Spiegelsymmetrie

Xenophanes: De stervelingen menen dat de goden verwekt zijn evenals zij, en kleren, een stem en gestalte hebben als zij... ja, als de ossen en paarden en leeuwen handen bezaten en kunstwerken konden scheppen, zoals de mensen, zouden de paarden de goden als paarden afbeelden, de ossen daarentegen als ossen.
Het oog is de spiegel van de ziel. (Uit het Hooglied, 28)
En God zei: Laat Ons mensen maken naar ons beeld, als onze gelijkenis, opdat zij heersen over de vissen in de zee en over het gevogelte aan de hemel en over het vee en over de gehele aarde en over al het kruipende gedierte dat op de aardbodem kruipt. En God schiep de mens naar zijn beeld; naar Gods beeld schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij hen. (Genesis 1:26; vergelijk 9:6)
Over de komst van het Koninkrijk Gods (Lucas 17:20-21):
20 En gevraagd zijnde door de Farizeeën, wanneer het Koninkrijk Gods komen zou, heeft Hij hun geantwoord en gezegd: Het Koninkrijk Gods komt niet met uiterlijk gelaat.
21 En men zal niet zeggen: Ziet hier, of ziet daar, want, ziet, het Koninkrijk Gods is binnen u.
Aristoteles: Alles wat in de ziel zit, is slechts een weerspiegeling van voorwerpen in de natuur.
Johannes: Gij in Mij en Ik in u (14:20).
Johannes 10:30 Ik en mijn Vader zijn één.
Eliphas Levi: De logos van God is de openbaarder van de mens, en de logos (het woord) van de mens is de openbaarder van God.
Aurelius Augustinus: In de Vader is de eenheid, in de Zoon de gelijkheid, in de Heilige Geest het harmonieuze samengaan van eenheid en gelijkheid.
In het Evangelie volgens Filippus (een tekst uit de Nag Hammadi-kruik):
God schiep de mens
en de mensen schiepen zich een god.
Zo gaat het in de wereld:
de mensen scheppen zich goden
en vereren hun scheppingen.
Waarlijk! (Zo) zouden de goden
de mensen moeten vereren!
François Rabelais: Wanneer ge nooit meer een dwaas wilt zien, moet ge beginnen uw spiegel stuk te slaan.
Helena Blavatsky: Het Heelal wordt van binnen naar buiten bestuurd en geleid. Zoals boven, zo is het ook beneden, zoals in de hemel, zo ook op aarde; en de mens – de microkosmos en het verkleinde evenbeeld van de macrokosmos – is de levende getuige van deze universele wet en van haar manier van werken. (Geheime Leer, Deel I, p. 301)
Teilhard De Chardin: We zijn geen menselijke wezens die een spirituele ervaring hebben, we zijn spirituele wezens die een menselijke ervaring hebben.
Alfred North Whitehead stelt dat het zowel juist is te zeggen dat God de wereld heeft geschapen als dat de wereld God schept.
Wolfgang Pauli vatte de relatie tussen psyche en materie op als een spiegelsymmetrie.
(Engelien Scholtes boek De verborgen dimensie in het werk van Jung en Pauli)
Gaetano Mosca: De maatschappij is een afspiegeling van de heersende klasse (The Ruling Class)
P. Krishna: De wanorde die we om ons heen zien in de maatschappij is een projectie van de wanorde die aanwezig is in het menselijk bewustzijn.
Thomas Berry: Denk erom, de Aarde is een spiegel die God zichzelf voorhoudt.
Fred Matser: De chaos in de wereld (‘om-geving’) is een reflectie van de wanorde in onze hoofden en harten (‘in-geving’).
Ingram Smith: De zoeker het gezochte is, want wat je zoekt is de projectie van de zoeker.
Byron Katie: Met de The Work, zie je wie je zelf bent door te kijken naar wat jij van andere mensen denkt. Uiteindelijk kom je te zien dat alles buiten jezelf een reflectie is van jouw eigen denken. Jouw geest is de verhalenverteller, de projector van alle verhalen, en de wereld is het geprojecteerde beeld van de gedachten waarin jij gelooft.
H.J. Witteveen: Het gaat er dus om de spiegel van ons bewustzijn om te draaien: van buiten naar binnen, zodat wij bewust kunnen worden van ons ware wezen dat een uitstraling is van het Goddelijke licht dat door de hele schepping schijnt (Prana december 2008/januari 2009).
Christian Vandekerkhove: Ik zou durven stellen dat de breuk tussen de Antroposofische Vereniging en de Theosofische voor beide stromingen één grote gemiste kans is geweest om samen aan een groot monument te bouwen in een sfeer van eenheid in verscheidenheid.

Weerspiegeling (Spiegelneuron, Logos, Spiegelsymmetrie, Gelijkvormigheid)

Rumi: Wij zijn zowel de spiegel als het gezicht dat we er inzien.
Julian Huxley: De mens is de evolutie, die zich van zichzelf bewust is geworden.
Wislawa Szymborska:
Uit het raam heb je een mooi uitzicht op het meer,
maar dat uitzicht ziet niet zichzelf.
Kleurloos en vormloos, stemloos, geurloos
en pijnloos bestaat het op deze wereld.

Picasso:
Marco Iacoboni Het spiegelende brein (p. 221): In Vrees en beven stelde Kierkegaard dat ons bestaan alleen betekenis krijgt door onze authentieke engagement bij het eindige en tijdelijke, en dat dit engagement ons definieert. De neurale resonantie tussen het zelf en de ander die door spiegelneuronen mogelijk wordt gemaakt, is volgens mij de belichaming van zulk engagement. Onze neurobiologie, met andere woorden onze spiegelneuronen, verbindt ons met anderen. Spiegelneuronen belichamen de diepste manier waarop we met elkaar in relatie staan en elkaar begrijpen: ze tonen aan dat we gemaakt zijn voor empathie, en dat zou ons moeten inspireren invloed uit te oefenen op onze samenleving en onze wereld te verbeteren.

Het boek De Spiegel van de Tijd, het alternatief tijdbewustzijn brengt de verticale dimensie, de route die we in het leven kunnen bewandelen tot uitdrukking.

Byron Katie laat net als Boeddha, Pythagoras, Plato, Roberto Assagioli, Carl Jung en H.P. Blavatsky zien dat 'binnen en buiten' elkaars reflecties zijn. Door het kompaskwadrant, dit multidimensionale verklaringsmodel toe te passen leren we de wereld om ons heen steeds beter te begrijpen.

Roberto Assagioli, boek ‘Psychosynthese’, p. 29: Het bewuste zelf of ‘Ik’ (centrum, centraal punt in het ‘ei’ van Assagioli): Vanuit een bepaald gezichtspunt kan men dit verschil vergelijken met het verschil dat er bestaat tussen het witte, verlichte scherm (Tetragrammaton), èn de verschillende beelden die erop geprojecteerd (Weerkaatsing, Toverlantaarn) worden. …zij vereenzelvigen zichzelf met die opeenvolgende golvingen, met de steeds veranderende inhouden van hun bewustzijn (identificatie versus dis-identificatie).

Om het fenomeen van de weerspiegeling te duiden maakt Plato van de allegorie van de grot gebruik en Blavatsky beschrijft de toverlantaarn.

Roberto Assagioli laat met disidentificatie, net als Blavatsky met het meditatie-diagram, zien dat gedachten en gevoelens verschijnen en verdwijnen, maar we zijn niet onze gedachten en gevoelens. Meditatie, stilte stelt ons in staat dichter bij de eigen kern te komen, te her-inneren. Het onderbewustzijn geeft op onze vragen antwoord.

R. Burnier Bespiegeling maakt ons menselijk(Theosofia februari 2009 p. 3):
In de Viveka-chudamani (Het Kroonjuweel van Wijsheid) van Sankaracharya wordt gezegd dat geboren worden als mens een buitengewoon voorrecht is. Ontelbare incarnaties moeten doorgemaakt worden in verscheidene soorten lichamen op verschillende niveaus van evolutie vóór de menselijke geboorte. Voor ons lijkt het vreselijk dat het zulke eonen van tijd kost, maar tijd is geen probleem voor andere wezens dan mensen. Zij leven en sterven vanzelfsprekend zonder zich druk te maken over de tijd. Maar in de fase als mens is er een nieuw soort energie nodig om innerlijke vooruitgang te boeken.
Lijden is één manier van leren. Karma reguleert dit proces. Maar dit is geen echt leren; het lijden maakt alleen het bewustzijn vaag bewust van een innerlijke behoefte. Het proces is langzaam en lange tijd duren het lijden en het vage leren voort, tijdens de overgang tussen de onbewuste activiteit van het premenselijke stadium en het bewuste bestaan van de mens. Dus wordt gezegd in de Viveka-chudamani dat het moeilijk is om als mens geboren te worden en dat een speciaal soort energie nodig is wil het menselijk leven vruchtbaar zijn.

H.P. Blavatsky De stem van de stilte, De Zeven Poorten Fragment III:
Concentreer de blik van uw ziel op het ene zuivere licht, het licht dat vrij is van emotie, en gebruik uw gouden sleutel.

Het Ken uzelve is de sleutel tot ons hart.

Roberto Assagioli De Gulden middenweg (kies Infotheek, Publicaties lezen).

