8.3.1 Normen en Waarden

De volledigheid is als water, Laozi:
Wanneer iemand zou willen regeren en iets tot stand zou willen brengen door handeling, besef ik dat hij niet slagen kan. Het koninkrijk is een geestelijk ding en kan niet door handelen worden verworven. Hij, die het op die wijze zou willen winnen, vernietigt het. Hij, die het in zijn greep zou willen vasthouden, verliest het.
Een geestelijk koninkrijk wordt alleen werkelijk veroverd door vrij te zijn van doelstelling en activiteit. De wijze is niet menslievend of goed, de volledigheid is als water. Water doet goed aan alle wezens en strijdt niet. Het woont op plaatsen door alle mensen veracht. Daarin komt de wijze Tao nabij. Hij leeft graag op lage plaats. Zijn hart mint de diepte. In weldoen mint hij de liefde. In spreken de waarheid, in bestuur de orde, in werken bekwaamheid, in handelen de geschikte tijd. Hij strijdt niet, daardoor treft hem geen blaam.
Plato: Als ik vind dat iets niet deugt, komt dat dan niet omdat ikzelf niet deug?
God vertelde hen: Van alle bomen in de tuin mag je eten, maar niet van de boom van de kennis van goed en kwaad; wanneer je daarvan eet, zul je onherroepelijk sterven. (Gen. 2:16-17)
F. Schiller: Wie wil opvoeden, moet zelf opgevoed zijn.
Winston Churchill: The first lesson that you must learn is, when I call for statistics about the rate of infant mortality, what I want is proof that fewer babies died when I was Prime Minister than when anyone else was Prime Minister.
Carl Jung: Tot persoonlijkheid kan niemand opvoeden, die dat zelf niet is.
Niall Ferguson: De financiële markten vormen een spiegel van de mens. We kunnen de spiegel niet de schuld geven dat zij onze lelijke kanten net zo duidelijk weergeeft als onze mooie.

Regeneratie en Degeneratie (Vijf individuele - en collectieve dimensies, Absoluut en Relatief)

1 Korintiërs 13 vers 4/10:
4 De liefde is geduldig en vol goedheid. De liefde kent geen afgunst, geen ijdel vertoon en geen zelfgenoegzaamheid.
5 Ze is niet grof en niet zelfzuchtig, ze laat zich niet boos maken en rekent het kwaad niet aan,
6 ze verheugt zich niet over het onrecht maar vindt vreugde in de waarheid.
7 Alles verdraagt ze, alles gelooft ze, alles hoopt ze, in alles volhardt ze.
8 De liefde zal nooit vergaan. Profetieën zullen verdwijnen, klanktaal zal verstommen, kennis verloren gaan –
9 want ons kennen schiet tekort en ons profeteren is beperkt.
10 Wanneer het volmaakte komt zal wat beperkt is verdwijnen.
Wim Kan: Als iedereen een ander mens gelukkig maakt, zijn we allemaal gelukkig. Tenzij we een oneven aantal mensen hebben.
Herman van Rompuy:
in de winter
klinkt het gekras van de kraaien
ijler dan anders (haiku, 19 december 2010)
Gabriël van den Brink Het vermogen van politici om publiekelijk in te gaan op morele en sociale vragen, dat ontbreekt totaal.

Geniet ervan! (Tannie van Eck Volkskrant 19 mei 2016 p. 24):
Dat was optimaal genieten van de column van Jean-Pierre Geelen (V, 17 mei). Wat men tegenwoordig ook doet, zonder het advies 'geniet ervan' is dat kennelijk niet meer mogelijk. Zo verwordt genieten en genot tot een leeg begrip. De column knip ik dan ook uit om nogmaals en nogmaals te lezen. En al lezend te genieten.

Van geluk gesprokenof 'Als je op tv iets van jezelf prijsgeeft, is het gemeengoed' (Bart Jungmann Volkskrant 29 december 2016 bijlage p. 16-17):
Hij deed aan mindfulness, ging naar de kerk en onderging een aantal tests voor een tv-serie over geluk. Wat stak presentator Paul Witteman daarvan op?
Geluksbron
Paul Wittemans grootste bron van geluk? Dat is klassieke muziek. Het gaf hem ook een zetje in breder verband op zoek te gaan naar geluk. 'Een presentator die ontroerd wordt door Brahms, stapt ook in dit soort dingen.' In de uitzending over geloof beweerde predikant Kees Kraayenoord dat de muziek van Bach niet kan worden losgekoppeld van de religieuze tekst. 'Dat vind ik dus grote onzin. Ik voel dezelfde ontroering bij Sjostakovitsj en die mocht niet eens religieus zijn.'
Als thema volgde geluk op een eerdere serie waarin de wetenschappelijke mogelijkheden van een langer leven werden onderzocht. 'Dan is het een logische stap om te kijken of we ook de geestelijke gezondheid kunnen oprekken. Daar zijn inmiddels duizenden methoden voor ontwikkeld. Religie ligt daarin misschien iets minder voor de hand, hoewel het idee van een gemeenschap daartoe zeker bijdraagt.'
Boven op de kast met cd's in de huiskamer staat een Mariabeeld, maar dat staat er slechts voor de lol. Het geloof heeft Paul Witteman afgezworen na een jeugd waarin de rooms-katholieke kerk een overheersende rol had gespeeld.

'Pessimisme leidt tot langer leven bij ouderen' (Dennis Rijnvis 28 februari 2013):
Ouderen die geen hoge verwachtingen hebben over de toekomst blijven langer in leven en hebben minder gezondheidsproblemen. Dat blijkt uit een nieuw wetenschappelijk onderzoek. Als mensen van boven de 65 jaar negatieve toekomstverwachtingen hebben en daardoor onderschatten hoe gelukkig ze zich zullen voelen in de toekomst, hebben ze minder kans om gehandicapt te raken.
Ook lopen pessimistische ouderen minder risico om snel te sterven. Dat schrijven Duitse onderzoekers van de Universiteit van Erlangen-Nüremberg in het wetenschappelijk tijdschrift Psychology & Aging.

Genieten of Zenuwachtig van gedwongen genieten (Jean Pierre Geelen Volkskrant 17 mei 2016 katern Vonk p. 4):
Van Douwe Bob tot Max Verstappen: genieten is de mantra van deze tijd, een heilige opdracht.
Het epicurisme is doorgeslagen, de massa dronken van geluk. Ik word een beetje zenuwachtig van dat gedwongen genieten. Zo voelde ik geen enkele emotie bij de daden van zowel Douwe als Max. Het laat me koud wie het snelst rondjes rijdt en of dat toevallig een Hollander is. Het genotsgebod zadelt me op met schuldgevoel.
Het zal mijn calvinistische inslag zijn die me doet vrezen voor de dag waarop ieder 'maximaal geniet' en de platste instincten regeren. De een z'n genot gaat makkelijk ten koste van andermans geluk. Zoals wijlen filosoof Cornelis Verhoeven zei: 'Vissen, dat is om 4 uur 's morgens de buurt wakker knetteren met je brommertje om te genieten van de stilte van het water.'
Ik ben dol op genieten, maar hoe vaker de dronkenschap me wordt opgedrongen, hoe nuchterder ik blijf. Fijne dag verder. En geniet ervan.

Brexit: een ramp voor Nederland of Wat blijft het lauw in Nederland als het om de Brexit gaat (René Cuperus Volkskrant 19 mei 2016 p. 24):
Misschien dat Brexit een schokeffect oplevert voor een betere Unie. Maar het kan ook de start zijn van de verdere aftakeling. Laten we daarom eerst nog even vanuit Nederland laten weten dat we de Britse common sense, humor en het democratisch oergevoel in het toekomstige Europees Project niet willen missen!

Zelfdiscipline splijt de samenleving (Marc van Dijk Trouw 22 november 2013):
Vormt discipline de basis van een nieuwe maatschappelijke tweedeling?
Een gebrek aan discipline is vrijwel dagelijks in het nieuws, al wordt het meestal anders genoemd. We eten verkeerd en te veel, we drinken te veel en maken ons zorgen over asociaal gedrag, opvoedingsproblemen en onderwijsuitval.
Elite
Huijer: "Hoogopgeleide ouders stimuleren hun kinderen tot zelfstandig gedrag, waardoor ze weerbaarder worden tegen de overvloed dan kinderen met lager opgeleide ouders. Dat verschil wordt daarna nog eens versterkt in het hoger onderwijs.
De nieuwste top-opleidingen, zoals de university colleges, richten zich sterk op het vergroten van de zelfdiscipline van de studenten. Zo ontstaat een elite die meer zelfdiscipline meekrijgt dan de grote middenmoot van studenten. Die middenmoot wordt alleen afgerekend op het aantal gehaalde studiepunten. Op gehoorzaamheid dus. Terwijl de kleine groep bijzonder getalenteerde studenten nóg meer zelfdiscipline krijgt dan ze al had."

Marli Huijer Verslag werkzaamheden leerstoel filosofie van cultuur, politiek en religie vanwege stichting Civis Mundi 14 januari 2014:
Als vervolg op het boek ritme schreef ik dit voorjaar het boek Discipline. Overleven in overvloed. Publicatiedatum: 13 november 2013. Uitgeverij Boom organiseerde een zeer drukbezochte presentatie in Felix Meritis (inleiding door Ad Verbrugge, Gabriel van den Brink, Henk Oosterling en mijzelf), dagblad Trouw presenteerde het boek in het filosofisch elftal en als voorpublicatie, Filosofie Magazine plaatste groot interview, en radio Pavlov en radio Hoe? Zo! Besteedden er uitgebreid aandacht aan. Ook andere media hebben inmiddels hun interesse getoond.

Marli Huijer En nu de echte seksuele bevrijding
Het geslacht dat iemand bekleedt in de maatschappij (gender), en de daarbij behorende gedragspatronen, worden geconstrueerd door wat Butler in navolging van taalfilosoof John Austin performativiteit noemt. Er is een bepaald repertoire aan handelingen dat maakt dat iemand de rol van man of vrouw krijgt toebedeeld. Omdat die handelingen cultureel bepaald zijn en die cultuur aan het individu vooraf gaat, is het onmogelijk gedrag te vertonen dat niet in de hokjes mannelijk en vrouwelijk uiteenvalt.

Tussen mensen Lezing door Denker des Vaderlands Marli Huijer (Lezing 3 december 2015):
Wat maakt dat mensen die elkaar niet kennen elkaar toch vertrouwen? Hoe is dat tussen vluchtelingen en gevestigden? Denker des Vaderlands Marli Huijer heeft tussenruimte op de agenda gezet: 'Vaak denken we over onszelf in termen van het innerlijk, maar de verschillen zitten juist aan de buitenkant en in de ruimte tussen mensen.'
In haar lezing gaat Huijer in op het thema tussenruimte en koppelt dit aan onze huidige opvang van vluchtelingen. Ze vraagt zich af hoe mensen in publieke ruimtes de juiste nabijheid en de juiste afstand tot stand brengen. Wat maakt dat je je op straat en in andere publieke ruimtes op je gemak voelt? Hoe verhoudt dit zich tot de plekken buiten de stad waar we nu vluchtelingen opvangen? Kunnen we de tussenruimte zo inrichten, dat ook vluchtelingen vertrouwde vreemden worden?
Na de lezing zal voormalig Syrisch vluchteling Khaled Al Haj Saleh kort geïnterviewd naar aanleiding van zijn bezoek met Marli Huijer aan het vluchtelingenkamp Heumensoord eerder op de dag. Daarna gaan Marli Huijer en Frank Meester met elkaar en met de zaal in gesprek.

Het Hogere is niet met God uit Nederland verdwenen (Maaike van Houten −Trouw 9 december 2011):
Nederland ontkerkelijkt, maar dat betekent niet dat het Hogere uit het dagelijks bestaan is verdwenen. Integendeel zelfs, Nederland kent 'een geweldige hoeveelheid' idealisme, betoogt cultuursocioloog Gabriel van den Brink in zijn boek 'Eigentijds idealisme', dat tevens een aanklacht is tegen het verwoestende cynisme dat Nederland in zijn greep houdt.

BBP, weg er mee (Arriejan Korteweg Volkskrant 22 oktober 2015 p. 21):
Hoe een parlementaire commissie vrije tijd, geluk en veiligheid wil meten.
Al decennia staan er vraagtekens achter het Bruto Binnenlands Product (BBP) als alleenzaligmakend instrument om te bepalen hoe we er voor staan. Dat BBP doet alsof welvaart hetzelfde is als centen tellen. Robert Kennedy zei het al in 1968: het BBP meet de productie van napalm en sigarettenreclame. Maar het meet niet de gezondheid van onze kinderen of de kwaliteit van onze poëzie. Niet onze wijsheid, onze kennis en ons mededogen. Koning Wangchuk van Bhutan voerde in 1972 Bruto Nationaal Geluk in als belangrijkste indicator voor de stand van het land.
Vaak zijn het rechtse regeringsleiders die dergelijk onderzoek in gang zetten. David Cameron toonde zich ontvankelijk, in Frankrijk zette Nicolas Sarkozy in 2009 de Nobelprijswinnaars Amartya Sen en Robert Stiglitz aan het werk, samen met de Franse econoom Jean-Paul Fitoussi - wetenschappers van linkse snit.
Toen ik Fitoussi indertijd vroeg waarom rechts zijn inzichten bij links haalt, had hij een bondig antwoord. 'De simpele feiten geven rechts ongelijk en links gelijk. Dit is niet het moment om te adviseren de markt zijn gang te laten gaan.'
Het lijvige rapport van Fitoussi c.s werd welwillend onthaald bij de OESO, de EU en op de G20 van Pittsburgh, maar belandde daarna in een la. Het was crisis, economen en regeringsleiders hadden andere dingen aan hun hoofd.
Elke schijn dat deze commissie het gelijk van Jesse Klaver en diens economisme gaat aantonen, moet worden vermeden. Daarom is Groen Linkser Grashoff uiterst behoedzaam als hij over 'zijn' commissie spreekt. 'Ik zie geen waterscheiding links-rechts. We moeten af van een technocratische benadering, dat wordt breed gedeeld.

Leo Bormans Geluk. The World Book of Happiness
Europees Voorzitter Herman Van Rompuy stuurde in 2012 het boek Geluk. The World Book of Happiness als nieuwjaarscadeau aan alle wereldleiders. In de aanbevelingsbrief die hij daarbij voegt, pleit hij er uitdrukkelijk voor om geluk, levenskwaliteit en welbevinden van mensen bovenaan de politieke agenda te zetten. We kunnen met z’n allen kiezen voor andere prioriteiten in de politieke en economische agenda maar ook in ons eigen leven en dat van wie ons omringt. Het lijkt misschien een softe boodschap maar dat is het niet.

