1.3.2 Paradoxen en Ommekeer

LaoZi Zij die het zeggen weten het niet, zij die het weten zeggen het niet.
Het Dao dat men noemen kan is niet het ware Dao.
François Rabelais: Wanneer ge nooit meer een dwaas wilt zien, moet ge beginnen uw spiegel stuk te slaan.
Mumon Ekai (1183 – 1260) gedicht:
Als de buffel rent, valt hij in het ravijn;
Keert hij terug dan wacht hem de slachter;
Dat staartje
Is een heel raar ding.
Goso: Wanneer een buffel buiten zijn omheining naar de rand van de afgrond gaat, geldt dat voor zijn hoorns en zijn kop en zijn hoeven, maar waarom niet voor de staart?
Heinrich Suso: Als een mens iets niet vat, laat hij dan niets doen en het iets zal hem vatten.
Dualiteit: De paradox van de kwantummechanica is dat zij vele verschijnselen kan verklaren, doch zelf 'onbegrijpelijk' blijkt te zijn.
G. de Purucker: Om de ware aard van prajñā te begrijpen en geestelijk aan te voelen is het noodzakelijk de opvatting van ‘deze zijde’ op te geven en met geestelijk begrip over te gaan naar de ‘andere oever’ (pāra), of de andere benaderingswijze van de dingen. Aan ‘deze zijde’ zijn we verwikkeld in een bewustzijnssfeer van verstandelijke analyses en bijzonderheden, die een wereld wordt van gehechtheid en van onderscheid op een lager niveau. Wanneer we deze innerlijkeommekeertot stand brengen, dit verheffen van ons bewustzijn naar de mystieke ‘andere oever’ van het zijn, dan stappen we met min of meer succes een wereld van bovenzinnelijke werkelijkheden binnen van waaruit we de dingen kunnen zien in hun oorspronkelijke en geestelijke eenheid, achter de māyā van de bedrieglijke sluiers van de veelvormigheid; kunnen we doordringen tot de essentiële aard van deze werkelijkheden en ze leren kennen zoals ze werkelijk zijn.

Wederkerigheid (Periodiciteit, Eeuwige wederkeer, Universele kennis, Complementariteit, 'Evolutie en Involutie', 'Absoluut en Relatief')

De Monadologie of Monadenleer is de term die de Duitse filosoof Gottfried Wilhelm Leibniz gaf aan zijn metafysische systeem zoals beschreven in zijn gelijknamige tekst uit 1714.
Zo kon Leibniz dus ook tot zijn uitspraak komen: "Tout est pour le mieux dans le meilleur des mondes possibles" ("Dit is de best mogelijke wereld") die in schril contrast staat met de uitspraak van Arthur Schopenhauer: "Dit is de slechtst mogelijke wereld". De citaten van Leibniz en Schopenhauer geven de in het heelal verborgen paradox weer.
Plato: Ieder het zijne geven.
Plotinus: De ervaring van het kwade leidt tot een beter begrip van het goede.
Angelus Silesius: Gij jaagt de hemel na, weet dat hij in u is, en zoekt gij elders hem, gij loopt hem aldoor mis.
Hegel: De geschiedenis leert ons uiteindelijk alleen dit, dat de mensen niets uit haar willen leren.
Pas in de schemering ontplooien de uilen van Minerva hun vlucht.
Das Wahre ist das Ganze.
Nicholas Roerich Where there is peace, there is culture
Where there is culture, there is peace.
Hazrat Inayat Khan: Vreugde en verdriet zijn het licht en schaduw van het leven. Zonder licht en schaduw is geen enkel beeld duidelijk.
Paul Valéry: De werkwijze van de kunstenaar behelst dat hij een oneidigheid probeert in te sluiten. Een potentiële oneindigheid in een actuele eindigheid.
die äussere Realität aus ihrem Inneren […] betrachten.
John Gray: Als de dwang om de wereld te veranderen een manier is geworden om te ontkennen dat er in veel opzichten niets aan te veranderen valt, zal de enige remedie een klassieker zijn: zelfkennis.
Elma Drayer: Het klopt zonder meer dat de God van Nederland in vijftig jaar ingrijpend van gedaante veranderde. Maar wie meent dat Hij voorgoed uit deze contreien zal verdwijnen, is ziende blind en horende doof.
Lama Anagarika Govinda: De volledige mens, de mens die heel geworden is (en daardoor ‘heilig’),
is degene die het universele met het individuele verenigt,
de uniekheid van het moment
met de eeuwigheid van de cyclische wederkeer
van constellaties en uiterlijke situaties
.
Lama Anagarika Govinda: Het is… nodig een nieuwe wijze van denken te ontwikkelen, die vrij is van het dogmatisme van onze zelfgeschapen wetten die – hoewel ze bruikbaar en gerechtvaardigd zijn in een wereld van concrete voorwerpen en begrippen – niet verenigbaar zijn met de wetten van een universum dat onze zintuiglijke ervaring en onze gedachtevormen verre te boven gaat. [Het is noodzakelijk]… ons denken aan de feiten van het universum aan te passen.… Dit kan alleen worden bereikt door onze ééndimensionale logica te boven te komen die – terwijl ze in een rechte lijn naar een gegeven voorwerp gaat – de wereld doormidden snijdt met het mes van het `of-of’, om uit de levenloze stukjes van een ontlede wereld een zuiver begripsmatig en volledig abstract universum te bouwen.
Stelling: Het informele circuit, de achterkamertjes politiek en de lobbyisten van het grootkapitaal regeren voor een belangrijk deel de Westerse wereld.

Yuval Noah Harari borduurt in zijn boek 21 lessen voor de 21e eeuw, hoofdstuk 20 Zingeving, Het leven is geen verhaal op het gezichtspunt van de oude boeddhisten voort. Als je de waarheid wilt weten over het universum, de zin van het leven en je eigen indentiteit, kun je dus het beste beginnen door naar het leed in de wereld te kijken en te onderzoeken wat het precies is.
Het antwoord is
geen verhaal. (p. 375)

Het leven is geen verhaal van Yuval Noah Harari in zijn boek 21 lessen voor de 21e eeuw, hoofdstuk 20 heeft op de 11e dimensie, het 11e inzicht betrekking.

Benoit Standaert De diepere lagen van onze ziel
De cultuur van de stilte krijgt een toemaat daar waar we terug leren de nacht anders te gebruiken. Alle grote tradities hebben ontdekt hoe de nacht niet slechts dient om dof en urenlang te slapen. Terwijl velen in onze beschaving niet meer slapen tenzij dankzij hulpmiddelen, pillen en andere surrogaten, bestaat er in zeer vele tradities het gebruik om in de nacht te waken. Goed waken is op de eerste plaats een juist omgaan met ‘energie’: we verbruiken een beetje energie, en we ontvangen andere, nieuwe, lichtende en versterkende energie die de hele dag het leven zal blijven verlichten en ondersteunen. Na een uurtje waken midden in de nacht, kan men wel terug zich neerleggen en verder slapen tot aan de morgen, maar dat tweede deel van de nacht is vaak rustiger, helder, waarbij men soms elk van zijn dromen kan volgen, zonder zich te vermoeien zoals in nerveuze slapeloze nachten. Een oude spreuk zei: ‘Je dagen zijn waard wat je nachten waren’. Je plukt tijdens de dag de vruchten van je waken in de nacht.

Om te leven in deze tijd hebben we wijsheid nodig. Dit besef neemt toe vandaag. Waar zullen we die vinden? Hoe zullen we die uitbouwen? Wat houdt zo’n wijsheid in, ook praktisch? Laat ons meerdere bronnen aanboren: Bijbelse wijsheid en Chinese, Oost en West, Noord en Zuid – en overhouden wat goed is, zoals Paulus dit aanbeveelt. Voor sommigen zal wellicht de dwaasheid de enige consequente wijsheid zijn voor deze tijd…
Bijbelkenner Benoît Standaert (1945) is een benedictijn van de Sint-Andriesabdij bij Brugge. Hij leeft sinds een drietal jaren regelmatig afgezonderd in een Kluis, in de Hoge Venen nabij Malmedy. Hij schreef onder meer De Jezusruimte (2000), Wijsheid uit de woestijn (2005);
Spiritualiteit als levenskunst (2007); Leven met de Psalmen I (2006) en II (2014).

Benoît Standaert Spiritualiteit als levenskunst alfabet van een monnik
Het leven is onmogelijk. Laat ons iets mogelijks goed doen. Misschien maakt dit het leven toch mogelijk? Dit zei Rikyu, een Japanse zenmeester uit de zestiende eeuw. In dit boek beschrijft monnik Benoît Standaert de spiritualiteit als een levenskunst die helpt om eenvoudige 'mogelijke dingen' zo volkomen mogelijk uit te voeren, en om daardoor het leven in al zijn onoverzichtelijkheid aan te kunnen. Hij ontvouwt voor de lezer een volledig alfabet, waarbij elke letter één of meer vormen van levenskunst aanreikt. Het zijn 99 verschillende toegangspoorten tot die levenskunst - net geen honderd! Die ene poort die nog ontbreekt, staat voorbij de laatste bladzijde, in het leven zelf, en is voor iedereen anders, onvoorspelbaar, een pure verrassing! Dit praktisch spiritualiteitshandboek, bestemd voor gelovigen en niet-gelovigen, voor kerkelijken en andersdenkenden, vindt zijn inspiratie in de monastieke traditie, een horizon die terug de voedingsbodem vormt voor die talloze moderne mensen die hunkeren naar innerlijkheid, geestelijke vrijheid, levenskunst en spiritualiteit.
Hoofdstuk Paradoxen (p. 179):
Alle grote geestelijke tradities hebben een voorliefde voor paradoxen zodra ze het onuitsprekelijke willen benoemen.
De paradox is niet slechts een middel om een doel te bereiken. Met een paradoxale instelling ontdek je dat weg en doel niet te scheiden zijn, maar eigenaardig genoeg samen blijken te vallen.

De gulden middenweg: Aristoteles en de deugdethiek
Het ideale leven
Na zijn beschouwing over de deugden zette Herman Philipse aan tot nadenken over de mate waarin wij een ideaal leven denken te leiden. Dit zou enerzijds kunnen leiden tot nieuwe inspiratie, of anderzijds tot een verwerping van de theorie van Aristoteles. Naarmate de beschrijving van het ideale leven voortduurde, begon het er steeds meer op te lijken dat volgens Aristoteles een student het ideale leven leidt; het continue wijsgerige denken beschouwt hij namelijk als hoogste geluk.
Grootsheid en bankiers
De Ethica Nicomachea is zoals gezegd niet zozeer een aanrader voor het publiek in het algemeen. Aristoteles onderscheidt zich bijvoorbeeld van Plato door geen exactheid te verwachten van de ethiek en qua schrijfstijl zou het minder leesbaar zijn dan
De staat. Philipse beschouwt de Ethica wel als interessant en relevant voor bankiers. En dan met name de bankiers die de economie om zeep hebben geholpen. Een deel van hen zal zich kunnen herkennen in de deugd grootsheid: 'wie groots is, kijkt met recht op anderen neer'. Bankiers kunnen nogal eens last hebben van hooghartigheid. Grootsheid moet wel aan enkele eisen voldoen voor dat zij als deugd beschouwd mag worden, ze is dan een gulden middenweg tussen verwaandheid en kleinzieligheid. Op dit punt zal het voor de bankiers nogal kunnen wringen. Maar wij kunnen dankzij deze bankiers zelf juist een des te deugdzamer leven leiden. De gevolgen van het ondeugdelijke gedrag van bankiers dwingen ons allen in deze tijd tot enige vorm van gematigdheid - een gulden middenweg tussen ongevoeligheid en losbandigheid.

Dr. Jeroen Vanheste (1964) is docent cultuurfilosofie aan de Open Universiteit. Zijn expertisegebieden zijn de cultuurfilosofie, cultuurkritiek en de literaire representaties van filosofische vraagstukken. Op dit moment verricht hij onderzoek naar de interacties van filosofie en literatuur. Hij is ook de auteur van een aantal boeken over deze onderwerpen. Zo is De wijsheid van de roman een literaire verkenning van antropologische en cultuurfilosofische onderwerpen en motieven waarin de menselijke en culturele conditie onderzocht worden aan de hand van het oeuvre van een aantal belangrijke auteurs die zich niet alleen als romanschrijver, maar ook als cultuurfilosoof manifesteren. Sommigen kennen Jeroen Vanheste als talentvol schaker, hij bracht het tot Internationaal Meester en was jarenlang op het hoogste niveau actief in de schaaksport.

Tussen schikgodinnen en neurocalvinisme (Vanheste Civis Mundi Digitaal #2 december 2010):
De vrije wil tussen predestinatie en determinisme
De vrije wil heeft machtige tegenstrevers. Een ervan komt van boven, hield hem eeuwenlang in de houdgreep, maar heeft haar kracht in onze tijd goeddeels verloren: de goddelijke predestinatie. Nauwelijks echter had onze wil zich ontworsteld aan de omknelling van de Schepper of er kwam een meer aardse opponent die hem in een zo mogelijk nog verlammender greep nam: het determinisme van de menswetenschappen, de evolutiebiologie en de neurowetenschappen. Kan de vrije wil, gemangeld tussen hemelse voorbeschikking en natuurnoodwendigheid, zich nog als een Houdini van zijn ketenen bevrijden?
In het onderstaande omschrijven we eerst wat we onder de vrije wil verstaan, om vervolgens in te gaan op de uitdagingen waarmee de vrije wil zich geconfronteerd ziet.
Wat vroeger predestinatie was, is nu neurocalvinisme. Maar ook in andere opzichten ziet de toekomst voor de ouderwetse mens er slecht uit. Als we slechts ons brein zijn, waarom zouden we dit brein, of in elk geval de werking ervan, dan niet waar mogelijk verbeteren? We hebben al Ritalin voor betere leerprestaties en Prozac voor betere sociale vaardigheden; ongetwijfeld zijn er nog vele andere pilletjes denkbaar die onze persoonlijkheden zullen optimaliseren en onze minder fraaie neigingen zullen onderdrukken. De soma uit Brave New World lijkt niet ver weg meer.
Het geloof in de vrije wil
Tocqueville gebruikte de volgende metafoor: om ieder mens is een cirkel getrokken waar hij niet buiten kan treden, maar binnen die cirkel is hij vrij om zijn identiteit en zijn leven vorm te geven. De omtrek van de cirkel wordt bepaald door je biologische en genetische eigenschappen, door je sociale omgeving, je economische situatie, enzovoorts. Voor sommigen, bijvoorbeeld voor hen met een bepaalde afwijking en voor hen die in kansarme omstandigheden opgroeien, is de cirkel zeer smal. Maar voor anderen, en dat geldt zeker voor velen in ons welvarende deel van de wereld, is de cirkel wijd genoeg om een substantiële speelruimte te bieden.

Hermann Broch boek Slaapwandelaars
De moderne mens volgens Hermann Broch (Jeroen Vanheste Civis Mundi Digitaal #8 november 2011)
Cultuurkritiek is even oud als onze cultuur. Van oudtestamentische profeten als Jeremia en Ezechiёl tot de grote ’arts van de cultuur’ Nietzsche en hedendaagse denkers als Sloterdijk: altijd is onze cultuur door filosofen en andere critici becommentarieerd en bekritiseerd. Het oordeel viel daarbij meestal niet erg gunstig uit. Socrates mopperde dat de jeugd van zijn tijd slechte manieren had en alleen in luxe geïnteresseerd was; "O tempora, O mores!" luidt de beroemde uitroep van Cicero; "Onze ouders, die reeds minder waren dan onze grootouders, hebben ons als nog meer verdorven in het leven geroepen, en wij zullen op onze beurt aan een geslacht het aanschijn geven dat nog gebrekkiger is", aldus Horatius; Petrarca klaagde dat hij in een totaal oninteressante tijd leefde; en ook Descartes beschouwde zijn tijdperk als een van verval.
De christelijke en joodse heilsverwachting
Het optimisme in De Slaapwandelaars komt behalve in het platonisme dus ook tot uitdrukking in de christelijke symboliek. We zagen al dat het laatste woord in de roman voor de apostel Paulus is, terwijl ook de apocalyptische symboliek een element van optimisme bevat. Hoewel de eindtijd en de Apocalyps uiteraard vol chaos en geweld zijn, vormen deze immers tevens de opmaat tot een terugkeer van de Verlosser en de komst van het hemelse Jeruzalem. Impliciet in alle apocalyptische symboliek is dan ook altijd de overtuiging dat na deze verschrikkingen een betere tijd aan zal breken.
Naast een christelijke symboliek vinden we in De Slaapwandelaars ook herhaaldelijk beelden van een joodse heilsverwachting. Met name de figuur van Ahasverus, de wandelende jood, speelt een cruciale rol. De wandelende jood Ahasverus staat in de joodse verhalen vaak voor het proces van dwalen, lijden en loutering dat samenhangt met het geloof in de terugkeer naar Zion, de hemelse stad van eeuwige vrede. Ahasverus, waarmee de filosoof Bertrand Müller zich identificeert, staat hier voor de huidige generatie die verloren ronddwaalt tussen het oude en het nieuwe waardesysteem:
(..) een geslacht dat zichzelf heeft uitgewist (..) onwetend, hulpeloos, zonder zin zijn ze prijsgegeven aan de orkaan van het ijzige, ze moeten vergeten om te kunnen leven en ze weten niet waarom ze sterven. Hun weg
is de weg van Ahasverus (..) Verloren geslacht! (Ibid., p.357)
Tussen ’niet meer’ en ’nog niet’
Zowel in de metafoor van het slaapwandelen als in het platonisme en in de christelijke en joodse symboliek drukt Broch zijn overtuiging uit dat we in een overgangsperiode leven. De mensen bevinden zich "in het ogenblik tussen ineenstorting en nieuw ontstaan" en "staan sprakeloos tussen het nog-niet en het niet-meer (..) tussen einde en begin" (Ibid., p.349). Ze zijn op zoek naar een "doorwaadbare plaats" die een nieuw houvast kan bieden, maar deze zoektocht zal op zijn vroegst pas bij het volgende geslacht resultaten opleveren: "de overgang van het ene waardensysteem naar een nieuw [moet] een nulpunt van de atomisering van waarden passeren", een nulpunt waarbij er een geslacht "zonder enige betrokkenheid bij het oude noch bij het nieuwe" wordt overgeslagen. (Ibid., p.355) We leven dus tussen het ’niet meer’ en het ’nog niet’, waarbij Broch in zijn schildering van het eerste zijn pessimisme tot uitdrukking brengt, maar in zijn geloof in het laatste ook blijk geeft van zijn optimisme.

Nogmaals: wat is neoliberalisme en wat het linkse alternatief? (Wim Couwenberg Civis Mundi Digitaal #19 juni 2013):
Wat nu in het neoliberalisme bestreden wordt, is dus een reveil van het klassiek-liberale marktdenken, waarop in de vorige eeuw vooral onder socialistische invloed en regie forse inbreuken gemaakt zijn door de gestage opbouw van de verzorgingsstaat met een te sterke groei van de collectieve sector als gevolg. Daardoor is de verzorgingsstaat en daarmee het socialisme als primaire inspiratiebron ervan sinds de jaren ’70 steeds meer in het slop is geraakt. Het socialisme verloor daardoor zijn toonaangevende ideologische invloed. Het is een gepasseerd station, betoogde in 1980 al de Franse socioloog A. Touraine[2]. Dat vond ook de Duits-Britse socioloog R. Dahrendorf[3]. De vraag is niet meer wat de sociaal-democratie inhoudt, maar wat er komt na het einde van de sociaal-democratie. Dahrendorf onderscheidt sinds de Franse Revolutie van 1789 in ideologisch opzicht twee grote ontwikkelingsstadia: de lange 19e eeuw (1789-1914) waarop het liberalisme een sterk stempel drukt, resulterend in de liberale en democratische rechtsstaat; en de korte 20e eeuw (1914-1991) waarin de sociaal-democratische thematiek op de voorgrond treedt en de liberale democratie ook een sociale dimensie krijgt. De thematiek van de sociaal-democratie wordt daardoor onderdeel van de gevestigde orde. Zij heeft sindsdien geen eigen antwoorden meer op de nieuwe maatschappelijke thematiek die met de problematiek van de stagnerende verzorgingsstaat op de politieke voorgrond treedt.
Het neoliberalisme heeft daarop vervolgens een eigen antwoord geformuleerd en neemt sindsdien de leiding in de maatschappelijke ontwikkeling over met het mensbeeld van de entrepreneur als ideaaltype. De sociaal-democratie restte niet veel anders dan zich daaraan aan te passen. Zij heeft dat gedaan met een Derde Weg politiek, een flexibele middenweg tussen marktwerking en staatsinterventie. Theoretisch is dat onderbouwd door de Britse socioloog Anthony Giddens. Die ziet daarin een reïncarnatie van sociaaldemocratische basiswaarden. Maar de juist geciteerde socioloog Ralf Dahrendorf bestrijdt dat,[4] evenals in Nederland Frits Bolkestein, en ziet er niet meer in dan een sociale variant van neoliberalisme. In Nederland was die Derde Weg niets nieuws. Zij was daar al geruisloos deel geworden van de politieke praktijk van de PvdA, zij het nauwelijks theoretisch verantwoord en verwerkt. Legitimering van die sociaaldemocratische praktijk wordt in de geest van het opkomende pragmatisme dan niet meer zozeer gezocht in argumenten en overwegingen ontleend aan ideologische uitgangspunten, maar voornamelijk in de effectiviteit ervan in de geest van het neoliberalisme. Dat heeft onlangs geleid tot het vertrek van PvdA coryfee Jan Pronk.
In zijn Den Uyl-lezing van 25 januari 2010 omschreef Wouter Bos als PvdA-leider die
Derde Weg als een relativering van de staat, een herwaardering van de markt en meer nadruk op de eigen verantwoordelijkheid van de burger. In die lezing probeert Bos die Derde Weg te scheiden van de neoliberale praktijk, waarin het accent steeds meer verschoof naar het primaat van marktwerking. De sociaal-democratie is daarin ver meegegaan, zolang het economisch goed ging. Nu dat met de financieel-economische crisis van 2008 niet langer het geval is, lijkt de sociaal-democratie zich daarvan te distantiëren met zoals Bos stelt het afschermen van bepaalde delen van de publieke sector van verdere doorwerking van marktwerking. De Derde Weg wordt daarmee echter niet verloochend, zoals die lezing in perscommentaren geïnterpreteerd is, evenmin als het belang van marktprikkels om zonodig publieke diensten tot meer efficiency en effectiviteit aan te sporen.

Literaire antwoorden op filosofische vragen. Een mooie introductie in een intrigerend veld van onderzoek (Wim Couwenberg Civis Mundi Digitaal #16 januari 2013):
Bespreking van: Jeroen Vanheste, De Wijsheid van de roman. Literaire antwoorden op filosofische vragen.
Gemeenschappelijke oriëntatie op humanistische traditie in Europa
Vanheste gaat met Aristoteles nog onverminderd uit van de klassieke mimetische opvatting van de literatuur, al ligt die nu ook onder vuur. Dat betreft onder andere de inhoudelijke benaderingswijze ervan en de eerder genoemde humanistische oriëntatie. Hier tegenover wordt een empirisch wetenschappelijke aanpak geponeerd en een reeks van theorieën en methodes daaromtrent ontwikkeld, zoals formalisme, freudianisme, new historicism, marxistische en feministische literatuurkritiek, structuralisme, deconstructietheorie enz. Hoe interessant dat alles ook moge zijn, het is de vraag, aldus Vanheste, of literatuur en filosofie zich laten vangen in modellen, theorieën en methodes zoals die gangbaar zijn in de sociale en natuurwetenschappen. De geesteswetenschappen vergen wellicht een meer interpreterende (hermeneutische) benadering. Dat klinkt ouderwets, maar ik onderschrijf niettemin graag deze voorkeur. Ik neem aan dat de auteur als filosoof geneigd is zijn vak te percipiëren als onderdeel van de filosofie. Maar het maakt, lijkt me, ook deel uit van de literatuurwetenschap als discipline die beoogt inzicht te bieden in de dieperliggende patronen en ontwikkelingen van onze cultuur. De auteur heeft met dit boek een overtuigend visitekaartje afgegeven als onderzoeker van literatuur en filosofie. Hij introduceert zijn boek voorin met een mooi citaat van Ernesto Sábato waarmee ik deze bespreking graag besluit:
In de moderne, door de filosofie verlaten wereld, versnipperd door honderden wetenschappelijke specialisaties, blijft de roman over als laatste uitkijkpost vanwaar wij menselijk leven als geheel kunnen overzien.

Literatuur en Filosofie – Introductie (red. Civis Mundi Digitaal #57 april 2018 2018):
Het laatste nummer van de 48e jaargang van Civis Mundi als gedrukt medium, dat in oktober 2009 verscheen, had als thema ‘Literatuur en Filosofie’. Het werd ingeleid door Jeroen Vanheste als een van de toenmalige redacteuren, en als volgt ingeleid:
“In de afgelopen decennia is er steeds meer aandacht gekomen voor de onderlinge betrekkingen tussen literatuur en filosofie. Onderzoek naar de relaties tussen literatuur en filosofie vindt wereldwijd plaats aan tal van universiteiten. In de meeste gevallen gaat het daarbij vooral om de wijsbegeerte van de literatuur, zoals in de vele vertakkingen van de hermeneutiek, de deconstructiefilosofie en de verschillende vormen van literaire ‘theory’. In dit themanummer van Civis Mundi gaat het echter niet zozeer om de filosofische reflectie op (het wezen van) de literatuur als wel, omgekeerd, om de literaire representatie van filosofische vraagstukken. Uitgangspunt daarbij is dat literaire werken een filosofische zeggingskracht kunnen hebben, die niet zoals in een filosofische verhandeling gekenmerkt wordt door een aangehouden logische redenering, maar veeleer door een literaire evocatie van filosofische thema’s. Hierbij kan men bijvoorbeeld denken aan onderwerpen als mensbeelden, de vrije wil, liefde, vervreemding, cultuurdiagnoses en cultuurkritiek. Auteurs als de Griekse tragediedichters, Shakespeare en Dostojewski leren ons het een en ander over de menselijke ziel, met name over diens donkere kanten, hoewel op een heel andere wijze dan de filosofie of de wetenschappen dat doen.

De literaire roman als praktische filosofie, deel 1 (Helena Bloem Civis Mundi Digitaal #57/58 april 2018/mei 2018):
Bespreking van: Jeroen Vanheste, Denkende Romans.
Slotopmerkingen deel 1
Samenvattend zien we bij deze eerste zes schrijvers, die Vanheste in zijn boek bespreekt, dat zij vooral het humanistische mensbeeld in hun werk centraal stellen. Bij Tolstoj waren dit zingevingsvragen met aandacht voor aspecten als goed en kwaad, God en de goddelijke macht. Uiteindelijk blijft het bij hem toch onduidelijk hoe alles dan wèl zou moeten. Hij signaleert en bekritiseert wel, maar draagt geen daadwerkelijke oplossingen aan. In het verhaal van Cervantes over Don Quichot is met name diens liefde voor Dulcinea belangrijk als thema van de geïdealiseerde, platonische liefde. Idealistische liefde hangt samen met en is afhankelijk van iemands mensbeeld. De idealistische Don Quichot beseft immers heel goed dat zijn mooie Dulcinea alleen in zijn verbeelding bestaat. Daarom kan men het verhaal van Don Quichot in een bepaald opzicht als realistisch beschouwen, waarbij uiteindelijk het idealisme over het realisme triomfeert.
De humanistische visie van de mens als een verhalen vertellend en zichzelf interpreterend wezen is het thema van de bespreking van de zesdelige TV-serie The Singing Detective van de Britse televisie- en toneelschrijver Dennis Potter.
In deel 2 van deze boekbespreking zal ik nader ingaan op de andere zes schrijvers die Vanheste in zijn boek behandelt en die op verschillende wijze ook een humanistisch mensbeeld laten zien, maar dan in het bredere perspectief van sociale en (Westerse) maatschappelijke cultuurkritiek. De literaire roman als praktische filosofie, deel 2 (slot)
Slotopmerkingen
In zijn inleiding verantwoordt Vanheste duidelijk zijn keuze van de hierboven besproken twaalf schrijvers. Een keuze die kleurrijk geschakeerd is, zowel voor wat betreft de nationaliteiten van de auteurs als wel het feit dat het niet alleen over romans gaat, maar ook over een dichtwerk (The Waste Land van Eliot) en een televisieserie (The Singing Detective van Potter). Ook de volgorde waarin de schrijvers aan de orde komen geeft vorm en samenhang aan de opbouwende lijn van Vanhestes betoog, te vergelijken met bij elkaar passende kralen aan een kralensnoer. Haal je er echter eentje tussenuit, dan is het verband zoek en de ketting stuk. (7) Dat is de reden waarom ik in deze boekbespreking aan elke schrijver ruime aandacht heb besteed. Sla ik er eentje over, dan laat ik als het ware een kraal vallen en gaat het verband tussen al deze schrijvers verloren.
Eenduidig bij alle twaalf hierboven besproken auteurs is de nauwe relatie tussen literatuur en (humanistische) filosofie. Zo is de ene meer individueel idealistisch gericht (o.a. Vestdijk), de ander meer Europees humanistisch (o.a. Mann). Bij de een is een zoektocht te zien naar zingevingsvraagstukken (Tolstoj), bij de ander is sprake van een
Bildungsroman, waarbij de hoofdpersoon na veel omzwervingen uiteindelijk zijn bestemming vindt (Proust, Bellow). Weer een ander laat een cultuurkritiek zien (Eliot, Broch), of een hoopvol optimisme met een vleugje ironie (Kundera), of heeft een somber en donker mensbeeld (Houellebecq). Maar allemaal hebben ze een ding gemeen: ze vinden dat de roman heel goed uitdrukking kan geven aan filosofische ideeën, waardoor deze kan bijdragen aan een beter inzicht in menselijke en maatschappelijke processen.
Het aardige van zijn boek is dat Vanheste bij zijn onderzoek ook parallellen trekt met de biografische achtergronden van de auteurs en hun werk en deze binnen een bredere literaire en filosofische context plaatst. Daartoe maakte hij niet alleen gebruik van de primaire bronnen, het literaire werk zelf, maar raadpleegde hij ook brieven, essays, toespraken, interviews en dagboeken, met daarnaast recente filosofische en literatuurwetenschappelijke onderzoeken. Ondanks deze indrukwekkende hoeveelheid informatie en het hoge literatuurwetenschappelijke en filosofische gehalte is Denkende Romans een heel plezierig boek om te lezen.

Over geïdealiseerde liefde, bevlogen idealen en de aardse werkelijkheid (Piet Ransijn Civis Mundi Digitaal #57 april 2018):
Reactie op het artikel van Helena Bloem over Denkende Romans Jeroen Vanheste met Tolstoj, Beethoven en Slauerhoff als voorbeelden.
e bespreking van het boek Denkende romans van Jeroen van Heste door Helena Bloem heb ik evenals zij ervaren als een aanmoediging om meer te lezen en te schrijven. Naast non-fictie vind ik literatuur ook belangrijk. Van Heste maakt in de boekbespreking van Helena Bloem duidelijk waarom.
Ervaringen van transcendentie
Dante, Shakespeare in zijn Sonetten, William Blake en andere schrijvers hebben volgens R M Bucke in
Cosmic Consciousness meer blijvende ervaringen van transcendentie gehad. Dante begint zijn Divina Commedia met deze onthulling:“Toen werd ik wakker in een donker bos, dat wat mij vasthield liet mij zomaar los.” Hij plaatst zijn geliefde Beatrice als de belichaming van een onaardse schoonheid, ver van zich af in de hemel nadat zij al jong is overleden. Maar mogelijk is zij toch bereikbaar omdat hij zich in dit kunstwerk verheft tot hemelse hoogten, die hij beschrijft naar het voorbeeld van de Hemelse hiërarchie van Dionysius de Areopagiet. In het hemel komt hij haar weer tegen na zijn reis door de hel en het vagevuur.
Slotopmerkingen deel 1
Een kunstenaar kan zich een meer ideale wereld verbeelden of scheppen en erin gaan wonen, zoals Slauerhoff woonde in zijn gedichten, volgens één van zijn meest bekende gedichten De woningloze. Wat betreft de geïdealiseerde werkelijkheid van Don Quichot “gedraagt deze zich alsof het de enige echte wereld is,” schrijft Vanheste in genoemde boekbespreking van Helena Bloem: Volgens Vanheste laat ’’Don Quichot ons zien waar misschien de ware grootheid van de mens gevonden kan worden: in de manier waarop wij het spel van de liefde en het spel van het leven spelen”. Dit impliceert dat uiteindelijk het idealisme triomfeert over het realisme” (p 115-119). Dit is een idealistische of ideële kunstvisie in termen van Plato en Sorokin, zie mijn vorige artikel in nr 56.
Als waarden, idealen en ervaringen van schoonheid, goedheid, liefde en transcendentie ons niet meer verheffen ten opzichte van de harde aardse werkelijkheid, verliest ons leven een meer zingevend perspectief en inspiratie om die werkelijkheid te transformeren of ons er innerlijk van te bevrijden als een stap naar een transformatie, waarin ideaal en werkelijkheid elkaar de hand reiken en zich met elkaar verenigen in het spel dat leven heet
.

Levenskunst & Levensgeluk, deel 9: De noodzaak van een intercultureel perspectief op levenskunst (Heidi Mijen Civis Mundi Digitaal #77 7 februari 2019):
Als mens hebben we de keuze weg te kijken van zaken die ons raken of aan (morele) geraaktheid stem te geven. De geraaktheid bij een kwestie kan tot ideologische, onderdrukkende en gewelddadige patronen aanzetten (bijvoorbeeld: oog om oog, tand om tand!) maar ook een ander spel der verbeelding aanwakkeren en daarmee een symbolische interferentiezone installeren tussen vechten en vluchten. De in mijn filosofische praktijk ontwikkelde spel- en dialoogvormen (Muijen, 2010; 2012) stimuleren zulk vertragen en het stellen van (trage) vragen door middel van symbolen — zoals het oog, het hart, de spiraal, de lemniscaat en de hand — die intercultureel verstaanbaar zijn. De dialogen rond de filosofische speeltafel getuigen van morele verbeeldingskracht waarin mensen een taal van verandering kunnen vinden voor complexe, ethische vraagstukken.
De moderniteitsvisie van Wim Couwenberg. Deel 3: Moderniteit en spiritualiteit (Piet Ransijn Civis Mundi Digitaal #77 7 februari 2019):
De Oosterse culturen bieden een schatkamer van wijsheid en inzicht in bewustzijn, waarvan de deur op een kier staat, waar ik doorheen heb gekeken en een paar juwelen mocht meenemen. Geïntegreerde spirituele wijsheid zal veeleer het leidende licht der mensheid zijn dan de beperkte en eenzijdige instrumentele rationaliteit, die problemen geeft die door de rede, de techniek en de wetenschap niet kunnen worden opgelost, omdat ze voortspruiten uit de kortzichtige toepassingen daarvan. Er is een meer omvattende verlichting nodig dan alleen het licht van de rede als een stap op weg naar een meer volledige verlichting. De verlichting is nog niet eens halverwege in de vorm van de gehalveerde instrumentele rationaliteit, die vanuit het Westen wordt verbreid als moderniteit. De toekomst, de bestendigheid of duurzaamheid en het behoud van de moderniteit en haar verworvenheden ligt wellicht in de integratie ervan met algehele spirituele ontwikkeling en bijbehorende wijsheid, die ook door westerse wijzen en Joodse profeten en leraren zoals Jezus is geformuleerd.
Het neoliberalisme, deel 2. Een aanvulling op het artikel "Belangenverstrengeling van wetenschap en industrie" van Piet Ransijn (Hans Komen Civis Mundi Digitaal #77 7 februari 2019):
Als je Ayn Rand en Friedrich Hayek goed leest zie je dat alles waar zij zich druk over maakten terugbrachten tot dezelfde oorzaak, namelijk het niet vrij zijn van de economische markt. Je ziet dat ze stap voor stap zichzelf de redeneringen aanleerden die hen in staat stelden om alles waar zij aanstoot aan namen samen te laten vallen in één oorzaak, het niet vrij zijn van de markt. Bij Rand het niet totaal vrij zijn van het individu. Bij Hayek het niet totaal vrij zijn van het individu binnen de markt. Het aanwijzen van die ene fundamentele oorzaak leidde tot de ideologische norm van het neoliberalisme. Elke ideologie wijst een hoofdoorzaak aan om zijn ideologie te maximaliseren. De communisten wezen het kapitaal als hoofdoorzaak aan en het nazisme de onzuiverheid van het ras.

Het moreel kompas van de student bedrijfskunde (Lisa van de Bunt 7 februari 2019):
Opleidingen besteden te weinig aandacht aan ethiek
Op 20 december j.l. promoveerde Jelle van Baardewijk op de VU met een onderzoek naar de morele vorming van bedrijfskunde studenten aan een drietal Nederlandse universiteiten. Hij onderzocht zowel de ethisch-filosofische grondslag van bedrijfskunde opleidingen als wat daarvan blijft hangen bij de studenten. Dat is bedroevend weinig. Punt één is dat er in de opleiding weinig aandacht wordt besteed aan ethiek, punt twee weten de studenten er bitter weinig van te reproduceren.
Hoe nu verder
Van Baardewijk doet een aantal relevante aanbevelingen ter verbetering van de ethische dimensie in de bedrijfskunde opleiding met intensieve aandacht voor de praktijk naast geschiedenis, sociologie en politicologie.
Hij pleit voor een ethiek die zich niet alleen op het individu richt maar ook op de collectieve verantwoordelijkheid van organisaties.

Senaat buigt niet voor wensen Forum (Arnout Brouwers en Yvonne Hofs Volkskrant10 april 2019 p. 11):
De verkiezingsuitslag van 20 maart doet zich voelen in de Eerste Kamer: Europa en het klimaat zijn na de winst van Forum voor Democratie plots uiterst precaire dossiers. Maar een meerderheid van de senaat liet dinsdag toch blijken dat de partij van Baudet niet de dienst uitmaakt.
De Tweede Kamer stemde in december in grote meerderheid voor de Klimaatwet. Acht partijen zetten als indiener hun handtekening onder de wet: VVD, CDA, D66, ChristenUnie, GroenLinks, PvdA, SP en 50Plus. Op grond daarvan kan het wetsvoorstel in de Eerste Kamer ook na de wisseling van de wacht op een ruime meerderheid rekenen. De entree van FvD verandert daar in principe niets aan.
In principe, want het enthousiasme voor de Klimaatwet is bij sommige indieners flink bekoeld. De eclatante stembuszege van FvD is bij CDA, VVD en 50Plus hard aangekomen. De achterban van deze partijen is sterk verdeeld over het klimaatbeleid. Als de CDA- en VVD-senatoren vóór de wet stemmen, doen ze dat alleen omdat ze zich gebonden voelen aan het regeerakkoord. De milieubewuste coalitiepartners D66 en ChristenUnie stonden in de kabinetsformatie op een ambitieus klimaatbeleid.
In de senaatsstemming waren dinsdag de nieuwe contouren te ontwaren van het Europadebat. Niet alleen de Brexit, maar ook de aanwezigheid van twee grote anti-EU-partijen op rechts (PVV wil een Nexit, Forum een referendum over Nexit) ontdoet parlementaire debatten over Europa definitief van hun relatieve onschuld. De inzet is hoog, wordt alom beseft.
De regeringscoalitie heeft nu zowel de directe weg naar meer burgerinspraak over Europa (het raadgevend correctief referendum) afgesloten, als de
‘koninklijke weg’, namelijk door het parlement meer greep op soevereniteitsoverdracht te geven. De oppositie zal dit in de aanloop naar de Europese verkiezingen van eind mei waarschijnlijk dankbaar blijven gebruiken, als stok om de coalitie mee te slaan.

Hartstikke stoer (Hans van der Woude Volkskrant 10 april 2019 p. 22):
Minister Hoekstra: Nederland doet niet mee aan eurozonebegroting als deze niet voldoet aan eisen (Ten eerste, 9 april). Verstandig en heel stoer van Hoekstra, zo op het eerste oog, maar wat kost het als Nederland afhaakt? Wie zijn wij om de Frans-Duitse as niet serieus te nemen?

Kunnen Rusland en China de gouden standaard herstellen? (Peter de Waard Volkskrant10 april 2019 p. 27):
China en Rusland willen al jaren af van de hegemonie van de dollar als mondiale reservevaluta. De waarde van de dollar wordt bepaald door de rentebesluiten van de Amerikaanse centrale banken, waarop zij geen invloed hebben. En elke renteverandering in de VS leidt wereldwijd tot een enorme kapitaalvlucht.
De Amerikanen kunnen dankzij hun dollar bedrijven straffen die zich niet aan sancties tegen andere landen houden.
De dollar heeft al sinds de Tweede Wereldoorlog de wereld vast in zijn monetaire greep. En sinds onder president Nixon in 1971 het Bretton Woods-akkoord werd verscheurd en de dollar niet meer inwisselbaar is voor goud, is vertrouwen de enige dekking.
Alleen hebben Rusland en China daar voorlopig nog wel wat meer goud voor nodig. Ze kunnen dankzij hun leiders voor het leven daar ook de tijd voor nemen.

Hoekstra: ‘Schokfonds’ EU desnoods zonder Nederland (Yvonne Hofs Volkskrant 9 april 2019 p. 2):
Als Frankrijk en Duitsland per se een eurozonebegroting willen optuigen die niet aan de Nederlandse voorwaarden voldoet, moeten ze dat maar zonder Nederland doen. Nederland zal in dat geval voor een ‘opt-out’ kiezen en geen financiële bijdrage leveren aan zo’n apart eurozonebudget, zegt minister van Financiën Wopke Hoekstra maandag in de Financial Times.
Net als alle EU-lidstaten heeft Nederland nu een vetorecht over Europese begrotingsbesluiten.
Frankrijk en Duitsland stellen nu voor om voor de eurozonebegroting een afzonderlijk besluitvormingsorgaan op te richten, waarbij Nederland mogelijk zijn vetorecht over de besteding van het geld verliest. Tenslotte opperen de twee grootste eurolanden in het document toch weer dat de eurozonebegroting een ‘stabiliserende functie in slechte tijden’ moet hebben, ofwel een rol moet spelen bij crisisbestrijding. Allemaal elementen die Nederland niet wil en al dacht te hebben afgeserveerd.

Britten durven niet te springen, Brussel durft niet te duwen (Marc Peeperkorn Volkskrant 6 april 2019 p. 7):
De EU accepteert knarsetandend uitstel op uitstel van de brexit, dus ook het nieuwste verzoek van May om pas 30 juni uit de EU te stappen wordt vermoedelijk ingelost. EU-leiders willen niet de bad guys zijn die de Britten definitief uit de Unie duwen.
Beladen besluit
“De enigen die juichen bij een dergelijke chaos zijn de populisten en nationalisten. Zij die de EU en het Verenigd Koninkrijk willen verzwakken”, zei Juncker deze week in het Europees Parlement. Daarnaast was het de EU die afgelopen maanden aandrong op overleg tussen May en Labourleider Jeremy Corbyn, dat kan dan niet voortijdig de nek worden omgedraaid.
Bad guys
“Het Verenigd Koninkrijk durft niet te springen, de EU durft niet te duwen”, omschrijft een EU-ambtenaar het dilemma voor de leiders. Die willen per se niet de bad guys zijn bij dit historische en beladen brexitbesluit. En dus accepteren de leiders – zij het knarsetandend – verder uitstel. Een diplomaat van een groot EU-land relativeert de reputatieschade voor de EU. “China en de Verenigde Staten merken die paar maanden extra niet eens op.”

Maak in Tokio gebaar voor Renée Hartevelt (Mike Soyer Volkskrant 9 april 2019 p. 22):
Een mens hoeft niet uitgebreid de theorieën van de grote filosofen te hebben bestudeerd om te weten dat de gerechtigheid hier niet werd voltrokken. “Ieder het zijne geven,” zo was volgens Plato het simpele wezen van rechtvaardigheid. Sagawa kreeg in tegenstelling tot Michael P. ‘het zijne’ niet en zal dat naar verwachting nooit meer krijgen. De vriendelijke Hartevelt en haar nabestaanden kregen evengoed niets van wat zij verdienden.

Meer zorg over emigratie dan immigratie (Mark Leonard Volkskrant 6 april 2019 p. 18):
Een nieuwe peiling onder burgers in 15 landen wijst uit: migratie is geen winnend verkiezingsthema.
Uit onze peilingen blijkt dat de angst voor een nieuw nationalisme veel vaker mensen ertoe zal brengen om te gaan stemmen dan de bezorgdheid over migratie.
Dit heeft te maken met enkele grote politieke veranderingen sinds 2015. De meest voor de hand liggende is de enorme daling van het aantal aankomsten van migranten; onze tv-schermen zijn nu waarschijnlijk meer gevuld met de
chaos van de Brexit. Daarnaast pleiten alle gevestigde partijen nu voor strengere grenscontroles en er is geen enkele gevestigde partij die pleit voor open grenzen.
Dus wat moeten niet-nationalistische politieke partijen doen volgens onze opiniepeiling?
De eerste les is campagne voeren over de verschillende onderwerpen waarin mensen geïnteresseerd zijn en emotioneel overtuigende antwoorden vinden op de vele zorgen van mensen over nationalisme, de economie, klimaatverandering en veiligheid.
Dit betekent dat er een agenda moet worden opgesteld over de integratie van migranten en over veiligheid. Daarin moet aandacht worden besteed aan culturele onrust, politie- en inlichtingenwerk, alsook aan vraagstukken op het gebied van burgerschap en taal.
De meest in het oog springende bevinding van ons onderzoek is misschien wel dat de angst voor emigratie aangepakt moet worden. En dat moet worden getoond hoe burgers kunnen worden aangemoedigd hun toekomst in hun eigen land op te bouwen.

Wat er ook gebeurt, Den Haag heeft het gedaan (Sander van Walsum Den Haag Volkskrant 6 april 2019 Opinie p. 28):
Na elke dramatische verkiezingsuitslag kun je erop wachten: het gemopper op de ‘falende politiek’. Pas maar op, zegt Sander van Walsum, want welke fatsoenlijke bestuurder ziet zo’n baan straks nog zitten?
Maar na de zege van FvD bij de Statenverkiezingen van vorige maand werd overal weer de oude grammofoonplaat opgezet: door het falen van de middenpartijen zou aan de rechterflank ruimte zijn ontstaan voor FvD. Daarbij wordt de (veronderstelde) miskenning van de wensen van de gewone Nederlander gebruikt als synoniem van politieke en bestuurlijke zwakte. Maar bestuurlijke daadkracht en regeren met instemming van de mensen in het land zijn twee heel verschillende dingen. En een goede politicus moet bereid zijn om de wensen van de kiezer te negeren – ongeacht de electorale afstraffing die daarop kan volgen. Hij moet bereid zijn
‘over de hoofden van de mensen heen’ te besturen. Daarvoor wordt hij – al is het politici zelden om het geld te doen – tenslotte betaald.
Beducht voor de gewone man
Niet het negeren van de gewone man of vrouw is het probleem, maar de huiver om beleid te voeren waarvan die man of vrouw mogelijk niet blij wordt. De gemiddelde politicus ambieert geen imago als ‘bestuurder’ – dat in het spraakgebruik dezelfde klank heeft als ‘technocraat’ – maar wil worden gezien als ‘een van ons’.
De Nederlandse ziekte
Omgekeerd hebben meerdere kabinetten in de jaren zestig en zeventig de kiezers willen behagen met de uitbouw van de sociale zekerheid met inkomsten uit de aardgaswinning.
Al in 1977 diagnosticeerde The Economist dit uitgavenpatroon als ‘de Nederlandse ziekte’. Met de bodemrijkdommen had men, naar Noors voorbeeld, beter een fonds kunnen aanleggen waarmee de gevolgen van dalende gas- en olie-inkomsten in de toekomst konden worden opgevangen. Nu Nederland zich het hoofd pijnigt over de bekostiging van het klimaatbeleid en van het herstel van de schade die de gaswinning in Groningen heeft veroorzaakt, kunnen we vaststellen hoe onverstandig het was om die wenk van The Economist niet ter harte te nemen.
Als het kabinet-Den Uyl destijds echter tegen de kiezers had gezegd:
‘We gaan de aardgasbaten niet besteden aan leuke dingen voor de mensen, maar we gaan ze oppotten als appeltje voor de dorst’, had de PvdA bij de Kamerverkiezingen in 1977 – bij een opkomst van 88 procent, kom daar nog eens om – zeker geen 53 zetels vergaard (10 meer dan bij de voorgaande Kamerverkiezingen in 1972). De kabinetten na Den Uyl (onder leiding van CDA’ers Dries van Agt en Ruud Lubbers) poseerden weliswaar als puinruimers, maar wilden de kiezers evenmin het bittere medicijn tegen de Nederlandse ziekte voorschrijven.
Of, om het sociaal welbevinden te kenschetsen in de woorden van socioloog Paul Schnabel: ‘Met mij gaat het goed, met ons gaat het slecht.’ Het is een constante in de reeks Burgerperspectieven van het Sociaal en Cultureel Planbureau.

