boek stelt? Zou deze grens niet gebaseerd zijn op een illusie die geschapen wordt door het bewustzijn zelf? Het bewustzijn is tijdens het leven immers ingekapseld in een fysiek lichaam en kent zijn informatie over de ‘buitenwereld’ enkel via beperkende receptoren, onze zintuigen. Op die manier helpen de zintuigen de ervaring te scheppen van een binnen en een buiten, van een zelf en een niet-zelf (Anatta refers to the perception of "not-self"), in feite dus de ervaring van het ego, afgezonderd van zijn omgeving.

De Stichting Advaya (Non-dualiteit) is opgericht als een raamwerk voor het werk van Philip Renard, dat zowel in ontmoetingen als in geschriften beoogt Non-dualiteit in het centrum van de aandacht te brengen.
Dit begrip ‘Zelf-realisatie’ is ontleend aan oosterse bevrijdingswegen, zoals Advaita Vedanta en Mahayana Boeddhisme.

Shankaracharya, (IAST: Śaṅkarācārya) is a commonly used title of heads of maţhas (monasteries) in the Advaita tradition. The title derives from Adi Shankara, a theologian of Hinduism, who established mainly four maţhas in four regions of India.

Vyâsadeva:
4) De term filognosie of liefde voor de kennis, hier gepresenteerd als de ware kennis, kent twee equivalenten in het Sanskriet: jñâna, spirituele, geestelijke kennis en âtmatattva, de werkelijkheid of het principe van het zelf of de ziel. De term vertegenwoordigt de alomvattende logica van het spiritueel bestrijken van al de zes basisvisies (darshana's) van het menselijke, culturele respect wat betreft het

 Filognosie:G. Glas
- feitelijke (de filosofie en de wetenschap),I Methode en WetenschapTussen hoger en lager in de mens
- het principiële (de analyse en de spiritualiteit) enII Analyse en SpiritualiteitTussen innerlijk en uiterlijk
- het persoonlijke (in religieuze en politieke zin).III De Persoon en de PolitiekTussen onmiddellijkheid en middellijkheid

Eenheid en harmonie van bewustzijn is het oogmerk van deze naturalistisch/idealistische liefde waarin men, teneinde de problemen van het niet-weten tegen te gaan, van lichamelijke oefening is, van meditatie, van studie, bezinning, vertoog, gezang en dienst aan God en de medemens, overeenkomstig de natuurlijke orde van de tijd in samenhang met de ether. Het is een syncretische benadering die naar behoren iedere vorm van materialisme, politieke associatie of wetenschappelijke denkwijze, zijn eigen afgebakende plaats en missie in de samenleving toewijst. Een filognost ontleent, in het trouw en gelovig zijn met de basisbeginselen van het geweldloze mededogen, de boetvaardigheid, de reinheid en de waarachtigheid, zijn bestaan deels aan religieuze benaderingen zo verschillend als het Hindoeïsme, het gnosticisme in al zijn culturele verscheidenheid, het Boeddhisme, het Taoïsme/Confucianisme, het Universele Soefisme en het Vaishnavisme (zie verder theorderoftime. org).
31) In deze tekst wordt de term bewustzijn filognostisch gedefinieerd als een staat van zijn; een vorm of integriteit van het gewaar zijn van een zeker verschil in de tijd. Men is, modern gesproken, op een bepaalde golflengte, in een zekere tijdmodus, of in een bepaald denkmodel bewust bezig met een manier van onderscheid maken die berust op de kennis van het zelf (identificaties), het lichaam (relaties) en de cultuur (het vertoog). Aldus spreekt men van een cultureel en een natuurlijk bewustzijn (asat en sat): cultureel een relatieve en instabiele, materialistische vorm van bewustzijn die, gebaseerd op materiële motieven, de tijd manipuleert; en, natuurlijk gesproken, een meer absoluut bewustzijn gebaseerd op het respect voor de orde van de zon, de maan en de sterren zoals men die waarneemt in de hemel.
34) 'AUM dat eeuwig' heeft betrekking op het standaardgebed om tat sat dat door brahmanen wordt uitgesproken bij de uitvoering van hindoe-offers. Naast de betekenis in de tekst gegeven, betekent het: 'O AUM, die gezegende, ware en oorspronkelijke naam van God, o pranava!' Het woord sat betekent waar en werkelijk, en het woord tat betekent letterlijk 'dat' en heeft betrekking op zowel de oorspronkelijke werkelijkheid als het principe zoals in de context van het woord tattva, wat letterlijk 'die staat van zijn' betekent. Ook vindt men het terug in de uitdrukking tat tvam asi, hetgeen 'dat zijt gij' betekent, een mantra die verwijst naar de getuige en het zich vergewissen als men in meditatie de werkelijkheid onder ogen ziet zoals die is. In westerse termen zeggen we dingen als 'dat is het 'm' en 'dat is dat', hetgeen ongeveer hetzelfde inhoudt: wees tevreden met de dingen zoals ze zijn. Het latijnse woord amen, 'zo zij het', in het Christendom gebruikt, laat zich in het Sanskriet vertalen als astu, het woord voor 'laat het voor wat het is'.

De Geheime Leer Deel II, Stanza 6 De evolutie van de zweetgeborenen (p. 171):
Analogie is de leidende wet in de Natuur, de enige ware draad van Ariadne, die ons langs de onontwarbare wegen van haar domein kan voeren naar haar eerste en laatste mysteriën. De Natuur is als scheppend vermogen oneindig, en geen enkele generatie van natuurkundigen kan zich er ooit op beroemen de lijst van haar middelen en methoden te hebben uitgeput, hoe uniform de wetten die zij volgt ook zijn.
De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk 18 Over de mythe van de ‘gevallen engel’ (p. 558):
De Geheime Leer wijst op het vaststaande feit dat de mensheid, collectief en individueel, met de hele gemanifesteerde natuur, het voertuig vormt (a) van de adem van het Ene universele Beginsel in zijn eerste differentiatie; en (b) van de talloze ‘adems’ die voortkomen uit die ENE ADEM in zijn secundaire en verdere differentiaties, naarmate de Natuur met haar vele mensengeslachten afdaalt naar de gebieden die steeds in stoffelijkheid toenemen. De primaire adem bezielt de hogere hiërarchieën; de secundaire – de lagere, op de steeds afdalende gebieden.

H.P. Blavatsky Geheime Leer Deel I, Proloog (p. 36/37):
‘De kennis van de absolute geest is evenals de glans van de zon of de hitte in het vuur niets anders dan de absolute essentie zelf’, zegt Sankaracharya. HET – is ‘de geest van het vuur’, niet het vuur zelf, daarom ‘zijn de eigenschappen van het laatste, hitte of vlam, niet de eigenschappen van de geest, maar van dat waarvan de geest de onbewuste oorzaak is’. Is de bovenstaande zin niet de ware grondtoon van de latere rozenkruisersfilosofie? Parabrahm is kortom het verenigde totaal van de Kosmos in zijn oneindigheid en eeuwigheid, het ‘DAT’ en ‘DIT’, dat niet kan worden opgevat als een samenvoeging van een aantal subtotalen. ‘In het begin was DIT het Zelf, slechts één’ (Aitareya Upanishad); de grote Sankaracharya verklaart dat ‘DIT’ betrekking had op het Heelal (jagat); omdat de woorden ‘in het begin’ betekenen: vóór het opnieuw voortbrengen van het Heelal van verschijnselen.
Geheime Leer Deel I, Stanza 4 De zevenvoudige hiïrarchieën (p. 117):
Er is een passage in de Bhagavadgita (hfst. viii), waarin Krishna symbolisch en esoterisch spreekt en zegt: ‘Ik zal de tijden (de omstandigheden) noemen . . . waarop de toegewijden die (uit dit leven) heengaan, nooit zullen terugkeren (worden herboren), of waarop ze wel terugkomen (om weer te incarneren). Het vuur, de vlam, de dag, de heldere (voorspoedige) veertien dagen, de zes maanden van de noordelijke zonnestilstand – zij die daarin heengaan (sterven) en het Brahman kennen (de yogi’s), gaan naar Brahman. Maar als de toegewijde sterft in rook, in de nacht, in de donkere (rampspoedige) veertien dagen, in de zes maanden van de zuidelijke zonnestilstand, dan gaat hij naar het maanlicht (of de woonplaats van de maan, ook het astrale licht), en keert hij terug (wordt hij herboren). Men zegt dat deze twee paden, het heldere en het donkere, in deze wereld (of grote kalpa, ‘eeuw’) eeuwig zijn. Langs het ene gaat de mens en komt nooit terug; langs het andere komt hij terug.’ Deze benamingen nu, ‘vuur’, ‘vlam’, ‘dag’, de ‘heldere veertien dagen’, enz., evenals ‘rook’, ‘nacht’, enz., die slechts leiden naar het einde van het pad van de maan, zijn zonder kennis van de esoterie onbegrijpelijk. Het zijn allemaal namen van verschillende godheden, die de kosmisch-psychische krachten beheersen. Wij spreken vaak over de hiërarchie van de ‘vlammen’ (zie Deel II), de ‘zonen van het vuur’, enz. Sankaracharya, de grootste van de esoterische meesters van India, zegt dat vuur een godheid betekent die over de tijd (kala) heerst. De bekwame vertaler van de Bhagavadgita, Kashinath Trimbak Telang, M.A. te Bombay, erkent dat hij ‘geen helder begrip heeft van de betekenis van deze verzen’ (blz. 81, voetnoot). Voor de kenner van de occulte leer zijn ze daarentegen heel duidelijk. Deze verzen staan in verband met de mystieke betekenis van de zonne- en maansymbolen: de pitri’s zijn maangodheden en onze voorouders, omdat ze de stoffelijke mens schiepen. De agnishvatha’s, de kumara’s (de zeven mystieke wijzen), zijn zonnegodheden, hoewel de eerstgenoemden ook pitri’s zijn, en ze zijn de ‘vormgevers van de innerlijke mens’.
Geheime Leer Deel I, Theosofische misvattingen (p. 191/192):
De betekenis is echter eenvoudig deze: iedere ‘Ronde’ brengt een nieuwe ontwikkeling en zelfs een volkomen verandering teweeg in de verstandelijke, psychische, geestelijke en lichamelijke gesteldheid van de mens, waarbij al deze beginselen trapsgewijs in opgaande lijn evolueren. Hieruit volgt dat personen die, zoals Confucius en Plato, psychisch, verstandelijk en geestelijk tot de hogere evolutiegebieden behoorden, in onze vierde Ronde even ver waren als de gemiddelde mens zal zijn in de vijfde Ronde, waarvan de mensheid is bestemd om op deze evolutieladder veel hoger te staan dan onze tegenwoordige mensheid. Op dezelfde manier was Gautama Boeddha – de geïncarneerde wijsheid – nog hoger en groter dan de genoemde mensen, die vijfde-ronders heten, en worden Boeddha en Sankaracharya allegorisch zesde-ronders genoemd. Vandaar de verborgen wijsheid van de destijds ‘ontwijkend’ genoemde uitspraak, ‘dat een paar regendruppels nog geen moesson maken, al kondigen ze die aan’.
Geheime Leer Deel I, Feiten en verklaringen over de bollen en de monaden (p. 198):
Van de vier vidya’s – die behoren tot de in de Purana’s genoemde zeven takken van kennis – namelijk ‘yajna-vidya’ (het uitvoeren van religieuze riten om bepaalde gevolgen teweeg te brengen); ‘maha-vidya’, de grote (magische) kennis, die nu is ontaard in tantrika-eredienst; ‘guhya-vidya’, de wetenschap van de mantra’s en hun juiste ritme of manier van zingen, van mystieke bezweringen, enz. – kan alleen de laatste, ‘atma-vidya’ of de ware geestelijke en goddelijke wijsheid, een absoluut en definitief licht werpen op de leringen van de eerstgenoemde drie. Zonder de hulp van atma-vidya blijven de andere drie niet meer dan oppervlakkige wetenschappen, meetkundige grootheden die lengte en breedte hebben, maar geen dikte. Ze zijn als de ziel, de ledematen en het verstand van een slapend mens: in staat tot werktuiglijke bewegingen, tot verwarde dromen en zelfs tot slaapwandelen, en tot het teweegbrengen van zichtbare gevolgen, maar gestimuleerd door instinctmatige en niet door verstandelijke oorzaken, en allerminst door volkomen bewuste geestelijke impulsen. Uit de eerstgenoemde drie wetenschappen kan veel worden bekend gemaakt en verklaard. Maar tenzij atma-vidya de sleutel tot hun leringen verschaft, zullen ze altijd blijven als de stukken van een verscheurd leerboek, als de schaduwen van grote waarheden, die door de meest geestelijk ingestelden vaag worden onderscheiden, maar die uit elk verband worden gerukt door degenen die iedere schaduw aan de muur zouden willen spijkeren.
Geheime Leer Deel I, Stanza 7 De voorvaderen van de mens op aarde (p. 250):
(a) Deze sloka geeft uitdrukking aan het begrip – zoals elders is verklaard, rechtstreeks afkomstig uit de Vedanta – van een levensdraad, sutratma (draad-ziel), die door opeenvolgende generaties loopt.'
263: (b) De slotzin van deze sloka laat zien hoe archaïsch het geloof en de leer zijn dat de mens zevenvoudig van samenstelling is. De draad van het zijn, die de mens bezielt en door al zijn persoonlijkheden of wedergeboorten op deze aarde loopt (een verwijzing naar sutratma), de draad waaraan bovendien al zijn ‘geesten’ zijn geregen – is gesponnen uit de essentie van het ‘drievoud’, het ‘viervoud’ en het ‘vijfvoud’, die al de voorafgaande bevatten.
265: (a) De uitdrukking ‘door de zeven werelden van maya’ heeft hier betrekking op de zeven bollen van de planeetketen en de zeven ronden of de 49 fasen van actief bestaan, die de ‘vonk’ of monade vóór zich heeft bij het begin van elke ‘grote levenscyclus’ of manvantara. De ‘draad van fohat’ is de eerder genoemde levensdraad.
266: Wat is die ‘vonk’, die ‘aan de vlam hangt’? Het is JIVA, de MONADE, in verbinding met MANAS, of liever met het aroma ervan – dat, wat van elke persoonlijkheid overblijft, wanneer deze het waardig is, en wat door de levensdraad is verbonden met atma-buddhi, de vlam.
De Geheime Leer Deel I, Samenvatting (p. 298):
Sri Sankaracharya, de grootste ingewijde die in historische tijden heeft geleefd, schreef menig Bhashya op de Upanishads. Er zijn echter redenen om aan te nemen dat zijn oorspronkelijke verhandelingen nog niet in handen van de Filistijnen zijn gevallen, want ze worden heel angstvallig in zijn maths (kloosters, mathams) bewaard. En er zijn nog veel gewichtiger redenen om te geloven dat de onschatbare Bhashya’s (toelichtingen) op de esoterische leer van de brahmanen, geschreven door hun grootste vertolker, nog eeuwenlang een dode letter zullen blijven voor de meeste hindoes, behalve voor de Smartava brahmanen.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 3 Oorspronkelijke substantie en goddelijke gedachte (p. 366):
Deze scheppende Brahmā, die uit het wereld- of gouden ei tevoorschijn komt, verenigt zowel het mannelijke als het vrouwelijke beginsel in zich. Kortom, hij is dezelfde als alle scheppende protologoi. Van Brahmā kon echter niet, zoals van Dionysos, worden gezegd: ‘πρωτόγονον διϕυῆ τρίγονον Βακχεῖον Ἄνακτα Ἄγριον ἄρρητον κρύϕιον δικέρωτα δίμορϕον’ – een maan-Jehova – inderdaad Bacchus, met David die naakt voor zijn symbool in de ark danst – omdat er nooit in zijn naam en te zijner ere losbandige Dionysia waren ingesteld. Zulke openbare erediensten waren alle exoterisch, en de grote universele symbolen werden algemeen verwrongen, zoals nu gebeurt met die van Krishna door de Vallabachārya’s van Bombay, de volgelingen van de kind-god. Maar zijn deze volksgoden de ware godheid? Vormen zij het hoogste punt en de synthese van de zevenvoudige schepping, de mens inbegrepen? Nooit! Elk vormt een van de sporten van die zevenvoudige ladder van goddelijk bewustzijn, zowel bij de heidenen als bij de christenen. Men zegt immers ook dat Ain-Soph zich manifesteert door middel van de zeven letters van de naam Jehova(h), aan wie, nadat hij zich de plaats van de Onbekende Onbegrensde had toegeëigend, zijn aanbidders de zeven engelen van de Tegenwoordigheid – zijn zeven beginselen – gaven. Toch worden ze in bijna iedere school genoemd. In de zuivere sankhya-filosofie worden mahat, ahamkara en de vijf tanmātra’s, de zeven prakriti’s (of naturen) genoemd, en men telt ze vanafmaha-buddhi of mahat tot aan de aarde. (Zie Sánkhya Karika III en de commentaren.)

