5.3 Synthese

Helena Blavatsky:
Het Heelal wordt van binnen naar buiten bestuurd en geleid. Zoals boven, zo is het ook beneden, zoals in de hemel, zo ook op aarde; en de mens – de microkosmos en het verkleinde evenbeeld van de macrokosmos – is de levende getuige van deze universele wet en van haar manier van werken. (Geheime Leer, Deel I, p. 301)
 

Het zelf (Verticale as, Verborgen 5e Dimensie, Ruimte en Tijd, Middenweg)

Spreulen 10:10 Die met het oog wenkt, richt smart aan; en een dwaas van lippen zal omgeworpen worden.
22. De zegen des Heeren, die maakt rijk; en Hij voegt er geen smart bij.

Roberto Assagioli boek Pschychosynthese (p. 31):
(1) de ogenschijnlijke dualiteit, het schijnbaar bestaan van twee zelven in ons; het lijkt inderdaad alsof er twee zelven in ons bestaan, omdat het persoonlijke zelf zich gewoonlijk niet bewust is van het andere Zelf, en zelfs zover gaat dat het het bestaan ervan ontkent; het andere, het ware Zelf daarentegen is latent, en openbaart zich niet rechtstreeks aan ons bewustzijn;
(2) de werkelijke eenheid en het unieke karakter van het Zelf; in werkelijk bestaan er geen twee zelven, geen twee onafhankelijke en aparte, afgescheiden eenheden; het Zelf is één; het openbaart zichzelf in verschillende graden van gewaar-zijn en zelfverwerkelijking; de afspiegeling schijnt op zichzelf te bestaan, maar heeft in werkelijkheid geen autonome, eigen inhoud; zij is, met andere woorden, geen nieuw, ander licht, maar een projectie van haar lichtende bron.
Roberto Assagioli bespreekt op p. 32 de route, de verschillende stadia, om tot een harmonische innerlijke eenheid te komen.

'Inzicht', is de intuïtief opdagende lichtflits en blootlegging van de waarheid van vergankelijkheid, het lijden en de onpersoonlijke of niet-substantiële aard van alle fysieke en mentale verschijnselen van het bestaan.
Zelfbewustzijn is een hinderpaal voor waar inzicht.

De ziel is de centrale schakel tussen geest en materie. Met de psyche kunnen we de éne werkelijkheid leren ervaren. Het gaat er om te leren in het debat de rechter - en linkerhersenhelft, de non-verbale wijsheid en het verbale verstand, in te schakelen. Het reflexieve bewustzijn, het samenspel van de linker – en de rechterhersenhelft, is voor het creëren van balans verantwoordelijk. De zintuigen zijn de schakel tussen lichaam en geest.

WILLIAM Q. JUDGE boek De Oceaan van Theosofie, hoofdstuk Psychische wetten, krachten en verschijnselen:
De mens wordt door de meesters van wijsheid als het hoogste voortbrengsel van het hele evolutiestelsel beschouwd, en weerspiegelt alle vermogens van de natuur in zich, hoe verbazingwekkend of hoe verschrikkelijk die misschien ook zijn; juist omdat hij zo’n spiegel is, is hij mens.

De unificatietheorie zal uiteindelijk over het verschijnsel bewustzijn uitsluitsel geven. Eerder hebben Amit Goswami en Arthur Young aangegeven dat bewustzijn de basis van alle bestaan is. Om het bewustzijn toe te lichten wordt zowel gebruik gemaakt van het oude reflexieve ‘Macrokosmos = Microkosmos’ model van de esoterie als van de nieuwe doorsnede ‘Sensation, Awareness, Experience, Self-awareness, reflection en First-person experience’ van Francis Heylighen. De processen die zich binnen een deel afspelen kunnen door de eigenschappen van het geheel worden verklaard. De éne werkelijkheid zit holistisch in elkaar.

Synthese, het 'en-en' vindt door reflectie, wisselwerking via het Verticale (Causaal non-dualistische) en Horizontale (Grof subtiele) bewustzijn plaats. Het driehoekige diagram van Roberto Assagioli toont dat synthese met name via het verticale bewustzijn plaats vindt.

Nader tot U of Zonder India en hindoeïsme geen The life of Pi (Hans Bouwman Volkskrant 19 maart 2016 bijlage Sir Edmund p. 62-67):
Als schrijver Yann Martel ergens enthousiast van raakt, is het van India. Zonder de intensiteit en vitaliteit van dat land geen The life of Pi, geen dieren als personages en geen keuze voor religie.
1. Boek: ' Dante Alleghieri: De goddelijke komedie (ca. 1308-1320)
'Mijn favoriete levende schrijver is J.M. Coetzee. Hij heeft een verbijsterend ingetogen en toch buitengewoon beeldende stijl.
'Het meest indrukwekkende boek dat ik ooit heb gelezen is echter De goddelijke komedie van Dante. Dat is een perfect literair werk, waarin Dante vertelt hoe hij een reis maakt door hel, vagevuur en hemel, eerst met Vergilius als gids, later begeleid door Beatrice. Het is prachtig geschreven en vertelt een meeslepend verhaal, maar is bovenal een allegorie van de reis die de ziel maakt op weg naar God. Het was voor mij een eyeopener dat een literair werk dit op zó majestueuze wijze kan doen.
'Natuurlijk moet je, om dit werk te kunnen begrijpen, iets weten van de Italiaanse geschiedenis en van het katholicisme. Nou, daar zijn de voetnoten in de diverse uitgaven van dat boek voor. Jawel, je moet een beetje moeite doen voor De goddelijke komedie. Maar iedereen wil zich toch graag af en toe ergens in vastbijten, een uitdaging aangaan, een puzzel oplossen? Mijn eigen boek Beatrice en Vergilius is onder meer een eerbetoon aan Dantes meesterwerk.'
7. Plek : India
'Zowel in positieve als negatieve zin is India het totale leven, alles tegelijkertijd op één moment. De intensiteit en vitaliteit die er heersen zijn onvergelijkelijk. In India kwam ik voor het eerst oog in oog met religieuze manifestaties die ik niet ergerlijk of verontrustend vond. Tot dan toe associeerde ik religie met paternalisme, seksisme, antisemitisme, homofobie...
'Toen ik eind 1996 in India aankwam, was ik moe van mijn eigen rationalisme, de denkwijze die me religie had doen verwerpen. In India zag ik ineens vriendelijke en weldadige manifestaties van religie, die een andere kijk op de werkelijkheid vertegenwoordigden, een alternatief voor de materiële werkelijkheid.'

Voetnoot Advies of Wilders is niet toerekeningsvatbaar (Volkskrant 18 maart 2016):
Vandaag is de eerste openbare zitting in de strafzaak tegen de heer Wilders. Laat ik de rechters adviseren, waarbij het niet gaat om een strikte interpretatie van de Nederlandse wet maar om de verantwoordelijkheid van justitie.
In een vrije samenleving dienen verbale steunbetuigingen aan bijvoorbeeld terrorisme, pedofilie of fascisme te vallen onder vrijheid van meningsuiting.
Daarbij zijn de uitlatingen waarvoor de heer Wilders wordt aangeklaagd dermate infantiel dat de rechtbank wel moet concluderen dat een volwassene die dergelijke uitspraken doet niet geheel of geheel niet toerekeningsvatbaar is.
Dat het democratisch proces inderdaad ten dele een infantiel proces is, is een weemoedig stemmend inzicht.
Justitie dient geen oordelen te vellen over uitspraken die behandeld moeten worden in de beslotenheid van groepstherapie of andersoortige therapie. Wij klagen iemand die lijdt aan het syndroom van Gilles de la Tourette ook niet aan omdat hij het schelden niet kan laten.

dag druktemaker of 'Drink je thee langzaam en eerbiedig' (Mirjam Bosgraaf Volkskrant 23 januari 2016 bijlage Sir Edmund p. 26-29):
Wat boeddhisme kan betekenen voor een mens met een volgestouwd leven, ontdekte journalist Mirjam Bosgraaf. Zes lessen voor de multitasker die het anders wil gaan doen.
1. Meditatie is champagne voor de geest
In het boeddhisme komt alles neer op meditatie. Het is het geheime wapen en het succesvolste exportproduct. Meditatie is flink in opmars onder niet-boeddhisten - misschien hebben we het hard nodig met onze stressvolle multitasklevens, waarin sociale media dag en nacht de aandacht gijzelen, en in een wereld waarin een angstig levensgevoel overheerst. Ongeveer iedereen in Hollywood mediteert, onder aanvoering van celebrityboeddhist Richard Gere. Maar ook veel Nederlanders doen het. De website zen.nl hield in 2014 een steekproef onder bijna 1.300 Nederlanders. Van hen zei 5 à 10 procent minstens een keer per week te mediteren. Al dan niet in lotushouding op een kussentje.

Om je emoties te kunnen beheersen, moet je je gedachten leren beheersen
Om je emoties te kunnen beheersen, moet je je gedachten leren beheersen. Negatieve gedachten kunnen je beroven van de energie die je nodig hebt om actie te ondernemen (Spreuken 24:10). Maar hoe kun je leren positief te denken en zo geholpen worden je emoties te beheersen?
Eén manier is niet stil te staan bij negatieve gedachten die je neerslachtig of onzeker maken. Als je de bijbelse raad opvolgt om je te concentreren op dingen die „ernstig” en „rechtvaardig” zijn, kun je negatieve gedachten vervangen door positieve (Filippenzen 4:8). Dat is misschien niet makkelijk, maar met wat moeite kan het je lukken.

Want wie veel wijsheid heeft, heeft veel verdriet. En wie kennis vermeerdert, vermeerdert smart. (Prediker 1:18)
Het rijk van Salomo is in twee rijken uiteen gevallen. Welk een oneer en schande kwam daarmee over het land Kanaän. Nu was het rijk in tweeën verdeeld. Wat hebben de zonden al niet teweeg gebracht, geliefden. En toch mocht Salomo zich na al zijn omzwervingen bij vernieuwing tot Zijn God en Vader bekeren, en zich daarmede afkeren van de afgoden van zijn vele vrouwen en bijwijven. De Heere betoonde Zich lankmoedig en genadig, maar ook zeer rechtvaardig. De zonden heeft Salomo zijn koninkrijk gekost, en Eli zijn zonen. De Heere is een alziend en alwetend Aanschouwer van alle dingen. Hoevele mensen belijden dit niet met de mond, hoewel uit hun daden blijkt dat zij in God niet geloven. Maar die is een Jood, die het in het verborgen is, en de besnijdenis des harten, in den geest, niet in de letter, is de besnijdenis; wiens lof niet is uit de mensen, maar uit God, zegt de apostel in Rom. 2:29. De wereld mag alles, Gods volk mag niets. Vele dingen worden hen uit liefde onthouden. En toch vermogen zij door het geloof in Christus, welke is werkende door de liefde, werkelijk alle dingen. Hoevelen zullen dit geheim verstaan?
Want in veel wijsheid is veel verdriet, en die wetenschap vermeerdert, vermeerdert smart.

Prediker 1 Hier volgen de woorden van Prediker, zoon van David en koning van Jeruzalem.
2 Lucht en leegte, zegt Prediker, lucht en leegte, alles is leegte.
3 Welk voordeel heeft de mens van alles wat hij heeft verworven, al zijn moeizaam gezwoeg onder de zon?
4 Generaties gaan, generaties komen, maar de aarde blijft altijd bestaan.
5 De zon komt op, de zon gaat onder, en altijd snelt ze naar de plaats waar ze weer op zal gaan.
6 De wind waait naar het zuiden, dan draait hij naar het noorden. Hij draait en waait en draait, en al draaiend waait de wind weer terug.
7 Alle rivieren stromen naar de zee, toch raakt de zee niet vol. De rivieren keren om, ze gaan weer naar de plaats vanwaar ze komen, en beginnen weer opnieuw te stromen. 8 Alles is vermoeiend, zozeer dat er geen woorden voor te vinden zijn. De ogen van een mens kijken, en vinden geen rust, zijn oren horen, en ze blijven horen.
9 Wat er was, zal er altijd weer zijn, wat er is gedaan, zal altijd weer worden gedaan. Er is niets nieuws onder de zon.
10 Wanneer men van iets zegt: ‘Kijk, iets nieuws,’ dan is het altijd iets dat er sinds lang vervlogen tijden is geweest.
11 De vroegere generaties zijn vergeten, en ook de komende zullen weer worden vergeten.
12 Ik was koning van Israël en woonde in Jeruzalem.
13 Ik nam me voor, alles wat er gebeurt in deze wereld te bestuderen, want ik wilde weten wat de zin van alles is. Dat heeft God ons mensen opgedragen; het is een kwelling.
14 Ik bekeek wat men hier op aarde allemaal ondernam: alles bleek zinloos, grijpen naar wind.
15 Wat krom is, wordt niet recht, en wat ontbreekt, kun je niet meetellen.
16 Eerst zei ik bij mezelf: ‘Ik ben wijzer dan al mijn voorgangers in Jeruzalem; door ervaring ben ik veel wijzer en verstandiger dan zij.
17 Ik moet toch het verschil kunnen zien tussen wijs en dwaas, tussen verstandig en dom.’ Maar ook dat, heb ik ingezien, is grijpen naar wind.
18 Want hoe meer kennis, des te meer ergernis; hoe groter het inzicht, des te groter het verdriet.

John Welwood Psychotherapie oost en west (theosofia juni 2002):
Het westerse begrip van individualisering heeft betrekking op het ontdekken van je eigen unieke roeping, het verkrijgen van eigen inzicht, het vinden van je eigen pad, en dit tot uitdrukking doen komen in je levenswijze. Jezelf te worden in deze zin impliceert verandering, geëxperimenteer, en het in twijfel trekken van als waar aangenomen kennis. Zoals de boeddhistische geleerde Anne Klein opmerkt: ‘Zoals bij vele Aziaten die zonder de invloed van het westen zijn opgegroeid, ontwikkelen Tibetanen niet dit besef van individualiteit.’ In het traditionele Azië waren de leringen over verlossing afgestemd op mensen die juist te gehecht waren aan aardse zaken, te verwikkeld in familiepatronen en te gebonden aan sociale verplichtingen. De meest verheven, niet dualistische leringen van boeddhisme en Hindoeïsme – die aantonen dat dat wat je werkelijk bent de absolute realiteit is, die het jou overstijgt wijzen een uitweg om uit de sociale doolhof te komen, en helpen mensen het trans-humane absolute te ontdekken dat voorbij alle wereldse kommer en kwel ligt.
In het moderne westen is het heel gewoon om je vervreemd te voelen van het grotere sociale verband: de openbare ruimten en de architectuur, de festiviteiten, de gevestigde gewoonten, het gezinsleven en zelfs het voedsel ontbreekt het aan het voeden van zielkwaliteiten die mensen in staat stellen zich intens verbonden te voelen met zowel deze facetten van het leven als met elkaar. Niettemin is het goede nieuws dat het ontbreken van ziel in onze cultuur ons noodzaakt om een nieuw bewustzijn te ontwikkelen voor het smeden van een geïndividualiseerde ziel –
een authentieke innerlijke bron van persoonlijke visie, van zingeving en van vastberadenheid. Een belangrijk resultaat hiervan is een verfijnd en ontwikkeld vermogen voor een genuanceerd persoonlijk gewaarzijn, voor een persoonlijke gevoeligheid en voor individueel aanwezig zijn.

Inwijding
In de oudheid waren er zeven – en zelfs tien – graden van inwijding. Van deze zeven graden bestonden er drie uit alleen leringen, die de spirituele, mentale, psychische en fysieke voorbereiding en training vormden – wat de Grieken de katharsis of ‘loutering’ noemden. Wanneer de discipel geacht werd voldoende gelouterd, gezuiverd, getraind, mentaal rustig en spiritueel kalm te zijn, werd hij tot de vierde graad toegelaten die eveneens gedeeltelijk uit leringen bestond, maar gedeeltelijk ook uit een rechtstreekse persoonlijke kennismaking, door middel van oude mystieke processen, met de structuur en werkingen van het heelal, en op deze manier werd door persoonlijke ervaring uit de eerste hand waarheid verworven. Met andere woorden, zijn geest-ziel (de twee in één), zijn individuele bewustzijn, werd geholpen om naar andere bestaansgebieden te gaan, en door deze te worden kennis en inzicht te verkrijgen. De mens, de ziel, het verstand, kan alleen die dingen zien, begrijpen en daardoor kennen, die de individuele entiteit zelf is.
Na de vierde graad kwamen achtereenvolgens de vijfde, de zesde en de zevende inwijding, en deze bestonden eveneens uit leringen. Naarmate de leerling vorderde – en hij werd in deze ontwikkeling in steeds belangrijker mate geholpen naarmate hij vorderingen maakte – kwamen steeds meer die krachten en vermogens in hem tot ontwikkeling die het mogelijk maakten nog verder en dieper achter de sluiers van maya of illusie door te dringen. Na de zevende of laatste van alle openlijk bekende inwijdingen te hebben doorgemaakt, als we deze zo mogen noemen, werd hij een van die mensen die theosofen mahatma’s noemen. (Zie ook ingewijde.)

Plato was een van de eersten die wees op de universele betekenis van nabootsend gedrag. Maar wat Plato echter niet deed, is wijzen op het gedrag dat zich richt op bezitten. Voor René Girard is nu juist dit toe-eigeningsgedrag uitermate belangrijk om nabootsing te kunnen verklaren. Veel wetenschappers hebben Plato gevolgd in het reduceren van nabootsend gedrag tot een aspect van mindere betekenis en waren hierdoor niet in staat de centrale rol, die imitatie heeft in het menselijke samenleven, te zien. Mimesis is essentieel voor de morele catharsis, aldus Aristoteles.

Bij Aristoteles staat Catharsis (reiniging) in de definitie van de tragedie voor fysieke, emotionele, religieuze en mentale reiniging. Door het beleven van eleos en phobos (beklag en angst) ervaart de toeschouwer een loutering van de ziel.

Barbara Henkes P.J. Meertens: een christen op zoek naar gelijkheid in verscheidenheid.
Meertens voelde zich kennelijk gesterkt door de idee van loutering en catharsis. Ook het devies van Nietzsche dat zijn ex-libris sierde, duidt in die richting: 'Alles was mich nicht umbringt macht mich stärker'. Dat gold niet alleen voor de crisissituatie waarin het Nederlandse volk zich bevond, maar ook voor de klap die hem kort na de Duitse inval persoonlijk trof.
Op 13 september 1940 werd Meertens gearresteerd. Niet vanwege zijn anti-nationaalsocialistische standpunten, die wel bekend waren maar niet gepaard gingen met uitgesproken vormen van verzet. Hij werd daarentegen opgepakt en veroordeeld op grond van vermeende homoseksuele contacten met twee jonge(re) mannen in de periode 1933-1939. Voor Meertens, overtuigd van zijn eigen onschuld, zette deze gebeurtenis de wereld op zijn kop:
Ik was bij de huiszoeking (op het bureau en vervolgens in mijn huis) wild van woede en verontwaardiging, maar vooral van schaamte, over het droevige feit dat in ons land zulke dingen mogelijk zijn en juist nu, nu het de plicht van iedere Nederlander moet zijn om de eer van ons volk hoog te houden. Terwijl ons land bezet is door een vreemde mogendheid en onze nationale zelfstandigheid op het spel staat, komt de Nederlandse justitie huiszoeking doen naar pornografische foto's op een bureau, waar sinds jaar en dag gewerkt wordt aan de verheffing van het nationale bewustzijn van ons volk.

De Geheime Leer Deel II hoofdstuk 18 Over de mythe van de ‘gevallen engel’ in haar verschillende aspecten (p. 562):
De hele geschiedenis van die periode wordt allegorisch voorgesteld in het Rāmāyana, het mystieke verhaal in epische vorm van het gevecht tussen Rāma – de eerste koning van de goddelijke dynastie van de eerste Ariërs – en Ravana, de symbolische personificatie van het Atlantische (Lanka) ras. De eerstgenoemden waren de incarnaties van de zonnegoden; de laatstgenoemden van de maandeva’s. Dit was de grote strijd tussen goed en kwaad, tussen witte en zwarte magie, om de opperheerschappij van de goddelijke krachten dan wel van de lagere aardse of kosmische krachten. Om deze laatste uitspraak beter te begrijpen, kan de lezer zich wenden tot de Anugītā episode van het Mahābhārata, hfst. v, waar de brahmaan tegen zijn vrouw zegt: ‘Ik heb door middel van het Zelf de in het Zelf verblijvende zetel waargenomen – (de zetel) waar het Brahman vrij van de paren van tegengestelden woont, en waar de maan, samen met het vuur (of de zon), (alle) wezens instandhoudt (als) de beweger van het verstandsbeginsel.’

Spiritual Intelligence
Spiritual Intelligence is an innate human intelligence – but like any intelligence it must be developed. This means that we can describe it and measure it by looking at the skills or competencies that comprise Spiritual Intelligence.
Cindy Wigglesworth Why Spiritual Intelligence Is Essential to Mature Leadership:
'Het idee achter dit model is dat we ons als baby eerst focusseren op de beheersing van ons lichaam (FQ). Vervolgens gaan we onze taalkundige en conceptuele vaardigheden ontwikkelen ..., dit is ook belangrijk tijdens de schoolperiode (IQ). We ontwikkelen dan ook vroege vaardigheden met betrekking tot relaties. De echte EQ ontwikkeling komt vaak later uit feedback in onze werk- en leefrelaties. SQ komt aan de orde wanneer we beginnen te zoeken naar betekenis en ons bijvoorbeeld afvragen 'is dit nu alles?'. SQ en EQ zijn aan elkaar gerelateerd. Ik geloof dat we een basis met betrekking tot EQ moeten hebben om succesvol onze spirituele groei te kunnen starten. Een zekere mate van emotioneel zelfbewustzijn en empathie is een belangrijke basis. Wanneer onze spirituele groei zich ontvouwt (SQ), zal dat leiden tot een toename van de EQ vaardigheden, welke dan ook weer helpen de SQ vaardigheden te versteken.'

Politieke correctheid - De terugkeer van de lange tenen (Joost de Vries De Groene Amsterdammer 7 oktober 2015):
Uw mening wordt niet op prijs gesteld
In onze slachtoffercultuur is de grootste troef: ‘ik ben beledigd’ – en de drempel om beledigd te worden wordt steeds lager. We maken de heropleving mee van een sentiment dat in de jaren tachtig en negentig dominant was. Hoe ziet de nieuwe gedaante eruit, en waarom die terugkeer?

 

David Pinto boek De piramide van Pinto tegen de Policor dictatuur
Frits Bolkestein, v.m. VVD-leider en EU-commissaris: "David Pinto is een Marokkaanse Jood die via Israël in Nederland is terechtgekomen. In juni 1988 heeft hij voor het eerst bekendheid gekregen door te spreken over het "doodknuffelen" van allochtonen. Hij is directeur van het Intercultureel Instituut (ICI) en heeft begin 2016 de beweging LEF opgericht.
De crux van het probleem, schrijft hij, is de botsing tussen premoderne en moderne waarden. Hij geeft 36 voorbeelden van botsende waarden. Die vormen misschien wel het meest interessante deel van het boek. Politieke correctheid is wat Pinto het krachtigst wil bestrijden. Hij kort het af tot "policor". Tot slot bespreekt Pinto vijf gevallen van botsende waarden die alle belangwekkend zijn. Zijn boek is een waardevolle aanvulling op de lectuur die meestal ten dienste staat van hen die op het probleemgebied werkzaam zijn".
Prof. dr. Paul Cliteur, auteur van o.m. Het Atheïstisch Woordenboek:
"Een flitsend manifest vol met nieuwe ideeën voor een nieuwe politiek".
"Diegenen die de moderne cultuur haten zullen Pinto beschuldigen van"verlichtingsfundamentalisme". "Dit boek is ook een goede inleiding tot de maatschappelijke debatten van de afgelopen jaren".

