2.4 Zwaartekracht (Levenskracht, Energie en Informatie)

H.P. Blavatsky: … hetzij men zich naar de bloem van het oosten of naar de academies van het westen keert, het reizen langs het pad gebeurt zonder zich te bewegen. U bént het pad (De stem van de stilte).
P. Krishna: De wanorde die we om ons heen zien in de maatschappij is een projectie van de wanorde die aanwezig is in het menselijk bewustzijn.
 

Eeuwige beweging (Astrologie, Middelpuntvliedend - en Middelpuntzoekend, 'Ether en Aether')

Newton: Mensen bouwen te veel muren en te weinig bruggen.

H.P. Blavatsky Geselecteerde artikelen deel 1: 1874 –1882
Madame Blavatsky over fakirs (p. 52,53):
Ik denk dat negen van de tien mensen, onder wie redacteurs, zullen beweren dat de golftheorie van het licht onweerlegbaar is bewezen. En toch zult u zien dat prof. Josiah P. Cooke, jr., van Harvard University in zijn The New Chemistry (New York, 1876, blz. 22) zegt: ‘Ik ben het niet eens met hen die de golftheorie van het licht beschouwen als een vaststaand beginsel van de wetenschap. . . . Ze vereist een combinatie van eigenschappen in de ether van de ruimte, waarvan ik moeilijk kan geloven dat ze werkelijk een feit zijn’. Wat is dit anders dan een beeldenstorm? Laten we bedenken dat Newton zelf de deeltjestheorie ontving van Pythagoras en zijn voorgangers, van wie hij ze leerde, en dat latere wetenschappers, alleen omdat ze ten einde raad waren, de golftheorie van Descartes en Huygens aannamen. Kepler stelde dat de zon magnetisch van aard is. Leibniz schreef de planeetbewegingen toe aan bewegingen in de ether. Borelli ging Newton in zijn ontdekking vóór, hoewel hij deze niet even triomfantelijk heeft bewezen. Huygens en Boyle, Horrocks en Hooke, Halley en Wren, ze hadden allemaal denkbeelden over een centrale kracht die in de richting van de zon werkt, en over het juiste beginsel van de vermindering van de werking van die kracht, omgekeerd evenredig met het kwadraat van de afstand.

Zo boven, zo beneden en Geestkunde
De kwantumveldentheorie
Nadat in de moderne natuurkunde de kwantummechanica (de de leer van 'deeltjesbeweging') tot ontwikkeling was gekomen, ontstond er ook een kwantumveldentheorie (de veldentheorie van een 'kwantum': een 'hoeveelheidje' of 'deeltje'); alle bekende deeltjes ontstaan vanuit de 'aangeslagen toestand' van hun veld (elektronen uit een elektronenveld, fotonen uit een elektromagnetisch veld, enz.). In de bewoordingen van de kwantumtheorie verkeren al deze deeltjesvelden - velden waaruit deeltjes voortkomen - in een bepaalde 'energietoestand'; de laagste is de grondtoestand. Deze grondtoestand (a) kan door allerlei oorzaken 'worden aangeslagen' (worden geëxiteerd). Daardoor ontstaan ‘trillingstoestanden’ in het veld, die met een ‘energiepakketje’ (b, c) overeenkomen, dat zich aan de onderzoeker voordoet in de vorm van een ‘deeltje’ (d).
a golf in veld, b,c golfpakketje, d deeltje
de golf-deeltje dualiteit
deze veldtoestanden vormen een evenwicht
Het natuurkundige verschijnsel dat een deeltje wordt genoemd, is de aangeslagen toestand van zijn veld: het deeltje komt uit het veld voort! Velden zijn daardoor de grondslag van de deeltjes... en daardoor ook van de stoffelijke wereld.
Hiermee hangt ook de 'golf-deeltje dualiteit' van licht samen. Licht is als veld een elektromagnetische straling en als deeltje een foton... dat uit het veld voortkomt. Afhankelijk van de wijze van onderzoek doet licht zich de ene keer voor als straling (vastgesteld door Huygens) en de andere keer als deeltje (vastgesteld door Newton).
Het ontstaan van een deeltje kan als de plaatselijke verdichting van een veld worden beschreven. Dat komt volkomen overeen met mijn godservaring. De
kwantumveldentheorie beschrijft de wijze, waarop God deeltjes laat ontstaan en daarmee deze stoffelijke schepping schept.

Grootste detector vindt geen donkere materie (Martijn van Calmthout Volkskrant 28 mei 2018 p. 25):
Deze maandag had een historische dag in de wetenschap kunnen zijn, vergelijkbaar met de ontdekking van het higgsdeeltje of zwaartekrachtsgolven. Maar het Xenon1T experiment in het ondergrondse Italiaanse Gran Sasso laboratorium houdt de champagne vooralsnog dicht. De grootste detector ter wereld heeft in driekwart jaar meten nog geen spoor van donkere materiedeeltjes kunnen vinden.
De huidige zoektocht was gericht op betrekkelijk zware donkere materiedeeltjes of WIMPs, met een massa van circa vijf waterstofatomen. Er zijn analyses van dezelfde meetgegevens gaande waarin met een kleinere massa wordt gerekend, zegt Decowski.
‘We hopen nog steeds dat we erin zullen slagen om donkere materie te kunnen betrappen. Onze gegevens zeggen nu wat het in elk geval níét kan zijn. Dat is ook wetenschap en geeft andere experimenten en theoretici houvast en richting’, aldus de Amsterdamse hoogleraar.

Centrum Melkweg wemelt van zwarte gaten (Govert Schilling Volkskrant 5 april 2018 p. 8):
Zwartegatendubbelsterren
Gas van de ster wordt opgezogen en hoopt zich op in een platte, roterende schijf rond het zwarte gat. Het gas wordt daarbij zo heet dat het röntgenstraling uitzendt. Omdat Nasa's ruimtetelescoop Chandra alleen de allerhelderste röntgenbronnen kan zien, moeten er veel meer van dit soort zwartegatendubbelsterren in het Melkwegcentrum zijn: minstens een paar honderd, volgens Charles Hailey (Columbia University) en zijn Amerikaanse en Chileense collega's.
En het totale aantal zwarte gaten in het gebied is nóg veel groter: waarschijnlijk meer dan tienduizend, aldus de astronomen. Lang niet alle zwarte gaten maken namelijk deel uit van een dubbelstersysteem. Je kunt berekenen dat er dan ook een heleboel in hun eentje door het leven moeten gaan.

Het universum is tijdloos (Martijn van Calmthout interviewt Carlo Rovelli Volkskrant 24 februari 2018 Sir Edmund p. 18-21):
Op het allerdiepste niveau bestaat tijd niet, zegt Carlo Rovelli, de Italiaanse fysicus en bestsellerauteur. In zijn nieuwste boek breekt hij zich het hoofd over een van de grootste raadsels van de natuurkunde.
Waarom moeten mensen dat eigenlijk weten?
'Mensen moeten niks van natuurkunde of filosofie weten, maar ik denk dat het een geweldige verrijking is om wel tebegrijpen hoe de werkelijkheid in elkaar steekt. Dat is bevredigend. Het is zoiets als muziek: je hoeft er niet naar te luisteren. Maar het kan zo mooi zijn als je het wel doet.'
U citeert in uw boeken opvallend vaak griekse filosofen als anaximander, of oosterse denkers.
'Ik ben absoluut geen boeddhist, als dat de vraag is. Ik ben niet religieus. Maar ik herken er vragen en inzichten die interessant en soms raak zijn. Italianen hebben misschien ook een wat klassiekere opleiding dan veel van hun collega-natuurwetenschappers. Dat maakt mijn verhaal wat bloemrijker, misschien.'

Ruimtetrilling blijkt geen zeldzaamheid (Martijn van Calmthout Volkskrant 16 juni 2016 p. 12):
Opnieuw hebben de grote LIGO-gravitatiegolfmeters in de VS een rilling in de ruimte opgevangen die 1,4 miljard jaar geleden moet zijn veroorzaakt doordat diep in het heelal twee zwarte gaten elkaar opslokten. Dat is woensdagavond op een persconferentie in San Diego bekendgemaakt. Het kosmische trilsignaal werd op 26 december 2015 opgevangen in de kilometers lange laserarmen van de detectoren in Washington en Louisiana.

K.V.K. Nehru Eeuwige onophoudelijke beweging - Het nieuwe paradigma van de wetenschap Newton, Einstein en wat daaruit volgt
Uit de Tweede Wet van Newton weten wij dat als een kracht F werkt op een massa m, de versnelling (= de mate van verandering van de snelheid) a, wordt weergegeven door de relatie a= F/m. Maar experimenten die uitgevoerd zijn op elektrisch versnelde deeltjes toonden definitief aan dat dit niet het geval is bij zeer hoge snelheden.
Wij merken ook dat sommige inverse sector processen bredere implicaties hebben en relevant zijn voor de levenswetenschappen. Alle bizarre aspecten van de quantum verschijnselen volgen logischerwijze uit de discrete natuur van ruimte en tijd. Bovendien biedt het systeem van theorieën gebaseerd op de universele beweging een rationeel en begrijpelijk beeld van de realiteit die ten grondslag ligt aan de quantum fenomenen, dat de quantum theorie ons niet verschaft.

Kwantummechanisch is elke materie golf of deeltje, deeltje of golf. Het is materie of antimaterie (prof.dr. Paul Hellings) , het is steeds ongrijpbaar, onvoorspelbaar. Elk deeltje is een grote zee van mogelijkheden zowel wat plaats als wat vorm betreft.

De éne werkelijkheid heeft betrekking op de wederkerigheid tussen Zo binnen, zo buiten en Zo boven, zo beneden, die op basis van het zelfbewustzijn, het Reflexief Bewustzijn met behulp van de lemniscaat tot uitdrukking kan worden gebracht. Om de éne werkelijkheid te duiden maakt Ken Wilber van het "Wilber-Combs-rooster" gebruik.

Engelien Scholtes boek De verborgen dimensie in het werk van Jung en Pauli:
Wolfgang Pauli vatte de relatie tussen psyche en materie op als een spiegelsymmetrie.

De wereldklok is gebaseerd op het uitsluitingsprincipe van Pauli, een kwantummechanisch principe dat stelt dat twee identieke fermionen niet dezelfde kwantumtoestand mogen bezetten.

Diracs oplossing hiervoor was gebaseerd op het uitsluitingsprincipe van Pauli. Elektronen zijn fermionen en gehoorzamen dit principe, waardoor het onmogelijk is er twee van op eenzelfde energieniveau te hebben.

 

Voor een verassende kijk op waarneming HOLLANDS LICHT (30 november 2011):
In 2003 verscheen de fascinerende documentaire 'Hollands Licht'. In verhalen over de schilderkunst lezen we vaak over de felheid en kleurenpracht van het Zuid-Franse licht. Maar we kennen ook de mythe van het heldere Hollandse licht. Volgens deze mythe is het licht in Holland iets bijzonders. Dat zou vooral een gevolg zijn van de atmosferische omstandigheden en met name het vele water. We vinden dat terug in de landschappen van Van Goyen en Van Ruysdael, in interieurs en stillevens van Vermeer en Saenredam.
De Duitse kunstenaar Joseph Beuys beweerde dat het Hollandse licht halverwege de vorige eeuw zijn specifieke helderheid verloor, waarmee volgens hem een einde aan een eeuwenoude visuele cultuur kwam. Die verandering vindt zijn oorzaak aldus Beuys in de inpoldering van het IJsselmeer. Dit was het oog van Holland dat als een grote lichtreflecterende spiegel het licht uitstraalt over het land wat een indirect, zilverachtig atmosfeer tot gevolg zou hebben.

Hollands Licht (Piter Yedema Volkskrant 13 augustus 2015 p. 20): Snobisme dat zich laat bedotten met de illusie van een derde dimensie, diepte en afstand, gaat gemakkelijk mee met zweverige kwalificaties van het platte vlak als 'het Hollands licht'. Zwagerman haalt Joseph Beuys aan als een nieuwe Goethe met een nieuwe Farbenlehre om het verschijnsel te verklaren (V, 11 augustus).
Holland kan niet bekend staan om veel en vaak direct zonlicht, en reflectie op water en andere spiegels kan geen krachten 'verdubbelen'. Er zijn andere eigenschappen van licht als breking, (refractie) en absorptie van lichtfrequenties die bepalend zijn voor kleursterkten en - variaties.
Hollands Licht is een alchemistische uitvinding van goudmakende kunstkenners die iets voorgeven te zien wat niemand van bijvoorbeeld Spaans licht kan onderscheiden.

Roodverschuiving en Blauwverschuiving (Dopplereffect):
Roodverschuiving in de astronomie en de natuurkunde is het verschijnsel dat het spectrum van uitgezonden licht of andere elektromagnetische straling bij ontvangst naar "rood" verschoven is, dat wil zeggen in de richting van de langere golflengten (lagere frequenties). Het tegengestelde effect, waarbij een verschuiving naar de kortere golflengten - naar "blauw" - plaatsvindt, heet blauwverschuiving. Roodverschuiving treedt op als gevolg van het dopplereffect wanneer de bron en de waarnemer zich van elkaar verwijderen en als gevolg van een sterk gravitatieveld waar de straling zich doorheen voortplant.

Reinout Guepin NATUURMENS VIKTOR SCHAUBERGER ‘vrije energie’ –een andere techniek is mogelijk
Een energiebron die oneindig is, vrijwel gratis, en milieuvriendelijk… Een utopie? Volgens de gangbare natuurkundige wetten wel. Maar wat als deze wetten niet onder alle omstandigheden zouden blijken te gelden? Door de menselijke geschiedenis heen zijn er steeds mensen geweest die geprobeerd hebben de energie die de natuur laat groeien, te gebruiken voor de aandrijving van mechanieken. Deze droom leefde weer op in het Wenen van rond de eeuwwisseling - 1900. Verschillende uitvinders claimden apparaten te hebben uitgevonden die aangedreven werden door een nog onbekende energiebron.
Natuurmens Viktor Schauberger
Eén van deze uitvinders was de Oostenrijker Viktor Schauberger (1875-1958). Geboren in een familie van boswachters ontwikkelde hij een grote liefde voor de natuur. In het bijzonder voor het water. Uren kon bij een beek zitten dagdromen, zonder ooit verveeld te raken. Ook zijn scherpe intuïtie had hij klaarblijkelijk geërfd van zijn familie. Op een dag, zittend bij een beek, ontdekte hij dat hij zijn bewustzijn mee kon laten gaan met het water. Zijn bewustzijn verliet zijn lichaam, maar bij terugkeer kon hij zich de diepe inzichten die hij opgedaan had nog levendig herinneren.

Gerrit Teule: boek Chaos en Liefde, de kern van geest, leven en evolutie
De eonenhypothese luidt in het kort als volgt. Het oorzakelijke verband tussen geest en lichaam, en tussen geest en stof in het algemeen, is van elektromagnetische aard, waarbij een scala van subtiele elektromagnetische trillingen en trillingsfrequenties wordt gebruikt. Dit innige elektronische verband tussen geest en lichaam, diep verborgen in wat door Charon "psychomaterie" werd genoemd, is ook de basis voor alle biochemie en i.h.b. voor ons immuniteitssysteem, onze enige en laatste bescherming tegen ziekte en dood; het draagt al onze evolutie-ervaring en overlevingskennis met zich mee en is vergelijkbaar met de omstreden "morfogenetische velden", hier aangeduid als de "eonische matrix". De overweldigende complexiteit, precisie en kracht van dit levende systeem, diep binnenin onszelf maar ook in iedere huismus of grasspriet, is van een indrukwekkende schoonheid. Het stuwt de evolutie voor zich uit in haar streven naar bewustwording.

René Meijer hoofdstuk 5 Het paradigma van de relatieve ether
De nieuwe manier van denken moet uiteindelijk de verschillende effecten die door de uitvinders werden gevonden verklaren. Er moet een antwoord gevonden worden op de vraag hoe we, naast wat we zagen in de afdeling onverklaarde fenomenen (UFO's, Graancirckels en Aliens), in één samenhangende visie de bevindingen kunnen verklaren van de besproken experimentele effecten.