Van der Hoeven (Volkskrant 28 oktober 2009): Ik maak me zorgen over het korte termijn winstbejag dat hier en daar overheerst. Een gebrek aan ethisch en moreel handelen is mede oorzaak geweest van de economische crisis.
Haar opmerkingen zijn de werkgevers Bernard Wientjes, Loek Hermans en Albert Jan Maat in het verkeerde keelgat geschoten.
Van der Hoeven gaat met de onderwijswereld overleggen over cursussen ethiek bij managementopleidingen (Volkskrant 30 oktober 2009).

Het commentaar van Lisa van de Bunt laat zien dat het overleg van Van der Hoeven met de onderwijswereld niet heeft plaatsgevonden of dat het geen resultaat heeft opgeleverd. Geconcludeerd kan worden dat het morele kompas door het beleid van de overheid niet is toegenomen. Sterker nog eerder is afgenomen.

Populisten liegen voor zichzelf, niet voor jou (Peter Giesen interviewt Yascha Mounk Volkskrant 9 februari 2019 Opinie p. 6-8):
Populisme bestrijden door op elke leugen verontwaardigd te reageren, is naïef, zegt de Duits-Amerikaanse politicoloog Yascha Mounk. Trump-aanhangers weten heus wel dat hij liegt. Mounk komt met een andere strategie.
Is ‘inclusief patriottisme’ geen hersenschim?
‘De laatste maanden ben ik door Duitsland gereisd, van noord naar zuid, van oost naar west, voor een grote reportage over vluchtelingen voor The New Yorker.
Ik zag hoe extreemrechts op cynische wijze misdaden door vluchtelingen exploiteert. Maar ik werd ook getroffen door de mate waarin de Duitse staat zijn fundamentele regels niet handhaaft. Een Duitse ambtenaar stak een appartement bestemd voor vluchtelingen in brand, omdat hij ze niet als buren wilde. Hij ging geen dag naar de gevangenis en mocht gewoon ambtenaar blijven. Anderzijds was er een 20-jarige vluchteling die uitging met een van de meisjes in zijn klas. Toen ze het uitmaakte, werd hij zo woedend dat hij haar op straat doodstak. Hij werd veroordeeld tot 8,5 jaar, waarvan hij er misschien 5 hoeft uit te zitten. Een multi-etnische samenleving brengt spanningen met zich mee. Zo’n samenleving kun je niet overeind houden als je zo slap optreedt tegen mensen die basale regels overtreden.

Ethische grenzen (Philippe Remarque Volkskrant 9 februari 2019 Opinie p. 5):
De misstap op de school in Veenendaal toont opnieuw: makers van reality-tv moeten zich eens om de ethische grenzen van het genre bekommeren.
Vrijdag, na de publicatie van het verhaal in de Volkskrant, demonstreerden boze leerlingen bij de school.
Ze voelen zich ‘bedonderd’ . Dat de schoolleiding deze zwendel heeft toegelaten, is een idiote misstap. De school heeft een vertrouwensband met leerlingen, ouders en docenten. Die is in Veenendaal lichtvaardig op het spel gezet onder druk van televisieproducenten. Maar ook de producenten en tv-zenders die steeds op zoek zijn naar nieuwe vormen van manipulatie om aantrekkelijke televisie te maken, zouden eens bij zichzelf te rade moeten gaan. Keer op keer blijkt dat bij reality-tv niet goed wordt nagedacht over ethische grenzen. Dat de kijker zich makkelijk laat manipuleren en graag naar andermans lief en leed kijkt, ontslaat de makers niet van de verantwoordelijkheid om zelf normen te formuleren en ernaar te leven.

De islam is een vreedzaam geloof (Joram van Klaveren Volkskrant 9 februari 2019 Opinie p. 4):
Ex-PVV politicus Joram van Klaveren (39) veranderde van mening over de islam. ‘Ik begrijp de felle reacties, want ik ben zelf debet aan het vijandige klimaat jegens de islam.
Ik had woede verwacht van moslims, maar ik krijg aardige reacties als: ‘Welkom in onze
umma (gemeenschap, red.)’ en ‘Je hoeft geen sorry te zeggen’.

Sluit depressieve kinderen niet op maar geef ze liefde (Jason Bhugwandass - Volkskrant 9 februari 2019 Opinie p.2-3):
We moeten af van de gesloten jeugdzorg, vindt ervaringsdeskundige Jason Bhugwandass (21). Alle regels en tucht doen kwetsbare jongeren meer kwaad dan goed.
Symptoombestrijding
Er was misschien geen behandeling, maar in de instellingen waar ik zat heerste wel een angstcultuur, gericht op symptoombestrijding. De meisjes met eetstoornissen kregen een sonde in hun neus. De snijders kregen hechtingen. De stoelgooiers werden ‘gefixeerd’ – tegen de grond geduwd. En alle kinderen op de groep eindigden vroeg of laat in de isoleercel. Het was voor ons een soort tweede verblijf. Soms fantaseerde ik hoe het zou zijn als ze die isoleercel iets leefbaarder zouden maken. Wat als ze er een sterrenprojector zouden neerzetten? Of, goedkoper: van die glow-in-the-darksterren. Hoe fijn zou het zijn om naar sterren te kunnen kijken, in plaats van naar een kale muur?
Ik begrijp de impuls een kind dat zichzelf wil schaden op te sluiten en elke poging daartoe te onderdrukken met tucht en regels. Maar repressie werkt niet en doet alleen maar meer pijn. Wat wel werkt, zeggen steeds meer deskundigen, onder wie promovendus Sophie de Valk: kleinschalige, gezinsgerichte zorg. Ik zou ook zeggen: stel kwetsbare kinderen niet bloot aan tucht, laat ze juist zien wat liefde is. En sluit wat mij betreft de gesloten jeugdzorg, geen kind wordt er beter van.

‘Mandela was geen lieve teddybeer’ (Wim Bossema interviewt Sisonke Msimang Volkskrant 8 februari 2019 p. 22):
Zoals veel Zuid-Afrikaanse jongeren heeft publiciste Sisonke Msimang, opgegroeid als ANC-kind in ballingschap, alle respect voor die partij verloren. Maar van Mandela zelf kan de wereld vol polarisatie nog veel leren.
Heeft u als ANC-kind nog vertrouwen dat het goed komt met de partij?
‘Ik heb alleen nog minachting voor wat er is geworden van het ANC. Ik heb absoluut alle respect voor de partij verloren. Dat doet mijn vader veel pijn. Hij denkt dat schade die de partij zichzelf heeft berokkend nog kan worden hersteld. Ik niet. De corruptie zit te diep. Als het alleen om de mensen aan de top zou gaan, was er misschien wat aan te doen, maar de corruptie zit in alle vezels, van plaatselijke partijafdelingen tot bovenaan.
‘Mijn breuk begon toen president Mbeki de oorzaak van hiv en aids ging ontkennen, terwijl er zoveel mensen aan stierven. De arrogantie, de onwil om naar de bevolking te luisteren, schokte me. Toen kwam het bloedbad dat de oproerpolitie aanrichtte onder stakende mijnwerkers van de Marikana-mijn in 2012. Ik besefte dat ik deze partij niet langer kon steunen.
Nu zie ik de teloorgang van het onderwijs als de ergste tragedie die het ANC aanricht.

Lawaai in Lobbyland (Lise Witteman De Groene Amsterdammer 6 februari 2019 p. 38-43):
‘Brussel’ is in de ogen van velen een onbereikbaar en onbegrijpelijk Europees bolwerk, waar lobbyisten vrij spel hebben. Door de opkomst van populistische partijen is de Europese Unie zich pijnlijk bewust van dit beeld, maar het lukt slechts mondjesmaat de luiken open te gooien.
Aan het einde van het interview wil ombudsman Emily O’Reilly graag nog iets toevoegen. Het blijkt te gaan om een boodschap aan de mensen thuis. ‘Met de verkiezingen op komst is stemmen het belangrijkste wat iedereen kan doen’, benadrukt ze. ‘We denken allemaal maar dat alles hier in Europa zo normaal is, maar dat is echt niet het geval. We leven in Utopia vergeleken met zoveel andere landen.
Dat is natuurlijk mooi gesproken, maar vreest ze niet dat gezien de huidige problemen de EU eerst in een totale crisis zal raken, voor er een democratischer en transparanter systeem uit rolt waarin mensen erop kunnen vertrouwen dat hun stem ertoe doet?
O’Reilly vouwt haar handen. ‘We blijven hoopvol.’ Dan staat ze abrupt op van de gesprekstafel, dankt hartelijk voor het interview en beent de kamer uit.

De psyche (reflexief bewustzijn) werkt als een spiegel. Het is deze spiegel die zorgt voor de golfbewegingen in de geschiedenis. Welke kant van de medaille, de aardse Tetrade (Standaardmodel, de gemanifesteerde werkelijkheid) of de hemelse Triade (ongemanifesteerde werkelijkheid), laten we overheersen? Alleen wanneer we ons meer met de Triade verbinden komt de beschaving een stapje verder. Meer opties zijn er niet en dat was al bij Pythagoras (De Gulden Verzen van Pythagoras) bekend.

Zelfbewuste poetsvis kijkt in spiegel (Ronald Veldhuizen Volkskrant 8 februari 2019 p. 3):
Wat hebben olifanten, chimpansees en mensen met elkaar gemeen? Allemaal zijn het diersoorten die zichzelf in een spiegel lijken te herkennen en dus mogelijk zelfbewustzijn ervaren. De nieuwste diersoort die dat ook kan, zorgt voor ophef onder biologen: de poetsvis.
Primatoloog Frans de Waal, die een begeleidend commentaar schreef bij Jordans studie, stelt eveneens dat de tijd rijp is voor nieuwe tests en theorieën. Drie andere laboratoria met poetsvissen herhalen op dit moment Jordans onderzoek om de vondst te bevestigen – en hopelijk te verduidelijken. ‘Als zij iets vinden dat ons onderzoek tegenspreekt? Geweldig, fantastisch. Dat is wetenschap. Mijn carrière staat of valt niet bij deze ene vondst.’

De resultaten van het onderzoek van de primatoloog en etholoog Frans de Waal sluiten aan op de bevindingen op het terrein van de biofysica, evolutiepsychologie en moraalfilosofie door Juleon Schins:, R.C. Smaniotto respectievelijk Ellen Comhaire.

Het cement van wederkerigheid en de paradox van de muntunie bevat een samenvatting van de rede, die Vandenbroucke uitsprak n.a.v. zijn aanstelling als hoogleraar aan de UvA.
Sterke nationale welvaartsstaten en Europese eenmaking waren de mooiste politieke projecten van de 20ste eeuw: ze gaven hoop. Welvaartsstaten zouden mensen 'bevrijden van vrees en nood'. De Europese integratie moest een einde stellen aan een geschiedenis van oorlogen. Beide projecten lijken nu vast te lopen. Ik zal het niet hebben over de aaneenschakeling van crises in de Unie, noch over alle uitdagingen waar welvaartsstaten voor staan. Ik zoom in op één kwestie: zouden deze projecten tot overmaat van ramp strijdig zijn met elkaar?

Hier zijn de van Rossums Düsseldorf 5 februari 2019 NPO2):
Maarten grijpt het bezoek aan Düsseldorf vooral aan om een pleidooi te houden voor meer belangstelling en waardering voor het moderne Duitsland, onze belangrijkste handelspartner en de steunpilaar van heel Europa. Ook op cultureel gebied heeft de stad veel te bieden, constateren Sis en Vincent. Van oudsher is het een centrum van schilderkunst, maar ook de fotografie kwam er tot grote bloei.
De van Rossums bezoeken in Düsseldorf de Sint-Lambertusbasiliek. In deze kerk bevinden zich de beenderen van de heilige Apollinaris. Maarten van Rossum is verbijsterd, de lulkoek, die ze over deze mysticus bij elkaar verzonnen hebben. Maarten van Rossum toont zich een rabiate atheist.

Nieuwe wind (Sheila Sitalsing Volkskrant 4 februari 2019 p. 2):
In Amerika roepen democratische politici mede daarom inmiddels ‘belast de rijken’. In Davos las de Nederlandse publicist Rutger Bregman de verzamelde bedrijfsleiders de les: ze moeten ophouden hun filantropie te gebruiken als schaamlap voor het feit dat ze op grote schaal belastingen ontwijken. Het filmpje met zijn oproep ging viral; net als een filmpje waarin topvrouw Winnie Byanyima van Oxfam uitlegt hoe overheden het bedrijfsleven vrij spel hebben gegeven in ‘het herschrijven van de regels op zo’n manier dat bedrijven de winnaars zijn geworden.
De wind uit die hoek trekt aan. Met haar ouderwetse belastingbeleid staat de Nederlandse overheid vol in deze nieuwe wind.

Klimaatpolitiek is iets voor grote mensen (Dirk-Jan van Baar Volkskrant 4 februari 2019 p. 18):
De moraal van dit verhaal is drieledig. Allereerst zegt wetenschappelijke consensus niet veel, die is tijdelijk, de politiek beslist. Daarbij moeten allerlei verschillende prioriteiten, zoals het winnen van verkiezingen, tegen elkaar worden afgewogen en de opwarming van de aarde is slechts één van de vele urgenties. Ten tweede kan er op lokaal niveau van alles aan milieubeleid worden bedacht, maar het klimaat is toch echt een mondiale kwestie. Mondiale kwesties worden uitgevochten door grote mogendheden, wat de kleintjes daar ook van vinden. Klimaatpolitiek op wereldschaal is cynisch en voor grote mensen. Laat onze tere kinderziel, mijn derde en laatste punt, daar alsjeblieft buiten.

Wie wint de geopolitieke wedstrijd? (René Cuperus Volkskrant 4 februari 2019 p. 19):
Trump heeft in een tweet laten weten dat hij hoopt in een komende topontmoeting met president Xi het conflict de wereld uit te kunnen helpen, en China te kunnen forceren tot meer marktopening en een eerlijker omgang met intellectueel eigendom. Dat wonder zou dan nog deze maand moeten gebeuren.
Achter de schermutselingen van dit handelsconflict gaat een
veel groter verhaal schuil: het verhaal van de nieuwe rivaliteit tussen ruling power Amerika en rising power China. De strijd tussen de heersende supermacht en de opkomende supermacht om (co-)wereldleiderschap. Economisch, militair en technologisch.
Maar met Make Europe Great Again gaat het niet florissant. Brexit is een geostrategische verzwakking van de EU. En er is veel verdeeldheid: tussen Noord en Zuid, Oost en West, en binnen landen tussen pro-EU mainstream partijen en nationaal-populisten. Bepaald geen lekkere uitgangssituatie voor een geopolitieke wedstrijd.

De epische strijd tussen big finance en big tech (Koen Haegens Volkskrant 6 februari 2019 p. 25):
Welke sector is daarmee anno 2019 het meest gehaat, big finance of big tech? Wint het gebrek aan scrupules bij Deutsche Bank het nog van Facebook? Troeft het cynisme van Goldman Sachs dat van Uber af? Ik zou er mijn geld niet op durven zetten. Dat wil niet zeggen dat de risico’s hetzelfde zijn. Roekeloze bankiers kunnen een financiële crisis teweegbrengen. Ook als het om het witwassen van crimineel geld gaat, blijven zij van belang. De FAANG-bedrijven (Facebook, Apple, Amazon, Netflix en Google) veroorzaken in plaats daarvan meer politieke schade – zie de Amerikaanse verkiezingscampagne. Om maar te zwijgen van toekomstige datalekken en gegevensmisbruik.
Uitgerekend die twee werelden gaan de komende jaren op elkaar botsen. Banken à la ING pogen zich al langer te transformeren tot een hip platformbedrijf, inclusief mooie apps, agile werken en een campus-in-aanbouw in de Amsterdamse Bijlmer. Een groep onderzoekers heeft die trend ‘de Appleïsering van de financiële sector’ gedoopt. Maar het omgekeerde gebeurt nu ook. Techbedrijven als Apple, Google en Facebook maken zich op om met hun financiële diensten Europa te veroveren. De eerste bankvergunningen zijn al binnen. Met dank aan PSD2. Die sinds kort ook in Nederland ingevoerde Europese richtlijn dwingt banken om betaalgegevens te delen met derde partijen.
Heb ik als burger in die epische strijd om de economische apenrots dan helemaal niets meer te zeggen, vraagt u zich af?
Gelukkig wel. U mag binnenkort zelfs kiezen. Gaat u in zee met de tech-reuzen en deelt u, wellicht in ruil voor een fijne korting, uw financiële hebben en houden met hen? Vertrouwt u wat privacy betreft liever op ING en ABN Amro? Of zet u in navolging van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid uw geld op een publieke bank die niet voor de winst gaat?

Nieuwe beurskrach onvermijdelijk (Wim Grommen Civis Mundi 29 november 2015):
De geschiedenis herhaalt zich
Iedere productiefase, of iedere maatschappij of ander menselijk verschijnsel, doorloopt een zogenaamd transformatieproces. Transities zijn maatschappelijke transformatieprocessen, die tenminste één generatie beslaan. In dit artikel wil ik aan de hand van zo’n transitie aangeven, waar we met onze huidige maatschappij staan en dat een nieuwe beurskrach onontkoombaar is.
Transities worden geïnitieerd door uitvindingen en ontdekkingen, dus de kennis van de mens. Nieuwe kennis heeft weer invloed op de 4 andere componenten in een samenleving. Er worden momenteel weinig nieuwe uitvindingen of ontdekkingen gedaan. Dus de kans op een nieuwe industriële revolutie is niet erg groot. Figuur: De 5 pijlers voor een stabiele samenleving
De historie heeft geleerd dat 5 pijlers voor een stabiele samenleving onontbeerlijk zijn.
Aan het eind van elke transitie komt de pijler welzijn in het gevaar. Dit hebben we na elke industriële revolutie kunnen constateren. De pijler “WELZIJN” van een samenleving dreigt ook nu weer om te vallen.
De historie heeft geleerd dat het omvallen van de pijler “WELZIJN” altijd resulteert in revolutie. Door de grote werkloosheid na de 2e industriële revolutie is er door veel samenlevingen een nieuwe transitie geïnitieerd, nl. het creëren van een oorlogseconomie. Deze economie bloeide m.n. in de periode 1940 – 1945.
Samenlevingen zullen ook nu weer een keuze moeten maken welke transitie zal worden ingezet.

 

‘Onze privicy is niet in goede handen’ (Niels Waarlo Volkskrant 2 februari 2019 Sir Edmund p. 56-57):
Als de EU zelf dataverzamelende systemen invoert, blijft er weinig over van het recht op privacy.
Hoe minder de Googles van deze wereld over hem weten, hoe liever het hem is. Privacy ligt hem zo na aan het hart, dat hij er het afgelopen decennium aan heeft gewijd.
Dat deed hij als voorzitter van het Platform Bescherming Burgerrechten, dat zich onder meer hard maakt voor controle over eigen persoonsgegevens. En als promovendus aan de Vrije Universiteit, waar hij acht jaar lang door een woud aan EU-documenten ploegde.
De Europese Commissie zegt het recht op privacy belangrijk te vinden, maar houdt er zelf nauwelijks rekening mee bij de invoering van systemen die data verzamelen, concludeert hij.
‘De Commissie neemt haar rol van bewaker van grondrechten niet serieus.’
Rechtszaak
Kan hierover een rechtszaak gevoerd worden tegen de Europese Commissie? Wisman, stellig: ‘Ja.’ Maar die gaat hij zelf niet voeren met zijn Platform Bescherming Burgerrechten.
‘Ik houd mijn werk bij het Platform gescheiden van mijn werk op de universiteit. Ik wil geen agenda hebben als ik onderzoek doe.’

Geld in overvloed. Waarom regeert het dan de wereld? (Koen Haegens Volkskrant 23 januari 2019 p. 24):
Waarom wordt de Davos-elite rijker, terwijl werkenden hun inkomen amper zien stijgen?
Rara, hoe kan dat? Waarom wordt de elite die bijeen is in Davos steeds rijker en machtiger – miljardairs kregen er volgens Oxfam opnieuw een kleine 2.200.000.000 euro bij, per dag - terwijl werkenden hun inkomen amper zien stijgen? Economisch gezien zou je het omgekeerde verwachten. Ruim een kwart van de Nederlandse werkgevers zegt inmiddels te lijden onder een tekort aan personeel. Arbeid is dus krap. En kapitaal? ‘Kapitaal is vandaag de dag dat, wat 150 jaar geleden de ongeschoolde arbeider in Noord-Engeland was’, noteerde het Duitse Handelsblatt afgelopen lente.

Maarten Schinkel geeft antwoord op de vraag van Koen Haegens Waarom wordt de Davos-elite rijker, terwijl werkenden hun inkomen amper zien stijgen?

De Chinese dollar (Maarten Schinkel Tegenlicht 3 februari 2019 NPO2):
De Amerikaanse dollar is dé reservemunt van de wereld. Maar hoelang nog? Want nu China als handelsrijk razendsnel groeit, wordt ook de voetafdruk van de opkomende macht in de financiële wereld groter en groter. Het land duwt z'n munt, de yuan, bijna onzichtbaar richting wereldreservemunt. Financieel journalist Maarten Schinkel onderzoekt een toekomst waarin de hele wereld met Chinese munten betaalt.

Radicale millennial Ocasio-Cortez verovert Amerika (Michael Persson Volkskrant 16 februari 2019):
Ze stelde vorige maand een hoogste belastingschijf voor van 70 procent voor inkomens van meer dan 10 miljoen dollar. Zo’n belastingvoorstel is politieke zelfmoord in dit land – althans, dat dachten de politici, decennialang. Maar na haar voorzet bleek een meerderheid van de Amerikanen er eigenlijk best voor te voelen.
En dan is er de door haar gelanceerde Green New Deal, een ambitieus plan om Amerika binnen tien jaar klimaatneutraal te maken en in één moeite door rechtvaardiger en gelijker, met een baan en vakantiedagen voor iedereen en nooit meer discriminatie. Daartoe is een operatie nodig die vergelijkbaar is met de mobilisatie voor de Tweede Wereldoorlog – zo staat het letterlijk in het voorstel.
Ambitieuze millennials zoals zij zien dat de generaties voor hen het land hebben gemaakt tot wat het is, een land met de scheefste welvaartsverdeling in honderd jaar, een land van veelal begrensde mogelijkheden, een land met een dalende levensverwachting, een land dat begint te lijden onder de klimaatverandering die het zichzelf heeft aangedaan. Hun geduld is op. Na jaren van stapsgewijze politiek is het de hoogste tijd voor grotere sprongen, vinden ze. De Green New Deal zou Amerika in één operatie binnenstebuiten keren.

‘Ik zei gewoon wat iedereen al dacht’ (Bard van de Weijer interviewt Rutger Bregman Volkskrant 2 februari 2019 p. 12):
Ineens ging historicus en publicist Rutger Bregman de wereld over met zijn uithaal in Davos naar de superrijken, die hij opriep gewoon meer belasting te gaan betalen. Iedereen wilde een interview met 'the Angry Dutch Historian'.
Bent u trots dat u deze storm heeft veroorzaakt?
'Een onderwerp gaat viral als iemand op het juiste moment iets zegt dat past in de tijdgeest. Als je een snaar raakt. 'Het klinkt misschien een beetje gemaakt bescheiden, maar het gaat niet om mij natuurlijk. Ik zei alleen wat iedereen al dacht.'
Gaat er nu iets veranderen?
'Zo ingewikkeld is dat niet. Laat de allerrijksten gewoon hun eerlijke deel betalen. En laten we belastingparadijzen als Nederland aanpakken. Davos heeft er belang bij om net te doen alsof het wel ingewikkeld is. Ze huren altijd een paar experts in die zeggen dat het niet zomaar gaat. Dat is standaardretoriek. Als je mensen laat geloven dat iets ingewikkeld is, voelen ze zich dom en snoeren ze zichzelf de mond.
'De boodschap kwam over. Je ziet overal in de Verenigde Staten politici die hogere belastingen willen, van Bernie Sanders tot de Democratische politica Alexandria Ocasio-Cortez. Ik ben een mini-onderdeeltje van deze beweging.'

Het probleem van filantropie (Jonathan Witteman interviewt Arnand Giridharadas Volkskrant 2 februari 2019 Opinie p. 6-8):
Het probleem van liefdadigheid, zegt schrijver Anand Giridharadas, is dat het door de superrijken gebruikt kan worden om zich vrij te pleiten van de schade die zij de wereld berokkenen. Wat écht nodig is, is een systeem waarin zij nooit zo buitensporig rijk hadden kunnen worden.
‘De Aspen-consensus’, zoals hij de gedeelde opvattingen in de zaal noemde, ‘is in een notendop dit: de winnaars van onze tijd moeten worden uitgedaagd om meer goede dingen te doen. Maar vraag ze nooit en te nimmer om minder schade te berokkenen.’ Schade zoals belasting ontwijken, geld wegsluizen naar tropische eilanden, risico’s afwentelen op werknemers en speculeren in plaats van waarde creëren – allemaal foefjes waardoor de inkomens van de rijkste 1 procent Amerikanen sinds 1980 verdrievoudigd zijn, terwijl de 50 procent armste Amerikanen er amper een dollar op vooruit is gegaan, hield hij zijn publiek voor.
Het sinistere aan het grootste machtscentrum van onze tijd, Silicon Valley, schrijft Giridharadas, is dat deze
nieuwste generatie van superrijken de eigen macht ontkent.\\ ‘De tech-industrie is het Romeinse Rijk van onze tijd. Ik denk dat er niemand is in Nederland wiens leven niet geraakt wordt door de beslissingen die in Silicon Valley worden genomen. Niemand kan zich aan de invloed van de tech-industrie onttrekken. Dat is wat het betekent om in een imperium te leven. We zijn allemaal inwoners van Silicon Valley’s wereldrijk. Ik denk dat John D. Rockefeller en Andrew Carnegie, honderd jaar geleden de rijkste mensen op aarde, lang niet zo’n grote invloed hebben gehad op Nederland als de tech-industrie nu.
Een ander deel van de oplossing, vindt Giridharadas, is een Amerika met minder miljardairs. Hij vindt daarin een medestander in Alexandria Ocasio-Cortez, de rijzende ster van de Democraten, die onlangs de Republikeinen in de gordijnen joeg met haar voorstel om inkomens boven de 10 miljoen dollar met 70 procent te belasten. En historicus Rutger Bregman haalde in een viraal gegaan filmpje van zijn optreden op het World Economic Forum in Davos uit naar miljardairs die de mond vol hebben van filantropie, maar ondertussen nauwelijks belasting betalen. ‘Taxes, taxes, taxes. All the rest is bullshit in my opinion’, zei Bregman.
‘Ik denk dat we er als samenleving naar zouden moeten streven om überhaupt minder miljardairs te hebben. Daarvoor zijn heel andere belastingtarieven nodig.

Woede als wapen volgens Pankaj Mishra (VPRO Tegenlicht NPO2 17 december 2017):
Woede. Een woord dat in de 21e eeuw vaak de ronde doet. Woede van de lone wolf en woede van nationalisten. Woede, die door Trump, brexit, IS, Catalaanse separatisten en zelfs de hindoesuprematie in India bij ons is aangewakkerd. De Indiase schrijver Pankaj Mishra, geboren en getogen in India, maar sinds 2006 woonachtig in Londen, probeert dit fenomeen te verklaren. Met de blik van een relatieve buitenstaander observeert Mishra de diepe identiteitscrisis waar het Verenigd Koninkrijk sinds brexit in verzeild geraakt is. Waar komt de woede vandaan en hoe kan dit tot iets goeds leiden?
Pankaj Mishra, publiceerde dit jaar het boek Tijd van woede een geschiedenis van het heden. Hierin probeert hij te duiden waar de door hem zo genoemde ‘golf van paranoïde haat’ vandaan komt. Tegen wie die woede gericht is en waar deze de laatste decennia toe heeft geleid.

We hebben veel meer alarmisme nodig (Ben van Raaij interviewt Pankaj Mishra Volkskrant 15 april 2017 p. 10-13):
In de VS, Europa, het Midden-Oosten en India dagen verliezers van de globalisering de kapitalistische wereldorde uit. Nogal wiedes, zegt Pankaj Mishra, die een boek schreef over de wortels van hun woede.
Ook in uw boek staat ressentiment centraal.
'Dat is een cruciale ervaring, die in zijn vroegste vorm al beschreven werd door Rousseau. Een gevoel van jaloezie, vernedering en machteloosheid in een kapitalistische maatschappij waarin zowel concurrentie en eigenliefde als het idee van gelijkheid steeds belangrijker worden. Naarmate het kapitalisme zich ontwikkelt, botst de belofte van de gelijkheid steeds meer met de feitelijke structurele ongelijkheid, en dat mondt uit in wrok. Het idee dat anderen je inhalen, het veel beter hebben. Je wilt zijn als zij, maar dat lukt niet. Die gefnuikte mimetische begeerte is een belangrijke moderne drijfveer.
'Globalisering heeft de idealen van vrijheid, gelijkheid en concurrentie universeel gemaakt. Dat maakt dat ressentiment echt giftig, want iedereen wordt geraakt. Je leeft niet meer in beschermde gemeenschappen of natiestaten, maar in een enorme wereldwijde markt waarin iedereen geacht wordt te wedijveren met iedereen. Misschien wel met mensen in China die onze banen inpikken. Dat is ongekend. Een wereld zonder duidelijke begrenzingen, waarin mensen zich volkomen onveilig voelen.
Ook het westerse populisme komt volgens u voort uit wrok.
'Je ziet in alle westerse landen een opleving van nationalisme. Een herontdekking van een denkbeeldig verleden, toen de wereld nog vertrouwd en heel was, toen er geen vreemdelingen waren. Maar dat is een sprookje, een op zich natuurlijke reactie op een tijd van snelle en duizelingwekkende veranderingen. Mensen willen terug naar een wereld waarin het leven nog goed was. Door iedereen uit te sluiten die hun leven verpest: immigranten die ineens mensen opblazen, of Brusselse bureaucraten die hun land lijken te hebben overgenomen. Het is verlangen naar een voorbije tijd.'
En wat kunnen we daaraan doen?
'Daar vragen ze in Amerika altijd meteen naar: hoe lossen we het op? Maar er zijn problemen waarvoor geen oplossingen bestaan. Zoals klimaatverandering. Het enige wat we kunnen doen is vertragen wat onvermijdelijk is. Proberen de beloften van de moderniteit voor zo veel mogelijk mensen te realiseren. En op die manier de toekomst wat minder verontrustend en gewelddadig maken. Maar dan moeten we de problemen wel eerst correct benoemen en de enorme schaal ervan onder ogen zien. En daarin ligt mijn rol als schrijver.'

Brexit en de Britse elite ‘Intellectueel beperkte oplichters’ (Pankaj Mishra De Groene Amsterdammer 31 januari 2019 p. 12-13):
Met Brexit krijgen de ‘chumocraten’ die overal grenzen trokken, van India tot Ierland, nu een koekje van eigen deeg.
Vorige maand klaagde het tijdschrift, ietwat laat: ‘Engeland wordt geregeerd door een in zichzelf gekeerde kliek die groepslidmaatschap hoger waardeert dan vaardigheid en zelfvertrouwen boven vakkennis.’ De column stelde vast dat in Brexit de Engelse ‘chumocracy eindelijk haar Waterloo heeft gevonden’.
Vernederingen in neo-imperialistische ondernemingen in het buitenland, gevolgd door de ellende van Brexit in eigen land, hebben genadeloos de bluf blootgelegd van wat Hannah Arendt de ‘wereldvreemde narren van het imperialisme’ noemde. Nu de terugtrekking zich in eigen land gaat voltrekken, met de dreiging van bloedvergieten in Ierland en afscheiding in Schotland, en nu een onvoorstelbare chaos van no-deal Brexit opdoemt, zullen gewone Engelsen gaan lijden aan de onbehandelbare wonden die Engelands blunderende chumocraten ooit toebrachten aan miljoenen Aziaten en Afrikanen. Engeland zal ongetwijfeld nog te maken krijgen met meer onaangename ironie van de geschiedenis op zijn verraderlijke weg naar Brexit. Maar zeker is dat de Engelse heersende klasse die zo’n lange tijd is vertroeteld eindelijk zichzelf is tegengekomen, zichzelf heeft uitgehold en niet meer kan zijn wie ze altijd was.

De Brexit-mentaliteit Leave, en nog eens Leave (William Davies De Groene Amsterdammer 31 januari 2019 p. 14-17):
Als een wasmiddel je niet bevalt, verlaat je het merk. Hoe kon dit economisch principe – uiting geven aan ontevredenheid door te vertrekken – de grootste Britse constitutionele crisis sinds 1945 veroorzaken? Wat nu duidelijk is geworden is dat er noch in het parlement noch in het land sprake is van een meerderheid voor de harde optie van een actief vertrek uit de Europese Unie. De opiniepeilingen registreren een voorsprong voor ‘remain’ bij ieder mogelijk toekomstig referendum over deze vraag (in een YouGov-peiling van 6 januari bedroeg de voorsprong 46 tegen 39 procent, terwijl de overige vijftien procent nu zó vervreemd is geraakt van het hele gebeuren dat deze mensen op geen enkele manier meer een antwoord hebben). Een voldoende groot aantal ‘leave’-stemmers heeft nu genoeg van de Brexit, of van de politiek in het algemeen. ‘Remain’ zou dus een redelijke kans hebben een tweede referendum te winnen.
Tegelijk met deze trends ontwikkelde zich een nieuwe politieke consensus met betrekking tot de mondialisering en de toenemende mobiliteit van het kapitaal, naast die van de bedrijven en rijke individuen die dat kapitaal controleren. Een van de voornaamste zorgen van de beleidsmakers vanaf midden jaren tachtig was kapitaalvlucht. Banken en hun werknemers konden naar Genève verhuizen; de superrijken konden hun geld in het buitenland onderbrengen; de obligatiemarkten konden achterdochtig worden over de plannen voor de overheidsuitgaven, zodat de rente zou kunnen stijgen; beroemdheden als Phil Collins en Tracey Emin dreigden Groot-Brittannië te verlaten als de inkomstenbelasting omhoog zou gaan.
We zijn ons allemaal (te) zeer bewust van de zorgen over de immigratie in de Britse samenleving, maar de latente angst voor emigratie – door het kapitaal en de kapitalisten – heeft ons beleid de afgelopen dertig of veertig jaar in veel beslissender mate bepaald.
Individuen (waaronder de brexiteers en hun rijke geldschieters) kunnen zich persoonlijk indekken tegen de gevolgen van een vertrek, door hun bezittingen in het buitenland onder te brengen, het burgerschap van een andere staat aan te vragen of zelfs te emigreren, maar het Verenigd Koninkrijk kan dat niet. Op een bepaald moment komt politiek bedrijven neer op het bevestigen in plaats van het weigeren van iets.

Voorbij het eigen gelijk #11 Chantal Suissa-Runne ‘Inleving getuigt van daadkracht’ (Greta Riemersma De Groene Amsterdammer 31 januari 2019 p. 18-21):
Chantal Suissa-Runne zette Younite op, is bestuurslid van de Liberaal Joodse Gemeente en is betrokken bij verbindingsinitiatieven tussen bijvoorbeeld joden en moslims. Dan ben je al gauw een Gutmensch, maar dat deert haar niet.

Identiteit op de werkvloer Bidden in pak (Froukje Santing & Floris Vermeulen De Groene Amsterdammer 31 januari 2019 p. 34-39):
Hoewel hoopopgeleide Marokkaanse en Turkse Nederlanders en hun ‘witte’ collega’s elkaar op de werkvloer steeds beter leren begrijpen, blijft het vooral voor de eersten zoeken naar de juiste omgangsvormen.
Maar hoe goed migranten ook hun best doen, de aanpassing moet van twee kanten komen. Succes hangt ook af van of je enigszins met je collega’s kunt opschieten, je een beetje jezelf kunt zijn.

Essay De wisselvalligheden van de Europese integratie Op zoek naar het verloren Atlantis (Mathieu Segers De Groene Amsterdammer 31 januari 2019 p. 46-51):
De hoop op een nieuw Europa, zoals in 1992 expliciet gemaakt in het Verdrag van Maastricht, is niet langer zichtbaar, noch in de media, noch in de politiek. Hoe behouden we de open geest van toen?
In november 1959 gaf de filosoof Isaiah Berlin een vergeten lezing tijdens het Derde Congres van de Fondation Europénne de la Culture in Wenen. Het was een van de uitzonderlijke momenten waarop Berlin trachtte het probleem van de Europese eenheid aan te pakken. Zijn lezing was getiteld ‘De Europese eenheid en haar wisselvalligheden’.
In zijn lezing besteedde Isaiah Berlin aandacht aan de kwestie van de voortdurende
ups en downs van de Europese eenheid. In een sleutelpassage verklaart hij hun dynamiek. Zijn woorden blijven heel actueel: ‘De Europese geschiedenis is een soort dialectiek tussen het verlangen naar openbare orde en individuele vrijheid (…) het streven naar orde is een soort angst voor de elementen (…) een poging om de balustrades te behouden die mensen nodig hebben om te voorkomen dat ze in een afgrond storten, om ze te verbinden met hun verleden en een pad naar de toekomst te wijzen. [Maar] als instituties te stram/gevestigd worden en de groei belemmeren, verandert orde in onderdrukking (…) vroeg of laat wordt zij doorbroken door een bijna fysiologisch verlangen om te leven en te scheppen, door de behoefte aan iets nieuws en aan verandering.’
Dit is een treffende beschrijving van het ritme van de Europese geschiedenis. Wat Berlin hier vastlegt zijn
de twee zielen van het Westen, van de Europese cultuur: de Verlichting en de Romantiek, rede en emotie, calculatie en gevoel.
Deze twee zielen vormen de uiteinden waartussen de slinger van de Europese geschiedenis zich heen en weer beweegt, van het ene uiterste naar het andere, en weer terug. Dit patroon van ups en downs, van wisselvalligheden, deze slingerbeweging tussen ratio en emotie, licht en donker, revolutie en ancien régime, is een patroon dat past bij de dominante concepten van het twintigste-eeuwse denken: van de dialectiek van Hegel en Marx tot de creatieve vernietiging van Joseph Schumpeter. Een patroon dat ons vertelt dat iedere fundamentele verandering gepaard moet gaan met het gewelddadige uiteenvallen van de bestaande orde.

Samen zwijgen (Paul Verhaeghe De Groene Amsterdammer 31 januari 2019 p. 68-69):
Een goede verhouding met jezelf en je eigen lichaam is vereist om intimiteit te ervaren. Maar in deze tijd van perfectiedrang raken mensen van zichzelf vervreemd, analyseert de Vlaamse psychiater Paul Verhaeghe in zijn heldere boek Intimiteit.
Een gebrek aan intimiteit heeft te maken met een complex samenspel van veel factoren, zoals Verhaeghe laat zien. Waarom het er soms wel is óók. Intimiteit verschijnt niet lineair, komt niet alleen maar aan het einde van het verhaal, maar dient zich aan in vele vormen.

VPRO boeken 2 december 2018 NPO1
Carolina lo Galbo spreekt met schrijver en klinisch psycholoog Paul Verhaeghe over zijn nieuwste boek Intimiteit.
Ben je een lichaam of heb je een lichaam? Volgens Paul Verhaeghe berust intimiteit in de eerste plaats op de relatie met jezelf en pas daarna op een relatie met anderen. De verhouding tot ons eigen lichaam legt niet alleen de basis voor intimiteit, maar ook voor onze mentale en lichamelijke gezondheid. Vandaag de dag wordt die verhouding helaas gekenmerkt door schaamte, veroorzaakt door de overtuiging dat we nooit mooi en gezond genoeg zijn.
In Intimiteit laat Verhaeghe zien dat onze tijd dringend behoefte heeft aan een nieuwe vorm van zelfzorg. Een waarin we meer samenvallen met onszelf. Hij rekent af met de klassieke verdeling tussen lichaam en geest zodat we op een andere manier naar het zelf en de wereld kunnen kijken. Met zijn doordachte pleidooi voor intimiteit zet Paul Verhaeghe de lezer aan het denken over zichzelf en over de ander.
In Gevangen in zwart wit denken vertelt Tarawally zijn verhaal: 23 jaar geleden kwam hij als vluchteling uit Sierra Leone naar Nederland. Voor het eerst wordt hij zich ervan bewust hoe zijn huidskleur zijn identiteit bepaalt.
Met humor en kwetsbaarheid beschrijft Babah Tarawally allerlei vormen van zwart-wit denken, zowel van medevluchtelingen als van witte Nederlanders. Hij vertelt hoe hij erin gevangen raakt en hoe hij eruit weet te ontsnappen. Daarvoor hoefde hij zich niet af te zetten tegen ‘de boze witte man’ of zijn huidskleur te ontkennen.

Zorg voor een beetje emotie (Lars Duursma en Job ten Bosch NRC 7 april 2008):
Iedereen kan leren om te overtuigen. Maar hoe? De serie Ik krijg altijd gelijk gaat op zoek naar trucs.
Aristoteles beschreef in zijn filosofische leer (de Ars Rhetorica) de drie basiselementen van een overtuigend betoog:
logos (inhoud), ethos (geloofwaardigheid) en pathos. Pathos is het Griekse woord voor ‘lijden’ of ‘emotie’ en betekent dus in feite het bespelen van de emoties van het publiek. In ons huidige taalgebruik kom je het begrip tegen in woorden als ‘empathie’ en ‘sympathie’. Daaruit blijkt ook meteen het belang van pathos voor je overtuigingskracht. Want je kunt wel geloofwaardig zijn en inhoudelijk een sterk verhaal hebben, als je daarbij geen emotie weet op te wekken zul je nooit kunnen overtuigen.
Een andere groep werd eerst
geconditioneerd om op basis van hun emoties te denken door middel van vragen als: ‘schrijf in één woord op wat je voelt als je het woord ‘baby’ hoort.’ Daarna kregen beide groepen een bedelbrief te lezen met een emotioneel appèl om geld te doneren. De uitkomst was opvallend. Mensen die eerst hun hersenen op analytische modus hadden gezet doneerden significant minder dan degenen die in een emotionele modus zaten. De conclusie van het onderzoek was niet alleen dat een emotionele oproep mensen vaak sneller overtuigt dan een puur rationele, maar dat het tevens mogelijk is om emoties te onderdrukken door eerst de rationele vermogens aan te spreken.
„Als mensen worden geconfronteerd met de pijn die angst voor terreur veroorzaakt, verlangen zij naar een leider die deze pijn weet weg te nemen en tegen de druk bestand is die daarmee gepaard gaat – het liefst een crisismanager. En wat is nu juist het voordeel van Clinton ten opzichte van Obama? Precies, al die jaren ervaring in het centrum van de macht!”
Zelf kunnen we natuurlijk niet voor elk van onze ideeën een documentaire of YouTube-filmpje maken.
Maar we kunnen wel gebruik maken van beeldend taalgebruik. Spreek dus niet over ‘vijftigduizend man,’ maar liever over ‘de Arena of Kuip, tot de laatste stoel gevuld.’ Dus maak het voorstelbaar door het beeldend groter te maken. Speel in op het gevoel. Maar pas altijd op voor overduidelijk valse emoties want die keren zich meteen tegen je. En weg is jouw gehoor.

De imam en het kind van de revolutie (Afshin Ellian Volkskrant 1 februari 2019 p. 22):
Terwijl kinderen en studenten dagdroomden, wist Khomeini precies wat hij wilde: een totalitaire staat.
Pakravan
De toenmalige directeur van de gevreesde
Iraanse geheime dienst Savak, generaal Pakravan (1911-1979), sprak uitvoerig met Khomeini. Pakravan was een militair, maar ook een intellectueel die in Frankrijk was opgeleid. Een echte francofiel. Toen hij tot directeur van Savak werd benoemd, verbood hij foltering en bevorderde hij intelligente manieren van inlichtingenvergaring en dialoog.
De revolutionaire islamitische rechtbanken spraken in hoog tempo doodstraffen uit. Hassan Pakravan, die in hetzelfde jaar waarin Khomeini werd verbannen de Savak verliet, werd in de lente van de revolutie gedood. Pakravan is de man die de Savak wilde humaniseren en die voorkwam dat Khomeini en zijn medestanders geëxecuteerd werden.

Waar komt je eurostem straks nog meer terecht? (John Morijn Volkskrant 1 februari 2019 p. 23):
Nederlandse partijen werken in Europa met andere samen. Het is belangrijk te weten hoe dat zit, betoogt John Morijn.
Als aanhanger van iedere middenpartij kan je nagaan of en hoe met andere eurofracties die (ook) zulke partijen herbergen überhaupt moet worden samengewerkt voor mogelijke coalities.
Een binnenkort beschikbaar hulpmiddel van de mensenrechtenorganisatie Liberties, dat visualiseert waar ‘probleemgevallen’ zich bevinden en of coalities tussen ‘schone’ Europarlementariërs (ook) op een meerderheid kunnen rekenen, kan nadere achtergrondinformatie geven.
Schone Europarlementariërs moeten kiezen tussen twee kwaden. Ze kunnen blijven samenwerken met collega’s van partijen die thuis brokkenpiloten zijn. Of ze kunnen probleemgevallen excommuniceren met als resultaat zelf minder groot en machtig te zijn, en als risico dat probleempolitici elkaar gaan opzoeken in (nieuwe) eurofracties. Nu weten Nederlandse eurostemmers niet wat hun kandidaten van plan zijn. Ze weten dus evenmin of hun stem door hen ongewenste andere partijen kan steunen. Dat moet wel duidelijk worden. Een open discussie over ‘wie met wie gaat’ – toch gebruikelijk in verkiezingstijd – is essentieel.

Vladimir Poetin en de apocalyps (Dina Chapajeva Volkskrant 31 januari 2019 p. 22):
President Poetin wil binnenlandse problemen als corruptie en een stagnerende economie, nog wel eens camoufleren met nucleaire dreigementen en oorlogsretoriek jegens het ‘agressieve’ Westen. Tegen die achtergrond signaleert Dina Chapajeva de zorgwekkende opkomst in Rusland van apocalyptische retoriek.
In maart vorig jaar had Poetin het bijvoorbeeld in zijn presidentiële toespraak voor de Federale Assemblee over ‘degenen die de afgelopen vijftien jaar hebben geprobeerd een wapenwedloop te ontketenen en een eenzijdig voordeel ten koste van Rusland te behalen’, en ‘illegale’ restricties en sancties hebben geïntroduceerd, gericht op het ‘tegenhouden’ van de ontwikkeling van Rusland, inclusief die van zijn leger. Zij zouden allemaal, zo zei Poetin, moeten ‘ophouden de boot te laten schommelen waar we allemaal in zitten, en die de aarde heet’.
Het is van cruciaal belang dat de persoon die de
apocalyps teweegbrengt God zelf is. Dat is de reden dat veel mensen geloven dat die ‘verschrikkelijke momenten in de geschiedenis’ verwelkomd moeten worden. Volgens aartspriester Vsevolod Chaplin, de voormalige woordvoerder van de Russisch-orthodoxe kerk, ‘sanctioneert God’ de ‘vernietiging van de massa’s’ om ‘de samenleving te instrueren.’
In zijn roman uit 2007, De Apocalyps van Vladimir, noemt televisiejournalist Vladimir Solovjov Poetin ‘
de tsaar en de profeet’, wiens missie het is om Rusland voor te bereiden op het laatste oordeel. Vladimir de Apostel, de verteller (in de eerste persoon) van het boek, vernietigt duizenden ‘zondaren’, waaronder alle inwoners van de stad Krasnojarsk, door hen levend te verbranden. Veelzeggend genoeg meent Vladimir de Apostel dat de ‘zondaren’, die geen tijd hadden voor berouw, ‘slechts kermden’. Volgens Solovjov vereist de voorbereiding op de ‘langverwachte en prachtige dag van het laatste oordeel’ dat Rusland de erfelijke ‘anti-democratische monarchie’ herintroduceert, met Poetin als tsaar.
Poetins ‘hel-en-verdoemenis’-retoriek zou het gedachtengoed van deze fundamentalisten kunnen weerspiegelen, die kernwapens zien als een ‘praktische oplossing’ , voor de problemen van de wereld.