De drie verenigende Logoi van de Theosofie:

Eenheid inVerscheidenheid Danielle AudoinTheosofie (1 - 2 - 3 - 4): 
Pythagoras 1e Logos, Monade3e Logos, TriadeRudolf SteinerAntroposofie: 
    1. Hogere Zelf3. Astrale lichaam (Hogere "ego", manas)
MonadeTriadeGod ----Geest4. Geestmens ----3. Geestzelf (omgevormd Astraallichaam)
||||||
TetradeDuade4. Lichaam ----Zoon1. Fysiek lichaam ----2. Levensgeest (omgevormd Etherlichaam)
  Tetrade2e Logos, Duade4. Fysieke lichaam2. Lagere denken (Geestelijke ziel, buddhi)

H.P. Blavatsky boek De SLEUTEL tot de THEOSOFIE (p. 162/163):
In het bovenstaande rechter kwadrant staat het Hogere Zelf voor atma, de onscheidbare straal van het Universele en Ene Zelf. Het fysieke lichaam, de stoffelijke mens staat in verband met zijn lager zelf, d.w.z. dierlijke instincten, hartstochten, begeerten, verlangens, enz.
H.P. Blavatsky boek De SLEUTEL tot de THEOSOFIE (p. 137):
Tijdens iedere devachanische periode bekleedt de ego, alwetend als die per se is, zich als het ware met de reflectie van de voormalige “persoonlijkheid”. Ik heb zojuist verteld dat de ideële bloesem van alle abstractie en dus niet-sterfelijk en eeuwige kwaliteiten of eigenschappen, zoals de liefde en barmhartigheid, de liefde voor het goede, het ware en het schone, die ooit in het hart van de levende “persoonlijkheid” opwelden, zich na de dood aan de ego hechten en deze dus naar devachan volgen. De ego wordt dus tijdelijk de ideële reflectie van het menselijk wezen dat hij de laatste keer op aarde was, en die is niet alwetend.
175/176: Zoals al eerder gezegd (zie Isis Ontsluierd), kan de middelpuntzoekende kracht zich niet zonder de middelpuntvliedende kracht openbaren in de harmonische omwentelingen van de hemellichamen, en alle vormen en hun ontwikkeling zijn het produkt van deze tweevoudige kracht in de natuur. Nu is de geest (of buddhi) de middelpuntvliedende kracht en de ziel (manas) de middelpuntzoekende geestelijke energie; en om één resultaat voort te brengen, moeten zij in volmaakte eenheid en harmonie zijn.
Het persoonlijke leven, of misschien liever de ideële weerspiegeling ervan, kan alleen worden voortgezet als het in elke wedergeboorte of elk persoonlijk leven wordt geschraagd door de tweevoudige kracht, d.w.z. door de nauwe vereniging van buddhi en manas.

H.P. Blavatsky De Geheime Leer Deel I Stanza 1. De nacht van heelal (p. 71):
Maya of illusie is een element dat bij alle eindige dingen optreedt, want alles wat bestaat heeft alleen maar een relatieve en geen absolute werkelijkheid, omdat de vorm waarin het verborgen noumenon voor een waarnemer verschijnt, afhangt van zijn waarnemingsvermogen. Voor het ongeoefende oog van een barbaar is een schilderij eerst een zinloze wirwar van gekleurde strepen en klodders, terwijl een geoefend oog er onmiddellijk een gezicht of een landschap in ziet. Niets is blijvend, behalve het ene verborgen absolute bestaan dat in zichzelf de noumena van alle werkelijkheden bevat. De bestaansvormen die tot ieder gebied van het zijn behoren, tot de hoogste Dhyan-Chohan toe, hebben tot op zekere hoogte iets van schaduwen, die door een toverlantaarn op een kleurloos scherm worden geworpen; toch zijn alle dingen betrekkelijk reëel, want ook de waarnemer is een weerspiegeling, en de waargenomen dingen zijn daarom voor hem even werkelijk als hijzelf.
80: Zij die niets weten van het alomvattende karakter van de occulte leringen en wel vanaf de oorsprong van de menselijke rassen, en vooral die geleerden die zelfs de gedachte aan een ‘oorspronkelijke openbaring’ verwerpen, maken een fout door te leren dat de anima mundi, het ene leven of de ‘universele ziel’, pas werd verkondigd door Anaxagoras of in zijn tijd. Deze filosoof bracht de leer eenvoudig naar voren om deze te stellen tegenover de te materialistische opvattingen over kosmogonie van Democritus, die waren gebaseerd op zijn exoterische theorie van blindelings gedreven atomen. Anaxagoras van Clazomenae was niet de uitvinder maar de verbreider van deze leer, evenals Plato. Wat hij het wereldverstand noemde, nous, het beginsel dat in zijn opvatting absoluut gescheiden en vrij van de stof is en doelgericht16 werkt, werd eeuwen vóór het jaar 500 v.Chr. in India Beweging genoemd, het ENE LEVEN of jivatma. Alleen hebben de Arische filosofen aan het beginsel, dat voor hen oneindig is, nooit de eindige ‘eigenschap’ van ‘denken’ toegekend.
16) Ik bedoel eindig zelfbewustzijn. Want hoe zou het absolute het anders kunnen bereiken dan eenvoudig als een aspect, waarvan het hoogste dat ons bekend is, het menselijke bewustzijn is?
82: De nous, die de stof beweegt, de levenwekkende ziel, die in ieder atoom zetelt en die in de mens is gemanifesteerd en latent is in de steen, heeft vermogens van verschillende graad. Dit pantheïstische denkbeeld van een algemene geest-ziel die de hele Natuur doordringt, is het oudste van alle filosofische begrippen.
De Geheime Leer Deel I Samenvatting (p. 305):
Tijdens het grote mysterie en levensdrama, dat bekend staat als het manvantara, vertoont de werkelijke Kosmos overeenkomst met het voorwerp dat achter het witte scherm is geplaatst, waarop door de toverlantaarn de Chinese schimmen worden geworpen. De werkelijke figuren en dingen blijven onzichtbaar, terwijl ongeziene handen aan de touwtjes van de evolutie trekken. Mensen en dingen zijn dus slechts de weerkaatsingen op het witte doek van de werkelijkheden achter de valstrikken van mahamaya, of de grote illusie.
317: (xxvii.) ‘Het eerstgenoemde – het oorspronkelijke bestaan – dat in deze (bestaanstoestand het ENE LEVEN kan worden genoemd, is, zoals is uitgelegd, een VLIES voor scheppende of vormende doeleinden. Het manifesteert zich in zeven toestanden, die met hun zevenvoudige onderverdelingen de NEGENENVEERTIG vuren vormen, die in de heilige boeken worden genoemd. . . .’
318: (d) De mens geeft zij alles wat zij aan alle andere gemanifesteerde eenheden in de natuur schenkt; maar bovendien ontwikkelt zij in hem de weerspiegeling van al haar NEGENENVEERTIG VUREN. Elk van zijn zeven beginselen is een volle erfgenaam van en deelhebber aan de zeven beginselen van de ‘grote moeder’. De adem van haar eerste beginsel is zijn geest (atma). Haar tweede beginsel is BUDDHI (ziel). Wij noemen dit ten onrechte het zevende. Het derde voorziet hem (a) van de hersensubstantie op het stoffelijke gebied, en (b) van het DENKVERMOGEN [dat is de menselijke ziel – H.P.B.], dat die substantie volgens zijn organische vermogens bestuurt.
De Geheime Leer Deel I hoofdstuk 3 Oorspronkelijke substantie en goddelijke gedachte (p. 368):
In de Sepher Jezireh, het kabbalistische boek van de schepping, heeft de schrijver kennelijk de woorden van Manu herhaald. Daarin stelt men het zo voor, dat de goddelijke substantie in eeuwigheid alleen heeft bestaan, grenzeloos en absoluut, en dat deze uit zichzelf de geest heeft uitgezonden. ‘Een is de geest van de levende god, gezegend zij ZIJN naam, die eeuwig leeft! Stem, geest en woord, dit is de heilige geest; en dit is de kabbalistische abstracte drie-eenheid, die door de christelijke kerkvaders zonder meer is vermenselijkt. Uit dit drievoudige ENE vloeide de hele Kosmos voort. Eerst kwam Uit EEN het getal TWEE voort, of lucht (de vader), het scheppende element; toen kwam het getal DRIE, water (de moeder), voort uit de lucht; ether of vuur voltooit de mystieke vier, de Arba-il. ‘Toen de verborgene van de verborgenen zich wilde openbaren, maakte hij eerst een punt (het oorspronkelijke punt of de eerste sephiroth, lucht, of heilige geest), gaf er een heilige vorm aan (de tien sephiroth, of de hemelse mens) en bedekte het met een rijk en prachtig gewaad, dat de wereld is.’
De Geheime Leer Deel I hoofdstuk 15 Goden, monaden en atomen (p. 691):
Voor de occulte wetenschap zijn kracht en stof slechts de twee kanten van dezelfde SUBSTANTIE.’ (Path, no. 10, blz. 297).
Laat de lezer deze ‘monaden’ van Leibniz eens in gedachten houden – elke monade is een levende spiegel van het heelal en weerspiegelt elke andere – en deze opvatting en omschrijving vergelijken met bepaalde door Sir William Jones vertaalde Sanskrietstanza’s (śloka’s), waarin wordt gezegd dat de scheppende bron van het goddelijke denkvermogen, . . . ‘verborgen in een sluier van dichte duisternis, spiegels van de atomen van de wereld vormde en een weerspiegeling van zijn eigen gezicht op elk atoom wierp . . .’.

Deel II, Stanza 3 Pogingen tot het scheppen van de mens (p. 93):
Niettemin, en hoe dit ook mag zijn, het feit dat al deze Hebreeuwse Elohim, vonken en cherubijnen identiek zijn met de deva’s, rishi’s en de vuren en vlammen, de rudra’s en de negenenveertig agni’s van de oude Arya’s, wordt door en in de Kabbala voldoende bewezen.
Deel II Stanza 4 Schepping van de eerste rassen (p. 106):
(b) Deze ‘schaduwen’ werden geboren ‘elke van haar eigen kleur en soort’ en elke ook ‘de mindere van haar schepper’, omdat deze laatste een volledig wezen van zijn soort was. Volgens de Toelichtingen heeft de eerste zin betrekking op de kleur of gelaatskleur van elk zo geëvolueerd mensenras. In Pymander hebben de zeven oorspronkelijke mensen, geschapen door de Natuur uit de ‘hemelse mens’, allen deel aan de eigenschappen van de ‘zeven bestuurders’ of heersers, die de mens – hun eigen weerspiegeling en synthese – liefhadden.
Deel II, Hoofdstuk 24 Het kruis en het pythagorische tiental (p. 660):
Het is gemakkelijk om in de twee ‘geesten’ – de Griekse accenten of tekens (‘,) waarover Ragon spreekt (zie boven) – atma en buddhi, of ‘de goddelijke geest en zijn voertuig’ (geestelijke ziel) te herkennen.
670 (commentaar bij de paradox van Eliphas Levi:
Hierop zou de oosterse occultist antwoorden: ‘Op deze voorwaarde echter, dat de mens zich niet uitlaat over de OORZAAK die zowel God als zijn logos voortbracht. Anders wordt hij onveranderlijk de beschimper, niet de ‘openbaarder’ van de onkenbare godheid.’

