Deze filognostische presentatie is in aanbouw

1.4 Bewustzijnsevolutie

Jezus: Het Koninkrijk van God komt niet op waarneembare wijze. En men zal niet zeggen: Ziehier of ziedaar, want, zie, het Koninkrijk van God is binnen in u. (Lucas 17:20-21).
Machiavelli: Het is noodzakelijk dat iemand die een staat inricht en wetten ontwerpt, er bij voorbaat van uitgaat dat alle mensen slecht zijn. De mensen handelen alleen maar goed wanneer ze ertoe gedwongen worden.
Van de mensen kan men in het algemeen zeggen dat ze ondankbaar, wispelturig en huichelachtig zijn, dat ze wegvluchten voor gevaar en belust zijn op geldelijk gewin. Zolang je goed voor hen bent, staan ze volledig voor je klaar. En ze hebben hun bloed, hun bezit, hun leven en hun kinderen voor je over wanneer de noodzaak daartoe ver weg ligt. Maar wanneer deze dichterbij komt, keren zij je de rug toe.
Om zijn machtspositie te handhaven, is de heerser dikwijls genoodzaakt te handelen in strijd met de betrouwbaarheid, de barmhartigheid, de menselijkheid en de godsdienstigheid. En daarom is het nodig dat hij mentaal bereid is een andere koers te gaan varen als de grillen van het lot en de veranderende situaties hem dat voorschrijven. En hij moet het goede niet achterwege laten wanneer dat mogelijk is, maar van de andere kant moet hij in staan zijn over te stappen op het kwade wanneer de noodzaak hem daartoe dwingt.
H.P. Blavatsky: Theosofie is… de archaïsche wijsheidreligie, de esoterische doctrine, die ooit in elk oud, beschaafd land bekend was.
P.D. Ouspensky:
Het is principieel onmogelijk elkaar te begrijpen en tegelijkertijd het oneens te zijn.
Thomas Hardy: Om de wereld te kunnen verbeteren, moet je je volledig rekenschap geven van haar slechtheid.

Het 1e, 2e en 3e aanzicht vormen één geheel, éne werkelijkheid. Deze drie aanzichten (drie diemensionale ruimte) in dit hoofdstuk komen met drie aanzichten in hoofdstuk 7.4 en de drie aanzichten in de bijlage bij hoofdstuk 2.2.1 overeen. De drie aanzichten van een Kubus (Ruimte) brengen de kwantitatieve as, kwalitatieve as en de verticale as (Axis mundi, tijd-as) in het Kompaskwadrant tot uitdrukking.

Begrip en Onbegrip (Ken uzelve, Steen der wijzen, Hegel en Engels, Gebroken symmetrie)

Emil Cioran: Het is echter een heldere, cionareske paradox dat de mens juist vanwege de wil tot slagen een eindeloze reeks catastrofen achter zich laat: je manifesteren betekent je door een of andere vorm van volmaaktheid laten verblinden. Denken leidt tot niet-handelen. De utopie houdt volkeren jong en vitaal. Wijsheid maakt hem oud en futloos. Dat zag je al bij de Romeinen. Toen ze ten langen leste door contact met de Grieken beschaafd werden, sloeg de vermoeidheid toe en waren ze een gemakkelijke prooi voor de utopisch gedreven barbaren.
Wat we begrijpen noemen we wetenschap
Wat we niet begrijpen noemen we spiritualiteit

BEGRIJPEN Gedachten uit werken van Dr. G. S. Arundale (p. 4):
Begrijpen laat ons den Ene te midden van de vele zien en verscheidenheid als een zinnebeeld van de rijkdom van den Ene.

Begrijpen is volgens Spinoza de dingen zien in hun ‘logische afhankelijkheid’. Carl Jung noemde, een modaliteit die er eenvoudigweg is, zonder oorzaak, ‘acausale geordendheid’. Het begrip toeval (synchroniciteit) wordt in verband gebracht met ‘logische afhankelijkheid’ en ‘acausale geordendheid’ (Karma-Nemesis). Of met andere woorden we kunnen leren om het toeval (Amor fati: Liefde voor het lot) te begrijpen.
De lering van het afhankelijk ontstaan betreft zowel causaliteit als basispricipe, als de keten van wederzijds afhankelijk ontstaan, die laat zien hoe onwetendheid tot voortdurende wedergeboorte leidt.

Barbara Hannah, boek Jung zijn leven zijn werk (p. 319): Jung toonde aan dat synchronistische gebeurtenissen slechts een specifiek voorbeeld lijken te zijn van een veel breder natuurlijk beginsel, dat hij ‘acausale geordendheid’ noemde, een modaliteit die er eenvoudigweg is, zonder oorzaak, zoals in het geval van de discontinuïteiten in de fyica (de geordendheid van energiekwantums, nucleair verval enzovoort) of de natuurlijke getallen.

In zijn Phänomenologie des Geistes beschrijft Hegel de verschijningsvormen van de Geest. Hij beschrijft daarin de acht "Stufen" waarin via het bewustzijn zichzelf in het kennen overschrijdt naar de werkelijkheid:

I. Zintuiglijke zekerheid
II. Waarneming
III. Verstand
IV. Zelfbewustzijn (Heer en knecht)
V. Rede (Observatie van de natuur)
VI. Geest (Zedelijkheid en recht, vorming en moraliteit)
VII. Religie (Natuur, kunst en geopenbaarde religie)
VIII. Het absolute weten

Begrip kent volgens Ouspensky twee componenten kennis en zijn (ervaring, kies Taukompastheorie, Werking Taukompas, 2.2.1. Definities):
Hebben jullie wel eens meegemaakt dat in een discussie je gesprekspartner zei: " ja, ik begrijp je wel, maar ik ben het er niet mee eens." Dit komt omdat mensen kennis verwarren met begrip. Begrijpen betekent namelijk zowel Kennis als Ervaring en niet één van beide. Iemand kan je pas echt begrijpen als die persoon zowel de Kennis als het Zijn (de ervaring) gelijk heeft aan jou. Dus kan die persoon het nooit oneens zijn met jou. Overigens kan je wel een ervaring met iemand delen en wat je dan doet is de ander op dezelfde zijnsniveau brengen als die van jouw en dan begrijp je elkaar wel. Maar dat is een kunst, die velen maar wat graag zouden willen leren….en dat kan…. Kennis zonder ervaring bestaat. Er zijn vele denkers, filosofen en andere hersengymnastiekfanaten, die een onnoemlijke berg kennis bezitten, maar helaas zonder enig begrip ervan, omdat ze de ervaring missen en dus het "Zijn". Het is alsof ze je wel een geraamte geven, maar dan zonder het vlees, dus zonder leven. Andersom geldt ook: iemand die wel de ervaring bezit, maar niet de kennis ervan, kan het je ook niet leren. Dit is een probleem van vele (wereld)leiders. Zij bezitten wel de ervaring en ook wel de kennis, maar zo gauw er mensen zijn die het oneens zijn met hen, dan blijkt dat de kennis ontoereikend is om die andere groep mensen te bereiken en dus een gemis aan begrip en daarmee is het Weten, waar ze zo mee te koop lopen niet volledig. Blijf nou maar nederig en stil en blijf onderzoeken (met behulp van anderen eventueel) hoe je Weten kan vergroten (besef van niet-weten).

J.Krishnamurti: "De maatschappij is niet anders dan jij - jij bent de maatschappij. De maatschappelijke structuur is de structuur van jouzelf. Dus als je begint jezelf te begrijpen, dan begin je de maatschappij te begrijpen waar je in leeft. Die twee zijn niet elkaars tegengestelde. Voor een religieus mens gaat het er dus om een nieuwe manier van leven te ontdekken, van in deze wereld te leven, en een transformatie teweeg te brengen in de maatschappij waarin hij leeft. Want door zichzelf te veranderen verandert hij de maatschappij" (Bombay, 10 februari 1965)

Ingram Smith boek Waarheid is een land zonder paden, Een reis met Krishnamurti (p. 162):
Interviewer: En waar vindt u waarheid?
Krishnamurti: Alleen als het denken – en niet alleen het denken, maar ook het leven – volledig harmonieus is, zonder tegenstellingen. Alleen zo’n denken kan waarheid vinden, kan waarheid waarnemen. Waarheid is niet iets abstracts, waarheid is hier.

De fysicus Cees Dekker stelt een intrigerende vraag in de Volkskrant van 4 maart 2006, namelijk welk model past het zuiverst op de éne werkelijkheid?

Het betekent dat wanneer wij de werkelijkheid verkeert interpreteren we niet mogen verwachten dat we op basis van deze interpretaties wel de juiste oplossingen zullen vinden. Het gaat er om dat ons denken, onze gedachtevormen de éne werkelijkheid zo nauwkeurig mogelijk weerspiegelen.

Marco Iacoboni Het spiegelende brein (p. 12):
Ons uiterst subtiele begrip van andere mensen ontstaat dankzij bepaalde verzamelingen speciale cellen in de hersenen, die we spiegelneuronen noemen.
Zij zorgen ervoor dat wij mentaal en emotioneel met elkaar verbonden zijn.

Om de interacties tussen geest en materie te illustreren wordt van het 5D-concept en Ether-paradigma gebruik gemaakt. Het zelfbewustzijn, het reflexief bewustzijn brengt als het ware verschillende aggregatieniveaus van het bewustzijn (communicatie) tot uitdrukking.
Skanda's: Ook wel genaamd de vijf groepen van hechten van 'ik' en de 'ander', dat wil zeggen van de ontwikkeling van ego: vorm, gevoel, perceptie, gewilde activiteit en bewustzijn. Geen mens kan bestaan zonder ook maar één van deze vijf, ze zijn er altijd.

 

Jan Wicherink, boek Ontheemde Zielen Ontwaken (p. 114): Het hologram van de gehele mensheid op aarde lijkt op wat Carl Jung de collectieve geest van de mens noemt.
158: Ervin Laszlo zegt dat we verder moeten kijken en dat we de evolutie van het universum in zijn geheel in de discussie moeten betrekken. Volgens Laszlo is de echte vraag hoe het universum zich heeft kunnen ontwikkelen tot een toestand waarin de biologische evolutie überhaupt kon plaatsvinden.
199: De fundamentele waarheid is dat er maar één oneindige Schepper is en dat alle percepties van individualiteit eenvoudigweg illusies zijn.

Ervin Laszlo schrijft in zijn boek The Creative Cosmos dat het Zero Point Field meer is dan een massa zinderende energie op de achtergrond van ons bestaan. Volgens Laszlo is het veld vooral ook een informatiedrager. ‘Dit kwantumvacuüm is de oorsprong van geest en materie – een blauwdruk van het universum. Zelfs onze eigen herinneringen liggen niet in onze hersenen opgeslagen, maar liggen als holografische informatie opgeslagen in het veld. Onze hersenen zijn vooral ontvangers en verwerkers van deze informatie. Wanneer zij resoneren met bepaalde frequenties krijgen zij toegang tot specifieke informatie.’