De Geheime Leer Deel I, Stanza 1 De nacht van het heelal (p. 73):
De Geheime Leer verkondigt de steeds verdergaande ontwikkeling van alles, van werelden zowel als van atomen; en deze indrukwekkende ontwikkeling heeft noch een denkbaar begin, noch een einde dat men zich kan voorstellen. Ons ‘Heelal’ is er slechts één uit een oneindig aantal Heelallen, alle ‘zonen van noodzakelijkheid’, omdat zij schakels vormen in de grote kosmische keten van Heelallen, waarvan ieder zich tot zijn voorganger verhoudt als een gevolg, en tot zijn opvolger als een oorzaak.
Het verschijnen en verdwijnen van het Heelal wordt voorgesteld als een uitademing en inademing van ‘de grote adem’, die eeuwig is en die, omdat hij beweging is, een van de drie aspecten van het Absolute is; de andere twee zijn abstracte Ruimte en duur. Als de ‘grote adem’ wordt geprojecteerd, wordt hij de goddelijke adem genoemd en wordt hij beschouwd als het ademen van de onkenbare godheid – het ene Bestaan – die als het ware een gedachte uitademt die de Kosmos wordt. (Zie Isis Ontsluierd.) Zo verdwijnt ook, als de goddelijke adem weer wordt ingeademd, het Heelal in de schoot van ‘de grote moeder’, die dan slaapt ‘gewikkeld in haar onzichtbare gewaden’.
De Geheime Leer Deel I, Stanza 2 Het denkbeeld van differentiatie (p. 86):
(b) De term ‘adem’ van het ene Bestaan wordt door de archaïsche esoterie alleen toegepast op het geestelijke aspect van de kosmogonie; in andere gevallen wordt deze vervangen door de overeenkomstige term op het stoffelijke gebied: beweging. Het ene eeuwige Element, of elementbevattende voertuig, is Ruimte, in elke betekenis zonder dimensie; tegelijk daarmee bestaan eindeloze duur, oer- (en dus onvernietigbare) stof, en beweging – absolute ‘eeuwigdurende beweging’: de ‘adem’ van het ‘ene’ Element. Zoals wij hebben gezien, kan deze adem nooit ophouden, zelfs niet tijdens de eeuwigheden van pralaya (zie Chaos, Theos, Kosmos in Afdeling II).
86/87: Om zichzelf te kennen is bewustzijn en waarneming nodig (beide zijn beperkte vermogens die betrekking kunnen hebben op ieder onderwerp, behalve op Parabrahm). Vandaar de ‘eeuwige adem die zichzelf niet kent’. Het oneindige kan het eindige niet begrijpen. Het grenzeloze kan niet in betrekking staan tot het begrensde en het voorwaardelijke. Volgens de occulte leer is de onbekende en onkenbare BEWEGER, of het zelf-bestaande, de absolute goddelijke Essentie. En omdat dit absoluut Bewustzijn en absolute Beweging is – voor het beperkte gevoel van degenen die dit onbeschrijflijke beschrijven – is het onbewustheid en onbeweeglijkheid. Concreet bewustzijn kan niet als eigenschap worden toegeschreven aan abstract Bewustzijn, evenmin als de eigenschap ‘nat’ aan water – want natheid is het wezenlijke van water en de oorzaak van het nat zijn van andere dingen. Bewustzijn houdt beperkingen en kwalificaties in; iets om zich van bewust te zijn en iemand die zich ervan bewust is. Maar absoluut Bewustzijn sluit de kenner, het gekende en de kennis (Knower, Knowing, and Known) alle drie in zich, en alle drie zijn één.
De Geheime Leer Deel I, Stanza 3 Het ontwaken van de kosmos (p. 107):
Zeno, de grondlegger van de stoa, was niet de enige die leerde dat het Heelal evolueert, wanneer de oorspronkelijke substantie ervan wordt omgezet uit de toestand van vuur in die van lucht, dan in die van water, enz. Heraclitus van Efeze beweerde dat het enige beginsel dat aan alle natuurverschijnselen ten grondslag ligt, het vuur is. De intelligentie die het Heelal laat bewegen is vuur, en vuur is intelligentie. En terwijl Anaximenes hetzelfde zei over lucht en Thales van Milete (600 v. Chr.) over water, verzoent de esoterische leer al deze filosofen door aan te tonen dat, hoewel ieder van hen gelijk had, geen van hun stelsels volledig was.
De Geheime Leer Deel I Stanza 4 De zevenvoudige hiёrarchieёn (p. 128):
128:‘De moeder is de vurige vis van het leven. Zij schiet haar kuit en de adem (beweging) verwarmt en verlevendigt deze. De korreltjes (van de kuit) worden al snel tot elkaar aangetrokken en vormen het stremsel in de oceaan (van de Ruimte). De grotere klonten smelten samen en ontvangen nieuwe kuit – in vurige punten, driehoeken en kubussen, die rijpen. Op de vastgestelde tijd scheiden enkele klonten zich af en nemen de bolvorm aan, een proces dat zij alleen kunnen uitvoeren als de andere hen niet hinderen. Daarna treedt wet no. * * * in werking. Beweging (de adem) wordt de wervelwind en brengt hen aan het draaien11.’
11) De materialistische wetenschap kan het nooit oplossen. ‘Beweging is eeuwig in het ongemanifesteerde, en periodiek in het gemanifesteerde’, zegt een occulte lering. Dit is het geval ‘wanneer warmte, veroorzaakt door het neerdalen van de VLAM in de oerstof, haar deeltjes doet bewegen, en die beweging wordt een wervelwind’. Een druppel vloeistof neemt de bolvorm aan doordat de atomen ervan om zichzelf ronddraaien in hun laatste, onoplosbare en noumenale essentie; onoplosbaar, althans voor de natuurwetenschap.
129: II. DE STEM VAN HET WOORD, SVABHAVAT, DE GETALLEN, WANT HIJ IS EEN EN NEGEN12.
12) En dit is tien of het volmaakte getal, toegepast op de ‘Schepper’, de naam die wordt gegeven aan de gezamenlijke scheppers die door de monotheïsten tot Eén worden samengevoegd, want de ‘Elohim’, Adam Kadmon of sephira – de Kroon – zijn de androgyne synthese van de 10 sephiroth die in de gepopulariseerde Kabbala het symbool van het gemanifesteerde Heelal vormen. De esoterische kabbalisten echter volgen de oosterse occultisten en scheiden de bovenste driehoek van de sephiroth (of sephira, chochmah en binah) van de rest, waardoor er zeven sephiroth overblijven. Aan de term svabhavat wordt door de oriëntalisten de betekenis gegeven van de universele plastische stof die door de Ruimte is verspreid, misschien met een half oog op de ether van de wetenschap. Maar de occultisten identificeren svabhavat met ‘VADER-MOEDER’ op het mystieke gebied (zie boven).
129/131: (b) Dit betekent dat de ‘grenzeloze cirkel’ (de nul) alleen dan een getal wordt, als een van de negen cijfers eraan voorafgaat en zo de waarde en het vermogen ervan aangeeft, waarbij het woord of de logos in vereniging met STEM en geest13 (de uiting en de bron van het Bewustzijn) de negen cijfers vertegenwoordigt en dus, met de nul, de decade vormt die het gehele Heelal in zich bevat. De triade vormt binnen de cirkel de Tetraktis of heilige vier: het vierkant binnen de cirkel is het machtigste van alle magische figuren.
(c) De ‘ene verworpene’ is de zon van ons stelsel. De exoterische voorstellingswijze hiervan is in de oudste Sanskrietgeschriften te vinden. In de Rig Veda is aditi – ‘de grenzeloze’ of oneindige Ruimte, door Max Müller vertaald door ‘het zichtbare oneindige, zichtbaar voor het blote oog (!!), de eindeloze uitgestrektheid buiten de aarde, achter de wolken, achter de hemel’ – het equivalent van ‘Moeder-Ruimte’, even oud als ‘Duisternis’. Zij wordt heel terecht ‘de moeder van de goden’, DEVA-MATRI, genoemd, omdat uit haar kosmische moederschoot alle hemellichamen van ons stelsel – zon en planeten – werden geboren. Zij wordt daarom allegorisch als volgt omschreven: ‘Acht zonen werden uit het lichaam van aditi geboren; met zeven naderde zij de goden, maar wierp de achtste, Marttanda, onze zon, weg.’ De zeven zonen, die de aditya’s worden genoemd, zijn kosmisch of astronomisch de zeven planeten; en dat de zon niet werd meegerekend, toont duidelijk aan dat de hindoes misschien een zevende planeet hebben gekend – en in feite ook kenden – zonder die Uranus te noemen14. Maar esoterisch en theologisch, om zo te zeggen, zijn de aditya’s in hun oorspronkelijke en oudste betekenis de acht, en de twaalf grote goden van het hindoepantheon. ‘De zeven staan de stervelingen toe hun woningen te zien, maar zij vertonen zich alleen aan de arhats’, zegt een oud spreekwoord; ‘hun woningen’ staat hier voor planeten.
13) ‘In vereniging met de geest en de stem’ heeft betrekking op de abstracte gedachte en de concrete stem, of de manifestatie daarvan, het gevolg van de Oorzaak. Adam Kadmon of tetragrammaton is de logos in de Kabbala. Daarom komt in laatstgenoemde deze triade overeen met de hoogste driehoek van kether, chochmah en binah. Dit laatste is een vrouwelijk vermogen en tegelijk de mannelijke Jehova, omdat het deel heeft aan de natuur van chochmah, of de mannelijke wijsheid.
14) De Geheime Leer zegt, dat de zon een centrale ster is en geen planeet. Toch kenden en vereerden de Ouden zeven grote goden, de zon en de aarde niet meegerekend. Welke ‘mysteriegod’ beschouwden ze afzonderlijk? Natuurlijk niet Uranus, die pas in 1781 door Herschel werd ontdekt. Maar kon hij niet onder een andere naam bekendstaan? De schrijver van ‘Maçonnerie Occulte’ zegt: ‘Toen de occulte wetenschappen door middel van astronomische berekeningen hadden ontdekt, dat het aantal planeten zeven moest zijn, kwamen de Ouden ertoe de zon in de toonladder van de hemelse harmonieën in te voeren en hem de lege plaats te laten innemen. Telkens wanneer zij een invloed constateerden die geen verband hield met een van de zes bekende planeten, schreven zij die daarom aan de zon toe. De fout was alleen schijnbaar van belang, maar was het voor de praktische uitkomsten niet, ook al vervingen de oude astrologen Uranus door de zon, die een betrekkelijk bewegingloze centrale ster is, die alleen om haar as draait en tijd en maat regelt, en die niet van haar ware functies is af te brengen.’ . . . De benaming van de dagen van de week is dus fout. ‘De zon-dag zou uranus-dag (Urani dies, Urandi) moeten zijn’, voegt de geleerde schrijver Ragon eraan toe.
133/134: De ‘adem’ van al de ‘zeven’ heet bhaskara (licht makend), omdat alle planeten in hun oorsprong kometen en zonnen waren. Zij ontwikkelden zich uit de oorspronkelijke Chaos (nu het noumenon van de niet oplosbare nevelvlekken) tot manvantarisch leven, door aggregatie en opeenhoping van de eerste differentiaties van de eeuwige stof, volgens de mooie zinswending in de Toelichting: ‘Zo kleedden de zonen van het licht zich in het weefsel van de duisternis.’ Zij worden allegorisch ‘de hemelslakken’ genoemd, omdat hun (voor ons) vormloze INTELLIGENTIES ongezien hun sterre- en planeethuizen bewonen en die als het ware bij hun omloop met zich meedragen, zoals slakken dat doen. De leer van een gemeenschappelijke oorsprong van alle hemellichamen en planeten werd, zoals wij zien, door de archaïsche astronomen onderwezen vóór Kepler, Newton, Leibnitz23, Kant, Herschel en Laplace. Warmte (de adem), aantrekking en afstoting – de drie grote factoren van beweging – zijn de omstandigheden waaronder alle leden van dit hele oorspronkelijke gezin worden geboren, zich ontwikkelen en sterven, om opnieuw te worden geboren na een ‘nacht van Brahma’, waarin de eeuwige stof periodiek terugkeert tot haar aanvankelijke ongedifferentieerde toestand. De sterkst verdunde gassen kunnen de moderne natuurkundige nog geen idee geven van de aard van die stof. De onzichtbare vonken van oeratomen, in het begin krachtcentra, differentiëren zich tot moleculen, en worden zonnen, die geleidelijk objectief – gasvormig, stralend en kosmisch – worden. Tenslotte geeft de ene ‘wervelwind’ (of beweging) de stoot tot de vorm en tot de eerste beweging, die wordt beheerst en onderhouden door de nooit rustende ademingen – de Dhyan-Chohans.
De Geheime Leer Deel I, Stanza 5 Fohat: kind van zevenvoudige hiërarchieën (p. 147):
Deze wet van de draaiende beweging in de oerstof is een van de oudste opvattingen van de Griekse filosofie, waarvan de eerste wijzen uit de geschiedenis bijna allen waren ingewijd in de Mysteriën. De Grieken hadden haar ontleend aan de Egyptenaren en deze aan de Chaldeeën, die leerlingen waren geweest van de Brahmanen van de esoterische school. Leucippus en Democritus van Abdera – de leerling van de magi – leerden, dat deze ronddraaiende beweging van atomen en sferen al een eeuwigheid bestond12. Hicetas, Heraclides, Ecphantus, Pythagoras en al zijn leerlingen onderwezen de draaiing van de aarde om haar as, en Aryabhata van India, Aristarchus, Seleucus en Archimedes berekenden haar omwenteling even wetenschappelijk als de astronomen van tegenwoordig.
De Geheime Leer Deel I Stanza 4 De evolutie van de 'zweetgeborenen' - Enkele woorden over ‘zondvloeden’ en ‘noachs’ (p. 165):
In haar meest mystieke betekenis staat de vereniging van Svayambhuva Manu met Vach-Sata-Rupa, zijn eigen dochter (dit is de eerste ‘vergoddelijking’ van het tweevoudige beginsel waarvan Vaivasvata Manu en Ila een tweede en een derde vorm zijn), in de kosmische symboliek gelijk met het Wortel-leven, de kiem waaruit alle zonnestelsels, de werelden, engelen en de goden voortkomen. Want, zoals Vishnu zegt:
‘Uit Manu moet de hele schepping, goden, Asura’s en de mens worden voortgebracht,
Door hem moet de wereld worden geschapen, dat wat beweegt en niet beweegt . . .’
De Geheime Leer Deel I, Stanza 6 Onze wereld, haar groei en ontwikkeling (p. 176):
Elektriciteit, licht, warmte, enz. heten terecht de ‘geesten of schaduwen van stof in beweging’, d.w.z. bovenzinnelijke toestanden van de stof, waarvan wij alleen maar de gevolgen kunnen waarnemen.
De Geheime Leer Deel I, Stanza 7 De voorvaderen van de mens op aarde (p. 246):
De theorie van Darwin over de overdracht van verkregen eigenschappen wordt echter in het occultisme niet onderwezen en niet aanvaard. Het occultisme zegt dat de evolutie volgens een heel ander patroon plaatsheeft; het stoffelijke ontwikkelt zich volgens de esoterische leer geleidelijk uit het geestelijke, het verstandelijke en het psychische. Deze innerlijke ziel van de stoffelijke cel – dit ‘geestelijke plasma’, dat het kiemplasma beheerst – is de sleutel die eens de poorten moet openen van de terra incognita van de bioloog, die nu het duistere mysterie van de embryologie wordt genoemd.
247: (f) De vijfde groep is heel geheimzinnig, omdat zij in verband staat met het microkosmische pentagon, de vijfpuntige ster die de mens voorstelt.
De Geheime Leer Deel I hoofdstuk 4 Chaos – Theos – Kosmos (p. 377/378):
‘In de oorspronkelijke toestand van de schepping’, zegt Polier in zijn Mythologie des Indous, ‘rustte het rudimentaire heelal, verzonken in het water, in de schoot van Vishnu. Voortgekomen uit deze chaos en duisternis, dreef (bewoog) Brahmā, de architect van de wereld, gezeten op een lotusblad, op de wateren, niet in staat iets anders te onderscheiden dan water en duisternis.’ Als Brahmā deze trieste stand van zaken ziet, houdt hij ontsteld de volgende alleenspraak: ‘Wie ben ik? Waar kom ik vandaan?’ Dan hoort hij een stem5: ‘Richt uw gedachten op Bhagavat.’ Brahmā richt zich op uit zijn drijvende houding, gaat op de lotus zitten in een houding van contemplatie en peinst over de Eeuwige die, verheugd over dit blijk van vroomheid, de oorspronkelijke duisternis verdrijft en zijn verstand opent. ‘Hierna komt Brahmā als licht uit het universele ei (de oneindige chaos) tevoorschijn, want zijn verstand is nu geopend en hij zet zich aan het werk: hij beweegt zich op de eeuwige wateren, met de geest van god in zich; en in zijn hoedanigheid van beweger van de wateren is hij Vishnu of Narayana.’
378/379: In de kosmogonieën van alle volkeren vormen de ‘architecten’, samengevat in de Demiurgos (in de bijbel de ‘Elohim’) uit de Chaos de Kosmos. Ze zijn de collectieve Theos, ‘mannelijk-vrouwelijk’, geest en stof. ‘Door een reeks (yom) van grondslagen (hasoth) lieten de Alhim aarde en hemel ontstaan.’ (Gen. ii, 4.) In de bijbel is het eerst Alhim, dan Jahva-Alhim en tenslotte Jehova – na de scheiding van de geslachten in hoofdstuk iv van Genesis. Het is opmerkelijk dat de onuitsprekelijke en niet te uiten NAAM8 – het symbool van de onbekende godheid, dat alleen in de MYSTERIËN werd gebruikt – nergens, behalve in de latere of laatste kosmogonieën van ons vijfde Ras, wordt gebruikt in verband met de ‘schepping’ van het Heelal. Het zijn de ‘bewegers’, de ‘lopers’, de theoi (van θέειν, ‘lopen’), die het vormgevende werk verrichten, als de ‘boodschappers’ van de manvantarische wet, die nu in het christendom de ‘boodschappers’ (malachim) zijn geworden; en het lijkt hetzelfde te zijn in het hindoeïsme of het vroege brahmanisme. Want in de Rig Veda is het niet Brahmā die schept, maar de prajāpati’s, de ‘heren van het Zijn’, de rishi’s; het woord rishi staat (volgens professor Mahadeo Kunte) in verband met het woord bewegen, aanvoeren, wanneer ze als aardse wezens, als aartsvaders hun menigten leiden op de zeven rivieren.
381: ‘De wereldgod, eeuwig, grenzeloos, jong en oud, met een gekronkelde vorm’12 zeggen de Chaldeeuwse orakels.
Deze ‘gekronkelde vorm’ is een beeldspraak om de trillende beweging van het astrale licht uit te drukken, waarmee de oude priesters volkomen bekend waren, hoewel de naam ‘astraal licht’ door de martinisten werd uitgevonden.
De Geheime Leer Deel I hoofdstuk 6 Het wereld-ei (p. 392/393):
De geheime leringen verklaren deze verering uit de symboliek van de voorhistorische rassen. De ‘Eerste Oorzaak’ had in het begin geen naam. Later werd zij in de verbeelding van de denkers weergegeven als een altijd onzichtbare, geheimzinnige vogel die in de Chaos een ei legde, dat het Heelal wordt. Daarom werd Brahm kalahansa genoemd, ‘de zwaan in (Ruimte en) Tijd’. Hij werd de ‘zwaan van de eeuwigheid’, die bij het begin van elk mahamanvantara een ‘gouden ei’ legt. Het stelt de grote cirkel, of voor, die zelf een symbool is voor het heelal en zijn bolvormige lichamen.
399: In de orfische hymnen ontwikkelt de Eros-Phanes zich uit het goddelijke ei, dat door de aetherische winden wordt bevrucht, waar wind ‘de geest van de onbekende duisternis’ is – ‘de geest van god’ (zoals K.O. Müller verklaart, blz. 236); de goddelijke ‘idee’, ‘waarvan wordt gezegd dat hij de aether laat bewegen’, zegt Plato.
De Geheime Leer Deel I hoofdstuk 11 Demon est deus inversus (p. 462):
‘Heb mededogen met ons, o Heer en bescherm ons, die tot u zijn gekomen om hulp tegen de daitya’s (demonen)!’ smeken de verslagen goden. ‘Zij hebben zich meester gemaakt van de drie werelden en zich de offers toegeëigend die ons deel zijn, terwijl zij er zorg voor droegen dat de voorschriften van de Veda’s niet worden overtreden. Hoewel wij, evenals zij, delen van u zijn5. . . omdat zij zich bewegen op de paden die door de heilige schrift worden voorgeschreven . . . is het ons onmogelijk om ze te vernietigen. Gij, met uw onmetelijke wijsheid (ameyātman), onderricht ons in de ene of andere list waardoor wij de vijanden van de goden kunnen uitroeien!’
De Geheime Leer Deel I hoofdstuk 12 De theogonie van de scheppende goden (p. 475):
Dit zal de onderzoeker helpen begrijpen waarom Pythagoras de godheid (de logos) als het centrum van eenheid en de ‘bron van harmonie’ beschouwde. Wij zeggen dat deze godheid de logos was, niet de MONADE, die in eenzaamheid en stilte woont, omdat Pythagoras leerde dat de EENHEID, die immers ondeelbaar is, geen getal is. En daarom werd ook van de kandidaat, die zich aanmeldde voor toelating tot zijn school, verlangd dat hij als voorbereiding daarop de rekenkunde, sterrenkunde, meetkunde en muziek had bestudeerd, die als de vier onderdelen van de wiskunde werden beschouwd15. Dit verklaart verder waarom de pythagoreeërs beweerden dat de leer van de getallen – in de esoterie de belangrijkste – door de hemelse godheden aan de mens was geopenbaard; dat de wereld uit de Chaos tevoorschijn was geroepen door geluid of harmonie, en opgebouwd volgens de beginselen van de muzikale verhoudingen; dat de zeven planeten die het lot van de stervelingen beheersen, een harmonieuze beweging hebben ‘en intervallen die overeenkomen met die in de muziek, waardoor verschillende geluiden ontstaan, die zo volmaakt harmonieus zijn dat ze de liefelijkste melodie voortbrengen, die voor ons onhoorbaar is, alleen al door de grootsheid van het geluid, dat onze oren niet kunnen opvangen’. (Censorinus.)
De Geheime Leer Deel I hoofdstuk 4 Is de zwaartekracht een wet? (p. 540/541):
Sindsdien hebben zij hun opvattingen verschillende keren veranderd. Maar begrijpen de wetenschappers de diepste gedachten van Newton, een van de meest spiritueel ingestelde en religieuze mensen van zijn tijd, nu beter dan toen? Dit kan men stellig betwijfelen. Men zegt dat Newton de doodsteek heeft gegeven aan de elementale wervelingen van Descartes (tussen twee haakjes, het denkbeeld van Anaxagoras tot nieuw leven gebracht), hoewel de meest recente ‘wervelende atomen’ van Sir W. Thomson in feite niet veel verschillen van de vroegere. Niettemin was Newton de eerste om plechtig te protesteren, toen zijn leerling Forbes in het voorwoord van het belangrijkste boek van zijn leermeester schreef dat ‘aantrekking de oorzaak van het stelsel was’. Wat in de geest van de grote wiskundige de schimmige, maar stevig gewortelde vorm aannam van God als het noumenon van alles1, werd door de oude (en ook hedendaagse) filosofen en occultisten ‘goden’ genoemd, of de scheppende, vormgevende krachten.
