4.1 Het leerproces

Aristoteles: Als de mens al zijn innerlijke talenten op de juiste wijze heeft ontplooid, zijn intellectuele eigenschappen, en zijn karaktertrekken, dan heeft hij het goede leven bereikt en is hij gelukkig.
Plato: Wat immers alle verstandelijke kenbare wezens omvat, kan nooit tweede zijn, naast een ander: want dan zou er weer een ander levend wezen moeten zijn, dat die beide omvat, en waarvan die beide een deel zouden zijn. Dan zou men juister moeten zeggen dat de wereld gemaakt is naar de gelijkenis, niet van die twee, maar van dit derde, dat hen omvat. (Timaeus)
Plato: Het lichaam is een gevangenis voor de menselijke geest?
Plato: De ware aard der dingen wordt door onze woorden niet onthuld maar verhuld.
Geometrie zal de ziel naar de waarheid leiden.
Plato: Ideeën regeren de wereld.
Stelling van Plato: Alle kennis is herinnering.
Plato’s motto: God gaat meetkundig te werk.

Plato (Astrologie, Platonische lichamen, 'Individueel – en Collectief'-leerproces, Evolutie en Involutie)

Plato's Ideeën wereld
Marsilio Ficino INLEIDING TOT DE POLITEIA (p. 519):
Timaios zegt dat God de Schepper daar rustte, toen Hij de schepping tot stand had gebracht, door zich in Zijn eigen bewustzijn terug te trekken. Vervolgens iets over de 'idea' van het absolute zelf. Die 'idea', dat wil zeggen de individuele vorm van alle dingen die zich onderling naar soort laten onderscheiden, wordt voortgebracht in de substantie van de wereld van het intellect, waar het ene zijn als kennis wordt vastgehouden, of ook wel als een soort wonderbaarlijke intelligentie die ver verheven is boven de intelligentie van de denkende geest. In die causale substantie ontvangen alle schepselen het licht van bewustzijn en van daaruit ontvangen zij tevens de beginselen die aan alle vormen ten grondslag liggen. Van daaruit ontvangen zij ook de structuur van hun denkvermogen samen met alle regels die de beweging van het scheppingsproces beheersen. Via deze vorm van de denkende geest verdicht het scheppingsproces zich vervolgens via de zintuiglijke waarneming tot het opvangen van de weerspiegeling van de oorspronkelijke 'idea' (die dus in fysieke vorm weerkaatst wordt) om tenslotte te belanden bij alle vormen van zaad en uiteindelijk bij de meest grove aardse materie zelf.

De Politeia wordt veelal beschouwd als Platoons belangrijkste werk en niet zelden wordt uitsluitend van dit werk kennis genomen in een poging om Platoons 'leer' te leren kennen. In het in deze serie als inleiding tot de Timaios vertaalde en afgedrukte artikel van Prof. C.M. Turbayne, Plato's fantastic appendix, stelt de schrijver dat zowel de Politeia als de Timaios moet worden gezien als een uitgewerkte vergelijking, waarbij de Politeia als een model fungeert voor de Timaios. Hij zegt dat beide geschriften vergelijkenderwijs een mensbeeld trachten op te roepen; de Politeia door de ideale mens te vergelijken met het functioneren van een ideale staat en Timaios door de mens te vergelijken met de Kosmos. De Politeia behandelt gezondheid en ziekte van de geest en de Timaios gezondheid en ziekte van het lichaam; de mens dus als staat-in-het-klein, als microkosmos. In beide dialogen legt Platoon het 'micro' onder een vergrootglas en maakt er 'macro' van om er aldus beter naar te kunnen kijken. Hij vergroot het mensbeeld dat hem werkelijk bezighoudt.

Plato's Ideeënleer:
Volgens Plato is dat wat wij doorgaans beschouwen als de werkelijkheid slechts een zwakke afschaduwing van de échte werkelijkheid: de wereld van de Ideeën. Deze ideeën bevinden zich in Plato’s hemel of Ideeënrijk: een transcendente werkelijkheid waar geen tijd of ruimte bestaat. In de allegorie van de grot brengt Plato een bepaalde visie op de werkelijkheid naar voren: idealisme. Kenmerkend voor Plato’s idealisme is dat de abstracte wereld van de Ideeën meer realiteit bezit dan de materiële wereld van de tastbare dingen.

De Charmides is een van de vroege dialogen van Plato en handelt vooral over het belang van zelfkennis. Socrates begint een gesprek met de jongeling Charmides waarbij hij matigheid en terughoudendheid aanprijst als na te streven deugden. 'Sophrosyne' (σωφροσύνη), een vrij complex begrip dat zoiets als gezondheid van de ziel beduidt, komt geregeld ter sprake.
Nieuwe definitie door Critias: Zelfkennis
Socrates argumenteert dat ambachtslui bijvoorbeeld niet uitsluitend dingen voor zichzelf maken, maar ook voor anderen. Desondanks kunnen ze gematigd (wijs) zijn. Dit werpt hij Critias voor de voeten, omdat diens definitie van wijsheid als 'het zijne doen' dan wordt ondermijnd. Critias antwoordt dat iets voor anderen 'maken' niet hetzelfde is als iets voor anderen 'doen'. Socrates bekritiseert Critias' muggenzifterij over doen en maken en nodigt hem uit om zich wat duidelijker uit te drukken. Is het dan zo dat Critias bedoelde dat het doen van het goede (en niet het kwade) gelijk staat aan gematigdheid (en wijsheid)? Critias beaamt dit. Maar, zo vraagt Socrates zich vervolgens af, we weten toch niet altijd op voorhand of wat we doen iets goeds zal opleveren? Conclusie: we kunnen wijs zijn zonder het noodzakelijk zelf te weten...
Critias begint dan een nieuw argument over wijsheid als zelfkennis, en citeert daarbij het orakel van Delphi: 'Ken uzelf,' dat hij interpreteert als 'een groet van de goden aan de mens', met als betekenis 'wees gematigd'. Socrates zegt dat, als matigheid een soort kennis is, het een wetenschap moet zijn. Ja, zegt Critias, een wetenschap van het zelf van de mens. Socrates stelt dit in vraag door zich erover te verwonderen welk gunstig resultaat deze wetenschap dan wel zou opleveren, daarbij verwijzend naar geneeskunde die gezondheid oplevert.

De gnosis volgens Plato W.T.S. Thackara
Er schuilt daarom geen onrechtvaardigheid in om van de zo opgevoede filosoof te eisen ‘zorg en aandacht voor anderen te hebben’. Noblesse oblige – adeldom van de ziel legt verplichtingen op:
Daarom moet ieder van u, als zijn beurt komt, afdalen naar de algemene ondergrondse verblijfplaats en eraan wennen in het donker te zien. Als u deze gewoonte hebt aangekweekt, zult u tienduizend keer beter zien dan de bewoners van de grot en zult u weten wat de verschillende beelden zijn en wat ze voorstellen, want u hebt het schone en goede in hun ware gedaante gezien. – Phaedo, §520ab
In deze gedachten over plicht en mededogen – die zo sterk doen denken aan de bodhisattva die zijn eeuwige zaligheid opoffert om eeuwig voor de verlichting van alle wezens te werken – vinden we de kern van de boodschap van Plato: dat de filosofie niet alleen ‘liefde voor wijsheid’ betekent, maar ook de vereniging van liefde en wijsheid, een actieve en verlichte vorm van zorg voor allen.

G. de Purucker Wind van de geest Kennis brengt verantwoordelijkheid met zich (p. 295):
Soms moet u uw sterke rechterhand gebruiken. Soms is de politieman even hard nodig als de verpleegster en we kunnen zeggen dat de juiste inzet van beiden tot de rechterzijde behoort. Misbruik van de een of van beiden behoort tot de linkerzijde. Kracht brengt ereplicht met zich. Kennis ereschuld. Noblesse oblige – een mooi oud Frans spreekwoord dat betekent dat adeldom verplichtingen met zich meebrengt. Het kenmerk van adeldom is de bereidheid zich op te offeren en verantwoordelijkheid voor anderen te dragen – lastdrager, helper te zijn. Niemand heeft zelfs in deze tijd het recht zich een gentleman te noemen als hij zijn eigen belangen laat voorgaan. Dat is niet het kenmerk van een gentleman.

G. de Purucker Occulte woordentolk Een handboek van oosterse en theosofische termen
Rechterpad (of pad van de rechterhand)
Sinds onheuglijke tijden hebben in alle landen op aarde en onder alle mensenrassen twee tegenover elkaar staande en elkaar tegenwerkende scholen van occulte of esoterische training bestaan, waarvan de ene vaak het pad van licht en de andere het pad van duisternis of van de schaduwen wordt genoemd. Deze twee paden worden ook vaak als het rechterpad en het linkerpad aangeduid, en hoewel dit technische benamingen zijn in het nogal wankele occultisme van het Westen, komen diezelfde uitdrukkingen overal op de wereld voor en zijn in het bijzonder bekend in de mystieke en esoterische literatuur van Hindoestan. Het rechterpad is in de Sanskrietgeschriften bekend als dakshinamarga, en degenen die de gedragsregels daarvan in praktijk brengen en de voorgeschreven levenswijze volgen, worden aangeduid met de technische term dakshinacharins en hun levenswijze met dakshinachara. Omgekeerd worden degenen die het linkerpad volgen – vaak aangeduid als de broeders van de schaduw of met een soortgelijke term – vamacharins genoemd en hun school of levenswijze is bekend als vamachara. Een andere term voor vamachara is savyachara. De witte magiërs of broeders van licht zijn daarom dakshinacharins en de zwarte magiërs of broeders van de schaduw, of veroorzakers van spiritueel, verstandelijk en psychisch kwaad, zijn dus de vamacharins.
Mary Anderson De dood en de theosoof (Theosofia augustus 2012):
Men zegt wel: ‘Een mooi uiterlijk is niet belangrijk, je gedrag echter wel’ (handsome is as handsome does). We kunnen het ook omdraaien en zeggen: ‘Laat je gedrag overeenstemmen met je mooie uiterlijk’ (handsome does as handsome is) of, om een Franse uitdrukking te gebruiken: ‘noblesse oblige’, edelmoedigheid van karakter brengt verplichtingen met zich mee. De ware aristocraat is de aristocraat van de geest. We kunnen ons voorstellen dat de Mahatma’s zulke aristocraten zijn.

Noblesse oblige (Karolien Knols Volkskrant 1 mei 2017 Bijlage p. 4-5):
Toen theatermaker en schrijver Marjolijn van Heemstra (36) bevriend raakte met vluchteling Zohre, besloot ze haar te helpen. Dat bleek ingewikkelder dan gedacht. Samen met Zohre maakte ze er een voorstelling over.
HET STUK WORDT IN RECENSIES EEN PAMFLETVOORSTELLING GENOEMD. EEN AANKLACHT: ZO SLECHT IS DE INBURGERING VAN VLUCHTELINGEN GEREGELD. WAT VOND JIJ HET SCHRIJNENDST?
'Het feit dat inburgering is geprivatiseerd en overgelaten aan partijen die, tegen een lening van 7.000 euro, een programma aanbieden waarin vluchtelingen vragen moeten beantwoorden over de verschillende klederdrachten in Zeeland en of ze, als de directeur van het bedrijf waar ze werken langsloopt, hun hand moeten opsteken ter begroeting, of een hand moeten geven, of niks moeten doen, en als ze die vragen verkeerd beantwoorden en zakken voor het examen, zijn ze die 7.000 euro kwijt. Maar waar de voorstelling voor mij vooral om draait, is dit: vluchtelingen zijn er altijd geweest en zullen er altijd zijn. En wij, als samenleving, hebben de plicht om ze op te vangen. Wat ik mis, bij alle partijen, is de politieke moed om dat hardop en zonder terughoudendheid te zeggen.'
Het werd een zoektocht naar het grote verbindende verhaal van haar generatie. Met Sadettin Kirmiziyüz speelde ze Jeremia, een voorstelling over de grenzen aan de vrijheid van meningsuiting. Als ik de liefde niet heb, met priester Remy Jacobs, ging over misbruik in de kerk.
'Als je zoekt naar een rode draad in mijn werk, dan is het de overtuiging dat je niet alleen een individu bent, maar ook de ander. Je bent met elkaar verweven.'
'Daar was ik me er ineens erg van bewust dat mijn familiegeschiedenis mij op een heel andere plek had gebracht dan hen. Ik weet zeker dat mijn familie, als ze slachtoffer waren geweest van een daad als die van mijn oudoom, ervoor hadden gezorgd dat de straf - Frans Julius Johan werd tot dertien jaar cel veroordeeld, maar kreeg na drie jaar gratie - veel hoger was uitgevallen.'
Het is niet moeilijk een verband te leggen tussen dit moment en de manier waarop ze de afgelopen jaren heeft geprobeerd om Zohres leven in Nederland op de rails te krijgen, zegt Van Heemstra.
'Het komt voort uit een overtuiging die je misschien toch als noblesse oblige zou kunnen omschrijven: de bevoordeelden in de samenleving hebben de plicht de onbevoordeelden op te pakken, te helpen, een stem te geven.'

Het pad van de eenzame wolf (Arend Zeevat 2 maart 2017):
Het begrip eenzame wolf is in de laatste jaren van georkestreerde valse vlag aanslagen, waanzinnig publieke schietpartijen in de VS en daarvoor bij politieke moorden (de Kennedy’s, Martin Luther King en Olof Palme), volledig in haar tegendeel omgetoverd. Het werd en wordt gebruikt om een enkeling de schuld te geven van een duidelijk door meerdere anderen op de achtergrond geplande moordpartij. De enkeling wordt de zondebok, om de daarachter opererend belanghebbende marionettenspelers aan het zicht te kunnen onttrekken. Eigenlijk is dit een mindcontrol-strategie om het individu in een misplaatst en gecriminaliseerd daglicht te plaatsen. Een artikel op de site van Henry Makow (HIER) geeft weer wat de basis hiervan is. Hieronder een citaat daaruit. Het betreft een uitspraak van Plato die door machthebbers op een geperverteerde wijze is vormgegeven.
According to Shahak, classical Judaism is inspired by the image of Sparta as it appears in Plato’s Laws 942. Judaism adopted the objectives Plato described in the following passage. (Shahak, p.13)
The principal thing is that no one, man or woman, should ever be without an officer set over him, and that no one should get the mental habit of taking any step, whether in earnest or in jest, on his individual responsibility. In peace as in war, he must always live with his eyes on his superior officer…In a word, we must train the mind to not even consider acting as an individual or know how to do it.

De allegorie van de wagenmenner
Deze tripartiete (drievoudige) indeling van de ziel met de voerman als rede voorgesteld, heeft Plato ook als basis genomen voor de indeling van zijn ideale staat. De ‘laagste klasse’ die zich door pleziertjes laat meesleuren wordt ook daar onder controle gehouden door een ‘beter’ paard, de wachters, en door de met rede begaafde leiders (de voerman). Ja, dat kennen we! Allemaal prietpraat van politici natuurlijk, die ons met mooie verhaaltjes onder de duim willen houden. Democratie was voor Plato blijkbaar een vuil woord.

Plato onderscheidt in zijn Faidros (Phaedrus 246A ff., 253C ff.) drie aspecten van de menselijke ziel die hij vergelijkt met een wagenmenner achter een tweespan. Zowel de menner als wel de twee (gevleugelde) paarden zijn onderdeel van de tripartite ziel. Deze drie onderdelen zijn (in verschillende transcripties veelal hetzelfde):
- De menner, de logos of noes (nous) (intellect, het redenerende en kennende deel)
- Het nobele paard, de thumos, thumoeides (passie, wil, doorzettingsvermogen)
- Het weerspannige paard, epithumia, epithumetikon (trek, lust, driftleven)
In de Staat, een dialoog die begint met het zoeken naar de definitie van 'rechtvaardigheid', wordt de 'ideale' staat beschreven.

Plato, in his dialogue Phaedrus (sections 246a–254e), uses the Chariot Allegory to explain his view of the human soul. He does this in the dialogue through the character of Socrates, who uses it in a discussion of the merit of Love as "divine madness" (theia mania).

Plato stelt dat de menselijke ziel uit drie delen bestaat. Het epithumetikon is het deel van de ziel dat staat voor begeerte, drift, trek. Plato vergelijkt het epithumethikon met een wild zwart paard (Phaedrus) en met een veelkoppig monster (Politeia). Thumos is het tweede deel van de ziel dat staat voor passie, wil, doorzettingsvermogen. Plato vergelijkt het met een nobel wit paard (Phaedrus) en met een leeuw (Politeia). Nous is het derde deel van de ziel dat staat voor begrijpen, redeneren, argumenteren. Plato vergelijkt het met de menner vd twee paarden (Phaedrus) en met de mens die met de leeuw en het veelkoppig monster moet samenleven (Politeia). Mensen die zich laten leiden door begeerte en angst laten zich leiden door de lagere delen van de ziel. Om een goed leven te leiden, moet de nous regeren over de lagere delen. Dit kan alleen als mensen over drie deugden (arète) beschikken. Sophrosyne, zelfbeheersing of matigheid houdt het epitumetikhon in toom. Andreia, mannelijkheid, doorzettingsvermogen of moed weet met angst om te gaan en verrijkt daarmee thumos. Phronesis, verstandigheid of wijsheid weet hoe met de nous om te gaan. Dit is het antwoord op wat volgens Plato zou moeten regeren: niet de emoties, maar de deugden.

Plato verdeelde de werkelijkheid in twee zijnssferen, materie en geest met als schakel de ziel. Het Antahkarana, nous legt de imaginaire verbinding tussen epithumia en thumos.

Het epithumia en thumos van Plato kunnen met de Latijnse termen pathos (in zijn negatieve betekenis woede, haat, vrees, afkeer, medelijden) en ethos worden vergeleken. Pathos (van πάσχειν 'paschein', het Griekse woord voor "lijden" of "emotie") is één van de drie middelen van overtuiging in de filosofische leer Ars Rhetorica van Aristoteles (samen met ethos en logos).

Dronkers hoorde er nier bij(Martin Sommer Volkskrant 9 april 2016 p. 19):
Jaap Dronkers vond dat Ons Onderwijs 2032 ten koste gaat van gelijke kansen.
Dronkers was getuige geweest voor de commissie-Dijsselbloem, die in 2007 de onderwijsvernieuwingen onderzocht. Daar vertelde hij hoe hij in 1997 samen met dagblad Trouw was begonnen met het publiceren van de prestaties van middelbare scholen.
Het was voor het ministerie zo onverdraaglijk geweest, dat Dronkers tien jaar lang geen toegang kreeg. 'Bis zum auf den heutigen Tag', riep hij Dijsselbloem toe. 'Niente!' Het zat hem nog dwars. Zoals hem ook dwarszat dat zijn afscheidsrede toen hij in 1999 als hoogleraar uit Amsterdam vertrok, nergens werd gepubliceerd. Hij behandelde daarin de verschillen in becijfering bij schoolonderzoeken en centraal schriftelijke examens en hoe zwarte scholen hun leerlingen met een hoger cijfer een kontje dachten te geven.
Dronkers verwijt de politiek het denken over onderwijs uit handen te hebben gegeven aan deelbelangen zoals de onderwijswerkgevers. Denk aan Paul Rosenmöller van de VO-raad, die het ene na het andere flexibiliseringsplan lanceert; allemaal namens de schoolbesturen en allemaal met de verzekering dat hier louter en alleen het publieke belang wordt gediend.
Dronkers' laatste waarschuwing was dat een aan zichzelf overgelaten onderwijsbestel 'in dienst staat van de leidende groeperingen en alleen hun belangen zal behartigen'. Ik zal hem zeer missen, want zonder stoorzenders als Dronkers gaat het niet.

Volgens Martha Nussbaum staan de eerste twee redevoeringen voor Plato's vroegere opvattingen omtrent de rol van de emoties in het menselijk leven. In de derde redevoering corrigeert Plato dus zijn eerdere opvattingen. In de Phaedrus is dus een belangrijke wending in Plato's denken te herkennen, in die zin dat hij nu meer waarde hecht aan het niet-rationele.

