Unificatietheorie
Het perspectief voor de unificatietheorie
Inhoud

Het perspectief voor de unificatietheorie zoals hieronder geschetst, noemen we het de op de zes zienswijzen gebaseerde filognostisch perspectief.
Dit perspectief wordt simpel gevormd door de integriteit van het met de filognostische agenda dekken van de spiritualiteit, de analyse, de filosofie, de wetenschap, de religie en de partijdemocratie met zijn commentaren en belangenstrijd. Vedisch noemt men dit zestal visies de darshana's, die ook wel bekend staan als het geheel van integriteit van de Indiase filosofie, de filosofie die alles in de cultuur van de kennis dekt. De yogafilosofie vormt er slechts het spirituele deel van. De filognosie vertaalt dus de oosterse filosofie ter verdere integratie naar de westerse situatie. Hierna zullen we een aantal citaten weergeven en onderwerpen aanstippen zoals we die in onze cultuur op het gebied van de unificatietheorie terug kunnen vinden met de organisatiecultuur, het energiemanagement, het reflexief bewustzijn, het hebben van een gezamenlijke horizon en een nieuwe manier van leren.
1. Probleem van het ego ('Globale brein en Cybernetica', '5D-concept en Ether-paradigma')
Simon Vinkenoog: De eenheid in oneindige verscheidenheid. De macro- en de microkosmos, en wij mensen precies in het midden daarvan aanwezig.
Dit citaat van Simon lijkt in tegenspraak met dat in de esoterie de microkosmos de mens voorstelt, maar met mens bedoelt Simon de ziel (psyche). Het is deze intermediair waar het in het rapport 'E i V', lees Unificatietheorie om draait.
Grote leraren zijn ’leiders’ die de mens in het centrum plaatsen, de dubbelzinnigheden, dubbele agenda’s doorzien en ontmaskeren. De geschiedenis leert dat grote leiders en denkers naar eenheid streven. Het zijn evenwichtskunstenaars, die de Gulden middenweg bewandelen en contrasterende eigenschappen verenigen. Grote leiders kijken naar een verschijnsel van verschillende kanten, denken grenzeloos, multidimensionaal en interdisciplinair en willen dingen aan de mensen geven die nopen tot nadenken.
De alfa-, béta- en gammawetenschappen zijn de drie disciplines, die zich met het ‘Geest – Ziel – Lichaam’ vraagstuk bezighouden.
Voor het leiden en besturen van bedrijven en overheidsinstellingen gaat het veelal om ondernemers, leiders en managers, die het gezichtspunt van de Natuurkunde als vertrekpunt gebruiken. De theosofie daarentegen heeft, om het functioneren van de ziel te verklaren, als vertrekpunt de alfawetenschappen, de Geestkunnde en is op de kennis van profeten, mystici en zieners (rishi’s) gebaseerd.
Met behulp van het maskerkwadrant is het mogelijk ons van onze conditioneringen bewust te worden en onze vrijheid te herwinnen. We laten zien hoe het mogelijk is ons weer met de natuurlijke kringloop te verbinden. Bij het '’Ken uzelve’’ gaat het om het ik en de ander. Doorzie uw eigen mogelijkheden, beperkingen en grenzen.
Uiteindelijk draait het om de vraag wat is een mens?
Voor Rutger Jan van der Gaag (vz. Artsenorganisatie KNMG en hoogleraar psychiatrie) is de mens één. Wij zijn ons lijf en ziel, niet een lijf en een ziel. Ik zie geen onderscheid tussen psychische en lichamelijke problemen. Aan de ene kant moet je veel kunde hebben, veel richtlijnen, veel kwaliteitsgaranties. Maar de kunst is om de patiënt centraal te stellen als je een beslissing neemt. Dat is de kunst van het arts-zijn, niet te vangen in protocollen (Medisch Contact 3 januari 2013 p. 11).
Paul Verhaeghe Identiteit, recensie 23 augustus 2012:
Identiteit, dat zijn de anderen
‘Net als Freud zal ik niet terugdeinzen voor ethische stellingnames,’ schrijft Verhaeghe fier in zijn inleiding. Die stelligheid volgt op zijn kerngedachte over identiteit:
‘Er is geen wezenlijke identiteit; wie wij worden hangt grotendeels af van onze omgeving. Als veel mensen vandaag de kluts kwijt zijn, dan zegt dat iets over de omgeving. Blijkbaar is die ingrijpend veranderd, en wij bijgevolg ook. Het wordt hoe langer hoe duidelijker dat we ons er niet gelukkig bij voelen.’
Het Über-ich, ook het superego genoemd, functioneert in de theorieën van Sigmund Freud als een censurerende kracht t.o.v. het Es. Het ontstaat door een identificatieproces met de sanctionerende (= belonende en straffende) ouders. De ouderlijke attitudes en gedragsregels worden overgenomen (= introjectie), voornamelijk gedurende de fallische fase. Het Über-ich is dus het innerlijke, verbiedende aspect van de persoonlijkheid (= geweten).
In hoeverre is het Über-ich, Ich en Es een nieuwe doorsnede van het oude inzicht nous, thumos en epitumia van Plato?
Unificatie of vereniging is een fundamenteel probleem van de mens. We hebben dingen gemeen, maar we zijn ook verschillend van elkaar. Als we ons verenigen in wat we gemeen hebben, dan willen we niet onze verschillen uitgevlakt zien. Dit vindt bijvoorbeeld zijn uitdrukking in de stelregel van de Europese Unie: 'eenheid in verscheidenheid'. Dat is ook de reden dat deze site zo heet. We willen geen oorlog meer maar steeds politiek overleg om verenigd te zijn over onze individuele identiteiten. Dit van elkaar willen verschillen is een primaire levensbehoefte die we evolutionair noemen: de evolutie heeft de verscheidenheid van de natuur ontwikkeld. Dat waar we ons in verenigen noemen we traditioneel God, maar in de moderne tijd zijn daar veel alternatieve opvattingen over ontstaan. Er is ego ontstaan in de identificatie met deze of gene theorie van vereniging, of die unificatietheorie nu religieus, politiek, nationaal of zakelijk is met een onderneming. We willen zelfs trots zijn op dat ego omdat we al dat ego als beschaving zien. We willen die verscheidenheid behouden, maar verliezen in de vereenzelviging met onze vereniging, onze religie, onze onderneming en onze nationaliteit makkelijk het idee van het verenigd zijn, van God en ziel, van zelf en ego, uit het oog. We spreken dan van cultuurneurose en vervreemding. We zijn dan al heel blij niet zelfzuchtig in de vernietiging van de oorlog terecht te komen met onze ego's.
Michaël Persson (Volkskrant 30 oktober 2009): Pas na zijn pensioen wordt wereldleider groen
Zo was de bijeenkomst van de beroemde milieuclub misschien wel typerend voor de huidige stand van zaken op weg naar Kopenhagen. Bijna iedereen is het erover eens dat we grotere offers moeten brengen om de klimaatverandering tegen te gaan. En bijna iedereen is het erover eens dat iemand anders daarmee moet beginnen.
Structurele problemen hebben primair een sociaal-psychologische dimensie en hebben met ons ego te maken. In een gezond bedrijf wordt het management dat verantwoordelijk is voor het ontstaan van problemen ontslagen. De schaduwzijde van de bonussencultuur zorgt er voor dat men elkaar gaat indekken. De egospelletjes optimaal meespeelt. Zaken worden onder de pet gehouden. De bonussencultuur berust op het sentiment “Voor wat hoort wat” (do-ut-des).
Hans Achterhuis De utopie van de vrije markt
‘Hoe een utopisch geloof letterlijk blind kan maken voor de harde feiten, blijkt uit de diepe overtuiging waarmee Alan Greenspan alle economische gegevens die op een kredietcrisis wezen, bewust negeerde.’
Veel mensen denken dat de vrije markt een objectief proces is dat niemand heeft bedacht en uitgevoerd. Niemand lijkt verantwoordelijk te zijn voor de ideologie en de utopie erachter. Er zou geen ‘kapitalistisch manifest’ bestaan.
Hans Achterhuis laat zien dat een dergelijk manifest wel degelijk bestaat. Dat is de fascinerende roman Atlas Shrugged (1957), geschreven door een in Amerika zeer invloedrijke filosofe van wie wij in Europa de naam nauwelijks kennen: Ayn Rand (Engelse versie). Atlas Shrugged geldt in de VS na de Bijbel als het belangrijkste boek van de afgelopen eeuw. Het gaat over een elite van neoliberale utopisten die de bestaande samenleving volledig kapotmaken, waarna ze de nieuwe wereld van het ultrakapitalisme op kunnen bouwen.
Met dit boek leverde Ayn Rand de blauwdruk voor Milton Friedman en zijn ‘Chicago Boys’, die in het Chili van Pinochet gebruik hebben gemaakt van de militaire coup om hun neoliberale utopie versneld in te kunnen voeren. Ayn Rand was bovendien de ideologische inspirator van niemand minder dan Alan Greenspan, tot 2006 de president van de Amerikaanse Federal Reserve Bank, waarvan de monetaire politiek in onze geglobaliseerde wereld letterlijk ieder mens raakt, zoals de kredietcrisis laat zien. Deze crisis vormt voor Achterhuis de beslissende aanleiding om de neoliberale utopie, met al haar verleidelijke én verwoestende kanten, diepgaand te onderzoeken.
‘Het ultrakapitalistische mensbeeld van Ayn Rand wees ik in het verleden instinctief zo sterk af dat ik aan een serieuze bestudering van het neoliberalisme als utopie niet toekwam. Achteraf erken ik dat ik daarmee niet voldeed aan het adagium van Spinoza dat ik voor mijzelf als filosoof graag stel. Het gaat er Spinoza om de menselijke en maatschappelijke verhoudingen zonder vooringenomenheid te bestuderen, “mij er niet vrolijk over te maken, noch daarover te rouwen of ze te verachten, maar enkel ze te begrijpen”. Welnu, als we willen begrijpen hoe bepaalde utopische beelden, ook na de kredietcrisis en de verkiezingsoverwinning van Obama, niet alleen de Verenigde Staten maar ook de rest van de wereld nog steeds in hun greep houden, dan is het noodzakelijk dat we de utopie van Ayn Rand bestuderen.’
