1.3.2 Paradoxen en Ommekeer

LaoZi Zij die het zeggen weten het niet, zij die het weten zeggen het niet.
Het Dao dat men noemen kan is niet het ware Dao.
François Rabelais: Wanneer ge nooit meer een dwaas wilt zien, moet ge beginnen uw spiegel stuk te slaan.
Mumon Ekai (1183 – 1260) gedicht:
Als de buffel rent, valt hij in het ravijn;
Keert hij terug dan wacht hem de slachter;
Dat staartje
Is een heel raar ding.
Goso: Wanneer een buffel buiten zijn omheining naar de rand van de afgrond gaat, geldt dat voor zijn hoorns en zijn kop en zijn hoeven, maar waarom niet voor de staart?
Heinrich Suso: Als een mens iets niet vat, laat hij dan niets doen en het iets zal hem vatten.
Dualiteit: De paradox van de kwantummechanica is dat zij vele verschijnselen kan verklaren, doch zelf 'onbegrijpelijk' blijkt te zijn.
Hegel: De mens leert uit de geschiedenis dat de mens niets leert uit de geschiedenis.
G. de Purucker: Om de ware aard van prajñā te begrijpen en geestelijk aan te voelen is het noodzakelijk de opvatting van ‘deze zijde’ op te geven en met geestelijk begrip over te gaan naar de ‘andere oever’ (pāra), of de andere benaderingswijze van de dingen. Aan ‘deze zijde’ zijn we verwikkeld in een bewustzijnssfeer van verstandelijke analyses en bijzonderheden, die een wereld wordt van gehechtheid en van onderscheid op een lager niveau. Wanneer we deze innerlijke ‘ommekeer’ tot stand brengen, dit verheffen van ons bewustzijn naar de mystieke ‘andere oever’ van het zijn, dan stappen we met min of meer succes een wereld van bovenzinnelijke werkelijkheden binnen van waaruit we de dingen kunnen zien in hun oorspronkelijke en geestelijke eenheid, achter de māyā van de bedrieglijke sluiers van de veelvormigheid; kunnen we doordringen tot de essentiële aard van deze werkelijkheden en ze leren kennen zoals ze werkelijk zijn.

Wederkerigheid (Eeuwige wederkeer, Universele kennis, Complementariteit tussen 'Evolutie en Involutie', Absoluut en Relatief, Cultuuroverdracht )

De Monadologie of Monadenleer is de term die de Duitse filosoof Leibniz gaf aan zijn metafysische systeem zoals beschreven in zijn gelijknamige tekst uit 1714.
Zo kon Leibniz dus ook tot zijn uitspraak komen: "Tout est pour le mieux dans le meilleur des mondes possibles" ("Dit is de best mogelijke wereld") die in schril contrast staat met de uitspraak van Arthur Schopenhauer: "Dit is de slechtst mogelijke wereld".
Plotinus: De ervaring van het kwade leidt tot een beter begrip van het goede.
Angelus Silesius: Gij jaagt de hemel na, weet dat hij in u is, en zoekt gij elders hem, gij loopt hem aldoor mis.
Nicholas Roerich Where there is peace, there is culture
Where there is culture, there is peace.
Hazrat Inayat Khan: Vreugde en verdriet zijn het licht en schaduw van het leven. Zonder licht en schaduw is geen enkel beeld duidelijk.
Lama Anagarika Govinda: De volledige mens, de mens die heel geworden is (en daardoor ‘heilig’),
is degene die het universele met het individuele verenigt,
de uniekheid van het moment
met de eeuwigheid van de cyclische wederkeer
van constellaties en uiterlijke situaties
.
Lama Anagarika Govinda: Het is… nodig een nieuwe wijze van denken te ontwikkelen, die vrij is van het dogmatisme van onze zelfgeschapen wetten die – hoewel ze bruikbaar en gerechtvaardigd zijn in een wereld van concrete voorwerpen en begrippen – niet verenigbaar zijn met de wetten van een universum dat onze zintuiglijke ervaring en onze gedachtevormen verre te boven gaat. [Het is noodzakelijk]… ons denken aan de feiten van het universum aan te passen.… Dit kan alleen worden bereikt door onze ééndimensionale logica te boven te komen die – terwijl ze in een rechte lijn naar een gegeven voorwerp gaat – de wereld doormidden snijdt met het mes van het `of-of’, om uit de levenloze stukjes van een ontlede wereld een zuiver begripsmatig en volledig abstract universum te bouwen.
Stelling: Het informele circuit, de achterkamertjes politiek en de lobbyisten van het grootkapitaal regeren voor een belangrijk deel de Westerse wereld.

Xi Jinping is al vroeg onsterfelijk (Marije Vlaskamp Volkskrant 25 oktober 2017 p. 21):
Xi Jinping heeft voor elkaar wat Deng Xiaoping en Mao Zedong ook lukte: zijn wil is wet.
China heeft er sinds vandaag een nieuwe ideologische bouwsteen bij. Het 'Xi Jinping Denken voor Socialisme met Chinese Karakteristieken voor een Nieuw Tijdperk' is opgenomen in het handvest van de communistische partij.
De communistische partij hecht bijna overdreven aan procedures die de eenpartijstaat een democratisch vernisje geven, zoals ceremoniële stemmingen over beslissingen die achter de schermen al lang zijn genomen. Voor deze leidraad werd dat moment echter niet afgewacht: daags na de opening van het partijcongres verdrongen partijprominenten zich al in de staatsmedia met gezwijmel over het 'historisch' Xi Jinping-Denken.
Wat is de invloed van zo'n theorie op het dagelijks leven?
Het
Nieuwetijdsdenken komt niet uit de lucht vallen: Xi baseert zich op werkelijke tegenstellingen in de samenleving, waarin elke Chinees zich herkent. Chinese marxisten geloven dat vooruitgang wordt aangedreven door strijd. Die wordt veroorzaakt door tegenstellingen, die moeten worden opgelost. Zo voedde in China de tegenstelling tussen de steeds groter wordende materiële behoeften van de bevolking en de achterlopende productie een economische inhaalrace die China tot de tweede economie ter wereld heeft gemaakt. Dat project is na dertig jaar afgerond. China staat nu voor een nieuwe tegenstelling: onevenwichtige ontwikkeling versus behoefte aan welvaart en een prettig leven. Xi's Nieuwetijdsdenken schrijft in de gebiedende wijs voor hoe China de komende dertig jaar die nieuwe tegenstelling aanpakt.
Merkt het buitenland daar iets van?
De fall-out van het Nieuwetijdsdenken in de praktijk is nog niet helemaal te overzien, maar vanaf vandaag worden in China alle mogelijke beleidsterreinen zoals
economie, defensie en buitenlands beleid onder de loep gehouden om te zien of het alles wel netjes op de nieuwe theorie van Xi is gestoeld. Indien nodig wordt de koers aangepast.
Xi heeft het Chinees socialisme per decreet uitgeroepen tot het beste politieke systeem ter wereld - niet alleen voor Chinezen, maar als een directe concurrent van de westerse liberale normen en waarden. Omdat China na ruim dertig jaar economische expansie overal ter wereld economische belangen heeft, beperkt de invloed van het Nieuwetijdstijden zich zeker niet tot de Volksrepubliek. In de woorden van persbureau Xinhua: 'Het is tijd om China's pad te begrijpen, want het lijkt erop dat China door zal gaan met zijn triomftocht.'

Richard Sennett: 'Misschien wel de belangrijkste rode draad in de tientallen boeken die hij sindsdien geschreven heeft, is de metamorfose van de werkvloer. Inmiddels heeft een op de drie werkenden in Nederland een tijdelijk contract of is zzp'er. De stress waartoe dat kan leiden is funest, meldde begin dit jaar de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid in een rapport. Flexibele krachten blijken met onzekerheid te kampen en spelen op safe, bang om de chef voor het hoofd te stoten. Ook de betaling is beroerd. Terwijl de economie sinds het begin van deze eeuw per Nederlander met 11 procent groeide, daalde het besteedbaar inkomen met 4 procent. De meeste economen wijzen de oprukkende flexibilisering als boosdoener aan.' (Volkskrant 1 juli 2017 Bijlage Opinie p. 6)

De meest gehate man van de VS (Heleen Mees Volkskrant 12 juli 2017 p. 26):
In Nederland betaal je 12 euro voor 30 Daraprim-pillen. In de VS betaal je 750 dollar per pil. Veel handelsverdragen bevatten een 'most favored nation'-clausule, wat wil zeggen dat je de handelsvoordelen die je aan een land geeft ook aan andere landen moet geven. Als de senaat zo'n bepaling zou introduceren voor geneesmiddelen zou een einde worden gemaakt aan de megawinsten in de farmaceutische industrie en zou de Amerikaanse zorg betaalbaar worden. In plaats daarvan richt het OM haar pijlen op Martin Shkreli. Alsof met zijn veroordeling de wantoestanden in de Amerikaanse geneesmiddelenindustrie worden aangepakt.

Moet ook worden stilgestaan bij de summer of crisis? (Peter de Waard Volkskrant 12 juli 2017 p. 31):
De landen werden uitgeleverd aan speculanten, waarbij door Maleisië de beschuldigdende vinger werd uitgestoken naar Georges Soros. 'Men ging dineren met de duivel en eindigde zelf op het menu', schreef de Amerikaanse ex-minister Lawrence Summers.
Niemand weet of de duivel opnieuw op de loer ligt. Maar een volgende summer of crisis is dichterbij dan een volgende summer of love.

Macron: 'Het is toch niet normaal dat fabrieken uit Frankrijk naar Polen verhuizen, aldus Macron, en dat tegelijkertijd Poolse arbeiders in Frankrijk komen werken, tegen Poolse lonen. Er kwam wat gemopper van de Poolse premier. Voor de rest leek 'l'Europe qui protège' al het nieuwe normaal. Een ondenkbaar plan van Cameron in verband met het vrije verkeer, was ineens een topplan van Macron.' (Martin Sommer Volkskrant 1 juli 2017 Bijlage Opinie p. 5)

Naomi Klein: 'Klein hoopt dat het Leap-project ook in andere landen vaste grond onder de voeten krijgt en op die manier politieke partijen kan beïnvloeden. 'Maar de echte truc is natuurlijk als deze dromen op het stembiljet komen', schrijft Klein.
Want dat is haar grote hoop: dat progressieve partijen écht progressieve keuzen durven te maken, in Kleins ogen de enige manier om de rechtse populisten de wind uit de zeilen te nemen. De Hillary Clintons van deze wereld, met hun banden met het bedrijfsleven en liefde voor de status quo, zullen het volgens haar blijven afleggen tegen de Trumps van deze wereld. Bernie Sanders, de eerste presidentskandidaat die Klein ooit heeft gesteund, zou het volgens haar wel kunnen redden, al moet hij zijn economische populisme dan wel verbinden met een duidelijker boodschap voor zwarten en vrouwen.' (Volkskrant 1 juli 2017 Bijlage Zaterdag p. 5)

Paul Brill: 'Misschien wel het beste bewijs daarvoor is geleverd door twee naaste medewerkers van Trump, die bij uitstek geacht werden hem te weerhouden van al te bruuske stappen. 'De wereld is geen mondiale gemeenschap, maar een arena waar naties, niet-gouvernementele spelers en bedrijven wedijveren voor het meeste voordeel', schreven H.R. McMaster en Gary Cohn onlangs in de Wall Street Journal. 'In plaats van deze grondtrek van de internationale verhoudingen te ontkennen, omarmen we hem', aldus de twee topadviseurs van Trump.' (Volkskrant 1 juli 2017 Bijlage Zaterdag p. 8)

'We moeten heel anders kijken naar globalisering' (Marc Peeperkorn Volkskrant 18 mei 2017 p. 10-11):
Toen Trump zijn 'Buy American-initiatief' lanceerde, reageerde Brussel afkeurend. Nu noemt de invloedrijke Europees Commissaris Margrethe Vestager (Concurrentie) de 'Buy European-oproep' van Macron verfrissend. Wat is er gebeurd?
'Maar de Europese Commissie wil even pas op de plaats maken voor debat over globalisering. We drukken de pauzeknop in omdat we willen dat Europese bedrijven elders op dezelfde manier zaken kunnen doen als buitenlandse bedrijven hier. Wederkerigheid is ons devies. Buy European maakt deel uit van het debat over hoe we de scherpe kanten van globalisering af kunnen halen.'
Toen Trump zijn Buy American-initiatief lanceerde, werd hij weggehoond in Brussel. Hoe opener de markten, hoe beter, was het antwoord. Wat is er veranderd?
'We moeten luisteren en de zorgen bij burgers over globalisering serieus nemen. Als de Chinezen goedkoop staal op de Europese markt dumpen, klagen Europese staalbedrijven maar de afnemers van staal zijn blij. Globalisering kent winnaars en verliezers.
Sommigen noemen wereldhandel de grote ramp, anderen het paradijs. Er een wedstrijdje 'wie schreeuwt het hardst' van maken, helpt niet. We moeten veel genuanceerder naar globalisering kijken. We hebben nieuwe handelsverdragen nodig, zoals met Canada, dat is voor mij hét voorbeeld. Verdragen die uitgaan van gedeelde waarden, van wederkerigheid. De wereld is veranderd, de handel is veranderd, dus wij moeten ook veranderen. Een andere blik op globalisering.'

Op zoek naar een balans tussen geven en nemen
Bij alles wat we voor mensen doen en wat er voor ons wordt gedaan is een balans nodig tussen geven en nemen. Het princiep van wederkerigheid is essentieel, want als er geen balans is tussen geven en nemen leidt dit tot gestoorde verhoudingen. Voor veel diensten die je afneemt moet je betalen. Het is ongezond iets helemaal voor niks te doen of voor niks iets te ontvangen. Alles heeft een prijs, al dienen we daarbij niet alleen maar aan geld te denken. Er is een klein onderscheid te maken tussen een economische en een sociale wederkerigheid. Bij de eerste staat het geld centraal, bij het tweede ligt het accent meer op de menselijke relatie, het uitwisselen van elkaars capaciteiten en wederzijdse diensten.

Verrukking (Haro Kraak Volkskrant 18 mei 2017 Bijlage p. 2):
Jan Terlouws meest recente stop in zijn ononderbroken touwtje-tour: te gast bij De Meesterwerken van Paul Witteman (VARA 17 mei 2017).
Terlouw trapte het nieuwe seizoen af met goeiig enthousiasme ('Ik herinner me de verrukking bij mijn eerste boek: ik kan lezen!') en veilige keuzes: de speelfilm Amadeus, over Mozart, het boek Dit kan niet waar zijn van Joris Luyendijk, over de amorele bankierswereld, en de 'Do ist der Bahnhof'-scène van Koot & Bie. Knap is hoe Terlouw bijna alles kan laten terugkeren naar zijn centrale verhaal: een mens kan goed of fout zijn, en de worsteling om het goede te doen is de kern van het leven.
Ja, als er ooit zoiets als een deugmens heeft bestaan, dan is Jan Terlouw er één. In deze gepolariseerde tijden is het niet gek dat een man als Terlouw - vrij van cynisme, idealistisch op het naïeve af, door en door fatsoenlijk, progressief en nostalgisch tegelijkertijd - als een boegbeeld wordt omarmd door jong en oud, vooral ter linkerzijde natuurlijk. Om met Jan Terlouw te spreken: een verrukking.

Kees ’t Hart Wederzijds (VPRO programmaboeken 5 februari 2016) Recensie Liliane Waanders: 'Wat begint als een hilarisch verhaal neemt naarmate het verhaal vordert de vorm aan van serieuze maatschappijkritiek. Want dat verenigingen als Wederzijds en Vice Versa een gat in de markt vullen, is helemaal niet zo surrealistisch als het in de context van Wederzijds aanvankelijk lijkt. De tijdgeest wakkert het wantrouwen van burgers in de overheid – en in elkaar – aan. Er valt uiteindelijk ondanks de eenzijdige kijk – die van de conrector die zijn handen niet in onschuld kan wassen – op het verhaal niet zo heel veel te relativeren.

Voetnoot Vrijheidscoalitie of Schippers hanteert een willekeurige vorm van vrijheid (Arnon Grunberg Volkskrant 8 september 2016):
In een hoofdredactioneel commentaar noemde NRC Handelsblad de H.J. Schoo-lezing van Edith Schippers 'scherp en weloverwogen'.
Schippers doet in haar lezing alsof vrijheid een bedrijf is: 'Wij waren net als een groot bedrijf dat al heel lang zo goed verkoopt, dat het z'n afdelingen pr en sales de deur heeft uitgedaan.' Ze roept daarom op tot een 'vrijheidscoalitie'; leden ervan moeten de BV Vrijheid onbezoldigd promoten. Eigenlijk is vrijheid een soort Apple, maar dan zonder iPad.
Bovendien hanteert ze een gelimiteerde, willekeurige vorm van vrijheid. Ik moet mevrouw Schippers de hand schudden, maar ik mag wel homo zijn. Daarom is onze cultuur - de Nederlandse? De Duitse? De Europese? - superieur.
Ze vergeet echter te vermelden dat Saoedi-Arabië, groot exporteur van het door haar verafschuwde wahabisme, een belangrijke handelspartner van Nederland is.
Schippers maakt vooral duidelijk dat zij begrijpt wat de kiezer wil: financiële rijkdom en intellectuele armoede.

Door tegenstellingen te verkleinen, twee tegendelen meer in balans te brengen, de twee werelden van Goethe, de microkosmos en macrokosmos, de antropogenese en kosmogenese in de esoterie te integreren ontstaat er een hogere waarheid en is het mogelijk aan de overlevingsstrategie op aarde een steentje bij te dragen. Door ordening, de negentropie te bevorderen wordt chaos, de entropie verminderd en de controverse tussen marktfundamentalisten en moslimfundamentalisten automatisch verkleind.

Het hart van Patañjali’s Yoga Sūtra’s (Ingmar de Boer 3 augustus 2012):
Naar aanleiding van het zeer inspirerende seminar ‘Transformation of Consciousness: the Yoga Sutras of Patañjali’ met Ravi Ravindra afgelopen juni 2011 op het Internationaal Theosofisch Centrum in Naarden, wil ik samen met de lezer in dit korte artikel proberen de essentie van de Yoga Sūtra’s aan te raken, aan de hand van de meest relevante sūtra’s. Waar dat nuttig is kunnen we de vertaling van Ravindra raadplegen, die van I.K Taimni en de Yogabhāṣya, het belangijkste commentaar op de Sūtra’s, dat wordt toegeschreven aan de Ṛṣi Vyāsa.1, 2, 3, 4
1.) Ravi Ravindra, The Wisdom of Patañjali’s Yoga Sutras, Morning Light Press, Sandpoint, ID (USA), 2009\\ 2.) I.K. Taimni, De Yoga-Sūtra’s van Patañjali, Esoterische Studiegroep Theosofie, ‘s-Gravenhage, 1975
3.) Ganganatha Jha, Yoga Darsana: The Yoga Sutras of Patanjali with the Bhashya of Vyasa, Rajaram Tukaram Tatya, Bombay, 1907
4. James Haughton Woods, The YogaSystem of Patanjali, or the Ancient Hindu Doctrine of Concentration of Mind, Harvard University Press, Cambridge, MA (USA), 1914
Wat is yoga?
De overeenkomst tussen mens en wereld, of micro- en macrokosmos, is in occulte literatuur vaak een sleutel tot hoger inzicht. De citta, het denkvermogen, bevat de middenstof (ook citta genoemd) waarin de gedachten en gevoelens tot aanzijn komen. Welke typen vritti’s er zijn en waardoor ze worden veroorzaakt wordt vervolgens uitgewerkt in sūtra 1.5 en verder. De vijf typen zijn ware kennis, valse kennis, fantasie, slaap en herinnering.

Programma Opening Academisch Jaar
- Het democratisch tekort (Geert ten Dam Voorzitter College van Bestuur ca. 34 minuten)
- PechaKucha: De kracht van zwakte (Bert Vercnocke Postdoctoraal onderzoeker Theoretische Natuurkunde Universiteit van Amsterdam)
- Room for Discussion (Maarten Hajer Faculteitshoogleraar Urban Futures Universiteit Utrecht)
- Gesproken column: Dekoloniseren (Hassan Bahara Schrijver en journalist)
- PechaKucha: Het verborgen sociale netwerk (Marte Otten Docent Psychologie Universiteit van Amsterdam)
- De UvA de baas: een pleidooi voor participatie (Lianne Schmidt Studentassessor CvB na ca. 108 minuten)

Bert Vercnocke over de universele zwaartekracht, de snaartheorie en het hologram.

De definitie van het reflexief bewustzijn biedt, net als de Allegorie van de grot van Plato of het Hologram-paradigma (Cultuur holografisch gespiegeld, Het holografische paradigma) een model om de spiegelwerking van de psyche, het bewustwordingsproces te verklaren.

Om de schakel tussen college en studentenraad te duiden maakt assessor Lianne Schmidt gebruik van de term throughput van Vivien Schmidt.

Democratizing the Eurozone (Vivien Schmidt on 15 May 2012):
In recent months, more and more attention has been focused on the failure of the Eurozone leaders’ policies of fiscal consolidation, with growth presented as the alternative. The problems for the Eurozone stem not just from the policies, however. They also come from the governance processes and the politics—or lack thereof.
Processes
The main problem for EU democracy lies in decision-making processes that have increasingly combined excessive intergovernmentalism with technocracy. The European Council’s monopoly on Eurozone crisis decision-making has not just unbalanced the long-standing relationship among EU institutions. Its intergovernmental decision-making has also reduced itself largely to the Franco-German couple—or only to Germany. This has skewed the process toward the almost exclusive consideration of national interests, negotiating strength, or even momentary whimsy of two EU leaders—or only one. It also enhances the lack of transparency in decision-making, increases concerns about accountability, and further alienates European publics who wonder what has been going on behind the closed doors of the Council.

Voor het thema throughput zie ook Vivien A. Schmidt The Eurozone’s Crisis of Democratic Legitimacy: Can the EU Rebuild Public Trust and Support for European Economic Integration?

Niet alleen hypothesen van de natuurkunde, maar ook hypothesen van de geestkunde berusten op creativiteit. Het grote verschil is dat de stellingen van de natuurkunde, zoals bijvoorbeeld het Higgsdeeltje kunnen worden geverifiëerd. De stellingen van de geestkunde gelden voor een individu en een collectief - we leven allen in ons eigen referentiekader (Amanda Gefter) - en worden door er is niets nieuws onder de zon, de eeuwige wederkeer van de geschiedenis onderbouwd. Om dichter bij de waarheid te komen volgt het onderzoeksrapport ‘E i V’ de middenweg, de oplossingsrichting van de Axis Mundi.

De geschiedenis laat een diversiteit aan innovatieve, interdisciplinaire grensoverschrijdende wetenschappers (leraren) zien.
Pythagoras, Ammonius Saccas, Origenes, Dante Alighieri, Helena Blavatsky, Spinoza, Schelling, Nietzsche, Teilhard de Chardin, Einstein, Jung, Wittgenstein, Krishnamurti, David Bohm, Jean Charon en Ervin Laszlo zijn eminente wetenschappers (leraren) die zich hebben bewogen op het snijvlak van natuur en cultuur. Op dit snijvlak gaat het echter niet primair om wetenschap versus geloof, maar eerder om de samenhang en wisselwerking tussen natuur – en menswetenchappen. Deze kengebieden kunnen wel onderscheiden, maar niet gescheiden worden. Het zijn twee verschillende, maar complementaire domeinen. Door beide als complementair te beschouwen ontstaat een completer zicht op de werkelijkheid. Het is wenselijk de tweespalt tussen de natuurwetenschappen en geesteswetenschappen te verkleinen. Vastgeroeste denkpatronen te doorbreken. Het domein van de materie met die van de energetische processen te combineren. Een ruimer denkmodel is nodig om op creatieve wijze (ideatie) de wereldvraagstukken op te pakken. Het zijn in het bijzonder de grenswetenschappers met een holistische visie die de samenleving een stapje verder brengen. Uiteindelijk draait het om de vraag welke leraar geeft je echt inspiratie?

De diepere laag van Rutte is er niet (Ariejan Korteweg Volkskrant 5 september 2016 p. 9):
De hele Mark zouden we krijgen. Niet alleen de premier, de partijleider of de polderaar, maar ook de zorgzame zoon van z'n moeder, de historicus, de muziekliefhebber - 'allemaal identiteiten, maar samen één persoon.'
Wie iedereen tevreden wil stellen, doet niemand een plezier.
Misschien moet dat de conclusie van deze avond Rutte zijn: staak het zoeken naar een diepere laag. Zo min mogelijk achterom kijken, routine inbouwen waar dat kan en elke dag opgewekt er tegenaan - zo kan het ook. Mocht er een begin van zelfgenoegzaamheid zichtbaar worden, dan is er voor de verkiezingen nog tijd dat weg te poetsen. Een zondagskind was Zomergast.