De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 12 De theogonie van de scheppende goden (p. 466/467):
De Babyloniërs gingen stilzwijgend aan dit beginsel voorbij: ‘Die god’, zegt Porphyrius in Περὶ ἀποχῆϛ ἐμψύχων, ‘die boven alle dingen is, behoort men niet toe te spreken, noch met uitgesproken woorden, noch met innerlijke taal . . .’ Hesiodus begint zijn theogonie met: ‘De Chaos werd van alle dingen het eerst voortgebracht’2, waaruit men kan afleiden dat men aan de oorzaak of de voortbrenger ervan met eerbiedig stilzwijgen moet voorbijgaan. Homerus gaat in zijn gedichten niet verder dan de Nacht, die hij door Zeus laat vereren. Volgens alle theologen van de oudheid en de leringen van Pythagoras en Plato is Zeus, de directe schepper van het heelal, niet de hoogste god; evenmin als Sir Christopher Wren in zijn fysieke menselijke aspect de GEEST in hem is, die zijn grote kunstwerken heeft voortgebracht. Homerus zwijgt daarom niet alleen over het eerste beginsel, maar ook over de twee beginselen die direct op het eerste volgen, de Aether en de Chaos van Orpheus en Hesiodus en het begrensde en de oneindigheid van Pythagoras en Plato3. . . . Proclus zegt over dit hoogste beginsel: ‘Het is . . . de eenheid van alle eenheden en boven de eerste adyta . . . onuitsprekelijker dan alle stilte en occulter dan alle essentie . . . verborgen te midden van de kenbare goden.’ (Ibid.)
467/468: Men zou nog iets kunnen toevoegen aan wat Thomas Taylor in 1797 schreef, namelijk dat de ‘joden blijkbaar niet hoger zijn gekomen . . . dan tot de directe schepper van het heelal’, want ‘Mozes plaatst een duisternis op de afgrond, zonder zelfs maar aan te geven dat er een oorzaak voor haar bestaan was’4. De joden hebben in hun bijbel (een zuiver esoterisch, symbolisch boek) hun zinnebeeldige godheid nooit zo diep onteerd als de christenen, toen deze Jehova als hun enige levende en toch persoonlijke God aannamen.
Dit eerste of liever ENE beginsel werd ‘de cirkel van de hemel’ genoemd, weergegeven door het heilige symbool van een punt binnen een cirkel of een gelijkzijdige driehoek, waarbij het punt de LOGOS is. Zo wordt in de Rig Veda, waarin Brahmâ; zelfs niet wordt genoemd, de kosmogonie voorafgegaan door de hiranyagharba, ‘het gouden ei’ en prajāpati (later Brahmā), uit wie alle hiërarchieën van ‘scheppers’ voortvloeien. De monade of het punt is het oorspronkelijke en is de eenheid waaruit het hele getallenstelsel voortkomt. Dit punt is de Eerste Oorzaak, maar aan DAT waaruit het voortvloeit of liever, waarvan het de uitdrukking, de logos is, wordt stilzwijgend voorbijgegaan. Op zijn beurt was het universele symbool, het punt binnen de cirkel, nog niet de architect, maar de oorzaak van die architect; en de laatste stond tot het punt in precies dezelfde betrekking als het punt zelf tot de omtrek van de cirkel, die volgens Hermes Trismegistus niet kan worden bepaald. Porphyrius toont aan dat de monade en de duade van Pythagoras overeenkomen met Plato’s oneindige en eindige in ‘Philebus’ – of wat Plato het ἄπειρον en πέραϛ noemt. Alleen het laatste (de moeder) is werkelijk, het eerste is de ‘oorzaak van alle eenheid en de maat van alle dingen’ (Vit. Pyth., blz. 47); zo laat men zien dat de duade (Mulaprakriti, de SLUIER) de moeder van de logos is en tegelijkertijd zijn dochter – d.w.z. het voorwerp van zijn waarneming – de voortgebrachte voortbrengster en de secundaire oorzaak ervan. Bij Pythagoras keert de MONADE naar stilte en duisternis terug, zodra deze de triade heeft ontwikkeld, waaruit de overige zeven van de 10 (tien) getallen voortvloeien die aan het gemanifesteerde heelal ten grondslag liggen.
469: De beste metafysische definitie van de oorspronkelijke theogonie in de geest van de aanhangers van de Vedanta kan men vinden in de Notes on the Bhagavad-Gita door T. Subba Row. (Zie Theosophist van februari 1887.) Parabrahmam, het onbekende en het onkenbare, zoals de spreker zijn toehoorders meedeelt:
‘. . . Is geen ego, en ook geen niet-ego, en evenmin bewustzijn . . . het is zelfs niet atma’ . . . ‘maar hoewel zelf geen voorwerp van kennis, is het toch in staat als basis en oorzaak te dienen voor alle soorten objecten en alle soorten bestaan die een voorwerp van kennis worden. Het is de ene essentie, waaruit een centrum van energie tot bestaan komt . . .’, dat hij logos noemt.
Deze logos is de Sabda Brahmam van de hindoes, die hij zelfs niet Īśvara (de ‘heer’ God) zal noemen, opdat de term de geest van de mensen niet in verwarring zal brengen. Maar het is de Avalokiteśvara van de hindoes, het Woord van de christenen in zijn werkelijke esoterische betekenis, niet in zijn theologische vervorming.
‘Het is’, zegt hij, ‘de gnatha; of het ego in de Kosmos, en elk ander ego . . . is er slechts de weerspiegeling en manifestatie van . . . Tijdens de pralaya bestaat het in een latente toestand in de schoot van Parabrahmam. . . .’ (Tijdens het manvantara) ‘heeft het een eigen bewustzijn en individualiteit . . .’ (Het is een centrum van energie, maar) . . . ‘zulke centra zijn bijna ontelbaar in de schoot van Parabrahmam. Men moet niet veronderstellen dat zelfs de logos de schepper is, of dat deze maar een enkel centrum van energie is . . . hun aantal is bijna oneindig.’ ‘Dit ego’, voegt hij eraan toe, ‘is het eerste dat in de Kosmos verschijnt, en is het doel van alle evolutie. Het is het abstracte ego’ . . . dit is de eerste manifestatie (of aspect) van Parabrahmam’.
472: Maar er zijn in de universele esoterie, de oosterse en de westerse, twee verschillende aspecten in al die personificaties van de vrouwelijke natuurkracht of van de natuur, het noumenale en het fenomenale. Het ene is haar zuiver metafysische aspect, zoals dat door de geleerde spreker in zijn Notes on the Bhagavad-Gita wordt beschreven; het andere is aards en stoffelijk en tegelijk, van het standpunt van een praktische, menselijke opvatting en van het occultisme, goddelijk. Het zijn alle de symbolen en personificaties van de Chaos, de ‘grote diepte’ of de oorspronkelijke wateren van de Ruimte, de ondoordringbare SLUIER tussen het ONKENBARE en de logos van de schepping. ‘Terwijl hij zich door zijn geest met Vāch verbond, schiep Brahmā (de logos) de oorspronkelijke wateren.’ In de Kathaka Upanishad staat het nog duidelijker: ‘Prajāpati was dit Heelal. Vāch was zijn helpster. Hij verbond zich met haar . . . zij bracht deze wezens voort en ging Prajāpati weer binnen11.’
473: Zoals al is gezegd, is Aditi-Vāch de vrouwelijke logos of het ‘woord’, verbum; en Sephira in de Kabbala is hetzelfde. Al deze vrouwelijke logoi zijn in hun noumenale aspect wisselwerkingen van licht, geluid en ether, waaruit blijkt hoe goed de Ouden op de hoogte waren, zowel van de natuurwetenschap (zoals wij die nu kennen) als van het ontstaan van die wetenschap in de geestelijke en astrale sferen.
473/474: Zo zijn Vāch, Shekinah of de ‘muziek van de sferen’ van Pythagoras één, als we onze voorbeelden ontlenen aan de drie (schijnbaar) meest uiteenlopende religieuze filosofieën van de wereld – die van de Hindoes, de Griekse en de Chaldeeuws-Hebreeuwse.
475: Dit zal de onderzoeker helpen begrijpen waarom Pythagoras de godheid (de logos) als het centrum van eenheid en de ‘bron van harmonie’ beschouwde. Wij zeggen dat deze godheid de logos was, niet de MONADE, die in eenzaamheid en stilte woont, omdat Pythagoras leerde dat de EENHEID, die immers ondeelbaar is, geen getal is. En daarom werd ook van de kandidaat, die zich aanmeldde voor toelating tot zijn school, verlangd dat hij als voorbereiding daarop de rekenkunde, sterrenkunde, meetkunde en muziek had bestudeerd, die als de vier onderdelen van de wiskunde werden beschouwd15. Dit verklaart verder waarom de pythagoreeërs beweerden dat de leer van de getallen – in de esoterie de belangrijkste – door de hemelse godheden aan de mens was geopenbaard; dat de wereld uit de Chaos tevoorschijn was geroepen door geluid of harmonie, en opgebouwd volgens de beginselen van de muzikale verhoudingen; dat de zeven planeten die het lot van de stervelingen beheersen, een harmonieuze beweging hebben ‘en intervallen die overeenkomen met die in de muziek, waardoor verschillende geluiden ontstaan, die zo volmaakt harmonieus zijn dat ze de liefelijkste melodie voortbrengen, die voor ons onhoorbaar is, alleen al door de grootsheid van het geluid, dat onze oren niet kunnen opvangen’. (Censorinus.)
15) Justinus de Martelaar deelt ons mee, dat hij op grond van zijn onbekendheid met deze vier wetenschappen door de pythagoreeërs als kandidaat voor toelating tot hun school werd afgewezen.
484/485: Niettemin leerden Confucius en zijn school zelfs in die tijd, d.w.z. 600 v.Chr., de bolvorm van de aarde en zelfs het heliocentrische stelsel; terwijl ongeveer driemaal 600 jaar na de Chinese filosoof de pausen van Rome ‘ketters’ bedreigden en zelfs verbrandden, omdat zij hetzelfde beweerden. Men lacht om hem als hij over de ‘heilige schildpad’ spreekt. Niemand die onbevooroordeeld is, kan echter veel verschil zien tussen een schildpad en een lam als kandidaten voor heiligheid, want beide zijn symbolen en niet meer. De os, de adelaar25, de leeuw en soms de duif zijn ‘de heilige dieren’ van de westerse bijbel; de eerste drie vindt men gegroepeerd rond de evangelisten, en het vierde (het menselijke gezicht) is een Serafijn, d.w.z. een vurige slang, waarschijnlijk de gnostische Agathodaemon26. Zoals werd verklaard, hebben de ‘heilige dieren’ en de vlammen of ‘vonken’ binnen de ‘heilige vier’ betrekking op de oervormen van alles wat in het Heelal wordt gevonden in de goddelijke gedachte, in de WORTEL, die de volmaakte kubus of de collectieve en individuele grondslag van de Kosmos is. Zij staan alle in occulte betrekking tot de oorspronkelijke kosmische vormen en de eerste verdichtingen, werking en evolutie ervan.
485: In de vroegste exoterische hindoekosmogonieën is het zelfs niet de Demiurg die schept. Want in een van de Purāna’s staat: ‘De grote architect van de wereld geeft de eerste impuls tot de draaiende beweging van ons planetenstelsel, door achtereenvolgens over elke planeet en elk lichaam heen te stappen.’ Deze handeling ‘veroorzaakt dat elke bol om zichzelf heen gaat draaien, en alle rond de zon’. Hierna zijn het de brahmandica, de zonne- en maanpitri’s (de Dhyani-Chohans) ‘die tot het einde van de kalpa de zorg voor hun respectievelijke sferen (aarden en planeten) op zich nemen’. De scheppers zijn de rishi’s, van wie de meesten als de schrijvers van de mantra’s of hymnen van de Rig Veda worden beschouwd. Soms zijn het er zeven, soms tien, als zij prajāpati, de ‘Heer van de wezens’, worden; dan worden ze weer de zeven en de veertien Manu’s, als vertegenwoordigers van de zeven en veertien cyclussen van Bestaan (dagen van Brahmā’); zo komen zij met de zeven Aeonen overeen, als zij aan het einde van het eerste stadium van evolutie worden veranderd in de zeven sterre-rishi’s, de saptarshi, terwijl hun menselijke dubbelgangers op deze aarde verschijnen als helden, koningen en wijzen.
H.P. Blavatsky Deel I, hoofdstuk 14 De vier elementen (p. 505):
In de latere oudheid wordt in het algemeen over slechts vier elementen gesproken; alleen in de filosofie erkent men er vijf. Want het lichaam van de ether is nog niet volledig gemanifesteerd en zijn noumenon is nog ‘de almachtige Vader – Aether, de synthese van de rest’.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 8 Leven, kracht of zwaartekracht (p. 588):
Zij verwerpt in haar naam van philo-theo-sofia het groteske denkbeeld dat een oneindige, absolute godheid enige directe of indirecte relatie zou, of beter gezegd zou kunnen, hebben met de eindige bedrieglijke evoluties van de stof, en zij kan zich daarom geen heelal voorstellen buiten die godheid, of een godheid die niet aanwezig is in het kleinste deeltje bezielde of onbezielde substantie7.
7) Dit betekent niet dat elke struik, boom of steen God of een god is, maar alleen dat elk stofje van het gemanifesteerde materiaal van de Kosmos behoort tot en de substantie is van ‘God’, hoe diep het ook mag zijn gevallen in zijn cyclische kringloop door de eeuwigheden van het altijd worden; en ook dat elk van die stofjes individueel, en de Kosmos collectief, een aspect is van en een herinnering aan die universele Ene Ziel – die de filosofie weigert God te noemen, waardoor zij de eeuwige en altijd aanwezige wortel en essentie beperkt.
594: Dat de twee, archaeus en ‘zenuw-ether’, identiek zijn, wordt aangetoond door de Engelse geleerde die zegt dat de spanning ervan in het algemeen te hoog of te laag kan zijn en wel ‘tengevolge van lokale veranderingen in de zenuwstof die hij doordringt’ . . . ‘Bij hevige opwinding kan hij trillen als in een storm en elke spier die wordt beheerst door de hersenen of het ruggenmerg, in een onbeheerste beweging brengen – onbewuste stuiptrekkingen.’
Dit noemt men nerveuze opwinding, maar niemand behalve de occultisten kent de reden van zulke zenuwstoornissen of verklaart de primaire oorzaken ervan. Het ‘levensbeginsel’ kan doden als het te overdadig is, en ook wanneer er te weinig van is. Maar dit beginsel op het gemanifesteerde (of ons) gebied is slechts het gevolg en het resultaat van de intelligente werking van de ‘menigte’ – collectief, het beginsel – het zich manifesterende LEVEN en LICHT. Het is zelf ondergeschikt aan en komt voort uit het altijd onzichtbare, eeuwige en absolute ENE LEVEN volgens een afdalende en weer opklimmende schaal van hiërarchische graden – een werkelijk zevenvoudige ladder, met bovenaan GELUID (of de logos) en onderaan de vidyādhara’s14 (de lagere pitri’s).
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 9 De zonnetheorie (p. 599):
Intussen gaat de occultist verder, zoals in de toelichtingen op de zeven stanza’s is aangetoond. Hij kan dan nauwelijks hopen op enige hulp of erkenning van de wetenschap, die zowel zijn ‘anīyāmsam anīyasām’ (het absoluut spirituele atoom), als zijn mānasaputra’s – ‘uit het denkvermogen geboren mensen’ – zal verwerpen. Door het ‘enkelvoudige stoffelijke element’ te herleiden tot één absoluut onoplosbaar element – geest of ‘wortelstof’, en het zo tegelijkertijd buiten het bereik en het terrein van de natuurfilosofie te plaatsen – heeft de occultist natuurlijk maar weinig gemeen met de orthodoxe wetenschappers. Hij beweert dat geest en stof twee FACETTEN zijn van de onkenbare EENHEID, en dat hun schijnbaar tegengestelde aspecten afhankelijk zijn van (a) de verschillende graden van differentiatie van de stof en (b) de graden van bewustzijn die door de mens zelf zijn bereikt. Dit is echter metafysica en heeft weinig te maken met fysica – hoe groot in haar eigen aardse beperktheid die natuurfilosofie nu ook mag zijn.
599/600: Niettemin, als de wetenschap eenmaal, zo niet het werkelijke bestaan, dan in ieder geval de mogelijkheid van het bestaan erkent van een Heelal met zijn talloze vormen, toestanden en aspecten, opgebouwd uit een ‘enkelvoudige substantie’4, dan moet zij verdergaan. Tenzij ze ook de mogelijkheid van één element erkent, of het ENE LEVEN van de occultisten, zal ze die ‘enkelvoudige substantie’, vooral als deze wordt beperkt tot de zonne-nevelvlekken, evenals de doodkist van Mohammed midden in de lucht moeten ophangen, hoewel zonder de magneet die de kist ondersteunt. Al zijn we niet in staat met enige mate van nauwkeurigheid vast te stellen wat de nevelvlektheorie wel betekent, dankzij prof. Winchell en enkele sterrenkundigen die het daarmee niet eens zijn, hebben we, gelukkig voor de speculatieve natuurkundigen, wel kunnen leren wat deze niet betekent5. (Zie boven).
4) In zijn World-Life – blz. 48 – zegt prof. Winchell in de toegevoegde voetnoten: ‘Men erkent algemeen dat de stof bij uitzonderlijk hoge temperaturen in een niet gebonden toestand verkeert – dat wil zeggen, dat er geen scheikundige verbinding kan bestaan.’ Hij zou om de eenheid van de stof te bewijzen, een beroep willen doen op het spectrum, dat bij elk geval van homogeniteit een heldere lijn zal laten zien, terwijl in het geval dat er verschillende moleculaire rangschikkingen bestaan – bijvoorbeeld in de nevelvlekken of in een ster – ‘het spectrum uit twee of drie heldere lijnen moet bestaan’! Dit zou geen bewijs vóór of tegen zijn voor de natuurkundige-occultist, die stelt dat – buiten een bepaalde grens van zichtbare stof – spectrum, telescoop en microscoop van geen enkel nut zijn. De eenheid van de stof, van wat voor de alchemist werkelijke kosmische stof is, of ‘aarde van Adam’, zoals de kabbalisten deze noemen, kan moeilijk worden bewezen of weerlegd, niet door de Franse geleerde Dumas, die wijst op ‘de samengestelde aard van de ‘elementen’ op grond van bepaalde verhoudingen van atoomgewichten’, en zelfs niet door de ‘stralende stof’ van Crookes, hoewel zijn experimenten het best schijnen ‘te worden begrepen volgens de hypothese van de homogeniteit van de elementen van de stof en de continuïteit van de toestanden van de stof’. Want dit alles gaat niet verder dan de stoffelijke materie, om zo te zeggen, zelfs niet in wat het spectrum laat zien, dat moderne ‘oog van Śiva’ van de fysische experimenten. Het is alleen over deze stof dat St. Claire Deville kon zeggen dat ‘als lichamen, waarvan men denkt dat ze enkelvoudig zijn, zich met elkaar verbinden, ze verdwijnen en als individu worden vernietigd’, eenvoudig omdat hij die lichamen niet kon volgen in hun verdere vormverandering in de wereld van de spirituele kosmische stof. De hedendaagse wetenschap zal werkelijk nooit diep genoeg in de kosmologische formaties kunnen doordringen om de wortels te vinden van de wereldstof of materie, tenzij ze langs dezelfde gedachtelijnen werkt als de middeleeuwse alchemist.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 15 Goden, Monaden en Atomen (p. 675):
Enige jaren geleden merkten we op dat we ‘de esoterische leer heel goed de ‘draad-leer’ kunnen noemen omdat zij, evenals sutratman in de Vedāntafilosofie2, door alle oude filosofische religieuze stelsels loopt en deze verbindt, en ze alle met elkaar in overeenstemming brengt en verklaart’. We zeggen nu dat ze nog meer doet. Niet alleen brengt ze de verschillende en schijnbaar tegenstrijdige stelsels met elkaar in overeenstemming, maar ze controleert de ontdekkingen van de hedendaagse exacte wetenschap en toont aan dat sommige ervan juist moeten zijn, omdat ze worden bevestigd in de oeroude geschriften. Dit alles zal men ongetwijfeld hoogst ongepast en oneerbiedig vinden, een schennis van de wetenschap; niettemin is het een feit.
2) De ātman of geest (het geestelijke ZELF), dat als een draad door de vijf ijle lichamen (of beginselen, kośa’s) gaat, wordt in de Vedāntafilosofie ‘draad-ziel’ of sutrātman genoemd.
679: De filosofie had zich echter nooit een denkbeeld van een logische, universele en absolute godheid kunnen vormen, als zij geen wiskundig punt binnen de cirkel had om haar speculaties op te baseren.
Alleen het gemanifesteerde punt, dat voor ons gevoel verloren is gegaan nadat het vóór de wereldvorming was verschenen in de oneindigheid en onkenbaarheid van de cirkel, maakte een verzoening tussen filosofie en theologie mogelijk – op voorwaarde dat laatstgenoemde haar grove materialistische dogma’s loslaat. En omdat zij zo onverstandig was de monade en de geometrische figuren van Pythagoras te verwerpen, heeft de christelijke theologie haar zelfgeschapen menselijke en persoonlijke God ontwikkeld, het monsterhoofd waaruit in twee stromen de dogma’s van verlossing en verdoemenis vloeien. Dit is zo waar, dat zelfs die geestelijken die filosofen zouden willen zijn en die vrijmetselaar waren, in hun willekeurige interpretaties de oude wijzen het vreemde denkbeeld toedichtten dat ‘de monade (voor hen) de troon voorstelde van de almachtige godheid, geplaatst in het midden van de hoogste hemel om D.G.A.V.H.H.3 aan te duiden’ – lees ‘De Grote Architect van het Heelal’. Dit is een merkwaardige uitleg, die meer maçonniek is dan strikt volgens Pythagoras.
685: Bovendien brengt in de kabbala de naam YHVH (of Jehova) een hij èn een zij tot uitdrukking, mannelijk en vrouwelijk, twee in één, of hokhmah en binah, en zijn (of liever hun) shekinah of samenvattende geest (genade), die van de duade opnieuw een triade maakt.
Deel I, hoofdstuk 16 Cyclische evolutie en karma (p. 705):
705: Het antwoord van de brahmaan zou ook zijn opgekomen bij iedere filosoof uit de oudheid, bij iedere kabbalist en gnosticus van vroegere tijden. Het bevat de ware geest van de Delfische en kabbalistische geboden, want de esoterische filosofie loste eeuwen geleden het vraagstuk op van wat de mens was, is en zal zijn; van de oorsprong en de levenscyclus van de mens – eindeloos in zijn duur van opeenvolgende incarnaties of wedergeboorten – en tenslotte van zijn opneming in de bron waaruit hij voortkwam.
706: Maar we kunnen de natuurwetenschap nooit vragen om de mens als het raadsel van het verleden of van de toekomst aan ons uit te leggen; want geen filosoof kan ons zelfs zeggen wat de mens is, zoals zowel de fysiologie als de psychologie hem kennen.
713: Zij worden in de esoterie van het oosten de karmische cyclussen genoemd. Sinds in het westen de heidense wijsheid werd verworpen, omdat deze zou zijn voortgekomen uit en ontwikkeld door de duistere machten van wie men aanneemt dat ze voortdurend in oorlog zijn en strijd voeren met de kleine stamgod Jehova, is daar de volledige en ontzagwekkende betekenis van de Griekse nemesis (of karma) geheel vergeten. Anders zouden de christenen beter de diepe waarheid hebben begrepen, dat Nemesis geen eigenschappen heeft; dat, terwijl de gevreesde godin als beginsel absoluut en onveranderlijk is, wij het zelf zijn – volkeren en individuen – die haar tot handeling brengen en de stoot geven in de richting waarin ze werkt. Karma-nemesis is de schepper van volkeren en stervelingen, maar als zij eenmaal zijn geschapen, maken zij van haar een furie of een belonende engel. Inderdaad:
‘Wijs zijn degenen die Nemesis vereren’8
8) Die karma-Nemesis vrezen zou beter zijn.
– zoals het koor tot Prometheus zegt. En even onverstandig zijn zij die geloven dat de godin door welke offers en gebeden ook, gunstig kan worden gestemd, of dat haar wiel kan worden afgebracht van het pad dat het eenmaal heeft ingeslagen. ‘De drievormige schikgodinnen en de altijd waakzame furiën’ zijn alleen op aarde haar attributen, en ze zijn door onszelf voortgebracht. Van de paden van haar kringloop is geen terugkeer mogelijk; toch hebben wij die paden zelf gemaakt, want wij zelf, collectief of individueel, bereiden ze voor.

