Akasa (5Ddenkraam, Interdisciplinair, Individualiteit, Symmetrie)
Nature hath made men so equal in the faculties of body and mind as that, though there be found one man sometimes manifestly stronger in body or of quicker mind than another, yet when all is reckoned together the difference between man and man is not so considerable as that one man can thereupon claim to himself any benefit to which another may not pretend as well as he. For as to the strength of body, the weakest has strength enough to kill the strongest, either by secret machination or by confederacy with others that are in the same danger with himself.
Een heelal vol walmende sterren, Xander Tielens: ‘We zijn gaan beseffen dat we in een moleculair heelal leven.’ (Volkskrant 5 juni 2012)
U bent er de meest geciteerde Nederlandse astronoom mee geworden. Hoe doet u dat eigenlijk?
‘Door altijd met de beste mensen en beste projecten, instrumenten en technieken te willen werken. En interdisciplinair. Ik praat even gemakkelijk met fysici en chemici.’
En biologen?
‘In Nederland is dat gesprek er nog niet zo, in de VS wel. Alle koolstof in ons lijf komt uit de sterren. Dat staat vast. De open vraag is vooral hoe dat tot leven heeft kunnen leiden.’
Het zijn de hovelingen die elke vernieuwing tegenhouden. Het gaat er om de rond management by management ('carrièremanagers') opgetrokken hofcultuur te ontmaskeren. Een hofcultuur, koninkrijkjes ontstaan vaak in bureaucratisch geleide organisaties en zijn het gevolg van managers die gespeend zijn van de vierde productiefactor ondernemerschap. Het zijn de onderonsjes van een kleine politieke elite die de zaak verzieken. De verborgen energiebron (oerstof, Akasa, blauwdruk) in de hemel staat tegenover de blauwdruk (verborgen agenda) van de achterkamertjes politiek op aarde. Of met andere woorden hoe richten wij onze levensenergie?
We moeten er net als het antropisch principe van uitgaan dat de dingen zijn zoals ze zijn, het leven, het ontwerp is zoals het is.
Ervin Laszlo boek Het Akasha-veld, Verbinding en geheugen in kosmos en bewustzijn (p. 145):
De werking van het subtiele maar reële A-veld verklaart de non-lokaliteit van niet alleen de kleinst meetbare bestanddelen van het universum, maar ook die van de grootste waarneembare structuren ervan. Het verklaart de coherentie van levende organismen én hun coherentie met de omgeving waarin ze leven en evolueren.
Het bewustzijn is niet het eindresultaat van de biologische evolutie. De éne werkelijkheid is juist het tegendeel. Het kosmische domein, het Akasha-veld vormt de grondslag van de stoffelijke wereld.
Interview met Ilya Prigogine
Bepleit u een uitbreiding van de oude Newtoniaanse wetenschap, of wilt u naar een totaal nieuw paradigma?
"De Newtoniaanse wetenschap moet een heel belangrijke, maar ook een heel specifieke tak van de fysica worden. Het is die tak die toepasbaar is wanneer je een aantal deeltjes uit het geheel kunt isoleren. Maar de concrete natuur kan dat niet. Om die te benaderen heb je een holistische aanpak nodig, die ieder reductionisme overstijgt. Dat is een nieuw paradigma” en zegt hij verder: ”De natuur zit dus vol creativiteit en vernieuwing en daarom hebben we een fysica nodig die in termen van mogelijkheden en probabiliteiten denkt."
Het idee om op basis van dualiteit (complementariteit) fysica en metafysica met elkaar te verbinden is eerder door Werner Heisenberg en door Fritjof Capra , in zijn boek The tao of physics, naar voren gebracht. Het boek van Capra beschrijft een onderzoek naar de parallellen tussen de moderne fysica en de oosterse mystiek. Het 5Ddenkraam wil benadrukken dat het universele patroon van het wat vastligt. Het onbepaaldheidsprincipe van Heisenberg geldt ook voor de tijd: wat in de toekomst verborgen (Arrow of time) ligt, is niet te meten. Het is zoals het is, daar kan de wetenschap weinig aan veranderen.
In het 5Ddenkraam zijn 'Kosmogonie van Pythagoras en Antropogenese', de 'metafysica, het bovennatuurlijke en de fysica', 'geestkunde en natuurkunde', 'Bewustzijnsevolutie en Evolutietheorie', 'Unificatietheorie en Snaartheorie', twee complementaire kanten van één medaille. Het is het projectiemechanisme, de spiegelsymmetrie die beide met elkaar verbindt. Of met andere woorden door alleen beide kanten de ‘natuurwetenschappen + geesteswetenschappen’ – these + antithese = synthese - van de éne werkelijkheid te belichten komt de theorie van alles een stapje verder. Als we de zaken werkelijk willen veranderen dienen we aan het geestelijke kapitaal meer aandacht te besteden.
De causale snaartheorie komt een stapje verder wanneer wetenschappers bereid zijn met de acausale, de geestelijke keerzijde van de medaille rekening te houden.
De oplossing van de unificatietheorie wordt niet gevonden in het
elementaire deeltje maar in de ruimte die de elementaire deeltjes van elkaar scheidt.
Deze stelling is gebaseerd op De Geheime Leer, Deel I p. 563: ‘De kracht is daarom niet in het atoom maar in de ruimte die de atomen van elkaar scheidt (neutrale centrum, eros = fohat = levensatoom). Evolutie vindt door emanatie plaats.
Uiteindelijk draait het om: Measurements on an entangled state (Quantum entanglement).

Ervin Laszlo boek Kosmische Visie Wetenschap en het Akasha-veld (p. 35):
De fysicus Erwin Schrödinger heeft erop gewezen dat elementaire deeltjes in de kwantumtoestand niet in een individueel gedefinieerde toestand verkeren, maar collectieve toestanden bezetten, en dat die toestanden altijd intrinsiek met elkaar ‘verstrengeld’ zijn.
De EPR-paradox (EPR-experiment) is een gedachte-experiment dat een schijnbare tegenspraak tussen de kwantummechanica en speciale relativiteitstheorie oplevert. De schijnbare tegenspraak heeft veel fysici lang hoofdpijn bezorgd, maar kan begrepen en opgelost worden met de meer hedendaagse notie van kwantumverstrengeling. "EPR" staat voor Einstein, Podolsky en Rosen die het gedachte-experiment in 1935 introduceerden om te suggereren dat de kwantummechanica geen complete theorie is. Het wordt soms de EPRB-paradox genoemd naar Bohm, die het originele gedachte-experiment vertaalde naar een iets eenvoudiger experimenteel toetsbaar experiment.
In het centrum van de deeltjesparen (Wave–particle duality, Welle-Teilchen-Dualismus) bevindt zich de oerbron (electromagnetic spectrum).
| Rapport E i V: | Steiner: | Natuurrijk: | Rapport ‘E i V’, | de natuurlijke kringloop (1 - 3 - 2 - 4): | |
| Deel VII | Deel V | 8. Ethiek | 6. Sociologie | ||
| Monad | Triad | 4. 'Ik', zelf | 2. Etherlichaam | Macrokosmos | Tijd-as |
| 1. 'Vuur' ---- | 3. 'Lucht' | Mensenrijk | Plantenrijk | 1. Ruimte, Wat ---- | 3. Oneindigheid, Ruimteloosheid |
| | | | | | | | | | | | |
| 4. 'Aarde' ---- | 2. 'Water' | Delfstoffenrijk | Dierenrijk | 4. Eeuwige NU ---- | 2. Materie, Hoe |
| Tetrad | Dyad | 1. Fysieklichaam | 3. Astraallichaam | Tijd-as | Microkosmos |
| Deel IV | Deel VI | 5. Psychologie | 7. Filosofie | 5e element Ether | (snijpunt van de diagonalen 1./2. en 3./4) |
Linkerkwadrant: Naast aarde-, lucht- en watervervuiling bestaat er ook geestelijke vervuiling. Maar gelukkig bestaat er ook het zelfreinigende vermogen (catharsis).
In het rapport 'E i V' draait het primair om de wisselwerking (wederkerigheid) tussen psychologie, sociologie, filosofie en ethiek. De interdisciplinaire aanpak (de vier pijlers psychologie, sociologie, filosofie en ethiek) in het rapport ‘E i V’ sluit nauw bij het transcendentalisme (literatuur, religie, cultuur en filosofie), Paracelsus (geneeskunst berust op vier pijlers: filosofie, astronomie, alchemie en ethiek), Pythagoras (‘bron van harmonie’: rekenkunde, sterrenkunde, meetkunde en muziek en H.P. Blavatsky (De Geheime Leer: kunsten, wetenschappen, theologie en vooral de filosofie) aan.
Paracelsus and other alchemists employed the term "Mysterium Magnum" to denote primordial undifferentiated matter, from which all the Classical Elements sprang, sometimes compared with Brahman, aether and akasha.
Paus Benedictus waarschuwt voor geestelijke vervuiling
"Net zoals wij tegen de vervuiling van de lucht zijn, moeten wij ook niet akkoord gaan met de vervuiling van de geest", klonk het. "Wij raken veel te snel gewend aan alles wat onze geest en ons hart vergiftigt. Bijvoorbeeld door beelden die de lust, het geweld en de verachting van man en vrouw op een spectaculaire manier tonen."
Meer aandacht voor geestelijke vervuiling
Bij de officiële opening van het nieuwe bedrijfsgeneeskundig centrum in het Botlekgebied heeft de staatssecretaris van volksgezondheid, dr. R.J.H. Kruisinga, gevraagd om grotere aandacht voor de geestelijke vervuiling van het Nederlandse volk,
„We doen alles voor de materiële gezondheid van de mensen. Terecht, maar het wordt tijd dat we ons bezorgd maken om de geestelijke volksgezondheid (3 mei 1971).
Door de toenemende welvaart neemt de geestelijke vervuiling toe, zo meent de staatssecretaris. De agressie en de onverdraagzaamheid onder het Nederlandse volk groeit gestadig. Het aantal gevallen van agressie met gebruikmaking van vuurwapens in de afgelopen vijf jaar is al vervijfvoudigd (van 55 in 1965 tot 280 in 1970).
Rechter kwadrant: 5e element Ether, snijpunt van de diagonalen 1./2. en 3./4. Het fysieke - en emotionele lichaam, de mentale psyche en de monadische geest correleren met de vier typen toestanden van Ken Wilber. Het element ether, de kwintessens brengt de heelheid, de energetische samenwerking op het fysieke, emotionele, mentale, en spirituele vlak tot uitdrukking.
Akasa (Sanskriet)
Het woord betekent ‘schitterend’, ‘schijnend’, ‘lichtgevend’.
Het vijfde kosmische element, de vijfde essentie of ‘kwintessens’,
door de oude stoïcijnen aether genoemd; het is echter
niet de ether van de wetenschap. De ether van de wetenschap
is slechts een van zijn lagere delen. In de brahmaanse geschriften
wordt åkåßa gebruikt voor wat de noordelijke boeddhisten
svabhavat noemen, in meer mystieke zin ådi-buddhi — ‘oorspronkelijke
buddhi’; het is ook mûlaprakriti, de kosmische
geest-substantie, het reservoir van het zijn en van wezens. Het
Hebreeuwse Oude Testament verwijst ernaar als de kosmische
‘wateren’. Het is universele en substantiële ruimte; ook, in
mystieke zin, alaya. (Zie ook mûlaprakriti, alaya.)
Svabhavat (Sanskriet)
Een woord samengesteld uit sva, ‘zelf’, en bhavat, de onzijdige vorm van het tegenwoordig deelwoord van de wortel bhu, die ‘worden’ betekent in de zin van groei, waarvan een secundaire betekenis ‘zijn’ is afgeleid.
Svabhavat is een toestand van kosmische bewustzijn-substantie, waarin geest en stof, die in essentie één zijn, niet langer twee zijn zoals bij manifestatie, maar één: dat wat noch alleen gemanifesteerde stof, noch alleen gemanifesteerde geest is. Maar beide zijn de oorspronkelijke eenheid – het spirituele akasa – waar stof opgaat in geest; en beide, die nu in feite één zijn, worden ‘vader-moeder’, geest-substantie, genoemd. Svabhavat daalt nooit af uit zijn eigen toestand of gebied, maar is het kosmische reservoir van het zijn, en ook van wezens, en dus van bewustzijn, van het licht van het intellect, van leven; het is de uiteindelijke bron van wat de wetenschap in onze tijd de energieën van de universele natuur noemt.
De noordelijke boeddhisten noemen svabhavat met een meer mystieke term adi-buddhi, ‘oorspronkelijke buddhi’, de brahmaanse geschriften spreken over akasa, en het Hebreeuwse Oude Testament verwijst ernaar als de kosmische ‘wateren’.
Het verschil in betekenis tussen svabhavat en svabhava (zie aldaar) is heel groot en wordt in het algemeen niet goed begrepen; de twee woorden zijn vaak met elkaar verward. Svabhava is de karakteristieke aard, de kenmerkende essentie, de individualiteit, van svabhavat – van elk svabhavat, omdat elk svabhavat zijn eigen svabhava heeft. Svabhavat is dus in feite de wereld-substantie of stof, of, nog nauwkeuriger, datgene wat de wereld-substantie veroorzaakt, en dit oorzakelijke beginsel of element is de geest en essentie van kosmische substantie. Het is de plastische essentie van de stof, zowel de gemanifesteerde als de ongemanifesteerde. (Zie ook akasa.)
Akasa (Sanskrit) Âkâúa [from â + the verbal root kâú to be visible, appear, shine, be brilliant] The shining; ether, cosmic space, the fifth cosmic element. The subtle, supersensuous spiritual essence which pervades all space. It is not the ether of science, but the aether of the ancients, such as the Stoics, which is to ether what spirit is to matter. In the Brahmanical scriptures, akasa is used for what the Northern Buddhists call svabhavat, more mystically adi-buddhi (primeval buddhi); it is also mulaprakriti, cosmic spirit-substance, the reservoir of being and of beings. Genesis refers to it as the waters of the deep. It is universal substantial space, and mystically in its highest elements is alaya.