De vier stadia voor bewustzijnsverandering (four stages of competence) volgens Maslow:

1. Niet bewust van tekorten in kennis en kunde. Voelt geen noodzaak om te leren. Geen grip op eigen automatische gedachten en gevoelens.
2. Bewust dat hij kennis en ervaring mist om functioneren te verbeteren. De fouten die men doorgaans maakt, kunnen worden blootgelegd en er
kan worden gewerkt aan het stopzetten van (dwang)gedachten en -gevoelens.
3. Is vakkundig en begrijpt hoe het werkt. Zo iemand weet hoe waardevol leren is en is doorgaans zeer gemotiveerd om te blijven leren en groeien.
4. De deskundigheid wordt een automatisme.

De transpersoonlijke psychologie van Roberto Assagioli sluit op de humanistische psychologie van Maslow aan. Op de verticale as plaatst Assagioli zachtheid tegenover sereniteit, juiste waardetoekenning tegenover spirituele waardigheid, praktisch realisme tegenover duidelijk waarnemen van de werkelijkheid, evenwichtige krachtige persoonlijkheid tegenover spirituele energie.

De verticale as door het centrum van het Ei van Assagioli symboliseert de door Maslow genoemde Derde Weg in de psychologie. De humanistische psychologie van Maslow gaat er van uit dat je de mens niet moet reduceren tot een door driften bepaald wezen, dat net als een dier reageert. De mens moet je ook niet zien als een wezen dat zich alleen door externe factoren, belonen en straffen, laat motiveren. De natuur van ieder mens is er op gericht zijn talenten tot ontplooiing te brengen. Voor de humanistische psychologie staat het menselijk zijn centraal, is juist de subjectieve informatie relevant.

 

De behoeftehiërarchie van Maslow laat zien dat het in het leven niet alleen draait om materiële, maar ook om immateriële behoeften. Het gaat om welvaart, bijvoorbeeld het levensmiddelenpakket, maar ook om welzijn een gezonde lucht- en waterkwaliteit. Het leven is geen kosten/baten analyse.

Later in zijn leven bracht Maslow nog enkele veranderingen aan in zijn hiërarchie. Hij besefte dat er binnen de zelfontplooiing nog onderverdelingen te maken waren. Deze onderverdelingen tonen echter een grote verwantschap en lopen vloeiender in elkaar over dan de onderliggende die duidelijke afbakeningen hebben. Tegen het einde van zijn leven voegde Maslow nog een achtste trap toe; die van het transcendente.

De Triade symboliseert deze achtste stap, de eenheid der tegendelen (Complementariteit).
Atma-Buddhi-Manas (Geest, hogere Zelf) in de mens wordt door de drie Logoi {'Vader, Zoon en Heilige Geest' of 'Brahma, Vishnu en Shiva' (‘Scheppen, Onderhouden en Vernietigen’) of 'Isis, Osirus en Horus'} in de Kosmos weerspiegeld (Weerkaatsing, Toverlantaarn, Tetragrammaton).

 

In de 4e fase (psychologie van Maslow) wordt bekwaamheid een automatisme. In de '5e fase' groeien we als het ware in onze bekwaadheid. We respecteren ons zelf, maar gaan ook voor onze medemens.
Stanislav_Grof was, samen met Abraham Maslow en Anthony Sutich, mede-founding father van de transpersoonlijke psychologie, die – als uitbreiding van de humanistische psychologie – ook ruimte biedt aan ervaringen van religieuze en spirituele aard.

Eric Alkemade Die kracht van zelfsturing, waar komt die vandaan?
De diepmenselijke, onderliggende behoeften die de motiverende kracht van onze zelfsturing vormen, hebben dan een bepaalde rangorde (die ook David McClelland al vermoedde). De hiërarchie van behoeften – beschreven in mijn eigen woorden – die bevredigd willen worden, is:
1. basisbehoeften
2. behoefte aan acceptatie en verbinding
3. behoefte aan invloed en aanzien
4. behoefte om (levens) doelen te bereiken.
McClelland was ervan overtuigd dat met name de ‘prestatiegerichte’ medewerkers degenen zijn die zorgen dat dingen gebeuren in de organisatie, dat resultaten worden behaald, en dat dit ook doorwerkt naar andere medewerkers in de hele organisatie. Prestatiegerichte mensen zoeken ook steeds naar mogelijkheden voor verbetering. David McClelland heeft een mooi laboratorium experiment bedacht om dit aan te tonen. Proefpersonen werden gevraagd een ring over een pen te gooien (zoals in het kinderspelletje). De afstand waarop de pen in de grond werd gestoken door de proefpersoon was vrij. De meeste proefpersonen kozen een willekeurige afstand, maar de ‘prestatiegerichten’ probeerden eerst enkele afstanden uit en plaatsten vervolgens de pen op een realistische, maar uitdagende afstand. Met andere woorden: gegeven de vrijheid en een ondersteunende omgeving zullen de meeste mensen zichzelf een uitdagend doel stellen!

Joost van der Leij legt in zijn boek ONBEPERKT JEZELF de relatie tussen NLP en het Enneagram. Het is ook mogelijk NLP met het boek De Ether Bestaat! en het rapport 'E i V' te verbinden. Het rapport maakt gebruik van het TOTE-model, dat in het boek Essenties van NLP (p. 88, 92) van Lucas Derks & Jaap Hollander wordt besproken. De cirkel is rond.

Het model van Robert Dilts bestaat uit de hiërarchie van 6 logische niveaus. Iedereen leeft, bewust of onbewust tegelijkertijd op de 6 niveaus. Het model gaat er vanuit dat zaken van een niveau op de onderliggende niveaus doorwerken. De kernvraag is op welk niveau is er een probleem?
Modelregels:
- Een hoger niveau organiseert de informatie op onderliggende niveaus.
- Verandering op een lager niveau kan verandering op een hoger niveau teweeg brengen.
- Verandering op een hoger niveau zal veranderingen op lagere niveaus teweeg brengen.
- De oplossing ligt nooit op het niveau waar het probleem wordt geconstateerd.
- Om een oplossing te vinden is het noodzakelijk om naar een hoger niveau te gaan.
- De hoogste drie niveaus zijn abstract en naar binnen gericht. De laagste drie niveaus worden steeds meer concreet en van buitenaf meer waarneembaar.
- Als gedrag en vermogens in de pas lopen met wat op hogere niveaus wordt nagestreefd is er van integratie sprake: alle niveaus werken samen en ondersteunen elkaar.

Marli Huijer Verslag werkzaamheden leerstoel filosofie van cultuur, politiek en religie vanwege stichting Civis Mundi 14 januari 2014:
Als vervolg op het boek ritme schreef ik dit voorjaar het boek Discipline - Overleven in overvloed. Publicatiedatum: 13 november 2013. Uitgeverij Boom organiseerde een zeer drukbezochte presentatie in Felix Meritis (inleiding door Ad Verbrugge, Gabriel van den Brink, Henk Oosterling en mijzelf), dagblad Trouw presenteerde het boek in het filosofisch elftal en als voorpublicatie, Filosofie Magazine plaatste groot interview, en radio Pavlov en radio Hoe? Zo! Besteedden er uitgebreid aandacht aan. Ook andere media hebben inmiddels hun interesse getoond.

Marli Huijer En nu de echte seksuele bevrijding
Het geslacht dat iemand bekleedt in de maatschappij (gender), en de daarbij behorende gedragspatronen, worden geconstrueerd door wat Butler in navolging van taalfilosoof John Austin performativiteit noemt. Er is een bepaald repertoire aan handelingen dat maakt dat iemand de rol van man of vrouw krijgt toebedeeld. Omdat die handelingen cultureel bepaald zijn en die cultuur aan het individu vooraf gaat, is het onmogelijk gedrag te vertonen dat niet in de hokjes mannelijk en vrouwelijk uiteenvalt.

Tussen mensen Lezing door Denker des Vaderlands Marli Huijer (Lezing 3 december 2015):
Wat maakt dat mensen die elkaar niet kennen elkaar toch vertrouwen? Hoe is dat tussen vluchtelingen en gevestigden? Denker des Vaderlands Marli Huijer heeft tussenruimte op de agenda gezet: 'Vaak denken we over onszelf in termen van het innerlijk, maar de verschillen zitten juist aan de buitenkant en in de ruimte tussen mensen.'
In haar lezing gaat Huijer in op het thema tussenruimte en koppelt dit aan onze huidige opvang van vluchtelingen. Ze vraagt zich af hoe mensen in publieke ruimtes de juiste nabijheid en de juiste afstand tot stand brengen. Wat maakt dat je je op straat en in andere publieke ruimtes op je gemak voelt? Hoe verhoudt dit zich tot de plekken buiten de stad waar we nu vluchtelingen opvangen? Kunnen we de tussenruimte zo inrichten, dat ook vluchtelingen vertrouwde vreemden worden?
Na de lezing zal voormalig Syrisch vluchteling Khaled Al Haj Saleh kort geïnterviewd naar aanleiding van zijn bezoek met Marli Huijer aan het vluchtelingenkamp Heumensoord eerder op de dag. Daarna gaan Marli Huijer en Frank Meester met elkaar en met de zaal in gesprek.

====

'Identificatie en Disidentificatie' (Verticaal - en Horizontaal bewustzijn, Sutratman)

Genesis 3 22: Toen zeide de HEERE God: Ziet, de mens is geworden als Onzer een, kennende het goed en het kwaad! Nu dan, dat hij zijn hand niet uitsteke, en neme ook van de boom des levens, en ete, en leve in eeuwigheid.

Identificatie met Nederland (WRR 2007):
2.5.2 Articulatiemacht (p. 55):
De subtiele processen van identificatie en disidentificatie hebben veel te maken met macht – zoals Elias en Scotson lieten zien. In dit rapport stellen we daarom het begrip ‘articulatiemacht’ centraal.
Articulatiemacht is het vermogen van een groep of institutie om een bepaalde definitie op te leggen die verstrekkende gevolgen kan hebben voor de mate waarin iemand erbij hoort of niet (in- en uitsluiting). In termen van Bourdieu (1990) gaat het hier om de macht om te benoemen, categoriseren, identificeren en de macht om te bepalen wat wat is en wie wie is. Het gaat daarbij om de identificatie van burgers in relatie tot godsdienst, gender, etniciteit, geletterdheid, criminaliteit, toerekeningsvatbaarheid enzovoorts.

De oefening disidentificatie wordt in het boek Psychosynthese van Assagioli toegelicht (p. 132):
De eerste stap is om met overtuiging vast te stellen en zich bewust te worden van het feit: ‘Ik heb een lichaam, maar ik bén niet mijn lichaam’.
De tweede stap gaat over het besef: ‘Ik heb een gevoelsleven, maar ik ben niet mijn emoties of mijn gevoelens’.
De derde stap bestaat erin dat we gaan beseffen: Ik heb een intellect, maar ik bén niet dat intellect’.

Deze techniek van Assagioli laat zien dat gedachten en gevoelen verschijnen en verdwijnen, slechts een levensyclus van micro(nano)seconden hebben.
Karel Scholten Verslag van de lezing over psychosynthese.

Roger Price Het Meditatiediagram van HPB en het Proces van Spirituele Transformatie (Theosofia 106/5 oktober 2005):
Het leven zelf is de grote leraar en de problemen die het leven brengt kunnen, ofschoon zij de oorzaak van lijden kunnen zijn, ook het middel worden voor het verkrijgen van inzicht en zodoende voor spirituele transformatie.

Mary Anderson Meditatie-Diagram van Blavatsky:
Een volgend element is nu aan de meditatie toegevoegd: we moeten ons uitbreiding in ruimte en de oneindigheid voorbij tijd voorstellen, met of zonder zelfidentificatie. Afhankelijk van onze aard kunnen we ons dus uitbreiding in ruimte (grenzeloze Ruimte) en oneindigheid in tijd (Eeuwigheid of Duur) objectief voorstellen, waarbij we onszelf buiten beschouwing laten, of subjectief, waarbij we voelen dat we zelf grenzeloze ruimte en oneindige tijd zijn. De laatstgenoemde benadering herinnert ons aan de methode zoals deze uiteengezet wordt in Yoga of Light van Geoffrey Hodson. Door alles wat bekend is los te laten, komen we datgene wat niet gekend kan worden nabij.
Ik ben niet het fysieke lichaam
Ik ben het hogere Zelf
Ik ben niet de emoties
Ik ben het hogere Zelf
Ik ben niet het denkvermogen
Ik ben het hogere Zelf
Derhalve ben ik onbegrensde ruimte, ik ben oneindigheid. Deze aanpak is gevaarlijk als we bewust of onbewust de persoonlijkheid identificeren met het hogere Zelf. Maar we zullen dit niet doen als we in staat zijn de nadere instructie van HPB op te volgen: ‘Er is geen kans op zelfbedrog, wanneer de persoonlijkheid geheel vergeten wordt.’ De Meditatie begint zo met inspirerende denkbeelden, waarmee zij, zoals we zullen zien, ook eindigt.
Alle spirituele paden beginnen met inspiratie, zoals bijvoorbeeld het Christelijke Mystieke Pad begint met bekering: een totale ommekeer. Alles is veranderd. Niets kan weer hetzelfde zijn. Een dergelijke inspiratie is het begin en het einde van het spirituele pad. Als begin bezielt het ons verder te gaan. Zelfs in tijden wanneer die eerste inspiratie lijkt te vervagen, kan de herinnering aan dat ‘Ik heb geweten’ ons nog steeds trekken naar het doel waarvan geen voorstelling kan worden gemaakt.

Mary Anderson De diepere dimensie van yoga (deel II - zes darsana’s)
Het is verbazingwekkend dat er zogenaamde yogasystemen bestaan die niet vasthouden aan het belang van ethiek en zedelijkheid. Zulke systemen kunnen niet leiden tot het doel van eenheid. Hun streven is ook niet eenheid, maar eerder bijvoorbeeld het verkrijgen van psychische vermogens. Als we echter geen stevige funderingen bouwen, kan ons ‘huis van yoga’ instorten. Dat doet ons denken aan de parabel uit de bijbel van de man die zijn huis bouwde op een rots en de man die zijn huis bouwde op zand.
De eerste en tweede onderdelen van raja yoga zijn zedelijk en ethisch en de derde, vierde en vijfde onderdelen kunnen technisch genoemd worden.: zij dienen om de muren van ons huis van Yoga te bouwen, om ons te beschermen tegen verstoringen van buiten, net zoals ramen en deuren alleen diegene binnen laten die we willen binnen laten.
Het derde onderdeel van yoga is asana – het trainen van het lichaam – en heeft te maken met wat we in het westen tegenwoordig (en vaak in India) yoga of hatha yoga noemen. De asana’s dienen om iemand te bevrijden van de afleidingen die van het lichaam komen, bijvoorbeeld van de zenuwen. Wat vanuit dit gezichtspunt nodig is, is gewoon een lichaamshouding die gemakkelijk en stevig is en oefeningen die leiden tot zo’n houding, zodat we het lichaam kunnen vergeten, zodat het rustig is, maar niet in slaap valt. De muren van ons huis zouden dus sterk moeten zijn en we zouden er comfortabel in moeten kunnen leven.
Het vierde onderdeel is pranayama, hetgeen te maken heeft met ademhalen. Hier openen we de ramen van ons huis, om op de juiste wijze adem te kunnen halen. Er bestaan overdreven ademhalingsoefeningen die kunnen leiden tot psychische vermogens. Als we daaraan toegeven openen wij de ramen van ons huis om een cycloon binnen te laten! Maar wat vanuit de zienswijze van raja yoga nodig is, is gewoon regelmatig en diep ademen. Het doel van pranayama is om ons te bevrijden van verwarringen die door het ademhalen veroorzaakt worden: bijvoorbeeld het voorkomen dat onze ademhaling te snel gaat of dat we vergeten adem te halen.
Het vijfde onderdeel van raja yoga is het terugtrekken van de zintuigen (pratyahara), zoals een schildpad zijn ledematen terugtrekt binnen zijn pantser. Het doel van pratyahara is ons te bevrijden van afleidingen die voortkomen uit indrukken van de zintuigen, dat wil zeggen van wat buiten is en ons door de zintuigen wordt overgebracht.

Identiteit en broederschap (Ad Rek Theosofia augustus 2003):
In 1875 formuleerde H.P. Blavatsky -de grootmoeder van de New- age-beweging- voor haar theosofische vereniging het volgende doeleinde: “Het vormen van een kern van de universele broederschap der mensheid zonder onderscheid van ras, geloof, geslacht, kaste of huidskleur”. Meer dan honderd jaar later in 1983 wordt het gelijkheidsbeginsel als artikel 1 van de Nederlandse grondwet aangenomen: “Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook is niet toegestaan”.
ger is van de verscheidenheid.
Ahamkara
Het beginsel van individualisatie, het begrip van zelfbewustzijn dat men zichzelf is en niemand anders, wordt in het Sanskriet ahamkara genoemd (letterlijk; de ik-maker). Dit aspect van de menselijke natuur is verantwoordelijk voor afgescheidenheid van het universele ene en voor het ontstaan en het voortbestaan van persoonlijkheid en ego. In de Baghawad Gita wordt ahamkara de misleider genoemd.

Anna Lemkow boek Het Heelheid Principe
Hoofdstuk 14 Religie: Verleden, Heden en Toekomst (p. 267,268):
Paul Tillich beschreef eens een opvatting van religie die uitstijgt boven het traditionele woordgebruik, maar daar niet de ontkenning van is. Zo opgevat heeft religie te maken met ontmoetingen of ervaringen van “het Absolute als iets wat volledig uitstijgt boven alle afgeleide absoluutheden in de verschillende werelden…. Zij vormt een ervaring van directe kennis, van een morele aansporing, van sociale gerechtigheid, of van esthetische expressiviteit…. [Zij] is de ervaring van het heilige op een bepaalde plaats, op een bepaald moment, of in een bepaald persoon, boek of beeld, in een bepaald ritueel, gesproken woord of sacramenteel voorwerp.”162 Voor Tillich is dit een directe ervaring, die uitgaat boven conventionele religieuze instituten en het wereldse domein omvat, dat daardoor geheiligd wordt.
268: Als iemand ontdekt dat zijn diepste Aard een is met het Al, wordt hij verlost van de last van de tijd, van de angst, van zorgen; hij wordt bevrijd uit de ketenen van vervreemding en het afzonderlijke bestaan. Doordat hij ziet dat het zelf en de ander één zijn, is hij bevrijd van de angst voor het leven; omdat hij ziet dat zijn en niet-zijn één is, is hij verlost van de angst voor de dood. Als je dus de uiteindelijke Heelheid weer ontdekt, dan overstijg je – zonder deze uit te wissen – iedere denkbare grenslijn, en daardoor iedere vorm van strijd. Het is een conflictloos bewustzijn, heel, gelukzalig. Maar dit betekent niet dat je het ieder ego-bewustzijn, ieder tijdsbesef helemaal verliest.… Want heelheid is niet het tegenovergestelde van egoïsche individualiteit, het is gewoon de Grond ervan, en de ontdekking van de achtergrond doet de figuur op de voorgrond niet verdwijnen.

Trump valt niet mee en Wilders straks ook niet (Thomas von der Dunk Volkskrant 30 januari 2017 p. 18):
Het valt dus niet mee. De hele tut-tut-ho-ho-brigade van VVD-ers en rechtse geestverwanten (Frits Bolkestein, Koen Petersen, Derk-Jan-Eppink) die de afgelopen weken verkondigden dat het met Trump in het Witte Huis best mee zou vallen en de nieuwe president vooral niet 'gedemoniseerd' (het standaardwoord in die kring om kritiek dood te slaan) moest worden, kan voorlopig beter inpakken.
Muur
Tijdens de Amerikaanse verkiezingscampagne viel herhaaldelijk te lezen dat de pers de fout maakte Trump niet serieus, maar wel letterlijk te nemen ('hoe had U dat dan gedacht met die Muur?'), terwijl zijn aanhangers hem wel serieus, maar niet letterlijk namen. Beiden zaten er vermoedelijk evenzeer naast: het is beter Trump zowel serieus als letterlijk te nemen.
Brief-advertentie
De gewraakte brief-advertentie vormt er een bedenkelijk voorbeeld van: stemmingmakerij tegen 'onaangepaste' immigranten, waarbij veel van het als niet-normaal gehekelde huftergedrag evenzeer door autochtonen wordt bedreven. VVD-fan Marianne Zwagerman moest althans op tv erkennen dat zij ook erg graag aan bumperkleven deed en helaas voor Rutte toch niet oprotten zou.
Ook op fact-free-gebied blijkt de VVD inmiddels niet voor Trump onder te doen. Of moeten wij het opereren van Ard van der Steur in de bonnetjesaffaire als het nieuwe Normaal Doen gaan beschouwen? Hier wordt inmiddels even brutaal de waarheid ontkend als in het geval van de 'alternatieve feiten' van Trump.

'Vrijwel onmogelijk het vignet 'racist' níet opgespeld te krijgen' (Sebastien Valkenberg Volkskrant 29 januari 2017):
De laatste jaren heeft het vak nogal wat te verstouwen gekregen. Eerst 'Diederik Stapel', toen de ontnuchterende uitkomst van een onderzoek in Science eind 2015. Slechts bij 25 procent van de sociaal-psychologische onderzoeken bleken de belangrijkste resultaten reproduceerbaar. Een flinke knauw voor het vakgebied, zou je zeggen, maar nee. De populariteit blijft groot.
De sociaal-psycholoog als kenner van het onbewuste. Hij of zij weet wat we zelf niet beseffen: hardnekkige biases - een lievelingswoord uit het vakgebied - sturen ons gedrag. Daardoor discrimineren we, zonder daar erg in te hebben, dat het een aard heeft. Soms heten die processen onbewust, dan weer institutioneel. Ook populair: alledaags en subtiel. Of, als de sociale psychologie een alliantie aangaat met het marxisme: structureel.

NU kan ik vliegen of Hoe een auto-ongeluk je leven kan redden (John Schoorl Volkskrant Magazine 28 januari 2017 p. 34-39):
De poëzie van Mustafa Kör
De gevolgen van een bijna fataal auto-ongeluk zetten de Vlaams-Turkse ondernemer Mustafa Kör op het spoor van het geschreven woord. De dichter is een sensatie in Vlaanderen.
Nomade in hart en nieren
'Man, ik ben invalide, allochtoon, moslim en kunstenaar. Als ik ook nog homo was geweest, dan had men een standbeeld voor me moeten oprichten. Maar mij zegt het niets, identiteit. Trots is de voorbode van het kwaad. Ik ben geen vlag of volk. Identiteit is een obstakel om door te kunnen groeien. Je kunt jezelf beter zien als een stofdeeltje in het universum, als een zaadje dat een adelaar zal verspreiden. Een nomade in hart en nieren voel ik me.'
Nederlands is zijn taal, zegt hij, om zo nu en dan van de exotische bron te proeven. Want 'o mijn Anatolische leeuw' klinkt toch beter dan 'ach mijn lief keuteltje'. Het Turks heeft aan één woord genoeg, waar in het Nederlands een hele zin nodig is. Voorbeeld: bogabogan betekent in het Nederlands een man die een stier wurgt.