H.P. Blavatsky De Geheime Leer Deel II, Stanza 1 Het begin van bewust leven (p. 31):
Het ‘dubbele teken’ is, zoals iedere beoefenaar van het occultisme weet, het symbool van de mannelijke en de vrouwelijke beginselen in de Natuur, van het positieve en het negatieve, want de swastika is dat alles en nog veel meer. De hele oudheid heeft sinds de geboorte van de astronomie – die aan het vierde Ras werd medegedeeld door een van zijn goddelijke koningen van de goddelijke dynastie – en ook van de astrologie, Venus in haar astronomische tabellen voorgesteld als een bol boven een kruis, en de Aarde als een bol onder een kruis.
45: Dit is een zonder scrupules verstoffelijken van het geestelijke. Maar de Kabbala werd niet altijd zo goed aangepast aan antropo-monotheïstische opvattingen. Vergelijk dit met een van de zes scholen van India, onverschillig welke. Neem bijvoorbeeld de ‘sankhya’ filosofie van Kapila: tenzij purusha allegorisch gesproken op de schouders van prakriti klimt, blijft de laatste irrationeel, terwijl purusha zonder prakriti onwerkzaam blijft. Daarom moet de Natuur (in de mens) een samenstelling worden van geest en stof, vóór hij wordt wat hij is; en de in de stof latente geest moet geleidelijk tot leven en bewustzijn worden gewekt. De monade moet door haar delfstoffen-, plantaardige en dierlijke vormen heengaan, voordat het licht van de logos in de dierlijke mens wordt ontstoken. Daarom kan men de laatstgenoemde tot dan toe geen ‘MENS’ noemen, maar moet hij worden beschouwd als een monade die is gevangen in steeds veranderende vormen. In de filosofische stelsels van het oosten, zelfs in hun exoterische geschriften, erkent men evolutie, geen schepping, door middel van WOORDEN. Ex oriente lux. Zelfs de naam van de eerste mens in de mozaïsche bijbel had zijn oorsprong in India, ondanks de ontkenning daarvan door professor Max Müller. De joden hadden hun Adam uit Chaldea; en Adam-Adami is een samengesteld woord en daarom een veelvoudig symbool, en bewijst de occulte dogma’s.
46: ‘De ideële natuur’, de abstracte Ruimte waarin alles in het Heelal op geheimzinnige en onzichtbare manier wordt voortgebracht, vormt zowel in de vedische als in iedere andere kosmogonie dezelfde vrouwelijke kant van de scheppende kracht in de Natuur. Aditi is Sephira en de Sophia-Achamoth van de gnostici en Isis, de maagdelijke moeder van Horus. In iedere kosmogonie is er achter en boven de scheppende godheid een hogere godheid, een ontwerper, een architect, van wie de schepper slechts de uitvoerder is. En nog hoger, boven en rondom, op innerlijke en uiterlijke gebieden, is er het ONKENBARE en het onbekende, de bron en oorzaak van al deze emanaties . . .
De Geheime Leer Deel II, Stanza 3 POGINGEN TOT HET SCHEPPEN VAN DE MENS (p. 87):
Maar de ware esoterische betekenis is, dat de meeste van hen waren bestemd om te incarneren als de ego’s van de komende oogst van de mensheid. Het menselijke ego is noch atman noch buddhi, maar het hogere manas: de verstandelijke verwezenlijking en ontplooiing van de intellectuele zelfbewuste zelfzucht – in hogere geestelijke zin. De oude boeken noemen het karana sarira op het gebied van sutratma, dat is de gouden draad waaraan de verschillende persoonlijkheden van dit hogere ego als kralen zijn geregen. Indien de lezer werd gezegd, zoals in de half-esoterische allegorieën, dat deze wezens terugkerende nirvani’s waren uit voorafgaande mahamanvantara’s – tijdperken van onberekenbare duur die in de eeuwigheid zijn verlopen, een nog minder berekenbare tijd geleden – dan zou hij de tekst nauwelijks goed kunnen begrijpen, terwijl sommige kenners van de Vedanta misschien zouden zeggen: ‘Dit is niet zo; de nirvani kan nooit terugkeren’, wat waar is voor het manvantara waartoe hij behoort, maar onjuist als de eeuwigheid wordt bedoeld. Want in de heilige sloka’s wordt gezegd:
De stralende draad die onvergankelijk is en slechts in nirvana oplost, komt daaruit ongeschonden weer tevoorschijn op de dag waarop de Grote Wet alle dingen tot werkzaamheid terugroept. . . .
De Geheime Leer Deel II, Edens slangen en draken (p. 243/244):
Zo weinig hebben de eerste christenen (door wie de joden van hun bijbel werden beroofd) de esoterische betekenis van de eerste vier hoofdstukken van Genesis begrepen, dat zij nooit bemerkten dat met deze ongehoorzaamheid niet alleen geen zonde werd bedoeld, maar dat de ‘slang’ in werkelijkheid ‘de Heer God’ zelf was, die evenals de Ophis, de logos of de drager van goddelijke, scheppende wijsheid, aan de mensheid leerde op hun beurt scheppers te worden29. Zij hebben nooit beseft dat het kruis zich heeft geëvolueerd uit de ‘boom en de slang’ en zo de verlossing van de mensheid werd. Hierdoor zou het het eerste fundamentele symbool van de Scheppende Oorzaak worden, toepasbaar op de meetkunde, op getallen, op de sterrenkunde, op maten en op dierlijke voortplanting. Volgens de Kabbala kwam de vloek over de mens bij het vormen van de vrouw30. De cirkel werd gescheiden van zijn middellijn.
‘Uitgaande van het bezit van het dubbele beginsel in één, dat is de androgyne toestand, had de scheiding van het tweevoudige beginsel plaats, waaruit twee tegengestelden ontstonden, die bestemd waren eeuwig te zoeken naar hereniging tot de oorspronkelijke enetoestand. De vloek was namelijk deze, dat de natuur, terwijl zij tot zoeken aanspoorde, het verlangde resultaat voorkwam door het voortbrengen van een nieuw wezen, dat verschilde van die gewenste hereniging of eenheid, waardoor het natuurlijke verlangen om een verloren toestand terug te winnen, voor eeuwig werd en wordt verijdeld. Door dit proces van een voortdurende vloek door het wekken van verwachtingen leeft de Natuur31.’ (Zie ‘Kruis en Cirkel’, Afdeling II.)
29) De lezer wordt eraan herinnerd dat in de Zohar en ook in alle kabbalistische boeken wordt beweerd dat ‘Metatron verenigd met Shekinah’ [of Shekinah als de sluier (genade) van Ain-Soph] die de logos voorstelt, de boom van kennis zelf is; terwijl Shamaël – het duistere aspect van de logos – alleen de schors van die boom bewoont, en alleen de kennis van het KWADE heeft. Zoals Lacour, die in het schouwspel van de val (hfst. iii, Genesis) een voorval zag dat tot de Egyptische inwijding behoorde, zegt: ‘De boom van de waarzeggerij of van de kennis van goed en kwaad . . . is de wetenschap van Tzyphon, de genius van de twijfel; Tzy is onderwijzen en phon is twijfel. Tzyphon is een van de aleim; we zullen hem straks tegenkomen onder de naam Nach, de verleider.’ (Les OEloim, Deel II, blz. 218.) Hij staat nu bij de kenners van de symboliek bekend onder de naam JEHOVA.
30) Dit is de opvatting die alle kerkvaders hebben aanvaard, maar het is niet de werkelijke esoterische leer. De vloek begon niet bij het vormen van man of vrouw, want hun scheiding was een natuurlijk gevolg van de evolutie, maar bij het overtreden van de wet (zie boven).
31) ‘Leeft de (menselijke) natuur’, zelfs niet eens de dierlijke – maar de misleide, zinnelijke en kwaadaardige natuur die door mensen is geschapen, niet door de natuur.
De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk De rassen met het ‘derde oog’ (p. 330):
Karshipta is de menselijke denk-ziel en de godheid daarvan, die bij de oude magiërs werd gesymboliseerd door een vogel, en bij de Grieken door een vlinder. Zodra Karshipta de vara of mens was binnengetreden, begreep hij de wet van Mazda of de goddelijke wijsheid. In het ‘Book of Concealed Mystery’ wordt over de boom, die de boom van kennis van goed en kwaad is, gezegd: ‘In zijn takken (van de boom) wonen de vogels en bouwen zij hun nesten’, of hebben de zielen en de engelen hun plaats7! Daarom was de boom bij de kabbalisten een soortgelijk symbool. ‘Vogel’ was een Chaldeeuws, en werd later een Hebreeuws synoniem en symbool voor engel, een ziel, een geest of deva; en het ‘vogelnest’ was bij beiden de hemel, en is in de Zohar de schoot van God. De volmaakte messias treedt Eden binnen ‘op de plaats die het vogelnest wordt genoemd’ (Zohar, ii, 8b). ‘Zoals een vogel die van zijn nest vliegt, en dat is de ziel van wie de shekinah (goddelijke wijsheid of genade) zich niet verwijdert’ (Zohar, iii, 278a; Qabbalah van Myer, 217). ‘Het nest van de eeuwige vogel, van wie het klapwieken leven voortbrengt, is grenzeloze ruimte’, zegt de Toelichting, die Hansa, de vogel van de wijsheid betreft.
De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk 19 Is pleroma de legerstede van satan? (p. 583):
De val was het gevolg van de kennis van de mens, want zijn ‘ogen werden geopend’. In ieder van ons is die gouden draad van voortgaand leven – dat periodiek wordt verdeeld in actieve en passieve cyclussen van zintuiglijk bestaan op aarde en bovenzinnelijk bestaan in devachan – vanaf het begin van ons verschijnen op deze aarde aanwezig. Het is de sutrātma, de lichtende draad van onsterfelijk onpersoonlijk monadeschap, waaraan onze aardse levens of voorbijgaande ego’s als evenzoveel kralen zijn geregen – volgens de prachtige uitdrukking van de Vedantafilosofie.

