Deze filognostische presentatie is in aanbouw

8.4.1 Spinoza en de nieuwe levensrichting

Ethica

Baruch de Spinoza: Toch kan de natuur niet worden weerstreefd en behoudt ze haar vaste en onveranderlijke orde.
Toch worden harten niet door wapenen, maar door Liefde en Edelmoedigheid overwonnen.
Ten slotte dat waarzeggers dán de meeste macht hebben uitgeoefend onder het volk en het meest te vrezen waren voor hun koningen, als de moeilijkheden voor de staat het grootst waren.

Baruch de Spinoza koos ervoor in zijn boek Ethica (ethiek) de wereld te zien als sub specie aeternitas (in het licht van de eeuwigheid). Zijn hele werk werd ‘profaan, atheïstisch en godslasterlijk’ genoemd. ‘God is dood’ (God of natuur) betekent ook dat de eeuwigheid blind is. Spinoza’s ‘geloof van ontgoocheling’ in feite een vooruitziende beschrijving zou kunnen zijn van moderne wetenschap. Lichaam en geest zijn één en hetzelfde individu, nu eens opgevat onder de attributen van denken, dan weer onder de attributen van uitgebreidheid (ruimte). Lichaam en Geest zijn slechts verschillende aspecten van hetzelfde ding – Deus sive Natura (God of Natuur) ervaren we via slechts twee van Zijn oneindige attributen.

Het lijkt mogelijk de 5 delen van het boek Ethica met behulp van het kompaskwadrant te rubriceren:

Vijf cultuurdimensies Carl Jung:PersoonlijkheidBaruch de Spinoza,boek Ethica:
Geert Hofstede Microkosmos Macrokosmos
  4. Veerkrachtig2. ZorgvuldigheidDeel 1 (Geest)Deel 3
  Geest >Sterk ego1. God en mens ----3. Oorsprong aandoen.
  ||||
  Zwak ego <Ziel4. Knechtschap ----2. Oorsprong geest
  1. Emotionele3. VriendelijkheidDeel 4Deel 2 (Ziel)
  flexibiliteit   
    5. De macht van het verstand(snijpunt 1./2. en 3./4.)
      
  Individueel(Kernkwadrant):Collectief (Kernkwadrant):
1. Emotionele 1. Moed >3. OvermoedigMoed >Woede, Roekeloosheid
flexibiliteit ||||
(Weloverwogen 4. Vermijden <2. WeloverwogenAngst, Onberekenbaarheid <Bedachtzaamheid
moed)     
2. Zorgvuldigheid 1. Verantwoordelijk >3. OngeorganiseerdRechtvaardige, Handelen >Dwaas, Tunnelvisie
  ||||
  4. Gedisciplineerd <2. GeorganiseerdGoddeloze, Obsessies <Wijze, Visie
      
3. Vriendelijkheid 1. Onafhankelijk >3. AutismeHart, Voelen >Harteloos, Gevoelloos
(Onafhankelijke ||||
coöperatie) 4. Dominantie <2. CoöperatieZielloos, Gedachteloos <Ziel, Denken
      
4. Veerkrachtig 1. Extravert >3. OndoordachtWelvaart, Kwantiteit >Kwantum, Onvolmaakt
(Mate van extraversie) ||||
  4. Doordacht <2. IntrovertExuberatie, Exaltatie <Welzijn, Kwaliteit          
      
  IntellectueelFilisterDe macht van het verstandof de menselijke vrijheid
5. Openstaan voor 1. Autonomie >3. NuchterMystiek >Occultisme
ervaringen ||||
(Creatieve autonomie) 4. Laissez-faire <2. Intuïtief, CreatiefLaissez-faire <Intellectueel
  BohémienKunstenaar 
      

