1.3.3 Merkwaardige lus en Verstrengelde hiërarchie

Newton: Mensen bouwen te veel muren en te weinig bruggen.
Hofstädter: The essence of intelligence is the ability to see parallels with what is known in an unfamilar situation.
Wet van Hofstadter: Het duurt altijd langer dan je denkt, ook al houd je rekening met de wet van Hofstadter.
Escher: Vul niet uw leegte, maar leeg uw volte.
Hillier (Between Spaces): Society must be described in terms of intrinsic spatiality, space must be described in terms of intrinsic sociality.
Leo Stevens Op alle gebieden komt door de fixatie op de kwantiteit de kwaliteit steeds meer in de verdrukking.
(regeerakkoord Volkskrant 16 oktober 2010)

Neer - en Opwaartse causatie (Zo Boven zo Beneden, Recursie, Geest - Ziel - Lichaam)

Wet van Hofstadter (of Wet van verschuiving van planning) is een proefondervindelijke wet betreffende de moeilijkheid van planning op het gebied van het onderzoek en de ontwikkeling. Zij is typisch in vastgesteld beleid van softwareontwikkelingen.

Douglas Hofstadter boek Gödel, Escher, Bach:
In het boek Gödel, Escher, Bach onderzoekt Hofstadter de mogelijkheid van kunstmatige intelligentie (Artificial intelligence). Het ambitieuze populair-wetenschappelijke boek gold van meet af aan als een klassieker en werd in 1980 bekroond met de Pulitzer-prijs.
11: Een Eindeloos Rijzende Canon, ‘Canon per Tonos’.
12: Met deze canon heeft Bach ons het eerste voorbeeld gegeven van het begrip Merkwaardige Lus. Het verschijnsel van de ‘Merkwaardige Lus’ treedt telkens op wanneer we na een opwaartse (of neerwaartse) gang door de niveaus van een bepaald hiërarchisch systeem onverwacht weer terug zijn waar we begonnen. Soms gebruik ik het begrip Verstrengelde hiërarchie voor een systeem waarin zich een Merkwaardige lus voordoet. De mooiste en sterkste visualisaties van dit begrip Merkwaardige lus zijn voor mijn gevoel te vinden in het werk van de Nederlandse graficus M.C. Escher (1898 – 1972).
177: De Getallen van Fibonacci en de Getallen van Lucas zijn volmaakte voorbeelden van recursief opsombare verzamelingen (r.o. – verzamelingen) als een sneeuwbal vanuit twee elementen via een recursieve Regel voortrollend tot een oneindige verzameling. Het is een kwestie van gewoonte om een r.o. – verzameling waarvan het compliment ook r.o. is, ‘recursief’ te noemen.
291: Misschien kan verlichting het meest kernachtig worden samengevat als: het dualisme trancenderen. Maar wat is dualisme? Dualisme is de opsplitsing van de wereld in categorieën. De menselijke waarneming is dus van nature een dualistisch fenomeen – zodat het zoeken naar verlichting een hele klim is, en dat is nog maar zwak uitgedrukt.
292: Volgens Zen behoren woorden tot de kern van het dualisme – alleen maar woorden.
356: Macroskopische gevolgen van microskopische oorzaken.
355: Er zijn systemen waarin het gedrag van sommige delen dat van andere delen neutraliseert, met als gevolg dat het er niet zoveel toe doet wat er op laag niveau geschiedt, want vrijwel alles zal soortgelijk gedrag op hoog niveau opleveren. Maar er zijn ook systemen waarbij het effect van één enkele gebeurtenis op laag niveau vergroot, kan worden tot enorme gevolgen op hoog niveau. Een computer is een ingenieuze combinatie van deze twee types systemen.
356: Systemen die uitsluitend zijn opgebouwd uit ‘betrouwbare’subsystemen – dwz. subsystemen waarvan het gedrag met betrouwbaarheid kan worden voorspeld aan de hand van uit brokken samengestelde beschrijvingen – spelen een onschatbare grote rol in ons dagelijks leven, want het zijn de pijlers die stabiliteit verlenen.
619: Het Centrale Dogbeeld; Verstrengelde hiërarchie en Merkwaardige lus.
626: Herkenning, vermomming, etiketten.
632: Terugkoppeling en merkwaardige lussen vergeleken.
635: De oorsprong van het leven.
774: Abstracties, skeletten, analogieën.
806: Zichzelf zien (p. 570).
822: De verklaring berust op het feit dat men niet slechts één niveau per keer begrijpt, maar de manier waarop een niveau zijn metaniveau weerspiegelt en de consequenties van deze weerspiegeling. Als onze analogie opgaat dan zouden ‘nieuw opduikende’ verschijnselen door de onderlinge relatie van verschillende niveaus in mentale systemen verklaarbaar worden. Ik geloof dat de verklaring voor ‘nieuw opduikende’ verschijnselen in onze hersenen – bijvoorbeeld ideeën, hoop, beelden, analogieën, en tenslotte bewustzijn en vrije wil – op een soort Merkwaardige Lus berusten, een wisselwerking tussen niveaus waarbij het hoogste niveau teruggrijpt naar het laagste en daarop invloed uitoefent, terwijl het tegelijkertijd door het laagste niveau bepaald is. Het zelf ontstaat op het moment waarop het zichzelf kan weerspiegelen.
823: ..zullen we in een verklaring van de geest moeten toestaan, want we zullen oorzaken moeten toestaan die net als in het Centrale Dogbeeld in de Verstrengelde Hiërarchie van de geest zowel omhoog als omlaag werken.
827: Het gevoel over vrije wil te beschikken komt door het evenwicht tussen het wel en niet kennen van zichzelf.

Een paar jaar geleden heb ik aan Jules Ruis de volgende vraag voorgelegd: Is zelfgelijkvormigheid een eigenschap die zelfbewustzijn mogelijk maakt?
Heeft zo’n puur rationele bewerking iets met bewustzijn te maken? Het antwoord is ja als we veronderstellen dat het ontstaan van elementen in de natuur (net zo als dat pixeltje op het scherm) door bepaalde informatie wordt aangestuurd. Die veronderstelling is mijn uitgangspunt. Ik veronderstel dat in het DNA informatie ligt opgesloten in de vorm van een grote chemische verbinding van 4 soorten basen. Die informatie stuurt andere chemische samenstellingen aan hetgeen leidt tot de aanzet van de bouw van een eiwit. De jongste aanname (zie artikel van Pellionisz) veronderstelt nu dat deze aansturing opnieuw een iteratief/recursief proces is en dat er terugkoppeling plaatsvindt naar het gebied van het tot voor kort genoemde junk-DNA. Ook hier zou dan gelden dat de operatie doorgaat totdat een bepaalde (in het DNA opgeslagen en door externe omstandigheden beïnvloede) waarde (c.q. samenstelling van chemische stoffen) is bereikt.
De opgeslagen informatie heeft naar mijn mening iets met genen, memen en zelfbewustzijn te maken. Het samenspel van genen en memen noem ik het speelveld van de ziel. Er zouden dan bijvoorbeeld ook gemen kunnen bestaan.

Gulden snede en getallen van Fibonacci (Spiraal).
Jan Wicherink boek Ontheemde Zielen Ontwaken (p. 65):
Misschien wel het meest belangrijke onderwerp in de Heilige Geometrie is de Gulden snede. De Gulden snede is een speciale verhouding die wordt aangeduid met de Griekse letter d, Phi genaamd (spreek uit als fi).
Ze voldoet aan d = ½ * 'wortel van 5' (2,236) + ½ = 1,618
66: Een variant van de Gulden snede spiraal is de Fibonacci-spiraal.
69: Een klassiek wiskundig probleem dat stamt uit de tijd van Plato wordt ook wel de ‘kwadratuur van de cirkel’ genoemd. In de laatste driehonderd jaar hebben wiskundigen tevergeefs geprobeerd met een oplossing te komen voor het probleem om met een passer en een winkelhaak een cirkel en een vierkant te construeren, zodanig dat beide dezelfde omtrek hebben. Pas in 1882 bewees Lindemann dat er helemaal geen oplossing bestaat voor dit probleem. Omdat Lindemann’s bewijs nogal complex is zullen we in simpele bewoordingen uitleggen waarom de cirkel niet vierkant gemaakt kan worden. De omtrek van een cirkel met een straal 1 is 2 * h en h (Pi) is een irrationeel getal (een transcendent getal, h kan nooit berekend worden, alleen benaderd). Maar wanneer h irrationeel is en niet berekend kan worden, dan moet dit dus ook gelden voor de omtrek van de cirkel! De omtrek van het vierkant is echter een reëel getal omdat het vier maal de zijde van een vierkant bedraagt, hetgeen een reëel getal is dat gemeten kan worden. Dientengevolge kunnen de omtrek van cirkel en het vierkant in mathematische zin nooit gelijk zijn, ze kunnen hoogstens oneindig dicht bij elkaar liggen.
71: Er is alleen al over deze schets veel geschreven, hij bevat een heleboel verborgen geheime geometrie. We zullen hier niet op alle details ingaan, maar ik wil u sommige wel zeer opmerkelijke dingen laten zien. De oude wijsheid, de hermetische traditie, vertelt dat het menselijke lichaam beschouwd kan worden als de blauwdruk van het universum vanwege alle verhoudingen die in het lichaam gevonden worden. Dit zou wel eens waar kunnen zijn. Laten we eens een kijkje nemen op het volgende plaatje, de Man van Vitruviusman van Leonardo Da Vinci:
73: In de vloer van het gotische schip van de kathedraal (van Chartres) vinden we een raadselachtig labyrint, gemaakt uit witte steen en gezet in zwart marmer. Het labyrint meet vrijwel exact een tiende van de binnenmaat van de kathedraal en vormt een centraal punt, het brandpunt van de hele geometrische constructie van de kathedraal zelf. Het mag dus duidelijk zijn dat de ontwerpers dit punt wel heel bijzonder vonden.
73/74: Wanneer we door het labyrint heen meanderen dan moeten we om beurten linker en rechter bochten maken. Daarbij verplaatsen we ons afwisselend naar binnen en naar buiten totdat we het centrum bereikt hebben. Volgens Daniel Winter, wiens fysica we nog zullen bestuderen in het volgende hoofdstuk, stelt dit labyrint de tweedimensionale symbolische projectie voor van Phi-spiralen die de torus vormen. De torus, zo wordt in zijn etherfysica aangenomen, is het bouwblok van het atoom en dus van de materie. Het labyrint is dan ook volgens Winter een symbolische projectie van de draaiende bochten die de Ph-spiralen van licht volgen op weg naar het centrum van het atoom.
75: In hoofdstuk 3 hebben we aangetoond dat de scheiding tussen de fysieke en mentale dimensies zoals die is voorgesteld door René Descartes in werkelijkheid niet bestaat. De kracht van de menselijke geest is enorm onderschat en bezit vermogens van geest boven de materie. Kwantumfysicus Amit Goswami stelt dat bewustzijn oorspronkelijk is en dat hieruit de fysieke wereld gecreëerd wordt.
In hoofdstuk 4 hebben we het nulpuntsveld besproken dat ontdekt is door de kwantumfysica. Het nulpuntsveld (Eng: zero point field) is een ongelimiteerd en onuitputtelijk energieveld dat aanwezig is in het gehele universum. We suggereerden al dat nulpuntsenergie wel eens een spirituele energie zou kunnen zijn die Amit Goswami’s beweringen zou kunnen staven.