Deel III, p. 547: Metafysisch en wijsgerig is de mens als volledige eenheid samengesteld uit vier eeuwige grondbeginselen en door de beginselen voortgebrachte tijdelijke drie aanzichten op deze aarde.

G. de Purucker Occulte woordentolk Een handboek van oosterse en theosofische termen
Sûtrâtman (Sanskriet). Een samengesteld woord dat 'draadzelf' betekent, de gouden draad van de individualiteit - de stroom van zelfbewustzijn - waaraan, om zo te zeggen, alle substantie-beginselen van de menselijke constitutie zijn geregen als parels aan een gouden keten. Het Sûtrâtman is de stroom van leven-bewustzijn die loopt door al de verschillende substantie-beginselen van de constitutie van de menselijke entiteit, of van ieder andere entiteit. Iedere parel aan de Gouden Keten is een van de ontelbare persoonlijkheden die de mens gebruikt in de loop van zijn manvantara-lange evolutionaire ontwikkeling. Men kan daarom in het kort zeggen dat het Sûtrâtman de onsterfelijke of geestelijke monadische ego is, de Individualiteit die in leven na leven incarneert en daarom terecht het 'DraadZelf' of Fundamentele Zelf wordt genoemd.
Het is dit SutrÂtman, dit Draad-Zelf, deze bewustzijnsstroom of beter stroom van leven-bewustzijn, die het fundamentele en individuele Zelf van iedere entiteit is en die, weerspiegeld in en door de verschillende tussenliggende voertuigen of sluiers of omhulsels of gewaden van de onzichtbare constitutie van de mens of van ieder ander wezen waarin een monade zich hult, de egoïsche centra van het zelfbewuste bestaan voortbrengt. Het Sûtrâtman is daarom geworteld in de monade, de monadische essentie.

G. de Purucker Occulte woordentolk Een handboek van oosterse en theosofische termen
Keten van Hermes
Onder de oude Grieken bestond een mystieke overlevering over een keten van levende wezens, waarvan het ene uiteinde de godheden in hun verschillende graden of stadia van goddelijk gezag en goddelijke handelingen omvatte, en waarvan het andere uiteinde naar omlaag liep via lagere goden, helden en wijzen naar de gewone mens en naar de wezens lager dan de mens. Elke schakel van deze levende keten van wezens inspireerde en onderrichtte de keten daaronder om op deze manier van schakel naar schakel, tot aan het einde van deze verbazingwekkende levende keten, liefde, wijsheid en kennis over de geheimen van het heelal over te dragen en door te geven, wat bij de mensheid resulteerde in de kunsten en wetenschappen die voor het menselijk leven en de beschaving noodzakelijk zijn. Dit kreeg de mystieke naam: keten van Hermes of gouden keten.

G. de Purucker boek Wind van de Geest hoofdstuk De rechtstreekse weg naar wijsheid
Wat is eigenlijk de rechtstreekse weg naar wijsheid? Ik denk dat dit de belangrijkste gedachte is waarmee we ons in deze tijd kunnen bezighouden. Kan iemand duidelijk omschrijven wat die rechtstreekse weg naar wijsheid is, vergeleken met de weg die we de indirecte zouden kunnen noemen?
Die indirecte weg kan ook worden beschreven als de weg die van buiten komend naar ons bewustzijn leidt: de weg van onderricht, de gebruikelijke weg van kerken en collegezalen; voor bepaalde mensen soms misschien nuttig en stimulerend; maar kunnen we deze weg of dit pad werkelijk aanduiden als de weg naar wijsheid?
De rechtstreekse weg naar wijsheid is de weg of het pad van innerlijk licht, van inzicht, dat voortvloeit uit innerlijke inspanning en ervaring; die weg is door elk van de grote leraren van de mensheid geschetst, op zijn minst in het kort. In mystieke termen kan hij ook worden omschreven als de weg die een mens heeft afgelegd als hij – min of meer volledig – één is geworden met de god in hem. Dat is de rechtstreekse weg.

Ralph Waldo Trine In tune with infinite (Preface to the first edition):
THERE is a golden thread that runs through every religion in the world. There is a golden thread that runs through the lives and the teachings to all the prophets, seers, sages, and saviors in the world's history, through the lives of all men of truly great and lasting power. All that they have ever done or attained to has been done in full accordance with law.
What one has done, all may do. This same golden thread must enter into the lives of all who today, in this busy work-a-day world of ours, would exchange impotence for power, weakness and suffering for abounding health and strength pain and unrest for perfect peace, poverty of whatever nature for fullness and plenty.

====

Collectief leerproces (Ethiek, 'Wereldbrein en Cybernetica', Mythos, Theos, Logos en Holos)

Socrates: Onwetendheid is de bron van alle kwaad.
Jezus zei, ‘Wanneer zij die u leiden tegen u zeggen, ‘Kijk, het Koninkrijk is in de lucht’, dan zullen de vogels in de lucht u voorgaan. Als ze tegen u zeggen, ‘Het is in de zee’, dan zullen de vissen u voorgaan. Nee, het Koninkrijk is binnenin u, en het is buiten u. Wanneer u uzelf leert kennen, dan zult u ontdekken, en beseffen, dat u zelf een zoon van de levende Vader bent. – Gezegde 3
Een soortgelijke maar duidelijk meer verticale relatie wordt in de Bhagavad Gîtâ tot uitdrukking gebracht, waar Krishna Arjuna adviseert dat
een wijs persoon het zelf door het Zelf zou moeten verheffen; laat hij het Zelf niet verlagen; want het Zelf is de vriend van het zelf, en alleen het zelf is de vijand van het Zelf. Het Zelf is de vriend van de mens die zichzelf heeft overwonnen; . . . door het Zelf met het zelf te aanschouwen, is hij tevreden. – 6:5-6, 20
Tractatus theologico-politicus: De grote vissen eten de kleine. Dat is zoals het in de natuur toegaat. En dat is dus wat God aan 't doen is: ons allemaal zowel in standhouden als tenslotte opeten.
Nicolas Chamfort: De publieke opinie is de slechtst denkbare opinie.
Willem van Ewijk: De politiek is geen beroep, maar een taak van alle burgers gezamenlijk. (Volkskrant 10 mei 2012)
Pieter Kooistra: Het kunstwerk is een middel tot bewustwording van eenheid in verscheidenheid, zoals het leven zelf.

Zonnelied (Franciscus van Assisi) Het Zonnelied (Italiaans: Cantico del Frate Sole) is een gebed uit de rooms-katholieke traditie geschreven door de heilige Franciscus van Assisi.
Franciscus schreef dit gebed aan het einde van zijn leven vermoedelijk in de lente van het jaar 1225, toen hij zwaar ziek lag in San Damiano en de pijnlijke tekenen van stigmata vertoonde. Het Zonnelied bezingt de schepping in termen van broeder en zuster. Opmerkelijk is dat hij in het loflied niet alleen de mooie aspecten van de schepping weergeeft, maar ook ziekte en zelfs dood een plaats in het leven van de christen weet te geven.

'Laat angst en woede geen eindstation zijn' (Joost de Vries Volkskrant 27 december 2016 p. 17):
De vierde kersttoespraak van koning Willem-Alexander was zijn meest persoonlijke tot nog toe. Bovendien zijn meest politieke. Zonder politici bij naam te noemen waarschuwde hij tegen valse nostalgie en populisme gericht op de [[5-1DanMillman|onderbuik]. 'In deze onzekere tijd zijn angst en woede begrijpelijke emoties, maar dat kan niet het eindstation zijn.'
Heimwee naar vroeger Van Erasmus leende de koning ook de overtuiging dat mensen niet zonder elkaar kunnen: 'De natuur heeft onze gaven zo verdeeld, dat de ene mens het niet kan stellen zonder de hulp van de ander.' Hij roemde de vele mantelzorgers die buiten de schijnwerpers hun werk doen. 'Zien we uw liefdevolle werk wel voldoende?'
Hij sloot af met nogmaals te waarschuwen voor polarisatie. 'De vrede waarnaar we zo verlangen, komt niet dichterbij als mensen afhaken en zich ingraven.' Het antwoord lag in het 'beschermen van wat we delen' en het 'aanwenden van alle positieve krachten'. Rechtstreeks deed hij een beroep op de burger: 'Zonder u, zonder jou, gaat het niet.'

Ook Australië, Israël en Canada spelen de terreurkaart of Terreurkaart komt goed uit in strijd tegen activisme (Theo Koelé Volkskrant 25 februari 2016 p. 10):
Tientallen landen drijven mensenrechten- en milieuorganisaties in het nauw
Anti-terreurwetten maken van milieuactivisten 'ecoterroristen' en van burgerrechtenbetogers staatsgevaarlijke spionnen. Het is een trend die mensenrechten- en milieuorganisaties noopt tot een noodkreet: hun activiteiten staan in tientallen landen gevaarlijk onder druk.
'Overal ter wereld spelen overheden de terreurkaart als troef om onwelgevallige elementen in hun samenleving de mond te snoeren', zegt Danny Sriskandarajah, secretaris-generaal van Civicus.
'Vrijwel overal ter wereld worden protestorganisaties monddood gemaakt door hen te overladen met zo veel registratie- en verantwoordingsverplichtingen dat zij niet meer toekomen aan hun missie', zegt Sriskandarajah. 'Dat gebeurt wereldwijd: in India, Zuid-Amerika, maar zelfs ook in een land als Canada bij de protesten tegen oliebedrijven.' In de wereldwijde jacht om grond- en delfstoffen zie je overal dat het tegengeluid van burgers wordt 'uitgeschakeld' als het zakelijke of politieke belangen in de weg staat, constateert hij.
Van een obscuur zaaltje naar volksoproer
Na de Arabische Lente is de geest uit de fles, denkt Sriskandarajah. 'Dankzij sociale media is het nog nooit zo makkelijk geweest om mensen te organiseren en te mobiliseren. Vroeger moest je activisten in een obscuur zaaltje achter in een café bijeen zien te brengen. Nu zien mensen wat ze voor elkaar kunnen krijgen. Denk bijvoorbeeld aan het volksoproer in Istanbul dat ontstond nadat een groepje activisten zich had verzet tegen bebouwing in het Gezi-park. Die burgersuccessen vormen tevens het gevaar waartegen overheden zich willen beveiligen. Voor je het weet heb je immers een revolutie.'

