| Deze filognostische presentatie is in aanbouw |
Sri Aurobindo en Jacob Boehme
Peter Heehs, Sri Aurobindo, een korte biografie, 'The life divine’:
P. 173: Wat de huidige mensheid nodig heeft, is niet de definitieve overwinning van één ideologie op alle andere, maar een gemeenschappelijke menselijke inspanning gebaseerd op de harmonie van de verschillende wereldbeschouwingen. Een belangrijke stap in die richting zou de integratie zijn van de twee voornaamste wijzen waarop het bestaan kan worden gezien: de spiritualiteit bewaard in de religieuze tradities van het Oosten, en de praktische geest, zoals vertegenwoordigd door de politieke en economische stelsels van het Westen.
Sri Aurobindo keek daarop vooruit toen hij in 1916 schreef: Het belangrijkste vraagstuk van deze tijd is of de toekomstige vooruitgang van de mensheid zal worden beheerst door de moderne economische en materialistische geest van het Westen, danwel door een nobeler pragmatisme, geleid, verheven en verlicht door spirituele cultuur en kennis…etc.
Het dragende principe van alle Zijn is het Zelf of de Geest. Zijn heeft drie aspecten (Drie-eenheid): trancendent (Hoogste Zijn, boven individu en kosmos, identiek met het essentiële Goddelijke wezen, het ruimteloze en tijdloze Absolute), kosmisch (Universele Zelf, de Geest zich manifesterend in oneindige zelfuitbreiding, de inwonende Geest, in alle wezens gelijk) en individueel (het ware Individuele Zelf, het essentiële individuele bewustzijn, onveranderlijk en vrij, niet aangetast door begeerte, ego en onwetendheid). Voor de hoogste spirituele waarneming onthult de Ene niet drie, maar één, zij worden drieënig.
Brahman (eeuwige, goddelijke Werkelijkheid, Absolute werkelijkheid) bestaat uit het passieve en actieve Brahman. Passieve Brahman is het besef van een of andere enige en opperste Realiteit. Sri Aurobindo zei dat, toen hij in het passieve Brahman overging, het besef van het zelf, van het ‘ik’ totaal verdween. Maar de waarheid is een eenheid die slechts binnen een synthetische visie kan worden gevat. Er bleef een kloof tussen het passieve en het actieve Brahman. De ‘kloof’ werd gedempt door de derde fundamentele realisatie, die van de opperste Werkelijkheid, met het statische en het dynamische Brahman als de twee aspecten ervan. De spirituele verandering bereikt haar hoogtepunt in een duurzaam stijgen van het lagere bewustzijn naar het hogere, gevolgd door een doeltreffende duurzame neerdaling van de hogere natuur in de lagere. Die ontdekking en dat tweevoudige proces vormden de vierde van de vier fundamentele verwezenlijkingen van zijn yoga.
Chaospunt
Simon Vinkenoog: Kies: 'WereldInBeweging' Sri Aurobindo
Oost en West
H.P. Blavatsky: De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk Is de zwaartekracht een wet? (p. 542):
Maar om het pleit te winnen, moeten de occultisten in de eerste plaats de geloofwaardigheid van de wet van de zwaartekracht, van ‘de zwaartekracht, de koningin en heerseres van de stof’, in iedere vorm onderzoeken. Om dit op doeltreffende manier te doen, moet men zich de hypothese in zijn vroegste vorm voor de geest halen. Om te beginnen, was Newton de eerste die deze ontdekte? Het Athenaeum van 26 januari 1867 bevat enige bijzondere informatie over dit onderwerp. Er staat dat ‘men stellig kan aantonen dat Newton al zijn kennis over de zwaartekracht en haar wetten heeft ontleend aan Boehme, bij wie de zwaarte- of aantrekkingskracht de belangrijkste eigenschap van de Natuur is’ . . .
Want volgens hem ‘toont zijn (Boehme’s) systeem ons het innerlijke van de dingen, terwijl de hedendaagse natuurwetenschap tevreden is met het kijken naar het uiterlijke’. Verder: ‘de wetenschap van de elektriciteit, die nog niet bestond toen hij (Boehme) schreef, wordt (in zijn geschriften) voorzien; niet alleen beschrijft Boehme alle tegenwoordig bekende verschijnselen van die kracht, maar hij geeft ons zelfs de oorsprong, het ontstaan en de geboorte van de elektriciteit zelf, enz.’