Voor meer bijzonderheden wordt verwezen naar het boek De natuurlijke tijd (p. 26 en 27) Peter Toonen.
Tijd is als zodanig te vergelijken met de steeds wijder lopende kringen in het water nadat er een steen in is gegooid.

Op p. 180 schrijft Gerrit Teule in zijn boek Ethiek, schoonheid en eonen: We tekenen daarom een waarschijnlijkheidsgolf, die zich cirkelvormig uitbreidt vanaf het middelpunt, net zoals in een plas water gebeurt als je er een steen in gooit en Gleiser op p. 70/219: Als je een steen in een vijver gooit, zie je dat de energie van de inslag via concentrische watergolven wordt afgevoerd.

De 'steen der wijzen', het mechanisme achter de metafoor van de ‘steen in de vijver’, om de onbalans in de verdeling van energie te verminderen is al bekend.
Net als in het boek Wat Darwin niet kon weten van Gerrit Teule wordt de schakel tussen ‘Geest en Lichaam’ met de kwantumverstrengeling, de ‘linker- en rechterhand’ (pad), de linker- en rechterhersenhelft in verband gebracht. Kwantummechanica en chiraliteit bieden een degelijke grondslag om de eonenhypothese van Jean Charon te onderbouwen. De hypothese geeft ook een boeiende visie op oorspronkelijk bewustzijn/dharmadhatu.
De onbalans op aarde wordt verkleind door bewust voor het symbool van de verticale as (Axis mundi, draad van Ariadne, het zevenvoudige pad) door het midden van het Ei van Assagioli, de zelfrealisatie van Maslow te kiezen.

Roger Rundqvist Het labyrith als inwijdingsweg (p. 46/47):
De labyrintdans voerde naar het midden, dat de 'axis mundi', de 'wereldas', vertegenwoordigde. Deze as kunnen we ons voorstellen als de symbolische verbinding tussen aarde en hemel, tussen de godin en de god. De diepere zin van het menselijke bestaan hing van deze verbinding af. Steeds weer moest ze hersteld worden, opdat de chaos niet zou gaan overheersen en het leven op aarde onleefbaar zou worden.

Prof. Brian R. Sinclair De wenteling van het wiel in het Westen (Theosofia 101/4 augustus 2000, p. 153/154)
Het is in wezen de mandala in driedimensionale vorm, met ingangspunten op de omtrek en met de berg Meru (de axis mundi, waar hemel en aarde elkaar raken), het centrum van het Boeddhistisch universum, oprijzend in het midden. Deze architectuur geeft, eenvoudig geschetst, zowel in zijn ongebroken materiële vormgeving als in zijn gerichtheid op devotie, uitdrukking aan de traditionele Boeddhistische cosmologie en zijn pad naar bevrijding.

De portalen van de Notre-Dame
Op de vloer van de kerk bevindt zich een labyrint. De pelgrim moest eerst het labyrint volgen tot aan het midden, van hieruit kon hij de prachtige ramen van de kerk bewonderen.

Zehra Bharucha Theosofie en Islam (Theosofia 107/1 februari 2006, p. 6)
Pelgrimage: (Hijra)
De vijfde zuil van de Islam is de pelgrimstocht. Tijdens zijn of haar leven wordt van iedere moslim die daartoe in staat is verwacht dat hij of zij de ‘Hajj’, Hadji, of pelgrimstocht naar Mekka maakt, waar het woord van God voor het eerst aan Mohammed geopenbaard werd. Het voornaamste doel van de pelgrimage is de toewijding aan God te vergroten, maar het dient ook als een krachtige herinnering aan de menselijke gelijkheid en broederschap. Wanneer zij Mekka bereiken, leggen de pelgrims hun normale kleding en andere onderscheidingstekens van hun rang en status af en hullen zij zich in twee eenvoudige kledingstukken die lijken op lakens. Zowel de prins als de arme benaderen hun God niet verdeeld door belemmeringen van rijkdom, klasse, geloofsleer of huidskleur. Aldus schrijft de Islam een volledige levenswijze voor aan zijn volgelingen, een pad van onderwerping en genade dat uiteindelijk zal leiden tot verlichting en de Waarheid.
De Derde grondstelling (De Geheime Leer Deel I p. 47) verhaalt over de ‘fundamentele gelijkheid van alle zielen met de universele overziel … en de verplichte pelgrimstocht voor iedere ziel’. De Koran spreekt over ‘de Kenner van het Ongeziene en het Geziene, de Machtige, de Genadige, Die alles wat hij geschapen heeft prachtig gemaakt heeft, en Hij begon de schepping van de mens uit stof… toen maakte Hij hem compleet en ademde in hem uit zijn Geest…’ [De Adoratie, vers 7]. Dit denkbeeld wordt dan afgerond in de Uitspraken van de Profeet Mohammed die zei ‘O Mens! Gij dient terug te keren tot God, uw God, uw Zelf, met moeite en pijn, door stap voor stap, fase voor fase omhoog te klimmen’.

In de loop der eeuwen is een veelvoud (Plato, Socrates, Anselmus van Canterbury, Thomas van Aquino, Immanuel Kant, René Descartes, Kurt Gödel) aan Godsbewijzen uitgewerkt. Maar ook de stelling van Gödel is door de één-op-één relatie bijectie niet waterdicht.

Anselmus van Canterbury was de eerste die een logisch bewijs van het bestaan van God formuleerde. Dit zogeheten ontologisch godsbewijs laat zich als volgt samenvatten:

  • God is, per definitie, het volmaaktste wezen dat denkbaar is. In Proslogion, hoofdstukken 2-4, wordt dit in 2 varianten verwoord: God is 'iets, groter dan hetwelk niets gedacht kan worden' (aliquid quo nihil maius cogitari posit/potest/non valet) en God is 'datgene, groter dan hetwelk niets gedacht kan worden' (id quo maius cogitari nequit/non potest).
  • Het is beter te bestaan dan niet te bestaan, dus iets wat niet bestaat kan nooit volmaakt zijn.
  • Een niet bestaande God is minder volmaakt dan een bestaande.
  • Dus moet God bestaan.

Dit bewijs werd in de twintigste eeuw geformaliseerd met behulp van de modale logica door Kurt Gödel.

Douglas R. Hofstadter and Daniel C. Dennett The Mind's I (Chapter 20)
Raymond Smullyan Is God a Taoist? Underlying Gödel’s Incompleteness Theorem, that there is no shortcut to the development of higher and higher intelligences (or, if you prefer, more and more “enlightened” states); in short, that “the Devil” must get his due.
Toward the end of this dialogue, Smullyan gets at issues we have been dealing with throughout this book – the attempts to reconcile the determinism and “upward causality“ of the laws of nature with the free will and “downward causality” that we all feel ourselves exerting. His astute observation that we often say “I am determined” to do this” when we mean “I have chosen to do this” leads him to his account of free will, beginning with god’s statement that “Determinism and choice are much close than they might appear.”

In zijn boek Ik ben een vreemde lus stelt Douglas R. Hofstadter (p. 205): Waarheid en bewijsbaarheid zijn twee kanten van dezelfde medaille, die altijd samengaan omdat ze elkaar tot gevolg hebben. In plaats daarvan zijn we nu een geval tegengekomen waar, hoe verbazend het ook mag lijken, waarheid en onbewijsbaarheid elkaar tot gevolg hebben.
Een analoog fenomeen doet zich bij de kunstmatige grenzen tussen 'Golven en Deeltjes' voor. Douglas R. Hofstadter (p. 217): Uit al die elementaire deeltjes die hun werk microscopische werkjes doen, verrijzen de macroscopische gebeurtenissen die een biowezen overkomen.
Douglas R. Hofstadter (p. 18): Dus ja, uiteindelijk ben ik een soort specialist; ik ben gespecialiseerd in denken over denken (Meta-leren).
De kwintessens van het verhaal van Douglas Hofstadter (p. 252) heeft op de subtiele balanceeract van Kurt Göbel betrekking, die aantoonde hoe hoger zelfverwijzende betekenissen die opduiken in een formeel wiskundig systeem, een causaal vermogen kunnen hebben dat precies even werkelijk is als dat van de strenge, verstarde, lagere deductieregels van het systeem (neerwaartse causaliteit).
This analogy allows Hofstadter to work up ideas about "upward and downward causality," with Whitehead and Russell's invented logical alphabet at the bottom of a hierarchy generating Gödelian loops at the top, analogous to neurons and dendrites at the bottom of the brain hierarchy generating concepts and categories — including of course the strangely loopy one called "I" — at the top.

Dr. Amit Goswami boek Creatieve Evolutie Darwinisme en Intelligent Design (p. 224):
Ik hoop dat de voorgaande bladzijden hebben gedemonstreerd dat het hoog tijd wordt voor een ommekeer in het denken van neurowetenschappers, zodat zij er voortaan vanuit zullen gaan dat de hersenen secundair zijn ten opzichte van bewustzijn en de geest.
De integrerende waarde van zo’n paradigmashift zou enorm zijn.
262: Bij menselijke reïncanatie – een fenomeen waarvan massa’s bewijzen bestaan – overleven de mentale en vitale eigenschappen (de technische term ervoor is kwantummonade; de religieuze term is ‘ziel’) de stoffelijke dood.