Collectief leren in schoolorganisaties (Oratie Dr. E. Verbiest 15 maart 2002):
De inbreng in een professionele leergemeenschap van verhalen van anderen, van narratieve typen of van meer fundamentele kennis betekent echter niet de inbreng van richtlijnen of voorschriften voor het handelen. Narratieve typen zijn geen prescripties voor het handelen. Het zijn heuristieken, die tot meer inzicht in en verruiming van het handelen kunnen leiden, maar die eerst en vooral gesitueerd en geïnterpreteerd dienen te worden in de concrete context van de collectieve leerprocessen, door de daarin betrokken actoren121. Dat geldt ook voor het hiervoor beschreven conceptueel kader van collectief leren.

Een perfecte gelukkige totalitaire wereld of Waarom The Wizard of Oz nog steeds relevant is (Daniel Kehlman Volkskrant 5 november 2016 p. 22-23):
Van der Leeuwlezing: Daniel Kehlman over totalitarisme
Onder de titel 'De heks is dood; The Wizard of Oz en de twintigste eeuw' hield de Duitse schrijver Daniel Kehlmann vrijdag de 34ste Van der Leeuwlezing. Hier de ingekorte versie van zijn lezing.
Tegenwoordig is Kansas stevig in Republikeinse handen. De gevaarlijke, halfgekke man die nog steeds een niet te verwaarlozen kans maakt de 45ste president van de VS te worden, kan rekenen op de stem van Kansas. Nog een paar dagen te gaan voor we, althans voor even, weer rustig kunnen ademhalen. Of nog enkele dagen tot The Wizard of Oz wederom relevanter en toepasselijker zal blijken dan iemand ooit had kunnen bedenken. Wit is ook een kleur of De witte blik is ook gekleurd (Sunny Bergman Volkskrant 5 november 2016 p. 23):
Van der Leeuwlezing: Sunny Bergman over witte superioriteit
De witte blik is niet neutraal, maar gekleurd. Als wij witte mensen accepteren dat we in mindere of meerdere mate gesocialiseerd zijn met witte superioriteit, kunnen we hier ook een beschaafder bewustzijn over ontwikkelen. We hoeven ons niet te laten verlammen door een collectief schuldgevoel, maar we moeten wel verantwoordelijkheid nemen voor ons discriminerende gedrag.
Ons zelfbeeld hoeft niet te imploderen als we gecorrigeerd worden. Want als we feedback krijgen, zoals 'Kun je het n-woord niet meer gebruiken?', betekent dat niet dat we een slecht mens zijn. Als we onze morele status hiervan laten afhangen, maken we het moeilijk voor mensen die racisme of discriminatie ervaren en dit willen agenderen. Maar als we naar feedback luisteren, in openheid en zonder defensieve reflexen, kunnen we ons gedrag aanpassen om uiteindelijk tot een gelijkwaardige samenleving te komen.

Helper whitey (interview Robert Vuijsje met Sunny bergman Volkskrant 1 december 2015 katern p. 8-9):
'Onbewust denken wij dat we superieur zijn.'
Sunny Bergman (Nederland, 1972) maakte onder meer de documentaires Beperkt houdbaar, Sletvrees en Zwart als roet. Vanaf 3 december wordt op NPO3 de driedelige serie Sunny Side of Spirit uitgezonden. ‘Nadat ik een burn-out had gekregen, ging ik, net als half Nederland, op zoek naar mindfulness. Mijn ex-vriend uit Burkina Faso zei: ‘In Afrika bestaan depressies helemaal niet.’ Het gevoel bestaat wel, maar er wordt anders mee omgegaan. In een groot deel van de wereld wordt gedacht dat psychische problemen samenhangen met het universum en kunnen worden genezen door spiritualiteit. Op die manier wordt de ziekte bestreden. Wij vinden dat al snel onzin. Die verschillen wilde ik onderzoeken.’
Je nieuwe TV-serie heet Sunny Side of Spirit.
'Ik heb veel gereisd.
Onbewust denken Europeanen: wij zijn superieur, de rest van de wereld moet uitkomen bij onze waarden. Dat wilde ik omdraaien. Wij in het Westen hebben de meeste last van stress en burn-outs, zo veel kinderen krijgen hier op school een psychiatrische diagnose en toch denken we dat onze manier de enige juiste is. Hoe arrogant is het om te denken dat wij het meest ontwikkeld zijn?'

Is comeback van vakbond nodig? (Peter de Waard Volkskrant 22 juli 2015):
De politicus die de collectieve lasten verhoogt, loopt het risico dat bestaande bedrijven uitwijken naar een ander land en nieuwe bedrijven minder kans hebben om te overleven. Wie de belastingen op vermogen of inkomen verhoogt, moet met lede ogen toezien hoe het kapitaal in het buitenland wordt geparkeerd en een braindrain op gang komt, waarbij talentvolle mensen in het buitenland gaan werken.
Maar uit deze maand gepubliceerd onderzoek van het IMF blijkt dat er nog een derde belangrijke oorzaak is voor de toenemende ongelijkheid: de tanende macht van vakbonden. Het onderzoek, dat zich uitstrekte tot twintig westerse landen waaronder Nederland, toont een duidelijke relatie aan tussen de stijging van de topinkomens en de terugloop van het aantal vakbondsleden tussen 1980 en 2010.
Een vakbond met minder leden leidt tot lagere lonen aan de onderkant en een stijging van de topinkomens
Doordat minder mensen lid van een vakbonden zijn, wordt het voor werknemers niet alleen moeilijker een vuist te maken tijdens collectieve onderhandelingen, maar - en dat is nog belangrijker - hebben vertegenwoordigers van werknemersorganisaties minder politieke invloed. Dat leidt tot lagere lonen aan de onderkant en een stijging van de topinkomens. 'Als de lagere inkomens minder krijgen, gaat er automatisch meer geld naar de aandeelhouders en de bestuursleden', aldus het IMF. etc.
Maar grotere ongelijkheid zal op termijn ook leiden tot minder duurzame groei en een grotere kans op economische crisis en politieke instabiliteit. Lage inkomens krijgen dan minder kans op te klimmen. Daarnaast wordt de welvaart ondergraven doordat, aldus het IMF,
de rijke elite sterker de neiging heeft het economische en politieke systeem naar haar hand te zetten.
Wie tegen ongelijkheid is, kan dus beter vakbondslid worden. Voor wie denkt dat het te duur is: solidariteit maakt mensen ook gelukkiger.

Malcolm Gladwell Het Omslagpunt hoe kleine dingen een groot verschil uitmaken
Kleine verschillen kunnen grote gevolgen hebben in het sociale leven. Een persoon kan een trend ten goede of ten kwade teweegbrengen. De auteur, als journalist werkzaam voor The New Yorker, onderzoekt in dit boek hoe trends en modes op gang komen. Het kan hierbij gaan om kledingtrends, maar ook om onverwachte bestsellers of plotseling dalende misdaadcijfers. De auteur spreekt van 'sociale epidemieen' die snel om zich heen grijpen. Zijn stelling is dat hiervoor individuen met uitzonderlijke contactuele eigenschappen en grote persoonlijke netwerken nodig zijn. Zij steken anderen aan. Daarnaast speelt de kwaliteit van de boodschap (het 'product') en de context waarbinnen deze boodschap verspreid wordt, een belangrijke rol. Misschien leidt het consequent verwijderen van graffiti in een stad wel tot minder misdaad en een algemeen gevoel van veiligheid. Een onderhoudend geschreven en tot discussie uitnodigend boek.

Verbeeldingskracht (universeel bewustzijn, kosmisch bewustzijn, autopoiese, aion, ideatie, actieve imaginatie van CarlJung), de kernkwaliteit creativethink - Ilya Prigogine heeft het over de ervaring van creativiteit - is het positief tegenovergestelde van chaos. Middels de ommekeer is het mogelijk ons met de natuurlijke kringloop (flow), te verbinden. We zijn medescheppers van iedere situatie die in ons leven ontstaat. Ieder initiatief, elk mens kan door het vlindereffect de zelfordening positief beïnvloeden. De chaostheorie leert dat alles met elkaar verbonden is en de onderzoeker niet af te scheiden is van het onderzoek. Alleen door dat wat is te accepteren komt de evolutie een stapje verder.

Francis Heylighen, who contributed much to the development of the concept, distinguished in [2] three different perspectives on the global brain, organicism, encyclopedism and emergentism, that developed relatively independently but that now appear to have come together into a single conception.

Ben Goertzel Francis Heylighen Pioneer of the Global brain.
In 1996, Heylighen founded the "Global Brain Group", an international discussion forum that groups most of the scientists who have worked on the concept of emergent Internet intelligence. Together with his PhD student Johan Bollen, Heylighen was the first to propose algorithms that could turn the world-wide web into a self-organizing, learning network that exhibits collective intelligence, i.e. a Global brain.

Het globale brein is een speculatief concept in o.a. transhumanistische kringen, filosofie en mystiek ('sciencefiction'?), vergelijkbaar met (dan wel verwant aan) het concept van de noösfeer van respectievelijk Vladimir Vernadsky en Teilhard de Chardin, de Akasha-kronieken (waar o.a. Rudolf Steiner en Edgar Cayce te rade beweerden te gaan) en het "Akashic field" van de Hongaarse wetenschapsfilosoof Ervin László. Het begrip als zodanig werd in 1982 voor het eerst gebruikt door Peter Russell in zijn boek The Global Brain (video).
Stanislav Grof Evidence for the Akashic Field from Modern Consciousness Research.

Uitspraken, die bevestigen dat het wenselijk is met de keerzijde van de objectieve werkelijkheid, de subjectieve werkelijkheid rekening te houden:
Willis Harman Global Mind Change The Promise of the Last Years of the Twentieth Century:
Harman begint vooruitlopend met Roger Sperry, ontvanger van de Nobelprijs geneeskunde in 1981. Die schreef in het hoofdartikel van de Annual Review of Neuroscience over het belang van de subjectieve ervaring, een tot dan toe verwaarloosd terrein van onderzoek. Hij signaleerde een verborgen ontwikkeling als volgt (ingekort):
“In plaats van het bewustzijn te verloochenen of te negeren erkent de nieuwe interpretatie het primaat van het innerlijk bewustzijn, gezien als een causale realiteit, volledig” (18).

Het onderzoeksrapport ‘E i V’ draagt een methodologisch karakter. Het biedt een universeel referentiekader, namelijk de ‘bewustzijnsschil’ om aan de unificatietheorie handen en voeten te geven. Of met andere woorden te laten zien hoe de 'Kwantumshift in het wereldbrein' geleidelijk plaatsvindt. Door het zelfbewustzijn, zelfreferentie maken we deel uit van onze eigen evolutie. Waar kiezen we nu voor evolutie of degeneratie? Het is net als met Geest en Lichaam, hemel en aarde, Zo boven, Zo beneden, top down en bottom up, deductief en inductief. Het zijn de twee complementaire kanten van een medaille, het is de psyche, de schakel tussen geest en lichaam waar het in de Kwantumshift, de Unificatietheorie echt om draait.

Net als in 1989 met het vallen van het ’IJzeren Gordijn’ is het moeilijk te voorspellen op welke termijn een 'Kwantumshift in het wereldbrein' zich duidelijker gaat manifesteren. In eerste instantie is het wenselijk dat de extra aandacht die na 1989 voor het mechanisme ‘u vraagt, wij draaien’ is ontstaan weer terug in de fles te krijgen. Het gaat bij het ‘u vraagt, wij draaien’ om de 'dubbele’, de verborgen agenda die in het verkoopspel een belangrijke rol kan spelen.
Anthony Stevens boek ‘Over Jung- leven en werk’ (p. 51): Zoals de structuur van de psyche bepaald wordt door de in wezen biologische idee van het archetype, zo voltrekt zich psychisch functioneren in overeenstemming met de biologische principes van aanpassing, homeostase en groei.
De homeostase brengt voor een individu de keerzijde, de onbewuste as in beeld. In het 5D-concept wordt op de homeostase van een sociaal systeem de nadruk gelegd.

Hoe heel je een nationaal trauma? (interview Nanci Adler Volkskrant 18 juni 2015 p. 25):
Tribunalen, waarheidscommissies, ze werken maar zeer ten dele als middel om een gewelddadig verleden te verwerken.
In Duitsland zijn ze er erg bedreven in geraakt: een duister verleden onder ogen zien. De Bondsrepubliek heeft er zo'n beetje haar identiteit aan ontleend en heeft er alom respect mee verworven. Maar ze heeft in de wereld geen school gemaakt. In andere 'post-autoritaire samenlevingen' worden wandaden van dictators verheimelijkt of vergoelijkt, blijven de dienaren van een fout regime ongestraft en moeten burgers zich voegen naar de 'officiële herinneringspolitiek'. Goedschiks of kwaadschiks.
Maar je moet toch wat als post-autoritaire samenleving?
'Je kunt je afvragen in hoeverre zo'n helingsproces te regisseren is. Of het meteen na een regimewisseling moet plaatsvinden, of pas veel later. Of het zinnig is excuses aan slachtoffers aan te bieden en namens wie dat zou moeten gebeuren. Je kunt je vooral afvragen of dit wel een juridisch proces moet zijn. Historici zouden er een veel belangrijker rol bij kunnen spelen.'
Hoe dan?
'Het gaat erom dat het nationaal verleden zoals de burger dat heeft ervaren niet te ver af staat van 'de officiële versie'. Dat vereist toegankelijkheid van archieven. Alleen op die basis kan een gezamenlijk verleden ontstaan. En die kan weer de basis vormen van verzoening. We hebben behoefte aan collectieve herinneringen.'
Waar in de omgang met een duister verleden Duitsland aan de ene kant staat, staat Rusland, met zijn stalinistische verleden, aan de andere kant.
'Vijfentwintig jaar geleden verdiepte ik mij in Memorial, de burgerbeweging die streeft naar een zichtbare, officiële erkenning van de slachtoffers van de grote Terreur. Ik had toen nooit kunnen denken dat die beweging nu stelselmatig door de overheid zou worden gedwarsboomd, dat 40 procent van de Russen meent dat Stalin een positieve rol heeft gespeeld in de geschiedenis, en dat 30 procent van de Russen het bloedbad van Katyn (de massamoord op Poolse officieren door de Russische geheime dienst NKVD in 1940, red.) door de nazi's is aangericht.
'Rusland heeft meerdere gelegenheden om de confrontatie met het eigen verleden aan te gaan onbenut gelaten. Het autoritarisme zit te diep geworteld in de samenleving en in de mensen. En straks zijn er geen Russen meer die nog van de Goelag kunnen getuigen.'