Geef meer ruimte aan natuur- en klimaatemoties (Stephan Huijboom Volkskrant 31 januari 2019 p. 23):
Als we ons ecologisch vocabulaire niet herbronnen, verliezen we grip op een drastisch veranderende wereld.
Het lijkt wel alsof we meer dan ooit over
klimaat- en natuurverlies praten. Toch heeft de manier waarop we hierover praten onvoldoende zin zolang we een onkritisch vocabulaire hanteren en weinig ruimte geven aan natuur- en klimaatemoties.
Na veertig jaar 'transitie' is het aandeel fossiele brandstoffen op wereldschaal slechts geslonken van zo'n 87 procent begin jaren tachtig naar ongeveer 85 procent nu. In absolute zin groeide het gebruik van fossiele brandstoffen enorm, net als de wereldeconomie. In 2017 werden méér kolen verstookt dan ooit.
In de jaren negentig was de jaarlijkse groei van mondiale emissies nog 1 procent per jaar, deze eeuw is dat zo'n 3 procent. Hoezo 'transitie'?
Duurzaam moet fossiel niet complementeren maar vervangen. Dat feit zal ook in ons taalgebruik onderkend moeten worden.
Ook zullen we moeten erkennen dat de betekenis en omvang van de bredere ecologische crisis de meesten van ons in emotionele zin raakt. Sinds 1970 is 60 procent van de wilde dieren, vissen, vogels en reptielen gestorven, blijkt uit het Living Planet Report 2018.
Enkele jaren terug heb ik voor het eerst gehuild om klimaatopwarming en de gigantische verliezen van het leven op aarde in bredere zin. Er zijn momenten geweest waarop ik me hulpeloos, verdrietig en razend heb gevoeld.
Hoe meer we zulke klimaatemoties accepteren en publiekelijk bespreken, hoe eerder we iets aan de erbarmelijke omstandigheden op onze planeet kunnen doen.
Megatonnen CO2 en 'energietransities' interesseren ons nou eenmaal minder dan
menselijke emoties.

In zijn publicatie Nationale identiteit en wereldburgerschap. Wat te doen? belicht Toon van Eijk (Civis Mundi Digitaal #45 april 2017) in het kader van de klimaatverandering de samenhang met de evolutionaire psychologie. Evolutionaire psychologie, Zielkunde is de schakel tussen Geestkunde en Natuurkunde.
Het grotendeels onzichtbare probleem van klimaatverandering wordt niet serieus genomen.
Conclusie
De psycholoog Steven Pinker toont echter aan dat een beroep doen op ‘
de betere engelen in onze aard’ uiteindelijk vruchten afwerpt. Het gaat relatief langzaam, maar het werkt. De vraag is dan hoe we precies in de praktijk van alledag een beroep kunnen doen op ‘de betere engelen in onze aard’. Mijns inziens zijn effectieve technieken voor bewustzijnsontwikkeling het praktische instrument om the better angels of our nature te activeren. Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat regelmatige beoefening van deze technieken in maatschappelijk en ecologisch verantwoorde gedragsverandering resulteert.[15] Meer altruïstisch, pro-actief gedrag is het gevolg (item 9). Het vestigen van een sterke nationale identiteit in de context van waarlijk wereldburgerschap (wat slechts een schijnbare tegenstelling is, net zoals de paradox zelfassertiviteit versus zelftranscendentie) vraagt om bewustzijnsontwikkeling.
8. Paul Luttikhuis. Als het zo acuut is, waarom doen we dan niks? NRC, 25-26 februari 2017.
Nobelprijswinnaar Daniel Kahneman, expert op het gebied van (ir)rationele besluitvorming, vermoedt dat de mensheid het probleem helemaal niet kán oplossen.
“Ook al zijn mensen zich nog zo bewust van het probleem, dat zal nooit de weerstand overwinnen om hun eigen levensstandaard te verlagen.” Luttikhuis schrijft dat ook het pessimisme van Kahneman een prima aanleiding kan zijn om bij de pakken neer te zitten. We noemen klimaatverandering een ‘wereldwijd probleem’ of iets voor ‘toekomstige generaties’. “We geven de schuld aan ‘de Amerikanen’ of ‘de Chinezen’ en bagatelliseren onze eigen bijdrage aan de opwarming.” Ook veel Nederlandse politici doen hieraan mee. Zij vertalen klimaatverandering liefst in ‘groene groei’ en vooral in een banenmachine. “Zo hebben ze het pessimisme eruit gesloopt, en in een moeite door ook de problemen van tafel geveegd.” Maar klimaatverandering gaat gewoon ook heel veel geld kosten, zegt Luttikhuis. “Welke politicus [echter] durft de kiezer voor te stellen om een heel nieuw land te bedenken, met een nieuwe infrastructuur, een nieuwe manier van leven en een nieuwe economie?”
De laatste zin van Luttikhuis geeft aan dat fundamentele maatschappelijke veranderingen nodig zijn. Maar hoe gaan we dit doen als de geciteerde wetenschappers in zijn artikel van mening zijn dat het menselijk brein niet met een ingewikkeld probleem als klimaatverandering kan omgaan?
De schrijver Ronald Giphart en hoogleraar evolutionaire psychologie Mark van Vugt betogen in hun boek Mismatch (2016) dat onze hersenen voor een belangrijk deel nog net zo geprogrammeerd zijn als die van onze prehistorische voorouders. Omdat onze moderne omgeving echter heel anders is dan die van onze voorouders, is een mismatch het gevolg. In het overgrote deel van onze evolutie zijn we geselecteerd op kenmerken waar we nu minder aan hebben. We zijn als mensen dus niet meer goed aangepast aan onze moderne omgeving. Er is een mismatch ontstaan tussen natuur en cultuur; tussen genen en ‘memen’. Memen, een term van evolutionair bioloog Richard Dawkins, zijn de dragers van culturele evolutie (ideeën, ideologieën, etc.) die kunnen worden doorgegeven aan tijdgenoten en volgende generaties door middel van communicatie. Mismatch leidt tot gedrag dat niet langer evolutionaire belangen dient: bijvoorbeeld, een eetzucht die niet meer nodig is, leidende tot obesitas; overmatige bevolkingsgroei; kuddegedrag dat vroeger nuttig was maar nu leidt tot gebrek aan individuele verantwoordelijkheid (tragedy of the commons); etc.
Zoals hierboven aangegeven,
wordt het grotendeels onzichtbare probleem van klimaatverandering niet serieus genomen. Een direct zichtbaar gevaar, zoals een slang op ons pad, nemen we wel serieus, maar dat overkomt de moderne mens nauwelijks meer. Om de huidige mismatch tussen natuur en cultuur te bestrijden of verzachten, is een ‘fijner’ niveau van denken nodig, een soort intuïtief denken dat resulteert in ecologisch en maatschappelijk verantwoord gedrag, in daadwerkelijk wereldburgerschap. Het argument van sommige politici dat eenzijdige actie niet nuttig is en het dientengevolge blijven wachten op actie van anderen, resulteert in een race to the bottom. Uiteindelijk rest een ieder van ons weinig anders dan een ‘beter mens’ te worden. Bewustzijnsontwikkeling kan de (geleidelijke) verwerkelijking van dit ideaal faciliteren.

Er is genoeg draagvlak voor een eerlijk klimaatbeleid (Jaap Tielbeke De Groene Amsterdammer 30 januari 2019 p. 5):
De manifestatie in de Belgische en Europese hoofdstad begon als een staking van middelbare scholieren. Waarom zouden ze braaf naar school gaan als volwassenen hun toekomst verpesten? vroegen ze zich met Greta Thunberg af.
Afgelopen november sprak ik voor ''De Groene met Nederlandse kinderen die, geïnspireerd door Thunberg, verstek lieten gaan bij hun lessen om in Den Haag te demonstreren voor het klimaat. De eerste dag stonden ze met z’n zevenen voor de ingang van het parlement, paraplu’s boven het hoofd, hun doorweekte protestborden vastgekleefd aan de stoeptegels.
Des te groter was de verrassing dat de coalitiepartijen zich bij de presentatie van het regeerakkoord trots profileerden als
‘het groenste kabinet ooit’. Nu lag de lat niet erg hoog, maar toch: de ambities logen er niet om. Om zulke ambities te realiseren moet je alleen wel daadkracht tonen, misschien zelfs visie. En dat is niet iets waar onze premier in uitblinkt. Met als gevolg dat er na uitgebreide poldersessies een concept klimaatakkoord ligt dat ontoereikend is.
Er zijn genoeg burgers die willen dat politici in actie komen om de planeet leefbaar te houden voor hun nageslacht. Ze willen alleen niet dat grote vervuilers gesubsidieerd worden terwijl zij hun energierekening zien stijgen. Als de protesten in Brussel één ding laten zien, dan is het wel dat het klimaat geen hobby is voor de happy few. Zoals een zeventienjarige initiatiefnemer het verwoordde: ‘Politici, hier is uw draagvlak.’

Brandbrief (Dirk Bezemer De Groene Amsterdammer 30 januari 2019 p. 9):
In mijn zaterdagkrant trof ik een brief aan. Meer dan dertig schrijvers – Kadaré, Kundera, Vargas Llosa, Pamuk, Saviano, zonder uitzondering beroemde namen – beschrijven ‘het vreemde echec van Europa dat zich aftekent’ en ‘het op losse schroeven zetten van de liberale democratie en haar waarden’. Ze waarschuwen Europa, ‘het tweede vaderland voor alle vrije mensen van de wereld’, tegen de ‘volksopruiers die van Parijs tot Rome, van Dresden tot Barcelona, Boedapest, Wenen en Warschau met het vuur van onze vrijheid spelen’.
En luister dan naar Bertold Brecht, die in jullie kringen toch een zeker aanzien zal genieten.
Ik begrijp de morele verontwaardiging. Ik deel de angst voor teloorgang van morele waarden die we lang voor vanzelfsprekend hielden. Maar erst kommt das Fressen, und dann kommt die Moral. Ik weet niet of dat altijd klopt, maar te veel Europeanen vrezen nu voor hun basale economische zekerheid. Ze hebben die onder de zelfverklaarde kampioenen van ‘Europa’ uitgehold zien worden. Geen wonder dat ze het nu elders zoeken. Pal staan is mooi, heel mooi. Maar het is niet effectief. Je wint er geen verkiezingen mee. Solidariteit met die bange kiezers en een stevig sociaal-democratisch programma wel. En solidariteit – is dat niet waar het project Europa over ging?

‘Oorlog maakt mensen religieuzer’ (Cor Speksnijder Volkskrant 30 januari 2019 p. 23):
Gewelddadige conflicten kunnen de betrokkenheid bij religieuze groepen en deelname aan religieuze rituelen vergroten, schrijft een team van wetenschappers in Nature Human Behaviour.
De Amerikaanse antropoloog Joseph Henrich gaat uit van het idee dat mensen die blootstaan aan externe dreiging en direct geweld geneigd zijn zich strikter te houden aan sociale en daarmee ook aan religieuze normen. Bovendien zouden rituelen en religieuze overtuiging mensen kunnen helpen traumatische ervaringen te verwerken. Religieuze rituelen zouden bijdragen aan het verminderen van angst en stress.
Dat neemt niet weg dat Van Liere wijst op de relevantie van het onderzoek voor westerse overheden die worstelen met radicalisering. ‘Intense beelden van oorlog en geweld, waarmee sommigen zich voeden, concrete verhalen van ‘omgekomen broeders’ en onderdrukten, ervaringen met uitsluiting – reëel of ingebeeld – kunnen de verbindingen met de groep verstevigen, wanneer deze groep onderdeel is van het conflict’, aldus Van Liere.

Het vertrouwen tussen de VS en hun bondgenoten is weg (Arnout Brouwers interviewt Ivo Daalder Volkskrant 26 januari 2019 Opinie 6-8):
Amerika wil de leider van de wereld niet meer zijn, en de kans dat dat verkeerd afloopt wordt elke dag groter, zegt Obama’s Navo-adviseur Ivo Daalder. Hij schreef er een boek over.
In 1991 sprak president Bush senior lyrische woorden over de mogelijkheid een nieuwe wereldorde van vrede, vrijheid en gerechtigheid te bouwen in het tijdperk na de Koude Oorlog. Hoe staat het daar nu mee?
‘Die orde staat al langer op het spel. Er kwamen met Clinton en Bush junior leiders die geloofden dat de VS nu de macht hadden de wereld te verbeteren langs Amerikaanse lijnen. Ze dachten dat economische liberalisering hand in hand zou gaan met politieke liberalisering en dat de VS valsspelers konden bedwingen. Maar die macht hebben ze waarschijnlijk overschat. De kentering kwam al onder Obama, met twee grote oorlogen in Irak en Afghanistan die vastzaten en een grote mondiale financiële crisis. Maar dat proces is versneld onder Trump, die heeft gezegd: die hele strategie was gewoon fout.’
Doen de experts ook aan zelfonderzoek nu Trump in het Witte Huis zit?
‘Er is introspectie als het gaat om de vraag: waarom heeft men deze man gesteund? Wat moet er veranderen?
Zo is er een gezond debat op gang gekomen in Amerika en Europa over globalisering, over technologische vernieuwing, en welke uitkomsten die gehad hebben voor de maatschappij. Zelf ben ik al lang voor de komst van Trump veel minder interventionistisch geworden. In de jaren negentig was ik dat wel. Ik heb daar lange discussies met mijn vader over gehad. Die zei: ‘Oorlogen, dat zijn moeilijke dingen’.’

Ik wil niet weglopen voor mijn pijn (Greta Riemersma interviewt Clemantine Wamariya Volkskrant 26 januari 2019 Zaterdag p. 2-5):
De Rwandees-Amerikaanse schrijver Clemantine Wamariya ontsnapte aan de genocide in haar geboorteland en strijdt nu tegen haat en verdeling.
Bij Holocaustherdenkingen wordt vaak gezegd: ‘Never again.’ Wat denk je als je die uitspraak hoort?
‘Dat die enorm misleidend is. Hij stamt uit de periode vlak na de Tweede Wereldoorlog, maar toen ik hem veel later voor het eerste hoorde, vond ik hem beledigend. Want wat tijdens de Tweede Wereldoorlog is gebeurd, is daarna opnieuw gebeurd: in Bosnië, Cambodja, Rwanda en op andere plaatsen. Het US Holocaust Memorial Museum heeft de slogan een jaar of vijf geleden uitgebreid: ‘
Never again. What you do matters.
Want het kan opnieuw gebeuren?
O nee, nee. Als je dat denkt, wordt het werkelijkheid. Dan zit je in de val. Wij vormen de wereld met onze woorden.

De Politieke Integriteitsindex Bart de Koning Integriteit Volkskrant 26 januari 2019 Zaterdag p. 10-15):
De VVD blijft de partij met de meeste en de ernstigste integriteitsaffaires, zo blijkt uit de zesde Politieke Integriteits Index, het overzicht van alle politieke schandalen van het afgelopen jaar. Ook de PVV en lokale partijen hadden weer veel affaires. Wangedrag in de vrije tijd, zoals dronkenschap, fraude en foute tweets, blijft het grootste struikelblok in de Nederlandse politiek.

De geur van samenzwering en misdaad (Casper Thomas De Groene Amsterdammer 22 november 2018 p. 20-25):
Met Trumps openlijke samenzwering met de Russen kreeg de illiberale democratie voet aan de grond in de Verenigde Staten. De tweede ronde in de strijd om de Amerikaanse democratie staat op het punt te beginnen.
Wat wel bekend is, dankzij onderzoek van veiligheidsdiensten wereldwijd, het Amerikaanse Congres en journalisten, is dat de kandidatuur van Trump door Rusland werd aangegrepen om de verkiezingen in diens voordeel te doen uitvallen. De presidentsrace van 2016 werd ontregeld door Russische cyberaanvallen op de Democratische Partij, gestolen e-mails die online openbaar werden gemaakt en, zo rapporteerde het Amerikaanse ministerie van Binnenlandse Veiligheid, in ieder geval zeven staten waar de kiesstemmen waren ‘gecompromitteerd’ door Russische hacks.
De hacks waren onderdeel van een grotere cyberoorlog, die bestond uit het op grote schaal verspreiden van misinformatie en anti-Clinton-berichten via sociale media. Wat vast staat is dat honderdduizenden Amerikanen via Twitter en Facebook in aanraking kwamen met vanuit Rusland verspreide nep-berichten en propaganda die als doel hadden de stem op Trump te bevorderen.
De vragen die nog open liggen betreffen de precieze oorzaak-gevolgrelaties. In hoeverre had Moskou, direct of indirect, invloed op Trumps besluit om president te willen worden? En had de propagandacampagne vanuit Rusland een doorslaggevende rol bij de uitkomst?
Intuïtief luidt het antwoord op die vraag ‘ja’. Trump won met een kleine marge. Hij kreeg in totaal 2,9 miljoen stemmen minder dan zijn opponent. Als Trump tachtigduizend stemmen minder had gehad, verspreid over drie swing states – Michigan, Pennsylvania en Wisconsin – dan had de wereld er anders uitgezien.
Toch zal absolute zekerheid dat Trump zijn victorie te danken heeft aan Russische hackers nooit te geven zijn, zo concludeert Kathleen Hall Jamieson in haar boek Cyberwar: How Russian Hackers and Trolls Helped Elect a President – What We Don’t, Can’t, and Do Know. Een stembusgang vindt plaats onder the fog of war: te complex om er één variabele uit te lichten en daar de uitkomst aan toe te schrijven.
Jamieson is een communicatiewetenschapper aan de Universiteit van Pennsylvania (waar, toevallig, ook Trump zijn diploma haalde) en gespecialiseerd in hoe publieke opinie zich vertaalt in verkiezingsuitslagen. Volgens haar kan de conclusie dat Trump president werd dankzij Russische ‘saboteurs van het discours’ met een marge van betrouwbaarheid worden getrokken die de wetenschappelijke standaard zeker haalt.\\ Zowel voor als na de verkiezingen omringde Trump zich met medewerkers die een nauwe band met Rusland hadden. ‘Het leek haast alsof Poetin de hand had in het samenstellen van Trumps kabinet’, schrijft Harding.
Dat laatste is speculatie, maar het is opvallend hoeveel van Trumps adviseurs en medewerkers banden hebben met de Russische zakelijke en politieke elite: Carter Page, een consultant die had gewerkt voor Gazprom in Moskou en sinds 2013 door de FBI in de gaten werd gehouden omdat hij een agent van het Kremlin zou zijn. George Papadopoulos, een consultant zonder noemenswaardig cv die zijn Russische contacten gebruikte om een ontmoeting tussen Poetin en Trump te regelen nog voordat hij verkozen was. Paul Manafort, hoofd van de Trump-campagne die voor miljoenen in het krijt stond bij Russische oligarchen.
In economisch en geopolitiek opzicht is Rusland de zwakkere partij. Het land kan de strijd met Amerika niet winnen op de conventionele manier waarop landen met elkaar in conflict en competitie verwikkeld zijn.
Vandaar een cyberoorlog en samenzwering met een kandidaat, gericht op het verzwakken van de Amerikaanse democratie.

25 jaar ‘The End of History’ De eeuwige terugkeer van de geschiedenis (Casper Thomas De Groene Amsterdammer 18 juni 2014):
Francis Fukuyama voorspelde in 1989 dat de geschiedenis zou eindigen in een wereldwijde liberale democratie.
25 jaar later verkeert de wereld in democratische recessie en wint autoritair kapitalisme terrein.
Fukuyama: ‘
Voor burgers in een democratische samenleving is het moeilijk om morele vraagstukken echt serieus te nemen’, schrijft hij. Moraal vereist immers een scherp onderscheid tussen goed en kwaad. Wat mensen nog aan passie hebben wordt volgens Fukuyama gestoken in activiteiten die weliswaar uitdagend lijken, maar eigenlijk futiel zijn: bergbeklimmen, voetbalkampioenschappen of het bereiden van ingewikkelde maaltijden. Anderen zoeken bevrediging in puissante zelfverrijking. Alsof het 2014 was had Fukuyama het over bankiers, de zelfverklaarde masters of the universe die ‘terwijl ze wegzakken in de leren bekleding van hun BMW diep van binnen weten dat er ooit échte masters op de aarde rondliepen die diepe minachting zouden hebben voor wat er vandaag de dag nodig is om rijk en beroemd te worden in Amerika’. Het zijn uitspraken die zich slecht verdragen met het label ‘hoffilosoof van het mondiale kapitalisme’.
Ook de als democratische opbouwmissies verkochte oorlogen in Irak en Afghanistan sloegen terug op Fukuyama. In The End of History had hij stellig beweerd dat oorlogen een onderdeel waren van de hegeliaanse strijd om erkenning. De casus Irak, waar de
oliebelangen vanaf dropen, paste slecht in de theorie. Bovendien geloofde Fukuyama in een organische evolutie van de geschiedenis.
Liberale democratie afdwingen met een militaire bezettingsmacht telt niet. En dus kwam Fukuyama voor een keuze te staan: afscheid nemen van het neoconservatieve kamp(autoritair kapitalisme), vanuit waar hij het militair ingrijpen in Irak en Afghanistan van harte had aangemoedigd, of zijn einde-van-de-geschiedenis-these bij het grofvuil zetten. Het werd de eerste optie. Zijn boek America at the Crossroads uit 2006 was zijn afscheidsbrief van het neoconservatisme, dat in zijn ogen een verkeerde afslag had genomen richting het kunstmatig willen forceren van liberale democratie.

‘Waarom zou ons bewustzijn géén doel dienen?’ (Fokke Obbema interviewt Sarah Durston Volkskrant 25 november 2018 p. 12-13):
Waarom hebben mensen het vermogen om in goed en slecht te denken? Waarom die vrije wil? En dat bewustzijn? Daar zit een bedoeling achter, zegt biologisch psycholoog Sarah Durston tegen Fokke Obbema.
Sarah Durston: ‘We zijn zo gefocust op ons individuele bewustzijn dat we dat grotere bewustzijn uit het oog hebben verloren. We voelen veel meer het individuele dan het collectieve. Dagelijks mediteren helpt mij verbinding met dat laatste te leggen.’
Bent u door uw inzichten over ons bewustzijn op een agnostisch standpunt uitgekomen?
‘Eerlijk gezegd denk ik daar nauwelijks over na. Ik vind de godsvraag niet zo interessant. Als je uitgaat van een bewustzijn dat groter is dan wij dan maakt liefde daar zeker onderdeel vanuit. Dat kennen we uit ons dagelijks leven ook goed.
Liefde is wat alle religies willen zeggen als ze het hebben over God, Boeddha of wie dan ook. Uiteindelijk hebben alle normen en waarden daarmee te maken. Liefde zit in mijn bewustzijn en in dat van anderen, dus ook in het collectieve bewustzijn. Ik denk dat wat mensen God noemen eigenlijk liefde is. Daarmee vervalt voor mij de vraag of hij bestaat. Liefde bestaat, maar het helpt mij niet dat God te noemen. Als er een hoger doel in het leven is dan zou dat wel eens het streven naar liefde kunnen zijn.’
Leestip
The English Patient van Michael Ondaatje.
‘Ik raad zowel de film als het boek aan. Ondaatje beschrijft prachtig hoe vier mensen aan het einde van de Tweede Wereldoorlog in een Italiaanse villa terechtkomen en proberen hernieuwde zin aan hun levens te geven. Mooi is hoe ze troost bij elkaar vinden en betekenis aan elkaar geven. Ik pak het boek graag uit de kast om even in een andere wereld te verkeren.’

'In ons leven laten we ons maar beperkt zien' (Fokke Obbema interviewt Claartje Kruijff Volkskrant 15 oktober 2018 p. 12-13):
Tijdens haar predikantenopleiding voelde ze ‘afstand tot medestudenten, die beweerden dat ze Jezus hadden leren kennen’. Zelf zegt ze wel te geloven, ‘maar ik weet natuurlijk ook niet zeker of God bestaat. Hoe zou ik dat kunnen weten?
Hoe biedt dat ‘het komt goed’ van de oude man zicht op de grotere betekenis van het leven?
Met het ouder worden ervaar je meer je kwetsbaarheid en krijg je meer mildheid, meer compassie met mensen om je heen. Ik denk dat je steeds dichter bij de kern komt. Die kwetsbaarheid spreekt me ook zo aan in de christelijke traditie. Jezus was geen schitterende figuur op een groot podium, geen machthebber. Hij was iemand die omging met hele marginale mensen, iemand die oog had voor hun wonden en zelf ook zijn wonden liet zien. Dat vind ik een diep menselijk verhaal.’

In 1992, together with Leda Comides and Jerome Barkow, Tooby edited The Adapted Mind Evolutionary Psychology and the Generation of Culture''. Tooby and Cosmides also co-founded and co-direct the UCSB Center for Evolutionary Psychology.

Evolutiepsychologie
Wederkerig altruïsme, het verschijnsel waarbij men elkaar wederzijds helpt of een gunst verleent, is een veelvuldig onderzocht onderwerp binnen de evolutionaire psychologie. De reciprociteit van "voor wat hoort wat" is "heb uw naaste lief". Rita Smaniotto: Op basis van experimenten, simulatie-onderzoek en een heranalyse van een aantal antropologische studies naar het delen van voedsel in jagers-en verzamelaarsvolkeren concludeert Rita Smaniotto in haar proefschrift dat het "voor wat hoort wat" mechanisme niet zo wijdverspreid is als doorgaans wordt aangenomen. Volgens haar is er in veel gevallen sprake van een alternatief mechanisme, het "heb uw naaste lief" mechanisme. Dit mechanisme is vooral gericht op het welzijn van personen in iemands directe omgeving.
Promotie onderzoek Patrice van de Vorst: mijn te onderzoeken stelling is: Er is een biologische of anatomische grondslag voor het ontstaan van het menselijk bewustzijn en de menselijke moraal. Deze komt voort uit de evolutionaire veranderingen in de geslachtsorganen van de soort Homo.

Evolutieperspectief (Akko Kalma Volkskrant 13 oktober 2018 Opinie p. 10):
In de context van de #MeToo-discussie (Zaterdag, 6 oktober) beweert filosoof Jan Sleutels: ‘De evolutionaire redenering is gevaarlijk en gemakzuchtig. Als het beestje zo in elkaar zit, lijkt het alsof we er niks aan kunnen doen.’ Voor lagere diersoorten is er inderdaad niets of weinig aan het gedrag te veranderen, maar Sleutels heeft het over menselijk gedrag. Kennelijk denkt hij dat de evolutietheorie stelt dat evolutionair gevormde gedragssystemen onveranderbaar zijn. En als er een evolutionaire oorzaak zit achter mannelijke handtastelijkheid, daar dan ook niets aan te doen zou zijn.
Dat is natuurlijk niet zo. Flexibiliteit van reacties op veranderingen in de omgeving heeft een stevige plaats in de evolutionaire theorievorming.
Een actief ingrijpende sociale omgeving tegenover grensoverschrijders zal ook vanuit het evolutionaire perspectief prima werken.

Religie in het defensief door opmars moderne wetenschap (Wim Couwenberg Civis Mundi Digitaal #69 14 oktober 2018):
Secularisme in het defensief
Het lijkt er momenteel op of niet zozeer de religie in het defensief is gedrongen, maar het tot voor kort zo zelfverzekerde secularisme. Voor de gedreven atheïst en evolutiebioloog R. Dawkins was dat voldoende reden om als ongetwijfeld heel eloquente spreekbuis van een atheïstische minderheid opnieuw een wervend pleidooi te houden voor het atheïsme als tegenwicht van dat wereldwijd sterk toegenomen religieus besef dat in zijn ogen als een besmettelijke ziekte voortwoekert en met wortel en tak moet worden uitgeroeid.[26] Hij blijft daarom naarstig zoeken naar al wat religie in diskrediet brengt. Maar ondanks alle uitwassen die hij signaleert en in veel gevallen alleszins terecht, blijft de mens ongeneeslijk religieus zoals ook de van zijn gereformeerde geloof afgevallen theoloog H. Kuitert erkent. Wie die algemeen menselijke religieuze behoefte niet serieus neemt en wil uitroeien, zoals Dawkins, vecht tegen de bierkaai.

De mythe van de Katharen (Jan de Boer Civis Mundi Digitaal #69 14 oktober 2018):
Maar er is geen enkele historische bron die bewijst dat Occitanië in de middeleeuwen het "
land van de Katharen" was. Nergens in de duizenden verslagen van de inquisitie worden de Katharen genoemd. Er wordt wel in deze processen -verbaal gesproken over ketters aan wie bizarre rituelen worden toegeschreven, die door historici aangegrepen zijn om het bestaan van een ketterse kerk met gemeenschappen te construeren. Helaas hebben deze bronnen een heel groot probleem: het zijn verklaringen, bekentenissen van mensen beschuldigd van ketterij die geen enkel recht op verdediging hadden, en maar al te vaak afgedwongen door martelingen door inquisiteurs die zowel beschuldigden als oordeelden. De "ketters" zelf hebben ons geen enkele verklaring na gelaten, hetgeen toch op zijn minst enige scepsis meebrengt wat betreft de geloofwaardigheid van de door de inquisitie afgedwongen bekentenissen.
De kracht van deze mythe die in de XIX eeuw is ontstaan, is fascinerend. De eenvoud van de legende heeft zijn verbreiding vergemakkelijkt, waarbij met name identiteitskwesties ook een belangrijke rol speelden. Ook ik ben tot voor kort jarenlang meegesleept door de kracht van deze mythe. Mijn ogen zijn geopend door de tentoonstelling "Les Cathares, une idée reçue" georganiseerd in het kader van het
"Feest van de Wetenschap" in de universiteit Paul Valery in Montpellier met als coördonatrice Prof. Alessia Trivellone een erkende specialiste betreffende de ketterij. Alessia Trivelloni: "Als historica ken ik de kracht van identiteitsmythes die ik ook respecteer. De "Katharen" waren gedurende tientallen jaren de katalysatoren van een regionale identiteit en zijn dat vandaag de dag nog voor mensen die om diverse redenen zich herkennen in deze personen van een gefantaseerde historie."
Wij werken ons arm tot de dood erop volgt (Jan de Boer Civis Mundi Digitaal #69 14 oktober 2018):
Het lijkt erop dat wij met de derde industriële revolutie met de algoritmen verder op deze weg gaan en naar een volkomen inegalitaire wereld waar alle waarde aan de top gepakt wordt door ondernemingen als Google, Facebook of Amazon. De gecreëerde rijkdom concentreert zich aan de top. De "Bill Gates" en anderen zullen altijd omringd zijn met zeer goed betaalde artsen, coaches en advocaten, maar steeds verder uit het centrum is er steeds minder welvaart en zijn er steeds meer zeldzame en slecht betaalde banen.
Wij zouden moeten bedenken dat de enige oplossing voor een menswaardige samenleving gezocht moet worden in een geïntegreerd denken dat de onlosmakelijkheid van politieke, culturele sociale en ecologische factoren erkent. We moeten voor zover dat nog kan van een roofbouw plegende en dehumaniserende productie-economie naar een ecologisch inpasbare behoudseconomie in een normaalschalige samenleving.

Paul Valéry was dichter en essayist. Hij studeerde rechten in Montpellier, maar werd vooral gevormd door zijn vriendschap met Pierre Louys en André Gide, en door de dinsdagavondbijeenkomsten bij zijn leermeester Stéphane Mallarmé in Parijs. Hij publiceerde een aantal gedichten in kleine tijdschriften, maar besloot rond 1895 af te zien van een literaire carrière, die naar hij vreesde een negatieve invloed op zijn logisch denken zou hebben. Jarenlang wijdde hij zich uitsluitend aan het schrijven van essays. In 1912 vatte hij op aandrang van Gide het dichten weer op. Belangrijke dichtwerken van Valéry zijn La jeune parque (1917), Album des vers anciens (1920) en Charmes (1922). Veel van zijn essays, die vaak handelen over de werking van de menselijke geest en die de literatuur, filosofie, politiek, poëtica et esthetica bestrijken, zijn ondergebracht in de vijfdelige bundel Variété (1924-1944). In 1925 werd Valéry opgenomen in de Académie française.

Faust en het verlangen naar blijvend geluk in de westerse cultuur na de Middeleeuwen (Piet Ransijn Civis Mundi Digitaal #34):
Thomas Mann schreef een nogal nihilistische Faustroman die mede op Nietzsche is geïnspireerd, zie Aler noot 2, p 189. Zo zijn er nog veel meer literaire en ander kunstwerken met het Faustmotief, zoals bij Lessing, Paul Valéry [2, p 171], de opera’s van Gounod en Berlioz en Mefistofele van Arrigio Boito, enz.
2) J. Aler, C J Schuurman, H Oldewelt e.a. Vijf eeuwen Faust, Den Haag Servire, 1963, p 21. Aler en Schuurman noemen naast de diverse Faustverhalen, waarvan Goethe’s Faust het hoogtepunt is, onder meer de Egyptische mythe van Osiris, Griekse tragedies en mythen met name van Dionysos, de Divina Commedia van Dante, dat zich eveneens op een steeds hoger plan begeeft en zich verheft tot de onvergankelijke liefde. Over het enigszins verwante verhaal van Parsifal heb ik twee artikelen geschreven in het tijdschrijft Reflectie, 2015, nr 1 en 2 en daarbij verwezen naar Joseph Campbell, Mythen en bewustzijn en De held met de duizend gezichten, waarin we ook het gezicht van Faust kunnen herkennen; Tijn Touber, Verlicht leven: Reis naar het licht in acht mythische stappen; Carl Jung, De mens en zijn symbolen; Erich Neumann, The Origins and History of Consciousness, dat o.m. uitvoerig ingaat op de mythe van Osiris en het proces van individuatie en bewustwording.

Valéry leek bijna vergeten, dus het is goed dat er een selectie van zijn werk verschijnt (Maarten Doorman Volkskrant 18 november 2017):
De notities van Paul Valéry zijn een filosofische zoektocht naar hoe wij denken, voelen en dingen verzinnen. Zijn observaties over poëzie zijn mooi, het gemopper op de roman heeft iets wereldvreemds.
Toen Valéry stierf was hij een soort Dichter des Vaderlands. Op voorstel van De Gaulle kreeg hij zelfs een staatsbegrafenis. Nu lijkt hij bijna vergeten en daarom is het goed dat er bij ons een selectie uit zijn befaamde Cahiers verschijnt, de 261 schriften met dagelijkse aantekeningen. We mogen ze beslist geen dagboek noemen, zoals Jan Fontijn in zijn uitstekende inleiding van het boek opmerkt, want dat is voor deze dichter te banaal.

De rede Aan de onbekende God Reiken naar religie in een geseculariseerde cultuur van Jacques Janssen uitgesproken bij de aanvaarding van het ambt van hoogleraar in 2002 gaat over zijn fascinatie voor Paul Valéry. Op pagina 9 schrijft hij: 'Het gaat steeds om mini-meditaties over de werking van de menselijke geest. Valéry rubriceerde zijn aantekeningen onder termen als 'psychologie', 'filosofie', 'taal', 'geheugen','tijd', 'droom', 'affectiviteit', 'bewustzijn', 'persoonlijkheid', 'Eros', 'poёzie', 'literatuur' . Daartussen bevinden zich ongeveer 1800 pagina's beschouwingen over het geloof, de ziel, God en het goddelijke, het christendom, de mystiek, de duivel en het gebed' en op p. 24: 'Durkheim staat met zijn visie aan de basis van een sociaal-wetenschappelijke benadering waarin lichaam, geest en samenleving in een tripartiet model worden opgevoerd'.
Maar Jacques Janssen was ook onderwijsdirecteur Psychologie en Kunstmatige Intelligentie. In 1999 verscheen van zijn hand een nieuwe, geannoteerde vertaling van Dantes ‘Hel’.
Om zijn afscheid in 2009 als hoogleraar luister bij te zetten is het boek
Religie doen Religieuze praktijken in tijden van individualiering onder redactie van Cor van Halen, Maerten Prins en Rien van Uden samengesteld.

Brolsma, M. Het humanitaire moment Nederlandse intellectuelen, de Eerste Wereldoorlog en de crisis van de Europese beschaving (1914-1930)
4,5: De Duitse cultuurpessimist Oswald Spengler (1880-1936) verkondigde in zijn onheilsprofetie Der Untergang des Abendlandes (1918-1922) dat voor het Westen de terminale fase van de Zivilisation was aangebroken en de Franse dichter Paul Valéry (1871-1945) diagnosticeerde in zijn bekende essay ‘La crise de l’esprit’ (1919) bij Europa een diepgaande geestelijke crisis. Na 1918 was kortom kritiek op de beschaving, meestal óók een vorm van Europese zelfkritiek.
119: Sinds haar jeugd was ze bovendien bevriend met Hélène Mercier (1839-1910), de pionierster van het Toynbee-werk in Nederland. Met Kropotkin deelde Kapteyn-Muysken een sterke bewondering voor de jonggestorven dichter-filosoof Guyau, die in zijn levensfilosofie het sociaal bewustzijn van het individu voorop stelde.193 In 1898 vertaalde ze zijn hoofdwerk Esquisse d’une morale sans obligation ni sanction (1885) naar het Engels en meende vervolgens enkele duizenden Schotse metaalbewerkers een plezier te doen door het in goedkope editie onder hen te verspreiden. Kropotkin prees zijn Nederlandse vriendin voor deze barmhartige daad met de woorden: ‘U is anarchiste, zonder het zelf te weten.’194 In navolging van Guyau ontwikkelde Kapteyn-Muysken een eigen, optimistisch ‘Levensgeloof’ dat de grondslag moest vormen van een morele en maatschappelijke vernieuwing en dat ze verkondigde in De Kroniek, De Nieuwe Gids en De XXe Eeuw en in essaybundels als Affirmatie (1907) en Levensrichting van deze tijd (1916). In 1908 keerde ze terug naar Nederland, waar ze zich aansloot bij de vrijdenkersvereniging De Dageraad en de vrouwenbeweging. Haar villa in Scheveningen werd een trefpunt voor linkse intellectuelen als Bart de Ligt, Clara Wichmann, Ferdinand Domela Nieuwenhuis, de architect Hendrik Petrus Berlage (1856-1934) en de sociaal-anarchist Bernard Reyndorp (1870-1950).

Nog één keer kan ik mijn vader laten spreken (George van Hal interviewt Lucy Hawking Volkskrant 13 oktober 2018 Sir Edmund p. 10-15):
Heerlijk heeft ze het gevonden, dat samen schrijven. Teksten uitwisselen, brainstormen over plot en personages. Iets om samen te ondernemen. En nu zit ze hier, voor zijn laatste boek. Ze kan nog niet geloven dat hij er niet meer is. ‘Nu de tijd de ruwe kanten van verdriet heeft afgeslepen’, schrijft ze in het nawoord van De antwoorden op de grote vragen, ‘heb ik bedacht dat het verwerken van onze ervaringen eeuwig kan gaan duren.’
Je vader had een ziekte waarbij de meeste patiënten veel eerder sterven. Hoe ging je daarmee om?
‘Het was lastig. Ik had echt het gevoel dat hij elk moment zou kunnen sterven. Maar dat deed hij niet.
Dus begon ik langzaam maar zeker te geloven dat hij eeuwig zou doorgaan. Het leek gewoon niet erg geloofwaardig dat hij er opeens niet meer zou zijn.
Is dat misschien ook waarom hij het zo lang heeft volgehouden?
O, zeker. Hij wilde altijd weten welke spannende dingen er nog aan kwamen. Ik heb zijn artsen veel gesproken en ik weet zeker dat zijn medisch dossier net zo uitzonderlijk is als zijn bijzondere geest. Door zijn doorzettingsvermogen en fysieke moed bleef hij maar herstellen, terwijl zijn artsen twijfelden of iemand daar überhaupt toe in staat zou zijn. Er zat iets in hem, zowel fysiek als mentaal, dat alles tartte.’
In het nawoord bij het boek beschrijf je de laatste woorden die je vader tegen je zei: dat je een fantastische dochter was en dat je nooit bang moest zijn. Wist hij dat het einde eraan kwam?
(Zachtjes, met vochtige ogen) ‘Ik weet het niet, ik weet het niet. Zoals ik al zei: we probeerden altijd goed te gaan slapen. Die laatste drie maanden zei ik elke avond tegen hem, als ik naar bed ging:
ik hou van je, lieve pa. En ik zie je morgenochtend. Dat is de denkwijze van een optimist – maar hij was een optimist. Want altijd bestond die kans op een morgen. Op een nieuwe dag.’

Stress is όόk een zaak van het hart (Ellen de Visser Volkskrant 13 oktober 2018 Sir Edmund p. 38-41):
Stress? Nee, daar hadden zijn hartkwalen niets mee te maken, kreeg huisarts Sjoerd Zwart te horen van zijn cardioloog. Toch wijst steeds meer op het tegendeel.
Stress is geen gelul Vergelijkbaar verhaal, dezelfde vraag, hetzelfde antwoord: toen Sjoerd Zwart drie weken geleden het verhaal las van Volkskrant-redacteur Fokke Obbema, die op een zaterdagavond een hartstilstand kreeg en bijna dood was, herkende hij de afwerende reactie van de cardioloog. Ook Obbema informeerde bij zijn cardioloog of stress een rol had gespeeld. Die haalde haar schouders erover op. ‘Stress is gelul’, vatte een specialist het daarna nog wat krachtiger samen; wat hem was overkomen, was gewoon pech.
Stressgevoeligheid
Niet iedereen met een zware baan of moeilijke privé-omstandigheden hoeft meteen de schrik om het hart te slaan. Wie gezond leeft en een zeer kleine kans heeft op hart- en vaatziekten, heeft dat bij een twee keer zo hoog risico nog steeds. Er zijn webtools ontwikkeld waarmee iedereen, door het invullen van persoonlijke gegevens, kan uitrekenen hoe groot het basisrisico is op hart- en vaatziekten. Hoeveel stress we ervaren, hangt sterk af van onze persoonlijke beleving.
Stressgevoeligheid is deels erfelijk bepaald, wordt bijgestuurd door de opvoeding, en heeft bijvoorbeeld ook te maken met de vraag of je je werk leuk vindt. Om het individuele stressniveau vast te stellen, maken wetenschappers gebruik van een vaste lijst met vragen over gevoelens en gedachten.
Net als Volkskrant-redacteur Fokke Obbema heeft huisarts Sjoerd Zwart zijn leven omgegooid – geschrokken nadat zijn hart op hol was geslagen. Hij stopte met lesgeven, om zich te ontspannen is hij bij een zangkoor gegaan. Wat stress voor gevolgen kan hebben, beschreef hij vorig jaar in het NTvG, in een ontroerend verhaal over een ouder echtpaar uit zijn praktijk. De vrouw had kanker, haar man kon het vooruitzicht zonder haar verder te moeten niet verdragen. De laatste dagen van haar leven lag hij naast haar in bed.
Hij overleed een paar uur na zijn vrouw. Zijn dood, zegt Zwart, is vermoedelijk versneld door de stress van het liefdesverdriet. Ze werden in dezelfde auto naar het rouwcentrum vervoerd.

H.P. Blavatsky Geselecteerde artikelen deel 3: 1887 –1889
Hoofdstuk Misvattingen (p. 30):
Als het geluk wordt gebaseerd op het drijfzand van menselijke verzinsels en hypothesen, dan is het slechts een kaartenhuis dat bij het eerste zuchtje wind instort; het kan in feite niet bestaan zolang in de beschaafde samenleving het egoïsme hoogtij viert. Zolang de verstandelijke vooruitgang weigert een ondergeschikte positie in te nemen ten opzichte van ethische vooruitgang, en het egoïsme niet wijkt voor het altruïsme dat wordt gepredikt door Gautama en de echte historische Jezus (de Jezus van het heidense heiligdom, niet de Christus van de kerken), zal voor alle leden van de mensheid geluk een utopie blijven.
Hoofdstuk De oorsprong van het kwaad (p. 59)
En de
paradox betreft niet alleen woorden, maar ook daden en leefwijze. Over de paradoxen van het occultisme moet niet alleen worden gesproken, maar ze moeten worden ervaren. In woorden schuilt een groot gevaar, want het is maar al te gemakkelijk om helemaal op te gaan in een verstandelijke overdenking van het pad, en daardoor te vergeten dat de weg alleen kan worden gekend door hem te gaan. De leerling krijgt gelijk aan het begin te maken met een verbijsterende paradox die steeds op nieuwe manieren zijn aandacht bij elke bocht in de weg vraagt. Zo iemand heeft misschien het pad betreden op zoek naar een gids, naar regels om naar te leven. Hij leert dat de alfa en de omega, het begin en einde van het leven altruïsme is; en hij voelt de waarheid van de uitspraak dat alleen in het diepe onbewuste van zelfvergetelheid de waarheid en de werkelijkheid van het zijn zich kunnen openbaren aan zijn verlangende hart.

G. de Purucker Bron van het Occultisme
Voorwoord
Keer op keer herinnert de schrijver ons eraan dat het enige gezag, de enige werkelijke inwijder voor ieder mens, zijn eigen hogere zelf is. De paradox is dat dr. De Purucker werkelijk spreekt ‘als iemand met gezag’, het gezag van diepe spirituele ervaring. Daardoor worden veel deuren wijd geopend, ofschoon er evenveel gesloten blijven of slechts op een kier staan, in afwachting van het ogenblik dat de lezer zelf zo zal aankloppen dat de deur zich wijd voor het licht van zijn eigen innerlijke god opent. Als we ons alleen op hoofdgeleerdheid, de leer van het oog, verlaten, zullen we slechts weinig van duurzame waarde verwerven. Het is de leer van het hart die aanspraak op onze trouw moet kunnen maken, de hartenwijsheid die haar stempel op de ziel drukt.
Het stille, smalle pad (p. 18):
Zelfoverwinning is het pad van groei. Deze eenvoudige woorden omvatten de hele waarheid. Het is een langzame groei, zoals bij alle belangrijke dingen het geval is; en om te slagen moet de mens zichzelf ontplooien. Er is geen ander pad dan dat van innerlijke ontwikkeling, er is geen gemakkelijke weg: hij die zich niet kan beheersen in het dagelijks leven en niet weet wie of wat hij is, kan de gebeurtenissen en ervaringen niet beheersen die zich onvermijdelijk voordoen voor ieder die, zelfs al is het in geringe mate, erin slaagt die ‘zeer smalle poort’ te naderen.
Het is een vreemde paradox: als men meester over zichzelf wil worden, moet men volkomen
onzelfzuchtig zijn en toch moet men volkomen zichzelf zijn. Het lagere zelf moet worden uitgeschakeld – niet gedood, maar uitgeschakeld, dat wil zeggen naar binnen teruggetrokken en opgenomen in het hogere zelf. Want het hogere zelf is ons essentiële of werkelijke zijn, en het lagere zelf is daarvan slechts een straal – bezoedeld, bij wijze van spreken onrein geworden, omdat het zich hecht aan deze wereld met haar ontelbare begoochelingen.
De mensen die het gemakkelijkst worden bedrogen zijn zij die het meest door maya worden omhuld; en dat zijn vaak zij die zogenaamd wereldwijs zijn. U kunt een adept niet bedriegen, omdat hij de poging tot bedrog onmiddellijk zou doorzien; en de reden is dat u hem, bij wijze van spreken, niet in het net van persoonlijke gehechtheid kunt vangen. Niets wat u zegt of doet zal hem beïnvloeden of hem tot uw gedachten aantrekken als die ook maar enigszins zelfzuchtig, niet universeel, zijn. Hij staat boven deze illusies, heeft zich daardoorheen geworsteld, heeft ze doorgrond en afgewezen. Toch voelen de meesters, zelfs vóór we dat zelf beseffen, de geringste werking van de ware chela-geest. Het beroep dat op hen wordt gedaan is zeer krachtig en daarna ontstaat snel een band van magnetische sympathie.

Beveiliging data fiscus ondermaats (Jan Kleinnijenhuis, redactie economie Trouw 12 oktober 2018):
De Belastingdienst noemt het 'technisch onmogelijk' om persoonsgegevens goed te beveiligen. Dat leidt tot verbazing.
In het kort
De Belastingdienst krijgt het niet voor elkaar om data in lijn met de wet te beveiligen. Zo wordt niet bijgehouden wie welke gegevens opvraagt.
De problemen spelen al jaren, tot irritatie van Kamerleden en bewindslieden.

Column Economie Corruptie (Ewald Engelen De Groene Amsterdammer 11 oktober 2018 p. 9):
Belangrijker is dat nu is aangetoond dat niets zo brutaal is als het grootbedrijf. Of het nu gaat om een Unilever die de premier opzichtig in zijn hemd laat staan, een ING-commissaris die het na een miljardenredding,
een toondove loonsverhoging voor Hamers en een witwasboete van honderden miljoenen euro bestaat om politici te verwijten moedwillig zijn bank te beschadigen, om een bestuursvoorzitter van Shell die het lef heeft te eisen dat de belastingbetaler opdraait voor de kosten van de eigen verduurzaming – zelden heeft het grootkapitaal zo schaamteloos zijn minachting voor politiek en burger tentoongespreid. Terwijl de bijdrage van datzelfde grootkapitaal aan de schatkist minimaal en dalend is, de werkgelegenheid in Nederland bij de vijf grootste Nederlandse beursfondsen sinds 1980 met ruim tachtig procent is gedaald en het merendeel van het old boys netwerk fiscaal vluchteling is.