Harrie Verbon De graaiers gedijen op de universiteit (Volkskrant 6 mei 2010)
Er is in het hoger onderwijs nagenoeg geen bestuurder meer te vinden die minder dan ongeveer 180 duizend euro verdient.
Dat salaris bepalen de bestuurders zelf met medeweten van de zogenaamde toezichtsorganen. Die organen lijken voornamelijk gezelligheidsclubs waarin oude bekenden elkaar tegenkomen en waarin men het vooral met het universiteitsbestuur eens is.
Het hoger onderwijs is in een situatie terecht gekomen waarin degenen die het minst belangrijke werk doen in het hoger onderwijs, namelijk besturen, veel meer betaald krijgen dan diegenen die het werk doen waar het werkelijk om gaat, namelijk studenten opleiden en onderzoek verrichten. Hoe kan de universiteit dan van studenten verwachten dat zij de ambitie hebben zich te vormen tot onafhankelijke en kritische denkers?
Arnold Fellendans Universiteit is allang aan haar eigen lichtheid bezweken (Volkskrant 19 april 2010):
Van oud-minister Veerman kan het verschil in titulatuur tussen die instellingen van hoger onderwijs verdwijnen omdat hogescholen ook masteropleidingen moeten gaan aanbieden.
Op het eerste gezicht lijkt dit voorstel het eind van universiteiten aan te kondigen, maar bij nadere beschouwing is die onderwijsmeniscus al geruime tijd geleden vrijwel verdwenen. Onder de politieke druk is de studieduur van universiteiten al zó verkort, dat studenten daar alleen nog maar in één paradigma getraind kunnen worden.
Want als die meniscus tussen hbo en universiteiten helemaal verdwijnt dan zullen er onvoorstelbaar veel meer rechtszaken komen, waar de rechter over de waarheid zal moeten oordelen. Die rechters zullen dan echter niet kunnen voorkomen dat onze economie uiteindelijk helemaal naar de knoppen gaat.
Met de door de overheid geïntroduceerde marktwerking dreigt de cash cow Nederland volledig te worden uitgemolken. Juist door de nauwe verwevenheid van de private met de publieke sector is men bezig de kip met de gouden eieren te slachten.
De hamvraag is of de nauwere verwevenheid van de publieke met de private sector de kwaliteit van de samenleving echt verbetert? Het rapport ‘E i V’ verdedigt de stelling dat dit niet het geval is. Door de verzelfstanding van de wooncorporaties, de zorg en het onderwijs heeft de overheid het stuur uit handen gegeven. De door de overheid gestimuleerde marktwerking heeft een averechts effect, de valkuil van de schijnmarkt opgeleverd.
Koen Haegens Voorbij de risicomaatschappij DE LANGE GESCHIEDENIS VAN DE KREDIETCRISIS De kredietcrisis van 2008 is als de remake van King Kong: andere acteurs, zelfde verhaal, zelfde gorilla. De oorzaken gaan dan ook dieper dan de slechte hypotheken en risicovolle financiële producten van vandaag.
Om de winsten desondanks op peil te brengen, worden volgens Robert Brenner (What is Good for Goldman Sachs is Good for America The Origins of the Present Crisis) de lonen laag gehouden. In Amerika, maar ook in Europa is het reële inkomen voor grote groepen werknemers de afgelopen jaren fors achteruit gegaan. In Nederland is binnen één generatie het aantal laagbetaalde werknemers meer dan verdubbeld, tot 1,25 miljoen, zo blijkt uit recent onderzoek van het Amsterdams Instituut voor Arbeidsstudies. Dat leidt tot koopkrachtverlies. Aanvankelijk staken overheden zich fors in de schulden om de daling in de vraag overeind te houden. In de jaren negentig kwam hiervoor met name in de Angelsaksische landen een soort doe-het-zelf-keynesianisme in de plaats.
Links en rechts staan in de politieke besluitvorming als gelijkwaardig tegenover elkaar. Voor het introduceren van de marktwerking door de overheid hielden de socialistische krachten (these) en rechtse, liberale krachten (antithese) elkaar aardig in evenwicht. Het is aannemelijk dat de liberalisering van de financiële markten de ernst van de kredietcrisis hebben versterkt. De klassieke controverse tussen John Maynard Keynes en Milton Friedman moet daardoor in een ander perspectief worden geplaatst. Door de introductie van de marktwerking heeft het corrigerende mechanisme van het keynesianisme sterk aan kracht ingeboet. Of met andere woorden nu de wal het schip heeft gekeerd zal het herstel middels het keynesianisme moeizamer verlopen.
De moraal van het verhaal is dat ethiek zowel de oorzaak van het probleem als de oplossing ervan laat zien. Het gaat volledig mis, er ontstaat een breuk wanneer extremen van het kapitalisme gaan overheersen, de moraal, de regulerende principes buiten het verkoopverhaal worden gehouden, het gedrag wordt amoreel.
Zowel de programma's van CDA als van PvdA zijn de afgelopen decennia naar rechts opgeschoven. Het neoliberalisme is geen panacee om mismanagement, bestuurlijk wanbeheer te verkleinen. Falende managers worden op vette vertrekbonussen getracteerd. Het heeft eerder de bestuurlijke chaos vergroot. Het gaat er om van de motieven van onze politici, de bestuurlijke elite een helder beeld te krijgen, het zelfbedrog, het egoïsme dat er aan ten grondslag kan liggen te ontmaskeren. Wanneer je als land de home market niet op orde hebt mag je niet verwachten dat je als gidsland op de wereldmarkt meer succes zal hebben. Biologen hebben zeker gelijk wanneer ze culturen vergelijken met plantaardige organismen, die opbloeien, rijpen, verwelken en tenslotte afsterven. De fase waarin Nederland zich bevindt begint al duidelijk minder fris te ruiken.
De evolutie van de mensheid (de gemanifesteerde werkelijkheid) op macroschaal, die op de psyche van de anonieme massa berust, creëert op aarde golfbewegingen (bv. Biogeochemische cyclus, Epigenetica, Conjunctuurgolf, Kondratiev-cyclus, op en - neergaande boog). Alles wat gebeurt, is altijd historisch. De geschiedschrijving (Akasha-kronieken) legt de macro evolutie vast. In elke cel van ons lichaam, en dat van andere levende wezens, bevindt zich een geweldig rijk archief. Het boek Mens tussen hemel en aarde van Willem Schulte Nordholt laat het euvel zien dat we nog steeds niet bereid zijn van de geschiedenis te leren. De geschiedenis is de vrucht van de innerlijke wereld. Maar is het wetenschappelijk bezien interessant dat door ‘trial and error’ bestuur het wiel steeds opnieuw wordt uitgevonden?
De opwaartse - en neerwaartse spiraal, beweging brengt de eeuwige wederkeer van Friedrich Nietzsche tot uitdrukking.
Voor Alpha en Omega, die door een punt worden gesymboliseerd, is er maar een route.
Het is mogelijk de éne werkelijkheid vanuit een nieuw gezichtspunt te belichten. Het rapport 'E i V' wil aantonen dat de kwintessens van het verhaal echter gelijk blijft. De structuur van de eeuwige wederkeer impliceert een Droste-effect. Dit proces van zelfverwijzing heet recursie (chaostheorie).
Om de spiraalwerking te verklaren biedt, net als het boek Het spiegelende brein van Marco Iacoboni, de fractale zelfgelijkvormigheid een handvat.
Het is het zelfbewustzijn, het reflexieve bewustzijn dat mensen kenmerkt.
Reactie van Jules Ruis naar aanleiding van mijn vraag Is zelfgelijkvormigheid een eigenschap die zelfbewustzijn mogelijk maakt?
Jules Ruis veronderstelt dat het ontstaan van elementen in de natuur (net zo als dat pixeltje op het scherm) door bepaalde informatie wordt aangestuurd. De opgeslagen informatie heeft naar zijn mening iets met genen, memen en zelfbewustzijn te maken. Het samenspel van genen en memen noemt hij het speelveld van de ziel. Er zouden dan bijvoorbeeld ook gemen kunnen bestaan.
De aartsengelen Michaël en Lucifer in de hemel zijn de sleutel om het dualiteitsbewustzijn te kunnen overstijgen. De blauwdruk van het reflexieve bewustzijn bestaat uit een lichtzijde en een schaduwzijde. De schaduwkant van het bewustzijn brengt de 'zondeval' van Adam en Eva op aarde tot uitdrukking. De meeste mensen prefereren ‘boter bij de vis’, een beloning op aarde boven een beloning in de hemel. Het is algemeen bekend, dat letter en geest van de wet niet altijd met elkaar overeenstemmen. De moraal van het verhaal is leven we naar de geest van de wet of kruipen we door de mazen van de wet, zodat we de wet aan onze laars kunnen lappen.
Al staat in de Volkskrant van 12 februari 2010 een artikel met de kop ICESAVE PRESIDENT NEDERLANDSE BANK LIJKT NIET DE MAN DIE DE GATEN IN DE WET OPZOEKT ‘Wellink is bange toezichthouder’. Zaken lopen mis wanneer een kritische reflexie achterwege blijft. Politiek opportunisme viert hoogtij.
René Meijer boek De Ether Bestaat!, DEEL II: Analyse en Spiritualiteit, Sectie 2a: de analyse Fouten, toewijding en de menselijkheid (p. 73)
Zoals de nederlandse filosoof B. Spinoza, die historisch direct volgde op René Descartes, zei
dat de natuur Gods wilsbesluit is, en zoals de paus zei dat we via de schepping de Schepper hebben, zeggen wij aldus: de ether is een feit, een basiselement van de natuurlijke werkelijkheid. Het is, analytisch, allemaal een kwestie van cognitie, van hoe we de zaak labelen, van hoe we de werkelijkheid definiëren en zonder repressie bestieren. Per slot van rekening houdt het mislukken van het leveren van een definitief experimenteel bewijs van de ether nog steeds, bij genade van
de natuurkundige onderzoeksopzet zelf, een paradigmatische definiëring ervan in waar we mee kunnen werken.