1) ‘Aantrekking’, schrijft Le Couturier, een materialist, ‘is nu voor het publiek geworden wat het voor Newton zelf was – eenvoudig een woord, een idee’ (Panorama des Mondes), omdat haar oorzaak onbekend is. Herschel zegt in feite hetzelfde, als hij opmerkt dat hij, telkens wanneer hij de beweging van de hemellichamen en de verschijnselen van aantrekking bestudeert, zich doordrongen voelt van de gedachte van ‘het bestaan van oorzaken, die voor ons achter een sluier werken en hun directe werking verbergen’ (Musée des Sciences, augustus 1856).
544: En nu wordt Vader Aether opnieuw met open armen verwelkomd en verbonden met de zwaartekracht, met alle voor- en nadelen daarvan, totdat hij, of beide, door iets anders zal worden vervangen. Driehonderd jaar geleden was er overal een plenum, daarna werd het een naargeestige leegte; weer later lieten de door de wetenschap opgedroogde oceaanbeddingen van de sterren nogmaals hun etherische golven voortrollen. Recede ut procedas moet de spreuk van de exacte wetenschap worden – in hoofdzaak ‘exact’ in de zin dat men elk schrikkeljaar ontdekt dat men niet exact is.
Maar we zullen geen ruzie maken met mannen van naam. Zij moesten voor de ruggengraat en het merg van hun correlaties en ‘nieuwste’ ontdekkingen teruggrijpen op de oudste ‘goden van Pythagoras en de oude Kanāda’ en dit kan de occultisten goede hoop geven voor hun lagere goden. Want we geloven in de voorspelling van Le Couturier over de zwaartekracht. We weten dat de dag nadert waarop de wetenschappers zelf een algehele herziening van de huidige werkwijzen van de wetenschap zullen eisen, zoals werd gedaan door Sir W. Grove, F.R.S. Tot dan kan er niets worden gedaan. Want als de zwaartekracht morgen zou worden onttroond, zouden de wetenschappers de dag daarop een of andere nieuwe manier van mechanische beweging ontdekken6.
6) Uit de boeken van Sir Isaac Newton kan men, als men ze eerlijk en onbevooroordeeld leest, telkens weer opmaken hoe hij moet hebben geaarzeld tussen zwaartekracht en aantrekkingskracht, impuls of een andere onbekende oorzaak om de regelmatige baan van de planetaire beweging te verklaren. Zie slechts Treatise on Colour (Deel III, vraag 31). Herschel vertelt ons dat Newton aan zijn opvolgers de taak overliet om uit zijn ontdekking de wetenschappelijke conclusies te trekken. Hoe de hedendaagse wetenschap het voorrecht heeft misbruikt om haar nieuwste theorieën op de wet van de zwaartekracht te bouwen, ziet men in als men bedenkt hoe diep religieus die grote man was.
546: Stel dat aantrekking en zwaartekracht moeten worden opgegeven ten gunste van de idee dat de zon een enorme magneet is – een theorie die al door enkele natuurkundigen wordt aanvaard – een magneet die werkt op de planeten, zoals men nu van de aantrekkingskracht aanneemt. Waarheen of hoeveel verder zou dat de sterrenkundigen brengen? Geen stap verder. Kepler kwam bijna 300 jaar geleden tot deze ‘merkwaardige hypothese’. Hij had de theorie van de aantrekking en afstoting in de Kosmos niet ontdekt, want die was al bekend sinds de tijd van Empedocles. Deze noemde de twee tegengestelde krachten ‘haat’ en ‘liefde’ – en dit komt op hetzelfde neer. Maar Kepler gaf een tamelijk goede beschrijving van het kosmische magnetisme. Dat zo’n magnetisme in de natuur bestaat, is even zeker als dat zwaartekracht niet in de natuur bestaat; in ieder geval niet zoals de wetenschap die onderwijst, die nooit rekening hield met de verschillende manieren waarop de tweevoudige kracht – die het occultisme aantrekking en afstoting noemt – binnen ons zonnestelsel, de atmosfeer van de aarde en daarbuiten in de Kosmos kan werken9. Dit werd door Newton zelf bewezen, want er zijn in ons zonnestelsel veel verschijnselen waarvan hij toegaf dat hij deze niet door de wet van de zwaartekracht kon verklaren.
9) ‘De trans-solaire ruimte’, zo schrijft de grote Humboldt, ‘vertoont tot nu toe geen enkel verschijnsel dat analoog is aan ons zonnestelsel. Het is een eigenaardigheid van ons stelsel, dat de materie zich hierin verdichtte tot ringvormige nevels, waarvan de kernen zich verdichten tot aardbollen en manen. Ik zeg nogmaals, iets dergelijks is tot nu toe nooit buiten ons planetenstelsel waargenomen.’ (Zie Revue Germanique van 31 dec. 1860, art. ‘Lettres et conversations d’Alexandre Humboldt’.) Het is waar dat, sinds in 1860 de nevelvlektheorie ontstond en deze beter bekend werd, enkele overeenkomstige verschijnselen buiten het zonnestelsel zouden zijn waargenomen. Toch heeft de grote man volkomen gelijk en zijn er geen aardbollen of manenbehalve in schijn – buiten ons zonnestelsel, of van dezelfde soort stof als men in ons stelsel vindt. Zo luidt de occulte leer.
547: Maar we zouden de critici van de middeleeuwse sterrenkundigen willen vragen, waarom Kepler voor het geven van dezelfde oplossing als Newton voor heel onwetenschappelijk moet worden uitgemaakt, terwijl hij zich alleen maar oprechter, consequenter en zelfs logischer toont. Wat is toch het verschil tussen het ‘almachtige wezen’ van Newton en de rectores van Kepler, zijn siderische en kosmische krachten, of engelen? Kepler wordt ook bekritiseerd om zijn ‘merkwaardige hypothese, die uitgaat van een wervelende beweging in het zonnestelsel’, om zijn theorieën in het algemeen en om zijn positieve houding tegenover Empedocles’ denkbeeld van aantrekking en afstoting en in het bijzonder van ‘zonnemagnetisme’.
548: Op deze theorie rust veel meer een taboe door de ‘geest’ die er een plaats in krijgt dan door iets anders. Herschel de oudere geloofde er ook in en verscheidene hedendaagse wetenschappers eveneens. Niettemin verklaart prof. Winchell, dat ‘in oude of moderne tijden geen hypothese is opgesteld die fantastischer is en minder in overeenstemming met de eisen van de fysische beginselen’. (World-Life, blz. 554.)
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 8 Leven, kracht of zwaartekracht (p. 585):
Het occultisme beantwoordt deze vragen bevestigend en eens zal de wetenschap ontdekken dat dit zo is.
Hunt schrijft verder op bladzijde 156:
‘Maar als we leven – levenskracht – als een vermogen beschouwen dat veel verhevener is dan licht, warmte of elektriciteit en dat inderdaad in staat is een overheersende macht over hen alle uit te oefenen’ (dit is zuiver occult) . . . ‘dan zijn we ongetwijfeld geneigd met tevredenheid die speculatie te bezien die veronderstelt dat de fotosfeer de oorspronkelijke zetel van de vitale kracht is, en met dichterlijk genoegen die hypothese te beschouwen, die de zonne-energieën met het leven in verband brengt.’
585/586: Zo hebben we een belangrijke wetenschappelijke bevestiging voor een van onze fundamentele leerstellingen, nl. (a) dat de zon de voorraadschuur van de vitale kracht is, die het noumenon van elektriciteit is; (b) dat uit zijn geheimzinnige, nooit te doorgronden diepten die
levensstromen voortkomen, die door de Ruimte en door het organisme van ieder levend wezen op aarde trillen. Want lees wat een andere eminente natuurkundige zegt, die dit (ons levensfluïdum) ‘zenuw-ether’ noemt. Verander een paar zinnen in het artikel waarvan nu passages volgen, en u heeft nog een quasi occulte verhandeling over levenskracht. Deze keer is het opnieuw dr. B.W. Richardson, F.R.S., die zijn opvatting over ‘zenuw-ether’ geeft in de Popular Science Review, Deel X, blz. 380-3, evenals hij dat deed over ‘zonnekracht’ en ‘aardkracht’:
‘De gedachte die men met deze theorie probeerde over te brengen is, dat er tussen de moleculen van de stof, vast of vloeibaar, waaruit de zenuwstelsels en feitelijk alle organische delen van een lichaam zijn samengesteld, een verfijnde ijle tussenstof bestaat, damp- of gasvormig, die de moleculen in een toestand houdt die geschikt is voor inwerking op elkaar en voor schikking en herschikking van vorm. Dit is een
middenstof, waardoor alle beweging wordt overgebracht, waardoor het ene orgaan of deel van het lichaam in verbinding wordt gehouden met andere delen, en waardoor de levende buitenwereld in verbinding staat met de levende mens: een tussenstof die het door haar aanwezigheid mogelijk maakt de verschijnselen van het leven aan te tonen; wanneer zij geheel afwezig is, is het lichaam feitelijk dood . . . . . . .’
590/591: Dan leest men in de Bhagavadgītā (hfst. vii) dat de godheid (of Krishna) zegt:
‘. . . Slechts enkelen kennen mij echt. Aarde, water, vuur, lucht, ruimte (of ākāśa, aether), denkvermogen, begrip en egoïsme (of de waarneming van dit alles op het gebied van de illusie) . . . Dit is een lagere vorm van mijn natuur. Weet (dat er) een andere (vorm van mijn) natuur (is), hoger dan deze, die bezield is, o jij met de machtige armen! en waardoor dit Heelal wordt ondersteund . . . Aan mij is dit alles geregen, zoals rijen parels aan een snoer (Mundakopanishad, blz. 298) . . . Ik ben de smaak in het water, o zoon van Kunti! Ik ben het licht van de zon en de maan. Ik ben . . . het geluid (‘d.w.z. de occulte essentie die aan al deze en aan de andere eigenschappen van de verschillende genoemde dingen ten grondslag ligt’, HPB), in de ruimte . . . de geurige lucht van de aarde, de schittering in het vuur . . . , enz.’
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 10 De kracht van de toekomst - Haar mogelijkheden en onmogelijkheden (p. 611):
Moeten wij zeggen dat kracht ‘bewegende stof’ of ‘stof in beweging’ en een manifestatie van energie is, of dat stof en kracht de gedifferentieerde aspecten van de verschijnselen zijn van de ene oorspronkelijke, ongedifferentieerde kosmische substantie?
625: Maar wat is deze ‘nieuwe kracht’, of hoe de wetenschap haar ook mag noemen, waarvan de gevolgen niet zijn te ontkennen, zoals wordt erkend door meer dan één natuurkundige, die het laboratorium van Keely heeft bezocht en persoonlijk getuige is geweest van de geweldige gevolgen. Is deze kracht ook een ‘bewegingsvorm’ in het luchtledige, omdat er afgezien van geluid geen stof is om haar op te wekken? Geluid is ongetwijfeld ook een ‘bewegingsvorm’, een gewaarwording die evenals kleur door trillingen wordt veroorzaakt. Zo zeker als we geloven dat deze trillingen de onmiddellijke oorzaak van zulke gewaarwordingen zijn, zo volstrekt verwerpen we de eenzijdige wetenschappelijke theorie dat men geen enkele factor mag beschouwen als buiten ons staand, behalve etherische en atmosferische trillingen12.
Er wordt een aantal transcendentale oorzaken in beweging gebracht – als men het zo mag zeggen – bij het optreden van deze verschijnselen waarvan, omdat ze niet in verband staan met ons beperkte waarnemingsgebied, alleen de spirituele vermogens van de adept hun bron en hun aard kunnen achterhalen en begrijpen. Het zijn, zoals Asklepios het tegenover de koning uitdrukte, ‘onlichamelijke lichamelijkheden’ – zoals die ‘in de spiegel verschijnen’, en ‘abstracte vormen’ die wij in onze dromen en visioenen zien, horen en ruiken. Wat hebben de ‘bewegingsvormen’, licht en ether hiermee te maken? Toch zien, horen en ruiken we ze en raken ze aan, dus zijn ze in onze dromen net zo werkelijk voor ons als ieder ander ding op dit gebied van maya.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 11 Over elementen en atomen (p. 627):
De hedendaagse natuurkunde heeft, toen zij aan de Ouden haar atoomtheorie ontleende, één punt, het belangrijkste van de leer, vergeten; daarom kreeg zij alleen de schil en zal nooit tot de kern kunnen doordringen. Zij liet, toen zij de fysieke atomen overnam, het veelbetekenende feit buiten beschouwing dat van Anaxagoras tot Epicurus, de Romein Lucretius en tenslotte zelfs tot Galileo, al die filosofen min of meer in BEZIELDE atomen geloofden, niet in onzichtbare deeltjes van zogenaamde ‘redeloze’ stof. Volgens hen werd een draaiende beweging opgewekt door grotere (lees meer goddelijke en zuivere) atomen die andere atomen naar beneden trokken, terwijl de lichtere gelijktijdig omhoog werden gestuwd. De esoterische betekenis hiervan is de eeuwig cyclische neergaande en opstijgende curve van gedifferentieerde elementen door intercyclische fasen van bestaan, totdat elk opnieuw zijn uitgangspunt of geboorteplaats bereikt.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 13 De moderne nevelvlektheorie (p. 652):
Met dit laatste heeft het occultisme niets te maken. De occulte kosmogonie zou zich alleen kunnen bezighouden met de theorieën van geleerden als Kepler, Kant, Oersted en Sir W. Herschel, die geloofden in een spirituele wereld, en zij zou kunnen proberen daarmee tot een bevredigend compromis te komen. Maar de opvattingen van die natuurkundigen verschilden enorm van de meest recente denkwijzen. Kant en Herschel speculeerden in hun geest over de oorsprong en de uiteindelijke bestemming, maar ook over de tegenwoordige toestand van het Heelal, gezien vanuit een veel filosofischer en psychischer standpunt. Daarentegen verwerpen de moderne kosmologie en sterrenkunde alles wat in de richting gaat van onderzoek naar de geheimen van het bestaan.
Tenslotte publiceerde dit tijdschrift in 1811 de beroemde hypothese van de eminente sterrenkundige Sir W. Herschel over de omzetting van de nevelvlekken in sterren (zie Philosophical Transactions van 1811, blz. 269 e.v.), waarna de nevelvlektheorie door de koninklijke academies werd aanvaard.
652/653: Men kan in Five Years of Theosophy op blz. 245 een artikel vinden, getiteld ‘Ontkennen de adepten de nevelvlektheorie?’ Het daar gegeven antwoord is: ‘Nee, zij ontkennen haar algemene stellingen niet, en ook niet dat de wetenschappelijke hypothesen de waarheid benaderen. Ze ontkennen slechts zowel de volledigheid van de huidige theorie, als de volkomen onjuistheid van de vele zogenaamd ‘onhoudbaar gebleken’ oude theorieën, die elkaar tijdens de laatste eeuw zo snel hebben opgevolgd.’
Dit werd destijds als ‘een ontwijkend antwoord’ betiteld. Zo’n gebrek aan eerbied voor de officiële wetenschap, zo redeneerde men, moet worden gerechtvaardigd door het aanbieden, ter vervanging van de orthodoxe speculatie, van een andere theorie, die vollediger is en met een steviger grondslag. Hierop is maar één antwoord; het is nutteloos opzichzelfstaande theorieën te geven over dingen die behoren tot een volledig en samenhangend stelsel en die, als ze van het voornaamste deel van de leringen werden losgemaakt, noodzakelijk hun essentiële samenhang zouden verliezen en dus van geen nut zouden zijn als men ze onafhankelijk zou bestuderen. Om de occulte opvattingen over de nevelvlektheorie te kunnen waarderen en aanvaarden, moet men het hele esoterische kosmogonische stelsel bestuderen. En de tijd is nauwelijks aangebroken dat men van de sterrenkundigen kan vragen om fohat en de goddelijke bouwers te aanvaarden. Zelfs de ontegenzeglijk juiste vermoedens van Sir W. Herschel, die niets ‘bovennatuurlijks’ hadden, dat de zon (misschien) overdrachtelijk een ‘vuurbol’ kan worden genoemd, en zijn vroegere beschouwingen over de aard van wat nu de wilgenbladtheorie van Nasmyth wordt genoemd – leidden ertoe dat om die grootste van alle sterrenkundigen slechts werd geglimlacht door andere, minder grote collega’s, die in zijn denkbeelden alleen maar ‘ingebeelde fantastische theorieën’ zagen en zien. Voordat men het hele esoterische stelsel zou kunnen bekendmaken en dit door de sterrenkundigen zou worden gewaardeerd, zouden zij moeten terugkeren naar enkele van die ‘verouderde denkbeelden’, niet alleen naar die van Herschel, maar ook naar de dromen van de oudste hindoesterrenkundigen, en zouden zij hun eigen theorieën moeten prijsgeven, die niet minder ‘fantastisch’ zijn omdat zij later ontstonden: in het ene geval bijna 80 jaar en in het andere geval vele duizenden jaren later. Vóór alles zouden zij hun opvattingen dat de zon vast is en gloeiend heet, moeten verwerpen; want de zon ‘gloeit’ ontegenzeglijk, maar ‘brandt’ niet. Dan wordt er met betrekking tot de opvattingen van Sir W. Herschel meegedeeld, dat die ‘objecten’, zoals hij de ‘wilgenbladeren’ noemde, de onmiddellijke bronnen van het licht en de warmte van de zon zijn.
656/657: ‘Daarom zeggen zij (de adepten) dat de grote geleerden van het westen, die . . . nagenoeg niets weten van komeetstof, middelpuntvliedende en middelpuntzoekende krachten, de aard van de nevelvlekken of de fysieke samenstelling van de zon, de sterren of zelfs de maan, onvoorzichtig zijn om met zoveel zelfvertrouwen te spreken over de ‘centrale massa van de zon’, die planeten, kometen en wat al niet de ruimte in slingert . . .’
‘Wij beweren dat hij (de zon) alleen het levensbeginsel ontwikkelt, de ziel van die lichamen, dat hij dit in ons zonnestelsel als de ‘universele levengeverschenkt en terugontvangt . . . in oneindigheid en eeuwigheid; dat het zonnestelsel evengoed de microkosmos van de ENE macrokosmos is, als de mens dit eerstgenoemde is in vergelijking met zijn eigen kleine zonnekosmos.’
658: Heeft de nevelvlektheorie geholpen het probleem op te lossen, zelfs als zij alleen wordt toegepast op lichamen die als onbezield en stoffelijk worden beschouwd? Wij zeggen: beslist niet. Welke vorderingen heeft zij gemaakt na 1811, toen het artikel van Sir W. Herschel, dat voor het eerst feiten gaf die op waarneming waren gebaseerd en dat het bestaan van nevelvlekstof aantoonde, de ‘zonen’ van de Royal Society liet ‘juichen van vreugde’? Daarna heeft een nog grotere ontdekking de verificatie en bevestiging van de veronderstelling van Herschel door middel van spectraalanalyse mogelijk gemaakt. Laplace had de een of andere oorspronkelijke ‘wereldstof’ nodig om het denkbeeld van een voortgaande wereldevolutie en groei te bewijzen. Hier is het, zoals het tweeduizend jaar geleden werd aangeboden.
661: ‘Op zijn hoogst’, merkt C. Wolf8 op, ‘zou de nevelvlekhypothese, met W. Herschel ter ondersteuning van haar stellingen, kunnen wijzen op het bestaan van planetaire nevelvlekken in verschillende graden van verdichting, en van spiraalvormige nevelvlekken met verdichtingskernen in de uitlopers en in het centrum9. Maar de kennis over wat de nevelvlekken met de sterren verbindt, is ons nog ontzegd; en omdat we niet beschikken over rechtstreekse waarnemingen, wordt ons zelfs belet deze vast te stellen, al is het maar op grond van analogie in de scheikundige samenstelling.’
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 14 Krachten – bewegingsvormen of intelligenties? (p. 666):
De beweging in de gedifferentieerde stof van wat oorspronkelijk de ruimte vulde – de ruimte was – moet de oorsprong zijn geweest van de tegenwoordige bewegingen van de hemellichamen, en deze oorspronkelijke stof ‘verdichtte zich tot die lichamen en verliet zo de ruimte die nu leeg blijkt te zijn’. Met andere woorden, diezelfde stof waaruit nu de planeten, de kometen en de zon zelf zijn samengesteld, heeft, nadat zij zich in het begin tot deze lichamen had gevormd, haar inherente eigenschap van beweging bewaard; deze eigenschap, die nu in hun kernen is geconcentreerd, leidt alle beweging. Er is maar een heel kleine verandering van woorden nodig en enige aanvullingen, om hieruit onze esoterische leer te maken.
De laatstgenoemde leert dat deze oorspronkelijke prima materia, goddelijk en intelligent – de directe uitstraling van het Universele Denkvermogen, de daiviprakriti (het goddelijke licht dat voortkomt uit de logos2) – de kernen van al de ‘zelf-bewegende’ bollen in de Kosmos vormde. Zij is de bezielende, altijd aanwezige drijfkracht en het levensbeginsel, de levende ziel van de zonnen, manen, planeten en zelfs van onze aarde.
668/669: De occultisten staan in hun overtuigingen dus niet alleen. Eigenlijk zijn ze ook niet zo dwaas dat ze zelfs de ‘zwaartekracht’ van de hedendaagse wetenschap tegelijk met andere fysische wetten verwerpen en in plaats daarvan aantrekking en afstoting aannemen. Bovendien zien ze in deze twee tegengestelde krachten slechts de twee aspecten van de universele eenheid, die men ‘het zich manifesterende denkvermogen’ noemt. In deze aspecten neemt het occultisme door middel van zijn grote zieners een ontelbare menigte werkzame wezens waar: kosmische Dhyāni-Chohans, wezens waarvan de essentie in haar tweevoudige natuur de oorzaak is van alle aardse verschijnselen. Want die essentie is één in substantie met de universele elektrische oceaan, die het LEVEN is; en omdat zij, zoals gezegd, tweevoudig is – positief en negatief – zijn de emanaties van die tweevoudigheid nu op aarde werkzaam onder de naam ‘bewegingsvormen’. Want zelfs tegen het woord kracht kan men bezwaar gaan maken uit vrees dat het iemand zelfs maar in gedachten ertoe zou brengen deze van de stof te scheiden! Het tweeledige gevolg van die tweevoudige essentie wordt nu, zoals het occultisme zegt, de middelpuntzoekende en de middelpuntvliedende kracht genoemd, de negatieve en positieve polen of polariteit, warmte en kou, licht en duisternis, enz.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 17 De dierenriem en zijn ouderdom (p. 718/719):
‘Alle mensen zijn geneigd een hoge dunk van hun eigen begripsvermogen te hebben en vast te houden aan hun opvattingen’, zegt Jordan, en terecht voegt hij eraan toe: ‘En toch worden bijna alle mensen geleid door de opvattingen van anderen, niet van henzelf; en men kan met meer recht zeggen dat zij hun meningen overnemen, dan dat zij die zelf vormen.’