Erik Mertens Geen crisis, maar 'evidence based happiness'?
"Voor het eerst hebben we het geluk weggehaald uit die wereld van de softheid, de religie, de filosofie. (…) Ja, het is meetbaar! Het is een wetenschap hé. Er zijn heel veel dingen waar we in geslaagd zijn ze te meten. Bijvoorbeeld pijn: daar weten we ook wel van of je veel of weinig pijn hebt. (…) We weten dat geluk voor 50 procent genetisch bepaald wordt, voor 10 procent door omstandigheden, en voor 40 procent door onze eigen inbreng en onze eigen activiteiten. (…) Het ergste wat een mens kan overkomen is dat twee pessimisten met elkaar trouwen, want dat heeft een genetisch effect van nog eens grotere pessimisten, dus het is maar best om een optimist te vinden om mee te trouwen. (…)" (5)
Optimisme als een morele deugd. Ik wil deze moraalfilosofische uitspraak graag mee verdedigen. La vita e bella. Maar het wordt gevaarlijk wanneer de ethiek ervan verworpen wordt en er alleen nog maar een neoliberale ideologie van het optimisme verdedigd wordt, die zich op de koop toe vereenzelvigt met een zogenaamde wetenschap van het optimisme. Dan gaat het niet meer over een moral duty, maar over een science (of moral duty). Wetenschap wordt zo van A1, van A2 en van A3 steeds meer een toverwoord in onze maatschappij. Een toverwoord dat wil onttoveren.
Herman Van Rompuy is alleszins heel gelukkig dat hij de boodschap van de 'Movement For Happiness' wereldwijd kan uitdragen, "to rear the fabric of felicity by the hands of reason and of law". (7)
Het is een nobel doel om het geluk zo goed mogelijk te verdelen. Wat kunnen we zelf en wat moet de politiek doen om het geluk te maximaliseren? Dit is een belangrijke, maar heel complexe vraag. Daarom luister ik telkens weer met stijgende verontwaardiging naar diegenen die beweren dat het antwoord op die vraag simpel is of gewoon wetenschap heet. Is het niet aanmatigend om in deze tijden van crisis te beweren dat het geluk een louter wetenschappelijke kwestie is en dat we gewoon moeten kiezen voor zoiets als evidence based happiness? (8)
Evidence based happiness? … Als onbevooroordeelde geïnteresseerde leek roept het meteen zoiets op als het triviale geluk van de kleermaker in Le monde et le pantalon van Beckett. "De klant: God heeft de wereld in zes dagen geschapen, en u, u bent nog niet in staat me een broek te maken in zes maanden". De klant wordt er niet gelukkiger van. Maar wat is het gelukkige antwoord van de kleermaker, die uiteindelijk de broek volledig klaar heeft: "De kleermaker: Maar meneer, kijk eens naar de wereld, en kijk eens naar uw broek." (9)
Een grap en een griezelverhaaltje
Voor mij is het geluk van de kleermaker veel evidenter dan het wetenschappelijke geluk van de topexpert in de positieve psychologie. Of ook het geluk van die Duitser in de anekdote die Lacan tijdens de eerste les van zijn seminarie over de ethiek aanhaalt. Aan een Duitse immigrant die aankomt in Amerika wordt gevraagd "Are you happy?" "Oh Yes", antwoordt de Duitser, "I am very happy. I am really very, very happy, aber nicht glücklich!" (10)
En dan zullen de positivo's zeggen: "ja, maar wereldwijd heeft de wetenschap aangetoond dat het nicht glücklich sein (of minstens toch the right to sadness) een essentieel deel is van de 'happiness'." Fantastisch! Het is inderdaad toch wel echt genieten, die happiness. Maar valt dat genot samen met het weten? Of is het niet eerder de scheur in het doek van het weten?
Als we ophouden met lachen om de zogeheten pure wetenschappelijke becijfering van het geluk, dan vrees ik dat we alleen nog maar in staat zullen zijn om op een kurkdroge brutonationale manier gelukkig te zijn in een pseudowetenschappelijke droom, ver verheven boven onze reële natuur.
Misschien moeten onze politici zich nog eens buigen over het griezelverhaaltje dat Heinrich Heine in 1834 vertelde aan de Fransen om er de Duitse filosofie van Immanuel Kant mee te introduceren. Het illustreert de twee kanten van het zelfverwezenlijkingproject. 'Causa sui' van het geluk?
"Er gaat het verhaal", vertelt Heine, "dat een Engelse werktuigkundige, die al de vernuftigste machines had uitgevonden, ten slotte op het idee kwam om een mens te fabriceren, wat hem uiteindelijk nog lukte ook. Het werkstuk dat hij zelf in elkaar had gezet, kon zich in ieder opzicht als een mens bewegen en gedragen en had in zijn leren borstkas zelfs een soort menselijk gevoel, dat van de gemiddelde gevoelens van de Engelsen niet eens zo heel veel verschilde. Hij kon in gearticuleerde klanken zijn gevoelens uiten."
"Juist het geluid van die inwendige wieltjes, raspen en schroeven, dat men dan te horen kreeg, gaf die klanken een typisch Engels accent. Om kort te gaan, die automaat was een volmaakte gentleman en om helemaal een echt mens te worden had hij alleen nog een ziel nodig. Maar een ziel kon de Engelse mechanicus hem niet geven en de arme stakker, die gemerkt had wat hij miste viel zijn schepper nu dag en nacht lastig met het verzoek, hem een ziel te geven."
"Dat verzoek werd steeds dringender herhaald en ging die kunstenaar ten slotte zo op zijn zenuwen werken, dat hij voor zijn eigen kunstwerk op de vlucht sloeg. Maar de automaat nam meteen een extra snelle postkoets, achtervolgde hem naar het vasteland en reisde voortdurend achter hem aan, krijgt hem soms te pakken en ratelt en snort hem dan in de oren: give me a soul."
"We vinden deze twee figuren in alle landen", zegt Heine, "en wie hun bijzondere relatie kent, begrijpt hun zonderlinge haast en angstige verslagenheid. Maar als men van die bijzondere relatie op de hoogte is, ziet men daarin ook iets algemeens, namelijk dat een deel van het Engelse volk genoeg heeft van zijn mechanisch bestaan en een ziel wenst, terwijl het andere deel uit angst voor die wens kris en kras door de wereld wordt gejaagd, maar dat ze het alle twee thuis niet kunnen uithouden." (11)
Zo'n griezel kan je natuurlijk niet in een nieuwjaarsgeschenk verpakken. Wel een happy Fairytale Beginning. Goesting en voldoening geeft dat. Maar als ik even het 'recht op pessimisme' mag opeisen, dan zou ik er graag op willen wijzen dat in het opgeblazen 'meten is weten'-sprookje een spook schuilt dat groeit met de dag dat men erin gelooft. Het sprookje bestaat eigenlijk uit niets meer dan cijfertjes, getallen en tabellen. Maar deze statistische ziel reist ons voortdurend achterna, krijgt ons vaak te pakken, en ratelt en snort in onze oren: Give me a body. En, als nu aan dat imaginatio van spindokters een body wordt gegeven, zeg maar een genot, dan zit er een 'beast in the jungle'. En pas maar op of het heeft u te pakken, met de wetenschap als excuus.
Oneindig veel griezeliger vindt Heinrich Heine dat "Het is afschuwelijk, als de lichamen, die we hebben geschapen een ziel willen hebben. Maar het is nog veel huiveringwekkender, afschuwelijker en griezeliger als we een ziel hebben geschapen die een lichaam van ons eist en ons met die wens achtervolgt. Zo'n ziel is de gedachte die we hebben gedacht, en ze gunt ons geen rust voor we haar een lichaam hebben gegeven. De gedachte wil daad, het woord wil vlees worden. (…)"
"Drie wegen om gelukkiger (niet gelukkig) te worden"
Het is natuurlijk met de beste bedoelingen dat onze leiders genieten van de gelukzaligheid. Maar misschien moeten ze hun droom van een maximalisatie van dat genot toch eens eerst helemaal dromen, en dan nog eens vertellen. Tot er iets heel lichts overblijft waar de harde wetenschap vanaf gevallen is, zoals bij Jean Paul: "Ik heb nimmer meer dan drie wegen kunnen ontdekken om gelukkiger (niet gelukkig) te worden. De eerste weg, die de hoogte in gaat, is: zich zo hoog boven de wolken des levens verheffen, dat men de hele uiterlijke wereld met haar wolvenkuilen, knekelhuizen en bliksemafleiders vanuit de verte, als een gekrompen kindertuintje, onder zijn voeten ziet liggen."
"De tweede is: zich juist te laten vallen in dat tuintje en zich daar zo gezellig in een voor te nestelen dat, wanneer men vanuit zijn warme leeuweriksnest naar buiten kijkt, men eveneens geen wolvenkuilen, knekelhuizen en bliksemafleiders ontwaart, doch slechts aren, die ieder voor de nestvogel een boom vormen en een zonne- en regenscherm."
"De derde ten slotte – die ik als de moeilijkste en meest verstandige beschouw – is, de twee andere af te wisselen. Dit wil ik de mensen nu eens goed duidelijk maken." (12)
En vervolgens een pleidooi houden om de levenskunst vooral niet te verwetenschappelijken, want anders verwordt ze tot kitsch, net zoals het 'geluk als wetenschap' gewoon kitsch is en compleet verbleekt als je het legt naast het stuntelige vers van een klein kind.
Het zogenaamde wetenschappelijke geluk zal snel in onbruik raken, want het is alleen maar meetkunde en anders alleen maar een waar op de markt. De poëzie van het kleine kind niet, want die ontspringt uit een reëel lichaam, en is vormend voor het kind omdat ze als levendige 'esprit de finesse' vorm geeft aan iets reëels dat ontsnapt aan de meetkunde, evaluatie en controle.
En, beste wereldleider van het Bruto Internationaal Geluk
Als u dan toch het geluk politiek-economisch wil verdelen – dat is absoluut noodzakelijk en rechtvaardig en bovendien kan u niet anders, het is uw taak, u moet uiteraard meteen weer weg gaan van uw verdediging van het belang van de verbeeldingskracht, baseer u dan op een materialistische analyse van de feiten in plaats van op een zoveelste speculatie op de (geluks)beurs, want dat laatste leidt alleen maar tot armoede, filosofie van de armoede, armoede van de filosofie en heel veel reële onlusten.
Kom toch maar eens even neerploffen uit uw hoge wolk. U zal zich uiteraard meteen in een spleet verstoppen omdat u de realiteit van de overgrote meerderheid van de bevolking niet onder ogen wil of kan zien. Terug maar snel de hoogte in om ongestoord het Worldbook of Happiness te lezen en ondertussen met blij gemoed bellen te blazen om de miljardairs op onze planeet te bevredigen?
Maar laat u zich toch nog maar eens neervallen en nog eens en nog eens, dan leert u een beetje het reële tussengebied kennen. Dat zou ik genereus vinden van u. Ik meen dat zowel uw geluk als dat van de toekomstige generatie voor een groot stuk afhangt van de lessen die u trekt uit die valpartijen.
O nee, geen cynisme, allerminst, wel optimisme, maar dan gebaseerd op een aangepaste, radicaal verlichte visie. Want het neoliberalisme, begrijpt u plots, is geen wetenschap en de wetenschap is niet neoliberaal.

De basis van XTC is MDMA. MDMA zit in alle XTC-pillen. Het verschilt per soort XTC pil wat er nog meer voor stofjes bijzitten, maar MDMA is het stofje dat je zo happy maakt. MDMA zorgt ervoor dat er meer neurotransmitters serotonine, norepinephrine en dopamine in je hersenen vrijkomt. Dat zijn neurotransmitters.
Waarom word je zo blij van oxytocine in je bloed?
Het vrijkomen van oxytocine gaat samen met een gevoel van hechting en vertrouwen. Oxytocine is het hormoon dat vrij komt tijdens een hele fijne gemeende knuffel. Op het moment van bevallen komt er ook een grote dosis oxytocine vrij.

Bart Hageraats DE MENS IS HET VERWANDLUNGSDIER Elias Canetti over verwandlung, massa en meer
Hoofdstuk III ‘De massa’s zijn toch veel beter dan alle leiders bij elkaar’. Marx, Engels, Lenin, Stalin, Mao – en Canetti over de massa (p. 70):
De massa is door Marx of Engels nooit systematisch benaderd of geanalyseerd; hun invalshoek was òf impulsief òf tactisch en een enkele keer filosofisch. En psychologiseren (van massa of individu) was niet hun kracht; zij waren er het type geleerde niet naar en de tijd was er klaarblijkelijk nog niet rijp voor. Canetti komt daarin wel overeen met hen: ook hij moet weinig hebben van uitgesproken psychologie of psychologiseren.18 Daarnaast zijn ze alle drie polyhistor, waar bij Marx bovendien duidelijk de opgeleide filosoof 19 en de (zelfgeschoolde) socioloog en econoom zichtbaar wordt en bij autodidact Engels de legerexpert. Canetti is dan de meest uitgesproken homme de lettres, die het ongetwijfeld eens zal zijn geweest met Marx’ overtuiging dat filosofen de wereld slechts verschillend hebben geïnterpreteerd maar dat het erop aan komt haar te veranderen – alleen, hij was geen actievoerder of manifestenschrijver.
18) Zoals ook Emile Durkheim (1858-1917) daar weinig van moest hebben omdat de sociale feiten bestaan, afgescheiden van de bijzondere gevallen waarin zij zich voordoen. Het geweten van het collectief drukt zich in de individuen uit en het ‘fait social’ staat boven de enkeling.
19) Hij promoveerde in 1841 in Jena op het verschil tussen de
natuurfilosofie van Democritus (460-380) en Epicurus (341-270), ‘een groots opgezette apotheose van Epicurus’ leer van de vrijheid. Ethiek, moraal en filosofie als actieve veranderingsfactoren van een onredelijke wereld – dat was de these, sterker de eis’. (Fritz J. Raddatz, Karl Marx. Een politieke biografie. Wereldvenster, Baarn 1976, p. 36).
Hoofdstuk VII ‘Gods hartslag in ons: de angst’.
Filosofie in Massa & Macht en in de Aantekeningen
212: Het probleem dat de Chinese denkers altijd heeft beziggehouden is de vraag hoe de wereld moet worden geordend.104 Meer verwoord in overeenstemming met het Chinese wereldbeeld: welke methoden kunnen leiden tot herstel van een totale orde105 waarin de menselijke maatschappij goed zal kunnen functioneren tezamen met de grote machten van Hemel en Aarde? Die vraagstelling beperkte de draagwijdte van de Chinese wijsbegeerte die primair is gericht op het gedrag van de mens als sociaal wezen. En op het gedrag van de vorst en – in ruimere zin – de overheid als regelaar van de maatschappij. Zelfs de denkers die elk ingrijpen in de natuurlijke aard van de mens en iedere poging tot kunstmatige ordening verwerpen106 zijn niet gefascineerd door de verschijnselen van de natuur als zodanig.
Zij blijven zich concentreren op het ideale gedrag van de mens in harmonie met de natuur.107 (mijn curs.) ‘Natuur’ is daarbij ruimer bedoeld dan in het Westen gebruikelijk: het is het geheel van alle voortgaande leven – hier en nu, voor en na ons. De levensstroom van toen, heden en straks.
104) E.e.a. uit [E. Zürcher], ‘China’, in: Jan Bor, Errit Petersma (red.), Jelle Kingma (beeld),
De verbeelding van het denken. Geïllustreerde geschiedenis van de westerse en oosterse filosofie, Contact, Amsterdam/Antwerpen 1997 [1994], pp. 100-147; p. 103. ‘Regeren’ en ‘ordenen’ worden in het Chinees met hetzelfde woord weergegeven.
105) Veel klassiek denken stamt, als gezegd, uit de tijd van de Strijdende Staten.
106) Onder meer Lao Tse dus.
107) De school van de dialectici heeft een poging gedaan logische categorieën te formuleren, maar die aanzet tot logica is in een primitief stadium doodgelopen en is ook later nooit meer tot ontwikkeling gekomen. In de 4e - 3e eeuw v.C. zijn speculaties over de werkingen van de kosmos gevonden, die ten slotte uitlopen op uitgebreide classificatie-systemen o.b.v. de twee oerprincipes Yin en Yang en de 5 elementen [vuur-water-aarde-houtmetaal] maar leidden niet tot een van het menselijk gedrag losgemaakte natuurfilosofie. Aldus Zürcher. 108 De klassieke voorouderverering vloeit daaruit als vanzelf voort, het vaak wanstaltige natuur/dierenbeheer is er sterk mee in tegenspraak. Hoogleraar ethiek Marcus Duwell en universitair docent Franck Meijboom waren voorjaar 2009 een week in Bejing om met Chinese collega’s tijdens de eerste Nederlands-Chinese conferentie over bio-ethiek en de omgang met dieren te spreken. ‘Dat was voor ons best verwarrend, want aan de ene kant bestaat er in China een door de religie en de filosofie geïnspireerd respect voor dieren dat aanzienlijk groter is dan bij ons in Nederland. Maar tegelijkertijd lieten verschillende sprekers merken geen enkel bezwaar te hebben tegen dierproeven waarover bij ons al jaren fel wordt gediscussieerd. Een ander opvallend verschil was het feit dat wij vinden dat ethische kwesties op een democratische manier moeten worden geregeld, terwijl in China bureaucraten erover gaan. Men zou het daar als vooruitgang beschouwen als de experts een grotere rol in de discussie zouden kunnen spelen.’

Volgens Heinrich Heine leverde Spinoza met zijn panentheïsme de oplossing voor de tegenstelling tussen geest en lichaam.

Econoom Jan Pen (Volkskrant 24 december 2009): ‘Mijn opinie is minder stellig. Ik formuleer het allemaal niet zo hard meer. Ik heb wel een harde stem als het moet.’
Hij schraapt zijn keel en declameert de eerste twee strofen van Die grenadiere van Heinrich Heine.
‘Dan blijkt het grote verschil: de een wil naar zijn vrouw en zijn kind, de ander niet. Die wil soldaat blijven.'
‘Het is het meest pacifistische gedicht dat ik ken.’
Tiesse (zijn zoon): ‘Maar die ene wil blijven vechten voor de keizer.’
Jan: ‘Ja, ja, ja, het gaat om het verschil tussen die twee.’ Er valt een stilte. Niet voor het eerst, maar deze duurt langer.
Uiteindelijk zegt Jan: ‘ik herken er een ideaal in. Het ideaal van het pacifisme. Nou, hup, het is mooi geweest.’

Tobias Reijngoud boek Weten is meer dan meten (een uitgebreid verslag staat in de Volkskrant 23 februari 2012):
Spraakmakende opinieleiders over de economisering van de samenleving:
Hans Achterhuis, filosoof en publicist * Frank Ankersmit, historicus * Jan Blokker, publicist * Peter Blom, directievoorzitter Triodos Bank * Arnoud Boot, hoogleraar financiële markten * Arjo Klamer, hoogleraar economie van kunst en cultuur * Jos van der Lans, cultuurpsycholoog en publicist * Grahame Lock, hoogleraar filosofie * Rob Riemen, directeur Nexus Instituut * Abram de Swaan, socioloog * Evelien Tonkens, bijzonder hoogleraar actief burgerschap * Marian Verkerk, hoogleraar zorgethiek * en anderen.
In zijn boek laat Tobias Reijngoud zien dat het in de kern nog steeds draait om het eerder door Aristoteles onderkende spanningsveld tussen ’Kwaliteit en Kwantiteit’. Of met andere woorden Plato's Ideeën wereld, de Allegorie van de grot is nog steeds actueel: Kenmerkend voor Plato’s idealisme is dat de abstracte wereld van de Ideeën meer realiteit bezit dan de materiële wereld van de tastbare dingen.

Het zijn mensen die aan de ’eeuwige wederkeer’ van Friedrich Nietzsche, door kwalitatieve of kwantitatieve feedback cq. feedforward (systeemtheorie), sturing geven. Het punt van de ‘Eeuwige wederkeer’ komt naar voren in de boekjes van:
Wim de Lobel, boek De Eeuwige Generatie, De kunst van het grote sterven en van Hans de Heer, boek Geest van Stof, de Mnemocratische Evolutie van het Bewustwordingsproces. Het rapport Eenheid in Verscheidenheid baseert zich ook op het principe van de eeuwige wederkeer. Al gaat het niet uit van de hypothese van Hans de Heer dat de geest uit de stof ontstaat, maar dat Purusha, de geest de enige werkelijkheid is.

De grondrechten in Nederland vormen een neerslag van gedeelde normen en waarden en overstijgt als het ware de verschillen tussen de verschillende maatschappelijke groepen. Het wezen van de grondwet is bedoeld om de continuïteit van de rechtstaat te waarbogen.

Mariet van Zanten-van Hattum, boek Leren omgaan met zingevingsvragen:
Leven staat tegenover dood. Op het punt waar ze elkaar raken, zien we aan de ene kant de gebrokenheid van het bestaan, het lijden en de schuld, en aan de andere kant de heelheid, het overkoepelende, het overstijgende. Op het kruispunt van deze vier gebieden bevinden zich de zingevingsvragen. Bij de vragen die het leven betreffen, kunnen we onderscheid maken tussen het verleden (onze oorsprong), het hier en nu (de samenhang) en de toekomst (het doel waar we ons op richten).
De heelheid van het bestaan kan ervaren worden bij overweldigende gebeurtenissen zoals de eerste kus, de eerste seksuele ervaring, de geboorte van een kind. Het kan gebeuren bij het zien van een schilderij, het horen van muziek of in het contact met de grootsheid van de natuur: het wisselen van de seizoenen, een storm aan zee, onweer, een indrukwekkend bergmassief of een prachtige zonsondergang. Ethiek wordt wel genoemd ‘de systematische bezinning op de moraal.’ We varen niet meer op het oordeel van anderen, maar vormen zelf een oordeel om op die manier te handelen in het belang van mensen.
Onder moraal wordt verstaan: het geheel van waarden en normen op grond waarvan mensen menen goed en verantwoord te handelen of te moeten handelen.
Waarden: Een waarde is dat wat je de moeite waard vindt om na te streven, dus ongeveer zoiets als een ideaal, een doel, dat je voor ogen hebt, dat je wilt bereiken. Morele waarden: wat goed is voor de mens, wat in het belang is van mensen.
Norm: Een richtlijn, een regel. De norm geeft de lijn aan waarlangs, of de grens waarbinnen de waarde nagestreefd kan worden.
Morele vragen, sommige dingen doe je wel, andere niet. Ethiek is gebaseerd op de vragen naar het hoe en waarom van het menselijk handelen, bekeken door de bril van de ‘waarden’ goed en kwaad of juist en onjuist, deugd en ondeugd.

De toepraak van Jan Peter Balkenende, ‘Duurzaamheid door bundeling van krachten’, Volkskrant 2 november 2007, gaat over het verbinden van sectoren, van heden en toekomst en van grote idealen met praktische oplossingen.

De Nederlandse premier Jan Peter Balkenende is een bewonderaar van Etzioni. Ook de voormalige Amerikaanse president Bill Clinton en de Britse premier Tony Blair rekent Etzioni tot zijn volgelingen.

De vraag is waarom Balkenende naast Etzioni niet aan Nederlandse oorspronkelijke denkers als Erasmus en Spinoza aandacht besteed?
Spinoza: Maar vóór alles is het nodig een middel te ontdekken om het verstand gezond te maken en het, voor zover dit aanvankelijk gaat, te zuiveren, opdat het de dingen op gelukkige wijze zonder dwaling en zo goed mogelijk kan begrijpen. Hieruit kan iedereen reeds zien, dat ik alle wetenschappen (de wetenschappen hebben maar één doel, waarop zij alle moeten worden gericht) op een doeleinde wil richten, te weten om, zoals ik reeds zei, de hoogste menselijke volmaaktheid te bereiken.

De gebieden waar de zingevingsvragen uit voortkomen, kunnen met behulp van kwadranten worden geïllustreerd.

Mariet van Zanten-van Hattum: Gabriël van den Brink:
Heelheid ----Leven (geboorte, creativiteit)Persoonlijke betrokkenheid --->Vrijblijvendheid
||||
Dood ----Gebrokenheid (dualiteit)Keurslijf <---Morele strengheid

Politiek en overheid schuldig aan chagrijn in samenleving (Gabriel van den Brink 12 december 2011):
Er waart een spook van negativisme in Nederland rond. Een nihilisme dat onder andere berust ‘op een filosofisch materialisme dat zich in het kielzog van de secularisatie overal in het Westen breed maakte’. In het boek Eigentijds idealisme rekent socioloog Gabriël van den Brink er mee af.
Samen met dertien onderzoekers van de Universiteit van Tilburg heeft Van den Brink drie jaar onderzoek gedaan naar de betekenis van geestelijke beginselen in Nederland. Het verslag van dit onderzoek verschijnt binnenkort. Inmiddels is al wel de publiekseditie (Eigentijds Idealisme) verschenen. Tijdens de overhandiging van het eerste exemplaar aan voormalig premier Ruud Lubbers liet Van den Brink weten dat het onderzoek megabytes aan informatie had opgeleverd. ‘Te veel dus om in tien minuten samen te vatten.’