As universal space, it is also known as Aditi, in which lies inherent the eternal and continuously active ideation of the universe producing its ever-changing aspects on the planes of matter and objectivity; and from this ideation radiates the First Logos. This is why the Puranas state that akasa has but one attribute, namely sound, for sound is but the translated symbol of logos (speech) in its mystic sense. Akasa as primordial spatial substance is thus the upadhi (vehicle) of divine thought. Further, it is the playground of all the intelligent and semi-intelligent forces in nature, the fountainhead of all terrestrial life, and the abode of the gods.
Akasa is the noumenon and spiritual substratum of differentiated prakriti, otherwise the seven or ten prakritis, the root or roots of all in the universe. These prakritis are not merely in akasa, but are the manifestations of akasa in its various grades or degrees of evolutionary development. All the ancient nations mythologically deified akasa in one or another of its aspects and powers (cf IU 1:125 for a descriptive listing of the many names anciently used for akasa). It is the indispensable agent in all religious or profane magic: occult electricity, the universal solvent, in another aspect kundalini. “Akasa is the mysterious fluid termed by scholastic science, ‘the all-pervading ether’; it enters into all the magical operations of nature, and produces mesmeric, magnetic, and spiritual phenomena. As, in Syria, Palestine, and India, meant the sky, life, and the sun at the same time; the sun being considered by the ancient sages as the great magnetic well of our universe” (IU 1:140n).
Sometimes the astral light is used as a convenient but inaccurate phrase for akasa. In clarifying the difference between these Blavatsky says: “The Astral Light is that which mirrors the three higher planes of consciousness, and is above the lower, or terrestrial plane; therefore it does not extend beyond the fourth plane, where, one may say, the Akasa begins.
“There is one great difference between the Astral Light and the Akasa which must be remembered. The latter is eternal, the former is periodic. The Astral Light changes not only with the Mahamanvantaras but also with every sub-period and planetary cycle or Round. . . .
“The Akasa is the eternal divine consciousness which cannot differentiate, have qualities, or act; action belongs to that which is reflected or mirrored from it. The unconditioned and infinite can have no relation with the finite and conditioned. . . . We may compare the Akasa and the Astral Light . . . to the germ in the acorn. The latter, besides containing in itself the astral form of the future oak, conceals the germ from which grows a tree containing millions of forms. These forms are contained in the acorn potentially, yet the development of each particular acorn depends upon extraneous circumstances, physical forces, etc.” (TBL 75-6; also IU 1:197).
The astral light is the tablet of memory of earth and of its child the animal-man; while akasa is the tablet of memory of the hierarchy of the planetary spirits controlling our chain of globes, and likewise of their child, each spiritual ego. The astral light is simply the dregs or lowers vehicles of akasa. Gautama Buddha held only two things as eternal: akasa and nirvana. In the Chandogya Upanishad (7:12:1-2) akasa (ether, space) is equated with Brahman.
Aether, Ether (Greek) [from aitho shining, fire] The upper or purer air as opposed to aer, the lower air; the clear sky; the abode of the gods. In Classical antiquity it denoted primordial substance, Proteus or protyle, the unitary source both of all substances and energies, the mask of all kosmic phenomena. Often used loosely to embrace a domain which extends from the All-Father himself down to the atmosphere of our earth. Vergil speaks of “Jupiter omnipotens aether,” and Cicero describes aether as the ultimate zone of heaven encircling, embracing, and permeating all things. At one time a member of the pantheon and object of veneration, at another the quest of the alchemist in search of the “absolute element” which would give him power over nature, and finally a hypothetical medium of science for conveying light waves.
Sometimes aether is used in translating the Sanskrit akasa, which has the same etymological and philosophical meaning. Here it is an element or principle coming after manas and kama and before the astral light and ether. Again, it is a high aspect of akasa, having itself also seven subordinate aspects. There are in kosmic space at least seven aethers or prakritis, which exist one within the other in a rising scale of spirituality. Collectively they may be called spirit-aether or akasa.
Generally in The Secret Doctrine it is the fifth kosmic element from below, a link between kosmic mind or mahat and the lower manifested world, the vehicle of the former and the parent of the latter. Looking at aether in a more general kosmic way, it is the field of activity of the kosmic Third Logos, Brahma-prakriti, and therefore the great womb of manifested being, the treasure house of all kosmic types, forth from which they flow at the opening of manifestation and back into which they will again be ingathered at the beginning of kosmic pralaya. It is in consequence the great mother-substance out of which all the hierarchies are built. It interpenetrates everything, lasting from the beginning of the universal manvantara to its end, and indeed, may be said to continue, in its most spiritualized form throughout kosmic pralaya as the seed-house or storehouse from which everything will flow into manifestation again when the new period of kosmic activity arrives. Considered as the cosmic mother of all things, aether in its highest feminine aspect is the same as the Vedic Aditi or the Hera or Juno of Greece and Rome. Thus in one sense it is also mulaprakriti, the generator or producer of the seeds of beginnings and things. The Old Testament refers to aether as the kosmic waters. In its highest parts it is mystically alaya (the kosmic spirit-soul) or what in Northern Buddhism is called svabhavat, more mystically adi-buddhi. See also ACTIO IN DISTANS; AKASA
Actio in Distans (Latin) Action at a distance. Can force be transmitted across an empty space? On the automechanical theory of the universe, such action is inexplicable and yet inevitable, for if the universe consists entirely of matter made of atoms separated from each other by empty spaces, the transmission of force from one atom to another cannot be explained except by supposing some medium to intervene. If this medium is atomic, the old difficulty reappears; if it is continuous, there is no reason for supposing it, since matter might in the first place have been supposed to be continuous. Thus if we choose to represent reality as a system of points in space, we must assume actio in distans as an axiom. The difficulty that a body cannot act where it is not, may be gotten over by stating that wherever it can act, there it is. Scientific theories, carried to a logical conclusion, support the idea that all things in the universe are connected with each other, so that whatever affects one part affects every other part. Notions of physical space do not enter to the realm of mind, thought, and feeling.
To meet this difficulty of action at a distance, early European scientists invented various kinds of ethers to bridge the supposed gap of nothingness between atom and atom or body and body. These finally were abandoned, with the exception of the luminiferous or light-carrying ether, which remained until the Michelson-Morley experiment, after which it was abandoned.
Nevertheless, theosophy postulates the existence of atomic and subatomic ethers of various degrees of tenuity, ranging from physical to spiritual. Collectively these ethers are the different planes or ranges of akasa, the fundamental substratum of the universe and the garment in which the kosmic divinity clothes itself — the various prakritis as outlined especially in the Sankhya philosophy. Any scientific ether is not the akasa or aether, but solely the lowest plane of the akasic plenum, some of the ranges of the astral light, which in one sense is the highest principle of the earth’s atmosphere — a subtle ethereal energy-stuff permeant through and interpenetrating physical matter of all kinds. See also Aether; Ether
Astral Light This is the next cosmic plane above the physical, which is to the physical globes of our earth or of the other bodies of our solar system what the linga-sarira is to the human physical body. As such, it is the carrier of life-forces — jiva cosmically, and prana individually — and the storehouse of cosmic energies on their way to or from physical manifestation. It preserves an indelible record of all events on the astral and physical planes, there being continual interaction between the two planes. No natural phenomenon, whether mental, psychic, or physical, can be explained without it; without it, the physical world would crumble to impalpable dust.
The astral light is itself divided into subordinate planes; the lower regions teem with gross emanations from the earth, including psychic remnants from deceased beings, which exert a negative influence on the living, especially when intercourse with these remnants is encouraged by moral and physical weakness or by ignorant experiments.
The alchemical action of the astral light and its intimate connection with the physical sphere explains epidemics, whether physical or psychological. Because it transmits thoughts and emotions, its connection with karma is evident. The astral light is the mother of the physical world, just as akasa is the mother of the astral light.
The astral light is virtually the same as the sidereal light of Paracelsus and other medieval mystic philosophers who followed him. The reason for calling this kosmic plane astral or sidereal is that all nature being a vast and intricately interwoven organism, the stars and planets emanate into each other their respective celestial energies and substances. Thus, because there is this constant interchange of starry fluids emanating from the different celestial bodies, the term astral light has a foundation of esoteric scientific fact. It is applied specifically to the second kosmic plane only because it is nearest to the physical and beings living on the physical plane at times become sensible of the existence of the second kosmic plane by means of flashes of starry light or sensations of luminosity. Hence the ancient initiates, knowing the source of this starry substance, properly called it the astral or sidereal light, or by some similar expression. The astral light, finally, is the very dregs of akasa, and is virtually the same as the hypothetical ether of science.
Monier Williams (Zoek: Akaza):
m. (Ved.) or (later) n. (ifc. f. %{A}) a free or open space , vacuity AitBr. S3Br. MBh. &c. [127,1] ; the ether , sky or atmosphere Naigh. S3Br. Mn. &c. ; (%{am}) n. (in philos.) the subtle and ethereal fluid (supposed to fill and pervade the universe and to be the peculiar vehicle of life and of sound) Veda1ntas. &c. ; Brahma (as identical with ether) L. ; = %{AkAza-bhASita} below Comm. on S3ak. ; (%{e}) loc. ind. in the air (a stage direction implying something said by or to a person out of sight) Mr2icch. S3ak. &c.
De uitdrukking "over zijn schaduw heen stappen/springen" werd in april 2012 plotseling populair onder Nederlandse politici. Er werd mee bedoeld dat iemand bereid is het onmogelijke te doen door het eigen (partij)belang opzij te zetten bij het nemen van beslissingen die voor het landsbelang noodzakelijk zijn. Naar aanleiding van het onverwachts, in zeer korte tijd bereiken van een akkoord over de rijksbegroting werd de uitdrukking zo vaak gebruikt, dat deze al snel als een cliché werd aangemerkt.
Het gemanifesteerde is in de kern gebaseerd op dualiteit, want er kan geen enkele dynamiek zijn zonder polariteit, zonder de voortdurende wisselwerking van de positieve en negatieve aspecten.
Het wiskundige model van de chaostheorie maakt het mogelijk het wiskundige model, de driehoek van Pythagoras te ontcijferen (‘E i V’ hoofdstuk 7.2). Anderzijds toont John Major Jenkins in zijn boek Het einde van de Maya-kalender 2012 de Decodering van de Maya-kosmogenesis (kosmogonie).
Het ONKENBARE en het onbekende is de bron en oorzaak van al deze emanaties . . . De mens is de alfa en de omega van de objectieve schepping.
In het onderzoeksrapport ‘E i V’ komt naar voren dat in De Geheime Leer de kwintessens op het snijpunt, het snijvlak tussen disciplines betrekking heeft.
Cultuursociologie bevindt zich op het snijvlak tussen Cultuurwetenschappen en Sociologie, Evolutiebiologie tussen Evolutie en Biologie, Culturele psychologie tussen Cultuurwetenschappen en Psychologie, Sociobiologie tussen Sociologie en Biologie, Evolutiepsychologie tussen Evolutie en Psychologie, Paleontologie tussen Geologie en Biologie, Geochemie tussen Geologie en Scheikunde en Geofysica tussen Geologie en Fysica.
Ligt het dan niet voor de hand dat op het snijvlak van de geesteswetenschappen en natuurwetenschappen (Geestkunde en Natuurkunde) het gemeenschappelijke raamwerk van de Unificatietheorie ligt?
De geschiedenis leert dat de oplossing van de unificatietheorie, het levensmysterie al millennia bekend is. Het hangt er alleen maar vanaf hoe je het probleem formuleert. Hoe selectief zijn we als waarnemer?
Stelling: Het Akasha-veld vormt de basis voor ‘de integrale theorie van alles’, de unificatietheorie. In het onderzoeksrapport 'E i V' wordt om het ‘allesverbindende informatieveld’ te verklaren het Ether-paradigma gebruikt. Dit rapport wil aantonen dat de holos-beschaving een stapje dichterbij komt door de absolute waarheid (G. de Purucker: Drie stadia van het zien van Waarheid), de éne werkelijkheid als vast referentiepunt te kiezen.
Geestelijke gezondheid (Leraar en Leerling, Kunst, Cultuuroverdracht, Gebroken symmetrie)
Na het lezen van het artikel Autisme wereldreligies moet doorbroken in de Volkskrant van 18 oktober 2003 is met het verzamelen van informatie voor het rapport ‘E i V’ daadwerkelijk een begin gemaakt. Het gaat er niet om het eigenbelang, maar de Europese solidariteit te bevorderen.
Kuddementaliteit sleutelfactor in economische crisis.
Nu regeringen over de hele wereld een manier zoeken om uit het economische tumult te komen, legt een toonaangevende academicus de schuld bij het 'kudde denken' van vooraanstaande bankiers. Volgens Professor Dussauge, die het lesprogramma 'Leading Strategies for Outstanding Performance' leidt aan de HEC business school in Parijs, is één van de hoofdoorzaken van de teloorgang de neiging tot collectief denken in het hoger management. "De mensen aan de top hebben eenvoudigweg het bekritiseren van beslissingen die namens hen werden genomen, terzijde geschoven. Het algemeen denken was, 'als zij het doen, zal het wel goed zijn'."
"De organisaties die succes hebben zijn niet die ondernemingen die de kudde volgen", zegt Dussauge, "Maar diegenen die begrijpen wat de basis voor een effectieve, strategische beslissing echt is en die alleen dan het lef hebben iets anders te doen en daarmee hun voordeel behalen".
Een aantal malen belandde P. F. Thomése in stevige literaire polemieken. Leon de Winter verweet hem antisemitisme naar aanleiding van een column van zijn hand in de GPD -bladen. Joost Zwagerman verweet hem dubbelhartigheid inzake cultuurpessimisme; Thomése had medio jaren negentig in de Revisor een essay gepubliceerd getiteld 'De narcistische samenzwering', waarin hij het commercialisme in de literatuur hekelde. Naar de mening van critici verweet hij echter schrijvers als Connie Palmen datgene wat hij nadien ook zelf zou doen: het zoeken van publiciteit met autobiografische literatuur.
De geschiedenis laat een diversiteit aan innovatieve, interdisciplinaire grensoverschrijdende wetenschappers zien.
