| Deze filognostische presentatie is in aanbouw |
Inhoud
Unificatietheorie
Het Probleem van het ego
Unificatie of vereniging is een fundamenteel probleem van de mens. We hebben dingen gemeen, maar we zijn ook verschillend van elkaar. Als we ons verenigen in wat we gemeen hebben, dan willen we niet onze verschillen uitgevlakt zien. Dit vindt bijvoorbeeld zijn uitdrukking in de stelregel van de Europese Unie: 'eenheid in verscheidenheid'. Dat is ook de reden dat deze site zo heet. We willen geen oorlog meer maar steeds politiek overleg om verenigd te zijn over onze individuele identiteiten. Dit van elkaar willen verschillen is een primaire levensbehoefte die we evolutionair noemen: de evolutie heeft de verscheidenheid van de natuur ontwikkeld. Dat waar we ons in verenigen noemen we traditioneel God, maar in de moderne tijd zijn daar veel alternatieve opvattingen over ontstaan. Er is ego ontstaan in de identificatie met deze of gene theorie van vereniging, of die unificatietheorie nu religieus, politiek, nationaal of zakelijk is met een onderneming. We willen zelfs trots zijn op dat ego omdat we al dat ego als beschaving zien. We willen die verscheidenheid behouden, maar verliezen in de vereenzelviging met onze vereniging, onze religie, onze onderneming en onze nationaliteit makkelijk het idee van het verenigd zijn, van God en ziel, van zelf en ego, uit het oog. We spreken dan van cultuurneurose en vervreemding. We zijn dan al heel blij niet zelfzuchtig in de vernietiging van de oorlog terecht te komen met onze ego's.
Geschiedenis van de unificatie
Schaduwzijde
Het egoprobleem is niet iets nieuws. De hele menselijke geschiedenis is ervan doortrokken. Het is gewoon moeilijk om cultureel volwassen ego's op één lijn te krijgen. In de oude vedische cultuur die vijfduizend jaar geleden ten onder ging in een grote (ego-)oorlog (beschreven in de Mahâbhârata), sprak men van vals ego ofwel (ahankara) als zijnde het ik-besef dat zich teveel vereenzelvigt met zijn uiterlijkheid en zijn materieel vermogen. In de zelfzucht die voortvloeit uit de valse vereniging ontstaat het valse ego dat steeds in angst verkeert en tot vernietiging leidt.
Zonzijde
Nu kunnen we ook positief over het ego denken. Het ego kunnen we ook zien als een zuiver ik-besef dat ons zelfverantwoordelijkheid en volwassenheid geeft. Het ego als het product van zelfrealisatie, van op een volwassen manier bezig zijn om je zelfstandigheid te realiseren. Dat is een ideaal dat we goed noemen. Het ideale ik-besef noemen we de ziel, het ego dat niet vervalst is door uiterlijkheden maar zich met anderen kan verenigen op basis van regulerende beginselen: principes en waarden.
Benen op de grond
Het probleem met die vereniging is dat we niet op willen lossen in die ziel en er zweverig mee dan niet meer reëel zijn. Met de benen op de grond praktisch blijvend hebben we zo een identiteitsprobleem: hoe verenigen we onze ego's in één samenhangend identiteitsbegrip. Sigmund Freud loste dit probleem met de psycho-analytische unificatietheorie op door het ego boven het dierlijke, primitieve zelf van de primaire driften te plaatsen. Dat zelf noemde hij het Es. Het ego zou dan de oplossing zijn. Maar we zagen al dat het ego dus een zon- en een schaduwzijde kent. Met het ego als doel zijn we niet zomaar verenigd, daar is nog iets meer voor nodig. Dat extra's noemen we de wijsheid. De wetenschap daarvan noemt men de wijsbegeerte. De filosofoof zegt 'ken uzelve'. In die wijsheid is er idealiter de vereniging in de ziel, maar tegelijkertijd verscheidenheid in het ik-besef op basis van zelfverwerkelijing. Dat ikbesef van de wijsheid noemen we de oorspronkelijke persoon. Iedereen moet de relatie met de oorspronkelijke persoon, zijn ideale zelf, ontwikkelen. Vedisch heet dat ideale ik van dienstbaarheid aan de authenticiteit de svarûpa. De oorspronkelijke persoon waar we allen op uit zijn heet in die klassieke wijsheid de purusha De svarûpa bereikt men door svadharma te ontwikkelen met het verwerken van je , zegt men in de yoga-filosofie, de filosofie van je verenigen in het bewustzijn. De