Verdiep je dan echt in Henk en Ingrid (Martin Sommer Volkskrant 28 november 2015 katern Vonk p. 12-13):
Er moet dringend moraal in de politiek.
Geef mensen in achterstandswijken een nieuw huis of een nieuw aanrecht en het zal goedkomen. Nee, zegt Grabriël van den Brink. Ook opvoeding en moraliteit zijn nodig.
Mensen willen geen overheid die hun de les leest. Die neutrale staat kun je ook een verworvenheid noemen, want we maken zelf graag uit wat goed en kwaad''' is.
'Dat is voor een groot deel ook zo. We moeten niet doen alsof Nederland op moreel gebied een woestenij is. De moeilijkheid is dat het politieke leven daaraan voorbijgaat.
Alle cruciale kwesties, van de uitbreiding van de Europese Unie tot de werkloosheidsbestrijding, brengen morele vraagstukken mee. Dat wordt in de gemeenteraad of de landelijke politiek vaak genegeerd. Maar vroeg of laat ontkom je niet aan morele kwesties, omdat de samenleving erom vraagt.' De overheid wil er niet mee te maken hebben en de bevolking...
'Die vraagt erom! Maar dat wordt niet verstaan!'
Om maar wat te noemen: dat ruwe geschreeuw in zaaltjes over vluchtelingen is eigenlijk een morele vraag van de bevolking?'''
'Daar zit van alles in. Nu zijn we in Nederland sinds een jaar of tien wel wat gewend. Politieke correctheid is niet meer wat het geweest is. Politici denken, goh het ligt wel gevoelig, misschien moeten we er toch eens rekening mee houden.
Maar het vermogen om publiekelijk in te gaan op morele en sociale vragen, dat ontbreekt totaal.'

In de Nederlandse samenleving en in de politiek kwam gedurende het eerste kabinet Balkenende een discussie op gang over normen en waarden. In de media werd er ook aandacht aan besteed. Het kabinet beschouwde het als een belangrijk politiek aandachtspunt. Mede door de slechte afbakening van het begrip was er veel kritiek van de zijde van politieke tegenstanders en subculturen in de samenleving.

Vier jaar Balkenende wbs jaarboek 2006 (p. 20):
Het normen-en-waardendebat was een van de paradepaardjes van de kabinetten-Balkenende. Hans Boutellier probeert te achterhalen waarom het normen-en-waardenoffensief, mede gebaseerd op de communitaristische opvattingen van Etzioni, niet gelukt is. Hij doet dit aan de hand van enkele cruciale interventies in het debat: het rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en een onderliggende voorstudie van Gabriël van den Brink.
127: Dat de WRR koudwatervrees toont bij het benoemen van basale morele uitgangspunten, is enigszins begrijpelijk, maar het slaat de discussie, die door het kabinet was beoogd, wel erg snel dood. In dat verband toonde Gabriël van den Brink zich voortvarender. Hij schreef een achtergrondstudie bij het WRR-rapport onder de gedurfde titel Schets van een beschavingsoffensief. 6 Waarom ging zijn benadering de WRR te ver?
128: Uitgangspunt van de studie van Van den Brink is dat een pluralistische, dynamische maatschappij behoefte heeft aan een zekere mate van normaliteit. Die hoeft volgens hem niet van bovenaf te worden opgelegd; zij kan eenvoudigweg worden afgeleid uit wat burgers grosso modo normaal vinden.
Volgens Van den Brink bestaat het in de titel van zijn studie aangekondigde beschavingsoffensief uit de inspanning om modern burgerschap te bevorderen, dat wil zeggen ‘het vermogen en de bereidheid om op verschillende levensgebieden rekening te houden met anderen’. Om deze eis van modern burgerschap vorm te geven neemt hij zijn toevlucht tot de metafoor van de snelweg. We leven in ‘een maatschappij die tempo maakt en alle dagen stress oproept. Een maatschappij ook die weinig ruimte laat voor afwijkende gedragingen en die hoge eisen stelt aan het vermogen tot zelfregulering.’ Op de snelweg wordt de geïndividualiseerde vrijheid van de auto genoten, maar ondergaat men ook de noodzaak van het conformisme aan de regels, de gemiddelde snelheid (en de files, zou ik daaraan toe willen voegen). Zo is het ook in de moderne samenleving.
Van den Brink is een systemenbouwer, en daar slaagt hij op onnavolgbare wijze in. Daardoor krijgen zijn standpunten iets onontkoombaars en dwingends. Aan alles is gedacht. Zelfs voor het koningshuis gloort hoop: ‘Waarom zouden we de zaak niet over een heel andere boeg gooien en het koningshuis een centrale rol geven bij de bevordering van burgerschap?’ Het is een ideologie van de planmoraal, waarbij terecht aandacht wordt gevraagd voor het collectief, maar waarin de individuele vrijheid wel erg wordt ingeperkt tot een geatomiseerde autorace. Inmiddels is het morele probleem echter wel glashelder geworden, maar wat kan de overheid daarmee?
129: Handhaving van de rechtsnormen en correctie van de uitwassen is afdoende; meer zit er voor de overheid niet in. Van den Brink bepleit daarentegen een rem op de individualisering door substantiële normatieve eisen aan burgers te stellen die ‘het collectief’ kunnen schragen. Hier wordt een onderschikking aan het collectief voorgesteld, die zich slecht verhoudt met liberale c.q. postmoderne inzichten. Deze opvattingen hebben verschillende consequenties voor de rol van de overheid.

De geniale filosofische visie van Jeroen Buve, namelijk het balansmechanisme van de metafysica maakt het mogelijk het machtsevenwicht in de wereld te herstellen. Volgens Émile Durkheim hangt de oplossing van onze problemen met sociale cohesie en zinsbegoocheling samen. De oplossing ligt eerder in de omgeving waar we deel van uitmaken dan in ons brein. Omgekeerd door onszelf te begrijpen, het Ken uzelve leren we onze wereld, het universum beter te begrijpen.

Eufemistisch uitgedrukt hebben zowel George W. Bush als Tony Blair in hun regeerperiode tussen Moed en Bedachtzaamheid (Weloverwogen moed) niet de juiste balanceeract uitgevoerd. Ook Frits Bolkestein heeft niet de goede balans kunnen vinden. In de kern draait het in het leven om de kunst de juiste balans tussen leraar en leerling ('heer en slaaf' van Nietzsche) te bereiken. Uit het interview van Remco Meijer met Frits Bolkestein (Volkskrant 7 september 2011) en de column van Nausica Marbe (Volkskrant 9 september 2011) blijkt dat cultuurrelativisme met de gehanteerde normen en waarden samenhangt. In het eerste kabinet Balkenende is een discussie over normen en waarden gestart. Voor Jan Peter Balkenende geldt de typering: ‘Respondenten zijn tevreden over het eigen gedrag en hebben duidelijke opvattingen over wat anderen zouden moeten doen, maar voelen zich minder aangesproken als anderen ook een mening over hun gedrag hebben.’

Bestuurdersgelul of Waarom een gedeputeerde soms onzin verkoopt (Toine Heijmans Volkskrant 4 december 2015 p. 19):
De dag dat we elkaar spreken staat in Trouw een interview met hoogleraar maatschappelijke bestuurskunde Gabriël van den Brink die na tien jaar onderzoek concludeert: 'De politiek is moreel leeg.' De technocraten hebben gewonnen, 'het uitoefenen van de macht door het stellen van regels is doel geworden.'

Of met andere woorden zoals Peter de Waard het in zijn column Deelt Zuckerberg ook dimes uit? (Volkskrant 4 december 2015 p. 19):
Nu heeft angst voor de duivel in het hiernamaals plaatsgemaakt voor status in het huidige leven. Eigenlijk is filantropie de ultieme vorm van narcisme.

'De politiek is moreel leeg, dat is kwalijk' (interview Stevo Akkerman met Gabriel van den Brink Trouw 27 ovember 2015):
Waaruit blijkt die leegte?
"Vooral uit het bestuurlijke en politieke handelen. Er wordt op landelijk politiek niveau soms wel over morele waarden gesproken, maar zodra het op besturen aankomt, zie je daarvan bitter weinig terug. Ik heb tien jaar empirisch onderzoek gedaan naar hoe de overheid in de praktijk functioneert, en dat is in toenemende mate technocratisch. Het uitoefenen van de macht door het stellen van regels is een doel geworden. Wat dat betreft beginnen we op China te lijken. Terwijl de Europese traditie juist berust op een mix van macht en moraal." Wilders hamert ook op de moraal, al is die misschien de uwe niet. "Hij zegt onze beschaving te willen verdedigen, maar komt niet verder dan zich af te zetten tegen anderen. Hij belichaamt belangrijke waarden van onze beschaving juist niet. Zoals naastenliefde, compassie of empathie. En dat maakt zijn woorden even gemakzuchtig als hol."

De reactie van Catherine stemt met die in het onderzoeksrapport 'E i V' overeen: 'We zijn verzeild in fanaat economisch liberalisme dat samenwerkt met de financiële systemen. Die ideologie heeft geen boodschap aan sociale behoeften als hen dat niet uitkomt. Mensen zijn alleen nog het instrument , dat is niet immoreel , maar zelfs amoreel. CU, CDA en SGP deinen oud-Rechts met het liberalisme mee met sociaal verzuild denken. NL is allergisch voor SP-oudLinks en D66 streeft de VVD voorbij in neo-liberalisme. Het ontbreekt nu volledig aan een degelijke sociaal democratische opleving.

CU, CDA en SGP in discussie
De grote aantrekkingskracht van het CDA zorgde ervoor dat ChristenUnie en SGP tienduizenden kiezers verloren. Theo Rietkerk (CDA) ziet hierin een brede ontwikkeling. „De C van CDA is sinds 1994 niet meer de C van compromis.“ Tineke Huizinga (CU) denkt dat veel kiezers een compromis met zichzelf sloten en volgens Kees van der Staaij (SGP) is er veel speculatief gestemd.
Trend
Rietkerk bespeurt wél een brede ontwikkeling. „Maatschappelijk zie ik een secularisatie, maar vanuit de hele samenleving zijn christenen actief in de politiek en steeds meer ook binnen het CDA. Niet alleen in Nederland, maar ook om ons heen, in Duitsland en Engeland, zijn er christenen die politiek zien als het maximaal vanuit het Evangelie realiseren van christelijke idealen. Dat kan ook prima bij een grote christendemocratische partij.“ „Ik zie op zichzelf geen nieuwe trend,“ reageert Van der Staaij. De vraag of een christen er niet beter aan doet op een grote christendemocratische partij te stemmen, speelt volgens hem al tijden. Maar bijzonder aan deze verkiezingen was naar zijn zeggen de aantrekkingskracht van het CDA.

‘Het wringt geweldig.’( 21 oktober 2014)
“Humanistisch geestelijk begeleiders moeten keer op keer de humaniteit herstellen en weer in beeld brengen.” Gabriël van den Brink, hoogleraar maatschappelijke bestuurskunde, ziet een belangrijke taak weggelegd voor hgb'ers in de participatiesamenleving. Hij spreekt op 30 oktober op het Symposium 'Meedoen gaat niet vanzelf'.
Participatiesamenleving. Wat is uw eerste associatie met dat woord?
Het is een dubbelzinnig iets. Het idee van participatie, deelnemen aan een groter geheel, is erg oud en al eeuwen populair in West-Europa. Het kreeg al vorm in de middeleeuwen, op kleine schaal. Gaande weg is die schaal vergroot. Burgers moesten mee gaan doen in de organisatie van de stad. In de 19e eeuw is het een nationale zaak geworden: voor volk en vaderland iets doen. En nog wat later kwam de dienstplicht: een afgedwongen vorm van participatie. Er is kortom een hele lange geschiedenis waarin aan mensen gevraagd of verwacht wordt boven zichzelf en de eigen belangen uit te stijgen en bij te dragen aan een groter geheel. En mensen willen dat ook graag, een steentje bijdragen, verantwoordelijkheid nemen.

Gabriël van den Brink Schets van een beschavingsoffensief (Volkskrant 19 juni 2004):
Gabriël van den Brink houdt een pleidooi voor het ‘versterken’ van codes en gedragsregels. Het bepalen van normen, dat is in zekere zin een organisch proces. Mensen kijken naar elkaar en als de meerderheid een bepaalde kant uitgaat dan heeft de rest de neiging om hetzelfde te doen. Van den Brink pleit voor wat hij pre-pressie noem: ingrijpen vóórdat de dingen fout lopen. Het is een combinatie van morele strengheid en persoonlijke betrokkenheid. Het management moet een stap terug doen en persoonlijke betrokkenheid moet weer een plaats krijgen. De mensen die het belangrijke werk doen moeten weer centraal komen te staan, ze moeten de ruimte en het vertrouwen krijgen. Sinds de jaren zestig hebben we ons geweten laten verkommeren, in plaats van dat we het gecultiveerd hebben. Het bovenstaande kernkwadrant toont de combinatie betrokkenheid en strengheid.

Gabriël van den Brink, ‘Moderniteit als opgave – Een antwoord aan conservatisme en relativisme’, Volkskrant 7 september 2007): Een cyclisch tijdsbesef maakt plaats voor een lineair tijdsbesef. De toekomst komt tot leven.

De jaren nul (2000-2009) Het normen en waardendebat
Blijven steken in goedbedoelde hartekreten (Volkskrant 30 december 2009)
Waar gaat het precies over?
De cultuursociologen Herman Vuijsjes en Gabriël van den Brink (Pieter Hilhorst 7 september 2007) zijn het over één ding roerend eens: in politieke termen hebben we het helemaal nergens over.
Er is geen wervend positief verhaal van gemaakt. Want: hoe moet ik mijn kind dan opvoeden? Wat zijn dan die centrale waarden? Wat is dan de zin van het leven?
De overheid heeft te zorgen voor structuren die kunnen sturen in de richting van gewenst gedrag. De halfbakken politieke reactie was vooral zo teleurstellend omdat de behoefte aan dit thema zo groot was.
Van den Brink ergert zich vooral aan het dedain waarmee de hoofdstedelijke elite steevast reageert op alles wat afwijkt van de grachtengordelmores.
Het alom aanwezige onbehagen komt juist uit het proces van normophoging voort. Omdat de verwachtingen toenemen en de prestaties daarbij achterblijven, groeit het onbehagen.
De eerste vorm van onbehagen vloeit voort uit het ophogen van normen en verwachtingen. Voor het streven naar verbetering dat modernisering eigen is, betaalt men de prijs van steeds meer ontevredenheid. In de visie van Van den Brink kent de moderniteit duidelijke winnaars en verliezers. De winnaars zijn de mensen die een goede opleiding hebben en van huis uit de juiste waarden hebben meegekregen. De verliezers zijn de laaggeschoolden die van thuis geen waarden hebben meegekregen die helpen in het sociale verkeer. Zijn pleidooi voor een beschavingsoffensief vloeit hieruit logisch voort.\\ Van den Brink komt met een golventheorie waarbij periode van meer vrijheid altijd volgen op perioden van restauratie.

Francis Fukuyama geeft in zijn boek De grote scheuring het universum van normen in vier kwadranten weer. Het onderzoek naar de vraag hoe orde ontstaat, niet als gevolg van een mandaat dat door een (religieuze of politieke) hiërachische autoriteit van bovenaf is opgelegd, maar als gevolg van de zelforganisatie van losse individuen, is volgens Francis Fukuyama een van de interessanste en belangrijkste ontwikkelingen van onze tijd.

Francis Fukuyama   Hans de Heer
4. Spontaan ontstaan, ----2. Spontaan ontstaan,  Anamnese
IrrationeelRationeelNatuurlijke ----'Religie'4. Zelfherkenning ----2. Leervermogen
||||||
1. Hiërarchisch opleggen, ----3. Hiërarchisch opleggen,'Politiek' ----Zelfregulering1. Reproductie ----3. Zelfregulering
RationeelIrrationeel HomeostaseMimese

====

Goed en Kwaad (Morele kompas 'Leraar en leerling', Zesde wijsheidssleutel, Wederkerigheid)

Plotinus: De ervaring van het kwade leidt tot een beter begrip van het goede.
Het taoïsme, dat op vernieuwing en verjonging is gericht, kreeg altijd invloed in de perioden dat de gevestigde orde van een keizerrijk in verval raakte. Als de nood het hoogst is, is de redding nabij.
Waar de gulden middenweg loopt is bekend. Het is niet nodig het wiel opnieuw uit te vinden. Er is niets nieuws onder de zon.
Epictetus: Tracht niet alles volgens uw wil te laten geschieden, maar laat het geschieden zoals het komt. Daar zult ge wel bij varen (8).
Genesis 3 22: Toen zeide de HEERE God: Ziet, de mens is geworden als Onzer een, kennende het goed en het kwaad! Nu dan, dat hij zijn hand niet uitsteke, en neme ook van de boom des levens, en ete, en leve in eeuwigheid.
Socrates: Onwetendheid is de bron van alle kwaad.
De Bergrede van Jezus met de zaligsprekingen:
Zalig de armen van geest, want hunner is het Koninkrijk der Hemelen,
Zalig zij die treuren, want zij zullen vertroost worden,
Zalig de zachtmoedigen, want zij zullen de aarde beërven,
Zalig zij die hongeren en dorsten naar gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.
Zalig de barmhartigen, want hun zal barmhartigheid geschieden,
Zalig de reinen van hart, want zij zullen god zien.
Zalig de vredesstichters, want zij zullen kinderen Gods genoemd worden,
Zalig de vervolgden om der gerechtigheid wil, want hunner is het Koninkrijk der hemelen
Zalig zijt gij, wanneer men u smaadt en vervolgt en liegende allerlei kwaad van u spreekt, om mijnentwil.
Mattheüs: Zalig zijn de armen van geest want hunner is het Koninkrijk der hemelen (5: 3)
Mattheüs 5:48
Wees dus volmaakt, zoals jullie hemelse Vader volmaakt is.
Mattheüs:
Oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt; 2 want met het oordeel, waarmede gij oordeelt, zult gij geoordeeld worden, en met de maat, waarmede gij meet, zal u gemeten worden. 3 Wat ziet gij de splinter in het oog van uw broeder, maar de balk in uw eigen oog bemerkt gij niet? (7:1-3)
Mattheüs:
Alles nu wat gij wilt, dat u de mensen doen, doet gij hun aldus: want dit is de wet en de profeten (7:7-12).
Mattheüs:
. . . breed de weg, die tot het verderf leidt . . . en smal de weg, die ten leven leidt, en weinigen zijn er, die hem vinden (7:13-14).
Mattheüs:
Pas op voor valse profeten, die in schaapskleren op jullie afkomen maar eigenlijk roofzuchtige wolven zijn (7:15).
Matteüs 12: 22-50
Wanneer een boom goed is, dan zijn ook zijn vruchten goed. Is een boom daarentegen slecht, dan zijn ook zijn vruchten slecht. Want aan de vruchten herkent men de boom.
Mattheüs:
Want waar twee of drie vergaderd zijn in Mijn Naam, daar ben Ik in het midden van hen. (18:20).
En gij zult uw naaste liefhebben als uzelf (22:34-40).
Mattheüs
U zult de Here, uw God, liefhebben met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand. (22:37).
Mahatma_Gandhi De wereld biedt genoeg voor ieders behoefte, maar niet voor ieders hebzucht.
Wij moeten de verandering zijn die we in de wereld willen zien.
Ernest Hemingway: It is good to have an end to journey toward; but it is the journey that matters, in the end.
Ernest Hemingway: So far, about morals, I know only that what is moral is what you feel good after and what is immoral is what you feel bad after.
Het grootste verlies blijkt de grootste vangst, de grootste nederlaag de grootste overwinning.
Vraag je nooit af voor wie de klok luidt; hij luidt voor jou. (Uit: For Whom the Bell Tolls, Ernest Hemingway)
Ilya Prigogine: In navolging van Spinoza zei Einstein ooit tegen De Gaulle dat we marionetten zijn zonder dit zelf te beseffen.
Thomas Hardy: Om de wereld te kunnen verbeteren, moet je je volledig rekenschap geven van haar slechtheid.
Osama bin Laden, het symbool van het kwaad is opgeruimd. Nu het kwaad nog. (Volkskrant 10 mei 2011)
Edgar Cayce: Het is de wil die de vooruitgang beheerst. Het is de wil die het wiel linksom of rechtsom laat draaien.
Troonrede 2015: Waarden zijn echter niet alleen een zaak van de overheid, maar ook van alle inwoners van ons land. Wie het eigen belang of de eigen overtuigingen boven alles stelt, beperkt de ruimte voor een ander en zet collectieve waarden en verworvenheden onder druk. Juist de normale en respectvolle omgang met elkaar vraagt om alertheid en een actieve houding van ieder van ons, zoals dat past in de lange Nederlandse traditie van verantwoordelijk burgerschap. Dit geldt zeker wanneer agenten, wegwerkers, ambulanceverpleegkundigen en anderen die met hart en ziel werken voor de publieke zaak, te maken krijgen met verbaal of fysiek geweld.
Hoe geloofwaardig is Nederland nog wanneer de 'goede betrekkingen' met Turkije voldoende reden zijn om een volkerenmoord te ontkennen? (Volkskrant 14 juni 2016 p. 20)

De intuïtie van het hart, het innerlijke weten (Gnostiek) heeft niets te maken met onderbuikgevoelens of met emoties, die vaak ook egocentrisch zijn. In de esoterie staat intuïtie van het hart tegenover onderbuikgevoelens.
Esoterie beoogt de
weldenkendheid door de intuïtie van het hart te bevorderen. De oplossing van de ontevreden grondstroom, die Erik Jurgens signaleert hangt met de ‘Grondtoon van de waarheid’ in het onderzoeksrapport 'E i V' samen. Met het gaat om de negatieve effecten van ons huidige waardensysteem heeft Erik Jurgens ongelijk. Het gaat er eerder om het huidige waardensysteem beter toe te passen. De negatieve, angstige rebellie wordt met een kernkwadrant, 4Ddenkraam van Daniel Ofman verklaard.