Pythagoras, Ammonius Saccas, Origenes, Dante Alighieri, Helena Blavatsky, Spinoza, Schelling, Nietzsche, Teilhard de Chardin, Einstein, Jung, Wittgenstein, Krishnamurti, David Bohm, Jean Charon en Ervin Laszlo zijn eminente wetenschappers die zich hebben bewogen op het snijvlak van natuur en cultuur. Op dit snijvlak gaat het echter niet primair om wetenschap versus geloof, maar eerder om de samenhang en wisselwerking tussen natuur – en menswetenchappen. Deze kengebieden kunnen wel onderscheiden, maar niet gescheiden worden. Het zijn twee verschillende, maar complementaire domeinen. Door beide als complementair te beschouwen ontstaat een completer zicht op de werkelijkheid. Het is wenselijk de tweespalt tussen de natuurwetenschappen en geesteswetenschappen te verkleinen. Vastgeroeste denkpatronen te doorbreken. Het domein van de materie met die van de energetische processen te combineren. Een ruimer denkmodel is nodig om op creatieve wijze (ideatie) de wereldvraagstukken op te pakken. Het zijn in het bijzonder de grenswetenschappers met een holistische visie die de samenleving een stapje verder brengen. Uiteindelijk draait het om de vraag welke leraar geeft je echt inspiratie?
Philosophers, scientists, and educators that have proposed theories of spiritual evolution include Schelling, Hegel, Max Théon, Helena Petrovna Blavatsky, Henri Bergson, Rudolf Steiner, Sri Aurobindo, Jean Gebser, Pierre Teilhard de Chardin, Owen Barfield, Arthur M. Young, Edward Haskell, E. F. Schumacher, Erich Jantsch, Clare W. Graves, Alfred North Whitehead, Terence McKenna, P.R. Sarkar and contemporaries William Irwin Thompson, Brian Swimme, and Ken Wilber.
De hamvraag is wanneer een paradigmawisseling in het denken daadwerkelijk op grotere schaal gaat plaatsvinden? Of met andere woorden, de keerzijde van de medaille, de menselijke geest in het medische model een gelijkwaardige plaats gaat innemen.
Het onderzoeksrapport ‘E i V’ laat zien dat het er nog steeds gaat om de regels van het spel van het wederzijds respect, Ethic of reciprocity - de Gulden Regel Wat gij niet wilt dat u geschiedt doet dat ook de ander niet - , er is niets nieuws onder de zon.
Stelling: Voor een juiste balans tussen individuele en collectieve belangen dienen net als 'Kerk en Staat' het 'publieke en private' domein duidelijk door een derde domein (‘bron van harmonie’) van elkaar te worden onderscheiden. Het privatiseren van de publieke sector komt er in feite op neer dat de overheid in eigen doel schiet. Door het stuur uit handen te geven los je geen problemen op.
Een manier om naar het door Ervin Laszlo gesignaleerde vraagstuk te kijken is op basis van het fenomeen Groupthink van Irving Janis. Het privatiseren van de publieke sector door de politiek heeft de chaos eerder doen toe dan afnemen. Een sector waar de problemen eerder groter dan kleiner zijn geworden is het onderwijs. Er is voor de gemakkelijkste weg gekozen. Door het stuur uit handen te geven los je geen problemen op. Marktdenken berust enkel op het principe van belonen en straffen. Het verdeelt de wereld in winners en losers. Wanneer je bereid bent het spel mee te spelen krijg je een beloning. Het heeft het probleem ‘Ieder voor zich en God voor ons allen’ alleen maar versterkt. Marktwerking is een eenzijdig door geld gestuurd mechanisme. Het mechanisme werkt ten koste van de geestelijke gezondheid.
Dr Amit Goswami (hoogleraar natuurkunde) in de 2-delige documentaire (Afl.1): Wetenschap en spiritualiteit (21-08-2005) worden vaak als onverenigbare domeinen gezien. Amit Goswami, Quantum Physics & Consciousness Deel 1, Deel 2 en Deel 3. De teloorgang van de materiële wereld kan door de geestelijke wereld, het integrale denken (kringloopdenken) worden opgelost.
Bewustzijn veroorzaakt de ineenstorting - Interpretatie van de kwantummechanica
De theorie waarbij beweerd wordt dat het bewustzijn de ineenstorting veroorzaakt is een speculatieve theorie waarbij waarnemen door een waarnemer met bewustzijn verantwoordelijk is voor de ineenstorting van de golffunctie. Het is een poging om de Vriend van Wigner paradox op te lossen door eenvoudigweg te zeggen dat de ineenstorting veroorzaakt wordt door de eerste waarnemer met bewustzijn. Aanhangers claimen dat dit geen herleving is van stofdualisme, omdat het bewustzijn en objecten verstrengeld zijn en niet als afzonderlijk beschouwd kunnen worden. De theorie kan beschouwd worden als een speculatief aanhangsel van bijna elke kwantumfysische theorie en de meeste fysici verwerpen het als niet-toetsbaar en het introduceren van onnodige zaken in de fysica.
In quantum mechanics , the Mott problem is a paradox that illustrates some of the difficulties of understanding the nature of wave function collapse and measurement in quantum mechanics . The problem was first formulated in 1929 by Sir Nevill Francis Mott and Werner Heisenberg, illustrating the paradox of the collapse of a spherically symmetric wave function into the linear tracks seen in a cloud chamber.
Karma kan ook aan de hand van het Yin/Yang-symbool en de Vijf Fasen worden geïllustreerd. Het symbool brengt drie opties tot uitdrukking, de natuurlijke -, de beheers - en de vernietigende kringloop. Amit Goswami, maakt in zijn boek De kwantum dokter, de nieuwe wetenschap van gezondheid en genezing, op p. 175 van hetzelfde Yin/Yang-symbool gebruik.
Richard Gerber, M.D. heeft in het boek Handboek Energetische Geneeskunde diverse geneeswijzen op een rijtje gezet waarbij hij als rode draad heeft gekozen: de energie. Dit kan zijn licht, geluid, elektriciteit, magnetisme, straling e.d.: allerlei vormen van energie die in diverse geneeswijzen worden gebruikt. Na een inleidende uitleg over energie in het algemeen komt hij als vanzelf op de homeopathie, kruidengeneeskunde, helderziendheid, accupunctuur en kristaltherapie. Bij al deze geneeswijzen onderzoekt hij de rol van de energie.
Al lezende kom je tot de conclusie dat het eigenlijk dus geen verschillende geneeswijzen zijn, alleen de interpretaties van energie verschillen.
In de systeemleer staat de ‘4’ voor het terugkoppelingsmechanisme, dat op de invoer, de verwerking en de uitvoer volgt. De hemelse ‘1 2 3’ ontstaat wanneer de aardse ‘4’, het terugkoppelingsmechanisme harmonie creëert. Een tipje van de sluier wordt opgelicht. De driehoek van Pythagoras is nog steeds actueel. Het ultieme ordeningsprincipe, de negentropie of het IBS (integraal besturingssysteem) van Ken Wilber is al millennia bekend.
| Kernkwadrant | Ofman: | 4Ddenkraam Ofman | & Ken Wilber: | Vier kwadranten | Ken Wilber |
| Holos | Logos | Akasha-kronieken | |||
| Creativethink >>>> | Groupthink | Samenwerkingskracht | Voedingskracht | Cultuur van waarden | Sociaal, Systeemtheorie |
| 1. Daadkracht >>>> | 3. Drammerigheid | 4. Wij-kant ---- | 2. Zij-kant | 4. Innerlijk/Collectief ---- | 2. Collectief/Uiterlijk |
| | | | | | | | | | | | |
| 4. Passiviteit <<<< | 2. Geduld | 1. Het-kant ---- | 3. Ik-kant (x) | 1. Individueel/Uiterlijk ---- | 3. Innerlijk/Individueel |
| Chaos <<<< | Zelfregulering | Vormkracht | Beeldkracht | Gedragsmatig | Intentioneel |
| Mythos (Eros) | Theos | Meta-leren |
(x) Daniel Ofman, boek Bezieling en Kwaliteit in Organisaties (p. 114, 183).
De Ik-kant, Het-kant en Wij-kant bij Daniel Ofman komen met de Ik-kant, Het-kant en Wij-kant in het model van Ken Wilber overeen (Ken Wilber, boek Een Beknopte Geschiedenis van Alles, p. 137).
Vijf individuele - en collectieve dimensies, 1. Emotionele flexibiliteit:
| Individueel | (Kernkwadrant): | Collectief (Kernkwadrant): | |||
| 1. Emotionele flexibiliteit | 1. Moed > | 3. Overmoedig | Zwakke onzekerheidsvermijding > | Woede | |
| (Weloverwogen moed) | | | | | | | | | |
| 4. Vermijden < | 2. Weloverwogen | Angst < | Sterke onz. |
Aan elke crisis liggen tegenstellingen, zoals bijvoorbeeld tussen 'Politicals & Professionals', ten grondslag. Door de nauwe 'verstrengeling' tussen de 'eerste, tweede en derde macht' en de 'vierde, vijfde en zesde macht' verloopt de weg naar verbetering nu contraproductief omdat de brokkenpiloten elkaar de hand boven het hoofd houden en geen contact meer hebben met de werkvloer. Het zelfreinigend vermogen is verloren gegaan. De brokkenpiloten die de poblemen hebben gecreëerd moeten zich nu als een ware Baron von Münchhausen aan hun eigen haren uit het moeras trekken. Door de deregulering, het privatiseren van het onderwijs, de wooncorporaties en de zorg heeft de overheid het stuur uit handen gegeven en dreigt de cash cow Nederland volledig te worden uitgemolken. Met een lose-lose situatie als gevolg.
Een structureel probleem vraagt om een structurele oplossing. De politieke besluitvorming, het bespreken van alternatieven en condities vergt tijd. Meningsverschillen die in een debat naar voren komen dragen juist aan het wegen van standpunten bij.
Structurele problemen hebben primair een sociaal-psychologische dimensie en hebben met ons ego te maken. In een gezond bedrijf wordt het management dat verantwoordelijk is voor het ontstaan van problemen ontslagen. De schaduwzijde van de bonussencultuur zorgt er voor dat men elkaar gaat indekken. De egospelletjes optimaal meespeelt. Zaken worden onder de pet gehouden. De bonussencultuur berust op het sentiment “Voor wat hoort wat” (do-ut-des).
Het zijn de zwakke managers, de 'carrièremanagers' met een groot ego, die dreigen en intimideren om hun gelijk te behalen. De 'carrièremanagers' spelen echter weer in en zijn als het ware de marionet van het echelon boven hen. Er bestaat een natuurlijke neiging van leidinggevenden naar het benoemen van klonen van zichzelf. Daarentegen staan managers met een sterk ego (sterke wil) wel open voor een debat. Als voorbeeld geldt het zelfstandige en onafhankelijke denken van Michel de Montaigne.
De productiviteit, de relatie tussen 'efficiëntie en effectiviteit' van de beroepsbevolking is ernstig onder druk komen te staan. Het is in het algemeen het middle management van een organisatie, dat de effectiviteit frustreert en daardoor de efficiency verlaagt.
Het platte organisatiemodel stimuleert betrokkenheid van de werknemers door een gedecentraliseerd besluitvormingsproces. Wanneer het personeel van de werkvloer meer verantwoordelijkheid krijgt en de tussenlaag van het middle management wordt verwijderd, dan bereiken commentaar en terugkoppeling al het personeel dat bij een besluit betrokken is veel sneller. De snelheid waarmee de klant zijn verwachte respons krijgt kan hierdoor worden verhoogd. Doordat de interactie tussen de werknemers toeneemt, is dit organisatiemodel in het algemeen meer afhankelijk van een meer persoonlijke relatie tussen medewerkers en managers. Deze structuur kan hierdoor meer tijdrovend zijn om te implementeren, dan een traditioneel bureaucratisch/hiërarchisch model.
Prometheus erkent dit in het drama wanneer hij zegt:
‘O! heilige ether, snelvleugelige stormen . . .
Zie wat ik, een god, van goden moet verduren
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
En toch, wat zeg ik? Duidelijk wist ik tevoren
Al wat moest gebeuren . . .
. . . Het betaamt mij het voorbeschikte,
Zo goed ik kan te dragen, want ik weet zeer wel
Hoe onweerstaanbaar de kracht van het lot is . . .’
‘Lot’ staat hier voor KARMA of nemesis.
Nulpuntsenergie staat zo voor de 'forward' time, vacuüm-energie staat voor de 'reverse' time en de radiant energy staat voor het fenomeen van de cyclische tijd. De uitdijing strookt met de kosmische nulpuntsenergetische tijdruimte, de aantrekking met de universele vacuümruimte van een sterrenstelsel en de cyclische tijd is de tijd beschreven door de lokale gekromde ruimte van om elkaar heendraaiende, elektromagnetische, radiant-actieve hemellichamen. De cyclische tijd is de tijd van de materie dus en zo zijn we dan, wetenschappelijk bezien, materieel gebonden aan de tijd beschreven door de zon, de maan en de sterrenhemel. Dat samenstel van natuurlijke ritmen vormt dus de 'meesterklok' die door alle mensenklokken slaafs gevolgd dient te worden zoals men in de achtiende eeuw in Frankrijk ook sprak van meester- en slaafklokken op een lokaal ofwel plaatsafhankelijk niveau van tijdmeten. Volgt de klok niet slaafs de natuur, dan zijn de mensen zelf de slaven van het cultuurneurotische, standaardtijd-politieke ego tot ze hun lesje geleerd hebben. Je kan immers pas vrij met de orde van de tijd zijn als je die orde eenduidig voor je ziet, anders kan je niet kiezen overeen te stemmen of niet. Niet het ontkennen of weerstreven met tijdzones en gemiddelden van de natuurlijke orde is de vrijheid, maar het individeel naar omstandigheid improviseren erop.