Amit Goswami heeft zijn carrière gewijd aan het integreren van wetenschap en spiritualiteit. In Creatieve Evolutie wordt duidelijk dat zuiver bewustzijn en niet materie, de primaire kracht in het universum is. Dit inzicht is totaal anders dan de algemeen aanvaarde theorieën waarin evolutie gezien wordt als het resultaat van simpele natuurwetenschappelijke reacties. Volgens dr. Goswami zal de biologie moeten integreren met gevoel, betekenis en de doelgerichtheid van het leven. De belangrijkste gedachte in dit boek is het idee van een scheppend principe achter de biologische ontwikkeling, waarbij evolutie met intelligent design wordt verenigd met neo-Darwinisme. Hierdoor zullen andere biologische problemen opgelost worden. Het resultaat is een paradigmaverschuiving in de biologie en in de visie van een samenhangend geheel. De auteur noemt dit ‘wetenschap in bewustzijn’.

Arjan Evers Iedereen doet het met iedereen Van Einsteins relativiteit tot onderlinge verbondenheid (p. 100):
Het is aannemelijk dat de evolutie plaatsvond onder een bepaalde vorm van regie, bewustzijn of scheppingsdrang. God en evolutie sluiten elkaar niet uit, zoals ik al eerder opmerkte. Evolutie volgens Darwin, gedreven door toevallige mutaties en natuurlijke selectie is echter niet volledig. Goswami beargumenteert op overtuigende wijze dat er naast het proces van trage natuurlijke selectie (bottom-up proces of opwaartse causatie) op gezette momenten abrupt nieuwe soorten ontstaan waar een soort blauwdrukken in Het Veld aan ten grondslag liggen (top-down proces of neerwaartse causatie). Goswami noemt dit creatieve evolutie.

De hamvraag is wanneer een paradigmawisseling in het denken op grotere schaal daadwerkelijk gaat plaatsvinden? Feitelijk komt het er op neer dat bewustzijn geen bijverschijnsel van de hersenen is zoals de neurobioloog Dick Swaab en veel andere biologen denken. Het zijn de twee complementaire kanten van een medaille, het is de psyche (ziel), de schakel tussen geest en lichaam waar het in de Kwantumshift, de Unificatietheorie echt om draait.

Katinka Hesselink Verweven hiërarchieën en de creatieve evolutie van bewustzijn
De kern van Amit Goswami’s punt in ‘Creative Evolution’ (Creatieve Evolutie) is dat bewustzijn een actieve kracht in de schepping is. Centraal in zijn redenering is het idee van verweven hiërarchieën. Om ook maar half te begrijpen wat hij hierover zegt moest ik hem herlezen, dus citeer ik hem maar gewoon (Nederlandse vertaling p. 114)
Zie de causale cirkel van de rol van de waarnemer in kwantum meten. De waarnemer, het subject, kiest de gemanifesteerde toestand van de ingevouwen (collapsed) object(en). Maar zonder gemanifesteerde ingevouwen objecten, inclusief de waarnemer, onstaat ook de ervaring van het subject niet. Deze kringvormige logica van afhankelijk tegelijkertijd ontstaan (dependent co-arising) van subject en object wordt verweven hiërarchie genoemd.
Goswami vond dit idee in een boek dat nogal indruk maakte in de jaren 80: Gödel, Escher, Bach: een eeuwige Gouden band van D.R. Hofstadter.

De positieve - en negatieve as van het op het yin/yang-symbool gebaseerde kernkwadrant zijn spiegelsymmetrisch. De beide polen illustreren het complementariteitsprincipe. Door een geleidelijke, kwantitatieve opeenhoping van kleine veranderingen kan de uitdaging uiteindelijk een kwalitatieve sprong ondergaan.
Het complementariteitsbeginsel kan ook aan de hand van het Yin/Yang-symbool en de Vijf Fasen worden geïllustreerd. Het symbool brengt de natuurlijke -, de beheers - en de vernietigende kringloop tot uitdrukking. Amit Goswami, maakt in zijn boek De kwantum dokter, de nieuwe wetenschap van gezondheid en genezing, op p. 175 van hetzelfde Yin/Yang-symbool gebruik.

Elementen zijn de stoffen of krachten waartoe volgens oude religies alles op aarde te herleiden is. Taoïsme: Wuxing (五行) is het harmonische systeem van de vijf elementen: water, vuur, aarde, metaal, hout. De interacties tussen de vijf elementen kunnen een scheppende cyclus (Sheng): hout -> vuur -> aarde -> metaal -> water -> hout; en een onvolmaakte beheers en vernietigende cyclus (Ke): hout -> aarde -> water -> vuur -> metaal -> hout, genereren. Beide samen vormen een pentagoon met een vijfpuntige ster erin. Ze worden ook vaak samen afgebeeld als cirkel met een vijfpuntige ster. De cirkel is de Sheng-cyclus, de ster geeft de Ke-cyclus weer. Rudolf Ritsema & Stephen Karcher behandelen in hun boek I Ching de 5 aspecten van het Universele Kompas in detail. Het taoïsme ziet de yangenergie als van kosmische oorsprong, de yinenergie van aardse.

PRANA Mediums (nr. 165) bevat het boeiende artikel Divineren – Akasha’s toevalstaal lezen van Rob Docters van Leeuwen:
In het artikel refereert Doctors van Leeuwen aan het boek The Self-Aware Universe van Amit Goswami. Volgens Amit Goswami heeft een mens een EGO (Redeneren, Continu, Gedetermineerd, Lineair, Lokaal, Persoonlijk en Klassiek-logisch) en een KWANTUMZELF (Creatief, Discontinu, Synchronistisch, Holistisch, Non-lokaal, Transpersoonlijk en Kwantumlogica). Carl Jung noemt deze respectievelijk het ego en het Zelf.

Er wordt van uitgegaan dat de unificatietheorie uiteindelijk over het verschijnsel bewustzijn uitsluitsel zal geven. Eerder hebben Amit Goswami en Arthur Young aangegeven dat bewustzijn de basis van alle bestaan is. Om het bewustzijn toe te lichten wordt zowel gebruik gemaakt van het oude reflexieve ‘Macrokosmos = Microkosmos’ model van de esoterie als van de nieuwe doorsnede Sensation, Awareness, Experience, Self-awareness en First-person experience van Francis Heylighen. De processen die zich binnen een deel afspelen kunnen door de eigenschappen van het geheel worden verklaard. De éne werkelijkheid zit holistisch in elkaar.

C.W. Leadbeater boek De Mens zichtbaar en Onzichtbaar, hoofdstuk De gebieden van de natuur (p. 17):
Wij kennen de drie welbekende toestanden van de materie, de vaste, de vloeibare en de gasvormige, en de wetenschap stelt in haar theorieën dat alle substantie onder de juiste verandering van temperatuur en druk in al deze toestanden kunnen bestaan.
De occulte scheikunde toont ons nog een andere en hogere toestand dan de gasvormige, waarin ook alle ons bekende substanties kunnen worden overgebracht of omgezet; aan die toestand hebben wij de naam etherisch gegeven.
18: Wanneer de elementen worden ontbonden, belanden wij bij een stel units die allemaal gelijk zijn, behalve dat sommige ervan positief en andere negatief zijn.
19: En weer bereiken wij door onze verdeling ver genoeg voort te zetten een unit – de unit van dat gebied van de natuur waaraan occultisten de naam astrale wereld hebben gegeven.
19/20: Het is een bekend feit in de wetenschap dat zelfs in de meest vaste substanties geen twee atomen elkaar ooit raken; elk atoom heeft steeds zijn veld van werking en trilling, en elk molecuul heeft op zijn beurt zijn grotere veld, zodat er altijd onder alle mogelijke omstandigheden onderlinge ruimte bestaat. Ieder stoffelijk atoom drijft in een astrale zee – een zee van astrale materie die het omringt en elke tussenruimte in deze fysieke stof vult. De mentale materie doordringt op haar beurt de astrale op precies dezelfde wijze, zodat al deze verschillende gebieden van de natuur in geen enkel opzicht ruimtelijk gescheiden zijn, maar alle om ons heen, hier en nu, bij ons bestaan, zodat het, om ze te zien en te onderzoeken, niet nodig is enige beweging in de ruimte te maken, maar slechts onze innerlijke zintuigen te openen waardoor zij kunnen worden waargenomen.
123: Hoofdstuk 21 Het oorzakelijke lichaam van de adept
Schema’s die in het boek van Leadbeater worden besproken:
- Schema II Gebieden der natuur (Verstandelijkheid, Oorzakelijk lichaam)
- Schema IV ‘Ontwikkeling en Inwikkeling’ (‘Evolutie en Involutie’ – ‘Ontvouwen en Invouwen’)

Causaal lichaam (Theosofia augustus 2009 p. 162: hoger denkvermogen)
Begrijpen is volgens Spinoza de dingen zien in hun ‘logische afhankelijkheid’.
Het begrip toeval (Amor fati: Liefde voor het lot.) wordt in verband gebracht met ‘logische afhankelijkheid’ en ‘acausale geordendheid’.
Dr. Jolande Jacobi boek De psychologie van Carl G. Jung (p. 21): Jung noemde, een modaliteit die er eenvoudigweg is, zonder oorzaak, ‘acausale geordendheid’.

Het is mijns inziens mogelijk de discussie met betrekking tot ruimte en tijd een stapje verder te brengen door van de begrippen absolute tijd en de van de lichtsnelheid (snelheid van een foton) afhankelijke relatieve tijd gebruik te maken. De gedachtenspinsels die daarbij naar voren zijn gekomen wil ik graag ter discussie aan u voorleggen. In de publicatie van Christian Maes wordt verwezen naar de absolute tijd, die niet kan worden waargenomen. De relatieve tijd bespreekt Fred Matser in zijn boek Net als jij ben ik EEN VAN DE MILJARDEN expressies van de schepping op deze aarde (p. 253/254).

