4. Unificatietheorie
Voor een definitie van de unificatietheorie zie onder Definities (links op deze pagina). Hieronder treft u de verschillende referenties in het rapport 'E i V' aan.
has been the greatest single contributor
to the development of the Geography of Man.
Maar, zoals E. F. Schumacher opmerkte in A Guide for the Perplexed, een getrouwe en betrouwbare kaart is noodzakelijk. We hebben grote behoefte aan een betrouwbare kaart van de werkelijkheid.
Triade (Universele quintessens, Éne werkelijkheid, 'Evolutie en Involutie')
God schiep de mens
en de mensen schiepen zich een god.
Zo gaat het in de wereld:
de mensen scheppen zich goden
en vereren hun scheppingen.
Waarlijk! (Zo) zouden de goden
de mensen moeten vereren!
Zo binnen, zo buiten
zo groot, zo klein
zo boven, zo beneden
er is slechts één Leven en Wet
en de besturende Kracht is één
Er is geen binnen, geen buiten
geen groot, geen klein
geen hoog, geen laag
in het goddelijk bestel.
Het 5Ddenkraam maakt van de ruimte-tijd spiegelsymmetrie gebruik. Het Ether-paradigma gaat echter niet alleen van de materie, maar ook van de keerzijde, de ruimte ('energie'), de leegte (tzimtzum) uit. De schakel tussen materie en ruimte, de tijd staat in het Ether-paradigma centraal.
Voor alsof het een wiel was in het midden van een wiel (Deel I, p. 157) of als het ware een wiel in het midden van een wiel was (Deel II p. 629) kan ook gelezen worden een kleine kringloop binnen een grote kringloop of de levenscyclus van een mens (menselijke natuur) binnen de levenscyclus van een universum (Het wiel van dharma). Op aarde vinden analoge energetische processen plaats (Wet van analogie: ‘Zo Boven zo Beneden’). Een elektronenschil (SCHILLEN) kan met de baan die een planeet beschrijft worden vergeleken. In de Éne werkelijkheid komen steeds dezelfde zich repeterende patronen van heel klein (atoom) tot heel groot (meta-universum) naar voren.
Gemeenschappelijke basis van fractals
Fractals vertonen drie eigenschappen tegelijkertijd: iteratie, gebroken dimensie en zelfgelijkvormigheid.
Enkel het laatste is visueel zichtbaar. De zelfgelijkvormigheid is de eigenschap dat als men een stukje van een fractal vergroot men terug de oorspronkelijke figuur verkrijgt. Deze eigenschap heeft ook nog andere gevolgen : als men slechts een stukje kent van een fractal, kan men hieruit de volledige fractal terug verkrijgen (zie ook geschiedenis van fractals).
Chaostheorie (kies: Classificatie, ‘B. Driehoek en vierkant van Sierpinski’ en ‘G Bomen van Pyhagoras’).
| Rapport E i V: | Theosofie: | Dualiteit in de evolutie | Rapport ‘E i V’, | de natuurlijke kringloop (1 - 3 - 2 - 4): | ||
| Deel VII | Deel V | 1. Goden | 3. Kosmos | Macrokosmos | Tijd-as | |
| 1. Vuur ---- | 3. Lucht | 7. Âtma | 5. Manas | 1. Ruimte, Wat ---- | 3. Oneindigheid, Ruimteloosheid | |
| | | | | | | | | | | | | |
| 4. Aarde ---- | 2. Water | 4.b Kama | 6. Buddhi | 4. Eeuwige NU ---- | 2. Materie, Hoe | |
| Deel IV | Deel VI | 4.a Chaos | 2. Atomen | Tijd-as | Microkosmos | |
| 5e element Ether | ||||||
| (snijpunt van de | diagonalen 1./2. en 3./4) |
De drie verenigende Logoi van de Esoterie:
| Eenheid in | Verscheidenheid | |||||
| Pythagoras | 1e Logos, Monade | 3e Logos, Triade | Antroposofie | Rudolf Steiner | ||
| Monade | Triade | God ---- | Geest | Geestmens ---- | Geestzelf (omgevormd Astraallichaam) | |
| | | | | | | | | | | | | |
| Tetrade | Duade | 4. Lichaam ---- | Zoon | Fysiek lichaam ---- | Levensgeest (omgevormd Etherlichaam) | |
| Tetrade | 2e Logos, Duade |
Ricardo Lindemann Het ontdekken van de verborgen volmaaktheid:
De wijsheidstraditie zegt dat sinds onheuglijke tijden het universum cyclisch is, dat het zich uitzet vanuit een punt van oorsprong en terug zal gaan naar dat punt waarbij het zich samentrekt en waarbij de cyclus steeds opnieuw begint. De wetenschap komt langzamerhand ook tot deze conclusie wanneer zij zegt dat het universum voortkomt uit een oerknal, wanneer de krachten van uitbreiding of afstoting werkzaam zijn (overeenstemmend met de handeling van Brahma, de Schepper, in het hindoeïsme). Geleidelijk worden er nieuwe sterren geboren door de aantrekkingskracht van massa’s
kosmische poeder die voortkomen uit die grote ontploffing, met een relatief evenwicht tussen de krachten van aantrekking en afstoting (corresponderend met de actie van Vishnoe, de Bewaarder). De zwaartekrachten worden zo groot dat zij resulteren in ‘zwarte gaten’, waaruit zelfs geen licht kan ontsnappen, gegeven het bestaan van fotonen met een piepkleine massa in hun constitutie. Deze ‘zwarte gaten’ beginnen hele zonnestelsels te absorberen (overeenkomend met de handeling van Shiva, de Verwoester, Veranderaar of Bevrijder), totdat hun kern een kritieke massa bereikt die ervoor zorgt dat zij weer gaan ontploffen, volgens de huidige wetenschappelijke beweringen.
Big Bang-hypothese versus 'Big Bounce en Big Crunch'-hypothese. Gerrit Teule licht in zijn artikel Enkele opmerkingen over energie, materie en geest de 'Big Bounce en Big Crunch'-hypothese toe.
Geheime Leer Deel I Samenvatting (p. 305):
Tijdens het grote mysterie en levensdrama, dat bekend staat als het manvantara, vertoont de werkelijke Kosmos overeenkomst met het voorwerp dat achter het witte scherm is geplaatst, waarop door de toverlantaarn de Chinese schimmen worden geworpen. De werkelijke figuren en dingen blijven onzichtbaar, terwijl ongeziene handen aan de touwtjes van de evolutie trekken. Mensen en dingen zijn dus slechts de weerkaatsingen op het witte doek van de werkelijkheden achter de valstrikken van mahamaya, of de grote illusie.
317: (xxvii.) ‘Het eerstgenoemde – het oorspronkelijke bestaan – dat in deze (bestaanstoestand het ENE LEVEN kan worden genoemd, is, zoals is uitgelegd, een VLIES voor scheppende of vormende doeleinden. Het manifesteert zich in zeven toestanden, die met hun zevenvoudige onderverdelingen de NEGENENVEERTIG vuren vormen, die in de heilige boeken worden genoemd. . . .’
318: (d) De mens geeft zij alles wat zij aan alle andere gemanifesteerde eenheden in de natuur schenkt; maar bovendien ontwikkelt zij in hem de weerspiegeling van al haar NEGENENVEERTIG VUREN. Elk van zijn zeven beginselen is een volle erfgenaam van en deelhebber aan de zeven beginselen van de ‘grote moeder’. De adem van haar eerste beginsel is zijn geest (atma). Haar tweede beginsel is BUDDHI (ziel). Wij noemen dit ten onrechte het zevende. Het derde voorziet hem (a) van de hersensubstantie op het stoffelijke gebied, en (b) van het DENKVERMOGEN [dat is de menselijke ziel – H.P.B.], dat die substantie volgens zijn organische vermogens bestuurt.
Geheime Leer Deel I hoofdstuk 3 Oorspronkelijke substantie en goddelijke gedachte (p. 368):
In de Sepher Jezireh, het kabbalistische boek van de schepping, heeft de schrijver kennelijk de woorden van Manu herhaald. Daarin stelt men het zo voor, dat de goddelijke substantie in eeuwigheid alleen heeft bestaan, grenzeloos en absoluut, en dat deze uit zichzelf de geest heeft uitgezonden. ‘Een is de geest van de levende god, gezegend zij ZIJN naam, die eeuwig leeft! Stem, geest en woord, dit is de heilige geest; en dit is de kabbalistische abstracte drie-eenheid, die door de christelijke kerkvaders zonder meer is vermenselijkt. Uit dit drievoudige ENE vloeide de hele Kosmos voort. Eerst kwam Uit EEN het getal TWEE voort, of lucht (de vader), het scheppende element; toen kwam het getal DRIE, water (de moeder), voort uit de lucht; ether of vuur voltooit de mystieke vier, de Arba-il. ‘Toen de verborgene van de verborgenen zich wilde openbaren, maakte hij eerst een punt (het oorspronkelijke punt of de eerste sephiroth, lucht, of heilige geest), gaf er een heilige vorm aan (de tien sephiroth, of de hemelse mens) en bedekte het met een rijk en prachtig gewaad, dat de wereld is.’
Blavatsky: "Als je denkt dat je uit De Geheime Leer een bevredigend beeld van de samenstelling van het universum kunt krijgen, dan zal deze studie je alleen maar verwarren. Het boek is niet bedoeld om zo'n definitieve uitspraak te doen over het bestaan, maar om je in de richting van de Waarheid te leiden".
De oplossing van de unificatietheorie wordt niet gevonden in het elementaire deeltje maar in de ruimte die de elementaire deeltjes van elkaar scheidt.
Deze stelling is gebaseerd op De Geheime Leer, Deel I p. 563: ‘De kracht is daarom niet in het atoom maar in de ruimte die de atomen van elkaar scheidt (neutrale centrum, eros = fohat). Evolutie vindt door emanatie plaats. In supersymmetrie heeft ieder elementair deeltje een zogenaamde supersymmetrische partner. De elektrische spanning tussen twee polen bestaat echt. De i t/m xii experimenteel (min of meer) bewezen effecten van de werkzaamheid van de ether, vormen de materiële tegenhanger van de vijf eigenschappen, de imaginaire 5e dimensie van het bewustzijn.
Ruimte en Tijd (Materiesymmetrie, 'Ruimte en Tijd', 'Ruimte en Tijd')
Alle natuurkrachten worden veroorzaakt door de vervorming van de ruimte-tijd door de lokale aanwezigheid en beweging van kleine individuele deformaties, die zich kunnen samenvoegen of elkaar afstoten naargelang de aard van die lokale deformaties. Massa is de resulterende vervorming die hieruit ontstaat. De rol die de tijd speelt in deze processen wordt lokaal bepaald door de ruimte-tijd-vervorming. Voorgaande regels zouden uit een willekeurig Einstein-leerboek kunnen overgenomen worden, als men de meer fundamentele inhoud van het begrip lading t.o.v. het begrip massa had onderkend.
