Drie domeinen

Confucius: Doe nooit anderen aan wat je niet zou willen dat ze jou aan zouden doen.
Confucius: Alle mensen zijn hetzelfde. Het zijn slechts hun gebruiken die verschillen.
Gulden regel: Wat gij wilt dat u geschiedt doe dat de ander.
H.P. Blavatsky: Satyat Nasti Paro Dharma (No Religion Higher Than Truth)
H.P. Blavatsky: Het occultisme is geen magie, hoewel de magie een van zijn gereedschappen vormt. Het occultisme is niet het verwerven van vermogens, zij het paranormaal of intellectueel, hoewel beide hem ten dienste staan. Noch is het occultisme het zoeken naar geluk, zoals de mensen dit woord begrijpen; want de eerste stap is opoffering, de tweede verzaking. Occultisme is de wetenschap van het leven, de kunst om te leven.
H.P. Blavatsky Een toelichting op de De geheime leer: stanza’s I-IV
Vr. Maar is het niet juist om te zeggen dat ook in pralaya de ‘grote adem’ bestaat? (p. 10):
Antw. Zeker: want de ‘grote adem’ kent geen ophouden en is als het ware het universele en eeuwige perpetuum mobile.
Bhagavad Gita: Hij die sympathie noch antipathie koestert, is evenwichtig en beheerst van denken. (kernthema van het verwerven van kennis)
Rabindranath Tagore: Eindeloos hebt Gij mij gemaakt naar Uw behagen. Dit broze vat ledigt Gij weer en weer, en vult het telkens met vers leven.
Over heuvelen en dalen hebt Gij dit rieten fluitje gedragen en er eeuwiglijk nieuwe melodieën door geblazen.
(Hij was bovendien de eerste Indiase winnaar van een Nobelprijs.)
Roberto Assagioli: De verschillende evenwichtsherstellingen, aanpassingen en integraties kunnen op verschillende manieren worden teweeggebracht. In een aantal gevallen worden ze vooraf gegaan door hevige crisis en conflicten. Andere keren worden ze gerealiseerd op een meer harmonische wijze, door middel van een geleidelijke afname van de schommelingen van de ‘slinger’ die heen en weer gaat tussen de beide uitersten. Het essentiële vereiste is dat men vermijdt zich met een van beide polen te vereenzelvigen.

Twee kanten van één medaille (veritas duplex, Tetraktys, 'Gebroken symmetrie en Spiegelsymmetrie', Verbeeldingskracht)

Michel de Montaigne: Oordelen over hoge, verheven dingen vereist een geest van hetzelfde kaliber. Anders kennen we ze de kleinheid toe van onszelf. Een rechte pijl lijkt in het water altijd krom. Wat telt is niet dat men iets ziet, maar wat men ziet.

Voor het oplossen van wereldvraagstukken maakt het niet uit of je theïst of atheïst bent we zitten in hetzelfde schuitje. We leven op dezelfde aarde. Het leerproces van Plato laat zien dat er in het gehele heelal niets is dat niet twee kanten heeft – de keerzijden van dezelfde medaille. Het pedagogisch denkmodel, het morele kompas van Plato biedt een context voor zowel de theïstische als de atheïstische wereld. Chaos , onbalans ontstaat wanneer politici geen oog hebben voor de keerzijde van de medaille.

In plaats van dat we in het leven onze eigen weg, de middenweg, de route van balancerend leiderschap kiezen prefereren we veelal het kuddegedrag (Groupthink). Bij nabootsend gedrag kiezen we voor de bekende weg, de opvattingen van de kudde. Om het onbehagen van de PVV kiezers te keren is de neoliberale waanzin van de PvdA niet de oplossing maar juist oorzaak van het probleem. Om grote schommelingen te vermijden is een consequente feedforward besturing gewenst. Het Ken uzelve, het individuatieproces van Carl Jung dient daarbij centraal te staan.

De gedragswetenschap, in het bijzonder de gammawetenschappen pedagogiek, sociologie, economie en politicologie vormen de schakel tussen de alfa- en bètawetenschappen.

Zowel de Theory of everything (philosophy) als de Theory of everything (physics) bestaat. Ligt het dan niet voor de hand beide inzichten met behulp van de gammawetenschappen met elkaar te verbinden?

Mundaka Upanishad:
‘Als twee goudglanzende vogels die wonen in dezelfde boom, zo zijn,
zo zijn, onafscheidelijk, het lager en het hoger Zelf.
De ene eet de vruchten die rijpen aan de levensboom,
de andere kijkt stil en zwijgend toe.’
(W.H. van Vledder Het mysterie van het zelf - Upanishads - p. 210)
Onze dubbele natuur:
‘Er huizen, ach! twee zielen in mijn lijf,
de ene wil zich van de andere bevrijden;
de andere hecht zich strak en stijf
aan de met gretigheid geliefde aarde,
de andere tilt zich moeizaam uit het slijk
op zoek naar iets van tijdelozer waarde.’
(uit ‘Faust’ van J. W. Goethe)
Faust: "Nun gut, wer bist du denn?" / Mephistopheles. "Ein Teil von jener Kraft, / Die stets das Böse will und stets das Gute schafft."
Deepak Chopra: We zijn geen lichamelijke wezens met een spirituele ervaring, maar spirituele wezens met een lichamelijke ervaring.
Deepak Chopra: Tijd is afhankelijk van onze gewaarwordingen. Het bestaan van de voortgaande beweging van de lineaire tijd is in geen enkel experiment aangetoond en nooit in een wiskundige formule beschreven. De ervaring van de voortgaande beweging van de lineaire tijd is een verschijnsel dat is gecreëerd door ons zenuwstelsel. In feite bestaan verleden, heden en toekomst tegelijk, naast elkaar, in een veld van oneindige mogelijkheden. De ervaring van de lineaire tijd is de manier waarop de natuur ons ervoor behoedt alles tegelijk te ervaren. Maar dat is wat er werkelijk gebeurt.
P. Krishna: De wanorde die we om ons heen zien in de maatschappij is een projectie van de wanorde die aanwezig is in het menselijk bewustzijn.
George Monbiot: De bedrijfsmacht heeft onze verbeeldingskracht uitgewist, en heeft ons doen geloven dat er geen alternatief is voor marktfundamentalisme en dat 'de markt' een passende beschrijving is van een door de staat goedgekeurde bedrijfsoligarchie. We zijn ervan overtuigd geraakt dat we alleen als consument macht hebben, dat burgerschap een anachronisme is, dat de wereld veranderen óf onmogelijk is óf alleen bereikt kan worden door het kopen van een ander merk biscuit. Bedrijfsmacht leeft binnenin ons. Als we ons ertegen verzetten, betekent dat het verbreken van de boeien die onze geest hebben vastgeketend.

Faust op het nachtkastje (Theu Boermans Volkskrant 13 mei 2017 Bijlage Sir Edmund p. 62-67):
Dat was voor mij een enorme verrijking: te weten dat er in de wereld meer te koop was, dat kunst de plek van de religie kon innemen.
2. Schrijver: Johann Wolfgang von Goethe
'Zoals bij andere mensen op hun nachtkastje het Oude of Nieuwe Testament ligt, ligt bij mij Goethes Faust naast mijn bed. Dat toneelstuk ontroert mij diep, omdat er de wanhoop van het menselijk streven naar zingeving in opgesloten ligt. Faust heeft voor mij te maken met
taal en denken. En met theater, want om al die verheven gedachten tot leven te brengen, heb je het theater nodig. Het gaat erom sprekend te kunnen denken, en denkend te kunnen spreken.
'Bij Goethe staat de eenzame mens tegenover de zinloosheid van ons aller bestaan - waar tenslotte als het goed is alle grote kunst over gaat. Hoe geef je het leven zin en betekenis in het volle bewustzijn dat er niets is? Om die vraag draait het uiteindelijk in zijn oeuvre.

Overvloedige liefdesverklaring van een postume vriend (Désanne van Brederode Volkskrant 6 juni 2015 bijlage Sir Edmund p. 11):
Liefhebben is verduiveld moeilijk, maar Goethe was die duivelskunstenaar, blijkt uit de biografie
Kameleon
De ogenschijnlijke kameleon is levenslang trouw aan het principe van de natuurlijke metamorfose, hoe paradoxaal dat ook mag lijken. Het middelpunt in vele samenkomsten, maar ook iemand die aldoor zelf naar het juiste midden blijft zoeken en zichzelf daarbij niet spaart. Dat Goethe de levenskunst beoefende, laat Safranski elk hoofdstuk blijken. Toch zou Goethe aan de huidige levenskunstcursussen, 'zingevingsvraagstukken' en georganiseerde bezinning en bezieling een broertje dood hebben gehad. Hoezo: je terugtrekken uit de wereld en het juiste 'kairotische' moment afwachten? Je kunt evengoed met volle interesse aan wereldse zaken deelnemen en je afschermen voor kleingeestige of heethoofdige types en zelf een masker van gelijkmoedigheid opzetten, zodat er een vrije speelruimte voor het onderzoekende, creatieve gemoed blijft om iets nieuws te maken: over vrijheid klets je niet, je moet het doen.
'De mens kent zichzelf slechts voor zover hij de wereld kent, die hij alleen in zichzelf en zichzelf alleen in haar gewaarwordt', schrijft Goethe. En die zinnen worden voorafgegaan door een simpele opmerking van Safranski: 'Zelfkennis bestaat voor hem alleen via de omweg van de wereld.' Om het citaat te besluiten met: 'Dat betekent allereerst dat je jezelf primair leert kennen door wat je hebt gedaan en niet door begeleidende reflectie, laat staan door die psychische binnenwerelden die nooit vorm willen aannemen. En ten tweede dat je de reacties en inzichten van anderen nodig hebt. In hun spiegel, dus in de spiegel van andermans kennis, ontstaat zelfkennis. Ik ken mezelf omdat ik gekend word.' Etc.
Goethe durfde op voet van gelijkheid te verkeren met de stenen en de sterren, met goden en demonen, met eigen gaven en opdrachten van buitenaf, met de tijd, de wereld, met christendom, atheïsme, pantheïsme, met de islam, en met Fichte, Hegel, Schopenhauer, en er toch het zijne van te denken, dichtenderwijs. Een soeverein die prima zonder leerstellingen kan, en zonder lovende recensies, maar niet zonder het tegenwicht van zielsverwanten.
'Himmelhoch jauchzend, zum Tode betrübt - glucklich allein ist die Seele die liebt.'

Der Mann mit ganz viel Eigenschaften (interview Rudiger Safranski Volkskrant 6 juni 2015 bijlage Sir Edmund p. 8-12):
Dichter/filosoof/staatsman Goethe had er veel, (soms pesterig) veel lol in totaal verschillende rollen aan te nemen, zegt meester-biograaf Rüdiger Safranski in zijn zojuist in het Nederlands vertaalde Goethe . En dat allemaal gedreven door een schandelijk onderschatte kwaliteit: nieuwsgierigheid.
Vaak wringt het bij denkers en schrijvers tussen leven en werk. Toch richtte u zich vooral op dat werk. Uw boek over heet zelfs Biografie van zijn denken. Bij Goethe wordt die spanning zelf een thema en staat levensbeschrijving niet meer louter in dienst van het werk. Hoe komt dat?
'Ik wist bij Goethe meteen dat ik het anders zou doen, de titel stond aan het begin al vast. Het moest gaan over het leven als kunstwerk, hoe Goethe erin slaagde deze twee werelden met elkaar in balans te brengen, als levenskunstenaar. Nietzsche lukte dat niet, precies daarom bewonderde hij Goethe zo. Wanneer hij ervoor pleit dat je je hele repertoire aan charmes in moet zetten als een spel, gaat het over Goethe, al noemt hij hem niet expliciet. Goethe was bij uitstek een voorbeeld voor Nietzsches idee van de Übermensch, niet het Blonde Beest dat men er later wel van maakte.'

Het was Goethe die meer dan wie dan ook een heldhaftige poging heeft gewaagd de wetenschap te integreren met de traditionele wijsheid.
Een wetenschap van de gehele persoon, de basis voor een ééngeworden cultuur. Het verenigen van de tegenstellingen gebeurt op een hoger niveau.
Carl Jung spreekt in dit kader van het “Gegensatzprinzip” en Goethe van “Die geeinte Zweinatur”.

De relatie tussen navel (buik) en hart (p. 15):

Het woord Iêsous geeft de som 888. De rode Draak, “de archaïsche slang, die de Duivel en Satan is”, past geheel in de plaats van de heerser over de derde somatische afdeling, epithumia, welk woord het getal 555 oplevert.

Wat Amanda Gefter zegt sluit aan op wat Jiddhu Krishnamurti over waarnemer van het waargenomene al eerder naar voren heeft gebracht.

In de esoterische literatuur komt de veritas duplex, Deus sive Natura, God als ‘achterkant’ van de natuur (“God in de natuur en de natuur in God”) van Spinoza op verschillende manieren naar voren:
-
God in de mensheid, en van de mensheid in God,
- Grenzeloze liefde voor de waarheid (Liefde voor de waarheid),
- Tat va ansi Ik ben dat. (Als er geen liefde in de wereld is, dan ben ik de liefde. Als er geen vrede is, dan ben ik de vrede. Als er geen gerechtigheid is dan ben ik de gerechtigheid. Ik ben dat. Ik ben dat alles.)
-
“Kosmogenesis” en “Antropogenesis”,
- Microkosmos en Macrokosmos,
- Hogere - en lagere Tetraktys [
‘De pythagorische wereld’, zegt Plutarchus (in De anim. procr. , 1027) ‘bestond uit een dubbel viertal’.] of de eenheid heeft de tien gemaakt en de tien de eenheid,
-
Dualiteit in de evolutie (Geest en Lichaam),
-
‘Tat tvam asi’ en ‘neti, neti’,
-
Waarnemer van het Waargenomene (Jiddhu Krishnamurti),
-
Zichtbaar en Onzichtbaar (C.W. Leadbeater),
-
Boek van de getallen (345 en 543 = 888),
-
Dubbele evolutie,
-
Dubbele driehoek,
-
Tweemaal geborene,
-
'Creativiteit en Zelfdestructie' (SCHEPPERS en VERNIETIGERS),
-
Rechterpad en linkerpad
-
Tweevoudigheid 'Demon est deus inversus', De Kelippoth (klippoth) het positief – en negatief''' kwaad.

