2.4.1 Materiesymmetrie (Materie-bewustzijn, Psychomaterie)

Laozi: Het Tao dat men noemen kan is niet het ware Tao.
Verzaak de geleerdheid en doe scherpzinnigheid weg en het zal het volk tot honderdvoudig voordeel wezen.
Verzaak menslievendheid en doe rechtvaardigheid weg en het volk zal tot ouder- en kinderliefde weerkeren.
Verzaak knapheid en doe winzucht weg en dieven noch rovers zullen er komen. In deze drie dingen uitblinken voldoet niet.
Daarom leer ik waaraan zich te houden: weer de eenvoud erkennen en de ongereptheid bewaren, geen ikzucht te hebben en geen begeerten
.
Voor allen die goed zijn (voor mij) ben ik goed; en voor diegenen die niet goed zijn (voor mij) ben ik ook goed; zodoende zullen allen ertoe komen goed te zijn.
Terugkeer is de beweging van Tao. Zachtheid is de werking van Tao. De dingen der wereld ontstaan uit zijn. Zijn ontstaat uit niet-zijn.
Ge moet het Tao van de oudheid doorgronden om over het bestaan van het heden te kunnen regeren.
Wie het begin weet van het oorspronkelijke heeft de draad van Tao in handen.
Laozi: De volledigheid is als water.
Wanneer iemand zou willen regeren en iets tot stand zou willen brengen door handeling, besef ik dat hij niet slagen kan. Het koninkrijk is een geestelijk ding en kan niet door handelen worden verworven. Hij, die het op die wijze zou willen winnen, vernietigt het. Hij, die het in zijn greep zou willen vasthouden, verliest het. Een geestelijk koninkrijk wordt alleen werkelijk veroverd door vrij te zijn van doelstelling en activiteit. De wijze is niet menslievend of goed, de volledigheid is als water. Water doet goed aan alle wezens en strijdt niet. Het woont op plaatsen door alle mensen veracht. Daarin komt de wijze Tao nabij. Hij leeft graag op lage plaats. Zijn hart mint de diepte. In weldoen mint hij de liefde. In spreken de waarheid, in bestuur de orde, in werken bekwaamheid, in handelen de geschikte tijd. Hij strijdt niet, daardoor treft hem geen blaam.
Openbaring 1:8: Ik ben de Alfa en de Omega, zegt de Heere God, Hij die is en was en komt, de Almachtige.
Hegel: De mens leert uit de geschiedenis dat de mens niets leert uit de geschiedenis.
Pas in de schemering ontplooien de uilen van Miverva hun vlucht.
Carl Jung: In the history of the collective as in the history of the individual, everything depends on the development of consciousness.
Wolfgang Pauli vatte de relatie tussen psyche en materie op als een spiegelsymmetrie.
(Engelien Scholtes boek De verborgen dimensie in het werk van Jung en Pauli)
Jiddu Krishnamurti Wat is waar?
Jiddu Krishnamurti: Het individuele probleem is het wereldprobleem.
P. Krishna: De wanorde die we om ons heen zien in de maatschappij is een projectie van de wanorde die aanwezig is in het menselijk bewustzijn.
Fred Matser: De chaos in de wereld (‘om-geving’) is een reflectie van de wanorde in onze hoofden en harten (‘in-geving’).

Teilhard de Chardin (Materiesymmetrie, 'Alfa en Omega', 'Energie en Materie', 'Globale brein en Cybernetica')

Teilhard de Chardin: Op een dag, wanneer we de ether, de wind, de getijden en de zwaartekracht hebben bedwongen, zullen we . . . de energieën van liefde gaan aanwenden. Dan zal op die dag voor de tweede keer in de geschiedenis van de wereld de mens het vuur hebben ontdekt.
Hoe verder we in de materie doordringen, door middel van steeds krachtiger methoden, des te meer raken we verward door de onderlinge afhankelijkheid der delen. Elk element in de Kosmos is voortgekomen uit alle andere elementen. Het is onmogelijk in dit netwerk te snijden of dit te isoleren zonder dat het aan alle kanten gaat rafelen.
De moderne fysica is er niet langer zeker van of wat ze in handen heeft zuiver energie is, of zuiver gedachte.
Mijn Goddelijk milieu mag niet los worden gezien van mijn Verschijnsel mens, want het vormt er één geheel mee.
Pierre Teilhard de Chardin: Hoe verder en dieper wij door middel van steeds grotere macht doordringen in de materie, hoe meer de onderlinge verbondenheid van haar delen ons verbijstert. Elk element van de kosmos is positief verweven met alle andere.
Teilhard de Chardin: We are not human beings on a spiritual journey, we are spiritual beings on a human journey.
We zijn geen menselijke wezens die een spirituele ervaring hebben, we zijn spirituele wezens die een menselijke ervaring hebben.
Teilhard De Chardin: The whole of life lies in the verb seeing.
Dag Hammarskjöld Wij sterven als ons leven niet meer wordt verlicht door het constante licht van de dagelijks hernieuwde verwondering waarvan de bron voorbij alle rede ligt.

Pope cites Teilhardian vision of the cosmos as a 'living host'
Benedict's July 24 2009 remark on Teilhard builds upon the pope's strong record on the environment, considered by many observers to be the most original feature of his social teaching. Most recently, Benedict devoted a section of his new social encyclical, Caritas in Veritate, to a call for deepening what he called "that covenant between human beings and the environment, which should mirror the creative love of God."

Raimund Badelt De spiritualiteit van Teilhard de Chardin ter ondersteuning bij een hedendaagse oriëntatie
[Deze tekst is de vertaling van een proefschrift, dat de auteur in december 2013 voorlegde aan de Theologische Fakultät der Universität Salzburg in Wenen ter verkrijging van de graad van Master of Advanced Studies – MAS (Spiritual Theology)]
In Het goddelijk milieu, dat al tussen 1925-1927 ontstond,49 wijst hij erop, dat men met de klassieke deugden, zoals mede met askese, afstevent op een zeer individueel beschouwd doel − het gaat om het geluk van de afzonderlijke ziel. Dat is weliswaar gewettigd, maar reikt niet ver genoeg. Onze inspanningen behoeven een aanvulling met die van alle andere mensen; bij de opbouw van het mystieke lichaam van Christus is de christelijke liefde beginsel en resultaat van iedere spirituele verbinding. De centrale geboden van het evangelie luiden dan ook communio en caritas (Caritas in Veritate), en dat is ook de kwintessens van en het praktische richtsnoer voor Teilhards spiritualiteit.

Quintessence (Hans Richter GAMMA april 1999):
Quinta essentia, de vijfde substantie. Oorspronkelijk: vijfde element naast de vier traditionele (vuur, lucht, water, aarde), dat in alle dingen latent aanwezig geacht werd. Het fijne van de zaak; de kern van de zaak.
Een partiële verandering is niet zinvol. Iedereen moet van de voordelen van de nieuwe economie overtuigd zijn. De armen verlaten een leven in vernederende armoede, terwijl de rijke employés een consumptief leven vol neurosen inruilen voor een zinvoller leven met een rijkere inhoud. Een dergelijke economie verenigt arm en rijk in een groep met een gemeenschappelijk doel. Dit utopische doel is in elk geval gemakkelijker bereikbaar dan de huidige politiek van het doormodderen. Wie de bovenstaande lijst eens aan een nauwkeurig onderzoek onderwerpt ziet een merkwaardige samenhang. Het idee van Pieter Kooistra13 is een dergelijke utopie, die aan alle voorwaarden van Erich Fromm voldoet!

Plato brengt met de dodecaëder, de kwintessens, de zin van het leven, de levenskunst (Friedrich Nietzsche) tot uitdrukking. De levenskunst, de moraal van het verhaal slaat op hoe geven we vorm aan ons leven. Aan de moraal wordt door het ‘Garbage in - garbage out’ inhoud en vorm gegeven.

De Tao van de Landbouw - 2 (prof. dr. Hans van Asseldonk GAMMA september 2012 p. 7):
Dit proces van eenwording kunnen we ongetwijfeld een convergentie noemen, omdat het de culturele tegenstellingen in de wereld vermindert. Bij de biologische integratie kunnen we denken aan de ecologische globalisering en aan de toeneming van huwelijken tussen de verschillende etnische groepen. De mensheid verzet zich tegen raciale apartheid en wil zich kennelijk verenigen. De 'kuddegeest' en het mondiale denken vormen de basis voor een wereldbestuur of wereldgeweten. "De algemene convergentie waarin de universele evolutie bestaat, is niet voltooid met de hominisatie (anthropogenesis). Er zijn niet alleen geesten op aarde. De wereld gaat verder: er zal een geest van de aarde komen."5
8: Net als bij Bohm is er bij Teilhard sprake van een universele aantrekkingskracht. Hij legt niet zo sterk de nadruk op het onderscheid mannelijk-vrouwelijk als wel op de liefde tussen mensen in het algemeen. Hierbij geeft hij zich rekenschap van de noodzaak een kracht te benoemen die voor de vereniging en convergentie zorg draagt. Liefde en sympathie zijn de zuivere creatieve krachten in de mensenwereld maar het zijn tegelijk dе hoogste uitingsvormen van de universele kosmische krachten die alles in de kosmos verenigen of bij elkaar houden.
"Het zou fysisch onmogelijk zijn dat de liefde in de hogere stadia − en bij ons, in het
gehominiseerde stadium − optrad wanneer er tot zelfs bij de moleculen, in een nog volstrekt onontwikkelde vorm uiteraard, maar in kiem aanwezig, niet een innerlijke neiging tot vereniging bestond. Om haar aanwezigheid met zekerheid bij ons te kunnen constateren, moeten wij haar aanwezigheid − als aanzet tenminste − veronderstellen in alles wat is."7
15,16: Er dient zich in de mystieke pioniers een nieuwe mens aan en Teilhard ziet de vermogens van deze mensen als een volgende evolutiefase; een drempeloverschrijding zoals bij het ontstaan van het menselijk zelfbewustzijn. "Wanneer boven de elementaire
hominisatiе die in elk individu culmineert, zich werkelijk een tweede, collectieve hominisatiе voltrekt, een hominisatiе van de soort, dan ziet men zonder moeite in, dat dе socialisatie van de mensheid gepaard gaat met de verhoging van dezelfde drie psycho-biologische eigenschappen die in de aanvang de individuele drempeloverschrijding van de reflexie heeft vrijgemaakt."24

Was the Anthropocene anticipated? (Clive Hamilton and Jacques Grinevald):
Various authors have identified ‘precursors’ of the new concept of the Anthropocene, with most frequent reference made to Antonio Stoppani, Vladimir Vernadsky and Pierre Teilhard de Chardin. The effect, intended or otherwise, of finding forerunners is to deflate the significance of the proposed new geological epoch.
4: So new was this kind of thinking that when in the 1970s James Lovelock and Lynn Margulis (1974) introduced the ‘Gaia hypothesis’ of the coevolution of Earth, climate and life, the scientific establishment (with rare exceptions) rejected it (Lovelock, 1988: xiv–xv). Later, Lovelock discovered Vernadsky and praised him and Hutton as his most illustrious predecessors, precursors of the idea of Earth’s ‘geophysiology’ (Grinevald, 1988; Lovelock, 1988: 9–11).1
The noösphere
6,7: His ideas (partly censored or unpublished) evolved in the 1930s. Pre-empting the modern science of ecosystems ecology and inspired by
Bergson’s L’Evolution créatrice (Bergson, 1907) and his own early biogeochemical studies, Vernadsky conceived of the human impact on the planet Earth as ‘mankind’s geochemical work’, altering the flow of elements in the whole biosphere (Vernadsky, 1924). However, although his ‘Biosphere in the cosmos’ (Vernadsky, 1929, 1998) was physically and conceptually thicker and more dynamic than most others (Grinevald, 1988, 1998; Polunin and Grinevald, 1988), it was in the end a biogeological layer, the most active geological force on ‘the face of the Earth’, rather than a coevolutionary component of the Earth system itself. We should note that Vernadsky’s biogeochemical science of the Earth’s evolving biosphere is still not well known and has been the subject of scholarly debate only recently,5 often within the slanted context of the Gaia controversy and the coming ecological crisis (Grinevald, 1987, 1988; Huggett, 1999; Samson and Pitt, 1999; Vernadsky, 1998).

Inleiding over het christelijk leven (Pierre Teilhard de Chardin - GAMMA april/juni 2005 p. 42-43):
CONCLUSIE: het christendom en het pantheïsme21
Natuurlijk heeft dit 'panchristelijke' monisme iets heel bijzonders. Omdat het universum vanuit het standpunt van de christen bezien niet op een andere wijze definitief tot eenheid zal komen dan door personalisatie van de verbindingen erin, d.w.z. onder invloed van de liefde, om die reden zal de vereniging van de schepselen in God niet kunnen worden begrepen vanuit een fusie (waarbij God voortkomt uit de samensmelting van alle elementen ter wereld of deze in tegenstelling daarmee in zich opneemt), maar vanuit een 'differentiërende' synthese (waarbij de elementen van de wereld deste meer zichzelf worden naarmate zij meer in God convergeren). Immers, de liefde die erdoor gekenmerkt wordt dat zij iemand zelf sterker maakt, heeft als specifiek effect, dat zij de schepselen nader tot elkaar brengt. ‘De evolutie die zich van zichzelf bewust wordt’ of ‘In het voltooide christelijke universum (in het 'pleroma', zoals Paulus zegt) blijft God per slot van rekening niet alleen; nee, hij is alles in allen (en pâsi panta Theos ) - de eenheid in en door de verscheidenheid’.

Pierre Teilhard de Chardin (1881-1955) was een Franse paleontoloog en theoloog, die beweerde dat de natuur kan 'verinnerlijken'. De materie beschikt over een ‘binnenkant’, die hij ‘psychisme’ noemt. Alle verschijnselen in de wereld herbergen dit psychisch element, zij het in verschillende concentratie. Deze verinnerlijkende energie is volgens Teilhard de stuwende kracht van de evolutie. Ze heeft geleid tot drie ‘geboorten’: de kosmogenese (het ontstaan van het heelal), de biogenese (de sprongmutatie van levenloze tot levende stof) en de noögenese (de sprongmutatie naar zelfbewustzijn toe). Met de noögenese ontstaat het verschijnsel mens, dat biologen plegen aan te duiden met homo sapiens. Teilhards analyse van de mensheid is ondanks al het kwaad positief van toon. Zijn denkbeeld concentreert zich rond twee kernbegrippen: aantrekkingskracht en bewustzijnsophoping. Alleen God kent een ongedifferentieerd bewustzijn waarmee Hij de totale of complete evolutie kan scheppen. Die evolutie zoekt op zijn beurt de weg naar de 'voltooide' Schepper. Teilhard ziet moment Omega dan ook als het moment dat het (ons) gezamenlijk bewustzijn een natuurlijk eindpunt nadert.

Een van Teilhards stellingen is dat de natuur kan 'verinnerlijken', een term die uit de mystiek afkomstig is. De materie beschikt namelijk over een ‘binnenkant’, die Teilhard de Chardin ook wel het ‘psychisme’ noemt. Alle verschijnselen in de wereld herbergen dit psychisch element, zij het in verschillende concentratie. Deze verinnerlijkende energie is volgens Teilhard de stuwende kracht van de evolutie. Ze heeft geleid tot drie ‘geboorten’: de kosmogenese (het ontstaan van het heelal), de biogenese (de sprongmutatie van levenloze tot levende stof) en de noögenese (de sprongmutatie naar zelfbewustzijn toe).