De gezondheidszorg in Nederland beoogt zowel ons geestelijk als ons lichamelijk welzijn, lees gezondheid te bevorderen. Door de marktwerking in de zorg heeft men het paard achter de wagen gespannen. Arnon Grunberg heeft het in zijn column over 'weldenkendheid en revolutie'. Volgens het onderzoeksrapport 'E i V' draait het om 'weldenkendheid en transformatieproces', een paradigmawisseling. Weldenkendheid bevordert Geluk en Onweldenkendheid Ongeluk.

Bas Heijne: er is wél publiek dat snakt naar diepte en betekenis (Bas Heijne NRC 1 september 2016):
Een van mijn vroegste beslissende theaterervaringen was de enscenering van Tsjechovs Kersentuin door Art & Pro, in de regie van Frans Strijards uit 1987. Strijards blies in deze regie de Tjechov-conventies aan flarden. Verdwenen was de Tsjechoviaanse weemoed, de zachtmoedige ironie, die uitnodiging tot mededogen met hulpeloze mensen, zoekende zielen, die op een tragikomische wijze niet opgewassen zijn tegen een onherroepelijk veranderlijke wereld.\\ Terwijl Tsjechovs personages hardop weeklaagden over de teloorgang van hun prachtige kersenbongerd, overgeleverd aan het platte materialisme van de koopman Lopakhin, die er een soort vakantiepark van wil maken en geen oog heeft voor de geestelijke waarde die de kersentuin vertegenwoordigt en alleen denkt, u weet wel, in termen van nuttigheid en rendement, liet deze enscenering van de Russische toneelklassieker zien hoe men zelf de boel kapot maakte. Niks onafwendbaar noodlot, niks onstuitbare machten van een nieuwe, materialistische tijdgeest, niks onvoorstelbare platheid waartegen fijngevoelige geesten niet opgewassen zijn. Hier was Lopakhin geen blinde macht van buiten, hij was het onvermijdelijke resultaat van verwaarlozing en verslonzing van idealen en betrokkenheid.
Het kostte mij geen moeite om in Strijards’ Russen een elite te zien die zegt op te komen voor geestelijke waarden, voor het beschermen van immaterieel, kwetsbaar geestesgoed. Maar intussen de hele boel aan de duivel en zijn oude moer verkwanselt. We willen dit niet, maar we kunnen niet anders! Het is de slogan van onze tijd geworden.

Frans Timmermans: Bas Heijne is een praatjesmaker NRC-columnist is 'Opperpriester van het eigen morele gelijk' (16 maart 2014):
Minister van Buitenlandse Zaken Frans Timmermans (PvdA) was afgelopen week te gast bij College Tour. Op zijn Facebook-account wilde hij zijn grote schare volgers bedanken voor de ‘vele positieve reacties’. Eén van hen wees de bewindsman op de zaterdag-column van NRC-denker Bas Heijne. Heijne schrijft over de Nederlandse houding ten opzichte van Rusland in onder meer het Oekraïne-dossier. Heijne hekelt slappe excuses, idiote drogredenen en schaamteloos cynisme en de rol daarbij van Timmermans.
‘Opperpriester van het eigen morele gelijk’
De Timmerfrans-volger weet dat de bewindsman beschikt over een kort lontje: omgaan met kritiek is bepaaldelijk geen forte van de sociaal-democraat. “Hij wordt bij wijze van spreken al woedend als zijn aansteker het niet doet, dat ziet hij als een directe en persoonlijke aanval”, vertrouwde een oud-fractiegenoot ons eens toe. De kritiek van Heijne leidde dan ook tot een felle reactie.

‘Heeft de Nederlandse staat een rein geweten?’ (Gerard Spong 17:00 - 24 december 2015):
Het ongrondwettelijke, te weten zonder voorafgaande toestemming van het parlement de oorlog verklaren aan de Islamitische Staat, is een duidelijk signaal dat ons geweten niet zo rein is als het zou moeten zijn.
Want de grondwet is een weerspiegeling van ons aller geweten. Een rein geweten kunnen we vanzelfsprekend niet hebben als we via ons militair industrieel complex voor miljarden wapentuig verkopen aan dictatoriale of autocratische leiders, die daarmee vervolgens hun eigen bevolking om zeep helpen.
Waarna wij te beroerd zijn, zogenaamd om onze eigen waarden en normen te beschermen, de vluchtende bevolking uit die gebieden bij ons toe te laten.
Ja, om ons geweten te sussen hebben we de bed-bad-en brood-regeling uit de grond gestampt. Die is niet meer dan een povere schaamlap voor onze keiharde, gewetenloze oplossing van het zogenaamde vluchtelingenprobleem. Een oplossing die steeds meer de contouren krijgt van een ‘Endlösung der Flüchtlinge’, dit keer niet eens in Duitsland maar in ons eigen land.

Kerkbewaarder 'Aanpassing leidt tot ondergang' (interview Sander van Walsum met Wim Eijk Volkskrant 24 december 2015 p. 4-5):
'Veel mensen voelen toch een religieuze fantoompijn. Ook al zijn ze losgesneden van hun christelijke wortels, ergens voelen ze toch de pijn van het verlies. Ze zoeken vervangende rituelen. Uitvaarten, stille tochten, kaarsen branden: ze zijn een afspiegeling van wat wij in de rooms-katholieke kerk heel sterk hadden. Mensen hebben een natuurlijk verlangen naar iets dat eeuwig blijft, iets dat waar, goed en schoon is. Dat kun je alleen in God vinden. Onze taak is om hen daarvan weer bewust te maken.
Onlangs heeft de paus het Heilig Jaar van de Barmhartigheid ingeluid. Wat gaan we daar in Nederland van merken?
'Barmhartigheid verwijst naar de boetepraktijk in de oude kerk: de kwijtschelding van alle straffen die iemand zijn opgelegd vanwege zijn zonden. De paus heeft hierover een heldere brief geschreven waarin hij uitlegt hoe het zit met het vagevuur en de aflaat.
In de Augustinuskerk, hier in Utrecht, hebben nogal wat mensen gebiecht na het openen van de Heilige Deur. Er zal catechese worden aangeboden over de zeven geestelijke en zeven lichamelijke werken van barmhartigheid. Op diverse plaatsen in ons bisdom zullen vieringen plaatsvinden met de aanbidding van de Allerheiligste.

Naïviteit is geen christelijke deugd (Volkskrant 1 oktober 2015 p. 22):
Door: Mgr. Gerard de Korte (bisschop van het bisdom Groningen-Leeuwarden) en Arjan Plaisier (scriba van de Protestantse Kerk in Nederland)
Bas van Bommel stelt in zijn stuk van 24 september een aantal kritische vragen bij de wijze waarop in naam van 'christelijke waarden' vluchtelingen die naar Europa en ook Nederland stromen, worden opgevangen. Wij zijn het met Van Bommel eens dat er kortsluiting kan ontstaan wanneer een christelijke notie als barmhartigheid als oplossing voor een uiterst ingewikkeld thema als de huidige vluchtelingencrisis wordt gepresenteerd.
De gelijkenis van Jezus over de barmhartige Samaritaan kan politici wel inspireren maar dicteert geen eenduidig beleid. Met alleen een sentimenteel appèl op barmhartigheid, komen we niet veel verder. Met oneliners evenmin. Ook niet met de oneliner 'eigen volk eerst' van Wilders. Daarom spreken we graag met twee woorden. Ook als het gaat om christelijke waarden. Etc.
Grenzen trekken
Wie de ruimte open wil houden, moet ook grenzen trekken en nee zeggen tegen een ideologie of tegen
religieus fundamentalisme dat deze ruimte teniet wil doen. De regel over 'de tirannie verdrijven' staat in een volkslied dat geïnspireerd is door een christelijke levensovertuiging. Wij pleiten voor een principiële én realistische houding. Mensen in nood moeten worden geholpen, maar tegelijkertijd moet onze kostbare én kwetsbare vrijheid worden beschermd. Want naïviteit is geen christelijke deugd, ook als het gaat om de opvang van de huidige vluchtelingenstroom.

De vier stadia voor bewustzijnsverandering volgens Maslow kunnen ook met de vier primaire bewustzijnsniveaus en deze vier kosmische schema’s van Jozef Rulof worden vergeleken.

Over de vrije wil wordt geleerd, dat de menselijke wil een zekere vrijheid heeft om burgerlijke rechtvaardigheid tot stand te brengen, en om een keuze te maken in zaken die aan het verstand onderworpen zijn. Maar de wil heeft zonder de Heilige Geest niet de kracht om de geestelijke rechtvaardigheid tot stand te brengen, omdat de mens van nature niet inziet wat uit Gods Geest is. Dat gebeurt in het hart, wanneer de mens door het Woord de Heilige Geest ontvangt.
Augustinus zegt dat met zoveel woorden in boek III van de Hypognosticon:
'Wij geven toe dat alle mensen een vrije wil hebben, een zeker redelijk oordeel.
Maar daardoor zijn ze nog niet in staat in zaken die op God betrekking hebben, zonder God iets te beginnen, laat staan te volbrengen. Ze zijn slechts in staat te beslissen over de zaken van het huidige leven, ten goede en ten kwade. Goed noem ik die dingen, die uit een goede gezindheid voortkomen zoals: willen werken op de akker, willen eten en drinken, een vriend willen hebben, een huis willen bouwen, een vrouw willen trouwen, vee houden, de kunst om de verschillende goede dingen te onderscheiden. Kortom, de wil tot alle goede dingen die betrekking hebben op het huidige leven. Al die dingen blijven niet bestaan zonder dat God ze bestuurt, ze zijn immers ontstaan en bestaan uit Hem en door Hem. Kwade dingen noem ik: een afgod willen dienen, een moord willen plegen etc.'

Danielle Audoin De Theosofische Vereniging in de wereld van nu
Innerlijke vrede is omgekeerd evenredig aan ambitie, het egoïstische verlangen naar erkenning van het ik, en dat geldt zowel voor een individu als voor een groep personen of een staat. En als er geen vrede heerst in het hart van de mensen, kan er geen vrede op aarde zijn. Daarom is het niet overdreven te zeggen dat ieder van ons voor de wereld verantwoordelijk is, dat ieder – hoe hij ook is, waar hij zich ook bevindt, in wat voor levensomstandigheden hij ook verkeert – ten goede kan werken voor de wereld in plaats van maar door te gaan kwaad te doen door onwetendheid of onbewustheid.

H.P. Blavatsky De zeven sleutels van esoterische wijsheid (Stem van de stilte)
Amritayana en Pratyekayana, de twee paden.
We moeten dagelijks de paramita’s ontwikkelen en de zaailingen van altruïsme begieten met de regen van mededogen, ondanks de karmische belemmeringen in de natuur die naar traagheid neigen. Tsong -kha-pa, de wijze van Tibet, dacht dat het eerbiedig in praktijk brengen van mededogen ‘de meest voortreffelijke oorzaak is voor het boeddhaschap, omdat het van nature een grondige bescherming biedt voor alle kwetsbare levende wezens die vastzitten in de gevangenis van het cyclische bestaan’.1 Dit is amritayana of het ‘pad van onsterfelijkheid’ in de zuivere betekenis ervan. Wanneer uiteindelijk een discipel wordt geboren in ‘het geslacht van de Tathagata’s’, ervaart hij een alles overtreffende vreugde – en toch ook onmetelijk verdriet vanwege de geestelijke traagheid van zo’n groot deel van de mensheid.

G. de Purucker Een toelichting op De Geheime Leer van H.P. Blavatsky - beginselen van de esoterische filosofie (p. 10/11):
Het gaat hier om een onstoffelijke wereld die door krachten, door goden zo u wilt – het woord doet er niet toe – uit het Al is voortgebracht, en om de geest, de kracht van deze wezens die over of in deze ontastbare en onstoffelijke bol of wereld zweeft. Als we onze aandacht richten op het oosten en de Sanskrietleringen die in de Veda voorkomen raadplegen – de oudste en meest vereerde religieuze en filosofische werken van Hindoestan – vinden we het volgende [naar de Engelse vertaling van Colebrooke]:
Noch iets noch niets bestond; . . .
Denk na over de gedachte daarin. Er bestond noch enig ding, noch geen ding.
. . . die heldere hemel daar
Was niet, noch ’t brede hemeldak daarboven uitgestrekt.
Wat dekte ’t al? wat beschutte? wat verborg?
Was ’t van ’t water het peilloze diep?

Dara Tatray De rol van Zelfonderzoek op het Pad van Terugkeer (Theosofia 112 / nr 2 - mei 2011)
De betekenis van chitta-vrtti-nirodha is dus het ophouden, nirodha, van de mentale modificaties, chitta-vrtti. Nivrtti betekent terugkeer en ook ‘ophouden, stoppen, verdwijnen… uitscheiden met, zich onthouden van of er niet mee doorgaan… ontsnappen aan… wereldse daden, inactiviteit, rust’2; het is een terugkeren naar de Bron.
2. Monier-Williams, M., A Sanskrit-English Dictionary, Delhi: Motilal Banarsidass, 1899/2002, p.560.
Het Pad van Terugkeer, Nivrtti Marga, wordt gekenschetst als een pad van toenemende zelfrealisatie3. Dit is kijken naar het onderwerp in voornamelijk menselijke termen. De kosmos als geheel gaat ook door een uitgaan en een terugkeer in de vorm van de manifestatie van het universum en de uiteindelijke oplossing ervan: de involutie van geest in materie (wat neerkomt op de het creëren van het stoffelijke)en evolutie (wat in theosofische termen het verder ontplooien betekent van de krachten die latent zijn in het bewustzijn, en in latere stadia een terugkeer tot het Ene).
3. Wilber, Ken, The Atman Project: A Transpersonal View of Human Development, Wheaton, Illinois: TPH, 1980, p.3-4.
In het begin, zoals H.P. Blavatsky (HPB) vertelt in De Geheime Leer, vervulde alleen duisternis alles. Zij schrijft, citerend uit de scheppingshymne in de Rig-Veda:
Noch iets, noch niets bestond;
die heldere hemel daar
was niet, noch ’t brede hemeldak daarboven uitgestrekt.

Wat dekte ’t al? wat beschutte? wat verborg?
Was ’t van ’t water het peilloze diep?
Dit uitgaan en terugkeren werd verwoord door Henri Bergson in Creative Evolution, waarin hij schreef: Zoals het kleinste stofdeeltje verbonden is met ons hele zonnestelsel, daardoor meegesleept in die onverdeelde neerwaartse beweging die het materialisme zelf is, zo vormen alle georganiseerde wezens, van de nederigste tot de hoogste, van het allereerste begin van het leven tot de tijd waarin wij zijn…slechts het bewijs van een enkele impuls, het omgekeerde van de beweging van materie, en zelf ondeelbaar.10
10) Bergson, Creative Evolution, cited in Lovejoy, Arthur O., The Reason, the Understanding and Time, Baltimore: The Johns Hopkins Press, 1961, p.175.
De manier waarop dit onderwerp
geïntroduceerd wordt in de Yoga- is leerzaam. Ons wordt verteld dat toen Rama, de heerser van alle koningen van de aarde, pas 16 jaar oud was, hij vairagya of begeerteloosheid bereikte. Hij trachtte niet het te verwerven, maar het overkwam hem. Dit is het verhaal: …toen Rama pas 16 jaar oud was, overkwam hem vairagya, uitputting van de uitgaande krachten van begeerte en afkeer van gehechtheid aan alle vergankelijke dingen. Hij hoorde de lokroep van het eeuwige, uit wiens aanwezigheid hij weggedwaald was.11 Sinds hij was overgegaan tot bespiegeling, schiep Rama geen plezier meer in de vergankelijke dingen van het leven.
11) Bhagavan Das, ''Mystic Experiences:Tales of Yoga and Vedanta from theYogavashishtha (With notes by Dr Annie Besant) '', Varanasi: The Indian Bookshop, The Theosophical Society, 1927/1988, p.1.

De geschiedenis leert dat personen als Socrates en Jezus Christus, die aan de kant van het volk staan, juist het slachtoffer worden van een politieke moord. Als het slecht gaat zoeken de ‘daders’ een ‘zondebok’. Hij kreeg de kruisdood omdat hij niet bereid was zijn ziel te verkopen. Om zelf buiten schot te blijven treedt het zondebokmechanisme in werking. Juist diegenen die niet corrupt zijn worden opgeofferd. De grote leraren, wereldhervormers van de mensheid, zoals Christus, Boeddha, Plato en Confucius, hebben over ethiek eigenlijk hetzelfde gedacht ‘Alle dingen dan die gij wilt dat u de mensen doen, doet gij hun ook alzo; want dat is de Wet van de Profeten’. De onderliggende eenheid achter de verscheidenheid wordt God genoemd.

Prof. Hofstede:
De menselijke natuur is wat alle menselijke wezens met elkaar gemeen hebben.
De kern van een cultuur wordt gevormd door waarden. Een waarde is een collectieve neiging om een bepaalde gang van zaken te verkiezen boven anderen. Waarden behoren tot de eerste dingen die kinderen leren – niet bewust, maar impliciet. Waarden zijn gevoelens met een richting: een plus- en een minpool. Zij hebben betrekking op:

Goed tegenoverSlecht
SchoonVuil
MooiLelijk
NatuurlijkOnnatuurlijk
NormaalAbnormaal
LogischParadoxaal
RationeelIrrationeel

In de culturele antropologie komt het gedrag van de mens tot uiting. Kan men ooit wel het innerlijk van de zogenaamde primitieve volken kennen?, zo heeft menigeen zich wanhopig afgevraagd. Maar moderne onderzoekers stellen, dat men daartoe maar het hele culturele gedrag van zulke mensen moet beschrijven en interpreteren. Want uit de manier waarop de mens zich cultureel gedraagt, blijkt zijn innerlijk. Het ‘Wat’ wordt in het ‘Hoe’ aan de dag gebracht. Het wenselijke en het gewenste onderscheiden zich van elkaar door de aard van de normen die in het geding zijn. Normen zijn standaarden voor waarden die binnen een groep of categorie mensen gelden. Wanneer men vraagt naar het ‘wenselijke’ dan is de norm absoluut en geeft aan wat ethisch (spiritueel) juist is. Bij het ‘gewenste’ is de norm statisch van aard, en gebaseerd op de keuzen die feitelijk door de meerderheid worden gemaakt. Het wenselijke is meer een vorm van ideologie, het gewenste van praktijk. Hoe duidelijk komt juist in deze functionele fase aan de dag, dat de cultuur geen zelfstandig naamwoord, maar een werkwoord is. Cultuur is de manier waarop de mens zich uitdrukt, de wijze waarop hij de juiste relaties tracht te vinden tot alles wat hem omgeeft. In het bijzonder is cultuur een strategie om de verhoudingen tot de machten in goede banen te leiden. Daarom is juist ook de relatie tot het goddelijke steeds in het geding binnen een cultuur.

In het recht wordt onderscheid gemaakt tussen goede trouw en kwade trouw door het wegen van de intentie van een verdachte van een onrechtmatige daad.