Het tijdschrift GAMMA (december 2009) heeft twee korte recensies opgenomen:
42/43: Harry Nijhof: Ervin Laszlo 'Kwantumshift in het wereldbrein - De impact van nieuwe wetenschap op ons en de wereld' (recensie)
Ervin Laszlo schrijft: "Halverwege de 20e eeuw dacht men nog dat onze Melkweg het hele universum was; nu weten we dat er ook een metagalaxis is die uit miljarden andere sterrenstelsels bestaat. Bovendien weten we dat deze metagalaxis slechts ons universum is: er kunnen miljoenen, zo niet miljarden andere universa in het meta-universum (heelal) of 'metaversum' bestaan" (p. 101).
Gerrit Teule spreekt in Wat Darwin niet kon weten (p. 20) over honderd miljard andere melkwegstelsels. Ik behandel in het rapport Eenheid in Verscheidenheid (hoofdstuk 5.3 – Synthese) het begrip relatief, dat hierop van toepassing is. Als voorbeeld de opvatting van de theosofie. Zij ziet het begrip relativiteit als volgt: "Hoewel het heelal een relatief heelal is en daarom ook al zijn delen relatief zijn - het ene ten opzichte van elk ander of alle andere en alle ten opzichte van het ene - ligt er toch een onsterfelijke Werkelijkheid achter, die de grondslag of de Waarheid der dingen vormt, waaruit alle verschijnselen in hun ontelbare relatieve openbaringen voortvloeien. Er is een weg, een pad, waarlangs de mensen deze Werkelijkheid achter de dingen kunnen bereiken, omdat de mens deze in zich heeft als zijn innerlijkste wezen en daarom als zijn oerbron. In iedere mens is deze Werkelijkheid die wij allen zoeken fundamenteel aanwezig. Ieder van ons is het pad dat erheen leidt, want het is het hart van het heelal." Laszlo volgt in zijn boeken deze denklijn. Zo ook in:

43: Harry Nijhof: Ervin Laszlo & Jude Currivan 'Kosmos - Een integrale visie op de wereld' (recensie)
Belangrijke wetenschappelijke ontdekkingen en tijdloze spirituele inzichten laten zien hoe de kosmos en alles wat we 'de realiteit' noemen feitelijk één groot geheel is. Dit is de essentiële kosmische geest van waaruit alles is ontstaan, wordt gemanifesteerd, en waarheen alles terugkeert. Onderzoek toont aan wat oude mystici al hebben waargenomen: wij hebben het aangeboren vermogen om de kosmos te bekijken, te begrijpen en te ervaren op niveaus die ver buiten de beperkingen van onze persoon liggen. Graag verwijs ik in aansluiting daaraan naar het Instituut voor Theoretische Fysica, K.U.Leuven: waar u het artikel vindt van Christian Maes "Wetenschap zonder religie is kreupel":
Heisenberg spreekt niet over de baan zelf, of over de positie van het elektron als deeltje want niet als dusdanig zichtbaar. Einstein lijkt verrast: “Maar je gelooft toch niet echt dat men in een fysische theorie enkel waarneembare grootheden kan opnemen.” Heisenberg kapituleert met: “Ik dacht dat het net u was die dergelijke ideeën heeft gebruikt om tot de relativiteitstheorie te komen. U hebt toch benadrukt dat men niet kan spreken over een absolute tijd, want men kan geen absolute tijd waarnemen.
U hebt gezegd dat enkel onze uurwerken de tijd bepalen.” Heisenberg heeft de relativiteitstheorie van Einstein duidelijk goed bestudeerd. Reeds in 1905 had Einstein de metafysica van de Newtoniaanse mechanica ontmaskerd. Zijn kritiek op de abstracte noties van tijd en ruimte van de klassieke mechanica, had een revolutie in de fysica ontketend. Einstein had ook zelf opgemerkt hoe hij geïnspireerd was geweest door het positivisme van Ernst Mach. En dan komt de onverwachte reactie van Einstein: “Misschien heb ik inderdaad dergelijke filosofie gebruikt, maar een goede mop mag niet te vaak herhaald worden — het is hoe dan ook nonsensikaal. Het is waar dat het voorzichtig is zich te herinnneren wat men echt observeert. Meer principieel echter is het een grote vergissing een theorie enkel te willen baseren op waarneembare grootheden. Want, in werkelijkheid gebeurt net het omgekeerde.”
Einstein was een groot bewonderaar van de filosoof Spinoza. Hij vereerde Spinoza zeker voor zijn consequent en alomvattend determinisme. Dat paste fijn in een monolitisch doorgevoerd monotheïsme: “God is Eén en dus is er in de natuur der dingen slechts één substantie gegeven.” Een belangrijke reden om toevalsverklaringen te vermijden die geen verdere grond krijgen in de theorie, is dat ze het ons moeilijk maken om verbanden en reducties door te voeren. Ze hebben een verlammende werking op het verlangen van de wetenschapper om de natuur als één realiteit te begrijpen.
Reeds in 1920 had hij in een interview gezegd: “Ik wil weten hoe God de aarde heeft geschapen. Ik ben niet geïnteresseerd in dit of dat fenomeen,... Ik wil Zijn gedachten kennen, de rest zijn details.”
Het gebruik van het woord God bij Einstein wordt beter begrepen als de God van Spinoza en religie zal Einstein associëren aan het verbonden zijn in het (wetenschappelijk) zoeken naar en verkennen van de realiteit van de kosmos en haar transcendente wetmatigheid.

Ervin Laszlo en Jude Currivan boek KOSMOS een integrale visie op de wereld, Wat is tijd? (p. 64):
De klok die in de relativiteitstheorie de tijd meet, maakt daarentegen deel uit van het door de theorie beschreven universum. Niets in de relativiteitstheorie komt overeen met de manier waarop wij tijd ervaren als een ‘pijl’ die zich vanuit het verleden via het heden naar de toekomst verplaatst.
Het grote probleem is het verschijnen respectievelijk verdwijnen van het heden. De fysici hebben, zonder dat van de daken te schreeuwen, de factor tijd op zijn minst sinds de dagen van Galileo in feite geëlimineerd.
De onvermijdelijke toename van entropie veroorzaakte de vlucht van de tijdpijl.
65: Die universele symmetrie betekent dat de werkelijkheid alle ‘nu’s’ vanaf het eerste begin van het universum tot aan zijn uiteindelijke einde moet omvatten, zonder enig onderscheid tussen verleden, heden en toekomst. Het universum wordt zonder onderbreking herschapen in het fractale ‘nu’ van de Planck-tijd, gelijk aan het nagenoeg onvoorstelbaar korte moment van 10 tot de macht -44 seconde.

De 5e dimensie, het eeuwige nu komt ook in het boek Net als jij ben ik EEN VAN DE MILJARDEN expressies van de schepping op deze aarde van Fred Matser in het hoofdstuk Contact houden in het hier-en-nu p. 284 ter sprake. De relatieve tijd bespreekt Fred Matser in het hoofdstuk Ruimte en tijd anders ervaren (p. 253):
Een van de ogenschijnlijke zekerheden van het eindige universum is dat het wordt bepaald door ruimte en tijd.
Als we Einsteins relativiteitstheorie toepassen op het eindige universum, zal het duidelijk zijn dat iedere ster en planeet, elk levend wezen, iedere plant en elk mineraal, element en atoom en ieder molecule een eigen ruimte en tijd inneemt en nooit de ‘ruimte en tijdspositie’ van een andere uiting van de schepping kan bezetten.
254: Het concept dat ‘alles zijn eigen plek heeft’ is volgens mij gemakkelijk te begrijpen en leidt tot het inzicht dat in het universum iedere vorm van materie – van fijn- tot grofstoffelijk – een eigen positie inneemt ten opzichte van alle overige expressies. Ik vermoed echter dat het voor veel mensen – mezelf incluis – wat moeilijker te begrijpen is dat alle dingen hun ‘eigen tijd’ (relatieve tijd) hebben.
Ook in dit opzicht werd ik geholpen door Einsteins theorieën. Hij kwam met de gedachte de tijd te bepalen aan de hand van de lichtsnelheid in relatie tot de positie van de waarnemer. Als iemand bijvoorbeeld tegenover mij staat, laten we zeggen op een meter afstand, en de zon – miljoenen kilometers achter zijn of haar rug – een lichtpartikeltje of foton uitzendt, zal dit foton – als het onze kant uitkomt – de man of vrouw tegenover mij eerder bereiken dan mij. Aangezien licht zich met een snelheid van circa 300.000 km/sec. in een rechte lijn verplaatst, is het tijdsverschil tussen ons miniem, aangezien we slechts een meter van elkaar vandaan staan. Toch is het feit dat dit tijdsverschil er is, van cruciaal belang voor ons begrip van tijd.
Hieruit volgt namelijk dat er ook een zeer klein tijdsverschil moet bestaan tussen twee verschillende punten op mijn huid, of tussen mijn neusvleugels of welke andere objecten ook die zich in tijd en ruimte bevinden.
Dit inzicht in de aard van tijd en ruimte had voor mij uiterst ingrijpende consequenties. Ik ging beseffen dat ieder van ons – ja, zelfs elk deeltje in het universum – vreedzaam zijn eigen unieke positie in de matrix van ruimte en tijd inneemt en naast al het andere bestaat, ofwel coëxisteert.

Bergson (p. 100), Duur en Tijd (Rechter - en Linker hersenhelft) Het eigenlijke denkproces in de hersenen, bijvoorbeeld het verwerken van indrukken die door zintuigen aangeleverd worden, is een elektrochemisch proces. Aan het einde van de zenuwcellen registreren de synapsen (te vergelijken met een zend- en ontvangststation) elektronische spanning in de cellen zelf en de cellen ernaast. Als deze spanning verandert, doordat er een impuls door een zintuig wordt aangeleverd, sturen de neurotransmitters via de synapsen chemische stoffen. Deze stoffen zorgen ervoor dat bij de onderling verbonden cellen van het hersennetwerk andere chemische stoffen in kunnen stromen, die de elektrische spanning veranderen. Op deze manier vindt er gedachtenoverdracht plaats. De synapsen zorgen voor de contacten, de communicatie tussen neuronen.

Pascal Ploum Het “verlichte” bewustzijn
Want als elk object dat we buiten ons zelf waarnemen niet wordt waargenomen in het NU maar in het verleden, wanneer of wat is dan NU?
Alles wat buiten ons verkeert is dus ten opzichte van ons in de verleden tijd. Het enige NU dat voor de waarnemer bestaat is het NU in jezelf. Alleen in je eigen bewustzijn bestaat het ultieme NU. Alle andere buiten het eigen bewustzijn geplaatste “NU-en” zijn hooguit benaderingen daarvan. We leven dus eigenlijk allemaal op een uniek “tijdseiland”.
Kijken we ook eens naar het bewustzijn in relatie tot de golf-deeltjes dualiteit. Zodra een individueel bewustzijn gaat interacteren met andere “bewustzijnen” ontstaan er samenwerkingen maar ook tegenwerkingen; structuren of patronen. Een sociaal of maatschappelijk patroon bijvoorbeeld hiërarchieën, samenwerkingsverbanden maar ook afbrekende krachten. Gevolg is een bepaald patroon van maatschappelijke en sociale krachten die zich kristalliseert in organisatie, staatinrichting, maatschappelijke ordening etc.
Ook hier is een analogie te zien met de interferentiepatronen van licht. De eigenschappen van de interacterende delen is anders (meer??) dan de losse delen.