Van nomade tot wereldburger in een wereld zonder grenzen (Sybout Jager - GAMMA september 1995 p. 24):
2. De ondernemer zal slechts die producten op de markt mogen brengen die de toets van objektieve kwaliteitscriteria kunnen doorstaan. Deze criteria zijn: a. Het bedrijfskapitaal, de wereldrijkdommen, moet ook in de toekomst beschikbaar blijven (een economische wet, die in de vrije-markteconomie met voeten wordt getreden!) b. De lichamelijke en geestelijke gezondheid mag niet worden aangetast. (Dit gebeurt in westerse landen namelijk wel op grote schaal!)

In een hoofdstuk gewijd aan ethiek zegt Juleon Schins, dat "handelingen in overeenstemming met de morele wetmatigheid de menselijke geest verrijken" en anders verarmen (p. 125). Teilhard de Chardin ziet deze verrijking in de toenadering tot de ander, de convergentie van het bewustzijn in personen en stromingen, culminerend in het totale bewustzijn Omega. Dan begeven we ons al op het vlak van de theologie. Schins volgt Teilhard ook hier. Hij wijdt een hoofdstuk aan de theodicee en presenteert een natuurwetenschappelijk geïnspireerd Godsbewijs.

Raimund Badelt - Teilhard de Chardin – Prophet unserer Zeit
Teilhard formuleert zijn inzichten in niet alledaagse taal; zijn teksten dragen veelal een natuurwetenschappelijk stempel; sommige ervan worden ook door zijn persoonlijke, mystieke ervaringen ondersteund. Dergelijke gedachten worden echter, alhoewel in andere beelden verwoord, ook bij grote theologen en mystici uit de geschiedenis van de Kerk aangetroffen (bv. bij Meester Eckhart, Hildegard van Bingen, Nikolaas van Cusa). Het Tweede Vaticaanse Concilie pakte enkele elementen van zijn stellingen op, met name in de constitutie 'De Kerk in onze tijd'. Hier wordt van een wereld uitgegaan, die zich in ontwikkeling bevindt en van een spiritualiteit, die het handelen als opgave formuleert.

Geldt de tweede hoofdwet van de Thermodynamica alleen voor gesloten systemen?
"Deze bewering is onjuist"
Ilya Prigogine1 heeft laten zien dat in het zand ribbels kunnen ontstaan door willekeurige energiestromen; maar hij zag over het hoofd dat deze ribbels niet in stand worden gehouden door deze willekeurige energiestromen; de volgende dag verdwijnen ze weer en worden vervangen door andere ribbles in een andere richting. Ook heeft Perigone laten zien dat de levende natuur voortdurend moleculen, cellen en organismen transformeert tot meer complexe structuren; maar hij zag over het hoofd dat deze ordening wordt aangedreven door het DNA programma dat aanwezig is in elke cel, en niet door willekeurige energiestromen. Conclusie
Gedachte-experiment 1 bewijst dat de evolutietheorie (“natuurlijke processen kunnen de levende natuur tot stand brengen”) in tegenspraak is met de tweede hoofdwet van de Thermodynamica. Meer in het algemeen: De evolutietheorie is in tegenspraak met de natuurlijke gang der dingen en met de fundamentele eigenschappen van onze fysieke werkelijkheid.3
1. Ilya Prigogine and Isabelle Stengers, Order Out of Chaos: Man’s new dialogue with nature (New York: Bantam Books, 1984); Ilya Prigogine, End of Certainty (New York: The Free Press, 1997); Stuart Kaufman, At Home in the Universe (New York: Oxford University Press, Inc., 1995); and Christian De Duve, Vital Dust: Life as Cosmic Imperative (New York: Basic Books, 1995).
2. Zie: Tien misverstanden over hoe het DNA verandert.
3. Voor een meer uitgebreide discussie, zie: De evolutietheorie in het licht van de Thermodynamica en de ervaring van alledag.

Prigogine en Wildiers over Teilhard de Chardin
p. 16 IP: De toekomst wordt gemààkt, door ons. De klassieke wetenschap was de mening toegedaan dat, als men elk atoompje en elke molecule maar voldoende zou kennen, men in principe de toekomst zou kunnen voorspellen. Denk maar aan de beroemde demon van Pierre-Simon La Place. Een van de belangrijkste feiten van de twintigste eeuw is dat wij zelfs ideologisch niet meer geloven dat de toekomst bestaat — en dat om talrijke redenen. We zijn ons bewust geworden dat de toekomst juist in ons aanwezig is. In het Frans heeft men deze bewustwording les futuribles genoemd. Daarom is er wat ons betreft ruimte voor een zeker optimisme maar terzelfder tijd ook voor een zekere angst.
FB: Wij moeten dus af van het denkbeeld dat de toekomst ons wacht. Het zijn wij die de toekomst produceren. In hoeverre is die gedachte verschillend van de opvattingen die Teilhard ten aanzien van de toekomst huldigde?
p. 17 MW: Ik zie helemaal geen verschil. Teilhard bedoelt inderdaad niet dat alles al vastligt, dat het spel al gespeeld is. Hij onderkent zelfs de mogelijkheid van een totale mislukking. De toekomst als mogelijkheid — Teilhard spreekt over une possibilité, pas une certitude. Als het voortgaat, dan hoogst waarschijnlijk in dе richting van een convergerend punt.
20/21 IP: Men kan zich afvragen waarop eigenlijk die fameuze, haast klassieke tegenstrijdigheid tussen geloof en wetenschap berustte? Ik heb sterk het gevoel dat ze wortelde in het besef dat de fysica en het gehele natuurwetenschappelijke bedrijf voorgoed een einde schenen te hebben gemaakt aan het geheim der dingen. Vandaag zien we in dat onze wereld helemaal niet zo simpel in elkaar zit. De dialoog wordt niet alleen opnieuw mogelijk, hij heeft een belangrijker functie dan ooit. We kunnen onze ongerustheid met elkaar delen, ieder
van ons brengt ze weliswaar op een verschillende manier tot uitdrukking, maar belangrijk is dàt we ze kunnen uitdrukken. Het besef groeit dat we allemaal ongeveer dezelfde problemen hebben.
FB : Mag ik samenvattend stellen dat het wellicht de grootste verdienste van Teilhard is geweest dat zijn denken de onhoudbaarheid van de oppositie tussen materialisme еn spiritualisme aantoont?
MW: Die bijdrage heeft hij beslist geleverd. Hij zag stof en geest als twee facetten van dezelfde werkelijkheid. Hij sprak over de 'bifacialiteit' van de grondstof der realiteit. IP: Het zoeken naar eenheid blijft vooralsnog een project. Men kan niet doen alsof de wetenschap deze eenheid al heeft verwezenlijkt. Sterker: we moeten het nog eens worden over wat we eenheid zullen noemen!

Prigogine concludeert samenvattend8
Ilya Prigogine zei in 1981 "Onze tijd wordt inderdaad gekenmerkt - en dat zal nog duidelijker blijken aan het einde van deze eeuw - door een zoeken naar eenheid-in-verscheidenheid. Een van degenen die het best de noodzaak inzag van dat zoeken naar een eenheid die verder reikt dan het domein van de wetenschap, was Teilhard de Chardin. Voor mij is de belangrijkste les van de twintigste eeuw dat de toekomst niet 'bestaat'. De toekomst wordt door ons 'gemaakt'. Een van de belangrijkste feiten van de twintigste eeuw is dat wij zelfs ideologisch niet meer geloven dat de toekomst 'bestaat' - en dat om talrijke redenen. We zijn ons bewust geworden dat de toekomst binnen in ons eigen innerlijk 'aanwezig' is!" Dit is al een ware evolutiesprong van 'waarheid' te noemen. Prigogine voegt er echter waarschuwend aan toe: "Maar we moeten het nog wel eerst eens worden over wat we met 'eenheid' bedoelen! Aan het einde van deze eeuw gekomen moeten wij namelijk gewetensvol de diversiteit van het pluralisme aanvaarden. Het zoeken naar een te sterke eenheid, vaak ingevuld als uniformiteit, heeft de mens en zijn geschiedenis veel kwaad berokkend omdat het vaak gepaard ging met een gevoel van superioriteit en van totalitair denken. En dat moeten we met alle middelen zien te vermijden."
8) Wetenschap - Religie – Waarheid (Ilya Prigogine en Teilhard de Chardin)

Teilhard de Chardin, who was a Jesuit Paleontologist who played an important role in the discovery of Peking Man, presented a teleological view of planetary and cosmic evolution, according to which the formation of atoms, molecules and inanimate matter is followed by the development of the biosphere and organic evolution, then the appearance of man and the noosphere as the total envelope of human thought. According to Teilhard evolution does not cease here but continues on to its culmination and unification in the Omega Point, which he identifies with Christ.

Door Immanuel Kant gevormd filosofisch begrip ding an sich voor de onafhankelijkheid van het kennend bewustzijn existerende werkelijkheid, waarvan ons uitsluitend het verschijnen gegeven is, terwijl zij zelf volkomen onkenbaar blijft. Terwijl Schopenhauer de ware werkelijkheid achter de verschijningen wel kenbaar acht, maakt Kant een onderscheid tussen de onkenbare noumenale werkelijkheid en de kenbare fenomenale werkelijkheid. Kant wees aan het einde van de 18e eeuw al op het feit dat het onmogelijk is aan de hand van de wetten van het denken het meest fundamentele domein 'noumenon' door ervaring te leren kennen. Dat domein wordt door Bohm ‘de impliciete werkelijkheid', door Boeddha 'dharma' en door Plato 'het Goede' genoemd.

Bij pogingen dit domein te onderzoeken, verzanden we steeds in paradoxen. Teilhard de Chardin (1 mei 1881 - 10 april 1955) geeft een blauwdruk hoe door ordening de wanorde kan worden bedwongen.

Teilhard de Chardin ging volkomen op in wat hij als zijn levenstaak zag: als christen de paleontologie te beoefenen en aan de wereld duidelijk te maken dat de evolutie in de schepping een zinvol, doelgericht proces is, dat van energie naar materie, van materie naar leven, van leven naar bewustzijn, van bewustzijn naar zelfbewustzijn, van zelfbewustzijn naar collectief bewustzijn voert, om ten slotte haar voltooiing te bereiken in Christus.

Teilhard de Chardin ziet Christus als een energie waarvan de duizelingwekkende spin het heelal doet draaien en de Weltstoff dwingt zich tot zichzelf terug te buigen, maar hij vervalt niet in pantheïsme. In de evolutie komen materie, leven en energie samen in een punt Omega. Gods tegenwoordigheid is voelbaar overal in de kosmos.
Teilhard zegt dat de ganse kosmos niet opgebouwd is uit materie, maar uit wat hij noemt: 'Weltstoff'. Wat is nu het verschil? 'Weltstoff' is meer dan materie. De stof waaruit alles is opgebouwd, heeft namelijk een buitenkant én een binnenkant. De buitenkant van de 'Weltstoff' is materie. Haar binnenkant is bewustzijn. 'Weltstoff' is dus 'materie-bewustzijn', een soort bipolaire eenheid in elk 'deeltje'. De 'binnenkant', of de 'geest', is alleen bij de mens 'zichtbaar', maar dat belet niet dat ook alle andere dingen een binnenkant hebben, zij het dat hij daar niet zo uitgesproken te bespeuren valt. Wat Teilhard nu beweert is het volgende: de binnenkant van de kosmos wordt in de mens, en dan bij uitstek in de God-mens Christus, gekend en ontwikkeld, om van daaruit de ganse kosmos tot zijn voltooiing te brengen.
Complexiteit is nu precies een eigenschap van het levende. Terwijl de ganse heelal ertoe neigt om uit te dijen, zich te ontspannen en over te gaan in de meest waarschijnlijke toestand van totale wanorde of chaos (dit is 'entropie', dat wil zeggen: verval, toename van wanorde), vormt het leven hierop de uitzondering. Wat leeft, ordent zich, organiseert zich, vormt grotere, onderling samenwerkende gehelen (dit is 'negatieve entropie', of: 'negentropie', toename van orde). Atomen voegen zich samen tot moleculen, megamoleculen en uiteindelijk emergeren die in levende cellen: eerst eencelligen, daarna meercelligen, eerst eenvoudige, daarna steeds complexere organismen. Daarom noemt Teilhard de biologie: de fysica van hoge complexiteiten. En, zoals gezegd, heeft elke complexiteit een buitenkant (materie) en een binnenkant (geest); elke complexiteit is een eenheid van materie en geest, ongeveer zoiets als de god van Spinoza.
De evolutie verloopt naar steeds complexer: de 'dode' stof ordent zich en brengt het leven voort, en het leven organiseert zich zodanig dat het bewustzijn voortbrengt. Zodoende is bewustzijn een eigenschap van het heelal. In de evolutie van het heelal wordt steeds meer materie omgezet in geest: het geestelijke facet van de 'Weltstoff' wordt geboren uit de complexiteit van de materie. De materie is de 'materia matrix', de (materiële) matrijs van de geest.
De geest is de opperste synthese van materie. De ziel is de vorm van het lichaam. De wetenschap die lichaam én geest samen bestudeert (namelijk in de 'Weltstoff'), heet pan-energetica. De psychische energie is de hoogst mogelijke, en zij bezielt het heelal en tilt het op naar het eindpunt Omega. Volgens Teilhard is alles in het heelal naar Omega gepolariseerd: het heelal 'rolt zich op' en interioriseert zich. Dit gebeurt in de mens, en zo bevindt zich het eigenlijke centrum van het heelal (namelijk het complexiteitscentrum) in zijn hoogste prestatie, namelijk in de zo tot stand gebrachte maximale persoonlijkheid. De grootste orde situeert zich in de mens en maakt zijn persoon mogelijk: het zelfbewustzijn dat kan zeggen: "Ik ben en ik weet dat ik ben"; "Ik ben vrij"; "Ik ben verantwoordelijk".