Denk eerst even na voor je je mening geeft (Bart Jan Spruyt Volkskrant 30 mei 2015 p. 18):
Een juist standpunt, een waar standpunt, is in het postmoderne denken - dat helaas tot het bezonken cultuurgoed is gaan behoren - zo goed als iets wreeds en gewelddadigs. In een cultuur van gelijkheid zijn alle meningen evenveel waard. Er is geen waarheid, alles is betrekkelijk. Daar-om mag iedereen meeschreeuwen. Wie zegt dat zijn mening juist en waar is, of wil zoeken naar een juiste en ware mening, handelt in strijd met het principe van het pluralisme, dat in absoluut relativisme is ontaard.
Het voertuig van deze kakofonie is de wereld van de sociale media, waar iedereen vrij is in een moment van emotionele opwelling zijn mening te spuien, en waar het nieuws kort en snel moet zijn. Traditionele media verkeren helaas nogal eens in de veronderstelling dat deze wereld ook voor hun ambacht maatgevend is. Voor achtergronden en gefundeerde oordeelsvorming is steeds minder tijd en ruimte.
We hebben een lange weg te gaan om de vrijheid tot meningsvorming te herwinnen. Maar alles van waarde vergt inspanning en - volgens Ortega - de 'heldhaftige inzet om onszelf te overtreffen'.

Wij allemaal zijn de massamens (Hans achterhuis Volkskrant bijlage Sir Edmund 30 mei 2015 p. 28-29):
De massamens beseft niet waaraan hij zijn welvaart te danken heeft en gedraagt zich als een verwend kind. Deze en andere denkbeelden van José Ortega y Gasset uit 1930 zijn nog uiterst actueel.
Dat Ortega geen simpele cultuurpessimist is, zien we ook helder in zijn beschouwingen over Europa. Hij besteedt een uitgebreid historisch hoofdstuk aan staatsvorming, waarin hij zowel de lof zingt van de klassieke polis als van de moderne natiestaat. Maar hij laat ook zien dat deze laatste in hegeliaanse zin 'opgeheven' moet worden, zowel behouden als in een groter Europees geheel geïntegreerd. Dat betekent niet dat alle verschillen tussen naties en volkeren dienen te verdwijnen. Integendeel, de kracht van Europa ligt juist in zijn veelkleurig pluralisme. Dat moet dan ook in een verder proces van staatsvorming behouden worden. Ook vanwege dit goed beargumenteerde pleidooi voor de opheffing van de natiestaat, is De opstand van de massamens een actueel en urgent boek.

Waar kan het gedachtegoed van Habermas geplaatst worden? In de filosofische traditie is Habermas niet los te denken van de Frankfurter Schule of ook wel de kritische theorie waarvan Habermas de tweede generatie vormt. In de beginperiode was hij dientengevolge ook gevoelig voor de invloeden die de eerste generatie, vertegenwoordigd door Adorno en Horkheimer, heeft ondergaan van onder andere Georg Lukács en Karl Marx en later Herbert Marcuse. De eerste generatie kritiseerde de dialectiek van Hegel en keerde die zelfs om, maar hield er nog wel aan vast. Als joodse denkers wilden zij de gruwelen van het Nationaalsocialisme doordenken. Dit is niet mogelijk met de dialectiek van Hegel, waarin “Das Ganze das Wahre ist”. Sommige filosofen verwerpen Hegel en het collectieve denken omdat hiermee het naziregime te legitimeren zou zijn. Door omkering van Hegels dialectiek maakt het algemene plaats voor het bijzondere, een maatschappelijk proces dat zich in de loop van de 20de eeuw voltrokken heeft, in aansluiting op de filosofische vernieuwingen die er aan vooraf gingen. Alle wilsfilosofen, zoals Schopenhauer, Kierkegaard, Marx, Darwin en Nietzsche zijn vertegenwoordigers van deze filosofische omslag in het denken van collectief naar individueel. Dit proces, van individualisering,heeft vervolgens een groot deel van de 20ste eeuw nodig om in maatschappelijk processen door te dringen.

Prof. Hofstede: De menselijke natuur is wat alle menselijke wezens met elkaar gemeen hebben.
De kern van een cultuur wordt gevormd door waarden. Een waarde is een collectieve neiging om een bepaalde gang van zaken te verkiezen boven anderen. Waarden behoren tot de eerste dingen die kinderen leren – niet bewust, maar impliciet. Waarden zijn gevoelens met een richting: een plus- en een minpool. Zij hebben betrekking op:

Goed tegenoverSlecht
SchoonVuil
MooiLelijk
NatuurlijkOnnatuurlijk
NormaalAbnormaal
LogischParadoxaal
RationeelIrrationeel

In de culturele antropologie komt het gedrag van de mens tot uiting. Kan men ooit wel het innerlijk van de zogenaamde primitieve volken kennen?, zo heeft menigeen zich wanhopig afgevraagd. Maar moderne onderzoekers stellen, dat men daartoe maar het hele culturele gedrag van zulke mensen moet beschrijven en interpreteren. Want uit de manier waarop de mens zich cultureel gedraagt, blijkt zijn innerlijk. Het ‘Wat’ wordt in het ‘Hoe’ aan de dag gebracht. Het wenselijke en het gewenste onderscheiden zich van elkaar door de aard van de normen die in het geding zijn. Normen zijn standaarden voor waarden die binnen een groep of categorie mensen gelden. Wanneer men vraagt naar het ‘wenselijke’ dan is de norm absoluut en geeft aan wat ethisch (spiritueel) juist is. Bij het ‘gewenste’ is de norm statisch van aard, en gebaseerd op de keuzen die feitelijk door de meerderheid worden gemaakt. Het wenselijke is meer een vorm van ideologie, het gewenste van praktijk. Hoe duidelijk komt juist in deze functionele fase aan de dag, dat de cultuur geen zelfstandig naamwoord, maar een werkwoord is. Cultuur is de manier waarop de mens zich uitdrukt, de wijze waarop hij de juiste relaties tracht te vinden tot alles wat hem omgeeft. In het bijzonder is cultuur een strategie om de verhoudingen tot de machten in goede banen te leiden. Daarom is juist ook de relatie tot het goddelijke steeds in het geding binnen een cultuur.

Vissen tonen ons hoe cultuur begon (interview Kevin Laland Volkskrant 4 november 2011)
De Britse evolutiebioloog Kevin Laland ziet in vissengedrag aanwijzigingen over de complexe menselijke cultuur en haar ontstaan.
Dat lijkt tegenstrijdig: een conformistische strategie die vooral kopieert, levert meer culturele diversiteit dan een die iets nieuws probeert.
‘Strategieёn kopiëren die bewezen succesvol zijn, in plaats van gedrag kiezen met ongewisse uitkomst, geeft veel winst. Maar honderd procent kopiëren werkt ook niet. Af en toe zijn fouten nodig. Daardoor kunnen nieuwe tactieken veranderingen in de omgeving volgen.’

Het collectieve (kudde)gedrag (Groupthink) van mensen wordt ook wel vergeleken met een zwerm meeuwen, die in prachtige en onvoorspelbare tuimel- en zwenkpatronen door de lucht scheren. We maken ons druk om dezelfde dingen, we kijken naar dezelfde TV-rogramma’s, we kleden ons volgens de dezelfde mode. We bewegen mee met de autonome dynamiek van de massa, de groep waar we toevallig deel van uitmaken. We draaien als het ware op de automatische piloot. Maar je bent beter af in het leven wanneer je een eigen koers weet uit te zetten, die op de natuurlijke hoofdroute, de relatie tussen hemel en aarde is afgestemd. Het gaat er om dat we op aarde leren ons met de natuurlijke kringloop te verbinden.

De geschiedenis leert dat de oplossing van de unificatietheorie al millennia bekend is. Het hangt er alleen maar vanaf hoe je het probleem formuleert. Op het snijvlak tussen geesteswetenschappers en natuurwetenschappers ligt het gemeenschappelijke raamwerk, de Unificatietheorie.

Het Es van Freud en het epithumia van Plato staan tegenover de onderbuikgevoelens in de samenleving.

Kennis ontstaat door de integratie (Gnosis) van knower, het proces van knowing en know. Het samenvallen van de triade correleert met de uitspraak van Robbert Dijkgraaf dat de mens slechts een onmisbare schakel in de ultieme cirkelredenering is.
De waarnemer en het waargenomene zijn uiteindelijk één en hetzelfde. Robbert Dijkgraaf duidt met de mens als schakel tussen wetenschap en natuur op het fenomeen van waarnemer en waargenomene. Net als Simon Vinkenoog plaatst hij de mens in de ultieme cirkelredenering centraal.
Of met andere woorden (Wim van den Dungen Sepher Yetzirah): Indien we 'sepher' met ruimte en 'sephar' met tijd vergelijken, dan betreft 'sippur' (of 'communicatie') de 'quintessense' of 'vijfde dimensie'. Het boek Blikwisselingen van Robbert Dijkgraaf heeft op het fenomeen wederkerigheid betrekking.

Esoterisch is de éne werkelijkheid Ain-Soph (Parabrahm) en exoterisch is de éne werkelijkheid 'Scheppingsleer en de Evolutieleer'.
Ain-Soph staat symbool voor de basis en bron van de Eenheid in Verscheidenheid. Er wordt van de esoterische uitleg van de openbaring van Johannes gebruik gemaakt. Exoterisch staat de éne werkelijkheid voor het concept van de hoofdroute.

Het ‘of-of’ bestaat bij gratie van het 'en-en' denken (dialectisch denken), dualisme bij gratie van het non-dualisme. Schepping en evolutieleer staan niet los van elkaar, maar vullen elkaar aan. De ENE WERKELIJKHEID (de ‘Werkelijkheid’ met hoofdletter W), bestaat echt. De evolutieleer bestaat bij gratie van de scheppingsleer, het atheïsme bij gratie van het theïsme, tweespalt bij de gratie van eenspalt, de dood bij gratie van het leven.

Interview Jan Derksen, klinisch psycholoog ‘Emoties zie je niet op een scan’ (Volkskrant 26 februari 2011)
Processen in de hersenen maken onderdeel uit van de biopsychosociale hutspot die wij allemaal zijn.
Wat zegt neuroloog Jan van Gijn (Volkskrant 19 februari 2011), na veertig jaar neurologische praktijk? Onbegrepen pijnklachten, zoals buikpijn en rugklachten, verklaar je niet met scans. Daarvoor moet je het verhaal, de privéomstandigheden van de patiënt kennen. Dat is een verhaal vol emoties en gevoelens. Die zie je niet op een scan.
Voorwoord: Aanvankelijk was Jan van Gijn ook 'afgericht' als orgaandokter. Pas later begon hij te beseffen dat de geneeskunde het dogma van de scheiding van lichaam en geest overboord moet zetten.

Interview met de neuroloog Jan van Gijn ' We zijn geen som van organen' (Volkskrant 19 februari 2011 katern Wetenschap)
Voorwoord: Aanvankelijk was Jan van Gijn ook 'afgericht' als orgaandokter. Pas later begon hij te beseffen dat de geneeskunde het dogma van de scheiding van lichaam en geest overboord moet zetten.

Lennart Booij: We moeten van het lekkers afblijven (Volkskrant 13 juli 2010)
Misschien is het mijn gedegen calvinisme, mijn geloof in gezamenlijkheid of solidariteit. Maar nu we maatschappelijk min of meer weer in hetzelfde schuitje zitten, is het zaak de reis zo aangenaam mogelijk te maken. Dat doen we volgens mij het beste door het ouderwetse begrip ‘wederkerigheid’weer centraal te stellen.
Dat betekent dat je je niet meer als instant te bevredigen consument kunt opstellen, maar als betrokken burger die zich mee verantwoordelijk voelt voor het geheel. Dat vereist een mentale omslag die door de politiek moet worden voorgeleefd. De AOW naar 67 jaar, een bonus op het afbetalen van je eigen huis, studieleningen voor de rijkere student, een WW-beperking, een hogere zorgpremie en bankenbelasting zijn maar enkele van de maatregelingen die door een nieuw kabinet onverwijld zullen moeten worden genomen. Maar de bedoelde wederkerigheid gaat verder. ‘Samen investeren in onze eigen toekomst‘ zou de kernboodschap van het nieuwe kabinet moeten zijn.

Zorg eerst dat het geld de leerling bereikt (Presley Bergen Volkskrant 4 januari 2010)
Het staat vast dat van de ruim 30 miljard, meer dan de helft niet ten goede komt aan het primaire proces. Het is de overheid die uiteindelijk verantwoordelijk is voor de kwaliteit van het onderwijs. Zij weigert echter scholen te dwingen financieel transparant te zijn en daarmee schiet zij in eigen voet.
Presley Bergen laat zien hoe sterk de afgelopen vijftien jaar de bureaucratie in het onderwijs is toegenomen.

Christine Mummery: Dear Mr. Darwin (Volkskrant 5 december 2009):
Komt regeneratie ook voor bij de mens? In beperkte mate wel: vingertoppen en longblaasjes van kleine kinderen kunnen weer aangroeien, en als onze lever beschadigd is door tumoren of alcohol, kan deze zich grotendeels herstellen. Maar waarom kunnen onze ledematen zoals vingers of tenen dat niet, zoals bij de salamander?
Deze vraag wordt vaak gesteld aan stamcelonderzoekers die zich bezighouden met regeneratieve geneeskunde. Het zou een uitkomst zijn voor verkeers- of oorlogsslachtoffers.
Heeft de evolutie de mens in de steek gelaten? Zouden we niet het liefst de evolutie willen omkeren om dat vermogen tot regeneratie terug te winnen? Of hebben we in plaats van regeneratie iets ontwikkeld dat veel nuttiger is voor onze overleving?
Onderzoek heeft aangetoond dat een eiwit met de bijzondere naam sonic hedgehog of shh bij regeneratie betrokken is.
Verlies van de mogelijkheid tot ledemaatregeneratie kan gedurende de evolutie dus juist onze redding zijn geweest. Het zorgde ervoor dat wij een veel hogere leeftijd kunnen bereiken dan de kikker of salamander.
Omgekeerde evolutie? U zou dat wellicht geen goed idee hebben gevonden.

Het beleid van Georg W. Bush is gebaseerd op het principe van voor-ons-of-tegen-ons. De regering Bush verdeelt de wereld in vrienden en mensen die geen vrienden zijn van Amerika, de cultuur van ‘wie niet voor ons is, is tegen ons’. Door een conflict al vanuit de zwart-wit, 'of-of' optiek te benaderen kom je niet dichter bij een oplossing. Te vaak hoor je de doctrine ‘Wat goed is voor Amerika is goed voor de rest van de wereld’. Amerika is bevangen door de ‘as van het kwaad’ en schiet daarmee in de eigen voet. Machteloosheid komt naar voren door de angst voor het gevaar van massavernietigingswapens in Irak, die achteraf nog steeds niet zijn gevonden. Opnieuw blijkt dat de angst voor gevaar gevaarlijker is dan het gevaar zelf.