Tussen de verkoper en de koper, de vraagzijde en aanbodzijde zit voor beide partijen de stem van het geweten. Uiteindelijk zijn we het allemaal zelf, die de chaos creëren. Welke leraar laten we prevaleren? In plaats van de Goddeloze dwaas de rechtvaardige wijze laten prevaleren.

Fons Trompenaars, auteur van Stierf de Voetganger?, testte leden van verschillende culturen met divers morele dilemma's. Één hiervan was of de bestuurder van een auto zijn vriend zou hebben, een passagier die in de auto berijdt, liggen om de bestuurder tegen de gevolgen te beschermen van te snel het drijven van en het raken van een voetganger. Trompenaars vond dat de verschillende culturen vrij verschillende verwachtingen (van niets aan bijna bepaald) hadden.
De evolutieve biologen beginnen van de veronderstelling dat de ethiek een product van evolutieve krachten is.[nodig citaat] Voor deze mening, worden de zedenwetten uiteindelijk gebaseerd op emotionele instincten en intuïties die voor in het verleden werden geselecteerd omdat zij overleving en reproductie hielpen (inclusieve geschiktheid). De sterkte van moeder band is één voorbeeld. Een andere is Het effect van Westermarck, gezien zoals ondersteunend taboes tegen bloedschande, wat de waarschijnlijkheid van inteeltdepressie vermindert.
Het fenomeen van 'wederkerigheid' (reciprociteit) in aard wordt gezien door evolutieve biologen unidirectioneel beginnen menselijke ethiek te begrijpen. Zijn functie is typisch een betrouwbare levering van essentiële middelen, vooral voor dieren te verzekeren levend in een habitat waar de de voedselhoeveelheid of kwaliteit onvoorspelbaar schommelen.

De boodschap, het nieuwe inzicht van Jezus (historisch-kritisch benaderd) Keer dan ook uw andere wang toe is de keerzijde van het Oog om oog, tand om tand uit het Oude Testament en berust op de Gulden Regel Wat gij wilt dat u geschiedt doe dat de ander. (Wederkerigheid).

Herman De Ley Wat is Religie? Een Inleiding.
In zijn synthese-artikel van 1984 komt Peter Fuller tot de conclusie dat de zogenaamde "Christologie" - d.w.z. elk soort van denken over Jesus van Nazareth in termen van de "Christus": Zoon van God, Messias, Godmens, enz. - een late toevoeging was:

"Jesus dacht niet over zichzelf als 'zoon van God' in enige betekenis die ook maar van verre te maken heeft met de betekenis die die titel naderhand kreeg in de christelijke belijdenissen; hij had niets te zeggen over zijn eigen natuur als god-mens, over incarnatie, verrijzenis uit de doden of de verlossingsdoctrines (soteriologie) waarop het christelijk geloof is geconstrueerd" (o.c., p. 119).

Anderzijds kan ook niet langer worden volgehouden dat Jesus een "nieuwe ethiek" aan de wereld zou hebben geschonken. Tussen de 20ste-eeuwse onderzoekers bestaat er integendeel een ruime consensus dat er in zijn ethisch onderricht weinig origineels te vinden was: dat onderricht was volledig doordrongen van de "liberale", farizeïsche traditie (een belangrijk deel ervan vindt men al geanticipeerd in de teksten van Rabbi Hillel, ca 40 jaar vroeger):

"er is niet één ethische stelregel die volgens de overlevering werd uitgesproken door Jesus van Nazareth, waarvoor geen parallel (vaak zelfs woordelijk) te vinden is in de rabbinale literatuur" (ibid.).

Jan Verplaetse Het morele instinct Over de natuurlijke oorsprong van onze moraal, Samenvatting van 'Het morele instinct':
Wat is goed en wat is kwaad? Dit boek is een uitvoerig antwoord op die vraag. Het verklaart moreel en immoreel gedrag als uitdrukkingsvormen van vijf morele systemen. Vier ervan berusten op intuïties of emoties (de hechtingsmoraal, de geweldmoraal, de reinigingsmoraal, de samenwerkingsmoraal) en slechts één is rationeel (de beginselenmoraal). Deze moralen zetten mensen ertoe aan om dingen te doen of te laten, maar op diverse gronden en op verschillende manieren. Gemeenschappelijk aan alle moraal is dat die onze individuele vrijheid begrenst ten gunste van het hogere belang.
Verplaetse vertelt wat we weten over de oorsprong en de ontwikkeling van moraal. Hij laat zien dat moraal veelal berust op biologische, automatische en emotionele processen. Neurowetenschappelijke bevindingen leveren overtuigend bewijs voor de diepe verankering van moraal in het menselijk lichaam. Zo heeft de ontdekking van spiegelneuronen duidelijk gemaakt dat empathie - volgens Schopenhauer de basis van alle moraal - een neurobiologisch gegeven is.
Dit boek gaat niet over de geest van de ethiek, maar over het vlees van de moraal. Het laat zien wat de mens, waar ook ter wereld en tot welke cultuur hij ook behoort, bezit aan vermogens om met het conflict tussen eigenbelang en hoger belang om te gaan. Het verschuift de focus van culturele diversiteit naar biologische gegevenheden.
Verplaetse pleit ten slotte voor een ethiek die niet alleen rekening houdt met morele beginselen, maar ook met de vier emotiemoralen. De ethiek van de toekomst zal een evenwicht moeten vinden tussen emotie en rede.

Greta Eedle Goed en kwaad
Houd op kwaad te doen, leer om goed te doen. In de een of andere vorm, in verschillende bewoordingen bij verscheidene gebeurtenissen, is ons allemaal vanaf onze kindertijd dit advies gegeven, eerst omdat ons geleerd werd ons te conformeren aan de tradities en gewoonten van het gezin en de sociale en godsdienstige groep waarin we werden geboren; later omdat wij kennismaakten met de wijsheid van de wijzen van de wereld.
75: Onze studies leiden ons tot de overtuiging dat het het absoluut goede een goddelijk principe is waarin het mentale, emotionele en fysieke goed en kwaad uiteindelijk opgenomen zullen worden. Totdat de mensheid echter ver vooruit is gegaan, veel verder dan haar huidige staat van geestelijke onwetendheid, zal zij dit innerlijk rijk van het goede, het ware en het schone niet kunnen binnen gaan.

De drie-eenheid ‘Brahmâ, Vishnu en Shiva’ is de grondslag van alle verschijnselen van 'geboorte, groei naar volwassenheid en neergang' (Kindsheid, Aankomende leeftijd, Volwassenheid en Ouderdom) die overal in de schepping als een kringloop te zien zijn.
De drie guna's zoals beschreven in de Bhagavad Gita 14:5-25 beschrijven drie stadia in de geestelijke ontwikkeling van de mens: tamas, rajas en sattvas. Bij de gnostici waren deze stadia bekend als de hylikoi, zij die aan de zintuigen zijn gehecht; de psychikoi, zij die aan hun denkbeelden zijn gehecht en de pneumatikoi, zij die het geestelijke inzicht hebben verkregen en geheel zichzelf zijn geworden.
De drie goena's behoren tot het gebied van de menselijke geest, niet tot dat van de goddelijke geest Brahmâ, Vishnu en Shiva.

H.P. Blavatsky: De Geheime Leer Deel I, Stanza 3 Het ontwaken van de kosmos (p. 97):
(a) Het gebruik van meetkundige figuren en de veel voorkomende verwijzingen ernaar in alle oude geschriften (zie de Purana’s, Egyptische papyri, het ‘Dodenboek’ en zelfs de Bijbel) moet worden verklaard. In het ‘Boek van Dzyan’, evenals in de Kabbala, zijn er twee soorten getallen die men kan bestuderen – de cijfers, vaak eenvoudige sluiers, en de heilige getallen, waarvan de waarden alle door inwijding aan de occultisten bekend zijn. De eerstgenoemde zijn alleen maar gebruikelijke tekens, de laatstgenoemde zijn de basissymbolen van alles. Dat wil zeggen, de eerste soort is zuiver materieel, de andere zuiver metafysisch; zij verhouden zich tot elkaar als stof tot geest – de tegenpolen van de ENE substantie.
Geheime Leer Deel I, Stanza 5 Fohat: kind van zevenvoudige hiërarchieën (p. 154):
Het is niet de ‘heerser’ of ‘maharadja’, die straft of beloont, met of zonder toestemming of bevel ‘van God’, maar de mens zelf – omdat zijn daden of karma individueel en collectief (zoals soms met hele volkeren het geval is) allerlei soort kwaad en rampen aantrekt. Wij maken OORZAKEN, en deze wekken in de siderische wereld de overeenkomstige krachten op. Deze krachten worden magnetisch en onweerstaanbaar aangetrokken tot degenen die deze oorzaken teweegbrachten en werken op hen terug, of dergelijke personen nu inderdaad de boosdoeners zijn, dan wel alleen de denkers die het kwaad hebben uitgebroed. Gedachte is stof17, leert de moderne wetenschap ons; en ‘ieder deeltje van de bestaande stof moet een register zijn van alles wat er is gebeurd’, zoals Jevons en Babbage in hun ‘Principles of Science’ aan de niet ingewijde vertellen.
17) Natuurlijk niet zoals dit wordt opgevat door de (in het Duits publicerende) Nederlandse materialist Moleschott, die ons verzekert dat ‘gedachte de beweging van de stof is’, een ongeëvenaard absurde bewering. Mentale en lichamelijke toestanden staan als zodanig volkomen tegenover elkaar. Maar dat neemt niet weg dat iedere gedachte, behalve de haar begeleidende stoffelijke verandering in de hersenen, ook een objectief aspect vertoont hoewel dit voor ons bovenzinnelijk objectief is – op het astrale gebied. (Zie ‘The Occult World’, blz. 89-90.)
Geheime Leer Deel I, Stanza 6 Vervolg (p. 220/221):
(a) Alleen op gezag van de Toelichtingen wordt gezegd, dat met de kwalificatie de ‘vierde’, de ‘vierde Ronde’ wordt bedoeld. Deze kan evengoed de vierde ‘eeuwigheid’ als de ‘vierde Ronde’, of zelfs de vierde (onze) bol betekenen. Want, zoals herhaaldelijk zal worden aangetoond, is deze de vierde sfeer op het vierde of laagste gebied van het stoffelijke leven. En we zijn nu eenmaal in de vierde Ronde, op het keerpunt waarvan geest en stof tot volmaakt evenwicht moesten komen1. De Toelichting zegt als uitleg van het vers:
De heilige jongelingen (de goden) weigerden zich te vermenigvuldigen en soorten te scheppen naar hun gelijkenis, naar hun aard. Het zijn geen geschikte vormen (rupa’s) voor ons. Zij moeten groeien. Zij weigeren de chhaya’s (schaduwen of beelden) van hun minderen in te gaan. Zo heerste er vanaf het begin zelfzucht, zelfs onder de goden, en zij kwamen de karmische lipika’s onder ogen.’
1) In deze periode – tijdens het hoogtepunt van beschaving en kennis, maar ook van verstandelijkheid van de mens van het vierde, Atlantische Ras – vertakte, zoals we zullen zien, de mensheid zich als gevolg van de beslissende crisis van de fysiologisch-geestelijke aanpassing van de rassen, in twee lijnrecht tegenovergestelde paden: het RECHTER en het LINKER pad van kennis of vidya. ‘Zo werden in die dagen de kiemen gelegd van de witte en de zwarte magie. De zaden bleven enige tijd onwerkzaam, om pas te ontkiemen tijdens de eerste periode van het vijfde (ons Ras).’ (Toelichting.)
H.P. Blavatsky: De Geheime Leer Deel I Stanza 7 De voorvaderen van de mens op aarde (p. 261):
Filosofisch beschouwd is de mens in zijn uiterlijke vorm eenvoudig een dier, nauwelijks volmaakter dan zijn aapachtige voorvader uit de derde Ronde. Hij is een levend lichaam, geen levend wezen, omdat het besef van bestaan, het ‘ego-sum’, zelfbewustzijn vereist, en een dier kan alleen rechtstreeks bewustzijn of instinct hebben.
263: Als de occultist dus zegt, dat de ‘duivel de schaduwzijde van god is’ (het kwaad, de keerzijde van de medaille), bedoelt hij niet twee afzonderlijke werkelijkheden, maar de twee aspecten of facetten van dezelfde Eenheid.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 4 Chaos - Theos - Kosmos (p. 375):
De Ouden dachten dat, wanneer de leidende actieve ‘intelligenties’ (de goden) zich terugtrokken uit een bepaald gedeelte van de ether in onze Ruimte – de vier gebieden waarop zij toezicht houden – dit gebied in de macht van het kwade werd gelaten, dat zo werd genoemd omdat het goede daarin ontbrak.
‘Het bestaan van geest in de gemeenschappelijke tussenstof, de ether, wordt door het materialisme ontkend, terwijl de theologie er een persoonlijke god van maakt. Maar de kabbalist is van mening dat beide ongelijk hebben en dat de elementen in de ether slechts stof zijn – de blinde kosmische natuurkrachten terwijl de geest de intelligentie is die ze bestuurt. De Arische, Hermetische, Orfische en Pythagorische kosmogonische leringen, en ook die van Sanchoniathon en Berosus, zijn alle gebaseerd op één onweerlegbare formule, nl. dat de aether en de chaos of, in de taal van Plato, het denkvermogen en de stof, de twee oorspronkelijke en eeuwige beginselen van het heelal waren, volkomen onafhankelijk van al het andere. Het eerstgenoemde was het alles tot leven brengende beginsel van het intellect, terwijl de chaos een vormloos vloeibaar beginsel was, zonder ‘vorm of zin’. Uit de vereniging van deze twee ontstond het heelal, of liever de universele wereld, de eerste androgyne godheid – waarbij de chaotische stof het lichaam werd en de ether de ziel. In de bewoordingen van een Fragment van Hermias: ‘De chaos, die uit deze vereniging met de geest begripsvermogen verkreeg, straalde van blijdschap, en zo werd het protogonos (eerstgeboren) licht voortgebracht’. Dit is de universele drie-eenheid, gebaseerd op de metafysische begrippen van de Ouden die, naar analogie redenerend, van de mens – een samenstel van verstand en stof – de microkosmos van de macrokosmos, of het grote heelal, maakten.’ (Isis Ontsluierd.)
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 5 Over de verborgen godheid, haar symbolen en tekens (p. 389):
In een sūtra van de Gupta Vidya staat: ‘In het begin werd een straal, die voortkwam uit paramārthika (het ene en enige ware bestaan) gemanifesteerd in vyavahārika (conventioneel bestaan), dat als een vahan werd gebruikt om af te dalen in de universele moeder en haar te laten uitzetten (opzwellen, brih).’ En in de Zohar wordt gezegd: ‘De oneindige eenheid, vormloos en zonder evenbeeld, gebruikte de vorm van de hemelse mens, nadat deze was geschapen. Het onbekende licht8 (duisternis) gebruikte de אדם עילאה (hemelse vorm) als strijdwagen מרכבה om daarmee af te dalen, en het wenste naar deze vorm te worden genoemd, die de heilige naam Jehova is.’
8) Rabbi Simeon zegt: ‘O, metgezellen, metgezellen, de mens als emanatie was zowel man als vrouw, zowel aan de kant van de ‘vader’ als aan de kant van de ‘moeder’. En dit is de betekenis van de woorden: ‘En de Elohim spraken: Laat er licht zijn, en er was licht’ . . . en dit is de tweevoudige mens.’ (Auszüge aus dem Sohar, blz. 13, 15.) In Genesis betekende licht dus de androgyne straal of de ‘hemelse mens’.
389/390: Zoals de Zohar zegt: ‘In het begin was de wil van de koning, vóór elk ander bestaan. . . . Deze (de wil) schetste de vormen van alle dingen die verborgen waren geweest, maar nu zichtbaar werden. En uit het hoofd van Ain-Soph kwam als een verzegeld geheim een nevelige vonk van stof voort, zonder gedaante of vorm. . . . Het leven ontspringt beneden, en de bron vernieuwt zich van boven, de zee is altijd vol en verspreidt haar wateren overal.’ Zo wordt de godheid vergeleken met een oeverloze zee, en met water dat ‘de bron van het leven’ is (Zohar iii, 290). ‘Het zevende paleis, de bron van het leven, is het eerste in de volgorde van bovenaf’ (ii, 261). Vandaar de kabbalistische leerstelling in de mond van de heel kabbalistische Salomo, die in Spreuken ix, 1 zegt: ‘Wijsheid heeft haar huis gebouwd; zij heeft de zeven zuilen ervan gehouwen.
De Geheime Leer Deel I hoofdstuk 9 De maan, Deus Lunus, Phoebe (p. 431):
Dan legt de schrijver uit dat de vrouwelijke sephiroth, binah, door de kabbalisten de grote zee wordt genoemd: daarom is binah, van wie de goddelijke namen Jehova, Yah en Elohim zijn, eenvoudig de Chaldeeuwse Tiamat, de vrouwelijke macht, de Thalatth van Berosus, die heerst over de Chaos en die later door de christelijke theologie als de slang en de duivel werd bestempeld. Zij-hij (Yah-hovah) is de verhevene (Heh en Eva). Deze Yah-hovah of Jehova komt dus overeen met onze Chaosvader, moeder, zoon – op het stoffelijke gebied en in de zuiver stoffelijke wereld. Demon en Deus tegelijk; de zon en de maan, goed en kwaad, god en demon.
De Geheime Leer Deel I hoofdstuk 11 Demon est deus inversus (p. 451):
Als ‘God’ absoluut, oneindig en de universele wortel van alles in de Natuur en haar heelal is, waar komt dan het kwaad of de duivel vandaan, als het niet is uit dezelfde ‘gouden schoot’ van het absolute? Zo worden we gedwongen om òf de emanatie van goed en kwaad, van Agathodaemon en Kakodaemon (Daemon) te aanvaarden als loten van dezelfde stam van de Boom van het Zijn, òf ons neer te leggen bij de ongerijmdheid van een geloof aan twee eeuwige Absoluutheden!
452/453: De Ouden begrepen dit zo goed, dat hun filosofen – nu nagevolgd door de kabbalisten – het kwade definieerden als de schaduwzijde van god of het goede: demon est deus inversus is een heel oud gezegde. Inderdaad is het kwade alleen maar een tegenwerkende blinde natuurkracht; het is reactie, weerstand en tegenstellingkwaad voor sommigen, goed voor anderen. Er bestaat geen kwaad op zichzelf: alleen de schaduw van het licht; zonder deze zou het licht niet kunnen bestaan, zelfs niet in onze waarnemingen. Als het kwade verdween, zou het goede tegelijk daarmee van de aarde verdwijnen.
453: Het goede is alleen oneindig en eeuwig in het eeuwig voor ons verborgene, en daarom stellen wij het ons als eeuwig voor. Op de gemanifesteerde gebieden houdt het ene het andere in evenwicht. Er zijn maar weinig theïsten – en mensen die in een persoonlijke god geloven – die niet van satan de schaduw van god maken; of die, terwijl ze beide met elkaar verwarren, niet geloven dat zij het recht hebben tot die afgod te bidden en zijn hulp en bescherming te vragen voor de uitvoering en de straffeloosheid van hun slechte en wrede daden. ‘Leid ons niet in verzoeking’ wordt dagelijks door miljoenen christelijke mensenharten gericht tot ‘onze Vader die in de hemel is’, en niet tot de duivel.
456: In de menselijke natuur wijst het kwade alleen op de polariteit van stof en geest, een strijd om het bestaan tussen de twee gemanifesteerde beginselen in Ruimte en tijd; deze beginselen zijn uit zichzelf één, omdat ze zijn geworteld in het Absolute. In de Kosmos moet het evenwicht bewaard blijven. De werkingen van de twee tegengestelden brengen harmonie voort, evenals de middelpuntzoekende en middelpuntvliedende krachten, die onderling afhankelijk en voor elkaar noodzakelijk zijn – ‘opdat beide kunnen leven’. Indien de ene wordt tegengehouden, zal de werking van de andere onmiddellijk tot zelfvernietiging leiden.
Omdat de personificatie die satan wordt genoemd, ruimschoots vanuit haar drievoudige aspect is geanalyseerd – in het Oude Testament, de christelijke theologie en de oude heidense denkwijze – worden degenen die er meer over willen weten, verwezen naar Deel II van ISIS ONTSLUIERD, hfst. x.
De Geheime Leer Deel I, Hoofdstuk 16 Cyclische evolutie en karma (p. 704):
De cyclussen zijn ook onderworpen aan de gevolgen die door deze activiteit ontstaan. ‘Het ene kosmische atoom wordt zeven atomen op het gebied van de stof, en elk wordt in een energiecentrum omgezet; datzelfde atoom wordt zeven stralen op het gebied van de geest, en de zeven scheppende natuurkrachten, die van de wortel-essentie uitstralen . . . volgen, de ene het rechter-, de andere het linkerpad, gescheiden tot het einde van de kalpa en toch nauw met elkaar verbonden. Wat verenigt ze? KARMA.’ De atomen die uit het centrale punt zijn uitgestraald, emaneren op hun beurt nieuwe energiecentra, die onder de latente adem van fohat hun werk van binnen naar buiten beginnen en zich vermenigvuldigen tot andere kleinere centra. Deze vormen in de loop van de evolutie en de involutie op hun beurt de wortels of de oorzaken van nieuwe gevolgen, van werelden en ‘mensendragende’ bollen tot de geslachten, soorten en klassen van alle zeven rijken (waarvan wij er maar vier kennen). Want ‘de gezegende werkers hebben in de eeuwigheid het Thyan-kam ontvangen’ (‘De aforismen van Tson-ka-pa’).
714: De wegen van karma zouden ook niet ondoorgrondelijk zijn als de mensen gezamenlijk en in harmonie zouden handelen, in plaats van in verdeeldheid en strijd. Eén deel van de mensheid noemt ze de duistere en ingewikkelde wegen van de voorzienigheid, terwijl een ander deel er de werking van een blind noodlot en een derde er alleen maar toeval in ziet, zonder leiding door goden of duivels. Onze onwetendheid over die wegen van karma zou ongetwijfeld verdwijnen, als we deze slechts aan de juiste oorzaak zouden toeschrijven. Met de juiste kennis, of in ieder geval met de vaste overtuiging dat onze buren er evenmin naar streven om ons te benadelen, als wij de bedoeling zouden hebben om hen kwaad te doen, zou tweederde van het kwaad in de wereld in het niet verdwijnen. Als niemand zijn broeder kwaad deed, zou karma-Nemesis geen reden hebben tot handelen, en geen wapens om te gebruiken. De voortdurende aanwezigheid in ons midden van alle elementen van strijd en tegenstelling en de verdeling van rassen, volkeren, stammen, gemeenschappen en individuen in Kaïns en Abels, wolven en 'lammeren , zijn de voornaamste oorzaken van de ‘wegen van de voorzienigheid’.