Kris Roose De zin van het bestaan
Maar ze stelden zich deze evolutie min of meer voor als een lineaire keten van onvoorzienbare mutaties. Het is de jezuïet Pierre Teilhard de Chardin, hierin bijgetreden door de agnostische bioloog Julian Huxley, die ontdekt heeft dat de evolutie niet lineair verloopt, maar via een spiraal van analoge fasen of niveaus. Hij heeft dus als het ware het geheim van de evolutie ontdekt. Dit inzicht liet hem toe om met veel grotere nauwkeurigheid de toekomst van het heelal en de zin van het leven te beschrijven.
Essentieel in de neo-Darwinistische visie op de evolutie is dat er, door ontwikkeling uit primitievere systemen, voortdurend nieuwe tot stand komen die hoofdzakelijk gekenmerkt zijn door twee karakteristieken: ze zijn complexer en ze zijn bewuster. Dit laatste betekent ook: intelligenter. Deze fundamentele wet wordt de Wet van complexiteit-bewustzijn genoemd.
Dat de jongere organismen complexer zijn dan de oudere, was reeds lang duidelijk. Teilhard beschreef echter hoe deze complexifiëring tot stand komt. Ze is het resultaat van twee bewegingen. Vooreerst is er een complexifiëring op het eigen niveau, zoals duidelijk is op het niveau der atoomsoorten: er ontstaan voortdurende complexere varianten. Waterstof (H) is het allereenvoudigste en tevens alleroudste atoom, uranium (Ur) het meest complexe en wellicht recentst ontwikkelde. Op een bepaald ogenblik komt aan deze complexifiëring een schijnbaar natuurlijk eindpunt, doch op dit ogenblik is de evolutie niet gedaan, maar gaat de complexifiëring verder op een hoger niveau, d.w.z. niet door het ingewikkelder maken van de eigen eenheid, maar door met verschillende eenheden een hogere eenheid te vormen. Dit laatste proces wordt in de moderne wetenschap ook de Meta-system Transition genoemd: een systeem gaat over in een meta-systeem, d.w.z. een supersysteem waarin de lagere, voorheen autonome systemen, nu de elementen, de bouwstenen zijn van een complexer systeem van hogere orde.
1. DE GODSHYPOTHESE
De theorieën van Pierre Teilhard de Chardin, Julian Huxley en de overige neodarwinisten leiden tot enkele belangwekkende conclusies: de godshypothese, de zin van het leven, de betekenis van erfzonde en het kwaad, de zin van lijden en dood, onze levenstaak, de totaalbeleving.
Zowel vóór die Big Bang als ná het punt Omega situeert Teilhard de Chardin interacties met het Opperwezen, het Oersysteem. Bij het punt Alfa is dit een scheppingsgebaar van God, bij het punt Omega een "antwoord" van de vervolmaakte schepping, die hierbij direct in interactie treedt met dat Oerwezen. Voor Teilhard is dít trouwens de diepste zin van de Drievuldigheid. De mensheid, d.w.z. de voltooide schepping is te beschouwen als een tweede persoon van deze Drievuldigheid, en daarom spreekt hij trouwens voortdurend van de Christogenese om het geheel van schepping en verlossing te beschrijven. De derde persoon van deze Drievuldigheid, de Geest, is te beschouwen als de Interactie tussen beide overige personen.
Het huidige Heelal kan men beschouwen als een interactie (zijn = doen zijn) tussen God (de Vader) en zijn Schepping. De eerste beweging, deze van God naar zijn Schepping, komt —voor onze tijdgebonden beleving— in het verleden, bij het begin der tijden. Ons wederwoord vindt plaats —weer al gezien vanuit onze beperkte, tijdgebonden visie— bij het einde der tijden. Vanuit Gods standpunt bestaat er uiteraard geen tijdsverschil, Hij staat daarboven. Voor Hem gebeuren beide bewegingen te zelfder tijd.
3. DE BETEKENIS VAN ERFZONDE EN HET KWAAD
In plaats van principieel-dualistisch (aristotelisch-cartesiaans) te denken, waarbij men steeds principes of feiten uit het verleden nodig heeft om toestanden te wettigen of af te keuren, hanteert Teilhard onbewust de effectevaluerende, holistische manier van denken, die later door denkers als Capra zo duidelijk beschreven werd. In deze denkwijze wordt de waarde van iets niet bepaald door principes of feiten uit het verleden, maar door de actuele en toekomstige effecten. Wat kan of zal leiden tot iets nadeligs, gebeurt best niet, wat kan en zal leiden tot iets wenselijks, gebeurt best wel. Het begrip verantwoordelijkheid wordt hierdoor genuanceerd, maar tevens sterk uitgebreid. Hierbij wordt de vraag naar schuld ook niet meer gesteld, niet uit een soort immoraliteit, maar omdat dit hypothetisch begrip niet meer nodig is in het licht van een vernieuwde, uitgebreidere definitie van verantwoordelijkheid. Bij deze nieuwe opvatting van verantwoordelijkheid volstaat het immers niet te controleren of men "zijn plicht heeft gedaan", of dat het "zijn taak" of "zijn schuld" niet is. Men blijft verantwoordelijk voor het uitvoeren van bepaalde taken als deze binnen zijn macht liggen en zolang het resultaat niet is bereikt.
In die zin is de mens verantwoordelijk, zowel voor zijn eigen vervolmaking als voor de komende evolutie van het ganse heelal. Het feit dat hij niet zou weten hoe hij dat kan aan boord leggen, of dat het zijn mogelijkheden te boven gaat, ontslaat hem wel in principiële zin van zijn verantwoordelijkheid, maar niet in effectevaluerende zin. Want het is zijn verantwoordelijkheid om dan te zoeken hoe hij het moet doen, en het is zijn taak om zijn mogelijkheden te doen toenemen.
Volgens Teilhard leidt deze redenering tot een veel groter verantwoordelijkheidsgevoel dan de primitieve gedachtegang via Adams schuld.

Teilhard de Chardin: “GOD DOBBELT NIET, GOD SCHAAKT” - Zoeken naar wegen om tot eenheid te komen.
Het eerste deel van de titel boven dit artikel - God dobbelt niet - herinnert aan een uitspraak van Albert Einstein (1879-1955). Zijn kennis van het heelal en de natuurkrachten hadden hem niet zoals zoveel wetenschappers van het geloof in God afgebracht. Integendeel, zijn geloof - dat aansloot bij het min of meer deterministische pantheïsme van Spinoza (Deus sive natura - de natuur is God) - werd erdoor versterkt. Voor hem was er geen sprake van het toeval, waaraan Darwin zo'n grote rol toekent in de evolutie. Hierin verschilt Einsteins opvatting niet van die van Teilhard. Het spel dat God speelt lijkt voor geen van beiden op dobbelen. Als we de gedachtegang volgen van Teilhard de Chardin (1881-1955), dan heeft het veeleer te maken met schaken. En wèl met een schaakspel als metapontum, waarbij de ene speler de andere 'over de brug helpt'. In zo'n geval zijn er dus geen verliezers; er is sprake van een win-win situatie. Het lijkt erop alsof God een simultaanpartij speelt waaraan ieder van ons deelneemt, dus elke mens, onafhankelijk van geloof, ras of nationaliteit. Wij spelen vanuit onze eigen berekeningen. God daagt ons echter uit het spel van twee kanten te bekijken. Dit hield Teilhard zeer bezig, maar wie was hij en welke visie reikte hij ons aan?

Materie of stof is de bouwsteen waaruit de (waarneembare) wereld is opgebouwd.
In de relativiteitstheorie worden massa en energie aan elkaar gelijkgesteld, aangezien massa in energie kan worden omgezet (annihilatie) en energie in massa kan worden omgezet. Het zijn dus uitwisselbare eenheden, de massa-energierelatie geeft deze weer. Het op de plasma kosmologie gebaseerde SED (Stochastic electrodynamics) model biedt een nieuw perspectief hoe het energieniveau van atomen kan worden verhoogd (negentropie).

De twee kanten van de medaille hebben betrekking op het feit dat de natuur, de psychomaterie zowel psychisch als materieel is.

In het boek Wat Darwin niet kon weten start Gerrit Teule zijn gezichtspunt met betrekking tot psychomaterie vanuit de hardware. Het rapport ‘E i V’ vertrekt daarentegen ook vanuit de 'mentale software' (Geert Hofstede), het 5D-concept, namelijk de doelmatige ordening van de informatievoorziening.

Pierre Teilhard de Chardin Macrokosmos:Carl Jung projectie enMikrokosmos:Rapport 'E i V'Macro-Micro:
5. ChristogenesisUnus Mundus 5e DimensieAbsolute tijd
4. Noogenesis (Akasha-kronieken)Collectief onbewuste4. Alchemist4e DimensieRelatieve tijd
3. PsychogenesisCollectief bewustzijn3. Soror3e Dimensie
2. Biogenesis (beginning of life)Onbewuste persoonlijkheid2. Anima2e Dimensie
1. Geogenesis (beginning of Earth)Bewuste persoonlijkheid1. Animus1e Dimensie

Noogenesis is the fourth of five stages of evolution described by French Jesuit scientist and philosopher, Pierre Teilhard de Chardin in his first posthumously published book, The Phenomenon of Man (written during 1938–40, published in French: 1955; English: 1959, p. 181). Noogenesis, the emergence of mind, follows geogenesis (beginning of Earth), biogenesis (beginning of life) and anthropogenesis (beginning of humanity), and is followed by Christogenesis, the genesis of the "total Christ", or the pleroma.

Anna Lemkow boek Het Heelheid Principe
Hoofdstuk 11 De Wereldreligies: constanten en varianten(p. 247):
De mythe van de goddelijk-menselijke held stelt ons dus in staat de twee polen van ons bestaan te overbruggen. Tegelijkertijd maakt ze het creatieve proces mogelijk van zelftransformatie en zelfintegratie.
Jung benadrukte dat de mythe van de goddelijk-menselijke held van tijd tot tijd opnieuw moet worden ingekleed in een eigentijds gewaad. Als dat zo is, welk gewaad zullen wij dan voor hem maken? Mijn eigen vermoeden is dat het collectief onbewuste vandaag op zoek is naar de diepere waarheid van de eenheid van de menselijke familie – haar eenheid voorbij onderscheidingen van ras, huidskleur, religie, nationaliteit en ideologie, en dat een mythe vroeg of laat zal opduiken die dit nieuwe niveau van integratie belichaamt en tot uitdrukking brengt.

Henk Hogeboom v.B. Brief aan een bisschop (GAMMA jrg. 7/nr. 3 juni 2000 p. 37-38):
'Wetenschap en religie twee kanten van dezelfde medaille'.
Bischop Hurkmans: "Religie met alles wat daarvoor staat aan rust, bezinning, sacraliteit, contemplatie, saamhorigheid enz. enz. vormt de warme tegenpool van de kille wetenschap. En waar zij elkaar bevragen op hun menselijke en culturele inbreng, kunnen zij tot het inzicht komen dat zij beide en in gelijke mate deelnemen aan het voortschrijdende proces van integratie. Of in de woorden van Max Wildiers: 'Er loopt een onzichtbare draad van de eerste waterstofatoom naar de muziek van Bach en Mozart, naar de wetenschap van Einstein en Heisenberg, naar de zelfopoffering van Ghandi en moeder Theresa'. Wildiers was een leerling van de Franse priester-filosoof Teilhard de Chardin. Parodiërend op een van zijn uitspraken zeg ik: 'Religie en wetenschap zijn twee kanten van een en dezelfde medaille'.
U verwijst in de laatste alinea instemmend naar de franciscaan Max Wildiers als leerling van Teilhard de Chardin. Dit is niet helemaal juist. Teilhard en Max Wildiers hebben elkaar nooit ontmoet. Wel is onder redactie van Max Wildiers het werk van Teilhard na diens dood (1955) in 23 deeltjes bij uitgeverij Het Spectrum in de jaren zestig uitgegeven en zijn er boeken van hem over Teilhard in verschillende talen vertaald. Wildiers was ervan overtuigd, dat de richting van Teilhards denken gecombineerd met de filosofie van de wiskundige Whitehead, openingen bood voor de toekomst. Een Whitehead-groep onderhoudt nauwe relaties met onze Stichting.

I.M. Oderberg De aarde – een biosfeer
Vernadsky’s gezichtspunten worden in het voorwoord van de Engelstalige uitgave als volgt weergegeven:
1. Leven komt voor op een bolvormige planeet. Vernadsky is de eerste persoon in de geschiedenis die zich serieus bezighoudt met de werkelijke implicaties van het feit dat de aarde een op zichzelf staande bol is.
2. Het leven maakt de geologie. Het leven is niet alleen maar een geologische kracht, het is de geologische kracht. Feitelijk worden alle geologische eigenschappen aan het aardoppervlak beïnvloed door het leven, en zijn dus deel van wat Vernadsky de biosfeer noemt.
3. De planetaire invloed van levende materie neemt met de tijd toe. Het aantal en de snelheid van de getransformeerde chemische elementen en het spectrum van chemische reacties teweeggebracht door levende materie nemen toe, zodat steeds meer delen van de aarde tot de biosfeer gaan behoren. Vernadsky had als doel een natuurkunde van de levende materie te beschrijven. Leven was, zoals hij het zag, een kosmisch verschijnsel dat men dient te begrijpen binnen het kader van dezelfde universele wetten die van toepassing zijn op zulke constanten als de zwaartekracht en de snelheid van het licht. Toch bleven Vernadsky zelf en veel van zijn fundamentele opvattingen grotendeels onbekend.
Vernadsky leert ons dat leven, waaronder menselijk leven, terwijl het gebruikmaakt van de zichtbare lichtenergie van de zon, onze planeet door de tijdperken heen heeft getransformeerd. Hij belicht het verschil tussen een levenloze, mineralogische kijk op de geschiedenis van de aarde, en het eindeloos dynamische beeld van de aarde als het domein en product van het leven in een mate die nog niet goed wordt begrepen. Nergens is er aanleiding om te verwachten dat het leven zal ophouden. Wat Charles Darwin deed voor alle leven door de tijd, deed Vernadsky voor alle leven door de ruimte. Zoals wij in de tijd allemaal door evolutie met onze gemeenschappelijke voorouders zijn verbonden, zo zijn we allen – door de atmosfeer, lithosfeer, hydrosfeer en tegenwoordig zelfs de ionosfeer – in de ruimte met elkaar verbonden. We zijn volgens Vernadsky verbonden door de ruimte en volgens Darwin in de tijd.

Henk Hogeboom van Buggenum (GAMMA jrg. 13 nr. 1 en jgr. 15 nr. 3):
Na de atmosfeer verscheen zo de biosfeer, de levende laag rond onze planeet. Uit deze biosfeer kwam door toeneming van complexiteit-bewustzijn ongeveer 5 miljoen jaar geleden een soort voort met een zeker zelfreflecterend vermogen. Deze australopithecus was het begin van een reeks hominiden of mensachtigen, waaruit zich door toenemende schedelinhoud van 400 tot 1600 cm3 de huidige homo sapiens ontwikkelde. Ook dit proces van cerebra-lisatie wordt gekenmerkt door oprolling. De mens vormt dan zelf weer een nieuwe laag rond onze planeet, die Teilhard de Chardin de noösfeer (Vladimir Vernadski) noemt, de laag van denkende korrels, bewustzijnspartikels, die samen bezig zijn een nieuwe eenheid te vormen, de mensheid.
Voor Teilhard betekent het christendom een cruciaal moment in de antropogenese, onze bewustwording als mens. Dat blijkt wel uit de invloed, die de figuur van Jezus heeft gehad. Zijn levenswandel werd als waardevol erkend, een richting die navolging verdiende. Het was een nieuw omslagpunt in de evolutie. In de mens werd God als het ware geboren, d.w.z. het besef van ieders verbondenheid met de schepper. Als iedereen - of hij nu boeddhist is of jood, christen of moslim - verbonden is met de schepper, is de liefde voor de medemens een uiting van verbondenheid met God.
Wij tappen het bewustzijn af met onze hersenen. Het bewustzijn is alomtegenwoordig en wij zijn er een deel van, dat zichzelf steeds kan verruimen aan de ander. De ander wordt zo tot een noodzakelijke voorwaarde voor onze groei.