De Geheime Leer Deel II Stanza 4 Schepping van de eerste rassen (p. 109):
In het macrokosmische werk heeft de ‘HAMER VAN DE SCHEPPING’ met zijn vier rechthoekig omgebogen armen betrekking op de voortdurende beweging en omwenteling van de onzichtbare Kosmos van krachten. In het werk van de gemanifesteerde Kosmos en onze aarde wijst hij op de draaiing van de wereldassen en de equatoriale gordels daarvan in de cyclussen van de tijd; de twee lijnen die de swastika vormen betekenen geest en stof, terwijl de vier haken de rondgaande beweging van de cyclussen aanduiden. Toegepast op de microkosmos, de mens, laat hij deze zien als een schakel tussen hemel en aarde: de rechterhand aan het eind van een horizontale arm is opgeheven, de linkerhand wijst naar de aarde. In de Smaragden Tafel van Hermes staat op de opgeheven rechterhand het woord ‘Solve’ gebeiteld en op de linker het woord ‘Coagula’. Het is tegelijkertijd een alchimistisch, kosmogonisch, antropologisch en magisch teken, met zeven sleutels tot de innerlijke betekenis ervan. Het is niet te veel gezegd dat de ingewikkelde symboliek van dit universele en meest suggestieve van alle tekens de sleutel bevat tot de zeven grote mysteriën van de Kosmos. Geboren in de mystieke opvattingen van de oude Ariërs en door hen geplaatst op de drempel van de eeuwigheid, op de kop van de slang Ananta, vond het zijn geestelijke dood in de scholastieke interpretaties van de middeleeuwse antropomorfisten. Het is de alfa en de omega van de universele scheppingskracht, die zich ontwikkelt uit zuivere geest en die eindigt in grove stof. Het is ook de sleutel tot de cyclus van de wetenschap, goddelijk en menselijk; en wie zijn volle betekenis begrijpt, is voor altijd bevrijd van de strikken van mahamaya, de grote illusie en misleider.
Geheime Leer Deel II, hoofdstuk 22 De symboliek van de mysterienamen IAO en Jehova (p. 639):
Nu is het oorspronkelijke stelsel, het dubbele teken dat ten grondslag ligt aan het denkbeeld van het kruis, geen ‘menselijke uitvinding’, want de kosmische ideatie en de geestelijke voorstelling van de goddelijke ego-mens zijn er de basis van.
Geheime Leer Deel II, hoofdstuk 24 Het kruis en het pythagorische tiental (p. 653):
Op het hogere gebied is het getal geen getal, maar een nul – een CIRKEL. Op het lagere gebied wordt het één – een oneven getal. Elke letter van de oude alfabetten had haar filosofische betekenis en raison d’être; het getal I betekende bij de ingewijden van Alexandrië een rechtopstaand lichaam, een levende rechtopstaande mens, omdat hij het enige dier is dat dit voorrecht heeft. En door aan de I een hoofd toe te voegen, werd deze omgevormd tot een P, een symbool van vaderschap, van het scheppende vermogen; terwijl de R een ‘zich bewegende mens’ betekende, iemand die op weg is.
655: De eerste massieve figuur is het viertal, het symbool van de onsterfelijkheid. Het is de piramide: want de piramide staat op een driehoekig, vierkant of veelhoekig grondvlak en eindigt met een punt aan de top; zo brengt zij het drietal en het viertal voort, of de 3 en de 4. De pythagoreeërs onderwezen het verband en de betrekking tussen de goden en de getallen – in een wetenschap die arithmomantie wordt genoemd. De ziel is een getal, zeiden zij, en beweegt uit zichzelf en bevat het getal 4; en de geestelijke en lichamelijke mens is het getal 3, omdat het drietal voor hen niet alleen het oppervlak, maar ook het beginsel van de vorming van het stoffelijke lichaam voorstelde. Zo waren de dieren slechts drietallen, de mens alleen was een zevental, als hij deugdzaam was; een vijftal wanneer hij slecht was, want:
Het getal 5 was samengesteld uit een tweetal en een drietal; dat tweetal bracht alles met een volmaakte vorm in wanorde en verwarring. De volmaakte mens, zeiden zij, was een viertal en een drietal, of vier stoffelijke en drie onstoffelijke elementen; deze drie geesten of elementen vinden we ook in 5, als deze de microkosmos voorstelt. Deze laatste is een samenstelling van een tweevoud dat rechtstreeks in verband staat met de grove stof, en van drie geesten: ‘want 5 is de slim bedachte vereniging van twee Griekse accenten ‘, geplaatst boven klinkers die al of niet moeten worden geaspireerd. Het eerste teken ‘ wordt de ‘sterke geest’ of hogere geest genoemd, de geest van god, geaspireerd (spiratus) en geademd door de mens. Het tweede teken ’ – het lagere – is de geest van de liefde, die de secundaire geest voorstelt; het derde omvat de hele mens. Het is de universele quintessens, het levensfluïdum of het leven.’ (Ragon.)
660: Het achttal of de 8 symboliseert de eeuwige en spiraalvormige beweging van de cyclussen, de 8, ∞, en wordt op zijn beurt gesymboliseerd door de Mercuriusstaf. Het geeft de regelmatige ademhaling van de Kosmos aan, bestuurd door de acht grote goden – de zeven uit de oorspronkelijke moeder, de ene en de triade.
Geheime Leer Deel II, hoofdstuk 2 De voorouders die de wetenschap aan de mensheid biedt (p. 765):
Nu oppert Haeckel, terwijl hij de theorie van Darwin wijzigt, ‘op een heel aannemelijke manier’, zoals de schrijver van de Modern Zoroastrian denkt, 'dat niet de identieke atomen, maar hun bijzondere bewegingen en manier van aggregatie zo (door erfelijkheid) zijn overgebracht’.
Wanneer Haeckel of een andere wetenschapper meer wist over de aard van het atoom dan nu het geval is, zou hij de zaak niet op deze manier hebben verbeterd. Want hij zegt, in meer metafysische taal dan Darwin, precies hetzelfde. Het levensbeginsel of de levensenergie, dat alomtegenwoordig, eeuwig en onvernietigbaar is, is als noumenon een kracht en een BEGINSEL, maar als verschijnsel bestaat het uit atomen. Het is een en hetzelfde, en ze kunnen niet als gescheiden worden beschouwd, behalve in het materialisme18.
18) In ‘De transmigratie van de levensatomen zeggen wij, om een standpunt dat maar al te vaak verkeerd wordt begrepen nader te verklaren: ‘Het is alomtegenwoordig . . . hoewel (op dit gebied van manifestatie) vaak in een sluimerende toestand – zoals in een steen. De omschrijving die zegt dat, wanneer het verband tussen deze onverwoestbare kracht en de ene groep atomen (moleculen hadden we moeten zeggen) wordt verbroken, deze kracht onmiddellijk door andere wordt aangetrokken, betekent niet dat zij de eerste groep volledig loslaat (omdat de atomen zelf dan zouden verdwijnen); maar alleen dat zij haar vis viva of levenskracht – de energie van beweging – naar een andere groep overbrengt. Maar uit het feit dat zij zich in de volgende groep manifesteert als dat wat kinetische energie wordt genoemd, volgt niet dat deze geheel aan de eerste groep wordt onthouden; want zij is er als potentiële energie of sluimerend leven nog in aanwezig’, enz. Wat kan Haeckel nu met zijn ‘niet identieke atomen, maar hun bijzondere beweging en manier van aggregatie’ anders bedoelen dan dezelfde kinetische energie, die wij hebben verklaard? Vóór hij deze theorieën ontwikkelde, moet hij Paracelsus hebben gelezen en Five Years of Theosophy hebben bestudeerd, zonder echter de leringen behoorlijk in zich op te nemen.