De kwantummechanica moet getoetst worden aan de nieuwe inhoud van het begrip lading, waarbij veel aandacht moet besteed worden aan het aspect tijdvervorming rond een elementair deeltje. De energietransporten die een bewegend deeltje vergezellen leiden tot ruimtegolven als die beweging niet eenparig rechtlijnig is.
Elk belangrijk verschijnsel in de fysica (mechanica, elektriciteit, thermodynamica, …) moet opnieuw bestudeerd worden met de wetenschap dat elementaire deeltjes interne lokale vervormingen van de ruimte-tijd zijn, waarbij de verbeelding van de wetenschappers moet gestimuleerd worden om een publiek begrijpelijke voorstelling te bieden.
Warmte in ‘Ruimte en Tijd’
In sommige handboeken over fysica wordt warmte beschreven als een wat minder waardige energievorm omdat niet alle beschikbare warmte-energie in een andere energievorm (of arbeid) kan omgezet worden. Het probleem is echter alleen van statistische aard en wordt veroorzaakt door een gebrek aan informatie over de toestand van elk deeltje, wat niet het geval is met de kinetische energie van een massa (elk deeltje heeft dezelfde snelheid) of de potentiële energie van een waterreservoir (van elk deeltje is de hoogte gekend). In een warmtereservoir wordt de snelheidsverdeling vertaalt naar een temperatuur, en de zuiger van de arbeidsmachine wordt enkel voortgestuwd door deeltjes die een gunstige snelheidscomponent hebben die groter is dan de zuigersnelheid! Een groot gedeelte van de kinetische energie van de deeltjes is dus onbruikbaar en gaat verloren. De energie die vertegenwoordigd wordt door een trillend deeltje (potentiële en kinetische energie) is dus volwaardige energie, maar onze mogelijkheden en informatie zijn te klein om die energie van elk deeltje te capteren.
De Geheime Leer Deel II, Inleidende opmerkingen (p. 1):
Wat betreft de evolutie van de mensheid stelt de Geheime Leer drie nieuwe stellingen voorop, die lijnrecht in strijd zijn met zowel de moderne wetenschap als de gangbare religieuze dogma’s: zij leert
(a) de gelijktijdige evolutie van zeven mensengroepen op zeven verschillende delen van onze aardbol;
(b) de geboorte van het astrale lichaam vóór het stoffelijke, waarbij het eerste een model is voor het laatste; en
(c) dat de mens in deze Ronde aan alle zoogdieren in het dierenrijk voorafging – de mensapen daarbij inbegrepen.
De Geheime Leer Deel II, Stanza 1 Het begin van bewust leven (p. 25):
De opsomming van de stanza’s in Deel I liet zien dat de genesis2 van goden en mensen voortkwam uit een en hetzelfde punt, dat de ene universele, onveranderlijke, eeuwige en absolute EENHEID is. In zijn eerste gemanifesteerde aspect hebben wij het zien worden: (1) in de sfeer van objectiviteit en fysica, de oorspronkelijke substantie en kracht (middelpuntzoekend en middelpuntvliedend, positief en negatief, mannelijk en vrouwelijk, enz.); (2) in de wereld van de metafysica, de GEEST VAN HET HEELAL of kosmische verbeeldingskracht, door sommigen de LOGOS genoemd.
2) Volgens de geleerde definitie van dr. A. Wilder is genesis, γένεσιϛ, niet voortplanting, maar ‘een komen uit het eeuwige naar de Kosmos en de Tijd’: ‘een komen van esse tot existere’, of ‘van HET ZIJN tot het zijnde’ – zoals een theosoof zou zeggen.
De Geheime Leer Deel II Stanza 6 De evolutie van de zweetgeborenen (p. 158):
Deel II, p. 158: Sanchoniathon maakt de aletae of titanen (de kabiren) tot tijdgenoten van Agruerus, de grote Fenicische god (die Faber probeerde te vereenzelvigen met Noach7); verder vermoedt men dat de naam ‘titan’ is afgeleid van Tit-Ain – ‘de bronnen van de chaotische afgrond’8 (Tit-Theus, of Tityus is ‘de goddelijke vloed’); en zo worden de titanen, waarvan er zeven zijn, in verband gebracht met de Vloed en de zeven door Vaivasvata Manu geredde rishi’s9.
7) Agruerus is Kronos of Saturnus, en het prototype van de israëlitische Jehova. Omdat hij is verbonden met Argha, de maan of ark van de verlossing, is Noach mythologisch één met Saturnus. Maar dan kan dit geen betrekking hebben op de aardse vloed. (Zie echter Faber, ‘Kabiri’, Deel I, blz. 35, 43 en 45.)
8) Zie ibid., Deel II, blz. 240.
9) Sanchoniathon zegt dat de titanen de zonen van Kronos waren, en zeven in getal; en hij noemt ze vuuraanbidders, aletae (zonen van Agni?), en diluvianen. Al-ait is de god van het vuur.
Ze zijn de zonen van Kronos (de tijd) en Rhea (de aarde); en omdat Agruerus, Saturnus en Sydyk een en dezelfde persoon voorstellen, en omdat men zegt dat de zeven kabiren de zonen van Sydyk of Kronos-Saturnus zijn, komen de kabiren overeen met de titanen. Deze keer had de vrome Faber gelijk met zijn conclusies, toen hij schreef: ‘Ik twijfel er niet aan dat de zeven titanen en kabiren dezelfden zijn als de zeven rishi’s van de hindoemythologie (?), die volgens het verhaal samen met Manu, het hoofd (?) van het gezin, in een boot zijn ontkomen.’
De Geheime Leer Deel II Een panoramisch overzicht van de eerste rassen (p. 303):
Het bovenstaande wordt in alle grote theogonieën duidelijk gemaakt, voornamelijk in de Griekse (zie Hesiodus en zijn theogonie). Het verminken van Ouranos door zijn zoon Kronos, die hem zo tot impotentie veroordeelt, is door de hedendaagse mythografen nooit begrepen. Toch is de allegorie heel duidelijk; en omdat deze algemeen verspreid was, moet zij een groot abstract en filosofisch denkbeeld hebben bevat, dat nu voor onze hedendaagse wijzen verloren is gegaan. Deze straf in de allegorie geeft inderdaad ‘een nieuw tijdperk, een tweede fase in de ontwikkeling van de schepping’ aan, zoals terecht wordt opgemerkt door Decharme (Mythologie de la Grèce Antique, blz. 7), die echter geen poging doet om deze te verklaren. Ouranos heeft geprobeerd die ontwikkeling of natuurlijke evolutie te belemmeren door al zijn kinderen te doden zodra ze waren geboren. Ouranos, die alle scheppende krachten van en in de Chaos (de Ruimte of de gemanifesteerde godheid) verpersoonlijkt, wordt daarvoor dus gestraft; want door die krachten evolueren de pitri’s uit zichzelf de oorspronkelijke mensen – evenals deze mensen later hun nakomelingen evolueren – zonder enig gevoel of verlangen om zich voort te planten. Het werk van de voortbrenging, dat een moment werd onderbroken, gaat over in de handen van Kronos7, de tijd, die zich verenigt met Rhea (in de esoterie de aarde – stof in het algemeen), en zo na hemelse, aardse titanen voortbrengt. Deze hele symboliek heeft betrekking op de mysteriën van de evolutie.
7) Kronos is niet alleen Χρόνοϛ, de tijd, maar komt ook, zoals Bréal aantoonde in zijn Hercule et Cacus (blz. 57), van de wortel kar, ‘maken, scheppen’. Wij betwijfelen echter of Bréal en Decharme, die hem aanhaalt, ook gelijk hebben als zij zeggen dat in de Veda’s Kronan een scheppende god is. Bréal bedoelde waarschijnlijk Karma, of beter VisvaKarma, de scheppende god, de ‘almachtige’ en de ‘grote architect van de wereld’.
Blavatsky Deel II, hoofdstuk 25 De mysteriën van het zevental (p. 697):
‘Ruimte en Tijd' zijn één. Ruimte en tijd zijn naamloos, want ze zijn het onkenbare DAT, wat alleen kan worden gevoeld door middel van zijn zeven stralen – die de zeven scheppingen, de zeven werelden, de zeven wetten zijn’, enz. . . .
Benjamin Adamah boek Nulpunt Revolutie (p. 114):
De pythagoreeërs verdeelden de aion in de positief geladen Kronos (yang) en de negatief geladen Rhea (yin).
Energie en Tijd (Spiegelsymmetrie, Complementariteit)
'Energie en Tijd'
Een ruimte die “statische” materie bevat bezit potentiële energie door de vervorming van de ruimte. Gravitatie veroorzaakt de beweging van die materie en de potentiële energie wordt dan omgezet in kinetische energie. Betere termen zijn m.i. respectievelijk positionele energie en bewegingsenergie. De verplaatsing van de bijhorende energievelden gebeurt met een snelheid c (lichtsnelheid) waardoor het element tijd geïntroduceerd wordt. Vermits c afhankelijk is van de ruimtevervorming kent ook de tijd diezelfde afhankelijkheid.
In de snaartheorie zijn 'Energie en Tijd' twee complementaire grootheden. Uiteindelijk draait het om de vraag hoe kijken we tegen de primaire energiebron, de oerbron (eeuwige levensbron, 5D-concept) aan?
Is snaartheorie (string / superstring / M-theorie) de ultieme ‘Heilige Graal’ van de natuurkunde?
Vandaar dat nogal wat theoretische natuurkundigen, waaronder een aantal Nobellaureaten natuurkunde, hun twijfels hebben over de status van de snarentheorie: is het wel meer dan fantastische wiskunde? Zo stelt Martinus Veltman (Nobelprijs natuurkunde 1999): “De snaartheorie is een religie en daarom irrelevant voor de wetenschap.” Hij stelt ook dat de snaartheoretici “decennialang doorrommelen met een theorie die geen contact maakt met de werkelijkheid.”
Het lijkt er op dat de aanhangers van de evolutietheorie voor het Higgsdeeltje gaan en de mensen met een spirituele inslag voor het spanningsveld tussen twee polen, de reciprociteit. In supersymmetrie heeft ieder elementair deeltje een zogenaamde supersymmetrische partner.
Door de werkelijkheid verkeert te interpreteren kom je niet tot goede oplossingen. Omdat de snaartheorie slechts de materiële kant behandelt mag niet worden verwacht dat deze theorie over de éne werkelijkheid uitsluitsel geeft. Door alleen beide complementaire kanten, de fysica en de metafysica, van de werkelijkheid te belichten komt de unificatietheorie een stapje verder.
Het betekent wel dat het nuttig is om de drie grondstellingen van de theosofie in de beschouwingen te betrekken. Uitgangspunt is dat de drie eigenschappen van fractals - iteratie (Recursie), zelfgelijkvormigheid (Wederkerigheid) en gebroken dimensie ('Hemel en Aarde', 'Macrokosmos en Microkosmos') – met de 1e, 2e en 3e grondstelling (1e, 2e en 3e wijsheidssleutel, 1e, 2e en 3e Logos) van de theosofie correleren.