Christogenese
Hier komt volgens Teilhard de Chardin de christelijke leer om de hoek kijken: het punt omega is volgens hem de toestand van de door Christus verloste mensheid. De mensen hebben zich zodanig verinnerlijkt dat zij het mystieke lichaam van Christus zijn geworden. Dat is volgens Teilhard de Chardin pas mogelijk nadat de schepper zichzelf aan het evolutieproces onderhevig maakt, door mens te worden in de vorm van Jezus Christus. Teilhard noemt dat christogenese. Krachtens Zijn onderdompeling in de schoot der wereld, zijn de grote wateren der materie, zonder huivering, met leven geladen. En tegelijkertijd is door de aanraking met Christus het heelal één oneindige Hostie geworden. schrijft Teilhard de Chardin in zijn meditatie La Messe sur le Monde uit 1925.

Paul Revis DE FILOSOFIE VAN TEILHARD
Met deze zelfbewustwording, met het ontstaan van de mens, is de evolutie echter nog lang niet voltooid. Volgens Teilhard zal in de toekomst de mens anatomisch nauwelijks meer veranderen, omdat de evolutie verder zal gaan via een hoger niveau van complexiteit en interioriteit. Die hogere vorm van complexiteit zal niet meer gebonden zijn aan de hersenen van een mens en die hogere vorm van interioriteit niet meer aan het individuele denken. Er zal een hogere complexiteit bereikt worden in de manier waarop de mensheid zich organiseert. Deze vorm kunnen we nu al enigszins bespeuren in de bestuursorganen, de onderzoeksinstellingen met hun wereldwijde contacten. Er zal ook een hogere interioriteit bereikt worden door het samen denken, wat Teilhard de co-reflectie noemt. Steeeds meer zal een gelanceerde gedachte haar weerklank vinden bij de gehele mensheid. Internet is daar al een goed voorbeeld van.
Tenslotte kan men zelfs één mensenras extrapoleren. Vergissen blijft mogelijk, maar er tekenen zich ook in dit opzicht bepaalde tendenties af. De multi-culturele samenleving wordt steeds meer een feit. Steeds meer vermengen de autochtone bewoners van een land zich met de allochtone bewoners. Teilhard gelooft overigens niet dat er in anatomische zin een nieuw mensentype zal ontstaan, omdat volgens hem de wet complexiteit-interioriteit zich niet meer voltrekt aan onze hersenmassa, maar zich voortzet in de mensheid als geheel via de co-reflectie.
Hoe heeft Teilhard dit Punt gevonden? Het blijkt dat alle deel-extrapolaties in de noösfeer, waarvan we in het voorgaande enkele besproken hebben, zonder uitzondering convergeren, dat wil zeggen naar elkaar toebuigen en uitkomen in één punt. Teilhard bereikt hier de uiterste grens van zijn extrapolaties, omdat Punt Omega de grens markeert van het tijdruimtelijke. De wet complexiteit- interioriteit en de noösfeer monden in dit Punt uit. In de mate waarin de extra-polatielijnen convergeren is Omega als een aantrekkingskracht onder ons aanwezig en is sprake van immanentie. In de mate waarin Omega het eindpunt vormt van de tijdruimte en de evolutie is het een transcendent begrip.
Daarmee heeft Teilhard nog niet alles gezegd over Omega. Zijn filosofie krijgt nog een theologisch staartje! Omega is geen Iets maar een Iemand. Hoe weet hij dat zo zeker? Teilhard meent dat af te lezen uit de totalitaire systemen van Hitler, Stalin en Mao, die hij beschouwt als 'mislukte pogingen om de noösfeer te organiseren'. In deze systemen wordt volgens hem de mens teruggeduwd in het evolutiestadium van de mierenhoop en de termietenheuvel. Het is gebleken dat de mens in die toestand niet meer warm loopt voor een Heilsstaat. Uiteindelijk laat de mensheid zich alleen organiseren in een maatschappij waarin de persoon en de persoonlijke vrijheid alle ruimte krijgen. Teilhard meent dat dat uiteindelijk alleen mogelijk is door het christendom. Daar is een Supra-Persoon, die de functie van Omega vervult en alle personen verzamelt en in hun waarde laat.
Voor Teilhard is de persoon de belangrijkste vrucht van de evolutie, omdat de persoon niet meer geheel onderworpen is aan de wetten van tijd en ruimte. Dit is een meer moderne uitdrukking van de traditionele leer van de onsterfelijkheid van de ziel.

In het begin van de 20ste eeuw ontwikkelt de Franse filosoof en onderzoeker Pierre Teilhard de Chardin (1881-1955) het concept van de noösfeer, dat bedacht was door Vladimir Vernadski. Wikipedia omschrijft de noösfeer als de “voorstelling van een tamelijk dunne laag die de Aarde omgeeft en die zowel al het bewustzijn van de mensheid zou materialiseren (Akasha-kronieken) als al het vermogen van de mensenheid tot denken.

Teilhard de Chardin voorspelt de komst van een ééngemaakte planeet, waar de ideeën vrij circuleren onder een mensheid die zich bewust geworden is van zichzelf. Volgens deze auteur zou de komst van een planetaire intelligentie niet het gevolg zijn van een spirituele of mystieke verheffing, maar wel van rationaliteit: de versmelting van intellectuele activiteiten zou leiden tot een betere efficiëntie die de meeste mensen tegoed zou komen. (…)
Stel nu eens dat onze “ziel” effectief in contact staat met de noösfeer? Wie weet blijven daar niet hele autobiografieën rondzwerven en ben je voor de ene meer vatbaar dan voor de andere en zorgt de enorme focus (het verheffen van ons bewustzijn) van de hypnose ons tot een antenne die contact maakt met de noösfeer en ons zo de mogelijkheid geeft die biografieën te raadplegen… Misschien kan je deja vu’s ook op een gelijkaardige manier verklaren. Niet iets wat je zelf al hebt meegemaakt, maar een ervaring die je onbewust hebt geplukt uit de noösfeer die zo hard lijkt op wat je net meemaakt, dat de stevige banden er voor zorgen dat de onbewust binnengesijpelde informatie uit de noösfeer je bewustzijn binnenwandelt?
Te gek voor woorden? Waarom wordt dan algemeen aangenomen dat slaap nodig is om verworven kennis vast te leggen? Is slapen een manier waarop je de kennis in je databank opslaat die zich dan backupt naar de noösfeer?
Van baby’s is het algemeen geweten dat ze enorm veel vaardigheden opdoen tijdens hun slaap en zeker als ze echt klein zijn. Heb je er dan al bij stilgestaan dat bij baby’s de fontanel gedurende 12 tot 18 maanden blijft openstaan en misschien zo wel veel makkelijker contact met de noösfeer toelaat om elementaire informatie op te pikken, nodig om aan het leven te beginnen? We leren onze kinderen enorm veel op school, maar verbazingwekkend veel dingen leren ze van zichzelf. We leren onze kinderen fietsen, maar zijn we actief bezig om ze te leren kruipen, lopen, enz… Dat lijken ze echt wel allemaal zelf op te pikken.
Kortom, er is iets. Misschien is het wel de noösfeer. Of is het gewoon God?

Vernadski introduceerde het begrip noösfeer, dat het bewustzijn van de mensheid bevatte en de biosfeer kan beïnvloeden. De geochemische fluxen die door het menselijk bewustzijn worden aangedreven zijn de afgelopen twee eeuwen groter dan bijvoorbeeld die in de biosfeer.

Theory of the Noosphere, History and Review of the Literature
Vernadsky enjoys an enormous stature in Russia where his thought has affected virtually all of Russian science since him, spawning such schools as cosmism, the perception of cosmic processes in terrestrial affairs, and many subgroups within the Russian Academy of Sciences devoted to exploring the implications and aspects of his ideas. These include the work of N. A. Kozyrev on time, Alexei Dmitriev on the transformation of solar fields, and the Kaznacheev school of Cosmic Anthropoecology.

Theo Smits, directeur van de hogere pedagogische school 'Magister vocat' en secretaris van de Raad van Kerken in Amsterdam
Lezing 1 - onderdeel 1 - Inleiding:
Teilhard de Chardin (1881-1955) draagt aan de oplossing van dit raadsel zijn steentje bij. Hij doet dat als paleontoloog-geoloog door scherpe waarnemingen tijdens zijn veldwerk, o.a. in China. Maar ook als filosoof en theoloog door over de grote lijnen na te denken. Zo ontdekt hij nieuwe wetten. Hij formuleert de wet van complexiteit-bewustzijn o.a. in zijn werk Het verschijnsel mens.
De een vindt hem te abstract, de ander te absoluut, de een te totalitair, de ander te individueel, deze te christelijk, gene te onchristelijk enz. Vele loftuitingen, maar ook kritische afwijzingen komen helaas voort uit onbegrip, foutieve interpretatie of eenzijdige informatie.
Deze sterkere menselijke verbondenheid in lot en doel komt reeds duidelijker naar voren. Dictatoriale regimes konden en kunnen deze geestelijke eensgezindheid niet tot stand brengen. Een eenheid die op vrees berust, houdt geen stand. De recente geschiedenis bewijst dat afdoende. Voor sommigen werd deze geschiedenis daardoor ook de waarschuwing niet opnieuw naar zo'n ideaaltoestand te streven. Zij zien deze als een wensdroom, als iets dat niet te realiseren valt. Nee sterker. Wijzend op de utopieën uit het verleden die vaak tot totalitaire stelsels hebben geleid, benadrukken zij het gevaar van dit streven.
God is de maker, de voltooier van deze aarde en kán dus niet gekend of bemind worden buiten deze aarde om. Werken aan deze aarde is dan ook geen modern heidendom of a-religieus humanisme, maar de weg om via volledige menselijkheid te komen tot de eindvoltooiing in God. De verwachting, dat alles zich beweegt, aan het geschieden is, in een dynamisch proces is op weg naar de volmaking in God, deze verwachting is het werkelijk functionele in het christendom. Het christendom of het evangelie spreekt de nieuwe mens, de jeugd, de zogenaamde ongelovige slechts aan voor zover het in de actualiteit van het wereldgebeuren duidelijk stelling neemt tegen onrecht, onvrede, totalitair gezag, onmenselijkheid, discriminatie, kortom tegen alle kwaad en lijden. Pas dan kunnen we zeggen dat het christendom (of beter wellicht Christus) volop leeft. Dit zichtbaar maken is niet speciaal voorbehouden aan instituten en geloofsgemeenschappen. We zien Christus verrijzen in allerlei stromingen en bewegingen van onze tijd.
Lezing 2 - onderdeel 1 - Twaalf grondwetten:
Het is alsof Teilhard al deze ontwikkelingen heeft voorzien en alsof de richting ervan aan zijn wetten beantwoordt. Uit alle verschijnselen die ik noemde - en Teilhard leerde ons alles te zien op de grote schaal en in de lijn van de evolutie - wordt een nieuw type mens geboren: de mondiaal denkende mens. Voor wie zo denken zijn landsgrenzen, starre structuren van partijen en kerken, uitingen van hokjesgeest (Groupthink) niet van deze wereld, volkomen achterhaald. Rassenonderscheid is voor hen een uitgemaakt onchristelijke zaak, oecumene een plicht, samen-werking noodzaak.
lezing 3 - onderdeel 1. De toekomst van de mens:
Voor Teilhard zal de vooruitgang gelijklopen met een stijgen van het bewustzijn en dit stijgen van het bewustzijn zal gelijklopen met een betere organisatie van de mensheid.
De mensheid is bezig zich over zich zelf heen te buigen, zich te bezinnen op haar eigen ontwikkeling, reflexief te worden, zoals het dier in de mens zijn reflexieve omslagpunt bereikte. Ze is op weg één mensheid te worden, te groeien tot één superbewustzijn rond moeder aarde.
De persoonlijkheid van ieder mens zal hierin nóg sterker tot zijn recht komen, moeten komen. Hoe intenser de eenheid, hoe sterker de individuele verschillen uitkomen, elkaar bevruchten en versterken.
Ook al ligt aan onze wereld een voor ons onkenbaar geheim ten grondslag, het Onnoembare, het Onuitsprekelijke, om ons mensen tot liefhebben te bewegen kunnen wij ons dit het best voorstellen als een Persoon.
Lezing 4 - onderdeel 1. Verzet en enthousiasme:
De hokjesgeest zal moeten wijken voor een groeiend besef van liefdevolle saamhorigheid, niet als een vaag romantisch verhaal, maar als een acute levensnoodzaak. Het gehalte van de gezindheid van alle opvoeders tezamen, van alle ouders, onderwijzers, docenten, pastores enz. enz. is beslissend geworden voor onze toekomst. Tweeduizend jaar geleden schreef een Indisch dichter:
Hij trok een cirkel
die mij buiten sloot
als ketter, rebel
voorwerp van spot
maar de Liefde en ik,
wij wisten te winnen,
onze cirkel was groter
en wij haalden hém binnen.

Theo Smits Lezing 1 - onderdeel 1 - Inleiding:
Teilhard de Chardin (1881-1955) draagt aan de oplossing van dit raadsel zijn steentje bij. Hij doet dat als paleontoloog-geoloog door scherpe waarnemingen tijdens zijn veldwerk, o.a. in China. Maar ook als filosoof en theoloog door over de grote lijnen na te denken. Zo ontdekt hij nieuwe wetten. Hij formuleert de wet van complexiteit-bewustzijn o.a. in zijn werk Het verschijnsel mens.
Teilhard ziet de evolutie als één doorlopend proces van steeds grotere vergeestelijking, verinnerlijking van de stof. Hij is de eerste, die de mutaties, de plotselinge veranderingen, ook laat gelden voor het allereerste begin, voor de tijd waarin er nog geen sprake was van leven. Teilhard gaat ervan uit, dat de materie steeds aan dezelfde mutatiewetten onderhevig is. Het is niet terecht om nog langer te spreken van 'dode stof'. Zelfs de kleinste deeltjes hebben een onderlinge aantrekkingskracht. Ook zij bezitten het vermogen grotere eenhe-den te vormen. Hun innerlijke, zeg psychische kracht wordt hierdoor gebundeld. Door deze bundeling wordt hun structuur steeds ingewikkelder. Aan deze structuur zijn echter grenzen. Bij een bepaalde graad van complexiteit is de opeenhoping van energie zo groot, dat door een plotselinge ontsnappingspoging een structuurverandering plaatsvindt. Zoals bij koken water in stoom verandert, zo ontstaat telkens bij verzadiging een andere aggregatietoestand. Zo moet het ook bij de eerste vormen geweest zijn waarin wij duidelijk van leven spreken. De ingewikkeldste, de grootste, meest geláden molecule wordt levend!
De mensheid ontstond uit een samenbundeling van individuen met de mogelijkheid van keuze. Uit gezinnen ontstonden stammen, uit stammen naties, uit naties landenbonden. Tegelijk daarmee vormde zich een steeds ingewikkelder net om onze wereldbol, een net van steeds intenser psychische, geestelijke kracht, een net van boven ons uitstijgende wetenschap, godsdienst, kunst, politiek enz. De wet van complexiteit-bewustzijn die in de biologische fase van de evolutie vóór het verschijnen van de mens gold, geldt ook nu in de culturele evolutie. De cultuur is een voortzetting van de natuur op basis van bewuste keuzes. Voor Teilhard is alle kracht in héél het evolutieproces slechts éénzélfde kracht van liefde, van samengaan, van samensmelting om tot een hogere vorm van leven te komen.
In steeds sneller tempo bundelen de mensen thans hun krachten om een nieuw stadium in de evolutie te betreden. Zullen zij hun vrijheid gebruiken voor bevordering van elkaar? Dus voor de Liefde, die de schepper ons in Omega aanreikt? Of zullen zij elkaar negeren, afstoten, en daarmee hun ondergang of verstarring veroorzaken? De wereld is in een crisis, waarbij deze keuze bepalend is voor haar voortbestaan.