Richard Dawkins laat met zijn ‘natuurlijke selectie’ zien dat het leven op aarde een medaille met twee kanten is een geestelijke en een fysieke. Blavatsky en in haar voetspoor Ervin Laszlo legt de nadruk op de eerste en Darwin op de tweede. Net als Ervin Laszlo houdt Blavatsky zich bezig met zowel de symmetrie als de gebroken symmetrie (7 gemanifesteerde 'missing links'), die in de schepping zitten verborgen en de éne werkelijkheid, de oerbron tot uitdrukking brengen.

Ervin Laszlo bespreekt in zijn boek Het Akasha-veld, Verbinding en geheugen in kosmos en bewustzijn de relatie tussen de micro - en macrokosmos, René Meijer in zijn boek De Ether Bestaat aan de hand van 3 aanzichten, 6 gezichtspunten (Darshana's).

Kompaskwadrant: 3 Aanzichten: Standaardmodel:
RuimteKwalitatieve as2e Top down en Bottom upFilosofie en EthiekMateriesymmetrie
MaterieKwantitatieve as1e Segulier en RegulierPsychologie en SociologieSpiegelsymmetrie
TijdVerticale as3e Analyse en OntwerpScheppingsleer en BewustzijnsevolutieTijdsymmetrie
PythagorasEsoterie: DühringFilognosieUnificatietheorieHoofdstuk: 4.6 en 4.7
1. Monade1e Logos1e Manifestatie4e WetLemniscaatZwaartekracht2.3.1Akasha7.48.4
2. Duade2e LogosGeest-stof3e WetI FeitenTijdsymmetrie2.3Synthese, Z.P.F.7.38.3
3. Triade3e LogosHiërarchie2e WetII PrincipesSpiegelsymmetrie2.2 en 2.2.1Antithese7.28.2
4. TetradeTetraktysPeriodiciteit, Karma1e WetIII PersoonMateriesymmetrie2.1.1These7.18.1

De 1e, 2e en 3e Logos komen met de geschapen scheppende orde 'Kether, Chockmah & Binah' (‘Wijsheid & Verstand’, ‘Passer & Winkelhaak’), de weerkaatsing van En-soph (Dat en Dit) overeen.

De verticale as is een richtingaanwijzer die laat zien hoe de kloof tussen probleem en oplossing kan worden verkleind. Het rapport ‘E i V’ geeft een nieuw perspectief op een oud vraagstuk. Primair gaat het om de kwaliteit van het recept, de Nieuwe levensrichting, het AOS-concept, BON, het Vierde Model of het Nieuwe Denken. Het rapport ‘E i V’ beoogt net als deze 'probleemgestuurde' modellen probleem en oplossing dichter bij elkaar te brengen. We zitten in ons eigen wereldbeeld gevangen. Het outside the box-denken komt centraal te staan.

De ‘Eenheid in Verscheidenheid’ wordt met behulp van de kubus c.q. bol tot uitdrukking gebracht. In het snijpunt van de kwantitatieve, de kwalitatieve en de verticale as, ofwel de as van resp. de persoon, de feiten en de principes, vinden we de alles samenvattende 6 gezichtspunten (Darshana's) van de filognosie, het neutrale punt waar de synthese en de realisatie plaatsvindt.

Het reflexief bewustzijn heeft een ruimtelijke, een materiële en een tijdsdimensie. De ruimtelijke dimensie hangt met de Spiegelsymmetrie, de materiële dimensie met de Materiesymmetrie (complementariteitsbeginsel) en de tijdsdimensie met de Tijdsymmetrie van het standaardmodel samen.

Het kompaskwadrant is een metafoor die gebruikt wordt om te laten zien hoe de éne werkelijkheid, het innerlijke universum, de bewustzijnsevolutie en de scheppingsleer met elkaar zijn verbonden. Het kompaskwadrant verbindt de zes Darshanas. Het enneagram, de vier kwadranten van Ken Wilber, het hexagram van de I Ching, het kernkwadrant van Ofman, het Tetragrammaton, het Circumplex en de systeemtheorie zijn modellen die nauw bij het kompaskwadrant aansluiten.

Het besef moet nog groeien of je nu vanuit de wetenschap of de religie naar de éne werkelijkheid kijkt het beeld blijft hetzelfde. Hokjesgeest heeft tot gevolg dat we ons slechts op een kant van de medaille concentreren. Door een kant te negeren komen we zeker niet tot begrip. Om de éne werkelijkheid te leren begrijpen kan van het kompaskwadrant gebruik worden gemaakt. Het model maakt het mogelijk de opvattingen in verschillende wetenschappelijke disciplines te integreren, een unificatie van de monadische -, verstandelijke – en stoffelijke evolutie tot stand te brengen. Het kompaskwadrant kan een steentje aan de begripsvorming bijdragen. Het model reikt voor de holos-beschaving een macro - en microkader aan.

Otto Duintjer, gasthoogleraar filosofie en spiritualiteit aan de Universiteit van Amsterdam, kan wel enig begrip opbrengen voor de huidige wending naar het heden. Het heden is namelijk nogal eens veronachtzaamd en niet in de laatste plaats door filosofen. Duintjer: 'Immanuel Kant praat bijvoorbeeld over "de Caraibiër", die in het heden zou leven en die gelukkig is omdat hij niet denkt. Kant waardeert dat negatief, omdat hij geen bewustzijn erkent zonder denken.' Door overal over na te denken, geven filosofen zich niet direct over aan de ervaringen van het heden.
Het reflexieve bewustzijn verhindert, in de woorden van Duintjer, dat hun geest 'volledig tegenwoordig' in het heden kan zijn. Door over het heden na te denken verdeelt het reflexieve bewustzijn de aandacht met name over verleden en toekomst.

John P. Van Mater De broederschap van het leven
Onlangs kreeg ik een kranteknipsel in handen uit de Pasadena Star News (19 augustus 1986) waarin staat dat dr. Murray Gell-Mann en 72 Nobelprijswinnaars zich verzetten tegen de leer van het creationisme op onze openbare scholen. We hebben stellig bezwaar tegen het letterlijke geloof dat God de wereld in zes dagen heeft geschapen. Maar we behoeven ook niet aan te nemen dat de geboorte van werelden louter een astrofysisch verschijnsel is en niets meer; en dat de vermogens en krachten van de mens – zijn gedachten, aspiraties, begrip en bewustzijn – niets anders zijn dan ingewikkelde bijproducten van de stof. Kinderen worden opgeleid in de natuurwetenschappen en terecht. Maar er is een middenveld tussen deze twee uitersten waar ze kennis zouden kunnen nemen van de grootse religieuze en filosofische verklaringen van feiten, waarvan de natuurwetenschappen op het materiële gebied een beschrijving geven.
Wat ik probeer duidelijk te maken is, dat de ervaring of het besef dat de aarde en de kosmos leven, metafysische vragen met zich brengen, waarmee de natuurwetenschap nu door haar eigen diepgaande onderzoekingen begint te worden geconfronteerd. Wat is leven? Wat is substantie? Wat is bewustzijn? Zijn leven en bewustzijn producten van de stof, of is stof een van de uitingen van bewustzijn? Of zijn ze twee zijden van dezelfde medaille?

De evolutie van de mensheid (de gemanifesteerde werkelijkheid) op macroschaal, die op de psyche van de anonieme massa berust, creëert op aarde golfbewegingen (bv. Biogeochemische cyclus, Epigenetica, Conjunctuurgolf, Kondratiev-cyclus). Alles wat gebeurt, is altijd historisch. De geschiedschrijving (Akasha-kronieken) legt de macro evolutie vast. In elke cel van ons lichaam, en dat van andere levende wezens, bevindt zich een geweldig rijk archief. Het boek Mens tussen hemel en aarde van Willem Schulte Nordholt laat het euvel zien dat we nog steeds niet bereid zijn van de geschiedenis te leren. De geschiedenis is de vrucht van de innerlijke wereld. Maar is het wetenschappelijk bezien interessant dat door ‘trial and error’ bestuur het wiel steeds opnieuw wordt uitgevonden?
De opwaartse - en neerwaartse spiraaldynamiek (beweging) brengt de eeuwige terugkeer van Friedrich Nietzsche tot uitdrukking.
Voor Alpha en Omega, die door een punt worden gesymboliseerd, is er maar een route.
Het is mogelijk de éne werkelijkheid vanuit een nieuw gezichtspunt te belichten. Het rapport 'E i V' wil aantonen dat de kwintessens van het verhaal echter gelijk blijft. De structuur van de eeuwige wederkeer impliceert een Droste-effect. Dit proces van zelfverwijzing heet recursie (chaostheorie).
Om de spiraalwerking te verklaren biedt, net als het boek Het spiegelende brein van Marco Iacoboni, de fractale zelfgelijkvormigheid een handvat.
Het is het zelfbewustzijn, het reflexieve bewustzijn dat mensen kenmerkt.
Reactie van Jules Ruis naar aanleiding van mijn vraag Is zelfgelijkvormigheid een eigenschap die zelfbewustzijn mogelijk maakt?
Jules Ruis veronderstelt dat het ontstaan van elementen in de natuur (net zo als dat pixeltje op het scherm) door bepaalde informatie wordt aangestuurd. De opgeslagen informatie heeft naar zijn mening iets met genen, memen en zelfbewustzijn te maken. Het samenspel van genen en memen noemt hij het speelveld van de ziel. Er zouden dan bijvoorbeeld ook gemen kunnen bestaan.

De éne werkelijkheid is dat het universum in het menselijke bewustzijn wordt weerspiegeld. De driehoek van Pythagoras en de categorieën van Aristoteles symboliseren al hoe de innerlijke wereld met de uiterlijke wereld, 'Wat en Hoe; Hoe en Wat' met elkaar worden verbonden.

Het rapport 'E i V' gaat er vanuit dat de snaartheorie uiteindelijk niet tot een definitieve oplossing leidt. Omdat de snaartheorie slechts de materiële kant behandelt mag niet worden verwacht dat deze theorie over de éne werkelijkheid uitsluitsel geeft. Door alleen beide complementaire kanten, de fysica en de metafysica, van de werkelijkheid te belichten komt de unificatietheorie een stapje verder. De unificatietheorie bevat het kader voor de pedagogische hoofdroute.

Le Pair denkt Dat Toonder zag dat Nederland bewoog in de richting van loze retoriek, aan het ‘verbommelen’ was, en daarom Heer Bommel een prominentere rol gaf. ‘De waardering voor slimheid is afgenomen in Nederland. Het gewicht van de natuurwetenschappen neemt ook af.’ Jaren was hij van plan deze theorie aan Toonder voor te leggen, maar toen hij eindelijk het initiatief nam, was het enkele weken voor diens dood. ‘Hij is er niet aan toegekomen mijn brief te beantwoorden.’
Gelet op het interview van Maud Kips met Marten Toonder zal hij vermoedelijk iets gezegd hebben in de sfeer van:
Het is zeker een rake typering, verhalen zijn echter een groeiproces en komen meer onbewust dan bewust tot stand. Achteraf kunnen we gemakkelijker bezien welke route we in het leven hebben afgelegd.