De Geheime Leer Deel I, Stanza 6 Onze wereld, haar groei en ontwikkeling (p. 167):
‘De uitleg die ik u ga geven, zal volkomen mystiek schijnen, maar is niettemin van enorme betekenis als hij goed wordt begrepen. Onze oude schrijvers zeiden dat er vier soorten Vach zijn (zie de Rig Veda en de Upanishads). Vaikhari-Vach is wat wij uitspreken. Elke soort Vaikhari-Vach bestaat in haar madhyama-, verder in haar pasyanti- en tenslotte in haar para-vorm4. Deze pranava wordt Vach genoemd, omdat de vier beginselen van de grote Kosmos met deze vier vormen van Vach corresponderen. Nu bestaat het hele gemanifesteerde zonnestelsel in zijn sukshma-vorm uit het licht of de energie van de logos, omdat de energie daarvan wordt opgevangen en overgebracht op kosmische stof. . . . . De hele Kosmos in zijn objectieve vorm is Vaikhari-Vach, het licht van de logos is de madhyama-vorm, en de logos zelf de pasyanti-vorm, en Parabrahm is de para-vorm of het para-aspect van die Vach. In het licht van deze uitleg moeten wij proberen bepaalde uitspraken van verschillende filosofen te begrijpen, die erop neerkomen dat de gemanifesteerde Kosmos het woord is, dat als Kosmos is gemanifesteerd’ (zie de bovengenoemde lezing over de Bhagavadgita).
4) Madhya noemt men iets, waarvan het begin en het einde onbekend zijn, en para betekent oneindig. Al deze uitdrukkingen hebben betrekking op oneindigheid en de indeling van de tijd.
Het rapport E i V beoogt, net als de bewustzijnsfilosofie, aan het gezichtspunt van Ervin Laszlo een steentje bij te dragen. Dit aanvullende inzicht is niet alleen door E-learning tot stand gekomen, maar berust ook op het dualisme, tegenstellingen en de binaire code van machinetalen. Voor het delen van kennis is internet een uniek medium. In tegenstelling tot computers werken onze hersenen niet op basis van de digitale, binaire code maar op een analoge manier.
Een bit is de kleinste eenheid van informatie, namelijk een symbool of signaal dat twee waarden kan aannemen: aan of uit, ja of nee, hoog of laag, geladen of niet-geladen. Het binaire talstelsel stelt deze waarden voor met 1 en 0. De menselijke geest kan niet tot de werking van een computer worden gereduceerd. Het gaat daarentegen juist om de wisselwerking tussen ’geest en lichaam’.
Energie en Materie (Tijdsymmetrie, Materie-bewustzijn, Eeuwige nu, Communicatiecyclus)
De dualiteit van 'Golven en Deeltjes' is een kwantummechanische eigenschap die zowel voor een elektron als een foton geldt .
Materie of stof is de bouwsteen waaruit de (waarneembare) wereld is opgebouwd.
In de relativiteitstheorie worden massa en energie aan elkaar gelijkgesteld, aangezien massa in energie kan worden omgezet (annihilatie) en energie in massa kan worden omgezet. Het zijn dus uitwisselbare eenheden, de massa-energierelatie geeft deze weer. Het op de plasma kosmologie (Ambiplasma) gebaseerde SED
(Stochastic electrodynamics) model biedt een nieuw perspectief hoe het energieniveau van atomen kan worden verhoogd (negentropie).
Een wezenlijk verschil tussen 'Materie en Energie' is er eigenlijk niet. Materie is dat deel van de stoffelijke werkelijkheid waarin energie tijdelijk is vastgelegd. Daarnaast is er zogenaamde vrije energie. Energie en materie zijn in een voortdurend dynamisch evenwicht. Albert Einstein stelde in zijn speciale relativiteitstheorie van 1905 dat energie gelijkwaardig is met massa, hoewel de praktische betekenis daarvan op dat moment nog volstrekt onduidelijk was. De equivalentie van massa en energie wordt weergegeven in vermoedelijk de beroemdste van alle natuurkundige formules: Einstein E=m.c². De formule E=m.c² geeft de betrekking weer: energie is massa maal het kwadraat van de lichtsnelheid (snelheid van een foton) of anders gezegd: massa is energie gedeeld door het kwadraat van de lichtsnelheid.
Links van de vergelijking wordt de materie en rechts van het is-gelijk-teken de 'Ruimte en Tijd', de gekromde ruimte beschreven.
Drunvalo Melchizedek boek De geometrie van de schepping – een herrinering aan ons verleden (490):
Ik geloof dat alles in het universum een spiegel is voor het bewustzijn. Voor zover ik heb kunnen zien is alle energie bewust, ongeacht wat de naam ervan is, of het nu electriciteit, magnetisme, electromagnetische velden, hitte, kinethesie, atoomkrachten, zwaartekracht of iets anders wordt genoemd. En vanuit dat geloof kunnen we zien dat volgens E=m.c² energie in verband staat met materie – en via de lichtsnelheid in het kwadraat, een getal.
René Meijer beschrijft in zijn Pamflet voor een Nieuwe Energiepolitiek, net als Ervin Laszlo, het hypothetisch elementair deeltje graviton.
Beide zien het kwantumvacuüm (absolute ‘Ruimte en Tijd’, het zeropunt) als de oerbron van de fundamentele dualiteit van geest en materie.
De EPR-paradox (EPR-experiment) is een gedachte-experiment dat een schijnbare tegenspraak tussen de kwantummechanica en speciale relativiteitstheorie oplevert. De schijnbare tegenspraak heeft veel fysici lang hoofdpijn bezorgd, maar kan begrepen en opgelost worden met de meer hedendaagse notie van kwantumverstrengeling. "EPR" staat voor Einstein, Podolsky en Rosen die het gedachte-experiment in 1935 introduceerden om te suggereren dat de kwantummechanica geen complete theorie is. Het wordt soms de EPRB-paradox genoemd naar Bohm, die het originele gedachte-experiment vertaalde naar een iets eenvoudiger experimenteel toetsbaar experiment.
Het EPR-experiment brengt dus een dichotomie naar voren. Ofwel:
- 1. Het resultaat van een meting uitgevoerd op deel A van een kwantumsysteem heeft een niet-lokaal effect op de fysische realiteit van een andere ver verwijderd deel B, in de zin dat de kwantummechanica de uitkomst van een meting in B kan voorspellen ofwel:
- 2. De kwantummechanica is incompleet in de zin dat sommige elementen van fysische realiteit corresponderend met B niet verklaard kunnen worden door de kwantummechanica. Dat betekent dat er een of andere extra variabele nodig is.
EINSTEIN MASSA en KRACHT
Geest en materie: Alles om ons heen wat zichtbaar is of zichtbaar kan worden gemaakt behoort tot de stoffelijke werkelijkheid: Energie en materie. Er is ook heel veel materie en energie die niet zichtbaar is voor ons, doordat er geen voor ons waarneembare straling wordt uitgezonden. Men veronderstelt dat er ongeveer 25 keer zoveel onzichtbare (donkere) materie en onzichtbare (donkere) energie in het heelal is als zichtbare. Het onderscheid tussen donkere materie en donkere energie is nog onduidelijk.
Het is mogelijk dat de motor van je wagen door psychokinetische energie wordt aangedreven, maar als hij eruitziet als een benzinemotor, ruikt als een benzinemotor en evengoed presteert als een benzinemotor dan is de meest voor de hand liggende hypothese dat het ook een benzinemotor is.
Xenophanes: De stervelingen menen dat de goden verwekt zijn evenals zij, en kleren, een stem en gestalte hebben als zij... ja, als de ossen en paarden en leeuwen handen bezaten en kunstwerken konden scheppen, zoals de mensen, zouden de paarden de goden als paarden afbeelden, de ossen daarentegen als ossen.
Jack Patterson Buiten het menselijk bevattingsvermogen
In veel godsdienstenwordt God gesymboliseerd als de zon als leven-gevend middelpunt van het zonnestelsel, dat de grondslag is van alle bestaan. De zon straalt een onvoorstelbare hoeveelheid energie uit als licht dat omgezet wordt in warmte wanneer het in aanraking komt met een vast voorwerp zoals de aarde. Toch zijn veel meer subtiele energieën afkomstig van de zon, want men zegt dat het een verborgen spiritueel centrum is; het allerhoogste Atman of de Goddelijke Wil.
H.P. Blavatsky schreef dat het beschrijven van de Ene Werkelijkheid het menselijk verstand te boven gaat.
De Joodse YHVH, de onzegbare naam van het eeuwigdurende Bestaan, was niet bedoeld om te worden uitgesproken, maar werd later verkeerd uitgesproken als Jehovah.
Niettemin zijn aan de Uiteindelijke Werkelijkheid, de oneindige grenzeloze bronoorzaak van het universum in vele godsdiensten verschillende namen gegeven. Deze is afwisselend als God of Godheid, Allah, Parabrahm, Brahman, Dat, de Leegte, Tao, of Ain Soph aangeduid, om maar enkele benamingen te noemen. Wat dit uitgebreide en oude gedachtespectrum gemeen heeft is het diepere begrip dat de bronoorzaak alomtegenwoordig en onkenbaar is. Alhoewel onkenbaar, is God of Allah of Brahman, paradoxaal genoeg, overal aanwezig en zo nabij en intiem als je adem.
Het Indiase heilige geschrift, De Bhagavad Gita, die getrouw de esoterische traditie uitdrukt, zegt dat, wanneer de Ene Werkelijkheid een ‘klein deel’ van zichzelf heeft getoond, hij blijft die hij is5, een idee dat nog moeilijker te begrijpen is. Hoe dit gebeurt schijnt een mysterie te zijn, dat geheel buiten het menselijk bevattingsvermogen is gelegen.
5) Vyâsadeva boek
(42) Je mag je ook afvragen wat voor nut het voor jou zou hebben weet te hebben van al deze verscheidenheid Aily, als ik al met een enkel deel van mezelf het gehele levende wezen doordring dat het universum is.'
Bewoordingen die het scheppingsidee vermijden zijn door H.P. Blavatsky en latere theosofische schrijvers gebruikt. Enkele luiden:
“Het Vele emaneert uit het Ene” of “het Ene ontvouwt uit zijn eigen essentie de wereld van het Vele.”
De Geheime Leer stelt dat het Ene zich manifesteert als het vele door een proces van emanatie. Het Ene Bestaan ademt als het ware een gedachte uit, die de Kosmos voortbrengt.