Moralisme van Nussbaum verbreekt haar eerdere betovering (Hans Achterhuis Volkskrant 28 januari 2017 bijlage Sir Edmund p. 21):
Martha Nussbaum neemt zonder veel argumentatie afstand van veel van haar vroegere posities.
De betovering van het eerdere werk van de gevierde filosoof is daardoor verdwenen.
Het is een goede zaak wanneer een filosoof terugkomt op eerder ingenomen posities. Maar Nussbaum doet dat nauwelijks met behulp van argumentatie. Een voorbeeld: in een vroege tekst, die in de bundel Wat liefde weet is opgenomen, onderzoekt zij de tragedie die Seneca schreef over Medea, ongetwijfeld de woedendste vrouw uit de klassieke mythologie. In de steek gelaten voor een andere vrouw door Jason, doodt Medea om hem te treffen niet alleen haar rivale, maar ook hun twee kinderen. In zo'n zestig pagina's belicht Nussbaum de heftige emoties van Medea vanuit veel perspectieven. De tragedie eindigt met Medea's hemelvlucht naar de zon, haar grootvader. Nussbaums conclusie luidt: 'Wij zijn getuige van een triomf. Het is de triomf van de liefde.'
In Woede en vergeving onderzoekt Nussbaum in weinig pagina's dezelfde tragedie opnieuw. Nu stelt ze dat Medea haar 'vergeldingsdrang als een slechte manier van omgaan met haar lot snel had moeten laten varen', om over te gaan tot 'een toekomst van aan jezelf werken'. Tja, zo kun je ook met literatuur omgaan. Voor mij is hiermee de betovering van haar vroegere werk verdwenen, al geef ik zonder meer toe dat haar moralisme kennelijk steeds meer mensen aanspreekt.

Nu Parijs, morgen Berlijn, daarna Den Haag? (René Cuperus Volkskrant 16 november 2015 p. 27):
De complexe mix van binnen- en buitenlandse oorzaken maakt dat 'het is nu oorlog'- roepen, nogal riskant is. Alles draait om de vraag hoe vreedzame coëxistentie te bereiken tussen de islamitische wereld en de westerse cultuur.
Bij de beantwoording van die vraag spelen de zich in Europa invoegende gematigde moslims de sleutelrol. Van cruciaal belang is ook dat de Europese rechts-populistische beweging geweld afzweert en de exploitatie van angst en woede niet tot hysterische hoogtes opvoert. Van deze beide groepen zal afhangen, hoe hard we in de nabije toekomst de Facebook Veiligheidscheck nodig zullen hebben.

De exploitatie van angst en woede wordt in het onderzoeksrapport 'E i V' zeer uitgebreid toegelicht.

Niets meer aan te doen? Natuurlijk wel. Haat wordt gemaakt of 'Iedereen is verantwoordelijk voor hoe er wordt gepraat' (Sterre Lindhout Volkskrant 28 januari 2017 katern Vonk p. 14-15):
Wat je ook terugleest in Emckes werk is wetenschappelijkheid. Ze studeerde in Londen en Harvard en promoveerde in Frankfurt in de filosofie. In veel van haar teksten klinkt het maakbaarheidsoptimisme van Jürgen Habermas door, bij wie ze afstudeerde. Of het deconstructivisme van Judith Butler, de door Emcke vaak geciteerde feministe en gender-theoretica.
In het najaar verscheen haar jongste essay, Gegen den Hass, een boek met een neonoranje kaft. Het staat hoog in de bestsellerlijsten en in het van oudsher linkse Kreuzberg is geen boekwinkel te vinden waar het werk niet in de etalage ligt. Het is een aanklacht tegen haat, haat tegen vluchtelingen in Duitsland, tegen zwarten in de VS, tegen ongelovigen door IS. Emcke wil de haat begrijpen, de uitsluitingsmechanismen blootleggen die eraan ten grondslag liggen: de vernauwende blik van het populisme, het streven naar een homogene bevolking, of het streven naar reinheid binnen bepaalde stromingen in de islam.
'Ik ben liever politiek correct dan moreel infantiel', zei u laatst tegen de Berlijnse krant Der Tagesspiegel.
In eerste instantie gaat het haar niet om het vinden van oplossingen die morgen uitvoerbaar zijn, want die bestaan volgens Emcke niet. Ze wil blootleggen hoe haat werkt, wat de 'mechanieken' zijn.
Haat en uitsluiting zijn gevolgen van collectieve blikvernauwing - dat is een van de fundamentele theses in het boek. Waartoe blikvernauwing kan leiden, beschrijft Emcke aan de hand van de liefde. Ook die kan het vermogen om rationeel op een situatie of persoon te reageren grotendeels uitschakelen. Het gevoel is zo dominant dat het een eigen werkelijkheid creëert.
Wat is het doel van die deconstructie?
'Laten zien hoeveel er nodig is voor daar op die plek zo'n grimmige massa staat. Er zijn veel momenten waarop we hadden kunnen ingrijpen, met andere begrippen, andere beelden, andere narratieven... In Duitsland, maar overal in Europa, zeggen we nu: die haat is er nu eenmaal, daar kunnen we toch niets meer aan doen? Natuurlijk wel, denk ik dan. Haat wordt gemaakt, die haat heeft ideologische frames nodig, ideologische mallen.'

Met het liberalisme heeft de VVD niets meer te maken (Rob Wijnberg):
De dijken staan op doorbreken
Het pamflet grossiert in zinnen als: ‘Nederland behouden zoals het is,’ ‘dat Nederland Nederland blijft’ en ‘omdat we onszelf willen blijven’ - alsof de dijken ieder moment op doorbreken staan. Dat bedoel ik inderdaad als metafoor, want aan klimaatverandering besteedt de partij exact één pagina aandacht - over de wérkelijke bedreiging van ons land laat de partij geen misverstand bestaan: het grote boze buitenland. Of, zoals verwoord in de meest bizarre zin in het programma: ‘We weten voor wie we het doen: [...] Nederlanders die zich zorgen maken over de internationale ellende die ze terugzien in hun eigen buurt.’
Waarheden als een koe
En eerlijk is eerlijk: aan ambities heus ook geen gebrek. Althans, tegen klimaatverandering moet vooral niet meer worden gedaan dan wat ons nu al het slechtste jongetje van de Europese duurzaamheidsklas maakt. Ons failliete drugsbeleid moet vooral zo gemankeerd blijven als het is. Het woord ‘hypotheekrenteaftrek,’ de motor van vermogensongelijkheid, wordt überhaupt niet genoemd. En vluchtelingen mogen vooral níet werken - want ja, je moet ze wel profiteurs van de verzorgingsstaat kunnen blijven noemen. Máár: ‘Wij willen een sterke krijgsmacht, die terroristen en andere vijanden overal ter wereld kan aanpakken.’

Vierdelige serie essays over Meister Eckhart
Het eerste artikel ‘Stijgen naar het ongewone’ is een eerste verkenning onder het motto: ‘We moeten Eckhart tegemoet treden met de vrijheid waarmee hij zelf de christelijke en antieke bronnen tegemoet trad, met fantasie en het nodige zelfbewustzijn.’
In de tweede aflevering genaamd
‘De godheid heeft geen gezicht’ onderzoekt Oegema Eckharts begrip ’waaromloosheid’.
In het derde essay over Meister Eckhart, met als titel
‘Zonder zelfkennis geen licht’, wordt ingegaan op de rol die de wegens ketterij aangeklaagde Duitse mysticus speelde in het grote, splijtende, debat van de late middeleeuwen: het armoededebat.
In de vierde en laatste beschouwing, genaamd
‘Alle verschillen verdwijnen’, wordt ingegaan op het begrip ’intellect’ in Eckharts preken.

‘Alle verschillen verdwijnen’
„Ik zou een dramatisch essay kunnen schrijven over theologen die worstelen met hun intelligentie.” In zijn vierde en laatste beschouwing over de grote Duitse mysticus Meister Eckhart (1260-1328) gaat Jan Oegema in op het begrip ’intellect’ in diens preken. „Waarom hecht Eckhart er zoveel waarde aan? Waarom blijft hij de duizelende nonnen met zijn speculaties bestoken?”
Wat is intellect? En wat is intellect precies bij Meister Eckhart? In zijn preken en traktaten kom je het begrip om de andere pagina tegen. Voor ons, eenentwintigste-eeuwers, is dat tamelijk ongewoon. Wij beschouwen religie als de plaats waar het intellect buigt voor het mysterie, waar het hart regeert over het hoofd. Dat het intellect ooit onverdacht als een gave Gods door het leven ging en een speciaal soort religieuze hartstocht uitlokte – we kunnen het ons nauwelijks meer voorstellen.
Intellect geldt als verdacht; ik zou een dramatisch essay kunnen schrijven over theologen die worstelen met hun intelligentie. Maar in hoeverre is de argwaan terecht? Ik denk dat elk denkend mens ten minste twee opvattingen over het intellect huldigt, verre en vage echo’s van de twee bomen die God volgens Genesis 2 in het paradijs plantte.
Als Eckhart spreekt over het intellect, dan moet je dat in zijn geval begrijpen als de grote kracht tegenover het ego en diens gedienstige souffleurs: de wil en het geheugen. Die op hun beurt terzijde worden gestaan en worden gevoed door de zintuigen. Eckhart wil grif toegeven dat die ons tot zonde verleiden, met dien verstande dat hij zonde even ongewoon definieert als in onze tijd de Duits-Amerikaanse theoloog Paul Tillich: als de neiging ons voortdurend te laten afleiden en wegleiden van onze eigenlijke bestaansgrond. Of zoals Eckhart zegt: de eeuwige afgrond van het goddelijke zijn. Zonde wijst op afzondering, afgezonderd zijn.
De eerste zonde is wat Eckhart betreft niet dat we eten van de boom van goed en kwaad. De eerste zonde is dat we vergeten te eten van de levensboom.
Het allerinnerlijkste
Het intellect dus als de grote kracht tegenover het ego. Alle godsdiensten en religies beweren dat de mens vervreemd is van de omvattender werkelijkheid waarin hij zijn oorsprong vindt.
Vooral het hindoeïsme en boeddhisme verbinden die vervreemding met een gebrekkige kennis van de menselijke geest. Ook Eckhart legt die verbinding, en daarin is hij betrekkelijk uniek binnen het christendom. Pas in de twintigste staan er theologen op (Paul Tillich, Eugen Drewermann, Hugo Enomiya-Lassalle, Willigis Jüger) die in zijn voetsporen treden. Intellect impliceert inzicht, inzicht impliceert bevrijding. Bevrijding, allereerst, van de manier waarop we ons identificeren met het ding in onszelf dat we ’ik’ of ’zelf’ noemen. Daarmee denken we ons te onderscheiden van de buitenwereld, terwijl we in feite niets anders doen dan ons te voegen in de denkwijzen en verwachtingen van die buitenwereld. Ons ’ik’ is eigenlijk een ’wij’, samengeperst in een hanteerbaar formaat. Maar daar hebben we amper enige notie van, al die miljoenen keren dat ons het noodlottige woordje ’ik’ over de lippen rolt. De contemplatieve tradities willen ons die notie inscherpen, en dat doen ze met een merkwaardige paradox.
Onvervaard zelfonderzoek
Het intellect is niet alleen het allerzuiverste in ons, het is ook datgene wat ons helpt ons ego en dat van duizenden anderen te doorgronden en te overstijgen. Bevrijding begint dus bij en in de mens zelf, zij begint met onvervaard zelfonderzoek. „Het intellect is altijd innerlijk zoekende”, legt hij de nonnen uit. „Gods wezen is van dien aard dat het altijd woont in het allerinnerlijkste. Daarom zoekt het intellect altijd binnenin.”.
Maar Eckhart laat het woord God niet vallen zonder er een waarschuwing aan vast te knopen. Behalve dat hij probeert te verijdelen dat we ons vereenzelvigen met ons ego, probeert hij ook te verijdelen dat we ons vereenzelvigen met ons godsdienstig ego. Hij heeft heel goed door (net als Paul Tillich, trouwens) dat mensen vooral naar grote woorden grijpen om hun wankele ego te stutten en hun bestaansangst te overstemmen. Dat narcistische mechanisme legt hij even geduldig als genadeloos bloot. .

Jerry Katz Non-Dualiteit in het boeddhisme, christendom, hindoeïsme, taoïsme, soefisme en de kabbala
Christendom: Fasen in mijn christelijke doortocht Bernadette Roberts (p. 139/140):
Per definitie is het goddelijke of Absolute ‘Dat’ wat niet relatief is en het enige dat niet-relatief kan zijn is een leegte der leegten. Deze leegte der leegten, of dit absolute niets, IS Christus.
140: De onmanifeste leegte (Vader) is geen Eeuwige Vorm (Christus); tegelijk zijn beide ook niet gescheiden. Als het Ene vormen ze de eeuwige Godheid van de Drie-eenheid.

Tegenover het aardse staat het hemelse, tegenover het relatieve staat het absolute, tegenover Chaos, Gaia en Eros staat het Goede, Ware en Schone, tegenover Asat staat Sat, tegenover Alpha staat Omega.

John Levy NON DUALITEIT
Advaita Vedanta, Hindoedoctrine van non-dualiteit, wil de zich 'gescheiden' wanende mens naar het ervaren van eenheid leiden, met behulp van een Zelfgerealiseerde leraar (goeroe). De auteur beschrijft zijn zoektocht langs Judaïsme en Mohammedanisme, om ten slotte wat hij zocht te vinden in Advaita Vedanta. Met als uitgangspunten de waak- en droomtoestand van de mens (beide hier identiek genoemd) en de droomloze slaap (vorm van non-dualiteit) wordt aangetoond dat de illusoire ervaring van gescheidenheid ontstaat door identificatie met het lichaam (zintuigen), met gevoelens, en gedachten, waardoor de vergissingen bestaan t.a.v. geboorte/dood, materie/geest, tijd en ruimte, oorzaak/gevolg. Door inzicht kan o.l.v. een leraar een disidentificatieproces op gang komen, met de ervaring van het eigenlijke zelf als doel. De werkelijke aard daarvan is: geluk. Dit boeiende boek is overzichtelijk samengesteld en in eenvoudige, begrijpelijke taal geschreven.

De culturele dimensies volgens Hofstede
Cultuur wordt overgedragen via onze sociale omgeving en niet via erfelijkheid. Cultuur staat in tussen de menselijke natuur (dat wat alle mensen gemeen hebben) en de persoonlijkheid (dat wat iedere mens tot een uniek wezen maakt).
Om de typische authenticiteit van volkeren te benadrukken maakt Geert Hofstede van vijf cultuurdimensies gebruik. Waarom bedrijven hun authenticiteit kwijtraken beschrijft Rohit Bhargava in zijn boek Persoonlijkheid
niet inbegrepen. De top down & bottom up wederkerigheid komt in de organisatiecultuur tot uitdrukking. Er bestaat een duidelijke correlatie tussen de Big Five (persoonlijkheidsdimensies) van Willem Hofstee en de vijf cultuurdimensies van Geert Hofstede, boek Allemaal andersdenkenden, omgaan met cultuurverschillen.

JE IDENTITEIT IS ALTIJD ‘UNDER CONSTRUCTION’ (Donna Kalkhoven 26 Januari 2015):\\ De media zijn niet de enige die een articulatiemacht hebben, ook de kerk en de vakbonden hebben een articulatiemacht waardoor ze macht hebben op de identiteitsvorming van jou én mij(Sterk, 2013).
Persoonlijk geloof ik dat de culturele transmissie, de beïnvloeding van de
sociale omgeving op jouw identiteitsvorming, een grotere rol speelt op jouw identiteitsvorming dan de media. Wanneer er geen media zou zijn dan zouden we dit wel missen, maar we zouden er wel zonder kunnen leven. Het missen van de media zou ons minder tot nauwelijks beperken in het functioneren in de maatschappij. Wanneer er geen interactie is tussen jou en je sociale omgeving zou dit een groter probleem zijn dan wanneer er geen media meer zijn.

Artikel van Peter Giesen over hoogleraar Abram de Swaan in de Volkskrant van 20 januari 2007.
De socioloog Abraham de Swaan wijst op het mechanisme identificatie versus ‘desidentificatie’. Als mensen zich als groep aaneensluiten, sluiten ze anderen uit. Dat zijn twee kanten van eenzelfde proces. Het is ook moeilijk een collectief te analyseren waar jezelf deel van uitmaakt. Voor je het weet laat je je op sleeptouw nemen door je eigen emoties. Dan ga je praten in simplificaties, over “de” islam die niet door “de“ Verlichting is gegaan. Dat overkomt islam critici als Herman Philipse en Afshin Ellian. Terwijl die in hun eigen vak toch tot de top behoren.

Eckhart Tolle: Iedere handeling die vanuit het nu ontstaat, zal precies juist zijn.
Eckhart Tolle (PRANA nr. 176 dec/jan 2009): Ego verbreekt de natuurlijke gegevenheid van ‘eenheid, heelheid, een Zijn, verbonden Zijn’ en schept de illusie van afgescheidenheid. Dit vanuit het subject-object bewustzijn opererende ‘ego’ is de kern van ons lijden.

De kwintessens van het rapport 'E i V', het Meta-leren berust op het bewustzijn van bewustzijn (helicopterview, Top down perspective).
Het innerlijke bewustzijn (zelfbewustzijn, reflexief bewustzijn, bewustzijn van bewustzijn) is een levenscyclus (Huwelijksquaterniteit) die in het universele bewustzijn ligt besloten. Bewustzijn manifesteert zich door een levensyclus. Er bestaat niet alleen bewust en onbewust, maar ook het verschijnen en verdwijnen van het bewustzijn. Het bewustzijn is continu aan verandering onderhevig. Religies leggen op het innerlijke universum de nadruk.

Om zichzelf te kennen is bewustzijn en waarneming nodig (beide zijn beperkte vermogens die betrekking kunnen hebben op ieder onderwerp, behalve op Parabrahm). Vandaar de ‘eeuwige adem die zichzelf niet kent’.

De belangrijkste Universele Wet is de Wet van Eén, die stelt dat alles in de kosmos met elkaar verbonden is.
De ‘Law of One’ (zoekopdracht: Law) heeft op het verschijnsel karma, de 2e grondstelling betrekking.
Jan Wicherink (p. 194): Men zou kunnen beargumenteren dat de Oosterse spirituele tradities hun universele wijsheid niet bereikten via wetenschappelijke methoden, maar door esoterische principes zoals introspectieve meditatie. In een hogere staat van bewustzijn kregen ingewijden toegang tot de oerkennis die opgeslagen ligt in de Akasha-kronieken. Hoewel dit best waar zou kunnen zijn, geloof ik nog steeds dat er voldoende redenen bestaan om aan te nemen dat de oude vedische cultuur haar initiële wijsheid van eerdere beschavingen ontving.

H.P. Blavatsky: De Geheime Leer, Deel I, Stanza 4 De zevenvoudige hiërarchieën (p. 134):
De lipi-ka’s, van het woord lipi, ‘geschrift’, betekent letterlijk de ‘schrijvers’. Deze goddelijke wezens zijn op mystieke manier verbonden met karma, de wet van de vergelding, want ze zijn de griffiers of geschiedschrijvers, die op de (voor ons) onzichtbare tafelen van het astrale licht, ‘de grote beeldengalerij van de eeuwigheid’, een getrouw verslag afdrukken van iedere handeling en zelfs gedachte van de mens, van alles dat was, is of ooit zal zijn in het Heelal van de verschijnselen. Zoals in ‘Isis’ werd gezegd, is dit goddelijke en ongeziene schilderij het BOEK VAN HET LEVEN ('Akasha-kronieken').

Vyâsadeva:
4) De term filognosie of liefde voor de kennis, hier gepresenteerd als de ware kennis, kent twee equivalenten in het Sanskriet: jñâna, spirituele, geestelijke kennis en âtmatattva, de werkelijkheid of het principe van het zelf of de ziel. De term vertegenwoordigt de alomvattende logica van het spiritueel bestrijken van al de zes basisvisies (darshana's) van het menselijke, culturele respect wat betreft het

 Filognosie:G. Glas
- feitelijke (de filosofie en de wetenschap),I Methode en WetenschapTussen hoger en lager in de mens
- het principiële (de analyse en de spiritualiteit) enII Analyse en SpiritualiteitTussen innerlijk en uiterlijk
- het persoonlijke (in religieuze en politieke zin).III De Persoon en de PolitiekTussen onmiddellijkheid en middellijkheid

Eenheid en harmonie van bewustzijn is het oogmerk van deze naturalistisch/idealistische liefde waarin men, teneinde de problemen van het niet-weten tegen te gaan, van lichamelijke oefening is, van meditatie, van studie, bezinning, vertoog, gezang en dienst aan God en de medemens, overeenkomstig de natuurlijke orde van de tijd in samenhang met de ether. Het is een syncretische benadering die naar behoren iedere vorm van materialisme, politieke associatie of wetenschappelijke denkwijze, zijn eigen afgebakende plaats en missie in de samenleving toewijst. Een filognost ontleent, in het trouw en gelovig zijn met de basisbeginselen van het geweldloze mededogen, de boetvaardigheid, de reinheid en de waarachtigheid, zijn bestaan deels aan religieuze benaderingen zo verschillend als het Hindoeïsme, het gnosticisme in al zijn culturele verscheidenheid, het Boeddhisme, het Taoïsme/Confucianisme, het Universele Soefisme en het Vaishnavisme (zie verder theorderoftime. org).
31) In deze tekst wordt de term bewustzijn filognostisch gedefinieerd als een staat van zijn; een vorm of integriteit van het gewaar zijn van een zeker verschil in de tijd. Men is, modern gesproken, op een bepaalde golflengte, in een zekere tijdmodus, of in een bepaald denkmodel bewust bezig met een manier van onderscheid maken die berust op de kennis van het zelf (identificaties), het lichaam (relaties) en de cultuur (het vertoog). Aldus spreekt men van een cultureel en een natuurlijk bewustzijn (asat en sat): cultureel een relatieve en instabiele, materialistische vorm van bewustzijn die, gebaseerd op materiële motieven, de tijd manipuleert; en, natuurlijk gesproken, een meer absoluut bewustzijn gebaseerd op het respect voor de orde van de zon, de maan en de sterren zoals men die waarneemt in de hemel.
34) 'AUM dat eeuwig' heeft betrekking op het standaardgebed om tat sat dat door brahmanen wordt uitgesproken bij de uitvoering van hindoe-offers. Naast de betekenis in de tekst gegeven, betekent het: 'O AUM, die gezegende, ware en oorspronkelijke naam van God, o pranava!' Het woord sat betekent waar en werkelijk, en het woord tat betekent letterlijk 'dat' en heeft betrekking op zowel de oorspronkelijke werkelijkheid als het principe zoals in de context van het woord tattva, wat letterlijk 'die staat van zijn' betekent. Ook vindt men het terug in de uitdrukking tat tvam asi, hetgeen 'dat zijt gij' betekent, een mantra die verwijst naar de getuige en het zich vergewissen als men in meditatie de werkelijkheid onder ogen ziet zoals die is. In westerse termen zeggen we dingen als 'dat is het 'm' en 'dat is dat', hetgeen ongeveer hetzelfde inhoudt: wees tevreden met de dingen zoals ze zijn. Het latijnse woord amen, 'zo zij het', in het Christendom gebruikt, laat zich in het Sanskriet vertalen als astu, het woord voor 'laat het voor wat het is'.