Een uitzicht op wereldvrede in eenheid en verscheidenheid ontstaat wanneer de mensheid er geleidelijk in zal slagen de drie gesignaleerde problemen van onwetendheid, identiteit en politiek integraal tot een oplossing te brengen. Een nieuwe syncretische benadering in de liefde voor de kennis die een mens tot mens maakt: de filognosie als de verzamelterm voor alle kennisgebieden gemoeid met het nieuwe natuurkundige paradigma van de etherfysica.

Het gaat om het plezier van het spelen en niet om de knikkers.

Reflexief bewustzijn (Interdisciplinair, Zelfregulering, Twee kanten van één medaille)

Thomas a Kempis: Hoe meer iemand met zijn innerlijk zelf verbonden is en hoe meer hij innerlijk eenvoudig is geworden, des te meer diepere dingen kan hij moeiteloos begrijpen …
Carl Jung: Mijn leven is de geschiedenis van een zelfverwerkelijking van het onbewuste.
In de archetypen zijn alle ervaringen gegeven, die sinds de oertijd op deze planeet zijn voorgekomen.
Alleen dat wat iemand werkelijk is heeft helende kracht.
Tot persoonlijkheid kan niemand opvoeden, die dat zelf niet is.
Er is geen licht zonder schaduw en geen psychische heelheid zonder onvolmaaktheid.
Het enige dat er mis is met deze wereld is de mens.
Ilya Prigogine: In navolging van Spinoza zei Einstein ooit tegen De Gaulle dat we marionetten zijn zonder dit zelf te beseffen.
Robbert Dijkgraaf: De architectuur van ons brein bepaalt en beperkt de wetenschap - Er is geen wiskunde zonder de mens - daar kwam ik achter (NRC 27 december 2008).

Verbeeldingskracht (universeel bewustzijn, kosmisch bewustzijn, autopoiese, aion, ideatie, actieve imaginatie van CarlJung), de kernkwaliteit creativethink - Ilya Prigogine heeft het over de ervaring van creativiteit - is het positief tegenovergestelde van chaos. Middels de ommekeer is het mogelijk ons met de natuurlijke kringloop (flow), te verbinden. We zijn medescheppers van iedere situatie die in ons leven ontstaat. Ieder initiatief, elk mens kan door het vlindereffect de zelfordening positief beïnvloeden. De chaostheorie leert dat alles met elkaar verbonden is en de onderzoeker niet af te scheiden is van het onderzoek. Alleen door dat wat is te accepteren komt de evolutie een stapje verder.

Tijd (Bert Wagendorp Volkskrant 31 december 2011)
Op 15maart 1955 overleed Michele Angelo Besso, sinds hun gezamenlijke jaren in Zürich de grootste vriend van Albert Einstein. Op Besso’s begrafenis zei Einstein dit: ‘Besso heeft deze vreemde wereld iets eerder dan ik verlaten. Dat betekent niets.Mensen zoals wij, die geloven in de natuurkunde, weten dat het onderscheid tussen verleden, heden en toekomst niet meer is dan een hardnekkige en voortdurende illusie.’
Ruim een maand later overleed Albert Einstein zelf en kon hij zijn theorie eindelijk empirisch toetsen – als tijd niet bestaat is de dood ook niet het einde van de tijd. Gezegend de taal van de Hopi-indianen, waarin woorden voor tijd en ruimte ontbreken en werkwoordvorming zich beperkt tot de tegenwoordige tijd – geen verleden en geen toekomende. Dat scheelt een hoop sores en bespiegelingen over vroeger en straks.
Wat voor jaar was 2011? was het een kanteljaar, waarin de contouren van een nieuwe tijd zichtbaar werden? Een tijd waarvan we ons nog amper een voorstelling kunnenmaken, maar die ons ooit nostalgisch zal doen terugkijken op dat laatste jaar van de oude tijd, toen onze dromen en illusies nog enigszins intact waren – een fijne zorgeloze tijd?
Het was per slot van rekening het jaar waarin het SCP vaststelde dat het nog steeds heel erg goed ging in Nederland –met hier en daar een klein donderwolkje aan de horizon. Was het een jaar waarin de stormaanwakkerde die in de jaren erna alle zekerheden omver zou blazen?
Misschien was het een jaar waarin de tijd zich juist groot en nadrukkelijk liet gelden, althans de tijd volgens de definitie van Aristoteles: ‘Wie praat over tijd praat over gebeurtenissen en relaties tussen gebeurtenissen. Tijd is demaatstaf van verandering.’
De tijd zal het leren, veelmeer kun je er niet van zeggen. Ik heb al te vaakmeegemaakt dat ogenschijnlijk rampzalige gebeurtenissen bij nader inzien vermomde zegeningen bleken. Met die ervaring leg ik beginnende wanhoop met een het zwijgen op.
Of was 2011 wellicht gewoon een jaar als alle andere, waarin we de consequenties van de gebeurtenissen onder onze neus schromelijk overschatten, omdat ze zich groot en dreigend aan ons voordeden en de relativerende tijd – goed, de illusie van de tijd – zich er nog niet over had ontfermd?
Het jaar 2011 was in elk geval het jaar van de sprintende neutrino – het deeltje dat de snelheid van de tijd versloeg. Tenminste, daar leek het op, als we ons niet schromelijk vergisten. In 2012 gaan we het nog eens goed nameten, want we geven zelfs de zekerheid van onze diepe onzekerheden niet graag op. Kunnen we weer helemaal opnieuw beginnen.
‘Het zou kunnen’, zei de natuurkundige Robbert Dijkgraaf vorige week in de Volkskrant, ‘dat straks blijkt dat 2011 een ongelooflijk jaar was.’ Het jaar waarin al onze zekerheden kantelden en oorzaak en gevolg van plaats verwisselden.

Stelling: Alleen een interdisciplinaire grensoverschrijdende benadering, een integrale denktrant, de synthese van de alfa-, béta- en gammawetenschappen brengt de Theorie van alles een stapje verder.

Mark Rutte (Raoul du Pré en Philippe Remarque interview Volkskrant 31 december 2011)
Nederlanders hebben veel te veel schulden opgebouwd. Is het niet gewoon onbehoorlijk bestuur om al die waarschuwingen te blijven negeren?
‘Nee. De aftrek is een heel goed instrument. Eén: het corrigeert de veel te hoge belastingen in Nederland. Twee: het stimuleert de bezitsvorming. En over die vermeende schulden: ja, wacht eens even, het gaat niet om vakanties. Onder die schulden liggen stenen, grond – een huis dat gewoon waarde heeft…Bovendien staan tegenover die schulden onze pensioenpotten met 700miljard. Er is geen land ter wereld met zoveel spaargeld.’
De waarde van die huizen vermindert met de dag.
‘Ja, nadat die waarde jarenlang enorm is gestegen. Er loopt nu lucht uit de markt. Dat is onvermijdelijk. Huizenprijzen kunnen niet altijd blijven stijgen.’
Hoe verklaart u dat u zo’n beetje de laatste Nederlander bent die het probleem niet ziet?
‘Ik denk dat heel veel Nederlanders het met mij eens zijn. Misschien niet in de hoogste lagen, misschien niet de deskundigen, maar wel de bevolking.’
U bent bang voor de kiezers en De Telegraaf.
‘Nee. Nee. Oprecht niet. Ik ben echt overtuigd dat de aftrek een goede maatregel is. Ik zie niet in waarom ik met al die anderen mee zou moeten rennen naar die rode lap van de aftrek. Ik zie het echt niet.’

Denktank met Wijffels wil financiële sector veranderen (Volkskrant 26 november 2011)
Een denktank onder leiding van oud-Rabotopman Herman Wijffels de financiële sector definitief veranderen. Het doet daarvoor negen aanbevelingen. Afschaffen van de bonussen, nuts- en zakelijk bankieren uit elkaar halen, hogere kapitaalbuffers en meer ethiek in de sector zijn daarvan een paar voorbeelden.

De oplossing van de schuldencrisis komt een stapje dichterbij wanneer met de aanbevelingen van de Denktank van Wijffels een serieus begin wordt gemaakt. Blijft dit achterwegen dan mag niet worden verwacht dat de situatie verbeterd. De schuldencrisis is niet exclusief Europees maar doet zich ook in de Verenigde Staten, Japan en de UK voor en dient mede in een wereldwijd perspectief te worden geplaatst. Het ligt voor de hand dat banken lobbyen om maatregelingen die hun groei beperken tegen te houden. Er dient dus in nauwe samenwerking met de bankensector naar gemeenschappelijke oplossingen te worden gezocht.

Hallo, met Angela (Sheila Sitalsing Volkskrant 2 januari 2012)
Er zijn buitengewoon veel beproefde manieren om van ongewenste regimes of dito clubleiders af te komen. Verkiezingen liggen voor de hand, maar als dat niet lukt, kan het ook anders.
Stel dat Merkel besluit dat Knot en Teulings groot gelijk hebben met hun roep om structurele hervormingen in Nederland, te beginnen met de hypotheekrenteaftrek. Stel dat ze het mooie eindejaarsinterview heeft gelezen, afgelopen zaterdag in deze krant, waarin Mark Rutte heel precies uitlegt waarom hij niets aan de aftrek wil doen: ‘Ik denk dat heel veel Nederlanders het met mij eens zijn. Misschien niet in de hoogste lagen, misschien niet de deskundigen, maar wel de bevolking.’ Oei! Was dat niet het motto van Berlusconi: het volk vindt me leuk, fuck de deskundigen. Niet veel later was datzelfde volk buitenspel gezet en waren ‘de deskundigen’ aan de macht. Straks rinkelt op Paleis Noordeinde de telefoon.

Mark Rutte (Volkskrant 3 januari 2012)
Het interview met Mark Rutte oogt als een wedstrijdje touwtrekken met groene zeep. De premier heeft zijn onwrikbare waarheid verankerd in geroutineerd taalgebruik. De interviewers krijgen geen enkel houvast. Tenenkrommend. Hypotheekrenteaftrek is een heel goed instrument volgens onze premier. Eerste argument: ‘Het corrigeert de veel te hoge belastingen in Nederland.’Maar wat krijgen we nu, zijn die belastingen alleen te hoog Voor mensen met een hypotheek? Uitgaande van het gelijkheidsbeginsel, zou ik zeggen:meteen afschaffen die aftrek en het belastingvoordeel laten toevallen aan alle belastingbetalers. Altijd werd de aftrekregeling verdedigd met het argument dat de waarde van de huizen sterk zou dalen bij afschaffen van de regeling. Dat kunnen we de huizenbezitters (en de banken misschien?) niet aandoen. Nu de huizenprijzen aan het dalen zijn, is dat voor Mark Rutte geen probleemmeer. Ze zijn te veel gestegen: ‘Er loopt nu lucht uit de markt. Dat is onvermijdelijk.’ Wat een verademing deze premier, maar er loopt wel erg veel lucht uit. (Folkert Boersma)

Rens van Tilburg (O & D Euro in de knel Volkskrant 31 december 2011)
Nederland kent de twijfelachtige eer met Zwitserland en Ierland te behoren tot de mondiale topdrie als het gaat omde omvang van de bankensector in verhouding tot de eigen economie. We zouden daarom juist voorop moeten lopen met de beveiliging van de banken. Echter, waar elders hard wordt gestudeerd op bijvoorbeeld een splitsing van de risicovolle zakenbanken en spaarbanken waarvoor garanties gelden, heeft het kabinet deze mogelijkheid al als onwenselijk en onmogelijk terzijde geschoven (7 februari 2011).