Jacky Tange Bewustzijn in de 21ste eeuw: fragmenten van een inleiding.:
Het nawoord besluit met een citaat uit de "Ethica" van Spinoza :" Sed omnia preaclara tam difficilia quam rara sunt." ( maar al het grootste is even moeilijk te realiseren als het zeldzaam om vinden is )
Frankl heeft het over het heilige voorbeeld van pater Maximiliaan Kolbe, die in 1983 gecanoniseerd was voor zijn menswaardigheid in Auschwitz:
" Ge kunt natuurlijk vragen of we noodzakelijk naar 'heiligen' moeten verwijzen , zou het niet volstaan te verwijzen naar 'fatsoenlijke' mensen ( decent people ) ? Het is waar dat die in de minderheid zijn. Meer nog, zij zullen altijd een minderheid blijven. En toch zie ik daarin juist de uitdaging om die minderheid te vervoegen, want de wereld is in een slechte staat en het zal nog erger worden, tenzij elk van ons zijn best doet."
"Wat zegt Spinoza in zijn Ethica?"
schrijft Frankl in "Mans search for meaning: Expieriences in a Concentration Camp." - "Affectus, qui passio est, dessivit esse passio simulatque eus claram et distinctam formamus ideam ." Emotie, die lijden is, houdt op lijden te zijn van het ogenblik dat wij er een helder en precies beeld van vormen."
Als men hieraan al de betekenis kan meten van Damasio's bijdrage dan mag hier ook de extra meerwaarde niet verzwegen worden, die door Damasio wordt aangestipt in het meesterlijke 7de hoofdstuk van 'Gelijk van Spinoza'. Daar staat de verwoording van Spinoza's volwassen waarde-inzicht betreffende godsdienstbeleving als volgt:
"Spinoza verwierp de gedachte dat het vooruitzicht van beloning of straf een goede stimulans zou zijn voor ethisch gedrag. In een indrukwekkende brief beklaagde hij de mens die zich daardoor laat leiden."
En Damasio citeert:
"Hij ( bedoeld wordt Lambert de Velthuyzen wiens aanval op de "Tractatus Theologico - Politicus" Spinoza beantwoordt in de hier geciteerde brief aan Isaac Orobio (1671) - noot Jacky ) is een van de mensen die zijn eigen lusten zou najagen als hij daarvan niet werd weerhouden door de angst voor de hel. Hij onthoudt zich tegen zijn wil, als een slaaf, van slechte daden en gehoorzaamt aan de geboden van God en verwacht voor dat knechtschap beloond te worden met geschenken die meer bij hem in de smaak vallen dan goddelijke liefde en die, vergeleken met zijn oorspronkelijke afkeer van deugdzaamheid, groot zijn."
Ik herken hierin een parafrase op het in het soefisme zeer bekende gebed van de mystica, Rabia al Adawiyya ( 717 - 801 A.D. ):
" Aanbid ik U uit schrik voor de hel, werp er mij middenin; aanbid ik U uit verlangen naar de hemel, ontzeg hem mij."

H.R. Opdenberg Het oneindig gevarieerde heelal
Voor Spinoza waren geest en stof parallelle kenmerken van God of Substantie, de grote essentie van het heelal die in de theosofische literatuur soms svabhavat wordt genoemd, de oernatuur, geest-substantie. Svabhavat (van Sanskriet sva, ‘zelf’ en bhu, ‘worden’) betekent het zelf-wordende. Er kan niets bestaan of het is een uitvloeisel van de eeuwige activiteit van deze oernatuur. Er kan niets bestaan, zei ook Spinoza, behalve deze Substantie en het zich ontvouwen van haar kenmerken. De ‘schepping’ had dan ook geen begin en heeft geen einde; alle dingen komen voort uit het grenzeloze en zullen dus eeuwig voortgaan – theosofische gedachten die we ook in het neoplatonisme en het gnosticisme tegenkomen.

Wat noemt men Spinozisme?

Spinozisme is een manier van 'monistisch' denken over de Natuur. Het is genoemd naar de Nederlands Joodse wijsgeer Baruch de Spinoza. In deze visie wordt Natuur in haar pure Zelfstandigheid (substantie) beschouwd door haar (niet puur zelfstandige) beschouwende uitdrukkingvormen. De met rede begiftigde mens is zo een uitdrukkingvorm. Aan deze visie kleven uiteenlopende inzichten en ethische implicaties. Soms komt in deze visie de nadruk te liggen op mystiek of religie. Maar ook kan het leiden tot zuiver wiskundige en/of natuurwetenschappelijke beschouwingen. Soms gepaard met pogingen om een antropocentrische blik te overstijgen. Meestal is er invloed op politieke, sociale en ecologische bewustwording en uiteindelijk ook op mentale gesteldheid en ethisch handelen. Veel individuen en groepen voelen zich aangesproken, zoals o.a.: dichters, theosofen, kunstenaars, natuuronderzoekers, vrijdenkers en vrijmetselaars, anarchisten, atheïsten, liberalen, socialisten, ecologen enz. Maar ook in de oudheid herkennen we deze visie in wijsgerige werken van Grieken, Romeinen, Christenen, Moslims, Joden, Hindoes, Perzen, Chinezen etc... Het is een visie op de verhouding die mens en Universum hebben, en dient zich door alle tijden en alle culturen in vele vormen aan. Na Spinoza wordt dit monisme, in haar variaties, ook wel 'Spinozisme' genoemd. De bestaande maar meestal ongekende relatie tussen mens en Al is b.v. beeldend beschreven in de Oosterse roman 'Akbar', door Van Limburg Brouwer. Deze bestseller uit het midden van de vorige eeuw is in 1984 heruitgeven.