Uitgangspunt is dat de drie eigenschappen van fractals - iteratie (Recursie), zelfgelijkvormigheid (Wederkerigheid) en gebroken dimensie ('Hemel en Aarde', 'Macrokosmos en Microkosmos') – met de 1e, 2e en 3e grondstelling (1e, 2e en 3e wijsheidssleutel, 1e, 2e en 3e Logos) van de theosofie correleren.

De tegenstellingenLicht en Schaduw’ (dubbelleven), die Carl Jung onderkend komen in de tweenaturenleer, de 'emanatie van God' (Ferouer: goddelijke dubbelganger) tot uitdrukking.

De bijlage van hoofdstuk 2.1.1 bevat twee modellen om de zevenvoudige samenstelling van de mens weer te geven, een van de Purucker en een van Pryse. De overeenkomst tussen beide modellen vormt de doorsnede ‘Voertuig, Dierlijk-astrale-Ziel, Ziel en Geest’ van de Joodse Kabbalah.
De viervoudige indeling van de Kabbalah geeft de zevenvoudige samenstelling van de mens compact weer. Het is de basisstructuur, die in het boek van Pryse ook wordt weergegeven als 'Genitaliën - Navel - Hart - Hoofd'. Pryse werkt in zijn vierkant ‘I – II – III – IV’ het vierkant van de Joodse Kabbalah zeer gedetailleerd uit.
Het zal niet nodig zijn te zeggen dat beide auteurs uitgaan van de aanwezigheid in de Natuur van het Ene eeuwige element, het onkenbare 1e Beginsel van de theosofie. De tien beginselen van de mens bestaan uit een hogere en lagere Triade en een viertal. De twee driehoeken, Triaden beelden het conflict tussen de geestelijke- en dierlijke principes uit. De twee Triaden en het viertal beelden de tien Sephiroth van de Levensboom uit.
De “staf” (p. 96) waarmede het goddelijke kind de volkeren zal hoeden, is natuurlijk de caduceus (11e dimensie) van Hermês, de voorbeeldige schaapherder van de zielen. In de oudere mythologie vindt men deze magische staf in de hand van Neb, de God van wijsheid en “de bewaarder van de scepter van kracht”.

In het Het Witte Lotusblad (Belgische Theosofische Vereniging, Loge Witte Lotus) zijn twee artikelen van Christian Vandekerkhove over Rudolf Steiner verschenen, in respectievelijk nr. mei 2007 en juni 2007. Christian Vandekerkhove, proefschrift Johannes Jacobus Poortman, het Hylisch Pluralisme en de Multicorporaliteit als mogelijk epistemologisch sluitstuk in de kloof tussen wetenschap en religie en tussen de religies onderling, promotor: Hans Gerding.
Volgens de Niewsbrief juni 2007 ziet de vergeestelijkte mens er als volgt uit:

Antroposofie  Theosofie
7. Geestmens als omgevormd Fysiek Lichaam1. Stoffelijk of Fysiek LichaamHogere wereldenGeestelijke wereld
6. Levensgeest als omgevormd Levenslichaam2. Ether- of LevenslichaamEtherische wereldMentale wereld
5. Geestzelf als omgevormd Astraallichaam3. AstraalLichaamAstrale wereldAstrale wereld
4. Ik als kern van de ziel Stoffelijke wereldFysieke wereld

In het onderstaande rechter kwadrant zijn de lagere gebieden samen met de hogere schematisch weergegeven. Het brengt de spiegelsymmetrie (4., 5./3., 6./2. en 7./1.) in de zevenvoudige samenstelling van de mens tot uitdrukking. De éne werkelijkheid heeft betrekking op de wederkerigheid tussen Zo binnen, zo buiten en Zo boven, zo beneden, die op basis van het zelfbewustzijn, het Reflexief Bewustzijn met behulp van de lemniscaat tot uitdrukking kan worden gebracht.

Joodse KabbalahTheosofie en Antroposofie Antroposofie Holistische fysiotherapie
        Mensenrijk Plantenrijk
Neshama Nephesh Tussenliggende   viertal:   4. Hogere wereld 2. Etherische wereld
4. Geest-2. Dierlijk-astrale Ziel5. Manas<7. Âtma  7./1.-5./3.
| || | Fysiek drietal :  | |
1. Voertuig-3. Ziel6. Buddhi>4. Kama>2. Linga-sarira4.-6./2.
Guph Ruah  | |1. Fysieke wereld 3. Astrale wereld 
     1. Sthûla-sarira<3. PrânaMineralenrijk Dierenrijk

Het bovenstaande middelste 'dubbelkwadrant' illustreert de 'Zevenvoudige samenstelling van de mens.
Reïncarnerende Ego. In de verdeling van de menselijke beginselen in drieën (een trichotomie) te weten een hoger tweetal (6/7), een tussenliggend tweetal (4/5) en een lagere triade (1/2/3) - of respectievelijk 'geest', 'ziel' en 'lichaam', is het tweede of tussenliggende tweetal, manas-kâma (4/5) of de tussennatuur, de gewone zetel van het menselijk bewustzijn en bestaat zelf uit twee kwalitatieve delen: een hoger of aspirerend deel, dat gewoonlijk de Reïncarnerende Ego of de hogere manas wordt genoemd, en een lager deel dat wordt aangetrokken tot materiële dingen en het brandpunt is van wat zich in de doorsnee mens doet kennen als de menselijke ego, de gewone alledaagse zetel van zijn bewustzijn.

De 4e dimensie scheidt verleden en toekomst, de ruimte-tijd spiegelsymmetrie. De complementariteit brengt de verbinding tussen verleden en toekomst tot uitdrukking. De verborgen 5e dimensie (spiegelneuron) de scheidslijn ('Membraan') tussen de micro- en de macrokosmos is op een hoger aggregatieniveau (superspiegelneuron) kandidaat voor de verborgen 8e ('cyclisch universum'), die een ommekeer mogelijk maakt. In de snaartheorie zijn energie en tijd twee complementaire grootheden.

ZwaartekrachtHermeneutische Cirkel (1 + 7)Non-lokaal bewustzijnVerbeeldingskracht'Globale brein en Cybernetica'
TijdsymmetrieRuimte en Tijd (4)Gebroken symmetrieEther-paradigmaÉne werkelijkheid (1)
SpiegelsymmetrieEnergie en Tijd (3 + 5)5e Dimensie5D-conceptWet van harmonie (2)
MateriesymmetrieEnergie en Materie (2 + 6)4e Dimensie5DdenkraamWet van analogie (3)
 Materie-bewustzijnZeven zintuigen Gelijkvormigheid

Het is de ziel (tussennatuur), de schakel tussen 'Geest en Lichaam', die 'Bewust of Onbewust' voor 'Balans of Onbalans', 'Evolutie en Involutie' ('Evolutie of Devolutie') zorgdraagt.

Voor de relatie tussen hemel en aarde gebruikt Klaas van Egmond in zijn boek Een vorm van beschaving een verticale as, de Axis Mundi (p. 71). Het boek van Klaas van Egmond sluit nauw op het rapport ‘E i V’ aan en maakt van dezelfde kwadranten gebruik. Dit is niet verwonderlijk want in zijn boek passeren dezelfde namen Jung, Hegel, Pauli, Steiner, Gray, Kant, Wilber, Hofstede etc. Als voorbeeld wordt naar de verticale relaties 'Idealisme en Materialisme' (p. 71, 75) en 'Materiële en Immateriële' (p. 203) verwezen.

Bij leven gaat het om de entelechie (doelgerichtheid), de vier oorzaken-leer van Aristoteles, de emergente eigenschap zelfgelijkvormigheid. Elke nanoseconde veranderen wij bewust of onbewust de wereld. Door in verbinding te blijven met het zelforganiserend principe, de negentropie, de blauwdruk van het leven is het mogelijk de chaos te bedwingen. In Prigogines ogen was de tijd van de zekerheden definitief voorbij. Meer nog, hij zag onzekerheid als een bron van rijkdom. Daarmee demonstreerde hij een rotsvast geloof in de kracht van de mens. Net zoals Karl Popper noemde hij zich de waarschijnlijk meest optimistische pessimist.

Karl Popper heeft ooit een belangrijke aanklacht tegen het collectivisme geschreven, The Open Society. Hij verweet links onder andere individualisme gelijk te stellen met egoïsme en collectivisme met altruïsme. Maar Popper is wat je vandaag de dag een links-liberaal zou noemen (alhoewel sommigen zoals zijn biograaf Bryan Magee hem een sociaal-democraat vinden). Hij vond zichzelf niet rechts. Maar toch was hij een grote verdediger van het individualisme.

We moeten ons ervan bewust worden dat we de schepper van onze eigen realiteit zijn. De driehoek van Pythagoras bevat de blauwdruk van het universum en brengt het reflexieve bewustzijn (5Ddenkraam, Kwintessens) tot uitdrukking.

Het is typerend voor Pythagoras dat hij deze waarneming heel snel extrapoleerde naar het heelal. De hemellichamen - ook de aarde - bewegen zich in cirkelvormige banen om een centraal vuur. Dat vuur zien wij niet, want aan de kant van de -kennelijk bolvormige- aarde waar je dat vuur wel zou kunnen zien is geen leven mogelijk. De stralen van deze banen verhouden zich als de tonen in het octaaf. Door hun beweging in deze banen brengen de hemellichamen muziek voort, een "hemelse symfonie" of "harmonie der sferen" ( ‘de muziek van de sferen’ ).

Radha Burnier De macht van geluid:
De ervaring toont aan dat geluid en spraak invloed hebben op het bewustzijn, niet alleen op het menselijk bewustzijn, maar zelfs op dat van dieren en planten. Zelfs één enkele lettergreep of één enkel zinsdeel kan een storend effect hebben op een luisteraar wanneer het beladen is met trillingen van woede of afkeer. Aan de andere kant kan een eenvoudig woord of geluid troost en hoop geven als liefde en sympathie er de krachten achter zijn.

Om de wereld te veranderen gaat het nog steeds om de scholing van de individuele ziel. Of met andere woorden hoe kunnen we met de Tetraktys van Pythagoras, de De geometrie van de schepping in de pas lopen?

De theosofie onderzoekt het trio wetenschap, filosofie en religie. De natuur streeft naar evenwicht. De blauwdruk, het Onkenbare, zorgt voor evenwicht tussen Ruimte en Tijd. Balans van de ‘weegschaal’ ontstaat door tegenwicht. Het terugkoppelingsmechanisme (Rechterhand) maakt het mogelijk het evenwicht te herstellen. Maar feedback kan ook de onbalans versterken. Het is onze vrije wil die aan de integratie (synthese) cq. desintegratie, tussen het hemelse en het aardse (goed en kwaad) sturing geeft. De wetten van harmonie en analogie zorgen voor balans. Voor de mensheid gaat het er om dat we ons met de natuurlijke kringloop verbinden.

Om de werking van het 4e element tijd te verklaren wordt van de systeemleer gebruik gemaakt. De systeemleer belicht de 4e dimensie tijd, de beweging. Besturing vindt op een hoger cq. lager aggregatieniveau, top down versus bottom up, van het bewustzijn plaats. Om grote schommelingen te vermijden is een consequente feedforward besturing gewenst. Het Ken uzelve, het individuatieproces van Carl Jung dient daarbij centraal te staan. Het draait om het en-en, het non-dualistisch bewustzijn.

Microkosmos = Macrokosmos duidt op een statische toestand, een evenwichtstoestand van het bewustzijn, een flits van geluk. Het verticale bewustzijn kan voor balans (1 + 1 = 3, 'These + Antithese = Synthese'), maar ook voor onbalans zorgen. De ‘Drie stadia van het zien van Waarheid' tonen hoe de Waarheid kan worden doorgrond. De aarde, de vierheid is uit de drieheid ontstaan. Door het proces op aarde in omgekeerde volgorde te laten verlopen is het mogelijk het onderbewustzijn met de kennis van het hart te beïnvloeden, naar de Monade terug te keren.

De innerlijke onbalans op aarde staat tegenover de Wet van Dynamische Balans (Grote wet, 1 + 7 = 8), de volmaaktheid in de hemel.

De 5e Dimensie komt in de vierde Anti-Dühring wet naar voren.
Jasper Schaaf geeft in zijn boek Boeddhisme en betrokkenheid (p. 53) een vierde Anti-Dühring wet, de 'wet' van de Spirale Form der Entwicklung, oftewel de spiraalvorm van de ontwikkeling. Wanneer door tegenspraak iets nieuws ontstaat is er sprake van een ontwikkeling, één met een richting.
Zo kan bijvoorbeeld in de economie een spiraalvormige keten van interacties gedurende langere tijd de richting bepalen naar hoogconjunctuur of naar crisis. Geen eeuwige richting, wel een van langere duur.