yogafilosofie is een andere unificatietheorie. Eenheid in verscheidenheid is een idee dat al in de Bhagavad Gîtâ is terug te vinden: het heet daar ekatvena prthakvena bahuda, eenheid in de veelvormige verscheidenheid als de identiteit van Krishna. Dit oude idee werd nieuw leven ingeblazen aan het eind van de middeleeuwen door een hervormer van het indiase Vaishnavisme: S'ri Krishna Caitanya Prabhu, een avatar die de Heer in de vorm van een toegewijde voorstelde. Zijn idee van ons onderwerp noemde hij: acinthya bhedhâbheda tattva (de z.g siddhânta): de ondoorgrondelijke eenheid in de verscheidenheid als een basiskenmerk van God. Hiermee vormde hij de basis van een wereldwijde religieuze reformatie met het idee van 'eenheid in verscheidenheid'. Dat idee kreeg in datzelfde tijdgewricht zijn beslag in het Christendom in de vorm van de religieuze Reformatie, een culturele Renaissance en een wetenschappelijk/filosofische vorm van Verlichting die uitmondde in een reeks van moderne Revoluties die de verscheidenheid in de eenheid van de bij voorkeur democratische, rechtschapen op mensenrechten gebaseerde staatsvorm moesten waarborgen.
De gnosis, een indeling
Ook de Christelijkheid heeft een pretentie - of beter gezegd goede wil - van vereniging met vele daarbijbehorende unificatietheorieën rondom allerlei religieuze, politieke, wetenschappelijke, filosofische, analytische en sprirituele culturen. De kern van al deze christelijke unificatietheorie vormt de oorspronkelijke persoon in de gedaante van Christus. De geest van die unificatie noemen we ook wel de gnosis. Het is historisch voor de Christelijkheid altijd een groot probleem geweest verenigd in Christus te blijven omdat de gnostische kern niet zonder meer eenduidig te fomuleren is. Er onstonden na de middeleeuwen vele bewegingen als de Rozenkruisers en de Vrijmetselaars die weer verder borduurden op oorspronkelijke europese spirituele bewegingen als de Tempeliers en het druidisme en andere vormen van als 'ketters' beschouwde Christelijkheid. In de negentiende eeuw deed Madame Blavatsky met de Theosofie een zeer verdienstelijke poging een verbinding tussen de culturen van oost en west te leggen. Gnosis moest ook de wereldcultuur verenigen. Een loffelijk streven dat echter niet zonder meer een succes is of zuiver te krijgen is. Er onstond een afscheiding van de theosofische beweging in de vorm van de Antroposofie van Rudolf Steiner.
Wat de huidige mensheid volgens Sri Aurobindo nodig heeft, is niet de definitieve overwinning van één ideologie op alle andere, maar een gemeenschappelijke menselijke inspanning gebaseerd op de harmonie van de verschillende wereldbeschouwingen. Een belangrijke stap in die richting zou de integratie zijn van de twee voornaamste wijzen waarop het bestaan kan worden gezien: de spiritualiteit bewaard in de religieuze tradities van het Oosten, en de praktische geest, zoals vertegenwoordigd door de politieke en economische stelsels van het Westen. De belangrijkste reden van het probleem om in het Westen tot een eenduidige formulering van de gnosis te komen is de onwetendheid (avidya) die ontstaat uit de geestesvernauwing, of bewustzijnsvernauwing van het valse ego. Je kent wel je eigen winkeltje, maar dat van een ander is je al gauw teveel. Zo ontdekt men niet de klassieke geschriften en verdwijnt men in zelfverzonnen werelden. De feitelijke spelregels voor de unificatie is men zich dan niet meer zuiver bewust. Alle energie steekt men in z'n eigen ding en de energie om samen te werken is er dan niet meer, de z.g. synergie is zoek. En dan hebben we het alleen nog maar over de christelijke unificatie. De vereniging van de wereldcultuur waar we nu in de 21e eeuw voor staan, en die bij ons met de theosofen spiritueel een begin maakte, is nog een groter probleem. Samenvattend moeten we dus een aantal problemen bespreken in het streven naar een unificatietheorie die wereldomvattend is, die perspectief biedt op wereldvrede in eenheid en verscheidenheid. We hebben een 1) probleem van onwetendheid, 2) een identiteitsprobleem, en 3) een politiek probleem.