De Geheime Leer Deel III (p. 576): Antahkarana is de naam van de denkbeeldige brug, het pad tussen het goddelijke en het menselijke Ego, want beide zijn bij ’s mensen leven Ego’s om in Devachan of Nirwâna wederom één Ego te worden. Blavatsky beschrijft vervolgens een metafoor die met de grot van Plato kan worden vergeleken.

Gottfried de Purucker boek Grondslagen der Esoterische Wijsbegeerte, Deel I, Hoofdstuk 2:
We zien dus hoe zinnig, nuttig en toepasselijk de theosofische leringen zijn, zozeer dat deze leringen uit onheuglijke tijden tot ons zijn gekomen – overgeleverd door de ene leraar aan de andere – en dat ze oorspronkelijk door wezens uit een hogere sfeer, wezens die zelf van goddelijke oorsprong waren, werden meegedeeld aan de wordende mensheid, toen die eenmaal zelfbewust was geworden; en verder dat deze overdracht of de emanatie van hun geestelijke en hoger intellectuele zelf in ons, ons onze eigen hogere beginselen schonk. Want de leraren hebben ons gezegd dat deze leringen eeuw na eeuw, generatie na generatie, door ontelbare geestelijke zieners zijn getoetst of geverifieerd – om H.P. Blavatsky’s eigen woorden te gebruiken – in elk opzicht zijn geverifieerd, zowel wat hun juistheid en oorsprong, als hun uitwerking op het denken van de mens betreft.
De stoïcijnen onderwezen dat de ether dichter is dan de meest dichte materie, compacter dan de meest compacte materie, en we gebruiken dan natuurlijk gewone menselijke termen. Voor ons mensen, met onze ogen die alleen zijn geoefend om voorwerpen te zien die een illusie zijn, lijkt het de meest doorzichtige, de ijlste, de meest etherische stof. Wat was de werkelijkheid, het ware, achter dit Al? Het wezenlijke? Ze zeiden dat het God was, het leven van het leven, de waarheid van de waarheid, de wortel van de stof, de wortel van de ziel, de wortel van de geest. Wanneer een stoïcijn werd gevraagd: Wat is God? antwoordde hij waardig: Wat is God niet?
Hoofdstuk 3: Niets is blijvend, behalve het ene verborgen absolute bestaan dat in zichzelf de noumena van alle werkelijkheden bevat. De bestaansvormen die tot ieder gebied van het zijn behoren, tot de hoogste Dhyan-Chohan toe, hebben tot op zekere hoogte iets van schaduwen, die door een toverlantaarn op een kleurloos scherm worden geworpen; toch zijn alle dingen betrekkelijk reëel, want ook de waarnemer is een weerspiegeling, en de waargenomen dingen zijn daarom voor hem even werkelijk als hijzelf.

Een manier om belangentegenstellingen te verkleinen is in de Stoa, de zuilengalerij van Athene, met de oer-stoïzijn Zeno van Citium ontstaan.
De Stoïcijn streeft naar een goede verstandhouding met de evenmens, in wie ook de Logos, de oerkracht van het universum, leeft, hij verwerpt alle geweld, tegen zowel mens, als dier, als natuur. Hij voelt zich, als wereldburger (kosmo-politès), verheven boven alle grenzen van ras, geslacht, nationaliteit, stand, geaardheid, enzovoort.

De wijsheidssleutels 1, 2 en 3 dragen een macro en de sleutels 5, 6 en 7 een micro karakter. De 4e sleutel, de schakel tussen buiten en binnen draagt beide karakteristieken. De schakel, de ziel brengt de reflexieve dynamiek 'zo binnen, zo buiten; zo buiten, zo binnen', 'wat en hoe; hoe en wat' tot uitdrukking. Sleutel 1 kan in samenhang worden gezien met sleutel 7, sleutel 2 met 6, en sleutel 3 met 5. De sleutels weerspiegelen zich in elkaar waardoor de microkosmos en de macrokosmos met elkaar worden verbonden.

Theosofie verklaart zowel het 'Wat' (Religie), het 'Waarom' (Filosofie), als het 'Hoe' (Wetenschap) van het leven. Wanneer we theosofie praktisch willen gaan toepassen gaat het naast Wat, Waarom en Hoe om de vraag 'Wanneer'? Dit rapport legt op het wanneer, op het besturingssysteem, de wederzijdse wisselwerking tussen hardware en software de nadruk. De ziel, het 'Wie' de menselijke psyche verbindt het verleden met de toekomst en vice versa. Tegenover de symbolische orde staat de diabolische uitzichtloze wereld.

Zevenvoudige samenstelling van de mens (Microkosmos, ’4e Ronde en 5e Ras’)

Confucius Alle mensen zijn hetzelfde. Het zijn slechts hun gebruiken die verschillen.

De zintuigen zijn de schakel tussen lichaam en geest. Plaatje „Der Körper als Spiegel der Seele“ (tot slot)

Gottfried de Purucker boek Grondslagen der Esoterische Wijsbegeerte, Deel I, Hoofdstukken 18 en 19, Diagram:

  

De zes niveaus van dit ei sluiten op het Ei van Roberto Assagioli aan.
Antahkara.na's vormen de schakels van vibrerende bewustzijnssubstantie die deze verschillende centra met elkaar verbinden.
Voor de zevenvoudige samenstelling van de mens is ook gebruik gemaakt van het boekje Mens en kosmos uit de serie theosofische fragmenten van D.J.P. Kok. De schakel, de ziel (tussennatuur), de wisselwerking tussen geest en substantie, kracht en stof wordt aan de hand van het onderstaande schema toegelicht:

 Antroposofie (b):Blavatsky Deel III, p. 555, tabel der tattwa’s:Deel II, p. 707:Mens
7. ÂtmaGeestmensAurisch ei; Akasha, grondslag van de geest van de etherNoumenale sfeerSchone
6. BuddhiLevensgeestBuddhi, Derde oogGeestelijke sfeerWare
5. ManasGeestzelfManas. Ego; Ruimte-ether of derde differentiatie van AkashaPsychische sfeerGoede
4. Kama (a)Ik als kern van de zielKâma-Manas; Kritsche toestand van stofAstro-etherische sfeer'Ik'
3. PrânaAstraallichaamKâma (Rûpa); Essence van grove stof; komt overeen met ijsSub-astrale sfeerChaos
2. Linga-sariraEtherlichaamLinga-sarira; Grove ether of vloeibare luchtVitale sfeerGaia
1. Sthûla-sariraFysiek lichaamLevend lichaam in prâna of dierlijk levenZuiver stoffelijke sfeerEros

a) De hogere en de lagere Kama zijn twee aanzichten van een en hetzelfde beginsel.
b) In het Het Witte Lotusblad (Belgische Theosofische Vereniging, Loge Witte Lotus) zijn twee artikelen van Christian Vandekerkhove over Rudolf Steiner verschenen, in respectievelijk nr. mei 2007 en juni 2007. Christian Vandekerkhove, proefschrift Johannes Jacobus Poortman, het Hylisch Pluralisme en de Multicorporaliteit als mogelijk epistemologisch sluitstuk in de kloof tussen wetenschap en religie en tussen de religies onderling, promotor: Hans Gerding.

Hogere ongemanifesteerde Triade: Âtma-Buddhi-Manas (Onsterfelijke bestanddelen)
Gemanifesteerde Tetrade, Lagere viertal: Kama, Prâna, Linga-sarira en Sthûla-sarira (Sterfelijke bestanddelen)
De driehoek (1 + 2 + 3 + 4 = 10) van Pythagoras bevat een Triade en een Tetrade (+ 4).

Poortman deelt de verschillende visies op, in zes standpunten:Boeddhisme Zes zintuigen:
Het zèta-standpunt: Psychisch Monisme (er bestaat enkel geest)Geest
Het epsilon-standpunt: Antropologisch DualismeOren
Het delta-standpunt: Ook de ziel is immaterieelNeus (zie ook Reukzin)
Het gamma-standpunt: Enkel God is immaterieelTong (zie ook Smaak)
Het bèta-standpunt: Dualistisch MaterialismeOgen
Het alfa-standpunt: Monistisch Materialisme of Materialistisch Monisme (er bestaat enkel materie)Fysiek lichaam (zie ook tastzin)