Met het 5D-concept en het Kompaskwadrant wordt beoogd aan het oplossen van de wereldvraagstukken een steentje bij te dragen. Om hoofdzaken van bijzaken te onderscheiden wordt in het rapport ‘E i V’ van kwadranten gebruik gemaakt. Het laat op eenvoudige wijze de rode draad zien die de esoterische stromingen gemeenschappelijk hebben. Deze draad begint met de tegenstellingen. Aan elke crisis liggen tegenstellingen, zoals bijvoorbeeld tussen 'Politicals en Professionals', ten grondslag. De weg naar verbetering verloopt nu relatief langzaam omdat de brokkenpiloten elkaar de hand boven het hoofd houden en geen contact meer hebben met de werkvloer. Het zelfreinigend vermogen is verloren gegaan. De brokkenpiloten die de poblemen hebben gecreëerd moeten zich nu als een ware Baron von Münchhausen aan hun eigen haren uit het moeras trekken. Door het privatiseren van het onderwijs, de wooncorporaties en de zorg heeft de overheid het stuur uit handen gegeven en dreigt de cash cow Nederland volledig te worden uitgemolken.
Het gaat om ‘Leiderschap en de natuurlijke gang van zaken’ van Jan Bommerez (zie diapresentatie).
De geschiedenis laat een diversiteit aan innovatieve, interdisciplinaire grenswetenschappers zien.
Pythagoras, Ammonius Saccas, Origenes, Helena Blavatsky, Spinoza, Schelling, Nietzsche, Teilhard de Chardin, Einstein, Jung en Wittgenstein zijn coryfeeën die zich hebben bewogen op het snijvlak van natuur en cultuur. Op dit snijvlak gaat het echter niet primair om wetenschap versus geloof, maar eerder om de samenhang en wisselwerking tussen natuur – en menswetenchappen. Deze kengebieden kunnen wel onderscheiden, maar niet gescheiden worden. Het zijn twee verschillende, maar complementaire domeinen. Door beide als complementair te beschouwen ontstaat een completer zicht op de werkelijkheid. Het is wenselijk de tweespalt tussen de natuurwetenschappen en geesteswetenschappen te verkleinen. Vastgeroeste denkpatronen te doorbreken. Het domein van de materie met de energetische processen te combineren. Een ruimer denkmodel is nodig om op creatieve wijze de wereldvraagstukken op te pakken. Het zijn in het bijzonder de grenswetenschappers met een holistische visie die de samenleving een stapje verder brengen.
Daarom pleit Teilhard de Chardin ervoor, dat wetenschap en godsdienst naar elkaar gaan luisteren. Daarbij zal de wetenschap tot een hyperfysica moeten komen, die zowel de evolutie van het heelal als die van het leven en van de mensheid omvat. Deze zal, uitgaande van de verschijnselen, de werkelijkheid naar haar complexiteit en innerlijke samenhang moeten beschrijven en daarbij haar innerlijke zin zichtbaar rnaken. Er is immers maar één waarheid, en die is ongedeeld. Dan zal de schadelijke tegenstelling, die sinds Galilei en Newton godsdienst en wetenschap gescheiden houdt definitief verdwijnen. Beide hebben zij hun eigen rechtmatige manier om de ene werkelijkheid te benaderen. Beide maken zij Gods grootheid hierin zichtbaar.
Voor de énergie amorisante staat in het rapport 'E i V' de verticale dimensie (Akasha-veld), de Axis Mundi symbool.
Leiders, die zich met hart en ziel voor de mensheid hebben ingezet, zijn Martin Luther King, Olaf Palma, Anwar Sadat en Itzhak Rabin. Het zijn ‘wereldverbeteraars’ en wellicht op hun manier ‘klokkenluiders’, die op imposante wijze de andere kant van een zaak lieten zien. Het maakt deze personen tot een natuurlijke vijand van ééndimensionale denkers en dogmatici.
Willem Mastenbroek Grenzen aan beter organiseren, Zelforganisatie en besturing als civilisatieprocessen:
En er is nog meer: Geert Mak ziet bepaalde uitwassen. Mak is historisch goed onderlegd en zijn feitenkennis in combinatie met enige journalistieke flair brengt hem tot de volgende diagnose (Mak, 2004): “We hebben nu te maken met een ‘new boys netwerk’. Het ‘old boys netwerk’ is aan het uiteenvallen. In dit netwerk ging misschien van alles mis maar exorbitante zelfverrijking uit de bedrijfskas was volstrekt not done. Niemand wilde doorgaan voor een graaiende parvenu”. Dat is volgens Mak snel aan het veranderen; hij schrijft: “Er is de afgelopen decennia binnen sommige leidinggevende kringen in de private en semi-publieke sector een mentaliteit ontstaan die sterk doet lijken aan de regenteske uitwassen van de achttiende eeuw. De beloning staat in geen enkele verhouding meer tot de feitelijke werkzaamheden en de bereikte resultaten. Falen wordt zelden of nooit meer gestraft. Met marktwerking heeft dit alle niets meer van doen. Bijna dagelijks maken de kranten melding van bestuurders die ondanks hun evidente mislukking wegkomen met handen vol goud.”
Waar gaat dit heen? Mak stelt: “We zien, voor onze ogen, zich een historische cultuurbreuk voltrekken, een ‘high trust society’ die in snel tempo bezig is te veranderen in een ‘low trust society’.
Door het ‘u vraagt, wij draaien’ van het cliëntelisme, de twee handen op een buik politieke manipulatieve machtsspelletjes kan van een gesloten systeem worden gesproken waarvoor de tweede wet van de thermo dynamica geldt en waarop dus de entropie van toepassing is. Of met andere woorden in een gesloten systeem blijft de kwantiteit, de totale hoeveelheid energie gelijk, maar de kwaliteit van de totale hoeveelheid energie zal na verloop van tijd lager zijn dan ervoor. Maar gelukkig bestaat er ook negentropie.
In organisaties draait het primair om hoe kunnen we de kwaliteit van de besluiten verbeteren. Er dient wel degelijk met de keerzijde van de evolutietheorie rekening te worden gehouden dat er van doelgerichtheid, entelechie in de natuur sprake is. Het gaat er dus om, zoals eerder Jared Diamond heeft betoogd, een manier te vinden om mensenmassa’s in bedwang te houden. Volgens Jared Diamond zijn daarvoor de religies uitgevonden.
Jared Diamond, Wees zuinig op de polder (Volkskrant 12 juni 2004):
Er zijn twee scenario’s voor de komende vijftig jaar: een prachtig scenario dat we kiezen of een minder prettig (doemscenario) dat we niet kiezen. Of de Haïti’s, Rwanda’s, Iraks en Afghanistans vermeerderen zich, we kappen de laatste bossen, pompen de laatste olie op en gaan ten onder in oorlog en terrorisme, of we erkennen de problemen en doen er wat aan. De Eerste Wereld moet zijn ecologische impact matigen. Dat kan op twee manieren: minder bevolkingsgroei, en dat lukt al aardig. En minder consumptie. Er is vis en hout genoeg, als we het beter managen. Onmogelijk? Misschien. Maar doorgaan is geen optie. Daarom zeg ik: de toekomst wordt bepaald door de keuzes die we maken.
De balanceerdraad zien als een verbinding een brug, naar een betere toekomst op korte en langere termijn. Er is innerlijke moed voor nodig om over de draad te lopen. Het gevoel zegt dat we ons evenwicht kunnen verliezen, dat we kunnen vallen en ons gezicht kunnen verliezen. We worden angstig. De gedachte dat we kunnen vallen krijgt de overhand, gaat overheersen. De hindernis vermijden is kiezen voor de gemakkelijkste weg, niets doen. Alleen door onze denkgewoonten door ons voelen te laten beïnvloeden kunnen we een hoopvollere toekomst creëren, we hebben het zelf in handen. Door te ontspannen en rustig na te denken over wat ons aan de overkant wacht is het wel mogelijk de hindernis van de balanceerdraad te nemen. Voor het nemen van een innerlijke hindernis moeten we vaak eerst door een muur breken. Het spontane, argeloze kind in ons wakker schudden.
Door de werkelijkheid verkeert te interpreteren kom je niet tot goede oplossingen. Omdat de snaartheorie slechts de materiële kant behandelt mag niet worden verwacht dat deze theorie over de éne werkelijkheid uitsluitsel geeft. Door alleen beide complementaire kanten, 'Ruimte en Duur', 'Fysica en Metafysica', van de werkelijkheid te belichten komt de unificatietheorie, de relatie tussen de microkosmos en macrokosmos, tussen Natuur en God een stapje verder.
Meer en meer politici in Nederland worden zich er langzamerhand van bewust dat ze door niets te doen op het verkeerde paard hebben gewed.
2. Geschiedenis unificatie (Homo sapiens, Complementariteit, 2e Dimensie, Goed en Kwaad)
De negatieve betekenis van Eros (fohat) staat voor wellust, driftleven, epithumia. Voor Jung betekent eros de religieuze drift, voor Freud de seksuele drift. Alles heeft zijn tegenstelling, begeerte inbegrepen.
Carl Jung legt een accent op de schaduwzijde en Roberto Assagioli op de verborgen keerzijde, de lichtzijde ('Psychoanalyse en Psychosynthese'). In het rapport ‘E i V’ wordt een grote verscheidenheid aan gezichtspunten uitgewerkt.
Het bewustwordingsproces bestaat uit de uitwisseling tussen het vrouwelijk en het mannelijk, tussen 'Chaos, Gaia en Eros' en het 'Goede, Ware en Schone', tussen 'Chaos-Theos-Kosmos' en 'Goden-Monaden-Atomen', tussen materie en geest, tussen lagere en hogere Triade, tussen chaos en harmonie, tussen navel (Epithumia) en hart (Thumos), tussen begin en het einde, tussen Alpha en Omega.