In een compositie wordt een dissonant meestal gevolgd door een consonant. Dit geldt ook voor de psychologie waar cognitieve dissonantie lijnrecht tegenover cognitieve consonantie staat. De klinisch psycholoog René Meijer:
A: Instabiliteit wordt gekenmerkt door compensatie. Men zoekt zekerheid die de definitie niet biedt en projecteert de behoefte dan op wat anders: b.v. harder werken, snoepen en joggen. Gevolg ervan: stress, ontregelde leefschema's en daarmee samenhangende gestoorde nachtrust en hartvergroting en -vervetting. Door cognitieve consonantie, d.w.z. willen overeenstemmen met wat je doet of hebt, vindt je dan die compensaties fijn. Echter, omdat het de oorspronkelijke onzekerheid niet wegneemt, helpt niets echt en ontstaat systeemregressie.

Dissociatieve identiteitsstoornis (DIS) (in de ICD-terminologie: meervoudige persoonlijkheidsstoornis) of multipele persoonlijkheidsstoornis (MPS) is een psychische aandoening waarbij iemand afwisselend twee (of meer) van elkaar te onderscheiden persoonlijkheidstoestanden kan aannemen. Ten minste twee van deze persoonlijkheden nemen regelmatig het gedrag volledig over. Vaak heeft de patiënt 'gaten in het geheugen' die niet door vergeetachtigheid te verklaren zijn. Vaak weet de oorspronkelijke persoonlijkheid niets van de andere persoonlijkheden (ook wel alter ego's, alters of binnenmensen genoemd).

====

Absoluut en Relatief ('Scheppingsleer en Bewustzijnsevolutie', Bodhisattva Pad, Hoofdroute, Sat en Asat)

De spiegel van de ziel kan niet tegelijk de aarde en de hemel weerkaatsen; de één verdwijnt van zijn oppervlak wanneer de ander erin wordt weerspiegeld. (Edward Bulwer-Lytton Zanoni boek 4, hfst. 9)
Aristoteles: Alles wat in de ziel zit, is slechts een weerspiegeling van voorwerpen in de natuur.
Rumi: Wij zijn zowel de spiegel als het gezicht dat we er inzien.

Door religies bij het huisvuil te zetten betekent nog niet dat de moraal van het verhaal is opgelost.
De symptomen van ressentiment in de maatschappij zeggen iets over het psychosociale klimaat van deze tijd. Draait het niet juist om de discipline moraliteit? De dubbele moraal maakt het lastig om de veelheid van culturen met universele waarden te verbinden. Waarom laten we het gebeuren dat de schijnwereld in het multiculturele Nederland toeneemt?

Het cultureel relativisme is terug van weggeweest (Herman Blom Volkskrant 3 mei 2017 p. 24):
'Homohatende moslims kunnen er niets aan doen'. Het politiek correcte wegkijken blijkt springlevend.
Het zijn de potsierlijke stuiptrekkingen van de aloude politiek correcte visie dat achterstandsproblemen altijd door de samenleving wordt veroorzaakt. Wegkijken is dus gewoon weer terug van weggeweest. Het multiculturalisme is nog springlevend. De politieke en intellectuele elite blijft losgezongen van de sceptische meerderheid in de samenleving. Dit is echt een bron van zorg!

Wie geen fouten maakt, maakt meestal niks of 'Mijn departement zal altijd geconfronteerd blijven met incidenten' (Remco Meijer interview met Ard van der Steur Volkskrant 19 maart 2016 p. 8-9):
Zijn eerste jaar als minister werd een rampjaar, maar Ard van der Steur hoopt het vertrouwen te herstellen in zijn ministerie van Veiligheid en Justitie, zijn ambtenaren en zichzelf. 'Het is een leerproces.'
Dan het principiële punt van de scheiding der machten. OM en politie vallen sinds zes jaar beide onder Justitie. Geert Corstens, oud-president van de Hoge Raad, zegt: 'De balans tussen veiligheid en justitie is totaal verstoord.'
'Dat ben ik helemaal niet met hem eens. Kijk puur praktisch naar wat er in het verleden gebeurde. De politie stond aan de ene kant, en het OM en de rechterlijke macht aan de andere kant. Ze vormden geen eenheid. Niemand had enig idee wat er met rechtszaken gebeurde, met strafdossiers, alle automatiseringssystemen waren verschillend, er werd niet gecommuniceerd, iedereen gaf elkaar van alles de schuld. De regiefunctie van het departement tussen de drie organisaties bevordert de samenwerking, uiteraard met elk hun eigen verantwoordelijkheid. Ik ben een groot voorstander van het houden zoals het nu is.'
En nog een jaar met de PvdA?
'Ik moet zeggen dat de ongelooflijk goede werksfeer in het kabinet een van de grote verrassingen was in deze functie. Dat had ik niet verwacht. Ik heb uitzonderlijk prettige contacten met zowel PvdA-Kamerleden als de bewindslieden.'
En dat uit de mond van socialistenvreter Van der Steur.
'Maakt u zich geen zorgen, met het socialistische gedachtengoed blijf ik het fundamenteel oneens.'

Zwart Rusland of Rusland is een ketel waarin van alles pruttelt en borrelt (Bert Lanting interview met Svetlana Alexijevitsj Volkskrant 19 maart 2016 bijlage Sir Edmund p. 16-20):
In Wit-Rusland zijn haar boeken alleen ondergronds te krijgen. Zo ook het zojuist vertaalde De oorlog heeft geen vrouwelijk gezicht. Nobelprijswinnares Svetlana Alexijevitsj weet alles van censuur, heimwee naar de dictatuur en de angst voor grote buur Rusland.
U SCHRIJFT ERGENS: STALIN KAN NIET WORDEN BEGRAVEN.
'Nee, tot nog toe is dat niet gelukt. Lenin is in vergetelheid geraakt, maar Stalin niet. Er worden nu zelfs weer musea aan hem gewijd, standbeelden opgericht. En dat is niet het werk van de autoriteiten, dat komt van beneden. Maar het zaad is natuurlijk wel gezaaid door televisie. Sinds Poetin aan de macht is, krijgen we eindeloos series over KGB-agenten te zien, over Stalin en ga zo maar door. Kennelijk had Poetin een plan; alleen wij democraten hadden geen plan.' MAAR DOORDAT DIE AFREKENING NOOIT HEEFT PLAATSGEVONDEN, ZIJN DE MENSEN DE VERSCHRIKKINGEN VAN DE STALINTERREUR OOK EEN BEETJE VERGETEN.
'Toen ik de Nobelprijs had gekregen, zei een van mijn vroegere leraren voor de televisie dat ik me had laten omkopen door het Westen. Dat ik de Nobelprijs had gekregen omdat ik lelijke dingen over mijn land zeg. Zo iemand kun je een 'Sovjetsukkel' noemen, maar ik doe dat niet. Het zijn mensen die ongelukkig zijn. Ze hebben het gevoel dat hun leven helemaal voor niets is geweest.'
UIT ANDERE HOEK KLONK DE KRITIEK DAT UW BOEKEN GEEN LITERATUUR ZIJN, MAAR JOURNALISTIEK, EEN VERZAMELING GETUIGENISSEN.
'Het leven gaat steeds sneller, er verandert voortdurend van alles, dus zoekt de muziek naar nieuwe vormen. Hetzelfde in de kunst. Waarom zou dat in de literatuur niet mogen? Ik schep uit al die stemmen die ik hoor een symfonie. Ik heb geprobeerd een genre te scheppen waarin ik de melodie kan laten horen van de mensen die anders nooit zouden worden gehoord.'

Duistere krachten (Hans Wansink Volkskrant 19 maart 2016 bijlage Sir Edmund p. 28-29):
Radicaal rechts in Amerika is niet zomaar opgekomen. Jane Mayer laat zien hoe groot de invloed is van politieke ondernemers als de miljardairs Charles en David Koch en hun schimmige netwerk.
Je bent superrijk en je wilt wat. Plutocraten met politieke ambities kunnen investeren in een campagne om president van Amerika te worden, zoals de miljardair Mitt Romney, de gematigde Republikein die in 2012 verloor van Barack Obama. Vastgoedmagnaat Donald Trump zet zijn vermogen tot dusver tamelijk effectief in met zijn campagne om Obama op te volgen. Kapitalistisch regime
Jane Mayer, journalist bij The New Yorker, beschrijft in Dark Money een zo mogelijk nog ambitieuzer project, dat van de gebroeders Koch en hun miljardairsvrienden. Charles en David Koch, olieboeren van de tweede generatie en elk meer dan 40 miljard dollar waard, begonnen in de jaren zeventig hun 'libertaire revolutie', die de Verenigde Staten moet verlossen van elk obstakel dat de werking van het marktmechanisme en het vergaren van rijkdom in de weg staat. Weg dus met belastingen, milieuwetten, arbeidswetgeving en andere bemoeienis van overheidsinstanties met het bedrijfsleven.
Dark money
De honderden miljoenen die werden geïnvesteerd, worden niet voor niets dark money genoemd: ze onttrekken zich aan de transparantie die is vereist bij het financieren door bedrijven van verkiezingscampagnes.
In geheime topconferenties in rijkeluisoorden als Palm Springs, Californië en Aspen, Colorado, brachten de Kochs donoren in contact met veelbelovende projecten en veelbelovende politieke ondernemers rond de hardcore rechtervleugel van de Republikeinse partij. Tot die projecten behoorde de Tea Party-beweging, gericht tegen overheidsbemoeienis in al zijn gedaanten, waarvan Mayer aantoont dat die veel minder spontaan de kop op stak dan de 330.000 activisten zelf wilden doen geloven. Ted Cruz, nu op campagne voor de Republikeinse nominatie, was een enthousiaste deelnemer aan zowel de Tea Party als aan Kochs geheime conferenties.
Op 21 januari 2010 schrapte het Amerikaanse hooggerechtshof alle beperkingen voor bedrijven om financiële steun te verlenen aan organisaties die - buiten de directe campagne om - actie voeren voor of tegen kandidaten of politieke projecten. Dit was een enorme zege voor plutocraten met politieke ambities als Soros (die veel geld stak in de bestrijding van de Irak-politiek van George W. Bush) en de Kochs.

Té leuk of Plezier op bestelling (Kirsten Hannema Volkskrant 19 maart 2016 Volkskrant Magazine p. 36 - 40):
Kunnen we ook té veel vrije tijd hebben?
Er zijn meer manieren om plezier te maken dan we kunnen tellen en vrije tijd is uitgegroeid tot een industrie op zich. Maar werkt dat ook?
Vanochtend word ik wakker op een tropisch strand, in de roze gloed van de opgaande zon, met op de achtergrond het geruis van de oceaan. Vreemd? Misschien, maar het kán wel met de Dream: ON-app die ik sinds kort op mijn iPhone heb. Stel vóór je gaat slapen de ontwaaktijd in en selecteer een soundscape - vannacht was het Ocean View. De smartphone monitort de bewegingen in je slaap en speelt geluiden af, afgestemd op je slaapcyclus. Het resultaat: waanzinnige dromen en super relaxed opstaan.
De dag is meer dan goed begonnen - en toch knaagt er iets. Misschien is mijn leven wel te leuk. Dat is de gedachte die me bekruipt sinds ik het recent verschenen boek Absolute Leisure heb gelezen, waarin architecten Winy Maas en Alexander Sverlov van denktank The Why Factory (in 2008 opgericht door Maas' bureau MVRDV en de TU Delft) de 'vrijetijdisering' van ons leven onderzoeken.
Illusie
Vliegend over het Indonesische eiland Bali, ervoer de architect wat die groei op ruimtelijk niveau betekent. 'Ik keek uit het raam en zag onder mij een zee van resorts. Binnen die complexen vormt elke hotelkamer een perfect, kunstmatig 'universum': een vrijstaande villa die uitkijkt over de rijstvelden. Je kunt er naakt op het terras zitten zonder dat iemand je ziet, zonder dat iemand je hoort - daar zijn de ritselende planten op uitgezocht - in de waan dat je in je eentje bent.'
Maas vindt het fascinerend en 'ongelooflijk knap gedaan': de illusie van oneindigheid, bewerkstelligd op twintig vierkante meter. 'Maar in feite zit je op dat stuk heuvel, in die illusie gevangen. Het is het tegenovergestelde van de bevrijding waar we naar op zoek zijn.' En dan hebben we het nog niet gehad over over de bossen die gekapt zijn om de hotels te bouwen, en de plastic soep in de oceaan.
Tegenstrijdigheden
Mijn conclusie is dat ik aan de ene kant enorm geniet van dit moment op de bank, van wakker worden met de illusie dat ik op een strand lig, van regendouches en werken alsof het vakantie is. Terwijl ik aan de andere kant best vaak pieker over hoe het straks moet met mijn pensioen als zzp-er, me schuldig voel over de CO2 die ik uitstoot met goedkope vliegreizen, Amsterdam sterk op een openluchtmuseum vind lijken en wifi-vrije vakanties een non-uitvinding.

Robert Kaplan (Schrijver over geopolitiek) is een Amerikaans journalist en schrijver op het gebied van geopolitiek en veiligheid. Werd beroemd met Balkan Ghosts, het boek dat president Clinton weerhield van ingrijpen in de oorlog in voormalig Joegoslavië. Hij schreef voor alle grote Amerikaanse kranten, over Afghanistan, Irak en andere mislukte staten. Omstreden vanwege vermeend geografisch determinisme, oriëntalisme en beschavingsdenken. Is tegenwoordig als senior fellow verbonden aan de denktank Center for a New American Security.

Europa is uitgevonden door de Islam (Ben van Raaij interview met Robert Kaplan Volkskrant 19 maart 2016 katern Vonk p. 6-7):
De islam keert terug naar Europa, de cirkel wordt gesloten, ziet schrijver Robert Kaplan.
'Zonder de islam zou het hele idee van Europa niet bestaan. Het kwam voort uit dat begrip christenheid en daarmee uit de tegenstelling met de islam, die dichtbij was, vreemd, bedreigend. En wat zien we nu? De islam keert terug naar Europa, in de vorm van vluchtelingen en migranten. En dat is historisch bezien niet ongewoon, het is als een cirkel die wordt gesloten. Europa wordt herenigd met Noord-Afrika en het Nabije Oosten.'
Maar waar blijft die christenheid dan, of de moderne equivalent daarvan? Want Europa zal door die migratie ingrijpend veranderen.
'Je kunt in de geschiedenis nooit terug, je moet vooruit.
Net zoals bij eerdere volksverhuizingen zal uit alle strijd en conflicten uiteindelijk iets nieuws geboren worden, een kosmopolitische beschaving die zijn Europese karakter zal hebben behouden, maar wel mensen uit andere religies en culturen kan incorporeren. Mensen mogen trots zijn op hun religie of etnische groep, als het maar geen invloed heeft op de individuele rechten van anderen.'

Europa als utopie en als monster of Eurosceptici hebben hun eigen naïeve utopie (Olaf Tempelman Volkskrant 19 maart 2016 katern Vonk p. 8-9):
Wie het gedachtengoed van GeenPeil ontleedt, ziet de wedergeboorte van radicale ideeën over directe democratie.
Andere kant uit
Je kunt betogen dat Europa maar zeer ten dele verantwoordelijk is voor de negatieve dingen waarmee het wordt geassocieerd. Verhofstadt kan al die kiezers uitleggen dat de oplossing van de problemen schuilt in méér Europa - in 2016 heeft hij te maken met tegenstrevers met een heel andere oplossing: méér referenda - om Europa te stoppen.
Een kloof tussen de gangmakers van de eenwording en de natiestaten is sinds het begin inherent geweest aan het Europese project. Het typische was dat die kloof decennia niet groter werd omdat iedereen dezelfde kant opging. In het Europa van 2016 is dat anders: daar gaan ze aan beide uiteinden op volle kracht de andere kant uit, ieder naar zijn eigen Utopia. Als utopisten ergens een hekel aan hebben, dan is het aan geduldig doormodderen. Zij doen het niet voor minder dan het allerbeste. Maar in de praktijk hebben mensen vaak het meest aan het minst slechte.

Evert Doornenbal ZELFONTMOETING EN VERVREEMDING Onderzoek naar de betekenis van het vervreemdingsbeleven
Een visie op de toekomst?
Een meer finaal gerichte beschouwing erkent deze naar de toekomst gerichte mogelijkheden van ontwikkeling. In de psychotherapie wordt deze richting al vroeg gezien door Silberer, later door Adler, Frankl, Jung en onlangs nog door Assagioli in zijn door hem geïntroduceerde 'psychosynthese'. In deze context kan ook de hier verdedigde stelling dat vervreemding is op te vatten als een confrontatie met een vreemde, andere wijze van de mens zelf, worden geplaatst.
Dan ervaart de mens zich niet meer alleen als de vervreemde, maar beleeft daarin een verandering die hem tot de ander en zichzelf terugbrengt. Althans wanneer hij bereid is de stap over de drempel van het hem vertrouwde en bekende naar het nieuwe voor hem nog onbekende en toekomstige te doen. Deze stap in nog onbekend gebied is niet te zien als een waagstuk, maar als mogelijkheid die de mens wordt geboden, wanneer hij het bekende en vertrouwde gaat ervaren als vreemd. In de vervreemdingservaring kondigt zich de vernieuwing reeds aan. Zij verdient het gehoord en erkend te worden.