De Geheime Leer Deel I, Stanza 1 De nacht van het heelal (p. 66):
Deel I, p. 66: Deze ‘eeuwigheden’ behoren tot de meest geheime berekeningen, waarin, om tot het ware totaal te komen, elk getal 7x (7 tot de macht x) moet zijn, waarbij x verschilt naar gelang van de aard van de cyclus in de subjectieve of werkelijke wereld. Ieder cijfer of getal dat betrekking heeft op de verschillende cyclussen, van de grootste tot de kleinste – in de objectieve of onwerkelijke wereld – of dat deze cyclussen weergeeft, moet noodzakelijk een veelvoud van zeven zijn. De sleutel hiertoe kan niet worden gegeven, want hierin ligt het geheim van de esoterische berekeningen, en voor het maken van gewone berekeningen is hij van geen betekenis. ‘Het getal zeven’, zegt de Kabbala, ‘is het grote getal van de goddelijke Mysteriën’; het getal tien is dat van alle menselijke kennis (de decade van Pythagoras); 1000 is het getal tien tot de derde macht en daarom is het getal 7000 ook symbolisch. In de Geheime Leer zijn het cijfer en het getal 4 alleen op het hoogste gebied van abstractie het mannelijke symbool; op stoffelijk gebied is 3 het mannelijke en 4 het vrouwelijke: de verticale en de horizontale lijn in het vierde stadium van de symboliek, toen de symbolen de tekens werden van de voortbrengende krachten op stoffelijk gebied.
Deel I, Zij brengen fohat voort (p. 141):
Fohat staat in nauw verband met het ‘ENE LEVEN’. Uit het Onbekende Ene, het oneindige GEHEEL, komt de gemanifesteerde ENE of de periodieke manvantarische godheid voort, en deze is het universele denkvermogen dat, gescheiden van zijn bron, de demiurg of de scheppende logos van de westerse kabbalisten is, en de Brahma met de vier gezichten van de hindoereligie. Als geheel en beschouwd vanuit het gezichtspunt van de gemanifesteerde goddelijke gedachte, geeft hij in de esoterische leer de menigten van de hogere scheppende Dhyan-Chohans weer. Tegelijk met de ontwikkeling van het universele denkvermogen manifesteert zich de verborgen wijsheid van Adi-Boeddha – de ene opperste en eeuwige – als Avalokiteshvara (of gemanifesteerde Isvara), die de Osiris van de Egyptenaren, de Ahura-Mazda van de Zoroastriërs, de hemelse mens van de Hermetische filosofen, de logos van de platonici en de atman van de aanhangers van de Vedanta is. De weerspiegeling van het universele denkvermogen, die de kosmische ideeënvorming en de bijbehorende intellectuele kracht is, wordt op het objectieve gebied de fohat van de boeddhistische esoterische filosoof. Dit geschiedt door de werking van de gemanifesteerde wijsheid of mahat (universele denkvermogen), voorgesteld door deze talloze centra van geestelijke energie in de Kosmos. Terwijl fohat de zeven beginselen van akasa doorloopt, werkt hij in op de gemanifesteerde substantie of het Ene Element, zoals hierboven is uiteengezet. Door dit te differentiëren in verschillende energiecentra, stelt hij de wet van de kosmische evolutie in werking die, gehoorzamend aan de ideeënvorming van het universele denkvermogen, alle verschillende bestaanstoestanden in het gemanifesteerde zonnestelsel in het leven roept.
Deel I, Fohat: kind van zevenvoudige hiërarchieën (p. 150):
(b) Het ‘leger’ bij elke hoek is de menigte van engelen (Dhyan-Chohans), die elk zijn aangewezen om van het begin tot het einde van het manvantara zijn eigen gebied te leiden en erover te waken. Ze zijn de ‘mystieke wachters’ van de christelijke kabbalisten en alchemisten, en staan zowel symbolisch als op het gebied van de kosmogonie in verband met het getallenstelsel van het Heelal. De getallen waarmee deze hemelse wezens in verband staan, zijn buitengewoon moeilijk te verklaren, omdat elk getal betrekking heeft op een aantal groepen van duidelijk verschillende denkbeelden, afhankelijk van juist die groep ‘engelen’ die erdoor moet worden weergegeven. Hierin ligt de knoop bij het bestuderen van de symboliek, die door zoveel geleerden, niet in staat deze te ontwarren, liever wordt doorgehakt, zoals Alexander deed met de Gordiaanse knoop, met als rechtstreeks gevolg foutieve opvattingen en leringen.
Deel I, Stanza 7 De voorvaderen van de mens op aarde (p. 245):
(d) De derde orde correspondeert met atma-buddhi-manas: geest, ziel en verstand; zij wordt de ‘triaden’ genoemd.
(e) De vierde bestaat uit substantiële wezens. Dit is de hoogste groep van de rupa’s (atomaire vormen). Het is de kinderkamer van de menselijke, bewuste, geestelijke zielen. Zij worden ‘onvergankelijke jiva’s’ genoemd en vormen, door bemiddeling van de orde onder hen, de eerste groep van de eerste zevenvoudige menigte – het grote mysterie van het menselijke bewuste en verstandelijke Zijn. Want deze laatste vormen het terrein waarin de kiem, die zich zal gaan voortplanten, in afzondering ligt verborgen. De kiem zal in de stoffelijke cel de geestelijke kracht worden die de ontwikkeling van het embryo leidt, en de oorzaak is van de overerving van vermogens en van al de inherente eigenschappen van de mens. De theorie van Darwin over de overdracht van verkregen eigenschappen wordt echter in het occultisme niet onderwezen en niet aanvaard. Het occultisme zegt dat de evolutie volgens een heel ander patroon plaatsheeft; het stoffelijke ontwikkelt zich volgens de esoterische leer geleidelijk uit het geestelijke, het verstandelijke en het psychische. Deze innerlijke ziel van de stoffelijke cel – dit ‘geestelijke plasma’, dat het kiemplasma beheerst – is de sleutel die eens de poorten moet openen van de terra incognita van de bioloog, die nu het duistere mysterie van de embryologie wordt genoemd.
276: ALLES IS LEVEN, en elk atoom, zelfs van mineraalstof, is een LEVEN, hoewel dit boven ons bevattingsvermogen ligt en voor ons niet waarneembaar is, omdat het valt buiten het gebied van de wetten die bekend zijn aan degenen die het occultisme afwijzen. ‘De atomen zelf’, zegt Tyndall, ‘schijnen vol verlangen te zijn naar het leven’. Waar komt dan de neiging vandaan ‘om in organische vormen over te gaan’, willen wij vragen. Kan men dit op een andere manier verklaren dan volgens de leringen van de occulte wetenschap?
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 15 Goden, monaden en atomen (p. 691):
Voor de occulte wetenschap zijn kracht en stof slechts de twee kanten van dezelfde SUBSTANTIE.’ (Path, no. 10, blz. 297).
Laat de lezer deze ‘monaden’ van Leibniz eens in gedachten houden – elke monade is een levende spiegel van het heelal en weerspiegelt elke andere – en deze opvatting en omschrijving vergelijken met bepaalde door Sir William Jones vertaalde Sanskrietstanza’s (śloka’s), waarin wordt gezegd dat de scheppende bron van het goddelijke denkvermogen, . . . ‘verborgen in een sluier van dichte duisternis, spiegels van de atomen van de wereld vormde en een weerspiegeling van zijn eigen gezicht op elk atoom wierp . . .’.

Deel II, hoofdstuk De chronologie van de brahmanen (p. 71/75):
Er bestaat geen groter raadsel in de wetenschap, geen vraagstuk is meer hopeloos onoplosbaar, dan de vraag: hoe oud – zelfs maar bij benadering – zijn de zon en de maan, de aarde en de mens? Wat weet de moderne wetenschap over de duur van de wereldtijdperken, of zelfs over de lengte van geologische perioden?
Niets; absoluut niets.
Dit alles zijn verwijzingen naar het late tweede en het vroege derde Wortelras.
De volgende cijfers zijn ontleend aan de zojuist genoemde tijdrekening; een voetnoot geeft de punten van verschil aan met de cijfers van de Arya Samaj school:

100 van zulke jaren vormen het hele tijdperk van een eeuw van Brahma, d.w.z. één mahakalpa311.040.000.000.000
360 van zulke dagen en nachten vormen één jaar van Brahma3.110.400.000.000
omdat een nacht van Brahma van gelijke duur is, omvatten één dag en nacht van Brahma8.640.000.000
het totaal van deze regeringen en interregnums van 14 Manu’s is 1000 mahayuga’s, die samen een kalpa vormen, d.i. één dag van Brahma4.320.000.000
eenenzeventig van dergelijke mahayuga’s vormen het tijdperk van de regering van één Manu306.720.000
het totaal van de genoemde vier yuga’s vormt een mahayuga4.320.000
De intervallen tussen de regering van elke Manu staat gelijk aan zes mahayuga’s (72 * 360)25.920.000

De Manu's, de Bestuurders van het Universum
O brahmaan, vertel alstublieft ons, die er zo graag over horen, alles over de, door de geleerden verheerlijkte en beschreven, verschijningen en handelingen van de Allerhoogste Heer gedurende de wisselingen van de manvantara's [de perioden van de Manu's * , zie ook 2.1: 36, 2.3: 9, 2.7: 2, 2.10: 4]. (Vedabase)
*: Er zijn veertien Manu's gedurende een dag van Brahmâ, en het tijdperk van iedere Manu duurt eenenzeventig yuga's lang. (zie bovenstaande afbeelding) Aldus zijn er duizenden Manu's tijdens het leven van Brahmâ. De zes hier vermeld zijn: Svâyambhuva, Svârocisha, Uttama, Tâmasa, Raivata en Câkshusha. Een manvantara is een periode in de grootorde van één omwenteling van onze zon rondom de kern van ons sterrenselsel (zie de Galactische Orde).

De precessie-beweging van de Aard-as. Bij veel volkeren was deze al bekend, ver voordat astronomie en geologie bestonden!

Johan Oldenkamp hanteert voor de precessie 25.920 jaar, DGL 25.868 jaar en Avani van Leeuwe in zijn boek Het heilige pad van de leider 26.000 jaar (p. 51/56).

Deel II, Hoofdstuk De oorspronkelijke manu's van de mensheid (p. 347):
Zij die weten dat er zeven ronden zijn, waarvan wij er drie hebben doorgemaakt en nu in de vierde zijn; en die hebben geleerd dat er zeven dageraden en zeven schemeringen of veertien manvantara’s zijn; dat er bij het begin en aan het eind van elke Ronde, op en tussen de planeten een zich bewust worden is van het illusoire leven en van het werkelijke leven; en bovendien dat er wortel-Manu’s zijn, en wat we onhandig moeten vertalen met de zaad-Manu’s – de zaden voor de mensenrassen van de volgende Ronde (of de sishta’s – de overlevende geschiktsten; een geheim dat alleen aan diegenen wordt onthuld die de derde graad van inwijding hebben verkregen) – zij die dat alles hebben geleerd, zullen beter zijn voorbereid om de betekenis van het volgende te begrijpen. Er wordt in de heilige hindoegeschriften gezegd dat de eerste Manu zes andere Manu’s (zeven oorspronkelijke Manu’s in totaal) voortbracht, en deze brachten op hun beurt ieder zeven andere Manu’s (Bhrigu I, 61-63) voort – het voortbrengen van deze laatsten wordt in de occulte geschriften aangegeven met 7 x 7.