It is one of Martha Nussbaum’s ten principle capabilities (see Capability approach). Se defines bodily integrity as: “Being able to move freely from place to place; being able to be secure against violent assault, including sexual assault ... having opportunities for sexual satisfaction and for choice in matters of reproduction”.7

Martha Nussbaum Creating Capabilities - The Human Development Approach (Volkskrant 9 juli 2011)
Nussbaum legt de nadruk op het optimaal benutten van de mogelijkheden van landen en hun bevolking. Het verbeteren van de kwaliteit van leven van alle burgers zou het doel van overheden moeten zijn, uit ethisch oogpunt maar ook omdat op die manier de sterkste samenlevingen en economieёn worden opgebouwd.
De twee pilaren van deze benadering zijn vrijheid voor de individuele burgers en een democratische en verantwoordelijke overheid die de ruimte schept waarin de burgers zich kunnen ontplooien en daarmee de economie en samenleving tot bloei brengen.

In Plato's Timaeus, for example, the regular polyhedra (symmetry-breaking) are afforded a central place in the doctrine of natural elements for the proportions they contain and the beauty of their forms: fire has the form of the regular tetrahedron, earth the form of the cube, air the form of the regular octahedron, water the form of the regular icosahedron, while the regular dodecahedron is used for the form of the entire universe. The history of science provides another paradigmatic example of the use of these figures as basic ingredients in physical description: Kepler's 1596 Mysterium Cosmographicum presents a planetary architecture grounded on the five regular solids.
From a modern perspective, the regular figures used in Plato's and Kepler's physics for the mathematical proportions and harmonies they contain (and the related properties and beauty of their form) are symmetric in another sense that does not have to do with proportions.

De recensie Echte kennis vraagt lef en geduld om jezelf te onderzoek van het boek Scholing van de geest van Jos Kessels (Bijlage Sir Edmund p. 26 Volkskrant 15 november 2014) heeft in het rapport 'E i V' op Er is niets nieuws onder de zon betrekking.

Het rapport ‘E i V’ borduurt ook op de Apologie van Socrates voort. Plato schreef zijn Apologie waarschijnlijk in de tien jaar na Socrates' dood (399 v.Chr.). Naar de uiterlijke vorm is dit de tekst van een redevoering die Socrates zou uitgesproken hebben voor een Atheense jury van 500 gezworenen, als zijn verdediging in het beroemde proces dat leidde tot zijn veroordeling. Socrates werd, in Plato's ogen onterecht, aangeklaagd op grond van "het niet eren van de goden van de stad", "het introduceren van nieuwe goden" en het "misleiden van de jeugd". De aanklagers waren drie Atheners: Meletus, Lycon en Anytus, van wie de laatste, voorvechter van de democratische partij in Athene, de meest invloedrijke was.

Individueel leren versus collectief leren
Het doel van onderwijs is om onderscheid te leren maken tussen feiten en verzinsels, onderzoeksresultaten en mythen, werkelijkheid en ideologie. Leren is veranderen en die veranderingen kunnen houding, kennis en vaardigheden betreffen. Daarnaast vormt ook het vermogen van mensen om te leren een belangrijke uitkomst van leren. Door te leren kunnen mensen leren te leren.
De basis van elk leerproces ('Hoofdroute') is: Wat moeten we aan Wie, Wanneer en Hoe leren, en Waarom vinden we dat?

Volgens Martha Nussbaum staan de eerste twee redevoeringen voor Plato's vroegere opvattingen omtrent de rol van de emoties in het menselijk leven. In de derde redevoering corrigeert Plato dus zijn eerdere opvattingen. In de Phaedrus is dus een belangrijke wending in Plato's denken te herkennen, in die zin dat hij nu meer waarde hecht aan het niet-rationele.

Geoffrey Hodson boek de Zeven Mensentypen
Hoofdstuk I. De betekenis van het Getal (p. 18):
Numeriek wordt de actieve Bron van alle leven en alle vorm voorgesteld door het cijfer Een en de passieve Bron, het negatief bestaan, het Absolute, door Nul, Niet-iets. Volgens de occulte scheppingsleer is de volgende stap in het scheppingsproces het tevoorschijn treden uit het Ene van Zijn inwonende positieve en negatieve aspecten, of manlijke en vrouwelijke vermogens. Het Ene wordt Twee of man-vrouwelijk. Deze Twee werken op elkaar in ten einde het derde aspect van de drievoudig geopenbaarde Logos1 voort te brengen. Deze Drie verenigen zich op hun beurt in al hun mogelijke combinaties om zeven groepen van drie voort te brengen.
1) Logos. De geopenbaarde Godheid, die het scheppend Woord spreekt, waar door heelallen tot ontstaan komen, en leven de uitdrukking naar buiten is van de Oorzaakloze oorzaak, die altijd verborgen blijft. Ontleend aan De Geheime Leer en Het Theosofisch Woordenboek, H.P. Blavatsky.

H. P. Blavatsky Views Of The Theosophists
The Buddhists, who separate the three entities in man (though viewing them as one when on the path to Nirvâna), yet divide the soul into several parts, and have names for each of these and their functions. Thus confusion is unknown among them. The old Greeks did likewise, holding that Psuche was bios, or physical life, and it was thumos, or passional nature, the animals being accorded but the lower faculty of the soul instinct. The soul or Psyche is itself a combination, consensus or unity of the bios, or physical vitality, the epithumia or concupiscible nature, and the phrên, mens or mind.

The toroidal (Toroid) ring model, known originally as the Parson magneton or magnetic electron, is also known as the plasmoid ring, vortex ring, or helicon ring. This physical model treated electrons and protons as elementary particles, and was first proposed by Alfred Lauck Parson in 1915.

Vortical (comparative more vortical, superlative most vortical)
1. Of, or pertaining to a vortex; containing vortices; moving in a vortex. [from 17th c.]
1888, Alexander Winchell, World-life: or, Comparative Geology, part II:
He assumed, in brief, that infinite space is filled with infinite matter; that matter was originally in a chaotic, formless condition; that the cosmical bodies arose at first from vortical motions in the original mass.

De Geheime Leer Deel I Stanza 5 Fohat: kind van zevenvoudige hiërarchieën (p. 147/148):
Deze wet van de draaiende beweging in de oerstof is een van de oudste opvattingen van de Griekse filosofie, waarvan de eerste wijzen uit de geschiedenis bijna allen waren ingewijd in de Mysteriën. De Grieken hadden haar ontleend aan de Egyptenaren en deze aan de Chaldeeën, die leerlingen waren geweest van de Brahmanen van de esoterische school. Leucippus en Democritus van Abdera – de leerling van de magi – leerden, dat deze ronddraaiende beweging van atomen en sferen al een eeuwigheid bestond12.
12) ‘De leer van de draaiing van de aarde om een as werd onderwezen door de pythagoreeër Hicetas, waarschijnlijk al in 500 v.Chr. Zij werd ook verkondigd door zijn leerling Ecphantus en door Heraclides, een leerling van Plato. Reeds in 281 v.Chr. werd door Aristarchus van Samos aangetoond, dat de onbeweeglijkheid van de zon en de omloop van de aarde veronderstellingen waren die overeenstemden met de waargenomen feiten. De heliocentrische theorie werd omstreeks 150 v.Chr. onderwezen door Seleucus van Seleucia aan de Tigris. [Deze werd in 500 v.Chr. door Pythagoras onderwezen, H.P.B.] Men zegt ook dat Archimedes in een boek, getiteld Psammites, de heliocentrische theorie verdedigde. De bolvorm van de aarde werd nadrukkelijk geleerd door Aristoteles, die zich voor het bewijs beriep op de vorm van de aardschaduw op de maan bij verduisteringen (Aristoteles, De Coelo, boek II, hfst. XIV). Hetzelfde denkbeeld werd door Plinius verdedigd (Nat. Hist., II, 65). Deze inzichten schijnen meer dan duizend jaar als kennis voor ons verloren te zijn geweest (Comparative Geology, Deel IV, ‘Pre-Kantian Speculation’, blz. 551, door Alex. Winchell, LL.D.).

Het huwelijk is een valse belofte’ (interview Wilma de Rek Volkskrant 21 januari 2012)
Waar komt ons verlangen naar versmelting vandaan?
‘Ja, dat is Plato hè. Die heeft ons maar mooi op een dwaalspoor gezet. In Het Symposium laat hij de komedieschrijver Aristofanes uitleggen waarom de macht van de liefde zo groot is: Zeus heeft de mensen, die ooit met zijn tweeën één geheel vormden, doorgesneden en sindsdien zijn we allemaal wanhopig op zoek naar onze wederhelft. Hij wordt bedankt! Maar Plato heeft óók gezegd dat de liefde moet worden begrepen als een verlangen naar het ware en het goede. De liefde voor een persoon werkt als een katalysator, waardoor je in een bepaalde geestesgesteldheid komt die je op het pad van het ware en schone zet.

Wederhelft
Volgens het scheppingsverhaal van de Griekse filosoof Plato schiep Zeus de mens oorspronkelijk met vier armen, vier benen en twee gezichten. Maar de Griekse oppergod werd bang dat hij hiermee de mensen te machtig had gemaakt en zij de hemel zouden bestormen. Daarom maakte Zeus de mensheid zwakker door hen allemaal in tweeën te delen. Sindsdien is ieder mens op zoek naar zijn oorspronkelijke wederhelft om weer compleet te zijn.

James M. Pryse Apocalypse ontsluierd / een esoterische uitleg van de Openbaring van Johannes (p. 9):
Anderen geven echter het viervoudige systeem, zoals Philolaos de Pythagoreër, die de zetel en kiem (archê) van de rede in het hoofd plaatst, dat van het psychische principe in het hart, dat van groei en ontkieming in de navel, en dat van zaad en voortplanting in de geslachtsorganen.

Naud van der Ven
Ik noem dat vooruitgang. En die vooruitgang hebben we mede te danken aan het sloopwerk van Nietzsche. Ik ben het daarom niet eens met de filosoof Paul van Tongeren, die laatst in Trouw stelde dat er in de filosofie geen vooruitgang is en dat wij geen stap verder zijn gekomen dan Plato. Juist wel, zou ik zeggen, en gelukkig maar. We pikken het niet meer dat we met die platonische schijnbewegingen het bos in gestuurd worden. Het doorprikken van zogenaamde Eeuwige en Absolute Waarheid, zoals Nietzsche deed, is vooruitgang van de eerste orde.

It is possible that the Pythagoras tree would make very useful fractal antennas with only minor tweaking. This assumption is based on its very high Hausdorff dimension.

Het zelfbewustzijn, dat meta-leren mogelijk maakt, kan als een recursiefproces worden opgevat. Het universum (universele quintessens) creëert een levend wezen dat in staat is zichzelf te aanschouwen en te reguleren. Het universum kijkt als het ware op een bewust niveau naar zichzelf. De in het brein, het geheugen opgeslagen informatie kan opnieuw worden geprojecteerd. We zijn aan onze eigen perceptie, het eigen perspectief overgeleverd. Het reflexieve ik, het zelfbewustzijn ondergaan we niet alleen als een ontologisch gegeven, maar veeleer als een fenomenologisch feit.

De Triade symboliseert deze achtste stap, de eenheid der tegendelen (Complementariteit).
Atma-Buddhi-Manas (Geest, hogere ongemanifesteerde Zelf) in de mens wordt door de drie Logoi {'Vader, Zoon en Heilige Geest' of 'Brahma, Vishnu en Shiva' (‘Scheppen, Onderhouden en Vernietigen’) of 'Isis, Osirus en Horus'} in de Kosmos weerspiegeld (Weerkaatsing, Toverlantaarn, Tetragrammaton). Alles in het universum ontstaat als gevolg van de interacties van polaire tegenstellingen, de dualiteit in de gemanifesteerde werkelijkheid.

Om de verborgen 5e Dimensie te duiden wordt naast het "an sich" van Kant ook veelvuldig van de allegorie van de grot van Plato en van Jenseits gebruik gemaakt. H.P. Blavatsky past de metafoor van de toverlantaarn toe. Het is het gezonde verstand, de oordeelskracht die een brugfunctie vervult tussen de theoretische en praktische rede.

Roberto Assagioli, boek Psychosynthese, p. 29: Het bewuste zelf of ‘Ik’ (centrum, centraal punt in het ‘ei’ van Assagioli): Vanuit een bepaald gezichtspunt kan men dit verschil vergelijken met het verschil dat er bestaat tussen het witte, verlichte scherm (Weerkaatsing, Toverlantaarn, Tetragrammaton), èn de verschillende beelden die erop geprojecteerd worden. …zij vereenzelvigen zichzelf met die opeenvolgende golvingen, met de steeds veranderende inhouden van hun bewustzijn (identificatie en dis-identificatie).

W.T.S. Thackara Plato over intelligent ontwerp: Waarheid, Schoonheid en het Goede
Bij het grondig doorlezen, enkele maanden geleden, van een internet-forum over intelligent ontwerp, kreeg ik een ongewone bijdrage onder ogen van David Alexander met als titel: ‘Is schoonheid niet meer dan Darwins boze droom?’ Daarin schrijft hij:
Vaak wordt er aangevoerd . . . dat het bestuderen van Darwins theorie aan biologen moet worden overgelaten; dat het louter een zaak is van empirische, afgeleide kennis die aan deskundigen moet worden overgelaten. Maar het komt mij voor dat Darwins theorie in strijd is met een belangrijk principe dat door de Westerse beschaving wordt aanvaard, Socrates’ drie-eenheid, het geloof in de essentiële eenheid van het goede, het schone, en het ware, en, als dat zo is, dan is ze in strijd met een opvatting die wordt gehuldigd als wijsheid, het domein van primaire kennis die voor iedereen toegankelijk is, en waarvoor iedereen de verantwoordelijkheid heeft om deze te cultiveren, en niet alleen het domein van een groep gespecialiseerde vakmensen.
Het onderzoek voert algauw naar een ‘probleem dat ongetwijfeld nooit zal ophouden te bestaan’: In welke relatie staat het Ene tot het vele, en het oneindige tot het eindige? Deze vraag zou in moderne wetenschappelijke termen kunnen worden gesteld door te vragen hoe een schijnbaar kenmerkloze enkelvoudigheid zich ontwikkelde tot een veelsoortig universum. Om de discussie te verankeren aan de grondslagen van de fysica en de metafysica, wijst Socrates er vervolgens op dat er tussen alle dualiteiten een verbindingspunt is dat vaak over het hoofd wordt gezien of genegeerd.
In de Philebus doet Plato geen poging aan te tonen dat intelligent ontwerp losstaat van het feit dat orde, symmetrie en schoonheid in de natuur bestaan. Evenmin staat hij lang stil bij een veronderstelde oorzaak of middelaar die het geordende universum ‘maakt’ (de ‘demiurg’ van de Timaeus), maar wijst veeleer op iets veel fundamentelers en abstracters – de Idee van het Goede – dat alle categorieën van het Zijn te boven gaat, waarvan niettemin de essentie alle levende wezens bezielt, het vele tot een Eenheid verbindt, en het eindige met het oneindige (op.cit. §16c).
Een vroege uitgever van de Dialogen gaf de Philebus als ondertitel ‘Over ethische genoegens’, waarmee hij het belang van de ethiek onderstreepte, die evenals waarheid, schoonheid en het goede niet los gedacht kan worden van elke effectieve poging om de grote mysteriën van het leven te leren kennen. De huidige materialisten nemen al te gemakkelijk aan en verzekeren dat ‘er geen leven na de dood is . . . geen uiteindelijke basis voor ethiek’ – een zienswijze die Plato in de Gorgias verwerpt, omdat dit impliceert dat de dood de fundamentele ontsnappingsmogelijkheid is uit persoonlijke verantwoordelijkheid. Ik denk dat deze kwestie de basis vormt van de controverse tussen materialisme en intelligent ontwerp, wat niet meer is dan een schermutseling in de onfortuinlijke strijd tussen zelfzuchtige macht (‘macht is recht’) en het altruïstische principe dat persoonlijke macht opgeeft voor het welzijn van anderen.

Verder poneert Plato het bestaan van een vijfde element, de dodecaëder of kwintessens waar de kosmos zelf van gemaakt zou zijn. Het gaat hier om een ruimtelijke figuur met 12 vijfhoekige vlakken, 20 hoekpunten en 30 ribben die Plato toewijst aan de hemelen met de 12 constellaties.[20] Timaeus behandelt ook de muziektheorie, in het bijzonder de constructie van de Pythagoreïsche toonladder. Het laatste deel van de dialoog gaat over het scheppen van mensen en beschrijft hun ziel, anatomie, zintuigen en de zielsverhuizing.

Pythagoras en na hem Philo Judaeus beschouwden het getal 12 als heel heilig. ‘De dodecaëder is een volmaakt getal.’ Het is het getal van de tekens van de Dierenriem, voegt Philo eraan toe, die de zon in twaalf maanden bezoekt, en het is ter ere van dat teken dat Mozes zijn volk in twaalf stammen verdeelde, de twaalf koeken (Levit. xxiv, 5) van het toonbrood instelde en twaalf edelstenen plaatste rond het gewaad van de hogepriesters. (Zie De Profugis.)
Volgens Seneca onderwees Berosus het voorspellen van elke toekomstige gebeurtenis en ramp op basis van de Dierenriem; en de door hem vastgestelde tijd voor de grote wereldbrand (pralaya) en die voor een zondvloed blijken overeen te stemmen met de tijd die wordt gegeven in een oude Egyptische papyrus. Die tijd komt bij elke vernieuwing van de cyclus van het siderische jaar van 25.868 jaar. De namen van de Akkadische maanden werden genoemd naar en ontleend aan de namen van de tekens van de Dierenriem, en de Akkadiërs zelf waren er veel eerder dan de Chaldeeën. Proctor toont in zijn Myths and Marvels of Astronomy aan, dat de sterrenkundigen van de oudheid in 2400 v.Chr. een heel nauwkeurig sterrenkundig stelsel hadden verkregen; de hindoes rekenen hun kaliyuga vanaf een grote periodieke conjunctie van de planeten, die 31 eeuwen vóór Christus plaatsvond; en toch waren het de Grieken die behoorden tot de veldtocht van Alexander de Grote, die de Arische hindoes in de sterrenkunde zouden hebben onderwezen!

Waarvoor dit object diende blijft tot vandaag een mysterie, een open vraag. De Griekse filosofen beschrijven de dodecaëder als een meetkundig lichaam en als een symbool voor het universum. Maar geen enkele klassieke auteur licht ons in over een mogelijk gebruik ervan. Sommige auteurs uit de middeleeuwen en de renaissance wijzen op het gebruik van de dodecaëder als dobbelsteen waarmee men de toekomst voorspelde. Nadien zijn er nog talloze verklaringen geformuleerd: wapenknots, scepterknop, speeltuig, kaarshouder, kalibermeter, meesterwerk, mythisch-religieus symbool of landmeetkundig instrument. Tot nog toe blijft het bij veronderstellingen.

Wat is het verband tussen: Plato, astrologie, romeins, Tongeren en twaalf?
De oplossing is dat er in het Gallo-Romeins museum in Tongeren een dodecaeder (twaalfvlak) te zien is uit de 2e eeuw. De dodecaeder is één der vijf mogelijke regelmatige veelvlakken, ontdekt door Plato. Men onderstelt dat hij gebruikt werd om, via de stand van de zon, de geëigende tijd voor het zaaien te bepalen. Een astronomische waarneming dus. Ik onderstel dat de makers van de quiz - zoals nog meer voorkomt - het onderscheid tussen astrologie en astronomie niet appreciëren.
Prof. Frans Cerulus (emeritus gewoon hoogleraar)

Pim Lemmens (kies Cursus Het voordeel van de twijfel):
Een van de grondideeën van de filosofie van Plato is dat van de ideeënwereld, een wereld buiten de direct waarneembare wereld waar we toch op de een of andere manier toegang toe hebben en waar alle denkbare objecten in hun volmaakte vorm onstoffelijk aanwezig zijn. Dank zij die objecten kunnen we dingen herkennen, ook al hebben we ze nog nooit gezien, of nog nooit op die manier gezien. Door de objecten in de ideeënwereld kennen we de natuurlijke soorten (planten, dieren en andere verschijnselen). Een idee in de ideeënwereld representeert een hele soort en een enkele soort komt overeen met maar één idee, omdat ideeën volmaakt zijn. Als er twee verschillende representanten zouden zijn van een en dezelfde soort dan zouden die niet allebei volmaakt kunnen zijn. Door ons contact met de ideeënwereld kunnen we dingen ontdekken die niet direct zichtbaar zijn in de wereld van alledag (reflectie). En aan de volmaakte vormen ontlenen we ook ons wiskundig inzicht. Dat de verhouding tussen de diameter van een cirkel en de omtrek de waarde van het getal pi heeft is niet iets dat we zelf verzonnen hebben, maar dat vastligt in de volmaakte cirkel, in de ideeënwereld. En tenslotte, hoe komen wij aan het begrip volmaaktheid en ons gevoel voor het volmaakte als we dat niet aan de ideeënwereld ontlenen?
De geest, het subject, is dus in staat om de ware aard van de stof, het object, te kennen door tussenkomst van het oordeelsvermogen.