H.P. Blavatsky De Geheime Leer Deel I, Proloog (p. 32):
Zij is het ENE LEVEN, eeuwig, onzichtbaar en toch alomtegenwoordig, zonder begin of einde en toch periodiek in haar geregelde manifestaties, terwijl tussen die perioden het duistere geheim van het niet-zijn heerst; onbewust en toch absoluut Bewustzijn ('bijna-dood ervaringen'); niet te verwerkelijken en toch de ene op zichzelf bestaande werkelijkheid; inderdaad ‘een chaos voor het gevoel, een Kosmos voor de rede’. Haar ene absolute kenmerk, namelijk HETZELF, de eeuwige, onophoudelijke beweging, wordt in esoterische taal de ‘grote adem’2 genoemd, dat is de eeuwigdurende beweging van het Heelal in de zin van grenzeloze, altijd aanwezige RUIMTE. Wat bewegingloos is, kan niet goddelijk zijn. Maar er is ook in feite en in werkelijkheid niets absoluut onbeweeglijk binnen de universele ziel.
36: Parabrahm is niet ‘God’ omdat Het niet een god is. ‘Het is dat wat het allerhoogste is, en niet het allerhoogste (paravara)’, verklaart de Mandukya Upanishad (2.28). HET is het ‘allerhoogste’ als OORZAAK, niet het allerhoogste als gevolg. Parabrahm is eenvoudig als ‘enig zijnde werkelijkheid’ de alomvattende Kosmos – of liever de oneindige kosmische Ruimte – in de hoogste geestelijke zin natuurlijk.
36/37: Deze essentie is ‘het LEVEN en LICHT van het Heelal; het zichtbare vuur en de zichtbare vlam zijn vernietiging, dood en onheil’. ‘Vuur en vlam vernietigen het lichaam van een arhat, hun essentie maakt hem onsterfelijk.’ (Bodhi-mur, Deel II.) ‘De kennis van de absolute geest is evenals de glans van de zon of de hitte in het vuur niets anders dan de absolute essentie zelf’, zegt Sankaracharya. HET – is ‘de geest van het vuur’, niet het vuur zelf, daarom ‘zijn de eigenschappen van het laatste, hitte of vlam, niet de eigenschappen van de geest, maar van dat waarvan de geest de onbewuste oorzaak is’. Is de bovenstaande zin niet de ware grondtoon van de latere rozenkruisersfilosofie? Parabrahm is kortom het verenigde totaal van de Kosmos in zijn oneindigheid en eeuwigheid, het ‘DAT’ en ‘DIT’, dat niet kan worden opgevat als een samenvoeging van een aantal subtotalen6. ‘In het begin was DIT het Zelf, slechts één’ (Aitareya Upanishad); de grote Sankaracharya verklaart dat ‘DIT’ betrekking had op het Heelal (jagat); omdat de woorden ‘in het begin’ betekenen: vóór het opnieuw voortbrengen van het Heelal van verschijnselen.
Geheime Leer Deel I, Stanza 1 De nacht van het heelal (p. 78/79):
Met andere woorden, bij het uiteenzetten van deze ‘twee waarheden’ (van de vier) geloven de eerstgenoemden en houden zij vol, dat (in ieder geval op dit gebied) er alleen samvritisatya of relatieve waarheid bestaat, terwijl de laatstgenoemden het bestaan leren van paramarthasatya, de ‘
absolute waarheid’13.
13) ‘Paramartha’ is zelfbewustzijn in het Sanskriet, svasamvedana of de ‘zichzelf ontledende bespiegeling’ – van twee woorden, parama (boven alles) en artha (begrijpen), terwijl satya het absolute ware zijn of esse betekent. In het Tibetaans is paramarthasatya: Dondampaidenpa. Het tegenovergestelde van deze absolute werkelijkheid of actualiteit is samvritisatya – slechts de betrekkelijke waarheid – want ‘samvriti’ betekent ‘verkeerd begrip’ en is de oorsprong van illusie, maya; in het Tibetaans Kundzabchi-denpa, ‘illusie scheppende verschijning’.
37: Parabrahm is kortom het verenigde totaal van de Kosmos in zijn oneindigheid en eeuwigheid, het ‘DAT’ en ‘DIT’, dat niet kan worden opgevat als een samenvoeging van een aantal subtotalen. ‘In het begin was DIT het Zelf, slechts één’ (Aitareya Upanishad); de grote Sankaracharya verklaart dat ‘DIT’ betrekking had op het Heelal (jagat); omdat de woorden ‘in het begin’ betekenen: vóór het opnieuw voortbrengen van het Heelal van verschijnselen.
39: De ene onbekende altijd-tegenwoordige god in de Natuur, of de Natuur in abscondito verwerpen wij niet, maar wel de God van het menselijke dogma en zijn vermenselijkte ‘woord’. In zijn oneindige verwaandheid en aangeboren trots en ijdelheid schiep de mens deze zelf met zijn heiligschennende hand uit de elementen die hij vond in zijn eigen kleine hersenweefsel en drong deze aan de mensheid op als een rechtstreekse openbaring uit de ene ongeopenbaarde RUIMTE10. De occultist aanvaardt dat openbaring komt van goddelijke maar toch nog eindige wezens, de gemanifesteerde levens, nooit van het ENE LEVEN, dat zich niet kan openbaren; van die wezens die men de oorspronkelijke mens, Dhyani-Boeddha’s of Dhyan-Chohans noemt, de ‘Rishi-Prajapati’s’ van de hindoes, de Elohim of ‘zonen van God’, de planeetgeesten van alle volkeren, die voor de mensen goden zijn geworden. Hij beschouwt ook de Adi-Sakti – de directe uitstraling van Mulaprakriti, de eeuwige wortel van DAT en het vrouwelijke aspect van de scheppende oorzaak, Brahma, in haar akasische vorm van de universele ziel – in filosofische zin als een maya en de oorzaak van de menselijke maya. Maar deze opvatting weerhoudt hem niet te geloven in zijn bestaan zolang dit duurt, nl. één maha-manvantara; en evenmin om akasa, de uitstraling van Mulaprakriti11, voor praktische doeleinden aan te wenden, omdat de wereldziel verbonden is met alle natuurverschijnselen die al of niet aan de wetenschap bekend zijn.
11) In tegenstelling tot het gemanifesteerde stoffelijke heelal wordt de term Mulaprakriti (van mula, ‘de wortel’, en prakriti, ‘natuur’), of de ongemanifesteerde oerstof – door de westerse alchemisten Adams aarde genoemd – door de aanhangers van de Vedanta toegepast op Parabrahmam. Stof is tweevoudig in de religieuze metafysica en zevenvoudig in de esoterische leringen, zoals al het andere in het heelal. Als Mulaprakriti is zij ongedifferentieerd en eeuwig, als Vyakta wordt zij gedifferentieerd en voorwaardelijk, volgens de Svetasvatara Upanishad, I. 8, en Devi Bhagavata Purana. De auteur van de vier lezingen over de Bhagavad Gita zegt over Mulaprakriti: ‘Vanuit zijn (nl. van de logos) objectieve gezichtspunt doet Parabrahmam zich als Mulaprakriti voor. . . . Natuurlijk is dit Mulaprakriti stoffelijk voor hem, zoals ieder stoffelijk voorwerp voor ons stoffelijk is . . . Parabrahmam is een onvoorwaardelijke en absolute werkelijkheid en Mulaprakriti is een soort sluier die eroverheen wordt geworpen.’ (Theosophist, Deel VIII, blz. 304.)
44: Parabrahm (de ene Werkelijkheid, het Absolute) is het gebied van het absolute bewustzijn, dat is die essentie die geen enkel verband heeft met het voorwaardelijke bestaan en waarvan het bewuste bestaan een voorwaardelijk symbool is. Maar zodra wij in gedachten afstappen van deze (voor ons) absolute ontkenning, treedt er tweevoudigheid op in de tegenstelling van geest (of bewustzijn) en stof, subject en object.
45: Geest (of bewustzijn) en stof moeten echter niet als onafhankelijke werkelijkheden worden beschouwd, maar als de twee facetten of aspecten van het Absolute (Parabrahm), die de basis vormen van het voorwaardelijke Zijn, hetzij subjectief of objectief.
Als wij deze metafysische triade beschouwen als de wortel waaruit alle manifestatie voortkomt, speelt de ‘grote adem’ de rol van vóórkosmische verbeeldingskracht. Deze is de ƒons et origo van de kracht en van ieder individueel bewustzijn en verschaft de leidende intelligentie in het omvangrijke kosmische evolutieplan. Anderzijds is vóórkosmische wortel-substantie (Mulaprakriti) dat aspect van het Absolute, dat aan al de objectieve gebieden van de Natuur ten grondslag ligt.
Evenals vóórkosmische verbeeldingskracht de wortel is van ieder individueel bewustzijn, is vóórkosmische substantie de grondslag van de materie in de verschillende graden van haar differentiatie.
Het zal dus duidelijk zijn dat de tegenstelling tussen deze twee aspecten van het Absolute essentieel is voor het bestaan van het ‘gemanifesteerde Heelal’. Zonder kosmische substantie zou de kosmische verbeeldingskracht zich niet kunnen manifesteren als individueel bewustzijn, omdat bewustzijn alleen door middel van een materieel voertuig te voorschijn komt als ‘ik ben ik’. Er is immers een stoffelijke grondslag nodig om een straal van het universele denkvermogen in een bepaald stadium van ingewikkeldheid ergens op te richten. Evenzo zou kosmische substantie zonder kosmische verbeeldingskracht een lege abstractie blijven en er zou geen bewustzijn uit voortkomen.
Het ‘gemanifesteerde Heelal’ is dus doordrongen van dualiteit en deze is als het ware de essentie van zijn EX-istentie als ‘manifestatie’. Maar evenals de tegenovergestelde polen van subject en object, geest en stof, alleen maar aspecten zijn van de Ene Eenheid waarin ze tot synthese zijn gebracht, zo is er ook in het gemanifesteerde Heelal ‘dat’ wat geest aan stof, en subject aan object verbindt.
46: (1.) Het ABSOLUTE, het Parabrahm van de Vedantaleer of de ene Werkelijkheid, SAT, dat zoals Hegel zegt, zowel het absolute Zijn als Niet-zijn is.
(b) De eeuwigheid van het Heelal in toto als een grenzeloos gebied, periodiek ‘het toneel van talloze Heelallen die zich onophoudelijk manifesteren en weer verdwijnen’ en die ‘de zich manifesterende sterren’ en ‘de vonken van de eeuwigheid’ worden genoemd. ‘De eeuwigheid van de pelgrim21’ is als een oogwenk van het Zelf-bestaan (Boek van Dzyan). ‘Het verschijnen en verdwijnen van werelden is als een regelmatig getij van eb en vloed.’ (Zie Afdeling II, ‘Dagen en nachten van Brahma’.)
Deze tweede stelling van de Geheime Leer betreft de algemene geldigheid van die wet van periodiciteit, van eb en vloed, van neergang en opkomst, die de natuurwetenschap op alle gebieden van de natuur heeft waargenomen en beschreven. Een afwisseling zoals tussen dag en nacht, leven en dood, slapen en waken is een feit dat zo gewoon is, zo volkomen algemeen en zonder uitzondering, dat het gemakkelijk is te begrijpen dat wij er een van de werkelijk fundamentele wetten van het heelal in zien.
21) ‘Pelgrim’ is de benaming die wordt gegeven aan onze monade (de twee in één) gedurende haar cyclus van incarnaties. Zij is het enige onsterfelijke en eeuwige beginsel in ons, omdat zij een ondeelbaar onderdeel is van het integrale geheel – de universele geest, waaruit zij voortkomt en waarin zij aan het eind van de cyclus wordt opgenomen. Als men zegt dat zij uit de ene geest voortkomt, moet men een onbeholpen en onjuiste uitdrukking gebruiken, bij gebrek aan meer geschikte woorden in het Nederlands. De aanhangers van de Vedanta noemen haar sutratma (draad-ziel), maar ook hun uitleg verschilt iets van die van de occultisten. Het verklaren van dit verschil wordt echter aan eerstgenoemden zelf overgelaten.
H.P. Blavatsky: Geheime Leer Deel I, Stanza 1. De nacht van heelal (p. 71):
Maya of illusie is een element dat bij alle eindige dingen optreedt, want alles wat bestaat heeft alleen maar een relatieve en geen absolute werkelijkheid, omdat de vorm waarin het verborgen noumenon voor een waarnemer verschijnt, afhangt van zijn waarnemingsvermogen. Voor het ongeoefende oog van een barbaar is een schilderij eerst een zinloze wirwar van gekleurde strepen en klodders, terwijl een geoefend oog er onmiddellijk een gezicht of een landschap in ziet. Niets is blijvend, behalve het ene verborgen absolute bestaan dat in zichzelf de noumena van alle werkelijkheden bevat. De bestaansvormen die tot ieder gebied van het zijn behoren, tot de hoogste Dhyan-Chohan toe, hebben tot op zekere hoogte iets van schaduwen, die door een toverlantaarn op een kleurloos scherm worden geworpen; toch zijn alle dingen betrekkelijk reëel, want ook de waarnemer is een weerspiegeling, en de waargenomen dingen zijn daarom voor hem even werkelijk als hijzelf.
73: Het verschijnen en verdwijnen van het Heelal wordt voorgesteld als een uitademing en inademing van ‘de grote adem’, die eeuwig is en die, omdat hij beweging is, een van de drie aspecten van het Absolute is; de andere twee zijn abstracte Ruimte en duur. Als de ‘grote adem’ wordt geprojecteerd, wordt hij de goddelijke adem genoemd en wordt hij beschouwd als het ademen van de onkenbare godheid – het ene Bestaan – die als het ware een gedachte uitademt die de Kosmos wordt. (Zie Isis Ontsluierd.) Zo verdwijnt ook, als de goddelijke adem weer wordt ingeademd, het Heelal in de schoot van ‘de grote moeder’, die dan slaapt ‘gewikkeld in haar onzichtbare gewaden’.
81: Dit brengt de lezer vanzelf bij de ‘hoogste geest’ van Hegel en de Duitse transcendentalisten en het kan nuttig zijn op deze tegenstelling te wijzen. De scholen van Schelling en van Fichte zijn ver afgeweken van de oorspronkelijke archaïsche opvatting van een ABSOLUUT beginsel en hebben slechts een aspect van de grondgedachte van de Vedanta weergegeven. Zelfs de ‘absoluter Geist’ die door Von Hartmann werd aangeduid in zijn pessimistische filosofie van het onbewuste, blijft eveneens ver achter bij de werkelijkheid, hoewel deze misschien van alle Europese speculaties de Advaita-leer van de hindoes het meest nabij komt.
Volgens Hegel zou het ‘onbewuste’ de omvangrijke en moeizame taak van het ontwikkelen van het Heelal slechts hebben ondernomen in de hoop een helder zelfbewustzijn te bereiken. In dit verband moet men bedenken dat de Europese pantheïsten, wanneer zij geest, die zij als equivalent van Parabrahm opvatten, onbewust noemen, aan die uitdrukking ‘geest’ niet de betekenis hechten die er gewoonlijk aan wordt toegekend. Die uitdrukking wordt namelijk gebruikt bij gebrek aan een betere term om een diep mysterie te symboliseren.
Een aanhanger van de Vedanta zou nooit de juistheid van dit denkbeeld van Hegel erkennen en de occultist zou zeggen dat het precies van toepassing is op het ontwaakte MAHAT, het universele denkvermogen, dat al is geprojecteerd in de wereld van de verschijnselen als het eerste aspect van het onveranderlijke ABSOLUTE, maar nooit op dit laatste. ‘Geest en stof, of purusha en prakriti’, zo wordt ons geleerd, ‘zijn slechts de twee oorspronkelijke aspecten van het Ene en Ongeëvenaarde’.
82: De nous, die de stof beweegt, de levenwekkende ziel, die in ieder atoom zetelt en die in de mens is gemanifesteerd en latent is in de steen, heeft vermogens van verschillende graad. Dit pantheïstische denkbeeld van een algemene geest-ziel die de hele Natuur doordringt, is het oudste van alle filosofische begrippen.
82: Om opnieuw Hegel aan te halen, die met Schelling praktisch de pantheïstische opvatting aanvaardde van periodieke Avatars (bijzondere incarnaties van de wereldgeest in de mens, zoals men die aantreft bij alle grote religieuze hervormers): . . . ‘het wezen van de mens is geest . . . alleen door zich van zijn eindigheid te ontdoen en door zich over te geven aan zuiver zelfbewustzijn bereikt hij de waarheid. De Christus-mens, als mens in wie de eenheid van de god-mens verscheen (de identiteit van het individuele met het universele bewustzijn, zoals dit wordt geleerd door de aanhangers van de Vedanta en sommige van de Advaita), heeft door zijn dood en in het algemeen door zijn geschiedenis, zelf de eeuwige geschiedenis van de geest uitgebeeld – een geschiedenis die ieder mens in zichzelf moet verwezenlijken om als geest te kunnen bestaan.’ Philosophy of History, Engelse vertaling van Sibree, blz. 340.
De Geheime Leer Deel I Stanza 2 Het denbeeld van differentiatie (p. 84)
(b) Men moet bedenken dat paranishpanna het summum bonum is, het Absolute en dus hetzelfde als paranirvana. Het is behalve de eindtoestand tevens die toestand van subjectiviteit die met niets anders verband houdt dan de ene absolute waarheid (paramarthasatya) op haar eigen gebied. Door die toestand verkrijgt men een juiste waardering van de volledige betekenis van Niet-zijn dat, zoals werd verklaard, het absolute Zijn is.
84/85: Om zich te bevrijden van het persoonlijke bestaan, op te gaan in en één te worden met het Absolute2 en in het volle bezit van paramartha te blijven, moet men beschikken over ‘een helder en door de persoonlijkheid niet verduisterd verstand’ en moet men ‘de verdiensten van verscheidene levens, gewijd aan het Zijn als geheel (het hele levende en bezielde Heelal) in zich hebben opgenomen’.
2) Daarom is Niet-zijn in de esoterische filosofie ‘ABSOLUUT Zijn’. Volgens haar leer is zelfs Adi-Boeddha (de eerste of oorspronkelijke wijsheid), wanneer deze is gemanifesteerd, in zekere zin een illusie, maya, want alle goden, met inbegrip van Brahma, moeten aan het eind van de ‘eeuw van Brahma’ sterven; alleen de abstractie die men Parabrahm noemt – of we die nu Ensoph of ‘het Onkenbare’ van Herbert Spencer noemen – is ‘de ene absoluteWerkelijkheid. Het ene Enig Bestaande is ADVAITA, ‘zonder een tweede’, en al het andere is maya, leert de Advaita-filosofie.
86: (b) De term ‘adem’ van het ene Bestaan wordt door de archaïsche esoterie alleen toegepast op het geestelijke aspect van de kosmogonie; in andere gevallen wordt deze vervangen door de overeenkomstige term op het stoffelijke gebied: beweging. Het ene eeuwige Element, of elementbevattende voertuig, is Ruimte, in elke betekenis zonder dimensie; tegelijk daarmee bestaan eindeloze duur, oer- (en dus onvernietigbare) stof, en beweging – absolute ‘eeuwigdurende beweging’: de ‘adem’ van het ‘ene’ Element. Zoals wij hebben gezien, kan deze adem nooit ophouden, zelfs niet tijdens de eeuwigheden van pralaya (zie ‘Chaos, Theos, Kosmos’ in Afdeling II).
De Geheime Leer Deel I, Stanza 3 Het ontwaken van de kosmos (p. 93):
(a) Het schijnbaar paradoxale gebruik van de uitdrukking ‘zevende eeuwigheid’, die zo het ondeelbare verdeelt, is in de esoterische filosofie toegestaan.
Deze verdeelt grenzeloze duur in onvoorwaardelijke eeuwige en universele tijd en een voorwaardelijke tijd (khandakala, gebroken tijd). De ene is de abstractie of het noumenon van eindeloze tijd (kala); de andere het periodiek hierdoor optredende verschijnsel, als het gevolg van mahat (de universele intelligentie, beperkt door de duur van het manvantara). Volgens sommige scholen is mahat de ‘eerstgeborene’ van pradhana (ongedifferentieerde substantie of het periodieke aspect van Mulaprakriti, de wortel van de Natuur), die (d.w.z. pradhana) maya, de illusie, wordt genoemd. In dit opzicht verschilt volgens mij de esoterische leer van de leerstellingen van de Vedanta van zowel de Advaita- als de Visishtadvaita-school. Want deze leer zegt dat, terwijl Mulaprakriti, het noumenon, uit zichzelf bestaat en zonder enige oorsprong is – kortom ouderloos, anupadaka (als één met Brahmam) – prakriti, haar verschijnsel, periodiek is en niet meer dan een schim van eerstgenoemde. Mahat, de eerstgeborene van Gnana (of gnosis), kennis, wijsheid of de logos is dan voor de occultisten een weerspiegelde schim van het absolute NIRGUNA (Parabrahm, de ene werkelijkheid, ‘zonder kenmerken en eigenschappen’: zie de Upanishads). Voor sommige aanhangers van de Vedanta daarentegen is mahat een manifestatie van prakriti of stof.
De Geheime Leer Deel I, Stanza 5. Fohat: kind van zevenvoudige hiërarchieën (p. 149):
(a) Dit trekken van ‘spiraallijnen’ heeft betrekking op de evolutie van zowel de beginselen van de mens als die van de Natuur. Deze evolutie heeft geleidelijk plaats (zoals men zal zien in Deel II over ‘De oorsprong van de menselijke rassen’), evenals al het andere in de natuur. Hoewel volgens onze opvattingen het zesde beginsel in de mens (buddhi, de goddelijke ziel) alleen maar een adem is, is het toch iets stoffelijks vergeleken met de goddelijke ‘geest’ (atma), waarvan het de drager of het voertuig is. Fohat in zijn hoedanigheid van GODDELIJKE LIEFDE (Eros), het elektrische vermogen tot verwantschap en sympathie, wordt allegorisch weergegeven terwijl hij tracht de zuivere geest, de straal die onscheidbaar is van het ENE absolute, te verenigen met de ziel. Deze twee vormen in de mens de MONADE en in de Natuur de eerste schakel tussen het altijd onvoorwaardelijke en het gemanifesteerde. ‘De eerste is nu de tweede’ (wereld) – van de lipika’s – heeft betrekking op hetzelfde.
153: Het geloof in de ‘vier maharadja’s’ – de bestuurders van de vier hemelstreken – werd algemeen beleden en wordt nu door de christenen aanvaard, die hen in navolging van Augustinus ‘engelenmachten’ en ‘geesten’ noemen, wanneer zij zelf over hen spreken, en ‘duivels’ wanneer ze door heidenen worden genoemd. Maar waar is op dit punt het verschil tussen de heidenen en de christenen? In navolging van Plato maakte Aristoteles duidelijk, dat onder de term [stoicheia] alleen de onlichamelijke beginselen werden verstaan, die bij elk van de vier grote afdelingen van onze kosmische wereld waren geplaatst om daarover toezicht te houden. Evenmin als de christenen, aanbidden en vereren zij dus de elementen en de (denkbeeldige) hemelstreken, maar wel de ‘goden’ die deze respectievelijk bestuurden. Voor de kerk bestaan er twee soorten siderische wezens: de engelen en de duivels. Voor de kabbalist en de occultist is er maar één soort, en geen van beiden maakt enig verschil tussen ‘de heersers van het licht’ en de kosmocratoren of ‘rectores tenebrarum harum’, die de roomse kerk meent te ontdekken in een ‘heerser van het licht’, zodra deze met een andere naam wordt genoemd dan waarmee zij hem betitelt. Het is niet de ‘heerser’ of ‘maharadja’, die straft of beloont, met of zonder toestemming of bevel ‘van God’, maar de mens zelf – omdat zijn daden of karma individueel en collectief (zoals soms met hele volkeren het geval is) allerlei soort kwaad en rampen aantrekt. Wij maken OORZAKEN, en deze wekken in de siderische wereld de overeenkomstige krachten op. Deze krachten worden magnetisch en onweerstaanbaar aangetrokken tot degenen die deze oorzaken teweegbrachten en werken op hen terug, of dergelijke personen nu inderdaad de boosdoeners zijn, dan wel alleen de denkers die het kwaad hebben uitgebroed.
160: Bovendien zijn er in de occulte metafysica eigenlijk twee ‘ENEN’– het Ene op het onbereikbare gebied van absoluutheid en oneindigheid, waarover men niet kan speculeren, en het tweede ‘Ene’ op het gebied van de uitstralingen. Het eerste kan noch uitstralen, noch worden verdeeld, want het is eeuwig, absoluut en onveranderlijk. Het tweede is om zo te zeggen de weerkaatsing van het eerste Ene (immers, het is in het Heelal van de illusie de logos of Esvara) en kan dit alles wèl. Het emaneert uit zichzelf zoals de bovenste triade van de sephiroth de zeven lagere sephiroth emaneert – de zeven stralen of Dhyan-Chohans; met andere woorden, het homogene wordt het heterogene, de ‘protyle’ differentieert zich in de elementen. Maar deze kunnen nooit voorbij het laya-, of nulpunt komen, tenzij ze terugkeren tot hun oorspronkelijke element.
164: De ‘grote dag WEES-MET-ONS’ is dus een uitdrukking, waarvan de enige verdienste ligt in de letterlijke vertaling ervan. Haar betekenis wordt niet zo gemakkelijk onthuld aan een publiek, dat onbekend is met de mystieke leringen van het occultisme, of liever van de esoterische wijsheid of ‘boedhisme’. Genoemde uitdrukking is eigen aan het laatstgenoemde, en even vaag voor de niet-ingewijde als die van de Egyptenaren, die deze de ‘dag KOM-TOT-ONS’ noemden, wat identiek is met de eerste uitdrukking, hoewel het woord ‘wees’ in deze betekenis beter kan worden vervangen door ‘blijf’ of ‘rust-met-ons’, omdat het betrekking heeft op die lange periode van RUST, die paranirvana wordt genoemd. In de exoterische interpretatie van de Egyptische riten werd de ziel van iedere gestorvene – van de hiërofant tot de heilige stier Apis – een Osiris, zij werd ‘geosirifieerd’, hoewel de Geheime Leer altijd had gezegd, dat de werkelijke Osirificatie bij iedere monade pas na 3000 bestaanscyclussen plaatshad. Dit geldt ook hier. De ‘monade’, geboren uit de natuur en de essentie zelf van de ‘zeven’ (haar hoogste beginsel wordt onmiddellijk opgenomen in het zevende kosmische element), moet haar zevenvoudige omloop volbrengen door de Kringloop van het Bestaan en van de vormen, van de hoogste tot de laagste, en weer van mens tot god. Bij de drempel van paranirvana neemt zij haar oorspronkelijke essentie weer aan en wordt opnieuw het Absolute.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk Enkele vroegere theosofische misvattingen - over planeten, ronden en de mens (p. 188):
De lezer zal nu beter kunnen inzien dat er tussen de drie upadhi’s van de raja yoga met de atma ervan, en onze drie upadhi’s, atma en de drie verdere indelingen in werkelijkheid maar heel weinig verschil is. Omdat bovendien iedere adept in het India aan deze en aan de andere kant van de Himalaja, of hij nu behoort tot de Patanjali-, de Aryasangha- of de Mahayana-school, een raja yogi moet worden, moet hij dus in beginsel en in theorie de taraka-raja classificatie aanvaarden, onverschillig tot welke classificatie hij voor praktische en occulte doeleinden zijn toevlucht neemt. Het doet er dus erg weinig toe, of men spreekt van de drie upadhi’s met hun drie aspecten en atma, de eeuwige en onsterfelijke
synthese, of dat men ze de ‘zeven beginselen’ noemt.
De Geheime Leer Deel I, Stanza 7. De voorvaderen van de mens op aarde (p. 242):
Het is waar dat Ain-Soph, het ABSOLUTE EINDELOZE NIET-IETS, ook de gedaante van de ENE, de gemanifesteerde ‘hemelse mens’ (de EERSTE OORZAAK) gebruikt als zijn strijdwagen (mercabah in het Hebreeuws; vahan in het Sanskriet) of voertuig om in de wereld van de verschijnselen af te dalen en zich daarin te manifesteren. Maar de kabbalisten maken niet duidelijk hoe het ABSOLUTE iets kan gebruiken of een functie kan uitoefenen, omdat het als het Absolute geen eigenschappen heeft. Evenmin verklaren zij dat het in werkelijkheid de eerste Oorzaak (Plato’s logos) is, de oorspronkelijke en eeuwige IDEE, die zich manifesteert door Adam Kadmon, de tweede logos om zo te zeggen. In het ‘Boek van de Getallen’ wordt uitgelegd dat EN (of Ain, Aior) het enige zelfbestaande is, terwijl zijn ‘diepte’ (bythos of buthon van de gnostici, propator genoemd) alleen maar periodiek bestaat. De laatstgenoemde is Brahma, de differentiatie van Brahma of Parabrahm. Het is de diepte, de bron van het licht, of propator, die de ongemanifesteerde logos of de abstracte idee is, en niet Ain-Soph, waarvan de straal Adam-Kadmon – of de gemanifesteerde logos (het objectieve Heelal), ‘mannelijk en vrouwelijk’, – gebruikt als voertuig om zich daardoor te manifesteren. Maar in de Zohar lezen wij de volgende tegenstrijdigheid: ‘Senior occultatus est et absconditus; microprosopus manifestus est, et non manifestus.’ (Rosenroth; Liber Mysterii, IV, 1.) Dit is onjuist, omdat microprosopus of de microkosmos alleen tijdens zijn manifestaties kan bestaan, en tijdens de maha-pralaya’s tenietgaat. Rosenroth’s Kabbala is geen leidraad, maar heel vaak een raadsel.
265: (b) Zoals miljarden heldere vonken dansen op de wateren van een oceaan, waarboven een en dezelfde maan schijnt, zo fonkelen en dansen onze vergankelijke persoonlijkheden – de bedrieglijke omhulsels van het onsterfelijke MONADE-EGO – op de golven van maya. Evenals de duizenden vonken, voortgebracht door de stralen van de maan, duren en verschijnen zij slechts zolang de koningin van de nacht haar glans uitstraalt over de stromende wateren van het leven: het tijdperk van een manvantara. Dan verdwijnen ze; alleen de stralen – symbolen van onze eeuwige geestelijke ego’s – leven voort, weer opgegaan in en één met de moederbron, zoals tevoren.
5. DE VONK HANGT AAN DE VLAM, AAN DE FIJNSTE DRAAD VAN FOHAT. ZIJ REIST DOOR DE ZEVEN WERELDEN VAN MAYA (a). ZIJ HOUDT STIL IN DE EERSTE (rijk) EN IS EEN METAAL EN EEN STEEN; ZIJ GAAT DOOR NAAR DE TWEEDE (rijk), EN ZIE – EEN PLANT; DE PLANT WERVELT ROND DOOR ZEVEN VORMEN EN WORDT EEN HEILIG DIER (de eerste schaduw van de stoffelijke mens)
(a) De uitdrukking ‘door de zeven werelden van maya’ heeft hier betrekking op de zeven bollen van de planeetketen en de zeven ronden of de 49 fasen van actief bestaan, die de ‘vonk’ of monade vóór zich heeft bij het begin van elke ‘grote levenscyclus’ of manvantara. De ‘draad van fohat’ is de eerder genoemde levensdraad.
Dit betreft het grootste probleem van de filosofie – de stoffelijke en substantiële aard van het leven; het onafhankelijke bestaan daarvan wordt door de moderne wetenschap ontkend, omdat zij niet in staat is dit te begrijpen. Alleen degenen die geloven in reïncarnatie en karma bespeuren vaag, dat het hele geheim van het leven ligt besloten in de onafgebroken reeks van de manifestaties ervan: hetzij in het stoffelijke lichaam, of daarbuiten. Want hoewel
‘Het leven, als een koepel van veelkleurig glas,
De witte glans van de eeuwigheid kleurt’
is het toch zelf een deel van die eeuwigheid; want alleen het leven kan het leven begrijpen.
274) Want de monade of jiva op zichzelf kan niet eens geest worden genoemd: zij is een straal, een adem van het ABSOLUTE, of liever de absoluutheid, en omdat het absolute homogene geen verband heeft met het voorwaardelijke en betrekkelijke eindige, is het op ons gebied onbewust. Naast het materiaal dat nodig zal zijn voor haar toekomstige menselijke vorm, heeft de monade dus nodig: (a) een geestelijk model of een oervorm, waarnaar dat materiaal zich vorm kan geven, en (b) een intelligent bewustzijn om haar evolutie en vooruitgang te leiden; de homogene monade en de redeloze maar levende stof bezitten deze twee niet.
281: Bij het bespreken en verklaren van de aard van de onzichtbare elementen en het bovengenoemde ‘oorspronkelijke vuur’, noemt Eliphas Lévi dit altijd het ‘astrale licht’. Het is voor hem ‘le grand agent magique’ en ongetwijfeld is dit zo, maar – slechts voorzover het om zwarte magie gaat, en op de laagste gebieden van wat wij ether noemen, waarvan akasa het noumenon is; en zelfs dit zou door orthodoxe occultisten als onjuist worden beschouwd. Het ‘astrale licht’ is eenvoudig het oudere ‘siderische licht’ van Paracelsus; en als men zegt dat ‘alles wat bestaat zich eruit heeft ontwikkeld en dat het alle vormen in stand houdt en reproduceert’, zoals hij schrijft, dan verkondigt men alleen in de tweede stelling de waarheid. De eerste is onjuist, want als alles wat bestaat door (of via) het astrale licht was ontwikkeld, dan is dit het astrale licht niet. Het laatste bevat niet alle dingen, maar weerspiegelt deze hoogstens. Eliphas Lévi schrijft:
‘Het grote magische agens is de vierde uitstraling van het levensbeginsel (wij zeggen: het is de eerste in het innerlijke en de tweede in het uiterlijke – ons Heelal), waarvan de zon de derde vorm is . . . want de dagster (de zon) is slechts de weerspiegeling en de stoffelijke schaduw van de centrale zon van de waarheid, die de verstandelijke (onzichtbare) wereld van de geest verlicht en die zelf maar een glans is, ontleend aan het ABSOLUTE.’
292: (a) De dag waarop ‘de vonk weer de vlam zal worden (d.i. de mens zal opgaan in zijn Dhyan-Chohan) en mijzelf en anderen, uzelf en mij zal worden’, zoals de stanza zegt, betekent het volgende. In paranirvana, wanneer pralaya niet alleen de stoffelijke en psychische lichamen, maar zelfs de geestelijke ego(’s) tot hun oorspronkelijke beginsel zal hebben teruggebracht, zal de vroegere, de tegenwoordige en zelfs de toekomstige mensheid, evenals alle andere dingen, een en dezelfde zijn. Alles zal weer in de grote adem zijn teruggekeerd. Met andere woorden, alles zal zijn ‘opgegaan in Brahma’ of de goddelijke eenheid.
Is dit vernietiging, zoals sommigen denken? Of atheïsme, zoals andere critici – die een persoonlijke godheid aanbidden en geloven in een onfilosofisch paradijs – geneigd zijn te veronderstellen? Geen van beide. Het is volstrekt nutteloos terug te komen op de vraag of er in de meest verfijnde spiritualiteit atheïsme kan zijn verborgen. In nirvana vernietiging te zien, is hetzelfde als dat men van een mens die in een diepe droomloze slaap is verzonken – een slaap die geen indruk achterlaat op het stoffelijke geheugen en brein, omdat in die tijd het hogere Zelf van de slaper in zijn oorspronkelijke toestand van absoluut bewustzijn verkeert – zegt dat ook hij is vernietigd. Deze vergelijking beantwoordt maar één kant van de vraag – de meest materiële; want wederopneming is in geen geval zo’n ‘droomloze slaap’, maar integendeel absoluut bestaan, een onvoorwaardelijke eenheid of een toestand, voor de beschrijving waarvan de menselijke taal volkomen ontoereikend en hopeloos ongeschikt is. Een benadering tot zoiets als een alomvattend denkbeeld ervan, kan men misschien alleen vinden in de panoramische visioenen van de ziel, door middel van de geestelijke verbeeldingskracht van de goddelijke monade. Evenmin gaat de individualiteit verloren – noch zelfs de essentie van de persoonlijkheid, als daarvan iets wordt achtergelaten – omdat zij weer wordt opgenomen. Want hoe grenzeloos – vanuit menselijk standpunt beschouwd – de paranirvanische toestand ook is, toch heeft deze een grens in de eeuwigheid. Als deze toestand eenmaal is bereikt, zal dezelfde monade daaruit weer te voorschijn komen als een nog hoger wezen op een veel hoger gebied, om opnieuw te beginnen met haar cyclus van vervolmaakte werkzaamheid. Het menselijke denkvermogen kan in zijn tegenwoordige stadium van ontwikkeling dit gebied van denken niet te boven gaan, en zelfs nauwelijks bereiken. Hier wankelt het op de rand van het onbegrijpelijke Absolute en Eeuwige.
De Geheime Leer Deel I, Samenvatting (p. 301):
(4.) Het Heelal met alles daarin wordt MAYA genoemd, want alles daarin is tijdelijk, van het kortstondige leven van een glimworm tot dat van de zon. In de gedachten van een filosoof moet het Heelal met zijn vergankelijke steeds wisselende vormen, vergeleken met de eeuwige onbeweeglijkheid van het ENE en de onveranderlijkheid van dat beginsel, niet meer zijn dan een dwaallichtje. Toch heeft het Heelal genoeg werkelijkheid voor de bewuste wezens daarin, die even onwerkelijk zijn als het Heelal zelf.
5.) Alles in het Heelal, in al zijn rijken, is BEWUST: d.w.z. voorzien van een eigen soort bewustzijn op zijn eigen waarnemingsgebied. Wij mensen moeten bedenken dat we geen recht hebben om te zeggen dat er bijvoorbeeld in stenen geen bewustzijn bestaat, omdat we daarin geen tekenen van bewustzijn waarnemen die we als zodanig kunnen herkennen. Er bestaat niet zoiets als
dode’ of ‘blinde’ stof, evenmin als er een ‘blinde’ of ‘onbewuste’ wet is. Ze horen niet thuis in de opvattingen van de occulte filosofie. Deze blijft nooit stilstaan bij uiterlijke schijn, en de noumenale essenties hebben voor haar meer werkelijkheid dan hun objectieve tegenhangers. Ze lijkt daarin op het stelsel van de middeleeuwse nominalisten, voor wie universele begrippen werkelijkheid waren en voor wie de bijzonderheden alleen in naam en in de verbeelding van de mensen bestonden.
313: Dit wordt tegengesproken door dezelfde Trismegistos, die zegt: ‘Het is onmogelijk van God te spreken. Want het lichamelijke kan het niet-lichamelijke niet uitdrukken. . . . Dat wat noch lichaam, noch gestalte, vorm of materie heeft, kan niet door de zintuigen worden bevat. Ik begrijp het, Tatios, ik begrijp het, wat onmogelijk kan worden omschreven – dat is God.’ (Physical Eclogues, Florilegium van Stobaeus.)
Het is duidelijk dat deze twee passages elkaar tegenspreken en daaruit blijkt (a) dat een aantal generaties van mystici van allerlei soort onder het algemene pseudoniem van Hermes schreven en (b) dat een groot onderscheidingsvermogen nodig is vóór men een Fragment als esoterische lering aanvaardt, alleen omdat het onmiskenbaar oud is. We gaan nu het bovenstaande vergelijken met een soortgelijke aanroeping uit de hindoegeschriften, die ongetwijfeld even oud, zo niet veel ouder is. Hier is het Parasara, de Arische ‘Hermes’, die Maitreya, de Indiase Asclepios, onderwijst en Vishnu als drievoudig wezen aanroept.
‘Eer aan de onveranderlijke, heilige, eeuwige verheven Vishnu, die één universele aard heeft, de machtige over alles; aan hem die Hiranyagarbha, Hari en Sankara is (Brahma, Vishnu en Siva), de schepper, de instandhouder en de vernietiger van de wereld; eer aan Vasudeva, de bevrijder (van zijn aanbidders); aan hem van wie de essentie zowel enkelvoudig als veelvoudig is; die zowel ijl als lichamelijk is en zowel een geheel vormt als niet een geheel vormt; eer aan Vishnu, de oorzaak van de uiteindelijke verlossing, de oorzaak van de schepping, van het bestaan en van het einde van de wereld; die de wortel van de wereld is en die uit de wereld bestaat.’ (Vish. Purana, Deel I.)
314: ‘Werkelijkheid bestaat niet op aarde, mijn zoon, en kan daar niet bestaan. . . . Niets op aarde is werkelijk, er is slechts schijn. . . . Hij (de mens) is als mens niet werkelijk, mijn zoon. Het werkelijke bestaat alleen in zichzelf en blijft wat het is. . . . De mens is vergankelijk en hij is daarom niet werkelijk, hij is maar schijn en schijn is de hoogste illusie.
316: (xx.) ‘Materie of substantie is zowel in onze wereld als daarbuiten zevenvoudig. Bovendien is elk van haar toestanden of beginselen in zeven graden van dichtheid verdeeld. SURYA (de zon) toont in zijn zichtbare weerspiegeling de eerste of laagste toestand van de zevende of hoogste staat van de ALOMTEGENWOORDIGHEID, de allerzuiverste, de eerste gemanifesteerde adem van het steeds ongemanifesteerde SAT (het Zijn). Alle centrale stoffelijke of objectieve zonnen zijn naar hun substantie de laagste toestand van het eerste beginsel van de ADEM. Geen enkele van deze is meer dan de WEERSPIEGELING van zijn BEGINSELEN, die voor ieders blik zijn verborgen, behalve voor die van de Dhyan-Chohans, van wie de lichaamssubstantie behoort tot de vijfde afdeling van het zevende beginsel van de moedersubstantie en daarom vier graden hoger ligt dan de weerspiegelde zonnesubstantie. Evenals er zeven dhatu (hoofdsubstanties in het menselijke lichaam) zijn, zijn er ook zeven krachten in de mens en in de hele Natuur.’
317: (xxv.) ‘De zeven wezens in de zon zijn de zeven heiligen, zelfgeboren uit de inwonende kracht in de voedingsbodem van de moedersubstantie. Zij zenden de zeven hoofdkrachten of stralen uit, die zich aan het begin van pralaya zullen concentreren tot zeven nieuwe zonnen voor het volgende manvantara. De energie waaruit zij plotseling tot een bewust bestaan in iedere zon komen, wordt door sommigen Vishnu genoemd (zie de voetnoot hieronder), die de adem van het ABSOLUTE is.
Wij noemen dit het ene gemanifesteerde leven – zelf een weerspiegeling van het Absolute . . . .
Deel I, hoofdstuk 3 De oorspronkelijke substantie en godelijke gedachte (p. 357):
De goddelijke gedachte kan niet worden omschreven en haar betekenis kan niet worden verklaard, behalve door de talloze manifestaties van de kosmische substantie waarin de eerstgenoemde geestelijk wordt aangevoeld door degenen die dat kunnen. Als men dit zegt nadat men haar heeft omschreven als de onbekende godheid, die abstract, onpersoonlijk en geslachtloos is en die de grondslag moet vormen van iedere kosmogonie en de daaropvolgende evolutie, zegt men in feite helemaal niets. Het is alsof men een transcendente vergelijking van voorwaarden voor de verzameling van ware waarden wil vinden, terwijl men voor de afleiding daarvan alleen maar beschikt over een aantal onbekende grootheden. Men vindt de plaats van die onbekende godheid op de oude primitieve symbolische kaarten, waar zij, zoals eerder is aangegeven, wordt voorgesteld door een grenzeloze duisternis, tegen de achtergrond waarvan het eerste middelpunt in wit verschijnt – als symbool van het verschijnen van de even oude en eeuwig bestaande GEEST-STOF in de wereld van de verschijnselen, vóór haar eerste differentiatie. Wanneer ‘het ene twee wordt’, kan men het aanduiden als geest en stof. Iedere manifestatie van bewustzijn, weerspiegeld of direct, en van onbewuste doelgerichtheid (om een moderne uitdrukking uit de westerse zogenaamde filosofie te gebruiken), kan tot ‘geest’ worden teruggebracht, zoals blijkt uit het levensbeginsel en uit de onderwerping van de Natuur aan de majestueuze voortgang volgens de onveranderlijke wet. ‘Stof’ moet echter worden beschouwd als objectiviteit in haar zuiverste abstractie – de uit zichzelf bestaande basis, waarvan de zevenvoudige manvantarische differentiaties de objectieve werkelijkheid vormen, die ten grondslag ligt aan de verschijnselen van iedere fase van het bewuste bestaan. Tijdens de periode van de universele pralaya is er geen kosmische verbeelding, en de verschillend gedifferentieerde toestanden van de kosmische substantie zijn weer opgelost in de oorspronkelijke toestand van abstracte potentiële objectiviteit.
358: De manvantarische impuls begint met het opnieuw ontwaken van de kosmische verbeelding (het ‘universele denkvermogen’), terwijl tegelijkertijd en parallel daarmee de kosmische substantie voor het eerst tevoorschijn komt – deze laatste is het manvantarische voertuig van het eerstgenoemde – uit haar ongedifferentieerde toestand van pralaya. Dan weerspiegelt de absolute wijsheid zich in haar eigen ideeën; dit resulteert in kosmische energie (fohat) door een transcendentaal proces, dat het menselijke bewustzijn te boven gaat en hiervoor onbegrijpelijk is. De schoot van de inerte substantie doortrillend, brengt fohat deze tot activiteit en geleidt haar primaire differentiaties op alle zeven gebieden van kosmisch bewustzijn. Zo zijn er zeven protylen (zoals deze nu worden genoemd), terwijl ze in de Arische oudheid de zeven prakriti of naturen werden genoemd; elk voor zich diende als de relatief homogene basis die, terwijl de heterogeniteit (in de evolutie van het Heelal) toeneemt, zich differentieert tot de prachtige samengesteldheid die verschijnselen op de gebieden van waarneming bieden. Het woord ‘relatief’ wordt met opzet gebruikt, omdat alleen al het bestaan van zo’n proces, dat resulteert in de primaire scheiding van de ongedifferentieerde kosmische substantie in haar zevenvoudige grondslagen van de evolutie, ons dwingt om de protyle2 van ieder gebied te beschouwen als slechts een tussenfase die de substantie doorloopt, terwijl ze op weg is van abstractheid naar volledige objectiviteit.
2) De term protyle is afkomstig van Crookes, de eminente scheikundige, die deze naam gaf aan de pre-materie, als men de oorspronkelijke en zuiver homogene substanties zo mag noemen, waarvan de wetenschap het bestaan vermoedt – ook al is dat nog niet werkelijk gevonden – in de kleinste bestanddelen van het atoom. Maar de beginnende scheiding van de oorspronkelijke materie in atomen en moleculen ontstaat pas na de evolutie van de zeven protylen. Crookes is naar de laatste daarvan op zoek, nu hij onlangs de mogelijkheid heeft ontdekt van het bestaan ervan op ons gebied. [Zie ook de eerste noot van de vertaler bij de Toelichting op Stanza II, 4.]
Deel I, hoofdstuk 6 De maskers van de wetenschap (p. 567):
De wetenschap vergist zich alleen als ze gelooft dat zij, omdat ze in trillingsgolven de onmiddellijke oorzaak van deze verschijnselen heeft ontdekt, daarom ALLES heeft onthuld dat over de drempel van de zintuiglijke waarneming ligt. Zij gaat alleen maar de opeenvolging van de verschijnselen na op een gebied van gevolgen, bedrieglijke projecties uit het gebied waarin het occultisme langgeleden is doorgedrongen. En het laatste beweert dat die etherische trillingen niet, zoals de wetenschap verkondigt, worden veroorzaakt door de trillingen van moleculen van bekende lichamen – de stof van ons aardse objectieve bewustzijn – maar dat we de uiteindelijke oorzaken van licht, warmte, enz. moeten zoeken in STOF, die in bovenzinnelijke toestanden verkeert – toestanden die echter voor het spirituele oog van de mens volkomen objectief zijn, evenals een paard of een boom voor de gewone sterveling. Licht en warmte zijn de schim of schaduw van de stof in beweging. Zulke toestanden kunnen door de ZIENER of de adept worden waargenomen in de uren van trance, onder de sushumna straal – de eerste van de zeven mystieke stralen van de zon12.
We brengen dus de occulte lering naar voren, die het werkelijke bestaan verdedigt van een bovenstoffelijke en bovenzinnelijke essentie van dat ākāśa (niet van de ether, die slechts een aspect van laatstgenoemde is), waarvan men de aard niet kan afleiden uit zijn verder liggende manifestaties – zijn zuiver fenomenale samenstel van gevolgen – op dit aardse gebied. De wetenschap daarentegen zegt ons dat men warmte nooit als stof in een of andere denkbare toestand kan beschouwen. Men zegt ons ook dat de twee grote hinderpalen voor de fluïdum(?)theorie van warmte ongetwijfeld zijn:
(1.) Het voortbrengen van warmte door wrijving – het opwekken van moleculaire bewegingen.
(2.) Het omzetten van warmte in mechanische beweging.
12) De namen van de zeven stralen, nl. sushumna, harikeśa, viśvakarman, viśvatryarchas, samnaddha, sarvāvasu en svarāj, zijn alle mystiek en elk heeft voor occulte doeleinden zijn eigen toepassing in een bepaalde bewustzijnstoestand. De sushumna die, zoals in het Nirukta (II, 6) wordt gezegd, alleen dient om de maan te verlichten, is de straal die niettemin door de ingewijde yogi’s wordt geëerd. De zeven stralen, die door het zonnestelsel zijn verspreid, vormen samen als het ware de fysieke upādhi (basis) van de ether van de wetenschap. In deze upādhi werken licht, warmte, elektriciteit, enz. – de krachten van de orthodoxe wetenschap – op elkaar in om hun aardse gevolgen voort te brengen. Als psychische en spirituele gevolgen komen zij voort uit en hebben hun oorsprong in de supra-solaire upādhi, in de ether van de occultist – of ākāśa.
Deel I, hoofdstuk 14 Krachten - bewegingsvormen of intelligenties? (p. 668):
Met ‘moleculaire verbindingen’ bedoelt men natuurlijk die van de stof van onze tegenwoordige bedrieglijke waarnemingen; deze stof is alleen op ons gebied werkzaam. En dit is het belangrijkste punt dat aan de orde is.
De occultisten staan in hun overtuigingen dus niet alleen. Eigenlijk zijn ze ook niet zo dwaas dat ze zelfs de ‘zwaartekracht’ van de hedendaagse wetenschap tegelijk met andere fysische wetten verwerpen en in plaats daarvan aantrekking en afstoting aannemen. Bovendien zien ze in deze twee tegengestelde krachten slechts de twee aspecten van de universele eenheid, die men ‘het zich manifesterende denkvermogen’ noemt. In deze aspecten neemt het occultisme door middel van zijn grote zieners een ontelbare menigte werkzame wezens waar: kosmische Dhyāni-Chohans, wezens waarvan de essentie in haar tweevoudige natuur de oorzaak is van alle aardse verschijnselen. Want die essentie is één in substantie met de universele elektrische oceaan, die het LEVEN is; en omdat zij, zoals gezegd, tweevoudig is – positief en negatief – zijn de emanaties van die tweevoudigheid nu op aarde werkzaam onder de naam ‘bewegingsvormen’. Want zelfs tegen het woord kracht kan men bezwaar gaan maken uit vrees dat het iemand zelfs maar in gedachten ertoe zou brengen deze van de stof te scheiden! Het tweeledige gevolg van die tweevoudige essentie wordt nu, zoals het occultisme zegt, de middelpuntzoekende en de middelpuntvliedende kracht genoemd, de negatieve en positieve polen of polariteit, warmte en kou, licht en duisternis, enz.
En men beweert dat zelfs de grieks- en de rooms-katholieke christenen wijzer zijn door te geloven in engelen, aartsengelen, archonten, serafijnen en morgensterren, kortom in al die theologische deliciae humani generis, die de kosmische elementen regeren – zelfs als zij deze blindelings in verband brengen met en terugvoeren tot een antropomorfe god – dan de wetenschap door in het geheel niet daarin te geloven en deze aan mechanische krachten toe te schrijven. Want deze werken heel vaak met meer dan menselijke intelligentie en zakelijkheid. Niettemin ontkent men die intelligentie en schrijft deze toe aan blind toeval. Maar evenals De Maîstre gelijk had toen hij de wet van de zwaartekracht alleen maar een woord noemde dat ‘het onbekende iets’ verving (Soirées), hebben wij gelijk als we dezelfde opmerking toepassen op alle andere krachten van de wetenschap.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 15 Goden, monaden en atomen (p. 680/681):
De monade – slechts de uitstraling en weerspiegeling van het punt (logos) in de wereld van de verschijnselen – wordt, als de top van de gemanifesteerde gelijkzijdige driehoek, de ‘vader’. De linkerzijde of lijn is de duade, de ‘moeder’, die wordt beschouwd als het kwade, tegenwerkende beginsel (Plutarchus, De Placitis Placitorum); de rechterzijde stelt de zoon voor (in iedere kosmogonie ‘de echtgenoot van zijn moeder’, omdat hij één is met de top); de basislijn geeft het universele gebied van de voortbrengende Natuur weer, die op het gebied van de verschijnselen vadermoeder-zoon verenigt, zoals deze in de bovenzinnelijke wereld waren verenigd in de top. Door mystieke vervorming werden ze het viertal – de driehoek werd de TETRAKTIS.
Deze transcendentale toepassing van de meetkunde op de kosmische en goddelijke theogonie – de alfa en omega van de mystieke gedachte – kreeg na Pythagoras door toedoen van Aristoteles veel minder betekenis.
De Geheime Leer Deel I hoofdstuk 16 Cyclische evolutie en karma (p. 704):
De ware boeddhist, die geen ‘persoonlijke god’ en geen ‘vader’ en ‘schepper van hemel en aarde’ erkent, gelooft wel in een absoluut bewustzijn, ‘ādi-buddhi’; de boeddhistische filosoof weet dat er planeetgeesten zijn, de ‘Dhyāni-Chohans’.