Nieuwe democratie kun je leren in Hongkong (Kathleen Ferrier, Adriënne Simons Volkskrant 5 september 2016 p. 18):
Hongkong experimenteert uit noodzaak met nieuwe vormen van democratie. Daar kunnen wij van leren. Voor steeds meer mensen in Hongkong zijn de westerse vormen van een meerpartijenstelsel geen lonkend perspectief. Brexit en de Amerikaanse verkiezingen worden genoemd als verklaring voor die terughoudendheid. Ook in de oude democratieën plaatsen steeds meer mensen vraagtekens bij het beproefde model. Opiniemakers als René Cuperus (O&D, 22 augustus) lijken te zeggen: kiezer, wacht niet op de politiek, maar zorg zelf dat je klaar bent om voor je belangen op te komen. Gert van Dijk, hoogleraar coöperatieve strategie aan Nijenrode, zegt in het : 'Straks mag de overheid blij zijn te mogen participeren in de burgercollectieven.'
Experimenteren met nieuwe en lokale vormen van democratie is voor Hongkong van levensbelang. Er moet een einde komen aan de gelatenheid van burgers als Hongkong niet opgeslokt wil worden door China. De noodzaak om nieuwe dingen te proberen is dus hoog. Van deze urgentie gaan oude democratieën profiteren. Hopelijk houden zij dit kleine test-lab, ook uit eigenbelang, in de gaten. Hong Kong ligt dan onder een vergrootglas. Peking moet zich ook na de verkiezingen van 4 september aan de regels houden. Het mes snijdt aan twee kanten: peer-to-peer politics over landsgrenzen heen. De aarde wordt weer plat.

Maar ook in Nederland zijn er initiatieven, bijvoorbeeld G1000 en D1000 om de lokale democratie te vernieuwen.

Navel of De G20 gaat over China en de VS - niet over Europa (Sheila Sitalsing Volkskrant 5 september 2016 p. 2):
Op de plek die even de navel van de wereld is (nee, dat was niet de studio van VPRO's Zomergasten, de navel ligt oostelijker dezer dagen), beleefden we zaterdag een rode-loperincident waar de internationale pers minimaal 24 uur smullend mee in de weer is geweest.
Als het al over Europa gaat in Hangzou, is dat op zorgelijke toon. Meewarigheid en waarschuwingen over een Brexit vielen Theresa May al ten deel. Als de Britten niet tot inkeer komen, verhuizen Hitachi, Fujitsu en Nissan hun hoofdkwartier naar een land dat zich niet wentelt in splendid isolation maar wel volwaardig meedoet met de wereldeconomie, waarschuwden de Japanners alvast.
Op de plek die even de navel van de wereld is, wordt het andermaal duidelijk hoezeer Europa uit het centrum van de macht is weggegleden. En wij maar navelstaren.

Mark Rutte sloeg bij de VN de plank pijnlijk mis (Pieter Leroy Volkskrant 29 september 2015 p. 20):
Mark Ruttes analyse ging noch op het ene, noch op het andere in.
Het was in meer opzichten een pijnlijke coïncidentie: premier Mark Rutte houdt in de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties een toespraak waarin hij benadrukt dat we duurzame ontwikkeling vooral aan het bedrijfsleven moeten overlaten. Allicht hebben de adviseurs van de premier geen tijd meer gehad zijn toespraak aan te passen aan twee vlak daarvoor binnengekomen inzichten.
Slechts één millennium doelstelling is bereikt: de reductie van extreme armoede. Voor een goed begrip: het gaat om mensen die met minder dan 1,25 dollar per dag moeten rondkomen. Sinds 2000 is hun aantal wereldwijd met bijna 60 procent gedaald.
China
Maar: bij nader inzien zit zo goed als geheel die 'winst' in één land: China.
Die maatschappelijke transformatie is meer dan een nader onderzoek waard. Daarop vooruitlopend: ze is in elk geval niet het gevolg van een bedrijfsleven op zoek naar duurzaamheid. Bovendien: een zeer groot deel van het verlies aan milieukwaliteit sinds 2000 is óók aan China toe te schrijven: armoedebestrijding ten koste van milieu. Duurzaamheidsdoelstellingen werken elkaar tegen.
Mark Ruttes analyse ging noch op het ene, noch op het andere in: niet op het vaak dubieuze gedrag van het bedrijfsleven en niet op de onvermijdelijke tegenstrijdigheid van duurzaamheidsdoelstellingen. Op beide punten heeft de overheid een rol, heeft zij keuzes te maken.

'China is van een geheel andere orde' (Fokke Obbema Volkskrant 3 september 2016 p. 28-29):
Hoe meer China investeert in westerse bedrijven, hoe meer in het Westen het wantrouwen groeit over de motieven. In Hangzhou, waar de G20 zondag bijeenkomt, ontmoeten beide werelden elkaar.
'Ik heb wel begrip voor die Australische opstelling. Zo'n bedrijf hoort bij de vitale infrastructuur', zegt Hans Kundnani, expert Europees-Aziatische betrekkingen bij het German Marshall Fund. Het probleem bij Chinese investeerders is dat politiek en commercie onnavolgbaar verweven zijn, zo betoogt hij. 'Zijn er alleen commerciële motieven in het spel, of wordt een investering ook gedaan vanuit een strategisch motief van de regering? Daar kom je niet achter. Uiteindelijk stuit je op de black box die de CCP nu eenmaal is.'
In de ogen van Kundnani is vooral belangrijk dat westerse regeringen en bedrijven zich gaan realiseren hoe krachtig de Chinese concurrentie gaat worden:
'Jarenlang heeft het 'markt voor technologie'-verbond tussen China en het westen goed gewerkt: westerse bedrijven hadden een markt voor hun producten nodig, Chinese bedrijven technologie. Maar de tijden veranderen. Nu China steeds hoger in de waardeketen terecht komt, gaan Europese bedrijven in allerlei bedrijfstakken veel directer de Chinese concurrentie ervaren.'

NS voorziet fikse boete voor fraude (Peter de Graaf Volkskrant 6 september 2016 p. 25):
In het fraudeschandaal rond de aanbesteding van het openbaar vervoer in Limburg heeft justitie besloten om de zaken tegen de NS-dochterbedrijven Abellio en Qbuzz te schikken. Dat heeft de NS in zijn halfjaarbericht 2016 bekendgemaakt.
Claims
Behalve met het strafrechtelijke traject moet het staatsbedrijf ook rekening houden met een boete van de Autoriteit Consument en Markt (ACM) plus schadeclaims van concurrent Veolia en mogelijk andere partijen. De ACM heeft begin juli geconcludeerd dat de NS 'misbruik heeft gemaakt van haar machtspositie en daarmee de mededingingsregels heeft overtreden'. De toezichthouder kan hiervoor een boete opleggen van maximaal 10 procent van de omzet.

Wat weet Rutte van de staalhistorie? (Peter de Waart Volkskrant 6 september 2016 p. 25):
Een van de charmante karaktereigenschappen van premier Rutte is dat hij overal iets van vindt. En dat hij het zo politiek correct weet te verwoorden dat hij ermee wegkomt.
Zoals al enige tijd bekend is, wil het moederconcern in India zijn Europese fabrieken (Hoogovens en wat resteert van BritishSteel) in een nieuw bedrijf met het Duitse Thyssen-Krupp onderbrengen. Rutte had zich daar, zoals een liberaal betaamt, tot nu toe nooit over uitgelaten. Laat het bedrijfsleven zijn eigen boontjes doppen. Niet voor niets heeft VVD'er Zalm ooit het staatsbelang in Hoogovens verkocht. Maar toen hem vrijdag om een reactie werd gevraagd op de brief van Dezentjé Hamming, riep hij 'verschrikkelijk trots op het staalbedrijf' te zijn.
In 1974 werkten nog meer dan een miljoen Europeanen in de staalindustrie. Ondanks EEG en EGKS lieten de regeringen van de lidstaten zich allemaal voor het karretje van hun nationale staalbedrijven spannen. Uiteindelijk werden ze allemaal met belastinggeld overeind gehouden. Tien jaar later waren 500 duizend werknemers hun baan kwijt, waren de grensoverschrijdende fusies opgeblazen en de overheidstekorten geëxplodeerd. Onder het motto zachte handen maken stinkende wonden werd de staalcrisis een van de grootste financiële rampen van de 20ste eeuw.
Rutte moet dat als historicus weten. Maar als politiek koopman kan hij ook wegkomen door het omgekeerde te zeggen.

Meer boetes voor grote banken of Dit jaar al 8,8 miljard aan boetes voor grote banken (Dion Mebius Volkskrant 6 september 2016 p. 28):
De tien grootste Europese en Amerikaanse zakenbanken zijn dit jaar waarschijnlijk meer geld kwijt aan boetes dan in 2015. Volgens de Financial Times is er in de eerste acht maanden van 2016 al voor 9,8 miljard dollar (omgerekend zo'n 8,8 miljard euro) aan boetes uitgegeven. Met sancties voor meerdere Europese banken in het vooruitzicht is het de verwachting dat het totale bedrag van 2015, 10,4 miljard euro, zal worden overtroffen.
De bankiers vinden de schikkingsbedragen op hun beurt vaak te hoog. Zo waarschuwde bestuursvoorzitter John McFarlane van Barclays, een van de zakenbanken in de wereldwijde top-10, zich in maart van dit jaar nog voor de gevolgen van de vele miljarden aan boetes die zijn bank in de afgelopen jaren heeft moeten aftikken. 'Een boete van 50 miljoen pond staat gelijk aan duizend werknemers minder, het sluiten van honderd kleinere regionale takken, of het verdwijnen van 500 miljoen pond om uit te lenen aan kleine ondernemers of consumenten.'

Koreaanse containerreus gaat ten onder (Gerard Reyn Volkskrant 6 september 2016 p. 29):
Mondialisering
Een van de grootste rederijen ter wereld heeft uitstel van betaling aangevraagd. Hanjin Shipping was de zwakste schakel in een sector die ten prooi valt aan zijn eigen investeringsdrift.
Beide rederijen zijn ook slachtoffer van een typisch Koreaans probleem. In de vorige eeuw ging het geweldig met hen. Zij profiteerden van de export van de Koreaanse industrie, en van de razendsnel groeiende handel met China. Maar vanaf het moment dat China begon te sputteren, viel de exportmotor in Korea stil. En daarmee de belangrijkste geldkoe van de Koreaanse reders.
Het feit dat ze zich in voorgaande decennia hadden overladen met schulden, maakte hen extra kwetsbaar. Die enorme schuld hebben ze te danken aan de grote bloeiperiode van de Koreaanse economie. Vanaf de jaren zestig stonden de chaebols onder de bescherming van de autoritaire president Park Chung-hee, die ervoor zorgde dat ze miljarden aan goedkope leningen van staatsbanken konden krijgen.
De leiders van de chaebols gingen zich gedragen als verwende feodale vorsten. Zeker Cho Yang-ho, de sterke man van Hanjin. Naast rederij Hanjin behoort ook luchtvaartmaatschappij Korean Air tot deze chaebol. Daar was Cho's dochter Heather lid van het bestuur. Twee jaar geleden veroorzaakte ze een grote rel toen ze een vliegtuig terug naar de terminal liet taxiën en een purser scheldend het toestel uit zette. Reden: ze had nootjes gekregen in een zakje, terwijl ze een porseleinen bordje eiste.

Met het 5Ddenkraam, het outside the box-denken wordt beoogd collectieve zinsbegoocheling, het groepsdenken binnen organisaties te doorbreken. Het navelstaren kan zowel vanuit een positief (Creativethink) als een negatief (Groupthink) gezichtspunt worden benaderd. De sterke lobby (vijfde macht) van de financiële wereld, de bouwsector en zorg heeft duidelijk negatief gewerkt.

Eén ministerie voor alle digitale gevaren? (Joost de Vries, Peter de Graaf Volkskrant 5 september 2016 p. 11):
Cyberministerie: goed idee?
Biomedisch wetenschapper Menno de Vries pleitte zaterdag in een brief in de Volkskrant voor de vorming van 'een cyberministerie' in de strijd tegen alle digitale gevaren in de samenleving, van cyberpesten en wraakporno tot de IS-propaganda op internet en sociale media. Goed idee?
Rob van Gijzel, vertrekkend burgemeester van 'slimste stad' Eindhoven
'Het is terecht dat hij dit aankaart, maar zijn oplossing is te makkelijk. Een cyberministerie is een bestuurlijk-institutionele oplossing voor een dynamisch, internationaal probleem. Internet en dataverkeer zijn wereldwijd. Dat regel je niet even met een cyberminister en nationale wetgeving. Bovendien zit je met het dark web, daar hebben we al helemaal geen controle over. Ik heb het antwoord ook niet paraat. Maar mijn oproep is om alle partijen - overheden, bedrijfsleven en kennisinstellingen - bij elkaar te brengen om echt creatieve in plaats van traditionele oplossingen te vinden.'

De hamvraag is nu zal het de wetenschap, mede aan de hand van het boek In Einsteins achtertuin van Amanda Gefter lukken aan te tonen dat we de Éne werkelijkheid vanuit ons eigen referentiekader waarnemen?

De Éne werkelijkheid heeft betrekking op de dynamische wederkerigheid (Reciprociteit), de relatie tussen 'Wat en Hoe' en 'Hoe en Wat' , 'Geest en Lichaam', Zo binnen, zo buiten en Zo boven, zo beneden, van alles met alles. De schakel tussen 'Geestkunde en Natuurkunde' en 'Bewustzijn en Zelfbewustzijn', het Reflexief Bewustzijn kan met behulp van de lemniscaat tot uitdrukking worden gebracht. Om de éne werkelijkheid te duiden maakt Ken Wilber van het "Wilber-Combs-rooster" gebruik.

Hoe we waarnemen hangt van onze interpretatie (hermeneutiek) af. Het ‘Hoe en Wat’ in de gemanifesteerde wereld staat tegenover het ‘Wat en Hoe’ in de ongemanifesteerde wereld. De éne werkelijkheid is dat het universum in het menselijke bewustzijn wordt weerspiegeld. De driehoek van Pythagoras en de categorieën van Aristoteles symboliseren al hoe de innerlijke wereld met de uiterlijke wereld (Binnen- en Buitenwereld), 'Wat en Hoe; Hoe en Wat' met elkaar worden verbonden.

Middenweg (Paul Onkenhout Volkskrant 29 augustus 2016 katern Vonk p. 4-5):
In zijn nieuwe tv-programma onderzoekt hij zichzelf en de Marokkaanse gemeenschap in Nederland. Presentator Ajouad El Miloudi praat met de Volkskrant alvast vrijuit over de liefde, seks, geloof, misdaad en zijn eigen dubbelleven.
Het wrange is dat juist die houding je vooruit heeft geholpen.
'Ja, natuurlijk. Ik heb mezelf goed aangepast. Ik voelde aan welke verhalen ik in welke kring kon vertellen, net zoals destijds op de basisschool. Ik doseerde en mensen waardeerden dat. Leuk, een multiculturele jongen erbij! Ik was iets nieuws in Hilversum, een toevoeging, omdat ik anders was dan zij. Intussen stond ik voortdurend te balanceren.'
Ajouad: kaaskop of mocro? Is er een antwoord mogelijk?
'Nee. In die serie zie je mijn strijd. Het ene moment ben ik kaaskop, het andere mocro. Ik ben allebei, maar wat ik vooral moet doen is mezelf zijn en mijn eigen gevoel volgen.'
Dat is de boodschap?
'Ja. En de serie biedt inzicht, vooral voor autochtone mensen. Je ziet wat een jongen meemaakt die opgroeit in twee culturen. Het is niet altijd even makkelijk om in die spagaat te zitten; om altijd maar te wikken en te wegen.
'Ik heb een heel interessant interview gehad met drie Marokkaanse homo's, de mannen van de boot op de Gay Pride. Vorig jaar nodigden ze me uit om mee te varen. Dat heb ik niet gedaan. Wat zouden ze er in de Marokkaanse gemeenschap van vinden als ik op tv kom terwijl ik op een homoboot sta, zwaaiend? Daar hou ik stiekem toch rekening mee.
'Ze snapten wat ik voelde, maar vonden het kwalijk dat iemand van mijn generatie, een tv-maker die midden in de wereld staat, niet op die boot ging staan en kennelijk te maken heeft met ouderwetse sociaal-culturele druk. Ik ben daar eerlijk in. Ik hou iedereen liever te vriend. Ik wil niet dat mijn oude Marokkaanse slager me plotseling op tv ziet. What the fuck doet mijn Ajouad daar! Ik zoek de middenweg.'

Nou waar zijn die deeltjes dan? (Martijn van Calmthout Volkskrant 3 september 2016 katern Sir Edmund p. 40-43):
Twee veelbelovende deeltjesexperimenten, de een in Genève en de ander op de Zuidpool, meldden deze zomer dat ze niks bijzonders vinden. Zit de natuurkunde op een dood spoor? Vijf impertinente vragen over de deeltjesjacht.
Deze miljardenexperimenten zijn dus weggegooid geld?
Dat is een groot misverstand. Ontdekken dat een bepaald effect of deeltje niet bestaat is namelijk ook belangrijk. De jacht op het beroemde higgsdeeltje, dat in het Standaardmodel verantwoordelijk is voor de uiteenlopende massa's van de deeltjes, verliep decennialang ook via het wegstrepen van mogelijkheden. Pas in 2011-2012 vonden de fysici van CERN een echt piekje waar dat niet hoorde op te duiken zonder een higgs.
Hoe houd je er als fysicus eigenlijk de moed in?
Door te benadrukken dat deeltjesfysica, om in sportieve termen te spreken, geen sprint is maar een marathon. Theoretici weten vooral zeker dat het Standaard Model onmogelijk het hele verhaal over het hele weefsel van de kosmos kan zijn. Dat de theorie langer stand houdt dan ooit was gedacht, is duidelijk. Maar de LHC is met zijn Atlas- en CMS-detectoren gebouwd om tot het jaar 2030 naar botsende protonen te kijken.

Even nieuwe genen in de natuur loslaten of De wetten van de erfelijkheid zijn gekraakt (Maarten Keulemans Volkskrant 27 augustus 2016 bijlage Sir Edmund p. 8-13):
Je kunt er in een jaar een einde aan malaria mee maken. Je kunt er misschien ook, à la een atoombom, hele soorten mee uitroeien. Ziedaar 'gene drives', een manier om razendsnel genetische veranderingen te uploaden naar de vrije natuur.
En het principe? Moeten we de natuur wel willen herschrijven? Op het Skypeschermpje draait Bier er niet omheen: het is een 'wezenskenmerk van de mens' om de natuur naar onze hand te zetten, zegt hij, of we het nu leuk vinden of niet. 'We hebben dat altijd gedaan. En de vraag is nu: blijven we dat doen op de chaotische, ondoordachte manier zoals tot op de dag van vandaag? Of besluiten we om het op een doordachte, verantwoordelijke manier te doen?'
Een filosofie, die Esvelt, jong en idealistisch als hij is, op zijn website samenvat in een zin waarvan de anti-gmo-beweging ongetwijfeld zal huiveren:
'We willen een fundamentele vergissing van ons universum rechtzetten. Namelijk, dat de evolutie geen moreel kompas heeft.'

De kredietcrisis toont een ding de risicospreiding(beheersing) is volledig (vol en ledig/leeg). De cultuurfilosoof Peter Sloterdijk hanteert in zijn boek Sferen voortdurend het oxymoron. Een oxymoron is een speciaal geval van de paradox: daar is wel een zekere tegenspraak aanwezig, maar bij nadere beschouwing lost die tegenspraak zich op. Bij de oxymoron blijft de spanning van het betekenisverschil echter in stand.
De éne werkelijheid biedt een referentiekader aan de boeken van Peter Sloterdijk.

The paradox of thrift (or paradox of saving) is a paradox of economics, popularized by John Maynard Keynes, though it had been stated as early as 1714 in The Fable of the Bees, and similar sentiments date to antiquity. The paradox states that if everyone tries to save more money during times of recession, then aggregate demand will fall and will in turn lower total savings in the population because of the decrease in consumption and economic growth. The paradox is, narrowly speaking, that total savings may fall even when individual savings attempt to rise, and, broadly speaking, that increase in savings may be harmful to an economy. Both the narrow and broad claims are paradoxical within the assumption underlying the fallacy of composition, namely that what is true of the parts must be true of the whole. The narrow claim transparently contradicts this assumption, and the broad one does so by implication, because while individual thrift is generally averred to be good for the economy, the paradox of thrift holds that collective thrift may be bad for the economy.

De economische crisis berust op de volgende paradox in de financiële wereld. De maatregelingen die zijn genomen om een beurskrach, zoals in 1929 te voorkomen zijn door de banken-lobby geleidelijk weer afgebroken. De Europese bankenunie is noodzakelijk gebleken omdat de toezichthouders van de soevereine staten er een potje van hebben gemaakt. Maar gelukkig ontwikkelt zich om het tij te keren weer een tegencultuur. Of met andere woorden er zit een mechanisme, Zaaien en Oogsten (karma) in het universum verborgen waardoor het mogelijk wordt van onze fouten te leren. Dit verborgen mechanisme wordt met behulp van de 5e dimensie en het ‘en-en’/’of-of’ mechanisme tot uitdrukking gebracht.

Wat is de produktiviteitsparadox (Peter de Waard Volkskrant 25 augustus 2016 p. 21):
Nog nooit in de geschiedenis is de technologische ontwikkeling zo spectaculair geweest als in deze tijd. Digitalisering en robotisering nemen mensen zoveel werk uit handen dat de productiviteit (de productie per werknemer per uur) zou moeten exploderen. De econoom Robert Solow stelde: 'We zien overal computers om ons heen, maar niet in de productiviteitsstatistieken.'
De productiviteitsparadox, zoals het heet, werd eind jaren negentig nog wel geweten aan ondeugdelijke meetmethodes of aan het feit dat kwaliteitsverbetering te weinig tot uiting kwam in de productiviteitscijfers. Daarnaast zouden investeringen in de ict pas veel later tot echte productiviteitsstijging leiden. Het verbeteren van bedrijfsprocessen zou zich pas op lange termijn vertalen in een hogere output. Maar inmiddels is die lange termijn allang begonnen. En er is nog niets van te merken. Het gevolg is afnemende welvaart en toenemende armoede.
Paul Krugman, een andere Nobelprijswinnaar, zei eens: 'Productiviteit is niet alles, maar op de lange termijn is het wel bijna alles.' Indien in de toekomst bijvoorbeeld het basisinkomen zou moeten worden ingevoerd wegens gebrek aan werk door robotisering en automatisering, dan zal dat vooral gefinancierd moeten worden uit productiviteitsstijging van de mensen die wel blijven werken.
In de dienstverlening (onderwijs, zorg, consultancy), nu de grootste sector, zijn de baten beperkt. Onlinecommunicatie is vooral leuk voor mensen met Facebook en Twitter of gamers. In veel dienstverlenende organisaties is het onproductief of zorgt het zelfs voor meer bureaucratische rompslomp doordat overleg en controle nodig is.
Onlangs bleek uit een Fins onderzoek dat werknemers in de dienstverlening vier uur per week bezig zijn met het oplossen van computerproblemen. Dat is een productiviteitsverlies van 10 procent.
Technologie is in veel gevallen vooral het paard achter de wagen spannen.

Amanda Gefter In Einsteins achtertuin een duizelingwekkende toer langs de mooiste ideeën uit de natuurkunde (p. 320):
Er zijn geen objecten met een hogere entropie dan zwarte gaten, dus als de entropie van een zwart gat kan passen op een oppervlakte met minder dimensies, dan kan de entropie van alle andere objecten dat ook.
321: Hoe dan ook, Maldacena's ADS/CFT-dualiteit was de perfecte belichaming van Susskinds holografisch principe. Etc.
In ADS/CFT is er een wiskundige een-op-een-aansluiting tussen het vijfdimensionale binnenste van de ruimte en de vierdimensionale grens, dus aan de hand van de wiskunde kun je, gegeven elk object of fysisch proces in de ruimtetijd met een hogere dimensie, de exacte tegenhanger op de grens vinden. Dat wierp een fascinerende vraag op: wat is de tegenhanger met een lagere dimensie van een zwart gat? Zwarte gaten zijn gemaakt van zwaartekracht, maar in Maldacena’s model is er geen zwaartekracht op de grens.
323:
'Ons universum is de De Sitter. Was ADS/CFT genoeg om Hawking van gedachten te laten veranderen?'
‘Ja’, zei Susskind. 'De oppositie, Hawking incluis, moest het opgeven. Het was zo wiskundig precies dat voor de meeste praktische doelen alle theoretische fysici tot de conclusie kwamen dat het holografisch principe, complementariteit en het behoud van informatie (Akasha) waar moesten zijn. Etc.
Het holografisch principe, en meer in het bijzonder ADS/CFT, laat zien dat twee beschrijvingen van dezelfde exacte fysica een verschillend aantal dimensies kunnen hebben.