Grondslagen der Esoterische Wijsbegeerte, Deel II Hoofdstuk 46 bevat een andere met het bovenste, middelste kwadrant vergelijkbaar diagram:

Dit is een heel algemeen diagram, maar het toont wel hoe de tien element-beginselen functioneren: het goddelijke, het zuiver stoffelijke en het tussenliggende viertal. Maar om praktische redenen kunnen de tien beginselen van de mens, denk ik, het best worden verdeeld zoals in het diagram hierboven.
Eerst komt natuurlijk de hoogste of goddelijke driehoek, een figuur die voor zichzelf spreekt. Vervolgens verdelen we het tussenliggende viertal in twee duaden. Bedenk alstublieft dat deze samengestelde tekening een symbolisch diagram is, dat uitsluitend wordt gebruikt om de zaak aanschouwelijk te maken. We hebben hier dus evenals eerst, bovenaan de goddelijke triade; dan de duade van de monade, ofwel âtma-buddhi. Dan de tweede of persoonlijke of astrale duade, manas en kâma. Vervolgens daaronder de omgekeerde driehoek, die slechts het voertuig, het lichaam, voorstelt – dat wil zeggen het sthûla-sarîra en het linga-sarîra en de prâna’s.

 

Madam Helena Petrovna Blavatsky somt ook een aantal benamingen op als refererend aan een en dezelfde zaak. Zo zouden onder meer 'de Akasha van de hindoe-adepten', 'het astrale licht van Eliphas Levi', 'het heilige vuur van Zoroaster' en 'het braambos van Mozes' naar hetzelfde verwijzen. Volgens haar vormde de Akasha als astraal licht ook de Anima Mundi. Zij identificeert Akasha met het vijfde universele kosmische beginsel, (waarvan Ether de grofste vorm is). 'In haar hoger aangezicht is zij de Ziel van de Wereld, in haar lager De Vernietiger.'
Universele ether (Blavatsky), het astrale licht, het siderische licht (Paracelsus), wereldziel of anima mundi (Plato), collectief onbewuste (C.G. Jung), alkahest of het universele oplosmiddel (alchemie), 'Great Memory' of 'Racial Memory (W.B. Yeats), 'Reflecterende Ether' (Eliphas Levi), 'Æther of the Wise' of 'Yesod' (Dion Fortune).

====

Samenvatting (5Ddenkraam, Eeuwige wederkeer, Zo binnen, Zo buiten, Leven en Dood)

De Mahatma Brieven: Geest, leven, stof, zijn geen natuurlijke beginselen die onafhankelijk van elkaar bestaan, maar de gevolgen van combinaties die door de eeuwige beweging in de Ruimte worden voortgebracht. (BRIEF No. 23B p. 172)
. . The assumption that the mind is a real being, which can be acted upon by the brain and which can act on the body through the brain, is the only one compatible with all the facts of experience. --George T. Ladd, in the Elements of Physiological Psychology
Stelling: Kenniscreatie is de kerncompetentie van de universiteit als lerende organisatie. Academisch onderwijs dient daarom gericht te zijn op kennisverwerving, onderzoeken en visievorming (Boudewijn Smits in zijn dissertatie Loe de Jong (1914-2005). Historicus met een missie).

Terwijl de Natuurkunde op zoek is naar de bronnen van zwaartekrachtsgolven, richt de theosofie zich op de oerbron, lees de instandhouder. Het basisprincipe van complementariteit dat al door Heraclitus naar voren is gebracht heeft op de ‘eenheid der tegendelen’ (Enantiodromie of 'These + Antithese = Synthese', Trimurti) het overbruggen van tegenstellingen betrekking.

Met behulp van de 'Bewustzijnsschil' (Zielkunde) beoogt het rapport 'E i V' aan het oplossen van het raadsel wat is bewustzijn een steentje bij te dragen. Het referentiekader, het 5Ddenkraam van de evolutionaire 'Bewustzijnsschil' en het gezichtspunt van de Unificatietheorie hebben vrijwel dezelfde uitkomst als het boek In Einsteins achtertuin van Amanda Gefter opgeleverd. De problemen in de financiële sector zijn hoofdzakelijk ontstaan omdat wetenschappers de verborgen 5e dimensie, de Kwintessens in het rapport 'E i V', het 5Ddenkraam buiten hun referentiekader hebben geplaatst. We leven allen in ons eigen referentiekader. Het 5Ddenkraam is op het oeroude ether-paradigma gebaseerd.

De paren van tegenstellingen ‘1 + 7’, ‘2 + 6’ en ‘3 + 5’ brengen de 'Spiegelsymmetrie en het Complementariteitsbeginsel' tot uitdrukking. Het Ene manifesteert zich als het vele door een proces van emanatie (emanationisme). De ‘8’ wordt door de lemniscaat weergegeven.

Het antahkarahna van de pelgrim op aarde staat in verbinding met kosmische energie (fohat) in de hemel (devachan). Mystici hebben beter begrepen dan politici, hoe de wereld, de éne werkelijkheid echt in elkaar zit. Maar de moraal van het verhaal is dat in elk mens schuilt ook een politicus. Het gaat er uiteindelijk om regisseur te worden van je eigen leven.

Het rapport ‘E i V’ kiest voor de interdisciplinaire aanpak - de middenweg tussen de twee kanten van één medaille Geestkunde en Natuurkunde - de wisselwerking (wederkerigheid) tussen psychologie, sociologie, filosofie en ethiek of de synthese van wetenschap, religie en filosofie en kunst. Contrast maakt het mogelijk het leven, de synthese tussen 'Geestkunde - Zielkunde - Natuurkunde - Kunst', de essentie van het balansmechanisme beter te begrijpen.

In het rapport ‘E I V’ staat religie in het bijzonder voor levenskunst, de moraal van het verhaal, te worden ingewijd in de oude mysteriën. Manus Visser hoopt de oplossing van het raadsel van de zwaartekracht nog mee te maken. Maar wat betreft de definitieve oplossing moeten we eerder in millennia dan in decennia rekenen.

In de menselijke natuur wijst het kwade alleen op de polariteit van stof en geest, een strijd om het bestaan tussen de twee gemanifesteerde beginselen in Ruimte en tijd; deze beginselen zijn uit zichzelf één, omdat ze zijn geworteld in het Absolute. In de Kosmos moet het evenwicht bewaard blijven. De werkingen van de twee tegengestelden brengen harmonie voort, evenals de middelpuntzoekende en middelpuntvliedende krachten, die onderling afhankelijk en voor elkaar noodzakelijk zijn – ‘opdat beide kunnen leven’. Indien de ene wordt tegengehouden, zal de werking van de andere onmiddellijk tot zelfvernietiging leiden.

Het gezichtspunt dat in het boek In Einsteins achtertuin (p. 321) van Amanda Gefter wordt besproken leent zich voor verder onderzoek: ‘Hoe dan ook, ADS/CFT-dualiteit was de perfecte belichaming van Susskinds holografisch principe. Etc.
In ADS/CFT is er een wiskundige een-op-een-aansluiting tussen het vijfdimensionale binnenste van de ruimte en de vierdimensionale grens, dus aan de hand van de wiskunde kun je, gegeven elk object of fysisch proces in de ruimtetijd met een hogere dimensie, de exacte tegenhanger op de grens vinden. Dat wierp een fascinerende vraag op: wat is de tegenhanger met een lagere dimensie van een zwart gat? Zwarte gaten zijn gemaakt van zwaartekracht, maar in Maldacena’s model is er geen zwaartekracht op de grens.'

Een duurzame en sociale wereld van Kate Raworth is niet nieuw, maar heeft betrekking op de complementariteit tussen de levensboom en de boom van goed en kwaad in Genesis 3 22, maar ook op het boek Als jouw leven een cirkel is, waar sta je dan? van Inez van Oord. De unificatietheorie, het universele mechanisme, het universele en eeuwige perpetuum mobile, dat aan deze wederkerigheid ten grondslag ligt wordt door het antropisch principe, de passiviteit van de natuurconstanten tot uitdrukking gebracht. De passiviteit van de natuurconstanten in ons heelal staat tegenover de groepsdynamiek in een organisatie, de groepsdynamiek in de samenleving, binnen een natiestaat en buiten een stelsel van natiestaten.

Het is fysici nog niet gelukt de zwarte gaten hypothese, donkere energie of donkere materie te onderbouwen. Wel bevinden de natuurconstanten zich op de grens, de interacties tussen elementaire deeltjes. In het kader van de relatie tussen Licht en Duisternis komt de vraag naar voren hoe constant zijn de natuurconstanten?

In het onderzoeksrapport ‘E i V’ is de absolute - en relatieve ruimtetijd (Ongemanifesteerd en Gemanifesteerd) - de absolute ruimtetijd (wormgat) van de hemel en relatieve ruimtetijd op aarde - analoog aan het vijfdimensionale binnenste van de ruimte en de vierdimensionale grens. Of anders gezegd 'absolute - en relatieve ruimtetijd' (5D-concept en Lemniscaat) illustreren het ‘en-en’/’of-of’ mechanisme (dualiteit van 'Golven en Deeltjes', Demon est deus inversus), het ‘Veilig en Verdoemd’ (p. 324,326, 337, 425) van Amanda Gefter.

Het continuüm van onbewust onbekwaam naar onbewust bekwaam van de humanistische psychologie Maslow laat zien hoe vaardigheden kunnen worden geoefend. Het gaat er eerst om bewust te worden waarvan je je niet bewust bent. De opgebouwde conditioneringen, karmische formaties (als de restanten van alles wat we gedacht, gevoeld, gezien en gedaan hebben) moeten eerst worden herkend. Integratie vindt plaats wanneer op- en ontlading catharsis gelijkmatig gebeurt. Het leert je regisseur te worden van je eigen leven.

Gerrit Teule: Geest en ziel zijn de binnenkant van elektromagnetisme en elektromagnetisme is de buitenkant van geest en ziel.

Nieuwsbrief 107 11 september 2014: Tegenwoordig menen velen ten onrechte aan dat bestaan van Aether zou zijn gefalsifieerd. Niets is minder waar. Albert Einstein heeft dat weliswaar geprobeerd, maar zijn redenering is niet alleen weerlegd; het bestaan van Aether is vervolgens ook nog eens feitelijk aangetoond (link).
Er is dus alle reden om na ongeveer drie eeuwen eindelijk afscheid te gaan nemen van het idee dat gravitatie een afzonderlijke natuurkracht zou zijn. Dat wat gravitatie wordt genoemd is niets anders dan een effect van de centripetale kracht genaamd magnetisme, die wordt veroorzaakt door de centrifugale kracht genaamd elektriciteit.

Wellicht dat dit onderzoek aan het fenomeen annihilatie, Scheppen en Vernietigen, meer duidelijkheid verschaft? Uiteindelijk gaat het er om het inzicht Ripples in Spacetime van bétawetenschappers met die van alfawetenschappers, zoals het inzicht The Point of View of the Universe van Peter Singer c.s. te verbinden.

Zowel Blavatsky, Krishnamurti, Jung als Teilhard de Charden laten los van elkaar zien dat er in het universum een zelfreinigend vermogen zit verscholen. Door een individueel leerproces, bewustzijnsgroei is het mogelijk dat we ons met dit principe verbinden. Het probleem van het ego, de 'Unificatietheorie en Snaartheorie' (twéé kanten van een medaille) omvat de Theorie van alles, de universele quintessens, die in De Geheime Leer van Blavatsky wordt uitgewerkt. Blavatsky beoogt slechts een oplossingsrichting aan te reiken.

De wederkerigheid (reciprociteit) tussen de horizontale - en vertikale cirkel, de lemniscaat symboliseert de relatie tussen geest en lichaam, tussen ongemanifesteerd en gemanifesteerd. Het brengt de ‘theorie van de ark van Noach’, de 49 fasen van actief bestaan, de theosofische leer van zeven Rassen en zeven Ronden, de twéé kanten van een medaille, het mysterie van het leven tot uitdrukking. Of met andere woorden de ark van Noach is een geestelijk voertuig dat door de lemniscaat, de eeuwige wederkeer wordt gesymboliseerd.

In het rapport ‘E i V’ draait het om de drie krachten 'Übermensch, Wil tot macht en Eeuwige wederkeer', die in het boek Also sprach Zarathustra tot uitdrukking worden gebracht.

De in de kosmos verborgen repeterende patronen zijn al door Vyâsadeva in zijn boek Bhagavad Gita onderkend en door misschien wel een van de grootste radicale vernieuwers H.P. Blavatsky in een nieuw perspectief geplaatst. De intuïtieve kennis van de verborgen krachten, de herhalende patronen in de natuur worden in het oeuvre van Ervin Laszlo en van Wim van den Dungen opnieuw tot uitdrukking gebracht.
Ervin Laszlo & Anthony Peak laten in hun boek
Onsterfelijke geest wetenschap en de continuïteit van bewustzijn buiten de hersenen zien dat door te bewijzen dat bewustzijn aan de basis van de kosmos ligt en bovendien onsterfelijk is in de diepere, niet gematerialiseerde sfeer, dat het doel van het bewustzijn is om zich te manifesteren in levende wezens om op deze wijze voortdurend te evolueren.
* Onderzoekt bevindingen over het voortbestaan van bewustzijn buiten het leven om, met inbegrip van bijna-doodervaringen, communicatie na de dood en reïncarnatie.
* Legt uit hoe dit juist correleert met de allerlaatste natuurkundige theorieën over superstrengen, informatievelden en energiematrices.
* Onthult hoe bewustzijn zich in levende wezens manifesteert om haar evolutie voort te zetten.