Het primaire proces in het onderwijs draait om de relatie ‘Leraar en Leerling’, de kennisoverdracht van inhoudelijke kennis. Door de schaalvergroting en de daarmee samenhangende bureaucratie in het onderwijs is deze relatie aardig onder druk komen te staan. In bureaucratische geleide organisaties staat veelal niet de klant, de leerling waar het feitelijk om moet draaien, maar het bouwen van eigen koninkrijkjes centraal. Het is een utopie te geloven dat door schaalvergroting de effectiviteit en efficiency in een dergelijke organisatie toeneemt. Het tegendeel is eerder het geval. Aan de neerwaartse spiraal, die de afgelopen decennia in het onderwijs naar voren is gekomen, is de zogenaamde marktwerking mede debet.
In het rapport ‘E i V’ wordt de stelling verdedigd dat in een bureaucratisch geleide organisatie het wenselijk is dat de echte professionals tot het zelfde salarisniveau (maar ook niet meer) kunnen doorgroeien als het topmanagement. Dit om te vermijden dat de politicals, de vierde macht die zich met navelstaren bezighoudt voor het doorschuiven van problemen wel zeer riant worden beloond. Deze politicals zijn een variant op het peterprincipe, het sprookje De nieuwe kleren van de keizer van Hans Christian Andersen. Het gaat dus om de kwaliteit van professionals die in staat zijn om complexe vraagstukken op te lossen. In een bureaucratie geldt, enigszins gechargeerd, wie werkt maakt fouten, wie geen fouten maakt maakt promotie. 'Carrièremanagers' maken geen fouten omdat ze ook geen enkele inbreng hebben gehad. Een kenmerk van personen met NPS (Narcistische persoonlijkheidsstoornis) is dat ze in grijze muizen gedrag excelleren. De cultuur in een organisatie dient zodanig te zijn dat managers met NPS op een gezonde manier, met humor worden gecorrigeerd.
Antigone (Sophokles): Antigone (Gr. Ἀντιγόνη) is een klassieke tragedie van de dichter/tragicus Sophokles over Antigone uit de Griekse mythologie. Het motto van het stuk: om gelukkig te worden moet je verstandig handelen (maar wat is verstandig handelen...) en de goden niet tarten (maar wat is de goden tarten...). Het centrale thema van het stuk: Het individuele geweten versus de staatswetten; de morele of goddelijke wetten versus de menselijke wetten.
Exodos
Op dat moment deed Haemon een poging om zijn vader te vermoorden en toen dat niet lukte, liet hij zichzelf in zijn eigen zwaard vallen.
Het beleid van Georg W. Bush is gebaseerd op het principe van voor-ons-of-tegen-ons. De regering Bush verdeelt de wereld in vrienden en mensen die geen vrienden zijn van Amerika, de cultuur van ‘wie niet voor ons is, is tegen ons’. Door een conflict al vanuit de zwart-wit, 'of-of' optiek te benaderen kom je niet dichter bij een oplossing. Te vaak hoor je de doctrine ‘Wat goed is voor Amerika is goed voor de rest van de wereld’. Amerika is bevangen door de ‘as van het kwaad’ en schiet daarmee in de eigen voet. Machteloosheid komt naar voren door de angst voor het gevaar van massavernietigingswapens in Irak, die achteraf nog steeds niet zijn gevonden. Opnieuw blijkt dat de angst voor gevaar gevaarlijker is dan het gevaar zelf.


Een variant is Narcissus die over zijn eigen spiegelbeeld gebogen stond en daarop verliefd werd en die tenslotte in het water verdronk.
Narcisme is een term uit de psychologie. Het is een vorm van gedrag dat wordt gekenmerkt door een obsessie met de persoon zelf (vaak het uiterlijk), egoïsme, dominantie, ambitie en gebrek aan inlevingsvermogen. Iemand die narcistisch gedrag vertoont, noemt men een narcist.
Het tegenovergestelde van egoïsme is altruïsme.
Over creativiteit geeft Prana nr. 159 (Ten geleide) interessante voorbeelden.
Brahms zegt dat hij als hij componeert in contact staat met dezelfde geest als waar Jezus zo vaak naar verwees.
Richard Strauss beschrijft overweldigende visioenen
Dan put ik uit de bron van oneindige en eeuwige energie waaruit wij allen en alles voortkomen.
In de religie noemt men dit God.
Grieg zegt: Wij componisten projecteren het oneindige in het eindige.
Picasso is een ander groot kunstenaar die met zijn schilderij ‘Guernica’ toont hoe het paard aan de lans van zijn eigen ruiter ten onder gaat.
De top down & bottom up wederkerigheid komt in de organisatiecultuur tot uitdrukking. Er bestaat een duidelijke overeenkomst tussen de Big Five (persoonlijkheidsdimensies) van Willem Hofstee en de vijf cultuurdimensies van Geert Hofstede, boek Allemaal andersdenkenden, omgaan met cultuurverschillen.
Een ding is zeker dat de koehandel, de twee handen op één buik politieke machtsspelletjes (you scratch my back and I'll scratch yours), betekent dat de collectieve voorzieningen verder worden uitgehold. Er bestaat geen free luch. Het free-riderprobleem van Mancur Olson houdt in dat individuele rationaliteit kan leiden tot collectieve irrationaliteit. Tegenover intolerantie staat de tolerantie jegens andersdenkenden en andere godsdiensten. De afgelopen decennia hebben te veel managers zich met het doorschuiven van problemen bezig gehouden. Feitelijk komt het neer op de vraag of je voor het oplossen of het doorschuiven van problemen riant wordt beloond.
Het zijn mensen die aan de ’eeuwige wederkeer’ van Friedrich Nietzsche, door kwalitatieve of kwantitatieve feedback cq. feedforward (systeemtheorie), sturing geven. Het punt van de ‘Eeuwige wederkeer’ komt naar voren in de boekjes van:
Wim de Lobel, boek De Eeuwige Generatie, De kunst van het grote sterven en van
Hans de Heer, boek Geest van Stof, de Mnemocratische Evolutie van het Bewustwordingsproces.
Het rapport Eenheid in Verscheidenheid baseert zich ook op het principe van de eeuwige wederkeer. Al gaat het niet uit van de hypothese van Hans de Heer dat de geest uit de stof ontstaat, maar dat Purusha, de geest de enige werkelijkheid is.
Het 5D-concept laat net als de levensboom en het enneagram zien dat het goede nieuws is dat er een zelfregulerend (zelfreinigend, zelfgenezend, zelfhelend) vermogen in het universum zit ingebakken. Het gaat er om de schijnwaarheden in het leven, de ingebakken clichés te demystificeren.
Het Oude Testament spreekt van het Gouden kalf en het Nieuwe testament van dat Niemand twee heren kan dienen: Jullie kunnen niet God dienen én de mammon. Ook nu gaat het nog steeds om een medaille met twee kanten, achter de economische crisis gaat een morele crisis van Goed en Kwaad (zie ook Demon est deus inversus en klippoth) schuil.
De boodschap, het nieuwe inzicht van Jezus (historisch-kritisch benaderd) Keer dan ook uw andere wang toe is de keerzijde van het Oog om oog, tand om tand uit het Oude Testament en berust op de Gulden Regel Wat gij niet wilt dat u geschiedt doet dat ook de ander niet (Reflexief Bewustzijn).
Helderziendheid (Tijdsymmetrie, Monade + Duade, Wederkerigheid, Meta-leren)
Schools of the Prophets “Schools established by Samuel for the training of the Nabiim (prophets). Their method was pursued on the same lines as that of a Chela or candidate for initiation into the occult sciences, i.e., the development of abnormal faculties or clairvoyance leading to Seership. Of such schools there were many in days of old in Palestine and Asia Minor. That the Hebrews worshipped Nebo, the Chaldean god of secret learning, is quite certain, since they adopted his name as an equivalent of Wisdom” (TG 294).
Blavatsky points so specifically to the Hebrew and other similar schools in Asia Minor because these are the best known; yet similar schools of the prophets, under other names, have existed in all countries and ages, as for instance in Greece, where they were called Mysteries, and in Egypt.
Science [from Latin scientia from scire to know] In its widest sense formulated knowledge, a knowledge of structure, laws, and operations. The unity of human knowledge may be artificially divided into religion, philosophy, and science. Science and philosophy, as presently understood, have in common the quality of being speculative, as opposed to religion, which in the West is supposed to be founded merely on faith and moral sentiments. The present distinction between science and philosophy lies largely in their respective fields of speculation. What is known as modern science investigates the phenomena of physical nature and by inferential reasoning formulates general laws therefrom. Its method is called inductive and its data are so-called facts — i.e., sensory observations; whereas deductive philosophy starts from axioms. Yet a scientist, in order to reason from his data at all, must necessarily use both induction and deduction.
Modern science has limited its field of study to the laws of physical nature; but in the 20th century the illusive and entirely phenomenal nature of matter and energy, formerly assumed to be eternal and indestructible, is better realized by scientists who have traced the chain of physical causation to a point beyond physical limits altogether and admit that the physical world consists of phenomena occurring in an ultraphysical substance.
In modern sciences dealing with biology, evolution, and anthropology, legitimate inference from facts has been much interfered with by preconceived ideas. Modern science suffers from its failure to see the necessity of postulating an astral or formative world behind the physical, this astral world being in itself but one stage in a rising scale or ladder of invisible worlds. To ascertain the facts upon which to build a true inductive system, we must admit the existence in man of means of direct perception other than those afforded by the physical senses.
Clairvoyance Clear-seeing; generally, the power to use the psychic sense of vision to see things on the astral plane, the imperfect shadows of things to come or the astral records of things past. But this faculty is of restricted scope and very apt to mislead; prematurely developed in an untrained person, it is more likely to lead to error than to benefit. True clairvoyance is the opening of spiritual vision, called in India the Eye of Siva and beyond the Himalayas the Eye of Dangma; a faculty which enables the seer to see the truth and to recognize it as such. Among the seven saktis (occult powers) is enumerated jnana-sakti, which in its higher aspects is the power of knowing, true clairvoyance, but which on lower planes becomes more or less perfect psychic clairvoyance. True clairvoyance enables the seer to discern the reality behind its veils, to know right action, and to see what is happening in worlds removed by distance or difference of plane from our own. Retrospective clairvoyance interprets the past through its indelible records in the akasa.
Volgens Harold Puthoff en Milo Wolff bestaan tijd en ruimte niet op het niveau van het Akasha-veld. Het Akasha-veld is als het ware het centrum van het bewustzijn, een fictief punt tussen ‘golven en deeltjes’. Het onzekerheidsprincipe geeft al aan dat de elementaire bouwstenen van de materie zich als deeltjes, dan weer als golven en soms als beide tegelijk gedragen.
Helderziendheid (clairvoyance, buitenzintuiglijke waarneming) kan zowel op de absolute – als de relatieve tijd betrekking hebben. Paragnosten werkzaam in de individuele sfeer vertrekken bewust vanuit de relatieve tijd, daarentegen staan mystici met de collectieve sfeer in verbinding en hebben onbewust de absolute tijd als vertrekpunt.
De parapsychologie onderscheidt enerzijds het astraallichaam en anderzijds het etherisch dubbel.
William A. Tiller Psychoenergetics and subtle energies.
Charles Webster Leadbeater remains well-known and influential in his work through his reputed clairvoyance with, for instance, his books The Chakras and Man, Visible and Invisible dealing with the human aura and chakras. Leadbeater's reputed clairvoyance, however, was not without grave errors. In his book The Inner Life he wrote that there is a population of human-like beings on the planet Mars (a popular belief at the time).
Annie Besant met fellow Theosophist Charles Webster Leadbeater in London in April 1894. They became close co-workers in the Theosophical Movement and would remain so for the rest of their lives. Leadbeater claimed clairvoyance and reputedly helped Besant become clairvoyant herself in the following year. In a letter dated 25 August 1895 to Francisca Arundale, Leadbeater narrates how Besant became clairvoyant.[8] Together they clairvoyantly investigated the universe, matter, thought-forms, and the history of mankind, and co-authored several books.
Edgar Cayce coupled with the popularity he received from newspapers attracted several eager commercially-minded men who wanted to seek a fortune by using Cayce's clairvoyant abilities.
Olav Hammer critiques as scientism Steiner's claim to use a scientific methodology to investigate spiritual phenomena based upon his claims of clairvoyant experience. Steiner regarded the "observations" of spiritual research as more dependable (and above all, consistent) than observations of physical reality yet considered spiritual research as fallible and, perhaps surprisingly, held the view that anyone capable of thinking logically was in a position to correct errors by spiritual researchers.
As a scientist Charles Richet was positive about a physical explanation for paranormal phenomena. He wrote "It has been shown that as regards subjective metapsychics the simplest and most rational explanation is to suppose the existence of a faculty of supernormal cognition … setting in motion the human intelligence by certain vibrations that do not move the normal senses."
He later wrote about a “sixth sense,” an ability to perceive the hypothetical vibrations, he discussed this theory in his book Our Sixth Sense (1928). He also believed that some mediumship could be explained physically due to the external projection of a material substance (ectoplasm) from the body of the medium.
In 1974 Michael Persinger proposed that extremely low-frequency (ELF) electromagnetic waves may be able to carry telepathic and clairvoyant information. Gerald Feinberg also suggested that telepathy may exist due to as of yet undiscovered elementary particles which he called 'psychons' or 'mindons'.
In recent years the parapsychologist Charles Tart has accepted the existence of telepathy but claims that it is nonphysical in nature and can not be fitted into any physical theory.
Within the field of parapsychology, telepathy is considered to be a form of extra-sensory perception (ESP) or anomalous cognition in which information is transferred through Psi. It is often categorized similarly to precognition and clairvoyance. Various experiments have been used to test for telepathic abilities. Among the most well known are the use of Zener cards and the Ganzfeld experiment.
De tweelingparadox is een gedachte-experiment in de speciale relativiteitstheorie (SR). Een astronaut maakt een ruimtereis waarin hij lang met zeer hoge snelheden reist. Wanneer hij terugkomt op aarde, blijkt hij jonger te zijn dan zijn tweelingbroer, die op aarde is gebleven. Dit resultaat, de tijddilatatie van bewegende lichamen, wordt voorspeld door de speciale relativiteitstheorie.