S.W. Couwenberg Moderniteit noopt tot aanpassing van religieuze geloofstradities, Antithese-strategie
De scheiding tussen orthodoxie en vrijzinnigheid hangt nauw samen met een verschillende strategie tegenover het proces van modernisering en secularisering waarmee christelijke kerken sinds de 19e eeuw te maken krijgen en in onze tijd ook de islam. Dat proces is door reformatorische en katholieke orthodoxie ervaren en geïnterpreteerd als een regelrechte aanval op de religieuze dimensie van ons bestaan en beantwoord met een rigide antithese-strategie.
Symbolisch bewustzijn
In een bespreking van het bekende werk van F. Sierksma over religieuze projectie erkende de katholieke psycholoog H. Fortmann dat de religieuze lezing van de wereld vol illusies zit omdat zij nooit gecorrigeerd kan worden door de feiten. Hij ging daarmee echter voorbij aan de niet geringe correcties die op die lezing zijn aangebracht door de voortrekkers van de vrijzinnig-religieuze geloofsrichting. Niettemin hebben alle religies één fundamentele overtuiging gemeen die steun vindt in de innerlijke ervaring van talloze miljoenen mensen. En dat is dat de wereld in laatste instantie zowel een fascinerend als verbijsterend mysterie is dat verwijst naar iets anders, naar iets dat boven en buiten de zintuiglijke werkelijkheid uitgaat. Die werkelijkheid nu trachten religieus geïnspireerde elites in religieuze voorstellingen te verbeelden. Religie veronderstelt daarbij het bestaan van een symbolisch bewustzijn, d.w.z. de ontvankelijkheid voor een verbeelde werkelijkheid, waarmee we als mensen proberen het mysterieuze karakter van ons bestaan enigszins te duiden. Tot dat levensmysterie behoort ook het immense lijden, de onnoemelijke ellende waarmee de geschiedenis, die in de christelijke traditie niettemin een heilsgeschiedenis is, gepaard gaat.
De neuroloog D. Swaab ziet religie als product van de evolutie en voor die evolutie lange tijd nuttig als bron van sociale cohesie. Maar nu we meer en meer op weg zijn naar een wereldsamenleving en –cultuur zal vanzelf ook de behoefte aan religie afsterven, meent hij. Dat religie een belangrijke sociaal bindende kracht is, is onmiskenbaar, al is zij vaak ook een bron van tegenstellingen en conflict. Maar religie is meer dan een nuttige sociale factor. Zij is primair een bron van zingeving.

S. Vestdijk boek De toekomst der religie
Het aan Theun de Vries opgedragen boek De toekomst der religie van S. Vestdijk stamt uit 1947 maar is nog immer actueel. Of moeten we zeggen, weer actueel. Met de verschijning van Klaas Hendrikse' Geloven in een God die niet bestaat. Manifest van een atheïstische dominee. (Nieuw Amsterdam 2007) is de discussie weer gestart die ook in de jaren na 1947 is gevoerd. Fokke Sierksma beschreef de aanvallen die de 'duivelskunstenaar' Vestdijk te verduren kreeg in het boek "Tussen twee vuren" (1951). In 2005 verscheen Hans van de Breevaart "Authority in Question" waarin de theologische disputen tot 1998 zijn beschreven.
De toekomst der religie stelt de onverdraagzaamheid van monotheïstische religies aan de kaak en geeft oplossingen in de vorm van een speciale didactiek en een gezondere integratie van sexualiteit. Speciale aandacht wordt geschonken aan mystiek en het kloosterwezen.
De editie uit 1992 bevat een onderwerpsindex gemaakt door Jacob Faber die ook een vertaling in het Engels verzorgde (UMI, Ann Arbor 1989) - met voorwoord door Lee W. Bailey.

De psyche (reflexief bewustzijn, zelfreflectie) werkt als een spiegel (weerspiegeling). Het is deze spiegel, het spiegelneuron, dat zorgt voor de golfbewegingen in de geschiedenis. Welke kant van de medaille, de aardse Tetrade (Standaardmodel, de gemanifesteerde werkelijkheid) of de hemelse Triade (ongemanifesteerde werkelijkheid), laten we overheersen? Alleen wanneer we ons meer met de Triade verbinden komt de beschaving een stapje verder. Meer opties zijn er niet en dat was al bij Pythagoras (De Gulden Verzen van Pythagoras) bekend.

Om het aardse met het hemelse te verbinden gebruikt de Theosofie het begrip Individualiteit, Carl Jung Individuatie en de filognosie Onpersoonlijkheid. Het gebruik van deze 'synoniemen' biedt een gemeenschappelijke achtergrond waardoor het mogelijk is de authentieke projectie van het Ken uzelve te doorgronden.

Hiërarchische deeltjestheorie (HDT): In het leven bewegen we ons tussen een materiële wereld en een spirituele wereld, een fundamentele dualiteit van leefwerelden. Als we een theorie van alles willen hebben, moeten deze werelden in deze hiërarchisch-structurele visie op de persoon en de materie, in dit nieuwe paradigma voor de wereldorde, worden gecombineerd zodat iedereen er een plaats in heeft, zodat een ieder gerespecteerd kan worden en conflicten daarmee beëindigd kunnen worden. De beide werelden hebben elkaar nodig en kunnen niet zonder elkaar bestaan, precies zoals de ruimte niet zonder de materie en de tijd kan bestaan en de oude natuurkunde het ook niet kan stellen zonder de antimaterie. Het geheel van de hiërarchische deeltjestheorie laat zich dan als volgt weergeven:


Vanuit een oerstof ontstaan we, maar we we keren er ook weer naar terug. Het zijn evolutionaire ideeën die terug te vinden zijn in de opvattingen van presocratische natuurfilosofen als Democritus (460-370-80 vChr.), bij de duitse romatische filosoof, de 'transcendentaal idealist' Friedrich von Schelling (1775-1854) en bij de franse theoloog en paleontoloog Pierre Teilhard de Chardin (1881-1955). Door die intelligentie van het zoeken van symmetrie met het materiële zonder dat de verscheidenheid van de materie wordt verloren - een verschijnsel wat je de organische wet zou kunnen noemen - hebben organismen hun bestaansrecht met een greep op de materie en bereikt de evolutie die zo met de persoon een volgende fase ingaat volkomenheid. In die volkomenheid vormt het levende wezen een binnen-buitenafgrenzing, een dipool van eenheid of tijdloosheid die staat tegenover de verscheidenheid of tijdelijkheid, een dipool die op basaal niveau al vanaf het begin van de schepping bestond. Het zelfbewustzijn wordt gevonden in een realisatieproces, het wordt niet geconditioneerd van buitenaf als een aanvulling op de materie. Er is dus wel degelijk een 'intelligent design' van een zich manifesterende spirituele antimateriestructuur volgens de HDT. De tegenstelling tussen de materie en de antimaterie was de eerste in de schepping.

Met oerstof of oersubstantie wordt in de filosofie de ultieme substantie aangeduid waaruit, waarin, en waardoor alles bestaat. Het is dat wat als ondeelbaar overblijft, indien men analytisch en deductief elke gekende substantie gaat opdelen tot in haar kleinste samenstelling. Omgekeerd kan men ook inductief ervan uitgaan dat aan de basis van alles een enkel oergegeven moet liggen. In de mythologie en in de religies wordt eveneens het concept oerstof in verschillende termen genoemd en mee behandeld. En ook de wetenschap blijkt er al lang naar op zoek. In al deze gevallen is wat men zoekt: de eenheid in de verscheidenheid.

Dr. Saskia Bosman Biogeometrie, DNA, Vormvelden en Resonantie:
De Engelse bioloog Rupert Sheldrake heeft de theorie van de morfogenetische (vormgevende of vorm-) velden ontwikkeld. Zodra een fysisch, (bio-)chemisch, biologisch of gedragsmatig proces voor het eerst plaatsvindt, wekt dit rond de gehele Aarde een energieveld op, dat het vanaf dat moment gemakkelijker maakt, datzelfde proces weer te doen plaatsvinden. Dit versterkt het morfogenetisch veld, waardoor het nog gemakkelijker wordt, enzovoorts. (8,9) Zouden deze, op de dodecaëder gebaseerde velden die de Phi-verhouding bevatten, ook morfogenetische velden kunnen zijn, en wel van onvoorwaardelijke, universele Liefde?

Jan Wicherink Ontheemde Zielen Ontwaken (p. 65):
Misschien wel het meest belangrijke onderwerp in de Heilige Geometrie is de Gulden snede. De Gulden snede is een speciale verhouding die wordt aangeduid met de Griekse letter d, Phi genaamd (spreek uit als fi).
Ze voldoet aan d = ½ * f5 + ½ = 1,618

Anna Lemkow: boek Het Heelheid Principe. Hoofdstuk 9. Over tijd en causaliteit, p. 220: ..mystieke toestand van bewustzijn is een toestand van bewustzijn die uitstijgt boven ruimte en tijd en toch ruimte en tijd omvat. Het lijkt zeker dat de vraagstukken van tijd en causaliteit alle vormen van denken omvatten en alle schijnbare tweedelingen, zoals denkvermogen en materie, de waarnemer en het waargenomene, wetenschap en kunst, wetenschap en de eeuwige wijsheid, innerlijke waarden en uiterlijke omstandigheden. Deze zullen ongetwijfeld onopgelost blijven tot het moment dat ze beschouwd worden in termen van een hoger verband, een diepere eenheid.
Hoofdstuk 10. De psi-vermogens: de relatie tussen binnen en buiten
223: Het denkvermogen/hersenen-vraagstuk heeft direct te maken met het onderwerp van de psi-vermogens.
226: Zonder twijfel is het de nieuwe fysica die de parapsychologie in een respectabeler licht heeft gesteld. Het idee van het ruimte/tijd-continuüm helpt ons om de tijd te zien als een ondeelbare heelheid die nu voor ons aanwezig is, met inbegrip van dat wat we beschouwen als verleden en toekomst. Etc.
227: Je kunt zelfs volhouden dat de psi-verschijnselen helemaal niet fantastischer zijn dan de verschijnselen van de quantumfysica of de relativiteit van ruimte en tijd.
228, Phoebe D. Bendit: Zintuigelijke vormen van waarneming trekken een grenslijn tussen subjectief en objectief, binnen en buiten… Een gelijksoortig onderscheid moet te zijner tijd ontwikkeld worden in het psychische organisme, zodat het individu het verschil kent tussen het produkt van zijn eigen denken en datgene wat buiten de sfeer van zijn persoonlijk denkvermogen bestaat.

Psi and phi type figurine.

H.P. Blavatsky boek De SLEUTEL tot de THEOSOFIE (p. 175/176):
Zoals al eerder gezegd (zie Isis Ontsluierd), kan de middelpuntzoekende kracht zich niet zonder de middelpuntvliedende kracht openbaren in de harmonische omwentelingen van de hemellichamen, en alle vormen en hun ontwikkeling zijn het produkt van deze tweevoudige kracht in de natuur. Nu is de geest (of buddhi) de middelpuntvliedende kracht en de ziel (manas) de middelpuntzoekende geestelijke energie; en om één resultaat voort te brengen, moeten zij in volmaakte eenheid en harmonie zijn.
Het persoonlijke leven, of misschien liever de ideële weerspiegeling ervan, kan alleen worden voortgezet als het in elke wedergeboorte of elk persoonlijk leven wordt geschraagd door de tweevoudige kracht, d.w.z. door de nauwe vereniging van buddhi en manas.

H.P. Blavatsky Geheime Leer Deel I Proloog (p. 45):
Het zal dus duidelijk zijn dat de tegenstelling tussen deze twee aspecten van het Absolute essentieel is voor het bestaan van het ‘gemanifesteerde Heelal’. Zonder kosmische substantie zou de kosmische verbeeldingskracht zich niet kunnen manifesteren als individueel bewustzijn, omdat bewustzijn alleen door middel van een materieel voertuig te voorschijn komt als ‘ik ben ik’. Er is immers een stoffelijke grondslag nodig om een straal van het universele denkvermogen in een bepaald stadium van ingewikkeldheid ergens op te richten. Evenzo zou kosmische substantie zonder kosmische verbeeldingskracht een lege abstractie blijven en er zou geen bewustzijn uit voortkomen.
Het ‘gemanifesteerde Heelal’ is dus doordrongen van dualiteit en deze is als het ware de essentie van zijn EX-istentie als ‘manifestatie’. Maar evenals de tegenovergestelde polen van subject en object, geest en stof, alleen maar aspecten zijn van de Ene Eenheid waarin ze tot synthese zijn gebracht, zo is er ook in het gemanifesteerde Heelal ‘dat’ wat geest aan stof, en subject aan object verbindt.
45/46: Dit iets, dat tegenwoordig onbekend is in het westerse speculatieve denken, wordt door de occultisten fohat genoemd. Het is de ‘brug’ waardoor de ‘ideeën’ die in het ‘goddelijke denken’ bestaan, als ‘natuurwetten’ worden afgedrukt op de kosmische substantie. Fohat is dus de dynamische energie van de kosmische verbeelding, of, van de andere kant beschouwd, het intelligente medium, de leidende kracht van alle manifestatie, de ‘goddelijke gedachte’ die wordt overgebracht en openbaar gemaakt door de Dhyan-Chohans, de architecten van de zichtbare wereld. Zo is ons bewustzijn afkomstig van de geest of de kosmische verbeelding; de verschillende voertuigen waarin dat bewustzijn wordt geïndividualiseerd en tot zelf- of reflectief bewustzijn komt, zijn afkomstig van de kosmische substantie; terwijl fohat in zijn verscheidene manifestaties de geheimzinnige schakel vormt tussen denkvermogen en materie, het bezielende beginsel dat ieder atoom tot leven prikkelt.
De Geheime Leer Deel I, Enkele vroegere theosofische misvattingen over planeten, ronden en de mens(p. 196):
‘Leid het leven dat noodzakelijk is voor het verkrijgen van die kennis en vermogens, en wijsheid zal vanzelf tot u komen. Steeds wanneer u in staat bent om uw bewustzijn af te stemmen op een van de zeven snaren van het ‘universele bewustzijn’; die snaren die zijn gespannen op het klankbord van de Kosmos en die trillen van eeuwigheid tot eeuwigheid; wanneer u ‘de muziek van de sferen’ grondig hebt bestudeerd, pas dan zult u geheel vrij zijn om uw kennis te delen met hen met wie dit veilig is.