Hoewel Darwin's Evolutietheorie een relatief jong archetype is, bestaat het evolutionaire wereldbeeld zelf al sinds de oudheid. Griekse filosofen in de oudheid, zoals Anaximander, postuleerden een ontwikkeling van leven uit niet-leven en de evolutionaire afkomst van de mens uit dieren. Charles Darwin voegde slechts iets nieuws toe aan een oude filosofie - een plausibel mechanisme genaamd "natuurlijke selectie". Natuurlijke selectie werkt om voordelige genetische mutaties te behouden en te accumuleren. Het model van de systeembenadering wordt gebruikt om de Triade van de Natuurlijke eenheid met de Tetrade van de Natuurlijke Selectie te verbinden. Bij levensprocessen draait het om de Weltstoff van Teilhard de Chardin, de memen van Richard Dawkins, de geest-substantie svabhavat (Akasha) in de Theosofie.

Fractals vertonen drie eigenschappen tegelijkertijd: iteratie, gebroken dimensie en zelfgelijkvormigheid (een recursiefproces wordt in de driehoek rechts weergegeven). Enkel het laatste is visueel zichtbaar. De zelfgelijkvormigheid is de eigenschap dat als men een stukje van een fractal vergroot men terug de oorspronkelijke figuur verkrijgt. Deze eigenschap heeft ook nog andere gevolgen : als men slechts een stukje kent van een fractal, kan men hieruit de volledige fractal terug verkrijgen (zie ook geschiedenis van fractals).
'Triade en Tetrade' (kies: Classificatie, 'Driehoek en vierkant van Sierpinski', 'Bomen van Pythagoras').

Luc Zonnenberg: De eerste onderzoeker die zich diepgaand buigt over het thema van de mimese is de Franse letterkundige en cultuurfilosoof René Girard. In 1961 publiceert hij zijn eerste boek Mensonge romantique et vérité romanesque, waarin hij door middel van literair onderzoek steeds terugkerende patronen in menselijke relaties ontdekt, die door de geschiedenis van de mens heen constant blijken te zijn. Steeds meer ontdekt hij een consistent onderliggend mechanisme in de menselijke relaties, waaraan voor zijn tijd nog weinig aandacht aan was besteed. De belangrijkste conclusie betrof het mimetisch principe waaraan het sociale handelen van mensen is onderworpen. Dit mimetisch of nabootsend gedrag van mensen wordt gekenmerkt door het feit dat de participant zijn eigen gedrag niet geheel en soms geheel niet doorziet, hooguit op een onbewust niveau. Vaak wordt immers beweerd dat de mens vanuit zichzelf begeert. Girard wil met zijn theorie nu juist aantonen dat mensen begeren wat ánderen begeren. De ontkenning dat de begeerte van de ander een rol speelt, het geloof dus in de authenticiteit van het eigen begeren, is een romantische illusie. Hiertegenover zet Girard de romaneske waarheid, die de klassieke romanschrijvers (Cervantes, Stendahl, Flaubert, Proust en Dostojewski) verwerken in hun literaire scheppingen, namelijk dat iedere menselijke begeerte mimetisch van aard is, en dus altijd bemiddeld (via de ander) tot stand komt. Deze driehoeksbegeerte werpt een nieuw en verhelderend licht op de menselijke betrekkingen van bewondering, rivaliteit en haat: willen wat de ander wil en begeren wat de ander begeert.
De veranderingen in het onderwijs vinden gestaag hun doorgang. Veel van deze veranderingen zijn noodzakelijk, gezien de veranderingen in de maatschappij en de daarmee samenhangende eisen die aan leerlingen en studenten worden gesteld. Dit pleidooi heeft echter de bedoeling om in deze ontwikkelingen ook aandacht te schenken aan het fundamentele belang van mimese in het leerproces. De grote nadruk op zelfstandigheid en zelfstandig leervermogen hebben wellicht nog te veel weg van de te individuele accenten die door Freud en Piaget zijn gelegd. De inzichten die de mimetische theorie met zich mee brengt, wijzen ons op de sociale samenhang waarin het leerproces gestalte krijgt. Daarin wordt niet meer gesproken over individuen, maar over de sociale context waarin mensen zich bewegen, om aan te geven dat mensen zich veelal niet zelfstandig ontwikkelen. De mens is een groepswezen, en in dat groepsverband komt hij tot ontwikkeling. De mimetische theorie geeft ons duidelijke aanwijzingen hoe dit groepsproces zich voltrekt. Laten wij onze nabootsing niet langer ontkennen, uit angst om uitgemaakt te worden voor na-apers. Het unieke en zelfstandige individu met een goed ontwikkeld zelfsturend leervermogen bestaat niet!

Hoofdstuk 6. De wagenmenner: de ware werkelijkheid.
De natuurlijke denkhouding van Husserl komt het dichtst in de buurt van wat de Grieken “doxa” zouden noemen: het rijk van de meningen, de vage noties en de illusies. Hier overheersen indrukken, contouren en een “menen” zonder te weten waarom het gemeende waar zou kunnen zijn.
Tegenwoordig denken filosofen iets genuanceerder: de doxa heeft als kenmerk dat dingen “voor waar” worden gehouden in een soort schemerachtige gegevenheid, maar elk denken, ook een zuiver filosofisch of wetenschappelijk denken, heeft vanzelfsprekendheden, die voor zichzelf niet direct duidelijk zijn. Elke houding is een perspectief en slechts een “zij-aanzicht” zoals Husserl later zou zeggen. Er is geen perspectief die een zaak, zoals het “is” toont.

De theorie van herinnering (anamnese) is de bron van het begrip van het onbewuste. Plato legt met zijn leer van de Ideeën de grondslag van het idealisme in de filosofie, dat de opvatting is dat al het werkelijke een idee van de geest is, ook elk materieel ding. De mens neemt slechts de verschijning van de dingen waar; toegang tot de wereld van het eigenlijke van de dingen, dat de idee is, kan hij bij Plato slechts krijgen door herkenning (anamnese). Het tegendeel van het idealisme is het materialisme, dat de opvatting is dat al het werkelijke een stoffelijk bestaan heeft en zo ook direct aanvaardbaar is. In de filosofie is het terug te voeren tot op Plato die de algemene begrippen (ideeën) als belangrijker en van een hogere orde beschouwt dan de bijzondere of particuliere dingen. Als men de vraag stelt: "Wat is het zijn?", dan is Plato's antwoord (het benadrukken van de werkelijkheid van universalia) kenmerkend voor het idealisme; het andere mogelijke antwoord (het benadrukken van de werkelijkheid van de dingen zelf) is het realisme. Of, om het met andere woorden te zeggen, Plato beschouwt de ideeën of begrippen als realistisch, zijn idealisme is dus in feite een begripsrealisme. Onder die naam staat het dan ook bekend.

De rol van Socrates is er in gelegen zijn leerling te helpen zich iets te herinneren. Dit is vergelijkbaar met wat de moderne psychotherapeut doet met zijn of haar patiënten. Gedurende je leven peil je de diepte om te ontdekken wat je al weet. Het gaat er om dat ons denken, de gedachtevormen de éne werkelijkheid zo nauwkeurig mogelijk weerspiegelen. Indien wij de werkelijkheid verkeert interpreteren mogen we niet verwachten dat we op basis van deze interpretaties wel het juiste gedrag uitvoeren.

een pentagoon kan een pentagram worden getekend. In het centrum van het pentagram ontstaat een nieuw pentagoon. Het recursieproces brengt de manifestatie van de zelfgelijkvormigheid tot uitdrukking.

De schuine zijde van de octaëder is wortel2 lang (1kwadraat + 1kwadraat = 2 en daar de wortel van). De octaëder heet in de heilige geometrie het “Genererende” principe, de wortel2 transformatie. Het gaat als het ware de “grid” (de blauwdruk) neerleggen. Dit is de “core energie” van de Matrix! De wortel2, oftewel het genererende principe, is een product van de hoek van negentig graden. De hoek van negentig graden is de belangrijkste voor de overgang van de ene dimensie naar de andere. Deze hoek samen met de “eenheid”, maakt de wortel2 en in zijn essentie is dit de basis dimensie! Dit is de oh zo belangrijke hoek (winkelhaak) van de Masons! (vrijmetselaars). Alle andere hoeken zijn ondergeschikt aan deze negen(tig). Tezamen zijn ze de één: Alpha, en (negentig) is Omega.

De drie verenigende Logoi van de Esoterie:

Eenheid inVerscheidenheid   
Pythagoras 1e Logos, Monade3e Logos, TriadeAntroposofieRudolf Steiner 
MonadeTriadeGod ----GeestGeestmens ----Geestzelf (omgevormd Astraallichaam)
||||||
TetradeDuade4. Lichaam ----ZoonFysiek lichaam ----Levensgeest (omgevormd Etherlichaam)
  Tetrade2e Logos, Duade  

H.P. Blavatsky: De Geheime Leer Deel I, Proloog (p. 46):
Zo is ons bewustzijn afkomstig van de geest of de kosmische verbeelding; de verschillende voertuigen waarin dat bewustzijn wordt geïndividualiseerd en tot zelf- of reflectief bewustzijn komt, zijn afkomstig van de kosmische substantie; terwijl fohat in zijn verscheidene manifestaties de geheimzinnige schakel vormt tussen denkvermogen en materie, het bezielende beginsel dat ieder atoom tot leven prikkelt.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 14 De vier elementen (p. 505):
Plato heeft de vier elementen volledig gekarakteriseerd toen hij zei dat zij dat waren ‘wat de samengestelde lichamen samenstelt en ontbindt’. Daarom was de verering van de kosmos, zelfs in haar laagste aspect, nooit het fetisjisme dat de passieve uiterlijke vorm en stof van een of ander voorwerp vereert en aanbidt, maar richtte zij zich altijd op het daarin aanwezige noumenon. Vuur, lucht, water en aarde waren alleen maar het zichtbare omhulsel, de symbolen van de bezielende, onzichtbare zielen of geesten – de kosmische goden, die werden vereerd door de onwetenden en eenvoudigen en die eerbiedig werden erkend door hen die wijzer waren. De waarneembare onderafdelingen van de noumenale elementen werden op hun beurt bezield door de zogenaamde elementalen, de ‘natuurgeesten’ van lagere rangen.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 11 Over elementen en atomen Vanuit het standpunt van de wetenschap en van het occultisme (p. 626):
De occultist weet waarover hij het heeft wanneer hij spreekt over ‘elementen’ en over mensen die leefden in die geologische tijdperken waarvan de duur, volgens een van de beste Engelse geologen, even onmogelijk is vast te stellen als de aard van de stof. Als hij zegt ‘mens’ en elementen, dan bedoelt hij niet de ‘mens’ in zijn tegenwoordige fysiologische en antropologische vorm, en ook niet de elementalen-atomen, die hypothetische begrippen, de entitatieve abstracties van stof in haar heel ijle toestand, zoals deze nu in de hoofden van de wetenschappers bestaan; en ook niet de samengestelde elementen van de oudheid. In het occultisme betekent het woord element altijd ‘rudiment’. Als we zeggen ‘de elementaire mens’, bedoelen we òf de voorlopige eerste schets van de mens in zijn onvoltooide en onontwikkelde toestand, dus in die vorm die nu tijdens zijn leven in de fysieke mens latent is, en slechts nu en dan en onder bepaalde omstandigheden vorm aanneemt; òf die vorm die het stoffelijke lichaam een tijdlang overleeft en die beter bekendstaat als een ‘elementaar’2. Als het woord ‘element’ in metafysische zin wordt gebruikt, betekent het, in tegenstelling tot de sterfelijke, de wordende goddelijke mens; en in fysieke zin, de ongeordende stof in haar eerste ongedifferentieerde toestand, of in de layatoestand, die de eeuwige en normale toestand van de substantie is. Deze substantie differentieert zich slechts periodiek en verkeert tijdens die differentiatie in een abnormale toestand – met andere woorden, een voorbijgaande illusie van de zintuigen.
626/627: Wat de zogenaamde ‘elementalen-atomen’ betreft: de occultisten gebruiken die benaming in een betekenis die analoog is aan de naam die de hindoe aan Brahmā geeft wanneer hij hem ANU, het ‘atoom’, noemt. Ieder elementalenatoom, bij het zoeken waarnaar meer dan één scheikundige het pad heeft gevolgd dat werd aangegeven door de alchemisten, is zoals zij vast geloven (zo niet weten) een ZIEL; niet noodzakelijk een ontlichaamde ziel, maar een jīva, zoals de hindoes deze noemen, een centrum van POTENTIËLE LEVENSKRACHT, waarin intelligentie sluimert en, in het geval van samengestelde zielen, een intelligent actief BESTAAN, van de hoogste tot de laagste orde, een vorm samengesteld uit meer of minder differentiaties. Men moet een metafysicus – en wel een oosterse metafysicus – zijn om te begrijpen wat we bedoelen. Al die atoom-zielen zijn differentiaties van het ENE en staan daarmee in dezelfde betrekking als de goddelijke ziel – buddhi – tot haar leven gevende en onafscheidelijke geest of ātman.
2) Als Plato het heeft over de irrationele, roerige elementen ‘die zijn samengesteld uit vuur, lucht, water en aarde’, bedoelt hij elementaire demonen. (Zie de Timaeus.)

H.P. Blavatsky: De Geheime Leer Deel II, Stanza 2 De chronologie van de brahmanen (p. 80):
In Isis Ontsluierd schreven we wat we nu herhalen: ‘We zijn op het laagste punt van een cyclus en kennelijk in een overgangstoestand. Plato verdeelt de intellectuele vooruitgang van het heelal tijdens elke cyclus in vruchtbare en onvruchtbare perioden. In de ondermaanse gebieden blijven de sferen van de verschillende elementen eeuwig in volkomen harmonie met de goddelijke natuur, zegt hij; ‘maar hun delen zijn’, omdat ze te dicht bij de aarde zijn en door hun vermenging met het aardse (wat stof is, en dus het rijk van het kwade), ‘soms in overeenstemming en soms in strijd met de (goddelijke) natuur’. Wanneer die circulaties – die Eliphas Lévi ‘stromen van het astrale licht’ noemt – in de universele ether die ieder element in zich bevat, in harmonie met de goddelijke geest plaatsvinden, geniet onze aarde en alles wat daartoe behoort, een vruchtbare periode. De occulte vermogens van planten, dieren en delfstoffen sympathiseren magisch met de ‘hogere naturen’, en de goddelijke ziel van de mens staat in een volmaakte verstandhouding met deze ‘lagere’ naturen. Maar tijdens de onvruchtbare perioden verliezen de laatste hun magische sympathie, en wordt het geestelijke gezichtsvermogen van de meerderheid van de mensheid zo verduisterd, dat deze ieder begrip van de hogere krachten van haar eigen goddelijke geest verliest. We zijn in een onvruchtbare periode: de achttiende eeuw, waarin de kwaadaardige koorts van de scepsis zo onweerstaanbaar uitbrak, heeft het ongeloof als een erfelijke ziekte op de negentiende eeuw overgebracht. Het goddelijke intellect is in de mens versluierd; zijn dierlijke brein alleen filosofeert.’ En als het alleen filosofeert, hoe kan het dan de ‘ZIELENLEER’ begrijpen?
De Geheime Leer Deel II, Stanza 6 Schepping van de eerste rassen (p. 97):
97: Hoe nauwkeurig en waar is Plato’s uitspraak, hoe diepzinnig en filosofisch is zijn opmerking over de (menselijke) Ziel of het EGO, toen hij deze omschreef als ‘een samenstel van hetzelfde en het andere’. En toch, hoe slecht is deze wenk begrepen, want de wereld dacht dat werd bedoeld dat de ziel de adem van God of Jehova was. Het is ‘hetzelfde en het andere’, zoals de grote ingewijde en filosoof zei; want het ego (het ‘hogere zelf’, wanneer dat is versmolten met en opgegaan in de goddelijke monade) is de mens, en toch hetzelfde als het ‘ANDERE’, de in hem geïncarneerde engel, die hetzelfde is als het universele MAHAT. De grote klassieke schrijvers en filosofen voelden deze waarheid, toen ze zeiden dat ‘er iets in ons moet zijn dat onze gedachten voortbrengt. Iets heel ijls; het is een adem; het is vuur; het is ether; het is het meest verfijnde; het is een zwakke gelijkenis; het is een begrijpen; het is een getal; het is harmonie . . .’ (Voltaire).
276: ‘Satan of Lucifer vertegenwoordigt de actieve of, zoals Jules Baissac het noemt, de ‘middelpuntvliedende energie van het Heelal’ in kosmische zin. Hij is vuur, licht, leven, strijd, inspanning, gedachte, bewustzijn, vooruitgang, beschaving, vrijheid, onafhankelijkheid. Tegelijkertijd is hij pijn, de reactie op de vreugde van de daad, en dood – de omwenteling van het leven – satan, die brandt in zijn eigen hel, voortgebracht door de heftigheid van zijn eigen stuwkracht – de expansieve ontbinding van de nevelvlek, die zich moet verdichten tot nieuwe werelden. En terecht wordt hij telkens opnieuw weerhouden door de eeuwige inertie van de passieve energie van de Kosmos – het onverbiddelijke ‘IK BEN’ – de vuursteen waaruit de vonken worden geslagen. Terecht worden hij . . . en zijn aanhangers . . . prijsgegeven aan de ‘zee van vuur’, want in de zon (in de kosmische allegorie in slechts één betekenis), de levensbron in ons stelsel, worden zij gezuiverd (ontbonden) en gekarnd om ze voor een nieuw leven (de opstanding) geschikt te maken; die zon die, als de oorsprong van het actieve beginsel van onze aarde, tegelijk het thuis en de oorsprong van de wereldlijke satan is.’
277: De juistheid van de algemene theorie van Baissac (in Le Diable et Satan) blijkt verder uit het bekende feit dat koude een ‘middelpuntzoekende’ werking heeft. ‘Onder de invloed van kou trekt alles samen. . . . Het leven gaat in winterslaap of sterft, het denken bevriest en het vuur wordt gedoofd. Satan is onsterfelijk in zijn eigen vuurzee – alleen in het ‘Nifl-heim’ (de koude hel uit de Scandinavische Edda’s) van het ‘IK BEN’ kan hij niet bestaan. Maar ondanks dat alles is er een soort onsterfelijk bestaan in het Nifl-heim, en dat bestaan moet pijnloos en vredig zijn, want het is onbewust en inactief.
De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk 22 De symboliek van de mysterienamen IAO en Jehova (p. 630):
Omdat Plato was ingewijd, kon hij niet geloven in een persoonlijke god – een reusachtige schaduw van de mens. Zijn benamingen ‘monarch’ en ‘wetgever van het Heelal’ hebben een abstracte betekenis die elke occultist begrijpt, die niet minder dan een christen gelooft in de ene wet die het Heelal regeert, terwijl hij tegelijk erkent dat deze onveranderlijk is.

Blavatsky, De Geheime Leer Deel III, p. 547: Metafysisch en wijsgerig is de mens samengesteld uit vier grondbeginselen en hunne drie aanzichten op deze aarde.
708: Het Aurisch ei , dat het beeld van de microkosmos binnen de Macrokosmos bevat, de Mens in het Universum.