De golfdeeltjeparadox (Holografisch universum)
Voor de complementariteit van Bohr wordt nu het begrip dualiteit van 'Golven en Deeltjes' (wave-particle duality) gebruikt. Dit geldt zowel voor een elektron als een foton. Fotonen (φοτος, photos=licht) ("lichtdeeltjes") zijn een verschijningsvorm van elektromagnetische straling. Afhankelijk van de gebruikte meetopstelling zal straling (een vorm van energie) zich voordoen als golven of als een stroom van massaloze deeltjes, de fotonen. Een foton is een voorbeeld van een kwantum. Een foton is de kleinst mogelijke eenheid van licht.
Een biofoton (kwantum biologie, Fritz Albert Popp) betreft in elk geval fotonen van kortere golflengte dan die welke het lichaam in het diepe infrarood uitstraalt volgens de Wet van Planck vanwege zijn temperatuur.
Corresponding to most kinds of particles, there is an associated antiparticle with the same mass and opposite electric charge.

De wereldklok:
Klaas van Egmond De brug bouwen terwijl je erover loopt (wereldklok van de fysicus Pauli)
I: Als we inderdaad ronddraaien in een cirkel, dan is het natuurlijk spannend om te weten waarnaar we op weg zijn.
Het idee van deze wereldklok (van de fysicus Pauli, 1932, red.) volgend, zijn we nu onderweg naar het kwadrant rechtsboven, een wereld met een individuele oriëntatie, maar wel met een spiritueel, geestelijk, kunstzinnig, cultureel karakter. Ondanks alle secularisatie zie je nu een enorme interesse voor spiritualiteit. Je ziet mensen die werken aan een kleinschalige wereld (‘E i V’: E.F. Schumacher boek Small Is Beautiful), waarin spirituele waarden, sociale samenhang, en ook diversiteit opgeld doen. Zo ontstaan er transition towns waar mensen hun eigen energie opwekken en niet meer afhankelijk willen zijn van anderen. Maar doorgaans verloopt de overgang naar zo’n volgend wereldbeeld niet zonder kleerscheuren.

Uitgangspunt is dat de horizontale cirkel in de wereldklok van Pauli de ‘huwelijksquaterniteit’, de relatie tussen 'Alchemist en Soror', tussen het eigen ego en de 'anderen' toont. De horizontale ordening is de werkelijkheid zoals wij deze in het aardse leven ervaren. Het eeuwige nu van de verticale ordening staat voor negentropie, het "zelf-organiserende principe" dat met synchroniciteit samenhangt.

De cirkel, de mandala symboliseert de eenheid tussen de innerlijke en uiterlijke wereld, de 'micro- en macrokosmos'. De lemniscaat verbindt de horizontale cirkel met de verticale cirkel en symboliseert de bewust of onbewust ervaren werkelijkheid. Het leven is een continu ervaringsproces, dat tracht knelpunten in de gewenste richting bij te sturen. Het leven laat zien hoe een crisis ontstaat, maar ook kan worden opgelost. Of met andere woorden ‘wat is de moraal van het levensverhaal?’.

Chaostheorie
Chaos (Wim van den Dungen):
De kosmoi rijzen op uit God (paradoxaal). Chaos is het gevolg van een wanordelijk gebruik van vrijheid. Chaos is noodzakelijk noch gewild door God of het Goddelijke (de geschapen én scheppende Elohîms).
Dat Einstein de kwantummechanica niet lief had, heeft niet alleen te maken met wat hij eerder als de onvolkomenheden van het formalisme zag dan wel een de ontdekking van onvermoedde eigenschappen van het microgebied beschouwde (cfr. de staat van het systeem vóór de ineenstorting van de golffunctie, de golfdeeltjeparadox, de onbepaaldheid & het probabilisme).
Daar staat tegenover dat Popper ongetwijfeld naar een coherent, begrijpbaar totaalbeeld van het universum zoekt. De Kopenhagers leveren dat niet. Vandaar dat hij schrijft : "This crisis of our understanding is roughly so old als the Copenhagen interpretation" (p.1) Bohr weigerde iets te vertellen over wat niet gemeten wordt. Het fundamenteel onderzoek strandt zo in het instrumentalisme, wat en daar heeft Popper gelijk tot versnippering van de kennis leidt, wat de vooruitgang ervan fnuikt. Poppers realistische 'propensity'metafysica wil zo ver gaan dat alle vroegere versies "become approximations from the point of view of this metaphysical theory of propensities" (p.207) Deze theorie is echter exclusief realistisch & objectivistisch, want de subjectieve medebepaaldheid komt niet ter sprake. De boodschap van Bohr, Heisenberg, Pauli e.a. dat de fundamentele natuur niet kan ondervraagd worden zonder dat er met de ondervragers écht rekening gehouden wordt, m.a.w. de idee dat het kensubject mede onderdeel van de natuurbeschrijving is, wordt afgewezen.

Naast de wereldklok zijn er twee andere modellen, die hetzelfde fenomeen beogen te duiden. We kunnen hierbij denken aan de twee orden, die Glossarium 'Lectorium Rosicrucianum' onderscheidt en de in – en uitspiralende torsiegolf in een vortexvorm. Deze modellen komen overeen met de immense ‘zandloper’, die door mensen met een BDE-ervaring (tijdschrift BRES nr. 283 p. 47 en Dr. I.K. Taimni De Siva –Sutra De hoogste werkelijkheid en hoe deze te realiseren - uitvouwblad) zijn waargenomen.

De wederkerigheid (reciprociteit) tussen de horizontale - en vertikale cirkel, de lemniscaat symboliseert de relatie tussen geest en lichaam, tussen ongemanifesteerd en gemanifesteerd. Het brengt de ‘theorie van de ark van Noach’, de 49 fasen van actief bestaan, de theosofische leer van zeven Rassen en zeven Ronden, de twéé kanten van een medaille, het mysterie van het leven tot uitdrukking.

Een van de vijf cultuurdimensies, die Geert Hofstede in zijn boek Allemaal andersdenkenden, omgaan met cultuurverschillen bespreekt heeft op levensbeschouwing, de universele normen en waarden (geweten, 'Goed en Kwaad', natuurrecht, deugdethiek, natural and legal rights, Weltethos, rechten van de mens), die in alle culturen zijn terug te vinden betrekking. Prof. Hofstede: De menselijke natuur is wat alle menselijke wezens met elkaar gemeen hebben.

Een belangrijke term bij Robert Putnam is gegeneraliseerde reciprociteit. Niet: ‘als ik iets voor jou doe, doe jij misschien een keer iets voor mij’, maar: ‘als ik iets voor jou doe, doet iemand anders misschien wel eens iets voor mij’. Gegeneraliseerde reciprociteit staat tot persoonsgebonden reciprociteit zoals een geldeconomie staat tot ruilhandel. Aan de basis van beide ligt vertrouwen, ook in mensen en instituties die je niet persoonlijk kent.

Lang leve de vereniging (Volkskrant 30 november 2002)
Een democratie kan niet zonder een bloeiend verenigingsleven, meent de politicoloog Robert Putnam. In sportclub en belangengroep leert men luisteren en argumenteren....
Ruim één miljoen mensen in Nederland zeggen geen vrienden te hebben, bleek uit een recent onderzoek van het NIPO, in opdracht van het Leger des Heils. Een op de tien mensen voelt zich regelmatig buitengesloten van de samenleving. Het zijn cijfers die de Amerikaanse politicoloog Robert Putnam bekend voorkomen. Hij doet al jaren onderzoek naar de maatschappelijke participatie van burgers. Eerder deze maand was hij in Nederland voor een lezing bij het Instituut voor Migratie en Etnische Studies.
Uit onderzoek dat hij deed naar de effectiviteit van het bestuur in Italië, bleek dat een levendig maatschappelijk middenveld een goede voorspeller is van het succes van een overheid. Het heeft volgens hem alles te maken met vertrouwen. Mensen zijn bereid om belasting te betalen als ze het idee hebben dat anderen dat ook doen. Ontbreekt dat vertrouwen dan verdampt de bereidheid om mee te werken.
Putnam is er dan ook van overtuigd dat door de teloorgang van het sociale leven de mentaliteit van mensen is veranderd. In verenigingen leren mensen om samen te werken met mensen die niet zijn als zij. Ze moeten luisteren. Die bereidheid om je in anderen te verplaatsen staat door de maatschappelijke verschraling onder druk en dat gaat ten koste van de solidariteit. Het is typerend dat in het hierboven genoemde onderzoek van het NIPO niet alleen bleek hoeveel Nederlanders zich buitengesloten voelen, maar ook dat het mededogen met zwakken in de samenleving afneemt.

Vraag: In het hart van elke lering ligt de liefde. Dit veronderstelt dat er een ‘ik’, een ‘mij’ is die van een ander dan zichzelf houdt. Toch schijnt het dat het ‘ik’ een spiritueel obstakel vormt. Kunt u dat verklaren?
Antwoord: De gebruikte woorden zijn niet belangrijk, maar het schijnt dat degene die de vraag gesteld heeft het volgende probleem heeft: hij neemt aan dat er een ‘ik’ is die van een ander houdt, maar dat het ‘ik’ een hindernis voor liefde is en dat het lijkt op een tegenstrijdigheid. In werkelijkheid is er geen tegenstrijdigheid omdat er, vanuit het geestelijke gezien, geen liefde kan zijn daar waar een ‘ik’ is. We denken en geloven dat daar liefde is en misschien is er een klein druppeltje van dat wat liefde is. Het is misschien de schaduw van liefde. Dat wat wij liefde noemen is dikwijls de corrupte staat van het denken met altijd de verwachting van een wederkerigheid: degene die liefheeft – of die denkt lief te hebben – verlangt wederkerig bemind te worden. Maar hij of zij wil precies bemind worden op de manier die hij of zij verlangt. Zo niet, dan zeggen we: ‘Die ander houdt niet echt van mij’. Er zijn allerlei van deze complicaties, de jaloezie, de teleurstelling en de hoop die opgeroepen worden door de verwarring die wij liefde noemen. Als er werkelijke liefde is, is er geen ik. Krishnamurti zei: ‘Daar waar het ik is, is de liefde afwezig’.

Ahamkara (Sanskriet)
Een samengesteld woord: aham, ‘ik’, en kara , ‘maker’ of ‘doener’, van de wortel kri, ‘doen’, ‘maken’; ikheid, persoonlijkheid. Het egoïstische en mayavische beginsel in de mens, geboren uit onwetendheid of avidya, dat het begrip ‘ik’ voortbrengt als iets wat verschilt van het universele ene Zelf.

John P. Van Mater De evolutie van de mensheid en haar beschavingen
William Q. Judge schrijft dat ‘de natuur voor geen ander doel bestaat dan de ervaring van de ziel’, woorden die het kosmische proces in het kort weergeven. Temidden van de opkomst en het verval van rassen is de gemeenschappelijke basis dat alle wezens zielen zijn op het pad van ontplooiing. De grootste en meest permanente bijdragen van de moderne tijd zouden wel eens kunnen zijn de wereldwijde poging de individuele mensenrechten uit te breiden en de gehele mensheid samen te brengen in een broederschap van weloverwogen wederkerigheid. Van alle beschavingen die we kennen en die hun licht langs de horizon van de tijd hebben doen stralen, is de onze wellicht uniek in haar algemene besef van wat iedere mensenziel toekomt. De strijd zelf die zich voordoet, weerspiegelt het geestelijk ontwaken dat bij alle mensen plaatsvindt; en deze druk van onderaf doorbreekt de belemmerende korst van tirannie, formalisme en orthodoxie, zoals ontkiemende zaden zich een weg banen door de aarde.

Vier vragen van Tinbergen
Niko Tinbergen heeft de vier vragen opgesteld waar de meeste ethologen tegenwoordig van uit gaan bij het opstellen van een onderzoek. De eerste twee vragen behoren tot de proximate analyse (directe oorzaken van de vorming van het gedrag) en de laatste twee vragen behoren tot de ultimate vragen (hoe evolutionaire krachten het gedrag gevormd hebben over de tijd).
• Directe stimuli: Welke stimuli veroorzaken het gedrag?
• Ontwikkeling: Hoe verandert het gedrag gedurende het volwassen worden van het dier?
• Overlevingsfunctie: Hoe beïnvloedt het gedrag de kans op overleving en reproductie?
• Evolutionaire geschiedenis: Hoe verandert het gedrag als een functie van de evolutionaire geschiedenis, of fylogenie, van het bestudeerde dier?

Dood ga je niet elke dag (Jaap Stam, Rob Hornstra Volkskrant 24 december 2009):
Jan Pen, hoogleraar economie in ruste, werd in mei per ongeluk door de Volkskrant dood verklaard. De 88-jarige econoom ging met zijn zoon Tiesse (56) meteen de necrologie lezen toen ze erover werden gebeld.... ‘Mijn opinie is minder stellig. Ik formuleer het allemaal niet zo hard meer. Ik heb wel een harde stem als het moet.’
Hij schraapt zijn keel en declameert de eerste twee strofen van Die grenadiere van Heinrich Heine.
‘Dan blijkt het grote verschil: de een wil naar zijn vrouw en zijn kind, de ander niet. Die wil soldaat blijven.'
‘Het is het meest pacifistische gedicht dat ik ken.’
Tiesse (zijn zoon): ‘Maar die ene wil blijven vechten voor de keizer.’
Jan: ‘Ja, ja, ja, het gaat om het verschil tussen die twee.’ Er valt een stilte. Niet voor het eerst, maar deze duurt langer.
Uiteindelijk zegt Jan: ‘ik herken er een ideaal in. Het ideaal van het pacifisme. Nou, hup, het is mooi geweest.’

Dat stomme economenvolk met zijn heilige koeien (Jan Pen 1976):
Een opmerkelijk voorbeeld is de inkomensverdeling. Er is onlangs een dik boek verschenen van de ethicus P.J. Roscam Abbing Ethiek van de inkomensverdeling waarin staat dat de een wel meer mag verdienen dan de ander, maar alleen in zoverre hij zich meer inspant of onaangenamer werk doet. De lezer blijft echter onkundig omtrent de orde van grootte waarin deze toelaatbare verschillen liggen. Een chirurg doet zwaar werk en moet erg goed opletten - hij mag dus wat meer geld krijgen dan de operatiezuster, want die mag desnoods eens eventjes suffen - maar hoe groot is dat verschil nu precies? Roscam Abbing vertelt het ons niet, en hij staat allerminst alleen in deze puur kwalitatieve manier van denken.
Daarom is het des te meer te waarderen dat Tinbergen sinds enkele jaren bezig is, de meest rechtvaardige inkomensverdeling kwantitatief te benaderen. Deze combinatie van econometrie en ethiek is nieuw, en wekt veel verbazing. Ik mocht er onlangs iets over vertellen op een conferentie van loondeskundigen uit allerlei landen; ze vonden het vreemd, maar wel erg interessant. Misschien geldt dit ook wel voor sommige lezers.

Table of categories

  Diachronic vs.Synchronic Perspective
  Dynamic ViewStatic View
  Explanation of current form in terms of aExplanation of the current form of species
  historical sequence
 Proximate ViewOntogenyMechanism (Causation)
 How an individual organism'sDevelopmental explanations for changes inMechanistic explanations for how an
How vs. Whystructures functionindividuals, from DNA to their current formorganism's structures work
QuestionsEvolutionary (Ultimate) ViewPhylogenyAdaptation (Function)
 Why a species evolved theThe history of the evolution of sequentialA species trait that evolved to solve a
 structures (adaptations) it haschanges in a species over many generationsreproductive or survival problem in
   the ancestral environment

De afrekening of Ik wil niet langer spullen nodig hebben om me goed te voelen (Asha ten Broeke Volkskrant 26 juli 2016 katern Vonk p. V4-V6):
Persoonlijke groei
Dat heeft te maken met die wereld die Sitskoorn ook al schetste, waar altijd van alles te koop, te doen en te willen is. Dat levert een vrijheidsparadox op, stelt Haegens. 'De overvloed van de keuzemaatschappij leidt tot onvrijheid. En uitgerekend door daar paal en perk aan te stellen, door nieuwe grenzen op te werpen, herwinnen we een gevoel van vrijheid.'
Minder oerbrein
Deze redenering doet me denken aan een boek over klassieke filosofie dat ik een paar jaar geleden las, Stoïsche notities (uit 2011) van Rymke Wiersma. De stoïcijnen waren van mening dat je je leven beter niet kon laten beheersen door allerlei passies. Beter dan reageren vanuit je impulsen kun je je verstand gebruiken om een goed mens te zijn: rechtvaardig, wijs, moedig en - voor nu relevant - matig. Zeg maar: meer prefrontale hersenschors, minder oerbrein.
Eén van de dingen die niet zo goed zijn en ook niet gelukkig maken, is van alles willen hebben. 'Een consumptieve, dus passieve houding, een houding waarin we denken dat de wereld buiten onszelf verantwoordelijk is voor ons welbevinden, maakt dat we ontevreden zij en blijven', schrijft Wiersma. 'Het is nooit goed, nooit genoeg, het had (zo denken we) altijd beter gekund.'
Het enige echte geluk is dan ook innerlijke rijkdom, niet materiële rijkdom, schrijft Wiersma. Natuurlijk, je kunt even intens genieten van een nieuwe aanschaf. Maar zulk genot is riskant. 'Altijd [ligt] het gevaar op de loer dat je er naar gaat hunkeren en verlangen, waarmee je slaaf van je verlangens wordt; als dat gebeurt wordt het genieten overschaduwd door leed.' Of, zoals de klassieke filosoof Zenoon van Kition, grondlegger van de Stoa, stelde: geluk is niet te vinden door het najagen van genot, want 'eerst is er de schrijnende pijn van het verlangen, dan de trieste inzinking na de verzadiging.'
Ontspullen
Gevoel voor drama kun je Zenoon niet ontzeggen, maar toch herken ik iets in zijn woorden. Ik besluit dat mijn experiment een twist nodig heeft: niet alleen wil ik zes maanden niets kopen, ik wil in die periode ook leren minder om spullen te geven.

Douglas Hofstadter schrijft in zijn boek Gödel, Escher, Bach over de paradoxen van Zeno van Elea (leerling van Parmenides).

Zeno’s paradoxen: Achilles en de schildpad is een paradox die wordt toegeschreven aan Zeno van Elea. Het verhaal toont aan dat dichotomie - het opdelen van een probleem in deelproblemen - niet altijd leidt tot een resultaat dat overeenkomt met ons gezond verstand.

Plato (427-348 v. Chr.) en Aristoteles (384-322 v. Chr.)
Maker van de wereld (demiurg, goddelijke maker) hield eeuwige in het oog: de demiurg heeft volgens Plato de zichtbare natuur gemaakt naar het voorbeeld van de eeuwige en gelijkblijvende ideeën: mooi en goed gevormd volgens een orde die door rede en inzicht te begrijpen is. Zichtbare en geworden wereld is mimesis van het volmaakte model. Een afbeelding is nooit hetzelfde als het origineel, een verklaring ervan kan ook niet exact zijn. Wereld streeft naar ordening, hiervoor is rede nodig, wereld is levend wezen met verstand, anders klomp dode materie. Dit levende wezen wordt beheerst door een redelijke ziel die haar omgeeft en doordringt. De harmonie en orde van bewegingen verraadt een innerlijke redelijkheid.
Proclus en Plotinus hebben Plato uitgebouwd tot veelomvattend systeem waarin de gehele werkelijkheid verklaard werd uit een eerste beginsel dat zij het Goede noemen.

Lloyd Abrams, Ph.D, F.R.C (Rose+Croix University) Emanatie en terugkeer naar het Ene
De Neoplatoonse leer van ‘emanatie en terugkeer’ is een centraal structurerend thema in de westerse esoterische traditie. In het neoplatonisme is het Ene de bron van alles, de hoogste goddelijkheid en ultieme werkelijkheid; een vormloze, oneindige, eenvoudige eenheid. Als zodanig ligt het buiten begrip van de stoffelijke zintuigen en de verstandelijke gedachte.
Voor neoplatonisten zijn “alle theoretische discussies over het Ene in laatste instantie ontoereikend, omdat de ware aard daarvan slechts binnen de mystieke eenheid geopenbaard wordt. Plotinus vergeleek het Ene met een fontein die overstroomt. Dit naar buiten stromen, ofwel emanatie van het Ene, is de oorzaak van alle andere niveaus van het bestaan. In dit model is de schepping een opeenvolgend, stapsgewijs proces, namelijk van hogere en volmaaktere niveaus, uiteindelijk eindigend met de stoffelijke wereld van de veelheid en tegenstellingen.

Charles Getts Het onverklaarbare raadsel van Plotinus
Na de dood van Aristoteles in 322 voor Christus. bracht de oude westerse wereld vijf eeuwen lang geen grote filosofen voort. De grandeur en macht van Rome was over zijn hoogtepunt heen en de klassieke godheden verbleekten in het licht van de nieuwe godsdienst: het christendom. Dan keert in de derde eeuw alle glorie van het oude Griekenland, uit de dagen van de grote Plato, terug in de geest van een nederig man, Plotinus genaamd. Hoewel sommigen van de geleerden na hem het niet eens waren met zijn ideeën en velen ze niet begrepen, ontving hij van allen het hoogste eerbetoon. In dit artikel laat Charles Getts ons kennismaken met het onverklaarbare raadsel van Plotinus.
Porfirius vertelt ons dat Plotinus bij vier gelegenheden, in de tijd dat hij doceerde in zijn school in Rome, deze staat van eenwording met de Ene ervoer. Een andere bron vermeldt dat Plotinus drie van deze ervaringen had voordat Porfirius een leerling van hem werd. Hij zou dus in totaal zeven keer één hebben gevoeld met het kosmische bewustzijn. Deze psychische openbaringen ontvangen in een staat van extase, die vergelijkbaar was met het nirvana, wijzen er duidelijk op dat Plotinus een ingewijde was en wel bekend met de verborgen mysteriën, hem ongetwijfeld onderwezen door Ammonius Saccas.

Emanatie uit het 'Ene' en terugkeer naar het 'Ene'
De eerste uitstroming is de nous (gedachte van de goddelijke geest, de levenskracht en orde van het universum). Het is de eerste 'Wil tot het Goede'. Uit de nous komt de wereldziel voort, die Plotinus onderverdeelt in hoger en lager. Hij identificeert het lagere aspect van de wereldziel met de natuur. Uit de wereldziel komen de individuele menselijke zielen voort, en tenslotte op het laagste niveau de materie. Ondanks deze lage waardering van de materiële wereld benadrukt Plotinus de uiteindelijk goddelijke oorsprong van de materie, aangezien zij ook een uitstroming is van het 'Ene'.

Een verkenning van de theosofie Hoofdstuk 4 Gedachten over de Stem
19: Het is boeiend het gebruik van paradoxen in De Stem van de Stilte te onderzoeken. Een paradox toont twee schijnbaar tegenstrijdige kanten van dezelfde waarheid als een middel om de intuïtie en andere vermogens dan de zuiver verstandelijke wakker te roepen, wat het denkvermogen verhindert om te verstarren in één zienswijze, door het de vrije teugel te geven om andere mogelijke betekenissen te onderzoeken. De waarheid is altijd vitaal en in beweging, maar als ze wordt vastgelegd in een gedachtevorm, verdwijnt de vitaliteit en wordt ze een dogma: ‘de zaden van wijsheid kunnen in een bedompte ruimte niet ontkiemen en groeien.’
De betekenis van het pad is een paradox gehuld in paradoxen. Individueel zijn wij het pad dat leidt naar het hart van het heelal: ‘U bent ZELF het voorwerp van uw zoeken.’ Als mensheid zijn we echter allen samen op weg en leren we de lessen die bij onze staat van zelfbewustzijn horen.
20: Het volgende belicht de ware functie van het denkvermogen:
‘Want het denken is als een spiegel; bij het weerkaatsen verzamelt het stof. Het heeft de zachte ademtocht van zielenwijsheid nodig om het stof van onze illusies weg te blazen. Tracht, beginneling, uw denken en ziel één te laten worden. . . . zoek in het onpersoonlijke naar de ‘eeuwige mens’; en als u die heeft ontdekt, zie naar binnen: u bent Boeddha (Stem van de stilte).
Door ervaring leren we ons onderscheidingsvermogen te gebruiken en onze beste leraar is het leven en de omgang met anderen. Het is duidelijk dat de bekende paradox ‘Geef uw leven op, als u wilt leven’ niet betekent dat we onze verantwoordelijkheden moeten opgeven, het gezin verlaten en ons terugtrekken in de bergen om spiritueel te worden. ‘De mens die de taak die hem in het leven ten deel valt niet volbrengt – heeft vergeefs geleefd’:
21: Volg het levenswiel; volg het wiel van plicht tegenover volk en familie, vriend en vijand, en denk niet langer aan genot of pijn. Put de wet van karmische vergelding uit (Stem van de stilte).

De unificatietheorie impliceert dat er maar een 'hoofdroute' is. Deze route sluit op de vier oorzaken-leer van Aristoteles, het evolutionair ontwikkelingsmodel en op de nieuwe levensrichting van Spinoza aan.
In het rechter kwadrant is een poging ondernomen om de tien categorieënleer van Aristoteles schematisch weer te geven.