Gedrag maakt de economie (Frank Kalshoven Volkskrant 31 december 2011)
Om de economie te maken die we willen, is geen middel zo krachtig als ons eigen gedrag. We ‘vullen’ het op zichzelf lege model van de sociale markteconomie zelf met onze voorkeuren en ons keuzegedrag. Mijn idee zou zijn om ons vaker de vraag te stellen: handel ik juist? Of: Geef ik het goede voorbeeld? Wat ‘goed’ is moet iedereen voor zichzelf bepalen.

Stelling: De Vierde , Vijfde en Zesde macht (Media) zorgen in Nederland voor de feedforward besturing, de dynamiek in de samenleving en de 1e, 2e en 3e macht voor feedback.

Claudia Valk Hoofd, Hart en Onderbuik (Volkskrant 30 december 2011)
David Brooks stelt intuïtie gelijk aan onderbuikgevoelens (28 december 2011). Dit is mijns inziens niet hetzelfde. Er moet hier onderscheid worden gemaakt tussen wat van het hoofd is (ratio, cultuur), wat van het hart is (gevoelens, intuïtie) en wat van de buik is (begeerten, verlangens, het primitieve beest). ‘De buik’ wordt in het algemeen onder controle gehouden door ‘het hoofd’ doormiddel van cultuur en aangeleerde regels. Zou men vanuit zijn buik gaan leven, dan wordt het een bende. Mede omdat de onderbuikgevoelens sterk egocentrisch zijn. De intuïtie van het hart heeft niets te maken met onderbuikgevoelens ofmet emoties, die vaak ook egocentrisch zijn. ‘Het hart’ is niet op zichzelf gericht, maar op de omgeving, het collectief, het geheel. Mensen die vanuit hun intuïtie leven, kennen een hogere moraal, omdat zij niet zichzelf centraal stellen, maar anderen. Iemand die leeft vanuit zijn/haar hart is zichzelf tot een wet en weet intuïtief wat wel en niet kan. In principe heeft zo iemand geen regels en cultuur nodig om zich ‘te gedragen’. Het nadeel van intuïtie is het gebrek aan samenhang. Het is moeilijk te ordenen en in woorden uit te drukken. Daarvoor is het hoofd nodig, het verstandelijk redeneren.

'We moeten onszelf niet eenvoudiger maken dan wij zijn. Wij zijn vrij' (Jan Drost Volkskrant 1 oktober 2011):
Hersenonderzoekers als Dick Swaab zijn zo populair omdat zij ons bevrijden van onze vrijheid en verantwoordelijkheid. Maar zij vertellen leugens. Wij zijn vrij.

'Vrije wil meet je niet met een hersenscan' (Daan Evers en Niels van Miltenburg Volkskrant 15 september 2011)
Swaab mag best meningen geven over dingen die buiten zijn specialisme vallen. Wel is het jammer dat hij zo weinig kritisch is over onderzoek dat met zijn mening overeenstemt.

Zeepbellen doen zich niet alleen op de financiële markten voor maar ook in de wetenschap. Een schoolvoorbeeld van halfslachtige denkkaders tonen wetenschappers als Victor Lamme en Dick Swaab, die zich slechts met één kant van de medaille, met Cargo Cult Science bezighouden. Victor Lamme maakt de denkfout dat een hersenscan niet meer toont dan de wetenschap waarop de EEG is gebaseerd. Een computer kan wel het denken, maar niet het voelen, de menselijke emoties (begeerte) simuleren. Of met andere woorden een EEG of fMRI kan wel elektromagnetische spanningen registreren, maar het is de mens die ze moet interpreteren en de cliënt die aan de hand van deze informatie moet leren zijn gedrag aan te passen.

Het gaat bij dit veranderingsproces om de wederkerigheid, de overdracht tussen micro en macro, individu en collectief. Het individu beïnvloedt de gemeenschap en de omgeving beïnvloedt het individu. Hoe virulent de chemie tussen leider en volk kan zijn tonen de voorbeelden uit het verleden van de totalitaire ideologieën van Stalin en Hitler.
Voor Stalin was dat een socialistische wereldrevolutie, voor Hitler de overheersing van een zuiver Arisch ras. Op talrijke gebieden van het maatschappelijke leven – arbeidsverhoudingen, literatuur, schilderskunst, amusement, architectuur, rechtspraak, partijorganisatie - werd de bevolking in een staat van agitatie, enthousiasme en vrees gebracht (‘Het totalitaire perpetuum mobile’, Volkskrant 24 juni 2004).

De psyche (reflexief bewustzijn, zelfreflectie) werkt als een spiegel. Het is deze spiegel, het spiegelneuron dat zorgt voor de golfbewegingen in de geschiedenis. Welke kant van de medaille, de aardse Tetrade (Standaardmodel, de gemanifesteerde werkelijkheid) of de hemelse Triade (ongemanifesteerde werkelijkheid), laten we overheersen? Alleen wanneer we ons meer met de Triade verbinden komt de beschaving een stapje verder. Meer opties zijn er niet en dat was al bij Pythagoras (De Gulden Verzen van Pythagoras) bekend.

Plato onderscheidt in zijn Faidros (Phaedrus 246A ff., 253C ff.) drie aspecten van de menselijke ziel die hij vergelijkt met een wagenmenner achter een tweespan. Zowel de menner als wel de twee (gevleugelde) paarden zijn onderdeel van de tripartite ziel. Deze drie onderdelen zijn (in verschillende transcripties veelal hetzelfde):
- De menner, de logos of noes (nous) (intellect, het redenerende en kennende deel, Hoofd)
- Het nobele paard, de thumos, thumoeides (passie, wil, doorzettingsvermogen, Hart)
- Het weerspannige paard, epithumia, epithumetikon (trek, lust, driftleven, Onderbuik)

De relatie tussen navel (buik) en hart (p. 15):

De bijlage van hoofdstuk 2.1.1 bevat twee modellen om de zevenvoudige samenstelling van de mens weer te geven, een van de Purucker en een van Pryse. De overeenkomst tussen beide modellen vormt de doorsnede ‘Voertuig, Dierlijk-astrale-Ziel, Ziel en Geest’ van de Joodse Kabbalah.
De viervoudige indeling van de Kabbalah geeft de zevenvoudige samenstelling van de mens compact weer. Het is de basisstructuur, die in het boek van Pryse ook wordt weergegeven als 'Genitaliën - Navel - Hart - Hoofd'. Pryse werkt in zijn vierkant ‘I – II – III – IV’ het vierkant van de Joodse Kabbalah zeer gedetailleerd uit.
Het zal niet nodig zijn te zeggen dat beide auteurs uitgaan van de aanwezigheid in de Natuur van het Ene eeuwige element, het onkenbare 1e Beginsel van de theosofie. De tien beginselen van de mens bestaan uit een hogere en lagere Triade en een viertal. De twee driehoeken, Triaden beelden het conflict tussen de geestelijke- en dierlijke principes uit. De twee Triaden en het viertal beelden de tien Sephiroth van de Levensboom uit.
De “staf” (p. 96) waarmede het goddelijke kind de volkeren zal hoeden, is natuurlijk de caduceus (11e dimensie) van Hermês, de voorbeeldige schaapherder van de zielen. In de oudere mythologie vindt men deze magische staf in de hand van Neb, de God van wijsheid en “de bewaarder van de scepter van kracht”.

Van elk van deze negenenveertig constellaties (sterrenbeelden) wordt gezegd, dat ze een principe, kracht of hoedanigheid in de mens zelve symboliseren; het gehele stelsel vormt een symbolisch wezen, een hemelse mens (Adem Kadmon of Tetragrammaton), uitgebeeld op de sterrenhemel.
Benjamin Adamah schrijft in zijn boek Nulpunt Revolutie over Adam Kadmon ons zuiver negentropische alter ego.

De éne werkelijkheid is dat het universum in het menselijke bewustzijn wordt weerspiegeld. De driehoek van Pythagoras en de categorieën van Aristoteles symboliseren al hoe de innerlijke wereld met de uiterlijke wereld, 'Wat en Hoe; Hoe en Wat' met elkaar worden verbonden.
De éne werkelijkheid, de reflecties van de metafysica op de werkelijkheid vormen een samenhangend symmetrisch geheel.

De gelijkenis van ‘De Farizeeër en de Tollenaar’
De volgende gelijkenis vertelde Hij met het oog op mensen die overtuigd zijn van hun eigen rechtvaardigheid en neerzien op alle anderen:'Twee mensen gingen naar de tempel om te bidden, de een was een farizeeër, de ander een tollenaar. De farizeeër ging daar staan en sprak in zijn gebed over zichzelf: "God, ik dank U dat ik niet ben zoals de andere mensen, hebzuchtig, onrechtvaardig en overspelig, of zoals die tollenaar daar! Ik vast tweemaal per week en geef een tiende weg van al mijn inkomsten." De tollenaar daarentegen, die op een afstand bleef staan, durfde zelfs zijn ogen niet naar de hemel op te slaan. Hij sloeg zich vol berouw op de borst en zei: "O God, genade voor een arme zondaar!" Ik verzeker jullie dat deze man gerechtvaardigd naar huis ging, en de ander niet. Want ieder die zich verheft zal vernederd worden, maar wie zich vernedert zal verheven worden.'

Gelijkenissen, paradoxen uit het Nieuwe Testament en de koans van het zenboeddhisme.
Als voorbeeld de parabel van de verloren zoon uit het Nieuwe Testament.

De éne werkelijkheid, de eeuwige wederkeer beweging drukt de eenheid uit. Teilhard de Chardin: Alles divergeert en moet ook weer convergeren, zich samensluiten.

Het geweten van katholiek Nederland (Peter de Waard Volkskrant van 24 december 2009). Het artikel dat naar aanleiding van het overlijden van Edward Schillebeeckx is geschreven stipt het thema van de dualiteiten aan. Schillebeeckx stelt dat er geen enkel theologisch argument is tegen de wijding van vrouwelijke priesters.
Schillebeeckx verklaart dat ‘de mens zonder relatie tot een levende God een absurd en onbegrijpelijk wezen zou zijn. Zonder vrije en goede God zouden goed en kwaad op hetzelfde niveau liggen.’ God sterkt volgens hem de mensen in de overtuiging dat het goede het wint van het kwade. ‘Kortom, dat het leven ondanks alle negatieve ervaringen toch zin heeft.’