The twin paradox: Is the symmetry of time dilation paradoxical?
Thus, if Jane applies General Relativity as well as Special Relativity, she concludes that Joe will be older and thus resolves the paradox. It is important to point out, however, that appealing to General Relativity is not necessary to resolve the paradox, as demonstrated above. In order to create the twin paradox, one must assume that Jane has been in a single inertial frame throughout her out-and-back trip. As this assumption is false, there is no paradox.
Karel Brooks boek De Mudiwereld De energie achter onze ervaringswereld (Mudiwereld)
Sinds mensenheugenis vragen we ons af hoe de wereld waarin we leven is ontstaan. Hoe heeft het leven zich ontwikkeld. Waarom leven mensen in groepen bij elkaar en waarom proberen die elkaar soms uit te roeien. Waarom zijn er mensen die gelukkig zijn en geen stress hebben en hoe doen ze dat.
'Het Mysterie van het Bestaan' geeft op deze vragen antwoord. Het legt daarbij een link tussen ons dagelijkse leven en huidige wetenschappelijke inzichten. We zien hoe het heelal, ons zonnestelsel en de Aarde ontstaan. We zien leven ontstaan en leren de processen kennen, die het gedrag en de emoties van een mens bepalen. We zien hoe sociale en economische structuren zijn ontstaan, wat hun invloed op ons dagelijks bestaan is en wat we in de toekomst kunnen verwachten. Bij een poging om het hoe en waarom van de microscopisch kleine subatomaire wereld en de onvoorstelbare grote wereld van het universum met onze zintuigen waar te nemen, lopen we vast. Maar er is hoop: de niet door ons waar te nemen Mudiwereld kunnen we met nieuwe formules beschrijven.
De Geheime Leer Deel I Stanza 1 De nacht van heelal (p. 75/76):
Alleen de ingewijde die beschikt over de kennis, verkregen door talloze generaties van zijn voorgangers, richt het ‘oog van Dangma’ op de essentie van dingen waarop maya geen enkele invloed kan hebben. Hier worden de leringen van de esoterische filosofie met betrekking tot de nidana’s en de vier waarheden van het grootste belang, maar ze zijn geheim.
9) Dangma betekent een gezuiverde ziel, iemand die een jivanmukta, de hoogste adept, of liever een zogenaamde mahatma is geworden. Zijn ‘geopende oog’ is het innerlijke geestelijke oog van de ziener, en het vermogen dat zich erdoor manifesteert is geen helderziendheid zoals die gewoonlijk wordt opgevat, d.w.z. het vermogen om op een afstand te zien, maar veeleer het vermogen van geestelijke intuïtie, waardoor directe en stellige kennis kan worden verkregen. Dit vermogen staat in nauw verband met het ‘derde oog’, dat de mythologische traditie aan bepaalde mensenrassen toeschrijft. Verdere uitleg zal men in Deel II vinden.
De Geheime Leer Deel I Samenvatting (p. 319):
‘Kanya (het zesde teken van de Dierenriem, of Virgo) betekent een maagd en stelt sakti of mahamaya voor. Het teken . . . is de zesde rasi of afdeling en geeft aan dat er zes oorspronkelijke krachten in de Natuur zijn (samengevat door de zevende)’ . . . Deze sakti zijn de volgende:
(1.) PARASAKTI. Letterlijk de grote of opperste kracht of macht. Zij betekent en omvat de krachten van licht en warmte.
(2.) JNANASAKTI . . . De kracht van het verstand, van werkelijke wijsheid of kennis. Deze heeft twee aspecten:
Hier volgen enkele van haar manifestaties wanneer ze onder de invloed of beheersing van stoffelijke omstandigheden wordt gebracht. (a) Het vermogen van het verstand om onze gewaarwordingen te interpreteren. (b) Zijn vermogen om denkbeelden van vroeger terug te roepen (geheugen) en om toekomstverwachtingen te wekken. (c) Zijn vermogen zoals dat aan de dag treedt in wat de moderne psychologen ‘de wetten van associatie’ noemen, dat het denken in staat stelt blijvende verbanden te leggen tussen verschillende groepen van gewaarwordingen en mogelijke gewaarwordingen, en zo het begrip of denkbeeld van een uiterlijk voorwerp doet ontstaan. (d) Zijn vermogen om onze denkbeelden met elkaar te verbinden door de geheimzinnige schakel van het geheugen en om zo het begrip van het zelf of de individualiteit te doen ontstaan; enkele van haar manifestaties, wanneer zij is bevrijd van de binding aan de stof, zijn (a) helderziendheid en (b) psychometrie.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 8 Leven, kracht of zwaartekracht (p. 592):
Hij heeft zijn zeven beginselen, zoals al het andere in de natuur, en als er geen ether was, zou er geen geluid zijn, omdat hij het trillende klankbord in de natuur is in al haar zeven differentiaties. Dit is het eerste mysterie dat de ingewijden uit de oudheid leerden. Onze huidige normale fysieke zintuigen waren (vanuit ons huidige gezichtspunt) abnormaal in die tijd van langzaam voortgaande benedenwaartse evolutie en van val in de stof. En er was een tijd toen alles wat tegenwoordig wordt beschouwd als ‘verschijnselen’ en wat zo raadselachtig is voor de fysiologen, die nu zijn gedwongen erin te geloven – zoals gedachteoverbrenging, helderziendheid, helderhorendheid, enz.; kortom alles wat nu ‘wonderbaarlijk en abnormaal’ wordt genoemd – toen dat alles en veel meer hoorde tot de zintuigen en de vermogens die de hele mensheid bezat. Wij doorlopen echter teruggaande èn vooruitgaande cyclussen; d.w.z. terwijl we bijna tot het einde van het vierde Ras aan spiritualiteit hebben verloren wat we in fysieke ontwikkeling hebben gewonnen, verliezen wij (de mensheid) nu even geleidelijk en onmerkbaar in fysiek opzicht alles wat we in de spirituele re-evolutie terugwinnen. Dit proces moet voortgaan tot de tijd die het zesde Wortelras op één lijn zal brengen met de spiritualiteit van de tweede, al lang uitgestorven mensheid.
De Geheime Leer Deel I hoofdstuk 17 Cyclische evolutie en karma (p. 717/718):
Het is geen vooruitzien en ook geen profetie, evenmin als het aankondigen van een komeet of een ster, een aantal jaren vóór deze verschijnt. Het zijn eenvoudig kennis en wiskundig juiste berekeningen, die de WIJZEN UIT HET OOSTEN in staat stellen te voorspellen, bijvoorbeeld dat Engeland aan de vooravond van een of andere ramp staat; dat Frankrijk zo’n punt in zijn cyclus nadert en dat Europa in het algemeen wordt bedreigd met of beter gezegd aan de vooravond staat van een grote ramp, waartoe het in zijn cyclus van ras-karma is gebracht. De betrouwbaarheid van de informatie hangt natuurlijk ervan af of men de bewering van een enorme historische waarnemingsperiode aanvaardt of verwerpt. Ingewijden uit het oosten houden vol dat zij verslagen hebben bewaard over de ontwikkeling van de rassen en over gebeurtenissen van universeel belang vanaf het begin van het vierde Ras, terwijl gegevens over wat daaraan voorafging op overlevering berusten. Bovendien zullen degenen die geloven in zienerschap en occulte vermogens, geen moeite hebben om tenminste het algemene karakter van de gegeven informatie te aanvaarden, zelfs al zijn dat overleveringen, wanneer deze laatste eenmaal met behulp van helderziendheid en esoterische kennis zijn getoetst en verbeterd. Maar in dit geval baseren wij ons niet in hoofdzaak op zo’n metafysisch geloof, maar geven wij een bewijs op grond van materiaal dat voor iedere occultist volkomen wetenschappelijk is – de verslagen die ontelbare eeuwen door middel van de Dierenriem zijn bewaard.
De Geheime Leer Deel II hoofdstuk 18 Over de mythe van de ‘gevallen engel’ in haar verschillende aspecten -
De vele betekenissen van de ‘oorlog in de hemel’ (p. 560/561):
Wat kan de betekenis van deze laatste zin zijn, als het geen verhaal is over het lot van de Atlantiërs? Vers 17, dat zegt, ‘uw hart verheft zich vanwege uw schoonheid’, heeft misschien betrekking op de ‘hemelse mens’ in Pymander, of op de gevallen engelen, die ervan worden beschuldigd door trots te zijn gevallen, als gevolg van de grote schoonheid en wijsheid die hun deel waren geworden. Er is hier geen beeldspraak, behalve misschien in de vooropgezette denkbeelden van onze theologen. Deze verzen betreffen het verleden en behoren meer tot de kennis die bij de inwijdingsmysteriën wordt verkregen dan tot retrospectieve helderziendheid! De stem zegt verder:
‘Gij waart in Eden, de hof van God (in het satya-yuga); elk kostbaar gesteente overdekte u . . . het werkstuk waarin zij waren gevat en aan u vastgehecht, was gereed toen gij geschapen werdt . . . Gij waart een gezalfde cherub . . . wandelend te midden van vlammende stenen . . . uw gedrag was volmaakt vanaf de dag dat gij werdt geschapen, totdat er onrecht in u werd gevonden. Daarom zal ik u verbannen van de berg van God en u vernietigen . . .’
Zelfinzicht ('Verbeeldingskracht of Ideatie', 'Knower, Knowing, and Known', Mystieke taal)
Want het is zelfs schandelijk om te noemen, wat heimelijk door hen wordt verricht;
Maar als dat alles door het licht ontmaskerd wordt, komt het aan de dag; want al wat aan de dag komt is licht.
Daarom heet het: Ontwaak, gij die slaapt, en sta op uit de doden, en Christus zal over u lichten. (005:011/014)
Hoe meer we over 'de waarheid' praten of zelfs maar denken, hoe verder we die van ons wegduwen.
Geen enkele organisatie of georganiseerde religie kan de mens naar waarheid of naar zijn verlossing leiden.
Waarheid is een land zonder paden.
Er bestaat geen pad naar de waarheid.
Je moet je eigen leraar en je eigen leerling zijn.
De tijd is nu,
de tijd omvat … het verleden,
de toekomst is nu.
Dus de dood is nu (kies: 'uitspraken').
Bewustzijn is de inhoud van het bewustzijn.
Het denken projecteert de toekomst via het heden, door het heden te wijzigen, vorm te geven en te ontwerpen als de toekomst.
Plato heeft hier een ethische strekking (slecht gedrag wordt gestraft na de dood, zij die goed geleefd hebben hoeven de dood niet te vrezen) in een mythische vorm verpakt.
De retorische vraag van het kip-en-eiprobleem blijft ons boeien en is na ruim twee millennia nog steeds actueel. Net als Paul Dirac (Diraczee) en Sin-Itiro Tomonaga gaat het rapport ‘E i V’ er vanuit dat gedachten en gevoelens met de imaginaire 5e dimensie samenhangen.
Welk ijkpunt (ijktheorie), codering kiezen wij voor ons zelfbeeld, de Goddeloze dwaas of de rechtvaardige wijze?
Een uitzicht op wereldvrede in eenheid en verscheidenheid ontstaat wanneer de mensheid er geleidelijk in zal slagen de drie gesignaleerde problemen van onwetendheid, politiek en identiteit integraal tot een oplossing te brengen. Het Ken Uzelve staat daarbij centraal. Het Ken uzelve is de sleutel tot ons hart. Op welke termijn zijn we bereid de military–industrial complex budgetten meer voor het bevorderen van het leven in te zetten, dus te voorkomen dat we de ecosystemen vernietigen.
Het hart, de ziel is een weerspiegeling van de anima mundi, het universele denkvermogen, de grote wereldziel. Het centrale basisprincipe is mens ken uzelve. Van de zeven chakra's (p. 9) is de vierde het hartchakra. De auteurs van Genesis schreven middels de wijsheid van het hart en niet met de kennis van het verstand. Het evolutionaire denken verklaart de verschijningsvormen, het hoe van het leven, daarentegen het evolutionaire voelen de verschijningsinhoud, het wat. Bij de snaartheorie gaat het om de kennis van het verstand. Het gaat niet om Genesis of Darwin. Het gaat namelijk om beide gezichtspunten, de complementariteit.
Waar de gulden middenweg loopt is bekend. Het is niet nodig het wiel opnieuw uit te vinden. Er is niets nieuws onder de zon.
Kennis ontstaat door de integratie (Gnosis) van de relatie 'kenner en het gekende zijn één' (knower, het proces van knowing en know) geworden. Of zoals Ianthe Hoskins het uitdrukt: ‘U bent DAT’. Het biedt zijn zoekende geest het verenigde beeld van een Plan, dat tegelijkertijd de oorzaak, het doel en de methode van de reis van de mensheid aangeeft.. Het samenvallen van de triade correleert ook met de uitspraak van Robbert Dijkgraaf dat de mens slechts een onmisbare schakel in de ultieme cirkelredenering is.
De waarnemer en het waargenomene zijn uiteindelijk één en hetzelfde. Robert Dijkgraaf duidt met de mens als schakel tussen wetenschap en natuur op het fenomeen van waarnemer en waargenomene. Net als Simon Vinkenoog plaatst hij de mens in de ultieme cirkelredenering centraal.
Of met andere woorden (Wim van den Dungen Sepher Yetzirah): Indien we 'sepher' met ruimte en 'sephar' met tijd vergelijken, dan betreft 'sippur' (of 'communicatie') de 'quintessense' of 'vijfde dimensie'.
Gene zijde van de imaginaire 5e dimensie, de kwintessens is dus vergelijkbaar met het begrip Boeddhanatuur van de ganse werkelijkheid en met het Christusbewustzijn (Logos van Philo, Antahkarana, Oeaohoo, Ho’oponopono). De ware natuur van alles is onbegrensd, zowel ruimtelijk als tijdloos (Ruimte en Tijd).
De Drie Logoi in de esoterie (Triade) brengen de eenheid der tegendelen, de Complementariteit tot uitdrukking.