G. Barborka Het Goddelijke plan
Inleiding - Goddelijke Wetten in verband gebracht met de Leerstellingen van de Oude Wijsheid (p. 30,31):
Ieder wezen heeft een aangeboren drang tot het pogen in groter harmonie te komen met de werking van het Goddelijke Plan en streeft er voortdurend naar een betere uitvoerder van de Wetten daarvan te worden, al zal het soms lijken dat hij zijn krachten op een verkeerde manier aanwendt en zo de Goddelijke Wetten tegenwerkt. Maar zelfs in dat geval komt zo’n wezen onder de werking van een van de Wetten, die hem weer op het rechte spoor moet ibrengen, zodat hij te zijner tijd zal leren in harmonie te werken met de Grote Wet in plaats van er tegen in te gaan.
Nu er gesteld is dat er Goddelijke Wetten bestaan, is de volgende stap om aan te tonen dat zij ook van kracht zijn. Dit zullen wij doen aan de hand van uiteenzettingen over leringen, die uitgekozen werden om als voorbeeld te dienen van de werking van deze Wetten. Deze leerstellingen geven de leringen weer van de Oude Wijsheid of de Esoterische Wijsbegeerte (Gupta-Vidya luidt het Sanskrit woord hiervoor), zoals die in het boek De Geheime Leer gegeven worden. Maar eerst volgt hier een opsomming van de Wetten en de daarmee verbonden leerstellingen, zodat men bekend zal zijn met de volgorde waarin zij worden behandeld, terwijl men tegelijker tijd een inzicht krijgt in de aard en de omvang van dit werk.

Twee denkstromingen die eerder een poging hebben gedaan het Lichaam-geestprobleem (kip-en-eiprobleem) te verklaren zijn het monisme en het dualisme. De middenweg van Spinoza's Deus sive natura (God of Natuur) is een neutraal monisme. Het is wenselijk de vicieuze cirkel van het Hoe of Wat (of-of) denken te doorbreken. Het kan komen doordat zij in een kringverhouding tot elkaar staan: zonder A kan B niet tot stand komen, maar zonder B ontstaat A niet.

Verbeeldingskracht (universeel bewustzijn, kosmisch bewustzijn, autopoiese, biogenesis, aion, ideatie, scheppingsdriehoek 9 - 3 – 6, actieve imaginatie van Carl Jung), de kernkwaliteit creativethink - Ilya Prigogine heeft het over de ervaring van creativiteit - is het positief tegenovergestelde van chaos. Middels een ideologische ommekeer is het mogelijk ons met de natuurlijke kringloop (flow), te verbinden. We zijn medescheppers van iedere situatie die in ons leven ontstaat. Ieder initiatief, elk mens kan door het vlindereffect de zelfordening positief beïnvloeden. De chaostheorie leert dat alles met elkaar verbonden is en de onderzoeker niet af te scheiden is van het onderzoek. Alleen door dat wat is te accepteren komt de evolutie een stapje verder.

De beide kanten van een medaille weerspiegelen zich als het ware in elkaar, maar er is echter niet van een volledige (vol en ledig/leeg), maar van een gebroken symmetrie sprake.

Wijsheids-H.P. BlavatskyG. Barborka Het Goddelijke planAuthentiek leiderschapMarja de Vries De Hele Olifant in Beeld
sleutel eenÉne werkelijkheidWet van 'ontstaan' (p. 584), Skandhas (p. 514)OmgevingWet van Trilling (p. 89)
sleutel tweeWet van harmonieWet van de Wezenlijke Eenheid (p.85)Harmonie (Collectief karma)Wet van eenheid (p. 46)
sleutel drieWet van beweging, analogieWet van beweging (p. 153),VaardigheidWet van overeenstemming (p. 60)
sleutel vier'Aether en Ether'Wet van Zelf-ontplooiing (p. 129, 532)EgoWet van polariteit (p. 150)
sleutel vijfIndividualiteit (1 + 4)Wet van evolutie (p. 158), Svabhavat (p. 585)Leergedrag (Morele kompas)Wet van ritme (p. 167), Akasha (p. 48)
sleutel zesRechterpad en LinkerpadWet van herstel van evenwicht (p.65)Norm (Individueel karma)Wet van oorzaak en gevolg (p. 195)
sleutel zevenGoddelijke wijsheidZevenvoudige wet (p. 227)Authenticiteit (theofanie)Wet van dynamische balans (p. 226)

Ook sluiten de zeven sleutelprincipes die in het boek Net als jij ben ik EEN VAN DE MILJARDEN expressies van de schepping op deze aarde van Fred Matser worden besproken, op deze indeling aan.

De Geheime Leer Deel I, Samenvatting (p. 296):
Er is geprobeerd het eerste van deze zeven hoofdstukken te schrijven en het is nu gereed. Hoe onvolledig en zwak de uiteenzetting ook is, deze is in ieder geval een benadering – in wiskundige zin – van de oudste grondslag van alle latere kosmogonieën. Het is een gewaagde poging om in een Europese taal het grootse panorama weer te geven van de periodiek steeds terugkerende wet – ingeprent in de ontvankelijke denkvermogens van de eerste rassen die bewustzijn bezaten, en wel door hen die dit bewustzijn vanuit het universele denkvermogen weerkaatsten, want geen enkele menselijke taal behalve het Sanskriet, dat de taal van de goden is, is ook maar enigszins voor die taak berekend. Ter wille van ons doel moet men echter de gebreken van dit boek vergeven.
Het voorgaande, noch wat er volgt, kan men als geheel ergens volledig aantreffen. Het wordt in geen enkele van de zes Indiase filosofische scholen geleerd, want het betreft hun synthese – de zevende school, dat is de occulte leer.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 10 De kracht van de toekomst - Haar mogelijkheden en onmogelijkheden (p. 625):
Maar wat is deze ‘nieuwe kracht’, of hoe de wetenschap haar ook mag noemen, waarvan de gevolgen niet zijn te ontkennen, zoals wordt erkend door meer dan één natuurkundige, die het laboratorium van Keely heeft bezocht en persoonlijk getuige is geweest van de geweldige gevolgen. Is deze kracht ook een ‘bewegingsvorm’ in het luchtledige, omdat er afgezien van geluid geen stof is om haar op te wekken? Geluid is ongetwijfeld ook een ‘bewegingsvorm’, een gewaarwording die evenals kleur door trillingen wordt veroorzaakt. Zo zeker als we geloven dat deze trillingen de onmiddellijke oorzaak van zulke gewaarwordingen zijn, zo volstrekt verwerpen we de eenzijdige wetenschappelijke theorie dat men geen enkele factor mag beschouwen als buiten ons staand, behalve etherische en atmosferische trillingen12.
12: ‘Die kracht kan de meest verfijnde en gesublimeerde onstoffelijke entiteit (?) zijn. Toch moet zij bestaan; want geen zintuig, element of vermogen van de mens kan een waarneming doen, of tot handelen worden geprikkeld, zonder dat de een of andere substantiële kracht ermee in aanraking komt. Dit is de fundamentele wet die de hele organische en verstandelijke wereld doordringt. In de ware filosofische betekenis is er niet zoiets als onafhankelijke handeling; want elke kracht of substantie staat in wisselwerking met een andere kracht of substantie. We kunnen met evenveel recht en reden beweren, dat geen enkele substantie een inherente smaak- of geureigenschap bezit, en dat smaak en geur eenvoudig door trillingen veroorzaakte gewaarwordingen zijn, en dus alleen maar illusies van dierlijke waarnemingen . . .’

De Geheime Leer Deel II, Stanza 11 DE BESCHAVING EN DE VERNIETIGING VAN HET VIERDE EN VIJFDE RAS – Hoe men symbolen moet lezen (p. 378/379):
Helaas zijn er maar weinigen die ze kunnen lezen; en zij die dat zouden kunnen, zouden nog niet in staat zijn de taal te begrijpen, tenzij ze bekend zijn met alle zeven sleutels van de symboliek ervan. Want het begrijpen van de occulte leer is gebaseerd op dat van de zeven wetenschappen, en deze vinden hun uitdrukking in de zeven verschillende toepassingen van de geheime verslagen op de exoterische teksten. We hebben dus te maken met denkwijzen op zeven heel verschillende gebieden van het ideële. Elke tekst heeft betrekking op en moet worden vertaald vanuit een van de volgende standpunten:
1. het realistische gebied van het denken;
2. het idealistische;
3. het zuiver goddelijke of geestelijke.
De andere gebieden gaan het gemiddelde bewustzijn, vooral dat van de materialistische denker, zover te boven dat men ze in gewone taal zelfs niet symbolisch kan weergeven. In geen enkele van de oude religieuze teksten is een zuiver mythisch element aanwezig; maar de denkwijze waaruit zij oorspronkelijk zijn voortgevloeid, moet bij het interpretatieproces worden ontdekt en men moet zich er nauwkeurig aan houden. Want de manier van denken is òf symbolisch (de archaïsche manier), emblematisch (een latere, hoewel heel oude manier van denken), parabolisch (allegorisch), hiëroglifisch, òf wel logogrammatisch – de moeilijkste methode van alle, omdat elke letter, zoals in de Chinese taal, een heel woord voorstelt. Zo bestaat bijna elke eigennaam, of deze nu staat in de Veda’s, het ‘Dodenboek’ of de Bijbel (tot op zekere hoogte), uit zulke logogrammen. Niemand die niet is ingewijd in het mysterie van de occulte religieuze logografie, kan beweren te weten wat een naam in een oud fragment betekent, voordat hij zich de betekenis van iedere letter waaruit het is samengesteld, heeft eigen gemaakt.
Hoe kan men dan verwachten dat een niet-ingewijde denker, hoe groot zijn kennis van de om zo te zeggen orthodoxe symboliek ook is – d.i. die symboliek die nooit uit de oude gedachtegroeven van zonnemythe en sekseverering loskomt – zal doordringen tot het geheim achter de sluier? Iemand die zich bezighoudt met het omhulsel of de schil van de dode letter en zich wijdt aan de kaleidoscopische overzetting van dorre woordsymbolen, kan nooit verwachten verder te komen dan de fantasieën van de hedendaagse mythologen.
384: Dit zijn dan de ‘reuzen’ van de oudheid, de voor- en nadiluviaanse gibborim van de bijbel. Ze leefden en bloeiden in een tijd die eerder een miljoen dan drie- of vierduizend jaar geleden lag. De anakim van Jozua, waarvan de menigten waren als ‘sprinkhanen’ vergeleken met hen, zijn dus een product van de israëlitische verbeelding, tenzij het volk van Israël inderdaad aan Jozua een oudheid en een oorsprong in het Eoceen toeschrijft, of tenminste in het Mioceen, en de duizenden jaren van hun tijdrekening in miljoenen jaren wil veranderen.
Bij alles wat te maken heeft met voorhistorische tijden zou de lezer de wijze woorden van Montaigne in gedachten moeten houden. De grote Franse filosoof zegt:
‘. . . Het is een dwaze arrogantie om te verachten en voor onwaar uit te maken, wat voor ons in het geheel geen waarschijnlijkheid of waarheid lijkt te bevatten: dit is een gewone fout van diegenen die zich wijsmaken dat zij meer zijn dan het gewone volk.’\\ ‘. . . Maar de rede heeft mij geleerd dat door iets zo beslist als fout en onmogelijk te veroordelen, men zichzelf het voorrecht toekent de grenzen en beperkingen van Gods wil en de macht van onze gemeenschappelijke Moeder Natuur in de zak te hebben, en dat er geen grotere dwaasheid in de wereld is dan deze terug te brengen tot de omvang van onze vermogens en de grenzen van ons kunnen.’\\ ‘Als wij de dingen die ons verstand niet kan begrijpen monsters of wonderen noemen, met hoeveel daarvan hebben wij dan niet dagelijks te maken? Laten we bedenken door welke wolken en hoe geblinddoekt wij worden geleid tot de kennis van de meeste dingen die door onze handen gaan; inderdaad zullen we vinden dat het veeleer gewoonte dan wetenschap is die ons het vreemde ervan laat aanvaarden; en dat wij die dingen, als ze zich voor het eerst aan ons voordoen, ongetwijfeld als veel onwaarschijnlijker en ongelooflijker zouden beschouwen dan wat dan ook.’ (Essays, hfst. xxvi.)

De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk 19 Is pleroma de legerstede van Satan? (p. 583):
De val was het gevolg van de kennis van de mens, want zijn ‘ogen werden geopend’. Inderdaad had de ‘gevallen engel’ hem wijsheid en de verborgen kennis geleerd; want de eerstgenoemde was vanaf die dag zijn manas, denkvermogen en zelf-bewustzijn geworden. In ieder van ons is die gouden draad van voortgaand leven – dat periodiek wordt verdeeld in actieve en passieve cyclussen van zintuiglijk bestaan op aarde en bovenzinnelijk bestaan in devachan – vanaf het begin van ons verschijnen op deze aarde aanwezig. Het is de sutrâtma, de lichtende draad van onsterfelijk onpersoonlijk monadeschap, waaraan onze aardse levens of voorbijgaande ego’s als evenzoveel kralen zijn geregen – volgens de prachtige uitdrukking van de Vedantafilosofie.

 

====

Éne werkelijkheid (’E i V’, Mercabah, 'Tetraëder en Dodecaëder’, Archetypen, Kwadranten)

Geheime Leer Deel I Proloog (p. 46):
Zo is ons bewustzijn afkomstig van de geest of de kosmische verbeelding; de verschillende voertuigen waarin dat bewustzijn wordt geïndividualiseerd en tot zelf- of reflectief bewustzijn komt, zijn afkomstig van de kosmische substantie; terwijl fohat in zijn verscheidene manifestaties de geheimzinnige schakel vormt tussen denkvermogen en materie, het bezielende beginsel dat ieder atoom tot leven prikkelt.