Het verschil tussen het nu en de eeuwigheid is de tijd, die maakt van het laatste het eerste. In zijn Timaios noemt Plato de tijd “een bewegend beeld van de eeuwigheid” (p. 96).
Duur geeft de spiegelsymmetrie en tijd de complementariteit van de duur weer (p. 100).

Ilya Prigogine: tijd geeft het verschil aan tussen de rol van het verleden en die van de toekomst. Boek Order out of Chaos: We kunnen het oude a priori onderscheid tussen wetenschappelijke en ethische waarden niet langer accepteren…. Tegenwoordig weten we dat tijd een constructie is en daarom een ethische verantwoordelijkheid met zich draagt….Als gevolg daarvan is de individuele activiteit niet tot betekenisloosheid gedoemd.
De westerse filosofie is een voortgaande discussie tussen Herakleitos' wereld van het worden en Parmenides' wereld van het zijn. Deze discussie, die zo'n 2500 jaar geleden is gestart, is nog steeds niet ten einde.' De discussie draait om de vraag of er vaste en universele natuurwetten zijn of dat de natuur een wordingsproces zonder wetmatig-heden is. 'Geen van beide is volgens mij waar.'

De stelling lijkt gerechtvaardigd voor wat betreft tijd er van uit te gaan dat er maar een natuurlijke tijd bestaat, het eeuwige nu, het durée van Henri Bergson.

De in de bijlage ‘Nu, Verleden en Toekomst’ gerubriceerde publicaties laten zien dat het definiëren van het verschijnsel tijd nog niet zo eenvoudig ligt. Waandenkbeelden blijven bestaan zolang de domeinen Geest en Lichaam, geesteswetenschappen en de natuurwetenschappen los van elkaar blijven functioneren. Voor wat betreft ruimte en tijd kan er maar een waarheid zijn, die voor beide domeinen geldt. Het is wenselijk dat de discrepantie die er over de begrippen ruimte en tijd is ontstaan wordt opgeheven.
Stelling: Er treedt een paradigmawisseling van Thomas Kuhn, een revolutie in het wetenschappelijke denken op, wanneer de grens die tussen beide domeinen is ontstaan wordt doorbroken.

De beide zijde van de medaille kunnen echter niet gelijk zijn anders is er sprake van een evenwichtssituatie. Het is de Oerbron van universeel leven (Solovjov) die het systeem in beweging houdt. Van deze oerbron is echter nog niets bekend. Daar kunnen we alleen maar naar gissen.

Václav Havel Het wonder van het Zijn: onze mysterieuze onderlinge afhankelijkheid:
Wat maakt het Antropisch Beginsel en de Gaia-hypothese zo inspirerend? Heel eenvoudig dit: beide herinneren ons, in moderne taal, aan wat we allang hebben vermoed, aan wat we al heel lang hebben geprojecteerd in onze vergeten mythen en in wat misschien al altijd als archetype in ons sluimerde. Dat is het besef dat we verankerd zijn in de aarde en het universum, het besef dat we hier niet alleen voor onszelf zijn, maar dat we een wezenlijk deel zijn van hogere, mysterieuze entiteiten waarmee we beter niet kunnen spotten. Dit verloren gegane bewustzijn is gecodeerd in alle religies. In alle culturen leeft het, in allerlei vormen. Het is een van de grondslagen waardoor de mens zichzelf kan begrijpen, zijn plaats in de wereld, en uiteindelijk de wereld als zodanig.

Ervin Laszlo en Jude Currivan boek KOSMOS een integrale visie op de wereld
Emotionele intelligentie (p. 125):
In 1996 besprak de psycholoog Daniel Goleman het belang van het hart voor de manier waarop wij de wereld ervaren en ermee in wisselwerking staan.
Hoofdstuk 10 De doorbraak op gang brengen, Spiraaldynamiek (p. 147):
In hun baanbrekende boek Spiral Dynamics beschrijven Don Beck en Christopher Cowan een model van de bewustzijnsevolutie van complete culturen.

Plutarchus onderscheidt de lagere en hogere Tetraktis (Deel II p. 682), de aardse en hemelse Tetraktis (p. 688). Samen vormen deze de lemniscaat, die het aardse met het hemelse verbindt. Een toelichting op de ene werkelijkheid, de hogere Tetraktis geeft Blavatsky in De Geheime Leer Deel I, Proloog (p. 46). Er is maar één universele waarheid, Éne werkelijkheid Ain-soph, die door de eerste grondstelling tot uitdrukking wordt gebracht. Het is de bron van eenheid achter alle verscheidenheid.

H.P. Blavatsky: De Geheime Leer Deel I, De drie grondstellingen van de geheime leer (p. 45):
Het ‘gemanifesteerde Heelal’ is dus doordrongen van dualiteit en deze is als het ware de essentie van zijn EX-istentie als ‘manifestatie’. Maar evenals de tegenovergestelde polen van subject en object, geest en stof, alleen maar aspecten zijn van de Ene Eenheid waarin ze tot synthese zijn gebracht, zo is er ook in het gemanifesteerde Heelal ‘dat’ wat geest aan stof, en subject aan object verbindt.
De Geheime Leer Deel I Stanza 1 De nacht van het heelal (p. 73):
De drie tijdperken – het heden, het verleden en de toekomst – vormen in de esoterische filosofie een samengestelde tijd; want deze drie zijn slechts samengesteld met betrekking tot het gebied van de verschijnselen, maar in het rijk van de noumena hebben zij geen abstracte geldigheid. Zoals in de geschriften wordt gezegd: ‘De verleden tijd is de tegenwoordige tijd en ook de toekomst, die, hoewel zij nog niet tot bestaan is gekomen, toch is’; zo luidt een voorschrift van de Prasanga Madhyamika leer, waarvan de dogma’s bekend waren sinds deze zich losmaakte van de zuiver esoterische scholen.
74: Wat is de tijd bijvoorbeeld anders dan de opeenvolging in panorama’s van onze bewustzijnstoestanden? Met de woorden van een Meester, ‘Het irriteert mij deze drie onhandige woorden – verleden, heden en toekomst – te moeten gebruiken, die armzalige begrippen van de objectieve fasen van het subjectieve geheel; zij zijn vrijwel even weinig geschikt voor het doel als een bijl voor fijn houtsnijwerk.’ Men moet paramartha verkrijgen opdat men niet een te gemakkelijke prooi wordt voor samvriti – dit is een filosofisch axioma7.
7) Duidelijker gezegd: ‘Men moet waar zelfbewustzijn verkrijgen om samvriti, de ‘oorsprong van de misleiding’, te begrijpen.’ Paramartha is synoniem met de Sanskrietterm svasam-vedana of ‘de bespiegeling die zichzelf analyseert’. Er is een verschil in interpretatie van de betekenis van paramartha tussen de Yogacharya’s en de Madhyamika’s, maar geen van beiden verklaren de werkelijke en ware esoterische betekenis van de uitdrukking. Zie verder Sloka 9.
De Geheime Leer Deel I Stanza 3 Het ontwaken van de kosmos (p. 93):
(a) Het schijnbaar paradoxale gebruik van de uitdrukking ‘zevende eeuwigheid’, die zo het ondeelbare verdeelt, is in de esoterische filosofie toegestaan. Deze verdeelt grenzeloze duur in onvoorwaardelijke eeuwige en universele tijd en een voorwaardelijke tijd (khandakala, gebroken tijd). De ene is de abstractie of het noumenon van eindeloze tijd (kala); de andere het periodiek hierdoor optredende verschijnsel, als het gevolg van mahat (de universele intelligentie, beperkt door de duur van het manvantara).

Geheime Leer Deel II Stanza 10 Vervolg (p. 309/310):
De legende van de ‘gevallen engelen’ bevat in haar esoterische betekenis de sleutel tot de talrijke tegenstrijdigheden in het karakter van de mens; zij wijst op het geheim van het zelfbewustzijn van de mens; zij is de hoeksteen waarop zijn hele levenscyclus is gebaseerd – de geschiedenis van zijn evolutie en groei.

Kunst (Verbeeldingskracht, Spontane generatie, Creativiteit, Creatielemniscaat)

Marcel Douwe Dekker Als conceptueel kunstenaar werk ik over de grenzen van de kunst, vormgeving, wetenschap en organisatie aan een samenhangende visie op de wetenschap en maatschappij en het menselijk denken en doen. Hiermee wil ik bijdragen aan het denken over en het werken aan de duurzame samenleving.

Sylvia Cranston, Carey Williams boek HPB: Het bijzondere leven en de invloed van Helena Blavatsky - hoofdstuk 5 – De wereld van de kunst
Kandinsky is vooral bekend door zijn boekje Spiritualiteit en abstractie in de kunst. Het werd in 1911 uitgegeven, kwam precies op het juiste moment en was zo verheffend dat overal avant-gardekunstenaars op zijn boodschap afstemden. Evenals bij alle klassieke werken schijnt de kracht en de schoonheid ervan nu nog even groot te zijn als toen het voor het eerst verscheen. Aan het begin van het boek spreekt hij over Blavatsky:
Kunst zoekt hulp bij de primitieven [en] wendt zich tot halfvergeten tijden om hulp te krijgen van hun halfvergeten methoden. Maar deze zelfde methoden zijn nog levend en in gebruik onder volkeren die wij vanaf de hoogte van onze kennis gewend zijn met medelijden en minachting te beschouwen. Tot die volkeren behoren de hindoes, die van tijd tot tijd de geleerden in onze beschaving confronteren met problemen die we ofwel ongemerkt hebben laten voorbijgaan of met oppervlakkige woorden en verklaringen terzijde hebben geschoven.

De ringcyclus is een vier voorstellingen durende muziek-theaterproductie, door Wagner omschreven als Ein Bühnenfestspiel für 3 Tage und einen Vorabend. De cyclus omvat 4 samenhangende werken, Das Rheingold, Die Walküre, Siegfried en Götterdämmerung (de laatste in het Nederlands vertaald als Godenschemering).

De Zeven vrije kunsten, oorspronkelijk bekend onder hun Latijnse naam septem artes liberales, waren zeven vakken die deel uitmaakten van het studieprogramma in antieke en middeleeuwse Europese scholen. Ze vormden met name het curriculum van middeleeuwse universiteiten.