Wil evolutie kunnen optreden in de wereld van het vele, dan is dualiteit noodzakelijk om voor de interacties te zorgen die vorm geven aan manifestatie. De eerste dualiteit is die tussen geest en stof, maar beide zijn feitelijk de Ene Energie gepolariseerd in twee uitersten. Geest is het Absolute binnen de wereld van manifestatie en bezielt volgens H.P. Blavatsky alle materie en substantie als het levensbeginsel. Leven is geest, is beweging. Zijn tegenpool, materie, die ten grondslag ligt aan de wereld van vormen is het stabiele aspect van de dualiteit. Het spel van het actieve levensbeginsel door de wereld van vormen heen brengt bewustzijn voort en maakt evolutie mogelijk. Deze dualiteit is vanzelfsprekend uiteindelijk illusionair omdat het doel van de evolutionaire reis van de zelfbewuste wezens is terug te gaan naar de Eenheid waaruit zij zijn voortgekomen – maar nu nemen zij de vruchten van hun ervaringen uit de wereld van dualiteit met zich mee.
“De wortel van de gehele natuur, objectief en subjectief, en van al het andere in het heelal, zichtbaar en onzichtbaar, is, was en zal altijd één absolute essentie zijn, van waaruit alles begint en waarin alles terugkeert”
Er kan een objectief element zijn in de hogere bewustzijnsniveaus, maar zij die het Al-bewustzijn of kosmisch bewustzijn hebben gekend, vertellen dat het totale universum is ervaren binnenin hun bewustzijn als mens. Zij zijn het universum, wat erop wijst, dat op dit bewustzijnsniveau dualiteit is overstegen. Maar voor ons in de lagere werelden van de persoonlijkheid, vormen subject-object-relaties en alle andere dualiteiten de werkelijkheid.
In veel religieuze begrippen wordt een fundamenteel onderscheid gemaakt tussen geest en stof. Maar H.P. Blavatsky herinnert ons eraan dat deze beide voortkomen uit de Ene Transcendentale Bron. Zonder stof houdt geest op te bestaan. Geest is de ultieme sublimatie van stof en stof is gekristalliseerde geest. Hetzelfde idee is enigszins anders onder woorden gebracht door een andere schrijver: “Daarom zijn geest als ‘originante’ (oorsprong) en materie als ‘resultante’ geen onafhankelijke realiteiten, maar twee facetten ( twee polen) van de Ene Realiteit; materie als geest in zijn grofste vorm en geest als het meest ‘etherische’ materiaal”. Geest en stof vormen de ene energie, maar we ervaren ze als polaire wisselwerking.\\
We zijn in feite ondergedompeld of ingebed in het goddelijke. H.P. Blavatsky bevestigde bovendien dat de ziel (het hoogste aspect van menselijk bewustzijn – misschien zou het beter geest genoemd kunnen worden) fundamenteel gelijk is met de Absolute Realiteit. Ieder is een vonk van het Ene Leven, onlosmakelijk daarmee verbonden. Deze uiteenzettingen betekenen letterlijk, dat ieder aspect van onze menselijke natuur, zelfs de persoonlijkheid zelf binnen de grenzen van het fysieke bestaan, afkomstig zijn uit de Ene Realiteit. ‘Ieder van ons is geworteld in die Realiteit en is daarom in wezen goddelijk, één met en fundamenteel gelijk aan de Universele Overziel‘, de Overziel die ‘zelf een aspect is van de Onbekende Wortel ‘zoals H.P. Blavatsky gewoon was te zeggen’.
In zijn boek The Atman Project vestigt Ken Wilber er de aandacht op dat het vasthouden aan een gevoel van afgescheiden identiteit de realisatie blokkeert dat we deel uitmaken van het Ene. “Volgens de eeuwige wijsbegeerte, is het terugvinden van deze oneindige en eeuwige Heelheid het enige en vurigste verlangen van mannen en vrouwen. Want niet alleen vormt Atman de basis aard van alle zielen, elke ziel of elk individu weet of voelt aan dat dit zo is. Ieder individu – elk bewust wezen – voelt intuïtief voortdurend aan, dat zijn eerste Natuur het oneindige en eeuwige is, het Alomvattende en de Heelheid - hij/zij is bezield, dat wil zeggen, met een ware Atman-intuïtie.
Wilber vervolgt met te zeggen dat om deze transcendentie te verwerkelijken, de dood van het ‘afgescheiden zelf ‘ nodig is en voor de meesten van ons is dit ons kostbaarste bezit. Het zou echter heel goed mogelijk kunnen zijn dat dit intuïtieve besef, dat onze ware aard, Atman, of Goddelijke Wil is, ons gedurende de evolutie voortdrijft door talloze ervaringen en het overwinnen van alle obstakels, tot uiteindelijk onze zelfidentiteit is opgegaan in Heelheid.
Mens en God
In de wereld zoals we deze kennen schijnt het besef van het zelf de kern van ons wezen te zijn. We zeggen ‘ik denk’, ‘ik voel’ en houden ons bezig met wat we denken en voelen en in mindere mate met de personen en zaken die in ons waarnemingsveld komen. Maar we zijn niet echt geïnteresseerd in datgene dat het denken en het voelen doet – dat is het enige ding dat we niet kunnen kennen omdat we het zijn. In het dagelijkse leven wordt wat men ziet, voelt, ruikt en hoort als de werkelijkheid geaccepteerd, en wordt de ‘objectieve‘ wereld ‘daarbuiten’. We worden ondergedompeld in een wereld van dualiteit.\\
Daarom heeft de mens, met zijn denkvermogen geworteld in dualiteit – subjectieve en objectieve waarneming – zich eeuwenlang beschouwd als afgescheiden en verschillend van God. Hij heeft zich een beeld van een Persoonlijke God gevormd met eigenschappen die weinig verschillen van die van een menselijk wezen. Zelfs tegenwoordig realiseren weinigen zich, dat toewijding aan een God buiten onszelf, hoe oprecht ook, een bestendiging is van deze dualiteit en het ware idee van Eénheid verduistert.
Jack G. Patterson Fohat: de ene energie in het universum Energie uit één bron:
Dit artikel is een poging om in eenvoudige woorden de Ene Energie in het universum te beschrijven en weer te geven hoe deze op schijnbaar verschillende wijzen functioneert, wanneer zij afdaalt tot de stoffelijke wereld waar de beperkingen het grootst zijn.
De eerste Grondstelling die door H.P. Blavatsky geponeerd werd in De Geheime Leer vormt de basis voor bijna het gehele theosofische denken. Zij stelt: 'Een Absolute Werkelijkheid... deze gaat elk menselijk begripsvermogen te boven en kan door menselijke uitdrukking of vergelijking alleen maar nietiger lijken dan zij is.'
H.P.Blavatsky beschrijft met ontzagwekkende beeldspraak hoe deze Éne Werkelijkheid het gemanifesteerde universum wordt, maar heel vaak lijken haar beweringen tegenstrijdig en, zoals we later zullen zien, heeft haar terminologie een verbijsterend aantal betekenissen. De benadering die gebruikt wordt in dit artikel is het beschouwen van het universum als Een Groot Energieveld waarin we leven en bewegen en ons bestaan hebben! Het is alles! De dichte materie van de stoffelijke wereld in al zijn vormen, alle natuurlijke en bovenstoffelijke energieën zowel als de Hoogste Geest en de vonk ervan in elk levend wezen bestaan binnen dit energieveld. Noem het God zo u wilt.
In het geval van de Timaeus hebben we te maken met de constructie van het verslag van de natuurfilosofie als een uiteenzetting van transcendente oorzaken vanuit principes, en het daaropvolgende ontvouwen (Evolutie en Involutie) van het universum zoals het emaneert uit die transcendente oorzaken, die tezamen een opklimmen bemogelijken tot aan de Demiurg als de eerste intelligibile oorzaak van het universum.
G. Barborka stelt in zijn boek Het goddelijke plan menswording en evolutie (p. 610):
EROS = FOHAT.
De vergelijking van Fohat in de ongeopenbaarde stadia van een Heelal (Pralaya) en Fohat in openbaring (Manvantara) met Eros en Cupido werpt licht op een interessant punt in de Griekse mythologie. Cupido was werkelijk de stralende, gevleugelde god van de liefde in het oude Rome en voor die tijd werd hij in Griekenland op dezelfde wijze bezien onder de naam Eros, die altijd in het gezelschap van zijn moeder Venus (Aphrodite), de godin van de liefde, verkeerde.
De Geheime Leer Deel I, Proloog (p. 41):
Met ‘middelpunt’ wordt een energiecentrum of een kosmisch brandpunt bedoeld; als de zogenaamde ‘schepping’ of vorming van een planeet wordt teweeggebracht door die kracht die de occultisten LEVEN noemen en de wetenschap ‘energie’, dan heeft het proces van binnen naar buiten plaats. Men zegt dat ieder atoom in zichzelf de scheppende energie van de goddelijke adem bevat. Dus, na een absolute pralaya, of wanneer het vooraf bestaande materiaal slechts bestaat Uit EEN element en de ADEM ‘overal is’, werkt laatstgenoemde van buiten naar binnen. Na een kleine pralaya daarentegen, wanneer alles in statu quo is gebleven – in een bevroren toestand, om zo te zeggen, zoals de maan – beginnen bij de eerste trilling van het manvantara de planeet of planeten hun wederopstanding tot het leven van binnen naar buiten.
45: Het ‘gemanifesteerde Heelal’ is dus doordrongen van dualiteit en deze is als het ware de essentie van zijn EX-istentie als ‘manifestatie’. Maar evenals de tegenovergestelde polen van subject en object, geest en stof, alleen maar aspecten zijn van de Ene Eenheid waarin ze tot synthese zijn gebracht, zo is er ook in het gemanifesteerde Heelal ‘dat’ wat geest aan stof, en subject aan object verbindt.
Dit iets, dat tegenwoordig onbekend is in het westerse speculatieve denken, wordt door de occultisten fohat genoemd. Het is de ‘brug’ waardoor de ‘ideeën’ die in het ‘goddelijke denken’ bestaan, als ‘natuurwetten’ worden afgedrukt op de kosmische substantie. Fohat is dus de dynamische energie van de kosmische verbeelding, of, van de andere kant beschouwd, het intelligente medium, de leidende kracht van alle manifestatie, de ‘goddelijke gedachte’ die wordt overgebracht en openbaar gemaakt door de Dhyan-Chohans, de architecten van de zichtbare wereld. Zo is ons bewustzijn afkomstig van de geest of de kosmische verbeelding; de verschillende voertuigen waarin dat bewustzijn wordt geïndividualiseerd en tot zelf- of reflectief bewustzijn komt, zijn afkomstig van de kosmische substantie; terwijl fohat in zijn verscheidene manifestaties de geheimzinnige schakel vormt tussen denkvermogen en materie, het bezielende beginsel dat ieder atoom tot leven prikkelt.