Atma-Buddhi-Manas (Geest, hogere ongemanifesteerde Zelf) in de mens wordt door de drie Logoi {'Vader, Zoon en Heilige Geest' of 'Brahma, Vishnu en Shiva' (‘Scheppen, Onderhouden en Vernietigen’) of 'Isis, Osirus en Horus'} in de Kosmos weerspiegeld (Weerkaatsing, Toverlantaarn, Tetragrammaton). Alles in het universum ontstaat als gevolg van de interacties van polaire tegenstellingen, de dualiteit in de gemanifesteerde werkelijkheid.
De crux van het rapport ‘E i V’ zit in de relatie tussen essentie (wezen) en existentie (bestaan), tussen het zondebokmechanisme en het marktmechanisme of met andere woorden tussen heer en slaaf (politicals en professionals) respectievelijk tussen verkoper en koper. De waarheid over het zondebokmechanisme leert ons om te kijken vanuit het standpunt van de vervolgden in plaats van dat van de vervolgers.
Verbeeldingskracht (ideatie), de kernkwaliteit creativethink is het positief tegenovergestelde van chaos. Middels de ommekeer is het mogelijk ons met de natuurlijke kringloop (flow), te verbinden. We zijn medescheppers van iedere situatie die in ons leven ontstaat. Ieder initiatief, elk mens kan door het vlindereffect de zelfordening positief beïnvloeden. De chaostheorie leert dat alles met elkaar verbonden is en de onderzoeker niet af te scheiden is van het onderzoek. Alleen door dat wat is te accepteren komt de evolutie een stapje verder.
De Triade symboliseert de eenheid der tegendelen (de twee in één, Complementariteit).
Atma-Buddhi-Manas (Geest, hogere ongemanifesteerde Zelf) in de mens wordt door de drie Logoi {'Vader, Zoon en Heilige Geest' of 'Brahma, Vishnu en Shiva' (‘Scheppen, Onderhouden en Vernietigen’) of 'Isis, Osirus en Horus'} in de Kosmos weerspiegeld (Weerkaatsing, Toverlantaarn, Tetragrammaton). Alles in het universum ontstaat als gevolg van de interacties van polaire tegenstellingen, de dualiteit in de gemanifesteerde werkelijkheid.
Het behoeft geen betoog dat Ralph Waldo Emerson, Henry David Thoreau, Orestes Brownson, William Henry Channing, James Freeman Clarke, Christopher Pearse Cranch, Convers Francis, Margaret Fuller, Frederick Henry Hedge, Sylvester Judd, Elizabeth Peabody, Amos Bronson Alcott, Jones Very en A.E. Waite (transcendentalism) interdisciplinaire denkers zijn.

De precessie-beweging van de Aard-as. Bij veel volkeren was deze al bekend, ver voordat astronomie en geologie bestonden!
Wat is tijd nu eigenlijk? (Johan Oldenkamp):
We kennen ook een tijd van het jaar. Deze tijd is opgehangen aan de rotatie van de Aarde om de Zon. Door de hellingshoek van de Aarde ten opzichte van de Zon verandert kracht van de Zonnestralen voortdurend. Aan dit onophoudelijk proces van toe- of afnemende Zonnekracht ontlenen we onze tijd van het jaar: lente, zomer, herfst en winter. Aan deze tijd van het jaar is het natuurlijke ritme van ‘voedselproductie’ gekoppeld.
Maar er is nog een tijd, want ook de hellingshoek van de Aardas beweegt. Alles beweegt immers: Panta Rei! De Aarde tolt als het ware om deze hellingshoek. En een volledige cyclus van dit rondtollen wordt aangeduid als de precessie van de equinoxen. Een volledige precessiecyclus duurt 25.920 jaar. De vier seizoenen (in onze tijd van het jaar) veranderen hierdoor voortdurend, maar dan zeer langzaam. Zo schuift de bovenste ‘punt’ van de Aardas op de Noordpool ieder jaar drie meter op. Wat wij dus volop zomer noemen is hierdoor 12.960 jaren later (of eerder) volop winter! En de seizoenen nemen hierdoor ook voortdurend toe of af in ‘kracht’. Zie hier een verklaring voor onze klimaatveranderingen. Dit zijn dus ook volkomen normale schommelingen, net als dag en nacht.
Avani van Leeuwe boek Het heilige pad van de leider (p. 33):
Iedere cel is een miniatuurhartje dat zoemt van energie.
38: Door zijn manier van waarnemen te veranderen, verandert de leider de wereld. De waarneming richt intentie. De intentie bepaalt het gedrag van de subatomaire deeltjes en richt energie. De energie richt de materie.
43: Wonderen zijn een natuurlijke uitdrukking van bewustzijn. De kwantumfysica beschrijft hoe het werkt, de nieuwe leider laat zien hoe je het doet. Hij staat met één voet in de zichtbare wereld en met de andere voet in de onzichtbare wereld.
112: Het hart vormt de brug tussen de fysieke en de spirituele energie, tussen de zichtbare en onzichtbare wereld, tussen de uiterlijke en innerlijke dimensies. Het hart is het centrum van verbinding in de mens en omdat elke relatie een waarnemingaspect in zich draagt, is het hart ook het centrum van waarneming.
202: Door de dimensie buiten de tijd te betreden opent zich een domein van inspiratie en creativiteit. De leider gaat op een andere manier waarnemen en gaat in de kier tussen de twee werelden de lichtnatuur van alles zien; hij wordt een medeschepper van de wereld.
De Geheime Leer, Deel I, Stanza 4 De zevenvoudige hiërarchieën (p. 134/135):
De lipi-ka’s, van het woord lipi, ‘geschrift’, betekent letterlijk de ‘schrijvers’. Deze goddelijke wezens zijn op mystieke manier verbonden met karma, de wet van de vergelding, want ze zijn de griffiers of geschiedschrijvers, die op de (voor ons) onzichtbare tafelen van het astrale licht, ‘de grote beeldengalerij van de eeuwigheid’, een getrouw verslag afdrukken van iedere handeling en zelfs gedachte van de mens, van alles dat was, is of ooit zal zijn in het Heelal van de verschijnselen. Zoals in ‘Isis’ werd gezegd, is dit goddelijke en ongeziene schilderij het BOEK VAN HET LEVEN ('Akasha-kronieken', Noösfeer). Omdat de lipika’s het ideële plan van het heelal, op basis waarvan de ‘bouwers’ na iedere pralaya de Kosmos weer ontwikkelen, uit het passieve universele denkvermogen in de objectiviteit projecteren, zijn zij het ook die een parallel vormen met de zeven engelen van de Goddelijke Tegenwoordigheid; de christenen zien die engelen in de zeven ‘planeetgeesten’ of de ‘geesten van de sterren’. Want zij zijn de rechtstreekse schrijvers van de eeuwige Verbeeldingskracht of, zoals Plato het noemde, de ‘goddelijke gedachte’. Het Eeuwige Verslag is geen fantastische droom, want dezelfde verslagen komen voor in de wereld van de grove stof. ‘Er valt nooit een schaduw op een muur zonder daarop een blijvend spoor achter te laten, dat men zichtbaar kan maken met behulp van de daarvoor geschikte methode’, zegt dr. Draper. . . .
De Geheime Leer Deel I, Stanza 7 De voorvaderen van de mens op aarde (p. 278/279):
De natuurlijke ontwikkelingsprocessen die we nu beschouwen, zullen de manier van speculeren over de eigenschappen van de twee-, drie- en vier- of meer-‘dimensionale Ruimte’ zowel verduidelijken als in diskrediet brengen; maar het is de moeite waard om in het voorbijgaan op de werkelijke betekenis te wijzen van de gegronde maar onvolledige intuïtie die – bij spiritisten en theosofen, en trouwens ook bij verschillende grote geleerden – heeft geleid tot het gebruik van de moderne uitdrukking ‘de vierde dimensie van de Ruimte’. Om te beginnen is natuurlijk de oppervlakkige absurditeit van de veronderstelling dat de Ruimte zelf in welke richting dan ook meetbaar is, van weinig belang. De vertrouwde uitdrukking kan alleen maar een afkorting zijn van de meer volledige vorm – de ‘vierde dimensie van de STOF in de Ruimte'38. Maar zelfs na deze uitbreiding is het een ongelukkige uitdrukking, want hoewel het volkomen waar is dat de vooruitgang van de evolutie ons misschien zal bekendmaken met nieuwe eigenschappen van de stof, zijn de eigenschappen waarmee wij al vertrouwd zijn, in werkelijkheid talrijker dan de drie dimensies. De vermogens, of wat misschien de meest geschikte uitdrukking is, de kenmerkende eigenschappen van de stof, moeten natuurlijk altijd een rechtstreeks verband hebben met de zintuigen van de mens. Stof heeft uitgebreidheid, kleur, beweging (moleculaire beweging), smaak en geur, overeenkomstig de bestaande zintuigen van de mens, en tegen de tijd dat zij de volgende eigenschap volledig ontwikkelt – laten wij deze hier DOORDRINGBAARHEID noemen – zal deze corresponderen met het volgende zintuig van de mens – zeg ‘NORMALE HELDERZIENDHEID’. Als dus sommige moedige denkers hebben verlangd naar een vierde dimensie om de doorgang van stof door stof te verklaren, en het leggen van knopen in een koord zonder einde, dan hadden zij in werkelijkheid behoefte aan een zesde kenmerkende eigenschap van de stof. De drie dimensies horen eigenlijk maar tot één kenmerk of eigenschap van de stof – uitgebreidheid; en het gewone gezonde verstand verzet zich terecht tegen het denkbeeld dat er onder welke omstandigheden ook, meer dan drie dimensies zoals lengte, breedte en dikte kunnen zijn. Deze termen en de term ‘dimensie’ zelf behoren alle tot één gebied van denken, tot één evolutiestadium, tot één kenmerkende eigenschap van de stof. Zolang er tot de hulpmiddelen van de Kosmos duimstokken behoren die kunnen worden gebruikt voor de stof, zolang zullen zij deze in drie richtingen kunnen meten en niet meer; en vanaf de tijd dat het denkbeeld om te meten voor het eerst een plaats innam in het menselijke verstand, is het mogelijk geweest in drie richtingen te meten en niet meer. Maar deze overwegingen pleiten in het geheel niet tegen de zekerheid dat, naarmate de tijd voortgaat – en het aantal menselijke vermogens groter wordt – ook het aantal eigenschappen van de stof zal toenemen. Daarbij is de zegswijze veel minder juist dan zelfs de vertrouwde uitdrukking ‘zonsopgang of -ondergang’.
38) ‘Het toekennen van werkelijkheidswaarde aan abstracties is de fout van het realisme. Ruimte en tijd worden vaak los gezien van alle concrete bewustzijnservaringen, in plaats van als generalisaties van bepaalde aspecten daarvan.’ (Bain, Logic, Deel II, blz. 389.)
281/282: Bij het bespreken en verklaren van de aard van de onzichtbare elementen en het bovengenoemde ‘oorspronkelijke vuur’, noemt Eliphas Lévi dit altijd het ‘astrale licht’. Het is voor hem ‘le grand agent magique’ en ongetwijfeld is dit zo, maar – slechts voorzover het om zwarte magie gaat, en op de laagste gebieden van wat wij ether noemen, waarvan akasa het noumenon is; en zelfs dit zou door orthodoxe occultisten als onjuist worden beschouwd. Het ‘astrale licht’ is eenvoudig het oudere ‘siderische licht’ van Paracelsus; en als men zegt dat ‘alles wat bestaat zich eruit heeft ontwikkeld en dat het alle vormen in stand houdt en reproduceert’, zoals hij schrijft, dan verkondigt men alleen in de tweede stelling de waarheid. De eerste is onjuist, want als alles wat bestaat door (of via) het astrale licht was ontwikkeld, dan is dit het astrale licht niet. Het laatste bevat niet alle dingen, maar weerspiegelt deze hoogstens.
295: De pelgrim, die de lange reis onbevlekt is begonnen, die steeds verder is afgedaald in de zondige stof, en zich heeft verbonden met elk atoom in de gemanifesteerde Ruimte, die elke levens- en bestaansvorm heeft doorworsteld en daarin heeft geleden, is nog maar tot de bodem van het dal van de stof gekomen, halverwege zijn cyclus, als hij zich heeft vereenzelvigd met de collectieve mensheid. Deze heeft hij naar zijn eigen beeld gemaakt. Om omhoog en huiswaarts te kunnen gaan, moet de ‘god’ nu het moeizame steile pad van het Golgotha van het Leven beklimmen.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 2 De mysterietaal en haar sleutels (p. 355):
De ZEVEN SLEUTELS openen de mysteries uit het verleden en de toekomst van de zeven grote Wortelrassen en ook van de zeven kalpa’s. Hoewel de wetenschap het ontstaan van de mens en zelfs de esoterische geologie beslist zal verwerpen, evengoed als de satanische en vóór-Adamse rassen, moeten de geleerden, als ze geen andere uitweg zien uit hun moeilijkheden, toch tussen die twee kiezen, en we zijn er zeker van dat ondanks de Schrift, de archaïsche leer zal worden aanvaard zodra de mysterietaal bij benadering wordt beheerst.
De Geheime Leer Deel I, Hoofdstuk 12 De theogonie van de scheppende goden (p. 480):
Het tetragrammaton, het onuitsprekelijke, het siderische ‘totaal’, werd voor geen ander doel uitgevonden dan om de niet-ingewijden te misleiden en om het leven en de voortplanting te symboliseren19.
19) De vertaler van de Qabbalah van Avicebron (Isaac Myer, LL. B. te Philadelphia) zegt over dit ‘totaal’: ‘De letter van kether is י (yod), van binah ה (hēh), samen yah, de vrouwelijke naam; de derde letter, die van hokhmah, is ו (vau), samen vormen deze יהו YHV van het tetragrammaton יהוה YHVH, en zijn in werkelijkheid de volledige symbolen van zijn krachtdadigheid. De laatste ה (hēh) van deze onuitsprekelijke naam heeft altijd betrekking op de zes lagere en de laatste, samen de zeven overblijvende sephiroth.’ . . . Het tetragrammaton is dus alleen heilig in zijn abstracte synthese. Als een viertal dat de lagere zeven sephiroth bevat, is het fallisch .