Marcel Douwe Dekker Filosofie van de geest (lichaam en geest)

Aristoteles, leerling van Plato heeft beschreven dat het er in het leven om gaat het juiste midden te vinden tussen twee extremen. Het menselijk verstand begrijpt de dingen slechts door contrast. In alles ligt het tegendeel besloten. Kortom, het dualisme is een kunstmatig door het denken aangebrachte scheiding, die in feite niet bestaat. De ‘Gulden middenweg’, is een bewustwordingsproces, dat er van uitgaat dat de waarheid in het midden ligt.
Mede door toedoen van Aristotes kwam het accent op de waarneembare buitenwereld te liggen.
Blavatsky stelt dat de alfa en omega van de mystieke gedachte –na Pythagoras door toedoen van Aristoteles veel minder betekenis kreeg.

De controverse tussen Hegel en Engels is al eerder tussen Pythagoras en Aristoteles naar voren gekomen. De natuurwetenschappen en geesteswetenschappen, fysica en de metafysica zijn complementair. De quintessens van de éne-werkelijkheid wordt met behulp van het 5D-concept en het Ether-paradigma tot uitdrukking gebracht. Het 5D-concept, de verborgen 5e dimensie heeft op de levenskunst, de zingeving van het leven betrekking. Voor de mens is de evolutie geen blind proces zonder enige bedoeling. Door de vergaande individualisering komen de mensen wel steeds losser van de zingeving, het Goede, Ware en Schone en de van oudsher stabiele sociale netwerken in de maatschappij te staan.

Onlosmakelijk verbonden met de tekst zijn de prenten van Escher en Margritte – twee kunstenaars die het onbestaanbare weten te visualiseren.

 

14: Klimmen en dalen, M.C. Escher (litho, 1960, tekening links boven).
129: Hol en bol, M.C. Escher (litho, 1955).
287: Drie werelden, M.C. Escher (litho, 1955). Zen-koan: Een monnik vroeg Ganto: ‘Wat moet ik doen als de drie werelden me bedreigen?’ Ganto antwoordde: ‘Gaan zitten.’ ‘Ik begrijp het niet,’ zei de monnik. Ganto zei: ’Raap de berg op en breng hem bij mij. Dan zal ik het je vertellen.’
292: Dag en nacht, M.C. Escher (houtsnede, 1938).
299: Drie bollen II, M.C. Escher (litho, 1946). Ieder deel van de wereld lijkt ieder ander deel te bevatten. Bij de drie bollen kun je denken aan hemel, bewustzijn en aarde of aan universum, bewustzijn en innerlijk universum.
465: Tegenstelling (Orde en chaos), M.C. Escher (litho, 1950)
800: Tekenen, M.C. Escher (litho, 1948, tekening rechts boven) en een abstract schema van M.C. Eschers Tekenen. Boven een schijnbare paradox, onder zijn oplossing.

Voor het abstracte schema wordt naar het boek verwezen. Het schema geeft de Merkwaardige Lus of Verstrengelde Hiërarchie weer.

Het rapport 'E i V' bevat een met het abstracte schema vergelijkbare doorsnede. De Delen I t/m VII bestaan elk uit vier niveaus, die onderling met de Triade 'These + Antithese = Synthese', het '1e, 2e en 3e aanzicht' zijn verbonden. De merkwaardige lus van Douglas Hofstadter wordt op deze manier een feit.

Om de werking van het kernkwadrant te verklaren wordt de lemniscaat gebruikt.

De Nederlandse graficus Maurits Escher heeft de penrose-driehoek vaak toegepast in zijn werk.

Robbert Dijkgraaf (NRC 27 december 2008: De architectuur van ons brein bepaalt en beperkt de wetenschap - Er is geen wiskunde zonder de mens - daar kwam ik achter):
De mens is slechts een onmisbare schakel in de ultieme cirkelredenering . U kunt deze lus zo vaak doorlopen als u wilt, net zoals de monikken de eindeloze trap op- en aflopen in de bekende prent Klimmen en dalen van M.C. Escher – een prent die trouwens geïnspireerd was door het werk van Penrose en zijn vader.
Op het eerste hoekpunt van de driehoek staat de wetenschap. Deze is verbonden met het tweede hoekpunt waar de mens staat, de bedenker van vele nutteloze en nuttige zaken, waarvan de wetenschap er slechts één is. Op zijn beurt vormt de mens weer een verbintenis met het derde hoekpunt, de natuur, wederom als onderdeel van een groter geheel, want de natuur brengt naast de mens ontelbaar andere verschijningsvormen voort. Ten slotte wordt de natuur weer verbonden met de wetenschap, een terrein dat veel meer bestrijkt dan alleen de beschrijving van de fysieke werkelijkheid.

De telling van Pythagoras brengt niet alleen de ultieme symmetrie van zaaien en oogsten (reciprociteit), maar ook de in het heelal, de in de ruimte verborgen absolute eeuwige universele beweging of trilling tot uitdrukking. Muziek kan niet tot geluidstrillingen worden gereduceerd, veroorzaakt door een specifieke omgang met stukken materie.

Louis Andriessen Materie is voor Andriessen een begrip dat in 'alle' situaties een rol speelt:
- het historisch marxisme ("Niet de geest bepaalt de materie, maar de materie bepaalt de geest").
- de natuurwetenschappen (relatie snelheid en massa, massatraagheid, atoomtheorieën, enz.).
- als filosofische voorstelling (vanuit bijvoorbeeld een alledaagse gewaarwording van de overeenkomst in materiaal tussen een contrabas en contrafagot tijdens een concert in Kopenhagen 1981).
- de kunst (de architectuur, materieschilders; überhaupt de omgang met materiaal

De mens is kind van God God is geest en het oneindige begin van het leven. Hieruit is de mens geboren, en daarmee kind van God.
De hemel in het heden
Het ware leven zit niet in de tijd en de materie, maar in de geest. Om het ware leven te ontdekken moeten we ons losmaken van het verleden en de toekomst, van onze persoonlijkheid en onze eigen wil. We moeten ons richten op het dienen van ieder mens en leven in het heden. Dan leven we de wil van de vader en zullen we het ware leven ontdekken.
De grote Russische schrijver Tolstoj (1828-1910) is lange tijd een zwaarmoedige, zoekende man geweest. Hij kwam tot de conclusie dat de oplossing voor 'het probleem van het leven' niet te vinden is in godsdienst maar in de authentieke woorden van Jezus zelf. Verder kreeg hij de overtuiging dat het bestaan van God 'bewezen noch weerlegd kon worden' en hij beschouwde Jezus niet als God maar als een groot man. Tolstoj verwierp de christelijke leer zoals door de Kerk uitgelegd. Het ging hem slechts om de leer van Jezus die kan helpen om te begrijpen hoe wij moeten leven. Deze leer is vastgelegd in de vier Evangeliën. In 1883 schreef Tolstoj zijn versie daarvan: 'Mijn kleine Evangelie'. Na een persoonlijke inleiding heeft hij daarin de vier Evangeliën samengevoegd. Veel heeft hij daarbij weggelaten, hij geeft slechts weer wat hij zelf essentieel vindt voor 'de leer'. Het boek heeft veel invloed gehad (o.a. op Gandhi, Gorki, Wittgenstein) en is nog steeds van waarde voor wie geïnteresseerd is in 'Christus zonder christendom'. Deze eerste volledige Nederlandse editie (naar de uitgave in de Volledige Verzamelde Werken in 1957) is fraai uitgegeven.

J. Weisgerber en M. Rutten boek Van Arm Vlaanderen tot De voorstad groeit hoofdstuk C. De Van-Nu-en-Straksers (p. 164):
Tussen deze lyrische werken in schreef Van de Woestijne, hoofdzakelijk in de periode 1906-1915, ook nog drie bundels: Interludiën I (1912), Interludiën II (1914) en Zon in den Rug (1924).309 In deze dramatische, meestal lange epische gedichten heeft hij de Griekse mythologische literatuur op de hem eigen poëtische wijze getransponeerd. Zelf heeft hij er in een woord vooraf tot de Interludiën I de nadruk op gelegd dat hij die epische gedichten slechts beschouwde als een spel, een interludus, ‘een zich vermeien der verbeelding’ en dat ze helemaal buiten zijn strikt lyrische dichtbundels staan ‘die onderling verbonden zijn door éene leidende lijn van leven, gevoelen en denken’. Hoewel het interludische werk dus niet werd geconcipieerd als een onderdeel van de lyrische autobiografie, toch kan het er niet van los gedacht worden. Het verloopt er parallel mee en vormt een concentrische cirkel rond de lyrische kern. Uit een meer afstandelijk en objectiverend oogpunt, door middel van universaliserende, mythische symboolgestalten, peilt hij hierin immers evenzeer het eigen zieleleven. Wat hij in hellenistische geest op het mystieke plan heeft willen transponeren, blijkt in feite de eigen dualistische en dialectische problematiek rond moraal, religie en metafysica te zijn. Dat verklaart dan ook waarom - zoals M. Rutten duidelijk heeft aangetoond - de Interludièn werden geschreven op basis van een ‘ambivalente binaire, polaire geestesgesteldheid, die dus uiteraard dualistisch bepaalde structuurgehelen moet vertonen, [en] als gevolg hiervan dualistisch bepaalde conflictsituaties’.310 In de mythische dubbelfiguur, in het bijzonder Heracles die in vier gedichten het centrale symboolbeeld is,311 kon de schrijver het geestelijke dualisme concretiseren van het lagere en het hogere, het dodende en het levenwekkende, het beest en de geest. In deze confrontatie kiest Heracles (in de gedichten De Paarden van Diomedes, Hebe, De Stieren-Dief en Het Gelag bij Pholos) telkens voor de geest als moreel goed en transcenderend beginsel dat de mens bevrijdt uit de chaotische zinnelijkheid en aldus leidt tot innerlijke rust en tot rust in God, wat Van de Woestijne het ‘heillijk zijn’ noemt.
165/166: De polaire spanning van zijn dualistische natuur heeft gaandeweg geleid tot het betrachten van een bevrijdende synthese tussen materie en geest, tussen zijn hypersensitivisme en sensualisme en zijn compenserende behoefte aan ascestisch-mystieke onthechting. Die synthetische betrachting heeft hij in zijn proza duidelijker en vollediger ontwikkeld dan in zijn lyriek. Met het centrale symboolbeeld van De Heilige van het Getal (in de bundel De Bestendige Aanwezigheid) heeft hij een syncretistisch wereldbeeld opgebouwd. Om tot een synthese van materialisme en idealisme, van positivisme en intuïtionisme te komen, heeft hij zich nl. niet alleen verdiept in de belangrijkste ascetische en mystieke literatuur, doch heeft hij zich ook geïnspireerd op de geschriften van sommige wetenschapstheoretici als Amiel, Pascal, H. Poincaré en A.N. Whitehead, bij wie hij een opvatting vond tot integratie van gebieden die schijnbaar ver van elkaar verwijderd liggen als kunst, wiskunde en mystiek. Aldus kwam hij tot de uitdrukking en symbolische voorstelling van het Godsbegrip als Getal, van een wiskundige veelheid geabstraheerd tot wiskundige enkelvoudigheid, wijzend op maat, ritme, orde, vastheid en zekerheid, waarheid en wijsheid waarbuiten het Godsbegrip niet te vatten is. Met de schepping van het eenheidssymbool in De Heilige van het Getal heeft hij zijn ideaal van artistieke, morele, religieuze en metafysische perfec-tibiliteit belichaamd.