H.R. Opdenberg Het oneindig gevarieerde heelal
De ene wetenschappelijke theorie beschrijft het heelal als toevallige rangschikkingen van blindelings voortbewegende deeltjes. Een andere, eveneens wetenschappelijk, noemt het universum een samenhangend organisme waarin elk deel de weerspiegeling is van al het overige, zoals een stukje van een hologram het hele beeld bevat. Het hologram: de beeldspraak is nieuw maar de gedachte is oud. De filosoof en wiskundige Leibniz zag, net als Pythagoras en Plato vóór hem, het heelal als voortbrengsel van talloze monaden, kernen van bewuste energie. Leibniz noemde ze ‘meetkundige punten’, om de nadruk erop te leggen dat het geen fysieke dingen zijn, maar centra van bedrijvigheid waar zelfs de indeling in geest en stof is verdwenen. Ieder van zijn monaden wordt gezien als een levende spiegel van de andere, zodat in elk de mogelijkheden van het universum verborgen liggen.
Zoals Heisenberg heeft opgemerkt, ‘het universum is een universum van deelgenootschap’. Wisselwerking is de sleutel. De eigenschappen en structuren van alle verschijnselen worden niet bepaald door eeuwig onveranderlijke stoffelijke deeltjes, maar door complexe wisselwerking in het weefsel van gebeurtenissen dat we natuur noemen. Reeds in de eerste decennia van de twintigste eeuw komen we uitspraken tegen die vooruitlopen op de komende trend. In zijn boek The Nature of the Physical World (1927) geeft de Engelse fysicus en astronoom A.S. Eddington aan hoe materie blijkt op te lossen in energiepunten en het best getypeerd wordt door de term ‘mind-stuff’. De wiskundige, fysicus en astronoom J.H. Jeans, en Max Planck, opsteller van de kwantumtheorie, beschouwen beiden bewustzijn als fundamenteel en materie als afgeleide van bewustzijn. Teilhard de Chardin vat het als volgt samen: ‘De moderne fysica is er niet langer zeker van of wat ze in handen heeft zuiver energie is, of zuiver gedachte.’ Veel onderzoekers komen tegenwoordig tot dezelfde slotsom als de mystici uit alle tijden.
In de 19de eeuw was het begrip ecosysteem nog onbekend; hoe sterk de verschillende organismen binnen een levend geheel van elkaar afhankelijk en in elkaars leven verweven zijn, was nog niet ontdekt. Niemand droomde over een ‘Gaia-hypothese’ die stelt dat de aarde zich gedraagt als een levend en zich aanpassend organisme (Lynn Margulis en J.E. Lovelock, 1977). Relaties, patronen van wisselwerking, bepalen de identiteit van elk deel.
Albert Szent-Györgyi, biochemicus en ontdekker van vitamine C, vergeleek het denkbeeld dat willekeurige mutaties de doeltreffendheid van de levende cel zouden kunnen verklaren met het idee dat je een precisieuurwerk zou kunnen verbeteren door het te laten vallen: ‘Om een beter horloge te krijgen, moet je alle radertjes tegelijk veranderen om opnieuw een passend geheel te vormen.’ De elektronenmicroscoop heeft een veelheid van subcellulaire organen onthuld, organellen genaamd, die ingewikkelde chemische handelingen uitvoeren op precies het juiste moment op precies de juiste manier, waarbij elk organel functioneert dankzij het functioneren van alle andere.

Het speelveld van de ziel manifesteert zich door het zelfbewustzijn. De ultieme blauwdruk van het leerproces (‘Avatar’, de oerbron) blijft in de schepping verborgen. Wel wordt persoonlijke informatie in het BOEK VAN HET LEVEN, de Akasha-kronieken opgeslagen.

Het projectiemechanisme (Spiegelsymmetrie) nader toegelicht:

Skandha’s
- Sankhara ('Geest en Lichaam', 'Mind & Body', 'en-en')
- Sañña (perceptie, 'of-of')
- Viññana (zintuigen)
- Vedana (voelen, 'of-of')
- Rupa (fysieke vorm)
Cecil Messer De Skandha’s – een kwestie van leven en dood
Dvayatanupassana Sutta Tweevoudige bespiegeling
Dvedhavitakka Sutta De twee soorten gedachten
Maha Satipatthana Sutta De grote toespraak over de vier fundamenten van indachtigheid

Wim van den Dungen: Metafysisch kunnen we speculeren over de mogelijkheid van een 'force active' (Leibniz), of 'entelechie' (Driesch), 'élan vital' (Bergson), 'vitaal principe' (Hahnemann), 'creativity' (Whitehead), 'morfogenetisch veld' (Sheldrake), 'etherisch dubbel' (theosofie), 'ch'i' (taoïsme), 'prâ a' (yoga) of 'vitale kracht'.

Henri Bergson: De wetenschap van de materie dient dan ook een onderdeel te zijn van de wetenschap van het leven, en niet omgekeerd.

Of je nu theïst of atheïst bent is voor de integrale denktrant het 5Ddenkraam niet echt interessant. De evolutie komt ook volgens de atheïst Daniel C. Dennett alleen een stapje verder wanneer aan de kwaliteit van het bestaan meer aandacht wordt besteed. In een interview in de Volkskrant van 3 mei 2008 stelt Daniel C. Dennett dat we moeten aandringen op kwaliteit. Hoewel je naar echte kwaliteit altijd moet zoeken. Dat is de Wet van Sturgeon: '90 procent van alles is gelul.'

Pascal Ploum Zo binnen, zo buiten Bespiegelingen en handreikingen voor de overgang naar de Mondiale Eenheid NoöSfeer
Dit boek wil inzicht geven in de relatie en de samenhang tussen uw eigen (innerlijke) leven en de wereld om u heen. Zoals een eeuwenoude uitdrukking al zegt:
Zo binnen, zo buiten.
Het boek wil bewustzijn bevorderen vanuit de overtuiging dat verandering en verbetering van de wereld eerst in jezelf begint.
Het boek bestaat uit een verzameling bespiegelingen over mens en maatschappij. Vanuit deze bespiegelingen wordt een balans opgemaakt waar we nu als maatschappij en als mensheid staan.
Vervolgens wordt ter inspiratie een alternatieve visie gegeven op de toekomstmogelijkheden die we als mens hebben: de Mondiale Eenheid NoöSfeer (MENS). Een visie die wil bijdragen aan de evolutie en het welzijn van een aardige, bezielde en duurzame samenleving.
Het laatste deel van het boek bestaat uit een aantal handreikingen om zelf als mens of organisatie met het noodzakelijke transformatieproces aan de slag te gaan. Het boek is op een intuïtieve manier tot stand gekomen. Het verdient aanbeveling het boek ook op deze manier te lezen; als een inspiratiebron en niet om deze wereld aan af te meten.
Over de schrijver
Pascal Ploum (1969) is geboren en woonachtig in Zuid-Limburg. Schrijven is een hobby en uitlaatklep. Rond zijn 30ste levensjaar is hij zich gaan verdiepen in zingevingsvragen, religie, spiritualiteit en filosofie. Deze aandrang kwam diep van binnen; vanuit een innerlijk verlangen om de wereld en de mens te begrijpen. Uiteindelijk leid-de deze zoektocht via onder andere oude gnostische en esoterische filosofieën naar een onverwacht punt.
De zoektocht naar de wereld kwam uit bij hemzelf. Dit boek is de (voorlopige) weerslag van dit nog steeds voortdurende levensproces.

Begrijpen is volgens Spinoza de dingen zien in hun ‘logische afhankelijkheid’. Jung noemde, een modaliteit die er eenvoudigweg is, zonder oorzaak, ‘acausale geordendheid’. Het begrip toeval wordt in verband gebracht met ‘logische afhankelijkheid’ en ‘acausale geordendheid’.

Cultuuroverdracht (juiste) heeft op de imitatie van Plato, een 'intelligent ontwerp' op basis van Waarheid, Schoonheid en het Goede betrekking en niet op intimidatie. Plato zet de natuurfilosofie in zijn werk Timaeus uiteen.

De definitie van het Reflexief bewustzijn biedt, net als de Allegorie van de grot van Plato of het Hologram-paradigma (Cultuur holografisch gespiegeld, Het holografische paradigma) een model om de spiegelwerking van de psyche, het bewustwordingsproces te verklaren.

Het hart, de ziel is een weerspiegeling van de anima mundi, het universele denkvermogen, de grote wereldziel. Het centrale basisprincipe is mens ken uzelve. Van de zeven chakra's (p. 9) is de vierde het hartchakra. De auteurs van Genesis schreven middels de wijsheid van het hart en niet met de kennis van het verstand. Het evolutionaire denken verklaart de verschijningsvormen, het hoe van het leven, daarentegen het evolutionaire voelen de verschijningsinhoud, het wat. Bij de snaartheorie gaat het om de kennis van het verstand. Het gaat niet om Genesis of Darwin. Het gaat namelijk om beide gezichtspunten, de complementariteit.

De Axis mundi (caduceus) is een mooi voorbeeld van de in – en uitspiralende torsiegolf in een vortexvorm.
De torus wordt als een multidimensionale vortex (vortex) opgevat. De lemniscaat illustreert de draaikolk stuctuur van de vortex. Het Reflexief Bewustzijn brengt als ware verschillende aggregatieniveaus van Ether, van statisch tot zeer dynamisch tot uitdrukking. De lemniscaat, de eeuwige wederkeer, symboliseert de wisselwerking, de reflectie tussen de macrokosmos en microkosmos.

De toekomst ligt in het verleden besloten (Zaaien en Oogsten). Wanneer je haat zaait zul je geen liefde oogsten. De evolutie van de mensheid (de gemanifesteerde werkelijkheid) op macroschaal, die op de psyche van de anonieme massa berust, creëert op aarde golfbewegingen (bv. Biogeochemische cyclus, Epigenetica, Conjunctuurgolf, Kondratiev-cyclus, op en - neergaande boog). Alles wat gebeurt, is altijd historisch. De geschiedschrijving (Akasha-kronieken) legt de macro evolutie vast. In elke cel van ons lichaam, en dat van andere levende wezens, bevindt zich een geweldig rijk archief. Het boek Mens tussen hemel en aarde van Willem Schulte Nordholt laat het euvel zien dat we nog steeds niet bereid zijn van de geschiedenis te leren. De geschiedenis is de vrucht van de innerlijke wereld. Maar is het wetenschappelijk bezien interessant dat door ‘trial and error’ bestuur het wiel steeds opnieuw wordt uitgevonden?
De opwaartse - en neerwaartse spiraaldynamiek brengt de eeuwige terugkeer van Friedrich Nietzsche tot uitdrukking.
Voor Alpha en Omega, die door een punt worden gesymboliseerd, is er maar een route.
Het is mogelijk de éne werkelijkheid vanuit een nieuw gezichtspunt te belichten. Het rapport 'E i V' wil aantonen dat de kwintessens van het verhaal echter gelijk blijft. De structuur van de eeuwige wederkeer impliceert een Droste-effect. Dit proces van zelfverwijzing heet recursie (chaostheorie).
Om de spiraalwerking te verklaren biedt, net als het boek Het spiegelende brein van Marco Iacoboni, de fractale zelfgelijkvormigheid een handvat.
Het is het zelfbewustzijn, het reflexieve bewustzijn dat mensen kenmerkt.
Reactie van Jules Ruis naar aanleiding van mijn vraag Is zelfgelijkvormigheid een eigenschap die zelfbewustzijn mogelijk maakt?
Jules Ruis veronderstelt dat het ontstaan van elementen in de natuur (net zo als dat pixeltje op het scherm) door bepaalde informatie wordt aangestuurd. De opgeslagen informatie heeft naar zijn mening iets met genen, memen en zelfbewustzijn te maken. Het samenspel van genen en memen noemt hij het speelveld van de ziel. Er zouden dan bijvoorbeeld ook gemen kunnen bestaan.

Marco Iacoboni verwijst in zijn boek Het spiegelende brein in het hoofdstuk Hersenpolitiek (p. 210) naar het onderzoek van Alan Fiske. Alan betoogt dat deze vier elementaire relationele structuren en hun varianten de basis vormen voor alle sociale relaties onder alle mensen in alle culturen.
p. 127: Filosofische en ideologische posities die met name in onze westerse cultuur gangbaar zijn hebben ons blind gemaakt voor de fundamenteel intersubjectieve (Jurgen Habermas) aard van onze hersenen.
p. 128: Met het experiment van Jonas was aangetoond dat spiegelneuronen coderen voor meerdere ‘ik-geralateerde’ prikkels en werd bevestigd dat ze een belangrijke rol vervullen bij zelfherkenning (en bovendien bij een tamelijk abstracte manifestatie van het zelf).
p. 129: Samen met de theoretische beschouwingen uit het begin van dit hoofdstuk doen al deze gegevens vermoeden dat spiegelneuronen van belang zijn voor mijn analogie van de medaille met de twee zijden, waarin de ene zijde het zelf is en de andere zijde … eh… de ander.

Het mechanisme van de evolutie, de co-reflectie van Teilhard de Chardin draait in de kern om co-creatie, culturele innovatie. De integrale groei van het bewustzijn van de mens, het bewustwordingsproces bestaat uit de uitwisseling tussen het vrouwelijk en het mannelijk, tussen 'Chaos, Gaia en Eros' en het 'Goede, Ware en Schone', tussen 'Chaos-Theos-Kosmos' en 'Goden-Monaden-Atomen', tussen materie en geest, tussen lagere en hogere Triade, tussen chaos en harmonie, tussen navel (Epithumia) en hart (Thumos), tussen begin en het einde, tussen Alpha en Omega.

André Wierdsma Co-creatie van verandering, Samenvatting:
In een wereld die wordt gekenmerkt door pluriformiteit en verandering, wordt organiseren op basis van beheersing en externe besturing steeds problematischer. Als organiseren op basis van meer van hetzelfde niet werkt, hoe kan dan het andere worden ontwikkeld? Organiseren op basis van interne sturing, zelforganisatie en samen leren en creëren. Het wordt steeds belangrijker om in wisselende samenwerkingsverbanden te kunnen werken: organiseren met behoud van diversiteit.
Wat is nodig om patronen te doorbreken? Hoe bepaal je wat beter is, in een qua betekenis meervoudige wereld? Aan welke condities moet een context voor co-creatie voldoen? Welke ondersteuning is nodig om een proces van collectief leren te realiseren? Hoe ontwikkel je de competenties om met elkaar verschil te kunnen hanteren?
Dit boek is een reflectie op jarenlang werken met de weerbarstigheid van oude patronen in denken en handelen van managers en organisaties. Het heeft geresulteerd in een begrippenkader over hoe mensen kennis ontwikkelen, organiseren en hoe ze met elkaar kunnen leren. De ontwikkelde methodiek is gericht op het verhogen van de competentie van mensen om samen patronen in denken en handelen te veranderen.

Het is wenselijk een nieuw beeld te vormen van wat we verstaan onder vooruitgang en het civilisatieproces, de kwaliteit, de waarden en normen van het bestaan. De Nobelprijswinnaar V.S. Naipaul stelt in zijn roman Magic Seeds opnieuw aan de orde: het verval van beschavingen die kennelijk aan het einde van hun levenscyclus zijn gekomen (bv. Wim Bossema Volkskrant 4 september 2004).