De Geheime Leer Deel II, Stanza 4 SCHEPPING VAN DE EERSTE RASSEN (p. 104/105):
104: Elke klasse van scheppers verleent de mens wat zij heeft te geven: de ene bouwt zijn uiterlijke vorm; de andere geeft hem haar essentie, die later het menselijke hogere Zelf wordt, tengevolge van de persoonlijke inspanning van het individu; maar zij konden de mensen niet maken zoals zijzelf waren: volmaakt, want zondeloos; zondeloos, omdat zij slechts de eerste flauwe schaduwachtige omtrekken van eigenschappen bezaten, en deze waren – vanuit menselijk standpunt – allemaal volmaakt, wit, zuiver en koud als de maagdelijke sneeuw. Waar geen strijd is, is geen verdienste. De mensheid, ‘door en door aardsgezind’, was niet bestemd te worden geschapen door de engelen van de eerste goddelijke adem: daarom zegt men dat zij hebben geweigerd dit te doen, en de mens moest worden gevormd door veel materiëlere scheppers8, die op hun beurt alleen konden geven wat zij in hun eigen natuur hadden, en meer niet.
8) Ondanks alle pogingen tot het tegendeel, kan de christelijke theologie – die de last van het Hebreeuwse esoterische verhaal van de schepping van de mens op zich heeft genomen, dat letterlijk wordt opgevat – geen enkele redelijke verontschuldiging vinden voor haar ‘God, de schepper’, die een mens voortbrengt zonder denkvermogen en verstand; evenmin kan zij de straf rechtvaardigen die volgt op een daad, waarvoor Adam en Eva zich op ontoerekeningsvatbaarheid zouden kunnen beroepen. Want als men toegeeft dat het mensenpaar vóór het eten van de verboden vrucht onbekend was met goed en kwaad, hoe kan men dan verwachten dat zij wisten dat ongehoorzaamheid kwaad was? Als het de bedoeling was dat de oorspronkelijke mens een half-verstandelijk, of eerder een verstandeloos wezen zou blijven, dan was zijn schepping doelloos en zelfs wreed, als deze was voortgebracht door een almachtige en volmaakte god. Maar zelfs uit Genesis blijkt dat Adam en Eva zijn geschapen door een klasse van lagere goddelijke wezens, de Elohim, die zo angstvallig bezorgd zijn voor hun persoonlijke voorrechten als redelijke en intelligente schepselen, dat zij de mens niet willen toestaan ‘als een van ons’ te worden. Dit is duidelijk, zelfs uit de letterlijke tekst van de bijbel. De gnostici hadden dus gelijk, toen zij de joodse god beschouwden als behorend tot een klasse van lagere, stoffelijke en niet erg heilige bewoners van de onzichtbare wereld.
105: Goed en kwaad zijn tweelingen, de nakomelingen van Ruimte en Tijd, onder de heerschappij van maya. Scheid hen door de ene van de andere af te snijden, en zij zullen beide sterven. Geen van beide bestaat op zichzelf, want elk moet uit de ander worden voortgebracht en geschapen om tot bestaan te komen; beide moeten worden gekend en gewaardeerd voordat zij voorwerp van waarneming worden; daarom moet de sterveling hen als gescheiden denken.
114: ‘Mijn eerste gedachte over dit gedeelte’ (van de opstand), zegt hij, ‘was dat de oorlogen met de machten van het kwaad aan de schepping voorafgingen; ik denk nu dat het volgde op het verhaal van de val’ (Chaldean Account of Genesis, blz. 92). In dit boek geeft George Smith een afbeelding, ontleend aan een oude Babylonische cilinder, van de heilige boom, de slang, de man en de vrouw. De boom heeft zeven takken: drie aan de kant van de man, vier aan die van de vrouw. Deze takken stellen de zeven Wortelrassen voor, in het derde waarvan, juist aan het einde, de scheiding van de geslachten en de zogenaamde VAL in de voortplanting plaatshad. De eerste drie Rassen waren geslachtloos, daarna hermafrodiet; de andere vier mannelijk en vrouwelijk, duidelijk van elkaar te onderscheiden. ‘De draak’, zegt G. Smith, ‘die in het Chaldeeuwse scheppingsverhaal de mens tot zonde brengt, is de schepping van Tiamat, het levende beginsel van de zee, of de Chaos . . . die bij de schepping van de wereld tegen de godheden opstond.’ Dit is een dwaling.
116: Maar wat is dat ‘geestelijke vuur’? In de alchemie is het in het algemeen WATERSTOF; terwijl het in de esoterische werkelijkheid de emanatie of de straal is die voortkomt uit zijn noumenon, de ‘Dhyan van het eerste element’. Waterstof is alleen op ons aardse gebied een gas. Maar zelfs in de scheikunde zou waterstof ‘de enige bestaande vorm van stof zijn, in onze betekenis van het woord’18, en zij is nauw verwant aan protyle, die ons layam is. Zij is om zo te zeggen de vader en voortbrenger, of beter de upadhi (basis) van zowel LUCHT als WATER, en is inderdaad ‘vuur, lucht en water’: één onder drie aspecten; vandaar de chemische en alchimistische drie-eenheid. In de wereld van manifestatie of stof is deze het objectieve symbool en de stoffelijke emanatie van het subjectieve en zuiver geestelijke Wezen op het gebied van de noumena. Terecht heeft Godfrey Higgins waterstof vergeleken en zelfs vereenzelvigd met TO ON, het ‘ene’ van de Grieken. Want, zoals hij opmerkt, waterstof is geen water, hoewel zij dit voortbrengt; waterstof is ook geen vuur, hoewel zij dit manifesteert of schept; en evenmin is zij lucht, hoewel lucht mag worden beschouwd als een product van het verenigen van water en vuur – want waterstof komt voor in het waterige element van de atmosfeer. Zij is drie in een.
De Geheime Leer Deel II, Stanza 5 De evolutie van het tweede ras - De goddelijke hermafrodiet (p. 138):
Deze noodzaak van geheimhouding bracht het vijfde Ras tot het instellen, of liever het opnieuw instellen, van de religieuze mysteriën, waarin onder de sluier van allegorie en symboliek oude waarheden aan de komende geslachten konden worden onderwezen. Zie de onvergankelijke getuige van de evolutie van de menselijke uit de goddelijke rassen, en in het bijzonder uit het androgyne Ras – de Egyptische Sfinx, dat raadsel van de eeuwen! Goddelijke wijsheid die zich incarneert op aarde en die wordt gedwongen de bittere vrucht te proeven van persoonlijke pijn en van lijden, die op aarde alleen wordt voortgebracht in de schaduw van de boom van kennis van goed en kwaad – een geheim dat eerst alleen bekend was aan de Elohim, de ZELF-INGEWIJDE ‘hogere goden’1.
De Geheime Leer Deel II Stanza 7 VAN HET HALFGODDELIJKE RAS TOT DE EERSTE MENSENRASSEN (p. 196/197):
Want Kama is in de Rig Veda (x, 129) de verpersoonlijking van dat gevoel dat leidt en drijft tot schepping. Hij was de eerste beweging die het ENE na zijn manifestatie uit het zuiver abstracte beginsel aandreef om te scheppen. ‘Eerst ontstond begeerte in HET, dat de oerkiem van het denkvermogen was; en waarvan de wijzen, zoekend met hun verstand, hebben ontdekt dat het de band is die de Entiteit met de Niet-Entiteit verbindt.’ Een hymne in de Atharva Veda verheft Kama tot een opperste god en schepper, en zegt: ‘Kama werd het eerst geboren. Hem hebben noch goden, noch vaderen (pitara), noch mensen geëvenaard.’ . . . De Atharva Veda vereenzelvigt hem met Agni, maar stelt hem hoger dan die god. Het Taittiriya Brahmana maakt hem allegorisch tot de zoon van Dharma (morele religieuze plicht, vroomheid en gerechtigheid) en van Sraddha (geloof). Elders wordt Kama geboren uit het hart van Brahma; daarom is hij atma-bhu, ‘zelfbestaand’, en aja, de ‘ongeborene’. Evenals Eros in de vroege Griekse mythologie met de schepping van de wereld was verbonden en pas later de geslachtelijke Cupido werd, zo was dit ook het geval met Kama in zijn oorspronkelijke vedische karakter (Harivansa maakt hem tot zoon van Lakshmi, die Venus is).
200/201: Padmapani is echter alleen voor de niet-ingewijden symbolisch de ‘lotusdrager’; esoterisch betekent het woord de drager van de kalpa’s, waarvan de laatste, de tegenwoordige mahakalpa (de Varaha), Padma wordt genoemd, en de helft van het leven van Brahma voorstelt. Hoewel een kleine kalpa, wordt hij maha, ‘groot’ genoemd, omdat hij de tijd omvat waarin Brahma uit een lotus voortkwam. Theoretisch zijn de kalpa’s oneindig, maar praktisch zijn ze verdeeld en onderverdeeld in Ruimte en Tijd, waarbij elk onderdeel – tot het kleinste toe – zijn eigen Dhyani als beschermer of bestuurder heeft. Padmapani (Avalokiteshvara) wordt in China in zijn vrouwelijke aspect Kwan-yin, ‘die vrijelijk elke gewenste vorm aanneemt, om de mensheid te redden’. De kennis van het astrologische aspect van de sterrenbeelden op de respectievelijke ‘geboortedagen’ van deze Dhyani’s Amitabha (de O-mi-to Fo van China) inbegrepen: bijv. op de 19de dag van de tweede maand, op de 17de dag van de elfde maand, en op de 7de dag van de derde maand, enz. – stelt de occultist ruimschoots in staat om zogenaamde ‘magische’ handelingen te verrichten. Men kan de toekomst van een individu, met al de komende gebeurtenissen in volgorde gerangschikt, zien in een magische spiegel, die onder de straal van bepaalde sterrenbeelden is geplaatst. Maar – pas op voor de keerzijde van de medaille, TOVENARIJ.
De Geheime Leer Deel II, Hoofdstuk Edens, slangen en draken (p. 238):
De bijbel is van Genesis tot de Openbaringen slechts een reeks historische verslagen van de grote strijd tussen witte en zwarte magie, tussen de adepten van het rechterpad, de profeten, en die van het linkerpad, de levieten, de geestelijkheid van het ruwe volk. Zelfs de onderzoekers van het occultisme, hoewel enkelen van hen meer archaïsche manuscripten en directe leringen hebben om op te steunen, vinden het moeilijk om een scheidslijn te trekken tussen de sodales van het rechter- en die van het linkerpad. De grote breuk die ontstond tussen de zonen van het vierde Ras, zodra de eerste tempels en zalen van inwijding onder leiding van ‘de zonen van god’ waren opgericht, wordt allegorisch weergegeven in de zonen van Jakob. Dat er twee scholen van magie waren en dat de orthodoxe levieten niet tot de heilige school behoorden, blijkt uit de woorden van de stervende Jakob.
244: De allegorie van Adam, die van de ‘boom van het leven’ wordt verdreven, betekent esoterisch dat het pas gescheiden Ras misbruik maakte van het mysterie van het leven en dit neerhaalde naar het gebied van dierlijkheid en bestialiteit. Want zoals de Zohar aantoont, is Matronethah (Shekinah, symbolisch de vrouw van Metatron), ‘de weg tot de grote boom van het leven, de machtige boom’, en Shekinah is goddelijke genade. Deze boom reikt volgens de uitleg tot in het hemelse dal en is verborgen tussen drie bergen (de bovenste triade van de beginselen in de mens). Van deze drie bergen verheft de boom zich omhoog (de kennis van de adept streeft naar de hemel) en daalt dan weer af (in het ego van de adept op aarde).
Deze boom wordt overdag geopenbaard en is ’s nachts verborgen, namelijk geopenbaard aan een verlicht denkvermogen en verborgen voor de onwetendheid, die nacht is. (Zie Zohar, I, 172, a en b.) ‘De boom van kennis van goed en kwaad groeit uit de wortels van de boom van het leven.’ (Toel.) Maar ook: ‘In de Kabbala is duidelijk te vinden dat ‘de boom van het leven’ het ansatakruis in zijn seksuele aspect was, en dat de ‘boom van kennis’ de scheiding en het weer samenkomen was om de noodlottige voorwaarde te vervullen. De waarden van de letters die het woord otz (עץ), boom, vormen, zijn 7 en 9; de zeven is het heilige vrouwelijke getal en de negen het getal van de fallische of mannelijke energie. Dit ansatakruis is het symbool van de Egyptische vrouw-man, Isis-Osiris, het kiembeginsel in alle vormen, gebaseerd op de eerste manifestatie, die in elke richting en in elke betekenis kan worden toegepast32.
De Geheime Leer Deel II, Stanza 12 De oorsprong van de mythe van satan (p. 437):
De benaming sa’tan, in het Hebreeuws satan, ‘een tegenstander’ (van het werkwoord shatana, ‘vijandig zijn’, vervolgen), behoort rechtmatig aan de eerste en wreedste ‘tegenstander van alle andere goden’, Jehova, en niet aan de slang, die slechts woorden van sympathie en wijsheid sprak en in het ergste geval zelfs volgens het dogma ‘de tegenstander van de mensen’ is. Dit dogma, dat is gebaseerd op hoofdstuk iii van Genesis, is even onlogisch en onrechtvaardig als paradoxaal. Want wie heeft het eerst die oorspronkelijke en voortaan universele verleidster van de man – de vrouw – geschapen? Beslist niet de slang, maar de ‘Heer God’ zelf die, terwijl hij zei: ‘Het is niet goed dat de mens alleen is’, de vrouw maakte ‘en haar bij de man bracht’ (18-22). Als het onaangename kleine voorval dat volgde moest en nog steeds moet worden opgevat als de ‘erfzonde’, dan stelt dit de goddelijke vooruitziende blik van de schepper wel in een heel slecht licht. Het zou voor de eerste Adam (van hfst. 1) veel beter zijn geweest als hij òf ‘mannelijk en vrouwelijk’ òf ‘alleen’ was gelaten. Blijkbaar was de Heer God de werkelijke oorzaak van al het onheil, de ‘agent provocateur’, terwijl de slang – slechts een prototype was van Azazel, ‘de zondebok voor de zonde van (de god van) Israël’, de arme Tragos, die de straf moest ondergaan voor de blunder van zijn meester en schepper. Dit is natuurlijk alleen aan het adres van diegenen die de eerste gebeurtenissen van het drama van de mensheid in Genesis in hun dode-letter betekenis aanvaarden. Zij die deze gebeurtenissen esoterisch lezen, beperken zich niet tot fantastische speculaties en hypothesen; zij weten hoe zij de erin vervatte symboliek moeten lezen, en zij kunnen zich niet vergissen.
439: Satan vertegenwoordigt metafysisch eenvoudig het omgekeerde of de tegengestelde pool van alles in de natuur22. Hij is allegorisch de ‘tegenstander’, de ‘moordenaar’ en de grote vijand van alles, omdat er in het gehele heelal niets is dat niet twee kanten heeft – de keerzijden van dezelfde medaille. Maar in dat geval kunnen licht, goedheid, schoonheid, enz. met evenveel recht satan worden genoemd als de duivel, omdat zij de tegenstanders zijn van duisternis, slechtheid en lelijkheid. En nu zullen de filosofie en de logische grondslag van bepaalde vroege christelijke sekten – die ketters werden genoemd en werden beschouwd als de gruwel van hun tijd – begrijpelijker worden. Wij gaan misschien begrijpen hoe het kwam dat de sekte van de SATANISTEN werd verguisd en zonder enige hoop op rehabilitatie in de toekomst in de ban werd gedaan; zij hielden namelijk hun leringen geheim. Hoe de KAÏNIETEN op grond van hetzelfde beginsel werden verguisd, en zelfs de (Judas) ISCARIOTTEN; want de ware aard van deze apostel en verrader is voor de rechtbank van de mensheid nooit op de juiste manier weergegeven.
22) In de demonologie is satan de leider van de oppositie in de hel, waarvan Beëlzebub de vorst was. Hij behoort tot de vijfde soort of klasse van demonen (waarvan er volgens de middeleeuwse demonologie negen zijn) en hij staat aan het hoofd van heksen en tovenaars. Maar zie in de tekst de ware betekenis van Baphomet, de satan met de geitenkop, die één is met Azazel, de zondebok van Israël. De Natuur is de god PAN.
De Geheime Leer Deel II, Stanza 12 De ‘vloek’ vanuit een filosofisch gezichtspunt (p. 475):
De filosofische opvatting van de Indiase metafysica plaatst de wortel van het kwaad in de differentiatie van het homogene in het heterogene, van het ene in het vele.
De Geheime Leer Deel II, Hoofdstuk 18 Over de mythe van gevallen engelen (p. 541/542):
Zoals het kwaad en de straf de werktuigen van karma zijn in een absoluut rechtvaardige, vergeldende betekenis, zo was het kwaad de dienaar van het goede (Hibbert Lectures, 1887, blz. 101-115). Op grond van de tekst van de Chaldeeuws-Assyrische kleitabletten is dat nu boven alle twijfel verheven. We vinden hetzelfde denkbeeld in de Zohar. Satan was een zoon en een engel van god. Bij alle Semitische volkeren was de geest van de aarde evengoed de schepper op zijn eigen gebied als de geest van de hemelen. Zij waren tweelingbroers en onderling verwisselbaar in hun functies, zoal niet twee in één. Niets van wat wij in Genesis vinden, ontbreekt in de Chaldeeuws-Assyrische religieuze opvattingen, zelfs in het weinige dat tot dusver werd ontcijferd. De grote ‘afgrond’ van Genesis is terug te vinden in de tohu-bohu, ‘diepte’, ‘oerruimte’ of Chaos van de Babyloniërs. Wijsheid (de grote onzichtbare God) – in Genesis hoofdstuk 1 de ‘geest van God’ genoemd – woonde, zowel voor de oudere Babyloniërs als voor de Akkadiërs, in de zee van de Ruimte. Tegen de tijd die door Berosus is beschreven, werd deze zee de zichtbare wateren aan het oppervlak van de aarde – de kristallen verblijfplaats van de grote moeder, de moeder van Ea en van alle goden – die nog later de grote draak Tiamat, de zeeslang werd. De laatste ontwikkelingstrap ervan was de grote worsteling van Bel met de draak – de duivel!
542: Deze talmoedische lering toont duidelijk twee dingen aan: (a) dat Michaël in de talmoed ‘God’wordt genoemd, en iemand anders ‘de Heer’; en (b) dat satan een god is, voor wie zelfs de ‘Heer’ bevreesd is. Alles wat we over satan in de Zohar en andere kabbalistische boeken lezen, bewijst duidelijk dat dit ‘personage’ eenvoudig de personificatie is van het abstracte kwaad, dat het wapen van de karmische wet en KARMA is. Het is onze menselijke natuur en de mens zelf, omdat er wordt gezegd dat ‘satan altijd dichtbij de mens staat en onontwarbaar met hem is verweven’. Het is alleen de vraag of die macht in ons sluimert of actief is.
542/543: Het is een bekend feit – in ieder geval bekend aan geleerde kenners van de symboliek – dat in elke grote religie van de oudheid de logos-demiurg (tweede logos), of de eerste emanatie van het denkvermogen (mahat), als het ware de grondtoon aanslaat van wat in het daaropvolgende evolutieschema de wisselwerking van individualiteit en persoonlijkheid kan worden genoemd. In de mystieke symboliek van kosmogonie, theogonie en antropogenie vervult de logos in het drama van de schepping en het zijn, twee rollen, namelijk die van de zuiver menselijke persoonlijkheid en de goddelijke onpersoonlijkheid van de zogenaamde Avatars of goddelijke incarnaties, en van de universele geest die door de gnostici Christos wordt genoemd en in de mazdeïsche filosofie de Farvarshi (of Ferouer) van Ahura Mazda. Op de lagere trappen van de theogonie hadden de hemelse wezens van lagere hiërarchieën elk een Farvarshi of een hemelse ‘dubbelganger’. Het is dezelfde, alleen meer mystieke bevestiging van het kabbalistische axioma: Deus est Demon inversus (Afd. 2, Deel 1, p. 450). . Het woord ‘demon’ betekent hier echter, evenals bij Socrates en in de geest van de betekenis die door de hele oudheid eraan werd gegeven, een beschermgeest, een ‘engel’, niet een duivel van satanische afkomst, zoals de theologie beweert. De rooms-katholieke kerk toont haar gebruikelijke logica en consequentie door als de ferouer van Christus, Michaël aan te nemen, die ‘zijn beschermengel’ was, zoals is bewezen door Thomas, die de prototypen van Michaël en zijn synoniemen, zoals bijvoorbeeld Mercurius, duivels noemt.
545/546: Deze ‘heidense’ opvatting werd vanaf de eerste eeuw van onze jaartelling aanvaard, zoals blijkt uit de OORSPRONKELIJKE Handelingen van de Apostelen (want de Engelse vertaling is waardeloos). Michaël is in zo sterke mate de Mercurius van de Grieken en andere volkeren, dat toen de bewoners van Lystra ten onrechte Paulus en Barnabas voor Mercurius en Jupiter aanzagen – ‘de goden zijn in mensengedaante tot ons neergedaald’ – vers 12 (hfst. xiv) eraan toevoegt: ‘En zij noemden Barnabas Zeus en Paulus Hermes (of Mercurius), omdat hij het WOORD (Verbum) voerde’, en niet omdat hij ‘de voornaamste spreker’ was, zoals de onjuiste vertaling luidt in de geautoriseerde en zelfs ook nog in de herziene Engelse bijbel. Michaël is de engel in het Visioen, de zoon van God, ‘die gelijk was aan een zoon van de mens’. Hij is de Hermes-Christos van de gnostici, de Anubis-Syrius van de Egyptenaren, de raadsman van Osiris in Amenti, de leontoïde Michaël ὀϕιομόρϕοϛ van de ofieten, die op bepaalde gnostische juwelen een leeuwenkop draagt, evenals zijn vader Ildabaoth. (Zie King, Gnostics.)
548/549: Het staat dus vrijwel vast dat Christus, de logos, of de god in de Ruimte en de Heiland op aarde, slechts een van de echo’s is van dezelfde voordiluviaanse en totaal verkeerd begrepen Wijsheid. De geschiedenis begint met de neerdaling op aarde van de ‘goden’ die in de mensheid incarneren, en dit is de VAL. Of het nu Brahmā is, die in de allegorie door Bhagavat op aarde wordt neergeslingerd, of Jupiter door Kronos, het zijn allen symbolen van de mensenrassen. Als zij eenmaal zijn geland op en in aanraking zijn gekomen met deze planeet van dichte stof, kunnen zelfs de sneeuwwitte vleugels van de hoogste engel niet onbevlekt blijven, en de Avatar (of incarnatie) kan niet volmaakt zijn, want elke Avatar is de val van een god in de voortplanting.
550/551: De ‘draak’ is eenvoudig het symbool van de cyclus en van de ‘zonen van de manvantarische eeuwigheid’, die op een bepaald tijdstip van haar vormingsperiode op aarde waren neergedaald. De ‘rookwolken’ zijn een geologisch verschijnsel. Het ‘derde deel van de sterren van de hemel’ dat op de aarde werd geworpen, heeft betrekking op de goddelijke monaden (de geesten van de sterren in de astrologie) die om onze bol cirkelen; d.i. de menselijke ego’s, bestemd om de hele cyclus van incarnaties te doorlopen. Deze zin, qui circumambulat terram, wordt echter in de theologie weer in verband gebracht met de DUIVEL, de mythische vader van het kwaad, van wie men zegt ‘dat hij als een bliksem valt’. Voor deze interpretatie is het wat ongelukkig dat men, volgens het persoonlijke getuigenis van Jezus, verwacht dat de ‘mensenzoon’, of Christus, eveneens op aarde zal neerdalen, ‘zoals de bliksem uitgaat van het oosten’10, in precies dezelfde gedaante en onder hetzelfde symbool als satan, die men ‘als een bliksem uit de hemel’ ziet vallen11.
552: Het beste bewijs dat men de christelijke theologen kan bieden, dat de esoterische betekenis in de bijbel – in beide Testamenten – de bevestiging van hetzelfde denkbeeld was als in onze archaïsche leringen voorkomt – namelijk dat de ‘val van de engelen’ eenvoudig betrekking had op de incarnatie van engelen ‘die door de zeven cirkels waren heen gebroken’ – is in de Zohar te vinden. De Kabbala van Simeon Ben Iochai is de ziel en essentie van de allegorie ervan, zoals de latere christelijke Kabbala de ‘zwaar gesluierde’ mozaïsche Pentateuch is. En deze zegt (in het Agrippa-handschrift):
‘De wijsheid van de Kabbala berust op de wetenschap van het evenwicht en de harmonie.’
‘Krachten die zich manifesteren zonder eerst in evenwicht te zijn gebracht, vergaan in de ruimte’ (‘in evenwicht gebracht’ betekent gedifferentieerd).
563: Het symbool van de ‘boom’, dat werd gebruikt om verschillende ingewijden mee aan te geven, was bijna universeel. Jezus wordt ‘de boom van het leven’ genoemd, evenals alle adepten van de goede wet, terwijl die van het linkerpad worden aangeduid als ‘verdorrende bomen’. Johannes de Doper spreekt over ‘de bijl’ die ‘is gelegd aan de wortel van de bomen’ (Mattheus iii, 10); en de legers van de koning van Assyrië worden bomen genoemd (Jesaja x, 19).
572: Ook de draak is een mysterie. Terecht, zegt rabbi Simeon Ben-Iochai, is het aan de ‘gezellen’ (leerlingen of chela’s) niet gegeven de betekenis van de draak te begrijpen, maar alleen aan de ‘kleinen’, d.i. de volmaakte ingewijden37. ‘Het werk van het begin begrijpen de gezellen; maar alleen de kleinen begrijpen de parabel over het werk in het Principium door het mysterie van de slang van de grote zee38.’ En die christenen die dit misschien lezen, zullen in het licht van bovenstaande zin ook begrijpen wie hun ‘Christus’ was. Want Jezus zegt herhaaldelijk, dat wie ‘het koninkrijk van God niet ontvangt als een klein kind, er niet zal binnentreden’; en al zijn met sommige van zijn gezegden zonder enige beeldspraak kinderen bedoeld, toch had het meeste wat in de evangeliën de ‘kleinen’ betreft, betrekking op de ingewijden, van wie Jezus er een was. Paulus (Saulus) wordt in de talmoed ‘de kleine’ genoemd.
De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk 19 Is pleroma de legerstede van Satan? (p. 579/580):
De kabbalisten zeggen dat de ware naam van satan het omgekeerde is van die van Jehova, want ‘satan is geen zwarte god, maar de ontkenning van de witte godheid’ of het licht van de waarheid. God is licht en satan is de noodzakelijke duisternis of schaduw om dit licht te laten uitkomen, want zonder deze schaduw zou het zuivere licht onzichtbaar en onbegrijpelijk zijn3. ‘Voor de ingewijden’, zegt Eliphas Lévi, ‘is de duivel geen persoon maar een scheppende kracht, zowel ten goede als ten kwade’. Zij (de ingewijden) stelden deze kracht, die de stoffelijke voortbrenging bestuurt, voor in de geheimzinnige vorm van de god Pan – of de Natuur: vandaar de horens en de bokspoten van die mythische en symbolische figuur, en ook de christelijke ‘bok van de heksensabbat’. Ook wat dit betreft waren de christenen zo onvoorzichtig te vergeten dat de bok tevens het slachtoffer was dat werd gekozen voor de verzoening van alle zonden van Israël, dat de zondebok inderdaad het offerdier en de martelaar was, het symbool van het grootste mysterie op aarde – de val in de voortplanting. Maar de joden hebben al lang de werkelijke betekenis vergeten van hun (voor de niet-ingewijden) belachelijke held, gekozen uit het levensdrama in de grote mysteriën die zij in de woestijn hebben opgevoerd; en de christenen hebben deze ware betekenis nooit gekend.
3) Wij citeren in dit verband Laing in zijn bewonderenswaardige boek Modern Science and Modern Thought (blz. 222, 3de druk): ‘Aan dit dilemma (het bestaan van het kwaad in de wereld) is niet te ontkomen, tenzij wij het denkbeeld van een antropomorfe godheid helemaal opgeven, en openlijk het wetenschappelijke denkbeeld van een ondoorgrondelijke en onvindbare Eerste Oorzaak aanvaarden, en van een heelal waarvan we de wetten kunnen opsporen, maar over de ware essentie waarvan we niets weten, en slechts een fundamentele wet kunnen vermoeden of vaag onderscheiden, die misschien de polariteit van goed en kwaad tot een noodzakelijke bestaansvoorwaarde maakt.’ Wanneer de wetenschap ‘de ware essentie’ kende in plaats van er niets over te weten, zou het flauwe vermoeden veranderen in de zekerheid dat er zo’n wet bestaat en dat deze wet met karma in verband staat.
585: Zo laat de esoterische filosofie zien dat de mens inderdaad de gemanifesteerde godheid is in haar beide aspecten – goed en kwaad, maar de theologie kan deze filosofische waarheid niet erkennen. Omdat zij het dogma van de gevallen engelen in zijn dode-letter betekenis verkondigt en van satan de hoeksteen en steunpilaar van het dogma van de verlossing heeft gemaakt, zou dat zelfmoord zijn. Nu zij eenmaal heeft aangetoond dat de opstandige engelen in hun persoonlijkheid van God en de logos verschillen, zou de erkenning dat de val van de ongehoorzame geesten eenvoudig hun val in de voortplanting en de stof betekent, gelijkstaan met te zeggen dat God en satan identiek zijn. Want omdat de LOGOS (of god) het geheel is van die eens goddelijke menigte, die ervan wordt beschuldigd te zijn gevallen, zou eruit volgen dat de logos en satan één zijn.