‘We liggen van alle kanten onder vuur’ (Casper Thomas interviewt Francis Fukuyama De Groene Amsterdammer 11 oktober 2018 p. 30-35):
Markeerde Obama niet juist de overgang naar identiteitspolitiek, waar u nu tegen pleit?
Nee. Obama was een groots politicus juist omdat hij zich ervan bewust was dat hij als eerste zwarte president zo gezien zou kunnen worden. Hij deed zijn best juist niet te veel over ras en raciale ongelijkheid te praten, ook al was dat uiteraard belangrijk voor hem. Zijn belangrijkste prestatie was de Affordable Care Act. Die werd niet bedacht voor de zwarte bevolking, maar voor alle Amerikanen zonder gezondheidszorg. Dat is ouderwetse progressieve politiek. Het probleem is dat de Democraten daar nu van afwijken.
En dus schreef u een aanklacht tegen identiteitspolitiek, om het individu te redden van de massa?
Precies. Omdat individuele rechten verzwolgen kunnen worden door zowel de staat als door culturele groepen.
Vooralsnog oogst Trump eerder hoon dan erkenning. Als hij spreekt bij de Verenigde Naties wordt hij uitgelachen.
De geloofwaardigheid van Amerika wordt volledig ondergraven door zijn inconsequente gedrag. Trump weet overduidelijk niet hoe hij de Amerikaanse overheid moet besturen en hij heeft moeite goed advies in te winnen. Zowel vrienden als vijanden hebben geen idee wat de Verenigde Staten zullen doen. Dat neemt niet weg dat hij grote schade kan toebrengen aan het internationale systeem. Trump laat zien dat de politiek uiteindelijk niet wordt bepaald door structurele factoren, maar dat het aankomt op geluk en de rol van een leider. En wij hebben nu toevallig gekozen voor, laten we zeggen, deze man die af en toe lijkt op een vijfjarige achter het stuur van een tientonner die over de snelweg dendert.’
Ik zou Europa kunnen aanraden, maar daar woedt dezelfde strijd.
‘Europa heeft dezelfde fouten gemaakt als de Verenigde Staten en de elites hebben daar te weinig rekenschap voor afgelegd.
De financiële crisis en daarna de eurocrisis, dat was het falen van het beleid van de elites. De aanpak van de migratiecrisis was ook een mislukking in mijn ogen. Ik bewonder Merkel maar de wijze waarop ze omgaat met de vluchtelingenproblematiek laat zien dat het hele Schengen-systeem uitermate zwak is. Europa kan de eigen grenzen niet controleren en niet beheersen wie er binnenkomt en wie er vertrekt. Dat probleem is nog steeds niet opgelost.’

Ideologische wetenschap (Elma Drayer Volkskrant 12 oktober 2018 p. 25):
Onlangs – de Volkskrant schreef er vorige week over – kwam uit dat drie Amerikaanse wetenschappers hun collega’s lelijk hebben bedot. James Lindsay, Helen Pluckrose en Peter Boghossian verzamelden nepdata, en schreven daarover nepartikelen. Onder nepnamen, dat spreekt.
Inderdaad. Sowieso kan het volgens mij geen kwaad om weer eens te wijzen op het gevaar van ideologisch geïnspireerde wetenschap. Voor je het weet, nietwaar, laat je je leiden door de werkelijkheid zoals jij die wenst. Niet door de werkelijkheid zoals zij is. Wie wordt daar wijzer van?
Hetzelfde geldt trouwens voor de ideologisch geïnspireerde vleugels in mijn eigen vak. Zie de al heel oude links-activistische journalistiek, die blind de kant der verdrukten kiest. Zie de campagnejournalistiek ter rechterzijde, die precies het omgekeerde doet. Zie vooral ook de opmars van de zogeheten ‘constructieve journalistiek’, die het als haar hoge taak ziet om ons te vertellen hoe de samenleving wél in elkaar moet zitten.
Maar objectiviteit, hoor je dan steevast tegenwerpen, bestaat toch niet? Dat klopt. Maar het is ermee als met de wereldvrede: dat we die nimmer zullen bereiken ontslaat ons niet van de plicht om er gedurig naar te streven.
Elke journalist met een andere agenda bezondigt zich aan propaganda. Elke wetenschapper ook.

Raakt Trumps revolutie geworteld? (Martin Brill Volkskrant 11 oktober 2018 p. 22):
Hoofdtypes president
De vermaarde politicoloog Joseph Nye (die de term soft power muntte) onderscheidt twee hoofdtypes in de geschiedenis van het Amerikaanse presidentschap: transactional presidents en transformational presidents. Dat zijn geen kraakheldere termen en ze zijn ook moeilijk in het Nederlands te vertalen, maar ze vormen wel een goede aanduiding van een wezenlijk verschil. Aan de ene kant is er een groep presidenten bij wie een brede visie en een wervende (of brisante) stijl voorop hebben gestaan, aan de andere kant zijn er de presidenten die zich voornamelijk hebben gemanifesteerd als zakelijk ingestelde bewindvoerders.
Wat je ook van Trump vindt, het staat nu al buiten kijf dat hij behoort tot de categorie presidenten die de bakens verzetten. Van een heuse visie kun je weliswaar niet spreken, veeleer van een krachtige gut feeling, maar het effect is in zekere zin hetzelfde: een afgewogen beoordeling van de weerbarstige realiteit is niet aan hem besteed. Transformatie is het parool van zijn presidentschap, transformatie van het onbesuisde soort.
Darkness is good!
Dat de bewoner van het Witte Huis op z’n minst de pretentie moet hebben om de president van alle Amerikanen te zijn en een samenbindend gezagsdrager te zijn, is niet langer een leidend beginsel.

Serie Gevaarlijke gekken (Redactie De Groene Amsterdammer):
Dit voorjaar organiseerde de Universiteit van Amsterdam de collegereeks Gevaarlijke gekken, waarin gekeken werd naar de dark side van de geschiedenis en de irrationele kant van de mens. Hoe was de levensloop van de gevaarlijke gekken? In welke historische context konden zij opkomen en gedijen? Wat bepaalde hun mens- en wereldbeeld? Hoe manipuleerden zij hun omgeving? Hoe ontwrichtend was hun handelen? Een aantal van die colleges is bewerkt voor De Groene.

Van atheïst naar belijdend katholiek: deze schrijver werd gelovig via de liefde (Laura de Jong interviewt Stephan Sanders Volkskrant 3 juni 2017):
'Binnen het intellectuele circuit vermijden we het onderwerp'
Het kantelpunt
'Het is de liefde geweest die mij van mening deed veranderen. Ik ontmoette iemand die zoveel voor me betekende dat die liefde mijzelf oversteeg. Door die bovenmenselijke liefde te ervaren, kun je op het idee komen dat er meer is. Het was niet alleen een liefdesverhouding, maar een religieuze ervaring. Ik kreeg een fysieke reactie van de liefde, ik ging er helemaal van trillen en die ander ook. Allebei tegelijkertijd, bij elkaar. Ik kon daar eerst geen verklaring voor vinden. Maar in de loop van de jaren - daar gaan jaren overheen - ben ik het idee serieuzer gaan nemen dat het een religieuze ervaring was.
'Ik ben linkser geworden, nu ja, ik heb meer mededogen. Ik had nogal een hard liberaal standpunt van '
je moet je zelf een beetje zien te redden en de staat kan niet alles'. Dat is minder geworden. Barmhartigheid heeft een betekenis gekregen.

Gevaarlijke gekken (onder redactie van Gijsbert de Reuver en Stephan Sanders):
Psychiaters Frank Koerselman, Alex Korzec en Mecheline van der Linden bijten het spits af met bijdragen die inzicht bieden in een aantal psychische stoornissen. Vervolgens passeren een aantal karakteristieke historische en hedendaagse figuren de revue:
• Paul Brill over Donald Trump
• Jan van der Putten over Mao Zedong
• Eva Cukier over Vladimir Poetin
• Ruud Stokvis over Sepp Blatter
• Jacco Pekelder over Ulrike Meinhof
• Ruud Janssens over Richard Nixon
• Raymond van den Boogaard over Slobodan Milošević
• Maurits Berger over Sayyid Qutb
• Hans Achterhuis spant een lijn van Ayn Rand naar Donald Trump
Iedereen komt ze weleens tegen in eigen kring of kent ze uit ondervinding: de bully op het schoolplein, de gewelddadige levenspartner, de maniakale manager, de tirannieke geestelijk leider, de crimineel. In het dagelijks spraakgebruik bestempelen we ze zonder aarzeling als ‘gevaarlijke gekken’. We weten maar al te goed hoe ontwrichtend of traumatiserend zo’n gek kan zijn.
Maar kan de impact van zo’n gevaarlijke gek niet ook op grotere schaal spelen? Op de schaal van de politiek, de samenleving, de wereld of de geschiedenis? Met deze vraag organiseerden Gijsbert de Reuver en Stephan Sanders bij de Universiteit van Amsterdam, in samenwerking met De Groene Amsterdammer, een spannende collegereeks, die een vervolg heeft gekregen in het boek Gevaarlijke gekken?. In dit boek staan stukken van docenten uit de collegereeks, maar ook bijdragen die speciaal zijn geschreven voor de bundel, bijvoorbeeld die over Donald Trump en Vladimir Poetin.

‘Het is irreëel te geloven in eeuwige vrede’ (Peter Giesen interviewt John Gray Volkskrant 16 april 2011):
De mens waant zich een master of the universe, maar zal ooit ondervinden dat hij helemaal niets voorstelt in de kosmos.
Ook in zijn nieuwe boek Het onsterfelijkheidscomité voorspelt Gray weer dat de aarde ooit haar natuurlijke evenwicht zal herstellen, zonder enige consideratie met de mens.
Gray vindt zichzelf slechts een realist in een wereld vol slecht nadenkende optimisten. Ik geloof wel degelijk in vooruitgang. Alleen vooruitgang in beschaving is wel degelijk omkeerbaar.
De moraal van deze twee verhalen (Engelse spiritisten en Sovjet-Russische ‘Godenbouwers’) is karakteristiek voor Gray. De mens heeft een overspannen vertrouwen in zijn mogelijkheden de wereld aan zich te onderwerpen. Het leven zal altijd pijnlijk zijn, vol toeval en onverwachte ellende. Ook de wetenschap zal de mens niet van dit lot verlossen. Wetenschap lost problemen op, maar creëert op haar beurt problemen die niet meer oplosbaar zijn. De wetenschap heeft ons massavernietigingswapens gegeven die steeds breder verspreid worden.

John Gray boek Strohonden, gedachten over mensen en andere dieren, (Peter Giesen Volkskrant 26 april 2003):
De westerse mens waant zich het middelpunt van de aarde, de meester van het universum dat hij kan beheersen, zowel in politieke als in het persoonlijke leven. Maar op een kwade dag zal hij de bittere waarheid ervaren. Het leven is niet maakbaar, het individu kan zo maar vermalen worden door de krachten van de geschiedenis.
Het boek Strohonden is een frontale aanval op de overmoed van de westerse mens. Eerst beloofde het Christendom ons Verlossing, daarna nam het humanisme de fakkel over. Wetenschappelijke kennis zou de mens vooruitgang en geluk brengen. Maar de mens is slechts een dier als alle andere. Een beetje slimmer misschien, maar uiteindelijk net zo machteloos. Gray ziet politiek als een serie oplossingen voor praktische problemen. Hij heeft zich fel verzet tegen iedere vorm van utopisme.
Het neoliberalisme ontwikkelde zich tot een utopische ideologie, die de vrije markt als universele heilsleer verkondigde. De Amerikaanse neoconservatieven zijn de nieuwe utopisten. Zij geloven dat je van elk land een liberale democratie kunt maken, ongeacht de plaatselijke cultuur en geschiedenis. Etc.

John Gray De ziel van de marionet - een zoektocht naar de vrijheid van de mens
Imperfectie
De rol van marionettenspeler wordt van oudsher door godsdiensten vervuld en is geleidelijk door de wetenschap overgenomen. Er zijn perioden waarin de mens zich meer of minder schikt in die positie van marionet. Maar - typisch Gray - van een opgaande lijn is geen sprake. 'Hedendaagse darwinisten zullen je vertellen dat de mensheid tot taak heeft de evolutie verder te voeren', schrijft hij. 'Maar 'mensheid' is slechts een naam voor een boefachtig dier dat dit vermogen ten enenmale mist.' Probeer niet te vliegen, wil Gray maar zeggen: goed vallen is al moeilijk genoeg. Een ambitie die nogal haaks staat op de tijdgeest.
Grimmig
Wat wij willen is een paradijselijk leven en toch ook van de boom van goed en kwaad eten. Die innerlijke verdeeldheid, waaraan we ons nooit kunnen ontworstelen, is onze kern. Erg hoeft dat niet te zijn. Juist die tegenstrijdigheid maakt het ontstaan van zelfbewustzijn mogelijk en biedt zo de kans op wat het hoogst haalbare is: innerlijke vrijheid.

Willem Frederik Hermans DOOR GEVAARLIJKE GEKKEN OMRINGD
Deze essaybundel is voor een groot deel samengesteld uit tientallen krantenpublicaties die Hermans, deels onder de naam Age Bijkaart, heeft gepubliceerd in Het Parool en Nieuwsnet. Andere stukken zijn eerder verschenen in de Volkskrant en NRC Handelsblad en in periodieken als Bzzlletin en Elseviers Magazine. Voor de herpublicatie in Door gevaarlijke gekken omringd voegde Hermans de oorspronkelijke typoscripten van de kranten- en tijdschriftpublicaties samen tot een nieuw, gecorrigeerd typoscript, dat hij gedeeltelijk aanvulde met nieuwe stukken tekst. Op de drukproeven, die Hermans voorjaar en zomer 1988 corrigeerde, bracht hij nieuwe wijzigingen en aanvullingen aan.

Willem Frederik Hermans NIET UIT KWAADAARDIGHEID (Recensie Kees 't Hart):
Zijn polemieken zijn een hogere vorm van literair selfkicken. Vandaar ook de overdreven felheid ervan. Wanneer hij ze niet zou schrijven, dreigde de literaire dood hem op de hielen te zitten. Hermans’ schrijven kon niet zonder antischrijven. Het een was onlosmakelijk verbonden met het ander, zoals in zijn proza en poëzie het lelijke onlosmakelijk met het mooie verbonden was.
Je zou Hermans in zijn polemieken kunnen vergelijken met de voodoomagiërs van Haïti of de koppensnellers van Nieuw- Guinea, die hun vijanden eerst tot poppen nabouwen en die vervolgens symbolisch doorboren met alles wat er aan spelden, messen en bijlen te krijgen is. Alleen om zelf het eeuwige leven te verwerven.

Voor de flexmens is het leven niet vol te houden (Richard Sennett: Volkskrant 1 juli 2017 Bijlage Opinie p. 6):
'Misschien wel de belangrijkste rode draad in de tientallen boeken die hij sindsdien geschreven heeft, is de metamorfose van de werkvloer. Inmiddels heeft een op de drie werkenden in Nederland een tijdelijk contract of is zzp'er. De stress waartoe dat kan leiden is funest, meldde begin dit jaar de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid in een rapport. Flexibele krachten blijken met onzekerheid te kampen en spelen op safe, bang om de chef voor het hoofd te stoten. Ook de betaling is beroerd. Terwijl de economie sinds het begin van deze eeuw per Nederlander met 11 procent groeide, daalde het besteedbaar inkomen met 4 procent. De meeste economen wijzen de oprukkende flexibilisering als boosdoener aan.'

Xi Jinping is al vroeg onsterfelijk (Marije Vlaskamp Volkskrant 25 oktober 2017 p. 21):
Xi Jinping heeft voor elkaar wat Deng Xiaoping en Mao Zedong ook lukte: zijn wil is wet.
China heeft er sinds vandaag een nieuwe ideologische bouwsteen bij. Het 'Xi Jinping Denken voor Socialisme met Chinese Karakteristieken voor een Nieuw Tijdperk' is opgenomen in het handvest van de communistische partij.
De communistische partij hecht bijna overdreven aan procedures die de eenpartijstaat een democratisch vernisje geven, zoals ceremoniële stemmingen over beslissingen die achter de schermen al lang zijn genomen. Voor deze leidraad werd dat moment echter niet afgewacht: daags na de opening van het partijcongres verdrongen partijprominenten zich al in de staatsmedia met gezwijmel over het 'historisch' Xi Jinping-Denken.
Wat is de invloed van zo'n theorie op het dagelijks leven?
Het
Nieuwetijdsdenken komt niet uit de lucht vallen: Xi baseert zich op werkelijke tegenstellingen in de samenleving, waarin elke Chinees zich herkent. Chinese marxisten geloven dat vooruitgang wordt aangedreven door strijd. Die wordt veroorzaakt door tegenstellingen, die moeten worden opgelost. Zo voedde in China de tegenstelling tussen de steeds groter wordende materiële behoeften van de bevolking en de achterlopende productie een economische inhaalrace die China tot de tweede economie ter wereld heeft gemaakt. Dat project is na dertig jaar afgerond. China staat nu voor een nieuwe tegenstelling: onevenwichtige ontwikkeling versus behoefte aan welvaart en een prettig leven. Xi's Nieuwetijdsdenken schrijft in de gebiedende wijs voor hoe China de komende dertig jaar die nieuwe tegenstelling aanpakt.
Merkt het buitenland daar iets van?
De fall-out van het Nieuwetijdsdenken in de praktijk is nog niet helemaal te overzien, maar vanaf vandaag worden in China alle mogelijke beleidsterreinen zoals
economie, defensie en buitenlands beleid onder de loep gehouden om te zien of het alles wel netjes op de nieuwe theorie van Xi is gestoeld. Indien nodig wordt de koers aangepast.
Xi heeft het Chinees socialisme per decreet uitgeroepen tot het beste politieke systeem ter wereld - niet alleen voor Chinezen, maar als een directe concurrent van de westerse liberale normen en waarden. Omdat China na ruim dertig jaar economische expansie overal ter wereld economische belangen heeft, beperkt de invloed van het Nieuwetijdstijden zich zeker niet tot de Volksrepubliek. In de woorden van persbureau Xinhua: 'Het is tijd om China's pad te begrijpen, want het lijkt erop dat China door zal gaan met zijn triomftocht.'

De meest gehate man van de VS (Heleen Mees Volkskrant 12 juli 2017 p. 26):
In Nederland betaal je 12 euro voor 30 Daraprim-pillen. In de VS betaal je 750 dollar per pil. Veel handelsverdragen bevatten een 'most favored nation'-clausule, wat wil zeggen dat je de handelsvoordelen die je aan een land geeft ook aan andere landen moet geven. Als de senaat zo'n bepaling zou introduceren voor geneesmiddelen zou een einde worden gemaakt aan de megawinsten in de farmaceutische industrie en zou de Amerikaanse zorg betaalbaar worden. In plaats daarvan richt het OM haar pijlen op Martin Shkreli. Alsof met zijn veroordeling de wantoestanden in de Amerikaanse geneesmiddelenindustrie worden aangepakt.

Moet ook worden stilgestaan bij de summer of crisis? (Peter de Waard Volkskrant 12 juli 2017 p. 31):
De landen werden uitgeleverd aan speculanten, waarbij door Maleisië de beschuldigdende vinger werd uitgestoken naar Georges Soros. 'Men ging dineren met de duivel en eindigde zelf op het menu', schreef de Amerikaanse ex-minister Lawrence Summers.
Niemand weet of de duivel opnieuw op de loer ligt. Maar een volgende summer of crisis is dichterbij dan een volgende summer of love.

Macron: 'Het is toch niet normaal dat fabrieken uit Frankrijk naar Polen verhuizen, aldus Macron, en dat tegelijkertijd Poolse arbeiders in Frankrijk komen werken, tegen Poolse lonen. Er kwam wat gemopper van de Poolse premier. Voor de rest leek 'l'Europe qui protège' al het nieuwe normaal. Een ondenkbaar plan van Cameron in verband met het vrije verkeer, was ineens een topplan van Macron.' (Martin Sommer Volkskrant 1 juli 2017 Bijlage Opinie p. 5)

Naomi Klein: 'Klein hoopt dat het Leap-project ook in andere landen vaste grond onder de voeten krijgt en op die manier politieke partijen kan beïnvloeden. 'Maar de echte truc is natuurlijk als deze dromen op het stembiljet komen', schrijft Klein.
Want dat is haar grote hoop: dat progressieve partijen écht progressieve keuzen durven te maken, in Kleins ogen de enige manier om de rechtse populisten de wind uit de zeilen te nemen. De Hillary Clintons van deze wereld, met hun banden met het bedrijfsleven en liefde voor de status quo, zullen het volgens haar blijven afleggen tegen de Trumps van deze wereld. Bernie Sanders, de eerste presidentskandidaat die Klein ooit heeft gesteund, zou het volgens haar wel kunnen redden, al moet hij zijn economische populisme dan wel verbinden met een duidelijker boodschap voor zwarten en vrouwen.' (Volkskrant 1 juli 2017 Bijlage Zaterdag p. 5)

Paul Brill: 'Misschien wel het beste bewijs daarvoor is geleverd door twee naaste medewerkers van Trump, die bij uitstek geacht werden hem te weerhouden van al te bruuske stappen. 'De wereld is geen mondiale gemeenschap, maar een arena waar naties, niet-gouvernementele spelers en bedrijven wedijveren voor het meeste voordeel', schreven H.R. McMaster en Gary Cohn onlangs in de Wall Street Journal. 'In plaats van deze grondtrek van de internationale verhoudingen te ontkennen, omarmen we hem', aldus de twee topadviseurs van Trump.' (Volkskrant 1 juli 2017 Bijlage Zaterdag p. 8)

'We moeten heel anders kijken naar globalisering' (Marc Peeperkorn Volkskrant 18 mei 2017 p. 10-11):
Toen Trump zijn 'Buy American-initiatief' lanceerde, reageerde Brussel afkeurend. Nu noemt de invloedrijke Europees Commissaris Margrethe Vestager (Concurrentie) de 'Buy European-oproep' van Macron verfrissend. Wat is er gebeurd?
'Maar de Europese Commissie wil even pas op de plaats maken voor debat over globalisering. We drukken de pauzeknop in omdat we willen dat Europese bedrijven elders op dezelfde manier zaken kunnen doen als buitenlandse bedrijven hier. Wederkerigheid is ons devies. Buy European maakt deel uit van het debat over hoe we de scherpe kanten van globalisering af kunnen halen.'
Toen Trump zijn Buy American-initiatief lanceerde, werd hij weggehoond in Brussel. Hoe opener de markten, hoe beter, was het antwoord. Wat is er veranderd?
'We moeten luisteren en de zorgen bij burgers over globalisering serieus nemen. Als de Chinezen goedkoop staal op de Europese markt dumpen, klagen Europese staalbedrijven maar de afnemers van staal zijn blij. Globalisering kent winnaars en verliezers.
Sommigen noemen wereldhandel de grote ramp, anderen het paradijs. Er een wedstrijdje 'wie schreeuwt het hardst' van maken, helpt niet. We moeten veel genuanceerder naar globalisering kijken. We hebben nieuwe handelsverdragen nodig, zoals met Canada, dat is voor mij hét voorbeeld. Verdragen die uitgaan van gedeelde waarden, van wederkerigheid. De wereld is veranderd, de handel is veranderd, dus wij moeten ook veranderen. Een andere blik op globalisering.'

Op zoek naar een balans tussen geven en nemen
Bij alles wat we voor mensen doen en wat er voor ons wordt gedaan is een balans nodig tussen geven en nemen. Het princiep van wederkerigheid is essentieel, want als er geen balans is tussen geven en nemen leidt dit tot gestoorde verhoudingen. Voor veel diensten die je afneemt moet je betalen. Het is ongezond iets helemaal voor niks te doen of voor niks iets te ontvangen. Alles heeft een prijs, al dienen we daarbij niet alleen maar aan geld te denken. Er is een klein onderscheid te maken tussen een economische en een sociale wederkerigheid. Bij de eerste staat het geld centraal, bij het tweede ligt het accent meer op de menselijke relatie, het uitwisselen van elkaars capaciteiten en wederzijdse diensten.

Verrukking (Haro Kraak Volkskrant 18 mei 2017 Bijlage p. 2):
Jan Terlouws meest recente stop in zijn ononderbroken touwtje-tour: te gast bij De Meesterwerken van Paul Witteman (VARA 17 mei 2017).
Terlouw trapte het nieuwe seizoen af met goeiig enthousiasme ('Ik herinner me de verrukking bij mijn eerste boek: ik kan lezen!') en veilige keuzes: de speelfilm Amadeus, over Mozart, het boek Dit kan niet waar zijn van Joris Luyendijk, over de amorele bankierswereld, en de 'Do ist der Bahnhof'-scène van Koot & Bie. Knap is hoe Terlouw bijna alles kan laten terugkeren naar zijn centrale verhaal: een mens kan goed of fout zijn, en de worsteling om het goede te doen is de kern van het leven.
Ja, als er ooit zoiets als een deugmens heeft bestaan, dan is Jan Terlouw er één. In deze gepolariseerde tijden is het niet gek dat een man als Terlouw - vrij van cynisme, idealistisch op het naïeve af, door en door fatsoenlijk, progressief en nostalgisch tegelijkertijd - als een boegbeeld wordt omarmd door jong en oud, vooral ter linkerzijde natuurlijk. Om met Jan Terlouw te spreken: een verrukking.

Kees ’t Hart Wederzijds (VPRO programmaboeken 5 februari 2016) Recensie Liliane Waanders: 'Wat begint als een hilarisch verhaal neemt naarmate het verhaal vordert de vorm aan van serieuze maatschappijkritiek. Want dat verenigingen als Wederzijds en Vice Versa een gat in de markt vullen, is helemaal niet zo surrealistisch als het in de context van Wederzijds aanvankelijk lijkt. De tijdgeest wakkert het wantrouwen van burgers in de overheid – en in elkaar – aan. Er valt uiteindelijk ondanks de eenzijdige kijk – die van de conrector die zijn handen niet in onschuld kan wassen – op het verhaal niet zo heel veel te relativeren.

Voetnoot Vrijheidscoalitie of Schippers hanteert een willekeurige vorm van vrijheid (Arnon Grunberg Volkskrant 8 september 2016):
In een hoofdredactioneel commentaar noemde NRC Handelsblad de H.J. Schoo-lezing van Edith Schippers 'scherp en weloverwogen'.
Schippers doet in haar lezing alsof vrijheid een bedrijf is: 'Wij waren net als een groot bedrijf dat al heel lang zo goed verkoopt, dat het z'n afdelingen pr en sales de deur heeft uitgedaan.' Ze roept daarom op tot een 'vrijheidscoalitie'; leden ervan moeten de BV Vrijheid onbezoldigd promoten. Eigenlijk is vrijheid een soort Apple, maar dan zonder iPad.
Bovendien hanteert ze een gelimiteerde, willekeurige vorm van vrijheid. Ik moet mevrouw Schippers de hand schudden, maar ik mag wel homo zijn. Daarom is onze cultuur - de Nederlandse? De Duitse? De Europese? - superieur.
Ze vergeet echter te vermelden dat Saoedi-Arabië, groot exporteur van het door haar verafschuwde wahabisme, een belangrijke handelspartner van Nederland is.
Schippers maakt vooral duidelijk dat zij begrijpt wat de kiezer wil: financiële rijkdom en intellectuele armoede.

Door tegenstellingen te verkleinen, twee tegendelen meer in balans te brengen, de twee werelden van Goethe, de microkosmos en macrokosmos, de antropogenese en kosmogenese in de esoterie te integreren ontstaat er een hogere waarheid en is het mogelijk aan de overlevingsstrategie op aarde een steentje bij te dragen. Door ordening, de negentropie te bevorderen wordt chaos, de entropie verminderd en de controverse tussen marktfundamentalisten en moslimfundamentalisten automatisch verkleind.

Het hart van Patañjali’s Yoga Sūtra’s (Ingmar de Boer 3 augustus 2012):
Naar aanleiding van het zeer inspirerende seminar ‘Transformation of Consciousness: the Yoga Sutras of Patañjali’ met Ravi Ravindra afgelopen juni 2011 op het Internationaal Theosofisch Centrum in Naarden, wil ik samen met de lezer in dit korte artikel proberen de essentie van de Yoga Sūtra’s aan te raken, aan de hand van de meest relevante sūtra’s. Waar dat nuttig is kunnen we de vertaling van Ravindra raadplegen, die van I.K Taimni en de Yogabhāṣya, het belangijkste commentaar op de Sūtra’s, dat wordt toegeschreven aan de Ṛṣi Vyāsa.1, 2, 3, 4
1.) Ravi Ravindra, The Wisdom of Patañjali’s Yoga Sutras, Morning Light Press, Sandpoint, ID (USA), 2009\\ 2.) I.K. Taimni, De Yoga-Sūtra’s van Patañjali, Esoterische Studiegroep Theosofie, ‘s-Gravenhage, 1975
3.) Ganganatha Jha, Yoga Darsana: The Yoga Sutras of Patanjali with the Bhashya of Vyasa, Rajaram Tukaram Tatya, Bombay, 1907
4. James Haughton Woods, The YogaSystem of Patanjali, or the Ancient Hindu Doctrine of Concentration of Mind, Harvard University Press, Cambridge, MA (USA), 1914
Wat is yoga?
De overeenkomst tussen mens en wereld, of micro- en macrokosmos, is in occulte literatuur vaak een sleutel tot hoger inzicht. De citta, het denkvermogen, bevat de middenstof (ook citta genoemd) waarin de gedachten en gevoelens tot aanzijn komen. Welke typen vritti’s er zijn en waardoor ze worden veroorzaakt wordt vervolgens uitgewerkt in sūtra 1.5 en verder. De vijf typen zijn ware kennis, valse kennis, fantasie, slaap en herinnering.

Programma Opening Academisch Jaar
- Het democratisch tekort (Geert ten Dam Voorzitter College van Bestuur ca. 34 minuten)
- PechaKucha: De kracht van zwakte (Bert Vercnocke Postdoctoraal onderzoeker Theoretische Natuurkunde Universiteit van Amsterdam)
- Room for Discussion (Maarten Hajer Faculteitshoogleraar Urban Futures Universiteit Utrecht)
- Gesproken column: Dekoloniseren (Hassan Bahara Schrijver en journalist)
- PechaKucha: Het verborgen sociale netwerk (Marte Otten Docent Psychologie Universiteit van Amsterdam)
- De UvA de baas: een pleidooi voor participatie (Lianne Schmidt Studentassessor CvB na ca. 108 minuten)

Bert Vercnocke over de universele zwaartekracht, de snaartheorie en het hologram.

De definitie van het reflexief bewustzijn biedt, net als de Allegorie van de grot van Plato of het Hologram-paradigma (Cultuur holografisch gespiegeld, Het holografische paradigma) een model om de spiegelwerking van de psyche, het bewustwordingsproces te verklaren.

Om de schakel tussen college en studentenraad te duiden maakt assessor Lianne Schmidt gebruik van de term throughput van Vivien Schmidt.

Democratizing the Eurozone (Vivien Schmidt on 15 May 2012):
In recent months, more and more attention has been focused on the failure of the Eurozone leaders’ policies of fiscal consolidation, with growth presented as the alternative. The problems for the Eurozone stem not just from the policies, however. They also come from the governance processes and the politics—or lack thereof.
Processes
The main problem for EU democracy lies in decision-making processes that have increasingly combined excessive intergovernmentalism with technocracy. The European Council’s monopoly on Eurozone crisis decision-making has not just unbalanced the long-standing relationship among EU institutions. Its intergovernmental decision-making has also reduced itself largely to the Franco-German couple—or only to Germany. This has skewed the process toward the almost exclusive consideration of national interests, negotiating strength, or even momentary whimsy of two EU leaders—or only one. It also enhances the lack of transparency in decision-making, increases concerns about accountability, and further alienates European publics who wonder what has been going on behind the closed doors of the Council.

Voor het thema throughput zie ook Vivien A. Schmidt The Eurozone’s Crisis of Democratic Legitimacy: Can the EU Rebuild Public Trust and Support for European Economic Integration?

Niet alleen hypothesen van de natuurkunde, maar ook hypothesen van de geestkunde berusten op creativiteit. Het grote verschil is dat de stellingen van de natuurkunde, zoals bijvoorbeeld het Higgsdeeltje kunnen worden geverifiëerd. De stellingen van de geestkunde gelden voor een individu en een collectief - we leven allen in ons eigen referentiekader (Amanda Gefter) - en worden door er is niets nieuws onder de zon, de eeuwige wederkeer van de geschiedenis onderbouwd. Om dichter bij de waarheid te komen volgt het onderzoeksrapport ‘E i V’ de middenweg, de oplossingsrichting van de Axis Mundi.

De geschiedenis laat een diversiteit aan innovatieve, interdisciplinaire grensoverschrijdende wetenschappers (leraren) zien.
Pythagoras, Ammonius Saccas, Origenes, Dante Alighieri, Helena Blavatsky, Spinoza, Schelling, Nietzsche, Teilhard de Chardin, Einstein, Jung, Wittgenstein, Krishnamurti, David Bohm, Jean Charon en Ervin Laszlo zijn eminente wetenschappers (leraren) die zich hebben bewogen op het snijvlak van natuur en cultuur. Op dit snijvlak gaat het echter niet primair om wetenschap versus geloof, maar eerder om de samenhang en wisselwerking tussen natuur – en menswetenchappen. Deze kengebieden kunnen wel onderscheiden, maar niet gescheiden worden. Het zijn twee verschillende, maar complementaire domeinen. Door beide als complementair te beschouwen ontstaat een completer zicht op de werkelijkheid. Het is wenselijk de tweespalt tussen de natuurwetenschappen en geesteswetenschappen te verkleinen. Vastgeroeste denkpatronen te doorbreken. Het domein van de materie met die van de energetische processen te combineren. Een ruimer denkmodel is nodig om op creatieve wijze (ideatie) de wereldvraagstukken op te pakken. Het zijn in het bijzonder de grenswetenschappers met een holistische visie die de samenleving een stapje verder brengen. Uiteindelijk draait het om de vraag welke leraar geeft je echt inspiratie?

De diepere laag van Rutte is er niet (Ariejan Korteweg Volkskrant 5 september 2016 p. 9):
De hele Mark zouden we krijgen. Niet alleen de premier, de partijleider of de polderaar, maar ook de zorgzame zoon van z'n moeder, de historicus, de muziekliefhebber - 'allemaal identiteiten, maar samen één persoon.'
Wie iedereen tevreden wil stellen, doet niemand een plezier.
Misschien moet dat de conclusie van deze avond Rutte zijn: staak het zoeken naar een diepere laag. Zo min mogelijk achterom kijken, routine inbouwen waar dat kan en elke dag opgewekt er tegenaan - zo kan het ook. Mocht er een begin van zelfgenoegzaamheid zichtbaar worden, dan is er voor de verkiezingen nog tijd dat weg te poetsen. Een zondagskind was Zomergast.

Nieuwe democratie kun je leren in Hongkong (Kathleen Ferrier, Adriënne Simons Volkskrant 5 september 2016 p. 18):
Hongkong experimenteert uit noodzaak met nieuwe vormen van democratie. Daar kunnen wij van leren. Voor steeds meer mensen in Hongkong zijn de westerse vormen van een meerpartijenstelsel geen lonkend perspectief. Brexit en de Amerikaanse verkiezingen worden genoemd als verklaring voor die terughoudendheid. Ook in de oude democratieën plaatsen steeds meer mensen vraagtekens bij het beproefde model. Opiniemakers als René Cuperus (O&D, 22 augustus) lijken te zeggen: kiezer, wacht niet op de politiek, maar zorg zelf dat je klaar bent om voor je belangen op te komen. Gert van Dijk, hoogleraar coöperatieve strategie aan Nijenrode, zegt in het : 'Straks mag de overheid blij zijn te mogen participeren in de burgercollectieven.'
Experimenteren met nieuwe en lokale vormen van democratie is voor Hongkong van levensbelang. Er moet een einde komen aan de gelatenheid van burgers als Hongkong niet opgeslokt wil worden door China. De noodzaak om nieuwe dingen te proberen is dus hoog. Van deze urgentie gaan oude democratieën profiteren. Hopelijk houden zij dit kleine test-lab, ook uit eigenbelang, in de gaten. Hong Kong ligt dan onder een vergrootglas. Peking moet zich ook na de verkiezingen van 4 september aan de regels houden. Het mes snijdt aan twee kanten: peer-to-peer politics over landsgrenzen heen. De aarde wordt weer plat.

Maar ook in Nederland zijn er initiatieven, bijvoorbeeld G1000 en D1000 om de lokale democratie te vernieuwen.

Navel of De G20 gaat over China en de VS - niet over Europa (Sheila Sitalsing Volkskrant 5 september 2016 p. 2):
Op de plek die even de navel van de wereld is (nee, dat was niet de studio van VPRO's Zomergasten, de navel ligt oostelijker dezer dagen), beleefden we zaterdag een rode-loperincident waar de internationale pers minimaal 24 uur smullend mee in de weer is geweest.
Als het al over Europa gaat in Hangzou, is dat op zorgelijke toon. Meewarigheid en waarschuwingen over een Brexit vielen Theresa May al ten deel. Als de Britten niet tot inkeer komen, verhuizen Hitachi, Fujitsu en Nissan hun hoofdkwartier naar een land dat zich niet wentelt in splendid isolation maar wel volwaardig meedoet met de wereldeconomie, waarschuwden de Japanners alvast.
Op de plek die even de navel van de wereld is, wordt het andermaal duidelijk hoezeer Europa uit het centrum van de macht is weggegleden. En wij maar navelstaren.

Mark Rutte sloeg bij de VN de plank pijnlijk mis (Pieter Leroy Volkskrant 29 september 2015 p. 20):
Mark Ruttes analyse ging noch op het ene, noch op het andere in.
Het was in meer opzichten een pijnlijke coïncidentie: premier Mark Rutte houdt in de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties een toespraak waarin hij benadrukt dat we duurzame ontwikkeling vooral aan het bedrijfsleven moeten overlaten. Allicht hebben de adviseurs van de premier geen tijd meer gehad zijn toespraak aan te passen aan twee vlak daarvoor binnengekomen inzichten.
Slechts één millennium doelstelling is bereikt: de reductie van extreme armoede. Voor een goed begrip: het gaat om mensen die met minder dan 1,25 dollar per dag moeten rondkomen. Sinds 2000 is hun aantal wereldwijd met bijna 60 procent gedaald.
China
Maar: bij nader inzien zit zo goed als geheel die 'winst' in één land: China.
Die maatschappelijke transformatie is meer dan een nader onderzoek waard. Daarop vooruitlopend: ze is in elk geval niet het gevolg van een bedrijfsleven op zoek naar duurzaamheid. Bovendien: een zeer groot deel van het verlies aan milieukwaliteit sinds 2000 is óók aan China toe te schrijven: armoedebestrijding ten koste van milieu. Duurzaamheidsdoelstellingen werken elkaar tegen.
Mark Ruttes analyse ging noch op het ene, noch op het andere in: niet op het vaak dubieuze gedrag van het bedrijfsleven en niet op de onvermijdelijke tegenstrijdigheid van duurzaamheidsdoelstellingen. Op beide punten heeft de overheid een rol, heeft zij keuzes te maken.

'China is van een geheel andere orde' (Fokke Obbema Volkskrant 3 september 2016 p. 28-29):
Hoe meer China investeert in westerse bedrijven, hoe meer in het Westen het wantrouwen groeit over de motieven. In Hangzhou, waar de G20 zondag bijeenkomt, ontmoeten beide werelden elkaar.
'Ik heb wel begrip voor die Australische opstelling. Zo'n bedrijf hoort bij de vitale infrastructuur', zegt Hans Kundnani, expert Europees-Aziatische betrekkingen bij het German Marshall Fund. Het probleem bij Chinese investeerders is dat politiek en commercie onnavolgbaar verweven zijn, zo betoogt hij. 'Zijn er alleen commerciële motieven in het spel, of wordt een investering ook gedaan vanuit een strategisch motief van de regering? Daar kom je niet achter. Uiteindelijk stuit je op de black box die de CCP nu eenmaal is.'
In de ogen van Kundnani is vooral belangrijk dat westerse regeringen en bedrijven zich gaan realiseren hoe krachtig de Chinese concurrentie gaat worden:
'Jarenlang heeft het 'markt voor technologie'-verbond tussen China en het westen goed gewerkt: westerse bedrijven hadden een markt voor hun producten nodig, Chinese bedrijven technologie. Maar de tijden veranderen. Nu China steeds hoger in de waardeketen terecht komt, gaan Europese bedrijven in allerlei bedrijfstakken veel directer de Chinese concurrentie ervaren.'

NS voorziet fikse boete voor fraude (Peter de Graaf Volkskrant 6 september 2016 p. 25):
In het fraudeschandaal rond de aanbesteding van het openbaar vervoer in Limburg heeft justitie besloten om de zaken tegen de NS-dochterbedrijven Abellio en Qbuzz te schikken. Dat heeft de NS in zijn halfjaarbericht 2016 bekendgemaakt.
Claims
Behalve met het strafrechtelijke traject moet het staatsbedrijf ook rekening houden met een boete van de Autoriteit Consument en Markt (ACM) plus schadeclaims van concurrent Veolia en mogelijk andere partijen. De ACM heeft begin juli geconcludeerd dat de NS 'misbruik heeft gemaakt van haar machtspositie en daarmee de mededingingsregels heeft overtreden'. De toezichthouder kan hiervoor een boete opleggen van maximaal 10 procent van de omzet.

Wat weet Rutte van de staalhistorie? (Peter de Waart Volkskrant 6 september 2016 p. 25):
Een van de charmante karaktereigenschappen van premier Rutte is dat hij overal iets van vindt. En dat hij het zo politiek correct weet te verwoorden dat hij ermee wegkomt.
Zoals al enige tijd bekend is, wil het moederconcern in India zijn Europese fabrieken (Hoogovens en wat resteert van BritishSteel) in een nieuw bedrijf met het Duitse Thyssen-Krupp onderbrengen. Rutte had zich daar, zoals een liberaal betaamt, tot nu toe nooit over uitgelaten. Laat het bedrijfsleven zijn eigen boontjes doppen. Niet voor niets heeft VVD'er Zalm ooit het staatsbelang in Hoogovens verkocht. Maar toen hem vrijdag om een reactie werd gevraagd op de brief van Dezentjé Hamming, riep hij 'verschrikkelijk trots op het staalbedrijf' te zijn.
In 1974 werkten nog meer dan een miljoen Europeanen in de staalindustrie. Ondanks EEG en EGKS lieten de regeringen van de lidstaten zich allemaal voor het karretje van hun nationale staalbedrijven spannen. Uiteindelijk werden ze allemaal met belastinggeld overeind gehouden. Tien jaar later waren 500 duizend werknemers hun baan kwijt, waren de grensoverschrijdende fusies opgeblazen en de overheidstekorten geëxplodeerd. Onder het motto zachte handen maken stinkende wonden werd de staalcrisis een van de grootste financiële rampen van de 20ste eeuw.
Rutte moet dat als historicus weten. Maar als politiek koopman kan hij ook wegkomen door het omgekeerde te zeggen.

Meer boetes voor grote banken of Dit jaar al 8,8 miljard aan boetes voor grote banken (Dion Mebius Volkskrant 6 september 2016 p. 28):
De tien grootste Europese en Amerikaanse zakenbanken zijn dit jaar waarschijnlijk meer geld kwijt aan boetes dan in 2015. Volgens de Financial Times is er in de eerste acht maanden van 2016 al voor 9,8 miljard dollar (omgerekend zo'n 8,8 miljard euro) aan boetes uitgegeven. Met sancties voor meerdere Europese banken in het vooruitzicht is het de verwachting dat het totale bedrag van 2015, 10,4 miljard euro, zal worden overtroffen.
De bankiers vinden de schikkingsbedragen op hun beurt vaak te hoog. Zo waarschuwde bestuursvoorzitter John McFarlane van Barclays, een van de zakenbanken in de wereldwijde top-10, zich in maart van dit jaar nog voor de gevolgen van de vele miljarden aan boetes die zijn bank in de afgelopen jaren heeft moeten aftikken. 'Een boete van 50 miljoen pond staat gelijk aan duizend werknemers minder, het sluiten van honderd kleinere regionale takken, of het verdwijnen van 500 miljoen pond om uit te lenen aan kleine ondernemers of consumenten.'

Koreaanse containerreus gaat ten onder (Gerard Reyn Volkskrant 6 september 2016 p. 29):
Mondialisering
Een van de grootste rederijen ter wereld heeft uitstel van betaling aangevraagd. Hanjin Shipping was de zwakste schakel in een sector die ten prooi valt aan zijn eigen investeringsdrift.
Beide rederijen zijn ook slachtoffer van een typisch Koreaans probleem. In de vorige eeuw ging het geweldig met hen. Zij profiteerden van de export van de Koreaanse industrie, en van de razendsnel groeiende handel met China. Maar vanaf het moment dat China begon te sputteren, viel de exportmotor in Korea stil. En daarmee de belangrijkste geldkoe van de Koreaanse reders.
Het feit dat ze zich in voorgaande decennia hadden overladen met schulden, maakte hen extra kwetsbaar. Die enorme schuld hebben ze te danken aan de grote bloeiperiode van de Koreaanse economie. Vanaf de jaren zestig stonden de chaebols onder de bescherming van de autoritaire president Park Chung-hee, die ervoor zorgde dat ze miljarden aan goedkope leningen van staatsbanken konden krijgen.
De leiders van de chaebols gingen zich gedragen als verwende feodale vorsten. Zeker Cho Yang-ho, de sterke man van Hanjin. Naast rederij Hanjin behoort ook luchtvaartmaatschappij Korean Air tot deze chaebol. Daar was Cho's dochter Heather lid van het bestuur. Twee jaar geleden veroorzaakte ze een grote rel toen ze een vliegtuig terug naar de terminal liet taxiën en een purser scheldend het toestel uit zette. Reden: ze had nootjes gekregen in een zakje, terwijl ze een porseleinen bordje eiste.

Met het 5Ddenkraam, het outside the box-denken wordt beoogd collectieve zinsbegoocheling, het groepsdenken binnen organisaties te doorbreken. Het navelstaren kan zowel vanuit een positief (Creativethink) als een negatief (Groupthink) gezichtspunt worden benaderd. De sterke lobby (vijfde macht) van de financiële wereld, de bouwsector en zorg heeft duidelijk negatief gewerkt.

Eén ministerie voor alle digitale gevaren? (Joost de Vries, Peter de Graaf Volkskrant 5 september 2016 p. 11):
Cyberministerie: goed idee?
Biomedisch wetenschapper Menno de Vries pleitte zaterdag in een brief in de Volkskrant voor de vorming van 'een cyberministerie' in de strijd tegen alle digitale gevaren in de samenleving, van cyberpesten en wraakporno tot de IS-propaganda op internet en sociale media. Goed idee?
Rob van Gijzel, vertrekkend burgemeester van 'slimste stad' Eindhoven
'Het is terecht dat hij dit aankaart, maar zijn oplossing is te makkelijk. Een cyberministerie is een bestuurlijk-institutionele oplossing voor een dynamisch, internationaal probleem. Internet en dataverkeer zijn wereldwijd. Dat regel je niet even met een cyberminister en nationale wetgeving. Bovendien zit je met het dark web, daar hebben we al helemaal geen controle over. Ik heb het antwoord ook niet paraat. Maar mijn oproep is om alle partijen - overheden, bedrijfsleven en kennisinstellingen - bij elkaar te brengen om echt creatieve in plaats van traditionele oplossingen te vinden.'

De hamvraag is nu zal het de wetenschap, mede aan de hand van het boek In Einsteins achtertuin van Amanda Gefter lukken aan te tonen dat we de Éne werkelijkheid vanuit ons eigen referentiekader waarnemen?

De Éne werkelijkheid heeft betrekking op de dynamische wederkerigheid (Reciprociteit), de relatie tussen 'Wat en Hoe' en 'Hoe en Wat' , 'Geest en Lichaam', Zo binnen, zo buiten en Zo boven, zo beneden, van alles met alles. De schakel tussen 'Geestkunde en Natuurkunde' en 'Bewustzijn en Zelfbewustzijn', het Reflexief Bewustzijn kan met behulp van de lemniscaat tot uitdrukking worden gebracht. Om de éne werkelijkheid te duiden maakt Ken Wilber van het "Wilber-Combs-rooster" gebruik.

Hoe we waarnemen hangt van onze interpretatie (hermeneutiek) af. Het ‘Hoe en Wat’ in de gemanifesteerde wereld staat tegenover het ‘Wat en Hoe’ in de ongemanifesteerde wereld. De éne werkelijkheid is dat het universum in het menselijke bewustzijn wordt weerspiegeld. De driehoek van Pythagoras en de categorieën van Aristoteles symboliseren al hoe de innerlijke wereld met de uiterlijke wereld (Binnen- en Buitenwereld), 'Wat en Hoe; Hoe en Wat' met elkaar worden verbonden.