H.P. Blavatsky: De Geheime Leer Deel I, Proloog (p. 46):1.5 De blauwdruk van het leerproces:
(1.) Het ABSOLUTE, het Parabrahm van de Vedantaleer of de ene Werkelijkheid, SAT1. Blauwdruk, En-soph (11e dimensie)
(2.) De eerste manifestatie, de onpersoonlijke en in de filosofie de ongemanifesteerde logos2. Collectief leerproces en Reciprociteit
(3.) Geest-stof, LEVEN, de ‘geest van het Heelal’, purusha en prakriti3. Symmetrie en Eeuwige wederkeer
(4.) Kosmische verbeeldingskracht, MAHAT of intelligentie, de universele wereldziel4. Individueel leerproces en Ken Uzelve
 
De ENE WERKELIJKHEID; haar tweevoudige aspecten in het voorwaardelijke Heelal.

De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk De drievoudige evolutie in de natuur, p. 210:
Het wordt nu duidelijk, dat er in de Natuur een drievoudig evolutieplan bestaat voor het vormen van de drie periodieke upadhi’s, of liever drie afzonderlijke evolutieplannen, die in ons stelsel op elk punt onontwarbaar zijn dooreengeweven en vermengd. Dit zijn de monadische (of geestelijke), de verstandelijke en de stoffelijke evolutie. Deze drie zijn de eindige aspecten of de weerspiegelingen op het gebied van de kosmische illusie van ATMA, het zevende beginsel, de ENE WERKELIJKHEID.
1. De monadische evolutie heeft, zoals de naam al zegt, te maken met de groei en ontwikkeling van de monade tot nog hogere stadia van activiteit, en gaat samen met:
2. De verstandelijke evolutie, vertegenwoordigd door de Manasa-Dhyani’s (de zonnedeva’s, of de agnishwatta pitri’s), die de mens verstand en bewustzijn geven en:
3. De stoffelijke evolutie, vertegenwoordigd door de chhaya’s van de maanpitri’s, waaromheen de Natuur het huidige stoffelijke lichaam heeft geconcretiseerd. Dit lichaam dient als voertuig voor de ‘groei’ (om een misleidend woord te gebruiken) en voor de omzetting door middel van manas en – tengevolge van de opeenstapeling van ervaringen – van het eindige in het ONEINDIGE, van het voorbijgaande in het Eeuwige en Absolute.
Elk van deze drie stelsels heeft zijn eigen wetten, en wordt bestuurd en geleid door verschillende groepen van de hoogste Dhyani’s of ‘logoi’. Elk is vertegenwoordigd in de constitutie van de mens, de microkosmos van de grote macrokosmos; en de vereniging in hem van deze drie stromingen maakt hem het samengestelde wezen dat hij nu is.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 3 Oorspronkelijke substantie en goddelijke gedachte (p. 368):
In de Sepher Jezireh, het kabbalistische boek van de schepping, heeft de schrijver kennelijk de woorden van Manu herhaald. Daarin stelt men het zo voor, dat de goddelijke substantie in eeuwigheid alleen heeft bestaan, grenzeloos en absoluut, en dat deze uit zichzelf de geest heeft uitgezonden. ‘Een is de geest van de levende god, gezegend zij ZIJN naam, die eeuwig leeft! Stem, geest en woord, dit is de heilige geest; en dit is de kabbalistische abstracte drie-eenheid, die door de christelijke kerkvaders zonder meer is vermenselijkt. Uit dit drievoudige ENE vloeide de hele Kosmos voort. Eerst kwam Uit EEN het getal TWEE voort, of lucht (de vader), het scheppende element; toen kwam het getal DRIE, water (de moeder), voort uit de lucht; ether of vuur voltooit de mystieke vier, de Arba-il. ‘Toen de verborgene van de verborgenen zich wilde openbaren, maakte hij eerst een punt (het oorspronkelijke punt of de eerste sephiroth, lucht, of heilige geest), gaf er een heilige vorm aan (de tien sephiroth, of de hemelse mens) en bedekte het met een rijk en prachtig gewaad, dat de wereld is.
371: De overheersende en duidelijkste gedachte – die in alle oude leringen wordt gevonden met betrekking tot de kosmische evolutie en de eerste ‘schepping’ van onze bol met al zijn voortbrengselen, organische en anorganische (een vreemd woord voor een occultist) – is dat de hele Kosmos uit de GODDELIJKE GEDACHTE is voortgekomen. Deze gedachte doordringt de stof, die evenals de ENE WERKELIJKHEID eeuwig bestaat; en alles wat leeft en ademt, ontwikkelt zich uit de emanaties van het ENE Onveranderlijke – Parabrahm = Mulaprakriti, de eeuwige ene wortel.
De Geheime Leer Deel I hoofdstuk 13 De zeven scheppingen (p. 493):
De oorspronkelijke schepping wordt de schepping van licht (geest) genoemd; en de secundaire die van de duisternis (stof). Beide kan men vinden in Genesis, hfst. i, v. 2 en aan het begin van hoofdstuk ii. De eerste is de emanatie van zelfgeboren goden (Elohim); de tweede die van de stoffelijke natuur.
494): (I.) De mahat-tattva schepping – zo genoemd omdat deze de oorspronkelijke zelf-evolutie was van wat mahat moest worden – het ‘goddelijke DENKVERMOGEN, bewust en intelligent’; esoterisch ‘de geest van de universele ziel’ . . . ‘Waardigste van de asceten, door zijn vermogen (het vermogen van die oorzaak) verkrijgt elke voortgebrachte oorzaak haar eigen aard’ (Vishnu Purāna). ‘Omdat de vermogens van alle wezens alleen worden begrepen door de kennis van Dat (Brahma), wat redenering, schepping en dergelijke te boven gaat, zijn zulke vermogens terug te voeren op Brahma.’ DAT gaat dus aan de manifestatie vooraf. ‘Het eerste was mahat’, zegt het Linga Purāna; want het ENE (het DAT) is noch het eerste, noch het laatste, maar ALLES. Exoterisch is deze manifestatie echter het werk van de ‘Allerhoogste’ (eerder een natuurlijk gevolg van een eeuwige oorzaak); of men kon, zoals de commentator zegt, eruit hebben begrepen dat Brahmā toen werd geschapen (?), omdat hij werd geïdentificeerd met mahat, actieve intelligentie of de uitvoerende wil van de Allerhoogste. De esoterische filosofie noemt het ‘de uitvoerende WET’.

In de systeemleer staat de ‘4’ voor het terugkoppelingsmechanisme, dat op de invoer, de verwerking en de uitvoer volgt. De hemelse ‘1 2 3’ ontstaat wanneer de aardse ‘4’, het terugkoppelingsmechanisme harmonie creëert. Dit terugkoppelingsmechanisme heeft op de levenskunst, de zin van het leven betrekking. Een tipje van de sluier wordt opgelicht. De driehoek van Pythagoras is nog steeds actueel. Het ultieme ordeningsprincipe, de negentropie is al millennia bekend.

Esoterie (Hermetische axioma):

Pythagoras Drie Logoi: Spiegelsymmetrie:
VuurLucht1e Logos, Monade3e Logos, TriadeAntroposofieRudolf Steiner 
MonadeTriadeGod ----GeestGeestmens ----Geestzelf (omgevormd Astraallichaam)
||||||
TetradeDuade4. Lichaam ----ZoonFysiek lichaam ----Levensgeest (omgevormd Etherlichaam)
AardeWaterTetrade2e Logos, Duade  

Éne werkelijkheid, 'Ongemanifesteerd en Gemanifesteerd':

Ongemanifesteerd (Hogere Tetraktis) Triade:Gemanifesteerde (Lagere Tetraktis) Tetrade:
Synthese Hans Vincent en Frank Tipler:Esoterie:
- God = Scheppende Intelligentie,De Monade symboliseerde Eenheid, de staat van zijn vóór de schepping.
God representeert het ultieme verleden (Geheugen).
- Zoon = de materiële (aardse) werkelijkheid. De ZoonDe Duade symboliseerde de eerste beweging naar schepping;
vereenzelvigt met de singulariteit van de ultieme toekomst.de splitsing van de Monade in twee polariteiten.
- Heilige geest = evolutionaire krachten in het universum.De Triade symboliseerde de vereniging van de twee polariteiten
De Geest is de verbindende singulariteit tussen hetdoor een bemiddelende hoedanigheid, de Logos of het woord.
ultieme verleden en de ultieme toekomst.
 De Tetrade Vuur, Lucht, Water en Aarde

Het is mogelijk de Tetraktis, de driehoek (1 + 2 + 3 + 4 = 10) in het vierkant van Pythagoras en de vier oorzaken-leer van Aristoteles, met elkaar te verbinden. De tien categorieënleer van Aristoteles wordt in de publicatie Kwaliteitskundig kader toegelicht.

====

Wet van harmonie (Recursie, Wet van Aantrekking en Afstoting, Expansie en Contractie)

Empedocles: Happy is he who has gained the wealth of divine thoughts, wretched is he whose beliefs about the gods are dark.
The nature of God is a circle of which the center is everywhere and the circumference is nowhere.

Étienne de La Boétie behandelt de hamvraag waar komt die gehoorzaamheid vandaan. Dus waarom zijn mensen bereid het spel mee te spelen? Om de hokjesgeest in de maatschappij op te lossen is bewustzijnsverruiming nodig. De natuur streeft naar evenwicht. De blauwdruk, het Onkenbare, zorgt voor evenwicht tussen Ruimte en Materie. De balans van de ‘weegschaal’ ontstaat door tegenwicht. Het terugkoppelingsmechanisme maakt het mogelijk het evenwicht te herstellen. Maar feedback kan ook de onbalans versterken. Het is onze vrije wil die aan de integratie (synthese) cq. desintegratie, tussen het hemelse en het aardse (goed en kwaad, sturing geeft.

Terezinha Franca Kind De wet van harmonie
‘Wij erkennen slechts één wet in het universum, de wet van harmonie, van volmaakt evenwicht’, zegt één van de Mahatma’s. De wet van harmonie is een fundamentele wet in het universum, de bron en de basis van alle andere wetten van de natuur, vooral de wetten van orde en karma.
De wereld wordt onderhouden door hetzelfde evenwicht tussen de middelpuntzoekende en de middelpuntvliedende krachten waarop het gebouwd werd. De middelpuntzoekende kracht zou zich niet kunnen manifesteren zonder de middelpuntvliedende in de harmonieuze omwentelingen van de sferen.

De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 16 Cyclische evolutie en karma (p. 703):
Het ENE LEVEN staat in nauw verband met de ene wet die de wereld van het Zijn beheerst – KARMA. Exoterisch gezien is dit eenvoudig en letterlijk ‘handeling’, of liever een ‘gevolg-teweegbrengende oorzaak’. Esoterisch gezien is het echter met zijn vèrreikende morele gevolgen iets heel anders. Het is de onfeilbare WET VAN DE VERGELDING.
704: De cyclussen zijn ook onderworpen aan de gevolgen die door deze activiteit ontstaan. ‘Het ene kosmische atoom wordt zeven atomen op het gebied van de stof, en elk wordt in een energiecentrum omgezet; datzelfde atoom wordt zeven stralen op het gebied van de geest, en de zeven scheppende natuurkrachten, die van de wortel-essentie uitstralen . . . volgen, de ene het rechter-, de andere het linkerpad, gescheiden tot het einde van de kalpa en toch nauw met elkaar verbonden. Wat verenigt ze? KARMA.’ De atomen die uit het centrale punt zijn uitgestraald, emaneren op hun beurt nieuwe energiecentra, die onder de latente adem van fohat hun werk van binnen naar buiten beginnen en zich vermenigvuldigen tot andere kleinere centra. Deze vormen in de loop van de evolutie en de involutie op hun beurt de wortels of de oorzaken van nieuwe gevolgen, van werelden en ‘mensendragende’ bollen tot de geslachten, soorten en klassen van alle zeven rijken (waarvan wij er maar vier kennen). Want ‘de gezegende werkers hebben in de eeuwigheid het Thyan-kam ontvangen’ (‘De aforismen van Tson-ka-pa’).
714: Het is dus niet karma dat beloont of straft, maar wij belonen of straffen onszelf, al naar gelang wij met de natuur samenwerken en door middel van haar handelen, en ons houden aan de wetten waarop die harmonie berust, of – die wetten overtreden.
714/715: Als niemand zijn broeder kwaad deed, zou karma-Nemesis geen reden hebben tot handelen, en geen wapens om te gebruiken. De voortdurende aanwezigheid in ons midden van alle elementen van strijd en tegenstelling en de verdeling van rassen, volkeren, stammen, gemeenschappen en individuen in Kaïns en Abels, wolven en lammeren, zijn de voornaamste oorzaken van de ‘wegen van de voorzienigheid’. We vormen deze talrijke kronkelwegen van ons lot dagelijks met eigen handen, terwijl we ons verbeelden dat we een spoor volgen op de koninklijke hoofdweg van fatsoen en plicht, en klagen dan dat die wegen zo ingewikkeld en duister zijn. We zijn verbijsterd over het mysterie dat we zelf hebben gemaakt en over de raadsels van het leven die we maar niet oplossen, en we beschuldigen dan de grote sfinx dat ze ons verslindt. Maar er is werkelijk geen ongeval in ons leven, geen ongeluksdag en geen tegenspoed, die niet kan worden herleid tot onze eigen daden in dit of in een ander leven. Als men de wetten van harmonie overtreedt of, zoals een theosofische schrijver het uitdrukt, ‘de wetten van het leven’, moet men erop zijn voorbereid tot de chaos te vervallen die men zelf heeft voortgebracht. Want volgens dezelfde schrijver ‘is de enige conclusie waartoe men kan komen, dat deze levenswetten zichzelf wreken, en dus dat elke wrekende engel slechts een symbool van hun reactie is’.