Plotinus, de auteur van het boek De Enneaden was net als Origenes, een leerling van Ammonius Saccas.
Plotinus schreef de essays die later de Enneaden werden over een periode van meerdere jaren vanaf ca 253 tot een paar maanden voor zijn dood, zeventien jaar later. Porphyrius wijst er op dat de Enneaden, voordat ze door hemzelf waren samengesteld en geordend, slechts een enorme verzameling van notities en essays waren, die door Plotinus werden gebruikt in zijn colleges en debatten, in plaats van het formele boek dat Porphyrius ervan gemaakt heeft. Plotinus was zelf vanwege een slecht gezichtsvermogen niet in staat om zijn eigen werk te redigeren, terwijl zijn geschriften volgens Porphyrius juist een uitgebreide redactie vereisten: het handschrift van Plotinus was afschuwelijk, ook wist hij zijn woorden niet goed van elkaar te scheiden en hij trok zich ook weinig aan van de subtiliteiten van de toenmalige spellingsregels. Plotinus had een hartgrondige hekel aan het redactionele proces, en liet deze taak graag aan Porphyrius over, die de geschriften van Plotinus bijschaafde en bundelde in de Enneaden.

Origenes (185 – 253/254) leerling van Ammonius Saccas (3de eeuw n.Chr)
Leo van den Haak De last van de verleiding, en 2012: De kwintessens, ofwel dingen waar het in wezen om gaat, het wezenlijke van een zaak of gebeurtenis, de kern van de zaak, het hart, het niet-materiële, we moeten ze opnieuw proberen te duiden. Dat wat in alle dingen latent aanwezig wordt geacht. Dat singulare tantum dat al onze pijn stilt, waarvan de meervoudsvorm ontbreekt. Dat wat de vormkenmerken van een enkelvoud heeft, daarin kunnen we ons allemaal vinden.
De direkte gnosis levert de esoterische verdieping of vervulling, maakt het mogelijk het origineel terug te vinden, maakt het mogelijk met een veel groter gezag te spreken als een schriftgeleerde of wetenschapper ooit zal kunnen doen. De banvloek die over de grote kerkvader Origenes uitgesproken is krijgt in 2012 zijn vervolg. De Gnosis zal opnieuw de belangrijkste verdieping aan de cultuur geven, we gaan de originelen terugvinden als religie en filosofie zich vrij mogen ontplooien.

De in essentie devotionele aard van Plotinus zijn filosofie kan verder worden geïllustreerd aan de hand van zijn concept van het bereiken van een extatische vereniging met het 'Ene' (de henose zie Iamblichus). Porphyrius vertelt dat Plotinus een dergelijke vereniging vier keer heeft bereikt in de jaren dat Porphyrius hem kende. Deze henose kan worden gerelateerd aan verlichting, bevrijding en andere concepten van mystieke vereniging in veel Oosterse en Westerse tradities. Sommigen hebben Plotinus zijn leer vergeleken met de hindoe-school van Advaita Vedanta (advaita "niet twee" of het "niet-duale").

Het was vooral Plotinus, Felotin in het Arabisch, die goed aansloot bij het islamitische denken, die het denken van Plato, Aristoteles en Pythagoras heeft willen integreren en die zo tot een vrijwel puur gnostische filosofie komt. Dit werd door de islamitische soefisten overgenomen en in het islamitische denken geïntegreerd, in het bijzonder door Al-Kindi (800-866) en Ibn Sina (980-1037).

Wiel Smeets 4. Dionysius en andere mystici over bestaanslagen en hun geestelijke bewoners
Dionysius bespreekt de negen scharen van hemelwezens in drie triaden, beginnend bij de allerhoogste hemelwezens die in de onmiddellijke nabijheid van de Allerhoogste wonen:
- De eerste triade: de Serafijnen, de Cherubijnen en de Tronen;
- De tweede triade: de Heerschappijen, de Krachten en de Machten;
- De derde triade: de Hoogheden (Vorstendommen), de Aartsengelen en de Engelen.
Als de mens sterft, bepaalt karma (de kosmische wet van oorzaak en gevolg) naar welke van deze geestelijke rijken hij wordt toegetrokken. Wie nog erg gehecht is aan materie, en dus sterk is gericht op behoeftenbevrediging, gaat naar kamaloka. Wie al enigermate onthecht is van vormen, gaat naar rupaloka en wie geheel onthecht is van vorm naar arupaloka. Zowel het hindoeïsme als het boeddhisme kent de cyclus van voortdurende wedergeboorten. De overledene komt net zo vaak terug op aarde, in kamaloka, in rupaloka of in arupaloka totdat de volledige verlichting, de staat van nirvana, is bereikt.
De oplettende lezer ziet ogenblikkelijk de overeenkomsten met de Enneaden van Plotinus. Allereerst: de verschillende hypostasen die, vanaf de stoffelijke aarde gezien, steeds minder stoffelijk worden. De ziel verhuist van hypostase naar hypostase om uiteindelijk op te gaan in de boven elke vorm verheven Ene. Ook de rangorde van hemelwezens van Dionysius zien we terug: elk loka bevat verschillende geestelijke wezens. In kamaloka wonen ‘hellewezens’ en in de hogere loka’s goddelijke wezens (‘deva’s’).
De boeddhistische traditie kent een schilderij van het ‘wiel der wedergeboorte’ waarin zes bestaansniveaus worden onderscheiden en daar verblijvende geestelijke wezens worden afgebeeld. Net als bij het schilderij van Hildegard van Bingen gaat het om een mandala, een afbeelding bestaande uit cirkels, waarin ook geestelijke wezens staan afgebeeld (Zie: Bhavacakra).

13. Origenes en de Indiase theologie - 7. INVLOED
Ondanks de gehavende overlevering van zijn oeuvre is de invloed van de exegese van Origenes in de christelijke oudheid en de middeleeuwen nauwelijks te overschatten. Door de in zijn commentaren en preken verwerkte geestelijke leer werd hij de grote inspirator van de monniken. Wanneer in de 4de en 5de eeuw de discussies over Origenes' theologie steeds weer oplaaien (de zgn. origenistische strijd), zien we dan ook dat m.n. monniken en hun geestelijke leiders het voor hem opnemen tegen de aanvallen van theologen als Epiphanius van Salamis, Hiëronymus en Theophilus van Alexandrië. Verzoening van de standpunten in deze strijd werd bemoeilijkt doordat beide partijen vergaten dat Origenes al zijn theologische stellingen steeds als hypothesen en discussiepunten naar voren had gebracht en dat hij zonder zijn inzichten te verraden in die werken die hij als ‘man van de Kerk’ schreef geen wijsgerige visie op mens en wereld, maar een hoogstaande christelijke levensleer had willen meedelen.

HENK DE ROEST Kerkhistorisch intermezzo
Reeds in de tweede en derde eeuw kunnen we de invloed van de lichaamsmetafoor traceren bij Origenes, Ireneus, Tertullianus, Clemens van Rome en Clemens van Alexandrië. De nadruk ligt hierbij op de eensgezindheid van de gemeente, de verschillen tussen de gelovigen en de betekenis van de charismata.

Ellen van Wolde: Alle vertalingen, commentaren en studies zeggen hetzelfde: de Bijbel begint met Gods schepping.
Fout, meent professor Ellen van Wolde. „God is niet de Schepper.”
’God schiep de hemel en de aarde.’ Hoe verschillend Nederlandse bijbelvertalingen ook zijn, in de weergave van de eerste woorden van de Bijbel zijn ze opvallend eensgezind. En toch kán die openingszin niet meer, vindt Ellen van Wolde. Want God schiep niet.
In haar rede heeft ze, zeer ongebruikelijk, een credo opgenomen, een academische geloofsbelijdenis: „Ik geloof in onbevangen lezen en leven, in het steeds weer opnieuw beginnen, in jezelf leeg maken van eerdere opvattingen, om telkens opnieuw alles als nieuw gewaar te worden”.
Waarom schiep God niet één ding of dier, maar steeds meerdere? Omdat, stelde Van Wolde vast, God niet schiep, maar scheidde. De aarde van de hemel, het land van de zee, de zeemonsters van de vogels en het gekrioel op de grond.
Maar als de mens er eenmaal is, gaat God weer ’scheiden’. Dus niet: God schiep de mens als zijn evenbeeld (NBV), maar: „God maakte een scheiding tussen de mens die zijn beeld is en zichzelf en hij maakte een scheiding tussen mannelijk en vrouwelijk.”

Anselmus van Canterbury (1033 – 1109) was de eerste die een logisch bewijs van het bestaan van God formuleerde. Dit zogeheten ontologisch godsbewijs laat zich als volgt samenvatten:

  • God is, per definitie, het volmaaktste wezen dat denkbaar is. In Proslogion, hoofdstukken 2-4, wordt dit in 2 varianten verwoord: God is 'iets, groter dan hetwelk niets gedacht kan worden' (aliquid quo nihil maius cogitari posit/potest/non valet) en God is 'datgene, groter dan hetwelk niets gedacht kan worden' (id quo maius cogitari nequit/non potest).
  • Het is beter te bestaan dan niet te bestaan, dus iets wat niet bestaat kan nooit volmaakt zijn.
  • Een niet bestaande God is minder volmaakt dan een bestaande.
  • Dus moet God bestaan.

Dit bewijs werd in de twintigste eeuw geformaliseerd met behulp van de modale logica door Kurt Gödel.

Thomas van Aquino (1225-1274) is in het algemeen goed te volgen in dit boek, zijn gedachten komen helder op mij over. Hij overdrijft de zaken niet, maar brengt nuances aan waar dat nodig is. Niet alles is duidelijk voor mij, maar dat stimuleert tot verder nadenken. De teksten van Aristoteles uit zijn Metaphysica sluiten het boek af. Thomas die Aristoteles gebruikt om de werkelijkheid te begrijpen. Hij neemt daarbij niet klakkeloos alles van hem over, maar 'schaaft' hem bij, buigt zijn ideeën om tot de zijne, Thomas die als mens en christen de waarheid zoekt omwille van de waarheid.

Raymond Lull (1232/1233 – 1315/1316) heeft eerder in zijn hoofdwerk Ars Magna (‘de grote kunst’) of ook wel Ars Generale Ultima al van de tien categorieën van de aristotelische wijsheid gebruik gemaakt.

Hans Schnitzler schrijft in zijn column in de Volkskrant van 21 augustus 2013:
Helaas blijkt de bewustzijnsvernauwing bij de infoconsument dusdanig vergevorderd, dat zelfs klokkenluiders als Snowden de ogen sluiten voor dit simpele feit. Zodra de mede dankzij infoconsumenten mogelijk gemaakte surveillacestaat wordt ‘ontmaskerd’, wijst men naar alles en iedereen (Google, NSA, overheid), behalve naar zichzelf. Het nieuwe proletarisch winkelen – oftewel infoconsumentisme – is een grotere bedreiging voor onze vrijheid dan alle veiligheidsdiensten tezamen. etc.
In de dystopische staat die Orwell in zijn roman 1984 beschrijft geldt: ‘Oorlog is vrede . Vrijheid is slavernij. Onwetendheid is kracht. ’ Met dit Orwelliaanse indoctrinatieprincipe – er gelijktijdig twee tegenstrijdige opvattingen op nahouden en ze beide aanvaarden – weet de macht zich onbeperkt te handhaven.
De infoconsument gehoorzaamt aan dit grondbeginself. Hij is evenwel het principe van zijn eigen onderwerping. In zijn Heerlijke Nieuwe Wereld kan Grote Broer rustig gaan slapen.

Ilya Prigogine: tijd geeft het verschil aan tussen de rol van het verleden en die van de toekomst. Boek Order out of Chaos: We kunnen het oude a priori onderscheid tussen wetenschappelijke en ethische waarden niet langer accepteren…. Tegenwoordig weten we dat tijd een constructie is en daarom een ethische verantwoordelijkheid met zich draagt….Als gevolg daarvan is de individuele activiteit niet tot betekenisloosheid gedoemd.
De westerse filosofie is een voortgaande discussie tussen Herakleitos' wereld van het worden en Parmenides' wereld van het zijn. Deze discussie, die zo'n 2500 jaar geleden is gestart, is nog steeds niet ten einde.' De discussie draait om de vraag of er vaste en universele natuurwetten zijn of dat de natuur een wordingsproces zonder wetmatig-heden is. 'Geen van beide is volgens mij waar.'

De EPR-paradox (EPR-experiment) is een gedachte-experiment dat een schijnbare tegenspraak tussen de kwantummechanica en speciale relativiteitstheorie oplevert. De schijnbare tegenspraak heeft veel fysici lang hoofdpijn bezorgd, maar kan begrepen en opgelost worden met de meer hedendaagse notie van kwantumverstrengeling. "EPR" staat voor Einstein, Podolsky en Rosen die het gedachte-experiment in 1935 introduceerden om te suggereren dat de kwantummechanica geen complete theorie is. Het wordt soms de EPRB-paradox genoemd naar Bohm, die het originele gedachte-experiment vertaalde naar een iets eenvoudiger experimenteel toetsbaar experiment.
Het EPR-experiment brengt dus een dichotomie naar voren. Ofwel:

  • 1. Het resultaat van een meting uitgevoerd op deel A van een kwantumsysteem heeft een niet-lokaal effect op de fysische realiteit van een andere ver verwijderd deel B, in de zin dat de kwantummechanica de uitkomst van een meting in B kan voorspellen ofwel:
  • 2. De kwantummechanica is incompleet in de zin dat sommige elementen van fysische realiteit corresponderend met B niet verklaard kunnen worden door de kwantummechanica. Dat betekent dat er een of andere extra variabele nodig is.

Een open systeem is een systeem dat voortdurend interageert met zijn omgeving en daarbij al zijn inherente kenmerken behoudt, waaronder de openheid zelf. Een voorbeeld van een open systeem is een dissipatief systeem.
In de biologie worden organisme als open systemen beschouwd, omdat ze negentropie (het tegenovergestelde van entropie) importeren.
In de sociale wetenschappen (met name de sociologie) is een open systeem een systeem dat kapitaal, energie, mensen, materiaal en informatie uitwisselt met zijn omgeving.

Op het snijvlak tussen Biologie en Sociologie werd door Edward Osborne Wilson een derde discipline, de Derde weg in de psychologie van Roberto Assagioli creëert synthese, die ongetwijfeld op de verbijzondering van de twee oorspronkelijke vakgebieden zijn weerslag zal hebben. Door alleen beide complementaire kanten, de ‘Natuurwetenschappen en Geesteswetenschappen’ van de éne werkelijkheid te belichten komt de unificatietheorie een stapje verder. In essentie draait het om dit mechanisme, de twee kanten – Unificatietheorie en Snaartheorie; - van een medaille. In het boek Een vorm van beschaving van Klaas van Egmond staat de Axis mundi voor de verbinding tussen de materiële en immateriële wereld.

Het boek Akasha-veld, Verbinding en geheugen in kosmos en bewustzijn van Ervin Laszlo (interview) bespreekt de grondslagen van een integrale theorie van alles. Volgens Ervin Laszlo is de kernvraag hoe het universum zich heeft kunnen ontwikkelen tot een toestand waarin de biologische evolutie überhaupt kon plaatsvinden. Ervin Laszlo kijkt met zijn holistische visie naar het geheel, dat in de delen wordt weerspiegeld.

De vraag van Ervin Laszlo blijft actueel hoe heeft het universum zich kunnen ontwikkelen tot een toestand waarin de biologische evolutie überhaupt kon plaatsvinden? Het lijkt mogelijk een verband te leggen tussen het standaardmodel en de driehoek van Pythagoras. Het is een aanzet, niet om vanuit de natuurkunde, maar met name vanuit de geestkunde verschillende disciplines in één model samen te voegen. Het ontstaan en de eerste ontwikkeling van de mensheid heeft zich niet op aarde maar in de geestelijke wereld afgespeeld. De relatie tussen geest (ongemanifesteerde, hogere Zelf) en lichaam, de ziel staat nog steeds centraal.
Het antwoord op de vraag van Ervin Laszlo ligt in het Swabhâva (Zelf-ontplooiing, epigenetica) besloten. De godheid En Soph zonder eigenschappen, namelijk het universum zal er eeuwig zijn. De tegenwoordigheid van God in de schepping wordt wel Sjechinah (pleroma) genoemd.

Om de supersymmetrie in het universum te symboliseren maakt het rapport ‘E i V’ gebruik van een pedagogisch denkmodel. Dit model is gebaseerd op de supersymmetrie tussen geest en stof. De M-theorie van Edward Witten is net als het Kompaskwadrant een multidimensionaal verklaringsmodel. De M van de M-theorie staat voor Magic, Mystery of Matrix. Het rapport ‘E i V’ heeft het liever over White Magic, Occultisme, het contrast van Black Magic.

De drie verenigende Logoi van de Esoterie:

Eenheid inVerscheidenheid Danielle AudoinTheosofie (1 - 2 - 3 - 4): 
Pythagoras 1e Logos, Monade3e Logos, TriadeRudolf SteinerAntroposofie: 
    1. Hogere Zelf3. Astrale lichaam
MonadeTriadeGod ----GeestGeestmens ----Geestzelf (omgevormd Astraallichaam)
||||||
TetradeDuade4. Lichaam ----ZoonFysiek lichaam ----Levensgeest (omgevormd Etherlichaam)
  Tetrade2e Logos, Duade4. Fysieke lichaam2. Lagere denken

De vervormingen van Creativethink en Zelfregulering (Zelfrealisatie) zijn Groupthink en Chaos:

Kernkwadrant: 5D-concept:  Vier kwadranten:Ken Wilber
    4. Holos3. Logos 
Creativethink >>>>Groupthink  SamenwerkingskrachtVoedingskrachtCultuur van waardenSociaal, Systeemtheorie
1. Daadkracht >>>>3. Drammerigheid  4. Wij-kant ----2. Zij-kant4. Innerlijk/Collectief ----2. Collectief/Uiterlijk
||  ||||
4. Passiviteit <<<<2. Geduld  1. Het-kant ----3. Ik-kant1. Individueel/Uiterlijk ----3. Innerlijk/Individueel
Chaos <<<<Zelfregulering  VormkrachtBeeldkrachtGedragsmatigIntentioneel
    1. Mythos (Eros)2. Theos 

Het 5D-concept brengt de ommekeer, de kwintessens tot uitdrukking. Zoals we in de inleiding hebben laten zien is het mogelijk ons weer met de oerbron te verbinden.

Natuurlijke kringloopTriade en Tetrade:Accent van het aanzicht ligt op:Kernkwadrant:
1. Mythos1. Oude TestamentRechtvaardigheid4. Creativethink
2. Theos2. Nieuwe TestamentUniversaliteit van mensenrechten3. Zelfregulering
3. Logos3. VerlichtingGelijkheid, gelijke kansen voor iedereen2. Groupthink
4. Holos4. IntegratieRechtvaardigheid en Gelijkheid1. Chaos

Het kernkwadrant rechts laat de ommekeer zien. Hoe we ons dus weer met de natuurlijke kringloop van de schepping (1 t/m 4 van boven naar beneden) kunnen verbinden. Het 5D-concept, het Ether-paradigma (kwintessens) brengt de ommekeer tot uitdrukking. Het Ken uzelve leidt er toe dat we op chaos en groupthink grip kunnen krijgen.

H.P. Blavatsky boek De Sleutel tot de Theosofie (p. 1/2): De naam theosofie dateert uit de derde eeuw van onze jaartelling en komt voor het eerst voor bij Ammonius Saccas en zijn leerlingen, die het eclectisch theosofisch stelsel invoerden.
De kerngedachte van de eclectische theosofie was die van een enkel Hoogste Inwezen, onbekend en onkenbaar, want “Hoe kan men de kenner kennen?”, zoals de Brihadaranyaka Upanishad zich afvraagt.
Ammonius leerde dat de godsdienst van de menigte hand in hand ging met de filosofie, en dat ze met deze het lot had gedeeld geleidelijk door louter menselijke waandenkbeelden, bijgeloof en leugens te zijn verdraaid en verduisterd; dat ze daarom tot haar oorspronkelijke zuiverheid moest worden teruggebracht door haar van die ongerechtigheden te ontdoen en volgens filosofische beginselen te verklaren; en dat alles wat Christus beoogde was de wijsheid van de Ouden weer in haar oorspronkelijke zuiverheid te herstellen; de algemeen heersende macht van het bijgeloof te beperken, en de vele dwalingen die in de verschillende volksgodsdiensten waren binnengedrongen ten dele te verbeteren en ten dele uit te roeien.

Magie en Kabbalah
Magie is geen kabbalisme en dat geldt vice versa ook. De echte kabbalist gebruikt de Namen voor het verkrijgen van G´ddelijke hulp bij het zoeken naar een relatie tussen ‘boven' en ‘beneden', bij zijn streven deze krachten te organiseren en te vitaliseren. Bij de magiërs is het anders. Zij zijn gericht op macht en heerzucht. De natuur dient, volgens hen, geholpen te worden om tot een hereniging te komen. In hun zelfzuchtige opvattingen, koppelen zij demonische machten uit het duistere rijk van Kelippoth met de dynamiek van de natuur, om iets of iemand te winnen of zelfs iets of iemand te vernietigen. Dit is geen weg voor de kabbalist. Alles is heilig voor hem en de Namen van G´d zijn de krachten die de schepping naar EENheid dragen.

H.P. Blavatsky Isis ontsluierd Een sleutel tot de mysteries van oude en moderne wetenschap en religie
Deel I 5. De ether of het astrale licht (p. 207/208)
Terwijl een heilige man zoals Govinda Svamin slechts de hulp nodig heeft van zijn eigen goddelijke ziel, nauw verenigd met de astrale geest, en de hulp van enkele vertrouwde pitri’s – zuivere, etherische wezens, die zich rond hun uitverkoren broeder in het vlees verzamelen – kan de tovenaar slechts de hulp inroepen van die soort geesten die bij ons bekendstaan als elementalen. Gelijken trekken elkaar aan; en begeerte naar geld, onzuivere doeleinden en zelfzuchtige plannen kunnen geen andere geesten aantrekken dan die welke bij de Hebreeuwse kabbalisten bekendstaan als de klippoth, de bewoners van asiah, de vierde wereld, en bij de oosterse magiërs als ifrieten, elementaire spotgeesten of daeva’s.
Hoofdstuk 10 De innerlijke en uiterlijke mens (p. 432):
Omdat de ziel voortdurend voortgaat en in de loop van een bepaalde tijdsperiode alle dingen doorloopt, wordt ze daarna gedwongen om door alle dingen heen terug te gaan, en in de wereld hetzelfde web van voortbrenging te spinnen . . . want even vaak als dezelfde oorzaken terugkeren, zullen dezelfde gevolgen op dezelfde manier terugkomen.
– M. Ficino, Theologia platonica de immortalitate animae3
3) In: Cory, Ancient Fragments, ed. 1832, herdruk 1975, Wizards Bookshelf, blz. 267. Vertaling: De Vader liet elke geest van deze triade uitstromen.
Vanaf het moment dat het embryo wordt gevormd, totdat de mens, oud geworden, zijn laatste adem uitblaast en sterft, wordt begin noch einde door de dogmatische wetenschap begrepen; al wat vóór ons ligt is een leegte, alles achter ons een chaos. Voor haar is er geen bewijsmateriaal over het verband tussen geest, ziel en lichaam, hetzij vóór of na de dood. Het levensbeginsel alleen al vormt een onoplosbaar raadsel, en bij het bestuderen daarvan heeft het materialisme vergeefs zijn intellectuele vermogens uitgeput.
Deel II 4. Oosterse kosmogonieën en bijbelverhalen (p. 245)
De menigten cherubijnen en serafijnen, waarmee we de katholieke madonna’s op hun afbeeldingen gewoonlijk omringd zien, behoren, evenals de elohim en beni elohim van de Hebreeën, tot de derde kabbalistische wereld, Jetzirah. Deze wereld is slechts één trede hoger dan Asiah, de vierde en laagste wereld, waarin de grofste en meest stoffelijke wezens wonen – de klippoth, die genoegen scheppen in het kwaad, en aan het hoofd van wie Belial staat!