Gottfried de Purucker, Deel I, hoofdstuk 22 van zijn boek Grondslagen der Esoterische Wijsbegeerte: We beginnen enig idee te krijgen van wat ons bij deze studie te wachten staat: hoe eenheid veelheid wordt en hoe veelheid zich weer in eenheid oplost. Let in de eerste plaats op het verschil tussen één, eenheid en vereniging. Vereniging is een verzameling dingen die nauw met elkaar zijn verbonden; eenheid is een verzameling dingen maar met een gemeenschappelijk hoofd of een gemeenschappelijke bron, de top van een hiërarchie bijvoorbeeld; terwijl een monade één is, een individu en dus ondeelbaar. We zijn een vereniging in onze vier lagere beginselen; we zijn een eenheid in onze drie hogere beginselen, onze hogere triade; en we zijn één in de hoogste drie, de hoogste triade, zo genoemd om gemakkelijk te worden begrepen. De drie beginselen die de hogere triade vormen, bestaan alle op hun eigen gebied en we voelen hun invloed omdat we er geestelijk mee in verbinding staan.

Een eigentijds curriculum
Binnen het Nederlandse onderwijsstelsel is op dit moment niet voorzien in een systematische vernieuwing van het curriculum. Hierdoor vinden noodzakelijke (vak)vernieuwingen vaak niet, te laat of te geïsoleerd plaats. Er is bovendien onvoldoende samenhang in het curriculum, zowel tussen vakgebieden als tussen onderwijssectoren. Juist het toenemende belang van de zogenoemde 21ste-eeuwse vaardigheden laat de kwetsbaarheid van het onderwijs zien. De raad pleit voor gerichte aandacht voor curriculumvernieuwing. Zowel scholen als overheid hebben hierin een rol.

Weg met Schnabeltjeskrant of Voorstellen van de commissie-Schnabel zijn verzameling holle retoriek (Ton van Haperen Volkskrant 29 januari 2016 p. 20):
Met de commissie-Schnabel gaat het van meet af aan mis. Volgens de staatssecretaris leidt het onderwijs van vandaag op voor banen van vroeger. Vanuit die stelling formuleert hij de opdracht voor de commissie: wat heeft een leerling in 2032 nodig? Gevolgd door een bijzondere procedure: Iedereen die zich aangesproken voelt, mag een antwoord insturen. Schnabel en zijn 'platform 2032' zetten de inzendingen om in een advies.
Dat is vreemd. Een nieuw curriculum voor leerplichtige kinderen is geen kwestie van 'u vraagt en wij draaien', maar een halszaak van de democratische rechtsstaat. Een politieke kwestie. Algemene vorming leidt niet op tot banen voor later, maar voedt op tot burger van nu. Aan de hand van relevante kennis van dat moment. Denk aan de stelling van Pythagoras, de Franse Revolutie, literatuur uit Nederland en de rest van de wereld, dat soort zaken. Een gedisciplineerde omgang daarmee resulteert in leerbaarheid tot aan de dood.
Tot slot is ook de keuzevrijheid voor scholen in 'wat' zij onderwijzen niet handig. Alle kinderen in Nederland horen ongeveer hetzelfde te leren. Vanwege de maatschappelijke cohesie. Burgers kunnen alleen beschaafd met elkaar omgaan als ze elkaar verstaan. En je verstaat elkaar als je een referentiekader deelt. Het is de taak van de algemene vorming dat referentiekader aan te brengen. Zo leer je burgerschap. Op school.

Leren nadenken of Baby's vriezen dood aan de grens en wij maken ons druk over bonnetjes (Asha ten Broeke Volkskrant18 december 2015 p. 22):
Naast het Teeven-debat bestond die deze week ook uit het 4387ste hippe onderwijshervormende idee du jour. Alle basisscholieren moeten leren een computer te programmeren. In allerlei beroepen is dat nodig, van modeontwerper tot appbouwer, stelde oud-eurocommissaris Neelie Kroes enthousiast. 'Coderen is de nieuwe manier van schrijven, de nieuwe manier van rekenen.'
Nu wil het toeval dat ik gehuwd ben met een programmeur, die verrassend genoeg meteen begon te mopperen op dit voorstel. Programmeertalen verouderen zo snel dat het zinloos is ze al op jonge leeftijd te onderwijzen. Bovendien wordt de manier waarop we met computers praten juist steeds simpeler en visueler: in DOS moest je nog in code tegen je pc praten om vanaf een floppy een spelletje te spelen, tegenwoordig kun je een app in elkaar klikken en slepen zonder een regel programmeertaal te tikken.
Wat volgens mijn lief wel nodig is, als je van kinderen goede programmeurs in spe wilt maken: leer ze redeneren. Een groot probleem in kleine stukjes verdelen. Zoeken naar alternatieve verklaringen en oplossingen. Leer ze, kortom, goed nadenken.
Hoe goed zou het zijn als we bij ingewikkelde vraagstukken als de vluchtelingencrisis niet meer als een konijn in de koplampen bevriezen en gaan zitten wachten tot de monstertruck over ons pluizige staartje rijdt. Als we zouden zeggen: nou, mensen, we gaan het probleem eens rustig en rationeel van alle kanten bekijken. Want dat er baby's doodvriezen aan de grens van Fort Europa, dat is een probleem dat we met goede wil en helder nadenken kunnen oplossen.
Niet gejokt. Geen fabeltje.

Leren zonder feiten is een gevaarlijke illusie (Volkskrant 15 september 2015 p. 23): De visie van het Platform Onderwijs 2032 is doordrenkt van economisch nutsdenken en gaat voorbij aan belangrijke wetenschappelijke inzichten.
Jurjen van Helden en Harold Bekkering schreven het boek De lerende mens.
Het leren van een tweede taal vanaf groep 1 heeft uiteenlopende reacties opgeleverd. De cognitieve psychologie geeft krachtige argumenten voor het vroeg aanbieden van een tweede taal. Niet vanwege het economische nut van Engels als tweede taal, en de concurrentiepositie in de toekomst, zoals het Platform Onderwijs 2032 het advies motiveert. Leerpsychologisch is het wezenlijker dat een vreemde taal het model van de wereld verrijkt en net zoals artistieke vakken een nieuwe wereld opent voor kinderen.
Dat is ook van belang om 'vaardig, waardig en aardig' te kunnen zijn. De filosofe Martha Nussbaum ijvert ervoor om de geesteswetenschappen, waaronder taal, op school hoger op de agenda te zetten om zo de andere werelden voor kinderen te openen. Dit helpt hen om zich te verdiepen in andere standpunten, culturen en ermee in conversatie te gaan.
Dit is in overeenstemming met het cognitief psychologische idee dat een rijker model van de (internationale) wereld je in staat stelt om je die wereld eigen te maken. Overigens geldt dat voor vrijwel iedere tweede taal en niet alleen Engels. Wij beweren dat het leren van EEN tweede taal op vroege leeftijd positieve effecten heeft op latere leeftijd (en daarvoor bestaan goede bewijzen).
Tot slot de rol van de leerkracht versus de rol van de iPad.
Voorzitter van het Platform, Paul Schnabel, zegt tegen RTL Nieuws op 1 oktober: 'Dus als je zegt: kids moeten goed Engels leren uitspreken, dan is het niet noodzakelijk dat de juf dat kan. Zo'n apparaat kan je dan prima corrigeren. Dat helpt natuurlijk. Die ontwikkelingen zijn fantastisch, dat daar hulp bij kan worden geboden. De juf is dan wel begeleidend, maar hoeft niet per definitie zelf een native speaker te zijn.' Ook het Platform Onderwijs 2032 ziet het belang van de docent afnemen door de inzet van ict.
Hier kunnen we kort over zijn. Het hebben van een goede docent is en blijft essentieel, juist vanwege de grote rol van sociaal leren bij het vormen van ons model van de wereld. Dat geldt voor vreemde talen en al het andere leren. Ict kan de docent goed ondersteunen, maar nooit compenseren voor het gebrek aan een goede docent. Mensen leren van nature nu eenmaal het meest van mensen.

Jurjen van Helden en Harold Bekkering boek De lerende mens.
Cito-toetsen bij kleuters, het mandaat van de leerkracht en de rekentoetsvoor middelbare scholieren: als het gaat om onderwijs en leren telt onsland zeventien miljoen experts. Dit boek brengt op toegankelijke en vaak vermakelijke wijze de nieuwste inzichten over het menselijk leren in kaart en wijst de richting waarin het onderwijs zou moeten gaan.Leren is de manier om je leven te verrijken. De maatschappij verwacht dat we bezig zijn met lifelong learning, oftewel een leven lang leren, en dat is ook wat we zelf willen. Maar hoe leert de mens eigenlijk en past de inrichting van het huidige onderwijsstelsel daar wel bij? Over dat onderwerp gaat De lerende mens. Neurowetenschappers Van der Helden en Bekkering schetsen belangrijke inzichten over de lerende mens, beginnend bij Plato en Nietzsche en eindigend bij de meest recente neurowetenschappelijke onderzoeken. De auteurs laten zien hoe belangrijk menselijke autonomie en sociale verbondenheid zijn voor optimaal leren. Zij wijzen op blinde vlekken in de educatieve praktijk van bijvoorbeeld taal en rekenen, maar ook van sociale interactie, en bieden concrete handreikingen voor de innovatieve docent en voor jonge ouders. De toekomst van het onderwijs ligt volgens de auteurs in het idee dat alle zintuiglijke waarnemingen (beeld, beweging en gevoel) cruciaal zijn bij het leren.Jurjen van der Helden is docent en onderzoeker aan Saxion hogeschool op het gebied van sociaal-menselijk zorggedrag. Harold Bekkering is hoogleraar cognitieve psychologie en hersenwetenschapper.

'Niemand weet wat nuttig zal zijn' of 'De universiteit is geen supermarkt' (interview met Stefan Collini Volkskrant 3 september 2015 p. 25):
De Britse hoogleraar Stefan Collini schreef een spraakmakend boek over wetenschap als erfgoed en de functie van de universiteit. 'Louter rendement eisen leidt tot kortsluiting.'
Internationaal is zijn boek What Are Universities For? een bestseller en eerlijk gezegd is Stefan Collini, hoogleraar literatuurgeschiedenis in Cambridge, daar zelf nog dagelijks verbaasd over. Goed, in een snel veranderende wereld bestaat er zeker aan de universiteiten een groeiend gevoel van crisis, al was het maar omdat er heel snel heel veel verandert.
Maar zijn boek, zegt hij, was toch voornamelijk een scherpe kritiek op de in zijn ogen onzalige manier waarop in zijn vaderland Engeland de universiteiten de laatste jaren in de tang zijn genomen door de conservatieve regering.
Welke misvattingen zijn dat?
'De belangrijkste is dat universiteiten er zouden zijn voor de huidige studenten en wetenschappers. Een dienstverlener die behoeften van consumenten hier en nu bevredigt.'
Denken over wetenschap, zegt u, is in feite te vergelijken met denken over kinderopvang, kraamzorg, musea, cultureel of nationaal erfgoed. Hoe moet ik dat begrijpen?
'Cruciaal bij al die sectoren is dat ze het individuele overstijgen. Ook als ik zelf geen kinderen heb of wil, wil ik niet in een land wonen waar vrouwen op straat moeten bevallen. En ook als ik niet zelf aan een universiteit zal studeren, wil ik wel dat ze er zijn. Het is een kwestie van beschaving en collectiviteit.'

Neurowetenschap heeft slechts de schijn van vooruitgang (Leon de Bruin Volkskrant 9 juni 2015 p. 20):
Berust de 'vooruitgang' in de neurowetenschappen wel op gedegen wetenschappelijk onderzoek?
Dit alles leidt tot een enorme verspilling van tijd en geld. Niet alleen in de neurowetenschappen, maar ook in de biomedische wetenschap in het algemeen. Bovendien roept het allerlei ethische vragen op, bijvoorbeeld over het gebruik van proefdieren in wetenschappelijk studies. Doordat deze studies vaak een te lage power hebben en de kans dat ze een daadwerkelijk effect aantonen minimaal is, worden veel proefdieren helemaal voor niets opgeofferd.
Toegenomen prestatiedruk
Statistisch gezien kan het power-probleem vrij gemakkelijk worden opgelost, bijvoorbeeld door de onderzoekspopulatie te vergroten. Het probleem wordt echter in stand gehouden en versterkt door allerlei vormen van vooringenomenheid ('bias') die veel moeilijker zijn aan te pakken: toegenomen publicatiedruk, het niet publiceren van negatieve resultaten, selectieve data-analyse, belangenverstrengeling, et cetera. En dit alles hangt weer samen met de sterk toegenomen prestatiedruk in de academische wereld.
De laatste decennia is veel geschreven over de enorme vooruitgang in de neurowetenschappen. Het wordt hoog tijd eens grondig uit te zoeken in hoeverre deze vooruitgang nu op gedegen wetenschappelijk onderzoek berust. Niet voor niets luidt het eerste principe van de Nederlandse Gedragscode Wetenschapsbeoefening:
'Wetenschappelijke activiteiten geschieden met zorgvuldigheid. Toenemende prestatiedruk mag daaraan geen afbreuk doen.'

====

Jiddu Krishnamurti (Bodhisattva Pad, Mind-body dichotomy, Complementariteit, Geest en Lichaam, Zelfregulering, Akasa)

H.P. Blavatsky: … hetzij men zich naar de bloem van het oosten of naar de academies van het westen keert, het reizen langs het pad gebeurt zonder zich te bewegen. U bént het pad (De stem van de stilte).
J. Krishnamurti: No man from outside can make you free... No one holds the Key to the Kingdom of Happiness. No one has the authority to hold that key. That key is your own self, and in the development and the purification and in the incorruptibility of that self alone is the Kingdom of Eternity....
J.Krishnamurti Fysieke revolutie heeft geen betekenis meer; wat betekenis heeft is een psychologische revolutie, een revolutie in bewustzijn, in uw denkvermogen, in uw hart, en niet daarbuiten. Aangezien u creëert wat u denkt, wat u voelt. De wereld buiten u is het resultaat van wat u denkt, wat u voelt.
Jiddu Krishnamurti: Each human being, each one of you, if I may point out, represents the whole of mankind.
Krishnamurti: En in die afstand, de verdeling tussen de ziener en het ding dat wordt gezien, in die verdeling ligt het gehele conflict van de mens.
Hoe meer we over 'de waarheid' praten of zelfs maar denken, hoe verder we die van ons wegduwen.
Geen enkele organisatie of georganiseerde religie kan de mens naar waarheid of naar zijn verlossing leiden.
Waarheid is een land zonder paden.
Er bestaat geen pad naar de waarheid.
Je moet je eigen leraar en je eigen leerling zijn.
De tijd is nu,
de tijd omvat … het verleden,
de toekomst is nu.
Dus de dood is nu (kies: 'uitspraken').
Bewustzijn is de inhoud van het bewustzijn.
Het denken projecteert de toekomst via het heden, door het heden te wijzigen, vorm te geven en te ontwerpen als de toekomst.
Voor iemand die wil ontdekken wat waarheid, wat God is, is gezag iets ondenkbaars, of het nu gezag is van een boek, of van een regering, van een beeld of van een priester. Zo iemand kan alleen maar losstaan van dat alles.''
Jiddu Krishnamurti Wat is waar?
Jiddu Krishnamurti: Het individuele probleem is het wereldprobleem.
Het grootse van de mens is dat hij niet door iemand dan zichzelf is te verlossen.
Voor iemand die wil ontdekken wat waarheid, wat God is, is gezag iets ondenkbaars, of het nu het gezag is van een boek, of van de regering, van een beeld of van een priester. Zo iemand kan alleen maar losstaan van dat alles.
Dit is de vreugde van de meditatie, niet het aanbidden van een afbeelding of het herhalen van bepaalde woorden en ook niet de diepe vergetelheid waarin het 'zelf' verzinkt tijdens het najagen van een systeem, wat niet anders is dan het volledig lamleggen van het denken en voelen.
De vreugde van de meditatie is erin gelegen dat je spontaan leeft, met de intelligentie op haar hoogtepunt.
Ingram Smith: De zoeker het gezochte is, want wat je zoekt is de projectie van de zoeker.
Radha Burnier: Pas wanneer het denkvermogen beseft dat de problemen die het tegenkomt geschapen worden door zichzelf, dan wordt het volkomen vrij.

‘In-formatie’

Homo sapiens (Antropisch principe, Cybernetica, Regelkringen)Geestkunde (Geest)Bezieling (Bezieling)NatuurkundeWereldbrein (Global brain)
 Invoer -Verwerking -Uitvoer -Feedback - Feedforward
H.P. Blavatsky (Esoterie)MicrokosmosReciprociteitMacrokosmosParadigmawisseling (Hoofdroute)
 GeestZielLichaam (Ruimte)
Unificatietheorie (Broederschap)GeesteswetenschappenGammawetenschappenBètawetenschappen
 geboorte,leven,dood enONSTERFELIJKHEID
Pelgrim (levensweg)OpgaanBlinken enVerzinkenOvergang
Ho’oponoponoGoedVerstrengeling (Entanglement)KwaadOrdening (Chaostheorie, Optimistische pessimist)
 AnthropogenesisTegenstellingen (Complementariteit)Cosmogenesis (Fohat)Non-lokaal bewustzijn (Eenheid der tegendelen)
Jiddu KrishnamurtiOnderscheidingsvermogenGoed gedrag (Regeneratie)Begeerteloosheid (Egoloosheid)Liefde

J. Krishnamurti, Een wereld in crisis. Leven in onzekere tijden. Vertaling Chandra Moonen, samenstelling en bewerking David Skitt.
Al in het eerste hoofdstuk zegt Krishnamurti: “De ware betekenis van filosofie is het begrijpen van de waarheid in het dagelijkse leven, in de dagelijkse handelingen, wat hoegenaamd niets van doen heeft met christendom, boeddhisme, hindoeïsme of welke specifieke cultuur ook”. De georganiseerde religies conditioneren het denken van de mens door angst en straf. De psychologen doen dat door middel van beloning. Het zijn twee kanten van dezelfde medaille.

Boek Krishnamurti weg zonder einde:
p. 14: K, zag een onafscheidelijke relatie tussen het uiterlijke conflict in de wereld en het innerlijke conflict in de mens. Voor hem was de maatschappij het resultaat van het individu en het individu het resultaat van de maatschappij. Etc.
p. 84: De psyche is veel belangrijker dan uiterlijke wetten, regeringen enzovoorts.
We zijn geen Afrikanen, Europeanen en al die nonsens. We zijn mensheid. Als we niet beseffen dat we psychologisch één zijn, een belangrijke factor in ons leven, zullen we eeuwig in conflict blijven. En geen organisatie ter wereld kan aan dat feit iets veranderen. Etc.

Radha Burnier DE REGENERATIE VAN DE MENS, de innerlijke revolutie die het denken zuivert.
2: Hoewel de Meesters van Wijsheid, die het evolutieproces helpen, geïnteresseerd zijn in iedere verandering van de mensheid die de vooruitgang bevordert, houden zij zich in het bijzonder bezig met de spirituele regeneratie van de mens, welke van fundamenteel belang is. Want als die eenmaal plaatsvindt, dan volgt al het andere. De krachten die in gang worden gezet voor de regeneratie zullen zelf een effect hebben op de uiterlijke omstandigheden. Maar als de veranderingen alleen uitwendig zijn, worden ze na een poosje weer tenietgedaan of gaan verloren. In de geschiedenis van de mensheid zijn verscheidene gouden eeuwen geweest, tijden waarin het leven rustig was en waarin de mensen gelukkig, vriendelijk en goed waren; maar die zijn allemaal verdwenen en we zijn in deze strijd terechtgekomen, de huidige verwarring en misère.
We zien dus dat het niet genoeg is om alleen een uiterlijke verandering te bewerkstelligen. Het is net zoiets als het aanleren van goede manieren. Er moet een fundamentele verandering in de mens plaatsvinden. Dit is precies waarover Krishnamurti spreekt en waarop hij doelt, een zekere fundamentele verandering, als gevolg waarvan alle noodzakelijke veranderingen in organisatie en gedrag automatisch en met het grootste gemak zullen plaatsvinden. Als je zelf inziet wat waarheid is, zul je naar die waarheid handelen. Je hebt geen richtlijn nodig, behalve die waarheid. Wat de Meesters willen, behalve het nuttige werk dat we nu misschien doen of zouden doen, is deze regeneratie, te beginnen met onszelf. De mogelijkheid van een dergelijke regeneratie, zelfs haar onvermijdelijkheid, is misschien de meest inspirerende waarheid van de theosofie.
11: De overgang van oude denkpatronen waaraan het denkvermogen gewend is naar de erkenning dat het leven in waarheid één en ondeelbaar is, is een radicale verandering.
Het denkvermogen wordt dan verrijkt met eigenschappen van creativiteit en vitaliteit, en dit proces kan beschreven worden als regeneratie. Daarom werd in de beginperiode van de Vereniging de universele broederschap die het doel is van de Vereniging, omschreven als 'broederschap die regenereert'.