Ordening als oplossing voor het unificatieprobleem
Als we weten hoe het probleem in elkaar zit kunnen we ook een idee krijgen van de oplossing. De probleemstelling geeft de oplossing al aan: we ordenen het probleem en delen daarmee de zaak verder op om voor de verschillende onderdelen dan stuk voor stuk, stap voor stap een oplossing aan te dragen. De integriteit van dit streven dat wereldwijd het probleem van de unificatie aanpakt noemen we dan vanuit het de Westerse cultuur de liefde voor de gnosis, de liefde voor de spirituele integriteit van de oorspronkelijke persoon die niet enkel Christus is, maar de avatar in het algemeen, of het nu Christus, de Boeddha, Krishna of de Bhagwan of een andere moderne goeroe of verlichte ziel betreft, De liefde voor de gnosis ofwel de filognosie, is de verenigde geest van de oplossing die voor ieder onderdeel van onze probleemstelling een oplossing biedt. Om hierin te kunnen slagen moeten we dus steeds de oorspronkelijke persoon van de avatar die we ook wel de fortuinlijke (vedisch de bhagavata) noemen in gedachten houden. Die oorspronkelijke persoon vinden we in de boeken, in de grote voorbeelden en in onze zelfverwerkelijing. Het vinden van die eenheid is het zuivere bewustzijn waar we op uitzijn. Dat is het bewustzijn waarin alle unificatietheorie zijn integriteit vindt.
Onwetendheid
Het probleem van de onwetendheid is het probleem van het Es, van het oerzelf van de basisbehoeften. Allereertst moet dat probleem worden opgelost. Zonder die basis kan het ego niet floreren, komt de zelfrealisatie niet tot stand en emanciperen we niet tot volwassen zefverantwoordelijkheid.
De onwetenheid is zoals we zagen opgelost met een zeker besef van normen en waarden: weten we eenmaal wat de regels zijn en met welke normen dat verbonden is, dan weten we hoe we integer moeten zijn in het behartigen van onze basisbelangen. Zo is het Es dan verslagen en is het zelf gezuiverd. We kunnen dit in twee vormen in de praktijk brengen: de spiritualiteit en de analyse, met als leraren, de goeroe, de mysticus of de yogaleraar en de therapeut of 'zelfverwerkelijkingsbegeleider'. De spiritualiteit staat voor de transcendentie die we ontwikkelen met het mediteren dat alleen maar goed lukt als we ons aan de regels houden, anders zwalkt de geest te ver weg met het valse ego. De analyse leidt therapeutisch begeleid tot inzicht in de structuur van de wereld en het zelf. Doorgaans gebeurt dit in de vorm van de kunsten: men schrijft of schildert en mediteert zo op wat een goede weergave zou zijn van het inzicht in de ware aard -of het proces daarnaar op weg - van de oorspronkelijke persoon. In die persoonlijke anaylstische, en ook artistieke expressie leren we onszelf kennen en ontwikkelen we ego. Net als met seks kan het ego een hindernis vormen, maar kan ze ook een creatieve kracht herbergen die tot zuivering van de vereniging leidt.
Het identiteitsprobleem
Het zelf van de spiritualiteit neigt tot tijdloosheid in het zich vrijmaken van de materiële wereld. Als men er boven staat kan men kiezen en scheppen. Daaruit vloeit het ego voort: men neemt verantwoordelijkheid, eerst voor zichzelf, maar ook reeds voor ogen van de medemens. Het ego is dan met eer verbonden geraakt geen pure zelfzucht meer, ookal is het niet meteen een zuivere ziel van wijsheid die alles en iedereen omvat. Met het ego krijgen we het identitetispronbbleem: wie zijn wij als we van elkaar willen verschillen? Daarin zagen we met het idee van religieuze, zkeleijke, nationale en politieke ego's grofweg een verdeling in velden van handelen ontstaan: we hebben individuele en sociale behoeften en ideëele en concrete aspiraties die tegenover elkaar geplaatst de verschillende bereiken van het menselijk handelen vormen die we met een zekere burgerdeugd moeten bestrijken wil het vrede en gezondheid blijven met onze ego's. Het evenwichtig bestrijken van de verschillende velden van handelen is er voor iedereen als een vorm van tijdbesef. De orde van de tijd vormt zo de integriteit, de ruggengraat van iedere cultuur die ieder ego met zijn deugden op zijn plaats moet zetten. dat is een hige eis en culturen falen oog geregeld daarmee; ze verdwijen en verschijnen met hun ego-fixaties.