2.1 Schaduwzijde (Egoïsme en Altruïsme)
Het egoprobleem is niet iets nieuws. De hele menselijke geschiedenis is ervan doortrokken. Het is gewoon moeilijk om cultureel volwassen ego's op één lijn te krijgen. In de oude vedische cultuur die vijfduizend jaar geleden ten onder ging in een grote (ego-)oorlog (beschreven in de Mahâbhârata), sprak men van vals ego ofwel (ahankara) als zijnde het ik-besef dat zich teveel vereenzelvigt met zijn uiterlijkheid en zijn materieel vermogen. In de zelfzucht die voortvloeit uit de valse vereniging ontstaat het valse ego dat steeds in angst verkeert en tot vernietiging leidt.
Richard Dawkins Onze zelfzuchtige genen
De chimpansee en de mens hebben 99,5 procent van hun evolutiegeschiedenis met elkaar gemeen. Toch beschouwen de meeste mensen de chimpansee als een irrelevante rariteit, terwijl ze zichzelf zien als sport op de ladder van het Allerhoogste. Voor een evolutionist bestaat echter geen objectieve basis waarop die ene sport boven de andere kan worden verheven. Alle mensen, dieren en planten zijn in een periode van meer dan drie miljard geëvolueerd volgens een proces dat bekendstaat als 'natuurlijke selectie'. Binnen elke soort produceren sommige individuen een groter nageslacht dan de rest, zodat de onsterfelijke eigenschappen (genen) van de exemplaren die zich met succes hebben vermenigvuldigd, in de volgende generatie talrijker worden. Dit heet natuurlijke selectie. Wijn zijn gebouwd via natuurlijke selectie, en dat is een belangrijk gegeven voor een beter begrip van onze eigen identiteit. Een voor een behandelt Richard Dawkins de voornaamste thema's van de sociale theorie: altruïstische en zelfzuchtig gedrag, de verwantschapstheorie, de theorie van de geslachtsverhoudingen, bedrog en de natuurlijke selectie van sekseverschillen.
Richard Dawkins' uiteenzetting van de evolutie van onze genen is geïllustreerd met tal van voorbeelden. In De zelfzuchtige genen biedt hij ons een oorspronkelijke kijk op onszelf en onze beschaving.
Bij levensprocessen gaat het om de natuurlijke eenheid en de natuurlijke selectie, namelijk om de Weltstoff van Teilhard de Chardin, de memen van Richard Dawkins, de geest-substantie Swabhâva (Mind stuff) in de Theosofie.
George Coyne Interview (1/7) met Richard Dawkins.
Richard Dawkins stelt dat het ontstaan van uiterst gecompliceerde levensprocessen (bijvoorbeeld een levende cel, het proces van de fotosynthese in planten) door ‘natuurlijke selectie’ kan worden verklaard.
We moeten er net als het antropisch principe van uitgaan dat de dingen zijn zoals ze zijn, het leven, het ontwerp is zoals het is.
In dit kader is het interessant te verwijzen naar de 'De vier wie-vragen' Genen zijn niet belangrijker dan organismen (Richard Dawkins, NRC Handelsblad 22 mei 2004). De vierde vraag gaat over de zin van het leven, de waarde van ons gedrag om te overleven. Om de continuïteit van het leven op aarde voor de mensheid te waarborgen gaat het primair om de eenheid der tegendelen (kwalitatieve as), de hemelse triade en de natuurlijke selectie ('Survival of the fittest'). Het ‘ieder voor zich’ is een doodlopend spoor. De onvolmaaktheid van de mens op aarde staat in contrast met de volmaaktheid van God in de hemel.
In het laatste gedeelte bespreekt Dawkins met de filosoof Daniel Dennett de zingeving van het leven zonder een God, zonder een immateriële en onsterfelijke ziel of hoop op een leven na de dood. Volgens Dennett is een onsterfelijke ziel niet nodig voor zingeving: de ziel bestaat volgens hem uit de samenwerking van de neuronen in de hersenen. Het besef dat men deel uitmaakt van allerlei creatieve activiteit over de gehele planeet is volgens beiden een bron van zingeving.
'Survival of the fittest' wordt vaak verward met 'het recht van de sterkste'. Een organisme hoeft echter niet de 'sterkste' te zijn om betere overlevingskansen te hebben dan anderen. Een betere camouflage of beter vluchtgedrag kunnen overlevingskansen vergroten en er voor zorgen dat een organisme 'the fittest' is. Het dier dat het best is aangepast aan diens omgeving en daardoor de beste overlevingskansen heeft, is de 'fittest'.
Het betekent al helemaal niet dat de 'sterkste' het morele recht heeft te doen wat hij wil met de 'zwakkere' met de motivatie dat dat nu eenmaal zo werkt in de natuur.
De éne werkelijkheid bestaat uit paren van tegenstellingen. De complementariteit bestaat op aarde, maar niet bij God (Ain-Soph) in de hemel. ‘Begrip en onbegrip’, ‘orde en wanorde’, ‘negentropie en entropie’, ‘analoog en digitaal', ‘logische afhankelijkheid en acausale geordendheid’, ‘collectieve en persoonlijke onbewuste’, 'psychoanalyse en psychosynthese', 'evolutie en involutie', 'microkosmos en macrokosmos', 'individueel en collectief', 'Idealisme en Materialisme', ‘hemel en aarde’ kunnen niet los van elkaar worden gezien.
Eufemistisch gesteld de op het principe ‘u vraagt, wij draaien’ van het cliëntelisme gebaseerde oplossingen die politieke partijen de afgelopen decennia ten uitvoering hebben gebracht sluiten niet op de vraagstukken die in de maatschappij echt spelen aan. Voor het waarborgen van onze toekomst gaat het er niet om bevolkingsgroepen af te scheiden, maar juist om grenzen te doorbreken. Regeren is nog steeds vooruitzien. Dus verder kijken dan je navel, lees neus lang is. Er is bij politici duidelijk een gemis aan zelfreflectie.
'Derde industriële revolutie in de maak' (Volkskrant 25 maart 2010):
Na de uitvinding van de stoommachine in de 19de eeuw en de computer in de 20ste, zal opnieuw een revolutie in de industrie plaatsvinden.
We staan aan het begin van een revolutie in marketing, waarbij merken worden aangesproken op hun verantwoordelijkheden. Een groeiende groep consumenten kiest voor een duurzame levensstijl, en verlangt van bedrijven dat ze duurzaam en verantwoord geproduceerde producten leveren. Net als de eerste en tweede industriële revolutie zullen veranderingen schoksgewijs gaan, maar ze zijn onontkoombaar. Bedrijven die niet overstappen op duurzame producten, zullen de rekening gepresenteerd krijgen.
Bedrijven zullen al binnen enkele jaren verantwoord grondstoffen en productiemiddelen moeten inkopen. Niet omdat consumenten dit uit idealistische overwegingen verlangen, maar omdat het van cruciaal belang zal worden voor hun kostenniveaus, hun marges en hun merkwaarde. Nu wordt een dergelijk beleid nog als soft beschouwd, maar het refereert wel degelijk aan concrete zakelijke voordelen, zoals lagere kosten en omzetgroei, zegt Marco Gulpers van ING.
Economische en politieke crises enerzijds, en ontwikkelingen op het gebied van voeding, energie en water anderzijds, zullen leiden tot een verschuiving van de macht naar opkomende markten. Juist daar is duurzame productie een noodzaak en een wens.
2.2 Lichtzijde (Onpersoonlijk)
By any other name would smell as sweet.
Hoe verder we in de materie doordringen, door middel van steeds krachtiger methoden, des te meer raken we verward door de onderlinge afhankelijkheid der delen. Elk element in de Kosmos is voortgekomen uit alle andere elementen. Het is onmogelijk in dit netwerk te snijden of dit te isoleren zonder dat het aan alle kanten gaat rafelen.
De moderne fysica is er niet langer zeker van of wat ze in handen heeft zuiver energie is, of zuiver gedachte.
Nu kunnen we ook positief over het ego denken. Het ego kunnen we ook zien als een zuiver ik-besef dat ons zelfverantwoordelijkheid en volwassenheid geeft. Het ego als het product van zelfrealisatie, van op een volwassen manier bezig zijn om je zelfstandigheid te realiseren. Dat is een ideaal dat we goed noemen. Het ideale ik-besef noemen we de ziel, het ego dat niet vervalst is door uiterlijkheden maar zich met anderen kan verenigen op basis van regulerende beginselen: principes en waarden.
Om het aardse met het hemelse te verbinden gebruikt de Theosofie het begrip Individualiteit, Carl Jung Individuatie en de filognosie Onpersoonlijk. Het gebruik van deze 'synoniemen' biedt een gemeenschappelijk kader waardoor het mogelijk is de authentieke projectie (het goddelijke) van het Ken uzelve te doorgronden.
Freek van Leeuwen maakt van het begrip zelfverwerkelijking gebruik. In zijn boek De Levensweg (p. 77, 90 en 193) past hij het cybernetische model toe.
Wim van den Dungen: Metafysisch kunnen we speculeren over de mogelijkheid van een 'force active' (Leibniz), of 'entelechie' (Driesch), 'élan vital' (Bergson), 'vitaal principe' (Hahnemann), 'creativity' (Whitehead), 'morfogenetisch veld' (Sheldrake), 'etherisch dubbel' (theosofie), 'ch'i' (taoïsme), 'prâ a' (yoga) of 'vitale kracht'.
Het volmaakte getal 10 (1 + 2 + 3 + 4) wordt in de metafysische wereld verzinnebeeld door de 4 of de Tetraktys. Het laat zien dat er aan de wereld van de eeuwig wederkerende verschijnselen (Aldous Huxley: ‘perennial’, Friedrich Nietzsche: ‘ewige Wiederkehr’), een eeuwige natuurlijke ordening, een blauwdruk, het factorelement, een bepaalde natuurconstante? ten grondslag ligt. De Triade, de triniteit vormt de natuurlijke eenheid 'Ruimte, Materie en Tijd' en de Tetrade vormt de natuurlijke selectie. Bij de natuurlijke selectie gaat het primair om de context 'Uw wil geschiede'. Richard Dawkins heeft gelijk wanneer hij stelt dat het bij levensprocessen om natuurlijke selectie gaat. Het rapport 'E i V' wil aantonen dat de kwintessens van het verhaal echter gelijk blijft. De structuur van de eeuwige wederkeer impliceert een Droste-effect. Dit proces van zelfverwijzing heet Recursie.