Anna Lemkow: boek Het Heelheid Principe.
Hoofdstuk 7 De evolutietheorie en haar ontwikkeling (p. 182):
Morfogenetische velden
197: De biologie-historica Donna Jeanne Haraway verwijst naar Ross G. Harrison (1870-1959) als een pionier bij de vorming van een modern organicisme, ter onderscheiding van het oude vitalisme** en mechanicisme. Ross’ werk op het gebied van de vorming van ledematen kwam hem van pas bij het leggen van de grondslagen voor het controversiële veldbegrip dat aanleiding gaf tot een grote hoeveelheid biologisch onderzoek in de dertiger jaren.
**Het vitalisme stelt dat levende verschijnselen het gevolg zijn van een niet-materieel (niet-'bestaand') beginsel dat bekend staat onder de namen: levenskracht, entelechie, élan vital, stralingsenergie en dergelijke.

Fay van Ierlant Over heelheid (Theosofia 103/6, december 2002)
Anna Lemkow schrijft (p. 393):
Niettegenstaande het feit dat de impuls naar heelheid wordt overschaduwd door op verdeeldheid gerichte neigingen in een groot en machtig deel van de menselijke samenleving, is deze impuls altijd aanwezig en levensvatbaar geweest. Onze eigen verwaarlozing van deze dynamiek zorgde er alleen maar voor dat we het nog sterker zouden tegenkomen. Er ontstaat ondanks alles een nieuw type bewustzijn dat een universalisme zal doen ontstaan dat religie, ras, cultuur en sekse overstijgt. Nu nog de visie van een minderheid, maar verspreid over de hele wereld. Die visie is van binnen uit gestuurd en doordrongen van een gevoel van verbondenheid met het hier-en-nu, een gevoel van betrokkenheid, mededogen, verantwoordelijkheid en creatieve doelgerichtheid.
Krishnamurti zei het zo:
Je moet het hele leven begrijpen, niet alleen maar een deeltje ervan. Daarom moet je lezen, daarom moet je naar de luchten kijken, daarom moet je zingen en dansen en gedichten schrijven, en lijden, en begrijpen, want dat is allemaal: leven.

Fay van Ierlant Over bestuderen van De Geheime Leer, ook De Mahatma Brieven: je moet nieuwe hersenpaden (Neurale plasticiteit) maken. Dat aanmaken van die nieuwe hersenpaden, daarbij wordt een oude manier van denken, op jezelf gericht, vervangen door ontvangend denken. Waarbij je denken iets kan opvangen wat je laat zien, wat je inzicht geeft, in wat zij je aangeven. Zonder die verandering in je denken kun je er eigenlijk niets van begrijpen.

Radha Burnier Antwoorden op enkele vragen (Theosofia 2008)
Vraag: In het hart van elke lering ligt de liefde. Dit veronderstelt dat er een ‘ik’, een ‘mij’ is die van een ander dan zichzelf houdt. Toch schijnt het dat het ‘ik’ een spiritueel obstakel vormt. Kunt u dat verklaren?
181: Het is misschien de schaduw van liefde. Dat wat wij liefde noemen is dikwijls de corrupte staat van het denken met altijd de verwachting van een wederkerigheid: degene die liefheeft – of die denkt lief te hebben – verlangt wederkerig bemind te worden. Maar hij of zij wil precies bemind worden op de manier die hij of zij verlangt. Zo niet, dan zeggen we: ‘Die ander houdt niet echt van mij’. Er zijn allerlei van deze complicaties, de jaloezie, de teleurstelling en de hoop die opgeroepen worden door de verwarring die wij liefde noemen. Als er werkelijke liefde is, is er geen ik. Krishnamurti zei: ‘Daar waar het ik is, is de liefde afwezig’.

Fay van Ierlant Het werken met de tijd
‘Toen Krishnamurti begon met zijn lering was het voor de meeste theosofen niet zo dat ze het niet konden begrijpen, maar ze vroegen zich af hoe ze het in konden passen in hun bestaande denkpatroon. Maar het leven is niet een probleem dat opgelost moet worden, het is een mysterie dat ervaren moet worden. Het is het gemak waarmee theosofen alle problemen en gebeurtenissen kunnen plaatsen dat ware kunstenaars en denkers doet weglopen. Zij weten té goed dat hetleven niet in een systeem gestopt kan worden, dat het doel van het denken niet is het leven te verklaren in woorden maar het te begrijpen door het te ondergaan. Het is het middelmatige denken dat comfort zoekt en geen waarheid. De zoeker naar waarheid ziet niet op tegen moeilijkheden en twijfel, maar verwelkomt ze. Natuurlijk zoeken we allemaal wel eens advies van iemand en praten we over moeilijkheden. Er is ook geen reden waarom we niet zo veel mogelijk proberen te leren van leraren en boeken, zo lang we inzien dat we zelf besluiten moeten nemen en dat het zwakheid is als we die verantwoordelijkheid op anderen afschuiven. De open deur naar de realiteit ligt in het hier en nu, in de beleving van iedere dag, overal. De moderne mens zoekt geen toevlucht, troost of zekerheid maar aanvaardt de storm van het leven op eigen kracht.’
Tot zover J.J. van der Leeuw in 1930.

Het leerproces van Plato laat zien dat er in het gehele heelal niets is dat niet twee kanten heeft – de keerzijden van dezelfde medaille. Het pedagogisch denkmodel, het morele kompas van Plato biedt een context voor zowel de theïstische als de atheïstische wereld. Chaos , onbalans ontstaat wanneer politici geen oog hebben voor de keerzijde van de medaille. Zonder te streven naar waarheid en rechtvaardigheid is vrede niet mogelijk.

Verkenningen mbt de leringen van J. Krishnamurti – (lezing 4 P. Krishna maart 2013):
Ofwel we gaan naar experts en lezen wat zij gezegd hebben, en welke systemen zij aangeraden hebben. Zo kun je lezen wat Maria Montessori gezegd heeft, wat Rudolf Steiner gezegd heeft, wat Jean-Jacques Rousseau gezegd heeft, en vervolgens kijken naar de systemen die zij voorgesteld hebben en daaruit een eigen keuze maken. In dat geval stellen we ons weer afhankelijk op van de visie van de expert. Maar als we ook graag voor onszelf willen leren en ons niet alleen een systeem willen eigen maken, dan moeten we niet afhankelijk zijn van de experts. Omdat geen enkel systeem het probleem werkelijk oplost. In diepere zin komen de problemen niet voort uit een niet efficiënt werkend systeem. Zij komen voort uit het feit dat het denken dat zo’n systeem gebruikt niet over voldoende wijsheid beschikt.

Verkenningen met betrekking tot de leringen van J. Krishnamurti (15 februari 2013):
We zeiden in onze vorige lezing dat we, steeds wanneer we voelen dat er conflict is of een paradox of een dilemma, dat onoplosbaar lijkt, moeten kijken naar wat onze vooronderstellingen zijn. We moeten kijken of we dat hele issue verkeerd benaderen, omdat als de benadering zelf verkeerd is, je nooit tot de waarheid zult komen. Daarom moet je het paradigma waarbinnen het denken die toestand van paradox, onenigheid, conflict of dilemma ervaart, aan een onderzoek onderwerpen. Als je een dilemma ziet dat onoplosbaar schijnt te zijn, dan kun je er donder op zeggen dat het ontstaat omdat je verkeerd naar het probleem kijkt omdat er geen strijdigheid en geen dilemma bestaat tussen twee aspecten van de werkelijkheid; dat kan er niet zijn. Er is maar één enkele cosmische orde, en indien je daarin een verdeeldheid waarneemt, dan is je waarneming illusoir.

Jiddu Krishnamurti Wat is waar? Hoofdstuk 24 Intuïtie is volledig ontwaakte intelligentie.
Je denkt dat je door te redeneren intuïtie zult krijgen, maar via het proces van redeneren kun je niet tot intuïtie komen. Je redeneren berust voornamelijk op de kern die het 'zelf' is en bevrijdt het denken dus niet, maar versterkt eerder het ikbesef. Dat leidt tot logisch lijkende waanideeen, want die kern van het 'zelf' is gevormd op grond van de valse waarden van het vergankelijke. De intuïtie is steeds op gelijke sterkte in de mens aanwezig en kan volledig tot uiting komen wanneer de kern van het 'zelf' volkomen is opgelost.
In plaats van het 'zelf' te versterken en zo de intuïtie te verdoezelen, wordt redeneren dan het instrument van de intuïtie Intuïtie krijg je niet door redeneren, maar door de oorzaak van de belemmering weg te nemen.
Als een idee je aanstaat, als het bevredigend en troostrijk overkomt, neem je het aan en dat noem je dan intuïtie. Neem bijvoorbeeld het idee van reïncarnatie. Je hoort daarover en omdat je het je bevalt, grijp je het aan, in de gedachte dat dit nu intuïtie is. Het wordt dus een werkelijkheid voor je en alles wat je doet, je hele leven, wordt erop gebaseerd. Volgens mij is deze bevrediging gevende aantrekkelijkheid geen intuïtie. Het is louter aantrekkingskracht. Het is de kern van het 'zelf' in de tijd laten voortbestaan, met meer mogelijkheden en een grotere kans op ontplooiing. Deze 'intuïtie' is persoonlijk, ze geeft je voldoening en je streeft haar na, je noemt haar een natuurwet of het goddelijke plan. Leg dit nu vooral niet zo uit dat ik voor of tegen reïncarnatie ben. Ik spreek over de waarheid, die tijdloos is.

Het idee van geprestabiliseerde harmonie (in het Duits prästabilierte Harmonie) is bedacht door de Duitse filosoof Gottfried Wilhelm Leibniz. Het biedt een verklaring voor het lichaam-geestprobleem.

De monaden (monadologie) van Leibnitz (psycho-fysisch parallellisme) lijken verdacht veel op de eonische tijdruimten of psychons van John Eccles. Een veelbelovende kandidaat voor het psychon van John Eccles is het majorana fermion - 'Het is half God, half duivel' (Demon est deus inversus) - van Leo Kouwenhoven (interview Elsevier 21/28 december 2013).

In plaats van de mentale eenheid psychon past René Meijer in zijn hiërarchische deeltjestheorie (HDT) de integron toe.

De twee soorten ervaringen waar Prigogine naar verwijst hangen samen met de kloktijd en de psychologische tijd van Claudia Hammond, de kloktijd en innerlijke tijd van Joke Hermsen, met Chronos en Kronos van H.P. Blavatsky, chronologische en psychologische tijd van Krisnamurti, de standaardtijd en psychologische tijd van René Meijer en met de relatieve en absolute tijd in het rapport ‘E i V’.

Voor bijzonderheden over chronologische en psychologische tijd wordt naar het boek In Gesprek Over Het Einde Van De Tijd van Krishnamurti verwezen. Wat betreft dit thema zie ook het boek Krishnamurti weg zonder einde, hoofdstuk Verandering van de hersencellen (p. 20-27).

De leerschool van het leven is een netwerk van mensen of groepen mensen, een sociaal netwerk, dat in het spraakgebruik als 'netwerk' wordt aangeduid. De netwerkconnecties (Communicatie, Trekkermechanisme, NLP) in de microwereld van het brein functioneren analoog aan een sociaal netwerk ('complementaire schismogenesis') in de macrowereld.

Trekkermechanisme ("nieuwe hersenpaden", Neurale plasticiteit)
Om onze waarneming, leergedrag, opmerkzaamheid, logisch redeneren, herinneren, dromen te verklaren vergelijkt Prof. van Peursen in zijn boek Cultuur in stroomversnelling uit 1975 de werking van de hersenprocessen met het zogenaamde ‘trekkermechanisme’.

Antonio Girardi Leven, sterven, zijn (Theosofia 2010)
54: Toch heeft Jiddu Krishnamurti het feit benadrukt dat de mensheid gedurende de laatste millennia psychologisch geen significante stap voorwaarts gezet heeft op de weg naar begrijpen en eenheid. Het ‘Leitmotif’ van Krishnamurti’s leringen heeft een diepe betekenis, namelijk de bevestiging dat kennis, beschouwd als ‘accumulatie’, slecht is voor menselijke vooruitgang en één van de grootste obstakels voor het bloeien van ware kennis. Maar Krishnamurti’s bevestiging staat niet alleen. Bewustzijn in de mens moet leiden tot het ‘liquideren van de bekende wereld’. Dit is beter dan doorgaan als een complex geheel van gecodificeerde (tot wet gemaakte) kennis. Wanneer kennis beschouwd wordt als een werkhypothese, om de gevolgen ervan te evalueren, lijkt het dat er aan de wortel daarvan een filosofie ligt die nogal lijkt op die van oorspronkelijk boeddhisme. Onze ‘realiteit’ is niet-permanent en illusoir. Lijden wordt veroorzaakt door begeerte. Bevrijding van begeerte betekent bevrijding van lijden – er bestaat geen ‘zelf’ dat afgescheiden is van de persoonlijkheid, of wij kunnen zeggen dat de scheiding van het onderwerp dat observeert en het ding dat geobserveerd wordt de hoofdoorzaak is van zinsbegoocheling.
54/55: Maar op de achtergrond van de boodschap van Krishnamurti bestaat er ook permanent een unitaire staat van weten die tevoorschijn komt wanneer men zichzelf bevrijdt van de gekende wereld. Hij kiest er bewust voor om die staat niet te definiëren, maar vooral door zijn dichterlijke welsprekendheid geeft hij een glimp van het licht dat bestaat achter de deur van zintuiglijke waarneming, die beperkt is. Het zijn vooral zijn toespraken als jongeman als ook zijn Journal en Notebook die dit met grote kracht en diepgang uitdrukken. In zijn aantekeningen van 20 september 1973 schrijft Krishnamurti: ‘''De wereld om u heen is gefragmenteerd en u bent dat ook, en de uitdrukking ervan is conflict, verwarring en misère; u bent de wereld en de wereld bent u. Geestelijke gezondheid is een leven vol actie leiden zonder conflict. Actie en idee zijn tegenstrijdig. Zien is het doen; niet eerst ideatie en actie volgens de conclusie. Dit leidt tot conflict. De analist is zelf het geanalyseerde. Wanneer de analist zichzelf afscheidt als iets anders dan het geanalyseerde, baart hij conflict en conflict is het gebied van de onbalans. De observeerder is het geobserveerde en daarin ligt gezond verstand, het geheel, en samen met het heilige komt liefde’ (Journal, p.21).
55: Deze woorden van Rumi zijn niet zo verschillend van die van Krishnamurti. Een aantal millennia eerder beschreef de
Bhagavad Gita de prachtige dialogen tussen Krishna en zijn favoriete discipel Ardjuna: ‘Hij die inziet dat elke handeling in gang wordt gezet door de schepping, terwijl het Zelf niet handelt, ziet de werkelijkheid. ''’ Wanneer we een grote sprong voorwaarts in de tijd maken, komen wij bij de ontroerende pagina’s van De Stem van de Stilte, zoals ‘vertaald’ door Helena Petrovna Blavatsky: ‘Onttrek u aan de waarneming van alle uiterlijke voorwerpen en beelden. Weerhoud innerlijke voorstellingen, opdat zij niet een duistere schaduw op uw zielelicht werpen.’(86)
56: Zo is ieder mens een soort ‘punt’, geplaatst in een ‘netwerk’ dat in verscheidene dimensies ronddraait om zijn as. Ieder drukt in ruimte en tijd een totaal van waarden en situaties uit die hem ertoe brengt zich te gedragen als een toneelspeler die een bepaalde rol speelt op een toneel dat min of meer verlicht is.

De EPR-paradox (EPR-experiment) is een gedachte-experiment dat een schijnbare tegenspraak tussen de kwantummechanica en speciale relativiteitstheorie oplevert. De schijnbare tegenspraak heeft veel fysici lang hoofdpijn bezorgd, maar kan begrepen en opgelost worden met de meer hedendaagse notie van kwantumverstrengeling. "EPR" staat voor Einstein, Podolsky en Rosen die het gedachte-experiment in 1935 introduceerden om te suggereren dat de kwantummechanica geen complete theorie is. Het wordt soms de EPRB-paradox genoemd naar Bohm, die het originele gedachte-experiment vertaalde naar een iets eenvoudiger experimenteel toetsbaar experiment.

The holomovement is a key concept in David Bohm's interpretation of quantum mechanics and for his overall wordview.

Volgens Ervin Laszlo is het kwantumvacuüm de oerbron van geest en materie. Het concept ‘in-formatie’ van David Bohm wordt gebruikt om de structuur, de relaties tussen beide te beschrijven. Het begrip ‘in-formatie’ licht Ervin Laszlo in zijn boek Het Akasha-veld, Verbinding en geheugen in kosmos en bewustzijn (p. 67) toe. Sri Aurobindo: ‘Alles is bewustzijn (…). Op verschillende niveaus van zijn eigen manifestaties is dit universum een graduatie van bewustzijnsniveaus (p. 111)’.

David Pratt David Bohm en de impliciete orde
In de jaren dertig bezocht David Bohm het Pennsylvanië State College waar hij diepe belangstelling kreeg voor de quantumfysica, de fysica op subatomair gebied. Na zijn eindexamen bezocht hij de Universiteit van Californië, Berkeley. Tijdens deze periode werkte hij op het Lawrence Radiation Laboratory waar hij, na het behalen van zijn doctorsgraad in 1943, zijn baanbrekend werk met plasma’s begon (een plasma is een gas dat een hoge dichtheid van elektronen en positieve ionen bevat). Bohm ontdekte tot zijn verbazing dat zodra elektronen zich in een plasma bevonden, ze zich niet langer gedroegen als individuen en zich gingen gedragen alsof ze een deel van een groter en onderling verbonden geheel waren. Later merkte hij op dat hij vaak de indruk kreeg dat de zee van elektronen in zekere zin leefde.

Harry Massey en Peter Fraser DE ONDERSTE STEEN BOVEN Een revolutie in de preventieve gezondheidszorg
Bohm oppert ook dat de kwantumpotentiaal overeenstemt met de impliciete orde. Naar de mening van Bohm zijn alle afzonderlijke voorwerpen, entiteiten, structuren en gebeurtenissen in de zichtbare of expliciete wereld om ons heen betrekkelijk autonome, stabiele en tijdelijke ‘subtotaliteiten’, voortgekomen uit een diepere, impliciete orde van onverdeelde heelheid. Bovendien wordt de kwantumpotentiaal zelf georganiseerd en geleid door een superkwantumpotentiaal, die een tweede impliciete orde vertegenwoordigt en een oneindige reeks van impliciete ordes veronderstelt. Bohm geloofde dat alle leven en het bewustzijn diep in de generatieve orde zijn besloten en dus in uiteenlopende graden van ontvouwing in alle stof aanwezig zijn, met inbegrip van de zogenaamde ‘dode stof’ zoals elektronen of plasma’s. De mystieke betekenis van Bohm’s denkbeelden wordt onderstreept door zijn opmerking dat het impliciete domein ‘evengoed idealisme, geest, of bewustzijn zou kunnen worden genoemd. De scheiding van de twee – materie en geest – is een abstractie.´

Pamela Sodi: David Bohm, een physicus aan de Universiteit van Londen, heeft de Quantum Hologram theorie ontwikkeld die zegt dat het 'geheel' besloten ligt in ieder deel. Bohm suggereert dat de subatomische deeltjes in het experiment van Aspect met elkaar in contact staan, niet omdat ze op een mysterieuze wijze met elkaar communiseren maar omdat het idee dat ze separaat zijn een illusie is. Hij suggereert dat deze deeltjes niet onafhankelijk van elkaar bestaan maar dat ze deel uitmaken van een fundamenteel Totaal iets.