Middenweg (Paul Onkenhout Volkskrant 29 augustus 2016 katern Vonk p. 4-5):
In zijn nieuwe tv-programma onderzoekt hij zichzelf en de Marokkaanse gemeenschap in Nederland. Presentator Ajouad El Miloudi praat met de Volkskrant alvast vrijuit over de liefde, seks, geloof, misdaad en zijn eigen dubbelleven.
Het wrange is dat juist die houding je vooruit heeft geholpen.
'Ja, natuurlijk. Ik heb mezelf goed aangepast. Ik voelde aan welke verhalen ik in welke kring kon vertellen, net zoals destijds op de basisschool. Ik doseerde en mensen waardeerden dat. Leuk, een multiculturele jongen erbij! Ik was iets nieuws in Hilversum, een toevoeging, omdat ik anders was dan zij. Intussen stond ik voortdurend te balanceren.'
Ajouad: kaaskop of mocro? Is er een antwoord mogelijk?
'Nee. In die serie zie je mijn strijd. Het ene moment ben ik kaaskop, het andere mocro. Ik ben allebei, maar wat ik vooral moet doen is mezelf zijn en mijn eigen gevoel volgen.'
Dat is de boodschap?
'Ja. En de serie biedt inzicht, vooral voor autochtone mensen. Je ziet wat een jongen meemaakt die opgroeit in twee culturen. Het is niet altijd even makkelijk om in die spagaat te zitten; om altijd maar te wikken en te wegen.
'Ik heb een heel interessant interview gehad met drie Marokkaanse homo's, de mannen van de boot op de Gay Pride. Vorig jaar nodigden ze me uit om mee te varen. Dat heb ik niet gedaan. Wat zouden ze er in de Marokkaanse gemeenschap van vinden als ik op tv kom terwijl ik op een homoboot sta, zwaaiend? Daar hou ik stiekem toch rekening mee.
'Ze snapten wat ik voelde, maar vonden het kwalijk dat iemand van mijn generatie, een tv-maker die midden in de wereld staat, niet op die boot ging staan en kennelijk te maken heeft met ouderwetse sociaal-culturele druk. Ik ben daar eerlijk in. Ik hou iedereen liever te vriend. Ik wil niet dat mijn oude Marokkaanse slager me plotseling op tv ziet. What the fuck doet mijn Ajouad daar! Ik zoek de middenweg.'

Nou waar zijn die deeltjes dan? (Martijn van Calmthout Volkskrant 3 september 2016 katern Sir Edmund p. 40-43):
Twee veelbelovende deeltjesexperimenten, de een in Genève en de ander op de Zuidpool, meldden deze zomer dat ze niks bijzonders vinden. Zit de natuurkunde op een dood spoor? Vijf impertinente vragen over de deeltjesjacht.
Deze miljardenexperimenten zijn dus weggegooid geld?
Dat is een groot misverstand. Ontdekken dat een bepaald effect of deeltje niet bestaat is namelijk ook belangrijk. De jacht op het beroemde higgsdeeltje, dat in het Standaardmodel verantwoordelijk is voor de uiteenlopende massa's van de deeltjes, verliep decennialang ook via het wegstrepen van mogelijkheden. Pas in 2011-2012 vonden de fysici van CERN een echt piekje waar dat niet hoorde op te duiken zonder een higgs.
Hoe houd je er als fysicus eigenlijk de moed in?
Door te benadrukken dat deeltjesfysica, om in sportieve termen te spreken, geen sprint is maar een marathon. Theoretici weten vooral zeker dat het Standaard Model onmogelijk het hele verhaal over het hele weefsel van de kosmos kan zijn. Dat de theorie langer stand houdt dan ooit was gedacht, is duidelijk. Maar de LHC is met zijn Atlas- en CMS-detectoren gebouwd om tot het jaar 2030 naar botsende protonen te kijken.

Even nieuwe genen in de natuur loslaten of De wetten van de erfelijkheid zijn gekraakt (Maarten Keulemans Volkskrant 27 augustus 2016 bijlage Sir Edmund p. 8-13):
Je kunt er in een jaar een einde aan malaria mee maken. Je kunt er misschien ook, à la een atoombom, hele soorten mee uitroeien. Ziedaar 'gene drives', een manier om razendsnel genetische veranderingen te uploaden naar de vrije natuur.
En het principe? Moeten we de natuur wel willen herschrijven? Op het Skypeschermpje draait Bier er niet omheen: het is een 'wezenskenmerk van de mens' om de natuur naar onze hand te zetten, zegt hij, of we het nu leuk vinden of niet. 'We hebben dat altijd gedaan. En de vraag is nu: blijven we dat doen op de chaotische, ondoordachte manier zoals tot op de dag van vandaag? Of besluiten we om het op een doordachte, verantwoordelijke manier te doen?'
Een filosofie, die Esvelt, jong en idealistisch als hij is, op zijn website samenvat in een zin waarvan de anti-gmo-beweging ongetwijfeld zal huiveren:
'We willen een fundamentele vergissing van ons universum rechtzetten. Namelijk, dat de evolutie geen moreel kompas heeft.'

De kredietcrisis toont een ding de risicospreiding(beheersing) is volledig (vol en ledig/leeg). De cultuurfilosoof Peter Sloterdijk hanteert in zijn boek Sferen voortdurend het oxymoron. Een oxymoron is een speciaal geval van de paradox: daar is wel een zekere tegenspraak aanwezig, maar bij nadere beschouwing lost die tegenspraak zich op. Bij de oxymoron blijft de spanning van het betekenisverschil echter in stand.
De éne werkelijheid biedt een referentiekader aan de boeken van Peter Sloterdijk.

The paradox of thrift (or paradox of saving) is a paradox of economics, popularized by John Maynard Keynes, though it had been stated as early as 1714 in The Fable of the Bees, and similar sentiments date to antiquity. The paradox states that if everyone tries to save more money during times of recession, then aggregate demand will fall and will in turn lower total savings in the population because of the decrease in consumption and economic growth. The paradox is, narrowly speaking, that total savings may fall even when individual savings attempt to rise, and, broadly speaking, that increase in savings may be harmful to an economy. Both the narrow and broad claims are paradoxical within the assumption underlying the fallacy of composition, namely that what is true of the parts must be true of the whole. The narrow claim transparently contradicts this assumption, and the broad one does so by implication, because while individual thrift is generally averred to be good for the economy, the paradox of thrift holds that collective thrift may be bad for the economy.

De economische crisis berust op de volgende paradox in de financiële wereld. De maatregelingen die zijn genomen om een beurskrach, zoals in 1929 te voorkomen zijn door de banken-lobby geleidelijk weer afgebroken. De Europese bankenunie is noodzakelijk gebleken omdat de toezichthouders van de soevereine staten er een potje van hebben gemaakt. Maar gelukkig ontwikkelt zich om het tij te keren weer een tegencultuur. Of met andere woorden er zit een mechanisme, Zaaien en Oogsten (karma) in het universum verborgen waardoor het mogelijk wordt van onze fouten te leren. Dit verborgen mechanisme wordt met behulp van de 5e dimensie en het ‘en-en’/’of-of’ mechanisme tot uitdrukking gebracht.

Wat is de produktiviteitsparadox (Peter de Waard Volkskrant 25 augustus 2016 p. 21):
Nog nooit in de geschiedenis is de technologische ontwikkeling zo spectaculair geweest als in deze tijd. Digitalisering en robotisering nemen mensen zoveel werk uit handen dat de productiviteit (de productie per werknemer per uur) zou moeten exploderen. De econoom Robert Solow stelde: 'We zien overal computers om ons heen, maar niet in de productiviteitsstatistieken.'
De productiviteitsparadox, zoals het heet, werd eind jaren negentig nog wel geweten aan ondeugdelijke meetmethodes of aan het feit dat kwaliteitsverbetering te weinig tot uiting kwam in de productiviteitscijfers. Daarnaast zouden investeringen in de ict pas veel later tot echte productiviteitsstijging leiden. Het verbeteren van bedrijfsprocessen zou zich pas op lange termijn vertalen in een hogere output. Maar inmiddels is die lange termijn allang begonnen. En er is nog niets van te merken. Het gevolg is afnemende welvaart en toenemende armoede.
Paul Krugman, een andere Nobelprijswinnaar, zei eens: 'Productiviteit is niet alles, maar op de lange termijn is het wel bijna alles.' Indien in de toekomst bijvoorbeeld het basisinkomen zou moeten worden ingevoerd wegens gebrek aan werk door robotisering en automatisering, dan zal dat vooral gefinancierd moeten worden uit productiviteitsstijging van de mensen die wel blijven werken.
In de dienstverlening (onderwijs, zorg, consultancy), nu de grootste sector, zijn de baten beperkt. Onlinecommunicatie is vooral leuk voor mensen met Facebook en Twitter of gamers. In veel dienstverlenende organisaties is het onproductief of zorgt het zelfs voor meer bureaucratische rompslomp doordat overleg en controle nodig is.
Onlangs bleek uit een Fins onderzoek dat werknemers in de dienstverlening vier uur per week bezig zijn met het oplossen van computerproblemen. Dat is een productiviteitsverlies van 10 procent.
Technologie is in veel gevallen vooral het paard achter de wagen spannen.

Amanda Gefter In Einsteins achtertuin een duizelingwekkende toer langs de mooiste ideeën uit de natuurkunde (p. 320):
Er zijn geen objecten met een hogere entropie dan zwarte gaten, dus als de entropie van een zwart gat kan passen op een oppervlakte met minder dimensies, dan kan de entropie van alle andere objecten dat ook.
321: Hoe dan ook, Maldacena's ADS/CFT-dualiteit was de perfecte belichaming van Susskinds holografisch principe. Etc.
In ADS/CFT is er een wiskundige een-op-een-aansluiting tussen het vijfdimensionale binnenste van de ruimte en de vierdimensionale grens, dus aan de hand van de wiskunde kun je, gegeven elk object of fysisch proces in de ruimtetijd met een hogere dimensie, de exacte tegenhanger op de grens vinden. Dat wierp een fascinerende vraag op: wat is de tegenhanger met een lagere dimensie van een zwart gat? Zwarte gaten zijn gemaakt van zwaartekracht, maar in Maldacena’s model is er geen zwaartekracht op de grens.
323:
'Ons universum is de De Sitter. Was ADS/CFT genoeg om Hawking van gedachten te laten veranderen?'
‘Ja’, zei Susskind. 'De oppositie, Hawking incluis, moest het opgeven. Het was zo wiskundig precies dat voor de meeste praktische doelen alle theoretische fysici tot de conclusie kwamen dat het holografisch principe, complementariteit en het behoud van informatie (Akasha) waar moesten zijn. Etc.
Het holografisch principe, en meer in het bijzonder ADS/CFT, laat zien dat twee beschrijvingen van dezelfde exacte fysica een verschillend aantal dimensies kunnen hebben.

De golfdeeltjeparadox (Holografisch universum)
Voor de complementariteit van Bohr wordt nu het begrip dualiteit van 'Golven en Deeltjes' (wave-particle duality) gebruikt. Dit geldt zowel voor een elektron als een foton. Fotonen (φοτος, photos=licht) ("lichtdeeltjes") zijn een verschijningsvorm van elektromagnetische straling. Afhankelijk van de gebruikte meetopstelling zal straling (een vorm van energie) zich voordoen als golven of als een stroom van massaloze deeltjes, de fotonen. Een foton is een voorbeeld van een kwantum. Een foton is de kleinst mogelijke eenheid van licht.
Een biofoton (kwantum biologie, Fritz Albert Popp) betreft in elk geval fotonen van kortere golflengte dan die welke het lichaam in het diepe infrarood uitstraalt volgens de Wet van Planck vanwege zijn temperatuur.
Corresponding to most kinds of particles, there is an associated antiparticle with the same mass and opposite electric charge.

De wereldklok:
Klaas van Egmond De brug bouwen terwijl je erover loopt (wereldklok van de fysicus Pauli)
I: Als we inderdaad ronddraaien in een cirkel, dan is het natuurlijk spannend om te weten waarnaar we op weg zijn.
Het idee van deze wereldklok (van de fysicus Pauli, 1932, red.) volgend, zijn we nu onderweg naar het kwadrant rechtsboven, een wereld met een individuele oriëntatie, maar wel met een spiritueel, geestelijk, kunstzinnig, cultureel karakter. Ondanks alle secularisatie zie je nu een enorme interesse voor spiritualiteit. Je ziet mensen die werken aan een kleinschalige wereld (‘E i V’: E.F. Schumacher boek Small Is Beautiful), waarin spirituele waarden, sociale samenhang, en ook diversiteit opgeld doen. Zo ontstaan er transition towns waar mensen hun eigen energie opwekken en niet meer afhankelijk willen zijn van anderen. Maar doorgaans verloopt de overgang naar zo’n volgend wereldbeeld niet zonder kleerscheuren.

Uitgangspunt is dat de horizontale cirkel in de wereldklok van Pauli de ‘huwelijksquaterniteit’, de relatie tussen 'Alchemist en Soror', tussen het eigen ego en de 'anderen' toont. De horizontale ordening is de werkelijkheid zoals wij deze in het aardse leven ervaren. Het eeuwige nu van de verticale ordening staat voor negentropie, het "zelf-organiserende principe" dat met synchroniciteit samenhangt.

De cirkel, de mandala symboliseert de eenheid tussen de innerlijke en uiterlijke wereld, de 'micro- en macrokosmos'. De lemniscaat verbindt de horizontale cirkel met de verticale cirkel en symboliseert de bewust of onbewust ervaren werkelijkheid. Het leven is een continu ervaringsproces, dat tracht knelpunten in de gewenste richting bij te sturen. Het leven laat zien hoe een crisis ontstaat, maar ook kan worden opgelost. Of met andere woorden ‘wat is de moraal van het levensverhaal?’.

Chaostheorie
Chaos (Wim van den Dungen):
De kosmoi rijzen op uit God (paradoxaal). Chaos is het gevolg van een wanordelijk gebruik van vrijheid. Chaos is noodzakelijk noch gewild door God of het Goddelijke (de geschapen én scheppende Elohîms).
Dat Einstein de kwantummechanica niet lief had, heeft niet alleen te maken met wat hij eerder als de onvolkomenheden van het formalisme zag dan wel een de ontdekking van onvermoedde eigenschappen van het microgebied beschouwde (cfr. de staat van het systeem vóór de ineenstorting van de golffunctie, de golfdeeltjeparadox, de onbepaaldheid & het probabilisme).
Daar staat tegenover dat Popper ongetwijfeld naar een coherent, begrijpbaar totaalbeeld van het universum zoekt. De Kopenhagers leveren dat niet. Vandaar dat hij schrijft : "This crisis of our understanding is roughly so old als the Copenhagen interpretation" (p.1) Bohr weigerde iets te vertellen over wat niet gemeten wordt. Het fundamenteel onderzoek strandt zo in het instrumentalisme, wat en daar heeft Popper gelijk tot versnippering van de kennis leidt, wat de vooruitgang ervan fnuikt. Poppers realistische 'propensity'metafysica wil zo ver gaan dat alle vroegere versies "become approximations from the point of view of this metaphysical theory of propensities" (p.207) Deze theorie is echter exclusief realistisch & objectivistisch, want de subjectieve medebepaaldheid komt niet ter sprake. De boodschap van Bohr, Heisenberg, Pauli e.a. dat de fundamentele natuur niet kan ondervraagd worden zonder dat er met de ondervragers écht rekening gehouden wordt, m.a.w. de idee dat het kensubject mede onderdeel van de natuurbeschrijving is, wordt afgewezen.

Naast de wereldklok zijn er twee andere modellen, die hetzelfde fenomeen beogen te duiden. We kunnen hierbij denken aan de twee orden, die Glossarium 'Lectorium Rosicrucianum' onderscheidt en de in – en uitspiralende torsiegolf in een vortexvorm. Deze modellen komen overeen met de immense ‘zandloper’, die door mensen met een BDE-ervaring (tijdschrift BRES nr. 283 p. 47 en Dr. I.K. Taimni De Siva –Sutra De hoogste werkelijkheid en hoe deze te realiseren - uitvouwblad) zijn waargenomen.

De wederkerigheid (reciprociteit) tussen de horizontale - en vertikale cirkel, de lemniscaat symboliseert de relatie tussen geest en lichaam, tussen ongemanifesteerd en gemanifesteerd. Het brengt de ‘theorie van de ark van Noach’, de 49 fasen van actief bestaan, de theosofische leer van zeven Rassen en zeven Ronden, de twéé kanten van een medaille, het mysterie van het leven tot uitdrukking.

Een van de vijf cultuurdimensies, die Geert Hofstede in zijn boek Allemaal andersdenkenden, omgaan met cultuurverschillen bespreekt heeft op levensbeschouwing, de universele normen en waarden (geweten, 'Goed en Kwaad', natuurrecht, deugdethiek, natural and legal rights, Weltethos, rechten van de mens), die in alle culturen zijn terug te vinden betrekking. Prof. Hofstede: De menselijke natuur is wat alle menselijke wezens met elkaar gemeen hebben.

Een belangrijke term bij Robert Putnam is gegeneraliseerde reciprociteit. Niet: ‘als ik iets voor jou doe, doe jij misschien een keer iets voor mij’, maar: ‘als ik iets voor jou doe, doet iemand anders misschien wel eens iets voor mij’. Gegeneraliseerde reciprociteit staat tot persoonsgebonden reciprociteit zoals een geldeconomie staat tot ruilhandel. Aan de basis van beide ligt vertrouwen, ook in mensen en instituties die je niet persoonlijk kent.

Lang leve de vereniging (Volkskrant 30 november 2002)
Een democratie kan niet zonder een bloeiend verenigingsleven, meent de politicoloog Robert Putnam. In sportclub en belangengroep leert men luisteren en argumenteren....
Ruim één miljoen mensen in Nederland zeggen geen vrienden te hebben, bleek uit een recent onderzoek van het NIPO, in opdracht van het Leger des Heils. Een op de tien mensen voelt zich regelmatig buitengesloten van de samenleving. Het zijn cijfers die de Amerikaanse politicoloog Robert Putnam bekend voorkomen. Hij doet al jaren onderzoek naar de maatschappelijke participatie van burgers. Eerder deze maand was hij in Nederland voor een lezing bij het Instituut voor Migratie en Etnische Studies.
Uit onderzoek dat hij deed naar de effectiviteit van het bestuur in Italië, bleek dat een levendig maatschappelijk middenveld een goede voorspeller is van het succes van een overheid. Het heeft volgens hem alles te maken met vertrouwen. Mensen zijn bereid om belasting te betalen als ze het idee hebben dat anderen dat ook doen. Ontbreekt dat vertrouwen dan verdampt de bereidheid om mee te werken.
Putnam is er dan ook van overtuigd dat door de teloorgang van het sociale leven de mentaliteit van mensen is veranderd. In verenigingen leren mensen om samen te werken met mensen die niet zijn als zij. Ze moeten luisteren. Die bereidheid om je in anderen te verplaatsen staat door de maatschappelijke verschraling onder druk en dat gaat ten koste van de solidariteit. Het is typerend dat in het hierboven genoemde onderzoek van het NIPO niet alleen bleek hoeveel Nederlanders zich buitengesloten voelen, maar ook dat het mededogen met zwakken in de samenleving afneemt.

Vraag: In het hart van elke lering ligt de liefde. Dit veronderstelt dat er een ‘ik’, een ‘mij’ is die van een ander dan zichzelf houdt. Toch schijnt het dat het ‘ik’ een spiritueel obstakel vormt. Kunt u dat verklaren?
Antwoord: De gebruikte woorden zijn niet belangrijk, maar het schijnt dat degene die de vraag gesteld heeft het volgende probleem heeft: hij neemt aan dat er een ‘ik’ is die van een ander houdt, maar dat het ‘ik’ een hindernis voor liefde is en dat het lijkt op een tegenstrijdigheid. In werkelijkheid is er geen tegenstrijdigheid omdat er, vanuit het geestelijke gezien, geen liefde kan zijn daar waar een ‘ik’ is. We denken en geloven dat daar liefde is en misschien is er een klein druppeltje van dat wat liefde is. Het is misschien de schaduw van liefde. Dat wat wij liefde noemen is dikwijls de corrupte staat van het denken met altijd de verwachting van een wederkerigheid: degene die liefheeft – of die denkt lief te hebben – verlangt wederkerig bemind te worden. Maar hij of zij wil precies bemind worden op de manier die hij of zij verlangt. Zo niet, dan zeggen we: ‘Die ander houdt niet echt van mij’. Er zijn allerlei van deze complicaties, de jaloezie, de teleurstelling en de hoop die opgeroepen worden door de verwarring die wij liefde noemen. Als er werkelijke liefde is, is er geen ik. Krishnamurti zei: ‘Daar waar het ik is, is de liefde afwezig’.

Ahamkara (Sanskriet)
Een samengesteld woord: aham, ‘ik’, en kara , ‘maker’ of ‘doener’, van de wortel kri, ‘doen’, ‘maken’; ikheid, persoonlijkheid. Het egoïstische en mayavische beginsel in de mens, geboren uit onwetendheid of avidya, dat het begrip ‘ik’ voortbrengt als iets wat verschilt van het universele ene Zelf.

John P. Van Mater De evolutie van de mensheid en haar beschavingen
William Q. Judge schrijft dat ‘de natuur voor geen ander doel bestaat dan de ervaring van de ziel’, woorden die het kosmische proces in het kort weergeven. Temidden van de opkomst en het verval van rassen is de gemeenschappelijke basis dat alle wezens zielen zijn op het pad van ontplooiing. De grootste en meest permanente bijdragen van de moderne tijd zouden wel eens kunnen zijn de wereldwijde poging de individuele mensenrechten uit te breiden en de gehele mensheid samen te brengen in een broederschap van weloverwogen wederkerigheid. Van alle beschavingen die we kennen en die hun licht langs de horizon van de tijd hebben doen stralen, is de onze wellicht uniek in haar algemene besef van wat iedere mensenziel toekomt. De strijd zelf die zich voordoet, weerspiegelt het geestelijk ontwaken dat bij alle mensen plaatsvindt; en deze druk van onderaf doorbreekt de belemmerende korst van tirannie, formalisme en orthodoxie, zoals ontkiemende zaden zich een weg banen door de aarde.

Vier vragen van Tinbergen
Niko Tinbergen heeft de vier vragen opgesteld waar de meeste ethologen tegenwoordig van uit gaan bij het opstellen van een onderzoek. De eerste twee vragen behoren tot de proximate analyse (directe oorzaken van de vorming van het gedrag) en de laatste twee vragen behoren tot de ultimate vragen (hoe evolutionaire krachten het gedrag gevormd hebben over de tijd).
• Directe stimuli: Welke stimuli veroorzaken het gedrag?
• Ontwikkeling: Hoe verandert het gedrag gedurende het volwassen worden van het dier?
• Overlevingsfunctie: Hoe beïnvloedt het gedrag de kans op overleving en reproductie?
• Evolutionaire geschiedenis: Hoe verandert het gedrag als een functie van de evolutionaire geschiedenis, of fylogenie, van het bestudeerde dier?

Dood ga je niet elke dag (Jaap Stam, Rob Hornstra Volkskrant 24 december 2009):
Jan Pen, hoogleraar economie in ruste, werd in mei per ongeluk door de Volkskrant dood verklaard. De 88-jarige econoom ging met zijn zoon Tiesse (56) meteen de necrologie lezen toen ze erover werden gebeld.... ‘Mijn opinie is minder stellig. Ik formuleer het allemaal niet zo hard meer. Ik heb wel een harde stem als het moet.’
Hij schraapt zijn keel en declameert de eerste twee strofen van Die grenadiere van Heinrich Heine.
‘Dan blijkt het grote verschil: de een wil naar zijn vrouw en zijn kind, de ander niet. Die wil soldaat blijven.'
‘Het is het meest pacifistische gedicht dat ik ken.’
Tiesse (zijn zoon): ‘Maar die ene wil blijven vechten voor de keizer.’
Jan: ‘Ja, ja, ja, het gaat om het verschil tussen die twee.’ Er valt een stilte. Niet voor het eerst, maar deze duurt langer.
Uiteindelijk zegt Jan: ‘ik herken er een ideaal in. Het ideaal van het pacifisme. Nou, hup, het is mooi geweest.’

Dat stomme economenvolk met zijn heilige koeien (Jan Pen 1976):
Een opmerkelijk voorbeeld is de inkomensverdeling. Er is onlangs een dik boek verschenen van de ethicus P.J. Roscam Abbing Ethiek van de inkomensverdeling waarin staat dat de een wel meer mag verdienen dan de ander, maar alleen in zoverre hij zich meer inspant of onaangenamer werk doet. De lezer blijft echter onkundig omtrent de orde van grootte waarin deze toelaatbare verschillen liggen. Een chirurg doet zwaar werk en moet erg goed opletten - hij mag dus wat meer geld krijgen dan de operatiezuster, want die mag desnoods eens eventjes suffen - maar hoe groot is dat verschil nu precies? Roscam Abbing vertelt het ons niet, en hij staat allerminst alleen in deze puur kwalitatieve manier van denken.
Daarom is het des te meer te waarderen dat Tinbergen sinds enkele jaren bezig is, de meest rechtvaardige inkomensverdeling kwantitatief te benaderen. Deze combinatie van econometrie en ethiek is nieuw, en wekt veel verbazing. Ik mocht er onlangs iets over vertellen op een conferentie van loondeskundigen uit allerlei landen; ze vonden het vreemd, maar wel erg interessant. Misschien geldt dit ook wel voor sommige lezers.

Table of categories

  Diachronic vs.Synchronic Perspective
  Dynamic ViewStatic View
  Explanation of current form in terms of aExplanation of the current form of species
  historical sequence
 Proximate ViewOntogenyMechanism (Causation)
 How an individual organism'sDevelopmental explanations for changes inMechanistic explanations for how an
How vs. Whystructures functionindividuals, from DNA to their current formorganism's structures work
QuestionsEvolutionary (Ultimate) ViewPhylogenyAdaptation (Function)
 Why a species evolved theThe history of the evolution of sequentialA species trait that evolved to solve a
 structures (adaptations) it haschanges in a species over many generationsreproductive or survival problem in
   the ancestral environment

De afrekening of Ik wil niet langer spullen nodig hebben om me goed te voelen (Asha ten Broeke Volkskrant 26 juli 2016 katern Vonk p. V4-V6):
Persoonlijke groei
Dat heeft te maken met die wereld die Sitskoorn ook al schetste, waar altijd van alles te koop, te doen en te willen is. Dat levert een vrijheidsparadox op, stelt Haegens. 'De overvloed van de keuzemaatschappij leidt tot onvrijheid. En uitgerekend door daar paal en perk aan te stellen, door nieuwe grenzen op te werpen, herwinnen we een gevoel van vrijheid.'
Minder oerbrein
Deze redenering doet me denken aan een boek over klassieke filosofie dat ik een paar jaar geleden las, Stoïsche notities (uit 2011) van Rymke Wiersma. De stoïcijnen waren van mening dat je je leven beter niet kon laten beheersen door allerlei passies. Beter dan reageren vanuit je impulsen kun je je verstand gebruiken om een goed mens te zijn: rechtvaardig, wijs, moedig en - voor nu relevant - matig. Zeg maar: meer prefrontale hersenschors, minder oerbrein.
Eén van de dingen die niet zo goed zijn en ook niet gelukkig maken, is van alles willen hebben. 'Een consumptieve, dus passieve houding, een houding waarin we denken dat de wereld buiten onszelf verantwoordelijk is voor ons welbevinden, maakt dat we ontevreden zij en blijven', schrijft Wiersma. 'Het is nooit goed, nooit genoeg, het had (zo denken we) altijd beter gekund.'
Het enige echte geluk is dan ook innerlijke rijkdom, niet materiële rijkdom, schrijft Wiersma. Natuurlijk, je kunt even intens genieten van een nieuwe aanschaf. Maar zulk genot is riskant. 'Altijd [ligt] het gevaar op de loer dat je er naar gaat hunkeren en verlangen, waarmee je slaaf van je verlangens wordt; als dat gebeurt wordt het genieten overschaduwd door leed.' Of, zoals de klassieke filosoof Zenoon van Kition, grondlegger van de Stoa, stelde: geluk is niet te vinden door het najagen van genot, want 'eerst is er de schrijnende pijn van het verlangen, dan de trieste inzinking na de verzadiging.'
Ontspullen
Gevoel voor drama kun je Zenoon niet ontzeggen, maar toch herken ik iets in zijn woorden. Ik besluit dat mijn experiment een twist nodig heeft: niet alleen wil ik zes maanden niets kopen, ik wil in die periode ook leren minder om spullen te geven.

Douglas Hofstadter schrijft in zijn boek Gödel, Escher, Bach over de paradoxen van Zeno van Elea (leerling van Parmenides).

Zeno’s paradoxen: Achilles en de schildpad is een paradox die wordt toegeschreven aan Zeno van Elea. Het verhaal toont aan dat dichotomie - het opdelen van een probleem in deelproblemen - niet altijd leidt tot een resultaat dat overeenkomt met ons gezond verstand.

Plato (427-348 v. Chr.) en Aristoteles (384-322 v. Chr.)
Maker van de wereld (demiurg, goddelijke maker) hield eeuwige in het oog: de demiurg heeft volgens Plato de zichtbare natuur gemaakt naar het voorbeeld van de eeuwige en gelijkblijvende ideeën: mooi en goed gevormd volgens een orde die door rede en inzicht te begrijpen is. Zichtbare en geworden wereld is mimesis van het volmaakte model. Een afbeelding is nooit hetzelfde als het origineel, een verklaring ervan kan ook niet exact zijn. Wereld streeft naar ordening, hiervoor is rede nodig, wereld is levend wezen met verstand, anders klomp dode materie. Dit levende wezen wordt beheerst door een redelijke ziel die haar omgeeft en doordringt. De harmonie en orde van bewegingen verraadt een innerlijke redelijkheid.
Proclus en Plotinus hebben Plato uitgebouwd tot veelomvattend systeem waarin de gehele werkelijkheid verklaard werd uit een eerste beginsel dat zij het Goede noemen.

Lloyd Abrams, Ph.D, F.R.C (Rose+Croix University) Emanatie en terugkeer naar het Ene
De Neoplatoonse leer van ‘emanatie en terugkeer’ is een centraal structurerend thema in de westerse esoterische traditie. In het neoplatonisme is het Ene de bron van alles, de hoogste goddelijkheid en ultieme werkelijkheid; een vormloze, oneindige, eenvoudige eenheid. Als zodanig ligt het buiten begrip van de stoffelijke zintuigen en de verstandelijke gedachte.
Voor neoplatonisten zijn “alle theoretische discussies over het Ene in laatste instantie ontoereikend, omdat de ware aard daarvan slechts binnen de mystieke eenheid geopenbaard wordt. Plotinus vergeleek het Ene met een fontein die overstroomt. Dit naar buiten stromen, ofwel emanatie van het Ene, is de oorzaak van alle andere niveaus van het bestaan. In dit model is de schepping een opeenvolgend, stapsgewijs proces, namelijk van hogere en volmaaktere niveaus, uiteindelijk eindigend met de stoffelijke wereld van de veelheid en tegenstellingen.

Charles Getts Het onverklaarbare raadsel van Plotinus
Na de dood van Aristoteles in 322 voor Christus. bracht de oude westerse wereld vijf eeuwen lang geen grote filosofen voort. De grandeur en macht van Rome was over zijn hoogtepunt heen en de klassieke godheden verbleekten in het licht van de nieuwe godsdienst: het christendom. Dan keert in de derde eeuw alle glorie van het oude Griekenland, uit de dagen van de grote Plato, terug in de geest van een nederig man, Plotinus genaamd. Hoewel sommigen van de geleerden na hem het niet eens waren met zijn ideeën en velen ze niet begrepen, ontving hij van allen het hoogste eerbetoon. In dit artikel laat Charles Getts ons kennismaken met het onverklaarbare raadsel van Plotinus.
Porfirius vertelt ons dat Plotinus bij vier gelegenheden, in de tijd dat hij doceerde in zijn school in Rome, deze staat van eenwording met de Ene ervoer. Een andere bron vermeldt dat Plotinus drie van deze ervaringen had voordat Porfirius een leerling van hem werd. Hij zou dus in totaal zeven keer één hebben gevoeld met het kosmische bewustzijn. Deze psychische openbaringen ontvangen in een staat van extase, die vergelijkbaar was met het nirvana, wijzen er duidelijk op dat Plotinus een ingewijde was en wel bekend met de verborgen mysteriën, hem ongetwijfeld onderwezen door Ammonius Saccas.

Emanatie uit het 'Ene' en terugkeer naar het 'Ene'
De eerste uitstroming is de nous (gedachte van de goddelijke geest, de levenskracht en orde van het universum). Het is de eerste 'Wil tot het Goede'. Uit de nous komt de wereldziel voort, die Plotinus onderverdeelt in hoger en lager. Hij identificeert het lagere aspect van de wereldziel met de natuur. Uit de wereldziel komen de individuele menselijke zielen voort, en tenslotte op het laagste niveau de materie. Ondanks deze lage waardering van de materiële wereld benadrukt Plotinus de uiteindelijk goddelijke oorsprong van de materie, aangezien zij ook een uitstroming is van het 'Ene'.

Een verkenning van de theosofie Hoofdstuk 4 Gedachten over de Stem
19: Het is boeiend het gebruik van paradoxen in De Stem van de Stilte te onderzoeken. Een paradox toont twee schijnbaar tegenstrijdige kanten van dezelfde waarheid als een middel om de intuïtie en andere vermogens dan de zuiver verstandelijke wakker te roepen, wat het denkvermogen verhindert om te verstarren in één zienswijze, door het de vrije teugel te geven om andere mogelijke betekenissen te onderzoeken. De waarheid is altijd vitaal en in beweging, maar als ze wordt vastgelegd in een gedachtevorm, verdwijnt de vitaliteit en wordt ze een dogma: ‘de zaden van wijsheid kunnen in een bedompte ruimte niet ontkiemen en groeien.’
De betekenis van het pad is een paradox gehuld in paradoxen. Individueel zijn wij het pad dat leidt naar het hart van het heelal: ‘U bent ZELF het voorwerp van uw zoeken.’ Als mensheid zijn we echter allen samen op weg en leren we de lessen die bij onze staat van zelfbewustzijn horen.
20: Het volgende belicht de ware functie van het denkvermogen:
‘Want het denken is als een spiegel; bij het weerkaatsen verzamelt het stof. Het heeft de zachte ademtocht van zielenwijsheid nodig om het stof van onze illusies weg te blazen. Tracht, beginneling, uw denken en ziel één te laten worden. . . . zoek in het onpersoonlijke naar de ‘eeuwige mens’; en als u die heeft ontdekt, zie naar binnen: u bent Boeddha (Stem van de stilte).
Door ervaring leren we ons onderscheidingsvermogen te gebruiken en onze beste leraar is het leven en de omgang met anderen. Het is duidelijk dat de bekende paradox ‘Geef uw leven op, als u wilt leven’ niet betekent dat we onze verantwoordelijkheden moeten opgeven, het gezin verlaten en ons terugtrekken in de bergen om spiritueel te worden. ‘De mens die de taak die hem in het leven ten deel valt niet volbrengt – heeft vergeefs geleefd’:
21: Volg het levenswiel; volg het wiel van plicht tegenover volk en familie, vriend en vijand, en denk niet langer aan genot of pijn. Put de wet van karmische vergelding uit (Stem van de stilte).

De unificatietheorie impliceert dat er maar een 'hoofdroute' is. Deze route sluit op de vier oorzaken-leer van Aristoteles, het evolutionair ontwikkelingsmodel en op de nieuwe levensrichting van Spinoza aan.
In het rechter kwadrant is een poging ondernomen om de tien categorieënleer van Aristoteles schematisch weer te geven.

Plotinus, de auteur van het boek De Enneaden was net als Origenes, een leerling van Ammonius Saccas.
Plotinus schreef de essays die later de Enneaden werden over een periode van meerdere jaren vanaf ca 253 tot een paar maanden voor zijn dood, zeventien jaar later. Porphyrius wijst er op dat de Enneaden, voordat ze door hemzelf waren samengesteld en geordend, slechts een enorme verzameling van notities en essays waren, die door Plotinus werden gebruikt in zijn colleges en debatten, in plaats van het formele boek dat Porphyrius ervan gemaakt heeft. Plotinus was zelf vanwege een slecht gezichtsvermogen niet in staat om zijn eigen werk te redigeren, terwijl zijn geschriften volgens Porphyrius juist een uitgebreide redactie vereisten: het handschrift van Plotinus was afschuwelijk, ook wist hij zijn woorden niet goed van elkaar te scheiden en hij trok zich ook weinig aan van de subtiliteiten van de toenmalige spellingsregels. Plotinus had een hartgrondige hekel aan het redactionele proces, en liet deze taak graag aan Porphyrius over, die de geschriften van Plotinus bijschaafde en bundelde in de Enneaden.

Origenes (185 – 253/254) leerling van Ammonius Saccas (3de eeuw n.Chr)
Leo van den Haak De last van de verleiding, en 2012: De kwintessens, ofwel dingen waar het in wezen om gaat, het wezenlijke van een zaak of gebeurtenis, de kern van de zaak, het hart, het niet-materiële, we moeten ze opnieuw proberen te duiden. Dat wat in alle dingen latent aanwezig wordt geacht. Dat singulare tantum dat al onze pijn stilt, waarvan de meervoudsvorm ontbreekt. Dat wat de vormkenmerken van een enkelvoud heeft, daarin kunnen we ons allemaal vinden.
De direkte gnosis levert de esoterische verdieping of vervulling, maakt het mogelijk het origineel terug te vinden, maakt het mogelijk met een veel groter gezag te spreken als een schriftgeleerde of wetenschapper ooit zal kunnen doen. De banvloek die over de grote kerkvader Origenes uitgesproken is krijgt in 2012 zijn vervolg. De Gnosis zal opnieuw de belangrijkste verdieping aan de cultuur geven, we gaan de originelen terugvinden als religie en filosofie zich vrij mogen ontplooien.

De in essentie devotionele aard van Plotinus zijn filosofie kan verder worden geïllustreerd aan de hand van zijn concept van het bereiken van een extatische vereniging met het 'Ene' (de henose zie Iamblichus). Porphyrius vertelt dat Plotinus een dergelijke vereniging vier keer heeft bereikt in de jaren dat Porphyrius hem kende. Deze henose kan worden gerelateerd aan verlichting, bevrijding en andere concepten van mystieke vereniging in veel Oosterse en Westerse tradities. Sommigen hebben Plotinus zijn leer vergeleken met de hindoe-school van Advaita Vedanta (advaita "niet twee" of het "niet-duale").

Het was vooral Plotinus, Felotin in het Arabisch, die goed aansloot bij het islamitische denken, die het denken van Plato, Aristoteles en Pythagoras heeft willen integreren en die zo tot een vrijwel puur gnostische filosofie komt. Dit werd door de islamitische soefisten overgenomen en in het islamitische denken geïntegreerd, in het bijzonder door Al-Kindi (800-866) en Ibn Sina (980-1037).

Wiel Smeets 4. Dionysius en andere mystici over bestaanslagen en hun geestelijke bewoners
Dionysius bespreekt de negen scharen van hemelwezens in drie triaden, beginnend bij de allerhoogste hemelwezens die in de onmiddellijke nabijheid van de Allerhoogste wonen:
- De eerste triade: de Serafijnen, de Cherubijnen en de Tronen;
- De tweede triade: de Heerschappijen, de Krachten en de Machten;
- De derde triade: de Hoogheden (Vorstendommen), de Aartsengelen en de Engelen.
Als de mens sterft, bepaalt karma (de kosmische wet van oorzaak en gevolg) naar welke van deze geestelijke rijken hij wordt toegetrokken. Wie nog erg gehecht is aan materie, en dus sterk is gericht op behoeftenbevrediging, gaat naar kamaloka. Wie al enigermate onthecht is van vormen, gaat naar rupaloka en wie geheel onthecht is van vorm naar arupaloka. Zowel het hindoeïsme als het boeddhisme kent de cyclus van voortdurende wedergeboorten. De overledene komt net zo vaak terug op aarde, in kamaloka, in rupaloka of in arupaloka totdat de volledige verlichting, de staat van nirvana, is bereikt.
De oplettende lezer ziet ogenblikkelijk de overeenkomsten met de Enneaden van Plotinus. Allereerst: de verschillende hypostasen die, vanaf de stoffelijke aarde gezien, steeds minder stoffelijk worden. De ziel verhuist van hypostase naar hypostase om uiteindelijk op te gaan in de boven elke vorm verheven Ene. Ook de rangorde van hemelwezens van Dionysius zien we terug: elk loka bevat verschillende geestelijke wezens. In kamaloka wonen ‘hellewezens’ en in de hogere loka’s goddelijke wezens (‘deva’s’).
De boeddhistische traditie kent een schilderij van het ‘wiel der wedergeboorte’ waarin zes bestaansniveaus worden onderscheiden en daar verblijvende geestelijke wezens worden afgebeeld. Net als bij het schilderij van Hildegard van Bingen gaat het om een mandala, een afbeelding bestaande uit cirkels, waarin ook geestelijke wezens staan afgebeeld (Zie: Bhavacakra).

13. Origenes en de Indiase theologie - 7. INVLOED
Ondanks de gehavende overlevering van zijn oeuvre is de invloed van de exegese van Origenes in de christelijke oudheid en de middeleeuwen nauwelijks te overschatten. Door de in zijn commentaren en preken verwerkte geestelijke leer werd hij de grote inspirator van de monniken. Wanneer in de 4de en 5de eeuw de discussies over Origenes' theologie steeds weer oplaaien (de zgn. origenistische strijd), zien we dan ook dat m.n. monniken en hun geestelijke leiders het voor hem opnemen tegen de aanvallen van theologen als Epiphanius van Salamis, Hiëronymus en Theophilus van Alexandrië. Verzoening van de standpunten in deze strijd werd bemoeilijkt doordat beide partijen vergaten dat Origenes al zijn theologische stellingen steeds als hypothesen en discussiepunten naar voren had gebracht en dat hij zonder zijn inzichten te verraden in die werken die hij als ‘man van de Kerk’ schreef geen wijsgerige visie op mens en wereld, maar een hoogstaande christelijke levensleer had willen meedelen.

HENK DE ROEST Kerkhistorisch intermezzo
Reeds in de tweede en derde eeuw kunnen we de invloed van de lichaamsmetafoor traceren bij Origenes, Ireneus, Tertullianus, Clemens van Rome en Clemens van Alexandrië. De nadruk ligt hierbij op de eensgezindheid van de gemeente, de verschillen tussen de gelovigen en de betekenis van de charismata.

Ellen van Wolde: Alle vertalingen, commentaren en studies zeggen hetzelfde: de Bijbel begint met Gods schepping.
Fout, meent professor Ellen van Wolde. „God is niet de Schepper.”
’God schiep de hemel en de aarde.’ Hoe verschillend Nederlandse bijbelvertalingen ook zijn, in de weergave van de eerste woorden van de Bijbel zijn ze opvallend eensgezind. En toch kán die openingszin niet meer, vindt Ellen van Wolde. Want God schiep niet.
In haar rede heeft ze, zeer ongebruikelijk, een credo opgenomen, een academische geloofsbelijdenis: „Ik geloof in onbevangen lezen en leven, in het steeds weer opnieuw beginnen, in jezelf leeg maken van eerdere opvattingen, om telkens opnieuw alles als nieuw gewaar te worden”.
Waarom schiep God niet één ding of dier, maar steeds meerdere? Omdat, stelde Van Wolde vast, God niet schiep, maar scheidde. De aarde van de hemel, het land van de zee, de zeemonsters van de vogels en het gekrioel op de grond.
Maar als de mens er eenmaal is, gaat God weer ’scheiden’. Dus niet: God schiep de mens als zijn evenbeeld (NBV), maar: „God maakte een scheiding tussen de mens die zijn beeld is en zichzelf en hij maakte een scheiding tussen mannelijk en vrouwelijk.”

Anselmus van Canterbury (1033 – 1109) was de eerste die een logisch bewijs van het bestaan van God formuleerde. Dit zogeheten ontologisch godsbewijs laat zich als volgt samenvatten:

  • God is, per definitie, het volmaaktste wezen dat denkbaar is. In Proslogion, hoofdstukken 2-4, wordt dit in 2 varianten verwoord: God is 'iets, groter dan hetwelk niets gedacht kan worden' (aliquid quo nihil maius cogitari posit/potest/non valet) en God is 'datgene, groter dan hetwelk niets gedacht kan worden' (id quo maius cogitari nequit/non potest).
  • Het is beter te bestaan dan niet te bestaan, dus iets wat niet bestaat kan nooit volmaakt zijn.
  • Een niet bestaande God is minder volmaakt dan een bestaande.
  • Dus moet God bestaan.

Dit bewijs werd in de twintigste eeuw geformaliseerd met behulp van de modale logica door Kurt Gödel.

Thomas van Aquino (1225-1274) is in het algemeen goed te volgen in dit boek, zijn gedachten komen helder op mij over. Hij overdrijft de zaken niet, maar brengt nuances aan waar dat nodig is. Niet alles is duidelijk voor mij, maar dat stimuleert tot verder nadenken. De teksten van Aristoteles uit zijn Metaphysica sluiten het boek af. Thomas die Aristoteles gebruikt om de werkelijkheid te begrijpen. Hij neemt daarbij niet klakkeloos alles van hem over, maar 'schaaft' hem bij, buigt zijn ideeën om tot de zijne, Thomas die als mens en christen de waarheid zoekt omwille van de waarheid.

Raymond Lull (1232/1233 – 1315/1316) heeft eerder in zijn hoofdwerk Ars Magna (‘de grote kunst’) of ook wel Ars Generale Ultima al van de tien categorieën van de aristotelische wijsheid gebruik gemaakt.

Hans Schnitzler schrijft in zijn column in de Volkskrant van 21 augustus 2013:
Helaas blijkt de bewustzijnsvernauwing bij de infoconsument dusdanig vergevorderd, dat zelfs klokkenluiders als Snowden de ogen sluiten voor dit simpele feit. Zodra de mede dankzij infoconsumenten mogelijk gemaakte surveillacestaat wordt ‘ontmaskerd’, wijst men naar alles en iedereen (Google, NSA, overheid), behalve naar zichzelf. Het nieuwe proletarisch winkelen – oftewel infoconsumentisme – is een grotere bedreiging voor onze vrijheid dan alle veiligheidsdiensten tezamen. etc.
In de dystopische staat die Orwell in zijn roman 1984 beschrijft geldt: ‘Oorlog is vrede . Vrijheid is slavernij. Onwetendheid is kracht. ’ Met dit Orwelliaanse indoctrinatieprincipe – er gelijktijdig twee tegenstrijdige opvattingen op nahouden en ze beide aanvaarden – weet de macht zich onbeperkt te handhaven.
De infoconsument gehoorzaamt aan dit grondbeginself. Hij is evenwel het principe van zijn eigen onderwerping. In zijn Heerlijke Nieuwe Wereld kan Grote Broer rustig gaan slapen.

Ilya Prigogine: tijd geeft het verschil aan tussen de rol van het verleden en die van de toekomst. Boek Order out of Chaos: We kunnen het oude a priori onderscheid tussen wetenschappelijke en ethische waarden niet langer accepteren…. Tegenwoordig weten we dat tijd een constructie is en daarom een ethische verantwoordelijkheid met zich draagt….Als gevolg daarvan is de individuele activiteit niet tot betekenisloosheid gedoemd.
De westerse filosofie is een voortgaande discussie tussen Herakleitos' wereld van het worden en Parmenides' wereld van het zijn. Deze discussie, die zo'n 2500 jaar geleden is gestart, is nog steeds niet ten einde.' De discussie draait om de vraag of er vaste en universele natuurwetten zijn of dat de natuur een wordingsproces zonder wetmatig-heden is. 'Geen van beide is volgens mij waar.'

De EPR-paradox (EPR-experiment) is een gedachte-experiment dat een schijnbare tegenspraak tussen de kwantummechanica en speciale relativiteitstheorie oplevert. De schijnbare tegenspraak heeft veel fysici lang hoofdpijn bezorgd, maar kan begrepen en opgelost worden met de meer hedendaagse notie van kwantumverstrengeling. "EPR" staat voor Einstein, Podolsky en Rosen die het gedachte-experiment in 1935 introduceerden om te suggereren dat de kwantummechanica geen complete theorie is. Het wordt soms de EPRB-paradox genoemd naar Bohm, die het originele gedachte-experiment vertaalde naar een iets eenvoudiger experimenteel toetsbaar experiment.
Het EPR-experiment brengt dus een dichotomie naar voren. Ofwel:

  • 1. Het resultaat van een meting uitgevoerd op deel A van een kwantumsysteem heeft een niet-lokaal effect op de fysische realiteit van een andere ver verwijderd deel B, in de zin dat de kwantummechanica de uitkomst van een meting in B kan voorspellen ofwel:
  • 2. De kwantummechanica is incompleet in de zin dat sommige elementen van fysische realiteit corresponderend met B niet verklaard kunnen worden door de kwantummechanica. Dat betekent dat er een of andere extra variabele nodig is.