H.P. Blavatsky: De Geheime Leer Deel I, Inleiding (p. 28):
De dagen van Constantijn waren het laatste keerpunt in de geschiedenis, de tijd van de uiterste strijd die in de westelijke wereld eindigde met het verstikken van de oude religies ten gunste van de nieuwe, die op hun dode lichamen werd gebouwd. Vanaf die tijd begon men het zicht op het verre verleden, voorbij de ‘zondvloed’ en de hof van Eden, gewelddadig en meedogenloos met ieder toelaatbaar en ontoelaatbaar middel voor de onbescheiden blikken van het nageslacht af te sluiten. Ieder geschilpunt werd geblokkeerd, ieder document waarop de hand kon worden gelegd, werd vernietigd. Toch blijft er genoeg over, zelfs bij zulke verminkte documenten, om ons het recht te geven te zeggen dat daarin ieder mogelijk bewijs aanwezig is voor het werkelijke bestaan van een moederleer. Fragmenten ervan hebben geologische en politieke omwentelingen overleefd om het verhaal ervan te vertellen en ieder overblijfsel toont aan dat de nu Geheime Wijsheid eens de oorsprong was, de altijd vloeiende, eeuwige bron waaruit alle stroompjes – de latere religies van alle volkeren – van het eerste tot het laatste toe werden gevoed. Deze periode, die begon met Boeddha en Pythagoras en eindigde met de neoplatonisten en de gnostici, is het enige in de geschiedenis overgebleven brandpunt waarin voor het laatst de schitterende lichtstralen uit lang vervlogen eeuwigheden samenkomen, niet verduisterd door kwezelarij en fanatisme.
De Geheime Leer Deel I, Proloog (p. 46):
(1.) Het ABSOLUTE, het Parabrahm van de Vedantaleer of de ene Werkelijkheid, SAT, dat zoals Hegel zegt, zowel het absolute Zijn als Niet-zijn is.
De Geheime Leer Deel I Stanza 1. De nacht van heelal (p. 71):
Maya of illusie is een element dat bij alle eindige dingen optreedt, want alles wat bestaat heeft alleen maar een relatieve en geen absolute werkelijkheid, omdat de vorm waarin het verborgen noumenon voor een waarnemer verschijnt, afhangt van zijn waarnemingsvermogen. Voor het ongeoefende oog van een barbaar is een schilderij eerst een zinloze wirwar van gekleurde strepen en klodders, terwijl een geoefend oog er onmiddellijk een gezicht of een landschap in ziet. Niets is blijvend, behalve het ene verborgen absolute bestaan dat in zichzelf de noumena van alle werkelijkheden bevat. De bestaansvormen die tot ieder gebied van het zijn behoren, tot de hoogste Dhyan-Chohan toe, hebben tot op zekere hoogte iets van schaduwen, die door een toverlantaarn op een kleurloos scherm worden geworpen; toch zijn alle dingen betrekkelijk reëel, want ook de waarnemer is een weerspiegeling, en de waargenomen dingen zijn daarom voor hem even werkelijk als hijzelf.
80: Zij die niets weten van het alomvattende karakter van de occulte leringen en wel vanaf de oorsprong van de menselijke rassen, en vooral die geleerden die zelfs de gedachte aan een ‘oorspronkelijke openbaring’ verwerpen, maken een fout door te leren dat de anima mundi, het ene leven of de ‘universele ziel’, pas werd verkondigd door Anaxagoras of in zijn tijd. Deze filosoof bracht de leer eenvoudig naar voren om deze te stellen tegenover de te materialistische opvattingen over kosmogonie van Democritus, die waren gebaseerd op zijn exoterische theorie van blindelings gedreven atomen. Anaxagoras van Clazomenae was niet de uitvinder maar de verbreider van deze leer, evenals Plato. Wat hij het wereldverstand noemde, nous, het beginsel dat in zijn opvatting absoluut gescheiden en vrij van de stof is en doelgericht16 werkt, werd eeuwen vóór het jaar 500 v.Chr. in India Beweging genoemd, het ENE LEVEN of jivatma. Alleen hebben de Arische filosofen aan het beginsel, dat voor hen oneindig is, nooit de eindige ‘eigenschap’ van ‘denken’ toegekend.
16) Ik bedoel eindig zelfbewustzijn. Want hoe zou het absolute het anders kunnen bereiken dan eenvoudig als een aspect, waarvan het hoogste dat ons bekend is, het menselijke bewustzijn is?
81: Alaya, de universele ziel
Dit brengt de lezer vanzelf bij de ‘hoogste geest’ van Hegel en de Duitse transcendentalisten en het kan nuttig zijn op deze tegenstelling te wijzen. De scholen van Schelling en van Fichte zijn ver afgeweken van de oorspronkelijke archaïsche opvatting van een ABSOLUUT beginsel en hebben slechts een aspect van de grondgedachte van de Vedanta weergegeven. Zelfs de ‘absoluter Geist’ die door Von Hartmann werd aangeduid in zijn pessimistische filosofie van het onbewuste, blijft eveneens ver achter bij de werkelijkheid, hoewel deze misschien van alle Europese speculaties de Advaita-leer van de hindoes het meest nabij komt.
82: De nous, die de stof beweegt, de levenwekkende ziel, die in ieder atoom zetelt en die in de mens is gemanifesteerd en latent is in de steen, heeft vermogens van verschillende graad. Dit pantheïstische denkbeeld van een algemene geest-ziel die de hele Natuur doordringt, is het oudste van alle filosofische begrippen.
De Geheime Leer Deel I, Stanza 3 Het ontwaken van de kosmos (p. 93):
(a) Het schijnbaar paradoxale gebruik van de uitdrukking ‘zevende eeuwigheid’, die zo het ondeelbare verdeelt, is in de esoterische filosofie toegestaan. Deze verdeelt grenzeloze duur in onvoorwaardelijke eeuwige en universele tijd en een voorwaardelijke tijd (khandakala). De ene is de abstractie of het noumenon van eindeloze tijd (kala); de andere het periodiek hierdoor optredende verschijnsel, als het gevolg van mahat (de universele intelligentie, beperkt door de duur van het manvantara).
De Geheime Leer Deel I, Stanza 5 De goddelijke hermafrodiet (p. 138):
Deze noodzaak van geheimhouding bracht het vijfde Ras tot het instellen, of liever het opnieuw instellen, van de religieuze mysteriën, waarin onder de sluier van allegorie en symboliek oude waarheden aan de komende geslachten konden worden onderwezen. Zie de onvergankelijke getuige van de evolutie van de menselijke uit de goddelijke rassen, en in het bijzonder uit het androgyne Ras – de Egyptische Sfinx, dat raadsel van de eeuwen! Goddelijke wijsheid die zich incarneert op aarde en die wordt gedwongen de bittere vrucht te proeven van persoonlijke pijn en van lijden, die op aarde alleen wordt voortgebracht in de schaduw van de boom van kennis van goed en kwaad – een geheim dat eerst alleen bekend was aan de Elohim, de ZELF-INGEWIJDE ‘hogere goden’1.
1) Zie het Boek Henoch.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk Feiten en verklaringen over de bollen en de monaden (p. 211/212):
Uit de voorafgaande diagrammen, die mutatis mutandis kunnen worden toegepast op de Ronden, de bollen of de rassen, zal men zien dat het vierde lid van een reeks een unieke plaats inneemt. In tegenstelling tot de andere, heeft de vierde op hetzelfde gebied geen tweede bol naast zich, en hij vormt dus het steunpunt van de ‘balans’ die door de hele keten wordt voorgesteld. Dit is de sfeer waar de evolutionaire aanpassingen uiteindelijk plaatshebben, de wereld van de karmische weegschalen, de zaal van de gerechtigheid, waar de balans wordt opgemaakt die de toekomstige loop van de monade bepaalt tijdens de haar resterende incarnaties in de cyclus. En daarom kunnen geen monaden meer het mensenrijk binnengaan, nadat dit centrale keerpunt in de grote cyclus is gepasseerd, – d.w.z. na het midden van het vierde Ras in de vierde Ronde op onze bol. Wat betreft deze cyclus is de deur gesloten en de balans opgemaakt. Want als het anders zou zijn – als er een nieuwe ziel zou zijn geschapen voor elk van de talloze miljarden mensen die zijn heengegaan, en als er geen reïncarnatie zou zijn geweest – dan zou het ongetwijfeld moeilijk worden om ruimte te maken voor de ontlichaamde ‘geesten’, en de herkomst en de oorzaak van het lijden zouden nooit kunnen worden verklaard. Het ontstaan van het materialisme en het atheïsme, als protest tegen de beweerde goddelijke orde van de dingen, moet worden toegeschreven aan onbekendheid met occulte leringen en aan het opdringen van onjuiste opvattingen onder het mom van religieuze opvoeding.
De Geheime Leer Deel I, Stanza 6 Vervolg (p. 226):
Het astrale licht staat in dezelfde betrekking tot akasa en anima mundi, als satan tot de godheid. Ze zijn een en hetzelfde, gezien vanuit twee standpunten: het geestelijke en het psychische – de bovenetherische of verbindende schakel tussen stof en zuivere geest – en het stoffelijke.
De Geheime Leer hoofdstuk Edens, slangen en draken (p. 241/242):
Als het alleen licht was, niet-actief en absoluut, dan zou het menselijke denkvermogen het niet kunnen waarderen of zelfs beseffen. Schaduw is dat, wat het licht in staat stelt zich te manifesteren en wat het objectieve werkelijkheid geeft. Daarom is schaduw niet iets kwaads, maar het noodzakelijke en onmisbare gevolg, dat het licht of het goede volledig maakt: zij is de schepper ervan op aarde.
242: Volgens de opvattingen van de gnostici zijn deze twee beginselen onveranderlijk licht en schaduw, want goed en kwaad zijn feitelijk één en hebben in alle eeuwigheid bestaan, en ze zullen altijd blijven bestaan zolang er gemanifesteerde werelden zijn.
Dit symbool verklaart de verering door deze sekte van de slang, als de Verlosser; gekronkeld om het offerbrood of om een tau, het fallische embleem. Als eenheid zijn Ennoia en Ophis de logos. Als ze zijn gescheiden, is de ene de Boom van het leven (geestelijk), de andere de Boom van kennis van goed en kwaad. Daarom zien we dat Ophis het eerste mensenpaar – het stoffelijke voortbrengsel van Ilda-Baoth, dat echter zijn geestelijke beginsel te danken had aan Sophia-Achamoth – aanspoort van de verboden vrucht te eten, hoewel Ophis de goddelijke wijsheid voorstelt.
243: Zo weinig hebben de eerste christenen (door wie de joden van hun bijbel werden beroofd) de esoterische betekenis van de eerste vier hoofdstukken van Genesis begrepen, dat zij nooit bemerkten dat met deze ongehoorzaamheid niet alleen geen zonde werd bedoeld, maar dat de ‘slang’ in werkelijkheid ‘de Heer God’ zelf was, die evenals de Ophis, de logos of de drager van goddelijke, scheppende wijsheid, aan de mensheid leerde op hun beurt scheppers te worden29.
29) De lezer wordt eraan herinnerd dat in de Zohar en ook in alle kabbalistische boeken wordt beweerd dat 'Metatron verenigd met Shekinah ’ [of Shekinah als de sluier (genade) van Ain-Soph] die de logos voorstelt, de boom van kennis zelf is; terwijl Shamaël – het duistere aspect van de logos – alleen de schors van die boom bewoont, en alleen de kennis van het KWADE heeft. Zoals Lacour, die in het schouwspel van de val (hfst. iii, Genesis) een voorval zag dat tot de Egyptische inwijding behoorde, zegt: ‘De boom van de waarzeggerij of van de kennis van goed en kwaad . . . is de wetenschap van Tzyphon, de genius van de twijfel; Tzy is onderwijzen en phon is twijfel. Tzyphon is een van de aleim; we zullen hem straks tegenkomen onder de naam Nach, de verleider.’ (Les OEloim, Deel II, blz. 218.) Hij staat nu bij de kenners van de symboliek bekend onder de naam JEHOVA.
De Geheime Leer Deel I, Stanza 7 De voorvaderen van de mens op aarde (p. 254):
De occultisten behoren ook tot de streng esoterische Vedanta-school, en zij noemen het Ene Leven (Parabrahm) de grote adem en de wervelwind; maar zij beschouwen het zevende beginsel geheel los van de stof en van iedere band daarmee.
276/277: Er is al eerder gezegd dat het occultisme niets anorganisch in de Kosmos aanvaardt. De door de wetenschap gebruikte uitdrukking ‘anorganische stof’ betekent eenvoudig dat het latente leven, dat sluimert in de moleculen van de zogenaamde ‘inerte stof’, onkenbaar is. ALLES IS LEVEN, en elk atoom, zelfs van mineraalstof, is een LEVEN, hoewel dit boven ons bevattingsvermogen ligt en voor ons niet waarneembaar is, omdat het valt buiten het gebied van de wetten die bekend zijn aan degenen die het occultisme afwijzen. ‘De atomen zelf’, zegt Tyndall, ‘schijnen vol verlangen te zijn naar het leven’. Waar komt dan de neiging vandaan ‘om in organische vormen over te gaan’, willen wij vragen. Kan men dit op een andere manier verklaren dan volgens de leringen van de occulte wetenschap?
Volgens een commentaar ‘zijn voor de niet-ingewijden de werelden opgebouwd uit de bekende elementen. In de opvatting van een arhat zijn deze elementen zelf collectief een goddelijk leven; afzonderlijk beschouwd zijn ze op het gebied van de manifestaties de talloze en ontelbare miljoenen levens. Alleen het vuur is EEN op het gebied van de Ene Werkelijkheid: op dat van het gemanifesteerde en dus bedrieglijke Zijn, zijn de deeltjes ervan vurige levens die leven en bestaan ten koste van elk ander leven dat ze verteren. Daarom worden ze de ‘VERSLINDERS’ genoemd. . . . ‘Alle zichtbare dingen in dit Heelal zijn door zulke LEVENS opgebouwd, van de bewuste en goddelijke oorspronkelijke mens tot de onbewuste werktuigen die de stof samenstellen.’. . . ‘Uit het ENE vormloze en ongeschapen LEVEN komt het Heelal van levens voort. Eerst werd uit de Diepte (de Chaos) koud lichtgevend vuur (gasachtig licht?) voortgebracht, dat in de Ruimte stremsel vormde.’ (Onoplosbare nevelvlekken misschien?). . . . ‘Deze bestreden elkaar, en er werd een grote hitte ontwikkeld doordat ze elkaar troffen en botsten, waardoor rotatie ontstond. Toen kwam de eerste gemanifesteerde STOF, vuur, de hete vlammen, de zwervers aan de hemel (kometen); de hitte brengt vochtige damp voort; deze vormt vast water (?); dan droge nevel, daarna vloeibare waterachtige nevel, die de lichtglans van de pelgrims (kometen?) dooft en vaste waterachtige wielen (STOF-bollen) vormt. Bhumi (de aarde) verschijnt met zes zusters. Deze brengen door hun voortdurende beweging het lagere vuur voort, warmte en een waterachtige nevel, die het derde wereld-element – WATER – oplevert; en uit de adem van alle wordt (atmosferische) LUCHT geboren. Deze vier zijn de vier levens van de eerste vier perioden (Ronden) van het manvantara. De laatste drie zullen volgen.’
De Geheime Leer Deel I, Samenvatting (p. 311):
De geest leeft en leven is geest, en leven en geest (prakriti purusha) (?) brengen alles voort, maar ze zijn in essentie één en niet twee. . . . Ook de elementen hebben ieder hun eigen Yliaster, omdat alle werkzaamheid van de materie in elke vorm slechts een uitvloeisel uit dezelfde bron is. Maar zoals uit het zaadje de wortels met hun vezels groeien en daarna de stengel met zijn takken en bladeren en tenslotte de bloemen en de zaadjes, zo werden ook alle wezens uit de elementen geboren en bestaan ze uit elementaire substanties waaruit andere vormen kunnen ontstaan, die de eigenschappen van hun ouders dragen. (De vertaler merkt op, dat ‘deze leer, die 300 jaar geleden werd verkondigd, overeenkomt met de leer die, nadat deze door Darwin in een nieuwe vorm was gegoten en verder uitgewerkt, een ommekeer in het moderne denken heeft teweeggebracht. Deze was nog meer uitgewerkt door Kapila in de sankhyafilosofie’). . . . Als moeders van alle schepselen hebben de elementen een onzichtbare, geestelijke aard en hebben ze zielen10. Ze komen alle uit het ‘mysterium magnum’ voort. (Philosophia ad Athenienses.)
10) De oosterse occultist zegt: ‘worden geleid en bezield door geestelijke wezens’, de werklieden in de onzichtbare werelden en achter de sluier van de occulte natuur, of van de natuur in abscondito.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 6 Het wereld-Ei (p. 394):
Als men rekening houdt met deze cirkelvorm en met de ‘|’ die voortkomt uit de ‘’ of het ei, of het mannelijke uit het vrouwelijke in het androgyne, is het vreemd een geleerde te horen zeggen dat de oude Ariërs het tientallige stelsel niet kenden – omdat de oudste Indiase handschriften geen spoor daarvan vertonen. Omdat 10 het heilige getal van het heelal was, was het geheim en esoterisch, zowel de één als de nul, of zero, de cirkel. Bovendien zegt professor Max Müller dat ‘de beide woorden cipher (nul) en zero, die hetzelfde betekenen, afdoende bewijzen dat onze cijfers van de Arabieren zijn overgenomen’. Cipher is het Arabische ‘cifron’ en betekent leeg, een vertaling van het Sanskrietwoord voor niets, ‘śūnya’, zegt hij. De Arabieren hadden hun cijfers uit Hindostan, en maakten zelf nooit aanspraak op de ontdekking ervan. Wat de pythagoreeërs betreft, hoeven wij slechts de oude manuscripten van Boëthius’ Geometrie, geschreven in de zesde eeuw, te raadplegen om onder de getallen van Pythagoras de 1 en de nul te vinden, als de eerste en laatste cijfers. En Porphyrius, die de Moderatus van Pythagoras aanhaalt, zegt dat de getaltekens van Pythagoras ‘hiëroglifische symbolen waren, door middel waarvan hij denkbeelden verklaarde over de aard van de dingen’, of de oorsprong van het heelal.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 9 De maan, Deus Lunus, Phoebe (p. 422/423):
Dit archaïsche symbool is het meest poëtische en ook het meest filosofische van alle symbolen. Dit archaïsche symbool is het meest poëtische en ook het meest filosofische van alle symbolen. De oude Grieken plaatsten het op de voorgrond en de hedendaagse dichters hebben het tot op de draad versleten. De koningin van de nacht, die in de majesteit van haar weergaloze licht aan de hemel reist, die alles, zelfs Hesperos, verduistert en die haar zilveren mantel over de hele sterrenwereld uitspreidt, is altijd een geliefkoosd onderwerp geweest voor alle dichters van het christendom, van Milton en Shakespeare tot de laatste verzenmaker toe. Maar de stralende lamp van de nacht met haar gevolg van talloze sterren, sprak alleen tot de verbeelding van niet-ingewijden. Tot voor kort hadden religie en wetenschap niets met de schone mythe te maken.
424: Het is de moeite waard in dit boek een kort overzicht te geven van de oorsprong en de ontwikkeling van de maanmythe en maanverering in de historische oudheid, aan onze kant van de aardbol. De vroegste oorsprong ervan is voor de exacte wetenschap niet na te gaan, omdat deze de overlevering verwerpt; terwijl haar archaïsche geschiedenis een verzegeld boek is voor de theologie, die onder de leiding van listige pausen elk stuk literatuur heeft gebrandmerkt dat niet het imprimatur van de kerk van Rome draagt. Of de religieuze filosofie van de Egyptenaren dan wel van de Arische hindoes de oudste is – en de Geheime Leer zegt dat het de laatstgenoemde is – doet er hier niet veel toe, omdat de ‘eredienst’ van de maan en de zon de oudste in de wereld zijn. Beide zijn blijven voortbestaan en worden nog steeds over de hele wereld beoefend, bij sommigen openlijk, bij anderen – bijv. in de christelijke symboliek – in het geheim. De kat, een maansymbool, was gewijd aan Isis, die in zekere zin zelf de maan was, zoals Osiris de zon was. De kat ziet men vaak bovenop het sistrum in de hand van de godin. Dit dier werd hoog vereerd in de stad Bubastis, die bij de dood van elke heilige kat in diepe rouw ging, omdat in deze stad van mysteriën Isis als de maan bijzondere eer genoot. De sterrenkundige symboliek die ermee in verband staat, is al in § 1 van Afd. 2, ‘Symboliek’, gegeven, en niemand heeft deze beter beschreven dan G. Massey in zijn lezingen en in The Natural Genesis. Het oog van de kat, zegt men, schijnt de maanfasen bij het wassen en afnemen te volgen, en haar ogen schitteren als twee sterren in de duisternis van de nacht. Vandaar de mythologische allegorie, die Diana laat zien terwijl zij zich in de gedaante van een kat in de maan verborg, toen zij samen met andere godheden probeerde te ontsnappen aan de vervolging van Typhon (zie de Metamorphosen van Ovidius). De maan was in Egypte zowel het ‘oog van Horus’ als het ‘oog van Osiris’, de zon.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 11 Demon est deus inversus (p. 450/451):
Deze symbolische zin is in zijn veelzijdige vormen in de ogen van alle latere dualistische religies – of liever theologieën – en vooral in het licht van het christendom, ongetwijfeld hoogst gevaarlijk en destructief. Toch is het niet gerechtvaardigd en ook niet juist te zeggen dat het christendom satan heeft bedacht en voortgebracht. Satan heeft altijd bestaan als ‘tegenstander’, de tegenwerkende kracht die nodig is voor het evenwicht en de harmonie van de dingen in de Natuur – zoals de schaduw nodig is om het licht nog helderder te laten uitkomen, zoals de nacht die meer reliëf geeft aan de dag en zoals de kou die ons de weldaad van de warmte meer laat waarderen. Homogeniteit is één en ondeelbaar. Maar als het homogene Ene en Absolute niet alleen maar een manier van zeggen is en als de heterogeniteit met haar twee aspecten daarvan afstamt – en dus zijn in tweeën vertakte schaduw of weerspiegeling is – dan moet zelfs die goddelijke homogeniteit in zichzelf de essentie van zowel goed als kwaad bevatten. Als ‘God’ absoluut, oneindig en de universele wortel van alles in de Natuur en haar heelal is, waar komt dan het kwaad of de duivel vandaan, als het niet is uit dezelfde ‘gouden schoot’ van het absolute? Zo worden we gedwongen om òf de emanatie van goed en kwaad, van Agathodaemon en Kakodaemon te aanvaarden als loten van dezelfde stam van de Boom van het Zijn, òf ons neer te leggen bij de ongerijmdheid van een geloof aan twee eeuwige Absoluutheden!
452/453: Men kan niet beweren dat god de synthese van het gehele Heelal is, alomtegenwoordig, alwetend en oneindig, en hem dan van het kwade scheiden. Omdat er in de wereld veel meer kwaad dan goed is, volgt hieruit op logische gronden dat god òf het kwade in zich moet bevatten, dan wel er de directe oorzaak van moet zijn, òf dat hij zijn aanspraken op absoluutheid moet opgeven. De Ouden begrepen dit zo goed, dat hun filosofen – nu nagevolgd door de kabbalisten – het kwade definieerden als de schaduwzijde van god of het goede: demon est deus inversus is een heel oud gezegde. Inderdaad is het kwade alleen maar een tegenwerkende blinde natuurkracht; het is reactie, weerstand en tegenstelling – kwaad voor sommigen, goed voor anderen. Er bestaat geen kwaad op zichzelf: alleen de schaduw van het licht; zonder deze zou het licht niet kunnen bestaan, zelfs niet in onze waarnemingen. Als het kwade verdween, zou het goede tegelijk daarmee van de aarde verdwijnen.
456: In de menselijke natuur wijst het kwade alleen op de polariteit van stof en geest, een strijd om het bestaan tussen de twee gemanifesteerde beginselen in Ruimte en tijd; deze beginselen zijn uit zichzelf één, omdat ze zijn geworteld in het Absolute. In de Kosmos moet het evenwicht bewaard blijven. De werkingen van de twee tegengestelden brengen harmonie voort, evenals de middelpuntzoekende en middelpuntvliedende krachten, die onderling afhankelijk en voor elkaar noodzakelijk zijn – ‘opdat beide kunnen leven’. Indien de ene wordt tegengehouden, zal de werking van de andere onmiddellijk tot zelfvernietiging leiden.
464: Of de brahmaanse ingewijden ooit de volledige betekenis van deze allegorieën zullen bekendmaken, is een vraag waarmee de schrijfster zich niet bezighoudt. Het gaat er nu om aan te tonen dat geen enkele filosoof, al vereert hij de scheppende krachten in hun vele vormen, de allegorie voor de ware geest kon aanzien of ooit heeft aangezien, behalve misschien enige filosofen die behoren tot de hedendaagse ‘superieure en beschaafde’ christelijke rassen. Want Jehova is, zoals wij hebben aangetoond, op het gebied van de ethiek geen haar beter dan Vishnu. Dit is de reden waarom de occultisten en zelfs enkele kabbalisten, of zij die scheppende krachten wel of niet als levende en bewuste wezens opvatten – en wij zien niet in waarom zij niet als zodanig zouden worden aanvaard – de OORZAAK nooit met het gevolg zullen verwarren of de geest van de aarde voor Parabrahm of Ain-Soph zullen aanzien. In elk geval zijn ze goed op de hoogte van de ware aard van wat de Grieken Vader-Aether noemden, Jupiter-Titan, enz. Zij weten dat de ziel van het ASTRALE LICHT goddelijk is en het lichaam ervan (de lichtgolven op de lagere gebieden) duivels. Dit licht wordt gesymboliseerd door het ‘magische hoofd’ in de Zohar, het dubbele gezicht op de dubbele piramide: de zwarte piramide die oprijst tegen een zuivere witte achtergrond, met een wit hoofd en gezicht binnen haar zwarte driehoek; de omgekeerde witte piramide – de weerspiegeling van de eerste in de donkere wateren, die de zwarte weerspiegeling van het witte gezicht vertoont. . . .
Dit is het ‘astrale licht’, of DEMON EST DEUS INVERSUS.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 12 De theogonie van de scheppende goden (p. 484):
Confucius, een van de grootste wijzen van de oude wereld, geloofde in de oude magie en beoefende die zelf ‘als we de mededelingen van Kin-Yu aanvaarden’ . . . en ‘hij prees die hemelhoog in Yi-King’, vertelt zijn eerwaarde criticus. Niettemin leerden Confucius en zijn school zelfs in die tijd, d.w.z. 600 v.Chr., de bolvorm van de aarde en zelfs het heliocentrische stelsel; terwijl ongeveer driemaal 600 jaar na de Chinese filosoof de pausen van Rome ‘ketters’ bedreigden en zelfs verbrandden, omdat zij hetzelfde beweerden. Men lacht om hem als hij over de
‘heilige schildpad’ spreekt. Niemand die onbevooroordeeld is, kan echter veel verschil zien tussen een schildpad en een lam als kandidaten voor heiligheid, want beide zijn symbolen en niet meer. De os, de adelaar25, de leeuw en soms de duif zijn ‘de heilige dieren’ van de westerse bijbel; de eerste drie vindt men gegroepeerd rond de evangelisten, en het vierde (het menselijke gezicht) is een Serafijn, d.w.z. een vurige slang, waarschijnlijk de gnostische Agathodaemon26. Zoals werd verklaard, hebben de ‘heilige dieren’ en de vlammen of ‘vonken’ binnen de ‘heilige vier’ betrekking op de oervormen van alles wat in het Heelal wordt gevonden in de goddelijke gedachte, in de WORTEL, die de volmaakte kubus of de collectieve en individuele grondslag van de Kosmos is. Zij staan alle in occulte betrekking tot de oorspronkelijke kosmische vormen en de eerste verdichtingen, werking en evolutie ervan.
25) De dieren die in de bijbel als heilig worden beschouwd, zijn niet gering in aantal: de geit bijvoorbeeld, de Azaz-el of god van de overwinning. Zoals Aben Ezra zegt: ‘Als u in staat bent het mysterie van Azazel te begrijpen, zult u het mysterie van zijn naam (van God) te weten komen, want die heeft soortgelijke verbindingen in de geschriften. Ik zal u door een zinspeling een gedeelte van het mysterie meedelen; als u drieëndertig jaar oud zult zijn, zult u mij begrijpen.’ Hetzelfde geldt voor het mysterie van de schildpad. Een vrome Franse schrijver, vol vreugde over de dichterlijkheid van de bijbelse metaforen, die ‘gloeiende stenen’, ‘heilige dieren’, enz. met de naam Jehova verbindt, haalt de Bible de Vence aan (Deel XIX, blz. 318) en zegt: ‘Inderdaad zijn ze allen Elohim evenals hun god; want deze engelen nemen door een heilige toe-eigening de goddelijke naam van Jehova aan, elke keer dat zij hem vertegenwoordigen.’ (Pneumatologie, Deel II, blz. 294.) Niemand heeft er ooit aan getwijfeld dat deNAAM moet zijn aangenomen, toen de malachim (boodschappers) onder het mom van het Oneindige, het Ene Onkenbare, neerdaalden om met de mensen te eten en te drinken. Maar als de Elohim (en zelfs lagere wezens), die de godsnaam hebben aangenomen, werden en nog steeds worden vereerd, waarom moeten dezelfde Elohim dan duivels worden genoemd, als zij verschijnen onder de naam van andere goden?
26) De keuze is merkwaardig en toont aan hoe paradoxaal de eerste christenen in hun voorkeur waren. Want waarom zouden zij deze symbolen van het Egyptische heidendom hebben gekozen, wanneer de adelaar nergens in het Nieuwe Testament voorkomt, behalve één keer, als Jezus hem een aaseter noemt (Matth. xxiv, 28), en deze in het Oude Testament onrein wordt genoemd? En wanneer de leeuw wordt vergeleken met satan, omdat beide om mensen brullen om ze te verslinden; en de ossen uit de tempel worden verdreven? Anderzijds wordt de slang, die als een voorbeeld van wijsheid naar voren wordt gebracht, nu beschouwd als het symbool van de duivel. De esoterische parel van de religie van Christus, die tot christelijke theologie is verlaagd, heeft inderdaad een vreemde en ongeschikte schelp gekozen om in te worden geboren en om uit te evolueren.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 13 De zeven scheppingen (p. 488):
Origenes geeft in zijn commentaren op de boeken van Celsus, zijn tegenstander – boeken die alle door de zorgvuldige kerkvaders werden vernietigd – kennelijk antwoord op de tegenwerpingen van zijn opponent en onthult tegelijkertijd zijn stelsel. Dit was blijkbaar zevenvoudig. Maar zijn theogonie, zijn opvattingen over het ontstaan van de sterren of planeten, van geluid en kleur, werden alle slechts satirisch beantwoord. Celsus, ziet u, ‘wenst zijn geleerdheid tentoon te spreiden’ en spreekt over een ladder van de schepping met zeven poorten en daarboven de achtste – die altijd is gesloten. De mysteriën van de Perzische Mithras worden verklaard en ‘muzikale redenen worden eraan toegevoegd’ . . . En hieraan probeert hij ‘een tweede verklaring toe te voegen, die ook met de muziek in verband staat’1 – d.w.z. met de zeven noten van de toonladder, de zeven geesten van de sterren, enz.
1) Origenes, Contra Celsum, dl. vi, hfst. xxii.
490: In de Sepher Jezirah, het kabbalistische boek van de schepping, heeft de schrijver kennelijk de woorden van Manu herhaald. Daarin wordt het zo voorgesteld, dat alleen de goddelijke substantie door alle eeuwigheid heeft bestaan, grenzeloos en absoluut, en de geest uit zichzelf heeft uitgezonden. ‘Eén is de geest van de levende God, gezegend zij zijn naam, die eeuwig leeft! Stem, geest en woord, dit is de Heilige Geest.’ (Sepher Jezireh, hfst. 1, Mishna, ix.) En dit is de kabbalistische abstracte drie-eenheid, die door de kerkvaders zonder omhaal werd geantropomorfiseerd. Uit dit drievoudige ene emaneerde de hele Kosmos. Uit een emaneerde eerst het getal twee, of lucht, het scheppende element; en toen kwam het getal drie, water, voortgekomen uit lucht; ether of vuur voltooien de mystieke vier, de Arba-il (ibid.). In de oosterse leer is vuur het eerste element – ether is de synthese van het geheel (omdat hij ze alle omvat).
In het Vishnu Purāna worden alle zeven perioden gegeven en wordt de voortgaande evolutie van de ‘geest-ziel’ en de zeven vormen van stof (of beginselen) aangetoond.
491/492: Dit ‘eerstgeboren achttal’ was (a) in de theogonie de tweede logos (de gemanifesteerde), omdat hij was geboren uit de zevenvoudige eerste logos, daarom is hij de achtste op dit gemanifesteerde gebied; en (b) bij de sterrenaanbidding was het de zon, Mārttanda – de achtste zoon van Aditi, die door haar wordt verstoten, terwijl zij haar zeven zonen, de planeten, behoudt. Want de Ouden hebben de zon nooit als een planeet beschouwd, maar als een centrale en vaste ster. Dit is dan het tweede zevental, geboren uit de zevenstralige, Agni, de zon en wat al niet meer, maar niet de zeven planeten, die de broeders van Surya zijn en niet zijn zonen. Deze astrale goden, van wie het hoofd bij de gnostici Ildabaoth was (van ilda, ‘kind’ en baoth, ‘het ei’), de zoon van Sophia Achamoth, de dochter van Sophia (wijsheid), van wie het pleroma het gebied is, waren zijn (Ildabaoths) zonen. Hij brengt uit zichzelf deze zes sterrengeesten voort: Jupiter (Jehova), Sabaoth, Adonai, Eloi, Osraios, Astaphaios, en zij vormen het tweede of lagere zevental. Wat het derde betreft, dit is samengesteld uit de zeven oorspronkelijke mensen, de schaduwen van de maangoden, die door het eerste zevental zijn geprojecteerd.
De Geheime Leer Deel I, Stanza 7 Aanval op de krachttheorie van de wetenschap (p. 579):
. . . De hypothese van Metcalfe over de zonnekracht en de aardkracht is niet alleen heel eenvoudig, maar ook heel boeiend . . . Hier zijn twee elementen in het Heelal, het ene is weegbare stof . . . Het tweede element is de alles doordringende ether, het zonnevuur. Het heeft geen gewicht, substantie, vorm of kleur; het is oneindig deelbare stof en de deeltjes ervan stoten elkaar af. Zij is zo ijl dat we geen woord hebben, behalve ether7, om haar uit te drukken. Zij doordringt en vult de ruimte, maar op zichzelf is ook zij in rust – dood8. We brengen de twee elementen, de inerte stof en de zelf-afstotende ether (?) samen, en daarna wordt dode (?) weegbare stof tot leven gewekt; [weegbare stof kan inert zijn, maar nooit dood – dit is een occulte wet. – HPB] . . . de ether [het tweede beginsel van de ether. – HPB] doordringt de deeltjes van de weegbare substantie, verenigt zich zodoende met de weegbare deeltjes en houdt ze in een massa bijeen, houdt ze verenigd samen. Ze worden in de ether opgelost.
7) Toch is zij geen ether, maar slechts een van de beginselen van de ether; deze laatste is zelf een van de beginselen van ākāśa.
8) Zo doordringt ook prāna (jiva) het hele levende lichaam van de mens: maar op zichzelf, zonder een atoom om op in te werken, zou dit in rust – dood zijn. Het zou in laya zijn of zoals Crookes het uitdrukt ‘opgesloten in de protyle'. Het is de werking van fohat op een samengesteld of zelfs een enkelvoudig lichaam, die leven voortbrengt. Als een lichaam sterft, gaat het over in dezelfde polariteit als zijn mannelijke energie en het stoot daarom het werkzame agens af dat, omdat het zijn greep op het geheel verliest, zich aan de delen of moleculen vasthecht. Deze werking noemt men chemisch. Vishnu, de instandhouder, verandert zich in Rudra-Śiva, de vernietiger – een verband dat aan de wetenschap onbekend schijnt te zijn.
De Geheime Leer Deel I hoofdstuk 9 De zonnetheorie (p. 596):
Elders (in The Theosophist) werd uiteengezet dat de occulte filosofie ontkent dat de zon een verbrandende bol is, maar deze eenvoudig omschrijft als een wereld, een gloeiende bol, terwijl de echte zon erachter is verborgen en de zichtbare zon alleen zijn weerkaatsing, zijn schil is. De wilgenbladeren van Nasmyth, die Sir J. Herschel ten onrechte aanzag voor ‘bewoners van de zon’, zijn de reservoirs van de levensenergie van de zon, ‘de levenselektriciteit die het hele stelsel voedt . . .
De Geheime Leer Deel I hoofdstuk 15 Goden, monaden en atomen (p. 679):
Wat onwetendheid, trots of fanatisme ook daartegen kan inbrengen, men kan aantonen dat de esoterische kosmologie onafscheidelijk is verbonden met zowel de filosofie als de hedendaagse wetenschap. De goden van de Ouden, de monaden – van Pythagoras tot die van Leibniz – en de atomen van de hedendaagse materialistische scholen (zoals die door hen zijn ontleend aan de theorieën van de oude Griekse atomisten) zijn slechts een samengestelde eenheid, of een eenheid van geleidelijk in elkaar overgaande delen, zoals de mens, die begint met het lichaam en eindigt met de geest. In de occulte wetenschappen kunnen zij afzonderlijk worden bestudeerd, maar men kan ze nooit geheel begrijpen, tenzij men ze ziet in hun wisselwerkingen tijdens hun levenscyclus en als een universele eenheid tijdens de pralaya’s.
La Pluche toont oprechtheid, maar zijn filosofische vermogens maken een armzalige indruk als hij zijn persoonlijke opvattingen over de monade of het wiskundige punt geeft. ‘Een punt’, zegt hij, ‘is voldoende om alle scholen op de wereld in brand te zetten. Maar waarom is het voor de mens nodig om dat punt te kennen; de schepping van zo’n klein wezen ligt immers buiten zijn macht. A fortiori werkt de filosofie tegen de waarschijnlijkheid in, als ze zich de vrijheid veroorlooft vanaf het punt dat al haar overdenkingen opeist en in verwarring brengt, over te gaan tot de voortbrenging van de wereld . . .’
De filosofie had zich echter nooit een denkbeeld van een logische, universele en absolute godheid kunnen vormen, als zij geen wiskundig punt binnen de cirkel had om haar speculaties op te baseren. Alleen het gemanifesteerde punt, dat voor ons gevoel verloren is gegaan nadat het vóór de wereldvorming was verschenen in de oneindigheid en onkenbaarheid van de cirkel, maakte een verzoening tussen filosofie en theologie mogelijk – op voorwaarde dat laatstgenoemde haar grove materialistische dogma’s loslaat. En omdat zij zo onverstandig was de monade en de geometrische figuren van Pythagoras te verwerpen, heeft de christelijke theologie haar zelfgeschapen menselijke en persoonlijke God ontwikkeld, het monsterhoofd waaruit in twee stromen de dogma’s van verlossing en verdoemenis vloeien.
680: Het ‘hiërogram4 binnen een cirkel, of een gelijkzijdige driehoek’ betekende nooit ‘de uitbeelding van de eenheid van de goddelijke essentie’; want deze werd uitgebeeld door het vlak van de grenzeloze cirkel. In werkelijkheid werd bedoeld de drie-enige en onderling gelijke aard van de eerste gedifferentieerde substantie, of het één zijn in substantie van de (gemanifesteerde) geest, de stof en het Heelal – hun ‘zoon’, die voortkomt uit het punt (de werkelijke, esoterische LOGOS) of de MONADE van Pythagoras. Want de Griekse monas betekent ‘eenheid’ in haar oorspronkelijke betekenis. Wie niet in staat is het verschil te begrijpen tussen de monade – de universele eenheid – en de monaden of de gemanifesteerde eenheid, en ook niet het verschil tussen de altijd-verborgen en de geopenbaarde LOGOS of het Woord, zou zich nooit met filosofie moeten bezighouden, laat staan met de esoterische wetenschappen. Het is onnodig de ontwikkelde lezer te herinneren aan de these van om zijn tweede antinomie5 te bewijzen. Degenen die deze hebben gelezen en begrepen, zullen duidelijk de scheidslijn zien die we trekken tussen het absoluut ideële Heelal en de onzichtbare hoewel gemanifesteerde Kosmos.
680/681: De monade – slechts de uitstraling en weerspiegeling van het punt (logos) in de wereld van de verschijnselen – wordt, als de top van de gemanifesteerde gelijkzijdige driehoek, de ‘vader’. De linkerzijde of lijn is de duade, de ‘moeder’, die wordt beschouwd als het kwade, tegenwerkende beginsel (Plutarchus, De Placitis Placitorum); de rechterzijde stelt de zoon voor (in iedere kosmogonie ‘de echtgenoot van zijn moeder’, omdat hij één is met de top); de basislijn geeft het universele gebied van de voortbrengende Natuur weer, die op het gebied van de verschijnselen vader-moeder-zoon verenigt, zoals deze in de bovenzinnelijke wereld waren verenigd in de top. Door mystieke vervorming werden ze het viertal – de driehoek werd de tetraktis.
Deze transcendentale toepassing van de meetkunde op de kosmische en goddelijke theogonie – de alfa en omega van de mystieke gedachte – kreeg na Pythagoras door toedoen van Aristoteles veel minder betekenis.
De Geheime Leer Deel I hoofdstuk 18 Samenvatting van de wederzijdse standpunten (p. 743):
De theologie wordt aangevallen en belachelijk gemaakt omdat zij gelooft in de vereniging van drie personen in één godheid – één God wat substantie, en drie personen wat individualiteit betreft; en men lacht ons uit om ons geloof in onbewezen en onbewijsbare leringen, in engelen en duivels, goden en geesten. En inderdaad behaalden de wetenschappers in de grote ‘strijd tussen religie en wetenschap’ een overwinning op de theologie dankzij het argument dat noch de identiteit van die substantie, noch de beweerde drievoudige individualiteit, na in de diepten van het theologische bewustzijn te zijn bedacht, uitgevonden en uitgewerkt, door enige wetenschappelijke inductieve redenering – en nog het minst door het getuigenis van onze zintuigen – kon worden bewezen.