David Bohm, Causality and Chance in Modern Phisics (p. 1): In de natuur blijft niets onveranderd. Alles is in een voortdurende staat van omvorming, beweging en verandering. We stellen echter wel vast dat niets gewoonweg opwelt uit het niets zonder antecedenten te hebben die eerder bestonden. Op dezelfde manier verdwijnt er niets zonder een spoor na te laten, in de zin dat het aanleiding geeft tot een absoluut niets in een later stadium. Het algemene karakter van de wereld kan worden uitgedrukt in termen van een beginsel dat een enorm domein van verschillende soorten ervaringen omvat en dat nooit is tegengesproken door om het even welke waarneming of experiment, wetenschappelijk of andere; namelijk, alles komt voort uit andere zaken en geeft aanleiding tot andere zaken.
Wij beweren dat niet te scheiden wederzijdse verbondenheid op kwantumniveau de fundamentele realiteit van het hele universum is en dat zich relatief onafhankelijk gedragende delen slechts bepaalde en toevallige vormen binnen dit geheel vormen.

David Bohm en J.Krishnamurti
Als de student goed werkt met de GL kan het hem voorbij de mentale processen leiden, waar het licht van geestelijke intuïtie kan schijnen.
Dit eerste grondbeginsel en Stanza I in het eerste deel van de GL verwijzen naar de ongemanifesteerde staat van het universum waar alleen maar oneindige ruimte en eeuwigheid zijn, in een absolute staat. Volgens HPB kan ware meditatie op dit begrip (niet alleen maar intellectuele studie) een belangrijk effect hebben op het denkvermogen. Zij raadde dit thema aan als de juiste basis voor het gebruik van haar meditatiediagram toen ze zei:’Stel u eerst EENHEID voor door uitbreiding in Ruimte en oneindig in Tijd’ 17 Deze opmerking zegt dat we het denkvermogen moeten uitbreiden, maar waarom? Dit is nodig om de geconcentreerdheid op het zelf op te geven en het besef van tijd te verliezen. Zoals JK herhaaldelijk zei ‘Het besef van tijd is gebaseerd op gedachte’ en we ervaren dat in die staat van universaliteit en eeuwigheid het denken stil en rustig wordt zonder beelden om mee te werken. Verderop in haar diagram zegt HPB dat de normale staat van ons bewustzijn gevormd moet worden door ‘het door de verbeeldingskracht voortdurend aanwezig zijn in alle Ruimte en Tijd’. Dit kan lijken op alleen maar fantasie, maar het diagram geeft aan dat er door dit te doen een verandering wordt voortgebracht in het bewustzijn:
Hieruit ontstaat een onderlaag van herinnering die blijft bestaan bij waken en slapen. De uiting ervan is moed. Door de herinnering aan universaliteit verdwijnt alle vrees tijdens gevaren en beproevingen van het leven.
Deze laatste vaststelling is erg duidelijk omdat we als we in onszelf kijken zullen zien dat angst ontstaat uit het gevoel van afgescheidenheid, door de identificatie van ons bewustzijn met dit sterfelijke kleine zelf. Een dergelijke oefening helpt ons het bewustzijn uit te breiden. We vinden een gelijkwaardige opmerking in Licht op het Pad: Leef niet in het nu en evenmin in de toekomst maar in het eeuwige. Dit reusachtige onkruid kan daar niet bloeien; deze smet op het bestaan wordt uitgewist door de atmosfeer zelf van de eeuwige gedachte.
Dus het vestigen van ons bewustzijn in een staat van universaliteit en eeuwigheid (wat heel anders is dan het praten erover) helpt ons het zelf achter te laten en dan is er een mogelijkheid om met het ongeconditioneerde in relatie te komen. Laten we er vanuit een andere hoek naar kijken zoals in de dialoog tussen JK en Dr. Bohm die hierboven werd aangehaald:
DB (David Bohm): ‘U gebruikt het woord denkvermogen, niet “mijn” denkvermogen’.
JK (J.Krishnamurti): ‘Het denkvermogen is niet “mijn denkvermogen”’.
DB: ‘Het is universeel en algemeen.’
JK: ‘Ja ...’
DB: ‘Dat zou dan eigenlijk inhouden dat, voor zo ver iemand zichzelf ervaart als een afgescheiden wezen, hij dan erg weinig contact heeft met het denkvermogen.’
JK: ‘Heel juist. Dat is wat we zeiden.’
DB: ‘Wat is de aard van het denkvermogen? Ligt het denkvermogen in het lichaam of in het brein?’
JK: ‘Nee het heeft niets te maken met het lichaam of het brein.’
DB: ‘Heeft het te maken met ruimte of tijd?’
JK: ‘Ruimte – nou wacht eens even! Het heeft te maken met ruimte en stilte...’
DB: ‘Nu zou ik in willen gaan op de vraag hoe zij contact maken.’
JK: ‘Ah! Contact tussen het denkvermogen en het brein kan alleen ontstaan als het brein stil is...’
DB: ‘En kan men zien dat, als het brein stil is, het kan luisteren naar iets diepers?’
JK: ‘Dat is juist. Dan, als het stil is, is het verwant aan het denkvermogen. Dan kan het denkvermogen functioneren door het brein.’
Daarom kan de juiste meditatie op het eerste grondbeginsel, dat een Werkelijkheid aangeeft die gedachte overstijgt, ons leiden naar een conditie van stilte en vrede waar het zelf niet is, waar geestelijke intuïtie kan opkomen.

David Bohm is wellicht verder dan welke wetenschapper ook gegaan in zijn bewering van 'een nieuw begrip van fysieke realiteit, waarin we een onafgebroken geheel van een allesomvattend heelal' als vertrekpunt nemen. Hij beschouwt de doordringende onderlinge verbondenheid van alles in het heelal als de fundamentele werkelijkheid. David Bohm spreekt van Dialogue, dit is niet een mentaal communicatieproces, maar een proces vanuit het hart, het gevoel. Wanneer we bewust gaan zoeken naar oplossingen voor een probleem komen we vaak in een loop terecht. Het gaat er juist om dat creatieve energie vrij kan stromen.

Dialoog: Krishnamurti en David Bohm:
K: "Wat we proberen te doen is bepaalde problemen die we misschien hebben te belichten, en die te begrijpen door ernaar te kijken - niet je mening of oordeel erover te geven, of je kritiek erop, maar ze aan het licht te brengen. En door ze aan het licht te brengen op zich ontdek je de waarheid, de betekenis ervan."
K: "We gaan met elkaar een dialoog hebben. Het woord 'dialoog' komt van het Griekse woord logos, en betekent 'woorden om je diepe innerlijke gedachten mee uit te drukken'. Waarschijnlijk willen de meesten van ons zo diep niet gaan, of onszelf niet al te veel blootgeven, maar we zouden een gesprek kunnen hebben. Niet dialectisch, want dat gaat tegen elkaar in, maar een gesprek waarin we de problemen met elkaar bespreken, hoe ernstig die ook zijn, en daar uitvoerig en diep op ingaan.
Dus dit is niet, als ik het nog eens mag herhalen, een dialectisch, argumentatief gesprek, dat wil zeggen: proberen de waarheid te achterhalen via meningen en argumenten. Ik denk niet dat je daar op die manier ooit achter kunt komen."
K: "Als jij en ik allebei serieus het hele fenomeen van het bestaan willen begrijpen, niet alleen uiterlijk, maar ook veel dieper, innerlijk, en ons volledig inzetten om dit vraagstuk op te lossen, dan hebben jij en ik, de spreker en jij die luistert, een relatie. Dan kunnen we samen op pad, dan kunnen we samen denken, er samen over praten. En samen praten, samen denken, samen onderzoeken, en dus samen creëren, is communicatie... We kunnen niet met elkaar communiceren als het jou er alleen om gaat een bepaald probleempje van jezelf op te lossen..."
"Als jij aandringt en ik ook, als jij vasthoudt aan jouw mening, aan jouw doctrine, aan jouw kennis, en ik aan de mijne, dan kan er geen sprake zijn van een echte discussie, want we zijn geen van beiden vrij om te onderzoeken. Discussieren betekent niet dat we ervaringen met elkaar uitwisselen. Er is helemaal geen uitwisseling - er is alleen de schoonheid van de waarheid, die noch jij noch ik kan bezitten, die is er eenvoudig."

J.Krishnamurti: "De maatschappij is niet anders dan jij - jij bent de maatschappij. De maatschappelijke structuur is de structuur van jouzelf. Dus als je begint jezelf te begrijpen, dan begin je de maatschappij te begrijpen waar je in leeft. Die twee zijn niet elkaars tegengestelde. Voor een religieus mens gaat het er dus om een nieuwe manier van leven te ontdekken, van in deze wereld te leven, en een transformatie teweeg te brengen in de maatschappij waarin hij leeft. Want door zichzelf te veranderen verandert hij de maatschappij" (Bombay, 10 februari 1965)

Jiddu Krishnamurti: De eerste stap is de laatste
De eerste stap is de laatste stap. De eerste stap is waarnemen, waarnemen wat je denkt, neem je ambities waar, neem je angsten, eenzaamheid, vertwijfeling, dit buitengewone gevoel van smart waar, zie het zonder het te veroordelen of te rechtvaardigen, zonder het te willen veranderen. Zie het, gewoon zoals het is. Als je het ziet zoals het is dan vindt er een totaal verschillend soort actie plaats, en die actie is de laatste actie. Dat betekend dat als je iets ziet als onecht of onwaar, is die waarneming de laatste actie, de laatste stap. Luister ernaar. Ik zie het volgen van een ander, van de instructies van een ander als bedrieglijk – Krishna, Boeddha, Christus, het maakt niet uit om wie het gaat. Ik constateer de waarneming dat het volgen van de waarheid van een ander uitermate verkeerd is. Omdat je rede, je logica en alles je duidelijk maakt hoe absurd het is om iemand te volgen. Die waarneming is de laatste stap, en als je het gezien hebt, verlaat je dat pad omdat je het volgende moment opnieuw moet waarnemen en dat is opnieuw de laatste stap.

Hans Kokhuis, kies Hologram.
A. Wat heb ik? (kijken)
B. Wat heb ik nog nodig? (kijken)
Deze twee simpele vragen, gesteld in deze volgorde brengen de flux op gang en sturen mijn energie om me te verdiepen in de Hoe-vraag (zoeken). Waarom is dit nu zo moeilijk?

David Bohm ziet alles als een geheel, waarin twee werkelijkheden bestaan: de geïmpliceerde (implicate) realiteit en de geëxpliciteerde (explicate) of ontvouwde (=zichtbare ) realiteit, die toch een zijn. Niet alleen is alles aan het veranderen, maar alles is flux. Wat wil zeggen, dat wat is, is het proces van worden zelf, terwijl alle objecten, gebeurtenissen, entiteiten, voorwaarden, structuren, etc. vormen zijn die vanuit dit proces kunnen worden geabstraheerd. Het is zoals het is. Verandering is niet tegen te houden, alles is aan het worden (the process of becoming) en de energie of bron komt altijd uit de onderliggende stroming (implicate reality) voort.

Bram Janssens 2. Ontwikkelingen in het natuurwetenschappelijk wereldbeeld, 2.1 het holografisch model.
Karl Pribram, een Amerikaanse neurochirurg van de universiteit Stanford, die de klassieker 'Languages of the Brain' heeft geschreven, beweert1 dat de hersenen wel eens als een hologram zouden kunnen werken en op die manier toegang hebben tot een groter of hoger geheel, een veld of 'holistisch frequentiegebied' dat grenzen van tijd en ruimte overschrijdt. Dit gebied kan volgens hem overeenkomen met het transcendente gebied van de eenheid-in-verscheidenheid, dat door verscheidene mystici en wijzen is beschreven en ervaren. De Engelse natuurkundige David Bohm was door onderzoekingen in het subatomaire gebied tot de conclusie gekomen dat fysische entiteiten, die in tijd en ruimte gescheiden lijken, in feite op een fundamentele manier met elkaar verbonden zijn. Er bestaat volgens hem naast de expliciete, manifeste werkelijkheid een 'ingevouwen' impliciet gebied, dat op zich één onverdeeld geheel is en dat voortdurend aan ieder expliciet deel ter beschikking staat. Het universum zou een reusachtig hologram zijn. ====

Samenvatting (Ken Uzelve, Dodecaëder, Eeuwige wederkeer, 5Ddenkraam, Recursie)

H.P. Blavatsky: De kennis van het zelf is de wijsheid zelf.
H.P. Blavatsky: De theosofie is de oeverloze wereldzee van universele waarheid, liefde en wijsheid, die haar schittering op aarde weerkaatst; terwijl de Theosofische Vereniging slechts een zichtbare waterbel op die weerkaatsing is. (Uit: Diamanten)
Dharma (Sanskriet:"धर्म" in het Devanagari schrift) is een Indiaas begrip dat de wezenlijke natuur van iets of de natuurlijke wetmatigheid die eraan ten grondslag ligt betekent. Het volgen van de dharma heeft betrekking op het pad van het menselijke welzijn in de ruimste zin.
Richard Rorty: There is nothing deep down inside us except what we have put there ourselves.
Alexis de Tocqueville: Als ongelijkheid in een samenleving de regel is, vallen de grootste ongelijkheden niet op. Maar als alles ongeveer gelijk is, treft het geringste niveauverschil iemand al onaangenaam.
William Gibson: The future has already arrived. It's just not evenly distributed yet.
Stelling: De werking van het reflexieve bewustzijn laat zien hoe probleem (het lijden, onze schaduw) en oplossing, de zelfreflectie van ‘Microkosmos en Macrokosmos’ met elkaar samenhangen. Het rapport ‘E i V’ beoogt aan de hand van de levensboom (morele kompas), ‘Bewustzijnsschil’ en met name het ‘5D-concept en Ether-paradigma’ een nieuw paradigma aan te reiken. Of met andere woorden in contact te komen met de innerlijke, leven gevende kosmische geest achter de uiterlijke kant.

Onze bewustwording als mens hangt met de relatie tussen de microwereld en macrowereld, antropogenese en kosmogenese, Mensbeeld en Wereldbeeld samen. De kwantitatieve verruiming, geldcreatie, ex nihilo (uit het niets) geldt voor banken en voor een minister van Financiën op aarde, maar niet voor het ontstaan van de mens op aarde. Het begrotingstekort 2015 van meer dan 8 miljard wordt bij de overheidsschuld opgeteld.

Primair gaat het om het innerlijke zelf, het metafysisch idealisme van Hegel, Kant en Plato, dat sterk verwant is aan Innerlichkeit in het Duits. Bij Spinoza zijn God en Natuur twee kanten van dezelfde medaille. Het is de ‘intersubjectieve’ relatie van Jurgen Habermas die beide verbindt.

Bij de presentatie van het boek Omhoog kijken in platland van Cees Dekker c.s. liet Plasterk blijken het grondig oneens te zijn dat het christelijk geloof uitstekend kan samengaan met de evolutietheorie door uit te gaan van een ‘intelligente ontwerper’. Wetenschap heeft geen argumenten voor of tegen het geloof; ze hebben niets met elkaar te maken, zei Plasterk tegen de verzamelde pers.
Daar zouden de oude wijsgeren als Pythagoras en Plato het zeker mee oneens zijn. De vraag is dan natuurlijk waarom weet Plasterk dit zo zeker? Wetenschap gaat juist over het zoeken naar antwoorden (Evolutie en Involutie, Theïst en Atheïst). De Geheime Leer beschrijft Werk-hypothesen, geen dogma’s.

Sam Harris laat in zijn boek Het morele landschap een tegengesteld geluid horen.
De ultieme krachtmeting tussen wetenschap en religie.
Het eerste boek van Sam Harris, Van God los, was de vonk voor een wereldwijd debat over de redelijkheid van religie. In de nasleep ontdekte Harris dat de meeste mensen - van religieuze fundamentalisten tot atheïstische wetenschappers - het over één punt eens waren: wetenschap heeft niets te zeggen over 'normen en waarden'.
In dit explosieve nieuwe boek rekent Sam Harris krachtig af met dit idee. Het wordt tijd dat de wetenschap de plek inneemt die de religie eeuwenlang geclaimd heeft. Harris haalt de muur tussen harde feiten en menselijke waarden neer, en spoort ons aan te denken over goed en kwaad in meetbare termen van menselijk en dierlijk welzijn. Daarbij beschouwt hij de ervaringen van wezens met een bewustzijn als pieken en dalen in een 'moreel landschap'.

De darwinist Ronald Plasterk is geobsedeerd door slechts één kant van de medaille.

Aan het Ken uzelve, ligt een harmonische ontwikkeling, het Goede, Ware en Schone (hoofdstuk 4.1, 5.4) van de innerlijke geaardheid ten grondslag. Het sluit bij de ommekeer, een paradigmawisseling in het denken aan. Er geldt van je hart geen moordkuil maken. Andere oplossingen die de paradigmawisseling weergeven:

Om het fenomeen van de weerspiegeling te duiden maakt Plato van de allegorie van de grot gebruik en Blavatsky beschrijft de toverlantaarn. De viervoudige aard van de mens 'nӗshāmā, rūah, nefesh en gūf', de viervoudige geopenbaarde krachten (zie Joy Mills De pelgrimstocht van de mens) in de microkosmos zijn een weerspiegeling van de vier fundamentele natuurkrachten in de macrokosmos. De viervoudige geopenbaarde krachten hangen met de vier vragen van Niko Tinbergen samen.

Op basis van uitgebreid onderzoek wordt de conclusie getrokken dat de homo sapiens nog steeds een raadsel is. Voor de laatste stand van zaken verwijs ik naar het tijdschrift MANTRA De cirkel van stof en geest Zomer 2017. Voor wat betreft de relatie tussen een gezonde geest in een gezond lichaam, het leerproces, de zingeving van het leven, die Plato al heeft onderkend geldt dat we het zelf zijn die zin en betekenis geven aan het leven. Wel is het zo dat sinds Plato, dus na ruim twee millennia op het terrein van de Mind-body dichotomy de wetenschap slechts weinig vooruitgang heeft geboekt. Het universum is muziek. Centraal blijft wel staan bewegen we als mens op de microkosmos aarde met de natuur mee of vertonen we een onvolwassen, een onnatuurlijk gedrag. Of met andere woorden hoe richten we onze levensenergie, intenties, onze aandacht. Het zijn mensen die leven volgens de wetten van de natuur en die in synchroniciteit zijn met Moeder Aarde.

Het debat, de controverse tussen Wierd Duk en Joshua Livestro, is een hoofdthema in het onderzoeksrapport 'E i V'. Het is een thema dat de gemoederen, lees filosofie al millennia bezig houdt. De leugenaarsparadox, het Münchhausentrilemma, de Paradox van Epimenides, Third man argument van Plato en ten slotte Harry Mulisch stelt voor deze bespiegelingen over Het Ene (dass in der Vielheit Einheit, in der Einheit Vielheit bestehen kann), de These-antithese-synthese te zien als intuïties betreffende het moment vlak 'voor' de oerknal, waarop iets ontstaan is terwijl er niets was: dat punt dat dus niet bestond, maar, ogenblikkelijk ontploffend, toch weer wel bestond.7.
7) De Zuilen van Hercules, blz. 112-118.
Het is de Bhagavad Gita die voor dit vraagstuk een oplossing aanreikt. Het laat zien dat zowel de Oosterse filosofie als de Westerse filosofie van het mechanisme These-antithese-synthese gebruik maakt.

Het leerproces van Plato zal 'De grote manipulator' Trump niet veranderen. De afgelopen decennia hebben te veel managers zich met het doorschuiven van problemen bezig gehouden. De hamvraag is nu of je voor het 'oplossen of doorschuiven' van problemen riant wordt beloond? Primair draait het nog steeds om het onderscheidt tussen thumos en epithumia van Plato. Al geeft Freud met zijn Über-ich, Ich en Es een nieuwe doorsnede. Het ééndimensionale marktdenken (Groupthink) viert hoogtij en werkt alleen nog maar contraproductief.