Een open systeem is een systeem dat voortdurend interageert met zijn omgeving en daarbij al zijn inherente kenmerken behoudt, waaronder de openheid zelf. Een voorbeeld van een open systeem is een dissipatief systeem.
In de biologie worden organisme als open systemen beschouwd, omdat ze negentropie (het tegenovergestelde van entropie) importeren.
In de sociale wetenschappen (met name de sociologie) is een open systeem een systeem dat kapitaal, energie, mensen, materiaal en informatie uitwisselt met zijn omgeving.

Op het snijvlak tussen Biologie en Sociologie werd door Edward Osborne Wilson een derde discipline, de Derde weg in de psychologie van Roberto Assagioli creëert synthese, die ongetwijfeld op de verbijzondering van de twee oorspronkelijke vakgebieden zijn weerslag zal hebben. Door alleen beide complementaire kanten, de ‘Natuurwetenschappen en Geesteswetenschappen’ van de éne werkelijkheid te belichten komt de unificatietheorie een stapje verder. In essentie draait het om dit mechanisme, de twee kanten – Unificatietheorie en Snaartheorie; - van een medaille. In het boek Een vorm van beschaving van Klaas van Egmond staat de Axis mundi voor de verbinding tussen de materiële en immateriële wereld.

Het boek Akasha-veld, Verbinding en geheugen in kosmos en bewustzijn van Ervin Laszlo (interview) bespreekt de grondslagen van een integrale theorie van alles. Volgens Ervin Laszlo is de kernvraag hoe het universum zich heeft kunnen ontwikkelen tot een toestand waarin de biologische evolutie überhaupt kon plaatsvinden. Ervin Laszlo kijkt met zijn holistische visie naar het geheel, dat in de delen wordt weerspiegeld.

De vraag van Ervin Laszlo blijft actueel hoe heeft het universum zich kunnen ontwikkelen tot een toestand waarin de biologische evolutie überhaupt kon plaatsvinden? Het lijkt mogelijk een verband te leggen tussen het standaardmodel en de driehoek van Pythagoras. Het is een aanzet, niet om vanuit de natuurkunde, maar met name vanuit de geestkunde verschillende disciplines in één model samen te voegen. Het ontstaan en de eerste ontwikkeling van de mensheid heeft zich niet op aarde maar in de geestelijke wereld afgespeeld. De relatie tussen geest (ongemanifesteerde, hogere Zelf) en lichaam, de ziel staat nog steeds centraal.
Het antwoord op de vraag van Ervin Laszlo ligt in het Swabhâva (Zelf-ontplooiing, epigenetica) besloten. De godheid En Soph zonder eigenschappen, namelijk het universum zal er eeuwig zijn. De tegenwoordigheid van God in de schepping wordt wel Sjechinah (pleroma) genoemd.

Om de supersymmetrie in het universum te symboliseren maakt het rapport ‘E i V’ gebruik van een pedagogisch denkmodel. Dit model is gebaseerd op de supersymmetrie tussen geest en stof. De M-theorie van Edward Witten is net als het Kompaskwadrant een multidimensionaal verklaringsmodel. De M van de M-theorie staat voor Magic, Mystery of Matrix. Het rapport ‘E i V’ heeft het liever over White Magic, Occultisme, het contrast van Black Magic.

De drie verenigende Logoi van de Esoterie:

Eenheid inVerscheidenheid Danielle AudoinTheosofie (1 - 2 - 3 - 4): 
Pythagoras 1e Logos, Monade3e Logos, TriadeRudolf SteinerAntroposofie: 
    1. Hogere Zelf3. Astrale lichaam
MonadeTriadeGod ----GeestGeestmens ----Geestzelf (omgevormd Astraallichaam)
||||||
TetradeDuade4. Lichaam ----ZoonFysiek lichaam ----Levensgeest (omgevormd Etherlichaam)
  Tetrade2e Logos, Duade4. Fysieke lichaam2. Lagere denken

De vervormingen van Creativethink en Zelfregulering (Zelfrealisatie) zijn Groupthink en Chaos:

Kernkwadrant: 5D-concept:  Vier kwadranten:Ken Wilber
    4. Holos3. Logos 
Creativethink >>>>Groupthink  SamenwerkingskrachtVoedingskrachtCultuur van waardenSociaal, Systeemtheorie
1. Daadkracht >>>>3. Drammerigheid  4. Wij-kant ----2. Zij-kant4. Innerlijk/Collectief ----2. Collectief/Uiterlijk
||  ||||
4. Passiviteit <<<<2. Geduld  1. Het-kant ----3. Ik-kant1. Individueel/Uiterlijk ----3. Innerlijk/Individueel
Chaos <<<<Zelfregulering  VormkrachtBeeldkrachtGedragsmatigIntentioneel
    1. Mythos (Eros)2. Theos 

Het 5D-concept brengt de ommekeer, de kwintessens tot uitdrukking. Zoals we in de inleiding hebben laten zien is het mogelijk ons weer met de oerbron te verbinden.

Natuurlijke kringloopTriade en Tetrade:Accent van het aanzicht ligt op:Kernkwadrant:
1. Mythos1. Oude TestamentRechtvaardigheid4. Creativethink
2. Theos2. Nieuwe TestamentUniversaliteit van mensenrechten3. Zelfregulering
3. Logos3. VerlichtingGelijkheid, gelijke kansen voor iedereen2. Groupthink
4. Holos4. IntegratieRechtvaardigheid en Gelijkheid1. Chaos

Het kernkwadrant rechts laat de ommekeer zien. Hoe we ons dus weer met de natuurlijke kringloop van de schepping (1 t/m 4 van boven naar beneden) kunnen verbinden. Het 5D-concept, het Ether-paradigma (kwintessens) brengt de ommekeer tot uitdrukking. Het Ken uzelve leidt er toe dat we op chaos en groupthink grip kunnen krijgen.

H.P. Blavatsky boek De Sleutel tot de Theosofie (p. 1/2): De naam theosofie dateert uit de derde eeuw van onze jaartelling en komt voor het eerst voor bij Ammonius Saccas en zijn leerlingen, die het eclectisch theosofisch stelsel invoerden.
De kerngedachte van de eclectische theosofie was die van een enkel Hoogste Inwezen, onbekend en onkenbaar, want “Hoe kan men de kenner kennen?”, zoals de Brihadaranyaka Upanishad zich afvraagt.
Ammonius leerde dat de godsdienst van de menigte hand in hand ging met de filosofie, en dat ze met deze het lot had gedeeld geleidelijk door louter menselijke waandenkbeelden, bijgeloof en leugens te zijn verdraaid en verduisterd; dat ze daarom tot haar oorspronkelijke zuiverheid moest worden teruggebracht door haar van die ongerechtigheden te ontdoen en volgens filosofische beginselen te verklaren; en dat alles wat Christus beoogde was de wijsheid van de Ouden weer in haar oorspronkelijke zuiverheid te herstellen; de algemeen heersende macht van het bijgeloof te beperken, en de vele dwalingen die in de verschillende volksgodsdiensten waren binnengedrongen ten dele te verbeteren en ten dele uit te roeien.

Magie en Kabbalah
Magie is geen kabbalisme en dat geldt vice versa ook. De echte kabbalist gebruikt de Namen voor het verkrijgen van G´ddelijke hulp bij het zoeken naar een relatie tussen ‘boven' en ‘beneden', bij zijn streven deze krachten te organiseren en te vitaliseren. Bij de magiërs is het anders. Zij zijn gericht op macht en heerzucht. De natuur dient, volgens hen, geholpen te worden om tot een hereniging te komen. In hun zelfzuchtige opvattingen, koppelen zij demonische machten uit het duistere rijk van Kelippoth met de dynamiek van de natuur, om iets of iemand te winnen of zelfs iets of iemand te vernietigen. Dit is geen weg voor de kabbalist. Alles is heilig voor hem en de Namen van G´d zijn de krachten die de schepping naar EENheid dragen.

H.P. Blavatsky Isis ontsluierd Een sleutel tot de mysteries van oude en moderne wetenschap en religie
Deel I 5. De ether of het astrale licht (p. 207/208)
Terwijl een heilige man zoals Govinda Svamin slechts de hulp nodig heeft van zijn eigen goddelijke ziel, nauw verenigd met de astrale geest, en de hulp van enkele vertrouwde pitri’s – zuivere, etherische wezens, die zich rond hun uitverkoren broeder in het vlees verzamelen – kan de tovenaar slechts de hulp inroepen van die soort geesten die bij ons bekendstaan als elementalen. Gelijken trekken elkaar aan; en begeerte naar geld, onzuivere doeleinden en zelfzuchtige plannen kunnen geen andere geesten aantrekken dan die welke bij de Hebreeuwse kabbalisten bekendstaan als de klippoth, de bewoners van asiah, de vierde wereld, en bij de oosterse magiërs als ifrieten, elementaire spotgeesten of daeva’s.
Hoofdstuk 10 De innerlijke en uiterlijke mens (p. 432):
Omdat de ziel voortdurend voortgaat en in de loop van een bepaalde tijdsperiode alle dingen doorloopt, wordt ze daarna gedwongen om door alle dingen heen terug te gaan, en in de wereld hetzelfde web van voortbrenging te spinnen . . . want even vaak als dezelfde oorzaken terugkeren, zullen dezelfde gevolgen op dezelfde manier terugkomen.
– M. Ficino, Theologia platonica de immortalitate animae3
3) In: Cory, Ancient Fragments, ed. 1832, herdruk 1975, Wizards Bookshelf, blz. 267. Vertaling: De Vader liet elke geest van deze triade uitstromen.
Vanaf het moment dat het embryo wordt gevormd, totdat de mens, oud geworden, zijn laatste adem uitblaast en sterft, wordt begin noch einde door de dogmatische wetenschap begrepen; al wat vóór ons ligt is een leegte, alles achter ons een chaos. Voor haar is er geen bewijsmateriaal over het verband tussen geest, ziel en lichaam, hetzij vóór of na de dood. Het levensbeginsel alleen al vormt een onoplosbaar raadsel, en bij het bestuderen daarvan heeft het materialisme vergeefs zijn intellectuele vermogens uitgeput.
Deel II 4. Oosterse kosmogonieën en bijbelverhalen (p. 245)
De menigten cherubijnen en serafijnen, waarmee we de katholieke madonna’s op hun afbeeldingen gewoonlijk omringd zien, behoren, evenals de elohim en beni elohim van de Hebreeën, tot de derde kabbalistische wereld, Jetzirah. Deze wereld is slechts één trede hoger dan Asiah, de vierde en laagste wereld, waarin de grofste en meest stoffelijke wezens wonen – de klippoth, die genoegen scheppen in het kwaad, en aan het hoofd van wie Belial staat!

H.P. Blavatsky: De Geheime Leer Deel I, Inleiding (p. 28):
De dagen van Constantijn waren het laatste keerpunt in de geschiedenis, de tijd van de uiterste strijd die in de westelijke wereld eindigde met het verstikken van de oude religies ten gunste van de nieuwe, die op hun dode lichamen werd gebouwd. Vanaf die tijd begon men het zicht op het verre verleden, voorbij de ‘zondvloed’ en de hof van Eden, gewelddadig en meedogenloos met ieder toelaatbaar en ontoelaatbaar middel voor de onbescheiden blikken van het nageslacht af te sluiten. Ieder geschilpunt werd geblokkeerd, ieder document waarop de hand kon worden gelegd, werd vernietigd. Toch blijft er genoeg over, zelfs bij zulke verminkte documenten, om ons het recht te geven te zeggen dat daarin ieder mogelijk bewijs aanwezig is voor het werkelijke bestaan van een moederleer. Fragmenten ervan hebben geologische en politieke omwentelingen overleefd om het verhaal ervan te vertellen en ieder overblijfsel toont aan dat de nu Geheime Wijsheid eens de oorsprong was, de altijd vloeiende, eeuwige bron waaruit alle stroompjes – de latere religies van alle volkeren – van het eerste tot het laatste toe werden gevoed. Deze periode, die begon met Boeddha en Pythagoras en eindigde met de neoplatonisten en de gnostici, is het enige in de geschiedenis overgebleven brandpunt waarin voor het laatst de schitterende lichtstralen uit lang vervlogen eeuwigheden samenkomen, niet verduisterd door kwezelarij en fanatisme.
De Geheime Leer Deel I, Proloog (p. 46):
(1.) Het ABSOLUTE, het Parabrahm van de Vedantaleer of de ene Werkelijkheid, SAT, dat zoals Hegel zegt, zowel het absolute Zijn als Niet-zijn is.
De Geheime Leer Deel I Stanza 1. De nacht van heelal (p. 71):
Maya of illusie is een element dat bij alle eindige dingen optreedt, want alles wat bestaat heeft alleen maar een relatieve en geen absolute werkelijkheid, omdat de vorm waarin het verborgen noumenon voor een waarnemer verschijnt, afhangt van zijn waarnemingsvermogen. Voor het ongeoefende oog van een barbaar is een schilderij eerst een zinloze wirwar van gekleurde strepen en klodders, terwijl een geoefend oog er onmiddellijk een gezicht of een landschap in ziet. Niets is blijvend, behalve het ene verborgen absolute bestaan dat in zichzelf de noumena van alle werkelijkheden bevat. De bestaansvormen die tot ieder gebied van het zijn behoren, tot de hoogste Dhyan-Chohan toe, hebben tot op zekere hoogte iets van schaduwen, die door een toverlantaarn op een kleurloos scherm worden geworpen; toch zijn alle dingen betrekkelijk reëel, want ook de waarnemer is een weerspiegeling, en de waargenomen dingen zijn daarom voor hem even werkelijk als hijzelf.
80: Zij die niets weten van het alomvattende karakter van de occulte leringen en wel vanaf de oorsprong van de menselijke rassen, en vooral die geleerden die zelfs de gedachte aan een ‘oorspronkelijke openbaring’ verwerpen, maken een fout door te leren dat de anima mundi, het ene leven of de ‘universele ziel’, pas werd verkondigd door Anaxagoras of in zijn tijd. Deze filosoof bracht de leer eenvoudig naar voren om deze te stellen tegenover de te materialistische opvattingen over kosmogonie van Democritus, die waren gebaseerd op zijn exoterische theorie van blindelings gedreven atomen. Anaxagoras van Clazomenae was niet de uitvinder maar de verbreider van deze leer, evenals Plato. Wat hij het wereldverstand noemde, nous, het beginsel dat in zijn opvatting absoluut gescheiden en vrij van de stof is en doelgericht16 werkt, werd eeuwen vóór het jaar 500 v.Chr. in India Beweging genoemd, het ENE LEVEN of jivatma. Alleen hebben de Arische filosofen aan het beginsel, dat voor hen oneindig is, nooit de eindige ‘eigenschap’ van ‘denken’ toegekend.
16) Ik bedoel eindig zelfbewustzijn. Want hoe zou het absolute het anders kunnen bereiken dan eenvoudig als een aspect, waarvan het hoogste dat ons bekend is, het menselijke bewustzijn is?
81: Alaya, de universele ziel
Dit brengt de lezer vanzelf bij de ‘hoogste geest’ van Hegel en de Duitse transcendentalisten en het kan nuttig zijn op deze tegenstelling te wijzen. De scholen van Schelling en van Fichte zijn ver afgeweken van de oorspronkelijke archaïsche opvatting van een ABSOLUUT beginsel en hebben slechts een aspect van de grondgedachte van de Vedanta weergegeven. Zelfs de ‘absoluter Geist’ die door Von Hartmann werd aangeduid in zijn pessimistische filosofie van het onbewuste, blijft eveneens ver achter bij de werkelijkheid, hoewel deze misschien van alle Europese speculaties de Advaita-leer van de hindoes het meest nabij komt.
82: De nous, die de stof beweegt, de levenwekkende ziel, die in ieder atoom zetelt en die in de mens is gemanifesteerd en latent is in de steen, heeft vermogens van verschillende graad. Dit pantheïstische denkbeeld van een algemene geest-ziel die de hele Natuur doordringt, is het oudste van alle filosofische begrippen.
De Geheime Leer Deel I, Stanza 3 Het ontwaken van de kosmos (p. 93):
(a) Het schijnbaar paradoxale gebruik van de uitdrukking ‘zevende eeuwigheid’, die zo het ondeelbare verdeelt, is in de esoterische filosofie toegestaan. Deze verdeelt grenzeloze duur in onvoorwaardelijke eeuwige en universele tijd en een voorwaardelijke tijd (khandakala). De ene is de abstractie of het noumenon van eindeloze tijd (kala); de andere het periodiek hierdoor optredende verschijnsel, als het gevolg van mahat (de universele intelligentie, beperkt door de duur van het manvantara).
De Geheime Leer Deel I, Stanza 5 De goddelijke hermafrodiet (p. 138):
Deze noodzaak van geheimhouding bracht het vijfde Ras tot het instellen, of liever het opnieuw instellen, van de religieuze mysteriën, waarin onder de sluier van allegorie en symboliek oude waarheden aan de komende geslachten konden worden onderwezen. Zie de onvergankelijke getuige van de evolutie van de menselijke uit de goddelijke rassen, en in het bijzonder uit het androgyne Ras – de Egyptische Sfinx, dat raadsel van de eeuwen! Goddelijke wijsheid die zich incarneert op aarde en die wordt gedwongen de bittere vrucht te proeven van persoonlijke pijn en van lijden, die op aarde alleen wordt voortgebracht in de schaduw van de boom van kennis van goed en kwaad – een geheim dat eerst alleen bekend was aan de Elohim, de ZELF-INGEWIJDE ‘hogere goden’1.
1) Zie het Boek Henoch.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk Feiten en verklaringen over de bollen en de monaden (p. 211/212):
Uit de voorafgaande diagrammen, die mutatis mutandis kunnen worden toegepast op de Ronden, de bollen of de rassen, zal men zien dat het vierde lid van een reeks een unieke plaats inneemt. In tegenstelling tot de andere, heeft de vierde op hetzelfde gebied geen tweede bol naast zich, en hij vormt dus het steunpunt van de ‘balans’ die door de hele keten wordt voorgesteld. Dit is de sfeer waar de evolutionaire aanpassingen uiteindelijk plaatshebben, de wereld van de karmische weegschalen, de zaal van de gerechtigheid, waar de balans wordt opgemaakt die de toekomstige loop van de monade bepaalt tijdens de haar resterende incarnaties in de cyclus. En daarom kunnen geen monaden meer het mensenrijk binnengaan, nadat dit centrale keerpunt in de grote cyclus is gepasseerd, – d.w.z. na het midden van het vierde Ras in de vierde Ronde op onze bol. Wat betreft deze cyclus is de deur gesloten en de balans opgemaakt. Want als het anders zou zijn – als er een nieuwe ziel zou zijn geschapen voor elk van de talloze miljarden mensen die zijn heengegaan, en als er geen reïncarnatie zou zijn geweest – dan zou het ongetwijfeld moeilijk worden om ruimte te maken voor de ontlichaamde ‘geesten’, en de herkomst en de oorzaak van het lijden zouden nooit kunnen worden verklaard. Het ontstaan van het materialisme en het atheïsme, als protest tegen de beweerde goddelijke orde van de dingen, moet worden toegeschreven aan onbekendheid met occulte leringen en aan het opdringen van onjuiste opvattingen onder het mom van religieuze opvoeding.
De Geheime Leer Deel I, Stanza 6 Vervolg (p. 226):
Het astrale licht staat in dezelfde betrekking tot akasa en anima mundi, als satan tot de godheid. Ze zijn een en hetzelfde, gezien vanuit twee standpunten: het geestelijke en het psychische – de bovenetherische of verbindende schakel tussen stof en zuivere geest – en het stoffelijke.
De Geheime Leer hoofdstuk Edens, slangen en draken (p. 241/242):
Als het alleen licht was, niet-actief en absoluut, dan zou het menselijke denkvermogen het niet kunnen waarderen of zelfs beseffen. Schaduw is dat, wat het licht in staat stelt zich te manifesteren en wat het objectieve werkelijkheid geeft. Daarom is schaduw niet iets kwaads, maar het noodzakelijke en onmisbare gevolg, dat het licht of het goede volledig maakt: zij is de schepper ervan op aarde.
242: Volgens de opvattingen van de gnostici zijn deze twee beginselen onveranderlijk licht en schaduw, want goed en kwaad zijn feitelijk één en hebben in alle eeuwigheid bestaan, en ze zullen altijd blijven bestaan zolang er gemanifesteerde werelden zijn.
Dit symbool verklaart de verering door deze sekte van de slang, als de Verlosser; gekronkeld om het offerbrood of om een tau, het fallische embleem. Als eenheid zijn Ennoia en Ophis de logos. Als ze zijn gescheiden, is de ene de Boom van het leven (geestelijk), de andere de Boom van kennis van goed en kwaad. Daarom zien we dat Ophis het eerste mensenpaar – het stoffelijke voortbrengsel van Ilda-Baoth, dat echter zijn geestelijke beginsel te danken had aan Sophia-Achamoth – aanspoort van de verboden vrucht te eten, hoewel Ophis de goddelijke wijsheid voorstelt.
243: Zo weinig hebben de eerste christenen (door wie de joden van hun bijbel werden beroofd) de esoterische betekenis van de eerste vier hoofdstukken van Genesis begrepen, dat zij nooit bemerkten dat met deze ongehoorzaamheid niet alleen geen zonde werd bedoeld, maar dat de ‘slang’ in werkelijkheid ‘de Heer God’ zelf was, die evenals de Ophis, de logos of de drager van goddelijke, scheppende wijsheid, aan de mensheid leerde op hun beurt scheppers te worden29.
29) De lezer wordt eraan herinnerd dat in de Zohar en ook in alle kabbalistische boeken wordt beweerd dat 'Metatron verenigd met Shekinah ’ [of Shekinah als de sluier (genade) van Ain-Soph] die de logos voorstelt, de boom van kennis zelf is; terwijl Shamaël – het duistere aspect van de logos – alleen de schors van die boom bewoont, en alleen de kennis van het KWADE heeft. Zoals Lacour, die in het schouwspel van de val (hfst. iii, Genesis) een voorval zag dat tot de Egyptische inwijding behoorde, zegt: ‘De boom van de waarzeggerij of van de kennis van goed en kwaad . . . is de wetenschap van Tzyphon, de genius van de twijfel; Tzy is onderwijzen en phon is twijfel. Tzyphon is een van de aleim; we zullen hem straks tegenkomen onder de naam Nach, de verleider.’ (Les OEloim, Deel II, blz. 218.) Hij staat nu bij de kenners van de symboliek bekend onder de naam JEHOVA.
De Geheime Leer Deel I, Stanza 7 De voorvaderen van de mens op aarde (p. 254):
De occultisten behoren ook tot de streng esoterische Vedanta-school, en zij noemen het Ene Leven (Parabrahm) de grote adem en de wervelwind; maar zij beschouwen het zevende beginsel geheel los van de stof en van iedere band daarmee.
276/277: Er is al eerder gezegd dat het occultisme niets anorganisch in de Kosmos aanvaardt. De door de wetenschap gebruikte uitdrukking ‘anorganische stof’ betekent eenvoudig dat het latente leven, dat sluimert in de moleculen van de zogenaamde ‘inerte stof’, onkenbaar is. ALLES IS LEVEN, en elk atoom, zelfs van mineraalstof, is een LEVEN, hoewel dit boven ons bevattingsvermogen ligt en voor ons niet waarneembaar is, omdat het valt buiten het gebied van de wetten die bekend zijn aan degenen die het occultisme afwijzen. ‘De atomen zelf’, zegt Tyndall, ‘schijnen vol verlangen te zijn naar het leven’. Waar komt dan de neiging vandaan ‘om in organische vormen over te gaan’, willen wij vragen. Kan men dit op een andere manier verklaren dan volgens de leringen van de occulte wetenschap?
Volgens een commentaar ‘zijn voor de niet-ingewijden de werelden opgebouwd uit de bekende elementen. In de opvatting van een arhat zijn deze elementen zelf collectief een goddelijk leven; afzonderlijk beschouwd zijn ze op het gebied van de manifestaties de talloze en ontelbare miljoenen levens. Alleen het vuur is EEN op het gebied van de Ene Werkelijkheid: op dat van het gemanifesteerde en dus bedrieglijke Zijn, zijn de deeltjes ervan vurige levens die leven en bestaan ten koste van elk ander leven dat ze verteren. Daarom worden ze de ‘VERSLINDERS’ genoemd. . . . ‘Alle zichtbare dingen in dit Heelal zijn door zulke LEVENS opgebouwd, van de bewuste en goddelijke oorspronkelijke mens tot de onbewuste werktuigen die de stof samenstellen.’. . . ‘Uit het ENE vormloze en ongeschapen LEVEN komt het Heelal van levens voort. Eerst werd uit de Diepte (de Chaos) koud lichtgevend vuur (gasachtig licht?) voortgebracht, dat in de Ruimte stremsel vormde.’ (Onoplosbare nevelvlekken misschien?). . . . ‘Deze bestreden elkaar, en er werd een grote hitte ontwikkeld doordat ze elkaar troffen en botsten, waardoor rotatie ontstond. Toen kwam de eerste gemanifesteerde STOF, vuur, de hete vlammen, de zwervers aan de hemel (kometen); de hitte brengt vochtige damp voort; deze vormt vast water (?); dan droge nevel, daarna vloeibare waterachtige nevel, die de lichtglans van de pelgrims (kometen?) dooft en vaste waterachtige wielen (STOF-bollen) vormt. Bhumi (de aarde) verschijnt met zes zusters. Deze brengen door hun voortdurende beweging het lagere vuur voort, warmte en een waterachtige nevel, die het derde wereld-element – WATER – oplevert; en uit de adem van alle wordt (atmosferische) LUCHT geboren. Deze vier zijn de vier levens van de eerste vier perioden (Ronden) van het manvantara. De laatste drie zullen volgen.’
De Geheime Leer Deel I, Samenvatting (p. 311):
De geest leeft en leven is geest, en leven en geest (prakriti purusha) (?) brengen alles voort, maar ze zijn in essentie één en niet twee. . . . Ook de elementen hebben ieder hun eigen Yliaster, omdat alle werkzaamheid van de materie in elke vorm slechts een uitvloeisel uit dezelfde bron is. Maar zoals uit het zaadje de wortels met hun vezels groeien en daarna de stengel met zijn takken en bladeren en tenslotte de bloemen en de zaadjes, zo werden ook alle wezens uit de elementen geboren en bestaan ze uit elementaire substanties waaruit andere vormen kunnen ontstaan, die de eigenschappen van hun ouders dragen. (De vertaler merkt op, dat ‘deze leer, die 300 jaar geleden werd verkondigd, overeenkomt met de leer die, nadat deze door Darwin in een nieuwe vorm was gegoten en verder uitgewerkt, een ommekeer in het moderne denken heeft teweeggebracht. Deze was nog meer uitgewerkt door Kapila in de sankhyafilosofie’). . . . Als moeders van alle schepselen hebben de elementen een onzichtbare, geestelijke aard en hebben ze zielen10. Ze komen alle uit het ‘mysterium magnum’ voort. (Philosophia ad Athenienses.)
10) De oosterse occultist zegt: ‘worden geleid en bezield door geestelijke wezens’, de werklieden in de onzichtbare werelden en achter de sluier van de occulte natuur, of van de natuur in abscondito.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 6 Het wereld-Ei (p. 394):
Als men rekening houdt met deze cirkelvorm en met de ‘|’ die voortkomt uit de ‘’ of het ei, of het mannelijke uit het vrouwelijke in het androgyne, is het vreemd een geleerde te horen zeggen dat de oude Ariërs het tientallige stelsel niet kenden – omdat de oudste Indiase handschriften geen spoor daarvan vertonen. Omdat 10 het heilige getal van het heelal was, was het geheim en esoterisch, zowel de één als de nul, of zero, de cirkel. Bovendien zegt professor Max Müller dat ‘de beide woorden cipher (nul) en zero, die hetzelfde betekenen, afdoende bewijzen dat onze cijfers van de Arabieren zijn overgenomen’. Cipher is het Arabische ‘cifron’ en betekent leeg, een vertaling van het Sanskrietwoord voor niets, ‘śūnya’, zegt hij. De Arabieren hadden hun cijfers uit Hindostan, en maakten zelf nooit aanspraak op de ontdekking ervan. Wat de pythagoreeërs betreft, hoeven wij slechts de oude manuscripten van Boëthius’ Geometrie, geschreven in de zesde eeuw, te raadplegen om onder de getallen van Pythagoras de 1 en de nul te vinden, als de eerste en laatste cijfers. En Porphyrius, die de Moderatus van Pythagoras aanhaalt, zegt dat de getaltekens van Pythagoras ‘hiëroglifische symbolen waren, door middel waarvan hij denkbeelden verklaarde over de aard van de dingen’, of de oorsprong van het heelal.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 9 De maan, Deus Lunus, Phoebe (p. 422/423):
Dit archaïsche symbool is het meest poëtische en ook het meest filosofische van alle symbolen. Dit archaïsche symbool is het meest poëtische en ook het meest filosofische van alle symbolen. De oude Grieken plaatsten het op de voorgrond en de hedendaagse dichters hebben het tot op de draad versleten. De koningin van de nacht, die in de majesteit van haar weergaloze licht aan de hemel reist, die alles, zelfs Hesperos, verduistert en die haar zilveren mantel over de hele sterrenwereld uitspreidt, is altijd een geliefkoosd onderwerp geweest voor alle dichters van het christendom, van Milton en Shakespeare tot de laatste verzenmaker toe. Maar de stralende lamp van de nacht met haar gevolg van talloze sterren, sprak alleen tot de verbeelding van niet-ingewijden. Tot voor kort hadden religie en wetenschap niets met de schone mythe te maken.
424: Het is de moeite waard in dit boek een kort overzicht te geven van de oorsprong en de ontwikkeling van de maanmythe en maanverering in de historische oudheid, aan onze kant van de aardbol. De vroegste oorsprong ervan is voor de exacte wetenschap niet na te gaan, omdat deze de overlevering verwerpt; terwijl haar archaïsche geschiedenis een verzegeld boek is voor de theologie, die onder de leiding van listige pausen elk stuk literatuur heeft gebrandmerkt dat niet het imprimatur van de kerk van Rome draagt. Of de religieuze filosofie van de Egyptenaren dan wel van de Arische hindoes de oudste is – en de Geheime Leer zegt dat het de laatstgenoemde is – doet er hier niet veel toe, omdat de ‘eredienst’ van de maan en de zon de oudste in de wereld zijn. Beide zijn blijven voortbestaan en worden nog steeds over de hele wereld beoefend, bij sommigen openlijk, bij anderen – bijv. in de christelijke symboliek – in het geheim. De kat, een maansymbool, was gewijd aan Isis, die in zekere zin zelf de maan was, zoals Osiris de zon was. De kat ziet men vaak bovenop het sistrum in de hand van de godin. Dit dier werd hoog vereerd in de stad Bubastis, die bij de dood van elke heilige kat in diepe rouw ging, omdat in deze stad van mysteriën Isis als de maan bijzondere eer genoot. De sterrenkundige symboliek die ermee in verband staat, is al in § 1 van Afd. 2, ‘Symboliek’, gegeven, en niemand heeft deze beter beschreven dan G. Massey in zijn lezingen en in The Natural Genesis. Het oog van de kat, zegt men, schijnt de maanfasen bij het wassen en afnemen te volgen, en haar ogen schitteren als twee sterren in de duisternis van de nacht. Vandaar de mythologische allegorie, die Diana laat zien terwijl zij zich in de gedaante van een kat in de maan verborg, toen zij samen met andere godheden probeerde te ontsnappen aan de vervolging van Typhon (zie de Metamorphosen van Ovidius). De maan was in Egypte zowel het ‘oog van Horus’ als het ‘oog van Osiris’, de zon.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 11 Demon est deus inversus - "The demon is the reverse of God" (p. 450/451):
Deze symbolische zin is in zijn veelzijdige vormen in de ogen van alle latere dualistische religies – of liever theologieën – en vooral in het licht van het christendom, ongetwijfeld hoogst gevaarlijk en destructief. Toch is het niet gerechtvaardigd en ook niet juist te zeggen dat het christendom satan heeft bedacht en voortgebracht. Satan heeft altijd bestaan als ‘tegenstander’, de tegenwerkende kracht die nodig is voor het evenwicht en de harmonie van de dingen in de Natuur – zoals de schaduw nodig is om het licht nog helderder te laten uitkomen, zoals de nacht die meer reliëf geeft aan de dag en zoals de kou die ons de weldaad van de warmte meer laat waarderen. Homogeniteit is één en ondeelbaar. Maar als het homogene Ene en Absolute niet alleen maar een manier van zeggen is en als de heterogeniteit met haar twee aspecten daarvan afstamt – en dus zijn in tweeën vertakte schaduw of weerspiegeling is – dan moet zelfs die goddelijke homogeniteit in zichzelf de essentie van zowel goed als kwaad bevatten. Als ‘God’ absoluut, oneindig en de universele wortel van alles in de Natuur en haar heelal is, waar komt dan het kwaad of de duivel vandaan, als het niet is uit dezelfde ‘gouden schoot’ van het absolute? Zo worden we gedwongen om òf de emanatie van goed en kwaad, van Agathodaemon en Kakodaemon te aanvaarden als loten van dezelfde stam van de Boom van het Zijn, òf ons neer te leggen bij de ongerijmdheid van een geloof aan twee eeuwige Absoluutheden!
452/453: Men kan niet beweren dat god de synthese van het gehele Heelal is, alomtegenwoordig, alwetend en oneindig, en hem dan van het kwade scheiden. Omdat er in de wereld veel meer kwaad dan goed is, volgt hieruit op logische gronden dat god òf het kwade in zich moet bevatten, dan wel er de directe oorzaak van moet zijn, òf dat hij zijn aanspraken op absoluutheid moet opgeven. De Ouden begrepen dit zo goed, dat hun filosofen – nu nagevolgd door de kabbalisten – het kwade definieerden als de schaduwzijde van god of het goede: demon est deus inversus is een heel oud gezegde. Inderdaad is het kwade alleen maar een tegenwerkende blinde natuurkracht; het is reactie, weerstand en tegenstelling – kwaad voor sommigen, goed voor anderen. Er bestaat geen kwaad op zichzelf: alleen de schaduw van het licht; zonder deze zou het licht niet kunnen bestaan, zelfs niet in onze waarnemingen. Als het kwade verdween, zou het goede tegelijk daarmee van de aarde verdwijnen.
456:
In de menselijke natuur wijst het kwade alleen op de polariteit van stof en geest, een strijd om het bestaan tussen de twee gemanifesteerde beginselen in Ruimte en tijd; deze beginselen zijn uit zichzelf één, omdat ze zijn geworteld in het Absolute. In de Kosmos moet het evenwicht bewaard blijven. De werkingen van de twee tegengestelden brengen harmonie voort, evenals de middelpuntzoekende en middelpuntvliedende krachten, die onderling afhankelijk en voor elkaar noodzakelijk zijn – ‘opdat beide kunnen leven’. Indien de ene wordt tegengehouden, zal de werking van de andere onmiddellijk tot zelfvernietiging leiden.
464: Of de brahmaanse ingewijden ooit de volledige betekenis van deze allegorieën zullen bekendmaken, is een vraag waarmee de schrijfster zich niet bezighoudt. Het gaat er nu om aan te tonen dat geen enkele filosoof, al vereert hij de scheppende krachten in hun vele vormen, de allegorie voor de ware geest kon aanzien of ooit heeft aangezien, behalve misschien enige filosofen die behoren tot de hedendaagse ‘superieure en beschaafde’ christelijke rassen. Want Jehova is, zoals wij hebben aangetoond, op het gebied van de ethiek geen haar beter dan Vishnu. Dit is de reden waarom de occultisten en zelfs enkele kabbalisten, of zij die scheppende krachten wel of niet als levende en bewuste wezens opvatten – en wij zien niet in waarom zij niet als zodanig zouden worden aanvaard – de OORZAAK nooit met het gevolg zullen verwarren of de geest van de aarde voor Parabrahm of Ain-Soph zullen aanzien. In elk geval zijn ze goed op de hoogte van de ware aard van wat de Grieken Vader-Aether noemden, Jupiter-Titan, enz. Zij weten dat de ziel van het ASTRALE LICHT goddelijk is en het lichaam ervan (de lichtgolven op de lagere gebieden) duivels. Dit licht wordt gesymboliseerd door het ‘magische hoofd’ in de Zohar, het dubbele gezicht op de dubbele piramide: de zwarte piramide die oprijst tegen een zuivere witte achtergrond, met een wit hoofd en gezicht binnen haar zwarte driehoek; de omgekeerde witte piramide – de weerspiegeling van de eerste in de donkere wateren, die de zwarte weerspiegeling van het witte gezicht vertoont. . . .
Dit is het ‘astrale licht’, of DEMON EST DEUS INVERSUS.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 12 De theogonie van de scheppende goden (p. 484):
Confucius, een van de grootste wijzen van de oude wereld, geloofde in de oude magie en beoefende die zelf ‘als we de mededelingen van Kin-Yu aanvaarden’ . . . en ‘hij prees die hemelhoog in Yi-King’, vertelt zijn eerwaarde criticus. Niettemin leerden Confucius en zijn school zelfs in die tijd, d.w.z. 600 v.Chr., de bolvorm van de aarde en zelfs het heliocentrische stelsel; terwijl ongeveer driemaal 600 jaar na de Chinese filosoof de pausen van Rome ‘ketters’ bedreigden en zelfs verbrandden, omdat zij hetzelfde beweerden. Men lacht om hem als hij over de
‘heilige schildpad’ spreekt. Niemand die onbevooroordeeld is, kan echter veel verschil zien tussen een schildpad en een lam als kandidaten voor heiligheid, want beide zijn symbolen en niet meer. De os, de adelaar25, de leeuw en soms de duif zijn ‘de heilige dieren’ van de westerse bijbel; de eerste drie vindt men gegroepeerd rond de evangelisten, en het vierde (het menselijke gezicht) is een Serafijn, d.w.z. een vurige slang, waarschijnlijk de gnostische Agathodaemon26. Zoals werd verklaard, hebben de ‘heilige dieren’ en de vlammen of ‘vonken’ binnen de ‘heilige vier’ betrekking op de oervormen van alles wat in het Heelal wordt gevonden in de goddelijke gedachte, in de WORTEL, die de volmaakte kubus of de collectieve en individuele grondslag van de Kosmos is. Zij staan alle in occulte betrekking tot de oorspronkelijke kosmische vormen en de eerste verdichtingen, werking en evolutie ervan.
25) De dieren die in de bijbel als heilig worden beschouwd, zijn niet gering in aantal: de geit bijvoorbeeld, de Azaz-el of god van de overwinning. Zoals Aben Ezra zegt: ‘Als u in staat bent het mysterie van Azazel te begrijpen, zult u het mysterie van zijn naam (van God) te weten komen, want die heeft soortgelijke verbindingen in de geschriften. Ik zal u door een zinspeling een gedeelte van het mysterie meedelen; als u drieëndertig jaar oud zult zijn, zult u mij begrijpen.’ Hetzelfde geldt voor het mysterie van de schildpad. Een vrome Franse schrijver, vol vreugde over de dichterlijkheid van de bijbelse metaforen, die ‘gloeiende stenen’, ‘heilige dieren’, enz. met de naam Jehova verbindt, haalt de Bible de Vence aan (Deel XIX, blz. 318) en zegt: ‘Inderdaad zijn ze allen Elohim evenals hun god; want deze engelen nemen door een heilige toe-eigening de goddelijke naam van Jehova aan, elke keer dat zij hem vertegenwoordigen.’ (Pneumatologie, Deel II, blz. 294.) Niemand heeft er ooit aan getwijfeld dat deNAAM moet zijn aangenomen, toen de malachim (boodschappers) onder het mom van het Oneindige, het Ene Onkenbare, neerdaalden om met de mensen te eten en te drinken. Maar als de Elohim (en zelfs lagere wezens), die de godsnaam hebben aangenomen, werden en nog steeds worden vereerd, waarom moeten dezelfde Elohim dan duivels worden genoemd, als zij verschijnen onder de naam van andere goden?
26) De keuze is merkwaardig en toont aan hoe paradoxaal de eerste christenen in hun voorkeur waren. Want waarom zouden zij deze symbolen van het Egyptische heidendom hebben gekozen, wanneer de adelaar nergens in het Nieuwe Testament voorkomt, behalve één keer, als Jezus hem een aaseter noemt (Matth. xxiv, 28), en deze in het Oude Testament onrein wordt genoemd? En wanneer de leeuw wordt vergeleken met satan, omdat beide om mensen brullen om ze te verslinden; en de ossen uit de tempel worden verdreven? Anderzijds wordt de slang, die als een voorbeeld van wijsheid naar voren wordt gebracht, nu beschouwd als het symbool van de duivel. De esoterische parel van de religie van Christus, die tot christelijke theologie is verlaagd, heeft inderdaad een vreemde en ongeschikte schelp gekozen om in te worden geboren en om uit te evolueren.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 13 De zeven scheppingen (p. 488):
Origenes geeft in zijn commentaren op de boeken van Celsus, zijn tegenstander – boeken die alle door de zorgvuldige kerkvaders werden vernietigd – kennelijk antwoord op de tegenwerpingen van zijn opponent en onthult tegelijkertijd zijn stelsel. Dit was blijkbaar zevenvoudig. Maar zijn theogonie, zijn opvattingen over het ontstaan van de sterren of planeten, van geluid en kleur, werden alle slechts satirisch beantwoord. Celsus, ziet u, ‘wenst zijn geleerdheid tentoon te spreiden’ en spreekt over een ladder van de schepping met zeven poorten en daarboven de achtste – die altijd is gesloten. De mysteriën van de Perzische Mithras worden verklaard en ‘muzikale redenen worden eraan toegevoegd’ . . . En hieraan probeert hij ‘een tweede verklaring toe te voegen, die ook met de muziek in verband staat’1 – d.w.z. met de zeven noten van de toonladder, de zeven geesten van de sterren, enz.
1) Origenes, Contra Celsum, dl. vi, hfst. xxii.
490: In de Sepher Jezirah, het kabbalistische boek van de schepping, heeft de schrijver kennelijk de woorden van Manu herhaald. Daarin wordt het zo voorgesteld, dat alleen de goddelijke substantie door alle eeuwigheid heeft bestaan, grenzeloos en absoluut, en de geest uit zichzelf heeft uitgezonden. ‘Eén is de geest van de levende God, gezegend zij zijn naam, die eeuwig leeft! Stem, geest en woord, dit is de Heilige Geest.’ (Sepher Jezireh, hfst. 1, Mishna, ix.) En dit is de kabbalistische abstracte drie-eenheid, die door de kerkvaders zonder omhaal werd geantropomorfiseerd. Uit dit drievoudige ene emaneerde de hele Kosmos. Uit een emaneerde eerst het getal twee, of lucht, het scheppende element; en toen kwam het getal drie, water, voortgekomen uit lucht; ether of vuur voltooien de mystieke vier, de Arba-il (ibid.). In de oosterse leer is vuur het eerste element – ether is de synthese van het geheel (omdat hij ze alle omvat).
In het Vishnu Purāna worden alle zeven perioden gegeven en wordt de voortgaande evolutie van de ‘geest-ziel’ en de zeven vormen van stof (of beginselen) aangetoond.
491/492: Dit ‘eerstgeboren achttal’ was (a) in de theogonie de tweede logos (de gemanifesteerde), omdat hij was geboren uit de zevenvoudige eerste logos, daarom is hij de achtste op dit gemanifesteerde gebied; en (b) bij de sterrenaanbidding was het de zon, Mārttanda – de achtste zoon van Aditi, die door haar wordt verstoten, terwijl zij haar zeven zonen, de planeten, behoudt. Want de Ouden hebben de zon nooit als een planeet beschouwd, maar als een centrale en vaste ster. Dit is dan het tweede zevental, geboren uit de zevenstralige, Agni, de zon en wat al niet meer, maar niet de zeven planeten, die de broeders van Surya zijn en niet zijn zonen. Deze astrale goden, van wie het hoofd bij de gnostici Ildabaoth was (van ilda, ‘kind’ en baoth, ‘het ei’), de zoon van Sophia Achamoth, de dochter van Sophia (wijsheid), van wie het pleroma het gebied is, waren zijn (Ildabaoths) zonen. Hij brengt uit zichzelf deze zes sterrengeesten voort: Jupiter (Jehova), Sabaoth, Adonai, Eloi, Osraios, Astaphaios, en zij vormen het tweede of lagere zevental. Wat het derde betreft, dit is samengesteld uit de zeven oorspronkelijke mensen, de schaduwen van de maangoden, die door het eerste zevental zijn geprojecteerd.
De Geheime Leer Deel I, Stanza 7 Aanval op de krachttheorie van de wetenschap (p. 579):
. . . De hypothese van Metcalfe over de zonnekracht en de aardkracht is niet alleen heel eenvoudig, maar ook heel boeiend . . . Hier zijn twee elementen in het Heelal, het ene is weegbare stof . . . Het tweede element is de alles doordringende ether, het zonnevuur. Het heeft geen gewicht, substantie, vorm of kleur; het is oneindig deelbare stof en de deeltjes ervan stoten elkaar af. Zij is zo ijl dat we geen woord hebben, behalve ether7, om haar uit te drukken. Zij doordringt en vult de ruimte, maar op zichzelf is ook zij in rust – dood8. We brengen de twee elementen, de inerte stof en de zelf-afstotende ether (?) samen, en daarna wordt dode (?) weegbare stof tot leven gewekt; [weegbare stof kan inert zijn, maar nooit dood – dit is een occulte wet. – HPB] . . . de ether [het tweede beginsel van de ether. – HPB] doordringt de deeltjes van de weegbare substantie, verenigt zich zodoende met de weegbare deeltjes en houdt ze in een massa bijeen, houdt ze verenigd samen. Ze worden in de ether opgelost.
7) Toch is zij geen ether, maar slechts een van de beginselen van de ether; deze laatste is zelf een van de beginselen van ākāśa.
8) Zo doordringt ook prāna (jiva) het hele levende lichaam van de mens: maar op zichzelf, zonder een atoom om op in te werken, zou dit in rust – dood zijn. Het zou in laya zijn of zoals Crookes het uitdrukt ‘opgesloten in de protyle'. Het is de werking van fohat op een samengesteld of zelfs een enkelvoudig lichaam, die leven voortbrengt. Als een lichaam sterft, gaat het over in dezelfde polariteit als zijn mannelijke energie en het stoot daarom het werkzame agens af dat, omdat het zijn greep op het geheel verliest, zich aan de delen of moleculen vasthecht. Deze werking noemt men chemisch. Vishnu, de instandhouder, verandert zich in Rudra-Śiva, de vernietiger – een verband dat aan de wetenschap onbekend schijnt te zijn.
De Geheime Leer Deel I hoofdstuk 9 De zonnetheorie (p. 596):
Elders (in The Theosophist) werd uiteengezet dat de occulte filosofie ontkent dat de zon een verbrandende bol is, maar deze eenvoudig omschrijft als een wereld, een gloeiende bol, terwijl de echte zon erachter is verborgen en de zichtbare zon alleen zijn weerkaatsing, zijn schil is. De wilgenbladeren van Nasmyth, die Sir J. Herschel ten onrechte aanzag voor ‘bewoners van de zon’, zijn de reservoirs van de levensenergie van de zon, ‘de levenselektriciteit die het hele stelsel voedt . . .
De Geheime Leer Deel I hoofdstuk 15 Goden, monaden en atomen (p. 679):
Wat onwetendheid, trots of fanatisme ook daartegen kan inbrengen, men kan aantonen dat de esoterische kosmologie onafscheidelijk is verbonden met zowel de filosofie als de hedendaagse wetenschap. De goden van de Ouden, de monaden – van Pythagoras tot die van Leibniz – en de atomen van de hedendaagse materialistische scholen (zoals die door hen zijn ontleend aan de theorieën van de oude Griekse atomisten) zijn slechts een samengestelde eenheid, of een eenheid van geleidelijk in elkaar overgaande delen, zoals de mens, die begint met het lichaam en eindigt met de geest. In de occulte wetenschappen kunnen zij afzonderlijk worden bestudeerd, maar men kan ze nooit geheel begrijpen, tenzij men ze ziet in hun wisselwerkingen tijdens hun levenscyclus en als een universele eenheid tijdens de pralaya’s.
La Pluche toont oprechtheid, maar zijn filosofische vermogens maken een armzalige indruk als hij zijn persoonlijke opvattingen over de monade of het wiskundige punt geeft. ‘Een punt’, zegt hij, ‘is voldoende om alle scholen op de wereld in brand te zetten. Maar waarom is het voor de mens nodig om dat punt te kennen; de schepping van zo’n klein wezen ligt immers buiten zijn macht. A fortiori werkt de filosofie tegen de waarschijnlijkheid in, als ze zich de vrijheid veroorlooft vanaf het punt dat al haar overdenkingen opeist en in verwarring brengt, over te gaan tot de voortbrenging van de wereld . . .’
De filosofie had zich echter nooit een denkbeeld van een logische, universele en absolute godheid kunnen vormen, als zij geen wiskundig punt binnen de cirkel had om haar speculaties op te baseren. Alleen het gemanifesteerde punt, dat voor ons gevoel verloren is gegaan nadat het vóór de wereldvorming was verschenen in de oneindigheid en onkenbaarheid van de cirkel, maakte een verzoening tussen filosofie en theologie mogelijk – op voorwaarde dat laatstgenoemde haar grove materialistische dogma’s loslaat. En omdat zij zo onverstandig was de monade en de geometrische figuren van Pythagoras te verwerpen, heeft de christelijke theologie haar zelfgeschapen menselijke en persoonlijke God ontwikkeld, het monsterhoofd waaruit in twee stromen de dogma’s van verlossing en verdoemenis vloeien.
680: Het ‘hiërogram4 binnen een cirkel, of een gelijkzijdige driehoek’ betekende nooit ‘de uitbeelding van de eenheid van de goddelijke essentie’; want deze werd uitgebeeld door het vlak van de grenzeloze cirkel. In werkelijkheid werd bedoeld de drie-enige en onderling gelijke aard van de eerste gedifferentieerde substantie, of het één zijn in substantie van de (gemanifesteerde) geest, de stof en het Heelal – hun ‘zoon’, die voortkomt uit het punt (de werkelijke, esoterische LOGOS) of de MONADE van Pythagoras. Want de Griekse monas betekent ‘eenheid’ in haar oorspronkelijke betekenis. Wie niet in staat is het verschil te begrijpen tussen de monade – de universele eenheid – en de monaden of de gemanifesteerde eenheid, en ook niet het verschil tussen de altijd-verborgen en de geopenbaarde LOGOS of het Woord, zou zich nooit met filosofie moeten bezighouden, laat staan met de esoterische wetenschappen. Het is onnodig de ontwikkelde lezer te herinneren aan de these van om zijn tweede antinomie5 te bewijzen. Degenen die deze hebben gelezen en begrepen, zullen duidelijk de scheidslijn zien die we trekken tussen het absoluut ideële Heelal en de onzichtbare hoewel gemanifesteerde Kosmos.
680/681: De monade – slechts de uitstraling en weerspiegeling van het punt (logos) in de wereld van de verschijnselen – wordt, als de top van de gemanifesteerde gelijkzijdige driehoek, de ‘vader’. De linkerzijde of lijn is de duade, de ‘moeder’, die wordt beschouwd als het kwade, tegenwerkende beginsel (Plutarchus, De Placitis Placitorum); de rechterzijde stelt de zoon voor (in iedere kosmogonie ‘de echtgenoot van zijn moeder’, omdat hij één is met de top); de basislijn geeft het universele gebied van de voortbrengende Natuur weer, die op het gebied van de verschijnselen vader-moeder-zoon verenigt, zoals deze in de bovenzinnelijke wereld waren verenigd in de top. Door mystieke vervorming werden ze het viertal – de driehoek werd de tetraktis.
Deze transcendentale toepassing van de meetkunde op de kosmische en goddelijke theogonie – de alfa en omega van de mystieke gedachte – kreeg na Pythagoras door toedoen van Aristoteles veel minder betekenis.
De Geheime Leer Deel I hoofdstuk 18 Samenvatting van de wederzijdse standpunten (p. 743):
De theologie wordt aangevallen en belachelijk gemaakt omdat zij gelooft in de vereniging van drie personen in één godheid – één God wat substantie, en drie personen wat individualiteit betreft; en men lacht ons uit om ons geloof in onbewezen en onbewijsbare leringen, in engelen en duivels, goden en geesten. En inderdaad behaalden de wetenschappers in de grote ‘strijd tussen religie en wetenschap’ een overwinning op de theologie dankzij het argument dat noch de identiteit van die substantie, noch de beweerde drievoudige individualiteit, na in de diepten van het theologische bewustzijn te zijn bedacht, uitgevonden en uitgewerkt, door enige wetenschappelijke inductieve redenering – en nog het minst door het getuigenis van onze zintuigen – kon worden bewezen.