W.Q. Judge boek Theosofische inzichten
261: Hieruit kunnen we concluderen dat wanneer de mensheid naar een ander bewustzijnsgebied, een bol genoemd, zal zijn gegaan, ze misschien in staat zal zijn een van de andere vergezellende bollen aan de hemel te zien. Dit is waarschijnlijk het geval omdat de aarde de laagste is, ofwel op het keerpunt van de cirkel staat, en daarom op haar eigen gebied alleen is en op dat gebied niet in het gezelschap verkeert van een andere bol.
265: Maar nadat de monade deze taak in twee of drie ronden heeft voltooid, laat ze op het keerpunt de menselijke vorm verschijnen, zodat de mens als model, middel, gids en redder met zijn verstand niet alleen de mensheid maar ook elk ander rijk beneden dat van de mens kan verheffen. Dit alles wordt heel duidelijk gemaakt en benadrukt in De geheime leer door herhaalde verklaringen en toelichtingen, en het is verbazingwekkend dat zoveel theosofen het niet begrijpen.
351: In dit verband beschikken we echter – via H.P. Blavatsky – over een duidelijke verklaring van de adepten dat terwijl het mogelijk is dat dieren in hun eigen rijk hoger komen, ze in dit tijdperk van evolutie het menselijke stadium niet kunnen bereiken, omdat we het keerpunt halverwege de vierde ronde voorbij zijn. In De geheime leer (2:221vn, zie noot 9) schrijft HPB over dit punt:
432: De volledige ontwikkeling van manas legt de volle verantwoordelijkheid op de schouders van de mensheid, en zo zien we hoe het ‘keerpunt’ wordt bereikt, wat de betekenis daarvan is, en ook wat ‘het moment van keuze’ betekent. Met volle verantwoordelijkheid moet die keuze worden gemaakt door de mensheid die dan over een volmaakt manas beschikt.
440/441: De vereisten van de evolutie maken dit noodzakelijk, en het keerpunt wordt bereikt in de vierde ronde, die als getal of aantal het kwadraat voorstelt, en alle monaden in de lagere rijken moeten het werk van de evolutie in die rijken voortzetten tot het volgende manvantara. Wanneer dat tijdperk aanbreekt, zullen de monaden die nu menselijke lichamen bewonen, zijn verdergegaan, waardoor ze plaatsmaken voor de minder gevorderden om hoger op te klimmen.
572: Deze wetten leggen beperkingen op aan de vooruitgang van de mensheid. In een cyclus waarin alles op en neer gaat, moeten de adepten wachten tot het tijdstip is aangebroken dat ze de mensheid kunnen helpen de weg omhoog te gaan. Ze kunnen en mogen niet ingrijpen in de karmische wet. Dus worden ze weer actief in spirituele zin wanneer ze weten dat de cyclus zijn keerpunt nadert.
598: Zoals een van de meesters van deze edele wetenschap heeft geschreven:
We hebben nooit beweerd dat we hele volkeren naar een of ander keerpunt kunnen voeren tegen de algemene tendens van de kosmische betrekkingen van de wereld in. De cyclussen moeten hun loop volbrengen. Perioden van verstandelijk en ethisch licht en duisternis volgen elkaar op als dag en nacht.