Het Spiegelneuron geeft een wetenschappelijke onderbouwing van het projectiemechanisme van Carl Jung e.a. Zowel de Radboud Universiteit, de Universiteit Leiden als de Vrije Universiteit Amsterdam besteden aan het thema spiegelneuron serieus aandacht. De hamvraag is nu in hoeverre politici echt bereid zijn over hun eigen schaduw heen te stappen?
Het onderzoeksrapport ‘E i V’ verklaart de spirituele bewustzijnsverandering mede aan de hand van:
- Mimese (Plato)
- Deus sive Natura (Spinoza)
- Weerspiegelingstheorie (Hegel en Engels)
- Weerspiegeling, Weerkaatsing, Verbeeldingskracht (Blavatsky)
- Co-reflectie (Chardin)
- Projectiemechanisme (Freud, Herrmann, Jung, Kolb en Leary)
- Spiegelneuron (Iacoboni)
- Spiegelsymmetrie (Veltman, Standaardmodel)
- Zelfbewustzijn, Reflexief bewustzijn (Bewustzijnsschil)

Individuatie is het algemene begrip dat Carl Jung gebruikte voor het leren kennen van de totaliteit van de psyche en het toekennen van de centrale plaats aan het ‘Zelf’, en die niet uit te leveren aan het ego. De theosofie maakt daarentegen van het begrip individualiteit gebruik.
De vijf belangrijkste archetypen van Jung zijn de persona, de anima, de animus, de schaduw en het zelf. Deze zijn van groot belang bij de vorming van onze persoonlijkheid en oefenen op onbewust niveau invloed uit op ons gedrag.

Het ‘Pad der Linkerhand’, het ‘ieder voor zich’ laat zien dat de mens door het maken van verkeerde keuzes zelf verantwoordelijk is voor het kwaad. Het collectief onbewuste van Carl Jung geeft de feedback om bij te leren. Er is zeker een overeenkomst tussen Sven Kramer en het neoliberalisme, beide denken voor goud te gaan, maar plotseling staan ze met lege handen. We kennen het resultaat van een proces, maar niet het proces zelf. De processen die onze beslissingen, keuzes en voorkeuren bepalen spelen zich voor een belangrijk deel onbewust af. Het is de in het universum ingebakken dualiteit (dichotomieën) die persoonlijke groei mogelijk maakt.

Uiteindelijk kunnen we Max Stirner werk het best opvatten als een antwoord op de vraag:
Welke rol speelt het bewustzijn wanneer het alle vormen van "onware kennis" heeft doorlopen en is opgeklommen tot het absolute?

Grote leraren zijn ’leiders’ die de mens in het centrum plaatsen, de dubbelzinnigheden, dubbele agenda’s doorzien en ontmaskeren. De geschiedenis leert dat grote leiders en denkers naar eenheid streven. Het zijn evenwichtskunstenaars, die de Gulden middenweg bewandelen en contrasterende eigenschappen verenigen. Grote leiders kijken naar een verschijnsel van verschillende kanten, denken grenzeloos, multidimensionaal en interdisciplinair en willen dingen aan de mensen geven die nopen tot nadenken.

Anna Lemkow boek Het Heelheid Principe
Hoofdstuk 3 Moderne wetenschap: De eerste vierhonderd jaar (p. 92):
Arthur Koestler beschrijft in The Sleepwalkers hoe de vaders van de wetenschappelijke revolutie, allen vrome lieden, de delicate overgang volbrachten van het vertrouwen op God naar het vertrouwen in de wiskunde.83 Koestler schildert van deze mannen een portret. Je had Johannes Kepler (1571-1630), de Duitse astronoom en wiskundige, die de vader was van de moderne astronomie – “een denker voor wie alle uiteindelijke werkelijkheid, het wezen van religie, van waarheid en schoonheid, besloten lag in de taal der getallen.” Ten tweede had je Galileo Galileï (1564-1642), de Italiaanse astronoom, wis- en natuurkundige, de grondlegger van de moderne dynamica, die Keplers astronomische wetten aanvulde en de basis verschafte voor Isaac Newtons monumentale synthese van schijnbaar afzonderlijke wetenschappelijke resultaten. En ten derde had je René Descartes (1596-1650), de Franse filosoof, briljant wiskundige en wetenschapper, een moedig denker “die het hele universum beloofde te zullen reconstrueren uit materie en uitgebreidheid alleen [en] die het mooiste gereedschap van de wiskunde ontwierp: de analytische meetkunde.”83 (Descartes was de grondlegger van wat men het “cartesiaans dualisme” is gaan noemen – de onverenigbaarheid van geest en materie, van lichaam en geest en van de waarnemer en het waargenomene, die het filosofische en wetenschappelijke denken tot in onze tijd heeft beheerst – en behekst.)

Gerrit Teule stelt in zijn boek Wat Darwin niet kon weten (p. 315):
De bewustzijnsevolutie die in de theorie van Darwin ontbreekt, is nog lang niet ten einde. De mens is nog maar net tot zelfbewustzijn gekomen, en we hebben nog miljarden jaren voor de boeg.

De bewustzijnsevolutie, het tot zelfbewustzijn (paren van tegenstellingen zoals ‘Adam en Eva’ en ‘Abel en Kaïn’) komen, is op de twee kanten van een medaille van de esoterie gebaseerd. Het is met name Blavatsky, die in de De Geheime Leer dit gezichtspunt ontsluit. Dat veranderingen in het bewustzijn moeilijk zijn te meten wil nog niet zeggen dat ze er niet zijn. De evolutie van het bewustzijn rekent in millennia, zo niet in miljarden jaren.

We moeten er net als het antropisch principe van uitgaan dat de dingen zijn zoals ze zijn, het leven, het ontwerp is zoals het is. In dit kader is het interessant te verwijzen naar de 'De vier wie-vragen' Genen zijn niet belangrijker dan organismen (Richard Dawkins, NRC Handelsblad 22 mei 2004). De vierde vraag gaat over de zin van het leven, de waarde van ons gedrag om te overleven. Om de continuïteit van het leven op aarde voor de mensheid te waarborgen gaat het primair om de eenheid der tegendelen (kwalitatieve as), de hemelse triade en de natuurlijke selectie ('Survival of the fittest'). Het ‘ieder voor zich’ is een doodlopend spoor. De biologie belicht slechts de helft van het verhaal. De bewustzijnsevolutie laat zien dat in het leven juist samenwerking wordt beloond.

'Survival of the fittest' (‘overleven van de geschiktsten’) wordt vaak verward met 'het recht van de sterkste'. Een organisme hoeft echter niet de 'sterkste' te zijn om betere overlevingskansen te hebben dan anderen. Een betere camouflage of beter vluchtgedrag kunnen overlevingskansen vergroten en er voor zorgen dat een organisme 'the fittest' is. Het dier dat het best is aangepast aan diens omgeving en daardoor de beste overlevingskansen heeft, is de 'fittest'.
Het betekent al helemaal niet dat de 'sterkste' het morele recht heeft te doen wat hij wil met de 'zwakkere' met de motivatie dat dat nu eenmaal zo werkt in de natuur.

Het feit dat de resultaten van de moleculaire vergelijking niet voor de evolutietheorie, maar eerder daartegen spreken, wordt ook toegegeven in een artikel met als titel "Is it time to uproot the tree of life?" gepubliceerd in het tijdschrift Science in 1999. Dit artikel door Elzibet Pennisi zegt, dat de genetische analyse en vergelijkingen die door de Darwinistische biologen zijn uitgevoerd om het licht over de 'levensboom' te laten schijnen, eigenlijk tot de tegenovergestelde resultaten leidden, en zegt dat: "de nieuwe gegevens vervuilen het evolutionistische plaatje"

Carl Woese (Syracuse (New York), 15 juli 1928) is een Amerikaanse microbioloog die bekend is vanwege het definiëren van de Archaea als domein (rijk) van organismen in 1977. Daarnaast stelde hij de hypothese van een RNA-wereld op.
De genetische code van Nirenberg schrijft voor hoe mRNA wordt gelezen om een eiwit te vormen. In 2006 hebben Andrew Fire (VS) en Craig Mello (VS) de Nobelprijs gekregen voor het ontdekken dat genen stilgelegd kunnen worden (RNA-interferentie).

Harun Yahya in zijn boek Het Bedrog van de Evolutieleer (HOOFDSTUK 13 Wat evolutionisten beweren en de feiten):
Noch de vergelijking om die uit de proteïnen gemaakt werden, noch die van rRNA's of genen bevestigden de vooronderstelling van de evolutietheorie.
Carl Woese, beroemd bioloog van de Universiteit van Illinois, heeft dit erover te zeggen:

"Er is geen consistent organisch fylogenie uit de vele individuele proteïne-fylogenies die tot dusver geproduceerd zijn, verschenen. Overal kunnen fylogenetische buitensporigheden gezien worden in de universele boom, van de wortel tot de belangrijkste takken en onder de verschillende (groepen) tot zelfs tot het uiterlijk van de belangrijkste groepen."182

Het feit dat de resultaten van de moleculaire vergelijking niet voor de evolutietheorie, maar eerder daartegen spreken, wordt ook toegegeven in een artikel met als titel "Is it time to uproot the tree of life?" gepubliceerd in het tijdschrift Science in 1999. Dit artikel door Elzibet Pennisi zegt, dat de genetische analyse en vergelijkingen die door de Darwinistische biologen zijn uitgevoerd om het licht over de 'levensboom' te laten schijnen, eigenlijk tot de tegenovergestelde resultaten leidden, en zegt dat: "de nieuwe gegevens vervuilen het evolutionistische plaatje"

Aan het geloof zijn ethische consequenties verbonden, het bijgeloof lapt ze aan haar laars.
Bijgeloof, met name groupthink en zelfmisleiding duiden op een verkeerd gebruik van de hersenfunctie. Groupthink is een vervorming van Creativethink. Er is geen bereidheid over de eigen schaduw heen te springen, het navelstaren komt centraal te staan.