Kip of het ei
De kip of het ei causaliteit het dilemma is van de uitdrukking het gevolg „die eerst kwam, kip of ei? De „kippen broeden van eieren uit, maar de eieren worden gelegd door kippen, makend het moeilijk om te zeggen welke oorspronkelijk tot andere leidde. Aan oude filosofen, riep de vraag over de eerste kip of het ei ook de kwesties van op hoe het leven en het heelal in het algemeen begonnen. Culturele verwijzingen naar kip en ei bedoel op de futiliteit te wijzen van het identificeren van het eerste geval van a cirkel oorzaak en gevolg.

H.P. Blavatsky Isis ontsluierd hoofdstuk 9 Cyclische verschijnselen (p. 394):
Bij de geboorte van de toekomstige mens verliest de monade, die straalt met alle heerlijkheid van haar onsterfelijke vader die vanuit de zevende sfeer over haar waakt, het bewustzijn.2 Ze verliest alle herinnering aan het verleden, en keert slechts geleidelijk tot bewustzijn terug, wanneer het instinct van de kindertijd plaatsmaakt voor rede en verstand. Nadat de scheiding tussen het levensbeginsel (de astrale geest) en het lichaam heeft plaatsgehad, herenigt de bevrijde ziel – de monade – zich verheugd met de vader- en moedergeest, de schitterende augoeides, en deze twee tot één versmolten, vormen, met een heerlijkheid die evenredig is aan de spirituele zuiverheid van het pas geëindigde aardse leven, de Adam die de cyclus van noodzakelijkheid heeft voltooid, en van het laatste spoor van zijn fysieke omhulsel is bevrijd.
1 Évérard, Mystères physiologiques, blz. 132.
2 Zie Plato’s Timaeus.

De volgende passage uit De Mahatma Brieven (blz. 446-7) geeft nog een sleutel:
. . . de harmonie van het heelal wordt gevormd door tegenstellingen . . . Zo volgt . . . evenals in de prachtige fuga’s van de onsterfelijke Mozart, het ene deel voortdurend op het andere, in een harmonische disharmonie op het pad van de eeuwige vooruitgang, om samen te komen en zich tenslotte op de drempel van het beoogde doel op te lossen in één harmonisch geheel, de grondtoon in de natuur sat.

Erasmus boek Lof der zotheid (De reformatie)
Voorts kan men enige mensen aantreffen die de godsdienst zo op zijn kop zetten dat ze nog eerder Christus zelf ernstig zouden beledigen dan dat er ook nog maar een heel onschuldig grapje op een bisschop of vorst wordt gemaakt, vooral als dat iets heeft te maken met ‘het slijk der aarde’. Hij heeft hier twee vliegen in een klap. Allereerst zegt hij dat de onberispelijkheid van hoog aangeschrevenen niet in vraag wordt gesteld en vervolgens merkt hij op dat deze hoog aangeschrevenen vaak geheimen hebben die ze liever niet bekend zien gemaakt worden, zeker als ze over hun geld gaan.

Prestigieuze Europese prijs voor Collignon (Volkskrant 24 februari 2012):
Volkskrant-cartoonist Jos Collignon heeft de Press Cartoon Europa 2011 gewonnen met zijn tekening heen en weer ♫ - heen en weer - heen en weer - heen en weer over de financiële en politieke crisis.

Banken hebben de risicobeheersing - de ideale combinatie wel de inkomsten en niet de lasten - prima op orde. Het depositogarantiestelsel, de hypotheekrenteaftrek, aflossingsvrije hypotheek, beleggingshypotheek, securitisatie en de nationale hypotheek garantie voor woningen staan borg voor het afdekken van de risico’s van banken. De woningmarkt is nu volledig uit balans. Het fenomeen moral hazard spreekt voor zich. Hoe naïef kan de overheid, lees de politiek zijn?

Meta-leren (Eeuwige wederkeer, Binnenwereld en Buitenwereld, Materie-bewustzijn)

Prediker 1 De woorden van Prediker, den zoon van David, koning te Jeruzalem.
2 IJdelheid der ijdelheden, zegt Prediker, ijdelheid der ijdelheden! Alles is ijdelheid!
(1: 2-11)
Alles heeft zijn tijd Wat er is, was er al lang; wat zal komen, is er altijd al geweest. God haalt wat voorbij is altijd weer terug. (Prediker 3: 1-15)
Charles Darwin: Onwetendheid leidt vaker tot overmoed dan kennis.
Harry Nijhof Er zal een tijd komen dat de professionals die bottom up, met hun cliënten de problemen echt oplossen beter gewaardeerd zullen worden dan de politicals die zich met navelstaren bezig houden.

Meta-leren, een helicopterview, dus door boven de gebeurtenissen te gaan staan, afstand te nemen verander je het perspectief. Om de schepping te vervolmaken wijzigt afhankelijk van de tijdgeest de perceptie.

Gerrit Teule start in zijn boek Wat Darwin niet kon weten zijn gezichtspunt vanuit de hardware. Het rapport ‘E i V’ vertrekt daarentegen ook vanuit de 'mentale software' (Geert Hofstede), het 5D-concept, namelijk de doelmatige ordening van de informatievoorziening.

Gerald Maurice Edelman (New York City, 1 juli 1929) is een Amerikaans bioloog, die de in 1972 de Nobelprijs voor de Fysiologie of Geneeskunde won voor z'n onderzoek naar en ontdekking van de chemische structuur van antilichamen (figuur links basisstuctuur).
Het complementsysteem speelt samen met antistoffen en fagocyten een zeer belangrijke rol bij de afweer tegen micro-organismen.

Jan Koster publicatie Taal, kunst en biologie:
Eerlijk gezegd vind ik dat Gerald Edelman zelfs de huidige stand van zaken in de biologie verkeerd voorstelt. Het soort recursieve algoritmische patronen dat we in de taalstructuur aantreffen is verwant aan de fractalen die Benoit Mandelbrot begin jaren zeventig geïntroduceerd en bestudeerd heeft.
Mandelbrot (1977) begreep meteen dat hij een soort wiskunde in handen had waarmee tal van aspecten van de levende natuur gemodelleerd kunnen worden. Die fractalen van Mandelbrot kwamen niet geheel uit de lucht vallen.
Reeds aan het begin van de vorige eeuw had de Poolse mathematicus Waclaw Sierpinski (1882-1969) een bepaald fractaal patroon voorgesteld dat sterk verwant is aan het soort recursie dat men in de natuurlijke taal aantreft. In de driehoeken van Sierpinski verdeelt men steeds een gelijkzijdige driehoek in kleinere driehoeken door de middens van de zijden te verbinden.
Het idee van een driehoek die onderverdeeld is in andere driehoeken kan men voorts aantreffen in Plato’s dialoog de Timaeus, wat een belanrijke bron van inzicht en wijsheid was voor architecten en andere kunstenaars in de Middeleeuwen. Tot slot stelt hij de vraag: Wat zijn nu de concrete vooruitzichten voor een verdere integratie van natuur- en cultuurwetenschappen? Als we het gehele gebied van de cultuur overzien dan zijn er m.i. slechts kleine deelgebieden die op termijn voor unificatie met de natuurwetenschappen in aanmerking komen.

Een van de meest intrigerende wetenschappelijke vragen die men zich volgens Jan Koster kan stellen is of, en zo ja in hoeverre, de producten van onze cultuur kunnen worden bestudeerd in een kader dat uiteindelijk binnen de natuurwetenschappen valt.
De driehoek van Pythagoras staat voor het Reflexief bewustzijn. Het maakt het leren begrijpen, het meta-leren mogelijk. De driehoek, het 1 + 1 = 3, these + antithese = synthese, is nog steeds een belangrijke bron van inzicht en wijsheid. Het meta-leren staat juist voor verdere unificatie van natuur- en cultuurwetenschappen. Het koppelt sociologische, filosofische, pedagogische en psychologische inzichten, niet slechts kleine deelgebieden.

De kwintessens van het Meta-leren wordt mede met het Bewustzijns Besturings Model van Jules Ruis onderbouwd.
Jules Ruis het Bewustzijns Besturings Model: De rode draad door alle informatie is het woord 'fractal', een sterk groeiend begrip, dat naar verwachting de komende jaren ons leven en werken op vele fronten zal gaan beïnvloeden. Een klassiek voorbeeld van fractale structuur is de set van in elkaar passende Russische poppetjes, matruschka's genoemd. 'Fractals' zijn (van origine wiskundige) objecten van een ongekende schoonheid bestaande uit zich steeds herhalende patronen.

Dit zijn de dramatische woorden waarmee Ehrenfried Pfeiffer in 1958 zijn slotsom trekt: "omdat we vandaag (1921, 1958, nog net zo goed als 2005) in een wereld leven die verder dan ooit verwijderd is van de oplossing van sociale problemen en waarin het egoïsme, het persoonlijk voordeel, de winst en de hierdoor bepaalde internationale conflicten overheersen; en in het bijzonder omdat de Antroposofische Vereniging de oplossing van de sociale vraagstukken nooit als haar hoogste doelstelling heeft opgevat en daardoor niets heeft bijgedragen aan hetgeen Rudolf Steiner in deze nodig achtte, daarom heb ik geen andere keuze dan de aanwijzingen met betrekking tot het gebruik van de etherische energie diep in mijn borst voor me te houden, om vermoedelijk deze geheimen mee het graf in te nemen, in de hoop op andere tijden, andere omstandigheden en andere levens - waarin de tijd dan rijp zal zijn. Mijn geweten wordt diep bewogen - maar ik moet hogere wetten gehoorzamen -, want dat betekent, dat de wereld voorlopig met het gebruik van energieën door moet gaan, die in hun wezen doods- en vernietigings-krachten dragen. Het is slechts te hopen, dat de wereld nu langs harde weg leert, door oneindig leed, dat ze op een dag ontwaakt en de missie van het leven, van het vreedzame samenleven, van de wederzijdse erkenning en van samenwerking op zich neemt."