De Geheime Leer Deel I, De nacht van het heelal (p. 66):
Deze ‘eeuwigheden’ behoren tot de meest geheime berekeningen, waarin, om tot het ware
totaal te komen, elk getal 7x (7 tot de macht x) moet zijn, waarbij x verschilt naar gelang van de aard van de cyclus in de subjectieve of werkelijke wereld. Ieder cijfer of getal dat betrekking heeft op de verschillende cyclussen, van de grootste tot de kleinste – in de objectieve of onwerkelijke wereld – of dat deze cyclussen weergeeft, moet noodzakelijk een veelvoud van zeven zijn. De sleutel hiertoe kan niet worden gegeven, want hierin ligt het geheim van de esoterische berekeningen, en voor het maken van gewone berekeningen is hij van geen betekenis. ‘Het getal zeven’, zegt de Kabbala, ‘is het grote getal van de goddelijke Mysteriën’; het getal tien is dat van alle menselijke kennis (de decade van Pythagoras); 1000 is het getal tien tot de derde macht en daarom is het getal 7000 ook symbolisch. In de Geheime Leer zijn het cijfer en het getal 4 alleen op het hoogste gebied van abstractie het mannelijke symbool; op stoffelijk gebied is 3 het mannelijke en 4 het vrouwelijke: de verticale en de horizontale lijn in het vierde stadium van de symboliek, toen de symbolen de tekens werden van de voortbrengende krachten op stoffelijk gebied.
Deel I, Stanza 1 De nacht van het heelal (p. 76):
De Geheime Leer brengt dit denkbeeld over naar het gebied van de metafysica en gaat uit van ‘één bestaansvorm’ als de basis en de bron van alle dingen. Maar misschien is de uitdrukking ‘één bestaansvorm’ niet helemaal juist. Het Sanskrietwoord is prabhavapyaya, ‘de plaats, of liever het gebied, waaruit de oorsprong voortkomt en waarin alle dingen weer worden opgenomen’, zegt een commentator.
79: De esoterische filosofie leert dat alles leeft en bewust is, maar niet dat al het leven en bewustzijn lijkt op dat van menselijke of zelfs dierlijke wezens. Wij beschouwen het leven als ‘de ene bestaansvorm’, die zich manifesteert in wat stof wordt genoemd of, zoals bij de mens, in wat wij geest, ziel en stof noemen, die wij ten onrechte scheiden. De stof is op dit bestaansgebied het voertuig voor de manifestatie van de ziel, en de ziel is op een hoger gebied het voertuig voor de manifestatie van de geest; deze drie vormen een drie-eenheid die wordt samengevat in het leven, dat ze alle doordringt. De gedachte van een alomvattend leven is een van die heel oude opvattingen die in deze eeuw tot het menselijke denken terugkeren omdat dit zich losmaakte van de antropomorfistische theologie. Het is waar dat de wetenschap zich tevredenstelt met het opsporen of vooropstellen van de tekenen van alomvattend leven, en dat zij nog niet zo moedig is geweest om zelfs maar ‘anima mundi’ te fluisteren! Het denkbeeld van ‘levende kristallen’, waarmee de wetenschap nu vertrouwd is, zou een halve eeuw geleden minachtend zijn verworpen. Plantkundigen zoeken nu naar de zenuwen van planten, niet omdat zij veronderstellen dat planten kunnen voelen of denken zoals dieren, maar omdat ze geloven dat een of ander weefsel, dat dezelfde functie vervult in het plantenleven als zenuwen in het dierlijke leven, nodig is om de groei en de voedselopname van planten te verklaren. Het schijnt nauwelijks mogelijk dat de wetenschap – door het gebruik van termen zoals ‘kracht’ en ‘energie’ – nog veel langer voor zichzelf het feit kan verbergen dat dingen die leven bezitten, levende dingen zijn, of het nu gaat om atomen of planeten.
Deel I, Stanza 3 Het ontwaken van de kosmos (p. 106):
Alle kabbalisten en occultisten, van het oosten en van het westen, erkennen (a) de identiteit van ‘vader-moeder’ met de oorspronkelijke aether17 of akâsa (het astrale licht)18; (b) de homogeniteit ervan vóór de evolutie van de ‘zoon’, kosmisch fohat, want hij is de kosmische elektriciteit.
17) Noot vert. In het theosofische spraakgebruik wordt onderscheid gemaakt tussen aether en ether. Aether is bij de Ouden de goddelijke lichtgevende substantie, die het gehele heelal doordringt. In de esoterie is aether het derde beginsel van het kosmische zevenvoud. Aether is praktisch hetzelfde als akasa. Ether is het grofste en stoffelijke aspect van aether, en is vaak verwisselbaar met het astrale licht, dat de ‘droesem’ van de aether is; het astrale licht is het tweede beginsel van het kosmische zevenvoud. Ether is een stoffelijk agens; akasa is een geestelijk agens. Zie verder in dit Deel, o.a. blz. 355-373, in het bijzonder 361-363.
18) Od is het zuivere leven gevende licht of magnetische fluïdum; Ob is de door de tovenaars gebruikte boodschapper van de dood, het verderfelijke slechte fluïdum; Aour is de synthese van de twee, het eigenlijke astrale licht. Kunnen de filologen zeggen waarom Od – een door Reichenbach gebruikte term om het levensfluïdum aan te duiden – ook een Tibetaans woord is dat licht, helderheid, straling betekent? Het betekent ook ‘hemel’ in een occulte zin. Waar komt de wortel van het woord vandaan? Akasa is echter niet geheel hetzelfde als ether, maar iets veel hogers, zoals we zullen aantonen.
De Geheime Leer Deel I, Stanza 5 Zij brengen fohat voort (p. 140):
(c) Omdat fohat een van de belangrijkste, zo niet de allerbelangrijkste rol speelt in de esoterische kosmogonie, moet hij nauwkeurig worden beschreven. Evenals in de oudste Griekse kosmogonie, die sterk verschilde van de latere mythologie, Eros de derde persoon is in de oorspronkelijke drie-eenheid: Chaos, Gaea, Eros – die overeenkomt met het kabbalistische En-Soph (want Chaos is RUIMTE, [chaino]), ‘leegte’), het grenzeloze AL, Shekinah en de Oude van Dagen, of de Heilige Geest – zo is fohat in het nog ongemanifesteerde Heelal iets anders dan in de kosmische wereld van de verschijnselen. In laatstgenoemde is hij die occulte elektrische levenskracht die, door de wil van de scheppende logos, alle vormen verenigt en samenbrengt en deze de eerste impuls geeft, die te zijner tijd wet wordt. Maar in het ongemanifesteerde Heelal is fohat dit niet, evenmin als Eros de latere schitterende gevleugelde Cupido of LIEFDE is.
Wanneer de ‘goddelijke zoon’ plotseling tevoorschijn komt, wordt fohat de stuwende kracht, de werkzame macht die veroorzaakt dat het ENE wordt tot TWEE en DRIE – op het gebied van de kosmische manifestatie. Het drievoudige ENE differentieert zich in het vele, en dan wordt fohat omgezet in die kracht die de elementalen-atomen samenbrengt en maakt dat ze zich verenigen en zich met elkaar verbinden. Een echo van deze oorspronkelijke lering vindt men in de vroege Griekse mythologie. Uit Chaos worden Erebos en Nux geboren, en onder de inwerking van Eros schenken zij op hun beurt het leven aan Aether en Hemera, het licht van de hogere en dat van de lagere of aardse gebieden. Duisternis brengt licht voort. Zie Brahma’s ‘wil’ of begeerte om te scheppen in de Purana’s, en in de Fenicische kosmogonie van Sanchoniathon de leer dat begeerte, [pothos], het beginsel van de schepping is.
141/142: Fohat staat in nauw verband met het ‘ENE LEVEN’. Uit het Onbekende Ene, het oneindige GEHEEL, komt de gemanifesteerde ENE of de periodieke manvantarische godheid voort, en deze is het universele denkvermogen dat, gescheiden van zijn bron, de demiurg of de scheppende logos van de westerse kabbalisten is, en de Brahma met de vier gezichten van de hindoereligie. Als geheel en beschouwd vanuit het gezichtspunt van de gemanifesteerde goddelijke gedachte, geeft hij in de esoterische leer de menigten van de hogere scheppende Dhyan-Chohans weer. Tegelijk met de ontwikkeling van het universele denkvermogen manifesteert zich de verborgen wijsheid van Adi-Boeddha – de ene opperste en eeuwige – als Avalokiteshvara (of gemanifesteerde Isvara), die de Osiris van de Egyptenaren, de Ahura-Mazda van de Zoroastriërs, de hemelse mens van de Hermetische filosofen, de logos van de platonici en de atman van de aanhangers van de Vedanta is. De weerspiegeling van het universele denkvermogen, die de kosmische ideeënvorming en de bijbehorende intellectuele kracht is, wordt op het objectieve gebied de fohat van de boeddhistische esoterische filosoof. Dit geschiedt door de werking van de gemanifesteerde wijsheid of mahat, voorgesteld door deze talloze centra van geestelijke energie in de Kosmos. Terwijl fohat de zeven beginselen van akasa doorloopt, werkt hij in op de gemanifesteerde substantie of het Ene Element, zoals hierboven is uiteengezet. Door dit te differentiëren in verschillende energiecentra, stelt hij de wet van de kosmische evolutie in werking die, gehoorzamend aan de ideeënvorming van het universele denkvermogen, alle verschillende bestaanstoestanden in het gemanifesteerde zonnestelsel in het leven roept.
Fohat is dus de verpersoonlijkte elektrische levenskracht, de transcendentale verbindende eenheid van alle kosmische energieën, zowel op de onzichtbare als op de gemanifesteerde gebieden, waarvan de werking – op reusachtige schaal – lijkt op die van een door de WIL voortgebrachte levende kracht, bij die verschijnselen waarbij het schijnbaar subjectieve inwerkt op het schijnbaar objectieve en dat tot handeling aanzet. Fohat is niet alleen het levende symbool en het voertuig van die kracht, maar wordt door de occultisten ook als een entiteit beschouwd. De krachten waarop hij inwerkt zijn kosmisch, menselijk en aards en oefenen hun invloed uit op al die verschillende gebieden. Op aards gebied wordt zijn invloed gevoeld in de magnetische en werkzame kracht die wordt voortgebracht door de sterke wens van de magnetiseur. Op kosmisch gebied is zijn invloed gelegen in de opbouwende kracht die bij het vormen van dingen – van het planetenstelsel tot de glimworm en het gewone madeliefje – het plan van de ontwikkeling en de groei van dat bepaalde ding realiseert. Dit plan is besloten in het denkvermogen van de natuur, of in het goddelijke Denken. Hij is, metafysisch opgevat, de geobjectiveerde gedachte van de goden, op een lagere trap het ‘vleesgeworden woord’ en de boodschapper van de kosmische en menselijke verbeeldingskracht: de werkzame kracht in het universele leven. In zijn secundaire aspect is fohat de zonne-energie, het elektrische levensfluïdum5 en het instandhoudende vierde beginsel, de levende ziel van de Natuur, om zo te zeggen, of – elektriciteit. In India wordt fohat in verband gebracht met Vishnu en Surya in de oorspronkelijke rol van de (eerste) god, want Vishnu is in de Rig Veda geen hoge god. De naam Vishnu komt van de wortel vish, ‘doordringen’, en fohat wordt de ‘doordringer’ en de maker genoemd, omdat hij de atomen vormt uit ruw materiaal6. In de heilige teksten van de Rig Veda is Vishnu ook ‘een manifestatie van de zonne-energie’, en er wordt beschreven dat hij met drie stappen door de zeven gebieden van het Heelal gaat. De vedische god heeft dus weinig gemeen met de Vishnu uit de latere tijd. Daarom zijn beide (fohat en Vishnu) in dit speciale opzicht gelijk, en is de een een kopie van de ander.