René Meijer De Ether Bestaat!
Deel I: Methoden en Wetenschap
Inhoud (p. 20/21):
De einsteiniaanse misvatting lijkt, met het serieus nemen van de kritiek, te bestaan uit het verwarren van snelheid met verandering. Snelheid is niet een absolute waarde, zoals de heilige drie basiselementen van de natuurkunde, te weten ruimte, tijd en materie dat wel zijn. Met de tijdruimte die de materie toont, zijn het die drie elementen die als de natuurkundige heilige drie-eenheid van God elkaar definiëren en niet tot iets anders te herleiden zijn. Bij de filosoof D. Hume (1711-1776) in Het Menselijk Inzicht, heten ze uitgebreidheid, massa en beweging en bij Vyâsadeva, akas'a, prakriti en kâla. Ze vormen elkaars voorwaarde in de schepping, de een is niet denkbaar zonder de ander. De tijd is het leven, de beweging van de materie in de ruimte. De ruimte is de tijdsafstand, het fenomeen van de zwaartekracht, tussen materiële voorwerpen. De materie is het electromagnetische effect van de werking van de tijd op de potentie van de uitdijende ruimte, de tijd die bij de wet van reactie van lineair cyclisch werd en zo in tegenstelling de zwaartekracht, de oerpotentie dus, omvormde tot materie (zij het niet geheel, blijkens het niet kunnen vinden van de z.g. onzichtbare 'donkere materie', die volgens 5.20: 38 in de Bhâgavata Purâna drie kwart van de schepping beslaat).
37: De doctrinaire inspanning van de filognostische wereldbeschouwing, zoals in dit boek uiteengezet, betreft deels de bestrijding van alle mogelijke vormen van vervalsing, of valse eenmaking van het ego, of dat nu de vervalsing van het klassenbewustzijn betreft, het politiek bewustzijn, het religieus bewustzijn of de meer wetenschappelijke vormen van arrogantie, enggeestigheid en vervreemding. Met het met deze postmoderne herstart van de gnostiek daarin een constructieve spirituele verzoening van de wetenschap en de religie voor ogen hebben, is er voor ieder van de drie genoemde heilige onderwerpen van de wetenschap, de spiritualiteit en de religie - die respectievelijk de feiten, de principes en het respect voor de persoon aan de orde stellen - een dualiteit die alzo in dit boek in een indeling in zes secties resulteert. Deze zes secties corresponderen met de in India gehanteerde darshana's of zes klassieke zienswijzen die er zijn om de menselijke neiging tot het vervalsen van het ik-besef van de ziel - en dus ook van een bepaalde orde van de tijd met de ether - te bestrijden. De nyâya van de logische aanpak in India, werd vertaald in de methodisch/structurele filosofische overwegingen van deze sectie; de vais'eshika van het meer atheïstische Indiase eenheidsdenken werd vertaald in de cijfers en termen van de nuchtere natuurwetenschap; de sânkhya van de analytische filosofie werd vertaald in een analytische sectie toegespitst op de kunst; de yoga van het vinden van verzonkenheid werd vertaald in de spiritualiteit van het ontwikkelen van een zeker abstractievermogen; de mîmâmsâ van de cultuur der rituelen werd vertaald in persoonlijke en religieuze overwegingen, en de vedânta-cultuur van de commentaren werd vertaald in een politiek reformatorische geest. Deze gezichtspunten hebben dan gemeen: 1) een continuerend zelf, 2) een werklast, 3) bevrijding in dienstbaarheid, en 4) een referentiecultuur. De identiteit en integriteit van de filognosie is zo met zes aspecten beschreven ongeveer zoals de empirist D. Hume (1711-1776) op zijn manier de kennis indeelde.
187/188: Klassieke referentie: voor de indeling wordt de klassieke referentie gevormd door de zes darshana's of visies waar de indiase filosofie uit is opgebouwd die de basis vormt voor de structuur van de kennis van de Bhâgavata Purâna van Vyâsadeva. Naar de filognostische versie van het zesvoudige van de filosofische methode, de paradigmatische wetenschap, de kunstminnende analyse, de overstijgende spiritualiteit, het religieus geassocieerde persoonlijke en het politieke van commentaren en tot compromis bereidde aanpassingen, is het zo, zoals dat is met de oorspronkelijke darshana's, dat de visies gemeenschappelijk hebben:
1) Het begrip van een bewust en continuerend zelf of een ziel.
2) Het begrip van het kruis of de werklast te dragen door een individu, familie of volk.
3) Het perspectief van een oplossing van bevrijd zijn in dienstbaarheid.
4) Het onderkennen van de autoriteit van een gevestigde cultuur van schriftuurlijke referentie.
In de westerse filosofie vinden we bij Hume in zijn Verhandeling over de Menselijke Natuur (I.III-1 - Over kennis) een zevendeling waarmee min of meer de filognosie kan worden beschreven als de identiteit van de gelijkenis in filosofische overwegingen wat betreft de natuurlijke orde van de relaties van tijd en plaats, waarbij de verhoudingen van kwantiteit, het getal, de schoonheid en de kunst van de analyse, in combinatie met de kwaliteit van het niveau' van overstijging en verbondenheid in verzaking, leiden tot de oorzaak-en-gevolgredeneringen in de religie en de biografie van de persoonskunde, zodat uiteindelijk de tegenstelling van de politiek van maatschappelijk verantwoording nemen wordt bereikt.

Ethiek kan descriptief of prescriptief zijn. Bij het bestuderen (en beschrijven) van moraal zonder zelf een moreel standpunt in te nemen spreken we over descriptieve ethiek. Daarnaast kunnen ethici zelf ook standpunten uitdragen en verdedigen, wat we als prescriptieve ethiek definiëren.

In Meta-ethics the is-ought problem was articulated by David Hume (Scottish philosopher and historian, 1711–1776), who noted that many writers make claims about what ought to be on the basis of statements about what is. However, Hume found that there seems to be a significant difference between descriptive statements (about what is) and prescriptive or normative statements (about what ought to be), and it is not obvious how we can get from making descriptive statements to prescriptive.

H.P. Blavatsky beschrijft Kosmos en mens, respectievelijk de macrokosmos en microkosmos in de Delen I en II van De Geheime Leer.
In het informatie registrerende en overdragende Akasha-veld van het universum worden de correlaties tussen de micro - en macrokosmos tot stand gebracht. Het 'Hoe en Wat' in de aardse microkosmos, de mens staat tegenover het 'Wat en Hoe' in de hemelse macrokosmos, het universum.
Het scheppingsproces op aarde dient met het scheppingsproces in de hemel te worden verbonden.