Transitie naar holistische en integrale geneeskunde
Stelling: Er moet of zal een transitie komen naar een fundamenteel andere manier waarop in de geneeskunde naar de mens wordt gekeken. Hier kan een woord voor bedacht worden: Holisme of in een verwante term: Integrale geneeskunde.

De Amerikaanse internist Richard Gerber heeft in het boek Handboek Energetische Geneeskunde diverse geneeswijzen op een rijtje gezet waarbij hij als rode draad heeft gekozen: de energie. Dit kan zijn licht, geluid, elektriciteit, magnetisme, straling e.d.: allerlei vormen van energie die in diverse geneeswijzen worden gebruikt. Na een inleidende uitleg over energie in het algemeen komt hij als vanzelf op de homeopathie, kruidengeneeskunde, helderziendheid, accupunctuur en kristaltherapie. Bij al deze geneeswijzen onderzoekt hij de rol van de energie.
Al lezende kom je tot de conclusie dat het eigenlijk dus geen verschillende geneeswijzen zijn, alleen de interpretaties van energie verschillen.

Licht
Dr.Fritz Albert Popp bewees dat de cellen van alles wat leeft bio-fotonen uitstralen ofwel elektronen. De aura, die met het Kilian-apparaat gefotografeerd kan worden bestaat uit een uitstraling van elektronen. In de reguliere geneeskunde is er ook iemand die er mee werkt. Het is de Nederlandse psychiater Ling Kan. Hij introduceerde in 1987 de auroscoop, een product van westerse technologie, waarmee hij aura’s en chakra’s zichtbaar maakt.

Involutie in de geneeskunde.

Immanuel Kant:
Verlichting is daar waar mensen de onmondigheid afleggen die zij aan zichzelf te wijten hadden. Onmondigheid is daar waar mensen niet in staat zijn hun verstand te gebruiken zonder zich daarbij door een ander te laten leiden. Mensen hebben de onmondigheid aan zichzelf te wijten wanneer dat onvermogen niet berust op een gebrek aan verstand, maar op het ontbreken van de vaste wil en de moed om het verstand dat zij hebben ook te gebruiken zonder zich daarbij door een ander te laten leiden. Sapere aude! (Durf te WETEN) Waag het om het verstand dat je hebt zelf te gebruiken! is dus het wachtwoord van de Verlichting.

Konrad Dietzfelbinger boek Mysterie scholen (p. 185):
Het ging hier – dat was de ervaring van de mysterieleerlingen van het oerchristendom – om een beslissende stap in de ontwikkeling van de mensheid, die door deze impuls van de kosmische Geest werd ingezet en mogelijk gemaakt.
Volgens de mysterieleer werkt een dergelijke impuls in het gezamenlijke geestelijk-ziele-organisme van een cultuur of zelfs van de hele mensheid. Daardoor is het mogelijk dat gelijktijdig op verschillende geschikte plaatsen van dit organisme deze zelfde impuls in uiteenlopende versies werkzaam is. En welke plaatsen zouden er nu geschikter geweest zijn dan de destijds aanwezige oude mysteriescholen? Als nieuw spiritueel leven ging de impuls door alle mysterietradities van het verleden, die doorwerkten in het toenmalige heden. Het is dus niet noodzakelijkerwijs zo geweest dat de mysteriewijsheid van het oerchistendom langs een uiterlijke weg en van mond tot mond de oude scholen bereikte, hoewel dat wel denkbaar is. Het is echter veel overtuigender dat hier het principe van de synchroniciteit werkzaam was.

Met hun filosofische invalshoek leggen zowel Prigogine met de chaostheorie als Procee met zijn boek Intellectuele passies een link tussen het Westerse en Oosterse denken, tussen Darwin èn God (Trouw, 8 december 2008). Het boek van Procee lijkt voort te borduren - zonder dat hij dit misschien zelf direct beseft - op de oude wijsheidsschool van Pythagoras. Procee maakt - net als DGL - van de meetkundige symbolen de punt, de lijn, de driehoek en de cirkel gebruik.

Het gaat er nog steeds om mensen te stimuleren deze wereld een tikje mooier te maken dan die nu is. Of met andere woorden de wet van harmonie - 'in het hemelse en aardse harmonie vinden' - tot uitdrukking te brengen.
Terezinha Franca Kind De wet van harmonie
‘Wij erkennen slechts één wet in het universum, de wet van harmonie, van volmaakt evenwicht’, zegt één van de Mahatma’s. De wet van harmonie is een fundamentele wet in het universum, de bron en de basis van alle andere wetten van de natuur, vooral de wetten van orde en karma.
De wereld wordt onderhouden door hetzelfde evenwicht tussen de middelpuntzoekende en de middelpuntvliedende krachten waarop het gebouwd werd. De middelpuntzoekende kracht zou zich niet kunnen manifesteren zonder de middelpuntvliedende in de harmonieuze omwentelingen van de sferen.

Duurzaamheid als wereldbeeld Over de rol van wetenschap in maatschappelijke verandering (Studium Generale Universiteit Utrecht)
We leven in tijden van overvloed, terwijl je de grondstofschaarste al aan ziet komen. Denk aan oprakende olie en zeldzame metalen in je mobieltje. We profiteren in het Westen van een open economie, maar vrezen migranten en het verlies van een eigen identiteit. Ondertussen rijst de vraag of het onderliggende financiële systeem wel is gebouwd voor de lange termijn. Ook de mogelijkheden van de medische wetenschap zijn groter dan ooit, terwijl we niet in staat blijken de Q-koorts te voorkomen.

Greep op ons eigen bestaan (Paul Schnabel Volkskrant 2 januari 2010)
De Gammacanon is geen encyclopedie van de sociale wetenschappen. We willen met behulp van een aantal belangrijke concepten, theorieën en verschijnselen laten zien wat de bijdrage van de sociale- en gedragswetenschappen is aan de kennis van onszelf, van onze omgang met schaarse middelen en van de wijze waarop we met elkaar vormgeven aan een samenleving die ook óns weer gevormd heeft.
Verlichtende wetenschap (Paul Schnabel Volkskrant 18 december 2010)
Het zijn wetenschappen die het menselijk leven letterlijk en figuurlijk willen verlichten: begrijpelijk maken en ook voor gericht en bewust handelen toegankelijker maken. Net als in de natuur- en menswetenschappen gaat het om kennis die mensen kan helpen de weg te vinden naar een beter bestaan.

Prof. van Peursen in zijn boek Cultuur in stroomversnelling:
Het regelsysteem in ons hoofd is aangesloten op, ja, onderdeel van onze cultuurpatronen, zoals mythe, ethische normen,wetenschappelijke kennis. Wanneer een heel regelsysteem verandert, dan kan dit gebeuren doordat slechts een klein onderdeeltje van plaats wisselt. De mens schijnt, in de loop van de geschiedenis over talloze, telkens nieuwe, strategieën te beschikken. Deze wijzigingen in strategie zijn het opvallendste kenmerk van het menselijke leerproces dat wij ‘cultuur’ noemen en dus ook van de herstructurering van de menselijke samenleving. Een verandering in de strategie van de cultuur houdt in dat de mens een nieuwe betekenis, een andere zin aan alles gaat geven.

De kracht waardoor God zijn schepping stuurt, noemt Teilhard énergie amorisante, energie van liefde, "de meest universele, de geweldigste en de geheimzinnigste van alle kosmische energieën". Zij heeft twee aspecten. Het is de kracht waardoor God van buiten de tijd op zijn schepping inwerkt. Anderzijds is er in alle stof een beginsel van aanwezig: "Liefde is een algemene eigenschap van alle leven." Het is een energie die al bestond voor de vorming van de stof en die alles voortbrengt wat bestaat, die de evolutie richting geeft en tot voltooiing brengt. God schiep de wereld door Christus, door en in Wie immers alle dingen bestaan. Christus heeft het niet beneden zich geacht zich in het evolutieproces te verwikkelen; Hij bevindt zich, zegt Teilhard, "in het hart van de wereld, is erin geworteld tot in de kern van het kleinste atoom". Van Hem straalt de énergie amorisante uit, Hij is "de ziel van de evolutie".
Het derde kader waarin Teilhard de werking van de evolutie beschrijft, is dat van de énergie amorisante. Hiervan zegt hij, dat gedurende de eerste helft van de weg der evolutie haar stuwende werking het sterkst is, terwijl tijdens het tweede deel de aantrekkingskracht die van Omega uitgaat steeds toeneemt.

In welke richting mogen wij dan verwachten dat de evolutie verder gaat?
Antwoord: Hiervoor ziet Teilhard de Chardin maar één mogelijkheid. In miljarden jaren tijds heeft zij zich gericht op het ontstaan van het leven (de biogenese) en het bewustzijn (de psychogenese); nu zij zich grenzen gesteld ziet op het gebied van het individuele bewustzijn, liggen voor de noögenese de perspectieven op het collectieve vlak.
Teilhard ziet al om zich heen, hoe dit zich begint af te tekenen. De mensheid is, zegt hij, bezig de top van haar expansie- en organisatiekracht te bereiken. De industrialisatie is steeds meer in het teken van de techniek komen te staan. Deze is bezig zich over de hele wereld te verspreiden. Het wetenschappelijk onderzoek, waarbij de natuurwetenschappen een grote rol spelen, wordt in internationale banen geleid, waarbij een wereldomspannende samenwerking ontstaat. Veel denkbeelden en inzichten worden gemeenschappelijk bezit. Zo ontwikkelt de mensheid zich tot een soort mondiaal organisme. Ze omspant de aarde. Een netwerk van land-, zee- en lucht-wegen, telecommunicatie en radiogolven vormt "de schepping van een waarachtig zenuwstelsel van de mens-heid, uitwerking van een gemeenschappelijk bewustzijn".
Socialisatie op wereldniveau dus. De vele beschavingen zijn op weg naar één beschaving. Er zal zich, zegt Teilhard, een 'soortzin' ontwikkelen, waardoor de mensheid naar een steeds grotere eenheid zal toegroeien. Hierin zullen ook de godsdiensten betrokken worden: alle wereldgodsdiensten zullen één worden in het zich evoluerende christendom. En tenslotte zal ook het onderscheid tussen wetenschap en godsdienst vervagen, want alle vormen van kennen en weten zullen naar één vorm toegroeien. Teilhard maakt het ons niet makkelijk ons een voorstelling te maken van zijn begrip 'collectief bewustzijn'. Het is, zegt hij, een soort 'brein' van geasso-cieerde breinen, een superbrein. Dit woordgebruik is nogal misleidend: men is geneigd eruit te begrijpen, dat het gaat om iets waarin alle individualiteit zich oplost. Dit spreekt hij echter met kracht tegen: de vereniging van de bewustzijns zal het persoonlijke juist versterken, de eenheid zal de verschillen niet onderdrukken. In Omega zal zowel de mensheid als geheel een eenheid van de hoogste orde bereiken alsook iedere individuele mens volledig tot zijn recht komen.
Dit appèl geldt in de eerste plaats de natuurwetenschappen. Hij verwijt deze, dat zij verzuimen het bewustzijn in hun denkkaders te betrekken: "Het denken is nog nooit, met hetzelfde recht als de stoffelijke grootheden, bestudeerd als een werkelijkheid van kosmische en evolutieve aard." Door de relatie tussen stof en geest te negeren, ontkennen zij in feite de eenheid van de schepping. Zij hebben er geen goed aan gedaan de godsdienst de rug toe te keren.
Het appèl geldt evenzeer de godsdienst, die in haar visie op de wereld het aspect van de tijd negeerde en te lang vasthield aan het denkbeeld, dat het heelal fundamenteel onveranderlijk, statisch, zou zijn. Zij had te weinig oog voor Gods directe betrokkenheid bij zijn schepping en gaf te weinig blijk van het inzicht, dat Hij niet alleen de mens, maar de hele schepping wil verlossen.
Daarom pleit Teilhard ervoor, dat wetenschap en godsdienst naar elkaar gaan luisteren. Daarbij zal de wetenschap tot een hyperfysica moeten komen, die zowel de evolutie van het heelal als die van het leven en van de mensheid omvat. Deze zal, uitgaande van de verschijnselen, de werkelijkheid naar haar complexiteit en innerlijke samenhang moeten beschrijven en daarbij haar innerlijke zin zichtbaar rnaken. Er is immers maar één waarheid, en die is ongedeeld. Dan zal de schadelijke tegenstelling, die sinds Galilei en Newton godsdienst en wetenschap gescheiden houdt definitief verdwijnen. Beide hebben zij hun eigen rechtmatige manier om de ene werkelijkheid te benaderen. Beide maken zij Gods grootheid hierin zichtbaar.

W.T.S. Thackara Evolutie en schepping – 1 Intelligent ontwerp? (Sunrise sepokt 2003):
Op macroniveau bevestigde de natuurkundige Paul Davies een soortgelijk idee in Cosmic Blueprint (1988, p. 203): Alleen al het feit dat het heelal creatief is en dat de wetten het mogelijk hebben gemaakt dat complexe structuren verschijnen en zich ontwikkelen tot het niveau van bewustzijn – met andere woorden, dat het heelal zijn eigen zelfbewustzijn tot stand heeft gebracht – is voor mij een krachtig bewijs dat er achter dit alles ‘iets gaande is’. De indruk van een plan is overweldigend.

Het 3e Beginsel van de esoterie gaat over de leer van de hiërarchieën. Namelijk over de fundamentele gelijkheid van alle Zielen met de Universele Ziel, die zelf weer een aspect is van de Onbekende Wortel; en de verplichte pelgrimstocht voor elke Ziel – een vonk van eerstgenoemde – door de Kringloop van Incarnatie in overeenstemming met de Cyclische en Karmische wet, gedurende het gehele tijdperk. In de esoterie wordt van zeven bewustzijnsniveaus, zeven beginselen uitgegaan. Een doorsnede die daarvan is afgeleid geeft Roberto Assagioli in zijn boek Psychosynthese. De oerbron creëert het ‘Ik’ (bronbewustzijn, oerbewustzijn, Zelf-eon, immateriële ziel), de voorwaarde voor het zelfbewustzijn dat door het witte verlichte scherm kan worden geïllustreerd. Het is het ego (de werking van de zeven zintuigen, met een verscheidenheid aan aggregatieniveaus), de relatie tussen geest en lichaam, die zorgt voor het projecteren van de beelden op het scherm.