Blavatsky, Deel III, p. 552: De Tattwa’s staan in dezelfde volgorde als de zeven macrokosmische en microkosmische krachten en zijn volgens de leer van de esoteriek als volgt: etc. Deze alle komen met onze beginselen en met de zeven zintuigen en krachten van de mens overeen.
Deel I, p. 127: Neem bijvoorbeeld de twist tussen de zintuigen, welk van hen het hoogste staat en hun keuze van Brahman, de heer van alle schepselen, als scheidsrechter. ‘U bent alle het grootst en niet het grootst’, of zoals A. Misra zegt, verheven boven de objecten, en geen van alle onafhankelijk van de ander. ‘U bezit alle elkaars eigenschappen. Elk is het grootst op zijn eigen gebied en alle ondersteunen elkaar. Er is er een, die niet beweegt (levenswind of adem, de zogenaamde ‘yoga inademing’, die de adem is van het Ene of hogere ZELF). Dat is het (of mijn) eigen Zelf, verzameld in talrijke (vormen).’ Deze adem, stem, zelf of ‘wind’ (pneuma?) is de synthese van de zeven zintuigen, noumenaal alle lagere godheden en esoterisch – het zevental en het ‘leger van de STEM’.
P. 591: De “oorspronkelijke driehoek” is de 2e Logos, die zich als een driehoek in de 3e Logos of hemelse mens weerkaatst en daarna verdwijnt. De 3e Logos, die het “vormende scheppingsvermogen” bevat, ontwikkelt de tetraktys uit de driehoek, en wordt zoodoende zeven, de scheppende kracht, die met de oorspronkelijke driehoek, die haar voortgebracht heeft, ene tienheid vormt. Als deze hemelse driehoek en tetraktys in het heelal van stof weerkaatst zijn in den vorm van de astralen, paradigmatische mens, zijn zij omgekeerd, en wordt de driehoek of de vormende kracht onder de vierheid geworpen, met zijn spits naar omlaag gekeerd; de Monade van deze astrale paradigmatische mens is zelf een driehoek die tot de vierheid en de driehoek in dezelfde verhouding staat als de oorspronkelijke driehoek tot de Hemelse Mens. Vandaar de zinsnede: “de bovenste driehoek …..is in de mens van stof onder de zeven geplaatst”. Ook hier vormen het punt dat de driehoek beschrijft, de Monade die den drieheid wordt, met de vierheid en de lagere scheppende driehoek, de tienheid of het volmaakte getal. “Zoo omhoog, zoo omlaag”.

James M. Pryse Apocalypse ontsluierd / een esoterische uitleg van de Openbaring van Johannes
(p. 36, zie ook diagram links onder, de “dramatis personae”):
Men dient echter wel te bedenken dat deze de werelden en krachten van de microcosmos, de mens, zijn; zoals uitgebeeld is in het zodiacale schema; en daar de twee driehoeken het conflict tussen de geestelijke- en dierlijke principes uitbeelden, wat zich in de menselijke ziel afspeelt, moet men het zo zien, dat ze voor het geval van de mens dooreengestrengeld zijn, het “volmaakte vierkant”, en aldus ingesloten binnen in het aurische plêrôma, of de goddelijke sythese.

Innerlijke, reflexieve bewustzijn (Sutratman, 'Macro- en Microkosmos', Zelfbewustzijn)

De Geheime Leer Deel I, Stanza 7 De voorvaderen van de mens op aarde (p. 250):
(a) Deze sloka geeft uitdrukking aan het begrip – zoals elders is verklaard, rechtstreeks afkomstig uit de Vedanta – van een levensdraad, sutratma, die door opeenvolgende generaties loopt.
254: De schaduw, de astrale vorm, wordt vernietigd, ‘verslonden door de uraeus’ (cxlix, 51), de manes zullen worden vernietigd; de beide tweelingen (het 4de en 5de beginsel) zullen worden uiteengedreven; maar de zielevogel, ‘de goddelijke zwaluw – en de uraeus van de vlam’ (manas en atma-buddhi) zullen in eeuwigheid leven, want ze zijn de echtgenoten van hun moeder18.
18) Alweer een suggestieve analogie tussen de Arische of Brahmaanse en de Egyptische esoterie. De eerstgenoemde noemt de pitri’s ‘de maan-voorouders’ van de mens; en de Egyptenaren maakten van de maangod, Taht-Esmun, de eerste menselijke voorvader. Deze ‘maangod’ ‘gaf uitdrukking aan de zeven natuurkrachten die aan hem voorafgingen, en in hem waren samengevat als zijn zeven zielen, die hij als de achtste manifesteerde (vandaar de achtste sfeer). De zeven stralen van de Chaldeeuwse Heptakis of IAO op de gnostische stenen duiden op hetzelfde zevenvoud van zielen.’ . . . ‘De eerste vorm van de mystieke ZEVEN zag men aan de hemel afgebeeld door de zeven grote sterren van de Grote Beer, het sterrenbeeld dat door de Egyptenaren werd toegewezen aan de moeder van de tijd en van de zeven natuurkrachten.’ (Zie De zeven zielen, enz.) Zoals aan elke hindoe bekend is, vertegenwoordigt dit sterrenbeeld in India de zeven rishi’s, en wordt als zodanig riksha en chitra-sikhandinas genoemd.
De Geheime Leer Deel I, Stanza 7 De voorvaderen van de mens op aarde (p. 265):
(a) De uitdrukking ‘door de zeven werelden van maya’ heeft hier betrekking op de zeven bollen van de planeetketen en de zeven ronden of de 49 fasen van actief bestaan, die de ‘vonk’ of monade vóór zich heeft bij het begin van elke ‘grote levenscyclus’ of manvantara. De ‘draad van fohat’ is de eerder genoemde levensdraad.
De Geheime Leer Deel I, Samenvatting (p. 317):
(xxvii.) ‘Het eerstgenoemde – het oorspronkelijke bestaan – dat in deze (bestaanstoestand het ENE LEVEN kan worden genoemd, is, zoals is uitgelegd, een VLIES voor scheppende of vormende doeleinden. Het manifesteert zich in zeven toestanden, die met hun zevenvoudige onderverdelingen de NEGENENVEERTIG vuren vormen, die in de heilige boeken worden genoemd. . . .
318: (d) De mens geeft zij alles wat zij aan alle andere gemanifesteerde eenheden in de natuur schenkt; maar bovendien ontwikkelt zij in hem de weerspiegeling van al haar NEGENENVEERTIG VUREN. Elk van zijn zeven beginselen is een volle erfgenaam van en deelhebber aan de zeven beginselen van de ‘grote moeder’.
Deel I, Hoofdstuk 5 Over de verborgen godheid, haar symbolen en tekens (p. 379):
Chaos-Theos-Kosmos, de drievoudige godheid, is alles in alles. Daarom zegt men dat zij mannelijk en vrouwelijk, goed en kwaad, positief en negatief is: de hele reeks van tegengestelde eigenschappen. In latente toestand (in pralaya) is zij onkenbaar en wordt de onnaspeurlijke godheid. Zij kan slechts in haar actieve functies worden gekend, dus als stof-kracht en levende geest, de correlaten en het resultaat of de uitdrukking op het zichtbare gebied van de altijd ongekend blijvende uiteindelijke EENHEID.
Op haar beurt is deze drievoudige eenheid de voortbrengster van de vier oorspronkelijke ‘elementen’, die in onze zichtbare aardse natuur bekend zijn als de zeven (tot dusver vijf) elementen, die elk deelbaar zijn in negenenveertig (of zeven maal zeven) sub-elementen; er zijn er ongeveer zeventig aan de scheikunde bekend. Elk kosmisch element, zoals vuur, lucht, water, aarde, die deel hebben aan de eigenschappen en gebreken van hun beginselen, is van nature goed en kwaad, kracht (of geest) en stof, enz.; en elk is daarom tegelijk leven en dood, gezondheid en ziekte, actie en reactie. (Zie § xiv, ‘De vier elementen’.) Zij vormen altijd en voortdurend stof onder invloed van de nooit ophoudende impuls van het ENE Element het onkenbare), dat in de wereld van de verschijnselen wordt voorgesteld door aether, of door ‘de onsterfelijke goden, die aan alles geboorte en leven schenken’.
388: Met de woorden van de Zohar: ‘Het ondeelbare punt, dat geen grens heeft en tengevolge van zijn zuiverheid en glans niet kan worden begrepen, zette zich van buitenaf uit en vormde een schittering die het ondeelbare punt tot sluier diende’: maar ook deze laatste ‘was niet te zien als gevolg van zijn onmetelijke licht. Ook deze zette zich van buitenaf uit en deze uitzetting was zijn kleed. Zo kwam door een voortdurende opheffende (beweging) tenslotte de wereld tot bestaan’ (Zohar I, 20a). De geestelijke substantie die door het oneindige licht wordt uitgezonden, is de eerste sephira of shekinah : exoterisch omvat Sephira alle andere negen sephiroth. Esoterisch omvat zij er maar twee6, chochmah of wijsheid, ‘een mannelijk, actief vermogen, waarvan de goddelijke naam jah (יה) is’, en BINAH, een vrouwelijk , passief vermogen, intelligentie, weergegeven door de goddelijke naam Jehova (יהוה); deze twee vermogens vormen, met sephira als derde, de joodse drie-eenheid of de kroon, KETHER. Deze twee sephiroth, vader, abba en moeder, amona genoemd, zijn de duade of de tweeslachtige logos waaruit de andere zeven sephiroth voortkwamen. (Zie de Zohar.)
6) In het Indiase pantheon is de tweeslachtige logos Brahmā, de schepper; zijn zeven ‘uit het denkvermogen geboren’ zonen zijn de oorspronkelijke rishi’s – de ‘bouwers’.
Deel I hoofdstuk 10 Boom-, slang- en krokodilverering (p. 450):
‘Bent u op zoek naar deze mysteriën?’, vraagt Jezus in de Pistis Sophia. ‘Geen mysterie kan deze overtreffen (de zeven klinkers): want zij zullen uw zielen dichter bij het licht van de lichten brengen’ – d.w.z. bij de ware wijsheid. ‘Niets overtreft daarom de mysteriën die u zoekt, behalve het mysterie van de zeven klinkers en hun NEGENENVEERTIG krachten, en de getallen daarvan.’
Deel I, Hoofdstuk 11 Over elementen en atomen (p. 629):
De monade – inderdaad een ‘ondeelbaar ding’, zoals deze door Good werd omschreven, die het woord niet de huidige betekenis gaf – wordt hier weergegeven als de ātman in vereniging met de buddhi en het hogere manas. Deze drie-eenheid is één en eeuwig, want de laatstgenoemde worden na de beëindiging van al het voorwaardelijke en bedrieglijke leven in het eerstgenoemde opgenomen. De monade kan dus alleen vanaf het beginstadium van het gemanifesteerde Heelal worden gevolgd op haar pelgrimstocht en bij de wisselingen van haar tijdelijke voertuigen. In de pralaya of de periode tussen twee manvantara’s verliest zij haar naam, evenals zij deze verliest als het werkelijke ENE zelf van de mens opgaat in Brahman, in gevallen van hoge samādhi (de turīyatoestand) of een uiteindelijk nirvāna; ‘als de leerling’ in de woorden van Śankara ‘dat oer-bewustzijn, die absolute gelukzaligheid heeft bereikt, waarvan de aard de waarheid is, die zonder vorm en actie is, en zijn bedrieglijke lichaam achterlaat dat door de ātman was aangenomen, zoals een speler een (gebruikt) kledingstuk aflegt’. Want buddhi (het ānandamaya omhulsel) is alleen maar een spiegel die absolute gelukzaligheid weerkaatst; en bovendien is die weerkaatsing zelf nog niet vrij van onwetendheid, en zij is niet de opperste geest, omdat zij afhankelijk is van voorwaarden, want zij is een geestelijke modificatie van prakriti en een gevolg; alleen ātman is de enige echte en eeuwige grondslag van alles – de essentie en absolute kennis – de kshetrajña. Deze wordt in de esoterische filosofie ‘de ene getuige’ genoemd en wanneer hij in devachan rust, wordt naar hem verwezen als ‘de drie getuigen van karma’.