H.P. Blavatsky Geheime Leer Deel I Proloog (p. 45):
Het zal dus duidelijk zijn dat de tegenstelling tussen deze twee aspecten van het Absolute essentieel is voor het bestaan van het ‘gemanifesteerde Heelal’. Zonder kosmische substantie zou de kosmische verbeeldingskracht zich niet kunnen manifesteren als individueel bewustzijn, omdat bewustzijn alleen door middel van een materieel voertuig te voorschijn komt als ‘ik ben ik’. Er is immers een stoffelijke grondslag nodig om een straal van het universele denkvermogen in een bepaald stadium van ingewikkeldheid ergens op te richten. Evenzo zou kosmische substantie zonder kosmische verbeeldingskracht een lege abstractie blijven en er zou geen bewustzijn uit voortkomen.
46: Zo is ons bewustzijn afkomstig van de geest of de kosmische verbeelding; de verschillende voertuigen waarin dat bewustzijn wordt geïndividualiseerd en tot zelf- of reflectief bewustzijn komt, zijn afkomstig van de kosmische substantie; terwijl fohat in zijn verscheidene manifestaties de geheimzinnige schakel vormt tussen denkvermogen en materie, het bezielende beginsel dat ieder atoom tot leven prikkelt.
(b) De eeuwigheid van het Heelal in toto als een grenzeloos gebied, periodiek ‘het toneel van talloze Heelallen die zich onophoudelijk manifesteren en weer verdwijnen’ en die ‘de zich manifesterende sterren’ en ‘de vonken van de eeuwigheid’ worden genoemd. ‘De eeuwigheid van de pelgrim21’ is als een oogwenk van het Zelf-bestaan (Boek van Dzyan). ‘Het verschijnen en verdwijnen van werelden is als een regelmatig getij van eb en vloed.’ (Zie Afdeling II, ‘Dagen en nachten van Brahma’.)
21) ‘Pelgrim’ is de benaming die wordt gegeven aan onze monade (de twee in één ) gedurende haar cyclus van incarnaties. Zij is het enige onsterfelijke en eeuwige beginsel in ons, omdat zij een ondeelbaar onderdeel is van het integrale geheel – de universele geest, waaruit zij voortkomt en waarin zij aan het eind van de cyclus wordt opgenomen. Als men zegt dat zij uit de ene geest voortkomt, moet men een onbeholpen en onjuiste uitdrukking gebruiken, bij gebrek aan meer geschikte woorden in het Nederlands. De aanhangers van de Vedanta noemen haar sutratma (draad-ziel), maar ook hun uitleg verschilt iets van die van de occultisten. Het verklaren van dit verschil wordt echter aan eerstgenoemden zelf overgelaten.
Geheime Leer Deel I Stanza 1 De nacht van het heelal (p. 66):
(a) Tijd is alleen maar een illusie, voortgebracht door de opeenvolging van onze bewustzijnstoestanden op onze reis door de eeuwige duur; hij bestaat niet waar er geen bewustzijn is waarin die illusie kan worden teweeggebracht, maar ‘ligt dan te slapen’. Het nu is slechts een wiskundige lijn die dat deel van de eeuwige duur dat wij de toekomst noemen, scheidt van het gedeelte dat wij het verleden noemen. Niets op aarde heeft werkelijke duur, want niets blijft ook maar tijdens het miljardste deel van een seconde onveranderd of gelijk. De gewaarwording die wij hebben van de werkelijkheid van het deel van de ‘tijd’ dat bekend staat als het nu, wordt veroorzaakt door het vervagen van dat kortstondige beeld, of opeenvolging van beelden, die door onze zintuigen worden opgevangen, terwijl de waargenomen dingen overgaan van het gebied van idealen dat wij de toekomst noemen, naar dat van herinneringen dat wij het verleden noemen.
69: (a) Er zijn zeven ‘paden’ of ‘wegen’ naar de gelukzaligheid van het Niet-bestaan, dat absoluut Zijn, Bestaan en Bewustzijn is. Zij waren niet, omdat het Heelal tot dat moment leeg was en slechts in de goddelijke gedachte bestond. Want het is . . .
69/70: Maya of illusie is een element dat bij alle eindige dingen optreedt, want alles wat bestaat heeft alleen maar een relatieve en geen absolute werkelijkheid, omdat de vorm waarin het verborgen noumenon voor een waarnemer verschijnt, afhangt van zijn waarnemingsvermogen. Voor het ongeoefende oog van een barbaar is een schilderij eerst een zinloze wirwar van gekleurde strepen en klodders, terwijl een geoefend oog er onmiddellijk een gezicht of een landschap in ziet. Niets is blijvend, behalve het ene verborgen absolute bestaan dat in zichzelf de noumena van alle werkelijkheden bevat. De bestaansvormen die tot ieder gebied van het zijn behoren, tot de hoogste Dhyan-Chohan toe, hebben tot op zekere hoogte iets van schaduwen, die door een toverlantaarn op een kleurloos scherm worden geworpen; toch zijn alle dingen betrekkelijk reëel, want ook de waarnemer is een weerspiegeling, en de waargenomen dingen zijn daarom voor hem even werkelijk als hijzelf. De werkelijkheid die de dingen misschien bezitten, moet men erin zoeken vóór of nadat zij als een flits door de stoffelijke wereld zijn heengegaan; maar wij kunnen zo’n bestaan niet rechtstreeks waarnemen zolang wij waarnemingsinstrumenten hebben die slechts het stoffelijke bestaan binnen het bereik van ons bewustzijn brengen. Op welk gebied ons bewustzijn ook werkzaam is, zowel wij als de dingen die tot dat gebied behoren, zijn voor dat moment onze enige werkelijkheden. Naarmate wij een hogere trap van ontwikkeling bereiken, bemerken wij dat we tijdens de stadia die we hebben doorlopen schaduwen voor werkelijkheden hebben aangezien. Het omhoogklimmen van het ego is een reeks steeds verdergaande bewustwordingen, waarbij iedere vordering de gedachte meebrengt dat we nu eindelijk de ‘werkelijkheid’ hebben bereikt. Wij zullen echter pas vrij zijn van de door maya voortgebrachte waanvoorstellingen, wanneer wij het absolute Bewustzijn hebben bereikt en het onze daarin hebben laten opgaan.
74: Wat is de tijd bijvoorbeeld anders dan de opeenvolging in panorama’s van onze bewustzijnstoestanden? Met de woorden van een Meester, ‘Het irriteert mij deze drie onhandige woorden – verleden, heden en toekomst – te moeten gebruiken, die armzalige begrippen van de objectieve fasen van het subjectieve geheel; zij zijn vrijwel even weinig geschikt voor het doel als een bijl voor fijn houtsnijwerk.’ Men moet paramartha verkrijgen opdat men niet een te gemakkelijke prooi wordt voor samvriti – dit is een filosofisch axioma7.
7) Duidelijker gezegd: ‘Men moet waar zelfbewustzijn verkrijgen om samvriti, de ‘oorsprong van de misleiding’, te begrijpen.’ Paramartha is synoniem met de Sanskrietterm svasam-vedana of ‘de bespiegeling die zichzelf analyseert’. Er is een verschil in interpretatie van de betekenis van ‘paramartha’ tussen de Yogacharya’s en de Madhyamika’s, maar geen van beiden verklaren de werkelijke en ware esoterische betekenis van de uitdrukking. Zie verder Sloka 9.
77/78: (b) Droomloze slaap is een van de zeven bewustzijnstoestanden die in de oosterse esoterie bekend zijn. In elk van deze toestanden komt een ander gedeelte van de geest in werking; of zoals een aanhanger van de Vedanta het zou uitdrukken: is het individu bewust op een ander gebied van zijn wezen. De uitdrukking ‘droomloze slaap’ wordt in dit geval allegorisch toegepast op het Heelal om een toestand uit te drukken die enigszins analoog is aan die bewustzijnstoestand van de mens, die deze zich in waaktoestand niet herinnert en die een leegte schijnt te zijn, op dezelfde manier als waarop de slaap van een gehypnotiseerd persoon voor hem een onbewuste leegte schijnt te zijn als hij tot zijn normale toestand terugkeert, ofschoon hij heeft gesproken en gehandeld zoals een bewust individu zou doen.
81: Volgens Hegel zou het ‘onbewuste’ de omvangrijke en moeizame taak van het ontwikkelen van het Heelal slechts hebben ondernomen in de hoop een helder zelfbewustzijn te bereiken.
Een aanhanger van de Vedanta zou nooit de juistheid van dit denkbeeld van Hegel erkennen en de occultist zou zeggen dat het precies van toepassing is op het ontwaakte MAHAT, het universele denkvermogen, dat al is geprojecteerd in de wereld van de verschijnselen als het eerste aspect van het onveranderlijke ABSOLUTE, maar nooit op dit laatste. ‘Geest en stof, of purusha en prakriti’, zo wordt ons geleerd, ‘zijn slechts de twee oorspronkelijke aspecten van het Ene en Ongeëvenaarde’.
Geheime Leer Deel I Stanza 2 Het denkbeeld van differentiatie (p. 86/87):
Om zichzelf te kennen is bewustzijn en waarneming nodig (beide zijn beperkte vermogens die betrekking kunnen hebben op ieder onderwerp, behalve op Parabrahm). Vandaar de ‘eeuwige adem die zichzelf niet kent’. Het oneindige kan het eindige niet begrijpen. Het grenzeloze kan niet in betrekking staan tot het begrensde en het voorwaardelijke. Volgens de occulte leer is de onbekende en onkenbare BEWEGER, of het zelf-bestaande, de absolute goddelijke Essentie. En omdat dit absoluut Bewustzijn en absolute Beweging is – voor het beperkte gevoel van degenen die dit onbeschrijflijke beschrijven – is het onbewustheid en onbeweeglijkheid. Concreet bewustzijn kan niet als eigenschap worden toegeschreven aan abstract Bewustzijn, evenmin als de eigenschap ‘nat’ aan water – want natheid is het wezenlijke van water en de oorzaak van het nat zijn van andere dingen. Bewustzijn houdt beperkingen en kwalificaties in; iets om zich van bewust te zijn en iemand die zich ervan bewust is. Maar absoluut Bewustzijn sluit de kenner, het gekende en de kennis alle drie in zich, en alle drie zijn één. Niemand is zich van meer bewust dan dat deel van zijn kennis dat hij op een bepaald tijdstip in zijn herinnering heeft teruggeroepen, maar de taal is zó arm, dat we geen woord hebben om de kennis waaraan we in feite niet denken, te onderscheiden van kennis die we niet in ons geheugen kunnen terugroepen. Vergeten is synoniem met zich niet herinneren. Hoeveel groter moet dan de moeilijkheid zijn om termen te vinden om abstracte metafysische feiten of verschillen te beschrijven en te onderscheiden. Men moet ook niet vergeten dat wij aan de dingen namen geven in overeenstemming met de uiterlijke vorm die zij voor ons aannemen. Wij noemen absoluut bewustzijn ‘onbewustheid’, omdat het ons toeschijnt dat dit noodzakelijk zo moet zijn. Zo noemen wij het Absolute ook ‘duisternis’, omdat het voor ons eindige begrip volkomen ondoordringbaar schijnt; toch erkennen wij ronduit dat onze waarneming van dergelijke dingen deze geen recht doet. Onwillekeurig maken wij in onze gedachten onderscheid tussen bijvoorbeeld onbewust absoluut bewustzijn en onbewustheid, door stilzwijgend aan het eerste een onbepaalde eigenschap toe te kennen, die – op een hoger gebied dan waartoe onze gedachten kunnen reiken – overeenkomt met wat wij in onszelf als bewustzijn kennen. Maar dat is geen soort bewustzijn dat wij kunnen onderscheiden van wat ons als onbewustheid voorkomt.
Geheime Leer Deel I Stanza 5 Fohat: kind van zevenvoudige hiërarchieën (p. 154):
De twee voornaamste theorieën van de wetenschap over het verband tussen bewustzijn en stof zijn het monismeen het materialisme. Deze twee bestrijken het hele gebied van de negatieve psychologie, met uitzondering van de quasi-occulte opvattingen van de Duitse pantheïstische scholen18.
18) De meningen van onze hedendaagse wetenschappelijke denkers over het verband tussen bewustzijn en stof kan men terugbrengen tot twee hypothesen. Hieraan ziet men, dat beide de mogelijkheid uitsluiten van een onafhankelijke ziel, gescheiden van de stoffelijke hersenen waardoor deze werkt. Het zijn:
(1.) Het MATERIALISME, de theorie die bewustzijnsverschijnselen beschouwt als het product van een moleculaire verandering in de hersenen, m.a.w. als het gevolg van een omzetting van beweging in gevoel (!). De meer primitieve school ging eens zover, dat zij het bewustzijn vereenzelvigde met een ‘bijzondere manier van bewegen’ (!!), maar deze opvatting wordt nu gelukkig door de meeste geleerden zelf als absurd beschouwd.
(2.) Het MONISME of de leer van de enkelvoudige substantie is de meer subtiele vorm van negatieve psychologie, die een van haar voorstanders, professor Bain, heel knap ‘voorzichtig materialisme’ noemt. Deze leer, die veel aanhangers heeft en onder haar verdedigers mannen telt zoals Lewis, Spencer, Ferrier en anderen, stelt in het algemeen wel het denken en de bewustzijnsverschijnselen radicaal tegenover de stof, maar beschouwt beide toch als de twee kanten of aspecten van een en dezelfde substantie in enkele van haar vormen. Volgens hen is gedachte als zodanig volkomen tegengesteld aan stoffelijke verschijnselen, maar zij moet ook worden beschouwd als alleen maar de ‘subjectieve kant van zenuwbeweging’ – wat onze geleerden daarmee ook mogen bedoelen.
Geheime Leer Deel I hoofdstuk Theosofische misvattingen (p. 194):