De Geheime Leer Deel II, Stanza 1 Het begin van bewust leven (p. 35):
‘Elke wereld heeft haar moederster en zusterplaneet. Zo is de Aarde het geadopteerde kind en de jongere broer van Venus, maar haar bewoners hebben hun eigen aard . . . Alle bewuste voltooide wezens (volledig zevenvoudige mensen of hogere wezens) worden bij hun aanvang voorzien van vormen en organismen, geheel in harmonie met de aard en toestand van de sfeer die zij bewonen.’
‘De sferen van het Zijn of levenscentra, die afgezonderde kernen zijn die hun mensen en hun dieren voortbrengen, zijn talloos; niet één heeft ook maar enige gelijkenis met haar gezellin of met enige andere van haar eigen speciale nageslacht.’
‘Alle hebben een dubbele stoffelijke en geestelijke natuur.’ (Wet van zelfontplooiing)
‘De levenskernen zijn eeuwig en altijddurend; de kernen periodiek en eindig. De levenskernen maken deel uit van het absolute. Het zijn de schietgaten van die zwarte onneembare vesting, die voor altijd is verborgen voor de blik van de mens of zelfs de Dhyani. De kernen zijn het licht van de eeuwigheid, dat daaruit ontsnapt.’
36: ‘De bezielende intelligenties, die deze verschillende kernen van het Zijn tot leven opwekken, worden zonder onderscheid door de mensen aan de andere kant van de grote bergketen19 de Manu’s, de rishi’s, de pitri’s20, de prajapati’s, enz. genoemd. Aan deze kant van die keten noemt men ze Dhyani-Boeddha’s, de Chohans, melha’s (vuurgoden), bodhisattva’s21 en nog anders. De werkelijk onwetenden noemen hen goden, de geleerde niet-ingewijden de éne God; de wijzen, de ingewijden, eren in hen slechts de manvantarische manifestaties van DAT, wat noch onze scheppers (de Dhyan-Chohans) noch hun schepselen ooit kunnen bespreken en waarover ze niets weten. Het ABSOLUTE kan niet worden omschreven en geen sterfelijk of onsterfelijk wezen heeft het tijdens de perioden van Bestaan ooit gezien of begrepen. Het veranderlijke kan het onveranderlijke niet kennen en evenmin kan het levende het Absolute Leven waarnemen.’
De mens kan dus geen wezens kennen hoger dan zijn eigen ‘voorvaderen’. ‘Evenmin moet hij ze aanbidden’, maar hij zou moeten leren hoe hij in de wereld kwam.
19) ‘Aan de andere kant van’ de grote bergketen betekent in ons geval India, omdat dit voor het Cis-Himalaja gebied [d.i. o.a. Tibet. Vert.], het Trans-Himalaja gebied vormt.
20) De term pitri’s wordt door ons in deze sloka’s gebruikt om het begrijpen ervan te vergemakkelijken, maar in de oorspronkelijke stanza’s wordt het woord niet op deze manier gebruikt; de ‘pitri’s’ hebben daar hun eigen benamingen, en ook die van ‘vaders’ en ‘voorouders’.
21) Het is onjuist om de verering van de menselijke bodhisattva’s of Manjusri letterlijk op te vatten. Het is waar dat de Mahayanaschool exoterisch leert ze zonder onderscheid te aanbidden, en dat Huien-Tsang spreekt over sommige leerlingen van Boeddha die worden vereerd. Maar esoterisch is het niet de leerling of de geleerde Manjusri persoonlijk, die eerbewijzen ontving, maar de goddelijke bodhisattva’s en Dhyani-Boeddha’s die de menselijke vormen bezielden (Amilakha, zoals de Mongolen zeggen).
46: Er heerst vaak verwarring over de eigenschappen en de stambomen van de goden in hun theogonieën, zoals die aan de wereld zijn gegeven door de half-ingewijde schrijvers, brahmaanse en bijbelse, de alfa en de omega van de geschriften van die symbolische wetenschap. Toch kon zo’n verwarring niet zijn teweeggebracht door de vroegste volkeren, de afstammelingen en leerlingen van de goddelijke leermeesters, want zowel de eigenschappen als de stambomen waren onafscheidelijk verbonden met kosmogonische symbolen, omdat de ‘goden’ het leven en het leven opwekkende ‘ziel-beginsel’ van de verschillende gebieden van het Heelal waren. Nergens en bij geen enkel volk was het toegestaan de speculatie uit te strekken tot voorbij die gemanifesteerde goden. De grenzeloze en oneindige EENHEID bleef bij elk volk een maagdelijk verboden terrein, onbetreden door het denken van de mens, onberoerd door vruchteloze speculaties. De enige verwijzing ernaar was de vereenvoudigde voorstelling van haar eigenschap van uitzetting en samentrekking, van haar periodieke expansie of verwijding en contractie. In het Heelal met al zijn onberekenbaar vele myriaden van stelsels en werelden, die in de eeuwigheid verdwijnen en weer verschijnen, moesten de vermenselijkte machten of goden, hun zielen, tegelijk met hun lichamen uit het gezicht verdwijnen: ‘De adem die terugkeert in de eeuwige schoot, die ze uitademt en inademt’, zegt onze catechismus.
De Geheime Leer Deel II, Stanza 4 Schepping van de eerste rassen (p. 104):
Elke klasse van scheppers verleent de mens wat zij heeft te geven: de ene bouwt zijn uiterlijke vorm; de andere geeft hem haar essentie, die later het menselijke hogere Zelf wordt, tengevolge van de persoonlijke inspanning van het individu; maar zij konden de mensen niet maken zoals zijzelf waren: volmaakt, want zondeloos; zondeloos, omdat zij slechts de eerste flauwe schaduwachtige omtrekken van eigenschappen bezaten, en deze waren – vanuit menselijk standpunt – allemaal volmaakt, wit, zuiver en koud als de maagdelijke sneeuw. Waar geen strijd is, is geen verdienste. De mensheid, ‘door en door aardsgezind’, was niet bestemd te worden geschapen door de engelen van de eerste goddelijke adem: daarom zegt men dat zij hebben geweigerd dit te doen, en de mens moest worden gevormd door veel materiëlere scheppers8, die op hun beurt alleen konden geven wat zij in hun eigen natuur hadden, en meer niet. Onderworpen aan de eeuwige wet, konden de zuivere goden uit zichzelf slechts schaduwachtige mensen projecteren, wat minder etherisch en geestelijk, minder goddelijk en volmaakt dan zijzelf – maar toch schaduwen. De eerste mensheid was dus een bleke kopie van haar voorouders; te stoffelijk, zelfs in haar etherische toestand, om een hiërarchie van goden te zijn; te geestelijk en zuiver om MENSEN te zijn, omdat zij immers in het bezit is van elke negatieve volmaaktheid (nirguna). Volmaaktheid moet, om volkomen te zijn, worden geboren uit onvolmaaktheid, het onvergankelijke moet groeien uit het vergankelijke en dit laatste hebben tot voertuig, grondslag en tegenstelling. Absoluut licht is absolute duisternis, en omgekeerd. Inderdaad is er in het rijk van de waarheid noch licht, noch duisternis. Goed en kwaad zijn tweelingen, de nakomelingen van Ruimte en Tijd, onder de heerschappij van maya. Scheid hen door de ene van de andere af te snijden, en zij zullen beide sterven. Geen van beide bestaat op zichzelf, want elk moet uit de ander worden voortgebracht en geschapen om tot bestaan te komen; beide moeten worden gekend en gewaardeerd voordat zij voorwerp van waarneming worden; daarom moet de sterveling hen als gescheiden denken.
De Geheime Leer Deel II, Stanza 7 Van het half-goddelijke ras tot de eerste mensenrassen (p. 183):
‘Eerst komen de ZELFBESTAANDEN op deze aarde. Zij zijn de ‘geestelijke levens’, geprojecteerd door de absolute WIL en WET, bij de dageraad van elke wedergeboorte van de werelden. Deze LEVENS zijn de goddelijke ‘sishta’s’ (de zaad-Manu’s, of de prajapati’s en de pitri’s).’
De Geheime Leer Deel II, Stanza 10 De oorspronkelijke manu's van de mensheid (p. 353):
In de symboliek van alle volkeren staat ‘de zondvloed’ voor chaotische ongeordende stof – de Chaos zelf – en het water voor het vrouwelijke beginsel: de ‘grote diepte’. Het Griekse Lexicon van Parkhurst zegt: ‘ Ἀρχή – (ark) komt overeen met het Hebreeuwse rasit of wijsheid . . . en (tegelijk) met het embleem van het vrouwelijke voortbrengende vermogen, de arg of arca, waarin de kiem van de natuur (en van de mensheid) zweeft of broedt op de grote afgrond van de wateren, tijdens het interval na elke wereld- (of ras-) cyclus.’ Ark is ook de mystieke naam van de goddelijke geest van het leven die zweeft boven de chaos. Maar Vishnu is de goddelijke geest als abstract beginsel en ook als de instandhouder en voortbrenger, of schenker van het leven – de derde persoon van de trimurti (die bestaat uit Brahma, de schepper, Siva, de vernietiger en Vishnu, de instandhouder). Volgens de allegorie leidt Vishnu, in de vorm van een vis, de ark van Vaivasvata Manu veilig over de wateren van de vloed.