De Geheime Leer Deel II, Stanza 2 Zonder hulp vaalt de natuur (p. 61):
De mens heeft vier vlammen en drie vuren nodig om één te worden op aarde, en hij heeft de essentie van de negenenveertig vuren nodig om volmaakt te zijn.
De Geheime Leer Deel II, Conclusie (p. 494):
De ruimte staat ons niet toe meer te zeggen, en dit gedeelte van de ‘Geheime Leer’ moet worden afgesloten. De negenenveertig sloka’s en de paar zojuist gegeven fragmenten uit de Toelichtingen zijn alles wat in deze delen kan worden gepubliceerd. Met enkele nog oudere geschriften – waartoe niemand behalve de hoogste ingewijden toegang heeft – en een hele bibliotheek van commentaren, verklarende woordenlijsten en toelichtingen, vormen deze sloka’s en fragmenten de samenvatting van de ontstaansgeschiedenis van de mens.
De Geheime Leer Deel II, Hoofdstuk 24 Het kruis en het pythagorische tiental (p. 660):
Het is gemakkelijk om in de twee ‘geesten’ – de Griekse accenten of tekens (‘,) waarover Ragon spreekt (zie boven) – atma en buddhi, of ‘de goddelijke geest en zijn voertuig’ (geestelijke ziel) te herkennen.
Het achttal of de 8 symboliseert de eeuwige en spiraalvormige beweging van de cyclussen, de 8, ∞, en wordt op zijn beurt gesymboliseerd door de Mercuriusstaf. Het geeft de regelmatige ademhaling van de Kosmos aan, bestuurd door de acht grote goden – de zeven uit de oorspronkelijke moeder, de ene en de triade.
De Geheime Leer Deel II hoofdstuk 23 De Upanishads in de gnostische literatuur (p. 641/642):
Wie bekend is met de gnostische literatuur, zal zonder twijfel in de Apocalyps van Johannes een boek van dezelfde school zien. Want Johannes zegt daarin (hfst. x, 3, 4): ‘Zeven donderslagen lieten hun stemmen horen . . . en ik zou hebben geschreven . . . (maar) ik hoorde een stem uit de hemel die tegen mij zei: ‘Verzegel wat de zeven donderslagen hebben gesproken, en schrijf dat niet’.’ Hetzelfde bevel wordt aan Marcus gegeven en aan alle half en volledig ingewijden. Maar de overeenstemming van de gebruikte gelijkwaardige uitdrukkingen en van de eraan ten grondslag liggende ideeën, verraadt altijd een deel van de mysteriën. We moeten in elk mysterie dat allegorisch is geopenbaard, altijd naar meer dan één betekenis zoeken; vooral in die waarin het getal zeven en het product zevenmaal zeven of negenenveertig voorkomen. Wanneer (in Pistis Sophia) de rabbi Jezus door zijn discipelen wordt gevraagd hun ‘de mysteriën van het licht van uw (zijn) Vader’ te openbaren (d.i. van het hogere ZELF, verlicht door inwijding en goddelijke kennis), antwoordt Jezus: ‘Zoekt gij naar deze mysteriën? Geen mysterie is hoger dan de geheimen die uw zielen naar het licht van de lichten zullen brengen, naar de plaats van waarheid en goedheid, naar de plaats waar mannelijk noch vrouwelijk is, noch vorm, maar alleen licht, eeuwigdurend en onuitsprekelijk. Niets is dus hoger dan de mysteriën die gij zoekt, behalve HET MYSTERIE van de zeven klinkers en hun NEGENENVEERTIG KRACHTEN en de getallen daarvan; en geen naam is hoger dan al deze klinkers.’ De toelichting, sprekend over de ‘vuren’, zegt: ‘De zeven vaders en de negenenveertig zonen vlammen in de DUISTERNIS, maar ze zijn het LEVEN en LICHT en de voortzetting daarvan tijdens de grote eeuw.’
Geheime Leer Deel II, Hoofdstuk 25 De mysteriën van het zevental (p. 673):
Ragon geeft in zijn Maçonnerie Occulte een heel goede illustratie van het ‘hiëroglifische zestal’, zoals hij onze dubbele gelijkzijdige driehoek, , noemt. Hij toont het als het symbool van de vermenging van de ‘filosofische drie vuren en de drie wateren’ waaruit de voortbrenging van de elementen van alle dingen resulteert. Hetzelfde denkbeeld vindt men in de Indiase gelijkzijdige dubbele driehoek. Want hoewel deze in dat land het teken van Vishnu wordt genoemd, is hij in feite het symbool van de triade (of de trimurti). Want zelfs in de exoterische weergave is de lagere driehoek met de top naar beneden, het symbool van Vishnu, de god van het vochtige beginsel en het water (‘nârâ-yana’; of het bewegende beginsel in nârâ, water); terwijl de driehoek met de top naar boven Siva is, het beginsel van het vuur, dat wordt gesymboliseerd door de drievoudige vlam in zijn hand. (Zie het bronzen standbeeld van Tripurantika Siva, ‘Mahadeva die Tripurasura vernietigt’, in het museum van het India House.) Deze twee in elkaar gevlochten driehoeken – die ten onrechte het ‘zegel van Salomo’ worden genoemd, en die ook het embleem van onze Theosophical Society vormen – brengen tegelijkertijd het zevental en de triade voort en zijn het tiental, hoe dit teken ook wordt beschouwd, omdat alle tien getallen daarin zijn besloten.
696: De getallen zeven en negenenveertig (7 x 7) spelen, verspreid in duizenden Sanskrietteksten – sommige nog ongeopend, andere nog onbekend – en ook in alle Purāna’s een heel belangrijke rol, zelfs in even grote, zo niet nog grotere mate dan in de joodse bijbel. Men vindt ze vanaf de zeven scheppingen in Hoofdstuk I tot de zeven stralen van de zon bij de eindpralaya, die zich tot zeven zonnen uitzetten en het materiaal van het gehele Heelal opnemen.
678: Wanneer de lezer de zevenvoudige samenstelling van goddelijke hiërarchieën en van kosmische en menselijke constituties in gedachten houdt, zal hij gemakkelijk begrijpen dat Jah-Noach aan het hoofd staat en de synthese is van het lagere kosmische Viertal. De bovenste sephiroth-triade – waarvan Jehova-binah (intelligentie) de linker, vrouwelijke, hoek is – emaneert het Viertal. Het laatstgenoemde, dat op zichzelf de ‘hemelse mens’ symboliseert, de geslachtloze Adam Kadmon, gezien als de Natuur in het abstracte, wordt weer een zevental door uit zichzelf de overige drie beginselen te emaneren, de lagere aardse, gemanifesteerde stoffelijke Natuur, de stof en onze aarde (de zevende is Malkuth, de ‘bruid van de hemelse mens’), en vormt zo met de hogere triade, of kether, de kroon, het volledige getal van de sephiroth-boom – de 10, het totaal in eenheid of het Heelal. Naast de hogere triade zijn er zeven lagere scheppende sephiroth.
Het bovenstaande doet niet rechtstreeks ter zake, hoewel het nodig is het in gedachten te houden om gemakkelijker te begrijpen wat er volgt. De vraag die aan de orde is, is te bewijzen dat Jah-Noach, of de Jehova van de Hebreeuwse bijbel, de veronderstelde schepper van onze aarde, van de mens en van alles op aarde, is:
a) Het laagste zevental, de scheppende Elohim – in zijn kosmische aspect.
b) Het tetragrammaton of de Adam Kadmon, ‘de hemelse mens’ van de vier letters – in zijn theogonische en kabbalistische aspecten.
c) Noach – identiek met de sishta van de hindoes, het menselijke zaad, dat uit een eerdere schepping of manvantara is overgebleven voor het bevolken van de aarde, zoals het in de Purāna’s wordt uitgedrukt, of het voordiluviaanse tijdperk, zoals het allegorisch in de bijbel wordt voorgesteld – in zijn kosmische karakter.
697/698: Zo is het getal van de zeven scheppingen, zeven rishi’s, zones, continenten, beginselen, enz. in de Arische geschriften, achtereenvolgens overgegaan in het Indiase, Egyptische, Chaldeeuwse, Griekse, Joodse, Romeinse, en tenslotte in het christelijke mystieke denken, tot het terecht kwam in en onuitwisbaar afgedrukt bleef op elke exoterische theologie. De zeven oude boeken die Cham uit de ark van Noach stal en aan zijn zoon Kush gaf, en de zeven koperen zuilen van Cham en Cheiron zijn een weerspiegeling van en een herinnering aan de zeven oorspronkelijke mysteriën, ingesteld overeenkomstig de ‘zeven geheime emanaties’, de ‘zeven klanken’, en de zeven stralen – de geestelijke en siderische modellen van de zevenduizend keer zeven kopieën daarvan in latere tijdperken.
De Geheime Leer Deel II, Hoofdstuk 25 Het zevental in de exoterische boeken (p. 702):
De ‘zeven keer zeven’, 49, zijn een doorzichtige allegorie en een toespeling op de negenenveertig ‘Manu’s’, de zeven Ronden en de zeven keer zeven menselijke cyclussen in elke Ronde op elke bol. De Kerkes en de Onech staan voor een rascyclus en de mystieke boom Ababel – de ‘Vader Boom’ in de koran – ontwikkelt nieuwe takken en bladeren bij elke herrijzenis van de Kerkes of Feniks; de ‘dag van het oordeel’ betekent een ‘kleine pralaya’ (zie Esoteric Buddhism).
De Geheime Leer Deel II, Hoofdstuk 25 De mysteriën van het zevental (p. 713):
Voor christenen en gelovigen zou deze verwijzing naar Zacharia en vooral naar de brief van Petrus (1 P. ii, 2-5) voldoende moeten zijn. In de oude symboliek wordt de mens, in het bijzonder de innerlijke spirituele mens, ‘een steen’ genoemd. Christus is de hoeksteen, en Petrus noemt alle mensen ‘levendige’ (levende) stenen. Daarom kan een ‘steen met zeven ogen’ slechts betekenen wat we zeggen, d.i. een mens van wie de samenstelling (of ‘beginselen’) zevenvoudig is.
Om het voorkomen van de zeven in de Natuur nog duidelijker aan te tonen, voegen we hieraan toe dat het getal zeven niet alleen de periodiciteit van de levensverschijnselen beheerst, maar dat het ook een sterke invloed heeft op de reeks scheikundige elementen en even oppermachtig is in de wereld van het geluid en in die van de kleur, zoals deze ons door de spectroscoop wordt geopenbaard. Dit getal is de factor sine qua non bij het voortbrengen van occulte astrale verschijnselen.
723: Zij is in feite nauwer verwant aan de brahmaanse logos dan aan de boeddhistische logos. Om mijn bedoeling duidelijk te maken, kan ik er hier op wijzen dat de logos zeven vormen heeft. Met andere woorden, er zijn zeven soorten logoi in de kosmos. Elk van deze is de centrale figuur van een van de zeven hoofdvertakkingen van de oude wijsheid-religie geworden. Deze classificatie is niet de zevenvoudige classificatie die wij hebben aangenomen. Ik doe deze bewering zonder enige vrees voor tegenspraak. De ware classificatie voldoet aan alle eisen van een wetenschappelijke classificatie. Zij heeft zeven verschillende beginselen, die overeenkomen met de zeven verschillende toestanden van prajñā of bewustzijn. Zij overbrugt de kloof tussen het objectieve en het subjectieve, en geeft de geheimzinnige kringloop aan die de ideatie volgt. De zeven beginselen zijn verbonden met zeven toestanden van de stof en met zeven vormen van kracht. Deze beginselen zijn harmonisch gerangschikt tussen twee polen, die de grenzen van het menselijke bewustzijn bepalen.’