Evolutiebioloog Richard Dawkins bestempelt religie als een culturele virusinfectie, die met man en macht dient te worden bestreden.
Dawkins gooit echter het kind met het badwater weg en ziet niet in dat spiritualiteit juist de sleutel voor de oplossing is. De 'natuurlijke selectie', datgene dat in het collectieve onbewuste plaatsvindt veroorzaakt het irrationele gedrag. Voor de mens is het mogelijk de onzichtbare creatieve beeldkracht (actieve imaginatie) op de zes gezichtspunten (darshana’s) af te stemmen en daarmee de 'natuurlijke selectie' zichtbaar te maken.
Het mechanisme, het samenspel van de toevallige verschillen en natuurlijke selectie (‘Het toeval stelt voor, de natuurlijke selectie beslist’) wordt door de Heilige tetraktys van Pythagoras tot uitdrukking gebracht. De getallen van Pythagoras brengen een relatie, een specifieke categorie van betrekkingen tot uitdrukking. Pythagoras was een cyberneticus. De mens maakt deel uit van auto- en kruiskatalytische systemen (Ervin Laszlo).
De natuurlijke ethiek van Spinoza hangt ongetwijfeld met de 4e dimensie, de co-reflectie van Teilhard, het projectiemechanisme van Jung en de weerspiegeling van Blavatsky samen.
De vraag blijft actueel kiezen we voor het eigen koninkrijkje, de 'bv-Ego' of het koninkrijk in de hemel, het hemelse rijk?
Hugo S. Verbrugh (GAMMA jrg. 8/nr. 2 april 2001 p. 38-40) boek 'Karma & Reïncarnatie - Een filosofische analyse' met een voorwoord van Marten Toonder -Uitg. Agora, Kampen, 2000, 206 pagina's (Henk Hogeboom van Buggenum recensie)
Arie Bos boek Hoe de stof de geest kreeg, De evolutie van het ik (p. 82):
'Als we konden zien hoe de wetenschappen verband met elkaar houden, zouden wij het niet moeilijker vinden om ze te onthouden dan een reeks cijfers'.
Wat betekent dat nu?
'Wanneer men van een wiskundige reeks twee of drie termen kent, zijn de daaropvolgende gemakkelijk te vinden.'
83: Het inzicht dat Descartes tot zo’n grote opwinding bracht was namelijk het volgende. Wanneer uit kennis van enkele gegevens een wiskundige reeks volgt en eveneens geldt (zoals Pythagoras al betoogde) dat alle processen in de natuur wiskundig zijn te beschrijven, dan geldt deze voorspelbaarheid ook voor de hele natuur. Je hoeft dan alleen maar de voorgeschiedenis van een natuurproces te beschrijven – liefst wiskundig – en het vervolg staat vast. Bij natuurprocessen is het dus voldoende om het verleden te kennen om de toekomst te kunnen voorspellen.
203: Van Simon Conway Morris is de theorie dat door adaptatie, aanpassing, de evolutie een dwingende loop heeft gevolgd. Dat laat hij zien aan het feit dat in de evolutielijnen van uiteenlopende soorten gelijke, convergente ontwikkelingen tevoorschijn komen. Dit zou doelgerichtheid betekenen en dat is in de evolutietheorie verboden.
De evolutionair fysioloog en ornitholoog Jared Diamond in een van zijn bestsellers, De derde Chimpansee, precies hetzelfde standpunt huldigt, terwijl hij in zijn Zwaarden, paarden en ziektekiemen al had laten blijken religie te zien als niet meer dan een uitvinding om mensenmassa’s in bedwang te kunnen houden.
Arie Bos boek Hoe de stof de geest kreeg, De evolutie van het ik (Hugo S. Verbrugh recensie)
In het rapport ‘E i V’ staat niet de discussie ‘Geest of Stof’, 'Aristoteles of Descartes', what’ s in a name centraal, maar de wederkerigheid (reciprociteit) tussen beide, het 'en-en'/'of-of' mechanisme, de kwintessens.
Het 5D-concept, de kwintessens van het rapport ‘E i V’ draait in de ongemanifesteerde wereld om de interacties tussen de vier categorieën Monade, Duade, Triade en Tetrade en in de gemanifesteerde wereld om het Mensenrrijk, Dierenrijk, Plantenrijk en Mineralenrijk.
Pim van Lommel boek Eindeloos Bewustzijn – Wetenschappelijke visie op bijna-dood ervaringen, hoofdstuk 15 Er is niets nieuws onder de zon (p. 302).
Voor fotonen geldt hetzelfde als voor neutronen, synapsen, gedachten en gevoelens (communicatie) ze verschijnen en verdwijnen.
Een synaps is een verbinding tussen twee neuronen waardoor een impuls kan worden overgedragen. Het brein bestaat uit zenuwcellen, de neuronen. Onder invloed van interacties met de buitenwereld kunnen hersencellen worden aangemaakt en verdwijnen. Neuronen en spiegelneuronen hebben vertakkingen en vormen zo een neuronennetwerk. Waar ze elkaar raken in de synapsen, ontstaat een gedachte of herinnering. Ideeën, gedachten en emoties zijn verbonden in dit neuronetwerk en ze zijn elk mogelijk verbonden met elkaar. Het brein is een medium dat het vormen van gedachten mogelijk maakt, maar is er niet de bron van. Door nieuwe associaties te leggen is een diversiviteit van representaties, het 5D-concept ontstaan. Het biedt een houvast om de éne werkelijkheid beter te leren begrijpen.
Als we de zaken werkelijk willen veranderen dienen we aan het geestelijke kapitaal meer aandacht te besteden. In het 5D-concept zijn de 'metafysica, het bovennatuurlijke en de fysica', 'geestkunde en natuurkunde', 'Bewustzijnsevolutie en Evolutietheorie', 'Unificatietheorie en Snaartheorie', twee complementaire kanten van één medaille. Het is het projectiemechanisme, de spiegelsymmetrie die beide met elkaar verbindt.
Roberto Assagioli laat met disidentificatie, net als Blavatsky met het meditatie-diagram, zien dat gedachten en gevoelens verschijnen en verdwijnen, maar we zijn niet onze gedachten en gevoelens. Meditatie, stilte stelt ons in staat dichter bij de eigen kern te komen, te her-inneren. Het onderbewustzijn geeft op onze vragen antwoord.
Het 5D-concept laat net als de levensboom en het enneagram zien dat het goede nieuws is dat er een zelfregulerend (zelfgenezend - en zelfreinigend) vermogen in het systeem zit ingebakken. Het gaat er om de schijnwaarheden in het leven, de ingebakken clichés te demystificeren.
Uit het onderzoek naar het verschijnsel organisatiecultuur is als belangrijkste conclusie naar voren gekomen dat het nuttig is om management by trial and error aan te vullen met management by learning. Om het zelfregulerende vermogen van markten te herstellen dient de overheid zich meer op het gelijkheids- en gemeenschapsmodel van A.P. Fiske toe te leggen. De eenzijdige nadruk op het marktmodel, het marktdenken veroorzaakt de problemen. Om het '5D-concept en Ether-paradigma' te kunnen onderbouwen is er de afgelopen millennia ruimschoots voldoende geëxperimenteerd. De overheid moet verhinderen dat de geschiedenis zich schaamteloos blijft herhalen.
De conclusie berust op het feit dat de supersymmetrie in het universum zowel voor de materiële wereld als voor de immateriële wereld, de Macrokosmos en Microkosmos geldt. De ongemanifesteerde Triade geeft inhoud aan de vorm van de gemanifesteerde Tetrade en vice versa. Het is godsonmogelijk dat er inhoud bestaat zonder vorm. Het is niet nodig nog meer leergeld te investeren.
Voorbij tijd en ruimte ligt het domicilie van oneindige mogelijkheden: een bron van leven, waarheid, intelligentie en werkelijkheid die nooit opdroogt. Zij is nog even vol als zij ooit is geweest en ooit zal zijn. Dit is de belofte van de oude wijsgeren, die nog altijd geldig is. Het rapport ‘E i V’ laat zien dat de etherische blauwdruk, de structuur van het wat achter de éne werkelijkheid bekend is. Het laat zich aanzien dat levenswetenschappers het hoe van het mysterie zeker niet geheel zullen oplossen. Intelligenter dan God zullen we nooit worden.
De term matrix (wiskunde) werd in 1848 ingevoerd door de Britse mathematicus J. J. Sylvester. Hij leverde fundamentele bijdragen aan de matrixtheorie, de invariantentheorie, de getaltheorie, partitietheorie en de combinatoriek.
Lineaire algebra en de Getransponeerde matrix.
Een data matrix is een tweedimensionale streepjescode bestaande uit witte en zwarte vierhoeken in een vierkant of rechthoekig patroon. Een data matrix vertoont een opvallende gelijkenis met een Hof van Eden-patroon.
Het boek Wat Darwin niet kon weten van Gerrit Teule biedt een uitstekend houvast om zowel de ‘binaire code' van machinetalen als het verschijnsel recursie toe te lichten. Gerrit Teule schrijft (p. 47): Je kunt een computer begrijpen op meer niveaus dan je op één hand kunt tellen.
Gerrit Teule start zijn gezichtspunt vanuit de hardware. Het rapport ‘E i V’ vertrekt daarentegen ook vanuit de 'mentale software' (Geert Hofstede), het 5D-concept, namelijk de doelmatige ordening van de informatievoorziening.
Er bestaat wel degelijk een zekere gelijkenis tussen levende organismen, zoals de mens en levenloze computers. Het is de mens die met behulp van zijn brein, de beide hersenhelften, 'Lichaam en Geest', 'Macrokosmos en Microkosmos', 'God en Zoon', 'Hemel en Aarde' met elkaar verbindt. Het gaat om het herkennen van de eenheid van alle leven.
Op basis van de 2e grondstelling vormen Geestkunde en Natuurkunde de twee zijden van dezelfde medaille, de natuurlijke eenheid.