Blavatsky (1831 - 1891) De Geheime Leer Deel II, Stanza 1 Het begin van bewust leven (p. 25):
De opsomming van de stanza’s in Deel I liet zien dat de genesis2 van goden en mensen voortkwam uit een en hetzelfde punt, dat de ene universele, onveranderlijke, eeuwige en absolute EENHEID is. In zijn eerste gemanifesteerde aspect hebben wij het zien worden: (1) in de sfeer van objectiviteit en fysica, de oorspronkelijke substantie en kracht (middelpuntzoekend en middelpuntvliedend, positief en negatief, mannelijk en vrouwelijk, enz.); (2) in de wereld van de metafysica, de GEEST VAN HET HEELAL of kosmische verbeeldingskracht, door sommigen de LOGOS genoemd.
2) Volgens de geleerde definitie van dr. A. Wilder is genesis, γένεσιϛ, niet voortplanting, maar ‘een komen uit het eeuwige naar de Kosmos en de Tijd’: ‘een komen van esse tot existere’, of ‘van HET ZIJN tot het zijnde’ – zoals een theosoof zou zeggen.
De Geheime Leer Deel II, Stanza 3 Pogingen tot het scheppen van de mens (p. 82):
12. DE GROTE CHOHANS (Heren) RIEPEN DE HEREN VAN DE MAAN, MET DE LUCHTLICHAMEN (a). ‘BRENG MENSEN VOORT (werd hun gezegd), MENSEN VAN UW AARD. GEEF HUN (d.w.z. de jiva’s of monaden) HUN VORMEN VAN BINNEN. ZIJ (Moeder Aarde of de Natuur) ZAL HEN VAN BUITEN BEKLEDEN (met uitwendige lichamen). (Want) MANNEN-VROUWEN ZULLEN ZIJ ZIJN. OOK HEREN VAN DE VLAM.’
88: Tussen de mens en het dier – waarvan de monaden (of jiva’s) in principe identiek zijn – ligt de onoverbrugbare kloof van verstandelijkheid en zelfbewustzijn. Wat is de menselijke geest in zijn hogere aspect, waar komt hij vandaan, als hij geen deel is van de essentie – en in sommige zeldzame gevallen van incarnatie, de essentie zelf – van een hoger wezen: een wezen van een hoger en goddelijk gebied? Kan de mens – een god in diervorm – het product zijn van de stoffelijke Natuur, alleen door evolutie, evenals het dier dat van de mens verschilt in uiterlijke vorm maar in geen geval in de bouwstoffen van zijn fysieke structuur, en dat wordt bezield door dezelfde, hoewel niet ontwikkelde, monade – als we zien dat de verstandelijke vermogens van deze twee evenveel verschillen als de zon van de glimworm? En wat brengt zo’n verschil teweeg, tenzij de mens een dier is plus een levende god in zijn stoffelijke omhulsel? Laten wij hierbij even stilstaan en ons ernstig deze vraag stellen, zonder ons te storen aan de grillen en sofismen van zowel het tegenwoordige materialisme als de moderne psychologie.
De Geheime Leer Deel II Stanza 6 Enkele woorden over ‘zondvloeden’ en ‘noachs’ (p. 174):
De schrijfster is zich goed bewust dat de specialisten die zich de minste beperkingen oplegden bij hun berekeningen van de ouderdom van de aardbol en van de mens, altijd de meer angstvallige meerderheid tegen zich hadden. Maar dit bewijst heel weinig, omdat de meerderheid op de lange duur zelden of nooit gelijk blijkt te hebben. Harvey stond jaren lang alleen. De voorstanders van het idee om de Atlantische Oceaan met stoomboten over te steken, liepen het gevaar hun leven in een krankzinnigengesticht te eindigen. Mesmer wordt tot vandaag toe (in de encyclopedieën) met Cagliostro en St. Germain tot de kwakzalvers en bedriegers gerekend. En nu Mesmer door Charcot en Richet in het gelijk is gesteld en nu het ‘mesmerisme’ onder zijn nieuwe naam van hypnotisme – een valse neus op een heel oud gezicht – door de wetenschap wordt aanvaard, vergroot dat onze eerbied voor die meerderheid niet, als wij de lichtvaardigheid en de zorgeloosheid zien waarmee haar leden ‘hypnotisme’, ‘telepatische invloeden’ en andere verschijnselen behandelen. Kortom, zij spreken erover alsof zij er sinds de tijd van Salomo in hadden geloofd en niet slechts enkele jaren eerder de voorstanders ervan ‘krankzinnigen en bedriegers’ hadden genoemd28!
28) Hetzelfde lot staat de spiritistische verschijnselen en alle andere psychologische manifestaties van de innerlijke mens te wachten. Sinds de tijd van Hume, van wie de onderzoekingen culmineerden in een nihilistisch idealisme, is de psychologie geleidelijk veranderd in een grof materialisme. Hume wordt als een psycholoog beschouwd, en toch ontkende hij a priori de mogelijkheid van verschijnselen waarin nu miljoenen geloven, waaronder veel wetenschapsmensen. De hylo-idealisten van tegenwoordig zijn zuivere annihilationisten. De scholen van Spencer en van Bain zijn respectievelijk positivistisch en materialistisch, en helemaal niet metafysisch. Het is psychisme en geen psychologie; het doet even weinig denken aan de leer van de Vedanta als het pessimisme van Schopenhauer en Von Hartmann aan de esoterische filosofie, het hart en de ziel van het ware boeddhisme.
175: Dezelfde plotselinge ommekeer in het denken is te verwachten met betrekking tot de lange tijdsduur die de esoterische filosofie aanneemt als de ouderdom van de geslachtelijke en fysiologische mensheid.
De Geheime Leer Deel II Stanza 9 DE LAATSTE EVOLUTIESTADIA VAN DE MENS (p. 220/221):
Darwin wijst op een dergelijk geval bij een stam in Tasmanië, waarvan de vrouwen plotseling en masse door onvruchtbaarheid werden getroffen, enige tijd na de komst van de Europese kolonisten. De grote bioloog probeerde dit feit te verklaren uit de verandering van levenswijze, voedsel, omstandigheden, enz., maar gaf tenslotte het zoeken naar de oplossing van het mysterie op. Voor de occultist ligt deze voor de hand. ‘Kruising’, zoals het wordt genoemd, van Europeanen met Tasmaanse vrouwen – d.w.z. vertegenwoordigsters van een ras waarvan de voorouders een ‘zielloos’9 en verstandeloos monster en een werkelijk mens waren (hoewel de laatste evengoed verstandeloos was) – bracht steriliteit teweeg. Dit gebeurde niet alleen als gevolg van een fysiologische wet, maar ook als een voorschrift van de karmische evolutie betreffende het verdere voortbestaan van het abnormale ras. De wetenschap is nog niet bereid in enig bovengenoemd punt te geloven – maar zij zal op de lange duur wel moeten. Laten wij bedenken dat de esoterische filosofie slechts de leemten opvult die de wetenschap heeft opengelaten, en haar onjuiste vooronderstellingen verbetert.
9) Dat men het dier ‘zielloos’ noemt, betekent niet dat men aan het dier, van de laagste tot de hoogste soort, geen ‘ziel’ toeschrijft, maar alleen dat men het geen bewuste overlevende ego-ziel toekent, d.w.z. dat beginsel dat een mens overleeft en reïncarneert in een soortgelijke mens. Het dier heeft een astraal lichaam, dat de stoffelijke vorm een korte tijd overleeft; maar zijn (dierlijke) monade reïncarneert niet in dezelfde, maar in een hogere soort en heeft natuurlijk geen ‘devachan’. Het heeft de zaden van alle menselijke beginselen in zich, maar ze zijn latent.
De Geheime Leer Deel II Stanza 12 Onze goddelijke leermeesters (p. 425):
Het is de symbolische weergave van de grote worsteling tussen de goddelijke wijsheid, nous, en haar aardse weerspiegeling, psuche, of tussen geest en ziel, in de hemel en op aarde. In de hemel, omdat de goddelijke MONADE zich vrijwillig daaruit had verbannen om, met incarnatie als doel, af te dalen naar een lager gebied en zo het dier van klei te veranderen in een onsterfelijke god. Want, zoals Eliphas Lévi ons zegt, ‘de engelen streven ernaar mensen te worden; want de volmaakte mens, de mens-god, staat zelfs boven de engelen’. Op aarde omdat de geest, zodra hij was neergedaald, verstrikt raakte in de kronkelingen van de stof.
426: In Isis Ontsluierd’ (Akashakroniek) zijn talloze aanwijzingen in deze richting gegeven, en men kan verspreid over deze boekdelen een nog groter aantal verwijzingen naar dit mysterie vinden. Om dit punt eens en voor altijd duidelijk te maken: wat de geestelijkheid van elke dogmatische religie – voornamelijk de christelijke – satan, de vijand van god, noemt, is in werkelijkheid de hoogste goddelijke geest – (occulte wijsheid op aarde) – in zijn natuurlijke antagonisme tegen elke wereldse, vergankelijke illusie, de dogmatische of kerkelijke godsdiensten inbegrepen. De Latijnse kerk, onverdraagzaam, fanatiek en wreed tegenover allen die niet verkiezen haar slaven te zijn; de kerk die zich de bruid van Christus noemt en tegelijkertijd de gevolmachtigde van Petrus, tot wie de bestraffende woorden van de Meester: ‘Ga achter mij satan’ terecht werden gericht; en ook de protestantse kerk die, terwijl zij zich christelijk noemt, op paradoxale manier het Nieuwe Verbond vervangt door de oude ‘wet van Mozes’, die door Christus openlijk werd verworpen: deze beide kerken vechten tegen de goddelijke waarheid, als zij de draak van de esoterische (want goddelijke) wijsheid verwerpen en belasteren. Telkens wanneer zij de banvloek uitspreken over de gnostische zonne-Chnouphis – de Agathodaemon – Christos of de theosofische slang van de eeuwigheid, of zelfs de slang uit Genesis, worden zij door dezelfde geest van duister fanatisme geleid, die de Farizeeën ertoe bracht Jezus te vervloeken met de woorden: ‘Zeggen wij niet met recht, gij hebt een duivel?’
De Geheime Leer Deel II hoofdstuk 18 Over de mythe van de ‘gevallen engel’ in haar verschillende aspecten (p. 542/543):
Het is een bekend feit – in ieder geval bekend aan geleerde kenners van de symboliek – dat in elke grote religie van de oudheid de logos-demiurg (tweede logos), of de eerste emanatie van het denkvermogen (mahat), als het ware de grondtoon aanslaat van wat in het daaropvolgende evolutieschema de wisselwerking van individualiteit en persoonlijkheid kan worden genoemd. In de mystieke symboliek van kosmogonie, theogonie en antropogenie vervult de logos in het drama van de schepping en het zijn, twee rollen, namelijk die van de zuiver menselijke persoonlijkheid en de goddelijke onpersoonlijkheid van de zogenaamde Avatars of goddelijke incarnaties, en van de universele geest die door de gnostici Christos wordt genoemd en in de mazdeïsche filosofie de Farvarshi (of Ferouer) van Ahura Mazda. Op de lagere trappen van de theogonie hadden de hemelse wezens van lagere hiërarchieën elk een Farvarshi of een hemelse ‘dubbelganger’. Het is dezelfde, alleen meer mystieke bevestiging van het kabbalistische axioma: ‘Deus est Demon inversus’ (De Geheime Leer Deel I hoofdstuk 11 (p. 450).
571/572: Dit was al een zekere verbetering ten opzichte van de Atlantische tovenarij, waarvan de herinnering in het geheugen van het hele geletterde en Sanskriet-sprekende deel van India en in de volkslegenden voortleeft. Toch was het een parodie op en de ontwijding van de heilige mysteriën en hun wetenschap. De snelle verbreiding van het antropomorfisme en de afgodendienst bracht het vroege vijfde Ras, zoals eerder ook het vierde, opnieuw tot tovenarij, hoewel op kleinere schaal. Tenslotte werden zelfs de vier ‘Adams’ (die onder andere namen de vier voorafgaande rassen symboliseren) vergeten; en terwijl ze van het ene geslacht aan het andere werden doorgegeven, waarbij elk werd beladen met een paar aanvullende mythen, verdronken ze tenslotte in die oceaan van volkssymboliek, die men pantheons noemt. Toch bestaan zij nog steeds in de oudste joodse overleveringen, als de Tzelem, ‘de schaduw-Adam’ (de chhaya’s van onze leer); de ‘model’ Adam, de kopie van de eerste en de ‘man en vrouw’ van de exoterische Genesis (hfst. i); de derde, de ‘aardse Adam’ vóór de val, een androgyn; en de vierde, de Adam na zijn val, d.i. gescheiden in geslachten, of de zuivere Atlantiër. De Adam van de hof van Eden, of de voorvader van ons ras – het vijfde – is een vernuftige combinatie van de bovengenoemde vier. Zoals wordt gezegd in de Zohar (iii, fol. 4, kol. 14, Cremona Ed.), wordt Adam, de eerste mens, nu niet op aarde aangetroffen, ‘men kan hem niet vinden in alles wat beneden is’. Want ‘waar komt de lagere aarde vandaan? Van de keten van de aarde en de hemel erboven’, d.i. van de hogere bollen, die aan onze aarde voorafgaan en erboven staan. ‘En er kwamen allerlei soorten schepselen uit (uit de keten). Sommige in (vaste) huiden, andere in schillen (klippoth) . . . sommige in rode schillen, sommige in zwarte, sommige in witte en sommige van andere kleuren . . .’ (Zie Qabbalah.)
De Geheime Leer Deel II hoofdstuk 21 Enoïchion-Henoch (p. 609):
Kortom, het Boek van Henoch is een samenvatting, een mengsel van de belangrijkste gebeurtenissen uit de geschiedenis van het derde, vierde en vijfde Ras en enkele voorspellingen uit het tegenwoordige tijdperk van de wereld; een lange retrospectieve, introspectieve en profetische opsomming van universele en inderdaad historische gebeurtenissen – geologische, etnologische, sterrenkundige en psychische – met een beetje theogonie uit de voordiluviaanse verslagen.
De Geheime Leer Deel II hoofdstuk 22 De symboliek van de mysterienamen Iao en Jehova en hun verband met het kruis en de cirkel (p. 625):
Intussen geven de zeven rishi’s de tijd en de duur aan van de gebeurtenissen in onze zevenvoudige levenscyclus. Ze zijn even geheimzinnig als hun veronderstelde vrouwen, de Pleiaden, van wie er slechts één – zij die zich verbergt – heeft bewezen deugdzaam te zijn. De Pleiaden (krittika) zijn de verzorgsters van Karttikeya, de god van de oorlog (Mars van de westerse heidenen), die de bevelhebber van de hemelse legers wordt genoemd – of liever van de siddha’s (in de hemel opgenomen yogi’s en heilige wijzen op aarde) – ‘siddha-sena’, wat Karttikeya gelijk zou maken aan Michaël, de ‘leider van de hemelse legers’ en evenals hijzelf, een maagdelijke kumāra14.
14) Dit te meer, omdat hij bekend staat als de doder van Tripurasura en de titan Taraka. Michaël is de overwinnaar van de draak, en Indra en Karttikeya worden vaak aan elkaar gelijkgesteld.
De Geheime Leer Deel II, Hoofdstuk 24 Het kruis en het pythagorische tiental (p. 661):
Als we nu aandacht schenken aan het Egyptische kruis of de tau, kunnen we ontdekken dat deze letter, die door de Egyptenaren, Grieken en Joden zo hoog werd vereerd, in een geheimzinnig verband staat met de decade. De tau is de alfa en de omega van de geheime goddelijke wijsheid, die wordt gesymboliseerd door de eerste en de laatste letter van Thot (Hermes).
664: De weinige gevallen en voorbeelden die zijn aangehaald onthullen slechts enkele van de methoden die worden gebruikt om de symbolische ideogrammen en getallen van de oudheid te lezen. Omdat het stelsel buitengewoon moeilijk en ingewikkeld was, konden maar heel weinigen, zelfs van de ingewijden, alle zeven sleutels leren toepassen. Moet men zich er dan over verbazen dat de metafysische natuur geleidelijk ineenschrompelde tot de fysische; dat de zon, die eens het symbool was van de GODHEID, naarmate eeuwigheden voorbijgingen, slechts het symbool van zijn scheppende gloed werd; en dat het daarna tot een teken met een fallische betekenis verviel? Maar degenen die (zoals Plato) de methode volgden om van het algemene tot bijzonderheden af te dalen, waren er toch beslist nooit aan begonnen hun religies door seksuele emblemen te symboliseren! Het is volkomen waar, al is het ook naar voren gebracht door die geïncarneerde paradox Eliphas Lévi, dat ‘de mens God op aarde is, en God de mens in de hemel is’. Dit kon echter niet van toepassing zijn, en was het ook nooit, op de Ene Godheid, maar alleen op de menigten van HAAR geïncarneerde stralen, die wij Dhyan-Chohans noemen en die door de Ouden goden worden genoemd; en die nu door de kerk zijn omgezet in duivels op het linker-, en in de Heiland op het rechterpad!
666: Dit alles is heel raadselachtig voor iemand die de Purāna’s alleen in hun dode-letter betekenis kan lezen en begrijpen11. Daarom zien we dat de oriëntalisten weigeren te erkennen voor raadsels te staan en dat zij de Gordiaanse knoop van hun verbijstering doorhakken door te verklaren dat het hele stelsel ‘verdichtsels van de brahmaanse fantasie en zucht tot overdrijving’ zijn. Maar voor de beoefenaar van het occultisme heeft het geheel een diep filosofische betekenis. We laten de schil graag aan de westerse sanskritist over, maar eisen de kern van de vrucht voor onszelf op.
11) Toch zal deze betekenis, zodra men die heeft begrepen, het veilige kistje blijken te zijn dat de sleutels tot de Geheime Wijsheid bevat. Het is waar dat het kistje zo overdadig is versierd met ornamenten, dat de veer waarmee het wordt geopend er volledig door is verborgen, zodat de niet-intuïtieve in de waan wordt gebracht dat het geen opening heeft of kan hebben. Toch zijn de sleutels er, diep begraven, maar toch altijd aanwezig voor wie ze zoekt.
670/671: De heidense filosoof zocht naar de oorzaak, de hedendaagse is tevreden met de gevolgen alleen en zoekt de eerstgenoemde in de laatstgenoemde. Wat erbuiten ligt, weet hij niet, en dat kan de moderne agnosticus ook niet schelen: en zo verwerpt hij de enige kennis waarop hij zijn wetenschap met volledige zekerheid kan baseren. Toch heeft deze gemanifesteerde kracht een antwoord voor degene die haar probeert te doorgronden. Wie in het kruis, de cirkel met het kruis van Plato, de heiden, niet het tegendeel van de besnijdenis ziet, zoals de christelijke Augustinus19, wordt door de kerk terstond als een heiden beschouwd, en door de wetenschap als een krankzinnige. En wel omdat hij, terwijl hij weigert de god van de fysieke voortplanting te vereren, erkent dat hij niets kan weten over de Oorzaak die de basis is van de zogenaamde Eerste Oorzaak, de oorzaakloze Oorzaak van deze Levensoorzaak. Terwijl hij stilzwijgend de alomtegenwoordigheid van de grenzeloze cirkel erkent en daarvan het universele postulaat maakt waarop het hele gemanifesteerde heelal berust, bewaart de wijze een eerbiedige stilte over dat waarover geen sterfelijk mens moest durven speculeren.
‘De logos van God is de openbaarder van de mens, en de logos (het woord) van de mens is de openbaarder van God’, zegt Eliphas Lévi in een van zijn paradoxen. Hierop zou de oosterse occultist antwoorden: ‘Op deze voorwaarde echter, dat de mens zich niet uitlaat over de OORZAAK die zowel God als zijn logos voortbracht. Anders wordt hij onveranderlijk de beschimper, niet de ‘openbaarder’ van de onkenbare godheid.’
We naderen nu een mysterie – het zevental in de natuur.
De Geheime Leer Deel II, Hoofdstuk 25 De mysteriën van het zevental Zeven in de sterrenkunde, de wetenschap en de magie (p. 711):
Vers 70 in de ‘Ha Idra Rabba Qadisha’ (de grote heilige vergadering) zegt over de schedel (het hoofd) van macroprosopus, de Oude7 (Sanat, een benaming van Brahmā), dat in elk van zijn haren zich een ‘verborgen bron die voortkomt uit het verborgen brein’ bevindt. ‘En zij schijnt door dat haar en gaat naar het haar van de microprosopus, en van daaruit (dat is het gemanifesteerde VIERTAL, het tetragrammaton) wordt zijn brein gevormd; en vandaar gaat dat brein in DERTIG en TWEE paden’ (of de triade en de duade, of weer 432). En verder (vers 80): ‘Er zijn dertien haarlokken aan de ene kant en aan de andere kant van de schedel’ – d.i. zes aan de ene en zes aan de andere, terwijl de dertiende ook de veertiende is, omdat zij mannelijk-vrouwelijk is, ‘en met hen begint de verdeling van het haar’ (de verdeling van de dingen, de mensheid en de rassen).
‘Wij zessen zijn lichten die uit een zevende (licht) stralen’, zegt rabbi Abba; ‘gij zijt het zevende licht’ (de synthese van ons allen, voegt hij eraan toe, sprekend over tetragrammaton en zijn zeven ‘metgezellen’, die hij ‘de ogen van tetragrammaton’ noemt).
711/712: TETRAGRAMMATON is Brahmā Prajāpati, die vier vormen aannam om vier soorten bovenaardse wezens te scheppen, d.w.z. die zich viervoudig, of tot het gemanifesteerde Viertal maakte (zie Vishnu Purāna, Deel I, hfst. V); en die daarna wordt herboren in de zeven rishi’s, zijn mānasaputra’s, ‘uit denkvermogen geboren zonen’, die later 9, 21 en zo verder werden, die zoals men zegt, allen zijn geboren uit verschillende delen van Brahmā8.
Er zijn twee tetragrammatons: de macro- en de microprosopus. De eerste is het absolute volmaakte vierkant of TETRAKTIS binnen de cirkel, beide abstracte begrippen, en wordt daarom AIN, het Niet-zijn genoemd, d.i. onbegrensbaar en absoluut Zijn. Maar beschouwd als microprosopus of de ‘hemelse mens’, de gemanifesteerde logos, is hij de driehoek in het vierkant – de zevenvoudige kubus, niet de viervoudige, of het vlakke vierkant.
De Geheime Leer Deel II hoofdstuk 1 Archaïsche of hedendaagse antropologie? (p. 733):
Telkens wanneer men een onbevooroordeelde, eerlijke en ernstige wetenschapper de vraag stelt naar de oorsprong van de mens, komt onveranderlijk het antwoord: ‘Wij weten het niet.’ De Quatrefages is met zijn agnostische houding een van dergelijke antropologen.
Dit betekent niet dat de overige wetenschappers niet oprecht of niet eerlijk zijn, want in dat geval zou onze opmerking weinig tactvol zijn. Maar naar schatting zijn 75 procent van de Europese wetenschappers evolutionisten.

Het idee om op basis van complementariteit fysica en meta-fysica met elkaar te verbinden is ook door Werner Heisenberg en door Fritjof Capra , in zijn boek The tao of physics, naar voren gebracht. Het boek van Capra beschrijft een onderzoek naar de parallellen tussen de moderne fysica en de oosterse mystiek. Het 5D-concept wil benadrukken dat het universele patroon van het wat vastligt. Het is zoals het is, daar kan de wetenschap weinig aan veranderen.

In het universum is de gebroken symmetrie een gegeven. De mensheid wordt daardoor op aarde uitgedaagd voor zijn survival slimme 'en-en', interdisciplinaire oplossingen te bedenken.

In het hoofdstuk '1.5.1' laten we zien dat de Spiegelsymmetrie en het Complementariteitsprincipe voor de paradox een oplossingsrichting aanreiken.

Het korte termijn denken prevaleert bij politici en bedrijven. Bij marktdenken gaat het niet om collectieve, maar om deeloplossingen. Het op de korte termijn gefixeerde marktdenken bevordert de graaicultuur. Het wordt tijd om het dilemma markt versus moraal te doorbreken. Er is niets nieuws onder de zon. Door alle eeuwen heeft de ontkenning van de waarheid tot lijden en dood geleid. Het zijn in hoofdzaak de onschuldigen die van menselijk falen de prijs betalen. Zaken lopen mis wanneer in de politiek de moraliteit, de moraal buiten het verkoopverhaal wordt gehouden.

De psyche (reflexief bewustzijn) werkt als een spiegel. Het is deze spiegel die zorgt voor de golfbewegingen in de geschiedenis. Welke kant van de medaille, de aardse Tetrade (Standaardmodel, de gemanifesteerde werkelijkheid) of de hemelse Triade (ongemanifesteerde werkelijkheid), laten we overheersen? Alleen wanneer we ons meer met de Triade verbinden komt de beschaving een stapje verder. Meer opties zijn er niet en dat was al bij Pythagoras (De Gulden Verzen van Pythagoras) bekend.

====

Duurzame samenleving (Zelf-ontplooiing, Bezieling, Er is niets nieuws onder de zon)

M.C. van Hall: Beschaving is een teer gewas; maar waar 't zijn schoon ontplooit, daar worden duintop en moeras, in Lentedos getooid.

De gewetenloosheid van Trump (Heleen Mees Volkskrant 17 mei 2017 p. 26):
Tijdens de verkiezingscampagne beloofde Trump als een rattenvanger van Hamelen om Obamacare af te schaffen en te vervangen zodat iedereen 'geweldige zorg' zou krijgen voor een 'fractie van de kosten'. In plaats daarvan stemde het Congres twee weken geleden in met een uitgeklede versie van Obamacare waarbij de premies voor lagere-inkomensgroepen en ouderen flink zullen stijgen en tot 24 miljoen Amerikanen hun ziektekostenverzekering zullen kwijtraken. Volgens onderzoek zal dit tot 28 duizend extra doden per jaar leiden.
Omringd door Republikeinse Congresleden op het gazon van het Witte Huis vierde president Trump euforisch de afschaffing van Obamacare hoewel de wet nog door de Amerikaanse Senaat moet worden goedgekeurd. Vanwaar zijn opgetogenheid? Met de afschaffing van Obamacare komt er ruimte op de Amerikaanse begroting om de belastingen permanent te verlagen. Volgens The New York Times-columnist David Brooks is Trump te incompetent om zijn eigen incompetentie te begrijpen.

Wat als de wereld wordt geleid door een kind (David Brooks Volkskrant 17 mei 2017 p. 24):
Trump is in de kern een infantiele figuur die uit is op positieve bevestiging. Het gevaar van een lege man.
In de kern is Trump een infantiele figuur. Van de drie taken die mensen van 25 meestal al beheersen, heeft Trump er niet een onder de knie. Onvolwassenheid wordt het thema van zijn presidentschap, het gebrek aan zelfbeheersing een leitmotiv.
Wat ons voert naar de berichten dat Trump een inlichtingenbron heeft verraden en geheimen heeft gelekt aan zijn Russische bezoekers. Voor zover we nu weten deed Trump dat niet omdat hij een Russische agent is of uit kwade bedoelingen. Hij deed het omdat hij slordig is, omdat hij zich niet kan beheersen en vooral omdat hij een 7-jarig jongetje is dat de instemming nodig heeft van degenen die hij bewondert.

De geldpers aan en weg zijn alle schulden (Jonathan Witteman Volkskrant 13 mei 2017 Bijlage Opinie p. 6-8):
De crisis is voorbij, klinkt het. Toch komen we niet goed uit de startblokken. Dat lukt ook pas, zegt de econoom Steve Keen, als we alle schulden kwijtschelden.
Nederland is een schoolvoorbeeld van wat Keen de walking dead of debt noemt, levende schuldendoden: landen waarin de schuldenlast zo hoog is dat de economie in een soort zombie-staat verkeert, ergens tussen leven en dood in.
Economische modellen zonder schulden, banken en geld, dat klinkt als voortplanting zonder seks.
In zijn pas verschenen boek Can we avoid another financial crisis? verdeelt Keen de schuldenlasten van de geïndustrialiseerde landen in drie categorieën. Er is een select gezelschap van landen waar geen vuiltje aan de lucht is: de schulden blijven er binnen de perken en de economische groei is niet al te zeer afhankelijk van leningen. In de eurozone voldoen in Keens ogen alleen Duitsland en Oostenrijk aan dit profiel, plus landen als Polen, Israël, Tsjechië en Zuid-Afrika.
Dan zijn er de
walking dead of debt, waaronder Keen behalve Nederland ook Japan, de VS, Denemarken, Ierland, Nieuw-Zeeland, Portugal, Spanje en het Verenigd Koninkrijk schaart. Deze landen hebben al een zware crisis achter de rug - Japan in 1990, de rest in 2008 - maar worstelen met de schuldenerfenis van de crisis.
U schrijft dat China en de andere toekomstige 'schuldenzombies' voor het dilemma van de junkie staan: nu afkicken, of je blijven volspuiten met krediet en dan later een nog grotere ontwenningskater.
De markt alleen kan ons niet uit de klauwen van de schulden redden, zegt Keen. Dat komt door een
paradox waarop de Amerikaanse econoom Irving Fisher tijdens de Grote Depressie wees: hoe meer schulden we afbetalen, hoe meer schulden we hebben.
Tegelijkertijd schrijft u over uw eigen ideeën: dit gaan de politiek en de banken helemaal niet doen.
'De politieke weerstand is enorm. De financiële sector zou erop achteruitgaan en zij hebben het oor van de politiek. Dat maakt de uitvoering van mijn ideeën onwaarschijnlijk.'
Toch ziet Keen voor Nederland en de andere zombies geen andere manier om aan hun schuldenverslaving te ontsnappen. 'Het grootste gevaar voor het kapitalisme komt niet van revolutionairen die het systeem omver willen werpen. Het grootste gevaar komt van binnenuit, van mensen die vast willen houden aan de vastgeroeste ideeën.'

Like & trust of 'Het apparaat weet veel van ons, maar wij weten niets van het apparaat' (Bard van de Weijer Volkskrant 25 mei 2016 katern Vonk p. 10-11):
Voor Esther Keymolen (34) was het zo'n moment waarop ze dacht: nu kan alles veranderen. Nu nemen gebruikers misschien massaal afscheid van sociale media. De techniekfilosoof zat midden in het onderzoek voor haar proefschrift toen de schandalen rond de NSA uitbraken en bekend werd dat gebruikers van sociale media werden afgeluisterd. Gebruikers staan machteloos, de politiek loopt achter de feiten aan, bedrijven kunnen ongestoord hun gang gaan. Je zou er gewoonweg somber van worden.
'Ja, dat moet niet, hè? Ik ben niet somber. Mensen hebben een natuurlijke kunstmatigheid, zoals filosoof Helmuth Plessner zegt. We zijn altijd onlosmakelijk verbonden geweest met technologie. Als een paleontoloog een opgraving doet en wil weten of hij te maken heeft met mensen of apen, zoekt hij naar werktuigen. Technologie heeft ons altijd onderscheiden. Wie we zijn komt door onze technologie.
'Het geeft ons zekerheid, het belooft een thuis, dat alles harmonieus wordt. In die belofte schuilt ook een paradox.
Want de 'thuiskomst' is altijd tijdelijk. De utopische ideeën die we vaak bij nieuwe technologie hebben, gaan altijd vergezeld van nadelen. Tech lost problemen op, en brengt nieuwe. Kijk naar Airbnb, naar Uber, naar Facebook.
'Daarom moeten we technologie niet laten determineren wat we doen. We moeten ons realiseren dat technologie nooit precies doet wat we willen. Dat is eigenlijk ook fijn, want daardoor blijven we flexibel en creatief.'