De Geheime Leer Deel II Stanza 1 De rassen met het ‘derde oog’ (p. 340/341):
Toen de spiritualiteit en alle goddelijke vermogens en eigenschappen van de deva-mens van het derde Ras tot dienaressen waren gemaakt van de pas ontwaakte fysiologische en psychische hartstochten van de stoffelijke mens, in plaats van omgekeerd, verloor het oog zijn vermogens. Maar zo was de wet van de evolutie, en het was strikt genomen geen VAL. De zonde lag niet in het gebruiken van die nieuw-ontwikkelde vermogens, maar in het misbruiken ervan; in het maken van het tabernakel, dat was bestemd om een god te huisvesten, tot de tempel van allerlei geestelijke ongerechtigheid. En als we zeggen ‘zonde’, is dat alleen om iedereen onze bedoeling te laten begrijpen, want de term karma19 zou in dit geval beter zijn. De lezer die zich bij het gebruik van het woord ‘geestelijke’ in plaats van ‘fysieke’ ongerechtigheid van zijn stuk voelt gebracht, wordt herinnerd aan het feit dat er geen fysieke ongerechtigheid kan zijn. Het lichaam is eenvoudig het onverantwoordelijke orgaan, het werktuig van de psychische, zo niet van de ‘geestelijke mens’. Maar in het geval van de Atlantiërs was het juist het geestelijke wezen dat zondigde, omdat het geest-element in die tijd nog steeds het ‘meester’-beginsel in de mens was. Zo kwam het dat in die tijd het zwaarste karma van het vijfde Ras door onze monaden werd voortgebracht.
19) Karma is een woord met veel betekenissen en heeft voor bijna elk van zijn aspecten een speciale term. Het betekent, als synoniem van zonde, het verrichten van de een of andere handeling tot het verkrijgen van een object van werelds, en dus zelfzuchtig verlangen, dat voor iemand anders wel schadelijk moet zijn. Karma is actie, de oorzaak; en karma is ook ‘de wet van de ethische veroorzaking’; het gevolg van een zelfzuchtig verrichte daad, terwijl de grote wet van harmonie op altruïsme berust.
342: Deze leer omvat de kennis van de voortdurende wedergeboorten van één en hetzelfde individu door de hele levenscyclus heen, en de overtuiging dat dezelfde MONADEN, onder wie veel Dhyan-Chohans of de ‘goden’ zelf zijn, door de ‘kringloop van noodzakelijkheid’ moeten gaan en door zo’n wedergeboorte worden beloond of gestraft voor het ondergane lijden of de gepleegde misdaden in het vorige leven.
De Geheime Leer Deel II Stanza 12 Het vijfde ras en zijn goddelijke leermeesters (p. 474):
Er is in de natuur één eeuwige wet, die er altijd naar streeft tegenstellingen te vereffenen en een uiteindelijke harmonie teweeg te brengen. Dankzij deze wet, waardoor de geestelijke ontwikkeling de stoffelijke en zuiver intellectuele verdringt, zal de mensheid worden bevrijd van haar valse goden en zal zij tenslotte DOOR ZICHZELF ZIJN VERLOST.
476: De moderne Prometheus is nu Epi-metheus geworden, ‘hij die alleen na de gebeurtenis ziet’; omdat de universele mensenliefde van de eerstgenoemde al lang in zelfzucht en zelfaanbidding is ontaard. De mens zal weer de vrije titan van vroeger worden, maar niet vóór de cyclische evolutie de verbroken harmonie tussen de twee naturen – de aardse en de goddelijke – heeft hersteld; waarna hij ontoegankelijk wordt voor de lagere titanische krachten, onkwetsbaar in zijn persoonlijkheid en onsterfelijk in zijn individualiteit, wat niet kan plaatsvinden vóór ieder dierlijk element uit zijn natuur is verwijderd.

====

Wet van analogie (Balansmechanisme, Wederkerigheid, Atoom en Levensatoom, Altruïsme en Egoïsme)

H.P. Blavatsky: De Geheime Leer Deel I Stanza 6 Onze wereld, haar groei en ontwikkeling (p. 175):
(b) Men moet bedenken dat fohat, de constructieve kracht van de kosmische elektriciteit, zoals men overdrachtelijk zegt, evenals Rudra aan Brahma, ‘aan het brein van de vader en de schoot van de moeder’ is ontsprongen, en zich daarna heeft gemetamorfoseerd in een mannelijk en een vrouwelijk beginsel, dat wil zeggen een polariteit, in positieve en negatieve elektriciteit. Hij heeft zeven zonen die zijn broeders zijn; en fohat is genoodzaakt telkens weer te worden geboren, als twee van zijn zoon-broeders in te nauw contact met elkaar komen – of dit nu een omhelzing of een gevecht is. Om dit te vermijden, bindt en verenigt hij degenen van ongelijksoortige aard en scheidt die met een gelijksoortig temperament. Zoals iedereen kan zien, heeft dit natuurlijk betrekking op elektriciteit die door wrijving is opgewekt, en op de wet van aantrekking tussen twee voorwerpen van ongelijke, en van afstoting tussen objecten van gelijke polariteit.
Deel I hoofdstuk 3 An lumen sit corpus, nec non? (p. 535):
De verklaring van zowel cohesie als zwaartekracht ‘moet worden gezocht in de wervel-atoomtheorie van Sir William Thomson'.
536: Dit bewijst dat als ether ‘stof’ is, deze alleen voor geestelijke zintuigen iets zichtbaars, tastbaars en bestaands is, en dat er inderdaad sprake is van een wezen – maar niet op ons gebied: Pater Ether , of Akasha.
De Geheime Leer Hoofdstuk 4 Is de zwaartekracht een wet? (p. 542):
Maar om het pleit te winnen, moeten de occultisten in de eerste plaats de geloofwaardigheid van de wet van de zwaartekracht, van ‘de zwaartekracht, de koningin en heerseres van de stof’, in iedere vorm onderzoeken. Om dit op doeltreffende manier te doen, moet men zich de hypothese in zijn vroegste vorm voor de geest halen. Om te beginnen, was Newton de eerste die deze ontdekte? Het Athenaeum van 26 januari 1867 bevat enige bijzondere informatie over dit onderwerp. Er staat dat ‘men stellig kan aantonen dat Newton al zijn kennis over de zwaartekracht en haar wetten heeft ontleend aan Boehme, bij wie de zwaarte- of aantrekkingskracht de belangrijkste eigenschap van de Natuur is’ . . . Want volgens hem ‘toont zijn (Boehme’s) systeem ons het innerlijke van de dingen, terwijl de hedendaagse natuurwetenschap tevreden is met het kijken naar het uiterlijke’. Verder: ‘de wetenschap van de elektriciteit, die nog niet bestond toen hij (Boehme) schreef, wordt (in zijn geschriften) voorzien; niet alleen beschrijft Boehme alle tegenwoordig bekende verschijnselen van die kracht, maar hij geeft ons zelfs de oorsprong, het ontstaan en de geboorte van de elektriciteit zelf, enz.’
546: En dan geeft de geleerde heer een zuiver occulte leerstelling:
‘De term eeuwigdurende beweging, die ik op deze bladzijden niet zelden heb gebruikt, is zelf dubbelzinnig. Indien de leringen die hier naar voren worden gebracht een goede basis hebben, dan is elke beweging in zekere zin eeuwigdurend. In massa’s waarvan de beweging door wederzijdse botsing wordt beëindigd, wordt warmte of beweging van de deeltjes opgewekt; en zo gaat de beweging verder, zodat we, als we zulke gedachten tot het heelal durfden uitbreiden, zouden aannemen dat dezelfde hoeveelheid beweging altijd dezelfde hoeveelheid stof zou beïnvloeden8.’
8) Correl. Phys. Forces, blz. 173. Dit is precies wat het occultisme beweert, en op grond van hetzelfde beginsel dat ‘waar kracht tegenover kracht wordt gesteld en een statisch evenwicht teweegbrengt, het eerder bestaande evenwicht wordt beïnvloed, en een nieuwe beweging begint, die gelijkwaardig is aan de beweging die tot inactiviteit is teruggebracht’. Dit proces wordt onderbroken in de pralaya, maar is eeuwig en onophoudelijk zoals de ‘Adem’, zelfs wanneer de gemanifesteerde Kosmos in rust is.
Kepler kwam bijna 300 jaar geleden tot deze ‘merkwaardige hypothese’. Hij had de theorie van de aantrekking en afstoting in de Kosmos niet ontdekt, want die was al bekend sinds de tijd van Empedocles. Deze noemde de twee tegengestelde krachten ‘haat’ en ‘liefde’ – en dit komt op hetzelfde neer.
547: Maar we zouden de critici van de middeleeuwse sterrenkundigen willen vragen, waarom Kepler voor het geven van dezelfde oplossing als Newton voor heel onwetenschappelijk moet worden uitgemaakt, terwijl hij zich alleen maar oprechter, consequenter en zelfs logischer toont. Wat is toch het verschil tussen het ‘almachtige wezen’ van Newton en de rectores van Kepler, zijn siderische en kosmische krachten, of engelen? Kepler wordt ook bekritiseerd om zijn ‘merkwaardige hypothese, die uitgaat van een wervelende beweging in het zonnestelsel’, om zijn theorieën in het algemeen en om zijn positieve houding tegenover Empedocles’ denkbeeld van aantrekking en afstoting en in het bijzonder van ‘zonnemagnetisme’.
Hoofdstuk 6 De maskers van de wetenschap Fysica of metafysica? (p. 563):
Niemand zal ontkennen dat een kracht (of het nu zwaartekracht, elektriciteit of een andere kracht is), die buiten de lichamen en in de open ruimte bestaat - of het nu ether of een vacuüm betreft - iets moet zijn en niet een zuiver niets, wanneer deze los van de massa wordt gedacht. ‘De kracht is daarom niet in het atoom maar in de ruimte die de atomen van elkaar scheidt.’
563/564: Of het nu ‘kracht’ of ‘beweging’ is (het occultisme, dat geen verschil tussen beide ziet, probeert ze nooit te scheiden), zij kan niet voor de aanhangers van de mechanische atoomtheorie op de ene manier werken en voor die van de concurrerende school op een andere manier. Evenmin kunnen atomen in het ene geval volstrekt gelijk zijn in omvang en gewicht, en in het andere geval van gewicht verschillen (de wet van Avogadro). Want met de woorden van dezelfde bekwame criticus,
. . . ‘Terwijl de volstrekte gelijkheid van de oorspronkelijke eenheden van massa dus een wezenlijk deel is van de grondslagen zelf van de mechanische theorie, is de hele hedendaagse scheikunde gebaseerd op een beginsel dat daarmee rechtstreeks in strijd is – een beginsel waarvan onlangs werd gezegd dat ‘het dezelfde plaats in de scheikunde inneemt als de wet van de zwaartekracht in de sterrenkunde’8. Dit beginsel staat bekend als de wet van Avogadro of Ampère.’
565: Wij besluiten onze behandeling van het vraagstuk van de zwaartekracht. Hoe kan de wetenschap er aanspraak op maken hier iets met zekerheid over te weten? Hoe kan zij haar beweringen en haar hypothesen handhaven tegenover die van de occultisten, die in de zwaartekracht alleen maar sympathie en antipathie zien, of aantrekking en afstoting, die op ons aardse gebied worden veroorzaakt door fysieke polariteit en buiten haar invloedssfeer door spirituele oorzaken?
Deel I hoofdstuk 9 Zonnetheorie (p. 608):
Een dubbele lus voor de neerwaartse evolutie, van geest naar stof; een andere spiraalvorm misschien op het weer-involuerende pad naar boven, van stof naar geest, en het noodzakelijke geleidelijke en uiteindelijke weer opgaan in de layatoestand, wat de wetenschap op haar eigen manier noemt ‘het wat elektriciteit betreft neutrale punt’, enz., ofwel het nulpunt. Dit zijn de feiten en de verklaring die het occultisme biedt. Men kan het met de grootste zekerheid en het grootste vertrouwen aan de wetenschap overlaten om ze eens te rechtvaardigen. Laten we echter wat meer vernemen over dit genetische oertype van de symbolische staf van Mercurius.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 14 Krachten – bewegingsvormen of intelligenties? (p. 669):
Van goden tot mensen, van werelden tot atomen, van een ster tot een nachtpitje, van de zon tot de levenswarmte van het meest onbetekenende organische wezen – is de wereld van vorm en bestaan een enorme keten, waarvan de schakels alle zijn verbonden. De wet van de analogie is de eerste sleutel tot het wereldprobleem, en men moet deze schakels naast elkaar bestuderen voor wat betreft hun onderlinge occulte relaties.
De Geheime Leer Deel I hoofdstuk 16 Cyclische evolutie en karma (p. 705):
Terwijl zij dus een persoonlijke god opvatten ‘als slechts een enorme schaduw die door de verbeelding van onwetende mensen op de leegte van de ruimte is geworpen’, verkondigen zij dat maar ‘twee dingen (objectief) eeuwig zijn, namelijk akâsa en nirvana; en dat deze in werkelijkheid EEN zijn, maar indien verdeeld slechts een maya. ‘De boeddhisten ontkennen de schepping en kunnen zich geen schepper voorstellen.’ ‘Alles is uit akâsa (of op onze aarde svabhavat) voortgekomen, gehoorzamend aan een inherente wet van beweging, en verdwijnt na een bepaalde tijd te hebben bestaan. Er is nog nooit iets uit niets ontstaan.’ (Buddhist Catechism.)

Empedocles: Dit spel van aantrekkende en afstotende krachten gebeurt bij toeval en noodzakelijk, en in een kringloop. Deze kringloop heeft plaats in een zogenaamd perfect meetkundig lichaam: een bol. Op een bepaald moment zijn de elementen volledig vermengd door liefde. Dan worden zij door haat geleidelijk weer gescheiden (vuur en lucht gaan naar de buitenkant van de bol), om vervolgens door liefde weer verenigd te worden en naar de begintoestand terug te keren. Er is dus een voortdurende strijd en aantrekking tussen de krachten van liefde en haat, waarbij ze elkaar in heerschappij afwisselen. Empedocles' dynamisch concept van een kosmogonie waarbij de elementen steeds opnieuw weerkeren en nieuwe samenstellingen vormen, noemen we een cyclisch universum.