Triade

Monisme: Een middenweg tussen fysisch en psychisch monisme vormt neutraal monisme. Een neutraal monist zegt dat alle verschijnselen weliswaar van één type zijn, maar een aan ons nog onbekend type, dat fundamenteler is dan dat van lichaam of geest. De aspecten lichaam en geest die wij van de wereld kennen zouden dan slechts uiterlijke manifestaties van dit type van gebeurtenis zijn. Denk hierbij als metafoor bijvoorbeeld aan een televisietoestel, dat zowel geluid als beeld voortbrengt, maar zelf geen van twee is.
Spinoza's Deus sive natura lijkt op een neutraal monisme. In zijn visie is het universum één geheel en alles is goddelijk. God ís het universum. Spinoza hangt geen attributief monisme aan! Alles is weliswaar één, maar het heeft oneindig veel aspecten. Wij kennen er daar maar een paar van (materie, geest), maar de wereld kan zich in principe op ontelbaar veel manieren aan ons manifesteren.
Spinoza zou waarschijnlijk toegestemd hebben zijn standpunt een neutraal monisme te noemen. Ook Leibniz' monadologie kan zo worden opgevat.
Popper definieerde de "Drie werelden theorie". Jurgen Habermas benoemde drie domeinen van de werkelijkheid. De theosofie onderzoekt het trio wetenschap, filosofie en religie.

Triade These + Antithese = Synthese (1 + 1 = 3):Spinoza:Popper:Habermas:Theosofie:
Monade; Monotheïsme; Monisme; Het Ene; Een Lied van GelukGodConceptenSubjectiefReligie
Duade; Dualisme; Dualiteit; Geest-stof; Aantrekking en AfstotingNatuurNatuurwetenschapObjectiefWetenschap
Triade; Christendom, Triniteit; Hegeliaanse filosofie ErvaringIntersubjectiefFilosofie

Twee denkstromingen die eerder een poging hebben gedaan het Lichaam-geestprobleem (kip-en-eiprobleem) te verklaren zijn het monisme en het dualisme. De middenweg van Spinoza's Deus sive natura (God of Natuur) lijkt op een neutraal monisme. Het is wenselijk de vicieuze cirkel van het Hoe of Wat (of-of) denken te doorbreken. Het kan komen doordat zij in een kringverhouding tot elkaar staan: zonder A kan B niet tot stand komen, maar zonder B ontstaat A niet.

Sinds de jaren zestig publiceerde Popper verdere ideeën over menselijke kennis in het algemeen, en van wetenschappelijke kennis in het bijzonder. In zijn boek Objective Knowledge (1972) presenteert Popper zijn uitgangspunt van de drie 'werelden': de wereld van fysische objecten; de mentale wereld van bewustzijnstoestanden; en de wereld van ideeën in objectieve zin. Elk van die werelden bevat allerlei objecten of zijnden. Deze werelden bestaan alle drie even echt, zijn altijd van elkaar te scheiden, en moeten dus ook niet door elkaar gehaald worden: De eerste wereld is die van de materiële dingen, van alles waar de natuurwetenschappen zich mee bezig houden. Deze wereld wordt meestal als de "echte", objectieve buitenwereld gezien en is ook eigenlijk de normaalste. Ieder mens maakt, als lichaam, deel uit van en leeft in een deel van deze wereld; niet ieder mens leeft in dezelfde plaatsen en streken van deze wereld.
De tweede wereld is die van de ervaringen, gewaarwordingen, belevingen, emoties en gedachten; de binnenwereld van alles wat subjectief is. Deze wereld bestaat eigenlijk net zo echt als de buitenwereld; mensen kunnen net zo min negeren dat ze ervaren en voelen en denken als dat ze handen hebben of in een huis wonen. Ook hier geldt dat ieder mens in een deel van deze wereld leeft en dat niet ieder mens in dezelfde streken van deze wereld leeft.
De derde wereld is die van de concepten en van de inhouden van opvattingen, ideeën en abstracties: de wereld van de theoretische zijnden. Ook deze bestaat echt;
Deze 'derde wereld' is door de mens geschapen, maar tegelijkertijd vrijwel onafhankelijk van de mens. Tot deze derde wereld behoort bijvoorbeeld de taal en de wiskunde, maar daarnaast ook wetenschappelijke theorieën. De relativiteitstheorie van Einstein is een voorbeeld van zo'n theorie: het is mogelijk min of meer objectief te omschrijven wat deze theorie inhoudt, en de inhoud van deze theorie staat los van de bewustzijnstoestanden van de persoon Einstein. Popper spreekt in dit verband van de 'objectieve geest', als tegengesteld aan de 'subjectieve geest': de 'subjectieve geest' is die van de bewustzijnstoestanden van het individu, de 'objectieve geest' omvat kennis die onafhankelijk van het individu bestaat.