5) In 1882 werd de president van de Theosophical Society, kolonel Olcott, bekritiseerd wegens de bewering in een van zijn lezingen, dat elektriciteit stof is. Niettemin wordt dit verkondigd door de Occulte Leer. Zolang de Europese wetenschap zo weinig weet over de ware aard van elektriciteit, zijn ‘kracht’ of ‘energie’ misschien betere namen hiervoor; maar toch is zij stof, evengoed als ether stof is, omdat zij evengoed atomair is, hoewel zij verschillende gradaties van laatstgenoemde afstaat. Het lijkt belachelijk te redeneren dat, omdat iets voor de wetenschap onweegbaar is, het daarom geen stof kan worden genoemd. Elektriciteit is ‘onstoffelijk’ in die zin, dat haar moleculen niet kunnen worden waargenomen en er niet mee kan worden geëxperimenteerd; maar toch kan zij uit atomen bestaan – en het occultisme zegt dat – en dus is zij stof. Maar zelfs als we zouden veronderstellen dat het onwetenschappelijk is er in zulke bewoordingen over te spreken, doet zich de vraag voor: als in de wetenschap elektriciteit een bron van energie wordt genoemd, eenvoudig energie en een kracht, waar is dan die kracht of die energie die men zich kan voorstellen zonder aan stof te denken? Maxwell, een wiskundige en een van de grootste autoriteiten op het gebied van elektriciteit en haar verschijnselen, zei jaren geleden dat elektriciteit stof was en niet alleen beweging. ‘Als we de hypothese aanvaarden dat de elementaire substanties zijn samengesteld uit atomen, moeten we wel concluderen dat ook elektriciteit, zowel positieve als negatieve, is verdeeld in bepaalde elementaire delen, die zich gedragen als atomen van elektriciteit.’ (Helmholtz, Faraday Lecture, 1881.) Wij gaan nog verder en beweren dat elektriciteit niet alleen substantie is, maar ook een uitstraling van een entiteit, die noch god noch duivel is, maar een van de talloze wezens die onze wereld volgens de eeuwige wet van KARMA besturen en leiden. (Zie het Aanhangsel bij dit Deel.)
143/144: Toen kwam de verandering, ‘Jehova is Elohim’, waardoor de veelvoudigheid werd verenigd en de eerste stap naar het monotheïsme werd gezet. Het antwoord op de vraag: ‘Hoe kan Jehova Elohim zijn?’ is: ‘Door drie stappen’ van onderaf. De betekenis is duidelijk7. Alle zijn het symbolen en zinnebeelden van het wederzijdse verband tussen geest, ziel en lichaam (de MENS); van de cirkel die is omgezet in geest, de ziel van de wereld en haar lichaam (of de aarde).
7) De getallen 3, 5 en 7 nemen in de speculatieve vrijmetselarij een belangrijke plaats in, zoals in ‘Isis’ is aangetoond. Een vrijmetselaar schrijft: ‘Daar zijn de 3, 5 en 7 stappen om een rondgang aan te geven. De drie vlakken van 3, 3; 5, 3 en 7, 3, enz. Soms vindt men het in deze vorm: 735/2 = 376,5 en 7635/2 = 3817,5 en de verhouding 20612/6561 voet als ellemaat geeft de maten van de grote Piramide’, enz. Drie, vijf en zeven zijn mystieke getallen, waarvan het laatste en het eerste evengoed door de vrijmetselaars worden geëerd als door de parsi’s – de driehoek is overal een symbool van de godheid. (Zie de Masonic Cyclopedia en ‘Pythagorean Triangle’, Oliver.) Zoals vanzelf spreekt, tonen doctoren in de theologie (bijvoorbeeld Cassel) aan, dat de Zohar de christelijke drie-eenheid verklaart en ondersteunt (!). De laatste had echter haar oorsprong in de van de heiden, in het archaïsche occultisme en de symboliek. De drie stappen staan metafysisch in verband met de neerdaling van de geest in de stof, met de logos die als een straal valt in de geest, daarna in de ziel en tenslotte in de fysieke vorm van de mens, waarin hij LEVEN wordt.
149: (a) Dit trekken van ‘spiraallijnen’ heeft betrekking op de evolutie van zowel de beginselen van de mens als die van de Natuur. Deze evolutie heeft geleidelijk plaats (zoals men zal zien in Deel II over ‘De oorsprong van de menselijke rassen’), evenals al het andere in de natuur. Hoewel volgens onze opvattingen het zesde beginsel in de mens (buddhi, de goddelijke ziel) alleen maar een adem is, is het toch iets stoffelijks vergeleken met de goddelijke ‘geest’ (atma), waarvan het de drager of het voertuig is. Fohat in zijn hoedanigheid van GODDELIJKE LIEFDE (Eros), het elektrische vermogen tot verwantschap en sympathie, wordt allegorisch weergegeven terwijl hij tracht de zuivere geest, de straal die onscheidbaar is van het ENE absolute, te verenigen met de ziel. Deze twee vormen in de mens de MONADE en in de Natuur de eerste schakel tussen het altijd onvoorwaardelijke en het gemanifesteerde. ‘De eerste is nu de tweede’ (wereld) – van de lipika’s – heeft betrekking op hetzelfde.
150: (c) De ‘goddelijke wereld’ – de talloze lichten die zijn aangestoken aan het oorspronkelijke licht – de buddhi’s of vormloze goddelijke zielen van de laatste arupa (vormloze) wereld; het ‘geheel’ in de geheimzinnige taal van de oude stanza. De catechismus laat de Meester aan de leerling vragen:
‘Hef uw hoofd op, o lanoo; ziet u één of talloze lichten boven u, die branden aan de donkere middernachtshemel?’
‘Ik neem één vlam waar, o gurudeva, ik zie daarin talloze niet-afgescheiden vonken schijnen.’
‘U hebt goed gesproken. En zie nu om u heen en in uzelf. Hebt u het gevoel dat het licht, dat in u brandt, in enig opzicht verschilt van het licht dat schijnt in uw medemensen?’
Het is op geen enkele manier verschillend, hoewel karma de gevangene geketend houdt en hoewel zijn uiterlijke kleed de onwetende misleidt en laat zeggen "uw ziel en mijn ziel".
151: De wezenlijke eenheid van ieder bestanddeel van de samengestelde dingen in de Natuur van ster tot delfstoffenatoom, van de hoogste Dhyan-Chohan tot de kleinste infusoriën, in de meest ruime betekenis en toegepast, hetzij op de geestelijke, de verstandelijke, dan wel op de stoffelijke wereld – die eenheid is de enige fundamentele wet in de occulte wetenschap.
De Geheime Leer Deel I, Stanza 6 Onze wereld, haar groei en ontwikkeling (p. 175):
(b) Men moet bedenken dat fohat, de constructieve kracht van de kosmische elektriciteit, zoals men overdrachtelijk zegt, evenals Rudra aan Brahma, ‘aan het brein van de vader en de schoot van de moeder’ is ontsprongen, en zich daarna heeft gemetamorfoseerd in een mannelijk en een vrouwelijk beginsel, dat wil zeggen een polariteit, in positieve en negatieve elektriciteit. Hij heeft zeven zonen die zijn broeders zijn; en fohat is genoodzaakt telkens weer te worden geboren, als twee van zijn zoon-broeders in te nauw contact met elkaar komen – of dit nu een omhelzing of een gevecht is. Om dit te vermijden, bindt en verenigt hij degenen van ongelijksoortige aard en scheidt die met een gelijksoortig temperament. Zoals iedereen kan zien, heeft dit natuurlijk betrekking op elektriciteit die door wrijving is opgewekt, en op de wet van aantrekking tussen twee voorwerpen van ongelijke, en van afstoting tussen objecten van gelijke polariteit.
Deel I, Theosofische misvattingen (p. 198):
Van de vier vidya’s – die behoren tot de in de Purana’s genoemde zeven takken van kennis – namelijk ‘yajna-vidya’ (het uitvoeren van religieuze riten om bepaalde gevolgen teweeg te brengen); ‘maha-vidya’, de grote (magische) kennis, die nu is ontaard in tantrika-eredienst; ‘guhya-vidya’, de wetenschap van de mantra’s en hun juiste ritme of manier van zingen, van mystieke bezweringen, enz. – kan alleen de laatste, ‘atma-vidya’ of de ware geestelijke en goddelijke wijsheid, een absoluut en definitief licht werpen op de leringen van de eerstgenoemde drie. Zonder de hulp van atma-vidya blijven de andere drie niet meer dan oppervlakkige wetenschappen, meetkundige grootheden die lengte en breedte hebben, maar geen dikte. Ze zijn als de ziel, de ledematen en het verstand van een slapend mens: in staat tot werktuiglijke bewegingen, tot verwarde dromen en zelfs tot slaapwandelen, en tot het teweegbrengen van zichtbare gevolgen, maar gestimuleerd door instinctmatige en niet door verstandelijke oorzaken, en allerminst door volkomen bewuste geestelijke impulsen. Uit de eerstgenoemde drie wetenschappen kan veel worden bekend gemaakt en verklaard. Maar tenzij atma-vidya de sleutel tot hun leringen verschaft, zullen ze altijd blijven als de stukken van een verscheurd leerboek, als de schaduwen van grote waarheden, die door de meest geestelijk ingestelden vaag worden onderscheiden, maar die uit elk verband worden gerukt door degenen die iedere schaduw aan de muur zouden willen spijkeren.
Deel I, hoofdstuk 12 Oerouden gedachten in een modern kleed (p. 641):
‘Als we de hypothese aanvaarden dat de elementaire substanties zijn samengesteld uit atomen, moeten we wel tot de conclusie komen dat ook elektriciteit, zowel positieve als negatieve, uit bepaalde elementaire delen bestaat, die zich gedragen als atomen van elektriciteit.’
Deel I, hoofdstuk 18 Samenvatting van de wederzijdse standpunten (p. 748):
In het occultisme is fohat de sleutel die de veelvormige symbolen en de respectievelijke allegorieën in de zogenaamde mythologie van elk volk opent en ontraadselt; hij verwijst naar de prachtige filosofie en het diepe inzicht in de mysteriën van de natuur, zowel in de Egyptische en Chaldeeuwse als in de Arische religies.