====

Individualiteit (Tetraëder, Absoluut en Relatief, Zelf-ontplooiing, Steen der wijzen)

Valentinus: Zelfkennis is Godskennis.
Gnostiek: Zelfkennis is Godskennis.

Quantum Computation in Brain Microtubules?
Decoherence and Biological Feasibility S. Hagan, S. R. Hameroff, J. A. Tuszyński (Submitted on 4 May 2000)
The Penrose-Hameroff (`Orch OR') model of quantum computation in brain microtubules has been criticized as regards the issue of environmental decoherence. A recent report by Tegmark finds that microtubules can maintain quantum coherence for only $10^{-13}$ s, far too short to be neurophysiologically relevant. Here, we critically examine the assumptions behind Tegmark's calculation and find that: 1) Tegmark's commentary is not aimed at an existing model in the literature but rather at a hybrid that replaces the superposed protein conformations of the `Orch OR' theory with a soliton in superposition along the microtubule.

Wat is hartcoherentie?
Bij HeartMath staat het fenomeen ‘hartcoherentie’ centraal. Het hart speelt een cruciale rol in ons functioneren, onze gezondheid en het gevoel van welbevinden. Het hartritme, het verschil in intervallen tussen hartslagen, is het beginpunt van waaruit informatiestromen naar ons brein en het lichaam gaan. Is het ritme regelmatig dan werken lichaam en brein synchroon samen, met diepgaande effecten. Het hartritme staat op haar beurt weer sterk onder invloed van gevoelens en emoties. Het hartritme kan door het individu beïnvloed worden. De HeartMath methode omvat technieken die dat bewerkstelligen.

Focussen op je hart, ademen door je hart en hartgevoel? Het klinkt misschien wat zweverig, maar deze drie stappen vormen de basis van een nieuwe methode ter voorkoming en genezing van hart- en vaatziekten: hartcoherentie.
Een coherent hart betekent niet meer en niet minder dan dat er harmonie is tussen hoofd en hart. En dat is dé manier om stressgevoelens de baas te blijven. En zoals u weet is stress een grote risicofactor voor hart- en vaatziekten. Misschien nog wel veel groter dan we denken.

H.P. Blavatsky Geheime Leer Deel I hoofdstuk 12 De theogonie van de scheppende goden (p. 469):
Deze logos is de Sabda Brahmam van de hindoes, die hij zelfs niet Īśvara (de ‘heer’ God) zal noemen, opdat de term de geest van de mensen niet in verwarring zal brengen. Maar het is de Avalokiteshvara van de hindoes, het Woord van de christenen in zijn werkelijke esoterische betekenis, niet in zijn theologische vervorming.
‘Het is’, zegt hij, ‘de jñātā of het ego in de Kosmos, en elk ander ego . . . is er slechts de weerspiegeling en manifestatie van . . . Tijdens de pralaya bestaat het in een latente toestand in de schoot van Parabrahmam. . . .’ (Tijdens het manvantara) ‘heeft het een eigen bewustzijn en individualiteit . . .’ (Het is een centrum van energie, maar) . . . ‘zulke centra zijn bijna ontelbaar in de schoot van Parabrahmam. Men moet niet veronderstellen dat zelfs de logos de schepper is, of dat deze maar een enkel centrum van energie is . . . hun aantal is bijna oneindig.’ ‘Dit ego’, voegt hij eraan toe, ‘is het eerste dat in de Kosmos verschijnt, en is het doel van alle evolutie. Het is het abstracte ego’ . . . dit is de eerste manifestatie (of aspect) van Parabrahmam’.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 15 Over elementen en atomen - Vanuit het standpunt van de wetenschap en van het occultisme (p. 626/627):
Wat de zogenaamde ‘elementalen-atomen’ betreft: de occultisten gebruiken die benaming in een betekenis die analoog is aan de naam die de hindoe aan Brahmā geeft wanneer hij hem ANU, het ‘atoom’, noemt. Ieder elementalenatoom, bij het zoeken waarnaar meer dan één scheikundige het pad heeft gevolgd dat werd aangegeven door de alchemisten, is zoals zij vast geloven (zo niet weten) een ZIEL; niet noodzakelijk een ontlichaamde ziel, maar een jīva, zoals de hindoes deze noemen, een centrum van POTENTIËLE LEVENSKRACHT, waarin intelligentie sluimert en, in het geval van samengestelde zielen, een intelligent actief BESTAAN, van de hoogste tot de laagste orde, een vorm samengesteld uit meer of minder differentiaties. Men moet een metafysicus – en wel een oosterse metafysicus – zijn om te begrijpen wat we bedoelen. Al die atoom-zielen zijn differentiaties van het ENE en staan daarmee in dezelfde betrekking als de goddelijke ziel – buddhi – tot haar leven gevende en onafscheidelijke geest of ātman.
H.P. Blavatsky Geheime Leer Deel I hoofdstuk 22 De symboliek van de mysterienamen Iao en Jehova en hun verband met het kruis en de cirkel (p. 633):
‘Het filosofische kruis, de twee lijnen die in tegengestelde richting lopen, de horizontale en de verticale, de hoogte en de breedte, die de meetkundig te werk gaande godheid op het snijpunt deelt, en dat zowel het magische als het wetenschappelijke viertal vormt wanneer het wordt beschreven in het volmaakte vierkant, is de basis voor de occultist. Binnen de mystieke grenzen ervan ligt de hoofdsleutel, die de deur tot elke wetenschap, zowel de fysische als de geestelijke, opent. Het symboliseert ons menselijke bestaan, want de levenscirkel omschrijft de vier punten van het kruis, die achtereenvolgens
geboorte, leven, dood en onsterfelijkheid voorstellen.
De Geheime Leer Deel II hoofdstuk 24 Het kruis en het pythagorische tiental (p. 666):
Er was een tijd waarin het oosterse symbool van het kruis en de cirkel, de swastika, algemeen werd aangenomen. Voor de esoterische (en wat dit betreft ook de exoterische) boeddhist, de Chinees en de Mongool betekent het ‘de 10.000 waarheden’. Deze waarheden, zeggen zij, behoren tot de mysteriën van het ongeziene Heelal en de oorspronkelijke kosmogonie en theogonie. ‘Sinds fohat de cirkel als twee vlammende lijnen (horizontaal en verticaal) heeft gekruist, hebben de menigten van de Gezegenden nooit verzuimd hun vertegenwoordigers te zenden naar de planeten waarover zij vanaf het begin moesten waken.’
De Geheime Leer Deel I hoofdstuk 15 Goden, monaden en atomen (p. 686/687):
Dit slaat op de kosmische en sub-planetaire monaden, niet op de superkosmische monas (de monade van Pythagoras), zoals deze in haar synthetische karakter door de pantheïstische peripatetici wordt genoemd. De nu besproken monaden worden vanuit het standpunt van hun individualiteit behandeld, als atomaire zielen, voordat deze atomen afdalen tot een zuivere aardse vorm. Want deze afdaling in concrete stof geeft het middenpunt aan van hun eigen individuele pelgrimstocht. Terwijl ze in het mineralenrijk hun individualiteit verliezen, beginnen ze hier op te klimmen door de zeven toestanden van aardse evolutie tot dat punt, waar een nauwe aansluiting wordt bereikt tussen het menselijke en het deva (goddelijke) bewustzijn. We houden ons echter nu niet bezig met hun aardse gedaanteverwisselingen en lotgevallen, maar met hun leven en gedrag in de Ruimte, op gebieden waar het oog van de meest intuïtieve scheikundige en natuurkundige hen niet kan bereiken – tenzij hij inderdaad sterk helderziende vermogens ontwikkelt.
De Geheime Leer Deel I hoofdstuk 18 Samenvatting van de wederzijdse standpunten (p. 743/744):
De theologie wordt aangevallen en belachelijk gemaakt omdat zij gelooft in de vereniging van drie personen in één godheid – één God wat substantie, en drie personen wat individualiteit betreft; en men lacht ons uit om ons geloof in onbewezen en onbewijsbare leringen, in engelen en duivels, goden en geesten. En inderdaad behaalden de wetenschappers in de grote ‘strijd tussen religie en wetenschap’ een overwinning op de theologie dankzij het argument dat noch de identiteit van die substantie, noch de beweerde drievoudige individualiteit, na in de diepten van het theologische bewustzijn te zijn bedacht, uitgevonden en uitgewerkt, door enige wetenschappelijke inductieve redenering – en nog het minst door het getuigenis van onze zintuigen – kon worden bewezen. De godsdienst is ten dode opgeschreven, zegt men, omdat hij mysteriën verkondigt. Het mysterie is de ontkenning van het gezonde verstand, en wordt door de wetenschap verworpen. Volgens Tyndall is metafysica fictie, evenals poëzie. De wetenschapper neemt niets op goed geloof aan; hij verwerpt alles wat hem niet wordt bewezen, terwijl de theoloog alles blindelings aanvaardt. De theosoof en de occultist, die niets op goed geloof aannemen, zelfs geen exacte wetenschap, en de spiritist die het dogma ontkent maar gelooft in geesten en in onzichtbare maar machtige invloeden, delen in dezelfde minachting. Goed dan, we moeten nu voor de laatste keer onderzoeken of de exacte'' wetenschap niet op precies dezelfde manier handelt als de theosofie, het spiritisme en de theologie.

De Geheime Leer Deel II hoofdstuk 18 Over de mythe van de ‘gevallen engel’ in haar verschillende aspecten (p. 542/543):
Het is een bekend feit – in ieder geval bekend aan geleerde kenners van de symboliek – dat in elke grote religie van de oudheid de logos-demiurg (tweede logos), of de eerste emanatie van het denkvermogen (mahat), als het ware de grondtoon aanslaat van wat in het daaropvolgende evolutieschema de wisselwerking van individualiteit en persoonlijkheid kan worden genoemd. In de mystieke symboliek van kosmogonie, theogonie en antropogenie vervult de logos in het drama van de schepping en het zijn, twee rollen, namelijk die van de zuiver menselijke persoonlijkheid en de goddelijke onpersoonlijkheid van de zogenaamde Avatars of goddelijke incarnaties, en van de universele geest die door de gnostici Christos wordt genoemd en in de mazdeïsche filosofie de Farvarshi (of Ferouer) van Ahura Mazda. Op de lagere trappen van de theogonie hadden de hemelse wezens van lagere hiërarchieën elk een Farvarshi of een hemelse ‘dubbelganger’. Het is dezelfde, alleen meer mystieke bevestiging van het kabbalistische axioma: ‘Deus est Demon inversus’ (De Geheime Leer Deel I hoofdstuk 11 (p. 450).

De Geheime Leer Deel I hoofdstuk 23 De Upanishads in de gnostische literatuur (p. 651):
De sankhyafilosofie is mogelijk door de eerste Kapila overgebracht en onderwezen, en door de laatste Kapila opgeschreven.
Sagara is nog heden in India de naam van de oceaan en zelfs van de Golf van Bengalen aan de monding van de Ganges (zie Wilsons Vishnu Purāna, Deel III, blz. 309). Hebben de geologen ooit het aantal duizenden jaren berekend die de zee nodig heeft gehad om terug te trekken van Hardwar, dat nu 1024 voet boven het zeeniveau ligt, tot waar zij nu is? Als zij dat hadden gedaan, zouden die oriëntalisten die denken dat de tijd van Kapila lag tussen de 1ste en de 9de eeuw n.Chr., misschien van mening veranderen, al was het maar om een van de volgende twee heel goede redenen: het ware aantal jaren dat is verstreken sinds de tijd van Kapila, staat ontegenzeglijk in de Purāna’s, hoewel de vertalers het niet zien. En ten tweede – de Kapila van het satya- en de Kapila van het kali-yuga kunnen één en dezelfde INDIVIDUALITEIT zijn, zonder dezelfde PERSOONLIJKHEID te zijn.