Newtons diepzinnige geest las gemakkelijk tussen de regels door en doorgrondde de mystieke weergave van de spirituele gedachte van de grote ziener. Hij dankt zijn grote ontdekking dus aan Jacob Boehme, het troetelkind van de genii (nirmānakāya’s), die over hem waakten en hem leidden, en over wie de schrijver van het bedoelde artikel zo terecht opmerkt dat ‘elke nieuwe wetenschappelijke ontdekking zijn diepe en intuïtieve inzicht in de geheimste werking van de natuur bewijst’. En nadat hij de zwaartekracht had ontdekt, moest Newton, om de werking van de aantrekking in de ruimte mogelijk te maken, bij wijze van spreken elke fysieke hinderpaal vernietigen, die in staat was de vrije werking ervan te belemmeren. Hiertoe behoorde onder andere de ether, hoewel hij meer dan een voorgevoel had van het bestaan ervan. Omdat hij voorstander was van de deeltjestheorie, was er volgens hem een absoluut vacuüm tussen de hemellichamen . . .
Boudewijn Koole "ZEN en OOSTERS EN WESTERS DENKEN" (Jacob Boehme)
Voor de grondslag van deze diepe inzichten verwijzen zowel Boehme zelf als zijn biografen naar het visioen, de verlichingservaring, die hem ten deel viel toen hij in zijn werkplaats opkeek naar een tinnen pot en getroffen werd door de glans, de weerschijn van het licht hierop. Dit lichtschijnsel, dat hij als welwillendheid ervoer, raakte hem diep en opende zijn geest, zodat hij alle dingen in hun kern doorzag: zijn blik reikte tot in 'de grond van de natuur'. Overvallen door deze overweldigende ervaring en als in twijfel over de echtheid ervan, ging hij naar buiten in de vrije natuur, om te zien of zij voorbij zou gaan, maar dat gebeurde niet. Diepe vreugde voelde hij daarover en hij loofde God. Hij keerde terug naar huis, nam zijn dagelijkse zorg voor werk en gezin op zich, droeg deze ervaring bij zich, maar zweeg er voorlopig over.
In ieder geval is het belangrijk om op te merken dat Boehmes verlichtingservaring en zijn idee dat hij nu inzicht heeft in de samenhang van alles, een kennis die kan concurreren met die van wat hij als holle theologische en andere academische kennis beschouwt, voor hem in elkaars verlengde liggen. Dat komt niet speciaal omdat hij het leuk vond om achteraf te systematiseren. Maar omdat beide een antwoord vormden op zijn grondprobleem: de ervaring van de tegenstellingen in de wereld, die in hun oplossing door de eenheidservaring niet alleen overwinning van de melancholie en een psychologische omslag naar vreugde betekenden maar ook als echt inzicht ervaren werden. Voor hem ging het om echte kennis, ook al blijkt die altijd weer gekoppeld te blijven aan de noodzaak van nieuwe wedergeboorten en nieuwe inzichten. Het gaat dus wel om kennis die in zichzelf systematisch is maar al ontwikkelende tot telkens nieuwe systemen leidt. Geen droge herhaling maar opperste creativiteit en bloei.
Boehme ontleende zijn diepe inzichten aan een visioen. In zijn latere systeem probeerde hij niet alleen te verduidelijken wat hem eenmaal als goddelijk inzicht was toevertrouwd maar probeerde daarmee tegelijkertijd zowel voor zichzelf als voor zijn lezers die blik op de werkelijkheid die achter en in de oppervlakkige alledaagse werkelijkheid verborgen ligt, opnieuw te openen. Het gaat hem in het systeem dus altijd om het proces. Maar daar zat dus wel enig systeem in, en enkele terugkerende elementen ervan belicht ik hier om de thematiek te illustreren. Daarbij besteed ik geen aandacht aan de vele beelden en symbolen die bij Boehme voorkomen en die aparte studies waard zijn, maar veel grafische aandacht vragen. Ik denk dan aan het beeld van de zeven raderen, aan verwantschap met de kabbalistische levensboom, aan alchemistische voorstellingen en dergelijke. Ik beperk me hier dus tot enkele abstracte omschrijvingen van processen of elementen van processen.
Zie ook:
Boeken:
- G. van Vrekhem Voorbij de Mens
- Peter Heehs, een korte biografie, Sri Aurobindo (1872 – 1950), ‘The life divine’
- Kia Windrider De poort naar de eeuwigheid
- R.A. Cornets de Groot de Open Ruimte
Externe Links
- Sri Aurobindo (Kies: WereldInBeweging)
- Auroville Collectie Simon Vinkenoog
- De stad van de dageraad.
- Kiara Windrider Verlichting, Bhagavan (Kalki) en het Gouden Tijdperk. – Hoofdstuk I: De zoektocht.
- Boudewijn Koole "ZEN en OOSTERS EN WESTERS DENKEN"
Categorie: Artikelen | Rapport | Auteur: Harry Nijhof
Deze pagina werd sedert 16 dec. 2007 183 keer bekeken.