483: Daarom worden de ‘waarzegstrootjes’ (duizendbladstengels) en de ‘schildpad’, het ‘symbolische stel lijnen’ en de grote wijze die ze beschouwt terwijl ze één en twee worden, en twee vier worden en vier acht, en de andere stellen ‘drie en zes’, minachtend uitgelachen, alleen omdat zijn wijze symbolen verkeerd worden begrepen.
De Geheime Leer Deel II, Stanza 5 De evolutie van het tweede ras (p. 121):
Dit vuur is het hogere Zelf, het geestelijke ego, of dat wat eeuwig reïncarneert onder de invloed van zijn lagere persoonlijke zelven, die bij elke wedergeboorte veranderen, vol van tanha; of begeerte om te leven. Het is een vreemde wet dat op dit gebied de hogere (geestelijke) Natuur om zo te zeggen de slavin van de lagere moet zijn. Tenzij het ego zijn toevlucht neemt in de atman, de AL-GEEST, en geheel opgaat in de essentie daarvan, kan het persoonlijke ego hem tot het bittere einde voortdrijven. Dit is niet volledig te begrijpen, tenzij de onderzoeker zich vertrouwd maakt met het mysterie van de evolutie, die drie wegen volgt – de geestelijke, de psychische en de stoffelijke.
De Geheime Leer Deel II, Hoofdstuk 22 De symboliek van de mysterienamen IAO en Jehova (p. 627):
Hoe dan ook, de Pleiaden zijn de centrale groep van het stelsel van de siderische symboliek. Zij liggen in de hals van het sterrenbeeld de Stier, dat door Mädler en anderen in de sterrenkunde wordt beschouwd als de centrale groep van het Melkwegstelsel en dat in de Kabbala en de oosterse esoterie wordt opgevat als het siderische zevenvoud, voortgekomen uit de eerste gemanifesteerde zijde van de bovenste driehoek, de verborgen ∆. Deze gemanifesteerde zijde is Taurus, het symbool van EEN (het cijfer 1), of de eerste letter van het Hebreeuwse alfabet, aleph א (stier of os), waarvan de synthese tien (10) of י yodh is, de volmaakte letter en het volmaakte getal. De Pleiaden (Alcyone in het bijzonder) worden dus zelfs in de sterrenkunde beschouwd als het centrale punt, waaromheen ons Heelal van vaste sterren draait, het brandpunt waaruit en waarin de goddelijke adem, BEWEGING, tijdens het manvantara onophoudelijk werkt. Daarom spelen – in de occulte filosofie en haar siderische symbolen – deze cirkel en het sterrenkruis daarop de voornaamste rol.
De Geheime Leer Deel II, Hoofdstuk 24 Het kruis en het pythagorische tiental (p. 655):
De eerste massieve figuur is het viertal, het symbool van de onsterfelijkheid. Het is de piramide: want de piramide staat op een driehoekig, vierkant of veelhoekig grondvlak en eindigt met een punt aan de top; zo brengt zij het drietal en het viertal voort, of de 3 en de 4. De pythagoreeërs onderwezen het verband en de betrekking tussen de goden en de getallen – in een wetenschap die arithmomantie wordt genoemd. De ziel is een getal, zeiden zij, en beweegt uit zichzelf en bevat het getal 4; en de geestelijke en lichamelijke mens is het getal 3, omdat het drietal voor hen niet alleen het oppervlak, maar ook het beginsel van de vorming van het stoffelijke lichaam voorstelde.
De Geheime Leer Deel II, Hoofdstuk 25 De mysteriën van het zevental (p. 679):
Maar of hij nu een viertal (tetragrammaton) of een triade is, de scheppende god van de bijbel is niet de universele 10, tenzij verenigd met AIN-SOPH (zoals Brahmā met Parabrahm), maar een zevental, een van de vele zeventallen van de universele zevenvoudigheid. Bij het verklaren van de vraag die nu aan de orde is, kunnen de positie en de status van Noach het best worden verduidelijkt door de 3 en de 4 parallel met de ‘kosmische’ en ‘menselijke’ beginselen te plaatsen. Voor deze laatste wordt de oude bekende classificatie gebruikt. Aldus:

680/681: Voor een nadere toelichting op de bewering kan de lezer wetenschappelijke boeken raadplegen. ‘Ararat = de berg van de afdaling = הר־י־רד, Hor-Jared. Hatho noemt hem zonder meer Areth = ארת. De bewerker van Mozes Cherenensis zegt: ‘Hiermee, zegt men, wordt de eerste plaats van afdaling (van de ark) bedoeld.’ (Bryant, Anal., Deel IV, blz. 5, 6, 15). Onder het woord ‘Berge’, berg, zegt Nork over Ararat: ‘אררט, voor ארת (d.w.z. Ararat voor Arath) AARDE, een reduplicatie in het Aramees.’ Men ziet hier dat Nork en Hatho gebruikmaken van hetzelfde equivalent bij Arath, met de betekenis aarde7.’
Omdat Noach dus zowel de Wortel-manu als de Zaad-manu symboliseert, of de kracht die de planeetketen ontwikkelde, en onze aarde en het zaad-Ras (het vijfde), dat werd gered terwijl de laatste onderrassen van het vierde ten onder gingen – Vaivasvata Manu – zal men het getal zeven bij elke stap zien terugkeren. Hij (Noach) stelt als omzetting van Jehova de zevenvoudige menigte van de Elohim voor, en is dus de vader of schepper (de instandhouder) van al het dierlijke leven. Vandaar de verzen 2 en 3 van hoofdstuk vii van Genesis: ‘Van alle reine dieren zult gij zeven paar nemen, het mannetje (3) en zijn wijfje (4); ook van het gevogelte van de hemel zeven paar’, enz., gevolgd door de zeven dagen en de rest.
7) Source of Measures, blz. 65. De schrijver verklaart: ‘Merk op dat in het Hebreeuws Jared, de vader van Henoch, wordt uitgelegd als ‘de berg van afdaling’ en men zegt dat hetzelfde geldt voor Ararat, waarop de kubieke structuur van Noach of grondmaat berustte. Jared is in het Hebreeuws י־רד. De wortelafleidingen zijn dezelfde als die van Ararat, van acre, van aarde.’ Omdat volgens de Hebreeuwse metrologie ‘Jared, י־רד, letterlijk in het Engels Y R D is, kan men in Jared letterlijk het Engelse woord yard vinden (en ook י־רד, want Jah of Jehova is roede). Het verdient de aandacht dat de zoon van Jared, namelijk Henoch, 365 jaar leefde, en door rabbijnse commentatoren wordt over hem gezegd dat de jaarperiode van 365 dagen door hem werd ontdekt, waardoor opnieuw tijds- en afstandswaarden werden samengebracht. Zo werd de jaartijd door coördinatie afgeleid, via de yard of jared, die er dus de vader van was, in of door Henoch; en inderdaad, 1296 = yard (of jared) x 4 = 5184, de karakteristieke waarde van de zonnedag, in derden die, zoals gezegd, numeriek de vader van het zonnejaar kan worden genoemd’ (ibid. blz. 65). Dit echter volgens de sterrenkundige en numerieke kabbalistische methoden. Esoterisch is Jared het derde Ras en Henoch het vierde – maar omdat hij levend wordt weggenomen, symboliseert hij ook de uitverkorenen die in het vierde werden gered, terwijl Noach het vijfde is vanaf het begin – het gezin dat eeuwig en fysiek uit de wateren werd gered.
W.Q. Judge boek Theosofische inzichten
30: We horen tegenwoordig heel veel over occulte wetenschap en zullen er waarschijnlijk nog veel meer over horen. Wat dat betreft kunnen we net zo goed het onvermijdelijke accepteren. Alle zaken hebben hun hoogtijdagen, en alle dingen verlopen in cyclussen; ze komen en gaan, en komen opnieuw, hoewel nooit twee keer precies hetzelfde. Zelfs onze eigen gedachten volgen deze universele wet. Het leven, de leringen en het lot van Pythagoras vormen een mysterie, maar het lot van de scholen die hij oprichtte en van zijn aanhangers die hem opvolgden zijn historische feiten. Het afslachten van de magiërs staat tegenover de wandaden en gruwelen die in hun naam werden verricht, en ongetwijfeld
door velen die zich als magiërs voordeden.
34: Pythagoras: Indien we in het geheime overleg met de ziel, waar geen stoffelijk oog kan zien en geen gedachte de goddelijke vonk van het geweten kan misleiden, bereid zijn het zelf te vergeten, arrogantie op te geven en te werken voor het welzijn van de mensheid, laten we dan als recht -
schapen mensen ons lot onder ogen zien, deze gids volgen en niet bang zijn voor het kwaad. Anders zou het veel beter zijn als een molensteen om onze nek werd gehangen, en we in de diepten van de zee werden geworpen.
38: De fout van de spiritisten ligt in het feit dat ze alles aan geesten toeschrijven. Helderhorendheid, helderziendheid, psychometrie, hypnotisme, enz., worden alle het werk genoemd van een geest van een overleden persoon.
39: Iedere student die het occulte heeft gezocht en zijn doel heeft bereikt, is een medium geweest, van Boeddha, Pythagoras, Zoroaster, Apollonius, Plato, Jezus, Böhme tot aan de zoekers uit latere perioden of van nu: zowel de adept als de chela, zowel de ingewijde als de neofiet, zowel de meester als de student.
137/138: Moeten we helderziendheid onderwijzen?
Dat helderziendheid een vermogen is dat veel mensen nastreven kan niet worden ontkend. Maar de vragen ‘Is het goed om te proberen helderziendheid te ontwikkelen?’ en ‘Moeten we het onderwijzen?’ zijn nooit afdoende beantwoord. Laat ik dus zeggen wat ik erover denk. Allereerst wil ik verklaren hoe ik persoonlijk tegenover deze vragen sta, en wat volgens mij de feiten zijn. Ik gebruik de term ‘helderziendheid’ voor alle duidelijke waarnemingen op dat gebied.
1. Al vele jaren ben ik ervan overtuigd – op basis van bewijzen geleverd door anderen en uit persoonlijke ervaring – dat helderziendheid een kracht is die tot de innerlijke natuur van de mens behoort, en ook dat het dierenrijk haar bezit.
2. Men heeft dit vermogen geërfd of door oefening ontwikkeld.
3. Degenen die het bij de geboorte hebben meegekregen zijn in het algemeen fysiek niet gezond of zenuwziek. De gevallen waar helderziendheid voorkomt bij een volkomen gezond en evenwichtig mens
zijn zeldzaam.
4. De verslagen van het spiritisme in Amerika van de afgelopen 40 jaar tonen afdoende aan dat helderziendheid niet zonder gevaar kan worden nagestreefd door iemand die geen bekwame gids heeft, dat
het nastreven ervan schade heeft aangericht, en dat bijna elk medium aan wie men de vraag stelt: ‘Kan ik helderziendheid ontwikkelen?’ zal antwoorden: ‘Ja.’
5. Er zijn voor dit doel hier of in Europa geen bekwame gidsen te vinden die bereid zijn te onderwijzen hoe ze zonder gevaar kan worden verworven.
6. De kwaliteiten waarover zo’n gids zou moeten beschikken maken het vinden van zo iemand moeilijk zo niet onmogelijk. Hij moet naar binnen kunnen zien en de gehele innerlijke natuur van de student helder
kunnen waarnemen. Hij moet volledige kennis bezitten van alle gebieden waarop helderziendheid invloed heeft, waaronder kennis van de bron, de betekenis en de uitwerking van alles wat door de helderziende wordt waargenomen, en ten slotte, maar niet minder belangrijk, het vermogen om de werking van de kracht naar wens te doen ophouden. Het is duidelijk dat alleen een adept aan deze vereisten kan voldoen. Wie zijn deze mensen die helderziendheid onderwijzen, en zij die
het beoefenen ervan aanraden? Eerstgenoemden zijn in hoofdzaak mediums, en iedere onderzoeker weet hoe weinig ze weten. Wat hun vermogens betreft verschillen ze allemaal van elkaar. De meesten van
hen bezitten slechts één soort helderziendheid; alleen hier en daar zijn er enkelen die op zijn hoogst drie soorten van dit vermogen verenigen.
139: De een bereikt slechts het gebied van de symboliek, een ander dat wat bekendstaat als de positieve kant van het geluid, weer een ander de negatieve of positieve aspecten van de opperhuid en haar emanaties, en zo verder door laag na laag van helderziendheid en door
octaaf na octaaf van trillingen. Ze weten allemaal slechts dat kleine beetje dat ze hebben ervaren, en voor ieder ander mens is het gevaarlijk om te proberen deze kracht te ontwikkelen. De filosofie van dit alles, de wetten volgens welke het beeld verschijnt en verdwijnt zijn terra incognita.
200: Misleiding bij helderziendheid
201: Gezien de verleidelijke mogelijkheden van helderziendheid, voor zover ze wordt
begrepen, hebben velen om verschillende redenen vurig naar de macht ervan verlangd. Sommigen zouden haar willen gebruiken voor de hier beschreven doeleinden, maar veel anderen zagen haar slechts als een
nieuw middel om persoonlijke doeleinden te bereiken. De kansen om erdoor misleid te worden zijn zo talrijk dat, hoewel mystieke en paranormale onderwerpen bij het publiek nieuw aanzien hebben gekregen, helderziendheid nog geruime tijd niet méér zal zijn dan een nieuwtje en als de verschijnselen en wetten ervan goed worden begrepen, zal men er niet méér vertrouwen in stellen dan nu het geval is. En zelfs wanneer er individuele helderzienden met schitterende vermogens bekend zijn, zullen ze zich niet voor zulke doeleinden lenen, want als ze eenmaal door een bijzondere training hun vermogens hebben verworven, zullen de regels van hun school het uitoefenen van deze vermogens voor egoïstische doeleinden altijd verbieden. Als helderziendheid een eenvoudige zaak was zonder twijfels, zouden geboren helderzienden al langgeleden hebben bewezen hoever hun feilloze visie reikt door misdadigers op te sporen, aan te duiden waar gestolen goederen kunnen worden gevonden, of de vinger te leggen op een morele infectiebron waarvan het bestaan bekend is maar die niet kan worden gelokaliseerd. Toch hebben ze dit niet gedaan, en opmerkzame theosofen zien in de oude leringen een bevestiging dat het terrein
van de helderziendheid vol misleiding is. Toekomstig kwaad zou op dezelfde manier kunnen worden afgewend, want de fouten in het heden vormen de inleiding en oorzaak van pijnlijke gevolgen in de toekomst.