====

Samenvatting ('Geest en Lichaam', 'Innerlijk en Uiterlijk', 'Individueel en Collectief')

De essentie, de kwintessens in het oeuvre van Teilhard de Chardin draait er om, dat liefde de sleutel tot alle eenheid is, Agapé Love vs. Conditional Love is.

De kwintessens van het rapport 'E i V', het Meta-leren berust op het bewustzijn van bewustzijn (helicopterview, Top down perspective).
Het innerlijke bewustzijn (zelfbewustzijn, reflexief bewustzijn, bewustzijn van bewustzijn) is een levenscyclus (Huwelijksquaterniteit) die in het universele bewustzijn ligt besloten. Bewustzijn manifesteert zich door een levenscyclus. Er bestaat niet alleen bewust en onbewust, maar ook het verschijnen en verdwijnen van het bewustzijn. De manifestatie van het bewustzijn is continu aan verandering onderhevig. Geesteswetenschappen leggen op het innerlijke universum de nadruk.

De éne werkelijkheid, de eeuwige wederkeer beweging drukt de eenheid uit. Teilhard de Chardin: Alles divergeert en moet ook weer convergeren, zich samensluiten. Het bewustwordingsproces bestaat uit de uitwisseling tussen het vrouwelijk en het mannelijk, tussen 'Chaos, Gaia en Eros' en het 'Goede, Ware en Schone', tussen de lagere en de hogere Triade, tussen chaos en harmonie, tussen materie en geest, tussen begin en het einde, tussen Alpha en Omega.

Het bewustwordingsproces bestaat uit de uitwisseling tussen het vrouwelijk en het mannelijk, tussen 'Chaos, Gaia en Eros' en het 'Goede, Ware en Schone', tussen de lagere en de hogere Triade, tussen chaos en harmonie, tussen materie en geest, tussen begin en het einde, tussen Alpha en Omega.

In verband met de Openbaringen 1:8 kan ook verwezen worden naar het werk, het heelheidsstreven van de jezuïet Pierre Teilhard de Chardin. De mens is volgens Teilhart op weg naar een steeds hechter wordende sociale eenheid, die in de holistische cultuur tot uitdrukking wordt gebracht. Het punt Omega valt samen met de toestand van de door Christus verloste mensheid. Omega staat voor Christogenese, het geheel van schepping en verlossing, de heilige Drie-eenheid.

Het globale brein (Engelse versie) is een speculatief concept in o.a. transhumanistische kringen, filosofie en mystiek ('sciencefiction'?), vergelijkbaar met (dan wel verwant aan) het concept van de noösfeer van respectievelijk Vladimir Vernadsky en Teilhard de Chardin, de Akasha-kronieken (waar o.a. Rudolf Steiner en Edgar Cayce te rade beweerden te gaan) en het "Akashic field" van de Hongaarse wetenschapsfilosoof Ervin László. Het begrip als zodanig werd in 1982 voor het eerst gebruikt door Peter Russell in zijn boek The Global Brain (video).
Stanislav Grof Evidence for the Akashic Field from Modern Consciousness Research.

Afhankelijk van het gezichtspunt kun je spreken over numen, memen (Dawkins), mind stuff, Weltstoff (Teilhard de Chardin), levensatoom, oerstof en nomen. De vraag is of dit punt voor de éne werkelijheid echt relevant is. De éne werkelijkheid is dat het universum in het menselijke bewustzijn wordt weerspiegeld. De éne werkelijkheid, de reflecties van de metafysica op de werkelijkheid vormen een samenhangend symmetrisch geheel. De mens als middelpunt tussen microkosmos en macrokosmos, binnenwereld en buitenwereld, op het snijpunt tussen verleden en toekomst. De éne werkelijkheid maakt het mogelijk het verschijnsel mens te verklaren.

De algeest van Freek van Leeuwen komt met de All-geist van H.P. Blavatsky en de allesdoordringende levenskracht , de Weltstoff van Teilhard de Chardin en de Alkahest van Paracelsus overeen (Allgeist. See ALKAHEST). De natuurfilosofie verbindt de fysica met de metafysica, de geestkunde. Een ommekeer in het denken ontstaat wanneer de natuurfilosofie in de geest van The Advancement of Learning van Francis Bacon weer centraal komt te staan.

Het rapport 'E i V' gaat er vanuit dat wanneer je 'Iemand kunt raken in het hoofd, in het hart' (Hoofd, Hart en Onderbuik) het voor mensen op aarde wel degelijk iets uitmaakt.
Hoofd, Hart en Onderbuik: Er moet hier onderscheid worden gemaakt tussen wat van het hoofd is (ratio, cultuur), wat van het hart is (gevoelens, intuïtie) en wat van de buik is (begeerten, verlangens, het primitieve beest). Theu Boermans is in zijn
valkuil, het te veel van het goede terechtgekomen. Hij hanteert de stelregel wie zonder zonde is werpen de eerste steen. We zijn echter allemaal acteurs en spelen bewust of onbewust onze rollen op aarde. Het levenstoneel op aarde ligt vast (behoud van energie), maar desondanks heeft de mens de vrijheid om naar eigen individuele wensen en verlangens aan het wereldtoneel deel te nemen. De manier waarop we onze rol in het rollenspel invullen wordt vooral beïnvloed door het script dat aan onze rol ten grondslag ligt. Of met andere woorden de cultuur waardoor ons gedrag wordt bepaald.

Zowel Teilhard de Chardin als Václav Havel laten zien hoe het vraagstuk van de grotere tweedeling, het marktfundamentalisme van George Soros in de maatschappij kan worden opgelost.

Het rapport ‘E i V’ geeft een nieuw perspectief op een oud vraagstuk. Primair gaat het om de kwaliteit van het recept, de Nieuwe levensrichting, het AOS-concept, BON, het Vierde Model of het Nieuwe Denken. Het rapport ‘E i V’ beoogt net als deze 'probleemgestuurde' modellen probleem en oplossing dichter bij elkaar te brengen. We zitten in ons eigen wereldbeeld gevangen. Het outside the box-denken (bovenzinnelijke waarneming) komt centraal te staan.

Om homeostase, het fenomeen van de wederkerigheid te verklaren kunnen de begrippen numen, memen, mind stuff, wereldstof (Weltstoff, oerbron, levensatoom, levenskracht, oerstof, scalaire veld) of nomen een handvat bieden. Ook al zouden we stofjes ontdekken die voor het terugkoppelingsmechanisme verantwoordelijk zijn dan verandert daarmee nog niet de éne werkelijkheid. De oorsprong der dingen, de oerbron (alfa), de keerzijde van de medaille, Ding an sich van Kant blijft vrijwel geheel voor ons verborgen.

De Axis Mundi symboliseert de wederkerigheid (enantiodromie) tussen hemel en aarde. Wederkerigheid verbindt het tijdelijke karakter van het leven op aarde met het eeuwige tijdloze van het leven, de eeuwige wederkeer in het universum. Wederkerigheid heeft, op de wisselwerking (enantiodromie), op de relatie tussen Geest en Lichaam (psychomaterie, 'Immateriële- en Materiële wereld'), op het spanningsveld Idealisme en Materialisme betrekking.

De twee soorten ervaringen waar Prigogine naar verwijst hangen samen met de kloktijd en de psychologische tijd van Claudia Hammond, de kloktijd en innerlijke tijd van Joke Hermsen, met Chronos en Kronos van H.P. Blavatsky, chronologische en psychologische tijd van Krisnamurti en Rohit Mehta, de standaardtijd en psychologische tijd van René Meijer en met de relatieve en absolute tijd, de tijd en eeuwigheid in het rapport ‘E i V’.

De geschiedenis laat een diversiteit aan innovatieve, interdisciplinaire grenswetenschappers zien.

Tenslotte verbindt Teilhard zijn idee van Christus-Omega met de theologie over de kosmische Christus van Paulus en Johannes. Christus wordt door Paulus beschreven als de Verlosser, niet alleen van de mensen, maar van de hele schepping, want: "de hele schepping zucht in barensweeën".

François-Albert Viallet Zwischen Alpha und Omega, Das Weltbild Teilhards de Chardin - Glock und Lutz (p. 42):
Een boek als Les trois matières (de drie materiën) van Stéphane Lupasco op de schrijftafel van Teilhard (om slechts een markant voorbeeld uit de laatste jaren te noemen), zou de vorm van zijn geschriften op essentiële wijze veranderd hebben…
Met name in de slotconclusie, De mythe van de toekomst komt het werk van Stéphane Lupasco (p. 251-75) ter sprake.
264: Voor Lupasco staat de affectiviteit geheel op zichzelf, zonder basis en buiten elke logische betrekking tot de wereld. Bij een dergelijke absolute waardebepaling klinkt naar onze mening iets door van datgene, wat de negatieve theologie, wat Plotinus en Meester Eckhart over God verklaarden, van wie uiteindelijk slechts één ding overblijft, namelijk de zuivere spontaneïteit (opmerking: Transformation theory, Music theory, Quantum mechanics of hogere Zelf in de theosofie).
266: Denken we bij wijze van vergelijking aan Lupasco’s theorie van de menselijk psyche, die we immers kunnen controleren. Inderdaad is slechts daar, waar bipolariteit, tegengesteldheid, antagonisme heerst, en wel – dit is van essentieel belang – in de juiste verhouding, in evenwicht, de psyche ‘normaal’en levend. Verder zouden wij willen zeggen: ook geluk is geen eenzijdig, zichzelf opheffend gevoel in ons, maar – ieder van ons weet het uit zijn eigen beleving van de liefde – een soort stroom, een stromen tussen ja en neen, tussen pijn en lust. Gelukkig zijn betekent niet niets meer te wensen hebben, maar het houdt een hoge innerlijke spanning in, niet een totale vervulling.
Transponeren we deze realiteit op de kosmologie, die we voor onszelf opbouwen, dan zullen we zien, dat we thans nog pas aan het begin staan van een keerpunt in het denken, dat begonnen is met een Teilhard en een Lupasco.
275: psychische materie Een op zichzelf paradoxale, tegenstrijdige uitdrukking. Door St. Lupasco gebruikt in samenhang met zijn theorie van de drie materiën. Het betreft hier niet de materie in de gebruikelijke zin, maar de aanduiding van krachtcentra, die op het psychische, het geestelijke gericht staan.

David Bodanis E=MC2 de biografie van de formule die de wereld veranderde, recensie:
Het jaar 1905 is vaak het ‘wonderbaarlijke jaar’ van Einstein genoemd, toen hij zijn rapport publiceerde over de Brownse beweging in vloeistoffen, zijn relativiteitstheorie en zijn vergelijking E=mc2. Kort samengevat betekent de vergelijking dat energie en massa twee aspecten zijn van hetzelfde onderliggende feit (of liever, gebeurtenis).

Materie-bewustzijn van Teilhard heeft op het universele bewustzijn (’Energie en Materie’) betrekking. Zonder geest (bron: 'Energie') bestaat er geen bewustzijn en zonder 'Materie' (voertuig) geen bewustzijn. 'Geest en Materie' horen bij elkaar als de twee kanten van één medaille, die door de Bewustzijnsschil, het 5Ddenkraam (etherisch dubbel) met elkaar worden verbonden. Het etherische dubbel (Negative entropy, Ectoplasm) is de blauwdruk waarnaar het fysiek lichaam gebouwd is. Men moet begrijpen dat de fysieke vorm van de mens niet eenvoudigweg geschapen wordt door de wisselwerking van fysische faktoren.

Begrijpen, het zoeken naar waarheid hangt met het probleem van het ego samen. In het rapport ‘E I V’ staat religie in het bijzonder voor levenskunst, de moraal van het verhaal. Er kan wel degelijk van een zelfreinigend vermogen worden gesproken, twee kanten van één medaille, twee convergerende lijnen die op diverse bewustzijnsniveaus, zowel op microniveau (individueel), als op macroniveau (collectief), bij elkaar kunnen komen.

Het individuatieproces van Carl Jung sluit bij de ommekeer, een paradigmawisseling in het denken aan:

Elke medaille heeft twee complementaire kanten, die door de spiegelsymmetrie, het projectiemechanisme tot uitdrukking wordt gebracht. De eenheid der tegendelen is het basisingrediënt in het rapport ‘E i V’. De eenheid der tegendelen brengt echter ook een tegenstelling tussen twee polen, de keerzijde tot uitdrukking. De éne werkelijkheid bestaat uit paren van tegenstellingen, ‘hemel en aarde’, ’evolutie en involutie’, 'onbewuste en bewuste', ‘collectieve en individuele' onbewuste. Het gaat er om in de menselijke geest zowel het bewuste als het onbewuste te overstijgen. De complementariteit bestaat op aarde, maar niet bij God (Ain-Soph) in de hemel. Uiteindelijke kan het individuele bewustzijn de ware aard van het universele, kosmische, non-lokale bewustzijn niet kennen.

De gemanifesteerde werkelijkheid staat tegenover de ongemanifesteerde werkelijkheid, de macrokomos tegenover de microkosmos, materie tegenover energie. Het gaat om de vraag hoe kunnen wij nu de 'energie' transformeren, het gaat om flux en transformatie.

De memen van Richard Dawkins lijken verdacht veel op de eerder door Carl Jung geformuleerde evolutionaire mechanisme numen van noumenon, van datgene wat boven alle fysieke waarneming uitgaat, wat weer met de acausale geordendheid samenvalt.

Behoudswetten en bijbehorende symmetrieën beschrijven de transformaties tussen 'Energie en Materie'.

Zowel Blavatsky, Jung als Teilhard de Chardin laten los van elkaar zien dat er in het universum een vormgevend principe zit verscholen.

Teilhard de Chardin en Carl Jung, tijdgenoten van Blavatsky, zien de mens ook als een microkosmos van de universele macrokosmos. H.P. Blavatsky beschrijft Kosmos en mens, respectievelijk de macrokosmos en microkosmos in de Delen I en II van De Geheime Leer. De beide boeken dragen als ondertitel: ‘De synthese van wetenschap, godsdienst en wijsbegeerte’.
In het informatie registrerende en overdragende Akasha-veld (‘In-formatie’) van het universum worden de correlaties tussen de micro - en macrokosmos tot stand gebracht. Het is de psyche van elk individu dat aan de 'Kwantumshift in het wereldbrein' kan bijdragen.

De natuurlijke ethiek van Spinoza hangt met de 4e dimensie, de co-reflectie van Teilhard, het projectiemechanisme van Jung en de weerspiegeling van Blavatsky samen.

A.E. Powell has compiled observations on the Etheric Double (or Subtle body) and related phenomena which first had first appeared in other works, mainly those by Charles Webster Leadbeater and Annie Besant.

Alexander Men: Over Teilhard de Chardin (p. 30):
Daarom zijn voor Teilhard “de religie en de wetenschap twee onlosmakelijk met elkaar verbonden zijden of fasen van een en hetzelfde volledige kengebeuren, dat alleen het verleden en de toekomst van de evolutie zou kunnen omvatten“.