Het is struisvogelpolitiek om de door Ervin Laszlo in zijn boek Het Chaospunt gesignaleerde vijf stuwende krachten te ontkennen en de wal het schip te laten keren. De hamvraag is nu of politici en wetenschappers bereid zijn over hun eigen schaduw te springen? Ervin Laszlo beoogt met zijn boeken een paradigmawisseling te bevorderen.

Om de door Ervin Laszlo gesignaleerde vraagstukken tijdig en adequaat op te lossen is een bewustzijnsverandering nodig. Bewustzijnsverandering begint bij jezelf, het ken uzelve en is onlosmakelijk verbonden met dat van andere mensen en de éne werkelijkheid. Om een grotere tweedeling, de toenemende sociale ongelijkheid in de maatschappij tegen te gaan is een collectieve bewustzijnsverandering, een cultuuromslag, een ommekeer in het denken nodig.

Ervin Laszlo boek Het Akasha-veld, Verbinding en geheugen in kosmos en bewustzijn (p. 134):
Sir Roger Penrose omschrijft de geboorte van ons universum als een ‘eenmaligheid’ waarin de wetten van de fysica niet langer geldig zijn.
145: De werking van het subtiele maar reële A-veld verklaart de non-lokaliteit van niet alleen de kleinst meetbare bestanddelen van het universum, maar ook die van de grootste waarneembare structuren ervan. Het verklaart de coherentie van levende organismen én hun coherentie met de omgeving waarin ze leven en evolueren.

Het Chaos-in-orde & orde-in-chaos van Wim van den Dungen hangt met Spinoza's Deus sive natura samen.

Wim van den Dungen: Levenskracht (ongedifferentieerde Chaos)
Metafysisch kunnen we speculeren over de mogelijkheid van een 'force active' (Leibniz), of 'entelechie' (Driesch), 'élan vital' (Bergson), 'vitaal principe' (Hahnemann), 'creativity' (Whitehead), 'morfogenetisch veld' (Sheldrake), 'etherisch dubbel' (theosofie), 'ch'i' (taoïsme), 'prâna' (yoga) of 'vitale kracht'.
Chaos-in-orde & orde-in-chaos zijn de relatieve, verbindende termen die in het denken over chaos zeer vaak gemist worden. Door orde te statisch te denken (beweging eraan ondergeschikt te maken) bleef de chaospool verdrongen. Door chaos te dynamisch te denken, kon de quasi-coherentie van proto, quasi-, & volstrekte chaos niet aan de oppervlakte komen. Het was noodzakelijk om het materiebegrip te herzien.

Het bewijzen van het Higgsdeeltje heeft vele miljarden gekost en nu ligt er de uitdaging aan de metafysica, de keerzijde van de medaille, de onderliggende eenheid in verscheidenheid, de diepere samenhang te ontcijferen. Hoe richten we onze levensenergie, de oplossingsrichting, die aan het Higgsdeeltje ten grondslag ligt wordt door de esoterie gratis aangeboden. Anders gezegd de oplossingsrichting, de eenheidsvisie, de ‘E i V’ weerspiegelt het Higgsdeeltje, het Godsdeeltje. Maar wat het Higgsdeeltje is voor de Natuurkunde is het Tibetaanse dodenboek voor de Geestkunde. Onze levensenergie, het Bodhisattvapad maakt het mogelijk te verenigen dat wat het Higgsdeeltje, de vier bij vier matrix, de symmetrie van het standaardmodel heeft doorbroken.

De crux van 'Welzijn en Welvaart' (Kwaliteit en Kwantiteit) is hoe richten wij onze levensenergie (levenskracht, oerbron, levensbron, 'donkere energie') om de geestelijke gezondheid te bevorderen? Of anders gezegd wat bezielt ons? Of hoe voorkomen we dat onze carrièrepolitici (of banencarroussel, de blinde vlek van Rutte Martin Sommer Volkskrant 4 juni 2016 p. 17) gebakken lucht verkopen of met andere woorden "na ons de zondvloed!" beleid verkopen? Het betekent dat we ook met de keerzijde van de medaille rekening houden. De route die we in het leven bewandelen, dus hoe wenden we onze energie aan en het doel - zingeving van het leven - een duurzame samenleving (rentmeesterschap) bevorderen, zijn één en hetzelfde.
Maar volgens Matthew Flinders, auteur van het boek Defending Politics: Why Democracy Matters in the 21st Century ligt de fout namelijk grotendeels bij de burger, die een vertroebeld beeld heeft van politiek en politici. In het bijzonder de jongste generatie, die geen herinneringen heeft aan onderdrukking en oorlog, is cynisch en onverschillig geworden ten aanzien van de verworvenheden van de democratie. Een ‘governing paradox’ is het gevolg: politici moeten steeds meer beloven om gekozen te worden, maar kunnen die beloftes door de veranderende rol van de politiek in de samenleving steeds minder waarmaken.

De 'Derde weg' heeft in het onderzoeksrapport 'E i V' op de relatie tussen 'Chaos - Gaia - Eros' en het Eeuwig 'Goede - Ware - Schone', op de synthese tussen 'vrouwelijk en mannelijke' energie (aantrekken en afstoten) betrekking.

De mannelijke en vrouwelijke energie in het universum wordt door de 'cirkel met punt' (‘grenzeloze cirkel’ (de nul)), de Hermeneutische Cirkel gesymboliseerd. Het gaat er om de verbanden tussen 'Geestkunde - Zielkunde - Natuurkunde en Kunst' te versterken. Of met andere woorden het gaat om de relatie tussen voelen en denken, het vrouwelijke en het mannelijke, de rechter - en linkerhersenhelft van het brein.

Het aantrekken en afstoten, de polaire spanningsverhouding tussen het mannelijke en het vrouwelijk of de bipolaire stoornis op aarde hangt mystiek met de aantrekking en afstoting in het universum samen. Door de eeuwen heen zijn het geestelijke leiders en filosofen, in het bijzonder de mystici die voor het menselijk tekort oplossingen aanreiken. Waarop stel je in de maatschappij prijs altruïsme of egoïsme? Hoe een permanente structurele cultuurverandering te bewerkstelligen? Het ligt dan voor de hand dat in de 21e eeuw spiritualiteit en politiek weer met elkaar worden verbonden.

Fay van Ierland: Over bestuderen van De Geheime Leer, ook De Mahatma Brieven: je moet nieuwe hersenpaden maken. Dat aanmaken van die nieuwe hersenpaden, daarbij wordt een oude manier van denken, op jezelf gericht, vervangen door ontvangend denken. Waarbij je denken iets kan opvangen wat je laat zien, wat je inzicht geeft, in wat zij je aangeven. Zonder die verandering in je denken kun je er eigenlijk niets van begrijpen.

Empedocles: Dit spel van aantrekkende en afstotende krachten gebeurt bij toeval en noodzakelijk, en in een kringloop. Deze kringloop heeft plaats in een zogenaamd perfect meetkundig lichaam: een bol. Op een bepaald moment zijn de elementen volledig vermengd door liefde. Dan worden zij door haat geleidelijk weer gescheiden (vuur en lucht gaan naar de buitenkant van de bol), om vervolgens door liefde weer verenigd te worden en naar de begintoestand terug te keren. Er is dus een voortdurende strijd en aantrekking tussen de krachten van liefde en haat, waarbij ze elkaar in heerschappij afwisselen. Empedocles' dynamisch concept van een kosmogonie waarbij de elementen steeds opnieuw weerkeren en nieuwe samenstellingen vormen, noemen we een cyclisch universum.

De medaille met twéé kanten, heeft een keerzijde, de dubbelganger (ferouer, alter-ego, maskerkwadrant). Het maskerkwadrant maakt het weloverwogen eigenbelang, het egoïsme zichtbaar en laat zien dat we in een loop (schizofrenie) terecht kunnen komen wanneer we niet meer met onze spirituele bron zijn verbonden.

Amanda Gefter boek In Einsteins Achtertuin (p. 395):
‘E r lijkt een ingrijpende verandering op til in de kosmologie. Misschien zelfs een paradigmaverschuiving, van een godperspectief naar het perspectief van één enkele waarnemer. Denk je dat dat inderdaad zo is?’ ‘Ja’, zei Susskind. ‘Ik denk dat dat idee steeds meer aanhang krijgt. Maar het is soms ook zinvol om de boel vanuit het globale perspectief te bekijken.’
De oplossing die voor de mysterieuze donkere materie wordt gezocht hangt met de metafoor dubbelganger ‘Veilig en Verdoemd’ (p. 326, 337, 425) in het boek van Amanda Gefter samen.

De tegenstellingen ‘Licht en Schaduw’ (dubbelleven), die Carl Jung onderkend komen in de tweenaturenleer, de 'emanatie van God' (Ferouer: goddelijke dubbelganger) tot uitdrukking.

Het samenbundelende principe de grens van een grens dat door Amanda Gefter op p. 349 of de grens van de grens p. 506 wordt verwoord komt verdacht veel met de drie manifestaties van fohat - eenheid van alle eenheden DGL Deel I p. 467) of eenheid van eenheden DGL Deel I p. 698) of eenheid weerspiegeld in alle eenheden en elke eenheid DGL Deel II p. 668) - overeen. Amanda Gefter onderbouwt als ontisch structureel-realist (p. 171, 322, 437) het literaire meesterwerk van Blavatsky.

Niet alleen hypothesen van de natuurkunde, maar ook hypothesen van de geestkunde berusten op creativiteit. Het grote verschil is dat de stellingen van de natuurkunde, zoals bijvoorbeeld het Higgsdeeltje kunnen worden geverifiëerd. De stellingen van de geestkunde gelden voor een individu en een collectief - we leven allen in ons eigen referentiekader (Amanda Gefter) - en worden door er is niets nieuws onder de zon, de eeuwige wederkeer van de geschiedenis onderbouwd. Om dichter bij de waarheid te komen volgt het onderzoeksrapport ‘E i V’ de middenweg, de oplossingsrichting van de Axis Mundi.

De ’grens van de grens‘, ’eenheid van eenheden‘ en ’ruimte van de ruimte’ zijn metaforen die door het ‘en-en’/’of-of’ mechanisme worden gesymboliseerd. De wisselwerking tussen ‘cultuuroverdracht en cultuuruitwisseling’, ‘informatieoverdracht en informatieuitwisseling’, ‘energieoverdracht en energieuitwisseling’ en in het bijzonder ‘levensoverdracht en levensuitwisseling’ geven ons een beter zicht op wat is zwaartekracht.

Om de waarheid dichter te benaderen maken zowel Amanda Gefter, als Trudy Dehue en Marja de Vries (Indiase fabel hoe zes blinde mannen een olifant betasten) van de metafoor van de olifant gebruik. In de theosofie is het ‘menselijk tekort’ (‘Goed en Kwaad’) juist de grondslag voor de ‘menselijke evolutie’. Om een creatieve oplossing te bedenken schreef Edward de Bono Six Thinking Hats.

Het verhaal over de uittocht van het joodse volk uit Egypte en hun zoektocht door de woestijn naar het beloofde land is een metafoor voor het leven, die met behulp van de levensboom wordt gesymboliseerd. Het is een lange weg, waarop je door vallen en opstaan het leven ontdekt. Het boek De Bijbel als Schepping van Friedrich Weinreb is op de getallensymboliek van Pythagoras gebaseerd. Of zoals Jos Quak in zijn scriptie Stichters in crisis stelt: ' Bij Boeddha draaide de crisis om de confrontatie met de vergankelijkheid en bij Mohammed om de morele identiteit van het bovennatuurlijke wezen dat aan hem verschijnt. Zowel bij Boeddha als bij Mohammed maken de crisiselementen deel uit van een proces dat bedoeld is om de crisis op te lossen.'

De theosofie gaat ervan uit dat er een rechtvaardigheidsmechanisme (wet van harmonie analoog aan de wet van vergelding) een zelfreinigend vermogen in het universum zit ingebakken. De wet tot behoud van energie speelt daarbij een cruciale rol. Alle levensvormen zijn aan de Universele Wet van karma, ten goede of ten kwade onderhevig. Als we standvastig blijven in juist denken en juist handelen, voor de hoofdroute kiezen, zal aan het immense lijden in de wereld geleidelijk een einde komen. Boeddhisme kan worden gezien als de ‘oplossing’, die Boeddha na intense meditatie over de vraag van het lijden, heeft ontvangen. Het Boeddhisme maakt gebruik van de allegorie ‘Karma en Sangha’ en het Hindoeïsme van ‘Karma en Dharma’. In de kabbala neemt En-Soph de plaats van het heilige, het onkenbare Sangha en Dharma in.

De éne werkelijkheid heeft betrekking op de wederkerigheid tussen Zo binnen, zo buiten en Zo boven, zo beneden, die op basis van het zelfbewustzijn, het Reflexief Bewustzijn met behulp van de lemniscaat tot uitdrukking kan worden gebracht. Om de éne werkelijkheid te duiden maakt Ken Wilber van het "Wilber-Combs-rooster" gebruik.

Benjamin Adamah schrijft in zijn boek Nulpunt Revolutie over Adam Kadmon ons zuiver negentropische alter ego (p. 61).

Als de persoonlijkheden (lagere manas of stoffelijke denkvermogens) uitsluitend door hun hogere alter ego’s zouden worden geïnspireerd en verlicht, dan zou er weinig onvolmaaktheid in de wereld zijn (H.P. Blavatsky Een toelichting op de De geheime leer: stanza’s I-IV p. 60). Zwaartekracht of levenskracht heeft op levensenergie, het levensatoom (levenszaad) betrekking. Levitatie laat zien dat het mensen op aarde is gelukt om de zwaartekracht op te heffen.

H.P. Blavatsky Isis ontsluierd (p. 24):
Maar de zwaartekracht wordt in veel gevallen opgeheven, onder andere door levitatie van personen en levenloze voorwerpen; hoe verklaren we dit? De toestand van ons fysieke lichaam hangt volgens de theürgische filosofen grotendeels af van de werking van onze wil. Indien deze beheerst is, kunnen er ‘wonderen’ geschieden; onder andere een verandering van deze elektrische polariteit van negatief naar positief; de relaties van de mens met de aardmagneet zouden dan afstotend worden, en ‘zwaartekracht’ zou voor hem niet meer bestaan. Het zou voor hem dan even natuurlijk zijn om de lucht in te vliegen tot de afstotende kracht zich heeft uitgeput, als het tevoren was om op de grond te blijven.

H.P. Blavatsky Een toelichting op de De geheime leer: stanza’s I-IV
113/114: Vr. Wilt u ons vanuit het occulte standpunt enige uitleg geven van wat de ‘wet van de zwaartekracht’ wordt genoemd?
De wetenschap zegt dat het verschijnsel van de beweging van de planeten het gevolg is van de werking van twee krachten, de ene middelpuntzoekend, de ander middelpuntvliedend, en dat een lichaam, dat omlaag valt langs een lijn die loodrecht staat op het oppervlak van stilstaand water, dat doet door de wet van de zwaartekracht of middelpuntzoekende kracht. Hiertegen kunnen onder meer de volgende bezwaren van een geleerde occultist worden ingebracht.

René Meijer boek De Ether Bestaat! (p. ii):
In die aanvankelijke aantrekking tot elkaar waardoor er leven wordt verwekt, er schepping is, en er daarna ook weer afstoting of vernietiging is, is er dus sprake van zowel een cyclisch als een lineair aspect van de beweging van de materie die we als de werking van de tijd omschrijven.
In feite betreft het twee effecten van de werking van de tijd die er zijn als fundamentele natuurkrachten:
de expanderende en de contraherende kracht; de centrifugale en de centripetale kracht, de middelpuntvliedende en de middelpuntzoekende kracht van de lineaire en de cyclische tijd.

Volgens Ilya Prigogine, de vader van de chaostheorie, doet de mens meer dan het gegevene herhalen. Tijd is verandering. De ervaring van de pijl van de tijd en van de creativiteit is waar het in het leven om draait. Om de concrete natuur te benaderen heb je een holistische (interdisciplinair) aanpak nodig, die ieder reductionisme overstijgt. Dat is een nieuw paradigma.