379: Ten zesde: Het astrale licht, de ether, het åkåßa, de anima mundi.
Hoofdstuk Cyclische indrukken, cyclische terugkeer en onze evolutie (p. 414):
De Egyptenaren onderwezen dat er een grote siderische cyclus bestaat, en die wordt nu eindelijk erkend. Het is de cyclus van 25.000 jaar, gevormd doordat de zon in die tijdsperiode door de tekens
van de dierenriem gaat. Ik neem aan dat u iets van astronomie weet, maar voor de duidelijkheid is het beter dit nog eens uiteen te zetten. De
zon gaat van dag tot dag door de tekens van de dierenriem, en ook van jaar tot jaar, maar tegelijkertijd gaat hij – terwijl hij de tekens van de dierenriem doorloopt – langzaam terug, zoals de wijzers van een klok die de tijd wegtikken. Bij het doorlopen van die periode keert hij tot
hetzelfde punt terug; dit wordt de precessie van de equinoxen1 genoemd en bedraagt een bepaald aantal boogseconden per jaar.
1) Noot vert.: G. de Purucker licht op blz. 746-9 van zijn Bron van het occultisme, hoofdstuk De precessiecyclus in een kort artikel aan de hand van 2 diagrammen toe wat deze precessie van de equinoxen inhoudt.
432: Åkåßa en manas komen overeen (zie 1:42-3vn). ‘. . . åkåßa . . . het vijfde universele kosmische beginsel (waarmee het menselijke manas overeenkomt en waaruit dit voorkomt) is kosmisch gezien een stralende, koele, warmtestralen doorlatende, plastische stof, scheppend voor wat betreft zijn fysieke aard, en waarvan zijn grofste aspecten en delen in onderlinge wisselwerking staan; het is onveranderlijk in zijn hogere beginselen.’ Hieruit moet dus volgen, op grond van de wet van analogie, dat manas in zijn zevenvoudige indeling scheppend, in
wisselwerking staand en onveranderlijk is op dezelfde manier en in dezelfde delen als over åkåßa wordt gezegd.
433: Verschil tussen de gevolgen van een grote en een kleine pralaya. De vraag: ‘Wat gebeurt er met de planeten gedurende een kleine pralaya of ontbinding?’ wordt beantwoord op 1:48vn. De planeten zijn als het ware dood, maar niet ontbonden, want, zoals ze zegt, ze ‘blijven intact, hoewel ze dood zijn, zoals een reusachtig dier dat in het poolijs is gevangen en ingesloten, eeuwenlang in dezelfde toestand blijft’. Na de grote pralaya zijn er geen planeten meer in corporibus: alles is ontbonden,
en slechts de ‘foto’s’ in het åkåßa blijven bestaan. Dit moet natuurlijk figuurlijk worden opgevat, anders maken we het subjectieve weer objectief. In een kleine pralaya blijven ‘de dode planeten’ echter objectief in de ruimte, maar al hun actieve leven en energie zijn verdwenen.
442: Het astrale licht is niet van nature ‘waarheid openbarend’ of ‘goed’ (1:226vn1). Het ‘staat in dezelfde betrekking tot åkåßa en anima mundi als satan tot de godheid. Ze zijn een en hetzelfde, gezien vanuit twee standpunten.’
448: Vuur in de voorafgaande ronden. Ze zegt: ‘Voor zover we weten, is VUUR misschien zuiver åkåßa geweest, de eerste materie van het magnum opus van de scheppers en bouwers’ (1:280). De woorden: ‘voor zover we weten’ moeten soms worden vertaald met: ‘Zo was het.’
Het vijfde element in de vijfde ronde. Zoals hierboven in deze aantekeningen is gezegd, zal dit ‘ether – het grove lichaam van åkåßa’ zijn, en ‘door voor alle mensen een bekend natuurfeit te worden, zoals de lucht ons nu vertrouwd is, [zal het] ophouden zoals nu hypothetisch te zijn’ (1:284).
457: Dit leidt tot de vraag wat er wordt bedoeld met elementalen die zich via zijn blik ergens op storten. De Ouden onderwezen dat het astrale licht – åkåßa – via de ogen, de duimen en de handpalmen wordt geprojecteerd. Omdat de elementalen in het astrale licht bestaan, kunnen ze alleen zien door de kanalen van het menselijk organisme, die door het astrale licht worden gebruikt om zich vanuit de persoon te verspreiden.
Manas in de vijfde ronde. Door de analogie nauwkeurig te volgen vinden we dat zoals ether, de laagste vorm van åkåßa, nu semistoffelijk, tegen het einde van deze ronde – de vierde – zichtbaar zal worden in de lucht, evenzo manas, nu slechts semi-ontwikkeld in dit ras, zich verder zal ontwikkelen in de vijfde ronde, gelijktijdig met de bron waaruit het is voortgekomen; en zoals de vorm van ether, waarover hier wordt gesproken, dan het heersende element in de natuur zal zijn, zo zal manas het heersende beginsel in de zevenvoudige samenstelling van de mens zijn.
Hoofdstuk De illusie van tijd en ruimte (p. 543):
Van alle illusies waaraan we in deze wereld van maya onderworpen zijn, zijn de grootste misschien wel die welke bij gebrek aan een betere term ‘tijd’ en ‘ruimte’ worden genoemd. Dat is natuurlijk zo, omdat ze bij al onze handelingen hier op aarde belangrijke factoren zijn; elke onderneming wordt voorafgegaan door de – al of niet uitgesproken – vragen: Hoe lang duurt het? Hoe ver is het? Welke tijdsduur of afstand ligt tussen ons en de vervulling van onze wens? Dat ze echter in feite illusies zijn, dat hebben de wijzen van alle eeuwen ons verzekerd. We lezen in de Bijbel (2 Petrus 3:8) dat ‘voor de Heer één dag is als duizend jaar, en duizend jaar als één dag’; een islamitische legende vertelt ons over een gelovige bij de bron, die een engel ontmoette die hem naar het paradijs voerde, waar hij 70.000 jaar in gelukzaligheid verbleef in de tijd dat een druppel water uit zijn kruik op de grond viel; en Emerson drukt dezelfde waarheid uit in de taal van onze tijd:
De ziel . . . vernietigt tijd en ruimte. . . . Tijd en ruimte zijn slechts maten die omgekeerd evenredig zijn aan de kracht van de ziel. De geest drijft de spot met de tijd – hij kan de eeuwigheid in een uur persen, of een uur tot een eeuwigheid uitrekken.
– Essays, ‘The Over-Soul’
573: Theosofie leert ook het bestaan van een overal verspreide en heel etherische middenstof, die het ‘astrale licht’ en ‘åkåßa’ is genoemd. Ze is de bewaarplaats van alle gebeurtenissen in het verleden, het heden en de toekomst, en daarin zijn de gevolgen opgetekend van spirituele oorzaken en van alle handelingen en gedachten van spirituele of stoffe lijke aard. Het zou het ‘boek van de optekenende engel’ kunnen worden genoemd.
Åkåßa moet echter niet worden verward met de ether of het astrale licht van de kabbalisten. Åkåßa is het noumenon van de fenomenale ether of het eigenlijke astrale licht, want åkåßa is oneindig, ondeelbaar, ongrijpbaar, en brengt alleen klank voort.1
En dit astrale licht is stoffelijk en geen geest; het is in feite het lagere beginsel van dat kosmische lichaam waarvan åkåßa het hoogste is. Het bezit het vermogen alle beelden vast te houden.
1) Åkåßa is in de mystiek van de esoterische filosofie eigenlijk de vrouwelijke ‘Heilige Geest’; ‘geluid’ of spraak is de logos – het gemanifesteerde woord van de ongemanifesteerde moeder. Zie Så¿khya-Såra door Vijñåna Bhikshu, red. Fitzedward Hall, Calcutta, Asiatic Society of Bengal, 1862, voorwoord, blz. 33ev.
588: Omdat deze ijle middenstof – door de oosterlingen ‘åkåßa’ en door de middeleeuwse
filosofen het ‘astrale licht’ genoemd – geheel buiten onze controle valt, zijn we overgeleverd aan de beelden die zich daarin bevinden en die naar ons worden weerkaatst.
636: Omdat de theosofische adepten van alle tijden de vreemde eigenschappen van het astrale gebied kennen en ook het feitelijke lot van de omhulsels van de ziel waarover in een vorig artikel werd gesproken, hebben ze geen geloof gehecht aan het zogenaamde terugkeren van de doden. Éliphas Lévi heeft dit goed begrepen en zei:
Het astrale licht vormt, door zich te verenigen met etherische fluïden, de astrale geestverschijning waarover Paracelsus spreekt. Als
het astrale lichaam bij de dood vrijkomt, trekt het de weerspiegeling van het afgelopen leven tot zich en bewaart haar lange tijd omdat het gelijke het gelijke aantrekt; indien een krachtige, ermee sympathiserende wil het in de juiste stroom trekt, manifesteert het zich in de vorm van een verschijning.1
Zie ook:
Boeken:
- Yukteswar Giri The Holy Science
- Ervin Laszlo Het Akasha-veld, Verbinding en geheugen in kosmos en bewustzijn
- Ervin Laszlo De Akasha-ervaring Wetenschap en het kosmisch geheugenveld
- Karel Brooks De Mudiwereld De energie achter onze ervaringswereld (Mudiwereld)
- Herbert Marcuse One-Dimensional Man
- P.F. Thomése De weldoener
- Christian Vandekerkhove Johannes Jacobus Poortman, het Hylisch Pluralisme en de Multicorporaliteit
- Christian Vandekerkhove Paranormaal Zijn We Allemaal Ontdek Je Zesde Zintuig
- Richard Gerber, M.D. Handboek Energetische Geneeskunde
- William James The Varieties of religious experience van (G. J. OVERDUIN)
- Samuel P. Huntington The Clash of Civilizations
- Francis Fukuyama The End of History and the Last Man
- R. Guepin Eenoog in het land van de blinden de herontdekking van aether; naar het leven van Viktor Schauberger (recensie Paul Harmans)
- Roy Baumeister Wilskracht, herontdekking van de grootste kracht van de mens
- Christus weerspiegelen
- Eric Pearl De reconnectie heel anderen, heel jezelf (Consciousness-based healthcare)
- Kiesha Crowther Little Grandmother Samen Kunnen We De Wereld Creëren Waarvan We Dromen
Externe Links
- Medical anthropology
- Cross-cultural psychiatry (Transcultural Psychiatry)
- Satcitananda (Self-realization)
- Human enhancement
- Regeneratieve geneeskunde
- Healthy Aging
- Ageing & Self-rated health
- Reliability theory of aging and longevity
- Historiometry (Prominent current historiometry researchers include Dean Keith Simonton and Charles Murray)
- Akasha, Alfred Ballabene The Silver Cord (Observations and Traditions)
- SEN Nederland Spiritual Emergence Network Nederland
- Gezondzijn en Welbevinden
- Pain management
- Celcultuur
- Transpersonal psychology
- Personalized medicine
- Oneness
- Robert Robertson Eisenstein, Synaesthesia, Symbolism and the Occult Traditions
- Synesthesie (zintuig)
- Energy (esotericism)
- Catharsis
- Ritual purification
- Category:Biofield therapies
- Qigong history
- Qi (concept)
- Arhat (Buddhism)
- Eighteen Arhats
- Ayurveda en ziektepreventie
- Evolutionary medicine
- Mesmerism
- I Ching divination
- International Zetetic Challenge
- Marcello Truzzi (Zetetic)
- Johan Oldenkamp Laat je niet misleiden: leid jezelf!
- Johan Oldenkamp Wegschuiven van de sluier (Viktor Schauberger)
- Kuddementaliteit sleutelfactor in economische crisis.
- List of paradoxes
- Interpretations of quantum mechanics
- Quantum pseudo-telepathy
- Quantum information science
- De Paradox van Cobb
- Steven de Jong Chaostheorie pleit voor minder sturing in publiek domein
- Hindsight bias
- Self serving bias
- Actor–observer asymmetry
- Meta-analysis
- Category: Clairvoyants
- Akaza (Monier Williams)
- Geest
- Ether-paradigma
- Sociocultural evolution = cultural evolution (Sociocultural system) and social evolution
- Societal collapse
- Fundamental human needs
- G. de Purucker Occulte Woordentolk Een handboek van oosterse en theosofische termen (1)
- G. de Purucker Occulte Woordentolk Een handboek van oosterse en theosofische termen (2)
- H.P. Blavatsky Theosophical Glossary
- Encyclopedic Theosophical Glossary
- Theosofische termen (Begrippen)
- Esoterie (Begrippen)
- Glossarium Lectorium Rosicrucianum
- Basisbegrippen
- Woordenboek Vrijmetselarij
- Artikelen in de categorie "Parapsychologie"
- Martinisme
- Parapsychologie
- Telepathy
- Aura (paranormal)
- Anomalie (filosofie)
- Meester Philippe
- Rudi Jansma De Anugita
- Begeisterung
- NPCF Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie
- STG/Health Management Forrum
- Psi (letter)
- Extrasensory perception
- Fox sisters
- Allan Kardec
- Karl von Reichenbach
- Gebedsgenezing
- 12 (number)
- Yukon-indianen
- Moy Lin-shin
- Psychonaut
- Tai chi
- Social gerontology
- Biofeedback
- Bioresonantie
- Cymatic therapy
- Life science partners
- Michael Newton (Institute for Life Between Lives Hypnotherapy)
- Andreas Moritz Ener-Chi Wellness Center – Your Trusted Source for Natural Healing Methods
Categorie: Definities
Deze pagina werd sedert 25 febr. 2008 2425 keer bekeken.