Omdat de geheugencellen van computers twee waarden kunnen aannemen, is er sprake van binaire voorstelling van de opgeslagen informatie. Elke computer telt volgens het binaire stelsel.
Het rapport E i V beoogt, net als de bewustzijnsfilosofie, aan het gezichtspunt van Ervin Laszlo een steentje bij te dragen. Dit aanvullende inzicht is niet alleen door E-learning, op basis van de binaire code. tot stand gekomen, maar berust ook op het verschijnsel complementariteit. Voor het delen van kennis is internet een uniek medium.
2.3 Benen op de grond
Het probleem met die vereniging is dat we niet op willen lossen in die ziel en er zweverig mee dan niet meer reëel zijn. Met de benen op de grond praktisch blijvend hebben we zo een identiteitsprobleem: hoe verenigen we onze ego's in één samenhangend identiteitsbegrip. Sigmund Freud loste dit probleem met de psycho-analytische unificatietheorie op door het ego boven het dierlijke, primitieve zelf van de primaire driften te plaatsen. Dat zelf noemde hij het Es. Het ego zou dan de oplossing zijn. Maar we zagen al dat het ego dus een zon- en een schaduwzijde kent. Met het ego als doel zijn we niet zomaar verenigd, daar is nog iets meer voor nodig. Dat extra's noemen we de wijsheid. De wetenschap daarvan noemt men de wijsbegeerte. De filosofoof zegt 'ken uzelve'. In die wijsheid is er idealiter de vereniging in de ziel, maar tegelijkertijd verscheidenheid in het ik-besef op basis van zelfverwerkelijing. Dat ikbesef van de wijsheid noemen we de oorspronkelijke persoon. Iedereen moet de relatie met de oorspronkelijke persoon, zijn ideale zelf, ontwikkelen. Vedisch heet dat ideale ik van dienstbaarheid aan de authenticiteit de svarûpa. De oorspronkelijke persoon waar we allen op uit zijn heet in die klassieke wijsheid de purusha De svarûpa bereikt men door svadharma te ontwikkelen met het verwerken van je , zegt men in de yoga-filosofie, de filosofie van je verenigen in het bewustzijn. De yogafilosofie is een andere unificatietheorie. Eenheid in verscheidenheid is een idee dat al in de Bhagavad Gîtâ is terug te vinden: het heet daar ekatvena prthakvena bahuda, eenheid in de veelvormige verscheidenheid als de identiteit van Krishna. Dit oude idee werd nieuw leven ingeblazen aan het eind van de middeleeuwen door een hervormer van het indiase Vaishnavisme: S'ri Krishna Caitanya Prabhu, een avatar die de Heer in de vorm van een toegewijde voorstelde. Zijn idee van ons onderwerp noemde hij: acinthya bhedhâbheda tattva (de z.g siddhânta): de ondoorgrondelijke eenheid in de verscheidenheid als een basiskenmerk van God. Hiermee vormde hij de basis van een wereldwijde religieuze reformatie met het idee van 'eenheid in verscheidenheid'. Dat idee kreeg in datzelfde tijdsgewricht zijn beslag in het Christendom in de vorm van de religieuze Reformatie, een culturele Renaissance en een wetenschappelijk/filosofische vorm van Verlichting die uitmondde in een reeks van moderne Revoluties die de verscheidenheid in de eenheid van de bij voorkeur democratische, rechtschapen op mensenrechten gebaseerde staatsvorm moesten waarborgen.
2.4 De gnosis, een indeling
Ook de Christelijkheid heeft een pretentie - of beter gezegd goede wil - van vereniging met vele daarbijbehorende unificatietheorieën rondom allerlei religieuze, politieke, wetenschappelijke, filosofische, analytische en sprirituele culturen. De kern van al deze christelijke unificatietheorie vormt de oorspronkelijke persoon in de gedaante van Christus. De geest van die unificatie noemen we ook wel de gnosis. Het is historisch voor de Christelijkheid altijd een groot probleem geweest verenigd in Christus te blijven omdat de gnostische kern niet zonder meer eenduidig te fomuleren is. Er onstonden na de middeleeuwen vele bewegingen als de Rozenkruisers en de Vrijmetselaars die weer verder borduurden op oorspronkelijke europese spirituele bewegingen als de Tempeliers en het druidisme en andere vormen van als 'ketters' beschouwde Christelijkheid. In de negentiende eeuw deed Madame Blavatsky met de Theosofie een zeer verdienstelijke poging een verbinding tussen de culturen van oost en west te leggen. Gnosis moest ook de wereldcultuur verenigen. Een loffelijk streven dat echter niet zonder meer een succes is of zuiver te krijgen is. Er onstond een afscheiding van de theosofische beweging in de vorm van de Antroposofie van Rudolf Steiner.
Wat de huidige mensheid volgens Sri Aurobindo nodig heeft, is niet de definitieve overwinning van één ideologie op alle andere, maar een gemeenschappelijke menselijke inspanning gebaseerd op de harmonie van de verschillende wereldbeschouwingen. Een belangrijke stap in die richting zou de integratie zijn van de twee voornaamste wijzen waarop het bestaan kan worden gezien: de spiritualiteit bewaard in de religieuze tradities van het Oosten, en de praktische geest, zoals vertegenwoordigd door de politieke en economische stelsels van het Westen. De belangrijkste reden van het probleem om in het Westen tot een eenduidige formulering van de gnosis te komen is de onwetendheid (avidya) die ontstaat uit de geestesvernauwing, of bewustzijnsvernauwing van het valse ego. Je kent wel je eigen winkeltje, maar dat van een ander is je al gauw teveel. Zo ontdekt men niet de klassieke geschriften en verdwijnt men in zelfverzonnen werelden. De feitelijke spelregels voor de unificatie is men zich dan niet meer zuiver bewust. Alle energie steekt men in z'n eigen ding en de energie om samen te werken is er dan niet meer, de z.g. synergie is zoek. En dan hebben we het alleen nog maar over de christelijke unificatie. De vereniging van de wereldcultuur waar we nu in de 21e eeuw voor staan, en die bij ons met de theosofen spiritueel een begin maakte, is nog een groter probleem. Samenvattend moeten we dus een aantal problemen bespreken in het streven naar een unificatietheorie die wereldomvattend is, die perspectief biedt op wereldvrede in eenheid en verscheidenheid. We hebben een 1) probleem van onwetendheid, 2) een identiteitsprobleem, en 3) een politiek probleem.
3. Ordening biedt oplossing unificatieprobleem (3e Dimensie, Eenheid in Verscheidenheid)
Hoe meer we over 'de waarheid' praten of zelfs maar denken, hoe verder we die van ons wegduwen.
Geen enkele organisatie of georganiseerde religie kan de mens naar waarheid of naar zijn verlossing leiden.
Er bestaat geen pad naar de waarheid.
Je moet je eigen leraar en je eigen leerling zijn.
U wordt een licht voor uzelf en daarom werpt u geen schaduw op het pad van een ander of van uzelf.
De kernvraag is hoe verander je chaos in harmonie?
In het rapport Eenheid in Verscheidenheid worden de contouren geschetst hoe probleem en oplossing met elkaar samenhangen.
De energie -, klimaat - en kredietcrisis kunnen alleen effectief worden aangepakt wanneer van een sluitend model (hoofdroute) van de éne werkelijkheid (bv. A.P. Fiske) wordt uitgegaan. De gesignaleerde crises vragen om een ruimere context. De cyclische evolutie biedt daarvoor een handvat. De kredietcrisis markeert een breuk in het traditionele marktdenken van Adam Smith. De hamvraag is hoe wordt economische meerwaarde gecreëerd die zowel de welvaart als het welzijn ten goede komt of met andere woorden hoe kan worden vermeden dat de illusiecultuur domineert?
De oplossing van het ééndimensionale marktdenken ‘u vraagt, wij draaien’ van het cliëntelisme heeft een psychologische (Deel IV), een sociologische (Deel V) en een filosofische (Deel VI en VII) dimensie. De maatschappelijke onvrede hangt zeker niet alleen met dit verschijnsel samen, maar ook met de andere gesignaleerde mondiale crises.
De kwintessens van het rapport 'E i V', het Meta-leren berust op het bewustzijn van bewustzijn (helicopterview, Top down perspective).
Het innerlijke bewustzijn (zelfbewustzijn, reflexief bewustzijn, bewustzijn van bewustzijn) is een levenscyclus (Huwelijksquaterniteit) die in het universele bewustzijn ligt besloten. Bewustzijn manifesteert zich door een levenscyclus. Er bestaat niet alleen bewust en onbewust, maar ook het verschijnen en verdwijnen van het bewustzijn. De manifestatie van het bewustzijn is continu aan verandering onderhevig. Geesteswetenschappen leggen op het innerlijke universum de nadruk.
Om de wereld te veranderen gaat het nog steeds om de scholing van de individuele ziel. Of met andere woorden hoe kunnen we in de pas lopen met de Heilige Geometrie, of ook wel de driehoek van Pythagoras genoemd. We moeten ons ervan bewust worden dat we de schepper van onze eigen realiteit zijn. De driehoek van Pythagoras bevat de blauwdruk van het universum en brengt het reflexieve bewustzijn (5D-concept, Kwintessens) tot uitdrukking.
De beide tegengestelde tetraëders verbinden ‘Hemel en Aarde’, ‘Goed en Kwaad’, ‘Wat en Hoe’ en vormen samen een stertetraëder. Het bovenste plaatje toont hoe beiden precies in een bol passen.
Het is juist de kwantumverstrengeling, de in het universum ingebakken dualiteit (dichotomieën) die de evolutie van de persoonlijke ziel, de zelfverwerkelijking mogelijk maakt.
De stertetraëder (stertetraheder) combineert de mannelijke en de vrouwelijke energie, met name de mate van extraversie (Big Five). Het brengt het complementariteitsprincipe tot uitdrukking. De kubus is complementair aan de octaëder, 'Aarde versus Lucht'; Malkuth versus 'Hod, Jesod en Netsach'.