Devorah Kabbalah (24 mei 1998)
De Luriaanse visie
1.De leer van de Tsimtsoem: Tsimtsoem (tzimzum) betekent letterlijk samentrekken en/of concentratie. Het woord wordt in de Tora gebruikt om de projectie van G´ds geconcentreerde aanwezigheid, de Sjechinàh (Shekinah), aan te duiden. Het woord Tsimtsoem komt niet in de Sefer Zohar voor. In de school van Luria is het betekenis van het woord ‘samentrekken' zo gehanteerd: de vrijwillige samentrekking van G´d, de Ejn-Sof in dit geval, is de stap die de schepping laat aanvangen.

Gottfried de Purucker, boek Grondslagen der Esoterische Wijsbegeerte, Deel I, Hoofdstuk 4:
In ieder ‘mens’ van de ontelbare menigten zelfbewuste wezens die tot deze kosmos of dit heelal behoren, komen twee naturen samen, respectievelijk omhoog en omlaag gericht: één ervan is een geestelijke straal die hem met het meest goddelijke verbindt en zich vandaar in alle richtingen naar omhoog uitstrekt en voor hem in elk opzicht de schakel is met het onuitsprekelijke, het grenzeloze, dat daarom de kern, de essentie van zijn wezen is.
Hoofdstuk 15: Goed en kwaad ontstaan uit de tegenstrijdige werking van de multimyriaden willen in de verschijningswereld.
Het goede is relatief; er is geen absoluut goed. Het kwade is relatief; er is geen absoluut kwaad. Beide zijn evenwel relatieve begrippen. ..etc.
Zij contrasteren met elkaar. Deze beide groepen representeren twee fundamentele Paden in de Natuur, het ene het Pad der Rechter -, het andere dat der Linkerhand en worden aldus in het Oude Occultisme genoemd. Het ‘Pad der Linkerhand’ is Pratyeka-Yâna; en wij kunnen Pratyeka in dit verband door de omschrijving ‘ieder voor zich’ vertalen. Het ‘Pad der Rechterhand’ is Amrita-Yâna; dat het Onsterfelijk Voertuig of Pad der Onsterfelijkheid wordt genoemd. Het ene, het eerstgenoemde, is het pad der persoonlijkheid; het andere het laatstgenoemde, is het pad der individualiteit; het ene is het pad der stof, het andere is het pad van de geest; het ene leidt naar beneden; het andere Pad verliest zich in de onuitsprekelijke glorie van het bewuste onsterfelijke in de ‘eeuwigheid’. Dit nu zijn de twee groepen van wezens, die de beide zijden der Natuur vertegenwoordigen, en de conflicten en tegenstellingen van deze beide zijden der Natuur, tezamen met de strijd van wil tegen wil van de scharen wezens in het gemanifesteerde bestaan, veroorzaken het zogenaamde kwaad in de wereld, dat uit de zelfzuchtige werkzaamheid van de lagere of minder ontwikkelde of geëvolueerde wezens ontstaat.
571: Het is een bladzijde uit de geschiedenis van de geheime en heilige wetenschappen, hun evolutie, groei en dood – voor de niet-ingewijde massa. Deze strijd heeft betrekking (a) op het systematische en geleidelijke uitdrogen van enorme gebieden door de felle zon in een bepaalde voorhistorische periode; een van de verschrikkelijke droogten die eindigde met een geleidelijke verandering van eens vruchtbare overvloedig van water voorziene landen in de zandwoestijnen die ze nu zijn; en (b) op de even systematische vervolging van de profeten van het rechterpad door die van het linkerpad. Nadat deze laatsten het ontstaan en de evolutie van de priesterkasten hadden teweeggebracht, hebben zij tenslotte de wereld tot al deze exoterische religies gevoerd, die zijn uitgevonden ter bevrediging van de ontaarde voorliefde van de ‘hoi polloi’ en de onwetenden voor ritualistische praal en de verstoffelijking van het eeuwig immateriële en onkenbare Beginsel.

G. de Purucker Occulte woordentolk Een handboek van oosterse en theosofische termen
Rechterpad (of pad van de rechterhand)
Sinds onheuglijke tijden hebben in alle landen op aarde en onder alle mensenrassen twee tegenover elkaar staande en elkaar tegenwerkende scholen van occulte of esoterische training bestaan, waarvan de ene vaak het pad van licht en de andere het pad van duisternis of van de schaduwen wordt genoemd. Deze twee paden worden ook vaak als het rechterpad en het linkerpad aangeduid, en hoewel dit technische benamingen zijn in het nogal wankele occultisme van het Westen, komen diezelfde uitdrukkingen overal op de wereld voor en zijn in het bijzonder bekend in de mystieke en esoterische literatuur van Hindoestan. Het rechterpad is in de Sanskrietgeschriften bekend als dakshinamarga, en degenen die de gedragsregels daarvan in praktijk brengen en de voorgeschreven levenswijze volgen, worden aangeduid met de technische term dakshinacharins en hun levenswijze met dakshinachara. Omgekeerd worden degenen die het linkerpad volgen – vaak aangeduid als de broeders van de schaduw of met een soortgelijke term – vamacharins genoemd en hun school of levenswijze is bekend als vamachara. Een andere term voor vamachara is savyachara. De witte magiërs of broeders van licht zijn daarom dakshinacharins en de zwarte magiërs of broeders van de schaduw, of veroorzakers van spiritueel, verstandelijk en psychisch kwaad, zijn dus de vamacharins.
Broeder van de schaduw (Linkerpad)
Een term die in het occultisme en vooral in de moderne esoterie wordt gebruikt voor individuen, zowel mannen als vrouwen, die het pad van de schaduwen, het linkerpad, volgen. Het woord ‘schaduw’ is een technische term en betekent meer dan wat het oppervlakkig gezien lijkt; de term heeft namelijk geen betrekking op individuen die in werkelijke fysieke duisternis of werkelijke fysieke schaduwen leven, want zo’n letterlijke uitleg zou eenvoudig absurd zijn, maar is van toepassing op mensen die het pad volgen van de stof, die sinds onheuglijke tijden in de esoterische scholen van zowel het Oosten als het Westen vaak als schaduw of schaduwen wordt aangeduid. Deze term vond ongetwijfeld zijn oorsprong in de filosofische opvatting van het woord maya (zie aldaar), want in de vroege oosterse esoterie werd de term maya, en in het bijzonder mahamaya, in een van zijn vele filosofische betekenissen gebruikt voor datgene wat tegengesteld was aan het licht en in zekere zin zelfs een weerspiegeling daarvan. Zoals geest kan worden beschouwd als zuivere energie, en stof, hoewel in wezen gekristalliseerde geest, als de schaduwwereld of voertuiglijke wereld, waarin de energie of de geest of het zuivere licht werkt, evenzo is maya, als het gewaad of de uitdrukkingsvorm of sakti van de goddelijke energie, het voertuig of de schaduw van de goddelijke kant van de natuur, met andere woorden haar negatieve of onderste pool, zoals licht haar positieve of bovenste pool is.
De broeders van de schaduw zijn dus diegenen die hoofdzakelijk stoffelijk van aard zijn en instinctief het pad kiezen en volgen waartoe ze het sterkst worden aangetrokken, het pad van de stof of van de schaduwen. Wanneer men bedenkt dat de stof slechts een algemene term is en dat wat deze term inhoudt in feite een bijna oneindig aantal graden van toenemende ijlheid omvat van de meest grofstoffelijke substantie, of absolute stof, tot de meest etherische of vergeestelijkte substantie, dan zien we onmiddellijk de subtiele logica van deze technische term in — schaduwen of, vollediger, het pad van de schaduwen, en vandaar de broeders van de schaduw.
Het zijn de zogenaamde zwarte magiërs van het Westen, en ze vormen een scherp en opvallend contrast met de witte magiërs of de zonen van het licht die het pad volgen van zelfverloochening, van zelfopoffering, van zelfoverwinning, van volmaakte zelfbeheersing en van verruiming van het hart, het denken en het bewustzijn in een geest van liefde en hulpvaardigheid voor al wat leeft. (Zie ook rechterpad.)
Het bestaan en de doeleinden van de broeders van de schaduw zijn in wezen egoïstisch. Er wordt algemeen, maar ten onrechte, verondersteld dat de broeders van de schaduw altijd mannen en vrouwen met een onplezierig of onaangenaam voorkomen zijn, maar men kan bijna geen grotere fout maken. Talloze mensen gaan onbewust het pad van de schaduwen, en vergeleken met hun grote aantal zijn er maar relatief weinigen die bewust en met geraffineerde en kwaadaardige intelligentie dit leger van argeloze slachtoffers van maya aanvoeren en leiden. De broeders van de schaduw zijn vaak hoogintelligente mannen en vrouwen, veelal mensen met een groot charisma die voor de gewone waarnemer, die afgaat op hun gesprekken en manier van doen, even goed in staat zijn ‘de schrift te citeren’ als de engelen van het licht!