De Geheime Leer Deel II, Hoofdstuk 25 De mysteriën van het zevental, De zeven zielen van de Egyptologen (p. 721):

 

1. Noot bij tabel: Er schijnt bij de westerse kabbalisten een verwarring te bestaan die al eeuwen duurt. Zij noemen ruach (geest) wat wij kama-rupa noemen; terwijl bij ons ruach ‘de spirituele ziel’, buddhi, zou zijn en nephesh het vierde beginsel, de vitale dierlijke ziel. Eliphas Lévi begaat dezelfde fout.

Het is mogelijk de ‘Zevenvoudige samenstelling van de mens’ met behulp van een ‘dubbelkwadrant’ weer te geven.
H.P. Blavatsky: Geheime Leer Deel I Stanza 7 De voorvaderen van de mens op aarde (p. 269):

Volgens deNiewsbrief juni 2007 ziet de vergeestelijkte mens er als volgt uit:

Antroposofie  Theosofie
7. Geestmens als omgevormd Fysiek Lichaam1. Stoffelijk of Fysiek LichaamHogere wereldenGeestelijke wereld
6. Levensgeest als omgevormd Levenslichaam2. Ether- of LevenslichaamEtherische wereldMentale wereld
5. Geestzelf als omgevormd Astraallichaam3. AstraalLichaamAstrale wereldAstrale wereld
4. Ik als kern van de ziel Stoffelijke wereldFysieke wereld

In het onderstaande rechter kwadrant zijn de lagere gebieden samen met de hogere schematisch weergegeven. Het brengt de spiegelsymmetrie (4., 5./3., 6./2. en 7./1.) in de zevenvoudige samenstelling van de mens tot uitdrukking. De éne werkelijkheid heeft betrekking op de wederkerigheid tussen Zo binnen, zo buiten en Zo boven, zo beneden, die op basis van het zelfbewustzijn, het Reflexief Bewustzijn met behulp van de lemniscaat tot uitdrukking kan worden gebracht.

Joodse KabbalahTheosofie en Antroposofie Antroposofie Holistische fysiotherapie
Jeshida (Yehidah)     Mensenrijk Plantenrijk
Chaiah Ruah Tussenliggende   viertal:   4. Hogere wereld 2. Etherische wereld
4. Geest-2. Dierlijk-astrale Ziel5. Manas<7. Âtma  7./1.-5./3.
| || | Fysiek drietal :  | |
1. Voertuig-3. Ziel6. Buddhi>4. Kama>2. Linga-sarira4.-6./2.
Nephesh Neshama  | |1. Fysieke wereld 3. Astrale wereld 
     1. Sthûla-sarira<3. PrânaMineralenrijk Dierenrijk

Het bovenstaande middelste 'dubbelkwadrant' illustreert de 'Zevenvoudige samenstelling van de mens.
Reïncarnerende Ego. In de verdeling van de menselijke beginselen in drieën (een trichotomie) te weten een hoger tweetal (6/7), een tussenliggend tweetal (4/5) en een lagere triade (1/2/3) - of respectievelijk 'geest', 'ziel' en 'lichaam', is het tweede of tussenliggende tweetal, manas-kâma (4/5) of de tussennatuur, de gewone zetel van het menselijk bewustzijn en bestaat zelf uit twee kwalitatieve delen: een hoger of aspirerend deel, dat gewoonlijk de Reïncarnerende Ego of de hogere manas wordt genoemd, en een lager deel dat wordt aangetrokken tot materiële dingen en het brandpunt is van wat zich in de doorsnee mens doet kennen als de menselijke ego, de gewone alledaagse zetel van zijn bewustzijn.

Gottfried de Purucker geeft in zijn boek Grondslagen der Esoterische Wijsbegeerte, Deel I, Hoofdstuk 10 een met het linker kwadrant vergelijkbare doorsnede:
Volgens deze opvatting hadden die vier sferen psychologisch hun afschaduwing of weerspiegeling of locus (plaats) in het menselijk lichaam; en om in overeenstemming te zijn met de vier grondbeginselen waarin de joodse kabbalistische filosofen de mens verdeelden, werd verondersteld dat neshâmâh (of de geest) zijn locus had in het hoofd, of beter, erboven zweefde; dat het tweede, rûahh (of de ziel) zijn locus of centrum had in de borst; en het derde, het laagste van de werkzame beginselen, nephesh (of de dierlijk-astrale ziel) zijn locus of centrum in de buik had. Het vierde voertuig was gûph of het omhullende stoffelijke lichaam. Men moet neshâmâh, het hoogste van alle, waaruit de andere geleidelijk emaneerden – rûahh uit neshâmâh, nephesh uit rûahh en gûph uit nephesh (gûph is esoterisch in feite het linga-sarîra en scheidt het stoffelijk lichaam van de mens af) – niet zozeer zien als een beginsel dat in het hoofd zetelt, maar dat als het ware het hoofd en het lichaam overschaduwt. Het kan worden vergeleken met een zonnestraal of met een elektrische straal, of ook wel met de zogenaamde gouden keten van de grote Griekse dichter Homerus en de veel latere neoplatonische filosofen, die Zeus met alle lagere entiteiten verbindt; of met de keten van wezens in een hiërarchie die via haar hyparxis met het laagste gebied van de volgende en hogere hiërarchie is verbonden.

Spirituele - en Persoonlijke ego, Âtma-Buddhi en Kama-Manas, Hogere - en Lagere duade
Deel I, Hoofdstuk 16 een met het middelste kwadrant vergelijkbaar schema:
U ziet dat de zeven beginselen en elementen van de mens in drie afzonderlijke groepen zijn verdeeld: een lagere triade, zuiver stoffelijk en vergankelijk, een tussenliggende duade, psychisch, samengesteld en grotendeels sterfelijk, Kâma-Manas, de eigenlijke ‘mens’ of ‘menselijke natuur’; en een hogere duade, Âtma-Buddhi, onsterfelijk, onvergankelijk, de monade. Bij de dood van de mens voert deze hogere duade al wat tot de geestelijke essentie behoort, het aroma van de lagere of tussenliggende duade met zich mee; en dan is de hogere duade het hogere zelf, de reïncarnerende individualiteit of egoïsche monade. In dit stadium van evolutie bevindt het gewone levensbewustzijn van de mens zich bijna geheel in de lagere of tussenliggende duade; wanneer hij zijn bewustzijn verheft om één te worden met de hogere duade, wordt hij een mahâtma, een meester.