Gottfried de Purucker boek Grondslagen der Esoterische Wijsbegeerte, Deel I, Hoofdstukken 10 DE LEER VAN SVABHÂVA – ZELFWORDING – KARAKTERISTIEKE INDIVIDUALITEIT. DE MENS, ZELF-ONTWIKKELD, ZIJN EIGEN SCHEPPER. DE ‘MONADOLOGIE’ VAN LEIBNIZ TEGENOVER DE LERINGEN VAN DE ESOTERISCHE FILOSOFIE:
Svabhavat is het tegenwoordig deelwoord van het werkwoord bhû, met de betekenis van ‘dat wat zichzelf wordt’ of wat door emanatie, evolutie van binnenuit zijn wezenlijk zelf naar buiten brengt; met andere woorden, dat wat door innerlijke drang de latente vermogens in zijn natuur, in zijn zelf, in zijn diepste wezen tot ontwikkeling brengt. We hebben vaak over het diepste innerlijk gesproken als die innerlijke schakel of wortel waardoor wij (en alle andere dingen) uit het wezenlijke hart van de dingen, dat ons diepste zelf is, te voorschijn komen. Als we erover spraken legden we soms de hand op de borst; maar we moeten er zorgvuldig voor waken niet te gaan denken dat dit diepste innerlijk in het stoffelijk lichaam zit. Laat mij uitleggen wat ik precies bedoel. De tien sephîrôth werden tot de gebieden van de natuur – hoewel dit vreemd is uitgedrukt geeft het heel nauwkeurig en juist de gedachte weer; deze gebieden van manifestatie werden door de kabbalisten in vieren verdeeld, en deze werden de vier ‘ôlâm genoemd, een woord dat oorspronkelijk de betekenis had van ‘verborgen’, ‘verscholen’ of ‘geheim’, maar ook werd gebruikt voor ‘tijd’ en eveneens, praktisch geheel in de geest van de gnostische leer van de ‘aions’ (eonen), voor sferen, in het Sanskriet loka’s. De hoogste van de kabbalistische ‘ôlâms, of sferen, was ‘ôlâm atsîlôth, wat betekent de ‘eon’ of het ‘tijdperk’ of de ‘loka’ van ‘verdichting’. De tweede werd ‘ôlâm hab-berîâh genoemd, wat de eon of het tijdperk of de loka van ‘schepping’ betekende. De derde van bovenaf en van steeds grotere stoffelijkheid droeg de naam van ‘ôlâm ha-yetsîrâh of loka van de ‘vormen’. De vierde en laatste, de stoffelijkste en meest grove was ‘ôlâm ha-‘aßîâh, de eon of wereld van ‘handelingen’ of ‘oorzaken’. Dit laatste gebied, deze laatste sfeer of wereld, is de laagste van de vier en wordt soms de wereld van de stof of ook wel van de ‘omhulsels’ genoemd, omdat de mens (en andere stoffelijke entiteiten) soms als een omhulsel wordt beschouwd in de zin van het gewaad of het voertuig of lichaam van de inwonende geest.
Hoe wordt iemand een mahâtma of ‘groot zelf’? Door zelfgeleide evolutie, door datgene te worden wat hij in zichzelf, in zijn diepste wezen is. Dat is de leer van svabhâva.
En hier moeten we even stilstaan bij het mysterie van de individualiteit. Bedenk dat de persoonlijkheid het ‘masker’ is (persona, in het Latijn), of de weerspiegeling van de individualiteit in de stof; maar omdat ze iets stoffelijks is, kan ze ons omlaagvoeren, al is ze in wezen een weerspiegeling van het hoogste. Het is een oud gezegde dat die dingen het gevaarlijkst zijn die iets van de werkelijkheid of waarheid in zich hebben; niet de dingen die werkelijk onwaar of onjuist zijn, omdat die vanzelf tenietgaan en na verloop van tijd verdwijnen.
Laten we tot besluit bedenken dat, al heeft elk mens de christus in zich en kan hij slechts door die christus worden ‘gered’, hij door die innerlijke christus alleen kan worden gered wanneer hij besluit zichzelf te redden; het initiatief moet van beneden, van hemzelf komen. En hoewel sommige mensen, doordat ze deze prachtige leer van svabhâva verkeerd begrijpen, misschien van fatalisme spreken, kunnen we vanavond niet meer doen dan nadrukkelijk verklaren dat deze leer geen fatalisme is. Ze is volstrekt in tegenspraak met de fatalistische hypothese die stelt dat er buiten de mens een blinde, onbekende, bewuste of onbewuste kracht bestaat, die hem in zijn keuzen, in zijn handelen en zijn evolutie leidt, en hem voortdrijft naar de vernietiging of naar de hemel of de hel. Dat is niet de leer van svabhâva, en in de esoterische filosofie wordt dat niet onderwezen.

De vier Yuga-Avatâra’s van de Hindoetraditie:
Avatâra's die in de vier verschillende yuga's bij de overgang van de ene naar de andere yuga verschijnen om de geëigende zelfverwerkelijkings-methode voor het betreffende tijdvak te verkondigen.

====

Wet van evolutie (Bewustzijnsevolutie, Goed en Kwaad)

De getallensymboliek brengt net als het Panta rhei alles stroomt of alles is in beweging tot uitdrukking.

In geef me de 5 draait het om de Centrale Coherentie (CC). In het onderzoeksrapport 'E i V' staat de Coherence theory of truth centraal.

In het rapport ‘E i V’ komt 'Ether en Aether', het Ether-paradigma en het 5D-concept aan de orde. Het 5Ddenkraam is gebaseerd op de oerbron, de oerstof. Het Ether-paradigma laat zien dat het goede nieuws is dat het zelfregulerende vermogen in het systeem zit ingebakken. De energetische, elektromagnetische, collectieve blauwdruk (Ether, Akasha, Z.P.F.) die in het universum zit verscholen, biedt een aanzet voor de blauwdruk van de toekomst.

Het Ether-paradigma en het 5D-concept worden naast elkaar gebruikt en passen in het 5Ddenkraam van de Bewustzijnsschil. Het Ether-paradigma heeft als vertrekpunt de materie, elektromagnetisme, QED en de relatieve ether van René Meijer. Het 5D-concept belicht de 5e Dimensie vanuit een filosofisch perspectief. Het is net als met Geest en Lichaam, hemel en aarde, Zo boven, Zo beneden, top down en bottom up, deductief en inductief. Het zijn de twee complementaire kanten van een medaille, die beide de kwintessens tot uitdrukking brengen. Of met andere woorden het Ether-paradigma begint bij 4 en eindigt bij 5 en het 5D-concept begint bij 5 en eindigt bij 4.

Het principe van complementariteit (‘Alles stroomt en niets blijft’) dat al door Heraclitus naar voren is gebracht heeft op de ‘eenheid der tegendelen’ ('These + Antithese = Synthese', Trimurti, dialectische filosofie van Hegel en Engels) het overbruggen van tegenstellingen, betrekking. Of met de woorden van Benedict Broere: Het AOS is bedoeld als een nadere invulling van de filosofie van Heraclitus, van het samenwerken van tegendelen naar een schoonste harmonie, in mijn geval het samenwerken van analyse en synthese in het genereren van omega, van een steeds grotere kwaliteit van bestaan. Men spreekt van de logos, het verbindend patroon.

H.P. Blavatsky: De Geheime Leer Deel I, Stanza 4 De zevenvoudige hiërarchieën (p. 123):
In de Sepher Jezirah wordt gezegd dat ‘God de troon van zijn glorie graveerde in de Heilige Vier, de ophanim (wielen of wereldsferen), de Serafijnen5, de heilige dieren en de dienende engelen, en uit deze drie (lucht, water en vuur of ether) vormde hij zijn woning’. Zo werd de wereld gemaakt ‘door middel van drie Serafijnen – Sepher, Saphar en Sipur’, of ‘door middel van getal, getallen en getelden’. Met behulp van de astronomische sleutel worden deze ‘heilige dieren’ de tekens van de Dierenriem.
5) Dit is een letterlijke vertaling uit de Afdelingen IX en X: ‘Tien getallen zonder wat?
Een: de geest van de levende God . . . die leeft in eeuwigheid! Stem en geest en woord, en dit is de Heilige Geest.
Twee: geest uit geest. Hij ontwierp en hakte daarmee tweeëntwintig basisletters uit, drie moeders en zeven dubbele en twaalf enkele, en uit hen één geest.
Drie: water uit geest; hij ontwierp en hakte daarmee het woeste en het lege, modder en aarde. Hij ontwierp ze als een bloembed, hakte ze als een muur, bedekte ze als een plaveisel.
Vier: vuur uit water. Hij ontwierp en hakte daarmee de troon van glorie en de wielen, en de serafijnen en de heilige dieren en de dienende engelen, en op deze drie grondvestte hij zijn woning, zoals is gezegd: hij maakt zijn engelen geesten en zijn dienaren vurige vlammen!’ De woorden ‘grondvestte hij zijn woning’ tonen duidelijk aan dat in de Kabbala, evenals in India, de godheid als het Heelal werd beschouwd, en oorspronkelijk niet de buiten-kosmische god was die hij nu is.
125: Het ‘leger van de stem’ is de oervorm van de ‘menigte van de logos’ of het ‘WOORD’ van de Sepher Jezirah, dat in de Geheime Leer ‘het ene getal, voortgekomen uit geen-getal’ wordt genoemd – het Ene eeuwige Beginsel. De esoterische theogonie begint met het Ene, dat gemanifesteerd en dus niet eeuwig is in zijn aanwezigheid en in zijn bestaan, hoewel wèl eeuwig in zijn essentie; het getal van de getallen en de getelden – de laatste komen voort uit de stem, de vrouwelijke Vach, Satarupa ‘met de honderd vormen’, of de Natuur. Uit dit getal 10, of scheppende natuur, de moeder – de occulte ‘nul’ die, in verbinding met de eenheid ‘1’ (één) of de levensgeest, altijd voortbrengt en vermenigvuldigt – kwam het gehele Heelal voort.

De Geheime Leer Deel II, Stanza 2 Schepping van goddelijke wezens volgens de exoterische verhalen (p. 63):
Vreemd genoeg begint hij met het scheppen van DEMONEN, die dus voorrang krijgen boven de engelen of goden. Dit is geen tegenstrijdigheid en ook geen inconsequentie, maar heeft evenals al het overige een diepzinnige esoterische betekenis, volkomen duidelijk voor iemand die vrij is van christelijk theologisch vooroordeel. Wie voor ogen houdt dat het beginsel MAHAT of intellect, het ‘universele denkvermogen’ (letterlijk ‘het grote’), dat de esoterische filosofie de ‘gemanifesteerde alwetendheid’ noemt – het ‘eerste voortbrengsel’ van pradhana (oerstof) zoals het Vishnu Purana zegt, maar volgens het occultisme het eerste kosmische aspect van Parabrahm of het esoterische SAT, de universele ziel3 – aan de wortel van het ZELF-bewustzijn ligt, zal begrijpen waarom. De zogenaamde ‘demonen’ – die (esoterisch) het zelfbewuste en (intellectueel) actieve beginsel zijn – zijn om zo te zeggen de positieve polen van de schepping, en zijn dus het eerst voortgebracht. Dit is in het kort het proces, zoals het in de Purana’s allegorisch wordt verteld.
3) Dezelfde volgorde van beginselen is er in de mens: atma (geest), buddhi (ziel), zijn voertuig, zoals de stof het vahan van de geest is, en manas (denkvermogen), het derde, of microkosmisch het vijfde. Op het gebied van de persoonlijkheid is manas het eerste.
64: Voortgaand met scheppen, neemt Brahma een andere vorm aan, die van de Dag, en schept hij uit zijn adem de goden, die de eigenschap van goedheid (passiviteit) verkrijgen4. In zijn volgende lichaam overheerste de eigenschap van grote passiviteit, die ook (negatieve) goedheid is, en uit de zijde van die persoonlijkheid kwamen de pitri’s, de voorvaderen van de mensen voort, omdat, zoals de tekst verklaart, ‘Brahma zich (tijdens het proces) als de vader van de wereld voelde5’. Dit is kriya-sakti, de geheimzinnige yoga-kracht, die elders wordt verklaard. Dit lichaam van Brahma werd, na te zijn afgeworpen, de sandhya (avondschemering), het interval tussen dag en nacht.
4) Zo zegt de Toelichting dat de uitspraak ‘overdag zijn de goden het machtigst, en ’s nachts de demonen’ zuiver allegorisch is.
5) Dit zich voelen als dit, dat, of iets anders is de belangrijkste factor bij het voortbrengen van elke soort psychische of zelfs fysische verschijnselen. De woorden ‘wie tot deze berg zal zeggen: verhef u en val in de zee, en niet zal twijfelen . . . het zal hem ook geschieden’, zijn geen ijdele taal. Maar het woord ‘geloof’ moet worden vertaald met WIL. Geloof zonder wil is als een windmolen zonder wind – dus zonder gevolg.
67: Er is meer dan één interpretatie, want er zijn zeven sleutels tot het mysterie van de val. Bovendien zijn er in de theologie twee ‘vallen’: de opstand van de Aartsengelen en hun ‘val’ en de ‘val’ van Adam en Eva. Zo worden zowel de lagere als de hogere hiërarchieën beschuldigd van een veronderstelde misdaad. Het woord ‘veronderstelde’ is de ware en juiste uitdrukking, want in beide gevallen is de beschuldiging gebaseerd op een onjuiste opvatting. Beide worden in het occultisme als karmische gevolgen beschouwd, en beide behoren tot de wet van de evolutie: verstandelijk en geestelijk aan de ene kant, stoffelijk en psychisch aan de andere.
Geheime Leer Deel II hoofdstuk 25 De mysterieën van het zevental (p. 684):
De geestlijn blijft driedelig en de stoflijn tweedelig – twee is een even getal en dus ook vrouwelijk. Bovendien waren volgens Theon de pythagoreeërs, die aan de Tetraktis de naam harmonie gaven, ‘omdat zij een diatessaron in sesquitertia is’, van mening dat ‘de verdeling van de canon van het monochord door de tetraktis werd gemaakt in de duade, triade en tetrade; want het omvat een sesquitertia, een sesquialtera, een dubbele, een driedelige en een vierdelige verhouding, waarvan de sectie 27 is’. ‘In het oude muziekschrift bestond het tetrachord uit drie toonafstanden of intervallen en vier toontrappen, die door de Grieken diatessaron worden genoemd en door ons een kwart.’
Op het getal zeven baseerde Pythagoras zijn leer over de harmonie en muziek van de sferen, waarbij hij de afstand van de Maan tot de Aarde ‘een toon’ noemde, van de Maan tot Mercurius een halve toon, vandaar naar Venus hetzelfde; van Venus tot de Zon 1 1/2 toon; van de Zon tot Mars één toon; vandaar tot Jupiter een halve toon; van Jupiter tot Saturnus een halve toon; en vandaar tot de Dierenriem (Dodecaëder) één toon; in totaal zeven tonen – de diapason harmonie. Alle melodie van de natuur is in die zeven tonen, en wordt daarom ‘de stem van de Natuur’ genoemd.
686: Maar de pythagoreeërs beschouwden het getal zeven of de heptagoon als een religieus en volmaakt getal. Het werd ‘telesphoros’ genoemd, omdat door dit getal alles in het Heelal en de mensheid tot zijn einde, d.w.z. zijn hoogtepunt, wordt gevoerd' (Philo, de Mund. opif.). De leer van de sferen, vanaf de tijd van Lemurië tot aan Pythagoras, toont aan dat zowel de zeven krachten van de aardse en ondermaanse natuur, die onder het bestuur van de zeven heilige planeten staan, als de zeven grote krachten van het Heelal, te werk gaan en zich evolueren in zeven tonen, die de zeven noten van de toonladder zijn.
712: Er zijn twee tetragrammatons: de macro- en de microprosopus. De eerste is het absolute volmaakte vierkant of TETRAKTIS binnen de cirkel, beide abstracte begrippen, en wordt daarom AIN, het Niet-zijn genoemd, d.i. onbegrensbaar en absoluut Zijn. Maar beschouwd als microprosopus of de ‘hemelse mens’, de gemanifesteerde logos, is hij de driehoek in het vierkant – de zevenvoudige kubus, niet de viervoudige, of het vlakke vierkant. Want in dezelfde ‘Grote heilige Vergadering’ staat geschreven: (83) ‘En hierover wensten de kinderen van Israël te weten, zoals er staat geschreven (Exodus xvii, 7): ‘Is het Tetragrammaton in ons midden, of het Negatief Bestaande?)’9 (Waar maakten zij onderscheid tussen microprosopus, die Tetragrammaton wordt genoemd, en macroprosopus, die AIN wordt genoemd, Ain het negatief bestaande?)’10.
9) In de bijbel vereenvoudigd tot: ‘Is de Heer (!!) in ons midden, of niet?’ (Zie Exodus xvii, 7.)
10) Zie Kabala Denudata door S. Liddell MacGregor Mathers, lid van de T.S., blz. 121.