In het 5Ddenkraam zijn de 'metafysica, het bovennatuurlijke en de fysica', 'geestkunde en natuurkunde', 'Bewustzijnsevolutie en Evolutietheorie', 'Unificatietheorie en Snaartheorie', twee complementaire kanten van één medaille. Het is het projectiemechanisme, de spiegelsymmetrie die beide met elkaar verbindt. Of met andere woorden door alleen beide kanten de ‘natuurwetenschappen + geesteswetenschappen’these + antithese = synthese - van de éne werkelijkheid te belichten komt de theorie van alles een stapje verder. Als we de zaken werkelijk willen veranderen dienen we aan het geestelijke kapitaal meer aandacht te besteden.

De crux van het rapport ‘E i V’ zit in de relatie tussen essentie (wezen) en existentie (bestaan), tussen het zondebokmechanisme en het marktmechanisme of met andere woorden tussen heer en slaaf (politicals en professionals) respectievelijk tussen verkoper en koper. De waarheid over het zondebokmechanisme leert ons om te kijken vanuit het standpunt van de vervolgden in plaats van dat van de vervolgers.

Het lijkt dat door het stimuleren van de marktwerking door de overheid meer problemen zijn gecreëerd dan opgelost. In plaats van het algemeen belang gaan veelal opportunistische deelbelangen overheersen. Tegenwicht is nodig om te voorkomen dat degene die het hardst aan de deken trekt de ander bloot legt. De huidige politiek is te veel op brandjes blussen ingesteld. Om met de woorden van Wouter Bos te spreken kan de vraag worden gesteld wordt niet te vaak door de overheid aan organisaties die het niet nodig hebben een free lunch aangeboden?
Diederik Samsom (Volkskrant 20 februari 2008): Ik ken de harde werkelijkheid helaas. Eind 2006 stuurde de top van het Nederlandse bedrijfsleven een brief naar het kabinet met de oproep duurzaamheid meer prioriteit te geven. Maar elke keer dat we dat doen, wordt het door diezelfde bedrijven keihard kapot gelobbyd. Shell, een van de ondertekenaars van de bewuste brief, heeft onlangs dankzij een brief van topman Van der Veer geregeld dat de grootste energieverslinders voorlopig niet hoeven te betalen voor hun CO2-emissierechten.

Bangigheid zit PvdA voortdurend dwars (Lucas de Boer (Volkskrant 18 februari 2012)
Frans Timmermans heeft natuurlijk helemaal gelijk: de ruggegraat van de samenleving moet het lichaam kunnen dragen. En die ruggegraat dat zijn de middengroepen.

In de woorden van ex-premier Wim Kok: De essentie van het 'poldermodel' is dialoog en evenwicht. Bij dialoog hoort tegenspraak en bij evenwicht tegenwicht. Het belangrijkste voor het goed functioneren van de overheid is tegenspraak, tegenwicht. Daarentegen was er juist bij de PvdA onder Ad Melkert sprake van een communistische kadaverdiscipline.

In essentie is de schuldencris geen financieel maar een politiek probleem. De politiek wordt te veel door korte termijndenken beheerst. Het is wenselijk dat er duidelijker beleidslijnen voor de komende decennia worden uitgestippeld. Het is van belang op het snijvlak van cultuur en natuur ('nurture en nature') beleid te ontwikkelen. Wereldwijd een breder draagvlak voor duurzame ontwikkeling te creëren. Het spreekt voor zich dat het welvarende Westen daarin het voortouw dient te nemen. Complexe maatschappelijke vraagstukken kunnen alleen effectief worden opgelost wanneer de krachten van de verschillende levensovertuigingen, dus zowel van de seculiere als van de reguliere wereld worden gemobiliseerd.

Zo epigenetica 'nature en nurture' (samenspel tussen erfelijke codering en omgeving) verbindt zo legt Weltstoff (Memetica) een relatie tussen de genen van het DNA en de hersencellen (neuronen), tussen genetica en celbiologie. Een "succesvolle" meme past zich steeds en gemakkelijk aan, aan de veranderende tijden en omstandigheden. Sommigen zien de secularisatie van bepaalde richtingen in de christelijke godsdienst als een teken van een succesvolle meme. Een "starre" en moeilijk veranderende godsdienst zal volgens deze memetheorie versplinteren in een "succesvol" geseculariseerd deel en (talloze) kleine afsplitsingen.

Madame Blavatsky over de studie van de Theosofie:
Wat je ook in De Geheime Leer wilt bestuderen , houd steeds de volgende denkbeelden voor ogen, die de basis moeten zijn van je ideeën-vorming:
(d) Het vierde en laatste basis-idee dat je moet vasthouden is dat wat uitgedrukt wordt in het grote Hermetische axioma. Het somt alle anderen op en vat ze samen:
Zo binnen, zo buiten
zo groot, zo klein
zo boven, zo beneden
er is slechts één Leven en Wet
en de besturende Kracht is één
Er is geen binnen, geen buiten
geen groot, geen klein
geen hoog, geen laag
in het goddelijk bestel

J.H. van Splunter: Smaragden tafel:
Waar, zonder dwaling, zeker en waarachtig waar;
dat wat boven is, gelijk aan dat wat onder is,
en dat wat onder is, gelijk aan dat wat boven is,
om de wonderen van het Ene te doordringen;
en zoals alle dingen geworden zijn uit Een,
door de overwinning van Een
zo ontstonden alle dingen door dit Ene door aanpassing.

Thomas-evangelie, ontdekt in 1948, logion 22
Wanneer u de twee één maakt,
en wanneer u het innerlijk maakt als het uiterlijk,
en het uiterlijk als het innerlijk,
en het boven als het beneden,
en wanneer u het mannelijke en het vrouwelijke één maakt,
zodat het mannelijke niet mannelijk is,
en het vrouwelijke niet vrouwelijk,
wanneer u ogen maakt in plaats van een oog,
en een hand in plaats van een hand,
en een voet in plaats van een voet,
en een beeld in plaats van een beeld,-
dan zult u binnengaan in het Koninkrijk (der Hemelen).

Het grote Hermetische axioma vertoont een duidelijke overeenkomst met logion 22.

Wiel Smeets zaagt in zijn publicatie De verlopen houdbaarheidsdatum van het materialistische paradigma de poten ‘materie’, ‘tijd’ en ‘ruimte’ onder de stoel van de oude natuurkunde door:
Dit artikel is bedoeld om duidelijk te maken dat dit zogenaamde materialistische paradigma op natuurkundig los zand is gebouwd. Sterker nog, het omgekeerde blijkt plausibeler: de materie is een product van de geest. Om dit te verhelderen wordt in hieronder met eenvoudige voorbeelden een drietal stellingen uitgewerkt:
1) De reikwijdte van onze zintuigen is uiterst beperkt.
2) Wat onze zintuigen waarnemen als materie, ruimte en tijd is schijn.
- Er bestaat geen vaste materie
- Er bestaat geen vaste tijd en ruimte
- Er bestaat geen objectieve waarneming
We hebben al gezien dat de kwantumfysica de vastheid van materie, ruimte en tijd als schijn heeft ontmanteld. Uiteindelijk wordt nu dus ook de vierde poot weggezaagd. Er blijkt namelijk geen scheiding te kunnen worden gemaakt tussen bewustzijn (waarneming) en datgene wat waargenomen wordt. Er is zelfs aangetoond dat de waarneming (het bewustzijn) de materie, ruimte en tijd creëert.
3) Bewustzijn creëert materie.

Max Stirner (Enkele grondslagen van de filosofie van Hegel): Aangezien de werkelijkheid gekoppeld werd aan de kennis over de werkelijkheid (absoluut idealisme), ontwikkelde de werkelijkheid (geschiedenis) zich eveneens op een dialectische manier. Deze dynamiek of dit ontwikkelingsproces manifesteerde zich zowel in de natuur als in de menselijke geschiedenis. In de menselijke geschiedenis manifesteerde “Het Absolute” zich in de manier waarop “het begrip” van de werkelijkheid zich steeds verder dialectisch ontwikkelde. Deze ontwikkeling greep plaats op twee niveaus. Het eerste was dat van het individuele subject (of dat van de subjectieve Geest) en het tweede dat van de concrete wereldgeschiedenis (de verschillende beschavingen en dus de objectieve Geest). In zijn uitdrukking als een complex van materiële, historische processen begreep “de Geest” zichzelf dus steeds beter. Deze ontwikkeling was dus een “bewustwordingsproces”.

Eckhart Tolle: Iedere handeling die vanuit het nu ontstaat, zal precies juist zijn.
Eckhart Tolle (PRANA nr. 176 dec/jan 2009): Ego verbreekt de natuurlijke gegevenheid van ‘eenheid, heelheid, een Zijn, verbonden Zijn’ en schept de illusie van afgescheidenheid. Dit vanuit het subject-object bewustzijn opererende ‘ego’ is de kern van ons lijden.

SisyPhus De MultiVersele Creatie door Negentropie in correlatie met de vier niveau's van de Ka-Ba-Lah.
Als je wat weet van moleculaire structuren, dan besef je dat elke "molecuul", elke "atoom" allemaal "hologrammen" zijn met een Negentropie Zelf-Organisatie in een schijnbare inerte lage entropie. Als dat niet zo was, dan zou er geen "materiële wereld" zijn (zie: Ka-Ba-Lah: Malkuth). Het bewijs over de Fractals en de Lorentz-Attractoren is overduidelijk, als we deze twee begrippen gaan vervangen voor "ruimte" en "tijd".

Dr. Saskia Bosman Biogeometrie, DNA, Vormvelden en Resonantie.

In het rapport 'E i V' wordt de stelling verdedigd dat een duurzame samenleving mogelijk is door met beide zijde van de medaille, de geestkunde en de natuurkunde, rekening te houden.
Synthese ontstaat door these + antithese. Net als de drie-eenheid kunnen tijd, ruimte en materie wel onderscheiden, maar niet gescheiden worden.
Ook fractals vertonen drie eigenschappen tegelijkertijd: iteratie, gebroken dimensie en zelfgelijkvormigheid.

Spinoza ging er trouwens al vanuit dat de geest en de materie niet tot twee verschillende metafysische domeinen behoren.
Prof. Geert Hofstede: De menselijke natuur is wat alle menselijke wezens met elkaar gemeen hebben.

<< vorige || volgende >>

Categorie: Artikelen | Rapport | Auteur: Harry Nijhof


Deze pagina werd sedert 16 dec. 2007 7464 keer bekeken.