Vreemde eend of Kinderen zeiden: 'Jij mag niet meedoen omdat je bruin bent' (Robert Vuijsje Volkskrant 13 oktober 2015 katern Vonk p. 8-9):
Welke rol speelt afkomst in Nederland? Robert Vuijsje onderzoekt het in een reeks interviews. Gemeenteraadslid Dehlia Timman: 'Onder spanning gaat het laagje beschaving er snel af.'
Haar moeder, Ilse Dorf, kwam toen ze 18 was van Suriname naar Nederland, om psychologie te studeren. Dehlia's vader, Jan Timman, was schaakgrootmeester en speelde om de wereldtitel.
ZIT JOUW WOEDE NET ZO DIEP ALS BIJ JE MOEDER?
'Zij zit er één generatie dichterbij dan ik. Wanneer ik op een slavernijherdenking zoals Keti Koti ben, voel ik hoe groot de woede tegen Nederland is. Mijn ouders zijn niet meer bij elkaar, maar ik ben blij dat ik beide culturen ken. Ik denk dat die vermenging uiteindelijk de oplossing is.
'Als kind zocht ik naar de herkenningspunten in mijn ouders, die lagen best ver uit elkaar. Ik ontwikkelde het vermogen om alles van twee kanten te bekijken. Ik weet: deze persoon bekijkt het vanuit dit perspectief, daar horen deze standpunten bij. Een andere persoon kan dezelfde situatie op een totaal andere manier bekijken.
VOOR D66 ZIT JE IN DE AMSTERDAMSE GEMEENTERAAD. HET HOKJE DAT BIJ JOU ZOU PASSEN IS: VANUIT AMSTERDAM-ZUIDOOST SUBSIDIE REGELEN VOOR JE EIGEN ACHTERBAN?
'Ik denk het. Voor D66 richt ik me op onderwijs en integratie. Ik ga vaak naar scholen toe. Het is belangrijk dat gemengde scholen goed onderwijs bieden. Dat mag niet de drempel zijn. Het is niet goed of slecht dat de scholen divers zijn, het is gewoon de realiteit van de bevolking in een stad als Amsterdam. Kinderen die op school hebben gezeten met klasgenoten uit andere culturen zijn eraan gewend dat mensen verschillende standpunten kunnen hebben.
Ik wil dat scholen focussen op de overeenkomsten in plaats van de verschillen. Later in de volwassen maatschappij leidt dat tot minder polarisatie en een gezonde discussie - ook met iemand die anders denkt dan jij. Het zou goed zijn voor de tolerantie waarop we ooit zo trots waren.'
Dehlia Timman (Nederland, 1979)studeerde rechten en economie aan de Universiteit van Amsterdam. Ze is gemeenteraadslid voor D66 in Amsterdam. 'Mijn bachelorscriptie voor economie ging over de economie van Suriname, ik vond dat ik daarvan te weinig wist. Hoe Suriname de inkomsten van bauxiet uitgaf aan buitenlandse goederen en niet investeerde in het eigen land. Zo vernachel je je eigen economie. Nu wordt Suriname geregeerd door een man van wie iedereen weet dat hij een moordenaar is en een cocaïnehandelaar. Dat is heel erg.'

‘Oude economie’ is op den duur onbetaalbaar (Volkskrant 23 juli 2013)
Het energieakkoord van de SER stelt weliswaar teleur, maar maakt het poldermodel wel veel groener, betogen Vincent van den Brekel en Wouter van Dieren. Vincent van de Breukel en Wouter van Dieren zijn directeur van de Firebird Foundation van de Club of Rome.
Politieke overeenkomsten als het energieakkoord - feitelijk een tussenstop - zijn nodig om te komen tot een ommekeer die, in de woorden van oud-bankier Herman Mulder 'mogelijk want onvermijdelijk is'.
Er zijn tekenen dat die ontwikkeling al gaande is. Zelfs Shell pleit nu voor een CO2-prijs van minstens 60 euro per ton, waarmee inderdaad het hele systeem kan gaan kantelen.
Anders dan gedacht zijn dergelijke ommezwaaien of correcties voor de energie-industrie positief. De genoemde werkelijke kosten komen in beeld en kunnen worden verrekend, voorraden gaan langer mee en worden meer waard, er wordt tijd genomen om nieuwe technische barrières te slechten, klimaatverdragen worden dwingender en het beleid wordt stabieler.

Pieter Lemmens De strijd om de geest in het huidige kapitalisme Inleiding bij Bernard Stiegler
In navolging van de Franse techniekfilosoof Gilbert Simondon begrijpt Stiegler de menselijke bestaanswijze als een proces van psychische en collectieve co-individuatie, waarbij hij benadrukt dat deze co-individuatie zich slechts kan voltrekken op basis van een proces van technische individuatie oftewel binnen een (mnemo-)technisch milieu dat de articulatie van psychen en collectieven mogelijk maakt. Het zogenaamde transindividuele is te begrijpen als het ‘product’ van de co-individuatie van psychen en collectieven en constitueert de orde van de betekenis oftewel de symbolische orde.
Het probleem van onze tijd, in de zin van de technologische situatie waarmee we momenteel worden geconfronteerd, bestaat volgens Stiegler in dat het globale mnemotechnische systeem dat de huidige symbolische orde schraagt en als zodanig de ultieme conditie voor de processen van psychische en collectieve individuatie, op massale wijze is geannexeerd door een kapitalisme dat de libidinale energie van individuen en collectieven volledig tracht te mobiliseren ten behoeve van de economie. Het is deze industriële exploitatie van de (tegenwoordig vooral digitale) ‘technologieën van de geest’ door de ‘psychomacht’ van het kapitaal, die vóór alles verantwoordelijk is voor de diepgaande sociale, geestelijke en politieke crisis waar we op het moment mee te kampen hebben (en die ook de eigenlijke oorzaak is achter de actuele financiële en economische crisis)

Pieter Lemmens Liefdeloze wereld — Bernard Stiegler over de strijd om de geest in het hyperindustriële tijdperk (p. 1/2):
Wij allen, zo constateert Stiegler, lijden aan een structureel gebrek aan eigenliefde en zelfwaardering ofwel aan wat hij met een aan Sigmund Freud ontleende uitdrukking primair narcisme noemt, waaronder hij overigens niet, zoals Freud,de preseksuele eigenliefde van het kind verstaat en evenmin een pathologische preoccupatie met het ego, maar de volwassen liefde en respect voor zichzelf die een absolute voorwaarde vormt voor het überhaupt kunnen functioneren als een volwassen individu (alsook het kunnen respecteren van de ander). Niet alleen een individu echter, ook een volwassen samenleving kan slechts gedijen op voorwaarde van een ‘gezond’ collectief narcisme. Tegenwoordig, zo meent Stiegler, leven we in een samenleving die niet meer van zichzelf houdt maar die veeleer van zichzelf walgt.
Het gezonde narcisme is in onze tijd structureel noodlijdend geworden en de oorzaak hiervan is de systematische exploitatie van onze verlangens door een kapitalisme dat totaal is geworden en zich tot een cultureel kapitalisme (aldus Jeremy Rifkin) heeft ontwikkeld, dat de cultuur zelf in dienst heeft genomen ten behoeve van de economie. Deze ontwikkeling heeft geleid tot een verzieking van de samenleving, tot een maladie du nous. Een centrale rol hierin speelt volgens Stiegler het intussen globale netwerk van analoge en digitale informatie- en communicatietechnologieën – vooral radio, TV en Internet – dat hedentendage bijna exclusief in dienst staat van de kapitalistische economie en expliciet wordt ingezet om het verlangen en de aandacht van de individuen en collectieven te vangen en te kanaliseren in de richting van meer consumptie. Stiegler wil dit verschijnsel als filosoof niet alleen beschrijven en duiden, hij wil er ook de strijd mee aanbinden, strijd die volgens hem noodzakelijk is wil de westerse beschaving de dominante tendens van barbarisering, infantilisering en verdomming keren.
Het menselijk bewustzijn – aldus Stiegler in na-volging van Heidegger – is een wezenlijk temporeel en historisch fenomeen. Het is een proces dat hij met een uitdrukking van de Franse techniekfilosoof Gilbert Simondon (een andere belangrijke inspirator van zijn werk) aanduidt als psychische individuatie. Dit proces vindt plaats binnen en ten opzichte van een proces van collectieve individuatie (dat wil zeggen: de ontwikkeling van de samenleving): een ‘ik’ kan zich slechts individueren binnen en ten opzichte van een ‘wij’ en een ‘wij’ kan zich enkel individueren als wederzijdse individuatie van ‘ikken’. Beide individuatieprocessen echter, en dat is van cruciaal belang, kunnen slechts plaatsvinden binnen het kader van een technisch systeem dat fungeert als het pre-individuele milieu dat de verbinding tussen de afzonderlijke ‘ikken’ en het ‘wij’ pas mogelijk maakt. Psychische en collectieve individuatie wordt geconditioneerd door – de individuatie van – het technisch systeem, in het bijzonder het systeem van mnemotechnieken en -technologieën die Stiegler ook retentionele dispositieven of simpelweg technische geheugens noemt.

De juiste woorden voor het klimaatdebat ontbreken ons’ (interview Stephen Gardiner Volkskrant 18 januari 2012)
Een lesje filosofie zou delegaties op klimaatconferenties niet misstaan.
‘Over de hele geschiedenis beschouwd, heeft iedereen schuld. Men moet aan beide kanten ophouden met de vinger te wijzen. De schuldvraag is in feite zinloos tijdverlies. Filosofisch is de situatie dat we aan niemand anders dan onszelf verantwoording schuldig zijn.’
Moraalfilosoof Stephen Gardiner (Volkskrant 20 januari 2012) sprak in zijn Zeno-lezing in Utrecht niet over de vraag of níemand verantwoordelijk is voor de wereldwijde klimaatcrisis, maar over de vraag waar precies persoonlijke verantwoordelijkheid ophoudt als de gevolgen van gedrag mondiaal zijn en in de toekomst liggen. Volgens Gardiner is het te gemakkelijk om te denken dat klimaatverandering normale moraliteit te boven gaat, maar ontbreekt vooral een goede ethische analyse van het probleem.

Het kan dus tóch anders (Maarten Keulemans Volkskrant 7 januar 2012)
Zelfs de Occupydemonstranten komen er niet goed uit: ons economische systeem hapert, maar is er eigenlijk wel een alternatief?
Een groeiende groep economen, ecologen, politicologen en andere wetenschappers denkt van wel.
En natuurlijk was er Noorwegen, dat zo verstandig was geweest zijn olieopbrengsten onder te brengen in een investeringsfonds, het NorwegianWelfare Fund, terwijl het steeds meer duurzame energie opwekte uit water en wind. Na de val van de eurozone was dit het eerste land dat de grenzen weer sloot om te kunnen experimenterenmet een nieuw economisch model. De ideeën werden ontleend aan oud-Wereldbankeconoom Herman Daly, die al in 1989 een ‘steadystate-economie’ voorstelde, een economie die niet méér grondstoffen verbruikt dan de natuur kan aanvullen.
Geen inkomstenbelasting en bedrijfjes overal
De eerste maatregelen werden nog met scepsis ontvangen. De jaarlijkse prognoses van het Centraal Planbureau van het te verwachten percentage economische groei werden afgeschaft. Het bruto nationaal product werd losgelaten als belangrijkste maat van economisch succes: daarvoor in de plaats kwamen cijfers die met name geluk, gezondheid en welbevinden van de Nederlandse burgers registreerden.

Jan Tromp sluit zijn artikel Leeg land, vol hoofd (Volkskrant 5 juli 2008) af met de vraag:
Wordt het niet tijd om het democratisch nut van een lagere versnelling te erkennen?

Is een beschaving, die alleen met inzet van de modernste informatica (Raymond Kurzweil) overeind kan worden gehouden de beste?
Een andere vraag is zijn banken die op de meest slimme manier met geld geld (financiële derivaten) verdienen de beste?

Of is wat deze voorbeelden betreft juist van dwaasheid sprake?

De Oosterse filosofie, de Esoterie, de Hegeliaanse (dialectische) - en de Natuurfilosofie bieden een kader, maken het mogelijk op deze vragen een antwoord te geven. Als vrucht van een reflexieve opvatting van de seculiere moderniteit, dat wil zeggen een progressie die spiraalsgewijs verloopt via cycli van op en neergang met een accumulatie van historische energie en een hoger niveau van collectief bewustzijn als uitvloeisel kan er van cyclische progressie worden gesproken.

De moraal van het verhaal is dat ethiek zowel de oorzaak van het probleem als de oplossing ervan laat zien. Het gaat volledig mis, er ontstaat een breuk wanneer extremen van het kapitalisme gaan overheersen, de moraal, de regulerende principes buiten het verkoopverhaal worden gehouden, het gedrag wordt amoreel. Het zijn juist de waarden en normen, die mensen met elkaar verbinden. Of anders gezegd de onzichtbare muren tussen 'Wij en Zij', waardoor we de ander uitsluiten, dienen we af te breken. In plaats van dat een dialoog partijen nader tot elkaar brengt, kunnen de meningen ook verharden en ontstaat er een loopgraven oorlog.

Zowel de programma's van CDA als van PvdA zijn de afgelopen decennia naar rechts opgeschoven. Het neoliberalisme is geen panacee om mismanagement, bestuurlijk wanbeheer te verkleinen. Falende managers worden op vette vertrekbonussen getracteerd. Het heeft eerder de bestuurlijke chaos vergroot. Het gaat er om van de motieven van onze politici, de bestuurlijke elite een helder beeld te krijgen, het zelfbedrog, het egoïsme dat er aan ten grondslag kan liggen te ont-maskeren (ont-sluieren). Wanneer je als land de home market niet op orde hebt mag je niet verwachten dat je op de wereldmarkt meer succes zult hebben.

De hamvraag is of de nauwere verwevenheid van de publieke met de private sector de kwaliteit van de samenleving echt verbeterd? Het rapport ‘E i V’ verdedigd de stelling dat dit niet het geval is. Door de verzelfstanding van de wooncorporaties, de zorg en het onderwijs heeft de overheid het stuur uit handen gegeven. De door de overheid gestimuleerde marktwerking heeft een averechts effect, de valkuil van de schijnmarkt opgeleverd. Met het simplistische denken van politici als Geert Wilders los je de complexe vraagstukken die politici de afgelopen decennia mede hebben gecreëerd niet op.

De paradox is dat in Nederland op het individuele vlak, ondanks de devaluatie van de diploma's, het opleidingsniveau is toegenomen, maar op het collectieve vlak (collectief onbewuste) lijkt het dat de dwaasheid eerder is toe dan afgenomen. De mede door de neoliberale agenda toenemende scoringsdrift in de maatschappij resulteert bij de verliezers in rancune en frustratie. Als reactie uiten de rancuneuzen hun ongenoegen op partijen als de PVV. Het uitblijven van de hoge verwachtingen vindt ook een uitweg via het stijgen van de depressiviteit in het Westen.

Hans van Keken De sociogenese van de begrippen beschaafd en beschaving, 1.4. De antithese Kultur en Zivilisation
Een ontwikkeling. die in de tweede helft van de 18e eeuw uitmondde in een sociale tegenstelling, die onder meer tot uitdrukking kwam in de begrippen 'Zivilisation' en 'Kultur'. De burgerstand in Duitsland zette zich met deze twee begrippen af tegen de bovenlaag. Het begrip 'Zivilisation', dat met die bovenlaag laag werd geassocieerd, verkreeg in kringen uit de burgerstand een tweederangs betekenis; namelijk alleen verwijzend naar het uiterlijke (en derhalve het ‘oppervlakkige‘) gedrag van de mens. 'Kultur' werd er het kernbegrip, waarmee het trots zijn op het eigen wezen, de eigen prestaties tot uitdrukking werd gebracht. Het is in deze inhoudelijke betekenis -niet het uiterlijke gedrag is van belang, maar de persoonlijkheid en zijn kunnen- dat het begrip 'Kultur' een antithese vormde ten opzichte van het begrip 'Zivilisation'. Deze uitweg van de spanning tussen de burgerstand en de bovenlaag in Duitsland deed er een geheel eigen burgerlijke traditie ontstaan ".. die von der höfisch-aristokratischen Tradition und ihren Modellen weitgehend verschieden war." (Elias, pag 62)
Evenals dit met het Franse begrip 'civilisation' het geval is geweest, ging een opkomende burgerstand zich van het begrip 'beschaving bedienen om er hun vooruitgangsgedachten mee te verwoorden: 'beschaafd diende iedereen te worden'. Onder invloed van de verlichtingsideeën was namelijk het besef gekomen, dat de samenleving als geheel zich ontwikkelde. Dit proces, zo meende men, moest bevorderd worden door vooral de mensen uit de laagste standen 'op te voeden'. Een streven dat werd aangeduid met het begrip beschaving. Het zijn in het bijzonder de leden van de Maatschappij tot het Nut van 't Algemeen geweest, die zich met deze beschaving hebben beziggehouden. In de loop van de 19e eeuw wordt het begrip ‘beschaving' een kernbegrip waaraan men vele zaken ging ophangen. Tegelijk verkreeg het een statische betekenis. De beschaving werd niet langer gezien als een proces, maar als een -bevoorrechte en soms betreurde- toestand tegenover de staat van woestheid en barbaarsheid. Met andere woorden 'de beschaving' werd, tenminste voor wat het Westen betrof, als een afgerond geheel beschouwd.

Hans van Keken: Kortom - ik zal u niet verder met details vermoeien - de markt is in werking gezet in de zorg, maar niemand lijkt echt te weten hoe een en ander gaat uitpakken voor de zorgvragers, de zorgverleners en de zorgverzekeraars. Die ongewisheid ten aanzien van zo iets belangrijks is mijns inziens zorgwekkend.

De allochtoon en de pannenkoek: de multiculturele samenleving als rancuneleer - 7 In deze redenering kunnen thema's herkend worden die gebaseerd zijn op Norbert Elias enerzijds en Michel Foucault anderzijds. Misschien wordt ook Thompson in de redenering betrokken ("moral economy"). Nederland is hier weer het deltagebied dat theorieën uit naburige landen binnenlaat en hiervan een grof sediment achterhoudt. De gedachte dat de vierde stand na de eerste, tweede en derde "beschaafd" diende te worden, ook al heette dit niet het eigen streven van de vierde stand zelf te zijn, klinkt verdedigbaar. De pijnlijke vraag of het hele streven naar emancipatie van de arbeidersklasse dan niet eigenlijk een beschavingsproces was dient achterwege gelaten te worden. In de eerste plaats omdat het herinnert aan het vorige "paradigma". In de tweede plaats omdat een dergelijke beschouwingswijze de sociaal-democratie en haar aftakkingen (waaronder het zogeheten communisme van de CPN) als een bourgeoispartij laat zien, die zich met het beschaven van de mindere stand bezig heeft gehouden in plaats van deel uit te maken van de Arbeidersbeweging. Men zou dan kunnen concluderen dat er helemaal geen ideologische veren zijn af te schudden, omdat deze veren er nooit geweest zijn. Hoewel dit wel eens de pijnlijke waarheid zou kunnen zijn wordt meer de aandacht gericht op de verlichte liberale bourgeoisie, en overigens: er wordt uitdrukkelijk niet in termen van een beschavingsproces gesproken, maar van een beschavingsoffensief, waarmee Elias nogal ver buiten beeld raakt. We zijn hier plotseling in een oorlogssituatie beland. Geen klassenstrijd meer in de sfeer van produktie of een rechtvaardig geacht deel van de consumptie, maar een soort cultuurstrijd: de arbeiders willen hun kermis, de bourgeoisie wil hen van dat onbeschaafde gedoe afhouden.
Deze botsing van culturen die in de negentiende eeuw geprojecteerd wordt zou een weerspiegeling van het huidige idee van cultuurbotsing dat ten grondslag ligt aan een begrip als "de multiculturele samenleving" kunnen zijn. De allochtoon die naar deze streken komt om geen andere reden dan voor een culturele verrijking te zorgen is sterk verwant aan de mindere man en vrouw uit de negentiende eeuw die beschaafd moet worden: beiden hebben hun specifieke plaats in het produktieproces. Het a-woord is taboe in een multiculturele dus klasseloze samenleving, al had je in de negentiende eeuw klaarblijkelijk nog wel arbeiders. Teruggeprojecteerd wordt dan ook de hedendaagse preoccupatie met de rol van het Slachtoffer, die nauw verweven is met het cultuurbegrip dat gehanteerd wordt als men het over de multiculturele samenleving heeft. De Allochtoon is iemand in een achterstandsituatie die voortdurend gediscrimineerd dreigt te worden. Deze discriminatie heeft niets te maken met plaats in het produktieproces, maar met cultuur, is de interpretatie in de klasseloze samenleving. De Allochtoon is per definitie niet een handelend subject, maar (vooral potentieel) slachtoffer.

René Meijer belicht in zijn boek De Ether Bestaat! het Vedische gedachtegoed. Deel III, de Persoon en de Politiek is het vertrekpunt van het rapport
'E i V '. Of met andere woorden het boek De Ether Bestaat! kijkt vanuit een top down benadering, terwijl daarentegen het rapport 'E i V' bottom up.
In het rapport 'E i V' komen de andere gezichtspunten aan de orde. Het kompaskwadrant laat zien dat de verschillende perspectieven perfect op elkaar aansluiten.

Het kompaskwadrant is als het ware de schakel tussen het boek en het rapport en is een handig hulpmiddel om het nieuwe paradigma op de 'theorie van alles' en de daarmee samenhangende zelfhelende mechanismen verder uit te werken.
De relatie tussen het boek en het rapport, tusen de 'Triade en de Tetrade' wordt in het hoofdstuk Idealisme versus Materialisme aan de hand van de systeembenadering toegelicht.

Teilhard zegt dat de ganse kosmos niet opgebouwd is uit materie, maar uit wat hij noemt: 'Weltstoff'. Wat is nu het verschil? 'Weltstoff' is meer dan materie. De stof waaruit alles is opgebouwd, heeft namelijk een buitenkant én een binnenkant. De buitenkant van de 'Weltstoff' is materie. Haar binnenkant is bewustzijn. 'Weltstoff' is dus 'materie-bewustzijn', een soort bipolaire eenheid in elk 'deeltje'.

In het leven bewegen we ons tussen een materiële wereld en een spirituele wereld, een fundamentele dualiteit van leefwerelden. Als we een theorie van alles willen hebben, moeten deze werelden in deze hiërarchisch-structurele visie op de persoon en de materie, in dit nieuwe paradigma voor de wereldorde, worden gecombineerd zodat iedereen er een plaats in heeft, zodat een ieder gerespecteerd kan worden en conflicten daarmee beëindigd kunnen worden. De beide werelden hebben elkaar nodig en kunnen niet zonder elkaar bestaan, precies zoals de ruimte niet zonder de materie en de tijd kan bestaan en de oude natuurkunde het ook niet kan stellen zonder de antimaterie.

De gemanifesteerde 'Ruimte - Materie - Tijd' staat tegenover de ongemanifesteerde Triniteit. Voor de Triniteit geldt dat de Vader, de Zoon en Heilige Geest wel onderscheiden maar niet gescheiden kunnen worden. Dit is ook op 'Ruimte - Materie - Tijd' van toepassing.
Om de Triniteit te illustreren geeft Aurelius Augustinus een ingenieuze definitie:
Heilige Drie-eenheid kan men misschien beter de ene God noemen, uit Wie, door Wie, in Wie alle dingen zijn. Vader, Zoon en Heilige Geest zijn elk afzonderlijk God en vormen samen één God. Elk van hun is een volledige substantie en samen zijn ze één substantie. De Vader is noch de Zoon noch de Heilige Geest, de Zoon noch de Vader noch de Heilige Geest, de Heilige Geest is noch de Vader noch de Zoon, maar de Vader is alleen Vader, en de Zoon alleen Zoon en de Heilige Geest alleen Heilige Geest. Alle drie hebben ze dezelfde eeuwigheid, dezelfde onveranderlijkheid, dezelfde majesteit, dezelfde macht. In de Vader is de eenheid, in de Zoon de gelijkheid, in de Heilige Geest het harmonieuze samengaan van eenheid en gelijkheid. Alle drie zijn één door toedoen van de Vader, gelijk door toedoen van de Zoon, verbonden door toedoen van de Heilige Geest.

<< vorige || volgende >>

Categorie: Artikelen | Rapport | Auteur: Harry Nijhof


Deze pagina werd sedert 16 dec. 2007 keer bekeken. \