De twaalf heilige planeten:

H.P. Blavatsky: De Geheime Leer Deel I Stanza 5 Fohat: het kind van zevenvoudige hiёrarchieën (p. 154):
Het is niet de ‘heerser’ of ‘maharadja’, die straft of beloont, met of zonder toestemming of bevel ‘van God’, maar de mens zelf – omdat zijn daden of karma individueel en collectief (zoals soms met hele volkeren het geval is) allerlei soort kwaad en rampen aantrekt. Wij maken OORZAKEN, en deze wekken in de siderische wereld de overeenkomstige krachten op. Deze krachten worden magnetisch en onweerstaanbaar aangetrokken tot degenen die deze oorzaken teweegbrachten en werken op hen terug, of dergelijke personen nu inderdaad de boosdoeners zijn, dan wel alleen de denkers die het kwaad hebben uitgebroed. Gedachte is stof17, leert de moderne wetenschap ons; en ‘ieder deeltje van de bestaande stof moet een register zijn van alles wat er is gebeurd’, zoals Jevons en Babbage in hun ‘Principles of Science’ aan de niet ingewijde vertellen. De moderne wetenschap wordt iedere dag verder in de maalstroom van het occultisme getrokken, ongetwijfeld onbewust, maar toch sterk voelbaar. De twee voornaamste theorieën van de wetenschap over het verband tussen bewustzijn en stof zijn het monisme en het materialisme. Deze twee bestrijken het hele gebied van de negatieve psychologie, met uitzondering van de quasi-occulte opvattingen van de Duitse pantheïstische scholen18.
159/160: (a) De esoterische betekenis van de eerste zin van de sloka is, dat degenen die lipika’s zijn genoemd, de schrijvers van het karmische grootboek, een ondoordringbare versperring oprichten tussen het persoonlijke ego en het onpersoonlijke zelf, het noumenon en de oerbron van de eerstgenoemde. Vandaar de allegorie. Zij omgeven de gemanifesteerde wereld van stof met de ring ‘verder niet’. Deze wereld is het (objectieve) symbool van het ENE, dat op de gebieden van de illusie is verdeeld in het vele, van Adi (de ‘eerste’) of van Eka (de ‘ene’); en dit Ene is het collectieve aggregaat of het geheel van de belangrijkste scheppers of architecten van dit zichtbare heelal. In het Hebreeuwse occultisme is hun naam zowel Achath, vrouwelijk, ‘Een’, en Achod, ook ‘Een’, maar mannelijk. De monotheïsten hebben handig gebruikgemaakt van de diepzinnige esoterie van de Kabbala – en doen dat nog – door de naam, waaronder de Ene Opperste Essentie bekend is, toe te passen op de manifestatie DAARVAN, de sephiroth-Elohim, en die Jehova te noemen. Maar dit is volkomen willekeurig en geheel in strijd met rede en logica, want het woord Elohim is een zelfstandig naamwoord in het meervoud en identiek met het in het meervoud staande woord Chiim, waarmee het vaak wordt verbonden24.
De Geheime Leer Deel I Stanza 7 (p. 294):
Zo verlopen de cyclussen van de zevenvoudige evolutie in de zeventallige natuur: de geestelijke of goddelijke; de psychische of halfgoddelijke; de verstandelijke, die van de hartstochten, de instinctieve of cognitieve; de halflichamelijke en de zuiver stoffelijke of fysieke natuur. Deze evolueren en vorderen alle cyclisch; ze gaan op twee manieren in elkaar over, middelpuntvliedend en middelpuntzoekend; ze zijn in hun diepste essentie één, maar zeven in hun aspecten. Het laagste aspect is natuurlijk afhankelijk van en ondergeschikt aan onze vijf fysieke zintuigen. Tot dusver ging het over het individuele, menselijke, waarnemende, dierlijke en plantaardige leven; elk de microkosmos van zijn hogere macrokosmos.
295: De pelgrim, die de lange reis onbevlekt is begonnen, die steeds verder is afgedaald in de zondige stof, en zich heeft verbonden met elk atoom in de gemanifesteerde Ruimte, die elke levens- en bestaansvorm heeft doorworsteld en daarin heeft geleden, is nog maar tot de bodem van het dal van de stof gekomen, halverwege zijn cyclus, als hij zich heeft vereenzelvigd met de collectieve mensheid. Deze heeft hij naar zijn eigen beeld gemaakt. Om omhoog en huiswaarts te kunnen gaan, moet de ‘god’ nu het moeizame steile pad van het Golgotha van het Leven beklimmen. Het is het martelaarschap van zelfbewust bestaan. Zoals Visvakarman, moet hij zich aan zichzelf offeren om alle schepselen te verlossen, om uit de velen tot het Ene Leven op te staan. Dan stijgt hij inderdaad naar de hemel op, waar hij, gedompeld in het onbegrijpelijke absolute Zijn en de gelukzaligheid van paranirvana, onbeperkt heerst en vanwaar hij weer zal neerdalen bij de volgende ‘komst’, die een deel van de mensheid volgens de dode letter verwacht als de tweede advent, en een ander deel als de laatste ‘Kalki-Avatar’.
H.P. Blavatsky De Geheime Leer Deel I, Samenvatting (p. 301):
(6.) Het Heelal wordt van binnen naar buiten bestuurd en geleid. Zoals boven, zo is het ook beneden, zoals in de hemel, zo ook op aarde; en de mens – de microkosmos en het verkleinde evenbeeld van de macrokosmos – is de levende getuige van deze universele wet en van haar manier van werken. We zien dat iedere uitwendige beweging, handeling, gebaar, hetzij vrijwillig dan wel mechanisch, organisch of mentaal, wordt voortgebracht en voorafgegaan door een inwendig gevoel of emotie, door wil of wilskracht, en door gedachte of verstand. Zoals er onder normale omstandigheden geen uiterlijke beweging of verandering kan plaatsvinden in het uitwendige lichaam van de mens, tenzij deze wordt opgewekt door een innerlijke impuls, afkomstig van één van de drie genoemde functies, kan dit evenmin geschieden in het uitwendige of gemanifesteerde Heelal. De hele Kosmos wordt geleid, beheerst en bezield door een bijna eindeloze reeks hiërarchieën van bewuste wezens, die elk een taak hebben te volbrengen en die – of we ze nu de ene of de andere naam geven en ze Dhyan-Chohans of engelen noemen – ‘boodschappers’ zijn, maar alleen in die zin dat ze werktuigen zijn van de karmische en kosmische wetten.
306: (2) De Geheime Leer erkent een logos of een collectieve ‘schepper’ van het Heelal; een demiurg – in de zin waarin men spreekt over een ‘architect’ als een ‘schepper’ van een gebouw, hoewel die architect er nooit één steen van heeft aangeraakt, maar het bouwplan leverde en al het handwerk aan de metselaars overliet; in ons geval werd het bouwplan geleverd door het beeldende vermogen van het Heelal en werd de uitvoering overgelaten aan de menigten intelligente machten en krachten. Maar die demiurg is geen persoonlijke godheid – d.w.z. een onvolmaakte buiten-kosmische god – maar slechts de totaliteit van de Dhyan-Chohans en de andere krachten.
307: (4) Materie is eeuwig. Zij is de upadhi (stoffelijke grondslag) waarop het ene oneindige universele denkvermogen zijn ideeën vormt. De esoterici verklaren daarom dat er in de natuur geen anorganische of dode stof bestaat. Het onderscheid dat de wetenschap in dit opzicht maakt, is even ongegrond als willekeurig en onredelijk. Wat de wetenschap ook denkt – en de exacte wetenschap is een wispelturige dame, zoals we allen uit ervaring weten – het occultisme weet en zegt sinds onheuglijke tijden dat het anders is, vanaf Manu en Hermes tot aan Paracelsus en zijn opvolgers.
Zo zegt Hermes, de driemaal grote Trismegistus: ‘O, mijn zoon, materie wordt; vroeger was zij; want materie is het voertuig van het worden. Worden is de activiteit van de ongeschapen godheid. Nadat de (objectieve) materie is voorzien van de kiemen van het worden, wordt zij geboren, want de scheppende kracht modelleert haar volgens de ideale vormen. Nog niet voortgebrachte materie had geen vorm; zij wordt, wanneer zij in werking is gesteld.’ (The Definitions of Asclepios, blz. 134, ‘Virgin of the World’.)
309: Alle christelijke kabbalisten hebben de volgende oosterse kerngedachte goed begrepen: de actieve kracht, de ‘eeuwigdurende beweging van de grote adem’, doet de Kosmos bij de dageraad van ieder nieuw tijdperk slechts ontwaken en zet deze in beweging door middel van de twee tegengestelde krachten6, en veroorzaakt zo, dat hij objectief waarneembaar wordt op het gebied van de illusie. Met andere woorden, die tweeledige beweging brengt de Kosmos van het gebied van het eeuwige ideële over naar dat van de eindige manifestatie, of van het noumenale naar het fenomenale gebied. Alles wat is, was en zal zijn, IS eeuwig, zelfs de ontelbare vormen, die alleen eindig en vergankelijk zijn in hun objectieve, maar niet in hun ideële vorm. Ze bestonden als ideeën in de eeuwigheid en wanneer ze heengaan, zullen ze als weerspiegelingen blijven bestaan. Noch de vorm van de mens, noch die van een dier, plant of steen is ooit geschapen, en pas op ons gebied begon deze vorm te ‘worden’, d.w.z. zich te objectiveren tot zijn huidige mate van stoffelijkheid, of zich van binnen naar buiten uit te breiden, van de meest verfijnde en bovenzinnelijke essentie tot zijn meest grove verschijning.
6) De middelpunt zoekende en de middelpuntvliedende krachten, die mannelijk en vrouwelijk zijn, positief en negatief, fysiek en geestelijk; en deze twee vormen de ene oorspronkelijke KRACHT.
De Geheime Leer Deel I hoofdstuk Over elementen en atomen Vanuit het standpunt van de wetenschap en van het occultisme (p. 637):
De gnostici onderwezen de planetaire oorsprong van de monade (ziel) en van haar vermogens. Op haar weg naar de aarde en daarvan terugkerend moest elke ziel, die in en uit het ‘grenzeloze licht’15 werd geboren, in beide richtingen door de zeven planetaire gebieden gaan. De zuivere Dhyāni’s en Deva’s van de oudste religies waren in de loop van de tijd bij de Zoroastriërs de zeven Devs, de dienaren van Ahriman geworden, ‘elk geketend aan zijn planeet’ (zie de Copy of the Chart van Origenes); bij de brahmanen de Asura’s en enkele rishi’s – goede, slechte en indifferente; en bij de Egyptische gnostici was Thoth (of Hermes) het hoofd van de zeven, van wie de namen door Origenes worden gegeven als Adonai, genius van de Zon; Tao van de Maan; Eloi van Jupiter; Sabao van Mars; Orai van Venus; Astaphai van Mercurius; en Ildabaoth (Jehova) van Saturnus.

De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk De rassen met het ‘derde oog’ (p. 331):
In deze fantastische scheppingen van een weelderig subjectivisme is er altijd een element van objectiviteit en werkelijkheid. De verbeelding van de massa, hoe wanordelijk en slecht beheerst deze ook is, kon nooit zoveel monsterlijke figuren, zo’n rijkdom aan buitengewone verhalen uit het niets hebben verzonnen en voortgebracht, als zij niet als kern daarvan die zwevende, duistere en vage herinneringen had gehad, die de gebroken schakels van de keten van de tijd verenigen om daarmee de geheimzinnige droomachtige grondslag van ons collectieve bewustzijn te vormen.
De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk 18 Over de mythe van de gevallen engel (p. 553):
De eerste les van de esoterische filosofie leert dat de onkenbare Oorzaak geen evolutie teweegbrengt, hetzij bewust of onbewust, maar dat zij slechts periodiek verschillende aspecten van zichzelf laat zien, die door eindige denkvermogens kunnen worden waargenomen. Het collectieve denkvermogen – het universele – dat is samengesteld uit verschillende en talloze menigten van scheppende machten, hoe oneindig ook in de gemanifesteerde tijd, is toch eindig, wanneer het wordt gesteld tegenover de ongeboren en onvergankelijke Ruimte in haar hoogste essentiële aspect. Wat eindig is, kan niet volmaakt zijn.
De Geheime Leer Deel II hoofdstuk 22 De symboliek van de mysterienamen Iao en Jehova en hun verband met het kruis en de cirkel (p. 612):
Niettemin is één ding duidelijk: het deel van de ‘Heer’ (van ‘Jehova’) is zijn ‘uitverkoren volk’ en geen ander, want Jakob alleen is het hem toegemeten erfdeel. Wat hebben dan andere volkeren, die zich Ariërs noemen, te maken met deze Semitische godheid, de stamgod van Israël? In sterrenkundige zin is de ‘Allerhoogste’ de Zon, en de ‘Heer’ is een van zijn zeven planeten, hetzij Iao, de genius van de Maan, of Ilda-Baoth-Jehova, die van Saturnus, volgens Origenes en de Egyptische gnostici1. Laat de ‘engel Gabriël’, de ‘Heer’ van Iran, waken over zijn volk; en Michaël-Jehova over zijn Hebreeën. Dit zijn niet de goden van andere volkeren, en ook waren zij nooit die van Jezus. Zoals elke Perzische Dev aan zijn planeet is geketend (zie Origenes’ kopie van de kaart), zo heeft elke hindoe-deva (een ‘Heer’) zijn toegewezen deel, een wereld, een planeet, een volk of een ras. Een veelheid van werelden vereist een veelheid van goden. Wij geloven in de eerstgenoemde en kunnen de laatstgenoemden erkennen, maar zullen hen nooit vereren. (Zie Afdeling 3, ‘Over ketens van planeten en hun veelvoudigheid’.)
1) Bij de Egyptische gnostici was Thoth (Hermes) het hoofd van de zeven (zie Dodenboek). Hun namen worden door Origenes gegeven als Adonai (van de Zon), Iao (van de Maan), Eloi (Jupiter), Sabao (Mars), Orai (Venus), Astaphai (Mercurius) en tenslotte Ildabaoth (Saturnus).
620: Tussen haakjes, de omschrijving van de godheid door de cirkel is helemaal niet van Pascal, zoals E. Lévi dacht. Deze werd door de Franse filosoof ontleend, hetzij aan Mercurius Trismegistus, of aan het Latijnse boek De Doctā Ignorantiā van kardinaal Cusa, waarin hij deze omschrijving gebruikt. Bovendien wordt deze door Pascal verminkt, want hij vervangt de woorden ‘kosmische cirkel’, die symbolisch in de oorspronkelijke inscriptie voorkomen, door het woord theos. Bij de Ouden waren beide woorden synoniem.
De Geheime Leer Deel II hoofdstuk 25 De mysteriën van het zevental (p. 717):
Zo zegt hij dat ‘de lezer van de boeken van Böhme daarin veel vindt over deze zeven oorspronkelijke geesten en oerkrachten, die in de alchimistische en astrologische fase van de middeleeuwse mysteriën worden behandeld als zeven eigenschappen van de natuur’1, en hij voegt eraan toe:
‘De volgelingen van Böhme beschouwen deze zaak als de goddelijke openbaring van zijn geïnspireerde zienerschap. Zij weten niets van de natuurlijke ontstaansgeschiedenis, de geschiedenis en het voortbestaan van de wijsheid2 uit het verleden (of van de verbroken schakels) en zijn niet in staat de gelaatstrekken van de oude zeven geesten achter hun moderne metafysische of alchimistische masker te herkennen. Een tweede verbindingsschakel tussen de theosofie van Böhme en de fysieke oorsprongen van het Egyptische denken is te vinden in de fragmenten van Hermes Trismegistus3. Het doet er niet toe of deze leringen die van de illuminaten, dan wel boeddhistisch, kabbalistisch, gnostisch, maçonniek of christelijk worden genoemd, de elementaire typen kunnen alleen in hun begin werkelijk worden gekend4.

<< vorige || volgende >>

Categorie: Artikelen | Rapport | Auteur: Harry Nijhof


Deze pagina werd sedert 16 dec. 2007 keer bekeken. \