 

G. de Purucker hoofdstuk De zevenvoudige zeven beginselen

We herhalen: uit âtman wordt zijn kind buddhi geboren. Uit âtman en buddhi wordt hun kind manas geboren: Vader, Heilige Geest, Zoon. Uit âtman, buddhi en manas tezamen, vaak de reïncarnerende monade genoemd, ontstaat uit hun wisselwerking in de gemanifesteerde wereld het begeertebeginsel, de drang om te zijn, te handelen en te worden. Uit deze vier komt van binnenuit de levenskracht. Daaruit ontstaat weer het astrale modellichaam en uit al deze ontstaat het laatste kind, de weerspiegeling op aarde van de godheid, van âtman; dit is de stoffelijke monade die een belichaamde god zou moeten en zou kunnen zijn; want ze heeft het in zich. Het volgende diagram laat dit zien, en is van nut om dit en andere aspecten van de menselijke natuur duidelijk te maken. Maar als u het een poosje heeft bestudeerd, vorm dan in uw geest geen beeld van wat u heeft gezien, denk niet dat de beginselen van de mens boven elkaar liggen, als een trap of een stapel boeken. In feite doordringen ze elkaar volkomen, zodat sthûlasarîra, zoals in het christelijke Nieuwe Testament staat, inderdaad de tempel is van de levende God of zou moeten zijn. De christenen hebben een prachtig verhaal over de avatâra Jezus, die de tempel ingaat en de geldwisselaars er met een zweep uit verdrijft omdat ze het gebruik van de tempel onteerden. De geldwisselaars zijn onze slechte gedachten en emoties en onze lage hartstochten; de aanwezigheid van de Christus, de buddhi, verdrijft ze.
Een ander punt is dit: Juist omdat âtman zevenvoudig is, kan hij zich in de zevenvoudige constitutie van de mens ontplooien. Âtman, die buddhi in zich heeft, werpt een weerspiegeling van zijn buddhi omlaag en die wordt de voornaamste buddhi. Van âtman en buddhi werpt buddhi, die manas in zich heeft, een weerspiegeling van zijn manas omlaag, overstraald door âtman en die wordt het eigenlijke manas. Manas dat een kâma-manas of liever manas-kâma in zich heeft, werpt op zijn beurt een weerspiegeling omlaag, overstraald door de âtman van buddhi erboven en dan krijgen we de eigenlijke kâma. Op dezelfde manier komt prâna voort uit kâma. Prâna is ook zevenvoudig. Zoals zich in het lichaam van de mens het leven van elke cel bevindt, de cellen van zijn hersenen en de cellen van zijn beenderen en van zijn bloed, die alle één leven opbouwen dat het hele lichaam doordringt, zo is er het leven dat de hele constitutie van de mens doordringt. Er is in hem het leven dat liefde stimuleert. Er is in hem het leven dat toewijding, de begeerte of het hevige verlangen om te helpen opwekt. Er is in hem het leven dat het kâmabeginsel of begeertebeginsel naar lagere zaken bezit, het laagste deel van kâma. Die zijn alle in de mens en doordringen elkaar.

Twee modellen om de tienvoudige samenstelling van de microkosmos en macrokosmos weer te geven, het micromodel van de Purucker en het macromodel van Pryse.

Grondslagen der Esoterische Wijsbegeerte, Deel II Hoofdstuk 46 bevat een andere met het bovenste, middelste kwadrant vergelijkbaar diagram:

Dit is een heel algemeen diagram, maar het toont wel hoe de tien element-beginselen functioneren: het goddelijke, het zuiver stoffelijke en het tussenliggende viertal. Maar om praktische redenen kunnen de tien beginselen van de mens, denk ik, het best worden verdeeld zoals in het diagram hierboven.
Eerst komt natuurlijk de hoogste of goddelijke driehoek, een figuur die voor zichzelf spreekt. Vervolgens verdelen we het tussenliggende viertal in twee duaden. Bedenk alstublieft dat deze samengestelde tekening een symbolisch diagram is, dat uitsluitend wordt gebruikt om de zaak aanschouwelijk te maken. We hebben hier dus evenals eerst, bovenaan de goddelijke triade; dan de duade van de monade, ofwel âtma-buddhi. Dan de tweede of persoonlijke of astrale duade, manas en kâma. Vervolgens daaronder de omgekeerde driehoek, die slechts het voertuig, het lichaam, voorstelt – dat wil zeggen het sthûla-sarîra en het linga-sarîra en de prâna’s.

 

P. 35: De “dramatis personae” en de rangschikking van de scènes zijn in het bovenstaande linker diagram geschetst.
P. 13:Van elk van deze negenenveertig constellaties (sterrenbeelden) wordt gezegd, dat ze een principe, kracht of hoedanigheid in de mens zelve symboliseren; het gehele stelsel vormt een symbolisch wezen, een hemelse mens (Adem Kadmon of Tetragrammaton), uitgebeeld op de sterrenhemel.
P. 35: De Twaalf Krachten, waarvan vijf noetisch (solair) zijn en zeven substantief (lunair), gesymboliseerd door de Twaalf Zodiacale Constellaties. De twaalf krachten, die achtereenvolgens op de vier gebieden van bestaan geëmaneerd worden, geven achtenveertig cosmische krachten; en, tezamen met de Archê-Logos, negenenveertig.
Deze achtenveertig constellaties, twaalf in de Zodiac en drie groepen van twaalf er buiten, tezamen met de Zon beschouwd als het middelpunt geven samen het getal negenenveertig en maken het stellaire schema van de zodiac voltallig, waaraan de Apocalypse zich getrouw gehouden heeft.
P. 36 Men dient echter wel te bedenken dat deze de werelden en krachten van de microcosmos, de mens, zijn; zoals uitgebeeld is in het zodiacale schema; en daar de twee driehoeken het conflict tussen de geestelijke- en dierlijke principes uitbeelden, wat zich in de menselijke ziel afspeelt, moet men het zo zien, dat ze voor het geval van de mens dooreengestrengeld zijn, het “volmaakte vierkant”, en aldus ingesloten binnen in het aurische plêrôma, of de goddelijke sythese.
P. 37: De twaalf krachten die aan elk van de vier gemanifesteerde gebieden hun energie geven, worden in een vijftal en een zevental verdeeld, het vijftal wordt onderverdeeld in één en een viertal; en het zevental is onderverdeeld in een drietal en een viertal, de drie wordt weer onderverdeeld in één en twee. Wanneer men deze indelingen in de vorm van een diagram gelijkend op een maatlat schrijft, ontstaat de riet gelijk een staf, waarmede “de adytum van de Godheid, het altaar en hen die daarbinnen aanbidden” gemeten worden, maar de hof die buiten de adytum is - de lagere triade - wordt uitgeworpen:
P. 96: De “staf” waarmede het goddelijke kind de volkeren zal hoeden, is natuurlijk de caduceus (11e dimensie) van Hermês, de voorbeeldige schaapherder van de zielen. In de oudere mythologie vindt men deze magische staf in de hand van Neb, de God van wijsheid en “de bewaarder van de scepter van kracht”.

SisyPhus De MultiVersele Creatie door Negentropie in correlatie met de vier niveau's van de Ka-Ba-Lah.
In het kort: de "Eeuwige A-Symmetrische Alpha-impuls" (in de religie/esotherie "SpiritGod") volgt d.m.v. de "beste zelf-organisatie-selectie" een spiraalvormige Fibonnaci structuur (via de Gulden Snede Proporties), dat in meerdere 2 dimensionale (cirkel) en dus meerdere 3 dimensionale (sfeer) fenomenen wordt "omgezet" (kunnen we zien als het "spontane" generatieve [√2], formatieve [√3], re-generatieve principe [√5]). Dat is de "divergentie" en de /2)=1. Het pad is NIET terug via √5, √3 en √2,"convergentie" daarvan is SIN( want vanuit de √2, √3 en √5 divergentie is de "ongemanifesteerde" de SIN(PI/2)=1 al de totaliteit, als spiegel! Dat is het "Alpha 3+ punt". Kijk een naar de vorming van het "Vlinder-Effect", via de "Lorenz-Attractor", in spiralen. Dit is de essentie van de natuurlijke "zelf-organisatie", door de "zelf-selectie".

Gulden snede en getallen van Fibonacci (Spiraal).

Volgens de kwantumzwaartekrachttheorie zou de ruimte op heel kleine schaal (kleiner dan 10^-34 m) opgebouwd zijn uit fractals. Fractals zijn wiskundige patronen die zich tot in het oneindige blijven herhalen. Op heel kleine schaal krijgen we dus geen snaren, of superkleine deeltjes, of kwantumschuim te zien, maar gewoon een saaie, eeuwigdurende herhaling. Het is pas op grotere schaal dat die fractals samen de driedimensionale ruimte vormen zoals we die kennen (doordrengt met tijd). U kan dit een beetje vergelijken met sneeuwvlokjes. Op heel kleine schaal bestaat sneeuw uit prachtige kristallen die een beetje lijken op fractals, en op grotere schaal (bv een sneeuwlandschap) vormen die fractals een egaal sneeuwdeken.

De iteratie van fractals vertoont een recursief geometrisch patroon dat oneindig herhaald wordt op verschillende schaalgroottes. De meest bekende fractal is de Mandelbrot-fractal. Fractals worden vaak gebruikt in screensaversofware van computers. Ze blijven het scherm eeuwig overschrijven met in toenemende mate complexere geometrische patronen.

Spiegeltje, spiegeltje aan de wand, wie is het machtigst in dit land?
Er is echter een belangrijk aspect aan dit oorlogenverhaal dat misschien nog niet voldoende wordt (h)erkend. De uiterlijke werkelijkheid is een weerspiegeling van onze innerlijke werkelijkheid, want wij hebben tenslotte allemaal bijgedragen aan het scheppen van deze realiteit. Wij kunnen deze door velen niet-gewilde werkelijkheid, door het laten ontstaan van een werkelijk inzicht in onszelf en in onze gezamenlijke individuele kracht, ook veranderen. Waar draait het in essentie om bij het laten ontstaan van een oorlog? In mijn beleving komen oorlogen voort uit het niet ervaren van de eigen grenzen van een staat en het niet respecteren van de grenzen van andere staten. Op zich natuurlijk logisch. Iets dat je niet in jezelf ervaart kun je bij de ander ook niet waarnemen.

Zie ook:

Boeken:

Externe Links

<< vorige ||volgende >>

Categorie: Artikelen | Rapport | Auteur: Harry Nijhof


Deze pagina werd sedert 16 dec. 2007 17019 keer bekeken.