Het mechanisme 'These + Antithese = Synthese' van Hegel biedt een handvat om het verticale bewustzijn te doorgronden. Het Ken Uzelve staat voor het Ene en het vele, voor ‘Eenheid in Verscheidenheid’. Er geldt nog steeds verbeter de wereld begin bij jezelf. Primair gaat het dus om zelfkennis.
Volgens Rinus Kiel heeft Hegel de deur geopend naar een volstrekt relativisme. Maar diametraal tegenover het volstrekt relativisme staat het volstrekt absolutisme.
Tegenover het aardse staat het hemelse, tegenover het relatieve staat het absolute, tegenover Chaos, Gaia en Eros staat het Goede, Ware en Schone, tegenover Asat staat Sat, tegenover Alpha staat Omega.
Net als de Drie-eenheid kunnen materie, ziel en geest wel onderscheiden, maar niet gescheiden worden.
De positieve as van het kernkwadrant, these + antithese = synthese, 1 + 1 = 3 duidt op het principe dat het geheel (kwantum) meer is dan de som der delen. Een foton is een voorbeeld van een kwantum.
Om chaos in een harmonieuze harmonie te veranderen kan het AOS-concept van Benedict Broere worden gebruikt.
HET GULDEN MIDDEN
Benedict Broere brengt op zijn website de vraag naar voren of wij een wereld bewonen -- AOS -- die doortrokken is van een algemene zin en samenhang, in die zin dat zij zich ontwikkelt op basis van een creatief samenwerken van de complementaire tegenstellingen analyse en synthese, en een zoeken daarin naar een grotere ontplooiing en betere kwaliteit van wereld -- omega?
AOS in Natuur, Psyche en Cultuur.
Het zijn eerder allemaal kleine stapjes, die uiteindelijk een grote stap vormen.
Crisis en ommekeer (27 oktober 2009): Volgens Herman Wijffels is er sprake van een drievoudige crisis in onze cultuur: economisch, moreel en ecologisch. Het zijn onderling samenhangende globale problemen, die om globale oplossingen vragen. Er is een ommekeer nodig. Wil Derkse, Eelke de Jong en Evert van der Zweerde gaan met Wijffels in gesprek en gaan in op de economische, wijsgerige en theologische aspecten van zijn betoog.
Om met het veranderen van de maatschappelijke structuur een begin te maken is de strategie “Klaar om te wenden?” een goed initiatief. Het verslag van Frank Visser van de manifestatie “Klaar om te wenden?” bij het afscheid van ex-SER voorzitter Herman Wijffels laat zien dat er wel degelijk een verband ligt.
Spiral Dynamics (Spiral Dynamics) is kort gezegd een theorie over de ontwikkeling van waardepatronen in de mens en de samenleving, die door de Amerikaanse psycholoog Clare Graves – een tijdgenoot en geestverwant van Maslow - is ontwikkeld.
Don Beck is net terug van een bezoek aan het Midden-Oosten, waarvan hij op de hem eigen wijze verslag deed. Hij poneerde de uitdagende stelling dat het in het huidige Midden-Oosten niet om religie gaat, zoals het in het toenmalige Zuid-Afrika niet om ras ging, wat betreft de kern van het conflict. Veeleer zijn er botsende waardepatronen, die aan het licht gebracht moeten worden voordat aan een oplossing kan worden gedacht.
Op basis van Spiral dynamics is het mogelijk integrale, gemeenschappelijke visies te ontwikkelen.
Een probleem kun je alleen effectief oplossen door oorzaak en gevolg duidelijk met elkaar te verbinden en niet door wat in de politiek vaak gebeurt het egospelletje van de kool en de geit te sparen. Topbestuurders vinden dat kritiek op hun functioneren het vertrouwen in het systeem negatief beïnvloedt. De kredietcrisis leert dat de bomen niet tot in de hemel groeien. Er is een schijnwelvaart gecreëerd, die laat zien dat we te lang boven onze stand hebben geleefd. Door krediet in het systeem te pompen is een implosie door de overheid afgewend, met als gevolg een explosie van de begrotingstekorten. De crisis kan alleen worden opgelost door weer meer waarde aan het systeem toe te voegen. Het probleem met de internetzeepbel World Online van Nina Brink is dat de huid al wordt verkocht voordat de beer geschoten is. Is het niet juist zo dat de te lang volgehouden struisvogelpolitiek de problemen extra heeft versterkt?
Als we weten hoe het probleem in elkaar zit kunnen we ook een idee krijgen van de oplossing. De probleemstelling geeft de oplossing al aan: we ordenen het probleem en delen daarmee de zaak verder op om voor de verschillende onderdelen dan stuk voor stuk, stap voor stap een oplossing aan te dragen. De integriteit van dit streven dat wereldwijd het probleem van de unificatie aanpakt noemen we dan vanuit het de Westerse cultuur de liefde voor de gnosis, de liefde voor de spirituele integriteit van de oorspronkelijke persoon die niet enkel Christus is, maar de avatar in het algemeen, of het nu Christus, de Boeddha, Krishna of de Bhagwan of een andere moderne goeroe of verlichte ziel betreft, De liefde voor de gnosis ofwel de filognosie, is de verenigde geest van de oplossing die voor ieder onderdeel van onze probleemstelling een oplossing biedt. Om hierin te kunnen slagen moeten we dus steeds de oorspronkelijke persoon van de avatar die we ook wel de fortuinlijke (vedisch de bhagavata) noemen in gedachten houden. Die oorspronkelijke persoon vinden we in de boeken, in de grote voorbeelden en in onze zelfverwerkelijing. Het vinden van die eenheid is het zuivere bewustzijn waar we op uitzijn. Dat is het bewustzijn waarin alle unificatietheorie zijn integriteit vindt.
3.1 Onwetendheid
Het probleem van de onwetendheid is het probleem van het Es, van het oerzelf van de basisbehoeften. Allereertst moet dat probleem worden opgelost. Zonder die basis kan het ego niet floreren, komt de zelfrealisatie niet tot stand en emanciperen we niet tot volwassen zefverantwoordelijkheid.
De onwetenheid is zoals we zagen opgelost met een zeker besef van normen en waarden: weten we eenmaal wat de regels zijn en met welke normen dat verbonden is, dan weten we hoe we integer moeten zijn in het behartigen van onze basisbelangen. Zo is het Es dan verslagen en is het zelf gezuiverd. We kunnen dit in twee vormen in de praktijk brengen: de spiritualiteit en de analyse, met als leraren, de goeroe, de mysticus of de yogaleraar en de therapeut of 'zelfverwerkelijkingsbegeleider'. De spiritualiteit staat voor de transcendentie die we ontwikkelen met het mediteren dat alleen maar goed lukt als we ons aan de regels houden, anders zwalkt de geest te ver weg met het valse ego. De analyse leidt therapeutisch begeleid tot inzicht in de structuur van de wereld en het zelf. Doorgaans gebeurt dit in de vorm van de kunsten: men schrijft of schildert en mediteert zo op wat een goede weergave zou zijn van het inzicht in de ware aard -of het proces daarnaar op weg - van de oorspronkelijke persoon. In die persoonlijke anaylstische, en ook artistieke expressie leren we onszelf kennen en ontwikkelen we ego. Net als met seks kan het ego een hindernis vormen, maar kan ze ook een creatieve kracht herbergen die tot zuivering van de vereniging leidt.
De lering van het afhankelijk ontstaan betreft zowel causaliteit als basispricipe, als de keten van wederzijds afhankelijk ontstaan, die laat zien hoe onwetendheid tot voortdurende wedergeboorte leidt.
3.2 Het identiteitsprobleem
Het zelf van de spiritualiteit neigt tot tijdloosheid in het zich vrijmaken van de materiële wereld. Als men er boven staat kan men kiezen en scheppen. Daaruit vloeit het ego voort: men neemt verantwoordelijkheid, eerst voor zichzelf, maar ook reeds voor ogen van de medemens. Het ego is dan met eer verbonden geraakt geen pure zelfzucht meer, ookal is het niet meteen een zuivere ziel van wijsheid die alles en iedereen omvat. Met het ego krijgen we het identitetispronbbleem: wie zijn wij als we van elkaar willen verschillen? Daarin zagen we met het idee van religieuze, zkeleijke, nationale en politieke ego's grofweg een verdeling in velden van handelen ontstaan: we hebben individuele en sociale behoeften en ideëele en concrete aspiraties die tegenover elkaar geplaatst de verschillende bereiken van het menselijk handelen vormen die we met een zekere burgerdeugd moeten bestrijken wil het vrede en gezondheid blijven met onze ego's. Het evenwichtig bestrijken van de verschillende velden van handelen is er voor iedereen als een vorm van tijdbesef. De orde van de tijd vormt zo de integriteit, de ruggengraat van iedere cultuur die ieder ego met zijn deugden op zijn plaats moet zetten. dat is een hige eis en culturen falen oog geregeld daarmee; ze verdwijen en verschijnen met hun ego-fixaties.
De oorspronkelijke persoon is met de ego-afdeling nog niet direct in zicht. Integendeel, in eerste instantie willen we niet gehinderd worden door de persoon en houden we vast aan een onpersoonlijke orde van de tijd. Maar het oplossen van het eerste probleem geeft ook een indeling die dit tweede probleem van de tijdorde als zijnde de ruggengraat en de fixatie van de cultuur moet oplossen. Wat is het goed en kwaad van de tijdorde als zijnde de onpersoonlijke unificatietheorie die moet opgaan als het model voor de beschaving van het ego? Deze indeling ontlenen we aan de vedische cultuur die spreekt van het ware en het onware, van sat en asat. Zo hebben we dan een ware en een onware tijdcultuur. Met het onware verkeert het ego steeds in angst omdat het onware het tijdelijke is waarmee men voor zijn dood vreest. Met het ware is de weg vrij voor de eeuwige wijsheid van de ziel die vrij van angst is en gelukkig vol van beustzijn (sat-cit-ânanda). De vorm die dat aanneemt is dus allereerst een onpersoonlijke. Simpel weg een uurwerk dat het hemelse patroon imiteert. Allereerst is er maar de geest van God over de wateren van der materûele werkelijkheid. Die geest van tweevoduigheid in het ware en onware heet vedisch het Brahman. Het Brahman in ware zin heet para (erboven staand), en in onware zin het aparâ (het lagere, zichtbare van de schepping). Als we aanvaarden dat er een binnen en een buitenkant is met de geest van God die we Brahman noemen komen we tot een indeling van de onpersoonlijke orde van de tijd. Die indeling, die klok en kalender, kennen we als een systematische afweging enerzijds en als een denkmodel anderzijds. De systematische afweging met een kalender staat voor de filosofie met zijn methoden en boeken en het denkmodel staat voor de wetenschap met zijn handige apparaten, de klokken voorop. De macht van God is de geest die van binnen en van buiten is. Aanwezig van binnen noemen we die geest manifest en als een lagere energie van buiten met een bepaalde orde van de tijd noemen die geestelijke integriteit met de ether niet manifest. he eerste vorm het kennismiddel van de intelligentie, het tweede het mechanisme van de macht. Twee fundamentle volheden van God. Als we aldus orde op zaken stellen met het conflictueuze ego van materiële identificatie hebben we de vrede gered, maar hebben we met de velden van handelen het ego tevens ingedeeld en een identiteit verleend. Dat is dus een kwestie van filosofie en wetenschap, van een goed tijdorde.