Top van publieke sector moet fors inleveren (p. 12) en het salaris overzicht (p. 24/25) in de Volkskrant van 19 juli 2014 laat zien wat het fêteren van topmanagers en topbestuurders heeft opgeleverd. Het is niet verwonderlijk dat Govert Schilling in zijn artikel Sluipmaterie in de Volkskrant van 19 juli 2014 (p. 32/33) signaleert dat: ‘Ondertussen weet eigenlijk niemand meer hoe het nu verder moet.’
De vraag die gesteld kan worden is in hoeverre hangen de veel besproken debacle’s Enron, Parmalat, Ahold, Shell, Betuwelijn en HSL, de vernieuwingen in het onderwijs (Het Nieuwe Leren) en de kredietcrisis met de organisatiecultuur samen? Elk probleem heeft specifieke kenmerken, maar er kan ook van een generiek patroon worden gesproken. In bedrijven waar het misgaat wordt vaak het spel van de 'dubbele’, de verborgen politieke agenda gespeeld.

Verzoening (Kader Abdolah column Volkskrant 4 januari 2010)
Khamenei staat nu op een punt waarop hij een historische beslissing moet nemen.

Kader Abdolah De paus (Volkskrant 28-12-2009), einde van de column:
Mozes mocht als mens God niet zien, waar staat Jezus?
Wie Jezus ziet, ziet de Vader (Joh 14,9).’ Wow!
Tegen deze achtergrond moeten we het slot van de proloog van het Johannesevangelie lezen: ‘Niemand heeft ooit God gezien, maar de eniggeboren God, die nu rust aan het hart van de Vader, Hij is de gids en de weg geweest.’
Gisteren waren er veel demonstraties in Iran. Er zijn opnieuw doden gevallen in Teheran. Wat een jonge dappere generatie!

Er is een cultuuromslag nodig om een nieuwe manier van samenwerken te creëren, die niet alleen op het marktmechanisme van produceren en consumeren is geënt. Religies hebben in Nederland hun greep voor een belangrijk deel verloren. Volgens een in de systeemleer bekende regel ‘Garbage in - garbage out’ is het voor het verkrijgen van de gewenste uitvoer nodig eerst de invoer te veranderen. Het leven bestaat niet alleen uit consumeren, de Stof, maar zoals de wijsheidsboeken ons eerder hebben laten zien ook uit de Geest. Ons voortbestaan is sterk afhankelijk of we bereid zijn met de keerzijde van de medaille, de geestkunde rekening te houden. Of met andere woorden een nieuw paradigma, een andere geesteshouding te accepteren.

Het rapport ‘E i V’ kiest voor de interdisciplinaire aanpak - de middenweg tussen de twee kanten van één medaille - de wisselwerking (wederkerigheid) tussen psychologie, sociologie, filosofie en ethiek of de synthese van wetenschap, religie en filosofie en kunst. In het rapport ‘E I V’ staat religie in het bijzonder voor levenskunst, de moraal van het verhaal. Er kan wel degelijk van een zelfreinigend vermogen worden gesproken, twee kanten van één medaille, twee convergerende lijnen die op diverse bewustzijnsniveaus, zowel op microniveau (individueel), als op macroniveau (collectief), bij elkaar kunnen komen.

Het 5Ddenkraam laat net als de levensboom en het enneagram zien dat het goede nieuws is dat er een zelfregulerend vermogen [homeostase (sociologie) of (fysiologie)] in het universum zit ingebakken. Het gaat er om de schijnwaarheden in het leven, de ingebakken clichés te demystificeren.

De controverse tussen wetenschappers hangt met hun referentiekader samen en de vraag wat is leven? van Erwin Schrödinger. De mensheid houdt zich al millennia bezig om de kloof tussen probleem en oplossing te verkleinen. Primair draait het om vanuit welk perspectief (perception management), welke levensbeschouwing naar een vraagstuk wordt gekeken. Voor de commissie-de Wit heeft Wim Kok laten zien dat het vraagstuk van de dubbele petten (Nieuwe Testament: Niemand twee heren kan dienen) minder eenvoudig ligt dan veelal wordt gedacht. Het probleem hangt ook samen met het vernieuwde beginselprogramma van de PvdA, dat in 2005 onder leiding van Wouter Bos tot stand is gekomen. Dit programma houdt geen rekening met het boek De utopie van de vrije markt van Hans Achterhuis. De controverse tussen wetenschappers, lees de mens maakt het mogelijk de waarheid een stapje dichterbij te brengen.

Van der Hoeven (Volkskrant 28 oktober 2009): Ik maak me zorgen over het korte termijn winstbejag dat hier en daar overheerst. Een gebrek aan ethisch en moreel handelen is mede oorzaak geweest van de economische crisis. Haar opmerkingen zijn de werkgevers Bernard Wientjes, Loek Hermans en Albert Jan Maat in het verkeerde keelgat geschoten. Van der Hoeven gaat met de onderwijswereld overleggen over cursussen ethiek bij managementopleidingen (Volkskrant 30 oktober 2009). Door haar vrijwel kritiekloze en kleurloze politieke opstelling etaleert Van der Hoeven zich op ethisch terrein als een lege huls. Dit in tegenstelling tot wat je van een CDA politicus in het kader van goed rentmeesterschap zou mogen verwachten. Of met andere woorden wat is precies de toegevoegde waarde van deze minister? Van der Hoeven moet zelf voor haar falende overheidsbeleid verantwoordelijkheid nemen.

De geschiedenis laat een diversiteit aan innovatieve, interdisciplinaire grensoverschrijdende wetenschappers zien.
Pythagoras, Ammonius Saccas, Origenes, Dante Alighieri, Helena Blavatsky, Spinoza, Schelling, Nietzsche, Teilhard de Chardin, Einstein, Jung, Wittgenstein, Krishnamurti, David Bohm, Jean Charon en Ervin Laszlo zijn eminente wetenschappers die zich hebben bewogen op het snijvlak van natuur en cultuur. Op dit snijvlak gaat het echter niet primair om wetenschap versus geloof, maar eerder om de samenhang en wisselwerking tussen natuur – en menswetenchappen. Deze kengebieden kunnen wel onderscheiden, maar niet gescheiden worden. Het zijn twee verschillende, maar complementaire domeinen. Door beide als complementair te beschouwen ontstaat een completer zicht op de werkelijkheid. Het is wenselijk de tweespalt tussen de natuurwetenschappen en geesteswetenschappen te verkleinen. Vastgeroeste denkpatronen te doorbreken. Het domein van de materie met die van de energetische processen te combineren. Een ruimer denkmodel is nodig om op creatieve wijze (ideatie) de wereldvraagstukken op te pakken. Het zijn in het bijzonder de grenswetenschappers met een holistische visie die de samenleving een stapje verder brengen. Uiteindelijk draait het om de vraag welke leraar geeft je echt inspiratie?

Anna Lemkow boek Het Heelheid Principe
Hoofdstuk 11 De wereldreligies: Constanten en varianten (p. 242):
Het symbolische karakter van heilige geschriften betekent dat ze niet gewoon letterlijk genomen moeten worden. Het bijbelse verhaal van de Exodus, het verhaal van de reis naar het Beloofde Land, krijgt bijvoorbeeld een veel diepere betekenis en een ruimere toepasbaarheid als het allegorisch gelezen wordt als een reis in bewustzijn, of een evolutionaire reis – van innerlijke gevangenschap naar innerlijke vrijheid. Als zodanig is het inderdaad van toepassing op ieder mens en iedere maatschappij.
Het is door deze diepere lezing van de geschriften dat je je bewust wordt van de universaliteit of de innerlijke eenheid van de verschillende religies.

Om de evolutionaire kringloop van het universum waarin wij nu leven te illustreren maakt de theosofie van zeven ronden en zeven rassen, negenveertig vuren (krachten), de zevenvoudige ladder van goddelijk bewustzijn gebruik. Amanda Gefter (p. 495) heeft het over terugkeren, aufheben volgens Hegel. Vergelijkbare metaforen om de evolutie te duiden zijn zelfreinigend vermogen (catharsis), innerlijke ommekeer, pelgrimage, jakobsladder, levensladder, zevende poort en zeven hemelen. De ladder staat symbool voor de innerlijke verbinding (Axis Mundi) met God en hangt met de altijd onzichtbare, eeuwige en absolute ENE LEVEN (evolutie van alle levensvormen op aarde) samen.

De verborgen imaginaire 5e dimensie Axis mundi (five-dimensional space) gaat over de Kwintessens (moraal van het verhaal), de zingeving van het leven, in het rapport 'E i V'.

Simon Vinkenoog: De eenheid in oneindige verscheidenheid. De macro- en de microkosmos, en wij mensen precies in het midden daarvan aanwezig.

Epistemologie, wetenschappelijke kennis ontstaat door de integratie (Gnosis) van knower, het proces van knowing en know. Het samenvallen van de triade correleert met de uitspraak van Robbert Dijkgraaf dat de mens slechts een onmisbare schakel in de ultieme cirkelredenering is.
De waarnemer en het waargenomene zijn uiteindelijk één en hetzelfde. De carrièrre van Robbert Dijkgraaf is niet ongunstig beïnvloed door in het voetspoor te treden van Gerard ’t Hooft.

Robbert Dijkgraaf duidt met de mens als schakel tussen wetenschap en natuur op het fenomeen van waarnemer en waargenomene. Net als Simon Vinkenoog plaatst hij de mens in de ultieme cirkelredenering van de Eeuwige wederkeer centraal. Of met andere woorden (Wim van den Dungen Sepher Yetzirah): Indien we 'sepher' met ruimte en 'sephar' met tijd vergelijken, dan betreft 'sippur' (of 'communicatie') de 'quintessense' of 'vijfde dimensie'.
De controverse zit als het ware in het universum ingebakken. De oplossing van het probleem, de complementariteit hangt met de Eeuwige wederkeer van 'Copernicus en Nietzsche', er is niets nieuws onder de zon samen.

Fred Hoyle, beroemd maar omstreden astrofysicus, is overleden.
Tijdens de oorlog werkte Hoyle samen met Bondi en Gold aan militaire projecten. Uit discussies tijdens die periode ontstond zijn theorie van de Steady State of het stationair heelal. Die zou hij, samen met Bondi en Gold, blijven verdedigen "tegen" de bekende theorie dat het heelal ontstaan is uit een oerknal of "Big Bang". Hoyle was trouwens de uitvinder van de term "Big Bang", die hij in de vijftiger jaren ironiserend gebruikte tijdens een radio-interview voor de BBC (de naam verloor evenwel al snel zijn ironiserende betekenis).

Dit heeft wetenschappers uiteindelijk tot de conclusie gebracht: het lijkt wel alsof de werkelijkheid gemaakt is op menselijk leven. Dit is te boek komen te staan als het Antropisch Principe. Het antropisch principe stelt dat het universum precies zó is gemaakt dat het de voorwaarden schept waarin leven kan ontstaan.
De vraag die dan voor de hand ligt is "Door wie dan?". We zagen al dat Fred Hoyle door zijn bevindingen de uitspraak ontlokt werd dat een 'super-intellect' gedokterd had met de natuurkunde. Christenen, joden en moslims gniffelen natuurlijk een beetje als ze zo'n uitspraak horen. Zij stellen immers hun vertrouwen al duizenden jaren in een persoonlijke God, die zij de Schepper noemen en van wie de menen dat deze inderdaad een intelligentie moet bezitten die de mens vele, vele malen te boven gaat (en zeker niet beneden het gemiddelde IQ van 100 komt). Het antropisch principe sluit aan bij de christelijke traditie die Gods hand in de kosmos aan probeert te wijzen via de vergelijking: alles heeft een oorzaak, dus moet ook het heelal een oorzaak hebben.

Gleiser beschrijft in zijn boek Een scheurtje in de rand van de schepping eminente wetenschappers als Aristoteles, Pythagoras, Plato, Kepler en Pasteur, die ook in De Geheime Leer ter sprake komen. Door een aantal thema’s uit het boek van Gleiser aan de hand van De Geheime Leer van commentaar te voorzien komen een aantal omissies in zijn boek, met name wat betreft 'spontane generatie' (levenskracht) duidelijk naar voren.

Het ‘Hoe en Wat’ in de gemanifesteerde wereld staat tegenover het ‘Wat en Hoe’ in de ongemanifesteerde wereld. De éne werkelijkheid is dat het universum in het menselijke bewustzijn wordt weerspiegeld. De driehoek van Pythagoras en de categorieën van Aristoteles symboliseren al hoe de innerlijke wereld met de uiterlijke wereld (Binnen- en Buitenwereld), 'Wat en Hoe; Hoe en Wat' met elkaar worden verbonden.

In het onderzoeksrapport ‘E i V’ draait het om de verborgen 5e dimensie levenskracht, de Kwintessens. Elasticiteit, veerkracht in de gemanifesteerde wereld is analoog aan levenskracht in de ongemanifesteerde wereld. Net als Ervin Laszlo gaat Jean E. Charon uit van een levend Universum.

Elasticiteit (materiaalkunde) Veerkracht op Microscopische - en Macroscopische schaal
Op microscopisch niveau berust de stabiliteit van een vaste stof op een stabiele evenwichtspositie van atoomkernen. Hierbij bewegen de elektronen zich ofwel vrij tussen de kernen (scheikundigen spreken van een covalente binding) of hoofdzakelijk rond één kern (ionbinding). Met iedere mogelijke onderlinge positie van de atoomkernen komt een minimale kwantummechanische energietoestand van de elektronen overeen; deze minimale toestand bepaalt de potentiële energie van het geheel (kernen + elektronen). Een stabiel evenwicht betekent dat iedere kleine verandering van de positie van één of meer kernen, een verhoging van de potentiële energie vereist.
De veerkracht van materiaal op macroscopische schaal, die gepaard gaat met een kleine vervorming van het vaste lichaam, komt overeen met de gradiënt (ruimtelijke eerste afgeleide) van de energie.

Om de snaartheorie (M-theorie) te beschrijven maakt Edward Witten van zowel spiegelsymmetrie als van supersymmetrie gebruik. Om de unificatietheorie te belichten past het rapport ‘E i V’ ook beide principes toe, maar belicht spiegelsymmetrie en supersymmetrie (complementariteit) vanuit een ander gezichtspunt. Dit gezichtspunt is gebaseerd op het Standaardmodel, de C-, P- en T-symmetry. De T-symmetry wordt door de eeuwige duur, het eeuwige nu, de absolute tijd tot uitdrukking gebracht.
De M van de M-theorie staat voor Magic, Mystery of Matrix. Het rapport ‘E i V’ heeft het liever over White Magic, Occultisme, het contrast van Black Magic. Om de spiegelsymmetrie en de supersymmetrie in het universum te symboliseren maakt het rapport ‘E i V’ gebruik van een pedagogisch denkmodel, het zogenaamde Kompaskwadrant. Het Kompaskwadrant is net als de M-theorie van Edward Witten een multidimensionaal verklaringsmodel. De 10 Dimensies van het kompaskwadrant worden mede aan de hand van het Boek van de getallen verklaard. De tweede grondstelling brengt de integratie van polariteiten tot uitdrukking.

Lode Stevens Misschien nog vreemder is een versie van de Snaartheorie (superstringtheorie), de M-theorie.
In 1977 vatten de theoretische fysici alle kennis samen in het standaardmodel. Volgens dit model bestaat alle materie uit twee soorten deeltjes: quarks en leptonen. Daarnaast bevat het model nog krachtvoerende deeltjes. Er zijn zes quarks met wat wonderlijk aandoende namen up, down, charm, strange , top en bottom. Er zijn eveneens zes leptonen. Het bekendste is het elektron; daarnaast onderscheidt men nog de bosonen; het muon, het tauon, het elektronneutrino, het mounneutrino en het tauonneutrino. De quarks en leptonen worden gerangschikt in drie families. De drie families zijn kopieën van elkaar; ze verschillen alleen in massa. Gewone materie bestaat uitsluitend uit deeltjes van de lichtste familie. De andere deeltjes kunnen alleen in het laboratorium geproduceerd worden.
In de superstringtheorie, de M-theorie zijn elementaire deeltjes in feite golfachtige vibraties van uiterst dunne zogenaamde strings. Driedimensionale membranen (het ruimtelijk equivalent van een string) drijven hierin in de vijfde dimensie (tijd is de vierde dimensie). Parallele branen botsen (dit geeft een big bang) en drijven terug uit elkaar. Dit proces kan zich herhalen in een voortdurende cyclus van creatie en destructie. Maar laat ons wel wezen, alhoewel de superstringtheorie successen kent, die dan wel (nog) steeds louter theoretisch zijn, ontbreekt elk experimenteel bewijs.