Ervin Laszlo boek Kosmische Visie Wetenschap en het Akasha-veld (p. 50/51):
Als twee of meer torsiegolven op elkaar inwerken, integreert het daaruit voortvloeiende interferentiepatronen (interferentiepatronen) de informatie van alle deeltjes in het geheel. We kunnen eenvoudiger en zinvoller - zeggen dat de vortices informatie registreren over de toestand van de deeltjes waardoor ze werden gecreëerd, terwijl het interferentiepatroon de informatie registreert over het totaal van de deeltjes wier vortices elkaar hebben ontmoet.
105: Stanislav Grof stelde vast dat veel mensen in ingrijpend veranderde bewustzijnstoestanden een vorm van bewustzijn ervaren die dat van het universum zelf lijkt te zijn. Deze hoogst opmerkelijke veranderde toestand treedt op bij mensen die zich met hart en ziel wijden aan de taak om de ultieme gronden van al het bestaande te begrijpen.

Ervin Laszlo en Jude Currivan boek KOSMOS een integrale visie op de wereld (p. 112):
Een andere onderzoekspionier op het gebied van het menselijk bioveld is de biofysicus Fritz-Albert Popp. Samen met zijn collega’s van het International Institute of Biophysics onderzocht Popp jarenlang een ander aspect van het bioveld, bestaande uit de emissie van licht (biofotonen).

Volgens Ervin Laszlo is het kwantumvacuüm de oerbron van geest en materie. Het concept ‘in-formatie’ van David Bohm wordt gebruikt om de structuur, de relaties tussen beide te beschrijven. Het begrip ‘in-formatie’ licht Ervin Laszlo in zijn boek Het Akasha-veld, Verbinding en geheugen in kosmos en bewustzijn (p. 67) toe. Sri Aurobindo: ‘Alles is bewustzijn (…). Op verschillende niveaus van zijn eigen manifestaties is dit universum een graduatie van bewustzijnsniveaus (p. 111)’.

De lus van Robbert Dijkgraaf kan met de merkwaardige lus van Douglas Hofstadter worden vergeleken. In het rapport ‘E i V’ wordt in plaats van lus het begrip lemniscaat, de oneindige kringloop (Blavatsky: de absolute eeuwige universele beweging of trilling, svabhavat, ‘de veranderlijke uitstraling van de onveranderlijke duisternis, die onbewust is in eeuwigheid’) gebruikt. Het mysterie blijft dus uiteindelijk bestaan. Blavatsky geeft een oplossingsrichting aan.

De quintessens van het verhaal is dat om een duurzame samenleving te creëren er maar een pedagogische hoofdroute is. Er is een radicale ommekeer in het denken nodig om ons weer met de oerbron te verbinden. Met het inzicht dat 5D-concept (5Ddenkraam) biedt is het wel mogelijk de levenscycli op aarde beter te beheersen. Het geeft aan op welke wijze synthese kan worden bereikt. Het accent ligt in het rapport ‘E i V’ niet specifiek op het systeemdenken, de levenscycli op aarde, maar op het 5e element, de blauwdruk achter de levenscycli. De teloorgang van de materiële wereld kan door de geestelijke wereld, het integrale denken (kringloopdenken) worden opgelost. De 5e dimensie draait om het bewustzijn van het bewustzijn, het meta-bewustzijn, het universeel bewustzijn, het non-lokaal bewustzijn. Maar dat we de éne werkelijkheid volledig kunnen beheersen zal altijd een illusie blijven.

De modelcyclus, het multidimensionale verklaringsmodel verbindt de aardse kringloop met de hemelse kringloop en vertoont afwisselend kenmerken van het onderzoeksproces en van het ontwerpproces.
De lemniscaat die de horizontale cirkel met de verticale cirkel verbindt, symboliseert de schakel tussen de bewust en onbewust ervaren werkelijkheid. Het is dus mogelijk het discursieve kringloopdenken met behulp van de lemniscaat te visualiseren.

Het etherische dubbel is de verdeler van de levensenergie (levensatoom) die door de zon wordt voortgebracht en die het prana van het fysieke gebied vormt. Laten wij hier opmerken dat prana op elk gebied voorkomt, er is astraal prana, mentaal prana enzovoort, want prana is het leven, het levensprincipe, een soort “bewuste energie”, die op elk gebied het bewustzijnsaspect verbindt met het energie-aspect.

Door het proces op aarde in omgekeerde volgorde te laten verlopen is het mogelijk het onderbewustzijn met de kennis van het hart te beïnvloeden, naar de Monade, het natuurlijke bewustzijn, de ‘natuurlijke selectie’ terug te keren. Het integrale en ... en denken maakt een heerlijke, vreedzame wereld mogelijk. Door het Kali Yuga, het Duistere Tijdperk achter ons te laten.

Wie het Ene kent, heeft alles volbracht. Wie het Ene kent, kent alles. Wie het Ene niet kent, is niet in staat om wat dan ook te kennen. De Tao openbaart zich voor alles in het Ene. Als we het kunnen bewaren, is het Ene aanwezig; als we het verwaarlozen, gaat het verloren. Er naar streven brengt geluk, het de rug toekeren ongeluk. Zij die het weten te bewaren kennen een geluk zonder grenzen, maar van hen die het verliezen verdort het leven en raken de energieën uitgeput. Heraclitus (ca.500 v.Chr.): ‘Alles stroomt en niets blijft’. Dat is een prachtig beeld van het menselijk leven.

De ‘Law of One’ heeft op het universele ordeningsprincipe karma ‘Er is niets nieuws onder de zon’ (Zaaien en Oogsten, Geven en Ontvangen), de 2e grondstelling betrekking. Het gaat in het kwantumvacuüm om de virtuele scheidslijn tussen twee polen (syzygieën), het aardse en het hemelse, tussen dharma en karma, waarvan Dharma buiten de bestaanssfeer van de wereld der tegenstellingen ligt, de Éne werkelijkheid . Het draait primair om de geestelijke wederhelft of Syzygos.

Bram Moerland: Gnosis en Christusbewustzijn Wij hebben als mens twee naturen.
Er is hier een grote verwantschap met het boeddhistische begrip 'boeddha-natuur'. Elk mens, alle wezens en alle dingen hebben boeddha-natuur, leert het boeddhisme. Het spirituele pad van het boeddhisme heeft als doel het bewustzijn van de individuele mens te verenigen met zijn eigen boeddha-natuur, die tegelijk ook de boeddha-natuur is van de ganse werkelijkheid.
Precies zoals in het boeddhisme wordt verteld dat een mens die de boeddha-natuur in zichzelf heeft gerealiseerd, tegelijkertijd ook de innerlijke vereniging met de boeddha-natuur van de ganse werkelijkheid zal ervaren, zo leert de gnostiek dat kennis van het zelf tegelijkertijd ook kennis van het Al is: Wie zichzelf kent, kent het Al.

Carl Jung gaf aan het punt waar de fysische wereld en de psychische wereld samenvallen de naam Unus Mundus. Het gaat er om de materiële en de immateriële wereld, de rationele en de irrationele kant van een persoon met elkaar te verbinden. Uit het mensbeeld van Jung blijkt duidelijk de relatie met het Hindoe-denken, waarbij Atman als maya (illusie, oneigenlijk) moet opgaan in Brahman of wereldziel.

Het rapport 'E i V' biedt een raamwerk om aan het verbinden van de geesteswetenschappen en de natuurwetenschappen een steentje bij te dragen. Het brengt de reciprociteit tussen de microkosmos en macrokosmos in beeld. Teilhard de Chardin laat net als het Boeddhisme zien hoe probleem en oplossing met elkaar zijn verbonden.

Het is wenselijk de tweespalt tussen de natuurwetenschappen en geesteswetenschappen te verkleinen. Vastgeroeste denkpatronen te doorbreken. Het domein van de materie met die van de energetische processen te combineren. Een ruimer denkmodel is nodig om op creatieve wijze (ideatie) de wereldvraagstukken op te pakken. Het zijn in het bijzonder de grenswetenschappers met een holistische visie die de samenleving een stapje verder brengen. Uiteindelijk draait het om de vraag welke leraar geeft je echt inspiratie?

Mirra Alfassa laat zien er is niets nieuws onder de zon. Het 'ziel-type' van Mirra Alfassa (p. 334) heeft op de verborgen perpetuum mobile (levensenergie), het zelf-eon van de fysicus Jean Emiel Charon betrekking. Het ziel-type komt individueel of als groep overeen met het dharma der dingen. Soms noemt men het ook de waarheid van de dingen, van ieder ding. 'Leven - Licht - Liefde' (p 349) komt met het ‘Geest = Licht = Creativiteit’ in het boek Hebben wij een ziel? Zo ja, waar dan? (p. 43 en hoofdstuk 16 p. 291) van Gerrit Teule overeen.

De verborgen 5e dimensie speelt zowel een rol bij reciprociteit als bij synchroniciteit. Het maakt een verbinding met het eenheidsbewustzijn, het collectieve, kosmische en universele bewustzijn van deze planeet mogelijk. Het verruimen van het bewustzijn wordt in het rapport ‘E i V’ aan de hand van het Reflexief Bewustzijn toegelicht. De verborgen 5e Dimensie toont de extra-dimensie van Teilhard.

De monaden van Leibnitz (psycho-fysisch parallellisme) lijken verdacht veel op de eonische tijdruimten of psychons van John Eccles. Een veelbelovende kandidaat voor het psychon van John Eccles is het majorana fermion - 'Het is half God, half duivel' (Demon est deus inversus) - van Leo Kouwenhoven (interview Elsevier 21/28 december 2013).

In plaats van de mentale eenheid psychon past René Meijer in zijn hiërarchische deeltjestheorie (HDT) de integron toe.

Quasideeltjes zijn een nieuwe categorie deeltjes, die het wellicht mogelijk maken de hypothese van het bestaan van Aions - Aeonen - Eonen, holon - psychon - integron te duiden, om dus op langere termijn het inzicht in Akasa te verdiepen. Maar het terrein van de verborgen 5e dimensie ('Waarnemer = Waargenomene'), de Kwintessens blijft een complex vraagstuk, waarvoor de hypothese ‘Geest = Licht = Creativiteit’ geldt. Het meditatie-diagram van Blavatsky maakt het mogelijk 'Waarnemer = Waargenomene', de dualiteit op te heffen. De disidentificatie oefening van Roberto Assagioli is op het meditatie-diagram van Blavatsky gebaseerd. Meditatie is geen middel tot een doel. Zij is beide, ‘Middel en Doel’, ’Vorm en Inhoud’, het ‘Hoe en Wat’ (reciprociteit).

Het probleem van het ego (twéé kanten van een medaille), de Unificatietheorie omvat al de Theorie van alles, de oplossingsrichting, die in De Geheime Leer van Blavatsky wordt uitgewerkt.

De unificatietheorie impliceert dat er maar een 'Hoofdroute' is. Deze route sluit op het evolutionair ontwikkelingsmodel en op de nieuwe levensrichting van Spinoza aan. De 'hoofdroute', het hoe wordt aan de hand van de Bewustzijnsschil' geïllustreerd. Hoe deze schil tot stand is gekomen wordt in de bijlage Unificatietheorie, thema 6 Integrale visie toegelicht. De matrixstructuur, de 5 bij 5 matrix van de 'Bewustzijnsschil'.

Het ‘Pad der Linkerhand’, het ‘ieder voor zich’ laat zien dat de mens door het maken van verkeerde keuzes zelf verantwoordelijk is voor het kwaad. Het collectief onbewuste van Carl Jung geeft de feedback om bij te leren.

De financiële sector heeft zich zodanig opgeblazen, dat een totale schijnmarkt is gecreëerd. De pensioengelden verdwijnen uiteindelijk rechtstreeks in de zakken van de speculanten. Er is een negatieve meerwaarde ontstaan. Het heeft een collectieve welvaartsvermindering tot gevolg.
Het evenwicht van de wereldhandel is danig verstoord. Wereldwijd is de invoer van alle landen gelijk aan de uitvoer van allen. Export levert harde valuta op. Bij import gaan die juist het land uit. Exportbedrijven worden door overheden zoveel mogelijk gestimuleerd.

In het onderzoeksrapport 'E i V' heeft het emancipatieproces (begeleidingskunde), de ’Hoofdroute’ betrekking op de Gulden middenweg van balancerend - en authentiek leiderschap, op het Rechterpad. Het biedt een oplossing voor het menselijk tekort. De levenskiem, het beginsel van de enantiodromie van Carl Jung is nog steeds werkzaam.

De PvdA plaatst in het nieuwe beginselprogramma vrijheid boven gelijkheid en solidariteit. Een typisch liberaal beginsel is de vrijheid van het individu. Daarentegen verklaart links zich van oorsprong solidair met de zwakkere groepen in de samenleving. Gelijkheid, emancipatie vaak via spreiding van ’Geld, Kennis en Macht’ brengt de relatie, het spanningsveld tussen het individuele en het collectieve tot uitdrukking. Door vrijheid boven gelijkheid en solidariteit te stellen positioneert de PvdA zich als centrum rechtse middenpartij.

De overheid heeft sinds de tachtiger jaren daadkrachtig aan het stimuleren van een schijnmarkt meegewerkt. De overheid is blijkbaar niet op de hoogte dat een manager iets anders is dan een ondernemer. Een manager past hooguit op het winkeltje. Een ondernemer anticipeert en innoveert om zijn markpositie te verbeteren. De vraag is dan natuurlijk wanneer neemt de overheid haar collectieve taken weer echt serieus? Alleen door het volk daadwerkelijk bij de plannen van de politieke elite te betrekken zijn veranderingen mogelijk. In de sectoren waar de overheid een duidelijke vinger in de pap heeft zoals het onderwijs en de zorg zou daarmee een begin kunnen worden gemaakt. Uiteindelijk draait het om de herkenbaarheid van de kleur van de ideologische veren. In plaats van een passieve overheid is het wenselijk dat de overheid actief bij maatschappelijke veranderingen betrokken is. Er zijn te veel carrière politici die zich met gebakken lucht, met schijnoplossingen bezig houden. De zelfgenoegzaamheid bij de politieke elite heeft zo’n vlucht genomen dat Geert Wilders die zich niet aan de versleten voor wat hoort wat, de twee handen op een buik politieke spelletjes comformeert direct de handen op elkaar krijgt.
Slechts langzaam dringt het tot politici door dat om orde te scheppen in het economische verkeer, het prijsmechanisme, de onzichtbare hand van Adam Smith in het publieke domein niet goed werkt. Is dit echter geen open deur, het vrij internationaal handelsverkeer versus centraal geleide economieën, individuele sturing versus centrale sturing? Dat de elite er beter van wordt wil nog niet zeggen dat het goed is voor het volk. Wat het individu voor zichzelf aantrekkelijk vindt behoeft nog niet goed te zijn voor het collectief.

In Nederland is de situatie gegroeid dat de hoogwaardigheidsbekleders die in de schaduw van de formele macht opereren, met al hun bijbanen aanzienlijk meer verdienen dan de verantwoordelijke bewindspersonen. Uiteindelijk is het de informele 'vierde, vijfde en zesde macht' die echt aan het roer zit. Michail Gorbatsjov heeft gelijk ‘We hebben een perestrojka nodig.’ ====

Zie ook:

Boeken:

Externe Links

<< vorige || volgende >>

Categorie: Artikelen | Rapport | Auteur: Harry Nijhof


Deze pagina werd sedert 16 dec. 2007 keer bekeken.