4. Het Politieke probleem (Ruimte en Tijd, Ether-paradigma, Wetenschap en Politiek)
De schepping is geen statisch geordend geheel: het leven is een creatief proces, het werk van een kunstenaar, een doelgericht gebeuren.
De kwintessens van het rapport 'E i V' is dat de tegenstelling aan elke crisis ten grondslag ligt. Er wordt van uitgegaan dat een conjunctuurcyclus zich binnen de marges van het ‘kernkwadrant’ beweegt, daarentegen een grote schommeling zoals de kredietcrisis speelt zich binnen het ‘maskerkwadrant’ af. Het marktmechanisme faalt wanneer de individuele verantwoordelijkheid, de ethische drijfveren van zowel verkopers als kopers, van zowel overheid als burgers uit beeld verdwijnt. In hoeverre is de overheid zowel de oorzaak als de oplossing van het probleem? Een ding is zeker de overheid is te veel gefocussed op de korte in plaats van op de lange termijn. In hoeverre zijn we bereid van de ervaringen uit het verleden te leren?
De basis van elk leerproces is: 'Wat' moeten we aan 'Wie', 'Wanneer' en 'Hoe' leren, en 'Waarom' vinden we dat?
We moeten het heft zelf in handen nemen, uiteindelijk zijn we door ons handelen zelf verantwoordelijk. Het gaat er om door zelfregulering meer grip op het leven te krijgen. Het gaat er om waandenkbeelden te ontmaskeren en aan het licht te brengen. Wie zijn binnenwereld verandert, verandert de buitenwereld. De kwaliteit van het leven van de mens op aarde, het welzijn meer centraal plaatsen.
Universeel model, Kringloop:
| Pythagoras: | Boeddhisme (Samsara en Nirwana): | Friedrich Nietzsche: | Carl Jung: | Sri Aurobindo: |
| 1. Monade | 4. ‘Gulden Middenweg’, beëindigen van ‘lijden’ | Zarathustra | Archetype (Unus Mundus) | Opperste werkelijkheid |
| 2. Duade | 3. Beëindiging van ‘lijden’ | Übermensch | Groei | Passieve Brahman |
| 3. Triade | 2. Ontstaan van ‘lijden’ | Wil tot macht | ‘Dubbele natuur’, aanpassing | Actieve Brahman |
| 4. Tetrade | 1. Het ‘lijden’ | Eeuwige wederkeer | Enantiodromie (Homeostase) | ‘Ik’, het zelf |
Een individueel probleem kan snel worden opgepakt, daarentegen voor vraagstukken in de collectieve sector geldt dat het heel lang duurt voordat bewustwording in effectief beleid wordt vertaald. Geert Mak gaf in de Volkskrant 20 november 2004 een eerste signaal af. Recent zijn daar de reacties van Harm Beertema (Volkskrant 15 maart 2010) en Prof. Smalhout (Telegraaf 3 april 2010) en Gerd Leers (Volkskrant 6 april 2010) bijgekomen.
De te verwachten 29 miljard aan bezuinigingen maakt de politieke besluitvorming over de gewenste collectieve voorzieningen en de kosten daarvan bijzonder complex.
4.1 Het eeuwige van de tijd (Absolute tijd, Eeuwige nu, World line, Kronos, Kairos)
Het derde aandachtspunt in de filognosie van de unificatie is het organiseren van het respect voor de persoon. Dit vormt een politiek probleem. Een ieder heeft zo zijn eigen agenda, zijn eigen voorliefde voor de orde van de tijd, en zo is de persoon dan moeilijk te organiseren. Met de tijd als het middel voor het ontwikkelen van de liefde voor de kennis op dit gebied komen we voor de tradities en de actuele werkelijkheid van het respect voor de persoon te staan. De tradities van het respecteren van de persoon vormen de religies die allen een bepaalde orde van de tijd voorstaan. Daarmee regelt men wanneer er moet worden gewerkt voor de materie en wanneer er gezamenijk moet worden gebeden en gezongen dan wel gerust worden voor de vereniging van het bewustzijn in vrede en onbaatzuchtigheid. Traditioneel moet de orde van de tijd die we zo dan manifest noemen volgens de geschriften stroken met de natuurlijke orde. De beweging van de tijd, het krachtveld van de ruimte (ether) en de concrete zaak van de materie kan men in deze visie niet zomaar los van elkaar zien. Men spreekt van de maangod en de zonnegod (Hindoes), van een zuivere zon en maan met de gebedstijden en de vastenrituelen (Moslims), en van het volgen van het hemelse patroon met de leerstelling 'op aarde zoals in de hemel' (Christenen).
Het snijpunt van de drie assen van het kompaskwadrant toont het punt waar de synthese tussen hemel en aarde plaatsvindt, de psyche de relatie tussen de microkosmos en de macrokosmos. Dit snijpunt symboliseert het eeuwige nu.
Het eindige, gemanifesteerde universum is volledig gevuld met atomen. Elk atoom (organisme, mens) in het fractale ‘nu’ neemt in deze ruimte een unieke positie in. Deze atomen staan door het eeuwige nu (absolute tijd, Swabhavat) met elkaar in verbinding. De theorie van Einstein (Einstein e=m.c²) leert dat er tussen de atomen onderling wel degelijk tijdsverschillen (relatieve tijd) bestaan.
De absolute tijd staat voor het eeuwige nu en de relatieve tijd voor het tijdelijke.
4.2 Het tijdelijke (Relatieve tijd, Thermodynamic Asymmetry in Time, Magnetische richting)
Tegenover het manifeste respect voor de persoon met een natuurlijke indeling van de tijd staat de unificatie van het ego in politieke partijen. Daarin wordt het geld vooropgeplaatst als het middel om orde op zaken te stellen. Met de beloning wordt iedereen op het goede spoor gezet en is alles te regelen, zo is dan het uitgangspunt. Maar er zijn problemen omdat de wetenschap in de poltiek vaak tekort schiet; te vaak is het een juridische verdediging van economische belangen, is het enkel recht en economie, terwijl de geesteswetenschap, de gedragswetenschap en de overige mens- en natuurwetenschappen vaak buiten beschouwing blijven. Men gooit wetenschappelijke tabellen als die van de tijdvereffening, de maanstanden en de precessie weg en leest geen wetenschappelijke boeken. De politiek is er voor het regelen van het geld met een tijdbegrip dat wezenlijk niet manifest is: men heeft letterlijk geen tijd meer voor elkaar. Tijd wordt ingewisseld voor geld. Zo is er dan een lager, in feite ongemanifesteerd tijdbegrip dat niet religieus is maar pragmatisch: de standaardtijd. Het politieke zet zich, niet geheel onterecht overigens, bewust af tegen het religieuze met een scheiding van kerk en staat. In dat baatzuchtig begrip van de tijd staan de burgerdeugden die de integriteit van de velden van handelen moeten vormen tegenover elkaar opgesteld in de vorm van politieke partijen die ieder met hun eigen unificatieplan voor de natie en de unie van naties de verkiezingen willen winnen en de anderen het nakijken willen geven. Maar angst is zo het resultaat van de democratie die steeds voor zijn eigen 'overwinningen' moet vrezen. Immers, verlies je de verkiezingen, dan regeer je niet zomaar mee, en met het buitensluiten van elkaar bij het regeren is het niet echt een democratische regering die uit de democratische verkiezingen voorkomt: de politieke partij toont zich dan als een gevaar voor de democratie. De democratie als de ideale opzet voor een dictatuur van een winnende partij die niemand echt wil. Wat men echt wil is bestuurlijke integriteit natuurlijk, een integriteit die in de politiek in de vorm van een persoon niet stabiel is. Zelfs koningshuizen vormen geen garantie daarvoor. Er zijn er nog maar een paar in de wereld over. Om dit probleem van het wederzijdse politieke commentaar ter wille van de persoon op orde te brengen, moeten we terugschakelen op de indeling in identiteiten die we bij het onpersoonlijke zagen ontstaan van het egobelang. Wil het volk rechtschapen en integer regeren over zichzelf met wijsheid, dan moet niemand worden buitengesloten. En zo krijgt men dan een idee van een democratie die is gebaseerd op het zich verenigen in een notie van vaste identiteiten met een vaste vertegenwoodiging: een representatieve democratie waarin politieke partijen worden overvleugeld door kiesgroepen die in een vaste verhouding de hele bevolking vertegenwoordigen moeten. Verkiezingen vinden dan binnen een kiesgroep plaats, maar de onderlinge verhouding van de vertegenwoordiging van de identiteiten van het volk ligt vast. Dit noemen we een identiteitsbewust mensrechtenbestuur. Zo'n bestuur heeft een heel eigen programma en is voorlopig toekomstmuziek begin 21e eeuw.
Categorie: Definities | Auteurs: Harry Nijhof & Rene PBA Meijer
Deze pagina werd sedert 10 jan. 2008 6822 keer bekeken.