G. de Purucker boek De Hiërarchie van Medogen (24): De gehele structuur van de Kosmos of Natuur is overal trapsgewijs opgebouwd, en is gebaseerd op ‘analogieën’en ‘herhalingen’. Er zijn nergens ‘absoluten’, en alles is volstrekt relatief ten opzichte van al het andere.

Absolute, Het: Een term die helaas vaak verkeerd wordt gebruikt en ook wordt misbruikt, zelfs in theosofische geschriften. Het is in de westerse wijsbegeerte een gangbaar woord waarmee het volstrekt onvoorwaardelijke wordt aangeduid; maar dit gebruik doet de etymologie van het woord geweld aan, en is ook in strijd met de wijze waarop sommige scherpzinnige en nauwlettende denkers zich ervan bedienen, zoals bijvoorbeeld Sir W. Hamilton in zijn Discussions, derde druk, blz. 13, voetnoot, die het woord 'Absoluut' op de juiste wijze blijkt te gebruiken, zoals theosofen zouden moeten doen, en wel in de betekenis van 'voltooid', 'volmaakt', 'volledig'. Sir W. Hamilton merkt op: 'Het Absolute staat lijnrecht tegenover en is het tegengestelde van het Oneindige' (zie aldaar). Deze laatste uitspraak is juist, en in zorgvuldig opgestelde theosofische geschriften zou het woord 'Absoluut' moeten worden gebruikt zoals Sir W. Hamilton dat doet, nl. in de betekenis van dat wat is bevrijd, losgemaakt, volmaakt, voltooid.

De Geheime Leer Deel II Stanza 6 Enkele woorden over ‘zondvloeden’ en ‘noachs’ (p. 177):
Het laatstgenoemde heeft echter niet meer persoonlijk belang in hen of hun scheppingen, dan de zon in de zonnebloem en haar zaden, of in de plantengroei in het algemeen. Het is bekend dat zulke actieve ‘scheppers’ bestaan en men gelooft in hen omdat de innerlijke mens in de occultist ze waarneemt en voelt. De laatstgenoemde zegt dat een ABSOLUTE godheid, die onvoorwaardelijk en zonder relaties moet zijn, niet tegelijkertijd als een actieve, scheppende, ene levende god kan worden gedacht, zonder onmiddellijk dat ideaal te verlagen30. Een godheid die zich manifesteert in Ruimte en Tijd – deze twee zijn eenvoudig de vormen van DAT wat het Absolute AL is – kan slechts een onderdeel van het geheel zijn.
30) Het begrip en de definitie van het Absolute volgens kardinaal Cusa kunnen alleen het westerse denken bevredigen, dat zonder het zelf te weten, gedurende lange eeuwen van scholastieke en theologische sofisterij gevangen was gehouden en was gedegenereerd. Maar deze ‘Recente filosofie van het Absolute’, die door Sir W. Hamilton tot Cusa werd teruggevoerd, zou de scherper metafysische geest van de hindoe-Vedantakenner nooit bevredigen.

De Geheime Leer Deel II hoofdstuk 2 De voorouders die de wetenschap aan de mensheid biedt (p. 756):
Een ‘theorie’ is eenvoudig een hypothese, een speculatie, en geen wet. Het anders te zeggen is slechts een van de vele vrijheden die wetenschappers tegenwoordig nemen. Zij verkondigen iets absurds en verbergen dat dan achter het schild van de wetenschap. Elke gevolgtrekking uit een theoretische speculatie is niets anders dan een speculatie gebaseerd op een speculatie. Sir W. Hamilton heeft al aangetoond dat het woord theorie nu ‘in een heel ruime en oneigenlijke betekenis’ wordt gebruikt . . . , ‘dat het verwisselbaar is met hypothese, en hypothese wordt gewoonlijk toegepast als een ander woord voor gissing, terwijl de woorden ‘theorie’ en ‘theoretisch’ eigenlijk moeten worden gebruikt als tegenstelling van de termen praktijk en praktisch ’.

Relativiteit: De moderne wetenschappelijke leer van de Relativiteit is, ondanks haar begrensdheid en mathematische beperkingen, voor de theosofische onderzoeker van buitengewoon veel betekenis, omdat ze de metafysica in de fysica introduceert, breekt met de zuiver speculatieve gedachte dat bepaalde dingen absoluut zijn in een zuiver relatief heelal, en ons doet terugkeren tot een onderzoek van de natuur zoals de natuur is, en niet zoals wiskundige theoretici tot nu toe stilzwijgend hebben aangenomen dat ze is. De leer van de Relativiteit met haar grondgedachte van relatieve in plaats van absolute begrippen is juist, maar dat betekent niet dat een theosoof de gevolgtrekkingen van Einstein of van zijn volgelingen noodzakelijkerwijs aanvaardt. Deze laatste kunnen waar zijn of niet, de tijd zal het leren. In ieder geval is Relativiteit niet waarvoor ze vaak ten onrechte wordt gehouden - louter de leer dat 'alles relatief' is, wat zou betekenen dat er nergens iets fundamenteels of werkelijks bestaat, waaruit andere dingen voortvloeien; met andere woorden, dat er geen wezenlijke of fundamenteel goddelijke en geestelijke achtergrond van het zijn bestaat. De Relativiteitstheorie is een vage aanduiding, een benadering van een zeer, zeer oude theosofische lering - de leer van mâyâ (zie aldaar).

René Meijer: Laten we deze fundamentele gedachtengang voor het nieuwe paradigma (Ether-paradigma) nog een keer doorlopen: in het begin van de schepping is er eerst het niets, 'het slapen van God' zeg maar, dan is er 'wakker' de lineaire tijd van de uitdijende tijdruimte: de donkere energie, de pure tijdenergie die enkel maar lineair de uitbreiding is. Dan ontstaat uit die lineaire tijd, door een verstoord evenwicht, door een gebroken symmetrie, een tegenkracht, de cyclische tijd, als een opsplitsing t.o.v. die oerether. Zo ontstaat dan vanuit de tijdruimte de driedimensionale ruimte die vol is met gravitonen of wervelingen van de cyclische tijd, pure tijdwervelingen dus van de oerether. Deze laatste fase van lichtmanifestatie is wat in de tijdlijn wordt weergegeven van het kosmisch bestel zoals de huidige wetenschap die zich die voorstelt. Daarin is er manifestatie vanaf het begin en is de donkere energie er pas later. Maar in een hiërarchische visie zoals hier gepresenteerd gaan er fasen aan vooraf en gaat de donkere energie vooraf aan de manifestatie. Deze gaat van E=T.e2 naar E=T.d2: de tijd die expandeert (e2) wordt eerst driedimensionaal (d2). Dan pas materialiseert vervolgens de materie zich als een verdere opsplitsing van de gravitonen in de universele (secundaire) ruimte: ze vormen dan de lokale ethersferen van de gekromde (tertiaire) ruimte.
Zo vormen de vier elementaire deeltjes samen met de relatieve, dynamische ether dan een parallel voor de vier basiskrachten die de natuurkunde kent: de zwaartekracht (het graviton), de elektromagnetische kracht (de elektronen en protonen), de sterke kernkracht die alles bij elkaar houdt (het integron) en de zwakke kernkracht (het neutron dat steeds tot verstrooiing en verval leidt op den duur). In één adem gezegd: eerst is er de tijd, dan de werveling ervan en dan de opsplitsing ervan in de drie basisdeeltjes van de materie plus een holistisch integriteits-effect dat ook wel als het lokale etherdeeltje of integron te beschrijven is. De etherdeeltjes zijn steeds deel en geheel, zijn 'part and parcel', of holondeeltjes - naar het holon zoals het hongaarse multitalent Arhur Koestler (1905-1983) en meer recent de holist Ken Wilber het als een filosofisch begrip verdedigden.

====

Samenvatting (Geestelijke gezondheid, 'Roberto Assagioli en Carl Jung', Catharsis)

Matteüs 21-22: En al wat gij zult begeren in het gebed, gelovende, zult gij ontvangen.
Svetlana AlexijevitsjIk schep uit al die stemmen die ik hoor een symfonie. Ik heb geprobeerd een genre te scheppen waarin ik de melodie kan laten horen van de mensen die anders nooit zouden worden gehoord.
Stelling: Zonder de Kwintessens in het debat te betrekken is het oplossen van wereldvraagstukken niet mogelijk. De Kwintessens, wordt met behulp van de verborgen 5e Dimensie ('verborgen pad') van Roberto Assigioli en Enantiodromie van Carl Jung tot uitdrukking gebracht. De verborgen 5e Dimensie en de Enantiodromie zorgen voor het herstellen van het balansmechanisme.

Het leerproces op aarde was al bekend bij Socrates en Plato, maar ook al bij Zarathoustra en Vyâsadeva (Vyasa), auteur van de Bhagavad Gita (Tegenstellingen, 5D-concept en Ethisch reveil). Zonder te streven naar waarheid en rechtvaardigheid is een duurzame vrede niet mogelijk. Dus door waarheid en rechtvaardigheid centraal te plaatsen is een betere risicobeheersing mogelijk. De Bhagavad Gita beschrijft al hoe we onze hartstochten kunnen beheersen, de contouren van de unificatietheorie. Of met andere woorden de Bhagavad Gita laat al zien dat, de ‘Grondtoon van de waarheid’, de verborgen 5e Dimensie, die aan de schepping, de Éne werkelijkheid ten grondslag ligt al millennia bekend is. Om in het universum de Éne werkelijkheid te illustreren wordt van de Hoofdroute gebruik gemaakt.

Sinds de scheiding van kerk en staat in Nederland in 1795 door de Fransen werd ingevoerd heeft de Staat de besturing van Nederland geleidelijk geheel overgenomen. Of met andere woorden de invloed vanuit Rome is geleidelijk door Den Haag en later door Brussel, lees het grootkapitaal overgenomen. In de 21 eeuw komt het verbinden van de twee kanten van één medaille, het bevorderen van de innerlijke harmonie (wet van harmonie) centraal te staan. Om harmonie te bereiken vormt de psychosynthese van Roberto Assagioli als het ware de derde weg tussen de geestesdrift van Carl Jung en de seksuele drift van Sigmund Freud.

Het morele kompas biedt net als het enneagram, de psychologie van Carl Jung en van Roberto Assagioli, de I Ching (boek van Rudolf Ritsema, Stephen Karcher) een mogelijkheid om het zelfbewustzijn, de zelfkennis, het bewustzijn te verruimen. Het 5D-concept laat zien dat aan deze modellen hetzelfde balansmechanisme, Wet van harmonie ('Zelfregulering en Creativethink') ten grondslag ligt. Uiteindelijk gaat het er om met behulp van deze methoden een non-lokaal, een niet dualistich bewustzijn te bereiken. Het 5Ddenkraam laat net als de levensboom en het enneagram zien dat het goede nieuws is dat er een zelfregulerend (zelfreinigend, zelfgenezend, zelfhelend) vermogen in het universum zit ingebakken. Het gaat er om de schijnwaarheden in het leven, de ingebakken clichés te demystificeren. Of met andere woorden datgene waartegen we vechten definieert ons even duidelijk als datgene waarvoor we ons inzetten.

De 5e macht, lobbyisten op aarde staan diametraal tegenover de verborgen 5e Dimensie, het metafysische perspectief in de hemel.

Hans Wansink plaatst in zijn recensie van het boek Dark money The Hidden History of the Billionaires Behind the Rise of the Radical Right, De Duistere krachten in het Westen tegenover Zwart Rusland de stem van Svetlana Alexijevitsj uit het Oosten. De oplossingsrichting die de esoterie aanreikt om het conflict tussen Oost en West te verkleinen is al millenia bekend en heeft betrekking op dat niemand twee heren kan dienen en beiden tevreden stellen. Esoterici houden zich niet met hun eigen naïeve utopie bezig. Het sprookje van Hans Christian Andersen laat zien dat zijn hovelingen juist hielpen om de keizer van nieuwe kleren te voorzien. Is het, om de continuïteit van een organisatie, de BV Nederland te waarborgen, niet beter dat de hofhouding de ministers voor de valkuil van de nieuwe kleren van de keizer tracht te behoeden?

Robert Kennedy: “Energiegiganten ontwrichten de democratie” (23-06-2015):
Waarom krijgen de oliegiganten dan zoveel subsidie? “Omdat de democratie in de Verenigde Staten een farce is. We hebben in ons land twee broers, de Koch brothers, met enorme belangen in vastgoed en olie. Zij steken zoveel geld in de Republikeinse campagne dat ze de macht kunnen opkopen. In de congresverkiezingen van eerder deze maand staken ze 300 miljoen dollar. ‘De allerbeste investering is een investering in een politicus,’ is hun instelling.