De oorspronkelijke persoon is met de ego-afdeling nog niet direct in zicht. Integendeel, in eerste instantie willen we niet gehinderd worden door de persoon en houden we vast aan een onpersoonlijke orde van de tijd. Maar het oplossen van het eerste probleem geeft ook een indeling die dit tweede probleem van de tijdorde als zijnde de ruggengraat en de fixatie van de cultuur moet oplossen. Wat is het goed en kwaad van de tijdorde als zijnde de onpersoonlijke unificatietheorie die moet opgaan als het model voor de beschaving van het ego? Deze indeling ontlenen we aan de vedische cultuur die spreekt van het ware en het onware, van sat en asat. Zo hebben we dan een ware en een onware tijdcultuur. Met het onware verkeert het ego steeds in angst omdat het onware het tijdelijke is waarmee men voor zijn dood vreest. Met het ware is de weg vrij voor de eeuwige wijsheid van de ziel die vrij van angst is en gelukkig vol van beustzijn (sat-cit-ânanda). De vorm die dat aanneemt is dus allereerst een onpersoonlijke. Simpel weg een uurwerk dat het hemelse patroon imiteert. Allereerst is er maar de geest van God over de wateren van der materûele werkelijkheid. Die geest van tweevoduigheid in het ware en onware heet vedisch het Brahman. Het Brahman in ware zin heet para (erboven staand), en in onware zin het aparâ (het lagere, zichtbare van de schepping). Als we aanvaarden dat er een binnen en een buitenkant is met de geest van God die we Brahman noemen komen we tot een indeling van de onpersoonlijke orde van de tijd. Die indeling, die klok en kalender, kennen we als een systematische afweging enerzijds en als een denkmodel anderzijds. De systematische afweging met een kalender staat voor de filosofie met zijn methoden en boeken en het denkmodel staat voor de wetenschap met zijn handige apparaten, de klokken voorop. De macht van God is de geest die van binnen en van buiten is. Aanwezig van binnen noemen we die geest manifest en als een lagere energie van buiten met een bepaalde orde van de tijd noemen die geestelijke integriteit met de ether niet manifest. he eerste vorm het kennismiddel van de intelligentie, het tweede het mechanisme van de macht. Twee fundamentle volheden van God. Als we aldus orde op zaken stellen met het conflictueuze ego van materiële identificatie hebben we de vrede gered, maar hebben we met de velden van handelen het ego tevens ingedeeld en een identiteit verleend. Dat is dus een kwestie van filosofie en wetenschap, van een goed tijdorde.
Het Politieke probleem
Het eeuwige van de tijd
Het derde aandachtspunt in de filognosie van de unificatie is het organiseren van het respect voor de persoon. Dit vormt een politiek probleem. Een ieder heeft zo zijn eigen agenda, zijn eigen voorliefde voor de orde van de tijd, en zo is de persoon dan moeilijk te organiseren. Met de tijd als het middel voor het ontwikkelen van de liefde voor de kennis op dit gebied komen we voor de tradities en de actuele werkelijkheid van het respect voor de persoon te staan. De tradities van het respecteren van de persoon vormen de religies die allen een bepaalde orde van de tijd voorstaan. Daarmee regelt men wanneer er moet worden gewerkt voor de materie en wanneer er gezamenijk moet worden gebeden en gezongen dan wel gerust worden voor de vereniging van het bewustzijn in vrede en onbaatzuchtigheid. Traditioneel moet de orde van de tijd die we zo dan manifest noemen volgens de geschriften stroken met de natuurlijke orde. De beweging van de tijd, het krachtveld van de ruimte (ether) en de concrete zaak van de materie kan men in deze visie niet zomaar los van elkaar zien. Men spreekt van de maangod en de zonnegod (Hindoes), van een zuivere zon en maan met de gebedstijden en de vastenrituelen (Moslims), en van het volgen van het hemelse patroon met de leerstelling 'op aarde zoals in de hemel' (Christenen).