W.Q. Judge boek Theosofische inzichten
261: Hieruit kunnen we concluderen dat wanneer de mensheid naar een ander bewustzijnsgebied, een bol genoemd, zal zijn gegaan, ze misschien in staat zal zijn een van de andere vergezellende bollen aan de hemel te zien. Dit is waarschijnlijk het geval omdat de aarde de laagste is, ofwel op het keerpunt van de cirkel staat, en daarom op haar eigen gebied alleen is en op dat gebied niet in het gezelschap verkeert van een andere bol.
265: Maar nadat de monade deze taak in twee of drie ronden heeft voltooid, laat ze op het keerpunt de menselijke vorm verschijnen, zodat de mens als model, middel, gids en redder met zijn verstand niet alleen de mensheid maar ook elk ander rijk beneden dat van de mens kan verheffen. Dit alles wordt heel duidelijk gemaakt en benadrukt in De geheime leer door herhaalde verklaringen en toelichtingen, en het is verbazingwekkend dat zoveel theosofen het niet begrijpen.
351: In dit verband beschikken we echter – via H.P. Blavatsky – over een duidelijke verklaring van de adepten dat terwijl het mogelijk is dat dieren in hun eigen rijk hoger komen, ze in dit tijdperk van evolutie het menselijke stadium niet kunnen bereiken, omdat we het keerpunt halverwege de vierde ronde voorbij zijn. In De geheime leer (2:221vn, zie noot 9) schrijft HPB over dit punt:
432: De volledige ontwikkeling van manas legt de volle verantwoordelijkheid op de schouders van de mensheid, en zo zien we hoe het ‘keerpunt’ wordt bereikt, wat de betekenis daarvan is, en ook wat ‘het moment van keuze’ betekent. Met volle verantwoordelijkheid moet die keuze worden gemaakt door de mensheid die dan over een volmaakt manas beschikt.
440/441: De vereisten van de evolutie maken dit noodzakelijk, en het keerpunt wordt bereikt in de vierde ronde, die als getal of aantal het kwadraat voorstelt, en alle monaden in de lagere rijken moeten het werk van de evolutie in die rijken voortzetten tot het volgende manvantara. Wanneer dat tijdperk aanbreekt, zullen de monaden die nu menselijke lichamen bewonen, zijn verdergegaan, waardoor ze plaatsmaken voor de minder gevorderden om hoger op te klimmen.
572: Deze wetten leggen beperkingen op aan de vooruitgang van de mensheid. In een cyclus waarin alles op en neer gaat, moeten de adepten wachten tot het tijdstip is aangebroken dat ze de mensheid kunnen helpen de weg omhoog te gaan. Ze kunnen en mogen niet ingrijpen in de karmische wet. Dus worden ze weer actief in spirituele zin wanneer ze weten dat de cyclus zijn keerpunt nadert.
598: Zoals een van de meesters van deze edele wetenschap heeft geschreven:
We hebben nooit beweerd dat we hele volkeren naar een of ander keerpunt kunnen voeren tegen de algemene tendens van de kosmische betrekkingen van de wereld in. De cyclussen moeten hun loop volbrengen. Perioden van verstandelijk en ethisch licht en duisternis volgen elkaar op als dag en nacht.

Blavatsky (1831 - 1891) De Geheime Leer Deel II, Stanza 1 Het begin van bewust leven (p. 25):
De opsomming van de stanza’s in Deel I liet zien dat de genesis2 van goden en mensen voortkwam uit een en hetzelfde punt, dat de ene universele, onveranderlijke, eeuwige en absolute EENHEID is. In zijn eerste gemanifesteerde aspect hebben wij het zien worden: (1) in de sfeer van objectiviteit en fysica, de oorspronkelijke substantie en kracht (middelpuntzoekend en middelpuntvliedend, positief en negatief, mannelijk en vrouwelijk, enz.); (2) in de wereld van de metafysica, de GEEST VAN HET HEELAL of kosmische verbeeldingskracht, door sommigen de LOGOS genoemd.
2) Volgens de geleerde definitie van dr. A. Wilder is genesis, γένεσιϛ, niet voortplanting, maar ‘een komen uit het eeuwige naar de Kosmos en de Tijd’: ‘een komen van esse tot existere’, of ‘van HET ZIJN tot het zijnde’ – zoals een theosoof zou zeggen.
De Geheime Leer Deel II, Stanza 3 Pogingen tot het scheppen van de mens (p. 82):
12. DE GROTE CHOHANS (Heren) RIEPEN DE HEREN VAN DE MAAN, MET DE LUCHTLICHAMEN (a). ‘BRENG MENSEN VOORT (werd hun gezegd), MENSEN VAN UW AARD. GEEF HUN (d.w.z. de jiva’s of monaden) HUN VORMEN VAN BINNEN. ZIJ (Moeder Aarde of de Natuur) ZAL HEN VAN BUITEN BEKLEDEN (met uitwendige lichamen). (Want) MANNEN-VROUWEN ZULLEN ZIJ ZIJN. OOK HEREN VAN DE VLAM.’
88: Tussen de mens en het dier – waarvan de monaden (of jiva’s) in principe identiek zijn – ligt de onoverbrugbare kloof van verstandelijkheid en zelfbewustzijn. Wat is de menselijke geest in zijn hogere aspect, waar komt hij vandaan, als hij geen deel is van de essentie – en in sommige zeldzame gevallen van incarnatie, de essentie zelf – van een hoger wezen: een wezen van een hoger en goddelijk gebied? Kan de mens – een god in diervorm – het product zijn van de stoffelijke Natuur, alleen door evolutie, evenals het dier dat van de mens verschilt in uiterlijke vorm maar in geen geval in de bouwstoffen van zijn fysieke structuur, en dat wordt bezield door dezelfde, hoewel niet ontwikkelde, monade – als we zien dat de verstandelijke vermogens van deze twee evenveel verschillen als de zon van de glimworm? En wat brengt zo’n verschil teweeg, tenzij de mens een dier is plus een levende god in zijn stoffelijke omhulsel? Laten wij hierbij even stilstaan en ons ernstig deze vraag stellen, zonder ons te storen aan de grillen en sofismen van zowel het tegenwoordige materialisme als de moderne psychologie.
De Geheime Leer Deel II Stanza 6 Enkele woorden over ‘zondvloeden’ en ‘noachs’ (p. 174):
De schrijfster is zich goed bewust dat de specialisten die zich de minste beperkingen oplegden bij hun berekeningen van de ouderdom van de aardbol en van de mens, altijd de meer angstvallige meerderheid tegen zich hadden. Maar dit bewijst heel weinig, omdat de meerderheid op de lange duur zelden of nooit gelijk blijkt te hebben. Harvey stond jaren lang alleen. De voorstanders van het idee om de Atlantische Oceaan met stoomboten over te steken, liepen het gevaar hun leven in een krankzinnigengesticht te eindigen. Mesmer wordt tot vandaag toe (in de encyclopedieën) met Cagliostro en St. Germain tot de kwakzalvers en bedriegers gerekend. En nu Mesmer door Charcot en Richet in het gelijk is gesteld en nu het ‘mesmerisme’ onder zijn nieuwe naam van hypnotisme – een valse neus op een heel oud gezicht – door de wetenschap wordt aanvaard, vergroot dat onze eerbied voor die meerderheid niet, als wij de lichtvaardigheid en de zorgeloosheid zien waarmee haar leden ‘hypnotisme’, ‘telepatische invloeden’ en andere verschijnselen behandelen. Kortom, zij spreken erover alsof zij er sinds de tijd van Salomo in hadden geloofd en niet slechts enkele jaren eerder de voorstanders ervan ‘krankzinnigen en bedriegers’ hadden genoemd28!
28) Hetzelfde lot staat de spiritistische verschijnselen en alle andere psychologische manifestaties van de innerlijke mens te wachten. Sinds de tijd van Hume, van wie de onderzoekingen culmineerden in een nihilistisch idealisme, is de psychologie geleidelijk veranderd in een grof materialisme. Hume wordt als een psycholoog beschouwd, en toch ontkende hij a priori de mogelijkheid van verschijnselen waarin nu miljoenen geloven, waaronder veel wetenschapsmensen. De hylo-idealisten van tegenwoordig zijn zuivere annihilationisten. De scholen van Spencer en van Bain zijn respectievelijk positivistisch en materialistisch, en helemaal niet metafysisch. Het is psychisme en geen psychologie; het doet even weinig denken aan de leer van de Vedanta als het pessimisme van Schopenhauer en Von Hartmann aan de esoterische filosofie, het hart en de ziel van het ware boeddhisme.
175: Dezelfde plotselinge ommekeer in het denken is te verwachten met betrekking tot de lange tijdsduur die de esoterische filosofie aanneemt als de ouderdom van de geslachtelijke en fysiologische mensheid.
De Geheime Leer Deel II Stanza 9 DE LAATSTE EVOLUTIESTADIA VAN DE MENS (p. 220/221):
Darwin wijst op een dergelijk geval bij een stam in Tasmanië, waarvan de vrouwen plotseling en masse door onvruchtbaarheid werden getroffen, enige tijd na de komst van de Europese kolonisten. De grote bioloog probeerde dit feit te verklaren uit de verandering van levenswijze, voedsel, omstandigheden, enz., maar gaf tenslotte het zoeken naar de oplossing van het mysterie op. Voor de occultist ligt deze voor de hand. ‘Kruising’, zoals het wordt genoemd, van Europeanen met Tasmaanse vrouwen – d.w.z. vertegenwoordigsters van een ras waarvan de voorouders een ‘zielloos’9 en verstandeloos monster en een werkelijk mens waren (hoewel de laatste evengoed verstandeloos was) – bracht steriliteit teweeg. Dit gebeurde niet alleen als gevolg van een fysiologische wet, maar ook als een voorschrift van de karmische evolutie betreffende het verdere voortbestaan van het abnormale ras. De wetenschap is nog niet bereid in enig bovengenoemd punt te geloven – maar zij zal op de lange duur wel moeten. Laten wij bedenken dat de esoterische filosofie slechts de leemten opvult die de wetenschap heeft opengelaten, en haar onjuiste vooronderstellingen verbetert.
9) Dat men het dier ‘zielloos’ noemt, betekent niet dat men aan het dier, van de laagste tot de hoogste soort, geen ‘ziel’ toeschrijft, maar alleen dat men het geen bewuste overlevende ego-ziel toekent, d.w.z. dat beginsel dat een mens overleeft en reïncarneert in een soortgelijke mens. Het dier heeft een astraal lichaam, dat de stoffelijke vorm een korte tijd overleeft; maar zijn (dierlijke) monade reïncarneert niet in dezelfde, maar in een hogere soort en heeft natuurlijk geen ‘devachan’. Het heeft de zaden van alle menselijke beginselen in zich, maar ze zijn latent.
De Geheime Leer Deel II Stanza 12 Onze goddelijke leermeesters (p. 425):
Het is de symbolische weergave van de grote worsteling tussen de goddelijke wijsheid, nous, en haar aardse weerspiegeling, psuche, of tussen geest en ziel, in de hemel en op aarde. In de hemel, omdat de goddelijke MONADE zich vrijwillig daaruit had verbannen om, met incarnatie als doel, af te dalen naar een lager gebied en zo het dier van klei te veranderen in een onsterfelijke god. Want, zoals Eliphas Lévi ons zegt, ‘de engelen streven ernaar mensen te worden; want de volmaakte mens, de mens-god, staat zelfs boven de engelen’. Op aarde omdat de geest, zodra hij was neergedaald, verstrikt raakte in de kronkelingen van de stof.
426: In Isis Ontsluierd’ (Akashakroniek) zijn talloze aanwijzingen in deze richting gegeven, en men kan verspreid over deze boekdelen een nog groter aantal verwijzingen naar dit mysterie vinden. Om dit punt eens en voor altijd duidelijk te maken: wat de geestelijkheid van elke dogmatische religie – voornamelijk de christelijke – satan, de vijand van god, noemt, is in werkelijkheid de hoogste goddelijke geest – (occulte wijsheid op aarde) – in zijn natuurlijke antagonisme tegen elke wereldse, vergankelijke illusie, de dogmatische of kerkelijke godsdiensten inbegrepen. De Latijnse kerk, onverdraagzaam, fanatiek en wreed tegenover allen die niet verkiezen haar slaven te zijn; de kerk die zich de bruid van Christus noemt en tegelijkertijd de gevolmachtigde van Petrus, tot wie de bestraffende woorden van de Meester: ‘Ga achter mij satan’ terecht werden gericht; en ook de protestantse kerk die, terwijl zij zich christelijk noemt, op paradoxale manier het Nieuwe Verbond vervangt door de oude ‘wet van Mozes’, die door Christus openlijk werd verworpen: deze beide kerken vechten tegen de goddelijke waarheid, als zij de draak van de esoterische (want goddelijke) wijsheid verwerpen en belasteren. Telkens wanneer zij de banvloek uitspreken over de gnostische zonne-Chnouphis – de Agathodaemon – Christos of de theosofische slang van de eeuwigheid, of zelfs de slang uit Genesis, worden zij door dezelfde geest van duister fanatisme geleid, die de Farizeeën ertoe bracht Jezus te vervloeken met de woorden: ‘Zeggen wij niet met recht, gij hebt een duivel?’
De Geheime Leer Deel II hoofdstuk 18 Over de mythe van de ‘gevallen engel’ in haar verschillende aspecten (p. 542/543):
Het is een bekend feit – in ieder geval bekend aan geleerde kenners van de symboliek – dat in elke grote religie van de oudheid de logos-demiurg (tweede logos), of de eerste emanatie van het denkvermogen (mahat), als het ware de grondtoon aanslaat van wat in het daaropvolgende evolutieschema de wisselwerking van individualiteit en persoonlijkheid kan worden genoemd. In de mystieke symboliek van kosmogonie, theogonie en antropogenie vervult de logos in het drama van de schepping en het zijn, twee rollen, namelijk die van de zuiver menselijke persoonlijkheid en de goddelijke onpersoonlijkheid van de zogenaamde Avatars of goddelijke incarnaties, en van de universele geest die door de gnostici Christos wordt genoemd en in de mazdeïsche filosofie de Farvarshi (of Ferouer) van Ahura Mazda. Op de lagere trappen van de theogonie hadden de hemelse wezens van lagere hiërarchieën elk een Farvarshi of een hemelse ‘dubbelganger’. Het is dezelfde, alleen meer mystieke bevestiging van het kabbalistische axioma: ‘Deus est Demon inversus’ (De Geheime Leer Deel I hoofdstuk 11 (p. 450).
571/572: Dit was al een zekere verbetering ten opzichte van de Atlantische tovenarij, waarvan de herinnering in het geheugen van het hele geletterde en Sanskriet-sprekende deel van India en in de volkslegenden voortleeft. Toch was het een parodie op en de ontwijding van de heilige mysteriën en hun wetenschap. De snelle verbreiding van het antropomorfisme en de afgodendienst bracht het vroege vijfde Ras, zoals eerder ook het vierde, opnieuw tot tovenarij, hoewel op kleinere schaal. Tenslotte werden zelfs de vier ‘Adams’ (die onder andere namen de vier voorafgaande rassen symboliseren) vergeten; en terwijl ze van het ene geslacht aan het andere werden doorgegeven, waarbij elk werd beladen met een paar aanvullende mythen, verdronken ze tenslotte in die oceaan van volkssymboliek, die men pantheons noemt. Toch bestaan zij nog steeds in de oudste joodse overleveringen, als de Tzelem, ‘de schaduw-Adam’ (de chhaya’s van onze leer); de ‘model’ Adam, de kopie van de eerste en de ‘man en vrouw’ van de exoterische Genesis (hfst. i); de derde, de ‘aardse Adam’ vóór de val, een androgyn; en de vierde, de Adam na zijn val, d.i. gescheiden in geslachten, of de zuivere Atlantiër. De Adam van de hof van Eden, of de voorvader van ons ras – het vijfde – is een vernuftige combinatie van de bovengenoemde vier. Zoals wordt gezegd in de Zohar (iii, fol. 4, kol. 14, Cremona Ed.), wordt Adam, de eerste mens, nu niet op aarde aangetroffen, ‘men kan hem niet vinden in alles wat beneden is’. Want ‘waar komt de lagere aarde vandaan? Van de keten van de aarde en de hemel erboven’, d.i. van de hogere bollen, die aan onze aarde voorafgaan en erboven staan. ‘En er kwamen allerlei soorten schepselen uit (uit de keten). Sommige in (vaste) huiden, andere in schillen (klippoth) . . . sommige in rode schillen, sommige in zwarte, sommige in witte en sommige van andere kleuren . . .’ (Zie Qabbalah.)
De Geheime Leer Deel II hoofdstuk 21 Enoïchion-Henoch (p. 609):
Kortom, het Boek van Henoch is een samenvatting, een mengsel van de belangrijkste gebeurtenissen uit de geschiedenis van het derde, vierde en vijfde Ras en enkele voorspellingen uit het tegenwoordige tijdperk van de wereld; een lange retrospectieve, introspectieve en profetische opsomming van universele en inderdaad historische gebeurtenissen – geologische, etnologische, sterrenkundige en psychische – met een beetje theogonie uit de voordiluviaanse verslagen.
De Geheime Leer Deel II hoofdstuk 22 De symboliek van de mysterienamen Iao en Jehova en hun verband met het kruis en de cirkel (p. 625):
Intussen geven de zeven rishi’s de tijd en de duur aan van de gebeurtenissen in onze zevenvoudige levenscyclus. Ze zijn even geheimzinnig als hun veronderstelde vrouwen, de Pleiaden, van wie er slechts één – zij die zich verbergt – heeft bewezen deugdzaam te zijn. De Pleiaden (krittika) zijn de verzorgsters van Karttikeya, de god van de oorlog (Mars van de westerse heidenen), die de bevelhebber van de hemelse legers wordt genoemd – of liever van de siddha’s (in de hemel opgenomen yogi’s en heilige wijzen op aarde) – ‘siddha-sena’, wat Karttikeya gelijk zou maken aan Michaël, de ‘leider van de hemelse legers’ en evenals hijzelf, een maagdelijke kumāra14.
14) Dit te meer, omdat hij bekend staat als de doder van Tripurasura en de titan Taraka. Michaël is de overwinnaar van de draak, en Indra en Karttikeya worden vaak aan elkaar gelijkgesteld.
De Geheime Leer Deel II, Hoofdstuk 24 Het kruis en het pythagorische tiental (p. 661):
Als we nu aandacht schenken aan het Egyptische kruis of de tau, kunnen we ontdekken dat deze letter, die door de Egyptenaren, Grieken en Joden zo hoog werd vereerd, in een geheimzinnig verband staat met de decade. De tau is de alfa en de omega van de geheime goddelijke wijsheid, die wordt gesymboliseerd door de eerste en de laatste letter van Thot (Hermes).
664: De weinige gevallen en voorbeelden die zijn aangehaald onthullen slechts enkele van de methoden die worden gebruikt om de symbolische ideogrammen en getallen van de oudheid te lezen. Omdat het stelsel buitengewoon moeilijk en ingewikkeld was, konden maar heel weinigen, zelfs van de ingewijden, alle zeven sleutels leren toepassen. Moet men zich er dan over verbazen dat de metafysische natuur geleidelijk ineenschrompelde tot de fysische; dat de zon, die eens het symbool was van de GODHEID, naarmate eeuwigheden voorbijgingen, slechts het symbool van zijn scheppende gloed werd; en dat het daarna tot een teken met een fallische betekenis verviel? Maar degenen die (zoals Plato) de methode volgden om van het algemene tot bijzonderheden af te dalen, waren er toch beslist nooit aan begonnen hun religies door seksuele emblemen te symboliseren! Het is volkomen waar, al is het ook naar voren gebracht door die geïncarneerde paradox Eliphas Lévi, dat ‘de mens God op aarde is, en God de mens in de hemel is’. Dit kon echter niet van toepassing zijn, en was het ook nooit, op de Ene Godheid, maar alleen op de menigten van HAAR geïncarneerde stralen, die wij Dhyan-Chohans noemen en die door de Ouden goden worden genoemd; en die nu door de kerk zijn omgezet in duivels op het linker-, en in de Heiland op het rechterpad!
666: Dit alles is heel raadselachtig voor iemand die de Purāna’s alleen in hun dode-letter betekenis kan lezen en begrijpen11. Daarom zien we dat de oriëntalisten weigeren te erkennen voor raadsels te staan en dat zij de Gordiaanse knoop van hun verbijstering doorhakken door te verklaren dat het hele stelsel ‘verdichtsels van de brahmaanse fantasie en zucht tot overdrijving’ zijn. Maar voor de beoefenaar van het occultisme heeft het geheel een diep filosofische betekenis. We laten de schil graag aan de westerse sanskritist over, maar eisen de kern van de vrucht voor onszelf op.
11) Toch zal deze betekenis, zodra men die heeft begrepen, het veilige kistje blijken te zijn dat de sleutels tot de Geheime Wijsheid bevat. Het is waar dat het kistje zo overdadig is versierd met ornamenten, dat de veer waarmee het wordt geopend er volledig door is verborgen, zodat de niet-intuïtieve in de waan wordt gebracht dat het geen opening heeft of kan hebben. Toch zijn de sleutels er, diep begraven, maar toch altijd aanwezig voor wie ze zoekt.
670/671: De heidense filosoof zocht naar de oorzaak, de hedendaagse is tevreden met de gevolgen alleen en zoekt de eerstgenoemde in de laatstgenoemde. Wat erbuiten ligt, weet hij niet, en dat kan de moderne agnosticus ook niet schelen: en zo verwerpt hij de enige kennis waarop hij zijn wetenschap met volledige zekerheid kan baseren. Toch heeft deze gemanifesteerde kracht een antwoord voor degene die haar probeert te doorgronden. Wie in het kruis, de cirkel met het kruis van Plato, de heiden, niet het tegendeel van de besnijdenis ziet, zoals de christelijke Augustinus19, wordt door de kerk terstond als een heiden beschouwd, en door de wetenschap als een krankzinnige. En wel omdat hij, terwijl hij weigert de god van de fysieke voortplanting te vereren, erkent dat hij niets kan weten over de Oorzaak die de basis is van de zogenaamde Eerste Oorzaak, de oorzaakloze Oorzaak van deze Levensoorzaak. Terwijl hij stilzwijgend de alomtegenwoordigheid van de grenzeloze cirkel erkent en daarvan het universele postulaat maakt waarop het hele gemanifesteerde heelal berust, bewaart de wijze een eerbiedige stilte over dat waarover geen sterfelijk mens moest durven speculeren.
‘De logos van God is de openbaarder van de mens, en de logos (het woord) van de mens is de openbaarder van God’, zegt Eliphas Lévi in een van zijn paradoxen. Hierop zou de oosterse occultist antwoorden: ‘Op deze voorwaarde echter, dat de mens zich niet uitlaat over de OORZAAK die zowel God als zijn logos voortbracht. Anders wordt hij onveranderlijk de beschimper, niet de ‘openbaarder’ van de onkenbare godheid.’
We naderen nu een mysterie – het zevental in de natuur.
De Geheime Leer Deel II, Hoofdstuk 25 De mysteriën van het zevental Zeven in de sterrenkunde, de wetenschap en de magie (p. 711):
Vers 70 in de ‘Ha Idra Rabba Qadisha’ (de grote heilige vergadering) zegt over de schedel (het hoofd) van macroprosopus, de Oude7 (Sanat, een benaming van Brahmā), dat in elk van zijn haren zich een ‘verborgen bron die voortkomt uit het verborgen brein’ bevindt. ‘En zij schijnt door dat haar en gaat naar het haar van de microprosopus, en van daaruit (dat is het gemanifesteerde VIERTAL, het tetragrammaton) wordt zijn brein gevormd; en vandaar gaat dat brein in DERTIG en TWEE paden’ (of de triade en de duade, of weer 432). En verder (vers 80): ‘Er zijn dertien haarlokken aan de ene kant en aan de andere kant van de schedel’ – d.i. zes aan de ene en zes aan de andere, terwijl de dertiende ook de veertiende is, omdat zij mannelijk-vrouwelijk is, ‘en met hen begint de verdeling van het haar’ (de verdeling van de dingen, de mensheid en de rassen).
‘Wij zessen zijn lichten die uit een zevende (licht) stralen’, zegt rabbi Abba; ‘gij zijt het zevende licht’ (de synthese van ons allen, voegt hij eraan toe, sprekend over tetragrammaton en zijn zeven ‘metgezellen’, die hij ‘de ogen van tetragrammaton’ noemt).
711/712: TETRAGRAMMATON is Brahmā Prajāpati, die vier vormen aannam om vier soorten bovenaardse wezens te scheppen, d.w.z. die zich viervoudig, of tot het gemanifesteerde Viertal maakte (zie Vishnu Purāna, Deel I, hfst. V); en die daarna wordt herboren in de zeven rishi’s, zijn mānasaputra’s, ‘uit denkvermogen geboren zonen’, die later 9, 21 en zo verder werden, die zoals men zegt, allen zijn geboren uit verschillende delen van Brahmā8.
Er zijn twee tetragrammatons: de macro- en de microprosopus. De eerste is het absolute volmaakte vierkant of TETRAKTIS binnen de cirkel, beide abstracte begrippen, en wordt daarom AIN, het Niet-zijn genoemd, d.i. onbegrensbaar en absoluut Zijn. Maar beschouwd als microprosopus of de ‘hemelse mens’, de gemanifesteerde logos, is hij de driehoek in het vierkant – de zevenvoudige kubus, niet de viervoudige, of het vlakke vierkant.
De Geheime Leer Deel II hoofdstuk 1 Archaïsche of hedendaagse antropologie? (p. 733):
Telkens wanneer men een onbevooroordeelde, eerlijke en ernstige wetenschapper de vraag stelt naar de oorsprong van de mens, komt onveranderlijk het antwoord: ‘Wij weten het niet.’ De Quatrefages is met zijn agnostische houding een van dergelijke antropologen.
Dit betekent niet dat de overige wetenschappers niet oprecht of niet eerlijk zijn, want in dat geval zou onze opmerking weinig tactvol zijn. Maar naar schatting zijn 75 procent van de Europese wetenschappers evolutionisten.

Het idee om op basis van complementariteit fysica en meta-fysica met elkaar te verbinden is ook door Werner Heisenberg en door Fritjof Capra , in zijn boek The tao of physics, naar voren gebracht. Het boek van Capra beschrijft een onderzoek naar de parallellen tussen de moderne fysica en de oosterse mystiek. Het 5D-concept wil benadrukken dat het universele patroon van het wat vastligt. Het is zoals het is, daar kan de wetenschap weinig aan veranderen.

In het universum is de gebroken symmetrie een gegeven. De mensheid wordt daardoor op aarde uitgedaagd voor zijn survival slimme 'en-en', interdisciplinaire oplossingen te bedenken.

In het hoofdstuk '1.5.1' laten we zien dat de Spiegelsymmetrie en het Complementariteitsprincipe voor de paradox een oplossingsrichting aanreiken.

Het korte termijn denken prevaleert bij politici en bedrijven. Bij marktdenken gaat het niet om collectieve, maar om deeloplossingen. Het op de korte termijn gefixeerde marktdenken bevordert de graaicultuur. Het wordt tijd om het dilemma markt versus moraal te doorbreken. Er is niets nieuws onder de zon. Door alle eeuwen heeft de ontkenning van de waarheid tot lijden en dood geleid. Het zijn in hoofdzaak de onschuldigen die van menselijk falen de prijs betalen. Zaken lopen mis wanneer in de politiek de moraliteit, de moraal buiten het verkoopverhaal wordt gehouden.

====

Duurzame samenleving (Zelfreinigend vermogen, Zelf-ontplooiing, Bezieling, Er is niets nieuws onder de zon)

Matteüs 7:3-5 En wat ziet gij den splinter, die in het oog uws broeders is, maar den balk, die in uw oog is, merkt gij niet?
Maak u niets wijs: God laat niet met zich spotten. Wat een mens zaait zal hij ook oogsten. Wie zaait op de akker van zijn zondige natuur, zal van die natuur verderf oogsten; wie zaait op de akker van de Geest, zal van de Geest eeuwig leven oogsten. (Galaten 6:7-8 WV ’95)
M.C. van Hall: Beschaving is een teer gewas; maar waar 't zijn schoon ontplooit, daar worden duintop en moeras, in Lentedos getooid.
De oplossing van de unificatietheorie wordt niet gevonden in het elementaire deeltje maar in de ruimte die de elementaire deeltjes van elkaar scheidt.

Deze stelling is gebaseerd op De Geheime Leer, Deel I p. 563:De kracht is daarom niet in het atoom maar in de ruimte die de atomen van elkaar scheidt‘ (zeropoint source, het neutrale centrum, eros = fohat). Evolutie vindt door emanatie plaats. Zaaien en Oogsten hangt daardoor volgens de theosofie met de supersymmetrie, truly we live in an entangled universe samen. Esoterie, Zaaien en Oogsten maakt het mogelijk probleem en oplossing met elkaar te verbinden.

Theosofie biedt het fundament om de vijf wereldgodsdiensten Hindoeїsme, Jodendom, Boeddhisme, Christendom en Islam met elkaar te verenigen.

Lindy Deurvorst Edy Korthals Altes: 'Heart and Soul for Europe' - Persoonlijke kanttekeningen in aansluiting op Aad Fokkers recensie in GAMMA 6/4:"Een hedendaags profeet verkondigt: 'Awake or Perish?" (GAMMA december 1999 p. 27-30):
Ik citeer uit het boek: "De waarschuwing van Delors geldt voor ons allemaal:
Indien wij er in de volgende 10 jaar niet in slagen Europa een ziel te geven, een spirituele dimensie, betekenis in de ware zin des woords, dan hebben we onze tijd verknoeid. Europa kan niet slechts functioneren in de zin van een rechtskundige overweging of via economische know-how. Het potentieel van het Verdrag van Maastricht kan niet gerealiseerd worden zonder enige vorm van inspiratie". (President Delors in een betoog voor de Kerken in Mei 1992) Eigenlijk zijn er maar twee existentiële visies mogelijk:
• de visie van het eigenbelang dat ten koste van alles verdedigd moet worden: geld, macht, fundamentalistische opvattingen over godsdienst. De visie van 'het eigen gelijk' gebaseerd op vested interests, territoriumdrang, begeerte en winstbejag, die zo vaak resulteert in manipulatie, gebaseerd op rivaliteit en angst voor verlies.
• de visie van een holistische wereld, waar alles en allen in een dynamisch proces verbonden zijn. Mensen van goede wil die eventueel bereid zijn offers te brengen voor dit wereldbeeld van liefde en veiligheid.

Onder capuchon en paraplu klinkt: ‘CO2 weg ermee’ (Olaf Tempelman Volkskrant 11 maart 2019 p. 2-3):
Bij de ouderen roept de klimaatdemonstratie zondag in Amsterdam herinneringen op aan de protesten tegen de kruisraketten in de jaren tachtig. Want het was massaal.Het stikte weer van de originele slogans en liederen zondag, tijdens de grootste klimaatmars ooit in Nederland. Vergeleken met de protesten tegen nucleaire wapens in de jaren tachtig vallen de aantallen nog mee, maar de apocalyptische toekomstvisioenen zijn er niet minder om.
Minderen met vliegen
Vraag vandaag aan mensen onder capuchons en paraplu’s of ze de afgelopen tijd nog hebben gevlogen, en je raakt een gevoelig onderwerp. Sommigen willen het niet meer doen, anderen zijn aan het ‘minderen’. Wat dat betreft hadden de antikernwapendemonstranten het vroeger makkelijker: die produceerden zelf geen kernwapens,
de 35 duizend betogers vandaag produceren zelf wel hun eigen beetjes CO2. Als je helemáál geen ecologische voetafdruk achter wilt laten, dan moet je eigenlijk de aarde verlaten – van de omstreden Amerikaanse activiste Chris Korda is de slogan ‘Save the planet, kill yourself’.

Bij ‘keiharde cijfers’ is scepsis geboden (Tom Nierop Volkskrant 11 maart 2019 p. 18):
Onthulde ‘vergissingen’ in cijfers bleken altijd in het voordeel te zijn van degene die ze presenteerde.
Gezond verstand en gezonde scepsis zijn de belangrijkste wapens in een kritische omgang met cijfers. We moeten vooral niet in de val trappen dat ‘de waarheid’ niet bestaat of dat wetenschap ‘ook maar een mening is’. Maar een kritische weging van zaken die als ‘keihard’ worden gebracht is altijd op zijn plaats. Zeker als er belangen in het geding zijn. Tijd voor meer gezond verstand dus. En, af en toe, een goede rekenmachine.

Koopkrachtraming zit er doorgaans flink naast (Pieter van der Velde, Mike Soyer Volkskrant 11 maart 2019 p.18):
Het kabinet moet zich niet langer verschuilen achter het gammele harnas van de koopkrachtraming.
De gehele saga rondom koopkracht en energielasten is een voorbeeld van een breder probleem: politici die cijfers van welwillende organisaties misbruiken voor politieke doeleinden. Het fenomeen speelt zich af over de gehele politieke linie: van klimaatdebat tot immigratie.
Wellicht verdient het dan ook aanbeveling om de koopkrachtontwikkeling voortaan uitsluitend achteraf te meten, althans achteraf te publiceren, en geheel te stoppen met de koopkrachtraming in deze vorm. Als Nederland inderdaad een teer vaasje is, zoals Rutte zo poëtisch stelt, dan kunnen we het ons niet veroorloven het land op een wankele raming te laten rusten.

Zie mijn woede (Marjan Slob Volkskrant 11 maart 2019 p. 19):
Verstandige woorden van de zelfbenoemde denkelite. Maar het maken – en verwoorden – van constructieve voorstellen veronderstelt een inspanning waarvan ik me soms afvraag of de moderne boze burger die kan leveren. Het vraagt dat je je woede omzet in een taal die je niet ervaart als de jouwe, de taal van ‘hullie daar in Parijs’ (of Den Haag). Je staat hoe dan ook bij voorbaat al op achterstand, omdat de bestuurlijke elite veel geoefender is in het werken met woorden dan jij. Wat de frustratie en woede alleen maar verdiept.
Zo althans analyseert de jonge Franse intellectueel Édouard Louis de woede van de gele hesjes.
‘De upper class veroordeelt woede, maar dat is wel heel gemakkelijk. Ze heeft er geen behoefte aan omdat ze macht heeft’, zei hij in Filosofie Magazine van vorige maand. Zelf werd Louis overigens gillend gek in het bekrompen Noord-Franse arbeidersmilieu waar hij als homoseksuele jongen opgroeide. Zodra het kon, vluchtte hij naar Parijs. Maar nu snapt hij zijn milieu, en neemt hij het ridderlijk voor ze op.

VPRO boeken 21 oktober 2018 NPO1:
Ook te gast is de jonge schrijver en socioloog Édouard Louis (1992) over zijn boek Ze hebben mijn vader vermoord: een uitzonderlijke aanklacht tegen de Franse staat én een aangrijpende liefdesbetuiging van een zoon aan zijn afgetakelde vader.
Louis keert terug naar het grauwe stadje van zijn jeugd en ziet met eigen ogen de schaamteloze uitbuiting en minachting van de Franse werkende klasse door de politieke elite. Met nauwelijks verholen woede probeert Louis te doorgronden wat zijn vader als arbeider in zijn leven heeft moeten doorstaan. Zijn kijk op hun relatie, jarenlang geteisterd door schaamte, armoede en homofobie, zal er blijvend door veranderen.

In de zeventiger jaren was het adagium van de McKinsey's Diversification (matrix van Ansoff), twintig jaar later back to the core business.

Hoofdpersoon in het boek Opperduitsland van Alexander Schimmelbusch is Victor, een cynische zakenbankier. Met duivels genoegen prikt Victor het neoliberale marktdenken door. Volgens Alexander Schimmelbusch beoogt de overheid met behulp van doodnormale industriepolitiek op het doorgeschoten neoliberalisme weer meer grip te krijgen.

Brutale blauwdruk voor een nieuw Duitsland (Koen Haegens Volkskrant 9 februari 2019 Sir Edmund p. 30-31):
In Opperduitsland schetst Alexander Schimmelbusch een spectaculair vergezicht waar menig werkgever en socialist opgewonden van zal worden. Maar maakt dat hem nou werkelijk tot de Duitse Houellebecq?
Het meest kijkt Victor neer op zijn eigen baan. Als zakenbankier is hij gespecialiseerd in
mergers & acquisitions. In een heerlijke passage vat hij de historische bijdrage van die beroepsgroep aan de economie samen. In de jaren tachtig werd goud geld verdiend door ‘het geloof in het conglomeraat’ te prediken. Bedrijven moesten op overnamejacht, want risicospreiding (niet alle eieren in een mandje). Vervolgens prediken zijn collega’s het tegenovergestelde, de ‘focus op de corebusiness’. Opnieuw kassa voor de zakenbankiers. En nu? ‘Zoals overal in de westerse samenlevingen heerste ook op de M&A-markt een soort postideologische leegte’, constateert Victor.
Maar Victor walgt niet van de generatie ’68 of de oprukkende islam. Hij maakt zich druk om de economische apartheid in Duitsland.
Porsche Armee Fraktion
Het doet weinig af aan de spectaculaire roman die Schimmelbusch heeft geschreven. Of is het een hondsbrutaal politiek essay, het progressief-populistische antwoord op de AfD? In de laatste scènes blijken zakenkabinetten opnieuw doodeng. Toch laat Victors brutale mix van links-populisme en staatskapitalisme je niet snel los. En het slot van Opperduitsland is verrukkelijk. We krijgen vette science fiction voorgeschoteld, maken kennis met de Porsche Armee Fraktion en er is ‘een kwak hersenmassa’ die ‘op een drie dagen oude printuitgave van de Frankfurter Allgemeine Zeitung’ kletst. Dat is dan wel weer heel erg Houellebecq.

Stemmen trekken met Frans (Martin Sommer Volkskrant 9 februari 2019 Opinie p. 5):
Ooit interviewde ik de legendarische eurocommissaris Jacques Delors. Het was nog voor de val van de Muur en met de Europese eenwording schoot het niet op. Delors zocht naarstig naar inspiratie, want zoals hij zei, ‘wie wordt er nou warm van een groeipercentage?’. Delors was christensocialist en wilde iets met christendom als Europese kernwaarde. Dat werd later afgeschoten omdat minderheden als Joden en moslims dan buiten de boot zouden vallen. En nu zijn de christelijke wortels waar de Polen en Hongaren zich op beroepen zelfs inzet van een ware cultuurstrijd geworden.
Na de val van de Muur werd de vraag wat Europa bij elkaar hield nog nijpender. De historicus Maarten Brands zei dat Stalin een standbeeld in Brussel verdiende, aangezien de Koude Oorlog de kikkers in de kruiwagen had gehouden.

Brexit houdt de wetenschap echt niet tegen (Carel Stolker Kennisdiplomatie Volkskrant 9 februari 2019 Opinie p. 9):
Onderschat nooit de verbindende kracht van universiteiten, stelt de Leidse rector Carel Stolker.
Schadelijk?
Ook als je twijfels hebt bij ‘EU-universiteiten’, er komt
nieuwe energie. Kijk wat er gebeurt langs een van de zwaarst bevochten grenzen binnen Europa: via de confederatie Eucor zetten de universiteiten van Basel, Freiburg, Haute-Alsace, Karlsruhe en Straatsburg gemeenschappelijke programma’s op voor onderwijs en onderzoek. Zij presenteren zich als ‘vijf universiteiten, drie landen, één campus’. Waar ooit miljoenen jonge mannen omkwamen, studeren nu jongen mensen met elkaar. Zo zullen de vitaliteit en de verbindende kracht van onderzoek en onderwijs en de dromen van jonge mensen ons blijven verbazen en inspireren. Ook na de Brexit.

Macht en tegenmacht (Bert Wagendorp Volkskrant 7 februari 2019 p. 2):
Het is de taak van de politiek die macht in te perken om een ‘tegenmacht’ te organiseren tegen de belasting ontduikende, privacy schendende, desinformerende slavendrijvers. Niet alleen in Nederland worden daartoe aanzetten gegeven. Ook in Duitsland en Frankrijk neemt de roep om tegenmaatregelen toe en in de VS ligt wetgeving op tafel die hetzelfde beoogt. De EU legde Google in 2017 en 2018 al boetes van in totaal 7,7 miljard euro op. De staat Californië, waar vier van de vijf hollebolle gijzen hun hoofdkwartier hebben, komt in 2020 met wetgeving die paal en perk moet stellen aan de onblusbare datahonger van de monopoliemachines en hun privacyschendingen.
Na decennia van naïeve dromen (ook van D66), lijkt de politiek eindelijk te beseffen dat de zaak uit de klauw is gelopen en dat het waanidee van de vrije markt als oplossing voor alle kwalen krachtige correctie behoeft.

Bekend is Narcissus die over zijn eigen spiegelbeeld gebogen stond en daarop verliefd werd en die tenslotte in het water verdronk.
Narcisme is een term uit de psychologie. Het is een vorm van gedrag dat wordt gekenmerkt door een obsessie met de persoon zelf (vaak het uiterlijk), egoïsme, dominantie, ambitie en gebrek aan inlevingsvermogen. Iemand die narcistisch gedrag vertoont, noemt men een narcist.
Het tegenovergestelde van egoïsme is altruïsme.

Op het eerste gezicht heeft een narcist een zeer sterk gevoel van eigenwaarde en straalt zelfvertrouwen uit. Het tegendeel is het geval. Narcisten hebben, meestal onderbewust, juist weinig gevoel van zelfwaarde en compenseren dit door zich als beter of belangrijker dan anderen te beschouwen. Dit wordt wel de narcistische paradox (conditionering, bubbel, blinde vlek) genoemd.
Om zich te beschermen tegen kritiek heeft een narcist niet veel aandacht voor de mening of de gevoelens van anderen en zo vaak een onderontwikkeld
inlevingsvermogen. Het hebben van een narcistische persoonlijkheid kan daardoor een bezwaar vormen bij de uitoefening van bepaalde functies waarbij anderen dienen te worden beoordeeld.

Pieter Lemmens De strijd om de geest in het huidige kapitalisme Inleiding bij Bernard Stiegler
In navolging van de Franse techniekfilosoof Gilbert Simondon begrijpt Stiegler de menselijke bestaanswijze als een proces van psychische en collectieve co-individuatie, waarbij hij benadrukt dat deze co-individuatie zich slechts kan voltrekken op basis van een proces van technische individuatie oftewel binnen een (mnemo-)technisch milieu dat de articulatie van psychen en collectieven mogelijk maakt. Het zogenaamde transindividuele is te begrijpen als het ‘product’ van de co-individuatie van psychen en collectieven en constitueert de orde van de betekenis oftewel de symbolische orde.
Het probleem van onze tijd, in de zin van de technologische situatie waarmee we momenteel worden geconfronteerd, bestaat volgens Stiegler in dat het globale mnemotechnische systeem dat de huidige symbolische orde schraagt en als zodanig de ultieme conditie voor de processen van psychische en collectieve individuatie, op massale wijze is geannexeerd door een kapitalisme dat de libidinale energie van individuen en collectieven volledig tracht te mobiliseren ten behoeve van de economie. Het is deze industriële exploitatie van de (tegenwoordig vooral digitale) ‘technologieën van de geest’ door de ‘psychomacht’ van het kapitaal, die vóór alles verantwoordelijk is voor de diepgaande sociale, geestelijke en politieke crisis waar we op het moment mee te kampen hebben (en die ook de eigenlijke oorzaak is achter de actuele financiële en economische crisis)

Pieter Lemmens Liefdeloze wereld — Bernard Stiegler over de strijd om de geest in het hyperindustriële tijdperk (p. 1/2):
Wij allen, zo constateert Stiegler, lijden aan een structureel gebrek aan eigenliefde en zelfwaardering ofwel aan wat hij met een aan Sigmund Freud ontleende uitdrukking primair narcisme noemt, waaronder hij overigens niet, zoals Freud,de preseksuele eigenliefde van het kind verstaat en evenmin een pathologische preoccupatie met het ego, maar de volwassen liefde en respect voor zichzelf die een absolute voorwaarde vormt voor het überhaupt kunnen functioneren als een volwassen individu (alsook het kunnen respecteren van de ander). Niet alleen een individu echter, ook een volwassen samenleving kan slechts gedijen op voorwaarde van een ‘gezond’ collectief narcisme. Tegenwoordig, zo meent Stiegler, leven we in een samenleving die niet meer van zichzelf houdt maar die veeleer van zichzelf walgt.
Het gezonde narcisme is in onze tijd structureel noodlijdend geworden en de oorzaak hiervan is de systematische exploitatie van onze verlangens door een kapitalisme dat totaal is geworden en zich tot een cultureel kapitalisme (aldus Jeremy Rifkin) heeft ontwikkeld, dat de cultuur zelf in dienst heeft genomen ten behoeve van de economie. Deze ontwikkeling heeft geleid tot een verzieking van de samenleving, tot een maladie du nous. Een centrale rol hierin speelt volgens Stiegler het intussen globale netwerk van analoge en digitale informatie- en communicatietechnologieën – vooral radio, TV en Internet – dat hedentendage bijna exclusief in dienst staat van de kapitalistische economie en expliciet wordt ingezet om het verlangen en de aandacht van de individuen en collectieven te vangen en te kanaliseren in de richting van meer consumptie. Stiegler wil dit verschijnsel als filosoof niet alleen beschrijven en duiden, hij wil er ook de strijd mee aanbinden, strijd die volgens hem noodzakelijk is wil de westerse beschaving de dominante tendens van barbarisering, infantilisering en verdomming keren.
Het menselijk bewustzijn – aldus Stiegler in na-volging van Heidegger – is een wezenlijk temporeel en historisch fenomeen. Het is een proces dat hij met een uitdrukking van de Franse techniekfilosoof Gilbert Simondon (een andere belangrijke inspirator van zijn werk) aanduidt als psychische individuatie. Dit proces vindt plaats binnen en ten opzichte van een proces van collectieve individuatie (dat wil zeggen: de ontwikkeling van de samenleving): een ‘ik’ kan zich slechts individueren binnen en ten opzichte van een ‘wij’ en een ‘wij’ kan zich enkel individueren als wederzijdse individuatie van ‘ikken’. Beide individuatieprocessen echter, en dat is van cruciaal belang, kunnen slechts plaatsvinden binnen het kader van een technisch systeem dat fungeert als het pre-individuele milieu dat de verbinding tussen de afzonderlijke ‘ikken’ en het ‘wij’ pas mogelijk maakt. Psychische en collectieve individuatie wordt geconditioneerd door – de individuatie van – het technisch systeem, in het bijzonder het systeem van mnemotechnieken en -technologieën die Stiegler ook retentionele dispositieven of simpelweg technische geheugens noemt.