Het leerproces op aarde was al bekend bij Socrates en Plato, maar ook al bij Zarathoustra en Vyâsadeva (Vyasa), auteur van de Bhagavad Gita (Tegenstellingen, 5D-concept en Ethisch reveil). Zonder te streven naar waarheid en rechtvaardigheid is een duurzame vrede niet mogelijk. Dus door waarheid en rechtvaardigheid centraal te plaatsen is een betere risicobeheersing mogelijk. De Bhagavad Gita beschrijft al hoe we onze hartstochten kunnen beheersen, de contouren van de unificatietheorie. Of met andere woorden de Bhagavad Gita laat al zien dat, de ‘Grondtoon van de waarheid’, de verborgen 5e dimensie, die aan de schepping, de Éne werkelijkheid ten grondslag ligt al millennia bekend is. Om in het universum de Éne werkelijkheid te illustreren wordt van de Hoofdroute gebruik gemaakt.

In de Bhagavad Gita van Vyasa is de god Krishna, de wagenmenner. Op aarde onderscheidt Plato daarentegen de weerspiegeling, drie aspecten van de menselijke ziel die hij vergelijkt met een wagenmenner achter een tweespan. Hoofd, Hart en Onderbuik: Er moet hier onderscheid worden gemaakt tussen wat van het hoofd is (ratio, cultuur), wat van het hart is (gevoelens, intuïtie) en wat van de buik is (begeerten, verlangens, het primitieve beest).

Helaas voor George Churg en Lee Cronin (De schepper NPO2 7 mei 2017, DeThe mind of the universe) is het mechanisme, dat zij zoeken al millennia bekend, namelijk hoe richten we onze levensenergie. Zonder, het zonnestelsel, zonne-energie, het planetenstelsel is het leven van planten, dieren en mensen onmogelijk. Ook de koolstofkringloop en foto-synthese zijn met elkaar verbonden om leven op aarde überhaupt mogelijk te maken. Voordat men met het leven op aarde gaat experimenteren is het wenselijk eerst de effecten van klimaatverandering goed in beeld te krijgen. De zelfvernietigingsdrang, de arrogantie van een politicus als Donald Trump en wetenschappers als Robbert Dijkgraaf en Hans Clevers op aarde is grenzeloos.

Het is wenselijk de tweespalt tussen de natuurwetenschappen en geesteswetenschappen te verkleinen. Vastgeroeste denkpatronen te doorbreken. Het domein van de materie met die van de energetische processen te combineren. Een ruimer denkmodel is nodig om op creatieve wijze (ideatie) de wereldvraagstukken op te pakken. Het zijn in het bijzonder de grenswetenschappers met een holistische visie die de samenleving een stapje verder brengen. Uiteindelijk draait het om de vraag welke leraar geeft je echt inspiratie?

Mirra Alfassa laat zien er is niets nieuws onder de zon. Het 'ziel-type' van Mirra Alfassa (p. 334) heeft op de verborgen perpetuum mobile (levensenergie), het zelf-eon van de fysicus Jean Emiel Charon betrekking. Het ziel-type komt individueel of als groep overeen met het dharma der dingen. Soms noemt men het ook de waarheid van de dingen, van ieder ding (p. 334).

De Fransman Jean E. Charon geeft met zijn eonenhypothese (eonische tijdruimten) een nieuw inzicht op de aeonen van Valentinus en de emanatie van het Ene van Plotinus. De eeuwige filosofie (p. 63): 'Deze leringen zijn dus niet nieuw, geen vindingen van deze tijd, maar zijn langgeleden verkondigd, zo er al niet de nadruk op is gelegd; deze leer van ons is de verklaring van een eerdere leer en kan de oudheid van deze opvattingen aantonen op het getuigenis van Plato zelf.
– Plotinus, Enneaden V.1.8

Although Krishnamurti’s philosophy delved into fields as diverse as religious studies, education, psychology, physics, and consciousness studies, he was not then, nor since, well-known in academic circles. Nevertheless, Krishnamurti met and held discussions with other “New Agers” including physicist Fritjof Capra, biologist Rupert Sheldrake and psychiatrist David Shainberg.

Gezien de onzekere situatie op de financiële markten is een ding wel duidelijk dat in plaats van het consumentisme aan te wakkeren zal onze premier aan het emancipatieproces (begeleidingskunde), de ’Hoofdroute’ of aan de voedingsbodem van zijnsontwikkeling meer aandacht dienen te besteden. Het Dikke Ik heeft een morele tunnelvisie waarin alleen het eigen, individuele geluk telt. Nederland is een vrij land, iedereen heeft kansen om vooruit te komen. Als je dat niet lukt, dan is dat je eigen schuld.

De voedingsbodem, de moraal van het verhaal heeft op de Daemon & Demon van Socrates en zijn leerling Plato betrekking.

Het boek Tegen de stroom van Hirsch Ballin heeft op een paradigmawisseling op de werkelijkheid te scheppen betrekking en sluit op een ommekeer in het denken aan. In zijn boek Tegen de stroom laat Hirsch Ballin zien hoe de heiligverklaring in Rome werkt. Met dat ik in de voetsporen moest treden van Wouter Bos, mijn politieke leermeester; van Gerrit Zalm en Wim Kok, helemaal zo’n onaantastbare grootheid. ..etc. Wel vind ik dat Europa bij uitstek geschikt is om een aantal zaken aan te pakken laat Jeroen Dijsselbloem zien hoe politici op aarde heilig worden verklaard.

Grunberg versus Terlouw (Dini Hogenelst Volkskrant 23 februari 2016 p. 22):
Ook ik las als kind alle boeken van Jan Terlouw. Wel geen vijf tot tien keer, zoals Arnon Grunberg, maar wel twee of drie keer - maar wij hadden dan ook televisie, en Grunberg niet.
Grunberg vindt Terlouw een vriendelijke man (Voorpagina, 22 februari), en dat lijkt mij ook, ook al heb ik Terlouw nooit ontmoet. Ook Grunberg lijkt mij trouwens de vriendelijkheid zelve. Maar ik vind het nogal onvriendelijk om, zoals Grunberg doet, Terlouw 'zelfgenoegzame nostalgie en tot niets verplichtend populistisch idealisme' te verwijten.
En zeer onterecht bovendien. Terlouw is 84 jaar en spreekt zich nog steeds uit over politiek en samenleving. Een gefundeerde mening geven zoals Terlouw hier doet (Sir Edmund, 20 februari), is óók een waardevolle bijdrage. Grunberg zelf doet trouwens weinig anders dan gefundeerde en soms, zoals hier, ongefundeerde meningen geven, en wordt daar alom (ook door mij) voor gewaardeerd.
We moeten nog maar afwachten wat Grunberg zelf, als hij het mag beleven, nog te melden heeft op zijn 84ste.
Laten we bovendien niet vergeten dat Terlouw zich drie decennia lang, in de jaren zeventig, tachtig en negentig, met hart en ziel heeft ingezet voor de Nederlandse samenleving. Als Kamerlid, vice-premier, minister, secretaris-generaal en als commissaris van de koningin. En dan schreef hij ook nog een aantal prachtige kinderboeken, die ongetwijfeld hebben bijgedragen aan de ontwikkeling van moreel besef van talloze kinderen.
Zo iemand zelfgenoegzaamheid en tot niets verplichtend populisme verwijten, slaat echt nergens op.

Het is mogelijk de éne werkelijkheid vanuit een nieuw gezichtspunt te belichten. Het rapport 'E i V' wil aantonen dat de kwintessens van het verhaal echter gelijk blijft. De structuur van de eeuwige wederkeer impliceert een Droste-effect. Dit proces van zelfverwijzing heet recursie.

De caduceus (5e dimensie) is een mooi voorbeeld van de in – en uitspiralende torsiegolf in een vortexvorm.
De torus wordt als een multidimensionale vortex opgevat. De lemniscaat illustreert de draaikolk stuctuur van de vortex (Jan Wicherink boek Ontheemde Zielen Ontwaken p. 179). Het reflexief bewustzijn brengt als ware verschillende aggregatieniveaus van Ether, van statisch tot zeer dynamisch tot uitdrukking. De lemniscaat, de eeuwige wederkeer, symboliseert de wisselwerking, de reflectie tussen de macrokosmos en microkosmos.

Het zelfbewustzijn, dat meta-leren mogelijk maakt, kan als een recursiefproces worden opgevat. Het universum (universele quintessens) creëert een levend wezen dat in staat is zichzelf te aanschouwen en te reguleren. Het universum kijkt als het ware op een bewust niveau naar zichzelf. De in het brein, het geheugen opgeslagen informatie kan opnieuw worden geprojecteerd. We zijn aan onze eigen perceptie, het eigen perspectief overgeleverd. Het reflexieve ik, het zelfbewustzijn ondergaan we niet alleen als een ontologisch gegeven, maar veeleer als een fenomenologisch feit.

Kennissystemen (divineermethoden), het meta-leren staat voor de unificatie van natuur- en cultuurwetenschappen. Het koppelt sociologische, filosofische, pedagogische en psychologische inzichten. Het universum, de éne werkelijkheid zit zodanig in elkaar dat het zelfbewustzijn als recursiefproces er uiteindelijk voor zal zorgen dat het 'Goede, Ware en Schone' boven 'Chaos, Gaia en Eros' gaat prevaleren.

Het is mogelijk geest en materie, de twee kanten van een medaille met behulp van het Ether-paradigma te verbinden. Om het Ether-paradigma te onderbouwen is er de afgelopen millennia ruimschoots voldoende geëxperimenteerd. Is het wenselijk om nog meer leergeld te investeren? Uit het onderzoek is als belangrijkste conclusie naar voren gekomen dat het nuttig is om management by trial and error door management by learning te vervangen.

In het onderzoeksrapport 'E i V' heeft het emancipatieproces (begeleidingskunde), de ’Hoofdroute’ betrekking op de Gulden middenweg van balancerend - en authentiek leiderschap, op het Rechterpad. Het biedt een oplossing voor het menselijk tekort. De levenskiem, het beginsel van de enantiodromie van Carl Jung is nog steeds werkzaam. Het Ken Uzelve (Gnoothi Seauton) staat voor het Ene en het vele, voor ‘Eenheid in Verscheidenheid’.

Het investeren in kennis is zeker belangrijk. Maar hangt niet van fintech af. De oplossingsrichting, de hoofdroute die het onderzoeksrapport 'E i V' aanreikt hangt met mijn werkervaring in de ICT-sector samen.

De manier waarop we onze rol in het rollenspel invullen wordt vooral beïnvloed door het script dat aan onze rol ten grondslag ligt. Of met andere woorden de cultuur waardoor ons gedrag wordt bepaald.

Voetnoot Strafexpeditie of Doet Griekenland vrijwillig aan masochisme? (Arnon Grunberg Volkskrant 17 juli 2015):
Ruwweg zijn dit de twee posities aangaande Griekenland: Griekenland is ziek en heeft zo weinig inzicht in de eigen ziekte dat dwangverpleging de enige uitweg is.
De andere positie: die dwangverpleging is een strafexpeditie.
Griekenland kent inderdaad allerlei problemen, zo is in vergelijking met andere landen in de eurozone het verschil tussen de belasting die zou kunnen worden geïnd en de belasting die daadwerkelijk wordt geïnd groot. Deze problemen verdwijnen echter niet door Griekenland te dwingen al zijn schulden af te betalen. Zelfs het IMF, niet bepaald een revolutionaire organisatie, stelt dat kwijtschelding de enige manier is om Griekenland uit het moeras te trekken.
Dat Dijsselbloem de strafexpeditie 'perspectief bieden' noemt, weerspiegelt de dynamiek van het sadomasochisme. Elk pak slaag biedt de masochist meer perspectief, maar doet Griekenland vrijwillig aan masochisme? Of is de sadist zo narcistisch te denken dat al zijn slaafjes zijn sadisme lekker en gezond vinden?

De dodecaëder heeft een fascinerende regelmatige vorm. Je ziet er 12 gelijkvormige vlakken, vijfhoeken. Ze is reeds vele eeuwen het symbool van harmonie, symmetrie en perfectie. In de oudheid kende men er reeds harmoniserende werkingen, van de kosmische energieën die ons omgeven, aan toe. Plato noemde de dodecaëder het ‘Vijfde Wereldwonder’. Plato brengt met behulp van het dodecaëder symbool, de kwintessens, de zin van het leven, de levenskunst (Friedrich Nietzsche) tot uitdrukking.

Volledige synthese (Bevrijding) drukt volmaaktheid uit. Het Christendom spreekt over de wijsheid voor de volmaakten, het Boeddhisme heeft het over volmaakte geestelijke gezondheid, het Taoïsme over spirituele volmaaktheid en de Islam spreekt over de volmaakte mens. De onvolmaaktheid van de mens op aarde staat in contrast met de volmaaktheid van God in de hemel. We kunnen ook zeggen de schijntegenstellingen op aarde staan tegenover de harmonie in de hemel of de imperfecte mens staat tegenover de perfectie in de natuur.
De verzameling van alle positieve assen symboliseert het ultieme punt van volmaaktheid. Het brengt de éne eeuwige en absolute waarheid tot uitdrukking. De aardse ziel staat tegenover de hemelse geest, het innerlijke bewustzijn tegenover het non-lokale, universele bewustzijn, het Akasha-veld.

Martinus J.G. Veltman: In de loop der tijd zijn er drie belangrijke symmetrieën gevonden: spiegelsymmetrie ('P', het heelal zou gespiegeld kunnen bestaan), tijdsymmetrie ('T', het heelal zou ook andersom in de tijd kunnen bestaan) en materiesymmetrie ('C', elk deeltje heeft een tegendeel dat het doet verdwijnen als het dat ontmoet). De Engelse versie van dit gezichtspunt op het Standaardmodel, C-, P- en T-symmetry.
Symmetry and Symmetry Breaking, C-, P- en T-symmetry ('First published Thu Jul 24, 2003; substantive revision Wed Feb 13, 2008).

Ether staat voor de natuurlijke reflectie, die in de vijf Platonische lichamen door de cijfersymboliek tot uitdrukking wordt gebracht. De Aarde, de Kubus (ruimtelijk figuur) met 6 gelijke vlakken is de helft van Ether, de dodecaëder (Plato, Thimaeus) met 12 gelijke vlakken. Met twaalf regelmatige vijfhoeken kan in drie dimensies een dodecaëder worden gevormd.
Binnen een pentagoon kan een pentagram worden getekend. Centraal in het pentagram ontstaat een nieuw pentagoon. Er kan hier van een recursiefproces worden gesproken.
De diagonaal Vuur (Tetraëder met 4 gelijke vlakken) versus Water (Icosaëder met 20 gelijke vlakken) staat voor de Macrokosmos en Microkosmos. Vuur en Water samen hebben 24 vlakken, het dubbele van Ether.

Boek Krishnamurti Denk daar maar eens over na (p. 271):
Zoeken naar waarheid is de ware religie en alleen degene die naar waarheid zoekt is een religieus mens.

N. Sri Ram 's Mensen ontwikkelingsgang (p. 8):
Wij zijn naar dit front op weg, maar wanneer wij het bereikt hebben, zullen wij daar dan blijven staan of zullen wij in een geheel nieuwe richting verder kunnen ontwikkelen? Wanneer gij het evolutieproces nauwkeurig bestudeert, zult u opmerken dat er telkens weer iets geheel nieuws uit de voorraadschuren van de Natuur te voorschijn komt, wat in geen enkel verband schijnt te staan met de . voorgaande ontwikkeling. Dit is inderdaad zó verrassend en opmerkelijk, dat een vooraanstaand auteur op biologisch terrein, zijn boek de titel heeft gegeven: Ontluikende evolutie (Emergent Evolution).

De Indiër Nilakantha Sri Ram was van 17 februari 1953 tot 1972 president van de Theosofische Vereniging. Nilakantha Sri Ram (16 december 1889 – 8 april 1973) was zowel op het gebied van de theosofie als inzake Indiase politiek een discipel van Annie Besant, wiens secretaris hij lange tijd was. Hij was de zoon van Sri K.A. Nilakanta Sastri en broer van Rukmini Devi Arundale en de vader van Radha Burnier.
Radha Burnier (Adyar, 15 november 1923 - Adyar 31 oktober 2013) was sinds 1980 tot aan haar dood in 2013, de 7de internationale president van de Theosofische Vereniging.

Om de door Ervin Laszlo gesignaleerde vraagstukken adequaat op te lossen is een bewustzijnsverandering nodig. Bewustzijnsverandering begint bij jezelf, het ken uzelve en is onlosmakelijk verbonden met dat van andere mensen en de éne werkelijkheid. Om een grotere tweedeling, de toenemende sociale ongelijkheid in de maatschappij tegen te gaan is een collectieve bewustzijnsverandering, een cultuuromslag, een ommekeer in het denken nodig. Als we de zaken werkelijk willen veranderen dienen we aan het geestelijke kapitaal meer aandacht te besteden. In het 5D-concept zijn metafysica, het bovennatuurlijke en fysica, net als Idealisme en Materialisme de twee complementaire kanten van één medaille. Voor eenwording moeten we ons weer met de kern, de geest verbinden. Dus met de oerbron En-Soph ('Chaos, Gaia en Eros') waar alles uit voortkomt.

De vier stadia voor bewustzijnsverandering volgens Maslow kunnen ook met deze vier primaire bewustzijnsniveaus en de vier kosmische schema’s van Jozef Rulof worden vergeleken.

Om de evolutionaire kringloop van het universum waarin wij nu leven te illustreren maakt de theosofie van zeven ronden en zeven rassen, negenenveertig vuren (krachten), de zevenvoudige ladder van goddelijk bewustzijn gebruik. Amanda Gefter (p. 495) heeft het over terugkeren, aufheben volgens Hegel. Vergelijkbare metaforen om de evolutie te duiden zijn zelfreinigend vermogen (catharsis), innerlijke ommekeer, pelgrimage, jakobsladder, levensladder, zevende poort en zeven hemelen.

Wat Amanda Gefter zegt sluit aan op wat Jiddhu Krishnamurti over waarnemer van het waargenomene al eerder naar voren heeft gebracht.

Natuurkundigen melden ons nu dat de handeling van observeren het waargenomene verandert. Dit is een effect dat wij nauwelijks merken op het niveau waarop we leven, maar dat merkbaar is in de sub-atomaire wereld. In de ijlere dimensies van de realiteit – zoals de emotionele en de mentale – zijn de waarnemer en het waargenomene één, op een manier die veel meer waard is dan in de fysieke dimensie. Aryel Sanat schrijft (p. 77): Volgens de waarnemingen van CWL (Charles Webster Leadbeater) is er geen duidelijke scheidslijn tussen de waarnemer en het waargenomene.

Het reflexief bewustzijn, het projectiemechanisme (weerspiegeling, 'bewust en onbewust') leert dat we zowel waarnemer als deelnemer zijn. Het waargenomene duidt er op dat we allemaal deel uitmaken van de evolutie, de evolutionaire kringloop.

Het pentagram beeldt de 'beheers - en vernietigende' kringloop uit, maar ook het zelfbewustzijn, het denkvermogen, onze 'verleider en verlosser'.

Door zijn mathematische volmaaktheid (gulden snede) werd het pentagram het symbool van de wiskundige Pythagoras. Meetkundig gezien behoort een pentagram tot de familie van de sterveelhoeken.
The Pythagoreans called the pentagram ὑγιεία Hugieia ("health"; also the Greek goddess of health, Hygieia[11]), and saw in the pentagram a mathematical perfection (see Geometry section below).

Zowel in het boek van Miller als in de kunstwerken van Escher wordt het fenomeen recursie (zelfreferentie) tot uitdrukking gebracht.

Jan Wicherink, boek Ontheemde Zielen Ontwaken, bespreekt in hoofdstuk 5 de Platonische lichamen en de Levensboom:
57: In het Westen werd de kennis van de Heilige Geometrie bewaard in gnostische kringen, geheime genootschappen en de vrijmetselarij. 63: De vijf Platonische lichamen, genoemd naar de Griekse filosoof Plato, werden 350 jaar v.Chr. voor het eerst door Plato in zijn boek Timaeus beschreven. 64: Alle vormen hebben een tegenhanger, een tegengestelde vorm die grecreëerd kan worden uit de ander. De kubus bijvoorbeeld heeft de octaëder als tegenhanger. Etc. Met andere woorden de Platonische lichamen zijn extreem symmetrisch.