De beschavingstransformatie die in het holos tijdperk plaats vindt bouwt op eerdere transformaties voort. De drie dimensies maken het mogelijk om het bewustzijn eindeloos te verruimen, je blik te verbreden en te vernieuwen. Welke dimensie laten we in het leven een centrale rol spelen? De singulariteit van het oneindige bewustzijn is een inzicht dat op een andere manier de samenhang en de totaliteit weergeeft.
De algemene relativiteitstheorie veronderstelt verder voor het huidige heelal minstens twee soorten singulariteiten: het centrum van een zwarte gaten en zogeheten naakte singulariteiten, dat wil zeggen de zichtbare tegenhangers van zwarte gaten (zonder gebeurtenissenhorizon). Van het bestaan van dit laatste verschijnsel is men niet geheel overtuigd, maar er zijn sterke aanwijzingen dat er behalve zwarte gaten inderdaad ook naakte singulariteiten bestaan.

In het 5Ddenkraam zijn 'Kosmogonie van Pythagoras en Antropogenese', de 'metafysica, het bovennatuurlijke en de fysica', 'geestkunde en natuurkunde', 'Bewustzijnsevolutie en Evolutietheorie', 'Unificatietheorie en Snaartheorie', twee complementaire kanten van één medaille. Het is het projectiemechanisme, de spiegelsymmetrie die beide met elkaar verbindt. Of met andere woorden door alleen beide kanten de ‘natuurwetenschappen + geesteswetenschappen’these + antithese = synthese - van de éne werkelijkheid te belichten komt de theorie van alles een stapje verder. Als we de zaken werkelijk willen veranderen dienen we aan het geestelijke kapitaal, de geestelijke gezondheid meer aandacht te besteden.

De psyche (reflexief bewustzijn) van de mens werkt als een spiegel. Het is deze spiegel die zorgt voor de golfbewegingen in de geschiedenis. Welke kant van de medaille, de aardse Tetrade (gemanifesteerde werkelijkheid) of de hemelse Triade (ongemanifesteerde werkelijkheid), laten we overheersen? Alleen wanneer we ons meer met de Triade verbinden komt de beschaving een stapje verder. Meer opties zijn er niet en dat was al bij Pythagoras (De Gulden Verzen van Pythagoras) bekend.

De éne werkelijkheid is dat het universum in het menselijke bewustzijn wordt weerspiegeld. De driehoek van Pythagoras en de categorieën van Aristoteles symboliseren hoe de innerlijke wereld met de uiterlijke wereld, religie en wetenschap, 'Wat en Hoe; Hoe en Wat' met elkaar worden verbonden.

Stelling: Het Akasha-veld vormt de basis voor ‘de integrale theorie van alles’, de unificatietheorie. In het onderzoeksrapport 'E i V' wordt om het ‘allesverbindende informatieveld’ te verklaren het Ether-paradigma gebruikt. Dit rapport wil aantonen dat de holos-beschaving een stapje dichterbij komt door de absolute waarheid (G. de Purucker: Drie stadia van het zien van Waarheid), de éne werkelijkheid als vast referentiepunt te kiezen.

In het rapport ‘E i V’ staat niet de discussie ‘Geest of Stof’, 'Aristoteles of Descartes', what’ s in a name centraal, maar de wederkerigheid (reciprociteit) tussen beide, het 'en-en'/'of-of' mechanisme (Alles divergeert en moet ook weer convergeren), de kwintessens. De ether definitie van Jan Börger representeert de basisbouwsteen, ’Complementariteit en Gebroken symmetrie’ (asymmetry), de 'positieve- en negatieve as' van het kernkwadrant van Daniel Ofman.

Het wiskundige model van de chaostheorie maakt het mogelijk het wiskundige model, de Tetractys, de driehoek van Pythagoras te ontcijferen (‘E i V’ hoofdstuk 7.2). Anderzijds toont John Major Jenkins in zijn boek Het einde van de Maya-kalender 2012 de Decodering van de Maya-kosmogenesis (kosmogonie).
Het ONKENBARE en het onbekende is de bron en oorzaak van al deze emanaties . . . De mens is de alfa en de omega van de objectieve schepping.

Cosmogenesis is the origin and development of the cosmos. This term "Cosmogenesis" was used by Helena P. Blavatsky to describe the content of Volume I of her two-volume The Secret Doctrine, published in 1888; volume II was called "Anthropogenesis" or the origin of humanity. Cosmogenesis is the term also used by the French Jesuit Priest and Scientist Pierre Teilhard de Chardin to describe the cosmological process of the creation of the Universe. Other processes included biogenesis and Noögenesis, culminating in an Omega Point
This principle, which describes the creation of the universe, can be detected in the Tao Te Ching (Daode Jing) as well.

Met behulp van het Zero-point field van Lynne McTaggart [verwante begrippen zijn ADS/CFT-dualiteit, Prima Materia or Chaos (cosmogony); Aether (classical element); Laya - het nulpunt; Etherisch dubbel (Linga Sarira); Mysterium Magnum (Paracelsus); Iliaster; Vector field Scalar field] kan de schepping van de Éne werkelijkheid worden verklaard.

Materie of stof is de bouwsteen waaruit de (waarneembare) wereld is opgebouwd.
In de relativiteitstheorie worden massa en energie aan elkaar gelijkgesteld, aangezien massa in energie kan worden omgezet (annihilatie) en energie in massa kan worden omgezet. Het zijn dus uitwisselbare eenheden, de massa-energierelatie geeft deze weer. Het op de plasma kosmologie gebaseerde SED (Stochastic electrodynamics) model biedt een nieuw perspectief hoe het energieniveau van atomen kan worden verhoogd (negentropie).

Chakras zijn zenuw plexussen of ineengevlochten zenuwnetwerken met talrijke communicatietakken. Elke chakra combineert een set van ruggengraatszenuwen om een specifiek gebied van het lichaam te bedienen. In Hindoe teksten is chakra een concept dat refereert naar wielachtige vortexen die volgens de Indische geneeskunde zouden bestaan aan de buitenkant van het etherische dubbel van de mens. De chakras zijn, zo zegt men, “krachtcentra” of energiespiralen die vanuit een punt op het fysieke lichaam de lagen van de subtiele lichamen doordringen in een steeds verder stijgende waaiervormige formatie. Deze roterende vortexen van subtiele materie worden aanzien als de lokale punten voor het ontvangen en doorgeven van energieën.

De ‘hemelse mens’, de gemanifesteerde logos, is hij de driehoek in het vierkant – de zevenvoudige kubus, niet de viervoudige, of het vlakke vierkant. Want in dezelfde ‘Grote heilige Vergadering’ staat geschreven: (83) ‘En hierover wensten de kinderen van Israël te weten, zoals er staat geschreven (Exodus xvii, 7): ‘Is het Tetragrammaton in ons midden, of het Negatief Bestaande?’ (Waar maakten zij onderscheid tussen microprosopus, die Tetragrammaton wordt genoemd, en macroprosopus, die ain wordt genoemd, Ain het negatief bestaande?)’9.
9) In de bijbel vereenvoudigd tot: ‘Is de Heer (!!) in ons midden, of niet?’ (Zie Exodus xvii, 7.)
De ‘hemelse mens’ (tetragrammaton) is Adam Kadmon.

Erik Verlinde ontvangt Spinozapremie voor zwaartekracht (Volkskrant 7 juni 2011)
De laatste jaren ben ik me helemaal gaan concentreren op de vraag wat zwaartekracht eigenlijk is. Het idee is dat het geen kracht is zoals die zomaar kleeft aan de materie. Zwaartekrcht is naar mijn idee iets dat voortkomt uit de organisatie en structuur van het universum. Het is een emergente grootheid, als de 'natheid van water': moleculen zijn niet nat, het geheel wel. Ik loop daar al tien jaar over na te denken, en het komt voor een belangrijk deel voort uit de snaartheorie waarin ik veel heb gedaan.
Wellicht zal op termijn blijken dat Erik Verlinde’s ‘zwaartekracht-informatie’ (Volkskrant 12 december 2009 en 21 mei 2011) complementair is aan het concept ‘in-formatie’ van David Bohm. Ernst Peter Fischer stelt dat de hele wereld communicatie is.

De vraag komt naar voren in hoeverre de materiële wereld, de 'natheid van water' die Erik Verlinde onderzoekt de kloof tussen de immateriële wereld van Laozi, 'De volledigheid is als water' zal overbruggen? Dit vraagstuk is analoog aan het hersenonderzoek en de controverse tussen Ramachandran en Swaab. Het rapport ‘E i V’ geeft een nieuw perspectief op een oud vraagstuk. Primair gaat het om de kwaliteit van het recept, de Nieuwe levensrichting, het AOS-concept, BON, het Vierde Model of Het Nieuwe Denken. Het rapport ‘E i V’ beoogt net als deze 'probleemgestuurde' modellen probleem en oplossing dichter bij elkaar te brengen. We zitten in ons eigen wereldbeeld gevangen. Het outside the box-denken komt centraal te staan.

De geschiedenis leert dat de oplossing van de unificatietheorie, het levensmysterie al millennia bekend is. Het hangt er alleen maar vanaf hoe je het probleem formuleert. Hoe selectief zijn we als waarnemer?

Al is dan volgens Ilya Prigogine de evolutie onomkeerbaar er wordt van uitgegaan dat het mogelijk moet zijn door creativethink het zelforganiserende vermogen positief te beïnvloeden en de evolutie daarmee op een hoger plan te brengen.
In navolging van Spinoza zei Einstein ooit tegen De Gaulle dat we marionetten zijn zonder dit zelf te beseffen. Een tunnelvisie, hokjesgeest houdt in dat bestuurders marionetten van het systeem kunnen worden.

Marcelo Gleiser ondersteunt als het ware de oplossingsrichting van de absolute waarheid van Blavatsky. In plaats van asymmetrie gebruikt het rapport ‘E i V’ het woord gebroken symmetrie.

Het leven is een wonder, het gaat ons begrip te boven. Voor we het 'wat en hoe' (reciprociteit) van de emergentie van het leven volledig begrijpen - waarbij we eerder in millennia dan in honderden jaren moeten denken - is het zeker nuttig de boodschap van Marcelo Gleiser (p. 299) ter harte te nemen:
"Mensen! Word wakker en red het leven, met alles wat je ter beschikking staat! Leven is zeldzaam. Vereer het, koester het, laat het voortduren, verspreid het door het universum. Dat is ons allerhoogste doel als de denkende geesten van de kosmos".

5D-concepten tonen het Hoe. De polariteit van ‘Goed en Kwaad’, het Wat zal immer een mysterie blijven. In de kern draait de beschaving om één medaille met twee kanten. Aan het ontcijferen van één kant van de éne werkelijkheid worden vele miljarden uitgegeven. De hamvraag is of het niet effectiever is miljarden te investeren in onderzoek dat gericht is op het behoud van het leven op aarde, dus om te voorkomen dat de vernietiging van biodiversiteit ongehinderd doorgaat, met de mogelijkheid van een klimaatcatastrofe in het verschiet. Of zou het ook niet beter zijn om een substantieel deel van de miljarden investeringen in de oorlogsindustrie voor het leven op aarde aan te wenden?

De oplossing van het vraagstuk waarmee de bewustzijnsevolutie of de natuurwet van cyclisch, evolutionair scheppen zich bezig houdt is al millennia bekend. De wisselwerking tussen geest en materie is een medaille met twee kanten, waarop zowel het Zelf-eon van Jean Charon, de bewustzijnsevolutie als de evolutietheorie van Darwin van toepassing zijn. De bewustzijnsevolutie, de ziel, de kern van de mens heeft op de absolute ‘Ruimte en Tijd’ (Einsteins kosmische Geest!) betrekking, daarentegen de evolutietheorie op de relatieve ‘Ruimte en Tijd’. De kwintessens van dit verhaal draait echter om survival of the fittest. Het dilemma van het leven ligt besloten in: Waar kiezen we nu voor? Het brengt de kwintessens, de moraal van dit verhaal tot uitdrukking. In de absolute ‘Ruimte en Tijd’ ontstaat er een potentiaalverschil van nul. De potentiaal op een plaats is een natuurkundige grootheid die op een bepaalde manier samenhangt met de kracht die een deeltje op die plaats ondervindt.

Zonder waarnemer (subject) is er geen waarneming en ook geen object. Waarnemer en waargenomene verhouden zich tot elkaar als subject tot object. Dit dualiteitsbeginsel is de veroorzaker van alle paren van tegenstelling, zoals goed, slecht, mooi, lelijk, lekker, vies, enzovoort. De aard van het (vorm)verschil tussen beiden bepaalt de reactie en een mogelijke aanpassing door de waarnemer. Het directe belang voor het maken van juiste keuzes zet aan tot een uiterst sterk vormbesef, terwijl door het verschil tussen subject en object in de beleving van de waarnemer een binnen- en een buitenwereld ontstaat.
De zoeker formuleert zijn doel. Zonder dat doel is er geen zoeker. De zoeker en het gezochte zijn één. Waarheid is de werkelijkheid van het waarnemende subject. Waarachtigheid is een uiting hiervan zolang het subject trouw blijft aan de eigen essentie. Men is spontaan, men heeft inzicht, men is vrij, enzovoort. Daar zit niets tussen, geen zelfbeeld of intellect, geen pose of inbeelding, niets.

P. Krishna VERKENNINGEN MET BETREKKING TOT DE LERINGEN VAN J. KRISHNAMURTI
De waarnemer staat niet los van het waargenomene, omdat wanneer ik naar mezelf kijk, dan is degene die naar binnen kijkt niet los van dat waarnaar hij kijkt. Ik ben niet los van de woede of het geweld, dat daar in mijn bewustzijn aanwezig is. Een eenvoudig voorbeeld van deze interactie zou zijn als je wilt zien hoe je gaat slapen. Je kijkt. Dus je ziet dat je denken vertraagt. Maar je kunt niet door en door zien hoe je in slaap valt, omdat de waarnemer, wanneer hij in slaap valt, niet meer in staat is waar te nemen! Dus er is een grote interactie tussen de waarnemer en het waargenomene. Wanneer je kijkt naar je begeerte, dan kleuren je begeerten je waarneming. Daarom is het zo moeilijk objectief te zijn. In de wetenschap is het heel eenvoudig objectief te zijn en je kunt iets herhalen en de waarnemer uitschakelen. Maar het is ook een beperking van de wetenschap dat als je de waarnemer uitschakelt, dan kan de wetenschap de waarnemer niet bestuderen! De wetenschapper bestudeert alle verschijnselen buiten hem, maar hij heeft de waarnemer daarbij uitgesloten.

De Geheime Leer Deel I, Stanza 7 De voorvaderen van de mens op aarde (p. 251):
‘Wanneer het zaad van de lichamelijke man is gestort in de vruchtbare bodem van de lichamelijke vrouw, kan dat zaad niet ontkiemen tenzij het is bevrucht door de vijf deugden (het fluïdum of de uitstraling van de beginselen) van de zesvoudige hemelse mens.’ Daarom wordt de microkosmos voorgesteld als een vijfhoek binnen de zeshoekige ster, de ‘macrokosmos’.

De ‘Merkwaardige lus’ is een besturingsmechanisme dat op een niveau en tussen niveaus werkzaam is. De lus kan met de lemniscaat van het kompaskwadrant worden vergeleken. Bij ‘Verstrengelde hiërarchie’ onderscheiden we niveaus als bewust versus onbewust, kwantitatieve as versus kwalitatieve as, individueel versus collectief leerproces. Op een niveau en tussen niveaus bestaan spanningsvelden. Bij een koppel kun je spreken over de band die ontstaat, terwijl bij groepen, grotere eenheden er sprake is van een sfeer, het hangt in de lucht, een cultuur. De niveaus zijn onderling verbonden, er vindt een wisselwerking plaats. De partner waarmee je samenleeft, de groep, de cultuur waar je deel van uitmaakt spelen een belangrijke rol bij de keuzes die je bewust of onbewust in het leven maakt.

Een guna is in de Indiase filosofie en spiritualiteit een fundamentele eigenschap of hoedanigheid van de natuur. (Het woord guna, uitgesproken "goena", is Sanskriet voor "hoedanigheid".) Er zijn drie guna's die aan de basis van de gereflecteerde werkelijkheid liggen en deze op een illusoire manier als (Maya) aan ons geestesoog doen voor komen.
Degene die bevrijding van de geest zoekt, hoeft niet te proberen de ene of de andere guna aan te hangen, maar moet het middel zoeken om van alle drie tegelijk los te komen.

Drs FC van Dongen Het Bewustzijn als Quantum-verschijnsel Een kritiek op de tijdsbeleving. ====

Zie ook:

Boeken:

Externe Links

<< vorige || volgende >>

Categorie: Artikelen | Rapport | Auteur: Harry Nijhof


Deze pagina werd sedert 16 dec. 2007 keer bekeken.