In Amerika wordt in naam van de vrijheid de democratie afgebroken.
Herman Lelieveldt (Volkskrant 14 juni 2008): Bush en Cheney concentreerden de macht in het Witte Huis ten koste van ministeries en instellingen en perfectioneerden het regeren bij decreet. Door het creatieve gebruik van executive orders en signing statements wisten zij de bemoeienis van het Congres tot een minimum te beperken en de oppositie van de Democraten in het Huis van Afgevaardigden en de Senaat te omzeilen. De machtsgreep van Bush is niet onopgemerkt gebleven. Volgens de journalist Charlie Savage in zijn boek Takeover beleeft Amerika na dertig jaar weer de terugkeer van de imperial precidency, het keizerlijke presidentschap. Matthew Crenson en historicus Benjamin Ginsberg durven de handelwijze van Bush in hun boek Presidential Power. Unchecked and unbalanced, zelfs misdadig te noemen. Dat werpt een nieuw licht op het vermeende falen van Bush als president. Het is veel te eenvoudig om dat toe te schrijven aan zijn neoconservatieve ideologie. Veel belangrijker is het dat Bush als president te weinig tegenspel (lees tegenwicht) en debat georganiseerd heeft daarmee een van de mechanismen voor goede democratische besluitvorming geschonden heeft.

‘Ongelijkheid en Sociale uitsluiting’, 'Tweedeling in de maatschappij en Xenofobe krachten, afbraak van de solidariteit dragen voor een belangrijk deel aan de actuele vraagstukken bij. Synthese, het 'en-en' vindt door reflectie, wisselwerking via het Verticale (Causaal non-dualistische) en Horizontale (Grof subtiele) bewustzijn plaats. Het driehoekige diagram van Roberto Assagioli toont dat synthese met name via het verticale bewustzijn plaats vindt.

Zowel de identiteitspolitiek van de EU als de organisatiecultuur van de EU organisatie houdt zich met disidentificatie en identificatieprocessen bezig. Disidentificatie, Meditatie-Diagram van Blavatsky, die Roberto Assagioli (hoofdstuk 5.3) toepast. Het sluit bij de ommekeer, een paradigmawisseling in het denken aan. Er geldt van je hart geen moordkuil maken. Andere oplossingen die de paradigmawisseling weergeven:

Quasideeltjes zijn een nieuwe categorie deeltjes, die het wellicht mogelijk maken de hypothese van het bestaan van Aions - Aeonen - Eonen te duiden, om dus op langere termijn het inzicht in Akasa te verdiepen. Maar het terrein van de verborgen 5e dimensie ('Waarnemer = Waargenomene'), de Kwintessens blijft een complex vraagstuk, waarvoor de hypothese ‘Geest = Licht = Creativiteit’ geldt. Het meditatie-diagram van Blavatsky maakt het mogelijk 'Waarnemer = Waargenomene', de dualiteit op te heffen.

Wat betreft ‘Geest = Licht = Creativiteit’ verwijs ik graag naar het boek Hebben wij een ziel? Zo ja, waar dan? (p. 43 en hoofdstuk 16 p. 291) van Gerrit Teule.

Eudaimonia heeft betrekking op de 4e Dimensie van de Zwaartekrachtruimte die Gerrit Teule in zijn boek Hebben wij een ziel? of van het Blokuniversum waar Jim van de Heijden gebruik van maakt. Het blokuniversum is niet volledig gedetermineerd, zoals Wim Rietdijk tracht te bewijzen. Het is onze vrije wil, het is het vermogen van de mens zich aan de veranderende omgeving aan te passen en de mogelijkheid van creativiteit die het leven zinvol maakt. Creativiteit, verbeeldingskracht (imaginatie) zorgt dat het lichtpuntje aan het eind van de tunnel feller gaat schijnen. De gangbare methode om de wils- en verbeeldingskracht te verenigen is yoga, contemplatie, meditatie.

De verticale as (Axis mundi) door het midden van het Ei van Assagioli symboliseert de door Maslow genoemde zelfrealisatie, de Derde weg in de psychologie of de weg van het universele soefisme. Door dis-identificatie is het mogelijk dat we ons met de ware identiteit, het hogere zelf verbinden. De psychosynthese van Assagioli is een transformatieproces, waarbij in de mens de macht van het ego naar het hogere Zelf verschuift. Het maakt het laten oplossen van conditioneringen mogelijk.

Het model van Robert Dilts bestaat uit de hiërarchie van 6 logische niveaus. Iedereen leeft, bewust of onbewust tegelijkertijd op de 6 niveaus. Het model gaat er vanuit dat zaken van een niveau op de onderliggende niveaus doorwerken. De kernvraag is op welk niveau is er een probleem?
Modelregels:
- Een hoger niveau organiseert de informatie op onderliggende niveaus.
- Verandering op een lager niveau (macht van het ego) kan verandering op een hoger niveau (hogere Zelf) teweeg brengen.
- Verandering op een hoger niveau zal veranderingen op lagere niveaus teweeg brengen.

Het boek Psychosynthese van Roberto Assagioli laat duidelijk zien dat hij zich door de theosofie heeft laten inspireren. Zowel zijn moeder als zijn vrouw waren theosoof. De disidentificatie oefening van Roberto Assagioli is op het meditatie-diagram van Blavatsky gebaseerd. Meditatie is geen middel tot een doel. Zij is beide, ‘Middel en Doel’, ’Vorm en Inhoud’, het ‘Hoe en Wat’ (reciprociteit). Meditatie is een manier om de illusoire wereld van de éne werkelijkheid te onderscheiden.

Plato's Ideeën wereld:
Volgens Plato is dat wat wij doorgaans beschouwen als de werkelijkheid slechts een zwakke afschaduwing van de échte werkelijkheid: de wereld van de Ideeën. Deze ideeën bevinden zich in Plato’s hemel of Ideeënrijk: een transcendente werkelijkheid waar geen tijd of ruimte bestaat. In de allegorie van de grot brengt Plato een bepaalde visie op de werkelijkheid naar voren: idealisme. Kenmerkend voor Plato’s idealisme is dat de abstracte wereld van de Ideeën meer realiteit bezit dan de materiële wereld van de tastbare dingen.
Roberto Assagioli, boek ‘Psychosynthese’, p. 29: Het bewuste zelf of ‘Ik’ (centrum, centraal punt in het ‘ei’ van Assagioli): Vanuit een bepaald gezichtspunt kan men dit verschil vergelijken met het verschil dat er bestaat tussen het witte, verlichte scherm (Hogere Tetraktis, Tetragrammaton, ‘hemelse mens’ is Adam Kadmon), èn de verschillende beelden die erop geprojecteerd (Weerkaatsing, Toverlantaarn) worden. …zij vereenzelvigen zichzelf met die opeenvolgende golvingen, met de steeds veranderende inhouden van hun bewustzijn (identificatie versus dis-identificatie).

Het witte, verlichte scherm komt met het hogere manas of het EGO overeen.

Roberto Assagioli, Carl Jung en Abraham Maslow bieden een oplossing voor het individu.
Richard Sennett, Geert Hofstede en Abram de Swaan bieden een oplossing voor het collectief.

De tegenstellingen ‘Licht en Schaduw’ (dubbelleven), die Carl Jung onderkent komen in de tweenaturenleer, de 'emanatie van God' tot uitdrukking.

De ruimte tussen mensen heeft in het rapport 'E i V' op het thema De Ander als spiegel betrekking.

Als de persoonlijkheden (lagere manas of stoffelijke denkvermogens) uitsluitend door hun hogere alter ego’s zouden worden geïnspireerd en verlicht, dan zou er weinig onvolmaaktheid in de wereld zijn (H.P. Blavatsky Een toelichting op de De geheime leer: stanza’s I-IV p. 60).

Volledige synthese (Bevrijding) drukt volmaaktheid uit. Het Christendom spreekt over de wijsheid voor de volmaakten, het Boeddhisme heeft het over volmaakte geestelijke gezondheid, het Taoïsme over spirituele volmaaktheid en de Islam spreekt over de volmaakte mens. De onvolmaaktheid van de mens op aarde staat in contrast (Nous) met de volmaaktheid van God in de hemel. We kunnen ook zeggen de schijntegenstellingen op aarde staan tegenover de harmonie in de hemel of de imperfecte mens staat tegenover de perfectie in de natuur.

In het onderzoeksrapport ‘E i V' komt duidelijk naar voren, dat de kwintessens van de universele esoterie op de negatieve dialectiek is gebaseerd. De grondslag van de esoterie: ‘Er is niets nieuws onder de zon.’

De humanistische psychologie van Maslow, het Ei van Assagioli en het metamodel in NLP brengen het 1e, 2e en 3e grondbeginsel (hypothese) van de theosofie tot uitdrukking. Maslow belicht in het bijzonder het 1e grondbeginsel ‘het onkenbare’, namelijk transcendentie, dat wat de mens overstijgt. De transpersoonlijke psychologie van Roberto Assagioli legt de nadruk op synthese, het 2e grondbeginsel verschijnen en verdwijnen (identificatie en disidentificatie) en bij NLP komt de systeemhiërarchie, het 3e grondbeginsel duidelijk naar voren.

De problemen in het Westen hangen samen met wat Fathali Moghaddam signaleert:
Grootste gevaar
Het grootste gevaar van terroristen schuilt niet in het aantal dodelijke slachtoffers dat ze maken, zegt Moghaddam. 'Dat zijn er relatief weinig. Alleen al in de Verenigde Staten komen jaarlijks 10 duizend mensen om het leven door automobilisten die onder invloed rijden en vallen er 30 duizend doden bij schietincidenten. Toch wordt de oorlog niet verklaard aan de dronken automobilist of de wapenhandelaar.
'Het grootste gevaar schuilt erin dat de oorlog die we voeren tegen Al Qaida en IS op den duur onze democratie zal ondermijnen. Terroristen, die onze open samenleving haten, zijn daar op uit.
Ik maak me zorgen over de oorlogsretoriek die veel politici gebruiken. In tijden van oorlog zijn drastische maatregelen immers al snel gerechtvaardigd.

Het bestuurdersgelul komt in het rapport 'E i V' met de kwalificatie struisvogelpolitiek overeen. Of met andere woorden zoals Peter de Waard het in zijn column Deelt Zuckerberg ook dimes uit? (Volkskrant 4 december 2015 p. 19) stelt:
Nu heeft angst voor de duivel in het hiernamaals plaatsgemaakt voor status in het huidige leven. Eigenlijk is filantropie de ultieme vorm van narcisme.

De 'Derde weg' heeft in het onderzoeksrapport 'E i V' op de relatie tussen 'Chaos - Gaia - Eros' en het Eeuwig 'Goede - Ware - Schone', op de synthese tussen 'vrouwelijk en mannelijke' energie betrekking.

Het Viertal moet het hogere of het lagere zijn, de hemelse - of de aardse Tetraktis (zie de volmaakte kubus van Freek van Leeuwen). Voor de menselijke evolutie is een chip van Miguel Nicolelis niet nodig. We zullen het echt zelf moeten doen. Al zijn er natuurlijk apps waarmee je je leven kunt veraangenamen.

In het rapport 'E i V' staan niet de organisatieadviseurs centraal, maar het Ken uzelve. De overheid daarentegen beoogt het moreel kompas met behulp van nudging op te krikken of te manipuleren. In de kern gaat het om een cultuuromslag, die het evenwicht, de harmonie herstelt.

Met behulp van het maskerkwadrant is het mogelijk ons van onze conditioneringen bewust te worden en onze vrijheid te herwinnen. We laten zien hoe het mogelijk is ons weer met de natuurlijke kringloop te verbinden. Bij het 'Ken uzelve' gaat het om het ik en de ander. Doorzie uw eigen mogelijkheden, beperkingen en grenzen. Het leert je regisseur te worden van je eigen leven.

Het maskerkwadrant maakt het weloverwogen eigenbelang, het egoïsme zichtbaar en laat zien dat we in een loop (schizofrenie) terecht kunnen komen wanneer we niet meer met onze spirituele bron zijn verbonden.

Freek van Leeuwen maakt van het begrip zelfverwerkelijking (zelf-ontplooiing) gebruik. In zijn boek De Levensweg (p. 77, 90 en 193) past hij het cybernetische model toe. De kubus en de bol van Freek van Leeuwen drukken op een vergelijkbare manier het leerproces van de mens, de relatie tussen microkosmos en macrokosmos uit. Met behulp van de kubus of de bol is het mogelijk de samenhang tussen de Big five, Big seven en Big nine, de telling van Pythagoras uit te beelden.

De cirkel, de mandala symboliseert de eenheid tussen de innerlijke en uiterlijke wereld, de 'micro- en macrokosmos'. De lemniscaat verbindt de horizontale cirkel met de verticale cirkel en symboliseert de bewust of onbewust ervaren werkelijkheid. Het leven is een continu ervaringsproces, dat tracht knelpunten in de gewenste richting bij te sturen. Het leven laat zien hoe een crisis ontstaat, maar ook kan worden opgelost. Elk mens schrijft zijn eigen levensverhaal. Of met andere woorden ‘het gaat om de moraal van ons levensverhaal’.

Benjamin Adamah schrijft in zijn boek Nulpunt Revolutie over Adam Kadmon ons zuiver negentropische alter ego (p. 61).
Macrokosmos: Dat deel van het (universeel) bewustzijn dat ‘Dat wat geen buiten kent’ als domein heeft en de materialiteit-actualiteit als bereik.
Microkosmos: Dat deel van het (universeel) bewustzijn dat ‘Dat wat geen binnen kent’ als domein heeft en de immaterialiteit-actualiteit als bereik.
P. 113: Nul is op te vatten als een zwart gat/oerknal-correlaat dat de ‘pomp' (tzimtzum) of het ‘hart’ (tzimtzum) vormt van de scheppingsgolf en ether of akasha in beweging zet. Nul is vanuit een dynamisch perspectief een omslagpunt waar Dat wat geen buiten kent (positief iets; + 1) voorkomt uit de dimensieomslag van Dat wat geen binnen kent (negatief iets; - 1).
P. 116: Martin Heidegger: Een gebeurtenis is het kruispunt waarop Zijn en menszijn elkaar in correlatieve nood ontmoeten. Voor het gemak heb ik dit snijpunt daarom een Heidegger-knoop genoemd.
P 228: In de natuur bestaat er een evenwicht tussen fluctuaties van entropie en negentropie (informatietheorie).

In risk management, negentropy is the force that seeks to achieve effective organizational behavior and lead to a steady predictable state.

Het is aannemelijk dat het bereiken van synergie tussen eicel en zaadcel, het 1 + 1 = 3 effect op aarde makkelijker is te bereiken dan synthese in de hemel.

Met de kool en de geit sparen wordt vaak geen echte meerwaarde gecreëerd. Wel kan consensus ontstaan, wanneer twee meningen die eerder met elkaar botsen, een beter derde idee opleveren. Het zogenaamde 1 + 1 = 3, het synergie-effect.

Het eenwordingsproces in Europa stagneert. De sterke groei van het aantal nieuwe leden betekent niet automatisch dat daarmee ook synergie-effecten in dezelfde verhouding toenemen. Het marktdenken blijft de spil waar alles om draait en niet de suggestie van Tiny Kox het accent te verschuiven naar een vooral democratisch en sociaal Europa. De politiek is niet langer langs sociaal-democratische breuklijnen georganiseerd.

Adorno en Levinas vertegenwoordigen de continentale filosofie. De negatieve dialectiek van Theodor W. Adorno (kies: 6 – kritische theorie – Adorno) sluit op de waarheidsvinding, de paradigmawisseling in het rapport 'E i V' aan.

Het boek Spinoza's achtbaan (p. 9) van Erik Bindervoet en Saskia Pfaeltzer en het boek Politieke emotie - waarom een rechtvaardige samenleving niet zonder liefde kan (p. 28-31) van Martha Nussbaum worden besproken in de bijlage Sir Edmund van de Volkskrant 20 december 2014. Wat betreft het thema 'Voelen en Denken' (Gnosis) sluiten beide boeken nauw op elkaar aan en vormen een cruciaal puzzelstukje in het rapport 'E i V'. Of anders gezegd de oplossing die grote spirituele leiders aanreiken sluiten beter aan op de menselijke zwakheden, het menselijk tekort , dan de politici die zich beperken tot het bevredigen van het koopkrachtplaatje van hun clièntele (eigen achterban).

In het leven gaat het niet alleen om lichamelijke gezondheid, maar ook om geestelijke gezondheid, het goed onderhouden van de neurale netwerken. Bij Johannes Heinrich Schultz ligt het accent op het mentale vlak en bij Wim Hof (Iceman) op de fysieke kant. Zowel Johannes Schultz als Wim Hof gebruiken trainingsmethoden die van invloed zijn op het autonoom zenuwstelsel. Autogenic training restores the balance between the activity of the sympathetic (flight or fight) and the parasympathetic (rest and digest) branches of the autonomic nervous system. This has important health benefits, as the parasympathetic activity promotes digestion and bowel movements, lowers the blood pressure, slows the heart rate, and promotes the functions of the immune system.

Het continuüm van onbewust onbekwaam naar onbewust bekwaam van de humanistische psychologie Maslow laat zien hoe vaardigheden kunnen worden geoefend. Het gaat er eerst om bewust te worden waarvan je je niet bewust bent. De opgebouwde conditioneringen, karmische formaties (als de restanten van alles wat we gedacht, gevoeld, gezien en gedaan hebben) moeten eerst worden herkend. Integratie vindt plaats wanneer op- en ontlading catharsis gelijkmatig gebeurt. Het leert je regisseur te worden van je eigen leven.

De verticale dimensie (Axis mundi) brengt ook de evoluerende waardensystemen van de Spiral Dynamics van Don Beck in beeld. Elk mens heeft een natuurlijke aanleg (nature), maar onze sociale vaardigheden zijn niet aangeboren doch tijdens de opvoeding (nurture) aangeleerd. Bij de verticale as door het centrum gaat het om de moraal van het verhaal, de waarden en normen, de geschreven en ongeschreven leefregels. Jezelf met de ascensie van het universum te verbinden.

Het zelfbewustzijn en het non-lokale bewustzijn zijn complementair. Het betekent uiteindelijk dat Geest en Lichaam, geesteswetenschappers en natuurwetenschappers gelijkwaardig aan elkaar zijn. De mens kan polariseren omdat er polariteiten bestaan.
In een compositie wordt een dissonant meestal gevolgd door een consonant.
Dit geldt ook voor de psychologie waar cognitieve dissonantie lijnrecht tegenover cognitieve consonantie staat.

In het rapport ‘E i V’ wordt de relatie ‘Absoluut en Relatief’ aan de hand van Ain-Soph (Parabram, éne Werkelijkheid) en het Ether-paradigma (Het paradigma van de relatieve ether) verklaart. De relatie ‘Absoluut en Relatief’ berust op het principe van complementariteit dat al door Heraclitus naar voren is gebracht en heeft op de ‘eenheid der tegendelen’ ('These + Antithese = Synthese', Trimurti) het overbruggen van tegenstellingen betrekking.

De éne werkelijkheid heeft net als bij Ayurveda op de "kennis van het leven", de oerbron, de 11e dimensie En-soph betrekking. De oerbron manifesteert zich middels het eeuwige nu.
De verborgen 5e Dimensie, de verticale as, de Axis mundi, de Staf van Hermes, de gouden keten van Homerus, de staf van Mercurius, Sutratman (levensdraad), draad van Ariadne, Caduceus, Levensladder, Esculaap, de kosmische Lichtzuil en ook de Middenzuil van de levensboom.

De Staf van Hermes, de Axis mundi wordt beschouwd als de sleutel en de weg van persoonlijke (spirituele) ontwikkeling, oftewel in onze kern, de levensbron draait het nog steeds om de Gulden middenweg, de 'Hoofdroute'. De “staf” (p. 96) waarmede het goddelijke kind de volkeren zal hoeden, is natuurlijk de caduceus van Hermês, de voorbeeldige schaapherder van de zielen. In de oudere mythologie vindt men deze magische staf in de hand van Neb, de God van wijsheid en “de bewaarder van de scepter van kracht”.

Hoe komen we los van onze conditioneringen (nurture)?
Er dient wel degelijk met de keerzijde van de evolutietheorie rekening te worden gehouden dat er van doelgerichtheid, entelechie, een blauwdruk in de natuur sprake is. Volgens Jared Diamond zijn religies uitgevonden om mensenmassa’s in bedwang te houden. Om de kwaliteit van de besluitvorming in organisaties te verbeteren dient niet het Angelsaksisch model, maar het Rijnlands model centraal te worden geplaatst. Er is behoefte om aan religie opnieuw inhoud te geven. Of met andere woorden het is wenselijk dat aan de bekende emotionele, mentale en lichamelijke dimensies een spirituele dimensie wordt toegevoegd.

Het ‘5Ddenkraam’ geeft mede op basis van het open systeem concept een aanzet hoe verschillende psychologische zienswijzen (Assagioli, Jung, Maslow en Berne) met elkaar samenhangen. Juist het combineren van verschillende zienswijzen maakt het mogelijk het fenomeen mens vanuit een holistisch perspectief beter te leren begrijpen.
Het ‘5Ddenkraam’ laat zien dat de lemniscaat, “Zo boven, Zo beneden”, hemel en aarde, het geestelijke en het stoffelijke met elkaar verbindt.
5D toont een derde aanzicht en laat zien hoe de kloof tussen de binnen - en de buitenwereld kan worden verkleind. Op deze manier is het mogelijk een gelukkiger, een natuurlijker balanssituatie te creëren. De psycholgie van Roberto Assagioli en de humanistische psychologie van Maslow brengen dit aspect met name in beeld. Het verticale bewustzijn, het verticale denken staat met het transformeren van inspiratie en materie in verband.

SisyPhus De MultiVersele Creatie door Negentropie in correlatie met de vier niveau's van de Ka-Ba-Lah.
Hoe kan ik dit nu in relatie zetten met de "zelforganisatie" van het DNA, dat wat de "Unieke Blauwdruk" van elk levend wezen maakt, dus ook de mens? Uit de godsdienstige overleveringen blijkt een gemeenschappelijk beeld te bestaan, dat "God" of "Goden" de Mens naar zijn beeld heeft gemaakt. Deze overlevering is niet zomaar fantasie, want als het "niet waar" was - dan zouden we het zelf moeten gaan verzinnen en waarom zouden we dat nou doen of laten doen: ten dele is het deceptie, met een "ongemanifesteerde waarheid": archief! Dus, die "goden" hebben wat weg van de mensen, de eigenschappen van die "goden" vinden we terug in de mensen! Dus, het kan zijn dat de "DNA-eigenschappen" van die "goden" terug te vinden zijn in de huidige samenstelling van de mens. Als we de esotherische literatuur goed volgen, blijkt dat "YHWH" de "oppergod" is en het "monotheïsme" (monisme) afdwingt en dus geen "andere god" mag er aanbeden worden dan hem.

====

Zie ook:

Boeken:

Externe Links

<< vorige || volgende >>

Categorie: Artikelen | Rapport | Auteur: Harry Nijhof


Deze pagina werd sedert 16 dec. 2007 keer bekeken.