De Duitse filosoof Jürgen Habermas benoemde drie domeinen van de werkelijkheid, namelijk het subjectieve, het objectieve en het intersubjectieve domein.

De theosofie onderzoekt het trio wetenschap, filosofie en religie.

De nieuwe levensrichting

Nico van Suchtelen, (vert.) boek Ethica van Benedictus de Spinoza (Sp).

Deel 1
Spinoza definieerde God als de eeuwige, oneindige (dus onpersoonlijke en enige), door en uit zichzelf bestaande substantie; en dat is voor hem in zekere zin hetzelfde als de totale Natuur (universum), waarbuiten geen andere scheppende kracht bestaat. De godsconceptie van Spinoza mist derhalve elke menselijke hoedanigheid.

Deel 2
Noch de kritiek van de Spinoza-kenner en-vertaler Dr. W. Meijer, noch een opmerking van Prof. H.T. de Graaf kunnen mij ervan overtuigen dat ik ten onrechte het woord Mens vertaalde door Geest in plaats van door Ziel (Sp322).

Op basis van het bovenste rechter kwadrant kan worden geconcludeerd dat Nico van Suchtelen geen gelijk heeft.

Deel 3
Bij deze dimensie staat de oorsprong van de gemoedsaandoeningen centraal. Spinoza doelt hier uitdrukkelijk op aandoeningen die met een lichaamsgevoel gepaard gaan (Sp329).

Deel 4
Een accent ligt op de juiste levenswijze (ervaringsproces), ‘Goed en kwaad’ (emoties), waarden en normen vormen de basis voor het doen en laten van de mens.

Deel 5
Een accent ligt op het hoe, de wijze of de weg die tot vrijheid leidt (Sp281). Begrijpen is de dingen zien in logische afhankelijkheid in plaats van in hun tijdelijke opeenvolging, zulk een begrip is even tijdloos, even eeuwig als een of andere mathematische waarheid, die ‘in God’ bestaat. Voorzover wij dus begrijpen zijn we eeuwig, hebben wij deel aan het oneindige Verstand van God (Sp335). Het heil is verbonden met een kennisniveau dat boven de ratio uitstijgt en waarop we intuïtief begrijpen hoe het concrete afhankelijk is van de ultieme bron van alles. Dit meditatieve weten leidt volgens Spinoza tot een intellectuele liefde voor God en tot een vreugdevol besef van eigen kracht en heerlijkheid. In deze ervaringen treden we als het ware buiten de tijd of beter gezegd, beleven we de eeuwigheid in de tijd. Het is niet verwonderlijk dat sommigen hier spreken van een intellectuele mystiek. Bij Martin Heidegger is het de ervaring (van het zijn) zelf.

Carl Jung noemde, een modaliteit die er eenvoudigweg is, zonder oorzaak, ‘acausale geordendheid’.

Samenvatting

Op basis van de bovenstaande vijf kenmerken, persoonlijkheidsdimensies kunnen we zeggen: Jezus was een mystieke intellectueel, een rechtvaardige wijze, die met hart en ziel, met moed en bedachtzaamheid koos voor welzijn en welvaart van de mensheid.

Gedachte-experiment nog verder uit te werken.

Sp5: Zo besloot Spinoza, met terzijstelling van wat het redelijk denken belemmert – zoals zucht naar rijkdom, eer of genot – te onderzoeken of er dan niet iets bestond, dat de mensen een ongestoorde, verheven blijmoedigheid kon verzekeren. Zijn antwoord luidde, dat dit bestaat ‘in het bewustzijn van de eenheid van de ziel en de hele Natuur’. Spinoza heeft terdege beseft, dat zijn nieuwe levensrichting een volledige breuk met het overgeleverde middeleeuwse wereldbeeld en godsbegrip betekende. Om zijn stelling van een waarachtig en bereikbaar goed te funderen bouwde Spinoza nu in zijn Ethica tegenover de mythe van de dualiteit van godheid en geschapen natuur een principieel ander denkstelsel op.