Het tijdelijke
Tegenover het manifeste respect voor de persoon met een natuurlijke indeling van de tijd staat de unificatie van het ego in politieke partijen. Daarin wordt het geld vooropgeplaatst als het middel om orde op zaken te stellen. Met de beloning wordt iedereen op het goede spoor gezet en is alles te regelen, zo is dan het uitgangspunt. Maar er zijn problemen omdat de wetenschap in de poltiek vaak tekort schiet; te vaak is het een juridische verdediging van economische belangen, is het enkel recht en economie, terwijl de geesteswetenschap, de gedragswetenschap en de overige mens- en natuurwetenschappen vaak buiten beschouwing blijven. Men gooit wetenschappelijke tabellen als die van de tijdvereffening, de maanstanden en de precessie weg en leest geen wetenschappelijke boeken. De politiek is er voor het regelen van het geld met een tijdbegrip dat wezenlijk niet manifest is: men heeft letterlijk geen tijd meer voor elkaar. Tijd wordt ingewisseld voor geld. Zo is er dan een lager, in feite ongemanifesteerd tijdbegrip dat niet religieus is maar pragmatisch: de standaardtijd. Het politieke zet zich, niet geheel onterecht overigens, bewust af tegen het religieuze met een scheiding van kerk en staat. In dat baatzuchtig begrip van de tijd staan de burgerdeugden die de integriteit van de velden van handelen moeten vormen tegenover elkaar opgesteld in de vorm van politieke partijen die ieder met hun eigen unificatieplan voor de natie en de unie van naties de verkiezingen willen winnen en de anderen het nakijken willen geven. Maar angst is zo het resultaat van de democratie die steeds voor zijn eigen 'overwinningen' moet vrezen. Immers, verlies je de verkiezingen, dan regeer je niet zomaar mee, en met het buitensluiten van elkaar bij het regeren is het niet echt een democratische regering die uit de democratische verkiezingen voorkomt: de politieke partij toont zich dan als een gevaar voor de democratie. De democratie als de ideale opzet voor een dictatuur van een winnende partij die niemand echt wil. Wat men echt wil is bestuurlijke integriteit natuurlijk, een integriteit die in de politiek in de vorm van een persoon niet stabiel is. Zelfs koningshuizen vormen geen garantie daarvoor. Er zijn er nog maar een paar in de wereld over. Om dit probleem van het wederzijdse politieke commentaar ter wille van de persoon op orde te brengen, moeten we terugschakelen op de indeling in identiteiten die we bij het onpersoonlijke zagen ontstaan van het egobelang. Wil het volk rechtschapen en integer regeren over zichzelf met wijsheid, dan moet niemand worden buitengesloten. En zo krijgt men dan een idee van een democratie die is gebaseerd op het zich verenigen in een notie van vaste identiteiten met een vaste vertegenwoodiging: een representatieve democratie waarin politieke partijen worden overvleugeld door kiesgroepen die in een vaste verhouding de hele bevolking vertegenwoordigen moeten. Verkiezingen vinden dan binnen een kiesgroep plaats, maar de onderlinge verhouding van de vertegenwoordiging van de identiteiten van het volk ligt vast. Dit noemen we een identiteitsbewust mensrechtenbestuur. Zo'n bestuur heeft een heel eigen programma en is voorlopig toekomstmuziek begin 21e eeuw.
Het perspectief voor de unificatietheorie

Het perspectief voor al de unificatietheorie zoals hierboven geschetst, noemen we het de op de zes zienswijzen gebaseerde filognostisch perspectief. Dit perspectief wordt simpel gevormd door de integriteit van het met de filognostische agenda dekken van de spiritualiteit, de analyse, de filosofie, de wetenschap, de religie en de partijdemocratie met zijn commentaren en belangenstrijd. Vedisch noemt men dit zestal visies de darshana's, die ook wel bekend staan als het geheel van integriteit van de Indiase filosofie, de filosofie die alles in de cultuur van de kennis dekt. De yogafilosofie vormt er slechts het spirituele deel van. De filognosie vertaalt dus de oosterse filosofie ter verdere integratie naar de westerse situatie. Hierna zullen we een aantal citaten weergeven en onderwerpen aanstippen zoals we die in onze cultuur op het gebied van de unificatietheorie terug kunnen vinden met de organisatiecultuur, het energiemanagement, het reflexief bewustzijn, het hebben van een gezamenlijke horizon en een nieuwe manier van denken.
Categorie: Definities | Auteurs: Harry Nijhof & Rene PBA Meijer
Deze pagina werd sedert 10 jan. 2008 806 keer bekeken.