====

Rechterpad en Linkerpad (Zaaien en Oogsten, Winst of Verlies)

De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 15 Goden, monaden en atomen (p. 680/681):
Op gezag van dit archaïsche symbool wordt een mannelijke, persoonlijke god, de schepper en vader van alles, een derderangs emanatie, terwijl de sephiroth op de vierde plaats in de neerdalende reeks staan, en aan de linkerkant van En-Soph (zie de kabbalistische levensboom). Zo wordt de monade gedegradeerd tot een voertuig – een ‘troon’!
De monade – slechts de uitstraling en weerspiegeling van het punt (logos) in de wereld van de verschijnselen – wordt, als de top van de gemanifesteerde gelijkzijdige driehoek, de ‘vader’. De linkerzijde of lijn is de duade, de ‘moeder’, die wordt beschouwd als het kwade, tegenwerkende beginsel (Plutarchus, De Placitis Placitorum); de rechterzijde stelt de zoon voor (in iedere kosmogonie ‘de echtgenoot van zijn moeder’, omdat hij één is met de top); de basislijn geeft het universele gebied van de voortbrengende Natuur weer, die op het gebied van de verschijnselen vadermoeder-zoon verenigt, zoals deze in de bovenzinnelijke wereld waren verenigd in de top. Door mystieke vervorming werden ze het viertal – de driehoek werd de TETRAKTIS.
Geheime Leer Deel I hoofdstuk 16 Cyclische evolutie en karma (p. 703/704):
Het ene leven staat in nauw verband met de ene wet die de wereld van het Zijn beheerst – karma. Exoterisch gezien is dit eenvoudig en letterlijk ‘handeling’, of liever een ‘gevolg-teweegbrengende oorzaak’. Esoterisch gezien is het echter met zijn vèrreikende morele gevolgen iets heel anders. Het is de onfeilbare wet van de vergelding. Men doet vergeefse moeite als men tegen degenen die niets weten over de werkelijke betekenis, de eigenschappen en het enorme belang van deze eeuwige onveranderlijke wet, zegt dat geen theologische definitie van een persoonlijke godheid een beeld kan geven van dit onpersoonlijke, maar toch altijd aanwezige en actieve beginsel. Men kan het ook geen voorzienigheid noemen. Want de voorzienigheid verheugt zich bij de theïsten (in elk geval bij de protestantse christenen) in het bezit van een persoonlijk mannelijk geslacht, terwijl zij bij de rooms-katholieken een vrouwelijke macht is. ‘De goddelijke voorzienigheid matigt zijn zegeningen om een betere werking daarvan te verzekeren’, zegt Wogan ons. Inderdaad matigt ‘Hij’ ze, wat karma, een geslachtloos beginsel, niet doet.
704: In de eerste twee Afdelingen hebben we aangetoond dat bij het eerste trillen van het opnieuw ontstaande leven, svabhavat, ‘de veranderlijke uitstraling van de onveranderlijke duisternis, die onbewust is in eeuwigheid’, bij elke wedergeboorte van de Kosmos overgaat van een passieve toestand naar een van intense activiteit; dat het zich differentieert en dan door middel van die differentiatie begint te werken. Dit werk is KARMA.
De cyclussen zijn ook onderworpen aan de gevolgen die door deze activiteit ontstaan. ‘Het ene kosmische atoom wordt zeven atomen op het gebied van de stof, en elk wordt in een energiecentrum omgezet; datzelfde atoom wordt zeven stralen op het gebied van de geest, en de zeven scheppende natuurkrachten, die van de wortel-essentie uitstralen . . . volgen, de ene het rechter-, de andere het linkerpad, gescheiden tot het einde van de kalpa en toch nauw met elkaar verbonden. Wat verenigt ze? Karma.’ De atomen die uit het centrale punt zijn uitgestraald, emaneren op hun beurt nieuwe energiecentra, die onder de latente adem van fohat hun werk van binnen naar buiten beginnen en zich vermenigvuldigen tot andere kleinere centra.
708: De verschijnselen leveren ons de basis voor de generalisatie van twee wetten, die inderdaad beginselen van wetenschappelijke voorspelling zijn; en alleen hierdoor dringt het denkvermogen van de mens door tot de verzegelde verslagen van het verleden en de ongeopende bladzijden van de toekomst. De eerste hiervan is de wet van de evolutie of, in voor ons doel geschikte bewoordingen, de wet van de in wisselwerking staande opeenvolging of de georganiseerde geschiedenis in het individu, toegelicht in de veranderende fasen van elk tot ontwikkeling komend stelsel van gevolgen . . . Deze gedachten roepen ons het onmetelijke verleden en de onmetelijke toekomst van de geschiedenis van de stof direct voor de geest. Zij schijnen bijna vergezichten in de oneindigheid te bieden, en het menselijke intellect een bestaan en een inzicht te verschaffen, vrij van de beperkingen van tijd en ruimte en eindige oorzakelijkheid, en dit intellect te verheffen tot het niveau van de Hoogste Intelligentie, die haar woonplaats in de eeuwigheid heeft.’ (World-Life, blz. 535 en 548.)
709: Ja, ‘ons lot staat in de sterren geschreven’! Maar hoe nauwer de vereniging tussen de sterfelijke weerspiegeling mens en zijn hemelse oervorm, des te minder gevaarlijk zijn de uiterlijke omstandigheden en de opeenvolgende reïncarnaties – waaraan Boeddha’s noch Christussen kunnen ontkomen. Dit is geen bijgeloof en het is allerminst fatalisme. Dit laatste betekent een blinde koers van de een of andere nog blindere kracht, en de mens heeft tijdens zijn verblijf op aarde een vrije wil. Hij kan het lot dat hem beheerst niet ontlopen, maar hij heeft de keus tussen twee paden die hem in die richting leiden, en hij kan het einddoel van ellende – indien iets dergelijks zijn bestemming is – bereiken, òf in het sneeuwwitte kleed van de martelaar, òf in de besmeurde kleding van een vrijwilliger op het pad van de ongerechtigheid; want er zijn uiterlijke en innerlijke omstandigheden die het bepalen van onze wil met betrekking tot onze daden beïnvloeden, en het ligt in onze macht het ene of het andere pad te volgen. Wie in karma gelooft, moet in de lotsbestemming geloven die ieder mens van zijn geboorte tot zijn dood draad voor draad om zich heen weeft, zoals een spin haar web. Deze lotsbestemming wordt geleid, hetzij door de hemelse stem van de onzichtbare oervorm buiten ons, of door de ons meer vertrouwde astrale of innerlijke mens, die maar al te vaak de kwade genius is van het belichaamde wezen dat mens wordt genoemd. Deze beide stimuleren de uiterlijke mens, maar een van hen moet overwinnen; en vanaf het eerste begin van het onzichtbare gevecht treedt de strenge en onverbiddelijke wet van compensatie (WET VAN DE VERGELDING) in werking en neemt haar loop, terwijl zij getrouw de wisselvalligheden van dat gevecht volgt.
De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk 4 Organische evolutie en scheppende centra (p. 833):
Dit is juist voorzover het de ‘oorspronkelijke kiem’ betreft, maar het is onjuist dat die ‘kiem’ slechts ‘veel verder terug’ ligt dan de mens; want zij ligt op een onmetelijke en onvoorstelbare afstand (
in de tijd, maar niet in de ruimte), zelfs van de oorsprong van ons zonnestelsel. Zoals de hindoefilosofie terecht leert, kan het ‘anīyāmsam anīyasām’ slechts door valse begrippen worden gekend. Het zijn de ‘vele’ die voortkomen uit het ENE – de levende geestelijke kiemen of krachtcentra'' – elk in een zevenvoudige vorm, die de wet van de evolutie en van de langzame geleidelijke ontwikkeling eerst tevoorschijn roepen en haar dan de OORSPRONKELIJKE IMPULS geven.

====

Goddelijke wijsheid (Zevende wijsheidssleutel)

De Geheime Leer Deel I, Inleiding (p. 19):
Het gevaar was, dat leringen zoals die van de planeetketen of de zeven rassen direct een sleutel geven tot de zevenvoudige natuur van de mens, want ieder beginsel staat in verband met een gebied, een planeet en een ras, en de menselijke beginselen staan op elk gebied in verband met zevenvoudige occulte krachten waarvan die van de hogere gebieden een geweldige energie bezitten. Zo geeft iedere zevenvoudige verdeling direct een sleutel tot geweldige occulte krachten, waarvan het misbruik onberekenbaar kwaad voor de mensheid zou veroorzaken. Een sleutel die misschien geen sleutel is voor de huidige generatie – vooral niet voor de westerlingen – die immers worden beschermd, juist door hun blindheid en onwetend materialistisch ongeloof in het occulte; maar een sleutel die niettemin heel reëel zou zijn geweest in de vroege eeuwen van het christelijke tijdperk, voor mensen die ten volle overtuigd waren van de realiteit van het occultisme en die een cyclus van ontaarding ingingen die hen vatbaar maakte voor misbruik van occulte krachten en tovenarij van de ergste soort.
De documenten waren verborgen, dat is waar, maar van de kennis zelf en van het werkelijke bestaan daarvan werd nooit een geheim gemaakt door de hiërofanten van de tempel, waarin MYSTERIËN altijd als een leerschool dienden en een aansporing tot deugd vormden. Dit is heel oud nieuws en werd herhaaldelijk bekendgemaakt door de grote adepten, van Pythagoras en Plato tot de neoplatonisten. Het was de nieuwe religie van de Nazareners die in de gedragslijn van eeuwen een verandering ten kwade teweegbracht.
22: Hetzelfde zal worden gezegd van de Geheime Archaïsche Leer, wanneer bewijzen worden gegeven van haar onbetwistbare bestaan en van haar geschriften. Maar het zal eeuwen duren vóór er veel meer van wordt gegeven. Over de sleutels tot de geheimen van de Dierenriem, die bijna voor de wereld verloren zouden zijn, merkte de schrijfster ongeveer tien jaar geleden in ‘Isis Ontsluierd’ op dat ‘de genoemde sleutel zeven keer moet worden omgedraaid vóór het hele stelsel is onthuld. Wij zullen hem maar éénmaal omdraaien en zo de oningewijde één vluchtige blik in het mysterie toestaan. Gelukkig is hij die het geheel begrijpt!’
Hetzelfde kan men zeggen van het hele esoterische stelsel. In ‘ISIS’ werd de sleutel één keer omgedraaid en niet meer. In deze delen wordt veel meer uitgelegd. In die dagen kende de schrijfster de taal waarin het boek werd geschreven nauwelijks en het openbaren van veel waarover nu vrij wordt gesproken, was verboden. In de twintigste eeuw zal mogelijk een beter geïnformeerde en veel geschiktere leerling door de Meesters van Wijsheid worden gezonden om afdoende en onweerlegbare bewijzen te leveren dat er een wetenschap bestaat die men gupta-vidya noemt en dat, evenals de eens geheimzinnige bronnen van de Nijl, de bron van alle nu aan de wereld bekende religies en filosofieën gedurende vele eeuwen was vergeten en voor de mensen verloren, maar tenslotte is gevonden.
H.P. Blavatsky: De Geheime Leer, Deel I, Stanza 4 De zevenvoudige hiërarchieën (p. 134):
De lipi-ka’s, van het woord lipi, ‘geschrift’, betekent letterlijk de ‘schrijvers’. Deze goddelijke wezens zijn op mystieke manier verbonden met karma, de wet van de vergelding, want ze zijn de griffiers of geschiedschrijvers, die op de (voor ons) onzichtbare tafelen van het astrale licht, ‘de grote beeldengalerij van de eeuwigheid’, een getrouw verslag afdrukken van iedere handeling en zelfs gedachte van de mens, van alles dat was, is of ooit zal zijn in het Heelal van de verschijnselen. Zoals in ‘Isis’ werd gezegd, is dit goddelijke en ongeziene schilderij het BOEK VAN HET LEVEN ('Akasha-kronieken').

====

Zie ook:

Boeken:

Externe Links

<< vorige || volgende >>

Categorie: Artikelen | Rapport | Auteur: Harry Nijhof


Deze pagina werd sedert 16 dec. 2007 keer bekeken.