De juiste woorden voor het klimaatdebat ontbreken ons’ (interview Stephen Gardiner Volkskrant 18 januari 2012)
Een lesje filosofie zou delegaties op klimaatconferenties niet misstaan.
‘Over de hele geschiedenis beschouwd, heeft iedereen schuld. Men moet aan beide kanten ophouden met de vinger te wijzen. De schuldvraag is in feite zinloos tijdverlies. Filosofisch is de situatie dat we aan niemand anders dan onszelf verantwoording schuldig zijn.’
Moraalfilosoof Stephen Gardiner (Volkskrant 20 januari 2012) sprak in zijn Zeno-lezing in Utrecht niet over de vraag of níemand verantwoordelijk is voor de wereldwijde klimaatcrisis, maar over de vraag waar precies persoonlijke verantwoordelijkheid ophoudt als de gevolgen van gedrag mondiaal zijn en in de toekomst liggen. Volgens Gardiner is het te gemakkelijk om te denken dat klimaatverandering normale moraliteit te boven gaat, maar ontbreekt vooral een goede ethische analyse van het probleem.

‘Oude economie’ is op den duur onbetaalbaar (Volkskrant 23 juli 2013)
Het energieakkoord van de SER stelt weliswaar teleur, maar maakt het poldermodel wel veel groener, betogen Vincent van den Brekel en Wouter van Dieren. Vincent van de Breukel en Wouter van Dieren zijn directeur van de Firebird Foundation van de Club of Rome.
Politieke overeenkomsten als het energieakkoord - feitelijk een tussenstop - zijn nodig om te komen tot een ommekeer die, in de woorden van oud-bankier Herman Mulder 'mogelijk want onvermijdelijk is'.
Er zijn tekenen dat die ontwikkeling al gaande is. Zelfs Shell pleit nu voor een CO2-prijs van minstens 60 euro per ton, waarmee inderdaad het hele systeem kan gaan kantelen.
Anders dan gedacht zijn dergelijke ommezwaaien of correcties voor de energie-industrie positief. De genoemde werkelijke kosten komen in beeld en kunnen worden verrekend, voorraden gaan langer mee en worden meer waard, er wordt tijd genomen om nieuwe technische barrières te slechten, klimaatverdragen worden dwingender en het beleid wordt stabieler.

Subsidie elektrische auto gaat vooral naar de rijken (Yvonne Hofs Volkskrant 30 januari 2019 p. 2):
Een groot deel van de belastingkortingen voor elektrische auto’s is beland bij vermogende Nederlanders. Bovendien leidt de run op deze subsidie tot een tegenvaller van honderden miljoenen euro’s.
De verkoop van Tesla’s steeg vorig jaar met 260 procent. Deze run op autosubsidies leidt tot een begrotingstegenvaller van een paar honderd miljoen euro, die nog niet formeel aan de Tweede Kamer is gemeld.
Dit valt op te maken uit de antwoorden die staatssecretaris Menno Snel dinsdagavond heeft gegeven op Kamervragen van CDA-parlementariër Pieter Omtzigt.
CDA-leider Sybrand Buma’s bewering dat vooral ‘prosecco drinkende Tesla-rijders’ profiteren van subsidies voor elektrische auto’s en dat dit ‘ten koste gaat van de gewone man’ is in 2018 dus bewaarheid geworden. De subsidies voor elektrische auto’s worden namelijk gefinancierd door de hogere autobelastingen die alle rijders van benzine- en dieselauto’s betalen.

Belast bedrijven en ontzie burger in energietransitie (Jan Rotmans Volkskrant 30 januari 2019 p. 21):
De hoge inkomens zullen veel meer gaan betalen voor de energietransitie dan de lage inkomens.
Terwijl de urgentie hoger is dan ooit, trapt een aantal politieke partijen op de rem waar een versnelling nodig is. De argumenten om niet door te pakken zijn steeds dezelfde: te hoge kosten, te ver voor de groene muziek uitlopen, wachten op nieuwe technologische opties en een verslechterde concurrentiepositie voor het bedrijfsleven. Deze ‘klimaatmythes’ zijn eenvoudig door te prikken.
Onontkoombaar
In de energietransitie gaat het om het organiseren en de kostenverdeling.
Het overgrote deel van de CO2-emissies wordt door bedrijven uitgestoten, waarvan 90 procent door de grootste 100 bedrijven en 80 procent door de grootste 20. Burgers genereren veel minder CO2, maar betalen daarover verhoudingsgewijs veel meer energiebelasting: 150 euro per ton CO2; grote bedrijven slechts 8 euro per ton CO2. Dat is absurd. En als we niets doen, wordt dit verschil alleen maar groter de komende jaren.
Kortom, de energietransitie is één van de grootste opgaven waar wij voor staan.
Dat vraagt om scherpe keuzes die het nodige kosten, maar ook veel opleveren. Daarbij past geen adempauze maar een versnelling!

Het groene geroddel wordt extreem benauwend Koen Haegens Volkskrant 30 januari 2019 p. 25):
Snoeiharde overheidsbelasting
Anders dan dictaturen als China en Iran is de motor achter de betutteling in Nederland niet een sterke staat. Integendeel. Juist het ontbreken van een daadkrachtige klimaataanpak maakt dat iedereen zich met elkaars privéleven begint in te laten. Van de kilometerheffing tot een vliegbelasting die verder gaat dan een fooi: het kabinet durft het niet aan. Wat overblijft is een bonte verzameling van honderden plannetjes en voornemens. Plus heel veel staren naar de eigen navel.
Dat terwijl de oplossing zo simpel is. ‘Wij zijn het eens: CO2-heffing hard nodig, ook voor de Nederlandse industrie’, luidt de verklaring die ruim tachtig economen hebben ondertekend, van heel links tot ver naar rechts.
Ik zou nog een extra argument willen toevoegen aan dat pleidooi.
Met een CO2-heffing is voor eens en altijd duidelijk dat de klimaatverandering wordt aangepakt, en dat de vervuilers betalen. Dat maakt het opeens een stuk minder urgent om ons met elkaars eten, auto, vakantiebestemming, kindertal en andere klimaatzonden te bemoeien. Zo paradoxaal kan economie zijn. Soms is een snoeiharde overheidsbelasting de beste manier om liberale vrijheden te behouden.

Hoog opspelen en diep vallen (Martin Sommer Volkskrant 26 januari 2019 Opinie p. 5):
De profileringsdrang van coalitiepartijen levert alleen teleurstellingen op.
Politicoloog Tom van der Meer gaf in de woensdagkrant de bekende verklaring voor dit gedrag. Het is beter dat coalitiepartijen zich profileren, zei hij. Ze hebben de les geleerd van de PvdA, die helemaal opging in het regeren met de VVD en daar een bijna-doodervaring aan overhield.
Dat is waar en tegelijk treurig. Volgens politicoloog Van der Meer werd de PvdA gedecimeerd omdat ze pacteerde met de VVD en het nog lekker vond ook. Nu zetten de coalitiegenoten telkens in op hun eigen stokpaarden, om vervolgens keer op keer hun eigen teleurstellingen te organiseren. Tot die kruik een keertje barst natuurlijk, bijvoorbeeld op deze pardonkwestie. Het ziet er niet naar uit dat het oordeel van de kiezer milder zal zijn. De enige politicologische slotsom die stand houdt, is dat alleen oppositie nog rendeert. En ook dat is treurig.

Britten blijven in de tent plassen (Mark Warren Volkskrant 26 januari 2019 Opinie p. 11):
Het Verenigd Koninkrijk ziet zichzelf nog steeds als een grootmacht en de overwinnaar van de Tweede Wereldoorlog (met een nuttig gastoptreden van de Amerikanen en bijrollen voor de Russen). Het heeft zichzelf nooit als een bezet land gezien sinds de Noormannen in 1066 vanuit Frankrijk voet aan land zetten. Het toetreden tot de EU was voor de Britten vooral een verstandshuwelijk en niet weinig Britten houden de voordelen nu voor vanzelfsprekend.
Als Groot-Brittannië de Brexit zou annuleren, zou het niet in de EU blijven als een hervormd en berouwvol lid. Het zou daarentegen een verbitterd en mokkend lid zijn dat nog steeds niet echt in het Europese project gelooft. Misschien is een debacle zoals een ‘No Deal Brexit’ nodig om de verslagen Britten van hun arrogante hoogachting van zichzelf af te helpen en zich te doen realiseren dat ze nu enkel de zoveelste kleine vis in een heel grote vijver zijn. Maar waarschijnlijk zullen ze de ellende van een ‘No Deal Brexit’ ook op de EU afschuiven (vooral de Fransen en Duitsers).
De Amerikaanse president Lyndon Johnson zei ooit over FBI director J. Edgar Hoover: ‘Het is beter om hem in de tent te hebben terwijl hij naar buiten plast in plaats van van buiten de tent naar binnen.’ Ik schrijf dit om u te waarschuwen dat als Groot-Brittannië in de EU blijft, het in de tent blijft plassen. Indien jullie onder die omstandigheden nog steeds het Verenigd Koninkrijk terug willen nemen, zouden de Britten jullie eeuwig (nee dus) dankbaar moeten zijn.

Pulp fiction (Karolien Knols Volkskrant 26 januari 2019 Sir Edmund p. 62-69):
Magisch-realisme ‘meets’ maatschappijkritiek bij de Indonesische schrijver Eka Kurniawan, ontvanger van de Prins Claus Prijs en zomaar vergeleken met Murakami en Garcia Marquez. Zijn favorieten gaan heen en weer als zijn werk.
2. Film: De zeven samoerai, Akira Kurasawa
Het gaat om hoe ze met die arme boeren samenwerken. Over iets doen voor een ander. Ik denk dat ik daar iets in herkende. Als student aan het einde van de dictatuur van president Soeharto voelde ik me bevoorrecht: ik kwam niet uit een heel arm milieu, kon na de universiteit kiezen voor een succesvolle carrière. Ik had kunnen opklimmen tot de hogere sociale klassen. Maar dan was ik onderdeel geworden van een corrupt systeem. En dat wilde ik niet. Ik koos ervoor om me aan te sluiten bij de beweging die demonstreerde tegen het regime, en in zaaltjes discussieerde over hoe we de onderklasse konden helpen zich sterker te maken.’

Niet één Europees leger maar Europese deellegers (Dick Zandee Volkskrant 27 november 2018 p. 23):
Nederland moet militaire aansluiting zoeken bij de twee dominante militaire machten in Europa, betoogt Clingendael-onderzoeker Dick Zandee.
Helaas blinkt de Nederlandse politiek niet uit in strategisch denken. Het woord visie is onder de kabinetten-Rutte achter de horizon verdwenen. Pragmatisme en kortetermijnoverwegingen staan voorop.
Komend voorjaar start de voorbereiding van de herijking van de Defensienota 2018, die moet uitmonden in de blik vooruit op de gewenste Nederlandse krijgsmacht na 2020. Het biedt de gelegenheid voor een reflectie op hoe Nederland de eigen militaire bijdrage verder denkt in te bedden in Europese samenwerkingsverbanden, waarbij aansluiting bij de twee dominante militaire machten op het continent – Frankrijk en Duitsland – voor de hand ligt.

President Macron, waar is uw deemoed? (Willem Melching Volkskrant 26 november 2018 p. 18):
Politici roepen graag leuzen in de echoput van het verleden, om hun eigen woorden met een plechtige galm terug te horen. Macron is geen uitzondering op deze regel. De afgelopen weken riep hij bij tal van gelegenheden op tot ‘internationalisme’ en sprak hij de banvloek uit over het ‘nationalisme’. Maar het resultaat is, dat hij alleen maar nog meer verwarring en tweedracht zaait, zowel in eigen land als in Europa. Uiteindelijk zullen zijn oproepen een averechts effect hebben. Macron en zijn medestanders krijgen ongetwijfeld de rekening gepresenteerd bij de Europese verkiezingen in het aanstaande voorjaar.
In zijn toespraken in Parijs, Berlijn en elders pleitte Macron voor meer ‘
solidariteit’ in Europa. Achter deze term schuilt de wens om van de Eurozone een transferunie te maken. Als het eenmaal zover is dan kunnen de Zuid-Europese landen eindelijk naar hartenlust Noord-Europees geld uitgeven. Een dergelijke politiek zal op termijn de EU doen ontploffen. De Brexit en de Italiaanse chaos zijn de eerste tekenen aan de wand. Ook hier zien we een tweedeling: de noordelijke landen onder leiding van Nederland (!) zullen zich uit alle macht hiertegen verzetten.

Macron leidt ons doolhof van woorden binnen (Flip van Doorn Volkskrant 15 november 2018 p. 25):
Bij de herdenking van het einde van de WO I maakte Macron een vreemd onderscheid.
Door het patriottisme tegenover het nationalisme te plaatsen, probeerde Macron kool en geit te sparen. Enerzijds was het een tamelijk opzichte poging zich af te zetten tegen het ‘eigen land eerst’ waarmee toehoorders als Trump, Poetin en -Erdogan thuis hoge ogen gooien. Tegelijkertijd trachtte hij het opkomende nationalisme binnen de afzonderlijke landen van een in naam verenigd Europa te bezweren. Nationalisme is fout, patriottisme is goed. Met die stelling leidt hij ons echter een doolhof van definities binnen, weg van de kern van het probleem.
Dergelijk gefröbel op de vierkante centimeter leidt nergens toe. Macron lijkt de termen te gebruiken omdat hij de olifant in de kamer niet wil benoemen. Die olifant heet globalisme. En dat globalisme is geen ideologie, geen samenzwering, maar een simpele realiteit.
Onze wereld is klein, de technologie maakt haar nog kleiner. Dankzij het internet zijn we realtime op de hoogte van al het nieuws, overal. Grote vraagstukken op het gebied van economie, milieu en defensie kunnen we alleen nog op wereldschaal aanpakken.
De zakenwereld heeft dat al begrepen,
de politiek hobbelt er ver achteraan. Internationale handel omzeilt gretig nationale wetgeving, maakt grote groepen tot slachtoffer van de globalisering. Dergelijke uitwassen vragen om een aanpak, om visie.
Echt leiderschap is het benoemen van de feiten, erkennen dat de natiestaten failliet zijn. Als het erop aankomt, is de wereld onze geboorteplek, onze natie, ons patria. Of we het leuk vinden of niet, globalisme is een gegeven. Ware staatslieden kijken samen hoe ze ermee om kunnen gaan en raken niet verstikt in het doolhof van achterhaalde definities.

Maak ondermijning rechtsstaat zichtbaarder (Annemarie Penn-te Strake Volkskrant 26 november 2018 p. 18):
Gemeenten moeten meer doen om de ondermijning van de rechtsstaat zichtbaar te maken.
Hoe anders is dat bij de infiltratie van de onderwereld in de bovenwereld: de ondermijning. Het illegale circuit maakt op slinkse wijze gebruik van de faciliteiten van de legale systemen. In de openbare ruimte is het weliswaar rustig; onze dagelijkse waarneming doet vermoeden dat we de criminaliteit in de greep hebben. Maar in de onzichtbare cyberwereld en de gecamoufleerde zakenbranche is sprake van sterk verhoogde criminele activiteit. Daardoor zien we het niet en dat maakt het extra gevaarlijk. Dat zichtbaar maken is cruciaal. Maar nog lang niet overal wordt de urgentie onderkend.

Niemand coördineert het buitenlands beleid (Frank van Beuningen Volkskrant 4 november 1995):
De onzekere en onvoorspelbare internationaal-politieke omgeving van Nederland, het toegenomen gewicht van internationale ontwikkelingen en het besef van kwetsbaarheid vormen de achtergrond van het streven meer samenhang te brengen in het Nederlands buitenlands beleid.
Waar allen verantwoordelijk zijn, is niemand verantwoordelijk. Dit is de situatie waarin het Nederlands beleid, zoals weergegeven in de Herijkingsnota, zich momenteel bevindt. De waarde van de Herijkingsnota is dat deze de juiste vragen stelt. Nu de antwoorden nog.
De conclusie kan worden getrokken dat we als klein land het internationale politieke spel zodanig meespelen dat we het minste averij oplopen.

Reconstructie: Klimaatverandering in de polder (Luuk Sengers en Evert de Vos De Groene Amsterdammer 11 oktober 2018 p. 14-17):
Minder CO2, méér subsidie
Het kabinet wil het Klimaatberaad vlottrekken door bij alle onderhandelingen een topambtenaar met een zak geld aan tafel te zetten. Vertragingstactieken hebben de Nederlandse industrie geen windeieren gelegd.
De kapitaalintensieve industrie heeft een investeringscyclus van twintig tot dertig jaar, dus vóór 2050 kunnen vrijwel alle oude fossielgestookte installaties zijn vervangen door elektrische. Dat is een gezonde business case.
Het kost momenteel 23 euro om een ton CO2 in de atmosfeer te lozen. Stel je voor dat het net zo veel zou kosten om een ton broeikasgas uit de lucht te halen of eventueel onder de grond te stoppen. Dan was de keuze snel gemaakt, niet?
Maar in werkelijkheid is het bijna vier keer zo duur om de lucht schoner te maken dan om haar te vervuilen. De industrie raamt de kosten van de noodzakelijke investeringen op 85 euro per ton.
Het prijsverschil tussen 23 en 85 euro is door de industrie als ‘onrendabele top’ bestempeld.
‘Waar is de ondernemingszin gebleven?’ vraagt Ruud Koornstra retorisch. Hij is de enige aan de Industrietafel die het niet erg vindt om geciteerd te worden. Nee, hij wíl geciteerd worden. De minister heeft hem immers de rol van aanjager toebedeeld. De flamboyante ondernemer adviseert bedrijven bij de overstap naar duurzaamheid. ‘Niks subsidie: transitie is een business case’, houdt hij de CEO’s voor. ‘Als wij, in een van de rijkste, innovatiefste en vuilste landen niet het voorbeeld geven, wie moet het dán doen?’

Klimaatalarm: is er nog redding? (Ander Commentaar Volkskrant 11 oktober 2018 (p. 24):
Het besef van de ernst van de zaak wordt breed gedeeld, maar wat de wereld praktisch te doen staat, is een andere zaak.
Existentieel
De Britse krant The Guardian maakt zich grote zorgen, omdat het internationale politieke klimaat (Trump) niet gunstig is voor drastische milieumaatregelen:
‘Klimaatverandering vormt een existentiële bedreiging voor de mensheid.\\ ‘Maar de dreiging is echt. Het nieuwste rapport van het Intergouvernementele Panel over Klimaatverandering laat ons weten dat we nog maar een tiental jaren hebben om onze economieën radicaal te veranderen om de effecten van klimaatverandering die al gaande zijn beheersbaar te houden. Daarvoor zouden alle landen van de wereld de meest ambitieuze doelen van het akkoord van Parijs moet halen.’
Bestaande middelen gebruiken
In de Deense krant Berlingske schrijft commentator Claus Skovhus dat er wel degelijk uitwegen zijn.
‘In wezen lijkt de strijd tegen klimaatverandering hopeloos. Maar toch: het verminderen van de uitstoot van CO2 zal mogelijk zijn als de politici maar bereid zijn de middelen die zij al in hun gereedschapskist hebben echt te gebruiken. Een van de opties is het instellen van een wereldwijde koolstofbelasting die investeerders zal stimuleren de uitstoot van koolstofdioxide te verminderen.
‘Het lukt ons niet’
Karl Gaulhofer schrijft in de Oostenrijkse krant Die Presse dat we het rapport ook als een overwinning van de wetenschappers kunt zien:
de data zijn beter dan ooit onderbouwd. Het legt het falen van de politici bloot, vindt hij:
‘De zelfbenoemde klimaathelden van Parijs wilden weten hoe ze hun doelen kunnen bereiken, en de wereldklimaatraad heeft antwoorden geleverd. (...)
De narigheid met de klimaatverandering is dat we die nu veroorzaken, maar pas in toekomst zeer doet. Dat is een val. Het leidt tot georkestreerde huichelarij: politici gaan prat op hun ‘moed om abstracte doelen te ondersteunen en zeggen er niet bij wat naleving ervan zou betekenen: een grootschalige aanpassing van belastingsysteem. Autorijden als luxe, vliegen alleen nog voor de happy few. Wie dat propageert, kan wel inpakken. Daarom zwelgen politici in visioenen, nemen cosmetische maatregelen voor elektromobiliteit en doen verder niets concreets, tot de volgende verkiezingen. Na ons de zondvloed, letterlijk.’

IPCC-rapport is alarmbel maar we blijven snoozen (Kobe De Keere Volkskrant 11 oktober 2018 p. 25):
Maar waarom blijven we zo hardnekkig sluimeren?
Voor veel psychologen en sociologen is het al een tijdje duidelijk dat individuele gedragsveranderingen, zeker als die gericht zijn op een ‘verre’ toekomst, heel moeilijk zijn.
We zijn nu eenmaal gewoontedieren wiens bestaan eigenlijk pas behapbaar wordt als we telkens opnieuw dezelfde handelingen herhalen tot ze uiteindelijk rituelen en conventies worden. We zijn zo gewend aan ons comfortabele en vooral bekende bed dat eruit opstaan soms een onmogelijke opdracht lijkt.
Pas wanneer we inzien dat collectieve actie een bepaald politiek klimaat verreist, een waarbij de verantwoordelijkheid niet meer enkel bij het individu maar terug bij de samenleving ligt, zullen we stoppen met op de snoozeknop te blijven drukken. Het is nu eenmaal makkelijker om uit bed te komen als anderen op je staan te wachten.

Het Brexit-debat doet denken aan voetbalfans (Patrick van IJzendoorn Volkskrant 11 oktober 2018 p. 25):
Waarover hebben ze het in het Verenigd Koninkrijk? Over ‘Neglexit’ en hoe het koninkrijk wordt bestuurd in deze krankzinnige tijden.
Tevreden constateerde ze dat het land zich in een staat van ‘anarchie’ bevindt; niet in de negatieve zin van chaos, ‘maar letterlijk zonder baas of bestuur’. Ambtenaren kunnen hun gang gaan zonder te worden lastig gevallen door grootse initiatieven van politici. In België, zo weet Maxtone Graham, heeft dat ooit 589 dagen goed gewerkt.
In zijn recente Telegraph-columns zwijgt Johnson over de Brexit. Eerst schreef hij over het lot van de bedreigde olifant en in de jongste aflevering mengde hij zich in #MeToo
door mannen aller landen op te roepen een einde te maken aan slechte behandeling van vrouwen, iets waar het koor in Euripides’ Medea, zo doceerde de classicus, al over zong. Volgens een door The Economist gepubliceerde peiling zijn Johnsons kansen om de Medea van Downing Street te onttronen afgenomen. Misschien moet de oud-presentator van Have I Got News for You zijn ambities verleggen. Question Time zoekt nog een opvolger voor Dimbleby.

Kan democratie klimaatverandering aan? (Peter de Waard Volkskrant 10 oktober 2018 p. 31):
Maandag kwam De Nederlandsche Bank met verschillende stresstests over de mogelijke gevolgen van een onverhoedse energietransitie voor de financiële stabiliteit. In het slechtste geval kost het de sector 159 miljard euro.
Maar uit electorale overwegingen zal het kabinet alleen kleine stapjes zetten. Het Klimaatplan mag 'de burger niet met hoge kosten opzadelen', aldus Wiebes. VVD-fractievoorzitter Klaas Dijkhoff riep tijdens de algemene beschouwingen dat 'we niet als mallen ons geld moeten uitgeven om zo snel mogelijk de doelen te halen'. Iedereen doet het in zijn broek voor de populistische kiezer.
Wie in de wereld iets aan het klimaat wil doen, heeft autocraten nodig die in 2050 nog in functie zijn.

De gewetenloosheid van Trump (Heleen Mees Volkskrant 17 mei 2017 p. 26):
Tijdens de verkiezingscampagne beloofde Trump als een rattenvanger van Hamelen om Obamacare af te schaffen en te vervangen zodat iedereen 'geweldige zorg' zou krijgen voor een 'fractie van de kosten'. In plaats daarvan stemde het Congres twee weken geleden in met een uitgeklede versie van Obamacare waarbij de premies voor lagere-inkomensgroepen en ouderen flink zullen stijgen en tot 24 miljoen Amerikanen hun ziektekostenverzekering zullen kwijtraken. Volgens onderzoek zal dit tot 28 duizend extra doden per jaar leiden.
Omringd door Republikeinse Congresleden op het gazon van het Witte Huis vierde president Trump euforisch de afschaffing van Obamacare hoewel de wet nog door de Amerikaanse Senaat moet worden goedgekeurd. Vanwaar zijn opgetogenheid? Met de afschaffing van Obamacare komt er ruimte op de Amerikaanse begroting om de belastingen permanent te verlagen. Volgens The New York Times-columnist David Brooks is Trump te incompetent om zijn eigen incompetentie te begrijpen.

Wat als de wereld wordt geleid door een kind (David Brooks Volkskrant 17 mei 2017 p. 24):
Trump is in de kern een infantiele figuur die uit is op positieve bevestiging. Het gevaar van een lege man.
In de kern is Trump een infantiele figuur. Van de drie taken die mensen van 25 meestal al beheersen, heeft Trump er niet een onder de knie. Onvolwassenheid wordt het thema van zijn presidentschap, het gebrek aan zelfbeheersing een leitmotiv.
Wat ons voert naar de berichten dat Trump een inlichtingenbron heeft verraden en geheimen heeft gelekt aan zijn Russische bezoekers. Voor zover we nu weten deed Trump dat niet omdat hij een Russische agent is of uit kwade bedoelingen. Hij deed het omdat hij slordig is, omdat hij zich niet kan beheersen en vooral omdat hij een 7-jarig jongetje is dat de instemming nodig heeft van degenen die hij bewondert.

De geldpers aan en weg zijn alle schulden (Jonathan Witteman Volkskrant 13 mei 2017 Bijlage Opinie p. 6-8):
De crisis is voorbij, klinkt het. Toch komen we niet goed uit de startblokken. Dat lukt ook pas, zegt de econoom Steve Keen, als we alle schulden kwijtschelden.
Nederland is een schoolvoorbeeld van wat Keen de walking dead of debt noemt, levende schuldendoden: landen waarin de schuldenlast zo hoog is dat de economie in een soort zombie-staat verkeert, ergens tussen leven en dood in.
Economische modellen zonder schulden, banken en geld, dat klinkt als voortplanting zonder seks.
In zijn pas verschenen boek Can we avoid another financial crisis? verdeelt Keen de schuldenlasten van de geïndustrialiseerde landen in drie categorieën. Er is een select gezelschap van landen waar geen vuiltje aan de lucht is: de schulden blijven er binnen de perken en de economische groei is niet al te zeer afhankelijk van leningen. In de eurozone voldoen in Keens ogen alleen Duitsland en Oostenrijk aan dit profiel, plus landen als Polen, Israël, Tsjechië en Zuid-Afrika.
Dan zijn er de
walking dead of debt, waaronder Keen behalve Nederland ook Japan, de VS, Denemarken, Ierland, Nieuw-Zeeland, Portugal, Spanje en het Verenigd Koninkrijk schaart. Deze landen hebben al een zware crisis achter de rug - Japan in 1990, de rest in 2008 - maar worstelen met de schuldenerfenis van de crisis.
U schrijft dat China en de andere toekomstige 'schuldenzombies' voor het dilemma van de junkie staan: nu afkicken, of je blijven volspuiten met krediet en dan later een nog grotere ontwenningskater.
De markt alleen kan ons niet uit de klauwen van de schulden redden, zegt Keen. Dat komt door een
paradox waarop de Amerikaanse econoom Irving Fisher tijdens de Grote Depressie wees: hoe meer schulden we afbetalen, hoe meer schulden we hebben.
Tegelijkertijd schrijft u over uw eigen ideeën: dit gaan de politiek en de banken helemaal niet doen.
'De politieke weerstand is enorm. De financiële sector zou erop achteruitgaan en zij hebben het oor van de politiek. Dat maakt de uitvoering van mijn ideeën onwaarschijnlijk.'
Toch ziet Keen voor Nederland en de andere zombies geen andere manier om aan hun schuldenverslaving te ontsnappen. 'Het grootste gevaar voor het kapitalisme komt niet van revolutionairen die het systeem omver willen werpen. Het grootste gevaar komt van binnenuit, van mensen die vast willen houden aan de vastgeroeste ideeën.'

Like & trust of 'Het apparaat weet veel van ons, maar wij weten niets van het apparaat' (Bard van de Weijer Volkskrant 25 mei 2016 katern Vonk p. 10-11):
Voor Esther Keymolen (34) was het zo'n moment waarop ze dacht: nu kan alles veranderen. Nu nemen gebruikers misschien massaal afscheid van sociale media. De techniekfilosoof zat midden in het onderzoek voor haar proefschrift toen de schandalen rond de NSA uitbraken en bekend werd dat gebruikers van sociale media werden afgeluisterd. Gebruikers staan machteloos, de politiek loopt achter de feiten aan, bedrijven kunnen ongestoord hun gang gaan. Je zou er gewoonweg somber van worden.
'Ja, dat moet niet, hè? Ik ben niet somber. Mensen hebben een natuurlijke kunstmatigheid, zoals filosoof Helmuth Plessner zegt. We zijn altijd onlosmakelijk verbonden geweest met technologie. Als een paleontoloog een opgraving doet en wil weten of hij te maken heeft met mensen of apen, zoekt hij naar werktuigen. Technologie heeft ons altijd onderscheiden. Wie we zijn komt door onze technologie.
'Het geeft ons zekerheid, het belooft een thuis, dat alles harmonieus wordt. In die belofte schuilt ook een paradox.
Want de 'thuiskomst' is altijd tijdelijk. De utopische ideeën die we vaak bij nieuwe technologie hebben, gaan altijd vergezeld van nadelen. Tech lost problemen op, en brengt nieuwe. Kijk naar Airbnb, naar Uber, naar Facebook.
'Daarom moeten we technologie niet laten determineren wat we doen. We moeten ons realiseren dat technologie nooit precies doet wat we willen. Dat is eigenlijk ook fijn, want daardoor blijven we flexibel en creatief.'

Vreemde eend of Kinderen zeiden: 'Jij mag niet meedoen omdat je bruin bent' (Robert Vuijsje Volkskrant 13 oktober 2015 katern Vonk p. 8-9):
Welke rol speelt afkomst in Nederland? Robert Vuijsje onderzoekt het in een reeks interviews. Gemeenteraadslid Dehlia Timman: 'Onder spanning gaat het laagje beschaving er snel af.'
Haar moeder, Ilse Dorf, kwam toen ze 18 was van Suriname naar Nederland, om psychologie te studeren. Dehlia's vader, Jan Timman, was schaakgrootmeester en speelde om de wereldtitel.
ZIT JOUW WOEDE NET ZO DIEP ALS BIJ JE MOEDER?
'Zij zit er één generatie dichterbij dan ik. Wanneer ik op een slavernijherdenking zoals Keti Koti ben, voel ik hoe groot de woede tegen Nederland is. Mijn ouders zijn niet meer bij elkaar, maar ik ben blij dat ik beide culturen ken. Ik denk dat die vermenging uiteindelijk de oplossing is.
'Als kind zocht ik naar de herkenningspunten in mijn ouders, die lagen best ver uit elkaar. Ik ontwikkelde het vermogen om alles van twee kanten te bekijken. Ik weet: deze persoon bekijkt het vanuit dit perspectief, daar horen deze standpunten bij. Een andere persoon kan dezelfde situatie op een totaal andere manier bekijken.
VOOR D66 ZIT JE IN DE AMSTERDAMSE GEMEENTERAAD. HET HOKJE DAT BIJ JOU ZOU PASSEN IS: VANUIT AMSTERDAM-ZUIDOOST SUBSIDIE REGELEN VOOR JE EIGEN ACHTERBAN?
'Ik denk het. Voor D66 richt ik me op onderwijs en integratie. Ik ga vaak naar scholen toe. Het is belangrijk dat gemengde scholen goed onderwijs bieden. Dat mag niet de drempel zijn. Het is niet goed of slecht dat de scholen divers zijn, het is gewoon de realiteit van de bevolking in een stad als Amsterdam. Kinderen die op school hebben gezeten met klasgenoten uit andere culturen zijn eraan gewend dat mensen verschillende standpunten kunnen hebben.
Ik wil dat scholen focussen op de overeenkomsten in plaats van de verschillen. Later in de volwassen maatschappij leidt dat tot minder polarisatie en een gezonde discussie - ook met iemand die anders denkt dan jij. Het zou goed zijn voor de tolerantie waarop we ooit zo trots waren.'
Dehlia Timman (Nederland, 1979)studeerde rechten en economie aan de Universiteit van Amsterdam. Ze is gemeenteraadslid voor D66 in Amsterdam. 'Mijn bachelorscriptie voor economie ging over de economie van Suriname, ik vond dat ik daarvan te weinig wist. Hoe Suriname de inkomsten van bauxiet uitgaf aan buitenlandse goederen en niet investeerde in het eigen land. Zo vernachel je je eigen economie. Nu wordt Suriname geregeerd door een man van wie iedereen weet dat hij een moordenaar is en een cocaïnehandelaar. Dat is heel erg.'

Het kan dus tóch anders (Maarten Keulemans Volkskrant 7 januar 2012)
Zelfs de Occupydemonstranten komen er niet goed uit: ons economische systeem hapert, maar is er eigenlijk wel een alternatief?
Een groeiende groep economen, ecologen, politicologen en andere wetenschappers denkt van wel.
En natuurlijk was er Noorwegen, dat zo verstandig was geweest zijn olieopbrengsten onder te brengen in een investeringsfonds, het NorwegianWelfare Fund, terwijl het steeds meer duurzame energie opwekte uit water en wind. Na de val van de eurozone was dit het eerste land dat de grenzen weer sloot om te kunnen experimenterenmet een nieuw economisch model. De ideeën werden ontleend aan oud-Wereldbankeconoom Herman Daly, die al in 1989 een ‘steadystate-economie’ voorstelde, een economie die niet méér grondstoffen verbruikt dan de natuur kan aanvullen.
Geen inkomstenbelasting en bedrijfjes overal
De eerste maatregelen werden nog met scepsis ontvangen. De jaarlijkse prognoses van het Centraal Planbureau van het te verwachten percentage economische groei werden afgeschaft. Het bruto nationaal product werd losgelaten als belangrijkste maat van economisch succes: daarvoor in de plaats kwamen cijfers die met name geluk, gezondheid en welbevinden van de Nederlandse burgers registreerden.

Jan Tromp sluit zijn artikel Leeg land, vol hoofd (Volkskrant 5 juli 2008) af met de vraag:
Wordt het niet tijd om het democratisch nut van een lagere versnelling te erkennen?

Is een beschaving, die alleen met inzet van de modernste informatica (Raymond Kurzweil) overeind kan worden gehouden de beste?
Een andere vraag is zijn banken die op de meest slimme manier met geld geld (financiële derivaten) verdienen de beste?

Of is wat deze voorbeelden betreft juist van dwaasheid sprake?

De Oosterse filosofie, de Esoterie, de Hegeliaanse (dialectische) - en de Natuurfilosofie bieden een kader, maken het mogelijk op deze vragen een antwoord te geven. Als vrucht van een reflexieve opvatting van de seculiere moderniteit, dat wil zeggen een progressie die spiraalsgewijs verloopt via cycli van op en neergang met een accumulatie van historische energie en een hoger niveau van collectief bewustzijn als uitvloeisel kan er van cyclische progressie worden gesproken.

De moraal van het verhaal is dat ethiek zowel de oorzaak van het probleem als de oplossing ervan laat zien. Het gaat volledig mis, er ontstaat een breuk wanneer extremen van het kapitalisme gaan overheersen, de moraal, de regulerende principes buiten het verkoopverhaal worden gehouden, het gedrag wordt amoreel. Het zijn juist de waarden en normen, die mensen met elkaar verbinden. Of anders gezegd de onzichtbare muren tussen 'Wij en Zij', waardoor we de ander uitsluiten, dienen we af te breken. In plaats van dat een dialoog partijen nader tot elkaar brengt, kunnen de meningen ook verharden en ontstaat er een loopgraven oorlog.

Zowel de programma's van CDA als van PvdA zijn de afgelopen decennia naar rechts opgeschoven. Het neoliberalisme is geen panacee om mismanagement, bestuurlijk wanbeheer te verkleinen. Falende managers worden op vette vertrekbonussen getracteerd. Het heeft eerder de bestuurlijke chaos vergroot. Het gaat er om van de motieven van onze politici, de bestuurlijke elite een helder beeld te krijgen, het zelfbedrog, het egoïsme dat er aan ten grondslag kan liggen te ont-maskeren (ont-sluieren). Wanneer je als land de home market niet op orde hebt mag je niet verwachten dat je op de wereldmarkt meer succes zult hebben.

De hamvraag is of de nauwere verwevenheid van de publieke met de private sector de kwaliteit van de samenleving echt verbeterd? Het rapport ‘E i V’ verdedigd de stelling dat dit niet het geval is. Door de verzelfstanding van de wooncorporaties, de zorg en het onderwijs heeft de overheid het stuur uit handen gegeven. De door de overheid gestimuleerde marktwerking heeft een averechts effect, de valkuil van de schijnmarkt opgeleverd. Met het simplistische denken van politici als Geert Wilders los je de complexe vraagstukken die politici de afgelopen decennia mede hebben gecreëerd niet op.

De paradox is dat in Nederland op het individuele vlak, ondanks de devaluatie van de diploma's, het opleidingsniveau is toegenomen, maar op het collectieve vlak (collectief onbewuste) lijkt het dat de dwaasheid eerder is toe dan afgenomen. De mede door de neoliberale agenda toenemende scoringsdrift in de maatschappij resulteert bij de verliezers in rancune en frustratie. Als reactie uiten de rancuneuzen hun ongenoegen op partijen als de PVV. Het uitblijven van de hoge verwachtingen vindt ook een uitweg via het stijgen van de depressiviteit in het Westen.

Hans van Keken De sociogenese van de begrippen beschaafd en beschaving, 1.4. De antithese Kultur en Zivilisation
Een ontwikkeling. die in de tweede helft van de 18e eeuw uitmondde in een sociale tegenstelling, die onder meer tot uitdrukking kwam in de begrippen 'Zivilisation' en 'Kultur'. De burgerstand in Duitsland zette zich met deze twee begrippen af tegen de bovenlaag. Het begrip 'Zivilisation', dat met die bovenlaag laag werd geassocieerd, verkreeg in kringen uit de burgerstand een tweederangs betekenis; namelijk alleen verwijzend naar het uiterlijke (en derhalve het ‘oppervlakkige‘) gedrag van de mens. 'Kultur' werd er het kernbegrip, waarmee het trots zijn op het eigen wezen, de eigen prestaties tot uitdrukking werd gebracht. Het is in deze inhoudelijke betekenis -niet het uiterlijke gedrag is van belang, maar de persoonlijkheid en zijn kunnen- dat het begrip 'Kultur' een antithese vormde ten opzichte van het begrip 'Zivilisation'. Deze uitweg van de spanning tussen de burgerstand en de bovenlaag in Duitsland deed er een geheel eigen burgerlijke traditie ontstaan ".. die von der höfisch-aristokratischen Tradition und ihren Modellen weitgehend verschieden war." (Elias, pag 62)
Evenals dit met het Franse begrip 'civilisation' het geval is geweest, ging een opkomende burgerstand zich van het begrip 'beschaving bedienen om er hun vooruitgangsgedachten mee te verwoorden: 'beschaafd diende iedereen te worden'. Onder invloed van de verlichtingsideeën was namelijk het besef gekomen, dat de samenleving als geheel zich ontwikkelde. Dit proces, zo meende men, moest bevorderd worden door vooral de mensen uit de laagste standen 'op te voeden'. Een streven dat werd aangeduid met het begrip beschaving. Het zijn in het bijzonder de leden van de Maatschappij tot het Nut van 't Algemeen geweest, die zich met deze beschaving hebben beziggehouden. In de loop van de 19e eeuw wordt het begrip ‘beschaving' een kernbegrip waaraan men vele zaken ging ophangen. Tegelijk verkreeg het een statische betekenis. De beschaving werd niet langer gezien als een proces, maar als een -bevoorrechte en soms betreurde- toestand tegenover de staat van woestheid en barbaarsheid. Met andere woorden 'de beschaving' werd, tenminste voor wat het Westen betrof, als een afgerond geheel beschouwd.

Hans van Keken: Kortom - ik zal u niet verder met details vermoeien - de markt is in werking gezet in de zorg, maar niemand lijkt echt te weten hoe een en ander gaat uitpakken voor de zorgvragers, de zorgverleners en de zorgverzekeraars. Die ongewisheid ten aanzien van zo iets belangrijks is mijns inziens zorgwekkend.

De allochtoon en de pannenkoek: de multiculturele samenleving als rancuneleer - 7 In deze redenering kunnen thema's herkend worden die gebaseerd zijn op Norbert Elias enerzijds en Michel Foucault anderzijds. Misschien wordt ook Thompson in de redenering betrokken ("moral economy"). Nederland is hier weer het deltagebied dat theorieën uit naburige landen binnenlaat en hiervan een grof sediment achterhoudt. De gedachte dat de vierde stand na de eerste, tweede en derde "beschaafd" diende te worden, ook al heette dit niet het eigen streven van de vierde stand zelf te zijn, klinkt verdedigbaar. De pijnlijke vraag of het hele streven naar emancipatie van de arbeidersklasse dan niet eigenlijk een beschavingsproces was dient achterwege gelaten te worden. In de eerste plaats omdat het herinnert aan het vorige "paradigma". In de tweede plaats omdat een dergelijke beschouwingswijze de sociaal-democratie en haar aftakkingen (waaronder het zogeheten communisme van de CPN) als een bourgeoispartij laat zien, die zich met het beschaven van de mindere stand bezig heeft gehouden in plaats van deel uit te maken van de Arbeidersbeweging. Men zou dan kunnen concluderen dat er helemaal geen ideologische veren zijn af te schudden, omdat deze veren er nooit geweest zijn. Hoewel dit wel eens de pijnlijke waarheid zou kunnen zijn wordt meer de aandacht gericht op de verlichte liberale bourgeoisie, en overigens: er wordt uitdrukkelijk niet in termen van een beschavingsproces gesproken, maar van een beschavingsoffensief, waarmee Elias nogal ver buiten beeld raakt. We zijn hier plotseling in een oorlogssituatie beland. Geen klassenstrijd meer in de sfeer van produktie of een rechtvaardig geacht deel van de consumptie, maar een soort cultuurstrijd: de arbeiders willen hun kermis, de bourgeoisie wil hen van dat onbeschaafde gedoe afhouden.
Deze botsing van culturen die in de negentiende eeuw geprojecteerd wordt zou een weerspiegeling van het huidige idee van cultuurbotsing dat ten grondslag ligt aan een begrip als "de multiculturele samenleving" kunnen zijn. De allochtoon die naar deze streken komt om geen andere reden dan voor een culturele verrijking te zorgen is sterk verwant aan de mindere man en vrouw uit de negentiende eeuw die beschaafd moet worden: beiden hebben hun specifieke plaats in het produktieproces. Het a-woord is taboe in een multiculturele dus klasseloze samenleving, al had je in de negentiende eeuw klaarblijkelijk nog wel arbeiders. Teruggeprojecteerd wordt dan ook de hedendaagse preoccupatie met de rol van het Slachtoffer, die nauw verweven is met het cultuurbegrip dat gehanteerd wordt als men het over de multiculturele samenleving heeft. De Allochtoon is iemand in een achterstandsituatie die voortdurend gediscrimineerd dreigt te worden. Deze discriminatie heeft niets te maken met plaats in het produktieproces, maar met cultuur, is de interpretatie in de klasseloze samenleving. De Allochtoon is per definitie niet een handelend subject, maar (vooral potentieel) slachtoffer.

René Meijer belicht in zijn boek De Ether Bestaat! het Vedische gedachtegoed. Deel III, de Persoon en de Politiek is het vertrekpunt van het rapport
'E i V '. Of met andere woorden het boek De Ether Bestaat! kijkt vanuit een top down benadering, terwijl daarentegen het rapport 'E i V' bottom up.
In het rapport 'E i V' komen de andere gezichtspunten aan de orde. Het kompaskwadrant laat zien dat de verschillende perspectieven perfect op elkaar aansluiten.

Het kompaskwadrant is als het ware de schakel tussen het boek en het rapport en is een handig hulpmiddel om het nieuwe paradigma op de 'theorie van alles' en de daarmee samenhangende zelfhelende mechanismen verder uit te werken.
De relatie tussen het boek en het rapport, tusen de 'Triade en de Tetrade' wordt in het hoofdstuk Idealisme versus Materialisme aan de hand van de systeembenadering toegelicht.

Teilhard zegt dat de ganse kosmos niet opgebouwd is uit materie, maar uit wat hij noemt: 'Weltstoff'. Wat is nu het verschil? 'Weltstoff' is meer dan materie. De stof waaruit alles is opgebouwd, heeft namelijk een buitenkant én een binnenkant. De buitenkant van de 'Weltstoff' is materie. Haar binnenkant is bewustzijn. 'Weltstoff' is dus 'materie-bewustzijn', een soort bipolaire eenheid in elk 'deeltje'.

In het leven bewegen we ons tussen een materiële wereld en een spirituele wereld, een fundamentele dualiteit van leefwerelden. Als we een theorie van alles willen hebben, moeten deze werelden in deze hiërarchisch-structurele visie op de persoon en de materie, in dit nieuwe paradigma voor de wereldorde, worden gecombineerd zodat iedereen er een plaats in heeft, zodat een ieder gerespecteerd kan worden en conflicten daarmee beëindigd kunnen worden. De beide werelden hebben elkaar nodig en kunnen niet zonder elkaar bestaan, precies zoals de ruimte niet zonder de materie en de tijd kan bestaan en de oude natuurkunde het ook niet kan stellen zonder de antimaterie.

De gemanifesteerde 'Ruimte - Materie - Tijd' staat tegenover de ongemanifesteerde Triniteit. Voor de Triniteit geldt dat de Vader, de Zoon en Heilige Geest wel onderscheiden maar niet gescheiden kunnen worden. Dit is ook op 'Ruimte - Materie - Tijd' van toepassing.
Om de Triniteit te illustreren geeft Aurelius Augustinus een ingenieuze definitie:
Heilige Drie-eenheid kan men misschien beter de ene God noemen, uit Wie, door Wie, in Wie alle dingen zijn. Vader, Zoon en Heilige Geest zijn elk afzonderlijk God en vormen samen één God. Elk van hun is een volledige substantie en samen zijn ze één substantie. De Vader is noch de Zoon noch de Heilige Geest, de Zoon noch de Vader noch de Heilige Geest, de Heilige Geest is noch de Vader noch de Zoon, maar de Vader is alleen Vader, en de Zoon alleen Zoon en de Heilige Geest alleen Heilige Geest. Alle drie hebben ze dezelfde eeuwigheid, dezelfde onveranderlijkheid, dezelfde majesteit, dezelfde macht. In de Vader is de eenheid, in de Zoon de gelijkheid, in de Heilige Geest het harmonieuze samengaan van eenheid en gelijkheid. Alle drie zijn één door toedoen van de Vader, gelijk door toedoen van de Zoon, verbonden door toedoen van de Heilige Geest.

<< vorige || volgende >>

Categorie: Artikelen | Rapport | Auteur: Harry Nijhof


Deze pagina werd sedert 16 dec. 2007 keer bekeken. \