Frits Evelein Het vrouwelijk aanzicht van de schepping
of het dragende principe'':
Het is een moeilijk te begrijpen zaak dat hoewel geest en stof niet verschillend zijn. uit Het Zelfde en in Het Zelfde er toch deze scheppende evenwichtsprocessen zijn waarin de bij de twee functies van geest en stof meest fundamentele aanzichten en vertakt in alle openbaringsvelden de dragers van de openbaring en alle ontplooiing zijn. Op welk niveau van openbaring wij onze aandacht ook trachten te richten, wij vinden er de functies van de Diepe Wijsheid, het dragende vrouwelijke beginsel en de dynamiek en expansieve kracht van het mannelijke aanzicht Fohat (4. Veerkrachtig).
Samenvatting ('Bewustzijnsstroom', 'Energie = Materie', Neer - en Opwaartse causatie)
Zoals E. F. Schumacher stelt: ‘We hebben grote behoefte aan een betrouwbare kaart van de werkelijkheid’. De mens maakt deel uit van de triade Kenner, Kenproces en Kenproduct (Knower, Knowing, and Known). Het betekent dat we deel uitmaken van het leerproces en waarheid is dat we nooit met de werkelijkheid die we onderzoeken, of met andere woorden de kaarten die we hebben getekend, zullen samenvallen.
De negatieve betekenis van Eros (fohat) staat voor wellust, driftleven, epithumia. Voor Jung betekent eros de religieuze drift, voor Freud de seksuele drift. Alles heeft zijn tegenstelling, begeerte inbegrepen.
Carl Jung legt een accent op de schaduwzijde en Roberto Assagioli op de verborgen keerzijde, de lichtzijde. In het rapport ‘E i V’ wordt een grote verscheidenheid aan gezichtspunten uitgewerkt.
De éne werkelijkheid is dat het universum in het menselijke bewustzijn wordt weerspiegeld. De driehoek van Pythagoras en de categorieën van Aristoteles symboliseren al hoe de innerlijke wereld met de uiterlijke wereld, 'Wat en Hoe; Hoe en Wat' met elkaar worden verbonden.
De Éne werkelijkheid heeft betrekking op de wederkerigheid (reciprociteit) tussen Zo binnen, zo buiten en Zo boven, zo beneden. Namelijk het zelfbewustzijn (reflexief bewustzijn) dat met behulp van de lemniscaat tot uitdrukking kan worden gebracht. Of met andere woorden het gaat om de relatie tussen bioritme en de cultuur (groepsgeest, groupthink) waar we deel van uitmaken. Deze relatie heeft op de periodiciteit van het leven betrekking. De evolutie van de mensheid (de gemanifesteerde werkelijkheid) op macroschaal, die op de psyche van de anonieme massa berust, creëert op aarde golfbewegingen (bv. Biogeochemische cyclus, Epigenetica, Conjunctuurgolf, Kondratiev-cyclus, op en - neergaande boog). Alles wat gebeurt, is altijd historisch. Dit bracht Hegel vermoedelijk tot zijn aforisme: De mens leert uit de geschiedenis dat de mens niets leert uit de geschiedenis.
De lemniscaat symboliseert dat de aardse kringloop tegengesteld is aan de hemelse kringloop. Desintegratie, een gesloten lus, een loop ontstaat wanneer we bijvoorbeeld hokjesgeest laten prevaleren. De chaostheorie leert dat het gedrag van de natuur daardoor onvoorspelbaar wordt.
Arie Bos boek Hoe de stof de geest kreeg, De evolutie van het ik hoofdstuk Nieuwe neuronen (p. 285):
Het idee je raakt alleen maar hersencellen kwijt hield stevig stand tot in november 1988 de Zweed Peter Eriksson en de Amerikaan Fred H. Gage het nieuws publiceerden dat in de menselijke hippocampus, en wel in het gedeelte dat de gyrus dentatus heet, nieuwe neuronen ontstaan, ofwel ‘neurogenese’ voorkomt.
De neurofysiologie (of zenuwfysiologie) onderzoekt de werking en functies van het zenuwstelsel. Het zenuwstelsel bestaat uit twee soorten neuronen: neuronen die activeren en neuronen die informatie verzamelen. Deze twee werken nauw samen.
Wellicht vormt de 6e Chakra de sleutel voor het tijdsbesef, van het reflexieve bewustzijn. De
hypothalamus, het centrale regelcentrum voor het autonoom zenuwstelsel maakt gebruik van twee complementaire zenuwstelsels. Het sympathische en het parasympathische zenuwstelsel, die een regulerende, reflexieve werking hebben.
De psyche (reflexief bewustzijn) werkt als een spiegel. Het is deze spiegel die zorgt voor de golfbewegingen in de geschiedenis. Welke kant van de medaille, de aardse Tetrade (gemanifesteerde werkelijkheid) of de hemelse Triade (ongemanifesteerde werkelijkheid), laten we overheersen? Alleen wanneer we ons meer met de Triade verbinden komt de beschaving een stapje verder. Meer opties zijn er niet en dat was al bij Pythagoras (De Gulden Verzen van Pythagoras) bekend.
Het universum wordt in het menselijke bewustzijn weerspiegeld. De driehoek van Pythagoras en de categorieën van Aristoteles symboliseren hoe de innerlijke wereld met de uiterlijke wereld, religie en wetenschap, 'Wat en Hoe; Hoe en Wat' met elkaar worden verbonden. De quintessens van het verhaal is dat om een duurzame samenleving te creëren er maar een pedagogische hoofdroute is.
Ulrich Neisser ontwikkelde 2 hoofdtypen van het verwerken van input, de richting van de informatiestroom (Binnenwereld of Buitenwereld):
- Top-down: generatie van schema’s door hogere corticale structuren welke verzonden worden door het zenuwsysteem om vergeleken te worden met de inkomende stimulus. Wordt ook wel schemagedreven of conceptueelgedreven genoemd.
- Bottom-up: de zintuiglijke organen zenden input door naar de hogere corticale structuren. Wordt ook wel stimulusgedreven of datagedreven genoemd.
Het ‘of-of’ bestaat bij gratie van het 'en-en', dualisme bij gratie van het non-dualisme. Schepping en bewustzijnsevolutie staan niet los van elkaar, maar vullen elkaar aan. Het concept van de ENE WERKELIJKHEID (de ‘Werkelijkheid’ met hoofdletter W), bestaat echt. Bewustzijnsevolutie bestaat bij gratie van de Scheppingsleer, het atheïsme bij gratie van het theïsme, de dood bij gratie van het leven.
Het kompaskwadrant is niet alleen een scheppingsmodel op macrokosmisch niveau, maar ook een pedagogisch denkmodel op microkosmisch niveau. Het kompaskwadrant is een model dat gebruikt wordt om van boven naar beneden de scheppingsleer en van beneden naar boven de bewustzijnsevolutie te verklaren. Het denkmodel laat zien hoe het mogelijk is een ommekeer op het levenspad van de mens teweeg te brengen.
Het was vooral Plotinus, Felotin in het Arabisch, die goed aansloot bij het islamitische denken, die het denken van Plato, Aristoteles en Pythagoras heeft willen integreren en die zo tot een vrijwel puur gnostische filosofie komt. Dit werd door de islamitische soefisten overgenomen en in het islamitische denken geïntegreerd, in het bijzonder door Al-Kindi (800-866) en Ibn Sina (980-1037).
Door de interacties ('these + antithese') tussen de 'alfa- en de bètawereld' kan synthese ontstaan. De gammawetenschap is als het ware de schakel tussen de alfa- en bèta-wetenschappen. Het thema 'Egospelletjes en Unificatietheorie' komt in de De Bhagavad Gita uitgebreid aan de orde. Er is niets nieuws onder de zon.
Johan Pameijer Genesis of Darwin (REFLECTIE NR. 2 2009), slotconclusie: Darwin of Genesis. Ze hebben allebei gelijk.
Om de éne werkelijkheid te duiden maakt Ken Wilber van IBS (Integraal besturingssysteem) gebruik. Het "Wilber-Combs-rooster" kan als een sterk vereenvoudigde weergave van het pedagogische denkmodel worden opgevat.
De unificatietheorie heeft net als het Kompaskwadrant een indeling die de éne werkelijkheid met behulp van zeven abstracties (de zeven wijsheidssleutels, de levensbron) belicht. Deze indeling is ook in het rapport ‘E i V’ doorgevoerd.
De hoofdstukken 1 t/m 4 geven Ruimte en Tijd, het ruimte-tijd continuüm van de scheppingsleer weer.
De hoofdstukken 5 t/m 8 tonen hoe de evolutie, de ommekeer kan worden bereikt.
De 1e t/m 7e Dimensie van het Kompaskwadrant correleren met de Delen I t/m VII van het rapport 'E i V'.
De 1e t/m 7e Dimensie geven een bottom up concept van de scheppingsleer.
Het is opvallend dat ook het boek Integrale visie van Ken Wilber zeven hoofdstukken bevat.
Prof. van Peursen belicht in zijn boek Cultuur in stroomversnelling uit 1975 de werking van de hersenprocessen aan de hand van het zogenaamde ‘trekkermechanisme’. De ongrijpbare patronen, schakelnetwerken van Prof. van Peursen correleren met de spiegelneuronen van Marco Iacoboni.
Met behulp van de systeembenadering wordt de verbinding tussen de aardse en de hemelse werkelijkheid in beeld gebracht. De cybernetica toont een sluitstuk van de puzzel. Het laat zien hoe integratie cq. desintegratie daadwerkelijk kan worden bereikt. Karma is niet het onontkoombare lot, het zijn nog altijd mensen die besluiten om de ‘trekker’ (trekkermechanisme) over te halen. Door gerichte feedforward besturing kunnen grote schommelingen worden vermeden.
Om onze waarneming, leergedrag, opmerkzaamheid, logisch redeneren, herinneren, dromen te verklaren vergelijkt Prof. van Peursen in zijn boek Cultuur in stroomversnelling uit 1975 de werking van de hersenprocessen met het zogenaamde ‘trekkermechanisme’.
In het rapport ‘E i V’ heeft de herhaling van evolutionaire ontwikkeling waar Haeckel over spreekt betrekking op cultuuroverdracht. Aan de hand van het 5D-denkkader en symbolische beelden is het mogelijk te laten zien hoe verschillende concepten in de universele context met elkaar samenhangen. Cultuuroverdracht heeft op de imitatie van Plato, een 'intelligent ontwerp' op basis van Waarheid, Schoonheid en het Goede betrekking en niet op intimidatie.
De lineaire, de circulaire en spiraal beweging in de macrokosmos staan respectievelijk voor ‘Materie en Tijd’, ‘Energie en Tijd’ en ‘Energie en Materie’.
De lineaire, de circulaire en spiraal beweging in de macrokosmos correleren met het lineaire, het cyclische en lemniscaatdenken in de microkosmos.