Sathya Sai Baba, antahkarana: Als men eenmaal zuiverheid van gedachten heeft dan kan men alles in het leven bereiken. Om de gedachten te zuiveren moet men liefde in praktijk brengen. Het licht van liefde kan nooit worden gedoofd. Als je het principe van liefde hebt ontwikkeld, zul je de drie toestanden van viswa, taijasa en prajna overstijgen en de uiteindelijke gelukzaligheid bereiken. De individuele ziel in wakende toestand wordt viswa genoemd, daar deze wordt geassocieerd met karmendriyas en jnanendriyas. In de droomtoestand wordt het taijasa (de stralende, de schitterende) genoemd vanwege de associatie met het schitterende principe van antahkarana (innerlijk instrument). In de diepe slaaptoestand heet het prajna en wordt het geassocieerd met het niveau van gelukzaligheid (de gelukzaligheids-laag).

Henk Hogeboom van Buggenum (GAMMA jrg. 13 nr. 1): In het denken van Teilhard is het kwaad geen ontologisch gegeven, niet inherent dus aan het Zijn als zodanig. Het kwaad is in zijn visie dan ook niet geschapen, maar een logisch voortvloeisel uit het onvoltooid-zijn van de schepping. Oorlogen en geweld zijn voor hem dan ook signalen, dat de mens in zijn vrijheid de energie verkeerd gericht heeft en dat de soort moet bijsturen als ze wil overleven. Waarop de energie het beste kan worden gericht, komen we te weten door ons meer te verdiepen in de ander en de andere culturen, door studie dus, door wetenschap, door onze inzet en inspanning.

Lambèrt de Kwant (kies: Artikelen, recensies en links) Loslaten begint al bij de geboorte
Het onderscheid tussen goed en kwaad is volgens Tienke Klein het beeld van de duale wereld waaraan we zo vastzitten en ook moeten loslaten. Door te blijven denken in termen van goed en kwaad en die overtuiging niet los te willen laten, kunnen we soms ook zo verstrikt raken in de waaromvragen. We vinden ook dat het ons eigenlijk niet had mogen overkomen. Maar als we ons meer op onszelf en de essentie richten, overstijgen we die begrippen goed en kwaad.

Sjoerd L. Bonting:
Brengt de chaostheologie het gnostische dualisme terug? Aanvaarding van het bijbelse idee van schepping vanuit een oerchaos brengt geen gnostisch dualisme met zich mee, zolang we geen kwade demiurg invoeren en met Gen. 1 de absolute souvereiniteit bevestigen van de ene God die schept door zijn gezaghebbende Woord. Verder is een oerchaos niet hetzelfde als de eeuwige (kwade) materie van het gnosticisme: chaos is een toestand, niet een materie. Het dualisme tussen orde en chaos, evenals dat tussen goed en kwaad, licht en duisternis, deeltje en golf, is eenvoudig de erkenning van een eigenschap van de kosmos waarvan wij deel uitmaken.

In het eerste kabinet Balkenende is een discussie over normen en waarden gestart. Voor Jan Peter Balkenende geldt de typering: ‘Respondenten zijn tevreden over het eigen gedrag en hebben duidelijke opvattingen over wat anderen zouden moeten doen, maar voelen zich minder aangesproken als anderen ook een mening over hun gedrag hebben.’

De Ene Kracht is een belangrijk soort magie uit de fantasy-serie Het Rad des Tijds, van Robert Jordan, over de strijd tussen goed en kwaad.

====

Deugd en Ondeugd (Gulden middenweg, Zo Boven zo Beneden, Gaia, Chaos-Theos-Kosmos)

Paulus: In het christendom zijn er drie theologische deugden. Zij zijn ontleend aan een tekst van Paulus: Geloof, Hoop en Liefde (1 Korinthe 13:13.)
William Quan Judge: Karma is zowel barmhartig als rechtvaardig. Barmhartigheid en rechtvaardigheid zijn slechts tegengestelde polen van één enkel geheel; en barmhartigheid zonder rechtvaardigheid is niet mogelijk in de werkingen van karma. Dat wat mensen barmhartigheid en rechtvaardigheid noemen is gebrekkig, een dwaling en onzuiver.
François de La Rochefoucauld noemde hypocrisie het eerbetoon van de ondeugd aan de deugd.

W.Q. Judge boek Theosofische inzichten
Hoofdstuk Spirituele gaven en het ontwikkelen ervan (p. 75):
Hoe kan ik spirituele gaven ontwikkelen?’ De uitdrukking ‘spirituele gaven’, wat een nogal losse uitdrukking is, hebben we te danken aan Paulus, de adept en apostel, die daarover schreef aan de Corinthiërs: ‘Over spirituele gaven, broeders, zou u niet onwetend moeten zijn.’ Tot de ‘gaven’ die hij dan opsomt behoren de volgende: wijsheid, kennis, geloof, genezing, het teweegbrengen van wonderen, profetie, het waarnemen van geesten, het spreken in verschillende talen, en het interpreteren van talen. En terwijl de apostel de Corinthiërs aanspoort om ‘de beste gaven ernstig na te streven’, gaat hij toch door om hen een nog betere weg te tonen, namelijk de verheven wet van de liefde. ‘Blijf trouw’, zegt hij, ‘aan geloof, hoop, liefdadigheid [of liefde], aan deze drie; maar de grootste van deze drie is liefdadigheid’ (1 Cor. 13:13).

H.R. Opdenberg Het oneindig gevarieerde heelal
We zien dat Spinoza nadruk legt op de essentiële eenheid en continuïteit van al het bestaande, terwijl Pythagoras, Plato en Leibniz daarin ontelbare monaden onderscheiden, kernen van activiteit in alle denkbare graden van zelfexpressie. Brengen we de monadenleer en de filosofie van Spinoza tezamen, dan ontstaat er een wereldbeeld dat opmerkelijk overeenstemt met gedachten uit de Upanishads, de Vedanta, het boeddhisme, en die van vele denkers uit het oude Griekenland. Overeenkomstige gedachten vinden we bij David Bohm, die ook dacht dat het onderscheid tussen levende en levenloze natuur kunstmatig is – in een bepaalde context nuttig, maar uiteindelijk onjuist. Hij kwam tot de slotsom dat de ruimte helemaal niet leeg is, maar een immense oceaan van energie, en dat materie niet meer is dan een oppervlakkige rimpeling op die oceaan. Alles ligt besloten in een ‘impliciete orde’ en komt daaruit tevoorschijn.

Hierover lezen wij in de Bhagavad-Gita met de woorden van de Heer Krishna, hoofdstuk 4, vers 6-8: 'Al ben ikzelve ongeboren en onveranderlijk van wezen, de Heer van af het bestaande, toch is het bij het bestier van de natuur die mij behoort slechts door mijn eigen Maya dat ik geboren word, het mystieke vermogen van zelfexpressie, de eeuwige gedachte in het eeuwig denkvermogen. Ik breng mijzelve telkenmale voort temidden van de schepselen, o zoon van Bharata, als op deze aard de deugd verslapt en onrechtvaardigheid en ondeugd hoogtij vieren, daarom belichaam ik mijzelf van eeuw tot eeuw, zulks den rechtvaardigen tot behoud, den bozen tot verderf en tot herstel van de rechtschapenheid.'

Paus Johannes Paulus II DIALOOG TUSSEN CULTUREN VOOR EEN BESCHAVING VAN LIEFDE EN VREDE (8 december 2000)
De mensheid en haar verschillende culturen
De menselijke situatie beziend, staat men altijd weer verbaasd over de complexiteit en verscheidenheid van menselijke culturen. Elke cultuur onderscheidt zich door haar eigen specifieke ontstaansgeschiedenis en de daaruit voortgekomen kenmerken die haar tot een structureel uniek, oorspronkelijk en organisch geheel maken. Cultuur is de vorm van de menselijke zelfexpressie op zijn reis door de geschiedenis, zowel op het niveau van het individu als dat van sociale groepen. De mens wordt immers voortdurend gedreven door zijn denken en zijn wil om "het goede dat zijn natuur hem meegaf en de waarden" te ontwikkelen, om zijn grondkennis van alle aspecten van het leven, met name aspecten betrekking hebbend op het sociale en politieke leven, op veiligheid en economische ontwikkeling, in een nog verdergaande en systematischere culturele synthese op te nemen en om voeding te geven aan de existentiële waarden en perspectieven, met name in de religieuze sfeer, die het zowel het individu als de gemeenschap mogelijk maken om zich op een waarachtig menselijke manier te ontplooien.

Het circus Jeroen Bosch (Joost Zwagerman Volkskrant 12 november 2015 katern Vonk p. 14-117):
Voor zijn dood schreef Joost Zwagerman een laatste kunstessay, in opdracht van de stichting Jheronimus Bosch 500. Als hommage aan de schilder én aan de schrijver-essayist die we missen. Universele beeldtaal
Kennelijk hadden die figuurtjes op mijn 10de toch mijn bewustzijn geschampt en was er iets van blijven kleven in mijn brein.
Maar het kan ook andersom zijn: Jeroen Bosch schilderde geen tijdgebonden en louter aan de Middeleeuwen verklonken nachtmerriefiguren en -taferelen, nee, misschien had hij het klaargespeeld om een universele beeldtaal te scheppen die recht doet aan de nachtmerries van ons allen, uit heden, verleden en ook uit de toekomst. Wij beleven nachtmerries die we niet kunnen duiden aan de hand van wat we hebben gezien of beleefd; die beelden van vóór de kijkervaring, blijken terug te vinden in het vreemdzinnig universum van Jeroen Bosch.
Misschien verbeeldde Jeroen Bosch wel de oerbeelden van en grondstoffen voor nachtmerries die we allemaal weleens hebben; misschien droomt een kind uit Birma of Brazilië over precies dezelfde griezelelementen als een kind uit België of Nederland - elementen waarmee Bosch de hel en het vagevuur in zijn werken stoffeerde. Niet circus, maar spookhuis Jeroen Bosch.
Als ik mijzelf vrijwaar van griezeltoerisme, waarom lever ik mij inmiddels, zoveel jaren later, dan zo graag uit aan vooral de helse aspecten van het werk van Bosch? Zwelg ik niet als precies zo'n griezeltoerist in het verbazingwekkend hoge Apocalypse Now-gehalte van zijn werk?
Toch was het Fraengers jarenlange bedoeling om Jeroen Bosch definitief en in volle glorie te afficheren als een lepe ketter, die dankzij een sinister dubbelspel de katholieke machthebbers naar de mond wist te praten en zo allerlei groteske en brutale godslastering tot binnen de poorten van kloosters, kerken en kastelen wist te smokkelen.

Het land van Maas en Waal komt niet van Jeroen Bosch (Rudy Schreijnders Volkskrant 14 november 2015 p. 25):
In zijn postuum verschenen bijdrage legt Joost Zwagerman in V de relatie tussen het lied Het Land van Maas en Waal van Boudewijn de Groot en Lennaert Nijgh en de schilderijen van Jeroen Bosch. Hij verwijst naar de zinsnede 'het circus Jeroen Bosch'.
Volgens Wikipedia haalde De Groot de inspiratie voor zijn tekst uit Hatsji-Bratsji's toverballon, een mij onbekend kinderboek van Franz Karl Ginzkey uit 1904 dat hem als kind voorgelezen werd. In dit verhaal zweefde Pietje in een ballon over het Land van Maas en Waal.
Er zijn wel meer relaties tussen Jeroen Bosch en psychedelische (pop)muziek, bijvoorbeeld de hoes van de LP One nation underground van de Amerikaanse band Pearls before Swine uit 1967, waarop een detail van het schilderij De tuin der lusten uit het Madrileense Pradomuseum afgebeeld staat. Niet voor niets worden de afbeeldingen op de schilderijen van Jeroen Bosch psychedelisch genoemd.

Twee schilderijen van Jeroen_Bosch:

Hoofdzonde is een term die voornamelijk in de Katholieke Kerk wordt gebruikt. Het gaat hierbij om zeven zonden die ieder aan de basis liggen van vele andere zonden. Ze werden als lijst in de 6e eeuw opgesteld door Paus Gregorius I, maar zijn al in de 4e eeuw door geestelijken in een gesystematiseerd overzicht beschreven. In de Bijbel zijn verschillende opsommingen van zonden te vinden, echter, niet één van die opsommingen komt overeen met de lijst van de zeven hoofdzonden. Het begrip hoofdzonde wordt wel eens verward met het begrip doodzonde.

Deugden:Beatrijs van Nazareth x)Ondeugden:
GeloofNederigheidHoogmoed, hovaardigheid - ijdelheid - trots
HoopComtemplatieWoede - toorn
CaritasNaastenliefdeGemakzucht - traagheid - luiheid - vadsigheid
1. Moed - sterkteKrachtdadigheidNijd - gramschap - jaloezie - afgunst
2. Rechtvaardigheid - rechtschapenheidGulheidHebzucht - gierigheid
3. Gematigdheid - matigheid - zelfbeheersingMatigheidOnmatigheid - gulzigheid - vraatzucht
4. Voorzichtigheid - verstandigheid - wijsheidKuisheidOnkuisheid - lust - wellust; Ontucht

(x) Wim van den Dungen ''OVER ZEVEN MANIEREN VAN HEILIGE MINNE’. De manier waarop Beatrijs van Nazareth (1200 – 1268) met 'de minne' omgaat leert ons iets over deze relatie (structuur & dynamiek).
1. t/m 4. corresponderen met de eigenschappen van de persoonlijkheid.

PATRICK VANDERMEERSCH PASSIE EN BESCHOUWING DE CHRISTELIJKE INVLOED OP HET WESTERSE MENSBEELD (p. 101/102):
In Evagrius' beschrijving van de praktijk vinden wij voor het eerst de klassieke lijst van de "hoofdzonden" die sindsdien de hoeksteen zijn gebleven van de christelijke ethiek. In feite heeft hij het niet over "hoofdzonden", maar over de "hoofdgedachten" die tot het kwade leiden. De strijd tegen de zonde begint volgens Evagrius met een strijd tegen de boze gedachten en de praktijk van de monnik bestaat er dan ook essentieel in om deze te kunnen afweren. Deze hoofdgedachten zijn volgens hem acht in aantal. Hij citeert ze altijd in een welbepaalde orde, niet als mnemotechnisch middeltje, maar om de innerlijke samenhang tussen de verschillende boze gedachten uit de drukken:

  • 1. Gulzigheid
  • 2. Ontucht
  • 3. Geldzucht
  • 4. Droefheid
  • 5. Woede
  • 6. Lusteloosheid (acedia)
  • 7. IJdelheid
  • 8. Hoogmoed

Dat er naar kernbegrippen wordt gezocht om het ethische leven te richten en dat men daarbij een aantal grondhoudingen poogt te definiëren, is op zichzelf niet nieuw. De stoïcijnse leer van de vier centrale passies en de ermee corresponderende deugden had dit al lang uitgetekend. Nieuw is wel het accent op al het boze dat in de mens huist. De ondeugden zijn niet zomaar de keerzijden van de deugden, zij zijn iets anders en leiden een eigen leven. Je hebt dus aan de éne kant de deugden, die Evagrius - overigens traditiegetrouw - in vijf verdeelt: het geloof, de vrees voor God, de zelfbeheersing, het doorzettingsvermogen en de hoop. Aan de andere kant heb je de wereld van de ondeugden of van de boze gedachten, waarbij benadrukt wordt dat zij elk door een eigen duivel ingefluisterd worden. Er is dus een aparte wereld van het kwade.
113: De eerste kosmische catastrofe is veel minder gepland. De wereld van de materie is in tegenstelling tot die van het licht vol ordeloze beweging en half bewuste begeerte, die steeds opnieuw ontstaat, naar directe bevrediging zoekt, en opnieuw opkomt. Toevallig stoot zij tegen de grenzen van het Rijk van het Licht, en zo beseft de Prins van de Duisternis plots welke heerlijkheid daar aanwezig is. Hij besluit dit rijk te gaan veroveren. De Vader van de Grootheid wil echter de verschillende eonen geen gevaar laten lopen, en hij beslist dan maar zelf ten strijde te trekken. Hij zal de vijand terugdringen met zijn ziel, of anders gezegd, met zijn "ik". Hiertoe laat hij uit zichzelf een eerste vorm emaneren, die van de "Moeder van het Leven", en uit deze dan weer de "oermens". Vergezeld van zijn vijf zonen die zijn harnas of zijn ziel uitmaken, (de vijf hemelse elementen: lucht, wind, licht, water en vuur) trekt deze ten strijde, maar hij wordt overwonnen. Zijn zonen worden opgegeten door de duivels, de oermens zelf valt in een diepe afgrond, waar hij met luide stem zevenmaal de Vader van de Grootheid om hulp smeekt.

Roland van Vliet Het Manicheïsme als oerketters stroming van de liefde (Artikel uit: Prana nr. 140, dec. 2003/jan. 2004) p. 1:
De kracht van Mani's spreken bij de Elchasaïten was namelijk de vrucht van de openbaring van zijn geestelijke wederhelft of Syzygos, die hem korte tijd daarvoor tot schouwen had gebracht van de vijf Lichtvaders in de hemelse gebieden en hem de mysteriën van de grenzeloze hoogten, de mysteriën van de ondoorgrondelijke diepten en het weten omtrent zijn geestelijke afstamming (in relatie tot de Syzygos) en zijn goddelijke opdracht had kunnen openbaren.
p. 6: Daarnaast heeft Jezus Christus door dood en Opstanding het Licht onder en om de aarde gebracht en de kosmische Zuil der Heerlijkheid in het middelpunt van de aarde geplaatst. Deze Zuil der Heerlijkheid verbindt als een kosmische Lichtzuil de aarde met het Lichtschip van de Maan, het Lichtschip van de Zon en de Nieuwe Lichtaarde of het Nieuwe Jeruzalem. Deze Zuil der Heerlijkheid is de geestelijke gestalte van Christus, waarin al zijn leerlingen die de Lichtziel tot bloei gebracht hebben, ná de dood worden opgenomen en daarin van Jezus de Grote Rechter, een emanatie van Jezus de Zonneglans, een opstandingsgestalte als de afbeelding van de opstandingsgestalte van Jezus Christus ontvangen. Hierdoor wordt de Zuil der Heerlijkheid ook de Volmaakte Mens genoemd, waarin de totale geïndividualiseerde en bevrijde mensheid de gestalte van de Christus is.

Veel van wat in de volksmond ‘New Age Concepten' werden genoemd, dringen nu door in de geest en in de gesprekken van de massa. Het geloof in Engelen en interacties met Lichtwezens van Hogere Rijken van Bestaan worden niet meer geridiculiseerd zoals in het verleden. Het goede nieuws is dat er een nieuwe band van hoger frequente emotionele patronen en gedachtevormen de Aarde boven de negatieve band omringt. Die energetische band is gevuld met Licht, hoop en een sterk verlangen naar zelfexpressie en meesterschap. Geleidelijk aan omvat het Kristallijnen Grid Systeem de Aarde, en de Schepper Bewustzijnsband van Licht wordt elke dag sterker, omdat steeds meer mensen toegang verkrijgen tot de Steden van Licht en ‘koeriers' worden van Adamantine Partikels van de Schepping.

<< vorige || volgende >>

Categorie: Artikelen | Rapport | Auteur: Harry Nijhof


Deze pagina werd sedert 16 dec. 2007 keer bekeken.