Sp15: Onder ‘substantie’ versta ik datgene, wat op-zich-zelf bestaat en uit zichzelf moet worden begrepen; dat wil zeggen datgene, waarvan het begrip niet het begrip van iets anders, waaruit het zou moeten worden afgeleid, vooronderstelt.

Sp17: Stelling 1 Een substantie gaat van nature vòòr haar openbaringen.

Sp55: Het zal mij nu niet moeilijk vallen verder nog aan te tonen dat de Natuur geen enkel vooropgezet doel heeft en dat alle doeloorzaken niets anders zijn dan menselijke verzinselen.

Sp57: Vandaar dat zij ter verklaring van de aard van de dingen al die begrippen moesten vormen, als daar zijn het goede, het kwade, orde, verwarring, warmte, koude, schoonheid en wanstaltigheid. En daar zij zichzelf voor vrij hielden, ontsprongen hieruit wederom de begrippen lof, blaam, zonde en verdienste.

Sp58: Al datgene dan, wat tot welzijn en godsdienst leidt, hebben zij goed genoemd, wat evenwel daaraan tegengesteld is slecht.

Sp59: Wij zien dus dat alle redenen waaruit de ongeleerde massa de Natuur pleegt te verklaren, slechts vormen van verbeelding zijn, die niet de aard van enig ding, doch slechts de toestand van de verbeelding doen kennen; en aangezien deze vormen namen hebben als waren zij buiten de verbeelding bestaande wezens, noem ik ze schepselen van de verbeelding en niet van de rede, zodat alle bewijzen, die op grond van dergelijke begrippen tegen ons worden aangevoerd, gemakkelijk zijn te ontwapenen. Want de volmaaktheid van de dingen moet uitsluitend naar hun eigen aard en vermogen worden beoordeeld en dus zijn de dingen niet meer of minder volmaakt omdat zij ’s mensen zinnen strelen of beledigen, omdat zij bij de menselijke aard passen of er mee in strijd zijn.

Sp316: Het door Spinoza zelf gebezigde woord ‘Zelfstandigheid’ voor Substantie heeft in de tegenwoordige tijd een te beperkte, stoffelijke zin. Substantie is de tegenstelling van accident. Accident, een wezen dat niet op zichzelf kan bestaan, doch in een ander optreedt, daarvoor echter niet essentieel is. Ding an sich (‘ding op zichzelf’), door Kant gevormd filosofisch begrip voor de onafhankelijkheid van het kennend bewustzijn existerende werkelijkheid, waarvan ons uitsluitend het verschijnen gegeven is, terwijl zij zelf volkomen onkenbaar blijft.

Sp322: Natura naturans, God als schepping, geschapenheid, als zijn eigen openbaring, als verschijning van zichzelf, als wereld van de dingen, als Natuur in de gewonen zin.

Sp335: Nog iets duidelijker wordt Spinoza’s opvatting van eeuwigheid wanneer men haar in verband brengt met zijn (mathematisch) causaliteitsbegrip.

Sp318: ‘De zelfstandigheid staat wegens zijn natuur voor alle zijne Toevallen’ (modifications). Dit vòòrgaan is niet in tijdelijke, maar in logische zin bedoeld. Strikt genomen is de toepassing van het woord oorzaak op het volstrekte zijn niet toelaatbaar. Oorzakelijkheid geldt alleen voor een verband van verschijnselen. Maar Spinoza’s causaliteitsbegrip is niet de gewone ‘oorzaak en gevolg’-voorstelling, maar die van wiskundige afhankelijkheid, van logisch in iets anders begrepen zijn. Vandaar ook dat hij oorzaak (causa) en reden (ratio) als synoniemen gebruikt. Causa sui, zijns-zelfs oorzaak, wordt daarom ook niet gedefinieerd als iets dat zichzelf zou hebben geschapen, maar als datgene wat krachtens (om reden van) zijn eigen wezen bestaat in eeuwigheid.

Zie ook:

Boeken:

Externe Links

Het oneindig gevarieerde heelal

  • Jacky Tange Bewustzijn in de 21ste eeuw: fragmenten van een inleiding.

<< vorige || volgende >>

Categorie: Artikelen | Rapport | Auteur: Harry Nijhof


Deze pagina werd sedert 16 dec. 2007 372 keer bekeken.