De spiraal beweging, het lemniscaatdenken heeft op de verticale as betrekking. De verticale as (Axis_mundi, de Staf van Hermes, de staf van Mercurius, Sutratman, De Caduceus, Esculaap, de verborgen 5e Dimensie) toont ook de middenzuil van de levensboom. De Staf van Hermes wordt beschouwd als de sleutel en de weg van persoonlijke (spirituele) ontwikkeling.
In het A-veld zijn 'Ruimte en Tijd' ('Eindeloos bewustzijn en Eeuwige duur') één. Het brengt de keerzijde van het gemanifesteerde Ruimte en Tijd continuüm, de materiesymmetrie tot uitdrukking.
‘Energie en Tijd’ toont de twee complementaire grootheden van een kwantum en brengt reflectie, de spiegelsymmetrie tot uitdrukking. De absolute tijd staat voor het eeuwige nu op het grensvlak van ’Ruimte en Tijd’, de 4e dimensie van Ouspensky die niet kan worden waargenomen. Er bestaat als het ware geen heden, verleden of toekomst. Het nu is wel met verleden en toekomst verbonden.
’Energie en Materie’ is op de beroemde formule van Einstein E=m.c² gebaseerd en staat door het kwadraat van de lichtsnelheid (snelheid van een foton) met een getal, de tijdsymmetrie in verband. Materie is een uitdrukkingsvorm van energie. Voor fotonen geldt hetzelfde als voor neutronen, synapsen, gedachten en gevoelens (communicatie) ze verschijnen en verdwijnen. Een foton is een voorbeeld van een kwantum. Een foton is de kleinst mogelijke eenheid van licht.
Bij de presentatie van het boek Omhoog kijken in platland van Cees Dekker e.a liet Ronald Plasterk blijken het grondig oneens te zijn dat het christelijk geloof uitstekend kan samengaan met de evolutietheorie door uit te gaan van een ‘intelligente ontwerper’. Wetenschap heeft geen argumenten voor of tegen het geloof; ze hebben niets met elkaar te maken, zei Plasterk tegen de verzamelde pers.
Daar zouden de oude wijsgeren als Pythagoras en Plato het zeker mee oneens zijn.
De stelling lijkt gerechtvaardigd voor wat betreft tijd er van uit te gaan dat er maar een natuurlijke tijd bestaat, het eeuwige nu, het durée van Henri Bergson.
Bergson (p. 100), Duur en Tijd (Rechter - en Linker hersenhelft) Het eigenlijke denkproces in de hersenen, bijvoorbeeld het verwerken van indrukken die door zintuigen aangeleverd worden, is een elektrochemisch proces. Aan het einde van de zenuwcellen registreren de synapsen (te vergelijken met een zend- en ontvangststation) elektronische spanning in de cellen zelf en de cellen ernaast. Als deze spanning verandert, doordat er een impuls door een zintuig wordt aangeleverd, sturen de neurotransmitters via de synapsen chemische stoffen. Deze stoffen zorgen ervoor dat bij de onderling verbonden cellen van het hersennetwerk andere chemische stoffen in kunnen stromen, die de elektrische spanning veranderen. Op deze manier vindt er gedachtenoverdracht plaats. De synapsen zorgen voor de contacten, de communicatie tussen neuronen.
Het verschil tussen het nu en de eeuwigheid is de tijd, die maakt van het laatste het eerste. In zijn Timaios noemt Plato de tijd “een bewegend beeld van de eeuwigheid” (p. 96).
Duur geeft de spiegelsymmetrie en tijd de complementariteit van de duur weer (p. 100).
Materie-bewustzijn van Teilhard heeft op het universele bewustzijn (’Energie en Materie’) betrekking. Zonder geest (bron: 'Energie') bestaat er geen bewustzijn en zonder 'materie' (voertuig) geen bewustzijn. Ze horen bij elkaar als de twee zijden van een medaille, die door het ‘Ether-paradigma’ (etherisch dubbel) met elkaar worden verbonden.
Bovendien scheidt het zich alleen af van het fysiek lichaam in geval van toediening van narcose, iets wat sporadisch voorkomt, maar gewoonlijk blijft het altijd verbonden met het dichte fysieke lichaam, als het astrale en het mentale lichaam het fysieke lichaam verlaten tijdens de slaap. En omgekeerd, zonder het etherisch dubbel zou het dichte fysieke lichaam verstoken zijn van elk functioneren, van elke organisatie en van alle vitaliteit. Het een kan niet zonder het ander bestaan. Maar, ook al gaat het hier goed beschouwd niet om een lichaam, zijn functie is van het grootste belang; het is tegelijk de blauwdruk waarnaar het dichte fysieke lichaam gebouwd is, de verdeler van de levensenergie die van de zon komt, en de plaats waar de chakra’s zich bevinden, de centra die de verbinding vormen tussen het dichte fysieke en het astrale lichaam.
Het etherische dubbel is de verdeler van de levensenergie die door de zon wordt voortgebracht en die het prana
van het fysieke gebied vormt. Laten wij hier opmerken dat prana op elk gebied voorkomt, er is astraal prana, mentaal prana enzovoort, want prana is het leven, het levensprincipe, een soort “bewuste energie”, die op elk gebied het bewustzijnsaspect verbindt met het energie-aspect.
Theo Smits 3e lezing - onderdeel 1. De toekomst van de mens:
Voor Teilhard zal de vooruitgang gelijklopen met een stijgen van het bewustzijn en dit stijgen van het bewustzijn zal gelijklopen met een betere organisatie van de mensheid.
De wijsheidssleutels 1, 2 en 3 dragen een macro en de sleutels 5, 6 en 7 een micro karakter.
Recente experimenten van Mylow lijken een geslaagde proef om aan te tonen dat de ether bestaat. Dit onderzoek bevestigt dat het principe van de Howard Johnson motor (zie ook de Eletrokhydrodynamische EDH-aandrijving) kan worden gecopieëerd. Deze innovatie is een eerste stap om de in het universum aanwezige vrije energie te benutten.
De lemniscaat symboliseert het leerproces tussen het geestelijke en het lichamelijke. De éne werkelijkheid heeft net als bij Ayurveda op de "kennis van het leven", de oerbron betrekking.
Terezinha Franca Kind De wet van harmonie: De wet van harmonie is een fundamentele wet in het universum, de bron en de basis van alle andere wetten van de natuur,
vooral de wetten van orde en karma.
Zie ook:
Boeken:
- Max Jammer Einstein and Religion
- Marcelo Gleiser Een scheurtje in de rand van de schepping
- Stephen Hawking The Universe in a Nutshell
- Vyâsadeva Bhagavad Gita
- Kees Dekker Omhoog kijken in platland (recensie)
- Kees Dekker Omhoog kijken in platland (recensie)
- G. Barborka Het goddelijke plan menswording en evolutie
- Narratio Prima
- De levende Kosmos, Stichting I.S.I.S., Symposiumreeks, nummer 6, augustus 2004
- De levende Aarde, Stichting I.S.I.S., Symposiumreeks, nummer 8, augustus 2006
Externe Links
- Timeline of cosmological theories (Brian Swimme)
- Clara Jessup Moore Wisdom in Mystery Keely's Progress - Part 1
- Indeterminisme
- Determinisme (filosofie)
- Historisch determinisme
- Fysisch-geografisch determinisme
- Free energy
- Vrije energie
- Nulpuntsenergie
- Cosmic ray
- Solar cycle
- Extremely low frequency
- Extremely high frequency
- Very low frequency electromagnetic oscillations (pulsations occurring below ~3 Hz)
- Very high frequency
- Elektromagnetische straling
- Elektro-Magnetisme
- Ad J. van Dijk Golven en trillingen: Gedachten over elektromagnetische energieën
- Elektrische lading
- Towards a Grand Unified Field Theory based on Phi Recursion and Quantum Gravity
- Nanoelectronics
- Electromagnetic Spectrum
- Quantum field theory
- QED Quantum electrodynamics
- Gerrit Teule Website (QED, Lawrence Fagg)
- Eugene Jennings M.D. Electro-Magnetic Fields of the Earth ACADEMY OF SPIRITUALITY AND PARANORMAL STUDIES INC.
- Global Coherence Initiative
- Introduction to special relativity
- David Christian Big history
- Thermodynamic free energy
- Exergie
- Oppervlaktespanning
- Veldentheorie van alles
- Positronemissietomografie
- Deeltje materie en deeltje antimaterie (prof.dr. Paul Hellings)
- Denktank energetisch werk
- Organism
- Frank Visser The 'Spirit of Evolution' Reconsidered
- Mary Anderson Meditatie Diagram
- Jack Patterson Een groot allesomvattend veld van energie Buiten het menselijk bevattingsvermogen
- Prof. dr. Palmyre M.F. Oomen WERKELIJKHEID Over materie en geest, alfa en bèta, en de zaak van de wijsbegeerte
- Nanospecial (aspectenleer)
- Inleiding Reformatorische Wijsbegeerte (aspectenleer)
- Stichting voor Reformatorische Wijsbegeerte (aspectenleer)
- Ingmar de Boer ASPECTEN EN DISJUNCTE TEKENS (aspectenleer)
- Aspectenleer
- Herman Dooyeweerd (René van Woudenberg)
- Chris Rutenfrans Van angst tot smaak voor techniek
- Ina Belderis Theorieën over de afstamming van de mens - Een onnatuurlijke selectie
- Eva Reuling & Laurien Caspers MACHT VAN DE NATUUR FRIEDRICH RATZEL
- Peter Buwalda interview met Roger Penrose en het gat tussen stof en sterren
- Schepping of Evolutie
- Schepping of Evolutie
- Evolutie
- Twee geloven op een kussen De schepping als intelligent ontwerp
- Synthetische biologie; een nieuw onderzoeksveld
- Synthetische Biologie
- Boudewijn Koole "ZEN en OOSTERS EN WESTERS DENKEN"
- Philip van Loocke Het wereldbeeld van de wetenschap
- Frits Evelein Het vrouwelijk aanzicht van de schepping of het dragende principe
- Terezinha Franca Kind De wet van harmonie
- HELENA BLAVATSKY door engelen onderwezen
- EINSTEINS WAARSCHUWING DE VERBITTERDE STRIJD TUSSEN WETENSCHAP EN IDEOLOGIE
- Madame Blavatsky Chapter X of The Secret Doctrine
- "Milkovic Device" Vrije energie
- Jovan Marjanovic THEORY OF GRAVITY MACHINES
- Think different The power of HHO selfrunning free energy system running a 400 Watts load
- Selfrunning HHO system with 400 Watts additional output
- Tunneleffect
- Scanning tunneling microscopy
- Wetten van Newton
- Carlo Beenakker (Diversen o.a. tijdreizen)
Categorie: Artikelen | Rapport | Auteur: Harry Nijhof
Deze pagina werd sedert 16 dec. 2007 6480 keer bekeken.