Vanaf het begin is verklaard en daarna herhaaldelijk bevestigd: (1) dat geen enkele theosoof, zelfs niet als aangenomen chela, – en dus in geen geval een lekenleerling – kon verwachten dat de geheime leringen hem grondig en volledig zouden worden verklaard, voordat hij zich onherroepelijk en plechtig aan de Broederschap had verbonden en tenminste één inwijding had ontvangen, omdat aan het publiek geen cijfers en getallen kunnen worden gegeven, want cijfers en getallen zijn de sleutel tot het esoterische stelsel; (2) dat wat werd geopenbaard, slechts de esoterische binnenkant was van wat is neergelegd in bijna alle exoterische geschriften van de wereldreligies – in het bijzonder in de Brahmana’s, en de Upanishads van de Veda’s en zelfs in de Purana’s.
196: ‘Leid het leven dat noodzakelijk is voor het verkrijgen van die kennis en vermogens, en wijsheid zal vanzelf tot u komen. Steeds wanneer u in staat bent om uw bewustzijn af te stemmen op een van de zeven snaren van het ‘universele bewustzijn’; die snaren die zijn gespannen op het klankbord van de Kosmos en die trillen van eeuwigheid tot eeuwigheid; wanneer u ‘de muziek van de sferen’ grondig hebt bestudeerd, pas dan zult u geheel vrij zijn om uw kennis te delen met hen met wie dit veilig is.
De Geheime Leer Deel I Stanza 6. Vervolg (p. 228):
In de Kabbala worden de werelden vergeleken met vonken die wegvliegen van onder de hamer van de grote architect – de WET, de wet waaronder al de kleinere scheppers vallen.
Het volgende vergelijkende diagram laat zien dat de twee stelsels, het kabbalistische en het oosterse, overeenkomsten vertonen. De bovenste drie lagen zijn de drie hogere bewustzijnsgebieden, die in beide scholen alleen aan de ingewijden worden onthuld en verklaard. De onderste lagen geven de vier lagere gebieden weer – het laagste is ons gebied, of het zichtbare Heelal.
Deze zeven gebieden corresponderen met de zeven bewustzijnstoestanden in de mens. Het is zijn taak om zijn eigen drie hogere toestanden af te stemmen op de drie hogere gebieden in de Kosmos. Maar voordat hij dit kan proberen, moet hij de drie ‘zetels’ ervan tot leven en activiteit opwekken. En hoevelen zijn in staat zich ook maar een oppervlakkig begrip te vormen van atma-vidya (geest-kennis), of wat door de soefi’s wordt genoemd rohanee? In sloka 3 van de toelichting op Stanza VII in dit Deel zal de lezer een nog duidelijker uitleg van het bovenstaande vinden bij de bespreking van saptaparna de mens-plant. Zie ook de paragraaf met die naam in Afd. II.
H.P. Blavatsky: De Geheime Leer Deel I Stanza 7 De voorvaderen van de mens op aarde (p. 261):
Filosofisch beschouwd is de mens in zijn uiterlijke vorm eenvoudig een dier, nauwelijks volmaakter dan zijn aapachtige voorvader uit de derde Ronde. Hij is een levend lichaam, geen levend wezen, omdat het besef van bestaan, het ‘ego-sum’, zelfbewustzijn vereist, en een dier kan alleen rechtstreeks bewustzijn of instinct hebben.
263: Als de occultist dus zegt, dat de ‘duivel de schaduwzijde van god is’ (het kwaad, de keerzijde van de medaille), bedoelt hij niet twee afzonderlijke werkelijkheden, maar de twee aspecten of facetten van dezelfde Eenheid.
Geheime Leer Deel I Samenvatting (p. 301):
(6.) Het Heelal wordt van binnen naar buiten bestuurd en geleid. Zoals boven, zo is het ook beneden, zoals in de hemel, zo ook op aarde; en de mens – de microkosmos en het verkleinde evenbeeld van de macrokosmos – is de levende getuige van deze universele wet en van haar manier van werken.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 3 Oorspronkelijke substantie en goddelijke gedachte (p. 356):
Ook nu begrijpen ze het niet. De evolutie van het GODSBEGRIP houdt gelijke tred met de verstandelijke ontwikkeling van de mens zelf. Dit is zo waar, dat het hoogste ideaal waarnaar de religieuze geest in een tijdperk kan opstijgen, aan de filosofische geest in een volgende periode slechts een grove karikatuur zal toeschijnen! De filosofen zelf moesten worden ingewijd in de waarnemingsmysteriën, voordat zij de juiste opvatting van de Ouden in verband met dit heel metafysische onderwerp konden begrijpen.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 8 Leven, kracht of zwaartekracht (p. 590):
‘Verkondig dit wonderbaarlijke mysterie . . . Hoor het volledige vaststellen van de oorzaken. De neus, de tong, het oog en de huid, en het oor als het vijfde (zintuig), denkvermogen en begrip8, deze zeven (zintuigen) moet men opvatten als de oorzaken van (de kennis van hun) eigenschappen.
8) De verdeling in vijf fysieke zintuigen is uit de grijze oudheid tot ons gekomen. Maar terwijl de hedendaagse filosofen het aantal overnemen, vraagt geen van hen zich af hoe deze zintuigen konden bestaan, d.w.z. op een zelfbewuste manier konden worden waargenomen en gebruikt, tenzij er een zesde zintuig was, mentale perceptie, om ze vast te leggen, en (dit voor de metafysici en occultisten) het ZEVENDE om de spirituele vrucht en de herinnering eraan te bewaren, als in een levensboek (BOEK VAN HET LEVEN) dat tot het karma behoort. De Ouden verdeelden de zintuigen in vijf, eenvoudig omdat hun leraren (de ingewijden) ophielden bij het gehoor, omdat dat zintuig zich pas bij het begin van het vijfde Ras op het fysieke gebied ontwikkelde (of beter gezegd: werd ‘verkleind’ en beperkt tot dit gebied). (Het vierde Ras was al begonnen de spirituele conditie te verliezen, die zo bij uitstek was ontwikkeld in het derde Ras.)
De Geheime Leer Deel II Stanza 6 DE EVOLUTIE VAN DE ‘ZWEETGEBORENEN’ (p. 148/149):
In een knap artikel, dat ongeveer vijftien jaar geleden werd geschreven, toont onze geleerde en geachte vriend prof. Alex. Wilder uit New York de absolute logica en de noodzaak aan van het geloof dat ‘het oorspronkelijke Ras dubbelgeslachtelijk’ was, en hij geeft er een aantal wetenschappelijke redenen voor3. Zijn eerste argument is ‘dat een groot deel van het plantenrijk het verschijnsel van tweeslachtigheid vertoont . . . de classificatie van Linnaeus noemt bijna alle planten zo. Dit is zowel het geval bij de hogere families van het plantenrijk als bij de lagere vormen, van de hennep tot de Italiaanse populier en de ailanthus. In het dierenrijk, in het leven van de insecten, brengt de mot een worm voort, zoals in de Mysteriën het grote geheim werd uitgedrukt: ‘Taurus Draconem genuit, et Taurum Draco’. De familie van de koraaldieren, die volgens Agassiz ‘tijdens het tegenwoordige geologische tijdperk honderdduizenden jaren aan het opbouwen van het schiereiland Florida heeft gewerkt . . . brengt haar nakomelingen uit zichzelf voort, zoals de knoppen en takken van een boom’. Bijen hebben daarop enigszins gelijkende eigenschappen . . . De aphiden of bladluizen gedragen zich als amazonen, en maagdelijke ouders houden het Ras tijdens tien opeenvolgende generaties in stand.’
Wat zeggen de oude wijzen, de filosoof-leraren van de oudheid? Aristophanes spreekt in Plato’s ‘Gastmaal’ als volgt over dit onderwerp: ‘Onze natuur was vroeger niet dezelfde als nu. Zij was androgyn, de vorm en de naam hadden zowel iets mannelijks als iets vrouwelijks . . . Hun lichamen waren rond, en zij bewogen zich al ronddraaiend voort4. Zij hadden een verschrikkelijke kracht en een kolossale eerzucht. Daarom deelde Zeus elk van hen in tweeën en maakte hen zo zwakker; Apollo sloot op zijn aanwijzing hun huid.’
4) Vergelijk het visioen van Ezechiël (hfst. i) van de vier goddelijke wezens die ‘de gestalte van een mens hadden’ en toch de gedaante van een wiel; ‘als zij gingen, gingen zij op hun vier zijden . . . want de geest van het levende schepsel was in het wiel’.
De Geheime Leer Deel II Stanza 6 Enkele woorden over ‘zondvloeden’ en ‘noachs’ (p. 174):
De schrijfster is zich goed bewust dat de specialisten die zich de minste beperkingen oplegden bij hun berekeningen van de ouderdom van de aardbol en van de mens, altijd de meer angstvallige meerderheid tegen zich hadden. Maar dit bewijst heel weinig, omdat de meerderheid op de lange duur zelden of nooit gelijk blijkt te hebben. Harvey stond jaren lang alleen. De voorstanders van het idee om de Atlantische Oceaan met stoomboten over te steken, liepen het gevaar hun leven in een krankzinnigengesticht te eindigen. Mesmer wordt tot vandaag toe (in de encyclopedieën) met Cagliostro en St. Germain tot de kwakzalvers en bedriegers gerekend. En nu Mesmer door Charcot en Richet in het gelijk is gesteld en nu het ‘mesmerisme’ onder zijn nieuwe naam van hypnotisme – een valse neus op een heel oud gezicht – door de wetenschap wordt aanvaard, vergroot dat onze eerbied voor die meerderheid niet, als wij de lichtvaardigheid en de zorgeloosheid zien waarmee haar leden ‘hypnotisme’, ‘telepatische invloeden’ en andere verschijnselen behandelen. Kortom, zij spreken erover alsof zij er sinds de tijd van Salomo in hadden geloofd en niet slechts enkele jaren eerder de voorstanders ervan ‘krankzinnigen en bedriegers’ hadden genoemd28!
28) Hetzelfde lot staat de spiritistische verschijnselen en alle andere psychologische manifestaties van de innerlijke mens te wachten. Sinds de tijd van Hume, van wie de onderzoekingen culmineerden in een nihilistisch idealisme, is de psychologie geleidelijk veranderd in een grof materialisme. Hume wordt als een psycholoog beschouwd, en toch ontkende hij a priori de mogelijkheid van verschijnselen waarin nu miljoenen geloven, waaronder veel wetenschapsmensen. De hylo-idealisten van tegenwoordig zijn zuivere annihilationisten. De scholen van Spencer en van Bain zijn respectievelijk positivistisch en materialistisch, en helemaal niet metafysisch. Het is psychisme en geen psychologie; het doet even weinig denken aan de leer van de Vedanta als het pessimisme van Schopenhauer en Von Hartmann aan de esoterische filosofie, het hart en de ziel van het ware boeddhisme.
De Geheime Leer Deel II Stanza 7 VAN HET HALFGODDELIJKE RAS TOT DE EERSTE MENSENRASSEN (p. 190):
Evolutie is een eeuwige cyclus van wording, wordt ons geleerd; en de natuur laat geen atoom ongebruikt. Bovendien streeft vanaf het begin van de Ronde alles in de Natuur ernaar mens te worden. Alle impulsen van de tweevoudige middelpuntzoekende en middelpuntvliedende kracht zijn gericht op één punt – de MENS. De vooruitgang in de opeenvolging van de wezens, zegt Agassiz, ‘bestaat in een toenemende gelijksoortigheid van de levende fauna en bij de gewervelde dieren in het bijzonder in het steeds meer gelijken op de mens. De mens is het doel waarnaar de hele dierlijke schepping vanaf het eerste verschijnen van de eerste paleozoïsche vissen heeft gestreefd13.’
13) ‘Principles of Zoology’, blz. 206.
Inderdaad, maar ‘de paleozoïsche vissen’ staan lager op de boog van de evolutie van vormen, en deze Ronde begon met de astrale mens, de weerspiegeling van de Dhyan-Chohans, de ‘bouwers’ genoemd. De mens is de alfa en de omega van de objectieve schepping. Zoals in Isis Ontsluierd wordt gezegd, ‘alle dingen hadden hun oorsprong in de geest – want de evolutie gaat oorspronkelijk van boven naar beneden, in plaats van omgekeerd, zoals de theorie van Darwin leert14’. Daarom is de neiging waarover de boven aangehaalde voortreffelijke bioloog spreekt, inherent aan elk atoom. Maar wanneer men haar zou toepassen op beide kanten van de evolutie, zouden de gemaakte opmerkingen in strijd zijn met de hedendaagse theorie, die nu bijna (darwinistische) wet is geworden.
4) Deel I, blz. 154, Eng. uitgave.
200/201: Padmapani is echter alleen voor de niet-ingewijden symbolisch de ‘lotusdrager’; esoterisch betekent het woord de drager van de kalpa’s, waarvan de laatste, de tegenwoordige mahakalpa (de Varaha), Padma wordt genoemd, en de helft van het leven van Brahma voorstelt. Hoewel een kleine kalpa, wordt hij maha, ‘groot’ genoemd, omdat hij de tijd omvat waarin Brahma uit een lotus voortkwam. Theoretisch zijn de kalpa’s oneindig, maar praktisch zijn ze verdeeld en onderverdeeld in Ruimte en Tijd, waarbij elk onderdeel – tot het kleinste toe – zijn eigen Dhyani als beschermer of bestuurder heeft. Padmapani (Avalokiteshvara) wordt in China in zijn vrouwelijke aspect Kwan-yin, ‘die vrijelijk elke gewenste vorm aanneemt, om de mensheid te redden’. De kennis van het astrologische aspect van de sterrenbeelden op de respectievelijke ‘geboortedagen’ van deze Dhyani’s Amitabha (de O-mi-to Fo van China) inbegrepen: bijv. op de 19de dag van de tweede maand, op de 17de dag van de elfde maand, en op de 7de dag van de derde maand, enz. – stelt de occultist ruimschoots in staat om zogenaamde ‘magische’ handelingen te verrichten. Men kan de toekomst van een individu, met al de komende gebeurtenissen in volgorde gerangschikt, zien in een magische spiegel, die onder de straal van bepaalde sterrenbeelden is geplaatst. Maar – pas op voor de keerzijde van de medaille, TOVENARIJ.

<< vorige || volgende >>

Categorie: Artikelen | Rapport | Auteur: Harry Nijhof


Deze pagina werd sedert 16 dec. 2007 4514 keer bekeken.