De beide kanten van één medaille kunnen echter niet gelijk zijn anders is er sprake van een evenwichtssituatie. Het is de Oerbron van universeel leven (Solovjov), de complementariteit die zorgt voor de tegengestelde bewegingen tussen ‘Geest en Lichaam’ (psychomaterie), ’Materie en Bewustzijn’, ‘Involutie en Evolutie’. Van deze oerbron is echter nog niets bekend. Daar kunnen we alleen maar naar gissen.

Plato had volkomen gelijk: het zijn ideeën die beschavingen voortbrengen of vernietigen; ze brengen instellingen tot bloei of richten die te gronde; en waaraan het de tegenwoordige mens ontbreekt zijn grootse, universele ideeën en de wil om ernaar te handelen – ideeën en idealen die alle mensen als waar erkennen. En omdat het ons in deze tijd ontbreekt aan visie, aan de innerlijke kennis het juiste te doen, aan een duidelijke weg uit onze moeilijkheden, staan we als volkeren waar we nu staan.
Ik herhaal: een broederschap van de volkeren, gebaseerd op redelijkheid en rechtvaardigheid, en die werkt voor het algemeen welzijn en de vooruitgang van iedereen, is te verwezenlijken en praktisch en zal eens onvermijdelijk blijken te zijn. Waarom leggen we dan niet NU daarvoor de grondslag?

Epistemologie, wetenschappelijke kennis ontstaat door de integratie (Gnosis) van knower, het proces van knowing en know. Het samenvallen van de triade correleert met de uitspraak van Robbert Dijkgraaf dat de mens slechts een onmisbare schakel in de ultieme cirkelredenering is.
De waarnemer en het waargenomene zijn uiteindelijk één en hetzelfde. Robert Dijkgraaf duidt met de mens als schakel tussen wetenschap en natuur op het fenomeen van waarnemer en waargenomene. Net als Simon Vinkenoog plaatst hij de mens in de ultieme cirkelredenering centraal.

De mens leerde onderscheiden, kwam tot zelfbewustzijn, gesymboliseerd door de boom van de kennis goed van kwaad. Op de achtergrond van dit verhaal spelen onze begeerten. Tussen de Oosterse en Westerse cultuur, aan de culturele diversiteit in de wereld ligt de lerende mens en de moraal van het verhaal ten grondslag.

De Geheime Leer Deel I Stanza De nacht van het heelal (p. 82):
De nous, die de stof beweegt, de levenwekkende ziel, die in ieder atoom zetelt en die in de mens is gemanifesteerd en latent is in de steen, heeft vermogens van verschillende graad. Dit pantheïstische denkbeeld van een algemene geest-ziel die de hele Natuur doordringt, is het oudste van alle filosofische begrippen. Evenmin was de archaeus een ontdekking van Paracelsus of van zijn leerling Van Helmont, want het is weer dezelfde archaeus of ‘vader-ether’ – de gemanifesteerde basis en bron van de ontelbare levensverschijnselen – die wordt gelokaliseerd.

Zoals E. F. Schumacher stelt: ‘We hebben grote behoefte aan een betrouwbare kaart van de werkelijkheid’. De mens maakt deel uit van de triade Kenner, Kenproces en Kenproduct (Knower, Knowing, and Known). Het betekent dat we deel uitmaken van het leerproces en waarheid is dat we nooit met de werkelijkheid die we onderzoeken, of met andere woorden de kaarten die we hebben getekend, zullen samenvallen.

H.P. Blavatsky boek Isis onsluierd Deel 1 (p. 12):
12: Liefde voor de waarheid is in wezen liefde voor het goede; en omdat die liefde ieder verlangen van de ziel overheerst, deze zuivert en opneemt in het goddelijke, en zo iedere handeling van het individu bepaalt, verheft ze de mens tot het deelnemen aan en zich verenigen met de godheid, en maakt hem opnieuw ‘naar de gelijkenis van God’. ‘Deze verheffing’, zegt Plato in de Theaetetus, ‘bestaat uit het worden als God, en dit opnemen in het goddelijke betekent het rechtvaardig en heilig worden door wijsheid.’
De grondslag voor dit opnemen is, zoals altijd wordt gezegd, het voorbestaan van de geest of nous. In de allegorie van de strijdwagen met gevleugelde paarden, die voorkomt in de Phaedrus, stelt hij de psychische natuur voor als samengesteld en tweevoudig: de thumos of het epithumetische deel, gevormd uit de substanties van de wereld van de verschijnselen; en de thumoeides, waarvan de essentie is verbonden met de eeuwige wereld. Het tegenwoordige aardse leven is een val en een straf.

De logos, thumos en epithumia van Plato correleren met hoofd (5, 6 en 7), hart (4) en navel (3) respectievelijk met de keelchakra, de voorhoofdchakra en de kruinchakra (5, 6 en 7), hartchakra (4) en het navelcentrum (3).

De gemanifesteerde werkelijkheid staat tegenover de ongemanifesteerde werkelijkheid, de macrokomos tegenover de microkosmos, ruimte tegenover materie. Het gaat om de vraag hoe met behulp van de schakel tussen ruimte en materie, de tijd ('energie') de transformatie plaatsvindt. De griekse filosoof Herakleitos zei: panta rhei, alles is in beweging. Het gaat om 'Flux en Transformatie'.

Waarheid is een land zonder paden van Krishnamurti heeft op de ‘draad-ziel’ Sutratman betrekking .

De platonische lichamen beelden, net als het Kompaskwadrant, de driehoek van Pythagoras uit.

De inductieve methode van Aristoteles is complementair aan de deductieve methode van Plato.

Ervin Laszlo boek Kosmische Visie Wetenschap en het Akasha-veld (p. 50/51):
Als twee of meer torsiegolven op elkaar inwerken, integreert het daaruit voortvloeiende interferentiepatronen (interferentiepatronen) de informatie van alle deeltjes in het geheel. We kunnen eenvoudiger en zinvoller - zeggen dat de vortices informatie registreren over de toestand van de deeltjes waardoor ze werden gecreëerd, terwijl het interferentiepatroon de informatie registreert over het totaal van de deeltjes wier vortices elkaar hebben ontmoet.

Ervin Laszlo boek Kwantumshift in het wereldbrein
Hoofdstuk 12 Metafysische, theologische en ethische implicaties, Twee domeinen van de werkelijkheid (p.118).
In het nieuwe concept vormen de twee domeinen van de werkelijkheid – het domein van de actuele entiteiten (het ‘ruimtetijddomein’) en het domein van het kosmisch plenum (het ‘velddomein’).
Evolutie door energie en informatie (p. 119/120)
De in-formatie (als proces) van het ruimtetijddomein door het velddomein leidt tot een toenemende complexiteit van de entiteiten die het ruimtetijddomein stofferen, alsmede tot de structurering van het velddomein waarin entiteiten zich manifesteren en waardoor zij met elkaar verbonden zijn. Het ruimtetijddomein wordt steeds meer geordend en tegelijkertijd neemt de entropie erin toe.

De boeken van Benjamin Adamah, Ervin Laszlo, Jules Ruis (website), Gerrit Teule en Jan Wicherink hebben een punt gemeenschappelijk en dat is de chaostheorie. Ook in het onderzoek ‘E i V’ is de chaostheorie als verbindende schakel naar voren gekomen.
Benjamin Adamah bespreekt in zijn boek de torus op pagina 112, Gerrit Teule op p. 149 en Jan Wicherink op p. 179.

Het Zero Point Field, het Akasha-veld illustreert de absolute ‘Ruimte en Tijd’. In de macrokosmos draait het om de torus en in de microkosmos om de uitgevouwen kubus, die de mens symboliseert.

Naast de wereldklok zijn er twee andere modellen, die hetzelfde fenomeen beogen te duiden. We kunnen hierbij denken aan de twee orden, die Glossarium 'Lectorium Rosicrucianum' onderscheidt en de in – en uitspiralende torsiegolf in een vortexvorm. Deze modellen komen overeen met de immense ‘zandloper’, die door mensen met een BDE-ervaring (tijdschrift BRES nr. 283 p. 47 en Dr. I.K. Taimni De Siva –Sutra De hoogste werkelijkheid en hoe deze te realiseren - uitvouwblad) zijn waargenomen.

Vanuit een andere gezichtshoek is er ook een analogie tussen de twee gezichtspunten, de controverse tussen Jan Peter Balkenende en Wouter Bos. Een klassieke tegenstelling is dat de liberalen vinden dat de overheid het probleem is en de markt de oplossing en de socialisten vice versa. Door de kredietcrisis is deze controverse opnieuw aangezwendeld. Of zoals de discussie over dit thema tussen Jan Peter Balkenende en Wouter Bos laat zien ligt de oorzaak van de graaicultuur voor de een bij de menselijke hebzucht en voor de ander dat de financiële systemen niet deugen. De een denkt vanuit de markt, het individu, de ander vanuit de overheid het collectief. De waarheid ligt in het midden en heeft op het complementaire 'en-en' denken betrekking.

Pascal's triangle has higher dimensional generalizations. The three-dimensional version is called Pascal's pyramidor Pascal's tetrahedron, while the general versions are called Pascal's simplices. De driehoek van Pascal is een rangschikking van de binomiaalcoëfficiënten in rijen voor toenemende n beginnend met n=0 en op elke rij de n+1 binomiaalcoëfficiënten voor de mogelijke waarden van k. In de driehoek komt de eigenschap tot uitdrukking dat elke binomiaalcoëfficiënt de som is van de twee bovenliggende. De driehoek is genoemd naar de Franse wiskundige Blaise Pascal (1623 - 1662), die de eerste was die er mee rekende. De getallen in de driehoek geven het aantal wegen aan vanaf de top naar de plaats van zo'n getal, waarmee ook de besproken eigenschap verklaard is. Omdat er steeds 2 keuzen zijn om de weg naar onder te vervolgen is de som van de getallen op een rij de overeenkomstige macht van 2.

De stertetraëder (stertetraheder) combineert de mannelijke en de vrouwelijke energie, met name de mate van extraversie (Big Five). Het brengt het complementariteitsprincipe tot uitdrukking. De kubus is complementair aan de octaëder, 'Aarde versus Lucht'; Malkuth versus 'Hod, Jesod en Netsach'.

Jan Wicherink legt in zijn boek Ontheemde Zielen Ontwaken de verbinding tussen vortex en torus (p. 179):
Het vergt wat inbeeldingskracht, maar kijk eens naar de dubbele vortex links, lijkt dit niet op een boom? De onderste vortex vormt de wortels, de bovenste vormt het bladerdek. Dit is de boom van de kennis van goed en kwaad in de Hof van Eden. Wanneer we kijken naar het rechter plaatje dan is het vrij eenvoudig om er een appel in te herkennen, de torus heeft namelijk de vorm van een appel. De slang die Eva verleidde om de appel van de boom te eten, is de Phi-spiraal die perfect de torus beschrijft.

 

De levensboom symboliseert de éne werkelijkheid en de boom van kennis van goed en kwaad de ommekeer, de bewustzijnsevolutie van de mens. De levensboom en de boom van goed en kwaad geven samen een weerslag van de blauwdruk van de schepping en van de wetmatigheden die ten grondslag liggen aan het ontstaan, zich voordoen en voorbijgaan van alle verschijnselen. De complementariteit tussen de twee bomen toont de wetmatigheid achter alle inspanningen, blokkades, op- en neergaande bewegingen, successen en mislukkingen.

In het onderzoeksrapport 'E i V' heeft de Kwintessens op het mysterie van het kruis betrekking. H.P. Blavatsky: De Geheime Leer Deel II, Hoofdstuk 24 Het kruis en het Pythagorische tiental (p. 652):
Dit tiental, dat het Heelal en zijn evolutie uit de stilte en de onbekende diepten van de geestelijke ziel of anima mundi voorstelde, bood de onderzoeker twee kanten of aspecten. Het kon in het begin worden gebruikt voor en toegepast op de macrokosmos en werd dit ook, waarna het afdaalde tot de microkosmos, of de mens.

Glossarium 'Lectorium Rosicrucianum' Orde:
Er zijn twee orden: door het grote kosmische onheil dat bekend staat als de val werd het menselijke bewustzijn in twee verscheidene orden opgesplitst:
- de dialectische natuurorde, die onderworpen is aan de wet van "opgaan, blinken en verzinken"; deze vertegenwoordigt slechts één aspect van de oorspronkelijke schepping, en is afgescheiden van het geheel dat haar zin gaf; een gedeelte van de menselijke levensgolf die de verbinding met de Geest verloren is identificeert zich met deze dialectische natuur, waar de Rede afwezig is
- de andere orde - deze van de onbeweeglijke natuur - is bekend als het Oorspronkelijk Rijk, het domein der levende Zielen; alleen zij hebben toegang daartoe die "herboren zijn door water en Geest". Dit onderscheid tussen de twee orden vormt de basis van de gnostieke leer.
Microkosmos: De ware Mens, die een samenvatting is van de ganse schepping, vormt een geheel van zeven sferen, van zeven krachtvelden die elkaar doordringen en waardoor de Oorspronkelijke Mens harmonisch in verbinding stond met de macrokosmos, de kosmische Zevengeest.

Cultuuroverdracht heeft op de imitatie van Plato, een 'intelligent ontwerp' op basis van Waarheid, Schoonheid en het Goede betrekking en niet op intimidatie. Plato zet de natuurfilosofie in zijn werk Timaeus uiteen.

Zelfexpressie brengt vooral de liefde voor de kennis der zelfverwerkelijking tot uitdrukking. De kwintessens heeft primair op zingeving en ethiek betrekking. In het rapport ‘E i V’ staat tegenover 'Chaos, Gaia en Eros', het Intelligent Design, het 'Goede, Ware en Schone' van Socrates.

De oudste mimesistheorie is van Plato, de stichter van de oudste Academie. De mimesistheorie van Plato is onderdeel van zijn Ideeën-leer, die de wereld verdeelt in een zintuiglijke en een geestelijke wereld. De geestelijke wereld is werkelijk, de zintuiglijke is een illusie, want veranderlijk. Men moet zich volgens Plato richten op het geestelijke en streven naar de hoogste wijsheid, namelijk die van het Goede, het Ware en het Schone.

Door Immanuel Kant gevormd filosofisch begrip ding an sich voor de onafhankelijkheid van het kennend bewustzijn existerende werkelijkheid, waarvan ons uitsluitend het verschijnen gegeven is, terwijl zij zelf volkomen onkenbaar blijft. Terwijl Schopenhauer de ware werkelijkheid achter de verschijningen wel kenbaar acht, maakt Kant een onderscheid tussen de onkenbare noumenale werkelijkheid en de kenbare fenomenale werkelijkheid. Kant wees aan het einde van de 18e eeuw al op het feit dat het onmogelijk is aan de hand van de wetten van het denken het meest fundamentele domein 'noumenon' door ervaring te leren kennen. Dat domein wordt door Bohm ‘de impliciete werkelijkheid', door Boeddha 'dharma' en door Plato 'het Goede' genoemd.

De ‘Law of One’ heeft op het universele ordeningsprincipe karma ‘Er is niets nieuws onder de zon’ (Zaaien en Oogsten, Geven en Ontvangen), de 2e grondstelling betrekking. Het gaat in het kwantumvacuüm om de virtuele scheidslijn tussen twee polen (syzygieën), het aardse en het hemelse, tussen dharma en karma, waarvan Dharma buiten de bestaanssfeer van de wereld der tegenstellingen ligt, de Éne werkelijkheid . Het draait primair om de geestelijke wederhelft of Syzygos.

Het zijn bestaat volgens Plato uit een (fenomenale) veranderlijke wereld en een (noumenale) onveranderlijke wereld. Immanuel Kant maakte het onderscheid tussen de onkenbare noumenale werkelijkheid en de kenbare fenomenale werkelijkheid. Kant denkt ook dualistisch in uitersten.

Ongemanifesteerd: 'Binah, Kether en Cockmah'

Het 3e Beginsel van de esoterie gaat over de leer van de hiërarchieën. Namelijk over de fundamentele gelijkheid van alle Zielen met de Universele Ziel, die zelf weer een aspect is van de Onbekende Wortel; en de verplichte pelgrimstocht voor elke Ziel – een vonk van eerstgenoemde – door de Kringloop van Incarnatie in overeenstemming met de Cyclische en Karmische wet, gedurende het gehele tijdperk. In de esoterie wordt van zeven bewustzijnsniveaus, zeven beginselen uitgegaan. Een doorsnede die daarvan is afgeleid geeft Roberto Assagioli in zijn boek Psychosynthese. De oerbron creëert het ‘Ik’ (bronbewustzijn, Zelf-eon, immateriële ziel), de voorwaarde voor het zelfbewustzijn dat door het witte verlichte scherm kan worden geïllustreerd. Het is het ego (de werking van de zeven zintuigen, met een verscheidenheid aan aggregatieniveaus), de relatie tussen geest en lichaam, die zorgt voor het projecteren van de beelden op het scherm.

Het zaad kan niets anders voortbrengen dan wat het zelf is, wat erin besloten ligt; en dit is het hart en de kern van de leer van Swabhâva. Het terrein dat deze leer in filosofisch, wetenschappelijk en religieus opzicht bestrijkt is eenvoudig onbegrensd; ze is van het grootste belang. Bijgevolg brengt ieder individueel Swabhâva, als zijn eigen bijzondere voertuigen, zijn verschillende swarûpa's voort, karakteristieke lichamen of beelden of vormen waarin het zich tot uitdrukking brengt. Het Swabhâva van een hond bijvoorbeeld brengt het hondelichaam voort. Het Swabhâva van een roos brengt een roos voort, het Swabhâva van een mens de vorm of het beeld van een mens en het Swabhâva van een godheid of een god brengt zijn eigen swarûpa of karakteristiek voertuig voort.

Het rapport ‘Eenheid in Verscheidenheid’ is een aanzet om mede op basis van de chaostheorie de oude geschiedschrijving met nieuwe wetenschappelijke inzichten te verbinden. Bestaat de ether is een vraag die niet zo lastig is te beantwoorden. Akasha, ether staat voor de oerbron, de eeuwige bron van leven. De levensgolf staat voor het Bronbewustzijn, het Oerbewustzijn van Gerrit Teule of wat Sjoerd Bonting Oerchaos noemt. Echter op aarde zal de perpetuum mobile van leven niet worden uitgevonden.

De Prachetasas, de vereerders van Nārāyana (die zich evenals Poseidon boven, niet onder de wateren bewoog of er woonde), stortten zich in hun devotie in de diepten van de oceaan en bleven daar 10.000 jaar; en de Prachetasas zijn exoterisch tien, maar esoterisch vijf.

De middelmatigheid regeert. De zesjescultuur in Nederland is een afspiegeling van het regeringsbeleid. Je krijgt het management dat je verdient.
Structure follows Strategy
In het rapport 'E i V' is de strategie op de zes Darshana’s gebaseerd. Om de continuïteit van organisaties te waarborgen het principe 'Structure follows Strategy' toepassen. De organisatiestructuur wordt in met name bureaucratische organisaties te vaak een doel op zichzelf. De bekende 4e macht kan gewenste veranderingen tegenhouden. In bureaucratische organisaties staat veelal niet de klant, waar het feitelijk om moet draaien, maar het bouwen van koninkrijkjes, de symboolpolitiek van het ’eigen koninkrijkje’, de 'bv Ego' centraal. Om het circuit van grijze muizen managers te doorbreken de projectorganisatie centraal plaatsen.

Welke interpretatie van de kwantummechanica zal de eindstreep halen?
Het theorema van Bell en de drie Logoi van de metafysica die met de Dialogue van David Bohm zijn verbonden? ====

Zie ook:

Boeken:

Externe Links

<< vorige |volgende >>

Categorie: Artikelen | Rapport | Auteur: Harry Nijhof


Deze pagina werd sedert 16 dec. 2007 keer bekeken.